__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

ANS

OP STAL Algemeen Nijmeegs Studentenblad

jaargang 34 / nummer 6 / april 2020


Tekst: Redactie Commentaar/ Deze ANS P. 2

DEZE

COMMENTAAR Snel haast je je de trappen af, spring je op je fiets en sprint je naar de campus. De Erasmustoren verschijnt al aan de horizon en tot je verbazing hoef je geen enkele andere fietser in te halen. ‘Is het al zo laat?’, vraag je je af, terwijl het zweet je op het voorhoofd staat. Stug trap je verder, steek je je hand uit om rechtsaf te slaan en remt. Een leeg plein en gesloten deuren. Even frons je: is het zondag of zo? Dan zie je een briefje op een raam geplakt: ‘gesloten wegens corona’. Zelfs als jij onder een steen leeft, draait de wereld door. Verslagen stap je op je fiets om naar huis te gaan. Als je langs het Huygensgebouw rijdt, brandt er één lampje in een verder donker gebouw. Prof. dr. Meekes staat met een krijtje in zijn hand ingewikkelde formules op een bord te schrijven. Met of zonder studenten: deze professaurus trotseert het virus dat verder alles platlegt. Eenmaal thuis verschijnt dezelfde docent op je beeldscherm. Met een zucht klap je het dicht: een stoffig college als het buiten zulk mooi weer is, wie heeft daar nou zin in? Je was niet de enige met deze gedachte. Sinds corona is Nijmegen een heus Waalhalla voor skaters. Ze zoeven je om de oren. Als eentje je bijna van de fiets rijdt, ben je er klaar mee. Stomme kuthipsters, alsof de wereld om hen draait. Gefrustreerd trap je richting de Ooijpolder. Geboeh kom je tegemoet als je de dijk op rijdt. In een weiland rechts van je, staat een boer tussen zijn koeien. Trappelend staan ze klaar om de dijk op te stormen. ‘Waarom zijn die koeien zo boos?’, peins je terwijl de boer ze tot kalmte probeert te manen. ‘Ze hebben toch niet opeens corona gekregen?’ Verbaasd dat koeien zo hard kunnen loeien keer je om naar huis. Blijkbaar staan er nog steeds andere dringende items in de rij. Onderwerpen die ook aandacht verdienen en gehoord moeten worden. Want door corona staat de wereld misschien stil, maar hij stopt niet met draaien.

De hoofdredactie

ANS 08 08 Reportage Over koetjes en kalfjes De koeien staan weer in de wei! Toen het coronavirus nog maar een klein nieuwtje uit het Verre Oosten was, domineerden de boeren het nieuws. Ze waren ontevreden over de Nederlandse regering. Ze bezetten het Malieveld, distributiecentra en ze blokkeerden snelwegen. ANS liep een dag mee met een boer uit de Ooijpolder om te zien waar een hedendaagse melkveehouder anno 2020 tegenaan loopt.

18 18 Achtergrond Een bommetje testosteron Mannen en vrouwen sporten in aparte competities: het lijkt een logisch gegeven. In het geval van de Zuid-Afrikaanse sprinter Caster Semenya blijkt dat niet zo te zijn. Vanwege haar bovengemiddeld hoge testosterongehalte mocht zij niet zomaar meedoen met de vrouwencompetitie. Sommigen noemen dit discriminerend. Is testosteron de juiste maatstaf om te bepalen of sporters mee mogen competeren met de vrouwen of toch niet?


Tekst: Redactie Deze ANS/ Deze ANS niet P. 3

DEZE ANS 21 21 Interview Vlemmix op rolletjes Nijmegen staat in Nederland bekend om zijn rijke skatescene. In deze editie interviewt ANS fotograaf Vinny Vlemix. Hij is vaak op een skateboard te vinden en exposeert met een fotoreeks in 24/7, een hippe skatewinkel in de binnenstad. In het interview geeft hij je een kijkje in het verhaal achter de foto’s.

26 26 Tijdsgeest Genoeg als kroeg Een kattencafé, een bruine kroeg en een Irish pub: tegenwoordig is er voor ieder wat wils en niets is te gek. Vroeger was dit wel andere koek. Toen doken vooral mannen na het werk de kroeg in om hun vrienden onder de tafel te drinken. Hoe is de functie van het café door de jaren heen veranderd en wat biedt het café ons in de toekomst?

04 De prestatiemaatschappij? Niet voor mij! 05 De Loftrompet 07 Het Laatste Oordeel 11 Graadmeter 12 In het straatje van Ghosen 15 ANS-Online 16 Strip 25 UB-servaties 28 Kamervragen 30 HANS als 31 Crypto 32 Van het lijf

NIET

In Deze ANS niet lees je alles wat wel is gebeurd maar om verschillende redenen niet in deze editie van ANS kon worden geplaatst. Blad voor de mond Politiek correct, lieve berichten en voorzichtige vragen: gelukkig zijn dat artikelen die ANS nooit heeft gepubliceerd. Deze editie neemt de redactie niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk geen blad voor de mond. Tot september vind je ons niet in de gele bakken of in je brievenbus. Voorlopig lees je ANS op je laptop, ipad of smartphone. Leve de digitale samenleving! Een lesje journalistiek De ene dag is hij in Amsterdam, de andere in verwegistan. Het is man die met twee telefoons belt, maar moeilijk te bereiken is: Danny Ghosen. Na verschillende pogingen voor een afspraak ontving de redactie een verlossend bericht van Ghosen. Over twee uur heeft hij wel tijd en dat is ook de laatste kans om hem te spreken, morgen pakt hij het vliegtuig. Hals over de kop vertrokken we naar het noorden van het land. Snel plassen we de laatste zenuwen eruit voordat we naar hem toelopen. Vijf minuten te laat. Beteuterd kijken we hem aan. ‘Ik vind het niet erg hoor, maar bij een ander zou ik op tijd komen’, spreekt hij ons toe. We zullen het nooit meer doen. Digitale colleges Door wind en weer (en een virus) fietsen we naar de campus om in de collegezaal plaats te nemen. Niet op zoom, niet op skype: geen digital classsroom in deze editie. Het Laatste Oordeel velt ANS over fysieke docenten, geen robots op schermen maar over een professaurus en stofvangers. Voor ons dus nog geen digitale colleges.


De prestatiemaatschappij? Niet voor mij! Tekst: Fokke Boorsma/ Illustratie: Jonas Hoekstra P. 4P. 4

Opinie

DE PRESTATIEMAATSCHAPPIJ? NIET VOOR MIJ!

De druk op studenten loopt hoog op in wat de ‘prestatiemaatschappij’ wordt genoemd. Het leenstelsel en de arbeidsmarkt worden vaak aangewezen als boosdoeners hiervan. Studenten kunnen daar zelf echter ook iets aan doen: ze hoeven zich niet te laten meeslepen door de prestatiemaatschappij. Zeven op de tien studenten heeft last van prestatiedruk, zo blijkt uit onderzoek aan hogeschool Windesheim en een rapport van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Om zo efficiënt mogelijk te studeren wordt zelfs naar middelen als ritalin gegrepen. Het wordt studenten niet gemakkelijk gemaakt rustig aan te doen in een cultuur die ook wel productiviteitscultus wordt genoemd. Jolien Dopmeijer, onderzoeker Studentenwelzijn aan hogeschool Windesheim, stelt dat een deel van de oorzaak ligt bij onze heel individualistische maatschappij. ‘Hierin geldt dat het ieder voor zich is en dat het leveren van succes bijna het grootste goed is’. Problematische stress en prestatiedruk zijn dus niet alleen aan de student te wijten. Je kan je echter afvragen welk aandeel studenten zelf hebben in de druk die ze ervaren met alle nevenactiviteiten die ze naast hun studie doen. Commissie hier, extra vak daar en daarnaast natuurlijk het liefst nominaal afstuderen. Oh ja, en een semester in Japan. Studenten kunnen echt wel iets tegen die druk doen, door zelf wat minder hooi op hun vork te nemen en te kiezen voor wat écht belangrijk is. Burn-out Waarom toch die drang om zo veel mogelijk activiteiten naast je studie in je agenda te proppen? ‘Het is een race to the top, waarin iedereen ontzettend veel druk voelt om maar zo veel mogelijk te doen. Terwijl dat voor een specifieke baan niet per se nodig is’, stelt Kees Gillesse, voorzitter van het ISO. Het is voor de gemiddelde baan echt niet noodzakelijk om vrijwilligerswerk, een commissie én een bestuursjaar te hebben gedaan. Je hoeft jezelf dus niet voorbij te rennen om gewoon een leuke baan te krijgen. Zo veel mogelijk presteren in je studententijd lijkt goed voor je carrière, maar kan voor diezelfde carrière ook heel nadelig zijn als je door de druk om te presteren al tijdens je studie of vroeg in je loopbaan met een burn-out

te maken krijgt. Naast dat een burn-out voor een student zelf ellendig is, zijn de verdere gevolgen ook een goede reden om even pas op de plaats te maken. Chronische stress geeft je namelijk een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en herstellen van een burn-out duurt lang, sommige effecten zijn zelfs blijvend. ‘De flexibiliteit die mensen voor een burn-out hadden is er een beetje uit’, stelt Sabine Geurts, hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Radboud Universiteit (RU). Het streven naar extreme productiviteit kan dus een boemerangeffect hebben, en vooral de student kan hier de dupe van zijn. Studenten moeten daarom de afweging maken of de consequenties van een uitgebreid en indrukwekkend CV de risico’s waard zijn.

Een avond aan je hobby besteden kan meer positieve effecten hebben dan de zoveelste commissievergadering. Keuzes maken Als studenten verantwoord productief willen zijn, moeten ze dus op een gegeven moment hun rust pakken of ergens nee tegen durven zeggen. Veel studenten proberen door bijvoorbeeld te sporten of aan yoga te doen na een stressvolle activiteit de druk weg te nemen, maar dat is niet altijd toereikend. Studentenpsycholoog Andreas Galipò van de RU vertelt: ‘De weegschaal is niet onbeperkt belastbaar: deze kan doormidden breken als beide kanten overvol zijn. Daarom moeten we onszelf op den duur echt minder belasting opleggen.’ Je kan niet alles tegelijk, dus moet je ook keuzes maken tussen activiteiten. Een hobby of een nevenactiviteit waar je echt blij van wordt, is soms


Column Roel van Koeverden P. 5

verreweg de beste keuze. Een avond aan je hobby besteden kan namelijk meer positieve effecten hebben dan de zoveelste commissievergadering. Professor Geurts zegt hierover: ‘We weten dat positieve emoties heel belangrijk zijn om negatieve stressgevoelens de kop in te drukken en herstel van stress te bevorderen.’ Studenten moeten dus soms mogelijkheden laten liggen, in plaats van altijd te veel te willen. Competitie Wanneer iedereen elkaar opjaagt, ontstaat er een vicieuze cirkel, want iedereen moet steeds meer doen om een even goed cv te hebben als de rest. Alleen door hier niet constant aan mee te doen, is deze cirkel te doorbreken. Onderlinge competitie en vergelijking speelt een rol in stressvorming, stelt Geurts: ‘Als mensen constant zeggen hoe ver ze al zijn met studeren, of wat ze allemaal nog buiten de studie doen, dan denken anderen die zich daarmee vergelijken, “Ik moet dat ook doen, ik loop achter.” Daarbij is de superioriteit van anderen vaak onzin, vindt Dopmeijer. ‘De meeste studenten zitten in hetzelfde schuitje, leiden hetzelfde soort leven, lopen tegen dezelfde soort problemen aan’, legt ze uit. Leg dus de lat niet te hoog voor jezelf, want daarmee leg je hem ook hoger voor anderen.

Het moet niet zo zijn dat de druk om te presteren leidt tot een burn-out op je twintigste. Loop niet het risico om slachtoffer van de prestatiemaatschappij te worden: geef je grenzen aan. Nevenactiviteiten zijn een belangrijk deel van je studietijd en je persoonlijke ontwikkeling, maar het moet niet zo zijn dat de druk om te presteren leidt tot een burn-out op je twintigste. De boodschap van Dopmeijer is duidelijk: ‘Je mag echt wel het beste uit jezelf halen, maar het kan ook op een manier waardoor je niet altijd ontevreden bent met jezelf.’ Kies dus voor wat je belangrijk vindt, want één extra activiteit waarvan je oplaadt, is meer waard dan drie waardoor je leegloopt. ANS

DE LOFTROMPET Waar de pessimistische student slechts een ononderbroken modderstroom van alledaagse misère ziet, ziet columnist Roel van Koeverden juist ook goudklompjes voorbij drijven die het dagelijks leven van een student weer een stukje mooier maken. Iedere ANS vist hij zo’n pareltje op en schrijft hij er een column over. Ergens in mijn achterhoofd zwerft een zwerm aan ideeën voor activiteiten rond die van tijd tot tijd in mijn actieve brein terecht komt, vaak als ik wil slapen. Dan denk ik weer aan die paar grafdikke, doch interessante boeken die ik nog wil lezen of dan denk ik eraan om eens een cursus tekenen te volgen. Dan vat ik het plan op voor een fietsvakantie of neem ik me voor om een paar oude bekenden op te zoeken. Hier kan ik dan enthousiast over fantaseren totdat ik op mijn wekker kijk en zie dat het half twee ’s nachts is. Op dat moment maak ik mezelf wijs dat ik ‘het eens in de zomervakantie ga doen’, oftewel, er komt niets van terecht. Lang heb ik gedacht dat ik een van de weinigen was die dit heeft, maar blijkbaar ben ik niet de enige. Iedereen heeft wel een dat-moet-ik-nog-eens-doen-lijstje ergens in zijn kop, of het nou lang of kort is. Toen ik het er laatst met iemand over had, kwam diegene met een simpele doch effectieve tip: schrijf je plannen op zodra je er aan denkt. Ik leerde dit mezelf aan. Na een paar weken had ik al een leuk lijstje, maar daar zijn je vakantiefoto’s nog niet mee geordend en is je festival-gitaar nog niet mee bespeeld. De volgende stap is tijd vrij maken en houden. Dit was het lastigste. Zelf studeer ik en geef ik les: twee dagbestedingen die niet duidelijk afgebakend zijn en waar het werk dus nooit echt af is. Het resultaat is dat je je vrije tijd gauw invult met passief gedoe om voldoende te ontspannen. Zo lig je op je zondagmiddag toch al gauw door memes te scrollen in plaats van een bonsai uit een jeneverbesstruik te knippen. Toen kwam de coronacrisis. Het leek wel of ik van bovenaf werd gedwongen om mijn dat-moet-ik-nog-eens-doen-lijstje uit te voeren. Thuis, totaal geïsoleerd en verstoken van alle afleidingen reikte ik naar mijn boekenplank en pakte ik die ene grafdikke pil. Ik voelde het gewicht van de 500+ pagina’s en dacht: ‘Als je nu niet gaat lezen, dan komt het er nooit van’. Zo begon ik eindelijk aan mijn lijstje. Iedere keer als ik met een item bezig was, dacht ik weer: ‘Dit had ik eigenlijk veel eerder moeten doen’. Dus lieve lezers, maak van je thuisisolatie geen fapmarathon, geen smartphonevakantie, geen maandenlange bankhangsessie en geen game-era, maar doe ook eens iets wat je anders nooit zou hebben gedaan.


Veel studenten kennen het wel: je ziet een joint of een pilletje rondgaan op een feest en er wordt gevraagd of je ook wilt proberen. De meeste studenten kunnen verantwoord omgaan met drugs, maar soms loopt het uit de hand. Dit is wat bij Daan Schippers gebeurde. Tijdens zijn eerste jaar van de studie Psychologie raakte hij verslaafd aan cocaïne. Inmiddels is Schippers afgekickt en volgt hij een master Psychologie aan de Universiteit van Tilburg. Hij heeft zelfs zijn masterscriptie over verslaving geschreven. ‘Ik wil dat mensen meer nadenken over het hebben van een verslaving’, vertelt hij. Door het schrijven van zijn scriptie en open over zijn verslavingsverleden te praten, probeert Schippers het onderwerp uit de taboesfeer te halen.’

tot mijn achttiende speelde ik dagelijks wel zeven uur World of Warcraft.’ Op het moment dat hij ging studeren, sloeg deze gameverslaving om in het gebruiken van drugs. ‘In de periode dat ik World of Warcraft speelde, had ik eigenlijk geen hechte vriendschappen’, legt hij uit. Toen hij begon aan zijn studie Psychologie was hij hierdoor vrij ongemakkelijk in de omgang en had hij moeite met vrienden maken. Schippers probeerde de moeizame omgang met mensen gemakkelijker te maken door drugs te gebruiken. ‘Het ging NU!Medezeggenschap Universitaire Studentenraad (USR) Nijmegen dan niet over wiet, Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Like ons op Facebook, volg ons op maar over XTC of Twitter en neem eens een kijkje op onze website. coke.’ Door Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even het gebruik langs bij de USR-kamer (TvA 1.034) of stuur een mail naar usr@ru.nl. van cocaïne had Website: www.numedezeggenschap.nl Schippers Twitter: @NUMedezeggsch minder moeite met Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggensociaal schap E-mail: usr@ru.nl contact en voelde

Universitaire Studentenraad

Sociale ongemakken Schippers is zeker niet de enige student die weleens verdovende middelen heeft gebruikt. Toch kreeg hij, in tegenstelling tot de meeste gebruikers, een verslaving. Volgens psychologen raakt iemand verslaafd door een combinatie van vatbaarheid voor verslaving en een bepaalde trigger die de verslaving opwekt. Dit komt beide naar voren in het verhaal van Schippers. ‘Ik was eigenlijk al verslaafd, maar dan aan gamen’, vertelt hij. ‘Van mijn twaalfde

Beste lezers,

je studie nog iets anders doet: bijvoorbeeld een bestuursjaar of een medezeggenschapsjaar.

We bevinden ons in roerige tijden. Waar iedereen elkaar een paar maanden geleden nog ‘Happy New Year’ toewenste, hebben wij de afgelopen weken steeds vaker de term ‘Happy Quarantaine’ gehoord. De aangekondigde maatregelen hadden voor de USR als gevolg dat we vanaf nu alles digitaal doen vanuit huis. Hoewel dit op het eerste gezicht onhandig lijkt, heeft het voor een aantal USR-leden hun entree in de digitale wereld versneld. Zo heeft een enkel lid zelfs voor het eerst een vergadering via Skype bijgewoond! We volgen natuurlijk met veel aandacht de maatregelen die het Crisis Management Team en het College van Bestuur neemt naar aanleiding van de coronacrisis. Mooi om te zien dat we in een paar weken van traditioneel campusonderwijs zo snel over konden gaan naar digitaal onderwijs op afstand. Waar we het ook met jullie over willen hebben is de waardering van actieve studenten op deze universiteit. Een actieve student ben je als je naast

Helaas zien we de laatste jaren het aantal actieve studenten afnemen. Dit kan allerlei redenen hebben, bijvoorbeeld de kosten die een extra jaar met zich mee kan brengen. Met de USR pleiten we voor een hogere vergoeding voor een bestuurs- of medezeggenschapsjaar. Wij geloven dat studenten eerder geneigd zijn om zich in te zetten voor een bestuurs- of medezeggenschapsraad als ze hier meer financiële erkenning voor zouden krijgen. Er zijn natuurlijk nog veel meer onderwerpen waar we ons als studentenraad mee bezig houden. Ben je benieuwd wat we allemaal doen of zou je zelf input willen leveren? Je kan ons altijd benaderen via usr@ru.nl. Dan rest ons nog iedereen sterkte te wensen in deze rare tijden. Blijf gezond en houd afstand.

Liefs, De XXIIIe Universitaire studentenraad

(Advertentie)


Tekst: Lotte Bauling/ Foto: Vincent Veerbeek Het Laatste Oordeel P. 7

HET LAATSTE OORDEEL Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. STUDIE: Science COLLEGE: Electricity and magnetism, vrijdag 28

EINDCIJFER:

februari 08:30-10:15 uur, HG00.108 DOCENT: Prof. dr. H.L.M. Meekes UITSTRALING: Professaurus PUBLIEK: (Krijt)stofvangers INHOUD: Spanningsvelden, elektrische lading en andere prikkelende onderwerpen

Grijs haar, een bril en een gebreide trui: prof. dr. Hugo Meekes voldoet perfect aan het clichébeeld van een professor. Met een wild baardje en een achtergrond vol formules had het tafereel zo uit een aflevering van Jimmy Neutron geplukt kunnen zijn. In deze cursus leert de natuurkundige zijn studenten om de bronnen van elektromagnetische velden te definiëren. Aan Meekes dus de taak om met een duidelijk verhaal de lading te dekken. Tijd en ruimte zijn relatief en daar maken zowel Meekes als de jonge natuurkundigen graag gebruik van. De professor begint een paar minuutjes te laat en hij kijkt niet op of om wanneer twee studenten gedurende het eerste halfuur nog binnen komen druppelen. Al snel wordt duidelijk dat het voor de professor een uitdaging an sich vormt om zichzelf verstaanbaar te maken. Zijn zinnen eindigen in cliffhangers, oftewel gemompel: ‘Vandaag gaan we het hebben over…’ Verder wordt duidelijk dat Meekes van frisse lucht houdt, aangezien hij de deur wagenwijd open laat staan. Misschien een tactische zet om zijn college wat minder stoffig te maken? Wetenschappers in spe razen in de gang voorbij, wat nog meer afbreuk doet aan de geluidskwaliteit. Desalniettemin slagen de studenten er in Meekes’ zwakke geluidsgolven op te pikken en na een half uur wordt de eerste voorzichtige vraag gesteld. Meekes, eindelijk verlost van zijn monotone monoloog, neemt deze dankbaar in ontvangst. ‘Goede vraag!’ reageert hij enthousiast. Als één natuurkundige over de dam is, volgen er meer. Zelfs de pauze wordt benut om nog wat individuele vragen te stellen aan Meekes, die zijn studenten uitermate vriendelijk te woord staat.

Met een tik op het krijtbord wordt de tweede helft van het college ingeluid. Op initiatief van een student gaat de deur dicht en het college krijgt een ander sfeertje. Al snel schieten er een aantal handen de lucht in: ‘Zou u dat nog wat meer kunnen specifiëren?’ Meekes recht zijn rug, zet zijn brilletje goed en voegt triomfantelijk wat natuurwetenschappelijke definities aan de formules toe. De studenten beginnen goedkeurend te knikken: ‘Ja, zo is het helder!’ Nu hij niet langer hoeft te worstelen met het digibord en lekker mag gaan krijten, fleurt onze natuurkundige helemaal op. Zijn notities gaan gepaard met levendig verbaal commentaar: ‘Ik had het bijna goed!’ Fanatiek streept hij enkele dingen weg uit de formule en concludeert: ‘Zo, dat scheelt.’ Verwoed krabbelt hij twee krijtborden vol. Dat definiëren van elektromagnetische velden lijkt bijna makkelijk.

Het Laatste Oordeel der Studenten De studenten dragen Meekes een warm hart toe en spreken met respect over hun professor. Hij wordt bestempeld als betrokken en duidelijk. Hoewel zijn presentatievaardigheden veelvuldig als ‘langdradig’ worden beoordeeld, maakt de natuurkundige een heleboel goed met zijn heldere en overtuigende inhoud. Een van zijn studenten vat de aandoenlijkheid en professionaliteit van Meekes op zeer treffende wijze samen: ‘Een man die in de laatste jaren van zijn carrière nog met veel liefde en geduld kennis wil overdragen.’ ANS


Over koetjes en kalfjes Tekst: Jesse Timmermans en Floor Toebes/ Foto’s: Vincent Veerbeek P. 8

Reportage

OVER KOETJES EN KALFJES

Ongeveer twee maanden geleden domineerden boeren het nieuws: ze reden massaal naar het Malieveld, legden het verkeer stil en eentje reed met zijn trekker zelfs een stadhuis in. Waarom protesteerden ze zo hevig? ANS liep een dag mee met een melkveehouder in de Ooijpolder om meer te weten te komen over het boerenleven anno 2020 en de uitdagingen waar de gewone boer voor staat.


Over koetjes en kalfjes P. 9

Het is pas zes uur ’s ochtends en nog donker in de Ooijpolder, maar in de melkveehouderij van Johan Poelen brandt al licht. Een smal zijweggetje leidt naar een enorme stal waaruit het gedempte loeien van koeien en het zachte gezoem van machines te horen is. Menig student zou zich op dit tijdstip nog een keer omdraaien of werkt juist zijn laatste biertje weg, terwijl Poelen de vroege ochtend heel anders invult. Hij staat met beide benen in een dikke laag mest. Zeven dagen in de week is hij in de weer om zijn 165 koeien te verzorgen, voeden en melken. Dat doet hij met liefde: hij kent elke koe bij nummer en die al wat langer meegaan bij naam. ‘Het is belangrijk om goed voor de dieren te zorgen’, vertelt hij. ‘Per dag moet elke koe ongeveer dertig liter melk leveren en dat doen ze niet als ze niet lekker in hun vel zitten.’ Dan roept hij zijn koeien bijeen om ze klaar te maken voor de eerste melkronde. ‘Kom, kom’, zegt hij stellig. Hij hoeft zijn stem nauwelijks te verheffen: de dieren zijn de boer gehoorzaam. Loom volgen ze Poelens aanwijzingen op en lopen langs een open hek naar een apart gedeelte van de stal. Als een groep van ongeveer twintig koeien klaar staat om te worden gemolken, sluit Poelen het hek. ‘Zo, nu kunnen we beginnen.’

‘Ik durf te wedden dat jij ook op je achterste benen zou staan.’ De koeien worden elke ochtend en avond om zes uur gemolken. Rond tien uur ’s avonds zit de werkdag er pas weer op. Poelen had dan ook geen tijd om tussen de bedrijven door op zijn tractor naar het Malieveld te rijden: ‘Ik kon de koeien niet alleen laten, anders was ik wel gegaan,’ zegt hij vastberaden. Zoals menig boer is ook deze melkveehouder uit de Ooijpolder ontevreden over de recente maatregelen van de overheid. ‘Als de veestapel moet worden gehalveerd, staan er morgen bij alle boeren ‘te koop’-bordjes in de tuin,’ legt Poelen uit. Logisch dat boeren massaal protesteerden volgens de Gelderse melkveehouder: ‘Ik durf te wedden dat jij ook op je achterste benen gaat staan als de regering jouw inkomen halveert.’ Dat het invoeren van dit soort maatregelen kwaad bloed zet, is wel duidelijk na de vele boerenacties, maar waar loopt een moderne boer precies tegenaan? ANS liep een dag mee met melkveehouder Poelen om te zien hoe het leven van een gewone boer er anno 2020 uitziet en met welke problemen hij kampt. Melken, poetsen en boenen Als alle koeien door Poelen bijeen zijn gedreven, vormen ze al snel een rij om naar de zogenaamde ‘melkput’ te gaan. In het midden van de stal zit een verlaagd rechthoekig plateau met aan weerszijden melkmachines. Iedere koe weet zijn eigen plek feilloos te vinden in de fel verlichte ruimte. In een mum van tijd staan ze in twee rijen, ieder met het achterwerk naar een soort zuignap die klaar hangt om aangesloten te worden aan de uiers. In het midden van de ruimte staat medewerker Tjalle Stelpstra klaar om de koeien te melken. Sinds kort werkt hij dagelijks op de boerderij om Poelen een handje te helpen. ‘Het duurt twee à drie uur om alle koeien te melken’, roept de jonge boer naar boven. Voordat hij kan melken, maakt hij met een flesje reinigingsmiddel de uiertepels van de koe schoon.

‘Dit heet voordippen. Zo verzorg je de spenen en week je het vuil los’, legt hij uit. Dan zet hij de zuignappen op de uiers en kan de melkmachine zijn werk doen. Terwijl Stelpstra aan het melken is, leidt Poelen de al gemolken koeien terug de stal in en voedert ze. Dit vereist een goede samenwerking tussen de boeren, maar omdat ze goed op elkaar zijn ingespeeld, is overleg niet nodig, legt Poelen uit terwijl hij een hek opendoet zodat de dieren naar een afgesloten gedeelte van de stal lopen. ‘Die koeien moeten nog worden gemolken door Tjalle’, vertelt de boer. Als het vee veilig achter slot en grendel staat, begint hij het eerste gedeelte van de stal schoon te maken. ‘In dat deel komen de koeien die als eerste klaar zijn dadelijk te staan’, legt hij uit. De mest wordt door een mechanisch voortgetrokken balk door gaten in de grond geduwd en belandt zo in een gierput onder de stal. Intussen loopt Poelen rond en schraapt met een soort zeem de laatste restjes mest weg. In rap tempo veegt hij daarna de boxen van de koeien schoon en gooit nieuw zaagsel op de grond. ‘Dit doen we om uierontstekingen tegen te gaan’, legt Poelen uit, terwijl hij met een enorme emmer zaagsel door de stal loopt. ‘Als een koe melk geeft, gaan haar uiergaten open. Wanneer we eenmaal klaar zijn met melken, blijven die nog even open, maar de koe gaat intussen wel de stal in.’ De boer vult de emmer opnieuw en gaat verder: ‘De boel ontsteekt als het dier in vuil zaagsel gaat liggen. Dan kunnen er namelijk bacteriën in de uiers komen.’ Met een schone box en nieuw zaagsel is de kans veel kleiner dat zoiets gebeurt. Boerderij: voor jong en oud Enkele jaren geleden heeft Poelen de boerderij overgenomen van zijn ouders, die nog geregeld op de boerderij aanwezig zijn. Zijn moeder Gerrie Poelen, al in de zeventig jaar, staat net als haar zoon elke ochtend in de stal.


Over koetjes en kalfjes P. 10

Zij ontfermt zich tegenwoordig over de kalfjes, die een aparte plek op de boerderij hebben. Elke jongeling heeft een eigen hok. ‘Ze zijn namelijk erg vatbaar voor ziektes en als ze allemaal samen in één ruimte staan, steken ze elkaar snel aan’, legt de boerin uit. De jonge dieren beginnen harder te loeien bij het zien van de oudere vrouw. Zij moeten nog even wachten: ‘Ik moet haar eerst verse melk geven’, zegt de boerin. Ze wijst naar een mager kalf. ‘Ze is aan de diarree’, licht ze toe. ‘Ik heb wat homeopathische middelen in haar melk gedaan, dat moet helpen.’ Even kijkt de vrouw bezorgd naar het dier maar zegt dan geruststellend: ‘Ze komt er wel bovenop.’ Dan zet ze de kalfjes op een rustig tempo emmers met melk voor en schuift ze hooi tegen de hokken aan. Eén kalfje werkt met gulzige slokken zijn melk naar binnen en slingert daarna met een zwaai van zijn kop de lege emmer de stal in. Stiekem steekt de jonge koe nu haar hals door de spijlen van het hok om het eten van een buurvrouw te stelen. ‘Hé!’ De boerin draait zich om, corrigerend trekt ze de kop van het beestje weg en steekt daarna haar vingers in de mond van het jonge dier. Sabbelend komt het kalfje tot rust. Regeldoolhof Rond 11 uur zit het eerste werk van de dag erop en lopen de boeren naar het nabijgelegen woonhuis om te lunchen. Eenmaal aan de keukentafel bladert Stelpstra geïnteresseerd door een boerenmagazine terwijl Poelen koffie zet. De oudere boerin verdwijnt naar boven om zich om te kleden. Dan kijkt de jonge boer op van zijn tijdschrift: ‘Hoe gaat het eigenlijk met het kalfje met diarree?’ Al snel komt er een gesprek over antibiotica op gang. De regels daaromheen zijn namelijk strikt. ‘We mogen dat niet zomaar gebruiken’, vertelt Poelen. ‘Nergens mag er antibiotica te vinden zijn: niet in de melk en niet in het vlees zelf.’ Stelpstra knikt: ‘Daarom gebruiken we altijd eerst

homeopathische middelen.’ Een koe kan daardoor wel langer ziek zijn, maar dat moet een boer voor lief nemen. Er wordt volgens de twee namelijk streng gecontroleerd en niet alleen op antibiotica. ‘Alles wordt geregistreerd’, vertelt Stelpstra. ‘Je bent constant bezig met uitrekenen hoeveel brokken de dieren mogen krijgen en of de mest niet te dik of te dun is’, valt Poelen bij. En er komen alleen maar meer regels bij, aldus de melkveehouders aan tafel. ‘Het slaat soms een beetje door, denk ik’, zegt Stelpstra.

‘Ik moet zondagochtend om zes uur gewoon koeien melken.’ ‘Als er geen controle zou zijn, wordt daar natuurlijk misbruik van gemaakt, maar je mag er wel vanuit gaan dat iedere veehouder goed voor zijn dieren wil zorgen en zich dus aan de regels houdt.’ Poelen knikt: ‘Voor het geld moet je het sowieso niet doen’. Een gemiddelde boer bij Friesland-Campina moet namelijk boeren voor 35 cent per liter melk. ‘Je bent beter af als je ergens in loondienst gaat.’ Veel boeren kiezen er volgens hem dan ook voor om te stoppen: ‘Ik schat dat hier in de Ooijpolder alleen al dertig procent binnen vijftien jaar stopt’. Er zijn maar weinig mensen die boer willen zijn in een tijd dat het moeilijk is om je hoofd boven water te houden. ‘Ze willen wel werken, maar voor dit loon willen ze dat maar beperkt. Om negen uur beginnen en om vijf uur weer naar huis. Op zaterdag willen ze voetbal, ’s avonds willen ze uit en zondagochtend hebben ze een kater’, lacht Stelpstra. ‘Ik moet op zondagochtend om 6 uur hier gewoon de koeien melken.’ Geen bier voor hem op de zaterdagavond maar wel verse melk in de vroege ochtend. ANS


Tekst en foto’s: Delphine Broasca en Sietske Dijkstra/ Illustratie: Joost Dekkers De Graadmeter P. 11

DE GRAADMETER

In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Basic Bitches.

Wat: #wokeuplikethis Moeite: Knotsgek Resultaat: Eenzaamheidsvirus

Wat: MTV & chill Moeite: De buitenwereld vinden Resultaat: Alternatieve anticonceptie

Wat: Een summerbody in coronatijd Moeite: Binnen de zon begroeten Resultaat: Lege voorraadkast

Omdat je je erg alleen voelt op jouw kamertje door de social distancing, heb je jouw recentste tindervangst uitgenodigd voor een skypegesprek. De afgelopen dagen bracht je door in je pyjama, dus is de stap om je volledig op te tutten vandaag iets te groot. Daarom is het tijd voor de casual, maar perfecte messy bun. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan: verwoed probeer je die klereknot volmaakt te krijgen. Nadat je twee uur lang voor de spiegel hebt staan vloeken, zitten dan eindelijk alle speldjes op de juiste plek. Zelfverzekerd over het kunstwerk op je kruin open je je laptop en komt je date in beeld. ‘Leuk vogelnest’, zegt hij grinnikend. Verontwaardigd sla je meteen je laptop dicht. Je zult deze quarantaine misschien toch zonder afspraakjes moeten doorkomen.

Door al die coronahysterie word je langzaam knettergek. Na hele dagen alleen maar dystopische films te kijken, komen de vier muren van je 8 m2 grote kamertje op je af. Gelukkig is er nog genoeg tv-materiaal van een vertrouwde wereld zonder pandemie. Tot in de late uurtjes geniet je van programma’s als Ex on the Beach en Teen Mom. Meestal zijn de personages met te veel mensen of zonder bescherming in bed beland waardoor ze in tv-waardige problemen zitten. Ze leven zo in hun sociale bubbel dat jullie nu gek genoeg ineens iets gemeenschappelijks hebben. Naarmate de afleveringen vorderen, begin je je steeds beter te voelen over je sociale isolement. Door jezelf te distantiëren hoef je in elk geval geen coronababy te combineren met je studie.

Om aan de levensstijl van een fitgirl te voldoen, moet je wel sporten. Helaas staan de zweetdruppels al op je voorhoofd als je naar de supermarkt fietst voor toiletpapier. Yoga lijkt de beste optie om mee te beginnen. Dat moet niet al te zwaar zijn, toch? De pas gedownloade yoga-app laat een eerste houding zien. Je wringt je in een positie waarbij je op je hoofd staat en je benen onaangenaam in de lucht bungelen. Wanneer je na vijf soortgelijke oefeningen uitgeput op de grond ligt, komt er een monotone stem uit de telefoon die zegt: ‘Bravo, je hebt vijftien kilocalorieën verbrand.’ Na zo’n teleurstellend bericht kan je maar beter terugvallen op je favoriete en meest beoefende vorm van beweging: tripjes van de bank naar de voorraadkast en terug. ANS

Wil jij ook een basic bitch zijn? Lees alle vijf pogingen op ans-online.nl!


Interview

IN HET STRAATJE VAN GHOSEN

Van kinderen met keukenmessen tot pedofielen in de politiek: programmamaker en journalist Danny Ghosen gaat geen controversieel onderwerp uit de weg. Voor zijn oude omroep PowNed besprak Ghosen deze thematiek, maar ook voor zijn nieuwe documentairereeks Danny op Straat. ‘Ik ben nog steeds dezelfde brutale jongen, alleen anders.’


Tekst: Julia Meilink/ Foto’s: Max Collombon In het straatje van Ghosen P. 13

In 2014 ging hij voor omroep PowNed zonder scrupules achter foutgeparkeerde diplomaten aan en had hij er geen problemen mee mensen aanhoudend met hun leugens te confronteren. Tegenwoordig is journalist en programmamaker Danny Ghosen zijn directheid - zijn handelsmerk - niet kwijt, maar probeert hij meningsverschillen te accepteren en verhalen langer uit te horen. Voor zijn nieuwe documentairereeks Danny op Straat gaat hij onder andere het gesprek aan met een pedofiel en bezoekt hij vrouwen die in de laatste tippelzones van Nederland werken. ‘Ik duid bepaalde delen van de samenleving waar andere journalisten helemaal geen zin in hebben of niet in geïnteresseerd zijn’, vertelt hij nonchalant opzij zittend op een bank in een Amsterdams restaurant. Met een glas rode wijn tussen zijn benen geklemd vervolgt hij: ‘Sommige proberen het wel, maar ze komen niet zo ver.’

‘Soms waren de grenzen bij PowNed niet te vinden.’ Ghosen en zijn familie kwamen 25 jaar geleden zelf van ver toen ze van de burgeroorlog in Libanon vluchtten. Hij was vijftien toen hij in Nederland aankwam en vertikte het destijds de taal te leren. Pas op zijn twintigste sprak Ghosen Nederlands. Later kwam hij erachter dat de combinatie tussen zijn Libanese afkomst en Nederlandse wortels wel eens een toegangspas tot de journalistiek kon zijn. Dat plan bleek succesvol: op 42-jarige leeftijd is hij in heel Nederland op de televisieschermen te vinden, waar hij kijkers niet alleen al te graag vertelt over het Midden-Oosten, maar ook over de schemergebieden van de westerse samenleving. ANS spreekt hem over de lastige keuzes die gepaard gaan met het maken van zijn programma’s. Waar heb je geleerd om directe en kritische vragen te stellen aan controversiële groeperingen? ‘Ik had het natuurlijk altijd al in me, anders was ik nooit in 2014 bij Omroep PowNed aan het werk gegaan. Daar heb ik geleerd om brutaler te zijn en te experimenteren met interviewen. De verslaggevers daar zijn niet politiek correct en durven gewoon door te vragen of simpelweg te zeggen dat iemand tegen ze staat te liegen. Ik leerde ook wanneer ik te ver ging, al lagen de grenzen bij PowNed wel heel ver. Ze waren soms niet eens te vinden. Ik heb geleerd hoe het moet, maar ook hoe het niet moet. De grenzen van wat je wel en niet kunt vragen en doen werden anders bij de overstap naar de EO en later de NTR. Ik moest bedenken hoe ik op een andere manier vragen kon stellen, maar tegelijkertijd wel mijn doel zou bereiken. Ik ben nog steeds diezelfde brutale jongen, alleen anders.’ Hoe ben je die vragen dan op een andere manier gaan stellen? ‘Ik oordeel veel minder snel over mensen en probeer minder hard voor ze te zijn. Ik heb eens een interview

dat ik deed voor PowNed teruggekeken waarin ik alleen maar aan het aanvallen was. Als ik nu naar die man kijk die ik interviewde, vind ik die offensieve houding van mezelf erg omdat ik zie dat hij wel iets wilde vertellen. Ik liet dat echter gewoon niet toe. Later kwam het besef dat ik het echt anders moest doen. Ik ben tenslotte journalist en ter plekke om een verhaal uit iemand te krijgen. Nu weet ik hoe ik dat moet doen zonder dat iemand wegloopt of boos wordt.’ In je programma’s interview je vooral minderheidsgroeperingen. Waarom vind je dat interessant? ‘Het is vooral interessant om te laten zien wat er achter de schermen gebeurt in bepaalde delen van de samenleving. Neem bijvoorbeeld de laatste tippelzones: de meeste mensen denken dat het gewoon verslaafden zijn, maar er zit ook een verhaal achter de dakloze prostituee. Toen ik er een avond was, stond ik te bibberen en te trillen, ik had het zó koud. Die vrouwen die staan daar de hele avond. Sommige kijkers weten daar helemaal niet vanaf. Die schud ik natuurlijk wel wakker en gelukkig bereik ik heel veel kijkers met wat ik maak. Dat zorgt wel voor de nodige aandacht voor de geïnterviewden en voor hun problemen.’

‘Er zijn maar een paar politici die menen wat ze zeggen.’ ‘Het heeft misschien ook te maken met het sterke rechtvaardigheidsgevoel dat ik altijd heb gehad, waardoor ik me vaak afvraag waarom iets op een bepaalde manier gaat. Veel zaken zijn voor mij niet vanzelfsprekend. Zelf heb ik een moeilijke jeugd gehad: de omschakeling van asielzoeker naar het leiden van een normaal leven ging niet gemakkelijk. Ik ging met de verkeerde jongens om, wat mijn interesse voor die groeperingen kan hebben aangestuurd. Vaak denk ik: “dit is Nederland, we moeten mensen kunnen helpen”.’ Voor al je documentaires spreek je eigenlijk alleen de bevolking of mensen op straat, zeker ook voor Danny op straat. Waarom praat je niet met beleidsmakers, zoals veel journalisten wel doen? ‘Beleidsmakers komen al zo vaak aan het woord en er zijn maar een paar politici die echt menen wat ze zeggen. In de aflevering over de laatste tippelzones wil ik bijvoorbeeld juist de kant van de vrouwen laten zien. Hoe kijken zij tegen de problematiek aan? Iemand anders mag de burgemeester bellen en met hem praten, dat is prima. Ik ben niet geïnteresseerd in wat hij te zeggen heeft.’ Krijg je dan niet maar één kant van het verhaal te horen? ‘Dit is echt een typisch Nederlandse vraag. Ik ben niet verplicht om allerlei kanten van het verhaal te laten zien en ik hoef zeker geen tijd te geven aan een politicus


In het straatje van Ghosen P. 14 P. 14

die weer eens iets heeft bedacht. Ik heb anderhalf jaar in Canada gestudeerd, waar de docenten veel beter waren dan die aan de Hogeschool voor Journalistiek in Utrecht. In Canada zeiden ze: hoor- en wederhoor is echt onzin. Jij verslaat gewoon één deel van het verhaal. Laat iemand anders de andere kant maar doen. In die opvatting kan ik me persoonlijk wel vinden.’ Hoe kies je dan de personen die je wel of niet interviewt? ‘Hoewel ik weinig of geen beleidsmakers interview, probeer ik de items wel in balans te houden. Neem bijvoorbeeld de aflevering met jonge kinderen die onder invloed van het muziekgenre ‘drillrap’ met messen op zak rondlopen. Daarvoor interview ik ook drillrappers die zeggen dat ze daar eigenlijk helemaal niets mee te maken willen hebben.’

‘We vinden democratie geweldig, totdat het om bepaalde minderheden gaat.’ Je interviewt dus geen politici. Waarom interview je dan wel een pedofiel die politicus wil worden? ‘Als hij een politieke partij opricht zonder dat mensen dat doorhebben, vind ik dat een verontrustende zaak. Mensen moeten weten wat er aan de hand is en niet vergeten om dit soort jongens in het vizier te houden.’

Bij jouw vernieuwde manier van interviewen hoort ook dat je mensen, in dit geval een pedofiel, eerst hun verhaal laat vertellen. Geef je hem dan geen podium? ‘Ik heb hem zijn verhaal laten doen. Ik heb hem echter geen podium gegeven in de zin dat hij twaalf minuten lang zijn verhaal mocht vertellen. We hebben het heel journalistiek aangepakt en hem kritische vragen gesteld.’ Ik kan me voorstellen dat dit niet zoveel uitmaakt voor een pedofiel die de televisie aanzet. Die weet nu dat er een politieke partij voor pedofielen is opgericht. ‘Dat weten ze toch wel via forums en van elkaar. Los daarvan kan ik het ook verder trekken en de vraag stellen of we wel in een democratie leven of niet. Wie bepaalt waar de grenzen liggen van wie we wel of geen stem geven, zullen we nu een lijstje opstellen? Hoe zit het dan met Wilders en Baudet? Veel mensen vinden dat zij ook geen aandacht verdienen. Natuurlijk klopt dat niet. We vinden democratie allemaal geweldig, totdat het om bepaalde minderheden of groepen gaat. Dan zeggen we dat dit echt niet kan. Ik trek ook wel een grens waarvan ik zeg: dit laten we wel toe en dat niet. In de definitieve aflevering van de pedofielen in de politiek hebben we er heel veel dingen uit gelaten. Dingen die gewoon echt niet konden. Het is een lastig verhaal en ik ben het helemaal met je eens dat we dit soort mensen geen podium moeten geven,


Tekst: redactie/ ANS-Online P. 15

maar er is geen handleiding voor wie we wel of niet interviewen. Ook al ben je het niet met deze mensen eens, je kunt ze niet volledig uitsluiten.’ Soms kies je er dus voor om niet alles te publiceren, maar durf of kun je bepaalde vragen ook niet te stellen? ‘Je moet aanvoelen wat je wel of niet kunt vragen. Soms is de stemming zo goed dat je weet dat het niet het goede moment is om een vervelend onderwerp aan te snijden. Dan waarschuw ik de mensen die ik interview even, vaak merk je dan dat het gesprek prima verloopt. Verder heb ik ook een bepaald verantwoordelijkheidsgevoel dat een factor speelt in de vragen die ik wel of niet stel. Voor Danny in Arabistan heb ik daardoor veel vragen niet durven stellen. Niet omdat ik laf ben, maar omdat de ambassades het programma sowieso gaan kijken wanneer ik terug in Nederland ben. Ik wil het niet op mijn geweten hebben dat een inwoner van bijvoorbeeld Saudi-Arabië vanwege mijn publicatie wordt vermoord om een verkeerde uitspraak over de autoriteiten daar. Je kunt dan heel stoer doen en de criticus uithangen, maar uiteindelijk weet ik wat er voor een ellende achterblijft voor de persoon die ik interview. Daar ben ik heel voorzichtig mee en soms moet je iemand tegen zichzelf beschermen. Het zijn geen fijne plaatsen, maar ik ga er toch naartoe zodat ik wel kan vertellen hoe het eraan toegaat. Met dat soort items toon ik aan hoe dun het laagje ijs is waar wij, en vooral ook zij, op moeten wandelen.’ ANS

STUDENTEN 20% KORTING

ALWAYS TRUST YOUR GUT BASISCURSUS INTUÏTIEVE ONTWIKKELING

Kom eens een kijkje nemen op onze Open Dag of doe mee met een gratis proefles. In januari, april en september kun je bij ons starten met een cursus. www.intuitieftraject.nl

Al 15 jaar scho ol om de jez en je intuït elf ie t ontw ikkele e n.

ANS

ONLINE ANS-Online is het digitale zusje van het papieren blad met dagelijks studentennieuws en eigen rubrieken. Hieronder lees je over de hoogtepunten van de afgelopen tijd en de onderwerpen om de komende periode naar uit te kijken. Co-assistenten tijdens corona Het was een unicum in de geschiedenis van ANS: de Radboud Universiteit (RU) deelde een van onze artikelen. Het was dan ook een stuk over de helden van de RU. De co-assistenten die zich van top tot teen in beschermingsmateriaal hijsen om te helpen bij de nachtdienst, zorgcentra oprichten of initiatieven voor zorgpersoneel verzamelen. Nu al het fysieke onderwijs, en dus ook de coschappen zijn geschrapt, helpen veel geneeskundestudenten mee in de zorg. ANS sprak vier coassistenten om erachter te komen hoe hun werkende leven plotseling is veranderd. CoronANS Om de tijd thuis toch een beetje leuk door te komen heeft ANS verschillende activiteiten bedacht. Zo kun je met Quarantaine88 je vrienden uitdagen om opdrachten uit te voeren vanuit huis: heb jij als eerste zoveel mogelijk mensen op balkons verzameld? Wie tekent wie het beste na in een veilig skypegesprek? En wie schrijft het mooiste coronagedicht? Ook kun je de wekelijkse Persco Bingo spelen! Daarin onder andere doventolk Irma die in de maling wordt genomen door ministers die moeilijke woorden gebruiken. Verder komen ook fotografen die zich totaal niet aan de 1,5 meter houden voorbij en het glaasje water, waar niemand eigenlijk uit drinkt. Makkelijker kunnen we de coronatijd niet maken, leuker wel! Meer online-activiteit In verband met het coronavirus zal ANS zich de komende tijd vooral richten op het online gedeelte. Zo zullen er veel artikelen in de categorieën achtergrond, cultuur en natuurlijk nieuws worden geplaatst. Houd daarvoor de sociale media dus goed in de gaten. Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan ans-online.nl of volg ANS op Facebook, Instagram en Twitter.


Een bommetje testosteron Tekst: Floor Toebes/ Illustratie: Laura Umbgrove P. 18

Achtergrond

EEN BOMMETJE TESTOSTERON Mannen en vrouwen sporten gescheiden van elkaar: jarenlang leek dit een goede classificatiemethode te zijn. Nu de grenzen tussen mannen en vrouwen vervagen waardoor sommige sporters worden uitgesloten van de vrouwencompetitie, staat de sportwereld voor de vraag: wanneer mag een sporter meedoen met de vrouwencompetitie? Afgelopen zomer deed de zaak van de Zuid-Afrikaanse sprinter Caster Semenya het nodige stof opwaaien. Na een bijna tien jaar lang durende strijd heeft het internationale sporttribunaal CAS besloten dat zij alleen mag deelnemen aan de vrouwencompetitie als zij haar testosterongehalte omlaag krijgt. Ze presteerde uitzonderlijk goed en moest daarom een testosterontest ondergaan: want kan een ‘echte’ vrouw wel zo snel zijn? Uit de test bleek dat de sprinter op natuurlijke wijze driemaal zoveel testosteron heeft als de gemiddelde vrouw. Volgens de Internationale Atletiekbond is het niet eerlijk dat Semenya met dit testosterongehalte (t-level) meedoet met de vrouwencompetitie. Daarom spande de bond een rechtszaak aan tegen de sprinter en competeert zij vandaag de dag alleen nog met medicatie om haar t-level laag te houden. De Olympische Spelen van 2020 zouden de eerste zijn met deze nieuwe maatregel om het onderscheid tussen mannen- en vrouwencompetitie te handhaven. Voor de sporters in kwestie kan het vervelend zijn om te sleutelen aan je lichaam. Denk bijvoorbeeld aan transgenders die ondanks hun transitie niet worden erkend als ‘vrouw’, of aan vrouwen die van nature te veel testosteron hebben. Dat roept de vraag op: is dit de juiste manier om te bepalen of iemand mee mag doen met de vrouwencompetitie? Onderscheid voor eerlijkheid ‘De huidige manier om het onderscheid tussen mannen en vrouwen in de sportcompetitie te behouden, is gestoeld op ouderwetse opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid’, stelt Marjet Derks, hoogleraar Sportgeschiedenis aan de Radboud Universiteit. Daarom kun je je volgens Derks afvragen of testosteron wel een goede graadmeter is om te bepalen wanneer iemand meedoet met de vrouwencompetitie. ‘Door hardnekkige ideeën over gender zijn gespierde vrouwen nog steeds

‘verdacht’. Een gespierde vrouw gaat namelijk in tegen de opvatting dat er duidelijke grenzen tussen mannen en vrouwen zijn’, licht ze toe. Om die reden worden opvallend gespierde vrouwen wel onderworpen aan testosterontesten en ‘vrouwelijke’ vrouwen niet.

‘Ze moesten bewijzen dat zij vrouwelijke geslachtsorganen hadden.’ Toch is de sporthistoricus van mening dat het wel goed is dat er een controle wordt gehouden bij de vrouwencompetitie. Volgens haar is er in het verleden namelijk veel gefraudeerd: ‘Vóór de Tweede Wereldoorlog waren er zelfs gevallen van fraude waarbij een man verkleed en wel probeerde mee te doen aan de vrouwencompetitie.’ Daardoor ontstond er wantrouwen jegens vrouwen met mannelijke trekken en moesten ‘verdachte’ vrouwen bewijzen dat zij wel echt vrouw waren. ‘Zij die wilden competeren in de Olympische Spelen moesten voor een groep artsen lopen en laten zien dat zij vrouwelijk geslachtsorganen hadden’, vertelt de sporthistoricus. Vanaf de jaren 50 waren er alleen maar meer redenen om goed te controleren bij de vrouwencompetitie. ‘Voor het eerst in de sportgeschiedenis waren er toen vrouwen die zoveel sterker waren dan anderen, dat daar heel veel achterdocht over ontstond’, legt Derks uit. Dat wantrouwen was volgens de hoogleraar gegrond. Vooral tijdens de Koude Oorlog werden veel vrouwelijke sporters gestimuleerd om doping te gebruiken.


Een bommetje testosteron P. 19

‘Toentertijd was sportcompetitie extra belangrijk, omdat veel landen op elk gebied beter wilden zijn dan anderen.’ Sporters injecteerden extra testosteron om sterker en sneller te worden. Daarom bleven de Internationale Atletiek Federatie en het IOC geslachtstesten gebruiken om de vrouwencompetitie eerlijk te houden. Gelukspechvogel Momenteel worden sporters door middel van een testosterontest tot oftewel de mannen- oftewel de vrouwencompetitie gerekend. Volgens Willy Baarends, ontwikkelingsbioloog aan het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, is het logisch dat dit hormoon als maatstaf wordt genomen: ‘Een vrouw met meer testosteron dan anderen heeft namelijk een onevenredig voordeel in de sport.’ Dit komt omdat dit hormoon zorgt voor de ontwikkeling van spiermassa en het je uithoudingsvermogen bevordert. ‘Mannen presteren gemiddeld beter in sport omdat ze meer testosteron hebben dan vrouwen’, licht de bioloog toe. Daarom is het volgens Baarends goed dat testosteron nu als maatstaf wordt genomen om te testen of iemand met de vrouwencompetitie mee mag doen.

Prof. dr. Haisma, hoogleraar Farmaceutische Genmodulatie aan de Rijksuniversiteit Groningen is het met de bioloog eens, maar nuanceert de grote rol van testosteron in sportprestaties: ‘Niet alle fysieke voordelen worden door dit hormoon bepaald, een gedeelte komt ook door genen.’ Zo is de een twee meter lang, wat ideaal is voor basketbal, en heeft de ander meer aanleg voor een goede hand-oogcoördinatie. ‘Maar het is wel evident dat testosteron de doorslaggevende factor is als je kijkt naar fysieke voordelen van mannen ten opzichte van vrouwen.’ Ook hij vindt dus dat de testosterontest om die reden een goede methode is om een onderscheid te maken in de vrouwencompetitie: ‘Zolang we in sport mannen en vrouwen van elkaar scheiden, is de testosterontest een goede methode om dat te doen.’

‘Andere sporters hoeven niet te sleutelen aan hun lijf.’ Er klinkt ook tegengeluid: zowel sporthistoricus Derks als Annemie Halsema, universitair docent Wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit, is het niet eens met Baarends en Haisma. Het is volgens hen oneerlijk om vrouwen met bovenmatig veel testosteron uit te sluiten van de competitie, terwijl mensen met andere fysieke voordelen niet uitgesloten worden. ‘Ik vind het belachelijk dat vrouwen met ‘te veel’ testosteron niet mee mogen doen met de vrouwencompetitie’, zegt Halsema stellig. ‘Topsport is sowieso oneerlijk omdat lichamen nou eenmaal verschillen van elkaar’, redeneert ze. Sporthistoricus Derks gaat nog een stap verder. Zij noemt het voordeel van testosteron zelfs een mythe. ‘Uit verschillende studies blijkt dat testosteron niet het enige fysieke voordeel is en ook niet doorslaggevend hoeft te zijn voor goede sportprestaties.’ Men hecht veel waarde aan dit hormoon omdat het staat voor alles wat mannelijk is, aldus Derks. Als maatstaf heeft het volgens de historicus meer te maken met beeldvorming dan met rationele overwegingen: ‘Er zijn immers ook heren met een veel lager testosterongehalte dan mannen gemiddeld hebben, die in de sport prima mee kunnen doen’, argumenteert ze. De praktijk leert Volgens Derks is de testosterontest dan ook geen goede methode om sekseonderscheid te maken. Het sociale nadeel van de sporters die deze test ondergaan, weegt namelijk niet op tegen de ‘eerlijkere’ competitie aldus de sporthistoricus. ‘Er wordt zo negatief gekeken naar vrouwen die te veel testosteron zouden hebben, dat je je kunt afvragen of het fysieke voordeel zwaarder weegt dan het sociale nadeel ervan’, redeneert Derks. Halsema is het daarmee eens: ‘De test wordt daarnaast ook nog eens alleen uitgevoerd bij vrouwen die bovenmatig goed presteren.’


Een bommetje testosteron P. 20

Om die reden noemen sommigen, onder wie de Verenigde Naties, de test discriminerend. ‘Als je het dan al doet, moet je iedereen onderwerpen aan testen en niet alleen degenen die uitzonderlijk goed presteren’, gaat de filosoof verder. Ook is het kwalijk dat vrouwen pas weer mogen meedoen als ze iets aan hun testosterongehalte hebben gedaan, aldus Halsema en Derks. ‘Sporters met andere fysieke voordelen hoeven niet te sleutelen aan hun lichamen, terwijl vrouwen met een te hoog t-level dat wel moeten doen’, stelt de sporthistoricus. Dat is volgens hen niet eerlijk omdat je de ene een fysiek voordeel ontzegt en deze bij de ander wel toestaat. ‘Niemand gaat twijfelen aan een lange basketballer en zal zeggen: het is niet eerlijk dat je van nature zo bent gebouwd’, legt Derks uit.

Totdat er iets anders is, moeten we het met de testosterontest doen. Ondanks alle kritiek op de testosterontest denkt Lieke Vloet, beleidsadviseur bij het NOC NSF, dat het goed is dat het momenteel wordt gebruikt om het onderscheid tussen mannen en vrouwen in sport te maken. ‘De kritiek is begrijpelijk, maar het is logisch om een grens te

stellen bij sport op Olympisch niveau’, zegt Vloet. Als Expert Maatschappelijke Kwaliteit van Sport was ze betrokken bij de richtlijnen die het NOC NSF opstelt voor de Nederlandse topsport wat betreft genderindeling. ‘In topsport zijn mannen en vrouwen nou eenmaal gescheiden van elkaar en bij sommige sporten gebeurt dat op testosteronbasis.’ Die grens moet volgens Vloet worden gehandhaafd omdat de competitie op die manier eerlijk blijft. ‘Bovendien heeft maar een hele kleine groep vrouwen een te hoog testosterongehalte’, vult Baarends aan. Er mag volgens de bioloog en Vloet wel wat bewuster over gender in sport worden nagedacht: ‘Wij geven sportbonden altijd mee: denk eens na of het onderscheid tussen mannen en vrouwen per se nodig is voor een eerlijke competitie’, zegt Vloet. Testosteron is inmiddels een woord met lading: het kan veel losmaken bij mensen. Sommigen associëren het met mannelijkheid en spierkracht, anderen met uitsluiting. Voor nu bepaalt dit of iemand mee mag doen met de vrouwencompetitie, maar er is geen consensus over de hoogte van die testosterongrens. Daarnaast zorgt de hele maatschappelijke discussie ervoor dat het discutabel is of dit de beste methode is om het onderscheid in sport te hanteren. Totdat er een ander alternatief is, zal men het met de testosterontest moeten doen. Hoe het ook zij: ‘In sport is niets eerlijk’, stelt Derks. ANS


Interview

VLEMMIX OP ROLLETJES

De 21-jarige Nijmeegse fotograaf Vinny Vlemmix weet in zijn werk mensen kwetsbaar en persoonlijk af te beelden. Zo ook met zijn expositie over de Nijmeegse skatewereld in skatestore 24/7, wat een weergave is van zijn eigen leven en zijn ervaring van de wereld om hem heen. ‘Mijn werk gaat voor mij vooral om vriendschap.’


Vlemmix op rolletjes Tekst: Myrte Nowee/ Foto’s: Jetske Adams en Vinny Vlemix P. 22

Wie in deze tijd door de binnenstad van Nijmegen wandelt, wordt door meer skaters voorbij geraasd dan gewoonlijk. Nu de meeste mensen binnen blijven, dienen de verlaten straten in het centrum plotseling als een open skateterrein voor Nijmeegse jongeren. Een van die skaters is Vinny Vlemmix, een fotograaf met een hart voor de Nijmeegse skatewereld. Hij van jongs af aan bij Waalhalla te vinden, het centrum van de skatescène. Toen hij een paar jaar geleden bij een van zijn tricks zijn kruisband scheurde, besloot hij de skatewereld op een andere manier te benaderen, namelijk via de lens.

groot. Zo hou je het een beetje dynamisch. ’ Met een grote grijns op zijn gezicht en met zijn armen wijd poseert Vlemmix bij verschillende van zijn werken die op T-shirts zijn gedrukt. In een geïmproviseerde studio in de kelder van de winkel vertelt hij waar zijn huidige expositie over gaat, hoe hij in de fotografiewereld terecht is gekomen, en hoe hij zijn werk zo’n persoonlijke kant weet te geven.

‘Tijdens het fotograferen blijf ik in het moment’ Nadat hij een paar maanden op eigen houtje met de camera experimenteerde, besloot Vlemmix naar de Fotoacademie Amsterdam te gaan. ‘Toen ik daar heen ging, wist ik nog maar net hoe een fototoestel werkte’, lacht Vlemmix, ‘en dan ook alleen die van mijzelf.’ Inmiddels is hij bijna afgestudeerd en heeft hij echt een eigen stijl ontwikkeld in de thematiek van zijn foto’s, wat een weergave is van zijn eigen leven en de omgeving waarin hij leeft. Ook fotografeert hij vooral analoog, wat de foto’s een typisch esthetisch stijl geeft, al is dat niet de reden voor deze methode vertelt Vlemmix. ‘Ik doe het vooral omdat je analoge foto’s niet direct terug kan kijken’, legt hij uit. ‘Ik vind dat je tijdens het maken van foto’s namelijk in het moment moet blijven. Dat is voor mij is de essentie van mijn werk. Ik heb alleen echt de wilskracht niet om niet te gaan kijken als het wel kan’, licht hij lachend toe. ‘Daarom is dit voor mij een uitkomst.’

‘Ik begon met foto’s maken van skatende vrienden.’ Hoewel Vlemmix pas in mei afstudeert, is hij al een tijdje werkzaam als fotograaf bij het jongerenplatform VICE en had hij begin dit jaar een expositie over de Nijmeegse skatewereld in skatestore 24/7 in de binnenstad. Anders dan bij typische exposities waar werken in een kille hal achter glas hangen, staan Vlemmix’ kleuren- en zwart-witfoto’s in fotolijstjes van allerlei verschillende formaten tussen de shirtjes, broeken en hippe hoodies. ‘Ik vond dat wel gezellig’, vertelt Vlemmix tijdens een kleine rondleiding door de winkel. ‘Ik koop allerlei lijstjes, en kijk daarna welke foto waar leuk in zou zijn. Dan wordt de ene toevallig klein en de andere juist

He was a skaterboy ‘Ik ben nu zo’n drie jaar bezig met fotografie’, vertelt Vlemmix terwijl hij uit een keukentje een paar glazen water haalt. ‘Daar ben ik mee begonnen toen ik mijn knie blesseerde en anderhalf jaar niet meer mocht sporten. Om bezig te blijven, ben ik toen foto’s gaan maken van mijn vrienden als zij aan het skaten waren’, vertelt hij. ‘Fotografie leek me altijd al leuk, maar toen ben ik er pas echt voor gegaan’ Inmiddels mag Vlem-


Vlemmix op rolletjes P. 23

mix weer skaten, maar door de zwakke knie die hij aan zijn blessure heeft overgehouden, moet hij trucjes van grote hoogtes links laten liggen. Toch kan hij nu meer van de sport genieten dan vroeger. ‘Wanneer je niet alle tricks meer kan, ga je naar meer creatieve oplossingen zoeken.’ Daarnaast heeft het fotograferen van skaters hem ook geholpen om op een andere manier naar de sport te kijken. Mijmerend

op het skaten zelf. Het gaat meer om de thematiek binnen het onderwerp, dat denk ik vooral om vriendschap gaat.’

Voor VICE maakt hij portretten waarbij hijzelf in een hoekje naakt poseert.

Schietkraam Hoewel Vlemmix’ fotografiecarrière startte bij het skaten, is zijn werk verder heel uiteenlopend. Zo maakte hij voor VICE een verzameling portretten van zijn kunsthelden waarbij hijzelf in een hoekje naakt poseert. Daarnaast heeft hij ook foto’s van een zonnige zomer met zijn vriendengroep, en van een sessie truffels eten met zijn moeder. ‘Mijn werk is eigenlijk een soort dagboek. Ik doe gewoon de dingen die ik normaal doe en heb dan een camera bij me.’ Dat is waarom alle projecten die hij maakt heel anders zijn. ‘Het zijn allemaal andere aspecten van mijn leven.’

‘Ik verkloot minimaal negen van de tien foto’s.’

begint hij: ‘Ik zag het vroeger echt als een sport, en nu misschien wat meer als een uiting. Je moet er aan de ene kant atletisch voor zijn maar het heeft daarnaast ook wat artistieks.’ Die nieuwe kijk leidde uiteindelijk tot een foto-expositie over de Nijmeegse skatescene vanuit Vlemmix zijn eigen perspectief en persoonlijke ervaringen: de spontane avonden met zijn vrienden, bier drinken in het zwembad of de schrammen na een valpartij. ‘Ik heb daarin expres niet de nadruk gelegd

Om dat spontane aspect te houden fotografeert Vlemmix niet bewust om een bepaald thema heen, maar schiet de hele dag door plaatjes. Na een tijdje legt hij de foto’s pas bij elkaar om er gemene delers in te vinden. ‘Het kost me maanden voor ik weer een paar foto’s heb waar ik iets mee kan voor mijn projecten.’ Vlemmix begint te lachen: ‘Ik zal namelijk heel eerlijk zijn. Ik verkloot minimaal negen van de tien foto’s.’ Daarnaast zijn er veel foto’s waar Vlemmix na het ontwikkelen nog geen plekje voor heeft. ‘Ik heb dan nog geen duidelijk thema voor ogen, of de foto heeft voor mij nog geen betekenis.’ Als dat het geval is, laat Vlemmix dat even voor wat het is en kijkt er een hele tijd later pas weer naar. Wanneer hij meer foto’s heeft genomen of nieuwe inzichten over zichzelf heeft opgedaan, kan het zo zijn dat hij een jaar later alsnog iets met die foto’s kan. ‘Zo heb ik met mijn werk een visueel beeld van mijn persoonlijke ontwikkeling.’ Hoewel veel van zijn verzamelingen over verschillende jaren zijn gemaakt, kunnen sommige reeksen juist in een opmerkelijk korte tijd tot stand komen. Zo zitten er bijvoorbeeld drie foto’s in de expositie in 24/7 die allemaal in dezelfde week zijn gemaakt.


Vlemmix op rolletjes P. 24 P. 24

‘Ik had mezelf het hele jaar kapot gewerkt om goede foto’s te maken en ging toen een hele week met vrienden chillen bij een zwembad. Vervolgens ontstonden met een wegwerpcameraatje en een biertje de leukste beelden.’ Volgens Vlemmix komt dat juist door die spontaniteit. ‘Wanneer ik geforceerd op zoek ga naar een fotogeniek moment, dan kan het alleen maar tegenvallen. Dat komt omdat je al een beeld in je hoofd hebt. Wanneer iets moois ontstaat wanneer je het niet had verwacht, ervaar je dat veel euforischer.’ Naakte waarheid Voor deze persoonlijke projecten hoeft hij nauwelijks op zoek te gaan naar hoofdpersonen die zich kwetsbaar op willen stellen voor zijn camera. Die momenten komen volgens hem vaak vanzelf op zijn pad terecht. ‘Ik bereid niet alles voor voor een speciale setting. Ik heb gewoon altijd mijn camera bij me, dus wanneer er een mooi moment ontstaat probeer ik dat vast te leggen. Dat is meer een gevoelskwestie dan dat ik het van tevoren uit denk.’ Dat de foto’s zo intiem ogen, komt volgens hem door de persoonlijke connecties die hij met de personen voor zijn camera heeft. Of het nu gaat om zijn oma die naakt met een geamputeerde borst poseert of een vriendin met striae op haar buik: je leert iedereen in Vlemmix’ foto’s een beetje kennen. ‘Ik ben de laatste tijd erg bezig met dat thema ‘je kwetsbaar opstellen’. Daar zit heel veel kracht in’, zegt Vlemmix bedachtzaam. ‘Het is een kracht om te ontdekken wie jij bent, en dat te zijn. Zeker als je daar ook kritiek op te durft hebben. Dan sta je sterk in je schoenen’, gaat hij stellig verder. ‘Ik vind dat heel fijn als ik dat gevoel krijg van iemand. Dan ben je uniek en misschien inspirerend voor anderen, voor mij in ieder geval wel.’

Hij zoekt bij zijn onderwerpen soms wel ook het randje op, doordat hij bijvoorbeeld situaties wil fotograferen waar de hoofdpersonen minder comfortabel mee zijn. ‘Mensen weten dat van mij, maar ik ben ook heel begripvol. Ik laat de foto’s nooit meteen aan de wereld zien. Deels komt dat omdat ik analoog schiet waardoor het sowieso vaak maanden duurt voordat ik de foto’s überhaupt zie. Daarnaast stop ik ze ook meteen weg als mensen het uiteindelijk niet willen delen.’ Die foto’s krijgen dus geen plekje in Vlemmix’ exposities of fotoboeken, maar hij gooit ze ook niet weg. ‘Ik vind het namelijk stiekem wel iets moois hebben dat die ergens nog bestaan.’

Het leven staat voorop. Daarna komt de fotografie en dan pas de mening van anderen. Het delen van de foto’s staat dus niet voorop bij Vlemmix: dat is het leven zelf. Daarna komt de fotografie, en daarna pas wat andere mensen van zijn werk vinden. ‘Het is heel waardevol als je aan het eind van de dag een mooie dag hebt gehad en zeker als dat je dat met iemand hebt mogen delen.’ Vlemmix vertelt enthousiast verder dat een goede foto bij kan dragen om die herinnering vervolgens te bewaren voor later. Hoewel dat vooral ‘leuk’ is, is zijn grootste doel met het maken van foto’s om zelfontwikkeling en sociale connecties uit zijn werk te halen. ‘Het is super leuk om een beeld te creëren dat andere mensen ook interessant vinden en waarderen. Als je vervolgens op die manier met die mensen ook weer een connectie kan krijgen, dan is dat gewoon super nice.’ ANS

Foto’s: Vinny Vlemmix Benieuwd naar meer? Kijk op vinnyvlemmix.nl of lees het interview op ans-online.nl om de foto’s in het groot te zien.


Column Naomi Habashy P. 25

UB-SERVATIES bijna weekend?

Vier het bij BUUR! Elke donderdag tussen 15:00 en 18:00 drink je onze wisselbieren met 20% korting. De bieren wisselen mee met het seizoen, dus verwacht veel herfsten winterbieren! BUUR is de plek in Brakkenstein waar je kan borrelen, lunchen, dineren of flexwerken. Je vindt ons direct achter de campus. BUUR, Deken Hensburchstraat 2, 6525 VJ Nijmegen. Ingang tegenover speeltuin Brakkefort | www.buurbrakkenstein.nl

Naomi Habashy woont zowat in de UB. Een treurig feit, maar ze is lang niet de enige. Vanaf haar plekje in de leeszaal observeert ze de mensen om haar heen, die net als zij met andere dingen bezig zijn dan studeren. In deze column rapporteert ze haar bevindingen. Vele voorstellingen van het vergaan van de wereld worden gekenmerkt door totale anarchie, buitensporig natuurgeweld of een zombieapocalyps. Nu het einde der tijden echt lijkt te naderen, is er nergens meer een vel wc-papier te krijgen en heeft een enkel mondkapje de prijs van een sixpack bier. Samen met het dringende advies om vooral niet buitenshuis te gaan, doet het ergens wel denken aan een oorlogsscenario. Maar niet iedereen heeft een idee van wat er zich afspeelt in de wereld, of wil hieraan gehoor geven. De trotseerder wil zijn goede voornemens eindelijk in praktijk brengen en gaat op tijd naar de bieb. De mensheid mag dan wel aan de afgrond staan, maar ze is nog niet over de rand getuimeld! Daarbij moet hij morgen twee essays inleveren en dat lukt niet thuis. In tijden van voorspoed lukt het al niet om binnen die vier muren iets gedaan te krijgen, en hij wil zijn leven eindelijk eens beteren. Nu zal hij zien dat het door alle chaos eens rustig is in de bieb en dat er plek genoeg is: ieder nadeel heeft zo zijn voordeel. Normaal gesproken arriveert hij namelijk pas ’s middags in de bieb om zich – net zoals altijd – te realiseren dat er geen plek meer voor hem is. Ook vergeet hij net iets te vaak zijn laptop mee te nemen, waardoor er niets anders opzit dan huiswaarts te keren. Daar zal hij dan – net zoals altijd – op de bank in slaap vallen en de rest van de dag niets meer doen. Maar dit zijn andere tijden en hij wil het zekere voor het onzekere nemen. De laatste keer dat hij de maatregelen checkte, werden er nog negenennegentig personen per ruimte toegelaten. Het is dus zaak dat hij als eerste bij de ingang staat om meteen om half negen naar binnen te rennen. Natuurlijk heeft de dappere trotseerder zich verslapen en wordt hij verschrikt om 10 uur wakker, waarna hij, half in pyjama en half in een uit de wasmand geviste trui, op de fiets stapt. Eenmaal aangekomen bij de Universiteitsbibliotheek laten de schuifdeuren het afweten en is er in de verste verte geen leven te bespeuren. Dan maar weer naar huis – zoals altijd. Hij was zijn laptop toch vergeten, wel fijn dat die nu volledig opgeladen op hem ligt te wachten.


Genoeg als kroeg Tekst: Pim Dankloff en Julia Meilink/ Illustratie: Roberta Müller P. 26

Tijdsgeest

GENOEG ALS KROEG

In Tijdsgeest wordt iedere editie het verleden, heden en de toekomst van een fenomeen of ontwikkeling besproken. Deze editie: kroegen en cafés

Je kunt het je bijna niet meer voorstellen, maar in de negentiende eeuw openden veel kroegen al om zes uur ‘s ochtends hun deuren. Arbeiders die nog even indrinken voor de zware dag zie je niet meer. Sterker nog: niet alleen de kroeggasten in de vroege uurtjes verdwijnen, maar ook de kroegen zelf. Volgens cijfers van het Financieel Dagblad waren er in 2006 nog 18.000 cafés in Nederland, waarvan er in 2016 nog maar 6600 van zijn overgebleven. Deze cijfers gaan echter over traditionele cafés, waar je alleen een biertje kunt drinken. Heden ten dage zie je veel meer hybridevormen: zo zijn er cafés waar je niet alleen ‘s avonds een biertje kan bestellen, maar ook ‘s ochtends een luxueus ontbijt met een glas melk. Officieel zijn het geen cafés, maar eetgelegenheden. Hoe is deze functie van het café door de jaren heen veranderd en wat biedt het café ons in de toekomst? Verleden: Van kroegvriendjes naar fraternité ‘Het kroegleven was in de negentiende eeuw veel groter dan tegenwoordig’, vertelt Jan-Hein Furnée, hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit (RU). Volgens Furnée bood de kroeg een ontsnapping aan het werk en familieleven van, met name mannelijke, arbeiders. ‘Er waren nauwelijks andere plekken waar mannen hun vrije tijd konden besteden’, licht hij toe. De arbeider nam zijn maten niet alleen mee naar de kroeg, maar maakte daar ook nieuwe ‘café’-vrienden. ‘Het opvallende is dat ze niet eens van elkaar wisten waar ze woonden of wie hun familie was’, vertelt Furnée. Die sociale functie van de kroeg kon ook politieke polemiek teweegbrengen. ‘De Franse Revolutie ontstond deels in cafés waar politiek geëngageerde arbeiders zich verenigden’, aldus de hoogleraar Cultuurgeschiedenis. De overheid was natuurlijk niet echt gecharmeerd van de grote gevolgen van het spraakwater en probeerde het kroegleven dan ook te reguleren door kroegen eerder te laten sluiten en zingen in de cafés te verbieden. Tegelijkertijd moedigden de kerk en vakbonden mannen aan om minder met de kroeg bezig te zijn en meer met hun kroost zodat die een beter leven kreeg. Toch veranderde dit niet van dag op dag: vele kroegvrienden werden nog iedere dag onder de tafel gedronken. Er gingen decennia voorbij voordat het aantal cafégangers en daarmee ook de hoeveelheid cafés zelf echt afnam. Echt verdwenen zijn ze nooit, zoals we nu nog kunnen zien in de straten van steden en dorpen.

Heden: Biervertier en kinderplezier Tegenwoordig bezoekt een veel breder publiek het café. ‘Er zitten niet alleen mannen in de kroeg die louter vaasjes wegwerken, maar ook vrouwen en zelfs hele families’, vertelt Lia Karsten, universitair docent Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Dit komt door suburbanisatie in de jaren zestig van de vorige eeuw: ‘Toen was er in de stad een grote toename van jeugdige een- en tweepersoonshuishoudens. Gezinnen trokken namelijk weg naar kindvriendelijke buitenwijken en overloopsteden.’ Het café speelde voor de groep jonge mensen in de stad vooral de rol van ontmoetingsplaats, waardoor het al een meer genderdiversere omgeving werd dan vroeger. Toen er in de jaren negentig weer meer gezinnen in de stad gingen wonen, konden vrouwen ook gemakkelijker naar het café. Zij eisten dat er ook in het café kon worden gegeten en dat kinderen ook mee mochten. Huib Ernste, hoogleraar Sociale geografie aan de RU beaamt dat niet alleen het publiek, maar ook het aanbod diverser is geworden. ‘Een simpele koffie of een borrel volstaat niet meer’, vertelt hij. ‘We zoeken allemaal iets bijzonders en vooral ook een beleving.’ Deze functie van het café komt enerzijds als gevolg van de grotere keuzevrijheid die welvaart met zich meebrengt. Anderzijds ontstaat die keuze natuurlijk wanneer er een kroeg komt die voor het eerst een bijzonder aanbod heeft. Zodra de consument dit weet, gaat hij ernaar op zoek. Marktwerking zorgt vervolgens dat er een trend wordt gevormd. Zo kunnen consumenten nu naar een kattencafé, spelletjescafé of onorthodoxe plek, zoals een oud fabrieksgebouw, om hun drankjes te nuttigen.

.


Genoeg als kroeg P. 27

Toekomst: Water bij de wijn ‘Het café waarin mannen nog dagenlang doorpraten over Ajax is verleden tijd aan het worden’, vertelt Karsten. De reden voor het verdwijnen van de bruine kroeg is volgens Ernste de competitie met diverse, moderne kroegen. ‘Men heeft toch liever wat extra’s dan het ouderwetse, simpele aanbod.’ Kroegen in het algemeen zullen niet snel uit een stad verdwijnen, vervolgt hij: ‘De kroeg biedt diversiteit aan een stad, waardoor het aantrekkelijker wordt om er te wonen.’ Het café zal dus zeker als essentiële plaats blijven bestaan, maar zijn sociale functie staat niet vast. De bruine kroeg verdwijnt en dat is niet per se problematisch, maar volgens Jan Rath, hoogleraar Stedelijke sociologie aan de UvA, verdwijnt hiermee wel een handelsmerk: de barman of -vrouw als huispsycholoog die zorgt voor interactie in de kroeg. ‘Deze functioneert eigenlijk als aanjager’, vertelt hij. ‘Voordat er een gesprek tussen mensen onderling begint, heb je iemand nodig die het leuk vindt om te ouwehoeren, maar het ook aandurft om iedereen aan te spreken.’ Dit gezelligheidsdier is steeds meer overbodig als gevolg van de moderne communicatiemiddelen. ‘Stel: je hebt gedoe gehad met collega’s dan hoef je niet meer per se met de barman te praten. Je kan het meteen delen met vrienden op Whatsapp’, zegt Rath. Als deze trend zich doorzet, zal het café van de toekomst steeds minder vaak met een huispsycholoog als extraatje komen. Liefhebbers van de barman wees getroost: er zijn steeds meer aanvullende opleukers in het café te vinden. ANS

19e eeuw: De kroeg als ontmoetingsplek van de arbeiders.

20e eeuw: Regulering van kroegen en cafés.

1990: Cafés en kroegen voor het hele gezin.

2020: De kroeg als een bijzondere plek waar je katten aait of speciaalbier drinkt.


Kamervragen Tekst: Katerina Laken/ Foto’s: Simone Pilzecker P. 28 P. 28

KAMERVRAGEN

In Kamervragen gaan twee studenten op ontdekkingstocht in elkaars kamer en speculeren ze over de persoonlijkheid, activiteiten en vreemde trekjes van de bewoner. Kunnen ze uitvinden wat voor persoon er achter de kamer schuilgaat? Deze editie: Tom en Emma & Ties. Tom op bezoek bij Emma & Ties ‘Shalom!’, roept Tom bij het binnenkomen van het ruime appartement tegen een Indische ansichtkaart. ‘Hier woont vast een reislustig persoon’, zegt hij stellig als hij de deur achter zich dichttrekt. De grote rugzak in de slaapkamer en een Grand Canyon-poster lijken zijn vermoeden te bevestigen. Naast Tom een andere ansichtkaart ziet Tom een kalender hangen. ‘Is dit de Sexy met Stijl-kalender?’, lacht hij. ‘Hoe komen ze daar nou aan?’ Het appartement van Emma en Ties is allesbehalve studentikoos. Behalve dat ze een eigen woonkamer, slaapkamer én badkamer hebben, is het ook stijlvol ingericht. De zithoek is gezellig afgebakend met een boekenkast, er hangen lijsten aan de muur en naast het keukenblok staan bijpassende kastjes. ‘Ik ga even in laatjes frunniken, hoor.’ Hier komt Tom dozen met verjaardagsversieringen, kerstballen

Ties en Emma op bezoek bij Tom ‘Interessant!’, roepen Emma en Ties in koor als ze de met stickers volgeplakte deur van Toms kamer op Hoogeveldt Emma en Ties zien. Als Ties een sticker van de band De Naakte Waarheid ziet, schrikt hij een beetje: ‘Daar kennen we de leden van… misschien weten we dan wel van wie deze kamer is!’ Nieuwsgierig lopen Emma en Ties naar binnen. Er is maar weinig plek in de kamer, die vol staat met een groot bed, een bureau en meerdere kasten. ‘Ik denk dat hij muziek wel heel hoog heeft zitten’, is het eerste wat Ties zegt als hij langs de piano loopt en dan een ukulele in een hoekje ziet liggen. Emma lacht: ‘Ja, zoveel instrumenten in deze kleine kamer proppen, is wel knap.’ Toms kamer staat vol met een verzameling ogenschijnlijk willekeurige spullen: een hamer, een grote knuffel en een

en knutselspullen tegen. ‘Ik heb het gevoel dat dit iemand is die het leven op orde heeft.’ Daar komt hij op terug als hij de koelkast opent: ‘Een beschimmelde tomaat’, zegt hij met een teleurgestelde blik. Dan wordt zijn aandacht getrokken door veganistische en vegetarische kookboeken, maar al snel ziet hij ook iets anders in de overvolle kast: ‘Hij heeft wel heel veel geschiedenis-gerelateerde boeken.’ Tom grijnst: ‘Hij zal wel geschiedenis studeren.’ Dan speurt hij verder in de ruime woonkamer. Al snel houdt hij triomfantelijk een rode koker omhoog: ‘Hij is al afgestudeerd!’ Zijn blik dwaalt af en valt op een tweede bul: ‘Heeft deze persoon twee studies gedaan?’ Even fronst Tom: ‘Of wonen hier misschien twee studenten samen?’ Als hij doorloopt naar de slaapkamer, vindt hij meer aanwijzingen die dat vermoeden bevestigen: ‘Eerst dacht ik dat het een jongenskamer was, maar zo veel bh’s heb ik niet in huis’, zegt Tom als hij een kijkje in de kledingkast neemt. ‘Of het nu twee of toch één iemand is die hier woont, hij is opgeruimd en breed geïnteresseerd’, concludeert de speurhond. ‘Hij heeft veel verschillende boeken, films en allerlei aparte spullen, maar hij is niet je average kuthipster’, lacht Tom.

verzameling Grolsch-beugels. ‘Hij zal wel uit Twente komen’, concludeert Ties. Emma is vooral nieuwsgierig naar alle vreemde kaarsen die verspreid in de kamer staan. ‘En hij zal wel sportief zijn’, zegt Emma, wijzend op een medaille van sportvereniging FC Kunde. Dan vindt het stel een blauw-gele sjaal met een cryptische tekst erop. ‘Is hij een nationalistische Oekraïner?’, vraagt Ties zich af. Emma lacht: ‘Toch niet helemaal Twents dus.’ Ook Tom heeft een enorme boekenkast. ‘Echt veel meer dan wij hebben’, brengt Emma uit bij het zien van een de grote boekencollectie. ‘Hij zal wel literatuurwetenschappen studeren’, voegt Ties aan als hij een boek over Europese literatuur uit de kast haalt. ‘Of taalwetenschap, of misschien Algemene Cultuurwetenschappen?’ Emma is afgeleid door Toms boeken over religie. ‘Ik denk niet dat deze persoon gelovig is’, fronst Emma. ‘De Naakte Waarheid heeft te veel kritiek op de maatschappij, dus als hij daar lid van is, zal hij wel niet gelovig zijn.’ Dan ziet ze een grote crucifix en een cd van de Mathieus Passion in de kast staan. ‘Misschien is hij gelovig opgevoed en daardoor nog steeds geïnteresseerd in het geloof.’ Ties lacht: ‘Hij kan wellicht toch een beetje gelovig zijn, maar ik kan me niet voorstellen dat hij achter elk woord van de paus staat.’


Kamervragen P. 29

VRAGENUURTJE Tijd voor de confrontatie: hadden de studenten het bij het juiste eind of sloegen ze de plank compleet mis?

‘Hallo!’ begroet het drietal elkaar enthousiast als ze elkaar treffen in Toms Hoogeveldt-keuken. Ze kennen elkaar al. ‘Had je het geraden?’ vraag Tom (22, Europese Letterkunde). Ties (21, Politicologie) lacht: ‘Ja, dat was niet heel moeilijk! Er stond namelijk overal ‘Tom’ op.’ Hij blijkt geen Algemene Cultuurwetenschappen, maar Europese letterkunde te studeren. ‘Dat was de tweede keus’, zegt Ties. Tom had het wel goed geraden: Ties en Emma hebben allebei een bachelor Geschiedenis op zak. Inmiddels doet Emma (23) de researchmaster geschiedenis en Ties combineert een bachelor Politicologie met een zetel in de Universitaire Studentenraad. ‘Wil je ook de politiek in?’ vraagt Tom. ‘Nee, de harde politiek is te veel een spel voor mij. Ik wil liever echt iets bereiken. Misschien dat ik ooit projecten ga opzetten op het gebied van mensenrechten.’ Al snel komt het gesprek op de vreemde objecten die ze op elkaars kamers hebben ontdekt. Het sjaaltje was van een Amsterdams bandje: geen Oekraïens-nationalistisch voetbalartefact dus. En hoe zit het met de crucifix? ‘Het kruis heb ik gebruikt met een optreden. We hadden toen het thema ‘hoop, geloof en liefde.’ Tom grinnikt: ‘Toen hebben we op de Koningsmarkt voor vijftig euro aan kruisen gekocht. Die staan nu allemaal op onze kamers.’ Ties en Emma moeten lachen. ‘Iemand heeft zich wel eens afgevraagd of we ons gaan ontwikkelen als band of als sekte’, grijnst Tom. Eén ding zit Tom nog dwars: hoe zat het met die beschimmelde tomaat? Ties en Emma kijken elkaar verbaasd aan. ‘Dat wij niet weten waar je het over hebt, zegt al wel genoeg’, lacht Emma. ‘We hebben een groentepakket’, legt Ties uit. ‘Op zich handig, maar we hebben moeite om het op te krijgen. Je hebt ons betrapt!’ Met al die groentes en vega-kookboeken verbaast het Tom niet dat Ties en Emma vegetariërs blijken te zijn. ‘We zijn zelfs flexivegan. Zo compenseren we een beetje voor al onze reizen’, vertelt Emma voorzichtig. ‘Ja, dat dacht ik al’, zegt Tom, ‘ik zag de rugzakken en badpakken. Ik heb jullie dus toch wel een beetje goed kunnen inschatten.’ ANS


HANS als/ Colofon P. 30

34e jaargang

ANS ZOEKT MEDEWERKERS! Vind jij het leuk om te schrijven, illustreren, websites bouwen of fotograferen? Kom dan langs op ons kantoor (onder het Gymnasion) of stuur een mail naar redactie@ans-online.nl.

Hoofdredactie Myrte Nowee en Floor Toebes Redactie Jochem Bodewes, Julia Meilink en Inge Spoelstra Medewerkers Lotte Bauling, Delphine Broasca, Fokke Boorsma, Pim Dankloff, Sietske Dijkstra, Katerina Laken, Jacobien Morren en Jesse Timmermans Illustraties Joost Dekkers, Jonas Hoekstra, Roberta Müller, Inge Spoelstra en Laura Umbgrove Foto’s Jetkse Adams, Delphine Broasca, Max Collombon, Sietske Dijkstra, Carlijn Hogekamp, Simone Pilzecker, Vincent Veerbeek en Vinny Vlemmix

Voorpagina Vincent Veerbeek Middenpagina Roos in ‘t Velt Columnisten Naomi Habashy en Roel van Koeverden Eindredactie Niek van Ansem, Naomi Habashy, Aaricia Kayzer, Noah Kleijne, Jeyna Sow, Celis Tittse, Vincent Veerbeek en Irene Wilde Crypto Pelle Hoek en Jelle Siemes Cartoon Noah Kleijne Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Floor Toebes Dagelijks bestuur Rik van de Kolk (voorzitter), Umut Sahin (secretaris) en Agnes Hermans (penningmeester)

Druk MediaCenter Rotterdam Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36458763 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni.


CRYPTO 1

2

Crypto P.P.31 31

ONDANKS DE CORONACRISIS IS HET OOK DIT JAAR VAST EEN KEER PASEN, TOCH? IS HET AL GEWEEST? WE WETEN

13

HET EIGENLIJK NIET MEER. HIER ZIJN IN IEDER GEVAL EEN AANTAL CRYPTISCH OMSCHREVEN TERMEN DIE TE MAKEN

3 4

HEBBEN MET DIT CHRISTELIJKE FEEST. HOPELIJK HELPT DE PUZZEL EEN BEETJE TEGEN DE VERVELING. SUCCES! LET OP: DE ‘IJ’ WORDT GETELD ALS TWEE LETTERS...

5

6 7 8 9 10

11 12 14 15

16

17

De oplossingen van het cryptogram in de vijfde ANS vind je op ans-online.nl. Voor deze cryptogram geven wij een zelfgemaakte bloemtjesmondkapje weg. Helemaal coronaproof, klaar om de supermarkt mee in te gaan!

18

Kans maken? Stuur dan voor 17 mei de oplossing naar redactie@ ans-online.nl.

19

HORIZONTAAL: 1. IS HET ONPAS, EEN TONEELSTUK IN DE MIX? (3,7) 3. RELIGIEUS FAMILIELID. (5) 5. AANBIDDEN VAN EEN VERDEDIGINGSMIDDEL LEVERT KUNST OP. (10) 8. VALT SAMEN MET PASEN EN SINT-JUTTEMIS. (10) 10. O -> X. (9) 15. BARBIE MET EEN MANDJE? (7) 16. DE VOORSTE IS NU GEBAKKEN OP EEN STOK. (12) 17. TAK VAN EEN TROPISCHE BOOM. (8) 18. NAAM VAN IEMAND DIE VAN NIETS ZEGT TE WETEN. (4) 19. OM DIT WOORD TE VINDEN MOET JE HET OOK DOEN. (6)

VERTICAAL: 2. VERWARDE OUD-HOLLANDSE HERKAUWER. (6) 4. GEEN VERKEERD WEEKDEEL. (5,7) 6. DEEL VAN NIJMEGENE. (5) 7. PAAS X T. (6) 9. DE LANGE VARIANT IS HIER KORTER. (2) 11. RECHTSGELEERDE MET ALCOHOL- EN GEELZUCHT. (8) 12. BRUINE LEKKERNIJ BEVAT TEVENS BRUINE FRISDRANK. (9) 13 DE MAAGDELIJKE NEEF VAN ZWARTE ZATERDAG. (14) 14. EEN GELOVIGE MET EEN LAAG IQ MAAKT EEN HELE GODSDIENST. (11)


VAN HET LIJF Tekst: Jacobien Morren /Foto:Carolijn Hogekamp

Wie: Maaike van Leendert (22), master Kunstbeleid en Kunstbedrijf Stijl: basic met een twist Wat een vrolijke outfit! Kun je ons wat meer vertellen over je kledingstijl? Ja, natuurlijk! Een vaststaande stijl heb ik niet. Ik shop graag vintage, maar ben stiekem wel een H&M-meisje. Vaak combineer ik een basic item met een uniek kledingstuk, zoals deze zwarte trui met gele tuinbroek die ik vandaag aan heb. Eigenlijk draag ik nooit teveel printjes bij elkaar, maar omdat ik aan het verhuizen ben zijn de kerstsokken vandaag even een uitzondering. Mijn moeder had vroeger altijd als regel dat je nooit meer dan twee kleuren in één outfit kunt dragen. Ik denk dat dit nog steeds wel mijn keuzes beïnvloedt. In hoeverre heeft je omgeving je kledingstijl beïnvloed? Ik ben opgegroeid in Doetinchem, waar men niet bepaald in gewaagde kleding de straat op gaat. Dit doe je zelf dan ook niet, dus kleedde ik me vroeger heel basic. Toen ik tijdens mijn pubertijd in aanraking kwam met rock- en metalmuziek veranderde mijn stijl. Ik liet me inspireren door andere fans online en belandde daardoor in een emo-periode. In die tijd zag je me nooit zonder choker. Later ging ik terug naar eenvoudigere kleding. Pas na mijn verhuizing naar Nijmegen ben ik weer bewuster gaan

nadenken over wat ik uitdraag met mijn kledingstijl. Met name medestudenten en mijn studie zijn daarbij inspiratiebronnen. Welke rol speelt je studie hierin? Bij Kunst- en Cultuurwetenschappen bespreken we vaak maatschappelijke onderwerpen, zoals gender. Hierdoor ben ik gaan spelen met stereotypes over mannelijkheid en vrouwelijkheid die achter kleding schuil gaan. Het gaat daarbij niet om mijn eigen identiteit, want ik voel me altijd vrouw. Ik probeer enkel de hokjes ‘mannenkleding’ en ‘vrouwenkleding’ te doorbreken door soms bijvoorbeeld een bloemetjesjurk te dragen en op andere dagen mijn vader’s Marlborotrui. Lekker woke hoor! Ben je ook bezig met duurzaamheid bij het winkelen? Nou, dat zou ik zeker wel willen, want ik vind het onzin dat er zoveel wordt geproduceerd. Maar toch koop ik vaak in een impuls bij een van de bekende fast fashion ketens. Wel vermijd ik daarbij absoluut de Primark omdat die een geen goede reputatie heeft door slechte arbeidsomstandigheden en milieuvervuiling, al weet ik niet of de H&M op die vlakken nou zoveel beter is. Ik vind het in ieder geval heel belangrijk om fysieke winkels te steunen. Daarom bestel ik geen kleding online. Ik vind het fijn dat we nog een stadscentrum hebben en hoop dat dit nog lang zo blijft. ANS

Profile for Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS)

ANS op stal  

Advertisement
Advertisement
Advertisement