Page 1

SPUI Uva alumni magazine 02 / 2013

39

De netwerk generatie p 10

imperfectie is sexy Ellen rutten over de hang naar gemaakte onvolmaaktheid

p 28

Alexander Klรถpping stichtte de UvNL

p 17

Geef uw mening alumnionderzoek

p 36


02 inhoud colofon

Uitgever Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA Redactie Albert Goutbeek (hoofdredacteur), Laura Erdtsieck, Daan Meijer, Carolyn Wever Redactieraad Frank Aarts, Astrid Helstone, Ron Plattel, Aleid Truijens, Fione Zonneveld

Fotografie/illustraties Kees Hummel, Monique Kooijmans, Frank Ruiter

Druk Habo DaCosta Aan dit nummer werkten verder mee Marc van den Broek, Han Ceelen, Lea Dyer, Shirley Haasnoot (eindredactie), Ben Haveman, Jacqueline Hoefnagels, Judith Koelemeijer, Marc Laan, Joke Mammen, Marion Rhoen, Michiel Röling, Ellen Rutten, Marleen Smit, Ellen Stoop, Kristie Tien, Elke Veldkamp, Machteld Vos, Robin van Wechem Reacties SPUI, Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA, Postbus 94325, 1090 GH Amsterdam. SPUI @uva.nl ISSN 667-939X De redactie heeft ernaar gestreefd de rechthebbenden van de foto’s te achterhalen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA. SPUI is een magazine voor, door en over alumni en vrienden van de Universiteit van Amsterdam. SPUI verschijnt twee keer per jaar in druk in een oplage van 110.000 exemplaren en wordt toegestuurd aan alle UvAalumni (van wie het adres bekend is) en aan medewerkers van de UvA. Daarnaast wordt zes keer per jaar een mailing verstuurd aan alumni. alumni.uva.nl

p 04

gesprek

p 08

STUDIE

p 13

POST

p 16

Ontwerp en beeldredactie Mattmo

Op de cover Gesine Doop (foto: Kees Hummel)

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Louise Gunning Samenwerken Al jaren zoekt de UvA de samenwerking met andere instellingen, dicht bij huis en verder weg. De opening van het academisch jaar in september stond in het teken van de samenwerking met China, dat ik afgelopen herfst met een delegatie van de gemeente Amsterdam mocht bezoeken. Een jonge Chinese alumna vertelde me hoe Amsterdam haar had verrast. Daarbij doelde ze niet alleen op de Gay Pride, die plaatsvond op de dag dat zij in de stad aankwam en die precies een jaar later het bezoek van haar nietsvermoedende moeder inluidde. Wat haar vooral had getroffen, is het feit dat studenten in Amsterdam in kleine groepjes discussiëren over de stof, en zo leren hun eigen visie onder woorden te brengen. Een klein, maar exemplarisch voorbeeld van wat het oplevert om studenten en wetenschappers bij elkaar te brengen via het intellectuele knooppunt dat de UvA vormt. Ook andere alumni die ik in China sprak, kijken met genoegen terug op hun tijd in Amsterdam. Zij koesteren de band met de UvA en met elkaar, en treden graag op als ambassadeur voor de UvA, in contacten met jonge talenten die overwegen om ver van huis een studie te volgen. Geen betere reclame voor de UvA dan enthousiaste Chinese alumni! Tijdens mijn bezoek hebben we het ‘UvA Alumni Chapter China’ opgericht, een netwerk met lokale afdelingen (circles) in Beijing en Shanghai. Het gezicht van de circle in Shanghai is juriste Kristie Tien, die in de rubriek ‘Post’ in dit nummer schrijft over haar werk als advocaat. Zij is half Chinees, half Nederlands, net als het netwerk zelf: behalve Chinese zijn er ook Nederlandse alumni die in China werken en het belangrijk vinden elkaar te treffen. De academische gemeenschap van de Universiteit van Amsterdam is een netwerk dat voortdurend groeit en zichzelf versterkt. Daarbinnen is de Amsterdamse Universiteits-Vereniging een belangrijke kern. De jaarlijkse AUV-dag in november trok een recordaantal bezoekers en markeerde de oprichting van drie nieuwe alumnikringen – er zijn er intussen 26. Bent u nog geen lid, dan nodig ik u van harte uit zich aan te sluiten, zodat u komend jaar het 125-jarig bestaan van de AUV kunt meevieren. Dat gehamer op netwerken vinden sommigen van u misschien overdreven. Het is natuurlijk maar welke naam je eraan geeft. Zelf ben ik ervan overtuigd dat samenwerken en het versterken van de onderlinge banden cruciaal zijn in een wereld die in hoog tempo globaliseert en waarin vele prioriteiten om voorrang strijden. En ik ben niet de enige. SPUI vroeg een aantal jonge alumni naar hun ervaringen op de arbeidsmarkt. Door de crisis is het moeilijker geworden snel passend werk te vinden. Het goede nieuws: deze generatie zit niet bij de pakken neer maar grijpt elke kans aan om ervaring op te doen en het eigen profiel te versterken. U raadt het al: dat lukt vooral met een goed netwerk. Ik roep u graag op elkaar waar mogelijk te helpen: met het leggen van contacten, het uitwisselen van kennis en ervaring, misschien zelfs met het vinden van een stage of baan. En ik vraag u ons te helpen, door de alumnienquête in te vullen en aan te geven waaraan u als alumnus behoefte heeft. Louise Gunning-Schepers is voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam

p 17

Mazelen, hiv, ebola: drie medici over de verspreiding en bestrijding van virussen.



Marie Ricardo en Laurens Buijs waren voorzitter van UvA Pride, de club voor LGBT’s.

Kristie Tien: advocaat in Shanghai en vicevoorzitter van de lokale UvA Alumni Circle.

COLLECTIE Kookboeken en curiosa van Johannes van Dam.

WERK Internetondernemer Alexander Klöpping richtte de Universiteit van Nederland op.

p 18

VOETSPOREN

p 20

KAlender

p 22

pensioen

Duitse slagersfamilie Brühl brengt vier generaties Nederlandse artsen voort.

Wetenschapshistoricus Anne Kox schrijft geschiedenis van Einstein en Lorentz.

p 23

UVA in beweging

p 26

WETENSCHAP

p 31

Proefschrift

p 32

Personalia

p 33

Overledenen

p 34

in memoriam

p 35

AMSTERDAMSE UNIVERSITEITSVERENIGING EN KRINGEN

High-tech onderzoek naar Science Park.

Kort nieuws

Jelske Dijkstra onderzocht beheersing tweede taal kinderen in Friesland.

Rembrandtvorser Karin Groen.

Drie nieuwe alumnikringen voor jubilerende AUV.

p 36

ALUMNIVARIA

p 38

AMSTERDAMS UNIVERSITEITSFONDS

Amsterdam Excellence Scholarship: internationaal talentenprogramma.

Jaarfonds brengt ruim een ton op

p 39

UvA-SCHRIJVER

Judith Koelemeijer: altijd is de werkelijkheid anders dan je dacht.


03 P 24

Spui Reacties

WETENSCHAP

Uw reacties op SPUI magazine zijn van harte welkom, per post of via e-mail (adressen: zie colofon). De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden reacties ingekort of helemaal niet op te nemen.

Big data

Of het nu gaat om criminele netwerken, de verspreiding van hiv of de dynamiek van wereldsteden: hoogleraar Computational Science Peter Sloot stopt grote hoeveelheden data in de computer en komt zo allerlei patronen op het spoor. Door complexe systemen als netwerken te beschouwen, kan hij zelfs bepaalde ontwikkelingen voorspellen. Zo kun je sommige rampen zien aankomen, maar terreur niet. ‘De essentie van terreur is: geen netwerken maken.’

Black is Beautiful

Ik zou graag een kleine maar belangrijke nuancering willen aanbrengen bij een kadertekst in SPUI 38 (‘Hoofdzaak’, pagina 13). Daar werd vermeld dat ik de tentoonstelling ‘Black is Beautiful’ zou hebben gemaakt (Amsterdam, Nieuwe Kerk, 2008). De catalogus werd weliswaar geschreven en geredigeerd door drs. Esther Schreuder en mijzelf, maar de tentoonstelling is primair gemaakt door kunsthistorica Esther Schreuder, in nauwe samenwerking met mij en een aantal van mijn studenten. Elmer Kolfin, universitair docent Kunstgeschiedenis Onzin van de eed

‘Het is zaak om de verwachtingen die je had ernstig bij te stellen’ – Jong en werkzoekend P 10 –

P 28 Essay

Verpietheineekisering

In SPUI 38 staat een essay van Jonathan Soeharno getiteld ‘De waarde van de eed’. Met zijn positieve benadering van de eed ben ik het volkomen oneens, d.w.z. een eed op bijbelse grondslag. Zowel in het oude als in het nieuwe testament wordt het afleggen van een eed ten sterkste ontraden. Hoe kan een redelijk mens nou zweren op een boek dat de eed afwijst? Dat een stelletje oude kerkvaders daar enige verwrongen zinnen over geuit hebben doet niets af aan het Latijnse gezegde: ‘ex contradictione sequitur quodlibet’ (uit een tegenspraak volgt om het even wat – red.). Een tweede bezwaar tegen de eed gaat veel dieper. Na het afleggen van een eed met aanroepen van hogere machten en groepsgedrag, voelen de beëdigden zich onkwetsbaar, want onder de bijzondere bescherming van die machten. Alle artsen in concentratiekampen (nazi, Argentinië, Guantanamo) hebben een eed afgelegd! Laat eens een socioloog onderzoek doen naar beroepsgroepen die – afhankelijk van hun land – wel of niet de eed afgelegd hebben. Komen er meer kwalijke praktijken voor bij de ene groep dan bij de andere, of maakt het niets uit? Ter voorkoming van misverstand: ik heb nooit een eed afgelegd en desondanks ben ik luitenant geworden. Hou toch op met die onzin! Johan Nicolaas Herbschleb, Portugal

Meubels van sloophout, ‘foute’ foto’s op Instagram en glitch-muziek: imperfectie is de gouden standaard voor creatieve professionals. De mogelijkheid van alles en nog wat technisch te perfectioneren roept volgens slavist Ellen Rutten een verlangen op naar esthetische imperfectie, die staat voor authenticiteit en oprechtheid. Maar het is wel bestudeerde ongepolijstheid: ‘Niet voor niets vervallen kunstenaars zelden in daadwerkelijke slordigheid.’

CONTACT

Heeft u een vraag over SPUI of de Universiteitsdag? Wilt u lid worden van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging? Heeft u een goed idee voor het Amsterdams Universiteitsfonds? Is uw adres gewijzigd? Als alumnus of vriend van de Universiteit van Amsterdam, lid van de AUV of donateur van het universiteitsfonds kunt u met uw vragen en opmerkingen terecht bij het Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds van de UvA: 020-525 2138, alumni@ uva.nl. Wij zijn u graag van dienst!

P 14

loopbaan

Geen standaarduitvaart

Wat heb je in het uitvaartwezen aan een studie Filosofie of Film- en televisiewetenschap? Uitvaartondernemers nieuwe stijl David Elders en Marije Huneman vertellen wat hen ertoe bracht dagelijks met de dood in de weer te zijn. De wens van de klant staat centraal, praktische zaken moet je goed regelen. En verder moet je vooral goed luisteren. ‘Hoe het hoort? Geen idee, hoe willen jullie het?’

WIE ONTVANGT SPUI?

Iedereen die een erkend diploma aan de UvA heeft behaald (m.u.v. de propedeuse) wordt beschouwd als alumnus en ontvangt SPUI, mits de UvA over de juiste adresgegevens beschikt. Om SPUI te ontvangen, hoeft u geen lid te worden van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging, maar dat mag uiteraard wel. Als lid ontvangt u bovendien de AUV-pas, die onder meer recht geeft op allerlei kortingen. Niet-alumni die SPUI graag willen ontvangen, kunnen een verbintenis aangaan door begunstiger te worden van de AUV of donateur van het Amsterdams Universiteitsfonds. Wilt u zich aanmelden? Zijn uw adresgegevens onjuist? Ontvangt u wel de gedrukte SPUI, maar niet de digitale edities? Neem dan contact op via relatiebeheer@uva.nl.


04 gesprek

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Virussen De strijd tegen de ultieme parasiet

Vlnr: Joep Lange, Menno de Jong, Maria Prins


05 tekst • Marc van den Broek beeld • Kees Hummel

Het Academisch Medisch Centrum, met daaraan verbonden de Faculteit der Geneeskunde van de UvA, speelt een hoofdrol in het onderzoek naar virussen, met name het hiv-virus en virale hepatitis. Drie hoogleraren vertellen over de stand van zaken wat betreft epidemieën en virusbestrijding, maatschappelijk onbegrip rond vaccinatieprogramma’s, maar ook over het belang en de toepasbaarheid van deze raadselachtige stukjes leven.

Hoe leg je op een eenvoudige manier uit wat een virus eigenlijk is?

Joep Lange: ‘Dat is simpel. A piece of bad news wrapped in a protein. Een stukje erfelijk materiaal met een eiwitenvelopje dat een boel ellende kan veroorzaken.’ Menno de Jong: ‘Een virus is genetisch materiaal omgeven door een mantel. Het is de ultieme parasiet. Het kan niet zelfstandig leven, maar heeft cellen nodig om zich te vermenigvuldigen. Het is niet met een normale microscoop zichtbaar. Je vindt virussen in alle levensvormen: bacteriën, planten, dieren, mensen.’ Maria Prins: ‘Het zijn kleine dingen die je niet kan zien. Voor verspreiding is introductie en contact nodig. Waar veel mensen samenleven, nieuwe groepen zich vestigen en veel passanten verblijven, kunnen nieuwe infectieziekten zich snel verspreiden. Ik zeg er altijd bij dat er gevaarlijke virussen zijn, maar ook onschuldige.’ Waarom hebben we virussen?

De Jong: ‘De negatieve effecten van virussen overheersen. Maar virussen zijn van belang geweest voor de evolutie van de mens. Een deel van het menselijk genoom bestaat uit van oorsprong viraal DNA. Deze endogene retrovirussen zijn van belang zijn geweest bij het ontstaan van het zoogdier.’ Prins: ‘Er zijn ook virussen die niet gevaarlijk zijn, maar daar hoor je niets over. En er is ook iets positiefs te melden. We gebruiken virussen als vectoren (transportmiddel, red.) voor vaccins, zoals het adenovirus. We gebruiken virussen dus om virussen te bestrijden.’ De Jong: ‘Een ander mooi voorbeeld is gentherapie. Een virus kan een stukje DNA transporteren dat je bij een mens wilt inbrengen om een ziekte te bestrijden.’

Mooie toepassingen, maar virussen veroorzaken vooral veel ellende in de wereld. Waarom heeft de natuur dit verzonnen?

Lange: ‘De natuur heeft niets verzonnen. Alles is toeval, er is geen design. Je moet ermee leren leven. Zo simpel is het. Je krijgt uiteindelijk een symbiose tussen virus en zijn gastheer. Het is voortdurende evolutie, levensvormen op zoek naar een goede verstandhouding. Dit is voor mij het fascinerende aan virussen, het is evolutie in een snelkookpan.’

‘Een virus heeft er niks aan om iemand dood te maken, want het legt dan ook zelf het loodje’ De Jong: ‘Als we virussen zien als een denkend organisme, dan zouden ze streven naar een goede symbiose. Het virus heeft er niks aan om iemand dood te maken, want het legt dan ook zelf het loodje. Door een veranderende wereld, urbanisatie, mensen die anders met dieren omgaan, kunnen dierlijke virussen makkelijk overspringen naar de mens. Dan probeert het nieuwe virus zich aan te passen aan de

mens en vice versa. Het verschijnen en de evolutie van nieuwe virussen uit het dierenrijk zijn onvoorspelbare processen. De uitdaging voor mij is dit onvoorspelbare meer voorspelbaar te maken.’ Nu zitten we met de gebakken peren met ziektes als aids en een dreiging van een wereldwijde griepepidemie?

Prins: ‘Inderdaad. We zijn als epidemiologen daarom druk bezig de ziektes onder controle te krijgen. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw waren we optimistisch. We dachten dat we virussenw onder controle hadden in de westerse wereld. De sterfte aan infectieziekten was afgenomen door hygiënische verbeteringen en de grote vooruitgang in de geneeskunde en wetenschap. Er waren vaccins tegen ziektes als polio en pokken en de publieke en wetenschap‑ pelijke aandacht voor infectieziektes verdween. Sinds de opkomst van hiv staat het onderwerp weer op de agenda.’ Hoe lang zijn we ons er eigenlijk van bewust dat er virussen bestaan?

De Jong: ‘Het concept ‘virus’ is niet zo lang geleden ontdekt. Een Nederlander, de bioloog Martinus Beijerinck, heeft hierbij een belangrijke rol gespeeld. Hij ontdekte in 1898 met filtratieproeven dat tabaksplanten ziek werden door iets kleiners dan bacteriën. Daarna is het snel gegaan. De ontwikkeling van celkweek om virussen te isoleren, de elektronenmicroscoop om virussen zichtbaar te maken en moleculaire technieken om het genetisch materiaal te karakteriseren, zijn essentieel geweest voor de ontwikkeling van de moderne virologie.’


06 gesprek

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Wat zijn de recente ontwikkelingen bij het onderzoek naar virussen? Sterrenkundigen hebben betere telescopen, wat hebben jullie?

De Jong: ‘We zijn in staat om genetisch materiaal DNA of RNA te vermenigvuldigen met behulp van PCR, een polymerase-kettingreactie. Dit heeft sinds de jaren negentig de speurtocht naar nieuwe virussen veel verder gebracht. Ook de analyse gaat veel sneller. Vroeger was je maanden bezig om een onbekend virus in kaart te brengen, nu kun je het genoom van een virus in één of twee dagen karakteriseren.’

in één keer kan neutraliseren. Dat antilichaam richt zich op het deel van het virus dat bij alle varianten hetzelfde is. Dat is de achilleshiel van het virus. Deze ontwikkeling belooft veel voor de vaccinontwikkeling. We moeten afwachten of het lukt om binnen vier jaar een vaccin te maken dat levenslang bescherming biedt. Ik zou het al mooi vinden als een vaccin wordt gevonden dat beschermt tegen alle griepvirussen, ook al moet je het elk jaar weer opnieuw toedienen. Zo’n vaccin biedt ook uitkomst bij een nieuwe pandemie.’ Lange: `Bij hiv is dezelfde ontwikkeling gaande. Bij twintig

‘Een virus kan een stukje DNA transporteren dat je bij een mens wilt inbrengen om een ziekte te bestrijden’ Lange: ‘Het probleem is niet meer de detectie maar de gegevensverwerking. Hoe trek je uit de gigantische hoeveelheid metingen uit de laboratoria de juiste conclusie?’ Prins: ‘We hebben dus rekencapaciteit nodig, maar we moeten ook leren begrijpen wat al die gegevens betekenen.’ Lange: ‘Ik zie ook een bottleneck. Bij hiv, dat bijna te genezen is, verschuilen kleine hoeveelheden virus zich ergens in het lichaam. Je hebt nieuwe beeldvormende technieken nodig, waarmee je die plekken zichtbaar kunt maken. Ook hierin zetten we grote stappen.’ Onlangs verkondigden Groningse virologen dat er binnen vier jaar een nieuw griepvaccin is dat levenslang bescherming biedt. Hoe zien jullie dit?

procent van de mensen die met hiv zijn geïnfecteerd, zijn antilichamen gevonden die een scala aan hiv-varianaten kunnen neutraliseren. Die worden onderzocht om te kijken of ze als aangrijpingspunten zijn te gebruiken voor een vaccin. Die patiënten zelf hebben daar niets meer aan, maar onbesmette mensen zou je daarmee kunnen beschermen.’ Prins: `Maar we zijn teleurgesteld dat het zo ontzettend lang duurt voordat er een vaccin tegen hiv is ontwikkeld. We zijn jaren bezig en er is nog niets. Terwijl voor andere virussen het ontwikkelen van een vaccin een routineklus is geworden. Het mooie van het onderzoek naar hiv is wel dat het ons op het spoor heeft gezet naar een vaccin tegen andere virussen. Ook voor hepatitis C zoeken we in het AMC naar geschikte antilichamen voor een vaccin.’

De Jong: ‘Dat verhaal heeft een solide kern. Er is een antilichaam gevonden dat meerdere subtypen van het griepvirus

VIRUSSEN Er zijn ruim 2500 virussen bekend, voortdurend worden nieuwe gevonden. Een overzicht van enige bekende virussen: Hiv, het humaan immunodeficiëntievirus, is verantwoordelijk voor de ziekte aids. Dit virus is eind jaren zeventig van de twintigste eeuw overgekomen van Afrika naar de westerse wereld. Het verspreidt zich via seksueel of via bloed-bloed contact. De ziekte heeft de laatste dertig jaar meer dan 25 miljoen levens geëist, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara. SARS-virus, het Severe Acute Respiratory Syndrome, stak in 2003 de kop op. De verspreiding ging snel via de lucht en in een paar weken waren overal ter wereld ziektegevallen. Het virus leidde tot onrust en temde de reislust. Vrij snel was de ziekte onder controle. Achtduizend mensen werden ziek, van wie er achthonderd overleden. Middle East Respiratory Syndrome (MERS)-coronavirus, is een SARS-achtig virus dat nu zorgen baart. Het is in september 2012 in het Midden-Oosten ontdekt, het lijkt nog niet gemakkelijk overdraagbaar, maar

leidt tot ernstige ziekteklachten. Er zijn 144 patiënten geteld, van wie 62 zijn overleden.

braaksel, bloed of feces wordt overgedragen en niet zoals bij griep door de lucht.

Influenzavirus is de oorzaak van griep. Watervogels vormen het natuurlijk reservoir van griepvirussen van waaruit voortdurend nieuwe griepvarianten ontstaan. Als deze nieuwkomers overspringen naar de mens is een wereldwijde epidemie of pandemie het gevolg. Op deze manier heeft het virus miljoenen slachtoffers geëist. In 1918 stierven tussen twintig en honderd miljoen mensen aan de Spaanse griep. Verder krijgen jaarlijks in Nederland zo’n achthonderdduizend mensen de ‘gewone’ griep, van wie 250 tot tweeduizend overlijden (vooral ouderen).

Het mazelenvirus stond in 2013 weer in de belangstelling na een uitbraak in Nederland. Het virus is gemakkelijk overdraagbaar, maar een vaccin biedt bescherming. In een aantal gemeenten met veel streng gereformeerden en een lage vaccinatiegraad (onder negentig procent) komt op dit moment mazelen voor. In Nederland overlijdt zelden iemand na besmetting, maar in oktober bezweek een ongevaccineerd meisje. Wereldwijd sterven honderdduizenden kinderen aan de mazelen.

Ebolavirus is een virus dat in menig horrorscenario wordt genoemd. Het komt in Afrika voor en flakkert zo nu en dan op. Tussen vijftig en negentig procent van de geïnfecteerden overlijdt aan bloedingen. De uitbraken, met meestal enige honderden doden, blijven beperkt omdat de ziekte alleen via contact met

Het poliovirus is wereldwijd redelijk onder controle. Het geeft een ontsteking van het ruggenmerg en leidt in één procent van de gevallen tot kinderverlamming. Er is een vaccin, waardoor de ziekte in het grootste deel van de wereld uitgeroeid is. In Syrië waren er in 2013 weer gevallen, nadat een oorlog het land in chaos had gestort. Ook in Pakistan en delen van Nigeria is het virus niet onder controle.


07 Goed, we kunnen steeds beter vaccins maken. We zijn dus een beetje klaar?

Prins: ‘Je bent nooit klaar. Als je een vaccin hebt, moet je ook mensen gaan vaccineren. En daar ligt een enorme uitdaging.’ Lange: ‘Inderdaad. Kijk naar polio. Hoe lang zijn we al bezig om dat uit te roeien. En dan is er ergens oorlog en steekt de ziekte toch weer de kop op, zoals in Syrië.’ Prins: ‘De toediening van het poliovaccin is simpel, even wat druppeltjes in de mond en klaar, maar door de oorlog lukt het niet meer om alle kinderen te vaccineren. Maar ook in Nederland zijn er problemen, zoals bij de vaccinatie tegen humaan papillomavirus hpv voor meisjes, ter voorkoming van baarmoederhalskanker. Bij de introductie verwachtten we dat bijna ieder meisje zich zou laten inenten, want bij het rijksvaccinatieprogramma voor baby’s en kinderen is de deelname bijna honderd procent. De vaccinatiegraad voor hpv is minder dan zestig procent, bij bepaalde allochtone groepen is het met twintig tot dertig procent echt laag.’ Hoe kun je dit veranderen?

Prins: ‘Er is veel onbegrip en er zijn verhalen dat de vaccinatie tot onvruchtbaarheid leidt. We moeten beter nadenken hoe we vaccinaties aanbieden. De mensen zijn mondiger geworden. Vroeger was de dokter een autoriteit. Nu is er internet.’ Lange: ‘Een probleem van deze tijd is dat deskundigheid niet meer geldt. Overdreven respect voor de dokter is niet goed, maar nu denkt bijna iedereen evenveel verstand van de zaken te hebben. Het komt erop neer dat de academische wereld moet leren begrijpelijker te communiceren met de buitenwereld.’ Prins: ‘Daarom is de koppeling tussen de publieke gezondheidszorg en de universiteit heel belangrijk. Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, red.) en de GGD (Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst, red.) staan soms ver weg van de universiteit. Het is goed dat er academische werkplekken zijn die in mijn geval het AMC en de GGD aan elkaar koppelen. Op de GGD hebben we vijftien promovendi rondlopen die aan de Faculteit der Geneeskunde van de UvA gaan promoveren.’ De Jong: ‘Er zijn meer voorbeelden dicht bij huis dat het

vaccin er is, maar dat de ziekte toch toeslaat. Mazelen bijvoorbeeld, komt voor in groepen die om wat voor reden dan ook vaccinatie afwijzen, zoals op Tholen in Zeeland.’ Lange: ‘Gewoon verplichten die vaccinatie.’ Zijn jullie voor vaccinatieplicht, iets dat politiek gezien onhaalbaar is?

Lange: ‘Natuurlijk. Nu beslissen de ouders voor hun kinderen. Ik zal nooit het beeld vergeten van de jongen in de rolstoel met polio die een spandoek omhoog hield: “Bedankt ouders”.’ De Jong: ‘Ik vind dat voor bepaalde ziektes, zoals mazelen en polio, absoluut nodig. Zeker voor kinderen, bij volwassenen ligt dat anders.’ Prins: ‘In bepaalde situaties bij kinderen wel, bij volwassen vind ik het lastiger. De kritische grachtengordelmensen laten zich niet vaccineren en claimen hun gelijk, maar ze krijgen de ziekte niet omdat veel mensen om hen heen zich wel laten inenten. In uitzonderlijke gevallen zouden ouders uit de ouderlijke macht moeten worden gezet om vaccinatie mogelijk te maken.’ Waar zijn we over twintig jaar met de virusbestrijding? Krijgen we weer een ziekte als aids?

Lange: ‘Dat valt niet te voorspellen. Dat is het boeiende aan infectieziekten. Er kan een vreselijke nieuwe plaag komen, zoiets als hiv of iets heel anders. Misschien kunnen we die dan snel in de kiem smoren. Er komen nieuwe virussen en als die zich snel verplaatsen in een populatie dan heb je een probleem.’ Prins: ‘Kijk naar de Mexicaanse griep. Het viel mee, maar stel dat het erger was geweest.’ De Jong: ‘De uitdaging voor de komende jaren is om nieuwe epidemieën zo snel mogelijk te ontdekken op de plaats waar ze ontstaan, gevolgd door een snelle karakterisering van het virus en snel klinisch research. Dat is essentieel. Nu speelt de ontdekking van het MERS-coronavirus in het Midden-Oosten. De jaarlijkse gang naar Mekka, de hadj, is net geweest en de pelgrims gaan naar huis. Krijgen we een uitbraak van het virus waarvan bekend is dat het zestig procent van de besmette mensen doodt? We hebben geen

geneesmiddel, geen vaccin. Ik heb met een groot aantal Europese partners een EU-subsidie binnengehaald om snel klinisch onderzoek gedurende epidemieën mogelijk te maken. Nu duurt het één tot twee jaar tussen het eerste idee en de aanvang van het onderzoek. Dan is de epidemie voorbij. Dit moet sneller. Binnen enkele weken moeten de eerste studies kunnen beginnen.’

‘Een probleem van deze tijd is dat deskundigheid niet meer geldt’ Prins: ‘En als er dan een nieuw vaccin is gevonden, moeten we het zo snel mogelijk effectief kunnen gebruiken. Er moeten goede draaiboeken komen. De communicatie over maatregelen en vaccins moet goed verlopen met de inzet van de sociale media. Want we bewegen ons in een wereld, die helemaal is veranderd. Over twintig jaar? Misschien komen er dan virussen van Mars op ons af. Het is onvoorspelbaar.’ •

‘Krijgen we een uitbraak van een virus dat zestig procent van de besmette mensen doodt?’

Joep Lange – 1954

Maria Prins – 1964

Menno de Jong – 1963

j.lange@amc.uva.nl

m.prins@amc.uva.nl

m.d.dejong@amc.uva.nl

• 1981 Geneeskunde UvA • 1981-1986 specialisatie tot internist in het AMC • 1987 promotie op onderzoek naar hiv (een van de eerste proefschriften over dit onderwerp), UvA • 1986-1990 internist AMC als behandelaar van patiënten met aids • 1992-1995 onderzoeker in Afrika naar aids voor WHO • 1995-heden hoogleraar Inwendige geneeskunde, in het bijzonder virale infecties UvA/AMC • 2000-2007 oprichter en voorzitter van International Antiviral Therapy Evaluation Center • 2000-heden oprichter en voorzitter van Pharm Access • 2009-heden directeur van het nauw aan het AMC verbonden Amsterdam Institute for Global Health and Development • 2011-heden hoofd afdeling Global Medicine van het AMC

• 1981 Bewegingswetenschappen VUmc/AMC, gevolgd door postdoctoraal epidemiologie aan de VU (EMGO) • 1992-1994 onderzoeksassistent GGD Amsterdam • 2000 promotie op onderzoek naar hiv onder drugsgebruikers, UvA • 1999-2006 hoofd onderzoek Cluster Infectieziekten GGD Amsterdam • 2006-heden coördinator academische werkplaats publieke gezondheid GGD en AMC, het Sarphati-initiatief • 2010-heden hoogleraar Public health, in het bijzonder epidemiologie van infectieziekten UvA/AMC • Werkt vier dagen bij de GGD en één dag in het AMC.

• 1990 Geneeskunde UvA • 1996 promotie op onderzoek naar hiv-behandeling (promotor Joep Lange), UvA • 2003-2008 wetenschappelijk onderzoeker in Vietnam, via University of Oxford • 2008-heden hoogleraar Klinische virologie UvA/AMC en hoofd van de afdeling Medische Microbiologie AMC


08 studie tekst • Marion Rhoen beeld • Frank Ruiter

Marie Ricardo – 1986 M.A.Ricardo@uva.nl • 2  009-2010 voorzitter Uva Pride • 2010 International and European Law UvA • 2011-2013 medewerker Studentenzaken UvA • 2013 projectmanager internationale afdeling COC Nederland

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Regenboog vlag Marie Ricardo

‘Serieuze misstanden zijn er niet aan de UvA’ In den beginne Via via kwam ik in 2009 bij de initiatiefgroep. Een boot in de Canal Parade kost minstens vijfduizend euro. We hoopten dat het College van Bestuur wilde bijdragen in de kosten. Maar nee: ze wilden alleen aan onderwijs en onderzoek doen. Dat verbaasde ons wel. Ze dragen bijvoorbeeld wel bij aan de Dam tot Damloop.

Nodig Omdat de respons op het boot-idee zo groot was, dachten we verder. Ik vond dat er een safe space nodig was op de UvA, een eigen plek voor LGBT’s (LGBT: Lesbian Gay Bisexual Transgender – red.). Veel jonge mensen komen pas uit de kast na de middelbare school. Een universiteit in de Gay Capital of the World, dat was Amsterdam toen nog, zou zo’n safe place moeten faciliteren. Ook wilden we meer aandacht voor academische kennis over seksualiteit in de stad. Aan de UvA is daar zo veel over bekend, dat wilden we voor het voetlicht brengen door lezingen te organiseren.

Levensvatbaarheid We besloten door te zetten en het meteen formeel te maken. De afwijzing van het College van Bestuur was een extra stimulans. Er was veel te doen: bepalen wat we wilden bieden, enquêtes, statuten, afspraken met een notaris. Ik was er elke dag mee bezig. Steeds vroeg ik me af: wíj vinden dit wel nodig, maar hoe zit het met de rest van de medewerkers en studenten aan de UvA? Dat weet je pas bij je eerste activiteit.

Coming out Onze eerste borrel in oktober 2009 bewees: de behoefte leeft niet alleen in de hoofden van het bestuur. Dit kan wat worden! Maar de echte proef was de lezing, aan het eind van diezelfde maand. Die zat bijna vol. Ik kon met een gerust hart naar de VS, voor mijn studie.

Klimaat aan de UvA Serieuze misstanden zijn er niet aan de UvA. UvA Pride heeft wel eens een petitie georganiseerd, die door achthonderd mensen werd ondertekend. Een oud-student van de UvA had een geslachtsverandering ondergaan en wilde graag een nieuwe bul om aan de muur te hangen in de VS, waar hij woonde. Iedereen doet dat daar. De UvA kon geen nieuwe bul verstrekken, dacht ze aanvankelijk: in de Nederlandse wet staat dat je maar één keer een bul mag uitschrijven. Uiteindelijk kwam die bul er wel. •


09 Het begon met een plan voor een Canal Parade-boot, er groeide een roze club uit: UvA Pride. Gezelligheid is net zo belangrijk als emancipatie en academische activiteiten. Marie Ricardo (1986) trok de kar als eerste voorzitter. Laurens Buijs (1982) was een van haar opvolgers.

Laurens Buijs – 1982 L.J.Buijs@uva.nl • 2007-2010 vrijwilligerswerk COC • 2008-2010 docent Politicologie UvA • 2009 Social Sciences cum laude UvA • 2009-2013 voorzitter Uva Pride • 2010-heden promovendus Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS) UvA

Laurens Buijs

‘Uiteindelijk is die Canal Parade-boot er gekomen’ In den beginne Zomer 2008 keek ik naar de Canal Parade. Ik dacht: wat zou het een mooi gebaar van homo-acceptatie zijn als de UvA meevoer tussen al die boten van grote bedrijven, politie, brandweer etc. Mijn mail over het boot-idee werd verspreid onder een grote groep, veel mensen vonden het een goed idee. Folia sprong erop met een enquête: moet de universiteit zich met zoiets bezighouden?

Nodig Ook aan de UvA was nog best wat te winnen op het gebied van acceptatie. Bij Genderstudies zitten alleen vrouwen en LGBT’s, het aantal vrouwelijke hoogleraren is nog steeds bedroevend laag. Een ander teken vond ik de reacties die de regenboogvlag aan de gevel opriep bij onze eerste borrel: moest een universiteit, die streeft naar waardenvrij onderzoek, zulke uitingen tolereren? Dat is een politieke discussie.

Levensvatbaarheid Najaar 2009 vertrok ik naar Afrika voor vrijwilligerswerk. Ik verwachtte niet dat de club het zou redden. Maar ik had onderschat hoe groot de behoefte eraan was. Hoogopgeleiden in de gayscene snakten naar meer differentiatie, ze wilden kunnen praten met mensen met eenzelfde achtergrond. Er heerste daarnaast ook een zekere spanning door het geweld tegen homo’s dat toen in het nieuws was: sommigen hadden de behoefte de stad terug te winnen, onder meer door zich te organiseren.

Coming out De eerste borrel was een succes. De borrels erna werden steeds drukker. Tweehonderd man was geen uitzondering. We moesten blijven hameren op extra mensen achter de bar. Het bier was niet aan te slepen.

Klimaat aan UvA Uiteindelijk is die Canal Parade-boot er gekomen, in 2012. We deden het samen met diverse universiteiten met soortgelijke organisaties als UvA Pride. Het was fantastisch. Er kwam nog wel een relletje van: een medewerker van het Maagdenhuis zei opnieuw dat het CvB niet financieel wilde bijdragen, omdat de universiteit niet met homoseksualiteit geassocieerd wilde worden. Ik kon mijn oren niet geloven. In een gesprek met voorzitter Louise Gunning is dat misverstand later de wereld uit geholpen. •


10 hoofdzaak

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

De netwerkgeneratie


11 tekst • Machteld Vos beeld • Pamela Campagna

Door de crisis hebben steeds meer jonge alumni moeite met het vinden van een baan. Ze doen vrijwilligerswerk, lopen eindeloos stages of accepteren werk onder hun niveau. een nieuwe verloren generatie? ‘Tijdens mijn studie heb ik er nooit bij stilgestaan dat het moeilijk zou kunnen worden.’

‘Met welke studie heb je de grootste kans op een baan en kan je goed geld verdienen?’ Ze hoorde het een middelbare scholier laatst nog zeggen. Jori Spitz (26) kan er wel om lachen. Toen ze zelf in 2009 begon met studeren, heerste de gedachte: ga vooral studeren wat je leuk vindt. Het maakt niet uit wat je studeert, het belangrijkste is dát je studeert. ‘Die mentaliteit is inmiddels veranderd’, zegt Spitz. Afgelopen zomer haalde ze haar master Geschiedenis en sinds die tijd solliciteerde ze op verschillende vacatures. Zonder succes. ‘Banen zijn er wel, maar de meeste bedrijven geven de voorkeur aan iemand met ervaring. Als je vroeger aan drie van de vijf eisen voldeed was dat prima, maar nu is het aanbod van kandidaten zo groot dat er altijd wel een perfecte kandidaat tussen zit die wél aan alle eisen voldoet. In de meeste gevallen krijg je een standaardbrief terug, waarin wordt meegedeeld dat het geen zin heeft te vragen waarom jij het niet bent geworden. Dat geeft wel aan hoeveel mensen reageren op een functie.’ Ook Noortje van Scheppingen (26), master Engelse taal en cultuur, wordt er soms moedeloos van. ‘Op een gegeven moment ging ik ook reageren op functies die helemaal niet aansloten op mijn studie, zoals officemanager. Dan werd ik wel uitgenodigd, terwijl ik die baan helemaal niet wilde.’ Nu stopt Van Scheppingen, die als receptioniste werkt bij een uitgeverij, haar energie alleen nog in het solliciteren op functies die ze echt ambieert. ‘Het allerliefste zou ik voor de website van een groot internationaal bedrijf de Nederlandse content willen verzorgen, maar daar kom ik maar weinig vacatures van tegen.’ Dat het niet makkelijk zou worden om een baan te vinden met haar studie, wist Van Scheppingen van te voren. Maar toch, het blijft slikken als je er midden in zit. ‘Mijn zusje kon na haar beroepsopleiding direct aan de slag en verdient meer dan ik met mijn academische titel.’

Jeugdwerkloosheid

overeenkomt met je wensen. En hoewel ik iedereen aanraad om vast te blijven houden aan zijn idealen, is het toch zaak om de verwachtingen die je had ernstig bij te stellen.’

Brieven ‘Het klinkt misschien naïef’, zegt Niels de Fluiter (29), ‘maar tijdens mijn studie heb ik er nooit bij stilgestaan dat het moeilijk zou kunnen worden.’ De Fluiter haalde twee jaar geleden zijn master Internationaal recht. Na terugkomst van een lange reis door ZuidAmerika, begon hij met solliciteren. ‘Hoeveel brieven ik heb verstuurd?’ De Fluiter is even stil. ‘Misschien wel vijfenzeventig. Op een gegeven moment heb je alle vacatures wel een keer voorbij zien komen. Omdat er zoveel mensen reageren op een plek, krijg je vaak niet eens de kans om in een gesprek toe te lichten wat je kan. Dat is enorm frustrerend.’ Om toch bezig te zijn in het vakgebied waarin hij wilde werken, ging de Fluiter aan de slag als vrijwilliger voor het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten. Daarnaast liep hij stage bij de Europese Kamer Stafrecht, onderdeel van de rechtbank Amsterdam. Daarna volgde bij dezelfde rechtbank een stage als griffier op het gebied van Nederlands strafrecht. Door zijn stages besloot De Fluiter dat hij zich, anders dan tijdens zijn studie, wilde richten op het strafrecht. ‘Maar dat wereldje is zo mogelijk nog moeilijker om binnen te komen. Vacatures zie je zelden voorbijkomen.’ Onbetaald vrijwilligerswerk, schaars betaalde stages; veel alumni doen er net als De Fluiter alles aan om hun cv zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor toekomstige werkgevers. Op haar website schreef Spitz er een stukje over: ‘Er is iets ontstaan als “de eeuwige stagiair”. Zij is het tegenovergestelde van “de eeuwige student”. Waar de laatste wordt getypeerd als iemand die lui is en daardoor lang over haar studie doet, is de eeuwige stagiair juist ijverig. Ze heeft haar studie snel afgerond, haalde goede cijfers en is “eager to please”. Omdat ze na haar studie geen baan op niveau kon vinden, ging ze op zoek naar een stageplek voor haar ontwikkeling. Liever werkt ze keihard voor een schamele stagevergoeding, dan dat ze een baan accepteert die intellectueel weinig uitdaging biedt.’ Spitz liep twee stages. ‘Als ik nu weer een mooie stageplek zou kunnen krijgen, zou ik die zeker accepteren.’ Voor de ervaring, niet zozeer omdat ze verwacht er een vast contract aan over te houden. ‘In de meeste gevallen wordt zo’n plek direct weer opgevuld door een nieuwe stagiair. Je krijgt soms het idee dat bedrijven draaien op stagiairs. Begrijpelijk, want als er genoeg ambitieuze jongeren bereid zijn om voor een paar honderd euro hard te werken, gaan ze natuurlijk niet het tienvoudige bieden.’ Niet alleen is het aanbod van vacatures beperkt, het overgrote deel bestaat ook nog eens uit flexibele banen als uitzendkracht of tijdelijke invalkracht. Banen die weliswaar prima werkervaring bieden, maar geen enkele zekerheid. Veertig procent van de jongeren tot 27 jaar werkt volgens het CBS op basis van een flexibel contract.

‘Een recessie werkt zuiverend omdat mensen en bedrijven creatiever worden en niet-productieve banen verloren gaan’

Waar het, niet eens zo lang geleden, vanzelfsprekend was dat je als alumnus van een universiteit binnen afzienbare tijd een baan op niveau kon vinden, is de realiteit nu totaal anders. De werkloosheid onder jongeren tot 25 jaar ligt volgens het CBS rond de 17 procent. Een cijfer dat door veel economen wordt betwist, onder wie Wiemer Salverda, directeur van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies van de UvA. Salverda is van mening dat de jeugdwerkloosheid in werkelijkheid veel hoger ligt. Bepaalde groepen worden volgens de bijzonder hoogleraar Arbeidsmarkt en ongelijkheid niet meegenomen in de telling van het CBS. Zoals jongeren die zich na vruchteloze zoekpogingen terugtrekken uit de arbeidsmarkt of starters die kiezen voor een vervolgstudie. Het werkelijke percentage ligt volgens Salverda eerder tussen de 20 en 25 procent. Binnen deze groep zijn het de werkloze hogeropgeleiden die het snelst in aantal toenemen. Al moet daarbij worden aangetekend dat de kansen op een baan nogal verschillen per studie. Voor medische, bèta-technische opleidingen en fiscale economie zijn de vooruitzichten goed. In de middenmoot zitten studies als recht en economie. Vooral taal- en cultuurstudies, geschiedenis, sociologie en sociale studies hebben het moeilijk. Uit de WO-monitor 2011 bleek zelfs dat acht procent van de universitair opgeleiden tot anderhalf jaar na het behalen van de bul nog steeds werkloos is. Positief beschouwd betekent dat dus ook dat 92 procent wél binnen die periode een baan vindt. ‘Dat klopt’, zegt Annemiek Sterk, loopbaancoach bij Proactief UvA. ‘Het is alleen de vraag of ze ook allemaal zo tevreden zijn met die baan. Een startersbaan is vaak al niet enorm leuk, maar in deze krappe arbeidsmarkt is de kans helemaal groot dat je iets moet accepteren dat niet

Verloren generatie In landen als Spanje, Italië en Ierland is het nog veel erger gesteld met de jeugdwerkloosheid. Zo erg dat de Internationale arbeidsorganisatie ILO onlangs waarschuwde voor een nieuwe verloren generatie. Een term die in Nederland ook werd gebruikt voor de werkloze jongeren in de jaren tachtig. Op het hoogtepunt van die crisis bedroeg de jeugdwerkloosheid bijna 26,3 procent. ‘Veel meer dus dan nu’, zegt Jouke Turpijn, UvA-historicus en auteur van 80’s dilemma, een boek over de sociale veranderingen in die periode. ‘De situatie in de jaren


12 hoofdzaak tachtig was veel nijpender. In de huidige markt zie je dat de meeste jongeren binnen een paar maanden wel iets vinden. Misschien niet altijd de baan waarvan ze hadden gedroomd, maar wel een baan. In de jaren tachtig was er gewoon echt niks.’ Het gaat Turpijn dan ook te ver om de huidige generatie als verloren te bestempelen. In ieder geval niet de hoogopgeleide starters. De groep die de echte zorg betreft zijn volgens hem de lager opgeleiden. ‘De jongeren die worden verdrongen omdat hoger opgeleiden, al dan niet tijdelijk, banen onder hun niveau accepteren. Ook veertigers en vijftigers die hun baan verliezen hebben een groot probleem. Die komen niet meer aan de bak omdat ze te duur zijn, terwijl zij ook door moeten tot hun 67e. Als er al sprake is van een verloren generatie dan zit hij daar.’ De jonge alumni hoeven zich niet zo’n zorgen te maken, zegt ook Marloes de Graaf-Zijl, UvA-econoom en verbonden aan het Centraal Planbureau. Wel wijst ze op het

Tips van loopbaanadviseur Annemiek Sterk 1. Netwerk met mensen die het werk doen dat jij graag zou willen doen. Een goed Linkedln-profiel kan daarbij helpen. Vraag hen wat nodig is om kans te maken op betaald werk (klussen, projecten of langdurig werk) in het betreffende vakgebied. Doe ook aan zelfonderzoek: ga na welke loopbaanwaarden (zekerheid, status, werken in teamverband) voor jou interessant zijn. 2. Denk strategisch en niet alleen vanuit jezelf. Wat heb jij je omgeving te bieden (specifieke kennis dankzij een studie, bepaalde persoonlijkheidskenmerken zoals overtuigingskracht, gevoel voor commercie, stressbestendigheid, creativiteit). En zit je omgeving ook op die specifieke kwaliteiten te wachten? Welke kennis heb je van de arbeidsmarkt? Waarin moet je je nog ontwikkelen? 3. Loop stages: een geweldige bron van ervaring. Bovendien is het goed om stappen te nemen in de richting die je wil uitgaan. Vijfenzeventig procent van de banen wordt gevonden via netwerken. In de wetenschap zelfs honderd procent. Je netwerk is essentieel voor een goede landing. 4. Verdiep je in het selectieproces van een bedrijf. Waar letten ze als eerste op: het CV of de brief? Hoe spring je eruit? 5. Er moet ook geld binnenkomen. Neem een baan voor een basisinkomen en besteed de overige tijd aan datgene wat je graag wil bereiken. 6. Zie een afwijzing niet als persoonlijk falen. Blijf je ontwikkelen en verzuur niet.

zogenaamde scarring effect. ‘Jongeren die niet direct een baan vinden of een baan onder hun niveau accepteren, lopen een achterstand op. Het menselijk kapitaal neemt af waar-

‘Er wordt te veel geld gestoken in opleidingen die niet nodig zijn voor het werk dat beschikbaar is’ door ze minder aantrekkelijk worden voor werkgevers. Dat heeft gevolgen voor hun inkomen, loopbaanontwikkeling en pensioenopbouw.’ Maar De Graaf-Zijl ziet ook positieve kanten aan de crisis. ‘Het leven in een luxe samenleving is niet per se bevorderend voor het innoverend vermogen van mensen. Economen spreken ook wel van creatieve destructie: een recessie werkt zuiverend omdat mensen en bedrijven creatiever worden en banen die niet productief zijn verloren gaan. Juist nu een baan in loondienst niet langer vanzelfsprekend is, durven veel jongeren de stap te zetten om voor zichzelf beginnen. Zeker in dit digitale tijdperk.’

Filmmaker Turpijn zegt hetzelfde. ‘Ik spreek veel alumni die een eigen bedrijfje opzetten.’ Neem Daan van Schijndel (28), een oud-student van Turpijn. Van Schijndel studeerde iets later af dan veel van zijn vrienden en zag hoe moeilijk die het hadden op de arbeidsmarkt. ‘Eentje solliciteerde zich een halfjaar een slag in de rondte, voordat hij eindelijk een baan vond die hij helemaal niet zo leuk vond. Een ander bleef hangen in zijn studentenbaan en trok weer in bij zijn ouders.’ Met die verhalen in het achterhoofd besloot Van Schijndel dat hij beter direct voor zichzelf kon beginnen. ‘Ik wil best een half jaar lang solliciteren als ik daarmee mijn droombaan vind. Maar die kans is op dit moment gewoon heel erg klein.’ Na zijn afstuderen vorig jaar oktober, maakte Van Schijndel daarom van zijn hobby zijn werk. Als freelance filmmaker maakt hij in opdracht van bedrijven promotiefilms en registraties van evenementen. Het Concertgebouworkest is inmiddels een van zijn opdrachtgevers. ‘Hoewel hij redelijk kan rondkomen van zijn werk, zegt Van Schijndel zijn ogen open te houden voor interessante vacatures. ‘De vrijheid en flexibiliteit die ik nu heb, vind ik heel prettig, maar de verdiensten zijn grillig. Als ik een maand geen opdracht krijg, komt er ook niets binnen. Dus als ik nu een enorm interessante vacature tegenkom, zou ik daar direct op reageren. Dan kies ik uiteindelijk toch voor de financiële zekerheid.’ Ook Spitz besloot voor zichzelf te beginnen, als freelance journalist. ‘Na een aantal afwijzingen dacht ik: dit moet anders. Elke afwijzing is toch vervelend en je stopt enorm veel energie in een sollicitatie.’ Het leek haar daarom beter om nu eerst ervaring op te doen als freelancer. ‘Dat lukt nu aardig. En wie weet helpt het bij een volgende sollicitatie.’ Als een groot deel van het probleem schuilt in de keuze van de studie, werpt dat de vraag op of universiteiten en hogescholen niet meer voorlichting moeten geven over het arbeidsperspectief van opleidingen. ‘Dat zou wel zo eerlijk zijn’, zegt Sterk. ‘Neem de UvA-opleiding tot restaurateur. In Nederland vinden deze mensen geen baan. Het zou goed zijn als bij aanvang van de opleiding wordt aangegeven dat je hoogstwaarschijnlijk moet uitwijken naar het buitenland, wil je kans maken op werk.’ Herman van de Werfhorst, hoogleraar Sociologie aan de UvA, is nog stelliger. ‘Voor de arbeidsmarkt is het helemaal niet nodig dat we ons enorm richten op groei van hoogopgeleiden. Er wordt te veel geld gestoken in opleidingen die niet nodig zijn voor het werk

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

dat beschikbaar is.’ Dat mag het geval zijn, maar zouden jonge schoolverlaters zelf bereid zijn om een stap terug te doen? ‘Nee, waarschijnlijk niet’, erkent Van de Werfhorst. ‘Vanuit het oogpunt van het individu is het verstandig om te studeren. Een werkgever zal eerder kiezen voor iemand met een hogere opleiding, al betreft het een baan op lager niveau. Maar vanuit het oogpunt van de maatschappij worden te veel mensen te hoog opgeleid. Als iedereen op zijn tenen gaat staan, ziet niemand beter.’

Mazzel Nadat eind jaren tachtig de internationale economie weer aantrok, raakte Nederland uit de crisis. Met de starters die destijds geen of slechts een tijdelijke baan konden vinden kwam het weer goed. De meesten liepen geen permanente schade op in vergelijking met eerdere generaties. Zoals het in de jaren tachtig weer goed kwam met de jongeren, zal dat ook nu het geval zijn. ‘Ik heb het volste vertrouwen dat het goed gaat komen’, zegt Jori Spitz. ‘Als je maar doorzettingsvermogen hebt. En een beetje mazzel.’ Anne Marinussen (27) heeft beide. Na haar master Internationale betrekkingen, kreeg ze een tijdelijke baan bij ING als analist internationale handelstransacties en volgde ze de postdoctorale Leergang Buitenlandse Betrekkingen aan Instituut Clingendael. Nadat ze die opleiding had afgerond, ging ze aan de slag als vrijwilliger bij Amnesty International Nederland en bij de 1%CLUB. De overige tijd besteedde Marinussen aan solliciteren. ‘Regelmatig werd ik uitgenodigd voor een gesprek en kwam ik vaak best ver in de sollicitatieprocedure, maar er waren altijd kandidaten met meer ervaring dan ik.’ Dat het solliciteren zo veel tijd zou vergen had Marinussen niet verwacht. ‘Ik reageerde vooral op vacatures bij bekende organisaties en dan is de concurrentie groot. Mijn omgeving zei: zou je niet een stapje terugdoen? Maar ik wilde dat mijn eerste baan het wachten waard zou zijn. En als je je blijft ontwikkelen en je investeert in je netwerk, moet het kwartje toch een keer de goede kant op vallen.’ En dat gebeurde. Anderhalf jaar na haar afstuderen werd Marinussen gebeld door Clingendael met de vraag of ze wilde komen solliciteren. Daar werkt ze nu ruim een jaar als Training and Research Fellow. ‘Het geeft wel aan hoe belangrijk het opzetten van een goed netwerk is.’ Dat laatste kan De Fluiter beamen. Door zijn stage bij de rechtbank kwam hij in contact met een strafrechtadvocaat van Popescu Advocaten die hem een baan aanbood. ‘Morgen begin ik als advocaat-stagiair, een driejarige opleiding tot advocaat’, zegt De Fluiter. ‘Het cliché klopt: de aanhouder wint.’ •

‘Als je je blijft ontwikkelen en je investeert in je netwerk, moet het kwartje toch een keer de goede kant op vallen’


13

POST POST Uit CHINA — Advocaat in Shanghai Regelmatig denk ik terug aan mijn studententijd in Amsterdam. Lopend met mijn wetbundels over het prachtige binnenplantsoen van de Oudemanhuispoort, langs de boekenmarkt, over de grachten richting het Spui. Wat een verschil met mijn leven als advocaat in China. Met een masker op mijn gezicht fiets ik iedere dag naar mijn werk, door de drukke straten van Shanghai. De buurt waar ik woon – de Franse Concessie – is levendig, een multiculturele mix van lokale Chinese winkeltjes en ‘expat’ restaurants en cafés. De weg van student in Amsterdam naar advocaat in Shanghai is er een van weinig omwegen. Ik begon mijn juridische carrière als advocaat-stagiair op de ondernemingsrechtafdeling van een top-tier internationaal advocatenkantoor in Amsterdam. Vier jaar lang hield ik mij bezig met het juridisch begeleiden van beursgangen, fusies en overnames. Na een kortstondige fling met het internationale mensenrecht en een jaar als legal researcher bij een mensenrechtenagentschap van de Europese Unie, belandde ik met mijn man – die architect is en zich in het walhalla der architectuur wilde storten - in China. China, of all places. Nu ben ik zelf half Chinees. Ik heb in het verleden veel door Azië gereisd en kan mij goed vinden in de Aziatische cultuur en manier van communiceren. Maar dit was wel even aanpassen geblazen – standje maximaal. Werken als advocaat in China is totaal anders dan ik gewend was in Nederland. Chinees recht en de toepassing daarvan in praktijk is – tja, hoe zal ik dat zeggen – interessant. You know but you don’t know, als je begrijpt wat ik bedoel. Een bijkomend probleem was de samenwerking met mijn

Kristie Tien – 1979 ktien@hil-law.com • 2005 Nederlands recht UvA • 2006-2009 advocaat-stagiair Freshfields Bruckhaus Deringer, Amsterdam • 2010 legal researcher European Union Agency Fundamental Rights, Wenen • 2011-heden foreign registered lawyer HIL International Lawyers & Advisers, Shanghai • Sinds oktober 2013 vicevoorzitter UvA Alumni Circle Shanghai* * De Universiteit van Amsterdam vindt het belangrijk om contact te houden met haar alumni in China. Daarnaast wil ze ook het contact tussen alumni onderling faciliteren. Daarom is op 25 september 2013, tijdens een bezoek van collegevoorzitter Louise Gunning, het UvA Alumni Chapter China opgericht, met lokale afdelingen (circles) in Beijing en Shanghai. Kristie Tien is als vicevoorzitter van UvA Alumni Circle Shanghai het gezicht van UvA-alumni ter plaatse.

Chinezen pakken het anders aan. Ze kennen de wet, die is er tijdens de studietijd goed ingeramd, maar ze zijn genoodzaakt om aan de telefoon te hangen met verschillende autoriteiten om te vragen hoe de wet in praktijk wordt toegepast. Chinese cliënten zijn helemaal niet blij met een memorandum. Ze willen gewoon dat je het probleem voor ze oplost en aan de juiste touwtjes trekt. Na een aantal jaren in China – en een flinke dosis doorzettingsvermogen en geduld - voel ik mij inmiddels echter zeer thuis in zowel het Chinese recht als de praktijk, en werk ik

‘Chinese cliënten willen dat je het probleem voor ze oplost en aan de juiste touwtjes trekt’ Chinese collega’s van wie ik, althans in het begin, volledig afhankelijk was. De onderlinge communicatie liep in het begin stroef. Chinese juristen hebben een compleet andere manier van juridisch redeneren. Wij Nederlanders hebben geleerd om aan de hand van het recht en geldende jurisprudentie een antwoord te vinden op een bepaald juridisch vraagstuk. We sturen onze cliënten memoranda, waarin we proberen om in begrijpelijke taal de geldende wet en jurisprudentie uit te leggen en een praktische en creatieve oplossing te geven voor een probleem.

met veel plezier samen met mijn Chineses collega’s in een uiteenlopend scala aan zaken. Zo adviseren wij over Chinees ondernemingsrecht, arbeidsrecht en de bescherming van intellectueel eigendom. Iedere dag in Shanghai is weer anders, het leven gaat hier in een stroomversnelling en via mijn werk en sociale leven ontmoet ik dagelijks de meest interessante mensen. Wil ik ooit weer met mijn gezin terug naar Nederland? Uiteindelijk wel, maar zolang het leven in Shanghai me blijft boeien en inspireren zit ik hier nog even goed! •


14 loopbaan

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

David Elders – 1962 www.uitvaartcentrumelders.nl • 1988 Wijsbegeerte UvA • 1984 oprichting voetbalclub D.E.S. Adamsnood • 1987-1994 cursusdocent Filosofie, onder andere aan de UvA • 1992 opleiding Uitvaart‑ verzorger bij Stivu (nu Docendo) • 1993 oprichting David Elders Begrafenis & Crematie • 2002 oprichting Uitvaart‑ centrum Elders

Uitvaartverzorger tekst • Han Ceelen beeld • Kees Hummel

Als uitvaartverzorger is David Elders anders over het leven gaan denken. ‘Vroeger dacht ik: je leeft, of je bent dood. Nu niet meer.’ Dat David Elders filosoof werd, daar keken weinig mensen van op. Zijn vader, Fons Elders, is emeritus hoogleraar Filosofie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Maar dat David na zijn studie uitvaartverzorger zou worden, had niemand verwacht. ‘Het was begin jaren negentig, een tijd waarin alle kleine uitvaartbedrijfjes waren opgegaan in grote corporaties. Ik was de eerste in jaren die weer voor zichzelf begon. Mensen verklaarden me voor gek.’ Twintig jaar later geldt Elders als voorloper van een nieuwe generatie uitvaartondernemers die het vak ingrijpend heeft veranderd. In plaats van een standaardaanpak kiezen zij voor een persoonlijke benadering met veel aandacht voor de wensen van de klant. In Elders’ geval heeft die benadering een sterk filosofische inslag. Zijn klantenkring bestaat voor een groot deel uit kunstenaars en intellectuelen, zo begeleidde hij de uitvaarten van Martin van Amerongen, Ramses Shaffy en Jeroen Willems. Als het anders was gelopen, had Elders ook natuurkundige kunnen zijn. Bètavakken, en met name kwantummechanica, waren zijn grote liefdes op het Barlaeus-gymnasium. Maar omdat hij geen idee had wat hij later wilde gaan doen, koos hij toch voor een studie Filosofie, die ‘in principe over alles ging’. Als specialisatie koos hij niet-westerse wijsbegeerte, met als bijvakken de talen Pali

en Sanskriet. Naast zijn studie verkocht Elders stoffen op de Albert Cuypmarkt, waar hij de bijnaam ‘David Lap’ kreeg. Ook richtte hij een uitzendbureau en een voetbalteam op. Na zijn afstuderen deed Elders nog een ‘halfbakken’ aanvraag bij NWO om te promoveren. Maar op het moment dat hij die op de post deed, wist hij eigenlijk al dat hij niet nog vier jaar tussen de boeken wilde zitten. De vraag was: wat moest hij dan wel? Naar filosofen was weinig vraag, en de enige baantjes die Elders kreeg aangeboden, waren invallenklussen als docent. De oplossing diende zich aan toen hij met zijn vader en broer een reis naar India ondernam. Daar was hij getuige van een begrafenis die totaal anders verliep dan hij gewend was. ‘In Nederland deed men altijd heel bedeesd en krampachtig. In India verliep alles juist emotioneel en natuurlijk. Ik zag hoe een arm van de overledene uit de zak hing waarin ze werd verbrand. Een jongetje van een jaar of zeven stopte die gewoon terug. Daar was ik erg van onder de indruk. Waarop mijn vader en broer zeiden: misschien moet je hier iets mee gaan doen.’ Elders is bescheiden over zijn rol als uitvaartverzorger. ‘Er zijn een paar dingen die ik moet doen. Zorgen dat het lichaam niet gaat rotten, dat de rouwkaart op tijd wordt verstuurd en dat er vervoer en dragers zijn. Voor de rest moet ik juist niks inbrengen, maar vooral goed luisteren. Het idee van deze onderneming is dat mensen zelf afscheid kunnen nemen in de vorm, op de manier en in het tempo waarin zij dat zelf

David Elders

‘Ik vraag overledenen wel eens om hulp bij een uitvaart’ willen. Ik denk wel, en dat zal met mijn filosofiestudie te maken hebben, dat ik in gesprekken met de nabestaanden snel tot de kern kan komen.’ Vervult Elders daarmee niet de klassieke rol van de filosoof als ‘vriend van de wijsheid?’ ‘Dat vind ik wel ja. Ik denk ook dat het goed zou zijn als je op meer plekken filosofen zou zien. Om bijvoorbeeld na te denken over de rol van een bedrijf in de maatschappij. Dan zouden pensioenfondsen misschien niet zo snel in wapens gaan beleggen.’ Ook Elders’ denken is door zijn beroep veranderd. Zo is hij anders gaan aankijken tegen het verschijnsel dood. ‘Vroeger dacht ik altijd: je leeft, of je bent dood. Nu denk ik dat het meer een proces is, en dat er best nog een geest kan bestaan als het lichaam al is overleden. Ik heb ook geregeld gekke dingen meegemaakt, zoals stoppen die massaal doorslaan tijdens een uitvaart. Sindsdien huldig ik het principe: je weet

maar nooit. Ik vraag overledenen ook wel eens om hulp bij een uitvaart. Dan denk ik: joh, als jij wilt dat het regent vind ik het best, maar ik weet niet of je familie dat zo prettig vindt. Het is dan aan de geest of hij het laat opklaren of niet.’ •


www.uitvaartcentrumelders.nl

www.hemelen.nl

www

www

15

Marije Huneman – 1974 www.hemelen.nl

worden aan de UvA Marije Huneman

‘Ik ken de overledene niet, dus het is niet mijn verdriet’ De zorgen van de nabestaanden een beetje verlichten, dat wil Marije Huneman. ‘Vaak wordt er zelfs gelachen’ Marije Huneman vindt niet snel iets gek als het om uitvaarten gaat. ‘Vrijwel alles is mogelijk. Soms komen mensen bij me met de vraag: hoe hoort het? Dan zeg ik: geen idee, hoe willen jullie het?’ Met haar eenmansbedrijf Hemelen is zij in korte tijd een bekende uitvaartonderneemster geworden in Amsterdam. Ze omschrijft haar bedrijf als ‘persoonlijk, creatief, en eigenwijs’ en stelt alles in het werk om aan de wensen van overledene en nabestaanden te voldoen. Klanten kunnen bijvoorbeeld kiezen voor een zelfbeschilderde kist, of vervoer per Volkswagenbus of rouwcaravan.

De drang om te regelen zat er al vroeg in bij Huneman, die ‘als punkertje’ opgroeide in Baarn. Na de havo ging ze Culturele Maatschappelijke Vorming studeren in Nijmegen met het idee om later feesten en festivals te organiseren. Maar na twee jaar vond ze de opleiding te zweverig, en switchte ze naar Film- en televisiewetenschap (nu Media en cultuur) aan de UvA. Die studie beviel haar uitstekend, zegt Huneman. Aan de ene kant deed ze praktijkervaring op, zoals bij het maken van een televisieprogramma voor TV Rijnmond waarvoor ze de productie deed. Maar ze leerde ook voor het eerst ‘een goed stuk te schrijven met argumenten en een conclusie’. Het meest interessant vond ze de onderwerpen waarbij ze een link kon leggen met de samenleving. ‘Mijn scriptie ging over de advocatenserie Ally McBeal. Iedereen had het erover hoe vernieuwend die was. Maar als je goed ging kijken, zag je een rollenpatroon

dat je helemaal terug kon voeren op Gone with the Wind.’ Veel tijd voor het studentenleven had Huneman niet, want naast haar studie werkte ze twintig uur per week bij een café in De Pijp. Via het netwerk dat ze hier opbouwde, belandde ze na haar afstuderen in de theaterwereld, want werk bij de televisie bleek niet te vinden. ‘Ik solliciteerde me suf. Ik heb zelfs een brief gestuurd aan Bart de Graaff van BNN, die toen nog leefde. Maar ik kwam er gewoon niet tussen.’ Na een debuut als nanny op een afscheidsfeest voor Henk van der Meijden, rolde Huneman zeven jaar lang van de ene theaterklus in de andere. Zo was ze locatiemanager van het Openluchttheater in Amsterdam, uitvoerend producent van het Gospelfestival, en toerde ze met het Chinees Staatscircus door Duitsland. De omslag kwam toen een goede vriend op jonge leeftijd ernstig ziek werd. Op een avond in de kroeg stelde Huneman spontaan voor om te helpen zijn uitvaart te regelen. Pas naderhand vroeg ze zich af: hoe moet dat eigenlijk? Ze zocht het uit, ontdekte dat er een opleiding was, en schreef zich in. Na twee maanden besefte ze: dit is wat ik wil. Gevraagd wat haar precies zo aanspreekt in het vak, zegt Huneman ‘Je betekent echt iets voor mensen. In hele korte tijd kun je ze helpen, bijstaan, begeleiden. Hun zorgen net een beetje verlichten.’ Om dat te kunnen is een aangeboren gevoel voor empathie volgens Huneman onontbeerlijk. Maar ze zegt ook veel profijt te hebben van haar studies en werkervaring: ‘Alles wat ik

• 1993-1995 Culturele Maatschappelijke Vorming, Nijmegen • 1997 propedeuse Geschiedenis UvA • 2001 Film- en televisie‑ wetenschap UvA (waarvan vijf maanden aan de • Universiteit van Turku, Finland) • 2002-2010 productie en tourbegeleiding bij verschillende theater‑ gezelschappen • 2007-2008 opleiding Uitvaartverzorger bij Stivu (nu Docendo) • 2009-heden Hemelen Uitvaartverzorging

in het verleden heb gedaan, komt in deze baan samen. Het creatieve van de Sociale Academie, het analytische van Film- en televisiewetenschap, de mensenkennis die ik heb opgedaan in het café en het theater.’ Gemiddeld besteedt Huneman tussen de vijfentwintig en dertig uur aan een uitvaart. Maar eigenlijk is ze constant met haar vak bezig, want de telefoon kan altijd gaan. Het is zwaar, maar je went eraan, zegt ze. ‘In het begin vond ik het heel heftig. Nu kan ik ook wel eens vergeten waar mijn telefoon ligt.’ Van emotionele stress heeft Huneman weinig last, al doet ze uit voorzorg geen uitvaarten van baby’s en kinderen. ‘Ik ken de overledene doorgaans niet, dus het is niet mijn verdriet. En daarnaast weten families zich als ik erbij ben opvallend goed bij elkaar te rapen. Vaak wordt er zelfs gelachen. Ik denk dat de diepe emoties er zijn wanneer ik er niet ben.’ Zou Huneman een eigen familielid kunnen begraven? ‘Absoluut. Ik heb het mijn ouders en schoonmoeder zelfs al beloofd. Het zal niet makkelijk zijn, maar ik zou ook niet kunnen aanzien dat een ander het deed.’ •


16 COLLECTIE

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Johannes van Dams oudste krokettenrecept In september overleed culinair journalist Johannes van Dam. Zijn verzameling (kook)boeken en curiosa liet hij na aan de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Deze afdeling beheert een omvangrijke collectie op het gebied van gastronomie en eetcultuur, waarin ook de verzameling van de Stichting Gastronomische Bibliotheek is opgenomen, van Johannes van Dam en culinair historici Joop Witteveen en Bart Couperus. De collectie vormt een interessante bron voor onderzoekers, van historici en sociologen tot medici en farmaceuten – en voor het publiek.

Johannes van Dam was in de jaren tachtig eigenaar van de Kookboek‑ handel, gevestigd in de Amsterdamse Runstraat.

George Verenet, een vroege voorganger van Van Dam, bundelde zijn bijdragen voor de Amsterdamsche Courant in 1898 onder het pseudoniem Jantje van Leyden.

Eén van de schatten uit de collectie is Le guide Culinaire van Auguste Escoffier (1902). Voorin is een foto geplakt van de meester, geflankeerd door twee (Nederlandse?) koks, genomen in 1930.

Aaltje is dé culinaire bestseller uit de negentiende eeuw. Johannes van Dam beschouwde de recepten in het boek als illustratief voor ons rijke culinaire verleden.

Ontwerp voor een verpakking van Van Dam’s boterhamworst (voor zover bekend geen familie).

Curiositeit in de collectie is deze bouwplaat voor een keuken: Ma cuisine modèle.

De kook- en huishoudscholen die werden opgericht vanaf het einde van de negentiende eeuw, onderwezen een nieuwe methode van koken. Dit onderwijs had volgens Van Dam een desastreuze invloed op onze ‘nationale’ keuken. Praktische Recepten (1930) is een van de vele kookboeken die plaatselijke huishoudscholen uitgaven. Een boek over wijn, geschreven door kenner en bibliograaf André Simon, die een grote bibliotheek over drank bezat.

Het oudste krokettenrecept in Van Dams collectie komt uit Massialots Nouveau cuisinier royal et bourgeois uit 1705.

Een kookboekje uitgegeven in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog, met een band ontworpen door de Nederlandse kunstenaar Karel Thole.

Ook buitenlandse kookboeken maken deel uit van de collectie, zoals de Engelse bestseller Mrs Beeton’s Cookery Book.

Symposium en Gala van het Kookboek

Tekstboekje van een klucht met een Amsterdamse keukenmeid in de hoofdrol, uit ca. 1868.

Op 17 januari vindt voor het eerst het Amsterdam Symposium on the History of Food plaats, een jaarlijks symposium over de geschiedenis van voeding en eetcultuur. Thema is ‘Cooking up the Low Countries, Textual and Visual Representations of Culinary Culture in Belgium and the Netherlands (16th-21st century)’. Het symposium is een samenwerking van de Bijzondere Collecties en het Instituut voor Cultuur en Geschiedenis van de UvA en de onderzoeksgroep Social & Cultural Food Studies van de Vrije Universiteit Brussel. Aansluitend worden tijdens het Gala van het Kookboek de Johannes van Damprijs 2013 en de Joop Witteveenprijs 2013 uitgereikt. Meer informatie: bijzonderecollecties.uva.nl.


www.alexanderklopping.nl

werk

www

Hoogleraren laten schitteren op voorspraak Alexander Klöpping is internetondernemer en oprichter van de online Universiteit van Nederland, waar alleen inspirerende hoogleraren college geven. ‘Sommigen worden gek van ons: gaan die twee snotjongens mij nu vertellen hoe ik het moet doen?’

Alexander Klöpping – 1987 www.alexanderklopping.nl • 2005-2006 studie Knox College en Elizabethtown College, VS • 2011 bachelor Media en cultuur UvA • 2003-heden internetondernemer, columnist, internetspecialist bij DWDD, bedenker van Blendle, oprichter UvNL (www. universiteitvannederland.nl)

Het eerste college van de online Universiteit van Nederland (UvNL) werd gepost op 8 oktober. Twee weken later had de UvNL een half miljoen views. Alexander Klöpping bedacht het concept twee jaar geleden, samen met leeftijdgenoot Marten Blankesteijn. ‘Wij kennen elkaar van Twitter. De vraag hoe je met simpele middelen veel mensen kunt bereiken, boeit ons allebei.’ Klöpping en Blankesteijn vragen inspirerende hoogleraren introductiecolleges over hun vak te geven, volgens een strak format: een week lang iedere werkdag een kwartier, opgenomen in een zaal met publiek, waarbij de kijker ook in deel vier moet kunnen binnenvallen. Geen sinecure. ‘Sommigen worden gek van ons. Ze denken: ik doceer al veertig jaar en nu gaan die twee snotjongens mij vertellen hoe ik het moet doen. Maar er moet structuur zijn, anders werkt het niet. Ze doen het overigens graag.’ Dat is begrijpelijk, want hoogleraren mogen alleen meedoen op voorspraak. Kijkers kunnen namen opgeven van mensen door wie zij zelf zijn geïnspireerd op hun universiteit. ‘We hebben al duizenden inzenders. Sommigen schrijven een heel epistel over wat ze zo goed vonden aan die ene leraar en wat hun lessen ze gebracht heeft. Wij zoeken uit wie het geschiktst zijn.’ China Klöpping (1987) oogt jong voor zijn jaren en beziet de wereld in verwondering. Toch is hij al tien jaar succesvol ondernemer. Als scholier in Oss begon hij met een vriend een internetonderneming. ‘Ik was zestien en meisjes vonden mij nooit leuk. Dus toen ik op TelSell een buikspierband zag, zo’n ding waarmee je strak wordt, dacht ik: misschien helpt dat.’ Zijn moeder wilde er ook wel een. Op de binnenkomende pakketjes las hij dat ze ergens in China werden gemaakt en hij rook handel. ‘Ik kreeg bij de plaatselijke Rabobank duizend euro om ze direct bij de fabrikant te bestellen en zelf te verkopen.’ Het duo breidde al snel uit naar andere gadgets. ‘Ik heb de laatste schooljaren doorgebracht met grote bestellingen uitpakken, er kleine pakjes

17

tekst • Jacqueline Hoefnagels beeld • Kees Hummel

van maken en naar het postkantoor lopen voor verzending.’ Dat hij veel geld verdiende kwam mooi uit, want hij wilde een jaar naar Amerika en dat kostte 30.000 euro. Hij studeerde er aan twee kleine liberal arts colleges. ‘Het ene was vooral democratisch, het andere vooral republikeins, heel interessant. Mijn blinde liefde voor Amerika die ik had als scholier is er overigens weggeëbd. Alles aan Amerika voelt als vergane glorie. Ik erger me er al op het vliegveld aan de geur en het tapijt en die hele ouderwetse uitstraling.’ De Amerikaanse media vindt hij wel nog steeds boeiend, vanwege de professionaliteit en de diversiteit van het aanbod. Eenmaal terug koos hij voor de UvA, Media en cultuur. Waarom de UvA? ‘Die had de leukste website.’ Hij had wel verwacht dat het er onpersoonlijker aan toe zou gaan dan in Amerika, maar het bleek erger dan gedacht. ‘Ik heb me nog nooit zo’n nummer gevoeld als daar. Als ik in de VS over de campus liep, werd ik bij mijn naam aangesproken door degene bij wie ik net een paper had ingeleverd, en kreeg ik inhoudelijk commentaar. Hier was het energieniveau absurd laag. Geen enkele stimulans voor wie meer wil. Die werkgroepleiders die dat lesgeven duidelijk een onaangename verplichting vinden! Die tentamens boven dat crematorium bij het AMC! De massaliteit!’ Er waren slechts twee ‘toffe’ uitzonderingen: hoogleraar Eugène Sutorius en David Nieborg als geïnteresseerde scriptiebegeleider. Hij hield het er uit tot zijn bachelor ‘omdat mijn ouders dat fijn vonden, anders had ik zelfs dat niet gedaan’. Zijn studie-ervaring heeft mede geleid tot de oprichting van de UvNL. ‘Scholieren hebben geen idee als ze een studie moeten kiezen. Er zijn ook totaal geen gebruikersrankings te vinden. Dat is toch idioot? Zelfs ieder restaurant heeft een ranking. Scholieren hebben geen flauw idee wat ze voorgeschoteld gaan krijgen.’ Twitteren Toen Klöpping naar Amsterdam kwam kende hij niemand. ‘Ik zat de hele dag maar een beetje te twitteren.’ Daaruit kwam voort dat hij een baan kreeg aangeboden bij de website 925 van Jort Kelder. ‘Die heeft veel voor mij betekend. Hij heeft mij bij DWDD naar binnen geschoven en ging de eerste keer ook mee. Niet dat ik nerveus was, maar als er een bekend iemand achter je staat, nemen mensen je eerder serieus.’ Zo kwam het dat hij bij het programma van Matthijs van Nieuwkerk uitleg geeft over internetzaken. ‘Dat was wel een doorbraak. De ene dag ben je klussend student, de volgende dag ben je ineens internetexpert. Heel vreemd.’ Daarnaast verdiende hij met van alles geld. ‘Dat is zó makkelijk op internet.’ Met websites bouwen bijvoorbeeld. ‘Het echte bouwwerk besteedde ik uit in Roemenië, daar heb je veilingsites voor. Achter hun factuur zet je dan een nul en die stuur je naar de opdrachtgever in Nederland.’ Nog steeds met zijn schoolvriend? ‘Nee, die heeft nu een echte baan.’ Zelf heeft hij met de UvNL nu ook andere verplichtingen, voelt hij. ‘Wij hebben personeel, voor de opnames, dus we moeten geld ophalen. Voor het

‘De ene dag ben je klussend student, de volgende dag ineens internetexpert’ eerste seizoen kregen we een start-upsubsidie van het SNS Reaal Fonds, die had Marten geregeld, nadat hij bij de universiteiten zelf bot ving. Voor het tweede seizoen zoeken we nog vier ton. Overigens verdienen wij en de hoogleraren er niets aan.’ Moet de UvNL even groot worden als TEDx? ‘Nee joh! Veel groter.’ Wil hij ooit nog een keer de diepte in, inhoudelijk? ‘Ja, dat wil ik wel, later. Nu vind ik te veel dingen leuk, dat is wel een probleem. En ik ben snel afgeleid. Maar misschien haal ik ooit nog wel een master.’ •


18 voetsporen

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

tekst • Elke Veldkamp

‘Ik ben wel eens in de wachtkamer gaan zitten, als ik mijn vader wilde spreken’ 1857-1926

Johanne Meijer

‘Uw grootvader heeft mij ter wereld gebracht, uw vader was mijn huisarts en nu gaat u mij vertellen dat ik doodga’, zei een oudere patiënt tegen Flip Brühl, toen nog een jonge arts-in-opleiding. Vier generaties gedreven (huis-)artsen telt de familie inmiddels, nakomelingen van de Duitse slager Martin Brühl uit Marburg, met een passie voor familiegeschiedenis.

De moeder van Martin Brühl stierf bij zijn geboorte in 1860 in het kraambed. Zijn vader hertrouwde, maar het boterde niet tussen de kleine Martin en zijn stiefmoeder. Op zijn 21e vertrok hij uit Marburg naar Nederland, waar Martin in Haarlem een slagerij opende. Gevoel voor zaken had hij beslist, zijn slagerij werd door hard werken een hele keten. Als kleine jongen werkte zijn zoon Philip in de slagerij, maar hij werd uiteindelijk huisarts. ‘Toen Martin hoorde dat zijn zoon Geneeskunde ging studeren, was hij heel trots en gaf hij hem een bureau cadeau’, vertelt Martins kleinzoon Flip Brühl. ‘Vervolgens heeft mijn vader, Karel George, daar ook altijd aan gewerkt en ik ook in mijn huisartsenpraktijk. Dat bureau heeft veel meer patiënten gezien dan ik.’ Flip kan zich zijn grootvader nog herinneren, al was hij vijf toen die stierf. ‘Hij was een heel zachtaardige man, ik heb goede herinneringen aan hem. Het grappige is dat zijn handtekening, die ik tegenkwam in oude boeken, exact hetzelfde is als de mijne.’

grootouders voor een appel en een ei in mochten wonen. Zo blij was hij dat ze kwamen.’ De jaren in Hekelingen waren pionierswerk. Philip was niet alleen de huisarts, hij hielp ook bij de schapenbevallingen. Zus werkte mee in de praktijk en runde de apotheek. Flip: ‘Er waren maar twee auto’s op het hele eiland: die van de huisarts, die door mijn oma Zus werd onderhouden, en die van de melkboer. Maar er waren niet veel wegen. Dus als mijn opa ergens nodig was, kwamen ze met name ’s nachts met een gezadeld paard aanzetten. Als hij hoefgetrappel van twee paarden hoorde, wist hij dat hij er weer uit moest.’ Toen de kinderen ouder werden en naar de middelbare school moesten, verhuisde het gezin uit praktisch oogpunt naar Amsterdam, waar Philip een praktijk op de Overtoom begon.

1860-1926

Martin Georg Brühl

1892-1957

Philip Brühl Geneeskunde

1921-2007

Just Brühl

1920-1977

Philip was niet alleen de huisarts, hij hielp ook bij de schapenbevallingen

1952

Gon Huidekoper 1982

1921-1997

Karel George Brühl

Annelies van der Weiden

1949

Psychologie N.A.

Geneeskunde

Pedagogie

1952

Flip Brühl

1954

1953

Hermine Brühl

1979

GeneeskundE

Hoefgetrappel

Tijdens zijn studie ontmoette Philip zijn latere vrouw, Adriana ‘Zus’ Brühl van Son tot Gellicum. Flip: ‘Zus werkte als verpleegster in het Wilhelmina Gasthuis. Ze vond mijn opa erg leuk en omdat ze wist dat hij hield van suiker in zijn koffie, serveerde ze hem keer op keer zwarte koffie. Zo trok ze met succes zijn aandacht.’ Grootvader Brühl begon een huisartspraktijk in het dorp Hekelingen, op het voormalige eiland Voorne-Putten. Flip: ‘De gemeenschap wilde heel graag een huisarts, want mensen gingen aan de simpelste dingen dood op dat eiland. De burgemeester stelde een huis beschikbaar waar mijn

1894-1978

Adriana ‘Zus’ Brühl van Son tot Gellicum

1985

1983

Sophie Brühl 2011

GENEESKUNDE

Just Brühl

1988

Annebet Brühl

Martin Brühl Natuurkunde N.A.


19 ‘Mijn moeder studeerde Psychologie, maar moest daarmee stoppen toen ze trouwde’

Dik bevriend

Philip en Zus kregen drie zonen: Karel George, Just en Frits. De jongste, Frits, ging Economie aan de UvA studeren en richtte later de Direktbank op. De middelste, Just, werd ingenieur. Onder zijn kinderen en kleinkinderen zijn verschillende artsen. De oudste, Karel George, trad in zijn vaders voetsporen en werd ook huisarts. Hij trouwde met Annelies van der Weiden, de dochter van de beste vriend van zijn vader. ‘Philip en Cor van der Weiden waren dik bevriend sinds de eerste dag van de lagere school’, vertelt kleinzoon Karel, broer van Flip. ‘Cor ging ook Geneeskunde studeren, maar heeft het niet afgemaakt. Hij haakte af tijdens het snijpracticum, dat plaatsvond vlak nadat zijn moeder was overleden. Cor moest vervolgens meehelpen in het meelbedrijf van zijn vader, maar hij bleef altijd hecht bevriend met Philip. Mijn vader en moeder kenden elkaar dus vanaf hun babytijd.’ Dienstplicht

1893-1966

Cor van der Weiden Geneeskunde n.A.

1898-1965

Wilhelmina van der Weiden-Bon

Karel George en Annelies kregen vijf kinderen, die hun vader weinig zagen ‘In de weekends gingen we vaak kamperen, dan was hij er voor ons. Maar gewoonlijk had hij het druk met zijn praktijk. Ik ben wel eens in de wachtkamer gaan zitten, als ik mijn vader wilde spreken’, zegt Flip. ‘Hij was zeer gepassioneerd over zijn vak. Toen huisarts een erkend specialisme werd, heeft hij samen met anderen de universitaire opleiding Huisartsengeneeskunde opgericht, en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).’ Ook Flip ging Geneeskunde studeren, al wilde hij eerst geen huisarts worden. ‘Mijn vader vroeg of ik zijn praktijk wilde overnemen. Daar had ik geen trek in, ik wilde orthopeed worden. Door een voorval tijdens mijn militaire dienstplicht ben ik van gedachten veranderd. Ik onderzocht een oudere man aan wie ik vertelde dat hij waarschijnlijk niet lang meer te leven had. Toen antwoordde de man: “Uw grootvader heeft mij ter wereld gebracht, uw vader was altijd mijn huisarts, en nu gaat u mij vertellen dat ik doodga.” Daardoor realiseerde ik me dat huisarts eigenlijk een prachtig vak was.’ Na jarenlang een praktijk in Amsterdam gerund te hebben – niet die van zijn vader – werkt Flip tegenwoordig als waarnemend huisarts.

Frits heeft deze stichting ooit opgericht, met als doel het bijhouden en “levend maken” van het familiearchief. Er staan honderden namen in, ook van alle aangetrouwde families. We hebben stapels dagboeken van onze grootvader gevonden die we nu digitaliseren. Het is heel interessant om de geschiedenis te leren kennen via je eigen familie-aantekeningen.’ ‘We zijn al generaties lang familieziek’, vult Flip aan. ‘Ik heb uit de dagboeken van opa een tijdlang iedere dag één pagina rondgestuurd aan iedereen. We hebben onderling een hechte band. Laatst nog had ik een paar leden van de Duitse tak op bezoek, daar hebben we nog steeds contact mee. Het grappige is dat bij hen dezelfde voornamen circuleren als bij ons; veel Karls, Philips en Sophies.’ De familieziekte zet zich in de jongste generatie voort. Flips dochter Sophie, arts-assistent gynaecologie en obstetrie in Medisch Centrum Alkmaar: ‘Ik trek veel op met mijn neefjes en nichtjes; ze zijn overwegend jonger dan ik en wonen allemaal in de buurt. Ik ben een soort Moeder de Gans, regelmatig verbind ik een knie of los ik een ander probleem op. We hebben gezamenlijk een landje aan het water met een familiewoonboot in Kudelstaart, waar we veel zeilen en roeien. Overigens is dat landje ook weer ondergebracht in een stichting: De Zompige Weiden, wat de Nederlandse vertaling is van Brühl.’

‘Een oudere patiënt zei een keer dat hij onze slechte handschriften herkende, en dat we dezelfde spelfouten maakten’ Dyslexie

Anna Elizabeth Foundation

1925-2010

Frits Brühl 1959

ECONOMIE

1960

Lucas Brühl

1956

Karel Brühl 1986

GeneeskundE

Ook Flips broer Karel heeft ervaring met patiënten die al verschillende generaties Brühl als dokter hebben. Karel koos niet voor huisartsgeneeskunde – ‘dat leek me veel te druk’ – maar specialiseerde zich in geriatrie en werkte onder andere in een verpleeghuis. ‘Daar behandelde ik iemand die vertelde dat mijn opa haar oudste dochter had gehaald en mijn vader haar jongste. Iemand anders vertelde me dat hij meteen een vertrouwd gevoel had toen hij mijn spreekkamer binnenliep. Ondanks zijn Alzheimer ‘herkende’ hij me, omdat hij in de jaren zestig bij mijn vader op de Overtoom kwam en daarvoor bij mijn opa.’ Karel werkt tegenwoordig bij stichting Geriant, voor mensen met dementie. Hij heeft ook de Anna Elizabeth Foundation opgericht – vernoemd naar zijn moeder – die geld inzamelt voor het bevorderen van onderzoek naar en onderwijs over dementie. De stichting richt zich met name op wat verpleegkundigen voor mensen met dementie kunnen betekenen. ‘Mijn moeder Annelies was verpleegster. Ze was een intellectuele vrouw en sociaal heel betrokken. Ze studeerde Psychologie, maar moest daarmee stoppen toen ze trouwde. Daar was ze gefrustreerd over, ze had graag door willen studeren en werken. Ze heeft wel altijd veel meegewerkt in de praktijk van mijn vader en ook veel gedaan voor de oprichting van het NHG. Nadat mijn vader – vrij jong – overleden was, heeft ze stichting Slachtofferhulp mee helpen opzetten.’ Familiearchief

Karel is ook bij een andere stichting betrokken: hij is voorzitter van de Stichting Familie Brühl en Partners. ‘Oom

Een andere connectie is dat vrijwel iedereen dyslectisch is. Flip: ‘Ikzelf ben dyslectisch en ook mijn dochter Sophie. Mijn vader en opa waren het zeer waarschijnlijk ook, want een oudere patiënt zei een keer dat hij onze slechte handschriften herkende, en dat we dezelfde spelfouten maakten.’ Die dyslexie was een behoorlijke uitdaging voor de Brühls tijdens hun studies. Flip: ‘Ik kreeg briefjes mee van school dat ik maar naar de ambachtsschool moest gaan.’ Ook Sophie kan erover meepraten. ‘Ik dacht lang dat ik dom was, omdat leraren mijn dyslexie niet begrepen. Ik heb heel hard moeten werken om de middelbare school en mijn studie te halen. Maar ik had drie generaties boven me met dyslexie, die het voor elkaar hadden gekregen. Dus zette ik door. “Nee” is geen optie voor ons, dat is ook een typische Brühl-trek.’ •


20 kalender Voor een uitgebreid en actueel overzicht van UvA-gebeurtenissen: alumni.uva.nl/agenda

5 jan

Tocht langs de hoogtepunten van het oude Egypte: van prehistorie, farao’s en de grote piramides, tot de Koptische tijd. allardpiersonmuseum.nl/tentoonstellingen

5 jan

Isi Kunath fotografeerde in de depots van wetenschappelijke collecties onbekende verzamelingen van objecten. allardpiersonmuseum.nl/tentoonstellingen

9 FEB

8 JAN

9 JAN

9 JAN

jan

Eeuwig Egypte Experience

Knowledge is a source of pleasure

jan

16

Tentoonstelling

Tentoonstelling

31

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

jan

Amsterdam Symposium on the History of Food 2014, met als thema ‘Cooking up the Low Countries, Textual and Visual Representations of Culinary Culture in Belgium and the Netherlands (16th-21st century)’. Aansluitend het Gala van het Kookboek, met de uitreiking van de Johannes van Damprijs 2013 en de Joop Witteveenprijs 2013. bijzonderecollecties.uva.nl

21

Culinaire avond

jan

Culinaire avond in de AAC waarin wijn en spijs van het seizoen centraal staan. Ook op 15 APR en 24 JUN. aac.uva.nl

JAN

Hoogleraar Informatica, in het bijzonder ontwerp en programmering van gespreide systemen.

JAN

Atlas der Neederlanden

24 JAN

Dies Natalis Viering van de 382e geboortedag van de UvA. Met Diesrede, uitreiking eredoctoraten aan Alvin Roth en James Crawford en bekendmaking UvA Docent van het Jaar 2013. uva.nl

Nieuwjaarsborrel AAC Debat Corporate Governance

Met openingswoord van Arnoud Boot. Het eerste AAC-debat in het nieuwe jaar sluit aan bij het onderzoekszwaartepunt Corporate Governance. aac.uva.nl

Andragologie Hoe modern willen we zijn?

Collegereeks waarin Hans Achterhuis en Nico Koning ingaan op het actuele debat over traditie en moderniteit. Ook op 30 JAN, 6 en 20 MRT en 3 APR. andragologie.eu

Paul Klint

Andragologie Nieuwjaarslezing en -receptie

Kim Putters, directeur Sociaal Cultureel Planbureau houdt de nieuwjaarslezing. Thema: ‘De moraal van de participatiesamenleving’. andragologie.eu

Congres ACTA Het rendement van het element

Amsterdam Kennisstad

Zes colleges waarin excellente UvA- en VU-hoogleraren spreken over hun vakgebied en de rol die de stad daarin speelt, en in gesprek gaan met het publiek. In hoeverre mag Amsterdam zich een kennisstad noemen? In welke kennisdomeinen behoort Amsterdam tot de wereldtop? Zef Hemel, bijzonder hoogleraar Grootstedelijke problematiek, in het bijzonder gericht op Amsterdam, treedt op als gespreksleider. 3 FEB Isa Baud: internationale ontwikkelingsstudies; 10 FEB Philip Scheltens: alzheimer; 17 FEB Barbara Baarsma: economie; 3 MRT Bob ten Cate: tandheelkunde; 10 MRT Lydia Krabbendam: psychologie; 17 MRT Ernst Hirsch Ballin: rechten. uva.nl/amsterdamlezingen

Barbara Baarsma, Bob ten Cate, Ernst Hirsch Ballin

7 feb

31 mei

27 jAN

Een week lang elke avond een literair debat in de AAC, met als thema de zeven hoofdzonden. aac.uva.nl

Zeven hoofdzonden

31 jan

Hoogleraar Palynologie en kwartairoecologie

31

Sterrenkijkavond

jan

Op heldere avonden staan telescopen opgesteld bij het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek. Bij bewolking vinden rondleidingen door de sterrenkoepels plaats. Ook op 28 FEB, 28 MRT, 25 APR. www.astro.uva.nl/publiek/sterrenkijkavonden

Henry Hooghiemstra

De Krim

In de tentoonstelling ‘De Krim. Goud en geheimen aan de Zwarte Zee’ over het trefpunt van antieke culturen aan de zijderoute beleven enkele bijzondere gouden objecten hun West-Europese première. allardpiersonmuseum.nl/tentoonstellingen

Congres ACTA

feb

Plenaire voordrachten en werkgroepen geven een beeld van de behandelopties van kaakgewrichtsproblematiek. acta-de.nl

13

Congres

feb

Lezingen en rondleidingen langs laboratoria brengen docenten vwo op de hoogte van de stand van zaken op het gebied van het chemisch wetenschappelijk onderzoek. science.uva.nl

7 mrt

jAN Afscheidscollege

Tentoonstelling

13

Vraagstukken op het gebied van implantologie, endodontologie en cariëspreventie. acta-de.nl

Boekencafé

31

feb

Amsterdamlezingen

Wijn & Spijs

Afscheidscollege

23

3

History of Food

22

Tentoonstelling

Eredoctoraten en Docentprijs

Collegereeks waarin Ton Notten, Joseph Kessels en Ella Kalsbeek professionals die opereren in de samenhang tussen onderwijs, jeugdzorg een arbeidsmarkt informeren over het verbeteren van de sociale kwaliteit van de stad. Ook op 30 JAN, 13 FEB, 6 en 20 MRT, 3 en 17 APR. andragologie.eu

Symposium

The Library

Zeshonderd kaarten uit de gerestaureerde Atlas der Neederlanden tonen hoe het Koninkrijk der Nederlanden tweehonderd jaar geleden vorm kreeg. bijzonderecollecties.uva.nl

Overleven en opgroeien in de stad anno 2014

17

Tentoonstelling Lynne Leegte laat in de Artis Bibliotheek met dertig stenen boeken de transformatie van een bibliotheek zien. bijzonderecollecties.uva.nl

Andragologie

7 mrt

De sterrenhemel dichtbij

13 mrt

TMD Doe Symposium

Chemie in Amsterdam

Andragologie Met modellen meer mans?

Collegereeks waarin Robert de Hoog laat zien wat de waarde van modellen is en handvatten geeft om de kwaliteit ervan in te schatten. Ook op 14, 22 en 28 MRT en 4 APR. andragologie.eu

Andragologie Bevlogenheid terug in het werk

Collegereeks waarin Gerard Donkers laat zien hoe organisaties in het sociale domein werken in een wereld vol complexiteit en onzekerheid en kunnen inspelen op ontwikkelingen in de samenleving en het overheidsbeleid. Ook op 21 MRT, 4 en 25 APR en 9 MEI. andragologie.eu

Afscheidscollege Claudine Chavannes-Mazel

Hoogleraar Kunstgeschiedenis van de middeleeuwen


Actuele gebeurtenissen alumni.uva.nl /agenda

www

22 mrt

Andragologie

Oraties

Ledenvergadering

Leden van de Kring Andragologie beschouwen het afgelopen jaar en kijken vooruit. andragologie.eu

Oraties vinden om 16.00 uur plaats in de Aula van de UvA, Singel 411. 10 jan Ameen Abu-Hanna

Hoogleraar Medische informatiekunde

11

Congres

apr

Lezingen over actueel onderzoek en interessante wiskundige problemen. Wetenschappers vertellen over hun onderzoek in en rondom de wiskunde. Voor docenten wiskunde en geïnteresseerde 6-vwo scholieren. science.uva.nl

Leve de Wiskunde!

11

Conferentie

apr

Met de initiator en kenner van mechanism design Cor van Dijkum. Organisatie: Kring Andragologie en Kring Amsterdamse Economen. andragologie.nl

12 apr

15 apr

Institutional Design

15 jan

14 mRT

J ouke Annema

Hoogleraar Pulmonale endoscopie

20 mRT

Sabine Severiens

Bijzonder hoogleraar Onderwijskunde, in het bijzonder het ontwerpen van onderwijs voor kwetsbare jongeren

H ans Maassen

Hoogleraar Quantum probability and quantum information 23 jan

21

27 mRT

Emile Schrijver

Bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het Joodse boek

Jan Voorberg

 Bijzonder hoogleraar Cellulaire hemostase

03 apr

Peter Jan Margry

Hoogleraar Europese etnologie J udith Sluiter

24 jan

J eroen de Kloet

09 apR

Hoogleraar Globalisering

Hoogleraar Medische selectie en begeleiding van werknemers

29 jan

Max Welling

Hoogleraar Machine Learning

30 jan

J oost Keurentjes

11 apr Geert van der Heijden

Hoogleraar Sociale tandheelkunde

Alumnidag

Bijzonder hoogleraar Toegepaste kwalitatieve genetica

Psychobiologie in de maatschappij

25 apr

Mark Deuze

 Hoogleraar Mediastudies, in het bijzonder journalistiek

07 feb

J ulia Noordegraaf

Lezingen over psychobiologie in de maatschappij, met loopbaaninformatie en –ondersteuning. Organisatie: de jarige Studievereniging Congo (95 jaar) en de pas opgerichte alumnikring. alumni.uva.nl/psychobiologie

Hoogleraar Erfgoed en digitale cultuur

Andragologie

 Bijzonder hoogleraar Langdurige zorg en dementie

21 mei

20 feb Wouter de Jonge

Hoogleraar Bio-inspired Sustainable Catalysis

Hoogleraar Experimentele neurogastroenterologie

23 mei Mireille Eechoud

28 feb Piet Verdonschot

Hoogleraar Informatierecht, in het bijzonder met betrekking tot het recht inzake toegang tot informatie

Veranderen bij cultuurverschillen

Huib Wursten laat zien welke effecten cultuurverschillen op organisatiegedrag en veranderingsprocessen hebben en hoe je kennis overdraagt aan medewerkers in een internationale context. Ook op 22 APR, 13 en 20 MEI en 3 JUN. andragologie.eu

16

Antieke cultuur

mei

Themamiddag over Griekse poëzie met lezingen van Irene de Jong, Hero Hokwerda, Emilie van Opstal, Marietta Ioannidou, André Lardinois en Arthur Bot. www.spui25.nl

Van Kafavis tot Homerus

16

Afscheidscollege

mei

Hoogleraar Franse letterkunde

24

Universiteitsdag

mei

Jaarlijks kennisfestival met debatten, colleges en workshops voor alumni en medewerkers van de UvA. Met uitdagend kinderprogramma op het Science Park. alumni.uva.nl/universiteitsdag

Ieme van der Poel

Kennis Update

13 feb Suzanne van de Vathorst

08 mei Willem Mulder

14 feb

Hoogleraar Nanotechnologie, toegepast binnen de vasculaire geneeskunde

Anne-Mei The

Bijzonder hoogleraar Wetland Restoration Ecology 07 mRT Raoul Engelbert

Bijzonder hoogleraar Fysiotherapie, in het bijzonder de zorgketen van complexe ziekenhuispatiënten

jun

Hoogleraar Nieuwe geschiedenis, in het bijzonder onderzoek der bronnen

Henk van Nierop

06 juni

Bas de Bruin

Tessa Roseboom

 Hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid 13 juni

Betty de Hart

 Hoogleraar Migratierecht

Amsterdamse Academische Club

De Amsterdamse Academische Club is de plek waar wetenschap, maatschappij en bedrijfsleven samenkomen. Elke donderdagavond is er een debat tussen een wetenschapper en iemand uit bedrijfsleven, overheid of maatschappelijke organisatie. Op vrijdagmiddag is er een informele borrel met live jazzmuziek. Elk kwartaal opent een expositie van een kunstenaar die een relatie heeft met de UvA of met Amsterdam. aac.uva.nl SPUI25

CREA

Afscheidscollege

J oyeeta Gupta

Hoogleraar Environment and Development in the Global South

Bijzonder hoogleraar Kwaliteit van de laatste levensfase en van sterven

SPUI25 is het academisch-cultureel centrum aan het Spui in Amsterdam. Het is een levendig podium dat de wetenschap met de culturele praktijk verbindt. Met terugkerende reeksen en programma’s die inspringen op de actualiteit. www.spui25.nl

20

05 mei

CREA organiseert lezingen, debatten, documentaire- en filmvoorstellingen over wetenschap, politiek, kunst en cultuur. Daarnaast verzorgt CREA inspirerende cursussen en workshops. CREA heeft een theater, een muziekzaal en een aantal grote en kleine studio’s. crea.nl

Illustere School

Met collegereeksen, lezingen, rondleidingen en themamiddagen laat de Illustere School zien welk onderzoek en onderwijs plaatsvindt binnen de Faculteit der Geesteswetenschappen. Leden van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging en UvA-medewerkers ontvangen tot dertig procent korting. is.uva.nl/publieksbijeenkomsten Nascholing leraren voortgezet onderwijs

Elk jaar kunnen leraren geschiedenis, filosofie, Nederlands, klassieke talen, moderne vreemde talen en kunst en cultuur hun kennis uitbreiden tijdens Mastercourses, waarin wetenschappers vertellen over de laatste ontwikkelingen in hun vakgebied. uva.nl/is-mastercourses


22 Pensioen

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

tekst • Shirley Haasnoot

Heel precies kijken Anne Kox, de eerste hoogleraar Wetenschapsgeschiedenis aan de UvA, nam in september afscheid. Zijn fascinatie voor Einstein en Lorentz blijft. Albert Einstein en Hendrik Lorentz, het zijn twee van de belangrijkste wetenschappers van de twintigste eeuw, die met hun onderzoek de moderne natuur‑ kunde ingrijpend hebben veranderd. Maar dat is niet wat wetenschapshistoricus Anne Kox bezighoudt, als hij hun werk bestudeert, nu al zo’n dertig jaar lang. Kox wil weten hoe ze tot hun inzichten kwamen, welke keuzes ze maakten in de uitwerking van hun theorieën en hoe hun werk door tijdgenoten werd ontvangen. ‘Geschiedenis is nooit een gestroomlijnd verhaal. Hedendaagse theorieën, ideeën en begrippen die we nu vanzelfsprekend vinden, ontstonden ooit moeizaam en na veel discussie en controverse. Einsteins theorie over het lichtkwantum bijvoorbeeld, werd door zijn collega’s aanvankelijk gewoon niet geloofd.’ Op 12 september hield Kox zijn afscheidsrede in de Aula van de Universiteit van Amsterdam, als bijzonder hoogleraar Geschiedenis van de natuurkunde. Zijn hele werkende leven was hij verbonden aan het Instituut voor Theoretische Fysica van de UvA: als student theoretische natuurkunde, promovendus, postdoc en sinds 1998 als eerste UvA-hoogleraar in de Wetenschapsgeschiedenis. ‘Natuurkundigen zagen de geschiedenis van het vak meer als een hobby, ondergeschikt aan theoretische natuurkunde. Dat idee heeft me lang achtervolgd.’ Zijn promotor Sybren de Groot was een belangrijke leermeester en degene die hem aanmoedigde om historisch werk te doen’, vertelt Kox vanuit zijn werkkamer in Pasadena in Californië, waar hij deze herfst drie maanden als Senior Editor aan het Einstein Papers Project werkt. ‘De Groot was enorm erudiet, zelfs flamboyant. In de jaren vijftig en zestig deed hij belangrijke zaken voor de natuur‑ kunde, maar hij sprak ook vloeiend Frans, Duits en Engels en hij was redacteur bij De Gids. Geregeld waren er avondjes bij hem thuis, vaak ad hoc, met vijf, zes man, promovendi en gepromoveerden. Of hij zei: “Ga mee een borrel drinken.” Dan liepen we naar Café Eik en Linde.’ Kox’ grote inspiratie op het gebied van de wetenschapsgeschiedenis was wetenschapshistoricus en goede vriend Martin Klein, hoogleraar aan Yale University en ook enige tijd Senior Editor bij het Einstein Papers Project. ‘Toen hij in 1974 als gastdocent naar Amsterdam kwam, heb ik hem goed leren kennen. We gingen wel eens naar concerten, bijvoorbeeld Oude Muziek in de Waalse Kerk.

Anne Kox – 1948 a.j.kox@uva.nl • 1972 Natuurkunde UvA cum laude • 1976 promotie UvA (proefschrift bekroond met de Winkler Prins Prijs) • 1976-1978 postdoc Theoretische natuurkunde • 1979-1985 onderzoeker NWO (toen nog ZWO) • 1985-1989 NWO (ZWO) Huygens Fellow • 1985-heden editor Einstein Papers Project • 1989-1998 universitair hoofddocent Wetenschapsgeschiedenis UvA • 1998-2013 bijzonder hoogleraar Geschiedenis van de natuurkunde UvA

Anne Kox krijgt bij zijn afscheid de bundel Physics as a Calling, Science for Society aangeboden, met artikelen van collega’s uit binnen- en buitenland.

Hij heeft een prachtig boek geschreven over Paul Ehrenfest, de natuurkundige die in 1912 Hendrik Lorentz opvolgde in Leiden. Klein kwam geregeld naar Nederland en ik was veel in Boston, waar het Einstein Papers Project tot 2000 gevestigd was. Ik nam dan vaak vrijdagmiddag de trein naar New Haven, waar Klein woonde, en was zondagavond weer terug.’ In 1993 haalde Kox Klein naar Nederland als Pieter Zeeman Gasthoogleraar bij de Faculteit der Natuur- en Sterrenkunde. ‘Klein heeft mij geleerd dat je heel precies moet kijken, niet naar een gestroomlijnd verhaal maar naar het detail, om te onderzoeken hoe wetenschappers dachten en hoe ze tot hun ideeën kwamen. Correspondentie, wetenschappelijke artikelen en publicaties zijn historische bronnen, je moet ze grondig lezen en daarnaast weten wat er in die tijd nog meer werd gepubliceerd. De Algemene Relativiteitstheorie ben ik pas goed gaan begrijpen toen ik in de jaren tachtig Einsteins artikelen las.’ Voelt Kox ook verbondenheid met de natuurkundigen uit het verleden? ‘Je leest iets dat heel persoonlijk is, je ziet de wetenschapper aan het werk.’ Lesgeven deed Kox altijd met plezier. ‘Bij de afdeling Geschiedenis gaf ik als Huygens Fellow een hoorcollege geschiedenis van de natuurwetenschappen en later als hoogleraar een werkgroep over de wetenschappelijke revolutie in de zeventiende eeuw en wetenschappers als Isaac Newton en René Descartes.

‘De Relativiteitstheorie ben ik pas goed gaan begrijpen toen ik Einsteins artikelen las’ Vaak was het een openbaring voor geschiedenisstudenten die op de middelbare school waren afgehaakt bij bètavakken, dat ze opeens begrepen waar deze natuurkundigen het over hadden. Bij natuurwetenschappen verzorgde ik hoorcolleges en werkgroepen over de geschiedenis van de moderne natuurkunde.’ Lesgeven doet Kox niet meer, maar ook na zijn emeritaat zit hij nog elke dag achter zijn bureau. Drie tot vier maanden per jaar werkt hij als Senior Editor aan het Einstein Papers Project, met als doel een ruime keus te publiceren uit Einsteins publicaties, correspondentie en wetenschappelijke aantekeningen – er zijn ruim 80.000 documenten waaruit gekozen moet worden. Hij is sinds de jaren tachtig aan dit project aan het California Institute of Technology in Pasadena verbonden. Kox rekent voor: ‘Deel dertien is inmiddels verschenen, er volgen nog ongeveer zeventien delen en daarvoor is 34 tot 51 jaar nodig. Ik maak het einde dus niet meer mee.’ Daarnaast werkt Kox in Amsterdam aan de afronding van het tweede deel van de tweedelige wetenschappelijke correspondentie van Lorentz. Ook schrijft hij Lorentz’ biografie. ‘Hij was een heel gelijkmatig, uitgebalanceerd man, ik vond het moeilijk om grip op hem te krijgen. Maar ik heb nu wel een beeld van hoe het bij hem werkte.’ Veel plezier had hij bij het schrijven van het hoofdstuk over Lorentz’ werk aan de Afsluitdijk. Tussen 1918 en 1926 stond Lorentz aan het hoofd van een commissie die onderzocht hoe de Afsluitdijk de hoogte van het water in de Waddenzee zou beïnvloeden. ‘Het was een enorme zijstap, die Lorentz met aarzeling zette. De hydraulica – stromingsleer – was van oudsher een ingenieurswetenschap met empirische regels. Waar een formule vandaan kwam, daar trokken de ingenieurs zich niet veel van aan. Lorentz schoeide het vak op wetenschappelijke leest.’ Lorentz’ voorspellingen bestonden uiteindelijk uit twee onderdelen: de beïnvloeding van de normale getijdenbeweging en die van de stormvloeden. ‘Dat was heel moeilijk en Lorentz zat met het laatste iets aan de lage kant, maar hij maakte een goede schatting. Ik heb de wiskunde grondig geanalyseerd, maar de numerieke berekeningen heb ik niet kunnen overdoen omdat de gegevens over getijden en stroomsnelheden niet meer beschikbaar waren.’ Is Kox vooral natuurkundige of historicus? ‘Als ik uitsluitend natuurkundige was gebleven was ik niet gelukkig geweest. Maar mijn opleiding als theoretisch natuurkundige is onmisbaar in wat ik nu doe. Ik heb het gevoel dat ik een vak heb dat me ligt en dat bij me past.’ Geneeskunde aan de UvA, dat was de keus van veel familieleden. ‘Mijn dochter is deze zomer aan de UvA afgestudeerd als basisarts, ze werkt nu in het AMC met een promotiebeurs. Mijn broer is chirurg, hij ging vorig jaar met pensioen en studeerde ook aan de UvA. En mijn vader, die huisarts was, ook. Ik ben opgegroeid in een huisartsengezin en vanaf mijn vroegste jeugd luisterde ik naar medische zaken die thuis werden besproken. Maar ik heb nooit enige aanvechting gehad om geneeskunde te studeren. Vanaf de tweede klas van de middelbare school was ik helemaal gegrepen door de natuurkunde.’ •


UvA-nieuws alumni.uva.nl /nieuws

UVA in beweging

www

23

UvA scoort maximaal op kwaliteitszorg

UvA investeert in onderzoek culturele industrie Amsterdam

Koning opent tentoonstelling Atlas der Neederlanden

Positief, zo luidt het oordeel van de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie (NVAO) over de kwaliteitszorg van het onderwijs aan de UvA. Op alle vijf de beoordelingscriteria – visie, beleid, resultaten, verbeterbeleid, en organisatie- en beslisstructuur – kent de NVAO de maximale score toe aan de UvA. De NVAO nam in februari en april dit jaar de Instellingstoets Kwaliteitszorg af op de UvA. In haar adviesrapport geeft de commissie van de NVAO aan ‘onder de indruk te zijn van de overtuigende wijze waarop de UvA heeft laten zien een duurzame koerswijziging ingezet te hebben en in control te zijn over de kwaliteitszorg voor haar onderwijs’.

Wat maakt een stad tot een cultureel succes? En hoe verhoudt dit succes zich tot economische bloei? Deze vragen zijn van groot belang voor een stad als Amsterdam. De UvA investeert de komende jaren structureel in onderzoek naar de culturele industrie van Amsterdam van 1600 tot heden. Het gaat om 428.000 euro per jaar voor het project Creative Amsterdam: An E-Humanities Perspective (CREATE), dat onderdeel is van het UvA-onderzoekszwaartepunt Cultural Heritage and Identity.

Op 17 oktober opende Zijne Majesteit Koning WillemAlexander de tentoonstelling ‘Atlas der Neederlanden: de dageraad van het Koninkrijk’ bij de Bijzondere Collecties van de UvA. Tijdens de feestelijke opening nam de Koning het eerste exemplaar van de facsimile-uitgave van De Atlas der Neederlanden in ontvangst, een topstuk uit de collectie Kaarten en Atlassen van de Bijzondere Collecties. De restauratie van de atlas was een van de doelen van het Jaarfonds van het Amsterdams Universiteitsfonds. De tentoonstelling loopt nog tot en met 9 februari.

Samenwerking online educatie Eredoctoraten voor Alvin Roth en James Crawford De UvA reikt tijdens de viering van de Dies Natalis op 8 januari 2014 eredoctoraten uit aan econoom en Nobelprijswinnaar Alvin Roth en rechtsgeleerde James Crawford. Crawford wordt onderscheiden vanwege zijn grote invloed op de internationale rechtswetenschap, vooral aansprakelijkheidsrecht; Roth vanwege zijn pioniersrol in ‘applied market design’, waarbij gereedschappen uit de speltheorie worden gebruikt voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.

Na een succesvolle eerste reeks van de eerste Massive Open Online Course (MOOC) van Nederland, gaat de UvA samenwerken met Coursera, een internationaal online educatieplatform. De UvA MOOC Communicatiewetenschap wordt vanaf januari ook aangeboden op Coursera. De gratis online cursus is Engelstalig, duurt acht weken en behandelt aan de hand van korte videoclips alle aspecten van communicatie, van geschiedenis en theorie tot invloed van de media op de maatschappij.

Nauwere samenwerking UvA, AMC en NFI

UvA hoog genoteerd in internationale rankings High-tech onderzoek gaat naar Science Park Amsterdam ASML, FOM/NWO, UvA en VU gaan samenwerken in het nieuw op te richten Institute for Nanolithography (INL). Het instituut gaat zich vooral richten op de halfgeleiderlithografie, de belangrijkste productietechnologie voor het maken van geheugenchips en processoren van pc’s, smartphones en tablets. Het INL wordt gevestigd op Science Park Amsterdam en wordt in eerste instantie door het FOM-instituut AMOLF ingesteld.

De UvA is voor het vierde jaar op rij de hoogst genoteerde Nederlandse universiteit in de QS World University Rankings. De UvA is drie plaatsen gestegen en bezet nu wereldwijd de 58ste plaats. In de Times Higher Education World University Rankings 2013-2014 staat de UvA - net als vorig jaar - op plaats 83. In de subrankings per discipline bezet Social Sciences aan de UvA de hoogste plaats van de Nederlandse universiteiten met plek 34 wereldwijd.

Prestigieuze ERC Advanced Grant voor vijf hoogleraren

Osira Verspyck

Monique Kooijmans

Neuropsycholoog Edward de Haan, scheikundige Joost Reek, wiskundige Lex Schrijver, celbioloog Hergen Spits en oncogeneticus Rogier Versteeg ontvangen de prestigieuze ERC Advanced Grant van de Europese Research Council (ERC). De subsidie wordt toegekend aan excellente onderzoekers voor grensverleggend onderzoek en bedraagt per project 2,5 miljoen euro.

De UvA, het AMC en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaan nauwer samenwerken op het gebied van foren‑ sisch medisch en wetenschappelijk onderzoek. Hiertoe wordt het Co van Ledden Hulsebosch Centrum (CLHC) opgericht. Met dit centrum willen de drie organisaties een bloeiend en internationaal erkend forensic science-programma in Nederland realiseren. Belangrijke bouwstenen hierbij zijn de UvA-masteropleiding Forensic Science, het omvangrijke onderzoeksprogramma, de vier bijzondere forensische leerstoelen, de koppeling van forensisch medisch en natuurwetenschappelijk onderzoek, en de intensieve verbinding met de forensische praktijk.

UvA brengt expertise Midden-Oosten samen Het Amsterdam Centre for Middle Eastern Studies (ACMES) van de UvA is officieel van start gegaan. Met ruim 75 associates brengt ACMES de expertise op het gebied van het Midden-Oosten bijeen vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines om de onderlinge samenwerking te bevorderen en te komen tot een gezamenlijke onderzoeksagenda. ACMES vormt niet alleen een platform voor samenwerking; het centrum organiseert ook (publieks) lezingen, symposia, masterclasses, conferenties en seminars.


24 wetenschap

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

tekst • Marc Laan beeld • Robert Belleman

De stad is een netwerk Hoogleraar Peter Sloot jaagt op cannabiscriminelen, onderzoekt hoe de hiv-epidemie verloopt en voorspelt wie drugsverslaafd gaat worden. Zijn nieuwste project heet SimCity: een volledige computersimulatie van de steden Amsterdam, Sint-Petersburg en Singapore. ‘Het lijkt er op dat achter elk complex systeem een netwerk zit.’

Het gesprek met Peter Sloot is nog geen tien minuten op gang, of de hoogleraar Computational Science springt op en draaft met een viltstift naar het whiteboard in zijn werkkamer op het Amsterdamse Science Park. Met een paar snelle streken tekent hij een grafiek die toont dat sinds 1970 meer dan de helft van de wereldbevolking in steden woont. ‘En het rare is, we weten bijna niks over steden. Wonen in dichtbevolkte gebieden brengt allerlei risico’s voor de inwoners met zich mee, zoals die zich voordoen bij overstromingen, misdaad, epidemieën en verkeersinfarcten.’ Even lijkt het of wij op bezoek zijn bij een sociale wetenschapper. Maar al snel vallen de puzzelstukjes in elkaar. Sloot, onderzoeker van complexe systemen aan de UvA, ziet een stad als een netwerk. En netwerken zijn z’n specialisme. ‘Een stad is een zelfsturend netwerk, maar wel een waarvan we nauwelijks iets snappen.’ En dus stopt Sloot alle kennis die hij over steden kan vinden in de computer, op zoek naar patronen. Big data mining heet deze aanpak. ‘Ik noem het mijn SimCity-project. Met de rekenkracht van computers voeren we simulaties uit die voorspellingen opleveren over het welzijn in de stad.’ Helemaal niks weten we ook weer niet over steden, zegt hij. ‘Al in 1974 was voorspeld dat als een stad in omvang verdubbelt, het economisch voordeel voor de inwoners 15 procent toeneemt. Kennelijk heeft het een evolutionair voordeel om in de stad te wonen. Je hebt er meer kans op economisch succes. Je kans op overleven en dus op voortplanting is er groter dan op het platteland.’ De oorzaak hiervan is ook wel bekend, vertelt Sloot. ‘Het zijn de netwerken. De sociale netwerken, de mobiliteitsnetwerken, de voedseldistributie, noem maar op. Die hebben in

een compacte stad allemaal een grotere efficiency. Die netwerken passen zich voortdurend aan. Wij noemen het Complexe Adaptieve Netwerken. Het begrijpen daarvan komt uiteindelijk allemaal neer op algoritmes en wiskunde.’ U gaat een simulatie bouwen van een ‘groot’ Amsterdam met drie miljoen inwoners. Is dat niet een beetje ambitieus? ‘Nee, de sterke rekenmodellen van nu hebben een aantoonbare voorspellende kracht. Dat helpt ons rampen te voorspellen en de gevolgen te beperken. Zoals tijdens de Love Parade in Duisburg, waar in de massa mensen vertrapt werden. Maar we richten ons ook op meer alledaagse zaken, zoals de parkeerproblemen in Amsterdam. Dertig procent van de parkeerhavens in deze stad staat leeg, terwijl auto‑ mobilisten zich suf zoeken naar een plekje.’ ‘Een nog niet helemaal opgelost probleem is: kun je wel ingrijpen in complexe systemen als een stad? Is dat nog controleerbaar te houden? Het goede nieuws is dat je kan meesturen door deel te nemen in het systeem. Hang bijvoorbeeld een billboard met een dame in Sloggy-slipje langs de straat. Gegarandeerd dat er een file ontstaat.’ Sloot onderzoekt niet alleen Amsterdam, ook de gegevens van Singapore en Sint Petersburg gaan de computer in. Hij timmert aardig aan de weg. In Singapore is hij gasthoogleraar en in Sint Petersburg hoogleraar. Samen met Amsterdam financieren deze steden zijn SimCity-project. Van Vladimir Poetin ontving hij er dit jaar een subsidie van 1,5 miljoen euro voor. ‘Dat geld komt uit een potje waarmee Poetin 22 topinstituten stimuleert. Hij haalde het weg bij de

stoffige Russische Academie voor Wetenschappen.’ In 2010 kreeg Sloot al een beurs van 3,6 miljoen euro uit Poetins Leading Scientist Program. Met dit geld opende de hoogleraar een laboratorium in Sint Petersburg, waar hij topgeleerden uit de hele wereld uitnodigt voor onderzoek. In diezelfde stad simuleren Sloot en zijn collega’s hoe drugsverslaving onder Russen ontstaat. ‘We willen voorspellen welke groepen verslaafden er aan zitten te komen.’ U kwam met een hinkstapsprong terecht in de wereld van Big Data. ‘Ik begon met mijn studie Scheikunde, maar kwam er snel achter dat ik veel onderliggende processen in de chemie niet begreep. Daarom deed ik er een studie Natuurkunde bij. Ik wil de rekenregels van de natuur ontdekken. Later, tijdens mijn promotieonderzoek aan het Nederlands Kanker Instituut, raakte ik onder de indruk van de ingewikkeldheid van biomedische processen. Ik mocht toen oncologie en immunologie bestuderen, daardoor begreep ik langzamerhand hoe de eiwitnetwerken in de biochemie werken. Pas met die kennis kon ik later wiskundige modellen bouwen van een groeiende tumor.’ Hoe raakte u verzeild in het onderzoek naar hiv-verspreiding? ‘In 2006 vroeg de Europese Commissie of zij één miljard euro voor hiv-bestrijding moest besteden aan medicijnen of aan gedragsverandering. Ons project Virolab kreeg hiervoor 4 miljoen euro. Achter de hiv-epidemie zit ook gewoon een netwerk dat je met computers in kaart kan brengen. Hiv is een fascinerend biochemisch, medisch én sociaal verschijnsel.


25

Peter Sloot – 1956 P.M.A.Sloot@uva.nl • 1983 Scheikunde en Natuurkunde UvA • 1988 promotie Computational Science UvA en NKI • 1997-2002 bijzonder hoogleraar Numerieke natuurkunde UvA • 2002-heden hoogleraar Computational Science UvA • 2005-heden gasthoogleraar Complexe systemen Nanyang Technological University, Singapore • 2011-heden hoogleraar Complexe systemen St. Petersburg State University, Rusland 2012 instelling Peter Sloot Leading Scientist Program, als Fonds op Naam bij het Amsterdams Universiteitsfonds. Doel is het ondersteunen en bevorderen van de uitwisseling van studenten uit Rusland en van de UvA.

Naarmate de medicijnen de ziekte beter bestrijden, gaan mensen zich weer seksueel riskanter gedragen – waardoor het effect van betere medicatie op de verspreiding duidelijk vermindert. Hiv is in de westerse wereld geen death sentence meer. In 2010 voorspelden wij met onze rekenmodellen dat hiv weer zou toenemen binnen specifieke homoseksuele groepen. Dat gebeurde inderdaad binnen twee jaar. Betere medicijnen en gedragsverandering moeten hand in hand gaan. Als iedereen een condoom zou gebruiken was het probleem natuurlijk sneller uit de wereld. Je hebt bij het bouwen van zo’n hiv-model niet alleen moleculaire kennis, virologie en immunologie nodig, maar ook psychologie en sociologie, en zelfs politicologie. Je kan zulke ingewikkelde modellen niet bouwen vanuit één discipline.’

gedragsanalyses uit op onvolledige data, die zij verkregen uit lastig te interpreteren interviews. Bijzonder moeilijk werk. Maar de opkomst van sociale media leidt tot aangepast gedrag van mensen. Veel van dit gedrag wordt geregistreerd via internet en kan geoogst worden voor analyse. Dat moet je natuurlijk wel netjes, ethisch en anoniem doen. Eerst gebruikten we wiskundige systemen om voorspellingen te doen. Toen kwam de natuurkunde erbij en later de chemie, de biochemie en de medische wetenschap. En nu komen ook de sociale systemen om de hoek kijken. Mensen reageren op hun omgeving. Daardoor verandert die omgeving weer. Die sociale terugkoppeling bij voorspellingen is gruwelijk ingewikkeld.’

‘Ik zie mensen als denkende deeltjes, deeltjes met gedrag’ Betekent dit dat disciplines als sociologie en economie nu echte wetenschappen worden, met dank aan de Computational Science? ‘Ik zou het wat bescheidener formuleren. De sociale wetenschappen en de economie kunnen hardere wetenschappen worden, door intensief gebruik te maken van de nieuwe data en de modellen uit de computationele wetenschappen. Je ziet dat dit ook snel aan het gebeuren is. Tot voor kort voerden sociologen vaak statistische

Kunt u deze krachtige rekenwetenschap loslaten op alle problemen in de wereld? ‘Het lijkt er op dat achter elk complex systeem een netwerk zit. Ik heb het mooiste vak in de wereld, ik mag dat allemaal onderzoeken. Neem ons immuunsysteem, dat onwaarschijnlijk complex is, maar waarvan de dynamica goed te beschrijven is met eiwit- en signaalnetwerken. De Computational Science met haar algoritmen zou wel eens een soort gereedschap kunnen worden voor het bekijken van systemen in

allerlei disciplines. Wat niet betekent dat je al die monodisciplines moet opheffen. De natuurkunde kijkt naar deeltjes, de sociologie kijkt naar gedrag. En ik kijk naar het mathematisch model en de kansvelden daarachter. Ik zie mensen als denk‑ ende deeltjes, deeltjes met gedrag. Mijn centrale vraag is: hoe verwerkt de natuur informatie, hoe rekent de natuur eigenlijk?’ Kun je ook boeven vangen met deze rekenmodellen? ‘Jazeker, dat gebeurt al. Samen met de politie Haaglanden hebben wij netwerken van cannabiscriminelen in kaart gebracht. Onze simulaties wijzen uit dat je er niet bent met het arresteren van de leider of de financiële man. Sterker nog, dan wordt het netwerk sterker en efficiënter. Ook criminele netwerken zijn immers adaptief. Maar haal je bijvoorbeeld de elektriciens uit zo’n systeem, dan stort het netwerk al gauw in. Deze voorspelling werkt in de praktijk, maar meer mag ik er niet over zeggen.’ Kunt u terreur voorspellen? ‘Nee, de essentie van terreur is: geen netwerken maken. Terroristen willen slechts eenmalige disruptie. Daarom is het moeilijk patronen te vinden.’ Bent u niet bang dat uw werk misbruikt kan worden voor Big Brotherpraktijken? ‘Data is in principe munitie voor weapons of mass destruction. Maar data leveren mogelijk ook medicatie op tegen ziekte, geweld en zelfs oorlog. Als je een beetje privacy inlevert, kun je wellicht een ziekte oplossen. Doe je dat niet, dan ben je ook een soort van misdadiger.’ •


26 wetenschap Spui —

kort nieuws De wetenschappelijke kennis neemt dagelijks toe. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dragen daaraan bij met proefschriften, papers en andere publicaties waarin zij de vruchten van hun arbeid wereldkundig maken. SPUI biedt een selectie van recente resultaten.

Stabiele schoolcarrière vergroot diplomakansen migrantenleerlingen Scholieren van Marokkaanse afkomst hebben meer kans hun diploma te halen als zij niet tussentijds switchen van school. Dit is een van de resultaten van het promotieonderzoek van Liesbeth van Welie. Van Welie bestudeerde de positie van leerlingen met een migrantenachtergrond in het voortgezet onderwijs in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. In vier deelstudies keek zij naar de samenhang tussen buurtsamenstelling en deelname aan havo/vwo, het verband tussen schoolswitch en onderwijssucces, de afstand school-huis als maat voor selectieve schoolkeuze, en de bruikbaarheid van kennis uit bestaand wetenschappelijk onderzoek voor scholen met veel migrantenleerlingen.

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Meer starters op Amsterdamse woningmarkt Het aantal starters op de Amsterdamse woningmarkt is tussen 2005 en 2010 gegroeid. De nieuwkomers gaan echter steeds vaker buiten de ring wonen. Dit blijkt uit onderzoek aan de UvA in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De onderzoekers van het Centre for Urban Studies bekeken de toegankelijkheid van de Amsterdamse woningmarkt – zowel huur als koop – voor drie startersgroepen: ‘nestvlieders’, studenten en recent afgestudeerden. Hoewel het aantal starters groeide, blijkt de stad niet even toegankelijk voor elk van hen. Uit interviews blijken de juiste contacten cruciaal te zijn voor het verkrijgen van een woning. Starters van buiten de regio Amsterdam hebben bijvoorbeeld vaak een kleiner lokaal netwerk waardoor het vinden van een woning moeilijker is. Ook zijn starters met vermogende ouders succesvoller dan starters met armere ouders.

ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE

Nederlandse kledingstijl niet belangrijk voor consument en merk Nederlandse consumenten en merken vinden een typisch Nederlandse kledingstijl niet belangrijk. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Constantin-Felix von Maltzahn. Consumenten houden bij het kopen van kleding geen rekening met waar de kleding vandaan komt of ontworpen is. In de praktijk zijn consumenten zich vaker niet dan wel bewust van de nationale oorsprong van hun aankopen. Zij voelen zich vooral aangetrokken tot bepaalde kleding omdat die hun behoefte weergeeft of aansluit bij hun levensstijl. Ook lokale modemerken houden zich niet bezig met een typisch Nederlandse kledingstijl. Zij houden hoogstens rekening met een mogelijke lokale stijl die te maken kan hebben met een meer informeel cultureel klimaat of een groter en iets steviger lichaamstype dan elders.

Autofabrikanten investeren uit concurrentieoogpunt in duurzame innovatie Niet alleen overheidsingrijpen, maar ook de concurrentie tussen autofabrikanten heeft bijgedragen aan de opkomst van milieuvriendelijke auto’s. Met name de onzekerheid over wat de concurrentie gaat doen, stimuleert autofabrikanten te investeren in duurzame innovatie, stelt René Bohnsack in zijn promotieonderzoek. Emissiearme voertuigen, zoals hybride, elektrische en brandstofcelvoertuigen, zijn wereldwijd nog steeds niche-producten. Ze zijn duur, kunnen slechts een korte afstand afleggen, en vaak ontbreken voldoende oplaadpunten in de buurt. Toch investeren steeds meer bedrijven in milieuvriendelijke, vooral elektrische, auto’s.

GEESTESWETENSCHAPPEN

Collaborateurs na WO II: van straf tot heropvoeding De gedachte dat landverraders uit de Tweede Wereldoorlog massaal uit de samenleving moesten worden geweerd maakte in 1946 in zowel Nederland als België plaats voor het idee dat deze collaborateurs moesten worden heropgevoed om vervolgens zo snel mogelijk te re-integreren. Deze ontwikkeling van verwijdering en straf naar ‘genezing’ en terugkeer staat centraal in het proefschrift van Helen Grevers. In de nasleep van de oorlog werden in Nederland en België samen meer dan tweehonderdduizend verdachten van samenwerking met de Duitse bezetter gearresteerd en opgesloten in kampen en gevangenissen, de grootste opsluitingsoperatie in de Nederlandse en Belgische geschiedenis.

Terrorismefinanciering nauwelijks te achterhalen met data-analyse De data-analyses die worden uitgevoerd in de Europese strijd tegen terrorismefinanciering blijken nauwelijks resultaat op te leveren. Dit concludeert Mara Wesseling in haar promotieonderzoek. Direct na de terroristische aanval van 11 september kwam de Europese Unie met het EU Action Plan for Combating Terrorism. Het bestrijden van terrorismefinanciering werd daarvan een ‘core component’, omdat politici, beleidsmakers en juristen geld als een vitaal onderdeel zagen voor het voortbestaan van terrorisme.

Intimiteit belangrijk in liefdesrelaties tieners MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN

Pedagogische kwaliteit kinderopvang stijgt De pedagogische kwaliteit van de kinderdagverblijven voor baby’s tot 4-jarigen stijgt. De stijging van de kwaliteit – een duidelijke trendbreuk met vorige peilingen – is met name fors bij de kwaliteit van het zorg- en opvoedingsproces. Ondanks deze stijging is de kwaliteit nog niet op alle punten voldoende en is er ook veel ruimte voor verbetering. Dit blijkt uit een landelijke peiling van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO), een samenwerkingsverband van de Universiteit van Amsterdam en de Radboud Universiteit Nijmegen.

Voor veel tieners is intimiteit in liefdesrelaties net zo belangrijk als passie en lichamelijke aantrekkingskracht. Ook trouw en toewijding zijn van belang. Dat concluderen onderzoekers van het Center for Research on Children, Adolescents and the Media op basis van hun studie die verscheen in The International Journal of Behavioral Development. Sindy Sumter, Patti Valkenburg en Jochen Peter inventariseerden de opvattingen over liefde en relaties van 1765 Nederlandse tieners van 12 tot en met 17 jaar.


UvA-nieuws alumni.uva.nl /nieuws

www

Leugenaars blijken eerlijk over hun oneerlijkheid De aanname dat iedereen liegt is onjuist. Veel mensen liegen niet; slechts een kleine minderheid liegt heel vaak. Daarnaast zijn veel leugenaars eerlijk en open over hoe vaak ze liegen. Dit concluderen Rony Halevy, Bruno Verschuere en Shaul Shalvi na onderzoek waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Human Communication Research. De onderzoekers vroegen aan 527 studenten hoe vaak ze in de afgelopen 24 uur hadden gelogen. Net als eerdere studies ontdekten ze dat de deelnemers aan het onderzoek toegaven gemiddeld twee keer per dag te liegen. De onderzoekers stellen dat hieraan niet de conclusie mag worden verbonden dat iedereen liegt. Het gemiddelde geeft een vertekend beeld door individuele verschillen in liegen. In de studie gaf namelijk 41procent van de deelnemers aan niet gelogen te hebben en bleek vijf procent van de deelnemers verantwoordelijk te zijn voor veertig procent van alle leugens.

en veiliger te lijf dan de huidige generatie medicijnen. Dat blijkt uit de resultaten van een grootscheeps patiëntenonderzoek, die zijn gepubliceerd in New England Journal of Medicine. Het betreft de grootste wereldwijde klinische studie ooit uitgevoerd bij patiënten met inflammatoire darmziekten. Een team van het AMC onder leiding van Geert D’Haens heeft aan dit onderzoek meegewerkt. Hoewel het geneesmiddel voorlopig enkel beschikbaar is in onderzoeksprojecten, zit het in het traject om toegelaten te worden in Nederland.

27

Water smeert nanomachines UvA-scheikundige Matthijs Panman en zijn collega’s hebben ontdekt dat kleine moleculaire machines veel sneller bewegen als je ‘smeermiddel’ toevoegt aan hun omgeving. Tot verrassing van de onderzoekers blijkt water verreweg het beste te smeren. Het onderzoek, dat is verschenen in Nature Chemistry, was erop gericht de bewegingssnelheid te bepalen van twee nanomachines: een moleculair wiel en een door licht aangedreven moleculaire motor. Beide machines bestaan uit slechts één molecuul (opgebouwd uit enkele tientallen atomen) en zijn ongeveer één nanometer groot (een miljardste meter).

NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Spons onmisbaar voor leven in tropisch koraalrif

MEDISCHE WETENSCHAPPEN

Emotionele problemen mogelijk oorzaak tandartsangst Emotionele problemen en de manier waarop kinderen met problemen en stress omgaan, kunnen een rol spelen bij tandartsangst bij kinderen. Dit blijkt uit het proefschrift van ACTA-onderzoeker Janneke Krikken. Krikken onderzocht de relatie tussen de opvoedstijl van ouders, tandartsangst van kinderen en het gedrag van kinderen tijdens de tandheelkundige behandeling. Hoewel tandartsen vaak aangeven dat zij geloven dat de opvoeding van ouders invloed heeft op de behandelbaarheid van kinderen, kon Krikken deze relatie in haar onderzoek niet aantonen. Wel vertoonden kinderen met slaapproblemen, concentratieproblemen en agressief gedrag meer oncoöperatief gedrag bij de tandarts.

Hoe kan het koraalrif, een van de meest diverse en productieve ecosystemen ter wereld, bestaan in voedselarme tropische wateren, als een oase in een woestijn? Die vraag, ook wel Darwins Paradox genoemd, lijkt na 171 jaar beantwoord door onderzoekers Jasper de Goeij van de UvA en Dick van Oevelen van het NIOZ in hun publicatie in Science. De onderzoekers laten zien dat sponzen de ontbrekende schakel vormen tussen koralen en algen, en de andere bewoners van het koraalrif. Sponzen hergebruiken afvalstoffen van koralen en algen. Ze zetten die om in voedingsstoffen die de andere rifbewoners kunnen gebruiken. Deze cruciale omzetting in de sponge loop (sponskringloop) zorgt ervoor dat energie en voedsel behouden blijven binnen het koraalrif en niet verloren gaan in de omringende zeewoestijn.

Blokkade Pirate Bay weinig effectief

Eerste meervoudig planeetstelsel ontdekt met niet-uitgelijnde planeten

Nieuw geneesmiddel voor colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn Voor uitbehandelde patiënten met chronische darmontstekingen zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa, is er een nieuw geneesmiddel met de werkzame stof Vedolizumab. Het middel gaat ontstekingen in de darmen effectiever

RECHTSGELEERDHEID

Een internationale groep wetenschappers, onder wie astronoom Saskia Hekker van het Anton Pannekoek Instituut, heeft het eerste meervoudige planeetsysteem ontdekt waarbij het baanvlak van de planeten extreem schuin staat ten opzichte van de evenaar van hun moederster. De ontdekking die in Science wordt gepubliceerd, werpt nieuw licht op een van de grote vraagstukken in de exoplanetentheorie: de vorming van zogenoemde ‘hete Jupiters’, die in een zeer nauwe omloopbaan rond hun ster draaien.

De blokkade van The Pirate Bay (TPB) heeft weinig effect gehad op de mate waarin consumenten illegaal downloaden. Dat blijkt uit onderzoek aan de UvA en CentERdata (Tilburg University). De onderzoekers bekeken het effect op het afsluiten van de toegang tot TPB door Nederlandse internetproviders – sinds februari en mei 2012 gerechtelijk opgelegd – op twee manieren: door consumentenenquêtes en door een techniek die BitTorrent Monitoring heet. Uit de enquêtes blijkt dat een aantal consumenten weliswaar aangeeft dat ze door de blokkade minder zijn gaan downloaden, of helemaal zijn gestopt, maar er is ook een kleinere groep die zegt juist meer te zijn gaan downloaden. Per saldo is het aantal mensen dat wel eens downloadt uit illegale bron tussen mei en december 2012 niet afgenomen.


28 essay

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Sexy imperfectie


29 tekst • Ellen Rutten beeld • Tessa van der Eem

Tafels van sloophout, korrelige foto’s, slow food. Volgens slavist Ellen Rutten is imperfectie een antwoord op ons verlangen naar authenticiteit en oprechtheid in een wereld van snelle technologische vernieuwingen. Het streven naar onvolkomenheid leidt echter niet tot slordigheid, maar tot perfect vormgegeven imperfectie. In een guur, donker Helsinki bezocht ik in november 2007 tijdens een vakcongres een lezing over padonki-taal. Padonki – een bewust foutief gespelde vorm van het Russisch voor ‘mafkezen’ – is een populair Russisch internetjargon. De padonki vormen een subcultuur van hoogopgeleide Russen die heersende Russische spellingsregels en grammaticale normen verwerpen. In hun ‘Antigrammatikaal manifezd’ presenteren ze die afkeer van correcte taal als protest tegen digitale perfectie. ‘Hoe folmaaktur duh kompjoeter-speltsjekurs’, zo stellen ze in authentieke padonki-spelling, ‘hoe meer duh rusiesuh taal haar zpontaanietijd en sjarmuh ferliezd’. Kort voordat ik in Finland voor het eerst van de padonki hoorde werkte ik in Amsterdam als verslaggever voor Frame, een internationaal toonaangevend tijdschrift over vormgeving en productdesign. Daar maakte ik kennis met de productserie Klei. Bij verschijning in 2006 was Klei – een reeks nadrukkelijk stuntelig uitziende handgemaakte objecten van Maarten Baas – een onmiddellijk succes. Inmiddels is de serie te bewonderen in gezaghebbende musea. Online winkels promoten Baas’ Kleistoelen als meubels die ‘letterlijk’ de ‘hand van de ontwerper verraden’.

Sloophout Baas maakte met Klei een bewust ongepolijst product. De afgelopen jaren groeide de aandacht voor vergelijkbaar bewust niet-technisch verfijnd design. Denk maar aan Nederlands bekendste voorbeeld van quasi-krakkemikkige vormgeving: Piet Hein Eeks sloophouten meubels. Eek presenteert zijn sloophouten kasten en stoelen als werk dat hij met ‘eenvoudige productieprocessen’ vervaardigt om te ‘laten zien dat producten die niet perfect zijn, toch aan onze gevoelens van esthetiek en functionaliteit kunnen voldoen’. Die strategie werkt: zijn meubels zijn zo populair dat schrijver Erwin Wijman onlangs in NRC Handelsblad mopperde over de verpietheineekisering van onze huiskamers. ‘Anno 2013’, schreef Wijman, ‘struikel je over de sloophouten kasten en tafels en stoelen en bankjes en poefjes en krukjes. ... Zelfs de Praxis verkoopt meubels van sloophout’. Eeks kasten, de Klei-serie en de padonki-experimenten: stuk voor stuk verheffen ze imperfectie tot gouden standaard – en stuk voor stuk slaan ze aan. Wat maakt imperfectie zo sexy voor creatieve professionals? Hoe is hun liefde voor het onvolkomene historisch te verklaren?

Eén van die emoties is de zorg om verlies van authenticiteit, of, zoals communicatie-expert Nancy Baym het noemt, het behoud van de authenticiteit van het menselijke contact. Eeks simpele productieproces en het ‘Antigrammatikaal manifezd’ zijn nieuwe vormen van die oude zorg dat nieuwe technologieën authentiek menselijk contact bemoeilijken. En de padonki nemen hun toevlucht tot even oude strategieën door imperfectie te presenteren als antwoord op automatisering. Al toen de boekdrukkunst werd uitgevonden brandmerkten critici het mechanische gedrukte boek als oppervlakkig en niet-authentiek. Uitgevers reageerden met een even simpel als doeltreffend middel: zij experimenteerden met ogenschijnlijk handgeschreven lettertypes. Zoals nepleren kaften voor iPads nu het gedrukte boek imiteren, zo simuleerden hun boeken toen precies het quasi-amateuristische model dat klanten begeerden: het handgeschreven manuscript.

Jazz In de eeuwen die volgen herhaalt zich de neiging om authenticiteit in het niet-technische te zoeken. Midden negentiende eeuw stelt cultuurcriticus John Ruskin dat echte kunst handgemaakt en onvolmaakt is. En in 1936 schrijft filosoof Walter Benjamin in zijn beroemde essay over mechanische reproductie dat het totale bereik van authenticiteit zich onttrekt aan de technische reproduceerbaarheid. Benjamin poneert zijn stelling in een periode van razendsnelle technologische progressie – én van een opvallende fascinatie met het imperfecte. Onder componisten van jazz bijvoorbeeld – een toen opkomend muziekgenre dat volgens muziekhistoricus Ted Gioia principieel ‘het menselijke en dientengevolge imperfecte element van kunst’ verkiest boven technische perfectie. Gioia, Benjamin en Ruskin komen samen in een veel langere lijst van vergelijkbare historische fascinaties met imperfectie. Zij laten twee dingen zien. Eén: in de loop van onze geschiedenis versterken technologische vernieuwingen ons existentiële verlangen naar het niet-volkomene. Twee: in periodes van drastische technologische vooruitgang zetten creatieve professionals imperfectie in om het publiek te overtuigen van hun oprechtheid en authenticiteit. Ik ben niet de eerste die dit historische verband tussen technologisering en imperfectie opmerkt, maar een integrale analyse ontbreekt. Er bestaat geen cultuurgeschiedenis van creatieve imperfectie, geen overzichtsstudie die de verschillende historische visies tegen elkaar afzet.

‘Al toen de boekdrukkunst werd uitgevonden brandmerkten critici het mechanische gedrukte boek als oppervlakkig en niet-authentiek’ Ecologische problemen Eek, Klei en het padonki-Manifezd illustreren een ontwikkeling die sinds de jaren negentig alle creatieve disciplines doorkruist die in enige mate leunen op nieuwe technologieën. Ik heb het over creatieve imperfectie. Die term gebruik ik voor een trend om de toenemende perfectie die hi-tech automatisering toestaat te beantwoorden met esthetische imperfectie. In reactie op digitalisering kiest een substantiële groep creatieve professionals voor een kritische of speelse omgang met technische verfijning. Zij prijzen imperfectie als waarmerk voor authenticiteit of artistieke oprechtheid. Die preoccupatie met onvolmaaktheid is niet alleen een weerwoord op technologische veranderingen. Eek bekritiseert deels ecologische problemen; andere imperfectie-adepten reageren op economische of politieke malaise. Maar tussen automatisering en imperfectie bestaat een wel bijzonder halsstarrig verband, en de gewoonte om technologische imperfectie als authentiek te bestempelen is even halsstarrig. De verbinding van imperfectie met authenticiteit is niet uniek voor onze tijd. Ze past in het complex van dromen, fantasieën en angsten die – dat laten mediahistorici als William Boddy overtuigend zien – telkens ontluiken als nieuwe technologieën hun intrede doen. Angst, boosheid, euforie: het zijn drie van de vele en vaak intense emoties die radicale technologische progressie steeds weer losmaakt in de loop van de geschiedenis.

Het ontbreken van systematisch onderzoek is des te opmerkelijker omdat creatieve imper‑ fectie juist in onze tijd een snaar raakt. Hoe klassiek de fascinatie met imperfectie ook is, diezelfde fascinatie is nu wel erg urgent. De laatste decennia is het aantal technologieën waarmee we ons leven perfecter kunnen vormgeven exponentieel gestegen. Photoshop laat ons onwelgevallige details uit digitale afbeeldingen filteren; spellingscontrole-software helpt ons bij het schrijven van foutloze zinnen; en met navigatiesystemen vinden we de weg in een vreemde omgeving. De wereld van Photoshop en TomTom is een wereld van steeds verregaander automatisering en virtualisering van informatie – één die levendige debatten aanwakkert over wat menselijk is, wat natuurlijk, en wat authentiek. In die wereld is imperfectie een sleutel tot succes gebleken in een breed spectrum van wereldregio’s en een even breed scala aan culturele disciplines.

Klankvervormingen Een exemplarisch voorbeeld is glitch, een muziekgenre dat ontstond in de jaren negentig. Glitchmusici als Aphex Twin kozen in die tijd gericht voor disfunctionele geluidstechnieken. Criticus Kim Cascone typeerde glitch als een ‘esthetiek van mislukking’ die laat zien dat ‘digitale hulpmiddelen slechts zo perfect zijn … als de mensen die ze maakten.’ Aphex Twin en andere glitchcomponisten bewerkstelligen een failure-effect door een zorgvuldig spel met


30 essay Ellen Rutten – 1975 ellen.rutten@uva.nl • 2005 promotie Slavische talen en culturen RUG cum laude • 2005-2007 parttime docent Slavische talen en culturen UvA en LEI • 2006-2007 verslaggever Frame, tijdschrift over vormgeving en productdesign

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

• 2007-2009 postdoc University of Cambridge (NWO Rubicon) • 2009-2012 postdoc Univer‑ siteit Bergen, Noorwegen (The Future of Russian: Language Culture in the Era of New Technology) • 2012-heden hoogleraar Letterkunde, in het bijzonder Slavische literatuur en cultuur UvA

mismaakt opnamemateriaal, klankvervormingen en vinylplaatgekras. Die experimenten hebben voelbare sporen nagelaten in pop en moderne klassieke muziek. Ritmische en ruisachtige glitch-verstoringen horen we bijvoorbeeld in Beyoncé Knowles en Lady Gaga’s gezamenlijke hit ‘Telephone.’ Het ongepolijste heeft een soortgelijke meerwaarde in film. Een bewust spel met technische imperfectie spelen Deense Dogma-films, Aleksandr Sokurovs Russian Ark (2002) – maar ook Hollywoodkrakers als The Blair Witch Project (1999). Hun makers bezingen, in de woorden van filmhistoricus Nicholas Rombes, ‘niet de digitale perfectie maar juist de opzettelijke imperfecties die vorm krijgen in onscherpe of korrelige beelden, bibberige camera-opnames en andere zaken die kijkers eraan herinneren dat het mensen waren die deze films maakten.’ ‘Deliberate imperfections’ zijn de afgelopen decennia een even aantrekkelijke creatieve strategie gebleken in fotografie. Quasi-amateuristische foto’s zijn geen uitvinding van nu – maar nieuw is wel de dichtheid waarmee ze onze publieke ruimte vullen. Anno 2013 vinden we bewust niet-gepolijste foto’s in het werk van professionals (zoals de bekende Russische fotograaf Sergej Tsjilikov), in fotoverzamelprojecten (als in de fotocollecties van Erik Kessels), en bij de miljoenen hobbyfotografen die apps als Instagram gebruiken. De Instagrammer werkt gulzig met traditioneel als ‘fout’ geldende fototechnieken als verzadigde kleuren, onscherpe contouren en overbelichting. Dezelfde hang naar ‘foute’ technieken vertonen architecten en interieurdesigners. Zoals de hand van Baas zichtbaar is in zijn meubels, zo is de hand van de ontwerper doelbewust aanwezig in veel nieuwe gebouwen en horeca-interieuren. Dit geldt voor locaties in Nederland – ik denk aan nadrukkelijk ongepolijst ogende Amsterdamse ontmoetingsplaatsen als Hannekes Boom, Roest of Café Modern – maar ook elders. Sasja Brodskij’s Moskouse restaurant 95 Graden oogde nadrukkelijk onaf. Schijn bedriegt: de voorbeelden die ik noem zijn uitzonderlijk succesvolle projecten, voor wier makers imperfectie vaak een doel op zich is. 95 Graden ontleent zelfs zijn naam aan quasi-gammele vormen: de bewust net niet rechte hoek waarin het bouwsel boven het water hangt. Voor Brodskij is juist die gerichte gammelheid een garantie voor ‘een bijzondere … oprechtheid’, zo zei hij toen ik hem in mijn Frame-tijd interviewde. Oprechtheid wordt ook in onze eetcultuur in toenemende mate gezocht in het niet-perfecte. Nu de voedselindustrie steeds rigoreuzer mechaniseert voeren koks, startende horecaondernemers en filosofen pleitredes voor biologisch, duurzaam, slow voedsel – pleitredes waarin het onvolmaakte een cultstatus kan aannemen. In Berlijn protesteert cateringbedrijf Culinary Misfits tegen het weggooien van producten die de supermarktnorm niet halen. De oprichters noemen ecologische en economische problemen als motivatie, maar in interviews en via zorgvuldig gestileerde foto’s presenteren ze hun project ook als interventie in een hypergetechnologiseerde en geperfectionaliseerde voedselketen.

B-servies Muziektheoretici, filmhistorici, voedselexperts: ze bezingen met haast drammerige herhaling menselijke imperfectie in reactie op technologische perfectie. Datzelfde doen designers – en dan bedoel ik niet alleen Eek en Baas. Hella Jongerius bakt de onderdelen van haar zogenaamde B-servies – dat alle grote Nederlandse kranten haalde – bewust iets te heet. De resulterende productiefouten zorgen ervoor dat ieder serviesstuk uniek is. Droog Design directeur Renny Ramakers herkent in het B-servies een recente ‘trend in imperfection’ in design – één die reageert op de ‘alles dominerende perfectionistische technologie van onze tijd die menselijke onvolmaaktheden steeds verder naar de achtergrond duwt.’ Vergelijkbare geluiden weerklinken in mode en textieldesign. Gerenommeerde modeontwerpers als Vivienne Westwood, Martin Margiela en – in Rusland – White Trash for Cash spelen met kreukels, scheuren en schimmels in zichtbaar door punk geïnspireerde collecties. Intussen schrijven modebloggers over wabi-sabi – een oude Japanse levensfilosofie die draait om acceptatie van het niet-perfecte. Experts spreken van een ‘emergence of handmade … practices’ die het technisch steeds geraffineerder productieproces van textieldesign bloot‑

leggen, ‘as gestures of sincerity’. Gelijksoortige retoriek vinden we in grafisch design. Zoals uitgevers ooit handschriften imiteerden om printboeken authentieker te laten lijken, zo biedt het bedrijf MyFonts ons nu quasi-handgeschreven digitale fonts. De eigenaar noemt ze ‘experimenten in opzettelijke imperfectie, ontworpen om de klinische en precieze aard van digitale typografie tegen te gaan.’ De MyFonts-missie overlapt met die van andere projecten waarin taal en beeld vervloeien. Zo bestaat een recente bundel van de Russische dichteres Vera Pavlova volledig uit handgeschreven gedichten. Volgens de uitgever beklemtoont de keus om de gedichten in haar handschrift te drukken hun ‘oprechtheid’. Met Pavlova belanden we bij mijn ‘thuisdiscipline’: de literatuur. Ook voor veel literaire professionals is imperfectie vandaag een artistiek doel op zich. Bloggende schrijvers presenteren bijvoorbeeld een niet-volmaakte schrijfstijl als norm voor online literair auteurschap. Net als de padonki-experimenten past die keus voor talige imperfectie in breder – en door taal- en communicatiewetenschappers uitgebreid gedocumenteerde – veranderingen in ons taalgebruik als gevolg van digitalisering. Onder schrijver-bloggers uit deze transitie bestaat een opmerkelijke tolerantie voor alternatieve interpunctie en spelfouten. Een gezaghebbend schrijfster als Tatjana Tolstaja presenteert haar blog zelfs nadrukkelijk als een plaats ‘om fouten te maken’ en ‘alle grammaticaregels te negeren’. En journaliste Marina Mitrenina zegt in 2003 in een invloedrijk online tijdschrift dat digitale literatuur ‘oprechtheid prefereert boven grammaticale correctheid’.

‘Niet iedere Eekconsument ziet een sloophouten tafeltje als verzet tegen digitalisering’ Geen slordigheid Met Mitrenina bereiken we het eind van mijn parade van creatieve imperfecties. De glitchmusici, de Instagrammer, Tolstaja: samen laten ze zien dat het imperfecte een intense preoccupatie is van cultuurproducenten van nu. Niet voor niets vervallen die zelden in daadwerkelijke slordigheid: wat ze ons bieden is een welbewust ontworpen – je zou kunnen zeggen uiterst perfectionistische – imperfectie. Mijn voorbeelden laten ook zien dat die perfect vormgegeven imperfectie een sleutel tot succes is. De voorbeelden die we zojuist bekeken, brengen hun makers of bedenkers aanzien binnen hun vakgebied; ze trekken persaandacht; of ze verkopen gewoon goed. Dat betekent niet dat voor alle ‘imperfectie-consumenten’ het discours dat ik beschrijf even belangrijk is. Niet elke Eek-consument ziet een sloophouten tafeltje als verzet tegen digitalisering. Maar flarden van datzelfde discours komen wel degelijk terug in lifestylemagazines, woonbladen, chatfora – kortom, in de populaire discussie over rafelranden, sloophout en slow. Ook die laat zien dat imperfectie in onze maatschappij – die experts niet voor niets bestempelen als een om authenticiteit draaiende ‘experience economy’ – simpelweg werkt. Deze maatschappelijke resonantie is, naast het feit dat creatieve imperfectie door veel mensen op veel plaatsen omarmd wordt, reden te meer om onderzoek naar dit onderwerp grondiger aan te pakken. •


31

proefschrift tekst • Robin van Wechem

‘Het duurt hooguit iets langer voordat kinderen een tweede taal beheersen’ ‘It duorret heechút wat langer foardat bern in twadde taal behearskje’ Ouders die hun kinderen in een andere taal opvoeden dan buitenshuis wordt gesproken, hoeven niet bang te zijn dat hun kroost daardoor een leerachterstand oploopt, zegt taalkundige Jelske Dijkstra, die zelf opgroeide in een Friestalig gezin. Het duurt alleen iets langer voordat ze beide talen goed beheersen.

Jelske Dijkstra – 1979 jelskedijkstra@hotmail.com • 2  001 Logopedie Hanzehogeschool, Groningen • 2004 Taalwetenschap UvA • 2005 Friese bewerking van logopedisch instrument TARSP, Fryske Akademy, Leeuwarden • 2008-2012 onderzoeker Fryske Akademy en UvA • 2013 promotie UvA, proefschrift Growing Up with Frisian and Dutch • 2013-heden docent Logopedie Hogeschool Windesheim, Zwolle

Goed nieuws voor tweetalige gezinnen? ‘Daar heb ik in mijn onderzoek nu juist niet naar gekeken. Ik heb me gericht op kinderen in gezinnen waar thuis voornamelijk of Fries of Nederlands wordt gesproken. Een van de twee talen dus. Als je tweetalige gezinnen wilt onderzoeken, moet je weten wie de hoofdverzorger is en welke taal hij of zij spreekt. Om zicht te krijgen op het taalaanbod dat het kind krijgt van iedere ouder moet je bij gezinnen thuis komen om te observeren of geluidsopnames te maken. Daar had ik met 91 peuters een te grote onderzoeksgroep voor.’ Waarom heeft u juist tweetaligheid bij Friese peuters onderzocht? ‘Ik kom zelf uit Friesland en we spraken thuis vroeger eigenlijk alleen maar Fries. Veel ouders die hun kinderen meertalig opvoeden, vragen zich af of ze daar goed aan doen. De Provincie Fryslân, die mijn onderzoek heeft gefinancierd, wil ouders voorlichten over meertaligheid. Er is alleen weinig bekend over het taalverwervingsproces en meertaligheid bij peuters in Friesland. Uit eerder onderzoek bleken kinderen met Fries als thuistaal in groep vier op hetzelfde niveau Nederlands te zitten als hun van huis uit Nederlandstalige leeftijdsgenootjes. Aan het eind van de peuterschool liepen ze nog licht achter. Ik wilde het taalverwervingsproces in die peuterperiode bekijken.’ Hoe onderzoek je taalverwerving bij zulke kleine kinderen? ‘Dat is best lastig. Peuters hebben een korte concentratieboog. Als ze slecht hebben geslapen of als een onderwerp even niet in hun hoofd zit, kun je het wel vergeten. Dat er veel uitval van proefpersoontjes zou zijn, had ik wel verwacht. Daarom had ik een grote onderzoeksgroep bij elkaar gezocht. Ik heb dezelfde kinderen op drie momenten getest. In de eerste ronde waren ze tussen de tweeënhalf en drie jaar, in de tweede ronde tussen de drie en drieënhalf jaar en in de derde ronde tussen de drieënhalf en vier jaar. Per testronde heb ik gekeken naar hun woordenschat en zinslengte in het Nederlands en in het Fries. Daar zijn gestandaardiseerde testen voor met plaatjes, al moesten die wel eerst naar het Fries worden vertaald.’ Wat kwam daaruit? ‘De kinderen met Fries als thuistaal bleken een grotere passieve en actieve woordenschat in het Fries te hebben dan de kinderen met Nederlands als

thuistaal. De passieve woordenschat omvat alle woorden die kinderen herkennen en begrijpen, de actieve woordenschat omvat de woorden die ze zelf gebruiken. Dat kinderen met Fries als thuistaal meer woorden in het Fries kennen en gebruiken, is niet verrassend. Dit zogenaamde thuistaaleffect gold echter niet voor de passieve woordenschat van het Nederlands. Nederlandse en Friese kinderen herkenden evenveel woorden in het Nederlands. Dit wijst erop dat een andere thuistaal bij peuters geen verschil maakt voor hun passieve kennis van het Nederlands. Het verschil in Friese actieve woordenschat tussen de kinderen met Fries als thuistaal en die met Nederlands als thuistaal werd groter naarmate het onderzoek vorderde. Dit gold niet voor de actieve woordenschat in het Nederlands. Dat betekent dat kinderen met Fries als thuistaal ongeveer even snel Nederlands leren als kinderen met Nederlands als thuistaal, maar dat kinderen met Nederlands als thuistaal minder snel Fries leren dan kinderen met Fries als thuistaal.’ Hoe komt dat? ‘Waarschijnlijk omdat het taalaanbod van het Fries, los van de taal van de ouders, kleiner is dan van het Nederlands. Kinderen die in het Fries worden opgevoed, kijken ook Nederlandstalige televisie en worden vaak in het Nederlands voorgelezen. Kinderen die in het Nederlands worden opgevoed, hebben die extra blootstelling niet aan het Fries. Het kan ook met de status van de taal te maken hebben, al heb ik dat niet onderzocht. Friese kinderen voelen misschien meer noodzaak om Nederlands te spreken dan andersom. Iedereen in Friesland spreekt Nederlands maar niet per se Fries. Als Nederlandstalige kinderen geen Fries spreken, kunnen ze altijd met Nederlands terecht.’ Heeft u al een nieuw onderzoeksproject? ‘Nog niet, maar ik zou graag meer uit deze data halen. Vooral de geluids‑ opnamen van spontane taal bevatten veel aanknopingspunten voor verder onderzoek. Welke fouten maken kinderen in grammatica en zinsconstructies, hoe mengen ze Fries en Nederlands? Er zitten voorbeelden tussen van kinderen die in hun spel van taal wisselden als ze van rol wisselden. Een meisje dat vertelde over een paardje deed dat in het Fries maar toen ze speelde dat ze het paardje was, schakelde ze over naar het Nederlands. Daar zit veel informatie in over het taalverwervingsproces en het wisselen tussen talen.’ •


32 personalia Hans Amman

Economie 1981, promotie 1989, vicevoorzitter van de Universiteit Utrecht, is per 1 februari 2014 benoemd tot lid en vicevoorzitter van het College van Bestuur van de UvA en de HvA. Hij wordt verantwoordelijk voor financiën, algemene bedrijfsvoering, huisvesting en ict. Amman volgt Paul Doop op, die per 1 januari lid wordt van de Raad van Bestuur van het Medisch Centrum Haaglanden (MCH) en in de loop van 2014 voorzitter van de Raad van Bestuur van de gefuseerde ziekenhuizen MCH en Bronovo in Den Haag/ Leidschendam.

Trude Dijkstra en Rindert Jagersma

studenten Boekwetenschap aan de UvA, achterhaalden dat de Amsterdamse drukker Israël de Paul (1630-1680) in de zeventiende eeuw de geheime drukker was van Spinoza’s meesterwerken de Tractatus theologico-politicus en de Ethica. Katerina Dohnalová

docent en onderzoeker aan het Van der Waals-Zeeman Instituut aan de UvA, won de Minerva-Prijs 2013, die tweejaarlijks door de Stichting Fom wordt toegekend aan een vrouwelijke onderzoeker met de beste natuurkundige publicatie.

Marieke Baan

Planologie 2004, voorlichter bij het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek van de UvA, heeft een planetoïde naar zich vernoemd gekregen. Het gaat om planetoïde 12631, die zich op een afstand van een paar honderd miljoen kilometer van de aarde bevindt. Gerbrand Bakker

Nederlandse taal- en letterkunde 1992, schrijver, ontving voor zijn roman De omweg (2010) de Independent Foreign Fiction Price, een prijs van bijna twaalfduizend euro van de krant The Independent voor de beste buitenlandse roman die in vertaling is uitgegeven in Groot-Brittannië. Michael Berg

Nederlandse taal- en letterkunde 1982, thrillerauteur, won de Gouden Strop 2013. Michael Berg, pseudoniem van Michel van Bergen Henegouwen, kreeg de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende boek voor zijn thriller Nacht in Parijs. Nienke Bosschaart

promotie Geneeskunde 2012, won de Simon Stevin Gezelprijs van vijfduizend euro van technologiestichting STW. Zij ontwikkelde een methode om de bilirubinewaarden in het bloed bij te vroeg geboren baby’s te meten zonder te prikken.

Leendert van Gastel

Actuarial Science and Mathematical Finance 2013 cum laude, medewerker van De Nederlandsche Bank en extern docent bij de sectie Actuarial Science, kreeg de Johan de Witt prijs 2013 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor zijn scriptie ‘Risk beyond the Hedge’. Piet van Gennip

Economics 2005, is de nieuwe directeur van Holland Symfonia, de vaste orkest‑ partner van Het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater. Anneke Goudriaan

promotie Geneeskunde 2005, is een van de tien UvA-laureaten die dit jaar een Vidi-subsidie kregen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De wetenschappers krijgen ieder maximaal acht ton voor een eigen onderzoekslijn en -groep. De andere laureaten zijn Petra Bleeker (Plantenfysiologie), Tatjana Eisner (Wiskunde), Stan van de Graaf (Lever- en darmonderzoek), Jason Hessels (Sterrenkunde), Rivke Jaffe (Geografie), Willem Mulder (Experimentele vasculaire geneeskunde), Alessandro Patruno (Sterrenkunde), Nanda Rea (sterrenkunde) en Erik Rietveld (Wijsbegeerte). René Gude

Jan Breman

Sociale geografie 1962 cum laude, promotie 1970 cum laude, eredoctoraat International Institute of Social Studies (Den Haag) 2009, emeritus hoogleraar Comparatieve sociologie, in het bijzonder tot niet-westerse samenlevingen, kreeg een eredoctoraat van de School of Oriental and African Studies van de University of London. Mattijs ten Brink

Business Finance & Organisation 1989, is algemeen directeur bij Transavia. Hij werkte sinds 1996 bij KLM en Air France-KLM. Paulien Cornelisse

Psychologie 2000 cum laude, schrijver en cabaretier, ontving een Platina-boek voor Taal is zeg maar echt mijn ding, dat vijfhonderdduizend keer is verkocht.

kandidaats Wijsbegeerte 1985, doctoraal 1990 UU, is benoemd tot Denker des Vaderlands. Hij duidt twee jaar lang het nieuws in Trouw en Filosofie Magazine. Gude nam dit jaar afscheid als directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte.

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

Maria Heijne

Tim Kuik

Boek- en informatiewetenschap 2002, is directeur van de Universiteitsbibliotheek en de Hogeschoolbibliotheek van UvA en HvA. Zij is de opvolger van Nol Verhagen, Letteren 1973.

Nederlands recht, privaatrechtelijke richting 1982, directeur van Stichting BREIN, ontving de Pictorightprijs van de auteursrechtenorganisatie Pictoright, voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van het auteursrecht.

Kees Hengeveld

Algemene taalwetenschap en Spaanse taal- en letterkunde 1986 cum laude, promotie 1992 cum laude, hoogleraar Algemene taalwetenschap, in het bijzonder de theoretische linguïstiek, en Rens Bod, Alfa-informatica 1990, promotie 1995, hoogleraar Computationele en digitale geesteswetenschappen, zijn lid geworden van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (KHMW), het oudste geleerde genootschap in Nederland. Judith Huibers

Communicatiewetenschap 2012, won met haar masterscriptie over online reputatiemanagement dit jaar de SWOCC Scriptieprijs van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Commerciële Communicatie. Ingrid Kamerling

Journalistiek en media 2010, filmmaker, ontving op Documenta Madrid 2013 de publieksprijs voor haar korte documentaire Geluiden voor Mazin. Robin Kemme

Nederlandse taal- en letterkunde 1993, is lead creative director bij Fabrique Amsterdam, een bureau voor merken, design en interactie.

André Kuipers

Geneeskunde 1987, eredoctoraat 2013, astronaut, ontving van de gemeente Amsterdam de Andreaspenning voor personen die voor Amsterdam een grote prestatie met een landelijke uitstraling hebben verricht. Harm Krugers

universitair docent bij UvA-SILS, ontvangt van het USA Military Operational Medicine Research Program een subsidie van 1,9 miljoen dollar voor onderzoek naar het ontstaan en de behandeling van angst en angstgerelateerde aandoeningen. Maaike van Langen

Theaterwetenschap 2003, is artistiek leider van Over het IJ Festival. Samen met algemeen directeur Esther Lagendijk, Theaterwetenschap 1996, vormt zij de directie van het festival in Amsterdam-Noord. Eva van Lier

Algemene taalwetenschap 2002, promotie 2009, postdoconderzoeker Taalwetenschap, ontving de Joseph Greenberg Award van de Association for Linguistic Typology voor haar proefschrift Parts of speech and dependent clauses. A typological study.

Paul Klint

Karen Maex

Wis- en natuurkunde 1973 cum laude, promotie TUE 1982, werd bij zijn afscheid als hoogleraar Informatica, in het bijzonder ontwerp en programmering van gespreide systemen, benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

hoogleraar Materiaalfysica voor nanoelektronica aan de KU Leuven en tot voor kort vicerector van deze universiteit, is per 1 januari 2014 benoemd tot decaan van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) van de UvA. Ook is zij benoemd tot decaan van de twee bètafaculteiten van de VU. De bedoeling is Maex te benoemen tot decaan van de Amsterdam Faculty of Science, bij positieve besluitvorming over de vorming van deze geïntegreerde bètafaculteit van UvA en VU.

Louise Korthals

bachelor Sociologie 2007, Koningstheateracademie voor kleinkunst en cabaret 2010, cabaretière en zangeres, won de Neerlands Hoop 2013, de prijs voor aanstormend cabarettalent.

A

B

Louise Gunning

Geneeskunde Johns Hopkins University 1979, promotie EUR 1988, bestuursvoorzitter van UvA en HvA, is volgens maandblad Opzij voor het tweede jaar op rij de machtigste vrouw in de wereld van onderwijs en wetenschap en één van de machtigste vrouwen van Nederland. Louise Fresco, universiteitshoogleraar aan de UvA en kroonlid van de SER, staat op de derde plaats in de top tien onderwijs en wetenschap.

In beeld A Kees Hengeveld (foto: Eduard Lampe) B Louise Korthals (foto: Monique Kooijmans)


33 Toni van der Meer

Humberto Tan

Communicatiewetenschap 2011, promovendus aan de UvA, ontving de Unilever Research Prize (een beeld en 2.500 euro) vanwege zijn goede bacheloren masterscripties.

Nederlands recht 1991, voormalig sportpresentator, heeft sinds eind augustus een eigen talkshow op RTL 4, RTL Late Night. Ronny Temme

Mark Minkman

Politicologie 1988, eerder zakelijk directeur van de VARA, is de nieuwe directeur van poppodium Paradiso.

Film- en televisiewetenschap 1996, filmspecialist en voormalig hoofd Sales van filminstituut EYE, ontving een FOCAL Award voor Footage Employee of the Year.

Stefan Mol

Psychologie 2000, universitair docent aan de Amsterdam Business School (ABS) van de UvA, en zijn collega Gábor Kismihók, wonnen de derde prijs van ‘Theta, the cut-e Innovation Award’, een internationale prijs voor onderzoek dat bijdraagt aan betere matching tussen werknemer en functie. Fjodor Molenaar

Politicologie 1996, projectmanager gemeente Haarlem en GroenLinks-raadslid in Amsterdam, is gekozen tot beste raadslid van de gemeente Amsterdam. Met een minimale marge versloeg hij onder anderen zijn VVD-collega Marja Ruigrok, Communicatiewetenschap 1990, directeur onderzoeksbureau Ruigrok/Netpanel.

Henri de Sauvage Nolting

Scheikunde 1987, is de nieuwe executive vice president van zuivelproducent Arla Foods in Zweden. Hij was al werkzaam in Stockholm als regiodirecteur van Unilever Nordic. Karel Schampers

Kunstgeschiedenis 1978, gaat op 1 januari met pensioen als directeur van het Frans Hals Museum en expositieruimte De Hallen in Haarlem. Judy Shamoun-Baranes

onderzoeker bij IBED/UvA, won met haar team de Academische Jaarprijs 2013 van honderdduizend euro voor het project ‘Vogel het uit’. Het team ontwikkelde eigen technologie om met een mobiele app vogels te volgen.

Lodewijk Severein 1956, Vrije studierichting letteren 1980, voormalig docent geschiedenis te Zaandam, ondernemer (mei)

Peter van Urk 1940, Scheikunde en farmacie 1967, promotie 1970, voormalig hoofd nucleaire geneeskunde van het St. Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein (2 mei)

Coen Teulings

Economie 1985 cum laude, promotie 1990, hoogleraar Algemene economie, in het bijzonder overheidsbeleid en arbeidsmarkten aan de UvA en tot voor kort directeur van het Centraal Planbureau, is benoemd tot hoogleraar Economie aan de Universiteit van Cambridge en lid van de Raad van Toezicht van de TU Eindhoven. Louis van Tilborgh

promotie Geesteswetenschappen 2006, onderzoeker bij het Van Gogh Museum, en zijn collega Teio Meedendorp, tevens docent Kunstgeschiedenis aan de UvA, ontdekten een nieuw schilderij van Vincent van Gogh, ‘Zonsondergang bij Mont Majour’.

Marja Pruis

Algemene taalwetenschap 1987 cum laude, redacteur bij De Groene Amsterdammer en extern docent Media‑ studies aan de UvA, kreeg de Jan Hanlo Essayprijs 2013 (zevenduizend euro en een kunstwerk) voor haar essaybundel Kus mij, straf mij.

overledenen

Piek Vossen

Nederlandse taal- en letterkunde en Algemene taalwetenschap 1986, promotie 1995 cum laude, voormalig onderzoeker aan de UvA en hoogleraar Computationele lexicologie aan de Vrije Universiteit, is een van de drie winnaars van de NWO-Spinozapremie 2013 (2,5 miljoen euro). Hij combineert taalwetenschap en informatica om taalkundige verschijnselen te analyseren met computermodellen. Marleen Wagenaar

Conservering en restauratie van cultureel erfgoed 2013, ontving de Rijksmuseumscriptieprijs voor haar masterscriptie over lichtkunst. Lara van Weegen

bachelor Nederlandse taal en cultuur 2011 cum laude, master‑ student aan de UvA, is met medestudent Catherine Endtz en promovendus Benjamin Mosk geselecteerd voor de Nationale Denktank. Thema dit jaar is de zorg voor gezondheid.

Rob van Kamp 1938, Geschiedenis 1964 cum laude, promotie 1968, oudhoofd voorlichting gemeente Amsterdam, oud-wethouder Amstelveen, drager van de gouden erepenning gemeente Amstelveen (8 mei)

Theo Asberg 1930, Nederlands recht 1962, advocaat, filosoof, musicus (8 mei)

Willem van Spengen 1949, promotie Ruimtelijke wetenschappen 1992 cum laude, voormalig universitair docent Geografie en Planologie aan de UvA (17 mei)

Johan Piet 1947, Economische wetenschappen 1973, promotie 1996, econoom, milieukundige, pionier op het gebied van milieu-accountancy (18 mei)

Jonkheer Eelco Bernard Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden 1922, Wis- en natuurkunde 1952, voormalig apotheker in het St. Elisabeths Gasthuis te Arnhem (28 mei)

Rens Leijns 1946, Andragologie 1974 (30 mei)

Luc Habets 1955, Tandheelkunde 1984, promotie 1988, sectievoorzitter orthodontie ACTA (1 juni)

Ralph Willemsen 1962, Medische biologie 1988, promotie EUR 2004, medeoprichter van APO-T (4 juni)

Ton Helsloot 1925, Nederlands recht 1950, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, advocaat en procureur, kanton‑ rechter-plv., rechter-plv. te Haarlem (6 juni)

Linde Smeenk

Chemistry 2008 cum laude, promotie 2013, ontving de Dick Stufkens-prijs 2013 voor haar proefschrift over eiwitimitaties, een eerste stap in de ontwikkeling van nieuwe innovatieve geneesmiddelen. Dionne Stax

Communicatiewetenschap 2009 cum laude, versterkt het team van presentatoren van het NOS Journaal. Zij richt zich op de dagjournaals.

Meer personalia De meest recente personalia vindt u op alumni.uva.nl/personalia. Zelf een nieuwe functie? Kent u iemand die iets bijzonders deed of een mooie prijs won? Tips zijn welkom via spui@uva.nl

Mathieu Coumans 1947, Vrije studierichting letteren 1988, Kunstgeschiedenis en archeologie 1988, oud-medewerker van CBK Amsterdam (8 juni)

Saskia Holleman 1945, Nederlands recht 1979, strafrechtadvocaat, ook bekend als het meisje dat naakt staat afgebeeld op een affiche uit de jaren zeventig van de PSP, de partij die later opging in GroenLinks (10 juni)

Hans Groenewegen 1956, Algemene literatuur‑ wetenschap 1983 (10 juni)

Jan Willem Fernhout 1948, Nederlands recht 1979, advocaat (8 juli)

Leo Ploeger 1930, Sociologie en sociografie 1956, oud-president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen, erelid van de Nederlandse Sociologische Vereniging (16 juni)

Maria Johanna van Bochove 1940, Italiaanse taal- en letterkunde 1988 (8 juli)

Ton Kouwenaar 1929, Economische wetenschappen 1955, voormalig financieel directeur van de Stichting Shell Pensioenfonds (22 juni)

Olivier ridder van Rappard 1987, Notarieel recht 2012 (22 juni)

Anne Hilde van Baal 1971, Geschiedenis 1996, promotie 2004, coördinator van de onderzoekscholen Huizinga Instituut (Cultuurgeschiedenis) en RMeS (Mediastudies), ondersteunde het Spinoza-onderzoek van Joep Leerssen (26 juni)

Harry Rooijmans 1937, Geneeskunde 1963, emeritus hoogleraar psychiatrie bij het LUMC, erelid van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, voormalig voorzitter van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (26 juni)

Walter Hoffmann 1944, Wis- en natuurkunde 1970, promotie 1989, van 1970 tot aan zijn pensionering aan de UvA verbonden als universitair hoofddocent Wiskunde (27 juni)

Fernand van Nierop 1949, Fiscale economie 1999 (28 juni)

Petronella Nicole Bakker 1982, Pedagogische wetenschappen 2007 (28 juni)

Willy Salomon Bont 1926, Wis- en natuurkunde 1959, promotie 1971, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (29 juni)

Jacob Max Rabbie 1927, Sociale psychologie 1954, promotie University of New Haven 1961, voormalig hoogleraar Psychologie aan de UU (29 juni)

Huub Bierlaagh 1944, Notarieel recht 1968, Fiscaaljuridische opleiding 1970 (1 juli)

Pauline van HasseltKeser 1964, Nederlands recht 1992, advocaat (3 juli)

Otto Netze 1926, Fiscaaljuridische opleiding 1965, oud-hoofd van de Inspectie der vennootschapsbelasting te Rotterdam, oud-raadsheer plaatsvervanger in het gerechtshof te Amsterdam, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (3 juli)

Gerarda Copier 1947, Nederlandse taal- en letterkunde 1995 (5 juli)

Michiel Tjerk Tigchelaar 1965, Nederlands recht 2000 (9 juli)

Jeroen Hansma 1978, Economie en bedrijfskunde 2007 (9 juli)

Frans Willemsen 1945, Geneeskunde 1975, arts in Mozambique, Tanzania en Burkina Faso (9 juli)

Harm Egbert Smit 1959, Algemene taalwetenschap 1985 (12 juli)

Bob Lijesen 1943, kandidaats Scheikunde en farmacie 1965, Lid in de Orde van Oranje-Nassau (15 juli)

Frederikus Cornelis van der Vlugt 1949, Scheikunde 1976, docent scheikunde op het Kennemer Lyceum (18 juli)

Han van Gessel 1941, Klassieke taal- en letterkunde 1968, schrijver, voormalig redacteur van de Volkskrant en grondlegger van de boekenbijlagen Folio en Cicero, van 1992 tot 2003 schrijver van het Groot Dictee der Nederlandse Taal (20 juli)

Det de Beus 1958, Wijsbegeerte 2003, docente Culturele en maatschappelijke vorming aan de HHS en voormalig hockey-international (21 juli)

Ivo Kamp 1937, Geneeskunde 1964, voormalig huisarts te Rijsbergen, kunstschilder (26 juli)

Jan Meinhard Pluvier 1927, Geschiedenis 1952, promotie 1953, emeritus hoogleraar Moderne Aziatische geschiedenis aan de UvA (30 juli)

Willem Boudewijn de Greve 1945, Economische wetenschappen 1973, promotie 1979, organisatieadviseur en oud-president Nederlandse Tafelronde (5 augustus)

Paul Voskuijl 1942, Geneeskunde 1973 (9 augustus)

Willem Christiaan de Kock 1937, Biologie 1963, werkte tot zijn pensionering als marien bioloog, ecotoxicoloog en afdelingshoofd bij TNO Den Helder (9 augustus)

Egberdina Anna Boukema-Beekhuis 1935, Andragologie 1977 (10 augustus)


34

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

tekst • Ben Haveman Ton van Klinken 1947, chauffeur van het College van Bestuur van de UvA (16 augustus)

Robert Drenth 1932, Algemene literatuurwetenschap 1975, voormalig docent Frans aan het vwo (20 augustus)

Sonja Meintser 1949, Gedragsleer 1979 (22 augustus)

Marianne Stegeman 1954, Nederlandse taal- en letterkunde 1981, docent Nederlands bij de Nieuwe Veste te Coevorden (22 augustus)

Arno van Vugt 1929, Geneeskunde 1958, reumatoloog, van 1960 tot 1992 verbonden aan het Amsterdams Reuma Centrum en vele jaren hoofd van de polikliniek Reumatologie (25 augustus)

Hendrik Remmerts de Vries 1929, Rechtsgeleerdheid 1954, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (26 augustus)

Baltus Zwart 1930, Wis- en natuurkunde 1958, erelid van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weeren Sterrenkunde, erelid van de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie (27 augustus)

Lia DrupsteenBlijboom 1947, kandidaats Sociale geografie 1975 (30 augustus)

Anne Bosma 1943, Geneeskunde 1970, voormalig patholoog aan het AMC (2 september)

Denis Kallen 1928, Sociale psychologie 1959 RU, voormalig hoogleraar Onderwijskunde en buitengewoon hoogleraar Onderwijsbeleid aan de UvA, consultant voor de Raad van Europa (2 september)

Jacob Jan Bos 1927, Nederlands recht 1975, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, o.a. Commandeur in de Orde van Leopold II (7 september) Jan Schouten 1921, Geneeskunde 1950, psychiater, emeritus hoogleraar Medische psychologie (12 september)

Herman Beliën 1946, Geschiedenis 1969, was ruim veertig jaar als docent en onderzoeker van onder andere Nieuwste geschiedenis en Amerikanistiek verbonden aan de UvA (14 september)

Jon Zegerius 1954, Geneeskunde 1982, neuroloog (15 september)

Willem Birkenhäger 1927, Geneeskunde 1952, promotie 1953, emeritus hoogleraar Interne geneeskunde, mede-oprichter van het Nederlands Hypertensie Genootschap (16 september)

Hein Smit 1941, Geschiedenis 1966, voormalig onderzoeker Economische en sociale geschiedenis aan de UvA (16 september)

Johannes van Dam 1946, Geneeskunde en Psychologie n.a., voormalig eigenaar van De Kookboekhandel in Amsterdam, culinair journalist bij onder andere Elsevier en Het Parool, schrijver van De Dikke Van Dam (18 september)

Anja van den Blink 1927, Nederlands recht 1953, oud-vicepresident van de Hoge Raad der Nederlanden, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau (24 september)

Tom Bakkers 1941, Sociologie 1974 (1 oktober)

Frits Schaling 1943, Slavische taal- en letterkunde (Russisch) 1977, voormalig journalist en correspondent voor NRC Handelsblad (2 oktober)

Simon Leon Bakker 1974, Verzekeringskunde 2010 (5 oktober)

Nico Tromp 1954, Geneeskunde 1983 (8 oktober)

Annemarie Johanna Milikan-Philippi 1950, Opvoedkunde 1987, pedagoog en remedial teacher (11 oktober)

Rob de Vries 1945, Nederlands recht 1980 (16 oktober)

Albertus Bram Everardus Voûte 1922, Economische wetenschappen 1951, Nederlands recht 1957, bijzonder hoogleraar Verzekeringseconomie (20 oktober)

Pieter Treffers 1928, Geneeskunde 1955, promotie 1965 cum laude, emeritus hoogleraar Verloskunde en gynaecologie aan de UvA, Erelid van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (21 oktober)

Tontin van Leeuwen 1923, Geneeskunde 1949, promotie 1964 cum laude, emeritus hoogleraar Algemene inwendige geneeskunde aan de UvA (31 oktober)

Michel Willem Peter Ekkebus 1961, Psychonomie 1987, oprichter Regionaal Instituut Dyslexie (4 november)

KARIN GROEN 1941-2013 Ze speurde met een ‘A-team’ van kunstkenners de continenten af om schilderijen van Rembrandt op hun echtheid te testen. De klap kwam hard aan: zeker de helft van ruim zeshonderd vermeende Rembrandts in gerenommeerde musea bleek niet door de meester zelf te zijn geschilderd. Ook de collectie van het Metropolitan Museum of Modern Art in New York ontsnapte niet aan het vonnis van de ‘Amsterdam Mafia’ waarin voormalig medisch analiste Karin Groen een sleutelrol vervulde. Karin Groen, eind augustus op 72-jarige leeftijd aan baarmoederkanker overleden, ging allesbehalve kil-wetenschappelijk te werk. Als chemicus in dienst van het Rembrandt Research Project dwong haar inlevingsvermogen in het kunstenaarschap bewondering af. Ze maakte talrijke vrienden in de internationale kunstwereld en duidde honderden verzamelde verfmonsters van Rembrandt en tijdgenoten. ‘Haar talent voor vriendschap legde de basis, iedereen werkte mee. Ze was ongelooflijk ordelijk, systematisch en perfect gedocumenteerd’, zegt kunsthistoricus Ernst van de Wetering, voorzitter van de projectgroep die Rembrandts oeuvre op echtheid onderzocht. Daarbij kwam ook aan het licht dat in Rembrandts stijl geschilderde ‘zelfportretten’ niet meer konden worden toegeschreven aan vervalsers uit latere eeuwen. Elektronenmicroscopie naar verfstructuur en schildertechniek bewees dat die doeken wel degelijk uit Rembrandts atelier aan de St. Anthoniesbreestraat afkomstig waren: alleen Rembrandt en zijn leerlingen gebruikten als grondering een uniek mengsel van gemalen zand en klei met wat pigment. ‘Zoals voetballiefhebbers een foto van Cruijff wilden hebben, was er in Rembrandts tijd veel vraag naar afbeeldingen van de grote meester’, zegt kunsthistoricus Van de Wetering. Zo kwamen portretten van Rembrandt in omloop die niet door hemzelf, maar door zijn beste leerlingen waren vervaardigd. Met de verkoop van deze ‘satellieten’ bekostigde Rembrandt de aanschaf van kunst voor zijn eigen verzameling. Voor Rembrandtvorser Groen had stromingsgedrag van verf geen geheimen. Ze werkte samen met het laboratorium van sponsor DSM en deed zijdelings onderzoek voor de productie van aspartaam. Opgegroeid in een tuindersgezin in Wognum, had Karin Groen na de mulo een analistenopleiding gevolgd aan het St. Elisabeth-ziekenhuis te Alkmaar. Ze werkte in Zaandam en Amsterdam, kreeg een kind, stond het ter adoptie af en verhuisde naar Australië. Lang werkte ze niet in het Royal Women’s Hospital Melbourne; ze ontmoette er haar Nederlandse man en keerde met hem terug naar Nederland. Het huwelijk duurde vier jaar. Na aanstellingen bij ziekenhuizen in Voorburg en Utrecht trad ze in 1969 in dienst van het ministerie van CRM, belast met microscopisch onderzoek in het Centraal Laboratorium voor Voorwerpen van Kunst en Wetenschap te Amsterdam. Ze gold als toegewijd, leergierig, sociaal bewogen. Gedistingeerd ook. Een aanbevelingsbrief bracht haar naar het Hamilton Kerr Institute in Cambridge. Ze studeerde er scheikunde, doceerde ‘hoe verricht je natuurwetenschappelijk onderzoek naar kunst’ en wond zich op over het mijnwerkersbeleid van Margareth Thatcher. Na jaren verscheen haar dochter weer in haar leven. ‘Mijn moeder kwam me in het stikdonker van de veerboot afhalen, het licht van haar auto was kapot. Op weg naar Cambridge moest zij de lichthendel met één hand vasthouden terwijl ik schakelde, anderhalf uur lang.’ Zoiets schept een band. Leonie Groen: ‘We hoefden elkaar maar aan te kijken; we hadden aan een half woord genoeg.’ Karin Groen, wegbereider van interdisciplinaire samenwerking en officier in de Orde van Oranje Nassau, promoveerde na haar pensionering aan de UvA op veertig jaar onderzoek. Ze werd begraven in een ultramarijn en okergeel geverfde kist, met vergulde knoppen. •


AUV alumni.uva.nl /auv

AUV en Kringen AUV-DAG

DRIE NIEUWE KRINGEN Tijdens de AUV-dag, de jaarlijkse ledendag van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging, zijn op 9 november 2013 drie nieuwe kringen feestelijk gelanceerd: de kringen Engels, Psychobiologie en Wijsbegeerte. Tijdens de oprichtingsbijeenkomst van de kring Engelse taal en cultuur voerde The Windmill Theatre Co, de theatergroep van de opleiding, het toneelstuk Pyramus and Thisbe uit Shakespeares A Midsummer Night’s Dream op. Vervolgens ging univer‑ sitair docent Engelse letterkunde en Shakespearekenner Kristine Johanson in op deze klassieker, die al ruim vierhonderd jaar de basis vormt voor opera’s, films en toneelstukken. De kring Psychobiologie opende met een lezing over de rol van neurowetenschap bij het begrip van de manier waarop ons brein betrokken is bij religieuze en mystieke ervaringen. Universitair docent Michiel van Elk liet zien hoe tijdens religieuze ‘piek‑ ervaringen’ het besef van ruimte en tijd verloren gaat en er een gevoel van kosmische eenheid ontstaat. De vraag blijft of

Foto's: Monique Kooijmans

religieuze ervaringen daarmee gereduceerd kunnen worden tot louter hersenactiviteit. Aansluitend vertelden drie alumni over de diverse professionele richtingen die zij na de studie zijn ingeslagen. De volgende activiteit van deze nieuwe kring is al bekend: op 12 april 2014 vindt een alumnidag plaats over psychobiologie in de maatschappij en loopbaanondersteuning. Verder staat de dag in het teken van het 95-jarige lustrum van Studievereniging Congo. Meer informatie volgt via LinkedIn: Alumni UvA Psychobiologie. Bij de oprichting van de kring Wijsbegeerte verzorgde emeritus hoogleraar Ethiek en haar geschiedenis Frans Jacobs een lezing over gepaste trots en sprak kunsthistoricus Elmyra van Dooren over de rol van de klassieke filosofie in de hedendaagse kunst. Doel van de nieuwe alumnikring is om alumni opnieuw met elkaar in contact te brengen. Filosofen waaieren na de studie uit over alle geledingen van de samenleving. Het is interessant om ervaringen uit te wisselen over de verbintenis van filosofie en praktijk. Komend jaar organiseert de kring een aantal lezingen en een gala.

www

35

AUV 125 JAAR

ANTIEKE CULTUUR

De Amsterdamse Universiteits-Vereniging (AUV) is jarig. In 2014 bestaat de algemene alumnivereniging van de Universiteit van Amsterdam 125 jaar. Doel van de AUV is de band versterken tussen alumni en de wetenschapsbeoefening aan de UvA en tussen alumni onderling. De vereniging ontstond in 1889 uit een initiatief om fondsen te werven voor een nieuwe aula voor de universiteit in de Oudemanhuispoort. Anno 2013 telt de AUV ongeveer zevenduizend leden van alle opleidingen en leeftijden, en 26 alumnikringen – opleidingsgerichte netwerken binnen de AUV. Als lid ontvang je de AUV-pas. Daarmee krijg je toegang tot exclusieve diensten of kortingen bij universitaire voorzieningen als het Universitair Sport Centrum en de Universiteitsbibliotheek. Ook met culturele organisaties in Amsterdam, zoals de Hermitage en fotografiemuseum Foam, werkt de AUV samen. De AUV is bovendien partner van academisch-cultureel centrum SPUI25, waar regelmatig lezingen en debatten plaatsvinden. Leden krijgen vooraf informatie over programma’s die de AUV daar organiseert, zoals de reeks Stand van de Wetenschap. Vanwege het 125-jarig bestaan organiseert de AUV in 2014 extra lustrumactiviteiten. Wil je daar bij zijn? Meld je dan aan als lid, via alumni.uva.nl/auv of auv@uva.nl.

De Kring Antieke cultuur organiseert samen met de leerstoelgroep Nieuwgrieks een themamiddag over Griekse poëzie, getiteld ‘Van Kafavis tot Homerus’. Sprekers zijn Irene de Jong, Hero Hokwerda, Emilie van Opstal, Marietta Ioannidou, André Lardinois en Arthur Bot. De middag vindt plaats op vrijdag 16 mei 2014, van 13 tot 18 uur in SPUI 25. www.spui25.nl

JUBILEUM IN 2014

GRIEKSE POËZIE

CULTUUR

EXCURSIE DEN BOSCH In september organiseerde de Kring Cultuur een netwerkborrel in café Kapitein Zeppos in Amsterdam voor alumni Algemene cultuurwetenschappen, Erfgoedstudies, Kunstgeschiedenis, Museumstudies, Restauratiekunde en Theaterwetenschap. Cultuurhistoricus en adviseur Peter Paalvast gaf netwerktips, waarbij hij putte uit de ervaringen die hij opdeed tijdens zijn veelzijdige loopbaan in de culturele sector. In mei 2014 organiseert de Kring Cultuur een excursie naar Den Bosch, waar het recent heropende Noordbrabants Museum en Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch worden bezocht. De dag begint met koffie en een Bossche bol. Vertegenwoordigers van de musea vertellen vervolgens over de nieuwe opstellingen en de verbouwing. Na de lunch wordt de historische binnenstad


36 Alumni-varia verkend met een rondvaart door de grachten, waarna er gelegenheid is voor een drankje op één van de terrasjes. Deelname: gratis voor leden van de Kring Cultuur; niet-leden kunnen deelnemen op eigen kosten. Aanmelden via kringcultuur@gmail.com.

ECONOMIE E.A.

DE VRIJE WIL?

Op 5 september vond de interdisciplinaire discussiebijeenkomst De vrije wil? plaats, een initiatief van de alumnikringen Andragologie, Antropologie, Communicatiewetenschap, Economie, Psychologie, Rechtsgeleerdheid en Sociologie. Aanleiding was het boek Wij zijn ons brein van neurowetenschapper Dick Swaab, dat veel ophef veroorzaakte. Worden we simpelweg ‘aangestuurd’ door processen in ons brein, of bestaat er wel degelijk zoiets als een vrije wil – zoals een uitgangspunt is van het humanisme? Een forum van wetenschappers uit verschillende disciplines, met Dick Swaab, Frans van Winden, Bart van Heerikhuizen, Rob Schwitters en Rob van Es, debatteerde over deze vragen en over de maatschappelijke implicaties van de diverse posities. Ook het publiek – de zaal in de Oudemanhuispoort was helemaal vol – kon zich mengen in de discussie, die werd voortgezet tijdens een borrel in het nabijgelegen café De Jaren. Voor de betrokken alumnikringen is het succes van deze bijeenkomst een aanleiding om vaker gezamenlijke activiteiten te organiseren.

SLAVISTIEK

HOEZO RUSLAND? In het veelbesproken Nederland-Ruslandjaar organiseerden de opleiding en de alumnikring Slavische talen en culturen in september het congres ‘Hoezo Rusland? Rusland in Nederland 2013’. Centrale vraag was: welk Rusland zien we in Nederland wel, en welk Rusland niet? Welke Russische teksten bereiken onze Nederlandse ogen wel in vertaling, welke niet? Wat krijgen we wel over Rusland te zien of te lezen in de media en wat niet – en wie bepaalt dat? Journalisten, kunstenaars, onderzoekers, vertalers, uitgevers en filmmakers als Kysia Hekster, Hubert Smeets, Hans Boland en Jessica Gorter gingen over deze vragen in gesprek. Ook het Ministerie van Buitenlandse Zaken was vertegenwoordigd, in de persoon van alumnus en senior beleidsmedewerker Rusland Michiel van Erkel. De ruim 150 bezoekers leerden onder andere hoe een Nederlander een concert van Armin van Buuren in Moskou beleeft, hoe Nederlanders Tolstoj ooit vroegen om advies én geld en hoe jonge Nederlandse vertalers kunnen opereren in de financieel niet bepaald weelderige wereld van de Russische literaire vertalingen. De sprekers slaagden er samen uitstekend in de bestaande beeldvorming over Rusland te nuanceren. Eén ding maakte het congres duidelijk: dé Rus bestaat niet, en Rusland is een oneindig veel gelaagder geopolitiek gebied dan berichtgeving over het land doet vermoeden.

Nieuwe websites

ALUMNI EN UNIVERSITEITSFONDS Er is een nieuwe website voor alumni van de Universiteit van Amsterdam. De nieuwe omgeving, die deel uitmaakt van het vorig jaar vernieuwde UvAweb, is te vinden op alumni.uva.nl. Ook het Amsterdams Universiteitsfonds heeft een nieuwe website: www.auf.nl. Voor internationale alumni en donateurs is er een Engelstalige website: alumni.uva.nl/en.

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

voornaamste beoordelingscriterium is dat het gaat om een nieuw, onverwacht idee over hoe het brein creativiteit stuurt, gekoppeld aan een plan hoe dit verder te onderzoeken. De prijs wordt in het voorjaar van 2014 uitgereikt aan een wetenschapper die werkzaam is als gepromoveerd onderzoeker op het gebied van hersenen en cognitie. Het gaat om jonge academici die nog geen vaste baan hebben, maar wel hebben laten zien dat zij goede wetenschappers zijn op het gebied van hersenen en cognitie. Aanmelden kan nog tot 1 januari 2014: abc.uva.nl/creatieve-geest-prijs.

StartupPush

EIGEN BEDRIJF?

Creatieve Geest Prijs 2014

ONDERZOEK NAAR CREATIVITEIT

Tijdens de AUV-dag van 9 november bood StartupPush gratis de workshop ‘Van uurtje factuurtje naar schaalbaar bedrijf’ aan. StartupPush is een onafhankelijke organisatie die opereert met steun van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de UvA. De praktijk leert dat initiatieven voor een nieuw bedrijf het vaak niet redden, terwijl het achterliggende idee goed is. StartupPush wil startende ondernemers helpen een schaalbaar concept te ontwikkelen voor een eigen bedrijf. Heb je zelf een idee voor een startup en kun je er hulp bij gebruiken? Startup Push gaat vanaf januari 2014 opnieuw aan het werk met ondernemende alumni. Heb je belangstelling, kijk dan op StartupPush.com.

De Creatieve Geest Prijs, een initiatief van de Freek & Hella de Jonge Stichting, wordt toegekend aan een jonge wetenschapper die met een origineel en sprankelend idee komt om eigen onderzoek uit te voeren, waarin creativiteit en de werking van de hersenen centraal staan. De prijswinnaar krijgt tienduizend euro en de kans om in het kader van het UvA-onderzoekszwaartepunt Brain & Cognition een onderzoeksplan te realiseren en zich zo als veelbelovend onderzoeker te profileren. Met de prijs wordt meer aandacht gevraagd voor onderzoek naar creativiteit en de hersenprocessen die daarbij een rol spelen, zoals de waarneming van schilders, het associatief vermogen van cabaretiers en het ontwerpen door architecten. Dit onderzoek kan plaatsvinden vanuit meerdere wetenschappelijke disciplines, zolang het thema ‘hersenen en cognitie’ centraal staat. Het

l og e n i w u u ni e k i s het m me r nu a d r e s op derager d

ONLINE ALUMNIONDERZOEK GEEF UW MENING EN MAAK KANS OP EEN CADEAUBON De UvA verneemt graag wat u vindt van de universiteit en activiteiten voor alumni. Ga naar onderzoek.uva.nl/alumni (zonder www), log in met de unieke code op de adresdrager van deze SPUI en maak kans op een cadeaubon. We stellen uw mening op prijs!


37 UvA start internationaal talentenprogramma Vijftien bijzonder getalenteerde UvA-studenten van buiten de Europese Unie ontvangen in het collegejaar 2014-2015 een Amsterdam Excellence Scholarship van 25.000 euro. De voorzitter van het College van Bestuur, Louise Gunning-Schepers, maakte dit bekend bij de opening van het academisch jaar op maandag 2 september. De UvA is de enige universiteit in Nederland die internationaal toptalent een volledige beurs aanbiedt voor een masteropleiding. Het aantrekken van internationaal toptalent in de onderwijsprogramma’s vanaf het masterniveau is een belangrijk onderdeel van de internationaliseringsstrategie van de UvA. De vijftien bursalen volgen naast hun master een aanvullend programma. Hierin worden zij aangemoedigd om het beste uit zichzelf te halen, zich in te zetten voor maatschappelijke organisaties en kennis te maken met bedrijven in Amsterdam. Dat doen zij samen met vijftien zeer getalenteerde Nederlandse studenten. Bij de toekenning van de beurzen vindt er een strenge selectie plaats: de deelnemers behoren tot de beste tien procent van hun jaar en worden voorgedragen door alle faculteiten (Graduate Schools) van de UvA. Ambitieuze studiecultuur Internationaal toptalent kiest voor een masteropleiding aan de UvA op basis van de uitstekende reputatie in onderzoek en onderwijs. De aanwezigheid van deze studenten draagt bij aan een ambitieuze en internationale studiecultuur en verhoogt de kwaliteit van het onderwijs – en daar hebben alle studenten baat bij. Bovendien is de instroom van internationaal toptalent van belang voor Amsterdam als intellectueel knooppunt in een internationale kennissamenleving.

De UvA initieert het beurzenprogramma uit volle overtuiging maar kan het niet alleen. Naast het bedrijfsleven vraagt de universiteit ook alumni en vrienden om steun. Een beurs bedraagt 25.000 euro voor een éénjarige masteropleiding en vijftigduizend euro voor een tweejarige research master. De beurs dekt de kosten van het collegegeld (tussen de tienduizend en 15.000 euro voor studenten van buiten de Europese Unie) en de kosten van levensonderhoud. Geef kennis door Bijdragen aan een Amsterdam Excellence Scholarship kan vanaf 250 euro. Honderd donaties van 250 euro maken zo een beurs mogelijk. Geven kan ook samen met andere alumni of medewerkers van de UvA. Bijvoorbeeld bij een reünie van jaargenoten of het jubileum van een collega. Elke donatie gaat voor honderd procent naar het beurzenprogramma. De UvA heeft de ANBIstatus. Hierdoor is geven aan het beurzenprogramma fiscaal aantrekkelijk. Giften in de vorm van een periodieke schenking van minimaal vijf jaar zijn volledig aftrekbaar van de inkomstenbelasting, waardoor de werkelijke kosten van de schenking substantieel lager kunnen zijn (zie tabel). Neem voor meer informatie over de Amsterdam Excellence Scholarschips en over manieren van schenken vrijblijvend contact op met een van de medewerkers van Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds: Ingrid Janssen (ingrid.janssen@uva.nl; 020-525 2676) en Jochem Miggelbrink (j.j.m.miggelbrink@uva.nl; 020-525 2076).

Rekenvoorbeeld bij periodieke schenking van minimaal vijf jaar Schenking per jaar Aftrek bij belastingtarief 52% Netto bedrag

€ 250 € 130 € 120

€ 1000 € 520 € 480

€ 2500 € 1300 € 1200

‘There’s something very special about Amsterdam’s academic climate. In Amsterdam researchers recognize the value of collaboration; that there is not only one correct way to address an issue, but a plurality of fruitful ways. That’s really inspiring.’ Maja Jaakson (Canada), voormalig masterstudent Logic aan de UvA


38 UNIVERSITEITSFONDS Studenten zoeken oplossing voor voedsel‑ vraagstuk

Donateurs Jaarfonds brengen ruim een ton bij elkaar

Jan de Haan, Bas Jongerius, Bartjan Sonneveld, Tristan Wesenhagen en Sophia Broos van de studievereniging Economie en Bedrijfskunde reisden dit jaar met steun van het Amsterdams Universiteitsfonds af naar Bangladesh om onderzoek te doen naar het tegengaan van voedselbederf. Zij vertellen zelf hun verhaal.

Het Jaarfonds, de jaarlijkse campagne van het Amsterdams Universiteitsfonds, bracht vanaf 1 januari 2013 ruim 100.000 euro bijeen. Daarmee maken alumni, medewerkers en vrienden van de UvA vier bijzondere academische projecten mogelijk.

‘Geschat wordt dat in Bangladesh tussen de 25 en 40 procent van de geoogste producten verloren gaat voor deze de consument bereiken. In het kader van het International Development Project onderzochten wij mogelijkheden om dit voedselverlies te verminderen. Ter voorbereiding bezochten we in Nederland enkele groenteproducenten en bestudeerden we een flinke hoeveelheid literatuur. Tijdens onze reis verbleven we in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, en de steden Manikganj en Jessore.

Dit jaar werft het Jaarfonds voor de reconstructie van het sociaal-culturele netwerk van de Gouden Eeuw; het International Development Project in Bangladesh van de studievereniging Economie en Bedrijfskunde (zie het artikel hiernaast); de restauratie van de banden van de negendelige Atlas der Neederlanden en de ondersteuning van het UvAorkest J.Pzn Sweelinck bij het muzikale project Orfeo Negro. De campagne loopt nog tot eind december. Over de uiteindelijke opbrengst volgt begin 2014 nader bericht. Meer weten over het Jaarfonds en de projecten? Bekijk de filmpjes op auf.nl/jaarfonds.

Voedselketen Tussen de boeren en de consumenten staan tussenpersonen die de waar doorverkopen aan handelaren en groothandelaren, die op hun beurt zorgen dat het voedsel op de markt komt. We ontmoetten mensen uit de gehele voedselketen en brachten bezoeken aan enkele markten, waaronder een van de grootste markten van Dhaka. Ook liepen we mee met medewerkers van ontwikkelingsorganisatie BRAC. Zij namen de interviews af en fungeerden als tolk. De ontmoetingen gaven ons een goed beeld van de situatie ter plekke en de machtsverhoudingen tussen de partijen. De prijs die de boeren voor hun producten ontvangen, varieert sterk en lijkt afhankelijk van de schaal waarop zij opereren. Ook zijn de regionale verschillen in prijs groot. Ons onderzoek richtte zich vooral op de problemen rond opslag en vervoer. In Jessore bezochten we een gekoelde opslag, waar de de koeling niet werkte vanwege de slechte elektriciteitsvoorziening. Zonnepanelen zouden een uitkomst kunnen bieden, maar op dit moment zijn deze niet rendabel voor boeren die op kleine schaal opereren. Dit kan veranderen wanneer de prijs van zonnepanelen daalt en het overheidsbeleid verandert. Groente en fruit Concluderend kunnen we stellen dat bederf van groente en fruit optreedt als gevolg van uiteenlopende maar onderling verbonden oorzaken tussen de verschillende belanghebbenden. De grootste factor in de verspilling van groente en fruit is de onevenredige machtspositie, waarbij de boeren een bijzonder kansarme en kwetsbare groep vormen. Het komt geregeld voor dat boeren met hun waar geen kant op kunnen. Naast feitelijke kennis over de landbouwsector in Bangladesh hebben we veel geleerd van de interculturele samenwerking met BRAC. Graag willen we de donateurs van het Amsterdams Universiteitsfonds bedanken voor het mogelijk maken van dit onvergetelijke project!’

spui 39 02 | 2013 alumni.uva.nl

De ontmoetingen met boeren en handelaren geven een beeld van de situatie ter plekke en de machtsverhouding tussen de partijen

Schenkingsovereenkomst geeft donateur belastingvoordeel De wetgeving rond de belastingaftrek van periodieke giften aan goede doelen verandert per 1 januari 2014 (onder voorbehoud van de stemming in de Eerste Kamer op 17 december). Dat is goed nieuws voor alle donateurs die met een doorlopende machtiging aan het Amsterdams Universiteitsfonds schenken. Zij kunnen hun gift vastleggen in een schenkingsovereenkomst en profiteren van belastingvoordeel. Het belastingvoordeel geldt bij giften die een looptijd hebben van minimaal vijf jaar én die zijn vastgelegd in een overeenkomst. Naast de zogenaamde lijfrenteschenkingen, die zijn vastgelegd in een notariële akte, zijn dan ook giften die in een onderhandse akte tussen de gever en het goede doel zijn vastgelegd, volledig aftrekbaar van het belastbaar inkomen. Afhankelijk van de belastingschijf die van toepassing is, kan een donateur tot 52 procent terugkrijgen van deze schenking. Er geldt hiervoor geen drempelbedrag en geen maximum. Een periodieke schenking heeft niet alleen voordelen voor de donateur maar ook voor het Amsterdams Universiteitsfonds als ontvangende partij. Het fonds is namelijk voor een periode van ten minste vijf jaar verzekerd van steun. Wanneer donateurs ervoor kiezen om hun belastingvoordeel mee te schenken, ontvangt het universiteitsfonds bovendien een groter bedrag terwijl de netto gift gelijk blijft. Meer informatie, een rekenvoorbeeld en een model-schenkingsovereenkomst vindt u op de website van het Amsterdams Universiteitsfonds: auf.nl.


39

UvA-schrijver tekst • Judith Koelemeijer beeld • Annaleen Louwes

Het verhaal is nooit af

Judith Koelemeijer – 1967 judithkoelemeijer.nl • 1993 Culturele studies UvA • 1994 Postdoctorale Opleiding Journalistiek EUR • 1994-2000 journalist de Volkskrant • 2000-heden schrijver van literaire non-fictie: Het zwijgen van Maria Zachea (2001; NS Publieksprijs, Gouden Ezelsoor en Zaanse Cultuurprijs); Anna Boom (2008); Hemelvaart (2013)

Hij was de eerste katholieke jongen uit Wormer die naar de universiteit zou gaan. Mijn oom Jos Koelemeijer, de oudste in een gezin met dertien kinderen. Opa glom van trots. De Koelemeijers waren al eeuwenlang hoveniers; mannen die elke ochtend met een schoffel en een schop op pad gingen. Bij Jos begon de vooruitgang. Zodra hij zijn dienstplicht had voltooid, zou hij Klassieke talen gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Het mocht niet zo zijn. Op 10 januari 1956 moest Jos tijdens zijn militaire training honderd meter hardlopen. Bij de finish viel hij dood neer. Zijn hart zou het hebben begeven. Althans: zo wilde het verhaal, het verhaal dat al decennialang in mijn familie werd verteld – en dat ik vervolgens opschreef in mijn familiegeschiedenis Het zwijgen van Maria Zachea. Jos was een serieuze, ijverige jongen. Elke avond zat hij samen met zijn broer Maarten in de voorkamer te studeren. Het behalen van goede cijfers was geen streven, maar een plicht. Zijn voornemen om naar de universiteit te gaan, moet hij als een roeping hebben ervaren. ‘Een zeer veelbelovend leven ging heen’, sprak de legeraalmoezenier bij de plechtige uitvaart. Jos werd met militaire eer begraven. Er trad een vuurpeloton aan, dat met geweerschoten een laatste saluut bracht aan soldaat Koelemeijer. Mijn vader, destijds een jongen van veertien, was er jaren later nóg van onder de indruk. De uniformen, de geweren, het muziekkorps dat het Wilhelmus en The Last Post speelde. Zoveel eer voor een gewone dorpsjongen, zijn broer… Of moest het grootse militaire vertoon de aandacht afleiden van iets anders? Begin november 2013, ruim twaalf jaar na het verschijnen van Het zwijgen van Maria Zachea, gaf ik een lezing over mijn werk in Aalten. Tijdens de pauze kwam er een oudere man naar me toe. ‘Ik heb dat verhaal over Jos met verbazing gelezen’, zei hij. ‘Het klopt niet wat er in uw boek staat.’ Hij was erbij geweest, vertelde hij, op die tiende januari 1956 in Kampen. Het ging niet om een sprintje van honderd meter. Er moest zes kilometer worden gerend, op kisten, dwars door de besneeuwde weilanden. En van de veldloop hing nogal wat af. Wie niet binnen een bepaalde tijd finishte, mocht niet verder met de opleiding tot ‘administratief kader’ binnen het leger – een felbegeerd baantje onder bollebozen als Jos en hij. Zelf had hij de route op goed moment afgesneden, vertelde de man. Hij kón niet meer. Maar Jos, plichtsgetrouw als hij was, had zich letterlijk dood gerend. ‘Ik zag hem op een dijk in elkaar zakken’, vertelde de man. ‘Niemand die erop lette; de instructeurs hadden alleen oog voor hun stopwatch. Ik ben zelf naar de weg gerend om een auto aan te houden. Samen met een paar andere jongens hebben we Jos op de achterbank gelegd. Hij leefde toen nog. Wat er daarna is gebeurd, weet ik niet.’ In de kazerne werd verteld dat Jos was overleden aan een hartstilstand. Maar ook na al die jaren weet de man wel beter. ‘Het was dood door schuld, mevrouw!’ ‘Achter elk verhaal gaat een ander verhaal schuil, een waarheid die we niet graag kennen’, schrijf ik in mijn laatste boek, het autobiografische Hemelvaart. In dat boek onderzoek ik de dood van mijn jeugdvriendin Annette Sierhuis – en de impact die dat plotselinge verlies op alle betrokkenen heeft gehad. Annette kwam om het leven bij een motorongeluk op het Griekse eiland Paros, in 1985. Maar wat was er precies gebeurd? Die waarheid bleek niet zo gemakkelijk te ontrafelen. Iedereen koesterde zijn eigen versie van de geschiedenis. Waarom had nooit iemand getwijfeld aan het verhaal over Jos’ dood? Het was mijn oom Maarten die, in plaats van Jos, als eerste Koelemeijer naar de UvA ging. Hij moest de belofte inlossen die zijn oudere broer niet waar had kunnen maken. Vanzelfsprekend koos Maarten voor Klassieke talen. Zelf ging ik in 1988 aan de UvA Nederlands en Culturele studies studeren, als eerste Koelemeijer van de volgende generatie. Van een heilig moeten was in het geheel geen sprake. Ik wilde ‘schrijven’, vanuit een vaag en romantisch verlangen, ‘schrijven tot ik niet meer kon’. Hoe naïef was ik. Want had ik werkelijk gedacht dat de taaie, theoretische blokken ‘Tekst en Media’ (I, II, en III) mij iets over schrijven zouden leren? Alleen tijdens de lessen Moderne letterkunde van Anthony Mertens ging de schrijvershemel even open. Ik zie hem nog staan, in een overvol zaaltje van het Bungehuis, bezield sprekend, zwetend, wild gebarend. Het was alsof hij je met zijn woorden optilde. Nee, schrijven leerde ik pas toen ik journalist werd. Het goede verhaal, ontdekte ik, ligt vaak dichterbij dan je denkt, in de wereld om je heen. Dat verhaal is nooit af, ook niet nadat het al is opgeschreven. Het woekert voort, vertakt zich, schiet als onkruid op onverwachte plaatsen plotseling omhoog. En altijd, altijd is de werkelijkheid anders dan je dacht – of had durven verzinnen. •


GENIET ALS ALUMNUS VAN DE VOORDELEN DIE JE ALS STUDENT AL HAD!

Wil je tijdens je carrière blijven genieten van de voordelen die je had als student? Ben je nooit uitgeleerd en wil je je netwerk vergroten? Word dan nu lid van de Kring van Amsterdamse Economen (KAE), de alumnivereniging voor economen, bedrijfseconomen en bedrijfskundigen van de Universiteit van Amsterdam. Het lidmaatschap staat open voor bachelors, masters en gepromoveerden.

Als lid van de KAE ben je automatisch ook lid van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging (AUV). Voor slechts € 35 per jaar heb je als alumnus aantrekkelijke voordelen: • Netwerk van oud-studenten, wetenschappers en zakelijke professionals • Interessante activiteiten zoals lezingen, workshops, borrels en bijzondere reizen • A ltijd op de hoogte van recente ontwikkelingen in de wetenschap • De AUV-pas, met aantrekkelijke kortingen op o.a. Open UvA Colleges, sportabonnementen bij het USC cursussen bij CREA en fotografiemuseum Foam; gratis lenerspas van de Universiteitsbibliotheek; gratis toegang tot o.a. het Allard Pierson Museum. Meer informatie en aanmelden: www.kae.nl

“ Eigenlijk wil je als ouder natuurlijk helemaal niet in het Emma zijn. We proberen voor de kinderen en zo goed mogelijke plek te creëren. Met de beste zorg. Zodat ze snel weer naar huis kunnen. We doen veel wetenschappelijk onderzoek. Naar ziekten van de stofwisseling, maag, darm en lever en infectieproblemen. Hiermee helpen we niet alleen kinderen in het Emma, maar kinderen over de hele wereld. Dat is waar het Emma voor staat: kinderen beter maken. En ook m’n eigen kinderen vinden de pleister mooi! Dus help ons een handje, koop de Emma Pleister, en gebruik hem. Zo maak je het Emma nóg beter.” – Hans van Goudoever, kinderarts – Directeur Emma Kinderziekenhuis AMC

Spui 39  

SPUI is het magazine voor, door en over alumni van de Universiteit van Amsterdam. Met als onderwerpen onder meer: De Netwerkgeneratie; Imp...