Page 1

België - Belgique Hovenierstraat 45, 1080 Molenbeek BC 4383 P2A6269

strijd

solidariteit

€2

socialisme

Afgiftekantoor 1081 Brussel 8 Ver. uitg. G. Cool, Hovenierstraat 45, 1080 Molenbeek

€5 steunprijs

maandblad van de L i n k s e S o c i a l i s t i s c h e Pa r t i j  nr 385  juni 2019

Michel/De Wever afgestraft

Maar echte verandering zal strijd vereisen N

a de verkiezingen zagen de politici en commentatoren heel veel signalen. Zoveel dat de belangrijkste boodschap van 26 mei ondergesneeuwd werd: de afstraffing van de rechtse besparingsregering van Michel en De Wever. Enkel de regeringVerhofstadt II werd in 2007 even sterk afgestraft met een verlies van 22 zetels. Vijf jaar Thatcheriaans bewind betekende lagere lonen (indexsprong), langer werken (67 jaar), meer betalen (taksen op brandstof, energie, …) en er minder voor terug krijgen (minder openbare dienstverlening, geen investeringen in zorg en onderwijs). Je zou voor minder kwaad zijn!

De Wever (N-VA) grijpt het resultaat aan om voor een nog rechtser beleid te pleiten. Maar hij weet heel goed dat de stem voor Vlaams Belang er niet één was voor meer N-VA-besparingen. Het Vlaams Belang recupereerde het sociaal ongenoegen door het te koppelen aan racisme en de migranten de factuur te laten betalen. Waar extreemrechts aan de macht is, wordt nog harder bespaard en neemt geweld tegen migranten toe. Het VB is voor de werkende klasse een ‘Vals Belang’. Toen wij in 2014 protesteerden tegen de besparingen, had extreemrechts vooral een probleem met onze acties! In de parlementen stemde het VB gewoon mee met asociale voorstellen. Neen, uit die hoek moeten we geen verandering verwachten. Voor velen is de groei van het VB een schok. Wie nog twijfelde om zich te engageren: nu is het

de moment. Zoals de oude slogan: ‘Don’t mourn, organise’ (“niet treuren, maar ons organiseren”). Onder de regering-Michel/De Wever waren het niet de vluchtelingen of migranten die profiteerden. Zeker niet: zij werden aan mensonwaardige omstandigheden onderworpen omdat rechtse partijen daar electoraal voordeel uit wilden halen. De enigen die er de afgelopen jaren echt op vooruitgingen, waren de superrijken en grote aandeelhouders. Onder deze regering stegen de winsten in ons land gemiddeld met 3,3%, terwijl dat in de buurlanden 1,8% was. Voormalig liberaal parlementslid en economieprofessor Paul De Grauwe vatte dit beleid samen als: “een verdere herverdeling ten voordele van kapitaalbezitters.” Om daar verandering in te brengen, zal strijd nodig zijn. Collectieve strijd zette in 2014 de eis van een vermogensbelasting op de agenda. Dat was belangrijk om aan diegenen die nog bij de strijd betrokken waren duidelijk te maken dat niet de gewone werkenden en hun gezinnen moeten opdraaien voor verandering, maar dat we het geld zoeken waar het zit. Moest Groen voor het

Zwarte zondag: niet treuren, maar ons organiseren!

Pagina 5

klimaatbeleid zo’n benadering verdedigd hebben, dan zou klimaatbeleid niet geassocieerd worden met extra taksen op onze kap. Collectieve acties zetten begin dit jaar de nood aan klimaatmaatregelen op de agenda. Wij verdedigden daarbij sociale maatregelen als gratis en degelijk openbaar vervoer, energie in publieke handen, publieke investeringen in wetenschappelijk onderzoek en een geplande economie. Hoe zal de ABVV-top de banden met SP.a nog verdedigen? En wat denkt de ACV-top van de uitspraken van Etienne Schouppe die het ACV verwijt om de rechtse regering en bijhorende aanslag op onze levensstandaard niet te verdedigen? Enkel de PS kon nog wat standhouden na een linkse campagne. Maar na de verkiezingen worden die links beloften doorgaans snel opgeborgen. Zeker tegen de achtergrond van een begrotingstekort van 8 miljard euro. Er is veel steun voor eisen als een intrekking van de aanvallen op de pensioenleeftijd, een pensioen van 75% van het laatste loon met een minimum van 1.500 euro netto, hogere lonen en optrekken van het minimum tot 14 euro per uur (of 2.300 euro per maand), een vermogensbelasting om de miljonairs te laten betalen, massale publieke investeringen in openbare diensten (zorg, onderwijs) en infrastructuur, … zal strijd nodig zijn. De vakbondsleiders die alle hoop vestigden op de verkiezingen hebben zich vergist: de traditionele politieke partners van de vakbonden kregen slaag.

Gelukkig hebben we een doorbraak van PVDA dat met 43 verkozenen onze stem in alle parlementen zal laten weerklinken. De afgelopen jaren heeft de PVDA hard gewerkt voor dit resultaat. Nu is het tijd voor een volgende stap: deze positie gebruiken om strijd van onderuit te versterken en mee te organiseren om tot overwinningen te komen. Een campagne zoals die van het ABVV rond de 14 euro biedt daar een eerste grote kans voor. Deze campagne op de werkvloer opbouwen, kan tot succes leiden. Het zou meteen duidelijk maken hoe we de besparingsmachine kunnen stoppen: niet door naar vluchtelingen en migranten te schoppen, maar door massaal te strijden voor onze belangen. Het zal een harde strijd zijn: het establishment zal haar belangen met hand en tand verdedigen. We zullen niets cadeau krijgen. Onze eisen zullen ze onbetaalbaar en onverantwoord noemen. Elke poging om de miljonairs te laten betalen, zal op patronale sabotage botsen. We moeten waarschuwen en ons voorbereiden op die sabotage door nu al eisen zoals niet betaling van de schulden en de stok achter de deur van nationalisatie van de sleutelsectoren te populariseren. Onder het kapitalisme, zeker in het vooruitzicht van een nieuwe crisis, is er geen ruimte voor toegevingen aan de werkende klasse. Laten we strijden voor een socialistische samenleving!

PVDA breekt door: 43 parlementairen om onze strijd te versterken

Pagina 3

w w w. s o c i a l i s m e . b e


2

onze mening

de

Linkse Socialist

Regering-Michel/De Wever afgestraft Roep naar programma en beleid die vertrekken van de sociale noden

A

lle Zweedse partijen, de partijen die deel uitmaakten van de vorige regering (N-VA, MR, CD&V en Open Vld), verdedigden tot op de laatste dag hun beleid met hart en ziel en spraken de wens uit deze coalitie verder te zetten. Uitgebreid met cdH uiteraard, want nauwelijks een jaar na de vorming van deze onuitgegeven Thatcheriaanse regering, was ze in de peilingen reeds haar meerderheid kwijt!

EDITO door Els Deschoemacker, nationaal organisator

LSP

Analyseren wie de verkiezingen verloor, wie de schade beperkte, wie won en met welk programma dit alles gebeurde, maakt veel duidelijk. Tenminste voor wie het wil zien. Toen we met zijn allen massaal op straat stonden en staakten in 2014 tegen de sociale afbraak van de regering Michel met o.a. de verhoging van de pensioenleeftijd toonde men geen begrip, maar nu horen we van alle kanten dat het signaal van de kiezer moet gerespecteerd worden. Over wat dat signaal was, heerst minder eensgezindheid. ACV-topman Marc Leemans merkte in De Tijd terecht op dat het verkiezingsresultaat in Vlaanderen niet zomaar geïnterpreteerd mag worden als een vraag om een rechtser beleid. “Wie gelooft nu echt dat de kiezer dat signaal gaf? Als vier regeringspartijen zijn afgestraft voor vijf jaar rechts liberaal beleid, dan zou ik twee keer nadenken vooraleer te pleiten voor nog meer rechts beleid.” Alle media stellen nu dat Vlaanderen wellicht nooit eerder zo rechts stemde. Maar wat was de dynamiek achter het stemgedrag? Het Vlaams Belang won de verkiezingen door haar racistisch anti-migrantenprogramma te koppelen aan een uitgesproken kritiek op het antisocia-

le beleid van de regering, waarvan N-VA de leidende factor was. Door de nadruk te leggen op eisen als het opnieuw verlagen van de pensioenleeftijd, een minimumpensioen van 1.500 euro per maand, optrekken van de uitkeringen, … leek het Vlaams Belang tegemoet te komen aan de voornaamste verzuchtingen. Dit is niet alleen hypocriet. De partij stemt immers steevast tegen elke maatregel die onze sociale rechten uitbreidt. Het is geen sociale partij die de ongelijkheid aanpakt door naar de winsten van de grote bedrijven te kijken. Het is een partij van handelaars in verdeeldheid en bijhorende haat. Zo is het programma van ‘eerst onze mensen’ (een nieuwe versie van de Vlaams Blok-slogan ‘eigen volk eerst’) niet op meer middelen gericht! Er wordt slechts een andere verdeling van de tekorten voorgesteld met uitsluiting van grote groepen uit de sociale zekerheid, sociale huisvesting, jobs, … Dat leidt enkel tot meer concurrentie aan de onderkant van de samenleving, de klassieke formule en voornaamste doelstelling van extreem rechts! En de andere grote winnaar van de verkiezingen was de PVDA. Zeker in Brussel en Wallonië maar ook in Vlaanderen met hun eerste verkoze-

De opgang van PVDA in alle delen van het land is voor de arbeidersbeweging de belangrijkste ontwikkeling van de verkiezingen. Het geeft een stem aan wie uit het moeras van sociale achteruitgang wil geraken. nen. Groen kon van de klimaatopstand geen garen spinnen, net omdat het sociale ontbrak. Van een terugdraaien van de pensioenleeftijd bijvoorbeeld, geen spoor. Grote delen van de werkende klasse vreesden terecht dat het groene programma uiteindelijk zou neerkomen op nog grotere lasten op hun schouders. De PS kon anderzijds met een uitgesproken links programma de neergang beperken en blijft de grootste in Wallonië en Brussel. Ecolo scoorde goed, maar kon het volledige potentieel van de peilingen niet waarmaken. Dit was grotendeels om dezelfde redenen als die van Groen. Bijna overal in Europa verloren de traditionele partijen, die sinds de Tweede Wereldoorlog het kapitalisme beheerden, terrein. In België is een tripartite van de ooit oppermachtige traditionele families voor het eerst niet meer mogelijk. Met de groenen erbij is er fe-

deraal wel een meerderheid, maar in Vlaanderen niet. Het toont de electorale opstand van de kiezers tegen deze partijen die steeds weer de meerderheid van de bevolking doen opdraaien voor de crisis van het kapitalisme. De PS hield nog het best stand, met nadruk op sociale eisen rond pensioenen, werkduurverkorting, vermogensbelasting, … Als de verkiezingen van 26 mei iets toonden, is het dat de kiezers er genoeg van hebben en dat een ommekeer nodig is. De uitdaging is nu om het verzet te organiseren voor een politiek die tegemoet komt aan de sociale noden en bijgevolg het kapitalistisch systeem in vraag stelt. De arbeidersbeweging is numeriek sterker dan ooit en we beschikken nog steeds over potentieel bijzonder sterke vakbonden. De werkende klasse is de sociale kracht die verandering kan realiseren, maar dat gebeurt niet automatisch. Dat vereist organisatie, strijd en een programma waar men echt voor gaat, met een zo groot mogelijke betrokkenheid van delegees, militanten en leden. De opgang van PVDA in alle delen van het land is voor de arbeidersbeweging de belangrijkste ontwikkeling van de verkiezingen. Het geeft een stem aan wie uit het moeras van sociale achteruitgang wil geraken. Daarvoor is een breuk met het budgettaire keurslijf in Europa en België nodig en moeten we vechten voor een politiek die niet de winsten centraal stelt, maar de noden van de meerderheid van de bevolking.

Linkse meerderheden mogelijk in Wallonië en Brussel

T

wee jaar geleden deed het Waals ABVV een oproep voor een linkse coalitie in Wallonië. Toen hadden PS, Ecolo en PTB samen 36 van de 75 zetels. Vandaag beschikken dezelfde partijen wel over een meerderheid van 45 zetels. door

Nicolas Croes

Tot voor kort beperkte de PS zich doorgaans tot het argument van het minste kwaad: ‘zonder ons zou het erger zijn.’ Die benadering botste met de sterke groei van een concurrent op de linkerflank. De groei van de PTB (PVDA) dwong de PS om een linksere campagne te voeren rond tien “rode lijnen.” Bij deze prioritaire thema’s onder meer: minimumpensioen van 1.500 euro netto per maand voor een volledige loopbaan, minimumloon van 14 euro bruto per uur, verhoging van de sociale uitkeringen tot boven de armoedegrens, een belasting op grote erfenissen (van meer dan 1,25 miljoen euro met uitsluiting van een persoonlijke woning en vermogen verbonden met een beroepsactiviteit), de ontwikkeling van het openbaar ver-

voer met onder meer een investering van 3 miljard euro in de NMBS, … Waarom werd geen enkele stap in deze richting gezet tussen 1988 en 2014, toen de PS ononderbroken aan de macht was? Destijds rechtvaardigde de PS de compromissen en asociale maatregelen met het argument dat toegevingen nodig waren aan de coalitiepartners. We kunnen niet alleen regeren en bijgevolg ons programma niet realiseren, luidde het. Dat argument kan nu van tafel geveegd worden. ‘Hola, wacht eens even’, lijkt de reactie van PS en Ecolo op die vaststelling te zijn… De dag na de verkiezingen ontkende Elio Di Rupo dat hij zo links mogelijke coalities wilde vormen. “Neen, dat heb ik niet op die manier gezegd. Ik zei dat ik regeringen wil met een

zo progressief mogelijk programma.” Raoul Hedebouw (PVDA) stelde in een interview dat hij wel wil regeren, maar niet tegen elke prijs. “Het kan met PS of Ecolo, maar niet met de PS van Publifin en ook niet met het Ecolo van een CO2-taks.” Als we naar de breekpunten van PVDA kijken, valt op dat de lat niet hoog gelegd wordt. Br ussels PVDA-parlementslid Youssef Handichi had het over twee breekpunten voor regeringsdeelname: gratis maken van de MIVB (wat 200 miljoen euro kost) en een controle op de huurprijzen. Die maatregelen zouden erg welkom zijn, maar volstaan niet. Gratis openbaar vervoer moet gepaard gaan met een radicaal plan van publieke investeringen want het huidige netwerk is al overbelast. Een controle op de huurprijzen volstaat niet om de prijzen te drukken, daarvoor zijn meer sociale woningen nodig (zoals de eis van 50.000 nieuwe sociale woningen in Brussel die PVDA in het verkiezingsprogramma van 2014 verdedigde). Het was ook

nuttig geweest om in dit kader de legitieme eisen van het actievoerende personeel van de lokale en regionale besturen in Brussel te verdedigen. De linkerzijde moet voor een echte verandering in het leven van de mensen staan, en kan zich dus niet beperken tot enkele hervormingen. Er is nood aan een regering van burgerlijke ongehoorzaamheid die weigert om zich te laten gijzelen door het budgettaire keurslijf. Zowel PS als Ecolo doen nu alsof de oproep van het ABVV niet bestaat. De PTB kan de oproep van het ABVV aangrijpen om PS en Ecolo onder druk te zetten om niet elders te zoeken naar een meerderheid. PS, PTB en Ecolo verdedigden in hun programma’s eisen die al langer gedragen worden door de vakbonden. Waarom zou de PTB geen persconferentie organiseren, liefst samen met het Waals ABVV, met een oproep om deze programmapunten samen te verdedigen en te realiseren? Waarom geen grote lokale meetings, in samenwerking met het ABVV,

om de druk op PS en Ecolo verder op te voeren? Zulke meetings zouden overigens belangrijk zijn om de druk ook na een coalitievorming aan te houden zodat een linkse regering effectief breekt met het besparingsbeleid en overgaat tot maatregelen als de invoering van een minimumloon van 14 euro per uur in de regionale openbare diensten, arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen, … maar ook massale publieke investeringen in infrastructuur en openbare diensten en de weigering om de Europese begrotingsdictaten na te leven. Een dergelijk project zou enthousiasme opwekken, ook in het noorden van het land. Het zou een concrete invulling geven aan de discussie over hoe we best breken met de besparingen. Het zou bovendien de discussie over ons verzet tegen de onvermijdelijke tegenreactie van het kapitaal opentrekken naar een bredere laag van de bevolking. Dat dit geen overbodige luxe is, zagen we met het verraad van Syriza in Griekenland.


politiek

www.socialisme.be juni 2019

3

PVDA breekt door: 43 parlementairen om onze strijd te versterken

I

n 2014 stuurde de PVDA de eerste radicaal linkse verkozenen in 30 jaar naar de regionale parlementen van Brussel en Wallonië en naar de Kamer. Vijf jaar later behaalde de PVDA in heel het land niet minder dan 584.621 stemmen. Dat levert 43 parlementsleden op: 12 Kamerleden (waarvan 3 uit Vlaanderen), 5 Senatoren, 10 Franstalige en 1 Nederlandstalige verkozenen in het Brussels Parlement, 4 Vlaamse Parlementsleden, 10 Waalse Parlementsleden en een Europese verkozene. Nooit eerder stelde zich zo’n kans voor radicaal links om op te komen voor een programma dat breekt met het kapitalisme. door

Nicolas Croes

De doorbraak van de PVDA was al opmerkelijk in 2014. Vandaag is het dat nog meer. Raoul Hedebouw en zijn kameraden zorgden ervoor dat de stem van de straat in het parlement werd gehoord en meer weerklank vond in het publieke debat. Verschillende tussenkomsten van Raoul in de Kamer gingen viraal op het internet en hielpen in het vestigen van vertrouwen in het sociaal verzet tegen de meest vastberaden rechtse regering sinds Martens-Gol in de jaren 1980. De PVDA had al duizenden leden en wellicht zullen er nog heel wat volgen op basis van de uitstekende resultaten. Velen van hen zetten deze stap omdat ze betrokken willen zijn in de sociale strijd, maar ook om een positief perspectief te verdedigen. Wie kwam nog geen PVDA-militant tegen met een petitie in de hand tijdens een betoging, op de markt of op straat? Denk aan de petitie tegen de verhoging van de pensioenleeftijd en tegen het puntenpensioenen of die voor gratis en degelijk openbaar vervoer in de klimaatbeweging. Daar is er ongetwijfeld heel wat steun voor: elke peiling geeft stelselmatig aan dat een meer-

derheid van de bevolking al overtuigd is van die maatregelen. Alle inspanningen en het vele werk van de PVDA-militanten waren tot hiertoe volledig gericht op het behalen van meer verkozenen. Nu dat gelukt is, mag de ambitie niet beperkt zijn tot het verdedigen van onze eisen in het parlement. De posities moeten gebruikt worden om het gevecht voor het realiseren van die eisen te versterken. Dat betekent voorstellen doen om de strijd te organiseren, zelf initiatieven nemen om een krachtsverhouding uit te bouwen en volgende stappen in de klassenstrijd voorbereiden. Dit kan op veel terreinen. Neem nu de petitie van het ABVV voor een minimumloon van 14 euro per uur. De PVDA kan zich samen met andere vakbondsleden in die campagne gooien. Om deze eis te realiseren, moeten we hem populariseren. De PVDA kan een belangrijke bijdrage leveren, onder meer door er een thema van te maken op de vele werkplaatsen en in de syndicale delegaties waar de partij aanwezig is en door daar het gevecht aan te gaan om overwinningen te boeken. Een dergelijke benadering zou bij-

Alle inspanningen en het vele werk van de PVDAmilitanten waren tot hiertoe volledig gericht op het behalen van meer verkozenen. Nu dat gelukt is, mag de ambitie niet beperkt zijn tot het verdedigen van onze eisen in het parlement. De posities moeten gebruikt worden om het gevecht voor het realiseren van die eisen te versterken.

dragen aan de opbouw van een groter aantal syndicale delegaties die een bastion van verzet vormen op basis van een grotere betrokkenheid. Dat zou ook nuttig zijn als de vakbondsleiders bang zijn om strijd verder te zetten. Veel werkenden zijn nog niet vergeten hoe onze acties na het geslaagde opbouwende actieplan van 2014 stilgelegd werden. De PVDA moet nadenken hoe het haar politiek gewicht gebruikt om strijdbare militanten te versterken, ook diegenen die zich in de steek gelaten voelen door hun eigen vakbondsstructuren. Uiteraard is er voor het aangaan van strijd een goede strategie nodig,

die rekening houdt met de onvermijdelijke reactie van de overkant en die waar nodig tactische aanpassingen kan doen. Na het relatief geduldig bouwen aan een electorale basis is het nu tijd voor een verdere stap. De crisis van het kapitalisme laat ons

geen andere keuze dan te vechten voor een socialistische samenleving. Zoals Bertold Brecht in een vaak door PVDA-voorzitter Peter Mertens aangehaald citaat stelde: “Wie vecht kan verliezen. Wie het gevecht niet aangaat, heeft al verloren.”

Twee democratieën?

Op basis van een kapitalisme in crisis is het verder uiteenrafelen van België onvermijdelijk

H

et discours van Bart De Wever is nu ook door de Franstalige media overgenomen: in België zijn er twee democratieën. Dit gaat voorbij aan de gelijkenissen: de afstraffing van de regeringspartijen, de afkalving van de traditionele partijen (waarbij Franstalig België aanknoopt bij een Europese tendens die in Vlaanderen al eerder is doorgezet) en de doorbraak van radicale partijen – m.a.w. het leeglopen van het politieke centrum.

door

Anja Deschoemacker

Maar je kunt er uiteraard niet rond dat in Vlaanderen rechts en extreemrechts de grootsten zijn. Ondanks verlies blijft N-VA incontournable voor de Vlaamse regering, terwijl in Wallonië en Brussel de gematigd en radicaal linkse partijen de grootste groep vormen en de PS, eveneens ondanks verlies, incontournable is voor de Waalse en Brusselse regering. Onderzoek naar de redenen voor de keuze van de kiezers zal opnieuw uitwijzen dat de meerderheid van de N-VA- en VB-kiezers niet voor deze partijen hebben gestemd omwille van hun Vlaams-nationalisme. Maar Vlaams-nationalistische partijen hebben nu 43% van de stemmen gehaald, en dat is nog zonder de Vlaams-nationalisten binnen CD&V. Bovendien is de natte droom van N-VA – om alleen te ontwikkelen naar een meerderheidspositie – overtuigend uiteengespat. De gematigde Vlaams-nationalisten die bereid waren de communautaire kwestie in de koelkast te stoppen in ruil voor een Thatcheriaans rechts beleid verloren stemmen aan de “harde” nationalisten van het VB. Het roept vergelijkingen op met Catalonië, waar het burgerlijk gematigd nationalistische CIU van Arthur Mas wel de nationalistische trom voerde, maar pas stappen naar

een referendum zette toen het daartoe gedwongen was door haar afzwakking ten voordele van meer radicale nationalistische formaties zoals ERC. Hoe de N-VA zal omgaan met deze druk zal duidelijk worden in de komende weken en maanden. De vraag is ook hoe de andere Vlaamse partijen zullen omgaan met deze nieuwe realiteit. De realiteit van de gewesten en gemeenschappen heeft alle Vlaamse partijen (met uitzondering van de PVDA) er in het verleden al toe aangezet een “Vlaams” profiel aan te nemen. Dit is vandaag nog steeds duidelijk in bijvoorbeeld de bijna unanimiteit waarbij in Vlaanderen gepleit wordt voor de afschaffing van de politiezones in Brussel en zelfs van de gemeenten. Welke steun zullen ze geven aan concrete projecten wanneer die op tafel komen? Op korte termijn zullen alle discussies focussen op de aartsmoeilijke federale regeringsvorming. De Wever sluit regeren met PS en Ecolo uit en stelt tegelijk dat een federale regering een Vlaamse meerderheid moet bevatten. De combinatie van beide maakt een federale regering onmogelijk. Tegelijk zal de burgerij al haar invloed gebruiken om

niet opnieuw een hele periode zonder regering te zitten. Zullen de Vlaamse traditionele partijen en Groen zich onder die druk laten verleiden tot een federale regering zonder N-VA? Of zullen ze toegeven aan de druk vanuit N-VA om de PS te weren, wat meteen een nieuwe regering zonder Franstalige meerderheid betekent? En dat werpt die andere uiterst belangrijke vraag op: wat zal de reactie in Franstalig België zijn? Om een federale meerderheid zonder VB te vormen, volstaat het immers niet om de vorige regering aan te vullen met cdH (indien die daartoe al bereid is). Kan men Ecolo/Groen kopen met een klimaatwet? En wie zal het beste aanbod hebben: N-VA of PS? Kan er onder druk van deze uitslag een nieuw Vlaams front gesloten worden voor verdere stappen in de staatsher vorming in

de richting van het confederalisme? CD&V heeft zich recent opnieuw als voorstander geuit. Kan deze uitslag gebruikt worden door de burgerij om de sociale zekerheid - die reeds stevig uitgeholde centrale verworvenheid van de Belgische arbeidersklasse - grondig onderuit te halen door de regionalisering ervan? Indien dit het scenario wordt, zal Bart De Wevers politieke wensdroom – het “uitroken” van de Walen - verwerkelijkt worden. België wordt immers niet vooral bijeengehouden door de burgerlijke instellingen, maar door reële solidariteit in verworvenheden als de sociale zekerheid, centrale loononderhandelingen, nationale vakbonden, … Deze wegnemen, betekent de begrenzingen wegnemen die nu bestaan voor het verder uiteenvallen van het land. Dan gaat het niet meer alleen om “twee democratieën”, maar komt ook de vraag wat Brussel zal doen. Dat is een gewest waar de Vlamingen een veto-positie hebben, maar waar slechts 16% van de bevolking op Vlaamse lijsten heeft ge-

Er zijn veel vragen, maar het is duidelijk dat de burgerij met de verdere verzwakking van haar partijen nog meer de controle over de situatie is kwijtgeraakt.

stemd (en daarvan slechts 18,3% voor N-VA en 8,3% voor het VB). Veel vragen, maar het is duidelijk dat de burgerij met de verdere verzwakking van haar partijen nog meer de controle over de situatie is kwijtgeraakt. De enige kracht die er controle over kan krijgen door het uitwerken van een programma dat aan de noden van iedereen beantwoordt, is de arbeidersbeweging. Iedere stap naar een nieuwe rechtse regering moet door de vakbonden overtuigend beantwoord worden. Iedere regering moet onder druk worden gezet met massale actie rond centrale eisen als het minimumloon, leefbare uitkeringen, arbeidsduurverkorting zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen, … Het is een stap vooruit dat PVDA/PTB een pak extra vertegenwoordigers naar de verschillende parlementen kan sturen. Dat zal pas echt een grote stap worden indien die posities gebruikt worden om de stempel van de arbeidersklasse op de toekomstige ontwikkelingen te drukken.


4 politiek Wat met de klimaatstrijd na de verkiezingen? Beweging van onderuit heropbouwen!

de

Linkse Socialist

W

aar een peiling in februari - op het hoogtepunt van de schoolstakingen - nog voorspelde dat Groen de tweede partij zou worden in Vlaanderen, boekte ze in de verkiezingen uiteindelijk slechts een kleine vooruitgang qua zetels (Vlaams +4 en federaal +2). Met de PVDA, die van klimaat ook een speerpunt in haar verkiezingscampagne maakte en die wel een echte doorbraak maakte in de parlementen, lijkt geen enkele andere partij te willen besturen.

door

Fabian

Het lijkt er dus op dat een ambitieus klimaatbeleid geen onderdeel zal vormen van volgende bestuursakkoorden, toch zeker niet op federaal en Vlaams niveau. De grootste winnaar van de verkiezingen, Vlaams Belang, is zelfs openlijk sceptisch over de rol van antropogene CO2-uitstoot in klimaatverandering. Voor heel wat van de tienduizenden jongeren en werkenden die de afgelopen maanden op straat zijn gekomen voor dringende maatregelen tegen klimaatverandering voelden de verkiezingsuitslagen als een koude douche aan. Waar liep het mis?

Anuna De Wever, één van de initiatiefneemsters van Youth for Climate, zegt “teleurgesteld” te zijn, niet in de Vlaamse partijen maar wel in de Vlaamse kiezers. In de commentaar onder artikels van de meeste mainstream media wordt zij consequent als wereldvreemde snotneus versleten, tenminste waar ze niet wordt afgeschilderd als pion in een complot van Greenpeace en andere NGO’s - een mening die ook Joke Schauvliege en Rik Torfs deelden. Het breed gedragen protest werd hiermee herleid tot een individuele kwestie met enkel aandacht voor enkele voortrekkers. Het feit dat de wekelijkse donderdagstakingen op hun grenzen botsten – onder meer omdat er naar ons aanvoelen onvoldoende aandacht was voor een lokale verankering van de beweging – versterkte dit. Groen kreeg de wind in de zeilen door de klimaatbeweging. Maar uiteraard werd al gauw gekeken naar

De verkiezingen van 26 mei zullen niet leiden tot een ander klimaatbeleid. Foto: Liesbeth

wat het groene klimaatplan exact was. Hoewel Groen met haar klimaatplan ‘Pakt2030’ onder andere 80.000 nieuwe jobs beloofde, waren het vooral de asociale taksen zoals rekeningrijden en vliegtaksen die bleven hangen. Bart De Wever greep dit aan om consistent over een belasting-tsunami te spreken. Het antwoord daarop was dat ‘niets doen nog veel meer zal kosten’. Op een moment dat steeds meer gezinnen het moeilijk hebben op het einde van de maand is dat geen wervende boodschap. Langs Franstalige kant speelde dit voor Ecolo ook mee, maar in mindere mate. De aanwezigheid van de PTB duwde niet alleen de PS-campagne naar links maar ook die van Ecolo. Sociaal klimaatbeleid

Hoewel er een brede consensus heerst binnen de klimaatbeweging dat een ecologische transitie op een sociaal rechtvaardige manier moet gebeuren, is dit op geen enkele manier concreet

Hoewel Groen met haar klimaatplan ‘Pakt2030’ onder andere 80.000 nieuwe jobs beloofde, waren het vooral de asociale taksen zoals rekeningrijden en vliegtaksen die bleven hangen. gemaakt. Enkel de hoogdringendheid van maatregelen schoven de zelf uitgeroepen leiders van de beweging naar voor, maar ze bleven zeer vaag in hun eisen. Zelfs het lijvige rapport dat Youth for Climate bestelde bij het Klimaatpanel geraakte niet verder dan vage algemene aanbevelingen, die op geen enkel moment verduidelijkten

Pride is a protest!

V

ijftig jaar na de rellen in Stonewall (New York) die leidden tot een beweging voor LGBTQI+-rechten, blijft strijd nodig. We moeten ons organiseren en het verzet opvoeren. De campagne ROSA (Reageer tegen Onderdrukking, Seksisme en Asociaal beleid) was dan ook aanwezig op de Pride in mei. door

Emily

We hielden de hele namiddag een stand voor het Centraal Station waarbij we veel pamfletten verdeelden om uit te leggen dat de Pride begon als een politieke manifestatie in de strijd voor gelijke rechten en dat dit politieke en strijdbare karakter ook nu nog nodig is. We hadden onze krant bij en ook een nieuwe brochure: ‘50 jaar Stonewall: strijd haalde LGBTQI+-beweging uit kast.’ We verkochten badges en armbandjes met slogans als “Pride not Profit.” Het opgehaalde geld dient om onze campagnes te financieren: onze werking is volledig afhankelijk van de middelen die we zelf ophalen. Daarnaast vormden we een strijdbare delegatie in de Pride zelf. We deden dit samen met onder meer Rainbow House. We riepen slogans tegen homofobie, lesbofobie, bifobie, transfobie, seksisme, racisme, … We benadrukten dat het besparingsbeleid weg moet. De gevestigde politici verdedigen eerst en vooral de belangen van de superrijken en dit ten koste van de noden en het welzijn van de meerderheid van de

bevolking. Het besparingsbeleid houdt geweld en discriminatie in stand en versterkt dit zelfs nog. Strijden tegen LGBTQI+-fobie betekent ook strijden tegen alle vormen van discriminatie. Zij verdelen om te heersen, wij plaat-

wat het zou kosten en wie ervoor zou betalen. Dat is nochtans nodig om ingang te vinden bij wie nog niet overtuigd is. De Europese Rekenkamer schat dat er ongeveer 1.100 miljard euro per jaar nodig is aan investeringen om enkel nog maar de doelstellingen te halen die de Europese Unie zichzelf oplegde in de strijd tegen klimaatverandering. In 2016 sluisden Belgische bedrijven 221 miljard euro door naar belastingparadijzen en in 2017 nog eens 129 miljard. Geld is er dus, maar het wordt in belang van de winsten van een kleine elite niet gebruikt voor de noodzakelijke investeringen. De beweging van onderuit heropbouwen

Youth for Climate kondigde in de media aan dat het voor ‘seizoen 2’ gaat en dus de mobilisaties volgend schooljaar wil herhalen. Voorlopig gebeurt dit zonder lessen te trekken uit ‘seizoen 1’. De oproep voor schoolstakingen

speelde een belangrijke rol en bracht een hele laag jongeren in contact met de methode van collectieve actie, de methode bij uitstek van de arbeidersbeweging. Het zal echter moeilijk zijn om hetzelfde enthousiasme te creëren zonder inhoudelijke discussies over hoe we de klimaateisen koppelen aan concrete sociale eisen en het geld daarvoor zoeken waar het zit, om werkenden te overtuigen dat het niet gewoon uit hun portemonnee moet komen. Jongeren hebben hen en de economische impact van hun stakingswapen nodig om echte verandering te bekomen. Er is een internationale oproep voor een volgende klimaatstaking op 27 september en er komt een nieuwe VN-klimaatconferentie op het eind van het jaar. We kunnen hiervan opnieuw enorme mobilisatiemomenten maken, maar dan moeten we samen de balans van de klimaatbeweging en de verkiezingen maken op alle scholen en werkplekken waar gestaakt is voor het klimaat.

Jongeren organiseren tegen ha sen daar ons motto van ‘samen sterk’ tegenover. We zullen niets fundamenteel veranderen als we ons niet richten tegen het systeem dat aan de basis van onderdrukking ligt: het kapitalisme. De winsthonger van de 1% rijksten botst met de behoeften en noden van iedereen. Enkel door te strijden, kunnen we bouwen aan een samenleving op basis van gelijkheid en solidariteit, waarbij geen enkele mens een andere kan onderdrukken of uitbuiten: een democratisch socialistische samenleving.

H

et Vlaams Belang is zich aan het opbouwen onder jongeren. Daar is het al langer mee bezig: aan de universiteiten werd gerecruteerd bij rechtse studentenclubs als NSV en KVHV. De extremistische groep ‘Schild & Vrienden’ werd grotendeels binnengehaald met kopstuk Van Langenhove als lijsttrekker in Vlaams Brabant. In verschillende steden organiseerde het VB avonden onder de noemer ‘Schild en pint’ om jongeren rond gratis bier slogans te laten roepen. In deze kiescampagne kreeg al wie voor het eerst ging stemmen een brief van Tom Van Grieken. Die werd in de brief afgebeeld als de cartoonfiguur ‘Pepe the frog’, het handelsmerk van de Amerikaanse alt-right. Voor de verkiezingen wees onderzoek van VTM en Het Laatste Nieuws uit dat het Vlaams Belang onder jongens van 12 tot 24 jaar met 24% de populairste partij was, nipt voor N-VA dat 23% van de jongens kon overtuigen. Opmerkelijk: onder meisjes was dat met 12% slechts de helft. Extreemrechts kan zijn vrouwonvriendelijkheid moeilijk wegstoppen, zeker niet op een ogenblik van een groeiende vrouwenbeweging. Het viel journaliste Phara De Aguirre in het programma Iedereen Kiest op dat er weinig vrouwen voor het VB werken. Op haar vraag hoe dit kwam, antwoordde Hans Verreyt (ondertussen verkozen als parlementslid) dat politiek “een harde wereld is” maar dat vrouwen gerust iets als sociale media kunnen doen. Na de verkiezingen gaven verschillende vrouwelijke verkozenen meteen hun zetel op. Vrouwen blijven voor het VB

vooral ‘broedmachines’ die voor het gezin moeten zorgen. Onder de nieuwe verkozenen zijn er een aantal jongeren. Onder hen Filip Brusselmans. Hij komt uit KVHVAntwerpen en liet zich opmerken met uitspraken over holebi’s en transgenders: “Transgenders zijn een anomalie, een afwijking. Van geslacht veranderen is niet normaal. Het is een symbool voor onze doorgeschoten permissiviteit: je doet en laat alles wat je maar wilt, zolang je de ander daarmee geen kwaad berokkent. (…) Het is begonnen met de holebi’s die uitkwamen voor hun geaardheid. Moest kunnen, vonden we. We aanvaardden dat voortplanting en liefde van elkaar werden losgekoppeld. De volgende stap was het homohuwelijk: de overheid erkende een homofiele of lesbische relatie. Het begrip ‘liefde’ kreeg een andere invulling:


politiek

www.socialisme.be juni 2019

5

Nieuwe zwarte zondag brengt Vlaams Belang en strijd ertegen terug

H

et Vlaams Belang is terug. Met 18,5% is het in Vlaanderen de tweede partij na N-VA. Dit was een nieuwe ‘zwarte zondag’. Het brengt ons parlementairen zoals de voormalige straatvechter Tom Van Grieken, beheerder van neonazistische haatgroepen op internet Dries Van Langenhove of nog Filip Brusselmans die meteen verklaarde bij zijn haat tegen de LGBTQI+-gemeenschap te blijven: “Transgenders en holebi’s zullen altijd abnormaal blijven,” zei hij aan Het Laatste Nieuws. Brusselmans komt uit het Antwerpse KVHV dat pleit voor nog hogere inschrijvingsgelden voor studenten om de ‘elite’ beter te selecteren.

door

Geert Cool, woordvoerder campagne Blokbuster

De schok is groot voor wie groepen als Schild & Vrienden kent als gewelddadige neonazi’s. Het is niet omdat je die in een kostuum steekt dat ze plots ‘gematigder’ of minder ranzig zijn. In vergelijking met de eerste ‘zwarte zondag’, de doorbraak van het Vlaams Blok op 24 november 1991, is er een zekere gewenning maar de schok blijft. Bovendien is de groei van het VB vandaag nog groter, zijn de traditionele partijen nog instabieler en is racisme na vijf jaar N-VA-regering aanvaardbaarder geworden. Gelukkig is er nog een belangrijk verschil met 1991: vandaag is er met PVDA een radicale linkse aanwezigheid in het parlement. Een sterkere linkerzijde in Wallonië en Brussel beperkte daar de ruimte voor extreemrechts in het publieke debat. Diegenen die bij de groei van N-VA verkondigden dat conservatief-rechts deed waar antifascistisch links niet toe in staat was, met name het stoppen van het Vlaams Belang, hebben zich vergist. Wij wezen toen al op het Franse voorbeeld waar de rechtse president Sarkozy met een stoere racistische retoriek de wind uit de zeilen van het Front National haalde, maar zijn kiezers door het asociale karakter van zijn beleid al snel terug naar Le Pen zag lopen. De zeepbel werd doorprikt en extreemrechts kwam terug, versterkt met het meer aanvaardbare karakter dat het kreeg door de gelijklopende standpunten van conservatief rechts. Met de regeringscrisis rond het Marrakesh-pact heeft N-VA de rode loper uitgerold voor extreemrechts. Voor N-VA was migratie het laatste thema waarmee het kon uitpakken na vijf jaar van onpopulair asociaal beleid. Het VB maakte er handig gebruik van om de voorheen verguisde Dries Van Langenhove en

VB-voorzitter Van Grieken langs de voordeur terug op het politieke toneel te plaatsen. De Wever zet de groei van het VB weg als steun voor een rechtser en Vlaamser beleid, eigenlijk als steun voor zijn eigen partij. Nochtans speelde het VB vooral in op ongenoegen tegen het N-VA-beleid, waarbij een sociale retoriek doorslaggevend was. Bij de start van de acties van de gele hesjes probeerde Van Grieken zich voor te doen als één van hen. Zijn partij pleitte voor pensioen op 65 jaar, minimumpensioen van 1.500 euro, hogere uitkeringen en er werd geprotesteerd tegen asociale taksen als rekeningrijden. Bij alle VB-voorstellen zitten er serieuze adders onder het gras, amper tien jaar geleden probeerde het VB zich nog te profileren als de meest neoliberale partij van het land. Maar bij gebrek aan voldoende sterke en veralgemeende massabewegingen tegen de onhoudbare werkdruk, pensioenonzekerheid, opstapeling van taksen en andere aanvallen op onze levensstandaard komt het VB ermee weg. Zolang het bij woorden blijft, wordt niet duidelijk dat het VB niet aan onze kant staat. In de stakingsbeweging van 2014 was dat wel duidelijk: terwijl wij protesteerden tegen de aanvallen op onze pensioenen, keerden Van Grieken en Van Langenhove zich tegen de stakers! In het geval van Van Langenhove zelfs met fysiek geweld. Het Vlaams Belang kwam in deze campagne weg met het ‘sociaal imago’ omdat het er meteen aan koppelde dat het betaald kan worden door te besparen op migranten. De partij wil niet de oorzaken van sociale tekorten aanpakken, maar deze slechts anders verdelen waarbij eerst het ‘eigen volk’ bediend wordt. Zo wil het VB niet meer soci-

Onder de regeringMichel/De Wever gingen migranten en vluchtelingen er zeker niet op vooruit. Neen, enkel de superrijken werden bediend. De winsten in ons land stegen onder de rechtse regering met gemiddeld 3,2%, terwijl dit in onze buurlanden 1,8% was. Daar zit de oorzaak van onze dalende levensstandaard. Maar daar gaat het Vlaams Belang niet tegen in.

ale huisvesting, het wil enkel minder migranten in sociale huisvesting. Dat vindt ingang bij brede lagen van de bevolking die hun levensstandaard zagen afnemen, zelfs indien het geen antwoord biedt op de kapitalistische crisis die aan de oorzaak van de tekorten en aanvallen op onze levensstandaard ligt. Want laat het duidelijk zijn: onder de regering-Michel/De Wever gingen migranten en vluchtelingen er zeker niet op vooruit. Neen, enkel de superrijken werden bediend. De winsten in ons land stegen onder de rechtse regering met gemiddeld 3,2%, terwijl dit in onze buurlanden 1,8% was. Daar zit de oorzaak van onze dalende levensstandaard. Maar daar gaat het Vlaams Belang niet tegen in. Laten we de woede en angst voor de groei van extreemrechts organiseren in strijdbare acties waar we ons niet beperken tot verzet tegen racisme, maar ook ingaan tegen de voedingsbodem voor extreemrechts. Dat was de benadering van Blokbuster na zwarte zondag 1991: jongeren en werkenden zichzelf laten organiseren in de strijd tegen racisme en verdeeldheid, maar ook

aat en asociaal beleid

Op 9 mei betoogden w emet 400 antifascisten in Leuven. Extreemrechts betoogde op dezelfde avond met 150 tegen migratie.

uit liefde hoefden geen kinderen meer te worden geboren” (Humo, 10 september 2018). Zijn collega-parlementslid Dries Van Langenhove sprak zich bij de geslachtsverandering van Bo Van Spilbeeck in dezelfde zin uit in Terzake. Terwijl het Vlaams Belang in een brief aan jonge kiezers beweert tegenstander te zijn van hoger inschrijvingsgeld, was het de studentenclub van Brusselmans en Van Langenhove die in 2014 pleitte voor nog hoger inschrijvingsgeld zodat de universitair een meer elitair karakter zou krijgen. Dat was voor het Vlaams Belang geen probleem: eind 2015 werd Van

Langenhove reeds als spreker op interne vormingen van de partij ingezet. Verzet tegen hogere inschrijvingsgelden is duidelijk een breekpunt voor het Vlaams Belang! Onder jongeren heeft extreemrechts een impact. De afkeer tegenover de traditionele partijen is erg groot. Er is angst voor de toekomst, wat zich op verschillende manieren uit. Sommigen zijn bereid om actief te strijden voor een betere wereld, denk maar aan de klimaatbetogers. Anderen laten zich vangen door online racisme en zelfs een conservatieve hang naar een verleden dat nooit bestaan heeft. Het Vlaams Belang zal proberen

Op 28 mei betoogden ruim 5.000 antifascisten in Brussel. Er was op dezelfde avond een eerste actie in Gent. Op 23 juni volgt een nieuwe betoging in Gent. Foto: Liesbeth

voor jobs, openbare diensten en een degelijke toekomst. De ervaring van Blokbuster, ook levendig gehouden in die jaren dat het gevaar van het VB als minder dringend werd gezien, zal in de antifascistische strijd vandaag goed van pas komen. Het beste antwoord op extreemrechts zijn massabewegingen tegen het besparingsbeleid: door sa-

men voor onze toekomst te vechten, wordt duidelijk dat verdeeldheid ons niet helpt maar verzwakt. Bovendien opent offensieve strijd het perspectief op echte verandering: voor een samenleving in het belang van de meerderheid van de bevolking, in plaats van de winsten van enkelen. Dat is onze socialistische benadering.

Overleeft het cordon sanitaire? om de breder geworden steun te organiseren. Dat is niet gemakkelijk. Zo slaagde de extreemrechtse studentenclub NSV er op 9 mei niet in om veel betogers tegen migratie op de been te brengen in Leuven. Dat er een strijdbare tegenbetoging was onder de noemer ‘Undivided against racism’ heeft hen uiteraard ook niet geholpen. Op die tegenbetoging waren we overigens eens te meer met dubbel zoveel als extreemrechts. Maar dat wil niet zeggen dat we het gevaar, zeker onder jongeren, moeten onderschatten. Het verkiezingsresultaat versterkt immers het zelfvertrouwen van extreemrechts. Jongeren die geschokt zijn door de steun voor extreemrechts moeten hun verzet actief organiseren. Na de Panoreportage over Schild en Vrienden in september vorig jaar trokken honderden jongeren de straat op in Gent. Helaas werd die beweging niet doorgezet, waardoor de bende van Van Langenhove na een kort intermezzo zichzelf terug op de kaart kon zetten met de mars tegen Marrakesh in december. Het cadeau van De Wever en Francken om migratie centraal in het debat te plaatsen, werd optimaal benut. Jongeren mogen zich niet neerleggen bij de groei van extreemrechtse haat. Samen op straat komen en ook de strijd aangaan tegen het asociaal beleid, is nu de boodschap.

H

et cordon sanitaire, een afspraak tussen de partijen om geen coalitie met het Vlaams Belang te vormen, staat opnieuw onder druk. Dat was al zo na de gemeenteraadsverkiezingen, vooral in Ninove waar N-VA de vorming van een coalitie zonder extreemrechts blokkeerde. Er kwam echter geen coalitie met extreemrechts. Nu wordt een nieuwe stap gezet in het ondergraven van het cordon sanitaire, zelfs indien er geen regering met VB komt.

N-VA-voorzitter De Wever laat de deur voor gesprekken met het VB open. Hij werd daarin meteen bijgevallen door de patroonsorganisatie VOKA. Zij willen de stemmen voor het VB gebruiken voor een rechtser beleid van sociale afbraak om de winsten op te drijven. Dat het VB stemmen aantrok van kiezers die niet tevreden waren met het asociale besparingsbeleid en in de campagne pleitte voor eisen als een hoger pensioen, lagere pensioenleeftijd, hogere uitkeringen, … wordt gemakshalve vergeten. Ondertussen is N-VA verzwakt, waardoor De Wever niet zomaar het VB kan afschrijven. VB-voorzitter Van Grieken voerde de druk verder op door aan te kondigen dat hij geen breekpunten stelt voor het vormen van een Vlaamse regering. Bij Open VLD en CD&V waren er enkele stemmen voor het doorbreken van het cordon sanitaire, maar de partijleidingen spraken er zich meteen tegen uit, uit schrik voor het uiteenvallen van België.

Een coalitie met VB is heel onwaarschijnlijk. Als het resultaat van deze verkiezingen zich doorzet in de lokale verkiezingen van 2024 neemt de kans op gemeentelijke coalities met VB echter sterk toe. In Ninove bijvoorbeeld bevestigde het VB het resultaat van de gemeenteraadsverkiezingen met een score van 38% voor het Vlaams Parlement (tegenover 40% voor Forza Ninove) en ook in buurgemeente Denderleeuw werd 34% behaald. We kunnen dit stoppen. Straatprotest tegen extreemrechts was samen met de nationale kwestie de reden waarom de gevestigde partijen begin jaren 1990 niet met het Vlaams Blok in coalitie durfden te gaan (in tegenstelling tot hun tegenhangers in landen als Oostenrijk, Nederland, Denemarken, Noorwegen, …). Maar daarmee is de voedingsbodem voor extreemrechts niet weggenomen. Dat kan enkel met een beleid dat radicaal breekt met de besparingen en de sociale polarisatie die eruit volgt.


6

op de werkvloer

de

Linkse Socialist

Fight for €14: van propaganda naar overwinningen

O

p 14 mei waren er overal in België acties om de strijd voor een minimumloon in de aandacht te brengen. Voordien waren de acties vaak ludiek, wat goed was om het thema te populariseren zowel binnen het ABVV als in de publieke opinie. Maar in mei waren het militantenconcentraties of betogingen zodat meer delegees en militanten konden deelnemen. Eens te meer werd het potentieel van de campagne getoond. door

Thomas (Gent)

De vraag blijft echter hoe we verder gaan met deze campagne. Is het slechts een campagne om punten te scoren tegen de bazen en hun rechtse partijen, of gaan we werkelijk voor overwinningen waarbij we 14 euro per uur of 2.300 euro per maand afdwingen? De steun in de publieke opinie is hier makkelijk voor te winnen. Delegaties die al met de petitie werkten, vonden bijna niemand die niet wil tekenen of de campagne steunen. Bij een klein vleesverwerkend bedrijf, Pluma Ter Beke, is er zelfs een eerste overwinning. Dat is niet toevallig in de voedingsindustrie waar er in december en februari al een sterke deelname aan de actiedagen was. Wij denken dat we de 14 euro per uur of 2.300 euro bruto per maand kunnen winnen, maar we zullen er wel voor moeten vechten. Goede argumenten en passieve steun van de publieke opinie zijn een startpunt, maar volstaan niet. Politici palaveren veel over draagvlak, maar daar wordt geen rekening mee gehouden als het om onze arbeidsvoorwaarden gaat. Zo willen 75% van de Belgen dat de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar wordt teruggetrokken. Toch zal geen enkele traditionele partij dat draagvlak snel gebruiken. Meer nog: N-VA en de werkgeversfederatie VBO pleitten voor de verkiezingen al voor

een verdere verhoging! We zullen de acties moeten opbouwen en dit in de eerste plaats in bedrijven waar er al sterke delegaties zijn. Zij kunnen nagaan waar er in hun bedrijf (of bij onderaannemers) werknemers zijn die minder verdienen dan 14 euro per uur of 2.300 euro per maand. Ze kunnen die informatie met een campagne bekendmaken aan het personeel en op die basis de eis van een hoger minimumloon concretiseren. Dat is bijvoorbeeld wat er aan de UGent gebeurt. Aan de UGent zijn er 101 personeelsleden die minder dan 14 euro per uur verdienen, waarvan 65,35% vrouwen. Een minimumloon van 14 euro per uur zou de UGent 425.000 euro per jaar kosten, op een totale begroting van 700 miljoen euro. Helaas zullen we snel merken dat de bazen of directies niet zomaar bereid zijn om toe te geven. Ze zullen het argument van de onbetaalbaarheid of het gebrek aan middelen bovenhalen. Er zal met andere woorden druk nodig zijn om te tonen dat het ons menens is. Een zo groot mogelijke steun en betrokkenheid van alle werkenden zal hiervoor nodig zijn. We moeten dus de tijd nemen om het met iedereen te bespreken. Voorbeelden zoals dat van Pluma Ter Beke kunnen een precedent vormen dat de strijd elders versterkt en duidelijk maakt dat we gaan voor overwinningen.

Betoging in Antwerpen op 14 mei. Foto: Liesbeth

Veel werkenden die vandaag minder dan 14 euro per uur of 2.300 euro per maand verdienen werken in sectoren of werkplaatsen waar vakbonden zwak of onbestaande zijn. Met de campagne ‘Fight for €14’ kunnen we ook daar stappen zetten, bijvoorbeeld in gefranchiseerde winkels, callcenters, KMO’s, … We kunnen acties buiten aan deze bedrijven houden waarmee we meteen tonen dat de vakbonden ook voor deze werkenden opkomen. Het kan het zelfvertrouwen opbouwen om actiegroepen op te zetten die kunnen uitgroeien tot syndicale delegaties. Momenteel wordt de campagne ‘Fight for €14’ door het ABVV gevoerd. Heel wat ACV-delegees en militanten zijn echter ook voorstander van een campagne voor een hoger minimumloon, zeker in die sectoren waar de laagste lonen minder dan 14 euro per uur of 2.300 euro per maand bedragen. Het zal belangrijk zijn dat

Wij denken dat we de 14 euro per uur of 2.300 euro per maand kunnen winnen, maar we zullen er wel voor moeten strijden. Goede argumenten en passieve steun van de publieke opinie zijn een startpunt, maar volstaan niet om te winnen.

we deze militanten en leden in de strijd betrekken en ons niet laten verdelen. Voor de sectoronderhandelingen in de chemie bijvoorbeeld is er een gemeenschappelijke eisenbundel waarin de 14 euro per uur is opgenomen. Via deze campagne kunnen we de angst van kamp doen keren. De voorbije periode hebben we ons vooral verdedigd tegen aanvallen op onze loonen arbeidsvoorwaarden. De bazen zaten in de zetel van deze rechtse regering. Een overwinning rond het minimumloon zou het zelfvertrouwen van de werkenden versterken, wat natuurlijk ook een impact zou hebben op strijd voor eisen zoals het minimumpensioen van 1.500 euro netto, verbod op onvrijwillige deeltijdse arbeid, arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met compenserende aanwervingen, … Enkel op deze manier kan de werkende klasse de sociale afbraak stoppen en reële vooruitgang afdwingen.

Zorgcrisis. Wij eisen MEER personeel en MEER middelen

D

e personeelstekorten in zorg en welzijn – die in de toekomst nog zullen toenemen – laten zich nu al goed op de werkvloer voelen. Dit zet de werkgevers aan om “creatief” om te gaan met de inzet van personeel in tijd en ruimte. In mensentaal: de reeds hoge flexibiliteit in de sector wordt verder opgedreven met nog meer werkdruk en stress tot gevolg.

door een verpleger

Voor de ziekenhuizen komt daar dan nog het verhaal van de netwerken tussenfietsen dat impliciet aanspoort tot centralisatie, outsourcing en uiteindelijk inkrimpen van de sector. Langs Franstalige kant komt de toekomst van de openbare ziekenhuizen in het gedrang. Langs Vlaamse kant is de openbare ziekenhuissector al een tijdje aan het uitdoven door een sluipende privatisering. Volgens het KCE – de denktank van het ministerie van Volksgezondheid – moeten er de komende jaren 5000 acute ziekenhuisbedden sneuvelen. Vanuit de overheid wenst men een grote omslag te maken van residentiële/collectieve zorg naar individuele zorg thuis … om de kosten te drukken. Met te weinig middelen, desinvesteringen en een voortschrijdende privatisering/commercialisering van zorg en welzijn blijft de sector wel degelijk verder draaien … maar wel vierkant! De menselijke dimensie in zorg en welzijn, de warme zorg, dreigt helemaal te verzuipen onder routineus fabriekswerk. Warme zorg valt niet te vatten door Excel–tabellen die geïnterpreteerd worden door externe consultants in opdracht van accrediteringstrajecten of andere bureaucraten. De sector aantrekkelijk maken kan enkel door deftige arbeidsvoorwaarden te garanderen. Een verpleegkundige die aan bed van de patiënt wil werken bij-

voorbeeld, kan na haar/zijn studies ‘uitkijken’ naar ploegenwerk, 1 op 2 weekends werken, 1 op 2 feestdagen werken, uurroosters die om de haverklap aangepast worden door collega’s die uitvallen … De uurroosters in de zorg – sociale beroepen bij uitstek – zijn zeer asociaal! Zorgcrisis

“Onder de regering-Di Rupo bespaarde de ziekteverzekering ruim 4 miljard euro, waarvan 1 miljard euro ‘netto besparingen’ (de overige 3 miljard euro werd gerealiseerd door het wegsnijden van de beschikbare marge). De besparingsteller is onder deze regering nog met 3,84 miljard euro aangedikt, waarvan ruim de helft netto besparingen.” (studiedienst Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten, december 2017) We zitten in het begin van een heuse zorgcrisis maar beleidsmakers doen alsof het business as usual is. Op de valreep breidde Maggie De Block het takenpakket voor de zorgkundigen uit, wat concreet neerkomt op het regulariseren van taken die zorgkundigen nu in heel wat woonzorgcentra reeds (illegaal) uitvoeren. Dit zou in theorie het steeds groter wordende tekort aan verpleegkundigen moeten opvangen, maar verschuift slechts de werkdruk naar lager betaald en minder geschoold personeel.

Betoging van de zorgsector op 7 mei.

De noodzakelijke investeringen in zorg en welzijn gaan over miljarden, niet over miljoenen. Zo is er jaarlijks 1,6 miljard euro extra nodig om de wachtlijsten in de Vlaamse gehandicaptenzorg (ongeveer 15.000 personen) volledig weg te werken. Dit is nét geen verdubbeling van het huidige budget. Vanaf 1 juli krijgen 391 woonzorgcentra in Vlaanderen 22 miljoen euro extra voor bewoners met een zwaar

zorgprofiel. Concreet betekent dit 400 extra werkkrachten. Volgens werkgeverskoepel Zorgnet-Icuro is dit echter een druppel op een hete plaat. Volgens hen is er op termijn 2 miljard euro extra nodig om de gepaste zorg en ondersteuning te kunnen garanderen. Massale investeringen nodig

Stop de privatisering en commer-

cialisering van zorg en welzijn. De overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen en zelf hiervoor instaan! Gemeenschapsgeld voor zorg en welzijn is niet bedoeld om de zakken van private aandeelhouders te laten aanzwellen! Het herfederaliseren van de gezondheidszorg. “Wat we zelf doen, doen we beter,” blijkt een illusie te zijn. Regionalisering is geen wondermiddel voor de diverse wachtlijsten in o.a. de gehandicaptensector. Behoud én versterking van de federale sociale zekerheid. CD&V wil via een zevende staatshervorming vanaf 2024 al wat nog rest van gezondheidszorg op federaal vlak overhevelen naar Vlaanderen. Dit betekent een ernstige stap richting volledige splitsing van de sociale zekerheid. Om werkbaar werk op lange termijn in de sector mogelijk te maken, is een radicale arbeidsduurvermindering nodig. Wel te verstaan: met compenserende aanwervingen gecombineerd met een formeel verbod op onvrijwillig deeltijdse arbeid. Deeltijdse arbeid maakt de vrouw immers financieel meer af hankelijk in of buiten het gezin. Gezien de zorgsector een uitgelezen vrouwensector is, pleiten we ook voor massale investeringen in aangepaste kinderopvang én het verregaand socialiseren van de huishoudelijke taken. Er is nood aan meer publieke middelen en meer personeel. Dat is echter niet mogelijk in een maatschappij die gedreven wordt door de winstzucht van een zeer kleine minderheid terwijl de overgrote meerderheid steeds meer moet inleveren op levenskwaliteit.


op de werkvloer

www.socialisme.be juni 2019

7

Terwijl klimaat en mobiliteit in het slop zitten, werd 20% bespaard op De Lijn!

O

p een ogenblik dat mobiliteit en klimaat belangrijke thema’s zijn, zou het logisch zijn om een pak meer middelen in openbaar vervoer te steken en het bijvoorbeeld gratis te maken zodat een uitgebreidere dienstverlening een echt alternatief vormt op individueel vervoer. Het beleid ging de afgelopen jaren de andere richting uit: minder dienstverlening en duurdere prijzen. We spraken met een buschauffeur uit Antwerpen. De problemen bij De Lijn lijken steeds groter te worden. Hoe komt dat?

“Er is de afgelopen tien jaar fors bespaard op de exploitatie. Als we rekening houden met onder meer de indexatie en de groei van De Lijn, dan hadden we op basis van de middelen uit 2009 nu een dotatie van 1,076 miljard euro voor de exploitatie moeten krijgen. Er is echter slechts 867 miljoen euro. Een besparing van 20% wordt gevoeld door personeel én reizigers, onder meer door slechtere dienstverlening en hogere prijzen. Voor de managers zal de rekening wel kloppen, maar voor personeel en reizigers loopt het mis. “Het personeel probeert er het beste van te maken. We kunnen een tijdje proberen om nog wat harder te werken, maar daar zijn grenzen aan. Op een bepaald ogenblik slaat het gebrek aan middelen grotere gaten die overigens ook duurder zijn. Er is jarenlang te weinig geïnvesteerd in nieuwe bussen en trams. Die zijn er vervolgens wel gekomen, maar het ontbreekt aan voldoende onderhoud. Hierdoor rijdt een bus van twee of drie jaar oud soms als één van tien jaar oud. “In plaats van te investeren in meer eigen techniekers en onderhoud, wordt een deel van het werk uitbesteed. Het resultaat is dat een chauffeur die in panne staat niet meer kan rekenen op een technieker die met een vervangbus komt waarna de reizigers overstappen en verder rijden. Neen, de bus wordt door een depannagebedrijf weggesleept en er komt geen andere bus. Je hoeft geen enquêtes over reizigerstevredenheid af te nemen om te weten dat dit tot meer frustraties leidt…” Het aantal reizigers neemt toch toe?

“Er zijn geen reizigerscijfers meer. Het systeem om te tellen klopte niet. Maar er is ook een ideologische verschuiving: niet het aantal reizigers

telt, wel de inkomsten. De ‘kostendekkingsgraad’ is sterk toegenomen tot ongeveer 20%. Dit betekent dat een groter deel van de ‘kost’ van het openbaar vervoer door individuele gebruikers wordt betaald in plaats van door de gemeenschap. Eigenlijk is het een manier om de dalende dotatie voor De Lijn op te vangen. Het grootste deel

We zitten stilaan in een vicieuze cirkel: mensen vallen uit omdat de emmer vol is, waardoor het personeelstekort groter is, de werkdruk stijgt en er nog meer mensen uitvallen. Er komen nieuwe collega’s bij, maar er vallen er evenveel af. Dat kan enkel vermeden worden door betere arbeidsvoorwaarden. van die daling gaat ten koste van het personeel, maar ook de reizigers zijn de dupe. “Dat uit zich op verschillende vlakken: minder en slechtere dienstverlening (omdat er al eens een rit afgeschaft wordt omdat er geen chauffeur of zelfs geen bus is), hogere prijzen, … Dat leidt tot meer wrijvingen tussen personeel en reizigers. Als er twee bussen tussenuit vallen, zal de reiziger zich richten tot het eerste aanspreekpunt: de chauffeur van de derde bus. Die kan er niets aan doen, maar krijgt de volle lading over zich. Frustraties leiden tot meer gevallen van agressie.” “Eind maart was er op mijn stelplaats

Betoging voor meer en goedkoper openbaar vervoer in Gent in september 2017. Foto: Jean-Marie

een staking na een geval van zware agressie. De week erop hielden we een personeelsvergadering en beslisten we ook toen om niet uit te rijden. De collega’s klaagden aan dat De Lijn niets doet voor onze veiligheid. Niet alleen zijn de bussen niet in orde en is er onvoldoende personeel om een oogje in het zeil te houden, er is ook een onhoudbare werkdruk die de spanningen doet toenemen. “We zitten stilaan in een vicieuze cirkel: mensen vallen uit omdat de emmer vol is, waardoor het personeelstekort groter is, de werkdruk stijgt en er nog meer mensen uitvallen. Er komen nieuwe collega’s bij, maar er vallen er evenveel af. Dat kan enkel vermeden worden door betere arbeidsvoorwaarden. Dit betekent: haalbare diensten, tijd om tussen twee ritten wat rust te hebben, geen toename van gesplitste diensten, … In april hebben we op onze stelplaats nog gestaakt voor betere diensten. Er werden verbeteringen beloofd, maar voor echte vooruitgang was er geen geld. “Zelfs topman Kesteloot zegt dat De Lijn eigenlijk anderhalf tot twee keer zoveel middelen nodig heeft. Hij wil dat geld in de privé zoeken, maar hij wijst ondertussen op een terecht pijnpunt: er is een chronisch gebrek aan middelen. Daarnaast krijgen we regelmatig te horen dat we concurrentieel moeten zijn, willen we niet gepriva-

tiseerd worden. In dat kader heeft de directie al langer een pakket maatregelen klaar liggen om de personeelskost te drukken. Zo is er het voorstel om van 7u48 naar 7u24 arbeidstijd per dag te gaan. Eigenlijk betekent dit vooral dat er minder ADV-dagen (ArbeidsDuurVermindering) toegekend worden (we hebben een 37-urenweek). Minder ADV-dagen zouden de kosten en het personeelstekort in theorie beperken. Er worden daarnaast terechte gezondheidsargumenten opgeworpen. Maar moest de gezondheid echt zo belangrijk zijn, dan zou voorgesteld worden om de arbeidstijd te beperken zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen. Kortom: om naar een 35-urenweek te gaan om het werk werkbaar te houden. Maar dat is niet waar de directie aan denkt. Hoe kunnen we tot verandering komen?

“Er is nood aan acties, best in het kader van een opbouwend actieplan dat ook anderen betrekt, in de eerste plaats de reizigers. Over reizigers betrekken wordt al lang gesproken, maar nu is er een uitstekende kans. Jongeren betoogden rond klimaat. De eis van meer en gratis openbaar vervoer was daarbij erg populair. De vakbonden hadden deze acties daadkrachtiger moeten steunen zodat deze eisen prominenter

waren. Als wij niet wegen op de voorstellen en eisen, ontstaat er meer ruimte voor allerhande asociale voorstellen zoals meer taksen op vliegreizen. Dat zorgt er trouwens voor dat sommige collega’s negatief staan tegenover het klimaatprotest: ze willen niet nog meer taksen op onze kap. In onze vakbonden moeten we argumenten aanbieden en eisen populariseren. Een offensieve vakbondscampagne gekoppeld aan jongerenprotest zou aantonen dat er een heel breed draagvlak is voor meer en beter openbaar vervoer. “Na jaren van tekorten zitten we al heel lang in het defensief. Er worden acties gevoerd bij aanvallen of tegen de liberalisering. Het wordt tijd dat we durven offensieve eisen te stellen: voor meer publieke middelen zodat meer en beter gratis openbaar vervoer mogelijk wordt. Dat is nodig voor het klimaat maar ook voor de mobiliteitsproblematiek. Er wordt gedreigd met de gevolgen van de liberalisering. Nu al wordt het personeel van De Lijn uitgespeeld tegen dat van de pachters. We hadden al langer moeten opkomen voor gelijke voorwaarden voor gelijk werk. Maar zoals gezegd: het belangrijkste is meer publieke middelen zodat de dienstverlening beter wordt. Dat is wat personeel en reizigers willen. We zullen er samen voor moeten vechten!”

“Personeelstekort brengt u en de dienstverlening ernstige schade toe”

V

akantie: we kijken er allemaal enorm naar uit. Maar door personeelstekort is het bij de NMBS niet evident om verlof te krijgen wanneer men het wil. Bezorgde afgevaardigden van treinbegeleiders begonnen in de regio Noord-Oost (Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant) een papieren petitie die meteen een groot succes was. Ze wilden met deze petitie het ongenoegen aantonen en beginnen organiseren. Op korte tijd hadden ze meteen 400 handtekeningen, vooral van treinbegeleiders maar er was ook sympathie van andere beroepsgroepen. De petitie werd gedeeld via afgevaardigden van verschillende vakbonden, waarop ze ook in andere regio’s werd gebruikt. Een van de centrale eisen in de petitie is dat 15% van het voorziene kader (het aantal personeelsleden dat er zou moeten zijn) op hetzelfde ogenblik verlof moet kunnen nemen. Als er bijvoorbeeld 120 treinbegeleiders voorzien zijn, moeten er 18 tegelijk verlof kunnen pakken. Dat aantal is nodig om toe te laten dat iedereen op verlof kan op een zelfgekozen ogenblik. Er is een probleem van personeelstekort dat door de directie erkend wordt. Er zijn aanwervingen, maar tegelijk is de uitstroom groot door de slechte arbeidsvoorwaarden. De petitie eist als antwoord daarop betere voorwaarden: “Onder meer door de mogelijkheid om verlof te nemen, een

betere werkorganisatie, vergoeding woon-werkverkeer, verlaging werkdruk en terugdringen flexibiliteit, stop aan afbraak statuut, baremaverhoging, werkbaar werk voor ouderen, uniformvergoeding, preventieve aanpak van agressie (2e man in de trein, geen spookstations, opleiding, …), het goedkeuren van gewone 4/5, …” Het personeel wilde de petitie op 16 mei aan CEO Dutordoir op de hoofdzetel van de NMBS afgeven. De CEO verklaarde eerder dat de spoormensen “bijoux” (juwelen) zijn. Maar nu gaf ze niet thuis. Het personeel werd afgewimpeld met de stelling dat de normale kanalen van het sociaal overleg moeten gevolgd worden, een op-

Het personeel wilde de petitie op 16 mei aan CEO Dutordoir op de hoofdzetel van de NMBS afgeven. De CEO verklaarde eerder dat de spoormensen “bijoux” (juwelen) zijn. Maar nu gaf ze niet thuis.

merking die eerder ook door sommige vakbondsleiders werd gemaakt. Nochtans behoort het tot het normale vakbondswerk om bij een probleem op de werkvloer de collega’s te organiseren en de eisen te uiten tegenover de verantwoordelijken in het bedrijf. Opkomen voor degelijke arbeidsvoorwaarden is overigens ook essentieel

in de strijd tegen de liberalisering. Dutordoir maakt duidelijk dat haar beleid niet anders is dan dat van haar voorgangers. Na wat gepalaver op 16 mei werd de petitie zelfs niet afgegeven. Een beetje respect is al teveel gevraagd. Zal de directie wachten tot het moegetergde personeel actie onderneemt voor iets waar het recht

op heeft? Zullen de media dan weer beweren dat het de personeelsleden zijn die de reizigers pesten als ze het werk neerleggen? Zonder het spoorpersoneel rijdt er geen enkele trein. Als de directie echt de belangen van de reizigers wil verdedigen, dan moet ze beginnen met respect te tonen voor het eigen personeel. www.libreparcours.net


8

dossier

de

Linkse Socialist

#Enough. Seksisme zit in het DNA van het

D

e moord op Julie Van Espen heeft heel wat emoties teweeggebracht. Het eerbetoon in de vorm van samenkomsten en publicaties toont veel verdriet en steun voor de familie en naasten van het slachtoffer. Maar ook onbegrip en woede. Woede tegenover dit geweld. Woede tegenover de inefficiëntie van justitie. Woede tegenover de inertie van de politieke wereld. En dat is begrijpelijk. Steve B. – de man die bekend heeft dat hij Julie Van Espen verkracht en vermoord heeft – was al twee keer veroordeeld voor verkrachting. In 2017 is hij veroordeeld tot 4,5 jaar gevangenisstraf. (1) En toch liep hij in 2019 vrij rond zonder begeleiding en sloeg hij opnieuw toe! Hoe is het mogelijk dat anderhalf jaar na de media-aandacht voor #MeToo, er geen zichtbare verandering is in België wat betreft de preventie van en de strijd tegen seksueel geweld op vrouwen? dossier door Aisha (Antwerpen)

Seksistisch geweld: individueel probleem of maatschappelijk gegeven? Volgens de blog Stop Féminicide (2) is Julie Van Espen het elfde slachtoffer van vrouwenmoord dit jaar in België. In 2018 zijn er minstens 36 vrouwen slachtoffer geworden, in 2017 minstens 39. De term feminicide wordt gebruikt voor “elke moord op meisjes of vrouwen met het eenvoudige motief dat ze vrouwen zijn.” Michela Murgia – een Italiaanse schrijfster – preciseert dat “deze term niet het geslacht van het slachtoffer benadrukt, maar wel de reden waarom ze vermoord is: seksisme.”(3) Seksistisch geweld is alomtegenwoordig: van pesterijen tot verkrachting, van beledigingen tot moord. De cijfers zijn duizelingwekkend! In België: 8 klachten voor verkrachting per dag (4); 1 vrouw op 6 is slachtoffer van seksuele pesterijen op festivals; 44 klachten per dag voor geweld binnen het huwelijk in Wallonië.(5) In Europa lijdt meer dan 1 op de 3 vrouwen onder fysiek en/of seksueel geweld.(6) Geweld tegen vrouwen – en globaler gezien, seksisme – is geen individueel probleem, maar een structureel fenomeen. Maar al te vaak wordt seksueel geweld als “ongewilde slippertjes” of geïsoleerde gevallen behandeld. In de media wordt het voornamelijk als “fait divers” (7) gebracht. En dat heeft gevolgen. Voornamelijk het idee dat de slachtoffers “op het verkeerde moment op de verkeerde plaats” waren, blijft erg aanwezig. Talloze vrouwen veranderen daarom iets aan hun gedrag: ze dragen bepaalde kledingstukken niet meer, komen niet meer buiten of vermijden bepaalde plekken. De incoherentie hiervan wordt duidelijk als we beseffen dat de meerderheid van de gevallen van seksueel geweld gepleegd worden “door personen uit de omgeving van het slachtoffer: een partner, een ouder, een naaste, een kennis, een collega of een hiërarchisch verantwoordelijke.” (8) We zouden het recht moeten hebben om ons overal en altijd te begeven zonder angst en zonder beoordeeld te worden. Werkende vrouwen hebben overigens geen keuze: zij moeten naar hun werk, waar en/of wanneer dat ook is. Het is de samenleving die de veiligheid van de hele bevolking moet waarborgen. Als er evenveel middelen besteed zouden worden aan de strijd tegen geweld op vrouwen als aan het redden van de banken of het opjagen van werklozen, dan kunnen er belangrijke stappen vooruit gezet worden. Jammer genoeg bestaat er in deze samenleving geen ruimte waar vrouwen volledig veilig zijn. Net zoals er geen enkele situatie of plek is waar vrouwen zich uit vrije wil in gevaar plaatsen. Maar het is niet door bepaalde plekken te vermijden dat we veiliger zullen zijn. De afgelopen jaren ontstonden er voornamelijk in feministische kringen ideeën rond “veilige ruimtes”, wat zoveel betekent als nultolerantie voor discriminerende handelingen op een specifieke plek. Het lijkt logisch dat er een zoektocht is naar directe oplossingen om de veiligheid te verzekeren.

Maar we willen ons niet beperken tot “kleine bubbels’” en individuele gedragsveranderingen die, onder het kapitalisme, slechts tijdelijke verworvenheden kunnen zijn. Ons streefdoel is een samenleving waar elke vrouw veilig is, waar ze zich ook bevindt. Om te verzekeren dat de ruimte voor seksuele agressie kleiner wordt, moeten we meer sociale controle hebben op seksisme en stoppen met het banaliseren van seksueel geweld. Maar hoe kunnen we in de publieke ruimte tegen seksisme strijden als die publieke ruimte zelf overloopt van beelden die seksisme en geweld banaliseren? De verkrachtingscultuur wordt gedragen door de porno-industrie en de prostitutie, maar evenzeer door grote bedrijven die het vrouwenlichaam gebruiken om eender wat te verkopen. Het is niet verwonderlijk dat deze alomtegenwoordigheid van de vrouw als object gevolgen heeft op de plaats van vrouwen in de samenleving. Een ander gevolg van het “op de slechte plek op het slechte moment”-discours is dat agressie wordt gezien als “pech.” Daardoor wordt er niet gezocht naar verantwoordelijken voor het geweld buiten de geweldenaar zelf. In 2012 werd de politieke wereld tot reactie gedwongen door de documentaire “Femmes de la rue”, die door een studente met verborgen camera werd gedraaid in de straten van Brussel. Joëlle Milquet, toenmalig CDH-minister van Binnenlandse Zaken, ontwikkelde de wet van 2014 tegen seksisme in de openbare ruimte. Die bestraft elk gedrag dat tot doel heeft misprijzen voor een andere persoon uit te drukken op basis van geslacht met een gevangenisstraf van 1 maand tot 1 jaar en/of een boete van 50 tot 1000 euro. Maar de wet is erg moeilijk om toe te passen. Seksistisch gedrag wordt gebanaliseerd in de samenleving, vrouwen dienen geen klacht in en de bewijslast (die zeer moeilijk blijft) ligt bij het slachtoffer. Voor de traditionele politici gaat het er in werkelijkheid eerder om te tonen ‘dat ze iets doen’. Zo heeft België in 2016 de conventie van Istanbul ondertekend, die de strijd tegen geweld op vrouwen wilt opvoeren op Europees niveau en zich baseert op preventie, bescherming en vervolging. Maar de praktijk van hun politiek vertelt een heel ander verhaal. Terwijl ze de multinationals en grote bedrijven verder seksisme laten gebruiken als verkoopargument, verkleinen ze de budgetten van lokale politie en straathoekwerkers, net als die van justitie en preventieve diensten, onderwijs, gezondheidszorg en de sociale sector. Resultaat: personeelstekort, te weinig vorming voor professionals – voornamelijk rond het omgaan met seksistisch, racistisch of homofoob geweld -, opvangstructuren voor slachtoffers, reële preventiecampagnes, … Strijd tegen seksisme – zoals tegen elke andere vorm van discriminatie – vereist middelen die onverzoenlijk zijn met de huidige besparingspolitiek.

Onderfinanciering + Besparingen = Inefficiëntie !

D

e woede tegenover justitie is erg groot. Het idee leeft dat het drama van de moord op Julie Van Espen vermeden had kunnen worden als justitie beter functioneerde. Het staat vast dat het juridische arsenaal om slachtoffers van seksueel geweld te beschermen, verbeterd moet worden. Maar dat zal niet volstaan. Nieuwe wetten stemmen zonder de middelen te voorzien om ze toe te passen: dat is je reinste hypocrisie. Als de politici verontwaardigd zijn over het feit dat Steve B. vrijgelaten werd, ontslaat hen dat niet van hun verantwoordelijkheid in deze situatie. Jaren van onderfinanciering en besparingsmaatregelen hebben het juridische systeem ondermijnd. Aldus Liesbeth Stevens, professor recht aan de KU Leuven: “De strijd tegen seksueel geweld verloopt weinig efficiënt in ons land omdat justitie, structureel ondergefinancierd, er geen prioriteit van maakt. […] De betrokkenen zijn op individueel vlak wel van goeie wil, maar ze botsen op een systeem dat, als gevolg van onderfinanciering, hen verplicht om keuzes te maken, en dus om seksuele delicten niet prioritair te behandelen.” (9) In 2018 heeft de administratieve dienst van het parket van Brussel 1.700 strafdossiers geklasseerd en werd aan de vervangers van de procureur des konings in Brussel gevraagd om éénmalig – voor een periode van 1 of 2 maanden – op systematische wijze alle gevallen van “diefstal, shoplifting, bedreigingen en pesterijen” zonder gevolg te klasseren. De redenen: het personeelsgebrek en de materiële onmogelijkheid om de dossiers te behandelen. (10) Besparingen bij politie en overbe-

volking in de gevangenissen – vaak aangeklaagd door de cipiers – maken de situatie alleen maar erger. In België wordt 50% van de klachten van verkrachting zonder gevolg geklasseerd. De wereld van justitie – niet bepaald de meest militante laag in de samenleving – is de afgelopen jaren verschillende keren in actie gekomen om deze tekorten aan te kaarten. Gerechtigheid verzekeren vereist middelen. Gerechtigheid die ook nog zou toelaten om efficiënter tegen seksueel geweld te strijden, vereist nog meer middelen. Maar we zijn niet naïef. Zelfs met alle democratische rechten is het onmogelijk om “gerechtigheid voor iedereen” te garanderen in een samenleving die draait voor de winsten van een zeer kleine minderheid. Justitie wordt altijd beïnvloed door de sociale klassenverdeling in de samenleving. Hoe kunnen we een justitie vertrouwen die gebruikt wordt als repressie-instrument tegen de meerderheid van de bevolking, terwijl ze de rijkdom en privileges van de heersende minderheid verdedigt? Om gerechtigheid voor iedereen te bekomen, hebben we een samenleving nodig die zich op de behoeften van de meerderheid baseert, en niet op de winsten van enkelen. De strijd tegen seksueel geweld vereist dat we breder nadenken over de rol en de functionering van justitie. Talloze organisaties klagen op het terrein over de inefficiënte van gevangenisstraffen zoals die vandaag worden toegepast – en meer bepaald voor daders van seksueel geweld. Waar extreemrechts van deze drama’s profiteert om zwaardere straffen te eisen –zelfs tot de herinvoering van de doodstraf – hebben experten binnen de sector het over de noodzaak

van begeleiding en therapie om het risico op recidive te verminderen. Maar dat vereist evenzeer een einde aan de besparingen en extra middelen om bijkomend geschoold personeel aan te werven bij justitie, in de gezondheidszorg en in de sociale sector. Door middel van een gespecialiseerde opvolging zou het aantal recidivisten gehalveerd kunnen worden. Natuurlijk gaat het hier slechts om tertiaire preventie. Wat echt nodig is, is een primaire preventie, d.w.z. een efficiëntere preventiepolitiek tegen seksueel geweld in de samenleving! De regering is trots op de bouw van drie centra voor slachtoffers van seksueel geweld en kondigde aan dat er nog drie centra volgen. Dat is inderdaad een stap vooruit, die er kwam door de druk van #MeToo. Deze centra hebben hun effectiviteit bewezen: “De kansen op herstel zijn groter bij slachtoffers van seksueel geweld die toegang hebben tot multidisciplinaire zorg” en “70% van de slachtoffers in een centrum met multidisciplinaire zorg leggen klacht neer, terwijl over het algemeen 90% van de slachtoffers van seksueel geweld dat niet doen.” (11) Het aantal slachtoffers dat zich hier heeft aangediend is veel groter dan verwacht. Maar de besparingslogica in de gezondheidszorg en de sociale sector dreigt deze initiatieven ernstig te beperken. Net zoals het gebrek aan scholing van politieagenten rond de opvang van slachtoffers van seksueel geweld, de bewijslast die bij het slachtoffer ligt, … een belangrijke rol spelen in de slechte opvang van slachtoffers. Hoe kan het ook anders als blijkt dat één politie-agente op vier zelf slachtoffer wordt van pesterijen op het werk? (12). De getuigenissen zijn talrijk en spreken voor zich: klach-


www.socialisme.be 9 juni 2019

9

kapitalisme

Foto: Jean-Marie Versyp

ten die niet ernstig genomen worden, culpabilisering van slachtoffers, … Voor publieke investeringen in de slachtofferopvang !

• Voor een publieke herfinanciering van de sociale sector om correcte begeleiding aan te kunnen bieden aan slachtoffers van geweld en discriminatie, maar ook om effectief aan preventie en bewustwording te doen. • Voor publieke investeringen in opvanghuizen voor slachtoffers van geweld, zowel vrouwen en gezinnen als bijvoorbeeld LGTBQI+personen. • Voor de opleiding van terreinwerkers (lokale politie, opvoeders, busen treinbegeleiders, medisch personeel, …) rond preventie en beheer van agressie en dagelijks seksisme. Maar het is niet enkel het repressief aspect dat in vraag gesteld moet worden. De politiek draagt een belangrijke verantwoordelijkheid voor de flagrante tekorten op het gebied van preventie van geweld op vrouwen. 1 of 2 shock-campagnes op televisie en radio kunnen de impact van dagelijks seksisme en het gebrek aan seksuele opvoeding niet compenseren. Terwijl politici klaar staan om bepaald seksistisch gedrag te veroordelen, zijn ze niet bereid om de wortels van het probleem aan te pakken. Ze wijzen mannen met de vinger – zeker onder de armste lagen van de samenleving – maar doen niets aan de alomtegenwoordige seksistische reclame op straat en in de media. Nochtans blijft de objectivering van het vrouwelijk lichaam het ongezonde idee verspreiden dat vrouwen uiteindelijk niets anders zijn dan voorwerpen die ook zo behandeld moeten worden, en dit draagt bij aan de banali-

sering van seksistische pesterijen. (13) Overbevolkte klassen en een gebrek aan middelen in het onderwijs laten seksuele opvoeding over aan televisie, internet en porno. En ondanks het overdreven veiligheidsdiscours blijft het aantal wijkagenten, maar ook sociale werkers, straathoekwerkers, … maar dalen. Voor een echte publieke preventiepolitiek !

• Voor een publieke herfinanciering van onderwijs om seksuele en affectieve opvoeding te garanderen zodat jongeren zich niet tot internet en porno moeten richten. • Stop het gebruik van onze lichamen als voorwerpen om de winsten van bedrijven te verhogen. • Stop de banalisering van geweld tegen vrouwen in de media (reclame, porno, series, …). • Voor het gebruik van sociale ruimten voor sociale doeleinden (preventie, cultuur, …) in plaats van commerciële. • Voor meer openbaar vervoer met meer begeleidend personeel.

Strijd tegen seksisme – zoals tegen elke andere vorm van discriminatie – vereist middelen die onverzoenlijk zijn met de huidige besparingspolitiek.

Om onze eisen af te dwingen, is strijd nodig!

Er is geen kapitalisme zonder seksisme en zonder geweld

De afgelopen jaren was er een toename van bewegingen tegen seksisme. Voor veel vrouwen is de noodzaak van strijd en organisatie steeds duidelijker. Er waren bewegingen voor de verdediging van het recht op abortus in de VS, Ierland, Polen en de Spaanse staat. Er waren massale mobilisaties in India en Latijns-Amerika tegen de verkrachtingscultuur. De beweging ‘Ni Una Menos’ ontstond in 2015 als reactie op het grote aantal feminicides in LatijnsAmerikaanse landen. In 2016 werd elke 30 uur een vrouw vermoord in Argentinië. Deze beweging heeft honderdduizenden gemobiliseerd en georganiseerd om een betere aanpak van seksueel geweld te eisen, meer middelen voor de strijd tegen dergelijk geweld, betere statistisch gegevens over geweld op vrouwen, betere begeleiding en bescherming van slachtoffers, versterking van de opleiding van leerkrachten op vlak van seksuele opvoeding, een verplichte vorming voor veiligheidsagenten en medewerkers van het gerecht rond seksueel geweld, … (14) De vorige feministische golven hebben het aangetoond: zonder strijd bekomen we geen verworvenheden. Zonder strijd zijn er zelfs stappen achteruit. Kijk maar naar de VS waar het recht op abortus momenteel onder vuur ligt. Of kijk hoe het systeem sommige eisen in hun tegendeel probeert om te keren. (15) Zo werd de seksuele bevrijding die geëist werd door de tweede feministische golf door het kapitalisme gebruikt om het lichaam van vrouwen in al zijn aspecten te exploiteren. Door middel van reclame, films, ... worden vrouwen gereduceerd tot objecten die slechts gericht zijn op de seksualiteit van de man. Enkel de opbouw van een sterke beweging kan zorgen voor de nodige krachtsverhouding om seksisme echt te bestrijden. Dit is geen strijd tussen mannen en vrouwen, maar een strijd tussen diegenen die seksisme gebruiken om hun winsten op te drijven en hun macht te consolideren aan de ene kant en de meerderheid van de bevolking die er de prijs voor betaalt aan de andere kant. Seksisme is een collectief probleem, het is enkel door collectieve strijd dat we het kunnen bestrijden. Er is eenheid van onderuit nodig tussen al wie dezelfde belangen heeft: jongeren, sociale uitkeringstrekkers en werkende mannen en vrouwen. We mogen niet in de val van de verdeeldheid trappen of in de verkeerde voorstelling dat de mannen er voordeel uit halen. Eenheid in de strijd is geen keuze, maar een noodzaak. Zonder betrokkenheid van de hele werkende klasse kan er geen grote vooruitgang voor de emancipatie van vrouwen worden geboekt. Strijdbewegingen van de werkende klasse bieden de sterkste kracht om de samenleving te veranderen, tenminste als ze de eenheid opbouwen door middel van een correct programma. Zulke bewegingen kunnen uitmonden in strijd van alle onderdrukte groepen, die elk hun eigen specifieke eisen verdedigen. (16)

Het is niet alleen kwestie om onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen: de oorzaken begrijpen is noodzakelijk om ze te bestrijden. Geweld tegen vrouwen is geen probleem van cultuur of van een ‘slechte keuze’ door vrouwen, het gaat om geweld dat ingebakken zit in het huidige systeem, het kapitalisme. Geweld zit niet in individuen, zoals sommigen het stellen. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden het. Enerzijds leidt het kapitalisme openlijk tot geweld, onder meer door de aanwezigheid van verkrachtingscultuur in de media, de vermarkting van vrouwenlichamen die we elke dag zien en te horen krijgen in een seksistisch discours. Anderzijds veroordeelt dit systeem vrouwen tot een minderwaardige positie door de toenemende jobonzekerheid, de loonkloof, pesterijen op het werk, onderwaardering van zogenaamd ‘vrouwelijke’ sectoren, de moeilijkheid om werk en gezin te combineren, de afbouw van openbare diensten en de overbelasting van huishoudelijk werk als gevolg hiervan, …. Dit systeem van ongelijkheid en sociale ellende laat enkele superrijken toe om steeds rijker te worden. De heersende klasse heeft er geen belang bij dat we allemaal gelijk zouden zijn. (18) Dit laat het establishment toe om de techniek van ‘verdelen om te heersen’ toe te passen en de meerderheid van de bevolking tegen elkaar op te zetten – onder meer mannen tegen vrouwen, op basis van godsdienst of afkomst, seksuele geaardheid, … Dat verzwakt ons vermogen tot eenheid in strijd. De werkelijke emancipatie van de overgrote meerderheid van de bevolking - mannen en vrouwen - en de strijd tegen seksistisch geweld hangen nauw

(1) https://plus.lesoir.be/222851/article/2019-05-07/meurtre-de-julie-van-espen-en-2017-lemprisonnement-impossible-de-steve-bakelmans (2) http://stopfeminicide.blogspot.com (3) http://www.justicepaix.be/IMG/ pdf/2017_analyse_ni_una_menos_le_ mouvement_global_contre_la_violence_faite_aux_femmes.pdf (pagina 3) (4) Cijfers uit 2016. https://www.rtl.be/ info/belgique/societe/violences-conjugales-les-appels-au-centre-d-ecoute-ont-triple-le-nombre-de-plaintes-reste-identique--1097881.aspx 6 (5) Cijfers uit 2015. http://www.ajp.be/le-traitement-mediatique-des-violences-faites-aux-femmes-une-etude-et-des-recommandations-aux-journalistes/ (6) Vrouwen van 15 jaar en ouder. https:// fra.europa.eu/fr/publication/2014/la-violence-lgard-des-femmes-une-enqutelchelle-de-lue-les-rsultats-en-bref (7) In 2018 bestelde de journalistenbond een studie over de wijze waarop de media om-

ging met geweld op vrouwen. Dat wordt gekoppeld aan een reeks aanbevelingen. De studie wijst op het gevaar om de kwestie stelselmatig te benaderen vanuit het oogpunt van ‘fait divers’. Indien de algemene context stelselmatig achterwege wordt gelaten en er geen algemene analyse is, “wordt het verband tussen individuele zaken en maatschappelijke fenomenen weggegomd.” http://www.ajp.be/le-traitement-mediatique-des-violences-faites-aux-femmes-une-etude-et-des-recommandations-aux-journalistes/ (8) Bron: https://www.amnesty.be/IMG/pdf/ mcmd_dazibao_noncnon_articlespip.pdf (9) Zie: https://www.lecho.be/dossiers/ elections-2019/la-lutte-contre-la-violence-sexuelle-n-est-pas-une-priorite-en-belgique/10124714.html (10) Zie: https://www.lecho.be/economie-politique/belgique/general/vols-simples-et-harcelement-ne-sont-plus-poursuivis-a-bruxelles/10062733.html (11) Zie: https://www.lalibre.be/actu/belgique/

samen met de strijd tegen dit systeem, dat alleen maar groeiende tekorten biedt en de rijkste 1% in staat stelt om zich bijna alle rijkdom toe te eigenen. De campagne ROSA verdedigt de noodzaak om de strijd tegen seksisme te koppelen aan die tegen het besparingsbeleid, en meer in het algemeen aan strijd tegen het kapitalisme. Vrouwen, jongeren en de hele arbeidersklasse hebben er belang bij om samen te strijden tegen het kapitalistische systeem. Democratische controle op de sleutelsectoren van de economie zou maken dat het niet langer nodig is om de lichamen van vrouwen als object voor te stellen. Het doel is dan immers niet langer om de winsten te maximaliseren, maar om aan de behoeften van de bevolking te voldoen. Financiële onafhankelijkheid en toegankelijke en degelijke openbare diensten zouden het voor vrouwen eindelijk mogelijk maken om echte keuzes in het leven te hebben. Door de noden van de meerderheid van de bevolking centraal te stellen, is een samenleving op basis van solidariteit en gelijkheid mogelijk, een samenleving waarin geen mens een andere kan onderdrukken en uitbuiten: een socialistische samenleving.

Dit systeem van ongelijkheid en sociale ellende laat enkele superrijken toe om steeds rijker te worden. De heersende klasse heeft er geen belang bij dat we allemaal gelijk zouden zijn.

correctement-prises-en-charge-70-des-victimes-de-viol-deposent-plainte-5c8fdf0d9978e2710eea8332 13 (12) Zie: https://www.rtbf.be/info/dossier/les-grenades/detail_une-policiere-sur-quatre-harcelee-temoignage-d-une-ex-commissaire?id=10215850 14 (13) https://nl.campagnerosa.be/artikels/4170-pesterijen-ongewenste-intimiteiten-en-seksisme-stoppen-strijd (14) Bron : https://france.attac.org/ nos-publications/les-possibles/numero-16-printemps-2018/dossier-le-s-feminisme-s-aujourd-hui/ article/le-mouvement-ni-una-menospas-une-de-moins-en-argentine (15) Zie: ‘Pleidooi voor een socialistisch feminisme’, https://nl.campagnerosa.be/dossiers/4165-pleidooi-socialistisch-feminisme (16) Zie: https://fr.campagnerosa.be/dossiers/275-marxiste-feminisme (17) Zie: https://nl.campagnerosa.be/artikels/705-stop-geweld-op-vrouwen


10

Internationaal

de

Linkse Socialist

Algerije en Soedan: revolutie doorzetten met algemene stakingen

N

a buitengewone massamobilisaties werden de dictators Bouteflika in Algerije op 4 april en Al Bashir in Soedan op 11 april omvergeworpen. Een echte democratie komt echter niet tot stand door simpelweg de top van de machtspiramide te vervangen. In beide landen probeert de heersende elite op alle mogelijke manieren de controle in handen te houden. Dit doet denken aan wat er gebeurde na de val van de dictators Ben Ali en Moebarak in Tunesië en Egypte in 2011.

door

Nicolas Croes

Leger staat niet boven het gewoel

In Algerije begonnen de massamobilisaties tegen het vijfde mandaat van Bouteflika op 22 februari. De druk van de straat hield onverminderd stand. Het leger gaf er daarom de voorkeur aan om de president los te laten: hij nam op 2 april ontslag. De stafchef van het leger, generaal Ahmed Gaïd Salah, probeerde zich voor te stellen als de natuurlijke bondgenoot van de beweging terwijl hij uiteraard een militaire topman is uit de kaste van bevoorrechte officieren die nauw verbonden zijn met alle misdaden van het regime. Generaal Salah was gedurende 15 jaar een onvermoeibare aanhanger van Bouteflika. Zijn erg relatieve geloofwaardigheid is als sneeuw voor de zon gesmolten toen het leger de eisen van de straat niet eens in overweging nam. Het waren eenvoudige eisen: uitstel van de presidentsverkiezingen (die voor 4 juli voorzien zijn) en het vertrek van de figuren van het ‘politieke systeem’. Interim-staatshoofd Abdelkader Bensalah en premier Noureddine Bedoui bleven erg stil over de gebeurtenissen. Salah daarentegen verklaarde: “Het houden van presidentsverkiezingen is nodig om een grondwettelijk vacuüm te voorkomen.” En nog: “De eis van het collectief vertrek van alle staatslieden, onder het voorwendsel dat ze symbolen van het regime zijn, is een onredelijke en zelfs gevaarlijke en kwaadaardige eis die tot doel heeft om alle staatsinstellingen van hun verantwoordelijken te ontdoen.” Verkiezingen zijn voor het establishment momenteel de enige manier om de greep op de macht te behouden. Op het ogenblik van schrijven had nog geen enkel zwaargewicht zijn kandidatuur gesteld. De verkiezingen worden door brede lagen van de bevolking als een rookgordijn gezien. Het verzet op

straat houdt ondertussen aan. Ook in Soedan zorgde een massabeweging voor het verdwijnen van een dictator. Omar Al-Bashir kwam in 1989 aan de macht. De legerleiding liet hem vallen in de hoop de massabeweging die sinds december 2018 bezig is te bedaren. Op 11 april werd hij door een staatsgreep van generaals omvergeworpen en kwam er een Militaire Overgangsraad (TMC) aan de macht. De mobilisaties gingen echter door en de betogers eisten dat de macht zou overgedragen worden aan de bevolking. De centrale slogan daarbij is: “Alle macht aan de bevolking. De militairen moeten weg, anders volgt een algemene staking.” Er zijn onderhandelingen om de overgang te organiseren. Deze onderhandelingen gebeuren tussen het TMC en vertegenwoordigers van de beweging die deel uitmaken van de brede coalitie ‘Krachten voor vrijheid en Verandering’ (Forces for Freedom and Change, FCC). Binnen die coalitie speelt de Soedanese Beroepsvereniging (SPA) een prominente rol. Het afzetten van Bashir was niet het resultaat van onderhandelingen met het establishment. Het werd bekomen door de kracht van massamobilisatie! Op 14 mei kondigden de legerleiders een akkoord met de oppositie aan: er zou een overgangsperiode van drie jaar komen waarna een burgerregering de macht overneemt. Terwijl de SPA-leiders met de legertop onderhandelden, liet die laatste op betogers schieten. Op 14 en 15 mei vielen daarbij meer dan 10 doden. Door zich volledig te focussen op onderhandelingen met de legerleiding, worden niet alleen illusies gecreëerd maar krijgen de contrarevolutionaire krachten tijd en ruimte om zich te reorganiseren. Zowel in Soedan als in Algerije ligt de hoop in de organisatie van de massa’s rond algemene stakingsacties.

Ondanks repressie houdt het massaprotest in Soedan nu al maandenlang aan. Terwijl de rechterzijde bij ons samenwerkte met het regime van Al-Bashir om vluchtelingen terug te sturen, steunen wij het protest tegen de dictatuur. Algemene staking als instrument voor verandering

De onderhandelingen met de legerleiding moeten stoppen, deze bieden de contrarevolutionaire krachten immers de ruimte om zich te reorganiseren. Zowel in Soedan als in Algerije ligt de hoop in de organisatie van de massa’s rond algemene stakingsacties.

In beide landen wordt over de kwestie van een algemene staking gediscussieerd. In Soedan is de kans wellicht het grootst dat er effectief stappen in die richting worden gezet. Eind mei dreigde de SPA om een algemene staking uit te roepen als de onderhandelingen geen machtsoverdracht door het leger opleverden. In maart riep de SPA reeds op tot een algemene staking. Toen leek dit het regime amper te raken en was er een scherpe repressie tegen de SPA. Vandaag ligt de situatie evenwel anders. Om zijn positie te consolideren, had het regime jarenlang een greep uitgebouwd op de vakbonden. De omverwerping van de dictator zorgt voor de ontwikkeling van een hele reeks nieuwe vakbonden, terwijl in de oude vakbonden die dicht bij de macht stonden werkenden ervoor opkomen om alle medestanders van het oude regime af te zetten en hun organisaties zelf te heroveren. Een gelijkaardige strijd, maar tot hiertoe minder intensief gevoerd, vindt plaats in de Algerijnse vakbondsfederatie UGTA waarvan de leiding openlijk steun gaf aan Bouteflika. Helaas schipperen de leiders van de SPA tussen de druk van de straat, waar het vertrek van de Militaire

Het afzetten van Bashir was niet het resultaat van onderhandelingen met het establishment. Het werd bekomen door de kracht van massamobilisatie!

Algerijnse betogers maken het duidelijk: ‘De straat zal niet zwijgen’

Overgangsraad wordt geëist, en de eigen illusies over een zachte landing in samenspraak met het oude dictatoriale regime waarbij de generaals tot een compromis bereid zouden zijn. Dat is waarom de SPA zich probeerde te beperken tot de dreiging van een algemene staking. Maar ondertussen creërde die dreiging enthousiasme en ontwikkelde een dynamiek die aan de controle van de leiding ontsnapte. Zoals de gebeurtenissen na de val van Ben Ali in Tunesië en Moebarak in Egypte aantoonden, volstaat het niet om een burgerregering te vestigen. Dat zorgt niet meteen voor verandering in de situatie van de massa’s. Het biedt

evenmin garanties om een terugkeer van een militaire dictatuur te vermijden. Kijk maar naar Egypte na de staatsgreep door Al Sisi. Het houden van werkelijk vrije en democratische verkiezingen zou uiteraard een grote stap vooruit zijn, maar onvoldoende om alle democratische eisen van de beweging in zowel Algerije als Soedan te bewerkstelligen. Om die eisen te realiseren, moet buiten de enge grenzen van het kapitalisme gekeken worden. In Soedan zijn er in de wijken ‘verzetscomités’ opgezet. In een recente verklaring van de SPA werd opgeroepen om ze om te vormen tot ‘comités van verzet en verandering’. Dit betekent dat deze comités niet alleen actief zijn in het verzet tegen het oude regime, maar ook in de ‘verandering’, dat wil zeggen de opbouw van een nieuwe staat met democratische fundamenten. Er zijn reeds voorbeelden van dergelijke comités die het beheer van de lokale aangelegenheden hebben opgenomen. Een algemene staking zou dit proces versterken. Door het platleggen van de economie tijdens een algemene staking tonen de werkenden hun kracht en worden ze zich daar ook van bewust: zonder hen, draait er niets. Waarom dan de zaken niet zelf in handen nemen en de economie nieuw leven inblazen gericht op de noden van de werkenden en armen, onder hun controle en beheer? Strijdcomités moeten gezien worden als een instrument om de massa’s te organiseren zodat ze de samenleving kunnen veranderen, met de stelselmatige verkiezing van vertegenwoordigers die permanent afzetbaar zijn door diegenen die hen verkozen. De gebeurtenissen van 2011 toonden het al voldoende aan: een dergelijke verandering in Soedan bijvoorbeeld, zou meteen een internationale impact hebben, in het bijzonder in Algerije maar ook ver daarbuiten. Als deze comités op alle niveaus gecoördineerd worden, hebben ze het potentieel om de basis te vormen voor een onaf hankelijke revolutionaire regering die samengesteld is uit de directe vertegenwoordigers van de werkenden en arme massa’s. Door een revolutionaire grondwetgevende vergadering bijeen te roepen, zou het mogelijk zijn om voor eens en altijd een einde te maken aan het huidige regime en om ervoor te zorgen dat de rijkdommen van het land gebruikt worden in het kader van een democratische planning van de economie. Dat is waar onze Soedanese zusterorganisatie, Socialistisch Alternatief, voor opkomt.


internationaal

www.socialisme.be juni 2019

11

Extreemrechts in Europa: wanhoop levert geen sociale vooruitgang op

H

et Rassemblement National van Marine Le Pen en de Lega van Salvini werden bij de Europese verkiezingen de grootste partijen in Frankrijk en Italië. Net als andere extreemrechtse krachten doen ze zich voor als een ‘sociale kracht’ die voor het ‘eigen volk’ het verschil kan maken. Dat is een leugen: waar extreemrechts aan de macht deelneemt, breekt het niet met het besparingsbeleid op de kap van de gewone werkenden en hun gezinnen. De sociale beloften worden niet waargemaakt, de repressie en brutaliteiten tegen migranten en andersdenkenden daarentegen wel.

door

Geert Cool

Gevaar

Om bredere steun te vinden, moet extreemrechts aansluiting vinden bij wat onder bredere lagen van de bevolking leeft. Dat is de enige reden waarom sociale eisen verdedigd worden. Nieuw is dat niet: de fascisten in Duitsland en Italië deden het ook al. Zoals de Duitse socialiste Clara Zetkin in 1923 opmerkte, combineerden de fascisten “een schijnbaar revolutionair programma dat op uiterst slimme wijze aansluit bij de stemmingen, de belangen en de eisen van brede sociale massa’s, met het gebruik van brutale en gewelddadige terreur.” De sociale retoriek werd zodra het mogelijk was opgeborgen, waardoor enkel de terreur overbleef. Vandaag ontbreekt het extreemrechts aan de actieve massabetrokkenheid die kenmerkend was voor de Duitse nazi’s en de Italiaanse fascisten. Hierdoor zijn ze niet in staat om terreur op eenzelfde schaal te organiseren, maar elke versterking van het zelfvertrouwen leidt tot een toename van geweld. In Italië waren er in 2018 minstens 126 gerapporteerde gevallen van racistisch geweld, tegenover 46 in 2017 en 27 in 2016. In de eerste twee maanden na de verkiezingsoverwinning van de Lega waren er 12 racistische schietincidenten, twee moorden en 33 gevallen van fysiek geweld tegen migranten. Minister Matteo Salvini moedigt extreemrechtse knokploegen, zoals die van CasaPound (dat zichzelf omschrijft als voorstander van het ‘fascisme van de 21e eeuw’), aan om kampen van Roma-zigeuners aan te vallen. De mate waarin knokploegen ruimte krijgen, hangt af van de krachtsverhoudingen. Het antwoord van de arbeidersbeweging op extreemrechts is dan

De voorbeelden van Italië en Oostenrijk zijn ook bij ons belangrijk: VB-voorzitter Van Grieken omschreef Salvini als Strache meermaals als zijn politieke voorbeelden. ook van essentieel belang. Als dat er niet komt, wordt telkens een stap verder gegaan. De brede passieve steun voor extreemrechts, vooral op basis van sociale wanhoop en woede, leidt nog niet tot dezelfde actieve betrokkenheid zoals in de jaren 1920 en 1930 (na het mislukken van het revolutionaire proces). Maar we laten best geen ruimte om het zo ver te laten komen. Verwachtingen niet ingelost

Salvini beloofde voor de Italiaanse verkiezingen dat hij de asociale pensioenhervormingen van de vorige regeringen zou terugtrekken en de pensioenleeftijd zou verlagen. Een voorstel om dat te realiseren, werd in december grondig aangepast omdat de Europese Commissie niet instemde met een begrotingstekort. In plaats van de algemene pensioenleeftijd te verlagen, werd deze aangepast voor wie een voldoende lange loopbaan heeft (van toepassing op enkele tienduizenden in de industrie in het noorden van het land). Wie met leeftijd en loopbaan samen aan het quotum van 100 komt (bijvoorbeeld 62 jaar oud en 38 jaar loopbaan), kan op pensioen. Al de rest moet tot 67

Onze Oostenrijkse zusterpartij SLP in actie tegen de regering-Kürz met slogans als “Regering wegstaken” en “Jobs, sociale woningen voor iedereen.”

blijven werken. Voor de afgezwakte maatregel wordt 3,9 miljard euro voorzien, onder meer gefinancierd door een omvangrijk privatiseringsprogramma waarbij voor 18 miljard euro aan publieke bezittingen worden verkocht. Tot wat privatiseringen leiden, werd eerder duidelijk met de ramp van de ingestorte brug in Genua. Privatisering van de infrastructuur leidt tot gebrekkig onderhoud en uiteindelijk tot rampen. De werkenden betalen met andere woorden meer dan wat ze langs de andere kant als ‘sociale verworvenheid’ krijgen: het is achteruitgang verpakt als vooruitgang. De sterke score van de Lega maakt dat de druk op Salvini toeneemt om de sociale beloften waar te maken. Dat is niet mogelijk onder de huidige neoliberale orde, wat onvermijdelijk leidt tot een confrontatie met de EU maar ook met een belangrijk deel van het Italiaanse establishment. De enige kracht in Europa die deze confrontatie kan winnen, is de georganiseerde arbeidersbeweging met een internationalistisch en socialistisch programma. Dat is uiteraard niet wat Salvini voor ogen heeft, waardoor ook hij uiteindelijk buigt voor het besparingsdogma.

Brazilië: het onderwijs gaat strijd tegen Bolsonaro aan

Dit leidt tot polarisatie in de samenleving, met een opgang van gewelddadige extreemrechtse groepen maar ook met een toename van antiracistisch protest en arbeidersstrijd (met zelfs een staking van dokwerkers in Genua tegen een Saoedisch schip met wapens voor de oorlog in Jemen). Aanvallen op werkende bevolking

Als de druk voor een breuk met het besparingsbeleid afneemt, komt het ware gezicht van extreemrechts ook op sociaaleconomisch vlak naar buiten. Dit zagen we in Oostenrijk waar de extreemrechtse FPÖ (Vrijheidspartij van Oostenrijk) een regering vormde met de conservatieve ÖVP (Oostenrijkse Volkspartij). Een van de eerste maatregelen van die regering was om de arbeidstijd verder te flexibiliseren met de mogelijkheid om 12 uur per dag te werken. Correcter gezegd: om de bazen de mogelijkheid te geven om de werkenden daartoe te dwingen. De toegang tot de macht werd door de FPÖ bovendien gebruikt om bevriende Russische oligarchen toegang te geven of te beloven tot lucratieve overheids-

contracten. Terwijl rijke maffiosi cadeaus kregen, moesten de werkenden en hun gezinnen neoliberale aanvallen op hun werkomstandigheden slikken. Het maakt duidelijk welke belangen extreemrechts echt verdedigt. Het Ibiza-schandaal met de uitgelekte beelden van FPÖ-leider HeinzChristian Strache die met dubieuze Russische figuren asociale plannen smeedde, leidde tot het ontslag van de partijvoorzitter en de val van de regering, maar de achteruitgang van de FPÖ in de Europese verkiezingen bleef beperkt. Bij de vorige regeringsdeelname van de FPÖ was dat anders: een massale beweging tegen de aanvallen op de pensioenen door de regering van FPÖ en ÖVP zorgde in de verkiezingen van 2004 voor een fameuze afstraffing van extreemrechts. Kortom: sociale strijd is het beste antwoord op extreemrechts omdat het doordringt tot de voedingsbodem ervan. De voorbeelden va n It alië en Oostenrijk zijn ook bij ons belangrijk: VB-voorzitter Van Grieken omschreef zowel Salvini als Strache meermaals als zijn politieke voorbeelden. Laten wij lessen trekken uit het verzet ertegen.

O

p 15 mei trokken honderdduizenden leraars en studenten de Braziliaanse straten op. Ze protesteerden tegen de geplande zware besparingen op de universiteiten. Er waren betogingen in 188 steden in 27 deelstaten. Het was meteen de grootste protestbeweging tegen de rechtse regering van Bolsonaro.

Si nds de rechtse populist Jai r Bolsonaro in januari aan de macht kwam, was er een voortdurende jacht op het ‘culturele marxisme’ om de zogenaamde ‘linkse indoctrinatie’ van de jongeren te bestrijden. Het wordt duidelijk dat het een strijd tegen cultuur in het algemeen is. De onderwijsminister kondigde in april aan dat de publieke middelen voor de faculteiten filosofie en sociologie fors verminderen. Vervolgens maakte dezelfde minister bekend dat 30% van de middelen bevroren worden voor drie universiteiten die beschuldigd werden van politieke agitatie. Deze maatregel werd kort nadien veralgemeend tot alle universiteiten. “Ofwel stoppen ze de besparingen, ofwel stoppen wij Brazilië”

In april publiceerde Datafolha een peiling waaruit bleek dat geen enkel Braziliaans staatshoofd sinds 1990 zo snel zijn populariteit zag afnemen als Bolsonaro. Ook onder zijn eigen kiezers heeft de Braziliaanse president op enkele maanden tijd heel wat steun verloren. Bolsonaro kon scoren tegen de achtergrond van een sociale en econo-

mische crisis met daarbovenop tal van schandalen onder de politieke elite (onder meer bij de PT, de Arbeiderspartij, die voorheen aan de macht was). De antwoorden van Bolsonaro maken de problemen enkel groter. Zijn beleid dient enkel de belangen van de superrijken, ten koste van de werkenden en hun gezinnen. Het massaprotest van het onderwijspersoneel en de studenten beperkte zich niet tot de besparingen in het onderwijs. Het was gericht tegen het volledige beleid van Bolsonaro: de wapendracht die de president wil toelaten, de asociale pensioenhervorming, … Een populaire slogan op de betogingen was: “Boeken ja, wapens neen.” Andere slogans waren: “Onderwijs is geen kost, maar een investering,” “Zonder investering geen kennis” of nog: “Ofwel stoppen ze de besparingen, ofwel stoppen wij Brazilië.” Die laatste slogan is van groot belang omdat het wijst op de noodzaak van een algemene staking. De mobilisatie in de onderwijssector heeft het potentieel om al het ongenoegen en verschillende strijdbewegingen (zoals die van de inheemse bevolking, de vrouwenbeweging, …) te verenigen.


12

geschiedenis

de

Linkse Socialist

30 jaar geleden: bloedbad op Tiananmen om verzet tegen dictatuur de kop in te drukken

D

ertig jaar geleden barstte in China een massale protestbeweging los. Die vond haar sluitstuk in een ongeziene militaire repressie van het dictatoriale Chinese regime. Iedereen kent de wereldberoemde foto van de man die op zijn eentje voor een tank staat op het Tiananmenplein (Plein van de Hemelse Vrede), als symbool van vreedzaam protest. De reactie op het protest was echter niet vreedzaam: in de nacht van 3 op 4 juni 1989 vonden wellicht meer dan 1000 betogers de dood.

door

Jarmo (Antwerpen)

De nachtmerrie van 4 juni was de laatste episode van een strijdbeweging die meer dan anderhalve maand had geduurd. Het was een beweging die in de eerste plaats democratische eisen stelde, maar gaandeweg ook politieke en sociaal-economische bekommernissen naar voor bracht. Grote en diverse lagen van de bevolking waren erin betrokken. Het regime van de Chinese Communistische Partij (CCP) en Deng Xiaoping daverde op zijn grondvesten. 40 jaar eerder, in 1949, had de Chinese Revolutie plaatsgevonden. Die historische gebeurtenis bracht de CCP van Mao Zedong aan de macht. Maar de Chinese Revolutie was niet in de eerste plaats het werk van de georganiseerde arbeidersklasse geweest, zoals de Russische Revolutie in 1917. Het waren integendeel de boeren en plattelandbewoners – de overgrote meerderheid van de Chinese bevolking – die de basis vormden voor het verzet en de steun aan de CCP. Dat leidde ertoe dat er een regime geïnstalleerd werd zonder dat er effectieve actiecomités, wijkcomités, democratische vakbondsstructuren, ... aanwezig waren. De Chinese Volksrepubliek was van bij aanvang een gedeformeerde arbeidersstaat: de sleutelsectoren werden wel genationaliseerd, maar niet onder de controle van de werkende bevolking geplaatst. Een dictatoriale staat, naar stalinistisch model, controleerde elk aspect van de samenleving. In 1989 maakten de Chinese boeren nog steeds 78% van de totale bevolking uit. Maar de beweging voor democratie die zich toen ontwikkelde, had een fundamenteel ander karakter. Het was begonnen als een protestbeweging die voornamelijk uit studenten bestond. Ze eisten democratische vrijheden en soms ook een herinvoering van de vrije markt naar het voorbeeld van de SovjetUnie onder Gorbatsjov (‘perestroika’). Het was een beweging die zich in de eerste plaats in de steden ontwikkelde. Aanvankelijk probeerden de studenten nog om de arbeidersklasse niet toe te laten tot het protest. Bepaalde leidinggevende figuren binnen de beweging vreesden dat de arbeidersklasse eisen zou opnemen die tegen de vermarkting ingingen. Maar de werkende bevolking kwam toch tot protest. Op 16 mei was er een betoging aan de gebouwen van de Chinese overheidsgestuurde vakbondsfederatie. De betogers eisten het recht op onafhankelijke vakbonden, stakingsrecht en het ontslag van de bureaucratische federatieleiders. Een dag later, op 17 mei, was er een massale betoging in Beijing met delegaties van alle grote Chinese bedrijven en werkplaatsen. Nog een dag later, op 18 mei, werd een onafhankelijke vakbond met een duidelijk socialistisch programma opgericht: de Beijing Autonome

Arbeidersfederatie. Het programma was erop gericht om de verworvenheden van 1949 te verdedigen en verder uit te breiden. Zo werd er bijvoorbeeld geëist dat de overheidsgestuurde bedrijven onder de controle van de werkende bevolking zouden komen. Dat viel uiteraard niet in goede aarde bij de leiders van de CCP. Met een sterk staaltje Orwelliaanse doublespeak verklaarde ze de organisatie als “contra-revolutionair.” De leiders werden op enkele dagen tijd gearresteerd en achter tralies gezet. Maar het was duidelijk dat het regime de controle over de massa’s kwijt was. Dat werd al aangetoond op 15 mei, toen een staatsbezoek van Mikhail Gorbatsjov (het eerste staatsbezoek van een Sovjet-leider in 30 jaar) op de luchthaven van Beijing moest doorgaan omdat het Tiananmenplein bezet werd door actievoerders. De studenten op het plein waren op dat moment al in hongerstaking. Ze waren met 160 be-

gonnen, maar twee dagen later waren er al 3000 hongerstakers. Op 17 mei kwamen meer dan een miljoen betogers op straat om de actievoerders te steunen. Het was zonder twijfel de grootste massabijeenkomst sinds 1949. De CCP was de situatie niet meer de baas. Ze was ook zelf onderhevig aan een interne machtsstrijd tussen grote leider Deng Xiaoping en secretaris-generaal Zhao Ziyang. Eigenlijk wilden beide leiders hetzelfde: China stap voor stap richting vrije markt brengen. Maar Zhao wilde dat doen door enkele voorzichtige toegevingen aan de studenten te doen. Dat was, voor alle duidelijkheid, volgens hem de meest efficiënte manier om de beweging te stoppen en vooral de factor dat de arbeidersklasse in beweging kwam, te ontmijnen. Deng stond echter geen toegevingen toe; hij was vooral bang dat dat een gevaarlijk precedent zou scheppen. Zhao verdween in huisarrest – onder beschuldiging van ‘hoogverraad’ - tot aan zijn dood in 2005. Het regime wankelde, was verlamd en kon verslagen worden. Alle objectieve voorwaarden waren aanwezig om de heersende bureaucratie omver te werpen. Slechts één beslissend element ontbrak: een leiding met een duidelijk programma, en duidelijke tactieken om dat programma te verwezenlijken. De studentenleiders geloofden dat ze door vreedzaam protest het regime

tot toegevingen zouden dwingen. Maar dat zou inhouden dat de CCP de macht plots zou moeten delen met een hele resem nieuw-gelegaliseerde partijen, vakbonden en andere organisaties. Dat was voor het regime vele bruggen te ver. Zij zagen de uiteenrafeling van de Sovjet-Unie en het Oostblok en vreesden een gelijkaardig scenario. Er moest een duidelijk voorbeeld gegeven worden van wie de baas was. Dat kwam er op 4 juni met de helse slachtpartij van Tiananmen. Jammer genoeg was er geen politiek instrument van de georganiseerde arbeidersklasse aanwezig. Dat zou ervoor gezorgd kunnen hebben dat de arbeiders niet naar de studenten zouden gekeken hebben als leiders van de beweging, maar zelf die rol zouden hebben opgenomen. Met een duidelijk anti-stalinistisch en anti-kapitalistisch profiel zou zo’n instrument de voorhoede hebben kunnen vormen van een beweging die het gehate regime ten val zou gebracht hebben. Dan zouden de verworvenheden van 1949 mee aan de basis hebben kunnen liggen van de weg naar een echte democratisch socialistische samenleving. Dat blijft ook in China vandaag de belangrijkste les uit deze zwarte episode. China kent al lang geen geplande economie meer, maar blijft wel een dictatuur. Het omverwerpen ervan zal ook vandaag de tussenkomst van de georganiseerde arbeidersklasse vereisen.

waar LSP voor staaT

D

e technische en wetenschappelijke mogelijkheden van de mens zijn nog nooit zo uitgebreid geweest. De jongste 50 jaar verdrievoudigde het gemiddelde inkomen per hoofd van de wereldbevolking. Er is voldoende rijkdom om iedereen een degelijke levensstandaard te garanderen. België vormt hierop geen uitzondering. Zelfs na de gouden jaren ‘50 en ‘60 bleef de totale werkelijke waarde van alles wat we samen produceren toenemen. In ‘96 bedroeg dit dubbel zoveel als in ‘83.

Deze toename van de rijkdom heeft echter niet geleid tot een algemene stijging van de welvaart. Integendeel: terwijl bedrijven recordwinsten boeken en speculanten hun kapitaal vertienvoudigen, gaat de voormalige koloniale wereld gebukt onder oorlog en hongersnood, is de economie van de ex-stalinistische staten ineengestuikt en heerst in het Westen massale structurele werkloosheid. De globale stijging van de rijkdom is aan de overgrote meerderheid van de wereldbevolking voorbijgegaan. Stop de privatiseringen

Hoewel de arbeiders deze rijkdom produceren, hebben ze niet de minste inspraak in de aanwending ervan. Heel de productie staat in functie van de winsthonger van een handvol kapitalisten. Dit leidt tot schrijnende tegenstellingen. Er is nood aan betaalbare en comfortabele sociale woningen, aan gratis openbaar vervoer, aan onderwijs toegankelijk voor iedereen, aan speelterreinen en recreatiecentra, aan een nationale gezondheidsdienst die gratis en publiek is. De middelen hiervoor zijn voorhanden. Op dit ogenblik gaat het echter de andere kant uit. Openbare diensten worden gerentabiliseerd en opgesplitst. De winstgevende delen worden verkocht aan de hoogste bieder, de onrendabele worden afgestoten. Er is al lang geen sprake

meer van diensten. De marktlogica heeft ook in de openbare sector toegeslaan. Voortaan spreekt men van openbare bedrijven in afwachting van de volgende privatisering. 32-urenweek

In de private sector richt de “vrije” markt een ravage aan. Alle verworvenheden worden afgebroken in naam van de competitiviteit. Arbeidscontracten ruimen plaats voor onderaanneming, uitzendarbeid en andere nepjobs. Een miljoen arbeiders in België wordt regelmatig geconfronteerd met werkloosheid. Dit heeft geleid tot de verpaupering van een deel van de arbeiders en hun gezinnen. Pensioenen, werkloosheids- en ziekteuitkeringen staan op de helling door de uitholling van de sociale zekerheid.

LSP/PSL is voor het volledig herstel van de index en een minimumloon van 1500 euro netto, tegen de afbraak van de sociale zekerheid en de uitholling van het arbeidscontract. Wij verzetten ons tegen iedere bedrijfssluiting omdat dit onder het kapitalisme enkel leidt tot werkloosheid en armoede. De enige maatregel die de massale werkloosheid kan oplossen is de onmiddellijke invoering van de 32-urenweek, zonder loonverlies en met evenredige aanwervingen. Een nieuwe arbeiderspartij

De vakbondsleidingen hebben de kapitalistische afbraaklogica aanvaard. Ze beperken zich tot het “sociaal” begeleiden van de herstructureringen. Daartegenover stellen wij het strijdsyndicalisme: vechten voor iedere job en het behoud van alle verworvenheden. De arbeidersklasse heeft een partij nodig die deze strategie politiek kan en wil vertalen. Zo’n partij moet openstaan voor iedereen die wil vechten tegen de sociale afbraak. Ze moet zich verzetten tegen iedere verdeling van de arbeiders, of het nu is op basis van racisme, seksisme of geloof. Dit kan het best door op te komen voor volledige gelijke rechten. Ze moet de strijd aanbinden tegen het imperialisme en vechten tegen de vernietiging van het milieu. Ze moet het zelfbeschikkingsrecht van

Vlamingen, Walen en Brusselaars respecteren, zonder in de val te trappen van diegenen die de arbeiders door communautair opbod willen verzwakken (cfr. splitsing sociale zekerheid). Ze zou moeten ageren voor de nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie onder rechtstreekse arbeiderscontrole. Revolutie

Dit programma is enkel uitvoerbaar indien de arbeidersbeweging de macht uit handen neemt van de kleine minderheid van kapitalisten. De heersende klasse zal haar privileges echter niet zomaar afstaan. Het breken van de kapitalistische staat zal een revolutie vereisen. Daarom bouwen wij aan een revolutionaire marxistische partij. Arbeidersdemocratie

De productie moet in functie staan van de reële behoeften van de bevolking. Ze moet georganiseerd worden via een democratisch productieplan, opgesteld en gecontroleerd door raden, samengesteld uit vertegenwoordigers van de arbeiders van het bedrijf, van de nationale vakbonden en van de

arbeidersregering. Iedere functionaris moet verkozen en permanent afzetbaar zijn. Hij/zij mag niet beschikken over een hoger loon dan het gemiddelde loon van de arbeiders die hij/zij vertegenwoordigt. Op die manier kan het wanbeheer vermeden worden zoals dit in de planeconomieën in het ex-Oostblok bestond. Voor socialisme en internationalisme

De socialistische revolutie breekt altijd uit op het nationale vlak, maar eindigt in de internationale arena. Arbeidersdemocratie en socialistische planning kunnen niet beperkt blijven tot één land. Het isolement van Sovjet-Rusland heeft tot haar degeneratie vanaf 1924 geleid. LSP/PSL maakt deel uit van het Comité voor een Arbeidersinternationale (CWI), dat actief is op alle continenten. Onze strijd in België zien wij in het kader van een arbeidersstrijd in de hele wereld voor een socialistische maatschappij.

Voor arbeiderseenheid Voor socialisme


partijnieuws

www.socialisme.be www.socialisme.be juni juni 2019 2019

Zomerkamp: de strijd tegen alles wat ons verdeelt organiseren!

J

ongerenstrijd staat terug op de agenda. Er waren de klimaatbetogingen en na de verkiezingen volgden acties tegen extreemrechts. Ook een laag werkenden komt in actie: naast het pensioenprotest en de geslaagde algemene staking in februari dit jaar is er onder meer de campagne voor een hoger minimumloon.

Al dat protest is belangrijk maar het staat sterker als er een plan is. Dat geldt voor het klimaat en de planeet, maar dus ook voor ons protest. Welke system change willen we en wat is ons plan om die te bereiken? Die vragen moeten we samen bespreken, aangevuld met historische voorbeelden die vandaag nuttig blijven. Het jaarlijkse zomerkamp van de Actief Linkse Studenten en Scholieren is een moment waarop we deze discussies voeren. In een ontspannen sfeer met ruimte om wat uit te blazen na een jaar vol actie, maar toch met de nodige ernst om voorbereid te zijn voor de komende strijd. Ondanks ons protest van de voorbije maanden werd niets ondernomen tegen de klimaatverandering, wordt onze levensstandaard steeds meer bedreigd en kon extreemrechts in Vlaanderen een verkiezingsoverwinning boeken. Sommigen zullen daar pessimistische conclusies uit trekken. Het maakt echter vooral duidelijk dat onze strijd voor een andere samenleving niet rechtlijnig verloopt en niet zomaar tot overwinningen komt door één of een paar keer te betogen. We staan pas aan het begin van een lange strijd. Terwijl een groeiende groep op straat komt en daar conclusies uit trekt, is een veel grotere laag nog niet betrokken bij onze acties. Ons ongenoegen over het gevoerde beleid delen ze, maar de conclusies daaruit nog niet altijd. Hoe kunnen we deze lagen actief betrekken? Dat is een belangrijke uitdaging die we willen bespreken. We deden er voorstellen rond in de klimaatbeweging (lokale actiecomités die zowel over acties als programma en eisen beslissen) en doen voorstellen om de campagne voor een hoger minimumloon (14 euro per uur) uit te bouwen. In de strijd tegen verdeeldheid – racisme, seksisme, homofobie, … - spelen we een actieve rol met campagnes als ROSA en Blokbuster. De afgelopen jaren kwam daar ook Syndicalisten tegen Fascisme bij. Op 8 maart bijvoorbeeld was er een grote betoging

• • • •

za 22 juni. Antwerpen: BBQ LSP Antwerpen zo 23 juni. Gent: antifascistisch protest. 15u Exacte afspraak volgt 28 juni – 4 juli. Westmalle. Zomerkamp (zie hiernaast) za 10 augustus: Antwerp Pride

In de maand mei was er veel activiteit. Er was natuurlijk 1 mei waarop we dit jaar 540 exemplaren van onze krant verkochten en ruim 2.000 euro strijdfonds ophaalden. Het beste resultaat behaalden we in Brussel met 152 verkochte kranten. Daarnaast voerden we ook campagne op straat, onder meer met onze stemoproep gingen we deur aan deur in verschillende steden of plaatsten we stands. Verder was LSP goed aanwezig op protestacties zoals de Pride of nog de antifascistische acties meteen na de verkiezingen.

voor vrouwenrechten in Brussel met 10.000 aanwezigen. Ons feminisme is niet het feminisme dat de voorrechten van vrouwen in de heersende klassen verdedigt. Ons feminisme is het feminisme dat de belangen van vrouwen in de meerderheid van de bevolking verdedigt, dat strijdt voor betere lonen en pensioenen voor iedereen en voor overheidsinvesteringen in diensten en zorg. Ons feminisme vecht tegen besparingen. De campagne Blokbuster is actief in het verzet tegen extreemrechts. Niet met een moraliserend vingertje, maar met dezelfde benadering van gezamenlijke strijd voor een betere toekomst. We verdedigen in ons antifascisme eisen zoals een hoger minimumloon, hogere pensioenen en gratis en degelijk onderwijs. Doorheen het zomerkamp zullen we deze benadering ook verfijnen aan de hand van een terugblik naar vorige bewegingen: de antiracistische beweging

in de jaren 1990 (na die vorige zwarte zondag), de antiglobaliseringsbeweging begin deze eeuw of nog de strijd van de arbeiders van Forges de Clabecq tegen jobverliezen en verdeeldheid. Deze terugblik gebeurt telkens door activisten die zelf een grote rol in deze strijd speelden. Verder maken we van het kamp gebruik om de betrokkenheid bij alle aspecten van onze werking te vergroten. Zo zijn er werkgroepen over het schrijven van artikels, het ophalen van financiële steun, het zetten van een stand, … en we willen onze campagnes in de zomer en het najaar voorbereiden. Deze zomer kan je ons op heel wat festivals vinden als voorbereiding op een heet najaar. Het volledige programma en praktische informatie over het zomerkamp vind je op socialisme.be. Aarzel niet om je nog in te schrijven.

O

p vrijdag 26 april hebben we afscheid moeten nemen van onze kameraad Michael Cleppe (°22 mei 1993), lid van LSP-Gent. Typerend voor hem gebeurde dit op zijn eigen voorwaarden. 10 maanden na de diagnose van ongeneeslijke kanker heeft Michael beroep gedaan op euthanasie.

Ruben

Reeds in zijn tienerjaren in Ursel raakte Michael geïnteresseerd in het marxisme. Als student aan de UGent – aanvankelijk Filosofie en vervolgens Geschiedenis en Politieke Wetenschappen – leerde Michael LSP kennen en sloot aan in 2012. Hoewel door Michael’s visuele beperking – door een ernstige ziekte in zijn eerste levensjaar had Michael slechts een zichtvermogen van 3,5% – politiek activisme geen evidentie was, bleef hij tot aan het einde een overtuigd en gemotiveerd LSP-lid. Michael voelde zich niet comfortabel bij het verkopen van De Linkse Socialist omdat hij twijfels had of mensen ons blad kochten omdat ze door hem overtuigd waren, of dat ze het deden uit medelijden met hem. Wel was Michael aanwezig op talrijke betogingen en partij-evenementen. Ook sinds zijn diagnose bleef hij nog regelmatig naar zijn afdelingsvergadering komen. Hij bleef de po-

Agenda

In actie

Michael Cleppe overleden

door

13

litieke ontwikkelingen volgen en de discussie aangaan. Begin dit jaar nam Michael nog het initiatief om een open vergadering te organiseren over de strijd van mensen met een beperking tegen dit systeem, een onderwerp dat naar zijn mening onderbelicht bleef binnen de partij. Michael zijn visuele beperking heeft hem op veel vlakken gekenmerkt, maar hij heeft deze op nog meer vlakken overstegen. Michael had een sterke persoonlijkheid en durfde te gaan waarvoor hij wou. Tijdens zijn studies ging hij op kot in Gent en op Erasmus in Munster. Naast politiek activist was Michael ook een schaker, muziekliefhebber en een echte Bourgondiër en levensgenieter. De kameraden die met Michael ook een vriendschap buiten de partij hebben opgebouwd, hebben ongetwijfeld talrijke momenten met hem doorgebracht bij een goede maaltijd,

1 mei in Gent

Strijdfonds 1 mei is voor LSP een belangrijke dag. Het is een internationale strijddag in het teken van solidariteit en socialisme. De werkende klasse moet haar eigen feestdagen koesteren en de strijdbare invulling ervan opbouwen. Daar dragen wij aan bij, onder meer met deze krant en onze traditionele meigroeten op 1 mei. Dit jaar haalden we daar ruim 5.100 euro mee op, waarvoor dank. Met nog 2.000 euro opgehaald op 1 mei zelf, werd zo een belangrijke stap gezet richting ons streefdoel om 11.500 euro in de periode april-juni op te halen. Daarnaast waren er nog grotere activiteiten, zoals een geslaagde kwis in Gent en ook een fuif met optredens in Gent. Hieronder de resultaten voor het tweede kwartaal. O en W Vlaanderen: 4.165 € Luik-Lux: 1.169 € Bxl-W.Brab: 1.770 € Antwerpen: 765 € Vl Brab-Limburg: 494 € Henegouwen-Namen: 299 € Nationaal: 874 €

119% 106% 77% 51% 49% 30% 79%

TOTAAL: 9.535 €

83%

Steun de strijd voor een socialistisch alternatief: stort op BE86 5230 8092 4650 van LSP met vermelding ‘steun’.

een (Irish) koffie of de betere bieren. Onze steun en medeleven gaan uit naar Michael’s mama en papa, Sabine en Jacques, en zussen, Sophie en Charlotte. We zijn Sabine en Jacques enorm dankbaar voor de kansen die ze Michael steeds geboden hebben en in het bijzonder voor de immense steun die ze voor hem – en ook voor ons – geweest zijn in zijn laatste maanden. Michael, je bent een kameraad die we nooit zullen vergeten. Rust zacht. In onze februari-editie publiceerden we een uitgebreid interview met Michael. Je kan deze krant nabestellen.

Contact / Abonnementen Meer info over de partij / Lid worden: Hovenierstraat 45, 1080 Molenbeek Tel: 02/345 61 81. E-mail:info@socialisme.be. Redactie: redactie@socialisme.be. Ook lezersbrieven zijn welkom! Abonnementen: * proefabo: 5 euro voor drie nummers, 10 euro voor zes nummers * gewoon abo: 20 euro voor twaalf nummers * steunabo: 30 of 50 euro voor twaalf nummers Of neem een doorlopende opdracht van minstens 2 euro Rekeningnummer voor abonnementen: BE31 5230 8092 5155 van Socialist Press


14

sociaal

de

Linkse Socialist

Topmanagers geloven niet meer in hun systeem en zijn bang van socialisme…

“I

k ben een kapitalist en zelfs ik denk dat het kapitalisme niet werkt.” Dat was de boodschap van Ray Dalio, hoofd van het grootste hedgefund ter wereld in een manifest dat in april verscheen. Dalio is oprichter van Bridgewater Associates, dat beschikt over een investeringsvermogen van 17 miljard dollar. Net als andere Amerikaanse topmanagers is hij bezorgd over de groeiende kritiek op het kapitalisme. Hij uitte zijn vrees voor “een soort van revolutie.” Andere topmanagers lieten zich in dezelfde zin uit. Morris Pearl, voormalig topman van financieel bedrijf BlackRock, pleit zelfs voor hogere taksen: “Gezien de keuze tussen hooivorken en taksen, kies ik voor taksen.” door

Per-Ake Westerlund

‘s Nachts wakker liggen

“Het kapitalisme houdt de topmanagers uit hun slaap,” titelde de zakenkrant Financial Times. “Hoe komt het toch dat de leidinggevende kapitalisten in de VS zich zo ongemakkelijk voelen, net nu, tien jaar na de globale financiële crisis, nadat de beurzen en winsten nieuwe hoogtepunten bereikten en met een Republikeinse president die de bedrijfsbelastingen naar beneden haalt en regelgeving afschaft naargelang ze dat wensen,” vroeg de FT zich af. “Ik denk dat er een reële vrees is dat het nu legitiem is om over socialistische en linkse ideeën te spreken waarbij de vrije markt aan banden gelegd wordt,” was één van de antwoorden op die vraag. “Wat hen echt bang maakt zijn de cijfers die aangeven dat jongeren steeds meer openstaan voor een socialistische organisatie van de economie,” antwoordde Darren Walker van de Ford Foundation, een instelling die goed is voor 15 miljard dollar. Topmanagers en politici, waaronder president Trump, zijn niet alleen bezorgd om de antikapitalistische sfeer. Ze vrezen de groeiende steun voor socialisme. Een hoofdartikel in het voor kapitalisten toonaangevende wekelijkse magazine The Economist berichtte in februari dat 51% van de Amerikanen tussen 18 en 29 jaar een positief beeld van socialisme heeft. In de jaarlijkse toespraak van de president in januari, zijn ‘State of the Union’, verklaarde Trump dat de VS “nooit een socialistisch land zal zijn.” Nadat hij zijn verkiezingscampagne voor 2020 lanceerde, zei hij in april: “We gaan oorlog voeren tegen socialisten.” Deze nieuwe sfeer bleek duidelijk

toen enkele topmanagers van banken in het Amerikaanse parlement ondervraagd werden door verkozenen. Roger Williams, een Republikeins parlementslid uit Texas, vroeg de verbaasde toplui van Citigroup, Goldman Sachs en anderen: “Ben je een socialist of een kapitalist?” De ondervraagden verdedigden uiteraard het kapitalisme, maar het was opmerkelijk dat deze vraag gesteld werd. Lonen die 1.000 keer hoger zijn

De groeiende verwerping van het kapitalisme is het resultaat van het neoliberale beleid en de kapitalistische crisis (op vlak van welzijn, milieu, democratie, …). The Economist concludeerde dat er een groeiende afkeer is van ongelijkheid, ecologische afbraak en de ondemocratische heerschappij door de elite. De topmanagers staan in het middelpunt van het debat. 40 jaar geleden verdiende een topmanager van een groot bedrijf in de Verenigde Staten 30 keer meer dan het mediane loon van een werkende. Vandaag zijn hun lonen 254 keer hoger en tien procent van de CEO’s verdient zelfs 1000 keer meer! Het kapitalisme heeft de crisis van 2008-09 overleefd met behulp van nieuwe extreme tekorten en schuldenbergen, gecombineerd met zware besparingsmaatregelen voor de werkenden en de gewone mensen. Kapitalisten en grote bedrijven werden “gestimuleerd” met nog grotere winsten. De “zwakheid in het systeem” dat zogezegd rechtgetrokken werd, is groter geworden. De mogelijkheden om op een nieuwe crisis te antwoorden werden beperkter. De werkende klasse werd verrast door

Op het klimaatprotest eisten de jongeren system change. Dat is nodig voor de toekomst van de mens en de planeet. Foto: Liesbeth

de crisis. De vakbondsleiders in heel wat landen waren niet in staat om een stevige strijd op te zetten tegen de besparingen. Er ontwikkelde ruimte voor nieuwe linkse formaties. De Amerikaanse toplui zijn uiteraard bezorgd omwille van de sterke steun voor de campagnes van Bernie Sanders tegen Wall Street en zijn politici. In de laatste verkiezingen haalde Sanders onder jongeren meer stemmen dan Trump en Hillary Clinton samen. Een echt socialistisch programma

Het feit dat Sanders zichzelf een socialist noemt, weigert geld van de grote bedrijven aan te nemen en opkomt voor gezondheidszorg en gratis onderwijs voor iedereen, is een belangrijke factor achter de toegenomen belangstelling voor socialisme in de VS. Zijn succes maakt dat meer Democratische politici

“Ik ben een kapitalist en zelfs ik denk dat het kapitalisme niet werkt.” Dat was de boodschap van Ray Dalio, hoofd van het grootste hedgefund ter wereld.

dezelfde weg proberen uit te gaan, denk maar aan Alexandria Ocasio-Cortez. De Democratic Socialists of America (DSA) zijn snel aan het groeien en haalden verkozenen in de gemeenteraad van Chicago. The Economist vraagt zijn lezers om

zich tegen de socialistische opleving te verzetten. Het magazine werpt onder meer op dat kapitalisten gewoon verhuizen als er hogere taksen worden ingevoerd. Daarmee wordt aangetoond dat goede voorstellen van hervormingen op zich niet volstaan. Dat werd nogmaals aangetoond in een televisiedebat waaraan het trio superrijken Bill Gates, Charlie Munger en Warren Buffett recent deelnam. Gates stelde dat de voorstellen van Sanders en Ocasio-Cortez geen socialisme zijn, maar “kapitalisme met een zekere mate van belastingen.” De ontwikkeling van Zweden – van een model voor progressieve hervormingen tot tegenhervormingen van sociale afbraak – toont aan dat als de macht en het bezit van de kapitalisten niet betwist worden en vervangen door democratisch socialisme, de kapitalisten terugslaan met privatiseringen, toenemende ongelijkheid en sociale afbraak. De nieuwe socialistische stromin-

schokkende vaststelling:

Vandaag werken we op een jaar meer uren en dagen dan in de Midd

H

et klinkt ongelooflijk, maar in de Middeleeuwen hadden gewone werkenden meer vrije dagen dan vandaag. Gemiddeld werd toen 150 dagen per jaar gewerkt, terwijl Europese werkenden vandaag doorgaans recht hebben op 25 tot 30 verlofdagen per jaar en ruim 200 dagen werken. In onder meer de VS, Japan en China zijn er dat nog meer.

door

Jean (Luxemburg)

Dit zegt nat uu rlijk niets over de arbeidsomstandigheden in de Middeleeuwen. Die waren erg hard en er was geen sociale bescherming, laat staan syndicale bescherming. Maar het aantal officiële feestdagen lag dus wel een pak hoger. Dat kwam onder meer omdat de geestelijke leiding, die tevens als grootgrondbezitter een groot deel van de landbouweconomie controleerde, begreep dat de landbouwers voldoende rust nodig hadden om productief te zijn. Bovendien was elke levensgebeurtenis aanleiding voor extra verlofdagen. Resultaat: het aantal gewerkte dagen lag een eind onder wat we vandaag kennen. Zelfs indien de arbeidsdagen toen een beetje langer waren, lag het aantal gepresteerde uren op jaarbasis lager. Dit alles blijkt uit een studie door de econoom Juliet B Schor. Het doorprikt de mythe dat

er doorheen de eeuwen een min of meer constante verbetering van de arbeidsvoorwaarden was. In zekere zin zijn deze onthullingen niet zo verrassend. In zijn analyse van het kapitalisme benadrukte Karl Marx dat er een fundamenteel verschil was tussen het kapitalisme en voorgaande productiewijzen: de kapitalist heeft een onverzadigbare behoefte om zoveel mogelijk kapitaal te accumuleren om deze winsten te herinvesteren in productiemiddelen om sterker te staan dan zijn concurrenten. Voor de feodale leenheer lag het anders: zijn accumulatie was beperkt tot de capaciteit van zijn schuren. Hij had er geen belang bij om meer te accumuleren. Dit essentiële verschil verklaart waarom de arbeidstijd in de Middeleeuwen korter was: de toenmalige heersende klasse had er geen belang bij om de

Gemiddeld werd in de Middeleeuwen 150 dagen per jaar gewerkt, terwijl Europese werkenden vandaag doorgaans recht hebben op 25 tot 30 verlofdagen per jaar en ruim 200 dagen werken. werkenden als citroenen uit te persen. Onder het kapitalisme is dat anders: na enkele uren werken hebben we ons loon verdiend en daarna werken we enkele uren voor de winsten van de baas. Tegelijk wordt onze tijd gekenmerkt door een andere paradox: die van de massale werkloosheid. Marx legde uit dat kapitalisten er belang bij hebben om een tekort aan jobs te organiseren zodat wie werk vindt tegen slechtere voorwaarden wil werken. Het is een tweede opmerkelijk effect van het ka-

Het antwoord op hoge werkdruk en werkloosheid: arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen. Foto: Liesbeth

pitalisme: we werken meer, maar is er geen werk voor iedereen. De moderne technologie zou de taken van de meeste werkenden enorm kunnen verlichten en de productie efficiënt kunnen plannen in functie van de noden, maar dat is niet wat er gebeurt. Nieuwe technologie wordt zelfs ge-

bruikt om de werkdruk op te voeren: steeds meer productiviteit, delokalisatie, “uberisering” en permanente beschikbaarheid voor wie aan andere plagen ontsnapt is. Kortom: het kapitalisme heeft de mensheid enorme vooruitgang gebracht, maar het wordt steeds duide-


Sociaal

www.socialisme.be juni 2019

15

Skeyes: rechts wil verbod op acties in plaats van personeelstekort aan te pakken

gen vormen een frisse stem, maar ze moeten ontwikkeld worden. Om het klimaat te redden en de groeiende tekorten op alle vlakken (huisvesting, lonen, zorg, onderwijs) aan te pakken, moeten de grote bedrijven en banken in publiek bezit en onder democratische controle geplaatst worden. Het kapitalisme moet vervangen worden door democratisch socialisme. Het feit dat de hernieuwde belangstelling in socialisme tot zoiets kan leiden, is wat de topmanagers echt bang maakt. Hoe zit het in China?

Het is niet enkel in de VS dat een laag jongeren op zoek gaat naar socialistische ideeën en openstaat voor strijd. In China zijn de heersers minstens even bezorgd als de Amerikaanse topmanagers. De voorbije maanden heeft het Chinese regime de repressie tegen jonge marxisten opgevoerd. Er zitten jongeren in de gevangenis, websites werden gesloten en studiegroepen aan de universiteiten werden verboden. De repressie is specifiek gericht tegen jonge werkenden en wie hen steunt, maar ook tegen feministen en milieu-activisten. Na de opmerkelijke staking bij Jasic Technology in Shenzen vorig jaar, waar de werkenden het recht om een eigen vakbond te vormen opeisten, werden stakers en sympathisanten mishandeld en opgepakt. Maanden later zitten er nog een 50-tal werkenden en sympathisanten in de gevangenis. In heel wat media werden deze jongeren voorgesteld als maoïsten, maar dat is een kunstmatige omschrijving van de Chinese studenten en andere jongeren die zich verzetten tegen de ongelijkheid en het slavenwerk in fabrieken en zich daarom als marxist omschrijven. Ze zien China niet als een socialistisch of communistisch land. Net als in de VS staat de politieke bewustwording er nog in zijn kinderschoenen. Dit wordt versterkt door nieuwe strijdbewegingen, maar in China ook door de harde repressie. De arrestaties en gedwongen ‘bekentenissen’ zijn bekend op sociale media waar er ook tegen geprotesteerd wordt.

O

p 16 mei legden de luchtverkeersleiders van overheidsbedrijf Skeyes nogmaals het werk neer. Aanleiding is het aanslepende probleem van de te hoge werkdruk. Die druk weegt op de luchtverkeersleiders en bijgevolg ook op de veiligheid van ons luchtruim. De rechtse partijen hebben met hun besparingsbeleid bijgedragen tot het personeelstekort. Voor een keer herenigd in de Zweedse coalitie zien ze de acties van het personeel als het probleem in plaats van de redenen waarom tot actie wordt overgegaan. Ze willen acties verbieden en richten zich eens te meer tegen de hardwerkende personeelsleden van Skeyes.

Premier Michel (MR) riep op tot “verantwoordelijkheid”, minister Peeters (CD&V) voegde eraan toe: “Het is tijd dat het ophoudt. Ik doe een oproep aan beide kanten om verantwoordelijkheid op te nemen.” Meteen werd aangekondigd dat de regering nagaat of er dwangsommen tegen de stakende luchtverkeersleiders kunnen opgelegd worden om hen gedwongen te doen werken. Waals minister Crucke (MR) pleitte voor het opheffen van het monopolie van het autonoom overheidsbedrijf Skeyes. Vlaams minister van Mobiliteit Weyts (N-VA) riep premier Michel op om “deze rotzooi” op te ruimen. Verantwoordelijkheid betekent voor de rechtse partijen dat het personeel zwijgt en verder werkt onder onmogelijke omstandigheden, terwijl ze zelf de volgende lading aanvallen op de luchtverkeersleiders voorbereiden met daarin een ongeziene aanval op het stakingsrecht. Luchtverkeersleiders staan niet bekend als deel van de zware bataljons van de arbeidersbeweging. De eerste acties waren geen echte stakingsacties, maar onderlinge afspraken van het personeel om zich ziek te melden. Dat houdt risico’s in voor zowel het personeel als dokters die een ziektebriefje schrijven. Bovendien maakt deze methode het moeilijker om samen te komen en collectief te antwoorden op de beschuldigingen en verwijten van de overkant. Het feit dat er zoveel luchtverkeersleiders meededen met de acties is een uitdrukking van hoe diep het ongenoegen zit. Gelijk welk antwoord moet van dat ongenoegen vertrekken. Het belangrijkste pijnpunt is de werkdruk en de werkroosters die te zwaar zijn. Shiften van 10 uur zijn onverantwoord voor een functie van luchtverkeersleider. De minste fout kan tot enorme drama’s leiden. Het is belangrijk dat er gemotiveerd en fris personeel is. Bij de laatste onderhandelingen kwam de directie met toegevingen, maar dit volstond niet voor het overgrote deel van het personeel. Er was sprake van een arbeidsduurvermindering van 35 naar 32 uur per week op Brussel Nationaal en het luchtverkeersleidingscentrum CANAC in Steenokkerzeel. Op de Luikse luchthaven, waar er meer nachtshiften zijn, zou de arbeidsduur tot 30 uur per week afnemen. De nachtshiften zouden van 10 tot 8 uur teruggebracht worden en de nachtpremie wordt opgetrokken. Ook werd beloofd om de werkorganisatie te verbeteren. Na de vele lege beloften van de directie werd hier

echter weinig geloof aan gehecht. “Dit voorstel wordt niet gedragen door het personeel. Het biedt geen oplossingen voor de problemen,” verklaarde een luchtverkeersleider in de pers. Zonder bijkomend personeel is er geen oplossing. Uiteraard duurt het even vooraleer luchtverkeersleiders opgeleid zijn. Als er in het verleden onvoldoende personeel bijkwam, is dit de verantwoordelijkheid van de directie en de overheid. Zij hebben onvoldoende geïnvesteerd in personeel en proberen nu de gevolgen van dit wanbeleid op de luchtverkeersleiders af te wentelen. Voor de directie telt enkel de continuïteit van de dienstverlening, zelfs indien het ten koste van het personeel en dus ook van de veiligheid van de reizigers gaat. Bij gebrek aan antwoord op het personeelstekort wordt het protest van de luchtverkeersleiders aangevallen. Brussels Airlines trok naar de rechter om tot eind mei een dwangsom van 10.000 euro per geannuleerde vlucht in Europa en 20.000 euro per langeafstandsvlucht te bekomen. Brussels Airlines schat dat het al 4 miljoen euro schade leed door

Zonder bijkomend personeel is er geen oplossing. Uiteraard duurt het even vooraleer luchtverkeersleiders opgeleid zijn. Als er in het verleden onvoldoende personeel bijkwam, is dit de verantwoordelijkheid van de directie en de overheid. Zij hebben onvoldoende geïnvesteerd in personeel en proberen nu de gevolgen van dit wanbeleid op de luchtverkeersleiders af te wentelen. de acties. Dat geeft aan hoe cruciaal het werk van luchtverkeersleiders is. Er zijn dringend meer investeringen in publieke diensten, waaronder luchtverkeersleiding, nodig. Jaren van besparingsbeleid drijven zelfs de luchtverkeersleiders tot verbeten acties. Dat zal niet verdwijnen met dwangsommen en leugens in de media. Het enige antwoord is een breuk met het besparingsbeleid.

Uit de archieven van de klassenstrijd

deleeuwen

W

e starten een nieuwe reeks in deze krant met terugblikken op aspecten van klassenstrijd in het verleden die nuttig zijn voor actuele discussies. Hieronder een kort stuk van Leon Trotski uit 1936 uit zijn teksten over het volksfront in Frankrijk. (Guy Van Sinoy)

Een ‘democratische republiek’…

lijker dat dit systeem rampzalig is voor de gewone werkenden en tegelijk ook voor het leven op de planeet zelf. Er valt nog veel te zeggen over dit onderwerp, onder meer dat deze regels op een zondag geschreven zijn. De strijd tegen dit systeem is immers een paar uur extra waard.

Na een onderbreking van 18 jaar had de schrijver van dit boek de gelegenheid twee jaren lang (19331935) in Frankrijk te vertoeven, ofschoon slechts als provinciaal waarnemer die bovendien zelf onder controle stond. Gedurende deze tijd speelde zich in het departement van de Isère, waar de schrijver woonde, een kleine, zeer gewone en alledaagse episode af die evenwel de sleutel tot de gehele Franse politiek levert. In een sanatorium dat aan het Comité des Forges (1) behoort, veroorloofde een jonge arbeider, die op een zware operatie wachtte, het zich de revolutionaire pers te lezen (juister de pers die hij in zijn naïviteit voor revolutionair hield: de Humanité). De administratie stelde aan de onvoorzichtige zieke, en na hem aan vier anderen die zijn sympathie deelden, het ultimatum: óf afstand doen van het lezen van ongewenste publicaties óf direct op straat geworpen te worden. Het beroep van de zieken op het feit dat in het sanatorium toch geheel openlijk klerikaal-reactionaire propaganda gevoerd werd, hielp natuurlijk niet. Daar het om eenvoudige arbeiders ging die noch mandaten van afgevaardigden, noch ministerportefeuilles riskeerden, maar alleen gezondheid en leven, had het ultimatum geen succes; de vijf zieken, de een aan de vooravond van een operatie, werden uit het sanatorium geworpen. Grenoble had destijds een socialistisch gemeentebestuur met Dr Martin aan het hoofd, een con-

servatieve burger die zoals vaak de toon zet in de socialistische partij en wiens meest volmaakte vertegenwoordiger Léon Blum is. De weggejaagde arbeiders ondernamen een poging om bij de burgemeester bescherming te zoeken. Tevergeefs: ondanks alle bemoeiingen, brieven, voorspraak, werden zij niet eens ontvangen. Zij wendden zich tot het plaatselijke linkse blad La Dépêche, waarin de radicaal-socialisten en de socialisten een onafscheidelijk kartel vormen. Toen de directeur van de krant vernam dat het om een sanatorium van het Comité des Forges ging, wees hij zijn inmenging vierkant af: alles wat je wil maar dat niet. Wegens een dergelijke onvoorzichtigheid ten aanzien van deze machtige organisatie waren de advertenties reeds eenmaal aan La Dépêche onttrokken met een bijhorend verlies aan inkomsten v a n 2 0.0 0 0 frank. In tegen st el l i ng tot de arbeiders hadden de directeur

van de “linkse” krant en de burgemeester wel iets te verliezen: zij deden daarom afstand van de ongelijke strijd en lieten de arbeiders met hun zieke darmen en nieren aan hun eigen lot over. Eens per week of per veertien dagen houdt de socialistische burgemeester, wellicht geplaagd door droevige jeugdherinneringen, een rede over de voordelen van het socialisme boven het kapitalisme. Gedurende de verkiezingen ondersteunt La Dépêche de burgemeester en zijn partij. Alles is in orde. Het Comité des Forges vertoont tegenover dit soort socialisme dat de materiële belangen van het kapitaal niet in het minst schaadt liberale verdraagzaamheid. Door middel van advertenties voor 20.000 frank per jaar (zo goedkoop zijn deze heren te krijgen!) houden de feodalen van de zware industrie en van de banken een grote kartelkrant praktisch aan zich onderworpen. En niet alleen haar: het Comité des Forges heeft klaarblijkelijk genoeg directe en indirecte argumenten voor de heren burgemeesters, senatoren, afgevaardigden, waaronder ook de socialistische. Het gehele officiële Frankrijk staat onder de dictatuur van het geldkapitaal. In het woordenboek van Larousse heet dit systeem “democratische republiek”. Leon Trotski, maart 1936

(1) Comité des forges: patronale organisatie opgezet in 1867 om de belangen van de grote staalbedrijven te verdedigen.


strijd

solidariteit

socialisme

maandblad van de L i n k s e S o c i a l i s t i s c h e Pa r t i j  nr 385  juni 2019

€2

€5 steunprijs

Besparingsbeleid brengt Vlaams Belang terug

samen op straat

tegen haat en

asociaal beleid

23 juni betoging in Gent

D

e asociale regering-Michel/De Wever is zwaar afgestraft. Het Vlaams Belang heeft op het ongenoegen ingespeeld en scoort zijn grootste verkiezingsoverwinning sinds 2004. Voor velen is het een schok dat de extreemrechtse bende van Tom Van Grieken en Dries Van Langenhove dit resultaat kon neerzetten. Velen zijn verontwaardigd en kwaad. Zij kennen het Vlaams Belang en Schild & Vrienden als gewelddadige racisten die voor een asociaal beleid van haat en verdeeldheid zijn. De partij probeerde zich voor te doen als een ‘sociaal alternatief’ op N-VA, maar de stoottroepen van Van Langenhove en Van Grieken waren de afgelopen jaren vooral in de weer tegen wie actief inging tegen het beleid van de regering-Michel/De Wever. Terwijl vakbondsleden en jongeren protesteerden tegen de aanvallen op pensioenen, hoger inschrijvingsgeld, gebrek aan klimaatmaatregelen, … waren Van Langenhove en co bezig met haatgroepen op internet. Er zijn verschillende redenen voor de nieuwe zwarte zondag. Natuurlijk hebben Theo Francken en zijn N-VA racisme genormaliseerd, wat het pad voor het Vlaams Belang geëffend heeft. Maar er is meer aan de hand: de traditionele partijen hebben hun geloofwaardigheid verloren. Na jaren van besparingen en aanvallen op onze levensstandaard, zijn CD&V, N-VA, Open VLD en SP.a afgestraft.

Er werd gezocht naar iets anders en dat is waar het Vlaams Belang in beeld kwam. Met verzet tegen het rekeningrijden en nadruk op de eis om de pensioenleeftijd terug op 65 jaar te brengen, deed het VB zich voor als een sociale partij. Dat is slechts imago: zodra er moet gestemd worden over zaken als hogere minimumlonen of tegen een loonwet die onze levensstandaard gijzelt, staat het VB niet aan de kant van de gewone werkenden. Gelukkig is er ook een doorbraak van de PVDA die nu ook in Vlaanderen de eerste zetels binnenhaalt. Dat is belangrijk om de strijd voor degelijke jobs, hogere lonen en uitkeringen, goede pensioenen, betaalbare huisvesting, ambitieuze klimaatmaatregelen, … een politieke stem te geven. Dat is overigens ook de beste manier om extreemrechts te stoppen. Op veel werkplaatsen hoorden we dat collega’s twijfelden tussen VB en PVDA. Don’t mourn, organise! Er is stevig verzet nodig tegen extreemrechts, maar ook tegen het asociaal beleid dat aan de basis ervan ligt. Door antifascistisch verzet moeten we duidelijk maken dat het wat

ons betreft ‘No Pasaran’ is: we zullen geen duimbreed ruimte aan extreemrechts laten. We moeten ons organiseren zodat de racisten en neofascisten van het Vlaams Belang (en aanverwante groepen zoals de neonazi’s van Schild&Vrienden) geen vertrouwen hebben om op straat te komen, zich te organiseren en hun haat in de praktijk te brengen. Antifascistisch verzet is nodig om te vermijden dat deze score leidt tot aanvallen en geweld op migranten, andersdenkenden en vakbondsactivisten. Alleen consequente, sterke antiracistische mobilisaties, met een programma en acties die onze eisen en bekommernissen even vastberaden verdedigen als onze levenstandaard de afgelopen jaren onder vuur lag, kunnen extreemrechts terug in het defensief duwen. De haat en verdeeldheid

Organiseer je in de strijd tegen het systeem dat haat en verdeeldheid voortbrengt in het belang van winsten voor de allerrijksten!

w w w. s o c i a l i s m e . b e

van extreemrechts moeten we beantwoorden met eengemaakte strijd voor gratis openbaar vervoer, meer geld voor onderwijs, gezondheidszorg en openbare diensten, meer jobs en degelijke lonen. Massale bewegingen op straat rond concrete eisen (14 euro per uur minimumloon, 1.500 euro minimumpensioen, hogere lonen en uitkeringen, …) kunnen VB-kiezers overtuigen om niet de tekorten te willen verdelen, maar om het systeem te bestrijden dat aan de oorzaak ervan ligt. Extreemrechts teert op sociale problemen en ontevredenheid, maar heeft er geen oplossingen voor: niet voor oorlog, niet voor armoede, niet voor klimaatverandering en niet voor sociale problemen zoals werkloosheid, dakloosheid, lage lonen en lage pensioenen. Om deze redenen moeten wij ons organiseren en op straat komen. Niet enkel tegen discriminatie, maar ook voor een samenleving die tegemoetkomt aan de noden van iedereen. Organiseer je in de strijd tegen het systeem dat haat en verdeeldheid voortbrengt in het belang van winsten voor de allerrijksten! * Pagina 4: Nieuwe zwarte zondag brengt Vlaams Belang en strijd ertegen terug * Pagina 11: Extreemrechts in Europa: wanhoop levert geen sociale vooruitgang op

Profile for De Linkse Socialist

De Linkse Socialist 385 - Juni 2019  

De Linkse Socialist 385 - Juni 2019  

Advertisement