__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

UvA ALUMNI MAGAZINE 02 / 2018

49

CARTOGRAFISCH KWARTET UIT ZEVENTIENDE EEUW

P 16

70 JAAR

SUZANNE We zijn je adres verloren. Laat iets van je horen! UVA ZOEKT CONTACTGEGEVENS ALUMNI

P 03 HOMEROS IN EEN BIJLMER STUDENTENFLAT

FOLIA JUBILEERT: METAMORFOSES VAN EEN UNIVERSITEITSBLAD P 04

UVA-SCHRIJVER JULIEN IGNACIO

P 31


02 INHOUD

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

p 08 STUDIE  Folia bestaat zeventig jaar en fungeert al decennia als kweek-

colofon

vijver. Menig journalist begon er als leerling-redacteur, zoals Ward Wijndelts. De tegenwoordige hoofdredacteur van Vrij Nederland haalt herinneringen op: ‘Met Aaf Brandt Corstius ben ik eens bij een ontgroening van het corps naar binnen geslopen.’

Uitgever Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA

P 12 VOETSPOREN ‘ ‘Wat Amsterdam en de UvA betreft zijn we heel eenkennig.’ Drie

Hoofdredacteur Albert Goutbeek Eindredacteur Shirley Haasnoot

generaties van de familie Roos studeerden aan de UvA. De broers Julius en Carel traden in de voetsporen van hun vader Calmer en werden arts, de jongste generatie gooide het over een andere boeg.

Redactie Laura Erdtsieck, Daan Meijer, Carolyn Wever Ontwerp en beeldredactie Mattmo Creative bv Fotografie/illustraties Bijzondere Collecties, Folia, Kees Hummel, Monique Kooijmans, Shira Koopman, Mattmo Druk PrintRegie / Drukkerij Roelofs Aan dit nummer werkten verder mee: Han Ceelen, Hugo van Dam, Ben Haveman, Sterre van der Hee, Mireille Moses-Kompier, Marion Rhoen, Michiel Röling, Machteld Vos, Bram van Vulpen, Robin van Wechem Op de cover Voorpagina van het eerste nummer van Folia Civitatis, dat verscheen op 13 oktober 1948. Beeld: archief Folia. Origami: Jonny Pleva. Reacties: SPUI, Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA, Postbus 94325, 1090 GH Amsterdam. SPUI @uva.nl ISSN 667-939X De redactie heeft ernaar gestreefd de rechthebbenden van de foto’s te achterhalen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA. SPUI is een magazine voor, door en over alumni en vrienden van de Universiteit van Amsterdam. SPUI verschijnt twee keer per jaar in druk in een oplage van 100.000 exemplaren en wordt toegestuurd aan alle UvA-alumni (van wie het adres bekend is). Daarnaast wordt maandelijks een mailing verstuurd aan alumni. alumni.uva.nl

Maurits Kruithof en Michaëla Ulrici BEDANKT U ziet het goed: een nieuw gezicht. Maurits Kruithof heeft het voorzitterschap van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging (AUV) overgenomen van Carina Benninga. Wij bedanken Carina voor haar inzet de afgelopen vier jaar als voorzitter van de vereniging en voor de plezierige samenwerking tussen vereniging en Amsterdams Universiteitsfonds. Voor een nadere introductie van Maurits, zie pagina 29. De AUV-dag van 3 november was een succes. Voor een volle Aula spraken Zef Hemel en Floor Milikowski met kennis van zaken over Amsterdam als Global City, een thema dat ook binnen onze academische gemeenschap de gemoederen flink bezighoudt. Aansluitend presenteerden de acht genomineerden voor de AUV-alumnusprijs hun maatschappelijke initiatieven aan jury en publiek. Het is hartverwarmend om te zien hoeveel UvA-alumni hun kennis en capaciteiten belangeloos inzetten voor een betere wereld. De gebieden waarop zij impact willen genereren – vrijwilligerswerk, vluchtelingen, cultureel erfgoed, natuur en milieu, onderwijs – lopen net zo sterk uiteen als de vormen die zij kiezen om hun doel te bereiken. De een zet een klassieke projectorganisatie op, een ander ontwikkelt een app, gebruikt satellietbeelden en big data en weer een ander maakt een documentaire. Dat zij moeiteloos schakelen tussen traditionele vormen en nieuwe technologieën, is tekenend voor de flexibiliteit en inventiviteit van deze alumni. Verderop in dit magazine staan een overzicht van winnaars en genomineerden en een sfeerimpressie van de AUV-dag. Nu het einde van het jaar nadert, wordt regelmatig een beroep op ons gedaan om naar elkaar om te zien en ons te bekommeren om minder bedeelden. Wat wij mooi vinden om te zien, is dat er binnen de academische gemeenschap van de Universiteit van Amsterdam zoveel mensen zijn die deze houding niet alleen met kerst maar het hele jaar door hebben. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan de genomineerden voor de AUV-alumnusprijs en aan alle vrijwillige bestuurders van de alumnikringen, die het hart vormen van de vereniging. En natuurlijk aan alle alumni die financieel bijdragen via het Amsterdams Universiteitsfonds, als donateur van het Jaarfonds of als schenker aan een specifiek, zelf gekozen doel. Op de pagina van het Universiteitsfonds leest u een bijzonder en persoonlijk verhaal, waaruit eens te meer blijkt dat de steun van donateurs voor een student het verschil kan betekenen tussen noodgedwongen stoppen en met succes de studie voltooien. Wij danken iedereen die op zelfgekozen wijze bijdraagt aan een mooiere wereld in het algemeen en aan de community van de UvA in het bijzonder, en we wensen u mooie feestdagen. Maurits Kruithof is voorzitter van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging. Michaëla Ulrici is voorzitter van het Amsterdams Universiteitsfonds.

P 15 PROEFSCHRIFT Socioloog Maaike de Boois onderzocht opkomst en ondergang van de andragologie. Wat maakte dat deze discipline al dertien jaar na de oprichting weer werd opgedoekt als universitaire studie?

P 16 UVA-COLLECTIES  Zomer 2019 wordt een van de spectaculairste stukken uit de

verzameling atlassen van de UvA tentoongesteld: een zeventiendeeeuws overzicht van vier ontwikkelingsstadia van Amsterdam.

IN BEWEGING P 17 UVA  Financiële ondersteuning voor onderzoek Nieuwgrieks, nieuwe quantumklokken, studentenkamers in Oudemanhuispoort.

P 22 WETENSCHAP Kort nieuws: hoe mensen samenwerken is bepalend voor proactiviteit, seksueel misbruik lastig aantoonbaar, neutrofielen onmisbaar voor mondgezondheid.

P 24 PERSONALIA P 25 OVERLEDENEN MEMORIAM P 26 IN  Baas van de internationale federatie van bibliotheken,

aanvoerder van het Nederlands hockeyelftal en schrijver van thrillers: ‘bibliothecaresse pur sang’ Margreet Wijnstroom had vele talenten en bokste alles voor elkaar.

MSTERDAMSE UNIVERSITEITSP 27 AVERENIGING Boudewijn Wijnands wint AUV-alumnusprijs met vrijwilligersplatform Deedmob.

AUV-DAG P 28 Foto-impressie van de AUV-dag 2018. AUV & VARIA P 29 Met wie ben jij bevriend sinds je studietijd?

P 30

AMSTERDAMS UNIVERSITEITSFONDS

Kotaiba kon zijn studie afmaken dankzij een beurs van het Amsterdams Universiteitsfonds. Vernieuwingsprogramma Allard Pierson eind 2019 gereed.

P 31 UVA-SCHRIJVER Als beginnend student was Julien Ignacio een bleue provinciaal die

nog nooit uit vrije wil een boek had gelezen, maar na een toevallige kennismaking met Homeros in de Bijlmer was hij verkocht. Zijn eigen odyssee leidde, via twee studies, diverse reizen en hoogtepunten uit de wereldliteratuur, uiteindelijk naar zijn eigen schrijverschap.


03 P 10

UVA-ALUMNI ZOEKTEAM

HOOFDZAAK

Wantrouwen in de wetenschap Anti-vaxxers, klimaatsceptici en andere wetenschapsweifelaars drijven onderzoekers en beleidsmakers regelmatig tot wanhoop. Waar komt hun wantrouwen in de wetenschap vandaan? En hoe krijg je mensen die meer op hebben met de ‘waarheid achter de waarheid’ dan met de meest actuele wetenschappelijke inzichten weer mee? Nog maar eens een keer uitleggen hoe het werkelijk zit, is vaak niet de oplossing. Wat helpt dan wel? Daar denken diverse UvA-wetenschappers verschillend over. Een methode is de jiujitsu-benadering: meebewegen met de ideologie en intuïtie van de andere partij en proberen het onderhavige onderwerp in te passen in diens ideologische of morele werkelijkheid. ‘De zuivere rede zal ons niet redden.’

70 JAAR FOLIA

VAN WETENSCHAPPELIJK MEDEDELINGENBLAD TOT DIGITAAL PLATFORM

– UVA-GESCHIEDENIS P 04 –

P 18

LOOPBAAN

Stop, politie! Die pet past ons niet allemaal, zegt Suzanne (geen achternaam), die na haar studie Italiaans koos voor een baan bij de politie. Het werk legt een behoorlijke druk op het privéleven, zonder dat daar een riante beloning tegenover staat. Maar voordelen zijn er ook: veel vrijheid, en actie in de taxi, zoals zij het opsporingswerk noemt. Juist voor academici is er ruimte bij de politie: hoogopgeleide recherchedeskundigen kunnen bijvoorbeeld helpen voorkomen dat door tunnelvisie onschuldigen worden veroordeeld. Criminaliteitsbestrijder Menno Helvensteijn (foto) ziet zelfs ruimte voor een politieopleiding op universitair niveau, onder meer omdat fraudezaken steeds complexer worden.

HELP DE UVA HAAR ALUMNI VINDEN

De Universiteit van Amsterdam blijft graag in contact met haar alumni. Met velen lukt dat uitstekend. Maar er is ook een aanzienlijke groep die we nog niet goed bereiken. Van sommige alumni beschikken we alleen over een postadres, van anderen alleen over een e-mailadres. En van weer anderen hebben we helemaal geen contactgegevens. Het UvA-alumni Zoekteam is op zoek naar deze alumni. Helpt u mee? Waarom contact houden met de UvA? De UvA houdt alumni graag op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en onderzoek. Dat doen wij via SPUI magazine en UvA-Alumninieuws, de maandelijkse digitale nieuwsbrief. Ook willen wij alumni met elkaar in contact brengen, onder andere via het netwerk van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging. Zo kan iedereen bijblijven en de voordelen benutten die het alumninetwerk biedt. Wat kan ik doen? • O ntvangt u wel dit magazine maar geen e-mails van de UvA? Geef dan uw e-mailadres aan ons door via de website. • O ntvangt u wel e-mails maar geen drukwerk (en leest u dit magazine bij iemand anders)? Geef dan juist uw postadres door. • O ntvangt u helemaal geen post van de UvA (en leest u dit magazine bij iemand anders)? Geef dan post- en e-mailadres aan ons door. Ik heb nog contact met oudstudiegenoten. U spreekt nog weleens oud-studiegenoten? Help het Alumni Zoekteam dan op weg en vraag hen of zij SPUI en UvA-Alumninieuws ontvangen. Is dat niet het geval? Dan kunnen zij zelf hun contactgegevens aan ons doorgeven via de website. Alvast bedankt voor uw hulp! Contactgegevens doorgeven: alumni.uva.nl/zoekteam

P 20

WETENSCHAP

Vallende ouderen We worden ouder en de ouderdom komt met gebreken. Vaak letterlijk: medicijngebruik verhoogt het risico op vallen bij ouderen. Negentig procent van de ouderen die een val doormaken, gebruikt medicatie die het risico op vallen verhoogt. Het aantal valincidenten kan met twintig tot dertig procent worden verlaagd, wanneer het gebruik van deze medicijnen wordt verminderd of gestopt. Nathalie van der Velde en Sophia de Rooij doen beiden onderzoek naar de schadelijke bijwerkingen van medicijnen bij ouderen, dat wordt gefinancierd uit een door een UvA-alumnus bij het Amsterdams Universiteitsfonds ingesteld Fonds op Naam.

Reacties Uw reacties op SPUI magazine zijn van harte welkom, per post of via e-mail (adressen: zie colofon). De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden reacties ingekort of helemaal niet op te nemen. Volg UvA Alumni ook op

twitter: @alumni_uva


JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 7

04 UVA-GESCHIEDENIS

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

tekst • Sterre van der Hee (redacteur Folia)

ZEVENTIG JA AR FOLIA

STEEDS MEER CREATIEVE VRIJHEID

Folia, het onafhankelijk journalistiek medium van de UvA, bestaat zeventig jaar. Hoe is het blad door de tijd veranderd? De redactie dook in het archief en licht de opvallendste vondsten uit.

‘Een historisch document’, zo luidt de zwarte, ietwat schreeuwerige kop op de gelige voorpagina. Het gaat om de Rectoraats-overdrachtsrede van Prof. Heringa: twee pagina’s vol tekst over ‘de sociale structuur van de studentenmaatschappij’. Geen foto’s, geen advertenties – enkel zwarte drukinkt op sleets papier. We geven het meteen toe: de eerste jaargangen van Folia Civitatis – de oorspronkelijke naam van het universiteitsblad – zijn geen lichte kost. Deze ‘overdrachtsrede’ staat in het allereerste nummer dat op 13 oktober 1948 verscheen. De oude Folia was ‘extreem wetenschappelijk’, zegt redacteur Henk Strikkers, die de jaargang bestudeerde. ‘Niet erg aantrekkelijk voor studenten. Het voelt eerder alsof zij blij mogen zijn dat zij überhaupt op de academie rondlopen.’ Hoe is het universiteitsblad veranderd? Folia-redacteuren bekeken

zo’n negentig dikke, zwarte archiefmappen, bedrukt met gouden letters en netjes gerangschikt in de stellingkasten van de redactie aan de Valckenierstraat 65-67. Zeventig jaar UvA-journalistiek: over hoogleraarsbenoemingen, ruimtegebrek, kamers zonder verwarming. Over Maagdenhuisbezettingen, de eerste vrouwelijke decaan, het overlijden van voorzitter Jankarel Gevers. Over het nieuwe ‘UvAweb’, blote borsten en de overgang naar Folia.nl. Artikelen met geeltjes, stoflagen, of vervaagde krabbels van oud-redacteuren. Opvallend aan de eerste nummers: de enorme hoeveelheid tekst, merkt redacteur Dirk Wolthekker op. Zinnen met zes, zeven bijzinnen, en een formele stijl, vooral gericht op hoogleraren (en vaak ook door hen geschreven). ‘Folia was vooral bedoeld als informatieblad voor de academische gemeenschap, de Civitas Academica’, zegt

links: De Folia-cover bij het overlijden van de 54-jarige UvA-voorzitter Jankarel Gevers (1998). midden: Cover van Folia 50 jaar met toenmalig Folia-redacteur Ward Wijndelts en toenmalig hoogleraar Hans Daudt. rechts: Cover van de laatste papieren Folia uit 2017.


Of je nu afstudeert of met pensioen bent, en of je het collegegeld in guldens of in euro’s betaalde: over sommige dossiers kunnen alle UvA-generaties meepraten. ‘Er zijn zaken die altijd terugkeren’, zegt Folia-redacteur Dirk Wolthekker. ‘Politiek journalisten hebben Prinsjesdag, wij hebben het kamertekort of het studentenprotest.’ Drie terugkerende dossiers op een rij.

DE NIEUWE UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK

Waar moet de nieuwe Universiteitsbibliotheek komen? In het Maagdenhuis, stelden boze buurtbewoners in het jaar 2000 in Folia. Het is slechts een van de artikelen (‘UvA-bouwplannen moeten in gehaktmolen’, ‘Dossier Binnengasthuis: de UvA wijkt voor niemand’) over een ruim twintig jaar durende discussie: de huidige bieb aan het Singel is al tijden te klein, en verbouwen zou duurder zijn dan het bouwen van een nieuw pand, aldus de UvA. Vorig jaar viel het besluit: de Universiteitsbieb komt in de voormalige Tweede Chirurgische Kliniek en het Zusterhuis op het Binnengasthuisterrein. Eind oktober verschenen de eerste schetsen van de inrichting op Folia.nl: er komt een entree aan de Vendelstraat, zeven kilometer aan boeken en een speciale ‘bomenkamer’ die, aldus de UvA, ‘de positieve effecten van planten op leren en focussen moet benadrukken’. Een bewonerscommissie maakte vorig jaar nog bezwaar tegen deze locatie, onder andere vanwege verkeershinder, groenverwijdering en de positionering van de ingang.

PROTESTEREN DOOR BEZETTINGEN

Op de ochtend van 16 mei 1969 bezetten vier- tot vijfhonderd studenten het Maagdenhuis. ‘Ze slaagden erin via een van de niet-gebarricadeerde ramen aan de achterkant binnen te komen’, schreef Folia een week later (het was toen immers een weekblad). De studenten wilden meer inspraak in het universiteitsbestuur. Het Maagdenhuis werd opnieuw bezet in 1978, 1980, 1986, 1990, 1993, 1996, 2005 en 2015. De laatste bezetting (en de ontruiming) leidde tot het vertrek van UvA-voorzitter Louise Gunning. Het bezetten van panden blijft een pressiemiddel. Eind september bezette de onbekende actiegroep De Autonome Universiteit het P.C. Hoofthuis. De groep eiste onder andere ‘concrete democratiseringsmaatregelen’. De actie eindigde zo’n twaalf uur later en 31 bezetters werden gearresteerd.

STUDENTEN OP STRAAT: TE WEINIG KAMERS ‘Vele kamerstudenten wonen slecht’, zo kopt Folia Civitatis op 6 september 1958. Zeker 1.100 studenten zouden in een kamer wonen die als ‘onvoldoende’ is beoordeeld, zo stelt het artikel. Dat jaar heeft slechts iets meer dan de helft van de Amsterdamse studentenkamers verwarming. Nog eens zevenhonderd studenten kunnen überhaupt geen betaalbare woonruimte vinden. Dat is niet veranderd – al horen we de

verwarmingsklacht niet vaak meer. De aantallen zijn wel flink gegroeid: Amsterdam kampt nu met een tekort van zo’n twaalfduizend studentenkamers. De coalitie Kennisstad, een koepel van onderwijsinstellingen en studentenhuisvesters, roept op tot het bouwen van zeker tweeduizend extra studentenwoningen per jaar. De UvA bouwt onder andere in de voormalige Bijlmerbajes en in de Oudemanhuispoort.

AAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 J

05


JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 7

06 UVA-GESCHIEDENIS hij. Zo kon het blad gemakkelijk openen met – bijvoorbeeld – een doorwrocht artikel over gezondheid van kinderen op Oost-Java, en dat in vierduizend woorden. ‘Dat is nu onvoorstelbaar.’ Ook is de kleinschaligheid van de academische gemeenschap te zien. ‘Hoogleraren schreven over hun bezoekjes aan het buitenland, en studies waren klein – de rechtenstudie zou al in paniek raken als hónderd eerstejaars zich zouden inschrijven’, zegt Strikkers. Later beginnen ook studenten zelf stukken te schrijven. ‘Het is dan minder ivoren-torenwerk, de aandacht wordt verlegd. De redactie gaat zich afvragen: wie is de student eigenlijk? En waar is-ie in geïnteresseerd?’ In 1982 verandert de naam uiteindelijk in het kortere Folia. Hoewel het wetenschappelijke gehalte hoog was, blijkt Folia ook in de vroegste jaren belangrijk voor studenten, blijkt uit een gesprek met de 92-jarige oud-redacteur Bob Dickhout (zie kader). ‘Studenten kregen Folia thuisbezorgd in een mooie wikkel’, zegt hij. Zelf las hij het blad ook voor de voordeeltjes: de goedkoopste films in studentenbioscoop Kriterion, de studentenplekken in de Stadsschouwburg, de daghappen in de mensa (baklap, erwtensoep, vanillevla – 1 gulden) of de aankondiging van een studentenabonnement op Het Parool (13 gulden per jaar). Daarnaast wisten hoogleraren via Folia weleens een kinderoppas onder de studenten te vinden, en stonden ook de zieke docenten in

PROPRIA CURES EN FOLIA CIVITATIS In 1948 bedacht men Folia Civitatis als onafhankelijk blad voor de academische gemeenschap. Om kosten te besparen werden Folia en het satirische ‘schendblad’ Propria Cures (dat al sinds 1890 bestond) jarenlang in één jasje geperst, en moesten de redacties hun drukproeven vrijwel tegelijkertijd corrigeren. De redacteuren van beide bladen hadden weinig met elkaar op: de Folia-redactie vond dat P.C. op de achterkant van Folia werd gedrukt, terwijl P.C. het omgekeerde beweerde.

het blad vermeld. Wie de mededelingen las, kon voorkomen dat-ie ’s ochtends om acht uur na een leuke kroegavond voor een dichte collegedeur stond. De redactionele keuzes zijn door de jaren heen erg veranderd, zeggen de Folia-redacteuren. Zo was er in 1967 alle ruimte voor het overlijden van een beroemde wiskundige en oud-hoogleraar. ‘Nu zouden we minder interesse hebben in zo’n enorm stuk’, zegt Wolthekker. De stukken moeten nu, naast informerend en journalistiek onafhankelijk, ook aantrekkelijker zijn dan vroeger. Dat werkt door in beeld en onderwerpkeuze. ‘We zouden nu ook een wetenschapper kunnen interviewen omdat-ie miniatuurmodeltreintjes verzamelt. Academische reflectie blijft natuurlijk belangrijk, maar we denken nu ook wat verder dan dat.’

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

FRANS Toe, keer terug naar P.C. Hoofthuis en UvA-haard.

JANNEKE Waar is toch je adres? We zoeken al bijna een half jaar.

SEKSPEPMIDDEL

Los van de inhoud waren er ook andere veranderingen. In 1964 verscheen Folia korte tijd minder vaak – een bezuinigingsmaatregel. Er kwamen nieuwe hoofdredacteuren. In 2011 fuseerde Folia met Havana, het magazine van de Hogeschool van Amsterdam, maar na een splitsing begin dit jaar heeft de HvA inmiddels weer een eigen journalistiek platform: HvanA.nl. De redactie kreeg door de jaren steeds meer creatieve vrijheid: de teksten zijn hier en daar voorzien van persoonlijke noten door de auteurs, en in 1980 maakte de

In 1980 bracht de redactie een Folio uit: een tabloid-achtige Folia met enkel sensationeel nieuws.


Column van Aaf Brandt Corstius uit 2002

BOB DICKHOUT (92) FOLIA-REDACTEUR IN 1949

Bob Dickhout studeerde elf jaar aan de UvA en was in de vroegste jaren zelf Folia-redacteur. ‘Het was belangrijk om Folia te bekijken: voor de mededelingen, de zieke hoogleraren en het rijtje geslaagden. Ja, je moest het wel lezen, hoor.’ Ondanks de armoede in de naoorlogse jaren was het een mooie tijd. ‘We hoefden ons helemaal niet te haasten om snel af te studeren, dus ik volgde ook allerlei extra colleges.’ Folia had een klein redactiekantoor. ‘We vergaderden daarom ’s maandags bij mevrouw Warendorf thuis. Zij was de vrouw van de toenmalig hoofdredacteur van Het Parool en zat als oud-student in de redactie. Dat was prachtig, we kregen koffie met koek.’ Het volledige interview met Bob Dickhout is te lezen op alumni.uva.nl/bobdickhout.

‘Studenten lazen het blad ook voor de voordeeltjes: de studentenplekken in de Stadsschouwburg, de daghappen in de mensa’

redactie – als grap – een Folio: een tabloid-achtige variant met alleen maar sensationeel nieuws, dat opent met het artikel ‘Zij koos voor de wetenschap en ging met de zoon van het opperhoofd naar bed’ en een advertentie voor een sekspepmiddel (‘Gebruik Nymfonal en stel uw man nooit teleur’). En in het archief verschijnen steeds meer namen van oud-redacteuren en alumni die inmiddels naam hebben gemaakt in de journalistiek: zo schreef Volkskrant-columnist Aaf Brandt Corstius als student in de jaren negentig over ‘die ingewikkelde 06-nummers’; in hetzelfde decennium kwam schrijver en theatermaker Paulien Cornelisse aan het woord over comedy (‘Zaadcellen willen maar één ding’) en poseerde Vrij Nederland-hoofdredacteur Ward Wijndelts met taart en sigaar voor het jubileumnummer Folia 50 jaar. In dit magazine blikt hij, samen met de huidige leerling-redacteur Marleen Hoebe, terug op zijn redacteurschap (zie pagina 08-09). Intussen viert de redactie het jubileum op Folia.nl – sinds januari zet zij het journalistiek werk immers online voort. Op de website staat ook een selectie van de mooiste stukken uit zeventig jaar Foliageschiedenis, waar veel langlopende dossiers in terug te vinden zijn. De archiefmappen zijn inmiddels weer opgeborgen in de stellingkast, met nieuwe post-its met nieuwe krabbels. Voor over zeventig jaar. • De Folia-redactie maakte een selectie van de mooiste stukken uit de zeventigjarige Folia-geschiedenis. Deze zijn te vinden via https://bit.ly/folia70jaar.

De huidige Folia-website

Op de hoogte blijven van het UvA-nieuws? Schrijf je in voor de Folia-nieuwsbrief via https://bit.ly/FoliaNieuwsbrief.

AAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 J

07


JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 7

08 STUDIE

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

KWEEKVIJVER VOOR SCHRIJVEND TALENT

tekst • Marion Rhoen beeld • Kees Hummel

Marleen Hoebe

‘Er is niet meer één deadlinedag’ MARLEEN HOEBE – 1993 • 2011-2014 bachelor Psychobiologie • 2014-2017 master Neurobiologie • 2016-2017 major Science Communication (VU) • 2017-heden wetenschapsredacteur New Scientist • 2018-heden leerlingredacteur Folia (3 dagen per week) • 2018 kinderboek Klaas kan alles, met co-auteur Yannick Fritschy, bij uitgeverij Billy Bones

BINNENKOMEN Niet zelf wetenschap bedrijven, maar er wel mee te maken hebben, daar was ik naar op zoek toen ik mijn plannen voor een promotie neurobiologie had laten varen. Tijdens de major Wetenschapscommunicatie aan de VU liep ik stage bij New Scientist. Bijna iedereen daar had bij Folia gezeten, zo hoorde ik dat je leerling-redacteur kon worden. Toen heb ik gesolliciteerd.

LEREN De lezers van New Scientist zijn allemaal geïnteresseerd in wetenschap, maar bij Folia is dat niet het geval. Als je een antropoloog iets duidelijk wil maken over zwarte gaten, hoeveel moet je dan uitleggen? Waar haal je universiteitsnieuws vandaan? Gesprekken daarover met collega’s waren leerzaam. Het is hier ook belangrijk meer over het proces van onderzoek te schrijven dan de resultaten. Dat proces is herkenbaar voor de meeste lezers, de resultaten minder. Ook leerzaam: het commentaar van mijn collega Henk Strikkers, die veel stukken heeft meegelezen.

SCOOP Mijn collega Sterre van der Hee had een tweet gezien over een dispuutshuis van het A.S.C./A.V.S.V. aan de Keizersgracht. Buurtbewoners hadden veel last van de studenten. Wij gingen erheen en schreven er een artikel over. Andere sites pikten dat op, ook AT5 en Het Parool. Dat was wel bijzonder, ik had dat nog niet eerder meegemaakt.

ONLINE Mijn eerste artikel voor Folia verscheen in de voorlaatste papieren editie. Zo’n tastbaar blad, ik ben blij dat ik dat heb als aandenken. In het begin was ‘alleen online’ voor de redactie een beetje zoeken. Hoe zorg je dat een lang stuk uitgelezen wordt? Moeten we meer korte stukken maken? Het antwoord op die vraag is: ja. Wat ook al wel duidelijk was: online moet het beeld veel meer nadruk krijgen. Er is nu een videoredacteur, Mina Etemad. Sterre doet veel beeldbewerking voor Instagram. Zelf doe ik niet veel met social media.

UUR U Er is niet meer één deadlinedag. Als iemand promoveert, moet je je stuk daarover natuurlijk wel op tijd af hebben. Vaste rubrieken hebben hun vaste deadline. Maar verder… de hele week door moeten er nieuwe stukjes verschijnen op de site. Twaalf weken vakantie? Nee, die hebben we niet. In de zomervakantie gaat Folia gewoon door.

LEVEN NA FOLIA Eind dit jaar loopt mijn contract af. Blijven zou ik wel willen, maar niet fulltime, ik wil ook andere projecten doen. Bij New Scientist werk ik twee dagen. En ik schrijf over wetenschap voor kinderen. Mijn eerste kinderboek is in oktober uitgekomen. Klaas kan alles heet het, het is gebaseerd op het gelijknamige tv-programma, waarin Klaas allerlei spannende dingen doet. Daar heb ik met co-auteur Yannick Fritschy wetenschappelijke informatie aan toegevoegd. Misschien maak ik nog wel een tweede kinderboek. •


Folia bestaat zeventig jaar. Niet de minste namen uit de journalistiek begonnen als leerling-redacteur bij het universiteitsblad, dat sinds januari volledig online is. Ward Wijndelts, (1975, Nederlandse taal en cultuur, nu hoofdredacteur Vrij Nederland) zat twintig jaar geleden op de redactie. Marleen Hoebe (1993, Neurobiologie) probeert er nu haar pen.

Ward Wijndelts

‘Ik solliciteerde met een URL’ BINNENKOMEN

WARD WIJNDELTS

Internet en journalistiek, het was totaal geen combinatie toen – 1975 ik solliciteerde. Toch deed ik dat met een URL. Aan Sjaak Priester, toen hoofdredacteur, gaf ik een leeg vel papier, met • 1994-2007 Nederlandse alleen dat webadres erop. Sjaak had wel iets met digitaal, hij taal en cultuur had een programmaatje geschreven om Nederlandse • 1998-2002 redacteur Folia anagrammen te vinden. Mijn URL leidde naar een keurige • 2002-2005 freelance sollicitatiebrief en cv. Zo kwam ik binnen. journalist • 2005-2015 onder meer

LEREN

verslaggever, redacteur

Mijn eerste stuk was voor de borrelrubriek. Vierhonderd woorden in een snedige stijl, dat was het format. Ik had er een volledig uit zijn krachten gegroeid stukje van gemaakt, zelfs met een motief erin. Mijn collega Arjen Fortuin heeft dat er allemaal uitgesloopt, en er een veel makkelijker te consumeren stuk van gemaakt. Ik heb veel van hem geleerd. Toen ik Folia aan de telefoon ‘blaadje’ had genoemd, kwam hij voor me staan en zei: ‘Folia is het wéékblad van de Universiteit van Amsterdam.’ Dat heb ik nooit meer anders gezegd.

en business development manager NRC Handelsblad en nrc.next

• 2015-2017 hoofdredacteur online platform Mindshakes, NRC Media • 2017-heden hoofdredacteur Vrij Nederland

SCOOP UUR U Dinsdagavond was de deadline. Eerst om vijf uur een hapje eten bij La Place, in V&D, dan om half acht (tikt met zijn vingers hard op tafel) een stuk eruitrammen. Dan de volgende ochtend, als je nog een beetje had kunnen schaven, met een diskette naar de Raamgracht fietsen, waar Folia in elkaar werd gezet.

Ik ontdekte dat een studievereniging de Vlaamse N-VA had uitgenodigd. Ik bracht: bám, dat zijn nazi’s. Het werd een heel gedoe, en de ontmoeting werd afgeblazen. Maar die repo-achtige verhalen vond ik veruit het leukst om te maken. Met Aaf Brandt Corstius, zij was ook redacteur, ben ik eens bij een ontgroening van het corps naar binnen geslopen, met een afgezooid jasje aan dat ik op straat had gevonden.

LEVEN NA FOLIA

ONLINE

Op een gegeven moment versla je voor de derde of vierde keer de Intreeweek. Sta je, als 24-jarige, tussen kids van 18. Het werd een herhaling. Ik wilde verder, iets bereiken. Dan moet je gaan freelancen om te laten zien wat je kunt. Eerst deed ik dat naast Folia, later ging ik helemaal freelancen, ook voor Camping Life (een tv-kampeerprogramma). Uiteindelijk kreeg ik een contract bij NRC Handelsblad. •

Geen seconde heb ik destijds gedacht: als journalistiek medium moeten we werk maken van internet. Ik vond internet wel belangrijk hoor, ik bouwde websites. Maar welke student zou online nou naar universiteitsjournalistiek gaan kijken? Ja, de Stoppertjes, die kleine advertenties, die zouden helemaal verdwijnen uit het blad, dachten we. Maar verder was alles zó gericht op print – ook bij de dagbladen trouwens. En dat terwijl de universiteit een enorme digitale voorsprong had. In 1994 kreeg ik al een UvA-e-mailadres.

AAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 JAAR FOLIA • 70 J

09

FK...V wij hebben ons woord gehouden, vetrouw nu en schrijf ons.


10

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

tekst • Hugo van Dam en Bram van Vulpen beeld • Mattmo

WANTROUWEN IN DE WETENSCHAP

DE REDE ZAL ONS NIET REDDEN

Wantrouwen ten opzichte van de wetenschap neemt vele vormen aan en wetenschappelijke zekerheden worden openlijk betwist. De zuivere rede biedt hier onvoldoende antwoord op. We moeten oog hebben voor de irrationele kanten van de mens en de ruimte bieden om te experimenteren. In de kurkdroge woestijn van Californië stuift een zelfgebouwde raket de lucht in. Aan boord zit de Amerikaanse zestiger ‘Mad Mike’ Hughes. Op de raket prijken de woorden: Research Flat Earth. Deze lancering is niet zomaar voor de kick. Hughes is aangesloten bij de Flat Earth-beweging, die ervan overtuigd is dat de aarde de vorm heeft van een frisbee. Hij wil wetenschappelijk bewijzen dat de aarde plat is. In zijn garage bouwde Hughes daartoe op eigen houtje een stoomraket, die vanaf een lanceerinstallatie op zijn camper kon opstijgen om zo van grote hoogte de ware vorm van de aarde te kunnen waarnemen. Voor zijn onderzoek wist Hughes via crowdfunding enkele duizenden dollars binnen te slepen. De andere helft betaalde hij uit eigen zak, van zijn inkomsten als chauffeur van een limousine. Na wat opstartproblemen vond begin 2018 een succesvolle lancering plaats. In luttele seconden steeg de gezagvoerder tot bijna zeshonderd meter hoogte. Deze dappere vliegstunt staat niet op zichzelf. Afgelopen jaar zijn we getuige geweest van meerdere pogingen om

een wetenschappelijke consensus te ontkrachten. Anti-vaccinatiesentimenten winnen aan kracht in het publieke debat, actievoerders in de Oostvaardersplassen lappen de wetenschappelijke adviezen voor het natuurgebied aan hun laars en de Amerikaanse president zet vraagtekens bij de menselijke rol in klimaatverandering. De strijd over de waarheid wordt breed uitgemeten in

‘HOE MINDER VERSTAND VAN JE VAN WETENSCHAP HEBT, HOE SCEPTISCHER JE BENT’

de media, met termen als fake news en alternatieve feiten. Een algemeen geaccepteerde waarheid onder de mensen zou zijn verdwenen in het zogenoemde post truth-tijdperk. Het wantrouwen in de wetenschap baart onderzoekers, politici, activisten en burgers zorgen. Op de Roeterseilandcampus van de UvA houdt universitair docent psychologie Bastiaan Rutjens de wetenschapsscepsis nauwlettend in de gaten. Rutjens promoveerde in 2012 cum laude aan de UvA op het proefschrift Start making sense: Compensatory responses to control- and meaning threats. Hij is aangesloten bij de onderzoeksgroep Uncertainty Lab, waar hij samen met collega’s onderzoek doet naar risicopercepties, vertrouwen in instituties, en naar hoe attitudes worden vormgegeven en hoe mensen beslissingen nemen. Samen met Mark Brandt van Tilburg University bracht Rutjens onlangs een bundel uit over post truth-tendensen vanuit psychologisch perspectief. Belief systems and the perception of reality gaat in op de invloed van ideologie op de menselijke waarneming van de werkelijkheid.

Wat kunnen vondsten uit de psychologie ons vertellen over het wantrouwen in de wetenschap? Daarover spreken we Rutjens in een van de vele hippe koffietentjes die AmsterdamOost rijk is. Hij is amper een week vader en glundert van trots. Van enig slaapgebrek merken we niks. De laatste jaren is hij veel bezig geweest met de psychologische antecedenten van wetenschapsscepsis, vertelt hij. ‘Welke psychologische variabele draagt bij aan klimaatscepsis, vaccinatiescepsis of het wantrouwen ten aanzien van genetisch gemodificeerde organismen? Dit zijn allemaal controversiële wetenschappelijke onderwerpen waarover twijfel bestaat, net zoals de evolutietheorie en nanotechnologie. Ik wil proberen te achterhalen hoe het vanuit een psychologisch perspectief te verklaren valt dat mensen deze scepsis ervaren.’ Met kwantitatieve analyses, onder meer op basis van vragenlijsten, probeert Rutjens intra-individuele verschillen in waarheidspercepties te verklaren op basis van ideologie. Want hoe kan het dat mensen feiten totaal anders zien? Zien mensen überhaupt of er


11

HOOFDZAAK zoiets bestaat als ongelijkheid of een klimaatprobleem? Rutjens: ‘Dan kom je bij de perceptie van feiten. Wat zijn de feiten? En hoe kan het dat mensen feiten radicaal anders zien? Dat is waar het boek over gaat.’ Belief systems and the perception of reality is een literatuurverkenning waarin een internationale groep psychologen een aantal politieke discussies analyseert in het kader van post truth. Zij constateren dat retoriek en realiteit ver uit elkaar liggen in het huidige politieke tijdperk, zoals bij discussies over complottheorieën, genderongelijkheid en de dreiging van migranten. Wetenschappelijke resultaten worden op basis van vooringenomenheid betwijfeld door aanhangers van verschillende ideologieën. Wantrouwen ten opzichte van de wetenschap is volgens Rutjens erg divers. ‘Wetenschapsscepsis is heterogeen, de ene vorm van scepsis is de andere niet. Je ziet dat klimaatscepsis door politieke ideologie wordt gedreven, maar dat bijvoorbeeld vaccinatiescepsis in de Verenigde Staten, anders dan in Nederland, vooral door religiositeit kan worden verklaard. En scepsis tegenover genetisch gemodificeerde organismen (GMO’s) wordt door geen van beide gedreven maar heeft meer te maken met een gebrek aan kennis over genen, wat genen zijn en hoe genetische modificatie werkt. Een beetje kort door de bocht kun je zeggen dat hoe minder verstand je van wetenschap hebt, hoe sceptischer je bent.’ Twijfels over de wetenschap hebben al langer de aandacht van UvA-onderzoekers. In 2011 publiceerden Huub Dijstelbloem en Rob Hagendijk Onzekerheid Troef: Het betwiste gezag van de wetenschap. Ruim tien wetenschappers verdiepen zich in deze bundel in de debatten over onder andere vaccinatie tegen baarmoederhalskanker en het vertrouwen in de economische wetenschap en de modellen die zij voortbrengt. Overkoepelend stellen zij de vraag hoe om te gaan met onzekerheid in wetenschap, politiek en samenleving. Dijstelbloem en Hagendijk concluderen onder meer dat wetenschappers nog wel eens over het hoofd zien dat zij geen allesbepalende rol spelen. Het gaat in de eerste plaats om maatschappelijke kwesties, waarbij burgers nog wel eens buiten spel worden gezet. Waarheidsproductie Er bestaan diverse waarheidspercepties in de samenleving en daar hebben wetenschappers mee om te gaan. Hoe is dat zo gekomen? Volgens socioloog Jaron Harambam omdat de waarheid op losse schroeven is komen te staan. In het café van cultureel studentencentrum

ANTI-VAXXERS WORDEN MEESTAL WEGGEZET ALS MENSEN DIE HET NIET BEGRIJPEN CREA vertelt hij ons over zijn onderzoekservaringen met wetenschapssceptici. ‘De wetenschap heeft niet langer het alleenrecht op waarheidsproductie. Dat heeft niet alleen maar te maken met het dalende vertrouwen in de wetenschap. Er is een open markt voor waarheid ontstaan en verschillende partijen met verschillende achtergronden, ideologieën en onderzoekspraktijken spelen daar nu een rol in.’ Op die markt van waarheid en kennis, met als spelers onder meer burgers, politici, wetenschappers en activisten, is volgens Harambam meer competitie gekomen. ‘De opkomst van internet heeft dat gefaciliteerd. Mensen zijn zelf veel actiever op zoek naar waarheden.’ Harambam is postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid bij het Fair News Project. Hij studeerde sociologie en volgde de onderzoeksmaster Social Sciences aan de UvA. Vorig jaar promoveerde hij cum laude aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het proefschrift The Truth is Out There: Conspiracy Culture in an Age of Epistemic Instability. In zijn promotieonderzoek bracht hij de belevingswereld van complotdenkers nauwgezet in kaart. Hij keerde dit jaar terug naar de UvA en onderzoekt nu de rol van algoritmes in de verspreiding van (nep-)nieuws op internet. Harambam haalt zijn inspiratie uit het werk van de Franse filosoof Bruno Latour, die met een baanbrekend onderzoek het proces van wetenschappelijke waarheidsproductie deconstrueerde. In de jaren tachtig bracht Latour daar veel controverse mee teweeg, door te stellen

FATIMA Onze Intreeweek vergeten? Nooit.

dat wetenschappelijke waarheid een kwestie van oorlog en strijd is, verklaard vanuit zijn Actor-Netwerk Theorie. Latour wordt verweten dat zijn constructivistische ideeën de autoriteit van de wetenschap ondermijnen. Harambam ziet dat anders: ‘Ik denk juist dat vasthouden aan het positivistische wetenschapsideaal de wetenschap ondermijnt. Het geeft een vals beeld van wat wetenschap is.’ Het positivisme gaat uit van een objectieve wereld, waar feiten kenbaar zijn door empirisch onderzoek. Volgens Harambam is ‘consensus over de basisfeiten – wat die ook mogen zijn – geen noodzakelijke voorwaarde voor democratie. Je kan juist discussie hebben over de feiten.’ Hij vindt het in dit licht niet gek dat steeds meer wetenschappelijke zekerheden openlijk worden betwist. De Flat Earth-beweging is hiervan een duidelijk voorbeeld, met de zelfgebouwde raket van Hughes als hoogtepunt. Maar hoe dienen wetenschappers om te gaan met sceptici die beweren de échte waarheid achter bijvoorbeeld vaccineren te onthullen? In Nederland speelt al langere tijd een discussie rondom de effecten van het vaccineren van baby’s en kinderen. Anti-vaxxers worden meestal weggezet als mensen die het niet begrijpen. Zij krijgen als remedie voor hun ‘waanideeën’ meer en betere informatie. In hun bundel pleiten Rutjens en Brandt voor ‘een op feiten gebaseerd sociaal en politiek discours’. Afwijkende percepties dienen te worden gecorrigeerd. Dit past binnen de ‘purificatiestrategie’ waar ook Dijstelbloem en Hagendijk aan refereren: irrationaliteit en onverantwoordelijkheid uitbannen met zuivere rede. In ons gesprek stelt Rutjens dat beeld bij. ‘Meer informatie over vaccinatie helpt niet bij oprecht bezorgde antivaxxers. Je moet proberen om mee te gaan met hun ideologie en intuïties. De jiujitsu-benadering: meerollen en het zo framen dat vaccinaties opeens wel passen in hun ideologische of morele werkelijkheid.’ Dat is echter ingewikkelder bij kwesties waarbij gebrek aan consensus over een geaccepteerde waarheid grote gevolgen kan hebben, zoals klimaatverandering. De angst van wetenschappers en beleidsmakers voor strijd over de waarheid is volgens Harambam overdreven. ‘Mensen hebben zorgen en twijfels. Die zien een overheid die steeds meer de richting op gaat van het verplicht vaccineren van kinderen, en ze zien op internet video’s van moeders met kinderen die autistisch zijn geworden nadat ze zijn gevaccineerd. Als de dokter bij een consult tegen hen zegt dat

hun zorgen onzin zijn, voedt dat hun scepsis.’ Harambam pleit ervoor die zorgen te erkennen. ‘Dan denk ik dat voor heel veel mensen de vaccinatieangst weggaat.’ De zuivere rede zal ons niet redden, klinkt het door in het verhaal van Harambam. We moeten juist meer oog hebben voor de diverse invullingen die mensen geven aan de waarheid. Ook moeten we niet pretenderen dat alleen de wetenschap eigenaar is van de rede en iedereen die daar niet in meegaat irrationeel is. ‘Als we de zorgen van mensen niet serieus nemen, dan groeit het wantrouwen alleen maar.’ Celbioloog Hoewel het vertrouwen in de wetenschap in de Verenigde Staten daalt, stelt een rapport van het Rathenau Instituut dat afgelopen zomer verscheen, dat dit vertrouwen in Nederland de laatste jaren ‘onverminderd hoog’ blijft. Ten opzichte van instituties als de rechtspraak, kranten en de regering doet de wetenschap het goed in ons land. Zorgen over het tanende gezag van de wetenschap lijken onnodig. Volgens Rutjens zit het probleem vooral in het wantrouwen jegens specifieke vormen van wetenschap en wetenschappers. ‘Mensen kunnen de wetenschap als instituut vertrouwen maar een diep wantrouwen koesteren jegens de celbioloog die met genen aan het prutsen is.’ In bepaalde domeinen van de wetenschap ziet Rutjens echter wel dat het vertrouwen afkalft. ‘Als het gaat om klimaat, GMO en vaccinatie zie je echt dat bepaalde mensen daar een enorm wantrouwen tegen koesteren. Daar komt ook een confirmation bias bij kijken: ik geloof al dat GMO’s slecht zijn en je kan de wetenschap dus niet vertrouwen als die zegt dat er eigenlijk niks aan de hand is.’ Ook Harambam ziet dat wantrouwen vaker betrekking heeft op wetenschappers dan op de wetenschap. 'Uit mijn promotieonderzoek bleek dat er wellicht minder vertrouwen is in de wetenschap als instituut en de mensen die erin werken, maar tegelijkertijd bleek dat er juist veel vertrouwen was in de wetenschappelijke methode als manier om kennis te vergaren. Er is sprake van een science confidence gap – een term die ik leen van de Tilburgse hoogleraar Peter Achterberg.’ De Flat Earthers die met semiwetenschappelijke methodes en zelfgebouwde instrumenten proberen te bewijzen dat de aarde plat is, lijken daar een voorbeeld van. Het is een uitdaging voor de wetenschap om ook sceptici zoals ‘Mad Mike’ Hughes de ruimte te geven.•


12 VOETSPOREN

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

tekst • Albert Goutbeek

‘VAN MIJN VADER KREEG IK EEN MICROSCOOP, DAT GAF HET BESLISSENDE ZETJE’

1906-2001

Grietje Burgy

1908-1970

Calmer Julius Roos GENEESKUNDE EN SCHEIKUNDE 1938

PROMOTIE

DR IE GENER ATIES VA N DE FA MILIE ROOS STUDEER DEN A A N DE U VA. C ALMER ROOS SENIOR HAD ALS INTER NIST PR AK TIJK A A N HUIS, ZIJN T WEE JONGSTE ZOONS, JULIUS EN

1940

Boris Roos

C AR EL , VOLGDEN HEM OP ALS ARTS. K LEINDOCHTER A NNE KOOS VOOR GESCHIEDENIS EN NA M HA AR MOEDERS R ESTAUR ATIE ATELIER OVER. C AR EL: ‘WAT A MSTER DA M EN DE U VA BETR EFT ZIJN WE HEEL EENK ENNIG. DA AR HEB IK OVER IGENS NOOIT SPIJT VA N GEHAD.’ Calmer Roos senior was de eerste uit zijn familie die naar de universiteit ging. Hij studeerde Geneeskunde en Scheikunde in Amsterdam, volgde de opleiding tot internist in Rotterdam en promoveerde aan de UvA in 1938. Daarna begon Calmer (wiens roepnaam overigens Carel was) zijn praktijk als internist aan de Weteringschans, maar moest die – en zijn vrouw – al gauw tijdelijk in de steek laten. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werd hij opgeroepen om in De Peel als officier van gezondheid zijn dienstplicht te vervullen. Toen de oorlog in Nederland in mei 1940 daadwerkelijk uitbrak, werd hij opnieuw opgeroepen. Hij maakte de terugtocht van troepen naar Zeeland mee, waar na de Nederlandse capitulatie nog enige tijd verder werd gevochten. Toen Calmer na de demobilisatie naar huis terugkeerde, kon hij zich eindelijk op zijn praktijk richten, al maakte de oorlog dat niet gemakkelijk. ‘Zijn aanstelling aan de universiteit, bij de scheikundige professor Jansen, raakte hij kwijt, vanwege zijn Joodse achtergrond’, vertelt Calmers tweede zoon, Julius. ‘De Duitse maatregelen werden steeds benauwender, maar door zijn gemengde huwelijk heeft mijn vader niet hoeven onderduiken. Mijn moeder was niet Joods, mijn broers en ik waren Mischlinge, wij werden niet direct vervolgd.’ Na afloop van de oorlog werd Calmer opnieuw opgeroepen voor de militaire dienst. Ditmaal wist hij zich daaraan te onttrekken. ‘Met dank aan mijn moeder, die naar Den Haag afreisde en daar een flinke scène schopte. Daarna kon mijn vader zich eindelijk echt concentreren op de praktijk.’ Calmer senior en zijn vrouw kregen drie zonen. Boris, de oudste, werd architect. Julius en Carel traden in de voetsporen van hun vader en werden arts. Julius: ‘De waarachtige belangstelling voor de patiënt en de

gecommitteerdheid die daarbij hoort, hebben wij beiden van onze vader meegekregen. Dat is een heel belangrijk werktuig. Het gevoel dat je verantwoordelijk bent, dat houdt niet op om vijf uur ’s middags, dat is er ook ’s nachts.’ Destijds deden artsen veel van wat nu in ziekenhuizen gebeurt nog zelf. Julius: ‘Mijn vader had röntgenapparatuur en alles wat je verder nodig had in huis. Na zijn overlijden heb ik de praktijk voortgezet en geprobeerd die zelfstandigheid vast te houden. Ik was de eerste internist in Nederland die echografie in huis had. Dat wordt nog altijd te weinig gedaan. Ik vind dat een misser van de Nederlandse interne geneeskunde. Als je een patiënt eerst naar de röntgenoloog verwijst, ben je zo een paar weken verder. Terwijl je als internist met echo direct een goede indruk krijgt van vorm en structuur van de buikorganen, grote bloedvaten, hart, schildklier en halsslagaders. Dat brengt de diagnostiek in versnelling en scheelt patiënt en arts veel tijd. Later kwamen er technieken bij die je niet in een eigen praktijk kunt doen, zoals de CT-scan. Gelukkig heb ik altijd goede banden gehad met de specialisten van AMC en OLVG.’ HERENCLUB

In zijn praktijk aan de Weteringschans had Julius bekende intellectuelen en kunstenaars als patiënt. Desgevraagd bevestigt hij dat hij deel uitmaakt van de Herenclub waarvan ook politicus Hans van Mierlo en schrijver Harry Mulisch tot hun dood lid waren. Van Mierlo sprak hem toe toen Julius in 2007 stopte met zijn praktijk. ‘Die ogen, dacht ik, heb ik meer gezien. Vastberaden vriendelijk, en ook inschattend’, zo herinnerde Van Mierlo zich hun (nadere) kennismaking. Hij zag die ogen inderdaad eerder: ‘Aan het

voeteneind van het kraambed, toen hij als coassistent bij de bevalling van mijn oudste dochter was.’ Julius: ‘Jaren na die geboorte kwam hij bij mij met zijn medische problemen en zijn we bevriend geraakt. We hebben samen nog eens een actie opgezet tot behoud van de binnenstadziekenhuizen, zoals het Prinsengrachtziekenhuis. Dat is niet gelukt, leuk en spannend was het wel.’ De Herenclub bestaat nog steeds maar neemt geen nieuwe leden aan. Naast Julius Roos zijn er nog vijf leden in leven: Gerard van Lennep, Jeroen Henneman, Rudi Fuchs, Cees Nooteboom en Marcel van Dam. Na zijn pensionering is Julius weer gaan studeren. ‘Na de middelbare school twijfelde ik al tussen Geneeskunde en de alfavakken. Met beide had ik affiniteit. Het werd Geneeskunde en daar heb ik nooit spijt van gehad, maar ik ben altijd blijven denken: als het kan, ga ik ooit nog eens een taal studeren. Toevallig kwam ik in contact met classicus David Rijser, die ik nog kende van het Barlaeus-gymnasium. We hebben een middag zitten bomen en toen heb ik me – nu tien jaar geleden – ingeschreven voor de studie Latijn, mijn oude liefde. Ik heb overal aan meegedaan: de introductie, borrels. We zijn toen een leesclub gestart, het nieuwe seizoen trappen we nog jaarlijks af in mijn buitenhuis op de Veluwe. Opnieuw studeren was een groot feest. De andere vormen van onderwijs, de DAVID R.

VERA

Wij denken steeds aan jou en onze hoorcolleges samen. Hoe gaat het?

DIE COSCHAPPEN! SCHRIJF ONS S.V.P.


13 FAMILIE ROOS 1943

Saskia Verbruggen 1968

KANDIDAATS KUNSTGESCHIEDENIS

1943

1941

Carel Martijn Roos

1966

GENEESKUNDE

Julius Calmer Roos

1970

GENEESKUNDE 1977

PROMOTIE 2013

LATIJNSE TAAL EN CULTUUR CUM LAUDE

1972

1970

Martijn Roos

Anne Roos 1997 GESCHIEDENIS

1964

Ellen Roos 1967

Calmer Julius Johannes Roos 1995 NATUURKUNDE

fantastische docenten, die een soort vrienden werden. We mochten “je” zeggen, zonder dat dit afdeed aan het respect dat je voor elkaar hebt. De omgangsvormen waren buitengewoon plezierig.’ Julius is actief in het Nederlands Klassiek Verbond, hij was drie jaar voorzitter van de afdeling Amsterdam. Hij vertaalde onder meer een zestiende-eeuws leerdicht over syfilis uit het Latijn. Waarom uitgerekend dat onderwerp? ‘Het is zo prachtig geschreven. En het is interessant om te zien hoe de artsen van toen zich niet konden losmaken van het paradigma van hun tijd – de ziekte werd verklaard uit de stand van de sterren.’ Op initiatief van uitgeverij De Bezige Bij vertaalde hij drie korte verhalen van zijn vriend Mulisch uit het Nederlands naar het Latijn. ‘Daar heb ik veel hulp bij gekregen van UvA-docent Rodie Risselada. Mede dankzij haar kan die vertaling er best mee door.’ Voor het geld doet hij het uiteraard niet. ‘Ik heb 28 cent aan royalty’s verdiend. Die zijn overigens keurig overgemaakt.’ LANGE DAGEN

Net als zijn broer twijfelde ook Carel tussen twee studies: Natuurkunde en Geneeskunde. En ook bij hem werd het de artsenstudie. ‘Voor mijn eindexamen kreeg ik van mijn vader een microscoop. Dat gaf het beslissende zetje. En natuurlijk droeg diens achtergrond bij aan de keuze. Tijdens de studie hebben Julius en ik er veel profijt van gehad dat hij praktijk aan huis had als internist. Ik heb daar veel laboratoriumwerk gedaan, eindeloos röntgenfoto’s staan ontwikkelen.’ Deelt Carel de observatie dat beide broers de waarachtige belangstelling voor de patiënt van hun vader meekregen? ‘Ja, dat herken ik. Voor mij zijn daarin

ook de demonstratiecolleges interne geneeskunde van de legendarische professor Borst – de vader van Piet – richtinggevend geweest. Hij legde sterk de nadruk op het persoonlijke contact. Dan wilde hij bijvoorbeeld weten hoeveel kleinkinderen een patiënt had. De sociale kant van het verhaal vond hij minstens zo belangrijk als de wetenschappelijke kant. Zijn colleges, elke zaterdag van half negen tot half een, waren zo imposant dat ook studenten van de VU aanschoven. Zo heeft Borst een hele generatie artsen die betrokkenheid bij de patiënt bijgebracht.’ De opleiding tot internist volgde Carel in het Binnengasthuis (BG). ‘Toen ik eenmaal internist was, specialiseerde ik mij in longziekten, het interessegebied van professor Van Leeuwen, een van Borsts opvolgers. Dat deed ik in het Wilhelminagasthuis (WG) bij Ab Groen. Ik werd daar staflid, zaalchef en hoofd van de longfunctie en tegelijk ook consulent longziekten en hoofd van de longfunctie in het BG. Daarmee had ik twee functies, met veel verantwoordelijkheden. Iemand aan de beademing leggen, dat gebeurde gewoon op de ziekenzaal, waar 22 patiënten lagen. Het was hard werken, lange dagen maken, maar altijd met veel plezier. Behalve dan sommige managementtaken – die hoorden erbij, maar je hebt niet gestudeerd om veel te vergaderen.’ Na de verhuizingen van het BG en het WG werkte Carel tot zijn pensionering in het AMC. Onderwijs is een rode draad in zijn loopbaan. ‘De laatste tien jaar voor mijn pensioen was ik coördinator van het blok ademhaling in de UvA-opleiding Geneeskunde. Daarin komt van alles samen: longziekten, KNO, anatomie, histologie, virologie. Ik had de organisatorische verantwoordelijkheid maar gaf ook colleges, over de pathofysiologie van de longen, het beeld

‘De waarachtige belangstelling voor de patiënt en de gecommitteerdheid die daarbij hoort, hebben wij beiden van onze vader meegekregen’ van die organen bij de zieke patiënt. Daarnaast was ik verantwoordelijk voor de paramedische opleiding tot longfunctieanalist. Met twee collega’s kregen we voor elkaar dat dit een gecertificeerde hbo-opleiding werd. Het enige onderwijs waaraan ik nu nog actief bijdraag, is de pathofysiologie rond aandoeningen als astma en COPD in de verplichte bijscholing fysiotherapie.’ Dat Carel als student voor de UvA koos, was vanzelfsprekend. ‘Wat Amsterdam en de UvA betreft zijn we heel eenkennig. Daar heb ik overigens nooit spijt van gehad. Ik voel me Amsterdammer in hart en nieren – al is het tegenwoordig niet altijd een onverdeeld genoegen om in de binnenstad te wonen. Daarom is


14 VOETSPOREN

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

Anne Roos in het restauratieatelier

1911-1957

Meik de Swaan

FAMILIE DE SWAAN 1909-1995

Henny Roos

1946-2010

Carrie de Swaan 1973

1942

Abram de Swaan

PSYCHOLOGIE 1966

ALGEMENE POLITIEKE EN SOCIALE WETENSCHAPPEN CUM LAUDE 1973

PROMOTIE CUM LAUDE

‘Ik verbaasde mij soms over medestudenten die meer met het uitgaans- en studentenleven bezig waren dan met studeren’ het ook zo fijn dat mijn vrouw en ik kunnen vluchten naar ons huis in Frankrijk, in een landelijk gebied net over de Belgische grens. Goed voor de rust en we kunnen ons uitleven in de boomgaard en de moestuin. Ik heb altijd veel belangstelling gehad voor de natuur, en voor wat de Fransen noemen, bricolage. Lekker sleutelen aan dat lemen huis, het leidingwerk doen. Als arts ben je tenslotte ook een soort loodgieter. Ik doe alles zelf, behalve het dak, sinds ik een keer drie meter naar beneden ben gevallen.’ OPENBAAR VERVOER

Carels vrouw Saskia Verbruggen studeerde Kunstgeschiedenis en volgde later een opleiding Boek- en papierrestauratie. Zij werd zelfstandig restaurator voor musea, archieven en particulieren. Ze kennen elkaar al vanaf het Amsterdams Lyceum. ‘Vorige week vierden we ons vijftigjarig huwelijk, maar we hebben al 58 jaar een relatie’, zegt Carel. ‘Dan helpt het als je overeenkomstige belangstellingen hebt.’ Dochter Anne studeerde Geschiedenis. ‘Met die studie dacht ik de journalistieke kant op te gaan, wat uiteindelijk niet is gebeurd. Ik was een serieuze student en verbaasde mij soms over medestudenten die meer met het uitgaans- en studentenleven bezig waren dan met studeren. Ik had een brede interesse en volgde vakken over Joodse geschiedenis, religie,

paleografie en geschiedenis van Oost-Europa. Een van mijn favorieten was hoogleraar Oude geschiedenis Fik Meijer, hij kon fantastisch en inspirerend vertellen.’ Met collega-historici onderzocht Anne onder meer het gebruik van fotografie door de Amsterdamse politie en ontsloot het fotoarchief daarvan. ‘Maar gaandeweg ontdekte ik dat ik toch meer praktisch bezig wilde zijn. Ik assisteerde al regelmatig mijn moeder en ben toen steeds meer die richting op gegaan. Zij deed voornamelijk restauratie van prenten en tekeningen, ik ben me gaan toeleggen op boekrestauratie, waarvoor ik ook een vakopleiding heb gevolgd. Samen werkten we voor archieven en musea, zoals het Stadsarchief, het Joods Historisch Museum en het Rembrandthuis. Mijn moeder is inmiddels gestopt, ik heb haar restauratieatelier overgenomen. Bij ingewikkelde restauraties werken we nog steeds samen en kan ik haar ervaring en expertise goed gebruiken. Bijscholen doe ik nog ieder jaar aan de UvA, tijdens de summerschool History of Books.’ Haar broer Martijn heeft niet gestudeerd, maar is volgens Anne wel de grootste professor uit de familie. ‘Hij is autistisch en heeft sinds zijn jeugd een passie: het openbaar vervoer. Vooral van het Amsterdamse ov weet hij alles. Hij was er als een van de eersten bij toen de Noord/Zuidlijn eindelijk ging rijden.

Hij reist ook door Europa om het ov in andere steden te bestuderen. Zijn huis is net een bibliotheek en archief.’ WIEG

De naar zijn grootvader vernoemde Calmer, zoon van Julius, studeerde Natuurkunde. ‘Ik ben meer geïnteresseerd in fundamentele dan in praktische vraagstukken. Als kind lag ik wakker van vragen over het bestaan van de fysieke werkelijkheid.’ Calmer junior begon ooit met Muziekwetenschap, maakte uitstapjes naar sociologie, economie en politicologie en studeerde af op de toepassing van differentiaalvergelijkingen in de optietheorie. Hij werkt als kwantitatief onderzoeker op het gebied van derivaten en financiële markten. ‘Maar ik geef ook lezingen over opera’s, de Opera Sessies, met als thuisbasis VondelCS. Het fundament van de studie Natuurkunde is waardevol voor mij – ik zou het zeker weer doen. De manier van denken en doen is nog steeds de mijne.’ Ter herinnering aan Calmer senior is de Dr. C.J. Roosstichting opgericht, die klinisch patiëntgebonden onderzoek stimuleert en jaarlijks in samenwerking met de Nederlandse Internisten Vereniging prijzen uitreikt voor de drie beste klinische proefschriften op het gebied van de interne geneeskunde. In de jury zit, naast Julius, onder anderen voormalig AMCvoorzitter Marcel Levi. De zus van Calmer senior, Henny, ontpopte zich tot een bekend feministe. Zij stond later bekend als de ‘grootmoeder van de vrouwenbeweging’. Henny trouwde met Meik de Swaan en kreeg twee kinderen, die beiden aan de UvA studeerden. Dochter Carrie studeerde Psychologie en werd documentairemaker, zoon Abram ontwikkelde zich tot een gerenommeerd socioloog – hij is emeritus-universiteitshoogleraar aan de UvA en publiceert over uiteenlopende onderwerpen. De neven Abram en Julius schelen slechts enkele maanden en lagen als baby’s bij elkaar in de wieg. ‘Wij hebben daar belangrijke informatie uitgewisseld’, aldus Abram de Swaan. •


15

PROEFSCHRIFT

DISCIPLINE ZONDER DISCIPLINE

tekst • Robin van Wechem

het afbakeningsproces van het onderzoeksobject. Toen Andragologie in 1970 vervolgens tot wetenschap werd gepromoveerd, was dat eigenlijk te vroeg. Daarnaast veranderden de eisen voor wetenschappelijk onderzoek. Publicaties en citatiescores werden na 1970 steeds belangrijker, de relevantie van wetenschap moest duidelijk zijn. Iets vergelijkbaars gold voor maatschappelijk werk. Om de kosten te kunnen beheersen, moesten de opbrengst en effectiviteit van hulpverleWat was andragologie? ning worden bewezen. Nog een andere oorzaak is het ‘Het uitgangspunt van oprichter Tonko ten Have, wetenschapper in Groningen en daarna aan de UvA, was dat andragologie de deskundige gebrek aan een internationale evenknie van andragologie. Als wetenschap heeft het alleen in Nederland hulpverlening aan en vorming van volwassenen zou bestuderen. Die bestaan.’ brede definitie bleek problematisch. Ten Have vond bijvoorbeeld dat volwasseneneducatie, maatschappelijk werk, reclassering en gezinszorg Was de nauwe verbinding tussen de maatschappij allemaal onder andragologie vielen. Dan krijg je een heel breed specen de mens als studieobject niet lastig voor trum aan onderzoeksgebieden. Alleen al bij hulpverlening stuit je op moeilijke vragen naar de aard en fasen van een interventie, de persoon- andragologie als wetenschap? lijke achtergrond van hulpverlener en cliënt, maar ook de morele vraag ‘Dat klopt. Andragologie ging ook over de maatschappelijke context waarin mensen werden geholpen. Dat naar de wenselijkheid van ingrijpen in het leven van anderen.’ is een nogal verwarrend gegeven, omdat die maatHoe gingen de pioniers van deze studie met die brede definitie om? schappelijke context en het oordeel over de legitimiteit ‘Iedereen nam een stukje van het veld dat hij of zij interessant vond en van ingrijpend handelen veranderlijk is. Doordat andragologie in het verdomhoekje is geraakt, blijven verklaarde dat tot de ware andragologie. Dat gebeurde allerminst in harmonie, onderzoekers vochten elkaar de tent uit. Het gebrek aan consensus onder andragologen is er nog steeds. De reacties op mijn ‘HET WAS EEN ENORME boek zijn vaak in de trant van “leuk dat je dit hebt opgeschreven, maar mijn ervaring is heel anders”. Het punt waar wel overeenstemming over TELEURSTELLING DAT DE is, is dat de vormgeving van mijn boek zo mooi is.’ STUDIE WERD OPGEHEVEN’

ANDR AGOLOGIE MOCHT ZICH IN 1970 OFFICIEEL EEN WETENSCHAP NOEMEN, DERTIEN JA AR L ATER WERD DE STUDIE ALWEER OPGEHEVEN. MA AIKE DE BOOIS ONDERZOCHT WA AROM. ‘STEEDS KEERDE DE VR A AG TERUG WA AR ANDR AGOLOGIE NOU PRECIES OVER GA AT.’

MAAIKE DE BOOIS – 1975 • 1994-1997 studie Nederlandse taal- en letterkunde, UvA • 1997-2000 lerarenopleiding Nederlands, HvA • 2003-2006 master Sociologie, UvA • 2004-2010 projectmanager en docent, Hogeschool Utrecht • 2013-heden voorzitter accreditatie Hoger Onderwijs, NederlandsVlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) • 2014-2018 lectoraat ‘Werken in justitieel kader’, Hogeschool Utrecht • 2016-2018 beleidsmedewerker Kwaliteitszorg Onderzoek, Hogeschool Utrecht • 2018-heden voorzitter Kring van Amsterdamse Sociologen (alumnikring binnen AUV) • 2018-heden regiosecretaris, Reclassering Nederland • 2018 promotie op proefschrift Discipline zonder discipline. De opkomst en opheffing van andragologie 1950-1983 (UvA)

Waarom is andragologie dan toch een wetenschap geworden? ‘Andragologie werd sinds 1960 aangeboden aan de UvA, op basis van een gemeentelijke verordening. In die tijd besloot de gemeente Amsterdam over het studieaanbod op de universiteit. Later volgden Groningen, Nijmegen, Leiden en Utrecht met eigen varianten van de opleiding. Na tien jaar, in 1970, besloot het Ministerie van Onderwijs dat Andragologie zou worden ingeschreven in het Academisch Statuut van Nederland, waarmee het officieel een wetenschap werd. Dat was voornamelijk omdat de opleiding al breed werd aangeboden en men er potentie in zag.’

interessante thema’s nu onderbelicht, zoals de relatie tussen hulpverlener en cliënt. Een onderwerp waar Andragologie zich over had kunnen uitspreken, is bijvoorbeeld de huidige nadruk op zelfredzaamheid in de zorg.’

Hoe heeft u het onderzoek gedaan? ‘Ik heb voornamelijk archieven bestudeerd en die aangevuld met interviews met oud-hoogleraren, oudstudenten en oud-medewerkers van het IWA (Instituut voor Wetenschap der Andragogie). Ten Have heeft een groot archief van zes tot acht meter achtergelaten in Was Andragologie aan de UvA anders dan aan andere Groningen. Op de UvA was zestien meter aan docuuniversiteiten? menten gewoon in het toenmalige gebouw aan de ‘De opleiding aan de UvA was de grootste in Nederland. Van de in Narwal neergezet. Het was een enorme teleurstelling totaal drieduizend afgestudeerde andragologen kwam de helft van de dat de studie werd opgeheven en niemand heeft toen UvA. Het curriculum verschilde per universiteit. In Groningen was organisatieverandering bijvoorbeeld een vak. Aan de UvA was dat echt de moeite genomen daar een archief van te maken. Ik trof in die berg documenten futiliteiten aan zoals een vies woord, veel te kapitalistisch.’ vergaderverslagen over de aanschaf van een koffiezetapparaat, terwijl de officiële brief over de opheffing Toch werd de wetenschap in Nederland in 1983 weer opgeheven. ontbrak. Het was interessant dat in allerlei notulen de Hoe kan dat? vraag steeds terugkeerde waar andragologie nou precies ‘Er zijn verschillende oorzaken die onderling samenhangen. Het over gaat. Daar is eigenlijk nooit overeenstemming gebrek aan consensus bij de oprichters werd versterkt door de luide over geweest.’ • roep om inspraak van studenten in die tijd. Die combinatie verlamde


16 UVA-COLLECTIES

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM HERBERGT MEER DAN DUIZEND DEELCOLLECTIES MET ACADEMISCH ERFGOED. VAN ZELDZAME EN KOSTBARE BOEKEN, MANUSCRIPTEN, K A ARTEN, PRENTEN EN FOTO’S TOT ANATOMISCHE PREPAR ATEN OP STERK WATER EN HISTORISCHE COMPUTER APPAR ATUUR. SPUI BIEDT EEN INKIJK JE IN DE EIGEN COLLECTIES EN IN MATERIA AL IN BRUIKLEEN DAT A AN DE UVA WORDT TENTOONGESTELD.

CLYDE! Denk je nog wel eens aan de OMHP?... Zend ons je adres, we hebben zo veel te zeggen.

TOPSTUK

het Koninklijk Paleis op de Dam, naar aanleiding van de Inter-

worden lezingen, presentaties en workshops georganiseerd.

national Conference on the History of Cartography (ICHC).

Ook staan tentoonstellingen in de Bijzondere Collecties,

Dit zeventiende-eeuwse overzicht van de vier ontwikke-

Het is het topstuk van een expositie van cartografische

het Scheepvaartmuseum en het Amsterdamse Stadsarchief

lingsstadia van de stad Amsterdam is door verschillende

hoogtepunten uit de Bijzondere Collecties van de Universiteit

op het programma en zijn er excursies naar Den Haag en

kaartmakers uitgegeven. Het kwartet was bijzonder populair

van Amsterdam. In nauwe samenwerking met de Koninklijke

Leiden. De organisatie van het ICHC 2019 is in handen van

en werd telkens weer door andere cartografen geïmiteerd.

Bibliotheek in Den Haag wordt tevens een boek geprodu-

een kernteam van UvA-medewerkers en vrijwilligers van het

Dit exemplaar draagt het signatuur van Frederick de Wit

ceerd over de geschiedenis van Nederland aan de hand van

onderzoeksproject Explokart, onder voorzitterschap van

(1630-1706) en bevindt zich in een achttiende-eeuwse atlas

honderd oude kaarten.

Bram Vannieuwenhuyze, bijzonder hoogleraar Historische

van de gebroeders Ottens, die in totaal bestaat uit zeven

Het ICHC is een tweejaarlijks evenement dat sinds de jaren

cartografie aan de UvA.

kolossale delen. Het is een van de spectaculairste stukken uit

zestig plaatsvindt in steden overal ter wereld. Van 14 tot en

de verzameling atlassen van de Bijzondere Collecties.

met 19 juli treffen de naar verwachting honderden deelne-

Voor meer informatie en inschrijvingen: ichc2019.amster-

In de zomer van 2019 wordt het kwartet tentoongesteld in

mers elkaar in het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Daar

dam, explokart.eu en bijzonderecollecties.uva.nl.


UVA IN BEWEGING INSTROOM EERSTEJAARS GROEIT

De instroom van nieuwe bachelorstudenten aan de UvA is dit studiejaar opnieuw toegenomen. Met 6.779 nieuwe eerstejaars bij de bacheloropleidingen tegenover 6.263 in het studiejaar 2017-2018 gaat het om een toename van acht procent. De instroom in de masterfase is gestegen met vier procent: 5.578 dit studiejaar tegenover 5.348 vorig jaar. Het totale aantal ingeschreven studenten aan de UvA is met vijf procent gestegen naar 34.183; vorig jaar waren er in totaal 32.594 ingeschrevenen. Het betreft de voorlopige cijfers per oktober 2018. In februari 2019 zijn de definitieve cijfers bekend.

voor samenwerking en multidisciplinariteit: de code houdt rekening met de verschillen tussen (onderzoeks-)instellingen. Verder zijn onder meer de zorgplichten voor de instellingen nieuw in deze gedragscode.

QUANTUMKLOKKEN WORDEN KLEINER EN NAUWKEURIGER DAN OOIT

IqClock, een Europees consortium geleid door UvAnatuurkundige Florian Schreck, gaat innovatieve quantumklokken bouwen op basis van de nieuwste ontwikkelingen in de quantummechanica. Hiertoe

UVA 62STE IN THE WORLD UNIVERSITY RANKINGS

De UvA staat op een wereldwijde 62ste plaats in de Times Higher Education World University Rankings 2018-2019, die in september werd gepubliceerd. De UvA daalt daarmee drie plekken ten opzichte van vorig jaar. In totaal staan er zeven Nederlandse universiteiten in de top-100. De UvA is dit jaar de op twee na hoogst genoteerde Nederlandse universiteit in de ranking. De Nederlandse nummer 1 en 2 zijn respectievelijk TU Delft (58ste) en Wageningen University & Research (59ste). De nummer 1 van de wereld is de University of Oxford, gevolgd door de University of Cambridge en Stanford University op achtereenvolgens plaats 2 en 3.

FINANCIËLE ONDERSTEUNING VOOR ONDERZOEK NIEUWGRIEKSE STUDIES

De Stichting Aikaterini Laskaridis financiert de komende jaren onderzoek aan de Faculteit der Geesteswetenschappen op het gebied van Nieuwgriekse studies. Door jaarlijks een of twee wetenschappers uit te nodigen ondersteunt de stichting het werk van de Marilena Laskaridis-leerstoel, waarop Maria Boletsi als hoogleraar is benoemd. Met de onderzoeksplaatsen wil de stichting de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek van Nieuwgriekse studies aan de UvA versterken en de wetenschappelijke samenwerking en uitwisseling in internationaal perspectief bevorderen. De UvA is de enige universiteit in Nederland waar de Nieuwgriekse taal en cultuur bestudeerd worden.

NIEUWE GEDRAGSCODE WETENSCHAPPELIJKE INTEGRITEIT

Er is een nieuwe versie van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit gelanceerd. De gedragscode, die al sinds 2004 bestaat, is grondig herzien en verbreed. Onder meer is bepaald dat bij een veronderstelde schending van wetenschappelijke integriteit alle onderzoeksgegevens en/of onderzoeksdata beschikbaar worden gesteld voor controle. De nieuwe gedragscode is zo geschreven dat deze van toepassing kan zijn op zowel het publieke als het publiek-private wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Ook wordt nadrukkelijk ruimte geboden

17 STUDENTENKAMERS IN OUDEMANHUISPOORT

In opdracht van de UvA heeft studentenhuisvester DUWO tachtig tijdelijke studentenkamers gerealiseerd in de Oudemanhuispoort. Sinds de verhuizing van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid naar de Roeterseilandcampus is de Oudemanhuispoort momenteel slechts deels in gebruik voor onderwijs. Om een bijdrage te leveren aan een oplossing voor het kamertekort besloot de UvA het overige deel tijdelijk te bestemmen voor studentenhuisvesting, waarvoor DUWO in de arm werd genomen. Vanaf 2021 wordt het complex verbouwd voor de huisvesting van onder andere de Faculteit der Geesteswetenschappen.

ACTIEWEEK TEGEN BEZUINIGINGEN

ontvangt het consortium, waarin kennis uit de wetenschap en het bedrijfsleven samenkomt, tien miljoen euro uit het Quantum Flagship-programma van de Europese Unie. De optische atoomklokken zullen ongekend precies zijn en klein genoeg om gemakkelijk te vervoeren. Op die manier komen tal van technologische en wetenschappelijke toepassingen binnen handbereik en zal bijvoorbeeld de manier waarop geologen de aarde meten revolutionair veranderen. Op dit moment zijn optische atoomklokken de meest nauwkeurige meetinstrumenten. Deze hebben twee nadelen: ze zijn zeer moeilijk te maken en ze zijn enorm groot, zwaar en niet erg stevig.

MONDZORG STEEDS MINDER TOEGANKELIJK

Decaan Albert Feilzer van ACTA maakt zich ernstig zorgen over de toegankelijkheid van de mondzorg in Nederland. Hierover stuurde hij een brief aan de voorzitter van de vaste kamercommissie VWS, die hij vervolgens mondeling heeft toegelicht aan de Eerste en Tweede Kamer. Feilzer roept de minister op om twee voorstellen in samenhang te bekijken: de voorgenomen uitbreiding van bevoegdheden van mondhygiënisten en het voorstel om het aantal opleidingsplaatsen voor Tandheelkunde te verhogen. Het voornaamste bezwaar tegen beide voorstellen is dat zij voorbijgaan aan het werkelijke probleem: de toenemende ontoegankelijkheid van de mondzorg. Een groeiend aantal minder draagkrachtigen ziet namelijk af van tandartsbezoek, omdat de kosten daarvan niet of nauwelijks in de basisverzekering zijn opgenomen. Ook bezoeken steeds meer ouderen de tandarts niet, om financiële redenen of vanwege verminderde mobiliteit. Terwijl goede mondgezondheid van groot belang is voor de algemene gezondheid van de mens. Zo is bijvoorbeeld samenhang met hart- en vaatziekten en diabetes aangetoond.

Aan bijna alle Nederlandse universiteiten werd eind september actie gevoerd tegen de bezuinigingen op het wetenschappelijk onderwijs. WOinActie-initiatiefnemer en hoogleraar Computationele en digitale geesteswetenschappen Rens Bod opende de actieweek aan de UvA, waarna bestuursvoorzitter Geert ten Dam een column voordroeg over de financiering van het onderwijs. Vervolgens sprak ASVA-voorzitter Alba van Vliet en hield hoogleraar Mediastudies Mark Deuze een openluchtcollege ‘Living Information’.

AMSTERDAM YOUNG ACADEMY VOOR VRIJ, INTELLECTUEEL DEBAT

UvA en VU hebben een nieuw platform voor talentvolle jonge wetenschappers: de Amsterdam Young Academy (AYA). AYA begint met dertig leden en moet een nieuw onafhankelijk platform worden waar talentvolle jonge wetenschappers van UvA en VU elkaar ontmoeten en visies ontwikkelen op wetenschap en maatschappij. Vijf Amsterdamse (ex-)leden van De Jonge Akademie van de KNAW namen het initiatief: Kristine Steenbergh (VU), Rens Vliegenthart (UvA), Sjoerd Repping (AMC/UvA), Hilde Geurts (UvA) en Jeroen de Ridder (VU). Zij vonden dat Amsterdam in navolging van andere steden een eigen jonge academie verdiende. Een plek waar het vrije intellectuele debat centraal staat, met een onafhankelijke en opiniërende rol. Een platform dat tevens de samenwerking tussen UvA en VU en tussen de twee universiteiten en de stad Amsterdam wil bevorderen.

AI-LAB IN SAMENWERKING MET ELSEVIER

Het Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI) en uitgever Elsevier openen op Amsterdam Science Park samen het Elsevier AI Lab. Het lab is een krachtenbundeling tussen wetenschap en bedrijfsleven en versterkt de positie van Nederland op het gebied van kunstmatige intelligentie. ICAI is een nationaal initiatief gericht op gezamenlijke ontwikkeling van technologie tussen universiteiten, bedrijfsleven en overheid. Deelnemers in ICAI zijn naast de UvA: de Vrije Universiteit Amsterdam, Ahold Delhaize, Bosch en Qualcomm.


18 LOOPBAAN tekst • Han Ceelen beeld • Kees Hummel

SUZANNE – 1989 • 2006-2012 Italiaanse taal en cultuur, UvA

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

POLITIEMA WORDEN AA

• 2009 stage bij Amnesty International • 2010-2012 master Journalistiek, VU • 2013-2016 recherchekundige, District Rotterdam • 2016-heden recherchekundige, Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum

Zich inzetten voor de maatschappij, dat idee zat er bij Suzanne diep in. Na een studie Italiaans kwam ze via een instroomklasje als recherchekundige bij de politie terecht. De open houding van de politieorganisatie beviel haar. ‘Ze kozen ervoor om linkse types als wij binnen te halen, dat vond ik bijzonder.’ Als dochter van een hoge militair was Suzanne (haar achternaam publiceren we op haar verzoek niet) al vroeg vertrouwd met het uniform. Maar dat ze het zelf ooit zou aantrekken, had ze nooit gedacht. ‘Wij waren zeker geen typisch militair gezin. Mijn moeder was links, er werd gediscussieerd, er was veel aandacht voor kunst en cultuur.’ Mede vanuit die culturele interesse koos ze na het gymnasium in Hoorn (met zes talen) voor een studie Italiaans aan de UvA. Niet om later leraar of vertaler te worden. Maar gewoon omdat ze het leuk vond, en de taal zag als een goede vaardigheid. Haar studie bleek vanaf dag een de juiste keus. ‘Ik leerde veel waar ik nog dagelijks wat aan heb. De taal zelf, maar ook bepaalde waarden die je in de humanistiek meekrijgt, verbanden leggen tussen middeleeuwse literatuur en het heden, en het je kunnen bewegen tussen verschillende culturen. Pas door de onderdompeling in de Italiaanse cultuur realiseerde ik me hoe Nederlands ik zelf was.’ Ook schrijven en onderzoek doen, lagen haar goed. Daarbij zocht ze vaak ‘de rafelranden’ op. Ze schreef papers over Italiaanse (politieke) criminaliteit en onderzocht mensenrechtenschendingen tijdens een stage bij Amnesty

International. Een tijdje overwoog ze een carrière in de journalistiek, waarvoor ze een eenjarige master deed aan de VU. Maar uiteindelijk bleek dit toch niet het juiste pad. ‘De VU beviel me niet, en de journalistiek uiteindelijk ook niet. Ik vond het te competitief, en ik vond de commerciële invloed op het werk te groot.’ Na haar afstuderen wees een kennis haar op de mogelijkheid om bij de politie in te stromen als recherchekundige. Deze functie, waarvoor minimaal een hboopleiding is vereist, werd in het leven geroepen na de Schiedammer parkmoord (2000). Hierbij was door tunnelvisie de verkeerde verdachte veroordeeld. Hoogopgeleide recherchekundigen moesten een extra slot op de deur worden om te voorkomen dat zoiets opnieuw zou gebeuren. ‘Toen ik van die vacature hoorde kwam het thuisfront weer om de hoek kijken’, zegt Suzanne. ‘Het idee dat je je moet inzetten voor de maatschappij zat er toch

‘Vroeger hing ik wel eens lam aan de tap, dat kan niet meer’ diep in. Toen heb ik de stap maar gewaagd.’ Wat haar onmiddellijk beviel aan de politieorganisatie was de open houding. ‘In ons instroomklasje zat van alles: veel criminologen en rechtenstudenten, maar ook historici en dramadocenten. Linkse types. Wij zaten daar tegenover ervaren politiemensen over wie mijn vooroordeel was: die stemmen vast allemaal VVD. En toch kozen zij ervoor

SUZANNE

‘Het echte opsporingswerk – actie in de taxi zoals wij dat noemen – is opwindend’ om mensen als wij binnen te halen. Dat vond ik bijzonder.’ Na haar opleiding begon ze bij de districtsrecherche in Rotterdam, waar ze zich bezighield met zaken variërend van zakkenrollen tot woninginbraken en poging tot doodslag. Ook deed ze een ‘blauwe stage’ in uniform. Drie jaar later stapte ze over naar het Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum in Zoetermeer, waaronder ze nog altijd valt. Over de inhoud van haar huidige werkzaamheden kan ze om veiligheidsredenen weinig zeggen, behalve dat ze meer achter haar bureau zit dan vroeger en in een internationale omgeving opereert. ‘Nederlandse criminaliteit bestaat niet. Er is altijd wel een buitenlandse component.’ Wie als academicus bij de politie aan de slag wil, moet daar goed over nadenken, vindt ze. Want de pet past niet iedereen. ‘Het weegt best zwaar op je privéleven. Ik kan mijn partner niet alles vertellen wat ik doe, ik moet letten op mijn socialemediagebruik en op hoe ik me in het

openbaar gedraag. Vroeger hing ik wel eens lam aan de tap, dat kan niet meer. Daarbij kan de politie echt een bolwerk zijn, daar moet je tegen kunnen. Ik ken collega’s die terechtkwamen op een afdeling waar ze zeiden: zo doen we dat hier al dertig jaar. Die liepen vast.’ Ook de slechte betaling is voor sommigen een reden om af te haken. ‘Eigenlijk mag ik daar niet over klagen, omdat de collega’s op straat pas echt slecht betaald krijgen. Maar ook voor ons is het geen vetpot. Toen ik net afgestudeerd was, was het crisis en was ik blij dat ik een baan had. Nu merk ik dat studiegenoten veel meer verdienen dan ik.’ Maar daar staan volgens haar veel voordelen tegenover. ‘Je krijgt vrijheid en kansen. En het echte opsporingswerk – actie in de taxi zoals wij dat noemen – is opwindend. Dat mis ik ook wel. Voorlopig zit ik hier nog goed, maar in de toekomst wil ik weer de straat op.’ •


19

AN/VROUW AN DE UVA

MENNO HELVENSTEIJN – 1968 • 1989-1996 Politicologie, UvA • 1997-2002 projectleider, adviseur stadsdeel Bos en Lommer • 2002-2004 adviseur ministerie van Landbouw, Natuurbeheer & Visserij • 2005-2008 adviseur Unit Luchtvaartpolitie, Korps Landelijke Politiediensten • 2008-2009 consultant bij Atos Consulting • 2009-2012 toezichthouder stichtingen Caribisch Nederland, ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties • 2016-heden alliantiemanager Politie Landelijke Eenheid

MENNO HELVENSTEIJN

‘Criminaliteitsbestrijding is een kat-en-muisspel, het houdt nooit op’ Zijn praktische instelling en organisatorisch talent zet Menno Helvensteijn in bij criminaliteitsbestrijding in de financiële sector. ‘Wat me bij de politie meteen aansprak, is de enorme wens van politiemensen om met het goede bezig te zijn.’ Op de lagere school droomde Menno Helvensteijn van een loopbaan als archeoloog. Graven, dat leek hem leuk. Maar toen hij na het vwo echt voor de keuze stond, koos hij toch voor Politicologie. ‘Ik heb in een studiegids eerst alles doorgestreept wat ik niet wilde doen. Daarna alles waar ik weinig beroepsperspectief in zag. Toen was dit een van de weinige dingen die overbleef.’ Helvensteijn groeide op in het NoordHollandse Schoorl, en was de eerste uit zijn familie die ging studeren. Een echte academisch onderzoeker school er niet in hem, ontdekte hij al snel. Hij was meer een regelaar, iemand die het

leuk vond om dingen te organiseren en mensen bij elkaar te brengen. Om die reden koos hij voor bestuurskunde als afstudeerrichting. Ook bij studievereniging Machiavelli regelde hij er lustig op los, waarop men hem voordroeg voor het faculteitsbestuur. ‘Zo kwam ik in allerlei commissies terecht. Verder was ik veel bezig met muziek. Ik zat in alternatieve rockbandjes. We speelden vooral hard.’ Het belangrijkste dat Helvensteijn door zijn studie ontdekte, was wat hij zijn ‘ontwikkeloriëntatie’ noemt. ‘Bij Politicologie aan de UvA was alles gericht op de vraag: “Hoe zou het moeten zijn?” Terwijl men het aan sommige andere opleidingen, bijvoorbeeld aan de Universiteit Leiden, vooral belangrijk vond om te weten “hoe het is”. Dat verbeteren komt steeds terug in mijn carrière. Ik wil dat dingen vooruitgaan, heb een hekel aan pappen en nathouden. Wat ik het liefst doe is de voorwaarden creëren waaronder andere

mensen kunnen gedijen, en mezelf dan overbodig maken.’ Om die reden gedijde Helvensteijn zelf bij het Amsterdamse stadsdeel Bos en Lommer, waar hij na zijn afstuderen aan de slag ging als ambtenaar. Hij stilde er zijn regelhonger met allerlei klussen ‘waarvoor niet echt een functietitel te bedenken was, maar die meestal iets te maken hadden met projectmanagement’. Later, als consultant en als adviseur en toezichthouder op de ministeries van Landbouw en Binnenlandse Zaken, voelde hij zich minder gelukkig. ‘Op de ministeries was het vooral op de winkel passen, en in de consultancy draaide alles te veel om geld verdienen. Dat paste allebei niet echt bij mij.’ In 2007 begon hij op Schiphol-Oost bij de Unit Luchtvaartpolitie, die ondersteuning levert met helikopters. ‘Met het operationele deel had ik niets te maken. Ik moest de club beter op de kaart zetten en zorgen dat het een

‘Het zou goed zijn als er een politie-opleiding op universitair niveau kwam’ landelijke operatie werd. Wat me meteen aansprak, is de enorme wens van politiemensen om met het goede bezig te zijn. En niet, zoals ik op ministeries vaak zag, het uit de wind houden van bewindspersonen.’ Na drie jaar was Helvensteijns belangstelling voor het politiewerk voldoende gewekt om in 2015 – na een periode als

huisvader – opnieuw bij de organisatie te solliciteren. Dit keer betrof het een functie die tot doel had de samenwerking tussen de politie en de financiële sector te bevorderen, met het oog op criminaliteitsbestrijding. ‘Deze baan wilde ik echt,’ zegt hij. Na een selectieen screeningperiode van driekwart jaar werd hij verkozen uit zeventig kandidaten. Ook in zijn huidige baan vervult Helvensteijn zijn geliefde rol van ‘pionier, regelneef, oliemannetje, aanjager en diplomaat’. Hij zit geregeld om de tafel met financiële instellingen en partijen als het OM, de FIOD en het ministerie van Justitie en Veiligheid. ‘Het komt vaak voor dat professionals uit de private sector kennis hebben van iets wat niet in de haak is, maar waar ze zichzelf niet mee kunnen blootgeven. Dan kan ik ze doorverwijzen naar ons Team Criminele Inlichtingen, waar mensen wettelijk afgeschermd en anoniem hun verhaal kwijt kunnen.’ Overgekwalificeerd voelt hij zich allerminst. ‘De politie is inderdaad vooral een mbo-organisatie. Maar met name financiële criminaliteit, zoals fraude en witwassen, wordt steeds complexer. Daar gaan vele miljarden in om en dat mensen daarmee wegkomen, ondermijnt de rechtsstaat. Daar moet je als samenleving een antwoord op verzinnen, en daarvoor heb je hooggekwalificeerde mensen nodig. Ik denk dat het goed zou zijn als er een politieopleiding op universitair niveau zou komen.’ Zichzelf overbodig maken bij de politie wordt lastig, beseft Helvensteijn. ‘Er zijn altijd wel weer etters die iets gaan uitproberen. Criminaliteitsbestrijding is een kat-en-muisspel. Het houdt nooit op.’ •


20 WETENSCHAP

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

tekst • Machteld Vos illustratie • Mattmo

‘OGENSCHIJNLIJK ONGEVAARLIJKE MIDDELEN KUNNEN HEEL GEVAARLIJK ZIJN VOOR OUDEREN’ Onafhankelijk en zelfredzaam blijven, dat is voor de meeste ouderen het belangrijkste. Twee specialisten van AMC-UvA onderzoeken daarom de schadelijke bijwerkingen van medicijnen bij ouderen, zoals verwardheid en vallen, die een zelfstandig leven in de weg kunnen staan. De studies worden deels gefinancierd met geld van de zusters Dalderup. Zij stelden bij het Amsterdams Universiteitsfonds een Fonds op Naam in. Aan de UvA vinden twee grote onderzoeken plaats naar de effecten van medicijngebruik bij ouderen. Hoogleraar Geriatrie in het AMC en hoofd Geriatrie van het UMCG Sophia de Rooij bekijkt de effectiviteit van slaapmiddel Temazepam en dat van het hormoon melatonine bij de behandeling van slaapproblemen in het ziekenhuis. Haar collega Nathalie van der Velde, hoofd geriatrie in het AMC, leidt een studie naar medicatiegerelateerd vallen bij ouderen. Beide onderzoeken krijgen financiële steun vanuit het Clementina Brigitta Maria Dalderup Fonds. ‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in veroudering en dan met name in de effecten van een acuut probleem of een acute ziekte bij ouderen’, zegt Sophia de Rooij. ‘Het trof me dat ouderen in het ziekenhuis vaak medicijnen krijgen die veel bijwerkingen hebben, zoals geheugenproblemen, valpartijen en verwardheid. Vaak gaat dat om middelen waarvan de werking eigenlijk nooit goed is onderzocht bij ouderen zelf.’ De Rooij begon zich, vanuit haar belangstelling voor acute verwardheid, delier genoemd, te verdiepen in de behandeling van slaap. Veel ouderen die in het ziekenhuis worden opgenomen na een acute ziekte, krijgen last van slaapproblemen. Om hen goed te laten slapen wordt standaard een benzodiazepine, meestal het

middel Temazepam, voorgeschreven. ‘Nadat we dat netjes en systematisch zijn gaan onderzoeken, bleek dat er geen enkel bewijs was voor de werking van Temazepam bij deze groep patiënten. Terwijl inmiddels steeds duidelijker wordt dat dit soort middelen heel vervelende bijwerkingen kunnen hebben.’ Temazepam kan onder andere leiden tot sufheid, vermoeidheid, geheugenproblemen en vallen. Eerder had De Rooij in het AMC onderzoek gedaan naar de behandeling van ouderen met een delier. ‘We lieten toen zien dat de duur van een delier aanzienlijk wordt verkort bij patiënten die het hormoon melatonine krijgen toegediend. Daarna lag het voor de hand om melatonine, een middel dat ons zonder nare bijwerkingen slaperig maakt als het donker wordt, mee te nemen in ons onderzoek naar slaapproblemen in het ziekenhuis.’ Patent Aanvankelijk was de financiering van het onderzoek een probleem. De Rooij: ‘Omdat zowel melatonine als Temazepam niet meer onder patent vallen, is er geen farmaceut die zo’n onderzoek wil financieren. Toen werd ik benaderd door het Amsterdams Universiteitsfonds met de vraag of er toevallig een onderwerp was

op het gebied van medicatie en bijwerkingen dat ik wilde uitzoeken.’ Het onderzoeksgeld dat het universiteitsfonds beschikbaar stelde was afkomstig uit het Clementina Brigitta Maria Dalderup Fonds, een Fonds op Naam van een particuliere schenker (zie kader). Dat resulteerde vorig jaar in de zogenaamde Match-studie (MelAtonin, Temazepam and plaCebo in Hospitalized older patients with sleeping problems), naar de effectiviteit van slaapmedicatie bij ouderen in ziekenhuizen. De studie wordt in vier ziekenhuizen uitgevoerd, waaronder het AMC. De eerste resultaten verwacht de Rooij in 2020. Is het gezien de bijwerkingen niet verbazingwekkend dat Temazepam, sinds het middel eind jaren zestig op

‘ER BLEEK DAT ER GEEN ENKEL BEWIJS WAS VOOR DE WERKING VAN TEMAZEPAM BIJ DEZE GROEP PATIËNTEN’ de markt kwam, nog altijd zo klakkeloos wordt voorgeschreven door behandelaars? ‘Temazepam is het meest voorgeschreven slaapmiddel in Nederland. En als iets heel vaak en lang wordt voorgeschreven, is de drempel om na te denken over het effect op individuele patiënten hoger. Bovendien vragen mensen er vaak zelf om. Het probleem is dat de meeste studies naar de werking van zo’n medicijn, gebruikmaken van testpersonen die deze medicijnen eigenlijk niet nodig hebben: jonge gezonde studenten die tegen betaling aan een trial meedoen. Die resultaten leren ons niets over de effecten van deze middelen op een kwetsbare groep ouderen met een slechte nier- en leverfunctie.’ Net als het onderzoek van De Rooij wordt ook het onderzoek van Nathalie van der Velde mogelijk gemaakt door het Clementina Brigitta Maria Dalderup Fonds. Van der Velde richt zich vooral op medicatiegerelateerd vallen bij ouderen. ‘Vallen is een groot


21

DE MISSIE VAN DE ZUSTERS

probleem dat bij ruim een derde van de ouderen voorkomt. Bij een vijfde lijdt zo’n val tot letsel, de helft daarvan ernstig, zoals een heupfractuur of hersenletsel.’ Valincidenten Het vallen van ouderen heeft meerdere oorzaken, variërend van problemen met mobiliteit tot wisselende bloeddruk. ‘We zien dat negentig procent van de ouderen die een val doormaken, valrisicoverhogende medicatie gebruikt. In het merendeel van de gevallen wordt daar niets mee gedaan.’ Boosdoeners zijn middelen voor hart- en vaatziekten en medicijnen die werken op het zenuwstelsel zoals slaap- en kalmeringsmiddelen, antidepressiva en antipsychotica. Eerder concludeerde Van der Velde in haar promotieonderzoek al dat het aantal valincidenten met twintig tot dertig procent kan verminderen, wanneer het gebruik van bepaalde medicatie wordt verminderd of gestopt. ‘Natuurlijk kan je niet bij iedereen zomaar met alle pillen stoppen, maar eerdere studies hebben laten zien dat je zeker bij de helft van de mensen een wijziging in de medicatie kan aanbrengen. Omdat er bijvoorbeeld een veiliger alternatief is, iemand inmiddels met een lagere dosis toe kan of omdat de indicatie er gewoon niet meer is.’ Het is hierbij van belang dat patiënten goed voorgelicht worden. ‘De manier waarop die educatie het beste kan gebeuren is een de dingen die ik onderzoek. Hoe zorgen we dat de patiënt voldoende informatie krijgt, zodat hij samen met de arts een weloverwogen besluit kan nemen over zijn medicatie?’ Een grote groep ouderen stopt liever met bepaalde pillen als valpartijen daardoor worden voorkomen, zegt Van der Velde. ‘Het eventueel verhoogde risico op een aandoening nemen deze patiënten voor lief. Niet langer leven, zelfs niet minder pijn, maar behoud van functionele onafhankelijkheid en zelfredzaamheid staat bij het merendeel van de ouderen bovenaan.’ Van der Velde wil benadrukken dat niemand zomaar uit eigen beweging kan stoppen met zijn medicatie. ‘Dat moet vanzelfsprekend gebeuren in overleg met de behandelend arts.’ Maar het kan allemaal wel

DALDERUP

worden mogelijk gemaakt Rooij en Nathalie van der Velde De onderzoeken van Sophia de Het is een van de ruim a Brigitta Maria Dalderup Fonds. door de steun vanuit het Clementin ert. Schenkers zijn Amsterdams Universiteitsfonds behe tachtig Fondsen op Naam die het gewerkt hebben, ooit als hebben met de UvA , omdat ze er bijna altijd mensen die een band onden waren of alumni zijn. hoogleraar aan de universiteit verb In opdracht van haar Louise en Clementina Dalderup. Dat is ook het geval bij de zussen in 2014 het erup Dald se Loui da woonde, richtte onlangs overleden zus, die in Cana bijwerkingen van naar nt steu ek erzo Fonds op, dat ond Clementina Brigitta Maria Dalderup geneesmiddelen bij ouderen. jaren vijftig begon de rie’, zegt Louise Dalderup. ‘In de ‘Hoe dit zo kwam, is een lange histo bijwerkingen van het systematisch verzamelen van Groningse huisarts Leo Meyler met m aan bijdragen stroo me enor een bevindingen bracht medicijnen. De publicatie van zijn aan en hij zocht een niet werk dat ler In zijn eentje kon Mey betreffende bijwerkingen voor t. afgerond, bij het werk die een opleiding tot internist had medewerker. Zo raakte mijn zus, betrokken.’ naal naslagwerk voor boekwerk uit tot een internatio Door de jaren heen groeide het onder de naam Meyler’s is lijk anke inmiddels digitaal toeg medicijnen en bijwerkingen dat rp en het feit dat ze es betrokkenheid bij het onderwe Side Effects of Drugs. ‘Clementin van medicijnen wilde blijven zij onderzoek naar bijwerkingen UvA-alumnus is, is de reden dat .’ steunen middels een Fonds op Naam

kritischer, vindt ze. ‘Uiteindelijk is het mijn doel valpreventie te optimaliseren door voor patiënten gepersonaliseerde adviezen te laten ontwikkelen op het gebied van met name medicatie- en hart- en vaatziekten gerelateerd vallen.’ Daarnaast wil Van der Velde, met behulp van het fonds, meer inzicht krijgen in wie exact een groter risico loopt op valpartijen door een specifieke pil. ‘Zo onderzoeken we bijvoorbeeld of bloedspiegels voorspellers zijn van medicatiegerelateerd vallen en of bepaalde genetische varianten voorspellers zijn.’ Dat medicatie zelden wordt aangepast, heeft volgens Van der Velde ten dele te maken met het feit dat het gewoon niet duidelijk is wie er precies valt door welke pil. ‘En ook de gedachte van zowel patiënt als dokter over wat die ene pil precies doet, speelt mee. Daarbij worden over het algemeen de gunstige effecten overschat, terwijl de bijwerkingen, zeker vallen, vaak niet worden herkend.’ Dat laatste onderstreept ook De Rooij: het adagium ‘baat het niet, dan schaadt het niet’, gaat hier niet op. ‘Ogenschijnlijk ongevaarlijke middelen kunnen in werkelijkheid wel degelijk heel gevaarlijk zijn voor ouderen. Dat is de kern die onze beide onderzoeken met elkaar verbindt, naast de steun van het fonds.’ Hoewel De Rooij tegenwoordig het grootste deel van haar tijd in Groningen werkt, loopt ze als hoogleraar nog regelmatig rond in het AMC. ‘Tegenwoordig is er sowieso veel samenwerking tussen de verschillende universiteiten. Zo hebben Nathalie en ik laatst samen een artikel gepubliceerd en heb ik in het AMC nog data liggen die nu door andere onderzoekers wordt gebruikt. Samen moet je het vakgebied vooruithelpen, want er is nog genoeg te ontdekken.’ •

AMSTERDAMS UNIVERSITEITSFONDS Het Amsterdams Universiteitsfonds, door CBF erkend als goed doel, ondersteunt de UvA op financieel vlak met projecten op het gebied van onderwijs, onderzoek en erfgoed. Het vermogen omvat zo’n 25 miljoen euro, bijeengebracht dankzij ruim 2500 donateurs. De grote Fondsen op Naam voldoen aan bepaalde criteria, waaronder een ondergrens van vijftigduizend euro. ‘Deze donateurs hebben vaak een specifiek doel voor ogen dat ze graag willen steunen’, zegt Jochem Miggelbrink, relatiemanager fondsenwerving. ‘Wij gaan dan kijken of er binnen de universiteit op dat moment behoefte is aan zo’n onderzoek. De uiteindelijke match komt vervolgens organisch tot stand en dat werkt vaak twee kanten op. Zo heeft het Dalderup Fonds de artsen De Rooij en Van der Velde geholpen bij het formuleren van hun onderzoeksvraag.’ Miggelbrink: ‘Voor eenmalige en doorlopende giften hebben wij een jaarfondscampagne. Donateurs kunnen jaarlijks kiezen uit vier projecten. Het bedrag dat ze doneren komt dan ook daadwerkelijk op die plek terecht.’

‘Donateurs hebben vaak een specifiek doel voor ogen dat ze graag willen steunen’


22 WETENSCHAP SPUI —

kort nieuws De wetenschappelijke kennis neemt dagelijks toe. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dragen daaraan bij met proefschriften, papers en andere publicaties waarin zij de vruchten van hun arbeid wereldkundig maken. SPUI biedt een selectie van recente resultaten.

Kwetsbaar glaswerk relatief snel te identificeren

Een zeventiende-eeuwse transparante glazen kan die verkleurt in mat poederroze. Dat is een duidelijk teken van glasziekte, waarbij het uiterlijk van glazen objecten verandert als gevolg van chemische degradatie. In samenwerking met het Rijksmuseum

ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE

Organisaties maken proactieve werknemers

ontwikkelde promovendus Guus Verhaar een eenvouWerknemers die net wat meer doen dan van ze dige maar doeltreffende methode om instabiel glas in gevraagd wordt, komen niet op bestelling. Het is museumcollecties op een relatief snelle manier te vooral de organisatie die bepaalt of werknemers identificeren. Als gevolg van chemische degradatiepro‘proactief ’ zijn, aldus Renske van Geffen in haar proef- cessen ‘lekken’ bepaalde ionen – met name natrium schrift. Proactiviteit is het op en kalium – uit het glasnetwerk. Deze ionen vormen eigen initiatief vertonen van vervolgens zouten op het oppervlak van het glas. Met toekomstgericht gedrag om de ion-chromatografie, een veelgebruikt instrument in de werksituatie te verbeteren. Uit analytische chemie, kan de concentratie van deze het onderzoek blijkt dat proac- ionen bepaald worden. Dit blijkt waardevolle infortiviteit kan ontstaan in een matie in de studie van instabiel glas te zijn. omgeving waarbij aan ten minste drie belangrijke voorwaarden is voldaan. Ten eerste is zelfvertrouwen bij de werknemer van essentieel belang. Ten tweede speelt GENEESKUNDE autonomie een grote rol. Ten derde komt het aan op leiderschap. De wisselwerking tussen een manager en Vaker beroepsziekten in lagere de werknemer bepaalt in hoge mate in hoeverre deze werknemer zich proactief opstelt. Daarmee wordt sociaaleconomische beroepen duidelijk dat proactiviteit hoofdzakelijk wordt Werknemers in beroepen met een lagere sociaaleconobepaald door hoe mensen samenwerken. mische positie (SEP) hebben bijna drie keer zo vaak een beroepsziekte. In 2017 werden 4.619 meldingen van beroepsziekten geregistreerd in de Nationale Beroepsziekteregistratie. Daarvan bestond 57 procent uit psychische aandoeningen en 28 procent uit aandoeningen van het bewegingsapparaat. Dit blijkt GEESTESWETENSCHAPPEN uit ‘Beroepsziekten in Cijfers 2018’ van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten / Coronel InstiHanns Rauter, ‘gier uit de Alpen’ tuut voor Arbeid en Gezondheid van Amsterdam De Oostenrijker Hanns Albin Rauter was tijdens de UMC. Bij lagere sociaaleconomische beroepen gaat oorlog als Höherer SS- und Polizeiführer de meest het bijvoorbeeld om risicoberoepen in industrie, gevreesde en gehate nazi in Nederland. De directe bouw en vervoer. Werknemers met een lagere SEP vertegenwoordiger van Heinrich Himmler voerde hebben vaker tijdelijke en blijvende arbeidsongezonder mededogen de politietaken van de bezetter uit. schiktheid door aandoeningen van het bewegingsapOnder vele doodsvonnissen stond zijn handtekening. paraat. Zestig procent van de meldingen van Na de oorlog is er echter weinig aandacht besteed aan werknemers in een hogere SEP heeft te maken met de man met bijnamen als ‘de tweede Alva’ en ‘de gier overspannen zijn of burn-out. Dit aandeel vertoont uit de Alpen’. Theo Gerritse vult deze leemte met de een stijgende trend. eerste volledige biografie over zijn leven: Rauter. Himmlers vuist in Nederland. In zijn proefschrift Seksueel misbruik beschrijft Gerritse het leven van Rauter (1895-1949), lastig aantoonbaar  van zijn geboorte in Klagenfurt (Oostenrijk) tot de Het is moeilijk om seksueel misbruik bij kinderen uitvoering van zijn doodvonnis in de duinen van definitief te kunnen aantonen of uitsluiten. Er bestaat Scheveningen. geen duidelijk klachtenpatroon dat misbruik bij een

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

kind kan identificeren. Wel lijkt het gedrag van het kind tijdens het lichamelijke onderzoek een belangrijk element. Ook het verhaal van het kind en de onthullingen die het zelf doet, zijn waardevol. Dit schrijft Thekla Vrolijk-Bosschaart in haar proefschrift over het herkennen van seksueel misbruik bij kinderen. De promovenda onderzocht de lichamelijke en psychosociale symptomen van seksueel misbruik bij kinderen en werkte mee aan de eerste Nederlandse richtlijn ‘Diagnostiek bij (een vermoeden van) seksueel misbruik van kinderen’. Vrolijk-Bosschaart gebruikte voor haar studie onder andere de dossiers van de kinderen die in 2010 en 2011 op de spoedpoli van het AMC werden gezien vanwege betrokkenheid in de Amsterdamse zedenzaak, waarbij jonge kinderen waren misbruikt op kinderdagverblijven.

Vaccin rotavirus beschermt beter na antibiotica

Een vaccin werkt soms beter als je eerst met antibiotica een deel van de darmflora uitschakelt. Dit ontdekten Vanessa Harris en Bastiaan Haak tijdens een proef met een vaccin tegen het rotavirus, dat jaarlijks 130.000 kinderen in arme landen het leven kost. Het rotavirus veroorzaakt diarree en kinderen overal ter wereld krijgen deze infectie. In ontwikkelingslanden leidt dit tot uitdroging waardoor veel jonge kinderen sterven. Sinds 2001 bestaan er vaccins tegen het virus, maar vooral in arme landen slaat dit bij bijna de helft van de besmette kinderen niet aan. In rijke landen beschermt het middel echter meer dan negentig procent van de kinderen tegen diarree. Goede verklaringen voor dit verschil waren er lange tijd niet. Tot vorig jaar, toen toonden de UvA-onderzoekers voor het eerst aan dat de darmflora van kinderen bij wie het vaccin bescherming bood, andere microben bevat dan die van kinderen bij wie het vaccin niet aansloeg.

MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN

Identificatie verdronken vluchtelingen

Antropoloog en expert forensisch onderzoek Amade M’charek helpt de vissers in Tunesië die omgekomen vluchtelingen een waardig graf willen geven. Het kleine stadje Zarzis aan de zuidkust van Tunesië ligt ongeveer vijftig kilometer van de grens met Libië. Sinds de sluiting van de Balkanroute maken vluchtelingen die Europa proberen te bereiken de gevaarlijke oversteek vanuit Libië. De afgelopen jaren zijn honderden mensen tijdens deze oversteek verdronken en aangespoeld in Tunesië. De stroming drijft hen naar de stranden van Zarzis. M’charek, geboren en


23 getogen in de streek rond Zarzis, doet onderzoek naar forensische identificatie van drenkelingen. Daarnaast heeft zij een stichting opgericht om geld in te zamelen voor een begraafplaats en voor de inrichting van een infrastructuur voor het registreren en identificeren van de onbekende migranten: Stichting Drowned Migrant Cemetery.

Virtuele supermarkt voor diabetici In een supermarkt is het vaak moeilijk gezonde keuzes te maken. Al winkelend word je verleid door de lekkere dingen die worden aangeboden, maar ook door het hongergevoel dat je op dat moment misschien zelf hebt. Voor volwassenen met diabetes is

dit extra moeilijk, want ongezonde keuzes hebben bij hen een nog grotere schadelijke impact op de gezondheid. UvA-wetenschappers gaan een virtuele supermarkt ontwikkelen, speciaal voor mensen met diabetes type 2. Met deze toepassing kunnen gebruikers zichzelf trainen om verleidingen beter te weerstaan en zo gezondere keuzes te maken. Het project wordt gefinancierd door het Diabetes Fonds en ZonMw in het kader van Diabetes Doorbraakprojecten.

Prestatiegedreven leidinggevende vergroot kans burn-out medewerker

Het aantal mensen met een burn-out neemt de laatste jaren steeds meer toe. Bijna een op de vijf werkenden ervaart burn-outklachten. Organisatiepsycholoog Roy Sijbom en zijn collega’s laten in nieuw onderzoek zien dat de doelen die leidinggevenden nastreven van invloed zijn op het ontstaan van burn-out bij medewerkers. Het beter willen presteren dan anderen gaat gepaard met een toename van burn-outs. Uit het onderzoek blijkt dat hoe sterker leidinggevenden gericht zijn op verbetering en ontwikkeling, hoe minder burn-outs worden waargenomen bij hun medewerkers – ongeacht het doel dat deze medewerkers zelf nastreven. Voor leidinggevenden die gericht zijn op het beter willen presteren dan anderen, wordt een tegenovergesteld effect gevonden.

NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Computermodel verklaart immuunreactie bij openhartchirurgie

Een onderzoeksteam onder leiding van Peter Sloot, hoogleraar Complexe Adaptieve Systemen, heeft met

behulp van een computermodel de mechanismen ontrafeld achter immuunreacties bij openhartchirurgie. Het team laat zien dat door middel van extra toegediende lichaamseigen enzymen, zogeheten alkalische fosfatasen, patiënten bij openhartchirurgie weer controle kunnen krijgen over hun immuunrespons. Klinisch blijkt dit tot een verrassend kortere hersteltijd te leiden en een aanzienlijk hogere overlevingskans. Het onderzoek is gepubliceerd in het toonaangevende open access-tijdschrift Frontiers in Immunology.

Een internationaal onderzoeksteam met onder anderen UvA-paleo-ecoloog William Gosling werpt in een studie in Nature Ecology and Evolution nieuw licht op de veerkracht van ecosystemen met een hoge biodiversiteit na langdurig menselijk ingrijpen. De nevelwouden van de Andes, regenwouden met een bijzonder hoge vochtigheidsgraad, hebben een zeer hoge biodiversiteit en behoren tot de meest bedreigde milieus op aarde. De onderzoekers reconstrueerden de impact van mensen op de nevelbossen van Ecuador in de afgelopen honderd jaar.

Sterk magnetische neutronenster met jets waargenomen

Een team astronomen onder leiding van Jakob van den Eijnden heeft vanaf het Amerikaanse Very Large Array observatorium voor het eerst een sterk magnetische neutronenster waargenomen die jets produceert. Jets zijn energierijke plasmastromen die met hoge snelheid uit de directe omgeving van gas opslokkende (accreterende) begeleidende sterren, zwarte gaten of neutronensterren de ruimte in worden geblazen. Wat blijkt: radiostraling gedraagt zich tijdens de uitbarsting bij een sterk magnetische neuronenster precies zoals in jets die bekend zijn van andere bronnen, zoals zwarte gaten, of neutronensterren met een zwak magneetveld. Van den Eijnden ontving onlangs een UvA-lustrumbeurs voor een werkbezoek aan de Verenigde Staten. Daar wil hij verder gaan met het opsporen van jets bij sterk magnetische neutronensterren.

Hoe weet je brein waar je moet zijn?

In een tijdelijk laboratorium op station Utrecht Centraal onderzocht begin oktober een team van studenten Psychobiologie, onder leiding van neurowetenschapper en docent Tonny Mulder, hoe mensen hun weg op het station vinden en welke rol het brein daarbij speelt. Want hoe weet je brein waar je moet

RECHTSGELEERDHEID

Aantal internetpiraten in Europa daalt

Het percentage internetgebruikers in Europa dat wel eens illegaal muziek, films, series, boeken of games downloadt of streamt via bijvoorbeeld The Pirate Bay of PopcornTime is tussen 2014 en 2017 gedaald. De afname van het aantal piraten is het sterkst te zien bij muziek, films en series. Tegelijk namen de bestedingen aan legale content ten opzichte van 2014 toe. Dit blijkt uit de Global Online Piracy Study van het Instituut voor Informatierecht. In zes van de zeven onderzochte Europese landen was deze daling van het aantal piraten te zien: Frankrijk, Nederland, Polen, Spanje, Zweden en het Verenigd Koningrijk. Deze kleinere groep piraten downloadt en streamt wel meer illegaal materiaal dan drie jaar geleden. Alleen in Duitsland is er een geringe toename van het aantal gebruikers van illegale bronnen als gevolg van een kleine stijging in het illegaal downloaden van games.

TANDHEELKUNDE

Neutrofielen onmisbaar voor gezonde mond

zijn? Om die vraag te beantwoorden bestudeerden de studenten het denkproces en gedrag dat mensen vertonen om de weg te vinden in nieuwe, bekende en veranderde omgevingen. Ze voerden verschillende experimenten uit, ook met behulp van eye tracking en GPS-trackers.

Ecosysteem toont veerkracht na intensief menselijk gebruik

Toen ontdekkingsreizigers in de negentiende eeuw verslag deden van de nevelwouden van de Ecuadoraanse Andes, spraken zij van een ongerepte natuur. Het gebied was echter verre van ongerept: honderden jaren van intensief landgebruik door de inheemse bevolking – met vergaande ontbossing – waren voorafgegaan.

Neutrofielen, de meest voorkomende witte bloedcellen in de mond, bestrijden actief aanvallen van onder andere bacteriën en schimmels. De mate waarin je deze beschermende neutrofielen in je mond hebt, hangt af van je gebit. Uit het proefschrift van Patrick Rijkschroeff blijkt dat mensen die hun eigen tanden en kiezen nog hebben, meer neutrofielen in hun mond hebben dan tandelozen met een gebitsprothese. Neutrofielen zijn op verschillende manieren van belang voor een gezonde mond. Ze helpen in de strijd tegen bacteriën en schimmels. Zo spelen ze een belangrijke rol als er ontstekingsreacties in de mond ontstaan, zoals ontstoken tandvlees. MARIE KOM TERUG NAAR HET ROETERSEILAND!


24 PERSONALIA DENIS ABELS promotie Rechtsgeleerdheid 2012, is benoemd tot hoogleraar Straf- en strafprocesrecht, in het bijzonder het strafrechtelijk sanctierecht, aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. REMIEG AERTS

hoogleraar Nederlandse geschiedenis, heeft de Prinsjesboekenprijs gewonnen voor zijn biografie over de staatsman Johan Rudolf Thorbecke. De Prinsjesboekenprijs is een prijs voor het beste politieke boek van het afgelopen jaar. Aan de prijs is een bedrag van 2.500 euro verbonden. SILKE ALLMAN promotie Sciences 2012, en collega-onderzoekers aan de UvA Jayne Birkby, Wouter van den Bos en Alfrid Bustanov ontvangen een Starting Grant van de European Research Council (ERC). De Starting Grant is een persoonsgebonden subsidie van ongeveer 1,5 miljoen euro, waarmee getalenteerde wetenschappers vijf jaar lang onderzoek doen.

CLAUDI BOCKTING promotie Geneeskunde 2006, Psychologie 1993, is benoemd tot hoogleraar Klinische Psychologie in de Psychiatrie aan de Faculteit der Geneeskunde.

COLET TE GROTENHUIS Scheikunde, Stephan Jagau (Economie) en Sietske van Viersen (Pedagogische en Onderwijswetenschappen), drie jonge onderzoekers van de UvA, gaan onderzoek doen aan buitenlandse onderzoeksinstellingen met een Rubiconfinanciering van NWO. Het programma Rubicon is bedoeld om jonge, veelbelovende wetenschappers de mogelijkheid te geven internationale onderzoekservaring op te doen.

SANDER BOHTÉ Natuurkunde 1997, is benoemd tot bijzonder hoogleraar Cognitieve Neurobiologie, in het bijzonder Computational Neuroscience, aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica.

MARIËTTE HAMER Taalwetenschap 1988, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en voormalig PvdA-politicus, is per 1 september benoemd tot voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting Lezen & Schrijven.

JAN BOUWENS is benoemd tot hoogleraar Managerial Accounting aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde.

HINDA HANED

van de dood. Biografie van Jan Wolkers de Nederlandse Biografieprijs 2018 gewonnen en 15.000 euro ontvangen. Blom promoveerde in Leiden op zijn Wolkers-biografie.

HANS BRUG promotie Gezondheidswetenschappen UM, is sinds september directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bij het Ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tot zijn overstap was hij decaan van de Faculteit der Maatschappijen Gedragswetenschappen van de UvA. Agneta Fischer, hoogleraar Emoties en affectieve processen en voorzitter van de afdeling Psychologie, is sinds 1 september waarnemend decaan. Zij vervult deze functie tot een opvolger voor Brug is gevonden.

ARIAN VAN ASTEN promotie Sciences 1995, is benoemd tot hoogleraar Forensic Analytical Chemistry and On-Scene Chemical Analysis aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Infor- PEPIJN CORDUWENER matica. De leerstoel wordt gesponsord door het Geschiedenis en Europese studies 2009, heeft een dissertatieprijs ter waarde van 3.000 euro Nederlands Forensisch Instituut (NFI). van Stichting Praemium Erasmianum gewonnen. Ieder jaar worden maximaal vijf BARBARA BAARSMA dissertatieprijzen toegekend aan jonge onderpromotie economie 2000, hoogleraar Marktzoekers in de geesteswetenschappen en de werking en mededingingseconomie, is per sociale wetenschappen die een proefschrift van januari 2019 directievoorzitter van Rabobank bijzonder hoge kwaliteit hebben verdedigd aan Amsterdam. Zij is nu al directeur kennisontwikkeling bij de bank. Daarnaast is zij kroonlid een Nederlandse universiteit. Ook UvA-alumni Maaike Matelski, Sociale psychologie en Intervan de Sociaal-Economische Raad. nationale ontwikkelingsstudies 2005, Eva Meijer, Wijsbegeerte 2012, promotie 2017, HASNAA BENI DRISS en Else Vogel, Social Sciences 2012, promotie bachelor Rechtsgeleerdheid 2017 cum laude, 2016 cum laude, wonnen deze prestigieuze heeft de ECHO Award gewonnen. Zij is geboren in Marokko, kwam op haar derde naar prijs. Nederland en studeert nu Privaatrecht aan de UvA. In het juryrapport wordt ze onder meer geprezen vanwege ‘haar enorme doorzettingsvermogen en het leiderschap dat zij heeft getoond, waarbij zij zich heeft ontwikkeld tot cum laude student’. De ECHO Award wordt uitgereikt aan succesvolle studenten met een niet-westerse achtergrond door het Expertisecentrum Diversiteitsbeleid. MARIJE DE BIE Griekse en Latijnse taal en cultuur 2002, is de nieuwe coördinator van het Vertalershuis in Amsterdam. Zij werkte eerder als acquirerend redacteur vertaalde fictie bij uitgeverij De Bezige Bij, als bureauredacteur bij Nijgh & Van Ditmar en als docent klassieke talen op middelbare scholen. ONNO BLOM  Culturele studies 1994, heeft met Het litteken

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

ANNEMARIE DEN DEKKER

Kunstgeschiedenis en archeologie 1997, is vanaf september directeur van het Muiderslot in Muiden. Hiervoor was zij hoofd museale zaken en programmering in het Amsterdam Museum. HÉLÈNE GELÈNS Wijsbegeerte 2004, werkt op uitnodiging van het NIAS en het Letterenfonds dit academisch jaar in de internationale setting van het NIAS. Zij zal er haar eerste roman voltooien.

Fraude en corruptie in Nederland. De award wordt jaarlijks uitgereikt aan personen en organisaties die zich inzetten om fraude tegen te gaan. De Koning schrijft voor onder andere De Correspondent en Vrij Nederland, en dook voor Follow the Money in het onderwerp fraude in Nederland. STEFANIA MILAN universitair hoofddocent New Media en Digital Culture, heeft een Proof of Concept-beurs van de European Research Council ontvangen. Met de beurs van 150.000 euro gaat Milan onderzoek doen naar algoritmen op sociale media. PADRAIC MONAGHAN is benoemd tot hoogleraar Engelse taalkunde aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. SANDER ONDERSTAL

is benoemd tot bijzonder hoogleraar Data Science aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting Bèta Plus. MARK JORDANS is benoemd tot bijzonder hoogleraar Child and Adolescent Global Mental Health aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting War Child. ELS KLOEK promotie Geesteswetenschappen 1990, maakte als gastconservator een selectie voor de tentoonstelling ‘1001 vrouwen in de 20ste eeuw’, op basis van het gelijknamige boek dat de historica eerder publiceerde. Koning Willem-Alexander opende de tentoonstelling op 3 oktober in het Amsterdam Museum en nam het boek van Kloek in ontvangst. JOLANDA KLUIN is benoemd tot hoogleraar Translational Cardiothoracic Surgery aan de Faculteit der Geneeskunde. JOSÉ KOMEN heeft bij haar afscheid als zakelijk directeur van het Amsterdam Institute for Social Sciences (AISSR) de Stapenning van de UvA ontvangen voor haar bijzondere diensten. Zij begon haar UvA-carrière in 1988 bij het Postdoctoraal Instituut voor Sociale Wetenschap (PdIS). Zij speelde een belangrijke ondersteunende rol bij de integratie van het PdIS en het Centre for Asian Studies Amsterdam (CASA) tot de Amsterdam School for Social Science Research (ASSR). Ook was ze betrokken bij de opzet van internationale onderzoeksnetwerken. Zij zette zich bovendien in voor gevluchte onderzoekers, diversiteit en vrouwen aan de top. BART DE KONING Economie 1993, heeft de Anti Fraude Award gekregen voor zijn boek Vriendjespolitiek:

is benoemd tot hoogleraar Strategy & Markets aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. ANS VAN PELT is benoemd tot hoogleraar Translational Reproductive Biology aan de Faculteit der Geneeskunde. RONALD PLASTERK is benoemd tot hoogleraar Novel Strategies for Access to Therapeutics aan de Faculteit der Geneeskunde. Hij combineert zijn leerstoel met de functie van Chief Scientific Officer bij myTomorrows. Voordat Plasterk de politiek in ging was hij al hoogleraar Moleculaire Genetica aan AMC-UvA. CIRIEL PONSIOEN promotie Geneeskunde 2000, is benoemd tot hoogleraar Maag-, Darm- en Leverziekten, in het bijzonder inflammatoire darm- en galwegziekten, aan de Faculteit der Geneeskunde. IRENE VAN RENSWOUDE is benoemd tot bijzonder hoogleraar Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500) aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Deze Herman de la Fontaine Verwey-leerstoel is ingesteld vanwege de Koninklijke Bibliotheek. MARTIJN REP Biologie 1991, is benoemd tot hoogleraar Fytopathologie aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. BENJAMIN VAN ROOIJ is benoemd tot hoogleraar Law and Society aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. PETER SCHALL Natuurkundige, en scheikundige Peter Bolhuis hebben een NWO-Projectruimtesubsidie toegekend gekregen voor hun voorstel ‘Activating viscoelastic colloidal architectures’.


25 MARGRIET SCHAVEMAKER promotie Geesteswetenschappen 2007, is benoemd tot hoogleraar Media en Kunst in de Museale Praktijk aan de Faculteit der Geesteswetenschappen. Het gaat om een nieuwe leerstoel in samenwerking met het

Stedelijk Museum Amsterdam. Schavemaker gaat het hoogleraarschap combineren met haar functie als Manager Educatie, Interpretatie en Publicaties van het Stedelijk Museum. LAUREN STAM Rechtsgeleerdheid 2015, heeft met haar team het Wereldkampioenschap hockey vrouwen 2018 gewonnen. De Nederlanders wonnen in de finale met 6-0 van Ierland. MUSTAFA STITOU Wijsbegeerte 2009 cum laude, krijgt de driejaarlijkse oeuvreprijs voor poëzie van het A. Roland Holstfonds. ‘Op grootse wijze snijdt Stitou urgente thema’s aan’, staat in het juryrapport.

scriptie. Met deze prijs belonen Fonds Slachtofferhulp en het Ministerie van Justitie en Veiligheid de beste scripties op het gebied van victimologie, de rechten van en/of hulpverlening aan slachtoffers. MICHÈLE VAN VUGT promotie Geneeskunde 1999, is aan de Faculteit der Geneeskunde benoemd tot hoogleraar Internal Medicine, in particular community centered control of tropical infections. MALOU WAGENMAKER Mediastudies 2014, en Bo van der Meer, Mediastudies 2015, hebben met hun film Cheek to Cheek, over dansende senioren in een verzorgingstehuis, de Filmprijs van de Stad Utrecht ontvangen voor het beste regiedebuut uit de Debuutcompetitie van het Nederlands Filmfestival. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 5.000 euro. MARC DE WERD is benoemd tot hoogleraar Rechtspleging aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Hij combineert zijn hoogleraarschap met de functie van senior raadsheer in de Centrale Raad van Beroep.

HENK WESSELING is benoemd tot erelid en erevoorzitter van de Kring Andragologie. Hij was in 2005 JOSÉ TERRA mede-initiatiefnemer van ‘Andragologen bestuurssecretaris van de Faculteit zoeken andragologen’. In 2007 werd de Economie en Bedrijfskunde, heeft de Kring Andragologie opgericht onder de Stapenning van de UvA ontvangen voor koepel van de Amsterdamse Universiteitshaar staat van dienst, inzet en grote loyaliteit richting de universiteit, in het bijzonder Vereniging. Wesseling was ruim tien jaar voorzitter van de kring. de studenten en medewerkers. JEAN-MARC VAN TOL Nederlandse taal- en letterkunde 1995, John Reid, Nederlands recht 1995, en Bastiaan Geleijnse, Nederlandse taal- en letterkunde 1995, makers van Fokke en Sukke, vierden hun 25-jarig jubileum en namen voor één keer NRC Handelsblad over. Ze maakten niet alleen tekeningen bij de stukken, maar namen ook de advertenties onder handen. Tot 2010 verscheen ook in iedere editie van SPUI magazine een cartoon van hun hand, sindsdien beperkten zij hun bijdragen tot NRC Handelsblad. INGO VENZKE is benoemd tot hoogleraar International Law and Social Justice aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. HANS VIJLBRIEF voorzitter van de ‘Eurogroup working group’ in Brussel, is benoemd tot bijzonder hoogleraar European Economic and Financial Policy aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. De leerstoel is ingesteld vanwege de Stichting tot Bevordering van Onderwijs en Onderzoek in Economie en Bedrijfskunde. WIEKE VINK International Criminal Law 2016, heeft de Jan van Dijk Victimology and Victims’ Rights Award ontvangen voor haar master-

GUIDO VAN WINGEN

overledenen ALEXANDER OTTO 1929, Geneeskunde 1960, promotie 1991, emeritus hoogleraar en voormalig directeur Interuniversitair Oogheelkundig Instituut UvA (1 mei)

RUUD VAN DER ROL 1946, Sociologie 1974 (1 juni)

HENDRIK VONK 1926, Geneeskunde 1954, voormalig huisarts te Amsterdam (6 mei)

EGON ZOETER 1941, Notarieel recht 197, oud-docent recht aan de Hogere Economische School (HES) te Amsterdam (4 juni)

ERIK ENDERT 1951, Scheikunde 1975, klinisch chemicus-endocrinoloog, hoofd Laboratorium voor Endocrinologie AMC (8 mei) SONJA VAN DER GAAST BAKKER SCHUT 1928, Vrije studierichting aardrijkskunde 1952, vredesactiviste (10 mei) HAJEE VAN HOUTEN 1943, Andragologie 1976 (10 mei) WOUTER HOGERVORST 1946, promotie Geneeskunde 2008, huisarts te Amsterdam (13 mei) REYNIER FLAES 1935, Nederlands recht (privaatrecht) 1964, oud-ambassadeur, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (14 mei) JUDITH SLUITER 1962, promotie Geneeskunde 1999 (14 mei) ETHY DORREPAAL 1966, Geneeskunde 1993, psychiater en specialismeleider trauma en dissociatie (15 mei) HUB PEETERS 1949, Geneeskunde 1975, oud-huisarts (21 mei) JAN WIETEN 1940, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1970, docent en onderzoeker Communicatiewetenschap UvA (21 mei)

is benoemd tot hoogleraar Neuroimaging in de Psychiatrie aan de Faculteit der Geneeskunde. LISANNE DE WITTE Communicatiewetenschap 2015, heeft de bronzen medaille gewonnen voor de 400 meter sprint bij de Europese kampioenschappen atletiek in Berlijn. DORIEN ZANDBERGEN Culture antropologie en niet-westerse sociologie 2004, heeft de Prijs voor Publieke Sociologie ontvangen voor haar benadering van het onderwerp digitale samenleving en smart city. Meer personalia De meest recente personalia vindt u op alumni.uva.nl/personalia. Zelf een nieuwe functie? Kent u iemand die iets bijzonders deed of een mooie prijs won? Tips zijn welkom via spui@uva.nl

LEONARDUS NEDERSTIGT 1947, Godgeleerdheid 1973, rooms-katholiek priester bisdom Haarlem-Amsterdam, pastoor parochiële samenwerkingsverband Clara en Franciscus (22 mei) RENÉ KONRAD MARTI 1939, emeritus hoogleraar Orthopedie AMC-UvA, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (22 mei) HEINRICH JOHAN ADAM HAAN 1924, Godgeleerdheid 1947, luthers predikant in Alkmaar, Purmerend, Leiden, Amsterdam, NaardenBussum en Zeist-Utrecht (28 mei) SUSANNE HOOGENDIJKDEUTSCH 1924, Nederlands recht (privaatrecht) 1949, oudmedewerker Milieurecht en ruimtelijke ordening UvA (30 mei) MARGARETHA KLAPPE 1956, Nederlands recht 1986 (31 mei) JAAP HEMELRIJK 1925, Archeologie en prehistorie 1953, emeritus hoogleraar Klassieke archeologie en kunstgeschiedenis van de oudheid, oud-directeur Allard Pierson Museum (1 juni)

ROBERT SORDAM 1955, Psychologie 1990, pleitbezorger van de Surinaamse cultuur (1 juni)

DIANCA SCHIPPER 1961, Culturele antropologie en niet-westerse sociologie 2009, gespecialiseerd verpleegkundige obstetrie, gynaecologie en critical care obstetrie (4 juli)

HERMAN SCHOORDIJK 1926, promotie Rechtsgeleerdheid 1959, emeritus hoogleraar Burgerlijk recht UvT, emeritus hoogleraar Anglo-Amerikaans RIANNE BREUER-REIJN 1991, privaatrecht UvA, Ridder in de Nieuwgriekse taal en cultuur 2017, Orde van de Nederlandse Leeuw, actief CDA-lid in Hilversum (6 juni) lid KNAW, Koninklijke Shell-prijs 1984 (5 juli) WIM DEN HARTOG JAGER ERIC DE MAREZ OYENS 1951, Nederlands recht (privaatrecht) 1979, raadsheer gerechtshof 1945, Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied ’s-Hertogenbosch, vicepresident 2006, leraar Frans en Filosofie rechtbank Utrecht (10 juni) (5 juli) SAMUEL SEGAL 1933, Biologie 1960, bioloog en kunsthistoricus, RUDOLF HORSTMEIER 1938, Sociale geografie 1965, oudgastonderzoek RKD-Nederlands directeur PTT Post Apeldoorn Instituut voor kunstgeschiedenis (5 juli) (11 juni) ANSJE GROTENDORST 1949, Opvoedkunde 1982, onderwijskundige (11 juni)

HELLA KROON 1953, Nederlandse taal- en letterkunde 1979, trainer en adviseur in het onderwijs (9 juli)

HUIB VERINGA 1948, Wisen natuurkunde 1971, fysicus, deeltijdhoogleraar Bio-energie TUE (11 juni)

MENNO HEERESMA 1963, Nederlands recht 1991, advocaat, stafjurist Raad van State (9 juli)

JAN AARTS 1938, Wis- en natuurkunde 1963, promotie 1966, emeritus hoogleraar Wiskunde TUD (14 juni)

DIRK MARTIEN VAN LIESHOUT 1950, Nederlands recht, privaatrechtelijke richting 1978 (13 juli)

JOHANNA HAMS 1955, Geneeskunde 1996 (15 juni)

GEERTRUIDA ENGE LEEUWENKAMP 1953, Pedagogische wetenschappen 1996 (15 juli)

MAURTIS VAN DEN BRANDELER 1966, Accountancy 1995 (16 juni)

EVELIEN GANS 1951, Geschiedenis 1989, promotie 1999, bijzonder hoogleraar Hedendaags Jodendom UvA, ANNE RIETMEIJER 1959, onderzoeker NIOD Instituut Nederlands recht 1984 (19 juni) voor Oorlogs-, Holocaust- en ANOUK HOOGENBOOM 1995, Genocidestudies (19 juli) Psychologie 2017 (21 juni) SABINE RUITENBEEK 1952, MARTIJN ROELANT BIJLSMA Duitse taal- en letterkunde 1983, adjunct-directeur Teaching 1968, Wijsbegeerte 2006 Hospital OLVG, onderwijs(25 juni) directeur UvA (20 juli) MARJAN UNGER-DE BOER GERRIT LANG 1934, Psycho1946, Kunstgeschiedenis en logie 1959, emeritus hoogleraar archeologie 1986, kunsthistorica, docent Gerrit Rietveld Psychologie RUG (20 juli) Academie (27 juni) BOUDEWIJN OREMUS 1942, ROB GEERDINK 1944, Andragologie 1983 (20 juli) Economische wetenschappen 1970, Accountancy 1974 (29 juni) GERARD MOM 1950, Rechtsgeleerdheid 1990, oud-medeFRANS KUREK 1955, werker Instituut voor InformatieGeneeskunde 1984, orthopedisch recht UvA (21 juli) chirurg Flevoziekenhuis, bestuurslid Vereniging Medische Staf (29 juni) ASHOK JADNANANSING 1944, Geneeskunde 1971 (21 juli) ERIK JANSMA 1972, Politicologie 1997 (29 juni) JAAP WILKE KRONEMEIJER 1964, Politicologie 1988 (22 juli) MAARTEN VAN DER CAMMEN 1973, Theaterweten- LEX LAMMEN 1938, Geschieschap 2002, theaterproducent, denis 1975, radiopresentator docent Academie voor Theater en KRO, jazzdrummer, historicus, Dans (2 juli) geschiedenisleraar (24 juli) RUUD SCHUTGENS 1939, Scheikunde en farmacie 1968, promotie 1973 (3 juli)

HANS WAALWIJK 1923, Geneeskunde 1956, huisarts in ruste (25 juli)


26 IN MEMORIAM MAARTEN VAN NIEROP 1939, Wijsbegeerte 1969, promotie 1989, emeritus hoogleraar Wijsbegeerte UvA (27 juli)

ARNAUD SCHULTE FISCHEDICK 1952, Economie 1984, eigenaar Studio Korte Leidse (19 augustus)

NIEK VAN DER BEN 1939, Klassieke taal- en letterkunde 1966, classicus (19 september)

HENDRIK GOLTERMAN 1928, Wis- en natuurkunde 1953, erelid THIERRY BRANDER 1978, Psychologie 2004 (23 augustus) The Freshwater Biological Association, erelid Asociacion Iberica de LISA BARONES VAN TUYLL Limnologia, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (19 september) VAN SEROOSKERKENRENÉ WOKKE 1961, DUBBELAAR 1982, Filosofie Psychologie 2003, psycholoog, HANS RUDOLF MANUEL 1938, 2013 (26 augustus) wereldreiziger (29 juli) Geneeskunde 1966, dermatoloog CHRIS DIJKHUIS 1936, Schei- (23 september) FRANK ZEISS 1946, Biologie 1976, docent Biologie Hogeschool kunde en farmacie 1960, Ridder ALOYSIUS DE RIJK 1946, in de Orde van Oranje-Nassau Utrecht (31 juli) Geneeskunde 1973, anesthesioloog (1 september) (26 september) GERARD SCHULTEN 1936, ABDELGHANI BELKHOU promotie Wiskunde en NatuurERWIN VAN ROOIJEN 1963, 1967, LVHO scheikunde 2008, wetenschappen 1968, bioloog, entomoloog, oud-medewerker UvA docent scheikunde Haarlemmer- Arbeids- en organisatiepsychologie 1989 (27 september) meer Lyceum (1 september) (3 augustus)

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

tekst • Ben Haveman

TON LEVELT 1932, Wis- en natuurkunde 1956, emeritus hoogleraar Wiskunde RUN (29 juli)

ANJA MOONS 1957, Geneeskunde 1984 (7 augustus)

KEES MOUT 1942, Nederlands recht (privaatrecht) 1968, advocaat NautaDutilh, advocaat en adviseur De Nederlandsche Bank (4 september)

ERIK LUKÁCS 1935, Nederlands recht (privaatrecht) 1962, oudraadadviseur ministerie van Justitie, MARGOT MARSMAN 1932, oud-raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Amsterdam, Ridder in Psychologie 1953, kinderpsychode Orde van de Nederlandse Leeuw loge (5 september) (8 augustus) NICOLE HERZBERG 1962, promotie Geneeskunde 1992 WIM SEVERIN 1940, Genees(5 september) kunde 1969, arts-microbioloog (9 augustus) WIM KOOMEN 1938, Sociale WENDY VAN ROOIJ 1987, Cultu- psychologie en pedagogiek 1963, universitair hoofddocent rele antropologie en Sociale psychologie UvA niet-westerse sociologie 2008, (6 september) leerkracht St. Jozefschool Amsterdam (9 augustus) JOS HESP 1947, Economie 1973, lid raad van bestuur / PAUL RIBOURDOUILLE 1938, directievoorzitter Achmea Economie 1962, oud-lid raad van (10 september) bestuur ABN AMRO (9 augustus)

RITA MARIANNE WITKAMP 1938, Wis- en natuurkunde 1968 (28 september) KLAAR VALKHOFF 1956, Politicologie 1988, kunstenaar (1 oktober) LIESBETH KLAIJ 1943, Andragologie 1988 (2 oktober) ANNE MARIE DE LOOREVERTS 1934, Nederlands recht (privaatrecht) 1966, voormalig kinderrechter te Groningen, vicepresident van de rechtbank Zwolle-Lelystad, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (2 oktober) HÉLÈNE LEVY 1940, Geneeskunde 1971, dermatoloog (5 oktober) PETER IJKELENSTAM 1924, Geneeskunde 1953, oud-chirurg (6 oktober)

WIM KURRIS 1935, Franse taal- en letterkunde 1966, leraar Frans Blaricumcollege 1968-1996 CONNY KRISTEL 1955, promotie Geesteswetenschappen 1998, OPHIR NAAMANI 1953, Metho- (12 september) senior onderzoeker NIOD, directeur denleer 1985 (12 augustus) European Holocaust Research MARTIN SMID 1947, Infrastructure, directeur SOTO Economie 1971, PvdAMARTIJN BLAZER 1949, bestuurder Landsmeer, docent Foundation Arbeids- en organisatiefiscaal recht (12 september) psychologie 1985 (12 augustus) RIEN KANAAR 1953, TON DRIESSEN 1927, Fysische Maatschappijleer 1994 (11 oktober) ANDRE LAFFORT 1951, geografie 1954, oud-docent op Culturele studies 1992 AUKE DE JONG 1933, het Montessori Lyceum (12 augustus) Godgeleerdheid 1961, doopsgezind Amsterdam (13 september) predikant, hoogleraar WijsbeMYRNA BLOCKS-GOETHEER geerte, godsdienst en zedekunde BRAM VAN SLIJPE 1944, 1947, Notariële opleiding 2002, UvA (11 oktober) Econometrie 1970, voormalig notaris, bestuurslid Koninklijke coördinator wiskundeonderwijs Notariële Beroepsorganisatie JAN KORTE 1928, Geneeskunde UvA (14 september) (13 augustus) 1956, voormalig huisarts te Boxmeer (27 oktober) LEX BARNAART 1952, MATHILDE ALKEMADE-VAN KALMTHOUT 1924, Geneeskunde Geneeskunde 1980, orthopeTON VISSER 1943, Scheikunde disch chirurg en opleider 1955, voormalig huisarts Deventer Ziekenhuis, lid Gorssels 1969, oprichter Microspectroscopy (15 augustus) Research Facility WUR, emeritus Cyclistisch Genootschap hoogleraar Aard- en Levensweten(14 september) ARIE VERBERK 1943, emeritus schappen VU (28 oktober) bijzonder hoogleraar Financiële MARC BONSEL 1950, besturing van niet op winst JUDITH ZWARTZ 1925, promotie Economische wetenschappen gerichte huishoudingen UvA, Sciences 1967, oud-wetenschappeplaatsvervangend secretaris-gene- 1978 (16 september) lijk hoofdmedewerker WUR, Ridder raal ministerie van Economische in de Orde van Oranje-Nassau TREES KROON 1953, Zaken, financieel directeur MartiNederlandse taal- en letterkunde (1 november) nair, president en CEO Martinair, 1981 (16 september) Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (16 augustus) GEORGE KAREL DAVID 1933, Geneeskunde 1960, NEL VERDUIN 1924, Het meest volledige overzicht cardioloog, een van de grondGeneeskunde 1956, voormalig van overledenen en in memooogchirurg in het Franciscus Gast- leggers van interventiecardioriams: alumni.uva.nl/overlelogie in Nederland huis en het Oogziekenhuis te denen. Berichten doorgeven (18 september) Rotterdam (19 augustus) kan via: relatiebeheer@uva.nl. COBI OOTEMAN 1950, Geneeskunde 1980 (11 augustus)

MARGREET WIJNSTROOM 26 AUGUSTUS 1922 – 1 OKTOBER 2018 Koud was ze met pensioen, of ze schonk twintigduizend gulden aan een fonds om bibliotheken in ontwikkelingslanden uit te bouwen. Het fonds droeg haar naam. Over de hele wereld had juriste Margreet Wijnstroom het bibliotheekwezen jarenlang een daverende impuls gegeven. Er kwamen dankbetuigingen van Helmut Kohl tot Gorbatsjov en er was een oorkonde uit de DDR. Niemand kon om haar heen, in 1987. Dat bleek ook zestien jaar eerder, toen Wijnstroom in mantelpak op het Haagse Bezuidenhout het kantoor van de International Federation of Library Associations and Institutions (IFLA) binnenstapte. De functie van secretaris-generaal leek haar wel wat. Ze werd niet erg vriendelijk ontvangen. ‘Een vrouw aan het hoofd vond men maar niks. Maar ze hadden een verkeerde aan mij. Ik was een vechtersbaas’. Ze trof een chaos aan, dus het personeel had de keus: ‘Overwerken of ophoepelen’. Ze wist al van wanten toen haar leraar Duits op het Kennemer Lyceum Joodse leerlingen schoffeerde. Uit protest liep ze weg uit de klas – net als haar broer. Als zeventienjarig talent van de Bloemendaalse hockeyclub BDHC werd ze vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog uit de klas geplukt om bij het Nederlandse hockeyteam in te vallen. Met de hoed van haar moeder reisde ze naar Brussel, waar de Belgische pers ‘la Batave Wijnstroom’ met haar ‘énergie formidable’ bejubelde. Er zouden na de oorlog nog dertig interlands volgen – plus zes landstitels voor de dames van Bloemendaal. Haar broer ging in het verzet en Margreet Wijnstroom stelde boeken veilig die door de Duitse bezetter waren verboden, als stagiaire bij de Stadsbibliotheek in Haarlem. Pas na de bevrijding mocht ze van haar vader, koffiehandelaar in Haarlem, Nederlands recht studeren in Amsterdam. Om zich daarnaast vol overgave in het bibliotheekwezen te storten van diverse steden. Ze werd ‘bibliothecaresse pur sang’, zwaaide de scepter bij de Centrale Vereniging voor Openbare Bibliotheken, bokste een cao voor elkaar, en reisde later als IFLA-bazin de wereld over. ‘Een character, jazeker’, zegt haar oud-collega Sjoerd Koopman. ‘Ze had stijl en kreeg alles voor elkaar. In Nairobi liet ze de minister spoorslags bij de IFLA-conferentie opdraven omdat er geen toetsenbolletjes meer op de elektrische schrijfmachines zaten’. Wijnstroom was niet het type dat bij restaurants in Sovjet-Rusland in de rij ging staan. ‘Ze ging via de achterdeur naar binnen met dollars in de hand’, weet haar neef Jan Willem. In De Telegraaf van 29 januari 2000: ‘Een Slowaak met wie ze enorme ruzie had, kreeg spontaan een fatale hartaanval toen ze hem “val dood” toewenste’. Arrogant optreden van een douanebeambte in Moskou liet ze evenmin zonder afstraffing passeren; ze klaagde bij de dochter van de premier, die de man meteen ontsloeg. En als hij dan naar Siberië werd verbannen? ‘Ach, het doet me niks. Had die man maar niet zo stom moeten zijn, ik kan niet tegen stomme mensen’. De reputatie ‘bikkelhard’ had ze als top-hockeyster al verworven door met gebroken kuitbeen gewoon door te spelen. Ze was tien jaar aanvoerster van het Nederlands elftal en kon na haar hockeyloopbaan in geruite rok worden aangetroffen bij de Kennemer Golf & Country Club. Dat ze op latere leeftijd een inbreker met een fluitketel van het balkon af mepte, dankte ze aan een puike conditie. Moord en doodslag zouden volgen: in vijf thrillers die ze na haar pensionering schreef. ‘Met keurige, ouderwetse zinnen die ook de lezer naar adem doen snakken’, aldus de Volkskrant over Misslag – mysterie in Kennemerland. Met oud-lerares Ali van Mourik als een onverschrokken Bloemendaalse versie van Miss Marple. Schrijfster Wijnstroom had geen man en geen cd-speler. Ze veerde op bij de intro van NOS Sport. ‘Ze was geen gezelligheidsmens en haatte koken’, zegt bewonderaar-mantelzorger Ed Franken. ‘Sport, daar leefde ze voor’. Tot de hersenbloeding kwam. Mr. Margreet Wijnstroom, erelid van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond en Officier in de Orde van Oranje-Nassau, werd 96 jaar. •


27

AUV

Wetenschappelijke literatuur binnen handbereik

BOUDEWIJN WIJNANDS WINT AUV-ALUMNUSPRIJS MET VRIJWILLIGERSPLATFORM DEEDMOB

UvA-alumni hebben gratis toegang tot twee belangrijke databases van EBSCO: Academic Search Alumni en Business Source Alumni. Academic Search Alumni is een multidisciplinaire database met de volledige artikelen uit ruim 3.000 peer reviewed tijdschriften op veel wetenschapsgebieden. Business Source Alumni geeft toegang tot de volledige artikelen uit ruim 1.400 bladen en tijdschriften, waarvan 750 peer reviewed, op het gebied van economie en bedrijfskunde. Maak gratis een alumni-account aan bij EBSCO via alumni.uva.nl/alumniservices/bibliotheekdiensten. Hier zijn ook demo’s te vinden over het gebruik van de databases.

Vlnr Sander Wirken, Ilse Nieuwland, Enny van Arkel, Ellen van den Honert, Boudewijn Wijnands

Veel UvA-alumni zijn maatschappelijk betrokken en werken aan inspirerende projecten. Om hun bijzondere prestaties breed onder de aandacht te brengen, reikt de Amsterdamse UniversiteitsVereniging elk jaar tijdens de AUV-dag de AUValumnusprijs uit. De eerste prijs is dit jaar voor alumnus Economics and Business Boudewijn Wijnands, initiatiefnemer van Deedmob. Dit online platform voor vrijwilligerswerk verbindt vrijwilligers, maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheidsinstellingen met elkaar om samenwerking te verbeteren en sociale impact te maximaliseren. Aan de eerste prijs is een geldbedrag verbonden van drieduizend euro, dat de winnaar in zijn project dien te investeren. De tweede prijs, van tweeduizend euro, gaat naar alumnus Rechtsgeleerdheid Sander Wirken, met Niños de Guate-

NIEUWE ALUMNIKRINGEN Tijdens de AUV-dag vond de oprichting plaats van drie nieuwe kringen: Kring Kunstgeschiedenis, Kring Neerlandistiek en Kring Publieksgeschiedenis. De kringen houden hun leden niet alleen op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen binnen het vakgebied, maar bieden hen ook de mogelijkheid om opgedane ervaringen en kennis uit de praktijk te delen met elkaar en met de huidige studenten van de opleiding. Ben je alumnus Kunstgeschiedenis, Neerlandistiek of Publieksgeschiedenis, maar nog geen lid van de AUV? Meld je dan aan bij de vereniging. Je ontvangt dan automatisch uitnodigingen voor evenementen. Meer informatie over de AUV en haar kringen: alumni.uva.nl/auv.

mala. Dit project voorziet in onderwijs voor kinderen met een achterstandspositie. De derde prijs is voor Ellen van den Honert, alumnus Politicologie. Met het project Wild about music, die onder meer een documentaire omvat, beoogt zij de noodzaak van natuurbehoud onder de aandacht te brengen met de inzet van kunstenaars. Zij ontvangt duizend euro. Hetzelfde bedrag gaat naar Enny van Arkel, alumnus Algemene sociale wetenschappen en Pedagogiek, en Ilse Nieuwland, alumnus Psychologie. Zij wonnen op de AUV-dag de publieksprijs vanwege de stichting Oud Geleerd Jong Gedaan. Studenten geven colleges aan senioren die graag cognitief uitdagende activiteiten volgen. Meer informatie over de winnaars en een interview met Boudewijn Wijnands: alumni.uva.nl/auv-alumnusprijs.

MEREL MAAK ONS GELUKKIG MET EEN BERICHT

INVESTEER IN JE LOOPBAAN MET HET JONGE-ALUMNIPROGRAMMA De AUV en de UvA bieden jonge alumni in de leeftijd tot en met 35 jaar een programma waarmee ze praktische loopbaanvaardigheden ontwikkelen en handvatten krijgen bij het uitstippelen van hun carrière. Door het jaar heen worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals interactieve minitrainingen en het Alumni Coachcafé. Dit jaar was er voor het eerst ook een Engelstalige training om de internationale jonge alumni die in Nederland zijn blijven wonen na hun studie, te blijven betrekken bij de UvA. Jonge AUV-leden worden standaard geïnformeerd over de activiteiten.

GENOMINEERDEN AUV-ALUMNUSPRIJS 2018 NAAM

PROJECT

WEBSITE

Enny van Arkel en Ilse Nieuwland

Oud Geleerd Jong Gedaan

oudgeleerdjonggedaan.nl

Annemiek Dresen

NewBees

new-bees.org

Nadine Galle

Green City Watch

greencitywatch.org

Ellen van den Honert

Wild About Music

wild-about-music.org

Nikkie Menting

Trauma Healing for 100’s of Syrian Refugee Youth

capoeiraalshababi.org

Ester van Steekelenburg

iDiscover

i-discoverasia.com

Boudewijn Wijnands

Deedmob

deedmob.com

Sander Wirken

Niños de Guatemala

ninosdeguatemala.org


28 AUV

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

AUV-DAG 2018 Boudewijn Wijnands is de winnaar van de AUV-alumnusprijs 2018. Hij ontving de prijs op zaterdag 3 november tijdens de jaarlijkse ledendag van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging. Het programma begon met een duo-lezing van Zef Hemel en Floor Milikowski over de uitdagingen waaraan de stad Amsterdam het hoofd moet bieden, onder de titel Amsterdam: Global City tegen wil en dank? Ook werden drie nieuwe alumnikringen opgericht. De dag werd afgesloten met een netwerkborrel in het Maagdenhuis.

JOHAN Waarom laat je niks meer horen? Wij smachten naar jou!

SAVE THE DATE: UNIVERSITEITSDAG 2019

ZATERDAG

15 JUNI

Op zaterdag 15 juni 2019 vindt de Universiteitsdag plaats: hét jaarlijkse evenement voor alumni, medewerkers en studenten. Breid je netwerk uit en luister naar topwetenschappers die baanbrekend onderzoek presenteren en met alumni uit de praktijk spreken over thema’s die Nederland bezighouden. Noteer de datum vast in de agenda.

Foto’s: Monique Kooijmans. Zie voor alle foto’s: alumni.uva.nl/auvdag


29

AUV & VARIA ACADEMISCHE BOEKENCLUB

BOEK ROEMRUGHT COLLEGIE D’OUWE TIJERS

Bij de Academische BoekenClub (ABC), een samenwerking van Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds en de Amsterdamse Academische Club, staat iedere twee maanden één boek centraal: het favoriete boek van een UvA-wetenschapper. De avonden worden geleid door Persis Bekkering (foto), afgestudeerd in Literatuurwetenschap aan de UvA en freelance journalist voor onder andere de Volkskrant. De volgende sprekers zijn Louise Gunning (22 januari 2019), Tessa Rooseboom (26 maart) en David Rijser (7 mei). Zie voor meer informatie de agenda op alumni.uva.nl/agenda.

Collegie d’Ouwe Tijers van studentenvereniging Unitas bestaat een kleine eeuw. Daarom is een gedenkboek gemaakt, dat een beeld geeft van ruim negentig jaar studeren aan de UvA. Lees op alumni.uva.nl/ ouwetijers de verhalen van twee oud-leden van het collegie, aangekomen in 1948 en 2010. Wat veranderde er in bijna honderd jaar studentenleven?

UVA-VRIENDSCHAPPEN

MET WIE BEN JIJ BEVRIEND SINDS JE STUDIETIJD?

De speciale Valentijnseditie van de digitale alumninieuwsbrief in februari dit jaar was een groot succes. Naar aanleiding van onze oproep aan ‘UvA-stelletjes’ kwamen vele – vaak bijzondere – verhalen bij ons binnen. Omdat Valentijnsdag niet alleen draait om liefde, maar ook om vriendschap, doen we voor de alumninieuwsbrief van 14 februari 2019 een nieuwe oproep. Heb jij een vriend(in) met wie je al sinds je studietijd dik bevriend bent en wil je dit delen? Stuur jullie verhaal (en bij voorkeur ook foto’s van toen en nu) naar uva-alumni@uva.nl en lees het op Valentijnsdag terug in onze alumninieuwsbrief!

Maurits Kruithof nieuwe voorzitter AUV Maurits Kruithof heeft tijdens de AUV-dag van 3 november het voorzitterschap van de vereniging overgenomen van Carina Benninga. Kruithof (Business Economics 2013) was al drie jaar bestuurslid en portefeuillehouder van het jonge-alumniprogramma. Als student was hij oprichter van discussieplatform Room for Discussion. Ook zijn twee nieuwe leden toegetreden tot het bestuur: Gert Jan Schinkel (Europese studies 1993) en Gijs Reudink (Wijsbegeerte 2012). De huidige samenstelling van het bestuur is nu als volgt (van links naar rechts op de foto): Gijs Reudink, Nienke Fleuren, Gert Jan Schinkel (penningmeester), Dorrit Gruijters, Maurits Kruithof (voorzitter), Benjamin Knaff en Lenneke Hoedemaker (secretaris).

BIJEENKOMSTEN INTERNATIONALE ALUMNI CHAPTERS Dit najaar vonden internationale alumnibijeenkomsten plaats in New York, Washington, Londen, Sint-Petersburg, Hongkong, Beijing, Shanghai en Jakarta. Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds informeert alumni ter plaatse over deze bijeenkomsten. Dit kan alleen wanneer bij de UvA bekend is waar alumni verblijven. Woon je in het buitenland, maar twijfel je of de UvA beschikt over je actuele gegevens? Geef dit dan door via alumni.uva.nl/contact. Heb je vragen over activiteiten bij jou in de buurt of de rol die je eventueel zelf kunt spelen? Neem dan contact op met de International Alumni Officer via alumni@uva.nl.

Lucas Grosfeld wint Isaac Roet Prijs 2018 UvA-alumnus Lucas Grosfeld heeft met zijn businessplan voor de startup Wakuli de Isaac Roet Prijs gewonnen en het daaraan verbonden geldbedrag van vijfduizend euro. Met Wakuli wil Grosfeld de koffie-industrie veranderen. De startup maakt het voor de consument mogelijk om direct bij boeren in landen als Tanzania en Ethiopië koffie te bestellen. Hierdoor wordt specialiteitskoffie voor een aantrekkelijke prijs aangeboden en worden de boeren eerlijk betaald. Grosfeld heeft met zijn collega’s al voor zestienduizend euro aan koffie weten te verkopen met behulp van crowdfunding en wil het gewonnen bedrag gebruiken voor het opstarten van een webshop. De Isaac Roet Prijs wordt mogelijk gemaakt door het Amsterdams Universiteitsfonds.


30 UNIVERSITEITSFONDS

SPUI 49 02 | 2018 alumni.uva.nl

STEUN VANUIT UNIVERSITEITSFONDS MA AKT HERINRICHTING MOGELIJK

ALLARD PIERSON LIVE BIEDT RUIMTE AAN COLLECTIES EN ONDERZOEK Het Allard Pierson Museum en de Bijzondere Collecties bevinden zich in een groot vernieuwingsprogramma. De erfgoedcomponenten gaan samen verder als Allard Pierson - hét museum en kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam. Allard Pierson streeft een cultuurhistorische focus na en wil educatieve verdieping realiseren. Dit betekent dat de collecties en het onderzoek op andere manieren onder de aandacht worden gebracht. Het Amsterdams Universiteitsfonds draagt financieel bij aan de herinrichting, die eind 2019 gereed zal zijn. Allard Pierson Live wordt een gratis toegankelijke zone waarin de dialoog met de bezoeker centraal staat. Het vormt een bijzondere brugfunctie tussen de UvA en de stad, tussen wetenschap en maatschappij en is daarmee een belangrijke schakel in de publiekswerking van het Allard Pierson. Er is altijd iets te doen: talentvolle studenten en ambitieuze onderzoekers en medewerkers werken er met collecties en toponderzoekers presenteren zich aan het brede publiek. De zone is onderdeel van het overkoepelende project ‘Van Nijl tot Amstel’, waarin tienduizend jaar cultuurgeschiedenis wordt ontsloten, ook bedoeld voor de millennials en de digital natives van de 21ste eeuw.

Hier komen collecties tot leven en wordt het werken met museumobjecten zichtbaar. Door de voortdurende interactie tussen collectie, publiek en onderzoekers zal het museum zich onderscheiden van het al bestaande aanbod in Nederland.

DENK MEE, DOE MEE, MAAK MEE Het motto van het Allard Pierson is ‘denk mee, doe mee, maak mee’. Er komen (speed-)lezingen, debatten en workshops. Jonge bezoekers schuiven in de schoolvakanties aan bij de verschillende Labs. • In de ArcheoHotspot kunt u meedoen met archeologie onder leiding van getrainde vrijwilligers. Ook kunt u meekijken met live restauraties en hierover in gesprek gaan. • In de Geozone ontdekt u van alles over de collectie cartografie: Bekijk samen met een specialist een grote atlas en print uit ons grote digitale cartografiebestand een oude kaart van uw woonplaats. • In het AVLab kunt u via audio en beeldschermen beleven wat onze collecties bieden op het gebied van jazz, muziek, theaterproducties en affiches van bijvoorbeeld circussen. • Verder is er een pop-up-exporuimte waar elke twee weken een onderzoek van een student of onderzoeker in de etalage staat.

‘IK KON MIJN STUDENTENVISUM BEHOUDEN EN ME WEER MET MIJN STUDIE BEZIGHOUDEN’ De 23-jarige geboren Syriër Kotaiba* heeft met steun van het Amsterdams Universiteitsfonds zijn master System and Network Engineering kunnen voltooien. ‘Al voordat de oorlog in Syrië begon heeft ons gezin het land verlaten. Mijn ouders wilden dat we ons in een open samenleving bevonden en vrijheid hadden. Aangezien mijn vader in Saoedi-Arabië werkte, verhuisden we daarheen. Het leven daar was heel anders dan ik gewend was. Mijn bachelor heb ik gehaald aan de American University of Science and Technology in Beiroet. Voor mijn master heb ik me bij verschillende universiteiten ingeschreven. Mijn favoriet was de UvA, waar het programma me inhoudelijk het meeste aansprak. Nadat ik met mensen van de universiteit gesproken had wist ik het zeker: hier wilde ik studeren. Een vriend van de familie wilde me financieel steunen. Maar toen hij zijn baan kwijtraakte, stopte die steun en kwam ik in financiële problemen. Ik kwam in contact met de afdeling Studenten Services van de UvA en daar hoorde ik over het Amsterdams Universiteitsfonds en de mogelijkheden die het biedt aan buitenlandse studenten. Vrij snel na de aanvraag hoorde ik dat ik een beurs ontving van 10.400 euro. In één klap waren al

mijn zorgen voorbij. Ik kon mijn studentenvisum behouden en me weer met mijn studie bezighouden. Dat voelde zo goed! Die beurs was voor mij echt een geschenk. Zonder de beurs had ik me als vluchteling kunnen laten registreren. Maar hoewel ik aan de voorwaarden voldeed, voelde dat voor mij niet juist. Ik was hier gekomen om te studeren en zo een beter bestaan op te bouwen. Er zijn heel veel mensen die de hulp van de overheid meer verdienen dan ik. Nu heb ik mijn masterdiploma gehaald. In korte tijd heb ik heb vier examens gehaald en mijn masterscriptie geschreven. Daarnaast werkte ik parttime bij een IT-bedrijf. Sommige mensen geloven niet dat dit mogelijk is, maar met de juiste motivatie is het echt te doen. Ik werk nu als security engineer bij een van de grootste banken ter wereld. Ik sta aan het begin van een mooie carrière. En weet zeker dat ik binnen afzienbare tijd andere studenten die het financieel moeilijk hebben ook mooie kansen ga geven.’ * Op verzoek van de betrokkene is alleen zijn voornaam gebruikt. De volledige naam van de beursontvanger is bekend bij de redactie.

SARA.

Die avonden in de UB. Wij verlangen naar je.

CONTACTGEGEVENS DOORGEVEN ALUMNI.UVA.NL/ZOEKTEAM

Het Amsterdams Universiteitsfonds heeft circa 25 Fondsen op Naam waaruit studie- en reisbeurzen worden gefinancierd. Sommige zijn bedoeld voor een specifieke doelgroep, zoals het Fonds Studie zonder Grenzen, dat in 2016 is ingesteld en vluchtelingen ondersteunt die aan de Universiteit van Amsterdam studeren of onderzoek doen.


31

UVA-SCHRIJVER

tekst • Julien Ignacio beeld • Shira Koopman

ONOPVALLEND UITBLINKEN

Toen ik als negentienjarige de Oudemanhuispoort binnenstapte voor mijn eerste college Europese studies was ik een bleue provinciaal. Blowen en zuipen. Op zaterdagavond achter de meiden aan in de discotheek van Veenendaal. Rondcrossen op een opgevoerde Yamaha. Dat was de shit. Uit vrije wil had ik nog nooit een boek gelezen. Waarom Europese studies? Het was de ideale springplank naar het diplomatenklasje in Den Haag. Deze horde genomen, wachtte me een gouden toekomst op Nederlandse ambassades wereldwijd. Zo zag ik mijn toekomst voor me. Vice-consul in verre oorden met een auto van de zaak. Maar al gauw ontdekte ik dat Europese studies weinig om het lijf had. Doordat je drie vakken volgde – in mijn geval Engels, economie en Europese geschiedenis – bleef de opgedane kennis oppervlakkig en fragmentarisch. De docenten van Europese studies zelf herinner ik me als academisch bekwaam, maar onder de maat als het aankwam op didactische vaardigheden. De colleges waren saai en langdradig. Dit sloeg over op de studenten. De meesten volgden plichtmatig hun lessen. Enthousiasme en bevlogenheid waren ver te zoeken. Desondanks studeerde ik hard. Mijn colleges bereidde ik altijd netjes voor. Ik leverde mijn papers op tijd in. Miste nooit een tentamen. Deze brave discipline was me door mijn Arubaanse vader met de paplepel ingegoten. Als Antilliaan, hield hij me voor, moet je drie keer zo hard werken als een blanke om iets te bereiken. Wees trots op je zelf, maar houd jezelf klein. Je valt al genoeg op. Onopvallend uitblinken. Dat was zijn opvoedkundig devies. In 1992 nam ik in het P.C. Hoofthuis mijn eerste bul in ontvangst. Ik gunde mezelf een sabbatical. Ik spaarde geld en reisde een jaar alleen door Azië en Australië. In mijn rugzak, tussen de malariapillen en het muskietennet, een

stapeltje boeken: het verzameld werk van Shakespeare en Salman Rushdie, Moby Dick en de Divina Commedia. In India, Thailand en de Filipijnen stond in ieder guesthouse wel een rotan boekenkastje waar reizigers hun uitgelezen boeken achterlieten. Had ik Melville of Dante uit, dan ruilde ik mijn boek in voor Dickens, Zola of Vikram Seth. Inmiddels had mijn leven een andere wending genomen: geen diplomatenklasje meer voor mij. Een huisgenoot in mijn Bijlmer studentenflat had een boek in de gemeenschappelijke woonkamer laten rondslingeren. Homeros stond er op de voorkant. Nooit van gehoord. Ik las de Ilias en de Odyssea en ik was verkocht. Een diepe liefde voor wereldliteratuur werd geboren. Terug in Amsterdam stortte ik me vol overgave op mijn tweede studie, Literatuurwetenschap. In Manilla en Calcutta had ik me gerealiseerd hoe bevoorrecht ik was dat ik überhaupt de mogelijkheid had om te studeren. Ik ontmoette jongeren in straatarme wijken, sommigen vele malen intelligenter dan ik, die geen of zeer beperkt toegang hadden tot het onderwijssysteem. Het contrast met Europese studies kon nauwelijks groter zijn. Als literatuurstudent werd je in het Bungehuis door de voortreffelijke docenten voortdurend intellectueel uitgedaagd. John Neubauer, Helga Geyer, Doro Franck en Mieke Bal lieten me op grondige, inspirerende wijze kennis maken met de mondiale cultuurgeschiedenis, die reikte van J.M. Coetzee tot James Joyce, van Sophocles’ Oedipus Rex tot de Omeros van Derek Walcott. Ik volgde bijvakken bij Muziekwetenschap, Filosofie en Kunstgeschiedenis. Bij Mieke Bal en John Neubauer thuis voerden we met een klein groepje studenten bevlogen gesprekken over het gedachtegoed van Nietzsche en Foucault. Ik leerde dat liefde voor kennis, kunst en cultuur een gedeelde, vreugdevolle passie kan zijn. Dat een literaire of filosofische tekst een geestverruimend middel kan zijn dat je geest in vuur en vlam zet. In 1997 studeerde ik summa cum laude af op Marcel Proust. Een aio-schap lag in de lijn der verwachting. Maar ik had mijn besluit al genomen. Ik wilde zelf schrijver worden. Ik kocht een nieuwe pen en een schrijfblok en begon. Om geld te verdienen, werkte ik in Café Cox, later achter de bar in Paradiso. Toen ik begon met schrijven las ik in Rilkes Brieven aan een jonge dichter de volgende vraag: ‘Onderzoek de reden die u dwingt te schrijven; ga na of die reden tot in het diepst van uw hart zijn wortels uitstrekt; ...En vooral dit: vraag uzelf in het stilste uur van uw nacht af: moet ik schrijven?’ Ik stemde mijn leven af op deze noodzaak. 21 jaar later, na een serie korte verhalen, blogs en theaterstukken, een novelle en drie niet-gepubliceerde romans, kan mijn vader trots op me zijn. In mijn debuutroman blink ik onopvallend uit. Als een afwezige god verblijft de schrijver in zijn schepping. Zoals James Joyce het verwoordde: ‘invisible, refined out of existence, indifferent, pairing his fingernails’. •

Schoon formaat: 130 x 210 x 50 mm.

Geel Magenta Cyaan Zwart

JULIEN IGNACIO – 1969

• 2009 oprichting

www.julienignacio.com

• 1997, 1999, 2001-2003,

theatergroep tgDakota 2008, 2011, 2014 reizen

• 1992 doctoraal

door Zuid-Amerika,

Europese studies

West-Afrika, de Cariben,

• 1997 doctoraal

Libanon en Georgië

Literatuurwetenschap

• 2017-heden redacteur

summa cum laude

literair tijdschrift Tirade

• 2008 El Hizjra Literatuurprijs voor theaterstuk

Kus bij uitgeverij Van

Motel Atlantis

Oorschot

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

Julien Ignacio Kus

• 2018 debuutroman

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

1

24

25

26

27

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

41

42

43

44

45


is uw toegift voor het Amsterdams Universiteitsfonds? laat uw idealen voortleven als u er zelf niet meer bent

toegift.nl/amsterdams-universiteitsfonds

De Amsterdam Advanced Graduate School (AAGS) is twee jaar geleden van start gegaan en is een academie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. De AAGS richt zich op life long education voor professionals/managers in bedrijfsleven en overheid met minimaal een bachelor- of kandidaatsopleiding (HBO of WO) en werkervaring. Agenda

De programma’s in het kort

10 jan t/m 14 mrt Masterclass Toekomst van Organisaties en Organiseren 17 jan t/m 23 mei Masterclass Dynamisch Verandermanagement 14 mrt t/m 28 mrt Masterclass Content Marketing 21 mrt t/m 20 jun Masterclass The Future of Work 21 mrt t/m 27 jun Masterclass Privacy 28 mrt t/m 20 jun Masterclass Digitale Marketing & Communicatie 11 apr t/m 13 jun Masterclass Toekomst van de Stad 29 t/m 31 aug Event Design Certificate Program 26 sep t/m 19 nov Masterclass Omgevingspsychologie

• • • • • • • •

Gemiddeld worden de programma’s met een 8,3 beoordeeld (ervaringen van deelnemers zijn op de website terug te vinden). Maximaal 20 - 25 deelnemers per programma. Met toonaangevende researchers en hoogleraren. Interactieve en verrassende werkvormen. Ervaringskennis van deelnemers en inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Met tal van cases en praktijksprekers en een bijzonder netwerk. Doorvertaling van de theorie naar de eigen praktijk en next steps. Deelnemers ontvangen na afloop een certificaat van deelname.

Op de hoogte blijven van de programma’s en/of meer informatie? Kijk op aags.uva.nl of mail naar aags-fmg@uva.nl

Profile for UvA Alumni

SPUI 49  

Advertisement
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded