Page 1

Tekening: Jo Clauwaert

Colruyt wil de ganse voedselketen in handen Noordzee: minder tong dan gedacht Gekaapte brieven! 86 ste jaar * verschijnt al vijf jaar als tijdschrift van vzw Climaxi 2020 Afgiftekantoor Gent Stapelplein Ver. Uitgever: Filip De Bodt, Groenlaan 39, 9550 Herzele Merci Facteur


Elektrisch vissen: never ending story? In de zomer van vorig jaar konden we het einde van het elektrisch pulsvissen aankondigen. Europa koos voor een uitdoofscenario waarbij tegen 2021 elk puls-schip moest omgebouwd zijn naar een andere techniek. Vooral de Nederlanders konden daar moeilijk mee weg. Ondertussen probeert het Nederlands Europarlementslid Peter Van Daelen om Europa tot andere inzichten te bewegen. Pulsvissen is vissen met korte elektrische stootjes, die vooral platvissen doen opschrikken om ze zo in het net te jagen. Volgens een aantal natuurorganisaties en wetenschappers heeft men op die manier minder bodemberoering en brandstofverbruik…wat dan ecologisch een voordeel betekent. Samen met kust- en sportvissers en de Franse organisatie Bloom heeft Climaxi deze vorm van vissen sinds zijn ontstaan kritisch benaderd. Er is inderdaad minder beroering, maar de efficiëntie van dit tuig is zo groot dat je een zee kan leeg vissen voor de ogen van de anderen, met schade voor de visbestanden als gevolg. Het gaat om licht materiaal waarbij je ook in gebieden binnen kan (drijfzand, rotsformaties) die vroeger onbereikbaar waren. Er is bovendien een effect op andere vissoorten die soms de rug breken als ze toevallig in het net komen. Europa liet deelstaten tien jaar toe om via uitzonderingen op de wet de methode te testen. Nederland had ondertussen een tachtigtal uitzonderingen bemachtigd. Het Europees Parlement koos er vorig jaar na protestacties in Frankrijk en België voor om de techniek naar de prullenmand te verwijzen. Het Belgische ILVO (Instituut voor Landbouw en Visserij en Voedingsonderzoek) en het ICES (International Council for the Exploration of the Sea) brachten studies uit die enerzijds geen bewijs vonden voor de schade die de puls zou toebrengen aan vissen, maar die ook toegaven dat bestanden in bepaalde gebieden (de Zuidelijke Noordzee bijvoorbeeld) het moeilijk hadden en dat de massale toepassing van puls kan leiden tot concurrentievervalsing. Opnieuw op de agenda Ondertussen signaleerden Belgische vissers dat de bestanden sinds het pulsverbod opnieuw toenemen en dat men nauwelijks nog vis met zweren ontmoet. Deze ziekte werd een paar jaar geleden een rage en

is volgens ILVO mogelijks een gevolg van bacteriën die de huid van vissen na beschadiging kan binnendringen. Tegelijkertijd laat men weten dat Nederlandse vaartuigen regelmatig het verbod op pulsen binnen de Belgische 12-mijlzone overtreden, dat men druk op zoek is naar andere technieken (vb. waterstralen naar de visgrond spuiten) of bestaande technieken als de flyshoot (netten die zich sluiten achter het schip) massaal gaat toepassen. Deze laatste moeten sinds 1 november uit de 9 mijl blijven en er wordt een maximum aantal boten per land vast gelegd door Europa. Europees Parlementslid Peter Van Daelen van de Nederlandse Christenunie bracht het ICES-rapport op de agenda van de Commissie Visserij van het Europees Parlement om op die manier een evaluatie af te dwingen van het verbod op pulsvissen, in de hoop dat verbod weg te krijgen natuurlijk. De Franse milieuorganisatie BLOOM reageerde al met een massaklacht van ongeveer twintigduizend mensen. Zij vragen, net als Climaxi, de Europese Commissie maatregelen te nemen tegen het negeren van het verbod door Nederlandse schepen. Climaxi gaat voor een gemengde visserij van klein en groot segment en vindt dat al te efficiënte vangstmethoden vernietigend zijn voor visbestanden en het kleine segment. De familiale visserij geeft meer garanties op een gezonde zee. Vissen met zwaar efficiënt tuig zorgt voor hardere concurrentie in de sector. Het gevolg van deze evolutie is dat de vloot verkleint en méér en méér bestaat uit grotere bedrijven. Ook die hebben hun plaats, maar je kan natuurlijk visserijdoelstellingen als gezonde bestanden op twee manieren bereiken: de concurrentie aanwakkeren en er op die manier voor zorgen dat veel kleine vissers stoppen en enkelen met een monopolie gaan lopen of iedereen een rechtvaardig deel van de koek geven. Wij kiezen in elk geval voor de tweede oplossing. Filip De Bodt


Vijf jaar geleden stopte Flor Vandekerckhove met de uitgave van Het Vrije Visserijblad. Ik schreef er zelf nog maar een paar maanden in. We hadden een dikke vis vast in het laatste nummer en publiceerden over de betrokkenheid van de Vlaamse Visveiling bij de import van Pangasius. Het visserijmilieu stond een klein beetje op stelten. En die rotvis, die pangasius die liet internationaal van zijn pluimen. Het geplande importcentrum kwam er niet. De geschiedenis herhaalt zich: nu is er sprake van een mosselboerderij voor de kust van Nieuwpoort en een zalmkwekerij in Oostende. Méér en méér boten werden overgenomen door Nederlanders. Méér en méér reders stopten ermee. Cafés gingen overkop. De Végé zong zijn lied uit en komt binnenkort piepen in een Nederlandse reportage over de Baelskaai.

HET VISSERIJBLAD Onafhankelijk magazine van de zee

Medewerkers: Jo Clauwaert, Chris Meyers, Carlos De Gendt, Steve Savels, Peter Holvoet-Hanssen, Antoine Légat, Jennifer Vrielinck, Katrin Van den Troost, Nick Meynen, Stefaan Penninck, Marc Loy, Pedro Rappé, Marnix Verleene, Sarah Hutse Inspirator: Flor Vandekerckhove Eindredactie en Ver. Uitg.: Filip De Bodt Groenlaan 39 9550 Herzele. 0496/718472 of filip@climaxi.be Vormgeving: Nina De Wolf Drukkerij Polyprint Herzele Uw vrijwillige bijdrage is méér dan welkom op rekeningnummer BE40 0016 3236 1163

En zie: nu de visserij op een minimumaantal schepen gestrand is, worden er weer nieuwe, betere en ecologische schepen gebouwd. Voor het eerst in jaren, zit er weer vernieuwing in de vaart. Dat is goed, zeer goed zelfs. Alleen zien we die niet in de kleine kustvisserij. Die gaat verder ten onder, ondermeer omdat Vlaanderen daar geen beleid rond heeft. Men ging de sportvisserij grotendeels proberen te integreren in de kustsector, maar dat blijft dode letter. En bovenal: er is bijna overal meer vis, behalve in de kustgebieden langs de Noordzee. Onze eigen kustvaarders zijn daar nauwelijks te zien en de buit werd naar binnen gesleept door grotendeels Nederlandse vaartuigen met elektrisch tuig. De vis is allicht mee naar het Noorden gezwommen…beseft men nu. De veiling van Duinkerke stopte er mee, die van Nieuwpoort probeert de vlag hoog te houden. We zien wel regelmatig kleine positieve elementen: de prijzen waren tot voor corona aan de beterhand, er ontstaat wat technologische vernieuwing, de sector leeft wat op, er zijn duurzaamheidsinitiatieven en de korte keten gaat erop vooruit. Reden om nog wat voesj te doen… ook al is het niet altijd makkelijk. Dat HVB niet meer elk maand verschijnt, is een handicap. Het blijft een jaarlijks overzicht dat we brengen omdat er nog ‘iets’ zou bestaan, maar een kwartaaluitgave zou veel plezieriger zijn. Mocht je nog een pak centen onder je matras liggen hebben, weet ge waarnaartoe! Mensen komen en gaan. Onze vriend Flor schonk onlangs zijn archief weg en onze vaste vormgever Jo vond zijn toekomst in tekenen en schilderen. Merci mannen, om mij op de sporen te zetten en met foto’s, teksten en advies te blijven helpen! Vorig jaar verloren we onze nieuwe medewerker Freek Neyrinck. Als man in het venster schreef hij twee jaar een mooie column over het leven op de dijk in Oostende. Andy Loyen (schipper van de O191 Romy) met wie Jo nog een fotokatern maakte, belandde in het water onder zijn clark. Bij elk ongeluk weer beleven we een stukje verdriet. Maar toch, blijft er de goesting. Goesting om verder te doen en nog vijf jaar een Visserijblad te maken! Samen met jou, als je dat wil. Filip De Bodt


Valse vis Je maakte het allicht al mee. Je stapt een restaurant binnen, bestelt een tong en merkt dat die niet echt smaakt naar tong. Pangasius? Een andere tongsoort? Of je koopt een bereid gerecht in de supermarkt en merkt dat die visrolletjes toch niet zijn wat je ervan gehoopt had. Visfraude is van alle tijden. ILVO (Instituut voor Landbouw Visserij en Voedingsonderzoek) ontwikkelde nu samen met andere onderzoekers een DNA-databank die het mogelijk maakt visstalen te vergelijken en fraude op te sporen. Men is verwittigd: het FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen) en de FOD-economie zijn aan de eerste controles begonnen. De onderzoekers hebben zich geconcentreerd op bereide gerechten als salades of warme schotels waarin de vis onherkenbaar is: kleine stukjes, rolletjes etc… Vis die in zijn geheel blijft is door veel mensen herkenbaar en werd dus niet in het onderzoek opgenomen. Het grootste deel van de visfraude vindt men in restaurants, de cateringsector en groothandel. Markten en vishandels verkopen meestal verse vis en komen in het dossier dus nauwelijks voor. Het onderzoek van ILVO was vooral gericht op het samenstellen van een correcte DNA-databank. Het DNA van zuivere stukjes vis wordt bepaald, zodat men bij latere controles kan gaan vergelijken. Er werden 185 stalen genomen van bereide Kabeljauw en Tonggerechten. Geen toeval: samen met Zalm zijn het de meest gegeten vissoorten bij de Belgische consument. De Kabeljauw die je bestelt, lijkt grotendeels koosjer te zijn: slechts in ongeveer 5 % van de gevallen stelde men vast dat er geen kabeljauw in het gerecht zat maar goedkopere Pollak of Alaskakoolvis. Bij tong steeg het percentage vervangen vis tot ongeveer 17 %. In plaats van tong vond men Pangasius, Japanse Schar, Pacifische Scholfilet, Senegalese Tong en andere. Tong betaal je tussen de 20 en 40 € per kilo, Japanse Schar ongeveer 6 €. Graag hadden we ook geweten waar je die fraude aantreft. We belden daarvoor onderzoekster Sofie Derycke: “We stellen vast dat de fraude door de ganse voedselketting loopt. Er zijn niet speciaal grote verschillen tussen de bereide maaltijden van de verschillende supermarkt ketens, maar we merkten dat de twee tong stalen die we van groothandelaars konden analyseren beiden frauduleus waren. Onze voedselketen zit tamelijk ingewikkeld in elkaar, en deze studie toont aan dat het

vervangen van vis door goedkopere soorten niet alleen op het niveau van de restaurants gebeurd, maar ook al eerder in de keten kan optreden. 1 tong op 5 is dus niet de tong die je bestelt. Sterker nog: dit valt nog mee. In Spaanse supermarkten bijvoorbeeld is dat 30% en in Franse 50 %.” Ludwig Vandenhove (Sp.a) ondervroeg op basis van het rapport minister Hilde Crevits (CD&V) en probeerde de omvang van de fraude in te schatten. Die antwoordde: “Mijn administratie heeft vandaag geen totaalzicht op de omvang van de fraude omdat dit een federale bevoegdheid is.” Dat vinden we als Climaxi een spijtige invalshoek. In een normaal functionerend land geven overheden informatie aan mekaar door. Climaxi stelt vast dat hier voortdurend lokaal gebonden vangsten vervangen worden door goedkope invoeralternatieven en vraagt regels en controles die steekhouden en duidelijk zijn. Filip De Bodt


Minder tong dan gedacht! In juni van dit jaar ging ICES (International Council for the Exploration of the Sea) dieper in op de hoeveelheid tong die in de Noordzee te vinden was. Men kwam tot het onthutsende resultaat dat men de cijfers rond tong jarenlang te positief ingeschat heeft. Dat komt o.m. omdat men tien jaar lang slechts een deel van de Belgische cijfers in rekening gebracht heeft.

Al jaren is er discussie over de hoeveelheid tong in de Noordzee. Volgens ICES lag die ruim boven de duurzame minimumdrempel. Dit jaar ging men de bestaande cijfers analyseren en kwam men tot de vaststelling dat er minder tong was dan men dacht. Men had omwille van een langlopende procedure rond berekeningswijzen de Belgische en Duitse cijfers niet volledig mee geteld. Hans Polet (ILVO): “Wij stonden toen ook al voor een raadsel. Vanaf 2010 dacht men dat het de zeer goede kant uitging met het tongbestand. Tegelijkertijd klaagden vissers over het ontbreken van tong in de Zuidelijke Noordzee. Toen we die via een kleine studie zelf gingen onderzoeken, zagen we inderdaad dat er meer voor de Belgische kust gepulst werd dan elders, en dat dat één van de mogelijkheden kon zijn van de verminderde aanwezigheid van tong. Nu de cijfers gecorrigeerd werden, zien we inderdaad dat er op internationaal niveau onvolmaaktheden zaten in het model.” Die fout heeft in het uiteindelijk advies voor de quota van de volgende jaren niet direct verstrekkende gevolgen, omdat er in 2019 veel jonge tong aangetroffen werd die de eerste jaren tot wasdom komt. De klimaatopwarming zorgt er volgens Hans Polet ook voor dat de omstandigheden voor de tong in de Noordzee iets beter zijn: “Kabeljauw schuift op naar koudere wateren, maar ook de tong gaat noordelijker zwemmen in de Noordzee om precies dezelfde reden waardoor z’n areaal in de Noordzee groter wordt.” Tong vind je namelijke niet tot in de golf van Biskaje.

In de studie van ICES kan men ook lezen dat er meer volwassen tong teruggegooid wordt dan verwacht. Internationaal worden er quota afgesproken en omgezet naar landen en individuele schepen. Als je je quotum aan tong binnen gehaald hebt, dan kan het zijn dat je in één sleep als visser boven je maximum zit en met die vis dus niks mag doen. Die gaat dan meestal terug over boord. Sinds een paar jaar is er een aanlandingsplicht waarbij vis niet meer terug in zee mag: ook de niet bruikbare vis komt aan land en wordt vernietigd door er verf over te gooien. Vraag is evenwel of dit systeem werkt. In de Climaxi-film ‘Fish & Run 3’ vertelden Belgische vissers dat dit systeem niet werkt omdat het de vissers teveel last bezorgt: “Niemand vult zijn schip met vis die je nadien moet vernietigen en waar je geen cent voor krijgt.” Climaxi vindt de ganse quotaregeling maar een ‘kaduke’ aangelegenheid. Men beperkt bij problemen beter het aantal dagen op zee of de grootte van de schepen. Trailers als de ALIDA (100 meter lang en 15 meter breed) die tot 200 ton vis per dag vangen moeten er volgens ons uit. Zij scheppen zich rijk op de visgronden waar families vissers jarenlang hun brood verdienden. Verder denken wij ook dat het nuttig zou zijn om gebieden te decentraliseren. De Noordzee gaat van België tot Denemarken. Het is beter daarbinnen een fijner beleid te ontwikkelen voor kleine deelgebieden. Hans Polet: “Technisch is dat een grote aanpassing, maar men doet het onder meer voor het beheer van Kabeljauw, dus onmogelijk is het niet.” Filip De Bodt

DE ICES-schatting van tong in 2019, met opgetrokken duurzaamheidsminima


Keutels: van Antwerpen naar Oostende ‘Nurdles’ of plastickeutels zijn kleine plastic granulaatkorrels ter grootte van een erwt. Ze worden door de industrie gemaakt en als bouwstenen gebruikt voor quasi al onze plastic producten of materialen. De productie situeert zich meestal in de Antwerpse Haven. Via de Schelde komt daar ook al de rommel toe die in onze scrubs, shampoo’s en zepen zit: kleine microplastics die terecht komen in de oceaan, in onze schaaldieren… Wetenschappers lieten in Antwerpen keutels te water die terug gevonden werden in Oostende. Vorig jaar november was er de plastickeuteljacht waarbij we in kaart brachten waar deze keutels allemaal in de natuur terecht komen. We namen de oevers van de Schelde als proefproject. Hoe komen deze keutels in zee en op de oevers van onze rivieren terecht? Containers worden tot de nok gevuld met plastickeutels, ze gaan op zee verloren bij ruig weer en spuwen hun inhoud in onze oceanen (cfr. de containerramp op de Waddeneilanden in januari 2019 of de duizenden plastic bolletjes die aanspoelden op de stranden van Oostende en Blankenberge tijdens de zomer van 2019). Ze vallen letterlijk en figuurlijk ‘uit de boot’ en ‘in het water’ door onnauwkeurigheid bij het laden en lossen van schepen of komen in de riolering terecht bij het uitspoelen of reinigen van de productie-installaties en vinden zo hun weg naar de Schelde. Ze kunnen ook terecht komen in jouw afval vie allerlei zogezegd ‘gezonde’ producten. Men kan perfect cosmetica maken zonder plastic bolletjes Polyethyleen (PE), Polypropyleen (PP), Polyethyleentereftalaat (PET) en Nylon die de huid zacht moeten scrubben. Als je een van deze stoffen terug vindt in de ingrediëntenlijst, laat het product dan maar staan in de rekken… tenzij je er naar uitkijkt om ze te verorberen. De Schelde en de Belgische kust zijn er slecht aan toe. Tijdens de plastickeuteljacht van Antwerpen Schaliegasvrij in november 2019 werd duidelijk hoe vervuild de Schelde-oevers zijn. Er werden keutels gevonden in de Antwerpse Haven maar ook in Zeeland, Natura 2000 gebied langs de Westerschelde, Cadzand en Breskens. Een coalitie van milieuverenigingen waaronder Climaxi vreest er daarom voor dat de bouw van bijkomende plasticproducerende installaties geen oplossing is. Het plasticprobleem in de Schelde, aan onze kust en ver daarbuiten zullen enkel verergeren.

Onderzoek

Wetenschappers o.m. van de Universiteit van Antwerpen en het VLIZ (Vlaams Instituut voor de Zee) volgen de situatie op de voet. Gert Everaert (VLIZ): “De Vlaamse regering wil tegen 2025 75 % minder plastiek in onze rivieren, maar het probleem is dat er geen nulmeting is. We weten niet wat er momenteel in zit. Dat zijn wij dus nu aan het onderzoeken. Nu al kunnen we ongeveer inschatten dat 80-90 % van de plastiek in zee van op het land komt en dat ongeveer 95 % daarvan bezinkt.” Zijn collega aan de UA Bert Teunkens is bezig met onderzoek naar de stromen van deze plastiekkorrels: “Wij kleuren plastiekkorrels en voorzien voorwerpen van 1 zender om via GPS te kunnen zien waar alles terecht komt. Dat gaat heel traag: door het getij bijvoorbeeld gaat die ganse handel heen en weer. Dat betekent ook dat het na 2025 nog jaren kan duren voor er een verbetering van de situatie te zien is. Daarom test DEME bijvoorbeeld ook filters en vangers die op rivieren kunnen geplaatst worden en organiseert de overheid opruimacties in samenwerking met sociale werkplaatsen.” Lees: de armen mogen weer de vuiligheid van de anderen gaan opkuisen. Het Antwerpse Havenbedrijf startte in 2017 Operation Clean Sweep. Een vrijwillig engagement van producenten en distributeurs van keutels om te voorkomen dat er nog meer keutels in de natuur terecht komen. Ondertussen lanceerde men een Operation Clean Sweep 2.0 waarin ze met labels willen werken om niet-vervuilende bedrijven te belonen. Dit blijft te vrijwillig en zal de historische vervuiling niet opruimen. Zelfregulering klinkt mooi, maar het is zelden effectief en leidt bijna nooit tot fundamentele veranderingen. “Het probleem wordt niet opgelost door een welgemeende belofte om het beter te doen” zegt bioloog Bert Teunkens op Mo.be. Bovendien lijken sommigen last te hebben van een dubbele moraal. Zo lezen we in een verslag van het Antwerps Schepencollege over Katoen Natie: “Tijdens het plaatsbezoek van 22 november 2019 werden op verschillende plaatsen granulaten op de site aangetroffen die bovendien in de oneffenheden van de verouderde asfalt blijven steken. Verder wordt in het dossier vermeld dat het personeel opgeleid wordt om gemorste granulaten onmiddellijk op te kuisen met spill kits, maar deze spill kits bleken niet aanwezig.” We vrezen er ook voor dat de bouw van bijkomende plasticproducerende installaties het plasticprobleem in de Schelde, aan onze kust en ver daarbuiten enkel zal verergeren.


Ineos is zo’n plastiek producerende fabriek. Ineos wil met Project One in Antwerpen een ethaankraker en een propaandehydrogenatiefabriek bouwen waarmee ze ethyleen en propyleen zullen produceren, de grondstoffen om plastics te maken. Hiervoor dient eerst 55 hectare bos gekapt te worden, waarvoor Zuhal Demir eind oktober een vergunning gaf. Veertien milieuverengingen stapten naar de Raad voor Vergunningbetwisting en kregen gelijk. De boskap wordt opgeschort. De rechtbank geeft zelf aan geen duidelijk zicht te hebben op de klimaatimpact van deze nieuwe fabriek. Ineos probeert via een opsplitsing van de vergunningen sneller aan de slag te gaan. Zo vragen ze eerst een vergunning voor het kappen van het bos en beginnen daarna aan de vergunning voor het bouwen van de nieuwe plastiekfabriek. Katrin Van den Troost


Zee-egels Derek We beginnen met het goed nieuws. Derek is in Oostende komen wonen! En uit heimwee nam hij onmiddellijk een CD op in het Oost-Vlaams. Nem! Na meer dan 20 cd’s in het Engels, Frans en Nederlands komt duizendpoot Derek ( Derek & the Dirt, Derek & Vis, Derek & Renaud, The Rolls…) naar buiten met een eerste album in zijn Oost- Vlaams dialect, in de taal van zijn moeder, uit Gavere. Maar liefst 16 nieuwe nummers die zijn authenticiteit nog extra kleur geven. ‘In de tolle van meen ma’ is geschreven in het voorjaar 2020. Derek: zang, gitaar * Rony Verbiest: accordeon, bandoneon, klarinet, saxofoon * Hans Van Oost: elektrische gitaar * Mario Vermandel: bas en contrabas * Tony Gyselinck: drums en percussie * Yves Meersschaert piano op 3de nr ’t Zo goe kunnen zeen. De eerste single “ ’t Zo goe kunnen zeen “ kwam uit op 6 nov. 2020. Info: derekmusic@skynet.be Brexit We gingen niets zeggen over de Brexit, maar we zeggen toch iets over de Brexit! Het gaat niet goed, natuurlijk. Boris Johnson heeft Corona overleefd, dus hij blijft moeilijk doen. De Belgen houden zich ondertussen vast aan een charter dat in 1666 door koning Karel II van Engeland ten voordele van de stad Brugge werd overhandigd. Uit dankbaarheid voor zijn drie jaar durende ballingschap in Brugge beloofde de Engelse koning in het Privilegie der Visscherie dat 50 Brugse vissersboten ‘ten eeuwen tijde’ in Engelse en Schotse wateren zouden mogen vissen. Tja, is het niet 1666 het is 1302 waar men zich in Vlaanderen aan vastklampt! Of dat veel zoden aan de dijk zal brengen is een andere kwestie. Mosselen We gaan er nog eens op los kweken. Er zijn niet alleen de mosselen voor de kust van Nieuwpoort. In Oostende verheugt burgemeester Tommelein zich over de komst van een zalmkwekerij en garnalenkweek. Dat de vissers dit met argwaan bekijken is nogal wiedes. Wij betwijfelen of investeren in intensieve kwekerijen wel een goede zaak is en we vragen ons af of er geen zinniger dingen te vinden zijn om in te investeren? Corona Corona zorgde in de visserij voor het naar beneden tuimelen van de prijzen. Pas toen Crevits voor 600.000 € aan stillegprijzen voorzag, verbeterde de situatie. Nu de visprijzen al een paar jaren stabiliseerden is dat dikke pech. Wat de garnalen betreft is de situatie

nog moeilijker: de diepvriezers zijn leeg en de pelstations in Marokko liggen stil. Geen erg, want dat heen en weer vliegen naar Marokko zorgt voor veel transport en bewaarmiddelen op de garnalen. Vermits wij evenwel in Vlaanderen verzuimd hebben om zelf voor pellers of pelmachines te zorgen, zitten we nu in de puree. De gepelde garnalen kosten in de groothandel ongeveer 50 € per kilogram. Schepen Nog positief nieuws: heel wat reders bouwen dezer dagen nieuwe schepen. Rederij Devan komt met de Z.21 Avanti aanzetten en Rederij Atlas met Z91 Franson. En dan zijn er nog de 19? We hadden ze hier graag allemaal voorgesteld maar dienen dit hoofdstukje coronagewijs uit te stellen tot volgend jaar. Het is geen tijd om veel rond te dartelen. We vroegen de medewerking van de Rederscentrale voor dat stuk…maar het antwoord was pover: “Zoek het op in ons tijdschrift”. Zo hebben we eens reclame gemaakt voor de collega’s ook zie! Wie een foto van zijn nieuw schip in de volgende HVB wil, moet maar eens roepen! Visactua Het laatste nummer van Visactua besteedt veel aandacht aan mosselen en de fusies in deze sector. De sector heeft het in Nederland niet makkelijk door de sterfte van 80 % van de mosselen vorig jaar. Door de zware stormen van vorige winter (klimaatverandering bestaat niet? Hahaha) waren nog eens heel wat mosselen weg gespoeld. Heel wat mosselmannen verkopen hun waren aan de retail en zitten daardoor opgescheept met te lage winstmarges. Prins en Dingemans en Roem van Yerseke smolten samen tot één geheel. Wij halen onze mosselen bij Neeltje Jans, een kleiner bedrijfje. C-Power In Oostende gaat het gerucht dat C-Power zijn biezen gaat nemen naar Nederland. Volgens CEO Dirk Magnus is dat een kwakkel: “Het klopt dat we dit jaar geen dividenden hebben mogen uitkeren. Onze turbine leverancier (Senvion - Duits bedrijf) is failliet gegaan in de loop van 2019. Om die reden hebben onze banken (die voor 70% van de investering in ons windpark instonden) ons in gebreke gesteld en ons niet toegelaten enig geld uit te keren aan onze aandeelhouders. Het klopt dat we het Belgisch filiaal van Senvion overgenomen hebben. Deze firma, Senvion Benelux nu omgedoopt tot Thornton Bank Maintenance Services, deed het dagdagelijks onderhoud en storingsverhelping op onze turbines. Het gaat om +- 30 werknemers. Door die overname kunnen deze mensen gewoon verder blijven werken op onze turbines, en kunnen wij een beroep blijven doen op hun ervaring en kennis van onze machines. We hebben geen plannen om naar Nederland te verhuizen, we zijn er om in Oostende te blijven.”


Vismijn De stad Oostende heeft ook een nieuw contract met de Vlaamse Visveiling over het verder uitbaten van de vismijn in Oostende. De veiling belooft 40 % van zijn aanvoer in Oostende te veilen en de stad laat haar boetes uit het verleden vallen. Schepen Charlotte Verkeyn “Kan in dat kader enkel maar benadrukken dat de toekomst voor de site van de vismijn en de visserijssector belangrijk is en dat in dat kader er dan ook gestreefd wordt door de betrokken partijen naar een bestendigde verstandhouding in de samenwerking.” Levi Malfait Levi Malfait wil een boek uitgeven en we vroegen hem waarom en waarover: “Ik ben inderdaad begonnen aan het uitvoeren van een project dat al enige tijd in mijn hoofd zat rond het documenteren van oude tatoeages en de verhalen er rond in de visserij! Het doel is om hier in eigen beheer een boek van te maken. Ondertussen is er ook al sprake van een expo in het Visserijmuseum in Oostduinkerke wat fantastisch zou zijn. Samen met mijn vriendin Mira, die van Nieuwpoort afkomstig is, en een bevriende fotograaf uit het Brusselse hebben we al een eerste ronde gedaan in september. Via de mama van Mira die mensen kent in de vismijn van Nieuwpoort hebben we al veel mensen kunnen interviewen en fotograferen die ons ook weer andere contacten hebben doorgegeven. Onze tweede ronde waarbij we de vissercafés in Oostende zouden aan doen is nu helaas met de lockdown uitgesteld.” Wie wil meedoen: levimalfait@gmail.com Willy Versluijs Willy Versluijs is drukker bezig dan ooit. Met zijn NV Brevisco werkt hij samen in het project rond de mosselkweek en is hij samen met ILVO actief in de kweek van garnalen. Ze moeten minimum zeven centimeter groot zijn. Willy won dan ook de prijs van De Blauwe Cluster en trekt naar eigen zeggen de kaart van de korte keten: “Ons varend erfgoed De Crangon respecteert het ambacht van weleer met garnalenvangst op de wijze van toen. De garnaal van schip naar passagier. Ons visserschip De Hombre, samen met de Belgische vissersvloot, belevert onze viswinkel. De vis van boot naar consument. Onze Fish, Food & Meet Market de Cierk waar korte keten, ambachten en partnership eveneens centraal staan. Het product van producent naar consument. Onze werk/mosselboot De Stream onderzoekt, verzameltkennis, installeert schroefankers (geringe impact zeebodem) en aquacultuur waterinstallaties, monitort en leest de zee. Van surveyboot naar sector!” Allemaal juist, maar als hij aan Aquacultuur kan doen gooit Willy zich toch ook in de armen van de retailsector. Ook in De Blauwe Cluster komen we niet veel korte keten tegen maar wel de grote banken, Colruyt, C-Power, Jan De Nul, de Visveiling, Engie, de havens…. Als die cluster dan al blauw is, dan lijkt dat blauw toch niet veel met korte keten en een duurzame zee te maken te hebben.

Zeeboerderij: Colruyt wil de ganse voedselketen in handen Op 12 oktober werd bekend dat ex-minister De Backer op de valreep nog een milieuvergunning uitreikte aan CODEVCO V BV (Colruyt). Die wil voor de kust van Nieuwpoort een zone van 4,6 km2 uitbaten als zeeboerderij en er binnen twee jaar 2000 ton mosselen, 100 ton oesters en 100 ton zeewier uithalen. Tegelijkertijd kondigde men aan via de firma Agripartners stelselmatig landbouwgrond te willen opkopen om ook daar een deel van de productie in handen te krijgen. Supermarkten zijn al jaren bezig met pogingen om ook de productie in handen te krijgen. Onder het mom van duurzaamheid of bescherming van de lokale Belgische economie zoeken ze gewoon naar nog goedkoper productiewijzen. Landbouweconoom Guido Van Huylenbroeck (UGent) zegt aan de website Apache in 2018 al: “Ik kan me voorstellen dat ze op die manier zeker willen zijn van hun productie en verkoop, maar het gevaar schuilt hem in het soort contract dat de supermarktketen aan de boer geeft. Hopelijk is de landbouwer verzekerd van een afzet aan prijzen die hoger liggen dan de markt en is er een verdeling van de risico’s in geval van misoogst of lage prijzen.” Door als retailer gronden van een producent op te kopen, zet Colruyt een nieuwe stap in de verdere verticale integratie in de agrovoedingssector. “Delhaize is zich in de vleessector aan het integreren, ook Carrefour sluit contracten af met bepaalde producenten. Het gaat niet zover dat ze bedrijven opkopen en nadien zelf een product opzetten. Maar retailers integreren zich wel in de productiefase en bestrijken daarmee de hele keten,” merkt professor Van Huylebroeck op. “In de varkenssector is die evolutie al langer aan de gang. Daar zijn veevoederhandelaars al langer eigenaar van landbouwbedrijven. De telers zijn in sommige gevallen zelfs in loondienst en transparantie is er vaak zoek.” Tijdens de opnames voor de film “Ceci n’est pas une patate” ondervond Climaxi ook hoe groot de druk van grootwarenhuizen op de boeren is. Leveringen van kolen werden geweigerd omdat ze iets te groot waren, alles moet steeds goedkoper, bedrijven trachten een monopolie op de prijs of productie te verwerven om nadien druk op de producenten te kunnen uitoefenen enzovoorts…


Het idee dat Colruyt op zich ook boerderijen en landbouwgronden wil gaan opkopen, zint ons dus zeker niet ”Als sociale klimaatbeweging zijn we voor kleinschalige familielandbouw met mensen die goed hun brood kunnen verdienen. Alleen dan zijn mensen gemotiveerd om op te komen voor noodzakelijke veranderingen die de verdere ontsporing van ons klimaat (droogteperiodes en stormen) kunnen tegengaan. Zonder herverdeling bereiken we niets. Bovendien zien we de prijzen van de gronden stijgen en grote monoculturen toenemen.” Het Algemeen Boerensyndicaat (ABS) liet zich even negatief uit over het initiatief: “Dit is niet het nieuwe verdienmodel waar de Vlaamse land- en tuinbouwer op zit te wachten”, stelt voorzitter Van Damme op de website VILT. “Wanneer een eigenaar beveelt wat waar, wanneer en hoe moet geteeld worden, is dat meer dan een stap terug in de tijd.” Hij verwijst naar de bioboerderij in het West-Vlaamse Alveringem die in 2018 door de familie Colruyt werd gekocht. “Daar mogen de landbouwers enkel telen op commando van Halle. De boeren worden daar teruggezet naar de tijden waarin de kleine pachter ten koste van eigenwaarde en zelfbeeld verplicht werd om te luisteren, te beven en te knikken voor de grondeigenaar.”

Zeeboerderij Nieuw is dat Colruyt samen met partners van ver buiten de sector (de baggeraar DEME bijvoorbeeld) nu ook op zee activiteiten wil gaan controleren. Tegen de komst van de zeeboederij was fel protest van vissers, vzw Climaxi en het stadsbestuur van Nieuwpoort. Het kweekcentrum komt namelijk in een rijk visgebied voor de kust van Nieuwpoort. Nieuwpoort is het centrum van de kleinschalige visserij. Die bestaat in België nauwelijks door een gebrek aan opleidingen, concurrentie met grotere vaartuigen en een gebrek aan politieke aandacht. De zee is tot nu toe een vrij gebied en Climaxi wil niet dat men ook de zee begint te privatiseren door concessies toe te staan aan grote concerns die de baas komen spelen. Wij verzetten ons tegen de trend in deze maatschappij om alles wat klein is (de kleine winkelier, bakker, visser, middenstander) te laten kapot gaan en te laten opslorpen door de grote jongens. Redenen om zich daar tegen te verzetten zijn er genoeg: de kwaliteit gaat in het grootste deel van de gevallen achteruit, de transparantie evenzeer. Er worden minder mensen tewerk gesteld dan in kleine ondernemingen. De grote concerns gebruiken dan meestel ook nog eens malafide praktijken om hun winst te maximaliseren: foefelen met ingrediënten, producenten onder druk zetten, misleidende reklame, onregelmatige fusies, marktbeïnvloeding enz…

De definitieve vergunning voor Colruyt is er evenwel nog niet. Ondanks herhaaldelijk aandringen wil men de bestaande gebruikersvergunning blijkbaar ook niet lossen. Er moet nog een omgevingsvergunning bekomen worden bij de Vlaamse Regering, waar de wind anders zou waaien. Fundamenteel vinden nogal wat politici aquacultuur ‘zeer interessant’, maar vinden ze dat dit in overeenstemming moet zijn met de lokale gemeenschap. Dat is o.m. het standpunt van CD&V Minister Hilde Crevits en Bart Tommelein (Open VLD-burgemeester van Oostende). Beiden zijn lid van de Commissie Landbouw en Visserij in de Vlaamse Raad. Climaxi vindt het schrijnend dat men dit soort van conglomeraten als ‘interessant’ beschouwt, terwijl men er niet in slaagt om een positieve politiek te ontwikkelen die de kustvisserij ten goede komt. Het stadsbestuur van Nieuwpoort liet bij monde van zijn burgemeester al weten naar de Raad van State te stappen tegen deze beslissing. Climaxi wil in elk geval verdere acties van lokale gemeenschappen, boeren en vissers rond dit onderwerp steunen. Filip De Bodt


Op zoek naar Zalm In dit blad schreven we al eens wat meer over kweekzalm en de methodes die men gebruikt om die groot te brengen. Dat gaat van de kleur van de zalm bepalen door aangepaste voeding die men geeft en het gebruik van antibiotica, tot de hoeveelheid vis die nodig is om een zalm groot te brengen en de schade die de kwekerijen toebrengen aan het milieu. Telkens wordt dan verwezen naar ASC (Aquaculture Stewardship Council), een keuringsorganisme dat de duurzaamheid labelt. Zogezegd. Het Visserijblad zocht een vis! Die vis, die kwamen we tegen in de folders van Aldi en Lidl. Mooi blinkend die folders…tamelijk goedkoop de vis. Dus allicht, tamelijk ecologisch en zo, denken de meeste mensen dan. En transparant…? Ik mail dus naar Aldi, nieuwsgierig zijnde van aard en vraag naar de herkomst van de zalm. Aldi antwoordt: “Het gaat om vis die afkomstig is van ASC-goedgekeurde kwekerijen.” Ha, ik blij dat het vooruitgaat: “Bedankt voor deze info, maar kan U ook zeggen bij welke kwekerij precies? Als die ASC gelabeld is mag dat allicht ook publiek geweten zijn?” Veertien dagen later, komt er een nieuw antwoord: “We hebben helaas geen verdere info over de kwekerij.” Speciaal vind ik dat… Aldi weet dus niet vanwaar zijn vis komt… Dan maar geprobeerd bij Lidl, misschien, met dezelfde vraag. Het antwoord komt veertien dagen later en is exact hetzelfde: “De zalm is afkomstig uit een Noorse kwekerij. Helaas is het niet mogelijk om de naam van de kwekerij te geven.” Dat riedeltje heb ik nu genoeg gehoord, dus schiet ik uit mijn krammen: “En mag U dat niet zeggen of wil U dat niet zeggen of kan U dat niet zeggen. Ik wou wel eens kijken of die kwekerijen inderdaad ASC-gecertificeerd zijn. Als U dat niet wil zeggen, dan ga ik er van uit dat er iets mis gaat?” Nu gebeurt wat ik en jij, beste lezer, niet kunnen vermoeden. Na drie weken komt er een nieuw antwoord met een aankoopbon erbij voor een gratis pakje zalm: “Bij een ASC-gecertificeerd product worden alle stappen in de keten gecertificeerd en geaudit door onafhankelijke instanties. Zowel wij bij Lidl, als de klant, kunnen er dus vanuit gaan dat de ASC-standaarden bij elke stap in de keten worden toegepast, tot en met de kwekerij. De certificatiecode van de producent moet steeds op

de verpakking vermeld worden. De code van dit product/ deze leverancier is ASC-C-00492. Deze code krijgt de leverancier pas eens zij de audit positief doorlopen hebben. Bij deze audits wordt steeds gecontroleerd waar hun ingrediënten worden aangekocht, en ook of hun leveranciers gecertificeerd zijn. Hun leveranciers worden op dezelfde manier gecontroleerd. Op deze manier is het product volledig traceerbaar. Lidl heeft niet altijd rechtstreeks zicht op de kwekerijen waar de producten uiteindelijk exact vandaan komen, net omdat we kunnen vertrouwen op de gehele gecertificeerde keten door ASC. Aan de hand van deze code kan u als klant op de website van ASC wel meer info vinden: https://www.asc-aqua.org/nl/wat-kan-jijdoen/leverancier-zoeken/. Als je hier zoekt op de chain of custody code zoals die op de verpakking staat, vind je de leverancier terug, dat is Sea Fresh. Wij hopen dat u met dit antwoord geholpen hebben.” Ik antwoord snel dat ik dat pakje zalm niet hoef want dat ik geen kweekzalm eet en ga vliegensvlug naar de website van ASC in de hoop om daar dan toch te weten in welke Noorse kwekerij die zalm het levenslicht zag! Ik ben er bijna…het geheim wordt ontsluierd….ik tik de code in, duw op enter en kom terecht bij Sea Fish Retail uit Urk in Nederland. Maar dat is toch Noorwegen niet? Dat blijkt ook geen kwekerij maar een invoerder. We zijn er dus nog niet, we weten nog altijd niet vanwaar onze zalm komt. Drie dagen later rolt het antwoord binnen: “Gaat het om de zalm die bij Lidl België verkrijgbaar is? Mag ik vragen wat u met deze informatie gaat doen?” De reply is zeer vriendelijk en braaf: “Jawel. Ik maak een artikeltje over transparantie in de vissector voor Het Visserijblad in Vlaanderen.” Na een week nagelbijtend wachten, zegt woordvoerder Albert Ras: “Ik heb begrepen dat Lidl België geen verdere uitspraak heeft gedaan over de exacte kwekerij herkomst. Ik wil graag de regie in deze bij Lidl België houden, ook omdat het Belgische media betreft. Wat ik wel kan melden is dat wij bij diverse kwekerijen in Noorwegen aankopen. Deze kwekerijen zitten met name rond de poolcirkel, omdat daar de omstandigheden wat ons betreft het beste zijn voor zalm kweek (goede watertemperatuur en relatief weinig zeeluis).” Dus: Lidl weet het…maar zelfs de invoerder mag het van LIDL niet zeggen. Stinkt wat naar rotte vis toch? Dus, denk ik: we laten dat weten aan ASC en vul het klachtenformulier in met opnieuw dezelfde vraag: “Van waar komt die zalm en waarom mag ik dat niet weten.” We zijn nu vier weken later…en een antwoord komt er niet. Transparant? Ja, even transparant als mijn onderbroek, niet dus! Filip De Bodt


De Belgische economie is gebouw Belgische baggerbedrijven plegen met de zegen van de federale overheid roofbouw op een onderschatte natuurlijke rijkdom verborgen in onze Noordzee: zand. Zand is niet het nieuwe goud, maar waardevol genoeg om maffia’s over de hele wereld een geschatte jaaromzet van 200 miljard euro te doen draaien. Voor we de situatie in de Belgische Noordzee bekijken, zijn er drie zaken die u moet weten over zand.

fiets: je afremkracht verdwijnt zonder dat je het ziet. Om te duiden welke gevolgen dit heeft maken we even een gedachtensprong. Ooit vertrok een ferry veel te snel uit Zeebrugge. Winstbejag leidde tot nalatigheid: de achterpoort bleef open staan. We weten wat er met de Herald of Free Enterprise gebeurde. Weten we ook al dat er iets soortgelijks bezig is, in

Zand is na water de meest ontgonnen materie ter wereld. Beton is de grote slokop, maar zand zit ook in producten waar je het niet verwacht: van zonnepanelen tot zonnecrème. Ook onverwacht: het zand dat we zien is meestal nutteloos. Woestijnzand is voor de mensheid amper bruikbaar en strooit dus enkel zand in onze ogen. De wind heeft in de zandvlakte vrij spel, waardoor de korrels rollen tot niet-kneedbare bolletjes. Rivieren zijn zandmakers. Hun oevers en delta’s hebben de beste zandvoorraden. We ontginnen dubbel zoveel rivierzand als alle rivieren op aarde aanmaken, waardoor er geen zand meer is voor het strand. Gevolg: bijna alle stranden in de wereld zijn aan het afkalven. In India, Namibië, Marokko, Maleisië, Israël, Jamaica, Indonesië, Vietnam, Cambodia, de VS etc. is het erger: daar graven ze de stranden zonder scrupules af. In Singapore is een kilo zand zo duur als een liter olie. Zo’n prijzen doen maffia’s ontstaan. In lokale conflicten om zand in India sneuvelden al honderden mensen. Singapore en Indonesië maken zelfs ruzie over de ligging van de zee-grens tussen hen. Aanleiding: 24 Indonesische eilandjes zijn onder zee verdwenen nadat zandmaffia het zand af had gegraven en meer dan waarschijnlijk verkocht had aan … Singapore.

Noordzee Gaan we in de Noordzee die toer op? Nu nog niet, maar ook in België slinken de ontginbare voorraden aan bruikbaar zand en ook hier kalven stranden af. Een studie uit 2008 bewees al dat afgravingen van zand in onze Noordzee de golven die in Oostende aan land komen hoger maken dan vroeger. Dat was vóór de explosie in ontginning van zand vlak voor onze kust. Zandbanken remmen golven aan de onderkant af. Ondiepe zandbanken dicht bij de kust afgraven is zoals het slijten van remblokjes op een

slow motion, met het openzetten van de achterpoort naar onze West-Vlaamse polders, ook uit winstbejag? De afgraving van natuurlijke golfremmers komt op een moment dat zeespiegelstijging door toedoen van klimaatverandering nog mee valt. Maar de zee stijgt niet lineair, ze stijgt exponentieel. Nu gaat het over mm/jaar, straks over cm/jaar. Heel soms merk je dat een ambtenaar het snapt. De Vlaamse bouwmeester kwam een paar jaar geleden in de media met zijn 4 kustzone-scenario’s voor 2100. In 2 van de


wd op drijfzand. Uit de Noordzee. 4 scenario’s liet hij een groot deel van West-Vlaanderen over aan de zee. Niet omdat hij dat graag wil, maar omdat hij de consequenties van huidige trends door trok. Wat is nodig om zo’n doenscenario tegen te houden, nog los van alles wat met klimaatverandering te maken heeft? De quota voor zandontginning

West-Vlaanderen verder open duwen kan enkel als je op korte termijn en aan de belangen van baggeren betonboeren denkt. Als het over zandontginning gaat zijn vissers en milieubeschermers natuurlijke partners. Ze hebben er beiden baat bij dat de activiteiten van baggerbedrijven sterk beperkt worden en dat zoveel mogelijk zandbanken een zo groot mogelijke natuurwaarde behouden, aangezien dit enkel ten voordele van het aanwezige visbestand kan zijn. Nick Meynen Nick Meynen werkt bij de European Environmental Bureau – de grootste federatie van milieuorganisaties in Europa. Bronnen voor dit artikel staan vermeld in Nick’s vorige boek: “Frontlijnen. Een reis langs de achterkant van de wereldeconomie” (EPO, 2017), waarin hij nog veel uitgebreider over de zandproblematiek schrijft.

moeten omlaag naar een niveau waarop de zandbalans in onze Noordzee terug in evenwicht komt. Geen ondiepe zandafgravingen dicht bij de kustlijn, herstel van de duinengordel en een vervroegde betonstop zouden zeker helpen. Een belasting aan de bron van de ontginning, bij de baggerbedrijven, om de maatschappelijke kosten van hun activiteiten te kunnen betalen zou ook meer dan welkom zijn. Een overheid heeft als kerntaak om zijn burgers te beschermen. Roofbouw laten plegen op de zandvoorraden die ons nog resten en zo de poorten van

Her-Culi, Lekker Lokaal. Volg ons op https://www.facebook.com/ HerzeleCulinair


Kookhoek Vissoep

Werkwijze 1. Snijd alle groenten in fijne stukjes en stoof ze aan in olijfolie.

▪ 1/4 fles witte wijn

Carlos De Gendt

2. Bevochtig met de fumet en de witte wijn.

▪ 1 liter visbouillon (fumet)

Carlos is al 40 jaar kok en deed diverse stages in binnen en buitenland. Hij werkte o.m. in ’t Fornuis en Switel hotel te Antwerpen, Lusitania en Andromeda te Oostende en Casino Middelkerke. Genieten van eten is voor hem een van de mooiste dingen in het leven, dat hij graag, met anderen wil delen. Als hij kookt, laat hij mensen graag kennis maken met de natuurlijke keuken en zuivere producten.

3. Voeg er de saffraan en tomatenpuree, alsook de pastis, tijm en laurier aan toe. 4. Laat 1 uurtje koken. 5. Snijd de vis in stukken van 3 cm op 3 cm. 6. Kruid de vis en pocheer ze op het laatste moment in de soep, samen met de langoustines .

▪ 1/2 knol venkel ▪ 1 st wit van prei ▪ 3 stengels witte selder ▪ 2 teentjes look ▪ 2 st ui ▪ 3 st wortelen

7. Serveer en versier met de gepelde garnalen en gehakte peterselie .

▪ 1 takje tijm en laurier

8. Super lekker!!!! beetje vers getoast brood bij of stukje frans brood , beetje gemalen kaas en je maaltijd is klaar!!!

▪ 1 paar saffraandraadjes

9. Kan als soep maar ook als maaltijd, ietsje meer vis gebruiken dan en eventueel wat mosselen en wilde zalm.

▪ 1 doosje tomatenpuree ▪ 100 gr kabeljauw ▪ 100 gr roze zalm ▪ 100 gr roze garnalen ▪ 12 langoustines



FOTOS


FOTOS

Fotografie Pedro RappĂŠ


Pedro Rappé is de vijfde generatie van een Oostends vissersgeslacht en vaart ondertussen al 35 jaar op zee. De laatste vier jaar combineert hij zijn hoofdberoep als visser met zijn liefde voor fotografie en dat leverde al heel wat uitzonderlijke beelden op. Zo biedt hij telkens opnieuw een unieke kijk op de harde, vaak ook totaal onbekende, maar o zo mooie wereld van de Vlaamse zeevisserij. De foto’s zijn puur en de onvervalste realiteit. Ze zijn vaak genomen tijdens een helse stormbui of wilde windopflakkeringen en wijken dus volledig af van de klassieke fotografie. De fotograaf denkt ‘out of the box’ en dat weerspiegelt zich in al zijn foto’s van op zee. Pedro is nieuw medewerker van HVB. Zijn werk kan je ook bekijken op de website yesartstore.com. (Pedro werkt op de Z.483 Jasmine)


POL DE SCHOL Een grote 8 jaar geleden ging een hele nieuwe wereld open voor wetenschappers, biologen en lezers van dit fijne blad. Toen werd de eerste vis van een hele rij soorten geïnterviewd. Zoveel jaar later gaan we weer praten met de eerste: Pol de schol. Niet in een zwembad zoals destijds maar met apparatuur van ILVO, VLIZ, VLAM en professor Gobelijn gewoon in de kombuis. Omdat ondergetekende al bijna twee weken aan boord is en nog geen corona-symptonen vertoont en er nog geen COVID bij vissen werd gevonden (oef!) is het een gesprek zonder mondmasker. Lockdown is voor zeemannen eigenlijk al altijd normaal, met het verschil dat we op zee écht nergens heen kunnen, niet dat halfbakken gedoe met rekenen op gezond verstand. Dat is er gewoon niet genoeg. Pol werd een grote schol en drinkt een poester, ondergetekende drinkt een daiquiri. Een oude schol en de zee… HVB: Welkom aan boord Pol, je bent trouwens de enige schol die ik bij naam groet, anders blijven we bezig op dek. Proficiat met jullie selectie als Vis van het Jaar. POL (blinkend in zijn vel): Dank U, we zijn heel blij om nog eens in de schrijnwerpers te staan. In dit horrorjaar mag het al eens over iets anders gaan dan die Corona. Over ons bijvoorbeeld, lekker en gezond, op alle mogelijke manieren te bereiden en we zijn niet duur. Een werkmansvisje, maar klaar voor ieder sterrengerecht. HVB: Een visje kunnen we je niet meer noemen, me dunkt. Wat ben je veel gegroeid in die 8 jaar, je was net nog ondermaats (27 cm is de minimumlengte voor aanvoer). Logisch dat je nu in Jurassic Park vertoeft (een inventieve naam die werd gegeven aan dit kleine stukje visgrond waar enkel reuzenpladijzen zwemmen, schol-osaurussen noemen we ze). POL: Ja, het bevalt me hier beter dan in De Gracht, m’n vorige habitat. Ik heb het gezien met dat jong grut. M’n oude dag wil ik slijten tussen de schollen op leeftijd. HVB: Ik zou ook wel m’n oude dag willen slijten tussen oude ploaten, vinyl is al lange tijd weer hip. M’n favoriete muziekwinkel is genoemd naar ploate, de Ostendsche Ploate aka Compact Center. Bij mij thuis staan er honderden ploaten in m’n ploatenkast. POL: Een echte ploatenfan dus. Of seriemoordenaar met uitstal-drang. HVB: Haha, maar ook scholliefhebber hoor.

Een voorbeeldje: Na jaren in Hanstholm binnen te komen, zijn we nu veranderd naar Thyboron. En daar is geen zo’n goed restaurantje zo dicht bij onze ligplaats met zo’n lekkere scholfilets. De uitbater wist al van tevoren wat ik ging bestellen. Om maar te illustreren. POL: Ja, je kan alle kanten uit met ons. En dat blijkt ook uit de massa aanvoer die er is, ze worden allen verkocht en dus opgegeten. HVB: En toch staat de schol nog niet genoeg op het menu. POL: Ze moeten de kinderen zot van ons maken. Dat is de oplossing. Anders zijn al mijn miljoenen kinderen verloren voor de liefhebbers. HVB (blaast): Ja, miljoenen, je deed je best. POL (knipogend, niettegenstaande vissen dit niet kunnen): Op het gemakje hé. Je moet trouwens niet denken dat 1 van die knaspers nog iets van zich laat horen, een verjaardagskaartje of zo. Niks, nul, nada. HVB: De jeugd van heden, wacht tot jullie WiFi gaan hebben. POL (sarcastisch): Met al die windmolens die ze gaan zetten in heel de Noordzee en op de Daggerbank vooral gaan ze wel bereik hebben. Op onze eigenste Love Shack waar al eeuwen de vrije liefde wordt bedreven, sappen worden uitgewisseld en eitjes bevrucht, gaan ze die overbetaalde lawaaimakers plaatsen. Het getij zal door de grootte van het project allicht veranderen daar. Alles is om zeep. Daarom staat het iedere week hoog op de agenda van onze Veiligheidsraad. HVB: Jullie hebben een Veiligheidsraad ? POL: Natuurlijk, opgericht in 1995, na de Scholexplosie. Miljarden soortgenoten van me zwommen toen blindelings in de netten van de o zo blije vissers. Ze leken wel in trance. Het gezond verstand leek, zoals bij jullie, heel verdwenen. Dat mocht nooit meer gebeuren. HVB: De scholexplosie in ’95 herinner ik me ook nog. We visten daar toen ook. Dagen en nachten achtereen stonden we op dek. Het was van een Belg die verhuisde naar Denemarken dat we deze kostbare tip kregen. En het kwam inderdaad nooit meer voor. Het was m’n hoogste loon die ik ooit verdiende, destijds. POL: Wat heb je ermee gekocht ?


Tekening: Jo Clauwaert

HVB: Niks, ik had een ongeluk met m’n ouders hun auto en kwam uiteindelijk nog geld tekort. Twee maanden na het behalen van m’n rijbewijs, de duurste rijles ooit. Er was toen ook een Veiligheidsraad thuis. Maar dit geheel terzijde. Wat wordt daar nog al besproken op jullie Veiligheidsraad ? POL: Situaties als de scholexplosie komen niet meer voor. Het gaat meer over de evenementen en festivals in de Scholbox nu. Sinds jullie daar niet meer mogen vissen, is dat onze eigen place to be. M’n nicht Carol en oom Jean-Paul zitten in de directie. Die durven wel eens iets vertellen dat niemand weet. Wist je dat er ooit een plan op tafel lag om ons te ontdoen van onze rode stippen. De vissers gingen ons niet meer herkennen en dus weer weggooien. Maar we beseften ook wel dat die vissers schrandere kerels zijn en dus verloren moeite. HVB: Wist je dat ik soms ingewanden van jullie bevroor in een potje in de diepvries? De schelpjes in jullie maag zijn gegeerd bij schelpenverzamelaars. Enkel in bepaalde visgebieden want die schelpjes zitten niet overal. POL: Soms gaan we op verplaatsing voor lekkere hapjes. Mocht de Brexit helemaal slecht gaan en niet-Britten uit hun water worden geweerd, emigre-

ren we misschien allen daarheen. Die Engelsen alleen gaan ons niet kunnen opvissen. Al zou het nog jammer zijn dat een Belg ons niet kan opvissen. Een meiertje (geen familie van de interviewer maar de vissersterm voor de kleinste soorten schol) gebakken met smout, veel peper en zout. Maar ook omdat jullie zoveel topchefs hebben, en de North Sea Chefs met hun sublieme menu’s. HVB: Je plaat blijft hangen. POL: Pardon ? HVB: Een menselijke woordspeling, dat je in herhaling valt. Niet dat dat erg is, ik wou dat gewoon per se in de tekst verwerken. POL: Hm, oké. We gaan hier afsluiten. Ik moet nog naar de Scholbox. Vanavond is er date night, de vrouwtjes beginnen eitjes te krijgen. Eens een blik gaan werpen en een korte babbel. Dat je toch weet wiens eitjes je bevrucht. Het is trouwens tijd om de netten op te winden bij jullie zie ik. HVB (knipoogt): Dat wil soms ook niets zeggen hoor. Tot een volgende keer Pol en hou je goed. Chris Meyers


De Laatste Reis Dringend. Een oude scheepsmaat vraagt me in te springen. Ik sta niet te springen maar hij heeft me te pakken. Na enkele mislukte pogingen mijn zuidwester aan de haak te hangen heb ik me weer laten vangen. Behalve op Ijsland heb ik de Vlaamse visserij in alle segmenten meebeleefd, heb zelfs voor een Spaanse reder in ’onze’ vissersvloot gevaren. Maar nog nooit heb ik mijn zeegoed aan boord van een Vlaamse rederij in Nederlandse handen gezet. Verdomde nieuwsgierigheid. Zondag 13 september 20.00 uur met het busje naar Harlingen en middernacht aan boord van de moderne hekkotter/flyshooter Z.300 Solas Gratia. De haven gonst van activiteit. Eerst een bakkie en een blaadje uit een bijbel voor de trossen gelost worden en we de haven uitvaren tussen vele vissersvaartuigen. We stomen over de noord en komen aan de kor met de twinrig. Winden en vieren op een matige visserij met mooi weer. Het duurt niet lang voor ik mijn plaats in de bemanning vind en meedraai in het team. Het schip werkt gemakkelijk, veilig en stil. Het bulderend beest in de machinekamer hoor je amper draaien. De schipper/ reder verzorgt de maaltijden terwijl wij de vangst verwerken. Het eten en drinken is op kosten van de rederij. Wel iets anders dan de Vlaamse manier waar we zelfs geen maaltijdcheques krijgen. Ik heb mijn boek aan Klaas gegeven die me regelmatig vraagt iets te duiden. Dat zijn ongeveer de enige gesprekken die ik versta. 90% van wat de Urker bemanning onderling vertelt begrijp ik niet. Ik heb er geen probleem mee want het is niet anders dan in het belgenland waar ik evenveel ‘gibberisch’ over me heen krijg. Het enige is verschil dat ik hier geen interesse moet voorwenden of geforceerd wordt om deel te nemen aan de conversatie. Een aangenaam schip om op te varen en een menselijke manier van werken. Ik ben hier 10 jaar te laat. Niet te geloven hoe anders de visserijsector hier is omgegaan met dezelfde crisissen die onze vloten geteisterd hebben. Hun moderniseren versus ons decimeren, beide visies hebben hun doel bereikt. Wist je dat 60% van onze vloot in Nederlandse handen is? 60% van 60 schepen.

We vissen tot de vrijdagmiddag en zetten koers naar de thuishaven. In de voor mij onvoorstelbare recordtijd van twee uur is het schip gekuist. Binnen én buiten. Vrijdagavond 22.00 afgemeerd. Het scheepsafval en opgeviste rommel in op de kaai voorziene bakken dumpen en we kunnen aftaaien. Na een bakkie en een tekst uit de bijbel. Ik krijg van schipper Klaas, motorist Klaas, matroos Klaas en matroos Riekelt een hand en de uitnodiging om als het kriebelt … Ik heb het gedaan, heb er gestaan. Heb me geamuseerd maar het is welletjes geweest. Denk ik. Marnix Verleene (ex-reder van de O369)


Het mooiste beroep dat er bestaat Veertien jaar was ik toen ik van huis ben weggelopen. Van jongs af rebel. Zo ben ik. Veertien! Nog wat groen achter de oren maar een leeftijd vol illusies en droombeelden. Om aan de kost te komen ben ik geleidelijk in het wereldje van de visserij terechtgekomen. In totaal heb ik vierendertig jaar gevaren waarvan eenentwintig als reder met mijn eigen boot. Momenteel maak ik mij nuttig aan wal met allerlei noodzakelijke klussen zoals het herstellen en onderhouden van de vissersnetten, terwijl ik de fakkel heb doorgegeven aan mijn twee zonen die nu de visserstraditie verder zetten. Ze hebben beiden hun beroepsopleiding gekregen en hun diploma behaald in de Visserijschool van Oostende waar directeur Jan Denys met succes een systeem van deeltijds onderwijs heeft ingevoerd, waarbij de leerlingen een aantal weken les volgen op school en een even lange tijd ervaring opdoen op zee. Daardoor leren ze niet alleen de stiel maar komen ze tevens aan de vereiste zeshonderd lesuren per schooljaar. Voor de buitenwereld is het beroep van visser nog altijd verbonden met levensgevaarlijke omstandigheden. Dat is ongetwijfeld lange tijd zo geweest. Er zijn, helaas, teveel vissersfamilies die erover kunnen meepraten en ongelukken zijn nu eenmaal niet te vermijden. Teveel visserijmonumenten staan er langs onze kust die herinneren aan dramatische gebeurtenissen op zee. Teveel vrouwen zijn weduwen van de zee geworden. Intussen is er, goddank, veel ten goede veranderd en staat veiligheid hoog aangeschreven. Voor mij is het beroep van visser het mooiste wat er bestaat. U schipper naast God voelen en van de vrijheid genieten, dat is toch een gelukzalig gevoel. Al weet ik niet of de komende generaties evenveel plezier gaan beleven aan hun stiel als ik. Er zijn al heel wat bedrijven over de kop gegaan de voorbije jaren. Sommigen vergaten misschien de tering naar de nering te zetten, maar er is, jammer genoeg, ook de overvloed aan regels, richtlijnen, voorschriften, bepalingen en meer van dat soort plagerijen. Daarmee proberen de moeiallen van Europa en in navolging die van BelgiĂŤ het leven van de vissers zuur te maken. Wat ze allemaal uitvinden grenst aan het ongelooflijke. Mensen die nog nooit een voet op een vissersboot hebben gezet bepalen vanuit hun ivoren toren wat wij mogen doen en laten. Met de nadruk vooral op ‘laten’. Als het de bedoeling is alle bevelschriften te

doorploegen die betrekking hebben op de visserij rest ons geen tijd meer om te vissen. Kan dat het opzet zijn? Goed bezig! Alle lidstaten hebben daar bovenop nog eens hun eigen reglementen. Ik kan erover meepraten. De torenhoge boete die ik onlangs moest betalen heb ik te danken aan de Britten die het met hun typisch flegma en met een uitgestreken gezicht het gevolg en het begin van de Brexit noemden. Ik heb al betere grappen gehoord. Dat voor wat de schaduwzijde betreft. Ik vrees dat het er in de toekomst niet beter op gaat worden.

Er zijn ook positieve kanten aan het verhaal. Het is niet iedereen gegeven om in regen en wind, bij storm en ontij, met de laarzen in het zeeschuim, te doen wat een visser doet: binnenhalen, losmaken, uitzoeken en al wat er verder nog komt bij kijken. Het is hard werken aan boord maar met het onoverkomelijke tikkeltje geluk, ervaring en lef is het een beroep waarmee gul de kost te verdienen valt. Ik heb er als aandenken, naar verluidt, de typische stap van een visser aan overgehouden, waardoor het voor iedereen duidelijk is dat ik gepokt en gemazeld ben in de zeevisserij. Als ik met mijn kameraadje Jacob op mijn schouder een stapje in de wereld zet bemerk ik aan sommige


blikken dat ze denken met een zeerover te maken hebben. Jacob op uw schouder, zie ik u denken. Misverstanden zijn er om uit de wereld geholpen te worden. Jacob is een dwergpapegaai en mijn trouwe metgezel. Zo zijn er meer misvattingen waar buitenstaanders zouden van opkijken. Velen denken dat het een vuil zootje is aan boord. Integendeel, als de mannen van dek komen gaan de laarzen, het oliegoed en de kiel uit. In de kombuis komt men al ‘schoon’ binnen. Heel wat mensen zouden eens een kijkje moeten nemen

oorspronkelijk niet in goede aarde, maar ik heb de toestand enigszins kunnen temperen en de bui doen overwaaien met de belofte dat zij de kleur van de boot mocht kiezen. Later is alles bijgelegd en werd mijn beslissing, bij wijze van spreken, op applaus onthaald. Van vissers wordt nogal vlug gezegd dat ze stevig kunnen drinken. Er wordt zoveel beweerd, maar in dit geval valt niet te ontkennen dat er iets van waar is. Om het zacht uit te drukken: ze zijn er niet vies van. Dat er na wekenlang dobberen op zee extra gevierd mag worden, wie kan hen dat kwalijk nemen? Er bestaan, gelukkig maar, nog een aantal vissercafés, maar vergeleken met vroeger is het maar een handjevol dat door de jaren heen stand heeft kunnen houden. Ik zou, met enige overdrijving, een halve telefoonboek kunnen vullen met namen van cafés die de tand des tijds niet overleefd hebben. De tijden veranderen en of vroeger alles beter was durf ik te betwijfelen. Het neemt niet weg dat de huidige generatie met oren als bloemkolen zit te luisteren als de ouderen, met een weemoedige ondertoon, straffe verhalen vertellen over de tijd van toen die onherroepelijk voorbij is. Zeebrugge als thuishaven, met een steeds wisselende Noordzee die nooit verveelt als uitvalbasis naar Ierland, de Golf van Biskaje, Denemarken en andere afgelegen visrijke oorden. Wat kan een vissershart meer verlangen? Daarom: preus ik fjirtig op West-Vlaanderen? Mo gow zeg, joak! Steve Savels – visser – reder en buitenbeentje van de Z53

aan boord, waarna heel wat misvattingen zouden sneuvelen. Er blijft altijd het probleem van de investeringen die zwaar uitvallen, maar dat berekend risisco heb ik genomen. Waarbij ik telkens in contact kwam met personen die ik heb kunnen overtuigen en die uiteindelijk in mij geloofden. Waarvoor ik hen nog altijd dankbaar ben en tegenover wie ik ook mijn gegeven woord heb gehouden. Al heeft me dat bij momenten zweet en bloed gekost. Tranen kwamen er bijna ook aan te pas, niiet bij mij, maar bij mijn echtgenote die slechts op het allerlaatste moment te weten kwam dat ik een boot had gekocht. Dat viel

Dit is een voorpublicatie uit het boek “Liefdesbrieven aan West-Vlaanderen” met bijdragen van Wim Opbrouck, Hilde Crevits, Filip De Bodt, Manu Ruys, Patrick Lateur en anderen. Uitgeverij Partizaan voorziet een speciale korting voor lezers van Het Visserijblad: je betaalt 16,50 € voor het boek in plaats van 18,50 € en de verzending is gratis. Het bedrag kan je overschrijven op rekeningnummer BE04 9795 9327 4031


Vissen in tijden van Corona Het is vroeg in de ochtend, ik kom niet vaak meer naar de zee sinds de coronamaatregelen dit op allerlei manieren ontmoedigen voor binnenlanders. Ook al is die binnenlander geboren uit het schuim van de zee en opgekweekt met Noordzeevis. Ik moest er zijn voor andere redenen maar kon het toch niet laten om langs de oude vismijn te wandelen. Ik waaide bijna van de kaaimuur door de onstuimige herfststorm en dacht aan het liedje: “Tgoa reegn en tgoa woain, Pietje lopt noa de koaje, Pietje lopt noa de bassing en je valt erin.” Ik heb in mijn hele leven maar één iemand gekend die ‘in de bassing gewaaid’ is maar het feit dat het een reder was bij wie het water aan de lippen stond, maakt het aandeel van de wind een stuk kleiner dan in mijn kinderlijke angst voor de krachtbron van het liedje. Maar niet enkel kindertrauma komt hier boven, ook de mooie herinneringen. Elke keer wanneer ik aan de vismijn ben, proef ik bijna de puree met muskaatnoot (neutebeschoat) en de lapjes met peperrandjes afgezette pladijs die in mijn kinderjaren het lievelingskostje was, met een klontje gezouten boter bij, de spreekwoordelijke boter bij de vis. Dat en toengsjes, liefst stapels zoals de wafelfestijnen op het einde van de Nero-avonturen. Nu is het dus vroeg in de ochtend in een spookachtige leegte, geen restaurant of café die met open deuren de nacht wegdweilt of de vroege leveringen binnenhaalt. Alles potdicht. Op de veiling al meteen een kaakslag voor misschien wel de hardste werkers van ons land: de mannen uit de visserij. Ik zie twee mannen met elkaar praten op straat door omstandigheden verstoken van toog en pint. Ze dragen een mondmasker. Papieren, lichtblauwe vlinders die de ene de mond snoert en daardoor slechts een gedempt gebrom laat horen, de ander heeft de vlinder creatief onder zijn onderlip gespannen terwijl hij Popeye-gewijs met de sigaret tussen zijn tanden toch redelijk verstaanbaar spreekt. “De prijzen voor tong, tarbot, zeebot en griet zijn gezakt tot een historisch schaamtepunt.” Hij klinkt bijna als een dichter. “Een historisch schaamtepunt.” Hoe mooi is dat verwoord... Dit ene woord zegt alles. “Het brengt letterlijk maar de helft van amper een week geleden op.” Ik sta in de buurt, doe alsof ik iets in mijn tas zoek. Eigenlijk doe ik niet alsof. Ik zoek mijn schriftje omdat ik voel dat hier een verhaal in zit. Pre-corona

zou ik op de mannen afgestapt zijn en er een klaptje mee gedaan hebben maar nu durf ik dat niet meer. Opeens is alles veel intiemer geworden. Kan je je nog permitteren om vreemden aan te spreken? In hun bubbel te komen? Moet je hier eigenlijk een mondmasker dragen? Ik draag ze sowieso wanneer ik twijfel maar nu die mannen aanspreken zonder dat ik hun comfortzone verbrijzel... Dit probleem lost zichzelf als volgt op: tijdens mijn zoektocht in mijn tas, nog steeds naar mijn schriftje, merk ik opeens dat ik mijn autosleutels kwijt ben. Ik zoek steeds opgejaagder en laat een lokale vloek knallen die samen met de smaakherinnering van puree met gebakken vis mijn hoofd is komen binnengewaaid. Degene met de sigaret roept of er wat scheelt. “Ik vind mijn sleutels niet meer,” zeg ik. De eerste helft van de zin beschaafd, de tweede helft in het dialect waarin ik ben opgevoed. De sigaret wijst met zijn lichtblauw bevlinderde kin naar mijn auto een twintigtal meter verder. “Is het die tros die nog op je deur zit?” Dat kan tellen qua ijsbreker maar ook qua kennismaking en persoonsschets wat mezelf betreft. Ik wil mezelf wat redden door niet te willen ‘een madammetje uit het binnenland te zijn dat te dom is om haar autosleutels bij te houden’ en zeg: “Gisteren stond er op een Nederlandse site dat Tilapia goedkoop is en gelukkig niet te veel naar vis smaakt. Wat op culinair vlak als quote ook niet veel dieper meer kan dan die gekelderde prijzen.” De mannen kijken vol afschuw, bijna alsof ze die tilapia moeten eten, onder dwang, met een harpoen tegen hun kop. De gemaskerde mompelaar spreekt opeens duidelijk en luid: “De pladijs, de vis van het jaar dan nog, kost een schijntje van wat hij waard is.” “En hij smaakt jammer genoeg ook nog eens wél naar vis,” zeg ik ironisch. “Mensen eten alleen maar vis op restaurant,” zegt de sigaret, “en door de coronamaatregelen en de sluiting van de restaurants zijn er opeens overschotten, vraag en aanbod en dus dumpprijzen”. “Ja, nu kunnen ze zich haasten naar de viswinkel, nu het spotgoedkoop is, maar moet daarom eerst de visser zelf tegen verlies werken?” zegt de gemaskerde. We zwijgen alledrie, verzonken in onze eigen gedachten en de wind waait ons haar en onze gedachten alle kanten op. “Hoe verknipt is onze economie?” denk ik. “Vis is gezond én lekker, vooral wanneer ze wél naar vis smaakt en uit onze eigen Noordzee komt en niet uit van gif of radioactiviteit vergeven wateren.” En toch grijpt de meerderheid van de consumenten naar gekweekte voeding of exotische rommel, eerder dan onze vissers te steunen met iets wat bovendien nog goed is voor onszelf, namelijk vis uit de Noordzee. Ik val in herhaling maar dat is omdat je alle goede dingen drie keer moet zeggen.


De sigaret herneemt: “Slecht nieuws voor de veiling en de vissers, zij betalen de prijs voor de sluiting van de horeca.” Waarom kopen we niet standaard lokaal en seizoensgebonden vis? Waarom is er die drang om steeds maar zalm en kabeljauw te kopen wanneer we vis willen? Waarom eten we scampi? Ik word er moedeloos van. De kip of het ei? Zijn mensen te lui om op zoek te gaan naar Noordzeevis of zijn we in de tang genomen door de voedingsindustrie die ons voorschrijft wat wij moeten eten ongeacht of het goed is voor ons en de wereld? En waarom laten we ons voederen als batterijkippen zonder eigen wil? De mannen vertellen verder over slepen met verlies, over het harde werk, het zware leven, failliete reders, over stormen - zoals deze van vandaag - trotseren voor een appel en een ei. Over vis bovenhalen waarvoor je zo weinig krijgt dat je ze beter weer overboord zou gooien.

zijn de positieve gezondheidseffecten van vis te danken aan de omega-3 vetzuren. Maar het is niet uit te sluiten dat het ook gaat om een combinatie van de verschillende voedingsstoffen die in vis zitten. Er zijn aanwijzingen dat gebruik van gematigde hoeveelheden omega-3 vetzuren uit vis het risico op fatale hartziekten zoals plotselinge hartstilstand verlaagt, een wondermiddel dat ik met een grootmaar zwak-hartige familie graag slik. Bekend is verder, dat omega-3 vetzuren de bloeddruk licht laten dalen bij personen met een hoge bloeddruk en de samenklontering van bloedplaatjes verminderen en waarschijnlijk een hartritmeregulerend en ontstekingsremmend effect hebben. Allemaal kwaaltjes waar ik sinds mijn verkasting naar het binnenland al aan geleden heb. Eigen schuld, dikke walvisbult. Zoek een goede viswinkel en koop die vis van bij ons! Daarnaast spelen de omega-3 vetzuren een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de hersenen bij kinderen en het in stand houden van een goede hersenfunctie bij volwassenen. Waar wacht wie nog op? Ik vraag de mannen of ik ze mag interviewen maar hoewel ze passioneel pleiten voor de visserij, voor vis eten uit de Noordzee en het stimuleren van het eetgedrag van de Belg, bedanken ze voor deze eer. “We zijn wij maar gewone mensen, we hebben wij niets te zeggen.” Ik vind het jammer, dring achterlijk hard aan maar heb uiteindelijk respect voor hun wens en besluit met nog eenmaal tegen u, lezer, te zeggen: “Eet lokaal en seizoensgebonden vis!” omdat het een waarheid is als een zeekoe. En driemaal is scheepsrecht!

Dat op het land werken misschien ook wel zwaar is maar dat de zee moordlustig kan zijn en dat er geen subsidies zijn zoals in de landbouw om problemen op te vangen, alhoewel eerlijk is eerlijk, bij de lockdown was er subsidie om ze erdoor te helpen maar nu weten ze niets. De visserij wordt niet gesloten, maar de horeca, telt dat mee? Niettemin: boeren en vissers voeden iedereen maar alleen de vissers doen dit op gevaar voor hun eigen leven. Ik bedenk dat ik als pescotariër altijd vlees heb geweerd in mijn leven. Vis daarentegen moet. Twee keer per week. Een keer vet en een keer mager. Vis als bron van eiwitten, de vetoplosbare vitamine A en D bij vette vis, vitamine B6, B12, zink, selenium, jodium en omega-3 vetzuren. Waarschijnlijk

Jennifer Vrielinck


Gekaapte brieven: episodes uit het 17de e In december verschijnt bij Stichting Kunstboek ‘Gekaapte brieven’. In dit werk ontvouwen de auteurs letterlijk een aantal brieven die Oostendse zeelui en dus ook kapers in het jaar 1664 naar huis schrijven maar die nooit zijn aangekomen. Die correspondentie werd immers in veel gevallen door de Engelsen, samen met het schip en andere boordpapieren, zelf gekaapt. Deze zeepost geeft, ook vandaag nog, stem aan de zeeman, van officier tot matroos, in een roerig tijdsgewricht. Net als pakweg Duinkerke, Nieuwpoort, Vlissingen en Middelburg is Oostende in de 17de eeuw een berucht kapersnest met legendarische kapiteins als Jacob Besage die admiraal Piet Hein doodt in een zeetreffen ter hoogte van Duinkerke, Jan Jacobsen die zichzelf, zijn bemanning en schip liever de lucht inblaast dan in de handen te vallen van de Hollanders. Of neem Filips van Maestricht sr. en Willem en Paul Bestenbustel. Hun namen zijn vandaag helaas hoogstens vereeuwigd in een straat of een plein in Oostende. Zeehelden als Maarten Tromp in Amsterdam, Michiel De Ruyter in Vlissingen, Robert Surcouf in Saint-Malo, Jean Bart in Duinkerke, of Francis Drake in Plymouth weten zich gewaardeerd in standbeelden en het fiere collectief geheugen van hun land.

Britse archieven Veel relicten van de oostendse kapers zijn er niet geconserveerd. Maar wel zijn er nog de vele brieven bewaard in de Britse archieven: de zgn ‘gekaapte brieven’. Meteen de verzamelnaam van alle post over zee die nooit zijn bestemming heeft bereikt omdat die privécorrespondentie, net als de vele andere scheepsdocumenten aan boord, ooit in handen is gevallen van Engelse kapers. Immers ter legitimering van zijn actie, dient de kaperkapitein o.a. met de scheepsdocumenten of ‘prize papers’, waaronder die brieven, te bewijzen dat het veroverde schip wel degelijk onder een vijandelijke vlag vaart en dus mag gekaapt worden. In het boek ‘Gekaapte brieven – Episodes uit de 17de eeuwse Oostendse maritieme geschiedenis’ ontvouwen de auteurs letterlijk een aantal brieven die Oostendse zeelui en dus ook kapers in het jaar 1664 vanuit onder andere Malaga en Gibraltar naar huis schrijven maar die nooit zijn aangekomen. Veel van die post, eerst bij de Engelse Admiraliteit bewaard en in de 19de eeuw overgebracht naar de Tower of London rusten sinds 2003 in The National Archives in Kew, London.

Deze brieven vormen zoveel oprechte getuigenissen in een roerig tijdsgewricht, want er is zoveel meer dan de roes van de ‘prijs’ na een glorieuze kaping. De vele brieven, van matrozen tot kapiteins, geven ook stem aan heimwee, (liefdes)verdriet, (wan)hoop, dromen, opinies, wensen, overtuigingen en emoties.

Teken van leven Deze varende voorouders met namen als De Bruyne, Colaert, Ocket, De Backer, Sensier, Stove... hebben het binnen de intimiteit tussen pen en papier over geboortes, huwelijken, ziektes, achterklap, feesten, overspel en de altijd aanwezige dood. De brief van over zee ook als enige ‘teken van leven’ in een wereld waar een altijd onvoorspelbare zee families en verwanten maanden, dikwijls jaren, en soms zelfs voorgoed scheidt in tijd en ruimte. Dankzij onze selectie aan brieven krijgen ook de kleine (zee)man of de vergeten volksvrouw in onze stad en regio een stem in de ruimere economische, politieke en sociale (maritieme) geschiedenis van de 17de eeuw. Vandaag lezen we, als bevoorrechte getuigen, voor het eerst in ruim 350 jaar, mee over de schouder van de schrijver zelf in die privécorrespondentie die zoals de liefdesbrief of het dagboek initieel nooit voor publicatie bedoeld zijn.

De auteurs Ondernemer, reder ter visserij en medeauteur Willy Versluys beschikt niet alleen over een indrukwekkend maritiem historisch archief met kaarten, foto’s, tekeningen en boeken maar hij heeft, naast zoveel andere documenten, ook honderden van die gekaapte brieven uit dit immense maritiem archief opgediept. Daardoor kunnen we nu voor het eerst over de schouders van die briefschrijvers, midden 17de eeuw, meelezen en worden we onbedoeld deelgenoot van hun intieme ontboezemingen, heimwee, verlangens, onzekerheid, problemen, gevoelens, hoop, angst, verzuchtingen en dromen... Rudi Clynckemaillie, leraar talen, heeft de niet altijd makkelijk te ontcijferen brieven met ervaren bril gelezen en hertaald in begrijpbaar Nederlands, de achterliggende familiebanden opgespoord en de herkomst en levensloop van de briefschrijvers geografisch en historisch onderzocht. Voor het ontsnappingsverhaal van Oostendse zeelui uit de gevangenistorens van La Rochelle in deel 3 hebben de


eeuwse Oostendse maritieme verleden auteurs zich gebaseerd op brieven uit 1684 en 1685 die Rudi in weer andere archieven heeft bestudeerd. I.T.- specialist Rupert Ovenden heeft de meeste illustraties gecollectioneerd en zorgt als ervaren en gepassioneerd modelbootbouwer ook voor de toelichting van de diverse types 17de eeuwse vaartuigen. Leraar op rust en freelance (maritiem)

daeten staet, ende en vermoghen bij nachte vande ponton niet opstaen om ons ghevoegh te doen ofte sy dreijghen te schieten, zij hebben hier meecompassie met de honden, die lancx de straete loopen als met ons, (...) was ondt Anthone Cornelissen Deze dramatische boodschap bereikt in 1684 wèl familie en lokale overheid in thuishaven Oostende. Het blijft een schrijnend fragment uit de maandenlange opsluiting van 58 Oostendse zeelui en kapers in de gevangenistorens van de havenstad La Rochelle in het zuidwesten van Frankrijk. Ook vandaag nog ogen de twee monumentale torens, die de oude havenkom van La Rochelle aan de Franse Atlantische Kust domineren, heel imposant. Vanaf augustus 1684 vormen die twee massieve wachters het tragische decor voor bemanningsleden van drie Oostendse konvooischepen. meer dan zes maanden zullen ze er in dramatische omstandigheden gevangen zitten.

Met dank aan zonnekoning De teruggevonden brieven van de Oostendse stuurman Anthone Cornelissen, toen 22, brengen het authentieke, spannende, tragische en bijwijlen ook heroïsche relaas van de gevangenschap en de diverse ontsnappingspogingen en persoonlijke beleving van deze Oostendse kapers tijdens hun maandenlange, uitzichtloze opsluiting in La Rochelle. journalist Marc Loy staat in voor de uiteindelijke tekstredactie. Zelf beschouwen de vier samenstellers hun boek, naast de vele andere werken over de Vlaamse kapers ,over de gekaapte brieven en het verhaal van de gevangen Oostendse zeelui in La Rochelle, naast de vele andere werken over de Vlaamse kapers, als een hommage aan die memorabele maar nog te vaak vergeten episode uit de Oostendse maritieme geschiedenis die de kaapvaart is geweest.

Uit de torre van la Rochelle Beminde ende Alderliefste huijsvrauwe Cath Cornelsen, Naer salut dient desen om Ul: te laeten weten Hoe dat wy noch ghevanghen sitten alhier tot Rochelle inden vermaledyden Torre, ende sitten nu in het doncker gat, dat wij gheen lucht en hebben dan een gat van een half voet groot, soo dat wij int midden vanden dach malcanderen niet en sien ende moeten alhier vergaen van luijsen, ende vande caude, ende bij nachte soo branter eenen lanterne om dat sij ons souden sien, daer bij ons wacht vande sol-

De 16-jarige scheepsjongen en kajuitwachter Pauwel Bestenbustel is de jongste van de opgesloten Oostendse zeelui. Hij vaart onder het bevel van zijn vader Willem aan boord van het fregat ‘Onze-Lieve-Vrouw van Gratie’. Samen met zijn makkers staat hij model voor het grenzeloze doorzettingsvermogen, de overlevingsdrang en de zucht naar vrijheid. Soms letterlijk op leven en dood. Uiteindelijk is het dankzij de tussenkomst van de Franse koning Lodewijk XIV dat de meeste gevangenen hun thuishaven Oostende levend en wel terug zien. Marc Loy ‘Gekaapte brieven – Episodes uit de 17de eeuwse Oostendse maritieme geschiedenis’ is uitgegeven door Stichting Kunstboek, telt 192 blz., ca. 80 kleurillustraties, is gebonden in een hard cover en kost bij verschijnen 29,95 euro. Mits overschrijving van dit bedrag op rekeningnummer IBAN BE90 3632 0387 3832 op naam van Versluys-Loy en met vermelding van naam en adres.


‘De man die sneller schijt dan zijn schaduw’ Flor Vandekerckhove was 25 jaar hoofdredacteur van Het Vrije Visserijblad. Naast zijn journalistiek werk en zijn polemieken en pamfletten omtrent de visserij, schreef Flor ook fictie. In 1991 verscheen een eerste verhalenbundel De Smaak van Zeewater. In 1992 gevolgd door de roman Het Kasteel en in 1993 De Trein. Geen stationsroman. In 2005 De Poldergeesten van Bredene, 2010 Weinig stichtende kerstverhalen en in 2012 de lijvige roman Amandine. Daarnaast schreef Flor ook werk voor toneel. Na zijn pensionering in 2013 stopt Flor met publiceren op papier en trekt de elektronische kaart, zowel met zijn blog De Laatste Vuurtorenwachter , als met e-boeken. In deze e-boeken publiceert hij in 2014 het autobiografische Gauw en experimenteert hij met de vorm, o.a. de “drabbles” (heel korte verhalen). Dit jaar verscheen zijn eerste dichtbundel als e-boek: ‘De man die sneller schijt dan zijn schaduw’.

halen brachten onder begeleiding van de lier, later de gitaar. De verhalen worden in vrije versvorm met een aangehouden ritme gebracht in deze versvorm. Telkens 4 lijnen die ons een stap verder in het verhaal brengen en de voordrager (en toehoorder) een adempauze geven. Het spreekt dan bijna uit zichzelf dat Flor deze gedichten ook als podcast aanbiedt. Inderdaad, dit zijn gedichten om voorgedragen te worden, om naar te luisteren… Inhoudelijk blijft Flor aanleunen bij de verhalen zoals deze ook in de drabbles en andere vormen naar voren kwamen: de directe beleving en omgeving, dagdagelijkse realiteiten komen samen tot surrealistische belevenissen, waarbij deze niet tot mooie dromen leiden, maar eerder naar het absurde (ook van het bestaan) en/of zelfironie/zelfspot neigen. Ook daarin zijn er echter verschillen. Luisteren naar “Klaagzang aan boord van de never-ending-tourbus” of “Ik ben de walrus Koe Koe Ke Sjoeb”, doet denken aan

In een proloog duidt Flor de bundel. Deze bestaat uit drie delen: in Oud Zeer selecteert hij oudere gedichten. Ze dateren uit de tijd dat hij naar een vorm aan ’t zoeken is. In dezelfde periode leert hij veel van vertalingen. De Laatste Vuurtorenwachter verzamelt er zo tientallen en presenteert er in het tweede deel Vertalingen tien. Met andere woorden, Flor geeft hier tien voorbeelden van poëzie zoals hij die graag leest, quid zelf zou willen schrijven/ geschreven hebben. De zoektocht naar eigen vorm en inhoud wordt hier als het ware verder gezet. Het derde deel heet Voorlaatste gedichten, een naam die volgens Flor om uitleg vraagt: “elektronisch publiceren (e-boekje, PDF) heeft tal van voordelen en een ervan is beweeglijkheid. Mocht ik na publicatie nog gedichten schrijven, wat ongetwijfeld het geval zal zijn, dan kan ik die hier gemakkelijk aan toevoegen, niet in een tweede druk, er wordt niets gedrukt, wel in een tweede editie. Kinderspel! En een derde, vierde … Tot nader order leest u nooit de laatste gedichten, altijd de voorlaatste.” In het derde deel presenteert Flor ons wat en hoe hij vandaag schrijft. We krijgen verhalende gedichten in kwatrijnen. Het epische gedicht in kwatrijnen is een dichtvorm die zich goed leent tot het vertellen van verhalen, tot voordracht en dit is nu net waar Flor met het project O.S.C. Avondgenoegen vandaag mee bezig is: verhalen brengen in kwatrijnen onder begeleiding van de (minimalistische) pianomuziek van Dimer Geedts. Hiermee grijpt Flor eigenlijk terug naar de voordrachtkunstenaars van de oudheid tot en met de middeleeuwen die epische ver-

het (absurde) werk van Drs. P . Bij het voor mij heel mooie, intieme “Voor immer & altijd” dan weer aan de zachtmoedige, ironische cursiefjes (kronkels) van S. Carmiggelt. Het verschil tussen schrijven of schijten is bij Flor


soms moeilijk te vinden, in die zin dat veel van zijn werk er inhoudelijk op wijst dat de auteur eigenlijk het schijt heeft aan de wereld, zoals die is of zoals hij die ervaart. De sympathie voor de kleine man komt in De man die sneller schijt dan zijn schaduw tot uiting in het afzetten van de knecht van James Ensor (Guustje) tegenover Karl Lagerfeld, waarbij de rol van het masker ons ook meteen brengt tot het werk van Ensor zelf, en tot de maskerade die de wereld voor de dichter is. Ik had het moeten weten want dit is Oostende zoals het is en da’s een stad. Van narren en grappenmakers en maskers en muilen en een plek waar niets. Is wat het is. Wat ons terug brengt naar het eerste gedicht in de bundel: Ensor en zijn bende in Oostende en (de wereld van) de schilder van ‘Belgique en 1889: Alimentation doctrinaire’. Met de gratis verspreiding van zijn werk reageert Flor, gebruik makend van de nieuwste technologie, op zijn manier op zowel de commercie, die aan het uitgeversgebeuren verbonden is (zijn anti-kapitalisme en anti-neo- liberalisme), als aan de beperkte mogelijkheid die het uitgeversbedrijf vandaag biedt om een boek gepubliceerd (en gelezen/verkocht) te krijgen, zeker als het poëzie betreft. Vandaar ook de slogan in de advertentie: Eindelijk: een dichtbundel voor gans het volk. De zelfspot en zelfironie in het werk van Flor wordt nog maar eens duidelijk bij de commentaar waarbij de auteur zich vergelijkt met Conscience, als ‘de man die zijn volk gedichten leerde lezen’, waarbij ik meteen wil wijzen op een kenmerkende stijlfiguur in dit en ander werk van Flor Vandekerckhove: de overdrijving. Dit is bij Flor niet enkel een hefboom tot (zelf-)spot en ironie, maar ook tot het surrealisme in zijn werk. Vraag naar de bundel via liefkemores@telenet.be en de bundel wordt u per kerende toegestuurd. Stefaan Pennynck

CADEAUTIPS TRIO VAN OLIJFOLIE

coop solidair webshop met solidaire geschenken

www.ecofair.be

PACCHETTO ANTI MAFIA Lesbos Solidarity PAKKET OCCUPY - RESISTPRODUCE


HET MUZIKALE ANKER 32

FERRE GRIGNARD EN ‘DRUNKEN SAILOR’ Uw dienaar mocht voor de (als we dat goed hebben…) tweeëndertigste maal een stuk plegen over de driehoek zee-zeeman-muziek, aanleiding om in alle windrichtingen uit te zeilen en allerlei wetenswaardigheden op te diepen, grotendeels nutteloze stuff maar vertelt u dat vooral niet aan de redactie. We maken u graag deelachtig aan de resultaten van onze schattenjacht, die we met de nodige nederigheid en omzichtigheid aan u, de lezer voorleggen. Het aloude verhaal van het zoeken naar de bril op je neus? Nu, zo’n vaart loopt het niet, maar toegegeven, het is merkwaardig dat we ons pas in de 32e aflevering van het Anker buigen over ‘Drunken Sailor’ en Ferre Grignard: weinig songs sluiten immers zo nauw aan bij het thema van de reeks. Antwerpenaar Ferre Grignard (1939-1982) werd in de jaren zestig van een student aan het SISA (Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten) plots een superster met een snel opeenvolgende resem hits, en niet alleen in ons eigen land! Niet slecht voor iemand die de (klein)burgerlijke maatschappij van de vroege sixties afschilderde als een nozem, een beatnik, een langharige klaploper. ‘Ring, Ring, I Have Got To Sing’ was de eerste knaller in 1965. Het jaar ervoor was De Muze geopend, in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, hartje Antwerpen, en tussen zijn studies door trad Ferre er elke donderdag op, met George Smits op gitaar en Miel De Somer op wasbord, het typische instrument van de skifflegroepen, die in de fifties opkwamen in het zog van de Schot ‘Lonnie’ Donegan (tussen 1956 en 1962 meer dan dertig hits!): Ferre beschouwde zichzelf vooral als blueszanger en onder invloed van Donegan ook als skiffle artiest. Zoals zo vaak breekt iets door als het klimaat, lees: voedingsbodem, er gunstig voor is. En dat was niet voor blues of skiffle, maar voor wat we nu zien als singer-songwriter, al was Ferre uitdrukkelijk nooit politiek of sociaal geëngageerd. Een provo was hij niet, al hoorden Panamarenko en Fred Bervoets tot zijn vrienden, en had hij succes en aanzien in de progressieve kringen. ‘Ring, Ring, I Have Got To Sing’ was een eigen nummer en werd zo populair bij het gelijkgestemde publiek van De Muze, dat Walter Masselis van dit intussen legendarisch café, het nummer liet opnemen. Die 500 plaatjes waren razend snel weg! Nederlandse talentscout (voor Philips) Hans Kusters (HKM) liet een nieuwe versie opnemen door Ferre en groep, en die werd een geijkte, internationale hit. In volle hippiedom, bij de opkomst van de protest song (Bob Dylan, Phil Ochs en anderen),

had Vlaanderen plots zijn eigen idool, zijn protestzanger dank zij Kusters die in 1972 zijn eigen platenfirma en muziekuitgeverij HKM (Hans Kusters Music) oprichtte en een vloot uitstekende artiesten zou ‘ontdekken’ en promoten, van Wannes Van de Velde over Clouseau tot Stef Bos. Hans doet dat tot op vandaag. De Ferre, de Vlaamse Bob Dylan (met het aan John Lennon herinnerende uiterlijk), scoorde in 1966 o.a. nog met ’My Crucified Jesus’ en ‘Hash Bamboo Shuffle 1702’, waar ‘Drunken Sailor’ oorspronkelijk de B-kant van was… Na een tijd werd de volgorde omgekeerd met ‘Drunken Sailor’ als A-kant. Deuren gingen wagenwijd open, op de plekken die er toen toe deden. In april 1966 trad Ferre op in L’Olympia in Parijs. Johnny Hallyday hertaalde ‘My Crucified Jesus’ tot ‘Cheveux longs idées courtes’, wat Ferre beschouwde als een belediging aan de hippies

en hemzelf, en daarop diende hij een aanklacht in wegens plagiaat. Dat mondde in niets uit (er was enkel een oppervlakkige gelijkenis en men kon aantonen dat de inspiratiebron een Amerikaanse folk song was), maar voor Johnny bleek het een belangrijk scharniermoment in zijn loopbaan. Eigenlijk was zijn versie een reactie op ‘Les élucubrations d’Antoine’ van de gelijknamige zanger. Voor Ferre was het niet veel meer dan een principiële démarche. Ferre trad van 30 september tot 2 oktober 1966 zelfs op in de Hamburgse Star-Club, beroemd omdat The


Beatles er in 1962 een reeks concerten hadden gegeven. Louis De Vries (geen fantast maar de soliede makelaar plus occasioneel producer van artiesten als The Pebbles, Irish Coffee, Mad Curry en Raymond, en tevens festivalorganisator en spraakmakend voetbalmakelaar) blijft er bij dat Ferre in Hamburg optrad met Jimi Hendrix (maar niet in de Star-Club) Tegelijk ontkracht Louis heel wat mythen, die ontstaan zijn rond de Ferre, die één ding absoluut NIET was: fake. Een Rolls had hij in die dagen wel… En live deden niet-single songs als ‘We Want War’, ‘A Worried Man’ en ‘Diggin’ My Potatoes’ het erg goed. Een sprookje dus? Tot dan toe wel… Er was nog het wat ongewone verhaal rond de plaat ‘Captain Disaster’ (1969), maar van dan af ging het pijlsnel en keihard bergaf. De lezer moet ons vergeven dat we dit tot in den… treure verteld verhaal van fouten en mislukkingen hier niet herhalen. Het is dus overal te vinden, maar het haalt de doorbrave man die Ferre was nog eens door het slijk, bijzonder onrechtvaardig vinden we. In 1978 was er eindelijk weer een langspeler, het niet onaardige ‘ I Warned You’, dat ontstaat dank zij ouwe, trouwe vriend Hugo Spencer (Fifth Ball Gang, Cleaver… en veel meer!) Er was zelfs sprake van een come-back, in 1981. Dat was het jaar waarin we op een blauwe maandag met een zieke Ferre en de bijzonder attente Hugo Spencer een stapje in de wereld zetten, begrijp: een wandeling deden rond de Toren en naar De Muze. Een jaar later is Ferre gestorven aan keelkanker (8 augustus 1982) ‘Drunken Sailor’ is een geval apart. Er is veel studie rond verricht. Die uitpluizen zou ons veel te ver leiden. Maar de krachtlijnen geven we graag mee. Het is in oorsprong een sea shanty, een zeemanslied, ook bekend als ‘What Shall We Do With The (of: A) Drunken Sailor’. Het was een functionele song, in de zin dat men het zong op zeilschepen, waarop taken uitgevoerd werden in een strak tempo. De bemanningen moesten, vooral op marineschepen, touwen trekken over het dek en dat gebeurde liefst met een bepaalde kadans. ‘Drunken Sailor’ was daar ideaal voor, net zoals ‘Stayin Alive’ van de Bee Gees gebruikt wordt om het juiste tempo te onderhouden bij reanimatie. Dit gebruik van de sea shanty moet zeker stammen van begin 19e eeuw, misschien zelfs vroeger, gezien het soort schepen dat men toen inzette. Met de introductie van o.a. klippers, snelle zeilschepen met scherpe boeg en een of meer masten voor vervoer van bederfelijke voedingswaren met minder bemanningsleden, verloor de sea shanty zijn oorspronkelijke functie maar ‘Drunken Sailor’ bleef een aanstekelijke meezinger. In de eerste jaren van de 20e eeuw begon de song aan een nieuwe loopbaan. Hoewel hij eigenlijk niet meer de rol vervulde van een sea shanty, beschouwden hele bevolkingsgroepen hem nog steeds als dusdanig, in elk geval voldoende om zichzelf een stoere zeebonk te

wanen, voor enkele minuten althans. Er bestonden een hele reeks tekstvarianten en er ontstonden steeds weer nieuwe, die gemeen hebben dat ze te maken hadden met de cruciale vraag: ‘What shall we do with the drunken sailor, early in the morning?’ Tja, wat doe je met zo’n zatte matroos, als die in alle vroegte nog niet nuchter is geraakt? Ontnuchteren of straffen? De eerste geschreven verwijzing naar ‘Drunken Sailor’ vinden we in een verslag van een walvisjacht uit 1839. Daarin wordt gesteld dat de song ideaal was voor het touwtjetrek op de boot, wat het toenmalige succes verklaart. Daar vindt men ook een verwijzing naar het herhaalde ‘Ho! Ho! And up she rises’, ook al in meerdere varianten. De melodie is, zoals vaker, van veel oudere datum (geen problemen met copyright!) en van Ierse afkomst, maar dat is een iets te complexe materie. In elk geval was de melodie zo catchy dat de song zich, nadat hij als een amfibie aan land was gegaan, al even snel verspreidde in de States als in Londen. Klassiek componist Percy Grainger maakte in 1906 een opname van de versie van ene Charles Rosher. Die kan je nog horen in de British Library Sound Archive, op het vlak van geluidsfragmenten de tegenhanger van de Library Of Congress in Washington D.C.. Een songcatalogus in de Midwest uit 1915 vermeldt het zeemanslied en in 1923 neemt de Amerikaanse old time fiddler John Baltzell de ‘Drunken Sailor Medley’ op. Van dan af komen er zeer veel opnames uit. Ook de al vermelde Percy Grainger verwerkte het in één van zijn composities, ‘Scotch Strathsprey And Reel’(1924) De bekendste uitvoerders zijn allicht The Irish Rovers die het 50 jaar lang aanwendden als hun gebruikelijke concertafsluiter. Omdat die finales de laatste jaren zo vaak verschenen op YouTube (soms als ‘Weigh Hey And Up She Rises’), hebben de Rovers in 2012 het album ‘Drunken Sailor’ uitgebracht met hun eigen ‘definitieve’ uitvoering én met de voorafschaduwing van het aloude verhaal, de prequel dus:‘Whores And Hounds’. Nog één ding houdt ons bezig: vaak zingt men het ‘early’ in ‘early in the morning’ niet als ‘eurlie’, maar als ‘eurlaai’, wat het zinnetje iets antieks meegeeft. Maar niets wijst erop dat die ‘eurlaai’ teruggaat op een ver verleden. ‘Eurlaai’ is ook niet te vinden in de veldopnames musicoloog Alan Lomax, de man die het Library Of Congress verrijkte met een schat aan muziek, onder veel anderen van bluespioniers en Ierse volksmuzikanten. ‘Eurlaai’ duikt plots op in bekende uitvoeringen van halfweg de 20e eeuw (operazanger Leonard Warren; zanger, auteur en acteur Burl Ives. Maar u zingt het zoals u wil! Laat het ons in ieder geval weten als u uitgevlooid hebt wat er gebeurde met de dronken zeeman of wat we early in the morning met hem moeten aanvangen. Dat schijnt echt niemand te weten. Antoine Légat


Zeeblues I ain’t no psychiatrist I ain’t no doctor with degrees But it don’t take too much I.Q. To see what you’re doing to me Aretha Franklin, ‘Think’ oude ezel met je strooien hoed zag je strompelen langs eb en vloed op je rug een schapenvacht, een kind dit is een vergiet, het strand verdrinkt in de waterspiegel en ik zink in de tijd – geen sporen van mijn jeugd in een wei een ezel en hij schreit mens, jij denkt in goed of kwaad maar ik ben een oude draak, ik gooide oerrotsen naar mijn Schotse maat – trek een rubberboot met vluchtelingen naar Engeland, er is geen overkant harde dobber

zee van grijs verdriet

Peter Holvoet-Hanssen


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.