Page 1

MedZ vakblad voor de praktijkhoudende huisarts 

jaar 4 • #1 • 2017

Courage!

van VPHuisartsen is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binn n warm en prettig mens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in d jk veel werk verzet vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikke volle strategische inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in con e tegenstander. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen As E UP!! en zeer recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou ga VPHuisartsen is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bes prettig mens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jare zet vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t r. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA r recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. oral om geld zou gaan , herken. n is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bove ens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren ve vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties t


Maak kennis met het gebruiksgemak van de Path Medical gehoorscreeners. Deze handige handheld apparatuur met touchscreen maakt gehooronderzoek eenvoudiger dan ooit! De Sentiero van Path Medical is een eenvoudig te bedienen apparaat, waarmee u: • een goede inschatting krijgt van het gehoor door middel van een automatische objectieve test aan 2 oren gelijktijdig, waarbij u niet afhankelijk bent van de medewerking van uw patiënt. U hoeft geen ingewikkelde procedures te onthouden, maar kunt een toonaudiogram verkrijgen binnen 3 minuten met slechts één druk op de knop. • middenoordiagnostiek kunt uitvoeren door middel van tympanometrie. • wanneer u dat prefereert, op de standaardwijze een toonaudiogram kunt maken bij volwassenen, maar ook bij kinderen middels een test met dierenplaatjes.

Kortom, de apparatuur van Path Medical is handzaam, makkelijk in gebruik, bevat veel tijdbesparende functies en is modulair uit te bouwen.

Class 1: diagnostic

The world’s first integrated OAE + Tymp + Audiometer

Geïnteresseerd? Probeer de Sentiero van Path Medical nu vrijblijvend uit in uw praktijk. Neem contact op met Cordial Medical in Best via telefoon: 0499-379636 of email: info@cordialmedical.nl voor meer informatie of het plannen van een testfase.

Cordial Medical Europe BV | Hallenweg 40, 5683 CT Best | tel.: 0499-379636 | info@cordialmedical.nl | www.cordialmedical.nl


INHOUD OP DE COVER Hans Nobel, huisarts in hart en nieren, overleden op 14 januari 2017.

KERNWAARDEN 6 Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts: palliatieve zorg 16 Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts: zorg voor daklozen 18 Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts: preventie van suĂŻcide 20 Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts: eigen praktijk 22 Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts: hulp aan slachtoffers van geweldsmisdrijven

MedZ 1 • 2017 RUBRIEKEN 4

Voorwoord

5

In memoriam Hans Nobel

9

Gelezen in medische media

10

VPHuisartsen actief

12 Praktijkperikelen 13

24 Praktijkperikelen 25

37

Courage! Hans Nobel

PRAKTIJKZAKEN 14

Praktijk in beeld

34

Cees Dekker. Huisarts in Nieuw-Zeeland

Column voorzitter VPHuisartsen

26 Onder de loep: Verkiezingsspecial 2017:

30 Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts: kleinschalige ANW-zorg

Column Rinske van de Goor

welke partijen willen het roer om? 32 Beroepseer: koester de huisarts als rustpunt 36 Boekbespreking 38

Op de website van VPHuisartsen

3


VOORWOORD

Foto: © NFP Photography - Pieter Magielsen

Courage! Herman Suichies – hoofdredacteur

D

eze editorial zou moeten gaan over het thema van deze MedZ, de eigen verantwoordelijkheid van de huisarts. Met Sander de Hosson op de cover. En lag al klaar tot we geveld werden door het plotselinge overlijden van Hans Nobel. Ik heb gehuild, ik heb gevloekt, ik heb gedacht “het is niet eerlijk” en uiteindelijk Bruce Springsteen maar op max. gezet. Tenslotte natuurlijk de berusting en de vraag hoe nu verder. Want deze gigant in de huisartsenwereld, zoals ik las in een reactie, is eigenlijk niet vervangbaar. Ik ken geen huisarts met een zodanige staat van dienst als het gaat om het beschermen van de authentieke huisartsengeneeskunde. In lijstjes met meest invloedrijke personen in de zorg kwam Hans nooit voor. Ik weet wel beter. Hij was ons morele kompas. Iemand die zijn verantwoordelijkheid nam als het moest. Die opstond waar anderen bleven zitten. Met een ongelofelijke drive om huisartsen weerbaarder te maken en kritisch het handelen van beleidsmakers te volgen. We noemden elkaar soms spottend amigo de la revolución. Met een feilloos gevoel van rechtvaardigheid. Altijd opbouwend en op de inhoud, nooit op de man. Oplossingen zoekend, aimabel en met humor relativerend. Waar die onvermoeibare drive vandaan kwam werd me duidelijk uit een necrologie van Zygmunt Bauman, een Poolse socioloog. In diens analyse beschrijft hij hoe in de huidige tijd de mens van verbonden burger verandert in een ongebonden consument. Het nieuwe, op marktwerking gerichte zorgstelsel als uiting daarvan was daarom voor Hans een doorn in het oog. Hij bestreed dan ook het beleid wat volgens hem leidde tot zorgconsumentisme en verlies van kernwaarden, verlies van altruïsme. Zijn laatste tweet is tekenend: “TAKE CARE in de eerste lijn voor megalomane managers en bankbetweters zonder ervaring, zonder zicht en ziel in de individuele patiënten#zorg”. Hans voelde in zijn positie als huisarts, de spin in het web van de gezondheidszorg, een grote morele verplichting en nam verantwoordelijkheid. Hij stond op als kernwaarden, zoals privacy in gevaar waren. Hij organiseerde meetweken als onze arbeidbelasting door de NZa niet werd gehonoreerd. Hij zette zich in voor de vrije artsenkeuze toen dat in gevaar kwam. Hij stelde de ANW-diensten ter discussie als hij capaciteitsproblemen voorzag. Hij nam, kortom, zijn verantwoordelijkheid. En stimuleerde mij en anderen, door ze, letterlijk, moed in te spreken. Courage!... Bedankt Hans, we houden moed. •

4


In memoriam Tot ons grote verdriet moeten wij u meedelen dat op 14 januari jl. onverwacht is overleden onze secretaris, collega en vriend,

Hans Nobel

Het bestuur van VPHuisartsen is aangeslagen door dit plotselinge verlies. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen wat het betekent zonder hem verder te moeten. Hans is vanaf de oprichting bij VPHuisartsen betrokken en was een drijvende en inspirerende kracht binnen ons bestuur. Bovendien een warm en prettig mens om mee samen te werken. Zijn gedrevenheid maakte hem niet blind of doof voor wat een ander nodig heeft. Wij hebben daar als medebestuursleden van geprofiteerd net als vele anderen voor wie hij zich heeft ingezet. Hij heeft in de afgelopen jaren verschrikkelijk veel werk verzet vanuit een grote betrokkenheid bij de beroepsgroep. Ook nadat hij zelf niet meer als huisarts praktiseerde. Hans had een scherp oordeel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Hij kon complexe situaties feilloos analyseren en ontwikkelde daarbij steeds weer waardevolle strategische inzichten. De creativiteit die hij aan de dag legde was benijdenswaardig, net als zijn energie en doorzettingsvermogen. Hij was wars van conventies en trok zijn eigen spoor. In combinatie met zijn scherpe humor maakte hem dit in conflictsituaties tot een geduchte tegenstander. Hans is al dan niet als medeoprichter betrokken geweest bij een aantal kritische organisaties zoals stichting de Vrije Huisarts, de Club van Honderd, het Landelijk Actiecomité Huisartsen van de LHV (LACH), de Eerste Landelijke Huisartsen Associatie (ELHA), Comité WAKE UP!! en zeer recent de Coöperatie Praktijkhoudende huisartsen (CHP). Wij nemen afscheid van Hans met groot respect voor wie hij was en wat hij heeft gedaan en wensen Marielène en de kinderen veel sterkte toe bij dit enorme verlies. Het bestuur van VPHuisartsen, Wouter van den Berg Herman Suichies Dick Groot Chantal de Vos-van het Zandt Lammert Hoeve Erik van Dijk

5


Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts:

palliatieve zorg

Longarts Sander de Hosson staat op de barricades voor goede palliatieve zorg. Ook het einde is een stuk van de levensweg waarop de patiënt recht heeft op bijstand door iemand met wie er een band is opgebouwd. Tekst: Petra Pronk  •  Foto: Marcel J. de Jong

N

ederlanders worden steeds ouder en er komen steeds meer mensen die oud worden. Palliatieve zorg wordt daarmee steeds actueler. Elke arts krijgt er vroeg of laat mee te maken. Longarts Sander de Hosson pleit voor eerlijkheid en een open gesprek over wat de patiënt nodig heeft in die laatste fase. ‘Door tijdig te stoppen met behandelen, geef je iemand de kans op een goed afscheid.’ De interesse voor het stervensproces begon bij De Hosson al vroeg in zijn carrière. Toen hij op de longafdeling werkzaam was zag hij veel mensen doodgaan. Hij zag ook dat er voor het

6

stervensproces eigenlijk heel weinig aandacht was. Daarom werkte hij mee aan een leerboek voor studenten geneeskunde: Probleemgeoriënteerd denken in de palliatieve zorg. Hij is blij dat er in de opleiding tegenwoordig meer aandacht wordt geschonken aan de communicatie met patiënten over het levenseinde. ‘Dat is een buitengewoon goede ontwikkeling. Communicatie en empathie vormen de helft van ons vak. Het gaat er niet alleen om wat je zegt, maar ook hoe je het zegt en hoe je de patiënt begeleidt. Natuurlijk proberen we als artsen onze patiënten zo goed mogelijk te behandelen en waar moge-

lijk te genezen, maar uiteindelijk moeten we erkennen dat een aanzienlijk aantal van onze patiënten zal overlijden. Daarom vind ik het tot mijn verantwoordelijkheid behoren om de zorg rondom die patiënt tot aan de laatste minuten van het leven goed te regelen.’

Te lang doorbehandeld

Dat gebeurt niet altijd. Er wordt vaak te lang doorbehandeld. De Hosson begrijpt dat wel. ‘Mensen hebben een oerinstinct om te overleven. Daarom gaan patiënten soms te lang door, ook als behandeling zinloos is. Artsen gaan daar vaak in mee omdat ze dat makkelijker vinden dan


Sander de Hosson

eerlijk zijn. Wij kunnen er als doktoren slecht tegen dat onze patiënten doodgaan. Dat zien we als een verlies, en daarom proberen we dat moment zo lang mogelijk uit te stellen. Toch nog een extra chemokuur of een experimentele behandeling.’ Dat is extra verleidelijk, omdat er technisch ook steeds meer mogelijk is. Maar De Hosson pleit in dit opzicht voor terughoudendheid. ‘Je moet niet alles uit de kast willen rukken, want daarmee doe je de patiënt echt onrecht. Het gaat niet alleen om de tumor, maar om de patiënt die eromheen zit. Dat is het doel dat wij met geneeskunde hebben. Eigenlijk is geneeskunde een mislei-

dende term, want genezen, dat doen we niet zo vaak. We zijn vooral bezig met het verlichten van klachten of het bieden van troost. Ook dat zijn belangrijke taken van een arts. Taken die we een beetje uit het oog verloren zijn door alle nadruk op de technische mogelijkheden. Het wordt hoog tijd dat we serieus werk maken van dat troost bieden. Het is belangrijk dat we een cultuur creëren waarin de omgang met de dood gewoon is.’

Afscheid

Op tijd stoppen met behandelen is belangrijk, vindt De Hosson. Doe je dat niet, dan zet je als dokter je patiënt in de kou.

‘Het leven is eindig. Je moet op een gegeven moment durven zeggen dat doorgaan met behandelen geen zin heeft en mensen de kans geven om afscheid te nemen. Als die transitie niet gemaakt wordt, en mensen de dood niet als realiteit zien, komt dat afscheid in de knel. Door vroegtijdig te praten over hoe iemand het levenseinde voor zich ziet, kun je makkelijk schakelen als het echt zover is.’ Goede palliatieve zorg is wat hem betreft holistische zorg. ‘Het is belangrijk dat je de hele patiënt ziet, en niet alleen maar het gebied dat ziek is. Je moet als arts niet alleen kijken hoe je de tumor kleiner kunt krijgen, maar ook hoe je de patiënt goed door die

7


laatste fase heen kunt loodsen. Dat vraagt naast aandacht voor de lichamelijke klachten ook aandacht voor de psychische gesteldheid. Angst, depressie en existentiële vragen zijn dingen waar je in de laatste levensfase niet omheen kunt en die je dus aan de orde moet stellen. Gewoon vragen: hoe is het nu om te weten dat je doodgaat, en hoe wil je daar invulling aan geven? Dat is wat iemand in de laatste fase nodig heeft.’ Bovendien tasten zinloze behandelingen de kwaliteit van leven onnodig aan. ‘De hele wetenschappelijke wereld richt zich op survival. Dat lijkt mij niet terecht. De vraag hoe een patiënt leeft in zijn laatste weken of maanden, is veel belangrijker. Ik zeg altijd: het gaat niet om de tijd die je nog leeft, maar om de kwaliteit.’

Bespreekbaar maken

De zorg voor het levenseinde behoort tot de verantwoordelijkheid van artsen. Dat begint met het bespreekbaar maken van dat einde. Veel artsen vinden dat lastig.

verantwoordelijkheid die stilte te doorbreken, vindt De Hosson. Hij merkt steeds weer dat het voor patiënten heel belangrijk is dat er iemand is die dit soort dingen aan de orde durft te stellen en eerlijk zegt hoe het zit. ‘De meeste mensen willen heel graag horen hoe ze eraan toe zijn, ook als dat betekent dat ze doodgaan. Ze zeggen vaak: ‘Jij ouwehoert nergens omheen’. Dat klopt. Waarom zou ik? De dood is een gegeven, hij hoort bij het leven. Uiteindelijk doe je de patiënt er een plezier mee door het open te gooien. Gewoon vragen: wil je dit allemaal nog wel? Stel dat je benauwd wordt, wil je dan naar het ziekenhuis? Wat wil je wel, en wat niet meer? Dat zijn belangrijke dingen om aan de orde te stellen. Als je dit op tijd bespreekt, creëer je kwaliteit in het laatste stukje van het leven.’ Heel soms heeft hij een patiënt die die boodschap niet wil horen en toch door wil gaan met behandelen terwijl dat zinloos is. Dat vindt hij lastig, maar de overtuiging dat je

beeld een geestelijk verzorger of een psycholoog. Je moet in Nederland fatsoenlijk dood kunnen gaan, waar je ook overlijdt.’

Levenslessen

Uiteraard raakt de dagelijkse omgang met ernstig zieke mensen hem ook persoonlijk. Hij voelt zich bevoorrecht dat hij mensen mag begeleiden op weg naar het einde. ‘Die laatste fase in een mensenleven is een kruispunt waar veel wegen samenkomen. Daar zitten hele mooie kanten aan. Het eind van het leven is een periode waarin er veel gebeurt en ineens duidelijk wordt wat nu echt belangrijk is. Vaak worden ruzies bijgelegd, zie je mensen terugkomen die jarenlang weggeweest waren. Dat is mooi. In die zin leer ik door mijn werk veel over het leven. Op het sterfbed zijn er bijna alleen nog maar levenslessen. Ik steek er veel van op, vooral over de relativiteit van dingen. In het licht van de dood vraag je je vaak af waar je je in je leven eigenlijk druk over maakt. Het enige

‘ZE ZEGGEN VAAK: “JIJ OUWEHOERT NERGENS OMHEEN.” DAT KLOPT. WAAROM ZOU IK? DE DOOD IS EEN GEGEVEN, HIJ HOORT BIJ HET LEVEN’ Ze voelen zich er ongemakkelijk bij. Maar dat is volgens De Hosson nergens voor nodig. ‘We moeten de schroom voorbij. Praten over de dood hoort bij ons vak en de patiënt verdient dat ook. Dat is niet lastig, dat moet je gewoon doen. Als je het niet doet, schaad je de patiënt. Voor de meeste patiënten is het een opluchting als je het gewoon benoemt.’ Veel patiënten worstelen niet alleen met hun eigen angst, maar voelen zich ook bezwaard door het verdriet van hun familie. Dat zorgt er vaak voor dat het gesprek over het naderende afscheid niet of te laat wordt gevoerd. Liever dan de wond open te krabben, laten mensen hem met rust. Zo wordt de dood een roze olifant in de kamer. Iets waar iedereen met een grote boog omheen loopt. Artsen hebben de

8

nooit tegen beter weten in moet behandelen, wint het toch: ‘Zo iemand is bij mij niet aan het goede adres.’

Teamwork

Palliatieve zorg is bij uitstek teamwork. Een samenspel van verschillende disciplines en de patiënt, met de huisarts in de regiefunctie. De huisarts is voor patiënten in deze fase een buitengewoon belangrijke persoon, weet De Hosson. ‘Hij of zij zal altijd de belangrijkste schakel blijven. We moeten er samen alles aan doen om de kwaliteit van leven tot in de laatste seconde te bewaken. Uiteraard hoort het verminderen van lichamelijke klachten daarbij, net als de begeleiding op geestelijk vlak. Zo nodig moeten er andere zorgverleners bijgehaald worden, bijvoor-

dat telt aan het einde zijn eigenlijk de persoonlijke relaties. Door mensen de kans te geven ook in de relatiesfeer dingen op tijd te regelen, help je hen om op een goede manier afscheid te nemen. Dat vind ik bijzonder waardevol.’ Maakt het praten over de dood zijn eigen dood minder beangstigend? ‘Ik ben net als ieder mens bang voor de dood, maar ik ben wel minder bang geworden voor het proces, omdat ik zie dat er goede mogelijkheden zijn om fatsoenlijk en zonder pijn dood te gaan. Mits de zaken goed en op tijd geregeld zijn, en daar kunnen wij als artsen een belangrijke rol in spelen.’ • Petra Pronk, journalist


GELEZEN IN MEDISCHE MEDIA…

Noordzeeziekte

Gelezen in de Leeuwarder Courant van 6 januari 2017 De Noordzeeziekte is een Friese aandoening. Slechts 25 mensen zijn er tot nu toe gediagnosticeerd met de Noordzeeziekte, een progressieve erfelijke aandoening met evenwichtsproblemen en heftige epilepsieaanvallen. De krant beschrijft de ziekte die te zeldzaam is om nader onderzoek naar te verrichten. Ouders van een patiëntje hebben daarom de stichting Noordzeeziekte opgericht om dat toch mogelijk te maken. In 2012 werd de eerste Friese patiënt ermee gediagnosticeerd. Toen dezelfde symptomen bij nog een

patiënt werden gezien, werd erfelijk onderzoek gedaan. Er werd een verwantschap vastgesteld die zeker 12 generaties terugvoerde naar Friesland. Bij het UM-

CG hadden ze een publicatie in voorbereiding maar in Melbourne ontdekten artsen iets eerder bij patiënten uit vijf verschillende gezinnen dezelfde genetische afwijking. Die mensen waren uit Nederland, Noord-Duitsland, Denemarken en het westen van Engeland naar Australië geëmigreerd. De Australiërs noemden de nieuw ontdekte ziekte daarom North Sea progressive myoclonus epilepsy. Zij wisten niet dat deze voorouders oorspronkelijke Friezen waren, die in de middeleeuwen een groter verspreidingsgebied hadden. Meer informatie noordzeeziekte.nl

Wie rookt muteert

Gelezen op sickofsmoking.nl Wie een jaar lang een pakje per dag rookt moet rekenen op 150 mutaties -in elke cel- van de longen. Onderzoeker Bernards en hoogleraar moleculaire carcinogenese, verbonden aan het AVL daarover: ‘We wisten natuurlijk dat roken kanker kan veroorzaken. Nu kunnen we –als een forensisch onderzoeker- ook bewijs leveren wie de dader was. Roken laat in de vorm van specifieke mutaties vingerafdrukken na in het DNA. In een sigaret zitten meer dan 60 kankerverwekkende stoffen. Het effect daarvan, overigens niet alleen op de longen maar ook op andere weefsels, is onderzocht en de “vingerafdrukken” daarvan in het DNA zijn vastgesteld. In het onderzoek deden ook niet-rokers mee die kanker kregen als gevolg van meeroken. Voor hen is nu ook vast te stellen of roken de kanker heeft veroorzaakt. Het biedt mogelijkheden om fabrikanten harder aan te pakken, nu de “vingerafdrukken van een sigaret” terug te vinden zijn in een kankerpatiënt.’

OpenSurgery

Gezien in het Design Museum in Londen Een project OpenSurgery, een opensourced kit for domestic keyhole surgery van de Nederlander Frank Kolkman. Het is ontwikkeld om een meer toegankelijk alternatief te bieden voor dure gezondheidszorg. Hij kreeg de inspiratie voor het project toen hij erachter kwam, dat onverzekerde Amerikanen YouTube gebruiken om video’s te delen waarin ze zelfchirurgie toepassen in plaats van gebruik te maken van de dure professionele gezondheidszorg. Er blijkt een steeds groter wordende kloof te ontstaan tussen de-

gene die zich wel of niet gezondheidszorg kunnen veroorloven. Dit project illustreert de invloed van de op winst gerichte medische industrie. Hoewel zijn open surgery kit nog steeds door een chirurg gehanteerd moet worden kan het gemaakt worden voor een fractie van de kosten van commercieel gemaakte chirurgische instrumenten. Het is natuurlijk vooral bedoeld om het debat over geld gedreven gezondheidszorg aan te gaan, maar ik moet zeggen dat de YouTube filmpjes, van hoe je bijvoorbeeld bij jezelf een wigexcisie doet, toch redelijk schokkend waren.

9


VPHUISARTSEN ACTIEF

10


Foto: © NFP Photography

Tony van Wieringen LEEFTIJD: 49 HUISARTS IN: Purmerend HUISARTS SINDS: 2000

‘Ik ben lid van VPHuisartsen geworden omdat de belangen van de praktijkhoudende huisarts naar mijn mening niet goed behartigd worden door de LHV. De eerstelijnszorg in ons land is kwalitatief het hoogst in Europa en bijzonder goed georganiseerd. Stakeholders als zorgverzekeraars en InEen zijn zich echter onvoldoende bewust dat zij praktijkhouders moeten koesteren en niet voortdurend tegen zich in het harnas moeten jagen. Praktijken zijn steeds meer ondernemingen die meer en meer financiële risico’s moeten nemen, waarbij het ontbreekt aan visie op lange termijn. Ik erger mij er in toenemende mate aan dat mijn tijd opgeslokt wordt door onzinnige afvinklijstjes en non evidence based kwaliteitseisen die niets met de zorg zelf te maken hebben. Dat is ook de reden dat ik lid ben van de kerngroep van HRMO. Er is heel veel werk verricht door een aantal leden van deze kerngroep. We zijn af van een hoop bureaucratische regels en we mogen weer onderhandelen van de ACM. Maar we zijn er nog lang niet. Zorgverzekeraars leunen weer achterover nu tweejarige contracten zijn getekend en er zijn partijen die het nog heel lastig vinden om van de afvinklijstjes af te stappen. Onze zorggroep heeft de afgelopen jaren een hoop voor ons gedaan, maar ik zie wel een steeds groter wordende organisatie met dito managers en medewerkers en die recent ook nog eens verhuisd is naar een duurder pand. Daar maak ik mij zorgen

over. Uiteindelijk staat het macrobudget huisartsenzorg vast en er wordt steeds meer afgesnoept door ketenzorgorganisaties en ANW-zorg en dit gaat uiteindelijk ten koste van onze core business: de dagpraktijk. We moeten scherp blijven: waar afvinklijstjes aan de achterkant kleiner lijken te worden, wordt er gepoogd aan de voorkant de kwaliteit te regelen. Onze hoofdverzekeraar ZK wil voor 2017 gaan regelen dat voor ieder recept dat we vanuit onze HIS voorschrijven op de pre­ scriptor knop gedrukt wordt. Zo niet dan word je er financieel voor gestraft. Krankzinnig en tijdsverslindend. Voor 99 procent van de recepten heb ik de prescriptor niet nodig, de NHG-standaarden zitten in mijn hoofd. Voor de toekomst maak ik mij zorgen. Ik heb altijd geloofd in de visie dat de huisarts een centrale rol heeft bij het realiseren van zinnige en zuinige zorg. Daarvoor heeft hij veel medewerkers om zich heen en werkt hij samen met andere partners in nulde-, eerste- en tweedelijn. Dat betekent wel dat we binnenkort moeten verbouwen, want voor al die medewerkers is nauwelijks meer plaats op onze huidige vierkante meters. Het was dan ook schrikken dat ik in 2016 wel mijn omzet op peil hield, maar mijn winst uit onderneming door hoge kosten met vele tienduizenden euro’s zag kelderen. En dat Zilveren Kruis antwoordt dat je dan maar minder aan zinnige en zuinige zorg moet gaan doen. Wat een deceptie! Daarom ben ik lid van VPHuisartsen.’ •

11


PRAKTIJKPERIKELEN Opmerkelijke verhalen uit de huisartsenpraktijk

Baxterrol Apotheek wilde in verleden een nu vijftigjarige patiënt al ´in de baxterrol´ hebben. Dat weigerde ik te ondertekenen, daar zij dagelijks maar enkele tabletjes heeft en zij deze prima zelf uit een doosje kan halen, en er vaak wisselingen in medicatie zijn die een baxter-

rol niet de optimale optie maken. Nu belt de apotheek mij opnieuw met dezelfde vraag, of pte in de baxterrol mag, omdat zij de pilletjes niet goed uit de doordrukstrip kan duwen.  Patiënte is getrouwd, en ik heb aangegeven dat manlief prima zijn vrouw kan

helpen en de pilletjes dagelijks uit het stripje duwt, of als hij dat handiger vindt deze in een weekdoosje, dat hij voor een tientje kan kopen, doet. Dat scheelt een hele dure medicatieoplossing, en het lijkt me niet te veel gevraagd dat je elkaar thuis helpt.

Vergoeding Vandaag bezocht een jongedame van twintig, wonend in een instelling van RIBW in verband met PDD-NOS, mij met de vraag of haar Aripiprazol verhoogd kon worden van 4 naar 5 mg. Ik dacht de bui al te voelen hangen, en vroeg haar of ze een behandelend psychiater had. Nee. Vanbinnen kreunde ik al, zie je wel, nou moet ik als huisarts weer aan de gang met pil-

len waartoe ik me onvoldoende bekwaam voel. Of ik moet een psychiater zien te vinden die nergens voorhanden is momenteel in de regio voor patiënten als zij. “Gaat het niet goed momenteel met je?”, vroeg ik bezorgd. “Nee hoor, dokter, het gaat prima. Maar tabletten van 4 mg worden niet vergoed, en 5 mg wel…” We gaan de goede kant op in de zorg.

advertenties

Tijd voor een frisse blik

Uhhh... Uhhh... Uhhh... dze...dze...dze... bluhh... bluhh... bluhh...

Scheve mond?

Meer dan belastingadvies

Lamme arm?

Herkent u één van deze signalen? Sla direct alarm. Bel  om hersenbeschadiging te voorkomen.

Administratie - Jaarrekening - Aangifte

WWW.KANTOORVANMIL.NL

Verwarde spraak?

hartstichting.nl


Foto: © NFP Photography - Marijn van Rij

COLUMN

Ziektearchitectuur Rinske van de Goor, huisarts in Utrecht

W

at een sukkelaars zijn wij dokters toch. Telkens weer worden we overvallen door nieuwe hypes en modes. Zo’n twintig jaar geleden had ineens iedereen Minimal Brain Damage of kleurstofallergie. Hoor je nooit meer iemand over. Ooit hip maar nu dalend zijn hypoglycemieën en whiplash. Vit.B12 tekort en chronische Lyme lijken blijvertjes. De laatste tijd word ik overrompeld door trending diseases als pancreasinsufficiëntie en glutenintolerantie. Het is hoog tijd dat wij dokters onze passief-agressieve houding jegens ziektes eens laten vallen. Dat we ZELF bepalen welke ziektes we gaan zien: proactief ziektes ontwerpen en niet lijdzaam afwachten wat er nu weer aan nieuws op internet verschijnt. Zelf ben ik wel voor nieuwe seizoensziekten. Omdat die zo fijn vanzelf wel weer overgaan. Naast de wintertenen en de winterdepressie zou ik bijvoorbeeld graag de herfstmoeheid introduceren. Daar publiceren we dan een artikel over dat aantoont (P<0,5) dat moeheid in de herfst beduidend vaker voorkomt dan in andere seizoenen. Vervolgens kunnen we ruim drie maanden per jaar onze patiënten uitleggen dat ze gewoon season sensitivity hebben. (Waarschijnlijk staat u ook sterk in contact met de natuur?) Ruim drie maanden, want je hebt natuurlijk ook early- en late-onset-herfstmoeheid. Verder heb ik de ambitie de ziekte van VanDeGoor te ontwikkelen. Dit is een Somatische Aanpassingsstoornis die ontstaat wanneer men zich te weinig van het eigen lichaam aantrekt. Voorbeelden hiervan zijn de gevoelens van fysiek onbehagen en indolentie die ontstaan in situaties zoals: • Na 01.00 uur ’s nachts achtereen drie B-films te hebben gekeken. • Na te lang Clash of Clans spelen op de iPad. • Na het eten van anderhalve reep Tony Chocolonely en de laatste KitKats van de kinderen van Sint Maarten. • Na drie avonden op rij kerstdiners, met elk vijf gangen en hapjes vooraf. • Na tot 11.45 uur te hebben uitgeslapen. De ziekte van VanDeGoor is, zeg maar, een alcoholvrije kater. Zolang de oorzaak niet weggenomen wordt, kan de ziekte ook een chronisch karakter aannemen. Overigens is er een sterke co-morbiditeit tussen overmatig alcoholgebruik en M. VanDeGoor. Ik stel voor bij het NHG een nieuwe Werkgroep Ziekteontwikkeling te starten. Wie doet er mee? •

13


PRAKTIJK IN BEELD

Huisartsenpraktijk Kortmann plaats: Zoeterwoude-Dorp aantal inwoners: 8.100 aantal patiĂŤnten: 2.900 aantal huisartsen: 1 (solist, met 1 vaste waarnemer voor 1,5 dag per week) andere medewerkers: 5 (2 assistentes, 1 POH Somatiek, 1 POH GGZ, 1 huisarts in opleiding)

14

typerend voor de praktijk: dorpspraktijk in het Groene Hart, veel babyboomers. Dat komt doordat Annelies Kortmann de praktijk van haar vader heeft overgenomen die bijna volledig uit leeftijdgenoten van hem bestond. Deze patiĂŤnten waren bij hem gekomen toen hij een nulpraktijk startte naast de praktijk van zijn vader die ook huisarts was.


Annelies Kortmann: ‘Mijn vader had praktijk aan huis. Acht jaar geleden heb ik de praktijk overgenomen. Toen hij tweeënhalf jaar geleden overleed, heb ik ook het woonhuis overgenomen. Ik heb flink verbouwd. Zo is de garage bij de praktijk getrokken en is er een extra ruimte bijgebouwd zodat er nu vier spreekkamers zijn in plaats van twee. Boven hebben we een grote kamer voor koffie, lunch en vergaderingen en nog een extra ruimte die ook als spreekkamer kan dienen. De praktijk is laagdrempelig en no-nonsense. Ik vind het prettig als mensen makkelijk de weg vinden naar de praktijk, maar dan wel voor dingen die ook echt nodig zijn. Die insteek zie je ook terug in het gebouw. Het is een praktijk waar mensen zich prettig voelen, gemoedelijk en niet te strak, maar wel heel praktisch ingericht. Alle spreekkamers hebben een groen keukenblokje en overal staan handgemaakte bureaus van berken multiplex. De wachtkamer vind ik zelf erg mooi. Er staat een grote wachtkamerbank, type poldersofa, met kussens van verschillende grootte die bestaan uit verschillende materialen in allerlei kleuren groen. Het plafond is eruit gehaald waardoor er veel licht van boven komt. Een van de muren bestaat uit een akoestische houten wand met gaatjes. Als je daar afstand van neemt, herken je er portretten in van mijn vader, grootvader en mijzelf. Ik hecht veel waarde aan een goede sfeer. Niet alleen richting de patiënten, maar ook voor de medewerkers. Er worden hier veel grapjes gemaakt en de sfeer is ontspannen. Alle assistentes krijgen de gelegenheid om hun professionele hobby’s uit te oefenen. We vormen een goed team, drinken samen koffie en lunchen met elkaar in de grote ruimte boven. Mensen zitten hier niet met een boterham achter de computer. Al met al ben ik heel tevreden met mijn praktijk en mijn patiënten ook.’ •

15


Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts:

zorg voor daklozen In een wereld waarin steeds meer aankomt op eigen verantwoordelijkheid, vallen steeds meer mensen tussen wal en schip. De grens van een gewoon bestaan naar een leven op straat is soms heel dun. Belangrijke nieuwkomers in de dak- en thuislozenwereld: mensen met een verstandelijke beperking. Tijdige signalering van problemen en goede doorverwijzing door huisartsen kan hen helpen om hun leven op de rails te krijgen en te houden, stelt straatarts Marcel Slockers. Tekst: Petra Pronk 

M

arcel Slockers is huisarts in een gezondheidscentrum in Rotterdam. Daarnaast werkt hij als straatdokter voor daken thuislozen. Wat ooit begon als bijbaantje omdat hij in zijn nieuwe praktijk nog niet genoeg patiënten had, is inmiddels uitgegroeid tot een uit de hand gelopen hobby. Hij staat geregeld op de barricades en schrijft confronterende blogs over het leven op straat. ‘Het is ongelooflijk boeiend werk dat veel creativiteit vraagt’, zegt Slockers over zijn straatwerk. ‘Je moet veel meer out of the box durven denken dan in een reguliere praktijk. Het ene moment zit ik met een aidspatiënt die een zware psychose heeft, en de volgende dag help ik een jong meisje met een simpele blaasontsteking. Die afwisseling in heftigheid en zwaarte zorgt voor een mooie balans en

16

maakt dat ik geen burn-out krijg. Ik vind het een verrijking van mijn vak en het heeft me de kans gegeven om andere talenten te ontwikkelen zoals lesgeven of stukjes schrijven. De passie voor dit werk wordt nog versterkt doordat we ook echt dingen bereiken. Ik ben niet meer de roepende in de woestijn van het begin.’

Draaideurklanten

In de 33 jaar dat hij dit werk doet, heeft hij veel zien veranderen. De laatste jaren valt vooral de opmars op van mensen met een verstandelijke beperking. Zij maken inmiddels een kwart uit van de daken thuislozenpopulatie. Het zijn “draaideurklanten” geworden. Dat is deels het gevolg van de maatschappelijke trend richting zelfredzaamheid. ‘Een van de problemen met de WMO is dat die uit-

gaat van eigen verantwoordelijkheid, eigen netwerken, en eigen hulp in de omgeving. Maar juist iemand die een beperking heeft woont in een wijk waar mensen wonen met beperkingen. En juist als je niet handig bent met formulieren invullen, zit je in een netwerk van mensen die dat ook niet zijn. Dan kan het makkelijk misgaan.’ Dokters merken dat vaak niet op omdat zij in hun eigen bubbel zitten. Het is belangrijk te beseffen hoe bevoorrecht we zijn, vindt Slockers. ‘Ons denkkader, opleidingsniveau en sociale netwerk zijn van grote invloed op hoe we anderen zien en over hen denken. Dat kan goede hulp in de weg staan. Als mensen een vlotte babbel hebben en vriendelijk glimlachen, zijn we vaak geneigd hen te overschatten. De waarheid komt alleen boven tafel als je echt naar ze luistert. Zelf


ben ik op dit punt door schade en schande wijzer geworden en heb pas later geleerd op subtiele signalen te letten.’

Hersenbeschadiging

Een andere verklaring voor de grote toename van deze groep op straat, is de stand van de medische wetenschap. ‘Door betere behandeltechnieken overleven steeds meer mensen een ongeval en worden ze door grote letsels heen gesleept. Dat is een prestatie, maar daardoor verschuift wel de hulpvraag. Mensen met een hersenbeschadiging vormen een nieuwe kwetsbare categorie die bovendien moeilijk zichtbaar is. Iemand in een rolstoel heeft zichtbaar letsel, maar hersenschade als gevolg van een coma of een val is veel moeilijker op te merken.’ Daardoor wordt deze groep vaak niet als kwetsbaar herkend door de eigen huisarts. Toch is juist die huisarts de aangewezen persoon voor het verlenen van hulp, vindt Slockers. ‘Als huisarts ken je de geschiedenis van mensen. Je weet dat die glazenwasser laatst van de ladder gevallen is en er zou er een lichtje moeten gaan branden als hij zich gek gedraagt.’ Hij roept daarom op tot meer alertheid en proactief optreden. ‘We moeten mensen beter in de smiezen houden. Stel je hebt een patiënt met een verstandelijke beperking en een neiging tot alcoholisme, van wie de vader al is overleden en de moeder ernstig ziek is. Als je op tijd het gesprek voert over wat er met zo’n jongen moet gebeuren als moeder overlijdt, kun je voorkomen dat hij afglijdt.’

Verantwoordelijk

Huisartsen moeten hun verantwoordelijkheid voor deze groep serieus nemen,

Marcel Slockers vindt Slockers. ‘Er is geen bevolkingsgroep in Nederland met zo’n lage levensverwachting als de dak- en thuislozen. Hun levensverwachting is 14 tot 16 jaar korter dan van anderen. Vaak gaat het om jonge mensen die nog een leven voor zich hebben.’ Een huisarts kan veel betekenen in de sfeer van preventie. Is iemand eenmaal dakloos, dan is samenwerken met andere hulpverleners in de maatschappelijke opvang de beste manier van hulpverlening. Die samenwerking wordt binnenkort een stuk makkelijker doordat er nieuwe wetgeving in de maak is die ervoor zorgt dat ook mensen zon-

der adres verzekerd kunnen worden. Vanaf begin 2017 moeten zorgverleners een onverzekerde binnen 24 uur melden bij de GGD, waarna de zorg gestart kan worden en er aanspraak kan worden gemaakt op een noodfonds. Daardoor lopen zorgverleners die onverzekerden willen behandelen niet langer onaanvaardbare risico’s. ‘Zowel voor patiënten als behandelaars is dat een belangrijke stap vooruit.’ • Petra Pronk, journalist

17


Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts:

preventie van suïcide

Van de mensen die suïcide gepleegd hebben, is 40 procent in de week daarvoor nog bij de huisarts geweest. Een ijzingwekkend cijfer, vindt ggz-kaderarts Joop Dopper. En ook een cijfer dat duidelijk laat zien dat huisartsen de verantwoordelijkheid hebben het gesprek met deze patiënten tijdig aan te gaan. ‘Vaak vinden mensen het een opluchting om erover te praten.’ Tekst: Petra Pronk

H

uisartsen kunnen een belangrijke rol spelen bij preventie van suïcide als ze vaker het gesprek daarover zouden aanknopen met potentiële plegers van suïcide. Dat is de mening van ggz-kaderarts Joop Dopper. Die gedachte werd geboren toen hij een aantal jaar geleden de cijfers onder ogen kreeg van het aantal geslaagde suïcides per jaar (circa 1.800) afgezet tegen het aantal verkeersdoden (600). In diezelfde tijd verscheen ook een artikel in Huisarts en Wetenschap

18

waarin werd gesteld dat in de maand voorafgaand aan de suïcide of suïcidepoging de helft van de patiënten nog contact heeft gehad met de huisarts, en 40 procent zelfs nog in de week ervoor. Tegelijkertijd begon 113online aan de weg te timmeren met zelfmoordpreventie. Bovendien speelde op de achtergrond dat Dopper zelf in zijn omgeving suïcide had meegemaakt en aan den lijve had ervaren wat de impact daarvan is op de nabestaanden. Reden genoeg voor actie, vond hij. Na overleg met de NHG en

113online zette hij twee jaar geleden een cursus op voor de regio’s om te zorgen dat huisartsen zich wat minder ongemakkelijk zouden voelen als het onderwerp zich, al dan niet bedekt, aandient. Dat is belangrijk aangezien zoals gezegd mensen met suïcideplannen vaak nog in een laat stadium contact hebben met hun huisarts. Als huisartsen achteraf gevraagd werd of ze bij die persoon tijdens dat laatste consult aan suïcide hadden gedacht, was het antwoord vaak ja. Maar slechts in één derde van de gevallen


had de huisarts het onderwerp ook aangesneden. Dat zijn opvallende cijfers. Kennelijk ligt er voor veel huisartsen hier een drempel. Dopper begrijpt dat wel. ‘Het is een ongemakkelijk onderwerp. Tot voor kort heerste ook het idee dat je er beter niet over kon praten omdat je anders misschien je patiënt op gedachten bracht. Inmiddels is uit onderzoek duidelijk gebleken dat dat niet waar is. Praten over suïcide lokt geen suïcide uit. Het blijkt dat het juist heel goed is om erover te praten. De meeste patiënten vinden het fijn dat het onderwerp aangeraakt wordt omdat het daarmee bespreekbaar wordt. Als je er niet over praat, kun je ook geen hulp verlenen.’ Het bespreekbaar maken is extra belangrijk, omdat niet iedereen die suïcide overweegt, bij een ggz-behandelaar loopt. Maar bijna iedereen heeft wel een huisarts. Hij of zij is voor die patiënten dus de enige die de problemen eventueel kan opmerken en in actie kan komen.

Gespreksvoering

Het voeren van zo’n gesprek vereist nogal wat van een huisarts, stelt Dopper. ‘Er bestaat niet een grote trukendoos voor zo’n gesprek. Het belangrijkste is dat je je realiseert dat mensen die met suïcide ideeën rondlopen niet willen dat er risi-

colijstjes worden afgewerkt. Ze willen voor alles een gewoon gesprek. Dus is het belangrijk om eerst contact te maken met de wanhoop van de patiënt en pas daarna een risico-inschatting te doen. De patiënt moet niet het idee krijgen dat hij het onderwerp is van een af te vinken lijstje. Ook is het belangrijk het gesprek voorzichtig op te bouwen. Als iemand zegt: ‘Het zit altijd tegen, het is allemaal teveel’, kun je vragen: ‘Heb je weleens het idee dat het van jou allemaal mag ophouden?’ Zo kun je heel langzaam het onderwerp verkennen.’ De meeste mensen staan ambivalent tegenover hun suïcideplannen. Ze hoeven niet zo nodig dood, maar ze willen van hun ellende af. Dat biedt aanknopingspunten. ‘Je hoeft niet alleen de negatieve kant te exploreren, maar kunt ze ook vragen naar wat op de goede momenten het leven voor hen de moeite waard maakt en wat hen in het verleden motiveerde en steun gaf. Als er eenmaal sprake is van een vertrouwensbasis kun je samen met de patiënt een plan maken, bijvoorbeeld om het netwerk van diegene te revitaliseren.’

Dankbaar

Dopper benadrukt dat het nergens voor nodig is om op te zien tegen zo’n gesprek.

Uit eigen ervaring weet hij dat mensen zelden schrikken wanneer je als arts je vermoeden van plannen voor suïcide benoemt. ‘Veel mensen zijn juist dankbaar voor de opening die daarmee geboden wordt om erover te praten.’ Hoe eerder dat gebeurt, hoe beter. In het eerste stadium waarin mensen hun levensproblematiek op tafel leggen, is er nog heel veel mogelijk. Die situatie komt vaak voor. Naar schatting krijgt elke huisarts zo’n 10 à 20 keer per jaar iemand in dit stadium op het spreekuur. Het aantal geslaagde suïcides is veel lager: 2 à 3 in een huisartsenleven. In die ruimte zit de mogelijkheid van interventie, stelt Joop Dopper. ‘Een snelle signalering is belangrijk. Hoe verder je in de pijplijn van suïcide zit, hoe moeilijker mensen zijn te helpen. Juist daarom is het belangrijk om al in die eerste fase in gesprek te raken. Daarmee kun je heel veel ellende voorkomen en vergroot je de kans dat een patiënt de hulp krijgt die hij nodig heeft.’ •

Petra Pronk, journalist

19


Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts:

eigen praktijk

In 2004 werd Marieke Bon parttime huisarts in de praktijk van haar vader. Drie jaar later stopte haar vader en begon ze samen met Tilly Groot een eigen praktijk. Daarin combineert ze oude waarden met nieuwe elementen en eigen interesses. Een balanceer-act tussen haar eigen passie en bemoeizucht van buitenaf. ‘We hebben een idiote driehoeksverhouding met de zorgverzekeraar.’ Tekst: Petra Pronk 

D

at Marieke Bon, huisarts in Aalsmeer, in de voetsporen van haar vader zou treden, lag niet voor de hand. Hoewel huisarts al generaties lang het beroep van de familie Bon was, wilde ze liever piloot worden. Tot iemand haar vroeg hoe ze dat dacht te gaan combineren met kinderen. Toen herzag ze haar toekomst en ging geneeskunde studeren. Aanvankelijk volgde ze de opleiding voor chirurg, maar na enige tijd switchte ze naar huisartsgeneeskunde. De veelzijdigheid daarvan sprak haar

20

aan. ‘Ik hou van contextgeneeskunde. Dat je samen met de patiënt highlights doormaakt, van geboorte tot sterven. Dat je er niet alleen staat voor de liesbreuk, maar lief en leed met mensen meemaakt in alle fasen van het leven.’ Dat persoonlijke contact begint helaas een beetje op de tocht te staan in haar middelgrote praktijk. De twee artsen hebben samen met een aantal waarnemers zesduizend patiënten onder hun hoede. ‘Dat aantal is eigenlijk te groot ‘, stelt Bon. ‘We hebben steeds meer echt oude men-

sen die thuis moeten wonen omdat er geen voorzieningen voor hen zijn, maar die geen of weinig mantelzorg krijgen. Daar zijn we veel tijd aan kwijt.’ Verder gaat er ook veel tijd op aan bureaucratische rompslomp. ‘Systemen die falen worden in Nederland meestal eerst opgevangen door een extra papiertje te bedenken. We zullen kleiner moeten worden om de persoonlijke zorg te kunnen blijven leveren die we zo leuk vinden.’ Daarom zijn Marieke Bon en Tilly Groot op zoek naar een huisarts die het team komt versterken


‘IK VOEL ME VAAK NET EEN GARAGEHOUDER DIE EEN GARAGE MOET RUNNEN, MAAR INTUSSEN OOK GEWOON AAN DE AUTO MOET KNUTSELEN’ en een deel van de patiënten kan overnemen. ‘Met elk tweeduizend patiënten is het makkelijker te behappen en kunnen we de persoonlijke zorg beter garanderen’, verwacht ze.

Lifestyle

Het belang van echte aandacht en persoonlijke begeleiding is een van de belangrijkste waarden die ze van haar vader heeft meegekregen, en die ze absoluut overeind wil houden. Niet alleen omdat dat het werk leuker maakt, maar ook omdat betrokkenheid bijdraagt aan de gezondheid van mensen. Maar daarnaast is Bon ook duidelijk van een andere nieuwe generatie. ‘De vorige generatie had het idee dat je alles met een pil moet oplossen. Ik ben veel meer van de preventie en de coaching. Alleen pillen geven is dweilen met de kraan open. Ik vind het veel leuker en beter om de kraan eerder dicht te draaien.’ Ze ziet zichzelf niet als een dokter die vertelt hoe het moet, maar als een gezondheidscoach die mensen helpt om ziekten te voorkomen. Een rol die haar prima bevalt. In die rol kan ze ook haar interesse voor gezon-

de voeding kwijt. ‘Ik ben zeer geïnteresseerd in wat er allemaal in Wageningen gebeurt. Slimmere aardappels, eetbaar bestek, dat heeft wel iets cools. De rol van voeding verdient meer aandacht in de opleiding en de standaarden. We moeten mensen meer betrekken bij hun eigen gezondheid en ze daar medeverantwoordelijk voor maken door het gesprek aan te gaan over gezond eten en gezond leven. Het geeft mij een kick om te zien dat het enorme gezondheidswinst kan opleveren als iemand zijn lifestyle omgooit. Dat mensen afvallen en zich fit te voelen als ze gezonder eten, vaker de trap nemen en meer gaan sporten.’

Eigen winkel

Behalve over de inhoud van het vak, is ze ook enthousiast over het ondernemerschap. De vrijheid van een eigen “winkel” spreek haar aan, maar het jaarlijkse circus van in een “markt” moeten knokken voor een fatsoenlijke opbrengst valt haar zwaar. ‘Ik voel me vaak net een garagehouder die een garage moet runnen, maar intussen ook gewoon aan de auto moet knutselen. Wij zijn net te klein om

@DeSpeld: Guido komt een soa-test doen ‘voor een vriend’ ‘Hij schaamt zich te veel om naar de huisarts te gaan.

een personeelsfunctionaris of een kantoormanager in te huren. Dat is jammer, want de administratieve en bureaucratische druk is verschrikkelijk. Ik probeer het te omarmen in plaats van me erover op te winden, maar eigenlijk vind ik dat de zorgverzekeraar ons in dat opzicht mishandelt. Wij hebben als arts een relatie met onze patiënt, maar intussen hebben we een idiote driehoeksverhouding met de verzekeraar die voor ons bepaalt wat mag en hoeveel dan. In naam zijn we ondernemer, maar in de praktijk ligt alles vast en mag je bijna niks zelf beslissen. Dat is frustrerend.’ Toch heeft ze nooit spijt gehad van haar keuze voor dit vak. Ze is enthousiast over het scenario van de huisarts als spil van een bloeiend buurtleven. ‘Ik verwacht dat we in de toekomst veel meer een buurtfunctie krijgen met de praktijk als plek waar mensen met vragen terechtkunnen, waar we samenwerken met andere buurtfunctionarissen, waar ik een paar goede specialisten in dienst heb, met een thuiszorg die fungeert als mijn ogen en oren en vrijwilligers die ik aan elkaar kan koppelen. De zorg van de toekomst is veel breder dan alleen geneeskundige zorg.’ • Petra Pronk, journalist

21


Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts:

hulp aan slachtoffers van geweldsmisdrijven Een klap met een loden pijp. Een steekpartij na een avondje stappen. Of in elkaar geslagen door je eigen partner. Michel Westra ziet het allemaal voorbijkomen in zijn werk als medisch adviseur voor het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Hij hoopt dat huisartsen patiënten vaker gaan wijzen op het bestaan van het Schadefonds, want velen lopen nu een vergoeding mis. Tekst: Petra Pronk

M

ichel Westra is arts en medisch adviseur bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. Dat was niet zijn eerste keuze. Eigenlijk had hij huisarts willen worden. ‘Ik ben nog uit tijd dat ik na mijn studie in dienst moest. Daarna heb ik acht keer geprobeerd een plek te bemachtigen in de huisartsenopleiding, maar dat is niet gelukt omdat de vraag naar een studieplaats destijds veel groter was dan het aanbod. Toen heb ik een aantal jaren bij de GGD gewerkt en ben daarna terechtgekomen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, allereerst zo’n elf jaar als arts in een justitiële inrichting en later als medisch adviseur.’ Daar heeft hij geen spijt van. Het is leuk en afwisselend werk, en hij houdt van de uitdaging van het werken met mensen die ingesloten zijn. Daarnaast is hij ook werkzaam als forensisch arts. Geen gemiddelde artsenloopbaan dus. Het overheersende ge-

22

voel over zijn werk is verbazing. ‘Ik kom allerlei dingen tegen waarvan ik denk: dat dat bestaat in Nederland! Er zitten soms behoorlijk ernstige zaken tussen. Als ik zie wat mensen elkaar aandoen, schrik ik af en toe wel, maar ik kan het vrij goed naast me neerleggen. Ik ben al heel lang forensisch arts en in dat werk kom je ook geregeld heftige dingen tegen rondom niet-natuurlijk overlijden. Daar heb ik wel een soort schild voor opgebouwd.’

Schadefonds

Sinds een paar maanden is Westra ook medisch adviseur voor het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Iedereen in Nederland die psychisch of fysiek letsel heeft opgelopen als gevolg van geweld kan een aanvraag doen voor een financiële tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, als de dader of bijvoorbeeld de verzekering de schade niet ver-

Michel Westra


goedt. Het Schadefonds is onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het fonds bestaat al heel lang, maar toch kennen veel mensen het bestaan ervan niet. Ook Westra had nog nooit van het Schadefonds gehoord voordat hij er medisch adviseur werd. Inmiddels heeft hij tientallen zaken voorbij zien komen. De meeste kwesties worden gewoon door een jurist afgehandeld op basis van het dossier. Maar er zijn ook zaken waarbij onduidelijkheden bestaan of waar het dossier ontbreekt. Dan wordt er een medisch adviseur ingeschakeld. Westra werkt hiervoor samen met drie andere collega’s. ‘Geweld komt veel vaker voor dan je denkt’, weet hij inmiddels. Per week behandelt hij zo’n tien à twaalf gevallen, en dat is nog maar een fractie wat de juristen in werkelijkheid afhandelen. ‘Wij worden pas ingeschakeld als er sprake is van onduidelijkheid of het ontbreken van medische stukken. Wij vragen

De procedure is eenvoudig. Mensen kunnen via www.schadefonds.nl een aanvraagformulier downloaden. De meeste zaken worden gemiddeld binnen 16 weken afgehandeld.

dan stukken op bij behandelaars om de jurist te kunnen adviseren over de vraag of iemand in aanmerking komt voor vergoeding en in welke categorie diegene dan valt. Er bestaat een letsellijst waarin zes categorieën letsels benoemd staan. Het hangt van de ernst van het letsel en de duur van de behandeling af in welke categorie mensen vallen. De meeste mensen vallen in de categorie 1-3. Dat zijn de lichtere gevallen, bijvoorbeeld een gebroken neus of een dagje in het ziekenhuis met een hersenschudding. De ernst van het letsel loopt op tot bijvoorbeeld functieverlies van ledematen of een dwarslaesie. Dan praat je al gauw over categorie 5 of 6. Daarnaast kan er ook sprake zijn van psychisch letsel. Dat is vaak lastiger vast te stellen. Bij psychisch letsel moet er sprake zijn van een diagnose door een BIG-geregistreerde psychiater, psycholoog of psychotherapeut. Er moet ook een duidelijk behandelplan zijn dat mede voortkomt uit het geweldsdelict. Een behandeling met een praktijkondersteuner van een huisarts is voor het schadefonds onvoldoende.’

lijk of psychisch letsel door geweldsmisdrijven. Hierbij kun je denken aan letsel door diefstal met geweld, bedreiging met een wapen of mishandeling. Daarbij benadrukt hij dat er geen overspannen verwachtingen geschapen moeten worden. Amerikaanse toestanden met een torenhoge vergoedingen komen hier niet voor, en eventuele vergoedingen kunnen verrekend worden met uitkeringen door anderen (bijvoorbeeld de dader). ‘Je moet een uitkering uit het fonds niet zien als vergoeding voor gemaakte kosten, maar meer als een tegemoetkoming. Om een idee te geven: voor de categorie 1 tot 3 ligt de vergoeding tussen de duizend en vijfduizend euro. Als je schade hebt geleden omdat je een week niet heb kunnen werken als gevolg van een klap, is het toch fijn als iemand je wijst op de mogelijkheid om daarvoor een vergoeding aan te vragen. Daarnaast is het vooral een erkenning van onrecht dat slachtoffers is aangedaan en kan bijdragen aan het herstel van vertrouwen. Voor heel veel mensen dat heel belangrijk.’ •

Erkenning

Westra roept huisartsen op hun patiënten te wijzen op het bestaan van het Schadefonds als er sprake is van ernstig lichame-

Petra Pronk, journalist

23


PRAKTIJKPERIKELEN Opmerkelijke verhalen uit de huisartsenpraktijk

Verschil in zorgstelsels Dochter van bekende, woonachtig in de Verenigde Staten, wordt in San Francisco gebeten door de hond van een dakloze. Onbekend of hond gevaccineerd is krijgt ze advies om tetanus en V anti rabiës injecties te nemen. De totale rekening, inclusief meerdere ER bezoekjes: 16.308 dollar Dit

schijnt een standaardbedrag voor zoiets te zijn. Het ziekenhuis stuurt de rekening naar haar verzekeraar, maar die weigert te betalen. Het ziekenhuis past daarop de rekening aan, trekt er om onduidelijke redenen ruim 10.087 dollar af en er blijft ruim 6.000 dollar over. Nog steeds een bedrag wat ze niet kan betalen. Haar moeder probeert uit te vissen of ze voor kwijt­schelding in aanmerking komt. Als je inkomen onder de vierhonderd procent van het federal poverty level komt (op dit moment 47.520 dollar) zou dat kunnen. Deze maatregel komt uit Obamacare. Daar voldoet ze

aan. Ze voldoet ook aan de eis dat de rekening boven een bepaald percentage van haar inkomen moet liggen. Het verzoek om kwijtschelding ligt er nu een aantal maanden en ze heeft nog niets gehoord. “One could collect any number anecdotical stories such as ours”. De zorgverzekeraars en zorgaanbieders lijken van geval tot geval te beslissen. Er zijn duizenden verzekeraars, elk met hun eigen richtlijnen en geografische en socio-economisch verschillende dekkingen. Ze heeft behalve haar eigen verzekering ook nog tot haar 26e dekking onder de verzekering van haar ouders (Obamacare) maar die dekt niets in Californië. Haar eigen verzekering sluit sommige counties in Californië weer uit. En die eigen individuele verzekeringen zijn duur en hebben hoge eigen risico’s, in haar geval 10.000 dollar per jaar. Maar kunnen dus ook zomaar weigeren te betalen. Dus dubbel verzekerd en toch niets uitgekeerd kan gewoon. Je houdt je hart vast als Trump straks president is. Een van de eerste dingen die op het programma staan om aangepakt te worden is Obamacare. Waarbij het erop lijkt dat verzekeraars alvast een voorschotje daarop nemen.

Zweden

Deze moneydriven healthcare staat in schril contrast met hoe het er in andere landen aan toe kan gaan. Bijna tegelijkertijd hoor ik een verhaal van een Zweedse, op vakantie elders in Zweden die bij een ongeval een dijbeen breekt. Ze wordt met helikopter vervoerd naar een ziekenhuis, wordt geopereerd, na twee dagen opname per ambulance vlucht vervoerd naar een lokaal ziekenhuis en komt tenslotte weer thuis waarna ze nog een tijd door de fysiotherapeut na behandeld wordt. Ze is zeer tevreden over de compromisloze kwaliteit en zorgzaamheid van alle betrokken zorgverleners. Uiteindelijk ontvangt ze nota van 200 kronen, ongeveer 21 euro. Waar een verschillend zorgstelsel, met private verzekeraars of publiek gefinancierd, toch toe kan leiden.

Maagbeschermers @DeSpeld Sinterklaas hield gezondheidsrisico’s van snoep jarenlang onder de pet

24

Apotheek belt bijna wekelijks over verzoeken om maagbeschermers toe te voegen bij bijvoorbeeld Ascal gebruikers, maar heeft mij nog nooit gebeld om aan te geven dat een patiënt al meer dan vijf jaar bifosfonaten gebruikt en daar wellicht mee kan stoppen.


Foto: © NFP Photography - Pieter Magielsen

COLUMN VPHUISARTSEN

Trots Wouter van den Berg, voorzitter VPHuisartsen

B

oeren kunnen met veel passie spreken over de ontwikkelingen in hun vak. Of het nu gaat over het steeds groter wordende aantal koeien, de geavanceerde melkrobot of een gecomputeriseerd programma waarmee iedere koe een eigen krachtvoermengsel en –quotum krijgt voorgeschoteld. Ze vertellen erover met groot enthousiasme en vooral met trots. En waarop zijn ze dan trots? Natuurlijk op wat ze met hun bedrijf hebben bereikt maar vooral op het feit dat zij deel van de geschiedenis uitmaken waarin deze veranderingen zich voltrekken. Als je met huisartsen in gesprek raakt bespeur ik trots als het gaat om de inhoud. Denk bijvoorbeeld aan de brede wetenschappelijke basis die de huisartsgeneeskunde heeft gekregen, maar ook op alle diagnostische verrichtingen en de kleine en grotere ingrepen die we ons in de loop van jaren hebben eigen gemaakt. Maar ik mis trots als het gaat om de “verpakking”. De omstandigheden waaronder de inhoud vorm moet krijgen. De massale ondertekening van het HRMO-manifest is daar het beste bewijs van. Dat trots op dat vlak er niet is wordt volgens mij veroorzaakt doordat in de laatste jaren veel organisatorische veranderingen zijn doorgevoerd zonder dat de beroepsgroep er inhoudelijk voldoende bij betrokken is geweest. Bij bevlogen professionals hebben veranderingen de beste kans van slagen als zij het gevoel hebben dat de verandering het eigen initiatief is van de beroepsgroep. Ook bij het tarief voor organisatie en infrastructuur dat binnenkort komt, is de beroepsgroep nauwelijks betrokken. Bestuurders lopen zich warm langs de zijlijn en pimpen hun organisaties op terwijl veel huisartsen niet weten waar O&I voor staat. Voor we het weten zijn we verstrikt geraakt in grote regionale structuren met professionele bestuurders en veel ondersteunende diensten met even zovele belangen. Ik wens u veel boerenwijsheid toe om de organisatie te kiezen die bij u past. Het bestuur van VPHuisartsen werkt op dit moment aan een visienota met betrekking tot dit onderwerp. Als u ideeën heeft, laat het ons weten via info@vphuisartsen.nl •

25


ONDER DE LOEP

Verkiezingsspecial 2017 Welke partijen willen het roer om?

Na een voor de hele gezondheidszorg turbulente kabinetsperiode staan de verkiezingen weer voor de deur. Wat zijn de plannen van de partijen met de zorg? En hoe verhouden die plannen zich tot de agenda van Het Roer Moet Om? MedZ spitte alle verkiezingsprogrammaâ&#x20AC;&#x2122;s door en presenteert een overzicht. Tekst: Eelke van Ark

O

p 17 maart mogen we allemaal weer onze democratische plicht vervullen. Zorg is dit jaar misschien wel meer dan ooit een belangrijk verkiezingsthema. De afgelopen vier jaar stonden in het teken van het verder uitbreiden van het stelsel van gereguleerde marktwerking door minister Edith Schippers van de VVD en het decentraliseren van zorgtaken naar de gemeenten. Daartegenover ontstond een brede beweging van zorgverleners en burgers die fel oppositie voerden tegen de verdere verzakelijking van de zorg. Dat leidde in 2014 nog bijna tot een kabinetscrisis toen de aanpassing van vrije artsen-

26

keuze-artikel 13 van de Zorgverzekeringswet sneuvelde in de Eerste Kamer. Ook de huisartsen kwamen in opstand, met de beweging Het Roer Moet Om (HRMO), met een manifest gesteund door ruim twee derde van de beroepsgroep. Met de agenda van HRMO in het achterhoofd keken we naar de verkiezingsprogrammaâ&#x20AC;&#x2122;s van de politieke partijen. Geloven ze in het huidige stelsel van gereguleerde marktwerking of moet het anders? Welke partijen willen de machtsbalans tussen verzekeraars en zorgverleners in evenwicht brengen? Hoe denken de partijen over het systeem van kwaliteitsmetingen en bureaucratische lasten?

En tot slot: wat willen de partijen doen om roken terug te dringen?

SP, 50PLUS, Piratenpartij en Partij voor de Dieren: Nationaal Zorgfonds Het Nationaal Zorgfonds wordt gesteund door vier politieke partijen: SP, 50PLUS, de Partij voor de Dieren en de Piratenpartij. In essentie wordt met de komst van een Nationaal Zorgfonds het hele stelsel op de schop genomen en daarmee zijn deze vier partijen ook meteen het meest hervormingsgezind van alle partijen. De verzekeraars en de Nederlandse Zorgautoriteit verdwijnen in dit plan en worden vervangen door het Nationaal


Zorgfonds, dat een landelijke rijksdienst kent en verder bestaat uit regionale stichtingen waarin zorgverleners, patiĂŤnten en lokale overheden zijn vertegenwoordigd. Het financieringssysteem wil het Zorgfonds versimpelen door over de hele linie met populatiebekostiging te gaan werken op de manier die nu bij huisartsen toegepast wordt. Maar dan zonder contractonderhandelingen. De kwaliteit van

zorg moet de verantwoordelijkheid worden van het Kwaliteitsinstituut en vooral van zorgverleners zelf. Het Nationaal Zorgfonds noemt onder het kopje preventie het stimuleren van stoppen met roken. 50PLUS pleit voor een actief en integraal ontmoedigingsbeleid dat door de overheid uitgevoerd moet worden. De SP noemt het onderwerp niet in haar programma en de Partij voor de Dieren beperkt zich tot het blij-

ven vergoeden van hulp bij stoppen met roken vanuit het basispakket. De Piratenpartij wil tot slot de jeugdggz uit het sociale domein halen en weer aan laten sluiten bij de gewone GGZ.

VVD

De VVD gelooft in het zorgstelsel en is er trots op. De partij erkent de hoge administratieve belasting en denkt dat aan te pakken door het vereenvoudigen en uniformeren van het systeem van kwaliteitsindicatoren. De verzekeraars moeten hun sterke positie behouden, want de

27


ONDER DE LOEP

VVD blijft van mening dat het aan de verzekeraars is om de zorgkosten binnen de budgetkaders te houden door slim in te kopen. Er zijn geen voorstellen om de positie van zorgverleners te verbeteren. De VVD wil de verzekeraars stimuleren te werken met meerjarige contracten. De partij heeft geen concrete plannen om roken aan te pakken.

D66

Ook D66 blijft erbij dat de vorm van marktwerking die de Nederlandse zorg kent, werkt en blijft de ingeslagen weg bewandelen. Marktwerking moet de komende jaren doorontwikkeld worden en met name op het gebied van kwaliteit.

28

Zorgverleners moeten daarbij hun rol pakken om kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen. De partij heeft geen voorstellen om de machtsverhoudingen tussen verzekeraars en zorgverleners evenwichtiger te maken. D66 wil roken ontmoedigen door voorlichting en gereguleerde verkoop.

mende vier jaar transparant gemaakt worden. Bureaucratie verminderen wil de partij door overbodige regels te schrappen. SGP wil dat ouders op de twaalfde verjaardag van hun kind een folder ontvangen met informatie over de gevolgen van roken, alcohol en drugs.

SGP

ChristenUnie

De gereformeerde partij wil het zorgstelsel niet veranderen, de macht blijft bij de verzekeraars. Wel wil de partij dat zorginkopers kleine zorgverleners een contract op maat en ruimte om te onderhandelen bieden. Daar zit geen concreet voorstel aan vast. Een prioriteit voor de partij is dat kwaliteit en kosten van zorg de ko-

De ChristenUnie wil geen stelselwijziging maar erkent wel dat de machtsverhoudingen tussen verzekeraar, patiĂŤnt en zorgverlener scheef zijn. De oplossing daarvoor zoekt de partij in het begrenzen van de grootte van de zorgverzekeraar. Hoe groot een verzekeraar mag zijn zou


nog nader bepaald moeten worden. De partij belooft in haar verkiezingsprogramma de afspraken te implementeren die gemaakt zijn in het platform Het Roer Gaat Om, een antwoord op Het Roer Moet Om. De ChristenUnie wil tot slot de verkoop van sigaretten en alcohol flink inperken door het aantal verkooppunten sterk terug te brengen.

CDA

Het CDA wil net als de ChristenUnie geen grote veranderingen doorvoeren, maar pleit wel voor bezinning op de huidige koers. Die vertaalt zich vooral in het aan banden leggen van verzekeraars door winstuitkering te verbieden en patiënten meer inspraakmogelijkheden te geven. Over het versterken van de positie van zorgverleners zegt het CDA niets concreets. Ook heeft de partij geen voorstellen om bureaucratie in te perken. Hulp bij stoppen met roken door toekomstige ouders ziet de partij als een goede stap in het rookbeleid, dat verder vorm krijgt door stapsgewijze verhoging van accijnzen.

PvdA

Net als bij de vorige verkiezingen wil de PvdA minder marktwerking in de zorg. Maar na vier jaar regeren in een compleet andere richting, is de toon iets genuanceerder. De eerstelijn moet zoveel mogelijk uitgezonderd worden van marktwerking. De PvdA wil de Mededingingswet aanpassen om het voor kleine zorgverleners als huisartsen mogelijk te maken om zich te verenigen. Bureaucratie en kwaliteitscontrole van zorg zijn geen agendapunten in het programma. De partij is een van de weinigen die de JeugdGGZ noemt: de samenvoeging met Jeugdzorg is volgens de PvdA een goede zaak. Op het gebied van roken volstaat de partij met het instellen van een financiële bijdrage aan preventie door verzekeraars.

PVV

De PVV steunt het Nationaal Zorgfonds niet, maar streeft wel dezelfde doelen na.

Die denkt de partij te kunnen halen zonder het stelsel te veranderen. De zorgverzekeraars krijgen dezelfde “kassiersfunctie” als de ziekenfondsen, als het aan de PVV ligt: ze mogen de rekening controleren en geld uitbetalen aan zorgverleners, maar mogen zich niet meer met de inhoud bemoeien. De regie moet in handen komen van arts en patiënt. Op het gebied van roken heeft de partij geen standpunt. Tot nu toe zag de PVV dat altijd als een persoonlijke keuze.

GroenLinks

De visie van GroenLinks op de zorg is hervormingsgezind op een unieke manier: de partij wil terug naar de uitgangspunten van het zorgstelsel en wil daarom de macht tussen zorgverleners, patiënten en verzekeraars weer in balans brengen. Marktwerking blijft, maar de positie van de patiënt en de kleine zorgverleners worden versterkt. De eerstelijn moet worden uitgezonderd van mededingingsregels en zorgverzekeraars moeten iedere zorgverlener desgewenst een individueel gesprek kunnen bieden bij de contractering. Ook moeten zorgverzekeraars en zorgaanbieders op regionaal niveau overleggen over het zorgaanbod. Over roken staat niets in het programma van GroenLinks.

Nieuwe partijen

De verkiezingen van 2017 kennen ook een aantal nieuwe partijen, allen in een of andere vorm ontstaan uit andere partijen. Over de zorg hebben bijna alle nieuwe partijen nagedacht, maar de voorstellen zijn tot nu toe nog niet heel gedetailleerd. Alleen DENK-afsplitsing Artikel 1 heeft tot nu toe nog geen enkel programma voor de zorg. De beknoptheid van de programma’s maakt het lastig om ze af te meten aan de agenda van HRMO. De visies van de partijen in een notendop.

Maar de machtsverhoudingen blijven zoals ze zijn: het blijft zorgverleners verboden om zich te verenigen. Roken blijft een keuze, maar de Vrijzinnige Partij wil ontmoedigen door de accijnzen in overleg met België en Duitsland net voldoende te verhogen voor een gedragsverandering.

VNL

Wat VNL betreft gaat er veel veranderen in de zorg, maar niet de opzet van het stelsel zelf. De verzekeraars blijven op hun post, maar de partij wil hun macht breken. Concrete maatregelen maakt de partij half februari bekend, als ze doorgerekend zijn door het CPB. Stoppen met roken ziet VNL als een persoonlijke verantwoordelijkheid, die niet vanuit de basisverzekering vergoed hoeft te worden en dus evenals dieetadvies en soortgelijke zorg uit het pakket verdwijnen.

DENK

Ook DENK is heel wat van plan, maar blijft binnen de kaders van het stelsel. De partij stelt voor om tachtig procent van de gelden die zorgverzekeraars van het rijk ontvangen - de helft van hun inkomsten - afhankelijk te maken van uitkomstbekostiging. Hoe dat concreet vorm moet krijgen is nog niet bekend, het gaat volgens een woordvoerder meer om een plan op hoofdlijnen. Over roken zegt DENK niets.

Nieuwe Wegen

Als enige nieuwkomer is Nieuwe Wegen geïnteresseerd in een Nationaal Zorgfonds. De partij steunt in ieder geval een onderzoek naar de mogelijkheden om zo’n fonds te bewerkstelligen. Over tabak heeft Nieuwe Wegen nog geen concreet standpunt geformuleerd. •

Vrijzinnige Partij De Vrijzinnige Partij wil dat de verzekeraars de basisverzekering onder directe controle van de overheid gaan uitvoeren.

Eelke van Ark is journalist voor Follow the Money

29


Eigen verantwoordelijkheid van de huisarts:

kleinschalige ANW-zorg Grootschaligheid is troef in de zorg, ook in ANW-diensten. Maar niet in Zuidwest Drenthe. Daar varen Roelof Moes en collega’s hun eigen, kleinschalige koers en dat bevalt prima. Gewoon slapen in je eigen bed en als het moet enige keren per nacht eruit, fluitend. Omdat je weet dat jouw patiënt niet voor niks belt. Tekst: Petra Pronk

H

uisartsenposten staan onder druk. Veel “spoedzorg” op de HAP is uitgestelde dagzorg, en de triage door assistenten is tijdrovend en vaak niet effectief. Frustrerend voor dokter en patiënten. Dat het ook anders kan bewijst de Nijeveense huisarts Roelof Moes. Samen met drie collega’s levert hij kleinschalige ANW-zorg. Voor de diensten werken ze samen met twee huisartsen uit Giethoorn. Ook maken ze onderdeel uit van de kleinschalige Dienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noord-

west Overijssel (DZDNO). De dienstdoende arts heeft zo’n 8.000 eigen patiënten onder zijn beheer, plus vakantiegangers. Dat is wel even iets anders dan de 50 tot 100.000 patiënten die sommige Huisartsenposten voor de kiezen krijgen.

Motivatie

De Drentse huisartsen kozen 14 jaar geleden bewust voor kleinschaligheid, omdat de zorg aan hun patiënten anders in de knel zou komen. ‘De afstanden zijn hier groot’, verklaart Moes. ‘Als wij ons hadden

@drbrambakker: Artsen die liever protocol volgen dan naar wensen van patiënt te luisteren hebben verkeerde vak gekozen. Boekhouder was beter geweest

30

aangesloten bij een grote HAP zouden veel van onze patiënten bij spoed langer dan een half uur op een dokter moeten wachten. Dat vonden wij niet acceptabel.’ Die principiële keuze voor de patiënt had nogal wat voeten in de aarde. De zorgverzekeraars en de NZA zetten de Drentse dokters flink onder druk om toch te participeren in een HAP. Pas toen de artsen dreigden met een kort geding gingen de zorgverzekeraars overstag. Voor die uitzonderingspositie moeten de huisartsen wel een flinke veer laten, zowel in tijd als in geld. Door de kleinschaligheid kunnen ze geen aanspraak maken op de plattelandsmodule. Daarmee lopen ze als HDS zo’n 120.000 euro per jaar mis. Hun ANW-tarief ligt op 27 euro per uur. Kleinschalig werken is ook tijdrovend. Moes maakt zo’n 1.500 ANW-uren per jaar, terwijl een huisarts op


Van links naar rechts: Roelof Moes (huisarts te Nijeveen), Hanneke Tan (huisarts te Giethoorn), Piet Speelman (huisarts te Nijeveen), Ritze Westerbeek (huisarts te Giethoorn). Deze vier huisartsen doen samen gedurende het hele jaar alle avond- nachten weekenddiensten in het gebied rondom Nijeveen, Wanneperveen en Giethoorn.

de HAP er zo’n 200 maakt. ‘Het kost vrije tijd, maar doordat ik het combineer met dingen waar ik overdag niet aan toekom, zoals administratie, voelt het toch niet zwaar. Dit is de enige manier waarop ik wil werken.’

Voordelen

De voordelen van kleinschaligheid wegen voor Moes ruimschoots op tegen de nadelen. Zo slaapt hij gewoon in zijn eigen bed. ‘Vannacht moest ik er drie keer uit waarvan twee visites, maar dat zijn uitzonderingen. En als je er wel uitmoet, weet je dat er ook echt iets is. Wij hebben bijna nooit te maken met oneigenlijke vragen. Mensen bellen hier voor reële dingen. Daar komt bij dat je de mensen kent. Tijdens mijn laatste nachtdienst belde een mevrouw dat haar man erge hoofdpijn had. Ze wilde paracetamol geven en vroeg of dat goed was. Omdat ik de man kende en wist dat hij hoge bloeddruk had, dacht ik aan een hersenbloeding. Dus kleren aan, en erheen. Het bleek inderdaad een hersenbloeding. Tijdens diezelfde dienst belde een meneer wiens vrouw zich naar voelde. Ook zij had een belaste anamnese waardoor de alarmbellen gingen rinkelen. Het bleek een hartinfarct. In beide situaties belden mensen gewoon om gerustgesteld te worden, maar omdat je hun geschiedenis kent kun je adequaat optreden. Dat zijn voordelen van een kleine populatie. Daarnaast vind ik het fijn dat ik gewoon tijd en aandacht aan patiënten kan besteden. Ik moet er niet aan denken dat ik iemand binnen

tien minuten de deur uit moet werken, omdat ik er in een middag tientallen mensen doorheen moet jassen. Ik kan rustig een half uur met iemand praten. Als je dan uitgepraat bent is iedereen tevreden en is de zaak ook echt afgewerkt.’ Als mensen buiten kantoortijden bellen, krijgen ze de dokter zelf aan de lijn. Onprofessioneel, zei een collega-huisarts ooit. Integendeel, stelt Moes. ‘Het draagt bij aan een goed resultaat. Er zitten geen triagisten tussen die in de boeken moeten zoeken naar rode vlaggen. Patiënten vinden het prettig, en het geeft mij veel arbeidsvreugde. Kortom: we stoppen er veel tijd in, maar krijgen er ook heel veel voor terug!’

Win-win

Dat deze manier van werken achterhaald zou zijn, wil er bij hem niet in. Binnenkort volgt zijn dochter Anne Nynke hem op als praktijkhouder. Zij heeft ervaring opgedaan in een grootschalige setting, maar kiest bewust voor kleinschaligheid. ‘Het is echt niet alleen iets voor ouwe knarren. Sterker nog, gezien de recente problemen met het vervullen van de ANW-diensten op huisartsenposten,

gaan er stemmen op om de boel weer kleinschalig te organiseren.’ Ook de verzekeraars zijn inmiddels voorzichtig positief over het model. ‘In 2002 wilden ze niet meewerken met onze aanpak. Ze waren bang dat we niet doelmatig zouden zijn, maar het tegendeel is waar. Juist omdat we minder mensen per uur zien, kunnen we meer tijd besteden aan wat echt belangrijk is. Dat is relaxter en beter voor het resultaat.’ Moes heeft de Consumentenbond zijn zijde. In hun laatste test naar telefonische bereikbaarheid van huisartsenposten bleek de kleine DZDNO een van de twee posten die binnen twee minuten de telefoon opnamen. En er is meer. ‘Het aantal ambulance spoedritten is bij ons lager dan bij grootschalige structuren in ons gebied. Ook het aantal mensen dat op de spoedeisende hulp terechtkomt, is kleiner. Tijd en aandacht aan mensen geven, bespaart veel geld. Kleinschalige ANW-zorg is een win-winsituatie voor alle partijen.’ • Petra Pronk, journalist

31


BEROEPSEER

Koester de huisarts als rustpunt

Het is de beroepseer van de huisarts om een langdurige vertrouwensrelatie met patiënten op te bouwen. En dat lukt de Nederlandse huisarts ook. Deze wordt niet gewantrouwd zoals veel andere professionals. Ondanks het signaal van de politiek dat wij ons als kritische zorgconsumenten moeten opstellen, vertrouwen wij nog altijd bijna blind op onze huisartsen. Dit moeten we koesteren. Tekst: Thijs Jansen en Corné van der Meulen

H

et sterk verzuilde Nederland bestond na de Tweede Wereldoorlog uit kleine gemeenschappen waarin mensen dicht bij elkaar stonden. Binnen deze gemeenschappen hadden de burgemeester, de dominee, de notaris en de huisarts een sleutelrol. De ontzuiling en individualisering hebben de sleutelrol van de eerste drie grotendeels weggedrukt. Voor de huisarts geldt dit in veel mindere mate. Net als veertig jaar geleden is de huisarts nog altijd van levensbelang in ons sociale netwerk.

32

De huidige tijd

De tijd heeft niet stilgestaan, ook niet in de arts-patiënt relatie. De afgelopen jaren is in de huisartsenzorg ingezet op schaalvergroting. De solopraktijk werd in veel gevallen ingeruild voor meer afstandelijke organisatievormen als een HOED of gezondheidscentrum. Eveneens was er sprake van taakdifferentiatie richting voornamelijk assistentes1. Ook de informatieachterstand van patiënten is verkleind. Waar de patiënt vroeger bijna niet anders kon dan ver-

trouwen op de diagnose van de arts, heeft hij nu beschikking over een scala aan (online) informatiebronnen. Niet dat deze informatie altijd even accuraat of toepasbaar is, maar het levert de patiënt wel een eerste beeld op. Met de nodige fantasie zou je kunnen stellen dat het internet de eerste poortwachter van ons zorgstelsel is geworden. Deze ontwikkelingen hadden het vertrouwen in huisartsen kunnen ondermijnen. Waarom zou men immers eerder de huisarts vertrouwen dan de zelf verza-


melde informatie op het internet? Dat zou perfect passen in een tijd waar veel mensen genoeg lijken te hebben van experts en zelf op zoek gaan naar bevestiging van hun eigen waarheid. Desondanks heeft de huisarts zijn belangrijke positie in ons sociale netwerk behouden. Vele wetenschappelijke onderzoeken wijzen op een groot vertrouwen in de huisarts2. Hij of zij blijft het vertrouwde rustpunt waarbij wij onze gezondheidszorgen durven neer te leggen. Door die vertrouwdheid zien patiënten de huisarts niet als product-leverende ondernemer. De vriendelijke en betrok-

1Zie oa Van Steenwijk-Opdam (2007). Invoering van de huisartsenpost in Almere: effecten van schaalvergroting en triage op de zorgvraag 2Zie oa Van der Schee 2016: Public trust in health care. Exploring the mechanisms. 3Zie Jabaaij et al (2006). Altijd dezelfde huisarts? Een onderzoek naar wens en waardering van patiënten. 4Zie Uiters (2010). Allochtonen en de Nederlandse gezondheidszorg.

ken huisarts die luistert en verder helpt, bestaat werkelijk. Wij hebben massaal vertrouwen in de beroepseer en het moreel kompas van onze huisarts. Internet kan dergelijke betrokken zorg op maat immers niet bieden.

Vertrouwdheid

Juist vertrouwdheid kenmerkt de kracht van de relatie tussen huisarts en patiënt. Aangezien de huisarts zijn patiënten persoonlijk kent, heeft hij een goed beeld waaraan een specifieke patiënt behoefte heeft. Niet voor niks hechten verreweg de meeste patiënten er waarde aan om iedere keer dezelfde huisarts te spreken3. Voornamelijk mensen die in een klein huishouden wonen en ouderen vinden dit erg belangrijk. Het geeft de huisarts een cruciale maatschappelijke rol. Bijkomend aspect is dat deze vertrouwdheid culturele achtergronden overstijgt. Allochtone Nederlanders maken vaker gebruik van de huisarts dan autochtonen, terwijl zij juist minder gebruik maken van de andere voorzieningen van het zorgstelsel4. Vertrouwdheid tussen huisarts en patiënt zorgt er eveneens voor dat er meer mogelijkheden tot preventie ontstaan. Een patiënt die veel vertrouwen heeft in zijn arts zal een goedbedoeld advies van de huisarts

waarschijnlijk eerder opvolgen dan iemand die die dit niet heeft. De Haagse huisarts Hedwig Vos zegt hierover in Medisch Contact van maart 2013: ‘In een regulier consult kun je risicogedrag bespreken. “Ik merk dat u rookt, kan ik u helpen om daarmee te stoppen?” Van de mensen tegen wie een medicus zoiets zegt, stopt bijna vijf procent met roken. Alleen al door dat zinnetje.’

Behoud het rustpunt

Uitstekende zorg op maat en poortwachterschap zijn uitsluitend mogelijk wanneer huisarts en de patiënt elkaar kennen en vertrouwen. Het is van groot belang dat de huidige goede band tussen huisarts en patiënt beschermd wordt. Vertrouwdheid en vertrouwen moeten niet geofferd worden op het altaar van schaalvergroting en efficiëntie. •

Thijs Jansen, directeur van de Stichting Beroepseer en senior onderzoeker aan de Universiteit Tilburg, Corné van der Meulen medewerker Stichting Beroepseer.

33


Huisarts in Nieuw-Zeeland

Veel verantwoordelijkheid in bureaucratische context

Wat is aan de andere kant van de aardbol je ‘eigen’ verantwoordelijkheid als huisarts? Verschilt je zorgaanbod en je verantwoordelijkheid voor praktijkvoering en patiëntenzorg van die in Nederland? In het kader van het thema van deze MedZ is Cees Dekker, huisarts in Nieuw Zeeland, gevraagd daarover iets te vertellen. Tekst: Cees Dekker

‘S

inds augustus 2014 werk ik als huisarts in Nieuw-Zeeland. Het eerste jaar als waarnemer (Locum) in een grote groepspraktijk in Kaikohe, in het noorden van het Noordereiland. Sinds november 2015 ben ik huisarts in een solopraktijk in Inglewood, een dorpje in het midden van het Noordereiland, waar ik acht dagdelen per week werk. De vorige praktijkeigenaar verzorgt de andere twee dagdelen. Er is veel overeenkomst tussen het huisarts zijn in Nieuw-Zeeland en in Ne-

34

derland. Zo ben je hier ook poortwachter. Voor tweedelijnszorg hebben mensen een verwijzing van de huisarts nodig. Net als in Nederland, kun je een uitgebreider of wat minder uitgebreid takenpakket voor de huisartsgeneeskundige zorg hebben. Zo zijn er in afgelegen gebieden huisartsen die uitgebreide eerste hulp en ambulancezorg bieden en eenvoudige fractuurbehandeling doen. Sommige praktijken hebben daarvoor röntgenapparaat ter beschikking. Ook komt het voor dat huisartsen hun eigen patiënten, opgenomen

in een ziekenhuisbed, kunnen behandelen of observeren. Verloskundige zorg wordt nog maar heel incidenteel door huisartsen zelf aangeboden. Die is net als in Nederland de laatste decennia door de verloskundigen overgenomen.

ANW-diensten

De meeste huisartsen hebben gewoon spreekuur al dan niet met ANW-diensten. Ook hier overeenkomsten met Nederland: veel ANW-diensten zijn op een


Cees Dekker

huisartsenpost-achtige wijze georganiseerd en worden vanuit een ziekenhuis aangeboden. Ook zie je nog wel traditionele diensten door kleinere huisartsengroepen. In tegenstelling tot in Nederland komt het ook voor, dat huisartsen/praktijkhouders geen verantwoordelijkheid meer dragen voor de ANW-zorg. Dan heeft een praktijk of organisatie de diensten “verkocht” aan een organisatie die deze diensten verzorgt. Dat is bijvoorbeeld in mijn huidige praktijk het geval: ik ben in dienst van een organisatie die een tiental praktijken beheert. Om makkelijker nieuwe artsen te kunnen werven heeft die organisatie de ANW-diensten overgedragen. Dat kan dus in Nieuw-Zeeland zonder problemen: ontkoppeling van dag - en ANWwerkzaamheden. Zo zijn we bij de verschillen aangeland. En die zijn er zeker ook. Zo worden in Nieuw-Zeeland nauwelijks visites gedaan. Wel wordt wekelijks het plaatselijke verzorgingstehuis bezocht en incidenteel is er een visite bij palliatieve zorg. Veel huisbezoeken worden afgelegd door de district-nurse, een goed en breed opgeleide (wijk)verpleegkundige.

Een enkele keer wordt samen met deze district-nurse een patiënt thuis bezocht.

Takenpakket

Een ander verschil is het takenpakket van de huisarts. Dat omvat hier ook werkzaamheden die in Nederland door een bedrijfsarts en verzekeringsarts worden gedaan. Zo moet je als huisarts oordelen over arbeids(on)geschiktheid en heb je een rol in het toekennen van diverse uitkeringen en sociale voorzieningen. Ik ben, met enig understatement, niet zo weg van dit “dubbele-pettenbeleid”, maar dat is nou eenmaal de wijze waarop de zorg hier is georganiseerd. Verder kent Nieuw-Zeeland een eigen bijdrage voor huisartsenzorg (niet voor kinderen tot dertien jaar) en voor farmaceutische zorg. Er bestaat veel meer dan in Nederland een soort tweedeling in de zorg die zichtbaar wordt met soms heel lange wachttijden – niet voor spoedzorg – voor patiënten in het ‘public system’. Voor ‘private patiënts’ is een veelheid aan specialisten beschikbaar en zijn wachttijden zeer beperkt.

Bureaucratie

Al met al is het erg boeiend om aan de andere kant van de wereld in een toch

wel vergelijkbare huisartsencultuur te mogen werken. Mijn constatering is daarbij dat er óók in Nieuw-Zeeland een forse bureaucratie met bijbehorend paperwork is. Verder zie je ook de positieve kanten van het Nederlandse systeem: nagenoeg geen tweedeling in de zorg en een duidelijke scheiding van mijns inziens toch minder goed verenigbare functies. Helaas is de ruimte hier te kort om wat meer de diepte in te gaan. Wie meer wil weten over leven en werken in NieuwZeeland: zie ons blog: www.ceesenmarian innieuwzeeland.123website.nl Belangstelling voor het werken als huisarts in Nieuw-Zeeland? Informeer eens bij mijn werkgever, It’s smyhealth Ltd, bij Mark Taylor: mark.taylor@midlandshn.health.nz It’s my health Ltd exploiteert meerdere praktijken en heeft diverse vacatures voor korte en vooral ook voor langere periodes.’ •

Cees Dekker. Sinds 2014 huisarts in Nieuw-Zeeland

35


BOEKBESPREKING

Disclosure of insiderness Geen boek dat je van begin tot einde kluistert, wel een belangwekkend proefschrift met mogelijk grotere implicaties dan de titel doet vermoeden. Disclosure of insiderness oftewel ontsluiting van het insider perspectief geeft voor het eerst een onderbouwde denkrichting aan over het meten van de kwaliteit van zorg. De kwaliteit van zorg zoals de patiënt die beleeft. Tekst: Herman Suichies  •  Auteur proefschrift: Esther Kuis

E

lke goede en ervaren huisarts weet dat de arm om de schouder bij wijze van troost voor de ene patiënt een weldaad is en voor de andere patiënt een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Toch lijkt in het kennen van het insider perspectief, het kennen van wat de behoeftes, noden en moeite van de patiënt zijn, de sleutel te liggen van wat goede kwaliteit van zorg is. Dit proefschrift gaat over de zoektocht naar het vaststellen en meten van goede zorg vanuit dat zorg-ethisch perspectief. Esther Kuis, de auteur, probeert het gangbare “kwaliteit van zorg” domein, die via prestatiemetingen met al zijn prestatieindicatoren en de sterke nadruk op ver-

36

antwoording te verbinden met het zorgethisch perspectief van de zorgontvanger. De grote aandacht die er is voor de uitkomsten van (het liefst evidence based) behandelingen van specifieke aandoeningen lijkt niet zoveel te zeggen over de kwaliteit van zorg zoals de patiënt die beleeft. Veel zorgverleners weten en voelen dat, als ze, vaak contrecoeur, enorme hoeveelheden indicatoren moeten invullen. Ook de huidige patiëntervaringscijfers zeggen slechts in beperkte mate iets over wat de individuele patiënt als goede zorg ervaart. De auteur stelt vanuit het zorg-ethisch perspectief de relatie tussen zorgverlener en zorgontvanger centraal en bepaalt

vanuit die relatie wat goede zorg is. Ze probeert die inzichten te concretiseren en meetinstrumenten te ontwikkelen voor de evaluatie van kwaliteit van zorg. De hoofdvraag van dit proefschrift is dan ook “Hoe en in hoeverre is het mogelijk om kwaliteit van zorg te evalueren vanuit zorg-ethisch perspectief.” Ze doet dat door onderzoek naar de kwaliteit van relatievorming bij laagdrempelige verslavingszorg, ze onderzoekt aspecten van zorgzaamheid in de cultuur van ziekenhuizen, zoekt in de literatuur naar meetinstrumenten die kwaliteit van zorg in het primaire proces zou kunnen meten, beschrijft een proeftoepassing van een emotional


touchpoint methode, ontwikkelt en valideert een presentievragenlijst en doet verslag van een experimentele pilot studie naar het leren werken volgens de theorie van presentie. Het begrip insiderness stelt dat ieder mens zijn eigen lens of referentiekader heeft waardoor hij of zij de wereld ziet. Iemands levensgeschiedenis, ervaringen, opvoeding, opleiding, karaktereigenschappen, stemming, gevoelens, gedachten, overtuigingen, cultuur en leefwereld vormen onder meer dat kader. Uit dit proefschrift komt naar voren dat het ontsluiten van het insiderperspectief van de zorgontvanger en het daarop afstemmen van groot belang zijn voor het geven en evalueren van goede zorg. Om de verbinding met de gangbare kwaliteit van zorg metingen met indicatoren te overbruggen zal dus in ieder geval ook gekeken moeten worden naar de mate van ontsluiting van het insiderperspectief om iets te kunnen zeggen over kwa-

liteit van zorg. Kort door de bocht gezegd: de hoogte van het HBa1c zegt niet veel over kwaliteit van zorg als je niet ook probeert te achterhalen wat dat HBa1c voor de patiënt zelf eigenlijk betekent, hoe belangrijk dat eigenlijk voor hem/haar is, et cetera. De auteur besluit dan ook met de aanbeveling aan onderzoekers, zorginstellingen, brancheorganisaties en zorgverzekeraars om nog radicaler de ontsluiting van insiderness van zorgontvangers op een dieper niveau na te streven in evaluaties en verantwoordingsdata om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Een lezenswaardig proefschrift vooral voor alle beleidsmakers die van doen hebben met kwaliteitsbevordering. En een proefschrift dat voor ons zorgverleners nog eens bevestigt dat indicatoren alleen eigenlijk niet zoveel zeggen over de geleverde kwaliteit van zorg. Of je door je patiënt als goede of slechte huisarts wordt ervaren zit hem in heel andere zaken. •

Meer informatie over het proefschrift: repository.uvh.nl/uvh/handle/11439/2691

Courage!, Hans Levenslust was jij voor mij Inspiratie, en vooral Niet te stuiten energie Is hoe ik jou zie.   Welbespraakt in metaforen, Zeggen wat men niet wil horen, Steeds de lethargie verstoren, Geamuseerd het spel doorzien. Uitdiepen en onderbouwen, Man wat kon jij werk verstouwen, Nieuws ontdekken, goeds behouden, Tonen wat men niet wil zien: Kernwaarden, privacy, Randvoorwaarden wel of niet, Woord en daad politici, Verstikkende bureaucratie.

Machtsstructuren, tegenmacht, Uitgaan steeds van eigen kracht. Onbaatzuchtig, onverschrokken, Liefdewerk, oud papier, Onvermoeibaar stille strijder, Huisarts steeds in het vizier.   Jarenlang je kracht gegeven, Je vriendschap en verlichte geest, Hans, we missen alle drie het allermeest. Groot prachtig zorghart voor ons allemaal… … het werd jou fataal, Courage!, Hans, een laatste maal. Oosterbeek, 16 januari 2017, Rob Schonck

37


COLOFON

Jaargang 4

MedZ is een uitgave van VPHuisartsen en APPR hét brancheburo. De redactionele inhoud verwoordt niet nood­zakelijk de standpunten van een van de uitgevende partijen, noch nemen zij verantwoordelijkheid voor de inhoud van redactionele artikelen. www.vphuisartsen.nl www.appr.nl Redactieadres APPR hét brancheburo t.a.v. Anya Vos Postbus 5135, 1410 AC Naarden Telefoon: (035) 694 28 78 e-mail: anya@apprhbb.nl Hoofdredactie Herman Suichies, e-mail: herman@suichies.com Eindredactie Anya Vos, telefoon: (035) 694 28 78, e-mail: anya@apprhbb.nl

Op de website van VPHuisartsen In elke editie van MedZ de leukste en informatieve video’s op de website van VPHuisartsen. Scan de QR-code met uw telefoon of tablet, of ga naar de website.

“Moving On” from Ainslie Henderson

https://vimeo.com/92767692

Jacobse en Van Es eren de Grote Nederlanders Van Kooten en De Bie (1980) youtube.com/watch?v=0mgeYoX-SBU&sns=em

Redactieadviesraad Petra Pronk, Rinske van de Goor, Hans Nobel (✝ 14 januari 2017) Vormgeving Merit op de Dijk (art direction) Druk Veldhuis Media BV

That Mitchell and Webb Look: Lifestyle Nutritionists

youtu.be/SavsJYXWgm8

Advertentieverkoop Herman Wessels, telefoon: (035) 694 28 78, e-mail: herman@apprhbb.nl Verspreiding en abonneren MedZ wordt in een oplage van 5.170 exemplaren verspreid onder de leden van VPHuisartsen en andere huisartsenpraktijken in Nederland. Neemt u voor meer informatie over abonneren contact op met VPHuisartsen: www.vphuisartsen.nl.

Net niet…

https://player.vimeo.com/video/189919038

Verschijningsfrequentie 6 maal per jaar Auteursrecht Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van APPR hét brancheburo mag niets uit deze uitgave openbaar worden gemaakt of op welke wijze dan ook vermenigvuldigd. Lidmaatschap Informatie over lid worden en uw lidmaatschap van VPHuisartsen kunt u vinden op www.vphuisartsen.nl.

38

De verdeling van de zorgkosten in Nederland (animatie: NTvG)

youtu.be/5FprET1bajE


Mijn kleinkinderen zeggen:

â&#x20AC;&#x153;Opa is de helft geworden van wat hij eerst wasâ&#x20AC;? Peer van den Berg (gewicht voor behandeling: 160 kg, gewicht nu: 80 kg)

De Nederlandse Obesitas Kliniek, het centrum voor patiĂŤnten met morbide obesitas

www.obesitaskliniek.nl Postbus 601 . 3700 AP Zeist . T 088 88 32 444 . F 030 69 86 099 . obesitaskliniek.nl/contact De Nederlandse Obesitas Kliniek onderhoudt nauwe samenwerkingsverbanden met ziekenhuizen, belangenverenigingen en andere organisaties en werkt onder andere samen met:


Profile for APPR Hét Branchebureau

MedZ 1 - 2017  

MedZ is het prikkelende vakblad voor de praktijkhoudende huisarts. Het blad is beschouwend en kritisch, maar biedt de huisarts ook praktisch...

MedZ 1 - 2017  

MedZ is het prikkelende vakblad voor de praktijkhoudende huisarts. Het blad is beschouwend en kritisch, maar biedt de huisarts ook praktisch...