SPUI 52

Page 1

UvA ALUMNI MAGAZINE 01 / 2020

52

P 04

ACADEM I SCH E REI SLUST 50 JAAR STUDENTENUITWISSELING AAN DE UVA, MAAR NU EVEN NIET

P 12

MURAT ISIK

STUDEREN OM HET MASKER AF TE WERPEN

P 31

DR. BEAT

VADER TIONG EN DOCHTER LAURA KAM

P 10

HORTUS

MEDICINALE GEWASSEN TERUG IN DE BINNENSTAD?

P 06


02 INHOUD

P 06 UOoitVA-GESCHIEDENIS lag er een kruidentuin vol geneeskrachtige planten in het oudste

colofon

deel van Amsterdam. Keert de medicinale hortus terug achter het Allard Pierson?

P 08 SCHATKAMER VAN DE UVA ‘ Jan en Maria Moninckx schilderden aquarellen van de planten

Uitgever Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA

in de klassieke Amsterdamse hortus. Hun werk is vereeuwigd in de monumentale Moninckx Atlas.

Hoofdredacteur Albert Goutbeek Eindredacteur Shirley Haasnoot

P 09 UVA IN BEWEGING Online promoveren vanwege corona, Amsterdam steekt 1 miljard

Redactie Laura Erdtsieck, Daan Meijer, Carolyn Wever Ontwerp en beeldredactie Mattmo Creative bv

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

Maurits Kruithof en Michaëla Ulrici VERANDERDE OMSTANDIGHEDEN

Anders dan de dagelijkse krant is SPUI magazine een blad met een lange productietijd. Voor onze halfjaarlijkse bespiegeling in deze kolom is dat Bob Bronshoff, Joep van Drunen, normaal gesproken geen punt. We kijken terug op de programma’s van Kees Hummel, iStock, Daniël de de afgelopen maanden en blikken vooruit naar wat er voor de rest van Leau, Mattmo, Jeroen Oerlemans, het jaar op de kalender staat. Allard Pierson, Stadsarchief In deze tijd is vooruitkijken ingewikkelder. Er zit namelijk enige tijd Amsterdam, Sander Stoepker tussen het schrijven van deze tekst en het moment waarop u SPUI openslaat. Zeggen dat we blij zijn met de versoepeling van de Druk PrintRegie / Drukkerij Roelofs maatregelen en het beetje ruimte dat ontstaat om weer dingen te ondernemen, is tricky: binnen een paar weken, of zelfs dagen, kan er van Aan dit nummer alles zijn gekanteld. De langere termijn is nog lastiger te overzien. De werkten verder mee uitdaging is ons niet te laten verlammen door talrijke onzekerheden, Ben Haveman, Marchien den maar na te denken over de mogelijkheden die zich in verschillende Hertog, Maite Karssenberg, Murat scenario’s voordoen. Isik, Lisette Molenaar, Mireille Ook terugblikken is anders dan anders. We komen net tevoorschijn uit Moses-Kompier, Marion Rhoen, de intelligente lockdown en knipperen wat onwennig met onze ogen Marike van Roon, Florentijn van tegen het licht van de zomerzon. Alles overzien is nog niet aan de orde. Rootselaar, Robin van Wechem, Wel kunnen we een paar dingen constateren. De universitaire Vincent Weggemans, gemeenschap heeft zich razendsnel aangepast aan de veranderde Claartje Wesselink omstandigheden. Afstandsonderwijs kenden we al, in allerlei vormen, maar wie had voor mogelijk gehouden dat het zo snel en op deze schaal Op de cover geïmplementeerd zou kunnen worden? Natuurlijk haalt online contact Daniël de Leau (Business Studies het niet bij echte interactie, we snakken naar de eerstvolgende fysieke 2014) ging in 2013-2014 als ontmoeting. De studententijd de mooiste tijd van je leven? Pijnlijk uitwisselingsstudent naar genoeg gaat dat nu niet op. Maar gezien de omstandigheden is het Zuid-Afrika, waar hij deze foto fantastisch dat de meeste colleges, tentamens, promoties en ook veel maakte voor een fotowedstrijd onderzoekswerkzaamheden digitaal doorgang vinden. Veel lof voor de van BIS. inzet en flexibiliteit van studenten en medewerkers. Ook op de noden die deze crisis met zich meebrengt, is snel ingespeeld. Reacties SPUI, Alumnirelaties Een aantal organisaties rondom het Amsterdam UMC, waaronder de en Universiteitsfonds UvA, UvA en het Amsterdams Universiteitsfonds, stelde het Corona Research Postbus 94325, 1090 GH Fonds in. De alumnigemeenschap liet zich niet onbetuigd, de teller gaat Amsterdam. SPUI @uva.nl richting de vier ton. Ook voor studenten in nood is een fonds opgericht. Tel. 020 – 525 1406. Gezien het karakter van SPUI heeft de redactie er niet naar gestreefd u ISSN 667-939X een actueel overzicht van corona-onderzoek te presenteren. Daarvoor lenen andere kanalen zich beter. Toch is dit nummer niet geheel De redactie heeft ernaar gestreefd de rechthebbenden van virusvrij. Het artikel over een halve eeuw internationale uitwisseling aan de foto’s te achterhalen. Degenen de UvA gaat onherroepelijk ook over het feit dat die uitwisseling die desondanks menen rechten voorlopig stilligt. In het gesprek met econoom Henk Volberda over te kunnen doen gelden, kunnen transformaties claimt het virus een prominente positie. Met Harvardzich wenden tot Alumnirelaties hoogleraar Anita Elberse spraken wij omdat we haar keynote op de en Universiteitsfonds UvA. Universiteitsdag hebben moeten missen. SPUI is een magazine voor, door Onder de huidige omstandigheden is een afscheid op passende wijze en over alumni en vrienden van niet mogelijk en bedanken wij voor nu Carolyn Wever, die deze zomer de Universiteit van Amsterdam. met pensioen gaat als directeur Alumnirelaties en Universiteitsfonds. Zij SPUI verschijnt twee keer per heeft met grote inzet, visie en enthousiasme, op alle mogelijke jaar in druk in een oplage van momenten, ook in de avonduren en het weekend, het alumnibeleid en 100.000 exemplaren en wordt toegestuurd aan alle UvA-alumni de fondsenwerving verder gebracht. Daarmee heeft zij veel betekend voor de UvA, de Amsterdamse Universiteits-Vereniging en het (van wie het adres bekend is). Daarnaast wordt maandelijks Amsterdams Universiteitsfonds. Fotografie/illustraties

Chantal Ariëns, Christoph van Balen,

een mailing verstuurd aan alumni. alumni.uva.nl Maurits Kruithof is voorzitter van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging. Michaëla Ulrici is voorzitter van het Amsterdams Universiteitsfonds.

euro in ontwikkeling AI.

P 10 STUDIE DJ Dr. Tiong en DJ Kamma studeerden allebei Geneeskunde.

Vader Tiong keerde terug naar het werk als arts, dochter Laura staat fulltime achter de draaitafel.

P 15 PROEFSCHRIFT Riemer van Rozen verrichtte pionierswerk voor zijn

promotieonderzoek naar de automatisering van het ontwerp van computerspellen. ‘Als de ontwerper iets aanpast, verandert automatisch de onderliggende code.’

P 16 LOOPBAAN ‘Ongelijkheid kun je pas tegengaan als je je eigen vooroordelen, je

onbewuste normen, onderkent.’ Emancipatoren Jannet Vaessen en Jens van Tricht maakten van hun overtuiging hun werk.

P 20 WETENSCHAP Kort nieuws: restauratie kunstwerken ss Rotterdam; ook tweede-

hands rook dodelijk; vertrouwen in digitale rechter; waarom zout kruipt; mondspoelmiddel helpt.

P 24 PERSONALIA P 25 OVERLEDENEN P 26 IN MEMORIAM De sjekrokende Zaanse krullenbol Maarten Voster studeerde

Economie, stond als ‘burgemeester’ van stadsdeel Westerpark soms achterop de vuilniswagen en keerde uiteindelijk terug naar zijn geboortegrond als voorzitter van Stichting de Zaanse Schans. Hij laveerde dag en nacht tussen tegengestelde belangen en wist met ironie hoog oplopende conflicten nipt te smoren.

P 27 AUV & VARIA Journalist Mariëlle Tweebeeke en student Thijs de Lange blikken terug op hun ontmoeting tijdens het Illustere Alumni Event. En waarin investeerden de winnaars van de AUV-alumnusprijs hun prijzengeld?

P 30 AMSTERDAMS UNIVERSITEITSFONDS Het Amsterdams Universiteitsfonds werft voor wetenschappelijk

onderzoek naar het coronavirus en steun aan studenten die door de crisis in moeilijkheden raken.

P 31 UVA-SCHRIJVER De studie Rechten was niet zijn eigen keuze, maar die van zijn vader. En tot zijn afschuw stond de hal blauw van de sigarettenrook. Toch werd de Oudemanhuispoort de tweede huiskamer voor Murat Isik, schrijver van de veelgeprezen roman Wees onzichtbaar. Reacties Uw reacties op SPUI magazine zijn van harte welkom, per post of via e-mail (adressen: zie colofon). De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden reacties ingekort of helemaal niet op te nemen.

olg UvA V Alumni ook op twitter: @alumni_uva


03 P 04

Auteurs in deze SPUI

GESPREK

Blockbusters Ze werkt samen met supersterren als Beyoncé en Roger Federer – die als ze te gast zijn in haar colleges soms nerveuzer zijn dan zijzelf. Anita Elberse, die het schopte van UvA-student tot Harvard-hoogleraar, analyseert de grote successen in de wereld van muziek, amusement en sport en trekt opmerkelijke conclusies. ‘Het loont om al je eggs in one basket te leggen. In het casino zou ik niet zeggen dat je het zo moet doen, maar in de entertainmentindustrie werkt het wel zo.’

‘IK BEN MOMENTEEL DE ENIGE BEWONER IN MIJN STUDENTENHUIS AAN DE PRINS HENDRIKKADE’ NA 50 JAAR INTERNATIONALE UITWISSELING STAAT ALLES STIL

– HOOFDZA AK P12 –

P 18

WETENSCHAP

Stroomversnelling Veranderingen in de wereldwijde handel, circulariteit, digitalisering: het zijn trends waarnaar Henk Volberda al onderzoek deed voordat corona kwam. Het virus trof niet alleen de hoogleraar Strategic Management & Innovation zelf, maar raakt ook zijn onderzoek naar economische transformaties, die nu in een stroomversnelling komen. Omdat de liberale markteconomie niet alle problemen blijkt te kunnen oplossen, ziet Volberda een rol voor een sterker sturende overheid. En voor de universiteit, die haar alumni nieuwe kennis en vaardigheden kan bijbrengen. ‘Nederland blijft achter met levenslang leren. Als universiteit moeten wij daar op inspelen.’

P 22

LEVEN EN WERK

Hartstochtelijk Een hartstochtelijk tekenaar was Ben Sanders (1927) tijdens de drie oorlogsjaren waarin hij als Joodse jongen zat ondergedoken. En al even hartstochtelijk verlangde hij naar een leven in vrede. Het bleek bepalend voor zijn studiekeuze en loopbaan. Sanders studeerde aan de Politiek-Sociale Faculteit, haalde zijn master Politicologie in Amerika en keerde terug naar de UvA om er Rechten te studeren. Daarna volgde een lange carrière bij de Verenigde Naties, die in het teken stond van het vreedzaam gebruik van atoomenergie en het tegengaan van de verspreiding van kernwapens.

Albert Goutbeek (Nederlandse taal- en letterkunde 1994) is adjunct-directeur Alumnirelaties en Universiteitsfonds aan de UvA. Hij is hoofdredacteur van SPUI magazine. albert.goutbeek@uva.nl Shirley Haasnoot (Geschiedenis 1996) is eindredacteur van SPUI magazine en Nederlands correspondent voor Reporters Without Borders. In 1993-1994 studeerde ze als Erasmusstudent aan York University in Engeland. shirleyhaasnoot@hotmail.com Ben Haveman is oud-redacteur/verslaggever van de Volkskrant en schrijver van onder meer het boek Neuriënd naar het einde. Portretten op leven en dood. Voor SPUI schrijft hij het In Memoriam. Marchien den Hertog (Geschiedenis 1997 cum laude) is historisch journalist en hoofdredacteur van Haagse Historie. juffrouw-r.nl Murat Isik (Nederlands recht 2002) is schrijver en winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2018 voor Wees Onzichtbaar. In 2001 studeerde hij als uitwisselingsstudent aan San Francisco State University. Muratisik22@gmail.com Maite Karssenberg (Geschiedenis 2015 cum laude) werkt aan een biografie over vrijdenkster en publiciste Geertruida Kapteyn-Muysken (1855-1920). maitekarssenberg.nl Lisette Molenaar (Nederlandse taal en cultuur 2014) is freelance tekstschrijver en contentstrateeg. lisettemolenaar.com Marion Rhoen (Franse taal- en letterkunde 1993) werkt voor uiteenlopende media, variërend van het tijdschrift Genoeg (over duurzaamheid en vrolijk besparen) tot IEX magazine (over beleggen). Florentijn van Rootselaar (Wijsbegeerte 1998 cum laude) schrijft voor Trouw, Wordt Vervolgd en Filosofie Magazine. Florentijn@xs4all.nl Robin van Wechem (Politicologie 2009) is als journalist gespecialiseerd in duurzaamheid en gezondheid. In 2018 kwam haar boek Het Antirimpelcomplex uit, over de achterkant van de cosmetica-industrie. robinvanwechem.nl Vincent Weggemans (Nederlandse taal- en letterkunde 1996) is freelance journalist en eindredacteur voor Trouw en Het Parool. Claartje Wesselink (Engelse letterkunde 2003 en Wijsbegeerte cum laude 2006) is docent en onderzoeker aan de UvA. Ze promoveerde in 2014 aan de UvA op Kunstenaars van de Kultuurkamer, over Nederlandse kunstenaars in bezettingstijd. c.c.wesselink@uva.nl


04 GESPREK

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

tekst: Maite Karssenberg

‘ALS SUPERSTERREN NAAR HARVARD KOMEN, ZIJN ZE ZENUWACHTIGER DAN IK’

HET LOONT OM VEEL RISICO TE NEMEN

Ze zag het bij popster Beyoncé en bij basketbalgrootheid LeBron James. Alleen door alles in te zetten op één product behaal je echt grote successen in de entertainmentindustrie. Anita Elberse, een van de jongste vrouwelijke hoogleraren aan Harvard: ‘Er is geen manier om het risico te vermijden. Dat is vaak een echt aha-moment voor mijn studenten.’ Walt Disney, FC Barcelona, Netflix, the American Ballet Theatre, de Metropolitan Opera, Beyoncé, Lady Gaga, Roger Federer en LeBron James: het zijn allemaal hitmakers uit de sport- en entertainmentindustrie die met hun internationale succes tot de absolute top behoren. Hoe bereiken en behouden deze merken en wereldsterren hun topposities? Welke strategieën passen ze toe, en wat kunnen wij daarvan leren? Het zijn vragen die Harvard-professor Anita Elberse zich stelt. Ze is daarmee pionier van een relatief nieuw vakgebied, zozeer zelfs dat de sterren bij haar aanschuiven om van haar te leren. Op basis van haar messcherpe casestudies over mediabedrijven, wereldsterren en sporters ontwikkelde ze een van de meest populaire lesprogramma’s aan Harvard: ‘The Business of Entertainment, Media, and Sports’. Elberse begon bij Communicatiewetenschap aan de UvA, werd op haar 38ste een van de jongste vrouwelijke hoogleraren in de geschiedenis van Harvard en kreeg op dat moment ook een eervolle levenslange aanstelling aan deze Amerikaanse universiteit. Ze was niet altijd een casus-onderzoeker. ‘Ik ben begonnen als modellenbouwer’, zegt ze tijdens ons Skype-gesprek. ‘Dat was heel gangbaar, en een goede manier om academische publicaties te krijgen. Maar dat onderzoek duurde heel lang en voelde voor mij alsof ik achter de feiten aanliep.’ Hele slimme mensen in de industrie leken het antwoord op haar vragen al te weten. Via casestudies kreeg Elberse toegang tot ‘mooie, impactvolle mensen’, ofwel executives ofwel het talent zelf, en nog steeds zit ze er bovenop wanneer dingen worden uitgeprobeerd. Zo volgde ze Beyoncé toen die in 2013 haar nieuwe,

helemaal in eigen beheer geproduceerde album in één keer online presenteerde – een ongekende stap voor een superster. Ook onderzocht ze de managementinzichten van voetbalcoach Alex Ferguson en nam ze de strategie van Roger Federer en zijn team onder de loep. Maar haar onderzoek reikt verder; van basketbalteams tot uitgeefhuizen en Broadway-shows, ze laat geen kans onbenut om te onderzoeken hoe successen worden behaald in de creatieve en sportieve industrie, nu de strijd om de aandacht van de kijker groter is dan ooit. Haar visie op de uiteenlopende casussen die ze onderzoekt draait juist om de overeenkomsten; het interdisciplinaire karakter van haar werk is wat het zo interessant maakt, zegt ze. ‘Als je goed begrijpt waar Beyoncé mee bezig is, dan verschilt het helemaal niet zo veel met wat LeBron James doet. Zodra je die mensen bij elkaar zet en elkaars cases laat lezen, zie je ook dat ze dingen herkennen en veel van elkaar kunnen leren. Er zijn heel veel parallellen.’ Elberse is een van de weinige wetenschappers die van het maken van die vertaalslag tussen sectoren via het bestuderen van casestudies hun kracht hebben gemaakt. Haar vakgebied is dan ook nog klein. ‘Ik doe iets dat niemand anders doet. Dat vind ik juist een mooie positie.’ Sparren kan ze met onderzoekers uit andere vakgebieden. ‘Daar leer ik misschien nog wel meer van.’

BLOCKBUSTERS Een van de parallellen die ze onderscheidt in haar onderzoek is dat het loont om veel risico te nemen. ‘Dat is vaak een echt aha-moment voor mijn studenten. Het idee dat er geen manier is om het risico te vermijden in de industrie.’ Het lijkt misschien verstandig om op safe te spelen, maar volgens Elberse geldt de tegenintuïtieve wet dat hoe meer je probeert het risico te spreiden, hoe meer risico je eigenlijk neemt. Elberse: ‘Wat goed voelt is niet wat werkt. Het loont om al je eggs in one basket te leggen. In het casino zou ik niet zeggen dat je het zo moet doen, maar in de entertainmentindustrie werkt het wel zo.’ En als het misgaat? ‘Niet van je koers afwijken en doorgaan. Je moet eigenwijs blijven.’ Alleen door veel te durven investeren in één of enkele producten behaal je echt grote successen, bewijst Elberse. Het gaat om het behalen van blockbusters – niet voor niets de titel van haar eerste boek.


05 ANITA ELBERSE • 1990-1991 Propedeuse Bedrijfskunde, Rijksuniversiteit Groningen • 1991-1996 Communicatiewetenschap cum laude, UvA • 1998 Master Communicatie, University of Southern California, Los Angeles • 2002 Promotie, London Business School • 2003 Aangenomen aan Harvard Business School • 2008 Begin Harvardprogramma ‘The Business of Entertainment, Media and Sports’ • 2012 Levenslange aanstelling Harvard Business School als hoogleraar Business Administration • 2013 Blockbusters: wat we kunnen leren van de hitmakers uit de entertainmentindustrie

De mensen die Elberse benadert zijn stuk voor stuk personen die hebben laten zien dat ze goed nadenken over de wereld waarin ze zitten en die ongebruikelijke stappen hebben genomen. Of het nou supersterren zijn of de mensen achter het talent, ze zijn zakelijk en gedreven, en kijken verder. ‘Neem bijvoorbeeld Channing Tatum. De meeste mensen zien hem alleen als een acteur. Maar hij is iemand die het heft in eigen hand heeft genomen. Hij heeft de rechten aangehouden van de populaire film Magic Mike (2012), die op zijn leven is gebaseerd, en heeft daar een enorm bedrijf omheen gebouwd inclusief een live-show. Die durf en veelzijdigheid is een duidelijk kenmerk van de echt succesvolle talenten.’ Elberse onderzoekt de industrie vanuit allerlei perspectieven: de sterren zelf, het team erachter en het bedrijfsleven. ‘Het is heel gaaf om te zien en te horen hoe bijvoorbeeld de mensen die op de achtergrond de zaken van Roger Federer behartigen een imperium rondom hem opbouwen. Dan heb ik het gevoel dat ik het nieuws vooruit ben; iets wat je niet kunt benaderen met een dataset die door een andere partij is samengesteld.’ Ze noemt het keiharde spanningsveld tussen sterren en bedrijven een van de grote uitdagingen van nu. Individuele sterren hebben in de afgelopen tien jaar veel meer macht gekregen, omdat er nu zoveel meer (online) mogelijkheden zijn om hun invloed uit te oefenen. Bedrijven kunnen daarop inspelen door talent op te leiden en aan zich te binden. Maar de twee kanten hebben hun eigen belangen, en dat leidt tot een harde strijd. Ook gewone mensen kunnen daar iets van leren: ‘Veel mensen accepteren een salaris en zijn daarmee tevreden. Maar als je stilstaat bij wat je nou echt waard bent voor een bedrijf, kun je daar veel slimmer mee omgaan.’

NETFLIX Wat de coronacrisis voor impact gaat hebben op de industrie is ook voor Elberse moeilijk te voorspellen. ‘De crisis biedt mogelijkheden’, zegt ze. ‘Bedrijven zullen gaan experimenteren. Ze kunnen dingen testen. In de filmindustrie kunnen films meteen op Netflix worden getoond, en de windows tussen verschillende releases zullen mogelijk veel korter worden, nu de theaters minder kans hebben om terug te vechten.’ Maar tegelijkertijd zijn de negatieve gevolgen nu al gigantisch. De industrie is geheel onderbroken. ‘Als je ziet hoeveel mensen er al ontslagen zijn,

bijvoorbeeld in Los Angeles, dat loopt al in de honderdduizenden, en wellicht meer. Misschien is dit wel de doodssteek voor de filmtheaters – maar het is nog te vroeg om daarover te oordelen.’ Hoe het is om met al die supersterren te werken? Elberse is er behoorlijk nuchter onder: ‘Het is bijzonder natuurlijk, maar ik ben nooit zo heel erg starstruck.’ Het is eerder andersom, vertelt ze. ‘Als zij op mijn uitnodiging naar Harvard komen zijn ze soms zenuwachtiger dan ik. Dan ben ik het die ze op hun gemak probeert te stellen.’ De combinatie van Hollandse nuchterheid en een on-Nederlandse fascinatie voor mensen die qua succes boven het maaiveld uitsteken is typerend voor Elberse. Vanuit Boston blijft ze Nederlandse discussies volgen, zoals die over de overstap van Eva Jinek naar RTL: ‘Die vrouw heeft geweldig werk gedaan bij de publieke omroep, ze is klaar voor een volgende stap en wil kijken wat ze kan doen bij een commerciële omroep. Dat komt nu eenmaal met een bepaald salaris, en een bepaald risico. Soms vind ik die Nederlandse discussies daarover nogal overtrokken.’ Anderzijds erkent ze dat het prettig is om in een samenleving te wonen waar de verschillen niet zo groot zijn. Dat sommige ondernemers, sporters en sterren in de VS zoveel geld verdienen is misschien ook absurd, zegt ze. En vaak is het tussen de markten niet consistent; bij het voetbal vindt men het in Nederland inmiddels normaal dat er zoveel verdiend wordt, maar in de mediawereld mag het niet. ‘Ik zit er een beetje tussenin. Ik begrijp heel goed waar mensen in beide landen vandaan komen.’ Op haar UvA-tijd kijkt ze terug met warme gevoelens. Het was een mooie, belangrijke tijd, zegt ze, niet alleen wat studie betreft. ‘Op jezelf wonen, in de grote stad, en buiten mijn studie actief zijn in studievereniging Mercurius – daar heb ik veel van geleerd.’ Ze heeft hele goede docenten gehad, en noemt er twee in het bijzonder: Peter Neijens (‘die is heel belangrijk geweest in het kiezen van wat ik wilde doen en hij had helemaal gelijk’) en Edith Smit (‘daar werk ik nog steeds met veel plezier mee’). Inmiddels is ze zelf een docent van formaat, met verscheidene prijzen voor uitmuntend lesgeven op haar naam. Dat ze hoogleraar aan Harvard Business School zou worden had Elberse als student aan de UvA nooit gedacht. ‘Ik was wel ambitieus maar had het niet super uitgedacht. Wel had ik altijd het gevoel dat ik de Amerikaanse entertainmentindustrie heel goed begreep.’ •


06 UVA-GESCHIEDENIS

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

tekst: Marchien den Hertog

EEN UNIVERSITEITSTUIN OP HET BINNENGASTHUISTERREIN

A

B

‘Poorten, stegen, hoven’ is het motto waaronder de UvA aan de slag is gegaan met de ontwikkeling van het Binnengasthuisterrein. De universiteit baseert zich nadrukkelijk op de geschiedenis van dit gebied. Nog steeds vormen de tuinen, die de nonnen hier in de late middeleeuwen aanlegden, kleine oases in de drukke binnenstad. Je zou het niet denken, maar eind veertiende eeuw is het huidige Binnengasthuisterrein een moeras aan de rand van Amsterdam. De grond is er goedkoop, dat is aantrekkelijk voor een aantal kloosterordes dat zich er vestigt. Het Oude Nonnenklooster verrijst op de plek van de huidige Oudemanhuispoort, het Nieuwe Nonnenklooster ernaast in de bocht van de Amstel. Terwijl de rest van de stad is verdeeld in rechthoekige percelen, scharen de kloostergebouwen zich rond een hof, met een tuin, bleekvelden, een boomgaard en een kapel. Open naar binnen, met blinde muren naar de buitenwereld. Al snel kijken de dicht op elkaar gepakte Amsterdammers jaloers naar die paar nonnetjes in hun ruime groene behuizing. Maar de kloosterprivileges kalven snel af en na de Alteratie van 1578, als het katholieke Amsterdam protestants wordt, worden de kloosters onteigend. De stad verhuist twee gasthuizen naar het kloosterterrein, waar ze samen het Binnengasthuis vormen, een ziekenhuis dat vooral de minder bedeelden behandelt. Aan de grens, de Oude Turfmarkt, ontwerpt de deftige architect Philips Vingboons in 1642 negen koopmanswoningen, op de plek waar nu het Allard Pierson is

gevestigd en de collecties van de UvA zijn ondergebracht. Het Binnengasthuis blijft tot ver in de twintigste eeuw op deze plek in de binnenstad. Als de oude kloostergebouwen niet meer voldoen komen er nieuwe, waarvan het negentiende-eeuwse ziekenhuiscomplex het meest zichtbaar is – denk aan de Eerste Chirurgische Kliniek waar ooit CREA in zat, de ziekenzalen met politicologie en de mensa, en de Tweede Chirurgische Kliniek en het Zusterhuis waar straks de nieuwe Universiteitsbibliotheek haar deuren opent.

APOTHEKERSEXAMEN Toch zijn de late middeleeuwen nog steeds aanwezig in dit superblok, zoals stedenbouwkundigen het noemen, dat van buiten gesloten lijkt maar binnen verrassende open ruimtes bevat. Zo’n groene oase is de tuin achter het Allard Pierson. Hier lag ooit de kruidentuin van het Nieuwe Nonnenklooster, die waarschijnlijk vol stond met geneeskrachtige planten. Rond de tijd van de Alteratie is geneeskunde in handen van artsen, chirurgijns en apothekers. Uit verordeningen blijkt dat in de zestiende en zeventiende eeuw geprobeerd wordt de kwaliteit van deze

beroepen te verbeteren. Een van de actiepunten is een ‘hortus medicus’, die na herhaalde verzoeken wordt aangelegd in 1638, als de stad aan het bijkomen is van een pestepidemie. Hier worden apothekers voortaan onderwezen en geëxamineerd in kennis en gebruik van medicinale gewassen. Deze hortus medicus ligt op een voormalig kloosterterrein van de Regulieren, zo ongeveer op de huidige kruising van de Keizersgracht en de Utrechtsestraat. De eerste die hier lesgeeft, ook namens het kersverse Athenaeum Illustre, is botanicus Johannes Snippendaal (1616-1670). Hij publiceert twee catalogi met planten uit de hortus, die op haar hoogtepunt waarschijnlijk zo’n tweeduizend soorten telt. Vanwege de uitbreiding van de stad verhuist de tuin in 1665 naar het Binnengasthuisterrein, tot groot verdriet van hortulanus Herman Cornelisz (1627-1665). Hij is vooral verantwoordelijk voor het praktische onderhoud van de tuin en smeekt het stadsbestuur een opvolger ‘aan te leggen, te koesteren en goed te onderhouden, opdat hij, samen met de nieuwe stad, voor altijd moge leven, groeien en bloeien’. Daar denkt het stadsbestuur anders over. Zoals we wel


07 vaker zien in de geschiedenis van de hortus heeft de botanische hobby van haar beheerders geleid tot een exponentiële groei van de inventaris, met alle kosten van dien. Alle sierplanten worden verkocht en de uitgeklede tuin bij het Binnengasthuis bevat alleen nog medicinale planten. Gerard Blasius (1625-1692), een van de eerste hoogleraren Geneeskunde aan het Athenaeum Illustre, geeft er iedere ochtend om tien uur les, in de winter doceert hij in het gasthuis.

ANANAS Tuinieren is hip in de Gouden Eeuw, en de belangstelling voor tropische planten groeit. Het voorstel van burgemeester Joan Huydecoper en kruidenkoopman Jan Commelin om in een ongebruikt hoekje van de

nieuwe Plantage een hortus aan te leggen valt in goede aarde bij de bestuurders van de stad. Het stuk grond wordt opgehoogd en vanaf 1683 beplant. Binnen de kortste keren staat de tuin vol met de noodzakelijke medicinale, maar ook talloze andere planten, waaronder tulpen, olijfbomen en asperges. Ook exoten uit Azië, de Kaap en Zuid-Amerika als orchideeën, koffie-

Als het Athenaeum zich in 1877 universiteit mag noemen, wordt de hortus de universiteitstuin en ananasplanten vinden er een plek. In de eeuw die volgt is de hortus een brandpunt voor de uitwisseling van planten en kennis. Artsen, chirurgijn- en apothekersknechts kunnen met een speciale munt, de hortuspenning, in- en uitlopen voor lessen en examens. Uit alle windstreken arriveren onbekende gewassen, die worden getekend en beschreven in uitgebreide albums. De tuin is niet officieel verbonden aan het Athenaeum, maar er geven illustere hoogleraren les als Frederik Ruysch (1638-1731), Johannes Burman (1707-1780), zijn zoon Nicholaas (17341793) en Gerard Vrolik (1775-1859).

Vanaf de negentiende eeuw weten ook gewone Amsterdammers de hortus te vinden voor publiekstrekkers als een orang-oetan en de slechts twee nachten bloeiende reuzewaterlelie Victoria, met bladeren die zo groot zijn dat je je baby erop kunt leggen. De band met het Athenaeum wordt hechter, en als deze zich in 1877 universiteit mag noemen, wordt de hortus de universiteitstuin. Opeenvolgende hoogleraren leggen een herbarium aan en breiden de collectie boeken uit. In 1860 is biologie een apart vak geworden binnen de Faculteit der Wis- en Natuurkunde, waar de vermaarde hoogleraar Hugo de Vries (1848-1935) wereldfaam weet te verwerven met zijn mutatietheorie. Het naar hem genoemde laboratorium naast de

hortus krijgt hij van de universiteit, om zijn mogelijke vertrek naar de Amerikaanse Columbia University af te wenden. Intussen is de band tussen plant- en geneeskunde steeds losser aan het worden. En, merkwaardig genoeg, ook die tussen de faculteit Biologie en de hortus. Levende planten zijn steeds minder noodzakelijk voor wetenschappelijk onderwijs, en het wordt steeds makkelijker om exoten in hun natuurlijke habitat te zien.

Het Pinetum Blijdestein in Hilversum, met een collectie naaldbomen verbonden aan de hortus, wordt afgestoten, net als een tijdelijke proeftuin in Sloten. Bij de verhuizing van Biologie naar de Watergraafsmeer, begin jaren zeventig van de vorige eeuw, zijn er nog grootse plannen voor proef- en natuurtuinen en een arboretum, maar die worden niet uitgevoerd. Inmiddels heeft Biologisch Centrum Anna’s Hoeve alweer plaatsgemaakt voor nieuwbouw van de Science-campus. Ernaast runnen vrijwilligers in een losse samenwerking met de UvA living lab Anna’s Tuin en Ruigte. De hortus in de Plantagebuurt gaat in 1990 zelfstandig verder. De boeken worden ondergebracht bij de Universiteitsbibliotheek, waar het Allard Pierson aan de Oude Turfmarkt onderdeel van uitmaakt. Hoofdconservator Marike van Roon kijkt vanuit haar werkkamer op de oude tuin van het Nieuwe Nonnenklooster. De medicinale hortus is daar al lang niet meer, de afgelopen decennia diende de tuin als speeltuin van kinderopvang De Kleine Gast. Nu denkt men na over de volgende bestemming. Duidelijk is dat het hof achter het Allard Pierson groen zal blijven en overdag openbaar toegankelijk. Van Roon zou het wel weten. Een nieuwe medische hortus zou een prachtige manier zijn om de bijzondere botanische en medische collecties van de UvA met de buitenwereld te verbinden. Aan financiering en beheer van een medicinale kruidentuin zitten uiteraard haken en ogen. Maar de sierlijke tuinen achter het Rijksmuseum en de Hermitage tonen aan dat het kan. En laat UvA-hoogleraar Grootstedelijke problematiek Zef Hemel de toekomst van de binnenstad nou net vergelijken met tuinieren, in zijn Visie uit 2019, in opdracht van burgemeester Femke Halsema: ‘De tuin is ernstig verwaarloosd. We moeten groot onderhoud gaan plegen. Van jungle naar pretpark naar monumentale tuin, het is een niet onlogische, in beschavingstermen zelfs opklimmende reeks.’ • oortje dat vroeger de ingang van het Nieuwe Nonnenklooster P was. H.P. Schouten (Stadsarchief Amsterdam) Oude en Nieuwe Nonnenklooster. Tekening uit 1680 (Stadsarchief Amsterdam) Ananasplant uit de Moninckx Atlas (zie ook volgende pagina) Tuin achter de Oude Turfmarkt waar de medicinale hortus was

D


08 SCHATKAMER VAN DE UVA

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

DE MONINCKX ATLAS

Balsamina cucumerina (Allard Pierson, UvA, hs. VI G 1, pl. 17).

In 1682 namen burgemeester Joan Huydecoper en raadslid Jan Commelin het initiatief tot de inrichting van een nieuwe hortus medicus voor de stad Amsterdam, in de huidige Plantage. Deze verving de kleine hortus bij het Binnengasthuis, achter het huidige Allard Pierson. Tussen 1687 en 1750 werden er 425 aquarellen gemaakt van planten die groeiden in deze hortus. Ze werden bijeengebracht in negen banden in groot folio, nu bekend onder de naam Moninckx Atlas, genoemd naar Jan en Maria Moninckx, die de meeste aquarellen hebben gemaakt. De aquarellen dienden als basis voor de gravures in de Horti Medici Amstelodamensis rariorum plantarum historia van Johannes en Caspar Commelin uit 16971701. Carolus Linnaeus, die tussen 1735 en 1738 in Nederland verbleef, was een frequent bezoeker van de Amsterdamse hortus. Hij baseerde zich bij de taxonomische nomenclatuur voor zijn Species plantarum van 1753 voor niet minder dan 259 plantensoorten geheel of gedeeltelijk op de planten in deze publicatie en dus eigenlijk op de Moninckx Atlas. Een van deze planten was de balsemappel uit Ceylon. In zijn beroemde Cruydeboeck (1554) schrijft de Leidse hoogleraar Rembert Dodoens: ‘Olie daar rijpe balsemappel tegen de zon in geweekt is nadat het zaad er uitgenomen is of die met dezelfde balsemappel in warm water gekookt is of onder paardenmest gestaan heeft belet de ontsteking, verhitting en zweren van alle wonden […]. Ze laat ook alle spanning en trekking van de gekwetste of gestoken zenuwen vergaan, daarop gestreken. Men prijst deze olie ook zeer omdat ze de verbranding die met warm water of hete olie, met gloeiend ijzer of met brandende kolen gedaan is kan verzoeten en genezen.’ De aquarellen op perkament zijn op papier bevestigd, zodat ze tot negen kloeke boekdelen verwerkt konden worden. Ze zijn nog steeds in wondermooie staat. De Moninckx Atlas bevindt zich in het Allard Pierson en is door onderzoekers op te vragen. In de tentoonstelling De Creatieve Stad is vanaf het najaar altijd een deel te zien; elke drie maanden zal een andere plant worden getoond.


UVA IN BEWEGING ONLINE PROMOVEREN

Vanwege de coronamaatregelen hebben de promotieplechtigheden tijdelijk een andere, online vorm gekregen. Op deze manier kunnen promovendi afronden waarnaar zij de afgelopen jaren hebben toegewerkt en hun loopbaan voortzetten. De promo-

vendi verdedigen van achter hun pc of laptop thuis hun proefschrift tegenover hun promotiecommissie. Promoties verlopen altijd volgens een vast scenario. Dit scenario kan op eenzelfde manier gevolgd worden bij de online promoties. De voorzitter van de promotiecommissie leidt net als altijd de promotie en uiteraard is ook de pedel online aanwezig om ‘hora est’ (‘het is tijd’) uit te spreken als de vastgestelde tijd voor de verdediging om is.

LANDELIJKE PORTAL MET COVID-19-EXPERTISE

Het coronavirus heeft een enorme impact op onze samenleving. Om crisisteams, gemeentes en de nationale overheid te ondersteunen, lanceerde het Social Sciences & Humanities (SSH) Beraad de ‘SSH Covid19 portal’. Dit is een openbaar portal dat de expertise van de Sociale Wetenschappen en Geesteswetenschappen in heel Nederland beschikbaar stelt. De portal biedt snelle en directe toegang tot topwetenschappers en tot de meest recente sociaalwetenschappelijke en geesteswetenschappelijke kennis over de pandemie en haar gevolgen. De site verwijst naar experts op het gebied van gezondheidscommunicatie, risicopercepties, werkloosheid, sociale netwerken, arbeidsverhoudingen, gezinsstress, logistieke uitdagingen, juridische kwesties, data issues, thuiswerken, distance learning, onderwijsongelijkheid en nog veel meer. Het adres van het portal: https://ssh-covid19.nl.

de UvA geen numerus fixus meer voor de bacheloropleiding Kunstmatige Intelligentie. Dit betekent dat er plaats is voor een onbeperkt aantal nieuwe eerstejaars en dat deze studenten geen selectieprocedure hoeven te doorlopen. De UvA wil hiermee bijdragen aan het opleiden en behouden van voldoende AI-talent in Nederland en Europa.

AMSTERDAMSE KENNISINSTELLINGEN STEKEN 1 MILJARD IN AI

COMMUNICATION & MEDIA STUDIES OPNIEUW WERELDWIJD OP EERSTE PLAATS

Amsterdamse kennisinstellingen, waaronder de UvA, hebben de handen ineengeslagen en investeren de komende tien jaar 1 miljard euro in de ontwikkeling van AI-technologieën, onder de noemer AI technology for people. Dit doen zij door het opzetten van onderzoeksprogramma’s, het aantrekken van topwetenschappers en het opleiden van studenten met state-of-the-art kennis van AI. Samenwerkingen met topinstituten in de wereld, publieke partners en het bedrijfsleven

NIEUWE TOOL TER VERBETERING VAN DE CONCENTRATIE

worden versneld uitgebreid. De European Laboratory for Learning and Intelligent Systems (ELLIS) selecteerde de UvA als ELLIS Unit om talent in ‘machine learning’ en aanverwante AI-onderzoeksvelden voor Europa te behouden.

Voor het derde jaar op rij is de UvA op het terrein van Communication & Media Studies de beste van de wereld volgens de QS World University Rankings by subject 2020. Ook ACTA handhaaft zijn hoge positie van vorig jaar: Dentistry aan ACTA staat wederom op plaats 2. In de ranking staan verschillende vakgebieden aan de UvA hoog genoteerd: in 27 van de 47 disciplines die QS onderscheidt, staat de UvA in de wereldwijde top-100.

De afgelopen tien jaar is een grote stijging te zien van het aantal studenten dat bij Bureau Studentenartsen aanklopt met concentratiestoornissen. Uit de Studentengezondheidstest blijkt dat gemiddeld 20 tot 30 procent van de studenten verminderde concentratie als een probleem rapporteert. Om hen te helpen hebben de studentenartsen met steun van het Amsterdams Universiteitsfonds een digitale zelfhulpomgeving ontwikkeld om problemen met concentratie aan te pakken. Studenten kunnen de website beterconcentreren.nl bezoeken voor advies en begeleiding.

VERVOLG VOOR UNIVERSITEITSFORUM

GEEN NUMERUS FIXUS MEER VOOR KUNSTMATIGE INTELLIGENTIE

De laatste jaren is de vraag naar hoogopgeleide specialisten op het gebied van Artificial Intelligence (AI) explosief gegroeid. Vanaf het studiejaar 2021 hanteert

09

Het UniversiteitsForum krijgt een vervolg in 2020. Hiertoe is het ledenbestand grotendeels ververst, zodat ook andere medewerkers en studenten de gelegenheid krijgen hun stem te laten horen in het forum. Het UniversiteitsForum buigt zich over belangrijke vraagstukken binnen de UvA. Jan Rath, hoogleraar Sociologie, blijft de bijeenkomsten als voorzitter van het forum leiden. Roeland Voorbergen, oud-voorzitter van de Centrale Studentenraad en tevens student Filosofie en Politicologie, is Arne Brentjes opgevolgd als secretaris.

GEERT TEN DAM EN KAREN MAEX HERBENOEMD

Geert ten Dam en Karen Maex zijn door de Raad van Toezicht van de UvA herbenoemd tot respectievelijk voorzitter van het College van Bestuur en rector magnificus van de UvA, per 1 juni 2020 en voor een periode van vier jaar. Dit gebeurt met een positief advies van de medezeggenschapsraden. De Raad van Toezicht geeft aan met waardering te hebben gevolgd hoe Ten Dam en Maex inhoud hebben gegeven aan hun functie.

UVA VOLLEDIG ROOKVRIJ

Vanaf 1 augustus 2020 mag er niet meer gerookt worden op de terreinen van de UvA. Nederlandse onderwijsinstellingen, van basisscholen tot universiteiten, zijn vanaf die dag verplicht om een volledig rookvrij terrein te hebben. Ook de UvA wil studenten en medewerkers een gezonde en rookvrije leer- en werkomgeving bieden. Het nieuwe beleid helpt mensen die willen stoppen met roken, het beschermt meerokers tegen tabaksrook en zorgt ervoor dat minder jongeren beginnen met roken.


10 STUDIE tekst • Marion Rhoen beeld • Kees Hummel

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

DOKTERS ACHTER DE DRAAITAFEL Tiong Kam

‘Dat draaien was slopend, vijf, zes nachten per week’

DE VONK

TIONG KAM • 1974 Atheneum B • 1979-2002 DJ bij Dansen bij Jansen, Odeon, Richter, Soul Kitchen, Mazzo en in de rest van Nederland. Ook in Spanje, Duitsland en België • 1985 Basisarts, UvA • 1998-2002 Opleiding arts Arbeid en Gezondheid • 2011-nu DJ bij Brighter Days (voorheen The Reboot). Ook gigs in onder meer Claire, Canvas, Werkplaats, Doka Studio Rush Hour instore (alle in Amsterdam)

Toen ik mijn eerste dj zag, misschien was het bij Dansen bij Jansen, was ik flabbergasted. Het was eind jaren zeventig, dj’s kwamen net op. Er zit liefde voor muziek in dat vak, en alles wat je doet is gericht op sfeer creëren en de dansvloer in beweging brengen. Je hebt inlevingsvermogen nodig om de sfeer aan te voelen, zodat je op het juiste moment de juiste plaat draait.

STUDERENDE DJ De eeuwige student bestond nog. Dus ik kon makkelijk door de week en in het weekend draaien. Mijn coschappen heb ik ook gedaan, maar ik merkte dat ik de hiërarchie niet leuk vond. Ik vroeg me af: moet ik dit wel doen? Vrienden haalden me over: maak het nou maar af, voor je diploma. Maar specialiseren was door de crisis mid-jaren tachtig een probleem. Zelfs voor mijn vierde keus, de huisartsopleiding, was drie jaar wachttijd. Terwijl ik als dj steeds meer aanbiedingen kreeg. De keuze was snel gemaakt.

SERIOUS BUSINESS Toen Laura een jaar of vijf was, ben ik gestopt. Zij werd groter, en dan lag papa Tiong tot één uur in zijn nest. Daarbij was dat draaien slopend. Vijf, zes nachten per week, je gaat er fysiek onder lijden. Pensioen bouw je ook niet op in de horeca. Uiteindelijk ben ik verzekeringsarts geworden. Ook mijn jonggehandicapte cliënten moet ik goed kunnen aanvoelen, wil ik ze goed kunnen beoordelen

THE REBOOT Het was een ideetje van Laura. We begonnen in 2011 met dit evenement, omdat we een bepaald gevoel wilden terugbrengen in de muziek. Noem het groove of soul. Dat misten we op dat moment in Amsterdam. Het is heel leuk om weer te doen. De jonge mensen zijn nieuwsgierig naar wat ik draai en hoe ik met vinyl

werk. De draad weer oppakken? Zo voelt het niet. In mijn hoofd ben ik altijd bezig gebleven met muziek.

DJ KAMMA In de Reboot-periode zei ik tegen Laura: volgens mij wordt het tijd dat jij zelf eens gaat draaien. Even was ze helemaal stil. Toen zei ze: ja, dàt moet ik eigenlijk gaan doen. Daarna ging ze helemaal los. Anderen merkten: haar manier van kiezen, het verbinden van genres, het aanvoelen van groepen, dat doet ze heel goed. Elke plaat is raak.

CORONA Ik had drie optredens staan, jammer dat ze niet doorgaan. Nu heb ik meer tijd voor het invoeren van mijn collectie in Discogs, een database voor muziek. Ik ben al over de helft. Herbeluisteren doe ik ook veel, ik heb misschien wel meer dan 14.000 platen, dus ik weet niet meer precies wat ik allemaal heb. •


11 De dansvloer in beweging brengen of jonggehandicapte cliënten beoordelen. Voor beide heb je invoelend vermogen nodig, zegt verzekeringsarts Tiong Kam, die af en toe optreedt als DJ Dr. Tiong. Zijn dochter Laura Kam studeerde ook Geneeskunde, maar koos fulltime voor de muziek als DJ KAMMA.

Laura Kam

‘Ik had arts kunnen zijn, en mensen direct kunnen helpen’

DE VONK Pianoles had ik al. Maar het keyboard dat ik op mijn elfde kreeg, vond ik pas echt interessant. Je kon er allerlei sound effects mee maken: onweer, geschiet van lasers. Uren kon ik daarmee spelen. En zodra ik op internet kon, in groep 7, ging ik playlists maken en verzamelen. Hiphop, neosoul, house, jazz. Een naam als Roy Ayers hoorde ik bijvoorbeeld van mijn ouders. Na een paar weken kon ik alles van hem meezingen. Muziek was mijn passie.

STUDERENDE DJ

generatie kwamen weer luisteren. Daar ben ik ook begonnen met draaien in clubs.

DJ DR. TIONG Mijn vader en ik draaien meestal niet samen. Hij doet zijn ding, ik het mijne. Zijn stijl? Hij draait met veel power, energie en overtuigingskracht. Die power zit ’m deels in zijn body language, het meebewegen op de muziek, en ook in zijn platenkeuzes. Hij durft contrasterende overgangen te maken. Dat is hit or miss, maar hem lukt dat.

CORONA Mijn optredens werden allemaal afgezegd. Mentaal moest wel een knop om, daarna genoot ik van de extra tijd. Ik schrijf veel muziek; dat kind in mij, dat komt dan weer helemaal boven. Vreemd is het wel. Ik had arts kunnen zijn, en mensen direct kunnen helpen. De maatschappelijke functie van een dj is minder direct. Maar als dit voorbij is, hebben mensen behoefte aan een uitlaatklep. Ik kan hun een feestje geven. •

Toen ik begon met studeren, ging ik draaien op huisfeestjes. Soms bij mensen thuis, met Oud en Nieuw, of m’n verjaardag. Ook ging ik feesten organiseren. Maar met mijn studies ben ik altijd serieus bezig geweest. Bijna was ik nog onderzoek gaan doen dat kon leiden tot een promotie, bij geneeskunde. Maar iets in me zei: als ik dit doe, heb ik niet het plezier dat ik heb met draaien. Voordat ik aan mijn coschappen begon, nam ik een break. Even nadenken, ademen en focussen op de muziek.

SERIOUS BUSINESS Die break voelde heel goed. En toen werd ik opgepikt door een internationale agency. Een grote eer, want die agency vertegenwoordigt veel artiesten die ik bewonder. Er kwamen steeds meer boekingen, het voelde als een natuurlijke stap om mij fulltime aan de muziek te committeren. Het is topsport. Door de week maak ik muziek, ik slaap bij, doe veel pilates en eet gezond. Draaien doe ik in het weekend, vaak in het buitenland.

LAURA KAM • 2008 Eindexamen vwo • 2011 Bachelor Bèta-Gamma, UvA • 2011 Major Psychobiologie, UvA • 2011-nu Oprichter van evenementenorganisatie Brighter Days (voorheen The Reboot) • 2014-nu Geregistreerd als DJ KAMMA • 2015 Bachelor Geneeskunde, VU • 2015-nu Aangesloten bij agency Sounds Familiar. Optredens in Nederland bij o.a. Dekmantel Festival. Verder in heel Europa en in Azië (Indonesië, Japan, Hongkong) • 2019-nu Betrokken bij club Doka Studio in Amsterdam

THE REBOOT Mijn vriendenclub vond het heel cool wat mijn vader allemaal in zijn platenkasten had. We zeiden tegen hem: je moet weer gaan draaien. Toen zijn we die The Reboot-feesten gaan organiseren. Mensen van zijn

Sets van DJ Dr. Tiong en DJ KAMMA zijn te beluisteren via Soundcloud.com


12 HOOFDZAAK

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

tekst • Shirley Haasnoot beeld • Christoph van Balen (bachelor Economics and Business 2015) studeerde in 2013-2014 als uitwisselingsstudent in Chili. Tijdens dit jaar maakte hij deze foto in Bolivia voor de fotowedstrijd van BIS.

VIJFTIG JAAR STUDEREN IN HET BUITENLAND

GRENZEN VERLEGGEN Uitgerekend in het jaar waarin de UvA vijftig jaar internationale studentenmobiliteit viert, zijn door het coronavirus alle buitenlandse uitwisselingsprogramma’s opgeschort. Terwijl studenten noodgedwongen thuisblijven en festiviteiten worden uitgesteld, blikt SPUI terug op een halve eeuw academische reislust. Honderden over de grens studerende uitwisselingsstudenten aan de UvA kwamen dit voorjaar terug naar Nederland, soms halsoverkop met het laatste vliegtuig, voordat het coronavirus de wereld tot stilstand bracht. Ook de uitwisselingsstudenten uit het buitenland zijn in meerderheid naar huis vertrokken. Het zijn drukke tijden voor het Bureau Internationale Studentenzaken (BIS), bij veel alumni bekend als Bureau Buitenland, de naam die het tot begin jaren negentig had. Het bureau is een belangrijk aanspreekpunt voor ongeruste studenten en hun ouders en het is druk bezig met de planning van het komend academisch jaar. Vanwege de onzekerheden rond de verspreiding van het virus zullen de uitwisselingen in het eerste semester in ieder geval niet doorgaan, wat er in het tweede semester gebeurt is nog onduidelijk. Het BIS werd precies vijftig jaar geleden, op 1 juli 1970, opgericht maar stelt de eerder geplande feestelijkheden uit tot later dit jaar. Het is niet de eerste keer in het bestaan van het bureau dat een crisis tot noodmaatregelen leidt. Bij bijna alle grote gebeurtenissen in de wereld waren UvA-studenten aanwezig, van de Vietnamoorlog in de jaren zeventig tot de huidige studentenopstanden in Hong Kong, waar de UvA met vijf universiteiten samenwerkt en haar studenten dringend heeft verzocht om terug te keren. De afgelopen jaren vond er meer internationale uitwisseling plaats dan ooit tevoren. Dat is nog afgezien van de duizenden buitenlandse studenten vanuit de hele wereld, die tegenwoordig een volledig, veelal Engelstalig studieprogramma aan de UvA volgen. In de halve eeuw dat het bureau bestaat, vonden grote maatschappelijke veranderingen plaats, die ertoe leidden dat studeren over de grens steeds vanzelfsprekender is geworden. Reizen werd makkelijker en goedkoper, samenwerking tussen Europese landen bracht het Erasmusprogramma en de Engelse taal werd dominant in het internationale academische onderwijs. En ook de UvA veranderde, van een naar binnen gericht instituut dat als politiek links te boek stond, tot een internationaal georiënteerde universiteit die op veel gebieden meedoet met de wereldtop. In de afgelopen twintig jaar zijn naar schatting ruim vierenhalfduizend UvAuitwisselingsstudenten met begeleiding van Bureau Internationale Studentenzaken

naar het buitenland geweest. Daarnaast hebben bijna evenveel UvA-studenten via het Erasmusuitwisselingsprogramma aan een andere Europese universiteit gestudeerd. De studenten die de grens overgingen om stage te lopen of veldwerk in het buitenland te verrichten zijn daarbij niet meegerekend. Omgekeerd hebben naar schatting net zoveel buitenlandse studenten, via Erasmus of een ander uitwisselingsprogramma, tijdelijk aan de UvA gestudeerd.

KOUDE OORLOG Al sinds het ontstaan van het Athenaeum Illustre in 1632 hebben studenten en wetenschappers uit Amsterdam contact met universiteiten wereldwijd. Toen het bestuur van de UvA in 1968 voor het eerst een speciaal bureau voor internationalisering ter sprake bracht, studeerden jaarlijks zo’n driehonderd buitenlandse studenten aan de UvA, de studenten uit Suriname en de Nederlandse Antillen niet meegerekend. De helft kwam uit Indonesië, Duitsland en de Verenigde Staten en studeerde in grote meerderheid aan de faculteiten Geneeskunde en Letteren. Omgekeerd bezochten veel Amsterdamse studenten en onderzoekers korte of langere tijd universiteiten over de grens. Informatie uit de periode tot 1970 is vaak anekdotisch, aangezien uitwisselingen zeer gefragmenteerd georganiseerd werden en er geen aantallen zijn bijgehouden. Ook het verhaal over het ontstaan van het Bureau Buitenland heeft een hoog anekdotisch gehalte. In 1968, midden in de Koude Oorlog, bezochten enkele leden van de destijds sterk links georiënteerde Algemene Studenten Vereniging Amsterdam (ASVA) Moskou, waar ze contact hadden met een soortgelijke Russische studentenorganisatie. De ASVA-studenten kregen een warm onthaal waarna de Lomonosov Universiteit, de staatsuniversiteit van Moskou, ze een aanbod deed. Ieder jaar mochten zes of zeven UvA-studenten in de hoofdstad van de USSR een driemaandelijkse cursus Russisch volgen. In Amsterdam ging ASVA-bestuurslid Hans Brosse daarover in gesprek met de opleiding Slavische talen aan de UvA, waar men graag van het aanbod wilde gebruikmaken. Brosse vertelde later in een interview dat de ASVA hierna het College van Bestuur van de UvA voorstelde om een centraal Bureau Buitenland in te stellen.


13

Guus Belinfante, de toenmalige rector magnificus, nam datzelfde jaar inderdaad de inmiddels voormalige ASVA-bestuursleden Brosse en Paul van Tongeren aan om de wenselijkheid van zo’n centraal bureau voor buitenlandse contacten te onderzoeken. In 1970 ging het Bureau Buitenland officieel van start, met de ‘jongens van

IEDER JAAR MOCHTEN UVASTUDENTEN IN DE HOOFDSTAD VAN DE USSR EEN CURSUS RUSSISCH VOLGEN Belinfante’, zoals Brosse en Van Tongeren in het Maagdenhuis genoemd werden, als medewerkers en later samen als directeur. De eerste officiële overeenkomst die Bureau Buitenland begin jaren zeventig sloot was met de Moskouse Lomonosov Universiteit, zeer tot ongenoegen van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns. In die eerste jaren richtte Bureau Buitenland zich voor financiering vooral op het Nuffic. Deze Haagse organisatie voor internationalisering in onderwijs beheerde de Cultureel Verdrag beurzen, door buitenlandse overheden gefinancierde beurzen voor studie en onderzoek. Samen met het Nuffic hielden Brosse en Van Tongeren zich vooral bezig met ontwikkelingsprojecten vanuit het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Veel projecten en samenwerkingsverbanden in die tijd waren echter niet alleen gericht op ontwikkelingssamenwerking, ze waren ook sterk politiek georiënteerd. Zo ondertekende het bureau een samenwerkingsovereenkomst met de Universiteit van Nicaragua en met de Bir Zeit University, een Arabische universiteit op de door Israël bezette westelijke Jordaanoever. Een hechte samenwerking tussen Bureau Buitenland en het Vietnam Comité leidde ertoe dat in 1973 Vietnamese wetenschappers uit allerlei studierichtingen Amsterdam bezochten. Toen het communistische Noord-Vietnam daarna hulp vroeg bij het opzetten van twee laboratoria voor fundamentele natuurkunde, stelde de UvA anderhalf miljoen gulden beschikbaar. Dat was het begin van de natuurkundige samenwerking tussen Hanoi en Amsterdam, die vele politieke protesten overleefde. Nog altijd doen veel Vietnamezen promotieonderzoek aan de UvA en bezoeken Amsterdamse natuurkundigen conferenties in Vietnam.

NOORD-AMERIKA Midden jaren tachtig, het bureau telde inmiddels zeven werknemers, leidde de zoektocht naar een nieuwe directeur tot een interne strijd binnen de UvA, vooral ingegeven door de vraag of Bureau Buitenland haar politieke beleidskoers moest voortzetten of zich juist meer moest richten op inhoudelijke, academische samenwerking. De strijd werd in 1986 uiteindelijk beslist in het voordeel van de laatste stroming.

Met de indiensttreding van een externe kandidaat, Hans de Wit, verschoof de aandacht naar andere regio’s in de wereld en naar samenwerkingsverbanden in het kader van studenten- en docentenmobiliteit. De bestaande overeenkomsten waren onder andere getekend met instellingen in Vietnam (Hanoi), Peru, Nicaragua, de Sovjet-Unie (Moskou en St Petersburg – toen nog Leningrad), maar nu richtte de aandacht zich meer op de Verenigde Staten en Canada. Aan de UvA zette vooral het Amerika Instituut in op samenwerking met NoordAmerika, in het bijzonder wat betreft studentenuitwisselingen. In zijn afscheidsrede uit 2006 memoreerde Hans de Wit hoe, nog geen week na zijn aanstelling, hoogleraar Amerikanistiek Rob Kroes zijn kamer binnenkwam en een tirade tegen het Bureau Buitenland begon: ‘Al jarenlang probeer ik de universiteit te enthousiasmeren voor samenwerkingsrelaties met Amerikaanse universiteiten, van essentieel belang voor Amerika Studies maar ook voor andere studierichtingen aan de UvA. Maar steeds stuit ik op weerstand bij het Bureau Buitenland, waar men dat maar onzin vindt.’ Kroes wilde met subsidie van de Amerikaanse overheid een uitwisseling met de Universiteit van Minnesota. Zijn initiatief, door De Wit met vreugde ontvangen, leidde ertoe dat er inmiddels 33 jaar lang Amsterdamse studenten naar Minnesota vertrekken en studenten uit de Midwest in Amsterdam studeren. De wens om uitbreiding van de samenwerking met Noord-Amerika werd eind jaren tachtig gesteund door toenmalig collegevoorzitter Jos van Kemenade. Reizen en werkbezoeken resulteerden in overeenkomsten, ook al meer dan dertig jaar oud, met onder andere Montana State University, de University of Nebraska, The New School in New York en San Francisco State University. Na het aantreden van De Wit werden met Peking University (1988) en Xiamen University (1996) nieuwe overeenkomsten getekend, waarbij de uitwisseling van studenten en docenten centraal kwam te staan. Eerdere samenwerking met China, in het kader van de genoemde ontwikkelingssamenwerking, was in de jaren tachtig om politieke redenen enige tijd opgeschort geweest, maar werd hervat met toestemming van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

ERASMUS In 1987 werd het Erasmus uitwisselingsprogramma van de Europese Unie opgericht, waarmee studenten en staf met een beurs een periode aan een Europese universiteit konden verblijven. Voor studenten binnen de EU was het opeens een fluitje van een cent om een paar maanden of een jaar de grens over te gaan. Omdat de Erasmusuitwisselingen van het begin af aan voornamelijk vanuit de faculteiten geregeld werden, sloten ze vaak ook inhoudelijk goed aan op het studieprogramma. De vrolijke, bekroonde Franse film L’Auberge Espanole (2002), speelt zich af in een studentenhuis voor Erasmusstudenten in Barcelona, en laat zien hoe een uitwisseling op heel veel manieren een leerzame ervaring is. Want de bewoners studeren niet alleen (een beetje), maar leren ook een vreemde stad en een andere cultuur kennen,


14

Vera Kuipers

Leah Sikkema

William Vargas

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

VERA KUIPERS – 1980

LEAH SIKKEMA – 1996

WILLIAM VARGAS – 1996

Cultural Policy Officer, Nederlands Consulaat Generaal in New York. Studeerde Theaterwetenschap aan de UvA (1998-2002) en Hofstra University op Long Island, NY (2001).

Werkt in social media marketing & management. Studeerde Mass Communication/Media Studies aan McMaster University (2014-2018) in Canada en aan de UvA (2017).

Student aan de Universidad de Costa Rica sinds 2017, uitwisselingsstudent Communication Science aan de UvA (2019-2020).

‘Tijdens mijn studie Theaterwetenschap wilde ik graag een semester naar New York. Hofstra University, waarmee de UvA een uitwisselingsprogramma onderhoudt, had een mooi dramaprogramma en ik vond het leuk dat de universiteit op een campus buiten de stad ligt. Op 9/11 was ik net twee weken in Amerika. Ik herinner me de strakblauwe lucht toen ik ’s ochtends naar college liep. De docent vertelde daar dat er een vliegtuig in een van de torens van de Twin Towers was gevlogen maar verder was er nog niets bekend, dus we begonnen gewoon met de les. Pas na het college kon ik in het computerlokaal opzoeken wat er was gebeurd. Vanaf het dak van ons gebouw zag ik met mijn vriendinnen de zwarte rookwolken boven Manhattan. Op de campus heb ik die week nog bloed gedoneerd. Ik woon inmiddels zestien jaar in New York en werk nu zo’n zes jaar voor het Nederlands consulaat. Ik houd de alumnibijeenkomsten die de UvA hier organiseert in de gaten en vorig jaar was ik met de ambassadeur bij de viering van het 25-jarige uitwisselingsjubileum met Hofstra University. Ik ben de UvA heel dankbaar. Ik heb veel kansen gekregen en ik had zo’n fijne studietijd. Ik heb er veel vrienden aan overgehouden en indirect een prachtige, trans-Atlantische loopbaan.’

‘Ik kom uit de buurt van Toronto maar mijn vier grootouders zijn opgegroeid in Nederland. Tijdens mijn studie Communicatie aan McMaster University wilde ik graag een tijdje naar Nederland. Over Amsterdam had ik gehoord dat het een geweldige stad is en mijn begeleiders aan McMaster vertelden me dat de UvA een van de beste opleidingen Communicatie in Europa heeft. Bij aankomst nam ik met zo’n twintig studenten deel aan de Welcome Group van de UvA, waaraan ik veel vrienden heb overgehouden. Ook in het internationale studentenhuis aan de Prinsengracht leerde ik veel mensen kennen. Met Nederlandse studenten kwam ik minder in aanraking, bijna alle vakken die ik volgde zaten vol uitwisselingsstudenten. Het studieprogramma leek qua theorie en denkers op dat in Toronto, maar de structuur van het programma was heel anders. In Canada zijn we meer gericht op groepswerk en opdrachten maken. Alle tentamens komen vervolgens tegelijkertijd. Aan de UvA volgde ik zeven weken een vak, dan deed ik tentamen en daarmee was ik klaar. Dat werkte goed, het gaf me meer vrije tijd. Met de trein heb ik veel van Nederland gezien maar het was ook fijn om gewoon door Amsterdam te lopen.’

‘Ik ben momenteel de enige bewoner in mijn studentenhuis aan de Prins Hendrikkade. De studie gaat ondanks het coronavirus gewoon door. Online college volgen is te doen, maar ideaal is het niet. Ik voel me eenzaam en bezorgd. Teruggaan naar Costa Rica wilde ik niet. Het was te laat in het jaar om me daar nog voor vakken in te schrijven. En om het UvAstudieprogramma te volgen is het vanwege het grote tijdsverschil makkelijker om in Nederland te blijven. De opleiding Communication Science aan de UvA hoort bij de wereldtop. En omdat Amsterdam als internationaal te boek staat, dacht ik dat het makkelijk zou zijn om me thuis te voelen. Ik vind het een erg leuke stad maar wat me hier vooral raakt is de Nederlandse cultuur van vertrouwen. Je krijg veel verantwoordelijkheid en er wordt op vertrouwd dat je doet wat je hebt afgesproken. En Nederlanders zijn heel direct, in de collegezaal en daarbuiten. Van Nederlandse vrienden leerde ik dat je dat niet persoonlijk moet nemen, nu vind ik de duidelijkheid een voordeel. Ik mis mijn vrienden en familie in Costa Rica, de prachtige natuur en het eten. Maar het is er ook onveilig en de hitte maakt het vaak moeilijk om te werken. Als er een vliegtuig is, ga ik in augustus terug naar huis.’

ze worden verliefd en sluiten vriendschappen voor het leven. In de film wordt Frans, Spaans, Engels, Catalaans, Deens, Duits en Italiaans gesproken. In Nederland werd de toestroom van buitenlandse studenten met een Erasmusbeurs een belangrijke motor voor vergaande internationalisering van het Nederlandse hoger onderwijs, met name wat betreft het gebruik van het Engels als lingua franca. Eind jaren tachtig mocht het Engelstalige onderwijs aan de UvA nog geen naam hebben. Om studentenuitwisseling te accommoderen en te stimuleren, werden Engelstalige vakken en programma’s in hoog tempo ontwikkeld. Zo’n tien jaar later werden opnieuw meerdere samenwerkingsovereenkomsten afgesloten, met universiteiten in Australië en Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Japan en Canada. Inmiddels is het overgrote deel van alle masteropleidingen aan de UvA Engelstalig. De laatste twee decennia is het aantal studenten dat via het Bureau Internationale Studentenzaken jaarlijks korte of langere tijd in het buitenland studeert, explosief gegroeid van circa tweehonderd in het jaar 2000 naar meer dan duizend in 2019. Het bureau, dat inmiddels ruim tien medewerkers telt, richt zich de laatste jaren niet meer uitsluitend op de organisatorische kant van de uitwisseling, maar is daarnaast nauw betrokken bij de sociale begeleiding van internationale studenten. Ook initieert het zomerprogramma’s, deelname aan studentenconferenties, korte onderzoeksprojecten en stages.

ZOOM Alle studentenuitwisselingen, buitenlandse studiereizen en stages zijn het eerste semester van het komend studiejaar afgeblazen. Niemand weet wanneer de universiteitsgebouwen, overal ter wereld, weer veilig open kunnen. Deze onzekerheid leidt tot een enorme ontwikkeling van online communicatiemogelijkheden. Veel bijeenkomsten, colleges en tentamens vinden inmiddels via Zoom of andere

communicatiesoftware plaats. Het blijkt mogelijk om als buitenlandse student aan de UvA te studeren vanuit het ouderlijk huis, duizenden kilometers van Amsterdam. Omgekeerd geldt hetzelfde en loggen Nederlandse studenten in bij colleges in New York en Beijing. Op langere termijn wordt hoger onderwijs hierdoor wereldwijd toegankelijk voor grote groepen studenten voor wie de universiteit vanwege hun sociale achtergrond, financiële situatie of locatie een onneembare vesting was. Daarnaast sluiten digitale colleges praktisch gezien goed aan als het gaat om bijscholing op latere leeftijd, waarvoor de UvA zich al enige jaren inzet. De colleges en werkgroepen op een computerscherm zullen dan ook een blijvend effect hebben op de manieren waarop de universiteit kennis overdraagt. Tegelijkertijd zullen de contacten achter de computer nooit de gezamenlijke opdrachten in het archief, de presentaties en debatten in de collegezaal en het onderzoek in een laboratorium kunnen vervangen. Dit geldt nog meer voor studenten die tijdelijk in een ander land studeren, waarbij het leren van elkaars culturele gewoontes een vaak onuitgesproken maar essentieel onderdeel van de studie is. Dat is niet alleen belangrijk voor de vorming van grensoverschrijdende vriendschappen en internationale carrières. Wat de uitbraak van het coronavirus heeft laten zien is hoezeer de levens van mensen overal ter wereld met elkaar verbonden zijn en hoe belangrijk het is dat we elkaar begrijpen en met elkaar samenwerken. De fysieke buitenlandse ervaring kan daarom nooit door een scherm vervangen worden. Met dank aan Willeke Jeeninga, manager Bureau Internationale Studentenzaken aan de UvA. Zie voor meer informatie over Bureau Internationale Studentenzaken en het vijftigjarig jubileum: uva.nl/BIS.


15

PROEFSCHRIFT ‘SPELONTWERP IS ZO COMPLEX EN INTRINSIEK MENSELIJK, DAT JE HET MAAR TEN DELE KUNT AUTOMATISEREN’

tekst • Robin van Wechem beeld • iStock

RIEMER VAN ROZEN – 1980 r.a.van.rozen@hva.nl • 1999-2007 Master Technical Computer Science, Universiteit

EEN GOED COMPUTERSPEL IS LEUK OM TE SPELEN EN DR A AIT OP DEGELIJKE SOFT WARE. RIEMER VAN ROZEN PROGR AMMEERT VISUELE GEREEDSCHAPPEN VOOR SPELONT WERPERS. PIONIERSWERK, WANT HET ONDERZOEK NA AR DE AUTOMATISERING VAN GAMES STA AT NOG IN DE KINDERSCHOENEN. Hoe komt een computerspel tot stand? ‘Het ontwerp begint bij de game designers, die allerlei ideeën hebben die ze uitwerken in een prototype, vaak een fysiek ontwerp. Ze gebruiken bijvoorbeeld pionnen of kaartjes waarmee ze gaan proefspelen. Tijdens het spelen bepalen ze welke regels moeten worden aangepast. Als het spelontwerp klaar is, moet het in software worden omgezet. Dat doen de software-ingenieurs. Heel vaak blijkt vervolgens dat het computerspel toch niet zo werkt als de ontwerpers voor ogen hadden, zodat er aanpassingen moeten worden gedaan. Want een spel moet leuk zijn, anders werkt het niet, hoe goed het ook is geprogrammeerd. Het lastige is dat aanpassingen de spelervaring verbeteren, maar de kwaliteit van de software verslechteren.’ Wat maakt het lastig om software van een spel aan te passen? ‘Een spelontwerper kan zeggen: “De speler moet dit of dat grappiger of fleuriger vinden”. Dat is niet zomaar aan te wijzen in de code. Een software-ingenieur schrijft code in termen van “als-dan-statements” en “loops”, dingen die steeds opnieuw gebeuren of dingen die conditioneel wel of niet gebeuren. Hoe meer van dit soort regels veranderen, hoe ingewikkelder de code wordt. Daarmee wordt het spel vatbaarder voor fouten. Tegelijkertijd wordt een spel leuker en spannender als het ontwerp vaker is aangepast. Een deel van de oplossing ligt in het automatiseren van delen van het spelontwerp.’ Hoe automatiseer je het ontwerpen van een computerspel? ‘Een belangrijk deel van het ontwerp zijn de spelregels. Als je een keuze introduceert, is dat lastig voor te stellen in code. Een visuele representatie van die keuze sluit veel meer aan bij de belevingswereld en fantasie van spelontwerpers. In mijn onderzoek heb ik samengewerkt met enkele kleine game-studio’s om delen van het ontwerpproces te automatiseren. Dat wordt vanuit wetenschappelijke hoek nog maar weinig gedaan. Ik heb een soort digitale knikkerbaan ontwikkeld waarmee ontwerpers de beschikbare middelen, zoals

Twente • 2008-2011 Software Engineer bij EchoStar Europe, Almelo • 2011-heden Docent Software Engineering en Game Development,

goudstukken of kristallen, kunnen verdelen. Als ze iets aanpassen aan de manier waarop de knikkerbaan werkt, verandert automatisch de onderliggende code die bij die regel hoort. Zo kunnen ontwerpers het spel testen en aanpassen zonder dat er een software-ingenieur aan te pas komt.’ Werkt deze geautomatiseerde software voor elk type spel? ‘De knikkerbaan uit mijn proefschrift is vooral geschikt voor spelregels met varianten van geld. Stel je hebt in een spel munten die je kunt uitgeven, aan bijvoorbeeld betere uitrusting voor soldaatjes of een bloemperk voor een tuintje. Daar zitten allerlei keuzes in. Je kunt dat geld meteen uitgeven, bewaren voor een later moment of investeren. Deze opties creëren strategieën die je kunt modelleren en programmeren. Sommige regels ontmoedigen en vertragen bepaald gedrag, andere kunnen het juist versterken en versnellen. In de knikkerbaan kun je makkelijk zien hoe de speleconomie werkt en verandert. Dat is minder geschikt voor een avonturenspel met verhaallijnen, of het ontwerpen van verschillende levels. Daar zou je andere automatiseringssoftware voor moeten maken.’ Worden computerspellen in de toekomst automatisch geprogrammeerd? ‘Sommige onderzoekers denken dat spellen in de toekomst automatisch gemaakt kunnen worden met Kunstmatige Intelligentie. Ik ben het daar niet mee eens, omdat spelontwerp zo complex en intrinsiek menselijk is dat je het maar ten dele kunt automatiseren. In mijn huidige onderzoek kijk ik naar een andere manier van werken met prototypen. Spelontwerpers gebruiken daarvoor ook vaak kaarten met allerlei symbolen. Bij het proefspelen passen ze de symbolen en de functies aan. Deze werkwijze proberen we in een nieuwe softwaretaal te programmeren, waarbij de kaarten eindeloos kunnen worden aangepast.’ •

Hogeschool van Amsterdam (HvA) • 2016-2019 Projectleider en hoofdonderzoeker bij het Live Game Design-project, HvA • 2016-heden Docent Software Evolution in de Master Software Engineering, UvA • 2011-2020 Proefschrift Languages of Games and Play: Automating Game Design & Enabling Live Programming, UvA, onderzoek uitgevoerd bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica


16 LOOPBAAN tekst • Vincent Weggemans beeld • Kees Hummel

JENS VAN TRICHT – 1969 • 1988-2004 Politicologie en Vrouwenstudies cum laude, UvA • 1988-2003 Kraak- en anarchismebeweging

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

EMANCIPATO AAN D

• 1995-2009 Circus Elleboog • 1996-2003 Studievereniging Vrouwenstudies m/v/? • 1997-2013 UvA: ontwikkeling modulen over jongens, mannen en mannelijkheid • 2003-2010 Women Peacemakers’ Program – Gender & Masculinity Advisor • 2007-2012 United World Colleges, Trainer leiderschap, communicatie en diversiteit • 2008-2010 Nederlands Gender Platform WO=MEN • 2013-heden MenEngage Europe Stuurgroep en Coördinatie • 2014-heden Oprichter en directeur-bestuurder Emancipator • 2017 Kandidaat-kamerlid Artikel 1 • 2018 Auteur Waarom feminisme goed is voor mannen

Voor een gymnasiumscholier uit Reeuwijk lag een studie aan de universiteit voor de hand. Jens van Tricht dook echter liever de Amsterdamse kraakscene in, die hem via een omweg toch bij zijn academische bestemming bracht. Joy Division, zwarte kleren, ‘fuck the system’: in de jaren tachtig was Jens van Tricht boos op de wereld. Hij kwam terecht in de kraakbeweging, eerst in Gouda, en daarna in Amsterdam. Na zijn eindexamen had hij zich aan de UvA ingeschreven bij de studie Politicologie, maar in Amsterdamse kraakpanden voelde hij zich meer op zijn plaats. Overdag liep hij college, ’s avonds werd de revolutie gepland, de volgende dag een protestmars tegen de onderwijsbezuinigingen van minister Jo Ritzen. Zijn dubbelleven op het Binnengasthuisterrein brak hem op en de vakken die hij volgde, sloten op geen enkele manier aan bij zijn behoefte, vond hij. Hij koos voor de school of life en schreef zich in februari van zijn eerste jaar uit. Van Tricht: ‘Dat leverde me best wat conflicten op met mijn ouders, al

Overdag liep hij college, ’s avonds werd de revolutie gepland kwamen die braaf op bezoek in ieder kraakpand waar ik introk. Waarschijnlijk maakten ze zich vooral zorgen, maar ik dacht dat ze mij en mijn leven veroordeelden. Achteraf zeiden ze dat ik hun comfortzone toen behoorlijk heb opgerekt. Het was een ingewikkelde tijd,

maar we hebben altijd contact gehouden.’ De kraakbeweging was een gemengde club, waar Van Tricht voor het eerst in aanraking kwam met seksisme en de gevolgen daarvan. ‘Ik hoorde daar vreselijke verhalen over wat vrouwen hadden meegemaakt, het kraakpand bood hun een veilige plek. Ook in de kraakbeweging zelf gebeurde weleens wat, van aanranding tot dominant gedrag tot zelfs geweld – ook idealisten hebben menselijke neigingen. In discussies met huisgenoten kwam ik tot het besef dat de meeste problemen in de

JENS VAN TRICHT

‘De meeste problemen in de wereld worden veroorzaakt door mannen’

bovenbouwstudie – en volgde daarna meerdere vakken bij Saskia Poldervaart, ‘Ook in de kraakbeweging zelf die gespecialiseerd was in utopische gebeurde weleens wat, van sociale bewegingen. Intussen verdiende aanranding tot dominant hij bij Circus Elleboog de kost als jonggedrag tot zelfs geweld’ leur, een kunstje dat hij zichzelf had geleerd tijdens het eindeloze wachten wereld worden veroorzaakt door mannen. bij demonstraties. Hij hield zich daarnaast als student-assistent bezig met Voor de hand liggend was dan ook de lesgeven en het organiseren van intervraag hoe wij onze eigen woongemeennationale conferenties over zaken als schap wilden inrichten. Het persoonlijke utopische gemeenschappen. Uiteindewas voor mij altijd al politiek.’ lijk studeerde hij in 2004 cum laude af, Het was geen licht onderwerp dat Van met een collegekaart uit 1988. Tricht oppakte en vasthield. Er moest iets veranderen in de manier waarop we ‘De tijd bij Circus Elleboog heeft me met elkaar omgaan en hoe we de wereld veel gebracht. Ik heb er bijvoorbeeld geleerd hoe ik mijn publiek bij een vormgeven, vond hij. ‘Je ziet het in de voorstelling kan betrekken. En dat ik milieubeweging, waar zijn daar de moet uitgaan van hun belevingswereld mensen met kleur? En waar zijn de – voor kinderen werkt dat niet anders witte mensen in de antiracismebeweging? Diversiteit moet vanaf het begin. dan voor volwassenen. Ik wilde namelijk niet blijven hangen in het academiEen dominante mannelijke cultuur sche, ik wilde met jongens en mannen verander je niet meer als die er aan de slag: wat is hun rol nu precies? eenmaal is.’ Wat is hun werkelijkheid ten opzichte Van Tricht ontdekte Vrouwenstudies, van de smalle definitie van mannelijkwaar al zijn interesses samenvielen. Hij heid die op veel plekken en in veel haalde snel zijn propedeuse Politicoculturen wordt gehanteerd?’ logie – Vrouwenstudies was nog een

Met een subsidie van Mama Cash en de gemeente Amsterdam ging Van Tricht workshops en trainingen op dit gebied geven. In 2009 kwam hij in aanraking met het wereldwijde netwerk MenEngage, waarna veel projecten volgden zoals ‘Trotse vaders, trotse zonen’. Sinds 2014 werkt hij vanuit een stichting, Emancipator.

‘Een dominante mannelijke cultuur verander je niet meer als die er eenmaal is’ De materiële basis voor die stichting is nog weleens een uitdaging. Maar er valt meer dan genoeg te doen, vindt Van Tricht. ‘Justitie geeft bijvoorbeeld nog steeds meer geld uit aan repressie dan aan preventie en de zogenoemde worklife balance wordt nog altijd gezien als een vrouwenprobleem. Deze thema’s staan tegenwoordig weliswaar nadrukkelijker op de kaart, maar echte cultuurverandering gaat, helaas, langzaam.’ •


17

OR WORDEN DE UVA

JANNET VAESSEN – 1969 • 1988-1994 Geschiedenis, UvA • 1994-1997 Programmamaker bij o.m. IDTV, Humanistische Omroep, VPRO, Teleac/NOT • 1997-2000 Opnameleider en montage bij speelfilms van o.a. Eddy Terstall • 2000-2005 Programmamaker bij Cultuurfabriek, Pakhuis de Zwijger • 2005-heden Oprichter en directeur-bestuurder Women Inc. • 2017 Boek: Iedereen Inc. (Prometheus)

JANNET VAESSEN

‘Het is in ieders belang dat vrouwen dezelfde kansen krijgen’ Een maatschappelijk platform opzetten voor gelijke kansen voor vrouwen en mannen vergt doorzettingsvermogen en een onuitputtelijk optimisme. Dat Jannet Vaessen, oprichter van Women Inc., over beide beschikt, ontdekte ze al tijdens haar studie Geschiedenis. Het grootste voordeel van Geschiedenis, zegt Jannet Vaessen, was dat ze er zelf een draai aan kon geven. De klassieke

‘Historici zijn goede researchers, zo kwam ik op de documentaire-afdeling terecht’ oudheid, de middeleeuwen, de twintigste eeuw; alles kwam langs en ze kon kiezen wat ze interessant vond. Mede geïnspireerd door de interdisciplinaire aanpak van docenten als Herman Beliën werd Vaessen gegrepen door ideeëngeschiedenis: wat wordt in welk tijdperk vanzelfsprekend gevonden, wat zijn de contemporaine normen? Vaessen: ‘Ik vind het nog steeds een

interessante driehoek: wat wordt bepaald door de tijdgeest, wat is de rol van het individu en wat is de invloed van de eigen persoonlijkheid? Ieder onderzoek probeerde ik op die drie lagen te benaderen. Mijn scriptie ging over Ruth Benedict, een Amerikaanse antropologe uit het begin van de twintigste eeuw, die als een van de eersten onderzoek deed naar Amerikaanse indianen door naar ze toe te gaan. Ik kwam erachter dat haar archief in Vassar College lag, in de staat New York, dus ik heb een beurs en een laptopcomputer – toen nog zo’n loodzwaar ding – geregeld, en heb ter plekke onderzoek gedaan. Geschiedenis maakt verschil in tijd en antropologie maakt verschil in plaats. Ik heb het snijvlak van beide disciplines altijd fascinerend gevonden.’ Na haar afstuderen kwam Vaessen in de media terecht, bij televisieprogramma De kroeg, dat bijzondere verhalen over cafés verzamelde. Vaessen: ‘Uitvoerend producent Wim Weyland wist dat historici goede researchers zijn, zo kwam ik daar op de documentaire-afdeling terecht. In de mediawereld rol je snel van de ene klus

in de andere. Zo zat ik later voor de Humanistische Omroep in het trainingskamp van de Dutchbatters, nog voordat ze naar Srebrenica gingen.’ Na tien jaar als freelancer in de film- en televisiewereld kwam Vaessen in contact met Egbert Fransen van de Cultuurfabriek, die later Pakhuis De Zwijger zou oprichten. Bij hem organiseerde ze themaavonden, waar ze haar creatief-inhoudelijke kant en haar fondsenwervende talent verder ontwikkelde. Vaessen: ‘Ik besloot daar om me te richten op de rol van vrouwen in de maatschappij. Niet als traditionele feminist, maar zoekend naar een vorm voor het nieuwe feminisme dat ik om me heen ontwaarde.’ Ze deed onderzoek en ontdekte, om maar iets te

‘Ongelijkheid kun je pas tegengaan als je je eigen vooroordelen onderkent’ noemen, hoe groot het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen was. ‘Omdat ik een allergie heb voor de slachtofferrol, wilde ik het presenteren als een business case: duidelijk maken dat het op ieder vlak het verstandigst is om mannen en vrouwen gelijk te behandelen. Ik zat op een avond met mijn kinderen te zappen tussen de films Monsters, Inc. en de serie Models Inc. en opeens bedacht ik een goede naam: Women Inc. Dat is nu vijftien jaar geleden.’ Vaessen ging op zoek naar geld om een eigen festival te organiseren. Ze vond het belangrijk hier zoveel mogelijke partijen bij te betrekken, want deze discussie gaat immers iedereen aan. Het werd een succes: van Shell tot vrouwenweekblad Viva, vele clubs waren aanwezig. Een paar jaar later organiseerde ze een tweede editie,

toen met grote namen als koningin Máxima, Ségolène Royal, Wouter Bos en Morris Tabaksblat. Vanaf dat moment ging Women Inc. door als onafhankelijk platform. Vaessen moet vaak uitleggen wat ze doet. Begrijpelijk, want het gaat om een probleem waarvan veel mensen zich nog steeds te weinig bewust zijn. ‘Ongelijkheid kun je pas tegengaan als je je eigen vooroordelen, je onbewuste normen, onderkent. Alleen dan kun je zuiver nadenken over wat goede oplossingen zijn. Het staat bijvoorbeeld onomstotelijk vast dat het in ieders belang is dat vrouwen dezelfde kansen krijgen als mannen, toch is in Nederland slechts zo’n vijftig procent van de vrouwen financieel onafhankelijk. En de vrouwen die werken, verdienen gemiddeld vijftien procent minder dan mannen in precies dezelfde baan.’ Ze geeft een ander voorbeeld, uit de gezondheidszorg: ‘Een hartinfarct bij een vrouw wordt minder goed herkend, simpelweg omdat er in de medische wetenschap nog veel onwetendheid is over het vrouwenlichaam.’ Na vijftien jaar is Women Inc. een gevestigde naam, maar de strijd om financiering en invloed houdt nooit op. Kneden en masseren achter de schermen, strategisch opereren; Vaessen houdt van dit spel. Zo heeft ze voor de komende verkiezingen een puntenplan voor gendergelijkheid gemaakt, waarbij de doelen in alle partijkleuren te vertalen zijn. ‘Ik ben effectiever als ik andermans belangen zie en benoem, dat helpt om ze erbij te betrekken. En volhouden werkt, zelfs de VVD is nu akkoord met het instellen van vrouwenquota. Daarmee schrijven we nu zelf geschiedenis.’ •


18 WETENSCHAP

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

tekst • Florentijn van Rootselaar illustratie • Mattmo

‘HET IS NU TIJD OM NA TE DENKEN OVER EEN GOEDE EXIT-STRATEGIE’ De coronacrisis zal een wereldwijde transformatie van de economie versnellen. Hoogleraar Henk Volberda ziet hierbij kansen: een afname van de wereldhandel, meer bescherming van het milieu en vergaande digitalisering van de economie. In Nederland zal de overheid op sommige terreinen een meer sturende rol moeten spelen, nu onze liberale markteconomie veel problemen niet heeft kunnen oplossen. Door studenten breed op te leiden, kan ook de universiteit eraan bijdragen de grote uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden. Als we ons gesprek voeren is Henk Volberda nog aan het bijkomen, hij had waarschijnlijk het coronavirus. Na de eerste week met koorts leek het beter te gaan. ‘Maar daarna gingen mijn longen dichtzitten en kwam de kortademigheid.’ Intussen zijn Volberda, zijn vrouw en zijn twee dochters weer beter, al voelt hij zich nog vermoeid. Hoe kijkt de hoogleraar Strategic Management & Innovation aan de UvA naar de coronacrisis? ‘Never waste a good crisis’, zegt Volberda. ‘Het zou jammer zijn als we straks, als er een vaccin is, doorgaan op de oude voet en bijvoorbeeld massaal blijven vliegen. Het is nu tijd om na te denken over een goede exitstrategie.’ Er is een duidelijke scheidslijn tussen de periode vóór en ná de crisis, zegt Volberda. Er was al een transformatie gaande, maar die is door de crisis in een stroom-

‘HET ZOU JAMMER ZIJN ALS WE STRAKS, ALS ER EEN VACCIN IS, DOORGAAN OP DE OUDE VOET’ versnelling geraakt. Volberda ziet vier trends. De eerste is de afname van de wereldwijde handel. ‘De globalisering heeft ons veel welvaart gebracht, maar tijdens de crisis zagen we ook de grenzen ervan. We blijken voor mondkapjes te afhankelijk van andere landen zoals China. Dat komt door de outsourcing van activiteiten: de hoogte van de arbeidskosten bepaalt op welke plek een onderdeel wordt geproduceerd. De crisis leert ons het belang van korte ketens: we zullen meer in ons eigen land moeten produceren. Dat geldt niet alleen voor medische hulpmiddelen. We zijn het normaal gaan vinden om voedsel uit de

hele wereld te halen, bijvoorbeeld bosbessen uit ZuidAmerika – maar ook die globale handel moet meer gereguleerd worden.’ Die afname van de globalisering is ook nodig voor het milieu, het tweede terrein waarop Volberda een nieuwe trend ziet. ‘Alleen door kortere ketens en circulariteit kunnen we de uitstoot van onder meer koolstofdioxide tegengaan en de biodiversiteit in stand houden. Dat wisten we al langer, maar door de crisis stoten we plotseling veel minder uit. Dat zullen we straks moeten volhouden.’ Belangrijk vindt Volberda ook de derde trend, de digitale transformatie. ‘Het adagium was altijd tech is easy, change is difficult. We hadden wel mooie technologie, maar mensen wilden die vaak niet gebruiken. Door de crisis zie je dat mensen wel moeten. Om maar iets te noemen: veel mensen werken thuis en maken gebruik van allerlei digitale communicatiemiddelen. Er is een kans dat we in de postcorona-economie terugvallen in het oude systeem, maar dat acht ik zeer onwaarschijnlijk. Mensen zullen meer thuiswerken, de mobiliteit zal afnemen, kantoren gaan er anders uitzien. Om het werk te doen, zal er blijvend meer gebruik worden gemaakt van nieuwe digitale technologieën.’ Volgens Volberda leidt die digitale transformatie tot een sterke productiviteitsstijging. ‘We hadden zulke stijgingen vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig in de vorige eeuw. Daarna waren er nog wel kleine stijgingen, maar die kwamen nooit boven de 2 procent. In de jaren tachtig zeiden we dat je de computer overal zag, behalve in de productiviteitscijfers. Maar door de transformatie die nu is ingezet, zal er een enorme productiviteitsboost zijn. Vroeger moest de accountant naar zijn klant, maar die merkt

nu dat die ook goed op afstand zijn werk kan doen, waardoor er meer tijd overblijft voor productie. Ook kan een professional tegenwoordig allerlei processen automatiseren. Kunstmatige intelligentie (AI) en machine learning kunnen de advocaat veel werk uit handen nemen door bijvoorbeeld contracten te analyseren of arresten te doorzoeken.’

ROBOT Automatisering lijkt onvermijdelijk tot banenverlies te leiden. Want neemt de robot niet het werk over van de fabrieksarbeider, en de toepassing van kunstmatige intelligentie dat van de hoger opgeleide professional? Volberda ziet verschillende, tegenstrijdige trends. ‘In 2015 deed een denktank van het World Economic Forum een onderzoek in het kader van het project Future of Work. Daar kwam uit dat digitale technologie tot uitstoot van arbeid zou leiden, vooral aan de onderkant en in de middensegmenten van de arbeidsmarkt. Wat ik zelf opvallend vind, is dat je die uitstoot ook ziet aan de bovenkant van de arbeidsmarkt: ook hoogwaardige en kennisintensieve processen van accountants, juristen, en ingenieurs kunnen gedeeltelijk worden uitgevoerd door nieuwe technologieën. Als zij relevant willen blijven, zullen ze zichzelf opnieuw moeten uitvinden en deze nieuwe technologieën moeten omarmen.’ Tegelijkertijd komen er nieuwe banen bij. ‘In 2018 is datzelfde onderzoek herhaald, en toen bleek dat er een nieuwe bedrijvigheid was ontstaan, die nieuwe functies met zich had meegebracht. Bijvoorbeeld een droneverkeersleider. Zo zullen er voortdurend nieuwe functies ontstaan. In dat laatste onderzoek werd voorspeld dat maar liefst 57 procent van de huidige banen


19

geautomatiseerd wordt en dat 64 procent van de huidige basisschoolleerlingen straks een beroep uitoefent dat nu nog niet bestaat.’ Belangrijk is dat we na de coronacrisis de ingezette veranderingen vasthouden, en ook dat we niet in een diepe economische crisis belanden. Volberda is optimistisch. ‘Natuurlijk is dit een crisis van een ongekende orde en is Nederland volgens het IMF een van de landen die economisch het meest zullen worden geraakt. Onze zeer open en wendbare economie kan door de crisis ver wegzakken, maar ook weer heel snel opveren.’

‘64 PROCENT VAN DE HUIDIGE BASISSCHOOLLEERLINGEN OEFENT STRAKS EEN BEROEP UIT DAT NU NOG NIET BESTAAT’ Volberda ziet hier een belangrijke rol voor de overheid, dat is de vierde trend die hij signaleert. ‘We kwamen uit een liberale markteconomie, maar we zagen dat we daarmee niet alle problemen kunnen oplossen. Om het virus te bestrijden, moest de overheid sterk ingrijpen. Ook de economie wordt nu veel meer door de staat gestuurd. Volberda noemt als voorbeeld de NOW-regeling, een noodmaatregel waardoor bedrijven financiële compensatie krijgen om hun werknemers in dienst te kunnen houden. ‘Na de crisis zal de markt zeker weer taken overnemen, maar op sommige dossiers moet de overheid toch een meer sturende rol spelen. Door toepassing van sleuteltechnologieën als robotica, kunstmatige intelligentie en 3D-printing kunnen we in Nederland meer dingen productiever en ook duurzamer produceren. Ook moet de overheid een strakke regierol nemen in de energietransitie en bescherming van het milieu. Daar komt iets bij: tijdens de crisis zagen we het belang van vitale beroepen, de overheid moet zorgen voor een blijvende opwaardering daarvan.’

SILICON VALLEY Maar onderdrukt zo’n sterke staat volgens Volberda, die bekend is vanwege zijn onderzoek naar innovatie, niet de innovatie in het bedrijfsleven? Volberda: ‘Daar ben ik het zeer mee oneens. Uit het onderzoek naar de mondiale concurrentie-index, dat ik doe voor het World Economic Forum, blijkt dat juist de overheid kan aanzetten tot innovatie. Singapore, een markteconomie met een zeer grote overheidsinvloed, staat op de eerste plaats op de mondiale concurrentieindex. En in Amerika kon Silicon Valley alleen een broedplaats voor

innovatie en ondernemerschap worden door de grote investeringen van het Pentagon in internet en andere technologieën.’ Toch wil Volberda niet betogen dat een sterke overheid het recept is voor innovatie: ‘Het vermogen om te vernieuwen hangt van veel factoren af. Op de tweede plaats in die concurrentie-index staat de Verenigde Staten, en dat is juist een uitgesproken vrijemarkteconomie. Hong Kong staat op de derde plaats en Nederland op de vierde. Daarmee zijn we de meest concurrerende economie van de EU. We doen het zo goed door onze goed functionerende en betrouwbare overheid, een goede infrastructuur, stabiel macroeconomisch beleid en een goed opgeleide beroepsbevolking. Bovendien hebben we ook een zeer wendbare economie, waar ruimte is voor ondernemerschap en innovatieve bedrijven die nieuwe verdienmodellen ontwikkelen. Dat zijn ook redenen waarom buitenlandse HENK bedrijven zo graag naar Nederland komen.’ VOLBERDA – 1964 Toen we in Nederland hoorden dat we het zo goed deden, zegt • 1983-1987 Bedrijfskunde, Volberda, werd meteen de vlag uitgestoken. ‘Maar er zijn ook pijnRUG punten. Als je ons vergelijkt met landen als Duitsland, Finland en • 1991 UD Rotterdam School Zweden, doen we het veel minder wat betreft innovatievermogen op of Management, EUR de lange termijn. We investeren hier aanzienlijk minder in kerntech• 1992 Promotie op nologieën als robotica en kunstmatige intelligentie. Een tweede pijnOrganizational flexibility. punt: Nederland blijft achter met levenslang leren. We zijn zeer goed Change and preservation: opgeleid voor onze eerste baan, maar daarna investeren we niet veel A flexibility audit & redesign meer in training en opleiding. Terwijl het World Economic Forum method, RUG verwacht dat de helft van de beroepsbevolking in 2022 fundamen• 1993 Igor Ansoff Strategic teel nieuwe vaardigheden en kennis nodig heeft. Als universiteit Management Award moeten wij daar meer op inspelen en juist deze doelgroep bedienen • 1995 UHD Rotterdam School met post-initieel onderwijs en maatwerkgerichte opleidingen. Een of Management, EUR derde pijnpunt: duurzaamheid, daar kunnen we niet op concurreren. • 1997 Hoogleraar Nederland scoort erg slecht op het percentage duurzame energie dat Strategisch Management wordt gebruikt.’ en Ondernemingsbeleid,

CHINESE MUREN Recent benoemde de UvA vier universiteitshoogleraren op het gebied van kunstmatige intelligentie, om het AI-onderzoek en -onderwijs een extra impuls te geven. Het principe ‘een leven lang leren’ staat in Amsterdam al jaren sterk in de belangstelling. Volgens Volberda draagt de UvA ook op andere manieren bij aan het innovatieve vermogen van Nederland. Van groot belang is vooral de ontwikkeling van brede opleidingen. ‘Binnen de klassieke universiteit had je Chinese muren tussen de disciplines. Ik vind het belangrijk dat wij die slechten en meer crossovers aanbieden. Het mooie is dat je die volop ziet aan de UvA, daarom voel ik me ook zo thuis aan deze brede universiteit met veel verschillende, sterke disciplines. Ook het onderscheid tussen alfa, bèta en gamma wordt er steeds minder. Succesvolle alumni hebben t-shaped capabilities: ze hebben een basisexpertise in een bepaalde discipline, en tegelijkertijd beschikken ze over kennis van aanpalende expertises. In onze faculteit zie je niet alleen bedrijfskundige en economische kerndisciplines, maar ook mensen met een deeltijdleerstoel die van buiten ons vakgebied komen, zoals wiskunde en informatica. Dit jaar gaan we een bachelor- en masteropleiding Data Science and Business Analytics aanbieden, waarvoor samenwerking nodig is met bedrijfskundigen, economen, wiskundigen en ook psychologen. Ook starten we met het Amsterdam Digital Transformation Lab om meer multidisciplinair onderzoek te doen op dit gebied. Digitale transformatie wordt niet alleen bepaald door toepassing van digitale technologieën, maar vereist ook vaak een andere leiderschapsstijl, organisatievorm, een datagedreven cultuur en nieuwe digitale vaardigheden van medewerkers. Doordat we zoveel expertisegebieden in huis hebben kunnen wij en onze studenten bedrijven helpen succesvol digitaal te transformeren. Als je zo’n brede opleiding hebt gevolgd, ben je beter toegerust om de grote uitdagingen van onze tijd en de toekomst aan te kunnen.’ •

Rotterdam School of Management, EUR • 1998 Publicatie Building The Flexible Firm. How To Remain Competitive • 2004 Expertlid World Economic Forum • 2004 Publicatie De flexibele onderneming. Strategieën voor succesvol concurreren • 2011 Lid Raad van Commissarissen van NXP Semiconductors Netherlands • 2014 Lid wetenschappelijke adviesraad van de Nederlandse Defensie Academie • 2017 Fellow European Academy of Management • 2011 Publicatie Strategic Management: Competitiveness and Globalization • 2018 Publicatie Reinventing Business Models. How Firms Cope with Disruption • 2019 Hoogleraar Strategisch Management en Innovatie aan de Amsterdam Business School, UvA


20 WETENSCHAP SPUI —

kort nieuws De wetenschappelijke kennis neemt dagelijks toe. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dragen daaraan bij met proefschriften, papers en andere publicaties waarin zij de vruchten van hun arbeid wereldkundig maken. SPUI biedt een selectie van recente resultaten.

ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE

Hoe effectief zijn voordeel-events in supermarkten?

Hamsterweken, Euroweken, Mega Voordeel Weken – wat leveren dergelijke voordeel-events de supermarkten op? Uit onderzoek van de UvA en Tilburg University blijkt dat vaste klanten een deel van hun aankopen uitstellen tot zo’n event begint, tijdens het event wat meer kopen en erna juist wat minder. Voor niet-vaste klanten zijn de events een goed ‘lokmiddel’, maar deze klanten vullen hun boodschappenmandjes

De kracht van de methode zit in zowel het gebruik van nieuwe databronnen als het toepassen van geavanceerde analysemethoden. De gevonden schattingen voor de bestedingen van Nederlandse consumenten bij buitenlandse webwinkels zijn maar liefst zes keer zo hoog als eerdere schattingen. Inmiddels is de methode in gebruik bij het CBS, waar nu elk kwartaal over EU-webwinkel-aankopen wordt gepubliceerd.

GEESTESWETENSCHAPPEN

Samenwerking tussen Joden en moslims in Amsterdam

Hoe liggen de verhoudingen tussen Joodse en islamitische Amsterdammers? En hoe worden de onderlinge relaties beïnvloed door bijvoorbeeld extremistische aanslagen en het conflict tussen Israël en de Palestijnen? Dat onderzocht Suzanne Roggeveen in haar promotieonderzoek. Roggeveen interviewde mensen uit de Joodse en islamitische gemeenschap, bezocht gebedshuizen en scholen, woonde samenwerkingsprojecten bij en observeerde demonstraties. Er bleek in Amsterdam meer samenwerking te zijn tussen Joodse en islamitische gemeenschappen dan Roggeveen van tevoren had gedacht. In de afgelopen decennia werden vele tientallen samenwerkingsprojecten georganiseerd, van voorlichting over discriminatie op scholen tot dialoogtafels voor volwassenen.

Studenten restaureren kunstwerken ss Rotterdam

minder dan de vaste klanten. Na afloop blijven zij nog wel een korte tijd ‘plakken’, maar hun aankopen nemen steeds verder af. In het algemeen lijkt het erop dat de effecten van voordeel-events winstneutraal zijn. De onderzoekers bestudeerden de effecten van 44 voordeel-events van grote Nederlandse supermarkten, over een periode van vier jaar.

Nederlander besteedt meer bij Europese webwinkels

Econoom Quinten Meertens ontwikkelde in samenwerking met onderzoekers van de Universiteit Leiden en het CBS een nieuwe methode om de bestedingen van Nederlandse consumenten bij buitenlandse webwinkels binnen de EU beter te schatten.

Het ss Rotterdam, voormalig passagiers- en cruiseschip van de Holland-Amerika Lijn, huisvest bijzondere kunst uit de jaren vijftig. Het interieur uit die tijd is grotendeels bewaard gebleven, inclusief indrukwekkende wandversieringen, meubelstukken en kunstwerken. Tijdens een zesdaagse workshop restaureerden studenten van de opleiding Conservering en restauratie verschillende kunstwerken op het schip als onderdeel van hun opleiding. De UvA biedt als enige Nederlandse universiteit een opleiding tot restaurator die voldoet aan de Europese normering.

GENEESKUNDE

Vijftig rokers verantwoordelijk voor dood niet-roker

Wereldwijd zijn gemiddeld vijftig rokers verantwoordelijk voor de dood van één niet-roker. Dat blijkt uit onderzoek van het Amsterdam UMC. Al langer is bekend dat ‘tweedehands’ rook schadelijk is en dit onderzoek ondersteunt dat getalsmatig. Wereldwijd zijn er een miljard rokers, van wie er elk jaar zo’n zeven miljoen vroegtijdig overlijden. Minder bekend is dat een kleine miljoen mensen, onder wie kinderen, eerder overlijden aan de gevolgen van meeroken. Op basis van de jaarlijks gerapporteerde twee- tot drieduizend slachtoffers in Nederland door meeroken, ligt bij ons het aantal rokers verantwoordelijk voor de dood van een niet-roker tussen de 45 en 65.

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

Nieuwe bloedtest om soorten dementie te onderscheiden

Het tau-eiwit, dat een belangrijke rol speelt bij de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie, is gemiddeld 3,5 keer hoger in het bloed van mensen met de ziekte van Alzheimer dan bij gezonde mensen. Bij mensen die lijden aan frontotemporale dementie (FTD) is de concentratie van tau in het bloed lager dan bij Alzheimer. Lies Thijssen onderzocht een nieuwe test die het tau-eiwit kan meten in bloed. Met deze tau-test is het mogelijk om in het bloed te zien of het om Alzheimer of FTD gaat. Zo kunnen patiënten beter geadviseerd worden en in de toekomst mogelijk gerichter behandeld worden. De test is nog niet beschikbaar voor patiënten en wordt nu alleen voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt.

MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN

Nederlanders bereid tot Europese solidariteit bij bestrijding epidemie

Nederlanders zijn bereid om de Europese Unie een meer centrale rol te geven bij het bestrijden van een epidemie. Traditioneel worden medicijnen tegen besmettelijke ziektes grotendeels op nationaal niveau aangekocht en opgeslagen. In hun enquête vroegen de onderzoekers Nederlandse burgers – nog voor de uitbraak van COVID-19 – of ze erachter zouden staan als de EU de gemeenschappelijke aankoop,

opslag en gecoördineerde inzet van medicijnen tegen epidemieën zou gaan uitvoeren. Een substantieel deel van de respondenten was hier voorstander van. De onderzoekers herhalen de enquête nu op grotere schaal in vijf Europese lidstaten. Het onderzoek is uitgevoerd door een team waarin verschillende wetenschappelijke disciplines vertegenwoordigd zijn en werd mogelijk gemaakt door het Amsterdam Centre for European Studies.

Wat doen berichten over de economie met ons?

Negatief economisch nieuws zorgt ervoor dat we negatiever gaan denken en zelfs ons vertrouwen in de politiek kunnen verliezen. Verrassend genoeg maakt het weinig uit hoe oud je bent, wat voor werk je doet of wat je opleidingsniveau is. De inhoud en toon van berichten zijn bepalend, maar ook de economische context: we worden het sterkst beïnvloed door negatieve berichten als er nog niet echt crisis is. Dit zijn de


21 belangrijkste conclusies van onderzoek naar de effecten van economische berichtgeving op hoe wij over de economie denken, op ons vertrouwen in de economie en op onze politieke voorkeur.

Geen centraal Europees asielsysteem

Een centraal Europees asielsysteem, gesteund door alle lidstaten, komt nooit van de grond. Regel asielopvang met welwillende lidstaten, laat de overige lidstaten hier financieel aan bijdragen en geef Europese steden een grotere rol. Dit concluderen politicologen Jeroen Doomernik en Vincenzo Gomes op basis van hun onderzoek naar het Europese asielsysteem. Zij ontwikkelden en testten verschillende toekomstscenario’s: hoe moet een asielsysteem eruitzien, wie is waarvoor verantwoordelijk, wie stuurt wat aan? Vervolgens onderzochten ze de haalbaarheid van deze scenario’s met vertegenwoordigers van relevante beleidsafdelingen en organisaties.

zoekers, onder wie ecoloog James Allan. Zij vonden meer dan 2.200 actieve installaties in (beschermde) natuurgebieden die belangrijk zijn voor de biodiversiteit. Daarnaast identificeerden zij nog eens 900 energieinstallaties die momenteel in natuurgebieden worden gebouwd.

bracht met zuignappen op de huid. Daarmee konden ze de hoeveelheid verbruikte energie en prooi-inname tijdens het foerageergedrag registreren. In combinatie met data over hun dieet en de calorische inhoud van hun prooi, konden deze gegevens vervolgens voor alle soorten worden vertaald naar hun foerageerefficiëntie.

Vertrouwen we AI?

Het kruipen van zout beter begrepen

Waar zou je meer vertrouwen in hebben: een rechter van vlees en bloed, of een digitale rechter? Uit een nationale survey blijkt dat we beslissingen die automatisch met behulp van AI worden genomen, vaak op gelijke voet beoordelen met beslissingen door menselijke experts, of soms zelfs beter. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de risico’s. UvA-wetenschappers onder-

Werk maken van gelijke kansen in onderwijs

Als leraar wil je het beste voor je leerlingen. Hoe zorg je ervoor dat je hen allemaal gelijke kansen geeft? En dat je jongens én meisjes op hun talenten beoordeelt? In het boek Werk maken van gelijke kansen vertaalt Monique Volman samen met collega’s inzichten uit

RECHTSGELEERDHEID

Hoe goed werkt Nederland?

zochten hoe de Nederlandse bevolking over AI en geautomatiseerde besluitvorming (ADM) denkt, en hoe dit met persoonlijke kenmerken samenhangt zoals opleiding en leeftijd. Ze keken naar het algemene beeld over ADM, maar vroegen ook naar de mening van de respondenten wat betreft de toepassing van ADM in specifieke maatschappelijke sectoren waar dit al vaak gebeurt: de (nieuws)media, de zorg en justitie.

Waarom zijn baleinwalvissen zo groot?

twintig wetenschappelijke kernartikelen naar de dagelijkse lespraktijk. Het boek geeft inzicht in hoe verwachtingen van leraren tot stand komen en welke invloed dat heeft op de prestaties van leerlingen. Het helpt leraren om bewuster werk te maken van gelijke kansen.

NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Duurzame-energie-installaties schadelijk voor biodiversiteit

Duizenden installaties voor het opwekken van duurzame energie staan in natuurgebieden die cruciaal zijn voor de biodiversiteit. Zorgwekkend, aangezien de installaties grote negatieve effecten kunnen hebben op de natuurlijke leefomgeving van vele soorten. Tot deze conclusie komt een internationaal team van onder-

Als zout water verdampt, kan het zout kristalliseren en over grote afstanden ‘kruipen’. Het kruipen van zout is een veelvoorkomend fenomeen waarin de kristalvorming van het zout plaatsvindt op een plek ver van die waar de zoutoplossing verdampt. Het verschijnsel leidt tot grote problemen in toepassingen buitenshuis zoals elektronica en de bouwkunde, maar ook in buitenkunst en de landbouw. Een team van onderzoekers onder leiding van Noushine Shahidzadeh laat zien hoe het kruipmechanisme kwantitatief begrepen kan worden en toont aan dat het verschijnsel universeel is en voorkomt bij allerlei soorten zout.

Blauwe vinvissen zijn de grootste dieren die ooit op aarde hebben geleefd. Maar waarom zijn blauwe vinvissen en hun verwanten, de baleinwalvissen, zo gigantisch groot geworden, en andere soorten niet? Een internationaal consortium met marien bioloog Fleur Visser concludeert dat dit komt door de wissel-

De werkgelegenheid in Nederland is hoog in vergelijking met de meeste andere Europese landen. Van de werkenden is 76,1 procent tevreden of zeer tevreden met hun werk. Ook is de diversiteit op de arbeidsmarkt flink toegenomen. Het lijkt dus wel goed te zitten met de kwaliteit van het werk in Nederland. Maar intussen is Nederland binnen Europa kampioen flexwerk en neemt het aantal werkenden dat onder de armoedegrens leeft toe. Daarnaast is er sprake van groeiende ongelijkheid en toenemende spanningen tussen werkgevers, vakbonden en overheid. In het (voor de coronacrisis verschenen) boek Hoe goed werkt Nederland? bespreken arbeidssociologen, -juristen en -economen van de UvA de belangrijkste veranderingen op de arbeidsmarkt en in de arbeidsverhoudingen in Nederland.

TANDHEELKUNDE

Mondspoelmiddel geen weggespoeld geld

werking tussen hun gespecialiseerde foerageertechniek en de seizoensgebonden exploitatie van hoge dichtheden van hun prooi. Als gevolg van de evolutie van gespecialiseerde foerageermechanismen kunnen walvisachtigen worden onderverdeeld in twee groepen: baleinwalvissen die grote hoeveelheden kleine prooi (krill en vis) uit het water filteren met behulp van hun baleinen, en tandwalvissen die één prooi (vis of inktvis) per keer bejagen met behulp van biosonar. Het foerageergedrag van balein- en tandwalvissen maten de onderzoekers met behulp van tags, aange-

Last van gebitsproblemen als gaatjes en tandvleesontsteking? Het gebruik van een spoelmiddel met essentiële oliën remt op de lange termijn de vorming van tandplak en vermindert zo dergelijke problemen. Dit concludeert mondhygiënist en tandarts Martijn van Leeuwen in zijn promotieonderzoek. Van Leeuwen onderzocht verschillende aspecten van de dagelijkse mondverzorging en in welke mate deze kunnen bijdragen aan het verminderen van tandplak en tandvleesontsteking. Hij ontdekte dat het gebruik van een spoelmiddel met etherische oliën in een vaste formule op de lange termijn een effectief alternatief is voor chloorhexidine om tandvleesontsteking tegen te gaan.


22 LEVEN EN WERK

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

tekst • Claartje Wesselink beeld • privéarchief Ben Sanders

‘IK KON ME NIETS HEERLIJKERS VOORSTELLEN DAN EEN LEVEN IN VREDE’ Ondergedoken bij de zusters Tine en Ida van der Worp overleefde Ben Sanders de oorlog. Na zijn studentenjaren aan de UvA en Columbia University volgde een lange carrière bij de Verenigde Naties. 75 jaar na de bevrijding blikt SPUI met hem terug. Het was geen toeval dat Benjamin Sanders (1927) zich kort na de oorlog inschreef bij de gloednieuwe Politiek-Sociale Faculteit van de UvA. Als Joodse jongen had hij drie jaar ondergedoken gezeten tijdens de bezetting. ‘Ik kon me niets heerlijkers voorstellen dan een leven in vrede,’ vertelt hij. Hij wilde daar zelf aan bijdragen door diplomaat te worden, en de Politiek-Sociale Faculteit – de Zevende Faculteit in de volksmond – leek het ideale voortraject. De studie bood een mengelmoes van sociologische, historische en politicologische vakken, overgoten met een sausje van links idealisme. Het was een typisch product van de wederopbouw, in oorlogstijd uitgedacht door onder anderen Jacques Presser en Jan Romein. Wat in 19331945 in Europa was gebeurd, mocht nooit meer gebeuren. De Zevende Faculteit zou jongeren opleiden tot kritische en sociaal bewogen burgers. Ook gezien Sanders’ komaf was de Zevende Faculteit een logische keuze. Hij is het enig kind van de Amsterdamse kunstcriticus en componist Paul F. Sanders (1891-1986) en de voordrachtskunstenares Elisabeth Herzberg (1892-1991). Vader Paul werkte voor de socialistische krant Het Volk en waarschuwde al in de jaren dertig voor het gevaar van het nazisme. In 1936 organiseerde hij de tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur (kortweg D.O.O.D.), in reactie op Hitlers Olympische Spelen in Berlijn. Tijdens de oorlog schreef hij, ondergedoken in de Rivierenbuurt, voor verzetsbladen als Het Parool en De Vrije Kunstenaar. Ben Sanders bracht de oorlog grotendeels in Zutphen

door, waar hij ondergedoken zat bij de ongetrouwde zusters Tine en Ida van der Worp. ‘Twee dames die geen mens verdacht,’ aldus Sanders. ‘Provinciale oudjes, maar ze waren niet provinciaals, en ook niet oud. Ze waren zeer gecultiveerd. Ik heb het er zo goed gehad.’ Ida was directeur van de plaatselijke huishoudschool en nam kliekjes van de kooklessen mee voor de inwonende puber. Tine was lerares Engels en organiseerde het thuisonderwijs. Sanders deed schriftelijke cursussen en kreeg behalve van Tine ook les van bevriende leerkrachten. Daarnaast tekende hij hartstochtelijk. Een overgeleverde brief aan zijn vader geeft een ontroerend inkijkje in deze dagbesteding: ‘Heerlijk de héle dag getekend. Torens, huizen en bomen. En nu val ik om van de slaap; een zalig gevoel.

‘HEERLIJK DE HÉLE DAG GETEKEND. TORENS, HUIZEN EN BOMEN. EN NU VAL IK OM VAN DE SLAAP; EEN ZALIG GEVOEL’ M’n werk is af, dus morgen mag ik óók tekenen. Ik vind er mezelf en m’n hele rust mee terug.’ Twee keer was er een inval van de bezetter. Dan zat Sanders in het schuilhok, te midden van wapens en clandestiene lectuur – want ‘de tantes’ verzetten zich ook op andere manieren. In april 1945 werden ze bevrijd en kreeg Sanders zijn eerste baantje: tolk bij de Canadezen. Mede door zijn thuisonderwijs sprak hij goed Engels, Frans en Duits. In 1946 haalde hij zijn

diploma aan het Barlaeus Gymnasium, met slechts een jaar vertraging. Datzelfde jaar volgde de stap naar de UvA. De Zevende Faculteit, waar Sanders zo enthousiast begon, stelde echter teleur. De studie had weinig samenhang, de hoogleraren zaten ieder op hun eigen eiland. ‘Ik vond het eigenlijk een lust wat daar werd gedoceerd. Maar het was veel te veel. Geen van de hoogleraren wilde zijn eigen vak ondergeschikt maken aan het geheel. Er was niemand die dat behoorlijk coördineerde.’ Bij het corpsdispuut Breero had Sanders het wel naar zijn zin. Hier hing hetzelfde sfeertje van sociaal denken en doorbraak dat hij kende van thuis. Anders dan wat je vaak hoort over die tijd, spraken Sanders en zijn dispuutsvrienden geregeld over de oorlog. Over praktische dingen, maar ook over het verlies van familieleden. Sanders’ eigen ouders keerden heelhuids terug uit de onderduik, maar zijn jaargenoot David de Levita overleefde als enige van zijn gezin. (De Levita zou later als kinderpsychiater vele getraumatiseerde Joodse kinderen behandelen.) In 1948 stopte Sanders met zijn studie aan de Zevende Faculteit. Hij ging zijn vader achterna, die na de bevrijding naar Amerika was vertrokken als correspondent voor Het Parool. Daar wist hij een plaats te krijgen aan Columbia University. Na het behalen van zijn master’s degree in Political Science keerde hij terug aan de UvA om er Rechten te studeren. Hoewel hij inmiddels echtgenoot en vader was en dus haast had, genoot hij ditmaal wel van zijn studie. Hoog-


23

BENJAMIN SANDERS – 1927 • 1946-1948 UvA, vakken Sociologie en (vanaf 1947) Politiek-Sociale Faculteit • 1950 MA Political Science, Columbia University,

leraar Marcel Bregstein wist de internationaal en politiek georiënteerde Sanders ook voor het Nederlandse burgerlijk recht te interesseren: ‘Bregstein had een soort overtuigende logica die me erg aantrok in zijn colleges.’ Met professor Tammes van internationaal recht boterde het zowel op inhoudelijk als persoonlijk vlak. Buiten de college-uren spraken de hoogleraar en zijn student over moderne kunst, een onderwerp dat in die tijd nog maar weinigen aansprak. Sanders had het met de paplepel ingegoten gekregen. Zijn vader was bevriend met Mondriaan en bezat een Kandinsky (het doek was tijdens de oorlog verstopt in het Stedelijk Museum). Zijn studiejaren liggen inmiddels ver achter hem. Ben Sanders is in januari 93 geworden en kijkt terug op een lange carrière bij de Verenigde Naties. Het vreedzaam gebruik van atoomenergie was aanvankelijk zijn core business. In 1958 ging hij aan de slag bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), de VN-organisatie 190 landen is ondertekend. Sanders was verschillende keren (plaatsdie daarop toeziet. ‘Ik was verantwoordelijk voor de overeenkomsten vervangend) secretaris-generaal van de NPV-toetsingsconferentie, tussen regeringen, de atoomindustrie en onze organisatie,’ legt hij uit. een vijfjaarlijkse bijeenkomst waar het functioneren van het verdrag ‘Dat was vreselijk ingewikkeld. Die overeenkomsten moesten niet centraal staat. (Dit jaar zou de conferentie voor de tiende keer plaatsalleen over allerlei technische, maar ook over politieke moeilijkheden vinden, maar het coronavirus heeft roet in het eten gegooid.) heen klimmen.’ Zo was de benoeming van inspecteurs een hachelijke Na zijn pensionering richtte Sanders het Programme for Promoting onderneming. ‘Vaak was de nationaliteit een probleem. Je kunt geen Nuclear Nonproliferation op, ter bevordering van de kennis over Israëlische inspecteur naar Saoedi-Arabië sturen.’ Een andere uitdaging atoomenergie bij diplomaten en politici. Hij schreef verschillende was het loskrijgen van informatie: ‘Er waren veel specialisten in de wetenschappelijke studies over ontwapeningsdiplomatie en ontving atoomindustrie die die bemoeienis vreselijk vonden.’ Ook bij Philips in in 1994 een eredoctoraat van de universiteit van Southampton. Nederland kreeg Sanders destijds geen warm onthaal, herinnert hij zich. Hoewel hij al decennia in de Verenigde Staten woont, verruilde hij het Nederlandse staatsburgerschap nooit voor het Amerikaanse. Een symbolische daad: zeker in het tijdperk-Trump voelt Ben Sanders SANDERS EN ZIJN DISPUUTSzich Europeser dan ooit. Hij mag de Zevende Faculteit dan hebben VRIENDEN SPRAKEN GEREGELD verlaten; het gedachtegoed waar deze richting voor stond, is altijd OVER DE OORLOG EN OVER HET het zijne gebleven. •

VERLIES VAN FAMILIELEDEN

Later kwam Sanders’ werk in het teken te staan van de nonproliferatie: het tegengaan van de verspreiding van kernwapens. Nadat de Cubacrisis van 1962 bijna tot een kernoorlog had geleid, kwam dit hoog op de internationale agenda te staan. In 1970 trad het Non-proliferatieverdrag (NPV) in werking, dat anno 2020 door

Claartje Wesselink werkt aan een biografie over Ben Sanders’ vader, de musicus en journalist Paul F. Sanders (1891-1986). Mocht u informatie hebben over Paul Sanders, dan stelt zij een e-mail aan c.c.wesselink@uva.nl op prijs.

New York • 1954 Doctoraal UvA, Internationaal publiek recht • 1955-1958 Ministerie van Buitenlandse Zaken, Bureau Atoomzaken • 1958-1961 Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), Wenen • 1961-1963 VN, Khartoem, Soedan • 1963-1965 VN, Belgrado, Joegoslavië • 1965-1978 IAEA, ontwikkeling en toepassing nucleair verificatiesysteem • 1975 en 1980 Plaatsvervangend secretaris-generaal van de NPV-toetsingsconferentie • 1978-1986 VN New York, afdeling Ontwapening • 1981 Senior Director VN • 1985 Secretaris-generaal van de NPV-toetsingsconferentie • 1986 Pensioen; oprichting en (tot 2002) leiding van het Programme for Promoting Nuclear Nonproliferation (PPNN) • 1994 Eredoctoraat University of Southampton


24 PERSONALIA JOOST VAN DEN AARDWEG

promotie Geneeskunde 1992, is benoemd tot hoogleraar Longziekten, in het bijzonder de klinische fysiologie, aan de Faculteit der Geneeskunde.

DANIEL BONN

SJOERD JANS

RICHARD PLAT

Scheikunde 1990, promotie 1993, ontving een beurs van het NWO Industrial Partnership Program ter waarde van 1,7 miljoen euro.

voormalig directeur van cultureel studentencentrum CREA, is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege de grote inspanningen die hij de afgelopen veertig jaar heeft geleverd om van CREA een onmisbare plaats te maken in het culturele leven van studenten.

promotie Actuariële wetenschap 2010, is door beroepsgenoten en een vakjury uitgeroepen tot Actuaris van het Jaar 2019.

PHIA DAMSMA-SCHEFFER JANET ALBERDA

Semitische talen en culturen 1997, wordt deze zomer de eerste vrouwelijke Nederlandse ambassadeur in Saoedi-Arabië.

Semitische taal- en letterkunde 1987 cum laude, medeoprichter en creatief directeur van Sonokids Foundation Australië, is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

JAN BAKKER

ULLE ENDRISS

Geneeskunde 1987, internist en hoogleraar Intensive care aan de EUR, is onderscheiden door de Pontificia Universidad Católica de Chile in Santiago (Chili) voor zijn doorzettingsvermogen en inzet voor de afdeling Intensive Care.

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

is benoemd tot hoogleraar Artificial Intelligence and Collective Decision Making aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

Culturele antropologie en Niet-Westerse sociologie 2004, is de nieuwe directeur van cultuurcentrum De Tolhuistuin in Amsterdam.

Muziekwetenschap 2003, cum laude, is de winnaar van de Ovatie 2019, de klassieke muziekprijs van de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties. Van Raat ontving de prijs voor zijn programma ter ere van de tachtigste verjaardag van componist Louis Andriessen.

MARK JORDANS

ANNE TER RELE

MATTHEA DE JONG

Politics, Psychology, Law and Economics (PPLE) 2018, Conflict Resolution and Governance 2019, heeft de Afstudeerprijs Villamedia 2019 ontvangen voor haar masterscriptie over Rwanda.

RAOUL ENGELBERT MIEKE BAL

emeritus hoogleraar Theoretische literatuurwetenschap en cultuuranalyse, ontvangt dit jaar een eredoctoraat van de Zweedse Linnaeus Universiteit.

is benoemd tot bijzonder hoogleraar Kinderfysiotherapie aan de Faculteit der Geneeskunde. De leerstoel is ingesteld vanwege de stichting Hogeschool van Amsterdam.

MAX RENSINK

Wijsbegeerte en Geneeskunde 2017, co-assistent Amsterdam UMC, heeft de Robbert Dijkgraaf Essayprijs 2019 gewonnen met zijn essay Van wie is mijn lichaam?.

BIRTE FORSTMANN MARIKE BARENDSE

eerstegraads U.L.O. Geschiedenis 2004, docent geschiedenis op het Vossius Gymnasium in Amsterdam, is uitgeroepen tot beste geschiedenisleraar van 2019. MARIJA BARTL

is benoemd tot hoogleraar Transnational Private Law aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. WARD BERENSCHOT

promotie Sociale wetenschappen 2009, is benoemd tot bijzonder hoogleraar Vergelijkende Politieke Antropologie van Zuid- en ZuidoostAzië aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. De leerstoel is ingesteld vanwege het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. GIANFRANCO BERTONE

hoogleraar Cognitive Neuroscience, heeft, net als Artemy Kalinovsky, Oost-Europa-onderzoeker, Arnon Kater, hematologist Amsterdam UMC, Shaul Shalvi, universitair hoofddocent Amsterdam School of Economics, Joost van Spanje, universitair docent Political Communication and Journalism, Lenny Taelman, hoogleraar Algebraïsche Meetkunde en Anna Watts, hoogleraar High-Energy Astrophysics, een Consolidator Grant ontvangen van de European Research Council (ERC). De subsidie bedraagt circa 2 miljoen euro per persoon. MARTINE GOSSELINK

Kunstgeschiedenis en Archeologie 1995, is benoemd tot directeur van het Mauritshuis in Den Haag. ALICE GRASVELD

is benoemd tot hoogleraar Theoretical Astroparticle Physics aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

onderzoeker aan het Van ’t Hoff Institute for Molecular Sciences van de UvA, Jill Coster van Voorhout, universitair docent Strafrecht, en Bernadette de Bakker, arts-embryoloog aan het Amsterdam UMC, en hun teams zijn de winnaars van de Innovation Awards 2019. De drie onderzoekers ontvingen ieder 7.500 euro. THIJS BOL

Sociologie 2008, promotie Communicatie 2013, UvA-socioloog, is benoemd tot een van de tien nieuwe leden van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). JAAP BONJER

afdelingshoofd Heelkunde Amsterdam UMC, heeft een Impact Award Life Sciences 2019 ontvangen voor de oprichting van ASC, geavanceerde trainingscentra voor chirurgische vaardigheden. Willem Bouten, promotie Environmental Science 1992, hoogleraar Computational Geo-Ecology, kreeg een eervolle vermelding bij de Impact Awards 2019 voor de ontwikkeling van lichtgewicht GPS-trackers voor vogels.

promotie Sterrenkunde 1993 cum laude, hoogleraar Observational Astrophysics and Instrument Development, heeft de DescartesHuygensprijs 2019 en het daaraan verbonden geldbedrag van 23.000 euro ontvangen voor zijn onderzoek en bijdrage aan de Frans-Nederlandse samenwerking.

is benoemd tot hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid.

WILLEM KORTHALS ALTES

BERTUS VAN ROOY

promotie Rechtsgeleerdheid 1989, is bij zijn afscheid als rechter op 1 november 2019 benoemd tot erelid van de in 1988 mede door hem opgerichte Vereniging voor Media- en Communicatierecht.

GUIDO VAN ROSSUM

SERA MARKOFF

Medische Antropologie en Sociologie 2014, onderzoeker en oprichter van The Healthy Teeth Foundation, heeft een VIVA400 award gewonnen in de categorie Wereldverbeteraars. KEES DE GROOT

hoogleraar Theoretical high-energy astrophysics, heeft samen met UvA-onderzoekers Oliver Porth, Doosoon Yoon en Koushik Chatterjee de Rossi-prijs 2020 ontvangen. Zij maken deel uit van het team van astronomen dat de eerste foto maakte van een zwart gat. De Rossi-prijs is de meest prestigieuze prijs op het gebied van de hoogenergetische astrofysica.

Sociologie 1989, promotie 1995 Universiteit Leiden, is benoemd tot bijzonder hoogleraar vanwege het Kenniscentrum voor Levensbeschouwing en Geestelijke Volksgezondheid aan Tilburg University.

JAN VAN MERSBERGEN

JASON HESSELS

is benoemd tot hoogleraar Mathematische statistiek aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

heeft, net als Christof Monz en Roger Laeven, een Vici-beurs van 1,5 miljoen euro ontvangen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). EDWIN VAN HOOFT

is benoemd tot hoogleraar Arbeids- en Organisatiepsychologie aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. NEELTJE VAN HOREN

is benoemd tot (deeltijd)hoogleraar Financiële economie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Van Horen combineert het hoogleraarschap met haar functie als Senior Research Advisor bij de Bank of England.

JOTI ROEST

LEX KAPER

is benoemd tot hoogleraar Astrophysics, in particular massive stars, aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

promotie Geneeskunde 2005, is benoemd tot hoogleraar Inwendige geneeskunde, in het bijzonder klinische endocrinologie, aan de Faculteit der Geneeskunde. MARISSA DE BOER

kinderpsycholoog, is benoemd tot bijzonder hoogleraar Global Child and Adolescent Mental Health aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting War Child Holland.

ALEX DE KOTER

PETER BISSCHOP

RALPH VAN RAAT

Sociologie 1971, schrijver, is met zijn boek De onverwachte rijkdom van Altena de winnaar van de NRC Lezersprijs 2019. JORIS MOOIJ

LYLE MUNS

bachelorstudent Politicologie, is de nieuwe voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). ANTOON PELSSER

is benoemd tot bijzonder hoogleraar Enterprise Risk Management aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting Assurantiebeurs Amsterdam.

is benoemd tot hoogleraar Engelse taalkunde aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Wiskunde en informatica 1982, bedenker van de wereldberoemde programmeertaal Python, heeft een Dijkstra Fellowship ontvangen van het Centrum Wiskunde & Informatica. MARTIN SENFTLEBEN

is benoemd tot hoogleraar Information Law (Intellectual Property Law Aspects of the Information Society) aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. MIREILLE SERLIE

promotie Geneeskunde 2007, internist en endocrinoloog, is benoemd tot hoogleraar Inwendige geneeskunde, in het bijzonder voeding en energiemetabolisme, aan de Faculteit der Geneeskunde. JOANA DA SILVEIRA DUARTE

is benoemd tot bijzonder hoogleraar Wereldburgerschap en tweetalig onderwijs aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. De leerstoel is ingesteld vanwege Stichting Nuffic. ANNELOES VAN STAA

Culturele antropologie 1993, cum laude, Geneeskunde 1993, cum laude, lector Transities in Zorg aan de Hogeschool Rotterdam, is de winnaar van de eerste Deltapremie voor praktijkgericht onderzoek. Aan de prijs is een bedrag van 500.000 euro verbonden. KLASKE TAMELING

Media en cultuur 2006, is de nieuwe zendermanager van NPO Radio 1. Ze was eerder werkzaam als redacteur voor BNN op NPO Radio 1.


25 NICHOLAS TILL

overledenen WIM KLOOSTER 1935, Nederlandse taal- en letterkunde 1962, promotie 1971, emeritus hoogleraar Nederlandse taalkunde (15 september 2019)

bekleedt de eerste Pierre Audi-leerstoel Muziektheater en Opera, ingesteld door de Faculteit der Geesteswetenschappen en de Nationale Opera & Ballet. Till combineert de leerstoel met zijn hoogleraarschap Operastudies aan de University of Sussex. UGUR ÜMIT ÜNGÖR

Geschiedenis 2005, promotie 2009, is benoemd tot bijzonder hoogleraar Holocaust- en genocidestudies aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. De leerstoel is ingesteld vanwege de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Üngör is ook benoemd tot senior onderzoeker aan het NIOD. LISBETH UTENS

bijzonder hoogleraar Cognitieve gedragstherapie bij kinderen en adolescenten, is bij haar afscheid van het ErasmusMC-Sophia in Rotterdam onderscheiden als Officier in de Orde van Oranje-Nassau. RAPHAËL VARGA VAN KIBÉD

Moderne geschiedenis 1986, is benoemd tot ambassadeur van Nederland in Port of Spain, Trinidad en Tobago, met medeaccreditatie bij CARICOM en in de eilandstaten St. Lucia, Barbados, Dominica, St. Vincent en de Grenadinen, St. Kitts en Nevis, Grenada, Antigua en Barbuda. JOANNE VERHEIJ

is benoemd tot hoogleraar Hepatopancreatobiliaire pathologie aan de Faculteit der Geneeskunde. JAAP VISSER

Film- en televisiewetenschap 2001, is de nieuwe adjunct-directeur van de vereniging van Nederlandse Content Producenten, die de belangen behartigt van producenten voor film, televisie, documentaires en online content in Hilversum en Den Haag. JAN WESTER

bachelorstudent Wijsbegeerte, heeft de UvA-schrijfwedstrijd ‘Wie wordt de nieuwe studentenauteur?’ gewonnen met ‘Nachtdieren’ en doet met zijn inzending mee aan de landelijke wedstrijd onder zestien universiteits- en hogeschoolbladen. BERNADINE YPMA

Kunstgeschiedenis 2008, Archiefwetenschap 2011, is de nieuwe directeur van het CBG | Centrum voor familiegeschiedenis.

Meer personalia De meest recente personalia vindt u op alumni.uva.nl/personalia. Zelf een nieuwe functie? Kent u iemand die iets bijzonders deed of een mooie prijs won? Tips zijn welkom via spui@uva.nl Zie ook: uva.nl/hoogleraarsbenoemingen.

GEORG LUBBERS 1942, Nederlandse taal- en letterkunde 1966 (oktober 2019, exacte sterfdatum onbekend) JAAP TALSMA 1944, Geschiedenis 1970, promotie 1989, oud-docent UvA en pionier op het gebied van Oral History, gemeenteraadslid te Alkmaar (17 oktober) THOMAS ROZIJN 1926, Geneeskunde 1953, emeritus hoogleraar Fysiologische chemie Universiteit Utrecht (29 oktober) PIETERNEL VAN TONGEREN 1940, Persoonlijkheidsleer 1979, GZ-psycholoog (31 oktober) CHRIS SUEUR 1966, Mediterrane archeologie 2002 (1 november) JAN KUIJK 1931, Geschiedenis 1999 (2 november) BRAM MULDER 1937, Nederlands recht, privaatrecht 1963, advocaat (5 november) SYB BERGSMA 1936, Economie 1965, emeritus hoogleraar Financieel management UvA, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (7 november) MARIA LENDERS 1940, Culturele antropologie 1979, promotie Geesteswetenschappen 1994 (8 november) PITO DINGEMANSE 1963, Sociale geografie 1990 (9 november) JAN HENDRIK WASZINK 1934, Wis- en natuurkunde 1959 (10 november) CORRIE COHEN-VISSER 1930, Geneeskunde 1962, psychiater (12 november) NELSON DAMEN 1935, Notarieel recht 1961, notaris (15 november) CEES KWAKERNAAK 1951, Fysische geografie 1978, raadslid GroenLinks gemeente Renkum (17 november) MARIAN KLAUWERS 1938, Geneeskunde 1966, medeinitiatiefnemer Stadsdorp Rivierenbuurt (18 november) DIEDERIK VAN LOGGEM 1950, Andragologie 1981 (25 november) IRIS SCHMOHL 1972, Communicatiewetenschap 1996 (25 november)

MAUDY MARCUS 1958, Kunstgeschiedenis 2007 (25 november) DIEGO LÉON RODRIGUES LOPES 1936, Nederlands recht, privaatrecht 1963 (27 november) FRANS FRANK 1927, Economie 1956 (27 november) HWIE LIAM TJIA 1933, Geneeskunde 1967 (27 november)

KAREL CITROEN 1920, Docent Geschiedenis van de edelmetaalkunst UvA, zilverexpert, Engelandvaarder (18 december) JAN ELSHOUT 1934, Psychologie 1955, promotie Sociale wetenschappen 1976, emeritus hoogleraar Psychologische functieleer UvA, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (19 december)

MARJET GLASZ-KOERTS 1937, Biologie 1964, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (13 januari) HENNY VAN GEMEREN 1942, Sociologie 1992 (15 januari) FRANS DE JONGHE 1937, Promotie Geneeskunde 1974, emeritus hoogleraar Klinische psychiatrie UvA, psychoanalyticus (15 januari)

AB J.M. DONKER 1935, Geneeskunde 1961, internist/ nefroloog (22 december)

ALMA WEBER 1956, Geneeskunde 1983, (kinder)neuroloog (18 januari) JOHAN BAKKER 1919, Filosofie 1984 (19 januari)

PETER ANINK 1936, Economie 1960 (28 november)

RUUD VOIGT 1935, Andragologie 1976, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (23 december)

ROB DE VRIES 1935, Wis- en natuurkunde 1964 (29 november)

MAARTEN BERNINK 1948, Geneeskunde 1976, orthopedisch chirurg (23 december)

PAUL STERK 1950, Pedagogische wetenschappen 1989 (30 november)

RIGTJE BEST-BEEKMAN 1926, Culturele antropologie en niet-westerse sociologie 1989 (24 december)

HANS VAN HOUTEN 1948, Staatkundige studierichting 1984 (28 november)

JAN ERNST BRIKKENAAR VAN DIJK 1928, Nederlands recht, privaatrecht 1954 (1 december) MARINO CARASSO 1943, Wis- en natuurkunde 1970, directeur research Philips (2 december) CARLY SCHUIT 1961, Letteren 1988 (2 december) THOMAS ELSAESSER 1943, Emeritus hoogleraar Film- en televisiewetenschap UvA (4 december) LOUK DALDERUP 1925, Wis- en natuurkunde 1949, promotie Geneeskunde 1959, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (6 december) ALBERT REIJNTJES 1964, Oud-medewerker UvA (8 december) TON BRUINS 1953, Oud-medewerker UvA (13 december) JOS REMMELZWAAL 1952, Slavische taal- en letterkunde (Russisch) 1988, taaltrainer, docent Russische Volksuniversiteit Amsterdam (15 december) JOHANNA VAN HEEMSKERCK VEECKENSBARETTA 1927, Wis- en natuurkunde 1949 (16 december) JAN KABEL 1944, Promotie Rechtsgeleerdheid 1981, hoogleraar Informatierecht UvA, voorzitter Vereniging voor Media- en Communicatierecht en Nederlandse Codecommissie voor het Reclamewezen, oprichter en bestuurslid Vereniging voor Reclamerecht (16 december)

FRED EMMER 1934, Nederlands recht, publiekrecht 1959, nieuwslezer NOS Journaal (24 december) ADRI OFFENBERG 1939, Nederlandse taal- en letterkunde 1965, promotie 1991, oudmedewerker UvA (29 december) MAARTEN VAN NISPEN TOT PANNERDEN 1953, Theaterwetenschap 1979 (1 januari 2020) JAN TINDEMANS 1950, Algemene literatuurwetenschap 1975, gedeputeerde Provincie Limburg, bestuursvoorzitter Maastricht-Aachen Airport, directeur en lid raad van Toezicht Hogeschool Zuyd, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (4 januari)

JAN BOS 1951, Promotie Geneeskunde 1981, hoogleraar en afdelingsvoorzitter Dermatologie UvA (22 januari) KEES VAN DAM 1945, Algemene psychologie 1988 (22 januari) CHRIS VAN BOXTEL 1940, Geneeskunde 1972, emeritus hoogleraar Klinische farmacologie UvA/ AMC, Ridder in de Orde van OranjeNassau (23 januari) JAN TE FLIERHAAR 1932, Nederlands recht, publiekrecht 1959 (23 januari) ELLY PLOEGER-SCHAAPMAN 1930, Sociale psychologie en pedagogiek 1956 (24 januari) ANNIE ZUIDERWIJK 1943, Biologie 1976, oud-medewerker UvA (27 januari) EVELYNE ECKMANN 1933, Nederlands recht 1989 (exacte sterfdatum onbekend) EVERT JAN VAN BEEK 1948, Nederlands recht, strafrecht 1977 (4 februari)

MARCEL DRIESSEN 1953, Promotie Geneeskunde 1989, orthopedisch chirurg (10 januari)

EDDY GROOTES 1936, Nederlandse taal- en letterkunde 1963, promotie 1973, emeritus hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde UvA (5 februari)

KITTY ZWART 1943, Spaanse taal- en letterkunde 1971 cum laude, promotie 1984 cum laude, hoogleraar Vertaalwetenschap UvA (11 januari)

NEL GRAAFSTAL-LANKESTER 1931, Nederlands recht, privaatrecht 1955 (10 februari)

ADAM SZIRMAI 1946, Sociologie 1975, honorair hoogleraar Governance, Policy Analysis and Development Economics Universiteit Maastricht (11 januari) KEES RIJKS 1926, Economie 1964, vicepresident Gerechtshof Den Haag, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (12 januari) TOM FRIS 1938, Sociale psychologie en pedagogiek 1966 (13 januari)

EVERT POSTMA 1937, Slavische taal- en letterkunde (Russisch) 1968 (11 februari) ERIK VAN BRUGGEN 1968, Geschiedenis 1997, campagnestrateeg, medeoprichter van PvdAhervormingsbeweging Niet Nix en campagnebureau BKB (14 februari) TINY VAN DINGSTEE-EVERS 1942, Farmacie 1971, apotheker (14 februari) ANNIE TITIA WIPPLER-DE BRUIN 1935, Psychologie 1961 (14 februari)


26 IN MEMORIAM

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

tekst • Ben Haveman

PIETER CLAUSING 1926, Promotie Rechtsgeleerdheid 1976, emeritus hoogleraar Rechtsgeleerdheid UvA (18 februari) SUSANNE PIËT 1947, Promotie Sociale wetenschappen 1986, psycholoog, adviseur, coach, schrijver, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (18 februari)

FRED DE BRUIN 1945, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1975 (5 maart)

ENGELIEN HENGEVELD 1955, Andragologie 1988 (26 maart)

HANS SIER 1940, Geneeskunde 1967, vaatchirurg en KNR-kolonel buiten dienst (6 maart)

WIM VAN DER HORST 1943, Wis- en natuurkunde 1966 (28 maart)

JEROEN GROOT 1957, Sociale geografie 1983 (10 maart)

JOS VAN KEMENADE 1937, Hoogleraar Onderwijskunde en Sociale wetenschappen en voorzitter College van Bestuur UvA, minister van Onderwijs en Wetenschappen, minister van Staat, burgemeester van Eindhoven, Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, voorzitter Raad voor het Openbaar Bestuur, ereburger van Eindhoven (19 februari)

ADRIAAN RENGELINK 1935, Geneeskunde 1961, zenuwarts (10 maart)

MARJET WESTHOFF 1944, Nederlands recht, privaatrecht 1970 (20 februari)

CORNELIS GROOT 1941, Economie 1965 (14 maart)

ALBERTUS KARSKENS 1944, Nederlands recht, staatsrecht 1969 (22 februari) ROCHUS ZUURMOND 1930, Theologie, emeritus hoogleraar Bijbelse theologie UvA, emeritus predikant Nederlandse Hervormde Kerk (22 februari) LUCIA RUEHLING-OEY 1954, Medewerker Studentenadministratie Faculteit der Geesteswetenschappen UvA (24 februari) GERRIT MEESTER 1944, Emeritus bijzonder hoogleraar Agrarische economie en Europese economische integratie UvA, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (27 februari) PAULIEN BRÖCKER 1962, Nederlands recht 1986 (29 februari) RIA GRIMBERG 1937, Geneeskunde 1963, kinderarts/ neonatoloog (29 februari) LEO WATERMAN 1934, Romaanse taal- en letterkunde (Frans) 1964 (2 maart) LIEKE NENTJES 1986, Universitair docent Klinische forensische psychologie UvA (5 maart) RENÉE BAKKERUS 1957, Hoofd Bedrijfsbureau van de Bestuursstaf UvA (6 maart) ERIK BRUGGINK 1940, Promotie Geneeskunde 1986, chirurg CWZ (6 maart) JOHNNY KUIPER Oprichter van CREA (10 maart) PIETER JAN NOORDHOEK HEGT 1936, Economie 1975 (3 maart)

JACOB LOUIS COHEN 1938, Wis- en natuurkunde 1964 (11 maart) ANNA LYDIA VAN DALEN 1948, Nederlands recht 1988 (11 maart)

JOHAN GOUDSBLOM 1932, Promotie psychologie 1960, emeritus hoogleraar Sociologie UvA, medeoprichter en voorzitter Norbert Elias Stichting, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (17 maart) BOB ZANEN 1923, Promotie geneeskunde 1956, emeritus hoogleraar Medische microbiologie en epidemiologie UvA (19 maart) HARRY VAN DEN BERGH 1942, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1970, politicus PvdA, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (20 maart) WILLEM PRUD’HOMME VAN REINE 1941, Biologie 1965, marinebotanist (21 maart) MAARTEN BIJL 1966, Politicologie 1991 (22 maart) KAREL BERGER 1939, Rechtsgeleerdheid 1967, notaris (22 maart) YVO SPECKEN 1931, Geneeskunde 1963 (22 maart) GERRIT KORTHALS ALTES 1939, Nederlands recht, privaatrecht 1966, zakelijk leider Toneelgroep Amsterdam (24 maart) PIET MOLENAAR 1969, Scheikunde 1996, kankeronderzoeker AMC, voorzitter Peerke Donders Stichting (25 maart) THEODOOR BROEKMANS 1948, Promotie Geesteswetenschappen 1992 (25 maart) JOOP ROMEIJN 1939, Pedagogische wetenschappen 1966, gemeenteraadslid Amersfoort, oprichter PvdActie (25 maart)

KEES KOKS 1936, Promotie economie 1974 (29 maart) WOLF STEIN 1929, Geneeskunde 1967 (31 maart) JAN VAN DER DUSSEN 1929, Promotie Economie 1975, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1 april) SIJBREN MIEDEMA 1929, Economie 1953 (3 april) ERNA JOHANNA GEERTS 1932, Klassieke letteren 1965, docent klassieke talen (3 april) JENNIGJE ELISABETH VAN DER WAALS 1940, Sociologie 1978 (3 april) DANIELA OBRADOVIC 1958, Universitair docent Europees recht UvA (3 april) ARNOLD HEERTJE 1934, Promotie Economie 1960, emeritus hoogleraar Staathuishoudkunde UvA, columnist NRC Handelsblad en Het Parool, auteur (4 april) OTTO EERBEEK 1948, Promotie Geneeskunde 1990, fysioloog (4 april) WILHELMINA VAN LIER-TE FLIERHAAR 1930, Nederlands recht, publiekrecht 1958 (5 april) DICK ERNST CLAASSEN 1938, Nederlands recht, privaatrecht 1967, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, gemeenteraadslid Amsterdam, directeur Scheepvaartvereniging Noord, Amsterdamse Stadssinterklaas (6 april) BEP (ELISABETH) BARENDSEN-POLAK 1930, Nederlands recht, privaatrecht 1957 (6 april) ROBERT EYGENHUYSEN 1929, Sociale geografie 1965, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (7 april) WILLEM HENDRIK WOUDENBERG 1953, Politicologie 1983 (8 april) TON MAASSEN 1945, Scheikunde 1967, promotie Wisen natuurwetenschappen 1972, emeritus hoogleraar Internal Medicine Amsterdam UMC (9 april) RUDOLF JAN KLOEK 1943, Econometrie 1970 (10 april) ING YOE TAN 1948, Nederlands recht, staatsrecht 1975, Eerste Kamerlid PvdA, lid RvT De Nationale Opera, voorzitter Vereniging van Vrienden van De Nationale Opera, bestuurder Stichting Nationale Opera & Ballet Fonds (10 april)

MAARTEN VOSTER 20 MEI 1952 – 28 DECEMBER 2019 Je kon hem ’s nachts gewoon opbellen. Omgekeerd deed hij dat vaker. Daar moest je maar aan wennen, als je met Maarten Voster te maken had. Als voorzitter van de Stichting de Zaanse Schans laveerde hij ‘dag en nacht’ tussen tegengestelde belangen: bewoners in hun historische houten huizen die klagen over toeristen (vóór de coronacrisis 2,2 miljoen per jaar) tegenover ondernemers die zich verheugen op files bij de hotspot van windmolens, musea, souvenirwinkels en rondvaarten annex totaalbeleving van oude ambachten in een geur van spekpannenkoeken of heimweekoekjes van Verkade. ‘Daar kwam zo’n amateurpoliticus in 2010 wel even vertellen hoe het moest’, zegt opvolger Piet Oudega. ‘Dat leidde tot weerstand’. Met ironie wist Maarten Voster, geboren Zaankanter, hoog oplopende conflicten nipt te smoren. Hij was beminnelijk, ‘maar ook eigengereid én een pitbull’, zegt zijn vrouw. ‘Als hij iets in zijn hoofd had, moest het gebeuren’, zegt zus Dinian, die zich herinnert hoe haar broer als kind met de handen op de rug toekeek, terwijl leeftijdsgenootjes iets in elkaar timmerden wat hij had bedacht. In het ouderlijk huis had Maarten met de asbak op tafel leren discussiëren. Hij had de krullen van een popster en werd al vroeg militant milieuactivist met een sjekje tussen de lippen. Toen delen van Assendelft en Westzaan aan industrie dreigden te worden opgeofferd (‘Majesteit, u wordt belazerd’, riep een protestbord de koningin toe), bleef hij in slaapzak net zo lang op de Zaandamse stadhuistrap liggen tot hij werd weggevoerd. Maarten Voster, zoon van een personeelschef, werd spoorstudent en lid van de Zaanse Studenten Vereniging. In 1977 studeerde hij af op de economie van ontwikkelingslanden. Als dienstplichtig militair was hij actief in de Vereniging voor Dienstplichtige Militairen, standplaats Valkenburg – om over te stappen naar FNVJongerencontact. In Limburg leerde hij zijn vrouw Lia kennen op een avondje stappen met patat toe. Met haar ging hij in een woonboot wonen in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, de Rika I, genoemd naar haar moeder. De Rika II en de Rika III zouden volgen, elders. In de jaren van grote werkloosheid pendelde Voster naar Den Haag waar hij bij het ministerie van Binnenlandse Zaken werd belast met projecten om mensen aan werk te helpen. Als secretaris van de eerste commissie Polak zat hij met zijn neus bovenop het onderzoek naar de geruchtmakende beleggingsfraude bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds; inclusief de pogingen van toenmalig minister Rietkerk ‘de beerput onder de pet te houden’. In Amsterdam werd hij, inmiddels vader van een dochter, voor de PvdA de eerste voorzitter van het (voormalige) stadsdeel Westerpark, met veertigduizend bewoners. Als bevlogen ‘burgemeester’ kreeg hij acht jaar lang te maken met een breed scala aan uitwassen waarin krakers, Grijze Wolven, olieworstelen, drugs en wandelprostitutie niet ontbraken. Vosters energie dwong bewondering af. Hij stond soms achterop de wagens van de vuilnisophaaldienst (‘pas op, de baas rijdt mee!’) en zat nachtenlang het werk van hogere ambtenaren over te doen. ‘Dat was hij beu’, aldus zijn vrouw. Amsterdam werd hem te druk, ze verhuisden naar Zaandam. De woonark werd een flat, en de focus verschoof naar historisch erfgoed. Er zaten nog wel wat krullen op zijn hoofd. Ondanks de diagnose longkanker in 2016 bleef hij als vanouds puntzakvormige sjekjes draaien. Tot het laatst zette Voster zich in voor de bouw van een doopsgezinde kerk, die in de Zaanstreek een Vermaning heet. Als hij zijn hondje uitliet, werd hij veel gegroet. ‘Maarten had een groot sociaal gevoel’, zegt zijn vrouw. ‘Hij was goed in het omgaan met lastige en emotionele mensen.’ •


27

AUV & VARIA LUCIENNE STORM-VAN ESSEN 1949, Voormalig secretaresse sector ontwikkeling UvA (11 april) JIPPE HIEMSTRA 1941, Economie 1966, lid in de Orde van Oranje-Nassau (12 april) MACHTELD MARIS 1970, Nederlandse taal- en letterkunde 1996, senior communicatieadviseur Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (12 april) KOERT DINGEMANS 1939, Promotie Life and earth sciences 1970 (13 april) GERARD VAN HAARLEM 1957, Sociologie 1990, voormalig decaan faculteit Techniek HvA (17 april) WIM KLEIN KRANENBERG 1928, Wis- en natuurkunde 1965 (17 april) NICO NEIJZEN 1930, Nederlands recht, privaatrecht 1957, Economie 1964, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, Ridder in de Orde van Sint Gregorius de Grote (17 april)

EERSTE DIGITALE ALGEMENE LEDENVERGADERING VAN DE AMSTERDAMSE UNIVERSITEITSVERENIGING Minimaal één keer per jaar vindt een Algemene Ledenvergadering (ALV) van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging plaats. De ALV op 13 mei vond vanwege de maatregelen rond het coronavirus digitaal plaats, via een videoverbinding naar vele huiskamers. Tijdens de ALV werden het jaarverslag van 2019, de begroting van het huidige jaar en de hoogte van de contributie vastgesteld. Ook werd na negen jaar afscheid genomen van bestuursleden Lenneke Hoedemaker en Nienke Fleuren. Hoedemaker was de afgelopen jaren secretaris en fungeerde regelmatig als gespreksleider bij verschillende evenementen. Fleuren hield zich vooral bezig met de ondersteuning van kringen en was verantwoordelijk voor de organisatie van kringbestuurdersbijeenkomsten. Als nieuwe bestuursleden werden Caroline van Alphen en Evelien Spitteler verwelkomd.

SAVE THE DATE: ZATERDAG 21 NOVEMBER AUV-DAG 2020 De jaarlijkse ledendag van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging vindt dit jaar vooralsnog – uiteraard afhankelijk van de op dat moment geldende overheidsmaatregelen rondom het coronavirus – plaats op zaterdag 21 november. Het programma staat binnenkort op alumni.uva.nl/auvdag.

LUSTRUMACTIE AUV LEVERT 8.000 EURO OP 41 alumnikringen, van het AMC Alumnipunt tot Kring Wijsbegeerte, en in totaal meer dan 8.500 leden. Dat is het resultaat van 130 jaar Amsterdamse Universiteits-Vereniging. Om dit te vieren, wierf de AUV het afgelopen jaar bij wijze van lustrumcadeau voor twee projecten van het Amsterdams Universiteitsfonds: het oudste boek van Amsterdam, De Bello Gallico, en het

Fonds Studie Zonder Grenzen, dat beurzen verstrekt aan vluchtelingstudenten. De lustrumactie leverde bijna achtduizend euro op aan donaties, die volledig ten goede komen aan de projecten: 3.840 euro voor De Bello Gallico en 4.040 euro voor het Fonds Studie Zonder Grenzen.

LEEN MOLENBERG 1940, Sociologie 2000 (19 april) WIM RIETDIJK 1927, Wis- en natuurkunde 1949 (22 april) JAAP KRUISHEER 1933, Promotie Geesteswetenschappen 1971, historicus (23 april) CARLA MARIA HOMPES 1942, Pedagogische wetenschappen 1972 (24 april) FREKE MATZE 1973, Psychologie 1998, voormalig studentendecaan en studiekeuzeadviseur UvA (26 april) VINCENT EIJSVOOGEL 1932, Promotie geneeskunde (27 april) SASKIA DERRIKS 1951, Kunstgeschiedenis en archeologie 1988 (30 april) JAN BOELES 1949, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1975, persattaché Nederlandse Ambassade te Berlijn (1 mei) BEN DE MARE 1930, Economie 1954, buitengewoon hoogleraar Bestuurlijke informatieverzorging en informatietechnologie UvA (6 mei) WILLEM BOERS 1941, Promotie Sciences 1976 (exacte sterfdatum onbekend)

Het meest volledige overzicht van overledenen en in memoriams: alumni.uva.nl/overledenen. Berichten doorgeven kan via: relatiebeheer@uva.nl.

Internationale UvA Alumni Chapters Wist je dat er in acht buitenlandse steden UvA Alumni Chapters zijn? In Beijing, Brussel, Londen, New York, San Francisco Bay Area, Shanghai, St. Petersburg en Washington DC worden twee keer per jaar bijeenkomsten met interessante sprekers georganiseerd, die bij uitstek geschikt zijn om te netwerken. Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds informeert alumni ter plaatse over deze bijeenkomsten. Dit kan alleen als bij de UvA bekend is waar alumni verblijven. Woon je in het buitenland, maar twijfel je of de UvA beschikt over je actuele gegevens? Geef deze dan door via alumni.uva.nl/contact. Heb je vragen over activiteiten bij jou in de buurt of de rol die je eventueel zelf kunt spelen? Neem dan contact op met de International Alumni Officer via alumni@uva.nl.


28

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

ILLUSTERE ALUMNI OP SPEEDDATE MET AANKOMEND TALENT

‘IK WILDE MEER DAN ALLEEN MET ELKAAR IN GESPREK GAAN’ THIJS DE LANGE – 1997 • 2016-heden Bachelor Taal en Communicatie (Nederlandse Taalbeheersing) • 2017-heden Frankrijkstudies • 2016-heden Lid van het Student Disability Platform voor studenten met een functiebeperking • 2017 Voordracht eigen gedicht tijdens dodenherdenking van Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Op het Illustere Alumni Event speeddaten talentvolle studenten, jonge alumni en promovendi met onder andere CEO’s, (oud-)ministers, politici, mediakopstukken en boegbeelden uit de culturele en maatschappelijke sector die aan de UvA hebben gestudeerd. Tijdens persoonlijke ontmoetingen inspireren verschillende UvA-generaties elkaar. Het Illustere Alumni Event ontstond in 2017, toen onder het thema ‘Inspiring Generations’ het 385-jarig bestaan van de UvA werd gevierd. Inmiddels is het evenement uitgegroeid tot een nieuwe jaarlijkse traditie aan de UvA. Van 2017 tot 2019 hebben al meer dan 140 illustere alumni en talenten deelgenomen. De jongste deelnemer was 19, de oudste 86 jaar. Alumnus en journalist Mariëlle Tweebeeke en student Thijs de Lange blikken terug op hun ontmoeting tijdens de editie 2019. Hoe reageerden jullie op de uitnodiging? Tweebeeke: ‘Ik werd op een heel persoonlijke manier uitgenodigd door de voorzitter van het College van Bestuur, Geert ten Dam. Ik vind het een mooi idee dat je talenten koppelt aan mensen die al veel ervaring hebben. Ik probeer bijvoorbeeld ook een paar keer per jaar een les op een middelbare school of universiteit te geven. Zeker wanneer je bij de publieke omroep werkt, vind ik dit bij je taken horen en ik vind het leuk om te doen.’ De Lange: ‘Ik voelde me zeer vereerd toen ik de uitnodiging van de decaan ontving. Toen ik de naam van Mariëlle op de deelnemerslijst zag, dacht ik: haar wil ik in ieder geval spreken. Ik heb de ambitie om ook het presentatievak in te gaan, en Mariëlle is voor mij een voorbeeld, omdat zij die rol met verve vervult.’ Wat is de meerwaarde van het evenement voor een alumnus? Tweebeeke: ‘Tijdens de avond sprak ik met Geert ten Dam en we hebben nog steeds contact. Het leuke was ook dat ik mensen zag die ik voor mijn werk regelmatig tegenkom, zoals Erik Gerritsen, Frits Bolkestein en Roger van Boxtel, en daarnaast jonge talenten sprak. Dat is een mooie combinatie. Het is voor mij interessant om te horen hoe studenten het nieuws consumeren.’ De Lange: ‘Maar ik ben daar niet representatief in, want ik kijk nog lineaire tv. De televisie gaat om zes uur aan en dan kijk ik eerst het journaal.’ Tweebeeke: ‘Het hoeft ook niet representatief te zijn. Het gaat voor mij tijdens zo’n avond om nieuwe inzichten en contacten. Ik zou de UvA zeker willen aanraden om hiermee door te gaan.’ Hoe verliep jullie ontmoeting? De Lange: ‘Ik ben heel doelgericht en dacht: ik ga deze kans grijpen. Ik wilde meer dan alleen met elkaar in gesprek gaan, je ziet een vak pas echt als je kunt meelopen.’ Tweebeeke: ‘Thijs kwam meteen op me af. Hij had allerlei vragen over hoe het in de journalistiek werkt. Aan het eind van de avond hebben we een afspraak gemaakt om eens mee te lopen op de redactie.’ De Lange: ‘Ik heb een dag op de

• 2019 Finalist in de verkiezing van de Minister van Gehandicaptenzaken, een televisieprogramma van KRO-NCRV

redactie van Nieuwsuur meegelopen. Ook liep ik mee op de redactie van NRC Handelsblad en met Erik Gerritsen, secretaris-generaal bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.’ Wat hebben de meeloopdagen opgeleverd? De Lange: ‘Ik werd écht enthousiast over de journalistiek. Ik zoek een soort dynamiek en die vond ik niet tijdens de meeloopdag op het ministerie.’ Tweebeeke: ‘Precies wat je zegt, de dynamiek, dat elke dag je iets anders kan brengen. En dat je keuzes maakt in wat die dag het belangrijkste verhaal is. Dat is het mooie van de journalistiek.’ De MARIËLLE Lange: ‘Het gevoel dat je leeft, dat heb ik vooral.’ Tweebeeke: ‘Ja, TWEEBEEKE – 1971 precies dat is het. De live elementen zijn het meest spannend om te doen.’ • 1997 Arbeids- en organisatiesociologie, UvA.

Welk advies heb je als alumnus voor talenten die presentator willen worden? Tweebeeke: ‘Het advies dat ik altijd geef, is dat voor de presenterende journalistiek de inhoudelijke weg de beste is. Dat je eerst het journalistieke vakwerk doet en goed begrijpt. Het was voor mij geen vooraf uitgestippeld pad. Bij mijn eigen bedrijf miste ik de maatschappelijke relevantie. Ik heb toen contact met AT5 opgenomen en ze boden me een stageplek aan. Vanaf dag één was ik, precies zoals Thijs zegt, bevangen door de dynamiek op de nieuwsredactie. Na mijn stage mocht ik blijven als redacteur en later werd ik verslaggever. Vervolgens werd ik gevraagd om verschillende programma’s te presenteren en op een dag belde RTL Nieuws. Dat ik opnieuw begon en mijn leven op z’n kop zette, was een van de beste beslissingen uit mijn leven.’

Start eigen bedrijf voor werving en selectie van personeel • 2001 Overstap naar de journalistiek bij de Amsterdamse zender AT5, werkzaam als verslaggever en presentator • 2007 Presentator RTL Nieuws • 2010-heden Presentator NOS-actualiteitenprogramma Nieuwsuur • 2012 Winnaar Sonja Barend Award, vakprijs voor het beste televisie-interview

Op alumni.uva.nl/illustere-alumni-event lees je meer over het jaarlijkse Illustere Alumni Event. •

• 2013 Winnaar journalistieke jaarprijs De Tegel, samen met Nieuwsuur-verslaggever Bas Haan


29

AUV & VARIA DE AUV-ALUMNUSPRIJS: EEN HALF JAAR LATER

educate. Veel UvA-alumni zijn maatschappelijk betrokken en werken aan inspirerende projecten. Om hun bijzondere prestaties breed onder de aandacht te brengen, reikt de Amsterdamse Universiteits-Vereniging elk jaar tijdens de AUV-dag de AUValumnusprijs uit. De AUV-dag 2019 vond een half jaar geleden plaats. Hoe gaat het nu met de winnaars en hun projecten? Antonia McGrath en Lisa van Holsteijn wonnen de eerste prijs met hun project educate. waarmee ze arme jongeren in Honduras een opleiding bieden en gemeenschapsgedreven projecten zoals bibliotheken opzetten. McGrath: ‘De 3.000 euro die we gewonnen hebben, besteden we aan een bibliotheeknetwerk, in samenwerking met vier scholen, zodat iedere school een bibliotheek heeft met roulerende boeken. Ook heeft het geldbedrag ons geholpen workshops op te zetten voor veelbelovende middelbare scholieren. Studenten die voorheen in de buurt woonden, vertellen deze scholieren over de kansen die zij hebben gekregen en waar zij nu staan. Zulke rolmodellen zijn voor deze jongeren ontzettend belangrijk.’ De tweede prijs ging naar Jacqueline Tizora, die via ZIMBO fietsen verspreidt onder de meest kwetsbare bevolkingsgroepen van Zimbabwe. Tizora: ‘Het oorspronkelijke plan was dat ik het geld zou gebruiken om fietsen te verschepen. Vanwege de coronacrisis, en omdat ik eerst de relatie met de Zimbabwaanse autoriteiten wil verbeteren zodat ik er zeker van ben dat de fietsen goed aankomen, heb ik ervoor gekozen het prijzengeld van 2.000 euro te besteden aan zaden om de meest kwetsbare groepen van voedsel te voorzien. Dat is tijdens de coronalockdown ontzettend belangrijk,

omdat veel arme Zimbabwanen vaak per dag hun geld verdienen en dat nu niet mogelijk is. We hebben met het prijzengeld een plantage neergezet met onder andere kool, tomaten, uien en aardappelen, waarmee we 300 families de komende tijd van voedsel kunnen voorzien.’ Ruud Goedknegt sleepte de derde prijs én de publieksprijs in de wacht met Stichting Barbarugo, waarmee hij bamboe plant op de Ghanese savanne. Goedknegt: ‘Met de 2.000 euro die we wonnen kunnen we ongeveer 650 werkdagen financieren. Wij leveren bamboestekjes aan boeren, die we ondersteunen en begeleiden. De boeren verkopen de bamboe en met een deel van de opbrengst geven zij het geleende geld aan ons terug, zodat we weer nieuwe plantages op andere locaties kunnen financieren. Er is nog veel werk te verzetten. We kunnen daarom de hulp van andere UvA-alumni goed gebruiken als het gaat om het werven van donateurs en het helpen met praktische zaken.’ Meer lezen over de AUV-alumnusprijs en deze projecten? Kijk dan op alumni.uva.nl/auv/auv-alumnusprijs.

KORTINGEN VOOR LEDEN VAN DE AUV Als lid van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging ontvang je de AUV-pas, die je voordelen biedt bij diverse universitaire voorzieningen en culturele partners. Wil je een vreemde taal leren? Bij UvA Talen, het zelfstandig talencentrum van de UvA, neem je als AUV-lid tegen een gereduceerd tarief deel aan cursussen. Liever met korting sporten? Dat kan bij het Universitair Sport Centrum (USC), hét sportcentrum van de UvA, met meer dan zeventig (sport)activiteiten in zeven vestigingen. Het USC biedt Stay at home workouts aan, waarbij je thuis online sportlessen kunt volgen. Een compleet overzicht van alle kortingen voor AUV-leden vind je op: alumni.uva.nl/auv/partners.

Stichting Barbarugo


30 UNIVERSITEITSFONDS

SPUI 52 01 | 2020 alumni.uva.nl

CORONACRISIS: STEUN VOOR STUDENTEN EN ONDERZOEKERS De UvA en het Amsterdams Universiteitsfonds hebben initiatieven ontplooid om studenten te helpen die door de coronacrisis in financiële problemen zijn gekomen. Om het onderzoek naar het virus te faciliteren is door academisch Amsterdam het Corona Research Fonds ingesteld. Vanwege deze actuele inzamelingsacties wordt de Jaarfondscampagne van het Amsterdams Universiteitsfonds, die gewoonlijk in mei van start gaat, verplaatst naar het najaar. CROWDFUNDING VOOR UVA-STUDENTEN

‘WE ZIJN ÉÉN CLUB’ Tijdens de coronacrisis kunnen studenten in moeilijke situaties terechtkomen. Bijvoorbeeld als ze hun onderzoek of stage in het buitenland moeten staken, als ze niet terug kunnen naar Nederland of hun thuisland, of als ze cruciale inkomsten verliezen door het wegvallen van hun bijbaan. Met een crowdfunding en subsidies uit beschikbare fondsen zetten de UvA en het Amsterdams Universiteitsfonds zich in voor diegenen die door deze crisis in ernstige financiële problemen terecht dreigen te komen. Het initiatief voor de crowdfunding komt van Floor Temmink, bachelorstudent Politicologie. ‘Ik kwam op social media een inzamelingsactie tegen voor studenten van een andere onderwijsinstelling. Toen ben ik gaan kijken of de UvA al iets vergelijkbaars had, maar dat was niet zo. Ik ben lid van de onderwijscommissie en via de Facultaire Studentenraad hebben we bij de decaan een voorstel gedaan voor een inzamelingsactie. Toen is de actie snel opgezet.’

Temmink hoorde in eigen kring en in de media verhalen van studenten die tussen de wal en het schip raken. Dat de inkomsten uit bijbanen wegvallen en dat ze niet kunnen terugvallen op de regelingen van de overheid. ‘Als je dan geen steun kunt krijgen van bijvoorbeeld je familie, kun je in financiële problemen komen. En daar kunnen we met z’n allen iets aan doen.’ Temmink had een duidelijk doel voor ogen toen ze het initiatief nam voor de actie: ‘Ik vind het belangrijk dat studenten die het nu moeilijk hebben, het gevoel krijgen dat ze er niet alleen voor staan. Want deze tijd kan ook heel eenzaam zijn. Mijn doel is dat we met de actie veel studenten helpen en dat de crowdfunding bijdraagt aan het UvA-gevoel, het gevoel dat we één club zijn.’ De eerste 10.000 euro is door de UvA verdubbeld. De teller staat nu op ruim 30.000 euro. Meer weten over de campagne? Kijk dan op: steunuva.nl/project/steun-de-uva-studenten.

CORONA RESEARCH FONDS DONEERT AAN COVID-19 BIOBANK

‘DIT PAST HELEMAAL IN DE TIJDGEEST’ Wetenschappers, artsen en andere medewerkers in het Amsterdam UMC werken hard in de strijd tegen het coronavirus. Hierbij hebben ze financiële ondersteuning nodig. De academische fondsenwervende stichtingen in Amsterdam, waaronder het Amsterdams Universiteitsfonds, hebben daarom het Corona Research Fonds in het leven geroepen. Dankzij dit fonds kon neuroloog en hoogleraar Neurologische infectieziekten Diederik van de Beek samen met collega’s een speciale COVID-19 biobank opzetten. Van de Beek begon met de biobank toen de eerste COVID-19-patiënten in het ziekenhuis werden opgenomen, nog voordat de druk op de zorg toenam. ‘Er is nog veel onbekend over COVID-19. Waarom krijgt de een het wel en de ander niet? Waarom krijgt de ene patiënt geringe ziekteverschijnselen en is de ziekte bij de ander dodelijk? En hoe kunnen we de behandeling voor patiënten verbeteren? Om hierop antwoord te geven, zijn veel klinische data nodig, en patiëntmateriaal, zoals bloedmonsters.’ Voor onderzoek naar COVID-19 stelt de biobank de benodigde data en het materiaal beschikbaar. Met het geld van het Corona Research Fonds maken de mede-

werkers van de biobank basissets, die metingen bevatten die de meeste onderzoekers nodig hebben. Dat zorgt ervoor dat iedereen met de juiste metingen aan de slag gaat en het onderzoeksmateriaal niet onnodig gebruikt hoeft te worden. Alle onderzoeksaanvragen worden grondig gecheckt. De patiënten moeten uiteraard toestemming geven voor het opslaan van hun data en materiaal. Tot nu toe hebben bijna alle patiënten dat gedaan, omdat ze willen bijdragen aan het onderzoek. ‘In principe is onze informatie voor iedereen beschikbaar’, zegt Van de Beek. ‘Dit past ook helemaal in deze tijdgeest. We noemen dat ook wel Open Science: dat omvat onder andere het beschikbaar maken van data voor onderzoekers wereldwijd, met als doel het aanjagen van onderzoek. We werken met materiaal dat beschikbaar is gesteld door patiënten, en met geld dat beschikbaar is gesteld door particulieren en publieke fondsen. Het onderzoek moet hier optimaal van kunnen profiteren.’ Bij de biobank komen gemiddeld drie aanvragen per dag binnen. Soms sturen verschillende onderzoekers binnen het Amsterdam UMC Van de Beek een soort-

gelijke vraag. ‘Dan koppelen we deze onderzoekers aan elkaar, waardoor nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan. De COVID-19 biobank is dan ook een enorme katalysator voor onderzoek binnen Amsterdam en Nederland.’ Er zijn inmiddels meerdere onderzoeken vanuit het Corona Research Fonds mogelijk gemaakt en hier komen steeds nieuwe projecten bij. Inmiddels is ruim 370.000 euro opgehaald. Ook bijdragen? Ga naar coronaresearchfonds.nl/doneren.


31

UVA-SCHRIJVER

HIER BEN JE NIET DE JONGEN UIT DE BIJLMER, ZEI DE STEM

tekst • Murat Isik beeld • Chantal Ariëns

Ik ging niet studeren om academicus te worden, ik ging studeren om iemand anders te worden. Ik ging studeren om het masker van me af te werpen dat me jarenlang had verstikt en me verborgen had gehouden voor de buitenwereld. Ik ging studeren om mezelf te vinden. Maar dat had ik niet op die manier kunnen verwoorden toen ik me als zeventienjarige op een septemberdag in 1995 met aarzelende tred meldde op de befaamde Oudemanhuispoort, waar zich toen nog de Faculteit der Rechtsgeleerdheid bevond. Sterker nog: hoewel ik aan een veelbelovend hoofdstuk van mijn leven begon, verzette ‘mijn oude ik’ zich er nog tegen: ik was weggebleven van de kennismakingsdagen en had de collegegids niet één keer opengeslagen, zodat ik geen idee had wie of wat mij te wachten stond in het statige pand aan de Oudezijds Achterburgwal. De studie Rechten bleek zo’n massale studie, dat ik me de eerste weken verloren

DE OUDEMANHUISPOORT WERD EEN SOORT TWEEDE HUISKAMER voelde in de deinende massa, die niet alleen intimiderend groot was, maar ook mistig. Want tot mijn afschuw werd er gerookt in de hal, die blauw zag van de paffende studenten waardoor ik me kuchend een weg moest banen naar de collegezalen. Ik deed de eerste dagen instinctief wat ik in de jaren daarvoor altijd had gedaan: ik trok me terug, net als op de middelbare school, waar ik in de brugklas ‘schoonmaker’ werd genoemd door klasgenoten, en me geketend had gevoeld. En ik voelde

me die eerste dagen een buitenstaander, net als in de Bijlmer, waar ik ben opgegroeid, maar die ik na de intredende verloedering wilde ontvluchten. Over die periode schreef ik de roman Wees onzichtbaar. Maar op de Oudemanhuispoort was er ook ineens een stem in mijn hoofd die mijn toen zeventienjarige ik toesprak, die zei dat dit de kans was om alles anders te doen. Hier ben je niet de jongen uit de Bijlmer, zei de stem. Hier ben je niet ‘de schoonmaker.’ Hier kun je iemand worden die socialer en toegankelijker is dan de bedeesde jongen die je in Amsterdam-Zuidoost altijd bent geweest. Met de studie Rechten hield ik me dat eerste half jaar nauwelijks bezig. De stof was gortdroog en boeide me nauwelijks, want ik voelde: mijn leerschool gaat niet over het recht, maar over de mens. In de studiezaal, waar ik dagelijks zat, bestudeerde ik niet mijn studieboek maar mijn medestudenten, die zich fanatiek over hun wetboeken bogen en ogenschijnlijk niet konden wachten om in toga voor een rechter te verschijnen, een gedachte waarvan ik gruwde. Als ik eerlijk ben dacht ik toen niet dat ik het in me had om de studie Rechten ooit met succes te voltooien. Ik meende dat het te hoog gegrepen was, maar voor de vorm waagde ik toch een poging omdat het de grote wens van mijn ouders was dat ik een universitaire studie zou afronden. Ik had alleen geen idee wat ik wilde studeren, dus toen mijn vader me adviseerde om voor Rechten te kiezen, bevrijdde hij me van een lastige keuze. Al snel ontmoette ik een groep gelijkgestemden met wie ik lange dagen op de faculteit doorbracht: we studeerden en aten samen. En de Oudemanhuispoort werd een soort tweede huiskamer voor mij. Ondertussen werd de stem die mij ooit had ingefluisterd dat ik schrijver wilde worden, steeds luider. Met de komst van het internet, eind 1996, werd mijn schrijfkoorts alleen maar aangewakkerd: ik stuurde lange e-mails naar vrienden, die uitmondden in kleurrijke verhalen. En toen ik in mijn derde jaar begon te schrijven voor het studentenblad Pelge, vond ik voor het eerst een publiek voor mijn korte verhalen, en ontving loftuitingen die mij sterkten in de overtuiging dat ik op een dag schrijver kon worden. In 2001 ging ik via een uitwisselingsprogramma een half jaar in San Francisco studeren. Het werd een magische ervaring die me in zoveel opzichten vormde, dat ik op dit moment een roman schrijf die zich er afspeelt in dezelfde periode. Veertien jaar lang heb ik na mijn studie als jurist gewerkt, en ik heb er altijd naast geschreven: het gaf me lucht, en voedde mijn creativiteit en droom. Het juridische werk voelde immer als een bijbaan, iets wat op termijn moest wijken voor het grote doel: leven van het schrijven. Drie jaar geleden ben ik voorgoed gestopt als jurist en sindsdien schrijf ik fulltime. Als ik het over mocht doen, zou ik nooit Rechten studeren. Maar mijn jaren op de Oudemanhuispoort zal ik voor altijd koesteren. •

MURAT ISIK − 1977 Muratisik22@gmail.com • 1995-2002 Master Rechten

• 2017 Roman Wees onzichtbaar

(Nederlands recht) UvA en

(Libris Literatuur Prijs 2018, Boekhandels-

San Francisco State University

prijs 2018, NRC Boek van het Jaar,

• 2002-2003 Griffier Rechtbank • 2005-2007 Jurist UWV • 2005-2017 Jurist Gemeente Amsterdam • 2012 Roman Verloren Grond (Bronzen Uil Publieksprijs 2012)

Inktaap 2019) • 2019 Boekenweekessay Mijn moeders strijd • 2020 Mijn moeders strijd, uitgebreide editie


FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN Aanschuiven bij academisch onderwijs in de geesteswetenschappen. Doe online mee met een Open UvA College! • Kunst • Cultuur • Filosofie

• Geschiedenis • Literatuur • Religiewetenschap

Dit najaar verzorgt Marita Mathijsen een bijzondere lezingenreeks met als thema Het kwaad in de literatuur door de eeuwen heen en gaat Artis-hoogleraar Erik de Jong zijn jarenlange succesvolle loopbaan aan onze faculteit afsluiten met een serie hoorcolleges onder de titel Biophilia: liefde voor natuur in het Antropoceen. Informatie en aanmelden: is.uva.nl/publieksprogramma

UvA Academy biedt kortlopende executive programma’s voor professionals. In onze ‘continuous professional development’ (CPD) programma’s maken we de meest recente inzichten uit wetenschap en praktijk toegankelijk en bereikbaar voor professionals die diepgang en inspiratie zoeken. De programma’s in het kort • Inspiratie, kennis, tools en het netwerk om het laatste wetenschappelijke inzicht in je dagelijkse praktijk toe te passen. • Met toegankelijke en inspirerende programmamanagers, docenten en praktijksprekers. • Goed in te passen naast een veeleisende baan. • Om je te helpen navigeren in een constant veranderende wereld met grote uitdagingen. • Na afloop ontvang je een UvA-certificaat van deelname. Op de hoogte blijven van de programma’s en/of meer informatie? Kijk op academy.uva.nl of mail naar academy@uva.nl

Startdata 2020 20 augustus Event Design Certificate Programme 17 september Contentmarketing Masterclass 22 september The Future of Strategy 24 september Omgevingspsychologie 29 september Toekomst van de Stad 1 oktober De Duurzame Stad 2 oktober Maatschappelijke Opvang & Beschermd Wonen 8 oktober Toekomst van Organisaties en Organiseren 8 oktober The Future of Work 8 oktober Contentmarketing Bootcamp 26 oktober Issuesmanagement & Communicatie 28 oktober Privacy: the next step 29 oktober Toekomst van Ouder worden - Longevity Economy 29 oktober Digitale Marketing & Communicatie najaar Seksualiteit en de Patiënt

Navigating a complex world


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.