Het Visserijblad HVB 2021

Page 1

87 ste jaar • verschijnt al zes jaar als tijdschrift van vzw Climaxi • Winter 2021 1 Afgiftekantoor Gent Stapelplein • Ver. Uitgever: Filip De Bodt Groenlaan 39 9550 Herzele • Merci Facteur

P1 COVER HVB DEC 21.indd 1

10/12/21 10:31


Edito

bergen in lege gasbellen van de Noordzee. Ook hier duikt een gevaar voor de actuele visserij op. In hoeverre zal men daar weer nog mogen gaan vissen?

Op de valreep ligt Het Visserij Blad (HVB) van 2021 voor je neus. Het blijft een jaarlijkse ‘struggle’ tegen dode lijnen en financiële haalbaarheid. Maar elk jaar weer is er de verwondering dat het gelukt is: op een paar weken tijd schieten een twintigtal mensen in actie om deze operatie rond te krijgen. In die mate, dat we deze keer genoodzaakt waren om acht extra-bladzijden in te lassen. Ze leveren standpunten, tekeningen, gedichten, foto’s, verhalen, cultuurbijdragen, een recept, ze ontwerpen en verzenden. Of ze houden de samensteller recht tijdens nachtelijk schrijfwerk. Een welgemeende dank alweer, fijne vrienden. Zoals gewoonlijk komen in het blad verschillende standpunten naar voor en zit daar zelfs wat tegenspraak in. Zo hoort het. Wij willen immers wat er in de visserij leeft naar het binnenland brengen. Mensen leren kennis maken met de werkers in deze sector.

Sinds corona weet iedereen nu toch dat we moeten opletten met onze planeet. Los van alle onzin die verspreid wordt, is het toch duidelijk dat we dit soort van beestjes gaan opzoeken door alles van de natuur te willen exploreren en het leefmilieu van deze vernietigers te dicht te benaderen? Niet omwille van de welvaart van velen, maar omwille van het profijt van enkelen.

En die verdienen, net zoals landbouwers, meer respect. Respect voor de werkuren die ze ervoor over hebben om gezond voedsel aan land te brengen. Respect vanwege consumenten en overheden, die van hun job soms een papieren hel maken. Of beslissen boven de hoofden van elkeen die het werk doet. Ook in het klimaatverhaal hebben zij hun zorgen en engagement. Ook dat brengen we hier naar voor. Dat klimaatprobleem is er immers en non-believers zijn we nooit geweest, integendeel. Maar binnen dat klimaatverhaal moet er inspraak zijn en mededogen. Als er geen brood op de plank komt, dan doet niemand een inspanning. En dat brood wordt dan liefst ook nog eens eerlijk verdeeld. Al te dikwijls zien we dat de echt grote bedrijven zich geen moer aantrekken van wat er gebeurt. Ze strooien PFAS in het rond in de Antwerpse Haven of brandvertragers in de binnenstad van Ronse en schrijven nadien doodleuk dat ze een groen verhaal brengen omdat ze ergens wat textiel maken dat gerecycleerd is of hun CO2 via pijpleidingen willen

Och ja, dit moet ook geen klaagzang worden. In dit tijdschrift hopen we weer wat mooie dingen te brengen. We schetsen het engagement en de inzet van heel wat mensen, brengen een verhaal over mangaanknollen op de bodem van de oceaan, geven het woord aan een visser die geconfronteerd wordt met de vluchtelingenstroom op de Noordzee en schetsen de problemen rond windmolens. We zien daar de sector erop vooruitgaan en presenteren een katern rond de bouw van nieuwe schepen, maar we blijven ook stellen dat de kustvaart kapotgaat en dat die meer aandacht verdient. We hopen dat je dit allemaal de moeite vindt om te lezen. Graag hadden we de lancering van het blad wat extra schwung gegeven door een persconferentie te lanceren met een verhaal, wat muziek en een glas in de hand…maar dat werd alweer onmogelijk gemaakt door corona. Neem er in elk geval het beste van tijdens dit jaareinde. Namens de ganse ploeg wil ik iedereen een fijn 2021 wensen, met evenveel inzet en misschien toch wat minder problemen. Hou zee en het ga jullie goed! Filip De Bodt PS: Het maken van dit nummer kost om en bij de 5000 €. Die wordt welwillend ter beschikking gesteld door de vzw Climaxi. Wie het apprecieert dat we dit nog doen mag altijd een vrijwillige bijdrage storten op onze rekening: Climaxi vzw Groenlaan 39 9660 Herzele info@climaxi.be BE40 0016 3236 1163 HVB is er ook voor zijn lezers: reageren is fijn en wie voor volgend nummer wat in zijn koker zitten heeft is welkom om dit te melden.


HET VISSERIJBLAD Onafhankelijk magazine van de zee

Werkten mee aan dit nummer: Jo Clauwaert, Flor Vandekerckhove, Filip De Bodt, Katrin Van den Troost, Jasper Carlos De Gendt, Steve Savels, HolVan Waeyenberge, Perdo Rappe, RobinPeter De Man, Marnix voet-Hanssen, Légat,Stefaan Jennifer Verleene, Katia VanAntoine Cauwenberghe, Pennynck, Antoine Légat, Peter Van Holvoet-Hanssen, Vrielinck, Katrin den Troost,Carlos NickDe Gendt, Marc Loy, Jennifer Vrielinck, Job Schot, Raf Custers, Pieter Vermeersch, Johan Corveleijn, Eddy Serie…voorwaar Rappé, Marnix Verleene, Hutse een schone bende, al zeggen weSarah het zelf!

Inspirator: Flor Vandekerckhove Eindredactie en Ver. Uitg.: Filip De Bodt Groenlaan 39 9550 Herzele. 0496/718472 of Vormgeving: Nina De Wolf Uw vrijwillige bijdrage is méér dan welkom op rekeningnummer BE40 0016 3236 1163

Foto Jo Clauwaert


Het Privilegie der Visscherie Van King Charles II tot Brexit Of hoe een eeuwenoud privilege ter visserij niet alleen historici en heemkundigen blijft boeien, maar ook binnen een Europese context ter tafel komt bij internationale visserijonderhandelingen en brexit-akkoorden. Midden vorige eeuw is Bruggeling Victor Depaepe de grote pleitbezorger om de actuele rechtsgeldigheid van het Privilegie te staven en bouwt hij een gedegen archief uit ter verdediging van het privilegie bij de bevoegde Britse overheid. Zijn zoon Paul investeert deze immateriële erfenis van zijn vader in het boek ‘Het Privilegie des visscherie’ dat hij samen met Willy Versluys, Rudi Clynckemaille , Rupert Ovenden en Marc Loy inhoud en beeld gaf.

Tijdens de bloederige Engelse burgeroorlogen vlucht Charles II naar het Europese vasteland. Een paar jaar later laat Lord Protector Oliver Cromwell de zetelende koning Charles I onthoofden. Na een dolend bestaan in ballingschap vestigt Charles II zich tussen 1656 en 1659 in het gastvrije 17de-eeuwse Brugge. Met zijn bescheiden hofhouding is hij er een welkome eregast en actief participant bij diverse schuttersgilden binnen de stadspoorten. In Brugge weet hij zich ook militair beschermd door zijn persoonlijke lijfwacht: de aldaar opgerichte Grenadiers Guards. De dood van Cromwell betekent het einde van het Protectoraat waarna de Stuarts in 1660 met hun verbannen monarch weer over het land regeren. Uit dank voor het gastvrije verblijf in Brugge schenkt Charles II de stad in 1666 twee eeuwigdurende visserijprivileges in de Engelse en Schotse wateren voor 50 Brugse vissersschepen. In de 19de eeuw wordt de rechtsgeldigheid van deze ondertussen vergeelde en wat vergeten Privilegies ter discussie gesteld. Britse en prille Belgische autoriteiten voeren een uitzichtloos juridisch en diplomatiek getouwtrek dat dichtslibt in een vaag eerste visserijverdrag van 1852 tussen Engeland en België. Met West-Vlaamse koppigheid en ondernemingsdrang voert Bruggeling Victor Depaepe in de jaren zestig van de 20ste eeuw een heuse kruistocht om de historische rechten van de ondertussen vergeten Privilegies te bewijzen. Depaepe verdedigt zijn stelling in Speakers Corner in Hyde Park en test de rechtsgeldigheid ervan proefondervindelijk uit in de Engelse wateren. Ook na de dood van deze voorvechter blijft dit ‘Privilegie der Visscherie’ de gemoederen beroeren. Met de protectionistische uitbreiding van de Britse visserijlimieten zijn de historische voorrechten actueler dan ooit. Marc Loy: Wat houden die twee ‘Visscherie Privilegies’ precies in?

Victor Depaepe ijverde jarenlang verbeten om de rechtsgeldigheid van het eeuwigdurend ‘privilegie der vissecherie’ verleend door koning Charles II aan 50 Brugse vissersvaartuigen ook na 300 jaar af te dwingen.

Paul Depaepe: De Engelse koning Charles II heeft na zijn ballingschap in Brugge het exclusieve, eeuwig durende recht gegeven aan 50 Brugse vissers om in de Engelse wateren te mogen vissen. Beschouw het dus principieel als een teken van dankbaarheid ten aanzien van de stad Brugge voor zijn ca. 2 jaar durend gastvrij verblijf aldaar met 150 van zijn trouwe royalisten. In die Privilegies, uitgegeven tijdens de tweede zeeoorlog tussen Nederland


en Engeland (1655-1667) zien we, dat De Engelsen, naast bedankingen in lyrische bewoordingen, een stok achter de deur houden. Dit om de Nederlanders te dwingen om licenties te kopen om te kunnen vissen in Engelse wateren. De rechtsgeldigheid van die Brugse ‘Privilegie(s) der Visscherie’ werd bij diverse latere onderhandelingen over visserijverdragen met Engeland telkens in vraag gesteld. Ook recent nog werd bij de brexit-onderhandelingen het Privilegie expliciet op tafel gelegd door ons Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij. Daarvoor werd ik vorig jaar benaderd door medewerkers van bevoegd minister Hilde Crevits om de vele bronnen van informatie die mijn vader bezat over de rechtsgeldigheid van de Privilegies te bespreken en over te maken. M.L.: Welke rol heeft uw vader, Victor, gespeeld binnen de historische context van dit Privilegie? P.D.: Rond 1960 zijn de bewuste ‘Privilegies der Visscherie’ grondig juridisch doorgelicht. Waarbij over de rechtsgeldigheid geen twijfel rees. Dit heeft mijn vader aangespoord om een testreis te maken met de Z.264 waarbij hij bewust in Engelse wateren ging vissen. Na de entering van zijn vaartuig door 3 schepen van de Royal Navy en zijn aanhouding verklaarde de openbare aanklager ter zitting dat hij niet van plan was mijn vader te vervolgen. Ik citeer: “ Mr Depaepe is more eager to be prosecuted than the prosecutor is to prosecute him...” En hij besloot zijn

betoog: “…Do not prosecute…”, “…let them go with the catch…”, “…Request time to prepare a court case…”. Het is duidelijk dat de Engelsen verveeld zaten met deze zaak. In 1964 werd in Londen een internationale visserijconferentie gehouden met 12 deelnemende landen. Die historische rechten dienden toen onder andere ook al als basis om andere rechten te bespreken en vast te leggen. M.L.: Hebt u als kind de ‘kruistocht’ van uw vader ter actualisering van het Privilegie bewust meegemaakt? P.D.: Nee ik was toen 3 jaar. Maar ik wist al van jongsaf dat mijn vader deze visserijrechten altijd heeft verdedigd. Mijn interesse in mijn vaders avontuurlijke strijd voor gerechtigheid werd aangewakkerd toen de Britse Nationale Archieven werden geopend in 1998. Toen werd mij duidelijk dat de Engelsen probeerden een rechtszaak ter vermijden omdat ze bang waren om die te verliezen. Het bewuste dossier van 265 bladzijden is een verhaal op zich en bewijst de onzekerheid van de Engelsen die in het duister tastten en alle mogelijke plannen smeedden om zich uit de benarde kwestie te werken. Maar de tegenwind kwam aangewaaid van over het Kanaal. Toenmalig minister Henri Spaak was van plan om tijdens de Visserijconferentie in Londen in 1964 de rechtsgeldigheid van de privileges teniet te doen en die clausule ook expliciet in het verdrag op te nemen. Victor begon toen soms ook letterlijk aan

Zoon Paul Depaepe schrijft samen met vier medeauteurs een boek over dit Privigelie waarbij het historische charter gesitueerd wordt in tijd en ruimte, de actuele betekenis van het document onder de loep wordt genomen en de vraag gesteld wordt of dit prerogatief ook nog in brexit-tijden levensvatbaar is. De auteurs kunnen daarbij putten uit het rijke tekst- en beeldarchief van Victor zelf, het studiemateriaal van zoon Paul en recent opzoekingswerk.


zijn eenzame kruistocht met de bedoeling de publieke opinie aan zijn kant te krijgen. Maar Spaak boog niet en Victor plooide niet. De uiteindelijk patstelling werd doorbroken toen Spaak het geweer van schouder veranderde en zijn standpunt herzag op voorwaarde dat ook Victor zijn actie staakte. Het eindigde op een status quo: De Privilegies werden niet afgetekend en alle verdere pogingen om de rechtsgeldigheid te verdedigen bij het Londense Hoger Gerechtshof werden afgeblazen. M.L.: Bij het samenstellen van het boek, kunt u putten uit de archieven, geschreven bronnen en beeldmateriaal van uw vader. Wat is uw bijdrage in het verder uitdiepen van die materie? P.D.: Mijn Vader heeft destijds hulp gekregen van een Waalse baron die toegang had tot de archieven in Brussel en Londen. Ook het Brugse stadsarchief heeft veel materiaal opgeleverd over de periode dat Charles II in Brugge verbleef. De bewuste Privilegies horen bij de meest belangrijke stukken van het archief en zijn pas in 1964 teruggevonden op de zolder van het postkantoor op de grote markt te Brugge. Onlangs hebben we ook het reisverslag teruggevonden van de commissie die belast was met de onderhandelingen over de moeilijkheden die de Brugse vissers en handelaars ondervonden in de Tweede Engelse Zeeoorlog. Maar uiteindelijk konden ze toch triomfantelijk terugkeren met de Privilegies naar Brugge. Het volledige reisverslag komt in het boek. Het werd neergepend in volle oorlogstijd, met het Kanaal vol kapers, piraten en oorlogsschepen terwijl Londen zijn bevolking door de pest gedecimeerd zag. Dit alles geprojecteerd tegen de historische gebeurtenissen in 1666. M.L.: Waarom hebt u dat boek willen maken? P.D.: Iedereen die van dichtbij betrokken is bij de visserij en ook de Bruggelingen zelf hebben ooit al eens gehoord van die visserijprivileges. Maar dit verhaal is nooit in zijn totaliteit in boekvorm verschenen. Het is en blijft een boeiend en uniek verhaal in de Vlaamse visserijgeschiedenis. De kwestie van de rechtsgeldigheid vanaf 1850 tot en met het Brexit-akkoord toont aan hoe een document uit 1666 nog een actuele betekenis heeft bij visserijconflicten en -onderhandelingen. Ook het koppige doorzettingsvermogen van mijn vader Victor om keer op keer alles uit de kast te halen om de mogelijk rechtsgeldigheid van die privileges te bewijzen laat zich lezen als een eerlijk en moedig verhaal over gedane beloftes en de interpretatie van historische feiten. Het boek is voor mij dan ook een ultiem eerbetoon aan wijlen mijn vader. M.L.: Welke betekenis kan het boek nog hebben

voor de Vlaamse visserij in de Britse wateren na de Brexit? P.D.: Tegen 2026 moeten de visserijquota in de Engelse wateren met 25% afgebouwd worden. Daarna zal er opnieuw over quota en visserijlicenties onderhandeld worden. Nu al zijn er weer eens strubbelingen tussen Fransen en Engelsen in het Kanaal. Het zal weer oplaaien in 2026 zowel van Engelse als van Europese zijde. En ik ben er nu al van overtuigd dat de privileges van 360 jaar terug ter sprake zullen komen. In ieder geval zal het boek een rijke bron van informatie zijn wanneer de discussie over rechtsgeldigheid van die Brugse Privilegies weer op tafel komt te liggen. De Engelse koningen James I, Charles I en Charles II hebben er alles aangedaan om de soevereiniteit van de Noordzee en de visgronden voor hun kust op te eisen maar zijn daar nooit in geslaagd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd met één handtekening de Engelse soevereiniteit over een groot gedeelte van de Noordzee en de belangrijkste visgronden realiteit. Een lichtpunt blijft onder andere de mogelijke historische rechten van de Vlaamse vissers die al sinds eind 13de eeuw de Engelse kusten bevissen met toestemming van de Engelse koningen in verdragen, licenties en eeuwig durende Brugse privilegies. Marc Loy Het ‘Privilegie der Visscherie’ is vanaf het voorjaar 2022 in de handel. Wie nu al wil voorintekenen kan contact opnemen met Willy Versluys tel. 0475 80 63 03 of willy@ versluys.net

De Vlaams-Spaanse edelman Marc de Oñate (1612-1674)


Behoedzaam blies Germain rookwolkjes in de ochtendlucht. Hij liet zijn pijp rusten op zijn knie terwijl hij roerloos naar het bijna lege dok staarde. De koude van de roestige bolder onder zijn zitvlak paralyseerde zijn onderlijf. Hij verzette zich niet, nooit meer… Had die gelatenheid te maken met zijn gevorderde leeftijd? Vroeger beantwoordde hij aan het clichébeeld van de stoere vissersbonk die onverschrokken zijn netten in de wildste wateren liet zakken. Ondertussen kon het hem niet veel meer schelen… “Het is allemaal naar de kl…”, bromde hij tussen zijn bruine tanden. Plots landde een geringde zilvermeeuw vlakbij hem op de kade. Germain schonk er eerst geen aandacht aan. Tijdens zijn loopbaan had hij die luidruchtige vogels vooral als lastposten beschouwd, die niet te beroerd waren om hun snavel in een vers opgeviste vangst te steken. Maar het dier bleef opvallend rustig; zijn grote ogen staarden naar de oude visser. “Hey, meeuwtje, wat scheelt er met jou ?” Geen reactie… “Heb je honger ? Maar ik mag jou niet voederen, want dan krijg ik een boete; er staan overal camera’s. Ik kan zelfs geen viskop meer in het water gooien, of knip, ze hebben mij te grazen…”

OOSTEROEVER DIALOOG laatst gebunkerd voor afvaart. De windmolenboten zijn al naar de achterhaven verplaatst. … Hey, meeuwtje, ik heb je nog geen naam gegeven : ik noem je Liesje, net zoals mijn vrouw zaliger.” Germain had de indruk dat het dier instemmend knikte. “Zie je die megagebouwen die op vroegere scheepgronden oprijzen? Wist je dat die grond aan veel te lage prijs gekocht werd van West-Vlaanderen, met loze beloftes aan de visserij ?” Geprikkeld door zijn aandachtige toehoorder geraakte Germain steeds meer op dreef : “Beter Begoede Burgers uit het “Blauwebruggebouw” hebben met petities hun slag thuisgehaald. Pontons voor hun jachten zijn besteld ! Onze petities destijds tegen de teloorgang van de ziel van Oostende hebben geen barst uitgehaald… Maar ja, wie zijn wij, nietwaar Liesje ?” “Kjaa… kja kja kja….”

De zilvermeeuw hield zijn kop een beetje schuin; zijn ogen bleven priemen. Een plotse rilling sidderde over de rug van Germain. Ineens herinnerde hij zich de laatste woorden die zijn vrouw uitgesproken had:

“En schatje, zorg dat je niet te pletter vliegt tegen één van die dure wolkenkrabbers hier. Niet dat ze inzitten met een dode vogel, hoor, wel met de afdruk op het vensterglas en de stank van een rottend lijk…”

“Ik zal je nooit verlaten; ik keer terug op een andere manier…”

Liesje waagde zich nog enkele trippelpasjes dichter. Germain fluisterde haar toe vanachter zijn vrije hand : “Weet je dat wij niet de enige ongewensten zijn ? Er staan al bordjes met parkeerverbod voor niet-residenten. En verbodstekens voor honden. Nu nog slagbomen en een speciale pas met QR-code om de Oosteroever te mogen betreden !”

Die grote ogen leken deksels veel op de ogen van zijn vrouw ! “Ben ik aan het hallucineren ? Ik heb nog geen enkele pint gedronken vandaag. En het voorlaatste visserscafé langs de kade is al 3 jaar dicht…” De zilvermeeuw hief zijn kop, strekte zijn hals en uitte een langgerekte klaaglijke kreet.

Germain schudde onbegrijpend het hoofd :

“Ja, ik zie dat je mij begrijpt ! Eigenlijk zijn wij collega’s : we worden allebei beschouwd als overlast en professioneel weg gepest. De kettingen van onze boten maken teveel lawaai, onze motoren met hun dieselwalmen stinken uren in de wind… net zoals jij iedereen irriteert met je geschreeuw en je sch…terij.”

“En tenslotte de vuurtoren : die appartementsbewoners kunnen zogezegd niet slapen door de lichtflitsen. Hebben ze misschien geen geld om fatsoenlijke gordijnen te kopen ? En hupla, de vuurtoren zal verplaatst worden…” Alsof dat laatste er teveel aan was, steeg Liesje plotseling luid krijsend op en liet “iets” naar beneden vallen. Germain veerde recht : “Hé Liesje, verlaat mij niet ! Wanneer zie ik je terug ?” Terwijl de zilvermeeuw verder op de wind wegdreef, liet de oude visser zich weer op de bolder neerzakken en zuchtte: “Och ja, wat kan het jou schelen of je op een oud of een nieuw gebouw moet schijten…”

De meeuw trippelde een meter dichter naar Germain toe. “De overblijvende vissersschepen worden voor het

Katia Van Cauwenberghe Marnix Verleene

“Wat vind jij ervan, meeuwtje ? Mis je ook de vissersboten ? Vroeger had je hier een luilekkerleventje, niet ?” De zeevogel klapte kort met zijn snavel.


Klimaat, windmolens en visserij: Dangerous Liasons Je zal het maar tegenkomen als visser: de zee wordt warmer, sommige soorten zoeken het Noorden op, er is meer storm en je krijgt er allerhande obstakels bovenop: zee-boerderijen, windmolens, natuurgebieden, energie-eilanden enzovoorts. Wie op zee gaat ziet zelf direct wat een warboel die Noordzee voor onze kust eigenlijk is. Kan het anders? Hoe moeten we nu verder met die windmolens? Wat is er aan de hand? Climaxi zoekt naar uitdagingen en oplossingen en probeert het kaf van het koren te scheiden.

bij de meeste kustvissers met 20 tot 25% gezakt. Ik vaar al dertig jaar: vroeger hadden we 3 seizoenen: de vangst op kabeljauw, die op tong en de garnalen. Nu schiet er nog 1 over, dat van de garnalen.” Kustvissers hebben het daarbij nog lastiger dan kotters die naar Ierland of Denemarken varen, zegt Rudy: “Wij hebben geen keuze, we zitten hier vast. Je kan niet zomaar een paar honderd kilometer verder gaan vissen. Daar is je schip of je vismateriaal niet voor gemaakt. En net in deze kustzone gooit men nu alles vol. Dagelijks zien wij hier projecten starten of materiaal van De Nul of DEME opduiken, terwijl we van niets weten.”

Als sociale klimaatbeweging gaan we uiteraard niet het spoor bewandelen van de klimaatontkenners. Er zijn genoeg elementen voorhanden om dagelijks vast te stellen dat het klimaat verandert. We zien ook dat het ontkennen van het probleem een achterhoedegevecht wordt. De wereld erkent dat er problemen zijn. Hier of daar lopen er nog wat dromers rond die denken dat het wel allemaal de fout van Bill Gates zal zijn, maar die groep wordt kleiner en kleiner. Een aantal vissoorten schuiven op naar het noorden. Ook andere gevolgen voor de visserij komen dichterbij, zegt bioloog Filip Meysman van de Universiteit van Antwerpen: “Ook in onze Noordzee zal dat op termijn meer en meer een probleem worden, zegt Meysman:de ecosystemen op de bodem van de Noordzee, en dus de platvissen, de tong, de oesters, de kreeften die daar leven, gaan te kampen krijgen met een toenemende kans op zuurstofloosheid in de zomer.” Het aantal verdwijnende diersoorten op aarde stijgt voortdurend, dus hebben we ook natuurgebieden nodig. Ook hier heeft een welles/nietes discussie weinig zin: de kans dat er ooit nog natuurgebieden afgeschaft worden is miniem tot onbestaande.

Vissers Er zijn natuurlijk ook nog de oorspronkelijke gebruikers van de zee, de vissers, die klagen over de sterk verminderde ruimte die hen toebedeeld wordt. Ook die hebben overschot van gelijk: je moet de mensen hun job niet afnemen zonder dat je daar vergoedingen tegen over stelt. Zo niet bedreig je deze mensen in hun bestaan. Kustvisser Rudy Beuckels: “Als er niets verandert, dan moeten wij actievoeren. Wij zitten al met een aankomende mosselboerderij voor de kust, méér en méér windmolenparken, Natura 2000 gebieden, plannen om er zonnepanelen te laten op drijven. Voor ons is het genoeg geweest. De opbrengst is de laatste twee jaar

De druppel die de emmer deed overlopen, was een vergadering bij ILVO waarin men de vissers vertelde dat er voor de kust een nieuwe zone komt waar men niet mag vissen: die van de zandwormen. Die wormen zorgen voor een betere kustverdediging tegen overstromingen. Het project zou in 2023 van start gaan. Vissers spraken onmiddellijk over een blokkade van de haven, maar dienden uiteindelijk via de Rederscentrale een tegenvoorstel in waarbij de zones opgeschoven worden. Ondertussen bleef het stil. Rudy Beuckels: “Ik heb er niks tegen dat er hier en daar andere activiteiten voorzien worden, maar ze liggen dikwijls op ons beste visgronden of ze zorgen ervoor dat wij kilometers moeten omvaren. Zo ligt het geplande


mossel en zeewierenkweekcentrum van Colruyt pal in een kinderkamer barstens vol jonge tong. Eerst waren die nochtans voorzien in andere zones.” Over een heel aantal van deze randactiviteiten kunnen we kort zijn: ze horen niet thuis in de gebieden, die traditioneel onze vissers toebehoren. Als giganten zoals Colruyt dan toch mosselen wil kweken, laat ze het dan doen in hun eigen windmolenparken. Dat zorgt natuurlijk voor hogere kosten omdat de afstand wat groter is, maar het is voor onze voedselvoorzieningen onnodig en zelfs nefast dat een grote retailer nu ook een monopolie gaat organiseren waarbij het de prijszetting van een ganse sector kan domineren.

Windmolens Het verhaal rond de windmolens is wat ingewikkelder. Windmolens zorgen er volgens vissers voor dat de vis verdwijnt in de zuidelijke Noordzee. Anderzijds zien we dat de visserijdruk voor onze deur vrij groot is. Sportvissers wijzen erop dat dat het gevolg is van grootschalige technieken. Deltavissers.nl schrijft: “De flyshootvisserij neemt na de ban van de elctrische puls een grote vlucht. Probleem met deze techniek is dat er een zeer hoge bijvangst aan kleine vis bestaat. Flyshooters vissen in regel op ongequoteerde soorten zoals poon en mul. Ongequoteerd vissen leidt tot excessen en problemen met de bestanden van die soorten.” Conclusie: er zijn ook andere factoren (industriële schepen, slechte vismethodes, klimaat…) die er voor zorgen dat de vangst van kustvissers verkleint. We hebben hernieuwbare energie nodig om onze energie-afhankelijkheid van Russen en andere wispelturige regimes aan banden te leggen én om energie te produceren die geen CO2 uitstoot. De vraag is dan of dat persé met windmolens moet gebeuren. We stelden die aan Dirk Knapen, een energie-expert die dagelijks klimaatplannen opmaakt voor gemeentebesturen: “Ik denk dat we eerder moeten

inzetten op zonne-energie dan op windmolens. Windmolens zijn efficiënter, ook al staan ze regelmatig stil (bij te sterke wind of als de energieprijzen zodanig dalen dat de productie verlieslatend wordt nvdr). Maar er is in Vlaanderen nog maar 7 % gebruikt van de geschikte dakoppervlakte voor zonnepanelen. Een beter gebruik daarvan zou 50 gigawatt aan extra energie opleveren, dat is meer dan onze huidige kerncentrales.” Volgens Knapen zijn er nog een heleboel andere oplossingen: “Het probleem is dat zon en wind seizoensgebonden energie zijn. Voor wind is dat minder het geval door de klimaatverandering. Er zijn bijna geen dagen meer dat het niet waait. Maar men kan de opslagcapaciteit verbeteren tot op dorpsniveau. En men kan grotere windmolens bouwen bijvoorbeeld, die minder oppervlakte in beslag nemen. Laat ons ook niet vergeten dat al die parken in handen zijn van financiële giganten voor wie energie winst is in plaats van een probleem dat dringend een oplossing moet krijgen. Ik sta er dikwijls van te kijken dat het leger energie-ingenieurs er maar niet in slaagt om degelijke technische oplossingen te voorzien die in andere landen wel kunnen. Zo probeert men de mensen wijs te maken dat ons net al die pieken en dalen van hernieuwbare energie niet aankan. Dat is je reinste prietpraat.” Climaxi leidt uit deze stellingen af dat het dus wel anders kan. We kunnen dus technisch wel met minder windmolens en zonder kernenergie, als we dat maar willen. Dan is het ook maar logisch dat men de plaats van de visser op zee garandeert en niet verder verkleint. Als men dat toch wil doen, dan moet men de mensen ook maar betalen voor de schade die we op hun visgronden aanrichten. Dat betalen moet niet door de gemeenschap gebeuren maar in de eerste plaats door diegenen die de winsten van deze megaprojecten oprapen. Filip De Bodt


Noord, Zuid en Julius Caesar De Nederlandse kustvisserij zag er voor de oorlog hetzelfde uit als onze Vlaams-Belgische kustvisserij en dat was ook zo in Noord-Frankrijk. Na de oorlog deden onze kustvissers voort met hun vertrouwde vaartuigjes maar Nederland bouwde kort na WO II een nieuwe kustvisserijvloot. Ondertussen groeiden we verder uit mekaar, met de nodige conflicten als gevolg. Er bestaat een liedje waarin staat ‘Nederland herrees onder Drees’, die was toen eerste minister. Dat zagen wij met eigen ogen in 1961 toen wij met mijn vader en zijn autootje naar Breskens reden om uit te zoeken waar zij hun sprot vingen. Op dat moment zat er weinig sprot op onze kust. De Breskiaanders deelden vriendelijk hun bevindingen aan ons. Maar wat zagen wij daar, een vloot moderne stalen kustvaartuigen. Zoals we weten kregen ze daar steun van overheid en banken zoals wij dat bij ons nooit hebben gekend. Ik weet van mijn vader, die als kustvisserreder de Rederscentrale hielp stichten in 1950, dat onze toenmalige minister van Visserij Baron De Vleeshauwer iets zei die zijn onwetenheid onderstreepte. Kustreders hadden hem gezegd dat het slecht ging met de verdiensten in de kustvisserij. Waarop de minister antwoordde : “Kunnen jullie dan niet naar IJsland gaan vissen daar zit toch vis genoeg”. Dat toont aan hoe een minister van Visserij op de hoogte was. Het wijst ook vooral op het verschil met de Nederlandse visserij overheid. Het zegt al iets over het verschil van aanpak van visserij in België en Nederland. Laat ons maar zeggen dat Nederland een groot visserijland is en België een klein, maar dat onze visserij op zich ook groot was zonder veel tussenkomst van de overheid. Vanaf 1962 kwam de boomkorvisserij op in onze kustvisserij. Bijna ieder reder van een kustvaartuig liet de bokken en bijbehoren plaatsen om op garnaal te vissen. Wij deden naarstig verder met ons bokkensysteem en vingen bijna tweemaal zoveel

garnaal als voordien. Dat gaf onze kustvisserij een serieuze boost. Maar met uitzondering van wat nieuwe kustvaartuigen op dezelfde maat van de bestaande, deden we allen verder met onze geliefde mooie bootjes. In Nederland wilden ze meer. Vanuit de kustvisserij gingen reders grotere schepenbouwen, uitgerust met het bokkensysteem en zwaardere motoren. De Vlaams Belgische kustvissers hadden daar hoegenaamd geen boodschap aan en wilden de traditionele kustvisserij behouden. ‘s Nachts vissen op garnaal om ze ’s morgens vers te koop aan te bieden in de vismijn en op de ‘Trap’ in Oostende. Wij waren daardoor nauw verbonden met toerisme en de mensen die naar de Trap kwamen voor hun gewone dagelijkse boodschappen. Dat was niet alleen in Oostende zo, in alle Franse vissershavens met kustvisserij deed men hetzelfde. Halfweg de jaren 60 kwamen grotere Nederlandse bokkenvissers op tong vissen in onze Belgische wateren en van meet af aan verzetten wij ons daartegen. Nog tijdens de jaren 60 schreef ik misschien als eerste in de wereld, dat men daardoor een kustzone aan het vernietigen was. Ik schreef in kranten en weekbladen, ook het Visserijblad. Mijn betrachting daarbij was altijd om de politiek langs de volksvertegenwoordigers te bereiken want als zij daar niets van wisten konden ze er ook niets aan doen. Doch bij deze aanwezigheid in onze Belgische wateren van grotere Nederlandse bokkenvissers achter werd er weinig drastisch opgetreden. Hoewel onze Zeemacht er wel af en toe één bij de lurven kon pakken. Wij waren vanaf dan verplicht onze kustwateren te beschermen tegen vreemde aanwezigheid. Dat deden we later ook tegen de zandwinning en later rond het jaar 2000 tegen windmolens voor onze kust. Ik zag ons kustvissers altijd als de eersten die waakzaam onze kust in bescherming namen. Hoewel we in eerste instantie tegen het gebruik van


Foto: Z98 van Pedro Rappé

wekkers (kettingen) met de bokkenvisserij waren om op tong te vissen deden we het even later zelf, doordat er toch weinig werd tegen opgetreden. Je was als kustschipper verplicht om mee te zijn als je evenveel wilde verdienen als de besten. En dat is wat kustvisserij inhoudt, mee zijn met de topverdieners, dan zit je daar dan ook bij. En ja, we vingen veel meer tong met het bokkensysteem en de wekkers en we gingen er zelfs van houden. In de late jaren 80 werden de quota ingevoerd. Als bij de grotere Nederlandse vissersvaartuigen hun tongquotum op was gingen er velen van hen op garnaal vissen en kwamen ze zonder scrupules in onze kustwateren terecht om de garnaal bij wijze van spreken van voor onze neus weg te halen. Ware dat allemaal wettelijk geweest konden we niet reklameren maar ze waren niet in orde omdat we wisten dat hun motoren tot het dubbele van onze en de toegelaten P.K ’s waren.

baas zou kunnen en dat hij al veel gewoon was geraakt met onze varkensboeren. Daarbij zei hij dat er een paar lastigaards in het bestuur van de Rederscentrale zetelden. Hij noemde dat er een paar maar eigenlijk had gij het over 1 en dat was ikzelf. Had hij 1 genoemd dan lag het er vingerdik op dat het een rechtstreekse aanval op mij was. Ik verschoot daar ter plekke natuurlijk van maar in plaats van mij koest te houden werd ik nog strijdlustiger. Ik werkte verder vanuit de Rederscentrale en was me wel bewust dat hetgeen ik daar naar voren bracht tot bij de minister kwam, hoe en op welke manier dan ook. Vanuit de Rederscentrale hadden we met een afgevaardiging van onze Kustvisserij een vergadering met topmensen uit Nederland en die gaven ons gelijk. We werden bijgestaan door de directeur en de voorzitter van de Rederscentrale maar nadien kwam er toch niets van.

Dat konden we niet tolereren en we gingen onder mijn impuls aktie voeren. We hadden langs de nationale kranten en Vlaamse TV stations iedereen op de hoogte gesteld van een ‘Zwarte Vlaggenaktie’. Ik liet mij in het bestuur van de Rederscentrale stemmen om van daaruit te proberen rechtstreeks in contact te komen met de minister van Visserij, die toen De Keersmaeker was, om de grotere Nederlanders van voor onze kust te krijgen. We waren goed bezig, wij voelden ons sterk omdat ze hier onwettelijk kwamen vissen. Ik dacht, vanuit de Rederscentrale, dat als we onze minister op de hoogte konden stellen hij zich zou inspannen voor ons. Maar niets was minder waar.

We wisten dat onze minister van Visserij beste vrienden was met zijn Nederlandse collega Braks. We wisten uit betrouwbare bron dat sommige van onze diensten niet hard mochten optreden tegen grotere Nederlandse vaartuigen met zwaardere motoren die op onze kust kwamen vissen. Duidelijk dus dat onze minister van Visserij eerder pro Nederlands was en liever had dat wij als brave Vlaamse Belgische kustvissers niets zouden doen. Intussen deed de Nederlandse garnalenvisserij ijverig verder met het opzetten van een Nederlandse Garnalen Industrie. Wij streden voor het behoud van onze traditionele kustvisserij, door o.a. niet meer dan 24 uur op zee te zijn. Daarentegen visten de Nederlanders vijf dagen en nachten aan een stuk voor onze kust.

Op het jaarlijkse banket van de Rederscentrale, die dat jaar doorging in het casino van Middelkerke, zou minister De Keersmaeker onze visserij komen toespreken. Ik kreeg als het ware een koude douche over me heen toen De Keersmaeker in zijn speech zei dat hij onze kustvisserij met hun akties wel de

Ik kreeg er genoeg van en liet mijn schip slopen in 1993, was toen 48 jaar en streek een slopingspremie op. Die kwam van Europa en België. Nog 59 andere Belgische reders deden hetzelfde. Men had ons allen voordien ook laten weten dat de toekomst er niet rooskleurig uitzag en zo was het ook.


Na mij was er drie jaar geen enkele kustreder/garnaalvisser vertegenwoordigd in de Rederscentrale. Ik drong er bij mijn ex-collega’s op aan om te ijveren één van ons in het bestuur van de Rederscentrale te krijgen. En één had zich kandidaat gesteld maar dat mislukte. Daardoor stichten enkele kustreders de Vlaamse Vissersbond. Ze wilden de belangen van de kustvisserij verdedigen en ze zeiden daarbij dat ze het anders gingen aanpakken. Kort daarna organiseerden ze een havenblokkade van Oostende tegen de Nederlandse aanwezigheid op onze kust. Daarbij kwamen ze ook in conflict met de Rederscentrale. Toen ging men windmolens voor de kust zetten, aan Wenduine Bank. Daarbij hadden medewerkers van minister Olivier Deleuze, als antwoord op de vraag van een kustreder wat er met ons moest gebeuren, gezegd: “Jullie moeten verdwijnen”. Ik las dat allemaal en dacht erbij, een minuutje hé, eerst trekken ze de Nederlanders voor op de Belgen en nu moeten we verdwijnen om windmolens te zetten. Ik ging naar de Bibliotheek in Oostende om daar een boek over de Grondwet van België lenen, te lezen en te bestuderen. Ik vond iets dat kon gebruikt worden; psychologische rechten. Was onze kustzone dan niet de visgrond van onze voorvaderen, waar wij van leefden en die we hielpen beschermen. Ja natuurlijk. En wij zouden moeten verdwijnen voor windmolens? Zoals gewoonlijk in die tijd gaf ik een interview aan “Het Nieuwsblad”. Korte tijd later zei minister van Noordzee Johan Vande Lanotte, zelf een grondwetspecialist dat ze de windmolens gingen opschuiven naar de Thornton Bank. Dat was dan toch buiten de kustzone. De Vlaamse Vissersbond deed ook zijn duit in het zakje door aktie te voeren. Misschien hadden we het voordien tegen de Nederlandse aanwezigheid in onze kustwateren ook moeten opnemen voor die ‘psychologische rechten’ en hadden we naar de Raad van State moeten gaan. Onze kustvisserij was tijdelijk gered doordat de windmolens op Thornton Bank zouden komen. De Vlaamse Vissersbond had goede contacten met de Groen, dat toen in de regering kwam met leading lady Vera Dua. Ze bekwamen een beschermde drie mijlenzone waar onze kustvisserij ongestoord kon vissen. Voldoende was dat niet, zes mijl ware beter geweest. Toen ik Véra sprak op het Vissersfeest waar ze haar Prijs Verdienste in de Visserij in ontvangst kwam nemen, zei ze me: “We hebben die drie beschermde mijl kunnen bewerkstelligen en dat ging moeilijk maar ik weet niet of dat kan standhouden.” Ik dacht meteen: “Als zelfs een minister van Visserij niets kan veranderen voor lange tijd, welke krachten zitten daar dan achter om dat in de kortste tijd teniet te doen?” De laatste jaren hebben Vlaamse vissers veel con-

tact langs Internet, vooral via Facebook, met Nederlandse vissers. Hadden we dat vroeger maar gehad. Net voordat de Zeeuws-Nederlandse reder en visser Job Schot zijn “Eendracht maakt Kracht” wou starten belde hij me op. Uit het gesprek werd mij duidelijk dat die titel toch wat afgeleid was van de nationale Belgische spreuk ‘Eendracht maakt macht.’ Ik maakte Nederlandse vissersvrienden langs Facebook en had conversaties met hen en vooral met iemand die ik aanzie als mijn beste FB vriend in Nederland. Hij is jonger dan ik en woont in Arnemuiden maar vaart ook met Belgische vissersvaartuigen. Wel ja zei hij: “Wij zijn de Noord en jullie de Zuid”. Hij bedoelde Noord-Nederlanders en Zuid-Nederlanders. Ik antwoordde hem : “Hey als we wat verder terug gaan toen Julius Caesar hier kwam lag het gebied van de Oude Belgen tussen de Seine en de Rijn”.

Even later stuurde een Nederlandse vriend van hem een bericht, “Zijt ge niet bang van de Nederlandse Staatsveiligheid”. Ik antwoordde daarop : “ Wij hebben hier ook een Belgische Staatsveiligheid hoor en die is overal waar je het niet zou verwachten”. De conversaties tussen Nederlandse en vissers en ikzelf werden koeler. Momenteel doen onze Nederlandse buren nog altijd verder met hun Nederlandse Garnalen Industrie voor onze Belgische kust. Ik keek op toen de nieuwe vertegenwoordiger in de Rederscentrale van onze weinige overblijvende kustvissers op Facebook verscheen met een T-shirt aan waarop stond: ‘Eendracht maakt Kracht’. Ik heb erbij gezet ‘Hollands Glorie’, naar het boek van Jan den Hartog. Toen Bart De Wever onlangs bekend maakte dat het zijn doelstelling is om na het ontmantelen van België met Vlaanderen een volgende stap te zetten en samen te gaan met Nederland, verschoot ik daar dan ook niet van. Waarom niet: omdat deze gedachtengang bij sommigen al bestond van voor de eerste wereldoorlog. Eddy Serie


De mens op drift, zoekend naar een betere plek op deze wereld In de tijd waarin wij leven anno 2021 is de stiel van “visserman” zijn geen sinecure. Het houdt niet op met alleen vissen, dus vis vangen, verwerken, ijzen, opslaan in het visruim en aan het eind van de reis de vis lossen. Ondertussen hopen we als reder en bemanning op goede prijzen in de vismijn, zodat een rendabele “besomming” kan behaald worden. Eigenlijk is dat een cyclus die al sinds mensenheugenis zo gaat, ups en downs, goed en slecht weer, goede vangsten afgewisseld door magere vangsten, lage en hoge prijzen het is een golfbeweging waarop we meegevoerd worden als vissers op de levenszee van ons bestaan. Een bestaan waarin we tegenwoordig te maken hebben met ontzettend veel regels en wetten al dan niet vervaardigd achter een van de vele bureaus in Brussel. En met het huidige thuiswerken zou het zo maar kunnen dat aan het bureau van een Europarlementariër of een van diens medewerkers thuis in Roemenië, Griekenland, Oostenrijk, etc. (landen die niet grenzen aan onze noordelijke wateren) weer een regel verzonnen wordt die het ons als Noord Europese vissers weer moeilijker maakt om normaal onze stiel uit te oefenen. Ja we hebben er meer van doen, zoals met de aanlandplicht, gesloten gebieden op zee en de windparken. Een nieuw fenomeen waar we het laatste jaar mee geconfronteerd worden is bootvluchtelingen, menselijk lijden in optima forma. We vissen met de Z 201 en meerdere collega’s in het nauw van Calais en juist in het zuidwesten van Dover richting Brighton, juist tussen Duinkerke en Boulogne sur Mer waar het kanaal op zijn smalst is, wagen veel vluchtelingen de oversteek. Hoe komen ze zo hier terecht zult u zich afvragen. De keer dat wij met de vluchtelingen gesproken hebben, zeiden ze afkomstig te zijn uit Afghanistan, Libië en andere Afrikaanse landen. Wat opvalt is dat het gros jonge mannen is zo in de leeftijd van 20 tot 30 jaar, soms zijn er

een paar kinderen en vrouwen bij. Er is een dagelijkse toestroom de EU in vanuit Afrikaanse landen, die vanuit Spanje en Italië noordwaarts trekken, o.a. richting noord Frankrijk waar ze zich al dan niet ophouden in vluchtelingenkampen langs de kust. De leefomstandigheden daar zijn verre van benijdenswaardig. Geholpen door mensensmokkelaars aan wie ze een groot bedrag moeten betalen om zodoende een plaatsje te bemachtigen in een opblaasbare rubberboot. Het is een hachelijke onderneming om op de drukst bevaren vaarroute ter wereld de oversteek te wagen. Zigzaggend tussen bulkcarriers, tankers, containerschepen (die met snelheden van 20 knopen of meer door het kanaal varen) en last but not least vissersschepen.

Je kunt wel begrijpen dat het een wonder is voor deze mensen dat ze veilig de overkant bereiken. Afgelopen week zagen we dat niet voor alle bootvluchtelingen de overtocht goed eindigt, voor de kust bij Duinkerke verdronken 27 mensen, overvaren door een groot schip. Je vraagt je als visser af wat triggert deze mensen om deze gevaarvolle overtocht te maken? Is Engeland dan echt het beloofde land? Naar het schijnt is er gratis gezondheidszorg en kunnen ze zichzelf daar goed verstaanbaar maken, omdat Afrikaanse landen voormalige Engelse kolonies waren en natuurlijk is Engels de internationale voertaal wat hun integratie wel vergemakkelijkt. De leefomstandigheden waarin ze verkeren in Frankrijk schijnen belabberd te zijn, dus is de keus om de oversteek te wagen met alle gevaren van dien toch aantrekkelijker dan te blijven waar ze zijn.


Afgelopen week was het een D-day richting Engelse wal, schijnt dat wel 25 rubberboten de oversteek gewaagd hebben op 1 dag, het was prachtig weer om de kans te wagen. Ook bij ons passeerden 2 rubberboten ons boord. Op 6 september j.l. lagen we te vissen in het zuidwesten van Dungeness toen een rubberboot dicht bij ons stilviel omdat de benzinetank leeg was van hun buitenboordmotor. We zijn ernaar toe gevaren en hebben ze eten en drinken gegeven, en de kustwacht opgeroepen. Je ziet dat ze meestal goed gekleed zijn en een grote telefoon in handen hebben, dat wekt wel verwondering. Maar ja, als je dan enkele vrouwen en kinderen ontwaart tussen de inzittenden dan word je wel geraakt en rijst weer de vraag in je binnenste “wat bezielt deze mensen om huis en haard te verlaten?” Kijk, er wordt overal gezegd het zijn economische vluchtelingen bla bla bla, maar het is toch geen kleinigheid om je land van herkomst te ontvluchten en je te storten in een onderneming waarvan je niet weet hoe die zal eindigen. De keus om te vluchten met z nagenoeg geen persoonlijke bezittingen en het zonder, of met weinig, eten en drinken te moeten doen. Zonder je familie of geliefden! En dan op zijn best eindigt je reis in een vluchtelingenkamp. En dan? Op zo’n moment besef je als westerse visserman dat, ondanks alle sores die op onze visserijsector komt, hoe bevoorrecht we zijn en we onszelf gezegend mogen weten. Wij die nog eten en drinken hebben, een dak boven ons hoofd, een schip, ja alles wat ons hart begeert dat hebben we. Dan kan het niet anders of je wordt innerlijk bewogen met het lot van deze mensen. Je gunt iedereen een thuis, een warme en geborgen plek hier op aarde, met eten en drinken, we hopen dat ze dat mogen vinden. Ja en natuurlijk besef ik wel dat het voor de betreffende landen een enorme economische belasting, ja een gigantisch probleem is het. De laatste tijd is er een heftige discussie gaande tussen Frankrijk en Engeland, van waar horen ze thuis en we sturen ze terug. Zo zijn de bootvluchtelingen een speelbal geworden van de internationale politiek.

Fotos vluchtelingen

Vragen die allerwege gesteld worden, zoals zullen ze wel integreren? Zullen ze werk vinden of een vorm van bestaan? Is het voor hun toekomst, etc.? Ik weet het niet, wie ben ik? Voor ons als vissers geldt, en dat is de ongeschreven wet van de zee, dat je iedereen die hulp nodig heeft op zee helpt en probeert te redden. Nadat we Dover Coast guard hadden verwittigd van het feit, kwam een uur later de reddingsboot van Hastings ze ophalen om ze aan wal te brengen. Job Schot foto: Stefaan Kerger


Ingrid Knipfer De wetten van de makrelen (2013) Een opmerkelijk stukje maritieme literatuur ‘Ik heb mijn schoenen uitgeschopt, sta op blote voeten. De zee is hier stil. De zee is vervelend. Elke dag van elke week ligt ze te kabbelen. De zee wil eeuwig jong blijven en verstopt haar rimpels. Ze gaat nog platter liggen als de wind voorbij komt. Ze praat niet met de storm en bij onweer wordt ze zwart. Ik haat deze zee. Aan de andere kant van dit smalle stuk land woelt de zee, ze bruist er als champagne en danst met de wind, gromt met het onweer. Ik woon aan de verkeerde kant van de landengte.’ Aldus de dwerg Emma in de openingsalinea van de roman De wetten van de makrelen van Ingrid Knipfer*, een wrang-komische familieroman die de lezer meeneemt naar een landtong tussen ‘de stille en de wilde zee’, de Noordzee en de Baltische Zee. De roman schetst hoe een familie uit een dorp aan een West-Europees strand in twee decennia (1990 - 2010) verbrokkelt en uitsterft. De zee blijft. De dwerg Emma groeit met haar drie zussen op aan de ‘stille zeekant’ van een landtong. Aan de andere kant is er de ‘woelige’ zee. De dochters van een hoofdonderwijzer en zijn vrouw zijn van groot naar klein geboren. Elisabeth is de grootste en de mooiste, werd ‘prinses’ genoemd en gaat voor niet minder dan een rijke man of iemand van adel. Haar jongere zus, Louise, heeft een dienend karakter en is zowat de steun en toeverlaat voor Elisabeth om haar doel te bereiken. Mathilde is nog iets kleiner en allesbehalve mooi. Zij wordt naar een verpleegsterschool gestuurd, met de bedoeling later voor haar jongste zus te zorgen. Elisabeth en Louise gaan naar de universiteit, waar Elisabeth een heel rijke graaf weet te verleiden en te trouwen. De beste vriend van de graaf is ziekelijk en wordt langzaam aan blind, maar heeft de liefde van Louise. Ook zij trouwen. Zij krijgen een toelage van de graaf en kunnen een appartement van de graaf betrekken aan de woelige zee. Emma maakt dagelijks een strandwandeling. Emma wordt door haar vader voorgesteld aan de ‘bankman’, maar Emma wil er niet van weten. Op het strand is er een vissershuisje waar verse, gerookte makreel verkocht wordt. Door een brand verdwijnt het huisje en Emma vreest dat er geen huisje meer zal komen, gezien de bouwplannen voor een hotel. Op een dag leert zij de strandman kennen, een man met een valse arm, een dood oog en een masker op. Hij vertelt haar van de wetten van de makrelen. Tegenover de makrelen onder cellofaan die dode ogen hebben en waarvan het vel niet meer blinkt,

zijn er de verse makrelen, waarvan het vel als een regenboog is, waarin je je kan spiegelen. ‘Als mensen daar geen respect meer voor hebben, voor de dieren die ze eten, voor het eten waarmee ze zich voeden, dan zal er geen eten meer zijn, en zonder eten begint een volk te morren en te vechten.’ (p.79) Emma wil de wetten van de makrelen herstellen en begint te dromen over haar eigen vissershuisje met gerookte makrelen op de plaats van het vorige. Telkens zij op het strand komt, bakent zij het vierkant af. Zij droomt er van de mensen weer gelukkig te maken.

‘Vandaag is de zee nog grijzer dan anders, de zee is in zichzelf teruggetrokken en de mensen werken niet. Mijn handen zijn blauw van de kou en ik stop ze in mijn zakken. Ik ga op een muurtje bij mijn huis zitten en zie hoe gelukkig de mensen zijn die een verse makreel kopen en hem warm opeten terwijl ze met een handdoek of een


zakdoek hun kin deppen. Ze krijgen allemaal, zonder uitzondering, lichtjes in hun ogen en zien sterren aan de hemel, die ze vroeger niet zagen, sterren bij heldere hemel. Het geeft me een warm gevoel gelukkig te worden door de mensen terug te geven wat ze ooit hadden en niet wisten dat ze het met de tijd verloren hadden.’ (p.160) De zussen leven hun eigen leven en komen nog slechts sporadisch naar het ouderlijk huis. Verpleegster Mathilde is getrouwd met een dokter/chirurg. Nadat zij samen een privépraktijk opgestart hebben, blijft Mathilde meer thuis en vertoont psychopathisch gedrag. Elisabeth en de graaf leiden elk hun eigen luxe- en schandaalleven. De graaf is betrokken bij de bouw van het hotel aan het strand en schenkt Emma haar vissershuisje. Wanneer de vader overleden is, komt de ‘bankman’ weer tevoorschijn. Hij trekt in bij Emma en haar moeder en belooft Emma met haar het vissershuisje met de gerookte makrelen uit te baten. Wanneer de verkoop start, voelt Emma zich steeds meer moe, tot haar hart het begeeft. ‘Haar hart is veel te groot, haar longen te klein.’, stelt schoonbroer dokter vast. ‘Ik ben erg blij met mijn te groot hart; alles is te klein aan me, maar ik heb een groot hart.’, denkt Emma, terwijl zij sterft met ‘het gevoel in het water te liggen en te zwemmen als een vis.’ De wetten van de makrelen is een maritieme roman. Het verhaal speelt zich af op de landtong tussen de Noordzee en de Baltische Zee, er is het huis aan de zee en de wandelingen aan het strand, het vissershuisje en de bouwplannen voor het thalassahotel. De roman is doorspekt met zeebeschrijvingen en de zee wordt aangewend om gevoelens/gedachten van het personage weer te geven. Het maritieme weerspiegelt zich in de taal en stijl. De zee en elementen van de zee worden metaforisch aangewend. Doorheen gans de roman komen de makrelen aan bod, hetzij als voedsel, hetzij als symbool voor het al of niet respect hebben van de mens voor de natuur. De personages worden scherp getekend aan de hand van enkele fysieke en/of karaktereigenschappen. Sommige personages krijgen zelfs geen naam, zijn enkel hun begrip: chef, de bankman, de strandman. De wetten van de makrelen omvat extreme tot groteske scènes en is in zijn geheel een wrang-komische familietragedie. Dit met een duidelijke met een ecologische boodschap, wat zich ook weerspiegelt op het omslag: een detail van het beeld Back to the sea van Roland Devolder, een man die een vis terug brengt naar zee. *Ingrid Knipfer is geboren te Wiesbaden, groeide op tussen Brussel en Gent en woont en werkt sedert jaren in Oostende. Zij schrijft poëzie, toneel en romans. Haar boeken zijn gepubliceerd bij Brave New Books. Het boek is online te verkrijgen en op voorraad in Boekhandel De Witte zee, Oosthelling Oostende.

Stefaan Pennynck In het jaarboek voor 2021 van de Vereniging voor West-Vlaamse Schrijvers staan tien lezenswaardige essays over het literaire reilen en zeilen in West-Vlaanderen. In Het zeegat uit! Maritieme literatuur uit West-Vlaanderen (proza) bespreekt Stefaan Pennynck een dertig maritieme auteurs uit de provincie. Van Hendrik Conscience tot Johan Verminnen, van Daan Inghelram tot Koen Peeters, van Gaston Duribreux tot Pieter Aspe, van Karel Jonckheere tot Marnix Verleene, Jennifer Vrielinck, Ingrid Knipfer, Doris Klausing e.a. en van De Panne tot Knokke. Het jaarboek kost 25 euro. Voor info en/of bestellen, mail naar het secretariaat: janbonneure@skynet.be

Nieuwpoortse Vismijn vernieuwd. In oktober ging de vernieuwe vismijn in Nieuwpoort open. De vloer is nu van gietbeton, een aantal ramen werden afgeschermd en er is permanente koeling. De veiling is nu tiptop in orde volgens de strengste FAVV normen. De Nieuwpoortse visveiling is een buitenbeentje. Oostende en Zeebrugge horen toe aan de familie Becaus en heeft Piet Vanthemsche als voorzitter. De familie zette een kluwen van firma’s op zoals European Food Center, Zeebrugge Food Logistics enzovoorts. We zijn bovendien nog niet vergeten dat de Vlaamse Visveiling destijds tegen zijn eigen vissers in een deal probeerde te sluiten in Viëtnam om Pangasius te kunnen importeren naar Europa. Die deal ging uiteindelijk niet door na een petitie en een aantal acties die Pangasius op Europees vlak nogal wat imagoschade had opgeleverd. De Nieuwpoortse visveiling is nog steeds een openbare dient en eigendom van het stadsbestuur. Vandaar onze sympathie. Volgens schepen Kris Vandecasteele gaat het goed in Nieuwpoort: “We zetten volgend jaar ook nog een project op samen met Visserij Verduurzaamt. We brengen groothandelaars, veiling en restaurants samen om rechtstreeks onder mekaar duurzaam gevangen vis te verkopen. Ondertussen houden we verder ons hart vast voor de mogelijke komst van de Colruyt-mosselvisserij voor onze kust. Dit zou onze kustvisserij echt bemoeilijken en neemt goede visgronden in. Terwijl wij in onze haven kleine vissers proberen aan te trekken die op zeebaars vissen, maakt men het die mensen lastig. Wij wachten nog op uitspraken van de Rechtbank van Eerste Aanleg en de Raad van State.” Filip De Bodt


coop solidair GESCHENKENBEURS 11.12 - 31.12

Méér dan een geschenk! Dranken / olijfolie / geschenken / hapjes / thee / verzorging / zepen bio-fairtrade-korte keten

www.ecofair.be Bestel online Levering via B-post of afhaaladressen


Zee-egels Baelskaai Derek

Het zover. Zoals gezegd. Het heeft niet lang We is beginnen met het goed nieuws. Derek is in Oostende komen wonen! En uit heimwee nam hij ongeduurd…voor de nieuwe bewoners in de apmiddellijk een CD op in het Oost-Vlaams. Nem! Na partementen van de Baelskaai te Oostende zich meer dan 20 cd’s in het Engels, Frans en Nederlands beginnen te roeren. Uit een enquête blijkt dat komt duizendpoot Derek ( Derek & the Dirt, Derek een honderdtal bewoners last hebben van geur& Vis, Derek & Renaud, The Rolls…) naar buiten en lawaaihinder. Die is afkomstig van boten die met een eerste album in zijn Oost- Vlaams dialect, aan de kaai liggen en de motoren laten draaien in de taal van zijn moeder, uit Gavere. Maar liefst voor warmte en elektriciteit. Er staan wel (teextra 16 nieuwe nummers die zijn authenticiteit nog weinig) kastjes op de kaai om elektriciteit af te kleur geven. ‘In de tolle van meen ma’ is geschreven tappen, maar die zitten blijkbaar niet*zo goed in het voorjaar 2020. Derek: zang, gitaar Rony Verinbiest: mekaar. Net als de trappen daar. Het zat er accordeon, bandoneon, klarinet, saxofoon * Hans natuurlijk te komen: Baelskaai werd bas vanen Van Oost: aan elektrische gitaar de * Mario Vermandel: contrabas * Tony Gyselinck: drums en percussie * visserijwijk omgetoverd naar een miljoenen-Yves Meersschaert piano op 3de meestal nr ’t Zo goe kunnen zeen. kwartier en daar komen vodden van. De eerste single “ ’t Zo goe kunnen zeen “ kwam uit Voorlopig blijft alles nog gemoedelijk: het stadsop 6 nov. 2020. Info: derekmusic@skynet.be bestuur gaat de kastjes verbeteren en de klagers kregen een onderhoud met schepen Verkeyn en Brexit het Havenbestuur. Toen de bewoners van de We gingen niets zeggen over de Brexit, maar we Baelskaai en iets omgeving protesteerden zeggen toch over de destijds Brexit! Het gaat niet goed, tegen nieuwe appartementen, werden ze niet natuurlijk. Boris Johnson heeft Corona overleefd, zodus vlot uitgenodigd door al die besturen. Diezich hij blijft moeilijk doen. De Belgen houden oorspronkelijke hadden ookdoor iets ondertussen vastbewoners aan een charter datdan in 1666 minder deEngeland zak. Dat kan al eens wat koning centen Karel IIinvan ten voordele van de stad Brugge overhandigd. Uit dankbaarheid schelen. En zewerd krijgen gedaan, wat de vissers voor zijn drie jaar durende ballingschap in Brugge niet gedaan kregen.

wachten. Misschien kan Visserijminister Hilde nog moeilijker: de diepvriezers zijn leeg en de pelCrevits nog eens wat druk uitoefenen? Wie stations in Marokko liggen stil. Geen erg, want dat boten inzegent moet naar ze ook verdedigen. De veel heen en weer vliegen Marokko zorgt voor quota zouden jaarlijks onderhandeld worden transport en bewaarmiddelen op de garnalen. Verenmits afnemen. Onzeinschepen varen dus opnieuw wij evenwel Vlaanderen verzuimd hebben meer naar het Noorden, de visaanvoer daalt om zelf voor pellers of pelmachines te zorgen, zitten toch eeninpaar procenten. De prijs doetkosten het in we nu de puree. De gepelde garnalen de groothandel ongeveer 50 € per kilogram. goed, maar zeker weten: we zijn van die ‘Engelschen’ en hun Brexit nog niet af…

Schepen Nog positief nieuws: heel wat reders bouwen dezer Zalm dagen nieuwe schepen. Rederij Devan komt met Columbi Salmon is in alle verder de Z.21 Avanti aanzetten en stilte Rederij Atlasbezig met Z91 met de uitbouw van zijn zalmkwekerij in OosFranson. En dan zijn er nog de 19? We hadden ze tende. De zalmkwekerij wordt maar als duurzaam hier graag allemaal voorgesteld dienen dit bestempeld: het bedrijf draait neutraal, hoofdstukje coronagewijs uit te CO2 stellen tot volgend het afvalwater gebruikt om sla meeWe te jaar. Het is geenwordt tijd om veel rond te er dartelen. vroegen de medewerking van de Rederscentrale kweken (Aquasla!), men gaat onderwijsinstelvoor dat stuk…maar het antwoord pover: “Zoek lingen steunen en meewerken aanwas voedselbedehet op in ons tijdschrift”. Zo hebben we eens reclame lingen. Applaus dus, zou men zeggen. Dat de gemaakt voor de collega’s ook zie! Wie een fotoin kwekerij op het land doorgaat in plaats van van zijn nieuw schip in de volgende HVB wil, moet zee is op zijn minst een stap vooruit: de wilde maar eens roepen!

zalm wordt dan tenminste niet ziek gemaakt door ontsnapte gekweekte vis. Maar er blijft een Visactua immens probleem: die je besteedt kweekt verHet laatste nummereen vanvis Visactua veel aanbruikt meer voedsel (vismeel en visolie) dan De hij dacht aan mosselen en de fusies in deze sector. zelf opbrengt. kweken van is vanuit dit de sector heeft hetHet in Nederland nietvis makkelijk door oogpunt dan slechter voor de visbestanden sterfte van 80ook % van de mosselen vorig jaar. Door de zware dan hetstormen vangenvan vanvorige vis. winter (klimaatverandering bestaat niet? Hahaha) waren nog eens heel wat mosselen weg gespoeld. Heel wat mosselmannen Visactua verkopen hun waren aan de retail en zitten daarIn het overigens aangename tijdschrift Visaktua door opgescheept met te lage winstmarges. Prins en lazen we dat en maatjesharing beter smolten is als je samen hem Dingemans Roem van Yerseke licht masseert. Wijonze zijnmosselen dan ook bij beter. tot één geheel. Klopt. Wij halen Neeltje Maatjes zijn ook op hun best tegen in augustus. Jans, een kleiner bedrijfje.

beloofde de Engelse koning in het Privilegie der Visscherie dat 50 Brugse vissersboten ‘ten eeuwen Kuisman tijde’ in Engelse en Schotse wateren zouden mogen De supermarkten, die gooien de maatjes al naar Fishing For isLitter is een waarbij vissen. Tja, het niet 1666fijn hetinitiatief is 1302 waar men zich jeC-Power hoofd in juni of juli. Dat zijn dan ondermaats vissers afval uit zee vissen en aan land brengen. in Vlaanderen aan vastklampt! Of dat veel zoden In Oostende hettoch. gerucht datgoed, C-Power maatjes, qua gaat smaak Maar datzijn zijnbieDe visser alszal kuisman deandere zee. Nu horen we aan de dijk brengenvan is een kwestie. zen gaat nemen naar Nederland. Volgens CEO Dirk we in supermarkten ook gewoon! wel dat buitenlandse schepen hun opgevist afMagnus is dat een kwakkel: “Het klopt dat we dit jaar val hier niet aan land mogen brengen. Racisme Mosselen geen dividenden hebben mogen uitkeren. Onze turbine Hengelvissers We gaan erafval, nog eens opdaar los kweken. zijn niet tegenover neen, zijn weEr niet voor. leverancier (Senvion - Duits bedrijf) is failliet gegaan in Goed nieuws opOm Focus-TV: op (die de alleen de mosselen voor de kust van Nieuwpoort. de loop van 2019. die reden hengelvissers hebben onze banken In Oostende verheugt burgemeester Tommelein Noordzee kunnen nu ook in officieel Belgische bevoor 70% van de investering ons windpark instonden) Brexit zich over de komst van een zalmkwekerij en garna- roepsvissers worden. Vroeger kenden wij geen ons in gebreke gesteld en ons niet toegelaten enig geld uit De ‘Engelschen’ zijn goed ge… met hun Brexit. lenkweek. Dat de vissers dit met argwaan bekijken ‘deeltijdse’ of duwden we dedat grens te keren aanvissers onze aandeelhouders. Hetdie klopt we het De voedselbevoorrading draait zo goed is nogal wiedes. Wij betwijfelen ofniet investeren in over metfiliaal Nederland. Ziezo, opgelost!hebben. Al zitten Belgisch van Senvion overgenomen Deze meer en ook voor andere producten ontstaan intensieve kwekerijen wel een goede zaak is en we firma, Senvion Benelux nu omgedoopt tot Thornton wij daar, eerlijkheidshalve, voor niets tussen. ervragen tekorten degeen ingewikkelde douanefaons door af of er zinniger dingen te vinden Bank Maintenance Services, deed het dagdagelijks onciliteiten. voor de vissers veranderde er zijn om inOok te investeren? derhoud en storingsverhelping op onze turbines. Het gaat Zeepaardjes wat. Die lossen hun vis nu dikwijls in Ierse om +- 30 werknemers. Door die overname kunnen deze Het klimaat verandert en onze visbestanden Coronaom de lastige douaneklus te ontlopen. havens mensen gewoon verder blijven werken op onze turbines, dus ook. Dat en op inktvis te zienen Corona zorgde de visserijeen voor het naar beneden Ze moeten ookinallemaal vergunning krijen kunnen wijer eenmeer beroepzeebaars blijven doen hun ervaring tuimelen de prijzen. Paste toen Crevitsvissen. voor 600.000 is,kennis wisten almachines. en dat erWe veel discussie is overom gen om invan Britse wateren kunnen vanwe onze hebben geen plannen € aan stillegprijzen voorzag, verbeterde de situatie. het al dan niet opschuiven van andere soorten naar Nederland te verhuizen, we zijn er om in Oostende Momenteel zijn er nog vijf schepen die daarop Nu de visprijzen al een paar jaren stabiliseerden is zoals bijvoorbeeld garnaal, hoorden we ook. te blijven.” dat dikke pech. Wat de garnalen betreft is de situatie


Visaktua schrijft dat we meer en meer mul zien en spinkrab, die met de lange poten. En zelfs zeepaardjes worden regelmatig gevangen en afgegeven aan Sea-Life-centra. Zeepaardjes zijn namelijk best lekker, maar toch ietwat te klein om ze naar binnen te spelen.

gaan de vrachtwagen op naar Marokko om in Tanger gepeld te worden. Ze zijn een tiental dagen onderweg en smaken bij terugkomst naar karton in plaats van garnaal. De pelfabrieken daar lagen door corona ook plat, wat de prijs opdreef. Gezond is het goedje niet: “Om het bacteriële bederfproces tegen te gaan, worden naast benzoëzuur (E210) ook sorbinezuur (E200) en zouten kaliumsorbaat (E201), natriumbenzoaat (E211) en natriummetabisulfiet (E22B) gebruikt”, laat onderzoekster Geertrui Vlaemynck van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) optekenen. ,,En omdat bepaalde bewaarmiddelen effectiever werken in een zuur milieu, voegt men vaak ook citroenzuur toe aan de gepelde garnalen. Gebruik hiervan laat toe de garnalen tot 20 (!) dagen en meer te bewaren, wat nodig is voor het verre transport naar de pelstations in Marokko en terug.”

Microplastics Rog

Rog is vis van het jaar. Een lekker visje, waarvan sommige soorten evenwel onder druk staan. Stekelrog en Kleinoogrog staan op de rode lijst. Roggen leven lang en doen er lang over om zich voort te planten. Goeje seks mag lang duren, denkt de rog. Vraag je vishandelaar welke rog hij in huis heeft, want de verschillende soorten zijn ook niet altijd makkelijk te herkennen.

Aanlandplicht

De frank van het Europese Visserij Controle Agentschap is gevallen: de aanlandplicht wordt nauwelijks nageleefd. De aanlandplicht zegt dat je ook bepaalde vissoorten die je als bijvangst naar binnen haalt en die te klein of ongeschikt zijn niet meer mag terug gooien. Nu blijkt dat er ondanks die wet weinig vis aan land gebracht wordt. Hier wordt die dan vernietigd. De volkswijsheid zegt dat wetten die niet breed gesteund worden ook niet nageleefd worden. Nu denkt men er aan camera’s te verplichten aan boord. Gezellig, werken onder een camera!

Garnalen

De stocks van de voorbije jaren en de coronacrisis hebben een zware invloed op de garnalenindustrie in Nederland, schrijft het blad van de Rederscentrale in februari. Negentig procent van alle garnalen worden flink bepoederd en

Volgens een onderzoek van het ILVO zit er niet teveel plastic in onze vis. Bij een meetcampagne zat men in vele gevallen onder de waarneembare grens. In slechts 5 van de 42 visfilets werden twee tot zes deeltjes microplastics aangetroffen. Van die onrust ben je dan ook af. Minder goed gaat het met vis in de Antwerpse Schelde. Nederlandse onderzoekers gingen platvis vangen naast het Nederlandse dorpje Walsoorden, veertig kilometer verder dan 3M. Ze vonden PFAS-waarden die tot achthonderd keer boven de toegelaten hoeveelheid scoorden. Afblijven dus, van de Scheldevis!


De laatste maanden kwamen in België zes gloednieuwe schepen in de vaart. Een zevende wordt eind dit jaar te water gelaten. Een ongelofelijke ervaring zegt Pedro Rappé, die er voor Het VisserijBlad een fotoreportage van maakte: “De veiligheid op deze schepen is super, de ruimtes voor de bemanning zijn geïsoleerd, voorzien van airco, rustig en supermooi. Het brandstofverbruik werd met 30 % terug gedrongen. We zetten een reuzestap vooruit met deze vernieuwde vloot.” Het grootste deel van deze schepen werd gebouwd bij Maaskant (ronde stuurhut) of Padmos (vierkante stuurhut)

Op de foto’s zie je de Z91 Franson (reder Eddy Cattoor), Z483 Yasmine (reder Dany Vlietinck), Z39 Sophie (reder Karel Ackx en schipper Ruben Ackx), Z98 Windroos (reder Geert





Raf Custers: ‘diepzeemijnbouw moet nu worden stilgelegd’ Sinds twee jaar verdiept Raf Custers zich in diepzeemijnbouw, een nieuwe branche van de industrie die om de hoek komt kijken. “Mijn belangstelling is een logisch vervolg van mijn eerder werk over mijnbouw op land”. Metalen winnen uit de internationale wateren mag nog niet. Maar ver is deze activiteit niet meer af : “We moeten haar nu voorkomen”. Raf Custers : Ik hoorde voor het eerst over diepzeemijnbouw in 2015. Mo*Magazine bracht toen een nummer uit met op de cover een zwemmer die met zijn snorkel boven een zee van goud uitstak. Toen ze dat nummer voorstelden, leerde ik een duiker kennen die mij waarschuwde dat op de bodem van de oceaan schouwen staan, die vol zitten met leven maar ook met metalen…(vissen, krabben,…). Die afgraven zou een ecologische ramp veroorzaken. Tegelijkertijd vind je in de diepzee ook gebieden die vol liggen met metaalnodules. Op die knollen heeft de industrie het nu gemunt. Maar als je begint met ontginning, vernietig je daar het leven. Datzelfde jaar schreef een collega van mij, bij Gresea, twee artikelen over het toekomstige ontginningsgebied in de Stille Oceaan. Daarbij zat een kaart van die zone tussen Hawaï en Mexico. De bodem ligt er vol metaalknollen. Die metaalknollen worden gevormd wanneer metalen die in het water opgelost zijn, rond een harde kern samenklitten, bij voorbeeld rond een stuk haaietand. Het duurt wel miljoenen jaren voor zo een knol gevormd is. Volgens de industrie zijn ze zo groot als een aardappel, maar dikwijls zijn ze niet groter dan een knikker. Ze noemen dat polymetallische nodules. Daar zit mangaan in, dat gebruikt wordt om staal te verstevigen en tegen corrosie. Maar er kan ook kobalt, nikkel, koper of een ander metaal inzitten. De industrie zegt dat die onontbeerlijk zijn om oplaadbare batterijen te maken, vooral voor elektrische voertuigen.

Energie Sommige industriëlen spreken zelfs over battery-metals. Ze zeggen dat ze die nodig hebben om een energietransitie te verwezenlijken. Ik stel daar vragen bij. In ons bestel draait alles rond economische groei. Nu is men een overgang naar hernieuwbare energie en naar elektrische auto’s aan het promoten, om de economische groei te laten voortduren. Maar reken eens uit : er rijden ongeveer een miljard auto’s rond op de planeet. Stel dat je al die voertuigen vervangt door elektrische auto’s met herlaadbare batterijen. Daar heb je massa's materialen voor nodig. Die obsessie voor elektrische voertuigen komt van

de autobouwers zelf. Over openbaar vervoer hoor ik hen niet praten. Zij weten dat ze moeten stoppen met auto's op de fossiele brandstoffen en willen in de plaats daarvan minstens evenveel of liefst meer van die elektrische auto’s verkopen. De diepzeemijnbouwers spelen daarop in en zeggen dat die knollen in de diepzee absoluut opgegraven moeten worden.

Ondernemingen Drie Westerse ondernemingen lopen daarbij in de spits: GSR, DeepGreen en een dochter van Lockheed-Martin (van de F35's). GSR is een Belgische firma, het is een filiaal van de baggergroep DEME. De grote baas van DeepGreen zat vroeger in de publiciteitssector, die verkoopt gewoon alles wat hij kan. Die mensen bulldozeren maar voort. Zij werken aan hun machines en ze overbluffen de hele wereld met grote slogans. Een argument van hen is: die knollen liggen los op de oceaanbodem, we kunnen die gemakkelijk oprapen, zelf zeggen ze dat ze gaan ‘harvesten’. Zo’n woord houdt in dat je dit jaar oogst, alsof er volgend jaar opnieuw knollen zijn. Dat is misleidend. Ze beweren dat ze met de nodules een minimale hoeveelheid sediment mee naar boven zuigen dat ze dan terug in de zee lozen. Maar de impact van het opwoelen van dat sediment is niet bekend. Wetenschappers doen daar testen naar. Ze weten dat wolken van sediment zullen afdwalen en op een afstand weer neerdwarrelen. Maar op welke afstand juist, en na hoeveel tijd ? Een ander cruciaal punt is de biodiversiteit in de diepzee. Wij zijn opgegroeid met het idee dat de diepzee donker en koud is en dat daar geen leven mogelijk is. Maar biologen ontdekken nu dat daar wel een grote diversiteit aan leven is. De metaalnodules dienen juist als substraat waarop zich allerlei organismen vasthechten. Als je die nodules daar opgraaft, dan haal je ook al dat leven weg en beschadig je een volledig biotoop. En herstel gaat moeizaam. Nog niet zo lang geleden heeft men daar een haaiensoort gevonden die 400 jaar oud wordt en pijpwormen die 1000 jaar oud kunnen worden. Alles gaat traag in de diepzee, maar dat wil ook zeggen dat als je iets kapot maakt het herstel decennia en zelfs eeuwen zal duren.


Bluewash Wat de industrie vertelt, is geen ‘greenwash’, het is ‘bluewash’. Zij doen zogenaamd alles voor het welzijn van de mensheid en met de grootste omzichtigheid voor de oceaan. Maar we moeten ons niets laten wijsmaken. Een voorbeeld is de naam die GSR gegeven heeft aan het prototype van zijn graafmachine. Ze hebben die de Patania genoemd, dat is naam van de snelste rups. Stel u voor : de snelste rups gaat de traagste knollen opgraven. Maar die machine weegt 25 ton. De uiteindelijke machine zal twee keer zo groot zijn en ze zal heen en terug banen trekken, zoals pikdorsers eigenlijk, om metaalknollen op te graven. In één veld zullen bovendien meerdere van die machines tegelijk worden ingezet. En, wat als het misgaat ? Dat is met de Patania al twee keer tijdens het testen gebeurd. De laatste keer brak de kabel waar die machine aan hing en is ze naar de zeebodem gezakt. De paniek bij GSR was groot op dat moment. Die val heeft dertig minuten geduurd, tot op meer dan 4000 meter diepte. Ze zijn er wel met onderwater-drones in geslaagd hun machine aan te pikken en

weer naar het oppervlak van de oceaan te hijsen.

Internationale wateren Een ander heikel punt is van wie de internationale wateren zijn en wie hen beheert. Het rechtsprincipe is dat de internationale wateren gemeengoed van de hele mensheid zijn en de baten gelijk verdeeld moeten worden. Dat is geregeld in de international Law of the Sea uit 1982. Daarna hebben de Westerse machten druk uitgeoefend en in 1994 werd een nieuwe versie van kracht die het regime al flexibeler maakte ten voordele van economische uitbating. Toen is ook de Internationale Zeebodemautoriteit opgericht die het beheer voert over de diepzee in internationale wateren. Dat organisme heeft twee taken: goed beheer van de oceaan én de mogelijke uitbating regelen. Het geeft ook vergunningen aan instellingen en firma’s om

in afgebakende gebieden te exploreren. Exploiteren mag nog niet, maar er wordt gewerkt aan een nieuwe zeewet die actieve uitbating mogelijk zal maken. Intussen zijn er zo'n 30 exploratie-vergunningen voor evenveel gebieden uitgereikt. Intussen is ook België zijn wetgeving terzake aan het aanpassen.

België Wie in de diepzee wil werken, moet een licentie vragen voor een specifiek gebied. Je hebt wel een staat nodig die jouw licentie-aanvraag ondersteunt. België is opgetreden als de sponsor van GSR. De firma heeft een licentie gekregen voor een gebied van 150.000 vierkante kilometer. De regel is dat je dan zelf de helft mag exploreren en dat de andere helft wordt toegewezen aan een ontwikkelingsland. In dit geval is de helft van het Belgisch gebied toegewezen aan de Cook-eilanden, een eilandstaat ten noord-oosten van Nieuw Zeeland. Dat is een archipel van vijftien eilanden die leven van het toerisme. Die sector heeft een klap gekregen door de pandemie. De regering pleit nu voor diepzeemijnbouw en zoekt investeerders om knollen te zoeken. GSR heeft zijn grote gebied in de internationale wateren met hen gedeeld maar heeft ook een tweede deal bekomen en zal meer dan waarschijnlijk ook in de territoriale wateren van de Cook-eilanden zelf beginnen met exploraties. Dat zou voor GSR een heel lucratieve zaak zijn. DeepGreen heeft gelijkaardige directe overeenkomsten met drie andere eilandstaten namelijk Kiribati, Tonga en Nauru. Nauru heeft in juli een clausule uit de diepzeewet ingeroepen om af te dwingen dat ze vanaf 2023 actief mogen exploiteren. Dat maakt iedereen geweldig nerveus. De trein is dus zogezegd vertrokken. De positie van België is niet helemaal duidelijk : op internationale conferenties presenteren wij ons als een Blue Leader die het goed voor heeft met de oceaan, maar tegelijk sponsort ons land het project van GSR. Wij zouden ervoor moeten zorgen dat de balans doorslaat naar het belang van de oceaan. Internationaal is er een beweging die pleit voor een moratorium op diepzeemijnbouw. Dat betekent dat diepzeemijnbouw verboden wordt tot de impact op de diepzee en de oceaan is onderzocht en aangetoond. Filip De Bodt/Raf Custers Foto 1: De firma Nautilus Minerals, intussen over de kop gegaan, liet deze graafmachines bouwen om metalen op te delven. Foto: Nautilus Minerals Foto 2: Polymetallische nodules, ook wel mangaanknollen genoemd, hebben miljoenen jaren nodig om samen te klitten. Foto: Hannes Grobe/AWI


TORGHATTEN VIA BRØNNØYSUND Neen, dit is geen raadselachtige titel, dit gaat over een grot, een gat in het gebergte in de Noordse Zee. Dit is meteen een invitatie. Torghatten ligt op 65°25’ NB. en 12°13’ OL. in Helgeland. Tijdens de ijstijd lag het land veel lager. Torghatten lag later grotendeels onder water. De zee had een bres in de rots geslagen, een reusachtig gat in het graniet dat verder ten prooi viel aan erosie. Het eiland Torgøya waar Torghatten ligt, bestaat uit kalksteen, glimmende schiefer en roodachtig graniet. Tijdens een niet al te lange tocht, een klauterpartij tussen steenbrokken, trekt een gedichtenbord de aandacht van de wandelaar. Het is een gedicht van Petter Dass (1647-1707).

Vreest God en geeft Hem Heerlijkheid! want het uur zijns oordeels is gekomen, en aanbidt Hem die de hemel en de aarde heeft gemaakt.

Een zachte zomerbries waait doorheen het gebergte. Zie, voorzichtig stappend bereiken wij het ‘venster’ en vandaar hebben wij een telescopisch vergezicht op al die bergen, rotsen, scheren en de wijde, wijde Noordse Zee. Het venster staat open op de wijde wereld in het westen. Het venster staat wagenwijd open en geeft uitzicht op eilanden, rotsen en glimmende scheren en heel in de verte zie je een cruiseschip in blauwe en witte en rode kleuren. Vandaag geen bruisende, beukende golven bij heftige storm, maar een blauwe hemel met uitwaaierende sluierwolken boven een welhaast rimpelloze zee. Boven ons hoofd krijsen zwaluwen die in holtes een veilig onderkomen vinden onder het hoge gewelf.

Openbaring 14,7 Hoge bergen en diepe dalen zullen wijken, hemel en aarde zullen versmelten. Iedere berg, iedere spits zal vlug verdwijnen, maar Gods rijk zal schitteren zoals de zonneschijn.

Torghatten ligt bij het stadje Brønnøysund op een schiereiland Torgøya. De berg ligt 258 m boven de zeespiegel en is bekend en beroemd door zijn karakteristieke hall, dat gat, die tunnel, dwars door het graniet! De holte van Torghatten is 160 m lang, 35 m hoog en ongeveer 25 m breed. Zowat 2,6 miljoen jaar geleden ontstond er een dramatische klimaatverandering: er waren zowat veertig ijstijden afgewisseld met warmere (interglaciale) perioden.

Petter Dass

Nog 20.000 jaar geleden bevonden zich continenta-


le ijskappen in Scandinavië, Noord-Amerika, en Siberië. 12.800 Jaar geleden werd het weer kouder. Honderden jaren lang. Maar dan kwam er een kentering. De grote dooi brak aan en het duizenden meter dikke landijs smolt weg. Gletsjers voerden het puin, het gruis, de gesteenten naar de rivieren en de zee. Door het geweldige gewicht van die ijsmassa’s was het land neergedrukt en nadat het gewicht van de ijskap weg was, rees het land!

schoonheid van Noorwegen. Ook keizer Wilhelm reisde er heen met de ‘Hohenzollern’, de staatsjacht van de keizerlijke marine. Loods was de veertigjarige Johan Nordhuus van Brønnøysund. Vele jaren deed hij dienst en kreeg de bijnaam ‘Loods van de keizer’. Ook Friedrich Krupp (1854-1904), Duits industrieel uit de beroemde familie, actief in de staalsector, kwam er in 1895 een kijkje nemen in zijn elegante Engelse luxejacht ‘Rona’. Krupp bouwde later vrachtwagens en fusioneerde in 1999 met de ThyssenAG (Aktiengesellschaft). Veel scheepvaart passeert Torghatten. Dit was vroeger Natuurlijk reisden ook de Noorse koning Haakon zo en nu nog, want dit wonderlijke natuurfenomeen was en koningin Maud naar Torghatten. Dit op het schip in heel Europa bekend. Reeds in 1066 en zelfs vroeger ‘Olav Kyrre’. Aan boord bevond zich de poolreiziger, was er belangstelling voor Torghatten en omgeving. In zoöloog en diplomaat Fridtjof Nansen (1861-1930) die in 1888 op ski’s door het binnenland van Groenland reisde.

Johan Corveleijn Foto’s: Marijke Proot

de tijd van de Franse koning Willem van Normandië, die Engeland veroverde en de feodaliteit invoerde, bouwden Engelsen de Knutskirke (nu een ruïne) in Anglo-Normandische stijl vlakbij Brønnøysund. Spanjaarden, Engelsen, Fransen, Denen, Amerikanen, Duitsers gingen er naar toe. De Engelsman Arthur de Capell Brooke kwam er in 1820 in een open boot. Zijn boek ‘Travels through Sweden, Norway and Finnmark to the North Cape’ in 1823 gepubliceerd, vestigde meteen de aandacht op de adembenemende

Ik zocht geen grot, maar een gat, een bres in het gebergte, een gewelf in de glimmende schiefer en roodachtig graniet, een holte waar de wind doorheen waait want ik wil een venster met uitzicht op de wijde wereld in het westen, eilanden, rotsen en scheren, ruïnes en het puin en het gruis en gesteenten door gletsjers vervoerd naar zee en de grote rivieren. Johan Corveleijn


Basken en noordkapers De walvis is een zoogdier zonder achterpoten baron Cuvier Spanje - een grote walvis gestrand op de kust van Europa - Edmund Burke

hun kop. Doordat ze traag zwemmen, konden jagers hen makkelijk benaderen. Bovendien bleven ze drijven nadat ze gedood werden én bevatten ze veel olie en balein, wat van hen dus een commercieel interessante soort maakte. De Noord-Atlantische Noordkaper staat in het wapenschild van verschillende vissersdorpen langs de Baskische kust, waar sinds de 11e eeuw op grote schaal walvissen bejaagd werden, eerst in de golf van Biskaje, daarna wereldwijd.

España telt niet alleen een van de grootste Europese vissersvloten maar is eveneens een toplocatie om walvissen te zien, in de straat van Gibraltar die Afrika van Europa scheidt maar zeker ook in de Golf van Biskaje, een van de meest walvisrijkste plekken ter wereld! De Golf van Biskaje, vernoemd naar een regio rond Bilbao in Baskenland, is het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan dat zich op de noord-Spaanse en Atlantische Franse kusten werpt. De meeste Spanjaarden noemen dit trouwens de Cantabrische Zee (behalve de Basken uiteraard). Het continentaal plat duikt er enkele tientallen mijlen tegenover de Spaanse kust van gemiddeld 200m diepte naar meerdere kilometers diepte, een muur optrekkend waar het plankton opwelt en walvissen maar al te graag, vooral einde zomer, op af komen om met jongen te foerageren. Basken waren wellicht de allereerste walvisjagers. De eerste walvissoort waar ze op jaagden, was de ‘right whale’, noordkapers, maar door gebrek aan quota is deze noordelijke soort sinds een eeuw in Europa zeer zeldzaam geworden. Door de trage voortplanting brengt een vrouwtje hooguit één keer per drie jaar een jong ter wereld. Aangezien er maar een vijftal vrouwtjes meer in de noord Atlantische populatie overblijven, weet u wel wat dit betekent. Noordkapers hebben een gewicht vergelijkbaar met de grote vinvis en een typerende parasitaire knobbel op

De foeragerende Noordkaper kwam relatief dichtbij de kust met hun jongen, en waren zo de makkelijkste prooien. Ook in de 17e eeuw doorkruisten ondermeer Zeeuwen en andere Europese vermetele walvisvaarders de baai van Biskaje, vaak tijdens de donkerste maanden, op weg naar nieuw ontdekte walviswateren in het zuidelijk halfrond. Uit die tijd dateert de sinistere reputatie van de golf, waarvan getuige de sagen over wurgende zeeslangen en verlokkelijke meerminnen.


Nu jagen Basken niet langer met projectielen maar wel nog met telelenzen op walvissen. De walvisjachten zijn nu toeristische excursies, 19de eeuwse harpoenen vervangen door 21ste eeuwse pixels. Maar ook met camera’s kunnen we de grootste zoogdieren moeilijk vangen. Integendeel, we laten óns vangen want de vinvissen zitten onder en naast ons maar we zien hun reusachtige lijven niet. Ze lijken wel een kat en muis spel te spelen. Een watermuis van formaat in deze.

Walvissen zijn dus de top van de voedselketen en zo CO2-vangers. Een grote vinvis of Noordkaper bevat makkelijk 30 ton CO2 en haalt onrechtstreeks hopen broeikasgas uit de atmosfeer. Als de wereldzeeën weer krioelen van de walvissen, kunnen die jaarlijks ettelijke tonnen CO2 uit de atmosfeer halen.

Buitelen of vrijbuiten? Sinds 1986 is er onder impuls van de ´International Whaling Commission’ (IWC), waar 88 landen lid van zijn, een wereldwijd moratorium ingesteld op de commerciële walvisvangst. De EU-landen houden zich daar tot vandaag aan maar Noorwegen en IJsland (geen EU-landen) jagen wel nog, zij het beperkt, op walvissen, vooral op Minky Whales, een kleinere soort. Deze 2 landen stellen hun eigen quota en vangen enkel voor hun kust in de exclusief economische zone, maar geven data aan de IWC door. Japan, een vermaarde walvisindustrie, heeft in 2019 de IWC verlaten en begon opnieuw te jagen, vaak veinzend wetenschappelijk onderzoek te verrichten. Walvissen leven speels en zonder geschreven regels doch mensen hebben zelfopgelegde regels nodig om walvissen en daarmee de biodiversiteit en het CO2-evenwicht te vrijwaren. Als volwassen ‘Homo sapiens sapiens’ zijn we al te vaak onze creativiteit en speelsheid verloren. We kunnen op dat vlak van de walvisachtigen leren, die levenslang blijven buitelen, voor het plezier. En zich voeden met het in hun habitat overvloedig aanwezige kril...

Carbon Sinks Oceanen zijn gigantische CO2 reservoirs, in het jargon ook wel ´carbon sinks’ genaamd. De diepzee, waar fytoplankton zich ophoopt, vormt wellicht het grootste CO2 reservoir op aarde. Via fotosynthese haalt fytoplankton CO2 uit de lucht. Kril voedt zich met fytoplankton en baleinwalvissen op hun beurt met kril.

Pieter Vermeersch *Wal komt van Germaanse walwian : rollen, zich wentelen. Het Romaanse baleine, balleña in het Spaans, verwijst naar de organen in de bek waarmee ze kril, plankton en makreel filteren.


Zuurkool van de zee Ingrediënten - 500 gr zuurkool - 1 kruidnagel - 1 blaadje laurier - 5 jeneverbessen - 1/2 kl komijn - 1 kleine fijngesneden ui - 3 et zonnebloemolie - 75 ml water - Peper / zout - 300 gr gerookte zalm - 300 gr gerookte heilbot - 300 gr zeeduivel - 300 gr mosselen - Langoustines - 300 ml room - 100 gr gesnipperde sjalot - 400 ml witte wijn - 400 gr boter - Aardappelen - Bieslook - 1 citroen

Bereiding Snipper de ui fijn. Verhit de olie in een diepe pan en bak hierin de ui 3 min. Voeg de jeneverbessen, komijn, laurier, kruidnagel, toe en bak nog 1 min. Voeg de zuurkool en het water toe en laat met deksel op pan 40 min. zachtjes koken. Dresseer de vis en mosselen, langoustines, op de zuurkool en laat 10 min, meegaren, onder gesloten deksel. Pel de sjalotten en snij ze grof, giet de witte wijn, in een hoge pan, doe de stukken sjalot in de pan. Voeg ook de tijm, de laurier en de (gekneusde) peperbollen toe. Laat het kruidig mengsel op een zacht vuur inkoken, tot er slechts een derde van de oorspronkelijke hoeveelheid overblijft. Voeg de room toe en laat even verder koken. Snij de koude boter in stukjes en roer de boterblokjes in delen door het mengsel. Gebruik een garde zodat de saus beetje bij beetje binding krijgt, terwijl de boter wegsmelt. Afwerken, met een beetje citroen, peper en zout. Kook de aardappelen in een laagje water met zout naar smaak in 10-12 min. gaar en giet af. Snijd de bieslook fijn. Verdeel de zuurkool over de bordjes. Leg de stukjes vis er losjes op en schep de beurre blanc erover. Garneer met de plukjes dille en fijn gesneden bieslook.

Carlos De Gendt


Zeemansverlangen

Aan wijlen Christiane, waardin van café Zeemansverlangen, OPEX Oostende O hoe graag trek ik de jaren vijftig in en van daaruit naar cinema Cameo waar Belgavox onze trieste koning Boudewijn toont die stilletjes Schreiend handen op de rug door de stad schrijdt op weg naar de haven Om daar op protocollaire wijze te luisteren naar wind & zintuigelijk verlangen O hoe graag fiets ik de wind trotserend naar het klooster van de libertijnen Waar Marlene Dietrich in de jaren veertig gehuld in wit habijt stil schreiend Door witte gangen schrijdt op weg naar het oksaal boven in de libertijnen Kerk om er ingetogen te zingen van wind en zee en mansverlangen O hoe graag zoek ik in de ochtendzon het gezelschap van zouaven op die In doodsangst naar tranchées verlangen en na afloop stil schreiend naar De kazemat terug schrijden met aan hun gordel zeven oren van gedode Vijanden die ze bezingen in wind en luide gezangen over doodsverlangen O hoe graag ga ik op pad met Henri Morton Stanley die me in die tijd nog Neger noemen mag en thuisgekomen vertelt hoe hij zich schreiend een Weg terug door ’t woud moest kappen alzo verzwijgend dat al wat hij kappen moest een handvol handen was om die in het koninklijk paleis op te hangen O hoe graag ben ik de scheepsjongen van weleer op de Sancta Maria die Vlak voor ’t slapengaan naar de schrale stem van lichtmatroos Bob luisteren Mag die van Amerika zingt en en van zwervers zoals wij die verstoten worden Uit havens die op koning Boudewijn wachten en ook op heelheidsverlangen O hoe graag keer ik terug naar de dag waarop ik naast God gezeten zie hoe Hij stilletjes schreiend de aarde schept die woest en ledig is en hoe hij tussen Licht en duisternis een scheiding maakt en zegt dat het aan de dichter is om De zaak al dichtend verder af te werken met zee en erbij passend verlangen O hoe graag keer ik stil schreiend op mijn schreden weer Henri Morton Stanley Achterlatend die de weg in ’t woud voorgoed is kwijtgeraakt en Marlene Dietrich Die haar lot bezingt ondersteund door het zouavenkoor en koning Boudewijn om Zoals door God gevraagd de zaak dichtend af te werken in wind en in verlangen O hoe haast ik me stil schreiend om noodgedwongen de keuze te maken die zich In mijn scheppingswerk opdringt want met razendsnelle schreden schrijdt hij voort de Tijd en maar net op tijd krijg ik het voor mekaar dat Columbus blindelings Amerika Passeert en thuiskomt met aan boord het pas door mij geschapen zeemansverlangen Flor Vandekerckhove


Dertig jaar. Ik weet niet meer van wie de woorden kwamen, maar toen ik er van begon te dromen om visser te worden kwam al snel: er zit daar geen toekomst meer in, tegen dat je 30 bent is er geen visserij meer. Dus studeerde ik maar af in boekhouden-informatica maar bloed kruipt waar het niet gaan kan en de roep van de zee werd toch beantwoord. Nuja we zijn dus zo ver, volgend jaar blaas ik 30 kaarsjes uit. En doe ik het tegen dan toch ook al bijna 12 jaar. Perspectief Het wordt er wel niet makkelijker op, sinds het laatste 1,5 jaar vaar ik als reserve schipper bij de Z47. De papierwinkel die je als schipper van Brussel mee krijgt verminderd er niet op, ook de brexit, windmolenpar-

ken, vissers van andere nationaliteiten die schermen voor hun wateren... en ja ook corona hebben allemaal een invloed op hoe we moeten werken. Maar toch doen we door.... En er is toekomst, de verschillende nieuwe schepen die in de vaart komen, bieden na jaren van geen nieuwbouw toch het perspectief dat we nog even verder kunnen. De grootste opgave de komende jaren wordt het vinden van bemanning, want de generatie die er nu mee stopt is heel moeilijk te vervangen doordat er zo weinig instroom is van nieuwe gasten... maar er is altijd wel een reden om te klagen, als je die zoekt. Toekomst Ik vind dit nog steeds een uitdagende job, waarin je elke reis even gemotiveerd moet zijn om je brood te verdienen. Het afscheid thuis is moeilijker dan 12 jaar geleden, door een vriendin en een zoontje om vaarwel tegen te zeggen nu. Maar dat maakt het weerzien nog eens zo bijzonder. Dus we gaan nog maar even verder doen met wat we graag doen. Robin De Man

Het thuisfront brokkelt af. Het thuisfront brokkelt af. Het wordt kleiner, vergaat. Elke keer wanneer ik naar mijn thuis ga, en ik bedoel niet waar ik gedomicilieerd ben maar waar ik vandaan kom, geboren en opgegroeid ben, wordt het kleiner. Kleiner dan ik het me kan herinneren als kind maar ook kleiner dan het gisteren was. Vroeger was de vissershaven bij de vismijn en vlakbij de zee. Dat was bepaald logisch. Nu is de vissershaven verlegd naar de achterhaven. Dit hoeft geen uitleg. De visserij komt op het tweede plan. Enkele schepen liggen er. Heel mager vlootje... Alsof iedereen op vaart is. Maar integendeel echter, iedereen ligt binnen. Gedecimeerd erfgoed. Gedecimeerde bedrijvigheid. Op een dag was het bord ‘Zeebrugge’ vervangen door ‘Welkom in Brugge - Zeehaven.’ Mensen worden onteigend, huizen gaan tegen de vlakte (nog niet, maar staan nu leeg te verloederen in afwachting van de nieuwe zeesluis.) Een jong koppel dat net klaar is met een groot, oud pand volledig te renoveren wordt onteigend. Het zeesluisplan wordt een fractie verlegd op de kaart van Zeebrugge en het huis komt weer op de markt maar voor een veel hoger bedrag dan wat het koppel zelf gekregen heeft voor de onteigening. Ze kunnen het niet betalen. Huizen verliezen hun mensen, de haven verliest zijn ziel. Zeebrugge zijn naam. Nele Debrabandere, moeder van vier kinderen, geboren en getogen in Zeebrugge in het hart van de visserij: "Zeebrugge is nog altijd een prachtplek om als kind op te groeien, hier wordt nog echt buiten gespeeld. Inderdaad heb ik soms het gevoel dat ik de vreemde ben aan de schoolpoort, rijden er veel te weinig treinen, vooral dan 's avonds waardoor we geïsoleerd leven. Dat de visserij verdwijnt ligt buiten de macht van Zeebrugge zelf. Het leven en de economie hier draait wel nog altijd rond de haven. Vooral de containerhaven. Maar het is oprecht jammer dat de vissershaven verplaatst is. Misschien omdat ik vele gelukkige momenten heb gekend toen het dichtbij was. Nu het verder weg is, over 'de gevaarlijke baan' is de connectie weg. Kinderen kunnen niet meer passeren bij de papa, opa, nonkel, broer of neef die bezig is op het schip. Het is een beetje zoals een vader die in Brussel werkt. Je ziet ze niet meer bezig. Het vakmanschap, de connectie, het blijft verborgen en daarmee ook de passie die vroeger zo natuurlijk van generatie op generatie doorgegeven werd."


Nancy, vissersdochter en -vrouw heeft ook moeite met de veranderingen. "Waarom moet Zeebrugge kapot? Waarom moet de visserij kapot? Mijn man werkt nu als dokwerker. Het vissen bracht niets meer op. Hij is doodongelukkig. En elke keer wanneer we een viswinkel passeren is het hetzelfde liedje. Waarom kost de vis zo duur die een paar kilometer verder in zee rondzwemt en kunnen we de meest exotische voeding voor een appel en een ei kopen? Waarom is de vis wel duur maar verdien je er als visser niets aan? Hij mist het varen en ik mis het dat hij af en toe eens weg is. Want zo'n man hele dagen thuis... “

Hoe kun je nog eens de liefde laten oplaaien als je hele dagen tegen elkaar zit te klagen. Ze zetten hier zo'n mastodontisch gebouw, een buitenaards grote betonblok recht tegenover de rij dijkhuisjes die werelderfgoed zouden moeten zijn, de cruise terminal, Port B. Ik dacht eerst dat Port B betekende dat het een B-haven was zoals een B-kant van een plaat of een B-plan maar niets is minder waard: het is het prestigeproject van Haven Brugge. Dat Zeebrugge als naam geweerd wordt is één ding maar dat de visserij naar de achterhaven verplaatst wordt en dat de gigantische vervuilende cruises hier aanmeren en hun stromen toeristen uitbraken die dan voor een uur of vijf Brugge bezoeken en weer vertrekken, dat begrijp ik al helemaal niet. Als er klachten komen uit de milieuhoek over dat de vissers de zeebodem overhoop halen of te veel vissen dan wordt de vis-

serij meteen aan banden gelegd en boetes opgelegd. Niemand moet toch nu nog uitleggen dat cruises veel erger zijn, en met het tempo dat ze hier toekomen en vertrekken. Hallucinant! Worden zij aan banden gelegd? Krijgen zij de wind van voren? Moeten zij inbinden? Tegen verlies werken? Nee want zij zorgen ervoor dat de souvenirwinkeltjes draaien waar Brugs kant (made in China) verkocht wordt en andere brol. Maar wie zijn wij? Wij zorgen slechts voor voeding. Dat is blijkbaar niet prioritair. Op de kade van de achterhaven zittend tussen een hoop schroot van een scheepsinterieurafbraak zit een reder op een omgekeerde visbak. Hij drinkt koffie uit een geblutste thermos en zegt:"Gelukkig heb ik mijn schip nog, het is de enige plek waar ik de baas ben, ook al is het leven op mijn schip soms echt de hel. Maar ik ben liever de baas op mijn schip dan dat ik een onderdaan moet zijn in deze samenleving waar de commercie keizer is en de regering een hoop inhalige vadsige koningen. Een land waar we liever vis importeren uit tropische gebieden aan dumpprijzen dan dat we onze eigen verse, gezonde vis eten aan een eerlijke prijs. Als mens aan land ben ik hier niets waard. Er zijn dagen dat ik niets verdien, dagen dat ik eraan toesteek maar als ik dan een euro verdien dan komen ze wel meteen de helft afpakken onder het mom van taxen en sociale lasten. Ik heb nog nooit begrepen op wat dat dat 'sociaal' eigenlijk slaat. Die mannen in Brussel verdienen veel omdat ze veel verantwoordelijkheid hebben maar als er één van hen stopt met werken of laat ons meteen zeggen, als de helft daar morgen opstapt, dan gaat er geen mens in België iets te kort komen. Als de voedselproducenten of de verpleging voor de helft opstapt dan, dàn!" Hij steekt waarschuwend zijn wijsvinger omhoog. "Wie heeft er dan precies veel verantwoordelijkheid? Nee, onderdaan zijn in zo'n verknipt systeem is niets voor mij, ook al worden we hier met allerlei lapmiddeltjes, sociale pleisters en materialisme gesust, op mijn schip, zelfs in de slechtste omstandigheden ooit, ben ik de baas." John Milton zei hetzelfde in Paradise Lost: "Here may we reign secure, and in my choice to reign is worth ambition, though in Hell. Better to reign in hell than serve in heaven." Men zegt dat als iets dreigt te verdwijnen, je er dan zo vaak mogelijk moet zijn. Ik ben er, indien niet fysiek, dan toch met mijn hart, mijn huilend hart weliswaar of zoals de eeuwig het onderspit delvende Schotten zeggen: "Cry my heart, cry heartbreaking! But never break!" "Huil mijn hart, huil hartverscheurend! Maar breek nooit!" Jennifer Vrielinck


HET MUZIKALE ANKER 33 – NINA SIMONE e Uw dienaar mocht voor de (als we dat goed hebben…) drieëndertigste maal een stuk plegen over de driehoek zee-zeeman-muziek, aanleiding om in alle windrichtingen uit te zeilen en allerlei wetenswaardigheden op te diepen, grotendeels nutteloze stuff maar vertelt u dat vooral niet aan de redactie. We maken u graag deelachtig aan de resultaten van onze schattenjacht, die we met de nodige nederigheid en omzichtigheid aan u, de lezer voorleggen. …En omzichtigheid is hier geboden, dierbare lezer, want ditmaal zijn we niet eens zeker of dit wel echt met ons thema te maken heeft. Maar we vonden genoeg aanhangers van de band tussen de song en ons algemeen onderwerp om dit stuk zonder schaamrood op de wangen aan u voor te leggen. Het betreft ‘Sea-Line Woman’ van de iconische zangeres Nina Simone, al vind je die song in de vele versies die ervan bestaan ook als ‘Sea Lion Woman’… of ‘See (The) Lyin’ Woman’, ‘See-Line Woman’, ‘C-Line Woman’… Als u nog andere titels vindt, op de redactie staat een grote doos waar ze allemaal in kunnen. Nina Simone heette eigenlijk Eunice Kathleen Waymon en werd geboren in Tryon, North Carolina in 1933. Ze overleed 70 jaar later aan de Côte d’Azur waar ze haar laatste levensjaren doorbracht. Ze was zangeres maar vooral een geschoolde pianiste (die een carrière in die richting werd belet, wellicht omdat ze zwart was). Ze schreef zelf ook liederen, maar koos doorgaans met flair andermans songs uit. Ze was een vurige burgerrechtenactiviste die in 1964 serieus wat stennis veroorzaakte door het lied ‘Mississippi Goddam’, waarin ze de racistische moord op Medgar Evers en de bomaanval op een kerk in Birmingham, Alabama, aankloeg. Nog altijd krijg je in ‘Black Lives Matter’ tijden koude rillingen van de vlammende tekst. Nina had talent zat. Vandaar dat ze zich ontwikkelde tot een topper in blues, rhythm & blues, soul en jazz (al wilde ze niet dat de nadruk viel op jazz) maar er zitten ook andere invloeden in haar muziek, zoals de klassieke muziek van haar jeugd. We kunnen hier niet verder ingaan op haar leven en werk, want dan zouden we een roman moeten schrijven. Ze kende hoogtepunten, maar ook zeer diepe dalen. Dat had onder meer te maken met het feit dat ze bijwijlen met alles en iedereen in de clinch lag. Ze had last van bipolariteit, wat haar soms vreemde dingen deed uitspoken. We oordelen daar niet over. Maar telkens als je dacht: ze komt niet meer terug, dan stond ze daar weer, als een kat met negen levens. Het is een tribuut aan haar ongewone talent, dat altijd weer kwam bovendrijven. Sommige come-backs kregen een legendarische status,

zoals het concert in Montreux in 1976, dat ze deed uit… geldgebrek, maar waar ze een uitzonderlijke performance gaf ( https://www.youtube.com/watch?v=yNc5AgHVSuM ; er bestaat ook een album van). Nederland is een contante in haar leven: daar kwam ze veel en graag. In elk geval raden we elke muziekliefhebber aan zich eens te wagen aan een verkenning van het werk van deze unieke artieste. Ze maakte zo’n 35 studio- en liveplaten, verzamelplaten en boxen zijn legio. Let op: het kan verslavend werken… ‘Sea-Line Woman’ klasseert men als een traditionele Afro-Amerikaanse folk song, vaak gebruikt als repetitief kinderlied. Anthropoloog en folklorist Herbert Halpert maakte de eerste opname ervan in 1939. Toen hij reeks opnames samenbracht voor de Library Of Congress in Mississippi, stootte hij op predikant Walter Shipp en diens vrouw Mary, die het lokale kerkkoor leidde. Halpert nam de versie van ‘Sea Lion Woman’ die de Dochters van Shipp, Katherine en Christine, zongen. Het ritme van die versie had grote invloed op latere uitvoeringen, precies omdat ze opgenomen werd. De oorsprong van het lied zit verscholen in de mist der tijden. Maar dat die ligt in het zuiden van de States lijkt waarschijnlijk. Volgens Tom Schnabel van KCRW, één van de nationale radio’s in de States, gevestigd in San Diego is er een uitgesproken verband met zeelui. Of zo ving hij het toch op. ‘See-Line Woman’ bleek een lied te zijn dat in de 19e eeuw in de havens van het zuiden (zoals Charleston en New Orleans) gezongen werd. Dames van lichte zeden wachtten de zeelui op die aan wal gingen. Ze stonden opgesteld op een rij, een ‘lijn van vrouwen


ONE en ‘SEA-LINE WOMAN’ (december 2021). bij de zee’ dus, een ‘sea line’, ofwel ‘vrouwen die op een lijn stonden om gezien te worden’, ‘see line’ dan. Zo zou de oorsprong van het lied toch een connectie hebben met ons anker… De lyrics zoals Simone ze bracht lijken dat laatste te bevestigen: ‘See-Line Woman / Dressed in green /Wears silk stockings / With golden seams / .. / Dressed in red / Make a man / Lose his head’ (‘… Gekleed in groen, draagt zijden kousen, met gouden naden, gekleed in rood, doet mannen het hoofd verliezen’) en nog zo verder. U mag het van ons aannemen: in de kinderversie verdwijnen die verzen en worden ze vervangen door kindvriendelijke woorden: ‘Ze drinkt koffie, ze drinkt thee, de haan kraaide en de gans loog’. In elk geval kwam het als ‘See-Line Woman’ terecht op een single, meer bepaald de B-kant van… ‘Mississippi Goddam’, in 1964. Op de single staat de song aangegeven als van de hand van George Houston Bass. Dat lijkt weinig ethisch, maar de song had geen baasje en Bass maakte wel degelijk deze bewerking. Bass (1938-1990) verdient alle respect als de beheerder van het werk van één van Amerika’s grootste dichters, schrijvers en activisten, de zeer invloedrijke Langston Hughes, de man achter de ‘Harlem Renaissance’, voor wie Nina Simone grote bewondering had. Simone hielp mee aan het arrangement van ‘See-Line Woman’, dat ze op haar album ‘Broadway-Blues-Ballads’ zette, ook al in ‘64. Het jaar erop kwam het opnieuw uit, nu als A-kant van een single. Simone voerde de song vaak live uit (er zijn een aantal uitvoeringen op YouTube) en ze aarzelde niet om daarbij de toch al erg vrije lyrics aan te passen. De ritmiek bleef belangrijk: handgeklap, drums, percussie allerhande, stemmen die antwoorden op de voorzang, publiek dat meezingt, dat hebben die versies gemeen.

De uitvoeringen door anderen grijpen meestal terug naar de lyrics zoals Nina Simone ze op plaat zong. De muzikanten die het nummer een eigen uitzicht gaven zijn zeer divers. Een greep. De Australische Easybeats (die van ‘Friday On My Mind’) sloten er hun ‘Good Friday’ mee af in 1967. De Ierse Hothouse Flowers brachten een live opname ervan uit op de 12 inch versie van hun eerste single (1987) Canadese zangeres en songschrijfster Leslie Feist, die solo succesvol optreedt als Feist of als lid van Broken Social Scene, coverde het in 2007 als ‘Sea Lion Woman’ (maar het kwam terecht op album ’The Reminder’ onder de verkorte naam ‘Sealion’) Lap, nog een titelvariant! Die versie scoorde goed als digitale download. De rootsband Ollabele (met Amy Helm in de rangen, dochter van de ongeëvenaarde The Band drummer Levon Helm) maakte er een rocksong van. Katie Melua deed een gooi en deed dat samen met… onze Arno! En dan zijn er nog de haast ontelbare (house) remixes en samples, minder van de originele opname van de Shipp sisters, die wel de sterke, ontluisterende prent The General’s Daughter haalde (met John Travolta), maar vooral van de classic van Nina Simone. Je vindt samples bij Durutti Column, Kanye West, DJ Bob Sinclar… Wijzelf waren getuige van een uitvoering door folk zanger-gitarist Tom Theuns op de lichter die hij toen had met zijn eega, violiste Aurélie Dorzée. Wie Tom kent weet dat hij de song brengt zoals die moet gebracht worden, begeesterend, opzwepend, als een mantra. Néé, geen manta, dat is inderdaad een rog, een vis dus! Antoine Légat.

Tom Teuns en Aurélie Dorzée


Die Goeie Ouwe Inkt ‘Die Goeie Ouwe Inkt’ is een fotoproject met als doel het documenteren en archiveren van oude tattoos omwille van hun specifieke, unieke en tijdsgebonden esthethiek. Een idee dat is onstaan vanuit de eigen professionele achtergrond van tattooeur Levi Malfait en een persoonlijke sociale interesse en nieuwsgierigheid naar mensen en levensverhalen in het algemeen. De Westerse tattootraditie heeft sterke wortels in de zeemanscultuur. Niet onlogisch dus dat we voor dit project naar de West-Vlaamse kust trekken, op zoek naar levende getuigenissen; restanten van een verdwijnende beeldcultuur. Ons verhaal begint in Nieuwpoort, waar twee leden van het team, Greta Boydens (medewerksters op Dienst Toerisme Nieuwpoort) en Mira De Schepper (Kunstwetenschapster) geboren en getogen zijn. Dankzij Greta’s ontelbare contacten; dankzij toevallige ontmoetingen en doorverwijzingen verzamelden we reeds een mooie reeks beelden en verhalen. Wat ons nu fascineert aan oude tattoeages? Naast hun vorm, in het bijzonder het proces van vervagen en uitlopen; het verouderen en rijpen doorheen de tijd. Net dat geeft tattoos een unieke en niet reproduceerbare look. Tattoeages belichamen en ademen ‘voorbijgaande tijd’. De collectie die we samenstellen vinden we belangrijk, omdat ze volgens ons een onderwerp belicht waar tot nu toe weinig aandacht aan werd besteed. Er bestaan veel geweldige boeken over de hedendaagse tattoocultuur. Ook over de geschiedenis ervan is veel interessant archief materiaal te vinden. Echter, een verzameling van (ver-)oude(-rde) tattoeages in het heden is vrij ongezien. De uiteindelijke verzameling mag echter geen nostalgische revisie, maar net een hedendaagse viering zijn van oude inkt. Ons eindproduct wordt een gepubliceerde catalogus. Daarnaast hebben we ambities voor het organiseren van een lokale tentoonstelling. OPROEP: ken jij of ben jij zelf iemand met oude tattoeages (minstens 30 jaar oud) en wil jij graag jouw verhaal delen/ jouw tattoos laten vastleggen in beelden? Contacteer ons: diegoeieouweinkt@gmail.com of Levi Malfait: 0477/ 21 64 95 Levi Malfait


Vlaanderenstraat te Oostende Taferelen van paraplu’s in gevecht met de wind, vissen die zwemmen in olieverf of is het in bloed? Het onbewuste in de rozige roggen van Ensor – en thuis de zilverige maan die eenvoudig in mijn vijvertje zwemt! Johan Corveleijn

Liefdesbrief Een liefdesbrief als flessenpost waarin woorden wanhopig als ‘Ora pro nobis! Virgo Maria’ wat ook de namen zijn van vissersboten – of het sporadisch treffen van een beminnelijke zeemeermin. Johan Corveleijn


Lezersbrief Hierbij een schriftelijke reactie op het artikel ‘Minder tong in de Noordzee dan tien jaar gedacht’ van 17 november 2020. Allereerst zal ik de pelagische visserij uitleggen en daarna ga ik in op de situatie met betrekking tot tong in de Noordzee en de pulsvisserij. Als er 5 miljoen ton schol en 2 miljoen ton tong zou rondzwemmen, dan hadden alle platvisvissers niets te vrezen. Helaas gelden deze volumes voor achtereenvolgens makreel en haring. Twee pelagische soorten die in mega-scholen rondzwemmen. Nederland heeft momenteel zes grote vriestrawlers geregistreerd staan. De SCH-6 ‘Alida’ die in het artikel als monstertrailer genoemd wordt is 36 jaar oud! Noem mij een Schotse, Noorse of Deense pelagische trawler die zo oud is. In die landen komen om de haverklap pelagische trawlers met een lengte van meer dan 70 meter in de vaart. Dat kan omdat de bestanden van makreel en haring er hartstikke goed voor staan en de quota navenant hoog zijn. De totale TAC is ongeveer 15 procent van wat er rondzwemt, dus blijft er genoeg over voor roofdieren. Het is zelfs zo dat de natuurlijke mortaliteit groter is dan de visserijmortaliteit. De Nederlandse vriestrawlervloot telt meerdere oude eenheden, maar wordt goed onderhouden. De schepen zijn zo groot omdat ze de vangst aan boord verwerken en opslaan. De opslag neemt bijna driekwart van het scheepsvolume in beslag. Het heeft dus niets te maken met vangstvolumes. Milieuorganisaties doen ons geloven dat dit de stofzuigers zijn,

Foto: Z91 van Pedro Rappé

die de zeeën leegvissen. Complete onzin natuurlijk. Als een grote fabriek aan de wal gebouwd wordt, is er niks aan de hand, maar zodra het een drijvende fabriek is, dan gaat bij iedereen de haren recht overeind staan. In de visserij op haring en makreel worden door die grote monsterboten trekken gedaan van nog geen 20 minuten. Als ze langer met het net de bovenkant van een mega-school wegschrapen, loopt de schipper het risico de lieren van enkele tonnen van dek af te trekken. Zo groot en compact zijn die scholen. Zelfs zo compact dat de dieptemeter geen echo terugkrijgt. In een trek van 20 minuten vangen ze hoeveelheden die variëren van 80 tot 200 ton pelagische vis. Dus geen demersale vis. Goed te weten dat alle vis niet hetzelfde vis en dus ook niet over één kam geschoren kan worden. Het is dus geen schol, tong, kabeljauw of wat dan ook. Met die hoeveelheid kan de fabriek weer een volle dag draaiende gehouden worden. De blokken worden diepgevroren en daarna verpakt in kartonnen dozen en opgeslagen in het vriesruim tot 28 graden onder nul. Als dat ruim vol is, keren ze terug naar Vlissingen, Scheveningen of IJmuiden. Die pakken gaan vrijwel allemaal naar Afrikaanse landen waar mensen rond moeten komen van 1 dollar per dag. Door de enorme hoeveelheid zien Nederlandse reders kans om daaraan te verdienen. Zij verzorgen miljoenen maaltijden per dag, vol met gezonde eiwitten. Alleen dat verhaal levert geen spanning op en stel je voor dat ze in een goed daglicht zouden komen, dat kan niet. Ook de pelagische vis die de Nederlanders in Afrikaanse wateren op een duurzame manier hebben gevangen, bleef in Afrika en kwam niet, zoals Greenpeace ruim tien jaar geleden beweerde, naar Europa. Er is nauwelijks markt voor haring, makreel en de daar gevangen sardinella in Europa.


Deense, Schotse en Noorse pelagische trawlers zijn bijna net zo groot als de Nederlandse vriestrawlers maar hebben geen ruimte voor verwerking nodig. Zij pompen de haring en makreel met een speciale slang uit het net zo naar de zeewatergekoelde tanks. De bemanning raakt geen visje aan, laat staan dat ze die van dichtbij zien. Zij halen in één trek soms 300 tot 450 ton en meer boven water. Trekken van 600 ton makreel zijn geen uitzondering. Zijn ze vol dan stomen ze naar de pelagische fabrieken in Noorwegen en Denemarken (Skagen en Hirtshals) en soms Schotland (Peterhead en Lerwick) Tong De pulsvisserij voldoet in principe aan alles wat duurzaam kan zijn. Echter een te grote concentratie van vissersschepen die dezelfde techniek hanteren, kan invloed hebben op de tongpopulatie. De puls, moet gezegd, is efficiënt in het vangen van tong. Overigens zou elke andere techniek eveneens invloed uitoefenen in een relatief klein gebied. Persoonlijk denk ik dat de pulstechniek te succesvol is als het gaat om het vangen van tong, zeker in gebieden waar die puls goed toegepast kan worden en zelfs beter dan de gangbare boomkor. En ja, dat heeft dus effect op de tongpopulatie. Overigens ben ik tijdens al mijn onderzoeksreizen geen geëlektrocuteerde vis of vis met plekken tegengekomen. Die kwam ik wel in de jaren tachtig tegen, maar sindsdien is de waterkwaliteit van de Noordzee aanzienlijk verbeterd. Opmerkelijk is dat er nu beweerd wordt dat er minder tong rondzwemt. Maar toen in 2018 Eurokotters in de Belgische kustwateren vanaf mei tot de herfst daar volop visten, produceerde de tongstand een sterke jaarklasse. De sterke jaarklasse (geboren in april 2018) is dit jaar ietwat laat in de vangst terecht-

gekomen. Hij verscheen pas in oktober. In april 2020 zou ie al bijna 24 cm moeten zijn, maar in mei, juni, juli, augustus en september liet ie zich nog niet zien. Dus wellicht minder hard gegroeid, want inmiddels is ie ruim 2,5 jaar. De tongvangsten van de Hollandse bokkers bestaan dan ook voor driekwart uit de twee kleinste tongsorteringen. De sorteringen van 24 en van 27 cm domineren. Tegelijkertijd zie ik op Scheveningen al jaren geen Deense staandwantvissers meer verschijnen die decennialang voor de kust op tong visten. De Denen vangen namelijk zelf voldoende tong in hun eigen wateren. Het lijkt erop dat tong zijn verspreidingsgebied aan het vergroten is. De tong gaat bij Den Helder de bocht om en zwemt dan oostwaarts en noordwaarts. Een Britse visser, een goede kennis van mij, uit Grimsby viste acht jaar geleden met kabeljauwnetten ten westen van Hvide Sande en ving tong in plaats van kabeljauw. Hij was verbaasd. Ik vermoed dat de Belgische bokkentreilers (Z-18, Z-47, Z-90, Z-121, Z-571 en de Z-576) die in oktober en november bijna wekelijks in Thyborøn aanlanden meer tong als bijvangst bovenwater halen, dan pakweg twintig jaar geleden. Zeker in deze periode. Een andere reden dat tong wegtrekt kan zijn, dat windmolenparken, zeker in de zuidelijke Noordzee, waar veel sprake is van sterke stroom, te veel zandverplaatsing veroorzaken. Als je telkens een lading zand over je heen krijgt, dan wordt het lastig om geduld op te brengen. Ik denk dat de impact van windmolenparken op platvissoorten als tong en schol zwaar onderschat worden. Tot slot hebben we in de Noordzee ook nog te maken met een opwarming waar tong gevoelig voor is en zo zijn er meerdere factoren die een rol spelen in het feit of tong er in meerdere of mindere mate is. Willem M. den Heijer

Naschrift redactie Beste Willem, bedankt voor je brief. Het VisserijBlad houdt van discussie, dus we publiceren die graag. Uiteraard zullen er grotere diepvriesschepen bestaan dan in Nederland. Ons gaat het evenwel om de verdediging van de familiale visserij tegenover de industriële visserij. Het wegschrapen van tonnen vis zorgt voor een ongelijke verdeling van de quota, waarbij grote schepen met meer aan de haal gaan dan de kleintjes die voor meer tewerkstelling zorgen. Wat de pulsvisserij betreft hanteren we dezelfde redenering: studies en getuigenissen van vissers tonen aan de die vorm van visserij te efficiënt is en in de zuidelijke Noordzee voor bestandsverminderingen zorgde. Het gaat dan inderdaad evenzeer om een sociale kwestie als een ecologische.


Goleman, de reus die wil krimpen You cannot put a fire out; A thing that can ignite Can go, itself, without a fan Upon the slowest night. Emily Dickinson ooit droeg ik de wind als een overjas van bombazijn nu giert hij rond mij dus ik bulder: ‘Gij blaaskaak, gij fluit! Ge draait uw kabas als de hofnar van ’t wolkenpaleis!’ ik kies voor de mens, klein verstandje met haar op – wanneer weet hij dat het vuur niet kan worden geblust, dat er niets zo kostbaar is als het bronwater, de Dame in ’t Blauw zelfzuchtig, kortzichtig – soms dwaas als een vliegende koe verlangend naar schoonheid, de hunkering naar een gezel het vruchteloos tasten in ’t duister, een hand streelt een hand twee jongetjes plassen om ’t verst en een meisje dat bidt ‘Maria, verschijn niet, ben bang van uw wonderlijk licht!’ de zeldzame kwinkslag, de veerkracht, het brein als een spons voor hemel en hel, in het sop als een bootje op drift ik kies om te leven, golf te zijn voor een dolfijn Peter Holvoet-Hanssen


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.