Page 1

Veel échte ondernemers in chemie

'Groene' nagellak

Gebruik moleculen uit de natuur!

Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie • 07 • 26 augustus 2009

Magazine

Chemie geeft vaart aan CO2reductie

CM0907_p01_cover_02.indd 2

21-08-2009 11:11:52


Alleen branchespecifieke automatisering zorgt voor chemie tussen bedrijfsprocessen en ICT

• Formulebeheer

Een volwaardige, flexibele, betaalbare en bovendien

• Batch/lot management

gebruiksvriendelijke ERP-oplossing die naadloos

• Traceerbaarheid

alle bedrijfsfuncties in de semi-procesindustrie

• Emballage

integreert. Dat is Q-SPI, de “Solution for Process

• Quality management

Industry” van Qurius.

• Klachten en non conformities

Q-SPI is gebaseerd op het ERP pakket Microsoft

• Containermanagement

Dynamics en biedt naast een krachtige

• Veiligheidsbladen

basisstructuur uitgebreide branchespecifieke

• Labelling

functionaliteiten. Zo kunnen bedrijven in de semi-

• Verpakkingsstuklijstbeheer

procesindustrie sneller en efficiënter reageren op ontwikkelingen in de markt.

Qurius Van Voordenpark 1a, 5301 KP Zaltbommel. Postbus 258, 5300 AG Zaltbommel t +31 (0)418 68 35 00, e info@qurius.nl, i www.qurius.nl

Imagine. Integrate. Innovate. adv chemie.indd 1

27-08-2008 14:21:59


Inhoud

Huis met blauwe isolatieplaten van STYROFOAM™ van Dow Chemical

foto:dow chemical

24

07 26 augustus 2009

Minder broeikasgassen door chemie Producten van de chemische industrie spelen een essentiële rol bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Voor elke ton CO2 die wordt uitgestoten, wordt verderop in de keten 2,6 ton gereduceerd. Dat blijkt uit een onlangs verschenen studie van McKinsey. Volgens Eduard van der Wilt van de VNCI laat het rapport zien dat je bij het CO2-beleid niet alleen naar de sector moet kijken, maar naar de hele keten.

46 Oplossingen voor 30 plastic soep

Gebruik maken van moleculen uit de natuur

‘Voor de productie van biobrandstoffen wordt complexe biomassa afgebroken tot eenvoudige moleculen, en wordt de synthesekracht van de natuur onvoldoende benut’, zegt hoogleraar industriële biotechnologie Wim Soetaert. ‘In plaats van alles in mootjes te hakken, zoals in de petrochemie gebeurt, moeten we gebruik maken van de moleculen die de natuur al heeft gemaakt.’ Een interview over biobrandstoffen.

Onlangs hebben Nederlandse experts gebrainstormd over oplossingen voor de plastic afvalhoop in de Stille Oceaan, op initiatief van de Rotterdamse architect Rudolph Eilander: ‘In de Stille Oceaan drijven ruim 44 miljoen kilo’s aan waardevolle grondstoffen. Als we die uit het water kunnen halen, zijn we spekkoper. ‘ Tijdens de brainstormsessie kwamen verschillende ideeën kwamen aan bod, zoals robotwalvissen die het plastic in zee kunnen ophalen en verzamelen.

augustus 2009 Chemie magazine 3

CM0907_p02_inhoud.indd 3

21-08-2009 11:22:03


Olifanten eten duizenden bomen kaal Ze kunnen niet leven zonder hun omgeving te beschadigen. Maar u wel. Met bewezen sustainability management software van SAS. www.sas.com/nl


Inhoud 17

07 26 augustus 2009

opinie

07

- Chemie deel oplossing klimaatprobleem

Trends Innovatie

11

Duurzaam ondernemen

17

Veiligheid, gezondheid en milieu

19

Actueel

21

- Agro, chemie en papier werken samen - ExxonMobil investeert in olie uit algen - Bedrijven kunnen nieuwe GHS-symbolen gebruiken - Linde Gas weet cilinders altijd te vinden

Achtergrond Opinie

34

In beeld

37

Uitgelicht

40

Opinie

42

Infographic

50

- Chemiebedrijven verhogen weerbaarheid tegen aanslagen - Flowid vult gat tussen leverancier en eindgebruiker: test uw microreactor

37

- BASF-materiaal op de catwalk - Verkeer moet ook bijdragen aan reductie NOx -Nijmeegse supermagneet

Feiten en Visies Groene chemie

53

Uit de media

56

Column

57

- Milieuvriendelijke oplosmiddelen van CLEA - Voorzitter Commissie Transport Gevaarlijke Goederen reageert op artikel over ongeluk met gastrein

- Jan Zuidam, VNCI-voorzitter, over voortrekkersrol chemie bij verminderen van de uitstoot van broeikasgassen

VNCI

40

- Directeur Colette Alma: ‘Veel échte ondernemers in chemie’

58

Personalia en agenda

62

augustus 2009 Chemie magazine 5

CM0907_p02_inhoud.indd 5

21-08-2009 11:22:18


13:23

Pagina 1

Infra

12-06-2008

Industrie

Controlec Engineering

Building Systems

Asset Management

280443_SPIE_CORPORATE_AD:210x297

SPIE een gezamenlijke ambitie

SPIE-Asset Management Advies over en realisatie van de hoogst mogelijke economische waarde van productiefaciliteiten voor eigenaars en gebruikers. SPIE-Building Systems Advies, ontwerp, realisatie en onderhoud van elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. SPIE-Controlec Engineering Advies en onafhankelijke, technische, multidisciplinaire oplossingen op het gebied van engineering & design, procurement, project -en construction management. SPIE-Industrie Advies, ontwerp, installatie, start-up, onderhoud, projectmanagement, processautomatisering en inspectie op het gebied van mechanische technieken, piping, luchtconditionering, elektrotechniek, meet- en regeltechniek en analysersystemen. SPIE-Infra Ontwerp, realisatie, inspectie, service en onderhoud op de terreinen: energie, verkeer en vervoer, telecommunicatie en hoogspanningslijnen.

Met het oog op de toekomst Een onderneming kan in de 21e eeuw past echt succesvol zijn als deze ook duurzaam is. Om dit te bewerkstelligen zoekt SPIE continu naar oplossingen die werken en blijven werken. Systemen en procedures die kostenreducerend, maar vooral veilig zijn, als het even kan daarbij zelfs de verwachtingen van opdrachtgevers overtreffen. Uiteraard met ontzag voor het milieu. SPIE biedt een compleet pakket multitechnische diensten aan de industriële, commerciële en institutionele branche. Samen met de klanten ontwerpen en bouwen onze specialisten innoverende oplossingen die ertoe bijdragen dat onze infrastructuur, industrie en onze leef- en werkwereld erop vooruitgaan. De bundeling van onze krachten Met het inschakelen van SPIE staat er een stevig team gemotiveerde specialisten en vakmensen voor u klaar. Vanzelfsprekend kan elke divisie ook een beroep doen op de kennis en ervaring van één van de andere divisies.

SPIE NEDERLAND Huifakkerstraat 15 • 4815 PN Breda • Postbus 2265 • 4800 CG Breda tel. +31 (0)76 544 54 44 • info.beheer@spie.com • www.spie-nl.com


Opinie VNCI

Chemie nodig voor klimaatprobleem

D

e chemische industrie beperkt de wereldwijde CO2-uitstoot, blijkt uit een recente studie van McKinsey in opdracht van de International Council of Chemical Associations. Tegenover elke ton CO2 die de chemie uitstoot, staat een besparing van 2,6 ton door producten van de industrie, zoals isolatiemateriaal en innovatieve verlichting.

De chemie is de eerste sector die zijn ‘carbon footprint’ wereldwijd in kaart heeft gebracht. En de cijfers liegen er niet om; maar liefst zeven procent van de globale broeikasgasemissie is gerelateerd aan de chemische industrie. Maar zonder de producten van de industrie zou de totale emissie nog acht tot elf procent hoger zijn geweest. Natuurlijk weet ik dat deze resultaten met de nodige onzekerheden zijn omgeven. En natuurlijk weet ik dat chemie meer milieu- en veiligheidseffecten met zich meebrengt dan de druk op het klimaat. Daarom werkt de sector in het kader van de Europese wet- en regelgeving op stoffengebied, REACH, hard aan het management van de risico’s van stoffen. Maar de boodschap van McKinsey blijft duidelijk: de chemie speelt een belangrijke rol in de oplossing van het klimaatprobleem. Tot deze conclusie was de High Level Group van de Europese Commissie, samengesteld uit vertegenwoordigers van de industrie en politiek, overigens al eerder gekomen. Graag grijpt de VNCI de uitgestoken hand aan van mensen die in termen van oplossingen willen denken, zoals de ngo’s die ons in dit nummer uitnodigen voor een gesprek, hoewel ze de uitkomsten van het rapport nauwelijks kunnen geloven. En uiteraard brengen we het rapport tevens onder de aandacht bij onze politieke contacten in Den Haag. De cijfers uit de studie wijzen immers ook uit dat de chemische industrie in West-Europa twee keer zo CO2 -efficiënt is als het wereldwijde gemiddelde. En dat, hoewel de verwachting is dat het globale gemiddelde in de komende jaren flink verbetert, de voorsprong ook in 2030 nog zeer groot zal zijn.

VNCI-directeur Colette Alma

Daarnaast benadrukt McKinsey in het rapport dat de ontwikkeling van nieuwe technologie gestimuleerd moet worden. Dat is essentieel om de toenemende CO2 -emissies in verband met de groei van de wereldbevolking en de welvaart te kunnen verminderen. Alle reden om de West-Europese chemische industrie te koesteren en te stimuleren verder te gaan met hun pionierswerk.

augustus 2009 Chemie magazine 7

CM0907_p07_opinie.indd 7

21-08-2009 10:06:02


Aluch

rookgasinstallatie

8 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p08_wetenswaardig.indd 8

21-08-2009 10:09:05


Wetenswaardig

chemie

Brandschoon

Aluchemie in Rotterdam heeft in juli 2009 een nieuwe installatie in gebruik genomen, die de rookgassen van drie bakovens ontdoet van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Het bedrijf maakt anoden voor de aluminiumindustrie door cokes en pek te verhitten, te mengen, te vormen en te calcineren. Daarbij komen vluchtige PAK’s vrij. De conventionele rookgasreinigingsinstallatie hield slechts een deel tegen. De nieuwe installatie verwijdert meer dan 98% van PAK’s door middel van regeneratieve thermische oxydatie (RTO), oftewel verbranding, met terugwinning van warmte. De nieuwe installatie heeft 28 miljoen euro gekost. In de komende anderhalf jaar laat Aluchemie een nog grotere installatie bouwen om ook de resterende 30% van de rookgassen, afkomstig van de andere bakovens, schoon te maken. Aluchemie telt ca. 385 medewerkers en is de grootste stand-alone anodenfabriek ter wereld. Meer informatie: www.aluchemie.nl augustus 2009 Chemie magazine 9

CM0907_p08_wetenswaardig.indd 9

21-08-2009 10:09:11


CRISIS ? OPLEIDINGS- EN SUBSIDIEMOGELIJKHEDEN ?

VAPRO MAAKT VAN STILSTAND

VOORUITGANG M E E R W E T E N ? K I J K O P VA P R O . N L O F B E L M E T 0 7 0 – 3 3 7 8 3 0 0 .

stilstand vooruitgang**.indd 1

17-04-2009 12:47:32


Innovatie

Agro, chemie en papier

Samenwerking krijgt langzaam vorm Het structureel gebruiken van reststromen van de agro- en papierbranche in de chemie komt stap voor stap dichterbij. Wezenlijke samenwerking tussen de branches wordt na een verkennende fase steeds concreter.

‘I

n diverse gesprekken hebben vertegenwoordigers van de VNCI en van de agro- en papiersector gekeken naar de verschillen en overeenkomsten tussen de branches in relatie tot de ontwikkeling van de biobased economy’, vertelt Gerald van Engelen van Cosun. ‘Wij zijn niet gewend om met elkaar samen te werken en de verschillen in benadering tussen de branches zijn redelijk groot. Ieder heeft een eigen jargon en het beeld wat je van elkaar hebt, is vaak niet helemaal juist. Het is dus zaak om elkaar goed te leren kennen en vervolgens te kijken op wat voor manier de branches elkaar kunnen aanvullen. Daar liggen de kansen en mogelijkheden voor de toekomst.’ Vice-voorzitter Jacques Joosten van de Regiegroep Chemie benadrukt dat de chemie pas recentelijk is begonnen met het denken in hernieuwbare grondstoffen

voor productie op grote schaal. ‘De alternatieve grondstoffen zijn nodig om de doelstellingen voor duurzaamheid te halen. In de chemie is “security of supply” een must en de gesprekken daarover tussen Agro, Chemie en Papier zijn zeer verhelderend. Wellicht kan Nederland op het gebied van de samenwerking een voortrekkersrol vervullen. De verschillende partijen weten elkaar inmiddels makkelijk te vinden en de inhoudelijke dialoog biedt unieke kansen’, aldus Joosten. ‘De VNCI en het Kenniscentrum Papier en Karton hebben onlangs een structuur neergelegd voor duurzame samenwerking. Er zijn nog verschillende drempels te nemen. Feit is dat de mogelijkheden voor samenwerking toenemen, naarmate je vaker inhoudelijk met elkaar spreekt en het wederzijds vertrouwen groeit’, stelt Van Engelen. p

Europese structuur nog onbekend

Weinig bachelors in Nederlandse chemie Bij Nederlandse chemiebedrijven werken nog maar weinig bachelors met een driejarige universitaire opleiding. De reden daarvoor is dat de Europese bachelormaster structuur in ons land nog relatief onbekend is.

D

at blijkt uit Europees onderzoek van het Duitse onderzoeksbureau IFOK naar de inzet van bachelors in de chemie. In Europese landen die al langer met een vergelijkbare onderwijsstructuur werken, staan veel meer bachelors op de loonlijst. Uit het onderzoek blijkt tevens dat de meeste bedrijven wel open staan voor de nieuwe bachelors en dat de bedrijven die hen in dienst hebben, positief zijn. De opleidingen sluiten goed aan op de praktijk en bieden veel doorgroeimogelijkheden in de bedrijven zelf. IFOK concludeert dat de chemische industrie meer tijd nodig heeft voordat de nieuwe structuur is ingebed. Het advies

aan HR-managers is om bachelors te zien als medewerkers met veel potentie die door het bedrijf zelf gevormd kunnen worden. Global Technology Leader Frank Kuijpers van SABIC vertelt dat er bij het bedrijf nog geen nieuwe bachelors werken. ‘Er is jaarlijks een beperkt aantal vacatures en daarvoor zoeken we meestal afgestudeerde WO’ers. Punt is dat we nog moeten leren wat de voor- en nadelen zijn. Een bachelor

met drie jaar WO lijkt me prima inzetbaar op afdelingen als manufacturing of engineering. Voor R&D zoeken we sowieso medewerkers met een stevige wetenschappelijke achtergrond. Op dit moment vindt bij SABIC een wereldwijde reorganisatie plaats. De Europese bachelor-master gaat daar beslist onderdeel van uitmaken, dus ik verwacht dat er bij ons in de toekomst meer bachelors aan de slag gaan’, aldus Kuijpers. p augustus 2009 Chemie magazine 11

CM0907_p11_innovatie.indd 11

21-08-2009 11:23:16


—d

st— rogi

ba

– ep ze —

— et

s—

fe —

tie op —

ez w eg

... BAH

lu

= CHEMIE =

s

r—

h lu c ti

nta ct

w

gê er

en

— tv ga

n op

—voeten—

ch

je

— zacht

= CHEMIE =

s—

date

te

x

la

dro

vie

voe

oe

t

et

re

ad

ge

m

okte

cht ra

le

n—

– er ke af —

gsk

in

z e lli ge

geurvreter–

y

y

pp

ra

?

ha

sp

inlegzool

el

ng

... K

w

g

AN ST

je

= CHEMIE =

d oe

— eenzaam —

jij

?

...

!

as

e

ik

w

by

ate co

d

at —

ld

e,

– kaas –

w

bacterie

be

ne

ne

ge

re kk

nt

en

– —

1st

g

af

en

m ruik–

vochtig

ho

aa

—d

sc

ar

uit –

ch

w

am

pi

gn

on

= CHEMIE =

– tenen-

bl

Chemie =

fris i271 Stopperadvertenties_Serie B_A4.indd 1

stank

dank

Zweetvoeten. Je hebt ze of je hebt ze niet. De kaaslucht is bekend. Niet lekker, niet fris. Dus wat doe je vlak vóór je eerste date? Je treft een maatregel. Weg stank. Opluchting.

Om de geur te verdrijven, pak je de bacteriën aan die de stank veroorzaken. Dat kan met inlegzolen, spray en poeder. Werkzame stoffen als kamfer, propeen en dipropyleen glycol stimuleren de groei van ‘gezonde’ bacteriën, remmen de groei van de overlastveroorzakers en houden je voeten droog. Probleem opgefrist.

Chemie onderzoekt, ontdekt, produceert We hebben er zo veel aan te danken. Kijk eens om je heen. Chemie maakt onze wereld gemakkelijker, veiliger, gezonder, smakelijker. Voor ons allemaal. Deze campagne is een initiatief van bedrijven in de chemie, scholen en universiteiten. Meer weten? > www.chemieisoveral.nl

05-08-2009 14:27:39


Innovatie

Internationale Chemie Olympiade

Bronzen medaille voor twee Nederlanders Alexander Blokhuis en Tim Evers kregen brons voor hun prestaties op de Internationale Chemie Olympiade die in juli plaatsvond in Cambridge. Tijdens de Olympiade in Engeland wedijverden 250 leerlingen uit 65 landen voor een gouden medaille.

I

n totaal vier Nederlandse vwoleerlingen verdedigden Neerlands eer op de 41ste Internationale Chemie Olympiade (ICHO). Zij kwalificeerden zich eerder dit jaar tijdens de Nationale Scheikundeolympiade die plaatsvond bij Shell in Amsterdam. Van de 250 deelnemers ontvingen de beste 28 leerlingen een gouden medaille, de nummers 29 tot 82 kregen zilver en de bronzen medaille was voor de nummers 83 tot en met 164. Alexander Blokhuis (nummer 141) en Tim Evers (158) kregen brons voor hun prestaties. De overige twee Nederlandse deelnemers Lianne Jansen en Bas Koenders vielen niet in de prijzen. De Chinese Ruibo Wang werd eerste, gevolgd door de Israëlische Assaf Mauda (2) en Hung-I Yang uit Taiwan (3). De opdrachten die tijdens de Chemie Olympiade worden uitgevoerd,bestaan uit een theorie- en praktijkgedeelte. De deel-

V.l.n.r.: Emiel de Kleijn, Alex Blokhuis, Bas Koenders, mevrouw Kroto, Sir Harry Kroto (Nobelprijswinnaar Scheikunde 1996), Peter de Groot, Lianne Jansen, Tim Evers en Kees Beers.

nemers zijn overigens niet alleen druk aan het werk. Er is ook ruimte voor ontspanning. Deze keer bezochten de deelnemers onder meer het Belvoir Castle en het Kings College in Cambridge.

De Nationale Scheikundeolympiade is een initiatief van de Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) en wordt ondersteund door acht Nederlandse partijen. De VNCI is een van de sponsors van

het evenement. Volgend jaar vindt de Internationale Chemie Olympiade plaats in het Japanse Tokyo. p

PriceWaterhouseCoopers start onderzoek

Waaraan moet chemicus in 2015 voldoen? Stelt u zich eens voor dat we in het jaar 2015 leven. Hoe ziet de chemische industrie er dan uit en over wat voor kennis en competenties moeten medewerkers beschikken?

D

eze vraag krijgen zo’n 25 tot 30 grote en middelgrote chemiebedrijven in oktober en november voorgelegd. Het doel is te achterhalen waaraan toekomstige medewerkers in de chemie moeten voldoen. In opdracht van Suschem (European Technology Platform for Sustainable Chemistry) start PriceWaterhouseCoopers (PWC) met een pilot-onderzoek

in Nederland, Duitsland en Engeland. Afhankelijk van de resultaten beslist de Europese brancheorganisatie Cefic in januari 2010 of het onderzoek ook in andere Europese landen moet worden uitgevoerd. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de ingenieur van de toekomst aan andere eisen moet voldoen dan vroeger. Naast technische kennis zullen specifieke competen-

ties en vaardigheden vereist zijn. De visie van SusChem is dat Europa zich het beste kan toeleggen op biotechnologie, nieuwe materialen en nieuwe manieren van engineering. Met alle andere aspecten die van belang zijn bij innovatie voor een duurzame toekomst, vraagt dat om specifiek opgeleide medewerkers van een uitstekende kwaliteit. Als de resultaten van het PWC-onderzoek bekend zijn, willen we met universiteiten en opleidingsinstituten in overleg over de resulta-

ten. Zo kunnen we de behoefte van het bedrijfsleven en het onderwijsaanbod voor de toekomst op elkaar afstemmen’, aldus VNCI- speerpuntmanager Onderwijs & Innovatie Nelo Emerencia. Hij coördineert de oprichting van SusChem Nederland; de oprichtingsvergadering vindt in oktober plaats. p Meer informatie: Nelo Emerencia, tel. 070-3378726, e-mail: emerencia@vnci.nl

augustus 2009 Chemie magazine 13

CM0907_p11_innovatie.indd 13

21-08-2009 11:23:20


DĂŠ afvalverwerker Verwerker van: Industrieel afvalwater Oliehoudend afval Brandstofresten Chemisch afval Ook verwerker van: Verontreinigde grond en TAG

Afvalstoffen Terminal Moerdijk BV Vlasweg 12, 4782 PW Moerdijk www.atmmoerdijk.nl Tel: 0168-389289 Fax: 0168-389270 Contactpersonen: Rick Leerink (06-53698983) & Ron van Verk (06-51124004) ATM is een

bedrijf.


Innovatie

Kabinet wil ontslag onderzoekers voorkomen

Veel belangstelling voor regeling kenniswerker Bij SenterNovem waren eind juli 182 aanvragen van bedrijven binnengekomen om hun medewerkers voor maximaal anderhalf jaar te detacheren bij universiteiten of andere kennisinstellingen. Met de regeling hoopt het kabinet te voorkomen dat onderzoekers vanwege de crisis worden ontslagen, waarna de opgebouwde kennis verdwijnt.

D

e zogeheten ‘Kenniswerkersregeling’ is kort voor het zomerreces ingesteld en inmiddels liggen er aanvragen voor bijna 2000 onderzoekers. De overheid stelt over meerdere tenders maximaal 180 miljoen euro beschikbaar. Bedrijven die kampen met een acute omzetdaling kunnen hun onderzoekers inzetten voor onderzoek en ontwikkeling op terreinen van maatschappelijk belang die de Nederlandse kennispositie versterken. De overheid vergoedt dan een belangrijk deel van het salaris van de kenniswerker. In principe is voor de eerste tender 50 miljoen euro beschikbaar. Als er veel goede projecten zijn, bestaat de mogelijkheid dat dit bedrag tijdens de eerste ronde wordt overschreden. Of de huidige aanvragen de 50 miljoen overschrijden, kon SenterNovem begin augustus nog niet zeggen. ‘Op dit moment bekijken wij met NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, red.) alle aanvragen en stellen wij een advies op voor de ministers Van der Hoeven en Plasterk. Die zullen voor half september besluiten welke aanvragen worden gehonoreerd’, aldus een woordvoerder van SenterNovem.

Chemie

Het is niet bekend hoeveel aanvragen er vanuit de chemische industrie zijn ingediend. De betrokken kennisinstellingen hebben als beleid om vertrouwelijk om te gaan met de identiteit van de aanvragers. De LinkedIn kenniswerkers community van SenterNovem heeft 208 leden, maar daarin zijn maar twee namen vanuit de chemie te herkennen. Toch weten we dat er

vanuit de sector wel degelijk belangstelling is voor de regeling. Bij de internet-community zijn opvallend veel bemiddelaars en subsidiespecialisten aangesloten. Dat kan betekenen dat veel bedrijven hulp hebben gezocht bij het indienen van een aanvraag. De VNCI heeft begin juli een teleconferentie over de kenniswerkersregeling georganiseerd. Annelies Olijslagers van SenterNovem en Jacques Joosten het Dutch Polymer Institute gaven antwoord op prangende vragen. Van die mogelijkheid werd door een aantal VNCI-leden gebruik gemaakt. De vragen hadden vooral betrekking op de voorwaarden waaraan

een aanvraag moet voldoen. Ook was er behoefte aan ondersteuning en bemiddeling. Tijdens de conferentie gaf Jacques Joosten aan dat DPI haar netwerk gebruikt om bedrijven en universiteiten aan elkaar te koppelen. Na de conferentie hebben alle leden een brief ontvangen met antwoorden op de meest gestelde vragen.

Nieuwe ronde

Verwacht wordt dat er in het najaar een tweede tender komt. De beschikbare 180 miljoen euro zou voldoende moeten zijn om 2000 kenniswerkers aan de slag te houden. SenterNovem gaat ervan uit dat hiermee alle onderzoekers die voor de regeling in

aanmerking komen, worden bereikt. Bedrijven die in de eerste ronde geen aanvraag hebben ingediend, kunnen dat tijdens de tweede ronde alsnog doen. Ook afgekeurde projecten kunnen in de tweede tender verbeterd worden ingediend. p Meer informatie over de kenniswerkersregeling en de start van een nieuwe tender: www.senternovem.nl/kenniswerkers. VNCI, Nelo Emerencia: emerencia@vnci.nl tel. 070-3378726 Vragen over de kenniswerkersregeling kunt u mailen naar kenniswerkers@senternovem.nl Bellen kan ook via tel. 070-3735496

augustus 2009 Chemie magazine 15

CM0907_p11_innovatie.indd 15

21-08-2009 11:23:23


Serving the industry vaten FIB IndustriĂŤle Bedrijven Einsteinweg 18 8912 AP Leeuwarden Tel (058) 294 59 45 Fax (058) 212 57 42

internals

montage

FIB IndustriĂŤle Bedrijven: specialist in rvs voor de procesindustrie. Kennismaken? Graag. Belt u even of kijk op www.fib.nl


Duurzaam ondernemen

425 miljoen euro in tien jaar

ExxonMobil investeert in olie uit algen De bouw van een proeffabriek voor onderzoek naar olie uit algen is de eerste stap in een gezamenlijk onderzoeksprogramma van ExxonMobil en Synthetic Genomics Inc. De Amerikaanse oliemaatschappij investeert de komende tien jaar 425 miljoen euro in het project.

S

amenwerkingspartner Synthetic Genomics Inc. (SGI) wordt geleid door de wetenschapper Craig Venter die negen jaar geleden betrokken was bij het in kaart brengen van het menselijke DNA. ‘SGI wil de algen genetisch modificeren, zodat het mogelijk wordt olie te winnen zonder de algen zelf te oogsten. Dat is nu nog niet mogelijk. Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat we op zoek gaan naar manieren om de algen te gaan melken’, vertelt woordvoerder Bart Vermeulen van ExxonMobil in Breda. ‘In de proeffabriek in San Diego in Californië zullen we het gedrag van algen onderzoeken in bassins en in fotobioreactoren. Op de fabriek, die over een jaar klaar moet zijn, zal gekeken worden naar de groei en ontwikkeling van algen in zoet, zout en brak water. In de komende jaren liggen er genoeg uitdagingen voor ons. Denk bijvoorbeeld aan virusresistentie, het modificeren van de cellen en het destilleren van bruikbare brandstoffen uit de olie. Voordat we hier in Nederland de biobrandstoffen bij de pomp kunnen krijgen, is er nog een lange weg te gaan. In het onderzoeksprogramma zal SGI zich bezighouden met micro-engineering en is ExxonMobil verantwoordelijk voor macroengineering,’ aldus Vermeulen.

Hooggespannen verwachtingen

ExxonMobil kiest voor research en development van algen na uitgebreid onderzoek van alternatieve brandstoffen. De verwachte prestaties van algen zijn hooggespannen. De opbrengst van biobrandstof is circa 18.500 liter per hectare, per jaar. Vergeleken met andere biologische oliebronnen is dat zeer hoog; palm (2470 liter), suikerriet (1710 liter), maïs (950 liter), soja (190 liter). Verder is de CO2-uitstoot bij de productie relatief laag, want voor de kweek worden alleen zonlicht en CO2 gebruikt. Overigens zal de biobrandstof voorlopig maar

een klein deel gaan uitmaken van het productportfolio van ExxonMobil. Vermeulen: ‘Het zal decennia duren voordat de technologie en infrastructuur van een nieuwe brandstof zo ver zijn ontwikkeld dat er een grote verandering in de energiemix zal plaatsvinden. We verwachten dat tot 2030 het totale verbruik van energie met 35% zal toenemen. Ook in 2030 zullen we voor het leeuwendeel (80%) afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen. De biobrandstof zal de fossiele brandstoffen dus niet vervangen, maar aanvullen.’ Toch wordt er fors ingezet op onderzoek naar de nieuwe oliebron. ‘Deze investering van 600 miljoen dollar is een significant

bedrag in de context van onze totale R&Duitgaven van 3.7 miljard dollar in de afgelopen vijf jaar. En dat is nog maar het begin. Als we na een succesvolle afronding van de onderzoeksperiode het product commercieel gaan opschalen, hebben we het over investeringen van miljarden’, zegt Vermeulen. Ook Shell investeert in olie uit algen. In 2007 startte het olieconcern met een proeffabriek op Hawaï. Volgens Vermeulen kiest ExxonMobil niet voor algen, omdat Shell dat ook doet. ‘Wij hebben onze eigen evaluatie van mogelijke hernieuwbare energiebronnen gedaan en kijken naar onze eigen kracht.’ p augustus 2009 Chemie magazine 17

CM0907_p17_duurzaam ondernemen.indd 17

21-08-2009 10:09:49


AD_no1_X-plore_Twinfilter_210x297mm_nl.qxd:AD_no1_X-plore_Twinfilter_210x297mm_nl

12.08.2009

17:50 Uhr

Seite 1

A mask for

every task De Dräger X-plore® Twinfilter serie. Flexibel. Veilig. Comfortabel. Ontwikkeld voor enorme flexibiliteit in vele toepassingsgebieden. Twee bajonetaansluitingen zorgen voor een snelle en eenvoudige filtervervanging. En wij bieden vele filteropties aan – het juiste filter voor elke taak.

Geniet van uitstekend comfort met de innovatieve “FlexiFit” hoofdsluiting die zich gemakkelijk laat verstellen. Zorgeloos ademen met onze Dräger X-plore Twinfilter serie. www.draeger.nl/twinfilter

NEEM CONTACT OP MET ONZE OFFICIËLE DEALER SECUR | TEL. 079 3444 880


Veiligheid, gezondheid en milieu

VNCI en Arbeidsinspectie eens over GHS-signalering

Bedrijven kunnen nu al nieuwe gevaarsymbolen gebruiken Grote chemische bedrijven kunnen voor het etiketteren van tanks en leidingen nu al de nieuwe gevaarsymbolen gebruiken die voortvloeien uit het Global Harmonised System. Dat is het gevolg van een verzoek van de VNCI aan de Arbeidsinspectie.

D

e VNCI kreeg de afgelopen maanden steeds meer vragen van grote leden met veel installaties, die wilden weten of ze hun tanks en leidingen nu al mogen voorzien van nieuwe gevaarsymbolen. De huidige gevaarsymbolen moeten binnen een aantal jaren sowieso vervangen worden als gevolg van

nieuwe regels om internationaal tot een eenduidig systeem van indeling, kenmerking en etikettering van chemische stoffen en preparaten te komen, het zogeheten Global Harmonised System. Volgens VNCI-beleidsmedewerker Macco Korteweg Maris is de overgang naar de nieuwe symbolen nog niet formeel in de Nederlandse wet geregeld, maar hoeven bedrijven zich er geen zorgen over te maken dat ze problemen met de Arbeidsinspectie krijgen als ze de nieuwe symbolen nu al gebruiken. ‘Daarover hebben we met de Arbeidsinspectie goede afspraken kunnen

maken. Het gebruik van de nieuwe symbolen is nu al mogelijk, maar dat geldt vooral voor bedrijven waarvoor dit een zeer ingrijpende klus is, die enige planning vergt. De bedrijven moeten er wel op letten dat ze systematisch te werk gaan en dat ze verwarrende dubbele systemen zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Ook moeten hun personeel en contractors op de hoogte zijn van de betekenis van de symbolen.’ p Meer informatie: Macco Korteweg Maris: tel. 070-3378748, e-mail: kortewegmaris@vnci.nl

Maatwerk blijft voorlopig bestaan

Geen algemene milieuregels voor IPPC-bedrijven Bedrijven die met de Europese IPPC-milieurichtlijn hebben te maken, vallen voorlopig niet onder het Activiteitenbesluit. Er komen dus geen algemene milieuregels voor dit soort ondernemingen, maar de regels worden toegespitst op het bedrijf. Dit heeft minister Cramer van VROM eind juli geantwoord op Kamervragen.

M

inister Cramer is teruggekomen op haar voorstel om IPPC-bedrijven onder het Activiteitenbesluit te brengen. Het bedrijfsleven, waaronder de VNCI, had namelijk eerder haar zorgen geuit over het voorstel.

Zo gaat de IPPC-richtlijn uit van een integrale benadering van de milieuproblematiek. Dat betekent dat een IPPC-bedrijf moet kunnen kiezen voor een uit bedrijfseconomisch en milieuoogpunt zo efficiënt mogelijke oplossing.

Bovendien zou het besluit bedrijven met onnodige administratieve lasten opzadelen. Zij zouden zich immers moeten gaan verdiepen in het Activititeitenbesluit, dat in de huidige vorm niet is afgestemd op de regels voor IPPC-bedrijven. Minister Cramer heeft overigens wel aangegeven dat ze bij de invoering van de herziene milieurichtlijn gaat kijken of onderdelen van het Activiteitenbesluit alsnog wor-

den toegepast op IPPC-bedrijven. p Meer informatie: Leantine MulderBoeve, tel. 3378742, e-mail: mulderboeve@vnci.nl

augustus 2009 Chemie magazine 19

CM0907_p19_veiligheid en milieu.indd 19

21-08-2009 10:14:31


| kwaliteit | dé oplossing

| flexibel | maatwerk | enthousiast | een perfecte match services

[Associate] Scientist Bio-informatics DSM Food Specialties - te Delft is op zoek naar een [Associate] Scientist Bio-informatics. Ben jij een multidisciplinaire teamplayer die graag initiatief neemt? Heb je de kwaliteiten om je creativiteit en goede beoordelingsvermogen om te zetten in reële oplossingen? Beschik je over een Ph.D. in Bio-Informatica op het gebied van Metabolische Engineering en Moleculaire Biologie? Met aantoonbare ervaring in het toepassen van bioinformatica op biotechnologische toepassingen? Bezoek dan onze site www.cls-services.nl voor meer informatie over deze uitdagende functie binnen een innovatieve organisatie.

en u

CLS Services - werving & selectie én detachering in de branches chemie | farma | biotech | food

“Als het om veiligheid draait”

gronDzuigtechniek, veiliger Dan graven De

boDem van

neDerlanD

komt alsmaar voller te liggen met kabels en leiDingen,

zeker als we kijken naar De chemieparken.

steeDs

vaker komt het voor Dat kabels

en leiDingen geraakt worDen en Dat complete installaties plat komen te liggen.

Dit

kan grote gevaren en kosten met zich meebrengen.

techniek

Pagina20.indd 1

zeer

goeD

gebruikt

worDen

bij

Diverse

tevens

kan Deze

saneringsactiviteiten .

van der Flier B.V. Hoofdstraat 57 9686 VG Beerta t. 0597 - 33 16 19 f. 0597 - 33 12 26 e. info@vanderflierbv.nl www.vanderflierbv.nl

24-08-2009 10:11:00


Actueel

Linde Gas ontwikkelt volgsysteem

Cilinders altijd traceerbaar ‘Enkele maanden geleden hebben we het zogenoemde cilindervolgsysteem volledig ingevoerd. We weten inmiddels van meer dan de helft van de gascilinders en andere mobiele gashouders die in omloop zijn, waar ze zich bevinden, welk product ze bevatten, van welke zuiverheid, enzovoorts. Over een paar jaar weten we dat van al onze gashouders’, zegt Martin Mulder, Project Manager Marketing van Linde Gas Benelux in Schiedam.

E

ind 2007 is het bedrijf begonnen elke cilinder met behulp van een barcode van een uniek nummer te voorzien. Het softwaresysteem is aangepast en op diverse plaatsen zijn scanners geplaatst. Ook de logistieke partners zijn van scanners voorzien. Begin dit jaar heeft Linde Gas het nieuwe systeem op kleine schaal uitgeprobeerd. Sinds een paar maanden vallen de verpakkingen van alle producten op alle locaties hieronder. ‘Met de volledige invoering zijn we de eerste, niet alleen binnen de sector industriële gassen, maar ook binnen Linde Gas dat in 70 landen actief is’, aldus Mulder. Hij legt uit hoe het werkt. ‘We scannen de cilinders op verschillende momenten: bij het vullen, als ze het magazijn ingaan, bij het transport per vrachtwagen, bij tussentijdse opslag bij onze verkooppunten of onze distributeurs, en als ze bij de klant arriveren. Op die manier weten we steeds waar de cilinders zich bevinden, welk product ze bevatten, wanneer het product gemaakt is, met welke zuiverheid en bij welke druk, wat de veiligheidsrisico’s zijn, etcetera. Deze informatie

maken we ook stap voor stap inzichtelijk voor onze klanten. We verkopen honderden verschillende producten en kennen dus de specificaties ervan. Zodra de klant een lege cilinder inlevert, scant de chauffeur het label. Voordeel is ook dat bij de cilinders die retour gaan automatisch bekend is aan wie ze oorspronkelijk zijn geleverd. De gescande gegevens worden bij terugkomst ingelezen en automatisch in het systeem opgenomen. De lege cilinder gaat naar de controle. Er volgt opnieuw een scan en dan begint de cilinder bij de productie weer aan een nieuwe cyclus.’

Keten sluiten

‘Een van de voordelen is dat alle klanten, dus ook een klant uit de farmaceutische of chemische industrie, automatisch is aangemeld. Dat maakt het voor ons en onze klanten ook

gemakkelijk om aan de verplichtingen van de stoffenwet REACH te voldoen. Omdat exact bekend is welke producten de klant in huis heeft, kunnen we de bijhorende veiligheidsinformatie op verschillende detailniveaus beschikbaar stellen. Ook is precies bekend waar de cilinder eerder is geweest. Dat kan van belang zijn voor bedrijven die bacteriologische besmetting willen vermijden. Verder kunnen we gemakkelijker aan de milieuwetgeving voldoen en in het bijzonder aan het PGS15-registratieblad. Sinds vorig jaar mogen klanten geen cilinders meer in huis hebben waarvan de termijn voor de herkeuring is verstreken. Een cilinder moet eens per tien jaar worden gekeurd. Dat lijkt geen probleem, maar klanten hebben soms cilinders jarenlang in de opslag staan. Door het nieuwe systeem kunnen we ze op tijd waarschuwen’, legt Mulder uit. Vanwege de invoering van het cilindervolgsysteem, ook wel individuele cilinder controle (ICC) genoemd, is Linde Gas omgeschakeld naar ERP-software van het Duitse SAP. Mulder: ‘Dit heeft heel wat voeten in de aarde gehad, omdat we voor SAP veel meer data nodig hebben. Ook onze vervoerders, distributeurs en depots hebben de IT-hindernis moeten nemen. Het gaat in totaal om zo’n 60 partners. Maar het resultaat mag er zijn: met SAP sluiten we de logistieke keten van de cilinders volledig. We zijn nu bezig een softwarepakket voor onze klanten te ontwikkelen, die informatie geeft over herkeurtermijnen, stabiliteit van de producten en hoeveel van welke gassen er in huis zijn in verband met de milieuvergunning.’ p

Regiegroep Chemie publiceert rapport

Veel drempels voor startende ondernemers

Het starten ‘an sich’, het vinden van kapitaal, het afsluiten van complexe contracten en het verkrijgen van bekendheid in de sector. Dat blijken de belangrijkste drempels voor starters in de chemie. Het stimuleren van ondernemerschap is een van de actielijnen binnen het Human Capital-project van de Regiegroep Chemie. In dit kader wordt een onderzoek uitgevoerd naar drempels voor starters in de chemie. Als onderdeel van dit onderzoek is in juli het rapport ‘Drempels in

de chemie’ verschenen. Hierin zijn de ervaringen en verhalen van vijf startende chemici verwerkt. Wetenschapsjournalist Marga van Zundert geeft op basis van de interviews een aantal aanbevelingen. Zij adviseert om van starters in de chemie ‘ambassadeurs voor ondernemer-

schap’ te maken. Alle geïnterviewde starters maken gebruik van broedplaatsen voor ondernemers (incubators). Zorg er dus voor dat er voldoende incubators zijn en dat potentiële starters ze weten te vinden, is een van de aanbevelingen. En: ondernemende onderzoeksgroepen aan de universiteiten blijken veel starters te genereren, dus stimuleer dat soort groepen. De laatste aanbeveling richt zich op een overzichtelijke wegwijzer, bijvoorbeeld een website, voor startende chemici. Uit de interviews blijkt dat jonge ondernemers vaak niet weten

waar ze terecht kunnen met hun vragen. De website zou ook informatie moeten geven over milieuvergunningen, open innovatiemogelijkheden en namen van erkende business developers in de chemie. In samenwerking met de KNCV, DPI Valuecentre en KiVi/Niria wordt 29 oktober een congres georganiseerd voor chemici die overwegen zelf te gaan ondernemen en voor chemici die net als ondernemer gestart zijn. Informatie over het rapport en het congres staat op: www.kncv.nl/ondernemers p augustus 2009 Chemie magazine 21

CM0907_p21_actueel.indd 21

21-08-2009 10:15:13


Armaturen

Meet- en regeltechniek

Pompen

Recruitment specialist in Life Sciences (Bio) Chemistry & Pharmacy

Sterke prestaties en gunstig in aanschaf

De nieuwe kunststof centrifugaalpomp SHB

9630 - Klinisch Toxicoloog 9510 - Senior Technician Bioanalyse 8610 - Junior Technician

Met de nieuwe SHB serie breidt ASV Stübbe haar pompengamma uit met 3 krachtige types in de maten 25-125, 32-125 en 40-125 met een pompvolume tot 38 m 3 en een opvoerhoogte tot 29 m. 9555 - Senior QC Technician

08 us 2 0 talog ROM rijsca P D e C d n op Vraag opy e ard-c e)! in aan (h h c a oekm f met z 820 o 320 1 .de 0)26 ebbe u t s +31 ( v x@ as lu e n be

5055 - Ambitieuze Starters

(HLO Analytische Chemie of Life Sciences)

9705 - Laboratorium Coördinator 9485 - Chemisch Analist Ploegendienst 9250 - Laboratorium Supervisor

9615 - Senior Technician Analytical Biochemistry 9465 - (Associate) Scientist Bioinformatics

9685 - Chemisch Analist

9490 - Generalist Sales Agent 9035 - Service Salesagent Benelux

9565 - Validatie Specialist 9495 - Analytical Scientist 9455 - Scientist Pharmaceutical Development 9280 - Regulatory Affairs Reviewer

Partner for Solutions

9665 - QC Technician Influenza 9180 - Senior Scientist Influenza Virus Purification (DSP)

Bekijk alle vacatures op: www.labrecruitment.nl | Tel: 0182-590210

CheckMark_Adv_augustus.indd 1

Pagina22.indd 1

Alle technische gegevens en meer vindt u op: www.asv-stuebbe.de

ASV Stübbe Nederland B.V. Kronenburgsingel 60-02 NL-6831 GX Arnhem, Nederland +31 (0)26 320 1820 tel +31 (0)26 320 1829 fax benelux@asv-stuebbe.de

8/17/09 4:54:54 PM

24-08-2009 10:14:02


Actueel

Nieuwe directeur Gabriëlle Donné-op den Kelder

’Word lid van de KNCV’ De Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging (KNCV) zorgt er op verschillende manieren voor dat chemische bedrijven nu en in de toekomst goed opgeleide medewerkers kunnen werven en behouden. Daarbij is financiële ondersteuning in deze moeilijke tijden meer dan welkom, stelt KNCVdirecteur Gabriëlle Donné-Op den Kelder.

’S

tormachtig’, omschrijft Gabriëlle DonnéOp den Kelder haar eerste jaar als KNCV-directeur. De afgelopen maanden heeft zij vooral gebruikt om een nieuwe organisatiestructuur op te zetten en een aantal wijzigingen in het beleid van de vereniging door te voeren. Werk, onderwijs en maatschappij staan de komende jaren hoog op de agenda. Nieuwe mensen voor marketing en communicatie zijn aangenomen om de vereniging een duidelijker profiel te geven. ‘En dat was hard nodig, want uit verschillende paneldiscussies met leden, bleek dat we een nogal stoffig imago hebben. Leden vonden de KNCV te weinig zichtbaar in het maatschappelijk debat en kenden ons eigenlijk alleen maar via het C2W. Verder hadden ze geen idee welke activiteiten de KNCV nog meer onderneemt’, aldus de voormalig theoretisch chemicus en interim-directeur van een Regionaal Opleidings Centrum. Daar komt bij dat het ledenbestand, en dus de financiële armslag van de KNCV, de laatste jaren is teruggelopen. Oorzaken: de vergrijzing, de individualisering en de daling van het aantal chemici. De KNCV-directeur zit vol plannen om de vereniging nieuw leven in te blazen en het aantal leden uit te breiden. Uit haar toelichting blijkt dat leden en bedrijfsleden heel wat meer waar voor hun geld krijgen dan het tweewekelijks verschijnende ledenblad.

Vernieuwing onderwijs

Zo maakt de vereniging veel werk van het vergroten van de aandacht voor chemie in het onderwijs. Bijvoorbeeld door ondersteuning van het Communicatie Centrum Chemie (C3), dat zich onder meer richt op de promotie van de chemie op basisscholen en middelbare scholen. Ook levert de vereniging een belangrijke bijdrage aan de vernieuwing van het scheikundeonderwijs en de professionalisering van eerste- en tweedegraads scheikundedocenten. Daarom maken leden van de vereniging ook deel uit van de Regiegroep Chemie, die een aantal van deze activiteiten in de Human Capital Agenda heeft ondergebracht. Verder is er veel aandacht voor het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven. De KNCV zorgt er onder meer voor dat medewerkers van chemische bedrijven gastlessen geven op middelbare scholen, zodat leerlingen een beter idee krijgen van de

loopbaanmogelijkheden in de sector. ‘En het virtuele loopbaancentrum gaat een belangrijke rol spelen’, zegt de nieuwe KNCVdirecteur. ‘Deze website, die wij samen met de VAPRO aan het einde van het jaar lanceren, bevat onder meer voorbeelden van de verschillende carrièremogelijkheden in de chemische industrie. Opleidingen, cursussen, salarissen en een overzicht van vacatures komen eveneens uitgebreid aan bod.’ De KNCV besteedt eveneens veel aandacht

procestechnologie ontmoeten daar hun mogelijke nieuwe werkgever. ‘De KNCV is dus heel actief voor het personeel van chemische bedrijven’, stelt Gabriëlle Donné-Op den Kelder. ‘Dat is belangrijk voor de sector, want er beginnen nog steeds te weinig jongeren aan een chemische of aanverwante studie. En als de babyboomers straks met pensioen gaan, ontstaat er een groot tekort aan nieuwe kenniswerkers. Daarom vind ik het belangrijk dat wij, juist in

‘Het virtuele loopbaancentrum gaat een belangrijke rol spelen’ aan het ondersteunen van chemici tijdens hun loopbaan; leden kunnen met hun vragen terecht bij carrièreconsultants in verschillende regio’s van het land. Chemische bedrijven die op zoek zijn naar nieuw talent, kunnen daarvoor terecht op de jaarlijks terugkerende C2W Career Expo. Mensen met een hbo- of wo-achtergrond in de chemie, life sciences of

deze moeilijke economische tijden, samen met de VNCI-leden de uitdaging aangaan om het tij te keren. Door bedrijfslid van de KNCV te worden, investeren bedrijven in het toekomstige kapitaal van de onderneming.’ Contact via: gdonne@kncv.nl/070-3378790 p

augustus 2009 Chemie magazine 23

CM0907_p21_actueel.indd 23

21-08-2009 10:15:17


Producten zorgen voor besparing

Chemie onmisbaar bij CO2-reductie Hoewel ze zelf een behoorlijke ‘carbon footprint’ achterlaat, spelen de producten van de chemische industrie een essentiële rol bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Voor elke ton CO2 die wordt uitgestoten, wordt verderop in de keten 2,6 ton gereduceerd, zo blijkt uit een onlangs verschenen studie van McKinsey, uitgevoerd in opdracht van de International Council of Chemical Associations (ICCA).

CM0907_p24_thema.indd 24

21-08-2009 11:25:37


Thema

Foto: ShutterStock

D

e McKinsey-studie is uniek in de zin dat de chemische industrie de eerste sector is die een onderzoek laat doen naar haar ‘carbon footprint’. Daarbij is niet alleen gekeken naar de CO2-uitstoot van de sector zelf, maar ook naar de reductie die dankzij de producten van de sector gerealiseerd kan worden. Om die reductie te berekenen gebruikt McKinsey zogeheten cLCA’s (‘carbon’ LifeCycle Analyses); voor meer dan 100 producten werd een analyse van de levenscyclus van grondstof tot en met afvalverwerking gemaakt en werd de CO2 die daarbij vrijkomt berekend. Om na te gaan wat de bijdrage van de chemische industrie is aan de CO2-reductie zijn de producten vergeleken met het beste alternatief dat niet door de chemische industrie wordt gemaakt. Zo worden bijvoorbeeld isolatiematerialen als XPS, EPS en PUR vergeleken met steenwol en glaswol. Eerst maar wat cijfers. In 2005 bedroeg de CO2uitstoot door de chemische industrie 3,3 gigaton. Daar was al een forse besparing aan vooraf gegaan. In de Europese Unie bijvoorbeeld steeg de productie van de chemische industrie tussen 1990 en 2005 met 60 procent. De energievraag bleef gelijk, zodat de energie-intensiteit is gedaald met gemiddeld 3,6 procent per jaar. In absolute termen daalde de uitstoot van broeikasgassen zelfs met 30 procent. Tegenover de uitstoot van 3,3 gigaton staat een besparing in de keten van 8,5 gigaton. Met andere woorden: voor elke ton CO2 die de chemische industrie uitstoot, is verderop in de keten 2,6 ton bespaard. Alles bij elkaar heeft dat ertoe geleid dat er 5,3 gigaton CO2 minder is uitgestoten in 2005, ofwel ruim tien procent van de totale door mensen veroorzaakte CO2-uitstoot in dat jaar. Hoewel de chemische industrie in hoge mate is gebaseerd op koolstof, levert ze daarmee toch een substantiële bijdrage aan de decarbonisatie van de economie. e augustus 2009 Chemie magazine 25

CM0907_p24_thema.indd 25

21-08-2009 11:25:44


Isolatiemateriaal

De belangrijkste besparing (circa 40 procent van het totaal) vloeit voort uit het gebruik van isolatiemateriaal in de bouw. Daarbij is, zoals gezegd, de levenscyclus van de ‘chemische’ isolatiematerialen XPS, EPS en PUR-schuim vergeleken met die van minerale isolatiematerialen. De besparing is berekend aan de hand van een ‘heat flux model’. Dat houdt in dat per onderdeel van een gebouw (dak, vloer, wand) gekeken is naar het warmteverlies bij

mest en gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij is de gangbare landbouw vergeleken met de biologische landbouw. Opvallend is dat beide sectoren elkaar niet erg veel ontlopen wat betreft de directe uitstoot van CO2. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat men in de biologische landbouw meer brandstof nodig heeft voor het mechanisch bestrijden van onkruid. Het grote verschil tussen beide sectoren zit hem echter in het grondgebruik. Op basis van literatuurgegevens komt McKinsey tot

‘De kunst is om de uitkomsten van dit rapport om te zetten in actie en resultaten’ gebruik van de verschillende isolatiematerialen. Vermenigvuldigen van het warmteverlies per vierkante meter met (een schatting van) het totaal aantal vierkante meters dak, vloer en wand, levert de totale hoeveelheid verloren warmte op. Op zijn beurt komt die weer overeen met idem zoveel fossiele brandstoffen, die daarvoor verstookt moeten worden. Afgezien van de aannames over het aantal vierkante meters geïsoleerde wanden, daken en vloeren is het de vraag of de hoeveelheid bespaarde fossiele brandstoffen niet wordt overschat, stelt het Duitse Öko-Institut dat de becijferingen heeft nagelopen. Bij een levensduur van gebouwen van 50 jaar mag je aannemen dat in die periode de brandstofmix voor verwarmen wat meer verschuift in de richting van energiebronnen die geen of een veel lagere bijdrage leveren aan de CO2-uitstoot. Daar zit wat in natuurlijk, maar aan de andere kant moet je vaststellen dat cijfers over de toekomstige brandstofmix erg onzeker zijn en vooral gebaseerd op optimistische c.q. pessimistische verwachtingen over de ontwikkeling van duurzame energie.

Duidelijke boodschap

Discussie is er ook over de tweede grote bron van reductie van de CO2-uitstoot, het gebruik van kunst-

de conclusie dat je met biologische landbouw 20 tot 85 procent meer grond nodig hebt - afhankelijk van het soort gewas – dan met gangbare landbouw voor dezelfde productie (in tonnen). Dat betekent dat er meer woeste gronden moeten worden omgezet in akker en weiland. Als gevolg van die verandering in landgebruik wordt er naar schatting zo’n 1,5 ton CO2 per hectare uitgestoten. In zijn commentaar – overigens ook opgenomen in het rapport – zegt het Öko-Institut echter dat de vergelijking tussen biologische en gangbare landbouw mank gaat, omdat de bodem in biologische landbouw meer CO2 vastlegt. De cijfers in het McKinsey-rapport zijn dus met de nodige onzekerheden omgeven. De auteurs zelf hanteren een onzekerheidsmarge van 25 tot 30 procent. Desondanks is de boodschap duidelijk. De producten van de chemische industrie zorgen tijdens hun levensduur voor een reductie van de CO2uitstoot die ruimschoots opweegt tegen de uitstoot van CO2 die ontstaat bij het maken ervan, inclusief de winning van grondstoffen. Naast de al genoemde isolatiematerialen, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen zorgen ook spaarlampen, kunststof verpakkingen, aangroeiwerende verven en synthetisch textiel voor de reductie.

Wim Hafkamp, voorzitter van de commissie Responsible Care: ‘Het zou jammer zijn als het rapport ertoe leidt dat de sector achterover gaat leunen en gevrijwaard wil blijven van verder klimaatbeleid. Omdat het rapport laat zien hoe de CO2uitstoot substantieel verminderd kan worden met een “life cycle”-benadering, zou de chemische industrie het voortouw moeten nemen in het ketenmanagement. Én omdat ze in veel van de productketens de sterke, goed geïnformeerde partner is, én omdat alle bedrijven in de sector de principes van Responsible Care

onderschrijven. Op grond van datzelfde Responsible Care lijkt het me zaak om de inhoud van het rapport goed door te spreken met, en waar nodig te laten toetsen door, partners in de verschillende productketens, deskundigen bij betrokken milieuorganisaties - denk aan het Wereld Natuur Fonds, Greenpeace, Natuur en Milieu – en wetenschappers met ervaring in LifeCycle Analyses. De kunst is om de uitkomsten van dit rapport om te zetten in actie en resultaten’.

Videopresentatie ICCA-rapport De wereldwijde lancering van het rapport Innovations for Greenhouse Gas Reductions vond plaats op 7 juli in Rome. Bij die gelegenheid is een aantal video-opnamen gemaakt die te bekijken zijn op de website van de International Council of Chemical Associations: www.icca-chem.org Vooral de bijdrage van Theo Walthie van Dow Hydrocarbons and Energy is meer dan de moeite waard.

26 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p24_thema.indd 26

21-08-2009 11:25:48


Thema

McKinsey heeft ook onderzocht of, en zo ja in hoeverre, de CO2-uitstoot nog verder verminderd kan worden door de activiteiten van de chemische industrie. In een ‘business-as-usual’-scenario zal de uitstoot door de chemische industrie tussen 2005 en 2030 verdubbelen tot 6,6 gigaton per jaar. De vermindering van de CO2-uitstoot in de rest van de keten neemt echter meer dan evenredig toe. Dat houdt in dat per ton CO2 die de chemische industrie in 2030 uitstoot, er elders ruim 3 ton wordt bespaard. Aangezien niemand uit gaat van ‘business-asusual’ heeft McKinsey ook gekeken naar een scenario waarbij de chemische industrie zijn best doet om niet alleen de eigen uitstoot, maar ook de uitstoot verderop in de keten drastisch te verminderen, vooral door technologische vernieuwing.

Rekening houdend met een flinke toename van de productie, met name in de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China), zou de ‘eigen’ uitstoot niet met 100 procent stijgen, maar slechts met 50 procent. Tegelijkertijd stijgt de ‘inverdienfactor’ tot 4,7. Met andere woorden: voor elke ton CO2 die de industrie produceert wordt dan elders in de keten 4,7 ton bespaard. Gevraagd naar het belang van de studie van McKinsey zegt Eduard van der Wilt van de VNCI dat er in ieder geval uit blijkt dat de chemische industrie niet alleen maar een deel van het probleem is, zoals vaak wordt gesuggereerd, maar wel degelijk een essentieel deel van de oplossing. ‘De studie laat zien hoe belangrijk het is om bij de bepaling van het beleid de hele keten in ogenschouw te nemen en niet alleen naar de sector afzonderlijk te kijken. Tegenover elke gigaton directe en indirecte CO2-uitstoot bije

Kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen vormen een grote bron van reductie van CO2-uitstoot

augustus 2009 Chemie magazine 27

CM0907_p24_thema.indd 27

21-08-2009 11:25:52


de productie staat een veel grotere besparing in de verder levenscyclus van het product.’

Wereldwijd speelveld

De inspanningen uit het verleden betekenen niet dat de industrie nu op zijn lauweren kan gaan rusten, stelt Van der Wilt. ‘Integendeel, we moeten de uitdaging oppakken om de uitstoot van CO2 verder terug te dringen. Waar het om gaat is dat je onderzoekt waar je acties het meest effect sorteren. Het verkleinen van de eigen ‘carbon footprint’ is belangrijk, maar als een bepaalde technologie of een bepaald product verderop in de keten nog meer CO2 bespaart, moet je dat zeker doen. Zelfs als daardoor je eigen ‘footprint’ minder snel kleiner zou worden.’ Zowel de VNCI als de Europese organisatie Cefic benadrukken het belang van een wereldwijd speelveld waar voor iedereen dezelfde regels gelden.

Van der Wilt: ‘Alleen op die manier kun je de sterktes van de chemische industrie optimaal benutten. Als de regelgeving in West-Europa te veel uit de pas zou lopen met die in de Verenigde Staten of China, dan dreigt de productie te verschuiven naar de regio’s met de laagste kosten en blijven de mogelijkheden voor verdere verbetering van de milieuprestatie niet benut.’ Van der Wilt hoopt dan ook dat er bij de komende klimaatconferentie in Kopenhagen niet alleen wordt gesproken over reductiedoelstellingen, maar dat er ook afspraken komen over het creëren van een wereldwijd gelijk speelveld om verstoring van de markt te voorkomen. ‘We moeten vermijden dat we door te strenge regels in dit deel van de wereld, te weinig aan innovatie doen om de CO2-uitstoot te verminderen. Juist nu moeten de mogelijkheden worden gecreëerd waardoor de chemische industrie zich blijvend in duurzame richting kan ontwikkelen.’ p

Foto: akzonobel

‘Europese regelgeving moet niet te veel uit de pas lopen’

Aangroeiwerende verven zorgen ervoor dat schepen gemakkelijker door het water glijden en daardoor minder brandstof verbruiken. Ze dragen dus bij aan vermindering van de CO2-uitstoot

Sijas Akkerman, teammanager economie, landbouw en industrie van de Stichting Natuur en Milieu: ‘Het rapport geeft in grote lijnen een goed beeld van de bijdrage van de chemische industrie aan het verminderen van de CO2-uitstoot in de hele keten. Echter, er is een groot verschil tussen de energiebesparing die chemische producten verderop in de keten opleveren en de mate waarin de chemische productie zelf tot CO2-uitstoot leidt. Chemische producten die elders tot energiebesparing leiden, hebben concurrentievoordeel. De chemische industrie zal hiervoor door de markt beloond worden. Het is niet nodig het ETS (Europese CO2-emissiehandel, red.) daarvoor te gebruiken. Het ETS stuurt juist aan op energiezuinige productie zelf. Bovendien zijn er bij het rapport nog wel een paar kanttekeningen te maken.’ ‘Om te beginnen kan de toepassing van nieuwe chemische producten de CO2-uitstoot verderop in de keten reduceren. Maar dat kun je nooit in zijn geheel aan de chemische industrie toeschrijven. Ook de andere partijen zullen een deel opeisen. Daarnaast moet je als het om duur-

zaamheid gaat, verder kijken dan alleen CO2-uitstoot. Chemische bestrijdingsmiddelen bijvoorbeeld, mogen dan bijdragen tot een hogere opbrengst per hectare, het gaat wel ten koste van het verlies van biodiversiteit in Nederland.’ ‘Als het gaat om het wereldwijde speelveld, vraag ik me af of Nederland een heel goed figuur slaat. Met name in de basischemie beschikken we over veel relatief oude installaties die niet erg milieuvriendelijk produceren en evenmin erg efficiënt zijn. Ze blijven vooral in productie, omdat ze al grotendeels zijn afgeschreven. Het zou goed zijn als die oude plants nu echt worden afgeschreven en vervangen door nieuwe, betere plants. We zouden graag het gesprek aangaan met de chemische industrie hoe je dat kunt realiseren, zonder de chemische industrie te verjagen naar landen die zich minder aan milieuregels laten liggen.’

28 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p24_thema.indd 28

21-08-2009 11:25:54


Voor elke toepassing de juiste oplossing: Eén adres voor instrumentatie

Procesinstrumentatie Alles uit één hand, dat is de kracht van Siemens op het vlak van procesinstrumentatie. U zoekt een los instrument of misschien wel een compleet pakket? Wij zijn uw professionele partner bij al uw grote en kleine projecten: voor druk-, temperatuur-, flow-, niveau-, analyse- en weegsystemen. Maak ook kennis met Totally Integrated Automation (TIA), het totaalconcept van Siemens voor procesautomatisering. Met TIA bieden wij u alle benodigde producten en systemen voor de gehele procesindustrie. Procesinstrumentatie maakt daar deel van uit. Surf eens naar de Industry Mall, het elektronische warenhuis van Siemens. Voor snel en betrouwbaar inkopen én uitgebreide informatie en support. Vanzelfsprekend geven wij graag persoonlijk antwoord op al uw vragen. Meer informatie: bel of mail 070 333 3495, pi.nl@siemens.com. www.siemens.nl/industry Setting standards with Totally Integrated Automation.

Answers for industry.

Proces A4 aug'09.indd 1

11-08-2009 15:46:57


Hoogleraar industriële biotechnologie Wim Soetaert:

‘Synthesekracht van de natuur benutten’ Voor de productie van biobrandstoffen wordt complexe biomassa afgebroken tot eenvoudige moleculen zoals ethanol en wordt de synthesekracht van de natuur onvoldoende benut, stelt Wim Soetaert, hoogleraar Industriële Biotechnologie aan de Universiteit van Gent. ‘Aan de andere kant doen we met biobrandstoffen erg nuttige ervaring op. Je moet tenslotte eerst leren lopen voor je kunt rennen.’Joost van Kasteren 30 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p30_interview.indd 30

21-08-2009 10:16:57


Interview

ding van procesoperatoren voor biogebaseerde bedrijven.

foto:Casper rila

Wat maakt biologische grondstoffen aantrekkelijk voor de chemische industrie? ‘In wezen is biomassa veel gevarieerder dan petroleum. Biologische grondstoffen zoals koolzaad, tarwe of jatropha bevatten veel meer chemische functionaliteit, die je kunt benutten om interessante stoffen te maken. In plaats van alles in mootjes te hakken, zoals in de petrochemie gebeurt, moeten we gebruik maken van de moleculen die de natuur al heeft gemaakt. Laat ik een voorbeeld geven uit mijn eigen lab. Wij maken biosurfactanten, oppervlakte-actieve stoffen voor wasmiddelen en zepen, die reeds worden toegepast in producten van het merk Ecover. Dat zijn glycolipiden, dat wil zeggen een combinatie van een suikergroep met een vetzuurmolecuul. Zo’n molecuul kun je misschien wel van de grond af opbouwen, maar wij gebruiken liever de synthesekracht van de natuur. De suikergroep halen we uit het zetmeel in maïs of tarwe; het vetzuurmolecuul is afkomstig van koolzaadolie. De koppeling gebeurt door middel van een fermentatieproces met een gist of een bacterie. Alles is dus bio, zowel de grondstof als het productieproces.’

W

im Soetaert is de oprichter en voorzitter van Ghent Bio-Energy Valley, een publiek-privaat samenwerkingsverband waarin de Gentse universiteit, stad, haven en provincie samenwerken met een aantal bedrijven op het gebied van bio-energie en bioproducten. Ghent Bio-Energy Valley en Biopark Terneuzen zijn ook de ‘founding fathers’ van Bio Base Europe,

een Vlaams-Nederlands samenwerkingsproject om de kanaalzone GentTerneuzen te ontwikkelen tot het belangrijkste centrum voor biogebaseerde economie in Europa. Soetaert is verantwoordelijk voor de Bio Base Europe Pilot Plant, een proeffabriek voor biogebaseerde producten en processen die in de haven van Gent wordt gebouwd. In Terneuzen wordt het Bio Base Europe Training Center gebouwd, dat zich richt op de oplei-

Een veelgehoord verwijt is dat het gebruik van agrarische producten als biobrandstof of –grondstof arme mensen het brood uit de mond stoot, omdat de voedselprijzen erdoor zijn gestegen. ‘In deze controverse spelen verschillende dingen door elkaar heen. Om te beginnen zijn er de prijsstijgingen van vorig jaar. Daarvan is gezegd dat die voor 30 tot zelfs 100 procent werden veroorzaakt door de vraag naar biobrandstoffen in de industrielanden. Als je het goed analyseert dan zie je echter dat de prijsstijging door heel andere factoren werd veroorzaakt. Misoogsten in Oost-Europa en Australië onder andere, maar ook de snelle economische groei van de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China), waardoor mensen meer vlees gaan eten. Twintig procent meer vleesconsumptie betekent dat de graanproductie moet verdubbelen. Voeg daarbij het speculeren op de termijnmarkten voor agrarische producten en je kunt de prijsstijgingen verklaren. Dat blijkt ook wel uit de praktijk, want de landbouwprijzen zijn dit jaar fors lager door de crisis, terwijl de productie van biobrandstoffen de facto verder is gestegen.’ e augustus 2009 Chemie magazine 31

CM0907_p30_interview.indd 31

21-08-2009 10:17:01


Interview

Blijft de vraag of je wel biodiesel in je terreinvoertuig kunt gooien als er nog honger wordt geleden in de wereld? ‘De controverse wordt mede gevoed door een bepaalde perceptie van de rol van de landbouw. Consumenten – en in hun kielzog de politici – gaan er a priori van uit dat we landbouw alleen bedrijven om voedsel te produceren. Dat is natuurlijk niet zo. De landbouw levert ook grondstoffen voor textiel, voor papier, voor meubels en voor legio andere producten. We maken een enorm probleem van de biobrandstof in onze tank, maar het natuurrubber van onze autobanden vinden we geen probleem. Maar gesteld dat landbouw als voornaamste taak heeft voedsel te produceren, wat doen we dan met genotsmiddelen? Mag je in een wereld waarin honger wordt geleden nog wel koffie produceren? Of brouwgerst? Of erger nog: tabak? Dat vinden we allemaal doodnormaal. Maar als het om biobrandstoffen gaat zou het ineens onethisch zijn. Naar mijn idee gaat het daar ook helemaal niet om. De controverse vloeit vooral voort uit onwennigheid. Biobrandstoffen zijn nieuw – nou ja, nieuw in de perceptie van de mensen. De realiteit is wel anders: de eerste dieselauto reed op pindaolie, de eerste Ford-T op bioethanol. Pas later is men overgeschakeld op petroleum. Mensen zijn afkerig van vernieuwing en de media springen daarop in met dramatische verhalen over stijgende voedselprijzen en hongeroproer. Het lijkt logisch, maar het klopt niet.’ Het valt toch niet te ontkennen dat de teelt van industriële gewassen een groeiend beslag zal leggen op landbouwgrond? ‘Maar dat wil nog niet zeggen dat er daarom ook minder voedsel geproduceerd zal worden. Waarschijnlijk juist het tegenovergestelde. Als de prijzen voor landbouwproducten stijgen, krijgen arme boeren meer geld in handen. Om te beginnen kunnen ze daardoor meer en beter voedsel kopen, maar het geld geeft hen ook de ruimte om te investeren in beter zaaizaad, kunstmest, machines en opslag. Daarmee kunnen ze de pro-

ductie per hectare fors verbeteren met soms een factor twee of drie. Dan heb ik het niet over Nederland of België; bij ons is de productiviteit al erg hoog. Maar wel over bijvoorbeeld Oost-Europa, Latijns-Amerika of Afrika. Blijft de vraag toenemen dan kun je altijd nog overwegen om nieuw areaal in gebruik te nemen. Naast braakliggende gronden, die nu vaak niet lonend geëxploiteerd kunnen worden, kun je ook denken aan de Afrikaanse savannes of de Braziliaanse cerrado. Dan heb je het over miljoenen hectares die benut kunnen worden zonder dat je daarvoor de regenwouden hoeft te kappen. Maar dat zal alleen gebeuren als de prijzen stijgen.’ ‘Er zit nog heel veel rek in de productiecapaciteit van agrarische grondstoffen. Ook daarin onderscheiden ze zich van petroleum. Met de grootste moeite slagen we erin om 75 tot 80 miljoen vaten petroleum per dag te produceren. Als de prijzen stijgen, zal ook de productie wel iets omhoog gaan, maar deze zal waarschijnlijk nooit boven de 100 miljoen vaten per dag uitkomen. Met andere woorden: een maximale rek van om en nabij 25

ken van cascadering; wij hebben het meestal over bioraffinage. Waar het op neerkomt, is dat je eerst de waardevolle bestanddelen eruit haalt; dan de iets minder waardevolle en de nog iets minder waardevolle. Tot je uiteindelijk een fractie overhoudt waar je weinig anders meer mee kunt doen dan verbranden of pyroliseren. Anders dan bij het raffineren van petroleum probeer je bij bioraffinage zoveel mogelijk de functionaliteit van de biomoleculen te behouden. De synthesekracht van de natuur benutten, waar ik het eerder over had. Je kan zelfs de planten zodanig ontwerpen dat ze zo dicht mogelijk je ideale grondstof benaderen.’ Zal de bioraffinage decentraal gebeuren, op de boerderij, of moeten we toch denken in de richting van grotere installaties? ‘Het laatste, verwacht ik. Sommigen geloven sterk in een decentrale verwerking op de boerderij of per groep van boerderijen, maar ik ben niet overtuigd. Voor ik hier hoogleraar werd, heb ik onder meer gewerkt bij Pfeifer & Langen, een Duitse suikeronderneming. Suikerbieten zijn rijk aan water en bederven snel. Je zou

‘Dramatische verhalen over stijgende voeldselprijzen en hongeroproer kloppen niet’ procent. Dat is niet eens voldoende om de stijging van de welvaart bij te houden, laat staan de stijging van de wereldbevolking. Alleen al daarom is de overstap naar hernieuwbare grondstoffen onvermijdelijk.’ Eerder zei u dat we gebruik moeten maken van de synthesekracht van de natuur. Biomassa omzetten in brandstof lijkt me niet de optimale manier om die synthesekracht te gebruiken? ‘Zeker, zeker. Er valt zoveel meer uit biologische grondstoffen te halen dan we nu doen. Jullie in Nederland spre-

denken: decentraal verwerken biedt vele voordelen, maar de praktijk ontwikkelt zich precies de andere kant op. De kleine regionale suikerfabrieken gaan dicht en wat overblijft zijn enkele hele grote fabrieken die de grondstof van erg ver aanvoeren. Dat zie je niet alleen bij suiker, maar ook bij aardappelen en andere agrarische grondstoffen die industrieel worden verwerkt. Blijkbaar wegen de schaalvoordelen nog steeds op tegen de logistieke kosten van centralisatie. Het kan zijn dat het voor bepaalde producten anders ligt, maar de trend

32 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p30_interview.indd 32

21-08-2009 10:17:02


Interview

‘De overstap naar hernieuwbare grondstoffen is onvermijdelijk’ gaat toch nog steeds in de richting van verdere schaalvergroting.’

grondstof tot eindproduct kan uitvoeren in dezelfde Pilot Plant.’

Wat is de rol van uw proeffabriek daarin? ‘De proeffabriek is bedoeld als tussenstap bij het opschalen van biologische processen. Je kunt niet in één keer van de labtafel, waar je werkt met volumes van pakweg één liter, naar een fabrieksinstallatie van 100 m3. Je hebt behoefte aan een tussenstap waarbij het proces wordt opgeschaald tot 10 m3. Een tweede belangrijke functie is het maken van nieuwe producten in ton-hoeveelheden, wat nodig is om de toepassing te testen en om interesse te wekken bij potentiële klanten. Het is een echte proeffabriek, waarin je uiteenlopende processen kunt opschalen en optimaliseren. Vergelijk het maar met een grootschalige keuken, waar je de ene dag spaghetti bolognese klaarmaakt en de andere dag biefstuk met frites. Het is ook een ‘one-stop shop’, dat wil zeggen dat je het hele proces van

In de aankondiging staat dat jullie werken volgens het open innovatiemodel. Wat betekent dat? ‘Niet meer of niet minder dan dat ieder bedrijf er terecht kan om nieuwe biogebaseerde producten en processen te ontwikkelen, of het nu een energiebedrijf is, een chemiebedrijf of een klassieke verwerker van agrarische grondstoffen. Daarnaast houdt het in dat we ongebonden zijn, we hebben immers geen industriële aandeelhouders. De opdrachtgevers behouden alle rechten op de ontwikkelde technologie en hun intellectueel eigendom is veilig. Open betekent dus dat iedereen welkom is; niet dat je gegevens en technologie op straat liggen.’ Hoe past de Vlaams-Nederlandse samenwerking daarin? ‘Om te beginnen moet je vaststellen dat de regio Gent-Terneuzen op dit

moment het grootste cluster voor biobrandstoffen omvat van Europa. Of dat zo blijft, weet ik niet, want er zijn veel initiatieven. Maar het laat wel zien dat de biogebaseerde economie hier erg stevig is geworteld. Met Bio Base Europe willen we die positie verder uitbouwen. Daarbij ligt de nadruk op de ontbrekende schakel in de innovatieketen: de stap van kennis naar toepassing. Om die stap te zetten bouwen we vandaag hard aan onze proeffabriek die midden 2010 gaat draaien. Daarnaast komt er in Terneuzen een trainingscentrum voor proces operators voor biogebaseerde bedrijven. Op die manier proberen we niet alleen de regio Gent-Terneuzen, maar ook Nederland en Vlaanderen voor te bereiden op de komende “groene” revolutie. We gaan hier echt het verschil maken.’ p Meer informatie: www.biobaseeurope.eu augustus 2009 Chemie magazine 33

CM0907_p30_interview.indd 33

21-08-2009 10:17:18


Chemiebedrijven verhogen weerbaarheid tegen aanslagen

‘Ogen en oren openhouden’

O

ngeveer 25 BRZObedrijven uit de chemische industrie zijn uitgenodigd om deel te nemen aan het Convenant Vitaal Security Olie & Chemie. Hiervan is de helft toegetreden bij de aanvang van het convenant. Dit zijn merendeels grotere bedrijven die voorop lopen met

beveiligingsmaatregelen. De overige bedrijven hebben tijd nodig om een plan voor de beveiliging op te stellen en tekenen pas als ze zeker weten dat ze binnen een jaar een goed security managementsysteem kunnen opzetten. Sommige bedrijven moeten daartoe ook investeren, zoals bijvoorbeeld in hekken, beveiligingscamera’s of

ramppalen in de buurt van opslagtanks. Geleidelijk aan sluiten zich steeds meer bedrijven bij het convenant aan. ‘De VNCI stimuleert dat uiteraard’, stelt VNCI-speerpuntmanager Veiligheid, Gezondheid en Milieu Eduard van der Wilt. Aanspreekpunt voor beveiligingszaken bij de overheid is het Nationaal Adviescentrum

Vitale Infrastructuur (NAVI). Dit centrum heeft op basis van informatie van de AIVD een reeks dreigingsscenario’s opgesteld voor de industrie. De VNCI heeft vervolgens samen met het NAVI daaruit een zestal dreigingsscenario’s gedestilleerd die typisch voor de chemische industrie zijn. Van der Wilt: ‘De bedoeling is dat chemiebedrijven deze in elk geval bekijken en vaststellen welke daarvan voor hen van toepassing zijn. Een scenario waar-

34 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p34_opinie2.indd 34

21-08-2009 11:27:22


Opinie

FOTO: ANP

Bij veiligheid in de chemie denkt iedereen onmiddellijk aan procesveiligheid. Maar bij veiligheid gaat het ook om maatregelen tegen moedwillige aanslagen, sabotage, computerinbraak en dergelijke. In mei vorig jaar sloten de olie- en chemiesector en de overheid een convenant om de weerbaarheid van de bedrijven tegen dergelijke moedwillige verstoringen te verhogen. Hoe ver is de chemiesector hiermee? Erik te Roller

bij een terrorist met een boot met explosieven een aanslag wil plegen, is natuurlijk voor bedrijven zonder haven niet relevant. Aan de hand van de voor hen relevante scenario’s kunnen de bedrijven een analyse van de eigen risico’s maken en maatregelen nemen om die te beperken.’

Scenario’s opgesteld

Bram de Bruijn van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en coördinator van het

NAVI: ‘Bij een dreiging gaat het om de combinatie van een dader en een daad, bijvoorbeeld een terrorist met een rugzakbom, een hacker die zich toegang weet te verschaffen tot een procesbesturingssysteem om het proces te verstoren, iemand die anderen manipuleert om vertrouwelijke informatie los te krijgen, of een activist die gebouwen of installaties bewust beschadigt of saboteert. Voor de chemiesector hebben we een selectie gemaakt op basis van waarschijnlijkheid. De scenario’s zijn vooral een middel om bedrijven te helpen een goede risicoanalyse te maken.’ Van der Wilt: ‘Het verhogen van de weerbaarheid van bedrijven heeft vooral betrekking op preventie: het voorkomen van moedwillige aanslagen en verstoringen. Voor het beperken van de gevolgen van een aanslag beschikken de bedrijven al over de nodige maatregelen, zoals de bedrijfsbrandweer en samenwerking met hulpdiensten van de overheid van buitenaf. Dat zijn de maatregelen om de effecten van incidenten te minimaliseren in het kader van de BRZO. Bij preventie en het verkleinen van risico’s kun je denken aan fysieke maatregelen, personele maatregelen, zoals het inhuren van beveiligingsmen-

sen, autorisatie, archivering van kwetsbare gegevens, en verder aan afstemming met hulpdiensten van de overheid.’

Gecoördineerde aanpak

Het NAVI heeft samen met de VNCI en de VNPI (oliesector) in het najaar van 2008 een voorlichtingsbijeenkomst gehouden en dit voorjaar zes workshops georganiseerd om de verschillende onderdelen van het opzetten van een security management systeem door te nemen. De Bruijn: ‘Deze bijeenkomsten zijn door ongeveer 30 mensen van 20 bedrijven uit de olieen chemiesector bezocht. De verschillende groepen hebben veel aan elkaar gehad, de deelnemers vulden elkaar in de discussies aan en deelden hun good practices. De bedrijven die nog moeten beginnen, weten nu wat ze moeten doen. “Eerst wil ik informatie opnemen. Na de vakantie begin ik aan de implementatie”, heb ik wel horen zeggen.’ Volgens Ton Jeen, Environmental Advisor & SHE Team Lead van ExxonMobil Benelux, is het olie- en chemieconcern al jaren geleden begonnen met security management. Jeen: ‘Dat ligt in het verlengde van de zorg voor veiligheid, gezondheid en milieu. Controleren wie de

poort in- en uitgaan draagt er ook toe bij dat iedereen veilig op de locatie kan werken.’ ExxonMobil vond het belangrijk om vanaf het begin af aan nauw betrokken te zijn bij de ontwikkeling van het Convenant Vitaal Security Olie & Chemie. Bij een recent werkbezoek aan de raffinaderij in Rotterdam is minister Guusje ter Horst (BZK) geïnformeerd over de implementatiestappen en het belang van een gecoördineerde aanpak van veiligheid in de sector. ‘In de Rotterdamse haven is de productie van veel bedrijven gekoppeld. Daarom is het van belang dat niet alleen ExxonMobil, maar alle bedrijven hun weerbaarheid verhogen. Ook in ander opzicht is het convenant van belang. Nederland zou bijvoorbeeld met een specifieke dreiging te maken kunnen krijgen. In dat geval is een goede afstemming met de Nationaal Coördinator Terrorisme-bestrijding belangrijk, evenals samenwerking met de politie en hulpdiensten. Door samenwerking met andere bedrijven en de overheid kunnen we veel meer bereiken dan als ExxonMobil alleen’, legt Jeen uit. Om die redenen heeft de ExxonMobil-raffinaderij in 2007 meegedaan aan de nationale terrorisme- oefening e augustus 2009 Chemie magazine 35

CM0907_p34_opinie2.indd 35

21-08-2009 11:27:25


Opinie

Voyager. Jeen: ‘Een dergelijk scenario kun je als bedrijf niet alleen oefenen. Wat we geleerd hebben van de oefening, hebben we uitgebreid gedeeld met de minister en met andere bedrijven.’

Alert zijn

Erik van Nes, teamleider HSSEQ Field Support van BP: ‘We zijn al jaar en dag bezig met beveiliging. Voor ons betekent het convenant niets anders dan dat we de bestaande stukjes van een legpuzzel opnieuw moeten leggen. Overigens zijn we wel verrast door de hoge kwaliteit van de workshops, die het NAVI in samenwerking met de VNCI en VNPI organiseert. Die bieden een goede gelegenheid om in contact te komen met collega’s van andere bedrijven en daarmee kennis uit te wisselen. Vooral de bedrijven die net met security management beginnen, hebben daar veel aan gehad. Belangrijk bij dit convenant is, dat het security managementbeleid nu ook door de directies wordt uitgedragen en onder-

steund. Daar kun je op bouwen.’ Hij denkt niet dat het systeem voldoende is om aanslagen geheel te voorkomen. ‘Met security management kunnen we echter wel alerter zijn en zo zaken in de kiem smoren, of de effecten van een aanslag binnen de perken houden. En door goede contacten met de hulpdiensten van de overheid, de AIVD en regionale inlichtingendiensten kun je

nen voor security. Met het convenant Vital borduren we daarop voort en versterken we ons security management systeem. Bij security gaat het onder meer om de beveiliging tegen terroristische aanslagen, havenbeveiliging volgens de Amerikaanse ISPS-code (International Ship and Port Facility Security Code, red.), omgaan met gevaarlijke stoffen die opgeslagen liggen

komt u hier doen?”. We hebben wel een buitenschil, maar als ongewenste bezoekers er toch in slagen daar doorheen te dringen, moeten we het hebben van de awareness. Op Chemiepark Delfzijl hebben we bijvoorbeeld te maken gehad met koperdiefstallen. Toen hebben we iedereen er nog eens op gewezen hoe belangrijk het is om alert te zijn, ook bij alle huis-tuin-en-keuken-zaken.

‘Mensen moeten zich meer bewust zijn van de risico’s die zij en het bedrijf lopen’ gezamenlijk de ogen en oren open houden en zo gevaren tijdig signaleren’, aldus Van Nes.

Preventie

Pieter Bakker, Manager Brandweer Beveiliging & Infrastructuur van AkzoNobel in Delfzijl: ‘Ons bedrijf werkt sinds een jaar of vijf met corporate richtlij-

en IT-beveiliging.’ Hij ziet ‘awareness’ als een belangrijk onderdeel van security management. ‘Dat laat nog te wensen over. Ik zou graag zien dat de mensen zich veel meer bewust zijn van de risico’s die zij en het bedrijf lopen en bijvoorbeeld beter in de gaten houden wie op terrein rondlopen en zo nodig vragen “wie bent u en wat

Convenant Vitaal Security Olie & Chemie Op 27 mei 2008 hebben de ministeries van Economische Zaken, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het Convenant Vitaal Security Olie & Chemie gesloten met de VNCI, de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) en de Nederlandse Aerosol Vereniging (NAV) om de weerbaarheid van olieen chemiebedrijven tegen aanslagen, sabotage en computerinbraak te verhogen. Het gaat vooral om bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken. Bedrijven die toetreden tot het convenant verplichten zich om binnen een jaar een security management systeem (SMS) te hebben om verschillende dreigingen zo goed mogelijk het hoofd te kunnen bieden. Leidraad bij het opzetten van een SMS is de Handreiking security management van het ministerie van VROM, die met hulp van de VNCI ook is

toegesneden op de chemische industrie. Het Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur (NAVI) en de VNCI hebben samen een zestal dreigingscenario’s gedefinieerd, die relevant zijn voor de chemiesector. Op basis van deze scenario’s kunnen bedrijven gemakkelijker een risicoanalyse uitvoeren en maatregelen nemen die toegespitst zijn op het eigen bedrijf. Het NAVI is voor alles op gebied van security het aanspreekpunt van de overheid. Het centrum heeft in het afgelopen voorjaar twee keer zes workshops georganiseerd, waar de belangrijkste aspecten van een SMS aan de orde kwamen en bedrijven onderling ervaringen konden uitwisselen. De VROM-inspectie ziet toe op de naleving van het convenant en rapporteert daarover aan de Beheergroep, waarin de VNCI en andere betrokken partijen zijn vertegenwoordigd.

Als iedereen dat is, maak je het voor dieven en andere ongewenste bezoekers veel onaantrekkelijker om binnen te dringen. Verder werken we voortdurend aan de verbetering van ons veiligheidssysteem. Als er een extra dreiging is dan passen we het security-niveau aan en nemen tijdelijk strengere maatregelen’, aldus Bakker. Ton Jeen van ExxonMobil: ‘Doel van het security managementsysteem is om incidenten van diefstal tot aanslagen minder makkelijk te maken. Het gaat vooral om preventie. Om de gevolgen van aanslagen te beperken, kunnen we terugvallen de maatregelen die we in het kader van de BRZO hebben genomen. Ook hier zie je dat procesveiligheidsmaatregelen en beveiliging in elkaars verlengde liggen. Sommige bedrijven denken dat de BRZO-maatregelen voldoende zijn, maar gaan dan voorbij aan bijvoorbeeld de mogelijkheden van diefstal van documenten met vertrouwelijke informatie en computerinbraak. We betrekken daarom iedereen bij de security onder het motto “Security is everybody’s business”.’ p

36 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p34_opinie2.indd 36

21-08-2009 11:27:25


In beeld

FOTO’S: CASPER RILA

Test uw microreactor in de praktijk

Flowid BV, een spin-off van de TU Eindhoven, heeft sinds het Applicatie Laboratorium eind juni werd geopend over belangstelling niet te klagen. Verschillende specialisten van chemische bedrijven zijn inmiddels op bezoek geweest om de opgestelde microreactoren te testen. De voordelen in vergelijking met conventionele reactoren zijn dan ook legio: sneller reacties in kaart brengen, hogere opbrengst, lager energieverbruik, minder ruimtebeslag en veilig. Meer informatie: www.flowid.nl augustus 2009 Chemie magazine 37

CM0907_p37_in beeld.indd 37

21-08-2009 11:28:19


1

4

2

5 Foto 1: Impressie van het Applicatie Laboratorium, waarop verscheidende leveranciers microreactortechnologie beschikbaar hebben gesteld. Foto 2: StarLam principe van het Duitse instituut IMM GmbH waarbij vloeistoffen middels interne lamellen worden opgemengd. Foto 3: Glazen reactor van Micronit B.V. operationeel voor het uitvoeren van chemie. Foto 4: Flowidmedewerker voert experimenten uit op het Applicatie Laboratorium. Foto 5: De FlowStart van FutureChemistry B.V. voor de screening van reactieparameters. Foto 6: Vanuit het kantoor wordt er advies en ondersteuning verleend op het gebied van microflowtechnologie aan klanten van Flowid B.V. Foto 7: Een microflowkanaal uitgevoerd in metaal door IMM GmbH. Foto 8: Exterieur van het Applicatie Centrum. Foto 9: Alle componenten van een enkel metalen micro-flowkanaal.

3 38 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p37_in beeld.indd 38

21-08-2009 11:29:01


In beeld

6 Flowid vult gat tussen leverancier en eindgebruiker

7

8

9 augustus 2009 Chemie magazine 39

CM0907_p37_in beeld.indd 39

21-08-2009 11:29:38


Designerdress v champignonbak

Fashionista’s genoten onlangs tijdens de modebiënnale in Arnhem van een designerdress van modevormgever Irving Vorster. De show op het schip de ‘Jules Verne’ werd afgesloten met een bijzondere creatie van zijn hand. Een blauw jurkje van kunststof dat normaal gesproken voor de productie van champignonbakjes wordt gebruikt. p Meer informatie: www.basf.nl

FOTO: MAN HOO YU

FOTO: CASPER RILA

BASF-materiaal op de catwalk

40 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p40_uitgelicht.indd 40

21-08-2009 11:30:35


Uitgelicht

s van akjes

augustus 2009 Chemie magazine 41

CM0907_p40_uitgelicht.indd 41

21-08-2009 11:30:45


Verkeer moet ook aan reductie bijdragen

Industrie mag b geen sluitpost z Minister Cramer van VROM moet zich in Brussel sterk maken voor een realistisch plafond voor de stikstofoxiden in 2020. Nederland mag best erkenning krijgen voor het feit dat hier al veel aan NOx-reductie is gedaan. De Nederlandse installaties behoren in NOx-opzicht tot de beste in Europa. Uiteraard moeten de emissies nog verder omlaag, maar ook het verkeer moet daaraan bijdragen. Dat zijn enkele standpunten die de industrie begin september in het overleg met VROM naar voren zal brengen. Erik te Roller

lidstaat vastgelegd in de Europese NEC-richtlijn (National Emission Ceiling). Zodra er een NOx-emissieplafond voor Nederland in 2020 is vastgesteld, zal het ministerie van VROM de emissies onder de verschillende sectoren verdelen. Hierbij worden de industrie, raffinaderijen energiecentrales en kleine bronnen samen genomen en bestaan de andere sectoren uit verkeer, HDO (handel, diensten en overheid), bouw, huishoudens en landbouw. De grootste groep is het verkeer, dat ruim de helft van de NOx-emissies voor haar rekening neemt. De industrie is verantwoordelijk voor 30 tot 40 procent van de emissies. ‘Duidelijk is dat de verdere vermindering niet alleen van de industrie kan komen’, aldus Mulder-Boeve.

Dubbele regulering

‘D

e gemiddelde uitstoot van NOx per eenheid opgewekte energie is in Nederland inmiddels veel lager dan in de ons omringende landen. Toch hebben we in Nederland nog steeds te maken met relatief hoge NOx-concentraties in de lucht vanwege de sterke concentratie van industrie, verkeer en bebouwing. De emissie van NOx moet dus wel degelijk verder

omlaag. De discussie gaat daarom vooral over de vraag hoe dat moet gebeuren’, zegt Leantine MulderBoeve, beleidsmedewerker milieu van de VNCI. Nederland ligt met de vermindering van de NOx-emissies goed op schema. Uit recente cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat de industrie het emissieplafond voor de NOx -emissies in 2010 haalt. Dit emissieplafond is per

Nu wil het geval dat Nederland in 2005 als enige land in Europa de handel in emissierechten voor NOx heeft ingevoerd. De overheid en industrie zagen, en zien het nog steeds, als een goed instrument om de emissies kosteneffectief te verminderen. Maar deze Nederlandse aanpak gaat niet goed samen met de Europese aanpak om emissies terug te dringen via de zogenoemde IPPC-richtlijn. Het idee van de emissiehandel is om de emissie van NOx op een kosteneffectieve manier te verminderen. Er

42 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p42_opinie3.indd 42

21-08-2009 11:31:57


Opinie

g bij NOx-beleid t zijn ontstaat een markt van vraag en aanbod en het geld stroomt vanzelf naar plaatsen waar emissiereductie het meest effectief kan worden aangepakt. De overheid stelt de doelen voor de emissiereductie en de markt bepaalt hoe die het beste gerealiseerd kunnen worden. De IPPC-richtlijn schrijft echter voor dat een bedrijf met installaties volgens de best beschikbare technieken (BBT) moet werken om onder andere de NOx-emissies omlaag te brengen. En dat doorkruist de emissiehandel. De Nederlandse industrie heeft dus te maken met een dubbele regulering, want bedrijven die deelnemen aan de NOx-emissiehandel moeten ook aan de IPPC-eisen voldoen. Dat beperkt ze in hun keuzevrijheid en betekent in feite dat de voordelen van de NOx-emissiehandel teniet worden gedaan. Anders dan bij de CO2-emissiehandel met zijn allocatie van emissierechten werkt de NOx-emissiehandel met een zogenoemde Performance Standard Rate (PSR), oftewel een prestatienorm uitgedrukt in de uitstoot van NOx in gram per Gigajoule. Bedrijven met emissies boven de PSR moeten rechten inkopen en bedrijven met emissies onder de PSR kunnen rechten verkopen. Tijdens de afgelopen jaren is de PSR dusdanig geweest, dat er steeds een overschot aan rechten was. Er was

wel handel, maar de prijzen van de rechten waren zeer laag. Dat komt met name door de energiebedrijven die hun NOx-emissies de laatste jaren sterk hebben weten te verminderen. Verder brengt de deelname aan de emissiehandel tot nu toe een relatief grote administratieve last met zich mee. Voor de verkopers stond daar geen noemenswaardige opbrengst tegenover. De kopers hebben echter hun voordeel kunnen doen met goed-

om het NOx-plafond voor 2020 te bereiken zal pas duidelijk zijn als dat plafond precies bekend is. Maar in 2008 zijn overheid en industrie al wel de discussie aangegaan over de waarde van de PSR na 2010. De partijen kwamen er toen niet helemaal uit. Ze spraken af dat onderzocht zou worden of er nog wel ruimte is voor de emissiehandel van 2013 tot 2020, omdat in 2020 een nieuw en ‘strenger’ emissieplafond gehaald moet wor-

‘We hebben de emissiehandel tot 2010 eigenlijk niet nodig gehad’ kope emissierechten. Wat dat betreft lopen de belangen rond de emissiehandel binnen de industrie dus uiteen. ‘Terecht kan de vraag gesteld worden of de emissiehandel de afgelopen jaren niet overbodig is geweest. Want het NOx-emissieplafond is gehaald, omdat de bedrijven door de IPPC-richtlijn al maatregelen genomen hebben om de NOx-emissies te reduceren. De emissiehandel heeft aan het halen van het plafond geen wezenlijke bijdrage geleverd. We hebben de handel tot 2010 eigenlijk niet nodig gehad’, stelt Mulder-Boeve. ‘Of we de handel echt nodig hebben

den. Voor de periode tot 2013 spraken ze af dat de PSR vanaf 2010 tot 2013 met één punt per jaar zal afnemen.’

Lokaal probleem

Om een oplossing te vinden voor de dubbele regelgeving en om de kosten van NOx-emissiehandel waar mogelijk te verlagen, is de werkgroep Moons opgericht. Ook is de ‘ruimte’ voor emissiehandel onderzocht. In deze werkgroep, voorgezeten door Cees Moons van de directie Leefomgevingskwaliteit van het ministerie van VROM, zijn de industrie en de vergunningverleners vertegenaugustus 2009 Chemie magazine 43

CM0907_p42_opinie3.indd 43

21-08-2009 11:31:57


woordigd. Begin september presenteert de werkgroep aan een brede vertegenwoordiging van industrie en overheid de resultaten van het onderzoek. Mulder-Boeve: ‘Zolang het emissieplafond van 2020 nog niet bekend is, kan er nog geen beslissing worden genomen over het al dan niet voortzetten van de emissiehandel, vindt de industrie. Wij zijn niet tegen de emissiehandel, maar wel kritisch over de voorwaarden waaronder die eventueel zal worden voortgezet. Gezien het feit dat we het emissieplafond van 2010 halen zonder wezenlijke

aal systeem worden aangepakt. NOx verspreidt zich echter nauwelijks en vormt daarom een lokaal probleem. ‘Andere landen, die niet een vergelijkbare problematiek met NOx-concentraties hebben, voelen er daarom weinig voor om naast de CO2-emissiehandel ook nog een Europese NOxemissiehandel in te voeren. Zij vinden de IPPC-richtlijn voldoende om deze emissies aan te pakken en ook dat het Nederlandse probleem niet met Europese regelgeving hoeft te worden opgelost’, aldus Mulder-Boeve.

NOx-emissiefactor vs. PSR-waarde 80 70 60

gr./GJ

50 40 30 20

Emissiefactor PSR-waarde

10 0

2005

2006

2007

2008

‘Het ministerie van VROM moet zich sterk maken voor een realistisch NOx-emissieplafond’ bijdrage van emissiehandel, moeten we dus heel goed afwegen of dit instrument ook voor de periode tot 2020 noodzakelijk is.’ De kans is klein dat de NOx-emissiehandel in heel Europa wordt ingevoerd en zo een gelijk speelveld ontstaat. CO2 verspreidt zich snel in de lucht en kan daarom met een mondi-

Herziening richtlijn

De Europese Commissie werkt intussen aan de herziening van de IPPCrichtlijn. Nederland heeft ervoor gepleit de NOx-emissiehandel als flexibel instrument binnen de IPPCrichtlijn toe te staan. Tot nu toe echter tevergeefs. Mocht dat alsnog lukken, dan kunnen de bedrijven weer zelf

beslissen over de timing van de aanpassingen van hun installaties. Bovendien kan een bedrijf ervoor kiezen de emissies van een deel van de installaties fors terug te schroeven en van een ander deel zo te laten, volgens het zogenoemde bubble concept. De emissiedoelstelling wordt dan bereikt, maar zonder dat meteen alle installaties voor wat betreft de NOx aan de BBT-eisen van de IPPCrichtlijn voldoen. Na de eerste lezing van de herziening van de IPPC-richtlijn in het Europese Parlement is opgenomen dat handel onderzocht mag worden. Dit is enkel van symbolische waarde. Mulder-Boeve: ‘Aangezien de emissiehandel niet goed van de grond komt, rijst de vraag welke verbeteringen of alternatieven nog mogelijk zijn. De overheid overweegt wetgeving die dwingender is, of een combinatie van nieuwe wetgeving en handel. Om de dubbele regulering van de NOx-emissiehandel en IPPC op te heffen, speelt VROM met het idee om de normen voor de NOx-emissies niet meer per bedrijf in de milieuvergunning te laten vastleggen, maar landelijk normen te stellen voor NOx-emissies per categorie installaties, in een algemene maatregel van bestuur. Zoiets bestaat al voor stookinstallaties. De individuele verschillen in milieueisen voor stikstofoxiden verdwijnen dan, iets waar de milieubeweging al jaren voor pleit. VROM ziet er veel in, omdat het ministerie dan een eenduidig en helder beleid kan voeren. In het bedrijfsleven willen we eerst de consequenties daarvan volledig kunnen overzien, en niet alleen voor de nabije toekomst, voordat we met een dergelijk voorstel kunnen instemmen. Landelijke normen bieden duidelijkheid in de vergunningverlening en voorkomen vertraging. Maar het beperkt ook de speelruimte bij het vaststellen van de prioriteiten binnen de milieuvergunningen.’ Mulder-Boeve vat het standpunt van de industrie als volgt samen: ‘Het ministerie van VROM moet zich sterk maken voor een realistisch NOxemissieplafond voor Nederland in 2020. Naast de industrie moet ook het verkeer aan de emissiereductie bijdragen. En aan de dubbele regulering van emissiehandel en IPPC moet linksom of rechtsom een einde komen.’ p

44 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p42_opinie3.indd 44

21-08-2009 11:31:58


The next seminar in the Amsterdam Process Safety Seminar Series is coming up in October.

FIND OUT THE BEST PRACTICES IN MANAGEMENT OF CHANGE!

THE AMSTERDAM PROCESS SAFETY SEMINAR SERIES – MAKING CHANGES SAFELY AND EFFECTIVELY: MANAGEMENT OF CHANGE ��th and ��th of October ����, Amsterdam, the Netherlands Read more www.ael.fi/ehs

industrial projects construction piping

Nederland: België:

Adv. MOB 185x130.indd 1

Pagina45.indd 1

T +31(0)10 462 16 66 T +32(0)3 568 74 12

multidisciplinaire shutdowns construction equipment

© decrealisten.nl

What’s in the pipeline? prefabrication piping steam-tracing

info@mob-bv.nl

www.mob-bv.nl 13-08-2009 11:44:6

24-08-2009 10:16:45


Onlangs hebben Nederlandse experts gebrainstormd over oplossingen voor de plastic afvalhoop in de Stille Oceaan. Het gaat om een initiatief van de Rotterdamse architect Rudolph Eilander, die het niet kan verkroppen dat er wereldwijd niets wordt gedaan aan de vervuiling. Esther Rasenberg

Ronddraaiend eiland met vlieger; Rudolph Eilander schetst oplossingsroutes voor kunststof afval in zee

CM0907_p46_maatschappij.indd 46

21-08-2009 10:18:11


Maatschappij

Verschillende oplossingen in kaart gebracht

Denktank buigt zich over plastic soep O

p het kantoor van Eilander architects in Rotterdam verzamelden zich dertien ingenieurs van verschillende bedrijven en kennisinstellingen om te brainstormen over het opruimen van het plastic afval dat zich heeft verzameld op de wervelstroming midden in de Stille Oceaan. Inmiddels is er door een Amerikaans-Duits onderzoeksteam een vergelijkbare afvalhoop ontdekt in de Sargassozee, voor de kust van Florida. Deze zee staat bekend als de kraamkamer van palingen. De jonge aaltjes zwemmen van daaruit naar Europa en Noord-Amerika. In de Atlantische Oceaan was zo’n megastortplaats, volgens een recent artikel in dagblad Trouw, tot nu toe nooit waargenomen. De bijeenkomst in Rotterdam werd bijgewoond door verschillende experts uit de chemische industrie. Onder de deelnemers waren Rinus van den Berg (DSM), Peter Nossin (Dutch Polymer Institute), Harrie Camps (PlasticsEurope) en Gerrit Klein Nagelvoort (AGK Polymers). In 2008 kwam Rudolph Eilander met het idee om het plastic in de Stille Oceaan ter plekke te verzamelen en vervolgens te verwerken op een kunststof eiland. Op het eiland in de oceaan zou het verzamelde plastic, door mensen die daar wonen en werken, verwerkt kunnen worden tot bruikbare basisproducten. Met een subsidie van het Fonds BKVB maakte de architect een ontwerp. Om op de oceaan stabiel te zijn, moet het drijvende eiland van een flink formaat zijn. Rondom het eiland uit dit ontwerp zijn netten gespannen waarin het afvalplastic wordt verzameld.

Plastic inzamelen

Naar aanleiding van zijn idee ging Rudolph Eilander op zoek naar experts die in staat zijn om technisch invulling te geven aan het inzamelen van plastic in de oceaan. Uitgangspunt voor de brainstorm was om het onderwerp positief te benaderen. Eilander licht toe: ‘In de Stille Oceaan drijven ruim 44 miljoen kilo’s aan waardevolle grondstoffen. Als we die uit het water kunnen halen, zijn we spekkoper. Hoe gaan we dat doen? Tijdens de brainstorm kwamen er meerdere ideeën op tafel waaruit de deelnemers zelf de

drie meest veelbelovende selecteerden. Daarna werden die ideeën in kleine groepjes verder uitgewerkt en werden er schetsen gemaakt.’ Voor het verzamelen van plastic kan gebruik worden gemaakt van netten. Omdat er ook veel kleine deeltjes plastic in het gebied drijven, moeten die netten zeer fijnmazig zijn, zoals membranen. Vissen worden bij het gebruik van die grote netten op afstand gehouden door sonargeluiden. Daarnaast zouden vanaf het kunststof eiland robotwalvissen het plastic in zee kunnen ophalen en verzamelen. Daarbij drijft het plastic in de bek van de robot, wordt gezeefd, samengedrukt en vervolgens uitgestoten in een vorm die makkelijk per schip kan worden opgehaald. Een ander idee dat werd geselecteerd was de inzameling van plastic door zeer veel kleine robots. Het gaat om kleine en wendbare robots met het formaat van een voetbal, die het plastic zouden grijpen en het vervolgens met ander afval samensmelten. De robots zouden werken op zonne-energie en het idee is dat deze robots zelfstandig makkelijk veel plastic zouden kunnen verzamelen. ‘Tijdens de workshop bleek echter dat dit idee technisch lastig te realiseren is’, vertelt Eilander. ‘Er zitten gewoon te veel haken en ogen aan.’ Het laatste idee dat tijdens de brainstorm is uitgewerkt, heeft betrekking op de ontwikkeling van enzymen die plastics op een natuurlijke manier kunnen afbreken. ‘Misschien wel het beste idee’, zegt Eilander. ‘Het nadeel van deze oplossing is dat de enzymen niet alle plastics kunnen afbreken. Polymeren die zijn gemaakt op basis van koolstof-koolstof-verbindingen zijn moeilijker te verbreken. De plastics die mogelijk wel door de enzymen kunnen worden afgebroken zijn polycondensaten, zoals polyesters en polyamides (beter bekend als nylons) . Doordat in die verbindingen zuurstof of stikstof aanwezig is, kunnen de enzymen hun werk doen’, zegt Peter Nossin van het Dutch Polymer Institute (DPI) in Eindhoven.

Brede samenwerking

In het najaar komt er een website die bewustwording op gang moet brengen en politiek draagvlak moet e augustus 2009 Chemie magazine 47

CM0907_p46_maatschappij.indd 47

21-08-2009 10:18:15


Maatschappij

creëren. Rudolph Eilander geeft aan dat hij als individuele architect niet in staat is om internationaal draagvlak te creëren. Het opruimen van de plastic soep zal flink wat geld gaan kosten en dat moet door meerdere partijen bij elkaar worden gebracht. ‘Internationale concerns, belangenverenigingen en politieke partijen moeten de handen ineenslaan.’ Peter Nossin van DPI geeft aan dat het DPI Value Centre in de toekomst onderzoeksprojecten zou kunnen begeleiden. ‘Wij geven daarbij de voorkeur aan een zo breed mogelijke samenwerking tussen bedrijven en instellingen.’ Ook directeur Harrie Camps van PlasticsEurope ziet mogelijkheden voor de toekomst: ‘Er is nu een Nederlands netwerk dat aan de slag wil met het oplossen van dit mondiale probleem. Er zijn verschillende oplossingsrichtingen aangegeven en nu moeten we zorgen dat het probleem ook politiek op de agenda komt. Minister Cramer van VROM moet er internationaal aandacht voor gaan vragen. Uiteraard zal PlasticsEurope het probleem ook binnen het eigen netwerk onder de aandacht brengen en we zullen op zoek gaan naar funding voor onderzoek. De website die Rudolph Eilander ontwikkelt, is daarbij een belangrijk instrument.’ ‘Wat mij betreft hoeven we het plastic niet per se om te zetten in producten. Het lokaal ophalen en isoleren van het afval is al heel wat. Dit ingekapselde afval kan vervolgens worden afgezonken of verbrand. Geen ideale oplossingen, maar het belangrijkste doel is de schade voor vissen en vogels te reduceren. Het lokaal nuttig gebruiken van het afval of het transporteren naar Amerika zie ik niet als economisch en ecologisch haalbaar. En natuurlijk moeten we voorkomen dat er nog meer afval in de oceaan terecht komt. We zouden zwerfafval bijvoorbeeld bij de grote waterwegen kunnen afvangen, zodat het niet in zee terechtkomt. Gelukkig is er in Europa veel aandacht voor het recyclen van plastic, maar daarentegen staat het in Azië niet bovenaan de prioriteitenlijst’, aldus Camps.

is gemaakt in opdracht van de Stichting Nedvang, die gemeenten en bedrijven ondersteunt bij de inzameling. De eerste resultaten van de campagne zijn veelbelovend. Gescheiden inzameling wordt door steeds meer Nederlandse gemeenten ingevoerd.

Negatief voor imago

ten ons op dit moment op het instellen van zeereservaten. Er zijn zoveel problemen en bedreigingen voor de oceanen. Daar kunnen we ons helaas niet allemaal tegelijk voor inzetten.’ Het probleem van de plastic soep wordt dus in eerste instantie opgepakt vanuit de industrie. Voor het imago van plastic is het zoeken naar een duurzame oplossing cruciaal. De aanleg van een duurzaam kunststof eiland dat geen gevaar voor mens en dier oplevert, zou dat imago zonder meer kunnen verbeteren. Zeker als een dergelijk eiland zorgt voor een schone oceaan. De mogelijkheden van het eiland bieden volgens Wubbo Ockels volop perspectief. Hij noemde de denktank uit Rotterdam niet voor niets ‘the founding fathers van het kunststof eiland’. Wordt vervolgd… p

Door de afvalproblematiek wordt het imago van kunststof negatief beïnvloed. Camps: ‘Zwerfvuilvermindering is voor de chemische industrie van groot belang. Onze verantwoordelijkheid strekt zich uit tot in de afvalfase.’ Als goed initiatief noemt de directeur van PlasticsEurope het gebruik van bigbags door vissers. ‘De Nederlandse en Belgische vereniging van kustgemeenten KIMO zet zich in voor het milieu in de Noordzee. Bodemvissers krijgen van de vereniging bigbags mee aan boord. De vissers verzamelen daarin het plastic afval dat zij in hun netten krijgen en brengen het weer aan land. Daar wordt het ingenomen, afgevoerd en verwerkt. Het project levert jaarlijks zo’n 300.000 kilo afval op. Daar wordt de Noordzee zichtbaar schoner van.’ In Nederland moet de campagne Plastic Heroes ervoor zorgen dat plastic gescheiden wordt ingezameld. Eind 2012 wil de Nederlandse overheid 42 procent van al het Nederlandse verpakkingsafval recyclen. Een ambitieuze doelstelling, want op dit moment wordt nog maar 26 procent van het Nederlandse plastic afval ingezameld. De campagne

Plastic uitbannen

Kim Schoppink van Greenpeace reageert positief op het initiatief van de Nederlandse denktank. ‘De plastic soep in de Stille Oceaan is een enorm probleem en het is zeker goed dat er oplossingen bedacht worden om het plastic op te ruimen. Dit is alleen dweilen met de kraan open als er ook niet iets aan de oorzaak van het probleem gedaan wordt, namelijk het weggooien van plastic afval in zee. Wij willen alle plastics uitbannen en vervangen door hoogwaardige materialen die voor 100 procent recyclebaar zijn.’ Dat Greenpeace zich aansluit bij de Nederlandse denktank is volgens Schoppink niet aan de orde. ‘Wij rich-

Robots met zonnecellen zouden het plastic kunnen grijpen en met ander afval samensmelten

Meer informatie: Ga voor meer informatie over het Nederlandse initiatief tot 31 augustus naar www.eilander.nu en na 1 september 2009 naar www.plasticisland.org.

48 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p46_maatschappij.indd 48

21-08-2009 10:18:19


Van Roekel Handelsonderneming BV Uw adres voor:

LUHNS DETERGENTS NV

2. Mengen droge stof ook met vloeistof 3. Zeven tot 100 micron 4. Verpakken in zakken en Bigbags ook klein verpakkingen 5. Vloeistof op drager brengen

G

-B

– od ro —

— en nk ta

ov

gie

sn

elh

eid

f—

ersch

aren

• bio

er

o s it ie

t— ho sc er ov — t— oo st uit

er tb

k—

— n ke pik —

e n e r gi

— g

ia

en

—p

en

h ot

p bes

ot

nk •

rs c

on

n—

ta

oo

s ga • s

= CHEMIE

h sc

it

= CHEMIE =

en

es

te

kk

m

ili

eit

ka

... schoon

as

o k • ve

ik

en

m

ilit

oe

el

Am

n

ob

ce

ob

br

rr

KIPPEN

m

ra

m

brandstof

ha

• st a n

=

sc —

=

... nt

e

IO

TE

tie

pp

M

=

ac

ro

... ki

AR W

CHEMIE

re

st aan de leg–

TOKTOK

AS

Griftweg 2, 6745 XD De klomp Postbus 19, 6744 ZG Ederveen Tel: 0318-572146 Fax: 0318-573737 e-mail: roekel@euronet.nl Bankrelatie: AbnAmro Rek.nr.: 58.44.58.622 b.t.w. nr.: NL 8052.22.558.B.01 Kamer van Koophandel nr.: 09-063451

AUTOGAS

e

co ac

cy

nt

cl

-

—oplossen—

t

re

ONLINE VERKOPING i.o.v. Mtr. W. Heethem, Curator van het FAILLISSEMENT

1. Malen (ook met koeling) breken en granuleren

katalysator–

BELANGRIJKE

Vervaardiging van waspoeders 6 FLOBIN-LOSSTATIONS v.v. uitvoertrechter met schroef-conveyor naar bakjeselevator; 3x BIG-BAG LOSSTATIONS v.v. ontvangsttrechter en schroefconveyor naar bakjeselevator; 2 DOSEERLIJNEN bestaande uit o.a. trilconveyor, 7 binnenbunkers en 7 doseermachines “Sautelma”; 2 stations voor zachte menging “Kestens-Montage”, bestaande uit poedervulunit, rvs bunker en doseermachine “Sautelma”; 6 GEÏSOLEERDE BUITENSILO’S, rvs, op staalstructuur en v.v. tril-bodem en doseermachine “Sautelma” met 1 centrale ontstoffingsfilter “Cipres Filter BRNO” (2007); 3 TANKS en 7 GEÏSOLEERDE TANKS voor diverse producten, cap. 24m³ - 75 m³; heteluchtgenerator “S.R.M-Maseth/Mahy (2005) met luchtventilator “Fima”; 6x 30 FLOBINS met flexibele liner voor opslag en behandeling van poeders, afm. 1,24 x 1,24 x 2,7 m; horizontale continu-menger en verticale wervel-doorvalmenger “Simac/CVG”; 4- & 6-KOPS LIJNEN bestaande uit KARTONVULMACHINE “Senzani” IB6S8 (1994), cap. 100 stuks/min, max. 5kg pakken, zeskops electr. weegschaal “Sautelma” DP3, uitvoerconveyor (4 x 13m) en twee pneum. pompen voor koude lijm; 2 VERPAKKINGSMACHINES “Goglio Luigi/Milano” GL19 (‘95) zakkenvorm- en vullijn met driekops vulmachine, cap. 40 zakken/min v.v. sluitstation “NordsonHotmeld”; 2 KARTONNEERMACHINES “Görig”, cap. 10 trays/min; palletomwikkelmachines w.o.“Certis/ Cason” Sirio-1800T, 50 tr/min; PALLETTISEERLIJNEN w.o. “Kettner” voor euro palletten en halve palletten; 3 STATIONAIRE SCHROEFCOMPRESSORS w.o. “Compair” (2002), capaciteit 2,6 m³/min - 19,6 m³/min; WATERZUIVERINGSSTATION “EDW” bestaande uit 4 opslagtanken & trilzeef “Sweco”; etc.

BIEDEN ENKEL VIA INTERNET

Chemie = 190km

/u

Chemie onderzoekt, ontdekt, produceert Meer weten? > www.chemieisoveral.nl

Pagina49.indd 1 i171 VNCI Kwartstaand.indd 1

SLUITINGSDATUM: dinsdag 6 OKTOBER BEZICHTIGING: 1 en 2 oktober van 9.00 tot 16.00 uur Heldenstraat 63 - 1502 Lembeek (België) FOTO’S / CATALOGUS op onze website

www.TroostwijkAuctions.com

24-08-2009 10:20:36 27-05-2009 09:42:14


Nijmeegse supermag Supergeleidend, sterk en zeer stabiel H

et NMR-lab van het Nijmeegse Institute for Molecules and Materials heeft deze zomer een nieuwe magneet aangeschaft. Hij is een half miljoen keer zo sterk als het magneetveld van de aarde, weegt negen ton en kostte twee miljoen euro. In de hele wereld zijn er maar zes van deze magneten. De nieuwe magneet is supergeleidend, ongelooflijk sterk en zeer stabiel. Hij wijkt niet meer af dan 1 op 10 miljoen. Voor het onderzoek in het NMR-lab is stabiliteit erg belangrijk, omdat allerhande materialen, zoals waterstof, eiwitten, en farmaceutische materialen, zeer nauwkeurig worden geanalyseerd. Om het lab is een gracht gegraven, zodat bijvoorbeeld auto’s en vrachtwagens niet te dicht in de buurt kunnen komen. Daardoor kunnen ze ook geen trillingen veroorzaken en wordt voorkomen dat de magneet sterk op het metaal van auto’s reageert. Zoals gezegd is de magneet, in tegenstelling tot elektronische tegenhangers, supergeleidend. Dat betekent dat als de magneet eenmaal is aangezet, hij zichzelf draaiende houdt. Zolang de wetenschappers de magneet regelmatig met vloeibaar stikstof en vloeibaar helium vullen, blijft de magneet aan staan. Er is dus niet constant stroom nodig. p

opening test-schacht

reservoir met vloeibare helium (4,2K)

vloeibare stikstof

vacuüm

testmateriaal

bad vloeibare helium (2,2K)

aanvoer testmateriaal

50 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p50_infographic.indd 50

21-08-2009 10:18:58


Infographic

agneet opening voor testvoorwerpen

binnen-isolatie

windingen met NiobiumTitaan legering

dataverwerking 3D weergave molecuulstructuur

windingen met Niobium 3-Tin

Niobium kern

spoeldraad

koperen huls registratiespoel monster capsule naar dataverwerking

koper-isolatie

augustus 2009 Chemie magazine 51

CM0907_p50_infographic.indd 51

21-08-2009 10:19:06


Productnieuws

Certificatie flowmeter

D

e Yokogawa Rotameter RAMC flowmeter is gecertificeerd voor toepassing in omgevingen met een risico van gas- of stofexplosie. De meter wordt nu geleverd met verschillende Ex-certificaten die geldig

zijn in Europa, Amerika, Australië, China en veel andere landen. Meer informatie: www.yokogawa. com/nl

‘Verfvrije’ pomp

G

ardner Denver Nederland B.V. levert, monteert en verzorgt het onderhoud van pompen en compressoren in de industrie, evenals laad- en lossystemen voor tank- en bulkvervoer. Het bedrijf heeft nu pompen geïntroduceerd in een ‘verfvrije’ uitvoering. Het gaat om de SSP Roestvaststalen lobbenpompen van de serie S-1 t/m 4 en de serie X-1 t/m 4. De pompen zijn voortaan leverbaar met een chemisch vernikkelde tandwielkast. Doordat ze dus geheel verfvrij zijn, zijn ze goed chemisch bestendig. Naar deze ‘verfvrije’ uitvoering is steeds meer vraag vanuit de chemische industrie en de voedingsmiddelenindustrie. Meer informatie: Gardner Denver Nederland B.V., e-mail: sales.nl@gardnerdenver.com

Veiligheidshelm

3

M, marktleider in persoonlijke beschermingsmiddelen, introduceert de G3000 Solaris veiligheidshelm met gepatenteerde Uvicator-sensor. Deze sensor zorgt ervoor dat de helm automatisch aangeeft wanneer de maximale blootstelling aan UV-licht is bereikt en dus vervangen moet worden. De levensduur en de kwaliteit van een veiligheidshelm hangen af van fysieke invloeden, zoals het stoten tegen de helm of door chemische invloeden, zoals bijtende vloeistoffen, maar ook door UV-licht van de zon. Meer informatie: www.3M.nl

Nieuwe vestiging HYDAC

H

ydac heeft zijn tweede nevenvestiging geopend, in Dordrecht. Het bedrijf, met zijn hoofdvestiging in Helmond, had al een nevenvestiging in Drachten. Door nu ook vanuit Dordrecht te opereren wil het bedrijf de dienstverlening verder verbeteren voor de klanten in de regio Groot Rotterdam.

HYDAC is met meer dan 5.500 werknemers wereldwijd een toonaangevende producent van hydraulische componenten en systemen. Meer informatie:www.hydac.com.

52 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p53_productnieuws.indd 52

21-08-2009 10:26:14


Groene chemie

CLEA Technologies maakt milieuvriendelijke oplosmiddelen

‘Groene’ nagellak ‘Ethylacetaat wint als oplosmiddel snel terrein, omdat het relatief milieuvriendelijk is en lekker ruikt. Dat maakt het bijvoorbeeld geschikt voor cosmeticaproducten, zoals nagellak. Ook kan het gechloreerde oplosmiddelen in verschillende toepassingen vervangen’. Dit zegt Roger Scheldon, directeur van CLEA Technologies in Delft en emiritus hoogleraar van de Technische Universiteit Delft.

D

e chemicus en ondernemer begon zijn loopbaan bij Shell en stapte in de jaren tachtig over naar Océ Andeno in Venlo, dat later, in 1988, in handen kwam van DSM en dat nu onderdeel uitmaakt van de businessgroep Pharmaceutical Products. In 1991 volgde de benoeming van Sheldon tot hoogleraar aan de Technische Universiteit in Delft. Daar deed hij veel onderzoek naar enzymen. Samen met een compagnon richtte hij in 2000 CLEA Technologies op. Het ging toen om het commercialiseren van een nieuwe methode om enzymen te immobiliseren, wat zogenoemde Cross-linked Enzyme Aggregates, oftewel CLEA’s oplevert. Normaal werken bedrijven bij biokatalytische reacties met enzymen die vastzitten op dragermateriaal. ‘Nadeel daarbij is, dat je in feite veel dragermateriaal met weinig enzymen hebt, vaak minder dan één gewichtsprocent. Om enig effect te hebben moet je de reactor voor de helft met dit materiaal vullen’, verklaart Sheldon.

Biologisch afbreekbaar

‘Om CLEA te maken slaan we opgeloste enzymen met bijvoorbeeld ammoniumsulfaat neer. De neerslag bestaat uit samengeklonterde enzymen. De enzymen bevatten vrije aminogroepen aan hun oppervlakte. Die groepen koppelen we met glutaaraldehyde aan elkaar en het resultaat is een CLEA, waarvan de activiteit per gram veel groter is dan met andere

geïmmobiliseerde enzymen. Enzymen hebben in het algemeen het voordeel dat ze reacties selectief laten verlopen; er ontstaat weinig bijproduct. Ook zijn ze biologisch afbreekbaar. De enzymen in CLEA’s hebben als extra voordeel dat ze beter bestand zijn tegen hoge temperaturen, organische oplosmiddelen en hydrolytische afbraak. Verder kun je ze na een chemische reactie gemakkelijk afscheiden en opnieuw gebruiken. Bijkomend voordeel is dat de geïmmobiliseerde enzymen geen allergische reacties veroorzaken. Op die manier kun je enzymen, zoals proteases, in de vorm van CLEA’s aan bijvoorbeeld huidcrèmes toevoegen. Het enzym maakt de huid schoon zonder allergische reacties op te wekken’, legt Sheldon uit. Het bedrijf verkoopt CLEA’s aan chemische en farmaceutische bedrijven of immobiliseert specifieke enzymen in opdracht van dergelijke bedrijven. Bij het bedrijf, met een jaaromzet van ongeveer één miljoen euro, werken in totaal acht mensen.

Dieseladditief

CLEA Technologies werkt aan een nieuwe ontwikkeling: het groen produ-

ceren van ethylacetaat door bio-ethanol te oxideren. ‘Ethylacetaat wordt nu onder andere gemaakt door etheen om te zetten in ethanol. Overigens komt er aan deze katalytische oxidatie van bioethanol geen enzym te pas. We kijken met subsidie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) naar de afzetmogelijkheden hiervan in de markt. Duidelijk is, dat het bio-ethylacetaat niet duurder mag zijn dan het normale ethylacetaat.’ ‘Via het haalbaarheidsonderzoek zijn we in contact gekomen met een ander bedrijf (van creatieve ondernemers) dat mogelijkheden ziet om bio-ethylacetaat in te zetten als grondstof in de fabricage van een groen dieseladditief dat tot een beter brandstofverbruik en minder emissies leidt. Een groen product dus, gemaakt uit een groene grondstof met een groen proces. In deze markt gaat het natuurlijk om grote volumes. We kijken naar de economische haalbaarheid van dit proces en de afzetmogelijkheden. Als de uitkomst positief is, komen we waarschijnlijk in aanmerking voor een extra subsidie van LNV om deze route samen met een partner verder te ontwikkelen en te commercialiseren’, aldus Sheldon. p augustus 2009 Chemie magazine 53

CM0907_p52_groene chemie.indd 53

21-08-2009 10:27:00


moleculen, mensen, meningen KNCV Activiteiten Chemicus, life scientist of procestechnoloog? Bijna 10.000 professionals ontdekten al de waarde van het lidmaatschap van de KNCV, dé beroepsvereniging voor iedereen die werkt of interesse heeft in de moleculaire wereld. Als lid van de KNCV komt u eenvoudig in contact met vakgenoten, en blijft u op de hoogte van de ontwikkelingen in het vak door het kwalitatief hoogstaande vakblad C2W. Op onze congressen worden de laatste trends en innovaties gepresenteerd, waardoor uw vakkennis en expertise op peil blijven! Bent u jonger dan 35 jaar, dan biedt Jong KNCV u hét netwerk om de baan te vinden die bij u past.

Wij bieden u: Algemeen

2 december 2009, Beatrixgebouw Utrecht

Het vakblad C2W en C2W life sciences,

Het Element, 3de editie

waarmee u op de hoogte blijft van de

Nationale en internationale topsprekers praten u bij over ontwikkelingen

laatste ontwikkelingen in uw vakgebied

in de katalyse en aanverwante onderwerpen.

De mogelijkheid om uw kennis te delen

De KNCV reikt de volgende prijzen uit:

en te vergroten als lid van de KNCV sec-

KNCV onderwijsprijs aan de docent die op creatieve en innovatieve wijze

ties, werkgroepen of regionale kringen

een bijdrage heeft geleverd aan het scheikundeonderwijs in Nederland

Via de KNCV krijgt u korting op

KNCV Gouden Medaille voor een Nederlandse onderzoeker – onder de 40

uw zorgverzekering en hypotheek

jaar – die zich bijzonder heeft onderscheiden met een chemisch georiën-

Werk

teerd onderzoek. www.hetelement.nl

Gratis loopbaanadvies van onze zeer ervaren KNCV Carrière Consultants Uitslagen van door de KNCV uitgevoerde arbeidsmarktonderzoeken op www.kncv.nl/werk

24 maart 2010, Beatrixgebouw Utrecht

C2W career expo, waar werkgevers en

C2W career expo, 3de editie

(startende)werknemers met elkaar in

In korte tijd is onze carrièrebeurs uitgegroeid tot een totaalevenement dat

contact worden gebracht

de bezoekers in één dag op de hoogte brengt van de laatste ontwikkelin-

U ondersteunt: Onderwijs

gen op de arbeidsmarkt en waar werkgevers en potentiële werknemers de gelegenheid krijgen om met elkaar in contact te komen. Door het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige seminars en spraakmakende sprekers, en de zeer uitgebreide beursvloer hopen wij dit jaar het overweldigende

Stichting C3, opgericht samen met o.a.

aantal bezoekers van 850 afstudeerders, starters en (young) professionals

de VNCI, die zich ten doel stelt de chemie

ruimschoots te overtreffen. Alle bezoekers hebben een achtergrond in de

te promoten bij jongeren, en zo beoogt

chemie en life sciences, laboratorium- en procestechnologie.

de instroom van hoogopgeleide werkne-

www.C2Wcareerexpo.nl

mers in de chemie te vermeerderen Scheikunde- en Bèta-olympiade waaraan JONG

ook de VNCI haar bijdrage levert Meer op www.kncv.nl/onderwijs

Lid worden? www.kncv.nl

15 april 2010 KNCV Voorjaarsbijeenkomst Diverse secties en werkgroepen verzorgen uiteenlopende parallelsessies. Zij staan hierin uitvoerig stil bij de laatste ontwikkelingen in hun vakgebied. De dag wordt omlijst met een plenaire lezing en de feestelijke uitreiking van de Gouden Spatel, de prijs voor de beste chemische scriptie in het HBO. www.kncv.nl/vjb

061-029 adv-A3-liggend-7.indd 4-5

18-08-2009 09:37:56


moleculen, mensen, meningen KNCV Activiteiten Chemicus, life scientist of procestechnoloog? Bijna 10.000 professionals ontdekten al de waarde van het lidmaatschap van de KNCV, dé beroepsvereniging voor iedereen die werkt of interesse heeft in de moleculaire wereld. Als lid van de KNCV komt u eenvoudig in contact met vakgenoten, en blijft u op de hoogte van de ontwikkelingen in het vak door het kwalitatief hoogstaande vakblad C2W. Op onze congressen worden de laatste trends en innovaties gepresenteerd, waardoor uw vakkennis en expertise op peil blijven! Bent u jonger dan 35 jaar, dan biedt Jong KNCV u hét netwerk om de baan te vinden die bij u past.

Wij bieden u: Algemeen

2 december 2009, Beatrixgebouw Utrecht

Het vakblad C2W en C2W life sciences,

Het Element, 3de editie

waarmee u op de hoogte blijft van de

Nationale en internationale topsprekers praten u bij over ontwikkelingen

laatste ontwikkelingen in uw vakgebied

in de katalyse en aanverwante onderwerpen.

De mogelijkheid om uw kennis te delen

De KNCV reikt de volgende prijzen uit:

en te vergroten als lid van de KNCV sec-

KNCV onderwijsprijs aan de docent die op creatieve en innovatieve wijze

ties, werkgroepen of regionale kringen

een bijdrage heeft geleverd aan het scheikundeonderwijs in Nederland

Via de KNCV krijgt u korting op

KNCV Gouden Medaille voor een Nederlandse onderzoeker – onder de 40

uw zorgverzekering en hypotheek

jaar – die zich bijzonder heeft onderscheiden met een chemisch georiën-

Werk

teerd onderzoek. www.hetelement.nl

Gratis loopbaanadvies van onze zeer ervaren KNCV Carrière Consultants Uitslagen van door de KNCV uitgevoerde arbeidsmarktonderzoeken op www.kncv.nl/werk

24 maart 2010, Beatrixgebouw Utrecht

C2W career expo, waar werkgevers en

C2W career expo, 3de editie

(startende)werknemers met elkaar in

In korte tijd is onze carrièrebeurs uitgegroeid tot een totaalevenement dat

contact worden gebracht

de bezoekers in één dag op de hoogte brengt van de laatste ontwikkelin-

U ondersteunt: Onderwijs

gen op de arbeidsmarkt en waar werkgevers en potentiële werknemers de gelegenheid krijgen om met elkaar in contact te komen. Door het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige seminars en spraakmakende sprekers, en de zeer uitgebreide beursvloer hopen wij dit jaar het overweldigende

Stichting C3, opgericht samen met o.a.

aantal bezoekers van 850 afstudeerders, starters en (young) professionals

de VNCI, die zich ten doel stelt de chemie

ruimschoots te overtreffen. Alle bezoekers hebben een achtergrond in de

te promoten bij jongeren, en zo beoogt

chemie en life sciences, laboratorium- en procestechnologie.

de instroom van hoogopgeleide werkne-

www.C2Wcareerexpo.nl

mers in de chemie te vermeerderen Scheikunde- en Bèta-olympiade waaraan JONG

ook de VNCI haar bijdrage levert Meer op www.kncv.nl/onderwijs

Lid worden? www.kncv.nl

15 april 2010 KNCV Voorjaarsbijeenkomst Diverse secties en werkgroepen verzorgen uiteenlopende parallelsessies. Zij staan hierin uitvoerig stil bij de laatste ontwikkelingen in hun vakgebied. De dag wordt omlijst met een plenaire lezing en de feestelijke uitreiking van de Gouden Spatel, de prijs voor de beste chemische scriptie in het HBO. www.kncv.nl/vjb

061-029 adv-A3-liggend-7.indd 4-5

18-08-2009 09:37:56


Uit de media

Boem. Weg Wijkje?

V

iareggio was het grootste spoorwegongeluk met gevaarlijke stoffen in decennia. Ik weet niet hoe het u is vergaan, maar als voorzitter van de Commissie Transport Gevaarlijke Goederen (CTGG) voel je je na zo’n dramatisch ongeval diep ongelukkig. Al meer dan 50 jaar zet de CTGG zich in voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen in Nederland. Weliswaar hebben we een hoog veiligheidsniveau, maar een dergelijk ongeluk zet je toch aan het denken… Veiligheidsadviseur Henk Bril van SABIC noemde Viareggio een ‘wake up call’ om toch vooral alert te blijven op de systeemveiligheid van het railtransport. De les van Viareggio moet worden getrokken en zal ook worden getrokken. Daarover bestaat geen enkele twijfel. De politiek en de maatschappij zullen ongerust zijn, en zeker de gewone burger, die naast het spoor woont, zal bij het zien van de beelden van Viareggio een aantal keren stevig hebben moeten slikken. De politiek zal zich mogelijk optrekken aan de volgende zinsnede, afkomstig uit een motie in 2001 door het Europees Parlement aangenomen na het ongeval in de kunstmestfabriek in Toulouse:

BRO N: VOLK SKR ANT

In Nederland is het nooit uit te sluiten dat er een ongeluk met een gastrein kan gebeuren. De ramp in het Italiaanse Viareggio, waar begin juli bij een explosie van een gastrein 27 doden vielen, herinnert ons daar hardhandig aan. En dat legt natuurlijk een grote druk op de toch al moeizame onderhandelingen van de Nederlandse chemische industrie met de ministeries van VROM en V&W over het Basisnet en de ‘warme BLEVE’ (een soort explosie, red.)

Het Europees Parlement (……) stelt vast dat een “nulrisico” uitgesloten is als petrochemische industriecomplexen in de buurt van woonwijken liggen, en is van mening dat de huidige wijze van “risicobeheer” (….) achterhaald is en dat nu snel gezocht moet worden naar een systeem van “risicovermijding”. De chloor- en ammoniakconvenanten en straks het ‘warme BLEVE’convenant zijn hier exponenten van. De media doken weliswaar gretig op Viareggio, maar over het algemeen waren de reacties niet tendentieus. Tot dat ene artikel in de Volkskrant met de, vast als grappig bedoelde, titel ‘Straks is het hier dus bóem. Weg wijkje’. Het was een op het oog makkelijk artikel dat onder meer inspeelde op gevoelens van angst en onwetendheid bij omwonenden van het Chemelotterrein in Geleen, waar (dat zul je altijd zien) net een aanvraag was ingediend om het aantal te behandelen gaswagons te verhogen naar 10.000 per jaar. Koren op de molen en van een journalistiek niveau

dat zich bediende van vragen in de trant van: ‘Wat gebeurt er als die trein ontspoort en de hele boel ontploft?’. Toch is het te gemakkelijk het artikel te negeren door op de tendentieuze toon te wijzen. Het artikel ademt namelijk ook wat anders uit: de omgeving is onbekend met de stoffen, en met de veiligheidsvoorzieningen ter plekke. Natuurlijk is er het nodige te vinden op internet. Zo geeft de Risicokaart Limburg keurig de 10-6 contour van het Chemelotterrein, maar om welke stoffen het gaat, dat vindt de verontruste burger niet terug. Juist op het gebied van communicatie is er nog wel wat te winnen, misschien nog wel meer dan op veiligheidsgebied. Ik ben ervan overtuigd de veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen hoog in het vaandel staat en dat alle betrokken partijen er met een tomeloze inzet aan werken, niet in de laatste plaats de chemische industrie. p Pieter G. Wildschut, voorzitter Commissie Transport Gevaarlijke Goederen

56 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p56_uit de media.indd 56

21-08-2009 11:32:34


Jan Zuidam Column

Voortrekkersrol

H

et wereldwijde klimaatakkoord, dat in december in Kopenhagen gestalte moet krijgen, is essentieel om de CO2-uitstoot verder naar beneden te brengen. Hopelijk is het ook het begin van afspraken over een wereldwijd gelijk speelveld voor de industrie. Het ziet er echter naar uit dat we eerst een overgangsperiode moeten overbruggen voor er één prijs voor CO2 is, die gelijk is voor bedrijven in alle landen. De Europese Commissie heeft gelukkig oog gekregen voor het ontbreken van dat gelijke speelveld waardoor de concurrentiepositie in gevaar zou kunnen komen. Daarom krijgen in de EU sectoren die op de wereldmarkt moeten wedijveren, waaronder de chemische industrie, gratis emissierechten op basis van prestatienormen. Bedrijven die niet aan de strenge prestatienormen voldoen, zullen aanvullende rechten moeten kopen. Daardoor is de druk op de West-Europese industrie in de komende jaren, zelfs als er in december een klimaatakkoord wordt gesloten, groter dan in de rest van de wereld. Zoals u in dit nummer van Chemie Magazine kunt lezen, spelen de producten van de chemische industrie een essentiële rol bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Dit blijkt uit een recent verschenen studie van McKinsey, uitgevoerd in opdracht van de International Council of Chemical Associations.

Jan Zuidam is voorzitter van de VNCI en vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van DSM

Als de wereld de ambitieuze doelstellingen van het klimaatbeleid wil halen, is naast het gebruikmaken van het oplossend vermogen van de producten van de chemische industrie, een verdere verbetering van producten, processen en grondstofgebruik in onze industrie noodzakelijk. De inzet van groene grondstoffen kan bijvoorbeeld een nieuwe ‘step change’ brengen. Universiteiten, kennisinstellingen en Nederlandse bedrijven zijn bij uitstek in staat om een voortrekkersrol te blijven spelen in deze nieuwe ontwikkeling. Chemische bedrijven kunnen dat alleen verantwoorden als Nederland een aantrekkelijk investeringsland blijft. Ik pleit er daarom voor dat de Nederlandse overheid jaarlijks 100 miljoen euro extra beschikbaar stelt voor duurzame innovatie in de chemische industrie, die als een essentieel sleutelgebied voor de Nederlandse economie is benoemd. Dat levert winst op voor alle partijen. Zo kunnen kennisinstellingen de vooraanstaande rol die ze nu hebben verder uitbouwen, terwijl het voor de overheid de meest lonende investering in CO2reductie is. Voor bedrijven vormt het een mogelijkheid om CO2efficiënte activiteiten selectief te laten groeien. En hoogwaardige werkgelegenheid blijft voor Nederland behouden. De grootste winnaar is het wereldwijde klimaat. Meer dan 99% van de uitstoot van broeikasgassen vindt buiten Nederland plaats. Aan de vermindering daarvan kunnen we via de ontwikkelde technologie ook een bijdrage leveren. p augustus 2009 Chemie magazine 57

CM0907_p57_column.indd 57

21-08-2009 10:25:39


VNCI

Nieuwe PS-poster De VNCI heeft inmiddels honderden aanvragen van tientallen scholen gehad voor de vernieuwde poster met het periodiek systeem van de elementen. Scholen en VNCI-leden kunnen de poster gratis bestellen.

D

e poster met het periodiek systeem van de elementen kan al jarenlang op veel belangstelling uit het onderwijs rekenen. In de nieuwe uitvoering zijn de tekeningen van de toepassingen veranderd in foto’s. Verder is de opmaak in lijn gebracht met de huisstijl van de ‘Chemie is overal’-campagne. Het periodiek systeem van de elementen is in 1869 opgesteld door de Russische scheikundige Mendelejev. De chemische en fysische eigenschappen van de elementen zijn er in kaart gebracht. Er zijn twee posters beschikbaar; een grote voor gebruik in de klas en een kleine met gaatjes die de leerlingen in een multomap kunnen opbergen. De productie van de poster is mede gefinancierd door een aantal VNCI-leden, waaronder Dow, Shell, DuPont, AkzoNobel en DSM. p Belangstellenden kunnen de poster aanvragen via: bestellingen@vnci.nl

Nieuwe posters ‘Chemie is overal’ Gewasbeschermingsmiddelen, voetenspray en de werking van een airbag. Dat zijn de onderwerpen van de tweede serie posters van de imagocampagne ‘Chemie is overal’.

E

r zijn nu in totaal zes posters beschikbaar. De imagocampagne ‘Chemie is overal’ is een initiatief van de Regiegroep Chemie met als doel een juist beeld van chemie te schetsen. De posters geven aanleiding om met anderen in discussie te gaan over de chemische industrie. De schijnbare tegenstellingen en de verrassende insteek moeten leiden tot vragen en dialoog over de maatschappelijke bijdrage van chemie. Tot dusver reageren vooral jongeren en andere branches

positief op de campagne. De VNCI verzoekt haar leden om de posters te gebruiken voor interne communicatie en voor contacten met scholen en de directe leefomgeving. p Op de website www.chemieisoveral.nl is een digitale toolkit beschikbaar. Belangstellenden kunnen via die website de verschillende promotiematerialen opvragen.

58 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p58_VNCI.indd 58

21-08-2009 11:33:32


VNCI

Milieudag voor VNCI-leden Milieucoördinatoren van VNCIlidbedrijven zijn op 15 oktober welkom in de Jaarbeurs Utrecht voor een bijeenkomst waarbij actuele en belangrijke ontwikkelingen op milieugebied aan de orde komen.

O

Voorlichtingsdag over stoffen De VNCI en het Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP) organiseren voor hun leden een voorlichtingsdag over actuele ontwikkelingen op stoffengebied.De bijeenkomst is op 24 september in conferentiecentrum Woudschoten in Zeist.

T

ijdens de bijeenkomst, waar geen kosten aan verbonden zijn, gaan verschillende gezaghebbende sprekers van de overheid en het bedrijfsleven in op tal van onderwerpen over het stoffenbeleid. Daarbij gaat het onder meer om de Europese wet- en regelgeving REACH en het Global Harmonised System (GHS). Ook recente ontwikkelingen in de nanotechnologie en de biociden komen aan de orde. Verder is er aandacht voor de Substance Information Exchange Fora (SIEF’s) waarin bedrijven met elkaar samenwerken om informatie over

stoffen met elkaar uit te wisselen. Experts leggen uit hoe chemische veiligheidsbeoordelingen tot stand komen en wat de praktische gevolgen zijn van de invoering van GHS (CLP) in een bedrijf. Ook wordt tijdens de bijeenkomst duidelijk op welke manier de inspectiediensten de invoering van REACH en GHS gaan controleren. Rondom de voorlichtingsbijeenkomst organiseren de VNCI en het VHCP een beurs voor consultants en adviesbureaus. Deelnemers aan de stoffendag kunnen hier informatie krijgen over de wijze waarop deze

organisaties een bedrijf kunnen ondersteunen bij de invoering van de verschillende nieuwe regels op stoffengebied. Bij het samenstellen van het programma is uiteraard voldoende tijd ingepland om deze beurs te kunnen bezoeken. p Belangstellenden voor de stoffendag kunnen zichzelf of een collega tot 15 september aanmelden via piek@vnci.nl Meer informatie over de beurs: Ingeborg van Honschooten, tel. 070-3378733, e-mail: vanhonschooten@vnci.nl

p het programma van de VNCI-milieudag in de Jaarbeurs Utrecht staan verschillende onderwerpen, variërend van actuele ontwikkelingen op milieugebied, zoals de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), IPPC-richtlijn (Integrated Pollution Prevention and Control-richtlijn) en NOx-emissiehandel. Daarnaast is er aandacht voor de Natuurbeschermingswet en de Waterwet. De onderwerpen worden veelal toegelicht aan de hand van praktijkvoorbeelden van chemische bedrijven. Deelnemers aan de milieudag krijgen ruim de gelegenheid om met andere milieucollega’s in contact te komen om ervaringen uit te wisselen. Aan de bijeenkomst zijn geen kosten verbonden. Begin september volgen de officiele uitnodiging en het definitieve programma. p Meer informatie: Leantine MulderBoeve, tel. 070-3378742, e-mail: mulderboeve@vnci.nl

augustus 2009 Chemie magazine 59

CM0907_p58_VNCI.indd 59

21-08-2009 11:33:39


NOTOX’ 10 steps to REACH compliance REACH Pre-registration closed, 1 December 2008

and we help you submit your registration in time.

n n ale er

l id

de

in g

rm he sc

– rig pe

rij

di

ng

sm

—d re s s

st be

=

-

ng

be

sc

k

he rm in

aa

sti

ap

av

n • g

te

ker e

k — le

l

ek

— ker

n •

— groente —

g

sm

me

be

n

ond e

re

ez

ht

ve

— — li g

er

e

te

ad

ns

l sa

co

d

= ve r e de l i ng

or

- sappig –

-

= CHEMIE =

wo

kn

ur kle

on

nt

-

f– sto

ak

m eep

n

m

at w —

on alk

ken?

—b

l–

w ij n

zo

oe

je

d

zw

= CHEMIE =

za

-

li

k

on

‘n

ra

- gewas-

in

br

ha

gie

le

er

n?

en

-

-

te

vit

an

s

at

Chilisalpeter

kunstmest

- WORTELSAP

ve

be

— es in

id

am

ox

ng

w

=

=

ti-

la

nd

– landbouw –

zouten fl e s

an

en

zo

de supermarkt —

mooie –

opbrengst

-

ev

ge

biologische

in

g

NOTOX B.V. P.O. Box 3476 5203 ‘s-Hertogenbosch The Netherlands reach@notox.nl

Chemie = groen keuze

genoeg

Beetje laat. Onderweg naar huis even de supermarkt ingedoken. Waar heb ik zin in: gezond, lekker - of allebei? Keuze in overvloed. Geen kant en klaar vandaag. Zelf een dressing componeren. Roseetje erbij?

Met kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen is de wereldwijde voedselproductie drastisch gestegen. Voedingsproducenten zien ook kans om de voedingswaarde te verhogen - bijvoorbeeld met vitamine C, cartenoïden en calcium. Andere toevoegingen verbeteren de houdbaarheid, de smeerbaarheid en de smaak. Wel zo lekker, toch?

Chemie onderzoekt, ontdekt, produceert Meer weten? > www.chemieisoveral.nl

i271 Stopperadvertenties_Serie B_185x130mm.indd 3

Pagina60.indd 1

19-08-2009 15:39:13

24-08-2009 10:23:51


VNCI

VNCI-directeur Colette Alma:

’Veel échte ondernemers in chemie’ VNCI-directeur Colette Alma heeft de afgelopen weken verschillende bedrijven bezocht om het contact met de leden te intensiveren en de stand van zaken in de sector in kaart te brengen. Wat zijn haar bevindingen?

‘D

e chemische industrie heeft veel échte ondernemers. Mensen die niet bij de pakken neer gaan zitten, maar in goed overleg met het personeel samen de schouders eronder zetten om de crisis te boven te komen’, zegt Colette Alma. De afgelopen weken is zij bij verschillende leden langs gegaan om als het ware de temperatuur in de chemische industrie te meten. ‘Het effect van de crisis is heel divers. Er is geen eenduidig beeld. Veel bedrijven hebben fabrieken tijdelijk geheel of gedeeltelijk stil moeten leggen, maar er zijn ook ondernemingen die werken in bepaalde nichemarkten waar de vraag groot blijft. Maar gemiddeld gezien heeft de chemische industrie met een flinke omzetdaling te maken. Volgens CBS-cijfers van half augustus was de omzet in juni van dit jaar met 37 procent teruggelopen in vergelijking met het jaar daarvoor’, aldus de VNCIdirecteur. ‘Verder zie je aan de kwartaalcijfers van een aantal grote leden dat omzet en resultaat met tientallen procenten naar beneden zijn gegaan. Kostenbesparingen en reorganisaties zijn de logische respons op deze situatie. Daarnaast is er een sterke focus op cash waarbij bedrijven hun geldstromen actief managen. Uiteraard hebben ze te maken met wat er in de rest van de keten gebeurt. En die is zeer voorzichtig geworden, wat ook gevolgen heeft voor het voorraadbeheer en de volumes.’

Duidelijke visie

Toch hebben alle bedrijven volgens haar een duidelijke visie op de toe-

komst. ‘Ze blijven nadenken over investeringen, hoe ze zich in de toekomst willen positioneren en maken zich zorgen of ze bijvoorbeeld genoeg nieuwe mensen zullen kunnen krijgen.’ De VNCI-directeur signaleert verder dat met name de grotere leden bezig zijn om zich structureel aan de nieuwe omstandigheden aan te passen. ‘Daarbij nemen ze hun beslissingen met het oog op de wereldmarkt. En kijken ze niet alleen naar de situatie in Nederland, maar nemen ze ook activiteiten in de rest van de wereld mee in hun beoordeling. Daaruit blijkt eens te meer dat de chemie een globale bedrijfstak is.’

Loyale werknemers

Verder viel het haar op dat de sector trots is op de Nederlandse installaties die, ondanks leeftijden van 30 jaar en ouder, over het algemeen in een goede conditie verkeren. ‘Ook vind ik het opvallend dat de verantwoordelijke

mensen in de fabrieken, juist nu, bijzonder loyaal aan hun werkgever zijn. Iedereen realiseert zich dat het zware tijden zijn. De bereidheid om tijdelijk ander werk te verrichten, is groot.’ Ze benadrukt het belang van de bedrijfsbezoeken voor de VNCI. ‘De informatie uit de verschillende gesprekken is buitengewoon belangrijk voor de politieke en departementale contacten in Den Haag. En het levert ons veel tips op over hoe we als VNCI-bureau onze leden, groot en klein, nog beter kunnen ondersteunen.’ ‘Overigens zijn wij al met al niet ontevreden over het overleg met de overheid en de maatregelen die daarop volgden, zoals de regelingen voor de werktijdverkorting, kenniswerkers en kredietverzekering.’ p

augustus 2009 Chemie magazine 61

CM0907_p58_VNCI.indd 61

21-08-2009 11:33:41


VNCI

Colofon

Honeywell Edwin van den Maagdenberg is begin juni benoemd tot vicepresident en algemeen manager van Honeywell Process Solutions in de regio Europa, Midden-Oosten en Afrika. Hij volgt Norm Gilsdorf op, die is gepromoveerd tot president van Honeywell Process Solutions. Van den Maagdenberg startte in 1998 Hans de Vriese wordt vanaf 1 september corporate director control bij verf- en chemiecon-

cern AkzoNobel. Tot die tijd is de Belgische De Vriese (44) nog werkzaam bij General

als engineer bij Honeywell Process Solutions binnen de verkoopdienst en heeft sindsdien leidinggevende functies bekleed binnen verkoop, projectuitvoering en management. In zijn laatste functie was Van den Maagdenberg algemeen manager van Noord-Europa. p

Motors Corporation, waar hij chief financial officer is van de afdeling Asia Pacific. p

VNCI Agenda 8 september Werkgroep Arbeidshygiëne, Den Haag (VNCI)

15 september Beleidsgroep Onderwijs & Innovatie, Breda (Novotel)

24 september VNCI-stoffendag, Zeist (conferentiecentrum Woudschoten)

10 september Workshop Proteus, Den Haag (VNCI)

18 september Dagelijks Bestuur, Den Haag (VNCI)

29 september Beleidsgroep Energie en Klimaat, Botlek (Air Products)

15 september Werkgroep Responsible Care Global Charter, Den Haag (VNCI)

23 september Werkgroep Veiligheid, Den Haag (VNCI)

Redactie: Adriaan van Hooijdonk (hoofdredacteur) e-mail: hooijdonk@vnci.nl Jos de Gruiter e-mail: de gruiter@vnci.nl Adres redactie: Loire 150 2491 AK Den Haag, tel. 070-3378787, fax. 070-3203903 Eindredactie: Orbitaal Speeches & Publications, Haarlem Vaste medewerkers: Rob Cloosterman, dr. ir. Astrid van de Graaf, drs. Ingeborg van Honschooten, ir. Joost van Kasteren, ir. Marlies Lukkes, ir. Erik te Roller, drs. Esther Rasenberg, dr. Annemarie Vroom ten Wolde Vormgeving: Basisvormgeving, art-direction en opmaak: Curve, Haarlem, Henk Stoffels, Joachim Mahn en Julian Huiswoud Advertentie-exploitatie: Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17, 2551 KS Den Haag, tel. 070-323 40 70 Fax 070-323 71 96 e-mail: vnci@mooijmanmarketing.nl Advertenties vallen buiten de verantwoordelijkheid van de redactie. Druk: ALFA BASE publicatie processors B.V. Alphen aan den Rijn Abonnementenadministratie: Nieuwe abonnementen/mutaties alleen schriftelijk opgeven bij: Judith van der Lugt via e-mail: vanderlugt@vnci.nl. Voor alle VNCI-leden, alsmede leden van aangesloten lidverenigingen, is Chemie magazine gratis. Abonnementen eindigen per eind december. Als niet vóór 1 december wordt opgezegd, loopt het abonnement nog een jaar door. Abonnementsprijs per jaar (incl. btw) 80 euro in Nederland en België 100 euro in de overige landen Chemie magazine verschijnt 11 x per jaar op woensdag Overname van artikelen en/of foto’s uit Chemie magazine is alleen toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de redactie. In de meeste gevallen zal die graag worden gegeven. Beeld cover: AkzoNobel

Internet: www.vnci.nl ISSN: 1572-2996

62 Chemie magazine augustus 2009

CM0907_p58_VNCI.indd 62

21-08-2009 11:33:43


ad advertentie 1

14-11-2006

13:12

Pagina 1

PRODUCTIE IN OPTIMA FORMA

AD Productions is gespecialiseerd in het formuleren en mengen van chemische vloeistoffen en poeders. � �

� � � �

AD PRODUCTIONS BV - CHEMISTRY, BLENDS & KNOWLEDGE Markweg Zuid 27 4794 SN Heijningen Postbus 102 4793 ZJ Fijnaart WBAdv210x150New.pdf

06-07-2009

Tel. +31 (0)167 - 526 900 Fax +31 (0)167 - 526 969 info@adinternationalbv.com www.adinternationalbv.com

ADR-klasse: 3, 4.1, 5.1, 6.1, 8 en klasse 9 Meng en opslagfaciliteiten conform CPR 15-2 ISO 9002gecertificeerd Eigen R&D en laboratorium Wereldwijd transport Meer dan 30 jaar ervaring

Wilt u uw productie outsourcen? Wij maken graag kennis met u.

15:55:22

100 JAAR V AN WIJK & BO ERM A POMPTECHNIEK DE P OMP TE C HN IE K EEN N V VER ERD E RR

C

Met een ruim pakket verdringeren centrifugaalpompen voor elke

M

vloeistof de juiste pompoplossing.

Y

Neem contact op voor meer info.

CM

MY

CY

CMY

K

Leningradweg 5, 9723 TP Groningen, T 050 549 59 00, www.wijkboerma.nl

Pagina63.indd 1

24-08-2009 10:30:00


Chemie magazine 2009 - augustus  

Chemie magazine augustus 2009

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you