Page 1

Lignine: de grondstof van de toekomst

Visiedocument basis voor dialoog onderwijs en industrie

Maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie • 03 • 19 maart 2014

JOHAN SANDERS (WAGENINGEN UR)

‘ OVERSTAP NAAR BIO GAAT TE TRAAG’

Digitaal veiligheidspaspoort ingevoerd


ANDUS group companies: Process Equipment & Constructions Armada Janse Armada Mobility Armada Rail FIB Industries HSM Steel Structures ISS Projects Lengkeek Staalbouw RijnDijk Construction

Refractories Gouda Refractories Gouda Vuurvast Belgium Gouda Vuurvast Services

Offshore & Maritime HSM Offshore Van Voorden Castings Van Voorden Maritime

Serving the industry FIB Industries BV te Leeuwarden ontwerpt en produceert kwalitatief, hoogwaardige proces- en drukvaste apparatuur zoals: • • • •

Drukvaten en reactoren Kolommen en scrubbers Reactor internals en kolom internals Warmtewisselaars

• Industriële vergassingsbranders (vergassing en Lo-NOx) • In- en uitlaatsystemen van gasturbines • Modules voor rookgasreiniging (DeNOx)

De producten worden gebouwd in alle roestvast staalsoorten, duplex, lean duplex, super duplex, hoog nikkellegeringen en exotische materialen zoals titanium en zirkonium. FIB Industries werkt voor uiteenlopende opdrachtgevers, zowel nationaal als internationaal, in alle sectoren van de procesindustrie.

FIB Industries BV Einsteinweg 18 8912 AP Leeuwarden NL T +31 (0)58 - 294 59 45 E info@fib.nl

FIB Industries is een zelfstandige werkmaatschappij binnen de divisie ‘Process Equipment & Constructions’ van Andus Group. De overige divisies zijn ‘Offshore & Maritime’ en ‘Refractories’. Andus Group is een internationale onderneming met circa 1.000 medewerkers en 14 gespecialiseerde werkmaatschappijen wereldwijd actief in een breed, industrieel werkveld. Kennismaken? Graag. Bel of kijk op www.fib.nl of www.andusgroup.com


INHOUD 03 | 19 maart | 2014

20

‘WE HEBBEN GENOEG BIOMASSA’ De chemische industrie in Nederland heeft een uitstekende uitgangspositie om de fossiele grondstoffen voor een groot deel te vervangen door biomassa, stelt Johan Sanders, bijzonder hoogleraar aan Wageningen UR. ”Als we er efficiënt mee omgaan hebben we genoeg biomassa om de chemie in ruime mate van grondstoffen te voorzien.” Maar het gaat te traag. “We hebben nu nog de kans om aan te haken. Over tien jaar niet meer”, waarschuwt hij.

IS LIGNINE DE NIEUWE ‘AARDOLIE’? Onhandelbaar, weerbarstig en recalcitrant. Zo staat lignine (houtstof), die planten stevigheid en bescherming geeft, bekend. Maar het polymeer herbergt ook een schat aan waardevolle aromaten. Wie erin slaagt die uit de lignine te winnen, boort een onuitputtelijke hernieuwbare bron aan. Dat moment komt steeds dichterbij.

24 maart 2014 Chemie Magazine 3


Hoe verhogen en borgen we onze veiligheidscultuur?

Met het maatwerktraject Operationele Veiligheidskunde!

De veiligheidscultuur is een veelbesproken onderwerp binnen productiebedrijven. Het opleggen van veiligheidsregelgeving zorgt niet altijd voor een bewustwording van mensen die werken in een risicovolle omgeving. VAPRO ontwikkelde daarom het maatwerktraject ‘Operationele Veiligheidskunde’ dat het bewustzijn verhoogt en bijdraagt aan het versterken van de veiligheidscultuur. Wilt u meer weten? Ga naar VAPRO-Trainingen.nl/OVK of bel met VAPRO: 070 337 83 01. VAPRO-TRAININGEN.NL

EMPOWERING PEOPLE AND INDUSTRIES


INHOUD 03 | 19 maart| 2014

28

Jongeren in de Chemie (JIDC) opent haar deuren voor chemici

7

Voorwoord Colette Alma

7

Evenementen

9 15 17 19 20

32

Betrokkenheid chemische industrie nodig bij fosfaatrecycling

24 28 30 32 36

40

Visierapport basis voor verdere dialoog tussen onderwijs en industrie

40 44 46

51 53 53 54 54

Handelsakkoord

NIEUWS

Actueel Energie & Klimaat Arbeidsmarkt Onderwijs

ACHTERGROND Biobased

Overstap naar bio te traag volgens Johan Sanders Grondstoffen

Lignine, de grondstof van de toekomst Young professionals

JIDC opent deuren voor chemici Wetenswaardig

Huntsman-fabriek maakt vaartocht Grondstoffen

Fosfaatrecycling zoekt betrokkenheid chemie Mkb

Organik Kimya is klaar voor de toekomst Arbeidsmarkt

Visierapport basis voor verdere dialoog Uitgelicht

BASF presenteert kunststof drager voor VW Golf Veiligheid

Digitaal veiligheidspaspoort voorkomt fraude VNCI Nieuws Bedrijven Column: Irene van Luijken Volgende maand Colofon

46

Digital Safety Passport garandeert identiteit en geldige opleidingen maart 2014 Chemie Magazine 5


Voorwoord

HANDELSAKKOORD

T

erwijl de media gedomineerd worden door de ontwikkelingen aan de oostgrenzen van Europa, vindt er in de relatie tot onze westgrenzen in relatieve stilte een ontwikkeling plaats die de bewegingen in de wereld ook fundamenteel kan beïnvloeden: het zogeheten Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Niet eerder waren de Europese Unie en de Verenigde Staten aan het onderhandelen over zo’n uitgebreide handelsovereenkomst. De twee grootste economische blokken in de wereld willen hiermee toegang tot elkaars markten verbeteren (tarieven afbouwen of afschaffen) en handelsbelemmeringen wegnemen. Voor de chemie staat er veel op het spel. Niet alleen willen we af van de 1,5 miljard euro die we kwijt zijn aan invoerrechten bij de handel over de Atlantische Oceaan, we willen ook de niet-financiële handelsbarrières verminderen, door nauwer te gaan samenwerken op het gebied van regelgeving. Daarnaast wil de Europese chemi-

sche industrie open toegang tot energie en (ook biobased) grondstoffen uit de VS. Omdat de voordelen voor chemiebedrijven aan beide kanten van de oceaan groot zijn, kunnen we in goed overleg met onze Amerikaanse collega’s een gezamenlijke inbreng hebben in de onderhandelingen. Tegenstanders vrezen dat dit handelsakkoord met de VS onze vrijheid beperkt om binnen onze eigen Europese grenzen veiligheids- en milieustandaards te stellen. Als dat zo zou zijn, kan zo’n bezwaar inderdaad het hele akkoord op losse schroeven zetten. Binnen de chemie erkennen we daarom dat die vrijheden gerespecteerd moeten blijven. In onze gezamenlijke voorstellen blijft zowel Reach in Europa als TSCA (de VS-stoffenregelgeving) geheel intact. Ik hoop dat dit handelsakkoord er snel komt. Nederland kan er enorm van profiteren. Colette Alma, directeur VNCI

EVENEMENTEN 26.3 Actiedag Human Capital Topsector Chemie Informatie over de Topsector Chemie, de Human Capital Agenda en de verschillende thema’s van de Topsector Chemie in deze agenda, en het Techniekpact Locatie: TU Delft Organisatie: Topteam Chemie

andere nieuwe mogelijkheden voor recycling Locatie: Bureau Berenschot, Utrecht Organisatie: Bureau Berenschot, NRK, VKCN en DPI-Value Centre.

27.3 Biobased Industry 2014 Directeuren en CEO’s van toonaangevende partijen delen hun visie op biobased chemicaliën, producten en brandstoffen. VNCI-leden krijgen korting. Locatie: Maasgebouw De Kuip, Rotterdam Organisatie: Management Producties

2.4 SPiCE3-workshop: Best practices en case studies Energie-efficiency Deelnemers krijgen praktische informatie over technologieën en methodieken die bedrijven kunnen toepassen voor energie-efficiency. Ook wordt ingegaan op ervaringen van deelnemers met door hen reeds toegepaste technieken. Locatie: Plant One Organisatie: VNCI in samenwerking met Deltalinqs

1.4 Mogelijkheden van het recyclen van composieten Workshop over de uitbreiding van end-oflife-opties voor composiet en wellicht

9.4 C2W Career Expo Het carrière-event voor chemie en life sciences. Op de beursvloer presenteren bedrijven zich aan talentvolle (young)

professionals met een mbo-, hbo- of woopleiding. VNCI-leden krijgen korting. Locatie: Jaarbeurs Utrecht. Organisatie: KNCV

VERGADERINGEN VNCI 19.3 BG Onderwijs 21.3 WG Arbeidshygiëne 25.3 WG Energie en Klimaat 28.3 WG RC Global Charter 28.3 BAC 4.4 BG VGM 10.4 BG Energie en Klimaat 11.4 BG Communicatie 15.4 VNCI Advocacy Team 24.4 WG Milieuzorg 24.4 Regiegroep Chemie

COMPLEET OVERZICHT EN AANMELDEN: WWW.VNCI.NL/NIEUWS/EVENEMENTEN

maart 2014 Chemie Magazine 7


e lin n t o tIS S I SS G r A A K u oC er n r W: istre U E g NI re

Bezoek ons op

ISO Köln

8-9 mei 2014

Technische isolatie, vormgegeven door experts. t ExpEr tool

Bereken met ROCKASSIST eenvoudig en snel warmteverliezen, CO2-emissies en energiebesparing. www.rockwool-rti.com

www.rockwool-rti.com

Haal meer voordeel uit onze kennis. De combinatie van kwaliteitsproducten en gedreven specialisten is de sleutel tot het succes van ROCKWOOL Technical Insulation. Dankzij onze expertise en ruim 75 jaar ervaring kunnen onze klanten rekenen op duurzame ROCKWOOL ProRox steenwoloplossingen. Deze bieden een optimale brandveiligheid, warmte- en geluidisolatie, energiebesparing en reductie van CO2-emissies. We delen onze kennis ook graag met u. Bel 0475 35 36 18 of ga naar www.rockwool-rti.com voor onze nieuwste expert tools die uw projecten vorm helpen geven.


Actueel

Smart delta reSourceS platform opgericht

‘Zeer open’ betonvloer vergroot brandveiligheid Door een ‘zeer open’ betonvloer te storten op plaatsen waar met brandbare vloeistoffen wordt gewerkt, vermindert de kans op een brand aanzienlijk. De vloeistof zakt vrijwel direct door de openingen in het beton, waarna een drainagesysteem het product afvoert naar een veilige plaats.

A

dvies- en ingenieursbureau Tebodin heeft in samenwerking met betonfabrikant Mebin een nieuwe toepassing gevonden voor het reeds bestaande ‘zeer open’ beton. Volgens Willem Hamer, senior consultant brandveiligheid van Tebodin, zorgt het toepassen van Safety Crete voor een vlakke vloer met een zeer groot absorberend vermogen. “De brandbare vloeistof zakt vrijwel direct in het beton, waardoor de verdamping zo sterk afneemt dat een beginnende brand geheel dooft.”

Drainagesysteem

Bedrijven die brandbare vloeistoffen produceren, opslaan (PGS 15) en verladen beschikken vaak al over een drainagesysteem om bijvoorbeeld hun regenwater af te voeren. Door een zeer open betonvloer te storten en deze aan te sluiten op het drainagesysteem vergroten ze brandveiligheid aanzienlijk. “Eind vorig jaar hebben wij bij Effectis, het voormalige TNO onderzoekscentrum voor brandveiligheid, in opdracht van een verffabrikant de werking van de betonnen vloer op een paar vierkante meter getest. Daaruit bleek onder meer dat de door een geënsceneerd ongeluk met een vorkheftruck vrijgekomen en in brand gevlogen drum met N-Heptaan zeer snel door het beton werd opgenomen, waardoor de brand vrijwel direct werd gedoofd.”

Grootschalige testen

Hamer benadrukt dat het principe ook op grootschalige basis zal werken omdat de uitgangspunten immers hetzelfde blijven. De petrochemische industrie heeft volgens hem al veel interesse getoond in de nieuwe toepassing. “Maar iedereen wil toch zeker weten dat het ook op grote schaal werkt. Daarom zijn wij dringend op zoek naar partners die aan grootschalige testen willen deelnemen. Zo kunnen wij onder meer aan het bevoegd gezag en verzekeraars laten zien dat Safety Crete een belangrijke bijdrage levert aan het vergroten van de brandveiligheid. Ook kan een grootschalige test antwoorden bieden op vragen zoals hoe om te gaan met reiniging en lekkage.” p Meer informatie: w.hamer@tebodin.com

Twaalf energie- en grondstof-intensieve bedrijven in de zuidwestelijke deltaregio hebben het platform Smart Delta Resources (SDR) opgericht. Zij zijn ervan overtuigd dat met vergaande samenwerking slimme oplossingen mogelijk zijn voor het huidige internationale concurrentienadeel en verlies van werkgelegenheid vanwege de nadelige energie- en grondstoffenpositie.

D

e betrokken bedrijven zijn Arcelor Mittal Gent, Arkema Vlissingen, Cargill, Delta, Dow Benelux, ICL-IP Terneuzen, Lamb Weston-Meijer, SABIC Bergen op Zoom, Suiker Unie, Yara Sluiskil, Zeeland Refinery en Zeeland Seaports. Het gezamenlijk optrekken wordt ondersteund door Provincie Zeeland en gefaciliteerd door Impuls Zeeland. De deelnemende bedrijven hebben een gezamenlijk energieverbruik van circa 25 procent van de Nederlandse gasconsumptie. De hoge concentratie aan energie- en grondstoffen-intensieve bedrijven en de combinatie van sectoren bieden grote mogelijkheden voor verdere synergie en innovatie én voor gezamenlijke groei. Het gezamenlijk optrekken maakt ook het aantrekken van nationale en Europese fondsen voor de ontwikkeling en realisatie van regionale groeiprojecten mogelijk. De oprichting van het platform SDR komt voort uit de slechte concurrentiepositie van energie- en grondstof-intensieve bedrijven op dit moment. Door de relatief hoge energie- en grondstofkosten zijn zij nu onvoldoende concurrerend ten opzichte van de industrie buiten Europa. Het SDR zal op korte termijn de projecten in kaart brengen die de grootste kans bieden op een verbetering van de concurrentiepositie. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de mogelijkheden voor het grootschalig uitwisselen van rest- en afvalstromen. Vervolgens wordt gekeken naar het concreet omzetten van deze kansen in reële en op korte en middellange termijn (5 tot 8 jaar) uitvoerbare businesscases. p maart 2014 Chemie Magazine 9


Dé Logistics Control Tower voor de chemische industrie

Bekijk de DSM business case

Bereken nu zelf úw besparing op www.idsnl.com/besparing

CHEMIE MAGAZINE NU OOK OP IPAD EN ANDERE TABLETS Chemie Magazine is nu ook (gratis) beschikbaar voor bezitters van een iPad, Galaxy Tab of een ander tablet (met Android 3.2 of hoger). Via een gratis abonnement ontvangt u automatisch iedere maand Chemie Magazine op uw tablet. U ontvangt een e-mail wanneer dit het geval is. ZO SLUIT U EEN GRATIS ABONNEMENT AF: • Maak een account aan via www.magzine.nu • Ga naar www.magzine.nu/magazine/Chemiemagazine, klik op Abonnementen en vervolgens op Nu kopen • In de winkelwagen klikt u vervolgens op Afrekenen en Verder • Pak uw tablet en download via www.magzine.nu de gratis MagZine-app • In de MagZine-app logt u in met het zojuist aangemaakte account • Klik op Download Magazines en lees de laatste Chemie Magazine via de knop Mijn Magazines VRAGEN OF OPMERKINGEN? Neem contact op met Igor Znidarsic, hoofdredacteur van Chemie Magazine, znidarsic@vnci.nl


Actueel De tafel van glycix is aangeboden aan het bestuur van de Universiteit van Amsterdam.

Tafel van 100 procent bioplasTic De Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) hebben een tafel uit 100 procent plantaardige grondstoffen gemaakt. Het materiaal bestaat uit glycerol en citroenzuur, die uit biogrondstoffen kunnen worden gewonnen, en is 100 procent afbreekbaar.

T

ijdens een proef om biobrandstof te ontwikkelen ontdekten UvAonderzoekers prof. dr. Gadi Rothenberg en dr. Albert Alberts per toeval het afbreekbare bioplastic. Het precieze recept blijft nog geheim, want de patentaanvragen lopen nog. Rogier ten Kate, HvAdocent/onderzoeker product design maakte van het bioplastic een tafel in een grote oven die speciaal hiervoor is aangeschaft. Dit deed hij samen met onderzoeker Martijn Swinkels en studente Merel Roozendaal. Ten Kate licht het procedé toe: “Het materiaal hecht in de oven aan andere materialen, als een soort lijm, bijvoorbeeld aan glas en roestvrijstaal. Erg handig, zo kunnen we allerlei producten maken.” De HvA onderzoekt nu verschillende praktische toepassingen, zodat het plastic straks gebruikt kan worden in consumentenproducten. Uit glycix, zoals de biokunststof heet, zouden alle harde plastic voorwerpen binnenshuis gemaakt kunnen worden, zoals schalen, lampen en behuizingen van computers. Voor producten buitenshuis is het bioplastic niet geschikt, omdat het biologisch afbreekbaar is. Het biedt daarmee wel een oplossing voor het afvalprobleem van hard plastic. Glycix is volledig plantaardig en wordt in de natuur afgebroken tot plantaardige materialen. Hoelang dat duurt hangt af van de mate waarin het plastic is uitgehard en varieert van enkele weken tot een jaar. Rothenberg en Alberts zijn als chemici verbonden aan het Van ‘t Hoff Institute for Molecular Sciences van de UvA. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van het onderzoekszwaartepunt Sustainable Chemistry. p

Marktplaats energie-efficiency geopend De op 12 februari bij Plant One geopende Marktplaats Energie-Efficiency biedt exposanten de gelegenheid om energiebesparende apparatuur en installaties aan potentiële afnemers te demonstreren.

‘K

ennisinstellingen als ECN en exposanten van innovatieve apparatuur en technologie uit het mkb vinden nu in Plant One een permanent podium om hun kennis over hogere energie-efficiency te delen met onderzoekers en beslissers uit industriële bedrijven”, aldus Plant One-directeur Karin Husmann. De Marktplaats is onderdeel van het eerste Expertisecentrum Energie-Efficiency in Nederland. Plant One ontwikkelde dit op de industrie gerichte expertisecentrum in samenwerking met Deltalinqs, Havenbedrijf Rotterdam, Rotterdam Climate Initiative en het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT). Er zijn beschikbare en in ontwikkeling zijnde technologieën te zien van Flowlink, Geveke, Chabel, Heat Matrix Group, Colt international, Andritz Gouda, ECN, EnergQ, Bronswerk Heat Transfer, KSB, Kapp Nederland en NR Koeling. Op afspraak zijn dagelijks bezoeken, demonstraties en expertmeetings mogelijk. p maart 2014 Chemie Magazine 11


raad niet naar

UW KOSTEN

Laten we ervoor zorgen dat u uw kosten voor inkoop, mengen, bewerken, afvullen, verpakken, transport en naleving van wetgeving tot in elk gewenst detail kunt beheren. Zo weet u waar u uw marges kunt verbeteren en uw onderneming competitiever maakt.

T. +32 9 336 39 42 info@harmonize-it.be www.harmonize-it.be

ERP-SOFTWARE VOOR DE CHEMIE


TWI TTER

Actueel

Ron Nuwenhof @RonNuwenhof 22 feb. Chemie maakt het verschil: Ambitieuze_doelstellingen_chemie_ voor_versterking_concurrentiekracht_ en_innovatievermogen.aspx … met Transitieplan voor de Topsector Chemie TU Eindhoven @TUeindhoven. SABIC Innovation Challenge Award for Jelle Stumpel http://ow.ly/ uvfbw Henri Kats @henrikats Goed artikel in Chemie Magazine dat pijnlijk duidelijk maakt dat Den Haag geen aandacht heeft voor de industrie @vnci http://goo.gl/fb/WsGIA Stichting C3 @StichtingC3 Claudia van de @vnci gaf al eerder een gastles op @swsBalans, kijk maar! http://bit.ly/1gZTsbH Gerrit Koldewee @GerritKoldewee Interessante presentatie van #VNCI bij #KIVI over impact van schaliegas op NL chemie. Kans #VSHanab? pic.twitter.com/UciArDj5Lh Nieuws E @nieuwsez Actieplan voor chemische industrie Groningen - http://bit.ly/1ewMkEr Henri Bontenbal @HenriBontenbal Limburg krijgt topinsitituut in chemie: http://www.rtlnieuws.nl/economie/toekomstmakers/limburgkrijgt-topinsitituut-chemie …. Dat instituut had in Rotterdam moeten staan!

NIEUWE VNCI-WEBSITE De nieuwe VNCI-website is op 17 maart live gegaan. Een nieuwe vormgeving, duidelijkere structuur en de in het oog springende informatie over onze standpunten en thema’s zorgen ervoor dat de voor de chemische industrie belangrijke onderwerpen nog beter onder de aandacht worden gebracht. Vertrouwde onderdelen zoals de dagelijkse highlights uit het nieuws over de chemie, VNCI-nieuws, online versies van Chemie Magazine en evenementenagenda staan ook op de nieuwe website. Een grote verandering is het in de website geïntegreerde Ledennet. Informatie op het Ledennet is alleen toegan-

kelijk voor medewerkers van VNCIlidbedrijven. Op het Ledennet staan alle stukken die relevant zijn voor de VNCIbeleidsgroepen, maar ook belangrijke informatie zoals de circulaires. De VNCI-website en het Ledennet zijn via één portal toegankelijk: www.vnci.nl. Om toegang te krijgen tot de ledeninformatie, logt u in met uw bestaande inloggegevens. Heeft u nog geen Ledennet-account? Deze kunt u aanvragen via www.vnci.nl. Vragen of opmerkingen: Linda Gerrits, communicatiemedewerker Digitale media, lindagerrits@vnci.nl.

VNCI-JAARVERGADERING: ‘CHEMIE ALS BASIS VOOR VERDUURZAMING’ Schaarste van grondstoffen, voedsel en schoon (drink)water, de toename van de wereldbevolking en een steeds grotere vraag naar energie vragen om duurzame oplossingen. De chemische industrie speelt als industry of industries een sleutelrol in de verduurzaming van onze samenleving. Het thema van de komende VNCI-jaarvergadering luidt dan ook: ‘Chemie als basis voor verduurzaming’. Tijdens de jaarvergadering presenteert de VNCI haar eerste sectorduurzaamheidsrapport van de Nederlandse chemische industrie. Daarnaast toont creatief ontwerper

en inspirator Daan Roosegaarde vernieuwende mogelijkheden voor verduurzaming en laat hij zien dat innovatie ligt in nieuwe verbindingen en in het denken buiten de eigen markt. Ook laten (chemie)bedrijven aan de hand van praktijkvoorbeelden zien welke bijdrage zij leveren aan verduurzaming. Vanzelfsprekend staan op het programma ook de jaarlijkse onderdelen, zoals de jaarrede van VNCI-voorzitter Werner Fuhrmann en de overhandiging van de Responsible Care-prijs. De VNCI-jaarvergadering vindt plaats op donderdagmiddag 19 juni in de Nieuwe Kerk in Den Haag. maart 2014 Chemie Magazine 13


YOU WANT TO BE READY FOR A REALLY HOT SUMMER REAL ENERGY COMES FROM ENERGYST

Er komt een hete zomer aan. Volgens sommige weerkundigen zullen dit jaar alle records gebroken gaan worden. U wilt ook records breken: productierecords! En dat gaat lukken. Zeker als Energyst alle energie steekt in het realiseren van een uitbreiding of backup voor uw zomerkoeling, stroomvoorziening of verwarming. Met de generatoren, chillers en boilers van Energyst Rental Solutions blijft u in alle omstandigheden operationeel. Bij gepland onderhoud ĂŠn tijdens calamiteiten. Wij verhuren niet alleen, maar denken ook graag met u mee over de beste oplossing. ONTDEK DE MOGELIJKHEDEN OP WWW.ENERGYST.NL OF NEEM CONTACT OP MET ALETTE ROZENBROEK. BEL 0497 - 532 500, OF MAIL NAAR: ALETTE.ROZENBROEK@ENERGYST.COM.


Energie & klimaat

Dow, Shell en Sabic benutten 4C4Chem-project

TU/e-sTUdenTen innoveren sUpply chain Chemiebedrijven en transporteurs kunnen aanzienlijke kostenbesparingen en milieuwinst realiseren als ze in de supply chain meer samenwerken. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit het DINALOG 4C4Chemproject waarin studenten van de TU Eindhoven innovatieve concepten ontwikkelen om de supply chain van SABIC, Shell en Dow te optimaliseren. Tekst: Adriaan van Hooijdonk

K

elly Klawer is een van de studenten aan de TU Eindhoven (TU/e) die deelnam aan het 4C4Chem-project (zie kader). In opdracht van Jack Eggels, general manager supply chain van Shell Chemicals Europe, heeft zij een half jaar lang informatie verzameld en geanalyseerd over hoe andere bedrijfstakken horizontale samenwerking hebben geïmplementeerd. Haar doel was om de mogelijke voordelen in kaart te brengen van bundeling in één bedrijf van de supply chain planning en logistieke inspanningen van de vijf of zes grote styreenproducenten in Europa. Het anti-competitiebeding heeft ze buiten beschouwing gelaten om de onderliggende potentie van het systeem duidelijk te maken. “Kelly heeft eerst gekeken naar succesvolle samenwerkingsverbanden in andere bedrijfstakken, zoals de luchtvaart en het pijpleidingentransport”, vertelt Eggels. “De bevindingen heeft ze vertaald naar styreen, in de vorm van een wiskundig rekenmodel, om de totale supply chainkosten voor de gehele bedrijfstak onder verschillende scenario’s uit te rekenen. Daar kwam uit naar voren dat er kostenbesparingen van 6 procent en CO2-emissiereducties van 11 procent mogelijk zijn.” Een tweede student is nu bezig om voor vier andere chemie-commodity’s (MEG, methanol, TDI en benzeen) te onderzoeken of er vergelijkbare of zelfs grotere besparingen haalbaar zijn.

heeft twee modellen ontwikkeld waarmee het bedrijf beter inzicht heeft gekregen in de prijsontwikkeling van een aantal chemicaliën. Ben de Weerd, manager supply chain solutions performance chemicals van SABIC, zegt hierover: “Het vernieuwende element is dat David in een van de modellen op basis van publiek beschikbare data het onderhoud van krakers meeneemt en daarmee de prijsvoorspelling significant verbetert.” In het afstudeeronderzoek van Tom Henkens van de TU/e bij Dow Chemical stond een andere belangrijke vraag centraal: hoe kun je ervoor zorgen dat chemiebedrijven meer gebruik gaan maken van het containervervoer van chemicaliën per binnenschip naar het achterland? “Tom heeft een model ontwikkeld dat inzicht geeft in de manier waarop bedrijven het beste hun volume kunnen bundelen”, vertelt Peter van Egerschot, supply chain leader EMEA van Dow Chemical. “Traditioneel is vervoer per binnenschip pas vanaf 500 kilometer financieel interessant in vergelijking met wegtransport, maar door met andere bedrijven samen te werken en het volume te vergroten, kan het goedkoper en kun je dezelfde service aan afnemers leveren.” Een promovendus van de TU/e gaat bij 4C4Chem aan de slag om het model geschikt te maken voor de gehele chemische industrie. p

Vervoer per binnenschip kan goedkoper door met andere bedrijven samen te werken en het volume te vergroten.

Prijsvoorspelling

Sinds de bankencrisis van 2008 is de voorspelling van prijzen en volumes binnen de chemische industrie steeds complexer geworden. David Brandstädter van de TU/e

Het 4C4Chem-project is een gezamenlijk initiatief van tU/e en het dutch institute for advanced logistics (diNaloG) in samenwerking met SaBiC, Shell, dow, vervoerder den Hartogh en de VNCi. doel van het project, dat in 2012 is gestart en in 2015 eindigt, is het ontwikkelen van innovatieve supply chain-processen die moeten leiden tot de verbetering van de transportvoorspelling- en planning, het delen van voorraad en (spoor)transportmiddelen en het bundelen van goederenstromen. Meer informatie: www.dinalog.nl/nl/projects/r_d_ projects/4c4chem/

Foto: NatioNale BeeldBaNk

4C4ChEm-prOjECT

maart 2014 Chemie Magazine 15


Veilig en gezond werken Veiligheid op de werkplek is de gedeelde verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en arboprofessionals. Op 8 en 9 april komen alle partijen bij elkaar die bij het managen van veiligheids- en gezondheidsrisico’s betrokken zijn. De opzet is uniek: op één plek worden de nieuwste aanpakken, visies, technieken én producten op het gebied van veilig en gezond werken gepresenteerd door kennispartijen, stakeholders, bedrijven en standhouders.

1. GRATIS CONGRES ‘HANDEN EN VOETEN AAN KENNIS’ Wetenschappelijke toppers, professionals én mensen van de werkvloer praten u en elkaar bij over de nieuwste inzichten en ervaringen op het gebied van Agressie en geweld, Werkdruk en Veilig gedrag in productieomgevingen. Wat is bekend uit de wetenschap? Welke richtlijnen zijn er? Wat zijn de knelpunten in de praktijk en zijn daar oplossingen voor? Hoe sluiten theorie en praktijk op elkaar aan?

2. KENNISSESSIES VAN HOOG NIVEAU • Meten van veiligheid? Wat zeggen de cijfers? Op de beursvloer is er een doorlopend programma met gratis kennissessies • Alles over de RIE • Veilig werken volgens de wet of van hoog niveau. overleven? Een greep uit de sessies: • Risicomanagement: leren van veiligheidsaanpak overstromingsrisico’s (Prof. dr. ir. Pieter H.A.J.M. van Gelder, TU Delft) • Gezocht: ‘Risicoadviseur m/v’ (NEN en Nationale Nederlanden) • Samen voor veiligheid (Coen van Gulijk, TU Delft) • Een nieuw tijdperk voor adembescherming

3. UITGEBREID AANBOD VAN PRODUCTEN EN DIENSTEN Op de beursvloer vindt u een gevarieerd aanbod van producten en diensten om veilig te kunnen werken en risico’s zoveel mogelijk te beperken. De nadruk ligt daarbij vooral op innovaties en nieuwe toepassingen.

Deelname is gratis! Op safetyandhealthatwork.nl kunt u zich aanmelden voor gratis deelname aan het congres, de kennissessies en de beurs met het meet-the-expert-plein. Gerenommeerde kennisinstituten, stakeholders en beroepsverenigingen, zoals Stichting PPM (NVVK, BA&O) en NVAB, VenVN, NVBF, TNO, TU Delft, FNV, ISZW en AVAG en HCW staan garant voor een sterk inhoudelijk programma.


Arbeidsmarkt

Buitenlandse Belangstelling voor Jet-net

Hoewel de definitieve beschikking nog niet binnen is, kan de procesindustrie aan de slag met haar sectorplan om de verwachte tekorten aan vakmensen te verminderen. Voor het plan wordt 20 miljoen euro uitgetrokken, waarvan minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 10 miljoen euro voor zijn rekening neemt. Tot de procesindustrie behoren onder meer de chemische industrie, de voedings- en genotmiddelenindustrie en de productie van energie en afvalverwerking.

T

ot aan 2020 heeft de procesindustrie jaarlijks 3453 vakmedewerkers op mbo-niveau nodig. Er is een jaarlijks tekort van ruim 2200 chemische en procestechnische vakmensen. Ook op hbo- en wo-niveau zijn nieuwe medewerkers nodig. In het sectorplan voor de procesindustrie is afgesproken: • 750 extra leerwerkplekken voor mensen die breed in de procesindustrie werkzaam willen zijn. • Versneld opleiden van 200 werkloze jongeren tot en met 27 jaar (met baangarantie). • 300 werknemers uit andere technische sectoren krijgen een bemiddelingstraject aangeboden naar de procesindustrie. • Scholing van 1000 werknemers. • 200 extra stageplaatsen voor jongeren. • 1500 werknemers krijgen een gezondheidscheck ter bevordering van de duurzame inzetbaarheid. • Loopbaanchecks voor 200 werknemers ter bevordering van de inzetbaarheid.

D

e Jet-Net-formule, waarbinnen onderwijs en bedrijven nauwe samenwerking met elkaar aangaan, is behalve in Nederland ook in Denemarken een feit. Andere landen willen nu volgen. De delegatie bezocht onder meer het Libanon Lyceum in Rotterdam, dat samenwerkt met funderings- en vijzelbedrijf Bresser, en Shell, medeoprichter van JetNet, dat een samenwerkingsverband heeft met het Aloysius College. Binnen Jet-Net zetten inmiddels 91 bedrijven zich in om samen met 179 havo-/vwoscholen uitdagende activiteiten te ontwikkelen voor bètatechnisch onderwijs. Hierdoor komen jaarlijks 60.000 jongeren in aanraking met de praktijk. Door de exacte vakken meer aan te laten sluiten op de belevingswereld van jongeren wil men het tekort aan technisch personeel terugdringen. Op de wachtlijst van Jet-Net staan nog 100 scholen die graag willen samenwerken met een technisch bedrijf. Momenteel zijn acht chemiebedrijven aangesloten bij Jet-Net. Het streven is om dit aantal te verdubbelen. p foto: shut terstock

Procesindustrie kan aan de slag met banenPlan

foto: shut terstock

Jet-Net, het Jongeren en Technologie Netwerk Nederland, heeft in februari een aantal buitenlandse onderwijsorganisaties ontvangen. Zij wilden zich laten informeren over de Nederlandse aanpak om jongeren vroegtijdig te interesseren voor bètatechnisch onderwijs. Op JetNet-scholen kiest 5 procent meer leerlingen voor een Natuurprofiel dan op niet-Jet-Net-scholen.

Aanmelden kan via www.jet-net.nl

Het sectorplan is een initiatief van OVP, het opleidingsfonds van en voor de procesindustrie, in samenwerking met de sociale partners in de procesindustrie, waaronder de VNCI. Eerder zijn de bouw, de uitzendbranche en de kinderopvang met een sectorplan aan de slag gegaan. Ook de schildersbranche heeft inmiddels een sectorplan. p maart 2014 Chemie Magazine 17


Een stap in jouw carrière maken? Ga dan voor de opleiding HVK en/of AH Kies je voor PHOV, dan kies je voor kwaliteit! • docenten uit de praktijk en autoriteiten op hun vakgebied • praktijkgericht met opdrachten binnen het eigen bedrijf • PHOV al 20 jaar toonaangevend in veiligheidskunde 2 april 2014 (middag-avondopleiding): Arbeidshygiëne, Hogere Veiligheidskunde, Hogere Veiligheidskunde en Arbeidshygiëne gecombineerd Al afgestudeerd HVK’er of AH’er? Volg dan: 15 september 2014 (avond): Specialisatie Hogere Veiligheidskunde voor AH’ers 22 september 2014 (avond): Specialisatie Arbeidshygiëne voor HVK’ers

Meer informatie: www.phov.nl Voor persoonlijk studieadvies: 030 231 82 12, info@phov.nl

Laboranten en analisten van SWA versterken! Als het gaat om inzet van laboratoriumpersoneel bent u bij SWA aan het juiste adres. Want wij leveren u (tijdelijke) vakkrachten met de juiste chemie, die passen in uw organisatie. SWA is arbeidsmarktspecialist in de techniek, wij leveren u laboranten en analisten. Bovendien leiden wij deze specialisten ook voor u op in maatwerk leer/werktrajecten. Of verzorgen werving & selectie.

www.vacaturelaboratoriumtechniek.nl

Uw organisatie versterkt met SWA? Kijk op onze website voor alle informatie.

LABORATORIUMTECHNIEK


Onderzoek

DSM investeert in gouden driehoek: hét verdienmodel van de toekomst

FOTO: ANNEMIEK MOMMERS

NIEUW BIOTECHINSTITUUT OP CHEMELOT CAMPUS

DSM, de universiteiten van Maastricht en Eindhoven, Maastricht UMC+, Chemelot Campus en de provincie Limburg investeren samen 80 miljoen euro in Chemelot InSciTe (Institute for Science and Technology). Het onderzoeksinstituut voor biobased materialen en biomedische technologie op de Chemelot Campus in Sittard-Geleen opende begin februari officieel zijn deuren. Tekst: Adriaan van Hooijdonk

H

et nieuwe onderzoeks- en kennisinstituut InSciTe op de Chemelot Campus gaat hoogwaardige biochemische bouwstenen ontwikkelen voor de biobased markt. Die kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden in harsen voor auto’s, op zonnecellen, in gebouwen en elektronische apparatuur. Voor biomedische toepassingen gaat het instituut onder andere werken aan materialen voor nieuwe bloedvaten, materialen waarmee kraakbeen zichzelf herstelt en aangroeit in het lichaam en slimme medicijncontainertjes voor in het oog om ooginfecties te voorkomen en te behandelen. De president van DSM Nederland, Atzo Nicolaï, ziet Chemelot InSciTe als hét voorbeeld van het verdienmodel voor de toekomst. “Door de gouden driehoek van kennisinstellingen, overheid en bedrijfsleven slim in te zetten, kunnen we in Nederland de internationale toppositie in innovatie verder uitbouwen, werkgelegenheid en kansen creëren en bouwen aan het verduurzamen van de economie.”

Koploperpositie

De samenwerking met industriële en academische partners, de beschikbaarheid

van de biobased proeffabriek en de aanwezigheid van biomedische onderzoeksfaciliteiten bieden ook volgens de rector magnificus van de TU/e, Hans van Duijn, uitgelezen kansen om wereldwijd de koploperpositie verder uit te bouwen. Ook de regionale werkgelegenheid krijgt een forse impuls, blijkt uit een reactie van Bert Kip, CEO van de Chemelot Campus. “Chemelot Campus wil versneld groeien naar 2900 arbeidsplaatsen en 1000 studenten in 2023 (nu 1350 en 250). Tegelijkertijd moeten dan honderd bedrijven aangetrokken of opgericht actief zijn op de campus. Chemelot InSciTe is een belangrijke troef in de aantrekkingskracht van de campus die het mogelijk maakt om die groei daadwerkelijk te realiseren.” Uit recente cijfers van het Holland Expat Center South blijkt overigens dat er in Limburg inmiddels 2500 internationale kenniswerkers aan de slag zijn. Dat is zeven keer meer dan in 2007, toen dit voor het laatst gemeten werd. De meeste internationale kenniswerkers in Limburg komen uit Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Door de groei van de werkgelegenheid op de Chemelot Campus zal het aantal banen alleen maar toenemen. p

TOPTEAM CHEMIE PLEIT VOOR SAMENWERKING UNIVERSITEITEN De nieuwe (natuurwetenschappelijke) bacheloropleiding aan de Universiteit Maastricht trekt vooral buitenlandse studenten aan, met name uit Duitsland maar ook uit andere landen. “Daarmee vormt de opleiding een internationale toegangspoort voor een nieuwe generatie talentvolle wetenschappers en ondernemers die hard nodig zijn om de overgang te maken naar een op groene grondstoffen gebaseerde economie”, stelt Nelo Emerencia, secretaris van het Topteam Chemie en speerpuntmanager Onderwijs en Innovatie van de VNCI. Tegelijkertijd wijst hij erop dat de universiteit er goed aan zou doen om de opleiding af te stemmen met andere universiteiten, om zo aan te sluiten bij het Sectorplan Natuur- en Scheikunde. “Bovendien moet de opleiding volledig aan de kwaliteitseisen voldoen, zodat de afgestudeerde bachelorstudenten door kunnen stromen naar andere universiteiten.” maart 2014 Chemie Magazine 19


Johan Sanders: “Niet vasthouden aan oude kennis en verworvenheden die zijn gebaseerd op fossiele grond- en brandstoffen en aan oude technologie die we incrementeel blijven verbeteren.”

JOhan sanders, hoogleraar valorisatie plantaardige productieketens, is bezorgd

‘Overstap naar biO gaat te traag’

20 Chemie Magazine maart 2014


biobased

De chemische industrie in Nederland heeft een uitstekende uitgangspositie om haar fossiele grondstoffen voor een substantieel deel in te ruilen voor biomassa. Het zou goed zijn voor de chemie, voor de landbouwsector en voor de werkgelegenheid. “Maar het gaat te traag”, vindt hoogleraar valorisatie van plantaardige productieketens Johan Sanders van Wageningen UR. “We hebben nu nog de kans om aan te haken. Over tien jaar niet meer”, waarschuwt hij. Tekst: Jos de Gruiter

H

ij persisteert. Voor het gesprek begint moet de interviewer grafieken op zijn computer bekijken. Begeleid door staccato uitleg schieten gekleurde illustraties over het scherm.

En de conclusie is?

“Dat de chemie bij uitstek de sector is waar de transitie naar biomassa kan plaatsvinden. Chemie heeft de sleutel in handen voor de omslag naar de biobased economy. Veel meer dan de transport- en de energiesector. Biobased biedt nieuwe kansen om een economisch sterke en duurzame chemische industrie in stand te houden. We moeten niet vasthouden aan oude kennis en verworvenheden die zijn gebaseerd op fossiele grond- en brandstoffen en aan oude technologie die we incrementeel blijven verbeteren. De voorsprong die we nu hebben zal dan snel verdampen.” Johan Sanders. Eind januari nam hij afscheid. En eigenlijk ook weer niet.

“Tien jaar geleden begon ik aan de universiteit met de opdracht onderzoek te doen naar de vraag hoe waarde is te creëren uit reststromen op akkers. Dat was in de tijd waarin de term biobased economy nog niet bestond. Het was een zogenoemde bijzondere leerstoel en mijn functiebenaming was hoogleraar ‘valorisatie van plantaardige productieketens’. Drie jaar geleden werd het een vaste leerstoel en veranderde de benaming in ‘biobased commodity chemicals’. Die geldt dus ook voor mijn opvolger die op 1 mei begint. Zelf ga ik verder als bijzonder hoogleraar met mijn oude benaming.” Bijzonder hoogleraar valorisatie van plantaardige productieketens dus. Aan Wageningen University & Research centre (Wageningen UR).

Foto: simone-michelle de blouw

Werkgelegenheid

Zijn afscheid bleef niet onopgemerkt. “Als de Nederlandse chemische industrie voor de helft overstapt van fossiele grondstoffen naar biomassa, zoals biet, gras of mais, dan levert dat tienduizenden banen op”, tekenden de media op uit zijn mond. Uit berekeningen zou blijken dat er twintigduizend nieuwe arbeidsplaatsen zullen ontstaan in de agrarische sector en nog eens vijftienduizend in de (chemische) industrie als de chemie op grote schaal overstapt van fossiele grondstoffen op biomassa.

Dat vraagt om een toelichting.

“Als biomassa wil concurreren met fossiel, is het van belang naar de economische kant te kijken. Zeker in aanvang zullen biogrondstoffen duurder zijn dan fossiele grondstoffen. Bij warmtewinning, elektriciteitsopwekking en transport leidt dat direct tot een hogere prijs van het eindproduct, want in die sectoren kunnen de kapitaalskosten niet omlaag, terwijl dat in de chemie bij overschakeling naar biobased grondstoffen wél mogelijk lijkt. Een hogere grondstofprijs kan daar gecompenseerd worden door lagere kapitaalskosten.” Waardoor zouden de kapitaalskosten kunnen verminderen?

“We hebben van veertig bulkchemicaliën de gevolgen van energie-efficiency op de kapitaalskosten onderzocht. De uitkomst was duidelijk: hoe hoger de energie-

‘Overstap naar biobased chemie levert tienduizenden banen op’ efficiency, hoe lager de kapitaalskosten per ton geproduceerd product. Biomassa groeit op de akker als een (mengsel van) functionele moleculen. Dat betekent dat je het materiaal niet eerst hoeft te defunctionaliseren om het daarna weer te functionaliseren. Anders gezegd: met gefunctionaliseerde grondstoffen uit biomassa wordt er minder energie gebruikt en heb je minder warmtewisseling nodig in het proces, dus minder kapitaal voor installaties – voor staal, pijpen en buizen. En dan is er nog iets: als het proces plaatsvindt onder ongunstige omstandigheden (hoge druk, hoge temperatuur, corrosie) vraagt dat een hogere kwaliteit en dus duurder staal. Om dan rendabel te kunnen produceren, heb je de economy of scale nodig: grote installaties, die grote investeringen vergen. Toepassing van biomassa maakt het mogelijk op kleine schaal fabrieken te bouwen, die kunnen concurreren met de grote fabrieken die met fossiel werken.” e maart 2014 Chemie Magazine 21


Hebt u een voorbeeld?

“Epichloridine is een basisstof om kunsthars te maken. Daarvoor heb je chloor nodig. Om chloor te maken heb je elektriciteit nodig. Chloor is een erg corrosief goedje, dus fabrieken die volgens de oude chemische routes produceren, zijn duur. Als je geen chloor meer nodig hebt, omdat je van een functioneel molecuul uitgaat, dan kan de fabriek goedkoper worden. In de biobased economy zijn het bovendien niet per definitie chemiebedrijven die zulke fabrieken neerzetten. Het kunnen bedrijven zijn uit andere sectoren, zoals de landbouw, landbouwverwerking, suiker, plantenolie, zetmeel, noem maar op. Bedrijven die van oudsher in de raffinage zitten, die de grondstoffen kennen en een fabriek bouwen voor laten we zeggen 10.000 ton in plaats van 200.000 ton. En dat niet per se in het Botlekgebied doen, maar in de buurt van de grondstoffen. Dat kan Nederland zijn, maar ook Midden-Duitsland of midden in Afrika. Niemand zet daar nu een fabriek neer van 200 miljoen euro, maar een investering van 20 miljoen is te overzien. De chemie kan zich ontwikkelen in landen

‘Nederland heeft de grootste hoeveelheid biomassa per hectare of per inwoner tot haar beschikking’

die niet traditioneel in de chemie zitten, op voorwaarde dat er biomassa beschikbaar is. Ik zie dat niet op korte termijn in Afrika gebeuren, maar wel in landen als Frankrijk, Roemenië en Spanje.” Wat is in uw ogen de uitgangspositie van Nederland? Waar halen we bijvoorbeeld grote hoeveelheden biomassa vandaan?

“Laat ik voorop stellen dat Nederland een gunstige uitgangspositie heeft als chemieland. We hebben enorm veel ervaring, grote mondiale spelers en een uitstekende fysieke en kennisinfrastructuur. Het is daarnaast een misvatting dat we te weinig landbouwgrond zouden hebben en te weinig biomassa zouden produceren. Nederland heeft nu al van alle landen in de wereld de grootste hoeveelheid biomassa per hectare of per inwoner tot haar beschikking. We hebben bijvoorbeeld per jaar 40 miljoen ton droge stof aan biomassa beschikbaar ten behoeve van diervoeder in eigen land en deels het buitenland. Wanneer we na een bioraffinageproces de dieren alleen de nuttige componenten voorzetten, blijft er 10 tot 15 miljoen ton over die niet geschikt is als 22 Chemie Magazine maart 2014

diervoeder. Die zouden we kunnen inzetten als grondstof voor de chemie, transportbrandstof en energie. Dat is een flinke hoeveelheid als we ons realiseren dat de Nederlandse chemie jaarlijks 15 miljoen ton chemicaliën produceert. Daarnaast kunnen we in Nederland nog veel extra biomassa voortbrengen. Bijvoorbeeld door meer tonnen gras van het weiland te oogsten en door twee teelten na elkaar op dezelfde akker te laten plaatsvinden. We kunnen ook gedeeltelijk overschakelen van gewassen die minder geschikt zijn voor biobased toepassingen naar hoger renderende gewassen. Als we er efficiënt mee omgaan hebben we genoeg biomassa om de chemie in ruime mate van grondstoffen te voorzien.” Dus u ziet geen noodzaak om extra landbouwgrond in te zetten?

“Integendeel: we zouden zelfs met minder toekunnen. We hebben nu ongeveer 6 miljoen hectare in gebruik: 2 miljoen in Nederland zelf en zo’n 4 miljoen in het buitenland. Als we efficiënter omgaan met de grondstoffen die we daarvan oogsten voor de veevoederketen, zoals ik net vertelde, dan komt er heel veel beschikbaar voor transport, elektriciteitsopwekking en chemie.” Op voorwaarde dat we de beschikbare biomassa sorteren en inzetten op plaatsen waar die het meeste rendement heeft.

“Dat is de kern van het verhaal. We selecteren de beschikbare biomassa-componenten op bruikbaarheid voor verschillende toepassingen: voedsel voor mens en dier, chemie en brandstof. Er zijn daarbij vier voorwaarden: we moeten efficiënt produceren, we moeten de bodemvruchtbaarheid intact laten door op het veld te laten wat de bodem nodig heeft, we moeten de grondstoffen in componenten scheiden, zodat elk deel optimaal wordt ingezet, en we moeten productieprocessen ontwikkelen die weinig kapitaalsinzet vragen.” Dan is de transitie van fossiel naar bio geslaagd en creëren we ook nog eens 40.000 nieuwe arbeidsplaatsen.

“Inderdaad. De uitdrukking ‘elk voordeel heb ze nadeel’ gaat hier niet op. Op biogrondstoffen gebaseerde chemie leidt vaak ook nog eens tot een veiliger proces.” De banen die u voorspelt zijn voor een belangrijk deel banen in de landbouw. Heeft het dure Nederland niet vooral hoogwaardige werkgelegenheid nodig?

“Het zal een mix worden van hoogwaardig en minder hoog betaald werk. Maar vergis je niet: werk in de landbouw wordt steeds hoogwaardiger. In de agroverwerkende industrie en de chemie zal het in hoofdzaak gaan om mensen die zich bezighouden met de verdere bioraffinage en verwerking van de biomassa.” Een voordeel dat geen nadeel kent. Waar wachten we op?

“Dat vraag ik me ook af. Uitzonderingen daargelaten zie ik te veel bedrijven die blijven vertrouwen op de oude chemische technologie. Ik vind dat gevaarlijk. Nederland heeft een sterke chemiesector, die van groot belang is voor de nationale economie, voor ons inkomen en voor onze werkgelegenheid. We hebben een uitste-


biobased

had je synergiewinst kunnen boeken. Met een substantiële bijdrage aan de werkgelegenheid en het bruto nationaal product is de chemie een belangrijke sector voor de Nederlandse economie die paden baant voor de transportbrandstoffen en energiesector. Onze overheid lijkt dat niet altijd in te zien. Als een Nederlandse minister in Brussel praat over CO2, dan vergeet hij of zij de chemie mee te nemen en wordt bij de neus genomen door collega’s uit landen waar de chemische industrie een bescheiden betekenis heeft. De chemische industrie is footloose. Als ze elders in de wereld goedkoper kan produceren, dan verdwijnt ze. Het is niet zo dat ze er is en eeuwig zal blijven.” Bent u niet veel te somber? De chemie is een van de Topsectoren, veel in Nederland gevestigde chemiebedrijven zijn druk bezig met de transitie naar biobased, er zijn talloze initiatieven van organisaties en elk tijdschrift staat er vol mee.

kende uitgangspositie door de aanwezigheid van chemiereuzen, door onze infrastructuur en door de verwevenheid van bedrijfsleven en kennisinstellingen. Maar we moeten oppassen dat we die positie niet door zelfgenoegzaamheid verspelen. Andere landen pakken de kansen beter op dan wij en vragen octrooien op nieuwe processen aan. Zodra die in handen zijn van grote Amerikaanse bedrijven of – erger – een buitenlands venture fonds, dan wordt het heel duur, om niet te zeggen onmogelijk, om onze sterke positie te handhaven. We hebben nu nog de kans om aan te haken. Over tien jaar niet meer.” Wie zouden aan de bel moeten trekken?

“Ik zie een belangrijke rol weggelegd voor de overheid en organisaties als de VNCI. Laat nieuwlichters aan het woord, organiseer workshops.” Dat gebeurt.

“Maar elders lijkt het beter aan te slaan. Ik was niet zo lang geleden spreker over dit onderwerp op een Kekulé-lezing in Antwerpen. Zeshonderd man in de zaal en een bruisende bijeenkomst. België pakt het onderwerp serieuzer op dan wij. Bijna wekelijks komt er uit België e-mail over een activiteit op het gebied van biobased chemie. In mijn ogen laat de Nederlandse overheid ook geweldige steken vallen.” Zoals?

“Het energieakkoord van de SER was te eenzijdig gericht op energie. Het had veel meer een grondstoffenakkoord moeten zijn. Vragen als ‘Waar halen we in 2050 onze grond- en brandstoffen vandaan?’ hadden integraal bekeken moeten worden. Met duidelijke uitspraken als: deze component is geschikt voor voedsel, dit deel voor energie-opwekking en dit voor chemie. Dan

“Er gebeurt zeker iets in de industrie. DSM doet goede dingen, Solvay maakt epichlorhydrine uit glycerol, DuPont propaandiol uit maiszetmeel, om een paar voorbeelden te noemen. Synbra past polymelkzuur van Corbion uit suiker toe voor haar verpakkingsmiddelen. Verder sponsort de overheid grote onderzoekprogramma’s zoals Catchbio en Biopolymer materials. Maar over het geheel genomen gebeurt er te weinig ten opzichte van de belangen die op het spel staan. De grote bedrijven zouden veel meer moeten doen. Illustratief vind ik de discussie over schaliegas. Ik was er blij mee omdat het misschien de ogen van de chemie opent, maar sommige reacties stelden me teleur. Nog geen twee jaar nadat Deloitte met een mooi rapport aangaf dat de Nederlandse chemiesector is opgewassen tegen grote veranderingen in de wereld, was nu de belangrijkste aanbeveling van het accountantsbureau dat grote schade slechts kan worden voorkomen als de overheid het aardgas tegen een lagere prijs aanbiedt.* Dan denk ik dat de sense of urgency ontbreekt.” p

*Reactie Reinier Gerrits, speerpuntmanager Energie en Klimaat bij de VNCI: Met de discussie over de economische impact van schaliegas voor de Nederlandse chemie is de sense of urgency nog veel hoger geworden dan daarvoor, bovendien zijn de aanbevelingen breder dan het inzetten op het verlagen van het prijsverschil op energie en grondstoffen met de regio’s buiten Europa: verdere versterking van de in het oorspronkelijke rapport benoemde competitieve voordelen van het ARRRA-cluster, de mogelijkheid om een breed scala aan grondstoffen (waaronder biomassa) te gebruiken, een toonaangevend innovatie-ecosysteem en een consistent wet- en regelgevingskader. Op de korte termijn zijn extra impulsen nodig voor een beter investeringsklimaat. Met minister Kamp zijn afgelopen najaar afspraken gemaakt over hoe we de Nederlandse chemieclusters verder kunnen versterken, waarbij het voorstel van de Commissie Willems voor het chemiepark Delfzijl nu heel actueel is. maart 2014 Chemie Magazine 23


foto: shut terstock

LIGNINe (houtstof) herBerGt eeN schAt AAN WAArDeVoLLe AroMAteN

foto: shut terstock

DooDzonDe om oP te stoKen

24 Chemie Magazine maart 2014


Biobased

een ChaotisCh en WeerBarstig netWerK van fenolen Lignine is een chaotisch netwerk van onderling verknoopte fenolen. er is weinig regelmaat te ontdekken in de volgorde van monomeren of vertakkingen. De basiseenheden in lignine zijn de drie monolignolen: sinapyl-, conferyl-, en coumarylalcohol. Ze worden gevormd uit het aminozuur fenylalanine. enzymen initiëren de radicaalpolymerisatie tot lignine. De precieze structuur verschilt van plantensoort tot plantensoort en wijzigt ook tijdens de groei. Lignine van de fijnspar is bijna uitsluitend opgebouwd uit coniferylalcohol, terwijl graslignine voor een belangrijk deel uit coumarylalcohol is gesynthetiseerd. Geen enkele ligninestructuur is tot in detail opgehelderd. Dat komt niet alleen door de complexe structuur, maar ook doordat de stof bijzonder moeilijk te hanteren is. het polymeer lost niet op in water en het opbreken van een of meer van de vele ether- of koolstofverbindingen resulteert meestal in de spontane vorming van nieuwe bindingen elders in het netwerk. Dit proces vindt ook plaats bij de extractie en isolatie van lignine uit biomassa.

Onhandelbaar, weerbarstig en recalcitrant. Zo staat het houtpolymeer lignine bekend. Maar de stof vervangt steeds vaker fenol. En onderzoekers zijn hoopvol over de ontwikkeling van bio-BTX en koolstofvezels uit lignine. Tekst: Marga van Zundert

Z

onder lignine stond er geen boom in het bos en geen mais op de akkers. Het biopolymeer geeft planten stevigheid en bescherming. Bacteriën en schimmels bijten er al miljoenen jaren tevergeefs hun ‘tanden’ op stuk. Geen enkel micro-organisme slaagt erin om energie uit de stof te halen. Sommige lukt het wel om lignine langzaam op te breken om zo het beter verteerbare cellulose te bereiken. Ook de chemie bijt al meer dan een eeuw de tanden stuk op lignine. Het biopolymeer lost nauwelijks op in gangbare oplosmiddelen. Opbreken lijkt eenvoudig; de stof biedt wel

zeven verschillende soorten bindingen om te knippen. Maar het verbreken van één soort levert vaak andere, nieuwe bindingen elders in de structuur op. De weerstand leverde zelfs een industriële ‘wijsheid’ op: You can make anything you want out of lignin, except money. Verbranden is nog steeds vrijwel de enige nuttige toepassing. Slechts een enkele procent van alle gewonnen lignine vindt op dit moment een andere toepassing.

Jackpot

Maar elke chemicus die naar de moleculaire structuur van lignine kijkt (zie kader), ziet dat opstoken doodzonde is. Lignine herbergt een schat aan waardevolle aromaten. Wie het chaotische netwerk netjes weet op te breken, wint een ‘jackpot’. De biobased economy vraagt om bio-BTX (benzeen, tolueen, xyleen) en bio-fenol. De aromaten zijn belangrijke basischemicaliën. En lignine is goedkoop. Elk jaar groeit de natuur ‘gratis’ zo’n 200 miljard ton. De huidige pulp- en papierindustrie levert zeker een miljoen ton lignine als restproduct en de toename in bioraffinage zal extra lignine opleveren. Omdat lignine geen voedingswaarde heeft legt het geen beslag op landbouwgrond. Richard Gosselink, onderzoeker bij Wageningen UR, coördineert Ligni-

Fame, een Nederlandse valorisatieproject van lignine (zie kader). “Lignine is inderdaad weerbarstig”, zegt hij. “Aromaten zoals BTX winnen uit lignine is langetermijndenken, maar de potentiële opbrengst is hoog. Wat mij vooral hoopvol maakt, is dat de kritische massa in het onderzoek nu snel toeneemt. Voor het eerst is lignine nadrukkelijk benoemd in calls voor Europees onderzoek. En het onderwerp leeft bij de industrie. Bedrijven zijn geïnteresseerd. Die brede aandacht is essentieel omdat ik denk dat juist een combinatie van kleine en grotere innovaties lignine kan ontsluiten. Daar geloof ik meer in dan in dat ene briljante idee.”

Verschil in lignines

Goed nieuws over lignine kwam er onlangs uit Eindhoven. Maaike Kroon, hoogleraar scheidingstechnologie, ontdekte een oplosmiddel waarmee het biopolymeer energiezuiniger en zuiverder te scheiden is van cellulose. De papierindustrie stuurde een enthousiast persbericht uit; hoopt hiermee 40 procent aan energiekosten te besparen. Het gaat om een deep eutectic solvent, een bijzondere combinatie van twee vaste stoffen, een zuur en een amine. Gemengd in de juiste verhouding leveren ze verrassend genoeg een vloeistof waarin lignine oplost. e maart 2014 Chemie Magazine 25


foto: shut terstock

Zonder lignine stond er geen boom in het bos en geen mais op de akkers.

‘Niet dat ene briljante idee maar combinatie van innovaties kan lignine ontsluiten’

Ook onderzoekers van North Carolina State University bewezen onlangs dat lignine onder mildere condities gewonnen kan worden. Zij gebruikten een ionische vloeistof. De Utrechtse onderzoeker Pieter Bruijnincx zou de ‘nieuwe’ lignines graag eens kraken (zie kader). “De verschillende scheidingstechnieken leveren echt andere lignines op. Dat merken we bij onze pogingen ze te depolymeriseren. Een zuiverder, natuurlijker lignine kan weer

nieuwe mogelijkheden bieden.”

Vanillesmaak

Dat het winnen van een hoogwaardige aromaat uit lignine mogelijk is, bewees het Noorse bedrijf Borregaard overigens al meer dan vijftig jaar geleden. Sinds 1962 maakt het pulp- en papierbedrijf – dat zich inmiddels bioraffinaderij noemt – de smaakstof vanilline uit houtlignine. Deze stof (4-hydroxy-3-methoxybenzaldehyde) geeft, zoals de

Lignine-onderzoek in nederLand

Koolstofvezel

e CatChBio (2007-2015): consortium chemische katalyse biomassa, 21 onderzoeksinstituten en industrie, diverse lignineprojecten, gefinancierd door SmartMix – www.catchbio. com

het Zweedse onderzoeksinstituut Innventia toonde in 2012 op labschaal aan dat lignine als grondstof voor koolstofvezels kan worden toegepast. het slaagde erin ligninevezels te spinnen uit gezuiverde lignine van grasachtige planten (soft wood) Pyrolyse van deze vezels leidt tot bruikbare lichtgewicht koolstofvezels. het instituut werkt nu aan opschaling van de techniek. Gaat dat lukken, dan is lignine een goedkoper en groen alternatief voor de oliegebaseerde, prijzige acrylvezel (polyacrylonitril).

e lignifame (2014-2016): consortium lignineraffinage, Wageningen UR, ECN, Progression Industry, ADM, Essent, FeyeCon, SOPREMA, gefinancierd door TKI BBE/AgentschapNL – via www.wageningenur.nl e BioCore (2007-2013): Europees consortium bioraffinage van 24 universiteiten, instituten en bedrijven, waaronder het Nederlandse ECN en DLO (Wageningen UR), gefinancierd door de EU – www. biocore-europe.eu e lignovalue (2007-2010): consortium van Wageningen UR, Universiteit Groningen, ECN, Aston University, gefinancierd door AgentschapNL – www.biobased.nl/lignovalue

26 Chemie Magazine maart 2014


OMe HO OH

KATALYTISCH KRAKEN KAN “We hebben bewezen dat het kan”, vat Pieter Bruijnincx het Utrechtse onderzoekswerk naar de omzetting van lignine in bioBTX samen. De katalyticus ontving in 2010 een Veni-beurs voor lignine-onderzoek en publiceerde onlangs in Green Chemistry een tweestapsroute van lignine naar BTX (benzeen, tolueen, xyleen). “Het is een van de weinige voorbeelden van omzetting van echte lignine in BTX”, benadrukt Bruijnincx. “Dus geen modelstof, maar lignine ‘uit de markt’.” De opbrengst bedraagt enkele procenten. “In het vervolgtraject, onderdeel van het CatchBioprogramma, vergelijken we met een aantal onderzoeksgroepen verschillende routes, nemen de hele keten door en proberen die te optimaliseren. De trein moet

nog gebouwd worden, zeg maar. Pas daarna kun je wat zinnigs zeggen over de vraag of de route eventueel commercieel interessant is.” In het tweestapsproces wordt lignine, een bruin poeder, eerst gedepolymeriseerd in een alkalische water/ethanoloplossing met een platina-aluminiumoxide-katalysator bij 225 graden Celsius. Het resultaat is een lignine-olie. De lignine is deels opgebroken in monomeren, dimeren en oligomeren. De monomeerfractie bedraagt zo’n 10 tot 20 procent. Onder waterstofdruk en bij hoge temperatuur vindt vervolgens omzetting plaats, waarbij voor een deel sprake is van volledige deoxygenatie tot BTX zonder verlies van aromaticiteit.

HO HO

OH

O OMe

MeO O

HO

OMe

HO

HO HO

O HO

OMe HO

OMe O

O OH

MeO

O

OMe

HO O

O

OH

HO

OH MeO OH

MeO

O OH

HO

O

OH OH

O MeO HO

O

OMe

OMe

HO HO Lignin

naam al suggereert, een vanillesmaak aan voedsel en is een van de meest verkochte smaakstoffen ter wereld. Maar bijproduct is wellicht een juistere term voor vanilline uit hout. Ook al is de jaarproductie 2000 ton (circa 12 procent van de wereldmarkt), 1000 kilo hout levert slechts 3 kilo vanilline op. Theoretisch zou dat het honderdvoudige kunnen zijn. Zeker in de jaren na dit eerste succes is er wereldwijd driftig geprobeerd meer en andere aromaten te winnen. Maar zonder groot commercieel succes. Dat lukte beter bij toepassingen waarbij lignine in zijn geheel of in grove delen wordt benut. Een van de eerste voorbeelden was de kunststof bakeliet, een polyfenol gemaakt van fenol, formaldehyde en ‘houtbloem’ (zeer fijngemalen hout). De natuurlijke polyfenol lignine wordt ingebouwd in het eindproduct, wat energie en grondstof bespaart. Bakeliet is in de vergetelheid geraakt maar polyfenolen worden volop gebruikt als lijm en bindmiddel in de productie van houtpanelen. De industrie wil graag het gebruik van het risicovolle formaldehyde verminderen. Toevoeging van lignine is een logische, duurzame manier. De laatste jaren stijgt de vervangingsgraad dan ook gestaag.

OH

HO

Nieuwe methoden zijn ontwikkeld om het lignine extra te activeren, zodat het intensiever verknoopt raakt met het nieuw gevormde hars en een kwalitatief goed product oplevert.

P henolic OH Aliphatic OH Methox yl C arbonyl

OH

O

OMe

HO

O

O

OMe

HO HO

OH MeO

Purschuim en houtlijm

Ook purschuim is inmiddels zonder problemen voor 15 procent ‘op te vullen’ met lignine. Daar vervangt het biopolymeer het oliegebaseerde polyethyleenglycol of propyleenglycol. Wageningen UR was de afgelopen jaren betrokken bij onderzoeksprojecten om meer lignine te verwerken in purschuim en houtlijm. Gosselink: “We hebben laten zien dat de vervangingsgraad van fossiel fenol door lignine nog verder omhoog kan. Waarschijnlijk worden onze ideeën op korte termijn daadwerkelijk toegepast. Maar ik kan helaas nog geen bedrijfsnaam noemen.” Het Duitse bedrijf Tecnaro is nog een stap verder. Onder de naam Arboform ontwikkelde het voor 100 procent hernieuwbaar ‘vloeibaar hout’. Het gaat om een bioplastic bestaande uit lignine (circa 50 procent) en natuurlijke cellulosevezels uit hennep, vlas of sisal. Hoe Tecnaro dit doet, is een goed bewaard bedrijfsgeheim. p

O OH

HO

O

OH OH

O MeO

O MeO

O

MeO

OMe

HO

O

OH

HO HO

O

Lignin O

OH OMe

OH MeO

O OH OH O

OMe

Twee voorbeelden van ligninestructuren uit naaldhout.

O

p-coumaryl alcohol

coniferyl alcohol

sinapyl alcohol

De drie bouwstenen (monomeren) van lignine. Een plant koppelt/polymeriseert ze tot het biopolymeer. maart 2014 Chemie Magazine 27


JoNgereNNetwerk JIDC wAkkert lIefDe Voor CHeMIe VerDer AAN

‘Bij ons zitten de directeuren van de toekomst’ Als het chemiebloed eenmaal bij young professionals door de aderen stroomt, is de kans vrij groot dat ze de sector een werkleven lang trouw blijven. Het jongerenplatform JIDC, waarmee de VNCI sinds kort samenwerkt, draagt er volgens bestuursvoorzitter Diederick Jan Zetteler en erelid Mischa Andriessen aan bij dat het chemiebloed alleen nog maar sneller gaat stromen. Álle jongeren in de chemie zijn welkom. tekst: Marloes Hooimeijer

‘I

n november waren we nog met veertig leden (een recordopkomst!) bij BASf in Antwerpen en op 11 april brengen we een bezoek aan tata Steel in IJmuiden, om te zien hoe van erts staal wordt gemaakt.” en als het aan voorzitter Diederick Jan Zetteler (34) van het platform JIDC (Jongeren in de Chemie) ligt, wordt daar de recordopkomst bij BASf direct weer verbroken. “Het is een bekend multinationaal productiebedrijf. we krijgen er een bedrijfspresentatie en een rondleiding door de productie en over het terrein. ook maken we kennis met tata’s eigen jongerenvereniging De Magneet. Daarna dineren we in een nabijgelegen restaurant.” Mischa Andriessen (33), JIDC-erelid en Zettelers voorganger als voorzitter, is er zeker bij in IJmuiden. Hij mist nagenoeg geen enkele activiteit die het JIDC-netwerk organiseert. “toen ik nog maar net in de chemie werkte kreeg ik een uitnodiging van JIDC voor een bedrijfsbezoek aan DSM. Ik vond het te gek dat ik de kans kreeg om bij een ander bedrijf in de keuken te kijken en ook de

28 Chemie Magazine maart 2014

gesprekken met soortgenoten over chemische distributie prikkelden me. Ik kom bij JIDC mensen tegen die ik anders nooit zou ontmoeten.”

Geweldig

Andriessen is in het dagelijks leven sales manager commodity chemicals Netherlands bij Univar en Zetteler is product manager plastics bij IMCD Benelux. Ze werken dus beiden bij een bedrijf dat handelt in chemische producten, aangesloten bij het Verbond van Handelaren in Chemische Producten (VHCP). Dat is geen toeval: het jongerennetwerk JIDC is in 1989 ontstaan uit een groep jonge mensen bij VHCP-leden die elkaar op informele wijze wilden ontmoeten. Maar beiden zien niets liever dan dat anno 2014 ook young professionals van VNCI-bedrijven, de producenten, zich bij het netwerk aansluiten. Het gaat dan om ‘jongeren’ tussen de circa 25 en 45 jaar. “Ik vind het geweldig dat de VNCI dit nu ook proactief stimuleert”, zegt Andriessen (zie kader). Zetteler: “De VNCI heeft JIDC gevraagd de deuren ook voor haar young professionals te openen en dat doen wij graag.

Iedere jongere werkzaam in de chemie, van handelaren, tot chemici, operators en laboranten, is welkom om lid te worden van JIDC. The more the merrier.” op dit moment telt het jongerennetwerk circa 150 leden. Het lidmaatschap kost niets, maar voor activiteiten wordt wel een bijdrage gevraagd – ‘om de kosten te dekken’. gemiddeld vindt er eens per kwartaal een activiteit plaats, die kan variëren van een bedrijfsbezoek tot een inhoudelijke gastspreker tot een ‘social event’, zoals nieuwjaarsreceptie of zomerborrel. “onze slogan is: ‘Netwerken … het is net werken’. Het is een combinatie van informeel ontmoeten en kennis delen onder gelijkgestemden. De ervaring leert dat de young professionals daar in hun dagelijks werk veel aan hebben. overigens is er wel een ongeschreven regel: er wordt geen informatie uitgewisseld over prijzen, producten, klanten en salarissen.”

Support werkgever

Dat dit ‘nooit’ gebeurt, is volgens Andriessen niet onbelangrijk om te


Young professionals Diederick Jan Zetteler (links) en Mischa Andriessen.

melden. want ook de werkgever moet zijn young professionals met een gerust hart naar het netwerk kunnen laten gaan. Die support van werkgeverszijde is essentieel, zeker om ook jongeren van de VNCI-leden te stimuleren om deel te nemen. Andriessen: “wij handelaren zijn altijd al op pad, delen onze eigen dagen in, en rijden met gemak naar een JIDC-bijeenkomst. Maar voor een operator of chemisch analist is dat anders; die werken op een vaste plek. we houden daar rekening mee door de activiteiten in de tweede helft van de middag te plannen. De werkgever kan de drempel verder verlagen door ruimte te bieden om de bijeenkomsten bij te wonen, in tijd en door de minimale kosten voor zijn rekening te nemen.” waarom een werkgever dat zou doen? Andriessen: “Deelname aan JIDC wakkert de liefde voor chemie alleen nog maar verder aan. Het leidt tot meer betrokkenheid bij en loyaliteit aan de branche. Chemie is als een virus dat je op een zeker moment niet meer uit het bloed krijgt. en dat is toch wat werkgevers willen: de nieuwe generatie binnen-

halen én binnenhouden.” Zetteler vult aan: “Bij ons zitten de directeuren van de toekomst. Met de huidige uitstroom van de babyboomers is er reden te meer om hun potentiële opvolgers en nieuwkomers te blijven enthousiasmeren.”

Proeven

Door de ondersteuning vanuit de VNCI kan JIDC de naamsbekendheid volgens Zetteler verder vergroten. ook ‘in natura’ kan de VNCI veel bijdragen aan het jongerennetwerk, bijvoorbeeld door bedrijfsbezoeken bij leden te initiëren of door interessante gastsprekers aan te dragen. Deuren te openen die anders misschien gesloten blijven. “er staan nog genoeg bedrijven op ons lijstje, zoals een bedrijf ‘in de coatinghoek’. Maar eerst gaan we in april naar tata Steel. Ik wil de VNCI-jongeren graag oproepen zich aan te melden: kom gewoon eens proeven wat JIDC te bieden heeft. Je zult zien dat het leuk, interessant en nuttig is.” p Meer informatie of aanmelden: www.jidc.nl

Met de samenwerking met Jongeren in de chemie (JiDc) beoogt de VNci om young professionals die binnen de chemie in diverse functies werkzaam zijn, van commercieel tot laborant, bij elkaar te brengen. De aansluiting bij JiDc biedt een kans om in contact te blijven met jonge werknemers in de industrie. erg belangrijk, want zij kunnen als ambassadeurs andere jongeren enthousiasmeren om voor de chemie te kiezen. VNci-directeur colette alma zegt hierover: “Het netwerk kan daarmee een rol spelen in de ambitie van de topsector chemie om meer jongeren te stimuleren de sector in te stromen. Dat is noodzakelijk gezien de pensioneringsgolf die op ons afkomt. Bovendien zijn de frisse blik en nieuwe kennis van young professionals onmisbaar voor ontwikkeling van de sector.” Nu de deuren van JiDc ook voor young professionals van VNci-leden zijn geopend, zal de VNci deelname promoten en de activiteiten van JiDc naar de achterban communiceren. Zij kan bovendien ondersteunen bij het regelen van interessante sprekers of bedrijfsbezoeken. “ik vind het leuk dat jongeren in heel verschillende functies binnen de chemie elkaar in het netwerk beter kunnen leren kennen en wederzijds kunnen inspireren”, reageert alma enthousiast. “op die manier leren ze ook de sector goed kennen en kunnen ze met elkaar tot nieuwe ideeën komen die henzelf én de sector verder kunnen brengen.”

maart 2014 Chemie Magazine 29

foto: ca sper ril a

‘Ik vond het te gek dat ik de kans kreeg om bij een ander bedrijf in de keuken te kijken’

frisse Blik van Young professionals is onmisBaar


400 TON WEGENDE HUNTSMAN-FABRIEK MAAKT VAARTOCHT

Vijf maanden heeft de FB Group in Heijningen (gemeente Moerdijk) in opdracht van Huntsman gewerkt aan de installatie. Doorgaans wordt zo’n chemische fabriek op de plaats van bestemming opgebouwd. Voor het eerst heeft de FB Group dit nu op het eigen terrein gedaan. De voordelen zijn volgens directeur Bart van der Toorren een kortere bouwtijd, lagere kosten en beperking van risico’s. Het is de grootste installatie die de FB Group tot nu toe heeft gebouwd. De installatie wordt geïntegreerd in de huidige polyolenfabriek van Huntsman. De nieuwe productiecapaciteit, die komende zomer in bedrijf wordt genomen, gaat de productiecapaciteit voor polyolen verhogen naar 30 kiloton per jaar. De polyolen worden gebruikt voor de productie van polyurethaan, grondstof voor onder meer matrassen, stoelbekleding en gebouwisolatie. 30 Chemie Magazine maart 2014

FOTO: AEROLIN PHOTO

Op 20 februari arriveerde de nieuwe fabriek van Huntsman via het water in de Rotterdamse Botlek. De installatie, 18 meter hoog en bijna 400 ton zwaar, werd door specialisten van Huntsman en ingenieursbureau Tebodin eerst in vier delen gesplitst. Daarna werden deze door twee enorme kranen op diepladers gezet, voorzichtig naar het water een kilometer verderop gereden, overgeplaatst op twee pontons en door Mammoet Transport verscheept.


Wetenswaardig

Het lossen van de installatie na aankomst in de Botlek.

maart 2014 Chemie Magazine 31


Met name de benutting van fosfaat uit rioolwater heeft, mede dankzij de inzet van waterschappen, de laatste jaren een hoge vlucht genomen.

Meer betrokkenheid cheMische industrie gewenst

Secundair foSfaat wil de markt op Secundair fosfaat, teruggewonnen uit rioolwater, beendermeel of mest, wordt nu nog vooral gebruikt als grondstof voor kunstmest. Terwijl ook hoogwaardigere toepassingen mogelijk zijn, zoals in harsen, kunststoffen en voedingsmiddelen. Maar voor de ontwikkeling daarvan is meer betrokkenheid nodig van de chemische industrie, zo stelt Arnoud Passenier, voorzitter van het European Sustainable Phosphorus Platform. Tekst: Joost van Kasteren

’F

osfaat is een belangrijke grondstof, maar de aanvoer ervan wordt kwetsbaar”, weet Arnoud Passenier, voorzitter van het European Sustainable Phosphorus Platform en in Nederland bekend als ‘Mr. Fosfaat’. “In principe is er voorlopig nog voldoende fosfaaterts beschikbaar wereldwijd, maar de groeiende vraag uit China maakt de aanvoer naar Europa onzeker. Wij zijn niet meer de first buyer.” Dat maakt secundair fosfaat interessant. “Afgezien van de betrouwbaarheid van levering is secundair fos-

32 Chemie Magazine maart 2014

faat ook schoner, in de zin dat het minder zware metalen bevat, en duurzamer, omdat je de kringloop sluit.” Als uitvloeisel van het Ketenakkoord Fosfaat, dat in 2011 werd gesloten tussen ruim twintig partijen, is het Nutriënt Platform opgericht, ondergebracht bij het Netherlands Water Partnership. “We zouden graag de hele fosfaatketen in het platform vertegenwoordigd zien”, zegt Wouter de Buck van het Nutriënt Platform. “Momenteel zijn vooral de producenten, zoals agrariërs en waterschappen, goed vertegen-

woordigd in het Platform, evenals de verwerkers, zoals ICL en de Vereniging van Kunstmest Producenten (VKP). Van de eindgebruikers zijn – wederom – de agrariërs en de veevoerfabrikanten vertegenwoordigd, maar we zouden graag zien dat ook andere eindgebruikers, zoals de voedingsmiddelen- en chemische industrie, lid zouden worden.” Want ook hoogwaardige toepassingen van secundair fosfaat, zoals in harsen, kunststoffen en voedingsmiddelen zijn mogelijk. Die betrokkenheid van de eindgebruikers is volgens De Buck vooral


Hergebruik

europeeS platform

fOtO: ShUt tErStOck

Op initiatief van Nederland is vorig jaar het European Sustainable Phosphorus Platform opgericht. Enerzijds omdat ook andere landen, zoals Denemarken, Duitsland en Vlaanderen, kampen met een fosfaatoverschot, anderzijds vanwege de toenemende kwetsbaarheid van Europa voor een tekort aan fosfaaterts. Volgens Arnoud Passenier, voorzitter van het Europese platform, is het belangrijk om de EU mee te krijgen in een beleid gericht op gebruik van secundair fosfaat. Vanwege de genoemde kwetsbaarheid en omdat Nederland daar als – potentieel – exporteur belang bij heeft. Passenier: “Er is veel animo voor deelname aan het platform, zowel bij overheden als bedrijfsleven, omdat men zich steeds meer bewust is van de problemen, maar ook van de oplossing: het optimaal benutten van secundair fosfaat.”

nodig om zicht te krijgen op hun wensen voor de kwantiteit en kwaliteit van het te leveren secundaire fosfaat. “De belangrijkste taak van het Nutriënt Platform is het ontwikkelen van een markt voor secundair fosfaat”, zegt De Buck. “Maar om dat te kunnen doen, moeten we wel weten wat de markt vraagt. Niet alleen in Nederland, maar ook elders. Nederland heeft een fors overschot aan fosfaat, dus we moeten exporteren.”

Rioolwater

Grofweg zijn er drie bronnen van

secundair fosfaat: rioolwater, beendermeel en dierlijke mest. Met name de benutting van fosfaat uit rioolwater heeft, mede dankzij de inzet van waterschappen, de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Het secundaire fosfaat komt in twee hoofdstromen: de ene is de as die overblijft na het verbranden van rioolslib, de andere is struviet, ofwel magnesium-ammonium-fosfaat, een stof die neerslaat als rioolwater wordt behandeld met magnesiumchloride of -hydroxyde. “Normaliter werd fosfaat verwijderd door het rioolwater te behandelen met ijzer of aluminiumchloride om scaling (vorming van ketelsteen) te voorkomen, maar dat levert een biologisch inerte vorm van fosfaat op”, vertelt Ben Greevink, sales manager van NedMag, leverancier van magnesiumchloride en -hydroxyde en sinds drie maanden lid van het Nutriënt Platform. “Struviet is een geschikte meststof voor de landbouw, die als voordeel heeft dat fosfaat geleidelijk wordt afgegeven aan de bodem, respectievelijk de plant.” Sinds januari van dit jaar is het toegelaten als secundaire meststof. Dat wil zeggen dat het als meststof gebruikt mag worden, zij het wel binnen de regels die gelden voor dierlijke mest. Het is dus geen vervanger van kunstmest. Het voordeel is wel dat struviet makkelijker over grote afstanden kan worden geëxporteerd dan dunne of ingedikte mest. Magnesiumchloride komt in grote,

winbare hoeveelheden voor in de bodem van Groningen. Het wordt gewonnen door injectie van water op anderhalve kilometer diepte, waarna het opgeloste zout naar boven wordt gepompt. Naast grondstof voor struviet, wordt het vooral gebruikt voor het maken van DBM, een halffabricaat voor de productie van vuurvaste steen. NedMag maakt ook magnesiumhydroxyde. Sommige waterschappen gebruiken dat liever dan magnesiumchloride voor het maken van struviet, vooral als de chloorbelasting van het oppervlaktewater niet te hoog mag worden. Greevink van NedMag zegt hierover: “Een bijzondere toepassing van struviet is het gebruik ervan als brandstof voor een brandstofcel, een in Nederland ontwikkelde techniek die nu op praktijkschaal wordt getoetst bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Scheemda. Door het verhitten van de struvietkristallen komt ammoniak vrij, dat in de brandstofcel wordt gesplitst in stikstof en waterstof. De waterstof wordt omgezet in water en dat levert elektriciteit op; de stikstof verdwijnt probleemloos in de atmosfeer.”

Beendermeel

Na het faillissement van Thermphos, dat onder andere brandvertragers, voedingsadditieven en grondstoffen voor farmaceutische producten maakte uit fosfaat, is kunstmestfabrikant ICL Fertilizers in Amsterdam nog de enige grootschalige gebruiker van fosfaaterts e maart 2014 Chemie Magazine 33


fOtO: ShUt tErStOck

‘Secundair fosfaat is betrouwbaarder, schoner en duurzamer’ icl GeBruikt VoorlopiG alleen rioolwater en Beendermeel

ICL Fertilizers wil met een nieuwe installatie struviet, de as van rioolslib en beendermeel tot fosfaat gaan verwerken. Om op termijn 100 procent secundair fosfaat te gebruiken. Maar het gebruik van dierlijke mest voor dit doel betitelt vicepresident business development Kees Langeveld als ‘problematisch’. “Het overgrote deel is dunne mest en met een droge-stofgehalte van 3 tot 5 procent bevat dat te veel water om te verwerken in ons proces. Daarnaast is er het risico van ziektekiemen. We zouden niet graag betrokken worden in een affaire als eertijds de besmetting van kiemgroenten. Ik verwacht dan ook niet dat we op korte termijn dierlijke mest gaan verwerken, zeker niet als er voldoende aanbod is uit andere bronnen.”

in Nederland. Nu nog komt het fosfaaterts grotendeels uit de eigen mijnen in de Negev-woestijn, maar de afspraak is dat ICL vanaf 2015 15 procent daarvan heeft vervangen door secundair fosfaat. In 2025 wil het bedrijf helemaal geen primair fosfaaterts meer gebruiken, alleen nog secundair fosfaat. Op basis van de huidige productie gaat het om een hoeveelheid van ongeveer 100.000 ton per jaar. Om die ambitie te realiseren investeert het bedrijf dit jaar 2 miljoen euro in een installatie die diverse vormen van ruw fosfaat kan verwerken. Naast struviet en de as van rioolslib wordt ook beendermeel een belangrijke bron, vertelt Kees Langeveld, vice-president business development van ICL Fertilizers. Beendermeel komt vrij bij de verwerking van slachtafval. Vroeger was het een belangrijk component in veevoer, maar sinds de BSE-crisis in de jaren negentig dient het vooral als brandstof voor cementovens. “Er gaan steeds meer stemmen op, vooral in Duitsland, om het gebruik van beendermeel als brandstof te verbieden, omdat het een interessante bron is van secundair fosfaat”, aldus Langeveld. “Niet alleen qua hoeveelheid, maar ook wat betreft de kwaliteit, omdat het nauwelijks of geen zware metalen bevat. Ik verwacht dat in de loop van de komende jaren het aanbod van beendermeel sterk zal toenemen. Voldoende in 34 Chemie Magazine maart 2014

ieder geval om onze doelstelling van 100 procent secundaire grondstof in 2025 te kunnen realiseren.”

Dierlijke mest

Naast rioolwater en slachtafval is dierlijke mest een derde belangrijke bron van fosfaat. De Nederlandse veestapel produceert jaarlijks zo’n 80 miljard kilo dierlijke mest, waarvan het overgrote deel overigens weer direct wordt gebruikt als plantenvoeding. Die mest bevat bij elkaar 180 miljoen kilo fosfaat. De binnenlandse afzet ervan is beperkt door de mestwetgeving. Als gevolg daarvan is er een overschot van 55 miljoen kilo per jaar dat op een andere manier moet worden verwerkt. Onder druk van de strengere mestregels zijn er diverse initiatieven om dierlijke mest te verwerken en fosfaat terug te winnen. Vleesverwerker Vion bijvoorbeeld start in mei 2014 met de verwerking van 100.000 ton varkensmest, die via vergisting en nabewerking wordt omgezet in groen gas en biofosfaatkorrels. Laatstgenoemde meststof valt nog steeds onder de regels voor dierlijke mest en moet dus worden geëxporteerd. Een ander project – nog in ontwikkeling – is dat van het Belgische bedrijf Renovia, dat varkensmest wil indikken en vervolgens wil pyrolyseren (verhitten zonder zuurstof). Daarbij wordt de mest omgezet in

biochar, een koolstofrijke bodemverbeteraar, rijk aan fosfaat, die buiten onze grenzen zeer gewild zou zijn. De eveneens geproduceerde pyrolyse-olie zou opgewerkt kunnen worden tot transportbrandstof.

Financiering lastig

“Een probleem bij deze en andere vormen van mestverwerking is dat initiatieven lastig te financieren zijn”, zegt Wouter de Buck van het Nutrient Platform. “In het recente verleden zijn veel projecten voor grootschalige mestverwerking de mist in gegaan, hetzij door technische en logistieke problemen, hetzij doordat gemeenten, onder druk van de bevolking, terughoudend zijn met het verlenen van vergunningen. Afgezien daarvan is nog veel onduidelijk over de afzetmarkt. Wie zijn de potentiële gebruikers?” Dat maakt de noodzaak om de eindgebruikers te betrekken bij het Nutriënt Platform en daarmee bij de benutting van secundair fosfaat weer duidelijk. “Willen we goede businesscases kunnen ontwikkelen, dan moeten we in gesprek met de eindgebruikers van fosfaat”, zegt Passenier. “Niet alleen van kunstmest, maar ook van hoogwaardige toepassingen. De chemische industrie zit voor in de keten en is bijgevolg de aangewezen gesprekspartner. We zouden dan ook graag meer bedrijven bij het Nutriënt Platform betrokken willen zien.” p


DĂŠ afvalverwerker Verwerker van: Industrieel afvalwater Oliehoudend afval Brandstofresten Chemisch afval Ook verwerker van: Verontreinigde grond en TAG

ATM

Vlasweg 12, 4782 PW Moerdijk www.atmmoerdijk.nl Tel: 0168-389289 Fax: 0168-389270 Contactpersonen: Rick Leerink (06-53698983) & Ron van Verk (06-51124004)


Organik kimya in de BOtlek is klaar vOOr uitBreiding prOductie

’We hebben hier hard geWerkt’ In de serie over mkb-bedrijven deze keer Organik Kimya. Het bedrijf kwam eind 2012 negatief in het nieuws. Een persbericht van de Inspectie SZW meldde dat het om veiligheidsredenen was gesloten. Dat klopte niet. Wel kon het veiligheidsbewustzijn naar een hoger peil. Dat is volgens sitemanager Jan Boon inmiddels gebeurd. Het bedrijf is nu klaar voor de toekomst, die er veelbelovend uitziet. Tekst: Igor Znidarsic

O

rganik Kimya streek in 2007 neer in de Botlek. Het van origine Turkse chemiebedrijf had aanvankelijk een reactieve houding ten aanzien van compliance, vertelt sitemanager Jan Boon. “Er moest op een gegeven moment wat gebeuren, de bestaanszekerheid was in het geding. De overheid rammelde aan de poorten, deels terecht, deels onterecht.” Met het laatste doelt Boon op het persbericht eind 2012 waarin de Inspectie SZW (de vroegere Arbeidsinspectie) meldde dat Organik Kimya was stilgelegd. Dat was niet waar. De Inspectie had wel het voornemen tot het opleggen van een exploitatieverbod geuit, omdat de veiligheid in de controlekamer onvoldoende zou zijn geborgd tijdens noodsituaties. “Wat ook een opmerkelijke constatering was”, aldus Boon. “De controlekamer bevond zich in het productiegebouw. Dat was bij de bouw in 2007 goedge36 Chemie Magazine maart 2014

keurd. De wetgeving was sindsdien niet gewijzigd. Toch was het nu opeens een issue. Dat begrepen wij niet. Ook omdat veel chemische plants hier in de Botlek die tussen de 25 en 30 jaar oud zijn en de controlekamer in de fabriek hebben daar niet op aangesproken worden. Terwijl de risico’s van hun processen vaak veel hoger zijn.” De enige reden voor de reactie van de Inspectie die Boon kan bedenken is de ‘kramp’ waarin de overheid was geschoten na Chemie-Pack. “Het toezicht, dat daar was gefaald, moest nu de duimschroeven gaan aandraaien en een voorbeeld stellen. Dat gaan ze natuurlijk niet doen bij een multinational die meteen een blik advocaten opentrekt.” De controlekamer werd binnen enkele dagen verplaatst naar een alternatieve locatie, zodat de economische schade voor het bedrijf beperkt bleef. “Dat kon zo snel omdat we een modern DCSsysteem hebben”, aldus Boon.

Het bedrijf was op dat moment al bezig met een professionalisering van het kwaliteits- en veiligheidsbeleid. Zo was de Italiaanse sitemanager door het in Istanbul gevestigde moederbedrijf in 2011 vervangen door Boon. “Een prima vent,” aldus Boon, “maar hij had alleen op Italiaanse plants gewerkt, en het veiligheidsbewustzijn in de gemiddelde Italiaanse fabriek was niet van dien aard dat je het daarmee redt in de Botlek.”

Draai maken

Boon wilde op het gebied van veiligheid ‘een draai maken’. “Het gedrag moest veranderen. We moesten weg van het achteraf repareren en reactief bezig zijn.” Hij haalde om te beginnen de stofkam door de organisatie. “Een aantal mensen, die de nieuwe manier van werken niet wilden of konden omarmen, hebben we moeten vervangen. Niet alleen op de werkvloer, ook in het management.” Vervolgens werd het veiligheidsbe-


Het state of the art lab in Istanboel.

declassificatie

‘De overheid rammelde aan de poorten, deels terecht, deels onterecht’ wustzijn bij het personeel met trainingen en toolboxen naar een hoger plan gebracht. “We hebben hier hard gewerkt de afgelopen jaren”, stelt Boon. “Met als resultaat een situatie waarin we proactief continu verbeteren. Compliance is nu number one priority.” De cijfers onderschrijven dat. Voorheen bedroeg het aantal LTI’s vier tot vijf per jaar. “De meeste hadden overigens te maken met zaken als struikelen of op een stapel pallets gaan staan in plaats van een trap halen. Ze waren niet chemisch gerelateerd. De process safety was altijd in orde. Maar ze waren wel direct gelinkt aan het veiligheidsbewustzijn van het personeel, en dat kan

ook in het proces doorwerken.” Inmiddels is Organik Kimya vijfhonderd dagen LTI-vrij. Ook is afgelopen januari de jaarlijks BRZO-audit zonder overtredingen afgesloten. De Rotterdamse fabriek geldt nu zelfs als voorbeeld voor de plant in Turkije, waar de veiligheid naar hetzelfde niveau wordt gebracht. Boon: “Als je wilt dat de mensen hier veilig werken, is het logisch dat je dat ook voor de plant in Turkije wilt. Je moet niet met twee standaarden werken.” Een bijkomend voordeel is dat mocht Turkije ooit toetreden tot de EU, de plant meteen aan de Europese Seveso-richtlijn voldoet. Hoe breed de veiligheid wordt benaderd blijkt ook uit het feit dat een

Organik Kimya is nu nog een BRZO-bedrijf, maar dat gaat in de loop van dit jaar veranderen. Sitemanager Boon: “Wij hebben onze vergunning nogal ruim opgezet. Een aantal monomeren uit de vergunning gebruiken we niet, bovendien worden de monomeren niet opgeslagen op ons eigen terrein maar bij buurman Vopak. Hierdoor vallen we beneden de BRZO-grens. Daarom zijn we nu bezig met een declassificatie-traject. Ons hoge veiligheidsniveau zal daardoor uiteraard niet veranderen.”

medewerker al snel de vooruit ingeparkeerde auto van de verslaggever van Chemie Magazine opmerkt, het kenteken noteert en op zoek gaat naar de schuldige.

Post-it

Organik Kimya (Turks voor ‘organische chemie’) produceert in de Botlek in een volcontinu batch-proces uit onverzadigde monomeren watergedragen polymeeremulsies voor onder andere de verf- en de adhesives-markt. De eindproducten kent iedereen: watergedragen verven, houtlijm en de lijm op stickers, Post-it en op alles wat zelfklevend is. De markt van polymeeremulsies maart 2014 Chemie Magazine 37

FOtO: Organik kimya

Mkb


De nieuwe controlekamer bevindt zich buiten het productiegebouw.

‘Innovatie en maatwerk, dat is onze kracht. De volumes zijn niet hoog, de marges wel’ kent een hevige concurrentie, met een aantal grote spelers, die bovendien vaak ‘achterwaarts geïntegreerd’ zijn (ze maken de monomeren zelf, terwijl Organik Kimya ze moet inkopen). Daarom richt het bedrijf zich vooral op de niches, de specialties met hoge toegevoegde waarde. “Met klanten die vanwege de kleine volumes bij de grote jongens geen gehoor vinden, ontwikkelen we gezamenlijk nieuwe applicaties en producten voor speciale toepassingen. Innovatie en maatwerk, dat is onze kracht”, zegt Boon. “Een klant gaat naar de verffabrikant en vraagt om bijvoorbeeld een coating voor een moeilijk hechtende kunststof, of een product dat een heel goede mattering geeft. Die verffabrikant komt vervolgens bij ons. Dankzij ons state of the art research- en applicatie-lab in Istanbul, waar we ook kunnen opschalen, kunnen we bijna altijd leveren. De volumes zijn niet hoog, de marges wel.” 38 Chemie Magazine maart 2014

Watergedragen coatings is al jaren een groeimarkt. Na de doe-hetzelver en de professionele schilder past nu ook de industrie deze milieuvriendelijke coatings steeds meer toe. “Bij het verlijmen en lakken van meubels bijvoorbeeld”, weet Boon. Maar omdat de coatingmarkt nogal seizoensafhankelijk is, vindt er nu ook een portfolio-shift plaats richting adhesives, een productgroep die minder seizoensgebonden is. Het bedrijf liet de afgelopen jaren een gestage productiegroei zien en produceert nu jaarlijks 40 kiloton. Volgens Boon is dat de ondergrens om een speler van betekenis te zijn. “Voor onze toekomstige positie moeten we groeien.” De groeistrategie is dat de fabriek over vijf jaar twee keer zo veel produceert als nu. Met een aantal extra opslagtanks en blenders kunnen de vier bestaande reactoren dat makkelijk aan. “De markt is er”, aldus Boon. p

volgens sitemanager Boon van Organik kimya krijgen buitenlandse bedrijven die zich in de Botlek vestigen van de instanties vaak te weinig informatie over de werkwijze in nederland. “Het Havenbedrijf rotterdam besteedt veel aandacht aan acquisitie om mkb-bedrijven hier te krijgen. maar het informeert ze te weinig over de situatie hier, wat er op ze af gaat komen. als het al gebeurt, gebeurt het achteraf, terwijl het vooraf zou moeten gebeuren, zodat bedrijven erop kunnen inspelen en niet achteraf in de problemen komen. vertel bedrijven bijvoorbeeld dat ze goed, nederlands management moeten neerzetten, dat weet wat er verwacht wordt. daarmee kun je veel ellende voorkomen.” Het is heel vervelend als een bedrijf met veel pijn en moeite naar de haven is gehaald en dan na vijf jaar moet sluiten, zegt Boon. “dat is slecht voor het imago van het bedrijf en voor het imago van de haven. Het is bizar dat Organik kimya in 2007 een vergunning kreeg voor een fabriek met de controlekamer in het productiegebouw, maar vijf jaar later te horen kreeg dat dat niet mocht. dat moet je veel eerder doen. dcmr heeft die plannen gezien, de arbeidsinspectie ook. de arbeidsinspectie zegt trouwens alleen achteraf te inspecteren en niet in het voortraject betrokken te willen zijn. Waarom eigenlijk niet? als je dat wel doet, kunnen bedrijven al in het voortraject anticiperen op de gestelde eisen. dat werkt toch veel efficiënter?”

FOtO: Organik kimya

’inforMeer bedrijven over de nederlandse WerkWijze’


Cr

6+

Opgelost?!

natriumdichromaat • kaliumdichromaat • chroomtrioxide

VAST OF IN OPLOSSING (volledige REACH registraties)

+31 (0)183 304422 INFO@GENTROCHEMA.NL WWW.GENTROCHEMA.NL

Gentrochema bv


Natuur- eN scheikuNde 2025: multidiscipliNair opleideN is must voor i

De nieuwe chem ‘V De laatste jaren zijn de competenties van toekomstige chemici en andere bèta’s een hot item. Onderwijs en industrie zetten de eerste stappen om het geconstateerde gat tussen vraag en aanbod te dichten. Het visierapport Chemistry & Physics, Fundamental For Our Future werpt nieuw licht op de situatie en vormt de basis voor een verdere dialoog. Tekst: Emma van Laar

40 Chemie Magazine maart 2014

anuit de VNCI zijn we erg blij met dit initiatief. Het sluit goed aan bij eerder onderzoek bij zowel industrie als onderwijsinstellingen”, vertelt Nelo Emerencia, VNCI-speerpuntmanager Onderwijs en Innovatie. Hij doelt op het visiedocument 2025 Chemistry & Physics, Fundamental For Our Future, dat afgelopen december door de Commissie Dijkgraaf is gepresenteerd. Het rapport laat zien dat allerlei ontwikkelingen in de wereld een grote invloed hebben op de curricula van de vakgebieden natuur- en scheikunde en beschrijft de ambities voor de komende tien jaar. Op basis van gesprekken met stakeholders en de achterban zijn zeven belangrijke onderzoeksterreinen geformuleerd (zie kader). Onder leiding van prof. dr. Robbert Dijkgraaf kreeg een schrijfgroep afgelopen zomer de opdracht om een visie te formuleren voor de Nederlandse (universitaire) natuurkunde en scheikunde en concrete scenario’s te ontwikkelen om deze visie te realiseren, inclusief de identificatie van cruciale succesfactoren. Het document is een logisch en actueel vervolg op het Actieplan voor de Chemie in Nederland, de perfecte chemie tussen onderwijs en onderzoek en het Actieplan voor de Natuurkunde in Nederland, toekomst voor de fysica uit 2007. Deze actie-


Arbeidsmarkt

schrijfgroep vAn stAtuur

foto: shut terstock

leden van de schrijfgroep die zich met name op het chemiegedeelte hebben gericht zijn: prof. dr. ineke Braakman (universiteit utrecht), Wilhelm huck (radboud universiteit), prof. dr thom palstra (rijksuniversiteit Groningen), prof. dr. andrzej stankiewicz (tu delft) en dr. eelco vogt (albemarle), ondersteund door ivo ridder (NWo). voor natuurkunde zijn dit prof. dr. Jos Benschop (asml en universiteit twente), prof. dr. marileen dogterom (tu delft, universiteit leiden), prof. dr. martin van hecke (universiteit leiden), prof. dr. sijbrand de Jong (radboud universiteit) en prof. dr. leo kouwenhoven (tu delft), ondersteund door dr. christa hooijer (fom).

voor iNNovatie

emicus plannen gaven de aanzet tot het Sectorplan Natuur- en Scheikunde. De sterk veranderde omgeving, met de komst van de Topsectoren en het Europese programma Horizon 2020, maakte een hernieuwing van de visie op de Nederlandse fysica en chemie van groot belang en was de reden voor het instellen van de schrijfgroepen.

In de top-4

Zowel de Nederlandse fysica als chemie behoort tot de wereldtop. Beide vakgebieden leveren een essentiële bijdrage aan de onderzoeksintensieve industrie in Nederland. De hightech-, chemie- en energiesectoren vormen het grootste aandeel in private R&D, goed voor 75 procent van de totale industriële R&D-inspanning. Fysische en chemische wetenschappen zijn onmisbaar voor het vinden van oplossingen voor tal van maatschappelijk problemen. Op dit moment hoort Nederland bij de top-4-landen in chemie en fysica. Het rapport schetst een reeks maatregelen die nodig zijn om deze plek te behouden en te verstevigen en is geïllustreerd met de dromen van verscheidene jonge onderzoekers. De aanbevelingen bestrijken een breed scala aan aspecten, van basisscholen tot innovatiehubs, van internationale studenten tot onderzoeksfaciliteiten.

Het rapport stelt dat drie externe trends de chemische en fysische wetenschappen beïnvloeden: de grote maatschappelijke uitdagingen van duurzame economische ontwikkeling, de opkomst van volledige globalisering van wetenschap en onderwijs en de overgang van private en publieke R&D-centra naar ‘regionale innovatie ecosystemen’. “Voor een goede interactie tussen bedrijven en onderwijsinstellingen werkt het beter als je bij elkaar in de buurt zit”, stelt prof. dr. Ineke Braakman van de Universiteit Utrecht, een van de leden van de schrijfgroep die zich met name op het chemiegedeelte hebben gericht (zie kader). “Je ziet inmiddels steeds meer campussen opkomen waar dit gebeurt; dit komt innovatie ten goede en kan het gat tussen onderwijs en industrie verkleinen.”

Grensvlak

Deze externe ontwikkelingen worden in het visiedocument aangevuld met drie interne trends die voornamelijk zijn gebaseerd op wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen: de toegenomen focus op informatie, het exploderende vermogen om beyond nature te creëren en de opkomst van onderzoek en technische uitdagingen op het grensvlak van meerdere disciplines. “De groeiende behoefte aan multidisciplinaire competenties, iets wat al eerder is geconcludeerd, komt duidelijk naar voren in ons rapport. Een chemiestudent moet ook vakken uit aanpalende disciplines krijgen. Voor natuur- en wiskunde gebeurt dit wel, maar de noodzaak van biologie wordt niet altijd gezien. Hoewel er zich ook op dit grensvlak veel interessants afspeelt, zoals bijvoorbeeld materialen op basis van spinrag of op de natuur geïnspireerde katalysatoren”, licht Braakman toe. De aanbevelingen uit het rapport richten zich op vier aspecten. Enerzijds het pre-universitaire onderwijs versterken en een carrière in de wetenschap aantrekkelijker maken – toponderzoekers naar Nederland halen en ze hier houden. Anderzijds zijn meer aandacht voor multi- en interdisciplinair onderzoek, inclusief samenwerking met de technische wetenschappen, en acties om de kloof tussen wetenschap en innovatie te dichten cruciaal. Het merendeel van de opmerkingen in het visiedocument zijn even relevant voor de chemie als voor natuurkunde. De twee disciplines delen veel van de voordelen en uitdagingen, en sommige van de meest veelbelovende onderzoekskansen liggen op hun grensvlak.

Samen aanpakken

“De rode draad die je terugziet is dat de grenzen vervagen, disciplines en sectoren overlappen steeds meer”,

e

maart 2014 Chemie Magazine 41


wAAr neDerlAnD werelDwijD in uitblinkt het visiedocument definieert onderzoekslijnen die aansluiten op onderzoek waar de Nederlandse chemici en fysici wereldwijd gezien in uitblinken. Ze zijn gegroepeerd in zeven terreinen van verschillende omvang: • de chemie en fysica van leven en gezondheid • energie • Nanowetenschap, nanotechnologie en geavanceerde materialen • complexe (moleculaire) systemen, zachte materialen en vloeistoffen • duurzame (bio)chemische proceskunde • het (quantum) heelal • Quantumtechnologieën

‘Binnen bepaalde masters kunnen we het onderwijs al iets meer op de industrie richten’ inDustrie wenst breeD pAkket AAn competenties eerdere studies laten zien dat universiteiten en de (chemische) industrie anders aankijken tegen de essentiële vaardigheden die toekomstige, hoogopgeleide chemici en ingenieurs nodig hebben. Waar universiteiten zich richten op met name inhoudelijke en technologische kennis, zoekt de industrie multidisciplinair talent en benadrukt dat ook zakelijke competenties belangrijk zijn. de industrie stelt grofweg dat interdisciplinariteit de sleutel is tot innovatie en de toekomst van de chemische industrie, aangezien innovatie vaak plaatsvindt op het raakvlak van verschillende disciplines. om innovatie te versnellen is opleiden van ingenieurs en onderzoekers met een breed pakket van multidisciplinaire vaardigheden volgens de industrie dan ook de belangrijkste maatregel. extra winstpunt is dat werknemers met een breed pakket aan competenties zich beter zullen kunnen aanpassen aan de zich continu ontwikkelende chemische industrie. daarnaast is integreren van zakelijke en daaraan gerelateerde vaardigheden in wetenschappelijke onderwijsprogramma’s cruciaal om innovatie op hoog niveau te waarborgen. het probleem, dat alle partijen inmiddels inzien, is dat het aanleren van tal van skills ten koste gaat van vakinhoudelijke en technologische kennis. “de bevindingen van dit rapport sluiten hier goed op aan. Nu wordt het tijd met elkaar stappen te ondernemen”, stelt Nelo emerencia, speerpuntmanager onderwijs en innovatie bij de vNci. 42 Chemie Magazine maart 2014

zegt Nelo Emerencia. “Dit illustreert dat brede, multidisciplinaire vakkennis van toekomstige studenten en werknemers gevraagd wordt om innovatie te kunnen versnellen. Uiteraard heeft de industrie nog steeds mensen nodig met een grondige kennis van hun vakgebied. Maar daarnaast vragen bedrijven ook om basiskennis van aanpalende vakken en zakelijke en persoonlijke competenties. Hoe we dit gaan verwezenlijken, weten we nog niet. Dit visierapport onderschrijft dat we dit nu samen moeten gaan aanpakken. Het onderwijs stelt dat het dit niet alleen kan. Het idee om een werkgroep op te richten waarin industrie en onderwijs zijn vertegenwoordigd staat al even, nu wordt het tijd om het in gang te zetten.” Volgens Emerencia is het belangrijk dit niet per industriële sector in te vullen. “Juist ook hierbij moet het breder dan bijvoorbeeld de chemische industrie getrokken worden, door bijvoorbeeld life sciences erbij te betrekken. Maar mogelijk zijn tevens landbouw (bijvoorbeeld voor de omzetting van biomassa) en water interessant. Het uitvoeren van het Sectorplan samen met fysica verloopt goed, dat zetten we door.”

Gemiddelde Nederlander

Meer kennis van aangrenzende vakken én zakelijke en persoonlijke vaardigheden, hoe past dit in het curriculum? “Het probleem is hoe we studenten al die kennis bij kunnen brengen”, zegt Braakman. “Vakkennis neemt exponentieel toe; alleen dat maakt al een selectie noodzakelijk. Als je van aangrenzende vakken basiskennis wilt overbrengen, zul je keuzes moeten maken. Datzelfde geldt voor de vaardigheden. Al kunnen die skills gedeeltelijk geïmplementeerd worden door het kiezen voor een andere onderwijsvorm bij sommige vakken. Maar het probleem blijft: wil je er wat extra’s bij hebben dan gaat dat ten koste van iets anders. Dit vraagt dat we nogmaals kritisch kijken naar het curriculum. Binnen bepaalde masters zouden we het onderwijs al iets meer op de industrie kunnen richten en collega’s uit de industrie zouden college kunnen geven in het masteronderwijs.” Daarnaast is het versterken van het middelbaar onderwijs met academisch geschoolde chemici als leraren cruciaal. “We leven in een maatschappij die niet echt bèta gericht is. Het is belangrijk dat mensen beseffen dat natuur- en scheikunde verweven zijn met alles wat we doen. De chemische industrie is sterk, maar staat ver van de gemiddelde Nederlander. Dat is jammer”, stelt Braakman. p


Transportservice van huis uit

Internationaal Transportbedrijf L. van der Lee en Zonen B.V.

T (015) 213 59 11 E leebv@vanderlee.nl

I www.vanderlee.nl

Forwarding is our passion. Since 1879.

Leschaco – your specialist for supply chain solutions. We offer integrated, intercontinental logistics with responsible care for the chemical industry.

Leschaco Nederland B.V. Hoogvlietsekerkweg 164 NL 3194 AM Rotterdam-Hoogvliet

phone (31) 10.7541 600 | info@leschaco.nl | www.leschaco.com


BASF-topman dr. Kurt Bock toont de ‘front-end support’ voor de VW Golf 7.

BASF-topman dr. Kurt Bock toonde tijdens de jaarlijkse persconferentie de ‘front-end support’ voor de VW Golf 7. Het innovatieve product is geheel gemaakt van kunststof van BASF en heeft geen metalen versterking. Dit vermindert het gewicht van de auto en bespaart installatietijd en kosten. Tijdens de persconferentie voorspelde Bock voor BASF een voorzichtige groei in 2014. De voorheen gebruikte hybride drager van polypropyleen in de VW Golf 7 kon door een pure plastic component worden vervangen dankzij het zeer sterkte polyamide Ultramid B3WG8 en de simulatietool Ultrasim. De plastic component moest aan zware eisen voldoen op het gebied van dynamische belasting, stijfheid en trillingsgedrag. Ook moest de plastic drager van de autofabrikant aan een bepaalde dynamische stijfheid en botsing-acceleratie voldoen, vanwege de botsing-sensoren die op de drager zijn gemonteerd en die ervoor zorgen dat de airbag bij een frontale botsing op het juiste moment reageert. In een test deed de drager precies wat in de zeer nauwkeurige simulatietool Ultrasim was voorspeld: de drager bracht het botsing-signaal correct over. Bock toonde de drager tijdens de jaarlijkse persconferentie op 25 februari in Ludwigshaven als een voorbeeld van de innovaties waarmee het bedrijf zich profileert. De topman vertelde dat BASF in 2013 een hogere omzet en winst heeft gerealiseerd in vergelijking tot het jaar ervoor. “2013 was opnieuw een veeleisend jaar,” aldus Bock, “met veel tegenwind voor onze industrie. Desondanks hebben we onze doelstelling bereikt: we verkochten meer, werkten nauwer samen met onze klanten en hebben ons productenpalet uitgebreid.” Voor 2014 is Bock voorzichtig optimistisch en verwacht ‘in een uitdagend economisch klimaat’ een ‘voorzichtige groei in het bedrijfsresultaat’.

44 Chemie Magazine maart 2014


foto: BA Sf

Uitgelicht

maart 2014 Chemie Magazine 45


DIGITAAL VEILIGHEIDSPASPOORT GARANDEERT IDENTITEIT EN GELDIGHEID OPLE

GEEN GESJOEMEL M Na een succesvolle proef vorig jaar met het Digital Safety Passport (DSP) bij enkele bedrijven, stimuleert Deltalinqs dat meer opdrachtgevers en -nemers in de procesindustrie het DSP invoeren. De biometrie op de smartcard sluit persoonsverwisselingen uit en een koppeling met betrouwbare databases, zoals het Centraal Diplomaregister van de SSVV, zorgt dat direct duidelijk is of de pashouder over de juiste opleidings- en veiligheidskwalificaties beschikt. Tekst: Adriaan van Hooijdonk

‘Z

o’n tien jaar geleden werden verschillende containerterminals in de Rotterdamse haven, waaronder ECT, geconfronteerd met lange wachtrijen voor de slagbomen omdat de identiteit van bezoekers handmatig werd gecontroleerd”, vertelt hoofd business development Suzanne Brussaard van Secure Logistics. “Daarnaast werd na de aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten de International Ship and Port Facility Security Code (ISPS) ingevoerd en opgenomen in de Havenbeveiligingswet. Bedrijven zijn daardoor verplicht om precies te weten wie zich op het haventerrein bevindt, met welke lading en waarom.” Containerterminalbedrijf ECT heeft toen in samenwerking met een aantal partijen een systeem ontwikkeld dat in deze informatiebehoefte voorzag, het zogenaamde XS-Keysysteem. “Inmiddels maken ver-

46 Chemie Magazine maart 2014

schillende op- en overslagbedrijven in onder andere de havens van Rotterdam, Amsterdam, Antwerpen en Duisburg al jaren gebruik van het robuuste en storingsvrije systeem”, stelt Brussaard. Het XS-Keysysteem is de voorloper van het Digital Safety Passport (DSP), dat recent door Secure Logistics, een dochteronderneming van Deltalinqs, werd ontwikkeld. Na een succesvolle proef in 2013, waaraan Huntsman, Rubis Terminal, Bilfinger Industrial Services en Cofely West Industrie hebben deelgenomen, is Deltalinqs nu volop bezig om andere opdrachtgevers en contractors in Mainport Rotterdam, maar ook daarbuiten, te enthousiasmeren om de overstap te maken van het ‘Groene Boekje’ (het papieren veiligheidspaspoort) naar het Digital Safety Passport. “Wij willen daarmee oneigenlijk gebruik van het papieren veiligheidspaspoort voorko-


Veiligheid

DSP BESCHIKBAAR VOOR ALLE BEDRIJVEN

Secure Logistics streeft ernaar dat het Digital Safety Passport (DSP) de landelijke standaard wordt en stelt het zonder winstoogmerk beschikbaar aan alle bedrijven die daar belang bij hebben. De Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) is bij de ontwikkeling betrokken. Ook VOMI, de brancheorganisatie voor dienstverlenende bedrijven in de procesindustrie, ondersteunt het initiatief. Om duidelijkheid te scheppen over de basisveiligheidsregels voor het werken bij bedrijven onder risicovolle omstandigheden heeft Deltalinqs samen met haar leden verder een modulair veiligheidsinstructiepakket in acht talen ontwikkeld. De vernieuwde Deltalinqs-veiligheidsinstructies en het DSP zijn vanaf begin dit jaar landelijk beschikbaar.

HEID OPLEIDINGEN

L MEER men”, licht Brussaard toe. “In de praktijk kwam het helaas voor dat werknemers van contractors aangaven dat zij bepaalde veiligheidstrainingen hadden gevolgd, terwijl dat eigenlijk niet het geval was. Er is daardoor een gebrek aan vertrouwen in het Groene Boekje ontstaan. Ook voorkomt het DSP dat mensen zich uitgeven voor iemand anders.”

‘IT TAKES TWO TO TANGO’

Directeur Mark Ammerdorffer van de branchevereniging van dienstverlenende ondernemers in de procesindustrie (VOMI) is enthousiast over de mogelijkheden van het Digital Safety Passport. “Door de biometrische gegevens op de smartcard kunnen in ieder geval geen persoonsverwisselingen ontstaan. Contractors zijn immers in het kader van de Wet ketenaansprakelijkheid ook verantwoordelijk voor de inhuur van onderaannemers. En als bij een controle van bijvoorbeeld de Inspectie SZW blijkt dat de gegevens niet in orde zijn, kunnen ze daar een flinke boete voor krijgen.” De koppeling met het Centrale Diploma Register van de SSVV voorkomt volgens hem niet alleen fraude, maar draagt ook bij aan de verhoging van de veiligheid. Bovendien kunnen medewerkers straks sneller op het terrein van een opdrachtgever terecht, waardoor lange rijen bij de slagboom worden voorkomen. De VOMI-directeur zou echter wel graag meer enthousiasme zien bij opdrachtgevers om het digitale veiligheidspaspoort in te voeren. “It takes two to tango. Wanneer onze leden de passen aanschaffen, maar de opdrachtgevers vervolgens nalaten om de juiste apparatuur te plaatsen, schieten wij er natuurlijk niet veel mee op.” Knelpunt is volgens Ammerdorffer dat opdrachtgevers vaak te maken hebben met hun eigen internationaal geldende concernrichtlijnen. “Het DSP-systeem is echter uitgebreid getest. Bovendien passen bedrijven in de containerlogistiek een vergelijkbaar systeem al jaren succesvol toe. Daarom is 2014 voor de VOMI het jaar van de waarheid. Wanneer een paar grote opdrachtgevers het Digital Safety Passport invoeren, krijg je een vliegwieleffect en zullen ook andere bedrijven hopelijk de overstap maken.”

Biometrie

Het DSP ziet eruit als een bankpas en maakt gebruik van biometrie (in dit geval een handscan) om de identiteit van de houder te controleren. Daardoor is de smartcard niet uitwisselbaar, zodat de opdrachtgever zeker weet dat er geen persoonsverwisselingen optreden. Daarnaast bevat de pas een koppeling met het Centraal Diplomaregister van de Stichting Samenwerken voor Veiligheid (SSVV), waarin alle geldige VCA- en SOG-kwalificaties van de houder zijn opgenomen. Verder worden momenteel gesprekken gevoerd om op termijn ook met de registers van de Stichting Industriële Reiniging (SIR) en de offshore-wereld te gaan koppelen. Ook de eigen Deltalinqs-veiligheidsinstructies staan op de kaart, evenals de bedrijfsspecifieke instructies van opdrachtgevers. Ieder bedrijf heeft immers weer andere (veiligheids) instructies, afgestemd op het specifieke proces van de onderneming. “Bovendien nemen wij de expiratiebewaking uit handen”, benadrukt Brussaard. “Wanneer een bepaalde kwalificatie komt te vervallen, laten wij dat ruim van tevoren aan de contactpersoon van de kaartgebruiker e maart 2014 Chemie Magazine 47


‘SAMEN NAAR EEN HOGER VEILIGHEIDSNIVEAU’

Chemiebedrijf Huntsman in de Botlek is het eerste chemiebedrijf dat het huidige toegangssysteem heeft aangepast zodat contractors met een digitaal veiligheidspaspoort zich ook daadwerkelijk kunnen aanmelden. Medewerkers van technisch dienstverlener Cofely Industrie West maken inmiddels op het terrein van Huntsman gebruik van de smartcard om toegang tot het terrein te krijgen. Site contracts & service manager Kees Schols van Huntsman is enthousiast over de mogelijkheden van het systeem. “Secure Logistics zorgt voor een onafhankelijke persoonscontrole en waarborgt straks door de koppeling met het Centrale Diplomaregister van de SSVV dat mensen die op ons terrein aan het werk gaan over de juiste papieren beschikken. De kwaliteit van het ‘Groene Boekje’ was in de praktijk aan het verwateren omdat er soms oneigenlijk gebruik van werd gemaakt. Daarom is het goed dat er nu een nieuw systeem komt. Een veiligheidsinstructie die een contractor bij ons volgt, wordt geborgd in het systeem van Secure Logistics.” Schols ziet het DSP met de borging van trainingen als een start van nieuwe mogelijkheden. Een van de vele mogelijkheden die hij ziet is een koppeling tussen het DSP en het elektronische werkvergunningensysteem van Huntsman. “Hierbij wordt dan automatisch gecontroleerd of de juiste trainingen zijn gevolgd. Zo niet, dan krijgt de persoon in kwestie gewoon geen werkvergunning. Zo werken wij samen in de Rotterdamse haven aan een nog hoger veiligheidsniveau.”

‘Er is gebrek aan vertrouwen in het Groene Boekje ontstaan door oneigenlijk gebruik’

weten. Wanneer er na twee herinneringen geen reactie komt, blokkeren wij de kaart bij het vervallen van het identiteitsbewijs of het VCA-diploma, en kan de persoon in kwestie geen gebruik meer maken van het DSP bij de opdrachtgever.” Medewerkers van contractors of zzp’ers die een DSP willen aanvragen, moeten nu nog naar een activeerpunt om door middel van speciale apparatuur hun identiteitsbewijs te laten controleren en de eigen handscan op het paspoort te laten opnemen. “Inmiddels hebben wij ook mobiele activeerpunten ontwikkeld waar medewerkers op locatie voor de controle van hun identiteitsbewijs en de biometrie terecht kunnen. Vooral bij grote onderhoudsstops, waar vaak honderden mensen aan het werk zijn, zijn deze mobiele activeerpunten erg praktisch”, aldus Brussaard. Vooralsnog maken van contractorzijde Cofely West Industrie, Bilfinger Industrial Services, Imtech, Hertel, Star en InAxtion gebruik van de digitale informatiedrager. Huntsman en Rubis Terminal hebben hun toegangssystemen zo aangepast dat bekende inleenkrachten zich met hun DSP direct kunnen aanmelden bij de poort. Het DSP-systeem kan namelijk technisch worden gekoppeld aan bestaande toegangssystemen, maar kan 48 Chemie Magazine maart 2014

ook stand-alone worden gebruikt, waarbij alleen het DSP met biometrie wordt uitgelezen.

Snel invoeren

Deltalinqs voert momenteel gesprekken met grote opdrachtgevers en -nemers om te kijken hoe en wanneer ze het DSP willen invoeren. “Een aantal van hen heeft aangegeven dit zo snel mogelijk te gaan doen en met hen zijn wij nu in de fase om het technisch mogelijk te maken.” vertelt Brussaard. “Wij maken verder gebruik van de regionale veiligheidsnetwerken om de invoering van het DSP toe te lichten. Zo hebben wij in het noorden van het land al een presentatie gegeven aan Noordelijke Productiviteits Alliantie en het contractorsnetwerk Casos, die positief is ontvangen door de deelnemers.” Voor de kosten hoeven geïnteresseerde partijen het volgens haar niet te laten. “De privacygevoelige informatie is uiteraard op de kaart versleuteld. Om deze versleutelde informatie te lezen is speciale soft- en hardware nodig. De kosten voor de uitleesapparatuur variëren per bedrijf, maar het is al mogelijk vanaf een paar duizend euro.” p


Niet voldoeN aaN ReaCH bReNgt uw bedRijfsCoNtiNuïteit iN gevaaR! Bent u Bereid dat risico te nemen? Bij het werken met chemische stoffen moet u al aan veel regels voldoen. de gevolgen van reacH worden steeds duidelijker nu ook de gebruikers de effecten zien en merken. inspecties door de overheid kunnen leiden tot boetes, vertraging bij import, zelfs stopzetten van activiteiten… daarom: Hou de controle over uw bedrijf! tno triskelion kan er samen met u voor zorgen dat u aan alle verplichtingen voldoet. Wat wij aanbieden is o.a.: -- inspectie van uw reacH implementatiesysteem -- Hulp bij voldoen aan maatregelen uit veiligheidsbladen -- evalueren van risico’s met nano-deeltjes -- risico’s van humane- en milieublootstelling in kaart brengen -- opstellen van veiligheidsbladen en exposure scenario’s -- assisteren in reacH autorisatie/sVHc processen -- nieuwe stoffen registraties en/of dossier updates Voor meer informatie zie onze website www.triskelion.nl/chemistry of neem contact met ons op. tel: 088 866 1620 / e-mail: chemistry@tno.triskelion.nl

Want to focus on your profession?

Safety is

OUR PROFESSION Steeds meer moderne bedrijven in de industriële sector werken met gevaarlijke producten en chemische stoffen. De sector ziet zich geconfronteerd met steeds stringentere wettelijke eisen die in de bedrijfsvoering de nodige aandacht vergen. De opslag en distributie van deze stoffen brengen risico’s en forse investeringen met zich mee. Wanneer u niet de vereiste kennis in huis heeft

vandenAnker.com

of liever de ‘focus on your profession’ legt, is uitbesteden een voor de hand liggende keuze. Safety is our profession. Wij leveren de specialist die u de zekerheid geeft die nodig is. In Van den Anker vindt u een partner die uw vertrouwen waarmaakt. Naast onze logistieke diensten biedt ons transport- en kennisnetwerk u grote voordelen.


Woe n 9 apr sdag il 2 Jaarb 014 eu Utrec rs ht

CAREER EVENT IN CHEMIE, LIFE SCIENCES, FARMA, FOOD, LABORATORIUM-, CHEMISCH- EN PROCESTECHNOLOGIE POWERED BY

• Uitgebreide beursvloer incl. stagemarkt • Compleet uitgeruste stand • 1.000 - 1.500 mbo/hbo/wo bezoekers • Relevant en interessant beursprogramma • Inhoudelijke lezingen over

NG I T R KO I

chemie, life sciences en food

VENDC EN

• Een groot aantal activiteiten op de beursvloer

L

LEDEN VAN DE VNCI ONTVANGEN 20% KORTING OP DEELNAME AAN DE C2W CAREER EXPO Meer weten, neem dan contact op met Bas van den Engel via 033 453 9450 of bas@archermedia.nl Sponsors

Partners

Organisatie


VNCI

VNCI NIeuws

VNCI-jaarVergaderINg

De chemische industrie speelt als industry of industries een sleutelrol in de verduurzaming van onze samenleving. Het thema van de komende VNCI-jaarvergadering luidt dan ook: ‘Chemie als basis voor verduurzaming’. Tijdens de jaarvergadering presenteert de VNCI het eerste duurzaamheidsrapport van de Nederlandse chemische industrie. Daarnaast toont creatief ontwerper en inspirator Daan Roosegaarde vernieuwende mogelijkheden voor verduurzaming en laat hij zien dat innovatie ligt in nieuwe verbindingen en in het denken buiten de eigen markt. De VNCI-jaarvergadering vindt plaats op 19 juni in de Nieuwe Kerk in Den Haag.

TraNsITIeplaN ‘ChemIe maakT heT VersChIl!’

Gerard van Harten, voorzitter van de Topsector Chemie, heeft op 10 februari het Transitieplan ‘Chemie maakt het verschil!’ ingediend bij het ministerie van EZ. Het uitgangspunt van het plan is om de concurrentiekracht van de Nederlandse chemiesector te helpen versterken met een vernieuwd programma

voor onderzoek en innovatie. Van Harten heeft minister Kamp verzocht de benodigde middelen beschikbaar te stellen, zodat de transitie kan worden gerealiseerd. De nieuwe structuur maakt ook een betere samenwerking mogelijk met andere Topsectoren, zoals Agri & Food, Energie, Life Sciences & Health en High Tech Systemen & Materialen, en een sectorbrede ondersteuning van het mkb.

eCoNomIsChe sTruCTuurVersTerkINg eemsdelTa

Op 4 februari kondigde minister Kamp van EZ in een brief aan de Tweede Kamer aan een werkgroep in het leven te roepen die in maart een actieplan moet presenteren voor ‘economische structuurversterking’ van het chemiecluster Eemsdelta. Daarmee gaf de minister een extra versnelling aan de afspraken die hij eerder maakte met vertegenwoordigers van de chemische industrie om de concurrentiekracht te versterken. De werkgroep staat onder leiding van oud-VNCI-voorzitter Rein Willems. Het actieplan is gericht op verduurzaming, werkgelegenheid, kennisontwikkeling en innovatie. De VNCI heeft, samen met de bedrijven uit de regio, haar ideeën ingebracht. Onder meer over hoe het chemiecluster structureel kan worden voorzien van stroom tegen concurrerende prijzen.

In de medIa Diverse regionale en landelijke media, waaronder De Telegraaf en HeT financieele DagblaD, meldden dat de procesindustrie aan de slag kan met het Sectorplan Procesindustrie. Voor het banenplan wordt 20 miljoen euro uitgetrokken, waarvan 10 miljoen euro van het ministerie van SZW komt. Tot aan 2020 heeft de procesindustrie jaarlijks 3453 vakmedewerkers op mbo-niveau nodig. Er is een jaarlijks tekort van ruim 2200 chemisch en procestechnische vakmensen. Ook op hbo- en wo-niveau zijn nieuwe medewerkers nodig. Het Sectorplan is een initiatief van OVP, het opleidingsfonds van en voor de procesindustrie, in samenwerking met de sociale partners in de procesindustrie, waaronder de VNCI. VNCI-directeur Colette Alma en chemie-boegbeeld Gerard van Harten hebben meegewerkt aan een bijlage over chemie en biotechnologie bij HeT financieele DagblaD. Van Harten nam deel aan een rondetafelgesprek, Alma noemde de belangrijkste prioriteiten van ‘haar bedrijfstak’ voor de komende jaren. Zo zet de chemie vol in op de ontwikkeling van maatregelen en middelen om concurrerend te kunnen blijven opereren, zoals innovatie en het benutten van biobased grondstoffen. Daarnaast speelt de samenwerking met wetenschap en onderwijs een belangrijke rol: “Die coöperatie is goed zichtbaar binnen de Topsector Chemie. Het stelt ons als industrie in staat om heel gericht en snel het proces te doorlopen van fundamentele wetenschap tot toepassing in concrete producten.”

NIeuw lId

Cosun

Tot het agro-industriële concern Royal Cosun behoren de bedrijven Aviko, Duynie, Sensus, Suiker Unie, SVZ en Cosun Biobased Products. Ze verwerken plantaardige grondstoffen tot producten voor voeding en in toenemende mate ook voor non-foodtoepassingen. De ambitie is om duurzaam te produceren en de grondstof zo veel mogelijk te benutten. Royal Cosun werd ruim 110 jaar geleden opgericht door Nederlandse suikerbietentelers die zich verenigden in een coöperatie. maart 2014 Chemie Magazine 51


GEVAARLIJK GOED VERPAKT?! CarePack Holland heeft het grootste assortiment UN-gekeurde verpakkingen voor gevaarlijke stoffen. monsterverpakkingen

medische verpakkingen

vaten

dozen, standaard maten

transportbakken

palletboxen

dozen, op maat

jerrycans

flessen

4GV-dozen

blikken

zakken

Douglassingel 25 Schiphol-Rijk | The Netherlands | +31 (0)20 3540787 | Info@carepack.nl

www.carepack.nl

Verkoop en Verhuur PGS15 opslagsystemen voor gevaarlijke stoffen

RUIM 30 JAAR EXPERTISE

www.hiltra.com

info@hiltra.com - 0342-404160


Bedr ijven Shell heeft in 2013 zijn positie als Meest Favoriete Werkgever van Nederland weten te behouden. Dit blijkt uit onderzoek van de Intelligence Group onder 10.477 respondenten uit de potentiële Nederlandse beroepsbevolking. Philips staat op de derde plek. Shell nam de nummer-1-positie in 2012 al over van de Rabobank. Het Britse chemiebedrijf ineos krijgt vanaf 2015 als eerste in Europa schaliegas uit de Verenigde Staten geleverd. Ineos wil het schaliegas gebruiken voor de Rafneskraker in het Noorse Stathelle, en onderzoekt bovendien de mogelijkheden om een soortgelijke ethaanterminal te bouwen voor zijn G4- en KG-krakers in het Britse Grangemouth. De gegarandeerde levering betekent volgens Ineos dat zijn Europese krakers kunnen profiteren van het aantrekkelijk geprijsde ethaan uit de VS.

Column/Bedrijven

Irene van LuIjken

europa iS mijn Speelveld

D

Irene van Luijken is manager communicatie en public affairs bij de VNCI.

Technoforce heeft op de Chemelot Campus een proeffabriek in gebruik genomen. De Indiase fabrikant van fysische scheidingsapparaten voor verschillende industrieën en producten past diverse fysische scheidingstechnieken toe, zoals destillatie, drogen, strippen, kristallisatie en extractie. “We kunnen in onze pilotplant vaststellen welke scheidingstechniek en installatie voor onze industriële klanten de beste oplossing is”, aldus Ben Bovendeerd, director technology & business. Huntsman Corp. heeft een productiefaciliteit voor TPU (thermoplastic polyurethanes) geopend in China. De fabriek (kosten: 20 miljoen dollar) is Huntsmans eerste TPU-productiefaciliteit in de regio en is gebouwd om te voldoen aan de snel groeiende regionale vraag naar TPU, gebruikt in onder meer sportschoenen en -kleding en in het interieur van auto’s.

‘Stel je voor dat elk land zijn eigen regels erop na zou houden’

e gemeenteraadsverkiezingen zijn net achter de rug. Ten tijde van dit schrijven is de uitkomst nog ongewis, maar lijken de lokale partijen op winst af te stevenen. Hopelijk zijn de winnaars in staat om de juiste beslissingen te nemen, zeker nu meer taken decentraal zijn geregeld. We kunnen nu gelukkig vooruitkijken naar de Europese verkiezingen in mei, maar juist op dat punt maak ik me grote zorgen. Het is bon ton om je tegen Europa af te zetten, als burger, maar ook als politicus. Alsof Europa een noodzakelijk kwaad is, waar we zo uit kunnen stappen. Geopolitiek kan dat al niet – niet voor niets noemen we onszelf gateway to Europe. En economisch en monetair kan dat al helemaal niet. Kijk naar de export van chemische stoffen: 80 procent gaat naar Europa, waarvan 20 procent naar Duitsland. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door de interne markt, waar geen handelstarieven meer bestaan of nadelige invloeden van valutaverschillen. Wel moet ‘Brussel’ zich veel meer bezighouden met de zaken die er werkelijk toe doen, en die voor werk en welvaart zorgen. Daarom is het des te vreemder dat de Europese Commissie op dezelfde dag belangrijke plannen voor industrie en voor energie en klimaat uitbrengt die niet in elkaars verlengde liggen, en waarbij de commissarissen over elkaar heen buitelen om te zorgen dat ze een erfenis achterlaten waar niemand beter van wordt. Ik denk ook nog even kort terug aan de tergend langzame (re)acties van de Europese regeringsleiders om de financiële crisis aan te pakken. Geen wonder dat de burger niet geïnspireerd raakt door de aankomende verkiezingen. Ik daarentegen voel mij meer Europeaan dan Nederlander. Nederland is te klein voor mij en Europa is mijn speelveld. Niet alleen voor mijn privégenot – ik schuif graag aan bij een Franse of Italiaanse lunch – maar met name in mijn werkzaamheden is het van belang van Europa dagelijks zichtbaar. In Brussel wordt de regelgeving gemaakt; dat is maar goed ook, want stel je voor dat elk land zijn eigen regels erop na zou houden als het gaat om stoffenregistratie, douanetarieven of CO2-uitstoot. Door zulke zaken gelijk te trekken creëer je een level playing field. En dat is waar Europa zich op moet blijven concentreren. Dat is de toegevoegde waarde van wonen en werken in Europa. maart 2014 Chemie Magazine 53


Service MENSEN DUPONT

Sinds 1 januari is Marcel Vandennoort directeur van DuPont Chemicals & Fluoroproducts EMEA (Europe, Middle East and Africa). Hij volgt Sylvie Gallou op. De Nederlander Vandennoort begon zijn carrière in 1986 op de site in Dordrecht, daarna had hij diverse (management)functies. Zijn laatste functie was global business and market manager van industrial resins FPS. Hij studeerde chemical engineering aan de TU Delft en management aan de Erasmus Universiteit.

COL OFON Chemie Magazine is het maandblad van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) en verschijnt 11x per jaar

Redactie Igor Znidarsic (hoofdredacteur)

WAGENINGEN UR

Prof. dr. ir. Louise Fresco volgt per 1 juli Aalt Dijkhuizen op als voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen UR (University & Research centre). Zij is momenteel universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is zij honorary professor aan Wageningen University. Met Fresco wordt een internationaal gerenommeerd deskundige benoemd op het gebied van voedselzekerheid, internationale samenwerking en wetenschap.

Marloes Hooimeijer (eindredactie) Jos de Gruiter (redacteur)

Contact redactie Loire 150, 2491 AK, Den Haag T 070 337 87 28, F 070 320 39 03 E redactie@vnci.nl

Medewerkers

DR. W. KOLB NEDERLAND

Per 1 april 2014 is Mark Bramer de nieuwe sitemanager van Dr. W. Kolb Nederland. Bramer werkt sinds 1997 bij het bedrijf, in diverse functies. Oktober 2013 werd hij benoemd tot plaatsvervangend sitemanager. De huidige sitemanager, Jan Peters, heeft vanaf 1 april een andere functie binnen het bedrijf.

TKI NCI

Prof. Floris Rutjes is per 1 februari benoemd tot bestuurslid van het TKI Nieuwe Chemische Innovaties (TKI NCI). Rutjes, eveneens lid van het Topteam Chemie, is hoogleraar synthetisch organische chemie bij het Institute for Molecules and Materials van de Radboud Universiteit. Zijn onderzoeksgroep heeft ruime ervaring met samenwerkingsprojecten met het bedrijfsleven en start-up-bedrijven. In 2008 werd hij uitgeroepen tot meest ondernemende hoogleraar.

Joost van Kasteren, Emma van Laar, Noortje van Dorp, Casper Rila, Erik te Roller, Adriaan van Hooijdonk, Marga van Zundert

Vormgeving Curve, Haarlem

Advertentie-exploitatie Mooijman Marketing & Sales, Julius Röntgenstraat 17, 2551 KS Den Haag, T 070 323 40 70, E dm@mooijmanmarketing.nl Advertenties vallen buiten de verantwoordelijkheid van de redactie

Druk

VOLGENDE MAAND (23 APRIL)

DeltaHage, Den Haag

LIJSTTREKKERS EUROPESE VERKIEZINGEN INSPECTIE-INFORMATIE WORDT OPENBAAR PARTNERS FOR INTERNATIONAL BUSINESS COMPLIANCE MANAGEMENT EN NOG VEEL MEER…

Abonnementen Wie werkzaam is in de chemische industrie of op een andere wijze direct of indirect bij de chemische industrie betrokken is komt in aanmerking voor een kosteloos abonnement op Chemie Magazine. Meld u aan via crs@vnci. nl of www.vnci.nl/actualiteit/maandblad.aspx en u krijgt zo spoedig mogelijk bericht. Meer informatie: znidarsic@vnci.nl of 070 337 87 28.

Overname

VNCI ONLINE WWW.VNCI.NL

Website met onder meer dagelijks nieuws, het archief van Chemie magazine en alles over de chemische industrie in Nederland

Overname van artikelen uit Chemie Magazine is alleen toegestaan na voorafgaande schrifteTWITTER.COM/VNCI

De VNCI op Twitter met het laatste nieuws, vacatures en reactiemogelijkheden op alle berichten

lijke toestemming van de redactie. In de meeste gevallen zal die graag worden gegeven

Beeld cover Simone-Michelle de Blouw

WW.VNCI.NL/LINKEDIN

WWW.VNCI.NL/NIEUWSBRIEF

Gratis nieuwsbrief met daarin wekelijks het laatste nieuws over de chemische industrie en de VNCI

54 Chemie Magazine maart 2014

Discussieer mee met meer dan 2000 betrokkenen uit de chemische industrie en bezoek de vacatures in de LinkedIn-groep van de VNCI

ISSN 1572-2996


chemistry, blends & knowledge

AD Productions B.V. is gespecialiseerd in het formuleren

en mengen van chemische vloeistoffen en poeders AD Productions B.V. Markweg Zuid 27 4794 SN Heijningen Postbus 102 4793 ZJ Fijnaart

T +31 (0)167 - 526 900 F +31 (0)167 - 526 969 info@adinternationalbv.com www.adinternationalbv.com

Ben jij een goede gesprekspartner?

services

Is actieve verkoop en marketing jouw passie? Ben je graag een spil tussen verschillende partijen? Kom dan naar hartje Rotterdam om het enthousiaste team van Caldic te versterken. Toonaangevend op het gebied van de marketing, verkoop en distributie van chemische grond- en hulpstoffen aan de industrie. Je vindt er een dynamische, ondernemende en no nonsense cultuur waarin eigen initiatieven en persoonlijke ontwikkeling worden aangemoedigd. Als Productmanager Rubber en Kunststof treed je op als volwaardige gespreksen onderhandelpartner richting klanten en leveranciers. Je bezoekt de klanten met grote regelmaat en zorgt voor een goede afhandeling van gemaakte afspraken. Ben jij die gesprekspartner voor de klant die luistert en hem de oplossing biedt die hij nodig heeft? Heb je een chemische opleiding op HBO niveau en sales ervaring in een business-to-business omgeving? Dan is dit een kans. We nodigen je uit om meer te lezen over deze functie op onze website.

Caldic Nederland B.V. - Rotterdam Dedicated to Excellence

matching the best in chemistry & life-sciences

www.cls-services.nl

recruitment, selection and career guidance in chemistry | pharma | biotech | food


making the difference

SGS is unique in the market in finding and creating opportunities and is recognized as the global benchmark for quality and integrity. As the world’s leading inspection, verification, testing and certification company, with more than 75,000 employees, SGS operates a network of over 1,500 offices and laboratories around the world. SGS helps to improve quality, safety, performance and efficiency for the following industries: Agricultural - Automotive Consumer Testing - Environmental - Industrial - Life Science - Minerals - Oil, Gas & Chemicals - Systems & Services Certification Governments & Institutions.

sgs gRoUP NETHERLANDs

sgs gRoUP BELgiUm

Malledijk 18 P.O. Box 200 NL-3200 AE Spijkenisse t +31 (0)181 69 33 33 e sgs.nl@sgs.com

SGS House Noorderlaan 87 B-2030 Antwerpen t +32 (0)3 545 44 00 e sgs.be@sgs.com

www.sgs.com

Chemie Magazine - maart 2014  

Maandblad van de VNCI

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you