__MAIN_TEXT__

Page 1

CONTAMINATION CONTROL MAGAZINE | UITGAVE VAN VCCN | JAARGANG 33 | EDITIE 2-2020

C

2

MGZN

COVID-19 Vragen vanuit de ziekenhuizen en de antwoorden daarop BEST PRACTICE Wat kunt u zelf doen om besmetting te voorkomen? MONDNEUSMASKERS Veel producten van nieuwe leveranciers voldoen niet

WE SHARE THE KNOWLEDGE Vereniging Contamination Control Nederland


® SCIENTIFIC CREDIBILITY

Quality has its color

is a brand of STAXS®

Discover the DOTCH® cleanroom disposables

www.staxs.eu


Op zoek naar een partner voor uw contamination control? We are your perfect fit! Wij bieden op maat gemaakte cleanroomoplossingen: huur- en reinigingsservices voor uw beschermende kleding, reinigingssystemen, brillen, matten en schoeisel. +31 (0) 515 570 820 | www.elis.com

Your contamination control partner


V O O R W O O R D

Beste lezer, De wereld heeft te maken met de COVID-19 pandemie en voorlopig zullen we daar rekening mee moeten blijven houden. Om de risico’s te beperken moeten we maatregelen treffen en komen er daarom veel vragen op ons af. Dit heeft alles te maken met contamination control. Daarom is het thema van deze nieuwe editie dan ook COVID-19. Het eerste artikel is van Remko Noor met een Q&A. Vanuit de TU/e, TNO, Royal HaskoningDHV en VCCN is een expertpanel opgericht waar ziekenhuizen vragen kunnen stellen op het gebied van COVID-19. In dit artikel geven wij een overzicht van vragen die zijn gesteld en de antwoorden die zijn gegeven. In het tweede artikel wordt ingegaan op contamination control met betrekking tot het coronavirus. Naast de techniek van cleanroom technologie gebruiken we het beheersen van gedrag van mensen om verspreiding van deeltjes te voorkomen. Deze laatste wordt nu stevig ingezet om de verspreiding van het virus te voorkomen. Philip van Beek, de auteur van dit artikel, sluit af met een best practice voor beheersing van deze contaminatie. Tijdens de COVID-19 crisis is wereldwijd een extreem hoge vraag ontstaan naar persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Om te kunnen beschikken over voldoende PBM hebben de autoriteiten aanpassingen gedaan in de regelgeving en richtlijnen voor de inzet van PBM gedurende deze crisis. Dit artikel, geschreven door J. Laurensse, A. Vrancken en M. Ernest beschrijft wat de belangrijkste aanpassingen voor de inzet van mondneusmaskers zijn. Het laatste artikel van deze editie gaat niet over COVID-19, maar is het beloofde deel II van het artikel van Delphine Faye en David Cheung: Emballage & Ruimtevaart. Het tweede deel van dit artikel beschrijft de resultaten en conclusies van het onderzoek naar de verontreiniging van gevoelige oppervlakken door verpakkingsmateriaal in de ruimtevaart. Aan alle lezers veel succes in deze gekke tijden. Redactie C2MGZN

4

COVID-19 LIJST MET VRAGEN EN DE ANTWOORDEN DAAROP Vanuit de TU/e, TNO, Royal HaskoningDHV en VCCN is een expertpanel opgericht waar ziekenhuizen vragen kunnen stellen op het gebied van corona/COVID-19. Vanuit het expertpanel wordt vervolgens gekeken wie het beste antwoord kan geven of welke testen gedaan moeten worden.

Remko Noor

06

MONDNEUSMASKERS VAN NIEUWE LEVERANCIERS TESTEN OP KWALITEIT Als gevolg van de tekorten en de versoepeling van de regelgeving rondom de toelating van mondneusmaskers op de Europese markt is sinds begin 2020 een groot aanbod ontstaan van mondneusmaskers van nieuwe leveranciers. De kwaliteit van deze mondneusmaskers is onbekend of onzeker. Om de veiligheid van de medewerkers in het ziekenhuis te garanderen is daarom aan het begin van de COVID-19 uitbraak in maart 2020 door het Catharina Ziekenhuis een testmethode opgezet.

J. Laurensse A. Vrancken M. Ernest

20


INHOUD BEST PRACTICE Deeltjes kunnen door de lucht en door contact op producten of mensen komen waar ze niet gewenst zijn. Naast de techniek van cleanroom technologie gebruiken we het beheersen van gedrag van mensen om verspreiding van deeltjes te voorkomen. Deze laatste wordt nu stevig ingezet om de verspreiding van het virus te voorkomen.

Philip van Beek

16

04

VOORWOORD Voorwoord

30

COVID-19 Q&A Vragen gesteld vanuit de ziekenhuizen en antwoorden gegeven door het expertpanel STOFFY & BEESY Beesy spaart even zijn krachten voor de volgende uitbraak van Covid-19 COVID-19 BEST PRACTICE Wat kunt u zelf doen om contaminatie te vermijden? TESTEN VAN MONDMASKERS De maskers van nieuwe leveranciers voldoen lang niet altijd aan de normen EMBALLAGE EN RUIMTEVAART Onderzoek naar de verontreiniging van gevoelige oppervlakken deel 2 CURSUS UITGELICHT Cleanroom Techniek Cursus

32

DATA Data congressen en cursussen

32

COLOFON Redactieleden en contactgegevens

06 15 16 20 26

EMBALLAGE EN RUIMTEVAART Onderzoek naar de verontreiniging van gevoelige oppervlakken door bepaalde soorten verpakkingsmateriaal in de ruimtevaart. De aanwezigheid van verontreinigende stoffen, organische resten of deeltjes kan zeer schadelijk zijn voor onderdelen bestemd voor de ruimtevaart, zoals optische instrumenten, printplaten, detectoren en thermische regeloppervlakken, en de normale werking hiervan verstoren.

Delphine Faye en David Cheung

26

Contamination Control Magazine editie 2-2020

5


COVID-19 Q&A Vanuit de TU/e, TNO, Royal HaskoningDHV en VCCN is een expertpanel opgericht waar ziekenhuizen vragen kunnen stellen op het gebied van COVID-19.

Remko Noor

6


Contamination control van COVID-19 in het

ziekenhuis: een overzicht van de vragen aan het

expertpanel en de

antwoorden.

Op 19 december 2019 werd in China melding gemaakt van een onbekend virus dat werd vastgesteld bij mensen in Wuhan. Op dat moment was nog niet precies duidelijk wat de impact van dit virus was en de wereld ging verder met de dagelijkse bezigheden. Langzaam werd wel duidelijk dat COVID-19 een ander soort virus was en dat het virus door de globalisering moeilijk te controleren was. Binnen enkele weken verspreidde het virus zich over de wereld en veel landen kregen te maken met veel beperkingen vanwege het virus. Zo kent Nederland sinds 15 maart 2020 een intelligente lockdown en ligt het dagelijks leven voor veel mensen stil. “Ziekenhuizen worden overbelast met patiënten en het tekort aan beschermende middelen voor contamination control blijft continu aandacht vragen. Het bleek dat Nederland niet voldoende beschermende middelen had om iedereen te beschermen waardoor diverse ziekenhuizen op zoek zijn gegaan naar mogelijkheden om medisch personeel te beschermen zonder dat de behandeling van COVID-19 patiënten in gevaar zou komen. Ook bleek dat patiënten langere tijd op een bed positie met beademing moesten liggen voordat zij weer naar een regulier bed konden worden verplaatst. Het gevolg was dat de ziekenhuizen in Nederland veel vragen hadden en op zoek waren naar antwoorden.

• • • • •

via druppel-contact, “aanhoesten”. Secundaire besmetting kan door de lucht via aerosolen plaatsvinden. Op een oppervlakte kan het virus 2-3 dagen infectieus blijven. In de lucht kan een virus een aantal uur infectieus blijven. Besmetting kan mogelijk plaatsvinden door fecale-orale overdracht. De maatregelen die worden geadviseerd zijn proportioneel voor de betreffende context.

In Nederland hebben we diverse beroepsverenigingen en kennisplatforms waar veel mensen zijn verenigd met bepaalde kennis. Tevens hebben we in Nederland excellente onderwijsinstellingen en technische universiteiten. Zo is bij het KIVI de coördinatie gekomen voor de testmethoden voor mondkapjes. Er zijn echter meer vragen die beantwoord moeten worden. Vanuit de TU/e, TNO, Royal HaskoningDHV en VCCN is een expertpanel opgericht waar ziekenhuizen vragen kunnen stellen op het gebied van corona/COVID-19. Vanuit het expertpanel wordt vervolgens gekeken wie het beste antwoord kan geven of welke testen gedaan moeten worden om een antwoord te formuleren. In dit artikel geven wij een overzicht van vragen die zijn gesteld en de antwoorden die zijn gegeven.

Principes die het expertpanel nastreeft voor ruimten waar COVID-19 verdachte, of COVID-19 bevestigde patiënten verblijven zijn: • Zorg dat de luchtstroom die van een coronapatiënt, of een gebied waar coronapatiënten zich bevinden, wordt afgevoerd en zich niet kan verspreiden naar andere gebouwdelen, gebieden in het gebouw, aangrenzende ruimten, gangen, etc. Hier zijn situatie specifieke maatregelen voor te treffen zowel organisatorisch (locaties), gebruik (deuren dicht), installaties (onderdruk in ruimten met coronapatiënten), gebouw (fysieke scheidingen waarmee de gewenste luchtstroom gewaarborgd wordt). • Voorkom recirculatie indien ruimten met COVID-19 patiënten en ruimten zonder COVID-19 patiënten door eenzelfde luchtbehandelingskast bediend worden. Dit om aerogene verspreiding te voorkomen en een kwetsbare groep mensen zo veel mogelijk te beschermen.

Deze lijst met vragen is samengesteld op basis van de vragen die het expertpanel corona heeft ontvangen en al heeft beantwoord. Deze vragen zijn veelal in een specifieke context gesteld en de antwoorden zijn op deze context toegesneden. De in dit document gegeven antwoorden zijn dus niet zondermeer in iedere situatie van toepassing. Wel kunnen de vragen en daarop gegeven antwoorden mogelijk helpen om richting te geven aan de vragen die u heeft. De gegeven antwoorden gaan hierbij uit van een relatief hoge concentratie COVID-19 verdachte, of COVID-19 bevestigde patiënten. Bij de beantwoording van de vragen hanteert het expertpanel de volgende uitgangspunten: • SARS-CoV-2 is een respiratoir virus waarbij de primaire besmetting plaatsvindt

Moet ik op een operatiekamer de HEPA eindfilters vervangen als daar een COVID-19 patiënt is behandeld, bijvoorbeeld wanneer de OK als IC is gebruikt? Dit hoeft naar mening van het expertpanel niet te gebeuren. Mits de stroming over het filter blijft gehandhaafd is er geen verhoogd risico voor het personeel of een volgende patiënt. In het algemeen kan worden gesteld dat een virus zich buiten cellen niet kan vermenigvuldigen. Van het SARS-CoV-2 virus is bekend dat het op oppervlakken tot maximaal twee dagen infectieus kan blijven. In principe blijft het virusdeeltje in het HEPA filter medium “gevangen” en komt daar niet zondermeer weer uit vrij. Het SARS-CoV-2 virus dat eventueel in het HEPA eind-filter  Contamination Control Magazine editie 2-2020

7


COVID-19 Q&A -vervolg-

Moet ik op een operatiekamer de HEPA eind-filters vervangen als daar een COVID-19 patiĂŤnt is behandeld, bijvoorbeeld wanneer de OK als IC is gebruikt?

8

is gekomen is na een periode van twee dagen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet meer virulent. Op basis van deze gegevens adviseert het expertpanel om na twee dagen pas zonder persoonlijke beschermingsmiddelen aan het luchtbehandelingssysteem te werken indien dat nodig is. Is het noodzakelijk om binnen deze periode van twee dagen werkzaamheden uit te voeren en als er kans is dat componenten in het systeem o.a. luchtfilters in aanraking zijn geweest met SARC-CoV-2 gecontamineerde lucht minder dan 48 uur geleden, dan is er een risico op besmetting voor personeel dat de werkzaamheden uitvoert. Het expertpanel adviseert dan nadrukkelijk om persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken, zoals een FFP2-masker, handschoenen, een bril en beschermende kleding. De af te voeren materialen inclusief de beschermingsmiddelen dienen in die situatie in een plastic zak verpakt te worden afgevoerd. Dit geldt in principe voor al het onderhoud en reparaties die aan het luchtbehandelingssysteem moeten worden uitgevoerd waar lucht doorheen is gestroomd dat mogelijk met het virus is gecontamineerd. Wat moet ik met het warmtewiel doen in geval er mogelijk met SARS-CoV-2 gecontamineerde lucht door naar buiten wordt afgevoerd? Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 zal er geen groei van het virus op het medium van een warmtewiel plaatsvinden. Daarnaast heeft onderzoek van TNO aangetoond dat op warmtewielen onder normale operationele omstandigheden geen bacteriegroei plaatsvindt. Een warmtewiel kent in potentie twee wijzen waarop lucht uit de luchtafvoer in de verse toevoerlucht (ODA) kan komen. Dit betreft: 1. directe lekkage van afvoer naar toevoer en 2. het verplaatsen van lucht van afvoer naar toevoer door de rotatie van het warmtewiel. Uit literatuur blijkt dat er een kleine overdracht van Vluchtige Organische Componenten (VOC) en een beperkte luchtlekkage is van de afvoer naar de toevoer.21,22 De overdracht van VOC wordt toegewezen aan adsorptiedesorptie door het absorptiemedium op het warmtewiel. De mate waarin overdracht plaatsvindt is sterk afhankelijk van de wijze waarop het warmtewiel is geĂŻnstalleerd (luchtdrukregiem over het wiel), de leeftijd van het systeem en de wijze van onderhoud. Afhankelijk van de coating kan een wiel ook vocht terugwinnen en daarmee een overdracht van deeltjes vanuit de retour naar de toevoer. Het is op dit moment onduidelijk in welke mate hierdoor het SARS-CoV2-virus kan worden overgedragen aan de verse luchtstroom (ODA). Een warmtewiel heeft dus een kleine

luchtlekkage van afvoer naar toevoer. Als de afzuigventilator, stroomopwaarts gezien, achter het wiel is geplaatst is deze lekkage gering vanwege de onderdruk, maar de lekkage blijft aanwezig. Het risico betreft dus dat de vers toegevoerde buitenlucht (ODA) wordt gemengd met de afgevoerde lucht. Hierdoor kan het SARS-CoV-2 met de vers toegevoerde lucht (SUP) aan ruimten worden toegevoerd. Uit recent onderzoek blijkt dat dit virus enkele uren in de lucht (aerogeen) kan overleven waardoor een potentieel risico ontstaat voor aanwezige personen. Er zijn hierbij een aantal situaties te onderscheiden: 1. Het systeem waarin het warmtewiel is opgenomen bedient alleen een gebied waar geen COVID-19 verdachte personen aanwezig zijn. 2. Het systeem waarin het warmtewiel is opgenomen bedient alleen een gebied waar COVID-19 verdachte/bevestigde personen en personeel in beschermende kleding aanwezig zijn. 3. Het systeem waarin het warmtewiel is opgenomen bedient een gebied waarin zowel COVID-19 verdachte/bevestigde personen (cohort) als niet verdachte personen aanwezig zijn. In situatie 1 en 2 is er geen aanleiding om het warmtewiel buiten bedrijf te stellen. Op basis van deze gegevens adviseert het expertpanel echter om in situatie 3 warmtewielen uit te schakelen om de kans op contaminatie van de vers toegevoerde lucht zo veel mogelijk te reduceren (better safe than sorry). Uitzondering op situatie 3 geldt voor de situatie waarin de verse lucht na het warmtewiel door een HEPA eind-filter stroomt alvorens aan een ruimte te worden toegevoerd (zoals o.a. een operatiekamer). Door een HEPA filter worden virussen in aerosolen met een typische omvang van 125 nm (SARS-CoV en MERS-CoV) bijna volledig uit de luchtstroom gefilterd.9,24 In deze situatie kan het warmtewiel operationeel blijven. Moderne warmte-terugwinsystemen hebben soms een speciale spoelzone ingebouwd waarmee wordt voorkomen dat contaminanten uit de afgevoerde lucht via de rotatie van het warmtewiel in de vers toegevoerde lucht komen. De kleine directe lekkage treedt ook bij deze systemen door. Om deze reden geldt ook voor warmtewielen met een speciale spoelzone het advies om de warmtewielen in situatie 3 buiten bedrijf te stellen. Door het warmtewiel stil te zetten, kan de kier tussen wiel en frame als extra maatregel worden afgeplakt. Voordat warmtewielen weer in bedrijf worden gesteld moet het warmtewiel wel worden gereinigd (bepaald moet worden hoe


In principe blijft het

virusdeeltje in het

HEPA filter medium “gevangen” en komt daar niet

zondermeer

weer uit vrij.

onderhoud en deze reiniging het best kan worden uitgevoerd). Men moet zich realiseren dat een stilstaand wiel gaat vervuilen en de coating aangetast kan raken. Ook kan het stilzetten van het warmtewiel impact hebben op de warmtecapaciteit en koudecapaciteit van het luchtsysteem. In dit seizoen (voorjaar) wordt niet verwacht dat dat tot een capaciteitsprobleem voor verwarming zal leiden. Hoe kan het warmtewiel het beste weer in gebruik worden genomen? Als het warmtewiel weer in bedrijf gesteld kan worden omdat in het betreffende verzorgingsgebied geen risico meer is op verspreiding (zie 2a) dan wordt de volgende procedure geadviseerd: • Wacht tot twee dagen nadat er geen corona patiënten in de betreffende zone meer aanwezig zijn geweest. Uit onderzoek is gebleken dat COVID-19 deeltjes niet meer virulent zijn (zie ook vraag 1). Het luchtsysteem, wielen en filters zijn dan ook niet meer infectieus. Er is dan ook geen reden om filters in de luchtbehandelingskasten te vervangen. • Na deze twee dagen: eerst visuele inspectie van het warmtewiel op vervuiling (ventilatoren eerst stilzetten). Voor de zekerheid kan men nog PBM dragen tbv risico op besmetting vanuit de luchtbehandelingskast. • Afhankelijk van de mate van vervuiling, eerst een reiniging uitvoeren van de wielen (stofzuigen, of dieper reinigen). Als de wielen kort hebben stilgestaan en bij aanwezigheid van een filter voor de wielen (zowel aan toevoer- als afzuigzijde) dan is de verwachting dat de vervuiling gering is. • Check op kromtrekken wielen door warmteverschillen (alleen bij extreme temperatuurverschillen buiten/binnen) en onbalans door verschil in vocht (afhankelijk van weercondities). Indien dit het geval is, dan kan het wiel het beste stapsgewijs in bedrijf worden gesteld (wiel elk uur een klein stukje laten draaien, bijv. in 24 uur dan helemaal 1 x rond gedraaid). • Afhankelijk van de leeftijd van het wiel en conditie van de lagers, kan het wiel iets gaan zijn doorhangen. Het inzetten van het wiel gecontroleerd doen en goed toetsen of er geen onbalans ontstaat wat de lagers verder kan beschadigen. • Als kromtrekken/onbalans (als bovenstaand beschreven) niet aan de orde is en vervuiling gering is of verwijderd is, kan het wiel gewoon gelijk in bedrijf gesteld worden, eventueel de eerste dag in puls/pauze stand. LET OP: bovenstaande zijn algemene adviezen. Afhankelijk van de leeftijd, conditie, type en configuratie kunnen andere

procedures van toepassing zijn. Toets zo nodig bij de leverancier van het warmtewiel. Kan het recirculeren van lucht een probleem vormen? Uit recent onderzoek blijkt dat dit virus enkele uren in de lucht kan overleven waardoor een potentieel risico ontstaat voor aanwezige personen.7,16 Op basis van deze gegevens adviseert het expertpanel om de kans op contaminatie van de vers toegevoerde lucht zo veel mogelijk te reduceren door recirculatie te voorkomen. Uitzondering hierop is de situatie waarbij de lucht uit één betreffende ruimte alleen aan dezelfde ruimte wordt toegevoerd (secondary air SEC). Split-units, fancoil-units en VRF-systemen voor verwarming en koeling recirculeren doorgaans ook alleen in dezelfde ruimte. De kans op het verder verspreiden van het SARS-COV-2 virus is bij deze recirculatiesystemen laag. Door de luchtstroom verspreidt het virus zich dan mogelijk wel in de gehele ruimte. Het is momenteel nog niet bekend of - en in welke mate het SARS-CoV-2 virus tijdelijk op oppervlakken in apparaten achter kan blijven om later weer in de luchtstroom te komen. Omdat het virus tot maximaal twee dagen infectieus kan blijven worden de risico’s hiervan laag ingeschat. Levert het intuberen en extuberen van een COVID-19 patiënt op een operatiekamer een risico op voor het personeel dat zich, onbeschermd, in de OK-gang begeeft? Dit is sterk afhankelijk van de systeemopzet. Indien er geen directe overstort van lucht vanuit de operatiekamer naar de OK-gang plaatsvindt, zal de concentratie in de operatiekamer snel sterk gereduceerd worden. In Nederland hebben grote UniDirectionele Flow (UDF) systemen (≥ 9 m2) over het algemene een circulatievoud van ca. 70 (70 luchtwisselingen per uur) waardoor een 100-voudige reductie van de concentratie binnen 5,5 minuten wordt gerealiseerd. Wordt de OK-deur tijdens het intuberen dicht gehouden en wordt vervolgens ca. 12 minuten gewacht voordat de OK-deur wordt geopend dan is de concentratie al met een factor 1000 gereduceerd. Door het drukverschil over de operatiekamer en de OK-gang kan er een beperkte luchtstroming vanuit de OK richting de gang plaatsvinden bij een gesloten OK-deur. De concentratie in deze luchtstroom is door de grote circulatievoud relatief laag. In welke mate dit optreedt is o.a. afhankelijk van de afdichting van de deur, de luchtdoorlatendheid van de operatiekamer, het drukverschil tussen operatiekamer en OK-gang. Hierdoor is geen eenduidig antwoord te geven omdat dit sterk afhankelijk is van de specifieke omstandigheden. Contamination Control Magazine editie 2-2020

9


COVID-19 Q&A -vervolg-

Normaal gesproken is de overstroom maximaal enkele 100 m3/h en dus laag t.o.v. het luchtvolume en de circulatievouden in de OK. Uit indicatieve metingen bij een ziekenhuis blijkt dat deeltjes die in de operatiekamer worden ingebracht ter plaatse van de intubatie, in de range van 0,2 – 10 μm de concentratie in de OK-gang niet waarneembaar verhogen.10–12 Ook als de OK-deur op een kleine kier stond was er geen verhoging waarneembaar. Dit betekent dat de hoeveelheid deeltjes die vanuit de operatiekamer naar de gang stromen in de betreffende situatie marginaal is en de kans op contaminatie van medewerkers op de gang via deze route laag is. Het systeem waarbij dit experiment is uitgevoerd had een groot UDF systeem (≥9 m2), een inhoud van circa 130 m3 en een aantal luchtwisselingen van ca. 100 per uur en geen overstort vanuit de operatiekamer naar de gang. Voor andere ruimtes binnen de gezondheidszorg waar circulatievouden aanzienlijk lager zijn geldt dit effect niet en moeten dergelijke contaminatie verspreidende handelingen worden voorkomen of moet het personeel op de afdeling/gang afdoende beschermende maatregelen dragen. Is kruisstroom warmteterugwinning veilig als er corona-besmettingen in het pand zijn? Een kruisstroom warmtewisselaar met een drukregime waarbij de druk ter plaatse van de kruisstroomwisselaar hoger is dan de druk van de afgevoerde lucht ter plaatse van de warmtewisselaar resulteert in een lage mate van luchtoverdracht, in de range van 2%. Indien een kruisstroom warmtewisselaar in een centraal systeem is opgenomen kan er in theorie een verspreiding door het gehele op het systeem aangesloten gebied plaatsvinden. Door de naar verwachting relatief lage concentratie in de luchtstroom die wordt afgevoerd ter plaatse van de warmtewisselaar en de geringe mate van lekkage verwacht het expertpanel dat de kans dat SARS-CoV-2 via het systeem wordt verspreid zeer gering is. Het is niet geheel uit te sluiten dat de lekkage van kruisstroom warmtewisselaars na verloop van de tijd toeneemt. Hierdoor is contaminatie van de verse buitenlucht (ODA) via een platenwisselaar niet geheel uit te sluiten. De kans op deze wijze van contaminatie wordt door de experts als laag ingeschat.

Van het SARS-CoV-2 virus is bekend dat het op oppervlakken tot maximaal twee dagen infectieus kan blijven

10

Moeten we iets aan het relatieve luchtvochtigheid (RV) setpoint veranderen? Wat is de beste waarde? In de literatuur is nog weinig bekend over de relatie tussen de relatieve luchtvochtigheid en de levensvatbaarheid van en de vatbaarheid voor het SARS-CoV-2 virus. In de literatuur zijn wel ten minste twee studies beschikbaar die voor het influenzavirus een relatie met de relatieve vochtigheid aangeven. Een andere studie laat zien dat een virus op een oppervlak langere tijd infectieus kan blijven

en dat dit afhankelijk is van de aanwezige luchtvochtigheid en temperatuur. Deze studies laten zien dat 1) het influenzavirus juist bij RV < 50% en vlak bij de 100% langer kan overleven en 2) lage RV verlaagt de weerstand tegen influenza bij muismodellen. Het is echter nog onduidelijk of het SARSCoV-2 virus ook deze eigenschappen kent. Daarnaast circuleren verschillende documenten die iets over de RV aangeven zonder dat er een duidelijke referentie naar wetenschappelijke publicaties wordt gegeven. Op dit moment is de invloed van luchtvochtigheid op verspreiding en overleving van het COVID-19 niet vast te stellen, hiervoor is meer wetenschappelijk onderzoek nodig. Omdat de relatie en effecten nu niet zijn vast te stellen, lijkt er nu ook geen directe aanleiding om het beleid ten aanzien van luchtbevochtiging in ziekenhuizen aan te passen in het kader van het minimaliseren van de kans op contaminatie met het SARSCoV-2 virus. Een medisch-microbioloog en viroloog moeten het beleid van de organisatie hierop beoordelen. Het expertpanel kan vanuit hun achtergrond hier verder geen uitspraak over doen. Sommige ziekenhuizen overwegen de warmtewielen uit te zetten. Dit kan invloed hebben op de luchtvochtigheid vanwege vochtterugwinning waardoor men mogelijk kan gaan afwijken van de reguliere luchtvochtigheden. Kan ik een gedeelte van het verzorgingshuis, revalidatiecentrum of standaard verpleegafdeling inzetten voor verdachte en bevestigde COVID-19 patiënten? Veel van deze gebouwen zijn gebaseerd op: 1) een systeem waarbij lucht uit de kamers/ appartementen in de gang wordt overgestort en centraal in de gang wordt afgevoerd of 2) een systeem waarbij verse lucht op de gang wordt toegevoerd en vervolgens naar de kamers/appartementen stroomt en daar wordt afgevoerd (vooral de oudere systemen). In basis zijn deze systemen niet geschikt om in één en dezelfde gang/bouwdeel een afdoende (aerogene)scheiding tussen verdachte en bevestigde COVID-19 patiënten en niet verdachte of bevestigde coronapatiënten (inclusief personeel) te realiseren. Tevens kan lucht als gevolg van winddruk op het gebouw en doordat het vaak één centrale installatie betreft vanaf een gang van een vleugel/bouwdeel zich relatief eenvoudig door het gehele gebouw verplaatsen, zie hiervoor ook vraag 2, 3 en 5. Het gemengd huisvesten van verdachte en bevestigde COVID-19 patiënten met patiënten/ cliënten die nog niet gecontamineerd zijn of personeel, verhoogt in deze gebouwen de kans op contaminatie van nog niet besmette mensen. Naar mening van het expertpanel heeft het vanuit het “better safe than sorry”


principe dan ook de sterke voorkeur om geen gemengde huisvesting toe te passen buiten een ziekenhuisomgeving. Indien gemengde huisvesting onvermijdelijk is, adviseert het expertpanel om met de volgende zaken situatie specifiek rekening te houden: 1. Controleer of het systeem nog wel werkt zoals oorspronkelijk ontworpen. In de praktijk kunnen stromingsrichting en luchthoeveelheden sterk afwijken. Het toetsen van de stromingsrichting (over-/ onderdruk) kan eenvoudig door bij een gesloten deur met een rookbuisje of desnoods met een e-sigaret te kijken waar de rook - en dus de lucht - heen stroomt. 2. Voorkom dat de lucht vanuit een gebied met een verdachte of bevestigde COVID-19 patiënt door het gebouw stroomt: •

Houd alle deuren in het gebouw gesloten om verspreiding van lucht door het gebouw zoveel mogelijk te voorkomen. Houd ramen en balkondeuren gesloten. Hiermee wordt zoveel mogelijk voorkomen dat door wind(vlagen) er een luchtstroom door het gebouw trekt. Als er gebruik wordt gemaakt van dauerluftung of andere gevelroosters voor verse luchttoevoer dan zullen deze wel open moeten blijven. Hierbij

• •

zijn twee situaties te onderscheiden: 1) waarbij de lucht uit de ruimte mechanisch wordt afgevoerd en 2) een systeem met volledig natuurlijke ventilatie. Bij de eerste variant met mechanische afvoer in de ruimte is de hoeveelheid vaak beperkt en kan door winddruk nog een ongewenste luchtstroming ontstaan. Dat geldt ook voor systemen met volledige natuurlijke ventilatie. Gebruik deze kamers met dauerluftung bij voorkeur niet voor coronapatiënten. Let op gangen, trappenhuizen, vides en andere open verbindingen in het gebouw. Plaats zonnodig extra wanden/ schotten rondom trappenhuizen/vides om luchtstromen tussen de afdeling en verdiepingen zoveel mogelijk te beperken. Werk deze wanden zo goed mogelijk luchtdicht af en zet de wand van vloer tot aan bouwkundige plafond (het beton) af en niet alleen tot aan het verlaagd plafond. Onderzoek of de centrale hal/lifthal/ trappen in de toegang naar de betreffende afdeling op overdruk gezet kan worden om daarmee te beperken dat luchtstromen vanuit de afdeling naar de rest van het gebouw stromen. Overwogen kan worden om een sluis te plaatsen voor de toegang naar de afdeling als er een kans is op luchtstromen vanuit de afdeling naar de rest van het gebouw. Beperk het gebruik van liften zoveel

mogelijk (alleen als het echt nodig is). Liften werken als zuigers en kunnen veel lucht verplaatsen tussen de verdiepingen. Werk luchtschachten, elektrakasten, rioleringspijpen en andere doorvoering zowel horizontaal als verticaal zo goed als mogelijk luchtdicht af.

Zijn er risico’s te identificeren voor het personeel bij het helpen met douchen van een verdachte of bewezen COVID-19 patiënt? In de literatuur zijn aanwijzingen dat een virus zich aerogeen kan verspreiden en dat het SARS-Cov-2 virus enkele uren infectieus in de lucht kan blijven. Ook zijn er aanwijzingen dat het SARS-CoV-2 virus mogelijk ook kan worden overgedragen via fecale-orale overdracht. Aerosolen met het SARS-C0V-2 virus zouden bij het spoelen van een toilet dus ook in de badruimte kunnen komen. Door het douchen zouden druppels die worden uitgehoest eenvoudiger achter de beschermende bril van het personeel kunnen komen. Het expertpanel adviseert dat het verzorgende personeel tijdens het douchen een goed afsluitende bril draagt zodat wordt voorkomen dat gecontamineerde druppels in de ogen kunnen komen. Ook kan overwogen worden om douchen te beperken/ uit te stellen. Let hierbij wel op dat bij langdurig stilstand van warmwater er legionella in de leidingen kan ontstaan (afhankelijk van de opzet van het leidingnet). 

11


COVID-19 Q&A -vervolg-

Welke mogelijkheden zijn er om de concentratie aerosolen in een ruimte te reduceren? Het SARS-CoV-2 virus kan in aerosolen enkele uren in een ruimte overleven.20 Buiten het vermijden van luchtuitwisseling tussen verschillende ruimten om overdracht van het virus te voorkomen, is het reduceren van de concentratie aerosolen in de ruimte van belang voor de veiligheid van zorgpersoneel. Literatuur laat zien dat UV straling (far-UVC) de aerogene verspreiding van micro-organismen kan reduceren en als desinfectie-systeem o.a. bacteriën en virussen kan inactiveren en de overlevingsgraad omlaag brengt. Tot de andere mogelijkheden behoren ionisatie van lucht en ozon luchtzuivering. Literatuur beschrijft onder andere de effectiviteit van ionisatie op het inactiveren en het voorkomen van overdracht via lucht van calicivirus, rotavirus en het influenzavirus. Ozon is als luchtzuivering effectief tegen o.a. (influenza) virussen en bacteriën. Ozonmoleculen tasten de eiwitmantel van virussen aan waardoor het virus inactief wordt gemaakt. De studies met betrekking tot luchtzuivering middels ionisatie en ozon zijn veelal gedaan in een gecontroleerde (laboratorium) omgeving en de systemen zijn nog niet in voldoende mate getest onder praktijkomstandigheden of voor het SARS-CoV-2 virus waardoor de effectiviteit van deze systemen onbekend is. Bij deze vorm van luchtzuivering ontstaan restproducten die een risico kunnen vormen voor de gezondheid. Een overmaat aan ozon in een ruimte kan leiden tot (gezondheids) klachten zoals hoesten, keel- en hoofdpijn, wat vanuit het ziektebeeld van COVID-19 patiënten niet gewenst is. Een goed regelsysteem is essentieel om een overmaat aan ozon te voorkomen waardoor toepassing van deze systemen geen belemmering hoeft te zijn. Om de concentratie aerosolen in een ruimte te reduceren en daarmee micro-organismen en virussen af te vangen is naar verwachting van het expertpanel een HEPA filter recirculerend systeem ten minste net zo effectief als de hiervoor beschreven principes.

In een ruimte met lage luchtcirculatie ontstaat na intuberen of extuberen voor personeel dat deze ruimte zonder afdoende beschermende maatregelen betreedt een risicovolle situatie.

12

Bij de beschreven methoden is het belangrijk dat een goede recirculatie over unit(s) plaatsvindt. Voldoende doorspoeling van de ruimte over de units moet worden gewaarborgd. Deze systemen kunnen ook toegepast worden als recirculatie binnen het bestaande kanalensysteem. Dit vraagt echter wel de nodige aanpassingen. Ook mogen deze systemen niet worden gezien als een bescherming tegen directe overdracht van aerosolen van patiënt naar zorgpersoneel o.a. door hoesten, niezen etc., persoonlijke beschermingsmaatregelen blijven hiervoor noodzakelijk.

Levert het via een rooster overstorten van lucht uit de operatiekamer naar de OK-gang een risico op bij een ingreep bij een COVID-19 patiënt voor personeel dat onbeschermd op de OK-gang of wasruimte aanwezig is? Dit betreft een andere situatie dan beschreven bij vraag 4. Het risico voor het personeel op de OK-gang kan vergaand gereduceerd worden door het plaatsen van een HEPA filter in de overstort. Dit kan een HEPA filter in het rooster zijn maar ook een separate HEPA filterbox in het kanaal. Let op dat de weerstand niet te veel toeneemt omdat dit de drukken en overstroom kan beïnvloeden. Neem daarom een filter met een groot oppervlak met relatief weinig weerstand, bijvoorbeeld > 3 maal het oppervlak van het kanaal of de doorgang. Moet er een HEPA filter in het luchtafvoerkanaal uit een ruimte waar COVID-19 patiënten liggen worden geïnstalleerd? Naar mening van het expertpanel is het niet noodzakelijk en zelfs ongewenst om in het luchtafvoerkanaal dat de lucht naar buiten toe afvoert een HEPA filter te plaatsen. Een HEPA filter kan dan als enig doel hebben het personeel dat onderhoud moet plegen aan het systeem te beschermen. Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 1 blijft het SARS-CoV-2 virus maximaal twee dagen infectieus op een oppervlak.16 Als onverhoopt onderhoud moet worden uitgevoerd c.q. reparaties moeten worden uitgevoerd is het naar mening van het expertpanel beter en effectiever om het personeel dan te voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen. Een HEPA filter heeft in deze situatie zonder enige mate van voorfiltratie ook onderhoud nodig (moet frequent worden vervangen) hetgeen ook een risico voor het personeel op kan leveren. Daarnaast zijn hiervoor vaak aanpassingen in het systeem noodzakelijk. Kan in een ruimte met lage luchtcirculatie ook geïntubeerd en geëxtubeerd worden? Een lage luchtcirculatie van bijvoorbeeld 6-voudig betekent een hersteltijd voor een 100-voudige reductie van de concentratie van ten minste 45 minuten. Na intuberen of extuberen ontstaat voor personeel dat deze ruimte zonder afdoende beschermende maatregelen betreedt een risicovolle situatie. Omdat deze lucht veelal ook op de gang komt, kan daar ook een risico ontstaan. De circulatievoud van de betreffende ruimte kan relatief eenvoudig fors worden verhoogd door het toepassen van een systeem dat de lucht uit de ruimte recirculeert over een HEPA filter. Dergelijk units kunnen eenvoudig worden gemaakt door een technische dienst of compleet worden aangeschaft.


Door het toepassen van een dergelijke unit kan de 100-voudige hersteltijd fors worden gereduceerd. Er dient wel voor gezorgd te worden dat de gehele ruimte goed wordt doorspoeld met de HEPA gefilterde luchtstroom.

De actuele versie

van de

vragen en

antwoorden over dit onderwerp vindt u op de website

van TNO

of VCCN.

De 100-voudige hersteltijd voor een ideaal mengend systeem kan worden berekend met de volgende formule: t (min) = 276,3 / vv (h-1) Waarin: t = hersteltijd voor een 100-voudige reductie vv = circulatievoud, aantal luchtwisselingen in de ruimte per uur bepaald volgens: de circulerende luchthoeveelheid in m3/h gedeeld door het volume van de ruimte in m3. Het luchtdebiet van de unit kan berekend worden met de volgende formule: Luchtdebiet (m3/h) = 276,3 / t (min) * V (m3) Waarin: V = ruimtevolume in m3. Voorbeeld: Bij een ruimte van 5x 4 x 2,70 moet de 100-voudige hersteltijd 10 minuten zijn: De recirculatie-unit moet dan minimaal een debiet hebben van: 276,3/10 * (5x4x2,70) = ca. 1.500 m3/h Let op: dit geldt bij een ideale volledig mengende recirculatie, in de praktijk zal dit altijd minder zijn. Moeten er bij onderhoud aan een vacuümsysteem dat ook gebruikt wordt bij COVID-19 patiënten extra maatregelen worden getroffen? Het expertpanel adviseert om het personeel dat werkzaamheden uitvoert aan een vacuümsysteem, o.a. het vervangen van filters waarbij mogelijk SARS-CoV-2 virus deeltjes vrij kunnen komen, gebruik te laten maken van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). De verwijderde materialen zoals

verwijderde filters moeten direct in een goed sluitende omhulling worden geplaatst zoals dat ook met ander bij COVID-19 gebruikt materiaal, o.a. PBMs gebeurt. Bij de patiënt waarbij vacuüm wordt gebruikt voor het “uitzuigen” van mond, neus en keel komt het vaste patiënt-materiaal in de een bedset (opvangbus) terecht maar aerosolen kunnen ook in het vacuümsysteem komen en worden vervolgens naar buiten toe afgevoerd. Volgens de NEN-EN-ISO 7396-1 dient de afvoer van het vacuümsysteem rechtstreeks naar buiten te zijn (artikel 5.7.80). Ondanks deze norm is de ervaring dat de afvoer van het vacuümsysteem ook nog wel eens in de technische ruimte uitmondt. Dit verhoogt de kans op besmetting van het technische personeel. De luchtstroom uit de afvoer van een vacuümsysteem dat buiten het gebouw uitmondt is beperkt en bij voldoende afstand tot het uitblaaspunt e.e.a. afhankelijk van de windrichting, hoogte van de afvoer etc. ziet het expertpanel dat niet als een verhoogd risico voor het personeel. In de nabijheid van dit afvoerpunt adviseert het expertpanel om gebruik te maken van PBMs. Het expertpanel kan geen onderbouwde uitspraak doen over wat onder voldoende afstand wordt gezien. Dit is van vele factoren afhankelijk. Niet alleen de afvoer van het vacuümsysteem is hierbij een potentieel risico maar ook de beluchting van het rioolstelsel. Over het algemeen zijn deze punten voldoende ver verwijderd van een raam/aanzuigpunt. Uit alle vragen blijkt wel hoe belangrijk contamination control is bij deze pandemie. De vragen blijven binnenkomen en de lijst wordt regelmatig uitgebreid met antwoorden op nieuwe vragen. Voor de laatste versie van de vragen verwijzen wij u door naar de website van TNO of VCCN. De informatie die wordt verstrekt en wordt aangeboden naar aanleiding van de eerste acute vraagstelling is in zeer korte tijd, maar met de grootst mogelijke zorg, samengesteld op basis van de door mondeling of schriftelijk aangeleverde gegevens. Het is mogelijk dat, mede hierdoor, het advies niet volledig, juist of up-to-date is. Indien u gebruik maakt van de Informatie, verklaart u daarmee het onderstaande te aanvaarden: TNO, TU/e, VCCN en Royal HaskoningDHV Nederland B.V. zijn niet aansprakelijk voor enige schade in verband met het gebruik van de informatie. Ieder gebruik anders dan voor uw vraagstelling of door derden is zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming niet toegestaan.

Contamination Control Magazine editie 2-2020

13


Gtcleanrooms

Europe's leading cleanroom provider

Complete Cleanroom Solutions ../

â&#x20AC;˘

I

I

I

I

. " j'., .

Your Contamination Control Strategy Connect 2 Cleanrooms is a fully integrated supplier, supporting the cleanroom lifecycle both in Europe and globally. Established in

Are you ready to start a project with us? +31 30 210 6051 info@connect2cleanrooms.com

2002, the company designs and manufactures panel, hardwall and softwall cleanrooms in-house to ISO 14644-1:2015 and GMP standards, as well as providing cleanroom consumables, cleanroom validation

www.connect2cleanrooms.com

and cleanroom training services across all sectors.

Zorg(t) voor het juiste cleanroom klimaat MEETAPPARATUUR | KALIBRATIE | ADVIES www.pedak.nl | 0475-497424

Decontaminatie-sluis TCB

We hebben de kennis, de ideeĂŤn, de materialen... Detail engineering en realisatie van de virus-productiefaciliteit TCB (ML3 GMP-B classificatie) door Cleanroom Combination Group in samenwerking met het projectteam MSD.

www.cleanroomcg.com

14

Cleanroom display Eenvoudig meetwaardes zien

Verschildruk Transmitter met autozero functie

RV/T transmitter Met levenslange garantie

Met onze kalibratieservice vertrouw je altijd op de juiste meetwaarden. Jouw onderhoud, onze zorg!


Cleanrumours Beesy keek trots om zich heen. Zijn zusje uit China heeft de hele wereld laten schudden. Stoffy lag uitgeput op de grond. Hij was immers erg druk met transport van het virus. Hij leek wel een transportbedrijf en moest denken aan logistiek en management van het gehele proces. En dan niet alleen lokaal maar echt globaal. De hele wereld heeft ermee te maken. De reactie van mensen om het virus te beheersen was quarantaine zodat het logistiek voor Stoffy steeds moeilijker werd om het hoge tempo aan te houden dat hij direct in het nieuwe jaar had ontwikkeld. Ook het virus leek naarmate de temperaturen stegen te maken te krijgen met uitputtingsverschijnselen. Of dit werkelijk het geval is blijft onduidelijk. Wel denkt Beesy dat zijn zusje zich in het najaar waarschijnlijk weer actiever zal ontwikkelen. Poeh, denkt Stoffy, dan heb ik deze tijd hard nodig om op krachten te komen voor het najaar en de winter. Tot die tijd blijft het spannend of het zusje van Beesy bedwongen kan worden door een geneesmiddel of zelfs een vaccin. Totdat het zover is blijft het oppassen geblazen en, oh ja ook nog 1,5 meter afstand houden van iedereen.

&

Stoffy Beesy 15


COVID-19 BESTPRACTICE In dit artikel wordt ingegaan op contamination control met betrekking tot het coronavirus. Er wordt afgesloten met een best practice voor beheersing van deze contaminatie. Philip van Beek

16


Plotseling zijn we in Nederland in aanraking gekomen met de ziekte COVID-19. Reeds enige tijd kregen we berichten, met name vanuit China dat daar een virus rondwaarde dat vergelijkbare verschijnselen vertoonde met het Sarsvirus. In dit artikel wordt ingegaan op contamination control met betrekking tot dit virus. Er wordt afgesloten met een best practice voor beheersing van deze contaminatie.

Coronavirussen zijn virussen waarbij door een elektronenmicroscoop een corona (krans) te zien is.

Contamination Control Is contamination control van belang bij het beheersen van dit virus? Ja, nog sterker, dit heeft alles te maken met contamination control. Door cleanroom technologie proberen wij deeltjes te beheersen. Deeltjes kunnen door de lucht en door contact op producten of mensen komen waar ze niet gewenst zijn. In cleanroom technologie verdelen we deeltjes in dode stofdeeltjes en levende, microorganismen, deeltjes. Naast de techniek van cleanroom technologie gebruiken we het beheersen van gedrag van mensen om verspreiding van deeltjes te voorkomen. Deze laatste wordt nu stevig ingezet om de verspreiding van het virus te voorkomen. Basis kennis over micro-organismen Allereerst is het zaak om wat meer te weten over micro-organismen en hun werking. De woorden microbe en micro-organisme worden door elkaar gebruikt. Het gaat om microscopisch kleine, levende wezentjes zoals bacteriën, gisten, schimmels en virussen. Bacteriën zijn eencellige wezentjes maar hebben geen celkern of chromosomen en nauwelijks interne organen. Bacteriën worden vaak in twee groepen ingedeeld: Gram-positief en Gram-negatief. Dit laatste heeft te maken met een techniek om bacteriën onder een microscoop zichtbaar te maken. Afhankelijk van de reactie op het wassen met alcohol behouden bacteriën kleur of verliezen die. Virussen zijn veel kleiner dan bacteriën en ze zijn in staat om alle levende wezens te besmetten. Ze hebben geen eigen stofwisseling en kunnen zich ook niet zelfstandig voortplanten, daarom parasiteren ze op andere organismen. Iemand kan besmet zijn met bacteriën of een virus zonder zelf ziek te zijn. Maar deze persoon kan dan wel andere mensen besmetten die ziek kunnen worden. Overdracht vindt plaats door contact en door druppels of aerosolen. De meeste mensen weten wel dat er naast planten en dieren nog een derde categorie levende wezens bestaat. Deze categorie is onzichtbaar en talrijker dan de planten en dieren die we wel kunnen zien, namelijk de micro-organismen. Wat is het coronavirus? Coronavirussen zijn virussen waarbij een corona (krans) te zien is wanneer ze door een elektronenmicroscoop worden bekeken. Sars bijvoorbeeld, is ook een coronavirus. Sars staat voor Severe Acute Respiratory Syndrome, (ernstige acute ademhalingsziekte). Besmettelijk via direct contact, niezen en

dergelijke. Symptomen zijn hoge koorts, daarna droge hoest en ademnood. COVID-19, voluit coronavirus disease 2019, is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2. De ziekte dook eind 2019 op in Wuhan en verspreidde zich vervolgens in drie maanden naar andere delen van de wereld. Vanaf 11 maart 2020 is er officieel sprake van een wereldwijde pandemie, die vaak wel de coronapandemie wordt genoemd.

Besmettingswijze Tussen mensen vindt ziekte-overdracht plaats via druppelinfectie vanuit de luchtwegen. Via druppeltjes komt het virus in de lucht en kan zo anderen besmetten. Deze druppels zijn relatief groot en blijven daardoor niet in de lucht zweven maar dalen snel neer. Er is nog geen bewijs dat het virus langere tijd in de lucht kan blijven en zich zo kan verspreiden. Het virus bevindt zich in slijm dat vooral door hoesten en niezen wordt uitgestoten. Besmet slijm kan via de handen op de slijmvliezen van andere personen terechtkomen, en kan waarschijnlijk ook oppervlakken besmetten waardoor het virus zich verder kan verspreiden. Het is onduidelijk, hoe lang het virus buiten het lichaam besmettelijk blijft. Van andere virussen is bekend, dat de duur van de besmettelijkheid afhangt van luchtvochtigheid, temperatuur, ultraviolette straling, het soort oppervlak waarop het virus terechtkomt, de druppelgrootte en de aanvankelijke hoeveelheid virusdeeltjes. Besmetting door een bacterie of virus via oppervlakken is mogelijk. Recentelijk onderzoek geeft aan dat dit nieuwe coronavirus wel enige tijd kan overleven op verschillende materialen. Helaas is er nog weinig informatie over dit nieuwe virus. Epidemie of pandemie ? Het verschil zit in de schaal. Een epidemie beperkt zich tot een stad, gebied of land, maar een pandemie is grensoverschrijdend 

17


COVID-19 BEST PRACTICE

en treft mensen wereldwijd. Pandemieën kunnen dus meer mensen bereiken en daardoor veel dodelijker zijn en het leven zwaar ontwrichten. • •

-vervolg-

• • •

op onze huid zitten goede bacteriën die samenwerken met ons afweerstelsel. Het nadeel van veelvuldig wassen kan zijn dat die goede bacteriën worden verjaagd). Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog. Gebruik papieren zakdoekjes en gebruik die maar eenmaal. Was je handen na het neus snuiten. Schud geen handen, om contactoverdracht te voorkomen. Schoonmaken/desinfecteren van oppervlakken, gebruik cleanroom technieken. Niet de deeltjes verplaatsen. Het 24/7 ventileren in de nominale of hoogste stand wordt aanbevolen om de zwevende deeltjes in de lucht te verwijderen. Mondkapjes helpen alleen als je ze op de juiste manier gebruikt. Ze moeten heel goed sluiten over neus en mond en je moet ze regelmatig wisselen. Verkeerd gebruik van mondkapjes geeft schijnzekerheid.

Vechten tegen het coronavirus Diverse verdedigingsmechanismen werken nauw samen in het lichaam. Witte bloedlichaampjes, de soldaten, worden alle gevormd vanuit dezelfde stamcellen in het beenmerg, maar ze vallen uiteen in twee categorieën. De aangeboren afweer is op zo’n manier voorgeprogrammeerd, dat die de algemene eigenschappen van een virus of bacterie herkent en aanvalt bij binnendringing in het lichaam. De opgebouwde afweer zal niet meteen reageren als het lichaam voor het eerst wordt aangevallen, maar zal zich de vijand herinneren en die een volgende keer te lijf gaan. Een vaccin werkt door dit gedeelte van de afweer te activeren en ons op die manier dus immuun te maken voor ziekten.

Pas nadat er een vaccin is zullen we weer op ons afweersysteem kunnen rekenen. Tot die tijd zal contamination control ons dagelijks bezighouden.

18

Best practice for contamination control Contamination control is een samenwerking van techniek en gedrag. Hieronder best practices voor het beheersen van contaminaties. • Houd minimaal 1,5 meter afstand. • Blijf zoveel mogelijk thuis om verspreiding te voorkomen. • Groepen groter dan drie personen moeten vermeden worden. • Als je verkoudheidsklachten hebt, blijf dan in zelfquarantaine. • Was je handen 20 seconden met water en zeep, daarna goed drogen (Let op:

Conclusie Het coronavirus dat de COVID-19 ziekte veroorzaakt zal nog langere tijd onder ons zijn. Het is een ziekte waar we mee moeten leren leven en pas nadat er een vaccin is zullen we weer op ons afweersysteem kunnen rekenen. Tot die tijd zal contamination control ons dagelijks bezighouden. 


www.dcrf

info@dcr

0412 4515

Meerstraa Heeswijk-

info@dcrf.nl | 0412 451579 | Meerstraat 22, Heeswijk-Dinther

Meer weten? www.dcrf.nl

DCRF Advertentie 2017 DEF (191 x 126).indd 1

MEETINSTRUMENTATIE

26-06-17 17:35

Bewaking systemen

CPS 6000 en PresSura touch screen systeem voor het bewaken van over­ en onderdruk in ruimten.

Instelbare verschildruk sensoren voor HVAC toepassingen

Applicaties • Operatie ruimten • Patiënten kamers • Cleanrooms • Server ruimten

Features: • Touch screen grafisch kleuren display • Interne en externe Modbus • Individuele alarmen • Eenvoudige installatie & configuratie • Meerdere display’s te combineren • Individuele vertragingstijden in te stellen • Beveiligd met pass­word • Meerdere opnemers via Modbus te koppelen.

6280 verschildruk transmitter • vrij instelbaar bereik • hoge nauwkeurigheid • auto­zero optioneel • analoge uitgangen • Modbus • optioneel display • volt en mA uitgangen

EE­600/610 serie verschildruk opnemers zijn met name ontwikkeld voor HVAC toepassingen. Ideaal voor luchtbehandelingssystemen en filter metingen. Features: •Instelbare meetbereiken •Diverse analoge uitgangen •Zero en Span te justeren •Eenvoudige installatie •Scherp geprijd

www.catec.nl ­ info@catec.nl ­ +31 174 272330 Contamination Control Magazine editie 1-2020

19


MASKERSTESTEN Een meetmethode voor het lokaal testen van de filterkwaliteit van type FFP2 en IIR mondneusmaskers van nieuwe leveranciers.

J. Laurensse A. Vrancken M. Ernest

20


Tijdens de COVID-19 crisis is wereldwijd een extreem hoge vraag ontstaan naar persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Om te kunnen beschikken over voldoende PBM hebben de autoriteiten aanpassingen gedaan in de regelgeving en richtlijnen voor de inzet van PBM gedurende deze crisis.

De kwaliteit van de maskers van nieuwe leveranciers is zonder adequate testmethode onbekend of onzeker.

De belangrijkste aanpassingen voor de inzet van mondneusmaskers zijn: 1. Bij tekorten is er na zorgvuldige afweging ruimte om niet CE-gecertificeerde mondneusmaskers in te zetten [1]. Bepaalde Chinese en Amerikaanse normen voor mondneusmaskers worden door de IGJ als gelijkwaardig gezien aan de Europese norm EN149:2001+A1:2009 [2]; 2. Alleen bij hoog risico handelingen (aerosol vormende handelingen) dient een mondneusmasker van het type FFP 2 gebruikt te worden [3]. Bij alle overige handelingen waarbij de kans op blootstelling aan het COVID-19 virus bestaat wordt gebruik gemaakt van een chirurgisch IIR mondneusmasker. Als gevolg van de tekorten en de versoepeling van de regelgeving rondom de toelating van mondneusmaskers op de Europese markt is sinds begin 2020 een groot aanbod ontstaan van mondneusmaskers van nieuwe leveranciers. De kwaliteit van deze mondneusmaskers is onbekend of onzeker. De deskundigen steriele medische hulpmiddelen en de hygiënisten bij het Catharina Ziekenhuis hadden op dat moment geen adequate methoden ter beschikking om de aangeboden partijen mondneusmaskers te beoordelen. Om de veiligheid van de medewerkers in het ziekenhuis te garanderen is daarom aan het begin van de COVID-19 uitbraak in maart 2020 door het Catharina Ziekenhuis een testmethode opgezet om de kwaliteit van de aangeboden mondneusmaskers te kunnen beoordelen, analoog aan in de luchttechniek gebruikelijke filtertesten, maar toegesneden op de normstelling voor de beoordeling van mondneusmaskers. Het startpunt was een controle van de beschikbare documentatie en certificaten en een visuele inspectie (o.a. aansluiting op het gezicht, integriteit van de naden, opbouw van het filtermateriaal) door de deskundige steriele medische hulpmiddelen. Deze controle geeft echter geen zekerheid over de functionaliteit van het mondneusmasker. Een multidisciplinair team kreeg daarom de vraag een methode op te zetten waarmee een kwantitatieve beoordeling van de filterkwaliteit van mondneusmaskers mogelijk was. Dit artikel beschrijft hoe in korte tijd en met beperkte middelen een robuuste methode is opgezet waarmee de filterkwaliteit van de aangeboden mondneusmaskers in het ziekenhuis bepaald kan worden. Gezien de beperkingen in tijd en middelen

betreft het een methode gebaseerd op verschillende normen met betrekking tot filterefficiëntie en luchtkwaliteit, waarmee een vergelijking gemaakt kan worden tussen CE-gecertificeerde mondneusmaskers en de aangeboden maskers van onbekende kwaliteit. Opstelling De metingen om de filterkwaliteit van de mondneusmaskers te bepalen zijn uitgevoerd in de testopstelling getoond in Figuur 1. Uitgangspunten bij het ontwerp waren (1) het kunnen beoordelen van het totale mondneusmasker, niet slechts een deel van het materiaal; (2) het kunnen meten van de deeltjesbelasting en luchtsnelheid voor en na het mondneusmasker en (3) het luchtvolume onafhankelijk van de te meten luchtmonsters.

Figuur 1A, 1B en 1C

Figuur 1: De testopstelling. (A) De schets die ten grondslag lag aan het uiteindelijke ontwerp. (B) Schematische weergave van de testopstelling, met daarin de afmetingen en de locaties van de deeltjesmeters en de pomp. (C) Foto van de opstelling in de praktijk. Een metalen buis (luchtkanaal, diameter 160 mm, lengte 2.40 m) is in de lengte in tweeën gedeeld. Tussen deze twee delen wordt een plexiglas mal geklemd, waarin het mondneusmasker opgespannen is. De inklemming tussen de mal  Contamination Control Magazine editie 2-2020

21


MASKERS TESTEN -vervolg-

Deeltjesgrootte

0,3 um

0,5um

1um

3um

5um 10um

ISO8 aantal deeltjes/m3

(10.200.000) 3.520.000 83200

2930

Vs:(L)

0,002 0,0057 0,24

0,68

Tijd:(min) 1 1 1 1 1 1 Te samplen 2,8l/min 2,8l/min 2,8l/min (2,8l/min) 2,8l/min (2,8l/min)

Tabel 1: Klasse limieten voor de minimaal vereiste deeltjesbelasting in de testruimte. De limietklasse voor een verpleegkamer is (tamelijk scherp) gesteld op ISO 8 volgens de NENEN-ISO 14644-1:2016 norm. Waarden tussen haakjes zijn geëxtrapoleerd uit de klassentabel genoemd in de NEN-EN-ISO 14644-1:2016 norm. De meetwaarden van 1 minuut komen overeen met de genoemde meettijden in de NEN-EN 149:2001+A1:2009 norm.

Sinds het begin van de metingen zijn ongeveer 100 batches mondneusmaskers getest. De kwaliteit varieert enorm, ongeveer 30% van de leveringen voldoet aan de gestelde eisen.

22

en de buis is lekdicht. Twee deeltjesmeters (Lighthouse type 3016) zijn aangesloten op een pitotbuis en aangebracht in het centrum van het luchtkanaal, aan weerszijden van het mondneusmasker. Op deze manier kan een deeltjesmeting uitgevoerd worden vóór het mondneusmasker (vuile zijde) en na het mondneusmasker (schone zijde) (Figuur 1B en C). De afmetingen van het luchtkanaal en de positie van de deeltjesmeters zijn zo gekozen dat de mondneusmaskers in zijn geheel getest kunnen worden en om de deeltjesmeting op een afstand van vijfmaal de diameter van de buis vanaf de verstoringen (bij de ingang van de buis en na het mondneusmasker) uit te kunnen voeren. Het luchtkanaal is geaard, om het aantrekken van deeltjes door statische elektriciteit in de wand te voorkomen. Met een radiaalblower wordt een flow van 240 L/min opgelegd (gemeten in een opstelling zonder ingeklemd masker). De mondneusmaskers worden belast met deeltjes uit de omgevingslucht, waarbij gemonitord wordt dat de deeltjesbelasting minimaal voldoet aan onderstaande testcondities.

één minuut per sample (NEN-EN-ISO 146441:2016). De druppelgenerator die genoemd wordt in de NEN-EN 149:2001+A1:2009 norm, noch die in de NEN-EN-ISO 146441:2016 norm stond ter beschikking. Daarom is de aanwezige deeltjesverdeling testruimte geëvalueerd en getoetst aan de waarden in

Testcondities deeltjesbelasting De basis voor de testcriteria die bij het Catharina Ziekenhuis gebruikt zijn voor de testen wordt gevormd door de informatie te combineren uit de verschillende van toepassing zijnde normen voor mondneusmaskers, maar ook uit de normen die van toepassing zijn in de cleanroom wereld: • NEN-EN 149:2001+A1:2009 • NEN-EN 14683:2019 • NEN-EN-ISO 14644-1:2016

Metingen Conform de eis in de NEN-EN 149:2001+A1:2009 norm wordt van elk type mondneusmasker tien stuks gemeten, waarbij voor elk masker vijf metingen van één minuut uitgevoerd worden. Voorafgaand aan de metingen horend bij één type mondneusmasker wordt de pomp minimaal één minuut aangezet om de flow te laten stabiliseren. Voor en na een serie maskers wordt een nulmeting uitgevoerd (vijf metingen van één minuut) om te kunnen corrigeren voor het verschil in uitkomst tussen de twee deeltjesmeters. Deze nulmetingen worden uitgevoerd zonder mondneusmasker. Er is gekozen voor het meten van deeltjes met een grootte van 0.3, 0.5 1.0, 3.0 5.0 en 10.0 μm, om aan te sluiten bij de deeltjesgrootte opgelegd in de filtertest uit de NEN-EN 149:2001+A1:2009 norm.

Zoals hierboven uitgelegd was er geen beschikking over de testopstellingen zoals genoemd in de desbetreffende normen. Daarom is uitgeweken naar de principes van een testopstelling zoals die voor filtertesten gebruikt wordt. Om een representatieve meting uit te kunnen voeren, moet daarbij een minimum luchthoeveelheid gesampled en beoordeeld worden, te weten minimaal twee liter per te samplen deeltjesgrootte, of minimaal

Tabel 1. Tabel 1 is samengesteld op basis van onderstaande vergelijking zoals genoemd in de NEN-EN-ISO 14644-1:2016 norm: 20 Vs = 100 Cn,m waarbij: Vs = Minimale sampling volume in liter Cn,m = Klasse limiet voor het grootste te beoordelen deeltje per m3 20 = Minimaal aantal te tellen deeltjes op de limietklasse De limietwaarden van met name de 0,3 μm deeltjes is gehanteerd om een deugdelijke minimum achtergrondbelasting te creëren: minimaal 28000 deeltjes/min, overeenkomend met 10 7 deeltjes/m3.

Data-analyse Om te corrigeren voor het verschil in output


tussen de twee deeltjesmeters wordt per type mondneusmasker en deeltjesgrootte een correctiefactor (CF) bepaald op basis van de nulmeting uitgevoerd voorafgaand aan de meetsessie van dit type masker: CF =

Het kwam meerdere

malen voor dat de

toegezonden samples niet representatief waren voor

gemiddelde van 5 nulmetingen aan de vuile zijde gemiddelde van 5 nulmetingen aan de schone zijde

CF=(gemiddelde van 5 nulmetingen aan de vuile zijde)/(gemiddelde van 5 nulmetingen aan de schone zijde) Met behulp van deze correctiefactor wordt voor elke deeltjesgrootte het percentage deeltjes bepaald dat het masker passeert: % lekkage = CF 

gemiddelde van 5 nulmetingen aan de vuile zijde  100% gemiddelde van 5 nulmetingen aan de schone zijde

% lekkage=CF*(aantal deeltjes schone zijde)/ (aantal deeltjes vuile zijde)*100%

Toetsing Als referentie om te bepalen of een mondneusmasker goed- of afgekeurd wordt, is een batch CE-gecertificeerde A-merk FFP2 en IIR mondneusmaskers geselecteerd. De resultaten van de onbekende mondneusmaskers zijn vergeleken met de referentiemaskers. Na het vaststellen dat de met onze opstelling gemeten resultaten voor de FFP2 referentiemaskers ruim binnen de gestelde waarde uit de NEN-EN 149:2001+A1:2009 norm vielen (maximaal 8% lek voor FFP2 maskers), is daar de eis aan toegevoegd dat alle geteste mondneusmaskers van het FFP2 type maximaal 8% lek mogen vertonen. Chirurgische maskers worden normalerwijze getest volgens de eisen in de NEN-EN 14683:2019 norm. Deze norm schrijft een deeltjesbelasting met een gemiddelde

deeltjesgrootte van 3±0.3 μm voor (range 0.65 – 7 μm), welke niet overeenkomt met de deeltjesgrootte opgelegd in de tests. Het volle meetbereik van de deeltjesmeters is gebruikt om de maskers te kunnen beoordelen, van 0,3 μm tot 10 μm. Het was daarom niet mogelijk om de resultaten van de type IIR mondneusmaskers te vergelijken met de daaraan gestelde eisen uit de NEN-EN 14683:2019 norm. Omdat het percentage lek voor het IIR referentiemasker voor deeltjes in de 0.3 – 10 μm range beneden de norm voor FFP1 mondneusmaskers bleef (maximaal 22% lek), is ervoor gekozen de resultaten van alle type IIR maskers te vergelijken met de FFP1 norm. Resultaten Figuur 3 toont een voorbeeld van een deeltjesmeting aan één van de mondneusmaskers. Figuur 4 toont de resultaten van (A) de metingen aan de FFP2 referentiemaskers (links in de grafiek in Figuur 4A) en metingen aan vijf batches type FFP2 mondneusmaskers en (B) de metingen aan de IIR referentiemaskers (links in de grafiek in Figuur 4B) en metingen aan vijf batches type IIR mondneusmaskers. De getoonde metingen zijn geselecteerd om te dienen als voorbeeld voor de range van meetresultaten die tijdens de tests geobserveerd zijn. Sinds het begin van de metingen zijn ongeveer 100 batches mondneusmaskers getest. Uit de resultaten blijkt dat de kwaliteit van de aangeboden mondneusmaskers enorm varieert, ongeveer 30% van de leveringen voldoet aan de gestelde eisen. Daarnaast valt op dat de kwaliteit van proefsamples niet noodzakelijkerwijs representatief is voor de kwaliteit van de uiteindelijke bestelling. Meerdere malen is een bestelde batch afgekeurd, terwijl de resultaten van de proefsamples goed waren. 

de maskers uit de

bestelling.

Figuur 3: Voorbeeld van een deeltjesmeting: rechts de meter aan de vuile zijde van het mondneusmasker, links aan de schone zijde. Instelling deeltjesmeters: counts/minuut. Contamination Control Magazine editie 2-2020

23


MASKERS TESTEN -vervolg-

Figuur 4: (A) Resultaten van de metingen aan de FFP2 referentiemaskers (links in de grafiek) en metingen aan vijf batches type FFP2 mondneusmaskers (A t/m E). De stippellijn geeft de maximaal acceptabele lek voor FFP2 mondneusmaskers volgens de NEN-EN 149:2001+A1:2009 norm (8%) (B) Resultaten van de metingen aan de IIR referentiemaskers (links in de grafiek) en metingen aan vijf batches type IIR mondneusmaskers (A t/m E). De stippellijn geeft de maximaal acceptabele lek voor FFP1 mondneusmaskers volgens de NEN-EN 149:2001+A1:2009 norm (22%).

Uitgangspunt voor de beoordeling van de onbekende mondneusmaskers is de vergelijking met het FFP2 of IIR referentiemasker, welke wel getest zijn tegen de kwaliteitseisen zoals genoemd in de normen.

24

Discussie Bij het terugblikken op de uitgevoerde metingen, kan gebaseerd op deze ervaringen een aantal conclusies worden getrokken, en ook een aantal aanbevelingen worden gedaan. In dit artikel wordt een eenvoudig te realiseren en robuuste methode gepresenteerd waarmee ziekenhuizen zelfstandig de filterkwaliteit van mondneusmaskers met onbekende oorsprong kunnen beoordelen. We zijn ons er terdege van bewust dat met de gepresenteerde methode mondneusmaskers niet volgens de normen beoordeeld kunnen worden. Daarom worden de resultaten alleen intern in het Catharina Ziekenhuis gehanteerd. Uitgangspunt voor de beoordeling van de onbekende mondneusmaskers is de vergelijking met het FFP2 of IIR referentiemasker, welke wel getest zijn tegen de kwaliteitseisen zoals genoemd in de normen. Hiermee biedt de testmethode de mogelijkheid om de filterkwaliteit van de onbekende mondneusmaskers voorafgaand aan inzet in de zorg kwantitatief te beoordelen. Dit om onze collegaâ&#x20AC;&#x2122;s echte veiligheid te kunnen bieden, en geen schijnveiligheid. Naast het feit dat het uitvoeren van de tests aan de mondneusmaskers veel extra werk

opgeleverd heeft, blijkt ook veel van dit werk veroorzaakt door het feit dat algemeen gehanteerde kwaliteitseisen en labels van goedkeurinstanties in de wereld kennelijk toch anders door verschillende partijen geĂŻnterpreteerd worden. Een CE stempel op producten wil niet altijd zeggen dat de daarbij behorende kwaliteit gewaarborgd is. Van de circa 100 aangeboden partijen mondneusmaskers, vergezeld van kwaliteitsdocumenten (sommige zelfs met CE stempel) is door middel van de hierboven beschreven metingen en analyses circa 70 % afgekeurd. Daarnaast is het meerdere malen voorgekomen dat een eerst aangeboden sample van tien stuks veelbelovend uit de testen kwam, maar de vervolgens geleverde hoofdzending (welke opnieuw getest is) echter in generlei wijze bleek te voldoen aan de gestelde eisen. Het heeft ons verbaasd dat er voor de verschillende soorten mondneusmaskers zoveel verschillende eisen gesteld worden, waarbij verschillende testmethoden met andere test-media toegepast dienen te worden. Dit, terwijl de beoordeling voor alle soorten maskers, naast functionele tests


Dit artikel is gebaseerd op aangepaste testen en resultaten met o.a. een grotere steekproef dan in de eerste testen.

zoals een fittest, rust op beoordeling van de filterende werking. Waarom niet alle soorten mondneusmaskers op dezelfde wijze en met dezelfde criteria beoordelen? Daarbij toevoegend: aan maskers met als toepassing een virale en/of bacteriële afscherming zouden dan extra criteria toegevoegd kunnen worden. Het is ook de vraag, of de nu vereiste testapparatuur en testwijzen allemaal noodzakelijk zijn, als de filterkwaliteit met een eenvoudige test zoals hierboven omschreven ook te classificeren is. Daarbij willen we niet stellen, dat dit de testmethodiek zou moeten zijn. Gebaseerd op de ervaringen bestaat de mogelijkheid dat een uniforme beoordelingsmethodiek tot stand kan komen, die wellicht wat eenvoudiger uit te voeren is dan de huidige methodieken. Een tweede punt dat ons verbaasd heeft in de diverse normen, is het gebrek aan statistische onderbouwing. Alleen de NENEN 149:2001+A1:2009 spreekt (bij een aantal, niet alle) tests over een minimum aantal samples van tien stuks. Daarbij wordt echter geen batch- of lotgrootte genoemd. Het is dus maar de vraag in hoeverre dit een representatieve steekproef is. Als we dan verder zien, dat er voor bepaalde specifieke tests maar drie samples gevraagd worden, stellen we hier echt vraagtekens bij. Bij de hierboven beschreven metingen is meerdere malen geconstateerd, dat vier of vijf van de tien samples een heel ander gedrag vertoonden dan de rest van het sample. In de productiewereld, met name ook de farmacie, wordt de samplegrootte en het aantal te nemen steekproeven altijd in verhouding met de batch- of lotgrootte gedaan. Die steekproeven worden bij elke batch gedaan. Het lijkt ons dan ook goed om de normen met betrekking tot mondneusmaskers eens goed onder de loep te nemen, en deze opnieuw op te zetten, niet alleen gebaseerd op onze

bevindingen, maar ook op de bevindingen van andere partijen, die naar wij vernemen soortgelijke ervaringen hebben opgedaan. Graag willen wij alle collega’s bedanken die bij het tot stand komen van alle resultaten een bijdrage geleverd hebben. Naschrift In the International Journal of Hospital Infection is een artikel geplaatst over hetzelfde onderwerp, echter gebaseerd op de eerste paar weken ervaring met deze testopstelling. Na publicatie van dat artikel zijn we enigszins anders gaan testen, gebaseerd op de eerste ervaringen. O.m. is de steekproefgrootte vergroot naar minimaal 10 samples. Het artikel in C2MGZN is gebaseerd op deze gewijzigde testmethode, en de ervaringen daarmee. De enige overeenkomst met het eerder gepubliceerde artikel, is dat ze beide gebaseerd zijn op dezelfde testopstelling. De originele schets daarvan is te zien in het artikel in C2MGZN.  BRONNEN: 1.

https://www.igj.nl/actueel/nieuws /2020/03/11/coronavirus-wat-bij-eentekort-aan-medische-hulpmiddelen

2.

https://www.igj.nl/actueel/nieuws /2020/03/23/mondneusmaskers-uitchina-en-vs-gelijkwaardig-aan-europese

3.

Factsheet Rijksoverheid ‘Wanneer is welk persoonlijk beschermingsmiddel nodig in de zorg?’ Versie 8 mei 2020, te downloaden via https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ publicaties/2020/04/11/factsheetverdeling-pbm

4.

NEN-EN 149:2001+A1:2009

5.

NEN-EN 14683:2019

6.

NEN-EN-ISO 14644-1:2016

25


EMBALLAGE&RUIMTEVAART Onderzoek naar de verontreiniging van gevoelige oppervlakken door verpakkingsmateriaal in de ruimtevaart. In dit nummer DEEL 2: de resultaten en de conclusies. DEEL 1: het onderzoek, kunt u teruglezen in het maart nummer. Delphine Faye, David Cheung

26


Een hoge mate van reinheid bij het

verpakken van gevoelige onderdelen

is van groot belang.

De aanwezigheid van verontreinigende stoffen, organische resten of deeltjes kan zeer schadelijk zijn voor onderdelen bestemd voor de ruimtevaart, zoals optische instrumenten, mechanismen, detectoren, printplaten of thermische regeloppervlakken, en de normale werking hiervan verstoren. Meestal kunnen deze onderdelen niet worden gereinigd. Het is daarom van essentieel belang dat zulke onderdelen gedurende de volledige integratieketen van elk satellietsubsysteem beschermd worden, en met name tijdens de kritieke fase van langdurige blootstelling in cleanrooms, transport en opslag buiten een gecontroleerde omgeving, die tot zeven jaar kan duren.

6. RESULTATEN 6.1.Resultaten van de deeltjesverontreinigingstests a) Resultaten van de op deeltjesverontreiniging geteste verpakkingsmonsters Voor alle verpakkingen die in dit onderzoek zijn getest zijn ten minste drie monsters getest, zowel vóór blootstelling (controlemonster) als na blootstelling (blootgesteld monster), om zo de gemiddelde deeltjesverontreiniging vast te stellen. Op basis van alle resultaten is een trend te herkennen in de gemeten deeltjesverontreiniging en zelfs een rangschikking maken van de geteste verpakkingen op basis van reinheid, zowel voor de controlemonsters (zie figuur 5, op de volgende pagina) als voor de verpakkingen die zijn blootgesteld aan de substraten (zie figuur 6, op de volgende pagina). b) Resultaten van de blootstellingstests met siliciumdioxide-substraten De resultaten van de blootstellingstests op de siliciumdioxide-substraten in verschillende verpakkingen zijn berekend op basis van het gemiddelde verschil in verduisteringssnelheid (stijging in ppm) tussen de waarden die zijn gemeten op de blootgestelde substraten en de controlewaarden (zie figuur 7, op de volgende pagina). Hoewel deze waarden relatief laag bleven in vergelijking met de op de verpakking gemeten deeltjesverontreiniging, werd een vrij gelijkaardige trend zichtbaar wat betreft de drie meest verontreinigende verpakkingen: EAE, LDPE en membraandoos. c) Resultaten van de blootstellingstests op silicium-substraten Net zoals voor de siliciumdioxide-substraten, zijn de resultaten van de blootstellingstests op de silicium-substraten in verschillende verpakkingen berekend op basis van het gemiddelde verschil in verduisteringssnelheid (stijging in ppm) tussen de waarden die zijn gemeten op de blootgestelde substraten en de controlewaarden (zie figuur 8 op de volgende pagina). Bij silicium-wafers lijkt de trend in de rangorde enigszins af te wijken. Er was echter slechts één monster per verpakkingstype getest.

6.2. Resultaten van de moleculaire contaminatietests a) Resultaten van de testen van de verpakkingsmonsters op moleculaire oppervlakteverontreiniging. De moleculaire oppervlakteverontreiniging van de verpakkingen werd getest door de monsters uit te logen met een oplosmiddel (methanol). Alle verkregen resultaten zijn weergegeven in figuur 9. Op basis van deze resultaten kunnen de geteste monsters in drie categorieën worden ingedeeld: •

• •

ULO-poly, HDPE, JPL-folie, poly-alu en blister -> weinig verontreinigende verpakking; EAE, LDPE, roze poly en wafer-doos -> matig verontreinigende verpakking; Membraandoos -> sterk verontreinigende verpakking.

Het is duidelijk dat de hoogste concentratie oppervlakteverontreiniging werd gevonden op de membraandoos (voornamelijk bestaande uit ftalaatverbindingen, maar ook significante concentraties van andere relatief zware verbindingen), wat logischerwijs toe te schrijven is aan de samenstelling van de membranen. b) Resultaten van de testen van de verpakkingsmonsters op ontgassing. De vluchtige moleculaire verontreiniging van de verpakkingen werd getest door uitgesneden monsters te ontgassen in een microkamer, waarin verwarming en een gasstroom werden gecombineerd. Bij deze toetsingsmethode werden lagere concentraties (ongeveer een orde van grootte lager) waargenomen in vergelijking met de waarden die door uitloging werden verkregen. Alle resultaten zijn weergegeven in figuur 10, en op basis hiervan kunnen de geteste monsters in twee categorieën worden ingedeeld: •

blisterverpakking, poly-alu, JPL-folie en wafer-doos -> weinig vervuilende verpakking; HDPE, ULO-poly, membraandoos, EAE, LDPE en pink poly -> matig vervuilende verpakking. 

Contamination Control Magazine editie 2-2020

27


EMBALLAGE&

RUIMTE VAART -vervolg-

28

Figuur 5: Deeltjesverontreining op controleverpakkingsmonsters

Figuur 9: Resultaten van de moleculaire oppervlakteverontreiniging na het ontlogen van de verpakkingsmonsters

Figuur 6: Deeltjesverontreiniging op blootgestelde verpakkingsmonsters

Figuur 10: Resultaten van de vluchtige moleculaire verontreiniging na ontgassing van de verschillende verpakkingsmonsters

Figuur 7: Toegenomen deeltjesverontreiniging op siliciumdioxide-substraten, na blootstelling in de verschillende verpakkingsmonsters

Figuur 11: Resultaten vluchtige moleculaire verontreiniging door de ontgassing van substraten die zijn blootgesteld aan verhitting in de verschillende verpakkingsmonsters

Figuur 8: Toegenomen deeltjesverontreiniging op silicium-substraten, na blootstelling in de verschillende verpakkingsmonsters

Figuur 12: Resultaten vluchtige moleculaire verontreiniging door de ontgassing van substraten die gedurende twee maanden zijn blootgesteld in de verschillende verpakkingsmonsters


c) Resultaten van de blootstellingstests door verhitting met siliciumdioxide-substraten. Figuur 11 laat de resultaten zien van de blootstelling van siliciumdioxide-substraten in verschillende verpakkingen aan 60°C, gedurende twee dagen. Alleen bij de verpakking van EAE, de membraandoos en de wafer-doos werden detecteerbare verbindingen op de blootgestelde substraten gevonden, waardoor kan worden gezegd dat deze drie verpakkingen als het meest verontreinigend kunnen worden beschouwd. d) Resultaten van de langetermijnblootstellingstests van germanium- en silicium-substraten. Voor dit lange-termijnblootstellingsexperiment zijn een reeks tests uitgevoerd op de drie doostypen, met een germanium-substraat, en een reeks tests op drie geselecteerde verpakkingen (pink-poly-zakje, JPL-folie en ULO-poly-zakje) met een silicium-substraat. De substraten zijn in de verschillende verpakkingen gedurende twee maanden blootgesteld op kamertemperatuur. Alle resultaten zijn weergegeven in figuur 12. Alleen in de membraandoos en wafer-doos konden verontreinigende stoffen worden gevonden op de substraten na twee maanden blootstelling. 7. CONCLUSIES Dit onderzoek benadrukt het belang van het gebruik van verpakkingen met een hoge mate van reinheid bij het verpakken van gevoelige onderdelen. Het is daarnaast ook belangrijk om ervoor te zorgen dat de gebruikte verpakking de integriteit van de apparatuur garandeert en met name dat de verpakking de apparatuur op geen enkele wijze aan verontreiniging blootstelt tijdens transport en opslag. Voor de tests werden drie soorten substraten gebruikt: siliciumdioxide, germanium en silicium. Deze substraten zijn representatief voor de gangbare gevoelige materialen die gebruikt worden in ruimtevaartapparatuur en lenen zich daarnaast goed voor de bestrijding van verontreiniging. Er zijn daarnaast ook een reeks relevante verpakkingsmaterialen geselecteerd (zakjes, folies en doosjes) om in dit onderzoek te evalueren. Zo zijn er verpakkingsmaterialen die: •

gewoonlijk worden gebruikt voor ruimtevaartonderdelen: pink poly, polyalu, JPL- folie, membraandoosjes; bij voorkeur worden gebruikt in de micro-elektronica of de medische

sector: LDPE, HDPE, EAE, waferdoosjes, blisterverpakkingen; en daarnaast twee ULO (Ultra-LaagOntgassende) verpakkingen: ULOpoly en ULO-nylon, waarvan wordt verondersteld dat zij tot weinig moleculaire verontreiniging leiden.

Er is een methodologie ontwikkeld om de substraten in geselecteerde verpakkingen bloot te stellen en om de verontreinigingsniveas van de verpakkingen en substraten voor en na blootstelling te meten. Afhankelijk van het type verontreiniging zijn de conditioneringsmodi voor de substraten gedefinieerd om zo de maximale afgifte van verontreinigende stoffen te garanderen. Tegelijkertijd zijn er methoden ontwikkeld voor het controleren van deeltjesen moleculaire verontreiniging. Met betrekking tot moleculaire verontreiniging zijn de verschillende verpakkingen en de blootgestelde substraten voor en na blootstelling geëvalueerd. Op basis van de cumulatieve deeltjesverontreiniging na elk experiment kunnen de geteste verpakkingen gerangschikt worden. De verpakkingen kunnen in drie categorieën worden opgedeeld (van zeer rein tot minder rein) wat betreft deeltjesverontreiniging: 1. weinig verontreinigende verpakkingen: HDPE < JPL-folie < ULO-poly; 2. matig verontreinigende verpakkingen: ULO-nylon < blisterverpakking < poly-alu < pink poly < wafer-doos; 3. sterk verontreinigende verpakkingen: membraandoos < LDPE < EAE. Met betrekking tot moleculaire verontreiniging zijn de verschillende verpakkingen voor en na blootstelling geëvalueerd. Op basis van de cumulatieve moleculaire verontreiniging na elk experiment kan een soortgelijke rangschikking worden voorgesteld. Zo kunnen de verpakkingen weer in de categorïeen opgedeeld worden (van zeer rein tot minder rein), wat betreft moleculaire verontreiniging:

Zo kan er worden geconcludeerd dat drie typen verpakkingszakjes het best presteren op reinheid. Dit zijn: HDPE, JPL-folie en ULO-poly, die tot de laagste totale niveaus van verontreiniging leiden. Anderzijds zijn de verpakkingen van pink poly, LDPE en EAE het minst gunstig, aangezien zij tot relatief veel verontreiniging leiden. Van de doosjes presteert de blisterverpakking het best, aangezien deze tot het laagste totale verontreinigingsniveau leidt. Waferdoosjes bevinden zich hier tussenin, terwijl membraandoosjes het meest nadelig zijn voor reinheid, vooral bij moleculaire verontreiniging. Bovendien bleek uit een langdurig blootstellingsexperiment van twee maanden dat de volgende verpakkingstypes weinig of geen overdracht van moleculaire verontreiniging op de blootgestelde substraten veroorzaakten: ULO-poly, JPL-folie, pink poly, blisterverpakkingen, wafer-doosjes. Membraandoosjes, daarentegen, vertoonden een significante overdracht van moleculaire verontreiniging. Op basis van deze resultaten kunnen wij enkele aanbevelingen doen met betrekking tot het gebruik van verpakkingen voor de meest kritische onderdelen. Verpakkingen van HDPE, JPL-folie en ULO-poly zijn het meest gunstig om de hoogste mate van reinheid te garanderen bij de opslag of het transport van gevoelige materialen. Hetzelfde geldt voor blisterverpakkingen, die het meest gunstige doostype blijken te zijn.  BRONNEN: 1.

Elena L., Contamination of sensitive components by packaging materials, CNES internship report, 2015

2.

Lin S., Graves S., Comparing the molecular contamination contribution of clean packaging films, MICRO, Vol. 16, Nr. 9, pp. 95-106, 1998

3.

Lockheed Martin, General requirements and commercial packaging, P-40, Versie 6, 2012

1. weinig verontreinigende verpakkingen: HDPE < JPL-folie < ULO-poly < poly-alu < blisterverpakking; 2. matig verontreinigende verpakkingen: EAE < LDPE < wafer-doos < pink poly; 3. sterk vervuilende verpakkingen: membraandoos.

Contamination Control Magazine editie 2-2020

29


CURSUSUITGELICHT CLEANROOM TECHNIEK CURSUS Na positief afronden van de cursus kun je een procesanalyse maken, nodig voor het bepalen van de benodigde ruimten, classificatie en indeling.

30


De Cleanroom Techniek Cursus leert je een compleet ‘Programma van Eisen’ op te stellen voor een cleanroom. Je leert daarbij een goede afweging te maken van alle belangrijke facetten bij het opzetten van een cleanroom. Je dient na het afronden van de cursus een procesanalyse te kunnen maken, nodig voor het bepalen van de benodigde ruimten, classificatie en indeling. Het unieke van de VCCN Cleanroom Techniek Cursus is dat deze aan alle genoemde doelgroepen tegelijk wordt gegeven. Dit betekent dat men tijdens de cursus al kennis kan maken met de verschillende partijen, die ook bij de realisatie van een cleanroom project aan bod komen.

Leer welke facetten een belangrijke rol spelen bij het opzetten van een cleanroom.

Algemene informatie • Nederlandstalig • Geen specifieke vooropleiding gevraagd • Les van zeer ervaren docenten op het terrein van beheer, opzet, technische installaties en bouwkundige zaken • 2 aaneensluitende lesdagen, exclusief hotelovernachting • Locatie: VCCN, Woerden Doelgroepen Opdrachtgevers van cleanrooms, projectleiders technische adviesbureaus, projectleiders installatiebedrijven en leveranciers. De Cleanroom Techniek Cursus is bedoeld voor iedereen die een cleanroom gaat opzetten. Van ontwerper of bouwer tot toekomstig gebruiker. Technici en leidinggevenden Technici en leidinggevenden werkzaam bij opdrachtgevers leren beter te formuleren wat voor een toekomstige cleanroom van belang is. Een betere afweging tussen de verschillende aspecten en opties kan leiden

tot een economisch aantrekkelijker cleanroom. Cleanroomontwerpers Voor diegene die voor een opdrachtgever een cleanroom ontwerpen stelt deze cursus vooral de aspecten aan de orde die in regulaire bouwprojecten niet of minder van belang zijn. De verkregen cleanroomkennis leidt tot ontwerpen, die beter passen bij de wensen van de klant. Cleanroombouwers Voor cleanroombouwers is vooral de bijzondere aandacht die de keuze van materialen, componenten en bouwwijze voor de realisatie van een cleanroom vragen van belang. Het kunnen maken van de optimale keuzes in de realisatie van een cleanroom is in het voordeel van alle betrokkenen. Meer informatie Voor meer informatie over deze of andere VCCN cursussen bel 088 401 06 50 of mail naar cursus@vccn.nl.

Contamination Control Magazine editie 2-2020

31


SEPTEMBER

CLEANROOM GEDRAG CURSUS GMP Leiden Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom.

24 SEPT 25 SEPT

CLEANROOM TECHIEK CURSUS Woerden Doelstelling: kennis over alle facetten die een rol spelen bij de realisatie van een cleanroom. Van programma van eisen tot ingebruikname.

06

CLEANROOM SCHOONMAAK CURSUS Woerden Doelstelling: je bent in staat te beoordelen of een product te reinigen is en of er verbetermogelijkheden zijn.

20 22 28 OKTOBER

CLEANROOM BEHAVIOUR COURSE GMP (Engelstalig) Leiden Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom.

OKTOBER

CLEANROOM GEDRAG CURSUS GMP Eindhoven Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom.

OKTOBER

CLEANROOM CONTAMINATION CONTROL Woerden Doelstelling: je doet kennis op over meettechnieken, cleanrooms, stof op oppervlakken en reiniging om contaminatie efficient tegen te gaan.

11 NOV 18 NOV 19 NOV

CLEANROOM TESTEN EN CERTIFICEREN Woerden Belangstellenden 1,5 dag: 11, en 18 november Associate 2 dagen: 11, en 18 november Professional: 11, 18 en 19 november

OKTOBER

08

DECEMBER

09

DECEMBER

NATIONAAL SYMPOSIUM CONTAMINATION CONTROL Het Nationaal Symposium Contamination Control is door COVID-19 verschoven van het voorjaar naar het najaar van 2020. Dit betekent dat de Nationale Cleanroomdag komt te vervallen.

C

2

MGZN

COVID-19 Vragen vanuit de ziekenhuizen en de antwoorden daarop BEST PRACTICE Wat kunt u zelf doen om besmetting te voorkomen? MONDNEUSMASKERS Veel producten van nieuwe leveranciers voldoen niet

WE SHARE THE KNOWLEDGE Vereniging Contamination Control Nederland

Jaargang 32 editie 2-2019 een uitgave van VCCN Vereniging Contamination Control Nederland REDACTIE Philip van Beek , Arthur Lettinga, Veerle van Gent en Paul van Rij REDACTIE COÖRDINATIE Verenigingsbureau VCCN Korenmolenlaan 4 3447 GG Woerden T 088-401 06 50 v.vangent@vccn.nl ADVERTENTIEVERKOOP Bel voor de tarieven naar 088-401 06 50 of bezoek www. vccn.nl

CLEANROOM GEDRAG CURSUS GMP Amersfoort Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom.

LIDMAATSCHAP Persoonlijk lidmaatschap € 50.- per jaar (incl. btw) Bedrijfslidmaatschap € 225.- per jaar (excl. btw)

CLEANROOM REINIGING CURSUS (CRC) Woerden Doelstelling: Na het volgen van de cursus kun je een reinigingsprogramma op maat te maken en metingen uitvoeren en beoordelen.

VORMGEVING Bareminded www.bareminded.nl

(data en locaties onder voorbehoud) Bezoek voor meer informatie www.vccn.nl 28 32

04

NOVEMBER

CONTAMINATION CONTROL MAGAZINE | UITGAVE VAN VCCN | JAARGANG 33 | EDITIE 2-2020

02 24

COLOFON CONGRES

AGENDA CURSUSSEN

SEPTEMBER

OPFRIS CLEANROOM GEDRAG CURSUS GMP Woerden Doelstelling: het vergroten van het bewustzijn van medewerkers over hun invloed op de luchtkwaliteit in de cleanroom.

FOTOVERANTWOORDING Archief VCCN

VERANTWOORDING De realisatie van C2MGZN is zorgvuldig voorbereid, gepland en uitgevoerd. Desondanks kan VCCN geen verantwoordelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuistheden. COPYRIGHTS Behoudens uitzondering door de Wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende(n) op het auteursrecht niets uit deze uitgave verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, microfilm, of in enige digitale, elektronische of optische of andere vorm, hetgeen ook van toepassing is op de gehele of gedeeltelijke bewerking.


MAAK KENNIS M ONTWIKKELIN ET DE LAATSTE GEN & BEZOE K DE

BEDRIJVENM

ARKT

NATIONAAL SYMPOSIUM CONTAMINATION CONTROL WOENSDAG 4 NOVEMBER ‘T SPANT BUSSUM

Programma

Het symposium kent een dagvullend programma. Daarnaast is er de mogelijkheid tot het deelnemen aan of bezoeken van de vakbeurs. Het programma wordt vlak na de zomer ‘20 bekend gemaakt. Vanaf dat moment is het mogelijk om je te inschrijven als symposium deelnemer.

Deelname

Op de vakbeurs biedt VCCN standruimte aan van 3 x 2m, voorzien van een tafel, 2 stoelen en een stroompunt. Een standruimte is inclusief deelname van 2 personen als standbemanning. Door de grote belangstelling, hebben VCCN bedrijfsleden t/m 10 oktober 2020 voorrang op deelname aan deze vakbeurs. Aanmelden voor de vakbeurs is al mogelijk via de website.

WE SHARE THE KNOWLEDGE 33


SCHRIJF JE

IN

WORD LIDEN ! Een persoonlijk- of bedrijfslidmaatschap van VCCN is een absolute ‘must’ voor wie zich beroepsmatig bezighoudt met contamination control. Het lidmaatschap vormt een belangrijke toegevoegde waarde binnen jouw vakgebied.

DE VOORDELEN VAN VCCN

LIDMAATSCHAP • • • • • •

Beschik over een platform van kennis en ervaring Ontvang 4x per jaar C2MGZN (het magazine van VCCN) Ontvang informatie over VCCN activiteiten Neem deel aan symposia en excursies tegen gereduceerd tarief Breid je netwerk uit Maak deel uit van een landelijke organisatie met internationale contacten Neem deel aan de beleidsvorming van de vereniging Participeer in innovaties binnen het vakgebied Ontvang 4x per paar CACR digitaal (Clean Air and Containment Review)

• • •

Meer informatie en inschrijven op: https://www.vccn.nl/word-lid

WE SHARE THE KNOWLEDGE

De enige leverancier van totaaloplossingen voor Contaminatie Monitoring

D

A

T A

M A N A G E M E

N

T

Contamination Monitors

STERILITY ASSURANCE

Services

Environmental Monitoring Systems

Voor meer informatie contacteer: pmeasuring.com T: +32 10 23 71 56 E: pmsbenelux@pmeasuring.com

Training and Education

D

34

A

T

A

M M A N A G E

E

N

T


Continuous Clean

Kiezen voor de herbruikbare artikelen van CWS, is kiezen voor continuïteit in je cleanroom én in je productie. Door intensief klantcontact en het monitoren van het actuele artikelbestand, zorgen wij dat je productie altijd gewaarborgd is. Ook nu artikelen voor eenmalig gebruik – zoals mondmaskers en overalls – schaars worden door het coronavirus, bieden herbruikbare artikelen uitkomst. CWS Cleanrooms kan je voorzien van een breed spectrum wasbare en (niet-)steriele cleanroomartikelen. Dit combineren we natuurlijk met onze betrouwbare totaaldienstverlening.

Kies ook voor continuïteit, verminder wegwerpafval en vraag je duurzame oplossing aan via cleanrooms.nl@cws.com

CWS.COM


DUO-JET ZO FLEXIBEL ALS EEN VARIO-FLOW, ZO VEILIG ALS EEN DOWNFLOW-BOOTH

Bescherming niveau 2 Efficiënt energieverbruik Optimale bewegingsvrijheid Product- persoonsbescherming

Ga voor meer informatie naar www.denios.nl of bel ons NL: +31 172 - 50 64 66 | BE: +32 3 - 312 00 87

Profile for VCCN

C2MGZN juni 2020  

C2MGZN is het kwartaalmagazine van VCCN. VCCN (Vereniging Contamination Control Nederland) is een professioneel platform vóór en dóór vakmen...

C2MGZN juni 2020  

C2MGZN is het kwartaalmagazine van VCCN. VCCN (Vereniging Contamination Control Nederland) is een professioneel platform vóór en dóór vakmen...

Profile for vccn