Page 1

Driemaandelijks • april-mei-juni 2021 • afgiftekantoor Leuven Masspost

P209940

DRIEMAANDELIJKS MAGAZINE VAN AQUAFIN 2021/2

Lozing in de riool? Direct ingrijpen!

Een heldere kijk op het rioolstelsel met Rosi

12

Nog een pak projecten op de plank

18


2

AQUA 2021/2

Vernieuwde dorpskern Rijmenam wint Juryprijs Publieke Ruimte lk jaar reikt Infopunt Publieke Ruimte een prijs uit voor de openbare ruimte die een kwaliteitsvol ontwerp en een vakkundige uitvoering van het project weerspiegelt. De jury liet haar oog dit jaar vallen op de recent heringerichte dorpskern van Rijmenam, deelgemeente van Bonheiden. De gemeente greep de rioleringswerken aan om het dorp een groene uitstraling te geven met veel aandacht voor infiltratie van hemelwater.

E

De verharding watert af naar grote groenzones met inheemse en bijenvriendelijke beplanting. Alleen bij stortbuien loopt het overtollige regenwater via de gescheiden riolering naar een beplant opvangbekken naast de Dijle. Op een pleintje wordt het regenwater opgevangen in een wadi om ter plaatse te infiltreren. Heel wat omliggende straten kregen bovendien een verharding van gezaagde kasseien met open voeg bovenop een waterdoorlatende fundering.

Aquafin en Pidpa waren bouwheer voor de noodzakelijke rioleringswerken. Het afvalwater van de dorpsbewoners werd aangesloten op de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Boortmeerbeek. Voor de gemeente waren de rioleringsprojecten en een goed hemelwaterbeheer de aanleiding om Rijmenam te herwaarderen als onderdeel van het Dijlelandschap. En het resultaat mag er zijn, tot tevredenheid van de bewoners.

Juryvoorzitter Jan Vilain: “De pandemie heeft het belang van buurtkwaliteit blootgelegd. De nood aan sociale contacten, bewegings- en ontspanningsmogelijkheden in eigen omgeving werd opeens tastbaar voor iedereen. Een doordachte inrichting van de publieke ruimte, met de blik op lange termijn, is meer dan ooit aan de orde om de leefkwaliteit te verhogen.” l

© Ingenieursbureau FRANCE


3

INHOUD 6

Hoe infiltratie van hemelwater alle kansen geven?

8 10

Aan de slag met hemelwater!

12

Een heldere kijk op het rioolstelsel met Rosi

14

Achter de schermen van slibverbrandingsinstallatie Brugge

16

Lozingen in de riool: een aanslag op mens én milieu!

18

Nog een pak projecten op de plank dit jaar

20

Veilig werken? Dat spreekt vanzelf!

Van betonnen speelplaats naar blauwgroene speelplek voor de buurt

Elke sprong zorgt voor wat onzekerheid, wat angst, en tegelijk voor een shot adrenaline, een kick als je besluit om aan te zetten. Benieuwd hoe je de overkant zal bereiken en wat het pad daar brengt. Wel, ik spring graag. Want je kan zo veel leren aan de overkant. Wat al in je rugzak zat, komt ongetwijfeld ook daar van pas. Niet onbezonnen, niet zonder voorbereiding, niet om maar vijf minuutjes te blijven – maar wel springen! De overkant leren kennen en er een steen willen verleggen.

4

22

WEG VAN WATER

DE RUPEL HERSTELT

Volg Aquafin NV op

VOORWOORD

V.u.: Jan Goossens, Dijkstraat 8, B-2630 Aartselaar, ondernemingsnummer 0440.691.388 Het contactcenter van Aquafin is op weekdagen te bereiken van 8 uur tot 17 uur, op het nummer 03 450 45 45, of via contact@aquafin.be Noodnummer buiten de werkuren: 0800 16 603 Ombudsman: ombudsman@aquafin.be Aqua niet meer ontvangen? Mail naar redactie@aquafin.be Aqua wordt gedrukt op milieuvriendelijk papier. Fotografie: Aquafin, Frederik Beyens, Shutterstock

Vijf jaar geleden sprong ik en richtte ik de start-up Spencer op. De stenen die daar gelegd zijn, bieden vandaag kansen aan anderen. Vijf maanden geleden sprong ik en werd Head of Innovation bij Aquafin. Een context waar mijn rugzak als ondernemer en innovator 100% inzetbaar is. Een context waar de stenen die je verlegt ook een directe maatschappelijke impact hebben. Springen dus, niet onbezonnen en niet zonder voorbereiding, maar vastberaden een steen te verleggen. Of die steen straks bij rioolbeheer ligt met Rosi (zie p. 12) of bij nieuwe inspectietechnieken, energietransitie, riothermie of groen gas, bij klimaatadaptatie met hemelwater- en droogteplannen of waterhergebruik? Dat zien we wel. En net dat is innovatie, veel kiezels steeds wat verder verleggen, tot je met enkele stenen de stroom verandert. Springen dus, in propere waterlopen voor de volgende generaties en een leefomgeving in harmonie met water. Ik sta te springen, om samen met alle collega’s, partners en klanten wat stenen te verleggen! l Veel leesplezier! Maarten Raemdonck Manager Innovatie


4

AQUA 2021/2

Weg van water Een reis door België (z)onder water Ontelbare keren per dag draaien we de kraan open en dicht, spoelen we het toilet door, … Behalve wie er professioneel mee bezig is, staat er vrijwel niemand nog stil bij de beschikbaarheid van water, laat staan wat ermee gebeurt na gebruik. Met het boek ‘Weg van water’ willen Marjolein Vanoppen en Toon Verlinden met tal van weetjes en verrassende verhalen de verwondering rond water weer doen opleven.

M

arjolein Vanoppen is een bekende naam in de Vlaamse watersector. Ze werkt al bijna tien jaar als onderzoeker aan de UGent, waar ze grote bedrijven helpt met het efficiënter maken van hun watercyclus. Maar ze houdt ook van helder communiceren over wetenschap, bijvoorbeeld via haar podcast ‘Helder’ over water. Toon Verlinden omschrijft zichzelf als een ex-wateronderzoeker die met ‘The floor is yours’ wetenschappers boeiend en duidelijk leert communiceren over hun projecten. Hun beider wegen kruisten mekaar in het verleden meermaals, gezien de gezamenlijke interesses. Het was Toon die met het idee op de proppen kwam om een boek te schrijven waarin alle aspecten van ons water aan bod komen. Marjolein was onmiddellijk mee. “De watersector is in Vlaanderen zo versnipperd dat mensen geen idee hebben wie waar nu precies mee bezig is. Met het boek willen we hen meenemen in hoe dat zo gegroeid is. Dat al die informatie nu eens verzameld is op één plaats, was voor mij een belangrijk doel,” zegt ze.

GIDS EN TOERIST Toon schreef het grootste deel van het boek en deed ook de meeste research. “Ik was de toerist en Marjolein was mijn gids,” lacht hij. “Zij gaf onderwerpen aan en opende via haar netwerk ook letterlijk deuren voor mij. Die hele watersector zit namelijk nogal verborgen. Maar eens je de weg vindt, is het een heel toegankelijke wereld. Iedereen die ik sprak, werkte enthousiast mee. Het viel mij op met hoeveel passie die mensen in hun job staan.”

Het boek bulkt van de anekdotes en weetjes. Ook dat was een bewuste keuze. “Er zit een hele onbekende wereld achter ons water voor de meeste mensen,” weet Toon. “We vinden het allemaal heel normaal dat er water uit de kraan komt, dat ons afvalwater gezuiverd wordt, dat al die processen op wieltjes lopen. Met de verhalen die we brengen, willen we weer verwondering creëren en aantonen welke radertjes erachter zitten. We hopen dat het boek ook kan bijdragen tot meer draagvlak voor bepaalde werken en beslissingen die onze watertoekomst moeten veilig stellen. Want als het een tijdje droog is, dan zijn we ons wel even bewust van de waarde van water. Maar bij de eerstvolgende bui zijn we dat alweer vergeten en denken we dat er geen probleem is.”

“Ik heb twee jaar in Zuid-Afrika gewoond, in een wooncaravan niet ver van een riviertje,” vertelt Toon. “Het water voor de douche kwam uit dat riviertje en liep er vervolgens opnieuw naartoe nadat het een mini-waterzuivering had doorlopen. Elke druppel uit die rivier ging dus op korte tijd terug naar diezelfde rivier. In ons watersysteem duurt het gewoon veel te lang vooraleer het gebruikte water terug in roulatie komt. Door het veranderende klimaat is het zelfs de vraag of het ooit wel terug komt.”

DUIKERS EN WICHELROEDES De schrijvers haalden de mosterd voor hun boek in heel veel verschillende hoeken. Ze spraken zowel met academici, mensen uit de watersector (waaronder Aquafin) of de overheid als met grote waterverbruikers, het KMI en soms heel onverwachte dienstverleners. Marjolein: “Wat mij altijd zal bijblijven, is het verhaal van Billy de beroepsduiker. Hij wordt door Aquafin regelmatig ingeschakeld voor onderwaterwerken, klussen op de meest rare plaatsen onder water.”

“Ik merk dat zelf in mijn omgeving,” treedt Marjolein hem bij. “In de maand mei heeft het dit jaar veel geregend. Mensen zeggen mij dan ‘nu zal het grondwater wel aangevuld zijn zeker?’. Maar dat is helemaal niet zo. In Vlaanderen en Brussel is jaarlijks tussen 1,1 en 1,7 miljoen liter water per persoon beschikbaar. Daarin zit ook het gebruik door landbouw en industrie begrepen. Het lijkt misschien veel, maar het is minder dan bijvoorbeeld Spanje of Griekenland.”

TE LANGE CYCLUS Het boek wijst naar ons watersysteem als een van de oorzaken van die lage waterbeschikbaarheid. Het water dat we gebruiken, of het nu uit de kraan komt of uit de lucht, gaat uiteindelijk altijd naar de zee. En daar wordt het waardeloos want het is veranderd van zoet naar zout water.

“Het boek moest er één worden dat ik zelf graag zou lezen. De vele weetjes zorgen daarvoor.” Marjolein Vanoppen


5

“De gemiddelde watervoetafdruk van de Belg is 7400 liter per dag!”

EEN GREEP UIT DE VELE WEETJES • Hoeveel kost het om een liter water de ruimte in te sturen? • Kan je drinkwater maken uit zeewater? • Hoe worden medicijnresten uit ons kraanwater verwijderd? • Zijn onze frieten in gevaar door de droogte? • Mogen baby’s kraanwater drinken?

“Maar ook heel verrassend vond ik dat er tot tien jaar geleden bij flessenwaterproducent Spa een wichelroedeloper in dienst was die continu naar nieuwe bronnen zocht. Geweldig toch!” Toon verbaasde zich dan weer over de afstand die water soms aflegt vooraleer het bij de consument uit de kraan komt, bijvoorbeeld van in de Ardennen tot aan de kust. “Ik was ook gecharmeerd door het verrassende initiatief en bijna Bijbelse verhaal van een mestverwerker in de regio van Ieper. Uit de dunne fractie van de mest maakt hij jaarlijks zo’n 35 tot 60 miljoen liter drinkbaar water waarmee hij landbouwers bevoorraadt in droge periodes. Hoe klein het initiatief ook is, het is op kleine schaal dat het hergebruik zal moeten gebeuren.” ‘Weg van water’ leest dankzij de vele getuigenissen en weetjes als een trein. Precies zoals Toon en Marjolein het voor ogen hadden. “Het moest een boek worden voor een breed publiek, een dat ik zelf graag zou lezen. Zo eentje waarbij je nadien op café kunt uitpakken met wist-jedatjes die nog niemand kent,” lacht Marjolein “Op die manier hoop ik zoveel mogelijk mensen te bereiken die de volgende keer als ze hun gazon willen sproeien misschien toch eerst nog eens nadenken.” l

win 10 X ‘WEG VAN WATER’ CADEAU! Benieuwd naar dit verfrissende boek over water? Maak kans op één van de 10 exemplaren die we weggeven en stuur voor 15 augustus 2021 een mail naar redactie@aquafin.be met als onderwerp ‘Weg van water’. U kunt het boek ook bestellen via www.wegvanwater.be


6

AQUA 2021/2

Wegversmallingen kunnen dienen als infiltratiestroken

Hoe infiltratie van hemelwater alle kansen geven? Jarenlang werd er in ontwerpen van de openbare ruimte voor gezorgd dat

EERST ONTHARDEN

regenwater zo snel en zo ver mogelijk ondergronds zou verdwijnen.

Waar er bovengronds voldoende ruimte is, trekt Aquafin volop de kaart van blauwgroene oplossingen. Kritisch kijken naar verharding, is de eerste stap. Elk vierkante meter die niet verhard is, biedt potentieel ruimte aan waterinsijpeling en kansen voor meer groen. Marjolein Weemaes: “Verlaagde groenzones, wadi’s, infiltratiekommen, … het zijn de meest eenvoudige infiltratietoepassingen, ook wat onderhoud en inspectie betreft. Bovendien hebben ze een grote meerwaarde voor de omgeving: ze kunnen hittestress helpen drukken, fijn stof afvangen én ze nodigen uit tot sociaal contact als er bijvoorbeeld wat zitelementen worden voorzien.”

Ondertussen weten we dat het veel beter is om het juist maximaal ter plaatse te houden. Helaas bestaat er niet één oplossing die altijd past. Dat dwingt om het vizier zo breed mogelijk te houden.

D

e belangrijkste vraag die elke inrichter van de openbare ruimte zich zou moeten stellen, is ‘voor welk probleem zoek ik een oplossing?’ Dat lijkt logisch, maar al te vaak wordt er te snel naar oplossingen gegrepen die dan niet de juiste blijken te zijn voor de specifieke situatie. “Elke locatie is anders, er bestaat geen standaardoplossing.

Bovendien is er een verschil tussen een probleem van wateroverlast en een van droogte. Je moet altijd kijken naar de volledige context,” zegt Marjolein Weemaes, directeur Business Development & Innovatie bij Aquafin. “Dat betekent dat ook hydraulische, ruimtelijke én financiële aspecten meespelen.”


7

Als bovengronds infiltreren niet lukt door plaatsgebrek, dan zijn er nog heel wat mogelijkheden onder de grond. Alleen zijn die meestal een stuk duurder en hebben ze niet dezelfde maatschappelijke meerwaarde als bovengrondse technieken. Daarom is het belangrijk om af te wegen in hoeverre de gekozen techniek volstaat om het probleem op te lossen. “Het heeft bijvoorbeeld weinig zin om een grote en dure infiltratievoorziening aan te leggen in een minder goed doorlatende bodem in de hoop bestaande wateroverlast bij stortbuien stroomafwaarts te voorkomen. Het water zal namelijk niet snel genoeg infiltreren,” legt Weemaes uit.“In dat geval ga je beter voor een kleinere infiltratievoorziening die volstaat om normale buien op te vangen en verdroging tegen te gaan. Voor de zwaardere buien zet je in op buffering en vertraagde afvoer als dat kan voor de waterloop.” Ook in de stad is infiltratie mogelijk

Rond een infiltratiebuis moet drainagezand en geotextiel komen

NOODOPLOSSING BLIJFT NODIG Aquafin berekent de infiltratievoorzieningen die het aanlegt op buien die frequent voorkomen, met een intensiteit tot twee keer per jaar. Met die dimensionering kan 90% van de neerslag die op een jaar valt, ter plaatse gehouden worden. Enkel voor erg slecht doorlatende grond en wanneer er weinig plaats is, of juist voor erg goed doorlatende grond met veel ruimte, wordt daar van afgeweken. “Je mag er niet vanuit gaan dat infiltratie altijd en overal alle wateroverlast kan oplossen,” stelt Weemaes. “Voor de echt zware buien moet je meestal een noodoplossing voorzien zoals buffering, vertraagde afvoer of aansluiting op bestaande regenwatersystemen. Tenzij er natuurlijk plaats zat is voor bovengrondse infiltratie en de bodem goed doorlatend is. Dan kan je voor 100% infiltratie gaan, zelfs van zware buien.” l

“Je mag er niet van uitgaan dat infiltratie altijd en overal alle wateroverlast kan oplossen.” Marjolein Weemaes

Ook in uw gemeente? Ontdek het advies van experten op de volgende pagina!


8

AQUA 2021/2

Case: een make-over voor de Meyerstraat De Meyerstraat voor de aanpassingen

De Meyerstraat na minimale aanpassingen

De Meyerstraat bij maximaal resultaat

Aan de slag!


9

We leven met veel mensen vrij dicht op elkaar in Vlaanderen. Dat verklaart ook deels de grote oppervlaktes verharding. Door functies van de openbare ruimte te combineren, wordt die schaarse ruimte maximaal benut. Daarom biedt bovengrondse infiltratie zoveel meerwaarde. Blauwgroene elementen maken de omgeving aantrekkelijker, brengen verkoeling op warme dagen en versterken de sociale cohesie. Omdat we geloven dat er véél mogelijk is op dat vlak, deden we een oproep naar gemeenten om een foto in te dienen van een locatie waarvoor ze graag inspiratie kregen.

V

oor de Meyerstraat in Tongeren werkten we twee mogelijke toekomstbeelden uit (zie linkerpagina). Het eerste ‘na-beeld’ toont aan wat er al mogelijk is met minimale inspanningen. Door de middenberm te verlagen, kan het afstromende water er naartoe geleid worden. Verder werden ook de parkeerstrook en een deeltje van het voetpad waterdoorlatend gemaakt. Het tweede en veel ingrijpendere ‘nabeeld’, toont aan dat deze straat in een woonwijk veel potentieel heeft om er een groene, belevingsvolle buurt van te maken. De groenzone werd een stuk uitgebreid en de straten werden omgevormd naar ventwegen die waterdoorlatend kunnen aangelegd worden aangezien er geen zwaar verkeer door moet. Schepen Patrick Jans van de stad Tongeren: “We zijn aangenaam verrast door deze voorstellen, wat een verschil! De wijk werd nog niet zo lang geleden heraangelegd en dus zijn er momenteel geen concrete plannen voor vernieuwing. Maar stel dat er op middellange termijn middelen beschikbaar komen, dan is zelfs het beeld met de maximale aanpassingen iets waar we naar uitkijken.”

Het expertenpanel

TIPS VAN EXPERTEN In mei organiseerde Aquafin een digitale infosessie voor steden en gemeenten over infiltratie van hemelwater. We schotelden enkele experten mogelijke barrières voor die infiltratie in de weg kunnen staan en vroegen hen naar tips om ze weg te werken. Jan Staes (onderzoeker Ecosysteembeheer UA): “De nabijheid van natuurgebieden of de aanwezigheid van groen in een woongebied is zeer bepalend voor de vastgoedwaarde van de woningen. Haal dus het groen dichterbij. En daar mag gerust wat verwilderde natuur bij zitten. Zo trek je ook de maatschappelijke en ecologische waarde op.”

Sarie van der Aa (projectcoach Vergroening Halle, Groenlab): “Plaats maken voor groen op het publieke domein, gaat altijd samen met mobiliteit. Neem dat aspect zeker van in het begin mee. Hou in het ontwerp eventueel ook rekening met een afbouw van parkeerplaatsen in de tijd. Tegelijkertijd kunnen parkeerfuncties en infiltratie van hemelwater ook perfect gecombineerd worden.” Bernadette Pieters (adviseur dienst Projecten Openbaar Domein stad SintNiklaas): “Gebruik testopstellingen om mensen aan de nieuwe situatie te laten wennen. Bijkomend voordeel is dat er nog kleine aanpassingen mogelijk zijn. Wij plaatsen bijvoorbeeld eerst plantenbakken waar later plantvakken moeten komen. En wees vooral niet bang om eens iets nieuws uit te proberen!” Nora Danko (landschapsarchitect, Ecohuis stad Antwerpen): “Maak het mogelijk om subsidies voor private eigendommen te combineren. Zo stimuleer je mensen om in te zetten op infiltratie én op hergebruik van hemelwater. Individuele subsidies hoeven dan niet hoog te zijn, het is de combinatie van verschillende inspanningen die beloond wordt. Wij maken ook een verschil tussen basispremies voor zaken die vaak al standaard zijn en bonussen voor projecten die meer ambitie tonen.” Birgit De Bock (studieverantwoordelijke Aquafin): “Als een infiltratiesysteem niet lijkt te werken, wijs dan niet meteen naar het ontwerp. Meestal zit de oorzaak bij een verstopping, verkeerd onderhoud of werden niet de juiste planten gebruikt. Volg dus de omgekeerde volgorde van het proces om op te speuren waar het fout ging.” Raadpleeg onze website voor meer info over infiltratie van hemelwater. U kunt hier ook het volledige webinar bekijken. l

Wel doen Onthard waar het kan

Niet doen

Gebruik verkeersremmers als infiltratiekom

Noodkolken lager dan de verharding plaatsen

Promoot geveltuintjes

Ondergronds infiltreren als de gemiddeld hoogste grondwaterstand het systeem voor meer dan 50% vult

Houd grachten zo natuurlijk mogelijk, vermijd betuining Combineer functies

Diepe grachten aanleggen


10

AQUA 2021/2

Van betonnen speelplaats naar blauwgroene speelplek voor de buurt Na een traject van 5 jaar lanceert basisschool Sint-Paulus uit Kortrijk trots haar “Klimaatspeelplaats” van het land. Ze toverde een betonnen vlakte van 4.000 m² om in een prikkelend speel- en leerlandschap, compleet met speelheuvels en waterloopjes. Onder de verharding zit een infiltratiebekken

“En zo vertraagt je projecten natuurlijk alsmaar tot je beslist om met een studiebureau of landschapsarchitect in zee te gaan. Dan lukt het ineens wel om te werken met deadlines. Ook het archeologisch onderzoek, het indienen van de omgevingsvergunning en het samenstellen van allerhande subsidiedossiers nam veel tijd in beslag. Op zulke momenten ben je heel blij dat je met je vragen terecht kan bij een professional.”

GEEN REGENDRUPPEL GAAT VERLOREN In juli 2019 was het dan eindelijk tijd voor de aanleg. In negen maanden werd de betonnen speelplaats omgetoverd tot een speelplek waar ontharding, biodiversiteit, luchtkwaliteit en water een kans zijn om te leren én te spelen. “Dankzij de aanpassing kunnen we nu bijvoorbeeld 145.000 l regenwater opvangen en hergebruiken voor sanitaire doeleinden. Onder onze speelplaats werd een infiltratiebekken van 145m³ geplaatst.” “Ons verhaal startte in 2016 met een grootschalige bevraging”, vertelt meester Cedric Ryckaert, drijvende kracht achter het project. “Bij de opstart is het belangrijk iedereen te betrekken in het verhaal. Denk daarbij niet alleen aan de kinderen, leerkrachten en ouders, maar betrek ook sympathisanten en andere mogelijke partners in de buurt. De bevraging werd verder uitgediept tot een denkdag. Tijdens dat traject bezochten we via MOS (Milieuzorg Op School) enkele scholen die al een vergroeningsproject hadden ondergaan en gingen we in Berlijn speelplaatsen bezoeken. Dat gaf ons heel wat inspiratie.”

TUSSEN DROOM EN DAAD… Zoals bij zoveel scholen in Vlaanderen was de speelplaats van Sint-Paulus bijzonder troosteloos ingericht, met de typische 30×30 cm betontegels als ondergrond.

“De leerlingen en leerkrachten droomden van speelheuvels waar speelgroen gecombineerd wordt met natuurlijke materialen. Sport en buiten leren moesten er een vaste plek hebben”, gaat Cedric verder. “Daarnaast wilden we ook inspelen op de problemen die inherent zijn aan de klimaatverstoring en moesten er oplossingen bedacht worden voor aanhoudende droogte, slechte luchtkwaliteit en hittestress”. “Ons advies naar andere scholen toe? Laat je meteen vanaf de ontwerpfase professioneel omringen”, vertelt Cedric. “Wij dachten in het begin ook: wie weet is er wel een architect op school of kunnen we iets regelen met bv. de tuinbouwschool in de buurt, … De goesting was er zeker bij die mensen, maar al snel merk je dat het stil valt wanneer er echt tot volwaardig engagement moet worden overgegaan.”

Elke druppel die valt, dringt ofwel de bodem in via de plantvakken of gaat via kolken naar het infiltratiebekken onder ons voetbalveld. Onze parking werd ook zodanig heraangelegd dat het water dat erop valt naar een wadi stroomt. Op die manier sturen we geen hemelwater meer naar de riolering. Tegelijk hebben we een waterspeelplek uitgebouwd waar kinderen actief met water aan de slag kunnen gaan.”


11

Aquafin gaf een BLESstart-traject weg aan 10 Vlaamse scholen!

Het jonge groen wordt nog beschermd tegen kindervoetjes

Niet alleen de kinderen zijn blij met hun groene speeloase, ook de leerkrachten zijn enthousiast over de transformatie. “Doordat de speelplaats nu in logische zones is opgedeeld en ieder kind mag spelen waar hij op dat moment wil, is ons toezicht veel comfortabeler geworden. Er is duidelijk minder verveling en pestgedrag en dat kunnen we alleen maar toejuichen natuurlijk. Toch is het werk nog niet af. In de toekomst willen de speelplaats nog meer benutten als educatieve ruimte. We hebben onszelf opnieuw vijf jaar gegeven om de speelplaats nog verder te optimaliseren zodat we ze ook echt gaan gebruiken in onze lessen.”

“We merken dat dit echt werkt, zeker wanneer het zoals afgelopen weken veel regent: het water kan weg en onze klassen blijven proper. Bij ons in de klas is het een evidentie geworden om pantoffels te dragen en we vegen wat vaker, maar eigenlijk is het ook niet meer dan dat.” Tijdens de coronacrisis stelde de school de nieuwe speelplaats regelmatig open voor gezinnen van de school. Er volgden investeringen in een badgesysteem en automatisering van de poorten. Zo kunnen ook jeugdbewegingen, organisaties en buurtbewoners de speelplaats na schooltijd gebruiken. De klassieke betonnen speelplek is nu deel van de publieke ruimte. En de school is klaar voor de toekomst! l

PRAKTISCHE OPLOSSINGEN VOOR PRAKTISCHE UITDAGINGEN Of er ook nadelen zijn? “Als er al wat frustratie is, gaat het vaak over praktische dingen zoals zand in de klas of een steentje tegen het raam. Voor al deze uitdagingen zoeken we heel snel praktische oplossingen. Vaak wordt het risico aangehaald dat de kinderen zich vuilmaken. In de praktijk zien we dat dit niet zo hoeft te zijn. Wij hebben ook bewust gekozen voor een symbiose tussen verharding en zachte stukken.”

OP ZOEK NAAR INSPIRATIE? > www.blauwgroenvlaanderen.be: ideeën en oplossingen om op school plaats te maken voor water en groen > www.klimaatspeelplaats.be: ontdek hoe de Sint-Paulusschool het aanpakte > www.blesland.be: BLES is een spin-off van de Arteveldehogeschool, waarin ook meester Cedric Ryckaert actief is. Dit expertennetwerk van speeldeskundigen, leerkrachten, sociaal werkers, academici en landschapsontwerpers helpt scholen onder meer bij het opstellen van projectdossiers en subsidieaanvragen.


12

AQUA 2021/2

Een heldere kijk op het rioolstelsel met Een nieuw digitaal platform waar klantenbeleving en administratieve eenvoud centraal staan: dat is Rosi! Aquafin ontwikkelt deze gebruiksvriendelijke webapplicatie mét en voor gemeenten zodat zij een beter inzicht krijgen in hun riolering en hun beleid hierop kunnen afstemmen. Want een goed preventief assetmanagement kan veel leed en kosten besparen.

G

emeentelijke riolen in Vlaanderen hebben vandaag een gemiddelde leeftijd van 40 à 50 jaar. In veel gevallen is niet geweten in welke toestand ze zich bevinden. Beschadigingen zoals barsten en ingroei van boomwortels kunnen op een bepaald moment een rioolbreuk of wegverzakking veroorzaken. Afhankelijk van de locatie waar zo'n incident zich voordoet, kan dat zeer grote gevolgen hebben. Denk maar aan een winkelstraat of een drukke verbindingsweg. Bovendien kan het ongezuiverde afvalwater de omgeving vervuilen. Los van de ecologische en maatschappelijke gevolgen, is de herstelling van een zinkgat ook nog eens veel duurder dan wanneer er preventief was ingegrepen.

RUIME ERVARING De Vlaamse overheid vraagt aan steden en gemeenten om hun rioolstelsel en de staat ervan in kaart te brengen tegen 2027 (zie kader).

Aquafin heeft veel ervaring met het ruimen en inspecteren van riolen en vervolgens de juiste aanbevelingen aan gemeenten te doen. We bieden deze assetmanagement service al enkele jaren aan en in de toekomst zal asset management alleen maar aan belang winnen. De minimale vereisten van Vlaanderen waren voor Aquafin de aanleiding om te polsen naar de ervaringen van gemeenten en steden die bij Aquafin de assetmanagement service afnemen. Wat vinden zij daarvan? Wat kan er beter? De voornaamste feedback was dat Aquafin het preventief assetmanagent heel goed doet. Het risicogebaseerd en preventief inschatten van de kriticiteit van leidingen zit robuust in elkaar. Inspectieplannen opmaken en de inspecties uitvoeren, maken deel uit van een goed werkende assetmanagement service. Dat beaamt ook Peter Habraken, verantwoordelijke uitbestede werken Hamont-Achel: “We dachten altijd dat

het uitstel van inspecties en renovaties van onze riolering geen grote consequenties had. De problemen waren gewoon niet zichtbaar. Totdat we door verzakking onze hoofdweg ongeveer 11 weken moesten afsluiten. Samen met Aquafin hebben we nu ons rioolbeheer op orde gebracht. We hebben er zelfs voor kunnen zorgen dat de waterkwaliteit van onze Warmbeek er enorm op voorruit is gegaan.”

KLANTENBELEVING CENTRAAL Waar bij de geconsulteerde gemeenten wél vraag naar was, was een meer geconsolideerd beeld van hoe de gemeente er op het vlak van riolering aan toe is. Aquafin moest dus nog meer inzetten op een eenvoudigere, meer holistische klantenbeleving. En daar is Rosi! Maarten Raemdonck, manager Innovatie bij Aquafin: “Rosi is een nieuwe klantenbeleving voor klantgemeenten van Aquafin en Riopact waar we als eerste service onze assetmanagement dienstverlening in aanbieden. Allicht volgen er mettertijd ook andere services. Enerzijds is Rosi een model dat de facturatie en administratie eenvoudiger en transparanter gaat maken voor de klantgemeenten. Maar Rosi is ook een digitaal platform, een webapplicatie, die steden en gemeenten een duidelijk inzicht geeft in hoe hun rioolstelsel eraan toe is. Op één platform krijgen ze alles te zien, in plaats van in allerlei mails, Excel-sheets en documentjes. Wat is de status van een riool in een straat? Wat is de aanbeveling van Aquafin? Waar moet de gemeente inspecteren, hoeveel gaat die inspectie kosten en waar moet worden ingegrepen? De gemeente krijgt een duidelijk beeld van hoeveel ze structureel moet voorzien in haar begroting om die inspecties te doen, maar ook van welke budgetten ze moeten voorzien voor ingrepen in een straat of deelgemeente. Dat inzicht creëren, laat gemeenten toe hun beleid daarop af te stemmen.”

EEN CO-CREATIEF TRAJECT

Een voorbeeld van hoe Rosi eruit zal zien

Rosi is nog volop in ontwikkeling. “Als klantenbeleving centraal staat, kan je niet anders dan zo’n applicatie in samenspraak met je klanten ontwikkelen”,


13

gaat Maarten verder. “Eerst deden we die bevraging bij enkele steden en gemeenten naar de pro’s en contra’s van de huidige manier van werken. Vanuit de werkpunten zijn we gaan kijken naar een administratief eenvoudiger model, naar een digitale klantenbeleving om dat allemaal te ondersteunen. En ook dat model hebben we afgetoetst bij de gemeenten nog voor we iets in ontwikkeling hebben gebracht. Op basis van die feedback hebben we bijgestuurd, opnieuw bevraagd en dan pas is het ontwikkelingstraject gestart. Ook de komende maanden gaan we iteratief functionaliteiten vrijgeven, testen en bijsturen waar nodig.” In juli 2021 start Aquafin met 4 pilootgemeenten die al een assetmanagement service afnemen bij Aquafin, volgens het nieuwe model van administratie en facturatie. Die 4 gemeenten gaan dat in de zomer uitgebreid testen. In oktober 2021 krijgen zij dan het digitaal platform erbij ter ondersteuning. Dan schalen we ook op naar een 8-tal gemeenten.

BORNEM IS PILOOTGEMEENTE Bornem is één van de gemeenten die in het pilootproject van Rosi stapt. Yves Lenaerts, diensthoofd Patrimonium, vertelt waarom: “We zijn al een tijdje zoekende naar hoe we alle info die we door de jaren heen verzamelden via inspecties en onderzoeken naar de staat van onze rioleringen overzichtelijk kunnen bewaren en raadplegen. Bovendien gebeuren inspecties meestal pas als er een concrete aanleiding voor is. En dat is dikwijls een verzakking. Dan komen we eigenlijk al te laat. We waren er al langer van overtuigd dat een goed preventief beheer van onze rioleringen ervoor kon zorgen dat we veel minder voor onverwachte grote schades en dus ook onkosten komen te staan. Toen Aquafin ons het project Rosi kwam voorstellen, zagen we daar dan ook meteen in waar we al een tijdje naar opzoek waren. ” www.rosi.be

“We ontwikkelen Rosi in co-creatie met gemeenten.” Maarten Raemdonck

MINIMUMVEREISTEN Met de minimumvereisten wil de Vlaamse Regering tegen 2027 een uniform, gebiedsdekkend beeld krijgen van de toestand van de riolen. Ze wil een duidelijk zicht hebben op de grootste risico's in de 50.000 km rioleringen die in de Vlaamse bodem liggen. Dat betekent niet dat alle riolen moeten geïnspecteerd worden. De klemtoon ligt op leidingen die bij falen het meeste risico lopen op grote gevolgschade. Gemeenten die voor Rosi kiezen, krijgen een transparante blik op geplande inspecties, resultaten en adviezen.


14

AQUA 2021/2

Achter de schermen van slibverbrandingsinstallatie Brugge “Bij een DS van ongeveer 40% is het calorisch vermogen namelijk voldoende hoog om het slib autotherm, dus zonder toevoeging van steunbrandstof, te verbranden” verduidelijkt de Plant manager. “Het slib wordt dan verbrand in een wervelbedoven op een temperatuur van 850°C. Daarna is er nog een korte naverbranding op een temperatuur van 900°C.” Door de verbranding komt er energie vrij in de rookgassen die ontstaan. Die energie wordt meteen gebruikt in het proces. “Enerzijds om de verbrandingslucht op te warmen tot ± 550°C en anderzijds om thermische olie op te warmen tot 280°C, die de energiebron is om de slibdroger op te warmen”, legt Vanhessche uit. Geo-groep verbrandt al 20 jaar slib voor Aquafin

NABEHANDELING ROOKGASSEN

Mede door de zeer goede ervaringen van de afgelopen 20 jaar in Brugge, kiest Aquafin resoluut voor mono-slibverwerking in de toekomst. De plannen voor een nieuwe installatie in de haven van Gent zijn in opmaak. Maar vandaag wordt nog een derde van het zuiveringsslib verbrand in Brugge. Geo-groep exploiteert er de slibverwerkingsinstallatie (SVI) al sinds 2002 met een grote bedrijfszekerheid in opdracht van Aquafin.

G

eo-groep verwerkt in opdracht van Aquafin jaarlijks ongeveer 20.000 ton ontwaterd slib afkomstig van de zuiveringsinstallatie van Brugge en nog eens 80.000 ton aangevoerd slib van andere Aquafininstallaties. Dat is in totaal dus goed voor zo’n 100.000 ton slib per jaar. Die slibverwerking kan opgedeeld worden in 4 activiteiten: slibontwatering, mono-slibverbranding, slibdroging en nabehandeling van de rookgassen. “Om dit alles in goede banen te leiden, zijn er 12 operatoren nodig die in een ploegensysteem werken. Samen met enkele procesingenieurs en het Plant Management vormen zij een team van 19 personen dat de slibverwerker van Brugge exploiteert,” vertelt Plant Manager Daniël Vanhessche.

CONTINU BEMAND De installatie draait 24/7, dus inclusief weekend- en feestdagen. In principe verloopt de slibverwerking volautomatisch, maar bij schommelingen in de kwaliteit van het slib (droger, natter,…) kan het automatisme niet volgen en grijpen operatoren manueel in. “Er zijn te allen tijde minstens 2 operatoren aanwezig op de site, dag en nacht. Eén van hen doet dan de dispatch, van waaruit het proces gestuurd wordt”, zegt Vanhessche. Eerst wordt het vloeibare slib door middel van een centrifuge ontwaterd tot een drogestofgehalte (DS) van 24% en deels door een etagedroger gedroogd tot een DS van 90%. Het ontwaterd en gedroogd slib worden gemengd tot een drogestofgehalte (DS) van 40%.

Na het verbrandingsproces volgt nog een nabehandeling van de rookgassen. “Dat gebeurt met een elektrofilter. Onder hoogspanning wordt het vliegas – een stof die aanwezig is in de rookgassen en voor luchtvervuiling kan zorgen – elektrostatisch geladen. Vervolgens slaan de vliegassen neer en worden ze opgevangen in een buffer onderaan de elektrofilter. Hierdoor wordt al meer dan 99% van het stof opgevangen. Daarna gaan de rookgassen naar de natte gaswassing, waar in een eerste fase de rest van het stof gevangen wordt, net als chloor en fluor. In een tweede fase voegen we natriumhydroxide (NaOH) toe om zo zwavel te kunnen afvoeren. De afvalwaters van de rookgaswassing krijgen ten slotte nog een nabehandeling om daarna met een filterpers in filterkoeken geperst te worden.” Geo-groep hecht veel belang aan veiligheid. “Eén van de grootste risico’s is stofexplosie”, legt Daniël uit. “Daarom is de installatie onderverdeeld in zones van laag risico tot hoog risico. Om (stof)explosie te voorkomen, beschikken we over een eigen aanmaakinstallatie voor stikstof die bij faling ondersteund wordt door een voorraadtank met vloeibare stikstof.”


15

EINDVERWERKING SLIB IS SLIB VERBRANDEN DUURZAAM? Toch wel, zeker in vergelijking met het alternatief dat in Vlaanderen trouwens al lang verboden is: gebruik als meststof in de landbouw. Door het slib te verbranden, slinkt dat grote volume tot een aanzienlijk kleinere hoeveelheid assen. Micropolluenten die zich tijdens het zuiveringsproces opstapelen in het slib, worden bij verbranding afgebroken en dus volledig geoxideerd. Zware metalen, ook in het slib geabsorbeerd, belanden gecontroleerd in de assen of worden afgevangen in de luchtbehandeling. Bovendien werkt de verbranding in Brugge autotherm, wat betekent dat het proces geen extra brandstof nodig heeft.

Op dit moment wordt ongeveer twee derde van alle zuiveringsslib verbrand. De rest wordt gedroogd tot pellets. Als de nieuwe slibmonoverwerker operationeel is, zal die in eerste instantie twee derde van het slib behandelen en er fosfor uit recupereren. Op termijn zal alle slib naar de monoverwerker gaan met volledige fosforrecuperatie.

VANDAAG

2026 In de controlekamer van de verbrandingsinstallatie

“Om stofexplosie te voorkomen, wordt de slibdroger zuurstofarm gehouden en gebeurt het transport van de gedroogde pellets met stikstof in plaats van met lucht. Daarnaast moet ook het thermisch oliecircuit nauwlettend opgevolgd worden. Thermische olie die op een temperatuur van 280°C met zuurstof (lucht) in aanraking komt, kan ontbranden. Lekkages houden dus een groot gevaar in, meteen ook de reden waarom het zo belangrijk is de installatie zeer goed te onderhouden.”

PROACTIEF ONDERHOUD Voor Dina De Vadder, manager Slib bij Aquafin, is de slibverbrandingsinstallatie in Brugge al die jaren een onmisbare schakel geweest in de slibstrategie van het bedrijf. “We zijn zeer tevreden over de samenwerking met Geo-groep. Ze hebben altijd proactief mee nagedacht en

voorstellen gedaan voor het onderhoud van de installatie. Dat heeft er mede toe geleid dat we al meer dan 20 jaar kunnen rekenen op een bedrijfszekere slibverwerking in Brugge.”

TOEKOMST Dankzij dat goede onderhoud kan de SVI van Brugge nog wel even verder als mono-slibverbrandingsinstallatie. Wanneer de nieuwe installatie, die Aquafin in gebruik wil nemen tegen begin 2026, vertraging zou oplopen, kan de exploitatie ervan eventueel zelfs wat verlengd worden. Daarnaast geeft Vanhessche aan dat er bij Geo-groep interesse is om de installatie, eens Aquafin ze niet meer nodig heeft, indien mogelijk een tweede leven te geven voor de verwerking van vergelijkbare slibstromen. l

2040

n n n n n n

Drogen op aardgas Drogen op restwarmte Drogen op eigen biogas Mono-verbranding zonder P-recuperatie Co-verbranding door derde partij Mono-verbranding met P-recuperatie gedroogd op restwarmte n Mono-verbranding met P-recuperatie ontwaterd


16

AQUA 2021/2

Lozingen in de riool: een aanslag op mens én milieu! De nacht van vrijdag 5 op zaterdag 6 maart dit jaar. Een alarm waarschuwt dat het zuiveringsproces van onze zuiveringsinstallatie in Lanaken problemen vertoont. Wanneer de Aquafin-medewerker van wacht ter plaatse komt, stelt hij meteen een indringende geur vast. Nog geen uur later krijgt hij last van oogirritaties. Hij merkt ook dat er kleine gaatjes gebrand zijn in de plastic handschoenen die hij draagt om stalen te nemen. Allemaal het gevolg van wat een lozing in de riool blijkt te zijn. Dit keer van chemische producten, vermoedelijk chemisch afval afkomstig van een drugslabo.

H

et incident toont duidelijk de gevaren van lozingen aan. “De gevaarlijkste zijn die van producten die een risico inhouden voor de gezondheid van personen”, zegt manager Milieu Alain Vandelannoote. “Lozingen die de goede werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) verhinderen of zelfs het zuiveringsproces volledig stilleggen, zijn dan weer bijzonder schadelijk voor het milieu.”

Door de jaren heen zijn er helaas al voorbeelden geweest van beide gevallen. Denk maar aan de treinramp in Wetteren waarbij een grote hoeveelheid acrylonitril in het rioleringsstelsel terecht kwam. Recenter zorgde een bedrijfslozing van propionaldehyde en acroleïne in het op de RWZI Lommel aangesloten rioleringsstelsel ervoor dat verschillende medewerkers van Aquafin, net als heel wat omwonenden van de RWZI, klaagden over stank, oogirritaties en misselijkheid.

Als het zuiveringsproces verstoord is, wordt procestechnoloog Jeroen Deurinck erbij gehaald. Soms zijn extra analyses nodig om de oorzaak te vinden.

Een citroenzuurlozing doodde in 2012 dan weer het actief slib van de RWZI Tienen, waardoor het stedelijk afvalwater niet langer gezuiverd werd. De overheid linkte dit incident zelfs aan de aanzienlijke vissterfte verderop in de Demer tijdens de Big Jump.

STIKSTOFVERWIJDERING LAM “De bacteriën die instaan voor de nitrificatie – de omzetting van ammonium naar nitraat – zijn meestal het gevoeligst voor storende lozingen”, legt Vandelannoote uit. “Als deze bacteriën afsterven, stopt de stikstofverwijdering. En dat is toch een essentieel onderdeel van het zuiveringsproces. Stikstof zal dan vooral in de vorm van ammoniumstikstof aanwezig zijn in het beluchtingsbekken en het effluent, ook al werkt de beluchting perfect. Bij lozingen van druglabo’s heb je hierbij nog een versterkend effect omdat die meestal ook gepaard gaan met lozingen van ammonium.” De ammoniumlozingen resulteren in zeer lage of net zeer hoge zuurtegraden. Vaak gaan ze samen met de lozing van solventen. In Lanaken bleek er bijvoorbeeld zo veel aceton in het afvalwater te zitten dat enkele druppels ervan zelfs gaatjes hadden gebrand in de plastic handschoenen van een Aquafin-medewerker, met lichte brandwonden op de handen als resultaat. Het is dan ook belangrijk om schadelijke lozingen zo snel mogelijk op het spoor te komen. Dat kan via een nauwkeurige opvolging van het zuiveringsproces. Op al onze RWZI’s zijn online metingen gekoppeld aan alarmen die onze mensen ’s nachts uit hun bed zetten als dat nodig is. Verder kunnen trendings, dat zijn grafische voorstellingen van de continu bemeten parameters, een aanwijzing zijn en natuurlijk zijn er ook de waarnemingen ter plaatse.


17

“Ook wanneer de turbiditeit (troebelheid) van het effluentwater stijgt door het uitspoelen van afstervend zuiveringsslib, wijst dat vaak op een externe lozing.” Bij incidenten met lozingen, zal Aquafin altijd op zoek gaan naar de verantwoordelijke voor de lozing. Door een collectoronderzoek uit te voeren stroomopwaarts in de riolering trachten we te zoeken naar lozingsrestanten, in de hoop dat dit naar de lozer(s) kan leiden. Dat lukt helaas niet altijd. Aquafin werkt ook samen met andere diensten, zoals Handhaving, de gemeente, de provincie en de Vlaamse Milieumaatschappij om de verantwoordelijke te identificeren. l

Verwittig bij een lozingsincident van uw bedrijf altijd:

Het is schrikken als het afvalwater plots bloedrood kleurt, zoals hier door een lozing van verf.

• Afdeling Handhaving van Departement Omgeving Vlaanderen • Noodnummer Aquafin: 0800 16 603

ALARMBELLEN PROCESHERSTEL KAN WEKEN DUREN “Er zijn verschillende signalen die kunnen wijzen op een lozing,” verduidelijkt de milieumanager. “Het zuurstofgehalte kan al een indicatie zijn. Als er geen zuurstof aanwezig is ondanks een goed werkende beluchting of er blijft net veel zuurstof aanwezig, zelfs in de onbeluchte fases van het zuiveringsproces, dan is dat een teken aan de wand. Ook als er te veel ammonium aanwezig is in de beluchting, wijst dat op een probleem. Vaak kan je lozingen zintuiglijk waarnemen: er is dan een ongewone reuk aanwezig, of de hele beluchting kleurt zwart. De resultaten van de pH-metingen (zuurtegraad) verraden ook dikwijls een lozing. Net daarom werden in gebieden die gekend zijn voor druglabo’s pH-meters geplaatst bij het binnenkomen van het afvalwater op de RWZI’s en worden er producten klaar gezet om de pH-wijzigingen te kunnen neutraliseren.”

Als het biologische zuiveringsproces is aangetast door de lozing van een schadelijke stof in het afvalwater, dan herstelt zich dat meestal niet zomaar vanzelf. Procestechnoloog Jeroen Deurinck: “De grootste uitdaging is als we niet weten over welke stof het gaat. We starten dan met een grondige analyse van alle trendings en overleggen met het operationele team over hun vaststellingen. Vervolgens laten we extra analyses uitvoeren. Soms zijn dat sneltesten, maar soms is een uitgebreide screening nodig van het binnenkomende afvalwater of zelfs een gedetailleerde microscopische analyse van het actief slib.” Daarmee is het probleem nog niet opgelost natuurlijk. Om het proces weer op gang te krijgen, kan het volstaan om de bacteriën een boost te geven met extra veel zuurstof. In andere gevallen zal een dosering van specifieke chemicaliën moeten opgestart worden. Als het echt tegenzit, moeten er verschillende vrachten ‘gezond’ slib uit een andere zuiveringsinstallatie aangevoerd worden om de biologie weer in leven te krijgen. “We blijven monitoren en bijsturen tot de zuivering weer 100% draait. Soms is dat al na één dag maar het kan ook weken duren,” zegt Deurinck. “Het spreekt voor zich dat de kosten van zo’n incident kunnen oplopen, soms zelfs tot in de tienduizenden euro’s. Extra werkuren, labo-analyses, chemicaliën- en transportkosten worden doorgerekend aan de veroorzaker.”


18

AQUA 2021/1

Nog een pak projecten op de plank dit jaar Jaarlijks draagt het Vlaams Gewest nieuwe projecten op aan Aquafin voor de verdere uitbouw en de optimalisatie van de infrastructuur voor de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Voor de uitvoering doen we via de Wetgeving Overheidsopdrachten een beroep op aannemers. In de helft van het jaar maken we de balans op. Hoe lopen de aanbestedingen in de nasleep van corona en hoe staat het met de opleveringen?

O

nze technische partners zijn onmisbaar voor de realisatie van onze opdrachten voor het Gewest en voor gemeenten. Het volume aan projecten dat Aquafin jaarlijks op de markt brengt, maakt ook dat we voor de Vlaamse bouwsector een grote opdrachtgever zijn.

Koen Van Hul en Maaike Peleman zijn portfoliobeheerder bij Aquafin. Zij volgen onder meer de projectenportefeuille op en bewaken de voortgang van de projecten om uiteindelijk het jaarlijkse vooropgestelde opleveringsbudget te realiseren.

“Onze ambitie voor 2021 ligt in de lijn van die van 2020. Halfweg het jaar zitten we een beetje achter op de initiële planning. Maar we maken ons sterk dat we tegen het einde van het jaar het volledige budget kunnen invullen”, aldus Maaike Peleman. “De nasleep van corona is één van de oorzaken. Zo kunnen onderhandelaars nog geen plaatsbezoeken voor grondverwervingen organiseren en maakte niet elke gemeente even vlot de overstap naar digitale infomomenten.

Deze factoren vertragen de doorlooptijd van een project, maar ze zullen ons niet in de weg staan om onze doelstellingen te halen.”

ELKE SCHAKEL TELT “Wat vast staat is dat we voor de realisatie van onze doelstellingen alle technische partners nodig hebben. Elke schakel in de ketting is belangrijk om de machine te laten draaien. Voor een correcte administratieve afronding van onze dossiers is het cruciaal dat elke partner op de werf zijn taak tijdig en proactief vervult”, zegt Koen Van Hul. “Dat geldt zowel voor de studiebureaus in de fase van aanbesteding voor het aanvragen van vergunningen als voor de studiebureaus en aannemers in de fase van oplevering”.

Gemiddeld jaarlijks aantal projecten in uitvoering: NASLEEP CORONA De eerste jaarhelft van 2020 liep voor veel bedrijven zeer bijzonder door de uitbraak van het coronavirus. “De eerste lockdown zorgde ervoor dat meer dan de helft van de werven waarvan Aquafin bouwheer was, werden stilgelegd door de aannemer”, zegt Koen Van Hul. “Al vrij snel namen we het voortouw om een leidraad uit te werken met de sector en de overheid voor een veilige heropstart van de werven. Mede dankzij creatieve oplossingen van onze technische partners kon op korte termijn 80% van de Aquafin-werven hervatten. Eind 2020 waren we dan ook trots dat we het aanbestedingsbudget van 275 miljoen euro (Optimalisatieprojecten Vlaams Gewest, projecten Assetmanagement en gemeentelijke projecten) hadden gerealiseerd. Zoals voorzien heeft Aquafin in 2020 voor 175 miljoen euro projecten opgeleverd aan het Vlaamse Gewest.”

10 RWZI's (nieuw en renovatie) 150 leidingprojecten 775 assetmanagement en energieprojecten


19

“Tegen het einde van het jaar zullen we onze jaardoelstellingen halen.” Maaike Peleman

TIP De aanbestedingskalender voor juni-juli-augustus 2021 is te raadplegen op de website van Aquafin. Het is een lijst met zowel projecten die gepubliceerd zijn als projecten die nog niet op de markt gebracht zijn, maar in de pijplijn zitten. Zo zijn de geografische spreiding en de timing in één oogopslag duidelijk.

2021 in cijfers Aanbestedingen SOORT PROJECTEN

STATUS JUNI

JAARDOELSTELLING

Assetmanagement

21 mio euro

38 mio euro

Optimalisatieprogramma

43 mio euro

150 mio euro

Gemeentelijke projecten

24 mio euro

80 mio euro

STATUS JUNI

JAARDOELSTELLING

7 mio euro

38 mio euro

26 mio euro

143 mio euro

Opleveringen Tot vandaag heeft Aquafin in totaal al voor 4,3 miljard euro aan projecten voor het Vlaams Gewest opgeleverd. Of we er nu bijkomende vuilvracht mee aansluiten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie of er een beek mee afkoppelen van het rioleringsnet, alle projecten die we uitvoeren voor het Gewest hebben als doel om de waterkwaliteit van beken en rivieren in Vlaanderen te verbeteren. Werken aan proper water dus, samen met onze partners! l

SOORT PROJECTEN

Assetmanagement Optimalisatieprogramma


20

AQUA 2021/2


21

Veilig werken? Dat spreekt vanzelf! De afgelopen jaren zagen we het veiligheidsbewustzijn op onze werven en installaties opvallend groeien. Bij Aquafin blijven we daar verder aan werken en het is duidelijk dat onze technische partners dat ook doen.

“Neem nu de helmdracht. Dertig jaar geleden waren helmen niet de norm op een werf, terwijl dat nu toch een vanzelfsprekendheid is.” l

We trokken de nodige PBM’s aan en stapten een werf op waar veel veiligheidsrisico’s samenkomen.

E

en waterzuivering, dat is voor de meeste voorbijgangers in de eerste plaats rustig kabbelend water. Een getraind oog ziet meteen ook behoorlijk wat veiligheidsrisico’s. Als die zuiveringsinstallatie dan ook nog gerenoveerd wordt, komen er nog heel andere aandachtspunten bij. Vraag is dan: hoe pak je dat veilig aan? We vroegen het aan Thomas De Schryver en Hendrik De Blende, projectmanagers bij respectievelijk Visser & Smit Hanab en Engie Solutions, twee bedrijven die betrokken zijn bij de renovatie van de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Sint-Niklaas. Als we er toekomen, is het een drukte van jewelste. Werfverkeer rijdt af en aan, kranen draaien vervaarlijk in het rond. Een boel volk is druk in de weer, maar iedereen weet precies wat er verwacht wordt. “Bij ons staat veiligheid altijd en overal op nummer één”, duidt Thomas De Schryver. “Voor de start van elke werf én elke taak voeren we risico-analyses uit. Zo komen we altijd optimaal voorbereid aan de start.” Hendrik De Blende knikt bevestigend: “We laten werkelijk niets aan het toeval over. Als we niet veilig kunnen werken, wordt er niet gewerkt op deze werf.” “We zien ook dat een werf dagelijks verandert en soms anders uitdraait dan theoretisch voorbereid. Dat brengt dan weer nieuwe veiligheidsuitdagingen met zich mee. Daar zijn we constant alert voor,” vult De Schrijver aan. Beide heren zijn duidelijk op elkaar ingespeeld. “Zien we ondanks alle voorbereidingen toch nog een onveilige situatie op een werf, dan hebben we net zoals Aquafin

ons STOP-principe. Iedereen is bij Engie Solutions gemachtigd om de werken stil te leggen totdat er weer veilig kan verder gewerkt worden.”

“Wij zijn vragende partij voor heldere regels.” Thomas De Schryver, Projectmanager Visser & Smit Hanab

STRENGSTE REGELS VOLGEN “Soms gebeurt het dat de regels van een bouwheer minder streng zijn dan de onze. In dat geval hanteren we onze eigen standaarden,” vervolgt De Blende. “Wil een bouwheer nog strengere regels opleggen, dan volgen we die uiteraard. Nul ongevallen, dat is waar onze twee bedrijven naar streven. Alle inzichten die ons helpen om dat te bereiken, zijn altijd welkom. Meer nog: we zijn vragende partij”, benadrukt De Schrijver. “Bouwheren spreken vanuit een bepaalde expertise die wij soms missen. Neem bijvoorbeeld de gassen die kunnen vrijkomen bij werken op jullie installaties. Jullie kunnen perfect inschatten wat de risico’s zijn en daarop anticiperen om ons te beschermen.” “Veiligheid kan je als technische partner eigenlijk niet óverschatten,” besluit De Schryver. “Het is wel belangrijk dat nieuwe regels goed gemotiveerd en herhaald worden, totdat ze een onderdeel van de mindset van de mensen worden. Anders hebben ze geen kans op slagen. Het maakt het ook makkelijker om onderaannemers te informeren.”

WAT VERANDERT ER? Bijkomende veiligheidsinitiatieven 2021- 2022 • Extra veiligheidstoezichters van Aquafin coachen de naleving van de veiligheidsafspraken en leggen de werken (even) stil als het echt nodig is • Nieuwe PBM-voorschriften van kracht vanaf 1 augustus 2021 • VCA-certificaat verplicht (niveau afhankelijk van de aard van de activiteit) • Pilootprojecten voor het gebruik van werkvergunningen, die de risico’s en eraan gekoppelde maatregelen bundelen in functie van omgeving en activiteit • Nieuwe instructiekaarten voor de hoofdrisico’s waarmee arbeiders te maken krijgen bij Aquafin Bezoek onze website voor meer info


22

AQUA 2021/2

De Rupel herstelt: van zwart water tot kraamkliniek

Blankvoorn, paling, spiering en zelfs de fint vonden hun weg terug naar de Rupel, samen met nog vele andere vissoorten. De waterkwaliteit is de er de laatste 30 jaar dan ook spectaculair op vooruit gegaan.

I

n de jaren ’80 was de Rupel nog zeer zwaar vervuild: het water was zwart en stonk. Dat was in die periode eigenlijk ook het geval voor de Schelde, waarin de rivier uitmondt. Het probleem was niet nieuw. Al in 1897 gaven visserijtijdschriften aan dat de trekvisbestanden vanuit de Schelde sterk afnamen door de toenemende watervervuiling. Er werd toen gevist op bot, tong, spiering, paling, elft en fint. Tekenend was de terugval van de spiering. In het begin van de lente komt deze soort massaal vanuit de zee de rivieren opgezwommen om er te

paaien boven zandplaten. De spiering gaf zijn naam aan de ‘spieringzone’ waar het rivierwater traag stroomt, er getijdenwerking is en het zuurstofgehalte en de temperatuur variabel zijn. Behalve de spiering zelf zijn bot, paling en driedoornige stekelbaars er kenmerkende soorten. In 1890 was er nog veel migratie van spiering in het Scheldebekken, goed voor de broodwinning van meer dan 100 vissers. Vanaf 1905 begon het water zo te stinken dat de boten soms wekenlang niet uitvoeren.

De evolutie van de vervuiling en de waterkwaliteit van de Rupel 10

100

ammonium

opgeloste zuurstof

80

8

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

2007

2006

0 2005

0 2004

1

2003

10

2002

2

2001

20

2000

3

1999

30

1998

4

1997

40

1996

5

1995

50

1994

6

1993

60

1992

7

1991

70

1990

zuurstof (% verzadiging)

9

nitraat

ammonium en nitraat (mg/l stikstof)

90

De verontreiniging van de Schelde door de Zenne via de Rupel werd als oorzaak aangewezen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog herstelde het spieringbestand weer even om vanaf 1927 stilaan helemaal te verdwijnen.

30 JAAR METINGEN Sinds april 1989 meet de Vlaamse Milieumaatschappij de chemische waterkwaliteit van het Rupelwater in Niel. Dat geeft een aaneengesloten reeks van 30 jaar aan informatie over de heropleving van de waterkwaliteit (zie grafiek). De ammoniumconcentratie (lichtgroen) is een goede maatstaf voor de organische vervuiling. De zuurstofverzadigingsgraad en de verhouding nitraat- op ammoniumstikstof geven dan weer de waterkwaliteit aan. Hoewel de opstart van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Brussel-Noord vanaf 2007 voor een duidelijke impuls van de waterkwaliteit in de Rupel zorgde, merken we ook lang voordien al een verbetering. Eerdere investeringen in de zuiveringsinfrastructuur, zowel in Vlaanderen als in Wallonië, zetten die positieve trend in gang.


23

OPNIEUW VIS De verbetering van de water-kwaliteit zorgde voor de terugkeer van het visbestand. Ondanks de nog lage zuurstofgraad van 35%, werden er in 2004 toch al 7 soorten gevangen, weliswaar in kleine aantallen. Na een terugval tijdens de bouw van de RWZI Brussel-Noord in 2005, stegen het aantal en de soorten vissen zienderogen na de opstart van de installatie. In 2016 werden 25 verschillende soorten gevangen. Ook de evolutie van de aangetroffen soorten is opmerkelijk. Nadat eerst soorten van traagstromend water van de brasemzone terugkeerden, zijn nu ook weer alle kenmerkende en begeleidende vissoorten van de spieringzone aanwezig in de Rupel. De spiering is momenteel de tweede meest algemene soort in de Rupel en er worden bijna enkel jonge exemplaren gevangen. Maar de meest dominant aanwezige soort in de rivier is de brakwatergrondel. Vanaf 2008 werd er ook bot aangetroffen, een trekvis die vanuit zoet water naar zee trekt om zich voort te planten.

De jonge dieren groeien vaak op in brak en zoet water, net zoals de paling die al sinds 2005 in de Rupel gevangen wordt. Omgekeerd zijn er ook trekvissen die vanuit de zee zoet water opzoeken voor de voortplanting. In 2008 werd in de Rupel de eerste rivierprik gevangen, in 2009 de eerste spiering en in 2014 opnieuw fint.

KRAAMKLINIEK Lange tijd was de fint uitgestorven in Vlaanderen. Het verdwijnen van zandplaten in de Schelde en de Rupel, hun vroegere paaiplaatsen, deed biologen ervan uitgaan dat er zich geen nieuwe populaties meer zouden kunnen ontwikkelen. Groot was dan ook de verbazing toen er in 1995 opnieuw fint gevangen werd in de Antwerpse Schelde. Nog straffer werd het toen bijna 20 jaar later paaicirkels van finten gezien werden in de Schelde ter hoogte van BornemBranst. Dat schouwspel lokt sindsdien jaarlijks van eind april tot midden mei bij zonsondergang heel wat kijklustigen. Het fenomeen is inmiddels goed gekend in Branst en Sint-Amands en nu dus ook in de Rupel, waar vrijwilligers jaarlijks de paaikringen tellen. l

MEER WETEN? Lees het volledige verhaal van de Rupel op www.aquafin.be

WIST U DAT • De Rupel ontstaat door de samenvloeiing van de Nete en de Dijle in Rumst? Slechts 12 km verder mondt hij uit in de Schelde. De rivier is dan wel kort maar is op sommige plaatsen tot 230 meter breed. • Tijdens de laatste IJstijd de Rupel in verbinding stond met de Durme en via een ondiep meer en een delta afwaterde naar zee? • De Rupel onderhevig is aan de getijdencycli van de Beneden-Schelde die de stroomrichting van het water telkens omkeren?


Veilig werken op een Aquafin installatie?

Bereid je voor!

A

lle medewerkers ’s avonds veilig thuis krijgen, daar werken we bij Aquafin elke dag opnieuw aan. En met ALLE medewerkers bedoelen we echt ALLE medewerkers. Daar horen dus niet alleen onze eigen collega’s bij, maar ook al onze technische partners die iedere dag op onze installaties werken. Om die veiligheid te garanderen, stelde Aquafin de regels rond het dragen van de PBM’s sinds begin 2021 wat scherper. Tot en met 31 juli bieden we onze partners de tijd om zich aan die nieuwe regels aan te passen. Vanaf 1 augustus zijn de regels definitief en bindend. Werk je binnenkort op één van onze installaties? Wees dan voorbereid en doe het veilig. Bezoek onze website of scan de QR-code en kom alles te weten over de nieuwe regels rond het correct gebruik van de PBM’s. Sta niet voor een verrassing en kom goed voorbereid op onze werf! www.aquafin.be/nl-be/partners-en-bedrijven/veilig-werken

Aquafin NV Dijkstraat 8 • 2630 Aartselaar 03 450 45 11 • info@aquafin.be www.aquafin.be VOLG ONS OP

Profile for Aquafin

Aqua 2021-2  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded