Page 1

UvA ALUMNI MAGAZINE 02 / 2016

45

MIJN MEEST DIERBARE HERINNERING LIEKE MARSMAN

P 31 IEDERE UNIVERSITEIT HEEFT HAAR EIGEN TRADITIES WIE KRIJGT EEN EREDOCTORAAT VAN DE UVA EN WIE NIET?

P 04

WOLKERS-BIOGR A AF ONNO BLOM

‘ACHTERAF HEEFT JAN HET SCHERP GEZIEN’ P 16

ONDERBUIK OBJECT VAN ONDERZOEK OP LOWLANDS DE FESTIVALBEZOEKER ALS PROEFPERSOON

P 20


02 INHOUD

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

ENSIOEN p 07 P Haar vader had alleen lagere school en ze woonde in

colofon

Hilversum ‘aan de verkeerde kant van de spoorlijn’, maar Olga Fischer mocht studeren en bracht het tot hoogleraar. Bij haar afscheid blikt zij terug.

VA-GESCHIEDENIS p 08 U Kasteleinszoon Chris van Esterik reed begin jaren zeventig op

Uitgever Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA Redactie Albert Goutbeek (hoofdredacteur), Laura Erdtsieck, Daan Meijer,

zijn motor het ‘magies centrum’ binnen om te gaan studeren. In Jongens waren we beschrijft hij zijn studietijd in deze roerige jaren en de totalitaire verleidingen waaraan hij blootstond.

Carolyn Wever Ontwerp en beeldredactie Mattmo Creative bv Fotografie/illustraties Kees Hummel, Monique Kooijmans, Marcel Krijgsman, Eduard Lampe, Jeroen Oerlemans, Tessa Posthuma de Boer, Koen Wessing Druk PrintRegie / MullerVisual Aan dit nummer werkten verder mee Marieke Buijs, Han Ceelen, Shirley Haasnoot (eindredactie), Ben Haveman, Jacqueline Hoefnagels, Ingrid Hoogervorst, Lieke Marsman, Annemiek Meeske, Marion Rhoen, Michiel Röling, Elke Veldkamp, Jules van Veen, Robin van Wechem Op de cover Onno Blom, biograaf van Jan Wolkers, poseerde samen met Den Uylbiograaf Anet Bleich voor fotograaf Kees Hummel bij het beeld Een roos van staal, het Den Uyl-monument dat Jan Wolkers maakte. Het beeld staat op de J.M. den Uylbrug in Zaandam. Zie de rubriek Loopbaan vanaf pagina 16. Reacties SPUI, Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA, Postbus 94325, 1090 GH Amsterdam. SPUI @uva.nl ISSN 667-939X De redactie heeft ernaar gestreefd de rechthebbenden van de foto’s te achterhalen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA. SPUI is een magazine voor, door en over alumni en vrienden van de Universiteit van Amsterdam. SPUI verschijnt twee keer per jaar in druk in een oplage van 95.000 exemplaren en wordt toegestuurd aan alle UvA-alumni (van wie het adres bekend is). Daarnaast wordt zes keer per jaar een mailing verstuurd aan alumni. alumni.uva.nl

Carina Benninga en Michaëla Ulrici PRIJZENSWAARDIGE INITIATIEVEN In het vorige nummer van SPUI vroegen wij u op deze plaats om jonge alumni voor te dragen voor de AUV-alumnusprijs, voor bijzondere maatschappelijke initiatieven. Een aantal van u gaf gehoor aan deze oproep en tijdens de AUV-dag van zaterdag 5 november ontvingen Renée Frissen, Luana Carretto en Jacob Schaap de AUV-alumnusprijzen 2016. Twee van de drie winnende projecten zijn gericht op vluchtelingen – wat uiteraard geen selectiecriterium was, maar wel iets zegt over de maatschappelijke kwesties waaraan betrokken alumni een zinvolle bijdrage willen leveren. Onder de bezoekers van de AUV-dag was het enthousiasme over de initiatieven van zowel de prijswinnaars als de overige genomineerden groot. UvA-voorzitter Geert ten Dam, die de prijzen overhandigde, benadrukte hoe trots zij is op de inzet van de jonge alumni van de Universiteit van Amsterdam. Verderop in deze SPUI leest u over de drie winnende projecten en vindt u bovendien verwijzingen naar de websites van de overige genomineerden. Kijkt u er eens naar om een indruk op te doen, mogelijk zit er een project bij waar u zelf iets aan wilt bijdragen. En als u denkt: ik ken nog wel een project dat in dit lijstje niet had misstaan, volgend jaar reiken we opnieuw de AUV-alumnusprijs uit. Tijdens diezelfde AUV-dag bedankte Ada Vermeer-Janse, penningmeester van het Amsterdams Universiteitsfonds, de aanwezige AUV-leden voor hun trouwe steun aan de doelen van het universiteitsfonds. Aanleiding om dat bij deze gelegenheid te doen, is het feit dat onder die alumni die ook donateur zijn, een opvallend hoog percentage lid van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging is. Van alle donateurs die ooit hebben gegeven, is maar liefst één op de drie AUV-lid. Van alle huidige AUV-leden heeft één op de vijf ooit bijgedragen aan het Amsterdams Universiteitsfonds. Twintig procent dus, wat in fondsenwerving een hoog percentage is. Dankzij de donateurs heeft het Amsterdams Universiteitsfonds in 2015 zestien erfgoedprojecten kunnen steunen, waaronder de restauratie en digitalisering van oude boeken; 25 onderzoeks­projecten en 23 projecten op het gebied van studentenvoorzie­ ningen. Daarnaast zijn er 350 reis- en studiebeurzen toegekend. Alles bij elkaar heeft het fonds vorig jaar ruim een miljoen euro uitgekeerd aan bijna 450 begunstigden. Wij willen op deze plek graag ook al die donateurs die niet aanwezig waren op de AUVdag hartelijk danken voor hun bijdragen – vooral ook namens de onderzoekers en studenten voor wie u een verschil heeft gemaakt. Wij wensen u veel leesplezier met dit nummer van SPUI en alvast fijne feestdagen. Carina Benninga is voorzitter van de Amsterdamse UniversiteitsVereniging. Michaëla Ulrici is voorzitter van het Amsterdams Universiteitsfonds.

p 10

STUDIE

p 15

PROEFSCHRIFT

p 18

WETENSCHAP

Wonen op een cruiseschip: het klinkt romantischer dan het in werkelijkheid soms was. Theo van der Heijden woonde eind jaren zestig als student op de Caledonia, Charlotte van Leeuwen had veertig jaar later een hut op de Rochdale One.

Hadassa Noorda betoogt onder welke voorwaarden de leden van niet-statelijke groeperingen onder het oorlogsrecht kunnen vallen. ‘Alleen met een IS-vlag wapperen is niet genoeg om als soldaat te worden beschouwd.’

Kort nieuws: is boeken lezen een kwestie van nurture of toch van nature?

VA IN BEWEGING p 22 U Instroom UvA neemt toe, reviewcommissie positief over resultaten prestatieafspraken.

N MEMORIAM p 23 IJeroen Oerlemans, voormalig huisfotograaf van SPUI, kwam om het leven in Libië. Een herinnering in beeld.

p 24 PERSONALIA p 25 OVERLEDENEN N MEMORIAM p 26 IHistoricus Piet Boon bleef ook na zijn pensioen archivaris

van het Westfries Archief. Internationaal maakte hij naam als autoriteit op het gebied van de maritieme geschiedenis.

MSTERDAMSE p 27 A UNIVERSITEITS-VERENIGING Renée Frissen is de winnaar van de AUV-alumnusprijs 2016, met haar vluchtelingenproject OpenEmbassy.

ARIA p 29 V ACE Venture Lab stimuleert ondernemerschap bij studenten en recent afgestudeerden.

MSTERDAMS UNIVERSITEITSFONDS p 30 A Nieuwe scriptieprijs ter herinnering aan student Max van Bremen.

p 31

UVA-SCHRIJVER

Lieke Marsman had als student twee passies: filosofie en poëzie. Geen zaken waarmee je gemakkelijk geld verdient, maar voor haar zijn goede ideeën belangrijker.


03 SPUI

P 12

GESPREK

CONTACT

Nationalisme Het lied De zilvervloot dateert niet uit 1628, het jaar van de heldendaden van Piet Hein, maar uit 1844. In de negentiende eeuw was de ‘viering van de natie’ een bron van inspiratie voor (lied)schrijvers, schilders en andere kunstenaars. Na tien jaar noeste arbeid publiceerde letterkundige Joep Leerssen een digitale encyclopedie over romantisch nationalisme. Politicoloog Tjitske Akkerman onderzoekt hedendaags nationalisme, en daar is weinig romantisch aan. ‘Partijen als de PVV hoeven hun eigen identiteit niet te ontdekken en te cultiveren, maar definiëren die vooral ex negativo.’

HET UVA-EREDOCTOR A AT: WIE ONTVANGT HET, WIE NIET, EN OP GROND WA ARVAN? ‘DE VOORSTELLEN ZIJN VERTROUWELIJK MA AR SOMS LEKT ER EEN NA AM UIT’ – HOOFDZA AK P04 –

Wilt u zich aanmelden of juist afmelden voor ontvangst van SPUI? Zijn uw adresgegevens onjuist? Ontvangt u wel de gedrukte SPUI, maar niet het digitale UvA-alumninieuws? Heeft u een vraag over de Universiteitsdag? Wilt u lid worden van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging? Heeft u een goed idee voor het Amsterdams Universiteitsfonds? Is uw adres gewijzigd? Als alumnus of vriend van de Universiteit van Amsterdam, lid van de AUV of donateur van het universiteitsfonds kunt u met uw vragen en opmerkingen terecht bij het Bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds van de Universiteit van Amsterdam: alumni.uva.nl/contact, alumni@uva.nl. Wij zijn u graag van dienst! Uw reacties op SPUI magazine zijn van harte welkom, per post of via e-mail (adressen: zie colofon). De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden reacties ingekort of helemaal niet op te nemen.

P 16

LOOPBAAN

Hoe word je biograaf? Anet Bleich studeerde Politicologie en schreef een vuistdikke biografie over oud-premier Joop den Uyl. Momenteel werkt ze aan een boek over politicus Max van der Stoel. Onno Blom studeerde Nederlands en zweet op de komend jaar te verschijnen biografie van literator Jan Wolkers. Schrijven doen beiden al vanaf hun studietijd, maar een biografie schrijven vergt meer. Je moet een doordouwer zijn en zitvlees hebben: Den Uyl kostte acht jaar, aan Wolkers wordt al tien jaar geschaafd. ‘Het neemt je leven volledig over.’

P 20

WETENSCHAP

Hot politics op Lowlands Een muziekfestival op een warme zomerdag: niet direct de setting voor wetenschappelijk onderzoek, zou je denken. Toch was de animo groot om deel te nemen aan het UvAonderzoek naar de onderbuik. Is politiek een cool concept, dat een beroep doet op de rede, of is het hot, want emo­ tioneel geladen? Voorlopige conclusie: het laatste, ook als we zelf denken van niet. Want van 95 procent van onze emoties zijn we ons niet bewust, terwijl de fysieke reacties – geregistreerd door een hartslagmeter en elektroden – voor zich spreken.

SPUI25 Academisch-cultureel podium SPUI25 vormt een verbinding tussen de academische wereld en de culturele praktijk. SPUI25 richt zich zowel op de academische gemeenschap van onderzoekers, docenten, alumni en studenten, als op een breed geïnteresseerd literair-cultureel publiek. Bijna dagelijks betreden academici, schrijvers, journalisten, commentatoren en creatieven het podium om nieuwe bevindingen uit wetenschap en cultuur te bespreken. De programma’s bewegen zich tussen wetenschap en verbeelding, tussen feit en fictie. Kijk voor het actuele aanbod aan lezingen, debatten, discussies, boekpresentaties en interviews op www.spui25.nl.


04 HOOFDZAAK

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

WIE ZIJN DE UVA-EREDOCTORES VAN 2017? JAMES B. HATHAWAY (Canada 1956), Professor of Law aan de Amerikaanse University of Michigan Law School (VS), is een van de grootste wetenschappers op het gebied van het internationale vluchtelingenrecht. Volgens zijn erepromotor Marjoleine Zieck, hoogleraar Internationaal vluchtelingenrecht, is zijn werk in het bijzonder baanbrekend geweest op het terrein van de definitie van vluchtelingen zoals neergelegd in het VNVluchtelingenverdrag uit 1951 en vanwege zijn analyse van de rechten van vluchtelingen in het internationale recht. Aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UvA is Hathaway sinds 2010 Distinguished Visiting Professor of International Refugee Law. Jaarlijks geeft hij college aan masterstudenten binnen het vak International Refugee Law. Een gesprek van een half uur tussen Hathaway en Zieck is te zien op youtube.com (zoek op ‘Professor Hathaway’). MICHÈLE LAMONT (Canada 1957), hoogleraar Sociologie en African and African American Studies en tevens Professor of European Studies aan Harvard University (VS), richt zich op een groot aantal onderzoekthema’s: cultuur, sociale ongelijkheid en uitsluiting, klasse, ras en etniciteit, instituties, wetenschap en onderwijs, gezondheid, en sociale veerkracht. Ze krijgt een eredoctoraat vanwege haar belangrijke theoretische en empirische bijdragen aan de sociale wetenschap, vooral de cultuursociologie, en haar verbindende rol tussen de Amerikaanse en de Europese sociale wetenschappen. Lamont was in januari 2016 aan de UvA te gast bij de afdeling Sociologie. Haar werk is nauw verwant met de thema’s die centraal staan in het sociologisch onderzoek van het Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR). Volgens Giselinde Kuipers, hoogleraar Cultuur­ sociologie en samen met hoogleraar Sociologie Jan-­ Willem Duyvendak erepromotor, is Lamont is een van de invloedrijkste sociaal-wetenschappers van onze tijd. PETER VAN ROOIJEN (Nederland 1956) is directeur van International Civil Society Support. Ook is hij een van de initiatiefnemers en bestuurslid van het Joep Lange Instituut, genoemd naar de baanbrekende aidsonderzoeker en UvA-hoogleraar infectieziekten Joep Lange, die met zijn partner Jacqueline van Tongeren omkwam in het MH17-toestel boven Oekraïne. Tevens is Van Rooijen lid van de Raad van Toezicht van het onlangs opgerichte Amsterdam Institute for Health Technology, waarvan AMC-UvA penvoerder is. Van Rooijen wordt geëerd vanwege zijn verdiensten bij de nationale en internationale bestrijding van aids en zijn inzet voor betere internationale gezondheidszorg. Een van zijn grootste verdiensten is dat hij ervoor zorgde dat nieuwe behandelingen tegen aids snel toegankelijk werden in Nederland en vervolgens in het buitenland. Hierdoor kwam er veel vooruitgang in de bestrijding van hiv en aids in arme landen. Zijn erepromotor Marcel Levi, hoogleraar Inwendige geneeskunde en scheidend bestuursvoorzitter van het AMC, noemt Van Rooijen een zeer vooraanstaande pionier en voortrekker binnen de nationale en internationale aidsbestrijding en hiv-zorg, wiens loopbaan in het teken staat van het welzijn van mensen. De processie bij het driehonderdjarig bestaan van de UvA inspireerde schilder Martin Monnickendam voor het doek Universiteitsfeest (1932)


05 tekst • Shirley Haasnoot illustratie • Stichting Vrienden van de schilder Martin Monnickendam

‘IN DE KEUZE VAN DE EREDOCTORES WEERSPIEGELT ZICH DE UVA’ Koningin Wilhelmina, Maria Montessori, Jan Tinbergen, Ratan Tata: de lijst eredoctores van de UvA is lang en divers. Op 9 januari ontvangen drie nieuwe uitverkorenen het eredoctoraat. Aan welke criteria moeten zij voldoen? En wie bepaalt uiteindelijk wie wordt onderscheiden? De stad stond op zijn kop toen de Universiteit van Amsterdam op 1 juli 1932 haar driehonderdjarig bestaan vierde. Sinds 1897 was het eredoctoraat slechts achttien keer verleend maar voor deze bijzondere gelegenheid werden maar liefst 39 eredoctoraten toegekend aan kandidaten uit binnen- en buitenland. Drie van deze eredoctores werden ook publiekelijk gehuldigd. Dat waren geen wetenschappers maar mannen van verschillende politieke richtingen die zich op een bijzondere manier hadden ingezet voor de stad: ondernemer Ernst Heldring, vakbondsman en gemeenteraadslid Henri Polak en burgemeester Willem de Vlugt. De plechtigheid vond plaats in het Concertgebouw, waar hoogleraren uit binnen- en buitenland naartoe schreden in een processie die de hele lengte van het Museumplein besloeg. Niet iedereen was van het spektakel gecharmeerd. In een pamflet protesteerde de journalist Anton Constandse tegen de ‘inflatie’ van het eredoctoraat. Met de toekenning van het grote aantal eredoctoraten liet de UvA zich van haar eigenzinnige kant zien. Dat drie Amsterdammers nog eens extra werden geëerd toont hoe nauw de band was tussen de hoofdstad en de universiteit. Ook de Amsterdamse hoogleraren in de processie, die de eredoctoren hadden voorgedragen, waren daar een voorbeeld van. Anders dan de hoog­leraren van andere Nederlandse universiteiten waren zij niet door de minister benoemd, maar door de hoofdstedelijke gemeenteraad. Die situatie leidde ertoe dat aan de UvA benoemingen plaatsvonden die elders in Nederland ondenkbaar waren. Zo was de getrouwde Derkje Hazewinkel-Suringa sinds 1932 gewoon hoogleraar Strafrecht en strafvordering aan de UvA. Gepensioneerd universiteitshistoricus Péjé Knegtmans: ‘Het was een unicum in Nederland, waar vrouwelijke ambtenaren tot ver in de jaren 1950 op de dag na hun huwelijk ontslagen werden.’ Ook in 1925 vond een benoeming plaats die alleen in de hoofdstad mogelijk was. In dat jaar stemde de Amsterdamse gemeenteraad in met de hoogleraarsbenoeming van sterrenkundige Anton Pannekoek, nadat hij sinds 1918 als lector aan de UvA had gewerkt. Pannekoek was eerder in Leiden voorgedragen, maar vanwege zijn socialis­ tische en communistische sympathieën werd zijn benoeming door de minister lange tijd opgehouden en uiteindelijk afwezen. Pannekoek zou in 1936 een eredoctoraat van de Amerikaanse Harvard University krijgen. Aan de UvA is het Anton Pannekoek Instituut voor Sterrenkunde naar hem genoemd.

Wetenschappers, publieke figuren, schrijvers, politici, zakenlieden, kunstenaars en leden van de koninklijke familie kregen in het verleden een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Een willekeurige greep uit de namen: onderwijzer en natuurbeschermer Jacques P. Thijsse (1922), koningin Wilhelmina (1938), arts en antropoloog Maria Montessori (1950), econoom en natuurkundige Jan Tinbergen (1954), Zuid-Afrikaans anti-apartheidsstrijder Govan Mbeki (1978), oud-premier J.M. den Uyl (1985), Duits diplomaat Otto von der Gablentz (1997) en documen­ taire­maker Claude Lanzmann (2005). Opvallend is dat gedurende de Duitse bezetting geen enkel eredoctoraat werd uitgereikt. Knegtmans: ‘De universiteit wilde zo min mogelijk veranderingen doorvoeren, iedere door de bezetter geïnitieerde verandering werd waar mogelijk gesaboteerd of getraineerd. Telkens verzonnen de betrokkenen weer iets anders om het proces te vertragen. Er werden slechts enkele hoogleraren benoemd en geen eredoctoraten verleend.’ Hazewinkel-Suringa behoorde in de oorlog tot de hoogleraren die de rug recht hielden, vertelt Knegtmans. ‘Als decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid raakte zij in conflict met de pro-Duitse professor L.J. van Apeldoorn, wat op last van de bezetter tot haar ontslag leidde. In Leiden zei men daarom vroeger dat Hazewinkel-Suringa de enige vent aan de UvA was geweest.’ Op 10 mei 1946, precies zes jaar na de Duitse inval, werd aan de toen nog zo geheten Rijksuniversiteit Leiden een eredoctoraat toegekend aan de Britse bevrijder Winston Churchill. Die avond bespraken vijf Amsterdamse hoogleraren aan de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte welke kandidaat zij voor deze bijzondere eer wilden voordragen. Historicus Jan Romein, omstreden vanwege zijn communistische verleden en zelf niet aanwezig, stelde zijn collega-hoogleraren per brief voor om ook die andere bevrijder, Josef Stalin, eredoctor te maken, als representant van de progressieve politieke gedachte. Het voorstel werd waarschijnlijk wel besproken maar buiten de notulen van de vergadering gehouden. Een jaar later bleek er een veilige keus te zijn gemaakt voor vier literatoren: Pieter Nicolaas van Eyck, Henriëtte Roland Holst, Camille Huysmans en Herman Teirlinck. Hiermee herdacht de UvA tevens de driehonderd-jarige sterfdag van de grote, in Amsterdam geboren schrijver P.C. Hooft. De brief van Romein werd gearchiveerd en werd pas decennia later gevonden door Willem van den Berg, emeritus hoogleraar Moderne Nederlandse letterkunde aan de UvA.

‘In Leiden zei men dat mevrouw HazewinkelSuringa de enige vent aan de UvA was geweest’

Lustrumjaar

Sinds 1961 heeft de Amsterdamse gemeenteraad geen stem meer in hoogleraarsbenoemingen. Vanaf dat jaar nam het rijk 95 procent van de financiering van de universiteit voor haar rekening. In ruil hiervoor moest de gemeenteraad het benoemingsrecht afstaan aan het College van Curatoren. In dit college hadden de burgemeester en de wethouder van Onderwijs ambtshalve zitting en de gemeenteraad benoemde drie van de zes overige curatoren. Indirect hield de gemeente dus wel greep op haar universiteit, ook droeg zij nog vijf procent van de kosten. In 1972 werd het College van Bestuur van de UvA voor de benoemingen verantwoordelijk.


06

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

Inmiddels is al jaren bij reglement vastgelegd dat er jaarlijks twee, en bij uitzondering drie of vier eredoctoraten toegekend worden. In het lustrumjaar 2017, tijdens de Dies Natalis – die dit jaar op maandag 9 januari wordt gevierd omdat de eigenlijke geboortedag, 8 januari, op een zondag valt – wordt deze bijzondere eer drie maal verleend. Het College voor Promoties, dit jaar voor het eerst voorgezeten door rector magnificus Karen Maex, heeft keuzes gemaakt waar niemand bezwaar tegen kan hebben (zie kader op pagina 04). De overwegingen om iemand een eredoctoraat toe te kennen, zeggen nog steeds veel over het specifieke karakter van de universiteit, zegt rector magnificus Maex. ‘Het is niet zo dat het uitdragen van een visie leidend is bij de keuze van eredoctores. Maar in de keuze weerspiegelt zich wel de UvA. Het zijn onze wetenschappers die de kandidaten voordragen. Vaak zijn dat mensen die ze kennen of met wie ze een wetenschappelijke band hebben.’ Het eredoctoraat leidt er vaak toe dat de kandidaat en de universiteit contact houden. Maex: ‘Een eredoctoraat schept een blijvende band, die de universiteit en de eredoctores zelf ook willen koesteren.’

Scheidslijn

Het eredoctoraat wordt verleend aan personen die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd in de wetenschap of voor niet-academische prestaties op maatschappelijk gebied. De persoon mag de titel doctor honoris causa van de Universiteit van Amsterdam voeren. Volgens het huishoudelijk reglement voor het College voor Promoties (1997) gaat de voorkeur uit naar personen die niet gepromoveerd zijn en hun wetenschappelijke verdiensten niet ontlenen aan de uitoefening van een academische functie. Een gepromoveerde kandidaat heeft immers al de wetenschappelijke erkenning gekregen die een niet-gepromoveerde kandidaat nog niet ten deel is gevallen. Toch wordt er tegenwoordig meestal gekozen voor de categorie van de excellente wetenschapper, die vanzelfsprekend al wel is gepromoveerd. Dat komt omdat het steeds moeilijker wordt om als niet-gepromoveerde wetenschap te bedrijven, waardoor er in die categorie steeds minder potentiële kandidaten zijn. Tegelijkertijd kun je niet altijd spreken van een scheidslijn tussen wetenschap en maatschappelijke betrokkenheid. Maex: ‘Heel vaak is het zo dat juist in de combinatie van wetenschap en maatschappelijke betrokkenheid de beste kandidaten worden gevonden. De academische impact maakt deel uit van de maatschappelijke impact. Kijk naar de kandidaten die wij in 2017 het eredoctoraat verlenen. Zij werken op een academisch zeer hoog niveau en hebben daarbij alle drie een heel relevante en eigentijdse maatschappelijke invalshoek.’ Als specifiek voor de maatschappelijke categorie gekozen wordt, leidt dat vaak tot controverse. Vier jaar geleden, op 8 januari 2013, leidde de keuze van het eredoctoraat voor de Indiase grootindustrieel, multimiljonair en filantroop Ratan Tata tot protesten. Onderzoekers aan de UvA betoogden dat de universiteit haar geloofwaardigheid kwijtraakte door academische eer te bewijzen aan ‘het soort kapitalistische bedrijfs­ politiek’ waar Tata voor zou staan. Zij konden het eredoctoraat niet verhinderen. Wel ging Tata in op de uitnodiging van de studenten van interviewplatform Room for Discussion. Voorafgaand aan de plechtigheid debatteerde hij met ze in een afgeladen hal van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. De protesten waren niet alleen gericht op de ethische kant van het eredoctoraat voor Tata. De UvA-medewerkers waarschuwden er ook voor dat als de universiteit te veel ging leunen op derde-geldstromen vanuit grote bedrijven zoals dat van Tata, haar onafhankelijkheid in het gedrang kon komen. Dat sommige andere universiteiten hier makkelijk over denken blijkt wel uit het besluit van business universiteit Nyenrode in 1992 om de ondernemer Albert Heijn, oudpresident van het Ahold-concern, een eredoctoraat te verlenen. Ook dit besluit werd ondanks protesten doorgezet. Heijn had vier jaar eerder een leerstoel in de distributiekunde gefinancierd en in 2001 was de feestelijke opening van het dr. Albert Heijn-gebouw op de Nyenrode-campus.

(2005). In Rotterdam zijn nadrukkelijk wetenschappelijke verdiensten vereist. Delft kijkt ook naar de technische kanten van de kandidaat. ‘In Amsterdam kijkt het College voor Promoties in de eerste plaats naar de kwaliteit van de kandidaten’, zegt rector magnificus Maex. ‘Daarnaast kijken we naar hun impact op de academische en maatschappelijke wereld. We zoeken naar mensen die echt al iets hebben gerealiseerd, maar die nog wel een actieve rol hebben. En ten slotte kijken we naar de relevantie van hun werk op dit moment.’ Het College voor Promoties bestaat uit de decanen van de faculteiten en de rector magnificus als voorzitter. De decanen krijgen jaarlijks het verzoek om voordrachten te doen. Zij zetten dat verzoek op hun beurt uit binnen hun faculteit. Meestal worden de voorstellen door een of meer hoogleraren voorbereid. Van belang is dat er vanuit de wetenschappelijke staf steun en draagvlak is voor een voorstel binnen de faculteit. Er wordt tevens gekeken naar de diversiteit van de kandidaten en naar de verhouding tussen mannen en vrouwen, hoewel dat niet officieel is vastgelegd. De voorstellen zijn vertrouwelijk maar soms lekt er een naam uit, zoals in 2015 die van filmmaker Louis van Gasteren, die niet door de voorselectie zou zijn gekomen. Als de decaan zich ervan heeft overtuigd dat een voordracht gedegen is en voldoende steun geniet, dan kan hij of zij ertoe overgaan het voorstel in te brengen ter bespreking in de selectierondes in het College voor Promoties. Faculteiten dragen in de praktijk niet meer dan twee kandidaten voor en kunnen ook een jaar overslaan.

Verjaardag

Nadat het College voor Promoties een positief besluit over een kandidaat heeft genomen, vraagt het eerst het College van Bestuur om instemming. Als dat akkoord gaat, wordt de beoogd eredoctor op informele wijze geïnformeerd over het voornemen hem of haar een eredoctoraat te verlenen. Het is noodzakelijk dat de persoon in kwestie in staat is om het eredoctoraat in ontvangst te nemen, want eredoctoraten worden sinds 1984 alleen tijdens de Dies Natalis, de verjaardag van de UvA, persoonlijk uitgereikt tijdens een bijzondere zitting van het College voor Promoties. Als iemand verhinderd is, gaat de verlening van het eredoctoraat dan ook niet door. Ook kan een kandidaat een eredoctoraat weigeren. Dat deed bijvoorbeeld collectioneur en kunstkenner Frits Lugt in 1947. Lugt was tegen een universitaire studie Kunstgeschiedenis omdat een academische opleiding geen toegevoegde waarde zou hebben in het ontwikkelen van connaisseurschap. Dat het op het laatste moment toch nog kan misgaan, bleek nog niet lang geleden in de Verenigde Staten. In 2014 kreeg voormalig Tweede Kamerlid voor de VVD Ayaan Hirsi Ali geen eredoctoraat van Brandeis University in Boston, hoewel het voornemen daartoe al officieel was bekendgemaakt. Nadat wetenschappers en studenten van die univer­ siteit hadden geprotesteerd tegen haar kandidatuur, trok de universiteit haar beslissing na ruim een week in, met als reden dat Hirsi Ali’s beweringen over de islam niet consistent zouden zijn met de waarden van de universiteit. Voor zover bekend heeft in Amsterdam een eredoctor nooit geprobeerd het eredoctoraat terug te geven. Elders gebeurde dit wel. In 2012 leverde emeritus hoogleraar Egbert Torenbeek het eredoctoraat in dat hij in 2001 had ontvangen aan het Luchtvaartinstituut in Moskou. De Nederlandse vliegtuigontwerper protesteerde daarmee tegen de ondemocratische koers van de Russische president Poetin en het neerschieten van de vlucht MH17.

‘Een eredoctoraat schept een blijvende band, die de universiteit en de eredoctores koesteren’

Praesidium Libertatis

Bij de keuze van haar kandidaten heeft iedere universiteit weer iets andere criteria. Het Leidse promotiereglement biedt sinds 1998 de mogelijkheid het eredoctoraat te verlenen aan personen die ‘op een bijzondere wijze invulling hebben gegeven aan het devies van de universiteit: Praesidium Libertatis, bolwerk van vrijheid.’ Op grond van dit criterium verleende de universiteit een eredoctoraat aan antiapartheidsstrijder en politicus Nelson Mandela (1999) en aan koningin Beatrix

Laudatio

Hoewel binnen de faculteiten ook medewerkers met voorstellen kunnen komen, telt in Amsterdam de stem van de hoogleraren nog altijd zwaar. De promotores die de eredoctores aandragen en de laudatio doen zijn altijd hoogleraren. Deze gewoonte is een afgeleide van het promotierecht zoals dat nu nog in Nederland is geregeld, waarbij alleen hoogleraren het recht hebben als promotor op te treden. Aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar rector Maex studeerde en het grootste deel van haar werkende leven doorbracht, is dat anders. Hier mogen studenten, via de Studentenraad KU Leuven, kandidaten op de lijst zetten en worden ze ook betrokken bij de procedure. Maex: ‘De studenten kunnen daar één naam voordragen en ze nemen ook deel aan verschillende overleggen, bijvoorbeeld om van de longlist een shortlist te maken. En als hun kandidaat wordt gekozen, worden zij erepromotor. Zij mogen hun kandidaat dan ook inleiden.’ Maex benadrukt dat de studenten met goede kandidaten aankomen en dat daarover vaak interessante discussies ontstaan. In Amsterdam blijft de procedure voorlopig zoals hij is. Maex. ‘Iedere universiteit heeft haar eigen tradities. Maar ik sta zeker open voor het idee.’ •


07 7

PENSIOEN ‘VANUIT TAALKUNDIG OOGPUNT IS HET HEEL BEGRIJPELIJK OM “HUN HEBBEN” TE ZEGGEN’ Haar liefde voor het Engels bloeide op toen ze als au pair in Engeland werkte, daar op de tractor reed en Jane Austin las. Ze beheerst Oudnoords, kan goed leven met ‘ hun hebben’ en vindt het geen probleem dat taal verandert. Olga Fischer, hoogleraar Germaanse (in het bijzonder Engelse) taalkunde hield op 21 oktober haar afscheidsrede.

tekst • Elke Veldkamp beeld • Eduard Lampe

Bezuinigingen Hoewel Fischer hoogleraar Germaanse taalkunde is, ligt de nadruk in haar werk op het Engels. ‘Ik spreek middelbareschool-Duits en geen Zweeds, Deens of Noors. Dat heb ik ook gezegd bij mijn sollicitatie. Maar vanwege bezuinigingen is besloten om maar één hoogleraar Taalkunde aan te stellen voor alle Germaanse talen.’ De vele bezuinigingen in haar vakgebied doen haar pijn. ‘Er is nu geen hoogleraar Duits meer, terwijl Duits een schitterende, interessante en belangrijke taal is.’ Dat beeld wordt helaas niet weerspiegeld in de aanmeldingen van studenten: gemiddeld zo’n negen eerstejaars Duits, tegenover honderd eerstejaars Engels. ‘Onbegrijpelijk, die geringe belangstelling voor Duits. Studenten denken vaak dat Engels makkelijk is, omdat ze de taal al goed spreken. Maar wij beginnen op een zeer hoog niveau. En ze krijgen ook colleges taalkunde voor hun kiezen, voor veel studenten pittige vakken waarmee ze hun analytische vaardigheden trainen.’ Iconiciteit Fischer blijft voorlopig haar opleiding bijstaan totdat er een opvolger gevonden is. Ook begeleidt ze nog een aantal promovendi. ‘Verder heb ik een hoop plannen: roeien, yoga, meer lezen, reizen en regelmatig een oma-dag. Ik wil me ook graag inzetten voor Vluchtelingenwerk. Ik heb ooit Nederlandse les gegeven aan nietNederlanders, zoiets hoop ik weer te doen.’ Terugkijkend op haar loopbaan, wat ziet ze als wapenfeiten? ‘Ik ben heel blij met de conferentie over iconiciteit die letterkundige Max Nänny van de universiteit van Zürich en ik hebben opgezet in 1997. We vonden het allebei jammer dat letter- en taalkundigen zo ver uit elkaar waren gegroeid met hun eigen modellen en theorieën. Op de conferentie brachten we beide disciplines weer samen bij het onderwerp iconiciteit: in hoeverre is de vorm of de klank van de taal een natuurlijke weergave van wat er in de wereld gebeurt? Een goed voorbeeld daarvan is het woord “koekoek”. Maar ook woordvolgorde kan iconisch werken. De deel­ nemers bleken zo enthousiast dat het congres sindsdien tweejaarlijks plaatsvindt en er steeds nieuwe onderwerpen bijkomen, zoals gebarentaal en klanksymboliek in Aziatische talen. Verder ben ik er trots op dat ik zowel voorzitter was van de Societas Linguistica Europaea, een vereniging die taalkundigen uit Oost- en West-Europa verbindt, als van de International Society for the Linguistics of English. Beide voorzitterschappen waren mooi om te doen en waren voor mij ook een erkenning dat ik iets heb bereikt op mijn vakgebied. Uiteindelijk toch niet gek voor dat meisje van de verkeerde kant van de spoorlijn.’ •

Een studiebeurs aanvragen mocht niet van haar vader want ‘leven van de staat, dat doe je niet’

Doorleren was in het middenstandsgezin waarin Fischer opgroeide niet aan de orde van de dag. Haar vader had alleen lagere school en het gezin woonde aan ‘de verkeerde kant van de spoorlijn’ in Hilversum, waar kinderen na de lagere school naar de huishoudschool of mulo gingen. Haar peetoom echter zag Fischers potentie en drong erop aan dat ze naar het gymnasium ging, net als haar vier zussen. Een inspirerende leraar Engels wakkerde het idee aan om Engels te studeren, al aarzelde Fischer toen een psychologische test van school aangaf dat ze ‘te praktisch ingesteld’ was voor de universiteit. Ze vertrok daarom eerst voor een jaar als au pair naar Engeland, waar ze op een boerderij belandde met drie kinderen. ‘Ik leerde tractor rijden en las Jane Austen. Toen is mijn liefde voor het Engels echt opgebloeid.’ Na dat jaar besloot Fischer Engels te studeren aan de UvA. ‘Amsterdam leek me een spannende stad.’ Wel reisde ze de eerste twee jaar heen en weer omdat ze nog niet op kamers mocht. Een studiebeurs aanvragen mocht ook niet, want ‘leven van de staat, dat doe je niet’, vond haar vader.

Taalverandering Na een MA History of English and General Linguistics in Newcastle en een aanvullend doctoraal aan de UvA – ‘het Engelse diploma werd niet erkend omdat de opleiding te kort was’ – verdiepte Fischer zich steeds meer in de taalkundige kant van het Engels. Ze bestudeerde onder meer de invloeden die het Oudengels heeft ondergaan. ‘Oudengels lijkt veel meer op het Duits van nu dan op het hedendaagse Engels, met dezelfde woordvolgorde en uitgangen. De Franse invloed kwam pas veel later.’ Ook de Vikingen hebben een grote impact gehad op het Engels, vertelt ze. ‘Ik heb Oudnoords geleerd en veel Scandinavische woorden zie je terug in het Engels, vooral in de Noord-Engelse dialecten en het Schots.’ Een rode draad in haar werk was altijd de zoektocht naar het hoe en waarom van taalverandering. Het belangrijkst is volgens Fischer de analogie: het onbewust toepassen van ‘regels’, daardoor iets fout zeggen en zo geleidelijk de taal veranderen. ‘Neem het woord “kinderen”. Vroeger was het meervoud van kind “kinder”, net als in het Duits. Door er vaak -en achter te plakken zoals bij andere meervoudsvormen is het “kinderen” geworden. “Hun hebben” is ook een leuke. Veel mensen gruwen daarvan, maar vanuit taalkundig oogpunt is het heel begrijpelijk. Op “hun” kan je bijvoorbeeld een klemtoon leggen, iets dat met “ze” moeilijker is. Het wordt gebruikt om naar “díe daar, die anderen” te verwijzen; interessant is namelijk dat “wij” niet “ons” is geworden.’ Fischer probeert studenten altijd uit te leggen waaróm iets gebeurt. ‘Taalverandering is moeilijk tegen te houden en vaak noodzakelijk om de taal leerbaar te houden. Tegelijkertijd maak ik ze ervan bewust dat er ook sociale kanten aan taal zitten, en dat er situaties zijn waarin je “hun hebben” beter kunt vermijden.’

OLGA FISCHER – 1951 • 1973 kandidaats Engelse taal- en letterkunde cum laude, UvA • 1975 master History of English and General Linguistics, University of Newcastle-upon-Tyne • 1976 doctoraal Engelse taal- en letterkunde cum laude, UvA • 1990 promotie cum laude, UvA • 1977-1992 universitair docent Historische taalkunde, UvA • 1992-1999 universitair hoofddocent Historische taalkunde, UvA • 1999-2016 hoogleraar Taalkunde van de Germaanse talen, in het bijzonder de Engelse, UvA • 2011-2013 voorzitter Societas Linguistica Europaea • 2011-2016 voorzitter International Society for the Linguistics of English (ISLE)


08 UVA-GESCHIEDENIS

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

tekst • Ingrid Hoogervorst beeld • Koen Wessing, HollandseHoogte

Vier jongens uit bescheiden milieus vonden elkaar in de jaren zeventig in Amsterdam, studeerden politicologie en weerstonden de verleiding van het Marxisme. Chris van Esterik sprak met zijn vrienden uit die tijd en schreef er een boek over. Over de roerige jaren zeventig, toen de zekerheden BORN TO BE WILD van vorige generaties waren afgeschaft en een nieuwe Ondanks hun linkse sympathieën weerstonden de jontijd scheen aangebroken, doen twee versies de ronde. gens de verleiding. Chris van Esterik, kasteleinszoon Waar de ene de lichtheid en onbegrensde vrijheid van uit de Betuwe, reed in 1970 op zijn motor het ‘magies centrum’ binnen, een hoofd vol dromen en Born To Be dat decennium bezingt, spreekt de andere van een deprimerend tijdperk van cynisme en verloren illusies. Wild van Steppenwolf in het oor. Net als hij waren ook zijn drie vrienden, de andere hoofdpersonen uit het Wie heeft gelijk? Niemand heeft gelijk. boek, op zoek naar vrijheid. Ze gingen politicologie ‘Het zijn parallelle werelden die elkaar niet of nauwestuderen. Ze lazen kasten vol boeken, maakten lange lijks raakten,’ schrijft Chris van Esterik (1949) in zijn reizen en werden vrienden voor het leven. ‘Was het autobiografische terugblik op de onstuimige periode toeval dat we als kinderen van eenvoudige ouders uit die hij de titel Jongens waren we meegaf. bescheiden milieus elkaar gevonden hadden en dat er Jongens? Dat klinkt naar Nescio, weemoedige niemand uit de betere kringen bij was?’ nostalgie. Terugkijken in verwondering om al die verloren gekkigheid, wat doet vermoeden dat de vrolijke weergave van de toenmalige realiteit dichter bij de schrijver ligt dan de tweede versie die vooral mijn waarneming kleurde. Hoewel? Van Esterik plakte een tweede stuk aan zijn titel - Totalitaire verleiding in de jaren zeventig. Dat was de verleiding je als aanstormend politicoloog aan te sluiten bij de communisten. En het toen in academische kringen heersende marxistisch-leninistische gedachtengoed ‘Het opzoeken van ons soort mensen is een natuurdat van een studentenvakbond als de ASVA een lijke reflex,’ zegt Gerard, een boerenzoon uit Houten. dekmantel maakte van de CPN. Dit laatste toont Jurgen, afkomstig uit een groot mijnwerkersgezin in de schrijver overtuigend aan in zijn verslag van de het Duitse Ruhrgebied, vult hem aan: ‘Je herkent in Nieuwmarktrellen in 1975, toen het gemeentebestuur de ander de biografie van jezelf.’ Samen met Edward met steun van links de sloop van de binnenstad uit het Belgische Sint-Truiden houden ze zich staande in het allengs radicaler wordende tumult, dat die winaankondigde voor de aanleg van de metro en een autoweg naar het station. Studenten sloten zich ter van 1970 op het Instituut voor de Wetenschap der Politiek (IWP) een aanvang neemt met een verbeten massaal aan bij de acties van de buurtbewoners. conflict tussen professor Hans Daudt en de ‘kritiese Alleen de ASVA hield zich afzijdig, ze was gebonden studentenbeweging’. In Propria Cures had Abraham aan de partijpolitiek.

Was het toeval dat we als kinderen uit bescheiden milieus elkaar gevonden hadden?

de Swaan de frontale aanval ingezet op de hele studie Politicologie. Het zou de geschiedenis in gaan als ‘de affaire-Daudt’. Wie in 1970 ging studeren, liep het risico verdwaald te raken in ondoorgrondelijke academische conflicten. Tien jaar eerder riep de filosoof Herbert Marcuse de verbeelding aan de macht. Ook al wist niemand in de praktijk goed raad met zijn strijdkreet, de verbeeldingskracht van de creatieve mens in het verweer brengen tegen vervlakking en verzakelijking van de samenleving vond in brede kring sympathie. Maar die culturele revolutie was voorbij. De speelse flower power-beweging was voorbij. De ludieke acties van Provo hadden de macht van ‘de hoge heren’ niet gebroken. Vernieuwing vroeg om radicalere maatregelen. Geen vrolijk verzet maar harde acties. CPN-studenten bezetten de universiteit van Amsterdam, de kraak­ beweging verhardt. ‘Het leek wel of heel Nederland in de jaren zeventig achter een spandoek aanloopt’, zegt een van de vrienden in het boek. De vrouwen­ beweging maakt in 1970 een olijk statement door een korset te verbranden bij het standbeeld van de eerste feministe Wilhelmina Drucker (1847-1925). In 1976 dwingt Dolle Mina de toenmalige minister van Justitie Van Agt op de knieën en weet te voor-komen dat de abortuskliniek Bloemenhove in Heemstede wordt gesloten. Het gezag van voorheen onaantastbare instituties brokkelt af, de samenleving ondergaat een gedaantewisseling.

BENZINE VOOR DE GEEST Van Esterik vraagt zijn vrienden en kennissen naar hun ervaringen. De knappe, analyserende wijze waarop hij deze getuigenissen weet te integreren in zijn verslag zorgt voor een levendig tijdsbeeld. Het maakt zijn boek tot een feest om te lezen. Op zoek naar de lach in Nietzsches waarheid van de Umwertung aller Werte viert hij ‘de bevrijding van de mens’. Het Shaffy Theater. Luim en vermaak van het linkse levensgevoel. Neerlands Hoop, Koot en Bie, Sjef van Oekel, Het Simplisties Verbond. Hij vindt zijn gedroomde docent in Lucas van der Land (1923-1984), lector politieke en sociale


09

Demonstratie tegen de komst van de metro bij de Nieuwmarkt, 1975

wetenschappen, laat zich inspireren door colleges van de vrijzinnig marxistische docent Siep Stuurman. ‘En er waren boeken’, zegt vriend Gerard. ‘Benzine voor de geest. De studie is ‘een snoepwinkel van boeken en ideeën die we ons op het dorp in geen lichtjaren hadden kunnen voorstellen.’

Vernieuwing vroeg niet om vrolijk verzet maar om harde acties De snoepwinkel verkocht helaas al snel één soort snoep en in grote hoeveelheden. Aan de universiteit was volgens de schrijver niet de verbeelding aan de macht maar een rigide ideologie, verdedigd als ‘een heilige geschrift’ door zichzelf tot marxist verklaarde jongens en meisjes. Zelden hadden ze iets van de bebaarde filosoof gelezen. Met (zelf-)spot blikt Van Esterik terug op de verdwazing van ruim veertig jaar geleden. Hijzelf stond sceptisch tegenover de drammerige, dogmatische studenten aan zijn gepolariseerde politicologenfaculteit. Niet zelden waren het studenten van goeden huize die de vrijheid niet aankonden en zich ingroeven in de marxistisch-leninistische standpunten. Ze voelden zich net zo verheven boven de rest als hun ouders. ‘Als elitekinderen opgevoed gaf hun dat misschien een milieubepaalde zelfverzekerdheid en onwrikbaarheid van het eigen standpunt, die in de lagere milieus niet vanzelfsprekend waren. Het was een verschil dat ik van de mannen aan de tap van mijn vader had geleerd’, schrijft Van Esterik. Een crèche in de geest van Lenin: bezopen uitwas van het anti-autoritaire opvoedingsideaal. Cineaste Marije Meerman maakte er een documentaire over. Donald Duck was verboden ‘want Dagobert Duck is een

kapitalist’. Het kind mocht zich niet te veel binden aan de eigen ouder. Als een van de peuters naar het idee van de ouderraad te veel aan de vader hangt, wordt dat als verwerpelijk beschouwd. Hij kan maar beter drie weken niet meer komen. De ideologie triomfeerde over de werkelijkheid. Ja, in die jaren zeventig was er veel dat schuurde. Waar schuurde het bij Van Esterik? Alleen in het hoofdstuk ‘De communistische mens’ klinkt soms boosheid door over praktijken van intimidatie en manipulatie door gestaalde communisten als Kees van der Pijl en Meindert Fennema, met wie hij te maken krijgt als redacteur van het subfaculteitsblad Discorsi. Ze kijken neer op deze heimatlose Linke. ‘Hoe langer dat neerkijken van de partijgenoten aanhield, des te meer voelde ik me thuis.’

SOLIDARITEIT Ik ben op tweederde van het boek en een zekere wrevel bekruipt me. Is het de gekscherende toon? Ironie van de stoere jongen? Is dit geen relativering achteraf? Dezelfde tijd studeerde ik aan het Instituut voor Neerlandistiek aan de Herengracht, waar alle kennisoverdracht in werkgroepen plaatsvond en de ‘materialistiese literatuurkritiek’ van Jacques Vogelaar en consorten de enige waarheid over literatuur bevatte. Bijeenkomsten waar zowel studenten als docenten werden onderworpen aan een opgelegde solidariteit. Collega’s verstoorden elkaars tentamens, gingen op de vuist in een collegezaal in de Oudemanhuispoort. Het waren verwarrende tijden. Je moest solidair zijn, - met wie eigenlijk? De arbeiders? Wie waren dat? Het persoonlijke was politiek. Je niet met iets bemoeien was geen optie. In het ergste geval was je een fascist. ‘Zelfs als een fascist ademt dan liegt hij nog.’ Ik schreef er een roman over (Spiegels) met de vraag waarom de samenleving decennia na de oorlog gebukt ging onder de afweging ‘goed’ of ‘fout’. Vochten de babyboomers

niet onderling de oorlog uit van hun ouders? Van Esterik liet zich in ieder geval niet in verwarring brengen. Wereldwijs, gehard door de discussies in de kroeg van zijn vader, zag hij er de betrekkelijkheid van in. Hij bleef mild glimlachen, met de afstand van de intellectueel – de intellectuele waarnemer die alles vanaf de zijlijn gadesloeg. Een begerenswaardige positie, ik geef het toe. Klopt het beeld? Over wat het leven als je jong bent ingewikkeld maakt, de liefde, horen we niets. Zonder de organische opbouw van zijn verslag tekort te doen, vind ik het ontbreken van die persoonlijke component een gemis. Het maakt deze terugblik een beetje ongeloofwaardig. Twee versies. De vrolijke en de grimmige. Alleen in de getuigenissen van de anderen klinkt twijfel door naar welke kant ze hun verhaal laten overhellen. Van Esterik hoeft niet te kiezen, hij verschuilt zich achter de dubbelzinnigheid van zijn boektitel.

Chris van Esterik (Algemene politieke en sociale wetenschappen 1981), Jongens waren we. De totalitaire verleiding van de jaren zeventig. Balans 2016. Ingrid Hoogervorst (Nederlandse taal- en letterkunde 1979) is publicist en schrijver. Haar roman Spiegels verscheen in 2005 bij De Bezige Bij. •


10 STUDIE tekst • Marion Rhoen beeld • Kees Hummel

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

BUITENGAATS Theo van der Heijden

‘In de bar was het altijd druk, het bier kostte een kwartje’ THEO VAN DER HEIJDEN – 1943 • 1958-1962 werk bij vader in slagerij en cafetaria • 1962-1964 militaire dienstplicht • 1963-1966 avondlyceum Eindhoven HBS-A • 1964-1966 medewerker Philips • 1967-1968 bewoner Caledonia • 1966-1973 doctoraal Economie en Planologie • 1971-1973 beheerder Studentenflat Bilderdijkkade • 1973-1981 planologisch adviseur, Centraal Instituut Midden- en Kleinbedrijf • 1981-2002 diverse functies Rabobank Eindhoven

DROOMBOOT Vanuit Brabant was ik naar Amsterdam gekomen, de vrijheid tegemoet. Het eerste jaar bivakkeerde ik op een kamertje van drie bij drie zonder sanitair, in West. Dat was goed om te beginnen, maar nu wilde ik wat anders. Via studentenhuisvesting kon je alleen op de Caledonia terecht. Het was een lelijke boot. Ik kreeg er twee kleine kamertjes, met een gangetje ertussen. In het ene stond mijn bed, in het andere mijn bureautje. In het begin was de afstand tot de stad enorm, we lagen ver in de westelijke havens. Daarom nam ik een brommertje.

COMFORT Alle luxe was uit de boot gesloopt. De bar en het zwembad waren er nog wel, die gebruikten we dus, ook bij feesten. In de lounge stonden alleen nog wat enorme banken en fauteuils. Er was een mensa met een televisie en er was daar muziek van een radio. Als ik in een keukentje eens witte bonen in tomatensaus opwarmde, stookte ik het warmhoudplaatje flink hoog. Dan verbrandden de kakkerlakken hun pootjes voordat ze in mijn pannetje konden klimmen.

BEMANNING De vrijheid op het schip was voor veel jonge studenten heel lastig. Alles kon, zeker toen we aan het Stenen Hoofd kwamen te liggen. In de bar was het altijd druk, het bier kostte een kwartje. Eén student was al dertiendejaars. Mijzelf heeft de Caledonia geen studievertraging opgeleverd: als ik ’m twee avonden flink had geraakt, kon ik daarna moeiteloos twee weken niks drinken en stug doorstuderen. Na een jaar kwamen de harddrugs, bijna niemand wist hoe slecht dat was. Toen ging het razendsnel bergafwaarts met het schip.

TOEZICHT Iedereen kon de boot op en af, niemand die daar op lette. Er was wel een beheerder, een Ier, hij woonde in de kapiteinshut. We konden het goed met elkaar vinden, waren allebei iets ouder dan de meesten. Deze Brian nodigde me uit in zijn hut om een pafje te doen, het was mijn kennismaking met joints. Dat beviel wel! Brian regelde interne verhuizingen, zo kwam ik aan een grotere hut. De verloedering die later inzette, kon hij niet tegenhouden. Toen was ik al vertrokken.

FEESTEN Dat waren flinke happenings die mijn vriend Louis organiseerde. Honderden mensen kwamen er op af. Als er genoeg gedronken werd, kwam hij uit de kosten. Een paar keer ging dat goed, maar de laatste keer, tijdens ‘Soixante-neuf’ werd er veel hasj gerookt en nauwelijks meer gedronken. Het liep ook uit de hand. Mensen misdroegen zich, iemand stak een veiligheidsspeld door zijn wang en een ander was zo van de wereld dat hij zijn bierglas begon op te eten. •


11 Om de woningnood onder studenten te lenigen, werd twee keer een oud cruiseschip ingezet. Theo van der Heijden (1943) beleefde een wild jaar op de sixties-snelkookpan Caledonia. Charlotte van Leeuwen (1989) verbleef veertig jaar later zo’n zes maanden op de Rochdale One, die steeds leger werd.

Charlotte van Leeuwen

‘Met vrienden ging ik weleens in de oude balzaal zitten’ DROOMBOOT Een cruiseschip, ik had er een romantische voorstelling van. Rood pluche, kroonluchters. Ik was al een half jaar op zoek naar een woning en nam de kamer ongezien. De Rochdale One lag bij de Stavangerweg in West en bleek een compleet aftands schip. Overal roest, donkere gangen, tl-verlichting. Mijn hut was geen elf vierkante meter, maar zes. En hij was vies, plafondplaten hingen los, de douchekop was lam. Nogal een verschil met Denemarken, waar ik een jaar had gestudeerd. Daar was alles spiksplinternieuw, keurig schoon.

COMFORT

TOEZICHT Er was bewaking op het schip, dag en nacht. Die zat bij de loopplank, je kon er niet omheen. Je moest je altijd melden bij aankomst en vertrek, en ook je bezoek moest zich melden. Het had met de brandveiligheid te maken geloof ik. Dat toezicht maakte de sfeer heel apart, alsof je in de gaten werd gehouden.

FEESTEN De oudste bewoners vertelden over de geweldige feesten die er vroeger werden gehouden. Die tijd was voorbij, er was geen reuring meer op het schip. Zelf gaf ik wel een verhuisfeest toen ik vertrok. Mijn hele kamer stond vol mensen, ze moesten via de patrijspoort naar binnen en naar buiten. Het idee was dat de gasten zouden helpen met inpakken, dat hebben ze gedaan. Al-les ging in dozen. De brandblusser en de telefoon van het schip heb ik later weer terug moeten brengen. •

Als er iemand bleef slapen, was de hele kamer vol door het luchtbed op de grond. Het zwembad op het bovendek was een kuil vol viezigheid. De keukens waren in de buik van het schip en behoorlijk smerig, heel vaak heb ik er niet gekookt. De nachten konden onrustig zijn. Dan schrok ik wakker van stemmen en dacht ik dat er mensen in mijn kamer stonden te praten. Maar dat was dan op de gang. De muren waren heel dun. Ik vond het niet zo erg, dacht: dit is een leuk verhaal voor later.

BEMANNING Met vrienden ging ik weleens in de oude balzaal zitten, daar hingen nog kroonluchters en er was een aftandse piano. Daar kwam je dan ook de mensen tegen die al járen op het schip woonden. Studeren deden ze allang niet meer. Kunstenaarsachtige types, ze zaten een beetje vast in hun leven. Ze bietsten een maaltijd bij je, deden drie jaar over scripties. Echte vriendschappen heb ik er niet opgedaan, veel hutten stonden al leeg. Het was bekend dat de Rochdale One zou sluiten, mensen zochten al andere woonruimte. Toch deelden we een soort bootgevoel: dat aparte wonen, het schiep een band.

Charlotte van Leeuwen – 1989 • 2009 bewoner Rochdale One • 2007 Performers House, theaterschool in Denemarken • 2008-2011 bachelor Natuur- en sterrenkunde, UvA • 2010-2011 bachelor Natuur- en sterrenkunde, Singapore • 2012 deelnemer Nationale DenkTank, over duurzaamheid in de voedselketen • 2011-2014 We Canteen (oprichter), kantineconcept met lokaal bereid eten, voor profit- en non-profitorganisaties • 2015 docent wiskunde, Hyperion Lyceum Amsterdam • 2015-heden Bord&Stift | Whiteboardfilmpjes (oprichter)


12 GESPREK

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

tekst • Jacqueline Hoefnagels illustratie • Mattmo, ERNiE

HOE CULTURELE IDENTITEIT POLITIEK WERD

Joep Leerssen werkt al tien jaar aan de Encyclopedia of Romantic Nationalism in Europe, Tjitske Akkerman bestudeert hedendaags nationalisme en populisme. Voor SPUI gaan ze met elkaar in gesprek over negentiende-eeuwse en huidige verschijningsvormen van nationalisme, en het verband daartussen.


13 Omdat er binnen Spanje alleen in Catalonië wordt gekorfbald, wordt het Catalaanse volkslied gespeeld op het Europees Kampioenschap in Dor­ drecht. Zo heeft korfbal grote politieke betekenis gekregen voor de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging, meldt NRC Handelsblad in oktober 2016. De koppeling van nationalisme aan sport is ons niet vreemd; in sommige Nederlandse straten worden de mensen die hun huis niet in oranje vlaggetjes hullen tijdens een voetbalkampioen­ schap meteen maar voor landverrader uitgemaakt. Voordat de sportpagina’s beginnen hebben we het ‘gewone’ nieuws al gehad. Over Trump die Amerika weer groot zal maken – met zo min mogelijk Latijns-Amerikanen en moslims wel te verstaan, over Nigel ‘Brexit’ Farage, de zuiveringen van Erdogan, over Poetin en zijn Rusland versus de wereld, over Halbe Zijlstra – hij wordt graag minis­ ter – die vindt dat ‘ons’ Sinterklaasfeest ‘wordt vermoord’. Vakantie van natio­ nalisme is er niet. Afgelopen zomer werd een vrouw op een Frans strand door vier gewapende agenten gedwon­ gen haar boerkini uit te trekken. Waar moet dat heen? En waar komt het van­ daan? Aan de UvA houden hoogleraar Euro­ pese studies Joep Leerssen en politico­ loog Tjitske Akkerman zich beiden bezig met nationalisme, zij het dat ze ieder een eigen insteek hebben. Akker­ man kijkt naar hedendaags nationa­ lisme en populisme. Ze is ‘eigenlijk al gepensioneerd’, maar gaat op een iets zachter pitje gewoon door. Van het in maart verschenen boek Radical rightwing populist parties in Western Europe: into the mainstream? is Akkerman medeauteur en -redacteur. Leerssen kijkt vooral naar de cultuur­ historische aanloop van nationalisme. Hij is gespecialiseerd in de negentiende eeuw en de drijvende kracht achter de Encyclopedia of Romantic Nationalism in Europe (kortweg ERNiE). De gelijk­ namige site, met ruim tweeduizend artikelen over muziek, schilderijen, monumenten en mode, ging na tien jaar bikkelen in april online, een papie­ ren versie volgt. Het is een zeer inter­ nationaal project, met bijdragen uit tientallen landen. ERNiE is gefinan­ cierd met de Spinozapremie van NWO, die hij kreeg in 2008. In 2010 kwam daar het geld bij van de Academic Professor Prize van de KNAW.

Zilvervloot

Maar het is niet alleen achteromkijken wat hij doet. Leerssen: ‘Het roman­

tisch nationalisme heeft een heel lange staart. Het begon in de negentiende eeuw met de viering van de natie als inspiratie voor artistieke expressie. Maar wat dat met zich meebracht in die tijd, vind je nu terug als politiek argu­ ment van nationalisten: voorbeelden van eigen cultuuruitingen die men niet wil verliezen.’ Zo staat Zwarte Piet, in de negentiende eeuw bedacht als boze en later malle exotische knecht, nu symbool voor een oer-Hollands feest waaraan niet getornd zou mogen wor­ den. En zo loopt er ook een lijn van de Britse splended isolation-politiek naar de Brexit. Voor de negentiende eeuw deden we in Europa niet zo aan nationale symbo­ liek. ‘In Nederland denkt men dat het allemaal begon in de Gouden Eeuw, maar dat is een misvatting,’ zegt Leers­ sen. In die tijd hoorde je voor je gevoel vooral bij een stad, gewest of kerkge­ nootschap, niet zozeer bij een land.

zijn om deze twee vormen van natio­ nalisme te verbinden. ‘Wat ik zie groei­ en in de loop der tijd, is een hang naar charismatisch leiderschap. Die behoef­ te wordt vooral gevoeld in wat insta­ bielere of recentere bestellen, zoals in Oost-Europa, maar ik zie langere aanlooplijnen. Veel romantische natio­ nalisten waren onder de indruk van Napoleon, van helden, mensen die vanuit het niets naar voren kwamen en “aanvoelden” wat het volk nodig had. Niet vanuit een democratisch mandaat, maar vanuit hun bijzondere persoon­ lijkheid. In 1848 werden sommige dichters revolutionaire leiders.’ Wat je destijds ook zag, is dat intellec­ tuelen probeerden het volk voor hun karretje te spannen, vervolgt Leerssen. ‘De verhouding tussen Bolkestein en Verdonk, die hij omarmde als stem­ mentrekker, en tussen Cameron en Farage, is niet anders. Beide krijt­ streepconservatieven zijn vervolgens

‘De film Michiel de Ruyter is tenenkrommend vanwege de onhandige anachronismen en het bombastische hoera-patriottisme’ Het was ook gemakkelijk om je elders te vestigen. ‘Nationale symbolen als de beelden van Vondel en Rembrandt zijn pas halverwege de negentiende eeuw neergezet. Dat was weloverwogen branding van de openbare ruimte met successen uit de Gouden Eeuw. Het lied De zilvervloot over de heldendaden van Piet Hein in 1628, is pas geschre­ ven in 1844.’ Dat dit soort branding niet minder is geworden, bewijst een film als Michiel de Ruyter uit 2015, stelde Leerssen in zijn Kooijmanslezing: ‘Tenenkrommend vanwege zowel de onhandige anachronismen als het bom­ bastische hoera-patriottisme, haakte de film in op de internationale mode van episch-nationale blockbusters.’ Akkerman: ‘Het verschil tussen jouw romantisch nationalisme en mijn he­ dendaags radicaal-rechts nationalisme is dat in het jouwe intellectuelen en denkers een rol speelden, schilders, dichters, onderwijzers, en dat die in het mijne ontbreken. Partijen zoals de PVV hoeven hun eigen identiteit niet te ontdekken en te cultiveren, maar definiëren die vooral ex negativo.’ Leerssen vindt dat er toch redenen

door hun volksere hulp in de hand gebeten.’ Akkerman: ‘Maar romantisch nationa­ listen waren aanvankelijk niet electoraal georiënteerd. Dat is toch een verschil met nu?’ Leerssen: ‘Tot 1848 was het nationa­ lisme vooral een beweging die ageerde tegen een regerende vorst die geen

voeling met de gemeenschap zou hebben. Daarna ging het om het ver­ sterken van de staatsorde. Eind negen­ tiende eeuw was er weer een verande­ ring. Een volk was niet langer cultureel verbonden door dezelfde gewoontes, mores en voorkeuren, maar werd bio­ logisch bepaald.’ Daarmee kwam er ruimte voor racisme en xenofobie. ‘Dan gaat het er niet meer over dat je allemaal Ja Zuster Nee Zuster kent, maar over bloed en bodem. Daar waren we na 1945 een beetje van teruggekomen, maar nu is het er weer. Waar toen werd gesproken van bloed, zit het nu “in ons dna”, een nieuwe metafoor.’

Salonfähig

Als we het over ‘onze cultuur’ hebben, dan gaat het tegenwoordig over de vanzelfsprekende dominantie van die cultuur, zegt Leerssen. ‘En dat is in­ middels vaak een kwestie van nestgeur, achtergrondruis en jeugdsentiment. Feestdagen, Prinsjesdag en de gouden koets, klederdrachtvertoon; het is al­ lemaal banaal nationalisme.’ Daarmee bedoelt hij dat het niet veel meer dan ingesleten, gedachteloze gewoontes zijn. ‘Het is gestript nationalisme, in de orde van Sachertorte en Die Fledermaus als de kern van het knusse Oosten­ rijkse wij-gevoel.’ Akkerman: ‘Belangrijker dan de inhoud van een cultuur is voor mijn onderzoek het sterker wordende idee dat die cultuur bedreigd zou worden. Het radicaal rechts-nationalisme is vooral antiliberaal, dat wil zeggen dat een pluralistische maatschappij afgewe­ zen wordt.’ De antiliberalen doen het niet alleen goed in de peilingen, ze regeren zelfs mee. In maar liefst zeventien WestEuropese coalities heeft sinds de

Animatie van de internationale correspondentie van Jacob Grimm op romanticnationalism.net


14

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

millenniumwisseling een rechts-radica­ le partij meegedaan. Akkerman: ‘De rechts-radicale populisten zijn inmiddels salonfähig geworden in Europa. Deze partijen vermijden nog wel racisme, dat is nog steeds taboe. Wilders zegt dat hij patriottistisch is, geen racist. Hij zegt publiekelijk tegen de islam als politieke ideologie te zijn, niet tegen een groep mensen – afge­ zien van het “minder, minder”-inci­ dent – maar het is een hellend vlak. Meestal worden radicale partijen, ook de Groenen, meer mainstream als ze mogen meeregeren. Maar deze rechtsnationalistische partijen doen dat niet. Ze gaan zich weliswaar minder als bui­ tenstaanders gedragen en worden min of meer betrouwbare coalitiepartners, maar in retorisch opzicht blijven ze tegen de elite ageren en over immigra­ tie worden ze zelfs feller.’ Leerssen: ‘Een goed voorbeeld van dat hellende vlak kwam ik tegen op de PVV-website MoskNee. Daar werd besproken hoe het volk te hoop liep uit protest tegen de bouw van een moskee in Utrecht. Wat bleek, toen ik het uit­ zocht: het ging feitelijk om vijf mensen met een spandoek van Voorpost. Dat zijn echte neonazi’s. Wilders laat zich dus het activisme van neonazi’s aanleu­ nen om een punt te kunnen maken.’ Akkerman: ‘De financiering die Wilders uit de VS betrekt is ook van heel dubieuze komaf. Toch heeft hij tot dusver extremisten uit de partij weten te houden. Hij veroordeelt ook af en toe geweld, als het hem uitkomt.’ Leerssen: ‘Maar Wilders maakt zich wel schuldig aan dog whistle racism en hij is zeker niet de enige. Sommige politici gebruiken codewoorden die alleen voor de “goede verstaander” een bepaalde boodschap uitdragen. Als Boris Johnson zegt te begrijpen dat Obama problemen heeft met de Brexit omdat hij als half-Keniaan het antiBritse sentiment heeft meegekregen,

is dat hondenfluitjesracisme. Want eigenlijk zegt Johnson: Obama’s antiBrexit-positie is niet het oordeel van een staatsman maar de rancune van een neger. Hetzelfde geldt voor som­ mige uitspraken over religie. Politici die zeggen tegen islamisering te zijn, gebruiken dan codetaal om te zeggen dat ze tegen mensen van Marokkaanse of Turkse afkomst zijn.’

Propaganda

Akkerman: ‘Rechts-radicale partijen doen het electoraal ook zo goed omdat we in een perfect storm zitten, door ter­ roristische aanslagen en de vluchtelin­ gencrisis.’ Leerssen: ‘We strompelen al twintig jaar van de ene crisis naar de andere. En dan wordt het je druk maken op een gegeven moment belangrijker dan hetgeen waarover je je druk maakt.’ Akkerman: ‘Maar de ongelijkheid neemt toe, en vooral de verliezers van de globalisering kiezen voor deze par­ tijen. Hoewel er in Wassenaar inder­ daad ook PVV-kiezers zijn en de kie­ zers van Trump gemiddeld een hoger inkomen hebben dan die van Clinton. Als je de buurt niet meer herkent, maar ook als de overheid met de handen in het haar zit als er vluchtelingen komen, worden mensen bang.’ Leerssen: ‘Maar dat betekent nog niet dat de angsten terecht zijn. Ze komen voor een groot deel uit propaganda voort. Er gaan nog steeds veel meer mensen dood in het verkeer dan door aanslagen.’ Akkerman: ‘Er worden zeker veel angsten opgeblazen. Het grootste gevaar is dat gematigde partijen eraan mee gaan doen, zoals Rutte die rea­ geerde op de Zaanse vloggers met “tuig van de richel”.’ Leerssen: ‘Ja, dat is ook zoiets. Alle in groepen rondhangende jongens tussen de 18 en 24 zijn vervelend, de peer pressure is enorm. Dat gaat gewoon over als

• 1985 Politicologie cum laude • 1992 promotie op dissertatie Women’s vices, public benefits: women and commerce in the French Enlightenment • 1992-2014 universitair docent Politicologie • 2013 The Gordon Smith and Vincent Wright Memorial Prizes • 2014-heden sinds pensioen nog steeds actief als onderzoeker naar de geschiedenis van de democratie, democratietheorie en vernieuwing van de democratie, nationalisme en populisme

TJITSKE AKKERMAN – 1949 T.Akkerman@uva.nl

Op tjitskeakkerman.nl is Akkerman de Ankerman, die politiek nieuws brengt, coördineert en van commentaar voorziet, en als het moet ook aan de noodrem hangt.

ze ouder worden. Het is hetzelfde co­ hort als bepaalde groepen voetbalsup­ porters. En als vroeger de dijkers en de pleiners. Maar in die context worden de vloggers niet geplaatst. Het gaat in zo’n geval ineens niet over inkomen of leeftijd of geslacht, maar alleen over etniciteit en dat is niets nieuws onder de zon.’ Akkerman: ‘Niets nieuws? Het lijkt mij meer een hernieuwd nationalisme. Het is immers niet zo lang geleden dat multiculturaliteit nog gekoesterd werd. Nu laten onderzoeken zien dat mensen de hoeveelheid immigranten veel te hoog inschatten. Als het een chaos is en mensen met laaggeschoold werk zien al die concurrenten op de arbeids­ markt binnenkomen, gaan ze steigeren. En er zijn ook reële zorgen. Er is meer uitbuiting, de lonen gaan omlaag, er is gebrek aan betaalbare woningen.’ Leerssen: ‘Het is maar hoe het gebracht wordt. Waarom gaat het in Canada wel goed? Diversiteit en vreed­ zame burgerzin staan in Canada allebei even hoog in het vaandel als nationale deugden en met die mix kunnen zowel nieuwkomers als oud-ingezetenen zich identificeren. In reclames voor typisch Canadese producten – Molson’s Cana­ dian bier, de koffieketen Tim Horton – zie je bijvoorbeeld Chinese immi­ grantenkindertjes ijshockey spelen.’

Ontkoken

Akkerman: ‘Ik zag dat jij in de ERNiE de focus sterk op taal legt, terwijl ik zou zeggen dat religie nu belangrijker is.’ Leerssen: ‘Dat is waar. Religie kan als enige identiteitsbepalende factor con­ curreren met de staat. We hebben altijd gedacht dat het secularisatieproces on­ omkeerbaar was, zoals je een ei niet kunt ontkoken. Nu blijkt dat toch te kunnen. Naties bootsen op hun beurt religie na. Twee minuten stilte op 4 mei, dat is liturgie. Amerikaanse school­ kinderen die ’s ochtends trouw moeten

zweren aan de vlag, dat is samen bid­ den. Ik heb religie niet meegenomen in de ERNiE, net zomin als natuur en landschap. Een pragmatische keuze. Dat taal in de encyclopedie voorop staat, klopt. Taal is een vorm van trans­ generationele continuïteit die sterker is dan wat dan ook, vond men in de negentiende eeuw. Taal was bijna gene­ tisch. Dat betekent dat men dacht dat iemand die met de Duitse grammatica is grootgebracht anders tegen de werke­ lijkheid aankijkt dan iemand van wie Frans de moedertaal is. De verschillen tussen talen worden nog steeds uitver­ groot om te onderstrepen dat de gebrui­ kers in verschillende naties zouden moeten leven. Zo schrijf je Catalunya in het Catalaans met een ny en niet met een ñ, omdat de ny on-Spaans is.’

Wc-deuren

In manifestaties van hedendaags natio­ nalisme spelen de media een grote rol. Vooral de sociale media, daarover zijn beiden het volmondig eens. Leerssen: ‘De publieke meningsvorming is in­ middels geheel van professionaliteit ontdaan. De dingen die vroeger op wc-deuren stonden, worden nu getwit­ terd. We moeten leren om verbaal ge­ weld op de sociale media tegen te gaan, daar moet een structuur voor komen. We zitten nu nog in de fase van ontred­ dering.’ Akkerman: ‘Klopt. In de Verenigde Staten waren de traditionele media de greep op de verkiezingen totaal kwijt, en de Republikeinse Partij was dat zelf ook. Zelfs Fox was kritisch over Trump, en toch kwam hij steeds weer verder. Heel verontrustend. Maar het sociale-mediaprobleem los je niet zo gauw op met juridische grenzen. En helaas is de spreekwoordelijke Hollandse nuchterheid ook in de Nederlandse politiek en media soms ver te zoeken.’ •

• 1973-1980 Vergelijkende literatuurwetenschappen en Engels in Aken; fluit aan het conservatorium in Maastricht en in Dublin • 1986 promotie UU, op dissertatie over Ierse natievorming voor 1800 • 1991-heden hoogleraar Europese studies, in het bijzonder moderne Europese letteren • 1995-2006 directeur Huizinga Instituut, onderzoekschool voor cultuurgeschiedenis • 2008 Spinozapremie NWO • 2010 benoeming tot Akademiehoogleraar KNAW • 2016 lancering website Encyclopedia of Romantic Nationalism in Europe: romanticnationalism.net; een gedrukte uitgave volgt

JOEP LEERSSEN – 1955 J.T.Leerssen@uva.nl


15

PROEFSCHRIFT ‘NEDERLANDSE JONGEREN DIE MET IS MEEVECHTEN ZOUDEN WE ALS SOLDAAT MOETEN BESCHOUWEN’

tekst • Marieke Buijs illustratie • Mattmo

Het oorlogsrecht is oorspronkelijk gericht op oorlog tussen natiestaten. Onder oorlogvoerende partijen bevinden zich echter ook zogenaamde niet-statelijke actoren, zoals terreurbeweging Islamitische Staat in het Midden-Oosten. De leden van een beweging als IS zouden onder het oorlogsrecht moeten vallen, betoogt Hadassa Noorda, mits ze aan bepaalde criteria voldoen. ‘De theorie van rechtvaardige oorlog is gericht op het beperken van burgerslachtoffers. In die geest zou het niet moeten uitmaken welk doel een niet-statelijke actor als IS nastreeft.’ Wat is het probleem?

HADASSA NOORDA – 1983 h.a.noorda@uva.nl • 2010 International and European Law en International Criminal Law, Columbia University / Universiteit van Amsterdam cum honore • 2011 Wijsbegeerte, UvA • 2014 visiting scholar UC Berkeley Law, European University Institute • 2015-heden redactielid Netherlands Journal of Legal Philosophy • 2016 promotie Thinking War in the 21st Century: Introducing Non-State Actors in Just War Theory • 2015-2016 Dworkin-Balzan postdoctoral fellow,

‘De theorie van rechtvaardige oorlog, grotendeels vastgelegd bij de Geneefse Conventies, beschrijft de regels waaraan partijen zich moeten houden bij een gewapend conflict. Die regels zijn erop gericht oorlogen te reguleren en burgerslachtoffers te voorkomen, bijvoorbeeld door het verbod op moedwillig doden van burgers. Natiestaten en soldaten in oorlog dienen zich aan dit recht te houden en een rechterlijke instantie als het Internationaal Strafhof kan dat vervolgens toetsen. Maar de reactie van staten op niet-statelijk geweld, van bijvoorbeeld het jihadistische IS, voltrekt zich vaak buiten deze regels. Ten onrechte, beredeneer ik in mijn proefschrift. Ook niet-statelijke strijders of combattanten zouden onder het oorlogsrecht moeten vallen, mits ze voldoen aan drie criteria: er moet sprake zijn van lidmaatschap van een collectief met een hiërarchische organisatiestructuur, dat collectief moet een politiek doel nastreven en steun vinden bij de bevolking.’

Waar kunnen we zien dat staten het oorlogsrecht negeren? ‘Denk bijvoorbeeld aan Amerikaanse drone-aanvallen op IS-strijders. Daarbij nemen de Verenigde Staten het oorlogsrecht niet in acht, de aanvallen vinden plaats in een rechtsvacuüm. Als het oorlogsrecht wel zou worden toegepast in de strijd tussen de Verenigde Staten en een niet-statelijke partij als IS, zijn die bombardementen in principe verboden. Behalve als van het doelwit is aangetoond dat het een strijder betreft die onderdeel uitmaakt van de strijdkrachten van de niet-statelijke partij, omdat het oorlogsrecht het doden van soldaten in de strijd toestaat. Andersom zou het leiderschap van IS onder het oorlogsrecht verantwoordelijk zijn voor schendingen, zoals het doden van burgers, dat is op dit moment niet het geval.’

‘A LLEEN NAAR SYRIË AFREIZEN EN MET EEN IS-VLAG WAPPEREN IS NIET GENOEG OM ALS SOLDAAT TE WORDEN BESCHOUWD’

New York University

Wat betekent uw stelling voor Nederlanders die naar Syrië vertrekken om mee te vechten met IS, de Peshmerga of het vrije Syrische leger? ‘Over de Peshmerga of het Vrije Syrische kan ik niet zoveel zeggen, omdat ik me niet in die organisaties heb verdiept en dus niet kan zeggen of ze hiërarchisch zijn opgebouwd, een politiek doel nastreven en steun vinden bij de bevolking. IS heb ik uitgebreider beschouwd als casus voor mijn onderzoek. Daar moet ik het voorbehoud bij maken dat ik me baseer op krantenberichten en dat een werkelijke inschatting uitgebreid onderzoek ter plekke vereist. Maar ik zou zeggen dat IS inderdaad aan de drie criteria voldoet om als niet-statelijke actor binnen het oorlogsrecht te vallen. Dat betekent dat Nederlandse jongeren die zich bij hen aansluiten als soldaat moeten worden

beschouwd, mits ze zowel sympathiseren met de organisatie als daadwerkelijk meevechten. Alleen naar Syrië afreizen en met een IS-vlag wapperen of opruiende berichten op Facebook posten is niet genoeg. Als Nederlandse burgers zijn wij ook niet meteen soldaten in Nederlandse oorlogen als we de vlag hijsen.’

Wat betekent dat in de praktijk voor de berechting van Nederlandse jongeren die als soldaat moeten worden beschouwd? ‘Zij zijn krijgsgevangenen en zouden volgens mijn theorie niet gestraft moeten worden voor het doden van vijandelijke soldaten indien zij dit hebben gedaan volgens de regels van het oorlogsrecht. Maar als ze moedwillig burgers hebben gedood, behoren ze uiteraard wel te worden gestraft want het oorlogsrecht verbiedt dit.’

En wat nu als die jongeren wel sympathiseren, maar niet actief meevechten? ‘Dat zijn het geen soldaten, maar burgers. Dat betekent bijvoorbeeld dat hun vrijheid en autonomie niet mogen worden beperkt, zonder dat die maatregelen gepaard gaan met de rechten die individuen in een rechtstaat behoren te krijgen, zoals een eerlijk proces.’

Gebeurt dat ook? ‘Niet altijd. Na de aanslagen in Parijs zijn burgers bijvoorbeeld onder huisarrest geplaatst zonder tussenkomst van de rechter.’

U trof hiaten in de juridische praktijk van oorlogvoeren. Gaat u proberen om daar op basis van uw bevindingen verandering in te brengen? ‘Nee. Dat was niet het doel van mijn promotie. Tussen de rechts­filosofie en wetgeving zitten veel stappen, een eerste daarvan is het vooruit helpen van het debat onder vakgenoten. Dat heb ik hopelijk kunnen bewerkstelligen.’

Wat heeft u veranderd in dat debat? ‘Ik stel dat het voor de rechtspositie niet moet uitmaken of een nietstatelijke actor een “juist” doel nastreeft. Dat is een nieuw standpunt binnen de rechtsfilosofie. Sommige theoretici menen dat alleen nietstatelijke actoren die een juist doel nastreven - denk bijvoorbeeld aan het ANC dat zich in Zuid-Afrika tegen Apartheid verzette - onder het oorlogsrecht mogen vallen. Maar ik toon dat de theorie van rechtvaardige oorlog is gericht op het beperken van burgerslachtoffers. In die geest zou het niet moeten uitmaken welk doel een niet-statelijke actor nastreeft. Zeker omdat het al dan niet juist zijn van het nagestreefde doel vaak bron is van het conflict zelf. Het heeft dus geen zin dat als criterium mee te wegen bij het bepalen van de rechtspositie van een partij. Een gewapend conflict is een onwense-lijke en extreme situatie. Maar binnen die omstandigheden biedt het oorlogsrecht de beste handvatten voor regulering en het beschermen van burgers.’ •


16 LOOPBAAN

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

tekst • Han Ceelen beeld • Kees Hummel

ONNO BLOM – 1969 • 1994 Nederlands en Culturele studies, UvA (beide cum laude) • 1995-2000 literair redacteur Trouw • 2000 hoofdredacteur Prometheus • 2000-2004 freelance journalist voor o.a. Vrij Nederland en De Standaard • 2004-2006 adjunct-uitgever De Bezige Bij • 2002 Zijn getijdenboek over Harry Mulisch • 2004 Het fabeldier dat Komrij heet • 2008 Zo is het genoeg over het laatste jaar van Jan Wolkers

BIOGRAA AAN D

• 2010-heden literair criticus AVROTROS Nieuwsshow • 2015-heden columnist de Volkskrant • 2017 (verwacht) biografie over Jan Wolkers

‘SOMS HEB IK AL SCHRIJVEND HET GEVOEL DAT HET MYSTERIE VAN HET LEVEN ZICH OPENBAART’ Het kost wat moeite om Onno Blom over te halen tot een interview. Hij zit onder hoogspanning te schrijven aan zijn Wolkers-biografie, die in 2017 af moet zijn. Naar Amsterdam komen is geen optie, mailt hij. Dus sporen we naar Leiden, waar Blom ons ontvangt in zijn huis in de rustige professorenwijk waar hij al zijn hele leven woont – met uitzondering van zijn studietijd. ‘Achteraf heeft Jan het scherp gezien,’ lacht hij. ‘Toen we het contract voor de biografie hadden getekend, zei hij dat er bloed, zweet en tranen over mijn rug zouden lopen. Hij heeft geen ongelijk gekregen. Mensen vragen me vaak: wanneer is dat boek nou eens af? Ze moesten eens weten hoeveel tijd er alleen al in je research gaat zitten. Wolkers was een multitalent met een enorme productie en invloed. Hij is op één week na 82 jaar geworden. Dan is tien jaar eigenlijk veel te kort.’ Dat Blom iets met literatuur zou gaan doen, lag in de lijn der verwachting. Als zoon van UvA-hoogleraar Geschiedenis en NIOD-directeur Hans Blom had hij ‘een heerlijke jeugd’, omringd door boeken. ‘Ik was een lezertje en daar had ik ook alle tijd voor. Mijn school, het Stedelijk Gymnasium, lag aan de overkant van de straat. Ik was nog op tijd als ik

de schoolbel al hoorde.’ Zijn literaire belangstelling was ook de reden dat hij niet in Leiden, maar in Amsterdam ging studeren. ‘Ik had het gevoel: daar gebeurt het. Daar wonen de schrijvers en kunstenaars, zitten de kranten en uitgeverijen. Bovendien had ik het bij mijn moeder thuis te goed en werd ik niet vrolijk van het studentenleven in Leiden. Ik had geen zin om bij Minerva te gaan.’ De keus voor zijn studie was snel gemaakt. Zijn hart lag bij Nederlands, dat hij later combineerde met Culturele studies. Blom was een gemotiveerde student. Hij richtte het tijdschrift Argus op, was voorzitter van de studievereniging Maecenas, en studeerde twee keer cum laude af. Hij wilde promoveren maar zijn voorstel werd afgewezen. Achteraf een blessing in disguise, vindt hij, want in plaats daarvan ging hij schrijven voor Trouw, waar hij spoedig literair redacteur werd. ‘Daar heb ik echt leren schrijven, veel beter dan op de universiteit. En daar is ook mijn fascinatie voor het levens­ verhaal ontstaan. Ik had schrijvers altijd gezien als goden, maar ik ontdekte dat het soms net mensen zijn. Ik genoot ervan om ze zo scherp mogelijk neer te zetten.’

ONNO BLOM

‘Bij Trouw is mijn fascinatie voor het levensverhaal ontstaan’ Toch leek het even dat zijn carrière een andere loop zou nemen. In 2000 werd Blom op uitnodiging van Mai Spijkers hoofdredacteur van uitgeverij Prometheus. Dat werd geen succes. Vier jaar later werd hij adjunct-­ uitgever bij De Bezige Bij, waar hij weer twee jaar later niet, zoals verwacht, de directeur werd. ‘Een kroonprinsendrama,’ blikt hij terug. ‘Het uitgeverschap is schitterend. Maar ik ontdekte dat ik als echte einzelgänger toch het liefst zélf mooie dingen maak.’ In het najaar van 2006, een maand na zijn afscheid bij De Bezige Bij, verwierf Blom de opdracht voor het schrijven van de biografie van Wolkers. Aanvankelijk was het de bedoeling dat hij samen met Wolkers diens gigantische archief zou door­ nemen. Maar in 2007 overleed de schrijver en stond Blom er alleen voor.

Sindsdien staat zijn bestaan in het teken van Het Dikke Boek. ‘Het neemt je leven volledig over. Ik leef van de pen, dus moet ik steeds op zoek naar financieringsmogelijkheden. Soms heb ik al schrijvend het gevoel dat het mysterie van het leven zich openbaart. Maar er zijn ook momenten dat mijn volledigheidsdrift me haast te gronde richt.’ Blom beseft dat zijn boek bij verschijnen onder een vergrootglas zal liggen. ‘Omdat ik Jan en Karina goed kende, wordt me wel aangewreven dat ik een hofbiograaf zou zijn. Onzin! Waarom zou je niet tot een goed resultaat kunnen komen vanuit kritische distantie én betrokkenheid? Bovendien ga ik promoveren op mijn biografie. De commissie zou een hagiografie nooit goedkeuren. Ik hoop dat mijn boek zo mooi wordt als waar ik nu elke nacht van droom. In ieder geval ga ik daarna op weg naar het volgende boek.’ •


17 ANET BLEICH – 1951 • 1977 Politicologie, UvA (met nieuwste geschiedenis als doctoraal, cum laude) • 1971-1974 bestuurslid Machiavelli, ASVA • 1974-1977 redacteur studentenblad Poorter • 1978 publicatie Ga dan zelf naar Siberië. Linkse intellectuelen in de Koude Oorlog (met Max van Weezel) • 1978-1989 redacteur De Groene Amsterdammer • 1986 Een partij in de tijd.

AF WORDEN DE UVA

Veertig jaar Partij van de Arbeid • 1989-2000 redacteur en columnist de Volkskrant • 2008 promotie, UvA, en publicatie Joop den Uyl 1919-1987. Dromer en doordouwer • 2012 De boze babyboomer • 2017 (verwacht) biografie over Max van der Stoel

ANET BLEICH

‘Je moet de bereidheid hebben veel in je eentje te werken’ ‘HET IS FIJN OM JE ZO LANG MET IEMAND TE VERBINDEN’ Als twintiger zei Anet Bleich een veel­ belovende wetenschappelijke carrière aan de UvA vaarwel, omdat de angst haar bekroop ‘dat ik dan op mijn 65ste niets van de wereld zou hebben gezien.’ Inmiddels is ze 65 en mag ze terug­kijken op een levendige loopbaan als journalist en biograaf. Ze schreef een vuistdikke biografie over oud-premier Joop den Uyl en heeft een tweede, over politicus Max van der Stoel (1924-2011), in voorbereiding. Ze werkt er vijf uur per dag aan, vertelt ze op de etage in Amsterdam-Zuid die ze deelt met echtgenoot en collega-journalist Max van Weezel (Vrij Nederland), die ze kent uit haar studietijd. De twee schreven samen zelfs een afstudeerscriptie over

progressieve Nederlandse intellectuelen na de Tweede Wereldoorlog, met de fraaie titel Ga dan zelf naar Siberië. Bleich groeide op in Den Haag in een intellectueel milieu. Haar vader, jour­ nalist Herman Bleich (1918-1995), was de grondlegger van Nieuwspoort, politiek commentator en correspondent voor verschillende Duitstalige kranten. Zelf droomde ze als tiener van een loopbaan als revolutionair, à la Rosa Luxemburg. In de zesde klas van de middelbare school raakte ze in de ban van de Maagdenhuisbezetting en het was dan ook geen verrassing dat ze op haar achttiende naar Amsterdam ging om aan de UvA Politicologie te studeren.

Ze kwam op een roerige faculteit terecht, waar democratisering een van de grote thema’s was. Zo brak vlak na haar komst de affaire-Daudt los. Professor Hans Daudt, het hoofd van de vakgroep, werd fel bekritiseerd door studenten en sommige collega’s, omdat zijn colleges niet maatschappelijk relevant genoeg zouden zijn. ‘Aan het einde van mijn eerste semester had Daudt genoeg van de kritiek en ging hij in staking,’ herinnert Bleich zich. ‘Hij deelde stencils uit met de tekst “professor Daudt speelt geen uitwedstrijden meer”.’ Bleich werd actief in de studentenbeweging. Ze werd bestuurslid van studentenvereniging Machiavelli, secretaris buitenland van de ASVA, en redacteur van studentenblad Poorter, toen een concurrent van Propria Cures. Uiteindelijk studeerde ze af in de nieuwe geschiedenis, in de onderwijsgroep doctrinegeschiedenis. Naar een baan hoefde ze niet te zoeken want een half jaar daarvoor was ze al gevraagd een jaar lang wetenschappelijk onderzoek te doen naar de mogelijkheid om vrouwenstudies een plek te geven binnen de sociale faculteit. ‘Ik vond het heel leuk werk, maar ik zag het mezelf niet de rest van mijn leven doen,’ zegt ze. Dus solliciteerde ze bij De Groene Amsterdammer, waar ze elf jaar repor­ tages en interviews maakte. Vervolgens werd ze buitenlandredacteur en columnist bij de Volkskrant, waar ze tot 2000 zou blijven. Dat Bleich in dat jaar aan de biografie van Den Uyl begon, was min of meer toeval. ‘Een vriendin zei tegen me: is dat niets voor jou? En toen dacht ik: ja,

dat lijkt me fantastisch.’ Eerdere kandidaat-biografen waren op dat moment al afgehaakt of gestuit op tegenwerking van Den Uyls dochter Saskia NoormanDen Uyl. Deze toonde zich aanvan­ kelijk ook huiverig om Bleich toegang te geven tot het persoonlijke archief van haar vader, maar liet zich overtuigen. Dit resulteerde in 2008 in het boek Joop den Uyl 1919-1987. Dromer en doordouwer, waarop Bleich ook promoveerde. Een doordouwer moet je zelf ook zijn als biograaf, zegt ze. Het schrijven van een biografie verschilt volgens haar niet veel van dat van andere boeken. Het is vooral de tijdspanne die het zwaar maakt. ‘Ik heb acht jaar aan mijn boek over Den Uyl gewerkt en ben nu alweer vijf jaar bezig met Van der Stoel. Daar moet je wel een eigenzinnige persoonlijkheid voor hebben. En de bereidheid om veel in je eentje te werken.’ Gelukkig staat daar veel positiefs tegenover: ‘Het is fijn om je zo lang met iemand te verbinden, zeker als je echt een klik hebt met je onderwerp, zoals ik met Den Uyl. What made him tick? Het is spannend om dat uit te zoeken. En natuurlijk is er de euforie als je boek na zoveel jaar eindelijk af is. Dat is een beetje alsof je er een kind bij krijgt.’ •

Fotolocatie: J.M. den Uylbrug, Zaandam Anet Bleich en Onno Blom zijn gefoto­ grafeerd in Zaandam, op de plek waar de onderwerpen van hun biografieën samenkomen. Jan Wolkers maakte het beeld Een roos van staal, ter herinnering aan Joop den Uyl.


18

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

SPUI —

kort nieuws De wetenschappelijke kennis neemt dagelijks toe. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dragen daaraan bij met proefschriften, papers en andere publicaties waarin zij de vruchten van hun arbeid wereldkundig maken. SPUI biedt een selectie van recente resultaten.

ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE

Ondernemer niet zo afwijkend als gedacht Anders dan doorgaans wordt aangenomen, verschillen ondernemers niet wezenlijk van managers als het gaat om persoonlijkheidskenmerken als risicogedrag en optimisme. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van econoom Martin Koudstaal, die enquêtes afnam bij duizenden ondernemers, managers en werknemers. De term ‘ondernemerschap’ roept bij veel mensen het beeld op van een bevlogen creatieveling als Apple-oprichter Steve Jobs, met een ongebreideld optimisme en een intuïtief gevoel voor wat werkt. Zulke ondernemers worden verondersteld heel anders te zijn dan mensen in dienst van een bedrijf. Volgens Koudstaal is dat onterecht.

TIER en Gemeente Amsterdam starten scholingsexperiment Het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER), onderdeel van het onderzoeks­ programma Human Capital van de Amsterdam School of Economics, is een experiment begonnen om nog niet succesvolle zzp’ers te helpen bij het verwerven van opdrachten. TIER doet dit experiment samen met de Gemeente Amsterdam. Gedurende de crisis is het aantal zzp’ers flink gestegen, vooral in sectoren waar veel banen verloren zijn gegaan, zoals de financiële sector.

MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN GEESTESWETENSCHAPPEN

Villa’s en landhuizen tonen moderne Nederlandse geschiedenis Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw nam de bouw van villa’s en landhuizen een vlucht. De aanleg van een spoornetwerk maakte het mogelijk op het platteland te wonen en in de stad te werken. Die wens leefde onder de gegoede middenklasse met een romantisch ideaalbeeld van leven onder gelijken in een natuurlijke omgeving. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van kunsthistoricus Hans de Haan. In de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde Nederland in een moderne samenleving. De weerslag van die verandering is terug te zien in het ontwerp van villa’s buiten de stad.

Aandacht voor psychische zorg cruciaal in conflictgebieden Zorg voor mensen met psychische problemen is van groot belang in conflictgebieden als Burundi en Afghanistan. Ook met weinig middelen is dat mogelijk, maar lokale ideeën over psychische problematiek en behandeling moeten leidend zijn. Dat stelt antro­poloog en psychiater Pieter Ventevogel in zijn proefschrift. Als psychiater bij een non-gouvernementele gezondheidszorgorganisatie verbleef Ventevogel jarenlang in onder meer het door burgeroorlog geteisterde Burundi en in Afghanistan. Naast zijn klinisch werk onderzocht hij daar hoe psychische zorg het best kan werken in de context van niet-westerse conflictgebieden.

Kiezer houdt kabinet verantwoordelijk voor lokaal beleid Opgroeien tussen boeken: nurture of toch nature?

Kinderen lezen beter als dat thuis wordt gestimuleerd, ontdekte onderzoeker Elsje van Bergen, maar de reden voor dat verband is wellicht anders dan eerder gedacht. Leessnelheid is behoorlijk erfelijk. Goed lezende ouders zorgen zowel voor de erfelijke aanleg van hun kroost als voor de aanwezigheid van boeken in het ouderlijk huis. Erfelijkheid kan zich dus ook vermommen als opvoedingseffect. Ruim 1.200 bezoekers van wetenschapsmuseum NEMO, jong en oud, van dyslectici tot supersnelle lezers, namen deel aan het leesonderzoek van de UvA en de University of Oxford.

Dankzij het kabinet-Rutte II zijn gemeenten tegenwoordig verantwoordelijk voor beleid op het gebied van zorg, werk en jeugdhulp. Het rapport Democratie Dichterbij beschrijft wat burgers vinden van hun gemeentebestuur, wie er lokaal actief zijn en wie niet, en of ze wat hebben meegekregen van de grote decentralisatie-operaties. Uit het rapport blijkt dat de nationale overheid ondanks decentralisaties en de invloed van Europa nog steeds het meest verantwoordelijk wordt gehouden voor het overheidsbeleid. De betrokkenheid van de meeste burgers bij de lokale politiek beperkt zich voornamelijk tot de verkiezingen. Het onderzoek werd uitgevoerd door de Stichting Kiezersonderzoek Nederland (SKON), onder redactie van politicologen Tom van der Meer (UvA) en Henk van der Kolk (UT).


19 Migranten op leeftijd veel vaker dement dan Nederlandse ouderen Zowel ouderen uit Marokko en Turkije als hun Surinaamse leeftijdsgenoten met een Hindoestaanse achtergrond zijn drie tot vier keer vaker dement dan Nederlandse leeftijdsgenoten. Ook hebben zij veel vaker last van milde cognitieve beperkingen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van neuro­­psycholoog Özgül Uysal-Bozkir. De groep migranten die in de jaren zestig naar Nederland kwam, is inmiddels op leeftijd. Het onderzoek van UysalBozkir onder 2.254 ouderen toont voor het eerst dat oudere migranten veel kwetsbaarder zijn voor dementie dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten.

RECHTSGELEERDHEID

Vertegenwoordiging Europees Parlement ambigu In 2009 oordeelde het Duitse Federale Constitutionele Hof dat het Europees Parlement de bevolkingen van de individuele lidstaten vertegenwoordigt en niet het geheel van Unieburgers. Maar dat is te kort door de bocht, stelt Kathalijne Buitenweg in haar proefschrift. Het Duitse besluit negeert formele bepalingen en praktijken die het Europees Parlement juist definiëren als vertegenwoordiger van de burgers van de Unie als geheel. ‘Wie vertegenwoordig je nu eigenlijk, Nederlanders of Europese kiezers?’ Die vraag kreeg Buitenweg vaak voorgelegd toen ze tussen 1999 en 2009 namens GroenLinks lid was van het Europees Parlement. De afgelopen zes jaar wijdde Buitenweg zich aan het historisch-juridisch perspectief op de kwestie.

NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

MEDISCHE WETENSCHAPPEN

Kijken naar foto’s van vrouwelijk geslachtsdeel verbetert zelfbeeld vrouwen Vrouwen die foto’s te zien krijgen van het uitwendig vrouwelijk geslachtsdeel (vulva) in allerlei soorten en maten krijgen een positiever beeld van hun eigen vulva. Dit blijkt uit onderzoek onder leiding van Ellen Laan van de afdeling gynaecologie van het AMC. De resultaten zijn gepubliceerd in het Journal of Psychosomatic Obstetrics & Gynecology. Veel vrouwen maken zich zorgen of hun uitwendige geslachtsdeel er ‘normaal’ uitziet. Uit eerder onderzoek is gebleken dat wat vrouwen normaal en wenselijk vinden, sterk wordt beïnvloed door digitale of chirurgisch gewijzigde plaatjes van vulva’s uit de wereld van media, pornografie en mode.

Staande naakte vrouw, David Pièrre Giottino Humbert de Superville, 1803 (Rijksmuseum)

Open Access platform SciPost lanceert eerste editie wetenschappelijk tijdschrift De eerste editie van SciPost Physics is verschenen, een nieuw wetenschappelijk tijdschrift dat zowel voor auteurs als lezers gratis is. Het is onderdeel van de voor fysici unieke wetenschappelijke publicatieportal SciPost, die de strenge maar transparante selectie-methode van peer-witnessed refereeing hanteert. UvA- en FOM-natuurkundige Jean-Sébastien Caux initieerde SciPost uit onvrede over het traditionele systeem van wetenschappelijk publiceren, waarin onderzoekers moeten betalen om hun eigen publicaties te kunnen inzien en delen.

Kiezen tussen twee partners: niet met de neus, maar met het brein Hoe vindt een mannetjesmot het juiste vrouwtje om te paren als twee soortgelijke vrouwtjes hem lokken met hun feromonen? Bij veel soorten zijn speciale eigenschappen in de voelspriet, die het mannetje gebruikt om deze geurstoffen waar te nemen, verantwoordelijk voor hun keuze. Bij de Europese maïsboorder (Ostrinia nubilalis) echter lijken variaties in de hersenen van het mannetje zijn keuze te bepalen tussen twee soorten beschikbare vrouwtjes. Dat is de conclusie van onderzoek uitgevoerd door een internationaal team van de UvA, de Zweedse Universiteit voor Landbouwwetenschappen en het Max Planck Instituut voor Chemische Ecologie. De resultaten zijn gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Ouders van kinderen met veel gaatjes strenger

Nabootsende orang-oetan leidt tot inzicht in evolutie menselijke spraak

De ouders van kinderen met veel gaatjes zijn gemiddeld strenger en negatiever dan ouders van kinderen zonder gaatjes. Dat blijkt uit onderzoek van tandheelkundige Maddelon de Jong-Lenters, die onder meer video-opnames van de interactie tussen ouders en kinderen analyseerde. In haar kindertandartspraktijk viel het De Jong-Lenters op dat de ouders van kinderen met flinke gebitsproblemen hun kinderen vaak net iets anders benaderen dan andere ouders. Ze kon er niet precies de vinger op leggen waarin de interactie afweek, maar besloot grondig te onderzoeken of opvoedstijl en gebitsgezondheid samenhangen.

Rocky, een jongvolwassen orang-oetan, geeft ons mogelijk inzicht in hoe menselijke spraak is geëvolueerd sinds de tijd van de voorouderlijke mensaap. In een imitatiespel kon Rocky de toon-hoogte van menselijke spraak nabootsen en klinker-achtige klanken produceren. Dit wijst erop dat orang-oetans hun stem kunnen controleren. Tot deze conclusie komt een internationaal onderzoeks-team met onder anderen Serge Wich, bijzonder hoogleraar Conservation of the Great Apes aan de UvA. Hun studie is gepubliceerd in Scientific Reports. •


20 WETENSCHAP

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

tekst • Robin van Wechem beeld • Marcel Krijgsman, HollandseHoogte

EEN VERHOOGDE HARTSLAG OP LOWLANDS Deze zomer leverden 146 bezoekers van Lowlands een bijdrage aan de wetenschap, in een experiment naar onderbuikgevoelens in de politiek.

Eind augustus in Biddinghuizen, een warme zomerdag. Te midden van typische festivalgeuren – zweet, hotdogs en verschaald bier – werken UvA-onderzoekers Bert Bakker, Matthijs Rooduijn en Gijs Schumacher als bezetenen. De animo voor hun project overtreft alle verwachtingen. ‘Vanochtend hebben we twee onderzoeksassistenten buiten gezet om mensen naar binnen te halen’, zegt Rooduijn. ‘Een paar uur later moesten we mensen wegsturen omdat we vol zaten voor die dag.’ Schumacher: ‘Mensen zijn teleurgesteld als ze horen dat er een wachtlijst is. Dat maak je bijna nooit mee.’ De voorbijgangers die willen meedoen met het experiment krijgen eerst een vragenlijst voorgeschoteld, waarin onder andere naar hun politieke voorkeur wordt gevraagd. Ook moeten ze een alcoholtest doen en wordt hun temperatuur opgemeten. Vervolgens worden ze aangesloten op de apparatuur. Op hun buik en sleutelbeen komen elektroden die de hartslag regi­streren, met elektroden op het voorhoofd en de wangen wordt de samentrekking van gezichtsspieren gemeten. Het meten van zweetproductie gaat via de vingers. Dan begint de proef. De vrijwilligers krijgen acht filmpjes te zien over immigratie, klimaat, ongelijkheid en het politieke establishment. Alle onderwerpen hebben een pro- en een antifilmpje. Drie maanden later, een donkere vrijdagmiddag op het lab van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen (FMG) op de Roeterseilandcampus. De onderzoekers laten mij een van de filmpjes zien. Een eindeloze stoet mensen – vanuit de lucht gefilmd – loopt achter elkaar door een veld. Linksboven in beeld staat het NOS-logo. De muziek doet denken aan oorlogsfilms. Een neutrale stem vertelt over een tsunami van vluchtelingen die ons land overspoelt en bena-

drukt de noodzaak voor maatregelen. Stop massa-­ immigratie, is de teneur. Ook zonder meetapparatuur voel ik mijn hart sneller kloppen. Dat is precies waar Bakker, Rooduijn en Schumacher op uit zijn. ‘Psychologen zetten mensen in het lab en kijken wat er gebeurt als een balletje op een computerscherm verandert of als proefpersonen opeens een hard geluid horen’, zegt Bakker. ‘Wij willen de vertaalslag maken naar politiek. We willen kijken of politiek een “heet” concept is, of het opwinding genereert.’

‘VOORDAT JE JE BEWUST BENT VAN EMOTIES, ONTSTAAT ER AL EEN REACTIE IN JE LICHAAM’ Uit de tot nu toe geanalyseerde data blijkt dat inderdaad zo te zijn, zegt Schumacher. ‘Informatie waar je het mee oneens bent, leidt tot meer opwinding. Je hartslag gaat omhoog. Dat is op zich een bekend verschijnsel – de negativity bias – maar wij hebben dat nu fysiologisch aangetoond.’ Rooduijn: ‘Mensen accepteren makkelijker informatie waar ze het mee eens zijn omdat ze worden gesterkt in hun attitude. Als ze een filmpje zien waar ze het niet mee eens zijn, gaan ze tegenargumenten bedenken en wordt hun mening sterker.’ Dat komt omdat we onbewust altijd op zoek zijn naar informatie die aansluit bij onze mening, terwijl we onwelgevallige informatie blokkeren, zegt Bakker. ‘Wetenschappers gingen er lang vanuit dat dit proces

van cognitieve dissonantie een “koud”, want rationeel proces is. Een nieuwe lichting wetenschappers denkt dat het een “heet”, want emotioneel geladen proces is. Op die gedachte bouwen wij voort.’

Trump

Daarvoor zijn wel andere meetmethoden nodig. In de meeste studies naar emoties in de politiek spelen zelfrapportages de hoofdrol, zegt Rooduijn. ‘Mensen krijgen een filmpje te zien en vullen vervolgens een vragenlijst in over hun emoties. Maar er is nog geen onderzoek dat hun fysiologische ervaring meet.’ Schumacher: ‘We lieten de presentatoren van televisieprogramma De Kennis van Nu laatst naar filmpjes van Donald Trump en Hillary Clinton kijken. Een van hen zei dat hij niks voelde toen hij het filmpje van Trump zag. Maar zijn hartslag ging wel zes slagen per minuut omhoog. Dat is best veel.’ Een ander probleem met zelfrapportages is de mix van associaties en gedachten die een onderwerp opwekt, zegt Bakker. ‘De mate van enthousiasme die jij rapporteert over bijvoorbeeld Jesse Klaver zal voor een deel bestaan uit emoties die je misschien hebt ervaren en waar je misschien toegang toe hebt. Maar voor een ander deel bestaat die zelfrapportage uit jouw evaluatie van Jesse Klaver als politiek object en jouw houding ten opzichte van GroenLinks. Er komen verschillende dingen op één hoop terecht.’ Dat heeft grote gevolgen, haakt Schumacher aan. ‘Het hele boze-burgerverhaal is gebaseerd op onderzoek waarbij ze mensen vragen: “Wat gaat u stemmen? Enne.. bent u boos?” Maar van 95 procent van onze emoties zijn we ons niet eens bewust. Dus om te stellen dat de burger bijzonder emotioneel is, is nogal


21 Aan het werk tijdens Lowlands. Foto onder: minister Jet Bussemaker, naast haar vlnr Matthijs Rooduijn, Bert Bakker en Gijs Schumacher

BERT BAKKER — 1985 B.N.Bakker@uva.nl • 2009 master Psychologie, UvA • 2010 master Politicologie cum laude, UvA • 2014 promotie op dissertatie ‘Personality and Politics: The Direct and Indirect Associations between the Five Factor Model and Political Attitudes’, University of Southern Denmark • 2014-2015 postdoc Amsterdam School of Communication Science, UvA • 2015 oprichter Dutch Political Psychology meetings en tweedaagse internationale conferentie • 2015-heden universitair docent Political Communication and Journalism, UvA

onnauwkeurig. Hij rapporteert dat hij boos is, maar of hij daadwerkelijk die emotie ervaart, weten we niet.’ Om te voorkomen dat proefpersonen de filmpjes associeerden met politieke partijen hebben de wetenschappers politici buiten beeld gelaten. Toch zijn ze bij de samenstelling dicht bij de werkelijkheid gebleven. De teksten bij de migratiefilmpjes kwamen bijna letterlijk uit filmpjes van Geert Wilders of de vluchtelingenbeweging. Ook op andere manieren hebben de onderzoekers geprobeerd zo zuiver mogelijk de reactie op een politieke boodschap te meten. Bakker: ‘Het beeld is in de pro- en antiversie van elk filmpje hetzelfde, evenals de stem die de teksten uitspreekt. We hebben alleen de muziek en – in beperkte mate – de teksten aangepast.’ Het onderliggende idee vindt hij revolutionair. ‘We gaan er bijna automatisch vanuit dat kiezers via een rationeel proces informatie vergaren en afwegen en op basis daarvan hun stemkeuze bepalen. Wij laten nu juist zien dat dat niet opgaat. Voordat je je bewust bent van emoties, ontstaat er al een reactie in je lichaam. In dit onderzoek gaat het om politieke boodschappen, maar in de toekomst kunnen we ook fysieke reacties meten op politici of politieke partijen.’ Rooduijn schetst de potentie van deze onderzoeksagenda. ‘We weten dat de standpunten van mensen radicaliseren als ze teksten lezen of filmpjes kijken waar ze het mee oneens zijn. Dat zien we ook terug bij de resultaten van dit experiment. Dat is best een bijzondere observatie, want het betekent dus eigenlijk dat de meningen altijd uit elkaar groeien bij politieke debatten. De vraag is nu wat er precies gebeurt en welke rol emoties daarbij spelen. Wat betekent dit voor me-

ningsvorming, voor polarisatie, voor stem-gedrag? Dat zijn belangrijke vragen.’

MATTHIJS ROODUIJN — 1982

m.rooduijn@uu.nl

Alcoholtest

De politicologen troffen op Lowlands een grotere en gevarieerdere groep respondenten dan in gangbaar psychologisch onderzoek. Er deden 146 mensen mee aan het experiment. Slechts twintig procent daarvan waren studenten of afgestudeerden aan de universiteit. De rest had een mbo- of hbo-achtergrond. Bovendien hadden veruit de meeste deelnemers – tachtig procent – geen alcohol op. In de vragenlijst konden proefpersonen invullen of ze in het etmaal daarvoor soft- of harddrugs hadden gebruikt. Slechts een minderheid – tien procent – vulde in dat te hebben gedaan. Schumacher vond het nogal verrassend. ‘Ik weet nog dat ik om vijf uur bij iemand de alcoholtest deed en dacht: “Heb je geen bier op? Wat doe je op dit festival?”’ Hoewel de resultaten van het Lowlandsonderzoek nog niet helemaal zijn uitgewerkt, zijn de wetenschappers al bezig met een vervolgstudie. In het FMG-lab doen ze in een maand hetzelfde onderzoek als op Lowlands, maar nu met honderd studenten. Een gebaar naar vakgenoten bij psychologie, die gewend zijn om onder gecontroleerde omstandigheden fysiologisch onderzoek te doen bij studentenpopulaties. Maar eigenlijk willen de mannen de maatschappij in. ‘Voor Lowlands hebben we de benodigdheden voor fysiologisch onderzoek teruggebracht van een lab met twee ruimtes en een reeks computers tot twee laptops’, zegt Bakker. ‘Dat betekent dat we op allerlei locaties kunnen werken en de opvattingen van een veel breder deel van de bevolking in kaart kunnen brengen. Het liefst willen we met een bus het land door. De Onderbuikbus.’ •

• 2007 onderzoeksmaster Social Sciences, UvA • 2013 promotie op dissertatie ‘A Populist Zeitgeist? The Impact of Populism on Parties, Media and the Public in Western Europe’ cum laude, UvA • 2012-2016 postdoc Amsterdam Centre for Inequality Studies, UvA • 2013 oprichting weblog Stuk Rood Vlees • 2014 Jaarprijs Politicologie voor het beste proefschrift in Nederland en/of Vlaanderen • 2016-heden universitair docent Sociologie, UU

GIJS SCHUMACHER — 1982

g.schumacher@uva.nl • 2006 master Politicologie cum laude, UvA • 2008 onderzoeksmaster Sociale wetenschappen cum laude, VU • 2011 promotie op dissertatie ‘Modernize or Die? Social Democrats, Welfare State Retrenchment and the Choice between Office and Policy’, VU • 2011-2013 postdoc, University of Southern Denmark • 2013 Jaarprijs Politicologie voor het beste proefschrift in Nederland en/of Vlaanderen • 2013 oprichting weblog Stuk Rood Vlees • 2013-2015 universitair docent Politicologie, University of Southern Denmark • 2015-heden universitair docent Politicologie, UvA


22 UVA IN BEWEGING BESTUURLIJKE ONTVLECHTING UVA-HVA UvA en HvA krijgen per 1 januari 2017 weer een eigen College van Bestuur (CvB). Ook wordt een aantal gedeelde stafonderdelen gesplitst. De gemeenschappelijke dienstverlening wordt echter behouden en geoptimaliseerd. Dat zijn de drie belangrijkste elementen van een voorgenomen besluit van het CvB UvA-HvA. De twee instellingen delen sinds 2003 een CvB en ondersteunende diensten zoals de bibliotheek en ICT-diensten. De bestuurlijke samenwerking heeft echter te weinig voordeel opgeleverd. Als de medezeggenschapsorganen instemmen met het voorgenomen besluit, wordt de Raden van Toezicht gevraagd het te bekrachtigen.

‘TRIPLE CROWN’ VOOR UVA ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE De Amsterdam Business School (ABS) van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA is geaccrediteerd door de Association of MBAs (AMBA). Hiermee heeft de faculteit de ‘Triple Crown’-status bereikt. Eerder verwierf de faculteit de kwaliteitsstempels van de Association to Advance Collegiate Schools of Business (AACSB) en EQUIS. Nu AMBA daar bij komt, treedt de faculteit toe tot de selecte groep met een Triple Crown. Wereldwijd heeft minder dan een procent (zo’n 76) van alle schools en faculteiten met bedrijfskundige oplei­ dingen (zo’n 14.000) deze kwaliteitsstatus.

REVIEWCOMMISSIE POSITIEF OVER RESULTATEN PRESTATIE­ AFSPRAKEN UVA

BIOLOGIE, PSYCHOBIOLOGIE EN BIOLOGICAL SCIENCES UVA BEOORDEELD ALS ‘GOED’

De Reviewcommissie Hoger Onderwijs en Onderzoek heeft haar eindadvies uitgebracht aan het Ministerie van OCW over de door de UvA geboekte resultaten ten aanzien van de prestatieafspraken. De commissie beoordeelt de resultaten op alle aspecten – kwaliteit en excellentie, studiesucces en maatregelen – als positief. Zoals ook in het Jaarverslag 2015 te lezen is, heeft de UvA de aan de prestatieafspraken gekoppelde doelstellingen gehaald. Het gaat hierbij om studiesucces in de bachelorfase, uitval en switch in het eerste jaar, excellentie, docentkwaliteit, contacturen, begrenzing ondersteunende functies, de instellingstoets kwaliteitszorg en financiële transparantie.

De bacheloropleidingen Psychobiologie en Biologie en de masteropleiding Biological Sciences van de UvA krijgen bij de heraccreditatie door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) het algemene eindoordeel ‘goed’. De heraccreditatie is voor een periode van zes jaar. De drie opleidingen werden op vier standaarden beoordeeld: beoogde eindkwalificaties, onderwijsleeromgeving, toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties. De NVAO-eindoordelen zijn op een schaal van onvoldoende, voldoende, goed tot excellent. Dit jaar zijn er in Nederland tot dusver slechts negen andere universitaire opleidingen met ‘goed’ beoordeeld.

LABGEBOUW UVA EN VU VOOR KENNISCLUSTER HUMAN LIFE SCIENCES Het nieuwe labgebouw O|2 op de campus van de VU, dat eind september is geopend, is speciaal gericht op het kenniscluster Human Life Sciences en huisvest onderzoekers van UvA, VU en VUmc. Het is een van de eerste gebouwen in academisch Nederland dat gebouwd is vanuit één onderzoeksthema. De onderzoekers in het O|2 labgebouw werken samen aan nieuwe, veilige medicijnen voor de toekomst en aan slimme technieken om kankercellen eerder en beter in beeld te brengen.

UVA AAN DE NEDERLANDSE TOP VOLGENS INTERNATIONALE RANKINGS

UVA KRIJGT DIVERSITY OFFICER De UvA krijgt, naar aanleiding van het advies van de Commissie Diversiteit, op korte termijn een diversity officer om beleid te ontwikkelen met collega’s van de faculteiten. Dit heeft voorzitter Geert ten Dam bekendgemaakt bij het in ontvangst nemen van het eindrapport van de Commissie Diversiteit. De diversity officer zal direct onder het College van Bestuur vallen.

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

De UvA staat op plaats 63 in de Times Higher Education World University Rankings 2016-2017. Vorig jaar maakte de UvA een fikse sprong, van plaats 77 (in 2014) naar 58 (in 2015). Dit jaar daalt de UvA vijf plaatsen. Zij blijft – net als vorig jaar – de op-eenna hoogstgenoteerde universiteit van Nederland in de THE World University Rankings, na de TU Delft (59). In totaal staan er – net als vorig jaar – acht Nederlandse universiteiten in de top-100 van de ranglijst. In de QS World University Rankings 2016/2017 staat de UvA op plaats 57 en is daarmee wederom de hoogst genoteerde Nederlandse universiteit. De UvA is dat al sinds 2010, toen QS voor het eerst los van Times Higher Education (THE) zijn ranking uitbracht. Vorig jaar was de UvA nummer 55.

INSTROOM AAN UVA NEEMT TOE Dit studiejaar is de instroom van nieuwe bachelorstudenten aan de UvA gestegen, blijkt uit de voorlopige cijfers van oktober. Het gaat om een stijging ten opzichte van vorig jaar van 4.667 studenten naar 5.516. De instroom in de masterfase steeg vorig jaar licht en de groei zet dit jaar door: 5.370 nieuwe studenten tegenover 4.942 vorig jaar. Ook de instroom van studenten uit het buitenland groeit: bij de bachelors van 426 studenten naar 831, bijna een verdubbeling; bij de masters van 1.043 naar 1.291. De toename van het aantal internationale studenten kan vooral worden toegeschreven aan een groter aanbod van Engelstalige opleidingen. Het totaal aantal ingeschreven studenten aan de UvA neemt door de stijgende instroom iets toe, met drie procent, naar 31.091 studenten. De definitieve cijfers zijn er pas in februari 2017 als de uitslag van de zogenoemde decembertelling bekend wordt. •


23

IN MEMORIAM

2008/3 sPUI 28

Birgit Donker: ‘Geschiedenis begint vijf minuten geleden en journalisten tekenen die als eersten op’

IN MEMORIAM

JEROEN OERLEMANS 15 mei 1970 – 2 oktober 2016 Magazine

voor aluMni en vrienden van de

universiteit

van

aMsterdaM

salomé Bentinck • Guy van Beuningen • Peter Brusse en Dirk Horringa • Hans van Dalfsen • Tom van Dijkman • Thomas elsaesser • Fokke & sukke • sara jahfari • jim jansen • manfred meeuwig • Doeschka meijsing • alexander rinnooy Kan • Titia Warndorff van Diepen • ralph Wijers • familie Van loghem • Barbara oomen

Op 2 oktober kwam fotograaf Jeroen Oerlemans tijdens de uitoefening van zijn werk in Libië om het leven. Jeroen studeerde Politicologie met als specialisatie Internationale betrekkingen aan de UvA en raakte al tijdens zijn studie ‘geïnfecteerd met het fotografievirus’, zo vertelde hij in 2011 in een interview in SPUI magazine. Bij het interview werd dit zelfportret (zie links van deze tekst) afgedrukt. De overige foto’s op deze pagina maakte Jeroen eerder voor SPUI, waarvan hij jarenlang huisfotograaf was. Tussen 2002 en 2009 maakte hij vele karakteristieke portretten van UvA-alumni en -medewerkers. Een groot deel van de coverfoto’s in deze periode was van zijn hand, waardoor het werk van Jeroen letterlijk beeld­ bepalend is geweest voor dit magazine. In de jaren daarop bleef hij in opdracht van de UvA foto’s maken van docenten en hoogleraren, voor de website en allerlei uitgaven van de universiteit. Ook de redactie van SPUI maakt daar nog altijd dankbaar gebruik van. Zo zijn de portretten bij de rubriek Personalia in dit nummer alle van de hand van Jeroen. De redactie bewaart goede herinneringen aan de plezierige samenwerking met Jeroen. Hij was een sympathiek mens, een goede fotograaf en niet in de laatste plaats een bijzonder moedig man, die er niet voor terugdeinsde om onder extreme omstandigheden het werk te doen waarvan hij vond dat het gedaan moest worden. Dat verdient groot en blijvend respect. •

2007/2 sPUI 24

2004/1 SP www.alumni.uva.nl

www.alumn

Caroline Nevejan: ‘De promotieceremonie was het moment waarop ik werd toegelaten tot een gilde’

Gesprek met strafrechtgeleerde Frits Rüter:

Fot


24 PERSONALIA

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

GERARD ANDERIESEN

PATRICK VAN DER DUIN

SEZGI IYIBILIR

SOCIOLOGIE 1980, voormalig bestuurder van Amsterdamse woningcorporaties, ontving de Frans Banninck Cocq Penning van de stad Amsterdam.

Economie 1995, promotie TU Delft 2006, is sinds september directeur van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek.

won samen met medestudenten Tim Moolhuijsen en Boas van der Putten de Universiteitsstrijd in de gelijknamige televisiequiz en daarmee de titel ‘de slimste universiteit van Nederland’.

BERNET ELZINGA SACHA DE BOER

COMMUNICATIEWETENSCHAP 1993, fotograaf en voormalig presentator van het NOS-Journaal, keert terug naar de televisie als presentator van het KRONRCV-programma Brandpunt.

PSYCHOLOGIE 1996, Wijsbegeerte 2002 cum laude, promotie Psychologie VU 2002, hoogleraar Klinische psychologie aan de Universiteit Leiden, is winnaar van de Medische Award 2016 van tijdschrift Libelle. Zij wil depressie onder tieners terugdringen.

DENNIS BOTMAN

PROMOTIE ECONOMIE 2001, is de nieuwe hoge vertegenwoordiger van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in Griekenland. BARBARA COOLEN

POLITICOLOGIE 1998, is de nieuwe inhoudelijk leider van SPUI25, het academisch-cultureel podium van de UvA en andere partners. MELLE DAAMEN

POLITICOLOGIE 1986, vanaf 2001 directeur van de Stadsschouwburg in Amsterdam, maakte de overstap naar Theater Rotterdam. JOSÉ VAN DIJCK

1991 promotie Comparative Literature, University of California, San Diego (VS), president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en hoogleraar Televisie, media en cultuur aan de UvA, is door maandblad Opzij verkozen tot de meest invloedrijke vrouw van 2016. WILLEMIJN VAN DOLEN

PROMOTIE PSYCHOLOGIE UM 2002, hoogleraar Marketing aan de UvA, is per september voor een periode van vier jaar benoemd als lid van de raad van toezicht bij de Autoriteit Financiële Markten.

KARWAN FATAH-BLACK

GESCHIEDENIS 2008, universitair docent aan de Universiteit Leiden, ontvangt de tweejaarlijkse Heineken Young Scientist Award van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in de categorie Geschiedenis. ARENT FOCK

KANDIDAATS BIOLOGIE 1984, is de nieuwe voorzitter van de Vereniging Rembrandt. SIMON VAN GAAL

PSYCHOLOGIE 2003, promotie 2009, onderzoeker Psychologie aan de UvA, ontvangt een ERC Starting Grant van de European Research Council van ongeveer anderhalf miljoen euro, evenals UvA-onderzoekers Jasper de Goeij, Diego Hofman, Frank Jacobs, Selma de Mink, Disa Sauter en Jakub Szymanik. INGRID GERCAMA

INTERNATIONAL DEVELOPMENT STUDIES 2013 cum laude, onderzoeker bij het Overseas Development Institute in Londen, ontving de Lorenzo Natali Media Prize 2015, voor journalisten met uitmuntende publicaties op het gebied van ontwikkeling en armoedebestrijding. NICO VAN HASSELT

GENEESKUNDE 1956, vierde zijn zestigjarig jubileum als huisarts. De 92-jarige Van Hasselt is de oudste nog praktiserende huisarts in Nederland. THOMAS HOGELING

A NIELS VAN DOORN

PROMOTIE SOCIALE WETENSCHAPPEN 2010, mediawetenschapper aan de UvA, ontvangt een fellowship van het NIAS, evenals politicologen Luc Fransen en Liza Mügge, neuropsycholoog Hilde Geurts en socioloog Olav Velthuis.

PUBLIEKRECHT 2012, journalist, ontving de VOJN Award voor de beste opiniebijdrage. Lars Dellemann, bachelor Politicologie 2013, en Jonna ter Veer, Theaterwetenschap 2001, wonnen de prijs in de categorie beste online storytelling. In de categorie beste onderzoeksjournalistiek vielen Maurits Martijn, Communicatiewetenschap 2007 en Cees Wiebes, Politicologie 1983 cum laude in de prijzen. De prijs voor de beste podcast ging onder meer naar Chris Bajema, Nederlandse taal- en letterkunde 1997.

ATTE JONGSTRA

NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE 1982, schrijver, ontvangt de Constantijn Huygens-prijs 2016 (10.000 euro) van de Jan CampertStichting, voor zijn ‘tegendraadse’ werk waarin ‘de liefde voor archieven, lexica en encyclopedieën een constante is’. FRED KISTENKAS

NEDERLANDS RECHT 1982 UU, promotie UvA 1989, hoofddocent milieurecht WUR en voormalig universitair docent staatsrecht UvA, is de winnaar van de Excellent Education Prize van de WUR. ELS KLOEK

GESCHIEDENIS 1980, promotie 1990, is de samensteller en eerste auteur van 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis, dat is verkozen tot het Beste Geschiedenisboek Aller Tijden. MARCEL LEVI

GENEESKUNDE 1986, promotie 1991, vertrekt als bestuursvoorzitter van het Academisch Medisch Centrum en decaan van de Faculteit der Geneeskunde van de UvA om vanaf 2017 in Londen als ‘Chief Executive’ leiding te geven aan de University College London Hospitals, een samenwerkingsverband van vijf academische ziekenhuizen.

Limburg, het nieuwe waterschap dat ontstaat uit de samenvoeging van de twee bestaande Limburgse waterschappen. TESSEL MIDDAG

BACHELOR GESCHIEDENIS 2016, voetbalinternational, maakt de overstap van Ajax naar Manchester City. MARTE OTTEN

PROMOTIE MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN 2008, wint met haar feeling-thermometer, een online app voor het zichtbaar maken van onbewuste opvattingen, de stimuleringsprijs van de Amsterdam Science & Innovation Award 2016. PATRICIA PISTERS

FRANSE TAAL- EN LETTERKUNDE EN COMMUNICATIEWETENSCHAP 1991, promotie 1998, hoogleraar Filmwetenschap aan de UvA, won de Louis Hartlooper Prijs voor de Beste Filmpublicatie 2016 voor haar boek Filming for the Future – The Work of Louis van Gasteren. MARJA PRUIS

ALGEMENE TAALWETENSCHAP 1987 cum laude, schrijver en critica, ontving de J.L. Heldring Prijs voor columnisten, vanwege haar columns in De Groene Amsterdammer. HANS ROMIJN

PROMOTIE GENEESKUNDE 1990, hoogleraar Interne geneeskunde, is per 1 december benoemd tot voorzitter van de Raad van Bestuur van het Academisch Medisch Centrum en decaan van de Faculteit der Geneeskunde van de UvA.

JAN VAN MAARSEVEEN

PROMOTIE SCHEIKUNDE RUN 1994, ontvangt de Van Marumpenning van de KNCV, de beroepsvereniging van chemici in Nederland, vanwege zijn bijdrage aan het verbeteren van het imago van de chemie. GEERT MAK

NEDERLANDS RECHT 1972, schrijver, ontving van voorzitter Jacques Santer de Europese prijs van de Fondation du Mérite Européen, voor zijn bijzondere verdiensten op het gebied van de Europese integratie. MURIËLLE VAN DER MEER

masterstudent Art Studies, is twee jaar lang VN-jongerenvertegenwoordiger. Zij maakt zich vooral sterk voor meer diversiteit in het hoger onderwijs. HENK MENSINK

NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE 1984, is benoemd tot secretaris-directeur van Waterschap

B MARIEKE SCHOENMAKERS

CULTURELE ANTROPOLOGIE EN NIET-WESTERSE SOCIOLOGIE 1990, is vanaf januari 2017 voorzitter van het College van Bestuur van de Hogeschool der Kunsten Den Haag. Zij blijft daarnaast directeur van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. CLAIRE STEVENSON

universitair docent Psychologische methodenleer UvA, is met haar onderzoeksvoorstel ‘Mathematical models of the creative process’ gekozen tot winnaar van de ABC Creatieve


25 Geest Prijs 2016, een initiatief van Freek en Hella de Jonge. JESSA VAN DER VAART

GODGELEERDHEID 2000, is door de Oude Kerk op de Amsterdamse Wallen benoemd tot predikant. Zij is de eerste vrouwelijke predikant in de geschiedenis van deze oudste kerk van Amsterdam. PATTI VALKENBURG

PROMOTIE PEDAGOGIEK LEI CUM LAUDE 1995, universiteitshoogleraar Jeugd, Media en Samenleving aan de UvA, ontving de Steven H. Chaffee Career Achievement Award 2016 van de International Communication Association, vanwege haar grote invloed binnen de communicatiewetenschap.

MARISE VOSKENS

is de nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht van de UvA. Voskens heeft gewerkt als rechter en is tevens voorzitter van de Raad van Toezicht van de VPRO. FLEUR DE WEERD

JOURNALISTIEK EN MEDIA 2012, heeft voor haar boek over Oekraïne Het land dat maar niet wil lukken de VPRO Bob den Uyl Prijs gewonnen, voor het beste Nederlandstalige reisboek (7.500 euro). FRED WEERMAN

PROMOTIE NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE UU 1989, hoogleraar Nederlandse taalkunde, is sinds september decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen. Hij volgde Frank van Vree op, die nu directeur is van het NIOD. RIK VAN DE WESTELAKEN

COMMUNICATIEWETENSCHAP 1996, is gestopt als NOSJournaalpresentator en is nu programmamaker bij Net5.

C BRUNO VERSCHUERE

onderzoeker aan de afdeling Psychologie van de UvA, is een van de winnaars van de IgNobelprijs voor onwaarschijnlijk wetenschappelijk onderzoek, een parodie op de Nobelprijs. Met een internationaal team onderzocht hij het lieggedrag van leugenaars. MARCO VERSLUIS

FILM- EN TELEVISIE-WETENSCHAP 2005, is sinds 1 oktober hoofdredacteur van televisie-programma De Wereld Draait Door (DWDD). Hij is de opvolger van Dieuwke Wynia, Kunstgeschiedenis en archeologie 1993, die vanaf de start van DWDD in 2005 hoofdredacteur was. RENS VLIEGENTHART

PROMOTIE SOCIOLOGIE VU 2007, hoogleraar Communicatiewetenschap, in het bijzonder media en organisaties, is gekozen tot voorzitter van de Jonge Akademie, het jongerenplatform van de KNAW.

RON WEVER

SCHEIKUNDE 1971, promotie 1975, emeritus hoogleraar Biokatalysatoren en bio-organische chemie aan de UvA, ontvangt de Vanadis Award voor zijn onderzoek naar het enzym vanadium haloperoxidases, dat onder meer wordt toegepast in waspoeder en verf. PELAGIA DE WILD

EUROPESE STUDIES 1996, is sinds september directeur en hoofd afdeling fondsenwerving bij de AMC Foundation, de steunstichting van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. ANNEJET VAN DER ZIJL

Communicatiewetenschap 1987, promotie Geesteswetenschappen 2010, schrijver, ontving de Amsterdamprijs voor de Kunst 2016 (35.000 euro ) in de categorie ‘Bewezen Kwaliteit’.

HUBERTUS VAN BOCKEL 1932, Nederlands

HEIN WILLEMS 1953, Scheikunde 1979, manager en medeoprichter Solliance Solar Research (14 juni)

recht 1965, Officier in de Orde van OranjeNassau (1 mei)

ANTONIUS BARTEN 1930, Economie 1957, em. hgl. KU Leuven, eredoctor TIU, Comman-

GEERHARD BRUINS 1924, Geneeskunde

deur in de Kroonorde (15 juni)

1958, huisarts in ruste (9 mei) HENDRIK BROUWER 1951, Sociale aardROBERT RENTENAAR 1938, Geschiedenis

rijkskunde 1980, promotie 1994, ud Vastgoed-

1963, promotie 1984 cum laude, em. hgl. Mid-

kunde RUG, medeoprichter VOGON (20 juni)

deleeuwse geschiedenis UvA (9 mei) ANNEKE HOEBERICHTS 1961, GeneesMAARTEN BLOEMER 1942, Geneeskunde

kunde 1989, huisarts (21 juni)

1972, internist Tergooiziekenhuizen (9 mei) NIEL KORTHALS ALTES 1926, Geneeskunde MARIE-LOUISE ESSINK-BOT 1960, promo-

1964, kinderarts (24 juni)

tie Geneeskunde EUR 1995, hgl. Sociale geneeskunde AMC-UvA (9 mei)

OLAV BLOK 1946, Engelse taal- en letterkunde 1973, oud-docent Hervormd Lyceum

OLAF DE HAAS 1945, Arbeids- en organisa-

Zuid, Amsterdam (4 juli)

tiepsychologie 1973, oud-secretaris Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (12 mei)

AART VAN WIJK 1934, Nederlands recht 1968, promotie 1974, Griekse en Latijnse taal

JARICH OOSTEN 1945, Godgeleerdheid

en cultuur 2007, gepensioneerd verkeersvlieger,

1967, em. hgl. Antropologie LEI (15 mei)

Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, Sayen Award, IFALPA (5 juli)

HANNA DE JONG 1920, Nederlands recht 1942, leraar Nederlands recht, violiste (15 mei)

DIEUWKE VAN DORP 1948, Geneeskunde 1976, oogarts (6 juli)

GERRITJAN HARBERS 1943, Godgeleerdheid 1968 cum laude, dir. Stichting Welzijn

HENRIËTTE ROCHAT 1920, Franse taal- en

Buitenlandse Werknemers en Amsterdams

letterkunde, oud-docent Frans (8 juli)

Centrum Buitenlanders (21 mei) NICOLAAS MEURSING 1924, Geneeskunde JOHANNA HANNINKT-ADVOKAAT 1920,

1956, arts, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau,

Wis- en natuurkunde 1946, apotheker (24 mei)

Zilveren penning Koninklijke Nederlandse Mij tot Bevordering der Geneeskunst (16 juli)

JANNEKE DE KORT 1984, Psychology 2013 cum laude, promovendus Biologische psycholo-

ERIK VAN DER POL 1985, Economie 2008

gie VU (25 mei)

cum laude (17 juli)

ANNA TILLER 1968, Geneeskunde 1993,

ZARA BAMDAD 1990, Psychology 2015

oogarts Medisch Centrum Leeuwarden (27 mei)

(17 juli)

GERHARDUS LEDDER 1946, Geneeskunde

MANS MISKOTTE 1932, Godgeleerdheid

1974, huisarts in ruste, Rotterdam (29 mei)

1960, promotie 1966, em. kerkelijk hgl. (17 juli)

KLAAS VAN DER VEEN 1930, Sociale geogra-

RALPH NOVERRAZ 1986, Tandheelkunde

fie 1957, oud-docent Antropologie UvA (30 mei)

2010, orthodontist (20 juli)

COK KOELEMAN 1954, Psychologie 2003,

TOMAS WETERINGS 1972, Nederlands recht

onderwijscoördinator onderwijsinstituut

1999, advocaat (28 juli)

Psychologie UvA (30 mei) JOHANN VAN DEN HOEK OSTENDE 1928,

IN BEELD A Willemijn van Dolen B Hans Romijn C Patti Valkenburg D Rens Vliegenthart Fotografie: Jeroen Oerlemans

D

overledenen

Meer personalia De meest recente personalia vindt u op alumni.uva.nl/personalia. Zelf een nieuwe functie? Kent u iemand die iets bijzonders deed of een mooie prijs won? Tips zijn welkom via spui@uva.nl

REMI LAANE 1949,promotie Organische

Nederlands recht 1955, oud-adjunct-gemeen-

chemie 1982 RUG, em. bijz. hgl. Mariene

tearchivaris Amsterdam, Officier in de Orde van

biogeochemie (31 mei)

Oranje-Nassau, erelid KVAN, erelid Oudheidkundig Genootschap Niftarlake (30 juli)

CARL SCHÖNLANK 1926, Aardrijkskunde 1961, Officier in de Orde van Oranje-Nassau,

HERMAN MESMAN 1927,

oud-alg. secr. Nederlandse Houtbond (7 juni)

Sociale geografie 1958, voormalig rector Van der Waals Lyceum, Amsterdam (3 augustus)

FRANZ TRAUTMANN 1953, Opvoedkunde 1983, drugsexpert Trimbos-instituut (11 juni)

LAURENTIUS TROMPEN 1929, Geneeskunde, huisarts in ruste 1955 (9 augustus)

CEES MINDEROP 1931, Geneeskunde 1959, huisarts in ruste, Rotterdam, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, medisch adviseur (12 juni)


26 IN MEMORIAM OSWALD ROYAARDS 1935,

PIETER STEINZ 1963, Geschie-

FRANK SPAANS 1938, Genees-

Economie 1966, medeoprichter,

denis 1988 cum laude, Engelse taal-

kunde 1964, em. hgl. Neurologie

oud-voorzitter en erelid Vereniging

en letterkunde 1989, voormalig

UM (27 september)

voor Credit Management, oud-

redacteur kunst en chef boeken NRC

president FECMA (9 augustus)

Handelsblad, directeur Nederlands

TINE DE JONG 1934, Russische

Letterenfonds (29 augustus)

taal- en letterkunde 1959, schrijver

EVERT JAGERMAN 1957, BoekLEENDERT VAN DEN BLINK

knowledge architecture manager in

1928, Nederlands recht 1956, oud-

CORNELIS HASPELS 1925, Eco-

New York (10 augustus)

partner advocatenkantoor Stibbe,

nomie 1953, Officier in de Orde van

oud-raadsheer Gerechtshof

Oranje-Nassau en Ridder in de Orde

EMANUEL KUMMER 1926,

Amsterdam, Officier in de Orde

van Leopold II (29 september)

Franse taal- en letterkunde 1963

van Oranje-Nassau (28 augustus) HIDEKO ERENTREICH 1945,

cum laude, schrijver, vertaler,

PIET KLINKERT 1942,

HERMAN MUSSERT 1923,

oud-medewerker UvA-DARE en

Economie 1956, Officier in de Orde

voorzitter vereniging Japans-Indi-

van Oranje-Nassau, drager van het

sche Nakomelingen (4 oktober)

Geneeskunde 1967, chirurg in ruste, Oorlogsherinneringskruis gesp NederMedisch Centrum Leeuwarden

lands-Indië 1942-1943 en Medaille

CEES JUTEN 1926, Geneeskunde

(12 augustus)

voor Orde en Vrede (29 augustus)

1956, huisarts in ruste, Ridder in de

ILONA GROEN 1972, Vertaal­

ANTON VREEDE 1930,

wetenschap 1998 (14 augustus)

Geneeskunde 1957, vaatchirurg

SÁNDER SKOLNIK 1940, Schei-

in ruste, Olympisch roeier

kunde en farmacie 1962, oud-schei-

(31 augustus)

kundeleraar Gem. Scholengemeen-

Orde van Oranje-Nassau (6 oktober)

ALETTUS VERVEEN 1930, Geneeskunde 1957, em. hgl. Fysiologie LEI (18 augustus)

schap Emmen (7 oktober) MARGRIET POPPEMA 1950, Opvoedkunde 1987, uhd en

PASCAL VENDEL 1967, Economie

NICOLAAS KEULEN 1960,

onderzoeker Educatie en Internatio-

1992, ambassadeur in strijd tegen

Scheikunde 1989, manager

nale ontwikkelingsstudies

spierziekte ALS (9 oktober)

productontwikkeling ASML

(1 september) DANIEL VAN DEN BERGH 1979,

(18 augustus) GERRIT POL 1955,Nederlandse

ba Natuurwetenschappen 2006,

JOSEPHUS VAN LIEBERGEN

taal- en letterkunde 1981, oud-

freelance journalist (9 oktober)

1952, Geneeskunde 1980, huisarts,

rector De Werkplaats Kinderge-

Boxtel (19 augustus)

meenschap, Bilthoven (6 september) LAMBERT MULDER 1934,

PETRUS VAN DER LEE 1948,

CORNELIS BURGER 1950,

Geneeskunde 1976, radioloog in

Econometrie 1977, oud-medewerker

ruste, MC Slotervaart (23 augustus)

Ontwikkelingseconomie WUR

FLORENTINE RIEM VIS 1959,

(7 september)

Nederlandse taal- en letterkunde

Psychologie 1973, em. hgl.

CONRAD HOLLMAN 1941,

Andragologie RUG (10 oktober)

1985, oud-conrector Chr. Scholen-

Geneeskunde 1968, patholoog

MAUK MULDER 1922,

in ruste, BovenIJ ziekenhuis

Psychologie 1951, ‘founding father’

(23 augustus)

sociale en organisatiepyschologie

RITA KWAKKESTEIN 1949, Bio-

UU (15 september)

logie 1980, oud-netwerk-secretaris

JAN VOSKENS 1952, Geneeskunde 1982, tropenarts en directeur

gem. Buitenveldert (12 oktober)

Natuur en Milieufed. (13 oktober) THEODORUS HOENDERS 1962,

KNCV Tuberculosefonds (23 augustus) Sociale geografie 1989, directeur ERIK VERMEULEN 1940, Psycho-

tekst • Ben Haveman

en taalkundige (27 september)

en informatiewetenschap 1994,

inspirerend docent (10 augustus)

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

SIARDUS BOHNCKE 1953,

Collectie & Sorteren PostNL, lid RvC

Biologie 1974, uhd Aard- en levens-

Prime Vision (16 september)

wetenschappen VU (21 oktober)

CONSTANCE VAN DER

RUDOLF BUTZELAAR 1947,

logie 1972, psycholoog (23 augustus) JAN BURGERS 1926, Nederlands

MAESEN 1930, Algemene politieke Geneeskunde 1974, chirurg in ruste,

recht 1953, oud-ambtenaar Min.

en sociale wetenschappen 1974,

en mede-oprichter Ingeborg

BuZa en oud-bestuurslid Amnesty

oud-medewerker faculteit

Douwes Centrum (18 oktober)

International (24 augustus)

Politicologie UvA (18 september)

ANNA JAK 1926, Geneeskunde

FREDERIK MATTER 1941,

1955, anesthesist en consultatie-

Muziekwetenschap 1971, auteur

bureau-arts (25 augustus)

(19 september)

DOMINIC BAKER-SMITH 1937,

PIETER VERBURG 1921,

em. hgl. Engelse letterkunde, oud-

Economie 1953, em. hgl. Bedrijfs-

voorzitter Engels Seminarium UvA

kunde UvA, oud-lid Raad van State,

JOSEPHINA WAGEMAKERS

(26 augustus)

oud-lid SER (26 september)

1934, Nederlands recht, lid

HENRY LIM A PO 1937, Geneeskunde 1965, uroloog (22 oktober) LAMBERTUS BINSBERGEN 1921, Geneeskunde 1953, huisarts in ruste, Nijeveen (23 oktober)

Academisch Gezelschap Eindhoven 1965 (25 oktober)

PIETER AREND BOON 18 MAART 1940 – 26 OKTOBER 2016 Om vier uur ’s middags schoof hij de boeken en paperassen op zijn bureau opzij. Tijd voor een appel, sinaasappel of mandarijntje. Piet Boon uit Wijdenes, jarenlang gezicht en vraagbaak van het Westfries Archief in Hoorn, was een man van vaste gewoonten. En discipline. Vanaf 1977 fietste hij geen dag met tegenzin naar zijn werk. Twaalf kilometer heen en terug. In de kop van Noord-Holland wordt Boons naam niet zonder respect uitgesproken: een innemende, bescheiden en sociaal voelende man die afstudeerde zonder in de collegebanken te hebben gezeten. Pieter Arend Boon, geboren als zoon van een hervormde huisschilder in rooms-katholiek bolwerk Bovenkarspel, was de oudste van negen kinderen die niet met hun buurkinderen speelden want die waren r.k. Toen het huis van de wethouder-buurman geschilderd moest worden, ging de opdracht als vanzelfsprekend naar een katholieke vakman: voor de buitenkant. Vader Boon mocht de binnenboel doen. Piet was een binnenvetter die gitaar speelde en op zijn twintigste alleen naar de Olympische Spelen in Rome ging. Hij brak zijn studie geologie af, stortte zich op sociaal-maatschappelijk werk en ontdekte dat Schellinkhout, waar zijn vrouw Trijnie vandaan kwam, een geschiedenis van zeevarenden kende; het begin van een fascinatie voor zeelui in zijn regio. Maar wat kon hij ermee, zonder academische achtergrond? ‘Ga weer studeren’, adviseerde Leids hoogleraar zeegeschiedenis Jaap Bruijn bij een toevallige ontmoeting. Op voorspraak van diens collega Leo Noordegraaf werd bij de UvA een speciaal programma ontworpen en Piet Boon promoveerde uiteindelijk in Leiden op ‘Bouwers van de zee, zeevarenden van het Westfriese platteland van 1680 tot 1720.’ Boons studie maakte de vage contouren van zeehelden en kanon­ gebulder uit de Gouden Eeuw een stuk scherper. En rekende af met het vooroordeel dat de varensgezel tot de laagste groep van de samenleving behoorde. Wie de wereldzeeën bevoer, was juist gerespecteerd in de dorpsgemeenschap. Als autoriteit op het gebied van maritieme geschiedenis maakte Boon internationaal naam tot in Scandinavië. Als regionaal historicus was hij ongekend productief met talloze publicaties. Het leverde hem geen vetpot op – Boons rijkdom school meer in beduimelde folianten. Gretig spitte hij in archieven van instellingen en particulieren; die van toneelvereniging ’t Mosterdzaadje uit zijn woonplaats niet uitgezonderd. Dicht bij de bron, daar moest hij zijn. Zo snoof hij samen met zijn collega Jan de Bruin eens een penetrante schimmelgeur op van een Hoorns schoolarchief dat ruim zeventig centimeter onder water had gestaan. ‘De conciërge had de verwarming maar aangezet en de stank van de schimmel was daardoor niet te harden. Piet viste de kaart van de oudste leerling uit 1912 uit de kast en las met zijn prachtige stem: “Jan Schimmel”.’ Na zijn pensionering in 2005 werkte Boon nog elf jaar als vrijwilliger voor ‘zijn’ archief. ’s Avonds thuis liet het rijke zeemansverleden van Schellinkhout hem niet los. Tot de diagnose pancreaskanker kwam. •


27

AUV AUV-ALUMNUSPRIJS VOOR

VLUCHTELINGEN­PROJECT OPENEMBASSY VAN RENÉE FRISSEN Veel UvA-alumni zijn maatschappelijk betrokken en werken aan inspirerende projecten. Om hun bijzondere prestaties breed onder de aandacht te brengen en deze alumni aan te moedigen, reikt de Amsterdamse Universiteits-Vereniging jaarlijks de AUValumnusprijs uit. De derde editie van deze prijs werd uitgereikt tijdens de jaarlijkse AUV-dag, die plaatsvond op 5 november. De jury vond OpenEmbassy het beste idee en heeft Renée Frissen (Cultural Analysis 2009 cum laude) unaniem verkozen tot winnaar van de AUValumnusprijs 2016. Met haar project biedt Frissen, samen met Ahmad Kabakibi, een online helpdesk waar vluchtelingen 24 uur per dag, zeven dagen in de week aan betrokken vrijwilligers vragen kunnen stellen over het opbouwen van een leven in Nederland. Dit kunnen vragen zijn over van alles: werken en stages, studeren, een bedrijf opstarten, de Belastingdienst of de Nederlandse cultuur in het algemeen. Door middel van de website wil Renée Frissen statushouders helpen hun weg te vinden in Nederland en aan de kant van de vrijwilligers onbenut altruïstisch kapitaal ontsluiten. Doordat vrijwilligers zelf kunnen bepalen op welk moment zij digitaal ondersteuning bieden, kunnen zij tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Bovendien wordt met de helpdesk duidelijk welke vragen statushouders hebben. Dit kan gemeentes en andere instanties helpen om hun informatievoorziening beter aan te passen aan de wensen van deze doelgroep. De eerste prijs bedraagt drieduizend euro, het bedrag dient in het winnende project te worden geïnvesteerd. Op 4 oktober wonnen Renée Frissen en Ahmad Kabakibi ook de wedstrijd Innovate for Refugees van de prestigieuze Amerikaanse technische universiteit MIT. Wereldwijd eindigt ongeveer een derde van de totale voedselproductie op de afvalberg. In Nederland is de grootste bron van verspilling de consument zelf. Rond de vijftien procent van alle boodschappen verdwijnt in de afvalbak. Luana Carretto (bachelor Liberal Arts And Sciences 2016 cum laude) heeft met het Amsterdamse project Taste Before You Waste een voedselbank opgezet, gerund door studenten en buurtgenoten. Met behulp van een aantal groentewinkels in de Indische Buurt, een biologische boer in Flevoland en de vrijwilligers die het voedsel vijf maal

per week op bakfietsen ophalen, wordt er zo’n 250 kilo voedsel opgehaald. Voedsel dat anders weggegooid zou worden. Vervolgens wordt dit verdeeld onder verschillende maatschappelijke organisaties in de stad. Door middel van het organiseren van voedselweggeef-markten, diners van ‘afgekeurd’ voedsel, een cateringservice en de organisatie van debat- en filmavonden rondom het thema voedselverspilling, wil Carretto bewustzijn kweken onder consumenten en oplossingen aandragen om verspilling te voorkomen. Carretto heeft de tweede prijs, van tweeduizend euro, in ontvangst mogen nemen. Als derde winnaar heeft de jury gekozen voor Jacob Schaap (Politicologie 2015). Boxing: A game of life is een sportprogramma voor Syrische vluchtelingen die in Beiroet verblijven en in de informele tentenkampen verspreid over Libanon. Omdat meer dan vijftig procent van de geregistreerde vluchtelingen uit kinderen bestaat, richt het project zich vooral op deze doelgroep. Daarnaast worden er ook zelfverdedigingslessen georganiseerd voor de vrouwen

in de kampen. De bokstrainingen zorgen voor een goede afleiding van de dagelijkse sleur en stress die de vluchtelingen ondervinden in de kampen. Bovendien zorgen de trainingen voor het vergroten van de mentale en fysieke weerbaarheid van deze vrouwen en kinderen. Tot 26 september konden alumni en (oud-)medewerkers van de UvA een alumnus voordragen die met een aansprekend project een belangrijke maatschappelijke bijdrage levert. Uit het totaal aantal aanmeldingen van 27 kandidaten heeft de jury een shortlist van tien genomineerden geselecteerd (zie kader). Hieruit zijn de drie winnaars gekozen. De combinatie van maatschappelijke relevantie, originaliteit, reikwijdte, bewezen potentie, professionaliteit en de rol van de genomineerden bij het project, maakt deze drie alumni tot terechte winnaars, aldus de jury. Lees een interview met winnaar Renée Frissen op alumni.uva.nl/auv-alumnusprijs. •

GENOMINEERDEN VOOR DE AUV-ALUMNUSPRIJS NAAM

PROJECT

WEBSITE

Wouter Buijze Christophe Busch

Bundles UFUNGU: netwerk radicalisering & polarisering Taste before you waste Happy healthy design OpenEmbassy In het hoofd van mijn zusje Finchy Boxing: A game of life Road of hope LiveOP X

bundles.nl ufungu.be

Luana Carretto Tessa Custers Renée Frissen Ingrid Kamerling Tessa de Leede Jacob Schaap Patricia Silva Barendregt Damiaan Twelker

tastebeforeyouwaste.com happyhealthydesign.com openembassy.nl vivianvivian-film.com finchy.co boxingagameoflife.com roadofhope.org liveop.net


28 AUV

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

AUV DAG 5 NOVEMBER 2016

beeld • Monique Kooijmans


29

VARIA VERBREED JE HORIZON. VOLG EEN MOOC Vanuit je luie stoel op elk gewenst moment online colleges volgen. Het lijkt de droom van elke student. Maar ook voor alumni kan het handig zijn om in de avonduren of in de file even een college mee te pikken. In 2013 begon de UvA als eerste Nederlandse universiteit met het aanbieden van een Massive Open Online Course (MOOC). Een MOOC is een online cursus die voor iedereen toegan­ kelijk is. Het aantal deelnemers is onbegrensd, er is geen bijzondere vooropleiding of voorkennis vereist en al het lesmateriaal wordt online verstrekt. Wekelijks krijgen de deelnemers opdrachten en de cursus wordt afgesloten met een examen. Iedereen die slaagt kan een certificaat printen en zijn cv aanvullen met een nieuwe opleiding. Het doel van een MOOC is kennis delen en opdoen. Geïnteresseerden van over de hele wereld kunnen hun horizon verbreden met de Nederlandse kennis. En het is natuurlijk ook een beetje reclame. De universiteit hoopt er nieuwe studenten mee te bereiken, bijvoorbeeld uit het buitenland, die daardoor een echte studie aan de UvA gaan overwegen. MOOCs aan de UvA De eerste MOOC van de UvA was ‘Introduction to Communication Science’, gegeven door communicatiewetenschapper Rutger de Graaf. De cursus behandelt alle aspecten van communicatie – van geschiedenis en theorie tot de invloed van de media op de maatschappij. De MOOC ‘Classical Sociological Theory’ van Bart van Heerik­huizen staat in de lijst van meest gewaardeerde cursussen op het online onderwijsplatform Coursera. Van Heerikhuizen, gepensioneerd universitair hoofddocent sociologie, bespreekt invloedrijke sociologen uit het verleden en reikt relevante theorieën aan. De UvA biedt momenteel nog zes andere MOOCs aan op Coursera: vijf op het gebied van methoden en statistiek en een over de ziekte ebola. Al deze cursussen scoren een waardering van 4,4 of hoger op een schaal van 5. Bekijk het overzicht van de UvA-MOOCs op www.coursera.org/amsterdam. •

BLIJVEN LEREN Alumni die zich willen blijven ontwikkelen, hun professionele kennis op peil willen houden of zich willen verdiepen in iets heel nieuws, hebben daarvoor diverse mogelijkheden. Naast de MOOCs zijn er postacademische opleidingen, summer- en winterschools en diverse mastercourses. Leden van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging krijgen korting op de Open UvA-Colleges en bijeenkomsten van de Illustere School. Bekijk de mogelijkheden op alumni.uva.nl/educatie.

ACE VENTURE LAB

UNIVERSITAIRE INCUBATOR

Als universitaire incubator is het het doel van ACE Venture Lab om ondernemerschap bij masterstudenten, net afgestudeerden en jonge onderzoekers te stimuleren en om innovatieve en science & tech-startups te helpen groeien door middel van training, ondersteuning en toegang tot een uitgebreid netwerk. De organisatie is partner van grote (internationale) bedrijven, maar rekent ook lokale ondernemingen, alsmede onderzoeks- en overheidsinstellingen tot het netwerk van ondersteunende professionals. Verschillende keren per jaar starten bij ACE Venture Lab startup-programma’s voor studenten, medewerkers en alumni van de Amsterdamse universiteiten. Deelnemers van alle studierichtingen zijn welkom. De onderneming biedt educatie en begeleiding op maat, van startup tot scale-up. Het portfolio telt vele UvA-alumni die mede dankzij het programma een eigen bedrijf zijn gestart. Zie ace-venturelab.org/our-startups. Aiir Innovations is een team van vijf studenten en alumni van de UvA-opleiding Artificial Intelligence. Het team ontwikkelt software op basis van beeldherkennende algoritmes waarmee luchtvaartengineers op snelle en efficiënte wijze het turbine-inspectieproces kunnen uitvoeren en structurele schade kunnen herkennen. Door de innovatieve technieken van Aiir Innovations kunnen motoren van vliegtuigen sneller en veiliger gecontroleerd worden. De zelflerende software van Aiir merkt onregelmatigheden op, die uitvoerige handmatige checks met camerabeelden uiteindelijk overbodig zal maken. Zie aiir.nl. Panoptes verbetert met behulp van 3D-technieken zowel conservering, documentatie, onderzoek als reconstructie van erfgoed. Van objecten en gebouwen tot opgravingen en landschappen, zo wordt erfgoed overal en voor iedereen toegankelijk. Als UvA spin-off heeft het jonge bedrijf jarenlange ervaring met erfgoed en 3D-technieken. Deze kennis heeft Panoptes dit jaar ingezet om de ondergrondse gangen van de Maastrichtse vesting te documenteren. Ook heeft het door middel van een hoog-resolutie 3D-scan het Rijksmuseum geholpen een perfect passende reiskoffer voor de Dirck Hartogh-schotel te maken. Die tinnen schotel, onderdeel van de collectie van het Rijksmuseum, liet VOC-schipper Dirck Hartogh in 1616 achter aan de door hem ontdekte westkust van Australië, ten teken dat hij daar geweest was. Zie panoptesheritage.nl. 241SoftwareSolutions is opgericht door twee UvA studenten Artificial Intelligence met als doel de persoonlijke ontwikkeling van docenten in het voortgezet onderwijs te verbeteren. Door middel van de door hun ontwikkelde tool, het Teacher Review Information Performance System (TRIPS), wordt het bijhouden van een docentendossier geautomatiseerd en maakt het informatie voor en over een docent direct inzichtelijk aan de hand van eenvoudige en heldere visualisaties. Sterke en zwakke punten komen zo automatisch naar voren. Zie 241softwaresolutions.com. ACE Venture Lab is op zoek naar mentoren die jonge studentondernemers willen begeleiden. Geef je nu op voor de mentorpool via aanmelder.nl/mentorpool. Als je contact wilt opnemen met een van de startups, kun je mailen naar Erik Boer, via eboer@ace-vlab.eu. Meer informatie over de programma’s van ACE Venture Lab is te vinden op ace-venturelab.org. •


30 UNIVERSITEITSFONDS

SPUI 45 02 | 2016 alumni.uva.nl

‘HOE MEER IK OVER DE VROUWEN VAN AIT HDIDOU NADENK, HOE MEER IK BESEF HOE WESTERS IK BEN’ Malika Ouacha doet als masterstudent Cultural and Social Anthro­ pology onderzoek bij de Ait Hdidou, een Berberstam die leeft in het Hoge Atlasgebergte van Marokko. Op zoek naar de betekenis van het concept ‘thuis’ verblijft ze bij een familie waarvan de vader van het gezin samen met haar overgrootvader vocht in de onafhankelijkheids­ oorlog van Marokko. Ze dompelt zich gedurende vier maanden onder in de stamcultuur. Enkele fragmenten uit haar reisdagboek: ‘Ik wil begrijpen wat voor de vrouwen van Ait Hdidou hun thuis is, en om dat te kunnen, heb ik het ritme opgepakt dat zij volgen. Ik vul mijn dagen met de taken die zij hebben. Ik maak brood, melk de koe, was de kleding, haal groente van het land en kook tajine op het houtvuur. Gaandeweg ontdek ik dat de omstandigheden bepalen wat voor een vrouw haar thuis is. Ik merk dat dat ook zo is in het leven: de context staat altijd centraal.’

REISBEURS

‘Als volbloed Berbervrouw leef ik op een plek die mij erg dierbaar is, niet ver van Ait Atta, het dorp waar mijn ouders geboren zijn, en mijn moeder begraven ligt. Ik ben bij mijn volk, maar tegelijkertijd ben ik alleen. Het is confronterend. Hoe meer ik over de vrouwen van Ait Hdidou nadenk en schrijf, hoe meer ik besef hoe westers ik ben. Dit ontdek ik door uit Europa weg te gaan, en me volledig af te sluiten van alles wat voor mij bij thuis hoort.’

‘Ik heb een stel prachtige, leerzame, zeer indrukwekkende en ontroerende maanden achter de rug, en kan vol overtuiging zeggen dat de vrouw die hierheen kwam, niet meer de vrouw is die deze mail schrijft op de top van een berg. Ik ben daar erg dankbaar voor. United Nations Women heeft al interesse getoond in mijn werk en ideeën. Ik kan niet wachten om daadwerkelijk iets te betekenen voor de wereld en maatschappij waar wij in leven.’

Jaarlijks gaan zo’n driehonderd studenten met een reisbeurs van het Amsterdams Universiteitsfonds voor studie, stage of veldwerk naar

het buitenland. Reisbeurzen bedragen – afhankelijk van reisduur en bestemming – tussen vierhonderd en zeshonderdvijftig euro.

SCRIPTIEPRIJS HOUDT HERINNERING LEVEND Kritisch, fantasievol en niet bang om de heersende wetenschappelijke canon in twijfel te trekken. Zo bekeek Max van Bremen kunst en kunstgeschiedenis, tot een noodlottig ongeluk tijdens een studiereis naar New York in 2015 een einde aan zijn leven maakte. Anderhalf jaar na zijn dood reikt de opleiding Kunstgeschiedenis ter nagedachtenis aan deze talentvolle en ambitieuze student de eerste Max van Bremen Scriptieprijs uit. De winnaar ontvangt duizend euro en kan met een vriend of vriendin een expositie in binnen- of buitenland bezoeken. Precies zoals Max vaak deed. ‘Kunstgeschiedenis was Max’ derde studie’, vertelt zijn moeder Fleur Kuypers. Economie en Media en cultuur had hij beide na korte tijd al afgebroken – ze bleken niet bij hem te passen. Maar over deze studie was hij enthousiast. ‘Hij was gemotiveerd, haalde goede cijfers en mocht deelnemen aan het honours-programma van de universiteit. Alles lukte hem, hij zat boordevol energie. Nog de dag voor zijn dood sprak hij met verbazing over hoe zijn hoofd was opengegaan, hoeveel erin kon en hoe mooi dat was – hij straalde echt geluk uit.’

‘Terug in Amsterdam, besef ik me hoe Berbers ik ook ben. Beide identiteiten heb ik door mijn studie kunnen bekijken. Mijn onderzoek en mijn reis hebben mij doen beseffen dat we pas echt weten wie we zijn als we op reis gaan. Antropologie daagt mij uit om uit “het gewone” te stappen en elders op de wereld mee te draaien met het ritme daar, omdat “het gewone” daar totaal anders is. Keer op keer kom ik thuis waar ik hoor, en dat is in mezelf.’

Max had een brede belangstelling voor filosofische en maatschappelijk-culturele vraagstukken. Zijn hart lag bij de moderne en hedendaagse kunst. Hij bezocht veel tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Dat deed hij vaak met een vriend of vriendin. Kuypers: ‘Voor hem was het extra waardevol om reizen, vriendschap en gesprekken over kunst te combineren. De excursie naar New York was ook echt iets voor hem. Het programma zat vol met bezoeken aan tentoon-stellingen en discussies over kunst.’ Al in de eerste bijeenkomsten na zijn overlijden spraken docenten en medestudenten over de behoefte om Max te gedenken. Eerst werd er gesproken over een plaquette, maar door de verhuizing van de opleiding naar het Binnengasthuisterrein werd daar van afgezien. De keuze viel daarna op een prijs voor de beste scriptie. ‘Max was een van de beste studenten van de opleiding. Hij was gedreven, breed georiënteerd en had een heel originele aanpak. De papers die hij schreef waren van hoog niveau’, vertelt Sophie Berrebi, universitair docent aan de

Max van Bremen tijdens de studiereis in New York (foto: Jelmer Wijnstroom)

opleiding. ‘Met de Max van Bremen Scriptieprijs geven we studenten die een uitmuntende scriptie hebben geschreven een extra onderscheiding. De prijs zal begin 2017 voor het eerst worden uitgereikt onder studenten die met Max college hebben gelopen.’ De Max van Bremen Scriptieprijs zal in ieder geval gedurende vijf jaar worden uitgereikt aan studenten die een uitmuntende scriptie hebben geschreven. Gekozen wordt op basis van de criteria kritisch, fantasievol en niet bang om de heersende wetenschappelijke canon in twijfel te trekken. De prijs is ingesteld door de opleiding, familie en vrienden en wordt beheerd door het Amsterdams Universiteitsfonds. Ook derden kunnen financieel bijdragen aan deze prijs. Kijk hiervoor op www.auf.nl/maxvanbremen. •


UVA-SCHRIJVER

31 tekst • Lieke Marsman beeld • Tessa Posthuma de Boer

DE OUDEMANHUISPOORT: ZO HOORDE EEN UNIVERSITEIT ER VOLGENS MIJ UIT TE ZIEN

MIJN MEEST DIERBARE HERINNERING LIEKE MARSMAN – 1990 www.liekemarsman.nl • 2010 debuutbundel Wat ik mijzelf graag voorhoud • 2011 C. Buddingh’-prijs, Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en Liegend Konijn Debuutprijs voor Wat ik mijzelf graag voorhoud • 2014 bundel De eerste letter • 2015 Filosofie (onderzoeksmaster)

Toen ik begon met mijn studie Filosofie aan de UvA had ik geen idee wáár ik precies aan begon. Om eerlijk te zijn: filosofie was een gok. Het was geen vak dat gegeven werd aan mijn middelbare school en dat was dan ook meteen een van de belangrijkste redenen voor mijn keuze. De middelbare school had ik vreselijk gevonden en dus wilde ik er zo radicaal mogelijk mee breken. Mijn andere opties, Nederlands en geschiedenis, vielen zo af. Een andere reden voor mijn studiekeuze (in dit geval niet voor filosofie maar voor de UvA) was dat filosofie aan de UvA meestal gegeven werd in de Oudemanhuispoort, en daar voelde ik me meteen thuis: zo hoorde een universiteit er volgens mij uit te zien. Voor mijn eerste tentamen (ethiek) haalde ik een onvoldoende. Ik schrok. Ik had nog nooit een onvoldoende gehaald. Blijkbaar lag de lat hier toch echt een stuk hoger dan ik gewend was. Om me heen, tijdens de inleidende colleges metafysica, zat iedereen te knikken alsof de betekenis van woorden als dialectiek en incommensurabel gesneden koek was. Ikzelf begreep pas halverwege het tweede semester een beetje wat het woord metafysica betekende, al kan ik het zelfs nu nog niet uitleggen, en ik voelde me op allerlei fronten tekort schieten. Ondertussen was ik bij een studentenvereniging gegaan. Daar ontmoette ik voor het eerst mensen die het niet vreemd vonden dat ik van poëzie hield, maar die me aanmoedigden – tot diep in de nacht, met wijn en muziek. Dit zorgde ervoor dat ik, ondanks de wijn, beter

mijn best ging doen en mijn kennis over filosofie in korte tijd enigszins bij wist te spijkeren. Ook aan de UvA leerde ik mensen (studenten en docenten) kennen die me inspireerden. Ik zorgde ervoor dat ik, ook in mijn vrije tijd, zo veel mogelijk las. Ik had nu twee passies: poëzie en filosofie, en je zult begrijpen dat ik meermaals op familieverjaardagen moest uitleggen hoe ik in hemelsnaam dacht de rest van mijn leven aan geld te komen. Promoveren op een van deze onderwerpen, was meestal mijn antwoord, en dus schreef ik me na mijn bachelor in voor de onderzoeksmaster Filosofie. In mijn masterfase kwam ik er achter dat ik (voorlopig) helemaal niet wil promoveren. Een lossere schrijfstijl ligt me nu eenmaal beter dan een academische. In deze jaren bracht ik veel tijd in de universiteitsbibliotheek door, probeerde tussendoor het homo-uitgaansleven van Amsterdam te ontdekken en worstelde met mijn scriptieonderwerp. Maar wat me het meest bijstaat, is dat er op de universiteit om me heen veel veranderde. Het onderwijs ging achteruit, docenten waren ontevreden, men kwam tijd tekort, mijn meest geliefde onderwijslocaties werden verkocht… Het universiteitsbestuur kondigde de ene na de andere bezuinigingsmaatregel aan, waarbij vooral de Faculteit der Geesteswetenschappen het flink moest ontgelden. Het faculteitsbestuur presenteerde een plan, Profiel 2016, om de faculteit drastisch te veranderen. Zo drastisch, dat er van veel studies weinig meer over zou blijven. Maar dat deerde niet, Geesteswetenschappen brengen nu eenmaal weinig geld op. Er brak protest uit en een week voordat ik mijn masterscriptie zou verdedigen, werd het Maagdenhuis bezet. Nog één keer voelde ik me innig verbonden met mijn universiteit. In de media werden de Maagdenhuisbezetters afgeschilderd als een klein groepje beroepsdemonstranten en anarchisten uit de kraakscene. Studenten die te lui waren om te studeren. Ik ervoer iets heel anders: ik zag de slimste en meest kritische studenten van mijn universiteit zich hard maken voor een onderwijsinstelling waar ze in geloofden. Omdat ze geloofden in een universiteit waarbij het vergaren van kennis, niet het vergaren van geld weer centraal moest komen te staan. In een universiteit waar hoogleraren, docenten en studenten het voor het zeggen hadden, en niet managers en/of managers van managers. Dit is zonder twijfel de meest dierbare herinnering die ik aan mijn studententijd heb. Hoeveel er van de Maagdenhuisbezetters geleerd is, moet de komende maanden blijken. Op het moment dat dit magazine verschijnt, heeft er net een referendum plaatsgevonden over verschillende toekomstvoorstellen die de commissie Democratisering en Decentralisering (een rechtstreeks resultaat van de bezetting) onlangs in een rapport deed. Of er iets, en zo ja wat, met de uitslag van dit referendum gedaan wordt, moet blijken. Dat ik veel van de UvA geleerd heb, weet ik alvast wel. De UvA heeft me kritisch gemaakt. Zo kritisch, dat ik lange tijd niet zeker wist of ik anderen aan zou raden ook aan de UvA te gaan studeren. Maar ik heb goede hoop voor de toekomst. Geesteswetenschappers leveren misschien weinig geld op, goede ideeën hebben ze vaak wel. Zolang de universiteit naar de studenten die ze zelf opleidt luistert, mag ze er vanuit gaan dat die studenten ervoor zorgen dat er iets te luisteren valt. •


jonge studentondernemer zoekt

mentor

[alle studierichtingen]

Geef je op voor onze mentorpool en deel je kennis met startende bedrijven. Meld je aan via aanmelder.nl/mentorpool De Universiteit van Amsterdam begeleidt startende ondernemingen i.s.m. ACE Venture Lab, Innovation Exchange Amsterdam (IXA) en UvA Holding.

16312_Adv.VentureLab.indd 1

11-11-16 10:44

Je kunt wel afgestudeerd zijn, maar uitgestudeerd raak je nooit. www.athenaeum.nl

Je kunt wel afgestudeerd zijn, maar uitgestudeerd raak je nooit. www.athenaeum.nl

Spui 45  

Magazine voor alumni van de Universiteit van Amsterdam. Met daarin: Wolkers-biograaf Onno Blom: 'Achteraf heeft Jan het scherp gezien'. Liek...

Advertisement