2020-07-VL-Vokapaper

Page 1

Een maandelijkse uitgave van Voka vzw | Verschijnt niet in augustus | Jaargang 4- juli 2020 Koningsstraat 154-158, 1000 Brussel P912687

VOKA

PAPER JULI 2020

V S EU CHINA

DE EU TUSSEN TWEE VUREN Het belang van een sterke EU in een open wereldeconomie


EU

DE EU TUSSEN TWEE VUREN INHOUD

De EU tussen twee vuren Het belang van een sterke EU in een open wereldeconomie

De essentie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 De toenemende volatiliteit in de internationale wereld . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Een geo-economisch autonome EU in een open wereldeconomie . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24

colofon Voka-kenniscentrum Niko Demeester | Secretaris-generaal Bart Van Craeynest | Hoofdeconoom Sonja Teughels | Arbeidsmarkt Veronique Leroy | Arbeidsmarkt en arbeidsverhouding Pieter Van Herck | Welzijns- en gezondheidsbeleid Jonas De Raeve | Onderwijs Goedele Sannen | Mobiliteit en logistiek Katelijne Haspeslagh | Milieu en klimaat Lorenzo Van de Pol | Klimaat en energie Steven Betz | Ruimtelijke ordening en milieu Karl Collaerts | Fiscaliteit en begroting Johan Guldix | Innovatie en ondernemen Gilles Suply | EU en internationaal ondernemen Dieter Somers | Digitale transformatie

2 VOKA PAPER JULI 2020

Eindredactie Sandy Panis, Katrien Stragier Foto’s Imagedesk en Shutterstock Vormgeving Capone Druk INNI Group, Heule

‘De EU tussen twee vuren’ is een brochure van Voka, Vlaams netwerk van ondernemingen. De overname of het citeren van tekst uit deze Voka Paper wordt aangemoedigd, mits bronvermelding. Verantwoordelijke uitgever Hans Maertens i.o.v. Voka vzw Burgemeester Callewaertlaan 6 - 8810 Lichtervelde info@voka.be - www.voka.be


U

VOKA.BE

De essentie De EU wordt vandaag geconfronteerd met een sterk veranderende internationale omgeving die op termijn een bedreiging kan vormen voor de Europese welvaart. Daarom moet de EU een strategie ontwikkelen die enerzijds inzet op de geo-economische autonomie van de EU en anderzijds op een sterke inbedding van de EU in een open wereldeconomie. Vlaanderen moet hier proactief op inspelen.

D

e economische relaties met Europa’s twee grootste handelspartners staan de afgelopen jaren steeds meer onder druk. In het Oosten neemt het Europees handelstekort met China sterk toe ten gevolge van het gebrek aan wederkerigheid in markttoegang. Het hybride economische model van China, waarin de staat een belangrijke rol speelt, dreigt bovendien ook steeds meer de werking van de interne markt te verstoren. In het Westen is de VS dan weer op zichzelf aan het terugplooien. Bovendien beschouwt de VS de EU steeds meer als een economische ‘vijand’ ondanks het traditioneel sterke economische bondgenootschap met Europa sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ten slotte is er zich een geo-economische machtsstrijd aan het ontwikkelen tussen het westen en het oosten, waarbij de VS actief aanstuurt op een techno-

“Het Europees coronaherstelplan moet een sterke hervormingsagenda doorvoeren met als doelstelling het volle potentieel uit de interne markt te halen.”

economische ontkoppeling met China. Daardoor dreigt de EU tussen twee vuren terecht te komen. De coronacrisis lijkt deze trends alleen maar te hebben versterkt. Om het hoofd te bieden aan de vele uitdagingen die gepaard gaan met deze volatiele internationale omgeving, is er nood aan een strategie met het oog op het versterken van de geo-economische autonomie van Europa. Dit moet echter te allen tijde verzoenbaar zijn met een sterke inbedding van de EU in een open wereldeconomie. De sterkte van de EU en Vlaanderen is immers hun openheid. Om een goed evenwicht te vinden tussen deze twee doelstellingen, kunnen alvast vier algemene beleidssuggesties naar voren geschoven worden. 1. Het Europees coronaherstelplan prioritair inzetten op het versterken van de interne markt Een goed functionerende interne markt is het fundament voor een versterkte geo-economische autonomie. De interne markt is vandaag te verouderd en te versnipperd om te fungeren als een grote thuismarkt naar het Amerikaans en Chinees voorbeeld. Hierdoor is het een stuk moeilijker voor innovatieve spelers om eerst schaal op te bouwen in Europa en vervolgens uit te groeien tot sterke internationale bedrijven. Het Europees coronaherstelplan moet daarom een sterke hervormingsagenda doorvoeren met als doelstelling het volle potentieel ➜

WIE? Structurele partner:

GILLES SUPLY Adviseur EU en internationaal ondernemen

gilles.suply@voka.be Gilles Suply volgt op het Voka-kenniscentrum dossiers op rond internationalisering, brexit en Europese zaken.

JULI 2020 VOKA PAPER 3


DE EU TUSSEN TWEE VUREN DE ESSENTIE

uit de interne markt te halen. Een stevige inbedding van het herstelplan in het Europees semester is aangewezen, waarbij lidstaten beroep kunnen doen op Europese middelen indien deze gebruikt worden voor het faciliteren van de digitale en ecologische transformaties. Het doortastend aanpakken van de aanbevelingen die de Europese Commissie naar voren schuift in de jaarlijkse landenrapporten zou daarnaast ook een strikte voorwaarde moeten zijn om aanspraak te mogen maken op financiering uit het herstelplan. Ons land moet overigens ook zelf meer ambitie aan de dag leggen in het wegwerken van de nog bestaande belemmeringen waar Europese bedrijven die de Belgische markt willen aanboren, mee geconfronteerd worden. Zo heeft België in vergelijking met pakweg Nederland nog steeds veel meer toetredingsbarrières. Het grondig aanpakken van die barrières zou leiden tot een dynamischere markt, wat onze capaciteit om succesvolle bedrijven te kweken ten goede zou komen. 2. De Europese verankering van strategische waardeketens bevorderen via een gecoördineerde aanpak Om niet achterop te lopen in de technologische race tussen de VS en China moet de EU de opbouw stimuleren van Europese industriële ecosystemen rond strategische waardeketens. De uitbreiding van de Europese lijst aan zogenaamde ‘Belangrijke Projecten van Gezamenlijk Europees Belang’ ofwel ‘IPCEI’s’ kan nuttig zijn om innovatiesteun te kanaliseren naar nieuwe sleuteltechnologieën. Vlaanderen moet daarbij proactief in kaart brengen of ook Vlaamse bedrijven een rol kunnen spelen in de uitbouw van dergelijke strategische waardeketens. De speerpuntclusters vormen hier alvast een uitstekend aanknopingspunt om dit verder te verkennen.

“Vlaanderen moet proactief in kaart brengen of ook Vlaamse bedrijven een rol kunnen spelen in de uitbouw van Europese strategische waardeketens.” 3. Een open interne markt nastreven waarin het gelijke speelveld verzekerd wordt Een van de sterktes van de interne markt is haar openheid. Dit zorgt immers voor een innovatiever, competitiever en welvarender Europa. De EU moet dan ook sterk waken over het open karakter van de interne markt. Binnen dit verband moet België dan weer omzichtig omgaan met mechanismen die tot 4 VOKA PAPER JULI 2020

doel hebben om strategische sectoren te beschermen. Een brede toepassing van het screeningmechanisme voor directe buitenlandse investeringen is bijvoorbeeld op dat vlak absoluut te vermijden. Binnen een open interne markt moet het gelijke speelveld wel te allen tijde verzekerd worden. Het hybride Chinese economische model waarin de staat een belangrijke rol speelt, kan echter aanleiding geven tot oneerlijke concurrentie tussen Chinese bedrijven actief op de interne markt en hun Europese concurrenten. De EU moet daarom het mededingingsbeleid aanpassen om de verstorende effecten van extra-Europese staatssteun efficiënter aan te pakken. De publicatie van een witboek door de Europese Commissie hieromtrent is een belangrijke stap die verdere opvolging zal vergen in de komende maanden. 4. Hanteer handels- en investeringsverdragen om een stevige en eerlijke inbedding van Europa in de wereldeconomie te bedingen Ten slotte moet de EU via een assertieve handelsen investeringsagenda de internationale markttoegang voor haar bedrijven faciliteren en de eigen regelgevende agenda internationaal uitdragen. Hierdoor kan de Europese bedrijfswereld maximaal inspelen op de opportuniteiten in de internationale groeimarkten en wordt het internationale gelijke speelveld versterkt door de verspreiding van de hoge Europese normen en standaarden. Om een hefboom op deze handelsagenda te zetten, moet Vlaanderen een sterk instrumentarium uitbouwen om een optimale begeleiding van haar bedrijven te verzekeren bij het hanteren van die handelsverdragen. Hiervoor moet Vlaanderen overigens eerst in kaart brengen in welke mate zijn bedrijven reeds beroep doen op de vele Europese vrijhandelsverdragen, wat zou toelaten om eventuele problemen te identificeren waarop er dan specifiek kan ingespeeld worden.


VOKA.BE

1. De toenemende volatiliteit in de internationale wereld De EU wordt vandaag geconfronteerd met een sterk veranderende internationale omgeving die op termijn een bedreiging kan vormen voor de Europese welvaart. Het toenemende protectionisme, de versterkte rol van de staatseconomie in de wereld en de geo-economische machtsstrijd tussen de Verenigde Staten en China hebben steeds meer een negatieve impact op de Europese en Vlaamse economieën die beide een uitgesproken open karakter hebben.

T

en oosten van de EU verstoort de opkomst van China in toenemende mate de internationale economie. Waar de EU in het begin van de 21ste eeuw vooral kon meesurfen op de enorme economische groei van China, zien we vandaag een steeds groter economisch onevenwicht dat in grote mate het gevolg is van het hybride economische model van China, waarin de staat opnieuw een steeds belangrijkere rol lijkt te spelen. Hierdoor worden Europese bedrijven die opereren volgens de principes van de vrije markt, steeds meer geconfronteerd met oneerlijke concurrentie van bedrijven die genieten van discriminatoire staatssteun. Bovendien is de Chinese markt nog steeds veel geslotener dan de Europese markt, wat ook een van de redenen is waarom de EU een groot handelstekort optekent met China.

Ten slotte is een geo-economische machtsstrijd zich steeds nadrukkelijker aan het ontwikkelen tussen het westen en het oosten, waarbij de EU steeds meer tussen twee vuren terecht komt. Zo zijn de VS en China in een technologische race verwikkeld, waarbij de VS steeds agressiever China de toegang tot Amerikaanse technologie ontzegt. Dat versterkt dan weer op zijn beurt Chinese inspanningen om de eigen technologische autonomie te ontwikkelen, wat een negatieve spiraal aan verdere economische ontkoppeling in de hand werkt. Dit zet serieuze druk op de werking van complexe internationale waardeketens waarin Europese bedrijven afhankelijk zijn van zowel Chinese als Amerikaanse toeleveranciers en verkoopskanalen. Bovendien slaagt de EU er veel minder in dan zowel de VS als China om grote technologische bedrijven te ontwikkelen.

Ten westen van de EU lijkt de VS dan weer op zichzelf terug te plooien en het open internationale handelssysteem af te vallen dat het zelf na de Tweede Wereldoorlog heeft opgebouwd. Zo verhindert de VS dat de Wereldhandelsorganisatie (WHO) kan optreden als scheidsrechter in internationale handelsdisputen en begint het zelf de WHO-regels met de voeten te treden. Hoewel de VS vooral China viseert in de uitvoering van zijn restrictief handelsbeleid, blijft de EU ook niet buiten vizier.

“De spanning tussen de VS en China zet serieuze druk op de werking van complexe internationale waardeketens.”

Figuur 1: Structurele tendensen in de wereldeconomie Economische ontkoppeling

Verstorende effecten staatseconomie

Protectionisme neemt toe 1ste handelspartner

2e handelspartner EU

Afbraakpolitiek multilateralisme

VS

EU Economische machtsverschuiving

China CHINA

Gebrek aan wederkerigheid in de economische relatie

JULI 2020 VOKA PAPER 5


DE EU TUSSEN TWEE VUREN TOENEMENDE VOLATILITEIT

De fundamentele economische omschakeling van China culmineerde in de toetreding van het land tot de WHO op 11 december 2001. Niet toevallig was deze toetreding ook de voorbode van een enorme economische groeiversnelling die voortgestuwd zou worden door de internationalisering van de Chinese economie. Mede doordat China zich kon ontpoppen tot de fabriek van de wereld vertienvoudigden zijn export en economie tussen 2001 en 2018.

De coronacrisis lijkt nu een extra turbo te zetten op al deze ontwikkelingen. De VS schort zijn financiering van de Wereldgezondheidsorganisatie op waarmee het zijn afbraakpolitiek van het multilateralisme voortzet. Terzelfder tijd wordt de economische ontkoppeling tussen de VS en China nog een versnelling hoger geschakeld met onder andere strengere Amerikaanse exportcontroles voor de verkoop van technologie aan het Chinese Huawei. Deze structurele trends vormen een grote bedreiging voor het Europese welvaartsmodel, dat immers afhankelijk is van een internationaal open handelssysteem gestoeld op de principes van de vrije markt.

“Mede doordat China zich kon ontpoppen tot de fabriek van de wereld vertienvoudigden zijn export en economie tussen 2001 en 2018.”

Chinese integratie in open wereldeconomie De eerste stappen richting het openen van de Chinese economie naar de buitenwereld werden gezet eind jaren zeventig op aansturen van de nieuwe leider Deng Xiaoping, die vandaag niet voor niets bekend staat als de architect van het moderne China. Zo werd onder Xiaoping de Chinese planeconomie langzamerhand losgelaten om te evolueren naar een economisch model dat hij zelf beschreef als ‘socialisme met Chinese karakteristieken’: een hybride economisch systeem waarbij de ontwikkeling van een private markteconomie aangemoedigd werd naast de traditionele planeconomie.

Figuur 2: Chinese economie en export

vertienvoudigden tussen 2001 en 2018 (Evolutie bbp en export China in biljoen dollar) 16 14 12 10 8 6

Chinese toetreding tot de WHO

4 2

20

20 0

1 02

20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 0 20 9 10 20 11 20 12 20 13 20 14 20 15 20 16 20 17 20 18

0

Bbp

Export

Bron: Wereldbank

Deng Xiaoping ➜

Deze omschakeling werd verder bespoedigd na het einde van de Koude Oorlog omdat het Russisch geïnspireerde communisme als economisch groeimodel het duidelijk had moeten afleggen tegen de Amerikaanse liberale markteconomie. Dit leidde sommige vooraanstaande denkers ertoe om te verkondigen dat de liberale democratie het eindpunt is van elk maatschappelijk model en dat alle landen ter wereld op termijn zouden evolueren naar dit model, iets wat in de prille beginjaren van het post-Koude Oorlog tijdperk zeker niet als ongeloofwaardig werd beschouwd. 6 VOKA PAPER JULI 2020

De handel tussen de Europese Unie en China kende ook een enorme bloeiperiode in het begin van de 21ste eeuw (figuur 3). Zo verdrievoudigde de Europese export naar China bijna tussen 2004 en 2011, terwijl de Europese invoer uit China meer dan verdubbelde. De ontwikkeling van de Chinese economie bood daarnaast enorme opportuniteiten voor Europese bedrijven. Volgens UNCTAD, de conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling, verdubbelde de totale investeringswaarde van Europese bedrijven tussen 2002 en 2010 tot 72 miljard euro. Die forse toename aan investeringen in het eerste decennium van de 21ste eeuw, krikte dan weer de productiecapaciteit van de Chinese economie verder op, wat op zijn beurt de Chinese export ook verder deed aantrekken.


VOKA.BE

8,75% vs. 3,6%

De binnenstromende investeringen zouden na verloop van tijd ook niet meer louter gericht zijn op de productie van goederen. Steeds meer bedrijven begonnen te investeren in China om de gigantische binnenlandse economie rechtsreeks aan te boren. Voor heel wat Europese autobouwers bijvoorbeeld is vandaag de Chinese markt zelfs belangrijker dan de Europese markt. China ontpopte zich met andere woorden ook tot een belangrijke afzetmarkt voor Europese en dus ook Belgische luxegoederen.

Voor de toelevering is de Belgische maakindustrie traditioneel sterk afhankelijk van de buurlanden. Naast de VS vormt China daarop de enige uitzondering en ontpopte zich zo als een belangrijke pilaar van de Belgische economie. Het illustreert hoe China zich succesvol wist te integreren in de wereldeconomie.

In 2017 was de gemiddelde invoerheffing op Europese producten die geëxporteerd worden naar China 8,75%, terwijl dat in de omgekeerde richting slechts 3,6% was.

Voor de Belgische maakindustrie vormt China ook een zeer belangrijke productiehub van halffabricaten. Zo stond China in 2015 reeds in voor 7,5% van de totale toelevering van de Belgische maakindustrie. Dat is bijna een verdubbeling tegenover 2005.

De VS ten slotte profiteerde ook volop mee van de economische opleving van China. Zo verhoogde de enorme toename aan goedkope Chinese invoer de koopkracht van de Amerikaanse consumenten. In het eerste decennium van de 21ste eeuw was de verdere integratie van China in de wereldeconomie dan ook een klinkend succes dat kaderde binnen een algemene opleving van een open internationale handelsorde, die assertief nagestreefd werd door de VS en kon rekenen op de steun van de EU.

Figuur 3: Handel tussen EU en China kende enorme

bloeiperiode (EU28-China handelsrelatie in miljard euro)

470

Toenemende onevenwicht tussen China en Europa

470

420 420 370

370

320 320

70

EU28 invoer uit China

19

20

19

20

20

18

2 17 018

17

EU28 uitvoer naar China

20

16

16 20

20

15 2 0

15

20

20

04

20

20

13

04

12

13 20

20

12

20

EU28 invoer uit China

20

0

2 11 011

20

20

10 201

8

09

00

20

20

09 20

07

07

08 2

20

05

20

20

20

04

20

04

20

06

20

06

70

20

120

170 120

20

170

05

220

270 220

20

270

EU28 uitvoer naar China

Bron: Eurostat

-50

-150

-100

-200 -150 -250 -200 -300 -350

-250 -300 -350

-400 -400

20 19

17 20 18

16

20

15

0

-100

20

20

13

04 20

20

11 20 12

20

20 10

20 09

20 08

07

06

20

20 05

20

20

04

0 -50

19 20

8 20 1

20 1

3 20 04 20 15 20 16

20 1

12

11

20

20

0

20 1

09

08

20

20

07

20

06

20

5

20 0

4

20 0

7

Figuur 4: Steeds grotere handelstekorten voor

EU en VS (Handelsbalans met China in miljard dollar)

Het Chinese economische groeiverhaal was zeker in de beginjaren in grote mate gedreven door de export. Zo begon China vanaf 2001 steeds grotere handelsoverschotten te boeken. In 2008 was het Chinese handelsoverschot bijvoorbeeld maar liefst 348 miljard dollar. Dit toenemende Chinese handelsoverschot leidde echter tot steeds grotere Europese en Amerikaanse handelstekorten, wat politieke spanningen met zich meebracht, mede omdat China zijn munt artificieel laag hield om zijn export verder te stimuleren (figuur 4). Wat voor bijkomende spanning zorgde, was het persistente onevenwicht dat bestond tussen de openheid van de Westerse economieën enerzijds en de geslotenheid van de Chinese economie anderzijds. In 2017 was de gemiddelde invoerheffing op Europese producten die geëxporteerd werden naar China bijvoorbeeld 8,75% terwijl dat in de omgekeerde richting slechts 3,6% was. Dit gemiddelde vertelt bovendien slechts een deel van het verhaal. Zo waren in 2017 auto-onderdelen, de belangrijkste Europese exportcategorie naar China, onderworpen aan een gemiddelde invoerheffing van 20%.1 Europese bedrijven die vandaag willen investeren in China zijn daarnaast ook nog steeds onderworpen aan heel wat restrictieve maatregelen. Zo zijn Europese bedrijven verplicht om in bepaalde sectoren joint ventures op te richten met Chinese bedrijven, wat potentiële technologische transfers naar Chinese concurrenten in de hand werkt.

-450 -450 Verenigde Staten Staten Verenigde Bron: Eurostat en Amerikaans Ministerie van Financiën

EU28 EU28

1.

The State of China-European Union Economic Relations; Uri Dadush, Marta Dominquez-Jimenez & Tianlang Gao; Working Paper, issue 9, 20 November 2019, Bruegel

JULI 2020 VOKA PAPER 7


DE EU TUSSEN TWEE VUREN TOENEMENDE VOLATILITEIT

Figuur 5: China stelt zich zeer gesloten op

“De idee dat China steeds meer zou evolueren naar een liberale markteconomie lijkt steeds meer achterhaald.”

ten opzichte van buitenlandse investeringen (OESO buitenlandse investeringen geslotenheidsindex --> 0 = open - 1 = gesloten)

China VS OESO Frankrijk België Duitsland Nederland 0

0,05

0,1

0,15

0,2

0,25

0,3

OESO DBI geslotenheidsindex

Bron: OESO

Figuur 6: Sinds 2015 investeren elk jaar een pak meer Chinese bedrijven in België dan Belgische bedrijven in China. (Directe investeringsstromen in 1000 800 600

miljoen euro)

1000 800

400

600

200

400

0

200

-200 -400 -600

0 2013 -200

2014 2013

2014

2015 2015

2016 2016

2017 2017

Sinds het aantreden van de nieuwe Chinese president Xi Jinping in 2013 lijkt de rol van de staat in de economie ook weer aan belang te winnen. Zo lanceerde de Communistische partij in 2015 het strategische tienjarenplan ‘Made in China 2025’ met tien strategische sectoren zoals robotica, cleantech en elektrische auto’s waarin China nationale kampioenen wenst te ontwikkelen. Volgens een studie van de Amerikaanse Kamer van Koophandel zou de Chinese staat 308 miljard dollar veil hebben om te kanaliseren naar Chinese bedrijven in deze sectoren. Bovendien zijn de Chinese banken grotendeels in handen van de overheid en zouden zij aangemoedigd worden om voordelige leningen uit te schrijven aan dergelijke Chinese bedrijven. Figuur 7: Grootste Commerciële

2018

banken in China

2018

-400

1. Agricultural Bank of China

-600

-800 -800 -1000 -1000

83,8% Staatsparticipatie België naarChina China België naar

69,3% Staatsparticipatie

China naar België China naar België

3. Bank of China

Bron: OESO

Het onevenwicht inzake openheid voor buitenlandse investeerders is nu ook meer uitgesproken aangezien China zelf een steeds belangrijkere buitenlandse investeerder is geworden. Zo vertienvoudigde de Chinese voorraad aan buitenlandse investeringen in de EU bijna tussen 2008 en 2017 tot 59 miljard euro.2 Chinese bedrijven investeerden ook sinds 2015 elk jaar een pak meer in België dan Belgische bedrijven in China (figuur 6). De idee dat China steeds meer zou evolueren naar een liberale markteconomie lijkt ook steeds meer achterhaald. Van de 500 grootste bedrijven in China volgens omzet is bijvoorbeeld slechts 14% privaat. Schattingen stellen daarnaast dat staatsbedrijven meer dan 40% van de totale industriële activa in China controleren en 20% van de industriële output produceren.3 8 VOKA PAPER JULI 2020

2. The Industrial and Commercial Bank of China

66,5% Staatsparticipatie

4. China Construction Bank 58,3% Staatsparticipatie

5. Bank of Communications

36,8% Staatsparticipatie

Bron: Europese Commissie

2.

3.

The State of China-European Union Economic Relations; Uri Dadush, Marta Dominquez-Jimenez & Tianlang Gao; Working Paper, issue 9, 20 November 2019, Bruegel European Commission staff working document on significant distortions in the economy of the People’s Republic of China for the purposes of trade defence investigations; 20.12.2017.


VOKA.BE

Figuur 8: Westen verliest economisch gewicht in de wereld in het voordeel van China

(Evolutie aandeel in wereld bbp in %) 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5%

09 20 10 20 11 20 12 20 13 20 14 20 15 20 16 20 17 20 18

08

20

07

20

06

20

05

20

04

20

03

20

02

20

20

20

01

0%

Verenigde Staten

Europese Unie

China

Bron: Wereldbank, eigen berekeningen

Chinese bedrijven zijn ook steeds meer actief op zoek naar interessante overnames in het buitenland om technologische kennis te verwerven in de opgelijste sectoren van ‘Made in China 2025’. Hierbij gaat het overigens niet altijd enkel over overnames door Chinese staatsbedrijven, maar ook door privébedrijven. De verwerving van 10% van de aandelen in de Duitse autobouwer Daimler door het Chinese bedrijf Geely in 2018 is hier een voorbeeld van. Deze overname zou immers perfect passen binnen de ‘Made in China 2025’-strategie. Ook al zou het kunnen dat de overname volgens de regels van de vrije markt verlopen is, doet het gebrek aan transparantie over de financiering desalniettemin vragen rijzen over een eventuele rol van de Chinese staat. Door het toenemende onevenwicht in de economische relatie tussen de EU en China, beschreef de Europese Commissie in maart 2019 China voor de eerste keer niet enkel als een economische partner maar ook als een ‘systemische rivaal’. Deze evolutie in de China-EU relatie is

“De Europese Commissie beschreef in 2019 China voor de eerste keer niet enkel als een economische partner maar ook als een ‘systemische rivaal’.”

Figuur 9: Zowel Chinese staatsbedrijven als Chinese

privébedrijven investeren in EU28

(Chinese investeringen in EU28 in miljard euro)

40

40

35

35

30

30

25

25

20

20

15 10 5 0

15 10 5 0

2010 2010

2011 2011

2012 2012

2013 2013

Staatsbedrijven Staatsbedrijven

2014 2014

2015 2015

2016 2016

2017 2017

2018 2018

Privébedrijven Privébedrijven

Bron: Chinese FDI in Europe: 2018 trends and impact of new screening policies; Thilo Hanemann, Mikko Huotari, Agatha Kratz (Rhodium Group & MERICS), 2019.

overigens ook het gevolg van de verschuiving in het relatieve gewicht van de verschillende economische blokken in de wereldeconomie. Zo zag het Westen zijn economisch gewicht in de wereld sterk dalen sinds het begin van de 21ste eeuw in het voordeel van China. Van Amerikaanse opbouw tot afbraak van de internationale handelsorde Na het einde van de Tweede Wereldoorlog wenste de VS op economisch vlak zijn internationale macht te verankeren door de oprichting van multilaterale organisaties die als doel hadden het internationaal uitdragen van de liberale JULI 2020 VOKA PAPER 9


VS

DE EU TUSSEN TWEE VUREN TOENEMENDE VOLATILITEIT

marktprincipes. Dit leidde tot de oprichting van de zogenaamde ‘GATT’ in 1947, de voorloper van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). De WHO heeft twee belangrijke activiteiten om de liberale marktprincipes internationaal uit te dragen. Eerst en vooral biedt het een forum om liberaliseringsonderhandelingen te faciliteren. Daarnaast heeft de WHO een arbitragemechanisme voor als bepaalde WHO-akkoorden niet worden gerespecteerd door een of meerdere lidstaten. Sinds de oprichting van de GATT is de internationale handel en de daaraan gekoppelde internationale welvaart sterk toegenomen (figuur 10).

Als een van de meest open economieën ter wereld wist België hier bovengemiddeld sterk van te profiteren. Sinds de financiële crisis begint de VS echter een steeds meer uitgesproken protectionistische koers te varen (figuur 11). Er is dan ook steeds minder steun voor internationale handel in de Amerikaanse politiek, zowel onder republikeinen als onder democraten.

Figuur 10: Dankzij de WHO is de internationale

handel sterk toegenomen (Evolutie internationale

Wereld bbp Wereld bbp

2012 2012 2014 2014 2016 2016 2018 2018

2008 2008 2010 2010

2002 2002 2004 2004 2006 2006

1996 1996

VS bbp VS bbp

1998 1998 2000 2000

1992 1992

1994 1994

1988 1988 1990 1990

1984 1984 1986 1986

1980 1980 1982 1982

1970 1970 1972 1972 1974 1974 1976 1976 1978 1978

handel en welvaart 1970:100)

Internationale handel Internationale handel

“Sinds de financiële crisis begint de VS een steeds meer uitgesproken protectionistische koers te varen.”

Bron: Wereldbank

Figuur 11: Protectionisme in VS neemt toe

(Handel- en investeringsbeleid VS) 2500

2000

1500

1000

500

0 2009

2010

2011

2012

2013

Totaal aantal liberaliserende maatregelen Bron: Global Trade Alert

10 VOKA PAPER JULI 2020

Onder president Trump is de VS nu zelfs bereid om de WHO-regels moedwillig naast zich neer te leggen. Zo introduceerde de VS in 2018 bijvoorbeeld invoerheffingen op aluminium en staal, wat Europese exporteurs tot 3,5 miljard euro zou kosten. Om deze invoerheffingen te rechtvaardigen, werden bezorgdheden omtrent de nationale veiligheid ingeroepen. Dat is onder de WHO wel toegelaten, maar vormt minstens een dubieus argument, aangezien quasi alle lidstaten van de EU deel uitmaken van de NAVO, een militaire alliantie met de VS.

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal aantal protectionistische maatregelen

Bovendien begint de VS de werking van de WHO ook steeds meer bewust tegen te werken. Zo blokkeert de VS de benoeming van nieuwe leden van het dispuutarbitragemechanisme, waardoor de WHO niet langer kan optreden als ultieme scheidsrechter in handelszaken tussen lidstaten. In de plaats verkiest de VS een unilaterale aanpak waarbij het via de introductie van gerichte restrictieve maatregelen druk tracht te zetten op handelspartners. President Trump zou naar verluidt zelfs een terugtrekking uit de WHO overwegen, waarmee de


S

VOKA.BE

VS helemaal ongebonden van multilaterale regels een protectionistisch handelsbeleid zou kunnen doorzetten, met niet te overziene gevolgen voor het internationale handelssysteem. Een nieuwe doctrine lijkt ook steeds sterker op te duiken in het Amerikaanse buitenlandse beleid, met name het afremmen van de Chinese ontwikkeling tot een economische grootmacht. Hiervoor is overigens binnen de sterk gepolariseerde politiek van de VS steun te vinden bij zowel de democraten als de republikeinen. De coronacrisis heeft bovendien deze trend nog versterkt, waarbij de VS met de vinger wijst naar China als verantwoordelijke voor de uitbraak van deze ongeziene pandemie. Deze relatief nieuwe beleidskoers gaat een stuk verder dan de huidige sterk gemediatiseerde handelsoorlogen waarbij president Trump door de introductie van invoerheffingen druk tracht uit te oefenen op de Chinese staat om het handelsonevenwicht tussen de VS en China weg te werken. Wat op de langere termijn van veel fundamenteler belang kan zijn, is dat de VS duidelijk aanstuurt op een ontkoppeling van de Chinese en Amerikaanse waardeketens in verschillende hoogtechnologische sectoren. Zo prijken steeds meer Chinese bedrijven op de zogenaamde Amerikaanse ‘entiteitslijst’. Dit is een lijst van buitenlandse bedrijven die potentieel betrokken zijn bij activiteiten die de nationale veiligheid of buitenlandse belangen van de VS bedreigen. Voor de verkoop van bepaalde gevoelige technologieën aan bedrijven die opgenomen zijn in deze lijst, moeten Amerikaanse bedrijven dan eerst een licentie verkrijgen van de Amerikaanse staat. De ontkoppeling is in grote mate ingegeven vanuit een vrees dat hoogtechnologische Amerikaanse knowhow gebruikt zou worden voor militaire toepassingen. Zo was de beslissing

“De VS stuurt aan op een ontkoppeling van de Chinese en Amerikaanse waardeketens in verschillende hoogtechnologische sectoren.” JULI 2020 VOKA PAPER 11


DE EU TUSSEN TWEE VUREN TOENEMENDE VOLATILITEIT

om bijvoorbeeld de verkoop van halfgeleiders aan Chinese bedrijven steeds meer aan banden te leggen, er voor een groot deel gekomen uit vrees dat de deze technologie in de handen van de Chinese militaire eenheid zou vallen. Halfgeleiders zijn echter ook cruciaal voor enorm veel niet-militaire sectoren en toepassingen, zoals auto’s en smartphones. Deze evoluties stellen ook de Europese bedrijfswereld voor serieuze uitdagingen. Het grote gevaar is immers dat toeleveringsketens en verkoopskanalen ontdubbeld zullen moeten worden.

Een nog fundamentelere implicatie is dat een doorzetting van dit ontkoppelingsbeleid een volledige en dure herorganisatie van waardeketens zou betekenen, wat gepaard zou gaan met serieuze problemen aangezien de huidige sterk geïnternationaliseerde waardeketens afhankelijk zijn van lokale specialisaties die niet zomaar gerepliceerd kunnen worden. Voor de Belgische maakindustrie is deze vaststelling zeer relevant aangezien China en de VS beiden een zeer belangrijke plaats innemen in onze toeleveringsketens. (figuur 12)

Figuur 12: China en de VS nemen beide een belangrijke plaats in in de toeleveringsketens

van de Belgische maakindustrie (Top 5 oorsprong toegevoegde waarde van de Belgische maakindustrie als % van totale ingevoerde toegevoegde waarde) 18,00% 16,00% 14,00% 12,00% 10,00% 8,00% 6,00% 4,00% 2,00% 0,00% 2005

2006

2007

Duitsland

2008 Frankrijk

2009

2010

2011

2012

Nederland

2013 VS

2014

2015

China

Bron: OESO & eigen berekeningen

Figuur 13: De waardeketen van de halfgeleiders is zeer sterk

Directe waardeketen

geïnternationaliseerd en moeilijk uit elkaar te halen 12 LANDEN

39 LANDEN

Chip Ontwerp

25 LANDEN

25 LANDEN

Smartphones ‘OEM’ assemblage

Packaging

Internet of Things Cloud computing PC/Laptop

Ondersteunende diensten

AI Smart Cities Fabricage halfgeleiders 27 LANDEN

34 LANDEN

Testing 14 LANDEN

Bron: Globality and complexity of the semiconductor ecosystem, Accenture.

12 VOKA PAPER JULI 2020

19 LANDEN

Slimme infrastructuur Automobiel


VOKA.BE

2. Een geo-economisch autonome EU in een open wereldeconomie

De sterk veranderende internationale omgeving vormt steeds meer een tastbare bedreiging voor de Europese welvaart. De coronacrisis lijkt overigens de gevaarlijke internationale tendensen alleen maar te versterken. De EU moet daarom tegelijk werken op twee pistes: de versterking van zijn geo-economische autonomie ĂŠn de inzetbaarheid van de EU in een open wereldeconomie.

D

e EU heeft de afgelopen jaren de beschreven fundamentele verschuivingen helaas vooral moeten ondergaan omdat interne crisissen alle aandacht opslorpten, van de Griekse crisis tien jaar geleden tot de brexit vandaag. Het ontbreken van een krachtige Europese stem op het internationale toneel zal ons echter in toenemende mate parten beginnen te spelen.

internationaal te wegen. De EU moet met andere woorden de typische noord-zuid en oost-west patstellingen omtrent intern-Europese aangelegenheden weten te overstijgen en ook meer de focus leggen op het uitbouwen van een extern gericht Europees strategisch beleid. Dat strategisch beleid dient twee voorname doelstellingen voor ogen te hebben. Eerst en vooral moet de EU haar geo-economische autonomie weten te versterken. Dit is vandaag meer dan ooit noodzakelijk om de Europese bedrijfswereld beter te beschermen tegen oneerlijke internationale concurrentie, maar evenzeer om te verzekeren dat de EU een autonoom internationaal economisch beleid kan voeren. Het verhogen van de geo-economische autonomie

Het is daarom vandaag meer dan ooit noodzakelijk dat de EU inzet op het actief sturen van de huidige internationale geo-economische verschuivingen om de Europese belangen te behartigen. Om te slagen in dat opzet zal het van uitermate groot belang zijn dat de lidstaten de EU niet louter beschouwen als een intern project maar ook als een hefboom om Figuur 14: Krachtlijnen van een Europees

geo-economisch beleid

Met geo-economische autonomie

Digitale en ecologische update

Versterking van de interne markt

Uniforme implementatie en handhaving Innovatieve waardeketens verankeren Verstorende effecten extra-EU staatssteun aanpakken

Een EU

Gelijk speelveld verzekeren Ingebed in een open en billijke wereldeconomie Internationale handel en investeringen bevorderen

Europese regelgeving internationaal uitdragen

Ambitieuze handelsen investeringsverdragen

Protectionisme vermijden

JULI 2020 VOKA PAPER 13


DE EU TUSSEN TWEE VUREN GEO-ECONOMISCH AUTONOME EU

moet echter te allen tijde verzoenbaar zijn met een sterke inbedding van de EU in een open wereldeconomie, wat onmiddellijk ook de tweede doelstelling zou moeten zijn van een strategisch beleid. De sterkte van de EU én Vlaanderen is immers haar openheid. Er moet dan ook over gewaakt worden dat er niet teruggegrepen wordt naar protectionistische instrumenten om de eerder genoemde geo-economische autonomie op te bouwen. De zogenaamde oplossing om internationale waardeketens te ontwarren en repliceren op lokaal niveau, wat we vandaag vaak horen, zal vooral leiden tot meer kosten en minder kwaliteit ten nadele van de Europese competitiviteit.

1.600 euro

De interne markt levert de Belgische burgers 1.600 euro extra per jaar op.

sectoren die een steeds grotere rol spelen in onze economie. Vandaag zorgen zogenaamde netwerkeffecten in nieuwe economische toepassingen die sterk afhankelijk zijn van data, steeds meer voor ‘winner takes it all’-dynamieken waardoor het ‘first mover advantage’ nog een stuk groter geworden is. Binnen deze context is het verontrustend om te moeten vaststellen dat Europa bitter weinig zogenaamde platformbedrijven succesvol wist te ontwikkelen in vergelijking met de Verenigde Staten en China. (figuur 15)

“Tot op vandaag is er nog steeds geen enkele andere markt ter wereld zoals de EU die toegang verleent tot 447 miljoen kapitaalkrachtige consumenten.”

Een goed functionerende interne markt De interne markt kan beschouwd worden als de economische ruggengraat van de Europese Unie, die voor een exportregio als Vlaanderen van cruciaal belang is voor haar welvaart. Zo gaat ongeveer 70% van onze export naar de rest van de EU en komt 60% van onze import uit de EU. Het is dan ook niet toevallig dat België in heel wat economische studies telkens bovenaan de lijstjes prijkt van lidstaten die het sterkst profiteren van de interne markt. Een recente studie schatte bijvoorbeeld nog dat de interne markt de Belgische burgers 1.600 euro extra per jaar oplevert.1 Weinig andere Europese lidstaten doen het nog beter. Tot op vandaag is er nog steeds geen enkele andere markt ter wereld die toegang verleent tot 447 miljoen kapitaalkrachtige consumenten. Een goed functionerende interne markt zou een enorme thuismarkt kunnen bieden aan vernieuwende bedrijven om schaal op te bouwen en vervolgens de wereldwijde concurrentie aan te gaan. Een doeltreffend beleid om de geo-economische autonomie van de EU te versterken moet dan ook vooral gestoeld zijn op een verdere versterking van deze interne markt. Het belang van een goed functionerende interne markt werd overigens nogmaals onderstreept tijdens de coronacrisis, toen lidstaten bij de aanvang van de crisis op ongecoördineerde manier hun grenzen begonnen te sluiten en verschillende regels hanteerden omtrent grensoverschrijdend verkeer waardoor heel wat logistieke ketens doorheen de EU sterk verstoord werden. Mede door een decennium aan crisissen is de interne markt de afgelopen jaren echter verwaarloosd. Hierdoor zijn er grote hiaten ontstaan in de Europese interne markt rond belangrijke nieuwe

Daarnaast voeren lidstaten al te vaak Europese regelgeving gebrekkig uit en bovendien niet altijd op dezelfde manier. Een correcte en homogene implementatie van de dienstenrichtlijn zou bijvoorbeeld volgens schattingen tot 2,5% groei van het EU bbp hebben kunnen opleveren. De ware groei wordt echter drie keer lager geschat op 0,8%.2 Uit een enquête afgenomen via de Europese Kamer van Koophandel eind vorig jaar bleek overigens dat nog steeds 81% van de deelnemende dienstleveranciers verschillen in nationale regelgeving met betrekFiguur 15: Marktwaarde van online platformbedrijven per continent (in miljard dollar; december 2018) AZIË

EUROPA Spotify (21)

SAP (122)

Uber (72)

AMERIKA

Zalando (6)

Microsoft (785)

Apple (749)

Alibaba (355)

Samsung

AFRIKA Booking (80)

Tencent (376)

Naspers (77)

(207)

Paypal (99) Amazon (734)

Facebook (377)

Alphabet (732)

Netflix

(117)

1.

Estimating economic benefits of the Single Market for European countries and regions; Bertelsmann Stiftung; 2019.

14 VOKA PAPER JULI 2020

Bron: EU Industrial Policy After Siemens-Alstom, Finding a new balance between openness and protection, European Political Strategy Centre, 18.03.2019, op basis van informatie van Dr. Holger Schmidt (TU Darmstadt/ Netzoekonom.de)


VOKA.BE

13%

king tot diensten als ernstige tot zeer ernstige belemmering ervaart om zaken te doen binnen de interne markt.3

In 2017 verhuisde niet minder dan 13% van de Europese start-ups en scale-ups naar de VS.

Als gevolg daarvan moeten we in de EU helaas vaststellen dat de regelgeving omtrent de interne markt op verschillende vlakken te verouderd en te versnipperd is. Dit vormt een serieuze handicap op de Europese competitiviteit ten opzichte van Amerika en China, waar bedrijven een stuk sneller en gemakkelijker de volledige thuismarkt kunnen aanboren. Hierdoor slaagt Europa er ook veel minder in dan de VS en China om vernieuwende startups en scale-ups te laten doorgroeien tot grote spelers (figuur 16). Het ontbreken van een ware interne markt leidt bovendien tot het perverse effect dat veelbelovende Europese start-ups en scale-ups hun hoofdzetel soms verplaatsen naar de VS. Volgens een studie van de Europese Commissie zouden in 2017 niet minder dan 13% van deze spelers naar de VS zijn verhuisd. 4 Een update van de interne markt Hoewel de EU geen digitale mastodonten heeft zoals de VS en China, zou het overdreven zijn om te stellen dat de EU hopeloos achterloopt op de VS en China in de technologische race. Op verschillende vlakken staan Europese bedrijven aan de innovatieve wereldtop. Zo zijn we nog steeds heel innovatief in chemie en farma, de bio- en cleantech, autoproductie en machineproductie. (figuur 17)

2.

3. 4.

The economic impact of the Services Directive: A first assessment following implementation; Josefa Monteagudo, Aleksander Rutkowski and Dimitri Lorenzani; European Commission 2012 Business Survey: EU Single Market Barriers and Solutions, Eurochambres, December 2019. Study on Transatlantic Dynamics of New High Growth Innovative Firms; Alberto Onetti; European Commission; 2017.

Figuur 16: Top 5 grootste privĂŠ unicorns per regio o.b.v kapitaalwaarde (in miljard dollar; januari 2020)

Sp ac Ep eX ic ut Ga ia o m (B es y Te da nc Di e) di Ch ux in g Ku DJ ai s II Bi h ou nn tm ov ai n at Te io ns ch no lo gi es Kl ar Au Ot na to to (S Bo 1G E) ck ro u H p ea (D lth E) Ca re (D E) N2 Vi st 6 (D a Gl ob E) al (M T)

e

rb nb

Ai

rip St

To

JU

UL

La

bs

80 70 60 50 40 30 20 10 0

Bron: Science, Research and Innovation performance of the EU 2020

VS

China

EU

JULI 2020 VOKA PAPER 15


DE EU TUSSEN TWEE VUREN GEO-ECONOMISCH AUTONOME EU

Figuur 17: In een aantal sectoren staan Europese bedrijven aan de wereldtop

(Innovatiecapaciteit EU, VS en China op basis van patentaanvragen (2014-2016)) IT Methodes IT Methodes Digitale Communicatie Digitale Communicatie Transport Transport Cleantech Cleantech Farmaceutica Farmaceutica Biotech Biotech Elektrische machines Elektrische machines 0 0

0,5 0,5

1 1 China China

1,5 1,5 VS VS

2 2

2,5 2,5

3 3

3,5 3,5

Europa Europa

Bron: OECD Revealed Technology Advantage Index, JRC-OECD, COR&DIP© database v.2., 2019.

Om te verzekeren dat dergelijke Europese bedrijven aan de wereldtop blijven in deze domeinen, zal het van groot belang zijn om de interne markt te actualiseren. Meer bepaald moeten vooral de digitale en ecologische transformaties gefaciliteerd worden. Om te vermijden dat Europese bedrijven het moeten afleggen tegen Amerikaanse en Chinese platformbedrijven, zal het van essentieel belang zijn dat naast de klassieke vier vormen van vrij verkeer doorheen de interne markt - voor goederen, diensten, kapitaal en personen - er een vijfde wordt toegevoegd, met name het vrij verkeer van gegevens. Om de ‘data-economie’ verder te stimuleren, moet het standaard mogelijk zijn om data vrij te gebruiken en door te geven binnen de Europese interne markt, met inbegrip van persoonsgegevens. Daarnaast moet de interne markt ook de ecologische transformatie faciliteren. Ook hierop loopt de regelgeving immers nog een stuk achter. Zo is er bijvoorbeeld nog geen geharmoniseerd Europees regelgevend kader voor afvalstromen. Dit zal van

16 VOKA PAPER JULI 2020

cruciaal belang zijn willen we werkelijk evolueren naar een circulaire economie. Daarnaast zal de EU haar regelgevend kader ook nog serieus moeten bijspijkeren om innovatie te faciliteren die cruciaal zal zijn in de ecologische transformatie. Om de opvang en opslag van CO2 mogelijk te maken moet onder andere de Europese ETS-regelgeving voor de emissiehandel aangepast worden zodat het mogelijk wordt om CO2 via schepen naar de uiteindelijke opslagplaats te kunnen vervoeren. Een coherente implementatie & handhaving van de regels Een update van de interne markt zal echter weinig uithalen zolang lidstaten de regels die ze op Europees niveau afspreken niet op een eenduidige manier implementeren en handhaven. In de praktijk worden bedrijven dan immers nog steeds geconfronteerd met een versnipperde interne markt. Een coherente en eenduidige implementatie en handhaving van de regels voor de interne markt is bovendien vooral belangrijk voor kleine, innovatieve spelers. Door de verschuiving naar een steeds meer digitaal gedreven economie kunnen dergelijke kleine bedrijven in vooruitstrevende niches immers ook een stuk sneller internationaliseren. Dergelijke ‘micronationals’ hebben echter geen sterk uitgebouwde juridische diensten waardoor opereren in een interne markt met sterk verschillende regelgevende kaders voor hen een veel grotere uitdaging is dan voor multinationals. Het is des te belangrijker om de internationalisering van net deze spelers zoveel mogelijk te stimuleren aangezien het dergelijke spelers zijn die gevestigde waarden ook dwingen om te blijven vernieuwen. Dit zou dan ook leiden tot een veel dynamischere interne markt die meer internationaal competitieve bedrijven zou kweken.


VOKA.BE

Binnen dit kader, richtte de EU de ‘batterij alliantie’ op om een duurzaam, competitief en innovatief industrieel ecosysteem voor batterijen in de EU verder te ontwikkelen. Deze batterij alliantie omvat zowel grote als kleine bedrijven uit zeven verschillende Europese lidstaten die gezamenlijk de hele waardeketen omspannen. Vanuit België maken Umicore, Solvay en Nanocyl deel uit van de batterij alliantie.

“De EU moet vooral de digitale en ecologische transformaties faciliteren.” Versterken van innovatieve industriële clusters in de interne markt Een goed functionerende interne markt zal veruit de belangrijkste bijdrage leveren aan het structureel verankeren van innovatieve waardeketens in de EU. De EU moet daarnaast echter ook nog meer inzetten op het gecoördineerd kanaliseren van subsidies en voordelige financiering naar onderzoek & ontwikkeling met als voornaamste doelstelling de verankering van strategische waardeketens in Europa.

De zeven lidstaten (België, Duitsland, Frankijk, Finland, Zweden, Italië en Polen) waaruit de deelnemende bedrijven afkomstig zijn, hebben een gemeenschappelijk budget vrijgemaakt van 3,2 miljard euro dat een verwacht hefboomeffect van nogmaals 5,5 miljard euro aan privémiddelen zal bewerkstelligen. Deze subsidies zullen worden ingezet voor de ontwikkeling van zeer innovatieve duurzame technologieën inzake lithium-ion batterijen die langer meegaan, sneller opladen alsook veiliger en milieuvriendelijker zijn dan wat er vandaag op de markt beschikbaar is. Financiering wordt overigens verspreid over de hele waardeketen, van de verwerking van grondstoffen tot en met de recyclage van gebruikte batterijen.

De EU is vandaag ook steeds meer in die richting aan het nadenken. Zo wenst de EU bijvoorbeeld haar internationale leiderschapspositie uit te bouwen in de batterijsector en terzelfdertijd haar strategische autonomie in die hele waardeketen te verhogen. Voor de wereldwijde uitvoering van de ecologische transformatie zal batterijtechnologie immers een cruciale rol spelen. Bovendien zal de opbouw van kennis in de batterijtechnologie van cruciaal belang zijn voor het behouden van een performante auto-industrie in Europa in het kader van de verdere elektrificatie van het wagenpark, een trend die vandaag al heel duidelijk waar te nemen is.

Deze batterijwaardeketen werd overigens erkend als een zogenaamd ‘Belangrijk Project van Gezamenlijk Europees Belang’ ofwel een ‘IPCEI’ door de Europese Commissie, waardoor er soepelere staatssteunregels van toepassing zijn. Via zogenaamde IPCEI’s wenst de EU de lidstaten aan te moedigen om gezamenlijk bepaalde strategische waardeketens

Figuur 18: Deelnemende bedrijven aan de batterijen IPCEI Grondstoffen en geavanceerde materialen

Cellen en modules

Recyclage en hergebruik

Batterijsystemen

BASF

ACC

BMW

BASF

Eneris

BMW

Endurance

Endurance

Keliber

Endurance

Enel X

Elemental

Nanocyl

Eneris

Eneris

Eneris

Solvay

FAAM

Kaitek

FAAM

Terrafame

SEEL

SEEL

Fortum

Umicore

VARTA

SEEL

Umicore Bron: Europese Commissie

JULI 2020 VOKA PAPER 17


DE EU TUSSEN TWEE VUREN GEO-ECONOMISCH AUTONOME EU

verder te verankeren in Europa. Zo is er ook al een consortium van bedrijven in de micro-elektronica erkend als een IPCEI. De EU is overigens aan het verkennen of er nog bijkomende IPCEI’s opgezet moeten worden rond strategische waardeketens. Door de coronacrisis wordt er bijvoorbeeld nu ook gekeken naar de farmaceutische industrie, wat potentieel verdere opportuniteiten biedt aan Vlaanderen aangezien deze sector hier stevig verankerd is. Dergelijke Europese gecoördineerde IPCEI’S waarin lidstaten financiële middelen poolen in de verwerving van innovatie in strategische waardeketens, vormen een goed initiatief om niet achterop te lopen ten opzichte van China en de VS in de technologische race. Bij de verdere uitrol en het beheer van IPCEI’s moeten er wel twee belangrijke fouten vermeden worden. Eerst en vooral mag het statuut van IPCEI niet misbruikt worden door de lidstaten om de eigen bedrijven te bevoordelen tegenover andere Europese bedrijven met een hoofdzetel in een lidstaat die geen extra budget kan vrijmaken. Bedrijven die deelnemen in de IPCEI moeten vooral geselecteerd worden op basis van hun competitiviteit en al verworven kennis in de geïdentificeerde waardeketen. Daarnaast moeten de industriële ecosystemen binnen de IPCEI’s dynamisch zijn en open staan voor nieuwe spelers als zij kunnen bijdragen aan de versterking van de Europese verankering van de geïdentificeerde waardeketen. Deze twee voorwaarden zijn fundamenteel om een goed functionerende interne markt te verzekeren. In geen geval mogen de IPCEI’s vervallen tot een politiek instrument voor in het bijzonder de grote lidstaten om ‘nationale kampioenen’ te creëren.

“De EU zal beschermingsmechanismen moeten uitbouwen die verstoring van buitenaf aanpakken, zonder terug te grijpen naar discriminerende maatregelen.” Een interne markt die beschermt tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf De interne markt zal ook versterkte beschermingsmechanismen moeten uitbouwen die verstoring van buitenaf aanpakt. De enorme groei van de Chinese economie die gestoeld is op een hybride economisch model waar de staat een belangrijke rol speelt, maakt de noodzaak hiervan een stuk groter. Zo is er een vergroot risico dat ondernemingen uit derde landen met discriminatoire overheidsondersteuning een oneerlijk voordeel kunnen opbouwen in de interne markt op het vlak van kapitaal, grondstoffen en arbeid. 18 VOKA PAPER JULI 2020

Finaal kan dit ertoe leiden dat vernieuwende Europese bedrijven die in een vrije markt omgeving zeer competitief zijn, het toch moeten afleggen tegen bedrijven uit derde landen omdat deze genieten van sterke overheidsondersteuning. Op lange termijn vormt dit dan ook een bedreiging voor het vermogen van de EU om strategische hoogtechnologische waardeketens te verankeren in Europa, wat finaal ook de geo-economische autonomie dreigt aan te tasten. Het voorstel van de Nederlandse regering om het mededingingsrecht uit te breiden, lijkt dan ook wenselijk als bijkomend instrument om het gelijke speelveld alvast in de interne markt te allen tijde te garanderen. Zo stelt Nederland voor dat de Europese Commissie extra handhavingsmaatregelen zou moeten kunnen treffen wanneer een onderneming door overheidssteun op inputfactoren zoals financiering, grondstoffen, halffabricaten, kennis, ... de mededinging op de interne markt verstoort, of dreigt te verstoren. Zo wordt het gelijke speelveld immers verzekerd, zonder dat de EU teruggrijpt naar discriminerende maatregelen. Het is dan ook bemoedigend dat de Europese Commissie recent een witboek heeft gepubliceerd, waarin ze inpikt op deze Nederlandse voorstellen. Een Europees herstelplan voor een sterkere interne markt Het voorliggende Europese herstelplan bevat gelukkig ook heel wat acties om de interne markt te versterken. Zo zou er een sterk fiscaal stimulusplan van 750 miljard euro uitgerold worden met als prioritaire doelstelling de digitale en ecologische transformaties doorheen de EU te faciliteren. Lidstaten die een beroep willen doen op het zogenaamde ‘Recovery and Resilience Instrument’, waar


VOKA.BE

ongeveer 80% van de middelen binnen het herstelplan naartoe vloeit, moeten een zogenaamd herstelen weerbaarheidsplan voorleggen. In een dergelijk plan moeten ze dan gedetailleerd toelichten hoe zij met de verkregen middelen de groene en digitale prioriteiten van de EU zullen bewerkstelligen. Daarenboven wordt het plan ingebed in het Europees semester, een jaarlijkse evaluatiecyclus waarbij de Europese Commissie een macro-economische analyse opmaakt van elke lidstaat en heel wat aanbevelingen voorlegt rond beleidsprioriteiten. De lidstaten moeten met andere woorden ook werk maken van structurele hervormingen zoals beschreven in de zogenaamde landenspecifieke aanbevelingen uit dit Europees semester. Daarnaast stelt het Europees herstelplan ook voor om een gloednieuw ‘strategic investment facility’ onder InvestEU in te brengen. Dit nieuw instrument waarvoor een bijkomende budgetgarantie voorzien zou worden van 31,5 miljard euro heeft als doel sterke en weerbare waardeketens doorheen de EU op te bouwen. Het Europees herstelplan kan dan ook een belangrijk instrument zijn om een digitale en ecologische update van de interne markt te bewerkstelligen, alsook om de geo-economische autonomie van de EU te versterken door de verankering van strategische waardeketens verder te stimuleren. Een Europa ingebed in een open wereldeconomie

volatieler zal zijn. Het is echter een illusie om te denken dat een EU die volledig onafhankelijk van de rest van de wereld is, welvarender zou zijn. Een beleid dat stoelt op een dergelijke doelstelling zou zelfs zeer onwenselijk zijn. Het is dan ook zorgwekkend om vast te stellen dat verschillende stemmen de coronacrisis aangrijpen als duidelijk bewijs dat globalisering op zijn limieten is gebotst en gepaard gaat met te grote risico’s. Het antwoord luidt dat we weer moeten terugschakelen op lokale productie omdat je dan immers niet hoeft te vrezen dat een gebeurtenis in een ver land een al te grote economische impact kan hebben op ons eigen land. Die redenering wordt bovendien steeds meer toegepast op zogenaamde ‘strategische sectoren’. Het volledig ontrafelen van internationale productieketens om terug te plooien op lokale productie zou onzinnig zijn. Er is immers een goede reden waarom we vandaag dergelijke sterk geïnternationaliseerde productieketens hebben.

“Het is noodzakelijk dat de EU zich duidelijk afzet tegen protectionisme en handelsen investeringsbevorderende maatregelen omarmt.”

Het versterken van de geo-economische autonomie van de EU zal van groot belang zijn in de wereld van morgen die een stuk chaotischer en Figuur 19: Het Europees herstelplan zet in op

het faciliteren van de digitale en ecologische transformaties ‘Recovery & Resilience'-fonds van 560 miljard euro

Europees symmetrisch herstel en verdieping interne markt

Evaluatie plannen door Raad van EU

Faciliteren digitale en ecologische transformaties

Lidstatelijke herstel- en weerbaarheidsplannen ingebed in Europees semester

Lokale productie kan immers wel het risico op problemen in de toeleveringsketen enigszins inperken, maar de kosten van deze lokale productie zouden in veel gevallen een stuk hoger worden. Bovendien is het mogelijk dat de kwaliteit van de producten achteruitgaat als er omgeschakeld wordt naar lokale productie. En in sommige gevallen is het simpelweg onmogelijk om over te schakelen naar lokale productie omdat de nodige kennis en materialen niet voorhanden zijn. Deze vaststelling geldt overigens niet enkel voor de EU, maar evenzeer voor China en de VS die ook ingebed zitten in sterk geïnternationaliseerde waardeketens. In tegenstelling tot China en de VS, zijn de EU en zeker Vlaanderen wel nog een stuk meer afhankelijk van een open wereldeconomie. Nu het op regels gebaseerde internationale handelssysteem lijkt te eroderen, is het des te noodzakelijker dat de EU zich duidelijk afzet tegen protectionisme en handels- en investeringsbevorderende maatregelen omarmt. Buitenlandse investeringen verwelkomen Er moet over gewaakt worden dat het open karakter van de Europese economie behouden blijft. Dit geldt des te meer voor Vlaanderen, waar buitenlandse investeerders verantwoordelijk zijn voor JULI 2020 VOKA PAPER 19


CH

DE EU TUSSEN TWEE VUREN GEO-ECONOMISCH AUTONOME EU

een kwart van de totale privĂŠtewerkstelling en instaan voor een derde van de toegevoegde waarde.5 Buitenlandse investeringen vormen dan ook een zeer belangrijke pijler van de Vlaamse economie.

De roep om strategische waardeketens in de EU op te bouwen behoeft overigens op dat vlak ook een strategie die niet discrimineert tussen buitenlandse en binnenlandse investeerders. Het moet vooral de doelstelling zijn om dergelijke vernieuwende, strategische waardeketens lokaal te verankeren, ongeacht de afkomst van de bedrijven die deelnemen in de waardeketens. Voor Vlaanderen, dat sterk afhankelijk is van buitenlandse investeerders, is een dergelijke aanpak zeer belangrijk. Zo zouden alle Vlaamse strategische speerpuntclusters veel minder sterk zijn als buitenlandse multinationals hier zomaar uitgesloten zouden worden.6 (figuur 20)

Het blijven aantrekken van buitenlandse investeringen is overigens ook noodzakelijk om de productiviteit van onze economie te versterken, vooral aangezien die de afgelopen jaren amper gegroeid is. Zo behoren multinationals tot de meest productieve bedrijven die bovendien ook nog eens de productiviteit stimuleren van toeleverende bedrijfsclusters die zich concentreren rond dergelijke grote multinationals. Het is binnen deze context dan ook uitermate belangrijk dat er verder werk gemaakt wordt van een investeringsvriendelijk klimaat en dat we niet teruggrijpen naar overdreven protectionistische instrumenten.

5. 6.

Buitenlands Zeggenschap in de Vlaamse Economie; Philippe Nys & Jan van Nispen; Departement Economie, Wetenschap en Innovatie; Mei 2018. Blauwe Cluster is niet opgenomen in overzicht.

Figuur 20: Vlaamse speerpuntclusters zouden veel minder sterk zijn als buitenlandse

multinationals uitgesloten zouden zijn (Aantal bedrijven per speerpuntcluster, per multinationaal karakter) Flanders’ Food

Catalisti

VIL

SIM

Flux50

Belgisch binnenlands bedrijf

20%

50%

41%

27%

29%

Belgische multinational

44%

25%

23%

36%

27%

Buitenlandse multinational

35%

24%

35%

35%

39%

Bron: Speerpuntclusters in Vlaanderen: Een analyse op basis van de kernindicatoren 2018, Cathy Lecocq en Astrid Volckaert, 03/09/2019.

20 VOKA PAPER JULI 2020


100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

100 80 66 54

an

de re n

nd Vl a

nd

Ne de rla

its er la

ar

ke n

Zw

d

ed en

De ne m

Zw

an Fi nl

e

43

35

28

el d

Hoewel dit een nuttig instrument kan zijn om te vermijden dat bepaalde strategische infrastructuur zoals havens in handen vallen van buitenlandse staatsspelers, is het belangrijk dat dit mechanisme niet vervelt tot een protectionistisch instrument om de eigen industrie af te schermen. Daarom zou er enkel een screening moeten gebeuren indien er een zeer duidelijke link is met de nationale veiligheid en de openbare orde en moet een maximalistische invulling van het begrip ‘strategische sectoren’ in deze context absoluut vermeden worden.

Figuur 21: Het belang van een open wereldeconomie voor Vlaanderen is enorm (Uitvoer in % van het bbp 2016)

id d

Vandaag wordt er echter steeds meer aandacht geschonken aan mechanismen om strategische sectoren af te schermen van mogelijkse buitenlandse overnames. Zo moet ook ons land een Europese verordening nog uitvoeren die een mechanisme voorziet waarbij een niet-Europese investeerder die een bedrijf in België wenst over te nemen dat als strategisch wordt bestempeld, onderworpen wordt aan een screening. Indien er tijdens de screening dan geoordeeld wordt dat de overname een bedreiging vormt voor de openbare orde en de veiligheid, zou deze dan geblokkeerd kunnen worden.

OE SO -g em

H

VOKA.BE

Bron: OESO

De aantrekkelijkheid van ons land als investeringslocatie zou immers negatief beïnvloed worden wanneer overnames in een hele resem sectoren eerst onderworpen moeten worden aan een screening aangezien dit gepaard zou gaan met heel wat juridische onzekerheid. Dat zal investeerders immers afschrikken. In de plaats van terug te grijpen naar protectionistische maatregelen, zou er ingezet moeten worden op economisch beleid dat de randvoorwaarden voor de verankering van innovatieve waardeketens versterkt.

“Er moet ingezet worden op economisch beleid dat de randvoorwaarden voor de verankering van innovatieve waardeketens versterkt.” Een open wereldeconomie aanmoedigen Het belang van een open wereldeconomie voor Vlaanderen is enorm. Zo exporteert Vlaanderen 100% van haar bbp, waarmee het uittorent boven het OESO-gemiddelde. De twee enige OESO-landen die het nog beter doen, met name Ierland en Luxemburg, zijn overigens vooral financiële hubs. Het belang van export buiten de EU mag overigens niet onderschat worden. Zo zullen het vooral landen JULI 2020 VOKA PAPER 21


DE EU TUSSEN TWEE VUREN GEO-ECONOMISCH AUTONOME EU

zijn buiten Europa die hoge economische groeicijfers zullen optekenen in de komende jaren. Heel wat Aziatische landen zullen zich bijvoorbeeld steeds meer ontpoppen tot middelinkomenlanden met een rijke middenklasse. Die evolutie zal heel wat opportuniteiten voor Vlaamse exporteurs bieden. Het is in dat verband belangrijk dat de EU soepele markttoegang verzekert via ambitieuze handels- en investeringsverdragen. Zo wordt verzekerd dat ook Vlaamse bedrijven kunnen inspelen op de opportuniteiten die groeimarkten bieden. Aangezien multilaterale liberaliseringsafspraken een stuk moeilijker verlopen, is een sterke bilaterale handelsagenda overigens des te belangrijker voor Europa. Dat dergelijke ambitieuze verdragen werkelijk een impact hebben, wordt bewezen door CETA, het handelsverdrag tussen de EU en Canada dat in werking trad eind 2017. Zo is een duidelijke versnelling van de uitvoer te merken tussen Vlaanderen en Canada sinds het verdrag in werking is getreden (figuur 22). De focus van de Europese bilaterale handelsagenda zou vooral moeten liggen op het faciliteren van de markttoegang tot grote vrijhandelsblokken waar er nog heel wat groeipotentieel ligt. In Zuidoost-AziĂŤ zou de EU bijvoorbeeld moeten inzetten op het verder afsluiten van handelsverdragen met ASEAN-landen enerzijds en India anderzijds. De ratificatie door het Europees parlement van het EU-Vietnam handelsverdrag in februari dit jaar alsook de implementatie van het Europees-Singapore handelsverdrag in november vorig jaar zijn stappen in de juiste richting. Aan de andere kant van de wereld in LatijnsAmerika zou de ratificatie van een handelsverFiguur 22: Duidelijke versnelling van de uitvoer tussen Vlaanderen en Canada

sinds het CETA-handelsverdrag (Vlaamse uitvoer naar Canada in euro) 600.000.000 500.000.000

Implementatie CETA

400.000.000 300.000.000 200.000.000 100.000.000

20 15 20 Q1 15 20 Q2 15 20 Q3 15 20 Q4 16 20 Q1 16 20 Q2 16 20 Q3 16 20 Q4 17 20 Q1 17 20 Q2 17 20 Q3 17 20 Q4 18 20 Q1 18 20 Q2 18 20 Q3 18 20 Q4 19 20 Q1 19 20 Q2 19 20 Q3 19 Q4

0

Bron: NBB

22 VOKA PAPER JULI 2020


VOKA.BE

drag met het handelsblok Mercosur wenselijk zijn om meer markttoegang te verkrijgen tot onder andere de huidige zeer gesloten Braziliaanse economie. Het zal daarnaast van uitermate groot belang blijven voor de Vlaamse economie dat er ook een omvattend handelsakkoord wordt afgesloten tussen de EU en het VK. Het VK is immers onze vierde grootste afzetmarkt en vijfde leverancier. 28.000 Vlaamse jobs staan potentieel op de helling indien er geen akkoord gevonden wordt tegen het einde van dit jaar. Dit zou na corona een tweede economische crisis teweegbrengen wat een zeer nefaste impact zou hebben op de Vlaamse economie. Vlaanderen zou overigens een van de zwaarst getroffen economieën zijn in de EU. Het is overigens een serieuze misvatting dat handelsverdragen de hoge Europese standaarden eroderen. In tegendeel zelfs: handelsverdra-

“Het zal zeer belangrijk blijven voor de Vlaamse economie dat er een omvattend handelsakkoord wordt afgesloten tussen de EU en het VK.”

gen kunnen dienen als potente geo-economische instrumenten om hoge Europese standaarden te internationaliseren, waardoor het internationale gelijke speelveld ook verder versterkt wordt. Voor sterk geïnternationaliseerde bedrijven is het veel efficiënter om één productieproces op poten te zetten dat de volledige wereldmarkt bedient. De facto betekent dit dat het productieproces moet conformeren met de hoogste normen. Een uitgebreid netwerk aan handelsverdragen met grote handelsblokken is dan ook een sterk instrument om de hoge Europese normen en standaarden internationaal te verspreiden, wat het internationale gelijke speelveld zou bevorderen. Ten slotte moet de EU de druk op China verhogen om de onderhandelingen voor een investeringsakkoord succesvol af te ronden. Een dergelijk akkoord is cruciaal om het huidige onevenwicht in de economische relatie te herstellen en het gelijke speelveld tussen Europese en Chinese bedrijven te versterken. Zo moeten er duidelijke afspraken gemaakt worden over wederzijdse markttoegang aangezien tot op vandaag de Chinese markt nog steeds veel geslotener is voor Europese investeerders dan in de omgekeerde richting. Een dergelijk akkoord moet daarnaast ook de belangen van Europese bedrijven die opereren in China, beter beschermen. Zo moeten geforceerde technologische transfers aangepakt worden, aangezien tot op vandaag nog steeds heel wat Europese bedrijven die wensen te opereren op de Chinese markt, verplicht worden om joint ventures aan te gaan met lokale Chinese spelers.

JULI 2020 VOKA PAPER 23


DE EU TUSSEN TWEE VUREN AANBEVELINGEN

3. Aanbevelingen De EU moet timmeren aan een sterke interne markt om innovatieve Europese bedrijven beter te laten doorgroeien tot wereldspelers, maar tegelijk ook blijven streven naar een open wereldeconomie. Vlaanderen en BelgiĂŤ moeten dergelijk beleid zo goed als mogelijk ondersteunen en hierop proactief inspelen.

24 VOKA PAPER JULI 2020


VOKA.BE

Een geo-economisch autonomer Europa ingebed in een billijke open wereldeconomie

D

e toegenomen geo-economische volatiliteit zet serieuze druk op de duurzaamheid van het Europese groeivermogen dat sterk afhankelijk is van een op regels gebaseerde open wereldeconomie. De economische relaties met China komen steeds meer onder druk te staan omdat China de toegang tot de markt veel meer gesloten houdt voor Europese bedrijven dan omgekeerd. Ook het gebrek aan transparantie over de rol van de staat, zet steeds meer druk op de economische relaties met China. De VS lijkt dan weer op zichzelf terug te plooien en is minder dan vroeger bereid om het internationale handelssysteem te bewaken. Ten slotte wordt een techno-economische ontkoppeling tussen de VS en China actief nagestreefd, wat druk zet op internationale waardeketens. De coronacrisis heeft deze trends nog verder versneld, waardoor de noodzaak aan doortastende maatregelen op Europees niveau nog een stuk groter zijn geworden. Hierbij moet de vooropgestelde versterking van de geo-economische autonomie telkens verzoenbaar zijn met een stevige maar billijke inbedding van Europa in de wereldeconomie. 1. Dwing een robuust engagement van de lidstaten af in het versterken van de interne markt via een stevige inbedding van het Europees herstelplan in het Europees semester. De ongecoördineerde grenssluitingen van de lidstaten bij de aanvang van de coronacrisis hebben nogmaals aangetoond dat een goed functionerende interne markt van enorm groot belang is. Het hernieuwde politieke momentum voor de interne markt door de coronacrisis moet nu aangegrepen worden om een sterke hervormingsagenda uit te rollen. Een stevige inbedding van het Europees herstelplan in het Europees semester is daarbij aangewezen. Lidstaten kunnen dan een beroep doen op Europese middelen die onder het herstelplan vallen, als ze gebruikt worden voor het faciliteren van de digitale en ecologische transformaties.

“Het is aangewezen om het Europees herstelplan stevig in te bedden in het Europees semester.” Het doortastend aanpakken van de aanbevelingen die de Europese Commissie naar voren schuift in de jaarlijkse landenrapporten zou

IPCEI

Important Projects of Common European Interest

daarnaast ook een strikte voorwaarde moeten vormen om aanspraak te mogen maken op Europese financiering uit het herstelplan. De Raad van de EU moet zich in dit verband ook daadkrachtig tonen om financiering naar lidstaten in te houden als uit evaluaties zou blijken dat de verkregen financiering voor andere doeleinden ingezet zou worden. 2. Maak verder werk van een gecoördineerde aanpak in de verankering van strategische waardeketens via Europese ‘kloofanalyses’ en gepoolde financieringsinitiatieven. Om niet achterop te lopen in de technologische superrace tussen de VS en China moet de EU de opbouw van trans-Europese industriële ecosystemen rond strategische waardeketens stimuleren. Dat kan door nieuwe sleuteltechnologieën te identificeren waaraan een ‘IPCEI’-statuut met een soepeler staatssteunregime toegekend kan worden. Zo kan er gericht op Europees niveau ingezet worden op het dichten van eventuele grote kloven in dergelijke waardeketens via gepoolde financieringsinitiatieven waar meerdere lidstaten bij betrokken zijn. Hierbij is het wel van belang dat bedrijven die mogen deelnemen aan een IPCEI geselecteerd worden op basis van hun competitiviteit en reeds verworven kennis in de geïdentificeerde waardeketen. Dit impliceert overigens ook dat de industriële ecosystemen binnen de IPCEI’s dynamisch moeten zijn en voortdurend open moeten blijven staan voor nieuwe spelers. In geen geval mag het IPCEI-statuut vervellen tot een politiek instrument om ‘nationale kampioenen’ te creëren. 3. Versterk het mededingingsinstrumentarium om de verstorende effecten op de werking van de interne markt van extra-Europese staatssteun snel en effectief aan te pakken. Het hybride Chinese economische model waarin de staat een belangrijke rol speelt, geeft steeds meer aanleiding tot mogelijke oneerlijke concurrentie voor de Europese bedrijfswereld die opereert volgens de regels van de liberale markteconomie. Dit probleem is overigens de afgelopen jaren prangender geworden door de verdere internationalisering van de Chinese economie, waarbij Chinese bedrijven ook hun activiteiten op de interne markt sterk hebben uitgebreid. De EU moet daarom het mededingingsbeleid aanpassen om de verstorende effecten op de interne markt van extra-Europese staatssteun efficiënter te kunnen aanpakken. De recente publicatie van een witboek door de Europese Commissie hieromtrent is een belangrijke stap die verdere opvolging zal vergen in de komende maanden. JULI 2020 VOKA PAPER 25


DE EU TUSSEN TWEE VUREN AANBEVELINGEN

“De EU moet het mededingingsbeleid aanpassen om de verstorende effecten op de interne markt van extra-Europese staatssteun efficiënter te kunnen aanpakken.” 4. Hanteer handels- en investeringsverdragen om een stevige maar billijke inbedding van Europa in de wereldeconomie te verzekeren. Het nastreven van een volledig economisch onafhankelijk Europa is onzinnig aangezien dit onze competitiviteit, innovatiekracht en welvaart sterk zou aantasten. Daarom moet de EU ook via een assertieve handels- en investeringsagenda enerzijds de internationale markttoegang voor haar bedrijven faciliteren en anderzijds de eigen regelgevende agenda internationaal uitdragen. De focus van het Europese handelsbeleid moet dan prioritair liggen op sterke groeiregio’s die heel wat opportuniteiten kunnen bieden aan Europese bedrijven zoals ASEAN of Mercosur. Het afsluiten van een investeringsakkoord met China is dan weer van groot belang om wederkerigheid in de economische relaties af te dwingen. Ten slotte zal het van groot belang zijn dat de EU en het Verenigd Koninkrijk erin slagen om een omvattend handelsverdrag uit te werken. Europa als hefboom voor de Vlaamse economie Om de economische belangen van onze regio succesvol te verdedigen in een geglobaliseerde wereld die in de toekomst nog een stuk volatieler zal zijn, moet Vlaanderen zich inschrijven in een ambitieus verhaal tot verdere Europese integratie. Onze beleidsmakers op Vlaams, federaal en Europees niveau moeten Europese initiatieven die hierop inspelen, zoveel mogelijk ondersteunen. Ook op het eigen niveau kunnen België en Vlaanderen beleidspistes uitwerken om de potentiële economische voordelen dankzij de Europese samenwerking maximaal te benutten. Zo kan er een hefboom gezet worden op de Vlaamse economie door enerzijds een maximale inbedding in de EU na te streven en anderzijds de Vlaamse bedrijven te ondersteunen in het aanwenden van Europese instrumenten die hen kunnen helpen om te internationaliseren, te innoveren en finaal, sterker te groeien. 26 VOKA PAPER JULI 2020

1. Verzeker een optimale inbedding van de Vlaamse economie in de interne markt. België en Vlaanderen profiteren sterk van de interne markt. België zelf heeft echter in vergelijking met pakweg Nederland of de Scandinavische landen nog steeds veel meer toetredingsbarrières voor andere Europese bedrijven. In het Belgische landenrapport stelde de Europese Commissie nog in februari dat ons land geen enkele vooruitgang geboekt heeft in het verminderen van de regelgevings- en administratieve druk om ondernemerschap te stimuleren en de concurrentie in de dienstensector te vergroten. Een competitievere omgeving die gekenmerkt wordt door minder technische belemmeringen zal zorgen voor een dynamischere markt, wat onze capaciteit om te innoveren en succesvolle bedrijven te kweken ten goede zou komen. Ons land zou dan ook veel meer ambitie aan de dag moeten leggen in het wegwerken van de nog bestaande technische belemmeringen waar andere Europese bedrijven die de Belgische markt willen aanboren, mee geconfronteerd worden. Daarnaast zou er een sterk overlegplatform uitgebouwd moeten worden met onze buurlanden, met als doelstelling om zoveel als mogelijk een uniforme implementatie van Europese regelgeving na te streven. Op die manier worden ook Vlaamse ondernemers minder geconfronteerd met versnipperde regelgeving.


VOKA.BE

2. Identificeer synergiën tussen het Vlaamse speerpuntclusterbeleid en het Europese beleid omtrent de verankering van strategische waardeketens. De EU heeft duidelijk de ambitie om strategische waardeketens verder te verankeren in Europa. De oprichting van de zogenaamde ‘batterij alliantie’, waar ook drie Belgische bedrijven deel van uitmaken, was hier al een duidelijke indicatie van. Via het zogenaamde ‘Strategic Investment Facility’ dat deel uitmaakt van het Europees herstelplan, wenst de Europese Commissie nu een bijkomende garantie van 31,5 miljard euro uit te trekken om private investeringen te stimuleren in het versterken van Europees industrieel leiderschap in strategische sectoren en innovatieve waardeketens. Vlaanderen moet assertief inspelen op deze Europese beleidsdoelstelling door proactief in kaart te brengen welke Vlaamse bedrijven of clusters een rol kunnen spelen in de uitbouw van strategische waardeketens. De zes Vlaamse speerpuntclusters vormen hier een uitstekend aanknopingspunt om dit verder te verkennen. In dat kader is het overigens al interessant om vast te stellen dat door de coronacrisis er steeds meer gekeken wordt naar de farmaceutische sector als strategische waardeketen, een sector waar Vlaanderen zeer sterk in presteert. 3. Versterk de aantrekkelijkheid van België als investeringslocatie en vermijd om terug te grijpen naar protectionistische instrumenten. Vlaanderen moet haar aantrekkelijkheid als internationale investeringslocatie bewaken. Door verder in te zetten op de bovenstaande aanbevelingen kan Vlaanderen hier al grote stappen vooruit zetten. Daarnaast moet Vlaanderen zeer omzichtig omgaan met mechanismen die tot doel hebben om strategische sectoren te beschermen. Dergelijke mechanismen vervallen immers al te snel in protectionisme, wat de competitiviteit van de Vlaamse economie niet ten goede zou komen. Een brede toepassing van het screeningsmechanisme voor directe buitenlandse investeringen is op dat vlak absoluut te vermijden. Een dergelijk mechanisme zou enkel in werking mogen treden indien er een duidelijke link te leggen is met de openbare orde en de veiligheid. 4. Bouw een krachtig ondersteunend instrumentarium uit voor de Vlaamse bedrijven om ten volle gebruik te maken van Europese handelsverdragen. De EU heeft talloze handelsverdragen onderhandeld die de mogelijkheid bieden aan Vlaamse ondernemers om onder gunstigere voorwaarden

“Vlaanderen moet haar aantrekkelijkheid als internationale investeringslocatie bewaken.” buitenlandse markten te betreden. De voordelen die dergelijke handelsverdragen bieden zijn echter niet altijd even bekend in het ondernemersveld, en al zeker niet bij de kleinere ondernemingen. Zeker deze kleine spelers kunnen dan ook extra technische ondersteuning gebruiken om maximaal gebruik te maken van de vele Europese handelsverdragen. Exporterende kmo’s maken bijvoorbeeld niet altijd ten volle gebruik van invoerheffingsreducties waar ze in principe van zouden kunnen genieten. Dat komt omdat ze stevige boetes vrezen voor een foute oorsprongsberekening van het product dat ze exporteren. Hiervoor zou er bijvoorbeeld een digitale tool kunnen worden ontwikkeld die kan helpen in het vaststellen van de exacte invoertariefreductie waarop de exporterende kmo recht heeft. Ten slotte is het mantra ‘meten is weten’ ook hier van toepassing: Vlaanderen zou er goed aan doen om duidelijk in kaart te brengen in welke mate zijn bedrijven werkelijk beroep doen op de vele Europese vrijhandelsverdragen. Dit zou immers toelaten om beter de problemen te identificeren waarop er specifiek ingespeeld kan worden.

JULI 2020 VOKA PAPER 27


DE EU TUSSEN TWEE VUREN Het belang van een sterke EU in een open wereldeconomie 28 VOKA PAPER JULI 2020


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.