Page 1

De Schildwacht Juli - Augustus 2018 - nr. 04

Voorwoord

NEEN aan de Pensioenhervorming

Tweemaandelijks tijdschrift van de Algemene Centrale van het Militair Personeel Verantwoordelijke uitgever: Yves Huwart - Afgiftekantoor: Aalst X - P109013

de militaire vakbond


Voorwoord

NEEN aan de Pensioenhervorming VOORWOORD DOOR YVES HUWART | SECRETARISCH-GENERAAL

Midden oktober 2016 kondigde de regering een ingrijpende pensioenhervorming aan, waarbij de preferentiële pensioenregeling van de militairen zou worden afgeschaft. De impact op Defensie en op het moreel van de militairen was ongezien. Het heeft geleid tot een opmerkelijke betoging op 15 november 2016 met meer dan één op drie militairen die hun ongenoegen hebben geuit. De verhouding manifestanten ten opzichte van het resterend en de beschikbare militairen was dus ongezien in ons land.

2

Militairen worden geacht onze samenleving, haar burgers en onze belangen in alle omstandigheden en op alle plaatsen te dienen. Zelfs wanneer dit gepaard zou gaan met gevaar voor het eigen leven. Een dergelijke verantwoordelijkheid vergt bijzondere fysieke en mentale geschiktheden, die – hoe men het ook draait of keert – onmiskenbaar afnemen met de leeftijd. Ze zijn bovendien boven de leeftijd van 60 jaar al helemaal niet meer verenigbaar met de vereisten van een operationele inzet.

Ondanks maandenlange gesprekken en onderhandelingen met de politieke overheden en ondanks veel goeie wil van onze kant en de bereidheid om water bij de wijn te doen, bleek de regering niet bereid om een werkbare en aanvaardbare pensioenhervorming voor te stellen. Werkbaar voor de defensieorganisatie zelf. En aanvaardbaar voor het personeel, zowel voor de oudere en jongere militairen die vandaag reeds in dienst zijn, als voor de toekomstige rekruten. Opnieuw: neen, dus!

Ieder weldenkend persoon zou dus verwachten dat de regering rekening houdt met deze vaststellingen. Men zou er bijgevolg redelijkerwijze kunnen van uitgaan dat de regering leeftijdslimieten voorziet die militairen toelaten hun operationele missies op een verantwoorde en doeltreffende wijze uit te voeren. Neen, dus!

De regering heeft steeds gesteld dat ‘niemand pensioen gaat verliezen’ en ‘wie langer werkt zelfs een hoger pensioenbedrag gaat ontvangen’. Weerom: neen, dus!

De Schildwacht

Want jonge militairen gaan immers langer moeten werken – in sommige gevallen zelfs tot 7 jaar langer – om hetzelfde

pensioenbedrag te kunnen trekken als vandaag. Zelfs als ze tot 60 jaar zouden gaan werken – dus vier jaar langer dan vandaag – zouden ze nog steeds een lager pensioenbedrag ontvangen. Als liegen strafbaar was, dan zaten er nu ministers in de gevangenis. Deze pensioenhervorming komt louter neer op een rauwe besparing: alleen al voor de ambtenarenpensioenen (waarvan deze van de militairen deel uitmaken) bespaart de regering 165 miljoen euro per jaar. Vandaar dat de militaire vakbond ACMP-CGPM niet akkoord kon gaan met het voorliggende Voorontwerp van wet met betrekking tot de erkenning van de zwaarte van sommige beroepen voor de toegangsvoorwaarden tot het vervroegd pensioen en de berekening van het pensioenbedrag. 


De Schildwacht

Foto: Orban Daniel

Juli - Augustus 2018 - nr. 04

Colofon

2

Voorwoord NEEN aan de Pensioenhervorming

De Schildwacht is het tweemaandelijkse tijdschrift van de Algemene Centrale van het Militair Personeel. Alle leden krijgen een exemplaar toegestuurd. Adresgegevens worden behandeld overeenkomstig de wet op de privacy (wet 8/12/1992).

4

Voorontwerp van Wet - Nieuw pensioenstelsel

Verantwoordelijke uitgever: Yves Huwart Coördinatie: Concetto Bandinelli Algemene gegevens - ACMP: Romboutsstraat 1 – Bus 021 1932 Zaventem srt@acmp-cgpm.be www.acmp-cgpm.be Tel.: 02 245 72 14 Fax: 02 245 73 01

12

Algemeen Programma ACMP wordt herwerkt

13

Gratis toekenning van eretekens Herinneringsmedaille

14

Pensioenen - Unieke uitbetaling

16

HOC Welzijn van 14 juni 2018

18

ACMP-CGPM steunt de veteranen

20

BE32 2100 6234 6602 BIC: GEBABEBB

Soldaten van de toekomst

BE57 0682 3639 9535 BIC: GKCCBEBB

Foto cover: Orban Daniel

Facebook “f ” Logo

CMYK / .ai

Facebook “f ” Logo

CMYK / .ai

Volg ons op Facebook EUROMIL

European Organisation of Military Associations

De Schildwacht

3


Rechtspositie

Voorontwerp van Wet - Nieuw pensioenstelsel We hebben getracht om de regeringsteksten voor u om te zetten in ‘klare bewoordingen’, omdat ze erg complex en heel technisch zijn. Deze ‘begrijpbare’ versie vindt u hieronder, met achtereenvolgens een Synthese van het actuele Voorontwerp van wet, een aantal Algemene Bepalingen betreffende dit Voorontwerp en dan uitleg over het nieuwe Pensioenstelsel zelf. Maar eerst nog dit. Nadat de formele onderhandelingen werden afgerond en de verschillende representatieve vakbonden hun standpunt hebben kenbaar gemaakt, stelt u zich wellicht de vraag: Hoe moet het nu verder? Op het moment van publicatie van dit artikel, ligt de bal opnieuw in het kamp van de regering. De vier representatieve vakbonden hebben hun standpunt kenbaar gemaakt. De militaire vakbond ACMP-CGPM ging niet akkoord! Het is nu aan de regering om het dossier opnieuw ter harte te nemen en desgevallend met een andere oplossing voor de pinnen te komen. Daarnaast valt nog af te wachten of er binnen de regering wel nog een consensus zal gevonden worden om dit dossier verder af te handelen. Intussen blijft de situatie nog onzeker en verandert er voorlopig niets. Synthese - De overgangsmaatregelen zorgen er voor dat een overgrote meerderheid aan militairen, die dichtbij hun pensioen staan en die vandaag 50 jaar of ouder zijn, dankzij het stelsel van de lange loopbanen kunnen gevrijwaard blijven van een verhoging van hun pensioenleeftijd. Daarnaast zal er ook geen impact zijn op de berekening van hun pensioenbedrag. - Een belangrijk deel van de militairen die op méér dan 6 jaar van hun huidige pensioenleeftijd (= 56 jaar)

4

De Schildwacht

staan, die vandaag 42 jaar of ouder zijn én vóór hun 21ste verjaardag als militair in dienst waren, zullen dankzij het stelsel van de lange loopbanen een beperkte verhoging van hun pensioenleeftijd kennen. Deze verhoging bedraagt 2 jaar, doch zal er evenmin enige negatieve impact zijn op hun pensioenbedrag. - Alle militairen die vandaag jonger zijn dan 42 jaar, zullen hun pensioenleeftijd met minimaal 2 jaar zien stijgen tegenover de huidige pensioenleeftijd. Deze verhoging kan in vele gevallen oplopen tot 4 jaar, waardoor de vroegst mogelijke pensioenleeftijd 60 jaar zal worden. Deze verhoging staat in schril contrast met de vaststelling dat de overige burgers van dit land hun wettelijke pensioenleeftijd slechts zullen zien verhogen met twee jaar. - De militairen die jonger zijn dan 35 jaar en pas op 22-jarige leeftijd hun actieve loopbaan gestart zijn, riskeren ook een lager pensioenbedrag te ontvangen. En dit ondanks het feit dat ze minstens 4 jaar langer zullen moeten werken. Volgend voorbeeld ter illustratie: Een militair geboren in 1990 en in 2010 op 20-jarige leeftijd in dienst getreden, zal mits de erkenning als zwaar beroep op de minimumleeftijd van 60 jaar met pensioen kunnen vertrekken. Maar hij/ zij zal echter in de pensioenberekening NIET het maximum haalbare percentage van (= 75%) van de referentiewedde kunnen behalen, doch slechts 


Als deze pensioenhervorming doorgaat, zal op termijn de regel zijn dat een militair ten vroegste op 60 jaar met pensioen kan en voor een volledig pensioen gemiddeld tot 62 jaar of langer zal moeten werken.

71,78%. Deze persoon zal dus nog quasi één jaar extra moeten blijven werken, teneinde via de toekenning van de penibiliteitsbonus alsnog het maximum pensioenbedrag te bereiken. - Een militair die nog jonger is bij het in voege treden van deze pensioenhervorming en eveneens op 20-jarige leeftijd of later in dienst is getreden, zal zelfs nog één (tot 62 jaar) of meerdere jaren (63 jaar tot 67 jaar al naargelang wanneer betrokkene gestart is aan de loopbaan) extra in dienst moeten blijven, teneinde het hoogst haalbare pensioenbedrag te bereiken. - Voor de specifieke doelgroep van het luchtvarend personeel van Defensie werden eveneens overgangsmaatregelen voorzien. Doch zullen op termijn ook piloten uiteindelijk tot 60 jaar en meer aan de slag moeten blijven. Dit is vanuit operationeel oogpunt complete nonsens. Dit alles vormt een zware afbraak van het pensioenstelsel van de militairen. Het komt erop neer dat de militairen meer dan de dubbele inspanning – en soms zelfs meer dan de viervoudige inspanning – moeten leveren dan de andere burgers in ons land. Als deze pensioenhervorming doorgaat, zal op termijn de regel zijn dat een militair ten vroegste op 60 jaar met pensioen kan en voor een volledig pensioen gemiddeld tot 62 jaar of langer zal moeten werken.

ALGEMENE BEPALINGEN inzake het voorontwerp van Pensioenhervorming 1. De hervorming van het pensioenstelsel van de militairen zou in principe in werking treden op 1 januari 2020. Vanaf deze datum zou de trimestriële oppensioenstelling vervangen worden door een maandelijkse, met name op de 1e kalenderdag van de maand volgend op de verjaardag. 2. De overgangsperiode van de pensioenhervorming zou van 2020 t.e.m. 2039 lopen. In deze periode gebeurt de geleidelijke evolutie van het huidige pensioenstelsel naar het nieuwe. Tijdens deze termijn zullen de pensioenvoorwaarden ‘soepeler’ zijn dan erna, omdat ze de reeds uitgevoerde loopbaan en het actueel bestaande pensioenstelsel mee in aanmerking nemen. Vanaf 2040 zou dan het ‘regimestelsel’ in voege treden. 3. Een ambtshalve pensioen (door het bereiken van de leeftijdslimiet) blijft behouden t.e.m. 2032. Nadien zal de militair een vervroegd pensioen (op aanvraag) kunnen bekomen. Bij een ambtshalve pensioen speelt de lengte van de loopbaan geen rol; van zodra de militair de leeftijdsgrens bereikt zal hij dus met pensioen dienen te gaan. 4. Bij een vervroegd pensioen (op aanvraag) kan de militair pas genieten van een ‘volledig’ pensioen(bedrag) voor zover de loopbaanduur tegelijk het vereiste aantal minimum jaren bereikt heeft. 

De Schildwacht

5


Rechtspositie

 5. Het andere verschil tussen een ambtshalve en een vervroegd pensioen (op aanvraag) betreft de strengere ‘cumul’-regels van dit laatste. Het gaat hier over het combineren (de ‘cumul’) van een pensioen op aanvraag met de inkomsten van een ander beroep. Bij dit type van pensioen is met name het plafond van wat dan mag bijverdiend worden een stuk lager dan bij een ambtshalve pensioen. 6. In de overgangsperiode zullen de militairen kunnen genieten van een loopbaanbonificatie. Deze wordt in aanmerking genomen als werkelijke dienst. Ze wordt in bepaalde gevallen ‘meegeteld’ in het bepalen van de loopbaanduur: deze wordt dan samengesteld uit de het aantal effectief gepresteerde dienstjaren en deze bonificatie. Ter illustratie, wanneer de benodigde loopbaanduur 40 jaar dient te zijn, dan zou deze kunnen bereikt worden na 39 effectief gepresteerde dienstjaren met 1 jaar loopbaanbonificatie. Volgende loopbaanbonificatie wordt van toepassing in het nieuwe pensioenstelsel: 2 jaar voor de militairen die geboren zijn tot 1970 (inbegrepen), 1 jaar voor zij die geboren zijn tussen 1971 en 1982 (inbegrepen) en nadien verdwijnt ze. 7. Naast de loopbaanbonificatie zal voor het bepalen van de loopbaanduur eveneens rekening mogen gehouden worden met een penibiliteitsfactor die toegekend wordt door de erkenning van het beroep van militair als een ‘zware functie’. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de hervorming (= 1/1/2020) mogen het aantal gewerkte jaren als militair van het actief kader vermenigvuldigd worden met de penibiliteitsfactor 1,1. De jaren die nog gepresteerd worden NA 1/1/2020 mogen vermenigvuldigd worden met de factor 1,15. M.a.w. om uw loopbaanduur te bepalen dient men de som te maken van: de effectief gewerkte jaren x de respectievelijke penibiliteitsfactor + de loopbaanbonificatie volgens eerder genoemd uitdoofscenario. 8. Het spreekt vanzelf dat voor het bepalen van de totale loopbaanduur ook de gewerkte periodes buiten Defensie (overheid en privé) meegeteld mogen worden. Was dit in een sector die geen erkenning bekomt als ‘zware functie’, dan tellen deze periodes slechts voor hun effectieve duur.

6

De Schildwacht

HET NIEUWE PENSIOENSTELSEL (VOORONTWERP) In het nieuwe pensioenstelsel zijn in eerste instantie twee factoren van belang voor de bepaling van het ogenblik waarop u (ten vroegste) de actieve dienst kunt verlaten: − Uw geboortejaar (en/of -maand); − De duur van uw loopbaan. Neem nu de overzichtstabel (zie pagina 9) op het einde van dit document. Gebruik ze tezamen met het de tekst hierna. De volgende gevallen kunnen zich voordoen: − U bent geboren vóór 1974: ga naar Casus I (punt 1.a.) − U bent geboren vóór 1974 en heeft bovendien een loopbaan volbracht van minimaal 40 jaar: ga naar Casus II (punt 1.b.) − U bent geboren na 01 Jan 1974 en vóór Jul 1977 en u heeft GEEN lange loopbaan volbracht: ga naar Casus III (punt 2.b.) − U bent geboren na 01 Jan 1974 en vóór Jul 1977 en u heeft een lange loopbaan volbracht van 42 of 43 jaar: ga naar Casus IV (punt 2.c) − U bent geboren na Jun 1977 en u heeft GEEN lange loopbaan van minimaal 43 jaar volbracht: ga naar Casus V (punt 3) − U bent geboren na 01 Jul 1977 en u heeft een lange loopbaan van 43 of 44 jaar volbracht: ga naar Casus VI (punt 4) 1. U bent geboren vóór 1974 (overgangsperiode) a. Casus I : Indien u geboren bent vóór 1974 kunt u in ieder geval genieten van een ambtshalve pensioen (dat blijft bestaan t.e.m. 2032). U bevindt zich in het linker gedeelte van de overzichtstabel (t.e.m. het jaar 2032). − Indien u geboren bent in 1964 t.e.m. 1967 wordt uw pensioenleeftijd met maximaal 1 jaar verhoogd (57 jaar i.p.v. 56); − Indien u geboren bent in 1968 t.e.m. 1970 wordt uw pensioenleeftijd met maximaal 2 jaar verhoogd (58 jaar i.p.v. 56); − Indien u geboren bent in 1971 t.e.m. 1973 wordt uw pensioenleeftijd met maximaal 3 jaar verhoogd (59 jaar i.p.v. 56). 


b. Casus II : Indien u geboren bent vóór 1974 en daarenboven een lange loopbaan doorlopen hebt (zie het rechterdeel van de overzichtstabel), kan bovenstaande maximale leeftijdsgrens nog met 1 of 2 jaar verminderd worden indien u voldoet aan de vermelde loopbaanduurvoorwaarde* van 40, 41 of 42 jaar: − Indien u geboren bent in 1964 t.e.m. 1969 blijft uw vroegst mogelijke pensioenleeftijd op 56; − Indien u geboren bent in 1970 t.e.m. 1973 wordt uw vroegst mogelijke pensioenleeftijd 57. Uw oppensioenstelling wordt nu evenwel een (vervroegd) pensioen op aanvraag. 2. U bent geboren in 1974 of later (overgangsperiode) a. Behalve indien u er vrijwillig voor kiest om tot de maximum toegelaten leeftijd van 67 jaar te blijven werken, zal uw pensioen altijd een pensioen op aanvraag zijn en is er steeds een loopbaanduur die vervuld moet zijn.

b. Casus III : U bent geboren na 01 Jan 74 en vóór 01 Jul 1977 en u heeft GEEN lange loopbaan volbracht (u bevindt zich in het linkerdeel van de overzichtstabel, vanaf het kalenderjaar 2033) Uw vroegst mogelijke pensioenleeftijd evolueert van 59,5 tot 63 jaar. De leeftijdsvoorwaarde wordt iedere 6 maanden met een half jaara opgetrokken. Zo zal bijvoorbeeld de toekomstige pensioenleeftijd van zij die in 1975 geboren werden tussen Jul en Dec dan 61 jaar worden. De verplichte loopbaanduur* is dan 41 jaar (= de kolom (4) van de overzichtstabel). Deze stapsgewijze verhoging loopt door tot het geboortejaar 1977(Jul – Dec), zijnde het tijdstip waarop de pensioenleeftijd zal ‘vastgelegd’ (= de ‘regimetoestand’) worden op 63 jaar. c. Casus IV : U bent geboren na 01 Jan 1974 en vóór 01 Jul 1977 en u heeft een lange loopbaan volbracht van 42 of 43 jaar (u bevindt zich in het rechterdeel van de tabel, vanaf het kalenderjaar 2032) 

Foto: Orban Daniel * Lees ook het punt 7 hiervoor waarin wordt toegelicht hoe men de som van de loopbaanduur (voorwaarde) bekomt.

De Schildwacht

7


Rechtspositie

Foto: Orban Daniel

8

Uw vroegst mogelijke pensioenleeftijd is 58 jaar, voor zover uw loopbaanlengte minimum 42 of 43 jaar bedraagt. Voldoet u niet aan de loopbaanvoorwaarde, dan zal uw pensioenleeftijd per jaar dat u ‘tekort’ komt inzake de loopbaanduur telkens met 1 jaar toenemen. Bijvoorbeeld: uw geboortejaar is 1975. In 2033 heeft u een loopbaan met een totale duur van 41 jaar volbracht, hetgeen één jaar minder is dan de vereiste 42 jaar. U kunt dan ten vroegste in 2034 met pensioen gaan.

c. Voldoet u niet aan de loopbaanvoorwaarde, dan zal uw pensioenleeftijd per jaar dat u ‘tekort’ komt inzake de loopbaanduur telkens met 1 jaar toenemen. Bijvoorbeeld: uw geboortejaar is 1977. In 2040 heeft u een loopbaan met een totale duur van 41 jaar volbracht, hetgeen één jaar minder is dan de vereiste 42 jaar. U kunt dan ten vroegste in 2041 met pensioen gaan. 4. Casus VI : U bent geboren na 01 Jan 1977 en u heeft een lange loopbaan van minimaal 43 of 44 jaar volbracht

3. Casus V : U bent geboren na 01 Jul 1977 en u heeft GEEN lange loopbaan van minimum 43 jaar volbracht

a. U bevindt zich in het geval van de ‘lange loopbaan’ – zie het rechterdeel van de overzichtstabel.

a. U bevindt zich in de regimesituatie van het nieuwe stelsel – zie het linkerdeel van de overzichtstabel vanaf het kalenderjaar 2040.

b. Uw vroegst mogelijke pensioenleeftijd (op aanvraag) bedraagt 59 of 60 jaar, mits u een loopbaan van minimum 43 of 44 jaar volbracht heeft.

b. Uw vroegst mogelijke pensioenleeftijd (op aanvraag) bedraagt 63 jaar, mits u een loopbaan van minimum 42 jaar volbracht heeft.

c. Voor de militairen geboren in 1977 (en enkel voor hen) geldt een specifieke regeling: hun vroegst mogelijke pensioenleeftijd (op aanvraag) 

De Schildwacht


bedraagt 59 jaar, voor zover ze een loopbaan van minimaal 43 jaar volbracht hebben.

jaar minder is dan de vereiste 44 jaar. U kunt dan ten vroegste in 2040 met pensioen gaan.

d. Voldoet u niet aan de loopbaanvoorwaarde, dan zal uw pensioenleeftijd per jaar dat u ‘tekort’ komt inzake de loopbaanduur telkens met 1 jaar toenemen. Bijvoorbeeld: uw geboortejaar is 1980. In 2040 heeft u een loopbaan met een totale duur van 43 jaar volbracht, hetgeen één

e. Net zoals bij het ‘gewone stelsel’, wordt vanaf het kalenderjaar 2040 de situatie in regime van toepassing op het stelsel van de ‘lange loopbanen’. In de praktijk heeft dit betrekking op de militairen geboren vanaf 1980. De loopbaanvoorwaarde bedraagt dan 44 jaar.

Overzichtstabel GEWONE stelsel

Stelsel van de LANGE LOOPBAAN

Leeftijdsvoorwaarde

Geboortejaar

Loopbaanvoorwaarde

Extra jaren

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

2018

56

1962

-

-

-

-

2019

56

1963

-

-

-

-

2020

57

(3)

-

+1

56

1964/40

2021

57

1964

-

+1

56

1965/40

2022

57

1965

-

+1

56

1966/40

2023

57

1966

-

+1

56

1967/40

2024

57

1967

-

+1

56

1968/40

2025

58

(3)

-

+2

56

1969/41

2026

58

1968

-

+2

57

1969/41

2027

58

1969

-

+2

57

1970/41

2028

58

1970

-

+2

57

1971/41

2029

59

(3)

-

+3

57

1972/41

2030

59

1971

-

+3

57

1973/42

2031

59

1972

-

+3

58

1973/42

2032

59

1973

-

+3

58

1974/42

2033

59.5

1974 (Jan-Jun)

40

+3,5

58

1975/42

2034

60

1974 (Jul-Dec)

40

+4

58

1976/43

2035

60,5

1975 (Jan-Jun)

40

+4,5

59

1976/43

2036

61

1975 (Jul-Dec)

41

+5

59

1977/43

2037

61,5

1976 (Jan-Jun)

41

+5,5

60

1977/43

2038

62

1976 (Jul-Dec)

42

+6

60

1978/43

2039

62,5

1977 (Jan-Jun)

42

+6,5

60

1979/44

2040

63

1977 (Jul-Dec)

42

+7

61 - 60

1979/43 – 1980/44 (8)

Legende: zie pagina 10.

De Schildwacht

9


Rechtspositie

Legende  (1) Jaar waarin u (ten vroegste) met pensioen kunt gaan. (2) Deze kolom bevat, voor de periode van 2020 t.e.m. 2032, de nieuwe pensioenleeftijd voor een ambtshalve pensioen. Een ambtshalve pensioen gaat in op het ogenblik dat de voorziene leeftijdslimiet bereikt wordt, zonder dat hierbij de lengte van de loopbaan een rol speelt.

Voor de periode vanaf 2033 bevat deze kolom de nieuwe pensioenleeftijd voor zover de lengte van de loopbaan minimum 40 of 41 of 42 jaar (zie kolom (4)) bedraagt. Lees ook punt 6 en 7 uit hiervoor aangehaalde Algemene bepalingen.

(3) De militairen geboren in 1963 bereiken reeds hun leeftijdslimiet in 2019 en zijn dus in principe reeds met pensioen in 2020. Vandaar dat dit vakje leeg is. Dezelfde redenering geldt in de jaren 2025 en 2029. (4) De invoering van een loopbaanvoorwaarden om met pensioen te mogen vertrekken is ten opzichte van de huidige pensioenregeling voor de militairen een nieuw gegeven. Lees ook punt 6 en 7 uit hiervoor aangehaalde Algemene bepalingen. (5) Deze kolom geeft de extra jaren aan, bovenop de huidige leeftijdsgrens van 56 jaar, waarmee de leeftijdslimiet verhoogd wordt. (6+7) Daar waar de kolommen (1) tot (4) de gewone voorwaarden bevatten voor de toekomstige pensioenleeftijd, geven de kolommen (6) en (7) de voorwaarden weer in het geval van een lange loopbaan. Ze leggen de nieuwe leeftijdslimiet vast waarop betrokkene op zijn eigen aanvraag met pensioen kan gaan. De kolom (6) bevat dus de vroegst mogelijke pensioenleeftijd indien betrokkene een voldoende lange loopbaan uitgevoerd heeft. We gebruiken een voorbeeld uit kolom (7) om dit toe te lichten: een militair geboren in 1964 zou alsnog op 56 jaar (i.p.v. 57 jaar) met pensioen kunnen gaan indien

10 De Schildwacht

hij een loopbaan van 40 jaar achter de rug heeft. Een militair geboren in 1970 zou in 2027 op 57 jaar (i.p.v. 58) met pensioen kunnen vertrekken indien zijn loopbaan 41 jaar telt. Enzoverder.

Voor de lengte van de loopbaan wordt rekening gehouden met een loopbaanbonificatie van 2 jaar (voor de militairen geboren vóór 1971) en 1 jaar voor de militairen geboren tussen 1971 en 1983. Lees ook punt 6 en 7 uit hiervoor aangehaalde Algemene bepalingen.

(8) Vanaf 2040 wordt de regel van ‘hoe korter de effectieve loopbaanduur, hoe hoger de vroegst mogelijke pensioenleeftijd’ veralgemeend toegepast in regime. Een militair geboren in 1979, die aan een loopbaanduur komt van 44 jaar, kan bijvoorbeeld op 60 jaar met pensioen. Zijn collega die een loopbaan van 43 jaar volbracht heeft, kan pas vanaf de leeftijd van 61 met pensioen. In beide voorbeelden moet de loopbaanbonificatie  van 1 jaar meegeteld worden.


Rechtspositie

Rekenmodule op onze website Vindt u deze uitleg te ingewikkeld? Wij ook! Daarom hebben we de plannen van de overheid geprogrammeerd in een rekenmodule die beschikbaar is op onze website: www.acmp-cgpm.be. Op dit moment kunt u met deze berekeningsmodule uw vroegst mogelijke pensioendatum bepalen.  Handleiding in « 1-2-3 » 1. klik op ‘Pensioenleeftijd berekenen’ bovenaan de startpagina 2. voer de gevraagde gegevens in en klik op de knop ‘Pensioenleeftijd berekenen’ 3. activeer de 'Penibiliteitsfactor' om zijn invloed op uw pensioendatum te zien Voor de gepresteerde jaren vóór 2020 zou de penibiliteitsfactor moeten vastgelegd worden op 1,10. Vanaf 2020 zou het door de regering genoemde en voorgestelde cijfer 1,15 bedragen, aangezien het militair beroep tot op heden als ‘zware functie’ zou worden erkend en de vier wettelijke criteria zou omvatten die in overweging worden genomen. Dit programma houdt automatisch rekening met deze regel, zodra de knop ‘Penibiliteitsfactor’ geactiveerd is. De module voegt ook de loopbaanbonificatie toe, als u daar recht op hebt.

vakbonden in het groen. Deze laatste lijkt misschien voordelig, maar let op: het is in de meeste gevallen een pensioendatum op aanvraag, met een financiële impact op het bedrag van uw pensioen! Als u de weergegeven data correct wilt interpreteren, raadpleegt u best de details die onderaan de pagina verschijnen (het gedeelte dat wordt weergegeven op onze ‘PrintScreen’). Het resultaat is indicatief; de berekening is gebaseerd op wat

geformaliseerd werd op 1 juni 2018 na de onderhandeling. We zullen proberen de module aan te passen bij elke wijziging van het dossier. Laten we er nogmaals op wijzen dat de module alleen de datum van pensionering bepaalt. Het berekenen van het pensioenbedrag is afhankelijk van te veel individuele factoren om geautomatiseerd te worden. Bovendien zijn de overheidsplannen nog te onzeker om ze reeds te automatiseren. 

In de samenvatting vindt u drie regels: uw huidige pensioendatum in het blauw, uw pensioendatum volgens de ‘Principebeslissing’ van 2016 in het rood en de pensioendatum volgens het voorontwerp van wet onderhandeld met de representatieve

De Schildwacht

11


Info

Algemeen Programma ACMP wordt herwerkt! Op 19 juni jongstleden kwamen meer dan 100 afgevaardigden van de militaire vakbond ACMP-CGPM bijeen ter gelegenheid van een Nationaal Comité. Deze bijeenkomst stond hoofdzakelijk in het teken van de opmaak van een vernieuwd Algemeen Programma, die de ACMP-CGPM later dit jaar wil voorleggen aan het Congres. Congres De statuten van de ACMP-CGPM voorzien dat er minstens eenmaal om de vijf jaar een Congres wordt georganiseerd waar alle ACMPleden mogen aan deelnemen. Dit jaar komen we aan het einde van de periode 2013-2018 en bijgevolg zal in de herfst van 2018 opnieuw een Congres plaatsvinden.

Om concrete invulling te geven aan een vernieuwd Algemeen Programma voor de periode 2019-2023, werd op 19 juni jongstleden een Nationaal Comité georganiseerd, waarop al onze afgevaardigden werden uitgenodigd. Meer dan honderd afgevaardigden lieten hun ideeën de vrije loop als voorbereiding op ons syndicaal programma voor de toekomst. Een mix van ideeën

De opdrachten van dit vijfjaarlijks Congres bestaan onder meer uit het aanbrengen van eventuele wijzigingen aan de statuten van onze organisatie, de benoeming van een nieuwe Directieraad en het goedkeuren van het ‘Algemeen Programma’ van uw militaire vakbond voor de komende vijf jaar. Dit algemeen programma – ook wel eisenbundel genoemd - wordt binnen onze organisatie beschouwd als een unieke leidraad voor alle afgevaardigden en mandatarissen van de ACMPCGPM. Een houvast dat hen moet toelaten om, in de contacten met de overheid, de standpunten te verdedigen die onze leden hebben goedgekeurd.

12 De Schildwacht

Onze lokale afgevaardigden zijn doorgaans sterk verankerd met hun persoonlijke werkomgeving. Dankzij het brede netwerk aan afgevaardigden doorheen alle geledingen van de defensieorganisatie vindt er een goeie confrontatie van standpunten plaats, die de ideale voedingsbodem vormt om in diverse werkgroepen een breed gamma aan innovatieve ideeën te ontwikkelen. Mocht u als lezer van ons informatieblad De Schildwacht eveneens een prima idee hebben waar we als militaire vakbond in de toekomst naar moeten streven, mag u dit steeds laten weten via e-mail aan ons vast

secretariaat (srt@acmp-cgpm.be). U mag uw idee uiteraard ook bespreken met een van onze afgevaardigden die u gemakkelijk kan terugvinden via onze website www.acmp-cgpm.be. Het samenbrengen van een zo breed mogelijke mix aan ideeën moet ACMP-CGPM uiteindelijk in staat stellen tot het opmaken van een vernieuwd Algemeen Programma waarin concrete syndicale ‘strijdpunten’ worden opgesomd. Zo hopen wij u ter gelegenheid van ons Congres in het najaar een vernieuwd programma te kunnen voorleggen dat gebaseerd is op realistische doelstellingen en verlangens, die daarenboven breed gedragen worden binnen de militaire gemeenschap. 

Foto: C. Bandinelli


Rechtspositie

Gratis toekenning van eretekens Herinneringsmedaille Zowel in onze Nieuwsbrief van 23 januari 2018 als in het februarinummer van De Schildwacht hebben we en nieuw ereteken besproken, de herinneringsmedaille voor opdrachten en operaties m.b.t. de operationele verdediging van het grondgebied (OVG). Inmiddels heeft het Hoog Overlegcomité het reglement inzake eretekens aangepast, teneinde de nieuwe medaille erin op te nemen. Tegelijkertijd wordt er ook voorzien dat bepaalde medailles kosteloos zullen toegekend worden. Aanpassingen van het reglement Eretekens - DGHR-REGDECOR-001 Na afloop van de vergadering van het Hoog Overlegcomité Reglement van 22 juni 2018 zijn er twee belangrijke nieuwigheden te melden: De eerste is het reglementair invoeren van een eervolle onderscheiding voor diensten, opdrachten of binnenlandse operaties; de Herdenkingsmedaille voor opdrachten en operaties in het kader van de operationele verdediging van het grondgebied. Ze wordt toegevoegd aan de medailles die al bestaan voor de buitenlandse opdrachten. De toekenningscriteria en de administratieve procedure worden in het aangepaste reglement uitgelegd. De tweede voert de gratis uitreiking van sommige medailles in.

Gratis uitreiking van medailles 1 oktober 2018 Vanaf 1 oktober 2018 vallen alle eretekens van Nationale Orden en alle eervolle onderscheidingen toegekend door tussenkomst van Defensie in eerste dotatie ten laste van Defensie. Als referentiedatum geldt de datum op het brevet. Een kleine kanttekening: de kosteloosheid in 1ste dotatie geldt enkel voor de levering van de juwelen ‘groot model’ (de zogenaamde ‘hang- of ordonnansmedailles') alsook de uniformstaafjes (met schuifsysteem). Het eventueel verkrijgen van de verkleinde juwelen blijft ten laste van de ontvangers. Voor welke medailles geldt de gratis uitreiking? Uiteraard zijn dat de medailles van de Nationale Orden, het Militair Ereteken voor buitengewone dienst of voor een daad van

moed of toewijding, het Militaire Kruis, het Militair Ereteken voor dienstanciënniteit, het Erekruis voor militaire dienst in het buitenland, de Herinneringsmedaille voor gewapende humanitaire operaties, de Herinneringsmedaille voor opdrachten en operaties in het buitenland en in het kader van de verdediging van het grondgebied en de Medaille van Verdienste. Er is ook sprake van de Medaille van het Carnegie Hero Fund, deze van het Burgerlijke Ereteken voor een daad van moed of toewijding, alsook de Titels- en erekentekens van de Arbeid. Deze laatsten vallen niet ten laste van Defensie, maar zijn kosteloos te verkrijgen door de autoriteiten die deze eervolle onderscheidingen toekennen. 

De Schildwacht 13


Info

Pensioenen: unieke uitbetaling In het militair onderhandelingscomité van 25 mei laatstleden zijn nieuwe wettelijke bepalingen besproken betreffende de uitbetaling van pensioenen, uitkeringen en rentes van de openbare sector. We kunnen ze bestempelen als technische aanpassingen want ze dienen voornamelijk om het leven van vele gepensioneerden te vereenvoudigen door het invoeren van een unieke uitbetaling. Het komt erop neer dat elke gepensioneerde op éénzelfde datum het geheel van de bijdragen, die de Federale Pensioendienst hem verschuldigd is, ontvangt. Het principe van de unieke uitbetaling zal van toepassing zijn op de drie bestaande pensioenregimes in België (werknemers zelfstandigen - publieke sector). Even ter herinnering: in 2016 zijn de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) en de Pensioendienst van de Openbare Sector (PDOS) samengesmolten tot één dienst, de Federale Pensioendienst (FPD).

Welke uitkeringen? De maatregel is van toepassing op de pensioenen beheerd door de FPD, de vergoedingspensioenen, de oorlogsrenten alsook de pensioenen en renten die aan burgerlijke oorlogsslachtoffers en aan de slachtoffers van daden van terrorisme toegekend worden. Daarbij komen ook nog, onder andere, wanneer die toegekend wordt, het

vakantiegeld en het bijkomend vakantiegeld voor de begunstigden van een rustpensioen of overlevingspensioen. Daarnaast geldt de regeling ook voor de amputatievergoedingen, speciale vergoedingen voor hulp aan een derde persoon en vergoedingen toegekend aan begunstigden van het statuut van de zwaar verminkten en invaliden en speciale vergoedingen naargelang de aard van de handicap. Unieke uitbetaling - Wat betekent dat concreet? Het principe van de unieke uitbetaling betekent dat er per titularis slechts één betalingsdatum en één enkele betalingswijze wordt voorzien. De werknemers- en zelfstandigenpensioenen hebben momenteel drie maandelijkse betaaldata, en één jaarlijkse betaaldatum, terwijl de ambtenarenpensioenen ook drie – andere – maandelijkse 

14 De Schildwacht


 betaaldata hebben (vooraf betaald, betaald na vervallen termijn evenals een betaaldatum voor de achterstallen), maar ook data voor trimesteriele (oorlogspensioenen en -renten, vergoedingspensioenen, …) en jaarlijkse betalingen.

renten toegekend aan burgerlijke oorlogsslachtoffers, aan de slachtoffers van daden van terrorisme en hun rechthebbenden (met inbegrip van eventuele bijhorende vergoedingen). Deze fase zou op 1 juli 2018 in werking moeten treden.

De maandelijkse uitbetalingen zullen van nu af aan enkel nog op drie data kunnen: de 7de, 15de of 25ste kalenderdag van de maand) met de bedoeling op korte termijn alle pensioenen vóór de 25ste uit te betalen, behalve indien de titularis al een pensioen geniet dat op een eerdere datum betaald wordt. In dit geval zullen alle pensioenen van die titularis uitgekeerd worden op die datum, namelijk de 7de of de 15de dag van de maand.

In een tweede fase, vanaf 1 januari 2019, komen alle andere voordelen die uitbetaald worden door de FPD aan de beurt, voornamelijk de ambtenarenpensioenen.

De trimesteriele uitbetalingen gaan ook op de schop en de jaarlijkse betalingen zullen enkel nog mogelijk zijn voor een bedrag dat momenteel minder dan € 39,07 bedraagt. Vermits alle uitbetalingen voortaan op een vaste datum binnen de maand plaatsvinden, zullen de voorafbetalingen of betalingen na vervallen termijn niet meer mogelijk zijn. Aangezien de rechthebbenden voortaan hun pensioen binnen de referentiemaand ontvangen, zal hun pensioen van de maand december dus niet meer in januari betaald worden. De manier van werken zal de burger toelaten de betaaldatum beter te begrijpen en de leesbaarheid ervan vergroten. Dit zal bovendien de mogelijke verwarring vermijden over de verschillende betaaldata en voor welke voordelen deze van toepassing zijn. Voor de FPD zal dit het beheer van de betalingen van de talrijke uitkeringen vergemakkelijken.

Daar er slechts één betaling per titularis meer zal zijn, zal er ook slechts één enkele betalingswijze toegepast worden. Voortaan worden alle pensioenen uitgekeerd via overschrijving op een persoonlijke zichtrekening. Slechts in uitzonderlijke gevallen zal een betaling per postassignatie mogelijk zijn. Deze werkwijze heeft veel voordelen waarbij wordt vermeden dat de postassignatie gestolen wordt of verloren gaat. Bovendien wordt het risico op vergissingen verminderd. Van zodra een pensioen op een bankrekening overgemaakt wordt, zal de totaliteit van de uitkeringen waar de titularis recht op heeft, vereffend zijn, en dit maandelijks, via overschrijving op zijn persoonlijke zichtrekening, en op éénzelfde datum, namelijk de eerste betaaldatum van de verschillende voordelen. Uitvoering - Fases De invoering van de unieke betaling zal in twee fases verlopen. De eerste fase zal betrekking hebben op de vergoedingspensioenen, de oorlogspensioenen- en -renten alsook de pensioenen en

Fiscale neutralisatie van het maandbedrag van december 2018 uitbetaald in januari 2019 Vermits de uitbetaling van de pensioenen binnen de referentiemaand zal gebeuren, wordt het pensioen van december niet meer in januari uitgekeerd zoals nu het geval is, maar in december. Bijgevolg wordt het pensioen van december 2018 uitbetaald in december 2018. Dit betekent dat in 2018 er 13 maandbedragen uitgekeerd worden: namelijk de 12 termijnen van 2018 + de termijn van december 2017 die in januari 2018 uitbetaald werd. Om te vermijden dat het maandbedrag van december 2018 belast wordt zoals alle andere maandbedragen, zal er een afzonderlijke heffing van toepassing zijn die overeenkomt met de gemiddelde aanslagvoet van alle andere belastbare inkomsten van 2018, teneinde een belastingverhoging te vermijden. Bij het afsluiten van de onderhandeling heeft de ACMP-CGPM de FPD heel expliciet verzocht de gepensioneerden duidelijk en transparant in te lichten over de fiscale impact van 13 maandbedragen in 2018. 

De Schildwacht 15


Welzijn

HOC Welzijn van 14 juni 2018 Op 14 juni vond het tweede Hoog Overlegcomité Welzijn van 2018 plaats. We werden geïnformeerd over de intentie om de kuiscontracten kwalitatief te verbeteren. Helaas moesten we ook vaststellen dat er bij het onderzoek van arbeidsongevallen door ‘bijzondere onderzoeksdiensten’ nog geen sprake is van een eenheidsstructuur. Kuiscontracten Enkele jaren geleden werden verschillende contracten voor de schoonmaak van gebouwen opnieuw gegund aan vaak nieuwe firma’s. Plots moesten we vaststellen dat de kwaliteit van het kuisen in heel wat kazernes te wensen overliet en dat dit de aanleiding was voor heel wat klachten en ongenoegens.

Directeur-generaal Material Resources, Generaal Debaene, had vorig jaar al beloofd om het geweer van schouder te veranderen en de evaluatie van de potentiële contractanten te wijzigen bij de vernieuwing van de contracten. Gedurende het Hoog Overlegcomité (HOC) kregen we meer inzicht in de evolutie in dit dossier. Eerst en vooral worden de budgetten voor de kuiscontracten met 30% verhoogd. Daarnaast ligt de focus voor de nieuwe contracten op kwaliteit. In deze nieuwe contracten voorziet men onder meer het volgende: - De frequentie van de prestaties voor programma 1 (o.a. omkleedruimtes, burelen en vergaderzalen) werd verdubbeld. - Er zullen aanwezigheidscontroles en kwaliteitscontroles door middel van een elektronische controletool gebeuren. - Bij de evaluatie van de kandidaten voor deze overheidsopdracht wordt het accent op de kwaliteitsbeheersing geplaatst. - Service Level Agreements (SLA) (= afspraken, objectieven) werden opgesteld. Die zullen gedurende de ganse duur van het

1

Policy Handbook Defensie, Blz. 60

16 De Schildwacht

contract gemeten worden en kunnen tot boetes leiden. Een eerste nieuw contract werd al voor 2018 gegund voor het plateau Berlaar (Berlaar, Grobbendonk, Tielen, Brasschaat, etc.). In 2019 volgen de plateaus Brugge, Leopoldsburg en Marche-en-Famenne. Bijzondere onderzoeksdiensten Specifieke militair-technische commissies kunnen aangeduid worden voor het onderzoek van ernstige ongevallen en incidenten. Betreft het een arbeidsongeval, dan zal een preventieadviseur steeds deelnemen aan het onderzoek en worden de representatieve vakorganisaties betrokken bij dit onderzoek. Tot zover de theorie. In de praktijk blijkt dat enkel de onderzoeksdienst van de landcomponent (LAIS) in zijn richtlijn de bovenvermelde procedure duidelijk omschrijft en toepast. In de richtlijn voor de onderzoeksdienst van de Marine (SEAN) is dit niet zo helder en bij de luchtcomponent is dit, door de CHOD onderschreven, beleid1 al helemaal een dode letter. 


Bij Defensie is de dierengeneeskundige dienst bevoegd voor de voedselinspecties in de verschillende Horeca-installaties.

 ACMP-CGPM had dan ook dit onderwerp op de agenda van het HOC Welzijn geplaatst met de vraag de richtlijnen aan te passen en deze ook toe te passen.

zou zijn om al deze verschillende onderzoeksdiensten te groeperen in één unieke dienst en onder te brengen in het stafdepartement Well-being.

Tijdens de zitting werd duidelijk dat de Marine dit zal doen, maar dat de betrokken dienst bij de luchtcomponent (ASD) niet zover wil gaan. Zij zijn van mening dat een “assistent in preventie” binnen hun eigen structuur voldoende is. Daarenboven stellen zij dat internationale regels niet altijd de betrokkenheid van andere actoren toelaten.

Een centralisatie van deze commissies zou toelaten dat er efficiënter gewerkt kan worden. Vandaag telt ASD maar liefst 25 personeelsleden en moet LAIS het stellen met 1 medewerker. Tijdens enkele informele gesprekken bleek al snel dat er zeer veel weerstand is om te streven naar een ‘eenheidsstructuur’.

Indien de bijzondere onderzoeksdienst van de luchtcomponent wordt ingeschakeld bij een luchtvaartincident en het hier eveneens een arbeidsongeval betreft, blijft ACMP-CGPM erop aandringen dat de regels met betrekking tot het arbeidsongevallenonderzoek gerespecteerd worden. Bijgevolg moet minimaal een preventieadviseur niveau I deelnemen aan het onderzoek en moeten de representatieve vakorganisaties betrokken worden.

Voedselveiligheid

Als vakorganisatie zijn wij er bovendien van overtuigd dat het beter

In het kader van de outsourcing van horeca-activiteiten binnen

Federaal kennen we allemaal de overheidsdienst voor voedselveiligheid (FAVV). Deze dienst staat onder meer in voor de voedselinspecties van de verschillende horeca-installaties binnen België. Voor Defensie neemt de diergeneeskundige dienst deze rol waar en zijn zij bijgevolg bevoegd voor de controle op de toepassing van de wetgeving en de richtlijnen over voedselveiligheid.

Defensie wou ACMP-CGPM weten welke rol er voor deze dienst nog was weggelegd. Tijdens het HOC Welzijn werd verduidelijkt dat de burgerfirma’s die voedsel bedelen in de kwartieren hiervoor de nodige toelating en erkenning moeten bekomen bij FAVV. Bijgevolg staat FAVV ook in voor de inspecties van deze installaties. Ondanks deze bevoegdheid van FAVV zal de dierengeneeskundige dienst van Defensie alle horeca-installaties van Defensie blijven inspecteren. Met andere woorden mogen de burgerfirma’s zich ook eenmaal per jaar verwachten aan een inspectie van deze dienst. ACMP-CGPM heeft ook gevraagd dat de veterinaire dienst meer inspecties zouden uitvoeren tijdens oefen- en kamperiodes op het terrein en in het bijzonder bij de bedeling van voedsel op het terrein. Regelmatig komen hierover klachten binnen, die volgens ons met eenvoudige maatregelen kunnen verholpen worden. 

De Schildwacht 17


Info

ACMP-CGPM steunt de veteranen! Dagelijkse stress, bedreigingen, plots en ongewoon geweld, terrorisme, gevechten en verhoogd werkritme: de veiligheidsdiensten - of het nu gaat over militairen of politiemensen - worden serieus op de proef gesteld! De ACMP-CGPM en de politievakbond NSPV organiseerden samen een colloquium over de emotionele druk als gevolg van hun operationeel engagement als 'professionelen van het geweld'. Laten we de eer aan de dames en beginnen met Christine Cuvelier, Hoofdcommissaris bij de Federale Politie. Deze sociologe was voordien inspecteur bij de politie, lid van de speciale interventiegroep. Ze is geschoold in het domein van de stress, waarin ze sedert meer dan 20 jaar enorme ervaring heeft opgedaan. Nu bekleedt ze reeds 10 jaar een functie bij het Comité P, de fameuze 'politie van de politie'. De laatste 10 jaar deed ze onderzoek in de wereld van het geweld, schietincidenten en het fenomeen zelfdoding. Haar interventie van 8 mei jongstleden, voor een publiek van bijna 200 syndicale afgevaardigden van Defensie en de Politie, mondde uiteraard uit op het welbekende fenomeen: 'burn-out'. Taboes bij de politie ‘Vele zelfdodingen en depressies zijn het gevolg van angst’ zegt Christine Cuvelier. ‘Burn-out ontstaat bij de verschillende rollen die één persoon op zich neemt: thuis, op het werk,

18 De Schildwacht

de avondactiviteiten, enz. Bij de politie ontstaat er een soort ophoping van verzwegen trauma’s waarvoor er geen kant-en-klare oplossing bestaat’. Mevrouw Cuvelier wilde weten hoe men bij de politie van het ene incident naar het andere 'overgaat'. ‘Vroeger vond je tal van collega's in een of ander lokaal of aan het eind van de gang en kon je met elkaar van gedachten wisselen over de gebeurtenissen van de dag. Maar de dag van vandaag haast iedereen zich naar huis, en … zegt men niets!’ Het hoge werkritme verplicht het politiepersoneel ergens, om zo snel mogelijk naar huis te gaan. En thuis vertelt men meestal ook niets, zodat alles binnenin opgekropt blijft. En wat is de rol van de familie in dit verhaal? ‘De politieman of -vrouw heeft vaak vanuit een professionele achtergrond de neiging om de relatie van de partner, kinderen, familie en vrienden evenals de plaatsen waar deze vaak komen, te controleren. De sociale relaties van de

politieman beperken zich vaak tot deze van de werkplek. Wanneer men ziek valt, vallen de werkrelaties en/of sociale relaties stil, en raakt men snel geïsoleerd. Bij een terugkeer op het werk, resulteert dit vaak in een meer gesloten en ontwijkende houding en praat men nog minder over wat gebeurd is’. De opeenvolging van traumatische belevenissen kunnen leiden tot depressie, burnout en in de ergste gevallen zelfs tot zelfmoord. De factor terrorisme, die de laatste jaren sterk aanwezig is, geeft de psychologen van de politie zeker en vast nog enkele jaren een pak extra werk. ‘Bajonet op de loop!’ Deze zelfreflectie in het leven van politiemensen is verschillend van die van militairen in operatie, daar deze meestal niet de mogelijkheid hebben om naar huis te gaan vóór het einde van de missie. Erger zelfs, want tijdens een operatie worden militairen permanent blootgesteld aan mogelijke schietincidenten, 


 ontploffingen van IED's of andere negatieve gebeurtenissen. Een dergelijke situatie kende Mark Sandman in Vietnam, eind de jaren 60. Deze veteraan is momenteel 70 jaar, en is ‘lid van een familie van oorlogsveteranen’. Mijn grootvader was afkomstig van het Zwarte Woud in Duitsland. Hij bekwam de Amerikaanse nationaliteit nadat hij gevochten had in de Eerste Wereldoorlog. Mijn vader was een overlevende van de Japanse aanval op Pearl Harbour. Hij leerde mij mezelf te verdedigen. Toen ik het Amerikaanse leger vervoegde, kwam ik terecht bij de 101e Airborne. Eén week na mijn huwelijk, werd ik uitgestuurd naar Vietnam. Toen we in de Shau-vallei zaten, schreeuwde onze pelotonscommandant: ‘Bajonet op de loop!’. Dat heeft me geraakt. Ik voelde me toen even in de middeleeuwen! Van onderaan de heuvel moesten we naar boven vorderen op de top, gedekt door Amerikaanse en Noord-Vietnamese artillerie en onder het dreigement van onze eigen chefs’. Bewust van zijn rol hier vandaag voor het grote publiek, legde Mark Sandman uit hoe het er toen aan toeging. ‘In het Noorden hadden we geen medelijden. Ik heb me daar toen nooit vragen over gesteld. Gelukkig heb ik nooit kinderen moeten doden’. Maar de shellshocks kwamen kort nadien... Terug naar het normale? Mark Sandman zal zijn gevechtservaringen nooit vergeten. ‘Ik heb mensen zien sterven naast mij. Hoe moest ik dat thuis vertellen? De terugkeer naar het burgerleven was zeer zwaar’, vertelt Mark. ‘Men komt er niet toe om te vertellen wat er in ons leeft. Bij de veteranen verhoogt het angstgevoel. Wanneer wij een ongewoon geluid horen, staan we al klaar om onmiddellijk te reageren. Bij het

Foto: C. Bandinelli

binnenkomen van een gesloten omgeving, kijken we steeds direct naar de nooduitgangen en zullen we steeds met de muur in de rug gaan zitten. Voor ons hangt overleven af van de snelheid om op de grond te gaan liggen wanneer bijvoorbeeld een bom ontploft. Tussen 14 en 17% van de veteranen ontwikkelt een posttraumatisch stress-syndroom (PTSS). Dit wil zeggen dat ongeveer 80% 'normaal' kan leven. Maar die anderen, hoe overleven zij dit? Door hen blijk te geven van leadership, loyauteit, samenwerking en groepsgeest! De 'disfuncties' die door betrokkene ervaren worden vormen voor hun een tweede gevecht. Wij hebben geen mensen nodig die ons zeggen dat het niet goed gaat met ons. Wel mensen die ons begrijpen’. Veteranen voor veteranen ‘Ik heb 5 kinderen. Ik geloofde in discipline en gaf mijn kinderen fysieke straffen. Mijn vrouw was bezorgd. Sociale bijstand was toen onbestaande’, getuigt Mark Sandman. Mark richtte veteranengroepen op die luisteren naar veteranen, die er soms erger aan toe zijn. Deze mannen en vrouwen, die vandaag de dag misschien boekhouders, chauffeurs of piloten zijn, hebben allen een militair verleden achter zich dat gepaard gaat met een zware of minder zware traumatische ervaring. Ze weten hoe ze moeten omgaan en welke woorden ze moeten uitspreken tegenover slachtoffers van PTSS. ‘Men moet

veteranen uit de ziekenhuizen en gevangenissen halen. Men moet hen confronteren met mensen die soortgelijke trauma's hebben doorstaan. Ik heb een crisisploeg opgeleid, die preventief tussenkomt bij zelfdoding’, zegt Mark enthousiast en vastberaden. ‘Ik maak geen dossiers. Wij leven van ervaringen. Als veteranen in de handen van het gerecht vallen, zijn ze verloren. In New York is er een speciale rechtbank die veteranen naar ons stuurt om hen te begeleiden en te re-integreren. Politiemensen vragen ons om hulp, om veteranen niet terug achter slot en grendel te moeten steken’. Op deze 8ste mei, exact 73 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, was het de bedoeling om met deze conferentie het belang aan te tonen van het leven na bepaalde ervaringen vanwege ‘normale mensen die normaal hebben gehandeld in abnormale omstandigheden’ (dixit Mark Sandman), en van de steun die nodig is, van de hele gemeenschap - en vooral van de overheid - ten opzichte van deze politiemensen en militairen. ‘Het is echter niet voldoende om de gepaste uitrusting te bezorgen aan het personeel. Deze 'behoeders' - zoals de Griekse filosoof Socrates ze reeds noemde - hebben recht op werkomstandigheden en structuren die hun waardigheid en hun engagement beschermen. Dit is wat men noemt 'de zorgplicht van een Staat' voor het psychosociale welzijn van vrouwen en mannen in uniform. 

De Schildwacht 19


Info

Soldaten van de toekomst Wat is belangrijk voor de jonge mannen en vrouwen die we vandaag en morgen bij Defensie willen inlijven? En wat telt voor hen zodat ze ook voldoende lang willen blijven? Hoe dient het leger in te spelen op hun verwachtingen en verzuchtingen? En in welke context dient Defensie deze maatregelen te nemen? U leest het hieronder. De nieuwe context De jonge mannen en vrouwen die recent Defensie vervoegden of die vandaag het leger binnenkomen delen allemaal twee gemeenschappelijke kenmerken: (1) zij weten dat ze – een enkele uitzondering niet te na gesproken – gaan uitgezonden worden naar een buitenlands conflict en (2) ze maken deel uit van de zogenaamde millennial-generatie, de jongens en meisjes geboren tussen 1980 en 2000, ook soms de ‘generatie Y’ genoemd. In tegenstelling tot hun voorgangers van de ‘generatie X’, zij die geboren zijn na 1960, zijn de millennials in hun leven niet bewust geconfronteerd geworden met de Koude Oorlog: een periode met een weliswaar latente dreiging, maar met een toch hoofdzakelijk stabiele en voorspelbare veiligheidssituatie. Onzekerheid en volatiliteit zijn sindsdien op veiligheidsvlak de kernwoorden geworden. Vandaar die quasizekerheid dat zowat iedereen van de jongste generatie militairen zal deelnemen aan buitenlandse missies.

20 De Schildwacht

Veiligheid is de voorbije jaren “vloeibaar” geworden: het onderscheid tussen de binnenlandse veiligheid en deze buiten de grenzen van Europa is komen te vervagen, zoals de terroristische aanslagen ook in ons land aantonen. Er is niet langer een strikte scheiding tussen oorlog en vrede; het is lang geleden dat landen elkaar formeel de oorlog verklaarden. Tegenstanders proberen nieuwe manieren van dwang uit die verschillen van een traditionele oorlog met reguliere krijgsmachten: “little green men” verschijnen ten tonele; landen gebruiken “bevriende” rebellengroepen en “vrijheidsstrijders” om hun belangen te vrijwaren; letterlijk om de twee, drie dagen vinden er cyberincidenten plaats; migratiestromen worden “gestuurd”; economische boycots opgelegd; enzoverder. Een teenager in zijn slaapkamer kan met zijn pc bedrijven in nauwe schoentjes brengen en samenlevingen ontwrichten door het hacken van de nutsvoorzieningen. Klokkenluiders kunnen de inlichtingendiensten in gevaar brengen. Een terroristische beweging kan een land in een oorlog zonder einde trekken. En een technologiebedrijf kan

bepalen wat mensen zien op tv – en dus wat ze geloven. Onzekerheid en instabiliteit zijn dus troef. Dit is de context waarin Defensie ook de komende jaren zal moeten optreden. Generatie Y en Z: andere verwachtingen en verzuchtingen Binnen dit en tien jaar zal ongeveer 75% van het militaire personeelseffectief van het Belgische leger opgebouwd zijn uit millennials. De 


 resterende 25% zal bestaan uit de staart van de ‘generatie X’ het betreft hier dan nog in hoofdzaak de oudere officieren en onderofficieren - en uit de kop van de volgende generatie, de ‘generatie (Gen) Z’, met name zij die geboren werden na 2000. Het zijn ten anderen de eersten van deze nieuwe generatie die momenteel aan de slag gaan bij Defensie. Academische studies wijzen uit dat ieder van beide groepen, millennials en de Gen Z, een aantal eigenschappen delen. Militairen zijn niet één-op-één vergelijkbaar met hun burger-leeftijdsgenoten; ze werden immer ge-auto-selecteerd uit minder dan 1% van de samenleving. Nochtans zullen zij ontegensprekelijk heel wat karakteristieken delen met hun burger-gelijken. Millennials blijken over het algemeen meer waarde te schenken aan hun privéleven en familie dan aan hun loonbriefje. Zij houden ervan om regelmatig van functie te veranderen, zonder dat dit noodzakelijk gepaard moet gaan met werken in een ander bedrijf of organisatie. Zij willen meer inspraak in hun loopbaanontwikkeling en hun professionele toekomst en zij hechten meer dan

hun voorgangers belang aan hogere studies en bijkomende vormingen. Zij geloven in opwaartse mobiliteit op basis van verdienste en minder ten gevolge van anciënniteit. Zij vinden dat ze in aanmerking moeten kunnen komen voor iedere job waarvoor ze de competenties bezitten. Millennials verafschuwen hiërarchie, bureaucratie en rigide structuren en systemen. Ze zijn meer geïnteresseerd in het dienen van de samenleving, in al haar vormen, dan de generaties voor hen. De generatie Z, de soldaten van morgen, verschilt schijnbaar op een aantal vlakken van de millennials. Ze zijn minder gefocust: de Gen Z leeft in een wereld van continue updates en ze verwerkt informaties sneller dan de eerdere generaties. Daartegenover staat dat haar aandachtsbereik minder is. De Z-ers zijn ook betere multi-taskers: op school kunnen ze een document opstellen op een desktop, tegelijk research doen op hun smartphone en nota’s nemen op een notepad, om even later thuis voor tv een programma te bekijken en tegelijk te face-timen met een vriend. Hun voorbeelden zijn

niet de traditionele mediafiguren en sportmensen, doch eerder de ‘influencers’: populaire mensen op sociale media, die met zichzelf als merk veel geld verdienen en invloed hebben. Hierdoor is imago belangrijk voor de Gen Z en is de druk om goed over te komen erg hoog. De Gen Z-ers houden van onafhankelijkheid, het eigen baas zijn en willen zo snel als mogelijk op eigen benen staan; ook op professioneel vlak. Doch ook in het domein van kennisverwerving staat zelfstandigheid centraal; in plaats van de traditionele paden te volgen voor het bekomen van een diploma, wordt de school niet zelden online afgemaakt. Het entrepreneurschap is hen als het ware aangeboren. Ze willen zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van de grillige arbeidsmarkt. De Gen Z neemt ook minder risico’s dan haar millennial-voorgangers. Daarnaast hebben ze ook hogere verwachtingen dan de Gen X: ze verwachten dat bedrijven, organisaties en brands loyaal zijn tegenover hen. En niet omgekeerd. Het gevoel van onveiligheid en onzekerheid bij hen is ook groter dan bij de vorige generaties. Alhoewel dit allemaal brede veralgemeningen zijn van twee gehele generaties en er vanzelfsprekend belangrijke individuele afwijkingen zijn, geven deze beschrijvingen toch in sterke mate aan dat het huidige personeelssysteem van Defensie nu juist het segment van de bevolking, waaruit massaal moet gerekruteerd worden, wel eens zou kunnen vervreemden van het leger. Laat deze vaststelling eens een paar seconden bezinken. En denk dan eens even na over de mogelijke gevolgen hiervan. 

De Schildwacht 21


Info

 Hoe met deze nieuwe context en andere generaties overweg gaan? Indien veiligheid meer “vloeibaar” is geworden, dan dient het antwoord van de Westerse landen, met inbegrip van ons land, ook meer “vloeibaar” te zijn. De militaire inzet dient (nog) flexibeler te worden en nog diverser, in die zin dat de traditionele militaire capaciteiten aangevuld moeten worden met andere middelen en nieuwe aanpakken. De klassieke aanwending van een krijgsmacht dient aangevuld te worden met een diep begrip van de binnenlandse context van politiewerk, anti-corruptie inspanningen, cyberveiligheid, bescherming van kritieke infrastructuur, barrièreoperaties aan de Europese buitengrenzen en van het functioneren van sancties. Deze klassieke inzet moet aandacht hebben voor de nieuwe gevaren van interconnectiviteit en nieuwe technologieën. En ze moet de zakenmodellen begrijpen van de private spelers die de connecties van de globale economie controleren. Daarnaast is het van belang de typische kenmerken van zowel de millennials als de generatie Z te kennen, maar ook om de verschillen tussen beiden te verstaan. Om met deze verwachtingen, behoeften en het waardenpatroon van de jongste generaties overweg te kunnen, dient Defensie zich ook te transformeren. Onder meer de rekruteringsaanpak, de loopbaanmogelijkheden en het leiding geven dienen bijgestuurd te worden. We geven hier een tiental suggesties: (1) het lanceren van LinkedInachtige programma’s om een betere ‘match’ te bekomen tussen het personeelslid en zijn volgende

22 De Schildwacht

inplaatsstellingen, (2) het bouwen van “in- en uitritten” op het loopbaanpad om betere talentfluxen in beide richtingen te bekomen tussen de technologiesector en Defensie, (3) het afstemmen van de communicatieaanpak op de mogelijkheden die de technologie biedt en de middelen die de millennials en Gen Z gebruiken, (4) een meer vraag-gedreven talentmanagementsysteem in plaats van een aanbod-gestuurd personeelsbeheer; dit vergt meer soepelheid en een permanente scanning van de mogelijke behoeften, (5) het geven van meer geografische stabiliteit in ruil voor bijkomende dienst-engagementen, (6) het verlenen van een studiekrediet om de voortgezette vorming meer zelf te kunnen sturen, (7) het opzetten van gecertifieerde e-learningprogramma’s met onderwijsinstellingen, (8) het snel en continu aanpassen van de programma’s van KMS, KSOO en de professionele vormingen aan de nieuwe competenties die in de veiligheidsomgeving vereist worden, (9) het versterken van de korpsgeest en de organisatiecultuur, (10) het versterken van de fysieke en mentale weerbaarheid en het uitbreiden van de mogelijkheden tot het nemen van initiatief.

Niemand wenst of verlangt dat het leger zichzelf hervormt en compleet afstemt op de verzuchtingen en verwachtingen van de soldaten van de toekomst. Defensie hoeft geen gecamoufleerde versie van Google of Facebook te worden. En wij dienen ons evenmin een Silicon Valley-achtige start-up cultuur eigen te maken waarin stafofficieren in korte broek met scooters door de gangen van het hoofdkwartier bollen. Het leger was en blijft een instrument voor conflictpreventie in vredestijd en gecontroleerd gebruik van geweld in oorlogstijd. Zijn werking en cultuur moeten een reflectie blijven van de unieke verplichtingen die dit stelt aan zijn mensen. Er zijn maar heel weinig bedrijven die aan hun medewerkers vragen om eventueel hun leven in de weegschaal te werpen indien dit nodig is om de job gedaan te krijgen. Doch we moeten wel zeker zijn dat zij die aan deze vraag kunnen voldoen de “juisten” zijn. Ook in de toekomst. We moeten er bijgevolg alles voor doen om deze “juisten” aan te trekken, te behouden en hen het gepaste niveau van well-being te verschaffen. En we moeten er vooral voor zorgen dat we voldoende van deze “juisten” kunnen aanwerven. 


GEBOORTEN

HUWELIJKEN

LIAM – 02/03/2018 geboren in het gezin van Kevin JANKOWSKI (Luik)

30/09/2017 Vladimir GELDOF en Oksana MEEUWISSEN (Herenthout)

LEONIE – 05/03/2018 geboren in het gezin van Didier GRATIA (Arlon)

12/05/2018 Alain MULKAY en Danielle REINQUET (Ath)

JULIETTE – 03/04/2018 geboren in het gezin van Dwayne DREESEN (Overpelt)

27/03/2018 David VAN VLEMMEREN en Mariane VANHERWEGEN (Wettelijke samenwoning) (Dinant)

LUCIEN – 21/04/2018 geboren in het gezin van Raphaël BEHETS-WYDEMANS (Namen) BRAYDEN – 23/04/2018 geboren in het gezin van Glenn DU JARDIN (Zottegem) AMELIE – 19/04/2018 geboren in het gezin van Kevin LEMMENS (Genk) ADELE – 17/05/2018 geboren in het gezin van Frédéric BLONDEEL (Elsene)

17/05/2018 Nathan MELOTTE en Amandine HELMAN (Wettelijke samenwoning) (Malmedy) 24/05/2018 Dominique MARIEN en Nicole DUBOIS (Andenne)

OVERLIJDENS

ELLIS (MAN) – 20/05/2018 geboren in het gezin van Dries BOULPAEP RIVALDO – 29/05/2018 adoptie in het gezin van Emmanuel MAHAUX

DIMITRI TRAIANIS (Le Roeulx) 1991 - … 28/02/2018

SAFIYAH – 31/05/2018 geboren in het gezin van Barry CHANTRAINE (Luik)

JOZEF VAN OERS (echtgenoot van Vera GEERTS) (Brasschaat) 1954 - … 22/04/2018

HANNA – 18/06/2018 geboren in het gezin van Dirk JACQUEMIN

EUGÈNE SMOLDERS (Tessenderlo) 1937 - … 03/06/2018

Indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand juni 2018 De consumptieprijsindex van de maand juni 2018 bedraagt 107,02 punten. De index stijgt deze maand met 0,09 punt, in vergelijking met mei 2018. Het gezondheidsindexcijfer, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 24 december 1993, bedraagt 107,01 punten voor de maand april 2018. Het rekenkundig gemiddelde van de afgevlakte gezondheidsindex cijfers van de laatste vier maanden, namelijk, maart, april, mei en juni 2018, bedraagt 104,76 punten. De spilindex voor het openbaar ambt en de sociale uitkeringen, die vastgelegd is op 105,10 punten, is niet overschreden. De laatste spilindexoverschrijding vond in mei 2017 plaats. Bron: Statbel

De Schildwacht 23


Schrijf u in! Beste lezer, Mogelijks heeft u het al gemerkt dat uw informatieblad De Schildwacht sinds begin 2018 tweemaandelijks verschijnt. In ruil ontvangt u wel een versie van De Schildwacht met meer pagina's. Daarenboven heeft uw militaire vakbond nieuwe snellere en meer gerichte communicatiekanalen ingevoerd: de Upshot en InfoNews. Met de Upshot leveren we u snelle en heet-van-de-naald-berichten op actuele dossiers die u rechtstreeks aanbelangen. De InfoNews levert u op regelmatige basis informatie die mogelijks iets minder actueel is, maar steeds belangrijk voor uw dagelijks professioneel of privĂŠleven. Bent u nog niet ingeschreven voor deze twee onontbeerlijke communicatiekanalen, surf dan snel naar onze website www.acmp-cgpm.be en schrijf u in !

De Schildwacht Juli-Augustus 2018  
De Schildwacht Juli-Augustus 2018