Page 1

UvA ALUMNI MAGAZINE 01 / 2019

50

NIEUWE UB

UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK VINDT ONDERDAK IN GEBOUWEN BINNENGASTHUIS

P 12

JULIA NOORDEGRAAF BOUWT AMSTERDAMSE TELETIJDMACHINE P 18

BI J NADER I N ZI EN

XANDRA SCHUTTE, HUMPHREY LAMUR EN ROBERT VUIJSJE BLIKKEN TERUG

P 04

VOGELS ZIJN NIET ZO VRIJ

FREELANCE VOGELA AR CAMILLA DREEF

P 16


02 INHOUD

UVA IN BEWEGING P 07 Portret iconische vrouwelijke hoogleraren, nieuw lab medische

colofon

Hoofdredacteur Albert Goutbeek Eindredacteur Shirley Haasnoot Redactie Laura Erdtsieck, Daan Meijer, Carolyn Wever

Mattmo Creative bv Fotografie/illustraties Kees Hummel, Keke Keukelaar, Monique Kooijmans, Marc Kruse, Mattmo Druk PrintRegie / Drukkerij Roelofs Aan dit nummer werkten verder mee: Remieg Aerts, Han Ceelen, Ben Haveman, Mireille MosesKompier, Humphrey Lamur, Emma Los, Nicolaas Matsier, Marion Rhoen, Michiel Röling, Xandra Schutte, Robert Vuijsje, Robin van Wechem Op de cover Xandra Schutte, Humphrey Lamur en Robert Vuijsje kijken uit over de stad vanaf het dak van een van de panden op de Roeterseilandcampus. Foto: Kees Hummel. Reacties: SPUI, Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA, Postbus 94325, 1090 GH Amsterdam. SPUI @uva.nl ISSN 667-939X De redactie heeft ernaar gestreefd de rechthebbenden van de foto’s te achterhalen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA. SPUI is een magazine voor, door en over alumni en vrienden van de Universiteit van Amsterdam. SPUI verschijnt twee keer per jaar in druk in een oplage van 100.000 exemplaren en wordt toegestuurd aan alle UvA-alumni (van wie het adres bekend is). Daarnaast wordt maandelijks een mailing verstuurd aan alumni. alumni.uva.nl

beeldherkenning, Amsterdam Law Hub, Pride 2019.

lijn. Hans Mol ging op zijn veertiende werken en begon op zijn 27ste aan de studie Tandheelkunde. Met zijn gouden handjes schopte hij het tot kaakchirurg. Sanne van ’t Hof verliet de mavo zonder diploma, ging na diverse werkervaringen toch studeren en is nu meester in de rechten.

Michiel van den Bergh, begonnen als WNF-Ranger, produceerde twee vogeldocumentaires en maakte golfbanen geschikter voor vogels. Camilla Dreef volgde mantelmeeuwen vanachter het computerscherm en werd vervolgens gegrepen door de lepelaar. Ze schreef een vogelboek en verschijnt op televisie als vogelexpert.

Waarom zijn citroenen soms zuur en soms zoet?

STUDIE P 10 Stapelaars, ‘ laatbloeiers – niet elk studiepad verloopt in een rechte

Uitgever Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA

Ontwerp en beeldredactie

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

Maurits Kruithof en Michaëla Ulrici TWINTIG JAAR SPUI Voor u ligt het vijftigste nummer van alumnimagazine SPUI. Waar de redactie in het vorige nummer uitpakte met een uitgebreide terugblik op zeventig jaar universiteitsblad Folia, geeft zij – afgezien van het goudgekleurde editienummer op de cover – weinig ruchtbaarheid aan het eigen bescheiden jubileum. Toch is het goed stil te staan bij het feit dat twintig jaar geleden de eerste editie van SPUI verscheen. Op de cover een zwart-witfoto van een besneeuwd Spui, met de lichtjes van Athenaeum Boekhandel en de cafés Luxembourg en Hoppe, en het woord ‘nostalgie’. In een ten geleide legt toenmalig collegevoorzitter Sijbolt Noorda uit waarom de Universiteit van Amsterdam, die ‘in het verleden bepaald niet opdringerig is geweest jegens haar afgestudeerden’, haar alumni voortaan een magazine toestuurt: ‘De universiteit heeft u nodig en kan u op haar beurt ook na uw doctoraal examen veel bieden’. Deze overweging geldt onverkort – al hebben we tegenwoordig geen doctoraal meer maar een bachelor en een master. De UvA is nog steeds gebaat bij betrokken alumni, ‘als adviseurs en critici die de universiteit aanzetten tot de beste kwaliteit’, als ‘vrienden’ en als ‘publieke pleitbezorgers voor de vrijheid van handelen en de ontwikkelingsmogelijkheden die een universiteit dringend nodig heeft’. Ook het aanbod voor alumni is in de kern onveranderd: vervolgopleidingen, ‘voortgezette academische vorming of culturele ontplooiing’, conferenties, ‘lezingen voor een breder publiek’, exposities en masterclasses. Wat de afgelopen twintig jaar wel is veranderd, is dat het aanbod sterk is uitgebreid en gedifferentieerd. Er zijn een Universiteitsdag en een AUV-dag, activiteiten voor jonge alumni, een netwerk voor internationale alumni, en bijna dagelijks bijeenkomsten in SPUI25. (Het vijftigste nummer van dit magazine maakt misschien een eind aan de terugkerende naamsverwisseling van het tijdschrift en het academisch-cultureel podium, maar dit terzijde.) Deze uitbreiding loopt parallel met de ontwikkeling van alumnibeleid door de universiteit en met de revitalisering van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging. De AUV, opgericht in 1889, ontwikkelde zich de afgelopen twee decennia van een klassieke vereniging met een handvol disciplinaire verbanden tot een krachtig netwerk met veertig alumnikringen. Ook het Amsterdams Universiteitsfonds maakte een sterke groei door: van een beheersorganisatie van historische fondsen tot een actief wervend universiteitsfonds met ongeveer tachtig deelfondsen. Inmiddels kent het jaarlijks circa twee miljoen euro toe aan (onderzoeks)projecten, (reis-) beurzen, erfgoed en andere academische bestemmingen. Met dank aan de alumni van de UvA, die als donateur kansen doorgeven aan volgende generaties. In 1999 schreef Noorda dat alumni SPUI niet kregen toegestuurd ‘om nostalgische gevoelens op te wekken of uw goedgeefsheid te testen’. Twintig jaar later kunnen we constateren dat de aantallen betrokken alumni, AUV-leden en donateurs sterk zijn gegroeid. Inspirerende verhalen in dit magazine leiden regelmatig tot contact met alumni die ook iets willen ondernemen, bijdragen of doorgeven. Die voorzichtigheid van twintig jaar geleden laten we daarom maar varen, en we roepen u op: doe mee, word lid en draag bij. Wij wensen u een mooie zomer. Maurits Kruithof is voorzitter van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging. Michaëla Ulrici is voorzitter van het Amsterdams Universiteitsfonds.

LOOPBAAN P 16 Deze UvA-vogelaars zijn ware vogelambassadeurs.

P 20 WETENSCHAP Kort nieuws. Zijn terroristen ziek? Hoe troost je je baby? P 22 PERSONALIA

P 23 OVERLEDENEN

IN MEMORIAM P 24 Haar ‘vierde kind’ – naast de drie dochters die Margriet Heim

als alleenstaande moeder grootbracht – was haar onderzoek naar de communicatieve ontwikkeling van niet of nauwelijks sprekende kinderen met aangeboren hersenschade. Daarvoor ontving ze een prijs en, kort voor haar overlijden, een ridderorde.

PROEFSCHRIFT P 25 Ben je een gepassioneerde en gemotiveerde werknemer,

doe je hard je best en haal je goede resultaten? Pas dan op! Organisatiepsycholoog Hannah Berkers waarschuwt voor de schaduwkant van werk als roeping.

UNIVERSITEITSDAG P 26 Foto-impressie van de Universiteitsdag 2019 VARIA P 27 Goede herinneringen aan jouw Intreeweek? Deel ze nu!

P 28

AUV & VARIA

Amsterdamse Universiteits-Vereniging viert 130-jarig bestaan.

UNIVERSITEITSFONDS P 29 DeAMSTERDAMS Zuid-Afrikaanse Jacqueline Tizora studeert aan de UvA

dankzij een beurs uit het universiteitsfonds. ‘Voor iemand die is opgegroeid in armoede, is dit de grootst denkbare verworvenheid.’

SCHATKAMER VAN DE UVA P 30 Het is het oudste boek in Amsterdam: een handschrift van

Caesars De Bello Gallico uit de eerste helft van de negende eeuw. Kan het Allard Pierson dit delicate manuscript binnenkort weer tentoonstellen?

UVA-SCHRIJVER P 31 Nicolaas Matsier was voorbestemd om aan de VU te studeren,

maar koos tegendraads voor Klassieke talen en Filosofie aan de UvA. ‘Ze overlapten niet, mijn innerlijk leven en dat van mijn ouders.’


03 P 04

UVA-ALUMNI ZOEKTEAM

De veranderende universiteit De samenstelling van de academische gemeenschap verandert de afgelopen jaren een stuk sneller dan in de decennia daarvoor. Drie alumni blikken in een persoonlijk essay terug op hun studietijd. Antropoloog Humphrey Lamur kwam als zestienjarige vanuit Suriname naar Nederland. Kleur leek geen issue, echt luisteren naar de ander bleek niet vanzelfsprekend. Voor Groene-hoofdredacteur Xandra Schutte markeert de verhuizing van de studie Nederlands van een grachtenpand naar het P.C. Hoofthuis de overgang van een Bij nader inzien-sfeer naar nieuwe zakelijkheid. Schrijver Robert Vuijsje ervoer tijdens een verblijf aan een Amerikaanse universiteit dat de UvA toch wel heel wit was.

‘THORBECKE ZETTE AMSTERDAM HARDHANDIG OP DE WEG NAAR MODERNISERING’ REMIEG AERTS SCHREEF BIOGR AFIE VAN STAATSMAN, DIE STUDEERDE AAN ATHENAEUM ILLUSTRE

– UVA-GESCHIEDENIS P 08 –

P 12

HOOFDZAAK

Nieuwe bieb Een nieuwe universiteitsbibliotheek, dat werd tijd. Niet alleen omdat er al jaren over gepraat wordt, ook omdat het huidige gebouw aan het Singel steeds meer scheuren vertoont. Geen sloop en nieuwbouw op het Binnengasthuisterrein, maar een renovatie en transformatie van bestaande panden. Tussen de ziekenhuisgebouwen komt een glazen dak met daaronder een groot plein met een flinke boom. Licht, ruimte en toegankelijkheid, met historische structuren en details: dat is het ideale gebouw van deze tijd. ‘Het moet direct duidelijk zijn als je binnenstapt. Dit is de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, dit is wie wij zijn.’

HELP DE UVA HAAR ALUMNI VINDEN

De Universiteit van Amsterdam houdt graag contact met haar alumni. Met velen lukt dat uitstekend. Maar er is ook een aanzienlijke groep die we nog niet goed bereiken. Van sommige alumni beschikken we alleen over een postadres, van anderen alleen over een e-mailadres. En van weer anderen hebben we helemaal geen contactgegevens. Het UvA-alumni Zoekteam is op zoek naar deze alumni. Helpt u mee? Waarom contact houden met de UvA? De UvA houdt alumni graag op de hoogte van ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en onderzoek. Dat doen wij via SPUI magazine en UvA-Alumninieuws, de maandelijkse digitale nieuwsbrief. Ook willen wij alumni met elkaar in contact brengen, onder andere via het netwerk van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging. Zo kan iedereen bijblijven en de voordelen benutten die het alumninetwerk biedt. Wat kan ik doen? • O ntvangt u wel dit magazine maar geen e-mails van de UvA? Geef dan uw e-mailadres aan ons door via de website. • O ntvangt u wel e-mails maar geen drukwerk (en leest u dit magazine bij iemand anders)? Geef dan juist uw postadres door. • O ntvangt u helemaal geen post van de UvA (en leest u dit magazine bij iemand anders)? Geef dan post- en e-mailadres aan ons door. Ik heb nog contact met oudstudiegenoten. U spreekt nog weleens oud-studiegenoten? Help het Alumni Zoekteam dan op weg en vraag hen of zij SPUI en UvA-Alumninieuws ontvangen. Is dat niet het geval? Dan kunnen zij zelf hun contactgegevens aan ons doorgeven via de website. We vonden al ruim 1.500 alumni terug, mede dankzij uw hulp. Helpt u mee verder zoeken? Contactgegevens doorgeven: alumni.uva.nl/zoekteam

P 18

WETENSCHAP

Amsterdam Time Machine Een soort Google Earth en teletijdmachine ineen: de Amsterdam Time Machine is een revolutionair project waarmee een reis naar het Amsterdam van het verleden mogelijk wordt. Om deze ambitie waar te maken, werkt hoogleraar Digitaal erfgoed Julia Noordegraaf samen met tal van partijen die historische kaarten, 3d-reconstructies van straten en gebouwen en allerlei data leveren. ‘Ik verheug me erop straks het Hallen Theater binnen te kunnen gaan en er samen met andere bezoekers Modern Times met Charlie Chaplin te bekijken, de film die daar in de jaren dertig ook echt draaide.’

Reacties Uw reacties op SPUI magazine zijn van harte welkom, per post of via e-mail (adressen: zie colofon). De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden reacties ingekort of helemaal niet op te nemen. Volg UvA Alumni ook op

twitter: @alumni_uva


04

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

DE VERANDERENDE UNIVERSITEIT Je moet I goed luisteren

HUMPHREY E. LAMUR – 1933 • 1954-1962 studie Sociale wetenschappen, UvA • 1962-1965 werkzaam bij Bureau Landelijke opbouw • 1965-1969 werkzaam bij Planbureau • 1969-1971 directeur Algemeen Bureau van de Statistiek, Suriname • 1972-1984 wetenschappelijk hoofdmedewerker Antropologie, UvA • 1973 proefschrift over de demografie van Suriname tussen 1920 en 1970 • 1984-1998 hoogleraar Culturele antropologie, UvA • 2001 benoemd tot Officier in de Ere Orde van de Gele Ster, Suriname • 2018 Black Achievement Award voor wetenschap, onder meer voor onderzoek naar slavernij en voor het opbouwen van een historische database van Suriname • 2018-heden lid Stichtingsbestuur van de Historische Database van Suriname, Radboud Universiteit Nijmegen

als wetenschappelijk hoofdmedewerker bij de afdeling k ben in 1933 in Suriname geboren en op mijn Culturele antropologie/Niet-westerse sociologie. zestiende kwam ik met mijn ouders en beide In die periode begon ik met mijn onderzoek naar broers naar Nederland. Ons gezin behoorde tot de slavernij. Ik verdiepte mij als een van de eerste de middenklasse. Ik bezocht de middelbare school in wetenschappers in de geschiedenis van de plantages Amsterdam-Zuid, een buurt van heel rijke mensen. Ik was daar de enige zwarte leerling maar ik hoorde er in Suriname. Er was toen al een zwarte docent verbonden aan de afdeling, ik werd de tweede. helemaal bij. Wel werd een klasgenoot uit de Jordaan Na mijn benoeming tot hoogleraar bij dezelfde weggepest, toen ik zelf nog maar drie maanden op afdeling in 1984 was ik de eerste zwarte professor, school zat. ‘Hij hoort hier toch niet thuis’, zeiden de andere hoogleraren waren witte mannen. sommige leerlingen en de leraren deden niets. Het Wel waren er meer vrouwelijke docenten dan in heeft me lang beziggehouden en ik vind het nog de periode toen ik student was. steeds heel erg. In Suriname had dat niet kunnen Onder de vijftien studenten met wie ik begon was het gebeuren. Na een verblijf van een jaar keerden mijn ouders terug aantal vrouwen gering. In de latere studiejaren nam dit verschil tussen het aantal mannen en vrouwen nog naar Paramaribo maar ik bleef met mijn broers in toe doordat enkele vrouwelijke studenten ophielden Nederland. Aan het Muzieklyceum in Amsterdam met de studie in verband met hun huwelijk. Deze kreeg ik enkele jaren vioolles van de vermaarde ongelijkheid gold in sterkere mate ook voor de groep docente Davina van Wely. Na het eindexamen van de van hoogleraren van wie wij colleges hebben gehad, middelbare school begon ik als student sociale wetendat waren mannen. Het waren onder andere de schappen aan de Universiteit van Amsterdam. professoren Sjoerd Hofstra, Arie den Hollander, Ik volgde voornamelijk vakken van Sociologie en André Köbben en Jacques Presser. Antropologie, naast enkele andere vakken zoals Geschiedenis en Sociale psychologie. ‘Ik kan mij niet herinneren Van de ongeveer vijftien studenten met wie ik samen aan de opleiding begon, was ik – net als op school – dat mijn huidskleur of afkomst de enige zwarte student. Wel was er ook een student een rol heeft gespeeld’ die mij vertelde dat zijn moeder van Indonesische afkomst was. Maar hij stopte na een jaar met de studie. Ik heb tijdens mijn studie veel geleerd en vond de hoorcolleges zeer interessant. Veel belangstelling had Etnische tegenstellingen waren er niet echt in die tijd. ik voor de colleges van professor Presser over de In Suriname hadden we een heel positief beeld van Tweede Wereldoorlog en over de Joden in Nederland. Nederland en Surinamers waren veruit de grootste Zou mijn gevoeligheid voor dit onderwerp kunnen groep immigranten in Nederland. En als er toch eens samenhangen met het feit dat ik in Suriname ben iets was dacht ik aan mijn vader. Hij zei altijd: geboren, een land waar Joden, moslims, christenen ‘Je moet niet zeuren, je moet doorgaan’. Dat vond ik en hindoes vreedzaam naast en met elkaar leven? als kind niet altijd leuk, maar ik heb er later veel aan In Paramaribo, de hoofdstad van Suriname, staan de teruggedacht. moskee, het bedehuis van de mohammedanen, en de Gedurende de opleiding, die zes of zeven jaar duurde, synagoge van de Joden al heel lang naast elkaar. kan ik mij niet herinneren dat mijn huidskleur of Die grote interesse kan ook mijn frequente contacten mijn afkomst een rol heeft gespeeld bij contacten met met Gerhard Durlacher, een van mijn medestudenten, de witte medestudenten, en evenmin bij mijn verklaren. Ik ben lang met hem bevriend geweest. contacten met witte studenten van andere faculteiten. Hij was van Joodse afkomst en werd tijdens de Tweede Studenten hadden geen inspraak wat betreft de keuze Wereldoorlog samen met zijn ouders naar Duitsland van de literatuur, de studielast en studienormen, zoals afgevoerd. Later kwam hij alleen naar Nederland dat in latere jaren wel is voorgekomen. De tentamenterug. Hij heeft mij tijdens onze studie veel verteld literatuur vond ik vrij veel, maar we maakten geen over de verschrikkingen in Duitsland, die op mij een bezwaar tegen de vele boeken die we moesten lezen. diepe indruk hebben gemaakt. Ik was zeer geschokt, Onderling spraken wij studenten uitvoerig met elkaar ik had dat niet eerder gehoord. ‘Mensen in Nederland over de boeken en over de stof die tijdens de colleges willen mijn verhalen niet horen’, zei hij eens tegen mij. door de professoren was behandeld. Nu heb ik soms Toen ik mijn moeder over hem vertelde zei ze: het gevoel dat we meer zichtbaar hadden moeten zijn ‘Je moet goed luisteren.’ Veel later, in 1995, kreeg in de samenleving. Wij waren abstract en theoretisch Gerhard een eredoctoraat aan de UvA. Toen ik hem bezig maar reflectie op grote maatschappelijke vraagfeliciteerde in de Lutherse Kerk, zei ik: ‘Je hebt me stukken, zoals migratie, is ook nodig. veel verteld.’ Waarop hij zei: ‘Jij luisterde tenminste.’ • Jaren na mijn afstuderen werd ik in 1972 aangesteld


05 Het is nog maar een paar decennia geleden dat nagenoeg alle hoogleraren, studenten tekst • Humphrey E. Lamur Xandra Schutte en bestuurders wit waren en dat mannen aan het roer stonden. Maar bijna geruisloos Robert Vuijsje beeld • Kees Hummel voltrokken zich aan de UvA grote veranderingen. Vrouwen en minderheden begonnen aan een inhaalslag die nog steeds voortduurt. Uitwisselingsprogramma’s en buitenlandse studenten droegen eraan bij dat de universiteit zeer internationaal werd. Ook werd het belang van diversiteit onbetwistbaar. Humphrey Lamur (1933), Xandra Schutte (1963) en Robert Vuijsje (1970) kijken terug op hun studententijd en de veranderende universiteit.

E

erst was er de tuin. Een grachtentuin met gras waar je je op kon vleien. De drank werd geschonken in plastic bekertjes, maar dan wel royaal. De jenever werd gedronken als water. Het eerste wat ik me zo’n beetje van mijn studie Neerlandistiek begin jaren tachtig herinner, zijn de borrels. Als het mooi weer was, waren die legendarisch, vooral vanwege die tuin. Ze werden georganiseerd door ouderejaars, die de drank en de plastic bekertjes overvloedig insloegen en de bar bestierden. Die borrels schieten meteen naar boven, niet omdat ik zo’n feestbeest was, nooit geweest, ik behoorde niet tot het volhardende groepje dat noest doorging tot het ochtend werd, maar omdat ze voor mij het symbool zijn van de overgangstijd waarin ik studeerde. In 1982 begon ik mijn studie in het Lambert ten Kate-huis, een wat uitgeleefd maar ruim pand aan de Herengracht. Wie schrijver, journalist of uitgever wilde worden, en dat waren er toen heel wat, studeerde Nederlands, dus dat grachtenhuis was eigenlijk niet groot genoeg, waardoor we noodgedwongen uitzwermden over de stad, naar andere relatief intieme panden. De universiteit en de stad vloeiden zo in elkaar over, zoals studie en verpozing dat deden bij de borrels.

‘De universiteit en de stad vloeiden in elkaar over, zoals studie en verpozing dat deden bij de borrels’ De strijd van de jaren zeventig was achter de rug, de universiteit heette democratisch te zijn, in ieder geval was de afstand tussen student en docent klein. Hoogleraren, toentertijd bij Neerlandistiek nog allemaal man, uhd’s (idem) en jonge docenten mengden zich tijdens die tuinfeesten, en ook gewoon in de kantine, of in de kroeg na het college met de studenten. Het leidde tot een cultuur waarin de liefde voor literatuur en taal zich niet beperkte tot de paar uur per week dat je een vak moest volgen – en ja, die cultuur was amicaal, en leidde soms ook tot docenten die zich al te opdringerig gedroegen, maar het was toch alsof je als student in de jaren tachtig nog de tijd kon aanraken die J.J. Voskuil had beschreven in zijn cultroman Bij nader inzien. Iets van de ernst en de toewijding van Voskuils letterenstudenten uit de jaren vijftig, iets van hun idee dat er geen scheiding was tussen kunst en leven – het bestond toen nog. Studeren voor de punten: zo banaal! Voskuil had per slot van rekening aan hetzelfde instituut gestudeerd. Symbool van de nieuwe tijd was het P.C. Hoofthuis, waar wij na een paar jaar naar verhuisden.

Geen grachtenhuis meer, geen tuin, maar een groot gebouw, onder architectuur gebouwd, met een heuse fietsenkelder en een kantine die professioneel werd gerund. Eigen borrels waren daar uitgesloten; de vaak stimulerende vermenging van alles en iedereen was een stuk minder. Het gebouw, waarin wij samenhokten met allerlei andere letterenstudies, stond voor een nieuw soort zakelijk studeren, die eigenlijk al eerder was ingevoerd, namelijk precies het jaar dat ik begon, in 1982. Toen werd de zogeheten tweefasenstructuur ingevoerd, en werd je geacht je studie in vier jaar af te ronden, met een uitloop naar zes jaar, die dus bijna iedereen gebruikte, maar het was toch niets vergeleken met de acht, negen, tien jaar die ouderejaars aan hun studie wijdden.

De tijd van de tuinfeesten

‘Er was van onderop om democratisering gevraagd, nu werd er van bovenaf verzakelijking opgelegd’ Toen ik studeerde, decennia geleden, was er al weemoed over een universiteit die aan het verdwijnen was. Docenten klaagden hoe oppervlakkig de studie dreigde te worden, nu studenten er zo doorheen gejaagd moesten worden. De leeslijsten waren flink ingeperkt, een kandidaatsscriptie hoefden we niet meer te schrijven, want het kandidaats was ingeruild voor de propedeuse. Die bevoorrechte enclave, die nog wit en vooral mannelijk was als het om de staf ging, had natuurlijk al onder vuur gelegen toen vanaf de jaren zeventig nieuwe groepen studenten binnen kwamen, de arbeiderskinderen, die als eerste van hun familie gingen studeren, en de vrouwen. Er was van onderop om democratisering gevraagd, om het opgeven van privileges; nu werd er van bovenaf verzakelijking opgelegd, en dat was misschien een nog veel knellender korset. Ik weet niet of het waar is, maar ik heb de indruk dat wij het eerste jaar waren waarin precieze studiepunten aan elk vak en elke week waren toebedeeld – het bindend studieadvies lag nog ver in het verschiet. De docenten spraken zo onwennig over die punten dat als die al eerder hadden bestaan ze er in ieder geval nauwelijks mee bekend waren. Mijn afstudeerscriptie schreef ik in drie maanden, daarna zaten mijn zes jaar, waarin ik twee studies en zo veel mogelijk bijvakken volgde (dat kon toen nog vrijwel kosteloos) erop. Tijdens de afstudeerplechtigheid sprak mijn scriptiebegeleider mij wat misprijzend toe dat literatuur en zulke haast toch eigenlijk niet samengingen. Hij was onmiskenbaar gevormd in de tijd van de tuinfeesten. Ik heb er een beetje aan mogen ruiken. •

XANDRA SCHUTTE – 1963 • 1982-1988 Nederlandse taal- en letterkunde en Communicatiewetenschap (beide cum laude) • 1992-1999 redacteur De Groene Amsterdammer • 2000-2004 hoofdredacteur Vrij Nederland • 2005-2008 uitgever Meulenhoff • 2008-heden hoofdredacteur De Groene Amsterdammer


06

De echte wereld

ROBERT VUIJSJE – 1970 • 1990-1997 propedeuse Sociologie, gevolgd door bovenbouwstudie Amerikanistiek, UvA • 1995-1996 studiejaar aan de University of Memphis • 2008 debuutroman Alleen maar nette mensen, bekroond met de Gouden Uil (2009) en de Inktaap (2010) • 2012 roman Beste vriend • 2014-heden wekelijks interview in de Volkskrant, over afkomst • 2016 Kaaskoppen (non-fictie) • 2019 roman Salomons oordeel

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

V

roeger, in de jaren negentig van de vorige eeuw, medeleerlingen om me heen had gezien. Het was niet zo dat ik veel nadacht over de samenstelling van mijn werd op MTV een programma uitgezonden klas. Het was wat het was. dat The Real World heette. Voor de jongere lezers: MTV was een tv-zender waarop zogeheten ‘In Memphis was ik zelf videoclips werden uitgezonden. Dat waren korte de buitenstaander die filmpjes die werden gemaakt als begeleiding voor liedjes die in de hitparade stonden. niemand kende, dus daar heb Ter afwisseling van die videoclips werd vanaf 1992 ik wel vrienden gemaakt’ een nieuw televisiegenre geïntroduceerd, dat van de Pas op de universiteit in Memphis, een stad die voor docusoap. In The Real World werden zeven jonge mensen die elkaar niet kenden in een huis vol camera’s driekwart bestond uit Afro-Amerikaanse inwoners, zag ik zwarte studenten. O ja, dacht ik na een paar dagen, gestopt, in afwachting van de ruzies die zouden zij kunnen natuurlijk ook gewoon Rechten studeren, volgen. Een concept dat daarvoor niet bestond. of Geneeskunde. Dit uitwisselingsprogramma vond Toen ik in 1995 mijn intrek nam in een studentenplaats aan het einde van mijn studie aan de UvA, kamer op de campus van de University of Memphis ik was al 24. Voor de jongere lezers: vroeger kreeg moest ik denken aan The Real World. Aan het begin je een studiebeurs voor zes jaar. Die je niet hoefde van de eerste uitzending meldden de bewoners zich in terug te betalen. hun nieuwe huis en ontmoetten ze in volgorde van Vind ik het erg dat ik tot mijn 24ste uitsluitend witte aankomst de zes wildvreemden met wie ze de medestudenten had en dus ervan uit ging dat alleen zij komende maanden zouden samenleven. studeerden? Nee hoor. Het was een van de dingen die Zo was het ook in het appartement waar mijn studentenkamer zich bevond. Ik betrad een leeg appartement ik moest leren als Amsterdammer. Anders dan in Memphis heb ik me aan de UvA nooit met vier slaapkamers, twee badkamers en een woonin het studentenleven gestort. Dat was voor provinkamer. En ik moest maar afwachten wie er verder cialen die niemand kenden in de grote stad. Ik had al binnen kwamen lopen. vrienden. Dus aan de UvA heb ik met niemand De eerste medestudent die ik leerde kennen stelde vrienden gemaakt. zichzelf voor als Glen. Hij droeg een blauw honkbalMaar van vrijwel al mijn medeleerlingen aan de lagere petje van de Atlanta Braves en vertelde dat hij aan en middelbare school weet ik dat ze nu, dertig tot de universiteit kon studeren dankzij een beurs, een veertig jaar later, nog steeds in Amsterdam wonen. scholarship. O ja en hij was zwart. Afro-Amerikaans. Ik weet nog dat mijn eerste gedachte was, kijkend naar Nooit hebben ze de stap hoeven maken van verhuizen naar een nieuwe stad en leren dat ze het daar heel zijn indrukwekkende lichaamsbouw: die beurs moet anders doen dan je thuis gewend was. Wanneer je al in vast zijn omdat hij in het basketbalteam speelt van de universiteit. En ik weet nog dat ik dacht: maar volgens het centrum van de wereld woont, waarom zou je dan ergens anders heen gaan? mij moet ik dit niet tegen hem zeggen. Even later De ontdekking dat buiten de Universiteit van vertelde Glen dat hij een Business major was, aan het Amsterdam in de jaren negentig ook onderwijsDepartment of Business Information and Technology instellingen bestonden met een radicaal andere samenvan de universiteit. De beurs had hij verkregen door stelling – het was slechts een van de zaken die ik pas zijn hoge cijfers voor exacte vakken op de middelbare op latere leeftijd heb geleerd. school. En hoe liep het af tussen mij en Glen? In Memphis ‘Mijn eerste gedachte was: was ik zelf de buitenstaander die niemand kende, dus daar heb ik wel vrienden gemaakt. Glen riep toen, die beurs moet vast zijn omdat in 1995, al dat hij later een rijke en succesvolle hij in het basketbalteam van ondernemer ging worden. de universiteit speelt’ Ik bedoel dit niet als een politiek correct sprookje, het is gewoon de werkelijkheid. Ik bleef op vakantie gaan Later bedacht ik: waarom was ik automatisch in de naar het zuiden van de Verenigde Staten en zag Glen veronderstelling dat iemand zoals Glen wel een beurs iedere keer in een groter huis wonen, met een duurmoest hebben die te maken had met zijn atletische dere auto voor de deur. Tot ik een paar jaar geleden prestaties en niet gewoon omdat hij slim was? En arriveerde bij zijn nieuwe huis is Nashville, Tennessee. waarom dacht ik meteen aan basketbal? Glen was nog Het was een soort kasteel in een exclusieve villawijk kleiner dan ik ben. met een hek eromheen. In die gated community was hij Het zou kunnen komen doordat ik in Amsterdam, de enige zwarte bewoner tussen de witte miljonairs. zowel op de lagere als de middelbare school en ook Glen had het helemaal gemaakt. • daarna aan de UvA, niet of nauwelijks zwarte


UVA IN BEWEGING PORTRET ICONISCHE VROUWELIJKE HOOGLERAREN

In de centrale hal van het Bushuis hangt sinds kort een groepsportret van vijf vrouwelijke hoogleraren die veel hebben betekend voor de Faculteit der Geesteswetenschappen. Met het schilderij, gemaakt door kunstenaar Rogier Willems en onthuld door bestuursvoorzitter Geert ten Dam en rector magnificus Karen Maex, laat de faculteit zien dat zij allang geen mannenbolwerk meer is, noch wil zijn. Op het schilderij, met een omvang van 1,80 bij 2 meter, staan de volgende iconische vrouwelijke geesteswetenschappers afgebeeld (vlnr): Mieke Bal, Anne van Grevenstein, Aafke Hulk, José van Dijck en Marita Mathijsen. Het groepsportret wordt in de wandelgangen al De Staalmeesteressen genoemd.

POSITIEF OORDEEL INSTELLINGSTOETS KWALITEITSZORG

De Universiteit van Amsterdam heeft van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) definitief een positieve beoordeling gekregen op de Instellingstoets Kwaliteitszorg. Dit is de maximaal haalbare beoordeling. Tijdens de instellingstoets is door een panel van onafhankelijke deskundigen onderzocht of het interne kwaliteitszorgsysteem aan de UvA in samenhang met de kwaliteitscultuur verzekert dat de visie van de UvA op goed onderwijs wordt gerealiseerd. Het panel concludeert dat de UvA voldoet aan alle vier de beoordelingsstandaarden: visie en beleid, uitvoering, evaluatie en monitoring, en ontwikkeling. In het adviesrapport staat ook een aantal aanbevelingen, onder andere ten aanzien van elementen van de onderwijsvisie en de relatie met het werkveld. In de komende periode gaat de UvA kijken hoe deze aanbevelingen opgevolgd kunnen worden.

ONDERWIJSPROGRAMMA SCHOLIEREN AMSTERDAM-OOST

MENSELIJKE RESTEN MAORI TERUG NAAR NIEUW-ZEELAND

Amsterdam UMC geeft menselijke resten van Maori terug aan het land van herkomst. Tijdens een plechtigheid in locatie AMC heeft een delegatie van Maori, de eerste bewoners van Nieuw-Zeeland, een getatoeëerd hoofd en botten van acht personen in ontvangst genomen uit handen van de conservator van Museum Vrolik. De collectie van dit museum bestaat uit een groot aantal anatomische preparaten, verzameld door vader en zoon Vrolik in de negentiende eeuw. Amsterdam UMC geeft de resten terug na een verzoek van de Maori. De regering van Nieuw-Zeeland staat achter de repatriëring. De Maori zijn bezig met een grote campagne om overal ter wereld de menselijke resten van hun voorvaders terug te halen.

NIEUW AIM LAB MEDISCHE BEELDHERKENNING

UvA-hoogleraren Cees Snoek en Marcel Worring starten samen met onderzoekers van het Inception Institute of Artificial Intelligence Ltd. uit de Verenigde Arabische Emiraten een nieuw publiek-privaat onderzoekslab. In het nieuwe AIM Lab gaan ze zich richten op de inzet van kunstmatige intelligentie voor medische beeldherkenning. Het lab wordt onderdeel van ICAI, het nationale Innovatie Centrum voor AI, op het Amsterdam Science Park. In het lab gaan zeven promovendi de komende vijf jaar werken aan projecten gericht op onder meer een snellere diagnose van Alzheimer, het modelleren van hartbewegingen en het genereren van automatische rapportages op basis van röntgenbeelden.

Op 12 maart is het project EduHub van start gegaan, een sociaal initiatief dat zich inzet voor inclusiever onderwijs. De Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) helpt via dit project scholieren uit Amsterdam-Oost door te stromen naar een vervolgstudie. Het gaat om een intensief voorbereidend onderwijsprogramma voor havo- en vwo-scholieren uit Amsterdam-Oost van wie de ouders zich geen private bijles kunnen veroorloven. Het pre-studeertraject bevordert zo de inclusie van scholieren met een lagere socio-economische achtergrond en helpt de onderwijskloof te verkleinen. Binnen de FNWI worden studenten geworven om zich in te zetten voor de scholieren. EduHub is een initiatief van de Stichting Diversity, een studenteninitiatief dat zich inzet voor meer inclusief onderwijs.

NIEUWE BROEDPLAATS VOOR RECHT: AMSTERDAM LAW HUB

In de Amsterdam Law Hub op de Roeterseilandcampus werken studenten en medewerkers van de UvA samen met maatschappelijke partners en ondernemers aan juridische dienstverlening en innovatie. Zo kan iedereen met een juridisch probleem voor advies terecht in het Free Legal Advice Centre, een verzameling rechtswinkels. In het ervaringsonderwijs van de Amsterdam Law Practice kruipen studenten door middel van clinics, law labs en simulaties al in de rol van jurist. In de Hub huren ook de maatschappelijke juridische organisaties Public Interest Litigation Project (PILP), Bureau Clara Wichman, Lawyers for Lawyers, Pro Bono Connect en Arbeidsmarktresearch een werkplek. Masterstudenten gaan in de Hub via law clinics en law labs deelnemen aan projecten en zaken van deze partners. Afstuderende studenten en alumni kunnen in de Hub beginnen aan een juridische start-up, en zo eerste hun stappen zetten op het pad van het ondernemerschap.

07 TERUGDRINGING AMSTERDAMS LERARENTEKORT

De lerarenopleidingen van de UvA zetten zich – samen met andere lerarenopleidingen in Amsterdam, vertegenwoordigers uit het onderwijs en de gemeente Amsterdam – in om het lerarentekort in Amsterdam terug te dringen. De partijen, die hun krachten hebben gebundeld in de Taskforce Lerarentekort, hebben met de ondertekening van de nieuwe Lerarenagenda afgesproken om een extra stapje te zetten. De UvA denkt binnen de Taskforce actief mee over de plannen voor de terugdringing van het lerarentekort. Ook is zij betrokken bij de uitvoering van een aantal projecten zoals de werkplaatsen onderwijsonderzoek, waarin onderwijsonderzoekers en mensen uit de onderwijspraktijk samenwerken. Daarnaast zet de universiteit zich in voor de professionalisering van leraren. Tot slot werkt zij mee aan de campagne ‘Liever voor de klas’, en de projecten ‘Leraar voor een dag’ en ‘Teach for Amsterdam’.

UVA VAART MEE TIJDENS PRIDE AMSTERDAM

De UvA, HvA, VU en Hogeschool Inholland varen met een gezamenlijke boot mee in de botenparade tijdens Pride Amsterdam 2019. Samen vertegenwoordigen de vier instellingen zo’n 107.000 studenten en zo’n 15.000 medewerkers. Nooit eerder namen de onderwijsinstellingen zo eenduidig positie in als bij de gezamenlijke deelname aan de botenparade. Voor de HvA en Inholland is de deelname een primeur. De UvA en de VU deden al eerder mee. Op de boot passen tachtig studenten en medewerkers.

UVA ONDERTEKENT MANIFEST ‘CIRCULAIR & ONDERWIJS’

De UvA heeft het manifest ‘Circulair & Onderwijs – de rol van het onderwijs in toekomstbestendig innoveren’ ondertekend. Inzet is het circulaire denken te verankeren in onderwijs en onderzoek. Het manifest is een initiatief van de Amsterdam Economic Board (AEB). Het doel is onderwijsinstellingen te mobiliseren en een platform te bieden om leerlingen en studenten ideeën en vaardigheden bij te brengen die nodig zijn voor toekomstbestendige innovaties, onder meer om de omslag te kunnen maken naar een circulaire economie. Het onderwijs speelt een grote rol in die transitie. Naast de UvA ondertekenden veertien andere onderwijsinstellingen in de regio Amsterdam het manifest.


08 UVA-GESCHIEDENIS

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Remieg Aerts

DE KOELE MINNAAR THORBECKE EN AMSTERDAM Wie wel eens over het stille Thorbeckeplein loopt, komt aan het einde de staatsman tegen, hoog op zijn sokkel, uitkijkend over de Herengracht. Soms zit er een duifje op zijn hoofd. Hij staat daar sinds 1876, wat eenzaam in een stad die hem niet mocht en waarmee hij altijd een wat stroeve relatie had. Thorbecke (1798-1872) geldt als Zwollenaar, maar hij woonde belangrijke jaren van zijn jeugd in Amsterdam. In 1815 bracht zijn vader hem naar de hoofdstad. Johan Rudolf was zeventien, hij had twaalf jaren intensieve scholing achter de rug. Hij ging zich nu voorbereiden op academische examens, onder leiding van dominee Sartorius, predikant van de Oude Lutherse Kerk aan het Spui, tegenwoordig de Aula van de UvA. Thorbecke was arm. De familie kon hem met geleend geld net laten studeren, op de goedkoopste manier, als extraneus. De volgende jaren leidde de jongen een spartaans studieleven op een onverwarmd zolderkamertje bij het gezin van de dominee, aan de Handboogstraat 6. Het huis bestaat niet meer in de toenmalige vorm. Zijn studiedag begon om half zes ’s ochtends, pas om half negen werd er ontbeten en daarna waren er lessen en zelfstudie tot negen uur ’s avonds. Alleen op woensdagmiddag en zondagmiddag was er tijd voor een wandeling, bij voorkeur in de groene omgeving van de stad, want Rudolf vond het grote Amsterdam beklemmend en stenig. ‘Dat is zoowat de levensloop geduurende de geheele week’, berichtte hij zijn ouders in Zwolle. Om niet in totaal isolement te studeren en vakken te kunnen volgen waarin de dominee hem niet kon begeleiden, ging hij na een poos ook wat colleges lopen aan het Athenaeum Illustre, de voorganger van de UvA. Tegen een vriendelijk tarief kon de arme maar knappe student terecht bij Amsterdamse coryfeeën als J.H. van Swinden (wis- en natuurkunde), J.P van Cappelle (Nederlandse letterkunde), H. Bosscha (geschiedenis) en J. van Reenen (rechten).

Vooral volgde hij colleges bij D.J. van Lennep (klassieken) – wiens portret nog is opgenomen in de glas-in-loodramen van de Agnietenkapel. Rudolf werd zelfs lid van twee serieuze studentendisputen, het ene op het gebied van de klassieken, het andere op dat van de wis- en natuurkunde. Maar al in 1818 vertrok de ambitieuze student naar Leiden, om daar zijn examens te doen en te promoveren, want dat kon toen nog niet aan het Athenaeum Illustre. In Leiden stelden de professoren hem flink op de proef, want zo’n Amsterdamse studiosus moest zich natuurlijk niet te veel verbeelden. Thorbecke heeft daarna alleen nog in 1824-1825 in Amsterdam gewoond, op een zolderkamer aan de Oudezijds Achterburgwal. Van 1820-1824 had hij op een beurs in Duitsland rondgereisd als privaatgeleerde. Hij had daar de grote denkers en schrijvers van de Romantiek ontmoet en zich diepgaand met de Duitse filosofie beziggehouden. Maar omdat hij nu in Nederland doorging voor een gevaarlijke aanhanger van Hegel, Schelling of Spinoza werd hij drie keer gepasseerd voor een academische benoeming. Platzak en zonder enig vooruitzicht kwam hij terug in Amsterdam. Op zijn sombere kamertje, met de gordijnen dicht tegen het straatlawaai, schreef hij een knap rechtsfilosofisch boekje over het recht en de staat, een blauwdruk van zijn latere optreden als politicus en bestuurder.

De familie kon hem met geleend geld net laten studeren


09

Omdat hij in Duitsland zijn hart had verpand aan de muziek van Mozart, vooral diens opera Don Giovanni, deden Amsterdamse vrienden hem het plezier werk van Mozart op het programma te zetten, uitgevoerd door het ensemble Blaas- en Strijklust in De Zon aan de Nieuwendijk. Maar verder vond Thorbecke de artistieke smaak in de hoofdstad conventioneel en oppervlakkig. In 1825 vertrok hij naar Gent om hoogleraar te worden. Pas na 1848, toen Thorbecke als liberale hervormer de politiek instapte en als minister of volksvertegenwoordiger vanuit Den Haag ging opereren, kreeg hij weer met Amsterdam te maken. Die relatie bleef altijd moeizaam. Dat had zeker te maken met de herinneringen aan zijn armoedige, sombere ploeterjaren. Maar even belangrijk was dat Amsterdam een oerconservatieve, trage en onwillige hoofdstad was. Nog tot ver in de jaren 1860 werd de stad bestuurd door de zelfingenomen ‘IJ-vorsten’ van het financieel establishment en het patriciaat. Hoewel Amsterdam allang op zijn retour was, verzette het zich tegen alle initiatieven tot modernisering. In 1851 reduceerde Thorbeckes gemeentewet de trotse stadstaat, nog altijd een van de grootste steden van Europa, tot een gewone gemeente, met dezelfde inrichting en rechten als Ransdorp en Sloten. Dat was slikken. In april 1853 maakte de hoofdstad zich tot tolk van de protestantse agitatie tegen het herstel van de katholieke kerkorganisatie. Dat gaf koning Willem III de gelegenheid zich te ontdoen van het eerste kabinet-Thorbecke (1849-1853). Bij zijn voorjaars-bezoek aan de hoofdstad toonde hij zich toegankelijk voor de massapetitie en nam hij afstand van de grondwet. In 1856 was Amsterdam opnieuw het centrum van een royalistische conservatieve beweging, toen een veteranenclub op de Dam een nationaal monument oprichtte ter herdenking van de Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen in 1831. Dat werd ‘Naatje op de Dam’ (wegens bouwvalligheid afgebroken in 1914). Toen hing zelfs het gerucht van een reactionaire staatsgreep in de lucht, om de grondwet van 1848 terug te draaien. Het tweede kabinet-Thorbecke (1862-1866) stond in het teken

van grote infrastructurele projecten: het spoorwegnet en nieuwe, eigentijdse verbindingen van Amsterdam en Rotterdam met de zee, door een Noordzeekanaal en de Nieuwe Waterweg. Daarvoor was intensieve samenwerking tussen Den Haag, Amsterdam en grote investeerders nodig. In die periode heeft Thorbecke zijn stempel op Amsterdam gedrukt. Hij en de ingenieurs van zijn ministerie bepaalden dat er een groot Centraal Station zou worden gevestigd in het IJ, precies in het oude havenfront. Dat enorme bouwwerk, een ‘ijzeren gordijn’, sneed de stad af van het open IJ en zijn woud van scheepsmasten, eeuwenlang de levensader, de toegangspoort, de glorie en schoonheid van Amsterdam. De stedelijke bestuurders hadden gepleit voor kopstations aan de randen van de stad. Was het de wrok van Thorbecke die zich uitte in het besluit? Toch niet. Anders dan de lokale bestuurders had de minister een integrale visie. Het nieuwe Noordzeekanaal zou het havengebied verleggen, vergroten en moderniseren.

Hoewel Amsterdam allang op zijn retour was, verzette het zich tegen alle initiatieven tot modernisering Het Centraal Station zou de havens gaan verbinden met het nationale en internationale spoorwegnet in aanleg. Thorbecke heeft Amsterdam hardhandig op de weg naar modernisering gezet. Net zoals hij de koning reduceerde tot de functie van staatshoofd, integreerde hij Amsterdam in het bredere nationale verband. Daarmee redde hij zowel de monarchie als de vervallen hoofdstad. Wat baron Haussmann voor Parijs heeft gedaan, deed Thorbecke voor Amsterdam. Gemakkelijk ging het allemaal niet. Het consortium dat het Noordzeekanaal moest realiseren, bleef lang

een bestuurlijk hoofdpijndossier. Wat was dat toch altijd met de hoofdstad, mopperde de minister, ‘al wat men, ter bevordering van intellectuële of materiële ontwikkeling met of voor Amsterdam begint, handelsschool, lager en middelbaar onderwijs, Museum, Ziekenverpleging, Spoorwegverbinding, alles wordt een niet af te winden kluwen of haspel. Tegenwerken, ophouden is de leus’. Maar het tij keerde. Tegen het einde van zijn leven begon Amsterdam liberaal te worden. Zijn geestverwanten kregen langzamerhand greep op de gemeenteraad. De modernisering die werd ingezet zou zelfs tot een ‘tweede Gouden Eeuw’ van de stad leiden. En ja, de stugge, ongenaakbare oud-bewoner van de stad werd daar deel van. Want toen Thorbecke overleed, in 1872, deed het Haagse establishment er alles aan om te voorkomen dat er een standbeeld van de staatsman zou komen in de hof- en adelstad. Thorbecke had er een kleine kwarteeuw gewoond, aan de uiterste rand van de stad, maar hij was voor de mannen van de oude orde altijd de buitenstaander, de republikein, de usurpator gebleven. En zo kwam het dat de liberale leider uiteindelijk in 1876 zijn hoge standbeeld kreeg, op zijn eigen plein – in Amsterdam. ‘Hervormer der Staatsregeering. Oprecht volksvriend. Trouwe dienaar der Kroon’, staat er op de zijden van het voetstuk, en Optimo civi cives, ‘van de burgers aan de allerbeste burger’. De onthulling was een nationaal evenement, besloten met een groots vuurwerk op de Amstel. Het klaterend lichtspektakel toonde de naam THORBECKE, en GRONDWET, en tot slot het portret van de staatsman. Maar bij het kermisoproer van september 1876 werd het standbeeld van de ‘oprechte volksvriend’ door de woedende meute met vuil bekogeld, gewoon, omdat de bronzen figuur daarboven het gehate gezag representeerde. Zo kenden Thorbecke en Amsterdam elkaar weer. • Remieg Aerts (1957) is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. In 2018 verscheen zijn biografie Thorbecke wil het: Biografie van een staatsman, waarvoor hij de Prinsjesboekenprijs 2018 ontving.


10 STUDIE

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

BLOEIEN OP LATERE LEEFTIJD

tekst • Marion Rhoen beeld • Kees Hummel

Hans Mol

‘Tijdens practica werden Hansies gouden handjes weer zichtbaar’ HANS MOL – 1937 • 1951-1954 eerste baan, bij instrumentenfabriek Almara (algemene maatschappij voor radiologie, electrologie en chirurgie), Amsterdam • 1951-1956 avondopleiding UTS (voorloper MTS) • 1954-1955 leerling-instrumentmaker laboratorium voor fysiologische chemie, Gemeente Universiteit (toenmalige naam van de UvA) • 1955-1963 instrumentmaker Nederlands Kanker Instituut (m.u.v. jaren militaire dienst) • 1957-1961 militaire dienst, onderofficier Luchtmacht • 1955-1963 examens als extraneus aan Leidse Instrumentmakers School (meesterproef afgewezen; in 2019, na herbeoordeling meesterwerkstuk, alsnog diploma gekregen) • 1959-1964 Avondlyceum, staatsexamen HBS • 1964-1970 Tandheelkunde • 1970-1974 specialisatie Mondheelkunde en Chirurgische prothetiek • 1970-2002 werkzaam bij Wilhelmina Gasthuis, later AMC • 1975 oprichting privépolikliniek voor ambulante kaakchirurgie • 2007 pensioen

ALLE BEGIN IS MOEILIJK Mijn vader was slagersbediende, hij had zeven jaar lagere school gehad. Maar opleiding vond hij belangrijk. Hij gaf me verschrikkelijk op mijn ziel toen ik hem een keer een ansichtkaart had gestuurd met drie spelfouten erop. Op de lagere school kon ik namelijk moeilijk meekomen, door alles wat ik uit de oorlog had meegenomen. Dus daarna ging ik naar de ambachtsschool. De meeste jongens uit mijn klas gingen daarheen.

WERKEN Op mijn veertiende ging ik werken bij een instrumentenfabriek. De chef, een briljant radiotechnicus, had een jongetje nodig om zijn ideeën tastbaar uit te werken. Al snel stond ik daar bekend als Hansie met de gouden handjes. Na drie jaar werd ik leerlinginstrumentmaker op het lab voor fysiologische chemie aan de GU. Van de uitmuntende vaklui daar heb ik immens veel geleerd. Dat bracht me tot het besef: je moet gaan waar de meesters zijn.

IS DIT ALLES? Op mijn volgende werkplek, bij het Nederlands Kanker Instituut, maakte ik instrumenten voor experimenteel onderzoek. Daar zag ik: als technicus kun je steeds specialistischer worden, maar de algemene ontwikkeling ontbeer je. Ik wilde meer, Frans kunnen praten bijvoorbeeld, net als de promovendi deden als er onderzoekers uit Parijs op bezoek waren. Dus ging ik in mijn diensttijd naar het avondlyceum. Toen het staatsexamen hbs naderde, besloot ik na een gesprek met een studentendecaan tot Tandheelkunde. Dan kon ik met mijn handen blijven werken, iets wat ik als ambachtsman in hart en nieren mijn hele leven wilde blijven doen. Mijn vader viel het rauw op het dak. Hij kon zich niet voorstellen dat ik op mijn 27ste alles overboord gooide en helemaal opnieuw begon.

STUDEREN Professor Arie de Froe begroette ons met de woorden: slechts de helft van u gaat het halen. Hij had gelijk, na een jaar waren we nog met 36 van de 60 studenten over. Ik was een van hen. Want weet je, tandheelkunde is een ambacht. Zeventien jaar had ik geïnvesteerd in manuele vaardigheden, dat kon ik hier extrapoleren. Tijdens practica werden Hansies gouden handjes weer zichtbaar, stafleden vroegen of ik assistent wilde worden. Maar ik wilde recht op mijn doel af, en daar geen tijd mee verliezen. Wel heb ik een aantal jaren gewerkt naast de studie, als instrumentmaker.

DE BUL Het was een belangrijk moment. In het gebouw waar later ACTA kwam, was een soort senaatskamer. Mijn ouders waren erbij, ze waren heel trots op me. Na mijn afstuderen, ik was 33, ging ik werken bij professor Hut. Ik had hem een sollicitatiebrief geschreven zo lang als een rol behang. Het antwoord was één regel: U bent aangesteld. Tot mijn pensioen ben ik aan de universiteit gebleven. Het is mijn Jeruzalem. •


11 Een academische loopbaan hoeft niet te starten op je achttiende. Hans Mol (1937) leerde eerst het vak van instrumentenmaker en ging op zijn 27ste Tandheelkunde studeren, Sanne van ’t Hof (1980) werkte in de horeca en de thuiszorg, om zich later bij Rechten in te schrijven.

Sanne van ’t Hof

‘Het eerste college voelde als thuiskomen’ ALLE BEGIN IS MOEILIJK Mijn moeder komt uit het onderwijs, ze heeft onder meer de Rietveld Academie gedaan. Studeren vond ze belangrijk. Maar op de basisschool was ik heel slecht in begrijpend lezen en spelling. Later, op de mavo, hebben leraren en mijn moeder erg hun best gedaan me erdoorheen te slepen. Die school heb ik uiteindelijk niet afgemaakt. Leren vond ik echt verschrikkelijk. Voor dingen die me niet interesseerden, deed ik nauwelijks iets. Zó saai! Veel later bleek dat ik dyslexie heb.

WERKEN

STUDEREN Het was wel pittig! Dat ik thuis ook moest studeren, vond ik wennen. Ook het omgaan met computers was lastig. Maar mijn werkervaring was een pre. Voor collega-studenten was een verdachte een abstract begrip. Maar ik zag de mensen voor me die ik had verhoord. Ik wist inmiddels ook dat stof lezen niet beklijfde, door mijn dyslexie. Ik moest het hóren. Daarom heb ik van een aantal vakken de colleges twee keer gevolgd, en werkgroepen gedaan bij docenten van wie ik het snapte als ze iets uitlegden. Voor multiplechoice-tentamens had ik steevast een onvoldoende. Maar ik mocht ze niet mondeling doen. Dat is het enige waar ik teleurgesteld over ben geweest aan de UvA.

DE BUL Dit was de eerste diploma-uitreiking waar ik mijn moeder mee naartoe kon nemen. Ik dacht terug aan al die avonduren ploeteren, al die tentamens. Het was het waard geweest. Ik was meester in de rechten, en ik had het op eigen kracht gedaan. Ik was zo trots! Nog steeds kom ik graag op de UvA, met sommige docenten heb ik nog contact. Ik wil graag contractonderwijs volgen. De advocatuur lijkt me ook wel wat. •

Mijn moeder zei: als je stopt met school, moet je fulltime werken. Dat deed ik: in de thuiszorg, in de horeca, kranten rondbrengen, modellenwerk. Het was best leuk allemaal. Maar geen diploma voelde heel negatief. Dus ging ik er volwassenonderwijs naast doen, bij de Joke Smit School. Het was een ochtend in de week, dat kon ik beter aan. Daardoor werd leren ineens ontzettend leuk. Daarna ben ik bij de politie gegaan, dat leek me spannend: nooit weten hoe je dag eruit gaat zien. Mijn interesse voor het stafrecht is daar gewekt.

IS DIT ALLES? De versnelde opleiding die ik bij de politie dacht te kunnen doen, kon toch niet. En dingen goed doordenken vond ik leuk, dat was al gebleken bij het opstellen van mijn allereerste proces-verbaal: toen belde ik met het parket om precies te weten hoe ik dat moest doen. Dus werd het toch een studie, Rechten. Het eerste college voelde als thuiskomen: op dit niveau praatte mijn moeder thuis ook met me.

SANNE VAN ’T HOF – 1980 • 1997 verlaat mavo • 1997-2007 uitzendwerk, horeca, thuishulp, receptionist, fotomodel, projectleider ICT • 2000-2004 mavo, havo, vwo op Joke Smit School • 2007-2009 opleiding tot hoofdagent, Politie Eenheid Amsterdam • 2015 bachelor Rechtsgeleerdheid, UvA • 2015 minor Forensische criminologie, VU • 2017 master Strafrecht, UvA • 2017 junior-secretaris Openbaar Ministerie, Arrondissementsparket Noord-Holland • 2018-nu jurist Slachtofferhulp Nederland • juni 2019-nu beleidsmedewerker Letselschade Raad


12 HOOFDZAAK

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Hugo tekst van• Dam Shirley enHaasnoot Bram van Vulpen beeld • Mattmo illustraties • MVSA Architects

EEN NIEUWE UB

HART VAN HET UNIVERSITEITSKWARTIER


13 Na decennialang steggelen komt er eindelijk een nieuwe universiteitsbibliotheek. Geen nieuwbouw van een internationaal vermaard architect, maar een zorgvuldige renovatie en transformatie van de monumentale ziekenhuisgebouwen op het Binnengasthuisterrein. De middeleeuwse structuur van bijna het oudste stukje Amsterdam voldoet wonderwel. ‘Steeds meer is de bibliotheek een verlengde huiskamer voor studenten, een plek van ontmoeting, reflectie en samenwerking.’ Begin jaren negentig bracht ik er vele uren boven de boeken door, soms tot middernacht, in de studiezalen met hun grote ramen die uitkeken op het Singel. Of onder de helle verlichting van de kantine waar ik ieder uur naartoe rende voor een zo lang mogelijke pauze. Daar was altijd wel een medestudent met een interessant verhaal of een oude Propria Cures om door te bladeren. Af en toe zat aan een van de tafels een oudere man die urenlang op luide toon uit een academisch boek voorlas. Er waren soms ook andere verward uitziende mannen, misschien daklozen of junks, met een bekertje koffie en een krantje. Ik sprak ze nooit aan en zij besteedden ook geen aandacht aan mij. Tijdens drukke tentamenperiodes studeerde ik ook in de Bibliotheca Rosenthaliana, een van de vele kleinere ruimtes binnen het Singelgebouw, waar de collectie Hebraïca en Judaïca was gevestigd. Omdat veel studenten het bestaan ervan niet kenden, was het er veel stiller maar ik wist nooit helemaal zeker of ik hier wel mocht zitten met mijn handboek economische geschiedenis. De meest fascinerende plekken waren voor mij de verouderde, versleten wc’s. Daar waren de muren en deuren volgekrabbeld met anarchistische en poëtische teksten, en expliciete (en soms ook poëtische) opmerkingen over seks en liefdesverdriet. Toen al dacht ik, historicus in de dop, dat die muren eigenlijk bewaard moesten blijven, net zoals het stukje van de Berlijnse Muur dat ons tijdens een werkcollege in het Instituut voor Sociale Geschiedenis was getoond. Een studiezaal, een uitleenbalie, een toiletruimte en een koffieautomaat. Het zijn de kenmerken van een klassieke bibliotheek, overal ter wereld. In de nieuwe UB, die volgens planning in het jaar 2022 de deuren opent op het Binnengasthuisterrein, zijn ze allemaal te vinden. Toch wordt het pand ook een voorbeeld van vernieuwing, waarin alle ideeën over de 21ste-eeuwse universiteitsbibliotheek samenkomen, tot en met smetteloze toiletruimtes. En ook zonder anarchistische teksten en liefdespoëzie op de muren blijft het onmiskenbaar een UvA-bibliotheek.

ZIEKENHUISGEBOUWEN De verbouwing van het nieuwe UB-pand ging dit voorjaar van start. En dat betekent: geen sloop en nieuwbouw op het Binnengasthuisterrein, maar een zorgvuldige renovatie en transformatie van al bestaande panden. De UB zal zich vestigen in de voormalige Tweede Chirurgische Kliniek met de bijbehorende ziekenzalen en in het oude Zusterhuis in de Nieuwe Doelenstraat. Tussen deze negentiende-eeuwse, monumentale ziekenhuisgebouwen komt een glazen dak met een bladvormige nervenstructuur, waaronder een atrium ontstaat, een groot overdekt plein met een flinke boom in het midden. Bij het opnieuw funderen van het gebouw wordt een

fietsenkelder aangelegd, met parkeerplaatsen voor bijna duizend fietsen. Op de begroting staat een totaalbedrag van ongeveer 62 miljoen euro. De Amsterdamse architecten André van Stigt (van Bureau J. van Stigt) en Roberto Meyer (van MVSA Architects) nemen het project op zich. Eerder werkten ze samen aan de renovatie en herbestemming van het Conservatorium Hotel, ook een door glas overdekt complex. Met het UvA-atrium hebben ze een plein voor ogen, waar niet alleen studenten en medewerkers welkom zijn maar ook buurtbewoners, alumni en andere geïnteresseerden. Er komt een koffiebar en er zullen activiteiten worden georganiseerd, zoals lezingen en rondleidingen. Wellicht kan er in de toekomst ook worden getrouwd. Licht, ruimte en toegankelijkheid, gecombineerd met historische structuren en details, dit zijn de kenmerken van het ideale gebouw van deze tijd. Decennialang werd er gesteggeld over een nieuw pand, terwijl het gebouw aan het Singel, al sinds de jaren zestig als UB in gebruik, steeds meer scheuren ging vertonen. In verschillende plannen werd uitgegaan van een splinternieuw gebouw dat ergens in de Amsterdamse binnenstad zou verrijzen, totdat de groeiende herwaardering van het materieel erfgoed in de 21ste eeuw ertoe leidde dat dergelijke ontwerpen steeds minder populair werden. Ze werden door de tijdgeest ingehaald.

‘NIET ALLEEN STUDENTEN EN MEDEWERKERS ZIJN WELKOM, MAAR OOK BUURTBEWONERS, ALUMNI EN ANDERE GEÏNTERESSEERDEN’ Een laatste ontwerp van het Spaanse architectenbureau Cruz y Ortis, dat ook de renovatie van het Rijksmuseum voor zijn rekening nam, ging uit van de sloop van de twee ziekenhuispanden, en de bouw van een modern gebouw dat boven de bestaande huizen zou uittorenen. In 2012 ging dat plan definitief de prullenbak in, onder druk van boze buurtbewoners, studenten en allerlei commissies voor cultuurbehoud en de bescherming van de binnenstad. Amsterdam is hierin niet uniek, ook in andere steden is er een herwaardering voor historische gebouwen en hun interieurs. In New York stuitte de sloop van een groot deel van de historische stalen boekenkasten, tevens draagmuren van de Public Library, op zoveel weerstand, dat de vergevorderde plannen van de beroemde architect Norman Foster werden afgeblazen. Critici vonden dat Fosters ontwerp leek op de binnenkant van een Marriot Hotel, zegt architectuurcriticus Karrie Jacobs in een documentaire over


14

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

aan boeken blijft in depot in Amsterdam-Zuidoost. Deze werken zijn binnen 24 uur op te vragen volgens het systeem dat nu ook wordt gebruikt aan het Singel. De bibliotheek zal tot middernacht openblijven, 364 dagen per jaar. In het nieuwe pand aan het Binnengasthuisterrein komen voorzieningen voor de hele UvA, niet alleen voor Geesteswetenschappen. Het ontwerp maakt onderdeel uit van een veel groter plan, namelijk de aanleg van het Universiteitskwartier. Naast de Roeterseilandcampus, het Amsterdam Science Park en het Amsterdam Medisch Centrum wordt dit de vierde UvA-campus, met de Oudemanhuispoort en het Binnengasthuisterrein, de Agnietenkapel en het Allard Pierson. Na de opening van de nieuwe UB in 2022 verhuist ook de Faculteit der Geesteswetenschappen vanuit het P.C. Hoofthuis naar de Oudemanhuispoort. Het College van Bestuur, nu op de Roeterseilandcampus gevestigd, zal naar alle waarschijnlijkheid volgen. Het hele Universiteitskwartier moet in 2026 klaar zijn.

‘DE SNIJZAAL ZAL DIENST DOEN ALS COLLEGEZAAL MAAR OOK ALS BIOSCOOP’

Fosters opvolger, Francine Houben. Deze architect uit Delft werd in 2016 aangenomen om het iconische pand zoveel mogelijk in oude staat te herstellen en te moderniseren, waarbij haar opdrachtgevers over haar schouder meekijken. Houben begon ermee de airconditioningsapparaten van de dakramen af te halen om zo voor meer daglicht in het gebouw te zorgen. In Amsterdam is André van Stigt vooral bekend vanwege de restauratie en herbestemming van oude gebouwen zoals De Hallen en de Silodam. ‘Niet de beste, maar wel de passende architect’, zegt Van Stigt, als het over de nieuwe UB gaat. ‘Ik luister naar de kwaliteit van de bestaande gebouwen en benut hun potentie. Sterk gemotiveerde ingrepen poog ik zo onopvallend mogelijk en met respect voor het monument te maken. Dit soort gebouwen vraagt gewoon om een architect met een minder groot ego om een eigen statement neer te zetten.’

UNIVERSITEITSKWARTIER Niet dat het project niet ambitieus is. Omdat de oude ziekenhuisgebouwen drie vleugels vormen rond het atrium, ontstaat er een ruimte met een driehoekachtige vorm en een groot aantal uiteenlopende, grote en kleine vertrekken. Veel van die ruimtes herinneren aan het verleden, zoals de lange ziekenhuisgangen en de oude snijzaal, waar de negentiende-eeuwse houten banken behouden blijven. De snijzaal zal dienst doen als collegezaal maar ook als bioscoop. Het totaal aan vloeroppervlakte na de renovatie bedraagt circa vijftienduizend vierkante meter. Bijna de volledige bibliotheek van de Faculteit der Geesteswetenschappen, zo’n zeven kilometer, komt op planken langs de wanden van de oude ziekenzalen te staan, die worden verbouwd tot studiezalen. Er zijn 22 van die zalen, grote ruimtes van ongeveer zes meter hoog, waarvan de wanden volledig met boeken worden bedekt. Via entresols kunnen bezoekers ook langs de bovenste planken lopen. De drie tot vier miljoen boeken van de UB vormen de grootste wetenschappelijke collectie van Nederland. Bijna negentig kilometer

Het Binnengasthuisterrein is bijna het oudste stukje Amsterdam. Door de eeuwen heen is er voortdurend gesloopt en gebouwd maar de structuur van het gebied is nog altijd middeleeuws. Robin van Schijndel, sectorhoofd campusdiensten UB en namens de bibliotheek verantwoordelijk voor de realisatie en ontwikkeling van het programma van de nieuwe UB: ‘Als je hier een wandeling maakt, zie je de plekken waar ooit kloosters stonden. Die lagen aan hoven en waren met arcades, veldjes en paden aan elkaar verbonden. Die middeleeuwse structuur, die je ook ziet bij een klassieke universiteit als die van Bologna, vinden we nog steeds ideaal. Er is ruimte, er is groen, je hebt veldjes waar ooit de was hing of waar iets werd verbouwd. Zo’n structuur krijgt het Universiteitskwartier ook. En je kunt je voorstellen dat je dan tussen die veldjes doorwandelt, van gebouw naar gebouw.’ Van Schijndel vertelt over de middeleeuwse plattegronden die worden geraadpleegd bij de ontwikkeling van het terrein. ‘Als je de muren van het Allard Pierson aan de kant van het Turfdraagsterpad afbikt, komen daar oude kloostermuren tevoorschijn. De tuin daarachter van de kinderopvang was ooit een middeleeuws hof.’

HUISKAMER Niet lang geleden werd het idee geopperd de hele UB in te richten als studieruimte met beeldschermen, waarop boeken digitaal beschikbaar zouden zijn. In de bibliotheken op de Roeterseilandcampus en het Science Park wordt hier al veel mee gewerkt. Maar ondanks het computertijdperk slaat de nieuwe UB deze richting niet in. Want een college voorbereiden, tentamens stampen, ook daarvoor willen studenten nog steeds het liefst tussen de boeken zitten. Marloes van Wagtendonk, beleidsmedewerker huisvesting bij de UB, is met haar team verantwoordelijk voor de inrichting van het hele gebouw, waarin ze duizend zitplaatsen en honderd medewerkersplaatsen creëert. Ter voorbereiding daarvan gaat ze na wat studenten nodig hebben en hoe ze de UB graag gebruiken. Alles in het nieuwe pand wordt op onderzoek gebaseerd. Studenten zijn vaak veel conservatiever dan Van Wagtendonk zelf, vertelt ze. ‘Ik dacht dat ze juist heel progressief zouden zijn. Maar ze willen in de eerste plaats een goede stoel, een stopcontact en een lamp. En als ze mogen kiezen tussen ontwerpen voor studiezalen pakken ze altijd de plaatjes waar boeken opstaan.’ Het overgrote deel van de studieplekken in de nieuwe UB is daarom bestemd als stille studieplek. Bij het raadplegen van studenten en universiteitsmedewerkers beperkt Van Wagtendonk zich niet tot de stoelen, die ze voor aanschaf mogen testen. In het najaar van 2018 kreeg ze landelijke bekendheid toen ze een idee van een studente oppakte en in de tentamenperiode gedurende twee middagen een aantal puppy’s naar


15 de studiezalen aan het Singel haalde, waar studenten tussen het studeren door mee konden knuffelen. De puppy’s werden bijgestaan door een leger van baasjes, een hondentrainer en een dierenartsassistent. Het initiatief leidde tot een storm aan emoties: meer dan dertigduizend social-mediaberichten, cameraploegen uit Duitsland en België, vragen in de gemeenteraad en aandacht bij talkshows en op de radio. Andere experimenten krijgen minder internationale aandacht maar zijn daarom niet minder creatief. Zo heeft het Singelgebouw op een bovenverdieping momenteel sleeping pods geïnstalleerd, kleine huisjes waar studenten even in kunnen kruipen om te slapen. Er wordt maar weinig gebruik van gemaakt, dus ze zullen niet meeverhuizen naar het Binnengasthuisterrein. De massagestoel gaat wel mee. Naast de verpleegzalen, die met boeken worden bekleed, en de stille studiezalen zonder collectie, zijn ook andere uiteenlopende kamers te vullen, zoals de voormalige wachtkamers, operatiekamers en kantoren. Daarin gaat Van Wagtendonk verschillende sferen creëren. Zo blijk uit onderzoek dat planten een studeeromgeving ten goede komen. Er komt daarom een geheel groene kamer met veel planten en een boom. Ook werkt Van Wagtendonk aan een studieruimte waar studenten kunnen bewegen, bijvoorbeeld aan de pingpongtafel of op een kleine klimmuur.

‘ZE WILLEN IN DE EERSTE PLAATS EEN GOEDE STOEL, EEN STOPCONTACT EN EEN LAMP’ Ooit was een bibliotheek bestemd voor het bewaren van boeken, tegenwoordig heeft de UB veel meer functies gekregen. Omdat het onderwijs nu veel meer is gericht op samenwerken, kunnen de studenten gebruikmaken van een whiteboard room om presentaties voor te bereiden, en komen er een opnamestudio, een offline-kamer en studiezalen waarin hardop mag worden gepraat. Niet alleen het onderwijs, ook de moderne student is veranderd. Van Wagtendonk: ‘Het is veel drukker geworden in de UB. Veel studenten zijn de hele dag op de UvA aanwezig. Het lijkt erop dat ze vaker bij hun ouders wonen en dat ze op kamers minder de rust hebben om te studeren. In de tentamentijd zien we studenten al in rijen staan wachten totdat de deur aan het Singel om half negen ’s ochtends opengaat.’ De UvA organiseert samen met Stadsherstel in de tentamenperiode zelfs extra studieruimtes, waar studenten zich voor kunnen inschrijven. Daarvan zijn de sfeervolle Posthoornkerk en De Duif aan de Prinsengracht, hoewel soms wat koud en gehorig, bijzonder populair. Toch zijn de boeken niet alleen ter decoratie, het is de bedoeling dat ze ook gebruikt worden. Een bepaalde luchtvochtigheid of temperatuur hebben ze niet nodig. Wagtendonk: ‘Als de boeken oud worden, kopen we gewoon weer nieuwe.’ De Bijzondere Collecties blijven wel apart ondergebracht aan de Oude Turfmarkt, in het pand naast het Allard Pierson. Ook de Bibliotheca Rosenthaliana is hier tegenwoordig gehuisvest. ‘Steeds meer is de bibliotheek een verlengde huiskamer voor studenten, een plek van ontmoeting, reflectie en samenwerking’, zegt architect Van Stigt. ‘Dat zie je bijvoorbeeld bij het leescafé Belcampo in

De Hallen. Maar een bibliotheek Geesteswetenschappen is extra bijzonder, omdat het hier om studies gaat waarbij het echte boek, en bijvoorbeeld handschriften, tot een sterke betrokkenheid leiden.’

HELSINKI Jaarlijks wordt internationaal een aantal bibliotheken opgeleverd en steeds grotere architecten verbinden daaraan hun naam. Het is nu prestigieus om een UB te ontwerpen, zegt Robin van Schijndel. ‘Een prachtig voorbeeld van verbouwde oudbouw is de humaniorabibliotheek van de Freie Universität in Berlijn, uit 2008. Het is een van de mooiste bibliotheken die ik ken, ontworpen door Norman Foster, en zo ingewikkeld geconstrueerd dat een lekkage pas na tien jaar gelokaliseerd kon worden.’ Als je een grote, internationale architect kiest, dan krijg je een concept, zegt Van Schijndel. ‘Daar sta je dan bij als universiteit of andere instelling en dan vertelt de architect hoe jij je bibliotheek of pand moet gaan gebruiken.’ Als voorbeeld noemt hij de openbare bibliotheek van Birmingham, ontworpen door Francine Houben en geopend in 2013. De bibliotheek werd gekozen als mooiste gebouw van GrootBrittannië, maar is zo duur in onderhoud dat er nauwelijks budget is om nog boeken te kopen of ’s avonds open te zijn. Tijdens zijn vakanties bezoekt Van Schijndel als hobby bibliotheken over de hele wereld. In 2012 deed hij de pas geopende universiteitsbibliotheek in Helsinki aan, een gloednieuw gebouw, met circa 73 kilometer aan boeken en tijdschriften op de plank. ‘Wow!’, was zijn eerste reactie. ‘Maar toen ik om me heen keek zag ik wat mensen en wat boeken, en ik dacht, maar waar ben ik eigenlijk? Bij ons moet het direct duidelijk zijn als je binnenstapt: Dit is de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam, dit is wie wij zijn.’ Volgens Van Stigt heeft de nieuwe UB de potentie en de allure om onderdeel van de openbare ruimte te zijn. Het wordt het hart van het Universiteitskwartier, en in de toekomst zullen er met nieuwe beveiligings- en registratietechnieken steeds meer mogelijkheden komen om ook mensen toe te laten van buiten de universiteit. En het moet ook een bruikbaar, comfortabel pand zijn. Van Stigt: ‘We proberen in de fietsenkelder zoveel mogelijk daglicht binnen te halen, zodat niet alleen de stalling en het binnenkomen aantrekkelijk zijn, maar dat de uitleenfunctie van de bibliotheek ook praktisch bereikbaar is voor een kort bezoek.’ Dat Amsterdammers boeken kunnen blijven lenen staat buiten kijf en het is niet de bedoeling dat de nieuwe UB wordt afgesloten voor de buurt. Toch wordt de UB nooit een echte openbare plek. Van Schijndel: ‘In New York houdt Francine Houben in haar ontwerp rekening met de daklozen die dagelijks in de bibliotheek zitten. Die horen erbij en iedereen vindt dat prima. Maar in de nieuwe UB worden daarvoor geen aanpassingen gedaan.’ Ook Van Schijndel herinnert zich de daklozen en drugsverslaafden in de jaren tachtig en negentig, die in de kantine aan het Singel de krant lazen en koffie dronken. ‘Dat was een andere tijd, waarin de UvA perkjes weghaalde en hekken plaatste. Tegenwoordig is de problematiek in de stad heel anders. Door het groeiende toerisme is het heel druk en we willen niet onder de voet worden gelopen door toeristen en

andere bezoekers die niet aan de universiteit verbonden zijn.’ Want in de eerste plaats moet er gewerkt en gestudeerd worden. Wat er na de verhuizing met het huidige UB-pand aan het Singel gebeurt, is niet bekend. Wellicht wordt het nog even gebruikt voor colleges, tot de scheuren in het plafond te groot worden om daar nog langer veilig onder te blijven zitten. Als monument van de laatste decennia van de twintigste eeuw heeft het geen beschermde status, en weinig buurtbewoners en studenten zullen actie voeren om het pand voor de eeuwigheid veilig te stellen. De slogans en de poëzie op de muren en deuren van de wc’s, hartenkreten van de generaties studenten die aan het Singel voor hun tentamens stampten, zijn al jaren geleden overgeschilderd. Een medewerker van het Instituut voor Sociale Geschiedenis laat weten dat de teksten niet zijn gefotografeerd of op een andere manier behouden zijn. •


16 LOOPBAAN tekst • Han Ceelen beeld • Kees Hummel

MICHIEL VAN DEN BERGH – 1983 • 1990-1997 WNF-Ranger

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

VOGE WORDEN AA

• 2003-2009 Sociale geografie, UvA • 2006 Wilfried Laurier University, Canada • 2011-2016 promotieonderzoek duurzame ontwikkeling en natuurbescherming in de Sahel, Afrika Studie Centrum Leiden, in opdracht van Vogelbescherming Nederland • 2011-2016 oprichter en programmaleider ‘Committed to Birds’ voor golfbanen in opdracht van Vogelbescherming Nederland en de Nederlandse Golf Federatie • 2013 co-producer Living on the Edge: A Life in the Sahel • 2016 programmamanager Noordzee, Wereld Natuur Fonds • 2017 regisseur/producer Arjan’s Big Year • 2017-heden zoetwateradviseur Wereld Natuur Fonds

Tijdens zijn studie Sociale geografie bedacht Michiel van den Bergh hoe golfbanen toegankelijker kunnen worden voor vogels. Hij noemt zich een natuurliefhebber maar heeft een zwak voor vogels. ‘Het feit alleen al dat vogels duizenden kilometers afleggen om ergens te kunnen broeden of overwinteren: ik vond dat heel bijzonder.’ Hoewel hij meer dan vierduizend vogelsoorten heeft gespot, ziet Michiel van den Bergh zichzelf niet als een vogelaar pur sang. ‘Het is een stempel dat je krijgt opgeplakt’, zegt hij. ‘Ik noem mezelf liever een natuurliefhebber.’ Van den Bergh is tegenwoordig zoetwateradviseur bij het Wereld Natuur Fonds. Maar in vogelaarskringen is hij vooral vermaard om twee documentaires die hij maakte. Living on the Edge (2013) gaat over de relatie tussen mensen en trekvogels in Afrika. In Arjan’s Big Year (2017) volgt Van den Bergh collega-vogelaar Arjan Dwarshuis bij diens missie om in één jaar wereldwijd zoveel mogelijk vogelsoorten te spotten. Daarnaast schreef Van den Bergh, afkomstig uit Haarlem, een boekje over vogels en golfterreinen. Bij al die projecten staat de relatie tussen mens en dier centraal, en dat is ook precies wat Van den Bergh interesseert. Zijn liefde voor dieren manifesteerde zich al op zeer jonge leeftijd, zegt hij. ‘Toen ik zes was, sleepte ik mijn ouders mee naar de Veluwe om herten te gaan kijken.’ Ook was hij lid van de WNF-Rangers (de jeugdclub van het Wereld Natuur Fonds), organiseerde hij excursies en hield hij collectes in de buurt. ‘Dan belde de burgemeester

mijn ouders: of ze wisten dat hun zoon op eigen houtje geld aan het ophalen was. Gelukkig vonden ze dat niet zo erg.’ Zo komt Van den Bergh vanzelf op vogels uit. ‘Zoogdieren zijn mooi, maar het aantal soorten in Nederland is beperkt. Vogels daarentegen zijn hier heel veel. En hoe meer ik over ze leerde, hoe gaver ik ze vond. Het feit alleen al dat ze duizenden kilometers afleggen om ergens te kunnen broeden of overwinteren: ik vond dat heel bijzonder.’ Dat sommige klasgenoten dit wat nerdy vonden, maakte Van den Bergh weinig uit. ‘Veel anderen vonden het juist leuk dat ik mijn eigen ding deed.’ Op het Kennemer Lyceum in Overveen groeit ook zijn belangstelling voor de rol die de mens speelt in het leven van vogels. Vrijwel alle plekken die hij als vogelaar bezoekt zijn door mensen ingericht, beseft hij. Geïnspireerd door hoogleraar Ton Dietz, de vader van een vriendje, kiest hij na het vwo voor een studie Sociale geografie. ‘Omdat je daar kijkt naar hoe mensen hun omgeving gebruiken en hoe die omgeving het leven van de mens bepaalt.’

‘Dan belde de burgemeester mijn ouders: of ze wisten dat hun zoon op eigen houtje geld aan het ophalen was’ Tijdens zijn zes jaar aan de UvA is Van den Bergh lid van het corps, geniet hij volop van het studentenleven, en verblijft hij een semester aan een Canadese universiteit. Onderwijl zet hij zijn vogelaarsactiviteiten gewoon voort. Met de Vogelbescherming Nederland

MICHIEL VAN DEN BERGH

‘Toen ik zes was, sleepte ik mijn ouders mee naar de Veluwe om herten te kijken’ en de Nederlandse Golf Federatie maakt hij plannen om golfbanen geschikter te maken voor vogels. Ook doet hij in Papoea-Nieuw-Guinea onderzoek naar de sociaaleconomische waarde van de veren van de blauwe paradijsvogel. Met dit onderzoek solliciteert hij in 2009 bij Vogelbescherming Nederland. Twee jaar later begint hij met een promotieonderzoek aan het Afrika Studie Centrum in Leiden, waar Ton Dietz directeur is. Dat onderzoek wordt de basis voor Living on the Edge, waarbij Van den Bergh zelf betrokken is als adviseur en co-producer. De opnames in Burkina Faso, Marokko en Malta zijn één groot avontuur. Het buitenland trekt Van den Bergh nog steeds. Maar zoals zijn tweede documentaire Arjan’s Big Year laat zien, vormt vliegen voor vogelaars een duivels dilemma. ‘Je moet je steeds afvragen of het de CO₂-uitstoot wel waard is.’ In zijn huidige functie bij het WNF

hoeft hij die afweging niet zelf te maken, want daar stelt men al een maximum aan het aantal vliegreizen. Van den Bergh houdt zich bij de organisatie vooral bezig met natuuroplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, zoals klimaatadaptatie. Aanvankelijk had hij de Noordzee onder zijn hoede, thans de rivieren. Zijn interesse in de relatie tussen mens en dier komt hem ook nu weer goed van pas. ‘Mensen denken vaak dat bij het WNF alleen biologen werken. Dat is een misverstand. De natuur redt zich wel als je er niks mee doet. Het is de invloed van de mens waar wij ons op richten. Dus je moet in je organisatie minstens zoveel weten van menselijk handelen als van ecologie.’ Moedeloos van het klimaatnieuws zegt hij niet te worden. ‘Ik ben van nature optimistisch. Ik zie twee trends: de ene is dat de rapporten steeds alarmerender worden. De andere is dat we ons nu echt zorgen gaan maken en er iets aan willen doen. Dat laatste stemt me hoopvol.’ •


17

ELAAR AN DE UVA

CAMILLA DREEF – 1989 • 2008-2012 bachelor Bèta-gamma, major Biologie, minor Fysische geografie, UvA, onderzoek naar invloed van wind op trekgedrag kleine mantelmeeuwen • 2012-2015 master Ecologie en evolutie, UvA • scriptie: Foerageerstrategieën van lepelaars op Schiermonnikoog • 2014-2015 student-assistent Vogel het uit!, UvA • 2014 deelname In de Ban van de Condor • 2015-heden freelance ecoloog, vogelexpert bij BinnensteBuiten, ambassadeur bij Vogelbescherming Nederland • 2018 Kwie kwie kwie kwie kwie. Een boek vol vogelverhalen

CAMILLA DREEF

‘Nadat ik een verrekijker had gekocht, ging er een wereld voor me open’ Ze was geïnteresseerd in de natuur, maar wilde liever iets met theater doen. Nu bestudeert vogelexpert Camilla Dreef visdieven en kluten op de Marker Wadden. En als televisiepresentator wil ze anderen bewust maken van de schoonheid en kwetsbaarheid van de Nederlandse vogelpopulatie. ‘Vogels zijn niet zo vrij.’ De blik van een vogelaar rust nooit, zegt Camilla Dreef in een Amsterdams café met uitzicht op de Amstel. ‘Ik zit nu toevallig met mijn rug naar het raam. Maar als ik op jouw plaats zat, zou ik voortdurend even naar buiten kijken.’ Dreef is een bekende verschijning in het niet zo grote Nederlandse vogelaarswereldje. Ze is ambassadeur van Vogelbescherming Nederland, presenteert vogelitems in het televisieprogramma BinnensteBuiten en maakt een vlog over het Haringvliet. O ja, en ze schreef ook nog een kinderboek met vogelverhalen. Toch kwam het besef dat er zoiets als

een vogelaar bestond bij Dreef vrij laat. Als opgroeiend meisje in Amstelveen was ze wel geïnteresseerd in natuur – ze ging met haar vader vissen en zocht met hem naar fossielen – maar ze was meer met muziek bezig. ‘Ik speelde saxofoon, was altijd in oefenruimtes te vinden.’ Aan een bètastudie dacht ze niet. ‘Ik wilde iets met theater gaan doen, zoals productie van podiumkunsten.’ Uiteindelijk kiest ze voor een bachelor Bèta-gamma, een interdisciplinaire studie met elementen van exacte, sociale en levenswetenschappen, economie en filosofie. Als ze in het tweede jaar de major Biologie gaat doen, en later een master Ecologie en evolutie, blijkt ze wel degelijk bèta-aanleg te hebben. ‘Ik kon het best als ik me ertoe zette. Ik liet me op school gewoon graag afleiden door andere dingen in plaats van hard te studeren.’ Het spreekwoordelijke muntje valt als ze aan het eind van haar bachelor onderzoek doet naar de kleine mantelmeeuw. ‘Het was echt een bureaustudie.

Condor, waar ze Bekende Nederlanders vogels leert kijken. Bij de opnames ontmoet ze haar partner Arjan Dwarshuis, eveneens vogelaar, die in 2016 een wereldrecord vestigt door in één kalenderjaar 6.852 vogelsoorten te observeren. ‘Ik zag een heel mooi meisje met een verrekijker om haar nek, dat zie je niet zo vaak’, blikt Dwarshuis later terug op hun eerste ontmoeting. Dwarshuis is dan nog presentator van BinnensteBuiten, inmiddels heeft Dreef die klus van hem overgenomen. Sinds eind 2015 is ze freelancer en wisselt ze haar mediaklussen af met ambassadeurswerk voor Vogelbescherming Nederland. Daarnaast doet ze toegepast ecologisch onderzoek, zoals monitoring van de visdieven en kluten in het nieuwe natuurgebied de Marker Wadden. Concrete toekomstplannen vallen moei‘De meeuwen waren uitgerust lijk te maken, zegt ze. ‘Ik probeer wel evalueren en sturen. Maar als zelfmet UvA-BiTS gps-rugzakjes, te standige kun je elke dag een aanbod waardoor ik achter mijn krijgen dat alles weer verandert.’ computer hun trekgedrag Wel wil ze anderen bewust blijven kon volgen’ maken van zowel de schoonheid van de Nederlandse vogelpopulatie, als de gevaren die haar bedreigen. Tegen het einde van haar studie komen ‘De uitdrukking luidt “vrij als een Dreefs communicatieve talenten aan vogel”, maar vogels zijn niet zo vrij. het licht. In 2013 neemt ze deel aan de Hun leef- en broedgebieden staan onder toenmalige Academische Jaarprijs, druk door de manier waarop wij met de bedoeld om onderzoekers en promonatuur omgaan. Daar wijs ik mensen vendi te motiveren om samen met studenten een breed publiek te bereiken. op. Vervolgens mogen ze zelf bepalen of ze daar iets mee doen, zoals minder Dreef mag de (winnende) inzending vlees en andere zuivel eten, je tuin Vogel het uit! presenteren, en komt vergroenen en minder vliegen. Het daarmee op de radar van Hilversum. lijken kleine stapjes, maar als veel Tijdens haar afstudeerproject bij mensen die zetten, kunnen we een Vogelbescherming Nederland, wordt grote stap maken.’ • ze in 2014 gevraagd voor het EO-programma In de Ban van de De meeuwen waren uitgerust met UvABiTS gps-rugzakjes, waardoor ik achter mijn computer hun trekgedrag kon volgen. Maar op een dag fietste ik over de Berlagebrug, waar altijd veel meeuwen zitten. Ik besefte: ik zou die kleine mantelmeeuw er niet eens uit kunnen pikken. Niet veel later heb ik op Texel bij het Vogelinformatiecentrum een verrekijker gekocht. Toen ging er een wereld voor me open.’ Tijdens een tweede onderzoek naar de lepelaar (nog altijd haar lievelingsvogel) op Schiermonnikoog, ontdekt ze dat ze niet alleen is. ‘Daar ontmoette ik voor het eerst andere vogelaars. Mannen en vrouwen die meteen na het eten het veld in wilden om de jagende velduil te bekijken of de nachtegaal te horen zingen. En die het gezellig vonden om bij een biertje over vogels te praten.’


18 WETENSCHAP

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Emma Los illustratie • Mattmo

EEN REIS NAAR HET VERLEDEN MET AMSTERDAM TIME MACHINE

‘WE MOETEN AF VAN HET IDEE DAT ER SLECHTS ÉÉN VERHAAL TE VERTELLEN IS OVER DE GESCHIEDENIS’ Het team van Julia Noordegraaf werkt aan de Amsterdam Time Machine, een revolutionair, complex informatiesysteem om toegang te krijgen tot het verleden. ‘We leren veel innovatieve verteltechnieken van gamemakers.’ Een Google Earth, waarbij je je door het Amsterdam uit het verleden kunt bewegen, op wijk-, straat- en huisniveau. Dat is Time Machine, volgens Julia Noordegraaf, hoogleraar Digitaal erfgoed en directeur van het Amsterdam Centre for Cultural Heritage and Identity. Met haar team werkt ze aan een revolutionair project waarmee een reis naar het verleden mogelijk wordt. De basis van de Time Machine bestaat uit drie bouwstenen: historische kaarten, 3d-reconstructies van straten en gebouwen, en een zogenoemde linked data cloud. Daarin wordt open source data verzameld en aan elkaar verbonden. Die data betreffen bijvoorbeeld boedelbeschrijvingen, bouwtekeningen, bevolkingsregisters en schilderijencollecties. Maar ook middeleeuwse manuscripten en historische objecten, moderne romanteksten, smartphone- en satellietbeelden kunnen worden gebruikt. Concreet werkt dat op de volgende manier, vertelt Noordegraaf: ‘Ik woon op de locatie waar tussen 1936 en 1974 het Hallen Theater stond, aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. Met de Time Machine kunnen we deze bioscoop en andere theaters lokaliseren en in 3D reconstrueren. Ik verheug me erop straks het Hallen Theater binnen te kunnen gaan en er samen met andere bezoekers Modern Times met Charlie Chaplin te bekijken, de film die daar in de jaren dertig ook echt draaide.’ De gegevens die voor het project nodig zijn worden aangeleverd door wetenschappers, maar ook door musea, bibliotheken en archieven. Noordegraaf werkt bijvoorbeeld samen met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Gemeente Amsterdam, het Stadsarchief Amsterdam, de Koninklijke Bibliotheek en Adamnet (de vereniging van Amsterdamse bibliotheken), het Eye Filmmuseum, het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum.

De informatie over de programmering van het Hallentheater komt uit Cinema Context, een unieke, open access database waarover Noordegraafs team de beschikking heeft. De database is samengesteld door haar vroegere collega Karel Dibbets, die in 2017 overleed. Deze UvA-docent Filmgeschiedenis verzamelde tienduizenden gegevens over alle Nederlandse bioscopen en de daar vertoonde films vanaf 1896, maar ook de mensen en bedrijven achter die bioscopen. Met een financiële gift aan het Amsterdams Universiteitsfonds stelde Dibbets de toekomst van Cinema Context voor lange tijd veilig. Door de door Dibbets verzamelde gegevens te koppelen aan locatiepunten, in dit geval de kaart van Amsterdam, kunnen onderzoekers nieuwe vragen stellen: hoe waren de bioscopen verspreid over de stad, in welke buurten stonden ze, hoe was de bevolkingssamenstelling daarvan? Daaruit valt bijvoorbeeld op te maken of bioscoopbezoek met sociaaleconomische klasse te maken had.

‘AMSTERDAM TIME MACHINE HOUDT NIET OP BIJ DE GRENZEN VAN DE STAD’ Noordegraaf: ‘Als cultuurhistoricus, gespecialiseerd in filmgeschiedenis, zoek ik altijd naar nieuwe methodes om het verleden te bestuderen. Hoe kunnen we historisch onderzoek innoveren door zelf nieuwe data en tools te maken? Met Amsterdam Time Machine kunnen we het dagelijks leven van gewone, anonieme mensen digitaal reconstrueren en zo de geschiedenis van onderaf bekijken.’ Amsterdam Time Machine wil zich niet tot één visie beperken, en houdt ook niet op bij de grenzen van de

stad. Noordegraaf: ‘Geen gebied staat op zichzelf. We hebben de halve wereld leeggeroofd om Amsterdam te kunnen bouwen. Al die handelsroutes en migratiebewegingen willen we ook met het Time Machine-project zichtbaar maken. Dat maakt het tot een zeer tijdrovend project, want 450 jaar Amsterdam is niet één, twee, drie op te bouwen. We beginnen met een grijs schaalmodel dat als een kleurplaat langzamerhand steeds meer volgetekend zal raken. Over vijf jaar willen we een prototype hebben van de Amsterdam Time Machine, over tien jaar moet er echt iets staan.’

SCHADUW De Amsterdam Time Machine is deel van het onderzoeksprogramma Creative Amsterdam: An E-Humanities Perspective (CREATE), dat Noordegraaf in 2014 opzette. Niet alleen voor historici en andere academici is dit programma interessant, ook voor de makers van overheidsbeleid en educatieve programma’s, onderzoekers en de entertainmentindustrie is er een schat aan informatie uit te halen. Noordegraaf: ‘Iedere keer als er in de stad iets gebouwd wordt, wil de gemeente weten hoe dat oogt in het straatbeeld. Om dat te visualiseren worden digitale modellen en simulaties gemaakt. Want wat betekent een nieuw gebouw voor de bestaande infrastructuur, hoe valt de schaduw, hoe pakken de veranderingen uit onder verschillende weersomstandigheden?’ Om dit visualiseren eenvoudiger en goedkoper te maken, is de gemeente Amsterdam begonnen de hele stad in 3D te laten namaken. Door deze simulatie te verbinden met de Amsterdam Time Machine krijgen zowel de beleidsmakers als de onderzoekers een compleet beeld van de evolutie van de stad door de eeuwen heen. En het wordt bijvoorbeeld meteen duidelijk waar oude waterwegen liepen, waar al uitgebreid archeologisch onderzoek is gedaan en wat daar is gevonden. Noordegraaf: ‘Het bijzondere aan Nederland is dat we een relatief klein gebied beslaan met een hoogwaardige digitale cultuur. Er is een grote bereidheid


19 EEN EUROPESE TIJDMACHINE

om data te delen en institutionele grenzen te overschrijden.’ De verschillende databases worden samengebracht bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. De KNAW heeft zich gecommitteerd om de Amsterdam Time Machine zeker tien jaar in stand te houden.

‘HOE KUNNEN WE HISTORISCH ONDERZOEK INNOVEREN DOOR ZELF NIEUWE DATA EN TOOLS TE MAKEN?’ Naast officiële instellingen, kunnen straks ook individuen bijdragen aan de Amsterdam Time Machine. Noordegraaf ziet een belangrijke rol weggelegd voor alumni van de Universiteit van Amsterdam. Via het Amsterdams Universiteitsfonds hebben alumni al op verschillende manieren geholpen. ‘Zo hebben we dankzij een bijdrage voor Cinema Context de datasets beter geschikt gemaakt voor onderzoek. Met een subsidie van het universiteitsfonds wordt het project “Van Klooster tot Kwartier” gefinancierd.’ Daarnaast is er hulp nodig bij het toegankelijk maken en interpreteren van bronnen, zoals via de website VeleHanden, waar archieven en musea hun gedigitaliseerde collecties ter ontsluiting aanbieden aan het grote publiek. En Noordegraafs team is geïnteresseerd in persoonlijke archieven en verhalen, die kunnen worden gekoppeld aan andere data en locaties in de stad. ‘Met Time Machine willen we niet het verleden vanuit één bepaald perspectief laten zien, maar meerlagige, meerstemmige geschiedschrijving mogelijk maken.’

HINKSTAPSPRONG Een grote uitdaging is hoe je al die data presenteert en wat je precies gaat aanbieden. En hoe haalt de gebruiker alleen de data naar boven die hij nodig heeft? Noordegraaf: ‘Dat zijn interessante keuzes. Maak je één “voordeur”, of maak je per doelgroep, per soort gebruiker verschillende voordeuren? En hoe vertel je een verhaal dat niet lineair verloopt,

maar een soort hinkstapsprong maakt in ruimte en tijd? Daarvoor moeten er nieuwe narratieve paden komen. We leren veel innovatieve verteltechnieken van gamemakers. Zo is op Europees niveau een van onze belangrijke partners Ubisoft, bekend van het populaire spel Assasin’s Creed, dat een fictieve geschiedenis vertelt aan de hand van ware gebeurtenissen en plekken in het verleden.’ Geschiedvervalsing moet je natuurlijk zien te voorkomen dus het is belangrijk om aan bronvermelding te doen, zodat duidelijk is van wie de bijdrage komt. Dat kan door het model te voorzien van digitale voetnoten, waarmee je op de originele bronnen uitkomt. ‘We moeten af van het idee dat er slechts één verhaal te vertellen is over de geschiedenis. Aan al die verhalen, van de persoonlijke ervaring van de individuele Amsterdammer tot het resultaat van jarenlang wetenschappelijk onderzoek, willen we de ruimte geven.’ • Julia Noordegraaf verzorgde de openingslezing van de Universiteitsdag op 15 juni, waar zij sprak over Amsterdam Time Machine. Meer informatie: amsterdamtimemachine.nl,

Amsterdam Time Machine is onderdeel van een groter Europees verband, waarbij inmiddels 33 landen en daarbinnen honderden organisaties zijn aangehaakt. Er is intensieve samenwerking tussen de diverse Time Machines die overal worden opgezet – in Nederland is dat naast Amsterdam ook in Leeuwarden, Limburg, Utrecht, Dordrecht, Rotterdam en aan de TU Delft. De officiële kick-off van de pan-Europese samenwerking vond plaats in maart 2019 in Brussel. Hoeveel energie de internationale samenwerking oplevert, bleek uit een dynamische SPUI25bijeenkomst op 9 mei, ter afsluiting van een tweedaagse bijeenkomst aan de UvA met de onderzoeksteams van verschillende Europese Time Machines. Daar liet computerwetenschapper Andreas Maier van de FriedrichAlexander-Universität zien welke geavanceerde Artificial Intelligence-technologieën binnen de Time Machine een rol spelen. Hij ontwikkelde een methode – een combinatie van röntgenscans die metalen in inkt zichtbaar maken, en wiskundige modellen die afzonderlijke bladzijden reconstrueren – om eeuwenoude manuscripten die door ouderdom of vochtproblemen niet meer geopend kunnen worden, toch te kunnen lezen. Aan het woord kwam ook Frédéric Kaplan, hoogleraar Digital Humanities aan de École Polytechnique Fédérale in Lausanne. Samen met de Universiteit Ca’Foscari in Venetië, lanceerde hij in 2013 de Venetian Time Machine, die de geschiedenis van de evolutie van Venetië in de laatste duizend jaar laat zien. Deze vormt in feite het prototype van alle andere Time Machines, en is het verst in de ontwikkeling. Andere sprekers vertelden over de mogelijkheden die Time Machine biedt voor de creatieve industrieën zoals game- en tentoonstellingsmakers, voor de bestudering van geografische en klimatologische veranderingen en hoe bedreigd of reeds vernietigd erfgoed wereldwijd in digitale vorm tot in detail heropgebouwd kan worden. Fantasieën kunnen werkelijkheid worden, was de opwindende conclusie van de avond. Noordegraaf, ook een van de sprekers: ‘Dit project is een fantastische trip to the moon, en de reis is nog maar net begonnen.’

velehanden.nl en timemachine.eu.

TIME MACHINE MAAKT KANS OP 1 MILJARD EURO ONDERZOEKSGELD De Europese Unie heeft het Europese Time Machine-project geselecteerd als een van de zes potentiële Flagship Initiatives, projecten die kans maken op 1 miljard euro onderzoeksgeld. Eerder kregen The Human Brain Project en Graphene deze subsidie al. In maart van dit jaar kreeg het Time Machine project 1 miljoen euro ‘zaaigeld’ toegekend om een gedetailleerde uitwerking van het voorstel te maken. In Nederland leverde CLARIAH, het Common Lab Research Infrastructure for the Arts and Humanities, al eerder een belangrijke financiële bijdrage. Het doel van Time Machine is om met nieuw te ontwerpen digitaliserings- en Artificial

Intelligence-technologieën het rijke culturele erfgoed van Europa – de big data uit het verleden – te kunnen ‘oogsten’. De open toegang tot al die data die door Time Machine ontstaat, kan toekomstige wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen in Europa ondersteunen. De UvA, waar gewerkt wordt aan de Amsterdam Time Machine, is een van de hoofdpartnerinstellingen in het consortium. Julia Noordegraaf coördineert, samen met collega Claartje Rasterhoff, de Amsterdam Time Machine, en is bestuurslid van het consortium.


20 WETENSCHAP SPUI —

kort nieuws De wetenschappelijke kennis neemt dagelijks toe. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dragen daaraan bij met proefschriften, papers en andere publicaties waarin zij de vruchten van hun arbeid wereldkundig maken. SPUI biedt een selectie van recente resultaten.

GEESTESWETENSCHAPPEN

Larense Denker van Rodin in ere hersteld

De favoriete bronsgiettechniek van renaissance- en barokkunstenaars was de wasmethode. In een latere periode, tussen 1810 en 1960, maakten WestEuropese beeldhouwers bij het gieten van bronzen sculpturen gebruik van een andere methode: het gieten in zandmallen.

Loont het voor steden om groen te zijn?

Tegen het einde van de negentiende eeuw was deze methode zo ver ontwikkeld dat het mogelijk werd om complexe figuratieve bronzen sculpturen, zoals de Denker van Rodin, in z’n geheel in één keer te gieten. Tonny Beentjes restaureerde de Denker van Rodin en onderzocht de verandering in voorkeur. Hij geeft nieuwe inzichten in de technologische ontwikkeling van het zandgieten en het verloren wasgieten.

GENEESKUNDE

Nieuw syndroom door verandering in HNRNPR-gen

Uit onderzoek van Ans Kolk, Niccolò Pisani, Václav Ocelík en Ganling Wu van de Amsterdam Business School blijkt dat het loont om groen te zijn. Inter-nationale bedrijven investeren namelijk liever in groenere steden. Deze bedrijven, die steeds meer betrokken zijn bij het welzijn van hun medewerkers, laten op die manier hun maatschappelijke verantwoordelijkheid zien.

De rol van marktliquiditeit in vastgoed

Dorinth van Dijk onderzocht de rol van marktliquiditeit in vastgoed, met name in de Nederlandse woningmarkt en de commerciële onroerendgoedmarkt in de Verenigde Staten. Hij ontwikkelde nieuwe manieren om marktliquiditeit in vastgoed te meten om vervolgens te kijken hoe veranderingen in markt-liquiditeit en prijsontwikkelingen met elkaar samenhangen. Van Dijk keek ook hoe marktliquiditeit kan worden gebruikt voor een beter begrip en een betere monitoring van de vastgoedmarkt.

eerste keer is aangetoond dat dit verschijnsel een stofwisselingsziekte veroorzaakt. Stofwisselingsziekten (metabole ziekten) zijn een groep van meer dan duizend aangeboren aandoeningen. Ze zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen onder de vijftien jaar.

MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN

Cultureel-linkse politici gebruiken ingewikkelder taal

ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE

Luchtverontreiniging wordt gezien als het grootste gezondheidsrisico voor de mens en meer dan zestig procent van de wereldbevolking heeft te maken met waterschaarste. Van stadsbesturen wordt verwacht dat zij het voortouw nemen in het aanpakken van deze grote problemen, maar is het economisch gezien ook voordelig voor hen om dit te doen?

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

Onderzoekers van Amsterdam UMC hebben een syndroom ontdekt dat de ontwikkeling van kinderen ernstig beperkt. De oorzaak van het syndroom is een verandering in het HNRNPR-gen. Dit gen blijkt een belangrijke rol te spelen bij ontwikkelingsprocessen in het lichaam. De ontdekking van het syndroom begon bij een baby met ademhalingsproblemen en een opvallend uiterlijk. Gaandeweg ontdekten de artsen steeds meer gezondheidsproblemen bij het kind, waaronder een ontwikkelingsachterstand, hersenafwijkingen en epileptische aanvallen. Op dit moment heeft het nieuwe syndroom nog geen naam. Naar verwachting zal het binnenkort worden toegevoegd aan de Online Mendelian Inheritance in Mandatabase, een online databank waarin alle bekende ziekten staan die een genetische oorzaak hebben.

Teveel DNA veroorzaakt stofwisselingsziekte

Onderzoekers van Amsterdam UMC hebben via een nieuwe methode een uitzonderlijk genetisch mechanisme ontrafeld als oorzaak van een invaliderende bewegingsstoornis bij kinderen. Niet het ontbreken van een gen is de oorzaak van de stofwisselingsziekte, maar een vermeerdering van een stukje DNA. Voor de

Sommige politici praten ingewikkeld, in lange zinnen met moeilijke woorden, terwijl andere politici juist kort en helder communiceren. Is dit onderscheid te verklaren door de politieke ideologie die zij aanhangen? Ja, zo luidt de conclusie van een onderzoeksteam van de UvA, dat ruim 380.000 speeches analyseerde van politici in verschillende Europese landen over de periode 1946-2017. De onderzoekers laten zien dat cultureel-linkse politici complexere taal gebruiken dan cultureel-rechtse politici. Het onderzoek werd gedaan door Martijn Schoonvelde, Anna Brosius, Gijs Schumacher en Bert Bakker.

Zijn terroristen psychisch ziek?

Waren de daden van Anders Breivik het werk van een krankzinnige? Is Mohammed B. een psychopaat? Over de rol van psychische stoornissen (psychopathologie) bij terrorisme is nog altijd veel onduidelijk. Er is onderzoek dat de gedachte lijkt te ondersteunen dat terroristen lijden aan psychische stoornissen, maar er zijn ook studies die dit weerspreken. In opdracht van het WODC/Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft Norah Schulte met onder anderen Bertjan Doosje en Ramón Spaaij hier nu een uitgebreide studie naar gedaan. Het team vond geen bewijs dat psychopathologie direct een rol speelt bij terrorisme. De voor-spellingskracht van psychopathologie is volgens de onderzoekers heel klein. Dat komt deels omdat, als het al voorkomt, psychopathologie enkel te begrijpen is als een schakel in een complexe, sterk geïndividualiseerde keten van factoren.

Communicatietool voor oudere migranten met kanker

Ouderen met kanker vormen een risicogroep wat betreft miscommunicatie met artsen en zorgverleners. Voor oudere niet-westerse migranten met kanker geldt dit in nog hogere mate. Gesprekken met zorgverleners verlangen een zekere taalvaardigheid en veronderstellen bekendheid met de rechten die je als patiënt hebt. Daarbij spelen bij niet-westerse migranten ook cultuurspecifieke opvattingen over ziekte, gezondheid, communicatie en de sociale status van artsen een rol. Bovendien wordt een goede communicatie tussen arts en patiënt bij oudere migranten vaak belemmerd doordat naasten of bekenden als tolk worden ingezet. Onderzoekers van de UvA hebben daarom samen met Pharos in opdracht van KWF Kankerbestrijding de Gesprekstarter ontwikkeld. Deze online tool is speciaal ontwikkeld voor kankerpatiënten met een migratieachtergrond.


21 Baby troosten met sensorische stimuli

Als een baby veel huilt, kan dit een grote impact hebben op zowel de baby als de ouders. Ouders van excessief huilende baby’s zijn vaak uitgeput en ervaren vaak depressieve klachten. Excessief huilen is zelfs geassocieerd met ziekenhuisopname van de baby en het shaken baby-syndroom. Hoe kunnen ouders hun huilende baby het beste troosten? Een combinatie van sensorische stimuli – in de vorm van inbakeren, geluid maken en bewegen – kan helpen. Dit blijkt uit een nieuwe studie van SEIN, expertisecentrum epilepsie en slaapgeneeskunde, en UvA-pedagogen Eline Möller, Wieke de Vente en Roos Rodenburg.

Wat doet overweldigend natuurschoon met ons brein?

Waarom reizen zoveel mensen de wereld af op zoek naar overweldigende landschappen? Hoe komt het dat we graag kijken naar natuurdocumentaires als Planet Earth? We verwonderen ons over natuurfenomenen als de geisers in Yellowstone, de uitgestrektheid van de Amazone of dichter bij huis: de Alpen. Maar wat gebeurt er in ons brein als we een ervaring van ‘ontzag’ hebben? Psychologen van de UvA ontdekten dat het zogenoemde ‘default mode-netwerk’, dat betrokken is bij zelfreflectie en dagdromen, minder actief is als we helemaal opgaan in een ontzagwekkende ervaring. Bij het zien van overweldigend natuurschoon wordt onze continue staat van zelfreflectie even doorbroken en gaan we op in datgene wat we op dat moment ervaren.

Het mysterie van zure en zoete citroenen

Citrusvruchten komen in allerlei vormen en smaken. Sinaasappels, citroenen, grapefruits, mandarijnen, pomelo’s: alle citrusvruchten zijn familie van elkaar. Toch smaken ze heel verschillend. Voor een belangrijk deel komt dat door de hoeveelheid zuur in de vruchten. Terwijl sinaasappels meestal weinig zuur bevatten, doet de hoeveelheid zuur in een citroen je mond samentrekken. Maar er zijn ook zoete citroenen en zure sinaasappels. Hoe kan dat? Hier zit een fundamenteel biologisch mechanisme achter, waar wetenschappers decennia lang tevergeefs naar hebben gezocht. Biologen van de UvA, onder leiding van Ronald Koes en Francesca Quattrocchio, hebben dit raadsel nu opgelost. De biologen vonden dat in zure vruchten twee genen (CitPH1 en CitPH5) erg actief zijn en dat deze genen inactief zijn in zoete vruchten.

Eerste foto van zwart gat

Hoogleraar Sera Markoff speelde een prominente rol binnen het wereldwijde project. Daarnaast hebben nog drie UvA-sterrenkundigen meegewerkt aan het project: Oliver Porth droeg bij aan de theoretische modellen en interpretatie van de foto, en Koushik Chatterjee en Doosoo Yoon maakten simulaties van de hydrodynamica van het materiaal rond zwarte gaten.

Internationaal recht en nucleaire veiligheid

Wat is de rol van internationaal recht bij nucleair veiligheidsbeheer? En hoe kan en moet de wet worden ontwikkeld, geïmplementeerd en gehandhaafd om het wereldwijde nucleaire beveiligingsstelsel verder te versterken? Deze vragen stonden centraal in het onderzoek van Jonathan Herbach. De dreiging van nucleair terrorisme wordt algemeen beschouwd als een van de meest nijpende bedreigingen waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd.

Circulaire Chemie als duurzaam alternatief

Chris Slootweg heeft een nieuw concept voor duurzame chemie gepresenteerd: de twaalf principes van de Circulaire Chemie, naar analogie van de bekende twaalf principes van de Groene Chemie. Slootweg hoopt op een paradigmaverschuiving in de chemie, die nodig is om een circulaire economie tot stand te brengen. Slootweg is ontevreden met het concept van Groene Chemie dat in de chemiesector het duurzaamheidsdenken bepaalt.

NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA Sterrenkundigen zijn er voor het eerst in geslaagd een foto te maken van een superzwaar zwart gat en zijn schaduw. Op de foto staat het zwarte gat in het centrum van Messier 87, een zwaar sterrenstelsel in het Virgocluster. Dit zwarte gat staat op een afstand van 55 miljoen lichtjaar van de aarde en is 6,5 miljard keer zo zwaar als onze zon. De wetenschappers maakten de opname met de Event Horizon Telescope, een wereldwijd netwerk van acht radiotelescopen, die samen een virtuele telescoop ter grootte van de aarde vormen.

RECHTSGELEERDHEID

Het werd precies twintig jaar geleden gepresenteerd en vertegenwoordigt het ‘oude denken’, omdat het een lineaire productieketen optimaliseert, terwijl we volgens Slootweg toe moeten naar circulaire processen. Slootweg presenteert het concept van Circulaire Chemie als een uitbreiding van de duurzaamheidsbenadering van de chemie, waarbij de volledige levenscyclus van chemische producten in ogenschouw wordt genomen.

Nieuw inzicht in milde epileptische aanvallen

Epileptische aanvallen zijn er in allerlei soorten. Zogenoemde convulsieve aanvallen gaan samen met stuiptrekkingen. Van dit type aanvallen is bekend dat ze op termijn de hippocampus beïnvloeden, het hersengebied dat betrokken is bij onder meer je geheugen en ruimtelijk inzicht. Maar niet alle epilepsiepatiënten hebben dit soort aanvallen. Een deel van hen heeft veel mildere aanvallen, zonder stuiptrekkingen. Over het effect van deze milde aanvallen op de hersenen is nog weinig bekend. Een team neurowetenschappers onder leiding van Carlos Fitzsimons brengt daar verandering in. Het team ontdekte dat je het brein kunt beschermen tegen achteruitgang door twee zogenoemde micro-RNA’s, die vrijkomen na een aanval, te blokkeren.

Dit is voor een groot deel het gevolg van twee gerelateerde kwesties: de erkende risico’s die de wereldwijd aanzienlijke hoeveelheid nucleair en ander radioactief materiaal met zich meebrengt en de aangetoonde bereidheid van terroristen om dergelijk materiaal te gebruiken. Om deze dreiging het hoofd te bieden is de afgelopen decennia de governancestructuur voor nucleaire beveiliging vastgesteld en ontwikkeld.

TANDHEELKUNDE

Kaakfractuur: open of gesloten behandeling?

Over de optimale behandeling van een fractuur van de mandibulaire condylus (in de onderkaak) bestaat nog altijd veel discussie. Er kan gekozen worden voor een gesloten behandeling, een afwachtende of conservatieve behandeling met of zonder maxillomandibulaire fixatie; of voor een open behandeling, een open reductie met interne fixatie. Antoinette Rozeboom vergelijkt de behandelmogelijkheden om te kijken welke het beste en het veiligst is. Op dit moment lijkt volgens Rozeboom gesloten behandeling een veilige en juiste behandelingsmethode te zijn voor de meeste unilaterale collum mandibulae fracturen.

PETER Weet je nog, de Oudemanhuispoort, 1989? Stuur ons je adres, we willen graag bijpraten.

CONTACTGEGEVENS DOORGEVEN ALUMNI.UVA.NL/ZOEKTEAM


22 PERSONALIA

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

KHADIJA ARIB

HARRO BOUWMEESTER

RAQUEL FERNÁNDEZ

MURAT ISIK

Sociologie 1995, voorzitter van de Tweede Kamer, is benoemd tot Chevalier de la Légion d’honneur, de hoogste Franse ridderorde, vanwege haar bijdrage aan de betrekkingen tussen Frankrijk en Nederland.

hoogleraar Plant hormone biology, is net als zijn collega-hoogleraren Natali Helberger, Henkjan Honing, Giselinde Kuipers, Tom van der Poll en Ralph Wijers door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) gekozen als nieuw lid. In totaal heeft de KNAW dit jaar negentien nieuwe leden gekozen.

computationeel taalkundige, antropoloog Shanshan Lan, rechtsgeleerde Benjamin van Rooij en medisch bioloog/datadeskundige Colin Russell ontvangen Consolidator Grants van de European Research Council (ERC). De subsidie is persoonsgebonden en bedraagt per onderzoeksproject ongeveer twee miljoen euro.

Nederlands recht 2002, heeft de Inktaap, de jongerenprijs van de Nederlandse literatuur, ontvangen voor zijn roman Wees Onzichtbaar. Zijn boek werd het afgelopen halfjaar door bijna 1.200 scholieren gelezen.

MENNO TEN BRINK

AGNETA FISCHER

MIEKE BAL

Romaanse taal- en letterkunde 1969, emeritus hoogleraar Theoretische literatuurwetenschap en Vrouwenstudies letteren, heeft een eredoctoraat ontvangen van de faculteit Filosofie van de Universiteit van Helsinki. In juli 2019 ontvangt zij tevens een eredoctoraat van de University of the Arts London. ELIO BALDI

Italiaanse taal en cultuur/master Letterkunde 2013 cum laude, docent Romaanse talen en culturen, is door de studenten gekozen tot UvA’s Docent van het Jaar 2019. OLIVIER VAN BEEMEN

Franse taal- en letterkunde 2003, en Laura Steek, Geschiedenis 2006 en Journalistiek en media 2008, wonnen de Tegel-publieksprijs voor hun artikel Heineken in Afrika: seksueel misbruik, fraude op topniveau en betrokkenheid bij genocide. De Tegels zijn de belangrijkste journalistieke vakprijzen van Nederland. RENS BOD

Informatica 1990, promotie Geesteswetenschappen 1995, hoogleraar Digital Humanities, is uitgeroepen tot Folia’s UvA’er van het Jaar 2018 vanwege zijn inspanningen voor WOinActie. ILSE DE BOER

promovendus bij ACTA, heeft de NWVT Hamer-Duyvensprijs 2018 ontvangen voor haar proefschrift Virtual Reality as Innovation in Dental Education - Validation of a virtual reality environment: collecting evidence ‘on-the-fly during' development and implementation. JAN DE BOER

UvA-natuurkundige, ontvangt evenals zijn collega Daniel Bonn een Advanced Grant van de European Research Council (ERC). De subsidie bedraagt per project 2,5 miljoen euro. De Boer gaat daarmee op zoek naar de eigenschappen van quantumzwaartekracht, Bonn bestudeert lokale spanningen in complexe systemen en materialen.

Nederlands recht, privaatrechtelijke richting 1985, heeft de Frans Banninck Coqpenning ontvangen vanwege zijn jarenlange betrokkenheid bij de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam, zijn inspanningen binnen de Joodse samenleving en zijn vrijwillige inzet voor onder meer het Nederlands Auschwitz Comité.

WYBREN JAN BUMA

ontvangt samen met Jos Oomens en Teun Munnik, alle drie UvA-wetenschappers, 1,2 miljoen euro van het Europese programma Future and Emerging Technologies voor hun onderzoeksgroep waarmee zij moleculaire temperatuurregelaars willen ontwikkelen, zodat gewassen beter kunnen groeien bij een lagere temperatuur. HAL CASWELL

hoogleraar Mathematische demografie en ecologie, krijgt het Distinguished Lorentz Fellowship 2019/20 toegekend voor onderzoek naar wiskundige modellen om mensen- en dierenpopulaties te begrijpen.

DENNY BORSBOOM

UvA-onderzoeker Psychologie, en AMConderzoekers Diederik van de Beek en Jaap van Buul hebben ieder een Vici-beurs van NWO ontvangen van 1,5 miljoen euro. Met deze beurs kunnen zij de komende vijf jaar een vernieuwende onderzoekslijn ontwikkelen en een eigen onderzoeksgroep opbouwen. HENNY BOS

hoogleraar Sexual and Gender Diversity in Families and Youth, heeft de Van Emde Boas van Ussel Prijs van de Nederlandse Vereniging voor Seksuologie ontvangen.

Hoogleraar Emoties en affectieve processen, is benoemd tot decaan van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Fischer vervulde het decanaat sinds september 2018, na het vertrek van Hans Brug, al op tijdelijke basis. BIRTE FORSTMANN

hoogleraar Cognitieve neurowetenschappen, is een van de acht winnaars van de Ammodo Science Awards 2019. Forstmann ontvangt een geldbedrag van 300.000 euro. MAXIME GARCIA DIAZ

masterstudent Comparative Cultural Analysis, heeft het NK Poetry Slam 2019 gewonnen. Zij ontving de Gouden Vink Wisseltrofee, vernoemd naar dichter, schrijver en performer Simon Vinkenoog, en een geldbedrag van duizend euro. JERZY GAWRONSKI

Massacommunicatie 1981, oprichter en directeur van fotografiemuseum Foam in Amsterdam, vertrekt na achttien jaar. Per 1 september krijgt het museum een nieuwe tweekoppige directie met Marcel Feil, Kunstgeschiedenis en archeologie 1992, als artistiek directeur en Nynke de Haan als zakelijk directeur. SUSAN LENDERINK

Economie 2000, executive master Finance and Control 2005, wordt met ingang van het komend seizoen de nieuwe financieel directeur van Ajax. Zij verlaat hiervoor de Bijenkorf, waar zij sinds 2012 financieel directeur was. EJAN MACKAAY

promotie Rechtsgeleerdheid 1980, heeft een eredoctoraat in de rechten ontvangen van de Universiteit van Aix-Marseille. ATHIRA MENON

UvA-sterrenkundige, heeft de Nederlandse finale van FameLab gewonnen, een pitchwedstrijd voor jonge onderzoekers waarbij zij in drie minuten hun onderzoek moeten uitleggen aan het algemene publiek.

Artificial Intelligence 2013, UvA-onderzoeker aan het Instituut voor Informatica, is opgenomen in de lijst van het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology met de 35 grootste Europese jonge innovatoren. Cohen won in 2014 de UvA-scriptieprijs.

Geschiedenis 1994, UvA-archeoloog, heeft de Goldene Letter ontvangen voor het door hem samengestelde boek Spul, een beeldboek met de archeologische vondsten die zijn opgegraven tijdens het aanleggen van de Noord/Zuidlijn in Amsterdam. De prijs is de hoogste prijs van de Stiftung Buchkunst in Leipzig.

KAREL VAN DAM

KARIN VAN GILST

PATRICK NEDERKOORN

Nederlandse taal- en letterkunde 1990, is benoemd tot lid van de Raad van Toezicht van het Rembrandthuis.

Politicologie 2004, heeft samen met Jan Beuving en Tom Dicke de Annie M.G. Schmidtprijs gewonnen met het lied Die Geur. Beuving schreef de tekst op muziek van Dicke, Nederkoorn voerde het uit.

TACO COHEN

ANNA GRIMBÈRE

Physics 2014, wetenschapsjournalist en televisiepresentator, is door de Volkskrant uitgeroepen tot Mediatalent van 2019.

SASKIA BONJOUR

politicoloog, historicus/letterkundige Helmer Helmers en astrofysicus Selma de Mink zijn benoemd tot lid van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Samen met zeven wetenschappers van andere universiteiten treden zij in 2019 toe tot het selecte gezelschap van jonge topwetenschappers.

Journalistiek en media 2008, is de nieuwe NOScorrespondent voor Indonesië en Zuidoost-Azië. Kas woont en werkt sinds 2017 in Jakarta en deed van daaruit verslag, hoofdzakelijk voor RTL Nieuws en NRC Handelsblad. MARLOES KRIJNEN

EDDIE BRUMMELMAN

ontwikkelingspsycholoog UvA, heeft de Nationale Postdocprijs van De Jonge Akademie gewonnen voor zijn onderzoek naar zelfbeeldontwikkeling bij kinderen en narcisme.

ANNEMARIE KAS

MICHEL HARING

is benoemd tot faculteitshoogleraar van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. De benoeming geldt voor een periode van vijf jaar. Emeritus hoogleraar interdisciplinaire studies, heeft de Grote Sta-penning van de UvA ontvangen voor zijn staat van dienst en inzet voor de UvA, in het bijzonder voor zijn pionierswerk op het gebied van interdisciplinair onderwijs en onderzoek. De grote Sta-penning is de hoogste onderscheiding die de UvA uitreikt.

Information Law 2018, heeft de Internetscriptieprijs gewonnen voor haar masterscriptie over de toepassing van productaansprakelijkheid op smart home devices wanneer deze schade aanrichten bij consumenten. IVANA IŠGUM

universiteitshoogleraar UvA, heeft een eredoctoraat ontvangen van de Universiteit Leiden en van de Vrije Universiteit Brussel.

is benoemd tot nieuwe universiteitshoogleraar op de leerstoel AI and Medical Imaging. Tobias Blanke is benoemd op de leerstoel Humanities and AI. Na de eerder benoemde universiteitshoogleraar Maarten de Rijke zijn Išgum en Blanke de tweede en derde van vier nieuwe universiteitshoogleraren die zich richten op de interdisciplinaire benadering van artificiële intelligentie en haar impact.

Geschiedenis, Nederlands en Politicologie (n.a.), is uitgeroepen tot Omroepman van het Jaar. De prijs wordt jaarlijks uitgereikt door Broadcast Magazine.

Journalistiek en Media, 2007, Politicologie 2007, Volkskrant-journalist, heeft de Loep 2018 (in de categorie Opsporend) gewonnen, de belangrijkste prijs voor onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen.

TON NIJHUIS

hoogleraar Duitslandstudies en afdelingsvoorzitter Politicologie bij de Faculteit der Maatschappij en Gedragswetenschappen, heeft het Bundesverdienstkreuz van de Bondsrepubliek Duitsland ontvangen voor zijn bijdrage aan de Duits-Nederlandse betrekkingen. Nijhuis is tevens directeur van het Duitsland Instituut van de UvA.

KARLIJN VAN DEN HEUVEL

ROBERT DIJKGRAAF

BEAU VAN ERVEN DORENS

HUIB MODDERKOLK

JOS OTTEN

Economie 1977, Nederlands recht 1988, voormalig directeur post-hoger technisch (en maritiem) onderwijs Hogeschool van Amsterdam en voormalig voorzitter Kascommissie AUV, is benoemd tot Ridder in de Orde van OranjeNassau voor zijn inzet als vrijwilliger voor het behoud van Amsterdamse monumenten. MARY PIETERSE-BLOEM

Economie 1992, is benoemd tot bijzonder hoogleraar Financiële markten aan de Erasmus School of Economics. In december 2018 werd zij door IEXProfs verkozen tot Dutch Investment Influential 2018.


23 overledenen

SIMONE ROOS

ANNE DE VISSER

Juridische bestuurswetenschappen 1987, is benoemd tot griffier van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. docent Publieksfilosofie, wordt de nieuwe Denker des Vaderlands. De voormalig hoofdredacteur van Filosofie Magazine is de opvolger van René ten Bos, die de afgelopen twee jaar de functie vervulde.

UvA-natuurkundige, is door de American Physical Society verkozen tot Outstanding Referee. De Visser is een van de 143 natuurkundigen – uit een totaal van meer dan 71.000 – die deze eer dit jaar te beurt valt. De onderscheiding wordt toegekend aan natuurkundigen die uitzonderlijk werk hebben verricht bij het beoordelen van manuscripten die gepubliceerd zijn in de Physical Review-tijdschriften.

KLAAS SALVERDA

MARIA VLAAR

vrije studierichting Massacommunicatie 1984, journalist, heeft het Zilveren Koetsje ontvangen. Deze prijs wordt uitgereikt aan mensen die langer dan 25 jaar werkzaam zijn geweest op het Binnenhof.

Nederlandse taal- en letterkunde 1985, heeft de vijfde J.M.A. Biesheuvelprijs gewonnen met haar bundel Diepe aarde.

KARL-ERNST HEINRICH HESSER 1941, Andragologie 1976 (3 januari)

MONIQUE VOLMAN

HENK HIETINK 1924, Economie (5 januari)

DAAN ROOVERS

MARGRIET SCHAVEMAKER

GÜNTER SCHILDER

hoogleraar Onderwijskunde, en Herman van de Werfhorst, hoogleraar Sociologie, zijn benoemd tot lid van de Onderwijsraad. FRIDUS VAN DER WEIJDEN

promotie Tandheelkunde 1993, hoogleraar ACTA, sectie Parodontologie, is benoemd tot erelid van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie.

GERARD SPONG

Rechtsgeleerdheid 1972, strafrechtadvocaat, is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn bijdrage aan de cassatierechtspraak in Nederland. RENÉ VAN STIPRIAAN

heeft de Gerrit Komrij-prijs 2018 ontvangen voor zijn biografie De hartenjager. Leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero. De Gerrit Komrij-prijs wordt sinds 2012 toegekend door Neder-L/Neerlandistiek en is bedoeld om de popularisatie van de oude letteren te eren. JOKE SWIEBEL

Algemene politieke en sociale wetenschappen 1972 cum laude, ontvangt de Jos Brink Oeuvreprijs voor homo-emancipatie. Zij organiseerde in de jaren zestig op het Binnenhof de eerste demonstratie voor homorechten, waarvoor zij zich ook sterk maakte via het COC en de PvdA. HUMBERTO TAN

Nederlands recht 1991, is benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn vrijwilligersactiviteiten. Tan is onder meer ambassadeur van de Stichting Wereld Natuur Fonds, het Rode Kruis en de Johan Cruijff Foundation.

MIJKE VAN WIJK

MARIA HAMER-PLOMP 1928, Godgeleerdheid 1990, predikante in de Nederlandse Hervormde Kerk (2 januari)

FRITS VEGTER 1926, Scheikunde en farmacie 1961, chemicus (25 januari)

CECILIA ODÉ 1946, doctoraal Slavische taal- en letterkunde, 1983, voormalig senior onderzoeker taalwetenschap aan de UvA, vastlegger van bedreigde talen zoals Joekagier en Mpur, videocineast, fotograaf (9 januari) GERRIT LELY 1940, Farmacie 1976 (10 januari) ANNA DE CASPARIS 1923, Geneeskunde 1948, arts in ruste (11 januari) FLORRIE GEHRELS 1928, Wis- en natuurkunde 1952 (11 januari)

Psychologie 1998, heeft samen met Mirjam van Biemen de Best Report Award ontvangen voor hun radiodocumentaire Waakhond van het Woud. De documentaire, gemaakt in Brazilië, gaat over de Nederlander Tim Boekhout van Solinge die in de Amazone strijdt voor behoud van het tropische regenwoud.

GEERTJE GROOT 1943, Privaatrecht 1989 (12 januari)

GANG WU

IDO ABRAM 1940, Wijsbegeerte 1980, bijzonder hoogleraar Holocauststudies UvA, directeur van Stichting Leren, wiskundedocent, onderwijsonderzoeker aan het Kohnstamm Instituut, educatief adviseur van APS Utrecht (14 januari)

tandheelkundige bij ACTA (sectie orale implantologie en prothetische tandheelkunde) ontvangt, samen met collega’s, een EUROSTAR-subsidie van circa twee miljoen euro. De subsidie is bestemd voor de ontwikkeling van een toepasbare biofunctionele inkt op basis van collageen. JELLE ZUIDEMA

en Dieuwke Hupkes, Logic 2013, van het Institute for Logic, Language and Computation (ILLC) hebben samen met masterstudenten Mario Giulianelli, Jack Harding en Florian Mohnert een Best Paper award ontvangen tijdens het BlackBoxNLP event.

JURJEN VIS

doctoraal Middeleeuwse geschiedenis 1985, promotie Letteren (Musicologie) 2007, heeft de prijs van de geschiedkundige vereniging Die Haghe ontvangen voor zijn boek DIACONIE. Vijf eeuwen armenzorg in Den Haag. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 5.000 euro.

CORNELIS HAAS 1930, Wis- en natuurkunde 1953, emeritus hoogleraar Vaste stof chemie (24 januari)

AART SPITZ 1959, Sociale geografie 1989 (8 januari)

hoogleraar Media and Art in Museum Practice, is aangesteld als artistiek directeur bij het Amsterdam Museum. Schavemaker werkte sinds 2009 bij het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar zij onder andere hoofd collecties en curator was. emeritus hoogleraar Historische cartografie en voorzitter van de Stichting Explokart, heeft de prestigieuze Menno Hertzbergerprijs ontvangen voor zijn gehele oeuvre, in het bijzonder voor zijn meest recente publicatie: Early Dutch Maritime Cartography. The North Holland School of Cartography, c.1580-c.1620.

JURRIAAN MEULENHOFF 1930,Scheikunde en farmacie 1960, voormalig ziekenhuisapotheker (1 januari)

Meer personalia De meest recente personalia vindt u op alumni.uva.nl/personalia. Zelf een nieuwe functie? Kent u iemand die iets bijzonders deed of een mooie prijs won? Tips zijn welkom via spui@uva.nl Zie ook: uva.nl/hoogleraarsbenoemingen.

HANS EENDEBAK 1966, Wijsbegeerte 1991 (12 januari) HEDERIK DE VRIES 1986, Privaatrecht 2014, consultant bij Strategy& (12 januari)

FÉLICE POLAK 1933, Biologie 1961, voormalig docent biologie Wagenings Lyceum, voormalig fractievoorzitter en lid van verdienste VVD-afdeling Wageningen, onderscheiden met de D.U. Stikker plaquette (16 januari) GERRIT-JAN KOOMEN 1941, Scheikunde en farmacie 1965, scheikundige, emeritus hoogleraar Bio-organische chemie, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (16 januari) WIM HENDRIKS 1945, Geneeskunde 1968, medisch microbioloog, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (17 januari)

DION RICHARDSON 1985, Biomedical sciences 2012, biomedisch onderzoeker en medewerker communicatie Sanquin (10 februari) TOM LENDERS 1942, Kunstgeschiedenis en archeologie 1987 (11 februari)

FRITS DE ROY VAN ZUYDEWIJN 1930, Publiekrecht 1954 (26 januari)

PETER SCHEY 1929, Publiekrecht 1958 (11 februari)

GEERTJE BUDDING 1939, Persoonlijkheidsleer 1983 (26 januari)

ROB SNEPVANGERS 1937, Geologie 1964, geoloog (11 februari)

TIEDE JAN BIJLSMA 1943, Geneeskunde 1970, voormalig huisarts te Wageningen (28 januari)

WILLEM VAN BENTEN 1931, Duitse taal- en letterkunde 1965 (13 februari)

FRED DELPEUT 1953, Sociale psychologie 1984, algemeen directeur NOVA bij Rijkswaterstaat (29 januari)

LOES KLEIN 1952, Engelse taal- en letterkunde 1986 (15 februari)

JAAP PETERS 1931, Economie 1957, voormalig bestuursvoorzitter Aegon, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (29 januari) BANDI MALLANT 1963, Nederlands recht 1990, adviseur Politie Landelijke Eenheid (29 januari) WILLEM DIJKSTRA 1925, Godgeleerdheid 1949 (30 januari) WIM RINGE 1945, Sociale geografie 1974, voormalig medewerker Faculteit Onderwijs en Opvoeding HvA (30 januari) MARC MOLENAAR 1963, Economie1986 (31 januari) JAN GERBRANDY 1918, Geneeskunde 1946, emeritus hoogleraar Interne geneeskunde EUR (1 februari) MARGRIET GAASTRAMEURSING 1941,Franse taalen letterkunde 1972 (4 februari) DICK BLOK 1925, promotie Geesteswetenschappen 1960, voormalig directeur Meertens Instituut, voormalig hoogleraar Naamkunde en nederzettings-geschiedenis UvA (6 februari)

JOHANNES SCHIJF 1942, Farmacie 1973 (16 februari) JACQUES VAN DER ZAAG 1961, promotie Tandheelkunde 2012, voormalig medewerker ACTA, gedreven pleitbezorger van kwaliteit in de mondzorg (18 februari) HENNY TEN DAM 1947, Privaatrecht 1980 (18 februari) SUZAN VAN NIEUWKUYK 1964, Fiscaal recht 1989, secretaris Vereniging Aegon, juridisch adviseur ICT Group, voorzitter Secretarissengespreksgroep van NIVE, lid algemeen bestuur Stichting Casa Academica (21 februari) JOHAN VAN GOGH 1922, Politicologie 1956, oud-voorzitter Vincent van Gogh Stichting, erelid dispuut M.A.R.N.I.X., drager van de Gouden Wulp, erevriend Nuenen Village (21 februari) WIL GROSE 1937, Scheikunde en farmacie 1962, hoogleraar Chemie (21 februari) LILIAN HAMRE 1929, Scandinavische talen en culturen 1999 (22 februari)

HENDRIK BOOM 1925, Geneeskunde 1956 (6 februari)

FRANS PIETERS 1956, Farmacie 1983, medewerker Radboud Translational Medicine, directeur RTM BV (22 februari)

KLAUS SIEGEL 1934, Vertaalwetenschap 1934 (6 februari)

MAARTEN SLEUTELBERG 1975, Biological sciences 2006 (25 februari)

LIESBETH WITTEMAN-VAN MEERWIJK 1929, Privaatrecht 1975 (8 februari)

JAN FRANS SPIERDIJK 1932, Fiscaal-juridische opleiding 1965, oud-vennoot Loyens & Loeff (1 maart)

DICK DOLMAN 1935, Economie 1959, promotie 1964, voormalig Kamervoorzitter en lid van de Raad van State (23 januari)

FONS VROLIJK 1967, Economie 1990, hoofd bedrijfsvoering UMC Utrecht, hoofd rekengroep Nederlandse Federatie van UMC’s, lid Verantwoordingsorgaan ABP (8 februari)

PIET HEIN HILLEN 1929, Geneeskunde 1959, internist (24 januari)

TON KOOL 1938, Actuariële wetenschappen 1963 (8 februari)

MAARTEN VAN DIJK 1940, Strafrecht 1969 (5 maart) JANNA WESTERHUIS 1952, Geneeskunde 1979, abortusarts (5 maart)


24 IN MEMORIAM ANNE TROELSTRA 1939, Wis- en natuurkunde 1964 cum laude, promotie 1966, emeritus-hoogleraar Zuivere wiskunde en de grondslagen van wiskunde, lid KNAW (7 maart) GERBEN STRUIK 1974, Politicologie 2000, master Economie 2008, oud-wethouder Gooise Meren, raadslid en fractievoorzitter GroenLinks, ambassadeur Nederland Zoemt, docent Economie en Management & Organisatie Vechtstede College (4 maart) ROSA DE ROY VAN ZUYDEWIJN 1935, Sociologie 1989 (6 maart)

SYLVIA VAN SEVENTERVAN DER LEE 1928, Wis- en natuurkunde 1957, bioloog en docent (23 maart) DICK BOM 1929, Geneeskunde 1956 (25 maart) HENK BOOT 1932, Economie 1961, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (28 maart) ELLY VELTHUYSEN 1942, Arbeids- en organisatiepsychologie 1978 (29 maart)

HÉLÈNE VAN PINXTEREN 1965, Natuurkunde 1989 (6 maart)

JOSHUA VAN DER KROFT GLANZBERG 1994, Liberal arts and sciences (joint degree) 2017, voormalig secretaris excursiecommissie AUC, voormalig voorzitter Amsterdam International Model United Nations (29 maart)

FERDINAND LEKKERKERKER 1945, Nederlands recht 1989 (7 maart)

HANS KROOMAN 1946, Geneeskunde 1979, voormalig neuroloog Sionsberg (31 maart)

INGE VERHAAR-LOEBER 1937, Spaanse taal- en letterkunde 2002, dierenarts (7 maart)

KIAN GWAN GO 1934, Geneeskunde 1958, emeritus hoogleraar (Experimentele) neurochirurgie (31 maart)

AART SNIEDERS 1946, Privaatrecht 1975 (6 maart)

HANS MICHELS 1934, Wis- en natuurkunde 1963, emeritus hoogleraar Chemical Engineering, Imperial College London (8 maart) PETER LESTRADE 1946, Geneeskunde 1972, internist (10 maart) RUUD VAN DITZHUYZEN 1935, Privaatrecht 1980 (14 maart) OTTI ZANEN-LIM 1924, Geneeskunde 1957, medisch microbioloog, draagster van het Verzetsherdenkingskruis (15 maart) LUC VAN BUUREN 1935, Germaanse taal- en letterkunde (Engels) 1962 (15 maart) PATRICIA GOEDE 1964, Opvoedkunde 1988 (16 maart) PIET WESSELMAN 1939, Andragologie 1974 (16 maart) HENDRIK MARINUS SASSE 1931,Privaatrecht 1957, oudnotaris in Arnhem, oud-voorzitter Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (17 maart) JOHAN SIPKO RIENKS 1927, Sociologie en sociografie 1958 (18 maart) MEINT VAN ALBADA 1940, promotie Scheikunde 1975 (20 maart) HANS VERKOREN 1947, Economie 1972, oprichter ING Direct, directeur Postbank, bestuurder ING Groep, voorzitter bestuur SEO, lid Raad van Advies, Officier in de Orde van OranjeNassau (21 maart) PIETER SPIERENBURG 1948, Geschiedenis 1973, emeritus hoogleraar Historische criminologie (21 maart)

HUUB CREMERS 1929, Geneeskunde 1955, tropenarts, eerste politiearts van Rotterdam, Ridder in de Orde van OranjeNassau (1 april) PETER SIEGEL 1943, Geneeskunde 1971, (kinder-) psychiater in ruste (3 april) RICK WESTHOFF 1963, Actuariële wetenschappen 1988, lid Raad van Toezicht BPL Pensioen (4 april) ROSA WEISS 1926, Geneeskunde 1958, huisarts in ruste (5 april) JOZIAS REGT 1934, Geneeskunde 1960 (6 april) PIET DE WIT 1940, Geneeskunde 1971, verpleeghuisarts (10 april) JANNEKE WESTRA 1938, Psychologie 1970 (12 april) MAX VAN WEEZEL 1951, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1977, parlementair journalist, adjuncthoofdredacteur Vrij Nederland, voorzitter Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, radiopresentator (11 april) HESSEL MIEDEMA 1929, Kunstgeschiedenis 1956, schrijver, kunstenaar, kunsthistoricus, dichter (in het Fries), voormalig directeur Museum Het Princessehof (14 april) LOUIS DEEN 1931, promotie Geneeskunde 1981, emeritus hoogleraar Anaesthesiologie, beeldenmaker (15 april) DIRK LEGUIT 1948, Privaatrecht 1976 (15 april)

JOSJE ZURBURG 1948, Opvoedkunde 1974 (15 april)

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

tekst • Ben Haveman

JAN VAN DER EIJKEN 1938, promotie Geneeskunde 1973, emeritus hoogleraar Kinderoncologische orthopedie, orthopedisch chirurg, oud-voorzitter van verdienste Nederlandse Orthopaedische Vereniging (16 april) ROB ELSAS 1949, Opvoedkunde 1974 (17 april) BOUDEWIJN VERHAAR 1937, Wis- en natuurkunde 1960 cum laude, promotie 1962, emeritus hoogleraar TUE (18 april) THEO BRAAF 1932, Scheikunde 1958, oud-conrector Eindhovens Protestants Lyceum (19 april) HENK HOFMAN 1951, Nederlandse taal- en letterkunde 1983 (20 april) HERBERT DE ROIJ VAN ZUIJDEWIJN 1927, Privaatrecht 1955, Nederlands literair vertaler en dichter, Martinus Nijhoff-prijs, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (2002) (22 april) DICK WOUTERS 1926, Geneeskunde 1955, zenuwarts (22 april) HENK BRANDENBURG 1938, Algemene politieke en sociale wetenschappen 1969 (23 april) JOOSJE LAKMAKER 1950, Onderwijspsychologie 1979, auteur van Voorbij de Blauwbrug (23 april) BEREND-JAN DOUWES 1955, Natuurkunde 1989 (29 april) BERT VOSKUIL 1929, Privaatrecht 1957, oprichter en oud-directeur T.M.C. Asser Instituut, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (29 april) ROBERT-PAUL EIJKENAAR 1973, Medische informatiekunde 1998 (30 april) ADRIAAN VAN OOSTEROM 1942, Promotie wis- en natuurkunde 1978, hoogleraar en afdelingshoofd medische fysica Radboud UMC (30 april) WOLTER SILLEVIS SMITT 1935, Farmacie 1964, grondlegger R.S.V.U. Okeanos (2 mei) GERARDUS TIELENS 1943, Sociologie 1972 (3 mei) ALBERT TYBOUT 1959, Economie 1988, docent economie hoger beroepsonderwijs (3 mei) HANS ANKUM 1930, promotie Privaatrecht 1962 cum laude, eredoctoraat Universiteit Aix-enProvence (Frankrijk) 1986, emeritus hoogleraar Romeins recht, voormalig decaan, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1 juni) Het meest volledige overzicht van overledenen en in memoriams: alumni.uva.nl/overledenen. Berichten doorgeven kan via: relatiebeheer@uva.nl.

MARGUERITE JOHANNA MARIA HEIM 15 APR IL 1955 – 3 APR IL 2019 Pas vier jaar oud was Margriet Heims dochtertje Daphne, toen ze aan de hand van haar moeder meeging naar protestbijeenkomsten in Amsterdam. ‘Van Baas in Eigen Buik tot acties tegen de neutronenbom: overal sleepte m’n moeder me mee naartoe.’ Moeder en kind woonden enige tijd in een vrouwenwoongroep. Margriet was politiek actief en gaf taalles aan analfabete vrouwen. ‘Met sommige hield ze tot op het laatst nog contact.’ Margriet Heim, op haar negentiende moeder geworden, was nummer zes uit een katholiek Brabants gezin van elf kinderen. Haar vader was kinderarts en ziekenhuisdirecteur in Den Bosch. Al vroeg ging ze haar eigen weg. Na zes jaar huwelijk, deels in Limburg, combineerde ze alleenstaand moederschap met studeren: Nederlandse taal- en letterkunde aan de UvA. Ze kreeg tussendoor nog een tweeling en studeerde in 1987 cum laude af. Intussen was taalwetenschapper Heim al bezig met een promotieonderzoek naar meervoudig gehandicapte kinderen die niet kunnen praten. Haar zus Hanneke, ergotherapeut in Heliomare, had haar op het spoor gezet. ‘In mijn herinnering werkte mijn moeder van negen tot drie, en wanneer mijn tweelingzus en ik in bed lagen, buffelde ze verder tot diep in de nacht’, zegt haar dochter Noor. Mede dankzij het co-ouderschap met een vriendin die ze in een woongroep had ontmoet, kon Margriet Heim werken aan een project dat ze haar ‘vierde kind’ zou noemen: de communicatieve ontwikkeling van niet of nauwelijks sprekende kinderen met een cerebrale parese – aangeboren hersenschade, afgekort COCP. Hoe krijg je contact met kinderen die alleen met hun ogen signalen geven? Ze wist met moeite geld bij elkaar te sprokkelen voor een wetenschappelijk verantwoord programma; haar levenswerk. Ze promoveerde in 2001 op een onderzoek naar de effecten van het COCP-programma. Margriet Heim werkte bij Taalwetenschap aan de Faculteit der Geesteswetenschappen, maar taalde niet naar een hoogleraarschap. Ze kon zich vastbijten in de begeleiding van studenten die waren vastgelopen. Daarentegen kende haar carrière een grillig verloop doordat ze als ‘nogal uitgesproken’ gold; een sterke vrouw die voor de duvel niet bang was. Ze vervulde bij de UvA een aantal functies binnen de communicatie, zoals bij de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Ze moest opstappen na een conflict vanwege botsende karakters. Door haar moeizame relatie met ‘het Maagdenhuis’ werd haar een vaste baan onthouden. ‘Margriet wist wat ze wilde, maar kreeg niet altijd wat ze wilde’, zegt Guuske Ledoux, wetenschappelijk directeur van het Kohnstamm Instituut. ‘Ze gaf adviezen als je erom vroeg, ook als je er niet om vroeg.’ Als communicatieadviseur en later senior-onderzoeker bij dit instituut, bond Heim de strijd aan met anglicismen; een beslissing maak je niet, maar een beslissing neem je; een actie neem je niet, maar onderneem je. Dochter Daphne: ‘Margriet vond dat Nederlands simpeler kon, daarom is ze een tijdje woorden fonetisch gaan schrijven. Dat is er later weer af gegaan.’ Van de Hogeschool van Amsterdam tot het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis had Margriet Heim de reputatie van een gedreven wetenschapper die zichzelf niet opsloot en een onwaarschijnlijke handigheid met computers had ontwikkeld. Een intellectueel met een enorm netwerk die kluste in huis, fietsen bouwde en met een minimum aan geld rondkwam. Ze zong in een koor en speelde viool in diverse klassieke ensembles. ‘Ze was stoer, ontzettend eigenwijs, heel erg onafhankelijk en werkte heel hard’, zegt dochter Daphne. ‘Ook onbetaald. Ze had een rijk leven, maar het was sappelen.’ Pas op haar zestigste kreeg ze voor het eerst een vast contract. Haar beloning was de Gehandicaptenzorgprijs 2012. Op Internationale Vrouwendag dit jaar werd dr. Margriet Heim benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Er was longkanker vastgesteld, toen ze zelf nog een traplift bij de gemeente wist te regelen. Ze heeft er zes weken van kunnen genieten. •


25

PROEFSCHRIFT

tekst • Robin van Wechem

‘DE TAKEN DIE OP PAPIER BIJ EEN BAAN HOREN, KOMEN NIET ALTIJD OVEREEN MET WAT IEMAND DAADWERKELIJK DOET’ COLLEGA’S MET DEZELFDE BA AN HEBBEN NIET ALTIJD DEZELFDE TAKEN. BOVENDIEN KUNNEN ZE HUN WERK HEEL ANDERS ERVAREN. ORGANISATIEPSYCHOLOOG HANNAH BERKERS ONDERZOCHT WAT NODIG IS OM BETEKENISVOL WERK TE DOEN EN KEEK NA AR DE SCHADUWK ANT VAN WERK ALS ROEPING.

Heeft u zelf ervaring met uw onderzoeksonderwerp? ‘Op het eerste congres waar ik mijn onderzoeksresultaten presenteerde, waren alleen maar mannen van rond de zestig. Ik voelde me daar niet op mijn plek en ging veel lezen om mijn onderzoek een andere richting op te sturen. Job analysis is ontstaan in een tijd waarin banen voor het leven waren en takenpakketten vastomlijnd bleven. Dat is allang niet meer zo, maar het vakgebied is nog niet helemaal meegegroeid met die ontwikkeling. Toen ik op de literatuur over roeping stuitte, wist ik dat ik “mijn” onderwerp te pakken had. Ik herkende me meteen in de omschrijving van mensen die hun werk ervaren als een roeping: gepassioneerd en zeer gemotiveerd door het werk zelf, hard je best doen, goed kunnen werken en goede resultaten halen. Dat daar ook een schaduwkant aan zit, werd tijdens mijn onderzoek steeds duidelijker.’

HANNAH BERKERS – 1988 h.a.berkers@tue.nl • 2007-2010 bachelor

Waarom wilde u weten wat mensen precies doen tijdens hun werk? ‘Er is veel onderzoek gedaan naar relatief extreme professionele situaties zoals van baan wisselen, een andere positie krijgen of in een nieuwe baan beginnen. Wat mij interesseerde, was het feit dat banen steeds meer veranderen. Werkgevers vragen meer van werknemers, en werknemers proberen hun baan aan te passen aan hun eigen wensen en ambities. De taken die op papier bij een baan horen, komen dus niet altijd overeen met wat iemand daadwerkelijk doet. Het is nog niet goed bekend welke gevolgen veranderingen in de inhoud van werk hebben op stress en werkdruk.’ Hoe heeft u het verschil tussen taken op papier en in praktijk onderzocht? ‘Het oorspronkelijke onderwerp van mijn proefschrift was big data en functieanalyse, job analysis. Om sneller te achterhalen welke taken mensen vervullen in een baan, heb ik samen met een collega een algoritme ontwikkeld dat vacatureteksten voor verpleegkundigen scant. Vervolgens heb ik de uitkomsten vergeleken met interviews en observaties op de werkvloer. De analyse van het algoritme leverde een lijst met 71 verschillende taken op, uit de interviews en observaties volgden 121 taken. Observaties zijn preciezer, maar met het algoritme kun je veel meer verschillende werkplekken onderzoeken, zodat de onderlinge variëteit duidelijk wordt. Het maakt nogal uit of je als verpleegkundige in een kinderziekenhuis, verzorgingstehuis of een psychiatrische inrichting werkt.’ Wat kunnen gevolgen zijn van een veranderd takenpakket? ‘In onderzoek naar werkstress en burn-out wordt meestal gevraagd naar algemene baantevredenheid en het aantal uren dat iemand werkt. Ik stel voor dat we vragen wat mensen doen in die uren en hoe ze zich daarbij voelen. Want als mensen te lang dingen doen die niet bij hun professionele identiteit passen, kan dat frictie en op termijn uitval opleveren. Dat geldt ook voor taken die onvoldoende bijdragen aan het bedrijf of de samenleving. Tegelijkertijd kunnen stressvolle situaties, zoals het omgaan met overlijdensgevallen in het geval van verpleegkundigen, als zinvol worden ervaren. Het is dan wel belangrijk dat er genoeg stressverlagende taken, zoals teamoverleg, tegenover staan.’

‘ALS JE OP JE WERK DE VERKEERDE DINGEN AAN HET DOEN BENT, KAN DAT ERG FRUSTREREND EN STRESSVOL ZIJN’ Wat is de invloed van een ‘roeping’ op het ervaren van werkdruk? ‘Mensen die hun werk als roeping zien, nemen vaak extra taken op zich. Ze breiden hun baan langzaam uit en gaan steeds meer doen. Dat is fijn voor een werkgever en directe collega’s, maar op termijn kan het ertoe leiden dat ze overwerkt raken. Als er niet genoeg aandacht is voor de samenstelling en werkdruk van takenpakketten, kunnen organisaties zeer waardevolle werknemers verliezen.’ Waar werkt u nu? ‘Ik onderzoek op de Technische Universiteit van Eindhoven wat de gevolgen zijn van robotisering in de logistiek. We kijken hoe de taken die voor robots nog niet geschikt zijn, tot een baan worden gevormd en of die baan betekenisvol is voor mensen. Er zijn bijvoorbeeld machines die pakketten inpakken, al moeten mensen daarvoor wel de producten klaarzetten in kartonnen omhulsels. Om te voorkomen dat de machine vastloopt omdat hij te vaak moet schakelen tussen kleine en grote pakketten, sorteren de medewerkers ze voor op grootte. Zo maken ze hun werk zelf al iets betekenisvoller.’ •

Economics and Business, cum laude, UvA • 2010-2012 extra vakken Psychology and Work & Organisational Psychology, cum laude, UvA • 2010-2012 master Business Studies, cum laude, UvA • 2013-2014 docent Nyenrode New Business School en UvA • 2014-2018 proefschrift What do you do and who do you think you are? Activities speak louder than words, UvA • 2018-heden postdoc, Technische Universiteit Eindhoven

LAURA KOM TERUG NAAR DE ROETERSEILANDCAMPUS!


26

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

UNIVERSITEITSDAG 2019 Op zaterdag 15 juni vond de Universiteitsdag plaats, het jaarlijkse evenement voor alumni en medewerkers van de Universiteit van Amsterdam. Topwetenschappers als Julia Noordegraaf (Digitaal erfgoed), Maarten de Rijke (Kunstmatige intelligentie) en Agneta Fischer (Psychologie) en alumni als Marjolein Moorman (wethouder Amsterdam) en Mona Keijzer (staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat) verzorgden colleges en gingen in debat over actuele thema’s en maatschappelijke vraagstukken. Jan van Vegchel won de UvA-scriptieprijs 2019. Voor jonge kinderen en middelbare scholieren waren er speciale programma’s vol uitdagende workshops, zoals een bezoek aan een bijenkast onder leiding van een stadsimker en een masterclass kunstmatige intelligentie.

JAN VAN VEGCHEL WINNAAR UVA-SCRIPTIEPRIJS 2019 Tijdens de Universiteitsdag is de jaarlijkse UvA-scriptieprijs uitgereikt. De winnaar is alumnus Informatierecht Jan van Vegchel (derde van links, op de foto hiernaast). Zijn scriptie is getiteld ‘De revival van het recht van antwoord in het digitale tijdperk; invulling van de leemte tussen rechtspraak en Nederlandse media-zelfregulering’. Van Vegchel ontving de prijs uit handen van juryvoorzitter Peter van Tienderen, decaan van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 3.000 euro. De overige genomineerden zijn ieder facultair winnaar en ontvangen 1.000 euro: Stefanos Tyros (Economics), Weixuan Li (Arts of the Netherlands / Kunst- en cultuurwetenschap), Linde Titulaer-de Baaij (Evidence Based Practice in Health Care), Inge Daemen (Psychology) en Amber Woutersen (Biological Sciences). Foto’s: Monique Kooijmans en Marc Kruse. Zie voor alle foto’s: alumni.uva.nl/universiteitsdag.


27

VARIA OPROEP: ALUMNI VARIA

Veel alumni doen na hun afstuderen bijzondere dingen. Voor een speciale rubriek in de digitale alumninieuwsbrief verzamelen wij maandelijks berichten over alumni die ons zijn opgevallen. Zoals een door een alumnus georganiseerde tentoonstelling, bijzonder blog of een mooi maatschappelijk initiatief. Input is van harte welkom via uva-alumni@uva.nl. Wij doen iedere maand een greep uit de inzendingen.

Oproep: herinneringen aan de Intreeweek

NATIONALE CURSUS ARTIFICIAL INTELLIGENCE Artificiële of Kunstmatige intelligentie (AI) is de meest ingrijpende technologische ontwikkeling van onze tijd. Er wordt zelfs gezegd dat AI meer verandering teweeg gaat brengen dan het internet. Hoog tijd om er meer over te weten te komen. Daarom is er nu de nationale AI-cursus: een gratis online cursus voor alle Nederlanders, over de basisprincipes van AI, met bijdragen van UvAwetenschappers. De cursus is begrijpelijk, snel te volgen (in vier à vijf uur) en gratis, en de perfecte opstap als je je verder wilt verdiepen. Na afronding van de cursus ontvang je een certificaat. Volg de cursus via www.ai-cursus.nl.

Internationale UvA Alumni Chapters De internationale UvA Alumni Chapters zijn zeer actief. De afgelopen maanden vonden bijeenkomsten plaats in San Francisco, Londen, Brussel, Sint-Petersburg en New York. Deze bijeenkomsten, voor en door alumni, en met interessante sprekers, zijn bij uitstek geschikt om te netwerken. Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds informeert alumni ter plaatse over deze bijeenkomsten. Dit kan alleen als bij de UvA bekend is waar alumni verblijven. Woon je in het buitenland, maar betwijfel je of de UvA beschikt over je actuele gegevens? Geef dit dan door via alumni.uva. nl/contact. Heb je vragen over activiteiten bij jou in de buurt of de rol die je eventueel zelf kunt spelen? Neem dan contact op met de International Alumni Officer via alumni@uva.nl.

Die eerste week aan de universiteit: het gevoel aan het begin van een compleet nieuw avontuur te staan. Wie herinnert het zich niet? We zijn benieuwd naar de verhalen van alumni over hún eerste stap in het studentenleven. Of dit nu vijftig jaar geleden is, of pas een paar jaar. Deel je ervaringen met ons (uva-alumni@uva.nl), liefst met een leuke foto uit jouw Intreeweek, en lees je verhaal terug in onze digitale nieuwsbrief van augustus!

PODCASTSERIE BIEDT EEN BLIK OP DE TOEKOMST In de academische podcastserie The Next Best Thing kijken negen prominente wetenschappers in de toekomst door zich te buigen over de vraag wat volgens hen de volgende grote stap is in hun discipline. Deze podcastserie is een mooie kans voor de UvA om haar enorme hoeveelheid aan kennis op diverse gebieden te delen met een breed publiek. De podcast is te vinden in je podcast-app via ‘next big thing uva’.

KENNETH Waarom laat je niets meer horen? We zien je graag terug!

UVA-ALUMNI OP SOCIAL MEDIA Vergroot je netwerk en blijf via social media op de hoogte van ontwikkelingen rondom de Universiteit van Amsterdam. Zo is er op de LinkedIn-pagina wekelijks een selectie te vinden van actueel UvA-nieuws en aankondigingen van evenementen. Op Twitter informeren we je over benoemingen en interessante bijeenkomsten. Een overzicht van de belangrijkste UvA-alumni accounts is te vinden op alumni.uva.nl/contact/social-media. Linkedin linkedin.com/school/ university-of-amsterdam/ Facebook facebook.com/alumniuva Instagram instagram.com/uva_amsterdam/ twitter @alumni_uva youtube youtube.com/user/uvaamsterdam


28 AUV & VARIA

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

UVA-MERCHANDISE NU TE KOOP IN POP-UP STORE Heb je altijd al een UvA-trui, -mok of -notitieblok willen hebben? Sinds kort is er op Spui 23, naast het Maagdenhuis, een UvA pop-up store met een uitgebreide collectie UvA-artikelen. De store is van dinsdag tot en met zaterdag geopend tussen 10.00 en 18.00 uur. Wil jij kans maken op een leuke UvA-trui? Speciaal voor deze jubileumeditie van SPUI verloten wij er één onder de inzenders. Mail naar uva-alumni@uva.nl o.v.v. ‘Winactie UvA-trui’ en vermeld hierbij je maat.

UVA-ALUMNI ZOEKTEAM Het UvA-alumni Zoekteam, dat eind vorig jaar van start is gegaan, is op zoek naar ‘verloren’ alumni: alumni van wie de UvA niet beschikt over actuele contactgegevens. Met resultaat, want inmiddels zijn er – in vier maanden tijd – al ruim 1.500 alumni teruggevonden. Het team zoekt ook de komende maanden verder en stelt hulp zeer op prijs. Heb je nog contact met oud-studiegenoten en hebben zij al lang niets meer van de UvA gehoord? Help het Zoekteam verder en laat je mede-alumni weten dat ze worden gezocht. Meer informatie over het team vind je op alumni.uva.nl/zoekteam. Alvast bedankt voor het meezoeken!

NEMO Kinderlezingen De UvA en NEMO Science Museum organiseren maandelijks een Kinderlezing, waarbij iedere keer een echte kindervraag centraal staat. Zoals: waarom heb ik een hekel aan wachten? Of: waarom zijn slakkenhuizen niet vierkant? Samen met een wetenschapper gaan de kinderen met proefjes en opdrachten op zoek naar het antwoord. Het is dus interactief én leerzaam. De kinderlezingen zijn voor kinderen van 8 tot en met 12 jaar. Het actuele programma is te vinden op www.nemosciencemuseum.nl.

JONGE-ALUMNI PROGRAMMA Sta je aan het begin van je carrière en vraag je je af hoe je je loopbaan het best kunt uitstippelen? Speciaal voor starters op de arbeidsmarkt worden jaarlijks diverse minitrainingen georganiseerd die je hierbij op weg helpen. Denk bijvoorbeeld aan een training Netwerken of Design Thinking. Ook kun je deelnemen aan het Alumni Coachcafé. Voor het najaar staat alweer een aantal activiteiten op het programma. Op alumni.uva.nl/jong vind je een overzicht van het actuele aanbod.

AUV VIERT 130JARIG BESTAAN De Amsterdamse Universiteits-Vereniging (AUV) bestaat dit jaar 130 jaar. In 1889 leverde een inzamelingsactie voor de bouw van de vroegere Aula van de UvA in de Oudemanhuispoort zoveel op dat de AUV werd opgericht om de fondsen te beheren en de band met alumni te behouden. Terwijl het vermogen later werd ondergebracht in het Amsterdams Universiteitsfonds, blijft de AUV zich inzetten voor het versterken van de band tussen alumni en de UvA en tussen alumni onderling. De inmiddels veertig AUV-alumnikringen organiseren ieder jaar vele activiteiten. Nog geen lid van de AUV? Lees op alumni.uva.nl/auv meer over de voordelen van het lidmaatschap. Tijdens de AUV-dag van 2 november wordt uiteraard stilgestaan bij het lustrum van de vereniging.

Lustrum Kring Amsterdamse Economen Net als de AUV viert ook de Kring van Amsterdamse Economen (KAE) dit jaar een lustrum. De kring bestaat negentig jaar en viert dit op 12 juli met een symposium: De toekomst van Global City Amsterdam, met sprekers als Zef Hemel, Steven de Waal en Erik Boer. Ben je alumnus Economie of Bedrijfskunde en heb je je nog niet aangemeld? Doe dit dan zo snel mogelijk via secretariaat@kae.nl.


29

UNIVERSITEITSFONDS JACQUELINE TIZORA: PIONIER VAN HET AFRIKAANSE PERSPECTIEF

JUDITH Al die kopjes koffie in de UB. Spreken we weer af?

CONTACTGEGEVENS DOORGEVEN ALUMNI.UVA.NL/ZOEKTEAM

‘Het was een droom die uitkwam toen ik een beurs kreeg om aan de UvA te studeren’, zegt Jacqueline Tizora. ‘Kun je je voorstellen hoe enthousiast mijn familie was? Ik ben de eerste in de familie die naar de universiteit gaat. Voor iemand die is opgegroeid in armoede, is dit de grootst denkbare verworvenheid.’ Tizora, geboren in Zimbabwe en opgegroeid in ZuidAfrika, voltooide onlangs haar bachelor Communicatiewetenschap aan de UvA, mede dankzij financiële steun van het Amsterdams Universiteitsfonds. ‘En dan ook nog aan de beste school ter wereld.’ Tizora doelt op de UvA-notering van het vakgebied Communication & Media Studies, dat voor het tweede jaar op rij als beste van de wereld uit de bus komt in de QS World University Rankings by subject.

Na de zomer vervolgt zij haar opleiding met een onderzoeksmaster. Om te kunnen voorzien in de kosten voor studie en levensonderhoud ontvangt Tizora komend collegejaar een beurs uit het Kuiper-Overpelt Studiefonds. Dit fonds is door het echtpaar Kuiper-Overpelt gelijktijdig ingesteld bij het Amsterdams en het Leids Universiteitsfonds – zij studeerde aan de UvA, hij in Leiden. Doel van dit fonds is de ondersteuning van talentvolle studenten en onderzoekers uit ontwikkelingslanden en fragiele democratieën die een opleiding aan de UvA willen volgen, die hen in staat stelt om op constructieve wijze deel te nemen aan de civil society van hun land van herkomst. Tizora wil deze verwachting graag waarmaken. ‘Als je een sociaalwetenschappelijke studie doet, is het belangrijk om je ook te verdiepen in de sociale context’,

zegt ze. Haar extra-curriculaire activiteiten zijn indrukwekkend. Zo is zij lid van de adviesraad van het Charles Wright Museum of African American History in Detroit, maakt ze als curator bij De Balie programma’s rond filmfestival IDFA en is ze bij het Tropen-museum de initiatiefnemer van een onderzoek naar het koloniale gehalte van de verhalen die het museum vertelt. Daarnaast belt Tizora elk weekend via Whatsapp met een groep achtergestelde leerlingen uit haar gemeenschap in Zuid-Afrika om hen als tutor te begeleiden. ‘Voor mij betekent het halen van een mastertitel aan de UvA meer dan het volgen van een opleiding van wereldklasse. Ik krijg kansen die normaal gesproken niet zijn weggelegd voor mensen met mijn achtergrond. Ik kan daardoor barrières slechten en geloof daarom dat deze opleiding niet alleen mij ten goede komt, maar ook mijn community en zelfs het hele Afrikaanse continent.’ Tizora ziet zichzelf als pionier van een Afrikaans perspectief binnen de Communicatiewetenschap. ‘Dat ontbreekt nu nog in belangrijke mate. Ik zie mijzelf als iemand die het academische landschap in dit opzicht kan veranderen.’ Dat Tizora acht talen spreekt, Afrikaanse en westerse, komt daarbij van pas. ‘In mijn onderzoek benut ik mijn meertaligheid om content over Afrika te analyseren die uit heel verschillende landen afkomstig is. Hiermee onderscheid ik mij van andere communicatiewetenschappers. Ik weet niet wat ik de rest van mijn leven anders zou willen dan onderzoek doen en communiceren over Afrika.’

AMERIKAANSE DONATIE MAAKT STUDENTENLAB VOOR BESCHERMING INFORMATIEVRIJHEID MOGELIJK Getalenteerde rechtenstudenten aan de UvA kunnen in het Glushko & Samuelson Information Law and Policy Lab hun kennis van het informatierecht inzetten voor het algemeen belang. Het in mei geopende lab is verbonden aan het Instituut voor Informatierecht (IViR) van de UvA. Het wordt mede mogelijk gemaakt dankzij een donatie van Bob Glushko en Pamela Samuelson, beiden verbonden aan de University of California in Berkeley. Deelnemende studenten gaan zich in het studentenlab bezighouden met maatschappelijke problemen, actuele politieke processen en de gevolgen van principiële rechtszaken op landelijk en Europees niveau. De pas aangestelde directeur, UvA-onderzoeker Intellectueel eigendomsrecht Stef van Gompel, legt uit: ‘Het lab start met twee projecten. Samen met Bits of Freedom, een stichting die opkomt voor internetvrij-

heid in Nederland, wordt de aansprakelijkheid van internetplatforms onderzocht. Hiermee anticiperen we op het onderzoek dat de Europese Commissie momenteel uitvoert naar de vraag of internetplatforms aansprakelijk moeten zijn voor wat gebruikers op hun platforms doen. Met de Nederlandse Vereniging voor Journalisten worden daarnaast de consequenties van nieuwe Europese auteursrechtregels voor de vrijheid van journalisten op het internet onderzocht.’ In de afgelopen jaren hebben Glushko en Samuelson vergelijkbare initiatieven ondersteund bij universiteiten in de Verenigde Staten en Canada. Dit lab is het eerste in zijn soort in Europa. Dat de donateurs voor het IViR kozen is voor Van Gompel geen verrassing: ‘Het IViR is een van de grootste onderzoeksinstituten ter wereld op het gebied van informatierecht, met meer dan 25 onderzoekers. Denk aan intellectueel eigendom, mediarecht, internetregulering, vrijheid van meningsuiting, privacy en digitale consumentenrechten.

Door zich in te zetten voor dit lab dragen onze studenten bij aan een eerlijke en rechtvaardige informatiemaatschappij.’ Het Amsterdams Universiteitsfonds faciliteerde de donatie via een speciaal fonds dat onderdeel is van de Netherland-America Foundation, waardoor schenken onder fiscaal gunstige voorwaarden mogelijk is.

De eerste lichting lab-studenten met donateur Pamela Samuelson (tweede van links).


30 SCHATKAMER VAN DE UVA

SPUI 50 01 | 2019 alumni.uva.nl

beeld • Mitchell van Voorbergen

Van Egyptische objecten tot Blaeu-atlassen en van middeleeuwse handschriften tot de grafische vormgeving van nu. In het Allard Pierson, het museum en kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam, worden al deze schatten gedeeld met publiek en wetenschap. Het Allard Pierson is genoemd naar een van de meest vooruitstrevende denkers uit de negentiende eeuw, die in 1877 werd benoemd als hoogleraar kunstgeschiedenis, esthetica en moderne talen.

HET OUDSTE BOEK VAN AMSTERDAM

Het oudste boek in Amsterdam is heel wat ouder dan de stad zelf. Het zogenoemde Amsterdamse Caesarhandschrift stamt uit de eerste helft van de negende eeuw. Het perkamenten, 99 bladen tellende manuscript werd gemaakt door benedictijner monniken in Fleury, Zuid-Frankrijk. De tekst is van nog ouder datum: het boek bevat een afschrift van De Bello Gallico, het verslag dat Julius Caesar ooit maakte van zijn verovering van Gallië. Het manuscript maakte vele omzwervingen voordat het in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek belandde.

Het maakte deel uit van de bibliotheek van een Heidelbergse professor, werd gestolen door een louche student uit Amsterdam, kwam vervolgens in bezit van de Amsterdamse koopman Jan Six en werd in 1706 verworven door het Athenaeum Illustre, de voorloper van de Universiteit van Amsterdam. Nu is het een van de topstukken van het Allard Pierson. Het Caesar-handschrift is vermaard onder classici, maar verdient ook zeker bekendheid bij een breder publiek. Een obstakel vormen de kwetsbaarheid en lichtgevoeligheid van het manuscript: uit conserveringsoverwegingen wordt het maar zelden

tentoongesteld. Het Allard Pierson wil nu een team van specialisten onderzoek laten doen naar de conditie van het manuscript, de benodigde conservering en de mogelijkheden om het voor langere tijd veilig te exposeren. Om dit onderzoek mogelijk te maken, wordt ervoor geworven in de Jaarfondscampagne 2019 van het Amsterdams Universiteitsfonds. Help mee het oudste boek van Amsterdam te tonen! Meer informatie en een filmpje over dit kwetsbare handschrift: www.auf.nl/jaarfonds •


31

UVA-SCHRIJVER

BESTANDS

Ik stam uit de tijd dat men van ‘VU’ (Vrije Universiteit) en ‘GU’ (Gemeente Universiteit) sprak. De vrije en de gemeentelijke. De zuilen stonden nog. Kerken, kranten, omroepen, onderwijs, politieke partijen, vakbonden, woningbouwverenigingen – alles was zuilsgewijs georganiseerd. Niets wees op betonrot, in de fundering van die zuilen. De VU was gereformeerd, de GU was ‘niks’, oftewel socialistisch eigenlijk. Zo was dat. Ik deed eindexamen in 1963 aan het ’s Gravenhaags Chr. Gymnasium. Mijn ouders lazen de Nieuwe Haagse Courant, de NCRV-gids plofte op de mat, in verkiezingstijd hing er een affiche van de ARP in de erker. En er zal vast ook wel ergens een zogenaamd VU-busje hebben gestaan, een als het ware constant rammelend collectebusje, gewoon thuis, in een kast. Zo’n busje stond er bij alle gereformeerden. Voor mijn vader was het volkomen vanzelfsprekend dat ik aan die universiteit zou gaan studeren. In zijn familie was hij zelf de eerste geweest die het geschopt had tot deze door Abraham Kuyper speciaal voor de ‘kleine luyden’ gestichte universiteit. Mijn vader, onderwijzer, deed staatsexamen gymnasium en volgde daarna een universitaire studie Geschiedenis. Om ten slotte, intussen leraar geworden, te promoveren op een proefschrift over het Cultuurstelsel. Hij deed dit alles verbluffend genoeg gewoon in de tijd die daarvoor stond terwijl hij een volle baan en een gezin had.

‘WE WAREN DOODSBANG VOOR ELKAAR, MIJN OUDERS EN IK’ Ik wilde eigenlijk – en hier begonnen mijn moeilijkheden – geschiedenis en filosofie gaan studeren. Maar in geen geval aan die Vrije Universiteit! Tijdens een schoolpauze, derde klas van het gymnasium, had ik god manmoedig afgeschaft; met een vriend als getuige, terwijl wij onze boterhammen al wandelend opaten. Maar thuis heerste er een grote stilte. Ze overlapten niet, mijn innerlijk leven en dat van mijn ouders. Ik ging stuurs nog mee ter kerke, weigerde mee te zingen, sloot mijn ogen zodra de preek begon, en ging pas buiten weer verder met ademhalen.

tekst • Nicolaas Matsier beeld • Keke Keukelaar

TWISTEN Nu achteraf ben ik er wel zeker van dat we doodsbang voor elkaar waren, mijn ouders en ik. Het was een zwijgzaam tijdperk, ouders en kinderen spraken niet of nauwelijks met elkaar. Er werd nog niet gepsychologiseerd. Laat staan in de mate waarin dat nu door bijna iedereen aan de lopende band wordt beoefend, onderling zowel als tussen ouders en kinderen. Zodoende zat ik in de knel. Van een studiebeurs, destijds, kon geen sprake zijn. Daarvoor verdiende mijn vader teveel. Ik dacht: geschiedenis en filosofie aan de VU? Geen sprake van. Daar deden ze immers aan die eigen Wijsbegeerte der Wetsidee, Vollenhoven & Dooyeweerd. Ik verzon een compromis. Vooruit, Klassieke talen dan maar, dat is in elk geval een heidens vak, met toch een snufje filosofie en een snufje geschiedenis. Dat ik me op die manier juist een apart tentamen op de hals haalde – de zogenaamde patres, oud-christelijke Griekse en Latijnse auteurs – realiseerde ik me niet. Al met al was ik in de aap gelogeerd. Het waren jaren waarin ik mijn bed zo ongeveer niet uitkwam, anders dan om twee keer per dag naar de bioscoop te gaan, en één keer per dag naar de mensa. Het was met de hakken over de sloot dat ik voor het kandidaats slaagde. In 1968. Althans een poosje moet ik vervolgens hebben gemeend dat het beloofde land nu in zicht was. Terwijl ik een baantje had als leraar Klassieke talen begon ik met filosofie aan de UvA. Eerst even een klein jaar overgangstentamens. Om daarna met het eigenlijke doctoraal te kunnen beginnen. Vijf grote onderdelen, halve jaren steeds. Ik heb er drie van gedaan. Intussen was ik assistent geworden. Bij Inleiding en Ethiek. Het was alle hens aan dek, toen. De Centrale Interfaculteit kon maar nauwelijks voldoen aan de grote vraag van allerlei soorten bijvakstudenten. Zo heb ik dan een paar jaar een grote en volle zaal pedagogen onder mijn gehoor gehad, ter inleiding in de filosofie. Een werkgroep andragologen diende ik te begeleiden in de door hen gewenste marxistische ethiek, een tak van bedrijvigheid die strikt genomen niet bestond. Wij sloegen ons erdoorheen. Wel weigerde ik (waar ik nog steeds trots op ben) om hen gezamenlijke werkstukken te laten maken – met een dan natuurlijk ook gezamenlijk cijfer. ‘Jullie gaan straks toch ook niet samen solliciteren?’ Ben ik, onafgestudeerd als ik ben gebleven, dan toch wat je noemt een alumnus? Zeer vereerd. Maar aan dat onderdeel van het curriculum schort het nogal bij mij. Aan de andere kant: zonder VU en GU zou ik niet de schrijver zijn geworden die ik ben. En daarvoor ben ik mijn beide almae matres wel degelijk uiterst dankbaar. Evenals natuurlijk mijn beide ouders. Van wie ik het, zoals dat gaat, een beetje betreur, dat zij mijn laatste roman, De Advocaat van Holland, gewijd aan de gevangenschap en executie van Johan van Oldenbarnevelt, niet meer kunnen lezen. Niet voor niets zijn het de Bestandstwisten – tussen de steile calvinisten en de remonstranten – geweest die Oldenbarnevelt de kop hebben gekost. •

NICOLAAS MATSIER (PSEUDONIEM VAN TJIT REINSMA) – 1945 • 1963-1968 Klassieke talen

• 1999 medeoprichter van de

• 1968-1976 Wijsbegeerte

Freelancers Associatie (FLA),

• 1976 debuut als schrijver met

voor freelance schrijvers,

verhalenbundel Oud-Zuid

journalisten en vertalers

• 1976-1986 redacteur literair

• 2005 E. du Perronprijs voor

tijdschrift De Revisor • 1987 Zilveren Griffel voor Ida stak een zebra over • 1995 Ferdinand Bordewijk Prijs en Mekka-prijs voor Gesloten huis

Het achtenveertigste uur • 2017 debuut als dichter met bundel Zonder titel zonder jaar • 2019 De Advocaat van Holland, over de laatste maanden van Johan van Oldenbarnevelt


Jaarfonds 2019

Maak het mogelijk auf.nl/jaarfonds

De Amsterdam Advanced Graduate School (AAGS) is een academie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. De AAGS richt zich op life long education voor professionals in bedrijfsleven en overheid met minimaal een bachelor- of kandidaatsopleiding (HBO of WO) en werkervaring. Startdata 2019 29 augustus 26 september 26 september 1 oktober 3 oktober 10 oktober 10 oktober 30 oktober 7 november

De programma’s in het kort Event Design Certificate Program Masterclass Omgevingspsychologie Masterclass The Future of Work Masterclass Toekomst van de Stad Masterclass Content Marketing Masterclass Digitale Marketing & Communicatie Masterclass The Future of Strategy Masterclass Privacy: the next step Masterclass Toekomst van Organisaties en Organiseren

• • • • • • • •

Gemiddeld worden de programma’s met een 8,3 beoordeeld (ervaringen van deelnemers zijn op de website terug te vinden). Maximaal 20 - 25 deelnemers per programma. Met toonaangevende researchers en hoogleraren. Interactieve en verrassende werkvormen. Ervaringskennis van deelnemers en inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Met tal van cases en praktijksprekers en een bijzonder netwerk. Doorvertaling van de theorie naar de eigen praktijk en next steps. Deelnemers ontvangen na afloop een certificaat van deelname.

Op de hoogte blijven van de programma’s en/of meer informatie? Kijk op aags.uva.nl of mail naar aags-fmg@uva.nl

Profile for UvA Alumni

SPUI 50  

Advertisement
Advertisement