Page 1

ANS

ONTMOET Algemeen Studentenblad AlgemeenNijmeegs Nijmeegs Studentenblad

Zeikschrift pleit voor meer diversiteit in de media

Hoe Pepe the frog bijdraagt aan het publieke debat

Dealt Radboudstudent Igor verantwoord drugs?

jaargang jaargang 35 /34 nummer / nummer 1 / september 6 / april 2020 2020


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

DEZE

COMMENTAAR

ANS

Je draait je om. In je hals voel je een stoot. Het is je laptop die nog openligt op het kussen naast je. Zweterig, moe en verward open je je ogen. Kort schrik je: de webcam staat nog aan en op het beeldscherm zie je een slapende, naakte jongeman. Wat heeft dit in godsnaam te betekenen? Je denkt terug aan de avond ervoor. Een van je introvaders, echt een szigettypetje, bleek een thuisbezorgddrugshandeltje te hebben. Hij stelde voor om een mooi ketafeestje te organiseren vanavond. ‘Dit is echt dé shit om je te ontwikkelen in je studententijd’, riep de introvader vrolijk terwijl hij wegfietste. Na een nakkie te hebben gedaan, opende je de chat van je introgroepje. Het feestje kan beginnen, dacht je vol goede moed. Vrolijk keek je naar de lichtshow die een behulpzame studiegenoot in zijn kamer installeerde. Zo, nu kan iedereen meegenieten!

07 07 Interview Bubble Trouble Vaders die geen luiers kunnen verschonen, vrouwen die niet weten hoe ze belastingaangifte moeten doen. Madeleijn van den Nieuwenhuizen zet op haar Instagramaccount Zeikschrift kanttekeningen bij dergelijke stereotyperingen en vormen van framing. ANS vroeg haar hoe ze de mediabubbel doorprikt.

Hoewel je je had voorbereid op een relaxed avondje, werd het je al gauw duidelijk dat de groepschat hard ging. Een van de eerstejaars stuurde een courgettesmiley, waarop jij gevat antwoordde met een meme. Het een leidde tot het ander en nu ligt hij dus in adamskostuum naast je. ‘De nacht blijven slapen kost wel tweehonderd euro extra’, zegt hij je nu aankijkend. Wat krijgen we nou? Nu weet je het weer. De medestudent stelde een studielening te voorkomen met een baantje in de sekswerkindustrie. Boos denk je dat je die prijs toch écht niet gaat betalen voor zo’n slappe avond. Er schieten je gelijk een aantal sabotagemanieren te binnen. Is dat nou wel eerlijk, begin je gauw te reflecteren. Misschien is hij wel een slachtoffer van mensenhandel? Of overanalyseer je de situatie nu? Welkom in de academische bubbel. De hoofdredactie

11 11 Reportage Wat de pot schaft De Nijmeegse voedselbank werkt hard om elke week achthonderd huishoudens van eten te voorzien. Volledig bestaande uit vrijwilligers is de organisatie zowel gezellig als serieus. Nu een mogelijk recessie op de loer ligt, bereid de voedselbank zich voor op het ergste. ANS nam een kijkje achter de schermen hoe de organisatie te werk gaat.


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 18 18 Achtergrond Pepe for president De distracted boyfriend, Pepe the frog en Theresa May, memes zijn niet meer weg te denken uit het digitale landschap. Vandaag de dag zijn de grappige plaatjes ingeburgerd in het politieke landschap en gniffelen we er al scrollend op los door VVD-memes. Maar hoe onschuldig is het om te lachen om de democratie? Hoe dragen memes eigenlijk bij aan het politieke debat?

22 22 Interview High on your own supply? Radboudstudent Igor is geen alledaagse student door zijn tweede bestaan als drugsdealer. Vanwege zijn ethische handelswijze en onderliggende filosofie is hij echter ook geen doorsnee drugsdealer. Igor keurt verslavende middelen af en is zelf groot fan van psychedelica. ANS sprak hem over zijn handelsmerk, ethiek en kijk op drugsgebruik. 04 Als een vis in het water 05 Het schaamrood 14 ANS-Online 15 Het Laatste Oordeel 16 Middenpagina 21 De dwarsdoorsnee 25 De Graadmeter 26 Baas in eigen bordeel? 28 Kamervragen 30 Colofon 31 Crypto 32 Van het lijf

NIET

In Deze ANS niet lees je alles wat wel is gebeurd maar om verschillende redenen niet in deze editie van ANS kon worden geplaatst. Geen fysieke introductie De traditionele week waar je zoop totdat je vrienden kon maken ging deze zomer niet door. Erg naar, maar nu is het verdwalen op de fiets -waarop je meerdere malen toch weer bezweet op het Keizer Karelplein terecht komt- je bespaard gebleven. Wees vooral niet getreurd: dankzij ANS’ openingsartikel is er straks misschien een knappe derdejaars aan wiens zijde je door Nijmegen kan wandelen. Hamsteren ANS wilde graag een hamster op de voorkant om het jaar goed af te trappen. In een zoomgesprek zaten verschillende studenten en De Hamster al klaar voor het kiekje. Helaas leed het diertje aan te grote pixels. Verdrietig door de nutteloosheid van zijn bestaan, besloot het diertje om zich toch nog één keer te vertonen. In het eerste volgende zoomsessie kwam De Hamster tevoorschijn. De redacteur werd opzij geduwd en kijkers klapten van schrik hun laptop dicht. Afgewezen wegens beestigheid. Geen XTC-extase Een vervelende boodschap voor de klandizie van drugsdealer Igor. Waar hij eerst fervent ketamine en XTC-verkoper en -gebruiker was, maken deze drugs door zijn interview met ANS geen deel meer uit van zijn assortiment. ‘Mijzelf horen praten in het verleden heeft me doen inzien dat ik niet meer achter mijn oude standpunten sta’, verklaart hij. Voor de lezers die net zo geïnteresseerd zijn geraakt in een persoonlijke behandeling van Igor: niet getreurd. ANS heeft de psychedelische ride nog niet uit zijn aanbod verbannen.


Als een vis in het water Tekst: Naomi Habashy en Julia Meilink/ Illustratie: Laura Umbgrove P. 4P. 4

Opinie

ALS EEN VIS IN HET WATER

Aankomende studenten gaan kopje onder in een stad die ze alleen zullen kennen van surfen op internet. Dat zal zijn uitwassen hebben in het sociale leven van deze groep. Studie- en studentenverenigingen zijn nu belangrijker dan ooit om studenten toch met elkaar te verbinden. Alle studenten herinneren zich de introductieweek nog als de dag van gisteren. Door een uitputtende week werden ze ondergedompeld in het studentenleven. Voor de nieuwste aanwas zit dat er niet in. Na gala en examenreis valt nu ook de fysieke introductie, die leidt tot veel vriendschappen, in het water. De introductie wordt nu grotendeels online gehouden waardoor het voor studenten lastig is om daadwerkelijk sociaal contact te krijgen, vertelt Anja Machielse, hoogleraar Humanisme en Sociale Weerbaarheid aan de Universiteit voor Humanistiek. ‘Tijdens een introductie op het internet is het niet mogelijk om te zien of iemand apart zit of weinig contact maakt met anderen, wat je offline wel opmerkt.’ Bovendien kun je een medestudent niet snel aantikken om te vragen naar ditjes en datjes.

Een-op-eencontact en persoonlijke begeleiding zijn van groot belang. Machielse stelt dat het gebrek aan onderlinge verbinding dat hierdoor ontstaat, kan leiden tot eenzaamheid. ‘De overgang van de middelbare school naar studeren is sowieso al heel ingrijpend. Daar komt nu nog bij dat het veel moeilijker is om online een groep te vinden.’ De algemene lat om vrienden te maken ligt dus simpelweg een stuk hoger. Een-op-eencontact en persoonlijke begeleiding zijn van groot belang om op de hoogte te blijven van hoe het gaat met de eerstejaars. Dit kan op kleine schaal worden bewerkstelligd door ouderejaars die actief zijn binnen verenigingen. Het zou dan ook mooi zijn als verenigingen een extra actieve rol kunnen spelen in het opvangen van de nieuwe aanwas. Een moedereend voor eenzame eendjes Het gros van de studenten schrijft zich tijdens de introductie in bij een vereniging. Een van de belangrijkste kwaliteiten van deze organisaties is dat zij studenten onderling verbinden. Zij vormen de houvast in de snelle

stroom van het studentenleven en zijn de gemene deler voor studenten die allemaal in hetzelfde schuitje zitten. De verenigingen zouden er in tijden wanneer grote bijeenkomsten lastig zijn of online plaatsvinden, goed aan doen om hun nieuwe leden aan een ouderejaars te koppelen. Hij of zij kan de nieuwerejaars betrekken bij activiteiten van de vereniging of met hem of haar een wandeling maken door de stad. Op deze manier wordt een student niet helemaal alleen in het diepe gegooid, maar is er iemand die een gemakkelijke brug vormt tussen persoonlijke en grotere activiteiten bij de vereniging. Zodoende wordt de drempel voor het bijwonen van een (online) borrel een stuk lager. Bovendien heeft de sjaars zo altijd een aanspreekpunt dat ook over praktische onderwerpen meedenkt, zoals bij studiegerelateerde vragen. Dergelijke gesprekken en activiteiten zijn cruciaal omdat studenten eenzaam kunnen worden wanneer deze niet plaatsvinden, vertelt Machielse. ‘Het is heel normaal om


Column Jackie de Bree P. 5

je eenzaam te voelen, maar het is van belang dat je hier niet te lang in blijft hangen en een nieuw sociaal netwerk opbouwt.’ Volgens de hoogleraar kunnen er zowel fysieke als mentale problemen optreden als dit niet gebeurt. In zulke gevallen zou er toch echt een expert bij het probleem moeten komen kijken, maar voorop staat dat verenigingen ook een preventieve rol kunnen spelen. Zij kunnen met hun informele activiteiten een vorm van ondersteuning faciliteren die een studentenpsycholoog, studieadviseur of huisarts nooit kan bieden.

‘De nieuwe aanwas vormt een cruciale voedingsbodem voor latere commissieleden.’ Vissen in de introductievijver Niet alleen eerstejaars hebben er baat bij dat zij goed worden opgevangen, ook voor studie- en studentenverenigingen is dit van belang. Voor hen is het belangrijk om de nieuwe aanwas bij hun vereniging te betrekken en zo het aantal actieve leden op peil te houden. De nieuwe aanwas vormt immers een cruciale voedingsbodem voor latere commissieleden en op de lange termijn zelfs bestuursleden. Om die leden betrokken te houden, is er in de coronatijden meer nodig dan een korte online introductieweek. In de weken na de introductie zal het namelijk ook lastiger zijn om iemand nonchalant mee te vragen naar een borrel of iemand die minder actief is toch in de wandelgangen te overtuigen om mee te gaan zuipen vanavond. Een manier om de studentencultuur toch bruisend te houden, is bijvoorbeeld voor studieverenigingen om een speciale commissie aan te stellen die zich langer bezighoudt met de eerstejaars. Deze commissie zou onder andere extra activiteiten kunnen organiseren waardoor de eerstejaars meer als groep worden verbonden.

‘In eenzame tijden is een gemeenschapsgevoel belangrijker dan ooit.’ In eenzame tijden is een gemeenschapsgevoel namelijk belangrijker dan ooit. Een praatje na college, een toevallige ontmoeting of een bezoek aan The Yard na een bevredigende squashsessie: het zijn allemaal sociale gelegenheden die nog maar sporadisch voor zullen komen. Dit zijn uitzonderlijke tijden die vragen om uitzonderlijke inzet. Verenigingen zullen dan ook veel hulp nodig hebben van actieve leden. Iedereen heeft zich wel eens eenzaam gevoeld, vooral die studenten wiens studie- en sociale leven vanwege de crisis aan eind van het vorig jaar volledig wegvielen. Dit is hun kans om te voorkomen dat anderen ook in eenzaamheid vervallen en een kans om zelf nieuwe ontmoetingen op te zoeken. Dus surf op het internet, duik dat sociale netwerk in en open die ogenschijnlijk krakkemikkige zoomvrijmibo van je studievereniging om te proosten met een eerstejaars. Je bent tenslotte nodig. ANS

HET SCHAAMROOD Tweedejaarsstudent Jackie de Bree observeert zo nu en dan confronterende situaties. Doorgaans blijkt daaruit dat gevoelens van schaamte vaker op de loer liggen. Zowel voor haar als haar omgeving. In deze column beschrijft zij met licht ironische toon zo’n geval Vorige week zat ik met mijn familie rond de tafel toen mijn zus plotseling vroeg wat ons favoriete spreekwoord is. Haar spontaniteit verraadde een zekere drang om haar eigen voorkeur met ons te delen. ‘Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’, begon mijn zus breed grijnzend. ‘Dit spreekwoord gaat voor iedereen op.’ Als je oordeelt over iemand anders zegt dat oordeel meer over jou dan over die ander, zo beweerde ze. Zo had ik niet eerder naar mijn eigen oordelen gekeken. Warempel de volgende dag bleek ook ik een typische waard te zijn. Een vriendin vertelde me dat ze pas geleden samen met haar kersverse liefde op straat liep en toen een kennis tegenkwam. Zij was direct op haar hoede. Deze kennis is namelijk berucht om haar slinkse en uiterst jaloerse sneren. Verrassend genoeg prees ze het koppel de hemel in. Van jaloezie was niets te merken. Mijn vriendin leek hoopvol: misschien hadden we ons op de kennis verkeken. Terwijl mijn vriendin door ratelde, dacht ik er verder het mijne van. Ik was in eerste instantie niet van plan om mijn oordeel over de kennis te veranderen. Volgens mij reageerde ze alleen maar zo enthousiast omdat ze haar jaloezie wilde verhullen. Dit deed ze niet voor de buitenwereld zoals zo vaak gebeurt, maar voor zichzelf. Op deze manier hoefde ze niet aan zichzelf toe te geven dat ze überhaupt jaloers was. Haar compliment was dus niet werkelijk gemeend, maar eerder een persoonlijk schouderklopje. Een geniepige doch behendige zet. Die truc had ik toch maar mooi doorzien! Plotseling hoorde ik mijn zus lachen in mijn hoofd. Doorzag ik de truc door mijn geslepen mensenkennis of omdat ik in een spiegel keek? Had ik deze strategie niet juist zelf meerdere malen toegepast om mijn eigen gezicht te redden? Driemaal kraaide de haan. Mijn oordeel over onze kennis bleek slechts gebaseerd op mijn eigen gedrag. Alleen omdat ik zelf sluw ben, heb ik inzicht in haar slinksheid. Ik voelde me schuldig en kleurde rood. Ik zat ernaast met mijn oordeel en hiermee veroordeelde ik ook mezelf. De kennis lijkt op mij: jaloers is ze namelijk wel, maar een geniepige slang zeker niet.


P. 6


P. 7

Interview

BUBBLE TROUBLE Met haar Instagramaccount Zeikschrift kaart Madeleijn van den Nieuwenhuizen misstanden aan in de Nederlandse media. Op het platform plaatst ze berichten waarin ze op onderbouwende wijze spreekt over stereotypering, inclusiviteit en misinformatie. ‘Als je bepaalde stemmen stelselmatig niet hoort in de media, dan ga je ook denken dat ze niet bestaan.’ Wanneer een tijdschrift een artikel plaatst ‘Zo kom jij aan je slanke summer body’, zal Madeleijn van den Nieuwenhuizen hier een kanttekening bij plaatsen. Op haar Instagramaccount betoogt ze dan dat een voller lichaam voor de zomer ook prima is. De 28-jarige uit Oldenzaal is beheerder van het mediakritisch Instagramaccount Zeikschrift, waar ze misstanden in alle soorten en maten aankaart: van bodyshaming tot kwalijke framing. Momenteel is ze PhD-kandidaat aan The City University te New York en onderzoekt ze de politieke geschiedenis van Amerika. Naast veertig uur aan onderzoekswerk stopt ze wekelijks gemiddeld twintig uur in Zeikschrift. Vanuit haar kleine studiowoning in hartje Amsterdam vertelt ze bevlogen haar verhaal. ‘Ik kom uit een gezin waarin het ongewoon is om naar de universiteit te gaan, maar het wel heel belangrijk is dat je respect toont voor ieder ander.’ Ze legt uit dat binnen haar gezin gelijkwaardigheid altijd hoog in het vaandel heeft gestaan en dat ze tijdens het studeren een kritische blik op de wereld ontwikkelde. ‘De combinatie van die twee leidde ertoe dat ik iets wil bijdragen.’ Deze bijdrage probeert ze op haar Instagramaccount te leveren, waar ze zich verzet tegen beknellende stereotyperingen en framing. Haar kritiek kan over allerlei uitspraken in de media gaan: van vaders die geen luiers zouden kunnen verschonen tot vrouwen die niet zouden weten hoe belastingaangiftes werken. ANS sprak

haar over de isolatie van de media, hoe ze zelf hiermee omgaat en hoe de mediabubbel volgens haar kan worden doorgeprikt. Kritisch zeiken De kritische houding die ze aanneemt, komt niet uit het niets. ‘Na een blauwe maandag op de toneelschool wilde ik iets anders, maar wist niet goed wat.’ Ze maakte een lijst met klassieke werken en kocht deze op een Amsterdams marktje. Kort daarop vertrok ze naar Parijs waar ze een baantje nam en de literatuurlijst, van De Beauvoir tot Marquez, stuk voor stuk afwerkte. ‘Door het lezen van die boeken kwam ik tot de ontdekking dat ik mezelf meer wilde onderleggen in het begrijpen van de wereld en haar geschiedenis.’ Ze legt uit dat haar studie haar vervolgens heeft geholpen een kritische houding te ontwikkelen die begint bij vragen stellen in plaats van je haasten naar conclusies. Van den Nieuwenhuizen plaatst onder meer zeikschriften over de representatie van mensen van kleur in de Nederlandse bladenwereld. Dit doet ze bijvoorbeeld door het aantal witte mensen te tellen versus het aantal mensen van kleur. Zo telde ze in een recente uitgave van Esquire 165 witte mensen tegenover negentien mensen van kleur. ‘Soms is die kloof nog veel groter. Dan moet je je als redactie afvragen: voor wie schrijf ik en waarom


Bubble trouble Tekst: Sofie Bongers/ Foto’s: Mark van Doorn P. 8

speelt huidskleur daar kennelijk een rol in?’ Ze vertelt dat ze als wit persoon ook onderdeel is van het normbevestigende beeld dat de media uitstralen. ‘Ik zie er redelijk conventioneel uit en word bijvoorbeeld eerder serieus genomen dan Sylvana Simons als ik over racisme spreek. Ik zal nooit worden weggezet als overemotioneel op dit front.’ Het mediagenieke plaatje moet worden veranderd, betoogt ze. Volgens hakomen de schijnrepresentaties tot stand als gevolg van de afgesloten leefwerelden van mediaredacties. Van den Nieuwenhuizen zou graag willen dat de media meer reflecteren op het beeld dat ze weergeven. Ze probeert ze hiertoe aan te zetten in haar posts op Instagram. ‘Ik hoop hierin structureel iets te kunnen veranderen.’

men kijkt naar de media-industrie in Nederland is er sprake van homogene kringen. ‘Die zijn vaak zo wit, je moet je ogen haast dichtknijpen, zo helder is het licht’, zegt ze lachend. Ze legt uit dat het Nederlandse medialandschap daarnaast een ons-kent-onswereldje is, wat resulteert in weinig diversiteit. ‘Dat patroon moet worden doorbroken door bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken anoniemer te maken in plaats van de dochter van die-en-die aan te nemen op een redactie.’

America first, the Netherlands second ‘Vlak voordat ik drieënhalf jaar geleden naar New York verhuisde, begon ik met Zeikschrift’, vertelt ze. Vanuit Amerika stelt ze vandaag de dag nog misstanden aan de kaak in de Nederlandse media. ‘Zeikschrift is voor mij ook een manier om de debatten en vraagstukken in Nederland te blijven volgen. Daarnaast vind ik dat er binnen de Nederlandse media veel minder ruimte is voor zelfreflectie dan in de Amerikaanse media.’ In de Verenigde Staten worden, volgens de criticus, sommige discussies al veel langer gevoerd, waardoor er meer tijd en ruimte is voor gelaagde reflectie. Ze noemt als voorbeeld de racismediscussie in de VS, die daar volgens haar al veel langer inhoudelijk wordt gevoerd.

Gebrek aan diversiteit speelt zich ook af op geografisch niveau. Het grote deel van de redacties van tijdschriften, televisiestudio’s en kranten zit gevestigd in de randstad. ‘Dit kan je zien als een grote geografische bubbel.’ In de media wordt soms gesproken over bepaalde fenomenen alsof die voor heel het land gelden, maar dat is alleen het geval op de plek waar die journalist woont. Gekscherend begint ze over een luchtig voorbeeld: ‘Zoals de zogenaamde havermelkelite die meermaals terugkomt in de media. Het is echt een ding om in de randstad havermelkkoffie te drinken met je ZZP’ende vrienden. In de rest van het land wekt die term minder begrip op.’ De criticus is zich ervan bewust dat ook haar dit kan overkomen en probeert haar eigen gedrag daarop aan te passen. ‘Op een gegeven moment begon Zeikschrift zelf veel media-aandacht te genereren en kreeg ik er veel volgers bij.’ Gebarend vertelt ze: ‘Ik heb toen heel bewust geprobeerd veel “ja” te zeggen op uitnodigingen voor meer lokale interviews buiten de hoofdstad. Zo zat ik niet alleen in de Amsterdambubbel.’

‘Media zijn vaak zo wit, je moet je ogen haast dichtknijpen, zo helder is het licht.’ ‘In Nederland hebben we nooit een vergelijkbare burgerrechtenbeweging gehad’, stelt ze. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werd de witte bevolking in de VS geconfronteerd met het feit dat racisme steeds minder werd gepikt. Gesprekken over de inrichting van de rechtstaat en over de residuen van eeuwenlange slavernij werden daar veel meer gevoerd dan bijvoorbeeld gesprekken over het koloniale verleden van Nederland. ‘Als je bepaalde geluiden stelselmatig niet hoort in de media, dan ga je ook denken dat ze niet bestaan en er dus geen probleem is’, redeneert ze. De zwartepietendiscussie is hier volgens Van den Nieuwenhuizen een voorbeeld van. ‘Toen daar discussie over ontstond, dacht het gros van de witte mensen: “Maar we bedoelen daar toch niets mee?” Ik dacht dat ook! Dat komt deels omdat er niet werd geluisterd naar mensen van kleur.’ Niet alleen in de zwartepietendiscussie werd in het begin amper geluisterd naar mensen van kleur, dit is ook te zien in het lang ontbreken aan journalistieke onderzoeken naar discriminatie op de arbeidsmarkt, de woningmarkt en bij de politie volgens Van den Nieuwenhuizen. Geen afspiegeling van de maatschappij Van den Nieuwenhuizen weet haar vinger te leggen op de oorzaak van deze ondervertegenwoordigde stemmen: als

‘Zoals de zogenaamde havermelkelite die meermaals terugkomt in de media.’

Preken voor eigen parochie Van den Nieuwenhuizen geeft doordachte en activistische antwoorden. De vraag is hoe zij mensen overtuigt die het vanaf het begin al niet met haar eens waren. Verontschuldigend legt ze uit: ‘Als activist preek je helaas vaak voor eigen parochie.’ Toch probeert ze in contact te komen met mensen die het juist niet met haar eens zijn om haar bubbel te doorbreken. Op Instagram heeft ze regelmatig discussies met mensen die het niet met haar eens zijn. ‘Ik vind het dan heel belangrijk om tijd te maken voor het gesprek.’ Haar ruimte voor een open dialoog heeft haar account een zekere naam opgeleverd. ‘Veel mensen uit de mediawereld volgen mijn posts, waar ik heel blij mee ben. Met groei komen echter ook grotere verantwoordelijkheid en bepaalde verwachtingen: ‘Mensen verwachten dan misschien wel regelmatiger een post.’ Ze vertelt dat dit wellicht lastig met haar studie kan zijn. Hoe lang ze nog door zal blijven zeikschriften weet ze dan ook nog niet. ‘Mijn doel is dat ik het wel kan combineren met mijn PhD de komende jaren’, zegt ze bescheiden. Ondanks de drukte blijft Van den Nieuwenhuizen dit platform in haar eentje beheren. Het voordeel daarvan is dat ze bijvoorbeeld een week niets hoeft te posten als ze druk is met haar PhD. ‘Ik vind het belangrijk Zeikschrift zo autonoom en onafhankelijk mogelijk te houden.’ ANS


Tekst: Julia Meilink/ Foto’s: Max Collombon In het straatje van Ghosen


P. 10


Tekst en foto’s: Vincent Veerbeek/ Wat de pot schaft P. 11

Reportage

WAT DE POT SCHAFT

Terwijl de wereld dit voorjaar tot stilstand kwam, ging het werk van de voedselbanken onverminderd door. Ook de Voedselbank NijmegenOverbetuwe zette alle zeilen bij om achthonderd huishoudens van voedsel te blijven voorzien. ANS nam een kijkje achter de schermen om te zien hoe flexibel de organisatie te werk gaat.


Wat de pot schaft P. 12

Op donderdagmiddag is het een chaotische boel in de centrale loods van de Voedselbank Nijmegen-Overbetuwe. Zover het oog reikt, staat de hal vol met eten. Acht vrijwilligers slalommen tussen kisten vol groene appels en dozen met cornflakes. Zij pakken het voedsel uit dat deze week in bulk is binnengekomen en zetten de producten klaar langs de rollerbaan in het midden van de loods. Teamleider Teja Creemers is een van de vrijwilligers die op de werkvloer staat. ‘Vanavond moeten hier achthonderd kratten worden ingepakt.’ Die liggen nu nog ingeklapt tegen de achterwand van de loods, gesorteerd op kleur. Blauw voor eenpersoonshuishoudens, rood voor twee- of driepersoonshuishoudens en grijs voor grotere gezinnen van vier tot zes mensen. Zo staat er elke week een krat klaar dat wordt aangevuld met producten uit de koeling bij de uitgiftepunten waar het eten wordt uitgedeeld. De steun van de voedselbank is bedoeld voor huishoudens in Nijmegen die minder dan 230 euro in de maand per persoon overhouden voor de dagelijkse boodschappen . Veel verschillende mensen hebben dan ook recht op steun van de voedselbank: alleenstaanden en gezinnen, statushouders en staatsburgers, jongeren en ouderen.

‘Ga rustig zitten, pak een kop koffie.’ De inzet van vrijwilligers als Creemers is van groot belang om de boel draaiende te houden. Dat bleek vooral dit voorjaar, toen de voedselbank voor een extra uitdaging kwam te staan tijdens de coronacrisis. Het merendeel van de honderdzestig vrijwilligers is ouder dan zestig en een deel van hen zat daardoor noodgedwongen thuis. Gelukkig stroomden de aanmeldingen binnen en was vervanging snel gevonden. Zo kon

de Nijmeegse voedselbank openblijven, zij het met speciale maatregelen in de loods en op de acht uitgiftepunten waar het eten wordt uitgedeeld. Voor klanten die niet de deur uit konden werd een bezorgingssysteem opgezet. De eerste crisis is daarmee overwonnen, maar intussen dreigt een economische recessie die tot een stijging van het aantal klanten kan leiden. ANS liep mee bij de loods en een uitgiftepunt in Hatert om de flexibiliteit van de voedselbank in de praktijk te zien. Pastasaus tegen de pandemie Halverwege de middag staan er nog veel producten in de loods om te sorteren, maar Creemers houdt het hoofd koel. ‘Ga rustig zitten, pak een kop koffie’, zegt ze tegen een vrijwilliger terwijl ze naar de rollerbaan loopt. Iedere vrijwilliger heeft een eigen verantwoordelijkheid. De een bouwt een muur van dozen tacokruidenmix zodat die ’s avonds snel kunnen worden ingepakt. Twee andere vrijwilligers verdelen bij de koelcel de zuivelproducten per uitgiftepunt over piepschuimkoelboxen. Het grootste deel van de spullen komt van een regionaal distributiecentrum in Arnhem. ‘Wat we krijgen is afhankelijk van hun aanbod, dus we weten nooit van tevoren wat er klaarstaat’, vertelt Creemers. Deze producten komen vooral van leveranciers die ze anders weg moeten gooien omdat ze niet kunnen worden verkocht. Dat gebeurde bijvoorbeeld op grote schaal tijdens de coronacrisis omdat cafés en restaurants toen voor langere tijd dichtgingen. De rest van de producten die in Nijmegen wordt uitgedeeld, komt van lokale supermarkten en bedrijven. Ook komen er kleinere giften binnen. ‘Soms brengen mensen een tasje eten omdat ze iets willen doneren’, vertelt de teamleider tevreden. Hoewel de coronacrisis in het begin vooral extra voedsel opleverde, houdt de voedselbank er rekening mee dat op langere


Wat de pot schaft P. 13

ten gaan. Achter in de loods bespreekt coördinator klantgericht proces Margriet Bosma kort de gang van zaken met Creemers en loopt vervolgens de trap op naar het hoofdkantoor van de organisatie. Bosma kwam zeven jaar geleden bij de voedselbank omdat ze iets wilde terugdoen voor de maatschappij met haar tijd en inzet. Inmiddels kost het werk haar zo’n vijftien tot achttien uur in de week naast een fulltime betaalde baan. Die toewijding is kenmerkend voor veel vrijwilligers die dit al jaar en dag doen. Volgens Bosma zijn ze bereid om zoveel te doen voor de voedselbank omdat ze zich nauw verbonden voelen met de organisatie, die ze omschrijft als een familie. ‘Elke groep vrijwilligers is een clubje met een eigen routine, maar samen zijn we een geheel.’ Het is zichtbaar dat ze goed op elkaar zijn ingespeeld. Achteraan zet iemand de kratjes op de metalen buizen van de rollerbaan. De andere vrijwilligers leggen er onder andere koekrepen en cornflakes in en duwen de kratten vliegensvlug richting het einde van de band, waar de laatste persoon ze in het busje zet. De inpakploeg duwt na een kleine anderhalf uur het laatste krat over de baan. Enkele vrijwilligers blijven iets langer om de loods op te ruimen, terwijl Creemers de pakketten natelt. Onder de inpakkers die vanavond de kratten hebben gevuld, zijn er ook een aantal die pas sinds de coronacrisis meedraaien. ‘Een derde van onze vrijwilligers viel uit omdat ze tot een risicogroep behoren. Dat hebben we allemaal op kunnen vangen met inwoners van Nijmegen, waaronder heel veel studenten’, vertelt Bosma trots.

termijn tekorten kunnen ontstaan. Zo is op dit moment de kans aanwezig dat meer mensen in aanmerking komen voor steun door de nasleep van de pandemie. Naast het eten dat elke week binnenkomt, staan daarom langs de muren van de loods stellingen vol houdbare producten als pastasaus en fruitsap. ‘Dat is onze eigen voorraad’, legt Creemers uit terwijl ze de loods rondkijkt. Die voorraad dient als buffer voor magere tijden. ‘Deze producten komen vooral van supermarkten, die eens per jaar speciale inzamelingsacties houden’, vertelt de teamleider. De voedselbank gebruikt daarnaast donaties om verse producten te kopen wanneer het distributiecentrum die niet voldoende kan bieden. Met deze financiële buffer kan de voedselbank ook een eventuele stijging van het aantal klanten opvangen.

‘Toewijding is kenmerkend voor veel vrijwilligers.’ Wie goed doet… Waar er ’s middags tijd is om te theeleuten tussen de werkzaamheden door is het op donderdagavond aanpoten voor de twintig inpakkers. Binnen anderhalf uur moeten ze alle achthonderd kratten vullen. Skyradio schalt uit de luidsprekers en de producten verdwijnen in rap tempo in de kratten. Aan het einde van de rollerbaan worden de eerste pakketten ingeladen in een van de busjes die de volgende dag naar de uitgiftepun-

‘Ik vrees dat wij binnen tien jaar meer dan duizend klanten hebben.’ … goed ontmoet De volgende ochtend is de loods weer opgeruimd en gaan de busjes op weg om de uitgiftepunten te bevoorraden. Om half negen ontvangen vrijwilligers bij Wijkcentrum Hatert de pakketten voor hun klanten en richten ze het zaaltje in waar het voedsel wordt uitgedeeld. Een uur later komen de eerste klanten en al snel vormt zich een rij waarin onderling afstand wordt gehouden. In de hal van het buurtcentrum worden ze ontvangen door teamleider Beppie Peters. Ze zit achter een tafel vol papieren, maar die administratie heeft ze amper nodig: Peters kent de meeste van haar honderdvijftig klanten persoonlijk en hoeft alleen te noteren dat ze er zijn. ‘Als ze me kennen, vertellen ze het sneller als ik iets over hun situatie moet weten. Die korte lijntjes maken het makkelijker om mensen de hulp te bieden die zij nodig hebben.’ Het is druk bij het uitgiftepunt vandaag, maar dat was niet altijd zo. ‘In de twaalf jaar dat ik hier in Hatert werk, zijn we van 45 naar 150 klanten gegaan’, vertelt Peters terwijl ze de volgende klant in de rij begroet. Die toename is kenmerkend voor de ontwikkelingen in heel Nijmegen: ‘De afgelopen tien jaar is het aantal klanten verdubbeld. Dat komt vooral door economische ontwikkelingen en veranderingen in intakebeleid’, legde Bosma de avond daarvoor in het hoofdkantoor uit. Mede door


Wat de pot schaft/ANS-online P. 14

de nasleep van de coronacrisis verwacht de coördinator een verdere toename. ‘Op dit moment hebben we weinig extra klanten, maar we staan wel in de startblokken om de capaciteit uit te breiden. We kijken bijvoorbeeld naar de mogelijkheid om een nieuw uitgiftepunt te openen zodat we het werk meer kunnen spreiden.’

‘Wij zien iedereen voorbijkomen, Jan met de pet tot een oud-directeur.’ Ook op de lange termijn denkt Bosma dat de rol van de voedselbank blijft groeien. ‘De armoede wordt steeds groter en mensen hebben minder buffers. Ik vrees dat wij binnen tien jaar meer dan duizend klanten hebben.’ De meeste klanten die deze vrijdag naar het buurtcentrum in Hatert komen, lijken goedgehumeurd en er hangt een gezellige sfeer in het zaaltje. ‘Goedemorgen zonnestraal, hoe is het?’ vraagt een goedlachse klant aan een vrijwilliger terwijl ze haar pakket overpakt in een boodschappentrolley. Het is echter niet voor iedereen makkelijk om naar de voedselbank te komen. ‘Als mensen voor het eerst komen, vertellen ze vaak dat ze het naar vinden en schamen ze zich’, legt Peters uit. Juist omdat klanten soms worstelen met schaamte beschouwt ze het als haar taak om te zorgen dat mensen zich welkom voelen. Ongemak of niet, de voedselbank is na vijftien jaar geen onbekend fenomeen meer en steeds meer mensen lijken hun weg naar de organisatie te vinden. Zij vormen een diverse klantenkring. ‘Wij zien iedereen voorbijkomen, van Jan met de pet tot een ouddirecteur’, vertelde Bosma. ‘Sommige mensen krijgen te maken met een scheiding, ziekte of ontslag. Je hoeft maar even pech te hebben en je redt het financieel niet.’

‘We reiken hier in principe alleen voedsel uit, maar het gaat voor mensen om veel meer.’ Naast geldzorgen staan klanten van de voedselbank soms voor sociale problemen. ‘Het is schrijnend om te zien dat sommige klanten ook te maken krijgen met eenzaamheid’, vertelt Peters. Ze is zich ervan bewust dat mensen niet alleen naar het buurtcentrum komen voor hun wekelijkse kost, maar ook voor het contact. Vele zijn de vrijwilligers dankbaar voor hun hartelijkheid en laten dit merken. ‘Mevrouw, wij hebben een kleinigheidje voor jullie gemaakt’, zegt een van de laatste bezoekers. Hij heeft een Egyptisch gerecht met falafel meegenomen van huis. Peters begint te stralen en licht de andere vrijwilligers in: ‘Dames en heren, we hebben lunch!’ Aan de klant geeft Peters nog een cadeautje voor de verjaardag van een van zijn kinderen. ‘We reiken hier in principe alleen voedsel uit, maar het gaat voor mensen om veel meer.’ Dit motto geldt ook in crisistijd en zelfs al neemt het aantal klanten toe, Peters en haar collega’s staan klaar om te helpen. ANS

ANS

ONLINE ANS-Online is het digitale zusje van het papieren blad met dagelijks studentennieuws en eigen rubrieken. Hieronder lees je over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en de onderwerpen om de komende periode naar uit te kijken. Black Lives Matter! Voor de zomervakantie ging er een golf van antiracismeprotesten de hele wereld over. Nijmegen bleef niet achter en in het Goffertpark werd een demonstratie georganiseerd, waar volgens de organisatie 2500 mensen bij aanwezig waren. De massale opkomst leverde in combinatie met het slechte weer en de emotie van de deelnemers prachtige beelden op. ANS maakte er een fotoreportage van en vroeg demonstranten wat ze ertoe bewoog om daar te staan in coronatijden. ‘Racisme is een groter virus dan corona.’ Dichterbij de dichter Het komende jaar vervult geschiedenisstudent Jochem Kruit de rol van campusdichter. Bij zijn aantreden is er nog veel onzekerheid over de literaire avonden waar hij zal voordragen. Zullen die doorgaan in coronatijd? Ongeacht of hij on- of off-campusdichter zal zijn: ANS sprak Kruit over waar zijn passie voor poëzie is ontstaan, wat zijn favoriete taaltrucjes zijn en welke onderwerpen hem aan het dichten zetten. ANS: the movie Zeven keer per jaar komt de papieren ANS uit en dagelijks verschijnt er content op ANS-online. Hoe dit werk wordt verzet en wie dit doen, is voor velen echter een groot raadsel. Om ons voor te stellen aan kersverse sjaarsen en andere studenten die ons nog niet kennen, werd een heuse film geschoten. Hierin wordt vertoond wat je als ANS’er precies doet, wie allemaal deel uitmaken van de roedel en hoeveel bakkies pleur op het kantoor worden gedronken. Het filmpje is zowel op onze site als op onze social mediakanalen te vinden. Naast de film is er ook op de online intromarkt gelegenheid om kennis te maken. Komt dat zien! Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan ans-online.nl of volg ANS op Facebook, Instagram en Twitter.


Tekst: Delphine Broasca/ Illustratie: Anoniem Het Laatste Oordeel P. 15

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Religiewetenschappen COLLEGE: Godsdienstpedagogiek, maandag 25

EINDCIJFER:

mei, 10.10-12.15 uur, Virtual Classroom DOCENT: Prof. dr. C.A.M. Hermans UITSTRALING: De alwetende PUBLIEK: Huichelende heidenen INHOUD: Godsgruwelijk moeilijke begrippen

Het is maandagochtend en de virtual classroom staat geopend voor een college Godsdienstpedagogiek. Prof dr. Chris Hermans verschijnt voor zijn reusachtige boekenkast. Hoewel de studenten twintig minuten eerder aanwezig moesten zijn, is het niet duidelijk waarom. Hermans is achter de schermen nog in een vurige discussie verwikkeld met een vrouw. De professor vindt het blijkbaar voldoende dat drie van de vijftien ingeschreven studenten aanwezig zijn. Hij vraagt vriendelijk of ‘iedereen’ zijn camera aan wil zetten. De studenten blijken niet erg gemotiveerd: slechts één gedreven student laat zijn gezicht zien. Na een halfuur gevuld met opstartproblemen gaat het college godzijdank dan echt van start. Hermans lijkt de slechte start meteen te zijn vergeten en vertelt enthousiast over de focus van de neo-salafistische en liberaal-progressieve stromingen van islamitisch godsdienstonderwijs. Waar de eerste stroming de teksten uit de Koran nauwkeurig interpreteert, laat de tweede meer ruimte voor discussie. De docent spreekt rustig en articuleert overdreven duidelijk, wat fijn is om ‘trrraditionele’ Arabische begrippen goed te kunnen verstaan. Op een goedgevulde, maar overzichtelijke PowerPoint spatten de concepten zowel rood als dikgedrukt van het doek, waardoor duidelijk wordt welke begrippen Hermans de hemel in wil prijzen. Na elke dia vuurt de professor gedreven vragen op de studenten af. Zij zijn op hun beurt ongeïnteresseerd in het beantwoorden hiervan. De vragen zoals ‘Zijn alle begrippen duidelijk?’ krijgen nauwelijks reactie. Als de tweede helft van het college begint, kunnen de studenten hun geluid wel wat zachter zetten, want door de laptops schalt een paar keer de gefrustreerde vraag van Hermans ‘Kunnen jullie mij horen?!’ Kort nadat de profes-

sor uiteindelijk heeft besloten om de virtual classroom opnieuw op te starten, verschijnt er in de mailbox van de studenten een bericht van de professor: ‘Ik had mijn oortjes niet in…’ Zodra Hermans zijn geluidsapparatuur in orde heeft, vertelt hij gestructureerd over de twee universele fundamentele principes van de progressieve islam: respect voor diversiteit en respect voor menselijke vrijheid. Vragen zoals Hermans die voor de pauze stelde, verdwijnen en de drie aanwezigen lijken steeds afweziger. Als het einde van het college nadert, zoekt Hermans weer wat toenadering. ‘Hoe vonden jullie deze online colleges?’ In eerste instantie blijft het ongemakkelijk stil, maar zodra hij de studenten persoonlijk aanspreekt, reageren ze wel. Hierna sluit Hermans af met een boodschap die de studenten wellicht nog kan motiveren: in het onderwijs is veel vraag naar religiewetenschappers omdat het geloof overal om ons heen is. Amen.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten kunnen hun aandacht maximaal een halfuur bij het college houden. Zeker omdat Hermans niet de beste kennis over techniek heeft, dwalen hun gedachten snel af. ‘Intussen ga ik mijn kamer een beetje opruimen’, liet de een weten. Ook inhoudelijk vinden de studenten het college niet meer de moeite waard: ‘Opdrachten heb ik enkele keren gemaakt, maar omdat Hermans te schools college geeft, doe ik dat niet meer. Het hoeft niet bij de uitleg van begrippen te blijven en er mag best wat meer diepgang in.’ Kortom: inzet en motivatie tonen deze studenten amper. ANS


Heb jij na veel tijd, moeite en kijkavonden een studentenkamer van zes vierkante meter gescoord? Vraag je je nu af hoe je in godsnaam al je spullen erin gaat passen? ANS bedacht een aantal ideale inrichtingen voor jouw hippe tiny house.


Illustratie: Gigi van Grevenbroeck/ Tekst: Redactie Middenpagina


Pepe for president Tekst: Lotte Bauling en Floor Toebes/ lllustratie: Timon Vader P. 18

Achtergrond

PEPE FOR PRESIDENT In 2020 zijn memes niet meer uit het digitale landschap weg te denken. Niet alleen particuliere accounts vermaken zich ermee, zelfs politieke partijen als de VVD wagen een dansje met Theresa May om hun gedachtegoed te verspreiden. Hoe dragen memes bij aan het politieke debat?

De distracted boyfriend, scared hamster en Pepe the Frog: ze domineren platforms als 9GAG en Reddit en ook op sociale media zijn ze niet weg te denken. Memes worden veelal gebruikt voor vermaak, maar ze lenen zich ook goed voor politieke doeleinden. Politici helpen zelfgemaakte memes de wereld in of maken gebruik van memes die al bestaan om een boodschap uit te dragen. Onder andere Donald Trump en Hillary Clinton gebruikten ze om elkaar in een slecht daglicht te zetten tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016. ‘Politieke partijen worden zich steeds bewuster van het belang van campagnevoering op sociale media’, stelt Mark Boukes, communicatiewetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). ‘Als ze memes gebruiken, doen ze dit om aansluiting te zoeken bij de online cultuur en daar volgers te werven die ze elders niet bereiken.’ Zo staat ook de Instagrampagina van de VVD vol grappige plaatjes met pakkende teksten. Hoewel het account met maar liefst 27.000 volgers aardig wat bekijks trekt, bleek uit een onderzoek van Brandpunt+ dat veel mensen negatief reageren op deze memes. Een toepasselijk voorbeeld hiervan is de

meest gelikete reactie op het account: ‘stop deze kk memes.’ Hieruit blijkt dat sommige mensen aanstoot nemen aan deze politieke plaatjes. Hoe beïnvloeden memes het debat binnen het Nederlandse politieke landschap? Tous le memes Memes vinden hun oorsprong ver voor de tijd van het online moddergooien. De term is in de jaren zeventig geïntroduceerd door bioloog Richard Dawkins. Een meme is volgens hem een culturele boodschap die zich verspreidt door zich telkens aan te passen aan zijn omgeving. De bioloog vergeleek dit fenomeen met een gen dat moet muteren om te overleven. Dit proces manifesteert zich bijvoorbeeld bij het nummer Seven Nation Army van The White Stripes dat weleens wordt gezongen met de tekst ‘alle boeren zijn homo’s’, of ‘alle Duitsers zijn homo’s’. Hoewel zo’n liedje volgens Dawkins’ definitie ook een meme is, associeert men deze term vandaag de dag eerder met plaatjes op het internet. Deze werken op een vergelijkbare manier, vertelt Sal Hagen, PhD-student aan de UvA en onderzoeker naar memes. ‘Internetmemes ma-


Pepe for president P. 19

ken vaak gebruik van een herkenbaar format of template. Deze worden dan telkens aangepast om een nieuwe grap te maken’, legt hij uit. ‘De grap zorgt ervoor dat zo’n plaatje aanslaat en zich verder verspreidt.’ Sociaal-cultureel psycholoog Cor van Halen van de Radboud Universiteit licht dit toe: ‘Memes moeten zowel opvallend als snel te begrijpen zijn. Hierdoor kan de ontvanger de boodschap makkelijk verwerken en vlugger doorsturen.’

‘Je kunt via een Winnie de Poohmeme laten weten dat je president Xi Jinping niets vindt.’ Deze simpele boodschap heeft binnen politieke memes een duidelijk doel volgens psycholoog Van Halen. ‘In dit soort plaatjes wordt een bepaald aspect van de tegenstander of van jezelf dusdanig uitgelicht dat er een accent wordt gelegd op hetgene dat voor jou goed uitkomt.’ Deze werking wordt framing genoemd. ‘Door dit proces kunnen mensen worden gestuurd in hun emoties en meningen’, vervolgt Van Halen. Het is een fenomeen dat je veel terugziet in de berichtgeving van en over politieke partijen. Zo deelde de VVD afgelopen juni een meme waarmee ze reageerden op het anti-racismeprotest op de Dam, waarbij de anderhalvemeterregel werd overtreden. Op het eerste plaatje van de meme staat een tevreden Joey uit de serie Friends met daarnaast de tekst ‘er wordt massaal gedemonstreerd tegen racisme’, gevolgd door een plaatje van een ontevreden Joey met onderschrift ‘zonder 1,5 meter afstand te houden’. Er wordt een situatie geschetst waarbij vervolgens een aspect wordt uitgelicht en in een oogopslag duidelijk wordt hoe de VVD daar tegenover staat.

‘Ze hebben geen behoefte aan nuancering.’ Van VVD naar ‘vroemvroempartij’ Memes lenen zich voor zowel politici als burgers als een goed middel om een politiek standpunt te delen. Ze hebben als groot voordeel dat ze de drempel verlagen voor mensen die onderdeel zijn van een minderheidsgroep of in een maatschappij leven waar weinig vrijheid van meningsuiting bestaat, vertelt Hagen. Voor mensen die een onpopulaire mening hebben, die ze in het echte leven minder snel durven te uiten, bieden internetmemes een uitweg. Daarnaast hoeven burgers zo ook niet meer de straat op om hun mening te laten horen of te protesteren tegen de autoriteiten. ‘Je kunt bijvoorbeeld via een Winnie de Poohmeme laten weten dat je president Xi Jinping niets vindt’, vertelt de PhD-student. Kortom, voor mensen die minder snel worden gehoord of hun stem kunnen laten horen, bieden memes een laagdrempelige uitkomst om alsnog je zegje te doen. Bij deze online participatie zenden burgers misschien wel sneller hun mening de wereld in, maar in hoeverre vormen deze vlugge grappen daadwerkelijk een politiek gesprek?

Sociaal-cultureel psycholoog Van Halen is niet positief over de laagdrempeligheid van memes. ‘Bij mensen die zich nauwelijks verdiepen in de politiek hebben memes de grootste uitwerking’, stelt hij. ‘Zij krijgen geen nieuwe ideeën, maar laten zich heel makkelijk overtuigen tot een standpunt dat zij eigenlijk al hadden. Daarbij hebben ze geen behoefte aan nuancering.’ Volgens Van Halen schuilt er onder andere een probleem in het feit dat deze plaatjes zich verspreiden op sociale media. Door algoritmes krijgen gebruikers vooral berichten te zien die hun voorkeur hebben. Zo wordt er een cognitieve bubbel gecreëerd waarbinnen iedere discussie doodslaat. ‘Van echte participatie kun je in dat geval dus niet spreken’, concludeert psycholoog Van Halen.

‘Voor grappen geldt dat je vaak niet doorhebt dat er veel aannames in zitten.’ Volgens meme-onderzoeker Hagen komt daar nog bij dat memes veel kunnen inspelen op stereotypen. ‘Deze plaatjes communiceren namelijk overtuigingen in een hapklare vorm in plaats van in een meer gecompliceerde, volwassen vorm van activisme of politiek’. Het is aannemelijk dat een grapje over bijvoorbeeld een rechtse ‘vroemvroempartij’, beter bekend als de VVD, beter blijft hangen dan een uiteenzetting met redenen waarom er moet worden geïnvesteerd in het openbaar vervoer. ‘Voor grappen geldt sowieso dat je vaak niet doorhebt dat er veel aannames in zitten’, vertelt Hagen. Zo linkt de ontvanger in het bovengenoemde voorbeeld de vroemvroempartij aan de VVD, omdat hij aanneemt dat deze politieke partij vooral inzet op vervuilende vervoersmiddelen. Of de grappenmaker zelf vindt dat deze politieke partij louter oog heeft voor automobilisten, maakt niet uit. De grap is stereotyperend en zo’n aanname wordt hierdoor alleen maar meer bevestigd. De democratie doodlachen Op het internet ontvangen gebruikers vooral memes die aansluiten bij hun voorkeuren. Zo is het minder waarschijnlijk dat een VVD-stemmer de ‘vroemvroempartij’-meme voorbij ziet komen, dan een tegenstander van deze partij. Dit komt door algoritmes die op zoek gaan naar berichten in lijn met eerdere gelikete posts. Op deze manier wordt een bubbel gecreëerd waarin men enkel wordt bevestigd in eigen ideeën over de wereld. Van Halen vindt dit een gevaar voor het democratische systeem in het algemeen. ‘Een goede democratie kan alleen bloeien bij de gratie van goed geïnformeerde kiezers en de werking van internetmemes zit dat in de weg.’ Naast de gebrekkige inhoud is ook de ridiculisering van de tegenpartij een probleem. Zelfs in een land als Nederland waar gevaar voor polarisering kleiner is vanwege het belang van coalitievorming, gaat de kwaliteit van de democratie achteruit door memes, aldus Van Halen. ‘Politici kunnen elkaar niet helemaal kapotmaken als ze later nog moeten samenwerken,


Pepe for president P. 20 P. 20

maar door de simplistische aard van memes groeien de tegenstellingen wel. Dat komt de democratie en het publieke debat niet ten goede’, redeneert de psycholoog. Meme-expert Hagen sluit zich daar deels bij aan, maar benadrukt dat de simplificatie van het publieke debat niet alleen af te schuiven is op memes. Volgens hem ligt de oorzaak bij de algemene tendens van snelle media met vlugge, oppervlakkige berichtgeving. Dat betekent niet dat Hagen de invloed van memes bagetelliseert: ‘Hoewel de memecultuur in Nederland nog niet in dezelfde mate politiek-georiënteerd is als in Amerika, denk ik wel dat dit soort makkelijk deelbare plaatjes daarin steeds prominenter aanwezig zullen worden’, voorspelt hij. Waar Hagen en Van Halen de bui al zien hangen, is er volgens communicatiewetenschapper Boukes geen wolkje aan de lucht. ‘Mensen gaan echt niet opeens heel anders over politiek praten omdat ze een paar memes zien’, reageert hij nonchalant. ‘Dit soort plaatjes wordt namelijk vaak alleen als grap gezien’, redeneert hij. Daarom zullen memes volgens hem het politieke debat niet wezenlijk beïnvloeden.

‘Mensen gaan echt niet anders over politiek praten omdat ze een paar memes zien’ Ondanks de verschillende visies op het potentiële gevaar van politieke memes, klinkt vanuit de wetenschap en de journalistiek met regelmaat de roep dat er te weinig regels zijn voor online politieke campagnes en de memes die daarin worden gebruikt. Hagen sluit zich hierbij aan: ‘Ik denk dat politieke campagnes wel mogen worden beregeld wanneer er sprake is van het consequent verspreiden van onvolledige of schadelijke informatie via memes.’ Momenteel hebben memes een weinig inhoudelijke bijdrage aan de politieke discussie in Nederland. De roep om regels duidt er echter wel op dat men rekening houdt met de mogelijk gevaarlijke invloed die memes uitoefenen op het politieke debat. De hamvraag is dus niet wat de bijdrage van memes precies is, maar hoe de maatschappij de potentieel gevaarlijke invloed van de grappige plaatjes kan beperken. ANS


Column Sjoerd Bakker P. 21

DE DWARSDOORSNEE In het normale leven is rechtenstudent Sjoerd Bakker vooral bezig met het schrijven en interpreteren van wetsartikelen en jurisprudentie. Buiten het recht om laat hij de strikte verwijzingen achterwege en komt de verbeeldingskracht tevoorschijn. In deze column beschrijft hij een gebeurtenis waarbij de lezer met selectieve context midden in het verhaal valt. Ik liep over de verlaten rotonde richting het Cultuurcafé. Buiten ging ik aan een tafeltje zitten. ‘Geef me de soep van de dag maar’, zei ik tegen een serveerder terwijl ik mijn bril afzette en de menukaart terug op tafel legde. De herfst was net begonnen en de bladeren lagen alweer op de weg. Terwijl iedereen binnen plaatsnam, genoot ik er juist van om buiten in de kou even frisse lucht te kunnen ademen. Wachtend op mijn soep dacht ik na over het gesprek dat ik zou gaan voeren. Ik had afgesproken met een oude vriend. Zouden we het over onze eerste zoen in het kleedlokaal van de gymzaal gaan hebben? Of over die keer dat ik bij zijn ouders op bezoek was en zijn vader kaarsvet over de vloer morste? Plotseling blies een koude wind stevig in mijn nek. Voor een kort ogenblik ontwaakte ik uit de gedachtestroom. Heb ik me wel warm genoeg aangekleed? Moet ik toch niet de warmte opzoeken? Voor ik het goed en wel doorhad, dwaalde mijn aandacht weer af. Een ongemakkelijk gevoel bekroop me toen ik nadacht over de momenten waarover we het niet wilden hebben. Ik herinnerde me die keer dat ik op bezoek kwam bij de kliniek waarin hij was opgenomen en het zo uit de hand liep. De vreselijke verwijten en verwensingen die ik naar mijn hoofd kreeg gesmeten en hoe het toen eindigde met die dwangbuis. Ik begon te trillen terwijl ik stilstond bij de onuitgesproken pijn die bij ons allebei nog aanwezig is. De bezoeken werden sporadischer en hielden op een gegeven moment op te bestaan. Ik voelde me vooral schuldig op momenten dat ik van anderen steeds slechter nieuws te horen kreeg. Af en toe zag ik mezelf als een egoïst omdat ik alleen de man wilde zien op wie ik als tiener verliefd werd. ‘Alstublieft, de champignonsoep’, zei de serveerder terwijl hij mij uit mijn gedachten wekte. ‘Weet u zeker dat u niet binnen wilt plaatsnemen?’ Ik at een beetje soep en proefde de herfst. ‘Dat weet ik zeker’, garandeerde ik hem. De soep verwarmde mijn afgekoelde lichaam en verdreef mijn twijfels over de kou. De zomer mag dan misschien voorbij zijn, maar als ik straks mijn verloren vriend weer te spreken krijg, zal het lijken alsof de lente net begint.


High on your own supply? Tekst: Jackie de Bree/ Foto: Vincent Veerbeek/ Illustratie: Ande Cremers P. 22

Radboudstudent Igor leidt als drugsdealer een ongewoon studentenleven. Vanwege zijn handelswijze en onderliggende filosofie is hij echter ook geen doorsnee drugsdealer. ‘Volgens de staat ben ik een crimineel, maar ik vind zelf dat ik niets slechts doe.’

HIGH ON YOUR OWN SUPPLY?

Als tweedejaarsstudent Igor* de deur opent, draagt hij een oase van rust bij zich. Met relaxte tred wandelt Igor naar binnen in zijn keurig opgeruimde appartement. De drugsdealer heeft een air die meer wegheeft van een boy next door dan van een schimmig figuur uit een donker steegje. Voor een goed gevuld envelopje hoef je immers allang niet meer af te dalen naar de diepste krochten van de stad, maar tik je gewoon een studiegenoot als Igor aan. Voorheen kon je bij hem terecht op festivals, concerten en drugsfeestjes, nu verkoopt hij vanwege de coronacommotie grotendeels vanuit huis. Ongeveer drie keer per week verkoopt hij poeder, pillen of zegels aan vrienden en kennissen. Nonchalant loopt hij door naar de keuken. ‘Ik moet nog even de groenteschotel uit de oven halen.’ Hij schept enkele lepels groenten op en neemt plaats aan de eettafel.

‘Mijn drugsvoorraad is eigenlijk net een verzameling Pokémonkaarten.’ Rond de jonge drugsdealer is van het stereotype spanning en sensatie niets te merken. Hij kenmerkt zich niet alleen door zijn atypische houding, maar ook door zijn handelsethiek. Zo verkoopt hij vrijwel geen stimulerende middelen en dealt hij niet aan mensen met een overduidelijke verslaving. ‘Sommige mensen met wie ik vorig jaar veel feestte, gebruikten uiteindelijk dagelijks speed en gingen kapot aan hun verslaving.’ Dit middel en andere stimulerende drugs als amfetamine en cocaïne richten volgens hem te veel schade aan. Wel dealt hij in psychedelica en andere, volgens hem, ‘recreatieve’ middelen. Hij verkoopt deze drugs aan een relatief kleine groep die voornamelijk uit studenten bestaat. Hierdoor heeft hij de ruimte om persoonlijk contact met zijn klanten op te bouwen. Zelf is Igor ook een fanatiek gebruiker van vooral XTC, ketamine en psychedelica. Hij stelt dat deze middelen niet zo slecht voor je lichaam zijn in vergelijking met andere drugs. ‘Als regelmatige gebruiker sport ik met gemak nog vijf keer per week’, roept hij overtuigd. Zijn eigen gebruik weerhoudt hem er echter niet van kritiek te hebben op het drugsgebruik van zijn medestudenten. Klanten worden tijdens zijn deals dan ook onderworpen aan een kritisch paar ogen. Hij vertelt over zijn handelsmoraal en kijk op drugsgebruik.

Genot boven geld ‘Psychofarmacologie en de werking van verschillende drugs interesseren mij al lange tijd’, vertelt Igor. ‘Ik ben zelf dan ook erg enthousiast over het gebruiken van drugs. Inmiddels heb ik tientallen soorten middelen geprobeerd.’ Hij concludeert dat hij eigenlijk een drugsgebruiker is die daarnaast ook verkoopt. Inmiddels dealt hij al een paar jaar, nog steeds met veel plezier. ‘Mijn voorraad is eigenlijk net een verzameling Pokémonkaarten door de grote verscheidenheid’, grapt hij. ‘Ik vind het leuk om de ervaringen die drugs opleveren met andere


High on your own supply? P. 23

hij namelijk groot fan van deze geestverruimende drugs. In geuren en kleuren vertelt hij over zijn passie: ‘Ik vind het ontzettend gaaf dat er middelen bestaan die je hele perceptie van de wereld veranderen.’ Hij legt uit dat psychedelica je bewust maken van je houding en gedrag in het dagelijkse leven. ‘Alle lagen van routines en standaardhandelingen die in je zitten, worden door deze drugs stuk voor stuk afgepeld. Zo blijft uiteindelijk alleen een brok van gevoel over’, vertelt hij. ‘Het is juist goed om een keer uit je comfortzone te worden getrapt en in een hele andere headspace te komen.’ Sceptici zouden echter zeggen dat de angst voor een badtrip of een psychose nog altijd op de loer ligt. Een erg nare ervaring die Igor met een enkele zin probeert te pareren: ‘Take a ride’, zegt hij breed grijnzend. Met een uitleg bagatelliseert hij vervolgens de verschrikking die een slechte trip kan veroorzaken. Zo’n ervaring is volgens Igor namelijk geen vorm van nutteloos lijden. ‘Die nare ervaringen horen erbij omdat ze je confronteren met jezelf.’

Het is onwaarschijnlijk dat je verslaafd raakt aan deze hug drug. Los van de pijn die je tijdens een trip kunt ervaren, zegt Igor dat je de dip die je na het gebruik van de meeste drugs ervaart, moet zien als een noodzakelijk kwaad. Deze weerhoudt je er namelijk van om de drugs te misbruiken. Dit is dan ook de reden dat XTC het enige stimulerende middel is dat hij wel verkoopt. ‘Drugs als cocaïne zou je bij wijze van spreken iedere dag kunnen nemen om je gemoedstoestand op peil te houden’, legt hij uit. ‘Je voelt je een stuk slechter tijdens een volgende trip als je niet genoeg rust neemt na de afgelopen keer XTC te hebben gebruikt.’ Volgens Igor is het daarom onwaarschijnlijk dat mensen verslaafd raken aan deze ‘hug drug’ en zijn ze om die reden ook minder gevaarlijk. Dit neemt echter niet weg dat het op lange termijn schadelijk kan zijn voor je lichaam en mentale gezondheid. Toch gaat XTC vooralsnog bij Igor over de toonbank.

mensen te delen en hun te adviseren over bepaalde middelen.’ legt hij uit. ‘Ik vind zelf niet dat ik iets slechts doe, maar de staat ziet mij als crimineel.’ Igor heeft vooral interesse in gedeelde drugservaringen en noemt het geld dat de handel hem oplevert slechts een leuke bijkomstigheid. ‘Ik heb nooit gedeald met het oog op de verdiensten.’ Graag of niet, de winst is er. Deze trekt hij voornamelijk uit de populaire drugs XTC, ketamine en 2C-B. De zaken lopen goed, toch vindt Igor dat hij het jammer vindt dat psychedelica onder studenten niet populair zijn. Zelf is

Boyz n the hood Hoewel zijn drugs nog als zoete broodjes verkopen en de handel hem inmiddels honderd tot tweehonderd euro per week oplevert, ziet hij het dealen eerder als een hobby dan een baan. Rond de jonge drugsdealer is van het stereotype spanning en sensatie niets te merken. De kers op de taart is voor Igor dat hij een balans heeft gevonden tussen zijn passie en een voltijdstudie. Het is volgens hem belangrijk om prioriteiten te stellen: ‘Wanneer ik een drukke studieperiode heb of simpelweg geen zin op kan brengen, verkoop ik een tijd wat minder. Het is voor mijn eigen dealers geen enkel probleem als ik de handel dan even opzij schuif.’ Nonchalant voegt hij hieraan toe dat zijn dealers erg aardige mensen zijn. Sommigen zouden de rillingen krijgen bij het idee van een een-op-eenontmoeting met zo’n grootschalige


High on your own supply? P. 24

drugsdealer, het laat Igor maar koud. ‘Een afspraak met mijn dealer is echt niet veel spannender dan een rondje rijden in een auto’, reageert hij stoer terwijl hij verveeld door de vraag het zoveelste stuk broccoli in zijn mond stopt. Deze ‘mensen van boven’ lijken hem weinig te schelen. Hij ziet zichzelf slechts als een kleine schakel, maar is wel degelijk onderdeel van een grotere keten van drugshandel. Daarin draagt hij indirect bij aan de verkoop van de verslavende middelen die hij zo afkeurt. Hij schiet bovendien in de verdediging na een vraag over waar deze drugs überhaupt worden gefabriceerd. ‘Drugs als ketamine worden legaal in India geproduceerd, waar het als een geneesmiddel wordt gebruikt.’ Over de omstandigheden waaronder deze middelen worden gemaakt, zegt hij verder niet veel te weten. Het is voor hem voldoende als hij ervan is verzekerd dat de drugs geen troep bevatten. Daddy Cool Voor zijn klanten geldt immers kwaliteit boven kwantiteit. Igors handelswaar bestaat uit betrouwbare drugs van goede klasse, beweert hij zelf. Dit staat echter niet garant voor een geslaagde trip. Daarom informeert hij zijn kopers grondig over de drugs, de trip en welke voorbereidingen ze moeten treffen. ‘Ik raad ze aan om zowel over positieve als negatieve ervaringen op internet te lezen, voor en tijdens het gebruik genoeg te drinken en voldoende te eten.’ Sommige cliënten genieten zelfs van wat extra’s. ‘Soms ga ik een avond tripsitten of doe ik mee als ze dat fijn vinden.’ Igor schenkt zoveel aandacht aan zijn klanten omdat hij zo denkt te voorkomen dat ze de drugs misbruiken. Dit verantwoordelijkheidsgevoel voor zijn selecte klantenkring komt voort uit eigen ervaringen. Als voorbeeld vertelt hij over een groep mensen die tot voor kort 3-MMC, een soort combinatie van cocaïne en amfetamine, bij hem

kocht. ‘Samen met andere dealers die aan diezelfde groep verkochten, merkte ik dat ze elke week en soms zelfs doordeweeks het middel gebruikten.’ Hij valt even stil. ‘Toen heb ik ze gezegd dat ik niet meer aan ze zou leveren. Dergelijk gebruik wil ik niet stimuleren.’ Ook als hij mensen in zijn eigen kringen verkeerde drugs ziet gebruiken, gaat hij met ze in gesprek en probeert hen zo op andere gedachten te brengen. Op deze manier laat Igor het hele proces zo gemoedelijk mogelijk verlopen. Hoewel velen hun oordeel over de drugswereld paraat hebben, probeert Igor dapper meer diepgang in de drugsfilosofie te brengen. Hij zou er nog lang over door kunnen vertellen en heeft aan één avond eigenlijk niet genoeg tijd om het hele verhaal uit de doeken te doen. Zo blijven er nog wat haken en ogen aan zijn vertelling zitten, het zij zo. Het zal nog meerdere jaren en trips kosten voordat iedereen op een gelijke headspace met hem zit. Over hoe hij zich de komende jaren zal ontwikkelen, moet Igor lang nadenken. ‘Ik zie mezelf de komende tijd doorgaan met dealen’, zegt hij al starend naar een stukje bloemkool. ‘Ik verkoop nu voornamelijk partydrugs, maar ik wil eigenlijk weg uit het XTC-wereldje omdat het gepaard gaat met veel stimulerende drugs.’ Hij is zelf positief gestemd dat zijn meeste klanten hier hetzelfde over denken en daarom net als hij zullen veranderen in hun drugsgebruik. ‘Het zou me niks verbazen als ik over vijf jaar tot paddo- en DMT-dealer ben geëvolueerd.’ ANS

Heb jij last van een verslaving? Er zijn studentenpsychologen aan de Radboud Universiteit of je kunt bellen met hulplijn 0900-1995 *Igors naam is gefingeerd. Zijn echte naam is bekend bij de hoofdredactie.


Tekst en foto’s: Inge Spoelstra en Amber Stoelman/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 25

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Hakken

Wat: Hakmes Moeite: Lak aan klootz(h)ak Resultaat: Gezond te grazen nemen

Wat: Hakkûhhh Moeite: Innerlijke Paul Elst(h)ak Resultaat: Alternatieve anticonceptie

Wat: Hacks voor stacks Moeite: Javadrama Resultaat: 404-error

Je huisgenoot laat al dagen zijn vieze vaat in de gootsteen staan. Wanneer de aangekoekte havermout je bijna te veel wordt, denk je aan de scherpe messenset die ligt te verstoffen in de keukenla. Je wil testen of je je frustratie kwijt kunt op de groentes voor je avondmaal. Tijdens het hakken lijkt de paprika ineens wel heel veel op de verrotte kop van je huisgenoot. Met een waas voor je ogen fantaseer je dat de paprika ook zijn zielige persoonlijkheid heeft. Plots word je wakker geschud door wat paprikasap dat in je oog vliegt. Het mes snijdt van twee kanten: je hebt je groentes nog nooit zo fijn gehakt, maar het mes speelt je frustratie beangstigend veel in de hand.

Toen de kappers nog dicht waren, heb je uit pure wanhoop je haar gemillimeterd. Je lijkt wel een gabber. Wie A zegt, moet ook B zeggen en dus besluit je dat je moet leren hakken. Na het kijken van tientallen tutorials voer je je eigen krampachtige variant uit. Het is duidelijk dat jouw voeten al even niet van de vloer zijn geweest en ook je ritmegevoel laat te wensen over. Je zet je ene voet achter de andere en maakt kleine schopbewegingen tussendoor. Je voelt je een fu-krijger die een beroerte krijgt. Toch heb je goede moed bij een second opinion. Na een kort maar krachtige videoperformance stellen je vrienden dat je een ravemeister bent. Jij wordt de ster van toekomstige coronafeestjes.

Jouw sneue serveerbaantje heeft de crisis niet overleefd. Teren op de geldstroom van ome DUO is ook niet ideaal en er zal dus een nieuwe inkomstenbron moeten komen. Je zoekt een baantje waarvoor je je comfortabele bed niet uit hoeft. Op Google vind je het antwoord: beroepshacker. In de pretstudietoren heb je helaas niets geleerd over computertechniek dus je zult eerst moeten oefenen. Je vindt een game die je leert om wachtwoorden te hacken, bedoeld voor middelbare scholieren. De eerste levels zijn kinderspel, maar wanneer er wordt gevraagd in JavaScript te schrijven, zie je het toekomstplan in enen en nullen opgegaan. Je bent teleurgesteld door de hacktragedie, maar door het verdere tekort aan baantjes is er niets dat nog tussen jou en je bed komt. ANS

Wil jij ook hakken? Lees alle vijf pogingen op ans-online.nl!


Baas in eigen bordeel? Tekst: Aaricia Kayzer en Thom Wijenberg/ Illustratie: Inge Spoelstra P. 26

Tijdgeest

BAAS IN EIGEN BORDEEL?

In Tijdgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: Sekswerk

In 2000 werd in Nederland het bordeelverbod opgeheven. Met de decriminalisatie van bordelen gaf de overheid een duidelijk signaal: sekswerkers voeren een volwaardig beroep uit en dienen in openheid te kunnen werken. De legalisering van bordelen pakte echter weinig positief uit voor mensen die met seks hun brood verdienen. Gemeentes voerden massaal repressieve maatregelen in waardoor het aantal tippelzones, ramen en andersoortige werkplekken in Nederland de afgelopen twee decennia drastisch daalde. Volgens sekswerkers en belangenorganisaties wordt bij de beleidsvorming voor de sekswerkbranche nauwelijks naar hen geluisterd. Met het oog op het beleid rondom sekswerk: hoe is de kijk op deze beroepsgroep door de tijd heen veranderd en hoe zal dit beeld er in de nabije toekomst uitzien? Verleden: Gedwongen prostitutie Sekswerk mag dan het oudste beroep ter wereld worden genoemd, er gaan nog veel stigma’s mee gepaard. Zo heerste in de jaren zestig het idee dat sekswerkers psychisch beschadigd zijn. Van dat idee zijn we inmiddels af, maar het beeld van de gedwongen sekswerker is hardnekkig, aldus Ine Vanwesenbeeck, hoogleraar Seksuele ontwikkeling, diversiteit en jeugd aan de Universiteit Utrecht. Ons huidige beeld van dit beroep gaat volgens Vanwesenbeeck terug op een reeks VN-conferenties uit de jaren tachtig en negentig. ‘In die conferenties was er een kamp bestaande uit radicaalfeministen en christelijke partijen dat de opvatting koesterde dat sekswerk per definitie een vorm van dwang en mensenhandel is’, aldus Vanwesenbeeck. De alliantie van deze twee partijen kon onder de regering Bush die de strijd tegen mensenhandel hoog op haar agenda plaatste, rekenen op grote financiële steun vanuit de Verenigde Staten. Het resultaat: wereldwijd zijn de woorden prostitutie en mensenhandel onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Om mensenhandel te beperken heeft Nederland rond de eeuwwisseling besloten om bordelen te legaliseren en sekswerk in openheid te brengen. Met dit reguleringsbeleid, waarbij sekswerkers zich kunnen melden zonder te hoeven vrezen voor strafrechtelijke repercussies, hoopte de regering onvrijwillige prostitutie de kop in te drukken. Deze wetgeving leidt echter vooral tot repressieve maatregelen. Gemeentes hebben sinds de invoering van dit beleid het laatste zegje over sekswerk in hun domein: zij mogen hier zelf voorschriften over opstellen. In Nijmegen leidde dit in 2011 bijvoorbeeld tot een uitsterfbeleid voor de tippelzone en in ook in andere steden loopt het aantal ramen terug.

Heden: Hogere minimumleeftijd en vergunningsplicht Het hedendaagse beeld van sekswerkers is inderdaad gestoeld op het idee dat sekswerk een vorm van mensenhandel is, beaamt Sietske Altink, beheerder van het online archief Sekswerkerfgoed. ‘In 2008 waren er een aantal gevallen van mensenhandel in de vergunde prostitutie’, vertelt ze. ‘Tegelijkertijd was er veel ophef over loverboys. Dat heeft de publieke opinie ook gestuurd.’ Hoewel het slechts om een aantal gevallen gaat, is het bestrijden van mensenhandel dé pijler in wetgeving rondom sekswerk. In 2019 was het terugdringen van mensenhandel voor coalitiepartijen CDA en ChristenUnie de voornaamste reden om het wetsvoorstel Wet regulering sekswerk in te dienen. Met deze wet komt er een landelijke vergunningsplicht voor sekswerkers. Vergunningen worden pas toegekend als een aspirant-sekswerker door een ambtenaar zelfredzaam genoeg wordt geacht. ‘Zo’n zelfredzaamheidstest bevestigt het beeld van sekswerkers als zielige mensen die door een exploitant worden uitgebuit’, vertelt Altink. Vanwesenbeeck ziet dat het voor veel sekswerkers moeilijk is om met hun beroep naar buiten te treden en de beeldvorming te bestrijden. ‘Veel sekswerkers houden de aard van hun beroep geheim voor familie en vrienden’, stelt ze. ‘De straf op openbaarheid is bij sekswerk groot.’ Het is niet ongewoon dat sekswerkers door buren of klanten worden gechanteerd met de manier waarop zij hun brood winnen. Belangenorganisaties voor sekswerkers zoals PROUD trachten negatieve beeldvorming rondom sekswerk te bestrijden, maar volgens Altink zullen bepaalde stigma’s nooit compleet verdwijnen. ‘We kunnen hoogstens het leed verzachten door te benadrukken dat sekswerk een legitiem beroep is waarbij lang niet altijd sprake is van dwang en mensenhandel.’


Baas in eigen bordeel? P. 27

Toekomst: Wetgeving en wederhoor Tijdens de consultatieronde kwam er veel kritiek op de Wet regulering sekswerk. Volgens sekswerkers en belangenbehartigers vormt de registratieplicht een bedreiging voor de privacy van sekswerkers. Prostituees die zich daardoor niet willen laten registreren of niet aan de gestelde eisen voldoen, vluchten daardoor mogelijk de illegaliteit in. Om een indicatie te krijgen van de eventuele uitwassen van de wet moeten we volgens Vanwesenbeeck naar Duitsland kijken. Daar geldt al sinds 2017 een registratieplicht. ‘Je ziet dat het niet werkt’, noteert Vanwesenbeeck. ‘Het overgrote deel van de sekswerkers heeft zich niet geregistreerd en werkt illegaal. Ze hebben dan geen rechten en lopen meer kans op geweld en dwang. Dat werkt negatieve beeldvorming alleen maar verder in de hand.’ Volgens zowel Vanwesenbeeck als Altink is de politiek aan zet, niet alleen op het gebied van wetgeving, maar ook wat betreft beeldvorming. ‘Bij een volledig decriminaliseringsbeleid kunnen sekswerkers beter dan nu hun rechten opeisen en integreren in de maatschappij’, vertelt Altink. ‘Hierdoor kunnen ze ook meer aanzien krijgen, hun mond opentrekken en de kijk op sekswerk veranderen.’ Toch lijkt een dergelijk beleid er voorlopig niet in te zitten. Ondanks felle kritiek heeft Rutte III de Wet regulering sekswerk vrijwel ongewijzigd naar de Raad van State gestuurd. Mocht de wet uiteindelijk worden aangenomen, dan zal de registratieplicht sekswerkers voor het blok zetten. Geven zij hun anonimiteit voor de overheid op om in openheid te kunnen werken of kiezen zij voor de anonimiteit van de illegaliteit en lopen ze een verhoogde kans om het slachtoffer van dwang en geweld te worden? ANS

1911: Invoering van een landelijk bordeelverbod

Jaren 80 en 90: reeks VNconferenties over mensenhandel

1981: Eerste initiatieven om bordeelverbod op te heffen.

2000: Afschaffing bordeelverbod.

2019: Rutte III presenteert Wet regulering sekswerk.


Kamervragen Tekst en foto’s: Jacobien Morren P. 28 P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Luc en Mathijs Om verdere verspreiding van het coronavirus te voorkomen bekijken de deelnemers elkaars kamer virtueel. Daarbij filmen ze om beurten hun kamer terwijl de ander meekijkt via Skype en commentaar geeft. Beide deelnemers hebben daarbij hun geluid uit staan. De persoon die meekijkt via Skype geeft aanwijzingen via de chat. Luc op virtueel bezoek bij Mathijs Luc opent zijn laptop en krijgt via Skype een donkerblauwe muur te zien die volhangt met kunstwerken. ‘Vermeers Meisje met de parel, Van Gogh en Escher’ roept hij enthousiast. ‘Hij heeft veel artistieke shit in zijn kamer hangen.’ Luc is er stellig van overtuigd dat dit erop duidt Luc dat de ander een sociaalwetenschappelijke studie doet. Al gauw komt hij hier op terug: ‘Dat is misschien een snelle conclusie.’ Dan draait de camera weg. Er komt een ruime en niet zo opgeruimde kamer in beeld. Hier en daar slingeren nog wat kledingstukken en papieren rond. Op een lage salontafel in het midden van de kamer ziet Luc een keyboard liggen. ‘De bewoner zal dus wel muzikaal zijn.’ Even later verschijnen ook twee gitaren in de hoek van de kamer en een microfoon op het bureau. ‘Ja ik weet het zeker, deze guy is een

zieke muzikant’, concludeert Luc lachend. Direct fantaseert hij verrassend specifiek over de muzieksmaak van de persoon achter de camera. ‘Ik denk dat hij new soul en rock luistert, zoals The War on Drugs, Tame Impala, Red Hot Chili Peppers en misschien The Kooks. Hij lijkt me wel een ‘szigettypetje’’, redeneert hij. Als Luc de bovenste plank van een hoge kast te zien krijgt, komt hij tot een nieuw inzicht: ‘Ik denk dat hij aan wielrennen doet, omdat de hele groep op deze foto van die broekjes draagt.’ Even fronst Luc. ‘Ik zie alleen geen fietsen.’ Dan ziet hij een fietswiel in de hoek van de kamer liggen en meerdere fietspetjes hangen. ‘Ha! Zie je wel’, brengt hij vrolijk uit. De rondleiding eindigt met een vlugge blik uit het raam. ‘Deze jongen woont in ieder geval op een zolder, misschien ergens in Dukenburg’, gokt Luc. Op basis van wat hij zojuist allemaal heeft gezien, probeert hij een inschatting te maken van de bewoner: ‘Hij sport, is bezig met muziek en studeert denk ik ook. Het lijkt allemaal wel steady te gaan in zijn leven. Mijn algemene indruk van hem is dat hij een chille gast is.’

Mathijs op vitueel bezoek bij Luc ‘Een trampoline, interessant’, zegt Mathijs vrolijk terwijl hij via een matige Skypeverbinding door Lucs gangpad naar binnen wordt geleid. De goed verlichte slaapkamer van de student is niet al te groot, maar wel praktisch ingericht waardoor het Mathijs toch ruim lijkt. ‘Ik weet niet of hij het speciaal hiervoor heeft opgeruimd, maar de kamer ziet eruit alsof er iemand woont die zijn leven wel op orde heeft’, constateert Mathijs positief verrast. Bij binnenkomst ziet hij een vintage spinapparaat en een blauwe fitnessbal. ‘Kijk! Er hangt een schrijfbord met kilometers, lichaamsvetpercentage en gewicht erop aangegeven’, brengt Mathijs duidelijk onder de indruk uit. Aan de zijkant van een grote opbergkast die in beeld verschijnt, hangt een wandtapijtje met daarop een spreuk van de Dalai Lama. In de kast staat

een verzameling inspirerende boektitels. Mathijs houdt geïnteresseerd zijn hoofd schuin om het leesvoer van de student beter te kunnen bekijken: Hoe Google werkt, Ukelele spelen en de bijbel. ‘Oké, hij maakt dus muziek en lijkt in ieder geval spiritueel aangelegd.’ Vervolgens draait de camera naar het bed van de bewoner. Hierboven hangt een poster met daarop verschillende plantensoorten. ‘Aha, hij heeft ook al een kamerplant op de kast en ik dacht een cactus te zien op het bureau. Ik denk dat hij Biologie studeert. Misschien dat hij daardoor ook meer bezig is met fitness.’ Het boek Calculus 1 dat op het bureau ligt, versterkt dit vermoeden. Een goed geordend kledingrek en een wastafel die bomvol staat met badkamerproducten zeggen volgens Mathijs ook iets over de persoon. ‘Als ik zijn spulletjes zo zie, denk ik dat hij wel op zijn uiterlijk is gesteld. Het is vast een verzorgd type.’ Als klap op de vuurpijl worden een oosterse lamp en roze lichtsnoer die aan het plafond hangen getoond. Na de vrij lange lichtshow concludeert Mathijs lachend: ‘Hij weet wel hoe je een sfeertje creëert. Een gezellige kamer dus waarschijnlijk ook een gezellig persoon.’


Kamervragen P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

‘Hallo!’ In grove pixels verschijnt het gezicht van Luc (22, tweedejaars Informatica) op het beeldscherm. Mathijs (19, eerstejaars Politicologie) steekt opgewekt zijn hand op. De twee hebben geen moeite om het gesprek op gang te laten komen en vragen elkaar vol enthousiasme het hemd van het lijf. Beide studenten slagen er niet in te raden wat de ander studeert. Luc noemt dat Mathijs vast in het Spinozagebouw studeert, waarop Mathijs begripvol reageert: ‘Ik studeer Politicologie. Ik vind kunst en cultuur wel heel interessant, dus ik snap waar je gedachte vandaan komt.’ Mathijs blijkt alleen de hint van het calculusboek te hebben opgevangen, maar niet correct. ‘Ik studeer Informatica’, onthult Luc. Als het gesprek vordert, blijkt dat de twee veel gedeelde interesses hebben, te beginnen met sport. ‘Je bent veel bezig met je gezondheid, dacht ik aan je schema te zien’, vertelt Mathijs. Luc neemt vervolgens uitgebreid zijn sportschema van de afgelopen weken door terwijl Mathijs aandachtig luistert. Geen detail blijft hem bespaard, maar dat lijkt Mathijs niet erg te vinden. Als Luc hem naar ‘de broekjes’ vraagt, vertelt Mathijs lachend dat hij inderdaad graag wielrent. Na het uitwisselen van de sportactiviteiten beginnen de studenten een uitvoerig gesprek over muziek. Bescheiden vertelt Mathijs dat hij al sinds groep 4 gitaar speelt, maar nog steeds niet erg goed is. ‘Om muziek goed tot uiting te brengen, moet het instrument ook eigenlijk een verlengde van je lichaam worden’, reageert Luc vol herkenning. ‘Dat merk ik ook als ik ga zingen en teksten schrijf. Ik ben voor het opnemen nu een microfoon-setupje bij elkaar aan het sparen.’ Mathijs vertelt dat hij al een microfoonset heeft: ‘Af en toe schrijf ik ook teksten met vrienden die ik met ze rap, dus wat betreft muziekinteresse komen we overeen.’ De gedeelde liefde voor Mac Miller en Tom Misch brengt hen nog dichter bij elkaar, waardoor er een heuse bromance lijkt te ontkiemen. Het gesprek gaat nog even door tot ze uiteindelijk beiden beamen dat ze veel van elkaar te weten zijn gekomen. Mathijs doet Luc tot slot nog een aanbod: ‘Als je een keer een microfoon wilt lenen, kom je maar langs!’ANS


Hans als/ Colofon P. 30

35e jaargang Hoofdredactie Julia Meilink en Jochem Bodewes Redactie Lotte Bauling, Pim Dankloff, Naomi Habashy, Myrte Nowee en Floor Toebes Medewerkers Sofie Bongers, Jackie de Bree, Delphine Broasca, Aaricia Kayzer, Jacobien Morren, Amber Stoelman, Vincent Veerbeek en Thom Wijenberg Illustraties Anoniem, Ande Cremers, Joost Dekkers, Inge Spoelstra, Laura Umbgrove, Timon Vader Foto’s Ted van Aanholt, Jacobien Morren, Mark van Doorn, Inge Spoelstra, Amber Stoelman en Vincent Veerbeek

Voorpagina Ted van Aanholt Middenpagina Gigi van Grevenbroek Columnisten Sjoerd Bakker en Jackie de Bree Eindredactie Ted van Aanholt, Niek van Ansum, Simone Bregonje, Joep Dorna, Sietske Dijkstra, Jonathan Janssen, Julia Mars, Noah Kleijne, Katarina Laken, Rindert Oost en Irene Wilde Crypto Pelle Hoek en Jelle Siemes Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Julia Meilink Dagelijks bestuur Rik van de Kolk (voorzitter), Umut Sahin (secretaris) en Agnes Hermans (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave en abonnementen Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Advertentie-acquisitie Tel: 050 – 314 22 44 E-mail: info@martinimedia.nl Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO

Crypto P.P.31 31

1

DE MAKERS VAN DEZE CRYPTO-

2

GRAM BEGINNEN ZICH GROEN

3

(EN GEEL) TE ERGEREN AAN HET C-WOORD. GELUKKIG IS ER INMIDDELS GROEN LICHT

4

VOOR EEN TERRASBEZOEKJE EN

5

ANDERS HELPT EEN WANDELING DOOR EEN GROEN BOS OOK OM TE ONTSTRESSEN. WAT HET THEMA VAN DEZE PUZZEL IS?

7

6

DAT HEB JE VAST AL DOOR, JE

8

BENT IMMERS GEEN GROENTJE. SUCCES MAAR WEER! LET OP: DE ‘IJ’ WORDT GETELD ALS ÉÉN

9

13

LETTER.

10

11

14

12

15

De oplossingen van het cryptogram in de zesde ANS vind je op ans-online.nl. Aan de winnaar van deze cryptogram geven wij twee kaartjes voor filmhuis LUX in Nijmegen weg! Kans maken? Stuur dan voor 17 september de oplossing naar redactie@ans-online.nl.

HORIZONTAAL: 2. BETER AAN DE OVERKANT? (4) 4. HET SUSSEN VAN EEN KLIMTOESTEL IS MONSTERLIJK. (5) 5. GEWELDDADIGE GROENTE. (3) 6. SCHADELIJKE BEELDEN ACHTER ELKAAR. (3) 9. VAAT VOOR JE TAILLE. (11) 10. KLEINE VOGEL ALS TEKEN VAN GOEDKEURING OF BEVESTIGING. (6) 11. TOF FRUIT. (4) 12. DAAR LIGT EEN KONINKLIJK FIGUUR OP. (4) 14. KOM JE VAN TERUG ALS ‘IE KOUD IS, MET ALTERNATIEF EINDE. (6) 15. TIJD IN HET WATER. (6)

VERTICAAL: 1. HEET, OOK ALS JE HET HUSSELT. (4) 3. EEN VERWARDE DAGMARS IS ALS EEN JUWEEL. (7) 4. ‘WEB DEVELOPER’ VOOR OOSTELIJK CONTINENT. (8) 5. DE PARTIJ VAN LILIAN IS VOOR KLEINE VIERHOEKJES. (9) 7. VIER HET GELUK! (9) 8. DIT HEB JE MET DE ANS GEDAAN OM HIER TE KOMEN. (8) 13. WELKE PERSOON? TESLA? (4)


VAN HET LIJF Tekst: Julia Meilink en Lauren Tomasouw/ Foto:Ted van Aanholt

Wie: Yifrandy Sanchez Peralta (21), tweedejaars Nederlands Recht Stijl: Urban-Chic Je ziet er netjes gekleed uit, maar toch met een hippe touch. Hoe is jouw stijl ontstaan? ‘Op de middelbare school kleedde ik me urban omdat ik vrienden had die zich ook bezighielden met mode en urbankleding. Het verschilt per persoon wat de term inhoudt, maar voor mij wil de term zeggen: sneakers, oversized kledingstukken met gaten erin en olijfgroene en crèmekleurige tinten. Het leek me ook mooi om me wat chiquer te gaan kleden en toen ik Rechten ging studeren, kon ik dit doen zonder raar aan te worden gekeken. In het tweede jaar ben ik wat meer urbanelementen in mijn outfits gaan verwerken. Ik merkte dat ik vaak alleen maar nette kleding droeg en dat was voor mij een tikkeltje te eentonig. Nu probeer ik een mengsel tussen de twee stijlen te creëren. Ik draag bijvoorbeeld een blousje, maar met een gekke kapotte broek.’ Waar vind je inspiratie voor de kledingstukken in je outfits? ‘Ik vind onwijs veel inspiratie op internet, voornamelijk op Instagram. Alleen zijn de outfits die je er tegenkomt op mode-accounts vaak hartstikke duur of moeilijk te vinden. Tegenwoordig heb je veel sites die soortgelijke kleding aanbieden waardoor je

dezelfde outfit kunt hercreëren voor minder geld. Als ik een jas zie die drieduizend euro kost, zal ik toch echt een alternatief moeten zoeken. Ik besteed ongeveer twee uur per dag - onbewust best veel tijd - aan het bekijken van kleding. Je zou bezig zijn met kleding een hobby kunnen noemen, maar ik zie het meer als een levensstijl. ‘I live to serve outfits’, zeg ik altijd maar.’ Je zorgt er dus voor dat je goed gekleed naar de Rechtenfaculteit gaat, maar hoe kleed je je in de coronatijd? ‘Aan het begin van de coronatijd studeerde ik de hele dag in mijn pyjama op bed. Dat werkte voor mij echt niet motiverend. Ik denk dat het bijdraagt aan je productiviteit om je fatsoenlijk aan te kleden en na te denken over wat je aan gaat doen. Daarom probeer ik nu als ik wakker word meteen onder de douche te springen en te doen alsof de wereld niet op zijn kop staat. Toch merk ik wel dat het, omdat je thuiszit, verleidelijk is om iets anders te doen dan studeren, bijvoorbeeld internetshoppen. Als de quarantaine voorbij is zie ik er waarschijnlijk uit als een clown. Geloof me, ik ben de personificatie van de meme ‘buys everything in corona times.’’ ANS Ben je benieuwd naar meer kleding van Yifrandy? Duik dieper in de kast op ans-online.nl

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS Ontmoet  

Advertisement
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded