Page 1

KWAL ITE

IT

Vakblad voor tandartsen

Nummer 1 - Jaargang 10 - 2018

Maaike Prins (IGJ)

‘Bekwaamheid lastig toetsbaar’ Visies op kwaliteit

IQdent: met collega’s E-learning is aanvullend

Visitatie:

van en voor collega’s

Taakherschikking in discussie


Bezoek ons tijdens de Dental Expo Stand A139 direct bij de ingang

roterend instrumentarium  een pijnloze verdoving, die altijd zit  probeer hem zelf tijdens de Dental Expo

 computergestuurde anesthesie  pijnloze verdovingen

 extreem duurzaam  bekijk ons zeer uitgebreide assortiment

autoclaaf

airrotors

uithardingslampen

 5 jaar fabrieksgarantie  €2.995 (excl. BTW)

 bijzonder duurzaam  €329 (excl. BTW)

 1.000 - 2.500mW/cm2  €199 (excl. BTW)

Bekijk deze producten en meer op de Dental Expo:

 www.straightdental.com  020 22 99 0 99  info@straightdental.com


STAND

C115

MÉÉR DAN BOT & WEEFSELREGENERATIE

BIOMATERIALEN

M E TA

INSTRUMENTEN

M E TA

INSTRUMENTEN

CHIRURGISCHE PIEZO`S

HECHTMATERIALEN

MICROSCOPEN

Bezoek onze stand C115 voor diverse demonstraties van o.a.: het SmartAct® membraan-fixatiesysteem, Extractie Socket Management, Endozoom microscopen, Esacrom chirurgische piëzo’s.

www.dent-medmaterials.nl

info@dent-medmaterials.nl

Tel. 0226 - 360 150

www.dentmedshop.nl


Turn-key totaalinrichting 3 Behandelkamer

2 Behandelkamer

Ste

4 Behandelkamer Lamp 1990

Hartlijn stoel 1490

+1500 8.17d..

lichtschakelaar steri

Computer data VGA. 9. 7.

Uw wensen onze ervaring. Van idee tot realisatie, van installatie tot onderhoud. Timer

Computer data VGA. 9. 7.

+1500 8.17c.

Timer

Computer data VGA. 9. 7.

9. data

Close-in boiler

+500

11. 5.2. +500

9. data

Computer

Computer

s Loodfolie 12 pond

s Loodfolie 12 pond

d ha

e i jk el

g lin tra ns ge nt rö

er et 2m

nds oliee 12 pond dfoli ood Loo

Close-in boiler

+500

11. 5.2. +500

Close-in boiler

+500

Mela

s Loodfolie 12 pond

+1500 8.17b.

Timer

10. +1200

9. data

11. 5. 2. +500

STER

41B+

01. 101.

Beeldscherm

Beeldscherm 9. VGA data (in over

Beeeldscherm 9. VGA data (in overleg)

17c. +1200

300 9. +300 17b. +1200

Dental Deal

wcd

Operatielamp aan plafond. 21b.

wcd plafond. 9. 7.

5.

R tek.1:1 Boorsjabloon zie .21b. 1.2a.6b.7.8.16

DAGEN s lichtschakelaar

+300 9.

Praktijk starten?

licchtschakelaars

+300 9.

s lichtschakelaar

Wij helpen met uw Business plan 9. +300

Praktijk ontwerpen?

brandhaspel Waterleiding voor overleg met aansluitingen in ndweer loodgieter/bra

Wij verzorgen uw 3D praktijkontwerp 0 9. boveenkasten +230

+1200 9. 9. +300

Garderobe

vrijdag 23 maart - zate rdag 24 maart 10:00 - 19:00 uur 10:0 0 - 17:00 uur s lilichtschakelaar

lichtschakellaars

Offertevergelijk met laag st

e prijsgarantie

s lichtschakelaar

Praktijkonderhoud?

9. 9. data

+1500 17e. 18.

Wij bieden all-in Service incl. WIP en KEW Röönttgeenn +500 11.

Close-in boiler

data data

5. 2.

Eurodent Isoplus

Airel K2 One

XO Flex

Kwaliteit verzekerd 5 jaar fabrieksgarantie

Kwaliteit verzekerd 2 jaar fabrieksgarantie

Kwaliteit verzekerd 3 jaar fabrieksgarantie

VANAF

€ 159,- P/MND

0% RENTE

VANAF

50/50 DEAL!

€ 149,- P/MND

VANAF

9. 9 9. 9. +300 9.

€ 353,- P/MND

Koop nu en betaal de helft over een jaar. Rentevrij. Deze actie is geldig op ons gehele assortiment. (Minimum bedrag € 15.000,-)

Bezoek ons op de Dental Expo, standnummer D121 & D125 Atoomweg 476, 3542 AB Utrecht | info@utrechtdental.nl | www.utrechtdental.nl | 030-24 10 130

Kinderhoek


VOORWOORD

Minister verklaart tandartsen de oorlog Het aankondigen van de AMvB taakherschikking de dag voordat minister Bruins de tandartsen had uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek is als een regelrecht affront ervaren waarmee de minister negenduizend tandartsen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Minister Schippers was in ieder geval nog in gesprek met het veld en bereid te luisteren, ook al liet ze weinig twijfel bestaan over haar wensen. Haar opvolger is niet eens meer bereid te luisteren maar voert klakkeloos het door de ambtenaren van VWS uitgestippelde dogmatische beleid uit. Alle zaken die Schippers had beloofd grondig te zullen laten uitzoeken zoals verschillen in opleiding en capaciteitsknelpunten zijn daarmee van tafel geveegd en met alle beloftes en toezeggingen is de vloer aangeveegd. Een trieste start voor dit kabinet en deze minister. Het experiment zal starten met een nulmeting. Symbolischer kan haast niet: we zijn met deze minister inderdaad terug bij nul en vanaf hier kan het alleen maar bergafwaarts gaan. Eens te meer is aangetoond dat Den Haag geen betrouwbare partner is voor zorgverleners en dat met diplomatie via de achterkamer geen oorlog kan worden gewonnen. Wij staan er als tandartsen alleen voor en gaan dus gewoon door vanuit onze eigen kracht, overtuiging en bekwaamheid. Daarom zet de ANT in 2018 nog krachtiger in op kwaliteit en kennisverbetering. Wat is kwaliteit, hoe maak je het transparant en meetbaar, hoe werk je aan kwaliteitsverbetering en hoe veranker je kwaliteitsdenken binnen je dagelijkse praktijk? Lees hoe de Inspectie naar kwaliteit kijkt in het interessante en leuke interview met Maaike Prins, afdelingshoofd van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en ontdek dat angst voor de inspectie vaak ongegrond is. Het ANT-kwaliteitsprogramma rust op verschillende pijlers. Ten eerste verzorgt de ANT workshops over onderwerpen die tandartsen helpen hun vak (rondom de stoel) beter uit te voeren (bijvoorbeeld de Wet DBA, correct declareren en praktijklogistiek). De tweede pijler is het IQdent-programma. Dit zijn

Wilfred Kniese VICEVOORZITTER ANT Foto: Geek Zwetsloot

collegiale intervisiebijeenkomsten in groepjes van rond de acht tandartsen. De ANT heeft geïnvesteerd in nieuwe modules die in 2018 worden opgeleverd. De groei van het aantal groepen duidt erop dat IQdent volwassen wordt en duidelijk in een behoefte voorziet. Het afgelopen half jaar is het ANT-visitatieprogramma vernieuwd. Met deze derde pijler ondersteunt de ANT praktijkhouders met het op juiste wijze inrichten van hun praktijk, zodat zij voldoen aan WIP-richtlijnen, aan kwaliteitsnormen die de inspectie stelt en aan overige formele verplichtingen. Het is een collegiale wijze om te sparren waar uw praktijk nu staat en hoe deze nog te verbeteren is. Het ANT-handboek kan eenvoudig aan uw praktijk worden aangepast en onze partner Kwaliteit in Praktijk kan u tegen voordelig ANT-ledentarief helpen met de implementatie. De vierde pijler is het jaarlijkse ANT-congres. Dit jaar is het thema ‘Imagine your future’. Op toegankelijke wijze wordt aan tandartsen getoond hoe zij zichzelf kunnen blijven ontwikkelen, binnen en buiten het mooie beroep van tandarts. Het ANT-studentenbeleid is ook weer een belangrijke stap verder. In aanvulling op de universitaire opleidingen wil de ANT studenten voorbereiden op hun werkende carrière. Met het ‘Kijk in de Praktijk’ programma krijgen studenten de mogelijkheid om op laagdrempelige wijze een aantal dagen mee te lopen in een ‘Meekijkpraktijk’. De eerste praktijkhouders hebben zich al aangemeld en ook vanuit de studenten lijkt de interesse groot. Wordt vervolgd dus! Veel plezier met de Dentz. 

VOORWOORD

5


24.

16.

62.


34.

INHOUD 05

Voorwoord: Wilfred Kniese

10 Colofon 10

Column: Jan Willem Vaartjes

13 Nieuws 16

Visies op kwaliteit

24

Interview: Maaike Prins

31

IQdent

34 Visitatie 39 Studentencolumn 41

Eén jaar SGIM

42

Beslisboom AVG

44 E-learning 49

Ingezonden brief

50 Taakherschikking 55

Column: rechten en plichten

57 Adverteerdersindex 59 Productnieuws 62

Een kijkje in de praktijk van…

66

Column: Wilfred Kniese

71 ANT-congres

74.

74

Buitenlandstage in Zweden

77

Klacht na endo

78

Hobby: hardlopen

81

Open brief: Stop ontmanteling...

INHOUDSOPGAVE

7


Het Hybride Implantaat

Plaatst u ruwe implantaten bij risico patiënten?

Wetenschappelijke doorbraak:

NO DISEASE PROGRESSION *no bone loss > 0.5mm na peri-implantitis behandeling

De oplossing voor uw risico patiënten

3 years

Combineer het beste van twee werelden 82%

49% *

Implant with non-modified surface (smooth)

Voorspelbare oplossing bij peri-implantitis

Implant with modified surface (medium-rough)

Studie *Surgical treatment of peri-implantitis. 3-year results from a randomized controlled clinical trial. Olivier Carcuac, Jan Derks, Ingemar Abrahamsson, Jan L. Wennström, Max Petzold & Tord Berglundh doi: 10.1111/jcpe.12813

Implant Direct BeNeLux • NL: +31 (0) 30 25 998 25 • BeLu: +32 492 39 80 48 • info@implantdirect.nu • www.implantdirect.nu


Exquise


COLOFON Dentz is een uitgave van APPR Hét Brancheburo, en leden orgaan van de Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT).

Redactieadviesraad

Sjoerd Algera (tandarts), Martine Brouwer

(medewerker ANT), Ravin Raktoe (bestuurslid ANT), Daniël Tjia (master 5 student

Tandheelkunde ACTA), Peter Vlaandere (directeur ANT).

Aan dit nummer werkten mee

Kees Adolfsen, Suzanne Blanchard, Martine Brouwer, Anne Doeleman, Daniël Tjia en Reinier van de Vrie Redactie Dentz

APPR Hét Brancheburo, Postbus 5135, 1410 AC

COLUMN

Vooral faciliteren, niet belemmeren

Naarden, 035 - 694 28 78,

dentz@apprhbb.nl, www.dentz-magazine.nl Advertenties

DOOR JAN WILLEM VAARTJES

Herman Wessels, 035 - 694 28 78, herman@apprhbb.nl Vormgeving

APPR Hét Brancheburo Coverfoto

©NFP/Pieter Magielsen Fotografie Bladmanager

Ellen Dobbelaar, ellen@apprhbb.nl Druk Veldhuis Media BV.

De redactionele inhoud van Dentz verwoordt

niet noodzakelijk de standpunten van Associatie Nederlandse Tandartsen (ANT), noch neemt ANT verantwoordelijkheid voor de inhoud van redactionele artikelen. Copyright

Niets uit deze uitgave mag worden

overgenomen en/of vermenigvuldigd zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van

de uitgever. ©2018 APPR Hét Brancheburo. ISSN 1877-3753.

In 2013 kreeg de ANT een weinig aan de fantasie overlatende brief van het Zorginstituut (ZiN) met de opdracht om te starten met richtlijnontwikkeling. In de medische wereld zou evidence-based handelen gemeengoed zijn en in de tandheelkunde niet. Volgens de brief was er niet alleen een groot gebrek aan onderzoek naar de doelmatigheid van behandelingen, maar ook sprake van ongefundeerde verschillen in aanpak tussen tandartsen. Op zich is het standaardiseren van richtlijnen volgens de methode EBRO/AGREE II en onderbrengen van de richtlijnen in een instituut een goede zaak. Reeds bestaande richtlijnen in de tandheelkunde missen de bewijskracht van de aanbevelingen en het perspectief van de patiënt, en verworden al snel tot protocol. De ANT heeft daarom indertijd aan ZiN geantwoord dat we ons zullen gaan inzetten voor een richtlijneninstituut, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Het instituut moest breed gedragen worden, waarbij de tandartsen ruim voldoende inspraak zouden krijgen (zoals huisartsen bij het Nederlands Huisartsengenootschap). Richtlijnen zouden vooral moeten gaan faciliteren, niet belemmeren. En ze moesten vooral de algemeen practicus ondersteunen en niet diens dagelijkse praktijk gaan compliceren. Tot slot vonden we dat voorkomen moest worden dat nieuwe richtlijnen zouden leiden tot extra


bureaucratie, door het opleggen van onredelijke eisen. Door de beperkte schaalgrootte van de tandheelkunde is er veel minder onderzoek en dus evidence beschikbaar dan in de rest van de medische wereld. Het vermaarde Cochrane-instituut, dat voorop loopt met evidence-based handelen, gaat daar op deze wijze mee om: Until more evidence becomes available clinicians should continue to base decisions on how to restore teeth on their own clinical experience, whilst taking into consideration the individual circumstances and preferences of their patients. Helaas bleek het een vergissing te zijn dat bij het ontbreken van sterk bewijs een EBRO-richtlijn in de mondzorg tot een vergelijkbare aanbeveling zou komen, dat wil zeggen een globaal advies met behoud van veel vrijheid. Dat bleek tenminste bij de eerste conceptrichtlijn een jammerlijke vergissing: met zwak bewijs werden er juist heel precieze aanbevelingen gedaan. En volgens de deskundigen kan dan nog steeds sprake zijn van EBRO/ AGREE. Bij het ontbreken van (sterk) bewijs kan namelijk elk advies gegeven worden waarover de ontwikkelcommissie consensus heeft bereikt. De samenstelling van de commissie en dominante leden kunnen dan belangrijk zijn. Er hoeft niet per se onzin uit te komen, maar het gevaar voor belangenverstrengeling, onnodige en dus ondoelmatige behandelingen alsmede bureaucratie liggen wel op de loer. En ook dat wordt dan dus verkocht als evidence-based en kwalitatief handelen. Naast aanbevelingen zou elke richtlijn ook een meetinstrument of indicator moeten leveren. Deze gegevens worden dan gebruikt als kwaliteitsindicator, zodat patiënten en zorgverzekeraars hun keuze daarop kunnen baseren. De eerste conceptrichtlijn kent er al drie en in dat tempo zouden we binnen een paar jaar te maken krijgen met meer dan dertig meetinstrumenten of indicatoren. En hier is al helemaal geen sprake van vrijblijvendheid; zorgaanbieders zijn op grond van artikel 66d lid 2 van de Zorgverzekeringswet verplicht kwaliteitsinformatie te gaan rapporteren voor de

Jan Willem Vaartjes VOORZITTER ANT

meetinstrumenten van KiMo. De media noemen dat gewoon ‘afvinklijstjes’ en volgens het NRC zijn sommige medisch specialisten daar al meer dan veertig procent van hun tijd aan kwijt. Daarom worden nu overal initiatieven opgestart om deze onnodige bureaucratie terug te dringen zoals het recente ‘ontregel de zorg’. Belangrijk dus om de validiteit en betrouwbaarheid van elk meetinstrument waar de tandartsen nu toe verplicht gaan worden extra kritisch te bekijken. Het frappante is wel dat VWS-ambtenaren en Kamerleden in gesprekken aangeven dat onnodige bureaucratie inderdaad moet worden voorkomen en dat regels moeten worden geschrapt. Vervolgens zeggen ze er dan wel vlug bij dat de meeste bureaucratie door de beroepsgroep zelf is geïnitieerd en dat ze daar helaas niet zoveel aan kunnen doen. Dan wordt gemakshalve vergeten dat de overheid het opstellen van de meetinstrumenten verplicht heeft gesteld en in dat proces de beroepsorganisaties zoveel mogelijk buitenspel probeert te zetten. En wanneer straks op valide gronden een richtlijn niet wordt geautoriseerd zal er snel gedreigd worden met ‘doorzettingsmacht’, waarbij het ZiN de regie overneemt en de beroepsgroep alsnog dwingt te werken en rapporteren volgens die richtlijn. Zoals onze leden weten, heeft de ANT geen moeite om haar rug recht te houden als daar goede redenen voor zijn die we aan de samenleving kunnen uitleggen. Wat dat betreft is het nu even afwachten hoe zal worden omgegaan met het commentaar uit het veld op de eerste ‘echte’ richtlijn. Want die richtlijn gaat de standaard zetten voor de toekomst en dus uw dagelijkse praktijk bepalen. 

COLUMN

11


Kom 8 , 9 e n 10 maar t 2018 een frisse adem h a le n bi j de Den t al E x po

Powered by

Stand: D111


NIEUWS

Tips goede werkhouding Veel tandartsen krijgen vroeg of laat te maken met fysieke klachten. Een van de manieren om klachten te voorkomen, is een goede werkhouding. Het instellen van de eigen stoel is hierbij van belang. Movir geeft in samenwerking met gerenommeerde ergonomen in een nieuwe animatie drie belangrijke tips. Tip 1. Zorg voor een zitpositie waarbij de hoek die je knie maakt groter is dan 90 graden. Hiermee wordt de hoek die je bovenbeen met je bovenlichaam maakt (de heuphoek) automatisch groter dan 90 graden. Zo strek je vanzelf je wervelkolom en gebruik je veel minder spieren en energie om rechtop te blijven zitten. Hoog zitten zorgt dan automatisch voor minder belasting. Tip 2. Een goede stoel kan veel bijdragen aan een goede houding. Voorkom dat je de achterkant van je bovenbeen afklemt. Gebruik een stoel waarbij de voorkant van de

zitschaal afloopt. Dan bedien je gemakkelijk en met zo min mogelijk belasting het voetpedaal, en is er meer ruimte onder de rugleuning van de patiënt. Tip 3. Om te voorkomen dat je bekken achterover kantelt, is het belangrijk dat je de rugsteun van de stoel aan de bovenkant van je bekkenrand plaatst. Zie ook de video over ergonomisch zitten op www.movir.nl/ergonomie.

ANT-Starterscongres op Dental Expo Save the date! Op zaterdag 10 maart wordt het jaarlijkse studentencongres gehouden op de Dental Expo in de RAI te Amsterdam. Er komen uitstekende sprekers als Daan van Oort, Nils van Calcar en Martine Muts. Zij spreken over mondfotografie, de keuze voor (in)directe restauratie en de keuzes na het afstuderen. Welke richting kies je en hoe maak je snel carrière? In het congresprogramma is tijd opgenomen om de Dental Expo-beursvloer

op te gaan. Handig om te weten: een kaartje voor het ANT-studentencongres geeft ook toegang tot de beursvloer van de Dental Expo. De congresdag wordt afgesloten met een lekker hapje en drankje. Voor de studenten uit Groningen en Nijmegen zal er busvervoer worden geregeld. Het congres is bedoeld voor vijfde-, zesdejaars en pas afgestudeerde Tandheelkundestudenten. Inschrijven kan via de ANT-website.

ANT-STARTERSCONGRES 2018 BIGGER - BETTER - BOLDER

ZA 10/3/18 | DENTAL EXPO | RAI AMSTERDAM TICKETS € 20,- INCLUSIEF TOEGANG TOT DENTAL EXPO TOPSPREKERS EN ONDERWERPEN! RICHARD SUY - Do’s & Don’ts als starter MARTINE MUTS & MAARTEN DE BEER - Kickstart your career! DAAN VAN OORD - Tips & Tricks voor topmondfotografie NILS VAN CALCAR - Directe of indirecte restauratie? MYSTERY SPEAKER - Forensic dentistry

MEER INFO & TICKETS ant-tandartsen.nl/studenten

Pilot bij Landelijk Schakelpunt Dankzij een initiatief van de ANT kunnen tandartsen zich nu aansluiten bij een door de ANT geïnitieerde pilot voor het Landelijk Schakelpunt (LSP). Het LSP is een netwerk waarmee apotheken, ziekenhuizen, huisartsen en andere zorgverleners elektronisch medische gegevens van patiënten kunnen uitwisselen. Dat mag alleen als de patiënt daar toestemming voor heeft gegeven én als het nodig is voor de behandeling. Tandartsen hebben ook baat bij dit netwerk. Ze moeten volgens de dossierplicht een actueel medicatieoverzicht bijhouden in hun patiëntendossiers. Zeker bij spoedgevallen en tijdens

weekenddiensten moeten die medische gegevens actueel zijn. Via het beveiligde LSP-netwerk staan de benodigde gegevens direct tot hun beschikking. Een beperkte toegang tot inzage van het medicatiegebruik is afdoende. Samen met de Vereniging van Zorgaanbieders Voor Zorgcommunicatie (VZVZ) start de ANT een pilot, waarin enkele softwareleveranciers en een aantal tandartspraktijken onderzoeken of aansluiting tot het gewenste resultaat leidt. Eventuele knelpunten zullen worden opgelost. Het uiteindelijke doel is dat alle tandartsen zich via hun software kunnen aansluiten op het LSP.

NIEUWS

13


AquasilÂŽ Ultra+ Smart WettingÂŽ afdrukmateriaal

ELKE AFDRUK IS UNIEK.

REKEN OP DE BESTE AFDRUK, TOT IN DETAIL. Wij introduceren Aquasil Ultra+ afdrukmateriaal in een compleet nieuwe versie. Uitmuntende intraorale hydrofiliciteit en trekkracht leveren de beste resultaten ooit dankzij geoptimaliseerde prestaties op alle gebieden. Het plusteken verwijst naar een ideale formule zodat u nooit meer hoeft te kiezen tussen hydrofiliciteit, trekkracht, snelheid en afgiftemogelijkheden. Voor meer informatie of het aanvragen van een sample neemt u contact op met uw Dentsply Sirona area manager of met onze afdeling Customer Services via: tel.: +31 88 024 52 00 (NL) / tel.: +32 2 232 81 50 (BE) of per e-mail: benelux-pre-info@dentsplysirona.com


NIEUWS

Meekijkstage voor studenten Tandheelkunde-studenten kunnen nu vanaf hun vierde studiejaar in een meekijkstage de dagelijkse gang van zaken in een eenmanspraktijk, een grote of een gedifferentieerde praktijk ervaren. Met dit bijzondere initiatief wil de ANT studenten een goed en realistisch beeld geven van verschillen in werkwijze en cultuur in diverse praktijken. Ook kunnen ze zo zien hoe het werken in teamverband met verschillende disciplines toegaat. De ‘Kijk in de Praktijk’-stage is een nuttige aanvulling op het curriculum van de universiteiten waar praktijkvoering en de bedrijfsmatige kant nauwelijks aan bod komen en waar ze niet leren wat het daadwerkelijk betekent om het beroep van tandarts uit te oefenen. De ANT vindt het belangrijk dat studenten zich zo beter kunnen oriënteren op de toekomst. Ravin Raktoe, tandarts en bestuurslid van de ANT: “We zijn als ANT erg enthousiast over dit initiatief. Wij zien studenten niet enkel als student, maar vooral als toekomstig collega. Het is belangrijk dat ervaren tandartsen de nieuwe generatie één op één kunnen laten zien wat het vak precies inhoudt en wat er allemaal bij komt kijken om

de techniek die ze aangeleerd hebben, uit te kunnen voeren. Ik denk dat deze meekijkstage een kwaliteitsimpuls is voor ons vak.” Medebestuurslid en tandarts Richard Suy: “Niet alleen krijgen studenten een mooie kans om te ervaren hoe het er in een tandartsenpraktijk aan toe gaat, ook kunnen zij met het oog op hun toekomst een bewustere keuze maken. Als student en beginnend tandarts had ik destijds graag zo’n kans gehad.” Uitgangspunt is twee dagen meekijken in een praktijk. Dat mag eenmalig, maar kan ook ieder studiejaar een keer. Tijdens de eerste dag leert de student de praktijk en praktijkvoering kennen. Op dag twee staan de inhoud van het vak en de patiënt centraal. De student loopt dan mee met een mondhygiënist of tandartsassistent en kijkt mee met de tandarts. De student wordt betrokken bij klinisch redeneren, specifieke behandelbeslissingen en andere keuzes. Meekijkpraktijk worden of meedoen als student? Aanmelden kan via: www.ant-tandarsen.nl/studenten. Tandartsen die met hun praktijk een stageplek willen aanbieden, hoeven geen ANT-lid te zijn.

Simple Plaque Score

Prestatiecodes QLF-diagnostiek Er zijn nu prestatiecodes voor de diagnostiek van Quantitative Light-induced Fluorescence (QLF) waarmee beginnende cariës in een vroeg stadium ontdekt en preventief behandeld kan worden. Dat heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) geregeld, na consultatie van beroepsorganisaties, verzekeraars en consumentenorganisaties. Prestatie M01 geldt voor preventieve voorlichting en instructie en prestatie F724 voor de orthodontiebehandeling. Daarbij gaat het om de tijd die nodig is voor het maken, vastleggen en analyseren van QLF-opnamen en de bespreking

ervan met de patiënt of diens ouders of verzorgers. QLF is een veilige, optische techniek waarmee tanden met behulp van blauw licht met een piekgolflengte van 405nm worden belicht. Een filter maakt cariogene bacteriële activiteit zichtbaar en de diagnostische software berekent en toont vervolgens het cariësrisico van een patiënt. QLF is een door het Nederlandse bedrijf Inspektor Research Systems B.V. ontwikkelde en gepatenteerde technologie. Voor meer informatie: info@inspektor.nl.

NIEUWS

15


ANT, KIMO, Q-KEURMERK, ZN EN KRT SPREKEN ZICH UIT

Kwaliteit als kwestie: stimulerend of bedreigend? Zorgverleners. Beroepsverenigingen. Kwaliteitsinstituten. Verzekeraars. Er zijn heel wat partijen die - elk vanuit een eigen perspectief - naar de mondzorg kijken. En van daaruit een visie hebben op de rol die kwaliteit en kwaliteitsbevordering moeten spelen. Een inventarisatie. DOOR KEES ADOLFSEN FOTO GEEK ZWETSLOOT

Richard Suy is bestuurslid van de ANT en neemt in die hoedanigheid deel aan het overleg met de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over het tariefsysteem. Zijn portefeuille bevat mede de praktijkvisitaties van ANT-leden. Kwaliteit is voor hem een issue dat van vele kanten bekeken dient te worden. De duidelijke lijn daarbij is dat vooral de beroepsgroep zelf aan de touwtjes kan én moet trekken als het om kwaliteitsbevordering gaat. Richard Suy: “Die visitatie bijvoorbeeld is een fantastisch instrument. Toen we er enkele jaren terug mee begonnen, was er een flinke groep early adopters, die graag bij hun praktijk in de keuken lieten kijken. Dat zwakte daarna af: veel tandartsen ervaren al te veel regeldruk en zien duidelijk op tegen deze extra werkbelasting. Toch moeten we proberen onze collegae bewust bekwaam te krijgen. Om het peil over all hoog te houden, valt het te overwegen om visitatie op een redelijke termijn verplicht te stellen.”

16

KWALITEITSBEVORDERING

Op termijn zou verplichtstelling voor Suy ook kunnen gelden voor aansluiting bij een kwaliteitsregister zoals het KRT. Ook hier moeten tandartsen en specialisten zelf de bewakers van de normen en eisen zijn. En ook in intervisiegroepen (IQdent) versterken tandartsen elkaars kwaliteit en up-to-date kennis. Daarbij ondersteund met modules die de ANT samen met de opleiders ontwikkelt.

Onder druk

Patiënten en hun vertegenwoordigende organisaties vragen om transparantie van de geleverde zorg en om kwaliteitsgaranties. Die zorg komt volgens Suy steeds meer onder druk te staan, door overmatige regeldruk vanuit verzekeraars, overheid en toezichthouders. “Het gevaar is dat doorontwikkeling en beleid gebaseerd gaan worden op excessen en wantrouwen.” Ook is het belangrijk dat de tandarts zelf en in samenspraak met de patiënt


ANT-bestuurslid Richard Suy: “Wij tandartsen moeten zelf kwaliteit aansturen.”

blijft beslissen over te leveren zorg: “Als je bij de verzekeraar een machtiging moet aanvragen voor het maken van een OPT, terwijl de indicaties duidelijk zijn, is de regelzucht veel te ver doorgeschoten.” Ook in de door de NZa gehanteerde tariefstelling schuilt een gevaar van kwaliteitsverlies, vindt Suy. “Wat de NZa als maximumtarief hanteert, dekt in feite alleen maar het gemiddelde van alle geleverde zorg. Dan erken je dus een groot deel van die zorg niet, omdat die te kostbaar zou zijn. Het gevaar is dat kwaliteit en innovatie op termijn verloren gaan, en je de patiënt niet meer de keuzemogelijkheden biedt waar die recht op heeft en die de eer en de voldoening van de beroepsgroep vormen.” Als laatste voorbeeld van dreigend kwaliteitsverlies noemt Suy de taakherschikking van tandarts naar mondhygiënist. “Je kunt niet elke vorm van diagnostiek en iedere behandeling overhevelen van wetenschappelijk onderwijs naar hbo. Het medisch referentiekader is gewoonweg niet gelijk. Begrippen als ‘tertiaire preventie’ voor wat in feite curatie is, gaan de consument gewoon misleiden en verhelderen niet waar kwalitatief tandheelkundig handelen voor staat. Als ik het mag samenvatten: het hoog houden van het kwaliteitsniveau dat de tandheelkunde in Nederland kenmerkt, kan het beste vanuit de beroepsgroep zelf worden aangestuurd. Dat vereist zelfreinigend vermogen van ons. De overheid dient daarvoor alle ruimte te geven. Hiervoor zal de ANT zich met alle energie en creativiteit blijven inzetten.”

KiMo

Het Kennisinstituut Mondzorg (KiMo) werd in september 2016 opgericht vanuit de ambitie “de kwaliteit van de mondzorg verder te verhogen”. Verder verhogen, wat zegt die formulering? Daniëlle Boonzaaijer, penningmeester van het KiMo: “De mondzorg in ons land staat internationaal gezien op een hoog peil. Dat mogen we ons best realiseren. Tegelijkertijd is er aan de borging en systematisering van die kwaliteit nog heel veel te doen. Daarbij kunnen we een voorbeeld nemen aan onder meer de huisartsen en medisch specialisten. Die zijn verder als het gaat om bijvoorbeeld visitatie, nascholing en richtlijnontwikkeling.” Op die richtlijnontwikkeling – en specifieker: die van klinische praktijkrichtlijnen – legt het KiMo zich toe. Niet omdat er nog niets is op dit gebied. “Maar wel”, legt Boonzaaijer uit, “omdat de systematiek ontbreekt. Er is geen eenduidigheid in hoe de richtlijnen tot stand

KWALITEITSBEVORDERING

17


ADVERTORIAL

Parodontitis komt vaker voor dan men denkt Aanbeveling voor versterkte preventieve maatregelen en nut van 3-voudige profylaxe In een consensus uitgewerkt door 70 wereldwijd toonaangevende parodontologen en medische wetenschappers wordt gesteld: ‘Bij de preventie van parodontitis speelt de verwijdering en controle van plaque door een regelmatige en effectieve mondhygiëne een beslissende rol.1 Een deskundig advies van de tandarts kan een belangrijke aanzet zijn voor een betere mondhygiëne: de dagelijkse 3-voudige profylaxe bestaande uit tandenpoetsen, reiniging van de interdentale ruimte en aangevuld met het gebruik van een mondspoeling (bv. Listerine®) verbetert de mondgezondheid van de patiënten. Twee recente meta-analysen bevestigen dit positieve effect.2,3

quecontrole als ze gebruikt worden in de vorm van mondspoeloplossingen, dan als tandpasta.2

Voordeel wetenschappelijk bewezen: mechanische tandreiniging aangevuld met mondspoeling met etherische oliën In het ideale geval kunnen tandartsen hun patiënten ertoe brengen mee te werken aan de eigen mondgezondheid en ze overtuigen van het nut van de dagelijkse 3-voudige profylaxe. Het positieve effect hiervan is bevestigd in een recente meta-analyse3, die gegevens van meer dan 5.000 proefpersonen omvat. Daaruit bleek dat de aanvullende mondspoeling met etherische oliën (bv. Listerine) naast de reiniging met een tandenborstel en interdentale borstel of tandzijde na 6 maanden bijna 5 maal meer plaquevrije tandvlakken opleverde dan de mechanische reiniging alleen.3

bemoeilijkt door de hydrofobe eigenschappen van de oliën. Zo vertragen ze de bacteriële vermenigvuldiging en verminderen ze de accumulatie van plaque. In het kader van de 3-voudige profylaxe als aanvulling op de mechanische tand- en tussentandreiniging, kunnen mondspoelingen dus een gunstig effect hebben op de beheersing van tandplaque en de gezondheid van het tandvlees.

Profylaxe met etherische oliën De studieresultaten1,2,3 benadrukken het extra nut van het gebruik van mondspoelingen met etherische oliën (bv. Listerine). Lipofiele etherische oliën zoals thymol, menthol, eucalyptol en methylsalicylaat kunnen diep in de biofilm doordringen. De structuur van de biofilms wordt verbroken, doordat de etherische oliën de celwanden van ziektekiemen in de biofilm verstoren.7 De biofilm wordt op deze wijze opengebroken en opgelost, en Actuele aanbevelingen voor de preventie van parodontale aandoeningen dit ook op plekken die onbereikbaar zijn voor tandenborstel en tandzijde. In biofilms georganiseerde bacteriën zijn verantwoordelijk voor cariës en pa- Bovendien wordt aggregatie van bacteriën om een nieuwe film te vormen rodontitis. De belangrijkste maatregel voor de preventie van tandvleesproblemen is dan ook een consequente beheersing van de biofilm.2,4 Het meest Mondspoelmiddelen helpen u bij de dagelijkse effectief is tandplaque te verwijderen met een tandenborstel en interdentale 3-voudige preventie borstel. Aanvullend gebruik van mondspoelingen biedt nog extra voordelen.5,6 Dit is de conclusie van een consensus uitgewerkt door meer dan 70 wereldwijd toonaangevende parodontologen en medische wetenschappers. Onder leiding van de European Federation of Periodontology (EFP) en met de financiële ondersteuning van Johnson & Johnson en Procter & Gamble hebben de experts in het kader van de 11e European Workshop of Periodontology in november 2014 in vier werkgroepen de recente gegevens voor de preventie van parodontale en peri-implantaire aandoeningen bestudeerd. De verworven TANDENPOETSEN: INTERDENTAAL SPOELEN: kennis werd gepubliceerd in de Journal of Clinical Periodontology. Intussen REINIGEN: reinigt de reinigt de hele staan ze ook ter beschikking in een richtlijn voor tandartsen, zorgverstrekkers reinigt de ruimte tussen tandoppervlakken mondholte en patiënten voor het gebruik in de praktijk. de tanden

In het kader van een verdere meta-analyse2 werd het effect van mondspoeloplossingen, tandpasta of tandgel met plaquereducerende werking als aanvulling op de mechanische mondhygiëne bij patiënten in de leeftijd van 10 tot 50 jaar met tandvleesproblemen getest. Deze studie wijst erop dat mondspoelingen met chemische stoffen werkzaam tegen plaque een significant aanvullend gunstig effect hebben op de controle over tandvleesontsteking en plaque. Bovendien zijn er aanwijzingen dat chemische stoffen werkzaam tegen plaque een sterker effect vertonen op tandvleesontstekingen en pla-

Gebruik van mondwater met alcohol veilig en effectief Nog altijd hebben veel mensen bedenkingen bij het regelmatig gebruik van mondwater met alcohol. De meest voorkomende zorgen zijn beschadiging van de mondflora, een droge mond en een potentieel verhoogd risico op orale kanker. Maar langdurige klinische studies bevestigen de veiligheid en goede verdraagbaarheid van alcoholhoudende mondspoelingen. In Listerine vervult alcohol drie belangrijke functies. Ten eerste brengt deze de vier etherische oliën (thymol, menthol, eucalyptol en methylsalicylaat) in een stabiele oplossing. Bovendien zorgt de alcohol er voor dat de etherische oliën in de plaque kunnen binnendringen en zo de biofilm kunnen oplossen. Ten slotte dient de alcohol ook als conserveringsmiddel om de mondspoeling te beschermen tegen aantasting door bacteriën.

1 Chapple ILC et al.: Primary prevention of periodontitis: managing gingivitis. J Clin Periodontol 2015; 42 (Suppl. 16): S71-76. 2 Serrano J et al.: Efficacy of adjunctive anti-plaque chemical agents in managing gingivitis: a systematic review and meta-analysis. J Clin Periodontol 2015; 42 (Suppl. 16): S106-138. 3 Araujo MWB, Charles C et al. Meta-analysis of the effect of an essential oil-containing mouthrinse on gingivitis and plaque. JADA 2015; 146(8): 610-622. 4 Díaz PI, Kolenbrander PE: Subgingival Biofilm Communities in Health and Disease. Rev. Clin. Periodoncia Implantol. Rehabil. Oral Vol. 2(3); 187-192, 2009. 5 Sharma N et al.: Adjunctive benefit of an essential oil containing mouthrinse in reducing plaque and gingivitis in patients who brush and floss regularly. A six-month study. J Am Dent Assoc2004; 135: 496–504. 6 European Federation of Periodontology (EFP): Guidelines for effective prevention of periodontal diseases, http://prevention. efp.org/prevention-workshop/ 6 Fine DH et al. Effect of rinsing with an essential oil-containing mouthrinse on subgingival periodontopathogens. J Periodont 2007; 78: 1935–1942.


VISIE VAN TANDARTS HEIN Tom Hein studeerde af in oktober 2015 en werkt sindsdien als zzp’er in twee praktijken. De ene is een particuliere praktijk, de andere maakt deel uit van een keten. Bij die laatste heeft hij er echter recent zijn laatste dag op zitten. Hoofdargument om weg te gaan: gemis aan kwaliteit. “Ik voelde me belemmerd door de prijsafspraken die in zo’n grote firma leidend zijn. Afwijken van de gekozen productlijn lukte in de praktijk niet, ook als ik het aanvroeg. Ook mijn wat kritische houding ten opzichte van wat soms van het gelieerde tandtechnisch lab terugkwam, werd niet gewaardeerd. Jammer, want het werk met het team en de patiënten beviel me uitstekend. Maar uiteindelijk kies ik dan toch voor mezelf en het door mij geambieerde kwaliteitsniveau.” Kwaliteit kan voor Hein niet een tijdelijk hot topic zijn, daar hoort je handelen als tandarts eigenlijk altijd om te draaien. Hij staat dan ook vierkant achter verplichte herregistratie, waarin de KRT een leidende rol kan spelen: “Ook mijn accountant wordt geaccrediteerd via een puntensysteem. Waarom zouden wij als zorgverleners het dan zonder doen?” Een ander actueel kwaliteitsvraagstuk vindt Hein de taakherschikking richting de mondhygiënisten. Juist nu de waarde van preventie zo benadrukt wordt, moeten mondhygiënisten zich daar niet minder mee gaan bezighouden. “Bovendien is de huidige generatie niet klaar voor het overnemen van handelingen als boren en vullen. Daarvoor hebben ze te weinig praktische oefening gehad, die bij de oudere generatie al helemaal ontbreekt. De kennis is er misschien, de kunde niet. Dat bij de tandarts laten schept naar mijn idee de beste kwaliteitsgaranties.”

komen, hoe ze geïmplementeerd en onderhouden worden en daarmee: hoe praktisch toepasbaar ze zijn in de beroepsgroep. Daar gaat het KiMo de komende jaren hard aan werken.” Het doel is mondzorgzorgprofessionals in hun beroeps­ uitoefening te ondersteunen. Daarbij komt een database beschikbaar, met kernwoorden die verwijzen naar klinische praktijkrichtlijnen, mogelijk met een app voor snelle toepassing. Er worden nieuwe richtlijnen ontwikkeld en bestaande worden onderworpen aan kritische beoordeling. Leidend criterium: EBRO, dat staat voor Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling. “Het gaat er steeds om hoe je als zorgverlener je medisch handelen kunt afstemmen op de beste beschikbare informatie. Het maken van richtlijnen is dus een vak op zich. EBRO waarborgt het kwaliteitsniveau dáárvan. Zo schept KiMo garanties voor blijvende toepasbaarheid van richtlijnen.”

Q-Keurmerk

Q-Keurmerk is het ‘handelsmerk’ van Stichting quAT. Die heeft op de website weinig woorden nodig voor haar visie en missie: “Elke dag weer, nu en in de toekomst, bijdragen aan de hoogste kwaliteit mondzorg!” De stichting richt zich daarbij op de bij- en nascholing voor tandartsen; cursusaanbieders die aan de criteria voldoen, krijgen een accreditatie. Is dat nodig? Manfred Leunisse, orthodontist en bestuurslid, is daarvan overtuigd: “Het is dé manier om als beroepsgroep serieus genomen te worden: geaccrediteerde nascholing als voorwaarde voor verplichte herregistratie. De huisartsen hebben het al twintig jaar. Gelukkig komen de initiatieven hiervoor niet uit Den Haag - nóg niet (!) - maar uit overleg tussen de belangrijkste cursusaanbieders en de beroepsgroep zelf: ANT, KNMT en ACTA.” Leunisse wijst erop dat de parodontologen en orthodontisten die nascholing al wel verplicht hebben gesteld. “In een zo beweeglijk vak als de tandheelkunde kan het niet zo zijn dat je ooit een keer een academische studie hebt afgerond, en je daarna nooit meer met nieuwe ontwikkelingen en inzichten zou hoeven bezighouden. Daar-

KWALITEITSBEVORDERING

19


50%

TE ZIEN OP ULTRADENT STAND E115.

GROTERE LENS

08.-10.03.18

(12 MM)

L E DP O LYM E RI SAT I E L A M P TWEEDE AAN/UITKNOP

YOU’RE COV ERED!

VA L O G R A N D H E E F T E E N G R O T E L E N S VA N 12 M M, WA A R M E E B I N N E N É É N P O LY M E R I S AT I E C Y C L U S EEN GROTER GEBIED K A N W O R D E N U I T G E H A R D.

Ultradent Products Nederland © 2018 Ultradent Products, Inc. All Rights Reserved.

U LT R A D E N T. C O M / N L


naast vinden we herregistratie van belang omdat het kwaliteitsniveau van de tandheelkundige behandelingen weliswaar gemiddeld niet laag is, maar wel te divers. Er is te weinig uniformiteit, de kwaliteitsverschillen zijn te groot. Naast nascholing kan de verdere uitrol van richtlijnontwikkeling daar een uitstekende bijdrage aan leveren.”

Koudwatervrees

‘Q’ zet nu in op nascholing van tandartsen. Dat het in de toekomst ook de accreditatie voor mondhygiënisten zou verzorgen, sluit Leunisse niet uit. “Maar eerst de tandartsen. We bespeuren best wat koudwatervrees bij hen. Is het angst om gecontroleerd te worden? Gaat het extra tijd en energie kosten? Kan het bedreigend zijn jouw klinisch handelen aan collega’s te laten zien?” Een ander issue vormt de gewenste inhoud van de nascholing. Het zou een misverstand zijn dat nascholing alleen over klinisch handelen zou gaan. “Er spelen zoveel thema’s als het gaat om kwaliteit in de tandartspraktijk: communicatie, organisatie, service, hygiëne, dossiervorming, et cetera. Het nascholingsprogramma moet straks een evenwichtige afspiegeling vormen van al die kwaliteitsaspecten.”

Zorgverzekeraars Nederland (ZN)

Laurens Tinsel is adviserend tandarts voor Zilveren Kruis en Zorgverzekeraars Nederland. Tinsel juicht toe dat de sector veel aandacht heeft voor kwaliteit. Maar hij heeft er een duidelijke kanttekening bij: “Vreemd genoeg hebben we als beroepsgroep nooit goed vastgesteld over welke kwaliteit we het eigenlijk hebben, en hoe we die willen

VISIE VAN ANONIEME TANDARTS De tweede tandarts die we hier aan het woord wilden laten, trok zich uiteindelijk terug. Je mening geven over de kwaliteit (en kwaliteitsbevordering) van collega’s bleek te delicaat. Zeker als je pleidooi is dat accreditatiepunten - in het kader van herregistratie - misschien soms te gemakkelijk verdiend worden…

meten. We werken nog niet met uitkomstindicatoren daarin lopen we echt achter ten opzichte van bijvoorbeeld de huisarts en de ziekenhuizen. Neem de Richtlijn Diagnostiek, Preventie en Behandeling van Peri-Implantaire Infecties die net gereedgekomen is. Waarom vermeldt die geen norm voor het optreden van peri-implantitis als kwaliteitsindicator voor de preventie? Dat kan dan een stimulerend streefgetal worden, én je hebt een concreet ijkpunt om het succes van preventie en nazorg te meten.” Uitkomstindicatoren kunnen op technisch vlak, maar ook op andere gebieden worden vastgesteld. ZN onderzoekt samen met de universiteiten de mogelijkheid om uitkomsten van zorg te meten aan de hand van patiëntervaringen. Vindt de patiënt dat de klachten waarmee hij kwam verholpen zijn, en hoe heeft hij de behandeling ervaren? “We bekijken hoe deze PREMs en PROMs [Related Experience resp. Outcome Measures, red.] ook binnen de mondzorg toepasbaar zijn als kwaliteitsindicatoren.” Een ander aspect van kwaliteit is gepaste zorg. “Zorgverzekeraars en zorgverleners hebben samen een taak om hierop toe te zien. Op die manier voorkomen zij dat patiënten te weinig, te veel of overbodige behandelingen krijgen. Door het ontwikkelen van spiegelinformatie over de verleende mondzorg bij de jeugd heeft Zilveren Kruis aan zorgverleners inzichtelijk gemaakt hoe hun zorg zich verhoudt tot het gemiddelde - overigens zonder daarbij te streven naar gemiddelde zorg. ZN kijkt nu samen met Vektis of dit initiatief landelijk kan worden uitgerold. De gedachte achter de spiegels was dat het een zelfcorrigerend effect zou kunnen hebben. Wij hoopten dat tandartsen die bijvoorbeeld laag in hun zorgkosten voor de jeugd zaten - onder meer omdat er minder röntgenfoto’s werden gemaakt dan was te verwachten volgens de Richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen - hun beleid zouden bijstellen. Dat blijkt echter nauwelijks te gebeuren. Wat maar weer eens aangeeft dat verandering een moeizaam traject is.”

Objectieve normen

Vanuit de beroepsgroep wordt nogal eens gesuggereerd dat verzekeraars de kwaliteit niet bevorderen, maar eerder afremmen. Daar is Tinsel het niet mee eens. “Verzekeraars houden de prijs-kwaliteitsverhouding in de gaten. Natuurlijk mag hogere kwaliteit ook meer kosten.

KWALITEITSBEVORDERING

21


NIEUWE Productsolutions gepresenteerd tijdens de Dental Expo 2018 Ook benieuwd welke nieuwe oplossingen wij u bieden?

Bezoek ons op standnummer: C103 en laat u uitgebreid informeren over de nieuwste oplossingen en producten.


Maar als we als beroepsgroep geen objectieve normen voor die kwaliteit hebben vastgesteld, is er geen transparant systeem op basis waarvan individuele tandartsen extra kwaliteit kunnen claimen.” Tinsel vindt het niet houdbaar om te stellen dat de drie hoogwaardige universiteiten in ons land automatisch goede tandartsen afleveren. Hier signaleert hij een praktisch probleem: “Er zijn op de opleidingen – en die erkennen dat zelf ook – te weinig patiënten beschikbaar om de studenten voldoende praktische ‘vlieguren’ te geven. Je hebt na je opleiding echt een paar jaar nodig vóór je jezelf een goede tandarts kunt noemen.” Hebben de verzekeraars middelen om minder presterende tandartsen te filteren? Uit statistische gegevens is veel te halen, leert een voorbeeld: “Het percentage vullingen in hetzelfde element binnen één jaar is rond de 7 procent. Er zijn tandartsen die maar op 2 procent zitten. Maar we zien ook uitschieters tot zelfs 25 procent. Dan wordt het tijd om vragen te stellen: wordt de zorg wel geleverd, en kunnen we hier nog spreken van doelmatigheid? Ik vind niet dat je je als mondzorgprofessional kunt verschuilen achter iets als een inspanningsverplichting. Is het niet veel effectiever én bevredigender als we kunnen uitgaan van een resultaatverplichting in gezamenlijkheid met de patiënt?”

KRT

Een afkorting kan een eigennaam worden: de oorspronkelijke elementen worden afzonderlijk zelden meer genoemd. Zo is het volgens voorzitter Nelleke Menzel-de Groot gegaan met het “Kwaliteitsregister Tandartsen”. En daar is een reden voor, “want wij houden ons eigenlijk niet bezig met kwaliteit, maar alleen met registratie”, aldus Menzel-de Groot. Op de vraag welke kwaliteiten binnen de mondzorg vooral verbeterd kunnen worden, gaat ze dan ook niet in. “Het KRT is er niet om tandartsen te vertellen wat ze beter moeten doen. Wat we vooral zijn, is een goed georganiseerd en goed gestructureerd hulpinstrument voor de tandarts om het dossier van zijn deskundigheidsbevordering op peil én up-to-date te houden. Dat lukt ons onder meer door goede samenwerking met de opleiders die bij ons zijn aangesloten. Zij melden ons meestal daags na de afronding van een cursus welke tandartsen met succes hebben deelgenomen. Binnen een week heeft de

tandarts de bevestiging in zijn dossier. Eind december sturen we alle deelnemers – meer dan 50 procent van de tandartsen is inmiddels bij het KRT aangesloten – een overzicht van de stand van zaken.” Voor deelname gelden sinds 2007 ook de volgende normen: de praktijk moet een klachtenregeling hebben, er moet op voldoende niveau in het Nederlands gecommuniceerd worden en er moet een minimum aantal studiepunten per vijf jaar worden behaald. Per 2012 zijn daar nog enkele normen aan toegevoegd: visitatie (eens in de vijf jaar) en het houden van een patiëntenquête.

Vrijwillige deelname

“Natuurlijk hebben die normen indirect met de kwaliteit van tandartsen en tandartspraktijken te maken”, bevestigt Menzel-de Groot. “Essentieel is dat deelname aan het KRT geheel vrijwillig is. Als je je committeert aan deze normen, maak je naar binnen en buiten duidelijk dat je de drive hebt om aan deskundigheidsbevordering te werken. Dat is transparant en vertrouwenwekkend naar je patiënten: je dossier kun je ook voor hen toegankelijk maken. Soms krijgen we het verwijt dat wij helemaal niet aan kwaliteit werken. Dat is feitelijk juist. Maar er gaat van zo’n dossier en het jaarlijkse overzicht daarbij natuurlijk een heel stimulerende werking uit.” Wat wordt de rol van het KRT als herregistratie in de Wet BIG verplicht wordt? “Dat kan ik niet voorspellen. Er zijn meer registratiesystemen denkbaar. Mogelijk kun je straks met de beroemde schoenendoos [met certificaten, ervaringsuren, diploma’s, et cetera] zelf naar het ministerie. Vanwege onze ervaring en organisatiegraad zouden we hier mogelijk een goede verbindende rol kunnen spelen. Bij ons beschikt de tandarts over een gevalideerd dossier, dat is een groot voordeel.” Bij- en nascholing zullen dus steeds belangrijker worden. Hoe beoordeel je de kwaliteit daarvan? “Op dat gebied heb ik zeker een suggestie. Als beroepsgroep beoordelen wij opleiders nu alleen op degenen die de cursus geven. Maar er is in ons land niemand die de cursussen op de inhoud beoordeelt. Over die kwaliteitslacune zouden de beroepsverenigingen misschien eens kunnen nadenken.” 

KWALITEITSBEVORDERING

23


MAAIKE PRINS (1978) Sinds februari 2017 is Maaike Prins, die medische biologie studeerde, hoofd van de afdeling Producten en Mondzorg bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) van VWS. Daarvoor werkte ze bij het ministerie van VWS op verschillende terreinen, waaronder publieke gezondheid, curatieve zorg (thema’s: introductie van dbc’s in de ziekenhuizen, patiëntveiligheid en kwaliteit) en beroepen en opleidingen in de zorg (onder andere de wet BIG). Behalve met de mondgezondheid houden teams in haar afdeling bij de IGJ zich ook bezig met reclametoezicht, Good Laboratory Practice, opiumwetgeving en toezicht op de bloed- en weefselketen.

Bekwaamheid is nu nog lastig te toetsen MAAIKE PRINS (IGJ) DENKT DAT KWALITEIT MONDZORG STERK KAN VERBETEREN

Overbodig zal de inspectie nooit worden. Er zullen altijd wel verbeteringen te wensen blijven. Maar Maaike Prins, hoofd van de afdeling Producten en Mondzorg bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), denkt dat met een helder en eenduidig toetsingskader nog veel winst valt te behalen. Ze daagt het veld uit om daarvoor met richtlijnen en opleidingseisen te komen. Ook visitaties, intercollegiale toetsing en bij- en nascholing ziet ze als een must voor kwaliteitsverbetering. DOOR REINIER VAN DE VRIE FOTO’S @NFP/PIETER MAGIELSEN FOTOGRAFIE

24

INTERVIEW


Is met het opgaan van de IGZ in de IGJ de rol van de inspectie veranderd? “Voor de mondzorg verandert die niet. We keken ook altijd naar de mondzorg voor jeugd en kinderen. Formeel is de IGJ nog in oprichting. Het besluit moet nog door de Eerste Kamer.” Hoe is het met de kwaliteit van de mondzorg in Nederland? Als het allemaal goed was, zou er geen team van twaalf mensen op hoeven te zitten. “De capaciteit van de mondzorg bij de inspectie is inderdaad gegroeid. We zijn nu met 11,5 fte, waarvan 8,7 fte inspecteurs. Dat team ziet toe op zo’n 6.000 ‘voordeuren’ en 12.500 mondzorgprofessionals (BIG’ers, mondhygiënisten en tandprothetici). Dat is niet voor niks. Er is best wat werk aan de winkel op het terrein van de mondzorg, zeker vergeleken met andere sectoren in de zorg. Er is nog verbetering mogelijk op kwaliteitsterrein, en dan vooral in het denken over kwaliteit, de ontwikkeling van normen en richtlijnen, en een lerende houding van de beroepsgroep. In toenemende mate is er wel aandacht voor richtlijnontwikkeling maar het blijft toch echt achter. Ook met bij- en nascholing, visitatie en intercollegiale toetsing gebeurt wel wat, maar deze thema’s zouden voor ons gevoel meer aandacht verdienen. Als door visitatie de eerste ‘kwaliteitstoets’ door de beroepsgroep zelf wordt gedaan en als er aan de voorkant al een verbetertraject wordt ingezet, zelfs zonder dat de Inspectie er aan te pas komt, dan kan de IGJ zich richten op de ernstige gevallen die niet willen of kunnen verbeteren. Verplichtstelling voor bij- en nascholing vanuit de beroepsgroep zou daarbij zeker helpen.” Op welke bronnen baseert de IGJ zich bij een thema als kwaliteit? “Wij baseren ons als inspectie in het algemeen op veldnormen en richtlijnen van het veld. We zien dat de ontwikkeling en aanpassing hiervan in de mondzorg achterblijft. Op sommige punten zijn geen eenduidige normen of richtlijnen, of ze zijn verouderd. Het KiMo – Kwaliteitsinstituut Mondzorg – is natuurlijk in het leven geroepen, maar daar komt op korte termijn nog niet zo

MAG EEN HULPHOND IN DE PRAKTIJK? Prins: “Het is wel interessant dat in de richtlijn voor infectiepreventie nu niets staat over dieren. Dat zou eigenlijk wel moeten. Het is voor een tandarts belangrijk om een afweging te maken in het belang van de patiënt. Dus alleen daar waar de behandeling het toelaat, bijvoorbeeld bij reguliere behandelingen als controles, een hulphond toe te staan. Formeel: het weigeren van een assistentiehond kan slechts wanneer dit een onevenredige belasting vormt of wanneer dit noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid. Het is denkbaar dat een hond wordt geweerd van een ziekenhuisafdeling, waar ernstig zieke patiënten, die vatbaar zijn voor ziektekiemen, worden behandeld.”

heel veel uit. En in de praktijk treffen we natuurlijk ook aan dat er onduidelijkheid is over bekwaamheid. Wanneer is iemand bekwaam genoeg om bepaalde handelingen in taakdelegatie uit te voeren? Daar is een hoop onduidelijkheid over omdat er geen basis onder ligt. Dat is een van de meest ingewikkelde en meest voorkomende problemen die wij tegenkomen in het toezicht. Wij kijken nu naar de eindtermen van de opleidingen. Begin dit jaar moet er een nieuw raamplan opleidingen verschijnen, waar ook de beroepsverenigingen ANT en KNMT bij zijn betrokken. Dat willen wij gaan gebruiken als aangrijpingspunt en toetsingskader. Voor infectiepreventie zijn er nu wel heldere richtlijnen waar we mensen op aan kunnen spreken.” Zou de inspectie niet veel meer een rol moeten spelen in de ontwikkeling van richtlijnen en daar actief bij betrokken moeten zijn? Bijvoorbeeld om een breder draagvlak te creëren? De IGJ moet tenslotte controleren en handhaven. “De richtlijnontwikkeling is in principe van het veld zelf. We worden wel gevraagd om vanuit toezichtperspectief mee te kijken of een richtlijn handhaafbaar is. Kunnen we

INTERVIEW

25


het toetsen, is het helder genoeg en niet voor verschillende uitleg vatbaar? Tegelijkertijd is het wel onze rol om aan de voorkant aan te geven wat we vaak tegenkomen en wat we als groot risico zien. Waar zouden richtlijnen of normen op ontwikkeld moeten worden? Als er niets komt, bijvoorbeeld rond bekwaamheid, dan maken we ons eigen toetsingskader en kijken we bijvoorbeeld naar de opleidingseisen van de beroepsgroep. Dan houden we druk op de ketel en spreken het veld erop aan. Aan die opleidingseisen hebben de beroepsverenigingen immers indirect ook bijgedragen.” Als een tandarts nu zegt dat zijn assistente bekwaam genoeg is om een behandeling te doen, kan de IGJ dan zeggen dat dat niet zo is? “Dat is heel lastig, omdat er dus geen basis onder ligt. Dat is natuurlijk raar. Ook richting patiënten, want die moeten er gewoon vanuit kunnen gaan dat iemand die hen behandelt daarvoor opgeleid en helemaal bekwaam in is. De behandelaar moet zelf ook weten wanneer hij of zij dat is.” Op welk thema gaat het volgens de inspectie het eerste mis? “We kijken naar vier thema’s: infectiepreventie, radiologie, zorginhoudelijke aspecten en organisatie van de zorg. Bij radiologie komen we het ontbreken van structureel en periodiek onderhoud het meeste tegen. Daar hebben we de afgelopen jaren intensief naar gekeken. Op het gebied van infectiepreventie zien we het vaakst het – deels – ontbreken van de titerbepalingen van personeel dat risicovolle handelingen uitvoert. Bij zorginhoudelijke aspecten zien we dat de kwaliteit van de dossiervoering vaak te wensen overlaat: ze bevatten minder informatie dan de normen en richtlijnen voorschrijven. Daarom is het onduidelijk of bepaalde handelingen zijn gedaan en of er toestemming voor is gevraagd. Bij de organisatie – borging van processen – komen geëxpireerde en verbruiks- en gebruiksmiddelen in de behandelkamer het vaakst voor.” Bij tandartsen zit de nodige weerstand tegen infectiepreventie, alsof een behandelkamer een operatiekamer is. Terwijl patiënten net uit de wachtkamer komen of uit de supermarkt waar de kans op besmetting veel hoger is. Is

26

INTERVIEW

de richtlijn op sommige punten niet te ver doorgeslagen? “Ik snap het wel, maar dat is een heel hellend vlak. Als je daar discussie over gaat voeren, wat is dan de basis…? Zo’n richtlijn is wel door het veld zelf opgesteld. Iedereen draagt daaraan bij. Wat wij doen is een toetsingskader per thema opstellen. Dat maken we ook meer openbaar. Voor radiologie hebben we dat onlangs al gedaan op onze website. Daarbij geven we aan waarop wij expliciet toezien en wat voor ons de aangrijpingspunten zijn. We kunnen natuurlijk filteren en aangeven wat wij, gebaseerd op risico’s, de belangrijkste thema’s vinden.” Welke maatregelen kan de IGJ nemen om verbetering in gang te zetten? “Afhankelijk van de bevinding kunnen we diverse maatregelen treffen tegen praktijken (zie kader, red). Meestal moeten ze dan verbeteringen doorvoeren. We komen dan nog een keer langs om te checken of dat goed is gebeurd of vragen daar schriftelijke bewijzen van, bijvoorbeeld een onderhoudsrapportage. Tegenover individuen kunnen we ook een tuchtzaak starten. Maar we doen ook veel aan bewustwording en communicatie. Via interviews, scholingen en presentaties kunnen we het veld op een mooie manier aanspreken. Een inspecteur vertelt bijvoorbeeld op een opleiding hoe de inspectie werkt en waarnaar wordt gekeken. Het is dus niet alleen maar keiharde handhaving. Ik denk dat de koepels ook een belangrijke rol hebben in preventie en meenemen van de achterban.” Handhaving 2017 - Team Mondzorg

Aantal

Aanwijzingen

3

LOD (Last onder dwangsom)

2

Bevel

3

Tucht

2

Boeteproces gestart

17

Waarschuwing

1

Dwangsom

1


CONTROLE OP RÖNTGENFOTO’S BIJ KINDEREN In samenwerking met de NZa gaat de IGJ dit jaar zich onder andere richten op tandartsen die opvallend veel röntgenfoto’s bij kinderen maken. Röntgenfoto’s kunnen volgens de NZa en de IGJ weliswaar helpen bij de behandeling, maar de vrijkomende straling kan ook schadelijk zijn voor kinderen. Daarom zijn ze er extra kritisch op. De organisaties beschikken over alle declaratiegegevens van tandartsen in Nederland en kunnen dus precies zien wie er wat en wanneer in rekening heeft gebracht. Op basis daarvan is duidelijk welke praktijken er afwijken. Daarvoor kunnen goede redenen zijn, maar de IGJ wil dat ter plekke controleren.

Bent u zich er van bewust dat van het bestaan van de IGJ al een enorm preventieve werking uitgaat en dat er een behoorlijke angst is voor inspectiebezoek? “Dat ligt er misschien aan hoe je zelf in het werk staat. Ik denk dat het voor iedereen wel spannend is, omdat je wordt beoordeeld. Je kunt het ook als een kans zien om verder te verbeteren. Als je een mindset hebt die gericht is op kwaliteitsverbetering moet je dit gewoon aangaan, net als visitaties en intercollegiale toetsing. Het helpt je alleen maar om er anders over na te denken en de kwaliteit beter te krijgen.” Komt de inspectie ook op aanvraag van een praktijk zelf langs? “Nee, wij zijn geen adviseur. We doen aan de ene kant incidententoezicht. Als we een melding krijgen, doen we een analyse, en starten een onderzoek als wij denken dat dat nodig is. Daarnaast hebben we risicogestuurd toezicht, waarbij we monitoren of er op bepaalde thema’s risico’s zijn. Het afgelopen jaar hebben we dus specifiek naar radiologie gekeken en daar een aantal praktijken op geselecteerd voor een bezoek. Maar we bezoeken ook gewoon ad random mondzorginstellingen als we die dag toch in buurt zijn.” Hebben jullie risicopraktijken in beeld? “Niet per se op een thema, maar we houden allerlei data bij in een dashboard. Wij maken een algemene analyse op basis van open bronnen zoals het BIG-register, KvK-gegevens, Zorgkaart, AGB en voor specifieke onderzoeken maken we ook gebruik van VEKTIS-data.”

Kennen jullie die praktijken waarvan het algemeen bekend is dat het eigenlijk niet goed gaat, maar waar de IGJ het eigenlijk niet aan kan pakken? “Als er meldingen zijn van patiënten, verzekeraars of collega-praktijken komt zo’n praktijk met een rood vlaggetje in ons systeem. Sommige zaken kunnen we inderdaad onvoldoende aanpakken omdat de normen en richtlijnen nog onvoldoende uitgekristalliseerd zijn. Zoals over bekwaamheid, wat ik al zei. We zijn daarom voorstander van een helder kader op basis waarvan we scherp kunnen toetsen en de patiënt ook weet waar hij aan toe is.” Heeft de IGJ een actieve rol om de mondgezondheid te verbeteren, samen met de beroepsverenigingen en opleidingsinstituten? “Vanuit het toezicht hebben we een rol om risico’s en knelpunten te signaleren. Dat kunnen we aan elke tafel waar we spreken adresseren. En bij het ministerie van VWS wordt de wetgeving indien nodig aangepast, zoals nu bijvoorbeeld de Wet BIG.” Wat doet het IGJ op het gebied van producten en techniekwerkstukken? “We zien toe op de tandprothetici. Wat we weleens zien is dat een tandtechnicus ook het deel ‘patiëntencontact’ doet, terwijl dat bij de vrijgevestigde zorgverleners is voorbehouden aan de tandprotheticus. Het is de verantwoordelijkheid van de tandarts om te weten welke producten hij in kan kopen maar bij een inspectie wordt er bijvoorbeeld ook naar de CE-markering gekeken.” >

INTERVIEW

27


standnummer: C 119

Kom langs onze stand voor een unieke koffiebeleving en een professionele individuele profielfoto of teamfoto! Vraag nu uw voucher aan via onderstaande gegevens.

PAIN MANAGEMENT LEADERSHIP THAT SHAPES THE DENTAL WORLD Tandheelkundige professionals over de hele wereld gebruiken niet alleen meer dan 500 miljoen patronen met lokale anesthetica van Septodont per jaar, maar vertrouwen ook op Septodont voor het volledige gamma van producten die tijdens verdovingsprocedures gebruikt worden: lokale anesthesie, naalden en spuiten. Onze productlijn voor pijnbeheer werd opgesteld om te voldoen aan de noden van tandheelkundige professionals uit meer dan 150 landen en biedt dan ook een grote keuze aan moleculen, farmaceutische vormen en verpakkingseenheden.* Onze expertise in productie staat garant voor de kwaliteit en de betrouwbaarheid van onze producten, waardoor Septodont een goede partner in pijnbeheer wordt. *Niet alle producten zijn in alle landen verkrijgbaar.

SEPTODONT NV-SA • Grondwetlaan 87 • B-1083 Brussel Universeel gratis nummer: 00800 2 425 60 37 • Fax +32 (0)2 425 36 82 • info@septodont.nl

• www.septodont.nl


Is het mogelijk een praktijk te vrijwaren van een inspectiebezoek als er aantoonbaar voldoende op het gebied van kwaliteit wordt gedaan en er verder geen signalen zijn? “Op dit moment is dat niet zo. Maar we bezoeken natuurlijk eerder een praktijk met rode vlaggetjes in ons dashboard. Helemaal vrijwaren lijkt me niet aan de orde. Als we een melding krijgen die zorgwekkend is, gaan we gewoon langs.” Zijn er bepaalde disciplines of geografische gebieden waar het misschien minder goed geregeld is? “We zien wel geografische verschillen maar die zijn niet zo significant dat we daar nu zinvol iets over kunnen melden. Bij verschillende disciplines, zoals bijvoorbeeld orthodontie, zijn ze gewend zelf al meer eisen te stellen vanuit de eigen beroepsgroep en dan zie je dat het beter gaat.” Staat het er in de tandheelkunde wat kwaliteit betreft over tien jaar beter voor dan nu? “Daar ga ik wel vanuit. Ik zie nu echt zoveel beweging ontstaan. Ik hoop dat dat doorzet. Onlangs sprak ik met Peter Vlaandere over visitaties die de ANT aan het opzetten en professionaliseren is. Dat lijkt me een heel mooie ontwikkeling. Ik hoop dat het KiMo, dat nu nog in de kinderschoenen staat, zich de komende jaren echt gaat doorontwikkelen. Het kwaliteitsdenken komt steeds meer op gang. Ik ga er helemaal van uit dat dit vruchten af gaat werpen. Via intercollegiale toetsing kun je elkaar scherp houden. Dat draagt allemaal bij aan kwaliteit.”

Wat is het vergezicht, waaraan wordt mondzorg gespiegeld? “We kijken natuurlijk naar andere beroepsgroepen die al wel een systeem hebben staan van richtlijnontwikkeling, intercollegiale toetsing, verplichte bij- en nascholing. Als het veld dit op een professionele manier kan opzetten, dan zijn wij al heel tevreden. Ik denk dan aan hoe huisartsen en binnen de mondzorg de orthodontisten en implantologen bij de NVOI daar al mee bezig zijn. Met heldere en eenduidige richtlijnen wordt het voor ons ook gemakkelijker om toezicht te houden. Ik merk nu nog weleens dat de ANT en KNMT een richtlijn verschillend interpreteren. Dat zou niet moeten kunnen, want het gaat over kwaliteit van zorg.” Wanneer is de IGJ tevreden over kwaliteit? “Nooit natuurlijk, we zijn nu eenmaal de inspectie, maar we zien niet alleen de negatieve zaken. Juist omdat we weten dat het vaak ook goed gaat, zijn we extra gemotiveerd de achterblijvers kritisch te volgen. We geven graag complimenten, dat is veel leuker dan handhaving in te moeten zetten.” 

INTERVIEW

29


Plan een Lunch & Learn en ontvang een

GRATIS WATERFLOSSER

Effectieve plakverwijdering Verwijdert tot 99,9% tandplak van de behandelde gebieden.1

Gezonder tandvlees Vermindert bloedend tandvlees tot 93% binnen 4 weken.1

Bewezen veilig N EZE BEW IG

VEIL

Waterpik® Waterflosser onomstotelijk bewezen veilig gebaseerd op klinische onderzoeken gedurende 50 jaar.1

Superieure reiniging rondom beugels Tot 5x effectiever in het verwijderen van tandplak rondom beugels dan poetsen alleen.1

Meer weten? Plan een Lunch & Learn Neem contact op met Waterpik® en plan een Lunch & Learn. Wij nemen een heerlijke lunch mee voor het hele team en een Waterpik® Waterflosser. Tijdens het praktijkbezoek krijgt u meer inzicht in: • interdentaal reinigen, • beschikbare studies, • het effect van waterflossen door de waterflosser zelf te proberen.

LUNCH

LEER

Contact info@waterpik.nl of +31 (0) 35 - 695 14 43 Ga naar www.waterpik.nl voor de details.

1

WATERFLOSSER

PROBEER


VIER NIEUWE MODULES

Wie bij wil blijven, stapt in een IQdentgroep Natuurlijk, er zijn meer manieren. Maar gaat het om inspirerende kwaliteitsbevordering, dan vormen de IQdentgroepen van de ANT een van de belangrijkste – én leukste (!) – tools. De ANT ondersteunt de groepen onder meer met modules, die je in korte tijd op de hoogte brengen van de jongste inzichten en vaardigheden op een specifiek deelgebied. DOOR KEES ADOLFSEN

Er zijn vier nieuwe modules voor IQdent. Twee zijn al beschikbaar (zie kader op p. 33), twee zijn bijna klaar. Peter Wetselaar ontwikkelde de module ‘Diagnostiek van gebitsslijtage’. Hij heeft een verwijspraktijk in Heemstede en doceert op ACTA. Kennis op het gebied van gebitsslijtage is voor de algemeen practicus onmisbaar geworden, vindt Wetselaar. “Nu we cariës en parodontitis in de mondzorg zoveel beter onder controle hebben, houden veel mensen hun eigen gebit tot aan het graf. Slijtage van elementen is dan het voornaamste gevaar dat op de loer ligt. En dat is geen vermoeden, dat hebben we in Nederland onder meer al vastgesteld in een onderzoek samen met TNO uit 2013. Maar het probleem wordt ook erkend door een keur van internationale experts. Zij bevestigen dat we als mondzorgprofessionals op dit gebied de vinger strakker aan de pols moeten houden.” Stel, je bent vijftien jaar geleden afgestudeerd als tandarts. Hoe groot is dan de kans dat je qua diagnostiek en behandeling van gebitsslijtage te weinig up-to-date bent? Wetselaar acht die kans heel groot: “Ik ben weliswaar

dertig jaar geleden afgestudeerd. Maar ik heb in mijn opleiding nooit iets geleerd over gebitsslijtage. Ik weet dat het onderwerp nu bij ACTA goed geborgd is in het curriculum. Maar hoe lang dat al zo is, en op alle drie de universiteiten? Daar komt bij dat op het gebied van de adhesieve technieken de ontwikkelingen erg snel gaan. Met als grote voordeel dat we veel minder invasief hoeven ingrijpen. Het is dus echt in het belang van je patiënten om daar kennis van te nemen en er vertrouwd mee te raken. Als slijtage niet goed wordt onderkend en gediagnosticeerd, kunnen onnodig elementen verloren gaan. Of kom je in een restauratieve cyclus die je, zeker bij oudere patiënten, wellicht niet kunt voorkomen, maar zeker kunt vertragen.”

Achter je laptop?

Natuurlijk kun je je als tandarts individueel bijscholen. Maar Wetselaar is een groot voorstander van groepsgewijze bestudering en bespreking van nieuwe kennis in je vakgebied. “Natuurlijk kun je dingen in je eentje achter je laptop bestuderen. Met de kans dat je, na al een stevige werkdag,

IQDENTGROEP

31


Totaalsoftware voorvoor Totaalsoftware de veeleisende praktijk de veeleisende praktijk

Stap over naar gemak en betrouwbaarheid art beur Ma s

g in

m

nd aanbied aa

G

één

rs ove

‘Na diverse fata morgana’s eindelijk de oase gevonden. Een mooi programma met uitgebreide mogelijkheden. Moderne uitstraling, continue vernieuwing en goede service bij vragen.’

n!*

e ost k p a

t

Mark Zijlstra, tandarts - Den2

‘Dankzij Oase gaan we bugvrij door het leven. Geen angst meer voor updates. Daarnaast is Oase voor iedereen makkelijk in gebruik en uiterst betrouwbaar. De management tools zijn fantastisch.’ Ron Steenkist, tandarts - Tandheelkunde Nellestein

Ontzorgt

Faciliteert

Bespaart

www.oasedental.nl info@oasedental.nl *Vraag naar de voorwaarden


geleidelijk in slaap sukkelt. Het beklijft dan veel minder dan wanneer je er samen met een groep bekende collega’s doorheen gaat en ervaringen uitwisselt. Ik ben een groot voorstander van dit soort groepsgewijs nascholen.” Een praktisch punt bij de modules: er zijn geen toetsingsvragen in opgenomen. Je kunt dus geen accreditatiepunten verdienen door de module in je eentje door te werken en een kennistest te maken. Die punten verdien je wel in een IQdentgroep. “Natuurlijk is registratie een nuttig aspect van onze studiegroepen”, bevestigt ANT-bestuurslid Richard Suy. “Zeker als op termijn permanente nascholing op uiteenlopende competentiegebieden verplicht wordt, kun je op zes tot tien bijeenkomsten per jaar veel van de vereiste punten bijeensprokkelen. Maar die punten mogen geen doel op zich vormen.”

Onderlinge betrokkenheid

Waar het volgens Suy echt om gaat, is dat IQdentgroepen een van de leukste tools zijn om onderlinge betrokkenheid onder tandartsen te creëren en elkaar te stimuleren.

TWEE NIEUWE MODULES VOOR IQDENTGROEPEN Jan Warnsinck – Trauma en wortelresorptie In deze module maak je kennis met de verschillende soorten gebitstraumata en de diverse soorten wortelresorptie die daarbij kunnen optreden. De Praktijkrichtlijn Tandletsel (KNMT, 2010) vormt het startpunt en de leidraad voor een succesvolle, initiële behandeling na een gebitstrauma. De kans op wortelresorptie wordt daarbij tot een minimum beperkt. Peter Wetselaar – Diagnostiek van gebitsslijtage Deze module bestaat uit drie delen. De algemene inleiding brengt je op de hoogte van de huidige kennis en terminologie met betrekking tot gebitsslijtage. Ook wordt duidelijk waarom aandacht voor gebitsslijtage van groeiend belang is. Het tweede deel, over kwalificeren, behandelt hoe in de algemene praktijk de diverse subvormen van gebitsslijtage gemakkelijk kunnen worden herkend. In het derde deel, over kwantificeren, wordt doorgenomen hoe je gebitsslijtage een cijfer kunt geven (kwantificeren). Zowel het kwalificeren als kwantificeren kan worden geoefend aan de hand van vijf illustratieve gebitsslijtage-casussen.

“Het ministerie oefent druk uit: de kwaliteit van onze beroepsgroep moet transparanter. Ons pleidooi is steeds dat wij zelf die kwaliteitsnormen willen en kunnen bepalen en dat de kwaliteitsambities uit de beroepsgroep zelf komen. En dat is precies wat er in IQdentgroepen gebeurt: je creëert samen vormen om nieuwe kennis te delen en je niveau op peil te houden. Daarvoor kun je een gast uitnodigen of een van de deelnemers iets laten voorbereiden. Je kunt ook samen zo’n module aanpakken en de aangereikte stof matchen met de praktijkervaringen in de groep.” Wat maakt IQdentgroepen zo effectief? Volgens Suy is inmiddels afdoende aangetoond dat interactieve omgang met nieuwe kennis veel meer rendement geeft dan alleen individuele bestudering. In onderzoek is bijvoorbeeld vastgesteld dat de bezoeker van een congres een procentueel fors deel van de daar opgestoken informatie snel weer kwijt is. “Dat percentage ligt echt heel anders als je een bijeenkomst met collega’s voorbereidt en in een vertrouwde omgeving eigen ervaringen met elkaar uitwisselt. Vaak krijgen zulke bijeenkomsten ook een follow-up. Je weet van elkaar wat je kunt en kunt eventueel patiënten naar elkaar doorsturen.” Wat nu als jij belangstelling hebt voor een IQdentgroep, maar die is er nog niet in jouw omgeving? Suy noemt twee dingen om mee te nemen. “Ten eerste staan onze IQdentgroepen open voor alle tandartsen; we beperken ons niet tot ANT-leden. Dat verruimt de mogelijkheden in je eigen regio. Bovendien ken ik IQdentgroepen die zijn gevormd door oud-jaargenoten. Al zit je landelijk verspreid, dan kun je via IQdent het nuttige en het aangename verbinden, door elkaar steeds op een wisselende plek te blijven ontmoeten. Inhoudelijk – én sociaal.”  Er zijn op dit moment acht IQdentgroepen actief: zes in de Randstad, één in Arnhem en één in Twente. De ANT streeft naar uitbreiding van dit aantal, ook in het noorden en zuiden van het land. Neem voor alle praktische ondersteuning contact op met Pauljan van der Zee, beleidsmedewerker ANT: p.van.der.zee@ant-tandartsen.nl.

IQDENTGROEP

33


NIEUWE OPZET ANT-PRAKTIJKVISITATIE

‘Met visitatie til je je praktijk naar een hoger niveau’ De ANT focust in 2018 nog sterker op kwaliteit. Een van de pijlers daarbij is praktijkvisitatie, waarbij collega’s bij een praktijk binnenkijken en feedback geven. In de nieuwe opzet kunnen praktijken zich nog beter voorbereiden op de visitatie, wat rust en zekerheid geeft. Iemand laten binnenkijken kan namelijk best spannend zijn. Niet nodig, zegt een visiteur. “We zijn collega’s, geen inspecteurs. Een visitatie is juist bedoeld als ondersteuning.” DOOR ANNE DOELEMAN FOTO’S: @NFP/PIETER MAGIELSEN

34

ANT-PRAKTIJKVISITATIE


Lassus Tandartsen in Amsterdam vond een visitatie zeer zinvol

“De visitatie hebben we vooral gedaan als verbetering en controle op onszelf”, zegt Marit Lägers, praktijkmanager van Lassus Tandartsen in Amsterdam. “We proberen alles altijd zo goed mogelijk te doen. Soms is het goed om iemand van buitenaf mee te laten kijken; vreemde ogen dwingen.” Lassus Tandartsen is een van de praktijken die onlangs meedeed met het visitatieprogramma van de ANT. Dat is goed bevallen, zegt Lägers. “De visitatie verliep heel prettig. De visiteurs waren erg vriendelijk en je kon zien dat ze het leuk vonden om te doen. Het zijn mensen uit de praktijk, waardoor ze praktische tips konden geven. De feedback was heel opbouwend, de visiteurs dachten echt met ons mee.” Schokkend was die feedback niet, zegt Lägers; er kwamen geen grote verrassingen aan het licht. “Het was meer een soort bevestiging dat we goed bezig zijn. En we kregen wat handige tips, bijvoorbeeld om een thermometer in de koelkast op te hangen, zodat we de temperatuur makkelijk kunnen checken.” Precies die praktische insteek is voor de ANT belangrijk, zegt Laura van Haren, projectmanager praktijkvisitatie van de ANT. “We willen met de visitaties de kwaliteit van praktijken verhogen, op een leuke, inspirerende, praktische manier. Tandartsen krijgen direct aanbevelingen en adviezen.” De mogelijkheid om de praktijk te laten visiteren, biedt de ANT al sinds 2014 aan. Onlangs is de vorm iets aange-

past. Zo zijn de vragenlijsten in de nieuwe vorm nog gebruiksvriendelijker geworden en is er een mogelijkheid gekomen om voorafgaand aan de visitatie een self assessment te doen. Dat geeft niet alleen rust en vertrouwen, doordat tandartsen weten wat gaat komen, maar geeft tandartsen ook een beeld van hun praktijk, zegt Van Haren. “Praktijken kunnen zo zelf al een eerste check doen, kritisch nadenken over de praktijk en zorgverlening en eventueel al verbeteringen doorvoeren. Daarmee krijgt de visitatie nog meer diepgang.” Deze self assessment is gratis en vrijblijvend aan te vragen via de website van de ANT.

Ontspannen sfeer

De visitatie beslaat een dagdeel en wordt gedaan door twee hiervoor opgeleide tandartsen. Zij bekijken de gehele praktijk en beoordelen deze op vier domeinen: de evaluatie van zorg, het patiëntenperspectief, het functioneren van de praktijk en de professionele ontwikkeling. Uitgangspunt is wet- en regelgeving. Zo komt naleving van de richtlijn Infectiepreventie uitgebreid aan de orde, maar ook bijvoorbeeld de verslaglegging in patiëntendossiers, de klachtenregeling, de spoeddienst, opleidingen van personeel. En uiteraard is ook de algemene indruk van een praktijk van belang, zegt tandarts Annemargriet Popma. Zij is visiteur in opleiding. Ze volgde daarvoor een cursus van de ANT en doet nu samen met een ervaren collega enkele visitaties, waarna ze zelfstandig als visiteur

ANT-PRAKTIJKVISITATIE

35


BEZOEK ND: O N Z E S TA

A126

Aanbieding els introkit tips

• Vrij van TEGDMA en HEMA, daardoor veel minder kans op allergische reacties • Extreem lage krimp en krimpspanning bij ELS composiet

+

Uw dealer:

info@directdentalsupplies.nl www.directdentalsupplies.nl Aanbieding geldig van 2 – 16 maart 2018

GRA

TIS

Bestel 1x 7160 els introkit tips en ontvang 1x 8013 els unibond SE GRATIS!

Swiss quality product www.saremco.ch

Supercool besparen met minil

u

• Ruim 45.000 merkartikelen voor praktijk en lab • Aantrekkelijke speciale aanbiedingen • Binnen 24 uur geleverd

Grijp nu je kans!

• Vereenvoudigde afhandeling van retourzendingen

Word mijn vriend! 180102_VDV_minilu.0503.Anzeige_Dentz_NL_190x135.indd 1

02.01.18 09:22


Visiteur in opleiding Annemargriet Popma (l): “We zijn geen inspecteurs, maar collega’s.” ANT-projectmanagervisitatie Laura van Haren: “We adviseren elke praktijk om aan visitatie te doen.”

aan de slag kan. De visitatie begint direct bij binnenkomst al, zegt Popma. “We kijken hoe een praktijk eruit ziet, of het netjes is bijvoorbeeld, hoe het zit met privacy; het is heel breed.” Ook spreken de visiteurs met tandartsen en medewerkers, over de praktijk, hoe ze zaken aanpakken, hun opleiding en dergelijke. Dat gebeurt allemaal in een ontspannen sfeer, benadrukt Popma. “We zijn geen inspecteurs, we zijn collega’s. Ik merk regelmatig dat collega’s een drempel ervaren om iemand in de praktijk mee te laten kijken. Jammer, want een visitatie kan mensen juist helpen. Het is niet de bedoeling iemand het gevoel te geven dat hij het niet voor elkaar heeft – een visitatie is juist bedoeld als ondersteuning.” Ook Van Haren merkt op dat tandartsen

Nieuw bij de visitaties is de mogelijkheid om een voorbereidingspakket aan te schaffen en ook om na afloop eventueel hulp te krijgen bij het implementeren van de verbeterpunten. Dit voorbereidingspakket bestaat uit een boek met een heldere vertaling van de vier domeinen en tips en tricks. Daarnaast bevat het pakket een usb-stick met onder andere hygiëneen behandelprotocollen en formulieren waarmee de praktijkorganisatie voor de visitatie geborgd kan worden. De ANT werkt hiervoor samen met adviesbu-

niet bevreesd hoeven te zijn voor de visitatie. “Het is geen theekransje, maar tandartsen hoeven niet bang te zijn om gekeurd te worden. Het is echt een intercollegiale bijeenkomst.” Popma heeft met haar eigen praktijk nog niet meegedaan met een visitatie, maar is dat zeker wel van plan. “Een visitatie geeft je een heldere blik op de situatie, die je vaak goed kunt gebruiken, zeker in een situatie waarin je al jaren op dezelfde manier werkt.” Een jaar of tien geleden heeft ze de praktijk die ze samen met haar man en inmiddels ook met haar kinderen runt, door laten lichten. “Ik heb ervaren dat als je druk bent als tandarts, het lastig is om je naast je beroep bezig te houden met alle wet- en regelgeving.” De ondersteuning die de ANT nu biedt in de vorm van visitatie, en de mogelijkheid om

Menno Bouman

reau Kwaliteit in Praktijk. Een voorbereidingspakket neemt volgens eigenaar Menno Bouman veel stress weg. “Een goede voorbereiding geeft rust en vertrouwen. Praktijkhouders hoeven zich op die manier niet ‘overvallen’ te voelen door de visitatie, maar krijgen juist echt de kans om te laten zien wat ze in huis hebben.” Bouman is erg enthousiast over de nieuwe visitatievorm van de ANT. “Er wordt de praktijken niet alleen iets gevraagd, maar ook iets geboden. Er is geen sprake van een opgestoken vinger, maar van een uitgestoken hand.” Elke praktijk moet beschikken over een handboek met behandel- en hygiëneprotocollen en eigen praktijkafspraken. Kwaliteit in Praktijk heeft hiervoor een blauwdruk ontwikkeld die op maat van iedere praktijk gemaakt kan worden. Dit handboek kost normaal 495 euro exclusief btw, maar ANT-leden kunnen het handboek voor 250 euro exclusief btw verkrijgen. Meer informatie: www.kwaliteitinpraktijk.org of ANT: service@ant-tandartsen.nl of 020-2374740.

ANT-PRAKTIJKVISITATIE

37


Eva geeft haar patiĂŤnten direct duidelijkheid over de eigen bijdrage van een behandeling. Vraag nu op www.zorgsom.nl een gratis proeflicentie aan.

Bezoek ons op de Dental Expo! 8-9-10 maart RAI Amsterdam Beursstand B-103


na de visitatie hulp te krijgen bij de implementatie van de verbeterpunten, vindt Popma echt een meerwaarde. Vandaar ook dat ze visiteur werd. “Ik vind het leuk om de ANT met deze waardevolle mogelijkheid voor tandartspraktijken te ondersteunen.”

Inspectie

Momenteel kunnen alleen praktijken zich opgeven voor visitatie, maar de ANT is ook bezig een visitatieprogramma te ontwikkelen voor individuele tandartsen. Zzp-tandartsen of tandartsen waarvan de praktijkeigenaar niet wil deelnemen aan visitatie vallen nu namelijk nog tussen wal en schip. De individuele visitatie zal meer zorginhoudelijk van aard zijn. Voor een praktijk blijft de visitatie vooralsnog gericht op de randvoorwaarden voor goede zorg, maar niet de output en kwaliteit van de geleverde zorg. “Zo’n klinische visitatie is een geheel ander product en vergt veel meer tijd”, zegt projectmanager Van Haren. “Wij werken volgens de opzet van het Kwaliteitsregister Tandartsen (KRT) en belichten ook de diverse domeinen en competentiegebieden naast de patiëntrouting en veiligheid.” Praktijkmanager Lägers: “Het is goed om bewust bekwaam te zijn en daar naar te handelen. Er wordt nu gekeken met de blik van een collega, wat ook goed is, maar het zou daarnaast fijn zijn als de praktijk wordt bekeken zoals de inspectie dat zou doen.” Die geluiden herkent Van Haren. De ANT is daarom in gesprek met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over een inhoudelijke afstemming. In sommige gevallen verplicht de inspectie een praktijk om deel te nemen aan een visitatie. Dan gaat het om praktijken die hulp nodig hebben. Deze praktijken melden zich uit eigen beweging minder snel aan, merkt Van Haren. “Gelukkig gebeurt het wel, maar nog te weinig. Maar een visitatie is zowel interessant voor tandartsen die hulp kunnen gebruiken als voor tandartsen die alles al op orde hebben.” Op dit moment is visitatie voor tandartsen nog niet verplicht, zoals dat voor bijvoorbeeld orthodontisten, endodontologen en implantologen wel het geval is. De ANT verwacht wel dat dit in de toekomst gaat gebeuren. Voor het KRT is praktijkvisitatie al wel een verplichting voor herregistratie. Al zou dat niet de belangrijkste reden voor een visitatie moeten zijn, zegt Van Haren. “We adviseren elke praktijk om het te doen. Na een tijd kun je anders bedrijfsblindheid krijgen; dan zie je niet meer wat anders of nog beter kan in je praktijk. Met visitatie til je je praktijk naar een hoger niveau. Bovendien zien we vaak dat het hele personeel enthousiast aan de gang gaat met kwaliteit na een visitatie.” Ook praktijkmanager Lägers raadt visitatie aan. “Iedere praktijk moet goed op orde zijn, zeker op het gebied van hygiëne en veiligheid. Een visitatie is bovendien alleen maar leuk om te doen. Wij willen het in ieder geval periodiek gaan doen.” 

STUDENTENESTAFETTE

Kritiek is niet fake DOOR DANIËL TJIA, MASTERSTUDENT TANDHEELKUNDE, ACTA

Iedereen heeft het wel eens gekregen, kritiek waar je niet mee om kunt gaan. Omdat het over iets gaat waar je veel moeite in hebt gestopt, of omdat je al onzeker was over dat onderwerp. Tijdens de studie wordt ons geleerd om met kritiek om te gaan, ‘leer ervan’, wordt er dan gezegd. Het gaat niet om hoeveel kritiek je krijgt, maar wat je er mee doet. Maar staan we er nog voor open nadat wij zijn afgestudeerd? Ik merk dat tandartsen in de praktijk erg verdedigend reageren op kritiek van patiënten. Omdat men een fout niet wil toegeven, of omdat men bang is om er voor verantwoordelijk te worden gehouden. Dit gedrag komt ook terug als leidinggevenden kritiek ontvangen van onderaf, van studenten of assistenten. Soms met een lagere beoordeling of ontslag tot gevolg. Dat het niet goed loopt op de tandheelkundige opleidingen is niet alleen door het overheidsbeleid, al heeft dat wel een groot aandeel. Dit ervaren wij als studenten in het tekort aan verplichte behandelingen bij patiënten en de ingrijpende bezuinigingen. Het voorgaande over kritiek in acht nemend zal ik hier niet verder over uitweiden, ik wil immers nog graag afstuderen. Ik begrijp dat het niet altijd fijn is om bekritiseerd te worden. Maar doe het alstublieft niet af als fake news. Zelfs al is de kritiek niet correct, het betekent wel dat er iemand bezorgd is. Luister naar de kritiek, gebruik het om er beter van te worden. Of ga in gesprek en neem de zorgen weg. Communicatie lost een hoop dingen op. Ook werkt communicatie het beste wanneer het twee kanten op gaat, maar dat is een onderwerp voor een andere keer. Kritiek, het gaat om wat je er mee doet. Wat doe jij met kritiek?  Het stokje wordt overgenomen door Vincent Donker, masterstudent Tandheelkunde, UMCG Groningen.

STUDENTENESTAFETTE

39


BEZOEK ONS STAND #D151 DENTAL EXPO ‘18

De nieuwe norm in reiniging en desinfectie!

Betere hygiëne, meer capaciteit, meer zekerheid

speciaal

%

GRATIS starterskit Miele ProCare Dent*

Miele thermodesinfectoren overtuigen met perfecte reinigingsresultaten en een grote capaciteit. De nieuwe generatie staat garant voor maximale hygiëne en veiligheid tijdens de verwerking van uw kostbare instrumenten. • Krachtige gepatenteerde spoeltechniek door een frequentiegestuurde circulatiepomp met geïntegreerde verwarming • Optimale reiniging door verbeterde rekken en inzetten • Minder verbruik van water, energie en chemie door toepassing van specifieke programma‘s en EcoDry • Hoge betrouwbaarheid van het proces door nieuwe uitgebreide controlefuncties

* speciale korting op alle bestellingen genoteerd tijdens Dental Expo ( 08.-10.03.2018 ). Niet geldig op Young DPA/Proxeo aanbieding

Voordelen waar u dagelijks plezier van heeft! Info: (0347) 37 88 84 www.miele-professional.nl

Young Innovations Europe GmbH I Kurfürsten-Anlage 1 I 69115 Heidelberg info@youngdental.eu I BeNeLux Contact: + 32 477 87 90 18

E_Dentz_92_275_Dental Expo_NL.indd 1

* Bij aankoop van een Miele thermodesinfector.

29.01.18 11:15


IN 2017 17 GESCHILLEN ONGEGROND EN 4 GEGROND

Geschilleninstantie Mondzorg Met inwerkingtreding van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is per 1 januari 2017 de klachtenregeling voor zorginstellingen, waaronder tandartspraktijken, ingrijpend gewijzigd. Was het onder de oude wetgeving verplicht om aangesloten te zijn bij een klachtencommissie, vanaf 1 januari 2017 moet iedere zorgaanbieder – en daarmee iedere zelfstandig werkende tandarts – beschikken over een klachtenfunctionaris én aangesloten zijn bij een door het ministerie van VWS erkende geschilleninstantie. Speciaal voor de mondzorg hebben de ANT, KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT (tandprothetici) samen met de Consumentenbond Stichting Geschilleninstantie Mondzorg opgericht. Aan de geschilleninstantie voorgelegde conflicten worden beoordeeld door een commissie bestaande uit een voorzitter, een lid namens de Consumentenbond en drie beroepsgenoten die gezamenlijk één stem hebben. Hierin wijkt de Geschilleninstantie Mondzorg af van de overige geschilleninstanties waar slechts één beroepsgenoot zitting heeft in de beoordelende commissie. Voor dit meerkoppige beroepsgenotenpanel werd gekozen om een zo genuanceerde mogelijke beoordeling van de medisch inhoudelijke kant van het geschil te waarborgen.

Oordeel vragen

Een ontevreden patiënt kan zich niet direct tot de geschilleninstantie wenden. De Wkkgz schrijft voor dat de patiënt zijn klacht eerst met behulp van de klachtenfunctionaris van de zorgaanbieder probeert op te lossen. Geeft tussenkomst van deze klachtenfunctionaris niet het gewenste resultaat, dan kan de patiënt de geschilleninstantie om een oordeel vragen. In bijzondere omstandigheden kan een uitzondering gemaakt worden en is een directe toegang tot de geschilleninstantie wél mogelijk. De geschilleninstantie heeft de bevoegdheid om een schadevergoeding tot maximaal 25.000 euro toe te kennen. Anders dan de oude klachtencommissie doet een geschilleninstantie een uitspraak waaraan beide

partijen juridisch zijn gebonden. Vanwege zijn laagdrempeligheid is de geschilleninstantie hierdoor een aantrekkelijk alternatief voor de gewone, civiele rechter. Hoger beroep bij de geschilleninstantie is niet mogelijk. Wel kan een uitspraak ter toetsing voorgelegd worden aan de civiele rechter.

Vermeend onjuist

Inmiddels hebben 5 zittingen plaatsgevonden, waarin 21 geschillen werden beoordeeld. Alhoewel bij veel voorgelegde geschillen bejegening onderdeel uitmaakte van de klacht, was vermeend onjuist tandheelkundig handelen in alle gevallen de reden waarom patiënten zich tot de geschilleninstantie richtten. In alle 21 geschillen werd ook een schadevergoeding geëist. Eén klager eiste zelfs 10.000 euro ter vergoeding van met name psychische gevolgen van het vermeende onjuiste handelen van de tandarts. In 17 zaken achtte de Geschilleninstantie Mondzorg de aan haar voorgelegde klacht ongegrond. In 4 geschillen werd de klager in het gelijk gesteld. Drie klagers kregen een schadevergoeding toegewezen, echter in de meeste gevallen minder dan de klagers hadden geëist. Tweemaal werd de tandarts veroordeeld tot het vergoeden van het door de klager betaalde griffiegeld. Voor de eerste maanden van 2018 zijn er reeds 10 zittingen gepland. Een eerste voorzichtige conclusie is dat de Geschillencommissie Mondzorg in een duidelijke behoefte van de patiënt voorziet. 

GESCHILLENINSTANTIE MONDZORG

41


AVG VERPLICHTINGEN VOOR DE TANDARTS (ZORGAANBIEDER)

1

Bent u zorgaanbieder?

2

Ja? Dan dient u in voorbereiding op de AVG te hebben:

Wisselt u gegevens uit met derden? Gebruikt u bijvoorbeeld digitale systemen waar een IT-bedrijf toegang tot heeft?

1. Verwerkingsregister 2. DPIA 3. Datalekregister 4. Privacyreglement Ga door naar vraag 2

Nee? Dan is dit schema niet voor u. Welke verplichtingen brengt de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), die op 25 mei 2018 inwerking treedt, met zich mee voor u als tandarts (zorgaanbieder)? In het bijgaand schema is op een heldere manier aangegeven welke verplichtingen voor u gelden.

TOELICHTING BIJ DE VRAGEN VRAAG 1: Bent u zorgaanbieder?

Als u zorgaanbieder bent dan is eigenlijk een aantal dingen een gegeven: (1) u verwerkt bijzondere persoonsgegevens (medische gegevens over iemands gezondheid), (2) en u verwerkt persoonsgegevens van personen (patiënten) die feitelijk moeilijk hun toestemming kunnen onthouden voor het verwerken van persoonsgegevens. Immers, zonder die toestemming, kan u die patiënten ook geen zorg verlenen. Daarmee is sprake van een bepaalde afhankelijkheid. Deze elementen hebben tot gevolg dat een zorgaanbieder een DPIA (privacy assessment) moet uitvoeren en een verwerkingsregister moet bijhouden. Een DPIA is een instrument om vooraf de privacyrisico’s van een gegevensverwerking in kaart te brengen, zodat u vervolgens maatregelen kunt treffen om de risico’s te verkleinen. Daarnaast dient iedere organisatie die persoonsgegevens verwerkt, een register bij te houden voor het geval dat die gegevens per abuis ‘lekken’ (een datalekregister). Van een

42

AVG VERPLICHTINGEN

Ja? U dient een verwerkersovereenkomst te hebben of uw bestaande overeenkomst te herzien. Ga door naar vraag 3

Nee? U heeft geen verwerkersovereenkomst nodig. Ga door naar vraag 3

lek is sprake als een onbevoegd iemand de persoonsgegevens in handen krijgt. Tot slot wordt het hebben van een Privacyreglement aanbevolen. Daarin kan u opnemen welke rechten patiënten hebben (bijvoorbeeld: het inzien van hun gegevens en het recht deze te laten wissen) en kan u vastleggen op welke wijze u toestemming verkrijgt en hoe u de persoonsgegevens beschermt. Antwoord Nee: dan betekent niet dat de betreffende organisatie niet onder de AVG valt. Alleen is dit schema niet voor hen bedoeld. Antwoord Ja: dan hebben ze in ieder geval een verwerkingsregister nodig en dienen ze een DPIA uit te voeren. Ook dienen zij een datalekregister te hebben en wordt het hebben van een Privacyreglement aanbevolen.

VRAAG 2: Wisselt u gegevens uit met derden? Gebruikt u bijvoorbeeld digitale systemen waar een IT-organisatie toegang tot heeft?

Wanneer andere organisaties (zoals een IT-bedrijf) persoonsgegevens verwerken waar u als organisatie verantwoordelijk voor bent, bijvoorbeeld omdat deze derde diensten voor u (en onder uw verantwoordelijkheid) verrichten, dan dient u afspraken te maken over de bescherming van de privacy van die personen. Die afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst. Let op: een factoringbedrijf is geen verwerker maar is zelf


5 3

Maakt u gebruik van een elektronisch uitwisselingssysteem?

Ja? Dan dient u ook een functionaris voor de gegevensbescherming aan te wijzen. (U kunt stoppen)

Nee? Mogelijk dient u toch een functionaris voor de gegevensbescherming aan te wijzen. Ga door naar vraag 4

4

Is er binnen uw organisatie meer dan één zorgprofessional werkzaam?

Ja?

Verwerkt u op grote schaal persoonsgegevens?

Ja? U moet een functionaris gegevensbescherming aanwijzen. U bent namelijk geen éénpitter en u verwerkt op grote schaal persoonsgegevens.

Ga door naar vraag 5

Nee? Eénpitters hoeven geen functionaris gegevensbescherming aan te wijzen.

verantwoordelijke. Daar hoeft een tandarts geen verwerkersovereenkomst mee af te sluiten. Antwoord Nee: de betreffende tandarts heeft geen verwerkersovereenkomst nodig. Antwoord Ja: de betreffende tandarts heeft wel een verwerkersovereenkomst nodig. Eventuele bestaande verwerkersovereenkomsten dienen te worden nagelopen om te bezien of deze voldoen aan de eisen van de AVG.

VRAAG 3: Maakt u gebruik van een elektronisch uitwisselingssyteem, zoals het LSP?

Een elektronisch uitwisselingssysteem is een systeem waarmee twee of meer zorgaanbieders patiëntgegevens uit kunnen wisselen met elkaar. Onder uitwisselen wordt verstaan: raadpleegbaar maken. Antwoord Nee: dan hoeft de tandarts geen functionaris voor de gegevensbescherming aan te wijzen, tenzij de zorgaanbieder een instelling is en op grote schaal gegevens verwerkt. Antwoord Ja: dan moet de tandarts een functionaris voor de gegevensbescherming aanwijzen. Kleine zorgaanbieders mogen overigens gezamenlijk één functionaris voor de gegevensbescherming aanwijzen. Dit mag een extern iemand zijn.

VRAAG 4: Is er binnen uw organisatie meer dan één zorgprofessional werkzaam?

Als u in een organisatorisch samenwerkingsverband zorg verleent, bent u een instelling en dient u, als u daarnaast

Nee? U hoeft geen functionaris gegevensbescherming aan te wijzen.

ook op grote schaal bijzondere persoonsgegevens verwerkt, ook een functionaris voor de gegevensbescherming aan te wijzen. Antwoord Nee: éénpitters hoeven geen functionaris voor de gegevensbescherming aan te wijzen, tenzij zij aangesloten zijn op een elektronisch uitwisselingssysteem. Een zorgprofessional is iemand die zelfstandige zorg verleent. Een mondhygiënist is dus een zorgprofessional, een assistent niet. Antwoord Ja: ga door naar vraag 5.

VRAAG 5: Verwerkt u op grote schaal gegevens van patiënten?

Wanneer op grote schaal persoonsgegevens worden verwerkt door zorgaanbieders die instellingen zijn dan moet eveneens een functionaris voor de gegevensbescherming worden aangewezen. Wat onder ‘grote schaal’ wordt verstaan is tot nog toe niet duidelijk, maar daarover gaat de Autoriteit Persoonsgegevens mogelijk op korte termijn uitleg geven. Wij gaan ervan uit dat instellingen die een paar duizend patiënten in hun bestand hebben staan, op grote schaal bijzondere persoonsgegevens verwerken. 

Ralph Tak geeft op 15 maart 2018 bij de ANT een (door Q-Keurmerk) geaccrediteerde workshop over de AVG en wat die aan praktische aandachts­­punten voor praktijken meebrengt.

AVG VERPLICHTINGEN

43


E-LEARNING

Verrijkend of vervangend? HOE DENTALLECT, DENTAL EDUCATION VAN ACTA EN EDIN E-LEARNING INZETTEN

In alle opleidingen binnen de mondzorg, inclusief de nascholing, is e-learning niet meer weg te denken. Maar hoe breed inzetbaar is het binnen een vakrichting waar technische handvaardigheid cruciaal is? En wat zijn de gevolgen voor de rol van de docent?

DOOR KEES ADOLFSEN

44

E-LEARNING


“Snel, gemakkelijk en in eigen tijd.“

Waarom e-learning zo’n grote vlucht neemt in de mondzorgopleidingen is voor tandarts Sherif el Boushy nauwelijks een vraag. Hij is de man achter Dentallect, dat opleidingen voor tandartsassistenten, mondhygiënisten, tandartsen en praktijkmanagers aanbiedt: “De voordelen van e-learning zijn praktisch, maar even goed inhoudelijk. Je kiest je eigen studiemomenten en studeert in je eigen tempo. Je kunt de stof onbeperkt herhalen. En de lesvideo’s die wij maken zie ik als een powertool: drie uur opname dikken we in naar één uur videoles, overdacht gestructureerd én consistent ten opzichte van de factoren die klassikaal onderwijs kunnen beïnvloeden.” El Boushy wijst erop dat e-learning een breed containerbegrip is: van een tot pdf-bestand gescand leerboek tot en met serious gaming en alles daartussen. Wie je wat aanbiedt, hangt volgens hem mede af van het niveau van de cursist. “Academici zijn prima in staat een boek te lezen en het ook uit te lezen. Mbo-4-cursisten voor de opleiding tandartsassistent moet je iets gevarieerders aanbieden. Voor hen is het vanuit didactisch oogpunt vaak effectiever om meerdere zintuigen en leermanieren te gebruiken: luisteren, lezen en kijken. De meeste van onze opleidingen zijn dan ook blended: een combinatie van bijvoorbeeld videolessen, klassikale bijeenkomsten en individuele praktijkbegeleiding. Ten behoeve van dat blended aanbod werken we vruchtbaar samen met de Academie Tandartspraktijk.”

Achtergrondkennis

Wat is de waarde van e-learning in het ontwikkelen van praktische en communicatievaardigheden? Volgens El Boushy zit die waarde met name in de voorbereiding op het praktische oefenen: “Een krachtige demo-video over vierhandig assisteren kan veel beter doordringen dan een demonstratie ergens vóór in de klas. En gaat het bijvoorbeeld om de communicatie met angstige patiënten, dan is achtergrondkennis vooraf heel zinnig: over wat er kan spelen, hoe je emoties kunt herkennen en welke scripts er zijn om deze patiënten te benaderen. Rollenspelen met een acteur kunnen daar mooi op aansluiten, maar zonder enige voorkennis ga je toch een beetje als een kip zonder kop aan de slag.” Zeker voor de opleidingen voor de verschillende typen assistent schat El Boushy de juiste verhouding in op fiftyfifty. “De ruimte die er bij het oefenen nodig is voor individuele feedback van de docent moet je nooit uitvlakken!”

Digitale leeromgeving

Pepijn Koopman leidt bij ACTA de Werkgroep ICT en O(nderwijs), die het leermateriaal binnen het curriculum voor studenten helpt vormgeven. Koopman somt probleemloos een gevarieerd aantal digitale middelen op dat bij ACTA het leerproces ondersteunt. Al sinds 2000 wordt met een digitale leeromgeving gewerkt. Maar juist afgelopen september is overgestapt naar een ander

E-LEARNING

45


Eva Povel: “Met nascholing spelen we ook op e-learning in.”

Pepijn Koopman: “Met MOOIS je eigen pad door de stof kiezen.” systeem. Vanuit een helder motief: “Blackboard was erg docentgericht - de student kon niet veel meer dan leerstof consumeren en hier en daar een quizje maken. Canvas, waar we nu alle mogelijkheden van exploreren, biedt veel meer opties. Studenten kunnen in deze leeromgeving in groepen aan opdrachten werken. En een belangrijk technisch aspect: Canvas voldoet aan Learning Tools Interoperability, een internationale uitwisselingsstandaard waardoor interessante tools en applicaties makkelijk integreren. Wat de student scoort in een tool, wordt vanzelf doorgegeven in Canvas.” Ook voor e-learningmodules – vooral veel gebruikt voor radiologie – wordt inmiddels een ander systeem gebruikt, zodat ze in Canvas kunnen worden aangeboden. En een groot gedeelte van de hoorcolleges is als weblecture binnen Canvas te volgen. Steeds meer ruimte is er voor kennisclips en instructievideo’s. Die worden door studenten zelf gemaakt, onder supervisie van de docent. Een clip over sonderen bijvoorbeeld toont prachtig de pengreep voor de pocketsonde en laat zien hoe je van distaal naar mesaal moet werken.

MOOIS

Heet van de naald is ook het (met subsidie van de UvA gestarte) project MOOIS: Mobiele Open Online Interactieve Syllabi. Deze syllabi zijn op verscheidene mobiele devices te downloaden. “Mits het Apple-apparatuur is”, geeft Koopman toe. “Of dat een beperking is, moet blijken. Maar de mogelijkheden zijn veelbelovend. Je kunt echt je eigen pad door de stof kiezen, foto’s en filmpjes al dan niet aanklikken, eigen aantekeningen toevoegen. Met MOOIS creëren docenten en studenten een digitale boekenplank, waar iedereen zijn individuele leerdocument van maakt.” En dan heeft ACTA nog de Simodont: een simulator waarop de student in de preklinische fase

46

E-LEARNING

Sherif el Boushy: “Zeer nuttig in de voorbereiding van praktisch oefenen.”

Anne-Peter van Riet: “Praktische vaardigheden en communiceren leer je niet met e-learning.” booroefeningen doet en daarna ook klinische handelingen zoals cariësverwijdering oefent. Met al die rijkdom aan digitale leermiddelen is de vraag of de docent niet geleidelijk uit beeld verdwijnt. Die vraag beantwoordt Koopman met stelligheid: “E-learning is bij ACTA altijd aanvullend, nooit vervangend. We zullen altijd blended blijven aanbieden: de rol van de docent is onmisbaar in het uitdiepen en ter discussie stellen van theoretische items. En even goed in het begeleiden van praktische vaardigheden en klinische handelingen. Een kruisje boren kan de Simodont nog evalueren, maar niet hoeveel je wegslijpt bij een cariësbehandeling.”

Nascholingsverplichting

Eva Povel is als directeur Dental Education bij ACTA verantwoordelijk voor het nascholingsaanbod. Ze noemt meerdere factoren die het digitale leeraanbod de komende jaren ongetwijfeld zullen doen groeien. “Er komen steeds meer ACTA-Alumni. Zij zijn in hun opleiding al met zoveel vormen van e-learning in aan­ raking geweest, dat we daar ook in de nascholing op willen inspelen. En we lenen van elkaar, bijvoorbeeld in de Canvas-leeromgeving.” Bovendien wijst Povel op de nascholingsverplichting die er in 2019 komt voor tandartsen. Ze verwacht dat dit een groep tandartsen ‘aanboort’ bij wie een vorm van blended aanbod het best zal passen: “Ze zullen voor een deel wellicht de gezelligheid van het samen bijscholen opzoeken. Maar zeer waarschijnlijk zal er ook een grote behoefte zijn aan: snel, gemakkelijk en vooral in de eigen tijd.” Die blended vorm is bij de cursisten nu al overduidelijk favoriet, gezien het aantal aanmeldingen. Hier speelt ook een economische factor: het kleinere aantal docenturen maakt deze vorm goedkoper. In het e-learningsaanbod is ACTA begonnen met radiologie en infectiepreventie,


gebieden waar duidelijk een stuk kennisoverdracht nodig en mogelijk is. Het zoeken naar complicaties op röntgenfoto’s bijvoorbeeld, of het aangeven van infectierisicogebieden op een praktijkplattegrond, kan worden geoefend voorafgaand aan het face-to-face(F2F-)onderwijs. Ook weblectures vormen een onderdeel van F2F-cursussen. Daarnaast heeft ACTA in opdracht van de ANT voor intervisiegroepjes weblectures gemaakt in combinatie met syllabi, klinische filmpjes en discussievragen. Daarmee kunnen de deelnemers zelfstandig delen van het vak uitdiepen.

Serious gaming

Volgens Povel is het belangrijk om leerstof en vragen aantrekkelijk af te wisselen: “Dat geldt ook voor de toetsvragen in de modules waarmee KRT-punten verdiend worden. We kiezen er steeds minder voor eerst het hele blok theorie te presenteren en de cursist pas daarna met een serie toetsvragen te bestoken. Afgewisseld is het leren leuker en daarmee waarschijnlijk ook effectiever.” Leren in de vorm van serious gaming is zeker onderzocht, bijvoorbeeld voor het in spelvorm opsporen van infectiehaarden. De ontwikkeling ervan was tot voor kort erg duur, “maar van de tonnen die het enkele jaren terug kostte is inmiddels één nul af. In navolging van de geneeskunde kunnen we hier mooie ontwikkelingen tegemoet zien.”

Flex-leermethode

Ook opleider Edin heeft veel werk gemaakt van blended aanbod. Edin introduceerde in 2013 een eigen ‘Flex-methode’. De theorie wordt hierbij aangeboden via e-learning, waarbij de cursist inlogt in de digitale leeromgeving. De praktijklessen vinden plaats in de praktijk van de cursist – ook in duo-vorm is mogelijk – waarvoor de docent naar de praktijk toekomt. Directeur Anne-Peter van Riet legt uit wat dit mogelijk maakt: “Vóór we startten met de Flex-methode hebben we een docentennetwerk ontwikkeld van mondhygiënisten in iedere regio. We hebben hen didactisch bijgeschoold, ze zijn bij ons in dienst. De flexvorm is populair, circa de helft van de driehonderd preventieassistentes die we jaarlijks opleiden kiest ervoor. Individueel of met twee les krijgen is veel effectiever dan klassikaal, het scoringspercentage ligt ook duidelijk hoger.”

Foto: via praktijk El Boushy

De eigen digitale leeromgeving van de cursist biedt meer mogelijkheden dan alleen het tot je nemen van de leerstof. Edin kan de cursist volgen in het studieproces en eventueel wijzen op ‘achterstallig onderhoud’ ter voorbereiding op praktijklessen. Ook kan de interne praktijkbegeleider die deel uitmaakt van Edins methodiek de voortgangsverslagen inzien. En sommige praktische opdrachten, zoals het tien maal geven van een verdoving, worden in de praktijk gedaan onder toezicht van de tandarts, die dit digitaal kan aftekenen.

Zelf vaststellen

Maar de examinering van de theorie vindt plaats in Maarn, in huis bij Edin. Daar is zorgvuldig over nagedacht. “Bij elk niveau hoort een andere gradatie van met kennis omgaan. Je kunt kennis creëren, vergaren, vooral analyseren en interpreteren of vertalen naar praktische uitvoering. Wij leiden vooral assistentes op: zij zijn in dat uitvoeren heel goed, soms zelfs beter dan de tandarts. En de wetgeving stelt hen - onder specifieke condities - ook steeds meer in staat die al dan niet voorbehouden handelingen zelfstandig uit te voeren. Als opleider vinden wij het belangrijk dat het als het gaat om taakdelegatie voor de patiënt niet uitmaakt wie de (deel)handeling uitvoert. Daarom hechten wij zeer aan de praktische begeleiding van het oefenen van vaardigheden. ‘Anesthesie in één dag’, daar geloven wij niet in. Wij willen als opleider zelf kunnen vaststellen of onze cursisten specifieke vaardigheden beheersen.” Van Riet twijfelt niet over de educatieve aanvullende waarde van e-learning. Met alle ontwikkeling die daarin, bijvoorbeeld richting holographic virtual reality, haalbaar is. Maar de rol van de docent en de praktijkbegeleider is absoluut onmisbaar in het opleiden van hand- en communicatievaardige mondzorgers. 

Meer info: www.dentallect.nl, www.acta.nl, www.edin.nl

E-LEARNING

47


® Distributed by ICX Implants B.V.

Het FAIRE Premium Implantaat P

MAXIMALE KWALITEIT, FAIRE PRIJZEN, TRANSPARANTIE!

Smeren in recordtijd

®

WIJ OVERTUIGEN AL 14 JAAR MET STABIELE PRIJZEN VOOR EEN PREMIUM DUITS/ZWITSERS IMPLANTAATSYSTEEM! Boodtlaan 10 · 1796 BE De Koog · Tel.: 0222 - 76 90 11 E-mail: info@icx-implants.nl · Web: www.icx-implants.nl

NIEUW Een perfecte oliebeurt in slechts 10 seconden De nieuwe Assistina Twin onderhoudt uw instrumenten sneller en grondiger dan ooit tevoren. Dankzij de innovatieve technologie van olieverneveling kan de unit tot 360 instrumenten per uur verwerken. De ideale, practische oplossing voor elke praktijk.

W&H Benelux, Reepkenslei 44, B-2550 Kontich, t +32 (0)475 51 63 63, office.benelux@wh.com, wh.com


Ingezonden POLITIEK CORRECT In een redactioneel artikel in het vorige nummer van Dentz schrijft ANT-voorzitter Jan Willem Vaartjes met zo veel woorden dat de universiteiten anno 2017 tandartsen opleiden met te veel kennis en te weinig vaardigheden. Dit komt in zijn visie doordat de universiteiten geleid worden door politiek correcte bestuurders die de oren laten hangen naar de politiek en de ambtenarij. Het klinisch onderwijs binnen de universiteiten wordt verzorgd door tandartsdocenten die bijna allemaal een parttime aanstelling hebben en daarnaast een eigen tandartspraktijk exploiteren of in een praktijk werken. Binnen het ACTA heeft de grote meerderheid van deze tandartsdocenten zich verenigd in een Platform Klinische Tandartsdocenten (PKT) dat de kritiek van Vaartjes deelt dat er in het curriculum te weinig aandacht is voor het ontwikkelen van klinische vaardigheden door de studenten. Daarnaast kan de tijd die wel beschikbaar is onvoldoende benut worden omdat de bij ACTA ingeschreven patiënten de aangeboden zorg niet kunnen of willen betalen. Wij delen de mening van Vaartjes overigens niet dat kennisverwerving minder aandacht moet krijgen. Inzicht in de wetenschap achter medisch handelen, toepassen van bewezen interventies en aandacht voor zorg zijn minstens even belangrijk als een goede restauratie kunnen vervaardigen of de juiste parodontale therapie indiceren en uitvoeren. In de tandheelkundige wereld wordt mede door het gehanteerde honoreringssysteem te veel geld en tijd besteed aan krabben, vullen, slijpen en overbodige röntgendiagnostiek en te weinig focus gelegd op preventief en medisch verantwoord handelen. In dat laatste moeten de universiteiten hun studenten met nadruk scholen. Wat dit met de door Vaartjes genoemde ‘politieke correctheid’ te maken heeft, is ons niet geheel duidelijk. Jan Warnsinck en Arjun van der Dussen Geschreven op persoonlijke titel door Jan Warnsinck en Arjun van der Dussen, die als klinisch tandartsdocent verbonden zijn aan het ACTA.

REACTIE JAN WILLEM VAARTJES Allereerst wil ik mijn dank uitspreken aan collegae Warnsinck en Van der Dussen voor hun reactie. Een column in de Dentz is bedoeld om te informeren, prikkelen en discussies te starten. Wat dat betreft ben ik blij te zien dat de laatste column effect heeft gehad, tegelijkertijd geeft het me ook de kans een misverstand uit de wereld te helpen. Het was niet mijn bedoeling om kennisverwerving of preventie ondergeschikt te maken aan klinische vaardigheden. Het punt was dat de kennisverwerving complementair moet zijn, zodat met de (huis)arts goed kan worden samengewerkt. Om dit te bereiken, hoeft niet per se dezelfde stof als Geneeskunde gegeven te worden. Uiteindelijk moet er voldoende geïnvesteerd worden om een tandarts op te leiden die mondziekten moet kunnen diagnosticeren, genezen en - inderdaad nog beter - kan voorkomen (preventie!). De hint naar politieke correctheid had in mijn column geen relatie met ons tariefsysteem, maar met het feit dat het voor veel bestuurders op de tandheelkundige faculteiten beter voor hun carrière is om taakherschikking te promoten. Ongeacht of de feiten daartoe aanleiding geven. Wat dat betreft fantastisch om te zien hoe ACTA als enige zelfstandige tandheelkundige faculteit onlangs een kritischer (realistischer) standpunt daarover heeft ingenomen. Over het tariefsysteem nog het volgende. Er wordt vaak gezegd dat onnodig gehandeld wordt in de mondzorg, zo vaak zelfs dat alle politici denken dat er ernstige misstanden zijn. Het is de vraag of het echt structureel mis is. De cijfers laten niet zien dat Nederland hierin uit de pas loopt met de rest van de wereld en systemen die curatie ontmoedigen zoals de National Health Service in Engeland, die geen betere zorg levert. Integendeel, het Engelse kindergebit is er slecht aan toe. De ANT is zeer geïnteresseerd in een experiment in de jeugdmondzorg met een vrij te besteden kindgebonden budget dat gebaseerd is op het bedrag van het voorgaande jaar. De mondzorginstelling kan op basis van dat budget dan zelf de zorginhoud en frequentie bepalen. Mogelijk dat we vanuit die hoek wat meer inzicht krijgen in hoe mondzorg vorm krijgt als een tariefsysteem op basis van prestaties geen invloed heeft.

INGEZONDEN

49


TAAKHERSCHIKKING IN DE MONDZORG

Alternatieve feiten en de waarheid Het is hoog tijd om verifieerbare feiten en achtergronden* te plaatsen tegenover de ‘alternatieve feiten’ en soms zelfs onzin - door de ANT ook wel het echte verhaal genoemd - over taakherschikking in de mondzorg, zoals die al enige tijd ook in de kolommen van Dentz worden gepresenteerd. DOOR JOS VAN DEN HEUVEL, TANDARTS NIET-PRAKTISEREND FOTO: SUZANNE BLANCHARD

De bijdrage van Jos van den Heuvel werd 29 maart 2017 aangeleverd bij de uitgever. Door wisseling van de wacht heeft de bijdrage de redactie pas veel later bereikt en kon deze niet eerder worden gepubliceerd.

De ‘alternatieve feiten’ laten een kennelijke weerstand zien tegen taakherschikking in de mondzorg, specifiek tegen het geven van meer professionele verantwoordelijkheid aan de mondhygiënist. Die weerstand wordt verpakt in beschouwingen en veronderstellingen over onderstaande thema’s.

1

Kwaliteitsverlies

Taakherschikking binnen de mondzorg is volgens tandartsen een bedreiging van de kwaliteit van zorg. Dat is een interessante stelling voor een beroepsgroep die er nog steeds niet in is geslaagd om zelf relevante kwaliteitsindicatoren, laat staan kwaliteitsnormen, te definiëren. Er is zelfs nog geen internationaal geaccepteerde classificatie van mondaandoeningen en daarbij behorende voorkeursbehandelingen. Er zijn geen steekhoudende argumenten die onderbouwen dat taakherschikking leidt tot kwaliteitsverlies.

50

TAAKHERSCHIKKING IN DE MONDZORG

Jos van den Heuvel

2

Effectieve preventie

Zowel tandartsen als mondhygiënisten beweren al decennia dat alle plaque-gerelateerde aandoeningen voorkomen kunnen worden. Maar gezien het feit dat er nog steeds heel veel cariës en symptomen van afwijkingen aan het parodontium worden behandeld, kan de tandarts de regierol die hij hierin graag claimt niet waarmaken. We moeten daarom serieus kijken naar het haalbaarheidsgehalte van die claim en ons afvragen wie het beste is toegerust om effectieve preventie te coördineren. De uitbreiding van het deskundigheidsgebied van de mondhygiënist om bij primaire cariës curatief te kunnen behandelen, is voortgekomen uit het besef dat goede preventie van wezenlijk belang is, ook om vroegtijdig in te kunnen grijpen als primaire en secundaire preventie niet het gewenste resultaat opleveren. Dat ingrijpen past bij

> Lees verder op pagina 52 >


TAAKHERSCHIKKING IN DE MONDZORG

Commentaar ANT-bestuur op bijdrage Jos van den Heuvel 1

Commentaar ANT

Er ontbreekt überhaupt onderzoek naar de gevolgen van taakherschikking (boren, röntgenfoto’s) in een zelfstandige setting. Voordat zoiets verstrekkends als het nu beoogde kan worden ingevoerd, zullen de effecten eerst in kleine experimentele settings goed onderzocht moeten zijn. Doordat de effecten van een landelijk experiment met taakherschikking op de kwaliteit van de tandheelkunde in Nederland onbekend zijn, zal geluisterd moeten worden naar de beroepsgroep, de zorgverzekeraars en de deskundigen in het veld. De kritiek op de taakherschikkingsplannen is zeer breed gedragen, waarbij het opleidingsniveau met betrekking tot de volledige zelfstandigheid een belangrijke rol speelt. Het ministerie van VWS heeft daarbij duidelijk getracht de evidente verschillen in niveau van opleiding tussen tandartsen en mondhygiënisten te verdoezelen. Niveauverschillen die wel degelijk gevolgen voor de kwaliteit hebben. Dat er verschillen zijn, was echter geen politiek wenselijke conclusie. En daarom moesten ‘alternatieve feiten’ bedacht worden. Niet door de ANT of door de beroepsgroep, maar door de ambtenaren. De afwezigheid van kwaliteitsindicatoren betekent uiteraard niet dat er geen kwaliteit geleverd wordt. Patiënten zien wel degelijk het verschil van de huidige tandheelkunde met die van twintig tot dertig jaar gele-

den. Er zijn vele differentiaties ontstaan, bijna alles is mogelijk en - niet geheel onbelangrijk - de behandelingen gaan veel minder vaak gepaard met pijn. Ook hoeft niemand meer te leven met een loszittende prothese. Onze tandheelkunde doet mee in de top van de medischtechnologische ontwikkelingen.

2

Commentaar ANT

Zowel internationaal als nationaal wordt het leeuwendeel van het wetenschappelijk onderzoek en de behandelmethodieken op het gebied van preventieve tandheelkunde door tandartsen uitgevoerd. De mondgezondheid van de Nederlander is wel degelijk sterk verbeterd en de afgelopen vijftien jaar gestabiliseerd. De suikerconsumptie en de beschikbaarheid van erosieve dranken is echter in die periode flink toegenomen. Een ontwikkeling waar de overheid kennelijk geen maatregelen tegen wil nemen. Neem een andere lifestyleziekte als obesitas, daarvan is de prevalentie zelfs flink toegenomen. Wordt daarom de huisarts de zwarte piet toegeschoven en diens rol als spil van de eerstelijn ontnomen? Uiteraard niet, goede zorg levert de huisarts in teamverband net zoals wij dat in de mondzorg doen. En dat team heeft een coördinator nodig, een aanspreek-

> Lees verder op pagina 53 > TAAKHERSCHIKKING IN DE MONDZORG

51


> Vervolg van pagina 50 > de mondhygiënist als de deskundige op het gebied van de individuele en collectieve preventie.

3

Aanbod van zorg

Het overheidsbeleid om taakherschikking in de zorg te stimuleren is ontwikkeld rond 2000, toen veel bestuurders van beroepsgroepen en politici riepen dat er tekorten waren aan specialisten, huisartsen, verpleegkundigen, tandartsen et cetera, terwijl het aantal zorgverleners in alle beroepsgroepen alleen maar toenam. Er waren dan ook geen objectieve signalen van echte tekorten. Op goede gronden was de verwachting wel dat de vraag naar zorg groter zou worden door vergrijzing en door technologische ontwikkelingen. Om het aanbod af te stemmen op de grotere vraag was uitbreiding van de instroomcapaciteit van opleidingen een mogelijkheid. Die zou echter pas na vele jaren renderen en mogelijk ook aanleiding geven tot een ‘varkenscycluseffect’. Daarom werd ook overwogen om het beschikbare potentieel aan menskracht met verschillende beroepskwalificaties efficiënter in te zetten. Onnodige belemmeringen door traditionele domeinen, gebaseerd op diploma’s, moesten dan worden opgeheven. De competenties en eigen verantwoordelijkheid van de verschillende zorgverleners zouden leidend moeten worden. Uit (Nederlands) wetenschappelijk onderzoek bleek dat veel van de routinematige taken in de mondzorg die wetenschappelijk opgeleide tandartsen deden net zo goed - of soms zelfs beter - konden worden uitgevoerd door goed opgeleide professionals met een hogere of middelbare beroepsopleiding. Dit was vergelijkbaar met het domein van de geneeskunde.

4

Taakherschikking

De wens om op zo kort mogelijke termijn de capaciteit van het aanbod van zorg te vergroten, gebaseerd op het verantwoord verwijderen van onnodige schotten tussen verschillende beroepsdomeinen, leidde tot het beleid van ‘taakherschikking’. De uitvoering daarvan in de praktijk van alle dag was mogelijk geworden met de Wet BIG uit 1997. Vanaf die tijd is de wettelijke bevoegdheid om zorg te verlenen in eerste instantie niet gebonden aan het bezit van een bepaald diploma, maar aan de bekwaamheid om die zorg te verlenen. Daardoor konden andere oplossingen worden gezocht dan alleen ‘het opentrekken van nieuwe blikken met dokters en tandartsen’. Ook werd een beroep gedaan op zorgverleners om nog

eens goed te kijken naar de kwaliteit en doelmatigheid van hun zorgaanbod. We weten dat de vraag naar zorg zeer elastisch is. Daarom is het steeds weer nodig - ook al gebeurt het nog onvoldoende in de mondzorg - om te bepalen wat echt noodzakelijke behandelingen zijn. Als daar overeenstemming over is, kijkt men mogelijk anders aan tegen het noodzakelijke aanbod van zorg in kwantitatieve (aantallen) en kwalitatieve (competenties) zin.

5

Goedkopere zorg

De minister van Volksgezondheid heeft bij het zoeken naar andere oplossingen dus welbewust ingezet op ‘taakherschikking’. Om dat beleid maatschappelijk verantwoord uit te kunnen voeren, is er destijds advies gevraagd aan de toenmalige Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ). In de aanvraag voor dat advies en in het daarover uitgebrachte RVZ-rapport wordt met geen woord gerept over ‘bezuinigen in de zorg door de inzet van lager opgeleiden’ als motief voor taakherschikking. De RVZ was van mening dat taakherschikking een effectief en verantwoord middel zou kunnen zijn om de aanbodcapaciteit in de zorg te vergroten.

6

Eindverantwoordelijkheid

De RVZ heeft benadrukt dat het inzetten van professionals op verschillende opleidingsniveaus alleen goed zal werken als die professionals binnen hun competentiegebied ook professioneel zelfstandig verantwoordelijk zijn voor hun handelen. Als bij de behandeling van één patiënt professionals van verschillende opleidingsniveaus betrokken zijn, moeten er goede samenwerkingsafspraken worden gemaakt voor een maximale afstemming van de verschillende competenties in het belang van de patiënt. Die afstemming kan evenwel nooit betekenen dat een van de betrokken zorgverleners de zogenaamde ‘eindverantwoordelijkheid’ kan dragen voor alle betrokkenen. Dat zou afbreuk doen aan de professionele verantwoordelijkheid die elk van de betrokken professionals binnen het eigen deskundigheidsgebied heeft.  *Een referentielijst is op aanvraag verkrijgbaar via jos@healthproconsult.eu.

52

TAAKHERSCHIKKING IN DE MONDZORG


> Vervolg van pagina 51 > punt van de patiënt voor de gehele mondgezondheid. Met zijn antipathie tegen zijn oude professie bewijst Van den Heuvel de mondzorg geen dienst.

3

Commentaar ANT

Als inmiddels meer dan de helft van alle nieuwe tandartsen uit het buitenland gehaald moet worden om aan de vraag te voldoen, wat betekent dan nog ‘dat er geen objectieve signalen van echte tekorten zijn’? Er is geen enkel wetenschappelijk onderzoek in Nederland of daarbuiten beschikbaar dat de naam waardig is geweest. Het grootste deel van de studies hebben geen betrekking op wat er nu gebeurt en de conclusies zijn vaak gebaseerd op wishful thinking achter een bureau. Het beleid is mede door Van den Heuvel ingezet in 2000 en heeft tot rampzalige gevolgen voor de capaciteit in de mondzorg geleid. Er is geen werkloosheid onder tandartsen noch onder mondhygiënisten. Integendeel, er is een fors tekort aan mondhygiënisten en de tandartsen moeten momenteel uit het buitenland worden gerekruteerd.

4

Commentaar ANT

Lang voor de invoering van de Wet BIG hadden tandartsen hun praktijken al efficiënter georganiseerd door niet alleen het beroep mondhygiënist te ontwikkelen, maar ook door eenvoudiger werk bij assistentes uit te besteden. De Wet BIG is na de invoering voor de tandheelkunde per saldo een achteruitgang gebleken. Ineens was het ook mogelijk om voorbehouden behandelingen zoals boren uit te besteden aan een assistent. De definitie van bekwaamheid is zo vaag dat de inspectie zelfs evidente gevallen naar onze mening nauwelijks kan aanpakken. En door de zogenaamde functionele bekostiging betaalt de patiënt ook nog dezelfde prijs voor een behandeling van een lager geschoolde. In plaats van een pas op de plaats te maken en de huidige situatie beter te reguleren wordt er dogmatisch doorgegaan met het toevoegen van complexiteit en versnippering. Capaciteitsproblemen worden daar totaal niet mee opgelost, eerder verergerd. Taakherschikking in de mondzorg gaat juist (onnodige) extra vraag creëren. Een spagaat waar de ANT al jaren tegen waarschuwt.

5

Commentaar ANT

Het rapport van de Raad dateert uit 2002 en geeft behalve richting ook aan dat er bij gebrek aan onderzoek niets zinnigs valt te zeggen over doelmatigheid van taakherschikking en de (vermeende) kwaliteitsverbetering. Maar het is naïef te denken dat taakherschikking, zoals omarmd door VWS, iets anders beoogt dan de zorg goedkoper te maken. Alleen moet dat politiek wat handiger verpakt worden omdat het anders te veel kiezers kost. Daarom wordt taakherschikking verpakt als ‘kwaliteitsverbetering’ door de juiste man (vrouw) op de juiste plaats te krijgen. Maar daarmee nog steeds zonder enige feitelijke onderbouwing.

6

Commentaar ANT

Zoals gezegd is dit rapport ruim vijftien jaar oud en zijn veel opvattingen inmiddels volledig achterhaald. Wat Van den Heuvel nog steeds lijkt te propageren is de versnippering van de zorg door het creëren van vele loketten. De huidige visie, die ook in wetenschappelijke kring wordt verkondigd en recent in de geboortezorg is ingevoerd, is dat er voor kwalitatief hoogwaardige en veilige zorg sprake moet zijn van een centraal patiëntendossier en dat de zorg altijd een coördinator vereist. Een rol die overigens niet per se is voorbehouden aan de tandarts. En dat de zorg bij voorkeur onder één dak moet worden verleend. Een term als ‘eindverantwoordelijke’ dekt wat dat betreft de lading niet meer.

Slotcommentaar ANT

Wij beschouwen de Dentz als een forum waar iedereen op kritische wijze zijn of haar mening naar voren kan en mag brengen. Transparant en zonder manipulatie of censuur. In die zin zijn wij verheugd dat Jos van den Heuvel zijn visie op taakherschikking in ons blad heeft willen ontvouwen, temeer daar wij eerder de nodige vraagtekens hebben gezet bij zijn erelidmaatschap van NVM-mondhygiënisten. Maar wij blijven van mening dat diens visie vertekend blijft vanuit dogmatisch beleid van het ministerie waar hij jarenlang heeft meegewerkt om de basis te leggen voor wetgeving die momenteel tot de meest omstreden wetgeving in de mondzorg behoort. Laat de discussie inzake taakherschikking dus gewoon over aan de praktiserende tandartsen die er dagelijks mee te maken zullen krijgen. De tijd heeft inmiddels zijn overtuiging volledig ingehaald en zich vastbijten in achterhaalde concepten zal de kwaliteit en veiligheid van de tandheelkunde niet verder helpen. 

TAAKHERSCHIKKING IN DE MONDZORG

53


Maak kennis met de kracht van Corim Dental Corim Dental products bestaat al Sinds 1978 en daar zijn wij bijzonder trots op. Door de jaren heen zijn we doorgegroeid tot een professionele groothandel met een breed assortiment voor zowel grote als kleine tandheelkundige praktijken.

• • • • • • •

www.corimdental.nl

Advies van deskundige medewerkers Groot bestelgemak (mail • fax • website • telefonisch) Gratis bezorgen boven de 50 euro Soepele klachtenafhandeling Voor 16.00 besteld, dezelfde dag verzonden Afhaalservice Keuze uit meer dan 15.000 artikelen met daaronder alle bekende A-merken De Panoven 21 4191 GW Geldermalsen T 0345 57 39 99 F 0345 57 50 81 sales@corimdental.nl www.corimdental.nl

N gie E S lo

U E I N

E W

N donto A K o d

n ee

97 8 Sinds 1

Voorjaarscongres NVvE

zaterdag 10 maart 2018 Hotel Okura Amsterdam Sprekers:

in d

Sprekers van universiteiten uit Nederland, Brazilië en Zwitserland voeren u langs recente inzichten uit de wetenschap. Nieuwe kansen liggen natuurlijk in digitale technieken en 3D. Ook desinfectie, de anatomie en Guided Endodontics komen aan bod. En wat weet u van pulpastamcellen en biofilm? Kom kennis opdoen bij het voorjaarscongres 2018 van de NVvE!

Marco Versiani, São Paulo Anatomie met CT-technieken

Joerd van der Meer, Groningen Ditigale technieken

Thomas Connert, Basel Guided Endodontics

Suzette van der Waal, A’dam Invloed van PA op gezondheid

Xenos Petridis, Groningen Biofilm en stamcellen

Mark Laske, Nijmegen Restauratief werk

KRT-punten voor het voorjaarscongres: 6

Meer weten en registreren? Kijk op www.nvve.com


RECHTEN EN PLICHTEN

‘Nieuwe’ deuk in cessieverbod DOOR DANIËL POST EN KARIK VAN BERLOO

Voor tandartsen die veelal ongecontracteerd werken is de mogelijkheid om de vordering op de verzekerde over te dragen op de zorgaanbieder (cessie) een goede manier om rechtstreeks betaald te worden. Deze route probeert Zilveren Kruis echter zoveel mogelijk te blokkeren. De zorgverzekeraar heeft in haar polisvoorwaarden voor 2018 niet alleen opgenomen dat een verzekerde een vordering niet mag overdragen, daarin staat ook dat de verzekerde alleen een betaling kan ontvangen op de bij de verzekeraar bekende rekening van de verzekerde. Zo wordt betaling aan de verzekerde via de rekening van een ongecontracteerde zorgaanbieder ook afgesneden. Overigens is nog niet bekend hoe Zilveren Kruis in de praktijk in de mondzorg met het cessieverbod om zal gaan. Maar het is in ieder geval goed om daar de eerste periode waakzaam in te zijn.

Van tafel

Op 13 september 2017 - alweer enige tijd geleden, maar gelet op de recente wijzigingen in de polisvoorwaarden van Zilveren Kruis nog steeds relevant - heeft de Geschillencommissie Zorgverzekeringen in een specifieke casus het cessieverbod van Zilveren Kruis van tafel geveegd. De uitspraak had betrekking op een verzekerde vrouw die bewust had gekozen voor een ongecontracteerde zorgaanbieder na slechte ervaringen met een gecontracteerde zorgaanbieder, maar als gevolg van het cessieverbod feitelijk geen gebruik zou kunnen maken van de ongecontracteerde zorgaanbieder. De verzekerde was dementerend en daardoor niet zelf in staat haar financiële verplichtingen aan de zorgaanbieder te voldoen. Wat ook meewoog was dat haar inwonende zoon, werkzaam op

Daniël Post (l) en Karik van Berloo (r)

een sociale werkplaats, daartoe ook niet competent was. Het cessieverbod zou voor haar betekenen dat ze terug zou moeten naar de gecontracteerde zorgaanbieder over wie ze juist niet tevreden was. De geschillencommissie heeft de bezwaren van de verzekerde om het cessieverbod op grond van de redelijkheid en billijkheid in dit geval buiten beschouwing te laten gehonoreerd.

Nieuw scheurtje

Hoewel de uitspraak voor ongecontracteerde zorgaanbieder positief is, omdat er een nieuw scheurtje is ontstaan in het beleid om cessie van vorderingen bij ongecontracteerde aanbieders tegen te gaan, is de uitspraak gelet op de specifieke set factoren niet direct op andere situaties toepasbaar. Wel is duidelijk dat het cessieverbod niet onverkort geldt. De specifieke situatie van de verzekerde kan belemmeren dat de verzekeraar een beroep kan doen op een in de polisvoorwaarden opgenomen cessieverbod. Ongetwijfeld zullen er tal van andere situaties zijn waarvoor dit ook opgaat, bijvoorbeeld bij een patiënt met enorme schulden die ieder bedrag dat ontvangen wordt direct moet afdragen. Hoe meer uitzonderingsgevallen er op deze wijze via de jurisprudentie vastgesteld kunnen worden, des te onaantrekkelijker wordt het voor verzekeraars om deze koers te varen en des te groter de kans van slagen van een procedure waarin de toelaatbaarheid van een cessieverbod in de polisvoorwaarden an sich centraal staat.  Advocaten | Zorgmakelaars | Juristen| Adviseurs in de zorg www.eldermans-geerts.nl

COLUMN

55


SCHERPER

DAN OOIT INTRODUCTIE EVEREDGE® 2.0 VERNIEUWDE EN VERFIJNDE AFWERKING

BLIJFT LANGER SCHERP

ONGECOATE TECHNIEK

Hu-Friedy’s belofte om u te helpen op de beste manier te presteren is de kern van alles wat wij doen, daarom zijn wij trots om u de scherpste en langst levensdurende scaler op de markt te introduceren: EVEREDGE 2.0. Ontwikkeld om beter te zijn dan ooit, zodat dat u dat ook kunt zijn. Bezoek ons tijdens de Dental Expo in Amsterdam van 8 t/m 10 maart 2018, RAI stand A109a Vraag uw gratis ticket aan via dentalexpo.nl met registratie code 10138

Voor meer info, contacteer: Olaf Westening | Country Manager +31 (0) 6 54964445 | owestening@hu-friedy.com www.hu-friedy.eu ©2018 Hu-Friedy Mfg. Co., LLC. All right reserved.


ADVERTEERDERSINDEX

Oproep voor Product­ reviewers

Cover 2 Straight Dental Equipment BV Cover 3 Anders Medical Factoring Cover 4 De Goudse N.V. 3

Dent-Med Materials BV

4

Utrecht Dental BV

8

Implant Direct

9 Vertimart 12

Cavex Holland BV

14

Dentsply Sirona Benelux

18

Listerine

20

Ultradent Products

22

Elysee Dental Solutions BV

28

Septodont NV-SA

30 Waterpik 32

VST-Software BV

36

Direct Dental Supplies BV

36

Minilu GmbH

38 Zorgsom 40

Young Innovations Europe GmbH

40

Miele Nederland B.V.

48 W&H

Jaarlijks komen er vele nieuwe producten en materialen op de tandheelkundige markt. Welke zijn goed en welke liggen na een paar keer doelloos in de kast? Dat wil je graag weten als tandarts. Wie vertrouw je daar meer in dan een collega die er mee werkt of die het uitgeprobeerd heeft. De ANT is op zoek naar tandarts-reviewers die (nieuwe) producten en materialen willen uittesten en daarover een review of recensie willen schrijven voor Dentz. De te testen producten worden beschikbaar gesteld door de industrie. Wilt u meedoen en uw bevindingen op papier zetten of heeft u suggesties voor producten? Meldt u zich dan aan via communicatie@ant-tandartsen.nl.

48

ICX Implants

48

Sibbing Adviesgroep B.V.

54

Corim Dental Products

54 NVvE 56 Hu-Friedy 58

MedieQ

58

Zeelte Dental Equipment

60

Oral Reconstruction Foundation

64/65

Excent tandtechniek B.V.

68

SpringDental B.V.

69 NVTS 70

Coltène Whaledent AG

72

Arseus Dental Nederland

73 Memodent 73

DMG GmbH

76 Zeelte 76

DHM Dental

80

Stichting Docendo Orbis

82

Stichting Booy Foundation

82

Lucas Verlichting

ADVERTEERDERSINDEX

57


Airrotor reparatie voor 135 euro 6 maanden garantie op uitgevoerde reparatie Alle rotoren zijn voorzien van keramische lagers! Onze rotoren worden geproduceerd in de E.U. 24 uurs-service Wij repareren bijna alle modellen airrotors

www.airrotorshop.eu

Weg van Rollecate 17 8325 CP Vollenhove Tel: 0527-241782 / 06-53214620 www.zeelte.nl Info@zeelte.nl

KAPS-Variflex-100 voor een nog betere ergonomie! Karl Kaps K900 Led microscoop met Variflex-100 Wij willen u graag de mogelijkheden van de Karl Kaps microscoop laten ontdekken. Onze proefplaatsingen zijn altijd gratis. U bent van harte welkom in onze showroom in Vollenhove. Bel ons gerust voor demonstratie en advies.


PRODUCTNIEUWS

Fresh Breath Bar Even een frisse mond halen. Dat kan op de Dental Expo van 8-10 maart in de RAI in Amsterdam bij de Fresh Breath Bar. In die bar worden shotjes Fresh4Sure geserveerd, een mondspoelmiddel. Tegelijk kunnen bezoekers er hun mondgeur laten controleren met de professionele OralChroma-ademtest of zich laten vermaken door flairtenders met hun jongleerkunsten. Gastheer van de bar is Cavex, dat op deze manier het mondverzorgingssysteem Fresh4Sure wil promoten. Volgens het Haarlemse bedrijf wordt halitose nog veel te weinig besproken in mondzorgpraktijken, terwijl 90 procent van de bevolking in aanraking komt met de aandoening. Een slechte adem is een groot probleem,

hoewel sommige mensen zich er niet eens van bewust zijn. Praktijken zouden vaker het gesprek erover moeten aangaan; het probleem is soms makkelijk op te lossen, aldus Richard Woortman van Cavex. Meer informatie: Cavex, Tara van Gerwen, t.vangerwen@cavex.nl

Nieuwe Prophy-polijstpasta’s Voor professionele gebitsreiniging komt Young Dental met nieuwe pH-neutrale

polijstpasta’s op de markt die verkleuringen volgens het Amerikaanse bedrijf verminderen, de tanden witter maken en een minder eroderend effect hebben dan vergelijkbare producten. De pasta’s werken beschermend en zijn vrij van suikers, lactose en gluten. Ze zijn verkrijgbaar in een individuele hygiënische wegwerpverpakking met vingerhouder in ‘Munt’ en ‘Bessen’. Verder is er keuze uit een fluoridevrije polijstpasta met fijn granulaat en een vlekkenverwijderaar met medium granulaat en 1,23 procent fluoride. De pasta’s hebben onder meer xylitol en bakpoeder als bestanddelen. Meer informatie: www.youngdental.eu

Excent Speaks Vanaf april 2018 gaat Excent Tandtechniek onder de noemer Excent Speaks op diverse plaatsen in het land van start met een uitgebreid programma aan nascholing met gerenommeerde sprekers. Zie het programma op www.excent.eu/ speaks of de advertentie op pagina p.64.

Oral Reconstruction Global Symposium Van 26-28 april wordt in Rotterdam het Global Symposium van de Oral Reconstruction Foundation over implantologie gehouden. In praktische en instructieve workshops, wetenschappelijke lezingen, podium- en publieksdiscussies komt het thema ‘De toekomst van de kunst van implantaat tandheelkunde’ uitgebreid aan bod. Vijfenvijftig internationale sprekers geven er acte de présénce. De nieuwste onderzoeksresultaten over onder meer peri-implantitis, softtissuemanagement, keramische implantaten, 3D-planning en digitale workflow komen aan

bod. Het symposium wordt afgesloten met interactieve case-presentaties over problemen, complicaties en de inzichten die dat oplevert. Volgens de organisatie is een uniek en bijzonder hoogtepunt de workshop over tunneltechnieken en chirurgische procedures die de Amerikaanse docent Dr. Edward P. Allen verzorgt. De Oral Reconstruction Foundation, die onderwijs en training als speerpunten heeft, wil de vooruitgang in de implantologie stimuleren in het belang van patiënten. Informatie: www.orfoundation.org/globalsymposium

PRODUCTNIEUWS

59


ORAL RECONSTRUCTION GLOBAL SYMPOSIUM 2018

26‡–‡28 APRIL 2018‡ |‡ ROTTERDAM, NETHERLANDS JOIN U REGIST S AND ER NOW – WE LO OK FORWA R MEETIN D TO G YOU!

THE FUTURE OF THE ART OF IMPLANT DENTISTRY

HIGHLIGHTS Emphasis on clinical experience in tissue management, treatment concepts, ceramic implants and digital workflow | Interactive case discussions Exciting and exuberant city | Expert-guided hands-on workshops Well-known speakers and state-of-the-art lectures | King‘s Day party celebration

SCIENTIFIC COMMITTEE Dr. Edward P. Allen | Dr. Ben Derksen | Prof. Dr. Irena Sailer Prof. Dr. Mariano Sanz | Dr. Alex Schär | Prof. Dr. Frank Schwarz

Information and registration: www.orfoundation.org/globalsymposium


PRODUCTNIEUWS

Kleuren zirkoniumoxiderestauraties Tijdens de IDS 2017 introduceerde Ivoclar Vivadent de IPS e.max ZirCAD LT-blokken voor CEREC/ inLab waarmee esthetische monolithische zirkoniumoxiderestauraties aan de stoel kunnen worden vervaardigd. De LT-kleurtinten BL, A1-3, B1-2 en C3 en D2 in blok-

groottes C17 (kroon) en B45 (driedelige bruggen) zijn nu toegevoegd. Behandelaars hebben zo meer flexibiliteit. Afgezien van de blokken en bevestigingsmaterialen, omvat het assortiment van Ivoclar Vivadent producten voor het gehele behandelingsproces, zodat patiën-

ten in één sessie kunnen worden behandeld. Meer informatie: www.ivoclarvivadent.nl

Teammanagement talent TEAMMANAGEMENT TALENT

ANNA BERENDS VAN LOENEN

Als manager van een tandartspraktijk krijg je veel op

Anna heeft na een bedrijfskundige en

je bordje. Denk aan personeel, wet- en regelgeving of

kwaliteitszorg. Het boek ‘Praktijkmanagement talent’ geeft je hiervoor de juiste handvatten.

onderwijskundige opleiding en jaren

lange ervaring in tal van management en organisatiefuncties in de zakelijke

dienstverlening en mondzorg, in 2010

Qanz opgericht. Hiermee begeleidt zij

Dit boek gaat echter een stapje verder en is daarmee

tandartspraktijken met hun organisatie

een waardig opvolger. Naast alle praktische zaken,

en hun management en geeft zij trainin -

krijg je als praktijkmanager namelijk ook te maken

gen aan onder andere praktijkmanagers

met het team dat werkzaam is in de praktijk. Werken in een team kan voor veel energie zorgen, want met

een team kan je immers meer bereiken dan in je eentje. Tenminste als een team goed loopt en goed

samenwerkt. Een team kan succes ook in de weg zitten, want samenwerking heeft wel tijd een aandacht nodig.

Hoe creëer je een effectief team en hoe kan je

als praktijkmanager of praktijkhouder dit team het beste ondersteunen en managen? Kortom, hoe zet jij

en balie assistenten.

TEAMMANAGEMENT TALENT | Anna Berends van Loenen

Hoe creëert een praktijkmanager of praktijkhouder een effectief team en hoe kan hij zijn team het beste ondersteunen en managen? Deze vraag staat centraal in het eind vorig jaar verschenen boek Teammanagement talent van Anna Berends van Loenen, die zelf ook praktijkmanager is, maar daarnaast ook trainer. “Werken in een team kan voor veel energie zorgen, want met een team kun je immers meer bereiken dan in je eentje. Tenminste, als een team goed loopt en goed samenwerkt. Een team kan succes ook in de weg zitten, want

TEAM MANAGEMENT TALENT Anna Berends van Loenen

jouw talent in voor het optimale teammanagement van jouw praktijk.

Kim ten Feld - Praktijkmanager

‘Anna zegt het op zo’n manier dat je het direct gelooft en meteen wil toepassen’

Mariëlle Verkerk - Praktijkmanager

‘Op de één of andere manier geeft Anna’s manier

van schrijven mij de energie en zin om de gelezen informatie en tips uit Anna’s boek, direct in mijn werkomgeving toe te gaan passen.’

Bianca Evers - Teamleider Balie

‘Anna’s boek ligt op mijn nachtkastje’

samenwerking heeft wel tijd en aandacht nodig”, zo wordt het boek aangeprezen. Dit boek van Berends van Loenen is een vervolg op Praktijkmanagement talent, dat in 2014 uitkwam en waarin het ging over personeel, wet- en regelgeving en kwaliteitszorg. Het nieuwe boek focust op het teamgebeuren, persoonlijk leiderschap, communicatie en begeleiding van het team in de tandheelkundige praktijk. Meer informatie: www.teammanagementtalent.nl. Het boek is te koop via www.bol.com en www.qanz.nl.

Regio Events in Dental Management

Standaardwerk over gebitsslijtage

Henry Schein organiseert in 2018 op diverse plaatsen in het land bijeenkomsten over praktijkmanagement en praktijkorganisatie. Deze Dental Management Regio Events bieden praktijkmanagers en praktijkeigenaren lezingen over personeelsmanagement, financieel management, marketing en effectieve communicatie. Het programma is samengesteld door Henry Schein Dental Business Solutions, dat oplossingen en diensten wil bieden voor de tandartspraktijk. De intentie is praktijkbeheer te verbeteren en daarmee te komen tot betere zorg en grotere tevredenheid onder patiënten. En verder vinden op 20 en 21 april weer de Openhuis­ dagen van Henry Schein plaats. Meer informatie: Deelnemers kunnen zich aanmelden via www.regioevent.nl.

Gebitsslijtage is een groeiend probleem dat niet alleen steeds meer voorkomt omdat we ouder worden, maar ook omdat gebitsslijtage onder jeugdigen toeneemt. Veertig procent van de 16-jarigen heeft al erosieslijtage. Een probleem dat dus de aandacht verdient. Met de recent verschenen Atlas Gebitsslijtage willen samenstellers Hans van Pelt, Cees Kreulen, Frank Lobbezoo en Peter Wetselaar, die hun sporen hebben verdiend bij verschillende tandheelkundige opleidingscentra, dat stimuleren. Aan de hand van 47 casussen met vele foto’s en illustraties laten ze zien welk behandelingen voor gebitsslijtage mogelijk zijn. Meer informatie: Atlas Gebitsslijtage, ISBN: 9789036805377. Uitgever: BSL, Houten

PRODUCTNIEUWS

61


Een kijkje in de praktijk van... HELDER AMERSFOORT EN SPAKENBURG

WIE Farzad Khaleghi, tandarts/

praktijkeigenaar WAT Tandartspraktijk WAAR Amersfoort en Spakenburg WANNEER Sinds 1997 WEBSITE www.kliniekhelder.nl

62

KIJKJE IN DE PRAKTIJK

Farzad Khaleghi begon in 1997 met twee praktijken onder zijn eigen naam. Dat veranderde toen binnen bereik kwam wat hij altijd al voor ogen had: samenwerken met een aantal collega’s en specialisten. ‘Helder’ werd de praktijknaam. Waarom? “Zonder mijn naam erin is het veel duidelijker dat het niet om mij draait maar om ons team. En méér nog: om wat we onze patiënten willen bieden. We streven in alles naar optimale helderheid: in de communicatie en alle aspecten die meespelen rond de behandeling. Of

het nu eenvoudige of geavanceerde behandelingen betreft, we brengen eerst voor de patiënt in kaart wat de mogelijkheden zijn. Inclusief bijbehorend tijdspad, kostenplaatje en wat de patiënt van de behandeling mag verwachten. Die helderheid wilde ik bovendien doortrekken naar het uiterlijk van het praktijkgebouw.”

Véél glas

Dat laatste betekende: véél glas, tot in de voorgevel. Dit leverde vertraging bij de gemeente op voor het nieuw te bouwen praktijkpand in


een van de eersten die dat mocht toepassen. “We zijn hierin in Nederland altijd terughoudend geweest. Dat heb ik altijd opmerkelijk gevonden: in Canada en de VS krijg je dit op de universiteit in het eerste jaar!”

Altijd nieuwsgierig

Spakenburg. Gelegen tussen woonhuizen zou de grote glazen pui nogal gaan opvallen. Het kostte een kleine zeven jaar om gerealiseerd te krijgen wat er nu staat: een lichte, ruime praktijk met open zichtlijnen en praktische looplijnen. “We ervaren elke dag weer hoe heilzaam dat licht en die ruimte zijn. Al onze medewerkers worden daar echt vrolijker van.”

Goed afgestemd

Transparantie en openheid kenmerken ook de samenwerking tussen behandelaars. De tandartsen werken naast elkaar, lopen voortdurend bij elkaar binnen, kijken over elkaars schouder mee. Dat leidt voor de pa­tiënten tot duidelijke voordelen. Bij complexere behandelplannen wordt elke deelbehandeling bij voorkeur door de meest gespecialiseerde tandarts gedaan. Ook de communicatie en planning rondom behandelingen verlopen soepel en efficiënt. Dat scheelt in de meeste gevallen tijd én kosten. Een van Khaleghi’s eigen specialisaties is de behandeling van angstpatiënten met behulp van lachgassedatie. Na een opleiding in Canada was hij in de regio

In deze editie van Dentz is de vraag onvermijdelijk: welke rol speelt kwaliteit bij Helder? Voor het antwoord gaat Khaleghi ver terug: “Ik woonde nog in Iran toen ik op m’n dertiende besloot tandarts te worden. Van die keuze heb ik nog geen dag spijt gehad. Ik ben nu 54 en ben altijd weer nieuwsgierig naar hoe we onze behandelingen, technieken en materialen verder kunnen verbeteren. Daarom investeren wij bijvoorbeeld royaal in de nieuwste scanapparatuur. Articulatie en occlusie kun je digitaal nabootsen, zodat je de vorm van kronen en implantaten zeer nauwkeurig kunt voorbereiden. Ook bij orthodontische behandelingen kun je met computerberekeningen vooraf de kwaliteit en effectiviteit sterk verhogen. Vernieuwen doen we waar nodig ook in de materialen waarmee we werken. Wat niet betekent dat wij elke noviteit maar lukraak aanschaffen. Waar is het onderzocht? Is het bewezen effectief? Daar besteed ik veel tijd aan.”

Sommigen noemen hem ‘freaky’ in zijn drang om de behandelingen steeds weer naar een hoger plan te tillen. Die ambitie leidt ook tot praktische keuzes. Voor apert lastige vullingen moeten de tandartsen de tijd nemen die ze nodig hebben, ongeacht wat er gedeclareerd kan worden. “Als tandarts moet je voldoening hebben van je kunstwerk, vind ik. Contouren, contactpunten, fissuren: het moet gewoon zo precies en gaaf mogelijk.”

Mond tot mond

Resultaat: twee bloeiende praktijken. Khaleghi’s verklaring is eenvoudig: “Patiënten zien en voelen zelf echt wel wanneer iets goed gedaan is. Zoals wij in ons werk van mond tot mond gaan, zo geldt dat ook voor de aanbevelingen die onze patiënten geven. Daarom gaat het goed met Helder, dat stemt me gelukkig.” 

Onderzoek en bijscholing

Op die kwaliteitsinput in z’n praktijken heeft Khaleghi zijn weekagenda afgestemd. De donderdag en vrijdag houdt hij vrij voor onderzoek en bijscholing. Zeker twee cursussen per maand volgt hij. Zo blijft hij voor alle disciplines – inclusief mondhygiëne – binnen de praktijk op de hoogte van de nieuwste inzichten. Die deelt hij met zijn team: aan de stoel en in intercollegiaal overleg.

Praktische keuzes

Khaleghi vergelijkt zijn passie voor het vak met een hobby, of met het fanatieke spelen dat je als kind deed.

KIJKJE IN DE PRAKTIJK

63


Excent Speaks!

Educatie. Lokaal en persoonlijk. Misschien herinnert u het nog, de Excent Educa Club. Nascholing door Excent Tandtechniek gekoppeld aan KRT punten. Vanaf 4 april 2018 starten wij met Educa 2.0, of zoals we het nu noemen: Excent Speaks. Excellente sprekers bij Excent vestigingen bij u in de buurt met een hoogst persoonlijke benadering.

“Dankzij de kleine groepen is er veel ruimte voor vragen en discussie”

Uw vakkennis up-to-date bij uw lokale Excent vestiging!

Meer informatie of inschrijven? Kijk op www.excent.eu/speaks


‘100% pure digitale workflow met het RAW concept’

‘Implantologie voor beginners: Straightforward’

Robbert Jan Renting & Peter van Alphen

04

APR HOUTEN

14

NOV HOUTEN

‘Vastgelegd: mondfotografie in combinatie met TrySmile’

Daan van Oort

17

MEI

RIDDERKERK

28

JUNI

LEEUWARDEN

‘Hoe digitaal bent u in 2018? De intra orale scanner en zijn toepassingen’

14

TILBURG

An Nguyen & Hugo Boom

05

27

SEPT

AMSTERDAM

Micha Groeneveld & Maurik van den Heuvel

13

APR

12

SEPT

AMSTERDAM

APR

GRONINGEN

Maarten Bekkers

07

22

JUNI

NOV

GRONINGEN

TILBURG

Eric-Jan Reijnen & Matthijs Koning

11

OKT GOUDA

HOUTEN

‘Niet voor 1 gat te vangen: zoom in op de enkeltandsvervanging’

‘Kies verstandig: diagnose- en indicatiestelling’

Hoe digitaal bent u in 2018? ‘De digitale prothese in de praktijk’

Bouke de Vries & Jan Bert de Vries JUNI

‘AVG: wie, wat, wanneer, hoe? Alles op een rij’

Martijn Moolenaar

07

08

JUNI

NOV

VOORBURG

RIDDERKERK

‘Implantologie voor gevorderden: Complex’

Haakon Kuit & Robbert Jan Renting

24

OKT HOUTEN


COLUMN

Goede voornemens DOOR WILFRED KNIESE

Wilfred Kniese, Foto: Geek Zwetsloot

In de tijd dat ik studeerde, was een proefschrift in de sociale wetenschappen minstens vijfhonderd pagina’s en oersaai. Een proefschrift in de exacte wetenschappen was juist dun, maar weer onleesbaar door alle formules. Tegenwoordig mag men een aantal artikelen bundelen die men - al dan niet samen met anderen - heeft geschreven. Soms overweeg ik wel eens mijn Dentz-artikelen te bundelen, dan moet ik toch een heel eind komen. Ik geef de garantie dat ik ze helemaal zelf geschreven heb.

Promoties in de mondzorg zijn altijd hoogtepunten en het aardige is dat degenen die zich hieraan gewaagd hebben meteen een platform krijgen voor het doen van boude uitspraken die vaag met het onderwerp van de promotie samenhangen. Zo laaide de discussie heel even op of alle 75-plussers weer terug zouden moeten in de basisverzekering, een discussie die snel door Den Haag in de kiem werd gesmoord. Het meest recente voorbeeld is van een net gepromoveerde mondhygiënist die de stelling poneert dat de “mondhygiënist een leidende rol in het verpleegtehuis moet nemen”. Natuurlijk zou het makkelijk zijn om dat idee meteen af te serveren met een badinerende sneer over taakherschikking. Maar dit idee verdient wel degelijk meer aandacht omdat het aan een groot aantal facetten van het probleem ‘mondzorg kwetsbare ouderen’ raakt. Dus stel ik hierbij de vraag: is het een goed idee?

66

COLUMN KNIESE

Huzarenstukje leveren

Ja, want we kunnen in een brief uit 2014 vanuit het bolwerk van NVM-mondhygiënisten van VWS lezen dat de mondhygiënist onbetwist de expert op het gebied van de gedragsverandering binnen de ouderenmondzorg is. De mondhygiënisten willen dus het huzarenstukje leveren om het poetsgedrag van dementerende ouderen te gaan veranderen! Om deze reden moeten zij in het zorgteam worden opgenomen, want hier gaan verpleeghuisartsen, psychologen en fysiotherapeuten nog heel wat van leren. Over die zorg zijn we het intussen allemaal eens: de mondzorg in verpleegtehuizen moet multidisciplinair worden aangestuurd. En dat vereist één dossier en één coördinator. Deze zorg mag niet langer de budgettaire sluitpost zijn ten gunste van managementoverhead en bonussen. Nu is het nog zo dat elke patiënt een zorgbudget heeft maar zonder dat een bedrag geoormerkt is voor de mondzorg. Terwijl er wel artsen en fysiotherapeuten in dienst zijn. Een mondhygiënist kan natuurlijk van tijd tot tijd een gebit reinigen maar het dagelijks werk moet gedaan worden door het verzorgend personeel. Dat wil zeggen door verzorgenden en niet door zorgverleners. De mondhygiënist moet dus vooral het personeel aansturen en trainen, screenen en op tijd de experts erbij halen. Maar veel van deze nuttige en wenselijke activiteiten mogen niet extern gedeclareerd worden omdat er geen codes voor zijn en het tehuis wil niet zelf voor de kosten opdraaien. Dat bevordert weer fraude in de


“Met taakherschikking wil iedereen op de stoel van een ander gaan zitten tegen het hoogste tarief.“

mondzorg omdat ‘alternatieve’ declaraties aan het zorgkantoor gaan worden aangeboden. Ook daarom is het een goed idee de mondhygiënist in dienst te laten nemen en aan het zorgteam toe te voegen. De NVM heeft in een brief aan de minister een paar jaar geleden aangegeven dat de zorg een stuk doelmatiger kan worden verleend als mondhygiënisten daarin een meer prominente plaats zouden krijgen. Hoe doelmatig? Mij kwam onlangs onder ogen dat mondhygiënisten in een verzorgingstehuis verbolgen hadden gereageerd omdat hen als zzp’er 60 euro per uur was geboden terwijl de helft van de omzet toch “redelijk” zou moeten zijn en dat was ten minste 75 euro. Ik heb dat eens doorgerekend: 132.000 euro op jaarbasis! Het dubbele van wat de NZa redelijk vindt. Elders was furieus gereageerd omdat het zorgkantoor maar 50 à 80 procent van het uniforme uurtarief had willen vergoeden, terwijl er toch functionele bekostiging is. Inderdaad het grote probleem van taakherschikking, waar iedereen maar op de stoel van een ander wil gaan zitten tegen het hoogste tarief. Waar zijn de nachtegalenidealen gebleven?

Dynamiek van het vak

Natuurlijk zal er een discussie blijven over de vraag welke zorg deze patiënt nu echt nodig heeft en wie die zorg het beste kan verlenen. Dat hoort bij de dynamiek van het vak. Maar op deze manier komt die patiënt wel goed in beeld. En kan eindelijk begonnen worden met echte allesomvattende zorgverlening. Zorg die ook nog eens letterlijk onder één dak gaat worden verleend met één patiëntendossier en met één duidelijke zorgcoördinator. Daarbij wordt het management van het verpleegtehuis bovendien gedwongen zijn verantwoordelijkheid te nemen en het budget te besteden aan waar het voor is bedoeld. Met de inzet van de mondhygiënist wordt invulling gegeven aan het overheidsbeleid om de juiste man of vrouw op de

juiste plaats te krijgen en op die manier de zorgkosten te beteugelen of zelfs omlaag te krijgen. Als de NVM met de ANT serieus aan de slag wil met het probleem ‘kwetsbare ouderen’ en werk wil maken van de aan de minister toegezegde doelmatigheid dan mogen we binnenkort bij het collectief mondzorgoverleg met de minister van hen een voorstel tegemoet zien dat de verpleegtehuizen verplicht mondhygiënisten in (loon)dienst moeten nemen met de arbeidskostencomponent (circa 65.000 euro) die de NZa hanteert als richtlijn. Laat de NVM dus nu opstaan en luid en duidelijk gaan spreken of tot haar honderdjarig jubileum verder zwijgen over functionele bekostiging en taakherschikking. Want het is een fantastisch idee dat we met z’n allen zouden moeten omarmen als we doelmatigheid en patiëntenperspectief serieus nemen.

Kleine uitsmijter

En een kleine uitsmijter. Het is politiek incorrect, want elitair en denigrerend, om van lager opgeleid mondzorgpersoneel te spreken. Mondhygiënisten zijn niet lager opgeleid omdat het een hbo-niveau is en tandprothetici zeker niet amper opgeleid omdat de overheid er een mbo-label op heeft geplakt. We zullen dus voortaan spreken van een ‘meer’ of ‘minder’ gevuld curriculum, meetbaar en objectief (s.v.p. nu geen flauwe woordgrapjes over een beter of een slechter gevuld curriculum). Bij een ruim gevuld curriculum behoren richtlijnen, bij een minder gevuld curriculum hoort het denken in protocollen. Dat is niet elitair, maar een feit. De overheid zou het liefst zien dat een richtlijn naadloos in een protocol overgaat omdat daarmee veel discussies met de tandarts beslecht kunnen worden nog voordat deze gestart zijn. Maar de ANT staat voor het wetenschappelijk karakter van het beroep tandarts en zal erover waken dat richtlijnen geen proto”kul”len worden. Daarom is KiMo opgericht door en voor tandartsen. Ook dat was een goed idee. 

COLUMN KNIESE

67


Tandtechniek voor een eerlijke prijs! Ook in 2017 zijn we er weer in geslaagd een groeiende groep tandartsen te overtuigen van de kwaliteit en werkwijze van Spring. Transparantie omtrent de techniekkosten, de toenemende vraag naar lokale productie en de eveneens stijgende behoefte aan ondersteuning in de tandartspraktijk zijn de voornaamste redenen geweest voor Spring om diverse productlijnen te introduceren.

Welke productlijn past bij u? Laat u adviseren en bezoek ons tijdens de Dental Expo; standnr. E139

U kunt ook kijken op www.springdental.nl of contact opnemen via 085 401 38 58 of info@springdental.nl


Dutch Society of Dental Sleep Medicine 2nd Lustrum Congress 6 & 7 April 2018 Heineken Experience Amsterdam Social Program Friday Night 6 April 2018 Canal Cruise with drinks Lustrum Banquet and DJ Invited Speakers MRAmsterdam Jagdeep Bijwadia Shouresh Charkhandeh Klaas van Kralingen Gerard Kerkhof Rolf Maijer Alexander Meyer Francesca Milano Dirk Pevernagie Christel de Raaff Maurits de Ruiter Keith Thornton Preetam Schramm Kate Sutherland Grietje de Vries Eppo Wolvius

Early bird up to 16 March 2018 For information and registration

www.nvts.nl

SkyLounge DoubleTree by Hilton


SCANBAAR A-SILICONE

AFFINIS® DCode Building Bridges

Ò Scanbaar zonder bijkomende oppervlakte behandeling Ò Hydrofiele eigenschappen Ò Uitstekende thixotropiteit en hoge stabiliteit Ò Autoclaveerbaar

VERSTERKTE COMPOSIETBLOK VOOR PERMANENTE RESTAURATIES

BRILLIANT Crios High performance – made brilliant Ò Hoge flexurele sterkte – resistente restauraties Ò Elasticiteitsmodulus zoals de tand – schokabsorerend

003561

Ò Slijtagebestendig en vriendelijk voor de antagonist

www.coltene.com


ANT JAARCONGRES 13 APRIL 2018

Imagine your Future De tandheelkunde biedt veel mogelijkheden om jezelf te onderscheiden in een deelgebied dat jouw bijzondere interesse heeft. Sommigen zetten daarom na het afstuderen hun opleiding postdoctoraal voort. Maar ook zonder zo’n ambitieus doel kun je aan je carrière beginnen en opgaan in de veelzijdigheid van ons mooie vak. Hoe voorkom je dat je dan later op een punt komt dat je je afvraagt of er niet meer is? Of je nu starter bent, of al jaren een goedlopende praktijk hebt – vernieuwing en verdieping geven energie. Moderne technieken, een goede samenwerking en nieuwe communicatiemogelijkheden bieden daarbij veel mogelijkheden om de praktijk uitdagender te maken en meer voldoening uit dezelfde uren te halen. Maar hoe pak je dat aan, waar begin je? Onze tijd biedt veel kansen en daar gaat het ANT Jaarcongres 2018 over: Imagine your Future. Onder leiding van niemand minder dan de altijd door­ tastende Harmke Pijpers (BNR Zorgdebat/Beter) vertellen dr. Nazariy Mykhaylyuk (Carl Zeiss Academy trainer, medeoprichter MicroVision Group), Wim de Bruïne (Cerec Academy, Residentaal), Hugo Vreugdenhil (Gnatholoog, Implantoloog, Vreugdenhil) hoe zij hun focus vonden óf hoe zij die hervonden tijdens hun carrières.

Onderwerpen

Welke praktijkorganisatie schuilt er achter de mooie

casussen die u gepresenteerd krijgt en wat zijn de mogelijkheden en kansen die multidisciplinair werken, nauwere samenwerking en sociale media bieden? Waar liggen de kansen op het gebied van ondernemerschap? En als er meer ketens ontstaan, wie staan daar dan aan het roer? Voorzitter Jan Willem Vaartjes schuift tijdens een panelgesprek aan bij de sprekers waarbij ze hun visie geven op persoonlijke en professionele groei.

Sprekers

Dr. Nazariy Mykhaylyuk neemt ons, op basis van zijn MicroVision concept, mee in de wereld van de minimaal invasieve tandheelkunde en toont waarom vergroting niet meer weg te denken is uit de moderne tandheelkunde. Hij bespreekt casussen met zowel analoog als digitaal vervaardigde facings en het teamconcept dat dit allemaal mogelijk maakt. Ook de digitale workflow is onderdeel van zijn presentatie. Wim de Bruïne laat, naast de indrukwekkende stand van zaken op het gebied van CAD/CAM-restauraties, zien hoe een veranderingsproces zelfs een gevorderde tandarts tot nieuwe uitdagingen en inzichten kan brengen. Hugo Vreugdenhil bespreekt aan de hand van een casus met uitgebreid kroon- en brugwerk hoe hij de kwaliteit van zijn werk verhoogde door de tandtechniek te integreren in zijn praktijk. 

ANT JAARCONGRES

71


Een stralende glimlach, van tandarts tot patiënt Wij geloven in de kracht, het enthousiasme en het positieve gevoel van een lach. Met dit enthousiasme, gecombineerd met meer dan 80 jaar expertise in de tandheelkunde, helpen wij u om het maximale uit uw praktijk te halen. Wij doen dit door met u mee te denken en persoonlijk advies te geven op het gebied van apparatuur en praktijkinrichting. Op deze manier bieden wij solide oplossingen die bijdragen aan de verhoging van de efficiëntie en kwaliteit en vermindering van de complexiteit en kosten. Zo kunt u zich volledig focussen op uw patiënten. Begin de dag met een lach en u zult zien dat alles mogelijk is. Arseus Dental Nederland Cartografenweg 18, 5141 MT Waalwijk T +31 (0)416 67 50 00 www.arseus-dental.nl


OSSIX® PLUS OSSIX® PLUS is een natuurlijk (via suikers) cross-linked resorbeerbaar collageen membraan voor Guided Bone Regeneration (GBR) en Guided Tissue Regeneration (GTR). Het OSSIX® PLUS collageen membraan is sinds de lancering in 2001 in meer dan 350.000 casussen wereldwijd toegepast. Met ruim 90 peer-reviewed publicaties behoort OSSIX® PLUS tot de best wetenschappelijk gedocumenteerde barrièremembranen op de markt.

® PLUS OSSIX SSTAFFEL* JA A R

VOOR

RATIS 4 + 1 G ATIS GR 10 + 3

OSSIX® PLUS voordelen • Behoud van barrièrefunctie gedurende 4 - 6 maanden • Betere weerstand tegen resorptie bij expositie • Voldoende tijd voor optimale regeneratie van botdefecten • Excellente handling-eigenschappen • Porcine oorsprong; biedt excellente biocompatibiliteit • 100% natuurlijke cross-linking door GLYMATRIXTM technologie * Combinaties van verschillende formaten zijn mogelijk. Ossix® Plus is verkrijgbaar in 15x25mm, 25x30mm en 30x40mm. Het voordeligste membraan is gratis. Actie geldig t/m 31 maart 2018.

Memodent B.V. T +31 (0) 53 430 66 63

E info@memodent.nl

I www.memodent.nl

Dental Expo beurs stand

D119

LuxaPrint. Vertrouwd gevoel in 3D. 3D-printen de laatste stand van zaken: DMG’s LuxaPrint materiaal serie heeft alles wat u in de digitaal geprinte prothetiek wenst. Easy handling, veelzijdig in gebruik en met de bekende betrouwbare hoge kwaliteit van DMG. Ervaar zelf hoe de combinatie van precisie en snelheid opnieuw gedefinieerd is. Met de vijf licht uithardende materiaalspecialisten uit de LuxaPrint serie. www.dmg-dental.com


STAGEVERSLAG

Kauwen trainen in Zweden met zonnebloempitjes

MET DE ANT VAN NOUHUYSBEURS OP BUITENLANDSTAGE Nomiki Koullia (l) en Marcella Jongenburger (r) waren van september tot december vorig jaar voor hun masterstudie (ACTA, Orale Kinesiologie) in Zweden om onderzoek te doen naar verbetering van de kauwfunctie door mensen zonnebloempitjes te laten splitten met de voortanden. Het onderzoek deden ze bij de afdeling Oral Rehabilitation aan de Karolinska Universiteit in Stockholm. 74

STAGEVERSLAG HOOFDSTUK OMSCHRIJVIG


HOE WAS DE AANKOMST? “De eerste dag brachten we onze spullen naar de studio waar we de eerste weken zouden verblijven en maakten we kennis met onze begeleider aan de Karolinska Universiteit. Na de kennismaking en wat formaliteiten mocht een bezoek aan IKEA niet ontbreken, gezien het feit dat wij nog wat spulletjes nodig hadden.” HOE WAREN JULLIE GEHUISVEST? “Het vinden van woonruimte in Stockholm viel niet mee. De huurprijzen van kamers waren zeer hoog en de afstanden tot universiteit en stad vaak erg ver. Tien dagen voor vertrek konden we gelukkig via een studiegenoot een studio huren voor de eerste drie weken. Later konden we in een studio via de Karolinska Universiteit Housing. Beide studio’s lagen op loopafstand van onze werkplek.” WAT VOOR ONDERZOEK DEDEN JULLIE? “Voor de afdeling Oral Rehabilitation van de Karolinska Universiteit in Huddinge Zweden hebben we onderzocht of de fijne orale somatosensorische motoriek van mensen verbeterd kan worden door een training waarbij mensen zonnebloempitjes splitten met de voortanden. Deze training was ingewikkelder dan die in voorgaande onderzoeken werd aangeboden. Met een betrouwbaar beoordelingssysteem, dat we voor de uitkomsten van het experiment hadden ontwikkeld, kunnen we concluderen dat er een verbetering van de fijne orale somatosensorische motoriek mogelijk is bij gezonde dentate participanten na het volgen van die training. Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is mensen met een beperkte kauwfunctie, zoals dragers van een conventionele of implantaatgedragen prothese, te helpen hun kauwvermogen - en daarmee kwaliteit van leven - te verbeteren. Met dit onderzoek hebben we meer informatie verworven over de functie van het kauwstelsel en het belang van de neurologische aspecten die hierbij een rol spelen.” DEDEN JULLIE SOCIALE ACTIVITEITEN MET ANDERE STUDENTEN? “Tijdens ons verblijf in Stockholm waren wij de enige studenten die wetenschappelijk onderzoek uitvoerden via Erasmus, een organisatie die zorgt voor studentenuitwisseling in Europa. We hebben wel veel andere internationale studenten ontmoet via de universiteit en door Erasmus georganiseerde evenementen. Zo hadden wij een volledig verzorgd diner op een schip aan het water met uitzicht over de stad en was er elke vrijdag een borrel op de campus. Op zondagen hadden wij samen met internationale studenten van de campus

regelmatig diners waarbij eten werd bereid uit bijvoorbeeld de Franse, Koreaanse of Nederlandse keuken. Verder hebben wij veel tijd doorgebracht in de stad en zoveel mogelijk genoten van ons verblijf.” WAT IS HET VOORDEEL OM RELATIEF DICHTBIJ STAGE TE DOEN? “Familie en vrienden konden gemakkelijk langskomen. Vriendinnen van ACTA hebben we bijvoorbeeld een rondleiding door de universiteit gegeven en de stad laten zien. Door de vele rondleidingen kent Stockholm weinig verborgen plekken meer voor ons.” WAT VOOR STAD IS STOCKHOLM? “Wie weleens in Stockholm is geweest, zal het met ons eens zijn dat de architectuur en de natuur van deze stad heel mooi zijn. Er zijn veel plekken met een fantastisch uitzicht over de stad. Stockholm en omgeving hebben veel water. Om meer te zien van de natuur hebben wij een boottocht naar het verst gelegen Archipelago-eiland gemaakt. Daarop ligt Sandhamn met zijn typisch van hout gemaakte Zweedse huisjes. Een tweede bezoek in een zomer staat zeker op onze planning, gezien de mooie stranden en omgeving. Wij vonden het ook leuk dat in de kerstperiode Stockholm uitgebreid versierd was met mooie verlichting, waardoor de korte dagen warmer aandeden. Alleen de Zweedse prijzen… we waren er al voor gewaarschuwd!” HOE HEBBEN JULLIE DE STAGE AFGESLOTEN? “De laatste weken van onze stage hebben wij hard gewerkt aan het schrijven van onze masterscriptie. Als afsluiting van deze periode hebben wij onszelf getrakteerd op een heerlijk etentje. We hebben veel geleerd, nieuwe mensen ontmoet en een andere manier van leven ervaren. Wij waren dan ook heel blij dat wij mede dankzij de ANT Van Nouhuysbeurs naar Zweden konden.” 

STAGEVERSLAG

75


Werp een helder licht op uw werk!

 Perfect afgestemd op

Op hoog niveau presteren met led-paneel IRIS

het natuurlijk verlichten van uw ruimte.

Uitvoeringen:

 Een prettig klimaat waardoor

LP44E559+ (595 x 595 x 10 mm) LP44B559+ (1195 x 295 x 10 mm)        

u gedurende de dag productiever bent én blijft.

Hoge CRI van 95 CQS van 91,7 UGR van onder de 19 4000 lumen bij 44 watt CCT van 5500 kelvin Ripple free driver Mogelijkheid tot dimmen Power Factor van 0,95

ZEELTE DENTAL EQUIPMENT Weg van Rollecate 17 8325 CP Vollenhove

Waarom led-paneel IRIS?

 Uniek paneel van zeer hoge kwaliteit. Vijf jaar garantie.

 Helft vermogen,

dubbel zoveel licht

T 0527 24 17 82 M 06 53 21 46 20 E info@zeelte.nl

ALTIJD HELDER ZICHT. ALTIJD ZEKERHEID Yirro-plus & Lottago: de perfecte match

AIR-FLOW MIRROR

KAAKONDERSTEUNING MET AFZUIGING

stand E 119 * altijd helder zicht * HR front spiegel > 99% reflectie! * universeel systeem * 100% autoclaveerbaar

www.dhm-dental.com

* past op beide afzuigers * links/rechts verwisselbaar * werkt comfortabel * 100% autoclaveerbaar


Een klacht PATIËNT EIST VERGOEDING NA EEN WORTEL­ KANAALBEHANDELING EN GELEDEN SCHADE

In deze rubriek komt een klacht van een patiënt over een tandarts aan bod. Omdat het de klachtenfunctionaris niet is gelukt de klacht door bemiddeling op te lossen, heeft de patiënt de klacht voorgelegd aan de Geschilleninstantie Mondzorg, die een juridisch bindende uitspraak kan doen. De Geschilleninstantie Mondzorg is een onafhankelijk orgaan opgericht door de ANT, KNMT, NVM-mondhygiënisten en ONT. Wat verwijt de patiënt de tandarts? De klager verwijt de tandarts dat hij onjuist heeft gehandeld door een wortelkanaalbehandeling niet op de juiste wijze uit te voeren, waardoor een ontsteking is ontstaan. Vervolgens heeft de tandarts niet op adequate wijze pijnklachten van de klager behandeld. De klager zegt dat de tandarts twee foto’s heeft gemaakt en vervolgens een wortelkanaalbehandeling heeft gedaan. Na de behandeling bleef de patiënt pijn houden en heeft hij tevergeefs geprobeerd contact met de tandarts te krijgen. Klager heeft toen een andere tandarts bezocht. Deze constateerde, zo stelt klager, dat de wortelkanaalbehandeling niet diep genoeg was uitgevoerd en opnieuw moest worden gedaan. De eigen tandarts heeft deze tweede mening als niet ter zake doende van de hand gewezen en klager aangegeven dat hij naar de kaakchirurg moet gaan voor een apexresectie. Klager wilde dit niet. De klager wil een uitspraak over de gegrondheid van zijn klacht en eist een vergoeding van de schade die hij stelt te hebben geleden: 750 euro plus de kosten voor een implantaat. Wat zegt de tandarts? De tandarts zegt dat klager een onregelmatige bezoeker van de tandartspraktijk was. Na vier jaar afwezigheid heeft hij zich tot de tandarts gewend met acute pijnklachten. Tandarts heeft toen een controle uitgevoerd en bite-wing foto’s en een solo röntgenfoto van de pijnzone gemaakt. Met behulp van deze foto’s zijn drie problemen aan het licht gekomen. Ten aanzien van element 16 werd duidelijk dat zich tot aan de zenuwkamer diepe cariës had gevormd. Dit leidde tot het advies om een wortelkanaalbehandeling uit te voeren. Met betrekking tot element 17 zag de tandarts een ontsteking aan een wortelpunt, leidende tot het advies apexresectie. Tot slot bleek element 18 een

blote gevoelige tandhals en pockets van meer dan 6 millimeter te hebben, leidende tot het advies extractie. Met de klager werd besproken dat de behandeling van element 16 prioriteit had. Tijdens de behandeling van element 16 gaf de klager aan dat hij het maken van een lengtefoto niet nodig achtte en vanuit kostenoverwegingen het maken hiervan niet toestond. Hierop is een elektronische lengtebepaling gedaan die, zo zegt tandarts, tot in de wortelkromming is gekomen. Enkele maanden na de behandeling meldde de klager zich opnieuw bij verweerder met andersoortige pijnklachten. Tandarts heeft hem vervolgens opnieuw onderzocht. Bij percussie/palpatie vertoonde element 16 geen reactie. Element 17 wel. Element 18 reageerde sterk op kou en was licht mobiel. De tandarts heeft de klager toen het advies gegeven tot extractie van element 18 en apexresectie van de elementen 16 en 17 bij de kaakchirurg, vanwege kromme wortelkanalen en een ontsteking aan element 17. Klager is hiermee niet akkoord gegaan. Hierna heeft hij de tandarts nog een aantal malen bezocht in verband met persisterende pijnklachten. De tandarts heeft deze consulten niet in rekening gebracht. Rapportage van bezoeken aan andere tandartsen heeft hij nooit gezien. De tandarts zegt dat bij de behandeling niets mis is gegaan en dat hij naar behoren heeft gehandeld. Hoe oordeelt de Geschilleninstantie Mondzorg? De Geschilleninstantie Mondzorg is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden geoordeeld dat de tandarts onzorgvuldig heeft gehandeld. Gelet op het feit dat de tandarts geen lengtefoto’s mocht nemen, heeft de tandarts de gewraakte wortelkanaalbehandeling naar beste kunnen uitgevoerd. Het is belangrijk om te beseffen dat een wortelkanaalbehandeling een lastige tandheelkundige behandeling is, met in het algemeen een slagingspercentage van beduidend minder dan 100 procent. Toen het de tandarts duidelijk werd dat klager vervolgens nog pijnklachten had, heeft hij de klager voorts op de juiste wijze en op goede gronden verwezen naar de kaakchirurg. Dat de klager, vanwege financiële redenen of anderszins, niet naar de kaakchirurg ging, kan verweerder niet worden aangerekend. Uitspraak? De klacht is ongegrond en wordt afgewezen. Toewijzing van de gevorderde schadevergoeding is dus niet aan de orde. 

De gehele uitspraak is te lezen op de ANT-website.

KLACHT

77


TANDARTS & HOBBY

Hard, vaak en ver

Vanaf z’n twaalfde was hij lid van een atletiekvereniging. Maar vlak vóór z’n vijftigste kreeg het hardlopen een nieuwe dimensie voor tandarts Chris Wouters uit Roosendaal. Of hij het misschien leuk vond om de marathon van Moskou te proberen? Dat werd zijn eerste. Maar nog lang niet zijn laatste, al is hij inmiddels 63. WAT PRIKKELT JE HET MEEST IN HET HARDLOPEN? “Het valt niet te ontkennen, ik heb nogal een winnaarsmentaliteit. Ik ben dankbaar dat ik er de gezondheid voor heb, maar ik ben zeker ook trots op de cijfers. Zeven keer inmiddels op het podium bij het Nederlands kampioenschap op de marathon in mijn leeftijdsklasse: drie keer eerste, drie keer tweede, één keer derde. Oktober 2016 werd ik vijfde op de marathon van Amsterdam. Maar toen kampte ik met een hamstringblessure. Dan ben ik een dag hevig teleurgesteld. Maar het prikkelt me nog veel meer. Ik zal altijd terugkomen.” LATEN WE HET CONCREET MAKEN. WAT HOUDT ZO’N HOBBY PRAKTISCH IN? “Ik loop in ieder geval 100 kilometer

78

TANDARTS & HOBBY

per week, gewoonlijk verdeeld over vijf dagen. Maar bereid ik me gericht op een marathon voor, dan loopt dat op naar 120 tot 180 kilometer per week. Daar heb je wel discipline voor nodig, moet ik toegeven. Regen, hagel, sneeuw, dat maakt allemaal niet uit. Je gaat sowieso. Ik loop heel veel in het bos. Dat is in elk seizoen anders, maar altijd mooi. Tja, wie liever een keutje legt of vaak op vakantie wil, heeft in deze tak van sport niks te zoeken.” DUURSPORT VREET ENERGIE SVEN KRAMER SCHIJNT TWAALF UUR PER ETMAAL TE SLAPEN. HOE IS DAT BIJ JOU ALS TANDARTS? “Dat zit er voor mij niet in. Ik doe het met zo’n zes uur slaap per nacht. Ik werk 32 uur per week in mijn solopraktijk en heb voor één dag een DBA-collega. Daar komen de administratie-uren nog bij. Sowieso moet je met alle ontwikkelingen qua regels en richtlijnen echt alert blijven. Daarbij heb ik ook nog een goed draaiend vastgoedbedrijfje. Al te veel rust nemen zit er bij mij gewoon niet in. Wel kan ik zeggen dat veel bewegen en het zittende werk in de praktijk elkaar uitstekend in balans houden. Ik word bovendien wekelijks gemasseerd door de


fysiotherapeut. Ik heb nog nooit enige fysieke klacht gehad, van rug of nek bijvoorbeeld. Ook burn-outverschijnselen zijn mij volkomen vreemd, kan ik zeggen.” IS HET OP Z’N ZACHTST GEZEGD NIET WAT MERKWAARDIG OM ROND JE VIJFTIGSTE TE STÁRTEN MET MARATHONS LOPEN? “Dat heeft wel een voorgeschiedenis. Ik zit al vanaf m’n twaalfde bij atletiekvereniging Thor in Roosendaal. Ging vanaf m’n zestiende serieuzer hardlopen, al liep ik toen niet de kilometers die ik nu maak. Ik heb er veel vrienden en heb er ook mijn vrouw ontmoet. Toen een clubje lopers me in 2004 meevroeg naar de marathon in Moskou trok dat wel. We zouden er ook een weekje blijven. Min of meer ongetraind voor die afstand deed ik er ruim vier uur over. Toen begon er iets te jeuken. Twee jaar later liep ik in China 3:01 uur. Toen begrepen de mensen om mij heen al wel dat ik niet dood wilde gaan met een 3 achter mijn naam [betekenis: boven de drie uur – red.]. In 2010 liep ik 2:47.”

RENNENDE TANDARTSEN, DAAR MOET JIJ JE WEL BIJ THUIS VOELEN TOCH? “Dat klopt helemaal. In 2016 werd ik gevraagd om mee te gaan met de Dental Runners, die elk jaar meedoen aan die prachtige Roparun. Van Parijs of Hamburg lopen ze met een ploeg naar Rotterdam. Zo lopen ze geld voor kankerpatiënten bij elkaar. Ik had niet eerder meegemaakt dat je samen met collega’s zoiets moois kunt doen. Er groeit een geweldige sfeer, er wordt heel veel gelachen en er is veel respect voor elkaar. En laten we eerlijk zijn, het is toch geweldig? Dat ik op m’n 63ste daaraan mee mag lopen omdat ik het geluk heb gezond te zijn? Ik kan collega’s alleen maar van harte aanraden om lekker veel te bewegen. Én om ook eens mee te doen met de Dental Runners, om samen iets gezonds voor zieke mensen te doen.’ HOE LANG GAAT DEZE TANDARTS HET NOG VOLHOUDEN? “Bedoel je het vak of het lopen? Ik heb het als tandarts nog erg naar mijn zin. Heb nog geen behoefte, laat staan plannen om te stoppen. Maar de kans is wel groot dat ik met hardlopen nog een stuk langer doorga. Ik wil zeker de komende zeven jaar nog veel gas geven. Daarna zien we verder. Want ik laat me niet gek maken hoor. Mijn gezin en mijn gezondheid staan op nummer 1.” 

TANDARTS & HOBBY

79


Docendo Orbis verzorgt nascholing op de mooiste locaties, ook in 2018!

Bijvoorbeeld naar: Jogjakarta, Seychellen, Kaapstad, Malaga of Khao Lak, Thailand. Altijd als eerste op de hoogte van de laatste informatie? Mail naar info@docendoorbis.nl o.v.v. uw beroepsgroep en ontvang onze aankondigingen per e-mail. Stichting Docendo Orbis | Pr. Hendrikstraat 22 | 4835 PP Breda | 076 7502479 | info@docendoorbis.nl | www.docendoorbis.nl


Margriettoren, 9e etage Haaksbergweg 75 1101 BR Amsterdam Telefoon (020) 23 74 740 Web www.ant-tandartsen.nl E-mail ant@ant-tandartsen.nl

De | Tandarts Loevestein 7 2352 KM Leiderdorp Amsterdam, 1 februari 2018

Tot hier en niet verder: Stop de ontmanteling van het teamconcept in de mondzorg! Beste collega, Zoals u inmiddels ongetwijfeld weet, wil minister Bruno Bruins van Medische Zorg en Sport op korte termijn de AMvB taakherschikking voorleggen aan de Tweede Kamer. Dat is een eerste stap op weg naar het omstreden experiment met de “zelfstandig borende” mondhygiënist. Vandaag zal de minister zijn voornemen toelichten in de Kamer. Veel tandartsen ervaren dit als een dolksteek in de rug. Immers, alle afspraken die zijn gemaakt met minister Schippers om zaken eerst grondig uit te zoeken en om er vervolgens gezamenlijk uit te komen, worden met voeten getreden. Met deze in onze ogen respectloze actie, kiest de minister definitief voor beleid waarbij het tandheelkundig team wordt ontbonden. Het teamconcept is ooit opgezet met de gedachte dat (preventie-)assistenten, mondhygiënisten en tandartsen in één praktijksetting elkaar in hun deskundigheidsgebied helpen, versterken en ontlasten. Bij vragen of calamiteiten is altijd een collega in de buurt om bij te springen. Dankzij dit teamwork kan, net als in andere medische sectoren, protocollair en met korte lijnen, veilige zorg van goede kwaliteit op efficiënte wijze worden verleend. Tijdens het experiment zullen geregistreerde mondhygiënisten volledig zelfstandig mogen verdoven, röntgenfoto’s indiceren en primaire cariës prepareren. Dit ondanks waarschuwingen van de grootste universitaire opleider (ACTA) voor de gevolgen met betrekking tot patiëntveiligheid. Vervolgens zult u tijdens het experiment worden aangesproken om de problemen, die buiten uw toedoen en dankzij de maatregel van de minister ontstaan, op te lossen. En dat terwijl de (administratieve) regeldruk al zo hoog is. Ook dat past kennelijk bij de taakherschikking zoals de minister die voor ogen staat: meer werk- en regeldruk bij tandartsen, verschillende loketten voor patiënten en versplintering van zorg. Opschorten curatieve deel stages Diverse tandartsen en praktijkhouders verlenen nu nog medewerking aan het opleiden van mondhygiënisten, omdat de tandarts momenteel opdrachtgever is. Als tandartsen straks niet langer de controle hebben over de patiëntveiligheid, maar wel alle lasten moeten dragen, is het voor de ANT niet langer te rechtvaardigen en te verantwoorden om mondhygiënisten te leren prepareren. We beseffen dat deze maatregel pijnlijk is, het gaat immers om een belangrijke beroepsgroep in het teamconcept en daarmee om gerespecteerde (toekomstige) collega’s. Helaas is de tijd van diplomatie en overleg voorbij. Er moet nu actie komen. We willen de minister duidelijk het signaal geven, dat tandartsen niet over zich heen laten lopen. Wij roepen u daarom op – als de toekomst van uw vak u aan het hart gaat en u niet bereid bent mee te werken aan de fragmentatie van de mondzorg – om stages van studenten mondzorgkunde in uw praktijk gericht op prepareren voorlopig op te schorten en deze te beperken tot het aanbieden en begeleiden van de preventieve onderdelen. Met collegiale groet, Jan Willem Vaartjes, Wilfred Kniese, Ravin Raktoe en Richard Suy Bestuur Associatie Nederlandse Tandartsen

Rabobank Rekeningnummer 1097.46.058 | IBAN NL48 RABO 0109 7460 58 | BIC RABONL2U | KvK Amsterdam 40597450 | BTW nr. 8040.49.464.B02


30 jaar Dr. John Bennett is wereldwijd een begrip in de orthodontie. Met Dr. Richard McLaughlin en Dr. Hugo Travisi ontwikkelde hij het MBT straightwire vaste apparatuur systeem. Een behandeltechniek die aan veel opleidingen wordt onderwezen. Het tekstboek over de techniek is beroemd. MBT is een van de meest gebruikte bracket prescriptions. De Booy Foundation organiseert het congres:

Orthodontic Treatment Mechanics ‘Now and in the future’ Dr. John Bennett

Vrijdag 25 mei 2018 - Grand Hotel Krasnapolski, Amsterdam Talloze case reports, de laatste ontwikkelingen, alle tips and tricks. Kijk voor meer informatie en inschrijven op:

www.booyfoundation.nl KRT en WACO accreditatiepunten: 6 Het congres wordt mede mogelijk gemaakt door Forestadent en Ortholab.


Furkan Duman

Ewoud Bakker

Deel een foto van uw bezoek aan onze stand op Instagram, Linkedin of Twitter (#Anders&DentalExpo) en maak kans op een leuke attentie voor in uw praktijk.

Bedri Ibrahim


VOOR ONDERNEMERS

Voor de tandarts die van duidelijke taal houdt Profiteer nu van een aantrekkelijk AOVaanbod van De Goudse. Dan kiest u niet alleen voor financiële zekerheid maar ook voor heldere voorwaarden. – Bij ons betekent ‘beroepsarbeidsongeschiktheid’ ook echt dat u verzekerd bent voor uw werkzaamheden als tandarts – Verzekerd bedrag mogelijk tot € 200.000 – Personal coaching voor het hele gezin Kijk op goudse.nl/aov-tandartsen of vraag uw adviseur om deze informatie.

Profile for APPR Hét Branchebureau

Dentz 1 - 2018  

Dentz is het vakblad voor de tandarts van nu. Dentz benadert de tandarts als medicus én ondernemer, informeert en inpsireert deze op alle ge...

Dentz 1 - 2018  

Dentz is het vakblad voor de tandarts van nu. Dentz benadert de tandarts als medicus én ondernemer, informeert en inpsireert deze op alle ge...