__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Een maandelijkse uitgave van Voka vzw | Verschijnt niet in juli en augustus | Jaargang 4- juni 2020 Koningsstraat 154-158, 1000 Brussel P912687

VOKA

PAPER JUNI 2020

AF L VA

BEDRIJFSAFVAL EFFICIËNT SORTEREN Naar een circulair verdienmodel


VA

BEDRIJFSAFVAL EFFICIËNT SORTEREN INHOUD

Bedrijfsafval efficiënt sorteren Naar een circulair verdienmodel De essentie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Bedrijfsafvalbeheer in Vlaanderen . . . . . . 6 Doelstellingen afvalbeheer

. . . . . . . . . . . . . . .

13

Drie belemmeringen om nog beter te sorteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 Aanbevelingen voor een beter afvalbeheer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23

colofon Voka-kenniscentrum Niko Demeester | Secretaris-generaal Bart Van Craeynest | Hoofdeconoom Sonja Teughels | Arbeidsmarkt Veronique Leroy | Arbeidsmarkt en arbeidsverhouding Pieter Van Herck | Welzijns- en gezondheidsbeleid Jonas De Raeve | Onderwijs Goedele Sannen | Mobiliteit en logistiek Katelijne Haspeslagh | Milieu en klimaat Lorenzo Van de Pol | Klimaat en energie Steven Betz | Ruimtelijke ordening en milieu Karl Collaerts | Fiscaliteit en begroting Johan Guldix | Innovatie en ondernemen Gilles Suply | EU en internationaal ondernemen Dieter Somers | Digitale transformatie

2 VOKA PAPER JUNI 2020

Eindredactie Sandy Panis, Katrien Stragier Foto’s Imagedesk en Shutterstock Vormgeving Capone Druk INNI Group, Heule

‘Bedrijfsafval efficiënt sorteren’ is een brochure van Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen. De overname of het citeren van tekst uit deze Voka Paper wordt aangemoedigd, mits bronvermelding. Verantwoordelijke uitgever Hans Maertens i.o.v. Voka vzw Burgemeester Callewaertlaan 6 - 8810 Lichtervelde info@voka.be - www.voka.be


A

VOKA.BE

De essentie Vlaanderen heeft de ambitie een recyclagehub te worden. Deze ambitie moet snel omgezet worden in de praktijk zodat we kunnen evolueren naar een circulaire economie waardoor het sorteren van afval een economische waarde geeft aan het afval. Vandaag is dat niet altijd het geval en worden bedrijven geconfronteerd met een pak maatregelen en doelstellingen die praktisch onhaalbaar zijn. Dit moet bijgestuurd worden en er moet versneld werk gemaakt worden, zowel in Vlaanderen als in Europa, van een goed werkende recyclagemarkt. Zo kunnen we samen een doorstart maken richting circulaire economie. Scope

I

n Vlaanderen wordt er jaarlijks 20 miljoen ton afval ingezameld. Het overgrote deel daarvan is afkomstig van de bedrijven. Hiervan bestaat 75% uit onder meer productie-, grond-, bouw- en sloopafval, afvalwater en slib en gevaarlijk afval. Deze afvalstromen volgen omwille van hun specificiteit een apart verwerkingstraject en behalen de vooropgestelde recyclagedoelstellingen. Daarom worden ze in deze paper niet verder behandeld. De overige 25% is algemeen bedrijfsafval. Deze paper focust op dit algemeen bedrijfsafval aangezien alle bedrijven hiermee geconfronteerd worden. Bovendien zijn aan dit type afval ook specifieke en strenge doelstellin-

“De complexiteit en de hoeveelheid aan apart in te zamelen afvalfracties zijn belangrijke hinderpalen om efficiënt te kunnen sorteren.”

gen opgelegd. Dit afval kost de Vlaamse bedrijven 1,8 miljard euro alleen al aan verbranding van het bedrijfsrestafval. Vlaamse en Europese doelstellingen Die doelstellingen komen onder meer van Europa dat met zijn ‘circulaire economie’-actieplan tegen 2030 niet-gerecycleerd algemeen bedrijfsafval en huishoudelijk afval wil halveren. Europa verhoogt systematisch de doelstellingen voor het huishoudelijk en algemeen bedrijfsafval: tegen 2025 moet 55% van dit afval selectief ingezameld worden met het oog op recyclage, tegen 2030 60% en tegen 2035 tot 65%. Die aandacht om afval te verminderen komt ook terug op Vlaams niveau. Afval moet meer economische waarde krijgen en mag niet verloren gaan. Een gefaseerde afbouw van afvalverbranding wordt daarom voorbereid. Om de afvalberg te verkleinen, is het doel om tegen 2030 minstens 50% van de recycleerbare fractie van huishoudelijk én algemeen bedrijfsafval bijkomend te recycleren via reductie van het restafval en het investeren in meer recyclagecapaciteit. In dit kader werd in 2015 het u it voeri ng spl a n ‘huishoudelijke afvalstoffen en gelijkaardig bedrijfsrestafval’ opgesteld met een doelstelling van -15% tussen 2013 en 2022 voor het bedrijfs➜

Structurele partner:

WIE?

KATELIJNE HASPESLAGH Adviseur milieu en klimaat

Katelijne.haspeslagh@voka.be Katelijne Haspeslagh volgt op het Voka-kenniscentrum de dossiers op rond milieu en klimaat.

JUNI 2020 VOKA PAPER 3


BEDRIJFSAFVAL DE ESSENTIE

restafval. Die doelstelling moet via allerlei maatregelen gehaald worden: • De uitbreiding van de verplicht selectief in te zamelen fracties van 21 naar 23 tegen 2023; • Het blijven inzetten op uitgebreide producentenverantwoordelijkheid; • De verplichte visuele controle van het bedrijfsrestafval op sorteerfouten. Uit geschatte cijfers van de OVAM blijkt dat het bedrijfsrestafval is toegenomen. De genomen maatregelen hebben nog niet de vereiste impact. Uit de sorteeranalyses blijkt immers dat er nog recycleerbare fracties (30% tot 40%) in het bedrijfsrestafval zitten. Er is dus nog potentieel om het bedrijfsrestafval te doen dalen. Bedrijven ondervinden barrières die hen weerhouden om de sorteerregels te volgen. In hoofdzaak zijn er drie grote belemmeringen. Belemmeringen De belangrijkste is de hoeveelheid en de complexiteit aan afvalfracties die verplicht selectief ingezameld moeten worden. Afval is vaak niet homogeen (gekleurd, bedrukt, gecoat,…), waardoor er ongewild fouten gemaakt worden, ondanks de investering van bedrijven in opleiding. Ten tweede is er gebrek aan beschikbare ruimte om alle afvalfracties apart in te zamelen. Uit een bevraging van Voka bij meer dan tweehonderd bedrijven blijkt dat er bij een bedrijf gemiddeld elf verplichte fracties vrijkomen. Dit zijn dus elf afvaltypes die apart gesorteerd en gestockeerd moeten worden, wat vaak technisch niet haalbaar is. Tot slot is er een kost verbonden aan het selectief inzamelen. Het uitgangspunt van de circulaire economie is om afval een economische waarde te geven. Tot op heden is dat voor veel afvalfracties echter geen realiteit, enerzijds omdat de verwerkingsprijs afhangt van factoren waar bedrijven geen grip op hebben (de primaire grondstofprijs, de kwaliteit en de afzetmarkt van het recyclaat) en anderzijds omdat het volume vaak te laag is om het economisch rendabel te maken. Toch worden bedrijven geconfronteerd met wetgeving die hen verplicht om afval met geen of weinig economische waarde selectief in te zamelen. Deze patstelling is nog duidelijker geworden sinds China in 2018 een importverbod heeft uitgevoerd voor belangrijke afvalstromen zoals kunststof, papier en karton, waardoor het verdienmodel zo goed als verdwenen is. Naar een circulair verdienmodel Deze drie problemen moeten zo snel mogelijk weggewerkt worden om maximaal te gaan naar een circulaire economie en om zo de vele reductiedoel4 VOKA PAPER JUNI 2020

stellingen op korte en middellange termijn te halen. Voka ziet hiervoor twee mogelijkheden. Ten eerste moet men de recycleerbare afvalfracties meer economische waarde geven door het herstellen en verder uitbouwen van de recyclagemarkt. In Vlaanderen is er de ambitie om van Vlaanderen een recycling hub te maken. Dat moet nu ook omgezet worden in de praktijk. Een tweede piste is een versoepeling van de sorteerverplichting op de bedrijfssite. Een doorgedreven sortering is vaak niet haalbaar omwille van plaatsgebrek, de complexiteit en het ontbreken van een verdienmodel. Voka pleit daarom om de sorteerverplichtingen van de niet gevaarlijke fractie te herzien, waarbij dan ook de economische recycleerbaarheid wordt meegenomen. De mosterd kan hiervoor gehaald worden in Nederland, waar bedrijven kunnen afwijken van sorteerverplichtingen indien ze aantonen dat het economisch niet haalbaar is.

“De recycleerbare afvalfracties zullen meer waarde krijgen als de recyclagemarkt uitgebouwd en hersteld is.” Voor fracties die enkel technisch recycleerbaar zijn en waarvoor er dus geen verdienmodel is, moet de bestaande uitzonderingsmaatregel toegepast worden. Deze maatregel laat toe om droge en niet-gevaarlijke fracties in één recipiënt (container) in te zamelen, mits nascheiding gewaarborgd wordt. Hiermee zal het immers mogelijk zijn voor bedrijven om plaats te besparen, kleine volumes in te zamelen en vereenvoudigde sorteerregels op te stellen. Hiervoor moeten privé-inzamelaars wel investeren in nieuwe sorteerinstallaties waarbij er voldaan wordt aan de kwaliteitsvereisten van het recyclaat, zodat deze fracties hun economische waarde vergroten. De impact van het herstel en uitbouw van de recyclagemarkt alsook de opbouw van nieuwe sorteerinstallaties zal echter pas zichtbaar zijn op lange termijn. Een bijstelling van de reductiedoelstelling voor het bedrijfstrestafval (2022) is daarom ook onvermijdelijk.


VOKA.BE

Inleiding Het traditionele Vlaamse afvalbeleid, waarbij er getracht werd om op een zo milieuvriendelijk mogelijke manier afvalstoffen te verwerken, wordt omgevormd tot een materialenbeleid (Circulaire economiebeleid) met als doel om de materialenkringlopen te sluiten en geen grondstoffen meer verloren te laten gaan door ze opnieuw in te zetten als ‘nieuwe’ grondstof. Er wordt daarom maximaal ingezet op bronsortering en selectieve inzameling.

W

aar dat vroeger de nadruk lag op de selectieve inzameling van huishoudelijke afvalstoffen, zien we dat meer en meer ook de focus wordt gelegd op de selectieve inzameling van algemeen bedrijfsafvalstoffen. Onder algemeen bedrijfsafval valt het bedrijfsafval gelijkaardig aan het huishoudelijk afval. Dit zijn zowel de selectief ingezamelde afvalstromen zoals bijvoorbeeld papier en karton, PMD, kunststofafval… alsook het bedrijfsrestafval. Bedrijven verzamelen dergelijke fracties in aparte recipiënten (containers of afvalzakken).

“Naar aanleiding van de nieuwe maatregelen deed Voka een bevraging bij bedrijven om te horen welke hinderpalen en kansen zij zien.” Sinds enkele jaren worden er meer maatregelen genomen om selectieve inzameling van algemeen bedrijfsafval te bevorderen. De doelstellingen die hieraan gekoppeld worden (zowel op Europees als Vlaams niveau) staan nog in hun kinderschoenen. Bovendien is het algemeen bedrijfsafval complexer in aard en samenstelling dan het huishoudelijk afval, wat de afvalproductierapportage en monitorring bemoeilijkt. Dit zal naar de toekomst toe nog verder uitgewerkt moeten

worden om de evolutie goed te kunnen inschatten op type activiteit of op type afval. Naar aanleiding van de nieuwe maatregelen, heeft Voka een bevraging gedaan om na te gaan hoe Vlaamse bedrijven hun algemeen bedrijfsafvalbeheer uitvoeren en welke belemmeringen of opportuniteiten zij zelf zien. De bevraging is uitgestuurd naar bedrijven uit verschillende sectoren en waarbij de focus lag op kmo’s (tussen 1 en 250 werknemers) omdat zij de belemmeringen meer voelen. Meer dan 200 bedrijven hebben deelgenomen aan deze bevraging. De resultaten worden in deze paper toegelicht. Deze paper is opgebouwd uit vier hoofdstukken waarin de verschillende aspecten van het bedrijfsafvalbeheer in Vlaanderen belicht worden. We staan eerst stil bij het huidig afvalbeheer. We bekijken hoe het afval ingezameld wordt en waaraan bedrijven en privé-inzamelaars moeten voldoen. Verder wordt ook de evolutie van de bedrijfsafvalproductie tegen het licht gehouden. Vervolgens gaan we dieper in op de recente nieuwe maatregelen en doelstellingen verbonden aan het algemeen bedrijfsafval. We kijken naar het economisch model van de afvalverwerking en hoe bedrijven op dit alles reageren om hun afval op een zo’n circulair mogelijke manier te laten verwerken. We zullen ook zien wat de hinderpalen zijn en welke maatregelen genomen worden om die weg te werken. De paper eindigt met aanbevelingen die moeten toelaten om meer economische waarde te kunnen geven aan afval.

JUNI 2020 VOKA PAPER 5


BEDRIJFSAFVAL VLAANDEREN

1. Bedrijfsafvalbeheer in Vlaanderen In Vlaanderen is er een duidelijk wettelijk kader dat vastlegt hoe er met de bedrijfsafvalstoffen omgegaan moet worden en dit met het oog op het duurzaam beheer van de materialenkringlopen. Er wordt daarom maximaal ingezet op bronsortering en selectieve inzameling om de afvalberg te verkleinen en verbranding van afvalstoffen uit te faseren. Om het wettelijk kader en de maatregelen te kunnen bijschaven is het belangrijk dat de evolutie van de afvalproductie wordt gemonitord. Scope

den ingezameld wordt, zoals papier en karton, glas, metaal, plastic, bioafval, hout, textiel, verpakking, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte batterijen en accu’s….

I

n Vlaanderen wordt er elk jaar 20 miljoen ton afval ingezameld. 85% daarvan is afkomstig van Vlaamse bedrijven. Hiervan bestaat 75% uit onder meer productie-, grond-, bouw- en sloopafval, afvalwater en slib en gevaarlijke afval. Deze fracties volgen omwille van hun specificiteit een apart verwerkingstraject, met vaak aparte doelstellingen. Voor het bouw- en sloopafval bijvoorbeeld moet tegen 2020 70% ingezameld worden voor recyclage. Dergelijke doelstellingen zijn onder controle en zullen daarom niet verder behandeld worden in deze Voka Paper.

“Bedrijven moeten in Vlaanderen verplicht 21 afvalstromen inzamelen.” Deze Voka Paper zal vooral op die fractie van 25% focussen omdat die vrijkomt over de verschillende sectoren heen en omdat er verschillende doelstellingen aan gekoppeld zijn die waarschijnlijk maar moeilijk gehaald zullen kunnen worden.

De overige fractie, 25% of 4 miljoen ton afval, is algemeen bedrijfsafval. Hieronder vallen niet enkel het bedrijfsrestafval, maar ook afval dat gescheiFiguur 1: In Vlaanderen meer dan 20 miljoen ton afval

Voor het merendeel van het geproduceerd afval in Vlaanderen wordt het ‘de vervuiler betaalt’principe gehanteerd waarbij degene die het afval produceert er ook voor moet zorgen dat het afval via een rechtmatige manier verwerkt wordt. Hij zal ook opdraaien voor de totale kost van die verwerking.

In Vlaanderen 20 miljoen ton afval

15%

85%

Huishoudens

Vlaamse bedrijven

Selectief ingezamelde stromen Huishoudelijk restafval 25%

75%

Algemeen bedrijfsafval

Bedrijfsafval eigen aan productieproces

4 miljoen ton afval Selectief ingezamelde stromen Bedrijfsrestafval

6 VOKA PAPER JUNI 2020

Het ‘de vervuiler betaalt’-principe

Specifieke afvalstromen Gevaarlijke afvalstoffen Productie-uitval

De lokale besturen (intercommunales) hebben de ‘zorgplicht’ om het huishoudelijk afval in te zamelen. De gezinnen betalen de inzameling en verwerking van hun afval via de gemeentelijke belasting en de aankoop van verplicht te gebruiken vuilniszakken. Bedrijven kunnen voor de inzameling en de verwerking van hun afval een beroep doen op een door de OVAM – verantwoordelijk voor de coördinatie van het afvalbeleid in Vlaanderen – erkende afvalstoffeninzamelaar. Die komen tegen betaling het bedrijfsrestafval en het gesorteerde afval ophalen. Het bedrijf huurt of koopt hiervoor verschillende recipiënten aan om zijn afval in te verzamelen.


VOKA.BE

Voor bepaalde producten zoals voor verpakkingen, smeerolie, batterijen… geldt er het systeem van ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ (UPV). In dat geval is de producent (van bijvoorbeeld batterijen) verantwoordelijk voor de hele levenscyclus van het product met de nadruk op terugname, recyclage en eindverwerking. In de praktijk wordt hieraan voldaan via een collectieve inzameling die georganiseerd wordt via een beheerorganisme. Producenten die dergelijke producten op de markt brengen, betalen lidgeld aan het beheerorganisme waarmee de collectieve inzameling kan georganiseerd worden om de recyclagedoelstellingen te halen. Zo is Valipac bijvoorbeeld het beheerorganisme voor bedrijfsmatige verpakkingen, VALORUB voor smeerolie, BEBAT voor draagbare, industriële en automotive batterijen, Recytyre voor banden en Recupel voor elektrische en elektronische apparatuur.

Figuur 2: Wat zijn de verschillende stappen?

Stap 1: bronsortering 21 afvalstromen verplicht selectief in te zamelen Geen drempelwaarde Bedrijfsrestafval

Stap 2: inzameling Privé-inzamelaar Huishoudelijke route Contract bedrijfsrestafval verplicht

Stap 3: verwerking Afvalhiërarchie Verbrandingsen stortverbod

Stap 1: bronsortering

Voor algemeen bedrijfsafval is de Vlaamse wetgeving zo opgesteld dat er maximaal wordt ingezet op bronsortering en selectieve inzameling. Bronsortering betekent dat bedrijven op de bedrijfssite het afval al meteen sorteren om de afvalstoffen zo hoog mogelijk te kunnen valoriseren of om ze op een veilige manier te kunnen verwerken. Op die manier moeten er in Vlaanderen op dit moment 21 afvalstromen verplicht selectief worden ingezameld. Belangrijk hierbij te vermelden is dat er geen minimale drempelwaarden bestaan voor de selectief in te zamelen stromen. Ook al gaat het over een zeer kleine hoeveelheid van bijvoorbeeld piepschuim, dan nog moet deze afvalstroom selectief ingezameld worden. JUNI 2020 VOKA PAPER 7


BEDRIJFSAFVAL VLAANDEREN

Figuur 3: 21 afvalstromen verplicht selectief in te zamelen

Bron: OVAM

PMD-afval

Houtafval

Groenafval

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

Metaalafval

Puin

Afgedankte batterijen en accu’s

Folies

Textielafval

Afvalolie

Recycleerbare harde kunststoffen

Gevaarlijke afvalstoffen

Afvalbanden

Piepschuim

KGA van vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong

Papier - en kartonafval

Afvallandbouwfolies

Asbestcementhoudende afvalstoffen

Glasafval

Gebruikte dierlijke en plantaardige oliën en vetten

Afgedankte apparatuur en recipiënten die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten

Bovenstaande 21 stromen kunnen we onderverdelen in verschillende groepen. De rode stromen vallen onder de categorie ‘uitgebreide producentenverantwoordelijkheid’ (UPV) waarbij de producent de verantwoordelijkheid draagt om zijn producten te verwerken. De oranje categorie kan in bepaalde gevallen ook onder zo’n UPV vallen als het gaat over bedrijfsmatige verpakkingen. Als dat niet het geval is, dan geldt het gewone ‘de vervuiler betaalt’-principe, net zoals dat ook het geval is voor de in het geel aangeduide stromen. Een apart geval zijn de in het zwart aangeduide stromen. De beweegreden om die selectief in te zamelen is om de veiligheid te waarborgen van de werknemers, privé-inzamelaars en verwerkers alsook het milieu. Deze afvalfracties vallen buiten de scope van deze paper aangezien ze een apart circuit doorlopen en te allen tijde selectief ingezameld moeten worden. Alle overige afvalstoffen die niet onder een van deze afvalstromen vallen, mogen worden ingezameld via het bedrijfsrestafval. Bedrijven zijn vrij om andere afvalfracties eveneens selectief in te zamelen (zoals bv bigbags, straps…). Uit een bevraging van Voka bij de Vlaamse ondernemingen blijkt dat naast het bedrijfsrestafval bij een bedrijf gemiddeld elf van de eenentwintig verplicht in te zamelen afvalfracties vrijkomen. Hoe groter het bedrijf, hoe meer afvalfracties vrijkomen. 8 VOKA PAPER JUNI 2020

“Uit een bevraging van Voka blijkt dat naast het bedrijfsrestafval bij een bedrijf gemiddeld elf van de eenentwintig verplicht in te zamelen afvalfracties vrijkomen.” Het type afvalfractie dat vrijkomt hangt sterk af van de hoofdactiviteit van het bedrijf. Zo zullen bij een distributiebedrijf zeker folie, paletten en karton vrijkomen, terwijl dat bij horeca eerder keuken- en etensresten zullen zijn. Cijfers van Valipac geven aan dat bij de bedrijven na bedrijfsrestafval, papier- en kartonafval het meest selectief ingezameld wordt, gevolgd door folie. Stap 2: inzameling

Om de verschillende bedrijfsafvalstoffen selectief te laten inzamelen kan de onderneming een beroep doen op een privé-inzamelaar, op het lokaal bestuur of op de inzameling via de huishoudelijke afvalinzamelingsroute. Wanneer de onderneming beroep doet op een erkende privé-inzamelaar of op het lokaal bestuur, is het bedrijf verplicht om een contract af te sluiten voor ten minste de inzameling van het bedrijfs-


VOKA.BE

restafval. In dit contract moet tenminste vermeld staan welke afvalfracties naast het bedrijfsrestafval selectief worden ingezameld. De privé-inzamelaar is daarenboven verplicht om de onderneming te informeren over de sorteerplicht en de wijzigingen. Wanneer de afvalstoffen gelijkaardig zijn in aard, samenstelling én hoeveelheid aan huishoudelijke afvalstoffen, kan de onderneming de afvalstoffen selectief laten inzamelen via de huishoudelijke inzamelingsroute. Voorwaarde is wel dat de bedrijven gelegen zijn op dergelijke inzamelroute. De lokale besturen worden hiertoe in tegenstelling tot bij de huishoudens niet verplicht, maar in de meeste gevallen bieden ze het wel aan. De inzameling van bedrijfsrestafval wordt beperkt via een maximale hoeveelheid (met name 3 x 60 liter of 22,5 kg per tweewekelijkse inzameling). Voor PMD-, papier- en kartonafval wordt het principe aangehouden ‘niet meer dan wat een huishouden zou aanbieden’. De overige verplicht in te zamelen afvalstoffracties, indien eveneens gelijkaardig in aard, samenstelling en hoeveelheid aan de huishoudelijke afvalstoffracties, kunnen via de recyclageparken ingezameld worden. De lokale besturen bepalen hierbij zelf de maximale hoeveelheid. In tegenstelling tot het bedrijfsrestafval, PMD en papier en karton inzameling, wordt dit in veel beperktere mate toegestaan door de lokale besturen. Uit de bevraging blijkt dat bijna alle bedrijven beroep doen op een privé-inzamelaar voor de inzameling van bedrijfsrestafval, slechts een minderheid laat dit inzamelen via de huishoudelijke route gegeven de beperkingen op volumes. Een zelfde trend kan opgemerkt worden voor de andere bedrijfsafvalstoffen, hoewel het aandeel via huishoudelijke route en recyclagepark wel iets groter is. Hoe minder werknemers het bedrijf telt, hoe meer gebruik wordt gemaakt van de huishoudelijke inzamelingsmogelijkheden, gezien de hoeveelheid als dusdanig ook meer overeenkomt met de huishoudelijke situatie

Figuur 4: Bijna alle bedrijven doen beroep op een privé-inzamelaar Inzameling andere afvalstromen

Inzameling bedrijfsrestafval 3%

8%

97%

92%

Inzameling privé-verzamelaar Bron: Enquête Voka

Inzameling via huishoudelijke route

“Voorkomen van afval is in alle gevallen de beste optie.”

Stap 3: Verwerking

Na de selectieve inzameling worden de verschillende afvalfracties uiteindelijk al dan niet met een tussenstap (verdere uitsortering in een sorteerinstallatie) verwerkt. Het doel van de bronsortering en de selectieve inzameling is om deze afvalstoffractie zo hoogwaardig mogelijk te verwerken. Hierbij wordt rekening gehouden met de zogenaamde ‘afvalhiërarchie’. Voorkomen van afval is daarbij in alle gevallen de beste optie. De grondstof waaruit het product is opgebouwd gaat bij het einde-leven niet verloren wanneer het product een tweede leven krijgt (door reparatie, hergebruik in een andere toepassing). Een voorbeeld van bedrijfsafvalstoffen die volgens dit model verwerkt worden zijn houten paletten. Bij het recycleren van een afvalstof zal de grondstof maximaal gerecupereerd worden en ingezet worden als ‘nieuwe’ of secundaire grondstof. Dit heeft als gevolg dat het inzetten van een primaire grondstofbron, zoals fossiele grondstoffen, kan vermeden worden. Figuur 5: De afvalhiërarchie

Preventie

Recycleren

Verbranden

Stort

JUNI 2020 VOKA PAPER 9


BEDRIJFSAFVAL VLAANDEREN

Wanneer een afvalstof verbrand wordt, gaat de grondstof die uit de afvalstof gehaald zou kunnen worden, verloren. Omwille van die reden, bereidt de Vlaamse regering de uitfasering van verbranding voor. Bij de verbranding komt wel energie vrij die voor een deel kan gerecupereerd worden in warmte of elektriciteit, maar het rendement is veel lager dan in een elektriciteits- of gascentrale die dezelfde omzetting kan doen. De allerlaatste optie is storten waarbij de grondstof die uit het afval gehaald zou kunnen worden, volledig verloren gaat. Het is ook om die reden dat in een circulair economiemodel het storten zo snel mogelijk uitgefaseerd moet worden. Al is men in de EU en Vlaanderen onderzoek aan het doen om ook uit de bestaande stortplaatsen maximaal grondstoffen te onttrekken (de zogenaamde ‘Landfill mining’-projecten). Om de meest hoogwaardige verwerking te bekomen, geldt er in Vlaanderen een stort- en verbrandingsverbod voor afvalstoffen die door hun aard, hun hoeveelheid of hun homogeniteit – overeenkomstig de beste beschikbare technieken – in aanmerking komen voor hergebruik of recyclage, alsook voor gemengde afvalstoffen die in aanmerking komen voor uitsortering. Voor het bedrijfsrestafval geldt een stortverbod. Het bedrijfsrestafval wordt in Vlaanderen verbrand in een verbrandingsinstallatie. Dat wordt evenwel sterk ontmoedigd door een verbrandingsheffing van 13,31 euro per ton om recyclage en hergebruik te stimuleren. De Vlaamse heffing bevindt zich daarmee in de middenmoot in vergelijking met de buurlanden. In Nederland is dergelijke heffing 32,62 euro per ton. In Wallonië is de heffing 10,09 euro per ton. In Frankrijk wordt de heffing momenteel herzien, en zal ze uitkomen tussen 8 en 20 euro per ton. Wanneer er afvalstoffracties aanwezig zijn in het bedrijfsrestafval die onder de sorteerplicht vallen, dan is het bedrijf in strijd met de sorteerplicht. De privé-inzamelaar mag in zo’n gevallen het afval niet meenemen, en moet zijn klant wijzen op de sorteerplicht. Hij mag het bedrijfsrestafval zeker niet aanbieden aan de verbrandingsinstallatie. Doet de privé-inzamelaar dit toch dan is ook hij in strijd met de wetgeving. Het bedrijfsafval in cijfers: evolutie en probleem Evolutie bedrijfsafvalproductie

De evolutie van de bedrijfsafvalproductie kan op verschillende niveaus geschetst worden. Namelijk op totaalniveau, het niveau van het algemeen bedrijfsafval en op het niveau van bedrijfsrestafval. Herinner de cijfers aan het begin van dit hoofd10 VOKA PAPER JUNI 2020

“Wanneer er afvalstoffracties aanwezig zijn in het bedrijfsrestafval die onder de sorteerplicht vallen, dan is het bedrijf in strijd met de sorteerplicht.” stuk, 20 miljoen afval in Vlaanderen, hiervan is meer dan 85% afkomstig van de Vlaamse bedrijven. In figuur 6 wordt de evolutie weergegeven van deze fractie (bedrijfsafvalproductie) in Vlaanderen tussen 2012 en 2018 t.o.v. van het bbp van het Vlaams Gewest1. Er is een ontkoppeling tussen de bedrijfsafvalproductie en het bpp, wat wil zeggen dat de Vlaamse bedrijven minder afval produceren ook al is de economie gegroeid. Op niveau van het algemeen bedrijfsafval (figuur 7) is er echter een omgekeerde trend zichtbaar. De productie volgt het bbp, meer nog het stijgt zelfs relatief meer dan het bbp. De stijging is vooral te wijten aan een stijging van de selectief ingezamelde fracties – het gaat dan meer bepaald over hout en verpakkingen – alsook aan een lichte stijging van het bedrijfsrestafval. Ongeveer 70% bestaat uit de selectief ingezamelde fracties. De overige 30% is bedrijfsrestafval. Valipac rapporteerde in 2018 dat er 945.348 ton bedrijfsrestafval werd ingezameld. Het bedrijfsrestafval stijgt sinds 2016 opnieuw relatief meer dan het bpp (figuur 8). 1.

OVAM, bedrijfsafval en secundaire grondstoffen productiejaar 2004-2018 (uitgave 2019).


VOKA.BE

Figuur 6: Ontkoppeling van de bedrijfsafvalproductie met het bbp 115% 111%

110%

105% 2012=100%

101%

100%

95%

90%

85% 2011

2012

2013

2014

2015

Bedrijfsafvalproductie (% tov 2012)

2016

2017

2018

2019

Bbp in het Vlaams Gewest (% tov 2012)

Figuur 7: Geen ontkoppeling van het algemeen bedrijfsafval met het bbp 115%

114% 111%

110%

105% 2012=100% 100% 95%

90%

85% 2011

2012

2013

2014

2015

Algemeen bedrijfsafval (% tov 2012)

2016

2017

2018

2019

Bbp in het Vlaams Gewest (% tov 2012)

Figuur 8: Bedrijfsrestafval stijgt opnieuw sinds 2016 relatief meer dan het bbp 115% 111%

110%

107% 105% 2012=100% 100% 95%

90% 85% 2011 Bron: OVAM

2012

2013

2014

Bedrijfsrestafval (% tov 2012)

2015

2016

2017

2018

2019

Bbp in het Vlaams Gewest (% tov 2012)

JUNI 2020 VOKA PAPER 11


BEDRIJFSAFVAL VLAANDEREN

Analyse bedrijfsrestafval Bovendien toont een sorteeranalyse van het bedrijfsrestafval1 aan dat de selectieve inzameling niet perfect verloopt: 44% van de afzetcontainers en 29% van de rolcontainers bleken afvalstromen te bevatten die verplicht selectief in te zamelen zijn en technisch recycleerbaar zijn (zoals hout, papier en karton, puin‌). Figuur 9: Afzetcontainer

verplicht selectief in te zamelen + recycleerbaar verplicht selectief in te zamelen + niet-recycleerbaar overige, niet-recycleerbare fracties niet verplicht selectief in te zamelen, recycleerbaar Bron: OVAM

Technische recycleerbaarheid willen zeggen dat het technisch mogelijk is, maar daarom niet ook economisch recycleerbaar. Door hoge logistieke en handelingskosten en vervuiling die ervoor zorgt dat de fractie laagwaardig wordt gerecycleerd, verdwijnt het economisch verdienmodel ten opzichte van het bedrijfsrestafval. Bij het uitvoeren van de sorteeranalyse werd geen onderscheid gemaakt tussen laagwaardige en hoogwaardige recyclagetoepassingen.

maatregelen. De afgelopen 5 jaar zijn er verschillende nieuwe maatregelen bijgekomen en er blijven nieuwe maatregelen bijkomen die bedrijven moeten aanzetten om het bedrijfsrestafval te doen dalen door een betere en uitgebreidere selectieve inzameling. Figuur 10: Rolcontainer

Deze resultaten van 2017 zullen als referentiewaarden genomen worden voor de verdere opvolging. Een nieuwe sorteeranalyse van het bedrijfsrestafval is voorzien in 2022.

29%

29% 0,4% 23%

Wat betreft de totale afvalproductie is er een duidelijke ontkoppeling zichtbaar met het bbp, terwijl dit niet meer het geval is voor algemeen bedrijfsafval. Dit toont aan dat bedrijven hun productieafval hebben kunnen reduceren terwijl dit niet zichtbaar is voor algemeen bedrijfsafval. Wel is het zo dat relatief meer fracties selectief worden ingezameld dan dat het bedrijfsrestafval stijgt. De sorteeranalyse toont aan dat de verplichte bronsortering niet altijd gevolgd wordt en dat er dus nog potentieel is om het bedrijfsrestafval te reduceren. Vanuit Europa worden er de laatste jaren meer en meer doelstellingen opgelegd om ook het bedrijfsafval te reduceren. Deze doelstellingen zijn vertaald in Vlaamse doelstellingen en 12 VOKA PAPER JUNI 2020

48%

verplicht selectief in te zamelen + recycleerbaar verplicht selectief in te zamelen + niet-recycleerbaar overige, niet-recycleerbare fracties niet verplicht selectief in te zamelen, recycleerbaar Bron: OVAM

1.

OVAM, Sorteeranalyse van bedrijfsrestafval ingezameld door private inzamelaars, 2018.


VOKA.BE

2. Doelstellingen afvalbeheer Vlaanderen en Europa zetten al lang in op afvalreductie en een verhoging van het recyclagepercentage door verschillende doelstellingen op te leggen. Daarbij focust het beleid meer en meer op algemeen bedrijfsafval. Om de doelstellingen te halen, zijn er verschillende aanpassingen gebeurd in de wetgeving. Voor bedrijven is het uiterst belangrijk dat die passen in een verdienmodel. Wanneer dat het geval is, ontstaan verschillende inspirerende cases. Nieuwe wetgeving komt op ons af

zal er ingezet worden op Vlaanderen als ‘recyclage hub’ om de recyclagecapaciteit te verhogen alsook op het stimuleren van circulair aankopen om een hogere afzetmarkt van de recyclaten te krijgen.

E

uropa wil de transitie naar circulaire economie volop waarmaken. In het recent gepubliceerde ‘circulaire economie’-actieplan ligt de focus op afvalpreventie. De totale afvalproductie moet aanzienlijk verminderen en het niet-gerecycleerd huishoudelijk- en algemeen bedrijfsafval moet tegen 2030 halveren. Er zullen ook aparte reductiedoelstellingen worden toegekend aan specifieke afvalstromen zoals voor textiel, verpakkingen, … als onderdeel van een breder pakket maatregelen inzake afvalpreventie.

In 2015 is het uitvoeringsplan ‘huishoudelijke afvalstoffen en gelijkaardig bedrijfsrestafval’ opgesteld waar een reductiedoelstelling van -15% t.o.v. 2013 tegen 2022 is vooropgesteld specifiek voor het bedrijfsrestafval2 dat via een contractuele verplichting wordt opgehaald. Het bedrijfsrestafval opgehaald via de huishoudelijke inzamelingsroute wordt dus niet mee in de cijfers opgenomen. Het plan is opgesteld in 2015 en loopt tot 2022, maar blijft gelden zolang er geen nieuw plan wordt goedgekeurd.

De EU verhoogt systematisch de doelstellingen voor het huishoudelijk en algemeen bedrijfsafval: tegen 2025 moet 55% van dit afval selectief ingezameld worden met het oog op recyclage, tegen 2030 60% en tegen 2035 tot 65%. De uitwerking van die doelstellingen op het terrein staat echter nog in de startblokken. Het is daarom moeilijk om hierover een stand van zaken te geven. Een ruwe schatting van OVAM op basis van de cijfers van 2017 geeft aan dat er minder dan 50% van deze fractie gerecycleerd wordt. Om de recyclagedoelstelling van 2025 te halen is er dus nog werk aan de winkel. Ook in het Vlaamse beleid speelt circulaire economie een belangrijke rol en worden de EUdoelstellingen vertaald in het Vlaams beleid. Vlaanderen bereidt zich voor op een gefaseerde afbouw van afvalverbranding. Om de afvalberg te verkleinen wordt vooropgesteld dat tegen 2030 50% van de recycleerbare fractie van huishoudelijk én algemeen bedrijfsafval bijkomend gerecycleerd wordt door in te zetten op betere selectieve inzameling, met name via effectievere selectieve inzameling en recyclagetrajecten voor etensresten- en keuken-, kunststof-, papier- en karton- en textielafval. Ook de uitwerking van deze doelstelling op het terrein staat echter nog in zijn kinderschoenen. 2019 zal waarschijnlijk aangeduid worden als referentiejaar. Er zal in de eerste plaats gekeken worden om het restafval te verminderen, maar ook

2.

Het gemengd bouw- en sloopafval wordt niet meegenomen.

De belangrijkste doelstellingen op een rijtje Europa

Huishoudelijk afval en algemeen bedrijfsafval: • Tegen 2025 moet 55% selectief ingezameld worden • Tegen 2030 moet 60% selectief ingezameld worden • Tegen 2035 moet 65% selectief ingezameld worden Huishoudelijk restafval en algemeen bedrijfsrestafval: • Tegen 2030 gehalveerd Vlaanderen

Huishoudelijk en algemeen bedrijfsafval: • Tegen 2030 bijkomend 50% van de recycleerbare fractie recycleren Bedrijfsrestafval: • Tegen 2022 reductie van 15% (t.o.v. 2013)

JUNI 2020 VOKA PAPER 13


BEDRIJFSAFVAL DOELSTELLINGEN

De referentiewaarde van 2013 in de Vlaamse doelstelling is gezet op 881.616 ton. De vooruitgang van de doelstelling wordt opgevolgd via rapportering van de hoeveelheid geproduceerd bedrijfsrestafval alsook door de uitvoering van sorteeranalyses. Bij de rapportage van de reductiedoelstelling wordt er een correctie uitgevoerd voor de economische groei in Vlaanderen op basis van de tewerkstelling. Volgens de cijfers van Valipac blijft het bedrijfsrestafval stijgen (7%) zelfs na correctie op basis van tewerkstelling (1%). De weg is nog lang naar 2022. Een serieuze omslag zal nodig zijn om de doelstelling in 2022 te halen. Recent nieuwe en aangepaste Vlaamse regelgeving moet ervoor zorgen dat alle bedrijven maximaal sorteren zodat het bedrijfsrestafval daalt. Omdat de cijfers niet gunstig evolueren, zijn ook nog extra maatregelen afgekondigd om in de toekomst te implementeren in de hoop dat deze maatregelen de omslag in de hand zullen werken. De sorteeranalyse in 2017 toonde aan dat er nog heel wat potentieel is om de productie van bedrijfsrestafval te doen dalen omdat er nog een aandeel fracties zijn die technisch recycleerbaar zijn maar nog niet verplicht moe(s)ten ingezameld worden.

“Het beleid besliste in 2018 om het aantal selectief in te zamelen fracties te verhogen tot 21 fracties, in 2021 wordt dat verhoogd tot 22 fracties, in 2023 tot 23 fracties.” Daarom besloot het beleid in 2018 om het aantal selectief in te zamelen fracties te verhogen tot 21 fracties, in 2021 wordt dat verhoogd tot 22 fracties, in 2023 tot 23 fracties. •

Sinds 2018 zijn bedrijven verplicht om recycleerbare harde plastiek, folies en piepschuim selectief in te zamelen. Hoewel deze fracties omwille van hun lage densiteit relatief weinig bijdragen tot de totale afvalproductie, werden er toch 5% à 6% harde plastiek en 6% à 9% folies teruggevonden tijdens de uitvoering van de sorteeranalyse. De sorteerverplichting wordt uitgebreid met de selectieve inzameling van keukenafval en etensresten. Deze fractie had een aandeel van 1% tot 8% in de sorteeranalyse van 2017. De

14 VOKA PAPER JUNI 2020

verplichting zal trapsgewijs gebeuren. Vanaf 1 januari 2021 zal dit verplicht worden voor bedrijven waar minstens één keer per week warme maaltijden worden geserveerd en in superen hypermarkten met een netto-oppervlakte van meer dan 400 vierkante meter. Vanaf 31 december 2023 zal de sorteerverplichting voor alle bedrijven van toepassing zijn. Er is een extra sorteerverplichting vanaf 1 januari 2021 voor matrassen. Hiervoor zal een terugnameplicht gelden door verdelers en producenten. Matrassen worden hoofdzakelijk via grofvuil ingezameld, waarna ze verbrand worden. Met een terugnameplicht zullen de matrassen gedemonteerd kunnen worden om zo een hogere valorisatie te verkrijgen.

Omdat er signalen kwamen dat de sorteerplicht te complex is en er te veel containers ingezet moesten worden om alle verschillende afvalstromen te kunnen sorteren heeft de overheid een uitzonderingsmaatregel voorzien die toelaat droge en nietgevaarlijke afvalstoffen in één recipiënt in te zamelen mits de nascheiding gewaarborgd kan worden. Die laatste voorwaarde heeft wel grote gevolgen, want daardoor kunnen op dit moment alleen papier- en kartonafval en folie (ingezameld in zakken) al samen in één container ingezameld worden. Dat is de enige combinatie die op relatief grote


VOKA.BE

schaal wordt aangeboden. De privé-inzamelaars ondervinden echter administratieve lasten die de uitbouw van deze maatregel bemoeilijken. De uitzonderingsmaatregel biedt dus geen oplossing voor andere ‘traag groeiende’ afvalstromen en voor afvalstromen die niet-continu vrijkomen. Omdat uit de sorteeranalyse blijkt dat bedrijven de sorteerregels niet altijd volgen, wordt er op dit moment een handleiding opgesteld (‘de code van goede praktijken – bronsortering’) voor de privé-inzamelaars om er voor zorgen dat de privé-inzamelaars niet ingaan tegen het verbrandingsverbod van recycleerbare fracties. De handleiding moet de privé-inzamelaar toelaten om consequent bedrijven te controleren op het volgen van de sorteerregels en hen er dus toe aanzetten geen sorteerfouten meer te maken. De code van goede praktijken is nog niet goedgekeurd door de Vlaamse regering, maar vindt zijn fundamenten in het feit dat sinds 2020 de privéinzamelaars de bedrijfsrestafvalcontainer tijdens de inzameling visueel moeten controleren op het correct uitvoeren van de sorteerplicht. Bij een vaststelling van een sorteerfout moet de onderneming gewezen worden op de sorteerfout. De privé-inzamelaar heeft vervolgens drie opties: •

“Op dit moment kunnen alleen papier- en kartonafval en folie al samen in één container ingezameld worden.” een moeilijk parket omdat de bedrijven die zij moeten controleren ook hun klanten zijn. Het spreekt voor zich dat het in zo’n commerciële relatie niet evident is om een meerkost aan te rekenen voor een verloren transportrit of voor de uitsortering in sorteercentrum. Laat staan om te gaan rapporteren bij de OVAM over je klant.

Als er met gevaarlijke afvalstoffen een sorteerfout is gemaakt, moet de privé-inzamelaar de container weigeren. Maar ook voor andere sorteerfouten kan de privé-inzamelaar de container weigeren. De privé-inzamelaar neemt de container mee naar een sorteercentrum waar de inhoud zal worden uitgesorteerd op de recycleerbare fracties. De restfractie zal verbrand worden. De privé-inzamelaart brengt de container rechtstreeks naar de verbrandingsinstallatie. Hij maakt hierover een melding in een centraal register die wordt doorgegeven aan de OVAM.

Voor veel bedrijven zijn folie, harde recycleerbare kunststoffen en piepschuim niet recycleerbaar op een economisch rendabele manier. Bij de uitbreiding van de sorteerverplichting werd daar geen rekening mee gehouden: er werd enkel naar de technische recycleerbaarheid gekeken. Het is voor bedrijven uiterst belangrijk dat er een verdienmodel is, maar de huidige complexiteit en hoeveelheid van in te zamelen fracties verhinderen dat, met hoge kosten tot gevolg. Maar als er niet correct gesorteerd wordt en dit komt aan het licht bij een controle, dan kan het bedrijf een aanmaning of een proces-verbaal krijgen, en uiteindelijk zelfs een boete. Omwille van het centraal register zullen de controles meer gericht kunnen gebeuren. De verplichte visuele controle brengt in de eerste plaats de privé-inzamelaars in JUNI 2020 VOKA PAPER 15


BEDRIJFSAFVAL DOELSTELLINGEN

Het verdienmodel Het recycleren van transparante kunststof kan ongeveer 30% meer opbrengst opleveren voor de onderneming dan bij gekleurde kunststofkorrels.

Zowel in Europa als in Vlaanderen gaan de wetgevers uit van een evolutie naar een model van de circulaire economie. In die filosofie krijgen de afvalstoffen die hergebruikt of gerecycleerd worden een economische waarde die hoger ligt dan het afval te verbranden. Er steekt dus met andere woorden een verdienmodel achter. Tot op heden is dat voor veel fracties geen realiteit omdat de verwerkingsprijs te hoog ligt of omdat het volume vaak te laag is om er voordeel uit te halen wanneer het hele kostenplaatje (transport, huur en interne kosten) wordt meegenomen. Bijkomend probleem is dat de verwerkingsprijs afhangt van factoren waar de bedrijven amper grip op hebben.

Bedrijven hebben geen invloed meer op wat er vervolgens met hun afvalfractie gebeurt op de recyclagemarkt. De prijzen op de recyclagemarkt hangen af van de primaire grondstofprijs en de afzetmarkt van het recyclaat. Hier zitten heel wat belemmeringen die het verdienmodel voor bedrijven niet ten gunste komen. De secundaire grondstofprijs fluctueert mee met de primaire grondstofprijs. Een lage primaire grondstofprijs zorgt voor een lage vraag naar gerecycleerd materiaal met als gevolg een dalende secundaire grondstofprijs en dus ook een dalende opbrengstprijs voor de onderneming.

Figuur 12: De afvalverwerkingscyclus

Verwerkingsprijs

2. Recyclagecentrum

Grondstofprijs

Opbrengstprijs Secundaire grondstof

Afvalfractie

1. Onderneming

3. Producent

Product

Bedrijven hebben enkel een invloed op de afvalfractie zelf die op het bedrijf gesorteerd wordt. Hoe hoger de kwaliteit van de afvalfractie, hoe sterker het recyclaat zal aanleunen tegen de primaire grondstofbron en hoe meer economische waarde het afval krijgt. Bronsortering en selectieve inzameling moeten de hoogst mogelijke kwaliteit geven. Een vervuiling (sorteerfout, niet proper…) zal dus lijden tot een lagere economische waarde.

Kartonnen bekertjes tussen papier- en karton zorgen voor een laagwaardigere recyclage. Ze hebben een coating, een laagje plastic, die moeilijk te recycleren valt. Onzuiverheden in het recyclaat worden veroorzaakt door onder meer de toevoeging van kleuradditieven, inkten of andere materialen. Een gekleurd recyclaat kan niet meer ingezet worden in eender welke toepassing en is minder populair bij de aankoper van het recyclaat. 16 VOKA PAPER JUNI 2020

Sinds de Covid-19 crisis is de olieprijs (dat is de primaire grondstofprijs voor kunststoffen) enorm gezakt, dit laat zich rechtstreeks voelen op de Vlaamse recyclagemarkt, waar de vraag naar kunststofrecyclaat enorm gedaald is en het kunststofafval zich opstapelt. Afhankelijk van het type product en materiaal zijn er ook technologische restricties en productnormering die de afzetmarkt limiteren.

Er worden bijvoorbeeld strenge eisen opgelegd aan voedingsverpakkingen om de voedselveiligheid te garanderen. Maar ook in de farmaceutische sector worden er restricties opgelegd in gebruik van recyclaat.

“Door het importverbod van China zijn de opbrengstprijzen van kunststoffen, papier en karton massaal gekelderd.” Soms stelt zich ook een probleem op het vlak van de afzetmarkt. Zo zijn Europa en Vlaanderen voor de recyclage van kunststoffen en papier en karton erg afhankelijk van de Aziatische markt. In 2018 heeft China echter een importverbod uitgevoerd voor 24 verschillende afvalstromen waaronder verschillende kunststoffen, maar ook voor papier


VOKA.BE

en karton en textiel, ... Door dit verbod is er een enorm overaanbod ontstaan van deze materialen en zijn de opbrengstprijzen voor de ondernemingen massaal gekelderd.

Nog maar een derde van het oud papier wordt uitgevoerd naar de Aziatische markt, waardoor een overaanbod in de EU is gecreëerd met als gevolg dat de opbrengstprijs met 80 euro per ton is gedaald. Voor de recyclage van metaal, glas en hout die hoofdzakelijk in Vlaanderen en/of de EU gebeurt, is er wél een voldoende grote afzetmarkt. Daarom is er voor deze materialen in de meeste gevallen een verdienmodel te vinden.

gelgeving voorziet, kan het verdienmodel niet altijd gewaarborgd worden.

In 2018 heeft Valipac voor 7.148.000 euro aan premies uitbetaald voor de selectieve inzameling van bedrijfsmatige verpakkingen. Valipac biedt een start-, een huur- en recyclingpremie aan. De premies kunnen cumulatief opgenomen worden. De huurpremie hangt af van de grootte van de container en de recyclingpremie van het materiaal.

Wanneer het afval niet gerecycleerd wordt, wordt het afval verbrand. De verwerkingsprijs is afhankelijk van vraag en aanbod op de Vlaamse markt. Er heerst al enkele jaren een krapte in capaciteit om afval te verbanden. Om bedrijfsrestafval te verbranden betaalt een bedrijf gemiddeld 120 euro per ton. Daarnaast moet er steeds de verbrandingsheffing van 13,31 euro per ton betaald worden.

In 2018 is er 945.348 ton bedrijfsrestafval ingezameld. Inclusief de heffing, heeft dit het Vlaamse bedrijfsleven louter voor de verbranding ongeveer 1,3 miljard euro gekost. Wanneer ook het transport en de huur van de container wordt meegerekend heeft dit het bedrijfsleven ongeveer 1,8 miljard euro gekost. Indien een afvalfractie een opbrengstprijs heeft, wil dit niet automatisch zeggen dat de fractie economisch rendabel is. De totale kost hangt immers ook af van de inzameling en het transport en de huur of aankoop van het inzamelingsrecipiënt. In het kader van UPV worden er premies voorzien door de beheerorganismen om bedrijven een financiële incentive te geven om de afvalproducten selectief in te zamelen om de recyclagedoelstellingen opgelegd door de UPV te halen. De premies kunnen ervoor zorgen dat een afvalfractie economisch recycleerbaar, en dus rendabel, wordt. Bij een laag volume of een beperkte ruimte stijgt het relatieve aandeel van de huur- en transportkost. Als daarenboven de densiteit van de afvalstroom laag is, wordt dit nog versterkt. Een veel voorkomend voorbeeld is het PMD-afval of het piepschuim. Zelf met de premies die de UPV reJUNI 2020 VOKA PAPER 17


BEDRIJFSAFVAL DOELSTELLINGEN

Bedrijven gaan mee in het verhaal van de win-win Bedrijven zetten wel degelijk in op de circulaire economie. Uit de bevraging van Voka blijkt dat de meeste bedrijven (meer dan 90%) al een intern afvalbeheersysteem hebben om afvalbeheer duurzaam uit te voeren. Binnen de ondernemingen worden voornamelijk maatregelen genomen om afval te voorkomen en om het afval beter te sorteren. Dat doen ze door personeelsleden te sensibiliseren, door de samenwerking met de privé-inzamelaars te optimaliseren en door de beschikbare ruimte op de bedrijfssite zo efficiënt mogelijk in te richten.

Eind 2018 legde Q-lite, een bedrijf uit Baarle-Hertog dat display-oplossingen produceert, zich enkele doelstellingen op voor meer duurzaamheid voor mens en milieu. Een daarvan was dat het bedrijf zijn restafval in 2019 wou verminderen met 20% ten opzichte van 2018. Het bedrijf slaagde erin zijn productie van restafval in een jaar tijd met 33% te verminderen. Q-lite maakte eerst een grondige analyse van wat er allemaal terecht kwam in het restafval van het bedrijf en hoe dat daar kwam. Daarna is bekeken hoe ze dat kunnen verminderen. Door onder meer grondiger te sorteren en te werken met afvalstraten op de gang kunnen medewerkers in deze straten papier, PMD en restafval kwijt. In de keuken zijn extra afvalboxen geplaatst voor gft-afval en flesdopjes. Daarnaast is ook gevraagd aan de leveranciers om enkel nog met transpartante folies te werken en hun inpakmethode aan te passen om ook hier afval te reduceren.

Reynaers Aluminium uit Duffel produceert jaarlijks tientallen tonnen houtafval. Door de goede samenwerking met zijn privé-inzamelaar SUEZ, kon het bedrijf de ophaalrondes voor dat houtafval tot 50% reduceren. Het bedrijf gebruikte daarvoor op aanraden van SUEZ een container van 40 kubieke meter. Een wals in de container plet en verkleint de houtfracties waardoor de container tot drie keer meer gewicht aankan. In een aantal gevallen wordt het afvalbeheer ook gekoppeld aan het behalen van interne KPI’s waarvan de resultaten worden neergeschreven in het 18 VOKA PAPER JUNI 2020

90%

“Uit de Voka-enquête blijkt dat meer dan 90% van de bedrijven een intern afvalbeheersysteem hebben om afvalbeheer duurzaam uit te voeren.”

duurzaamheidsverslag. Voka’s Charter Duurzaam Ondernemen (VCDO) speelt hierop in. VCDO ondersteunt bedrijven om via een actieplan op maat, gebaseerd op de 17 ontwikkelingsdoelstellingen van de VN, aan duurzaam ondernemen te werken. Een van de doelstellingen is ‘verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen’. VCDO helpt zo bedrijven aandacht te hebben voor productontwikkeling, het aankoop- en investeringsbeleid, het voorraadbeheer, het sluiten van de materiaalstromen maar ook voor grondstoffenbeheer via procesoptimalisatie, grondstoffengebruik, duurzaam verpakken en afvalreductie en verwerking.

Daarnaast verzamelen bedrijven die de mogelijkheid hebben (wanneer er een verdienmodel is) ook specifieke afvalfracties in met oog op recyclage die niet onder een sorteerverplichting vallen zoals bigbags, straps, etensresten, … om hun bedrijfsrestafvalfractie zo laag mogelijk te houden.

StagobelElectro uit Deinze scheidt restafval door aparte vuilbakken voor composteerbaar afval, een extra container om metalen spanbanden en een container voor plastic spanbanden op de site te voorzien. Op die manier probeert Stagobel dit restafval te reduceren en maximaal te recycleren. Hier worden dus drie afvalstromen van elkaar gescheiden. Door de afvalstromen te scheiden, is er een extra opbrengst van het metaal, gemiddeld zo’n 3 euro per kilogram. Daarnaast maakt de afvalscheiding het recycleren van de materialen mogelijk. Bedrijven gelegen op een bedrijventerrein kunnen ervoor opteren om een samenwerkingsverband op te zetten. Door de samenwerking ontstaat er schaalvergroting. Zo kan bijvoorbeeld naast de collectieve inzameling ook een centraal afvalpark worden ingericht. De provinciale Ontwikkelingsmaatschappijen (POM’s) bieden hierbij hun ondersteuning en advies aan. In Oost-Vlaanderen kunnen kmo’s die een samenwerkingsverband willen opzetten of versterken met het oog op het streven naar een duurzaam bedrijventerrein, hiervoor een subsidie aanvragen voor een maximaal bedrag van 20.000 euro.


VOKA.BE

Figuur 13: De meeste bedrijven hebben al een intern afvalbeheersysteem

96%

78%

39% 29% 22%

Maatregelen om afval beter te sorteren

Maatregelen om afval te voorkomen en/of te reduceren

Afvalbeheer wordt gekoppeld aan KPI

Afvalbeheer wordt opgenomen in het duurzaamheidsverslag

Afvalbeheer wordt opgenomen in het Charter Duurzaam Ondernemen of gelijkaardig

90%

Sensibilisatie en opleiding van de personeelsleden Bron: Enquête Voka

71%

70%

Optimalisatie inzameling in samenwerking met privé-inzamelaar

Optimalisatie beschikbare ruimte

‘Grensland is circulair’ is een project gestart in 2020 vanuit Vlaanderen Circulair dat zal onderzoeken op basis van een afvalstoffeninventaris van de deelnemende bedrijven of er een centraal afvalpark kan komen op het bedrijventerrein Platform Grensland Menen Wervik waar bedrijven hun afvalstoffen die ‘traag’ vrijkomen en in kleine hoeveelheden, kunnen deponeren. Denk dan aan glas, piepschuim, textiel, occasioneel houtafval,… Met hulp van de sociale-economie bedrijven waaronder ’t Veer zal het afval dat binnenkomt in het centraal afvalpark maximaal hergebruikt worden om zo een circulair karakter te krijgen. Daarnaast organiseert dit project samen met de privé-inzamelaar een rechtstreekse inzameling van de grotere afvalstromen zoals restafval en PMD.

“Bedrijven gelegen op een bedrijventerrein kunnen door samen te werken aan schaalvergroting doen qua afvalophaling en -verwerking.” Hoewel deze goede cases zeker geen uitzondering zijn, ondervinden heel wat bedrijven toch grote belemmeringen om de sorteerregels correct uit te voeren. Meer hierover in het volgende hoofdstuk.

JUNI 2020 VOKA PAPER 19


V

BEDRIJFSAFVAL BELEMMERINGEN

3. Drie belemmeringen om nog beter te sorteren Er is nog potentieel om het bedrijfsrestafval te doen dalen. Er zijn voorbeelden genoeg die aantonen dat bedrijven hier echt mee bezig zijn. Maar dat komt niet altijd goed tot uiting omdat bedrijven drie grote belemmeringen ondervinden die het hen bemoeilijken om de sorteerregels te volgen. Eerste belemmering: sorteerverplichtingen te complex

V

laamse bedrijven moeten 21 afvalfracties verplicht selectief inzamelen. In 2021 komt er daar nog één bij en in 2023 nog één. Het is dan ook niet geheel onlogisch dat de belangrijkste belemmering voor bedrijven de grote hoeveelheid en de complexiteit is van afvalfracties die selectief ingezameld moeten worden. Omwille van dit gegeven, investeren bedrijven zeer veel in opleidingen voor de werknemers. Via de OVAM en de UPV beheerorganismen wordt er gecommuniceerd en gesensibiliseerd over de sorteerregels en dit wordt gecentraliseerd op de website iksorteerinmijnbedrijf.be. Deze website zou nog meer in de kijker moeten gezet worden en verder aangevuld worden met onder meer opleidingsmateriaal. Bedrijven hebben immers nog meer nood aan duidelijke communicatie op maat van het bedrijf. Uit de bevraging van Voka blijkt dat het ondanks de investeringen van de werkgevers het voor veel werknemers niet duidelijk is of een mate20 VOKA PAPER JUNI 2020

➜ iksorteerinmijnbedrijf.be

riaal selectief moet ingezameld worden of niet. Ter illustratie, enkel hard recycleerbare plastiek moet ingezameld worden. Het is echter vaak niet duidelijk welke harde types kunststof onder recycleerbaar vallen en welke niet. Bovendien zijn materialen vaak gekleurd, bedrukt, gecoat,… Zoals al aangegeven, zorgen deze vervuilingen voor een laagwaardigere recyclage. Privé-inzamelaars weigeren in sommige gevallen dergelijke vervuiling om de opbrengst zo hoog mogelijk te houden. Hun richtlijnen hierover worden verduidelijkt in acceptatiecriteria.

“Bedrijven hebben nog meer nood aan duidelijke communicatie op maat van het bedrijf.”


V

VOKA.BE

Vandaar dat er de uitzonderingsregel is voorzien om droge en niet-gevaarlijke afvalstromen in één recipiënt in te zamelen op voorwaarde dat de afvalfracties achteraf nog kunnen gescheiden worden. Het enige wat vandaag mogelijk is op grote schaal is de gezamenlijke inzameling van papier- en kartonafval en folies. Folies moeten dan wel in plastiek zakken gestoken worden, die hiervoor ook speciaal gekocht moeten worden, wat opnieuw extra werk vraagt. Privé-inzamelaars ondervinden echter administratieve lasten die het gebruik van deze maatregel belemmeren.

Figuur 14: Ongeveer 1/3 van de

ondervraagden geeft aan niet alle of geen acceptatiecriteria te ontvangen 8% 19%

73%

De positieve impact van de uitzonderingsregel is op vandaag dus zeer beperkt. Derde belemmering: geen verdienmodel om beter te recycleren

Alle afvalstromen Deel van de afvalstromen Geen enkele afvalstroom Bron: Enquête Voka

Ofwel zijn de acceptatiecriteria niet ontvangen ofwel zijn ze als dusdanig zo onduidelijk dat ze als ‘niet-ontvangen’ worden beschouwd. Het zijn vooral de kleinere ondernemingen die aangeven dat ze geen acceptatiecriteria hebben ontvangen. Wanneer de acceptatiecriteria toch ontvangen zijn, blijven ze in veel gevallen moeilijk te begrijpen en zijn ze niet op maat van het bedrijf. Hierdoor wordt er door bedrijven ongewild tegen de sorteerfouten gezondigd. Tweede belemmering: te weinig ruimte en te kleine volumes Ten tweede is er een gebrek aan beschikbare ruimte om de vele fracties apart in te zamelen. Uit de bevraging blijkt dat er bij een bedrijf gemiddeld elf verplichte fracties vrijkomen. Dit zijn dus al zeker elf recipiënten die op de bedrijfssite geplaatst moeten worden. Voor bedrijven is het een hele puzzel om naast het voldoen aan de sorteerregels ook aan de interne veiligheidsmaatregelen te voldoen en hiervoor de nodige plaats te voorzien. Wanneer een bedrijf omwille van plaatsgebrek genoodzaakt is om kleine recipiënten te gebruiken, zijn er implicaties: • •

Het volume dat per inzamelrit kan ingezameld worden, is kleiner. Met als gevolg dat er meer transportritten uitgevoerd moeten worden. Daarnaast leent niet elke afvalstroom er zich toe om ingezameld te worden in kleine recipiënten en moeten er extra handelingen (verkleinen van afvalstoffen) worden uitgevoerd om die via een kleiner recipiënt in te zamelen.

In een situatie waar de circulaire economie goed draait, zouden alle fracties die selectief ingezameld worden met het oog op recyclage een verdienmodel moeten hebben. Tot op heden is dat voor veel fracties geen realiteit. De sorteerverplichting houdt geen rekening met de economische recycleerbaarheid en dus is er een kost verbonden aan het selectief inzamelen.

“Als de circulaire economie goed draait, zouden alle fracties die selectief ingezameld worden met het oog op recyclage een verdienmodel moeten hebben.” Zoals al gezegd, hangt de verwerkingsprijs af van factoren waar bedrijven amper grip op hebben: de lage primaire grondstofprijs, een gebrek aan recyclagecapaciteit binnen de EU, de hoge kwaliteitsvereisten en een te lage afzetmarkt van het recyclaat. Het volume is een belangrijke factor die ertoe kan leiden dat er geen verdienmodel meer is wanneer het hele kostenplaatje (transport, huur en interne kosten) wordt meegenomen. Met als gevolg dat de totale kost hoger kan uitkomen dan het gewoon meegeven met het bedrijfsrestafval (meer dan 190 euro per ton). Hoe kunnen we het verdienmodel herstellen? Zowel de Europese als de Vlaamse overheid hebben door dat de belemmeringen weggewerkt moeten worden om de transitie naar een circulaire economie te maken. Hierbij wil men enerzijds het verdienmodel herstellen en anderzijds JUNI 2020 VOKA PAPER 21


BEDRIJFSAFVAL BELEMMERINGEN

worden oplossingen aangeboden om de selectieve inzameling te bevorderen. Om het verdienmodel te herstellen wordt er op beide niveaus ingezet op een verhoging van de afzetmarkt en een uitbreiding van de recyclagecapaciteit. Op Europees niveau is het gepubliceerde ‘circulaire economie’-actieplan het regelgevend instrument hiervoor. Op Vlaams niveau zijn er ambities uitgewerkt in het Vlaams regeerakkoord en de omgevingsbeleidsnota. Het herstellen van de Europese recyclagemarkt zal voor een lagere afhankelijkheid van de Aziatische recyclagemarkten zorgen en meer zekerheid geven dat de uitgesorteerde afvalstromen wel degelijk gerecycleerd worden. Om de aanbodzijde (selectief ingezameld afval) te verhogen zal er op Europees niveau een voorstel komen om het gescheiden afvalinzamelingsysteem en de etikettering te harmoniseren tegen 2022. Hierdoor zullen de sorteerfouten dalen en zullen de selectief ingezamelde fracties homogeen zijn over de lidstaten heen met als gevolg een groter aanbod. Daarnaast zal ook worden ingezet om de kwaliteit van het gerecycleerd materiaal te verhogen. In een algemener kader zal er ook gekeken worden om geharmoniseerde einde-afvalcriteria voor bepaalde afvalstromen verder te ontwikkelen. In de beleidsnota Omgeving staat dat Vlaanderen moet evolueren tot een toonaangevende recyclagehub in Europa. Investeringen in de nodige sorteer- en recyclagecapaciteit die ook stromen uit omliggende regio’s kunnen aantrekken zijn daarom nodig. Tegen 2023 moet de recyclage van verpakkingsafval zoveel mogelijk in de Europese Unie gebeuren en bij voorkeur in België.

“Er zijn investeringen nodig in meer sorteeren recyclagecapaciteit om van Vlaanderen een recyclagehub te kunnen maken.” Om de afzetmarkt (recyclaat) te verhogen, zullen er verplichte specifieke eisen aan bepaalde belangrijke producten en materialen gesteld worden zoals bijvoorbeeld aan verpakkingen en kunststofproducten. Voor verpakkingen wil Europa tegen 2030 dat alle verpakkingen die op de markt worden gebracht, recycleerbaar of herbruikbaar zijn. Voor bepaalde kunststofpro22 VOKA PAPER JUNI 2020

ducten zoals verpakkingen, bouwmaterialen en materialen in voertuigen is er een strategie klaar waarbij er een verplichte hoeveelheid recyclaat geïncorporeerd moet worden. Dit wordt voorzien in 2020-2021.

Op Vlaams niveau zal vanaf 2021 voor bepaalde kunststoffen afvalzakken het verplicht zijn om 80% kunststofrecyclaat te gebruiken, vanaf 2025 moeten dergelijke afvalzakken volledig bestaan uit kunststofrecyclaat. Via de Green Deal ‘Circulair Aankopen’ en via overheidsopdrachten wil Vlaanderen het gebruik van recyclaat stimuleren door in de openbare bestekken hierover eisen op te nemen. Daarnaast lopen er verschillende projecten ondersteund door ‘Vlaanderen Circulair’ om meer recyclaat te incorporeren in producten.

In België wordt er jaarlijks 75.000 ton stretchfolie (wikkelfolie rond de pallets) op de markt gebracht. Om de circulaire economie te laten slagen is het absoluut nodig om in zoveel mogelijk producten gerecycleerd materiaal te gebruiken. In de nieuwe folies wordt er 25% kunststofrecyclaat gebruikt. De folie wordt nu getest en zal in 2020 op de markt komen. Dit project is een mooi verbeeld van samenwerking van de hele waardeketen (producent van het polymeer, verpakkingsproducent en de aankoper van de verpakking). De partners in dit project zijn Colruyt, Dow, U-Hasselt, Reynaers Aluminium, Mima Films en Rymoplast. Om de selectieve inzameling te bevorderen, heeft de OVAM de afgelopen jaren studiewerk uitgevoerd over collectieve inzameling (op een centraal afvalpark) op bedrijventerreinen. De resultaten zijn veelbelovend. Zo zal de investering redelijk snel teruggewonnen kunnen worden en biedt dit een oplossing voor de inzameling van kleine volumes. Daarbij moet er wel goed nagedacht worden over de locatie van het afvalpark, welke fracties aangeboden kunnen worden, alsook over wie het beheer op zich zal nemen. Pilootprojecten moeten aantonen waar de knelpunten zitten, zodat collectieve inzameling op lange termijn uitgerold kan worden.


VOKA.BE

4. Aanbevelingen voor een beter afvalbeheer In de komende 20 jaar moeten heel wat doelstellingen gehaald worden. Het is duidelijk dat er nog potentieel is om de doelstellingen te halen, maar op dit moment zijn er nog te veel belemmeringen voor bedrijven. Alle actoren (overheid, bedrijven en privéinzamelaars) moeten samenwerken om ze weg te werken om zo maximaal te gaan naar een circulaire economie. 1. Ambitie recyclagehub concreet maken Ten eerste moet Vlaanderen haar ambitie om van Vlaanderen een recyclagehub te maken, nu ook echt vertalen in concrete acties. Dankzij het herstellen en verder uitbouwen van de recyclagemarkt kunnen de recycleerbare afvalfracties meer economische waarde krijgen. 2. Herzie sorteerverplichting en hou daarbij rekening met economische haalbaarheid Een tweede werf is de inzameling van de afvalstoffen op de bedrijfssite. Een doorgedreven sortering is niet haalbaar omwille van plaatsgebrek, de complexiteit en het ontbreken van een verdienmodel. Voka pleit daarom om de sorteerverplichtingen te herzien voor de niet-gevaarlijke afvalstoffen, waarbij nu ook rekening wordt gehouden met de economische recycleerbaarheid. De mosterd hiervoor kan gehaald worden in Nederland waar er afgeweken kan worden van sorteerverplichtingen, indien kan aangetoond dat het economisch niet rendabel is.

zal echter de nodige tijd vergen. De positieve impact op de doelstellingen zal pas zichtbaar zijn op lange termijn. Een bijstelling van de reductiedoelstelling voor het bedrijfstrestafval tegen 2022 is daarom ook noodzakelijk. 3. Bedrijven helpen mee De bedrijven kunnen ook nog op een andere manier helpen om de doelstellingen te halen. Zo kunnen ze nu reeds specifieke eisen (eco-design en design-for-recycling) stellen aan hun leveranciers en op die manier hun afvalfracties homogener maken. Bedrijven die nog geen inzichten hebben in de kosten van hun afvalbeheer (uit de bevraging blijkt dat dit ongeveer 40% is) kunnen gebruik maken van de tools aangeboden door de OVAM en Valipac. Informatie kan worden opgevraagd bij de privé-inzamelaar omtrent acceptatiecriteria, volume en kosten om het afvalbeheer te optimaliseren en zo beter te sorteren.

Voor fracties die enkel technisch recycleerbaar zijn, moet het mogelijk zijn om die fracties (indien droog en niet-gevaarlijk) samen te laten inzamelen in één recipiënt. Dit heeft een positief effect op plaatsbesparing, inzameling van kleine volumes en zal leiden tot vereenvoudigde sorteerregels. Hiervoor moeten privé-inzamelaars wel investeren in nieuwe sorteerinstallaties waarbij er voldaan wordt aan de kwaliteitsvereisten van het recyclaat. De privé-inzamelaars kunnen de investering dragen omdat het selectief ingezameld afval zal stijgen met een sterkere recyclagemarkt als gevolg. Hierdoor kan afval zijn economische waarde behouden en vergroten, zonder de bedrijven te penaliseren. Het herstel en de opbouw van de recyclagemarkt alsook de opbouw van nieuwe sorteerinstallaties JUNI 2020 VOKA PAPER 23


BEDRIJFSAFVAL EFFICIËNT SORTEREN Naar een circulair verdienmodel 24 VOKA PAPER JUNI 2020

Profile for Voka - Vlaams netwerk van ondernemingen

2020-06-VL-Voka Paper