SPUI 51 -

Page 1

UvA ALUMNI MAGAZINE 02 / 2019

51

P 16

GLOBAL HEALTH

DE NALATENSCHAP VAN JOEP LANGE: HET AIGHD BESTAAT TIEN JAAR

P 04 MAUS

VERBEELDING HOLOCAUST IN UNIEK STRIPBOEK

P 25

UVA ZET I N OP ARTI FICI ËLE I NTELLIGENTI E

BENOEMING VIER UNIVERSITEITSHOOGLERAREN MARKEERT GROOTSCHALIGE INVESTERING

P 12

FEMINISERING GENEESKUNDE

‘MEISJES GEEN HAAR SLECHTER, MAAR OOK NIET BETER DAN JONGENS’

P 08


02 INHOUD

P 07 UVA IN BEWEGING UvA gaat lerarentekort tegen met maatwerkprogramma

colofon

‘Aan de Slag voor de Klas’.

P 08 UVA-GESCHIEDENIS ‘ Bij de studie Geneeskunde lopen al jaren meer vrouwen rond

Uitgever Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA

dan mannen. Eind negentiende eeuw was dat volstrekt anders. Wegbereiders als Catherina van Tussenbroek en Hector Treub veranderden de cultuur van binnenuit.

Hoofdredacteur Albert Goutbeek Eindredacteur Shirley Haasnoot

P 10 STUDIE Ze zijn van verschillende generaties maar werden beiden gegrepen

Redactie Laura Erdtsieck, Daan Meijer, Carolyn Wever Ontwerp en beeldredactie Mattmo Creative bv Fotografie/illustraties Bob Bronshoff, Christina Chouchena, Dirk Gillissen, Kees Hummel, iStock, Monique Kooijmans, Mattmo, Eduard Lampe, Robin de Puy, Jeroen Oerlemans, Ineke Oostveen, Druk PrintRegie / Drukkerij Roelofs Aan dit nummer werkten verder mee: Nadine Böke, Ben Haveman, Marchien den Hertog, Alyshia Higgins, Marleen Hoebe, Mireille Moses-Kompier, Nina Polak, Marion Rhoen, Michiel Röling, Robin van Wechem, Vincent Weggemans Reacties: SPUI, Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA, Postbus 94325, 1090 GH Amsterdam. SPUI @uva.nl ISSN 667-939X De redactie heeft ernaar gestreefd de rechthebbenden van de foto’s te achterhalen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA. SPUI is een magazine voor, door en over alumni en vrienden van de Universiteit van Amsterdam. SPUI verschijnt twee keer per jaar in druk in een oplage van 100.000 exemplaren en wordt toegestuurd aan alle UvA-alumni (van wie het adres bekend is). Daarnaast wordt maandelijks een mailing verstuurd aan alumni. alumni.uva.nl

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

Maurits Kruithof en Michaëla Ulrici VOORUITKIJKEN Tegen het einde van het jaar is de verleiding groot om terug te blikken. En dat terwijl het zeker zo spannend en interessant is om vooruit te kijken. Tal van vraagstukken dringen zich aan ons op, op persoonlijk, lokaal, nationaal en mondiaal niveau. Hoe pakken we die aan? En wat is daarbij de bijdrage van de wetenschap? In dit nummer van SPUI magazine leest u over Artificiële Intelligentie (AI), een veelvormig en uitdagend onderzoeksdomein waarbinnen de ontwikkelingen razendsnel gaan en dat een steeds grotere impact heeft op ons leven. Wil Nederland meespelen in de voorhoede, dan is forse inzet nodig. De UvA neemt daarin het voortouw met de aanstelling van vier universiteitshoogleraren op AI-gebied en een speciale AI-hotspot op het Amsterdam Science Park. Een heel andere uitdaging is de wereldvoedselvoorziening. Onder leiding van UvA-wetenschappers wordt gewerkt aan beter inzicht in de interactie tussen de wortels van voedselgewassen en allerlei microorganismen, om tot een meer duurzame voedselproductie te komen. En weer een ander initiatief is het interdisciplinaire instituut AIGHD, waar wetenschappers werken aan het thema Global Health en zo het levenswerk voortzetten van oprichter Joep Lange. Dat zijn grote onderwerpen. Ook op kleine schaal wordt veel gedaan, door wetenschappers en door alumni van de UvA. Tijdens de ledendag van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging (AUV) op 2 november presenteerden acht genomineerden voor de AUV-alumnusprijs hun maatschappelijke initiatief. Uiteindelijk gingen de prijzen naar projecten voor onderwijs in Honduras, bamboe in Ghana en fietsen in Zimbabwe. Het is mooi om te zien hoe individuele alumni bijdragen aan de wereld van morgen. Op dezelfde AUV-dag werd de tussenstand bekendgemaakt van de speciale actie van de jubilerende AUV (130 jaar!). Bij deze actie wordt geld opgehaald voor twee projecten van het Amsterdams Universiteitsfonds: het Fonds Studie Zonder Grenzen, voor studenten en onderzoekers die met een vluchtelingenstatus in Nederland verblijven, en het onderzoek naar een afschrift van Julius Caesars De Bello Gallico, het oudste manuscript in Amsterdam. De actie loopt nog: als u wilt bijdragen, heel graag – kijk dan op alumni.uva.nl/auv/130-jaar-auv. Bijdragen kan op kleine en op grotere schaal. Omdat steeds meer mensen overwegen om iets door te geven voor onderwijs en onderzoek, ook wanneer zij er zelf niet meer zijn, heeft het universiteitsfonds een brochure gemaakt over nalaten. Verderop in dit nummer leest u erover. Bovendien kunnen alumni op tal van andere manieren bijdragen, bijvoorbeeld door hun kennis, netwerk en tijd beschikbaar te stellen. Als alumnivereniging en universiteitsfonds zoeken wij voortdurend naar nieuwe manieren om mensen bij het academische netwerk te betrekken, bij elkaar te brengen en om elkaar vooruit te helpen. We spreken daarover met betrokkenen in en om de universiteit. Omdat we graag vooruitkijken. Heeft u ideeën, suggesties of wilt u zelf plaatsnemen in het AUV-bestuur, laat ons het graag weten! We wensen u alvast prettige feestdagen en een goed begin van 2020.

Maurits Kruithof is voorzitter van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging. Michaëla Ulrici is voorzitter van het Amsterdams Universiteitsfonds.

door Max Havelaar van Multatuli. ‘Rechtvaardigheid, racisme, Nederlandse bekrompenheid: het is allemaal reuze actueel.’ Elsbeth Etty is nu voorzitter van het Multatulihuis, Nelson Addo is er vrijwilliger.

P 15 PENSIOEN Zijn eerste liefde was de zuivere wiskunde. Daarna bewandelde hij vele paden, als wetenschapper, bestuurder en meest invloedrijke Nederlander. Ondanks alle omzwervingen keerde hij telkens terug naar de UvA, waar Alexander Rinnooy Kan onlangs toch echt afscheid nam. ‘Een plek als de universiteit laat de mens zien op zijn allerbest en alleraardigst.’

P 20 WETENSCHAP Kort nieuws. Positief effect latere schoolselectie. Bosatlas van de duurzaamheid. Mondgezondheid en diabetes.

P 22 PERSONALIA P 23 OVERLEDENEN

P 24 IN MEMORIAM Hij had graag notaris willen worden in een kleine stad maar raakte

verzeild in een notariskantoor op de Amsterdamse Keizersgracht. Daar ontwikkelde Hans Borren zich tot ‘de leukste notaris die er was’. Je zag hem moeilijk over het hoofd, met zijn lengte, die respect afdwong. ‘Wanneer vechtersbazen van een ander dispuut te lastig werden, legde Hans ze heel rustig op de grond.’

P 25 PRikROEFSCHRIFT Spanjers promoveerde op Maus, een uniek stripboek waarin de

Tweede Wereldoorlog op een verrassende manier wordt verbeeld. ‘Maus zette de strip in een klap op de kaart als academisch onderwerp.’

AUV-DAG P 26 Foto-impressie van de AUV-dag 2019.

P 27 AUV & VARIA Project educate. winnaar AUV-alumnusprijs. Lustrumactie

levert geld op voor projecten universiteitsfonds. Nieuwe rubriek: contactadvertenties.

P 29 AMSTERDAMS UNIVERSITEITSFONDS Het Allard Pierson beheert unieke en kwetsbare stukken, zoals een

handschrift van Ceasars De Bello Gallico. ‘Het is bijna twaalf eeuwen oud en heeft zichtbaar geleden.’

SCHATKAMER VAN DE UVA P 30 Bes: tentoonstelling over Egyptisch feestbeest.

P 31 UVA-SCHRIJVER Nina Polak blikt terug op haar studietijd. ‘Ik denk dat het iets te

maken had met dat typische vacuüm waar je als student in belandt, het gevoel dat het verleden, het heden en de toekomst samenvloeien en de tijd niet wegtikt, maar als zee om je heen klotst.’


03 P 04

UVA-ALUMNI ZOEKTEAM

GESPREK

Global Health Jaarlijks sterven miljoenen mensen aan ziekten die kunnen worden voorkomen. Om dat aantal omlaag te brengen, en te zorgen dat mensen wereldwijd toegang krijgen tot goede gezondheidszorg, lanceerde Joep Lange tien jaar geleden het Amsterdam Institute for Global Health and Development. Zijn ambitieuze droom leidde tot een interdisciplinair samenwerkingsplatform, dat inmiddels een toonaangevend instituut is op het gebied van global health. Drie recent gepromoveerde onderzoekers vertellen over hun bijdragen aan de bestrijding van hiv/aids en andere infectieziekten.

‘AI IS EEN GEWELDIGE TECHNOLOGIE, DIE ONS ALS SAMENLEVING VEEL GOEDS KAN BRENGEN’ UVA ZET VOLOP IN OP ARTIFICIËLE INTELLIGENTIE

– HOOFDZA AK P12 –

P 16

LOOPBAAN

Kijkje in de keuken Hoe word je culinair journalist? Belangstelling voor geschiedenis, cultuur en uiteraard de keuken helpen. En een scheutje toeval en geluk soms ook. Niemand op de redactie had trek in een rondleiding bij de chipsfabrikant, behalve Joël Broekaert. Hij zette zijn fascinatie voor het productieproces van chips met pizzasmaak zo op papier, dat hij vaker over voedsel mocht schrijven. Charlotte Kleyn schreef haar scriptie over de Franse keuken in Nederland en belde na haar afstuderen brutaalweg alle kranten. Inmiddels schrijft ze over voedsel voor diverse media en schreef ze een boek samen met een andere culinair journalist – haar vader.

HELP DE UVA HAAR ALUMNI VINDEN

De Universiteit van Amsterdam houdt graag contact met haar alumni. Met velen lukt dat uitstekend. Maar er is ook een aanzienlijke groep die we nog niet goed bereiken. Van sommige alumni beschikken we alleen over een postadres, van anderen alleen over een e-mailadres. En van weer anderen hebben we helemaal geen contactgegevens. Het UvA-alumni Zoekteam is op zoek naar deze alumni. Helpt u mee? Waarom contact houden met de UvA? De UvA houdt alumni graag op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en onderzoek. Dat doen wij via SPUI magazine en UvA-Alumninieuws, de maandelijkse digitale nieuwsbrief. Ook willen wij alumni met elkaar in contact brengen, onder andere via het netwerk van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging. Zo kan iedereen bijblijven en de voordelen benutten die het alumninetwerk biedt. Wat kan ik doen? • O ntvangt u wel dit magazine maar geen e-mails van de UvA? Geef dan uw e-mailadres aan ons door via de website. • O ntvangt u wel e-mails maar geen drukwerk (en leest u dit magazine bij iemand anders)? Geef dan juist uw postadres door. • O ntvangt u helemaal geen post van de UvA (en leest u dit magazine bij iemand anders)? Geef dan post- en e-mailadres aan ons door. Ik heb nog contact met oudstudiegenoten. U spreekt nog weleens oud-studiegenoten? Help het Alumni Zoekteam dan op weg en vraag hen of zij SPUI en UvA-Alumninieuws ontvangen. Is dat niet het geval? Dan kunnen zij zelf hun contactgegevens aan ons doorgeven via de website. We vonden al ruim 1.800 alumni terug, mede dankzij uw hulp. Helpt u mee verder zoeken? Contactgegevens doorgeven: alumni.uva.nl/zoekteam

P 18

WETENSCHAP

Plantenstress Ook planten kunnen stress hebben. De UvA kreeg 20 miljoen euro voor een prestigieus onderzoek naar het effect dat stress heeft op de wortels. Tientallen onderzoekers gaan op zoek naar duurzame manieren om planten te verbouwen en optimaal te laten groeien, met hulp van bacteriën en schimmels in plaats van kunstmest en pesticiden. Zo leren de wetenschappers hoe je robuuste voedselgewassen kunt ontwikkelen. Uiteindelijk moet het onderzoek bijdragen aan een wereldwijde verduurzaming van de voedselvoorziening.

Reacties Uw reacties op SPUI magazine zijn van harte welkom, per post of via e-mail (adressen: zie colofon). De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden reacties ingekort of helemaal niet op te nemen. Volg UvA Alumni ook op

twitter: @alumni_uva


04 GESPREK

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

tekst: Alyshia Higgins (artikel) en Robin van Wechem (drie interviews)

TIEN JAAR AMSTERDAM INSTITUTE FOR GLOBAL HEALTH AND DEVELOPMENT

WERELDWIJDE TOEGANG TOT GEZONDHEIDSZORG IS TOPPRIORITEIT

Tien jaar geleden had Joep Lange een ambitieuze droom: hij wilde dat iedereen, waar dan ook ter wereld, toegang zou krijgen tot goede gezondheidszorg. Hij bepleitte interdisciplinair onderzoek naar ziektes die een grote impact hebben op de bevolking van vooral lage- en middeninkomenslanden, zoals hiv/aids, tuberculose en hepatitis. Het leidde tot de oprichting van het Amsterdam Institute for Global Health and Development (AIGHD), een toonaangevend instituut op het gebied van global health. Bij de lancering van het AIGHD, eind 2009, woonden medewerkers van de Universiteit van Amsterdam samen met collega’s van de VU en het AMC een presentatie bij van Joep Lange, de internist en wetenschapper die aan de UvA de leerstoel Inwendige geneeskunde, in het bijzonder virale infecties bekleedde. Lange sprak over interdisciplinaire samenwerking als middel om toegang tot gezondheidszorg te verbeteren voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. Het instituut fungeert sindsdien als samenwerkingsplatform voor wetenschappers en onderzoekers aan UvA en VU en wordt daarbij ondersteund door een stichting met dezelfde naam voor de uitvoering van onderzoeksprojecten in het buitenland. ‘Joep Lange was de wegbereider voor interdisciplinair onderzoek naar gezondheid’, zegt Frank Cobelens, UvA-hoogleraar Global Health en voorzitter van het bestuur van het AIGHD. ‘Tien jaar later vormt deze werkwijze nog steeds de kern van alles wat wij doen.’ Het instituut biedt wetenschappers uit verschillende vakgebieden – biomedici, economen, medisch antropologen, sociaal epidemiologen – een open samenwerkingsruimte waarin ze aan interdisciplinair onderzoek kunnen werken. Daarbij ligt de nadruk op onderzoek met hoge relevantie voor lage- en middeninkomenslanden. Cobelens: ‘Ons instituut staat er inmiddels om bekend dat het breed uiteenlopende expertise weet te bundelen tot een kritische massa op het gebied van global health en ontwikkeling.’ Centraal staan onderwerpen als infectieziekten en antimicrobiële resistentie, de toegang tot gezondheidszorg, en chronische ziekten en veroudering. Anita Hardon, hoogleraar Antropologie van zorg en gezondheid en lid van de raad van bestuur van het AIGHD: ‘In ons team loopt onze expertise breed uiteen, maar we delen allemaal dezelfde passie: global health. Samen proberen we inzicht te krijgen in problemen en hun oorzaken. Dat doen we door elke keer weer een andere wetenschappelijke bril op te zetten.’ Enkele tientallen jaren geleden was global health allesbehalve een ingeburgerde term. Tegenwoordig is dit onderzoeks- en onderwijsveld, gewijd aan wereldwijde toegang tot gezondheidszorg en verbeterde gezondheid, internationaal een topprioriteit aan veel universiteiten. Die aandacht is ook geheel gegrond: uit onderzoek blijkt dat een betere gezondheid bijdraagt aan de strijd tegen armoede. Omgekeerd blijkt dat een vermindering van de ongelijkheid leidt tot betere gezondheid. Een van de pijlers bij de oprichting van het AIGHD was dan ook dat gezondheid en ontwikkeling in lageen middeninkomenslanden niet los van elkaar mogen worden beschouwd. Ruim 180 landen schaarden zich achter deze visie toen ze in 2014 de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties onderschreven.

INFECTIEZIEKTEN De Wereldgezondheidsorganisatie voorspelt dat de verspreiding van infectieziekten en antimicrobiële resistentie navenant gaat toenemen naarmate het internationale reisverkeer stijgt. Ieder jaar sterven er miljoenen mensen aan ziekten en aandoeningen die kunnen worden voorkomen, zoals aids, tuberculose en malaria.

Daarnaast neemt het aantal chronisch zieken toe. Op deze uitdagingen heeft het AIGHD zijn pijlen gericht. Het instituut probeert door onderzoek, onderwijs en activisme invloed uit te oefenen op beleidsvorming. Cobelens: ‘Het Global Health onderzoek en onderwijs van AIGHD sluit aan bij verschillende topprioriteiten van de Universiteit van Amsterdam: interdisciplinair onderzoek en de respons op de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Daarnaast biedt het uitgelezen kansen om onderwijs naar een internationaal niveau te tillen. En die internationale inslag past uitstekend bij een stad als Amsterdam, die in haast ongeëvenaarde mate is geglobaliseerd en steeds meer in de voorhoede komt te staan van de medisch-technologische sector.’ In slechts tien jaar tijd heeft het AIGHD-team aan het roer gestaan van meer dan 130 onderzoeksprojecten, waarbij het wereldwijd samenwerkte met publieke en private onderzoekpartners. Anita Hardon: ‘Onderzoekers krijgen de gelegenheid om aan baanbrekende interdisciplinaire onderzoeksprojecten te werken. Het grootste voordeel van het AIGHD is de flexibiliteit van het instituut.’ Dit heeft onder meer geleid tot meer kennis over de verbanden tussen veroudering en hiv en een publiek-private samenwerking om antimicrobiële resistentie aan te pakken. Met een samenwerkingspartner uit de private sector heeft het AIGHD een innovatief, op geneesmiddelen gebaseerd model voor de behandeling van hoge bloeddruk ontwikkeld voor gebruik in Afrika ten zuiden van de Sahara.

SKYPE Sinds 2009 hebben onderzoekers van het AIGHD 75 met succes afgeronde promotieonderzoeken en talloze bachelor- en masterstudenten begeleid. Het onderwijsteam van het AIGHD coördineert daarnaast de Global Health-minor van de UvA en de Global Health-minor van het Bachelor of Medicine-programma van het Department of Global Health van het Amsterdam UMC. Samen met het Athena Instituut aan de VU biedt het AIGHD de tweejarige Research Master in Global Health aan. De onderzoekers hanteren vaak een unieke aanpak. De promovendi kunnen in hun thuisland werken en studeren, terwijl ze regelmatig worden bijgestuurd door hun begeleider in Amsterdam. Het contact verloopt via Skype of vindt plaats tijdens regelmatige bezoeken aan het instituut. De Vietnamese UvA-alumnus Trung Vinh Nguyen was zo’n promovendus. ‘De training en begeleiding die ik tijdens mijn promotieonderzoek in Nederland kreeg, vormt een stevige fundering onder mijn onderzoekscarrière. En ik beschik nu over een onmisbaar netwerk van AIGHDwetenschappers.’ Studenten profiteren op verschillende manieren van de begeleiding van het AIGHD. ‘Helemaal nu ik in verschillende landen en omgevingen heb gewerkt, zie ik duidelijk hoe goed het AIGHD wereldwijd interdisciplinaire samenwerkingen aanpakt, terwijl zulke projecten flink wat voeten in de aarde kunnen hebben’, zegt Sonia Boender, die aan de UvA promoveerde en nu bij het Duitse Robert KochInstitut werkzaam is. ‘Dankzij mijn tijd bij het AIGHD heb ik het lef gekregen om dit soort grote, internationale projecten aan te pakken.’ In de tien jaar sinds de oprichting van het AIGHD heeft geen enkele gebeurtenis zo veel invloed gehad als het verlies van Joep Lange en zijn partner, Jacqueline van Tongeren, hoofd voorlichting van het AIGHD, in 2014. Het tweetal was op weg naar een aidsconferentie in Australië met vlucht MH17, toen het toestel boven Oekraïne uit de lucht werd geschoten. Alle 298 inzittenden kwamen daarbij om het leven. De plotselinge dood van Lange en Van Tongeren is een enorm verlies voor de organisatie. Joep Lange heeft de grenzen van de wetenschap, het onderwijs en de beleidsvorming verlegd. Zijn team is daarmee doorgegaan, waarbij wetenschappers uit verschillende disciplines samen zoeken naar oplossingen voor de wereldwijde gezondheidsproblematiek, waaraan Lange en Van Tongeren hun leven hadden gewijd. •


05

CISSY KITYO MUTULUUZA

‘INMIDDELS TESTEN WE BABY’S AL OP HIV ALS ZE EEN PAAR WEKEN OUD ZIJN’ ‘Het uiteindelijke doel is natuurlijk om een medicijn te vinden dat hiv geneest of, nog beter: een vaccin. Daar zijn we nog niet, al wordt er belangrijk onderzoek in deze richtingen gedaan. Nu gaat het erom de huidige epidemie onder controle te krijgen. Problemen met resistentie van het virus tegen medicijnen zijn daarbij een grote uitdaging. Ze kunnen veel teniet doen van wat we tot nu toe hebben bereikt.

Volwassenen die eerder medicijnen tegen hiv gebruikten, hadden zeven keer meer kans op een resistent virus dan mensen die nog nooit medicatie hadden gebruikt. Mensen kunnen behoorlijke bijwerkingen krijgen van de medicijnen, zeker op een nuchtere maag. Maar pillentrouw blijft enorm belangrijk om resistentie te voorkomen. Aangezien we een grote groep patiënten hadden, konden we naar verschillende subtypes van het hivvirus kijken. In Oeganda en Kenia zijn de meest voorkomende subtypes A en D, in Zuid-Afrika, Zimbabwe en Malawi komt subtype C het meest voor. Bij subtype C komen meer mutaties van het virus voor in vergelijking met types A en B. Er zijn geen grote

Drie onderzoekers van het AIGHD promoveerden dit najaar op hun onderzoek naar aidsbestrijding en hiv-medicatie. Op 12 november verdedigden zowel Cissy Kityo Mutuluuza als Seth Inzaule hun proefschrift in de Agnietenkapel. Promotor en UvA-hoogleraar Sustainable Health Tobias Rinke de Wit roemde de beide onderzoekers, die samen meer dan dertig artikelen schreven: ‘Ik ben trots op deze mijlpaal, zeker ook omdat beide kandidaten vervolgens een mooie stap maakten richting grotere impact van hun werk.’ De Keniaanse Inzaule promoveerde cum laude op het proefschrift Towards achieving the third “90” of the 90-90-90 global HIV targets in subSaharan Africa. Hij werkt momenteel als hivresistentie-adviseur bij de World Health Organization. De Oegandese Kityo promoveerde op Emerging HIV Drug Resistance in sub-Saharan Africa: Effects on Treatment Outcomes. Zij is directeur van het Joint Clinical Research Centre in Kampala, Oeganda. Op 16 oktober verdedigde de Nederlandse Rosan van Zoest in de Agnietenkapel met succes haar onderzoek Ageing with HIV: From Pathogenesis to Policy. Ook zij promoveerde cum laude, bij UvA-hoogleraar Inwendige geneeskunde Peter Reiss. Ze was de 75ste AIGHD-onderzoeker die haar doctorsgraad behaalde.

‘Pillentrouw blijft enorm belangrijk om resistentie te voorkomen' Sinds 1992 werk ik als dokter en onderzoeker aan de bestrijding van hiv. Ik ben directeur van het Joint Clinical Research Center in Kampala, dat de behandeling van hiv in Oeganda op nationaal niveau aanpakt. In de jaren negentig waren we een van de eersten die antiretrovirale medicijnen voorschreven aan patiënten. Deze medicijnen onderdrukken de vermenigvuldiging van het virus. Als het virus niet meer detecteerbaar is, kan het niet worden overgedragen. In mijn proefschrift heb ik onderzocht wat de gevolgen zijn van hiv-resistentie tegen de gebruikte medicijnen. De toegang tot hiv-behandelingen is de laatste jaren enorm verbeterd, in Sub-Sahara Afrika gaat het nu om 65 procent van de patiënten. Tegelijkertijd is er resistentie ontstaan van het virus bij volwassenen en kinderen in de zogenaamde eerste- en tweedelijnsbehandelingen. De eerstelijnsbehandeling bestaat uit drie verschillende medicijnen in een combinatiepil. Als die niet aanslaan, is er de tweede lijn, die wel twee tot drie keer duurder is. Hoe langer mensen medicijnen krijgen die niet werken, hoe meer mutaties het virus kan ontwikkelen. In een groep van bijna 300 hiv-geïnfecteerde Oegandese kinderen jonger dan twaalf jaar bleek 10 procent al resistentie tegen antiretrovirale medicijnen te hebben ontwikkeld. Bij kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap of borstvoeding medicijnen had gebruikt, was dat zelfs ruim een op de drie.

verschillen tussen subtypes, behalve dat subtype C mogelijk wat meer resistente varianten heeft. Kinderen zijn een extra kwetsbare groep patiënten. Van de kinderen met het hiv-virus overlijdt tachtig procent voor het vijfde levensjaar, vaak omdat ze toch niet goed medicijnen hebben gekregen. Inmiddels testen we baby’s al op hiv als ze een paar weken oud zijn, dat duurde eerst maanden. Zo weten we hun status voordat ze symptomen kunnen ontwikkelen en kan behandeling sneller beginnen.’

SETH INZAULE

‘HET WORDT STEEDS LASTIGER OM HET HIVVIRUS MET MEDICIJNEN TE ONDERDRUKKEN’ ‘Als uitwisselingsstudent in het Erasmus Mundus programma kwam ik in Nederland terecht bij het AIGHD en hoogleraar Rinke de Wit. Ik kom uit Kenia, een van de landen in Sub-Sahara Afrika waar hiv een groot probleem is. Met mijn onderzoek wil ik bijdragen aan het bestrijden daarvan, een grote uitdaging. In sommige Afrikaanse landen is tot wel 40 procent van de bevolking geïnfecteerd met hiv. Bovendien vormt resistentie tegen hiv-medicijnen een steeds groter risico. De VN heeft zich ten doel

gesteld om in 2030 de wereldwijde hiv-epidemie onder controle te hebben. Daarvoor is het de bedoeling dat volgend jaar 90 procent van de mensen met een hivinfectie weten dat ze geïnfecteerd zijn. Van die groep moet 90 procent toegang hebben tot levensreddende medicijnen. Van de groep die medicijnen slikt, moet bij 90 procent het aantal virusdeeltjes in het lichaam zijn teruggebracht tot een niveau dat niet meer besmettelijk is. Van alle mensen met hiv moet in 2020 dus 73 procent “onder controle” zijn om verdere verspreiding tegen te gaan. Dat is nog niet het geval, we zitten nu op 56 procent. In mijn onderzoek heb ik me vooral gericht op de derde doelstelling, het onderdrukken van het virus met medicijnen. Dat wordt steeds lastiger, omdat er groepen zijn bij wie de medicijnen niet (meer) aanslaan. Dat kunnen mensen zijn die zijn geïnfecteerd met een resistent virus of mensen die hun medicatie inconsistent slikken en daardoor resistentie ontwikkelen. Anderen slikken hiv-medicijnen ter preventie, om infectie te voorkomen. En dan zijn er nog ongeboren kinderen of zuigelingen die de pech kunnen hebben resistente virussen van hun moeders overgedragen te krijgen tijdens de zwangerschap of borstvoeding. Als patiënten uit deze groepen later opnieuw medicijnen gaan slikken, werken die vaak suboptimaal of helemaal niet meer. Zo kan het zijn dat de helft van de


06 GESPREK

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

‘Bij mensen die hun medicijnen niet consistent nemen, kan het hiv-virus snel muteren’

baby’s die alsnog geïnfecteerd raakt met hiv in Afrika resistentie ontwikkelt. Voorlichting blijft heel belangrijk om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan. Bij mensen die hun hiv-medicijnen niet consistent nemen, kan het virus snel muteren, waardoor het “ontsnapt” aan de medicijnen. Vooral jonge vrouwen zijn een risicogroep waar we meer aandacht aan moeten besteden. Het monitoren van patiënten is ook belangrijk, zodat het op tijd duidelijk is als de behandeling niet aanslaat. Daarvoor moeten we testmethodes gebruiken en blijven ontwikkelen die snel en accuraat de “virale belasting” kunnen tonen. Los daarvan zijn er problemen met de beschikbaarheid van medicijnen. Soms is de kliniek te ver weg of hebben mensen er geen geld voor. Soms hebben mensen geen eten en is het heel moeilijk om de medicijnen op een nuchtere maag te slikken of binnen te houden. En soms zijn er gewoon geen medicijnen, ook dan hebben patiënten geen keus.’

ROSAN VAN ZOEST

‘ELKE DOKTER HEEFT WEL EEN PAAR PATIËNTEN DIE HIJ OF ZIJ MET ZICH MEEDRAAGT’ ‘Toen ik zeven jaar geleden ’s nachts op de afdeling neurologie van het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam werkte, werd er een jonge vrouw op de eerst hulp binnengebracht die niet meer kon lopen en praten. We hadden aanvankelijk geen idee wat haar mankeerde, tot na verschillende onderzoeken bleek dat de acute afwijkingen in haar hersenen het gevolg waren van een hiv-infectie. Elke dokter heeft wel een paar patiënten die hij of zij met zich meedraagt en deze vrouw was voor mij zo’n patiënt. Ik wilde al een tijd graag onderzoek doen en door haar situatie besloot ik me op hiv te richten. Mijn proefschrift gaat over de vraag hoe mensen met een hiv-infectie gezond ouder

‘Een hart- of herseninfarct komt vaker voor bij mensen met een hivinfectie’

kunnen worden. Dat is anders dan in de jaren tachtig en negentig, toen mensen dood gingen aan aids, wat een vergevorderd stadium is van een hiv-infectie. Als zo’n hiv-infectie lange tijd onbehandeld blijft, tast het virus de immuuncellen van het lichaam steeds verder aan en ontstaan er ziekten. Aids is de aanwezigheid van bepaalde infectieziekten of soorten kanker die je eigenlijk alleen maar ziet bij mensen met een zeer ernstig aangetast immuunsysteem. Inmiddels kunnen mensen met een hiv-infectie, mits ze trouw hun medicijnen slikken, met hun hiv oud worden. Dat betekent dat ze, net als mensen zonder hiv, gaandeweg meer risico lopen op verouderingsziekten zoals hart- en vaatziekten en geheugenstoornissen. Als je ouder wordt, heb je immers grotere kans op deze ziekten. Traditionele risicofactoren voor verouderingsziekten spelen een grote rol bij beide groepen. Roken, een hoge bloeddruk en een hoog cholesterol vergroten de kans op een hart- of herseninfarct. Opvallend is dat deze ziekten vaker voorkomen bij mensen met een hiv-infectie. Mensen met hiv roken weliswaar vaker en hebben vaker een hoge bloeddruk en een hoog cholesterol dan mensen zonder hiv, maar dan nog worden ze vaker ziek dan mensen met een vergelijkbaar profiel zonder hiv. Dat heeft onder andere te maken met hun ziektegeschiedenis. Als mensen langdurig niet zijn behandeld voor hun besmetting of een periode van aids hebben doorgemaakt, hebben ze een grotere kans op verouderingsziekten. Vooral bij de behandeling van de traditionele risicofactoren valt veel te winnen, omdat die nog vaak onvoldoende worden behandeld bij mensen die met hiv zijn besmet. Stoppen met roken en de bloeddruk en cholesterol in de gaten houden, zijn relatief laagdrempelig maar kunnen een groot verschil maken. Een andere belangrijke conclusie van mijn onderzoek is dat hiv-infecties zo snel mogelijk gediagnosticeerd en behandeld moeten worden. Hoe langer het duurt voordat dat gebeurt, hoe groter de schade en het risico op aids, en op toekomstige ouderdomsziekten. De vrouw die in het ziekenhuis op de eerste hulp kwam, is uiteindelijk hersteld. Door mijn onderzoek weten we nu beter hoe ook zij gezond ouder kan worden.’ •


UVA IN BEWEGING TOTALE AANTAL STUDENTEN STIJGT

Het totale aantal ingeschreven studenten aan de UvA is dit studiejaar met 4 procent gestegen, van 34.183 naar 35.511. Bij de masteropleidingen is de instroom van nieuwe studenten iets toegenomen, met 2 procent: 5.716 studenten dit jaar tegenover 5.578 vorig jaar. In de instroom van eerstejaarsstudenten in de bacheloropleidingen is een afname te zien, maar die lijkt vrijwel geheel toe te schrijven aan een numerus fixus die dit jaar is ingevoerd bij de bachelor Business Administration van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Er zijn dit studiejaar 6.459 eerstejaarsbachelors; vorig jaar waren dat er 6.779. Dat betekent een daling van 5 procent. Door de numerus fixus nam de instroom bij Business Administration met 439 studenten af.

VANAF VOLGEND STUDIEJAAR EXTRA VAKANTIEWEEK

Met ingang van het studiejaar 2020-2021 wordt binnen alle faculteiten van de UvA een extra onderwijsvrije week ingevoerd. Deze vakantieweek valt samen met de schoolvakanties in de regio Noord eind april/begin mei van elk jaar. De invoering komt voort uit een breed gedragen wens, onder andere van de Centrale Studentenraad (CSR), voor zo’n vakantieweek om zowel studenten als docenten een moment van rust te bieden in het tweede semester. In de vakantieweek wordt geen onderwijs gegeven en vinden geen toetsing en hertentamens plaats. De week kan wel worden gebruikt voor extra-curriculaire activiteiten op vrijwillige basis, zoals studiereizen van studieverenigingen. De gebouwen van de UvA zijn in de onderwijsvrije week op de gebruikelijke tijden geopend.

Physics), Ursula Daxecker (AISSR), Jana Krause (AISSR), Thomas Leopold (AISSR), Crystal McMichael (Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics, IBED), Bastiaan Rutjens (Psychology Research Institute) en Franciska de Vries (IBED). De Starting Grant is een persoonsgebonden subsidie van ongeveer 1,5 miljoen euro, waarmee getalenteerde wetenschappers vijf jaar lang onderzoek kunnen doen.

NATIONALE AGENDA QUANTUM TECHNOLOGIE

Nederland is leidend als het gaat om de ontwikkeling van quantumhardware en -software en de bijbehorende algoritmen en toepassingen. In de Nationale Agenda Quantum Technologie beschrijven kennisinstellingen en bedrijven hoe Nederland haar mondiale toppositie als centrum en knooppunt voor quantumtechnologie kan behouden en verder versterken. Doel is Nederland te positioneren onder de naam Quantum Delta NL (QΔNL). Staatssecretaris van Economische Zaken Mona Keijzer ontving de agenda uit handen van Robbert Dijkgraaf. De UvA draagt – samen met de VU en het CWI – bij vanuit QuSoft, het onderzoekscentrum voor quantum software, en vanuit de Quantum Applicatie en Software Hub Amsterdam (QASHA). Centraal staat de ontwikkeling van algoritmes en software die nieuwe toepassingen van de quantumcomputer mogelijk maken.

UVA EN HVA VERLENGEN SAMENWERKING MET PANTAR

De UvA en de HvA verlengen de samenwerking met sociaal werkbedrijf Pantar. Er is een nieuw convenant getekend voor de komende vijf jaar. Voor de UvA en de HvA past de verlenging goed bij hun brede maatschappelijke rol. Al bijna vijf jaar bieden zij werkervaringsplaatsen voor zo’n honderd Pantar medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Die werken vooral voor het facilitaire bedrijf van de universiteit: als fiets- en rookcoaches, pantrymedewerkers en zaalbeheerders.

PRESTIGIEUZE STARTING GRANTS ERC VOOR TIEN UVA-WETENSCHAPPERS

De European Research Council (ERC) kent dit jaar aan maar liefst tien UvA-wetenschappers een Starting Grant toe. De laureaten zijn: Marija Bartl (Center for the Study of European Contract Law), Cristóbal Bonelli (Amsterdam Institute for Social Science Research, AISSR), Thomas Buser (Amsterdam School of Economics), Corentin Coulais (Institute of

UVA HANDHAAFT 62STE PLAATS IN TIMES HIGHER EDUCATION RANKINGS

De UvA staat, net als vorig jaar, op een wereldwijde plaats 62 in de Times Higher Education (THE) World University Rankings 2019-2020. In totaal zijn er zeven Nederlandse universiteiten met een plek in de top-100. De UvA is dit jaar de op een na hoogste genoteerde Nederlandse universiteit, na Wageningen University & Research (59). THE baseert de ranglijst op in totaal dertien prestatiegraadmeters, in vijf categorieën: onderwijs (30 procent), onderzoek (30 procent), citaties (30 procent), internationaal perspectief (7,5 procent) en onderzoeksinkomsten uit het bedrijfsleven (2,5 procent). De UvA scoort het sterkst op citaties en internationaal perspectief.

07 UVA OP PLEK 20 IN EUROPE TEACHING RANKINGS

De UvA staat op plaats 20 in de Europe Teaching Rankings 2019. In deze ranking beoordeelt Times Higher Education (THE) Europese universiteiten op het terrein van onderwijs. THE baseert de ranglijst grotendeels op basis van de uitkomsten van de THE European Student Survey. Hieraan deden zo’n 125.000 studenten uit 18 landen mee. In totaal deden dit jaar vijf Nederlandse universiteiten mee aan de ranking. Vier hiervan staan in de top-30. Het Verenigd Koninkrijk is zeer sterk vertegenwoordigd in de ranglijst: maar liefst 17 Britse universiteiten staan in de top-20.

AAN DE SLAG VOOR DE KLAS

Het lerarentekort in het voortgezet onderwijs groeit. In dit kader is de UvA gestart met het traject ‘Aan de Slag voor de Klas’. Tijdens dit maatwerkprogramma worden mensen met minimaal tien jaar werkervaring, naast hun bestaande baan, opgeleid tot eerstegraadsleraar in een van de bèta-tekortvakken: wiskunde, natuurkunde, scheikunde of informatica. De opleiding is speciaal voor mid-career professionals die een (gedeeltelijke) carrièreswitch zoeken, en een (deeltijd) baan als leraar in het voortgezet onderwijs ambiëren. Naast minimaal tien jaar ervaring in het bedrijfsleven of de publieke sector moet de professional over een master- of doctoraaldiploma beschikken in een vak direct verwant aan het betreffende bètaschoolvak. Deelnemers aan de opleiding kunnen in aanmerking komen voor een subsidie van de Dienst Uitvoering en Onderwijs. Ook stelt het Amsterdams Universiteitsfonds vijftien beurzen beschikbaar om kandidaten tegemoet te komen in de opleidingskosten.

EPICUR-ALLIANTIE ONTVANGT GROTE SUBSIDIE VOOR ‘EUROPESE UNIVERSITEIT’

De Europese Commissie kent een grote subsidie toe aan de European Partnership for Innovative Campus Unifying Regions (EPICUR)-alliantie, waarin de UvA deelnemer is. Het gaat om 5 miljoen euro om een innovatieve ‘Europese universiteit’ te ontwikkelen voor de nieuwe generatie van Europese burgers, om de grote maatschappelijke uitdagingen in Europa het hoofd te kunnen bieden. De eerste drie jaar vormen de pilotfase, met zes werkpakketten, die ieder door een van de partners wordt geleid. De UvA leidt het werkpakket gericht op het bevorderen van meertaligheid en inclusieve governance.


08 UVA-GESCHIEDENIS

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Marchien den Hertog Foto’s: Wilhelmina Gasthuis; Hector Treub (l) en Cornelis Winkler (m); Catherina van Tussenbroek (l)

STUDEREN IN PLAATS VAN AFTERNOON-TEA DRINKEN EN LELIJKE AQUARELLEN SCHILDEREN Tegenwoordig studeren veel meer vrouwen dan mannen Geneeskunde. Dat was begin vorige eeuw ondenkbaar. Psychiaters en artsen discussieerden verwoed of vrouwen überhaupt wel geschikt waren voor de wetenschap. Er komt een vrouw bij de dokter. Een jaar of twintig is ze, en bezorgd somt haar moeder haar klachten op: vroeger vrolijk en gezond heeft ze nu last van hoofdpijn, pijn in haar rug en hartkloppingen. Ze sukkelt met de maag, slaapt slecht en heeft nergens plezier in. Om de haverklap barst ze in tranen uit. Het zijn, aldus de arts, symptomen waaraan een klein legertje vrouwen zo vlak voor de vorige eeuwwisseling lijkt te lijden. Wonderlijk genoeg knapt het ‘bleke jonge ding’ razendsnel op als ze mag fietsen. Slapen, eten en humeur zijn helemaal hersteld. Maar de dokter weet beter. Het meisje lijdt aan een ziekte van de geest die terugslaat op het lichaam: ‘de zielehonger die verveling heet’. Knutselen, muziek, liefdadigheidswerk, later een huwelijk en kinderen bieden slechts tijdelijk soelaas. Het ‘Tekort aan Levensenergie bij onze jonge vrouwen en meisjes’, is de diagnose van vrouwenarts Catherina van Tussenbroek in een lezing op de beroemd geworden Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid in 1898. Het geneesmiddel dat ze aandraagt: een degelijke vakopleiding, die de vrouw in staat stelt haar eigen brood te verdienen. Het vermogen om zelf te verdienen is onmisbaar voor de eigenwaarde van de vrouw, vindt Van Tussenbroek. ‘Ik geloof dat wij vrouwen in de eerste plaats te veroveren hebben: vertrouwen op en achting voor onszelf. Ik geloof dat wij die veroveren moeten langs de weg van ernstige arbeid, die economische onafhankelijkheid geeft.’

Catherina van Tussenbroek kan het weten. Na de Groningse Aletta Jacobs is ze in de jaren tachtig van de negentiende eeuw de tweede vrouw die afstudeert in de Geneeskunde, in Utrecht. Ze specialiseert zich en wordt de eerste vrouwelijke gynaecoloog in Nederland.

EENZAME STIPPEN Anno 2019 is het beroep van arts gefeminiseerd. Al meer dan twintig jaar studeren meer meisjes dan jongens Geneeskunde aan de UvA. Dit studiejaar is een recordaantal van 66 procent van de geneeskundestudenten vrouw. Maar in de tijd van Van Tussenbroek zijn vrouwelijke studenten, zoals ze dat zelf noemt, nog ‘eenzame stippen’ op de universiteit. Haar rede op de tentoonstelling is spraakmakend en

Het vermogen om zelf te verdienen is onmisbaar voor de eigenwaarde van de vrouw valt in een jaar dat er in de universitaire wereld druk wordt gediscussieerd of vrouwen wel kunnen en mogen studeren en werken. Met Van Tussenbroek doen twee hoogleraren aan de Amsterdamse Universiteit een flinke duit in het zakje. Op 10 november 1898 verzamelt een aantal hoofdrol-

spelers in het debat zich in een zaaltje in Rotterdam. Het is de tweede keer dat de Rotterdamse Vereeniging Behartiging van de Belangen der Vrouw (VVBV) aandacht besteedt aan ‘De vrouw en de studie’. Al eerder dit jaar heeft de Amsterdamse hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie Hector Treub zijn mening over dit onderwerp uiteengezet. Vanavond geeft een collega, de Amsterdamse hoogleraar Psychiatrie Cornelis Winkler, zijn weerwoord. Winkler deelt de mening van de Utrechtse psychiater W.H. Cox, die eerder in Psychiatrische en Neurologische bladen reageerde op het standpunt van Treub. Cox betoogt dat het intellect van vrouwen lager staat dan dat van mannen. Op wetenschappelijk gebied kunnen ze zich wel verdienstelijk maken, maar ze kunnen alleen reproduceren; tot werkelijk origineel, scheppend werk zijn vrouwen niet in staat. Is een vrouw geschikt haar leven aan studie te wijden? ‘Ik antwoord hierop neen, en voeg er aan toe, dat ik geneigd ben, een vrouw, die wèl geschikt is voor studie te beschouwen als een abnormale vrouw, als een monstruositeit,’ schrijft Cox. En: ‘De plaats der vrouw, haar door de natuur aangewezen, is in het huisgezin, haar schoonste roeping: het moeder-zijn.’ Winkler deelt de mening van Cox. ‘Ik acht de studie eer een schadelijke dan een gelukkige omgeving voor een vrouw,’ betoogt hij in Rotterdam. Volgens hem hebben vrouwen veel te veel last van hun hormonen, en zijn ze te gevoelig. Lichamelijke en geestelijke arbeid zijn communicerende vaten, vinden veel


09

geleerden in deze tijd: de een gaat ten koste van de ander. En bovendien: als vrouwen studeren krijgen ze minder kinderen. Tegenover Winkler en Cox, hier niet aanwezig, staan Treub en Van Tussenbroek, die vanavond op Winkler mogen reageren. Beiden hebben zich al eerder over de kwestie uitgesproken. Treub is degene die de knuppel in het hoenderhok gooide door de twee vragen ‘Is de vrouw geschikt voor de studie?’ ‘En is de studie geschikt voor de vrouw?’ met een volmondig ja te beantwoorden.

Vrouwen kunnen alleen reproduceren; tot werkelijk origineel, scheppend werk zijn ze niet in staat ‘Waarom zou voor degenen onder haar, die aanleg, lust en gelegenheid tot studie hebben, de studie niet geschikt zijn?’ stelt hij. ‘Geschikt als middel om zich zelfstandig bestaan te veroveren, geschikt om jonge vrouw te doen begrijpen dat er nog wat anders te doen valt dan afternoon-tea drinken, lawntennis spelen, op de piano rammelen, lelijke aquarellen schilderen, theezetten en kopjeswassen.’ Treub en Van Tussenbroek signaleren niet alleen een geestelijke noodzaak voor vrouwen om zich te ontwik-

kelen. Omdat er een overschot aan vrouwen is, zal een flink aantal van hen ongehuwd blijven. Zij moeten in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. Ouders hebben de plicht om een meisje zo op te voeden dat ze in ieder geval onafhankelijk kan zijn. De discussie of vrouwen wel kunnen studeren wordt gevoerd met in deze tijd veel gebruikte medische en sociaal-darwinistische argumenten, die tegenwoordig soms nauwelijks te volgen of serieus te nemen zijn. Maar dit vier uur durende debat in Rotterdam en de rede van Van Tussenbroek op de Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid zijn nog steeds berucht in de geschiedenis van de vrouwenbeweging.

TURKSE BROEK De Amsterdamse driehoek Winkler, Van Tussenbroek en Treub ontwikkelt uiteindelijk een hechte onderlinge vriendschap. Winkler zelf trouwt nota bene met een vrouwelijke assistent en zijn dochter gaat Rechten studeren. Hij spreekt op de begrafenis van zowel Catherina als Treub. Treubs biograaf Nele Beyens oppert dan ook dat het Rotterdamse debat misschien vooral een charmeoffensief is geweest van levensgenieter en vrouwenliefhebber Treub. De kleurrijke hoogleraar die in 1896 van Leiden overstapt naar Amsterdam is een vergadertijger én feestbeest. Vergaderingen van de talloze medische genootschappen waarin hij zitting heeft eindigen niet zelden in café De Kroon op het Rembrandtplein. Een lunch in Breukelen eindigt met dansende verloskundigen op het kippenhok. Treubs engagement met de vrouwenzaak is oprecht, maar lijkt soms te lijden onder zijn zwak voor vrouwelijk schoon. Als gynaecoloog wijst hij erop dat er geen enkele medische reden is dat meisjes niet zouden kunnen fietsen. Maar hij griezelt van de onelegante Turkse broek die dat fietsen voor dames makkelijker moet maken: met zo’n gedrocht aan ziet ze er uit als ‘een paasei op poten’. En terwijl Van Tussenbroek ijvert voor de afschaffing van het korset en het gemak van de reformkleding, vindt Treub die zo lelijk dat hij er de term hobbezak voor uitvindt.

Maar uiteindelijk voegt de invloedrijke hoogleraar wel de daad bij zijn woord. Tot 1893 zijn er minder dan vijf vrouwelijke studenten geneeskunde aan de Amsterdamse universiteit. Tegen 1900 zijn het er twintig. Een jaar later lopen er bij alle studies in totaal zeventig vrouwelijke studenten rond, onder wie Treubs eigen dochter Louise, die klassieke talen studeert. Treub zelf stelt al in 1899 met Johanna van

Studeren is niet slecht voor de vrouwelijke voortplantingsorganen Kesteren zijn eerste vrouwelijke assistent aan, op een moment dat daar nog stevig over wordt gedebatteerd in de Amsterdamse gemeenteraad. Assistenten in het Wilhelmina Gasthuis moeten namelijk ook nachtdiensten draaien op de voorloper van de Eerste Hulp. De taferelen op een gemiddelde zaterdagnacht kunnen een bedreiging vormen voor de ‘fijngevoeligheid en teerheid’ van de vrouwelijke artsen. In 1916 neemt Treub drie vrouwelijke studenten aan die chirurg willen worden: Heleen Brouwer-Robert, Rosalie Wijnberg en Jeanne Knoop. De laatste promoveert in 1919 op het proefschrift De invloed van geestelijken arbeid op de specifiek vrouwelijke functies, waarin ze wetenschappelijk aantoont dat studeren niet slecht is voor de vrouwelijke voortplantingsorganen, zoals sommige geleerden beweren. In deze tijd loopt er maar één mannelijke assistent rond op de vrouwenkliniek in het Wilhelmina Gasthuis. Het maakt Treub niet uit. ‘Jullie meisjes zijn geen haar slechter, maar ook geen haar beter dan de jongens, allemaal één pot nat.’ En tijdens zijn operaties vloekt de bevlogen arts er geen woord minder om. • Marchien den Hertog (Geschiedenis 1997 cum laude) is auteur van Andere Tijden achter het aanrecht. Van waschtobbe tot politieke pot (Walburg Pers 2019).


10 STUDIE tekst • Marion Rhoen beeld • Kees Hummel

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

‘MULTATULI WORDT ALLEEN MAAR RELEVANTER’ Elsbeth Etty

‘De chaise longue die hier staat, Multatuli’s sterfbed, vind ik intrigerend

MAX HAVELAAR ELSBETH ETTY – 1951 • 1973-1982 redacteur, later adjunct-hoofdredacteur De Waarheid • 1986 doctoraal Nederlandse taal- en letterkunde, cum laude, UvA • 1986-1987 chef opinie Utrechts Nieuwsblad • 1987-2017 redacteur NRC Handelsblad • 1996 promotie met biografie van Henriëtte Roland Holst, Liefde is heel het leven niet,

Ik was een jaar of vijftien, zestien. Op school hadden we het gehad over de censuur in de eerste druk: alle plaatsnamen waren weggecensureerd. Beláchelijk vond ik dat. Mijn vader, zoon van een rijke planter uit Nederlands-Indië, zei: ‘Wij hebben dat boek in huis’. Toen ik die puntjes zag, bij Havelaars toespraak tot de hoofden van L…, had ik een historische sensatie, zoals Huizinga dat noemt. Toen ben ik meteen de ongecensureerde versie gaan lezen. Dat ik moeite moest doen om de taal te begrijpen, maakte het alleen maar interessanter. Jaren heb ik op vakantie een pocketversie van het boek bij me gehad. De vorm en structuur vond ik fantastisch. Eigenlijk is het een soort postmodernistische roman. En die geestige Droogstoppel! Minder vind ik de narcistische ijdeltuiterij van Havelaar. Maar het slot, waar Multatuli de pen overneemt en de koning aanspreekt, is onovertroffen.

cum laude, UU • 2005-2015 bijzonder hoogleraar Literaire kritiek, VU • 2007 roman Maak jezelf maar klaar • 2008 Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek • 2019 biografie van Willem Wilmink, In de man zit nog een jongen • sinds 2017 voorzitter Multatuli Genootschap

VAN DEZE TIJD Multatuli wordt alleen maar relevanter. Rechtvaardigheid, racisme, Nederlandse bekrompenheid: het zit allemaal in de Max Havelaar, en allemaal is het reuze actueel. Kijk naar het slavernijverleden, dat is nu hot. Met het Nederlandse koloniale optreden in Indonesië zijn we ook nog niet klaar. Voor de Nederlandse oorlogsmisdaden daar zijn nooit excuses aangeboden. Multatuli heeft dit aangekaart en toch is het doorgegaan, ook nadat Nederlanders zelf hadden ervaren hoe erg het was onder bezetting te leven. Als je ziet hoe minimaal de schadevergoedingen zijn die nabestaanden van slachtoffers nu krijgen…

WERK AAN DE WINKEL Voor het Multatuligenootschap heb ik lezingen gehouden en inleidingen geschreven. Als voorzitter ben ik nu bezig om geld bij elkaar te krijgen voor het digitale standbeeld. Digitale ontsluiting van zijn werk was het enige wat nog ontbrak, zijn volledige werken zijn uitgegeven en een standbeeld heeft hij ook al. Al het beeldmateriaal, alle handschriften worden ontsloten. Je kunt bijvoorbeeld op kaartjes klikken en dan zie je precies waar hij iets geschreven heeft.

MULTATULIHUIS Zo’n schrijvershuis… Het heeft te maken met identificatie, denk ik. Je voelt je betrokken bij een tijdvak, wil iets beter doorgronden, dit helpt dan een beetje. De chaise longue die hier staat, Multatuli’s sterfbed, vind ik intrigerend. Vóór Multatuli las ik Couperus, en daar liggen bleke meisjes op een chaise longue voordat ze zich aan de morfine vergrijpen. Ik kan Multatuli voor me zien op die chaise longue. Ik heb er zelf ook weleens even op gelegen, als grapje, toen ik hier kwam om iemand te interviewen. Maar misschien vind ik zijn bureau nog wel mooier, met zijn handschriften erop. Dan weet je waar hij heeft zitten schrijven. •


11 Ter ere van zijn tweehonderdste geboortejaar krijgt Eduard Douwes Dekker, een van onze belangrijkste schrijvers, een digitaal monument. Ook bij meer tastbare gedenkplekken zijn UvA-neerlandici betrokken. Elsbeth Etty (1951) is voorzitter van het Multatuligenootschap en museum Het Multatulihuis, Nelson Addo (1996) is vrijwilliger bij het Multatulihuis.

Nelson Addo

‘Door die geur van kruidnagelen zie ik de armoede haast voor me’

MAX HAVELAAR

WERK AAN DE WINKEL Helios, de studievereniging van Nederlands, houdt in het Multatulihuis bijeenkomsten van zijn leesclub. Als tegenprestatie vallen bestuursleden er in als vrijwilliger. Dat heb ik twee jaar geleden, toen ik secretaris was, ook gedaan en ik ben blijven plakken. Een keer of vier, vijf per jaar zit ik in het museum. Als er bezoekers komen, geef ik ze een rondleiding. Met de Museumnacht help ik ook. Dit jaar was hier een bordeel nagebootst: Multatuli bezocht graag prostituees.

MULTATULIHUIS Het is wel grappig dat Multatuli hier is geboren, en dat het meubelstuk waarop hij is gestorven ook hier staat. De genius loci, de sfeer die gecreëerd wordt doordat zijn geest misschien hier rondwaart, die voel je heel dichtbij komen. Een beetje alsof je iemand die je graag zou ontmoeten, ook echt ontmoet. Bijzonder vind ik het bloemstukje op tafel. Daar zit veel gedroogde kruidnagel in, Multatuli heeft het meegenomen uit Indië. Til je de stolp ervan af dan ruik je de geur, die is na 150 jaar nog intact. Ik zie de armoede dan haast voor me. Tegenwoordig is zo veel van plastic, die geur is haast een statement. •

Op de middelbare school lazen we ‘Saïdjah en Adinda’ uit de Max Havelaar. Ik was zestien, zeventien. Een oud verhaal over twee kinderen, het zal wel, dacht ik. School gaf niet veel context. Maar tijdens mijn studie kwam het weer langs. Toen zag ik: o ja, dit is heel bijzonder. Ik vond het ook heel actueel, vanwege de kritiek op het kolonialisme. Niet al Multatuli’s werk heb ik gelezen. Thuis blader ik wel af en toe in zijn eerste bundel Ideeën. Vanochtend las ik nummer 226: dat hij zichzelf graag zou ontmoeten, maar dan wel in een goed humeur moet zijn. Die bundel is heel gevat, scherp, geestig en kritisch, willekeurig ook. Misschien moet ik die gedachten van mezelf ook eens opschrijven, het zou best leuk kunnen zijn.

NELSON ADDO – 1996 • 2014 havodiploma, profiel Cultuur en Maatschappij • 2014-2016 Journalistiek, Hogeschool Utrecht • 2016-nu Nederlandse taal en cultuur, UvA • 2017-2018 secretaris Helios, studievereniging Neerlandistiek • 2017-nu medewerker Multatulimuseum • 2019 student-lid Centraal

VAN DEZE TIJD Koffie, thee, chocola, textiel: we weten vaak niet wie het produceert, hoe deze mensen leven, wat ze verdienen. Veel multinationals hebben baat bij deze situatie. Multatuli’s kritiek op het kapitalistische systeem heb ik gedeeld. Hij was alleen, werd verguisd. Wij zijn nu met meer, dan moet er toch iets te veranderen zijn. Een jaar geleden was ik betrokken bij de protesten tegen de bezuinigingen op de Geesteswetenschappen. Ook moest het onderwijs gedekoloniseerd worden, vond ik, met meer aandacht voor het niet-westerse perspectief. Inmiddels denk ik: we zitten nou eenmaal in het Westen. Wel zou ik graag meer niet-Europese filosofen lezen, niet alleen Kant en Hegel.

Stembureau, UvA • 2019 secretaris faculteitsvereniging ALPHA (Algemeen platform humaniora Amsterdam; adviesorgaan voor studieverenigingen en tijdschriften)


12 HOOFDZAAK

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Nadine Böke illustratie • iStock

UVA LOOPT VOOROP IN INVESTEREN IN AI

‘HET IS AAN ONS ALS SAMENLEVING OM TE BEPALEN WAAR HET MET DEZE TECHNOLOGIE HEEN GAAT’ Met de aanstelling van vier universiteitshoogleraren zet de Universiteit van Amsterdam de komende jaren fors in op het thema Artificiële Intelligentie. De focus ligt daarbij zowel op de technische aspecten als op de maatschappelijke impact van deze technologie, die in alle lagen van de samenleving is doorgedrongen. Je telefoon zit er vol mee. Je favoriete nieuwssites en Netflix gebruiken het om persoonlijke aanbevelingen te geven. Overheidsdiensten als de Belastingdienst en het UWV sporen er fraude mee op en stellen er risicoprofielen mee samen. Artificiële Intelligentie (AI) is overal. Het principe van AI bestaat al decennia lang. Al sinds de jaren zestig wordt gewerkt aan machines die spellen kunnen spelen en een menselijke taal kunnen leren. Maar doordat computers steeds sneller en krachtiger zijn geworden, en dankzij nieuwe technologieën als machine learning, gaan de ontwikkelingen nu razendsnel. Wat AI precies is, laat zich lastig definiëren. In principe gaat het over alle vormen van technologie die kenmerken van intelligentie vertonen. De basis bestaat uit geavanceerde computertechnieken die verder gaan dan de klassieke sets van regels die door een programmeur in software worden gestopt. Het gaat bijvoorbeeld om technieken als deep learning en zelflerende systemen. Ook neurale netwerken vallen hieronder, complexe computertechnieken die een lerend systeem vormen dat lijkt op de werking van het menselijk brein. Binnen een neuraal netwerk geven neuronen signalen aan elkaar door en maakt het netwerk gewogen keuzes wat betreft het al dan niet verder doorgeven van bepaalde informatie. Wie hier meer over wil weten kan sinds begin dit jaar terecht bij de gratis online Nationale AI Cursus, een initiatief van experts uit de wetenschap en het bedrijfsleven.

De extra investeringen in AI zijn volgens hem hard nodig. ‘Artificiële Intelligentie zal ons leven hoe dan ook veranderen. Nederland kan vol meedoen en het spel meebepalen, of het kan op de bank blijven zitten’, schreef hij in april van dit jaar in een breed gedeeld opiniestuk in NRC Handelsblad. In gesprek met SPUI licht De Rijke toe: ‘AI is al nauw verweven in de samenleving, en dit zal alleen maar toenemen. Als we daar niet in meegaan betekent dit dat we de strategische keuzes en controle aan

GOOGLE

De UvA zet niet alleen in op het aantrekken en behouden van talent op het vlak van AI-technologieën. De drie andere universiteitshoogleraren met een AI-focus komen uit heel andere disciplines: recht, geesteswetenschappen en de medische wereld. Allemaal hebben ze de expliciete opdracht om interdisciplinair en faculteitoverstijgend te werken. De komende jaren zullen ze dan ook geregeld om de tafel zitten en gezamenlijke projecten opstarten. Dit maakt de UvA uniek binnen Nederland, volgens Natali Helberger, die per 1 november is aangesteld als universiteitshoogleraar Law and Digital Technology. ‘Er zijn op het moment meerdere universiteiten die speciale universiteitshoogleraren instellen op het vlak van de technologie achter AI. Maar aan de UvA zijn er aan alle faculteiten mensen die zich bezighouden met AI. Er zitten experts op dit vlak aan de faculteiten Geneeskunde, Rechtsgeleerdheid en Geesteswetenschappen en er zijn psychologen en

De Universiteit van Amsterdam loopt voorop in het investeren in AI. Maar liefst vier van de in totaal zeven universiteitshoogleraren zullen de wetenschappelijke ontwikkelingen rond deze technologie een nieuwe impuls geven, ieder voor een periode van vijf jaar en vanuit het eigen vakgebied. De UvA staat niet alleen. In oktober maakte de Nederlandse overheid bekend dat ze, met het bedrijfsleven, twee miljard uittrekt voor het Strategisch Actieplan Artificiële Intelligentie. Het doel: zorgen dat Nederland qua kennis en expertise niet achter gaat lopen bij de ons omringende landen en grote bedrijven als Google, Apple en Microsoft. Want dat dreigt te gebeuren, zegt Maarten de Rijke. Hij werd in september 2018 benoemd tot de eerste van de vier nieuwe universiteitshoogleraren AI. Op dat moment was hij al enige tijd hoogleraar Information Retrieval aan het Instituut voor Informatica van de UvA.

‘AI IS EEN GEWELDIGE TECHNOLOGIE, DIE ONS ALS SAMENLEVING VEEL GOEDS KAN BRENGEN’ anderen overlaten. Stel bijvoorbeeld dat we straks een juridisch systeem krijgen waarbij AI gerechtelijke beslissingen neemt. En dat zo’n systeem niet door ons is ontwikkeld, maar door andere landen, of zelfs bedrijven. Dat wij dan niet weten hoe het precies functioneert en er geen controle over hebben. Dat zou onacceptabel zijn. We hebben als land de menskracht en de kennis nodig om bovenop zulke ontwikkelingen te blijven zitten.’

HUMAN(E) AI


13 MAARTEN DE RIJKE – 1961

• 1989 Wijsbegeerte, cum laude, UvA • 1990 Wiskunde, cum laude, UvA • 1993 promotie Theoretical computer science, UvA • 1998 universitair docent, UvA • 2004 hoogleraar Information retrieval, UvA • 2009 medeoprichter Talking Trends • 2013 medeoprichter 904Labs • 2017 KNAW-lid • 2018 directeur van Innovation Centre for Artificial Intelligence (ICAI) • 2018 universiteitshoogleraar AI and Information Retrieval,

communicatiewetenschappers die zich hiermee bezighouden. De UvA is daarmee de ideale omgeving om het te hebben over vraagstukken die je eigenlijk niet binnen een enkele discipline kunt oplossen.’ Dit alles komt samen binnen het nieuwe onderzoekzwaartepunt Human(e) AI, waarvan Helberger een van de trekkers is. De UvA trekt extra geld uit voor dit thema, dat, zoals de naam al zegt, draait om de menselijke kanten van AI. Want wat zijn de maatschappelijke, ethische en juridische implicaties van AI, en hoe kunnen we de ontwikkeling van AI zo stimuleren dat de mens en onze maatschappelijke waarden centraal staan? Dat is de centrale vraag waar Helberger en haar collega’s zich de komende jaren mee gaan bezighouden. Tobias Blanke, de derde van de nieuwe universiteitshoogleraren, heeft zijn specialisatie volledig op dit vlak. Hij bekleedt sinds 1 augustus de leerstoel AI and Humanities aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. En ook in het werk van de vierde nieuwe universiteitshoogleraar, Ivana Išgum, spelen ethiek en maatschappelijke aspecten een grote rol. Zij is per 1 september benoemd op de leerstoel AI and Medical Imaging aan de Faculteit der Geneeskunde.

UvA

‘Mijn persoonlijke expertise ligt op het vlak van information retrieval. Dat gaat over de AI-technologie die achter zoekmachines zit. Het draait om vragen als hoe je mensen op de beste manier kunt helpen aan informatie waarnaar ze op zoek zijn. Een belangrijke verandering daarin is een groeiende focus op technologie die begrijpt wat de gebruiker precies wil en nodig heeft, en zich daar op aanpast. Als je iets zoekt via bijvoorbeeld Google, is de pagina met resultaten nu nog vrij complex. Er staat van alles op: afbeeldingen, video’s, links naar websites, misschien ook links naar shopping-resultaten. Dat is zo omdat er voor de zoekmachine een grote onzekerheidsfactor speelt: waar ben je nu echt naar op zoek? Wat is je bedoeling? Over een jaar of vijf zullen de resultaten veel meer toegespitst zijn en zal de zoekmachine de gebruiker beter moeten begrijpen. Dat is ook nodig, want de technologie beweegt weg van het gebruik van grote schermen en toetsenborden, richting kleinere schermen en volledig stemgestuurde toepassingen. Dan is er geen ruimte meer voor complexe resultatenpagina’s en de onzekerheid die daarin is verankerd. De belangrijkste toegevoegde waarde van de universiteitshoogleraren is in mijn ogen, naast het gezamenlijk werken aan interdisciplinaire projecten, dat we invloed kunnen uitoefenen op het beleid van de UvA als het gaat om het onderzoek, onderwijs en de positionering van AI. En daarmee ook het beleid rond AI binnen de regio Amsterdam en binnen Nederland. We zijn heel goed in de technologische en andere aspecten van AI, maar als we die sterkte willen blijven houden, dan is het nodig om te blijven investeren in talent – onze belangrijkste grondstof. Zodat mensen niet weglopen naar andere landen.’

IVANA IŠGUM – 1973

• 1999 Wiskunde, Universiteit van Zagreb • 1999 wetenschappelijk software-ingenieur, Silicon Biomedical Instruments BV • 2007 promotie Image Sciences Institute, UMC Utrecht • 2007 postdoc, Laboratory

HOTSPOT

for Clinical and Experi-

Naast de aanstelling van de universiteitshoogleraren zet de UvA ook in op andere strategieën, bijvoorbeeld door getalenteerde onderzoekers een hoogwaardige, creatieve werkomgeving te bieden. Dit jaar opende het Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI), waarvan De Rijke directeur is. Het ICAI is een nationaal samenwerkingsverband van kennisinstellingen, gericht op AI-innovatie door middel van publiek-private samenwerkingen, dat wordt geleid door de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. De samenwerkingsverbanden binnen het ICAI hebben de vorm van ‘labs’, zoals het politielab, waarbinnen de UvA met de Universiteit Utrecht en de landelijke politie kijkt hoe AI kan worden ingezet om op sporingsmethodes te verbeteren. Een ander voorbeeld is het lab met Ahold, om te kijken naar de inzet van AI bij de verbetering van bedrijfsprocessen, zoals optimalisatie van de supply chain.

mental Image Processing, UMC Leiden • 2008 postdoc, Image Sciences Institute, UMC Utrecht • 2012 universitair docent, Image Sciences Institute, UMC Utrecht • 2015 universitair hoofddocent, Image Sciences Institute, UMC Utrecht • 2019 universiteitshoog leraar AI en medische beeldvorming, UvA

‘AI wordt nog niet veel gebruikt in de medische praktijk, maar er loopt wel veel onderzoek naar. Mijn expertise ligt bij het ontwikkelen van AI voor de analyse van medische beelden, zoals CT- en MR-scans. Het zijn de moeizame, repetitieve taken als deze die in ziekenhuizen waarschijnlijk als eerste worden geautomatiseerd met AI. Mensen worden moe en maken daardoor fouten. Software niet. Software kan ook de variatie tussen beoordelaars van scans elimineren. En het kan de werklast verlichten: het aantal medische beelden groeit exponentieel, terwijl het aantal experts niet in hetzelfde tempo meegroeit. In potentie kan het dus bepaalde taken efficiënter, minder tijdrovend, en misschien ook goedkoper maken. Maar er zijn veel ethische vragen rond deze technologieën, zoals die rond het beheer van de digitale patiëntgegevens en rond privacy. Of zoals wat te doen met ongevraagde bevindingen. Als AI bijvoorbeeld een cardiovasculair risico ontdekt op de scan van een kankerpatiënt, terwijl dit niet is wat je zocht en het misschien ook niet duidelijk is hoe het kan worden behandeld; wat doe je hier dan mee? Nog een voorbeeld: wat als patiënten hun eigen medische beelden opvragen en die vervolgens zelf uploaden naar applicaties van derden? Daar komen niet alleen allerlei ethische maar ook juridische vragen bij kijken. Daarom is het heel goed dat er rond AI universiteitshoogleraren uit verschillende disciplines zijn aangesteld. Ik hoop met de anderen aan dit soort vakgebiedoverstijgende kwesties te gaan werken.’


14

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

TOBIAS BLANKE – 1973

• 2004 promotie Politieke filosofie, Vrije Universiteit Berlijn • 2007 onderzoeker en universitair (hoofd)docent, King’s College, Londen • 2011 promotie Information Retrieval, Universiteit van Glasgow • 2012 founding director, Digital Research Infrastructure in the Arts and Humanities (DRIAH) • 2017 afdelingshoofd Digital Humanities, King’s College, Londen • 2018 hoogleraar, King’s College, Londen

‘Mijn AI-onderzoeksfocus ligt bij de sociale en geesteswetenschappen. Ik bekijk hoe Artificiële Intelligentie kan bijdragen aan onderzoek binnen deze disciplines, onder andere door nieuwe, computationele onderzoeksmethoden te ontwikkelen die zijn aangepast aan de methoden en kritische tradities binnen de sociale en geesteswetenschappen. Want uiteraard kun je dergelijke methoden niet zomaar kopiëren van de computerwetenschappen. Een van mijn meest recente publicaties ging over het gebruik van AI-technologie voor gegevensverzameling binnen het Holocaust Project van de European Holocaust Research Infrastructure. Daarvoor hebben we een neuraal netwerk ontwikkeld en getraind om de herinneringen van overlevenden van de Holocaust te analyseren. Met deze techniek kunnen we niet alleen naar woorden kijken, maar ook naar hun context, wat belangrijk is voor de interpretatie. Als je een uitgebreide verzameling oral histories met de hand zou moeten analyseren, is dat praktisch onmogelijk. Met dit soort technieken kan het toch. Het gebruik van AI-methoden kan dus grote voordelen bieden en nieuwe stemmen toevoegen aan de geschiedenis, zoals in het geval van het Holocaust Project. Maar er is vaak een kloof tussen de wereld van computerwetenschappers en ingenieurs enerzijds en die van onderzoekers in de sociale en geesteswetenschappen anderzijds. Er zijn veel vooroordelen, en een gebrek aan kennis en begrip voor elkaars methoden en tradities. Ik wil deze werelden samenbrengen.’

• 2019 universiteitshoogleraar AI and Humanities, UvA

NATALI HELBERGER – 1970

• 1995 Rechten, richting Business and labour law, Freie Universität Berlin • 1996 specialisatie European Law, Oberlandesgericht Zweibrücken • 1996 onderzoeker, Institute of European Media Law • 1999 universitair hoofddocent, Instituut voor Informatierecht, UvA • 2005 promotie Rechtsgeleerdheid, UvA • 2013 lid van diverse expert committees van de Europese Commissie en de Europaraad • 2013 hoogleraar Informatierecht, UvA • 2019 lid KNAW en KHMW • 2019 trekker universitair zwaartepunt Human(e) AI en landelijk SSH sectorplan initiatief ‘Digital Transformation of Decision Making’ • 2019 universiteitshoogleraar Law & Digital Technologies, UvA

‘Een belangrijke focus van mijn werk de komende vijf jaar wordt AI met betrekking tot de media. Grote mediabedrijven zoals Facebook en Google staan bol van de AI-technologie. Maar ook meer traditionele media zoals kranten gebruiken het, bijvoorbeeld in de vorm van algoritmes die je artikelen aanraden. Wat betreft AI en grote mediabedrijven spelen tal van vragen rond ethische aspecten, juridische kwesties en fundamentele mensenrechten. Denk aan de vragen rond geautomatiseerde content moderatie [zoals het controleren en beheren van posts op social media en de reacties onder artikelen op nieuwssites met behulp van software, red.]. Of het gebruik van data in politieke campagnes, de regulering van platformen, en de realisatie van democratische waarden zoals diversiteit, inclusiviteit en non-discriminatie. Maar ook de verantwoorde omgang met data en AI door zowel nieuwe als traditionele media is een van mijn aandachtspunten. Er is de laatste jaren veel aandacht voor het idee van filterbubbels. Als je veel gepersonaliseerde media gebruikt, die artikelen aanraden op basis van wat jij graag leest, dan krijg je maar een heel beperkte selectie van nieuws voorgeschoteld. Mijn onderzoek hiernaar laat zien dat het op dit moment in Nederland wel meevalt met dit fenomeen. Mensen gebruiken toch vaak een mix van media, waardoor het aanbod aan nieuws dat je voorgeschoteld krijgt vrij gevarieerd is. Maar er zijn subgroepen van mensen voor wie zo’n filterbubbel wel dreigt. Hoe ga je daar als media mee om? Hoe garandeer je voldoende diversiteit binnen de content die je aanbiedt, en wat zou die diversiteit moeten inhouden? Daarnaast richt ik me op het verschijnsel automated decision making, de inzet van AI om soms verregaande beslissingen te nemen. Zoals op het vlak van rechtspraak, waarbij software in sommige gevallen de rol van de rechter overneemt. Daar wordt al mee geëxperimenteerd. Maar automated decision making speelt ook bij overheidsinstellingen, artsen, partijen als creditcard- en verzekeringsmaatschappijen. De software beslist dan bijvoorbeeld of je kredietwaardig bent, of welk risico jij vormt voor de verzekeraar. Je kunt je voorstellen dat ook hier veel ethische en juridische kanten aan zitten.’

Het ICAI wordt samen met het Instituut voor Informatica hoofdbewoner van een nieuw pand dat in aanbouw is op het Amsterdam Science Park, recht naast het gebouw van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. ‘Het nieuwe gebouw wordt een hotspot voor Artificiële Intelligentie waarin onderwijs, onderzoek en samenwerkingsverbanden samenkomen’, zei rector magnificus Karen Maex bij de aankondiging van de bouwplannen. In het volledig duurzame gebouw komt ook ruimte voor spin off-bedrijfjes, start ups en scale ups. Het zal de naam Lab42 gaan dragen, waarbij 42 een verwijzing is naar ‘het antwoord op de ultieme vraag over het Leven, het Universum, en Alles’ uit de onder informatici geliefde boekenserie The Hitchhiker's Guide to the Galaxy van Douglas Adams. Door ook in te zetten op een intensieve samenwerking met de gemeente Amsterdam, Amsterdamse kennisinstellingen en allerhande maatschappelijke en commerciële partners moet het Amsterdam Science Park straks een van dé hubs op het gebied van AI worden. ‘AI is geweldige technologie, die ons als samenleving veel goeds kan brengen. Maar we moeten er wel voor zorgen dat het ook echt ten goede wordt ingezet’, vat Helberger samen. In populaire science fictionfilms en -boeken leiden de ontwikkelingen in AI bijna altijd tot de ondergang van de mens. Denk bijvoorbeeld aan de Terminator-serie, de Blade Runner-films, Ex Machina of de populaire serie Black Mirror. Helberger: ‘Ik ben persoonlijk niet zo bang voor dat dystopische beeld waarbij technologie de samenleving overneemt. Als dat gebeurt, is dat omdat we het hebben toegelaten. Het is aan ons als samenleving om te bepalen welke richting we uit gaan.’ • De Nationale AI cursus is te vinden op ai-cursus.nl. Alle informatie over AI aan de UvA is verzameld op uva.nl/ai.


15

PENSIOEN

‘DE WAARHEID IN WISKUNDE IS EEUWIGDUREND’ Een afscheid van de universiteit is vaak geen afscheid. Dat geldt ook voor Alexander Rinnooy Kan (1949). De eerste keer dat hij de UvA verliet was kort na zijn promotie in de wiskunde in 1976, om op zeer jonge leeftijd hoogleraar te worden aan de Erasmus Universiteit. De tweede keer ging hij er met emeritaat, nadat hij aan de UvA als universiteitshoogleraar zeven jaar de leerstoel Economie en bedrijfskunde bekleedde. In zijn afscheidsrede ‘Betrokkenheid als opgave’ op 11 oktober van dit jaar zei hij: ‘Wie zoals ik de universiteit zo lang heeft mogen beleven kan daar niet anders dan een lichte verslaving aan overhouden.’ Na de afscheidsplechtigheid in de Lutherse Kerk is van een definitief vertrek aan de UvA ook nu geen sprake. De inmiddels emeritus hoogleraar blijft doen wat hij deed. Hij behoudt zijn kamer aan de Amsterdam Business School en gaat door met de begeleiding van studenten en colleges over uiteenlopende onderwerpen zoals onderhandelen en duurzaamheid. Rinnooy Kan is een onderwijsman in hart en nieren. ‘Ik vind het heel leuk om les te geven over van alles en nog wat’, zegt hij enkele weken na zijn afscheidsrede. ‘Een plek als de universiteit, met haar enorme kennisoverdracht, is uniek aan de mens. Het laat de mens zien op zijn allerbest en alleraardigst.’ Rinnooy Kan studeerde en werkte aan de Universiteit Leiden, de UvA, de TU Delft en de Erasmus Universiteit. Met de UvA heeft hij de langste relatie, ook zijn vader en zoon studeerden er. ‘Ik ben blij dat ik het daar kon afronden. Het is een universiteit die veel vrijheid gunt en veel verantwoordelijkheid vraagt, waar spontaniteit gewaardeerd wordt. Dat heeft veel van de alumni aangetrokken. Het is wat minder strak georganiseerd, waardoor heel veel mogelijk is, afhankelijk van het doorzettingsvermogen en de creativiteit van de betrokkene.’ Zijn boek Bordjes duiken, dat vorig jaar uitkwam, is een terugblik op zijn leven, waarin hij verantwoording wil afleggen en zijn ervaringen deelt. Het heeft als ondertitel Ervaringen van een optimist, maar Rinnooy Kan spreekt van een gemengde erfenis als we het hebben over de staat waarin de wereld verkeert. ‘Ik ben een optimist en dat wil ik blijven. Er is ook weinig keus voor mensen die een publieke rol vervullen. Maar er ligt een enorme opgave als je kijkt naar de klimaatproblemen, duurzaamheid, de situatie in de Verenigde Staten. Mijn bijdrage, en die van mijn generatiegenoten, is geen onverdeeld succes geweest.’ Verantwoordelijkheid, betrokkenheid, nuance – het zijn woorden die passen bij een man die zich ‘zeker niet kritiekloos, maar wel overtuigd aanhanger van het poldermodel’ noemt, en die dat gedurende zijn loopbaan als wetenschapper en docent, in het bedrijfsleven en in vele publieke en politieke functies liet zien. Als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (2006-2012) was hij de meest invloedrijke Nederlander, volgens de Volkskrant en andere media. Bij een groot publiek werd hij in 2007 bekend door zijn televisieoptreden in Zomergasten, waarna hij in NRC Handelsblad

tekst: Shirley Haasnoot reportagebeeld: Monique Kooijmans portret: Ineke Oostveen

werd omschreven als ‘een man met menselijke en bestuurlijke kwaliteiten waarmee hij de meeste ministers van de laatste tien jaar in zijn zak steekt.’ Toch maakte Rinnooy Kan bij veel kijkers vooral indruk toen het gesprek met interviewer Joris Luyendijk over zijn eerste liefde ging, de zuivere wiskunde. Hij vertelde over zijn eigen onderzoek naar de optimale volgorde, het handelsreizigersprobleem, waarbij zijn plezier in lesgeven duidelijk te zien was. Met een beeldfragment liet hij de Hongaarse wiskundige Paul Erdös (1913-1996) aan het woord over perfecte driehoeken, die leidden tot de stelling van Erdös-Mordell. Tot 1990, toen hij overstapte naar het bedrijfsleven en voorzitter werd van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen, deed hij dan ook voltijds wetenschappelijk wiskundig onderzoek. ‘De waarheid in wiskunde is eeuwigdurend’, zegt hij. Het past in zijn vaak herhaalde pleidooi voor fundamentele wetenschap, die niet direct aantoonbaar maatschappelijk rendement oplevert. ‘Het is een enorm voorrecht om wiskunde gestudeerd te hebben. Ik had op de middelbare school een goede geschiedenisleraar maar een nog betere wiskundeleraar.’ In Bordjes duiken beschrijft hij hem, meneer De Haan op het Christelijk Lyceum te Den Haag, die uit de losse pols een volmaakte cirkel op het bord kon tekenen. Hij gaf zijn dromerige, sociaal onhandige leerling een doorkijkje in de wetenschap achter de wiskunde. Afscheid neemt Rinnooy Kan de komende jaren van een groot deel van zijn vele bestuurlijke en publieke functies, die met het voortschrijden van zijn leeftijd zullen aflopen. Wat daarvoor in de plaats komt, is wellicht een heel nieuw project. ‘Ik ga misschien wat meer schrijven.’ Hij vertelt over zijn Nederlandse, Joodse grootmoeder Rebecca, die veel beter kon koken dan zijn Engelse moeder. Zij was Sefardisch, haar man Asjkenazisch. De families waren tegen het huwelijk maar toch zetten de grootouders door. ‘Ik probeer te achterhalen wat er is gebeurd en hoe dat voor haar was. Naar hem, Alexander, ben ik genoemd.’ In zijn afscheidsrede waarschuwt Rinnooy Kan voor ‘de minachting voor feiten die als een besmettelijke ziekte is neergedaald op het publieke debat.’ Daar moet de universitaire gemeenschap – docenten, studenten, medewerkers en alumni – krachtig stelling in nemen, zegt hij. ‘De redelijkheid moet verdedigd worden. Het gevoel dat ik in mijn rede beschrijf wordt door de leden van de universitaire gemeenschap breed gedeeld.’ Want de universiteit heeft een uitzonderlijke overlevingskunst laten zien sinds de vroege middeleeuwen, maar is niet onkwetsbaar. De alumni zijn daarbij zowel de financiële ondersteuners als de morele supporters. ‘Waarom zou je niet financieel bijdragen als je je dat kunt veroorloven? En je kunt altijd uitdragen waar de universiteit voor staat. Respect voor kennis en feiten.’ •

ALEXANDER RINNOOY KAN – 1949 • 1972 doctoraal Wiskunde UL; kandidaats Econometrie UvA • 1973-1977 wetenschappelijk medewerker TUD • 1976 promotie Wiskunde UvA • 1977-1980 lector Operationeel onderzoek EUR • 1980-1996 hoogleraar Operationeel onderzoek EUR • 1983-1986 directeur Econometrisch Instituut EUR • 1986-1989 rector magnificus EUR • 1991-1996 voorzitter Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO, vanaf 1995 VNO-NCW) • 1996-2006 lid Raad van Bestuur ING • 2006-2012 kroonlid en voorzitter SER • 2012-2019 universiteitshoogleraar UvA • 2015-2019 lid Eerste Kamer voor D66 • 2018 boek Bordjes duiken. Ervaringen van een optimist


16 LOOPBAAN tekst • Vincent Weggemans beeld • Kees Hummel

JOËL BROEKAERT – 1982 @joelbroekaert • 2006 bachelor Geschiedenis, UvA • 2007 stage Vrij Nederland

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

CULINAIR JO WORDEN AA

• 2008-2009 stages in New York bij NRC en RTL • 2010 binnenlandredacteur NRC.next • 2012 master Geschiedenis/Journalistiek, UvA • 2013-heden column ‘Alleseter’ in Vrij Nederland • 2014-heden restaurantrecensent NRC Handelsblad • 2016 deelnemer aan De Slimste Mens (NCRV) • 2017 boek De Alleseter (Uitgeverij Podium) • 2017 Tv-programma De vijf smaken van Joël (KRO) • 2019 Tv-programma De smaak van Joël (KRO)

boek te schrijven, mocht Broekaert daar zes weken correspondent zijn: onbetaald, maar hij mocht wel voor de krant schrijven. ‘Dat werd een gekkenhuis. Op de dag dat ik aankwam, ging General Motors failliet; we zaten toen middenin de crisis. Vanaf die dag heb ik zes weken vrijwel elke dag in de krant gestaan, ik werkte me een slag in De baard, het lange haar, het motorjack: de rondte. Ik weet nog mijn wanhoop toen Michael Jackson opeens overleed. de rockster die hij ooit wilde worden, is Ik belde met lood in mijn schoenen de nog steeds niet ver weg. Zijn behoefte krant: moet ik hier iets mee? Gelukkig om op het podium te staan is in de heeft de correspondent in Washington loop der jaren wel iets minder die taak toen op zich genomen.’ geworden, maar Joël Broekaert is niet Toen er een plek op de binnenlandrebang van aandacht. Het was ook die dactie vrijkwam, ging Broekaert bij eigenschap die hem na zijn studie NRC.next aan de slag. ‘Ik heb daar Geschiedenis op de redactie van Vrij geleerd dat ik niet echt een nieuwsNederland deed belanden. ‘Ik studeerde jongen ben. Ik vind niet alles af bij Ronald Havenaar en Ruud van interessant, alleen omdat het nieuws is Dijk, met een scriptie over waarom de Amerikanen de NAVO in stand hebben – en dat moet daar wel natuurlijk.’ Tussen de dagelijkse stroom persbegehouden na de Tweede Wereldoorlog. richten zat op een dag een uitnodiging En toen kwam de vraag: wat kun je voor een rondleiding bij chipsfabrikant gaan doen als historicus? Ik had Lays. Niemand op de redactie had daar bedacht dat ik een talkshow wilde trek in; Broekaert wel. ‘Ik vond het presenteren op televisie, maar dan geweldig. Ik leerde daar hoe ze pizzamoest ik misschien eerst het vak van journalist maar eens leren: schrijven dus. smaak aan chips toevoegen. Dat is niet makkelijk; je moet eerst de kaas ruiken, Zonder enige ervaring heb ik me bij Vrij Nederland naar binnen gepraat voor een stage van drie maanden. Met een ‘Een heel varken in huis halen van mijn eerste stukken in dat blad – een interview van Thijs Broer met Joris en dan kijken wat je allemaal Voorhoeve, waar hij heel vriendelijk ook kunt gebruiken’ mijn naam had bijgezet – kwam ik dan weer de masteropleiding Journalistiek dan de tomaat proeven en dan pas de binnen. En daar heb ik alles geleerd rest. Er zit een factor tijd in die smaakover schrijven.’ beleving. Ze gooien daarom het kaasNa Vrij Nederland volgde een stage bij NRC-correspondent Freek Staps in New poeder los in de zak, zodat je dat meteen ruikt zodra je de zak opendoet. York en daarna bij diens collega Erik Het tomaataroma blazen ze door een Mouthaan van RTL, ook in New York. watervalletje van vloeibaar zetmeel, Toen Staps in 2009 vrij nam om een Hij wilde rockster worden, maar voor de zekerheid begon hij toch maar aan een studie Geschiedenis. Hoewel zijn liefde voor eten het won van de muziek, staat culinair journalist Joël Broekaert binnenkort wel op het podium. In een theatershow wil hij zijn publiek leren proeven.

JOËL BROEKAERT

‘Eten is onderdeel geworden van de nieuwscyclus’ waardoor er een flinterdun belletje op de chips komt; je proeft de tomaat pas als dat belletje in je speeksel is opgelost. Ik vond dat proces fascinerend en heb daar mijn stuk over geschreven.’ ‘Bij de krant lazen ze dat en zeiden: dat mag je weleens vaker doen. Op een gegeven moment had ik elke twee weken een column op vrijdag met een recept erbij. Toen ben ik, ongehinderd door enige kennis, dingen gaan uitproberen. Een heel varken in huis halen en dan kijken wat je allemaal kunt gebruiken. Best puberaal soms, maar wel vanuit oprechte verwondering.’ In 2013 kreeg Broekaert een wekelijkse column als ‘Alleseter’ bij Vrij Nederland, met voldoende ruimte om een onderwerp uit te diepen en toe te lichten. Broekaert: ‘Al mijn interesses kwamen samen: geschiedenis, voedsel, scheikunde. Met die insteek maak ik nu ook televisieprogramma’s; gewoon kijken hoe en waarom iets werkt. Best lastig nog, om die academische drang om te inventariseren en categoriseren te onderdrukken. Schrijvend kan dat soms nog wel, maar op televisie moet je op geen enkele manier proberen volledigheid te betrachten. Dat lukt toch niet.’

In 2020 gaat Broekaert het theater in met een ‘interactief culinair smaakexperiment’, letterlijk een ‘proefles’. ‘Dat was ook weer een wild idee op een zaterdagmiddag, maar we zijn al door tien theaters geboekt. We gaan het dus echt doen: ik in mijn eentje op het podium en iedereen in het publiek is leerling bij mijn proefles. Onder elke stoel ligt een bonbondoosje met zes vakjes, om de zoveel tijd moet je daarvan een vakje openen. Zo kan de hele zaal proeven waar ik het op het podium over heb. Volgens mij wordt het heel leuk.’ ‘Mensen hebben vaak genoeg tegen me gezegd dat “die voedselhype wel weer voorbij zou gaan”, maar dat geloof ik niet. Voedselschandalen, klimaat, milieu, bio-industrie; eten is onderdeel geworden van de nieuwscyclus. Vroeger dachten we amper na over ons voedsel, nu zijn we daar bewuster mee bezig. Mensen koken iedere dag, maar slechts weinigen hebben door dat ze in hun keuken eigenlijk de gekste scheikundeexperimenten uitvoeren. Een ei bakken klinkt simpel en saai, totdat je je verdiept in wat daar allemaal gebeurt in die pan. Geweldig interessant.’ •


17

OURNALIST AN DE UVA

CHARLOTTE KLEYN – 1993 charlottekleyn.com • bachelor Geschiedenis, UvA • 2012 bachelor Franse taal en cultuur, UvA • 2013 blog dekokendestudent.nl • 2013 Erasmus-uitwisseling Parijs • 2016 stage culinair tijdschrift Delicious • 2016 master Food History, Universiteit van Tours en Vrije Universiteit Brussel • 2017-heden freelancejournalist voor o.m. Het Parool, Archeologie Magazine, Bouillon Magazine, JAN • 2017-heden vaste receptenrubriek in Het Parool • 2018 boek Luilekkerland, met Onno Kleyn • 2018 medeauteur gratis boek Je bent wat je leest tijdens campagne ‘Nederland Leest’ (CPNB) • 2019 filmpjes over geschiedenis van eten in tv-programma Wat eten we?

CHARLOTTE KLEYN

‘Wat gewone mensen aten, is vrijwel niet gedocumenteerd’ De grote collectie historische kookboeken van de UvA kwam goed van pas toen Charlotte Kleyn voor haar afstudeerscriptie de introductie van de Franse keuken in Nederland onderzocht. Als historicus en journalist schrijft ze over eten. ‘Er stond een ketel op het vuur en daar gooide je in wat je had.’ Thuis ging het altijd over eten. Vader Onno Kleyn, culinair journalist en wijnschrijver, schreef voor de Volkskrant over alles wat met eten te maken had en hij was – en is – een fervent kok. Ruimte om zelf aan de slag te gaan in de keuken kreeg Charlotte Kleyn dus pas toen ze op kamers ging in een containerwoning in de Houthaven. Ze begon te koken voor vrienden – eerst vooral recepten van haar vader, maar allengs ging ze steeds meer experimenteren. Terwijl ze Frans en Geschiedenis studeerde, hield ze een eigen blog bij: dekokendestudent.nl. Kleyn: ‘Toen ik met een Erasmusbeurs naar Parijs ging, was ik veel aan het koken met andere uitwisselingsstudenten. Dat vond ik zo leuk – en de colleges zo saai – dat ik steeds meer voor mijn blog ging doen.

Voor het vak Historiografie, de geschiedenis van geschiedschrijving, heb ik toen een paper geschreven over de culinaire geschiedschrijving in Frankrijk. Dat was een ontdekking! Archieven induiken en over de historie van eten schrijven. Terug aan de UvA bleek dat bij de opleiding niets aan culinaire geschiedenis wordt gedaan, jammer genoeg. Wel heeft de UvA een grote collectie historische kookboeken en jaarlijks het Amsterdam Symposium on the History of Food, waar veel internationale gasten op afkomen.’ Kleyn schreef haar scriptie over de Franse keuken in Nederland vanaf de jaren vijftig, over hoe de gewone Nederlander voor het eerst camembert en rode wijn ging proeven en gebruiken. Daarvoor bracht ze veel tijd door tussen de UvA-collectie kookboeken. De daar opgedane onderzoekservaring kwam haar goed van pas toen ze vorig jaar onderzoek deed voor het boek Luilekkerland, waarin ze met haar vader schrijft over vierhonderd jaar eten in Nederland. Het gaat over de ontwikkelingen op groentegebied, het bereiden van gevogelte, de tafelmanieren, het gebruik van vet. Met verhalen over

dikwijls rammelende receptuur. Kleyn: ‘Maak je geen illusies, dat laatste gebeurt nog steeds. Laatst kwam ik in een kookboek een vertaalfout tegen in een recept voor een salade: “Voeg zestig ansjovisfiletjes toe”. Het is toch even schrikken als je dat echt hebt gemaakt en achterovervalt van het zout. Dat heb ik wel geleerd tijdens mijn studie Geschiedenis: ga waar mogelijk terug naar de bron, onderzoek alles en neem niets klakkeloos aan. Ik houd van het werk van de Britse Felicity Cloake. Voor The Guardian test ze elke week verschillende recepten voor één gerecht en kiest daar dan de ultieme versie van. Zij zoekt alles uit: moet je aardappelpuree beginnen met koud of warm water? Moet je eerst schillen of juist niet? Wat voegt het toe als je specerijen eerst bakt? Een tijdrovende klus, maar

‘Laatst kwam ik een vertaalfout tegen in een recept voor een salade: “Voeg zestig ansjovisfiletjes toe”’ razend interessant. En ze schrijft het met die heerlijke Britse humor op.’ Kleyn schrijft zelf inmiddels wekelijks een column met recept in Het Parool en geregeld langere bijdragen voor bladen als Archeologie Magazine, Bouillon Magazine en JAN. Alle begin is moeilijk, maar Kleyn benaderde na haar afstuderen brutaalweg alle kranten: ik wil over eten schrijven. Bij Het Parool mocht ze langskomen. ‘Mijn eerste stuk ging over eten op de camping, daar had ik tijdens mijn scriptieonderzoek allerlei leuke dingen over gevonden. Ik schreef

nog te academisch, daar heb ik in het begin veel hulp bij gehad. Vrij snel kreeg ik een plek als een van de Smulpapen, de vaste voedselrubriek in de krant. Zoek in het verzamelboek daarvan vooral mijn toetje met vanilleijs, chocola, zout en sesam op: supermakkelijk en superlekker.’ Op dit moment doet Kleyn onderzoek voor haar volgende boek, over eten op reis. Hoe aten we vroeger als we onderweg waren: wat namen we mee, hoe en wat kookten we? Kleyn: ‘Ten tijde van de Gouden Eeuw at de gewone man thuis – en in herbergen onderweg was dat niet anders – zogenaamde ketelkost. Er stond een ketel op het vuur en daar gooide je in wat je had. Dat waren vaak peulvruchten, knollen – aardappels waren er toen nog niet – en misschien wat graan, rogge, spek of ander vlees. Dat pruttelde en die ketel ging ook nooit helemaal leeg. Dan nog wat brood en pap en dat was ongeveer wat men at. Het is best lastig om daar goede bronnen over te vinden; wat gewone mensen aten is niet gedocumenteerd. Er zijn wel wat inkooplijsten overgeleverd van weeshuizen, maar daar stonden bijvoorbeeld geen groenten op. Zulke plekken hadden vaak moestuinen; men hoefde dus geen groenten te kopen. Ik vind het leuk om zulke verhalen helemaal uit te zoeken. Daarom vind ik de term “culinair journalist” ook wat ongelukkig. “Culinair” klinkt meteen zo chique, alsof het alleen maar over de hogere klasse gaat, maar dat is juist niet zo. Voeding klinkt te klinisch en food writer is weer zo Engels. Dus tja, hoe heet het wat ik doe? Ik schrijf over eten.’ •


18 WETENSCHAP

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Marleen Hoebe illustratie • Mattmo

MILJOENENONDERZOEK OM DE WERELDLANDBOUW TE VERANDEREN

OP ZOEK NAAR DE SYMBIOSE VAN PLANT EN WORTELMICROBIOOM In westerse landen willen we het gebruik van kunstmest en pesticiden terugdringen, in zich ontwikkelende landen zijn juist meer robuuste gewassen nodig. Onder leiding van de UvA gaat een consortium van wetenschappers op zoek naar de interactie tussen planten en de micro-organismen op hun wortels. Dit onderzoek kan leiden tot de verduurzaming van de voedselvoorziening.

De landbouw in Nederland en andere westerse landen gebruikt veel kunstmest en pesticiden, om er voor te zorgen dat gewassen optimaal groeien. Dat gebruik van pesticiden is niet duurzaam en het kost veel energie om kunstmest te maken. Voor kunstmest wordt ook fosfaaterts uit buitenlandse mijnen gehaald. Die mijnen raken op een gegeven moment uitgeput. Een ander probleem, vertelt onderzoeker Harro Bouwmeester, is dat als planten zo gepamperd worden, ze zelf minder hun best hoeven doen om zich te beschermen tegen ziekteverwekkers, schimmels en droogte. Bouwmeester is UvA-hoogleraar Plant Hormone Biology aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. Vanuit de UvA gaat hij vanaf 2020 leiding geven aan het prestigieuze MiCRop. Dit project is een consortium van de UvA en Wageningen Universiteit, Vrije Universiteit, Universiteit Utrecht en het Nederlands Instituut voor Ecologisch Onderzoek. Tientallen onderzoekers gaan op zoek naar duurzame manieren om planten te verbouwen en optimaal te laten groeien, met behulp van bacteriën en schimmels in plaats van kunstmest en pesticiden. De overheid heeft MiCRop een subsidie van 20 miljoen euro toegekend.

organismen, zoals bacteriën en schimmels. Die microorganismen bevinden zich meestal in de grond rondom de wortels van een plant, de rhizosfeer. En ze huizen in of op de plantenwortels. Die wortelliefhebbende microorganismen worden samen het wortelmicrobioom genoemd. Er is nog weinig bekend over dit microbioom, maar het is wel duidelijk dat het planten tegen ziektes kan beschermen en aan belangrijke voedingsstoffen kan helpen. In ruil daarvoor geven planten hun zelfgeproduceerde suikers aan de micro-organismen. Op deze manier leven een plant en een wortelmicrobioom

‘WESTERSE LANDBOUWGEWASSEN WILLEN WE VERGELIJKEN MET HUN WILDE VERWANTEN, ZOALS AARDAPPELEN IN DE ANDES’

in symbiose; ze hebben allebei wat aan elkaar. ‘Wij denken dat zodra een plant stress ervaart, bijvoorbeeld omdat er een tekort is aan de belangrijke voedingsstof fosfaat, het microbioom van de plant zal veranderen waardoor het met deze stress kan omgaan’, legt Bouwmeester uit. ‘Ik wil met het consortium WORTELMICROBIOOM onderzoeken welke micro-organismen en planteneigenVolgens Bouwmeester kunnen planten ook zonder veel landbouwhulpmiddelen goed voor zichzelf zorgen, schappen belangrijk zijn voor het omgaan met verschillende soorten stress. Daarnaast willen we bekijken hoe helemaal in samenwerking met allerlei micro-

we ervoor kunnen zorgen dat die micro-organismen en planteneigenschappen optimaal aanwezig zijn zodat planten daar goed gebruik van kunnen maken.’

STRESS Hiervoor laten de onderzoekers bij de Wageningen Universiteit honderd plantensoorten – landbouwgewassen, zoals aardappel en tomaat, en wilde planten, zoals wilde aardappel en wilde tomaat – in de kas groeien. Daar stellen ze de planten bloot aan verschillende soorten stress: droogte, pathogenen, insecten en een tekort aan fosfaat. ‘Vervolgens halen we de wortels van de plant uit de grond, waarna we met geavanceerde technieken bepalen hoe het wortelmicrobioom is veranderd door stress en hoe dit door de plant wordt gestuurd’, vertelt Bouwmeester. ‘Het wortelmicrobioom wordt geanalyseerd met behulp van DNA-sequencing. Daarvoor haal je DNA uit de rhizosfeer of de plantenwortel.’ Dit sequencen laten de onderzoekers door bedrijven doen. Die lezen eigenlijk de DNA-code af. Ze bepalen de basenvolgorde van de code, die bestaat uit A’tjes, C’tjes, G’tjes en T’tjes. Aan de hand van die basenvolgorde kun je vaststellen om welk soort organisme het gaat en kun je uiteindelijk achterhalen hoeveel van die organismen bij de plantenwortels zitten. Uit het sequencen komt een enorme dataset rollen. In het uitpluizen van die datasets is de UvA gespecialiseerd. ‘Naast biologie is data-analyse echt een sterk


19

aspect van de UvA,’ zegt Bouwmeester. ‘MiCRop is een project waarbij we veel data gaan genereren die we op een slimme manier moeten interpreteren. Ik werk veel samen met Age Smilde, hoogleraar Biosystems Data Analysis. Hij was ook de eerste die ik vertelde over het idee van MiCRop.’

SIGNAALMOLECULEN Op het Science Park houdt de onderzoeksgroep van Bouwmeester zich verder bezig met de chemische communicatie van planten. ‘We weten al van een paar signaalmoleculen die planten via hun wortels aan de bodem afgeven, dat zij micro-organismen lokken.

PLANTEN WORDEN BLOOTGESTELD AAN VERSCHILLENDE SOORTEN STRESS, ZOALS DROOGTE EN INSECTEN Maar het is niet duidelijk op wat voor schaal dit soort signalering in de bodem optreedt. We denken dat planten precies de goede micro-organismen kunnen aantrekken die ze voor een bepaalde stressor nodig hebben. Om daar inzicht in te krijgen, onderzoeken we welke stoffen planten in de bodem uitscheiden en hoe dat het microbioom beïnvloedt.’ MiCRop gaat met het onderzoek ook naar het buitenland. Het consortium wil naar de oorsprongsgebieden van onze landbouwgewassen toe. ‘We hebben het vermoeden dat gewassen die we in de westerse landbouw gebruiken misschien wel bepaalde eigenschappen en gunstige soorten microorganismen zijn kwijtgeraakt, omdat ze steeds zo gepamperd en veredeld zijn. Die westerse landbouwgewassen willen we vergelijken met hun wilde verwanten. Dat kun je bijvoorbeeld voor

aardappelen het beste in de Andes doen, voor tomaten in Zuid- en Midden-Amerika en voor rijst in Azië.’‘De gewassen daar zijn ook al miljoenen jaren geëvolueerd, maar meestal zonder hulpmiddelen als pesticiden. En de micro-organismen zijn mee-geëvolueerd. We willen die onderzoeken en bekijken of we daar iets mee kunnen in de westerse landbouw. Daarvoor doen we onderzoek op landbouwgrond en op wilde gronden. Het is namelijk heel goed mogelijk dat de gewassen op landbouwgrond in andere landen al wat gunstige eigenschappen en micro-organismen zijn verloren.’ Het onderzoek is niet alleen bedoeld voor de westerse landbouw. MiCRop gaat samenwerken met de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR)-instituten. Deze instituten werken aan de verbetering van de wereldvoedselproductie. ‘Via hen kunnen we onderzoek in andere landen doen en zichtbaar maken’, zegt Bouwmeester. ‘We hopen dat op deze manier ons onderzoek ook doorstroomt naar ontwikkelingslanden.’ De vraagstukken voor zich ontwikkelende landen verschillen wel van die voor de westerse wereld. ‘Bij de westerse landen gaat het veel meer om hoe we de inputs kunnen terugdringen. Hoe we ervoor kunnen zorgen dat de westerse landbouw minder kunstmest en pesticiden gaat gebruiken. In ontwikkelingslanden wil je juist meer robuuste gewassen krijgen, gewassen die goed bestand zijn tegen droogte en plagen. We denken dat we dit met het onderzoek naar het wortelmicrobioom kunnen bereiken.’ •

ZWAARTEKRACHTSUBSIDIE VAN 20 MILJOEN EURO VOOR MICROP In januari 2020 start het eerste onderzoek van MiCRop, een consortium onder leiding van de UvA dat de relatie bestudeert tussen planten en de micro-organismen op hun wortels. Voor dit tien jaar durende project is een subsidie van 20 miljoen euro toegekend, afkomstig uit het programma Zwaartekracht, gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De selectie voor dit programma wordt gedaan door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De NWO bekijkt of bij een project verschillende disciplines en universiteiten zijn betrokken. Daarnaast gaat het na of een consortium de potentie heeft om in de wereldtop van zijn onderzoeksgebied mee te doen. Naast UvA-hoogleraar Harro Bouwmeester, zijn hoogleraar plantenfysiologie Christa Testerink en hoogleraar entomologie Marcel Dicke van de Wageningen Universiteit betrokken bij de leiding van MiCRop. Testerink houdt zich bezig met zouttolerantie van planten en Dicke met insecten. Aan de top van het consortium zijn nog drie andere wetenschappers verbonden: hoogleraar Evolutionaire ecologie Toby Kiers van de Vrije Universiteit Amsterdam, hoogleraar Plantmicrobe interacties Corné Pieterse van de Universiteit Utrecht en hoogleraar Microbiële interacties en diversiteit Jos Raaijmakers van het Nederlands Instituut voor Ecologisch Onderzoek (NIOO). Kiers onderzoekt de samenwerking tussen planten en micro-organismen onder de grond en Pieterse en Raaijmakers hebben veel kennis van micro-organismen. Verder zullen nog 46 onderzoekers worden aangenomen voor dit project.


20 WETENSCHAP SPUI —

kort nieuws De wetenschappelijke kennis neemt dagelijks toe. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dragen daaraan bij met proefschriften, papers en andere publicaties waarin zij de vruchten van hun arbeid wereldkundig maken. SPUI biedt een selectie van recente resultaten.

GEESTESWETENSCHAPPEN

UvA-studenten restaureren kapotte globe uit 1700

Andra Danila en Santje Pander, twee studenten van de opleiding tot restaurator, hebben een zeventiendeeeuwse globe die door experts ‘total loss’ was verklaard, gerestaureerd. De studenten legden de voortgang van

ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE

Bedrijven zien Brexit en energietransitie vooral als kans

Ontwikkelingen zoals de naderende Brexit en de energietransitie, die potentieel ontwrichtend zijn, worden door Nederlandse bedrijven vaak als kans of stimulans gezien – vooral door innovatievere bedrijven. Ook blijkt dat Nederlandse bedrijven investeringen in sociale vernieuwingen belangrijker vinden dan investeringen op technologische gebieden.

het restauratieproces vast in een timelapse-video. Hierin is onder andere te zien hoe de scheuren op de globe gereinigd en hersteld worden. Het gerestaureerde object is een hemelglobe, die omstreeks 1700 vervaardigd is door de uitgevers Gerard en Leonard Valk uit Amsterdam. De globe is onderdeel van een paar, dat in bezit is van Kasteel Keppel. Omdat het paar in uitzonderlijk slechte staat verkeerde, heeft de eigenaar, baron Willem van Lynden, de beide objecten langdurig in bruikleen aan de UvA afgestaan. Het andere deel, een aardglobe, is nog niet klaar maar wordt ook gerestaureerd.

GENEESKUNDE Dit zijn enkele opvallende uitkomsten van de Nederlandse Innovatie Monitor 2019. Deze monitor wordt jaarlijks uitgevoerd onder regie van Henk Volberda van het Amsterdam Centre for Business Innovation van de Amsterdam Business School. In samenwerking met SEO Economisch Onderzoek ondervroeg het team van Volberda circa achthonderd senior managers van Nederlandse bedrijven.

De rol van marktliquiditeit in vastgoed

Dorinth van Dijk onderzocht de rol van marktliquiditeit in vastgoed, met name in de Nederlandse woningmarkt en de commerciële onroerendgoedmarkt in de Verenigde Staten. Hij ontwikkelde nieuwe manieren om marktliquiditeit in vastgoed te meten om vervolgens te kijken hoe veranderingen in markt-liquiditeit en prijsontwikkelingen met elkaar samenhangen. Van Dijk keek ook hoe marktliquiditeit kan worden gebruikt voor een beter begrip en een betere monitoring van de vastgoedmarkt.

Gen oorzaak ontwikkelingsachterstand bij kinderen

Onderzoekers van Amsterdam UMC hebben het gen ontdekt dat betrokken is bij een progressieve hersenziekte die leidt tot ernstige ontwikkelingsachterstand bij kinderen. Deze achterstand kan nu sneller aan de hand van de vetsamenstelling van het bloed worden vastgesteld. De patiënten met de hersenziekte lopen al in hun eerste levensjaar een ontwikkelingsachterstand op, krijgen epilepsie en hun motoriek gaat steeds verder achteruit. De ziekte hoort bij de groep van gecompliceerde erfelijke spastisch paraplegies. De onderzoekers zagen op MRI-scans dat hersenweefsel van patiënten over de tijd kapot gaat. Dit komt door een ‘foutje’ in het PCYT2-gen dat codeert voor een eiwit dat betrokken is bij de aanmaak van vetten die de cel nodig heeft voor de opbouw van zijn membranen. Met een analyse die lipidomics heet, konden de wetenschappers meer dan tweeduizend vetten van patiënten in kaart brengen. De analyse bevestigt dat de vethuishouding bij de patiënten verstoord is. Verder bleek dat het lichaam enigszins kan compenseren voor het gendefect. Dit biedt uitzicht op mogelijke nieuwe behandelingen.

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

Behandeling van erfelijk hoog cholesterol

Familiaire hypercholesterolemie (FH) is een veel voorkomende erfelijke aandoening waarbij patiënten vanaf de geboorte een sterk verhoogd cholesterol hebben. Hierdoor hebben zij een hoog risico op vroegtijdige hart- en vaatziekten. Patiënten met FH worden daarom met cholesterolverlagende medicijnen behandeld, waarvan statines de belangrijkste zijn. Uit nieuw onderzoek van het Amsterdam UMC, waarbij tweehonderd kinderen met erfelijk verhoogd cholesterol twintig jaar zijn gevolgd, blijkt dat FH-patiënten baat hebben bij behandeling vanaf de kindertijd. De patiënten begonnen tussen hun achtste en achttiende jaar met statines. Slechts een van deze patiënten had twintig jaar later hartklachten, terwijl een kwart van hun ouders al voor het veertigste levensjaar een hartinfarct kreeg.

MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN

Effect van latere selectie in het onderwijs

Onderwijsongelijkheid leidt tot sociaaleconomische en democratische ongelijkheid en is daarom onwenselijk. Vroege schoolselectie speelt een negatieve rol. Veel Europese landen zijn daarom overgestapt naar latere selectie. Onderwijssocioloog Herman van de Werfhorst onderzocht het effect van deze hervormingen en concludeert onder meer dat een latere schoolselectie ongelijkheid weliswaar vermindert, maar niet wegneemt, en dat gelijkheid ook toeneemt doordat kinderen uit bevoordeelde groepen in prestaties zakten.

Zwarte Piet-controverse biedt kans op sterker publiek debat

Maatschappelijk debat is een cruciaal onderdeel van een gezonde democratie. De verhitte discussies in de afgelopen jaren over Zwarte Piet hebben laten zien hoe plotseling en snel de dynamiek van het debat kan veranderen. Op het eerste gezicht draait de discussie om meningsverschillen over de aanvaardbaarheid van de figuur Zwarte Piet. Politicoloog Heleen Schols onderzocht hoe het debat ook gaat over de ‘spelregels’ van het debat: wat voor argumenten vinden we legitiem, wiens mening vinden we relevant, waar en op welke manier mogen mensen hun mening uiten? In haar promotieonderzoek ‘Keeping things gezellig’ laat Schols zien dat de Zwarte Piet-discussie ook kansen biedt om normen voor een gelijkwaardig en democratisch debat eens kritisch onder de loep te nemen en waar nodig bij te stellen.

Gediscrimineerde sollicitant kan weinig doen om baankans te vergroten

Discriminatie van minderheden op de Nederlandse arbeidsmarkt is nog onverminderd groot, blijkt uit een groot veldexperiment van de UvA en de Universiteit Utrecht. Helpt het als sollicitanten meer persoonlijke informatie – zoals een foto,


21 diplomacijfers en het benadrukken van hun productiviteit – toevoegen aan hun cv? Nee, ontdekte de onderzoeksgroep onder leiding van UvA-socioloog Bram Lancee. Hieruit valt af te leiden dat sollicitanten zelf maar weinig kunnen doen om hun baankansen te vergroten en dat de oplossing toch echt aan de kant van de werkgevers en de overheid ligt.

Lieve stad is vooral attente stad

‘Zorg goed voor onze stad en voor elkaar.’ Hiertoe riep burgemeester Eberhard van der Laan alle Amsterdammers op in zijn afscheidsbrief. Zijn woorden vonden veel weerklank, maar leidden ook tot de vraag of mensen in de grote stad nog wel goed naar elkaar omkijken. Onderzoekers van de UvA en het Ben Sajet Centrum onderzochten of en hoe buren en buurtgenoten in de Amsterdamse wijk Overtoomse Veld voor elkaar zorgen. Zij keken naar ‘alledaagse attentheid’, zoals een hartelijke groet, een kort praatje of het tillen van de boodschappen. In hun rapport ‘Alledaagse attentheid in een superdiverse wijk’ komen zij met een aantal conclusies en aanbevelingen om die attentheid te bevorderen. Ze stellen bijvoorbeeld dat er meer nodig is dan sturen op de samenstelling van wijken. Stadsplanners, woningcorporaties en architecten moeten ervan doordrongen zijn dat de gebouwde wereld alledaagse attentheid kan vergroten, maar ook ontmoedigen.

Het goede leven met dementie

Passief, als een plantje, verdwijnend in een mist van vergeetachtigheid, achter een horizon waar communicatie en expressie niet meer mogelijk zijn. Dementie wordt vaak gelijkgesteld aan het verlies van hetgeen ons tot mens maakt: de vaardigheid herinneringen te hebben, anderen te herkennen en verstandige keuzes te maken. Dit is het beeld dat veel mensen hebben van leven met dementie. Annelieke Driessen wilde weten of er ‘interessante’ manieren van leven zijn met dementie, manieren die ruimte maken voor wat mensen met dementie zelf waardevol vinden. Ze komt tot de conclusie dat mensen met dementie een betekenisvol leven kunnen leiden als mens, en niet enkel als speelbal van hun ziekte. Driessen laat zien dat het leven bij een diagnose van dementie niet voorbij is, maar nieuwe vormen aanneemt, waarin ook plezier mogelijk is.

NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Bosatlas van de duurzaamheid

Het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteemdynamica (IBED) was betrokken bij de totstandkoming van de Bosatlas van de duurzaamheid, een speciale uitgave van de beroemde atlas. De bijdrage vanuit de UvA bestond uit hulp bij het vormgeven van de inhoudelijke thema’s en het redigeren van de teksten. Aan de hand van kaarten, infographics en foto’s toont de atlas hoe groot de invloed van de mens op de aarde altijd al was en hoe snel die verder toeneemt. Er komen thema’s aan bod als de verandering van het klimaat, het opraken van grondstoffen, het verlies aan biodiversiteit en het tekort aan zoet water in grote delen van de wereld. Maar er zijn ook lichtpuntjes, zoals duurzaamheidsinitiatieven van overheden, burgers en bedrijven.

meerderheid’ van de biodiversiteit op aarde bij het aanpakken van klimaatverandering. Microben spelen een cruciale rol bij de gezondheid van mens en dier, landbouw, het wereldwijde voedselweb en de industrie. Als de rol van micro-organismen in klimaatverandering niet voldoende wordt belicht, betekent dit dat er onjuiste modellen worden gemaakt en dat voorspellingen niet kunnen kloppen, zeggen de onderzoekers.

RECHTSGELEERDHEID

Nut van militaire cyberoperaties

Een gebrek aan begrip van het nut van militaire cyberoperaties tijdens een gewapend conflict, leidt tot terughoudendheid bij het gebruik van dit type opera-

Trillen in één richting

Transistoren en andere elektronische componenten laten elektrische stroom in slechts één richting door. Hoe mooi zou het zijn als we materialen konden maken die iets soortgelijks doen voor mechanische trillingen? In de natuur komen zulke materialen niet voor, maar een groep natuurkundigen van de UvA heeft een metamateriaal ontworpen dat precies deze eigenschap heeft. In hun onderzoek ontwierpen zij een ‘robotisch’ metamateriaal. Elke bouwsteen hiervan is een minuscule robot die in staat is het gedrag van zijn buren te voelen en daarnaar te handelen. Met behulp van de programmeerbare ‘feedback loops’ die dit gedrag mogelijk maken, slaagden de onderzoekers erin om de bewegingssymmetrie in het materiaal te verbreken. Het resultaat: een willekeurige bouwsteen reageert anders op een verplaatsing van zijn linkerbuur dan op een verplaatsing van de rechter.

Zwaartekrachtsgolf onthult uitdijingssnelheid heelal

Dat het heelal uitdijt, staat vast. Hoe snel dat gebeurt, is de laatste jaren meer en meer een vraag. Wetenschappelijk staat de uitdijingssnelheid van het universum ter discussie sinds uiteenlopende metingen verschillende waardes suggereren. Een internationaal team van onderzoekers, onder wie Samaya Nissanke, heeft nu op een alternatieve manier de omstreden uitdijingssnelheid van het heelal bepaald. De onderzoekers gebruikten radiostraling afkomstig van twee samensmeltende neutronensterren, die aan de hand van hun zwaartekrachtsgolven werden ontdekt. De bevindingen zijn gepubliceerd in Nature Astronomy.

Laat microben niet weg uit klimaatdebat

Een internationale groep van dertig vooraanstaande microbiologen, onder wie Jef Huisman, waarschuwt voor de invloed van klimaatverandering op microorganismen. De wetenschappers betogen in een artikel in Nature Reviews Microbiology dat microben een belangrijke ontbrekende schakel vormen in studies naar klimaatverandering en roepen de wereld op te stoppen met het negeren van de ‘onzichtbare

ties. Om het nut ervan te begrijpen, is context nodig. In zijn promotieonderzoek bracht Jelle van Haaster deze context in kaart aan de hand van vijf perspectieven: politicologisch, sociologisch, technologisch, militair en juridisch. Hij eindigt zijn proefschrift met een synthese over het nut van militaire cyberoperaties. Het nut is volgens hem afhankelijk van het beoogde doel, de context van de operatie, de cybertechnieken die worden ingezet, de kunde van de krijgsmacht in het gebruik van deze technieken en het juridische raamwerk dat van toepassing is in de specifieke context van de cyberoperatie.

TANDHEELKUNDE

Extra aandacht voor mondgezondheid bij diabetes

Diabetes is een aandoening waarbij het lichaam moeite heeft het bloedsuikerniveau in balans te houden. Diabetespatiënten kunnen allerlei problemen krijgen, waaronder complicaties in de mond, zoals een tandvleesontsteking, droge mond en schimmelinfecties. Vooral tandvleesontsteking komt vaak voor bij mensen met suikerziekte, wat – naast de negatieve invloed op de kwaliteit van leven – ook de balans van het bloedsuikerniveau verder kan verstoren. Als huisartsen en praktijkondersteuners extra aandacht geven aan de mondgezondheid van patiënten met diabetes, verbetert de kwaliteit van leven voor deze patiënten. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Martijn Verhulst van ACTA.


22 PERSONALIA KHADIJA ARIB

Sociologie 1995, voorzitter van de Tweede Kamer, ontvangt de Aletta Jacobsprijs 2020 vanwege haar niet-aflatende strijd voor de positie van met name Marokkaanse vrouwen in Nederland, haar inspirerende voorbeeldrol als eerste vrouwelijke Kamervoorzitter met een migratieachtergrond, en voor de wijze waarop zij het vieren van honderd jaar kiesrecht in Nederland heeft weten te markeren als een viering van het algemeen kiesrecht, voor mannen én vrouwen. BENNY ÅKESSON

is benoemd tot bijzonder hoogleraar Design Methodologies for Cyber-Physical Systems aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. De leerstoel is ingesteld vanwege TNO. Åkesson combineert de leerstoel aan de UvA met zijn onderzoekswerk als Senior Research Fellow bij ESI, onderdeel van TNO in samenwerking met partners. NORBERT VAN DEN BERG

Geneeskunde 1987, kinderarts, is met zijn collega Tim Vreede door de burgemeester van Almere onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, vanwege hun initiatief De Kinderkliniek. Sinds de start van deze kinderkliniek, tien jaar geleden, is het aantal ziekenhuisopnamen met dertig tot veertig procent gedaald. TOBIAS BLANKE

Cuppen combineert de leerstoel aan de UvA met haar leerstoel Computational chemistry aan de Radboud Universiteit. MIDAS DEKKERS

Biologie 1973 cum laude, schrijver en bioloog, is de eerste winnaar van de Drs. P Trofee, een initiatief van het Het Heen- en Weerschap, een jaarlijkse prijs voor auteurs of kunstenaars die met humor de Nederlandse taal gebruiken of verrijken. MARIE DESERNO

promotie Psychologie 2019, ontvangt net als Sylvie Lesuis, promotie Sciences 2019, en Alba Torrents de la Peña, promotie Geneeskunde 2018, een Rubicon-financiering van NWO. Het programma Rubicon is bedoeld om jonge, veelbelovende wetenschappers de mogelijkheid te geven internationale onderzoekservaring op te doen. ROBBERT DIJKGRAAF

universiteitshoogleraar UvA, heeft de Irispenning ontvangen en het daaraan verbonden geldbedrag van 10.000 euro vanwege zijn belangrijke bijdrage aan de toenemende aandacht voor wetenschap en technologie. Tevens ontving hij de Mensa Fonds Impact Award vanwege zijn inzet om wetenschap begrijpelijk en interessant te maken voor jong en oud en omdat hij een lichtend voorbeeld is voor het maken van impact in relatie tot hoogbegaafdheid.

is benoemd op de leerstoel Humanities and AI. Na de eerder benoemde universiteitshoogleraar Maarten de Rijke en Ivana Išgum is Blanke de derde van vier nieuwe universiteitshoogleraren die zich richten op de interdisciplinaire benadering van artificiële intelligentie en haar impact.

ROELOF VAN GELDER

JAN VAN DER BORDEN

promotie Sciences 2014, is benoemd tot bijzonder hoogleraar Data Exchange Systems aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting Bèta Plus.

Geneeskunde 1984, KNO-arts Amsterdam UMC-AMC, is benoemd tot erelid van de Nederlandse KNO-vereniging.

Geschiedenis 1976, auteur, is winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2019, voor zijn boek Dichter in de jungle. John Gabriel Stedman, 1744-1797. LEON GOMMANS

PAUL BURM

Sociale geografie 1992, journalist en lobbyist, is benoemd tot voorzitter van de Beroepsvereniging voor Public Affairs.

FRENK VAN HARREVELD

GANDOLFO CASCIO

JONAS CASTELIJNS

HERMA CUPPEN

SIMONE HUIS IN ’T VELD

AGATA MAKOWSKA

Sociologie 1995, is de nieuwe directievoorzitter van Euronext Amsterdam. Huis in ’t Veld was eerder operationeel directeur voor Deutsche Bank Nederland, waar zij sinds 2010 diverse leidinggevende functies bekleedde.

Economie 2017, heeft met haar London Economics consultancy-collega’s de IPPR Economics Prize gewonnen. Het is een van de grootste geldprijzen in de wereld van economie en is geïntroduceerd om ‘radicale ideeën’ te vinden om de Britse economie nieuw leven in te blazen.

LUCA INCURVATI

en Julian J. Schlöder, beiden verbonden aan de afdeling Filosofie en het Institute for Logic, Language and Computation, hebben de Sanders Prize in Metaethics 2019 gewonnen voor hun artikel ‘Inferential Expressivism and the Negation Problem’. Het winnende essay wordt beloond met 5.000 dollar en verschijnt binnenkort in Oxford Studies in Metaethics.

promotie Psychologie 2001, is benoemd tot hoogleraar Sociale cognitie en gedragsbeïnvloeding in relatie tot duurzaamheid en veiligheid aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. De leerstoel wordt deels mogelijk gemaakt door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Scheikunde 1972, heeft de oeuvreprijs van de Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen ontvangen voor zijn overtuigende bijdrage aan het groot maken van de voedingswetenschappen in Nederland. De jury roemde onder andere zijn werk op het gebied van vetzuren en de introductie van de Mendelian Randomization methode. JOHN KLEINEN

promotie Sociale Wetenschappen 1988, universitair hoofddocent Antropologie tot 2013, is benoemd tot voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting Spaarnestad Photo waarvan het archief (13 miljoen foto’s) beheerd wordt binnen het Nationaal Archief. LOUISE KORTHALS

Sociologie 2007, cabaretière, heeft een Poelifinario gewonnen in de categorie Engagement voor Alles is er!, waarin ze volgens de jury het ‘uiterste persoonlijke moeiteloos verbindt aan het maatschappelijk relevante’. MARLOES KRIJNEN

Massacommunicatie 1981, directeur van het Amsterdamse fotomuseum Foam, is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Zij krijgt de koninklijke onderscheiding voor haar uitzonderlijke bijdrage aan de ontwikkeling van fotografie. Daarnaast ontving zij de Frans Banninck Cocqpenning voor haar verdiensten voor de stad.

is benoemd tot bijzonder hoogleraar Simulatie van herstructurering in moleculaire vaste stoffen aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting Bèta Plus.

KARLIJN VAN DEN HEUVEL

Information Law 2018, heeft de Hans Frankenprijs ontvangen, een initiatief van de Stichting Geschillenoplossing Automatisering, bedoeld voor de meest innovatieve afstudeerscriptie op het gebied van ICT-recht.

en Sera Markoff, beiden UvA-sterrenkundigen, zijn gelauwerd voor hun verdiensten voor de astronomie. De Mink kreeg de Pastoor Schmeitsprijs voor haar onderzoek naar zware sterren, Markoff ontving de Willem de Graaffprijs voor haar publieksvoorlichtingsactiviteiten. De sterrenkundigen ontvingen hun prijzen op de eerste dag van de jaarlijkse Nederlandse Astronomenconferentie. MARENTE DE MOOR

heeft de Jan Wolkers Prijs 2019, de prijs voor het beste natuurboek, ontvangen voor haar roman Foon. Hierin vertelt De Moor over het biologenechtpaar Nadja en Lev, dat afgezonderd woont in de Russische bossen. HALA NAOUM NÉHMÉ

Politicologie 2009 cum laude, Economics 2013, raadslid in Amsterdam voor de VVD, neemt op verzoek van de Verenigde Naties zitting in een commissie die de nieuwe Syrische grondwet gaat schrijven. BRAM OROBIO DE CASTRO

Psychologie 1994, is benoemd tot hoogleraar Orthopedagogiek: ontwikkelings- en opvoedingsproblemen aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. HASSAN OUTAKLLA

Politicologie 2007, is door Willem-Alexander benoemd tot zijn persoonlijk adviseur. In deze functie zal hij het koningspaar op de hoogte houden van wat er speelt in de samenleving. ERIK PLUG

promotie Economie 1997, onderzoeker bij de Amsterdam School of Economics, krijgt financiering toegekend vanuit NWO Open Competitie – SGW. Deze financiering geeft hem de kans onderzoek te verrichten naar de (economische) gevolgen van moederschap. AAI PRINS

Nederlandse taal- en letterkunde 1986, heeft na bijna zestien jaar afscheid genomen als algemeen directeur van Stadsschouwburg & Philharmonie Haarlem. Hij wordt opgevolgd door Edwin van Balken, die samen met zakelijk directeur Yvonne van Popta de tweekoppige directie vormt. Lampe gaat door als zelfstandig adviseur in de cultuur.

Russische taal- en letterkunde 1986, literair vertaalster Russisch-Nederlands, heeft de Letterenfonds Vertaalprijs 2019 ontvangen. Hiermee wordt niet alleen de hoge kwaliteit van haar vertaaloeuvre maar ook haar inzet als cultureel ambassadeur bekroond. Aan de oeuvreprijs is een bedrag van 15.000 euro verbonden.

MARITA MATHIJSEN

LIZA VAN DE RIJT

JAN-WILLEM DEN HERDER

Wis- en natuurkunde 1982, universitair hoofddocent Psychologie, is benoemd tot bijzonder hoogleraar High-Energy Astrophysics, in het bijzonder Space Instrumentation, aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting Het Jan van Paradijs fonds.

SELMA DE MINK

MARTIJN KATAN

JAAP LAMPE

Italiaanse taal- en letterkunde 2001, assistantprofessor Italian Literature and Translation Studies bij Universiteit Utrecht, is onderscheiden met de 'Knight of the Order of the Star of Italy' vanwege zijn academische prestaties. Geneeskunde 1988, hoogleraar Radiologie bij Amsterdam UMC, locatie VUmc, is bij zijn afscheid benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor zijn verdiensten op het gebied van Hoofd-Hals-radiologie.

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

ACTA-promovendus, heeft de Publicatieprijs 2019 van de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie ontvangen voor haar wetenschappelijke publicatie Oral health and orofacial pain in older people with dementia admitted to acute hospital awards: observational cohort study. EMIEL RUTGERS

emeritus hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde, heeft de Sarton Medaille 20192020 van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte ontvangen van de de Universiteit van Gent, op grond van haar verdiensten voor de literatuurgeschiedschrijving en voor de theorie en praktijk van het editeren van historische teksten.

promotie Geneeskunde 1986, heeft tijdens het 39ste congres van de European Society of Surgical Oncology (ESSO) een Lifetime Achievement Award ontvangen voor zijn inzet en grote bijdrage aan het klinisch onderzoek naar en verbetering van de kwaliteit van borstkankerchirurgie. FRANS SCHALKWIJK

is benoemd tot bijzonder hoogleraar Forensische Orthopedagogiek, in het bijzonder van de gewetensontwikkeling, aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen.


23 BARBARA SIERMAN

Nederlandse Taal- en Letterkunde 1980, ontving de Digital Preservation Coalition Fellowship Award voor haar verdiensten op het gebied van Digitale Duurzaamheid. TOM SPRINGVELD

Algemene cultuurwetenschappen 2007, heeft de Jan Hanlo Essayprijs Klein (1.500 euro) ontvangen voor zijn essay De ongewone zoon. JAN VAN DE STREEK

hoogleraar Fiscaal concernrecht heeft de Saskia J. Stuivelingprijs 2018 ontvangen voor zijn onderzoek naar de memo’s over de dividendbelasting. Hij heeft volgens de jury een innovatieve bijdrage geleverd aan de verslaggeving over dit onderwerp. PIETER TANIS

is benoemd tot hoogleraar Chirurgie, in het bijzonder colorectale chirurgie, aan de Faculteit der Geneeskunde. JUSTUS UITERMARK

Sociale geografie 2003, promotie Communicatie 2010, is benoemd tot hoogleraar Urban Geography aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. JOOST VERHOEFF

promotie Geneeskunde 2009, radiotherapeutoncoloog UMC Utrecht, ontvangt 1,2 miljoen euro van ZonMW en KWF voor het optimaliseren van radiotherapie voor kwaadaardige hersentumoren. NATHALIE VAN DER VELDE

overledenen GERARDUS TIELENS 1943, Sociologie 1972 (3 mei) JAN WORMMEESTER 1956, practicumcoördinator Education Service Centre UvA (6 mei) FERNANDO LOPES DA SILVA 1935, promotie Geneeskunde 1970, emeritus hoogleraar Dierfysiologie UvA, onderscheiden met middelgrote Sta-penning UvA (7 mei) HARRY VAN DEN HAAK 1929, Nederlands recht 1953, voormalig president Gerechtshof Amsterdam, oud-voorzitter en erelid Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (7 mei)

ANNA WATTS

is benoemd tot hoogleraar High-Energy Astrophysics, in het bijzonder relativistic nuclear astrophysics. MIEKE VAN DER WEIJ

Nederlandse taal- en letterkunde 1982, heeft de Zilveren Reismicrofoon ontvangen als beste radiomaker van het jaar. SANDER WOUTERSEN

promotie Sciences 1999, Griekse en Latijnse taal en cultuur 2001, is benoemd tot hoogleraar Fysische Chemie aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

Meer personalia De meest recente personalia vindt u op alumni.uva.nl/personalia. Zelf een nieuwe functie? Kent u iemand die iets bijzonders deed of een mooie prijs won? Tips zijn welkom via spui@uva.nl Zie ook: uva.nl/hoogleraarsbenoemingen.

SANNE DEURLOO 1967, Scheikunde 1992, wetenschapsjournalist en hoofredacteur NEMO Kennislink (29 juni)

RINIA CHITANIE 1951, Geneeskunde 1987, voormalig arts bij Defensie (10 juni)

BEN TERRA 1947, Staatkundige studierichting 1977, hoogleraar Recht Universiteit Leiden, voormalig hoofd indirecte belastingpraktijken en bestuurslid Ernst & Young, consultant OECD, Europese Commissie en IMF, emeritus hoogleraar UvA (30 juni)

ROBERT SCHAEFFER 1937, Andragologie 1977, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (10 juni) VICTOR DAMOISEAUX 1949, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1977 (15 juni)

HANS GRIFFIOEN 1943, Economie 1968 (9 mei)

AD TEULINGS 1939, promotie Sociale wetenschappen 1981 UL, emeritus hoogleraar Organisatiesociologie UvA (15 juni)

RICHARD BUIJSERD 1948, Tandheelkunde 1976 (10 mei)

RAYMOND HOFMAN 1945, Notarieel recht 1971 (16 juni)

HARRY BODDE 1946, Geneeskunde 2000, huisarts in ruste te Rotterdam (17 mei)

JAN ANTONIE GEORGE MEIJER 1931, Sociale geografie 1964, ouddocent en -conrector voormalige scholengemeenschap Pascal te Amsterdam (19 juni)

ULCO SIJTEMA 1950, Economie 1975 (21 mei) Jan Hische 1931, promotie Sociale wetenschappen 1971 (23 mei) PIET HEMKER 1941, Wis- en natuurkunde 1971, fellow Centrum voor Wiskunde en Informatica, emeritus hoogleraar Numerieke wiskunde, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (27 mei)

Geneeskunde 2001, is benoemd tot hoogleraar Ouderengeneeskunde, in het bijzonder Valpreventie, aan de Faculteit der Geneeskunde.

FRANCES GOUDA 1950, Geschiedenis 1976, emeritus hoogleraar Gender en (post-) koloniale geschiedenis (8 juni)

KAREL DEURLOO 1936, Godgeleerdheid 1963, predikant, auteur, emeritus hoogleraar Bijbelse theologie UvA en Vrije Universiteit Amsterdam, onderscheiden met grote Stapenning UvA (1 juni) KAREL SCHUURMAN 1936, Duitse taal- en letterkunde 1967, redemptorist (3 juni) BAREND SCHUURMAN 1938, Godgeleerdheid 1961, koordirigent en docent, cantordirigent van de Laurenskerk, voormalig docent koordirectie en kerkmuziek Rotterdams Conservatorium, drager Erasmusspeld Gemeente Rotterdam, Ridder in de Orde van OranjeNassau (4 juni) DABBI DE LEVITA 1926, Geneeskunde 1954, promotie Geneeskunde 1965, emeritus bijzonder hoogleraar Kinderpsychiatrie bij kinderen in problematische opvoedingssituaties, auteur (7 juni) ANNELIE ROOZEN 1944, Wijsbegeerte 1980, filosoof (7 juni) IRENE BRULLEMAN-FABER 1945, Fiscaal-juridische opleiding 1978 (8 juni)

HANS HOETINK 1929, Kunstgeschiedenis 1959, ouddirecteur Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis, ouddirecteur Stichting Praemium Erasmianum, bestuurslid Stichting Bredius Genootschap, Officier in de Orde van OranjeNassau, drager Frans Banninck Cocq penning in zilver van de stad Amsterdam (20 juni) GOUKE VAN DER WAL 1935, Scheikunde en farmacie 1962, voormalig leraar scheikunde Amsterdams Lyceum en algemeen directeur Kennemer Gasthuis (24 juni) RONNY BASART 1946, Nederlandse taal- en letterkunde 1982, dichter en schrijver (25 juni) ANTOINETTE MUNTJEWERFF 1959, promotie Rechtsgeleerdheid 2001, UvA Docent van het Jaar 2017 (26 juni) JAN MAZUREL 1927, promotie Geesteswetenschappen 1992, emeritus predikant (26 juni) KLAAS WILLEM PRINS 1955, Economie 1989 (26 juni) HAN BLANKSTEIN 1934, Psychologie 1958, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (27 juni) MAARTEN VAN SOMEREN 1955, promotie Psychologie 2001, UvA-medewerker Kunstmatige Intelligentie (27 juni)

LUCIE AARTS-VAN DER WERFF 1940, Scheikunde en farmacie 1966 (1 juli) PIET UITERMARK 1940, Economie 1967, promotie cum laude EUR, emeritus hoogleraar Economie UvA, oud-directeur Ministerie van Economische Zaken, oud-secretaris Mededingingsbeleid, oud-raadsadviseur (5 juli) JACQUELINE KOUTSTAAL 1958, Onderwijskunde 2011 (12 juni) ANTON SCHUURMAN 1936, Politicologie 1981, oudsecretaris Centrum voor Lokaal Bestuur, voormalig wethouder Wormerveer en Zaanstad (27 juni) TOM GREGORKIEWICZ 1950, emeritus hoogleraar Opto-electronic materials, sleutelfiguur in de Consended Matter/Quantum Matter researchcluster Van der WaalsZeeman Institute for Experimental Physics (7 juli) TON VERKERK 1940, Nederlands recht (Privaatrecht) 1965, ontvanger erepenning gemeente LeidschendamVoorburg (9 juli) TON WIECHMANN 1946, Scheikunde 1972 (10 juli) Johan Boomgaard 1935, Geneeskunde 1960, internist (11 juli) WILLEM BERNARD HOLTES 1927, Economie 1954, voormalig CEO South African Foreign Trade Organisation, mede-oprichter Nederlands-Zuid-Afrikaanse Kamer van Koophandel, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (13 juli) ROEL VAN AALST 1946, Scheikunde 1971, voorheen werkzaam bij TNO, RIVM en het European Environment Agency (15 juli) RUTGER HAUER 1944, Theaterwetenschap, acteur (19 juli) JURJEN VIS 1958, Geschiedenis 1985, historicus, musicus, schrijver (19 juli)

WILLEM MAARTEN SCHEEPMAKER 1952, Biologie 1975 (20 juli) THEO VAN KERKHOFF 1939, Economie 1972, arts en econoom (21 juli) MATTIJS RAAIJMAKERS 1974, Economie 2001 (22 juli) KLAAS SCHIPPER 1963, Accountancy 1997 (22 juli) RIK REINECKE 1947, Economie 1973 (22 juli) JEROEN RUWAARD 1970, promotie Psychologie 2013, senior onderzoeker GGZ in Geest, docent Klinische psychologie VU (24 juli) PETER HERBERSHOFF 1946, Franse taal- en letterkunde 1971, Roemeense taal- en letterkunde 1971 (26 juli) HERMAN KÖHNE 1938, Geneeskunde 1963, grondlegger Cardiologie in West-Friesland (26 juli) ANNELIES ROELEVELD 1943, anglist, oudgermanist, docent Taalkunde en historische taalkunde Engels HvA, gastonderzoeker UvA voor Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (27 juli) ARIE KUIJPERS 1937, Economie 1962 (29 juli) MICHAEL REISS 1950, Geneeskunde 1976, internist Binnengasthuis, specialist Medische oncologie Yale University, hoogleraar Rutgers University (1 augustus) CHRIS DE KOSTER 1959, hoofd Mass Spectromy van de Biomacromolecules research group, voormalig hoogleraar UvA (5 augustus) ELS VAN HULTEN-DELFGAAUW 1937, Duitse taal- en letterkunde 1990, Ridder in de Orde van OranjeNassau, oud-bestuurder en -politica (10 augustus) TOM VAN DEEL 1945, Nederlandse taal- en letterkunde 1972, dichter, criticus, oud-docent Moderne Nederlandse letterkunde UvA (12 augustus) ANDRÉ KÖBBEN 1925, Sociale geografie 1955, lid Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, hoogleraar Culturele antropologie en sociologie der niet-westerse volken UvA, Cleveringa-hoogleraar UL, bijzonder hoogleraar EUR (13 augustus) LAURA MAASKANT 1994, Rechtsgeleerdheid 2018, schrijfster (15 augustus)


24 IN MEMORIAM

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Ben Haveman

IVAN HOLOLTCHEFF 1928, Geneeskunde 1962, voormalig senior-lid Nederlandse Orthopaedische Vereniging, honorair lid (8 augustus) JOS VAN DER KLEI 1942, Culturele antropologie en nietwesterse sociologie 1972 (15 augustus) ANDRÉ HOEKSTRA 1938, Notarieel recht 1965, voormalig notaris te Beverwijk, Ridder in de Orde van Sint-Gregorius de Grote, onderscheiden in de Orde van Oranje-Nassau (15 augustus) INGMAR SPREEUW 1964, Psychologie 1992 (16 augustus) TINEKE HOLSCHER 1927, Geneeskunde 1954, eerste Nederlandse vrouwelijke hoogleraar Algemene heelkunde, in het bijzonder traumatologie (16 augustus) AAT NAUTA 1932, Sociologie 1962, medeoprichter en adjunct-directeur Sociaal en Cultureel Planbureau, voormalig secretaris en directeur Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (16 augustus) KOEN AERNOUT VAN DER WOLK 1957, Nederlands recht 1985 (19 augustus) LEO VAN DER HEIJDEN 1940, Scheikunde (22 augustus) HENDRIK TELKAMP 1933, Natuurkunde 1964 (23 augustus) AD VAN GENNEP 1939, emeritus hoogleraar Orthopedagogiek UvA, emeritus hoogleraar Verstandelijke beperking UM, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, erelid NVO (23 augustus) JOHANNES SAELMAN 1926, Nederlands recht (Privaatrecht) 1957, oud-kantonrechter te Amsterdam (25 augustus) WIES MINNEMA KAISER 1932, Germaanse taal- en letterkunde (Engels) 1959 (26 augustus) THEO KEMME 1943, Privaatrecht 1973, griffier Scheidsgerecht voor de Grafische industrie, Slotvoogd Fort Abcoude (27 augustus) MARIAN VER LOREN VAN THEMAAT-HIJMANS 1947, Andragologie 1977, lid Nederlands Instituut voor Psychologie, lid Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (28 augustus) PIET HUGENSE 1955, Nederlands recht (Staatsrecht) 1980, juridisch adviseur (28 augustus)

HARM GEURS 1931, Godgeleerdheid 1971, emeritus predikant, docent Faculteit der Godgeleerdheid Brussel, oprichter theologische opleiding tot pastorale werken Bovenwindse Eilanden (28 augustus)

WILHELMUS SCHREUDER 1938,Geneeskunde 1971, psychiater (25 september)

WIM VROOM 1930, promotie Economie 1981, emeritus hoogleraar (30 augustus)

HANS KRAAN 1948, Nederlandse taal- en letterkunde 1977 (26 september)

STEF-JAN WILLARD 1950, Nederlands recht 1974, oudpresident rechtbank ’s-Hertogenbosch, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, Ridder in de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, lid van de Broederschap van Sint Jan (30 augustus) JOHANNES VAN HUSSEN 1932, Notarieel recht 1961, oud-notaris (30 augustus) THOMAS FRAAI 1933, Spaanse taal- en letterkunde 1967 (31 augustus) GERBEN HAMMING 1944, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1973 (31 augustus) JACOB GELT DEKKER 1948, Tandheelkunde 1973, voorzitter stichting EARTH, schrijver, columnist, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1 september) HENK WIEGMANS 1942, voormalig portier Maagdenhuis (1 september)

HEIN VAN STEKELENBURG 1943, Sociologie 1978 (25 september)

OTTO HENRY CORNELIS POLDERMANS 1949, Geneeskunde 1980 (26 september) JEANINE MEERBURG 1948, Nederlands recht (strafrecht) 1976, voormalig studentendecaan, directeur Instituut voor Interdisciplinaire Studies en lid directieteam Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica UvA, bestuurslid van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging (2 oktober) WALTER EVERAERD 1937, emeritus hoogleraar Algemene klinische psychologie UvA (4 oktober) ELLA VOGELAAR 1949, Opvoedkunde 1987, oud-minister Wonen, Wijken en Integratie (PvdA) 2007-2008 (7 oktober) NICO DE BOER 1955, Andragogische wetenschappen 1982, oud-hoofdredacteur en boekenredacteur Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, zelfstandig onderzoeker en auteur welzijnswerk en wijk-gericht werken (10 oktober)

HANKE VAN VONDEREN 1969,Ruslandkunde 1993 (5 september)

JOKE MADSEN 1943, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1974 (11 oktober) Jaap Talsma 1944, Geschiedenis 1970, gemeenteraadslid te Alkmaar, oud-docent UvA, pionier op het gebied van Oral History (17 oktober)

BEN VAN DEN BRANDT 1952,Economie 1985 (10 september)

JAN WYERS 1939, Wis- en natuurkunde 1966 (18 oktober)

EVELINE VAN WELY 1961, Economie 1986 (10 september)

KEES VRIEZE 1937, promotie Scheikunde 1964, emeritus hoogleraar Anorganische chemie UvA, oud-decaan Faculteit Scheikunde, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (20 oktober)

JOS KLAASSEN 1941, Staatkunde 1978, oud-journalist de Volkskrant (4 september)

HANS BRAAT 1931, Geneeskunde 1962 (14 september) MIQUE EGGERMONT 1950, Kunstgeschiedenis en archeologie 1994, onafhankelijk kunsthistoricus (17 september) ERNST JAN ONKENHOUT 1950, Geneeskunde 1975 (17 september) BERT JAN POMPEN 1942, Privaatrecht 1968 (17 september) ANDREAS CLERK 1971, Duitse taal- en letterkunde 1995 (19 september) DIRK-JAN VAN BAAR 1957, docent geschiedenis UvA (2008), journalist, columnist (21 september)

RONALD HUBERTUS KIENHUIS 1947, Fiscaal-juridische opleiding 1975 (22 oktober) SIJE JAN BOSMA 1935, Nederlands recht (Privaatrecht) 1965 (25 oktober) HENK THIERRY 1938, emeritus hoogleraar Organisatie- en arbeidspsychologie UvA en Tilburg University (25 oktober) JESSIE VAN GINNEKEN 1919, Geneeskunde 1949 (27 oktober) Het meest volledige overzicht van overledenen en in memoriams: alumni.uva.nl/overledenen. Berichten doorgeven kan via: relatiebeheer@uva.nl.

HANS BORREN 7 JULI 1959 – 20 JUNI 2019 De uitvaartondernemer had nog nooit zo’n overweldigende herdenkingsbijeenkomst meegemaakt: zevenhonderd mensen kwamen naar de Zuiderkerk in Amsterdam om afscheid te nemen van notaris Hans Borren. ‘Het zoemde rond in de stad’, weet zijn vrouw Monetta Ulrici.Hans Borren gold, in de woorden van een kantoorgenoot, als ‘de leukste notaris die er was’. Een man die zo hard fietste, dat je door rood moest rijden om hem bij te houden. Borren had als notaris in onroerend goed, familiepraktijk en rechtspersonen van notariskantoor Meijer c.s. een enorm netwerk opgebouwd. Hij veerde op als het over bomen of vogels ging. Van lepelaar en kiekendief wist hij evenveel als van ‘estate planning’: het vermogen naar de volgende generatie doorsluizen - met zo min mogelijk erfbelasting. Eigenlijk had hij notaris willen worden in een kleine stad, waar hij een van de notabelen zou zijn en de boeren hem zouden opzoeken in hun zondagse pak. Na zijn rechtenstudie werd het een statig pand aan de Keizersgracht, met pingpongen in de lunchpauze. Als zoon van een Doopsgezinde predikant en een kleuterjuf groeide Johannes Borren op in Deventer. Hij was genoemd naar theoloog Johannes Oosterbaan, maar het geloof werd hem niet opgedrongen. Als niet-gelovige zou hij later bestuurslid worden bij de Stichting Fonds Oosterbaan. Aan zijn schooltijd bewaarde Borren geen warme herinneringen, wèl aan het buitenleven in de IJsselstreek. Hij kende ieder plantje en keerde in zijn studietijd vaak terug; om met vrienden over honderd hekjes te klimmen, bijvoorbeeld. Zijn lengte dwong respect af bij het dispuut HEBE (Honesto et Bono Excellamus – In het eerlijke en het goede blinken wij uit) van het Amsterdamsch Studenten Corps. Wanneer vechtersbazen van andere disputen te lastig werden, legde Hans ze heel rustig, tegelijk op de grond. ‘Zonder merkbare inspanning’, aldus zijn vriend Maarten Sanders. Ze trokken samen veel op, zwierven door uiterwaarden en bossen, weer of geen weer. Op een oersaai promotiefeest in Museum Van Loon ploften ze met een biertje in bad, alleen het smoking-strikje nog om de nek. De gealarmeerde feestmanager stelde hen voor de keus: als ze niet binnen twee minuten met kleren aan op straat stonden, belde hij de politie. Dat kostte moeite, ‘er was geen handdoek’. Bij het corps ontmoette hij zijn grote liefde, Monetta Ulrici, die ook rechten studeerde en kantonrechter zou worden. Ze kregen vier kinderen. ‘Hans koesterde onze geluksmomentjes. Hij was een man van weinig woorden – meer van daden’, zegt zijn echtgenote. Hij was geen prater, ‘maar hield wel degelijk in de gaten hoe het met je ging’, benadrukt zijn vriend Michiel van Asbeck. Een man van (sport)vrienden voor het leven. En sporten deed je niet op de sportschool, maar in de vrije natuur: schaatsen en fietsen. Hij koesterde de kruisjes van de Elfstedentocht, die hij officieel twee keer, maar vaker nog onofficieel heeft gereden. Sportend bracht Borren mensen samen. ‘Hij was zeer sociaal’, aldus zijn vriend Harry van Dooren. ‘En op de fiets de natuurlijke leider. Hij reed als sterkste steeds op kop’. Maar zich insmeren tegen de zon? Dat weigerde hij. ‘Vond hij vies en plakkerig’. Toen hij op vakantie in Namibië toch maar een hoedje opzette, kon huidkanker niet meer worden voorkomen. In het ziekenhuis liep hij een dwarslaesie op, acht brandweermannen moesten hem weer het huis in takelen. Vond hij stiekem wel spannend. ‘Blijf niet alleen’, was vlak voor zijn dood het advies aan zijn vrouw. ‘En ga rijden in ons open autootje. Dat verhoogt je marktwaarde’. •


25

PROEFSCHRIFT

‘IN STRIPS GELDEN ANDERE REGELS’

tekst • Robin van Wechem beeld • Maus, Art Spiegelman, De Bezige Bij 2019

volgende generaties met de oorlog omgingen. De timing was dus gunstig. Het werk kreeg ook veel aandacht door de “schokfactor”. Dat was ten eerste de vorm van een stripboek, een medium dat leek voorbehouden aan luchtige thema’s. Bovendien beeldde Spiegelman de Joden af als muizen en de Duitsers als katten, ongehoord in die tijd.’

Hoe werd de Holocaust tot die tijd verbeeld? ‘De gangbare manier om met de Holocaust om te gaan was een soort filmisch realisme. Van een film als Schindler’s List uit 1993 zijn honderden varianten gemaakt, allemaal heel naturalistisch, maar ook erg clichématig. Op een bepaald moment wordt zulke herhaling kitsch. Daarom was een film als La vita è bella uit 1997 zo’n succes, omdat hij een lichtere, haast komische insteek had. Spiegelman benaderde het onderwerp vanuit een ander medium en een andere invalshoek. Dat was zo baanbrekend dat Maus een studieobject werd op universiteiten. Tussen 1988 en 2016 zijn er wel 150 academische publicaties aan gewijd.’

‘SPIEGELMAN BEELDDE DE JODEN AF ALS MUIZEN EN DE DUITSERS ALS KATTEN, ONGEHOORD IN DIE TIJD’

RIK SPANJERS – 1988 R.Spanjers@uva.nl • 2008 bachelor Cultural Studies, UvA • 2009 Honors Art and Research, UvA en Gerrit Rietveld Academie

Kunnen strips de geschiedenis waarheidsgetrouw verbeelden? ‘Ik denk dat geen enkel medium een volledig getrouwe weergave van het verleden kan zijn. Boeken zijn ingedeeld in hoofdstukken met een begin en een eind, dan krijg je ook een bepaald soort verhaal. In strips gelden andere regels. Als in een boek staat ‘de gevangenen worden uitgeladen uit de vrachtwagen’, dan klinkt dat overtuigend realistisch. Maar een tekenaar komt voor allerlei keuzes te staan. Wat is het weer, het type vrachtwagen, hoe diep liggen de banden in het zand? Daar is een ander soort historische kennis voor nodig dan voor boeken. Het medium verandert dus ook de inhoud.’

STRIPVERHALEN KUNNEN DE GESCHIEDENIS OP VERR ASSENDE MANIEREN VERBEELDEN. RIK SPANJERS ONDERZOCHT DE VERTELTECHNIEKEN IN STRIPS OVER DE T WEEDE WERELDOORLOG. ‘MAUS VAN Hoe beïnvloeden tekst en beeld elkaar in strips? ART SPIEGELMAN ZET TE DE STRIP ‘Je ziet vaak dat de grenzen van elk medium worden opgezocht en getest. Zo heb ik IN ÉÉN KL AP OP DE K A ART ALS een strip onderzocht, Magneto: Testament, waarin een paar pagina’s zwart zijn gelaten, ACADEMISCH ONDERWERP.’ om uiting te geven aan het onzegbare. De schrijver/tekenaar wil dan laten zien dat Wat maakt strips tot onderzoeksonderwerp? ‘De manier waarop de samenleving met geschiedenis omgaat verandert continu, en sinds de komst van nieuwe media steeds sneller. Er is een spanningsveld tussen geschiedenis in tekst, bijvoorbeeld in boeken, en in beeld, zoals in computerspellen, televisieseries en films. Stripboeken combineren die twee. Bij strips over de Tweede Wereldoorlog verwachten mensen misschien dat het om heldenverhalen van piloten of soldaten gaat. Er zijn echter ook stripboeken die het onderwerp op een diepgaandere manier belichten. Maus van Art Spiegelman zette de strip in één klap op de kaart als academisch onderwerp.’ Waarom is Maus zo goed ontvangen? ‘Het is sowieso een heel sterk werk van de zoon van een Auschwitz-overlevende. Het laat niet alleen de geschiedenis zien, maar ook de impact daarvan op het heden. Toen Maus uitkwam in 1991 ging de discussie over de Holocaust in de VS steeds meer over de manier waarop

ergens geen woorden voor zijn en doet dit op een extreem visuele manier. Je ziet ook wel dat een realistische stijl wordt gebruikt om de kale historische gebeurtenissen weer te geven, terwijl een meer karikaturale stijl de persoonlijke beleving van een van de personages laat zien. Dat doet de Japanse tekenaar Shigeru Mizuki in Onward Toward Our Noble Deaths uit 1971. Als de lezer moet meevoelen met de personages zijn ze karikaturaal getekend. Wanneer de personages onderdeel zijn van de oorlog worden ze realistisch getekend, als ze bijvoorbeeld overgaan tot een zelfmoordaanval. Op die manier word je als lezer uitgedaagd je af te vragen wat de verborgen inhoud van een realistische of een karakaturale stijl eigenlijk is.’

Zouden strips bij geschiedenis moeten worden behandeld? ‘Ze kunnen een mooie aanvulling zijn, al zijn klassieke geschiedenisboeken ook belangrijk. De wereld wordt steeds multimedialer en mediawijsheid wordt daarin steeds belangrijker. Stripboeken kunnen een goed middel zijn om mediawijsheid te ontwikkelen, omdat ze ons bewust maken van de vervormingen die een medium kan aanbrengen aan de geschiedenis.’ •

• 2010 master Cultural Studies, UvA • 2010-2017 schrijver voor Stripschrift, tijdschrift over stripboeken • 2011-2018 schrijver en proeflezer voor Aniway Magazine, tijdschrift over Japanse popcultuur • 2011-2013 eigenaar van tekstschrijfbedrijf Prolepsis • 2012-2013 assistant manager bij Boekscout • 2012-2013 onderzoeker bij het Tropenmuseum ten behoeve van de tentoonstelling Cool Japan • 2013-2019 proefschrift ‘The World War II Comic and the Maus Event’, UvA • 2018-heden docent aan de Universiteit Utrecht


26

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

AUV-DAG 2019 Antonia McGrath en Lisa van Holsteijn zijn de winnaars van de AUV-alumnusprijs 2019. Zij ontvingen de prijs op zaterdag 2 november tijdens de jaarlijkse ledendag van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging voor hun project educate. Liza Mügge, universitair hoofddocent Politicologie aan de UvA, verzorgde de lezing ‘De tweede sekse’, over ondervertegenwoordiging van vrouwen in de politiek. Ook werd een nieuwe alumnikring opgericht: het Alumni Network Conservation and Restoration. De dag werd afgesloten met een netwerkborrel in het Maagdenhuis.

SAVE THE DATE: UNIVERSITEITSDAG 2019

ZATERDAG

4

APRIL De Universiteitsdag vindt volgend jaar niet plaats in juni, maar in april. Noteer zaterdag 4 april alvast in je agenda. Keynote: Anita Elberse over blockbusters en supersterren. Meer informatie: alumni.uva.nl/universiteitsdag.

Foto’s: Christina Chouchena. Zie voor alle foto’s alumni.uva.nl/auvdag.


27

AUV & VARIA PROJECT EDUCATE. IS WINNAAR AUV-ALUMNUSPRIJS

Lustrumactie 130 jaar AUV De Amsterdamse Universiteits-Vereniging viert dit jaar haar 130-jarig bestaan. Sinds 1889 heeft de vereniging zich kunnen ontwikkelen tot het brede alumninetwerk dat het nu is, met 41 alumnikringen en meer dan 8.500 leden. Ter gelegenheid van dit lustrum werft de AUV dit najaar voor twee projecten van het Amsterdams Universiteitsfonds, waarmee zij van oudsher een bijzondere relatie heeft. AUV-leden en andere begunstigers brengen geld bij elkaar voor het onderzoek naar het negende-eeuwse manuscript De Bello Gallico en het Fonds Studie Zonder Grenzen, dat beurzen verstrekt aan vluchtelingstudenten. De actie loopt nog tot eind 2019 en staat open voor iedereen die onderzoek en onderwijs een warm hart toedraagt. Doneren kan via alumni.uva.nl/auv/130-jaar-auv.

NIEUWE KRING: CONSERVATION AND RESTORATION Veel UvA-alumni zijn maatschappelijk betrokken en werken aan inspirerende projecten. Om hun bijzondere prestaties breed onder de aandacht te brengen, reikt de Amsterdamse UniversiteitsVereniging elk jaar tijdens de AUV-dag de AUValumnusprijs uit. De eerste prijs gaat dit jaar naar Antonia McGrath, alumnus International Development Studies, en Lisa van Holsteijn, alumnus Liberal Arts and Sciences. Met hun project educate. bieden zij jongeren in Honduras de kans om via onderwijs hogerop te komen, waardoor hun maatschappelijke en sociale positie zichtbaar verbetert. Aan de eerste prijs is een geldbedrag verbonden van drieduizend euro, dat de winnaars in hun project dienen te investeren. De tweede prijs, van tweeduizend euro, gaat naar alumnus Communicatiewetenschap Jacqueline Tizora met haar project ZIMBO. Hiermee

verspreidt zij boventallige Amsterdamse fietsen onder de meest kwetsbare bevolkingsgroepen van Zimbabwe. Door niet meer van openbaar vervoer afhankelijk te zijn kunnen vooral vrouwen op sociaal en economisch gebied voor zichzelf opkomen. De derde prijs én de publieksprijs zijn voor Ruud Goedknegt, alumnus Wis- en natuurkunde. Via zijn Stichting Barbarugo zet hij bamboeplantages op in Ghana. Het project bevordert de financiële zelfredzaamheid van een deel van de lokale bevolking en de geproduceerde bamboe wordt verwerkt in tal van producten. Met de derde prijs en de publieksprijs ontvangt Ruud Goedknegt in totaal tweeduizend euro. Meer informatie over de winnaars en een interview met Antonia McGrath en Lisa van Holsteijn: alumni.uva.nl/auv-alumnusprijs.

GENOMINEERDEN AUV-ALUMNUSPRIJS 2019 NAAM

PROJECT

WEBSITE

Ruud Goedknegt

Barbarugo

barbarugo.org

Erik van Halewijn

StudieHub

studiehub.com

Vivian Hemmelder en Rasila Hoek

Gek van ggz

gekvanggz.com

Alexandra den Hond

Tight-Knit Syria

tightknitsyria.com

Stefano Levanto

Meds4Kids

m4pharma.com

Antonia McGrath en Lisa van Holsteijn

educate.

educate-ngo.com

Boudewijn Wijnands

Deedmob

deedmob.com

Sander Wirken

Niños de Guatemala

ninosdeguatemala.org

Tijdens de AUV-dag op 2 november vond de officiële oprichting plaats van het Alumni Network Conservation and Restoration, een nieuwe AUV-kring voor alumni van de huidige UvA-opleiding tot restaurator, en die van haar voorlopers. Het kersverse bestuur is momenteel actief met het werven van leden en het opstellen van een programma voor nieuwe bijeenkomsten, lezingen en atelierbezoeken. En uiteraard is de kring op zoek naar nieuwe leden. Lid worden kan via alumni.uva.nl/auv.

EXCLUSIEF VOORDEEL VOOR AUV-LEDEN Als lid van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging profiteer je van exclusief voordeel bij verschillende universitaire voorzieningen en culturele partners. Zo krijg je onder andere gratis toegang bij het Allard Pierson, een flinke korting bij het Universitair Sport Centrum en een gratis lenerspas van de Universiteitsbibliotheek. Een volledig overzicht van alle partners van de AUV vind je op alumni.uva.nl/auv.

UvA-scriptieprijs 2020 Ook dit jaar wordt de beste en origineelste aan de UvA geschreven masterscriptie beloond met de UvA-scriptieprijs. De prijs is een extra bekroning op het universitaire diploma. Ben je tussen 1 april 2019 en 1 februari 2020 afgestudeerd aan de UvA en is je masterscriptie beoordeeld met een 8,5 of hoger? Kijk dan op alumni.uva.nl/scriptieprijs voor de voorwaarden.


28 AUV & VARIA

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

WETENSCHAPPELIJKE LITERATUUR BINNEN HANDBEREIK UvA-alumni hebben gratis toegang tot twee belangrijke databases van EBSCO: Academic Search Alumni en Business Source Alumni. Beide geven toegang tot volledige artikelen uit peer reviewed tijdschriften. Maak gratis een alumni-account aan bij EBSCO via alumni.uva.nl/alumniservices/bibliotheekdiensten. Hier zijn ook demo’s te vinden over het gebruik van de databases.

NIEUWE RUBRIEK: CONTACTADVERTENTIES – WIE ZOEK JIJ

?

Het UvA-alumni Zoekteam zoekt naar verloren alumni, maar veel alumni zoeken zelf óók: naar oud-studiegenoten. Vanaf nu helpen wij alumni in hun zoektocht! Ben je je beste vriend(in) van toen uit het oog verloren en wil je graag weten hoe het met hem of haar gaat, ben je van plan een reünie te organiseren, of wil je een keer afspreken met de studiegenoten met wie je al die jaren in de collegebanken zat en rondhing in de Amsterdamse binnenstad? Plaats je contactadvertentie dan in onze nieuwe rubriek via alumni.uva.nl/contactadvertenties.

UvA Job Board: plaats en vind vacatures Ben je op zoek naar een stagiair of starter bij jouw organisatie? Of ben je net afgestudeerd en op zoek naar een leuke baan? Op UvA Job Board plaats én vind je vacatures voor stages en startersbanen. Het online platform is exclusief toegankelijk voor UvA-studenten en pas afgestudeerden van alle academische disciplines via uva.nl/jobboard.

BIJEENKOMSTEN INTERNATIONALE UVA ALUMNI CHAPTERS Dit jaar vonden internationale alumnibijeenkomsten plaats in Toronto, Washington DC, San Francisco Bay Area, New York, Parijs, Londen, Brussel, Sint Petersburg, Shanghai en Beijing. Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds informeert alumni ter plaatse over deze bijeenkomsten. Dit kan alleen als bij de UvA bekend is waar alumni verblijven. Woon je in het buitenland, maar twijfel je of de UvA beschikt over je actuele gegevens? Geef dit dan door via alumni. uva.nl/contact. Heb je vragen over activiteiten bij jou in de buurt of de rol die je eventueel zelf kunt spelen? Neem dan contact op met de International Alumni Officer via alumni@uva.nl.

AMSTERDAMSE ACADEMISCHE CLUB De Amsterdamse Academische Club is ‘de huiskamer van de UvA’ in hartje Amsterdam. Er worden wekelijks lezingen en debatten georganiseerd waarin wetenschappers spreken of in debat gaan met iemand uit het bedrijfsleven of de overheid. Ook zijn er regelmatig bijeenkomsten in samenwerking met andere partijen, zoals de Academische BoekenClub, een combinatie van toneelstuk en lezing, avonden rondom psychoanalyse en kunsthistorische programma’s. Op aac.uva.nl/agenda vind je een overzicht van alle evenementen.

Dies Natalis 2020 WINNAAR UVA-TRUI Melina Contreras Calvelo is de gelukkige winnaar van de UvA-trui die in de vorige editie van SPUI werd verloot. Zij heeft de trui inmiddels ontvangen.

De UvA viert op woensdag 8 januari 2020 haar 388ste Dies Natalis, de verjaardag van de universiteit. De Diesrede wordt deze keer verzorgd door hoogleraar Chinees recht en regulering Benjamin van Rooij. De Dies is ook het moment waarop eredoctoraten worden uitgereikt. Deze zijn dit jaar toegekend aan de Amerikaanse neonatoloog en medisch geneticus Diana Bianchi en de Zweedse aardwetenschapper en duurzaamheidsdeskundige Johan Rockström. De Dies Natalis is via livestream te volgen op uva.nl, maar alumni zijn ook van harte welkom in de Aula. Aanmelden kan via de website.


UNIVERSITEITSFONDS

29

KWETSBARE MANUSCRIPTEN EXPOSEREN, KAN DAT? van Gallië. Dit afschrift is bijna twaalf eeuwen oud en heeft zichtbaar geleden onder het intensieve gebruik in vroeger tijd. Omdat het kwetsbaar en lichtgevoelig is, wordt het maar zelden tentoongesteld. De kennis op het gebied van conservering is de laatste jaren sterk toegenomen. Nieuwe technieken maken dat dit soort werken steeds veiliger te exposeren is. ‘Voor dit soort objecten zal een speciale vitrine nodig zijn’, voorspelt Van der Hoek, ‘met een eigen microklimaat en een ideale lichtsterkte, luchtvochtigheid en temperatuur.’ Ook manieren van representatie die het tentoonstellen ondersteunen worden onderzocht, zoals digitale bladerboeken van het werk. ‘Feit blijft dat mensen naar een museum komen om originele objecten te zien’, zegt Van der Hoek. ‘Bij meerdelige werken kun je in de expositie wisselen tussen de verschillende delen. Maar bij werken in één band komt er al snel een eind aan de Het Allard Pierson beheert als museum en kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de UvA veel unieke, waardevolle werken. In de doorlopende tentoonstelling Van Nijl tot Amstel is een plek ingericht om deze manuscripten, boeken, kaarten, prenten en foto’s te laten zien. De werken zijn echter kwetsbaar en mogen alleen getoond worden als zeker is dat ze daarvan geen schade ondervinden. Klaas van der Hoek is als conservator handschriften en moderne letterkunde nauw betrokken bij onderzoek naar manieren om oude manuscripten voor langere tijd tentoon te stellen. Al tijdens zijn studie raakte Van der Hoek gefascineerd door manuscripten. ‘Handschriften brengen je in contact met de schrijver en vroegere gebruikers’, legt hij uit. ‘Handschriften zijn heel divers. Zo zijn er de bekende middeleeuwse getijdenboeken, fraai verluchte pronkstukken, waarmee de eigenaar zijn rijkdom etaleerde. Maar minstens zo boeiend vind ik

werkhandschriften. Daarin zie je het maakproces terug. Je kijkt als het ware mee over de schouder van grote geesten als Hooft en Multatuli terwijl ze zoeken naar woorden, zichzelf verbeteren en aanvullen. Zulke handschriften bevatten doorhalingen, bijgekrabbelde woorden en soms hele bladen later tussengevoegde tekst. Ze waren eigenlijk nooit af, ook gebruikers lieten er vaak aantekeningen in achter en gaven ze daarmee een historische meerwaarde.’

HET AFSCHRIFT VAN DE BELLO GALLICO IS BIJNA TWAALF EEUWEN OUD EN HEEFT ZICHTBAAR GELEDEN ONDER HET INTENSIEVE GEBRUIK IN VROEGER TIJD Centraal in het onderzoek van het Allard Pierson naar het tentoonstellen van manuscripten staat een van de oudst bewaard gebleven kopieën van De bello Gallico, het verslag dat Julius Caesar maakte van zijn verovering

NALATEN AAN DE WERELD VAN MORGEN Voor alumni en vrienden van de UvA die overwegen (een deel van) hun nalatenschap ten goede te laten komen aan onderwijs, onderzoek en erfgoed, heeft het Amsterdams Universiteitsfonds de brochure ‘Nalaten aan de wereld van morgen’ uitgebracht. Universiteitshoogleraar Robbert Dijkgraaf en voormalig collegevoorzitter Louise Gunning vertellen over het belang van bijdragen aan het vergroten van kennis, die de mensheid op langere termijn verder helpt. Begunstigers vertellen waarom zij iets moois willen doorgeven aan de volgende generatie, begunstigden wat de impact is van een gift op hun studie, werk en leven. Wilt u de brochure thuis ontvangen? Neem dan contact op met relatiemanager Jochem Miggelbrink via universiteitsfonds@uva.nl.

‘JE KIJKT MEE OVER DE SCHOUDER VAN GROTE GEESTEN ALS HOOFT EN MULTATULI TERWIJL ZE ZOEKEN NAAR WOORDEN, ZICHZELF VERBETEREN EN AANVULLEN’ periode dat je het toont. Dat kun je ondervangen door periodiek een schouw te organiseren. Het werk wordt op bepaalde dagen uit de kluis gehaald en een expert vertelt er dan over.’ Er zijn veel kwetsbare werken in de collectie. Denk aan brieven van Barlaeus en Vossius – de eerste hoogleraren van het Athenaeum Illustre. Maar het Allard Pierson bezit ook een van de schaarse brieven van Spinoza, de grootste filosoof die Nederland gehad heeft. Een ander fragiel stuk is het handschrift van de Max Havelaar, de roman waarin Multatuli de misstanden in NederlandsIndië aan de kaak stelt. Het papier van dit handschrift is van slechte kwaliteit, met korte vezels en veel zuur. Om geld te besparen verdunde Multatuli bovendien de inkt waarmee hij schreef, waardoor het handschrift extra gevoelig is voor licht. De inzichten die het onderzoek naar het Caesar-handschrift gaat opleveren, zullen naar verwachting ook toepasbaar zijn op de Spinoza-brief, het manuscript van de Max Havelaar en andere handgeschreven schatten van het Allard Pierson.

OPENT U HET OUDSTE BOEK VAN AMSTERDAM? Het onderzoek naar het tentoonstellen van oude manuscripten is een van de doelen waar het Amsterdams Universiteitsfonds dit jaar voor werft. Meer informatie hierover vindt u op www.auf.nl/jaarfonds.


30 SCHATKAMER VAN DE UVA

SPUI 51 02 | 2019 alumni.uva.nl

BES: BESCHERMGOD EN FEESTBEEST In het Oude Egypte was de god Bes razend populair. Als kleine god maakte hij deel uit van het dagelijks leven. Zijn populariteit blijkt uit de grote hoeveelheid beeldjes, amuletten en mallen die gevonden zijn – een vroeg voorbeeld van massaproductie. Met zijn afschrikwekkende blik en leeuwachtige trekken verjoeg hij demonen, ziektes en gevaarlijke dieren. Bes wordt ook geassocieerd met drank, muziek en dans, vanwege zijn rol in de mythe van Hathor. Die begint met een ruzie tussen de zonnegod Re en zijn dochter Hathor, godin van schoonheid, seksualiteit en vruchtbaarheid. Na de ruzie met haar vader vlucht Hathor naar Nubië. Re stuurt Bes op pad om haar terug te halen. Het lukt Bes om de godin te kalmeren met bier en te vermaken met zijn dans. Hathor keert terug naar Egypte om zich met haar vader te verzoenen. Sindsdien is Bes de dienaar van Hathor.

ALLARD PIERSON Van Egyptische objecten tot Blaeu-atlassen en van middeleeuwse handschriften tot de grafische vormgeving van nu. In het Allard Pierson, het museum en kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam, worden al deze schatten gedeeld met publiek en wetenschap. Het Allard Pierson is genoemd naar een van de meest vooruitstrevende denkers uit de negentiende eeuw, die in 1877 werd benoemd als hoogleraar Kunstgeschiedenis, esthetica en moderne talen.

De dansende Bes uit de collectie van het Allard Pierson is slechts een van de ruim 250 stukken die te zien zijn op de tentoonstelling Bes, kleine god in het Oude Egypte. Hij is herkenbaar aan zijn woeste baard, de veren op zijn hoofd en zijn uitgestoken tong. Hij staat opgesteld naast zijn tweelingbroer –een tweede dansende Bes die met dezelfde mal gemaakt is. •

Bes, kleine god in het Oude Egypte is tot en met 8 maart 2020 te zien in het Allard Pierson. De tentoonstelling leent zich goed voor een bezoek met kinderen. Dansende Bes, Memphis, terracotta, Ptolemaeïsche Periode


31

UVA-SCHRIJVER

STILSTAANDE, KLOTSENDE TIJD

Overal waren nog oude gebouwen. Niet gerenoveerd, verkocht aan Russen en tot hotel gemaakt, maar uitgewoond, tot op het bot versleten. Van alle voorrechten uit mijn studietijd kijk ik met de meeste weemoed terug op die paar jaar dat ik Amsterdam nog mocht meemaken voor het definitief veranderde in een pretpark voor rijken. Een simplistische voorstelling van zaken, natuurlijk, maar zo leeft het in mijn romantische herinnering. In een torenkamer van de voormalige Tweede Chirurgische Kliniek op het Binnengasthuisterrein maakte ik met een paar anderen een blaadje. Het was er tochtig, het tapijt zag eruit alsof er een moord op was gepleegd en het rook er naar de goedkope Franse kazen die we bewaarden in een koelkast die niet goed werkte. Dat ons blaadje nauwelijks gelezen werd, deed niet af aan de ernst waarmee we daar redactie speelden. We haalden zenuwachtig rokend onze deadlines, of foeterden elkaar uit als dat niet lukte. We maakten overuren achter een reutelende opmaakcomputer, want hoewel het er niet uitzag, moest het er wel goed niet uitzien. Het gebouw, in al zijn krakende pracht, was een ideaal decor voor dit hele toneelstuk. Als ik door de aftandse, lege ziekenhuisgangen liep, naar de antieke toiletten,

ERGENS HEB IK GELEERD OM ZOWEL BLIND VOORUITGANGSDENKEN ALS NOSTALGIE TE WANTROUWEN’

Op woensdagen, als we de deadline haalden, verplaatste het feest zich naar een ander relict, een kroeg aan het Spui, waar we, als we geluk hadden, een paar dronken schrijvers tegenkwamen. Mannen, meestal, boven de veertig, van wie ik me naïef voorstelde dat ze na zo’n avond nog achter hun schrijftafel gingen zitten om de indrukken van de nacht te verwerken. Dat de ‘indrukken van de nacht’ vaak ongeveer op hetzelfde neerkwamen, maakte me toen blijkbaar niet uit. Herhaling, bovendien, leek iets goeds. We herhaalden aan die oude houten toog de bewegingen van een of ander voorbij literair leven en schepten de voorwaarde voor een literaire toekomst. We beeldden ons in dat we bewogen, brachten natuurlijk vooral glazen bier naar onze monden, maar ook daar was iets unieks met tijd, studententijd die stilstond. Ondertussen veranderde onverbiddelijk de stad. De oude chirurgische kliniek zou dicht gaan. Het zou niet lang duren voordat het Bungehuis zou veranderen in een ‘members club’ (wat dat is weet ik niet, alleen dat je er met de juiste papieren kreeft kunt eten). Toen ik een jaar geleden iemand interviewde in een gloednieuw, labyrintisch gebouw op Roeterseiland, zag ik een kant van de UvA die ik niet kende. Hier heerste efficiëntie, transparantie, orde – zo clean en modernistisch had ik het binnen de muren van de universiteit nog nooit gezien. Mooi, vond ik wel, en toch ook vervreemdend. Van de huidige student weet ik dat zijn tijdbeleving anders moet zijn dan die van mij geweest is. De klok loopt, de studielening tikt aan; niks stilstaande, klotsende tijd. Die werkelijkheid dacht ik tenminste weerspiegeld te zien in al dat glas van de nieuwe architectuur, in de ernstige stilte waarmee de studenten zich over hun strakke ordners bogen. In deze high tech kennisfabriek geen resten roemrucht verleden om je in te wentelen. Hier werd effectief geleerd, materie geabsorbeerd. Wat ik zelf van mijn studie heb opgestoken weet ik niet precies, maar ergens in die zes jaar heb ik geleerd om zowel blind vooruitgangsdenken als nostalgie te wantrouwen. Ik bezie de overspannen leermachines die ik in het supersonische nieuwe Roeterseiland aantrof met evenveel scepsis als het chaotische romantische type, dat ik zelf ongestoord kon zijn. Had ik de student van vandaag wat meer tijd gegund om rond te klotsen? Ja. Maar ik zou niet kunnen zeggen waar het allemaal goed voor was. Het verheven leven van de geest, dat we op die pittoreske, tochtige zolder zaten na te jagen, was deels gemodelleerd op de boeken die we lazen voor onze studie Nederlands. Boeken veelal, van dode, witte mannen. Mannen, zoals we ze aantroffen in die kroeg, gekrenkt, beschonken en melancholisch. Misschien is het leven van de student er wel frisser op geworden op in deze opgepoetste minimetropool, saaier en stressvoller, maar ook wakkerder, meer in contact met de echte wereld. Ik ben benieuwd waarover zij als alumna straks nostalgisch zal zijn, óf ze nostalgisch zal zijn. Ik ben benieuwd hoe ze klinkt, hoe haar zinnen eruit zien, als ze deze column vult over een paar jaar. •

NINA POLAK – 1986 nina@decorrespondent.nl • 2010 bachelor Nederlandse taal en cultuur, UvA en New School, New York • 2012 research master Cultural Analysis, cum laude

waande ik me in de studententijd van mijn ouders. Alsof er niets veranderd was. Wat daar zo mooi aan leek, kan ik niet precies uitleggen. Ik denk dat het iets te maken had met dat typische vacuüm waar je als student in belandt, het gevoel dat het verleden, het heden en de toekomst samenvloeien en de tijd niet wegtikt, maar als zee om je heen klotst.

tekst • Nina Polak beeld • Bob Bronshoff

• 2009-2011 redacteur Propria Cures • 2011-2013 redacteur De Groene Amsterdammer

• 2013-heden redacteur De Correspondent • Romans: We zullen niet te pletter slaan (2014); Gebrek is een groot woord (2018, bekroond met het Charlotte Köhlerstipendium en de BNG-literatuurprijs)


is uw toegift voor het Amsterdams Universiteitsfonds? laat uw idealen voortleven als u er zelf niet meer bent

toegift.nl/amsterdams-universiteitsfonds

Blijf verbonden en word lid alumni.uva.nl/auv


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.