Page 1

Onafhankelijk magazine Tilburg university

Millennials Eten gezond

jaargang 54 | 19 januari 2017 #07

tot ze erbij neervallen

Hebben toekomst negen tips

Love to travel but with a difference


2

In deze Univers

05

17

Millennials over zichzelf

Gezond eten tot je erbij neervalt

Over millennials wordt veel gesproken. Maar hoe kijkt deze generatie tegen zichzelf aan? De millennial in acht portretten.

Als millennial eet je gezond en bewust. Prima toch? Totdat gezond eten een obsessie wordt en een eetstoornis op de loer ligt.

22

33

Tips om goed terecht te komen

The travelling millennnial

Studenten van nu hebben een berg diploma’s, de hoogste studieschuld en de meest onzekere toekomst. Hoe kom je later toch goed terecht? Met negen tips helpt Univers je op weg. OVERIGE ARTIKELEN 14 Opinie: Afrekencultuur in het onderwijs 20 Alumnus op weg naar de Tweede Kamer 29 Academics in the lead 30 Love me Tinder

19 januari 2017

Millennials love to travel. According to researchers Suzanne van der Beek and Tom van Nuenen, young globetrotters are on a fevered quest for the ‘authentic’.

RUBRIEKEN 4 En Passant 4 Commentaar 13 I-con 13 Wazda? 19 De vijf van Eijff 27 Wè nou? 27 Wat heb je nu geleerd? 28 Masterscriptie

28 Over de schutting 36 Dagboek van een eerstejaars 36 Waar is Univers? COLUMNS 3 Luuk Koelman 15 Tom Grosfeld 25 Erik-Jan Broers 35 Leanne Soff


3

Van de redactie Klasse Millennials, ik vraag me af of er zoveel mis mee is. Ze staan wat wazig in het leven, maar het zijn toch fijne mensen. In luxe en op de achterbank van de auto opgegroeid, zeggen ze. Nu is het zo dat millennials heel veel keuze hebben. Te veel keuze. Heel veel Starbucks keuze. Voor koffie die gemaakt is van de blends met de mooiste namen zoals Organic Ethiopia Yirgacheffe en Guatemala Antigua. Daar kun je dan van allerlei zoets in bestellen of de meest kekke melk in laten kloppen. Prachtige koffie... maar dan: de millennial laat het in een beker kiepen met zijn naam erop gekalkt. Gevolg is een plas geklotste lauwe koffie die smaakt naar karton. Nee, er is één ding dat ik absoluut niet snap aan millennials. Als je de keuze hebt dan drink je toch koffie uit porselein of glas? En neem er de tijd voor. Snap jij de millennial ook niet helemaal, na het lezen van deze special zijn al je vragen beantwoord. Neem er een lekker koffietje bij. In een kopje graag. Francine Bardoel, hoofdredacteur f.bardoel@uvt.nl

Poll

Millennials zijn...

33%

33%

18%

15% Social justice warriors

De beste studenten ooit

facebookverslaafde narcisten

Verwende achterbankkinderen

69 stemmen

68 Stemmen

38 Stemmen

32 Stemmen

Totaal: 207 stemmen Stemmen op de volgende poll ‘Moeten docenten gedwongen worden sneller tentamens na te kijken?’ kan op Universonline.

colofon

Univers #7 19 januari 2017

Adres Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, univers@uvt.nl Internet www.universonline.nl Basisontwerp Death Valley/Pascal Tieman Cover Dolph Cantrijn Productie Prisma­ Print Uitgave Univers is het driewekelijks onafhankelijk magazine van Tilburg University Volgende editie Univers 8 van jaargang 54 verschijnt op 9 februari 2017 Redactieraad Voorzitter Wiel Schmetz (w.schmetz@fontys.nl) Dit nummer is gemaakt door Francine Bardoel (hoofdredactie), Martien Bos, Erik-Jan Broers, Dolph Cantrijn, Adrian van den Eerenbeemt, Laura van Gelder, Nathan de Groot, Tom Grosfeld, Robin Heester, Luuk Koelman, Jeroen de Leijer, Yannick Maas, Joubert Pignon, Daan Rutten, Leanne Soff, Bart Smout, Jack Tummers, Ron Vaessen, Marga Walsh.

column Luuk Koelman

Worstelen met de waarheid Eufemismen. De taal gaat er aan kapot. Neem nu de term ‘bindend studieadvies’. In gewoon Nederlands: je wordt van de universiteit getrapt. Klinkt bot, maar ik doe mijn best in deze column geen eufemismen te gebruiken. Ik had namelijk bijna geschreven: ‘u mag vertrekken’, maar dat ‘mag’ is natuurlijk ook een eufemisme. Je moet. Is dat niet raar? Ik bedoel: een advies is toch goedbedoelde raad waarmee je mag doen wat je wilt? Welnu, dat begrepen de beleidsmakers ook. Daarom hebben ze er het woordje ‘bindend’ voor geplaatst. Een bindend studieadvies. Wat een malle tegenstelling. Dat is net zoiets als de zin ‘ik wijs nu de vrijwilligers aan’. Maar daarmee zijn we er nog niet. Zelfs het woord ‘negatief ’ is weggepoetst, want aanvankelijk heette het nog een ‘bindend negatief studieadvies’. Nu niet meer. Alsof er ook zoiets bestaat als een ‘bindend positief studieadvies’. Geen wonder dat studenten een matig taalniveau hebben. Ze krijgen niet bepaald het goede voorbeeld. Glibberige taal, het eufemisme als camouflagemiddel. Alles moet blijkbaar worden verbloemd. De trein heeft volgens de omroeper op het winderige perron geen half uur vertraging, maar ‘vertrekt over een half uur’. De ouderenzorg wordt niet kapot bezuinigd, maar ‘via maatwerk geherstructureerd’. Afbraak heet tegenwoordig ‘vernieuwing’ of ‘ombuiging’. Onbegrijpelijk. Waarom al dat geworstel met de waarheid? Komt de realiteit dan zo slecht uit? Ik kan slechts één reden bedenken waarom onderwijsinstellingen, spoorwegen en politici de feiten verduisteren. Waarom ze zich met een uitgestreken gezicht verschuilen achter taal. Waarom ze vluchten in woorden die zo van je af rollen. Diep in hun hart schamen ze zich voor wat ze doen.

19 januari 2017


4

En passant Commentaar

Personeel in het wild Univers overvalt je: wat ben je aan het doen? Altijd al afgevraagd wie er verantwoordelijk is voor de apparatuur op de universiteit? Onder anderen Sam Caliskan. “Wij leveren de nieuwe computers en toetsenborden aan bij het juiste bureau.” Hij verzorgt de remote & onsite ondersteuning voor mensen die problemen hebben met de hard- of software “Wij helpen bijvoorbeeld mensen die moeite hebben met hun e-mail openen.” Dit werk doet Sam ondertussen al 8,5 jaar. “Dat begint al wat te worden hé?” zegt hij lachend. Lijstje In de rechtenkerstboom hing een briefje met een verzoek voor Univers: een lijstje van de 50 machtigste studenten. Ondertekenaar ‘niet Bob van Soolingen’ moeten we voorlopig teleurstellen. De kerstman had helaas andere dingen aan zijn hoofd. Zou jij zelf in die lijst staan, denk je?

Lege UB Voor de fanatiekelingen was er genoeg plek beschikbaar om met hun nieuwjaarskater in de UB hard te studeren. Gek genoeg leken studenten daar weinig behoefte aan te hebben.

Precisiewerk De klassieke ‘flats in het zadel’, wie kent hem niet? Wat de student in kwestie het gevogelte heeft aangedaan is ons niet duidelijk, maar hij zal het wel verdiend hebben...

Hypocriet D66 is populair onder studenten. Daar is de partij zich bewust van. Dus kwam het met een voorstel om de ov-studentenkaart uit te breiden. Als het aan D66 ligt mogen studenten voortaan de hele week gratis reizen. De uitgebreide ov-studentenkaart is geldig voor universitaire studenten en voor studenten op het hbo en mbo. Geraamde kosten: 200 miljoen. Maar dan heb je ook wat. D66-Kamerlid Paul van Meenen: “Steeds meer studenten volgen vakken aan verschillende universiteiten. Daarbij zijn er ook studies waarbij in het weekend tentamens zijn of stage wordt gelopen. Met een ovstudentenkaart die de hele week geldig is, kunnen studenten makkelijker de opleiding volgen die het beste bij ze past.” Klinkt goed. Maar is D66 niet de partij die instemde met de invoering van het leenstelsel en zo een bijdrage leverde aan het verdwijnen van de basisbeurs? Jazeker. “Sociaal en toegankelijk,” noemde de partij het leenstelsel zelfs. Inmiddels worden de gevolgen van het leenstelsel langzaam duidelijk. Zo neemt het aantal studenten uit kwetsbare milieus en van niet-westerse afkomst sterk af. Het leenstelsel mee ten grave dragen om vervolgens een groot gebaar te maken met een uitgebreide ovstudentenkaart. Hypocriet? Kans dat het voorstel werkelijkheid wordt, is klein. De meeste partijen zien er geen brood in. Niet dat D66 daar wakker van ligt. Kiezers hebben een slecht geheugen. Dat de partij instemde met het leenstelsel is al lang en breed vergeten. Maar het voorstel voor de uitgebreide ov-studentenkaart zal nog even blijven hangen. Wel zo handig met de verkiezingen in zicht.

Vind jij ergens iets van? Heb jij een opinie die wel in de krant mag? Neem contact op met Bart Smout (b.smout@uvt.nl).

19 januari 2017


5

leestijd

7

minuten

Tekst Tom grosfeld en yannick maas fotografie Dolph Cantrijn

Ik voel me een millennial

Over millennials (geboren tussen 1985-2000) wordt veel gesproken. Zelfverzekerd zouden ze zijn, idealistisch en altijd online. Maar ook narcistisch, verwend en naïef. Hoe kijkt de student tegen deze omschrijving aan? De millennial in acht portretten.

Elena Ossewaarde, CIW, 19 jaar Ik ben geen stereotype millennial. Thuis werd mij altijd verteld anders te zijn. Niet mee te lopen met de rest. Ik heb in veel landen gewoond, zoals Guyana (Zuid-Amerika) en Turkije, heb veel van de wereld gezien. Zoals afschuwelijke krottenwijken en kinderen die op school worden geslagen met een liniaal. Aan deze ervaringen heb ik een vrij negatief wereldbeeld overgehouden. Ik geloof niet in uitspraken als: ‘alles komt later wel goed, natuurlijk krijg je een leuke baan’. Je moet voor alles werken, maar geluk speelt een grote rol in ieders toekomst. Dat is iets wat ik nog niet heb. Alles gaat fout bij mij, daarom is mijn lievelingsgetal ook 13. Veel meer ongeluk kan ik niet meer krijgen. Ben verder niet zo’n harde werker, neem genoegen met zesjes, speel de hele dag een spelletje op mijn mobiel genaamd ‘Clash Royale’, onderhoud mijn contacten via social media en ga met mijn hippievriendje naar Woodstock. De oudere generaties zullen me wel zien als een leeghoofdige, internetverslaafde millennial. Maar goed, wie zijn er verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de Brexit? Precies. Die mensen mogen van mij een enkele vlucht naar de maan krijgen. >>

19 januari 2017


6

Thomas van Dijk, Fysiotherapie, 23 jaar Wij leren als geen ander dat er ook belangrijke dingen zijn naast je studie. Ik had vroeger bepaalde dingen voor ogen, die nu ineens onzeker zijn. Ik studeer fysiotherapie en vind mijn opleiding geweldig. Maar ik heb vorig jaar stage gelopen en nu begin ik te twijfelen: ga ik dit wel doen? Ik kwam erachter dat het een best saai beroep is. Soms denk ik dan: what the fuck ben ik aan het doen? Maar we hebben alle tijd. Sommige mensen vinden het positief als je op je 21e klaar bent met studeren en met een master op zak gaat werken. Ik zie dat anders. Je moet de wereld om je heen ontdekken, tegenslagen meemaken en verwerken. Ga je dromen lekker achterna, zou ik zeggen. Neem een tussenjaar, ga op reis, volg een vette stage. Soms ga je doen wat je wilt, en als dat niet lukt, ga je iets doen wat er op lijkt. Ik heb zelf veel gereisd en heb daar absoluut geen spijt van. Ben een half jaar in Zuid-Oost AziĂŤ geweest, Europatrip gedaan en twee maanden gewerkt in Cambodja. Ben het jaar daarop zelfs nog twee keer een maandje teruggekeerd naar Cambodja. Vooral het halfjaar in AziĂŤ was een van de beste periodes uit mijn leven, dus na het studeren gaan er nog veel reizen komen.

19 januari 2017


7

Maud Vorstenbosch, master CIW, 22 jaar Ik zie dat onze generatie soms onrealistische verwachtingen van de toekomst heeft. Ik las het vorige week nog in de krant: een jongen die communicatie had gestudeerd, maar geen functie op niveau kon krijgen. Studies prijzen zichzelf de hemel in, maar als student communicatie word je opgeleid tot niets. We leven ook in de zesjescultuur. Vinden alles snel prima. Ik zie een generatie vol ambitie, die het liefst zo min mogelijk doet en een zes haalt. Dat spreekt elkaar tegen. Dingen die we niet zo leuk vinden, laten we links liggen, dingen die we wel leuk vinden, daar zetten we ons voor in. We richten ons puur op onze interesses. Ik weet niet of dat een goede of slechte zaak is. >>

19 januari 2017


8

Djahmal Mewar, master CIW, 23 jaar Ik zie ons als de mensen die zijn opgegroeid met de nieuwe media. Mensen die nu geboren worden kennen de playstation 4, ik ken nog de playstation 1. Ik zie een etnisch gemixte generatie. Om te beginnen bij Trump: het bleek dat de oudere mensen op hem stemden, de jongere niet. Ook op de universiteit zie ik een tolerante, diverse generatie. Voor mij was het ook even wennen toen ik hier op de universiteit kwam. Ik sprak ineens Engels met iedereen op mijn opleiding. Verder zie ik een generatie die redelijk individualistisch is. Veel bezig met studeren, studeren, studeren. Toch ben ik bang dat veel studenten ergens terechtkomen waar ze niet voor gestudeerd hebben. Er studeren zoveel mensen af, dat er gewoon niet voor iedereen een mooie baan klaar ligt. Kijk maar naar het MBO. De arbeidsmarkt zoekt naar mensen die met hun handen kunnen werken.

19 januari 2017


9

Katrien van de Wijdeven, master Ondernemingsrecht, 25 jaar We zijn vooral bezig met onszelf ontdekken. En behoorlijk idealistisch. Ik denk dat wij harder moeten werken voor een plek in de maatschappij dan vorige generaties. Er komen steeds meer ouderen die wij moeten opvangen. Daarom heb ik ook zo’n schijthekel aan de 50+ partij. Zij komen op voor een bevolkingsgroep die het toch al goed heeft. Die moet niet zeiken. Begrijp me niet verkeerd, ik vind niet dat wij millennials het zwaar hebben, niemand heeft het zwaar in Nederland. Maar als je 50+ bent... dan mag je echt niet zeuren! Ik denk niet dat de millennial zorgeloos door het leven gaat. Er wordt veel van ons verwacht. We verwachten ook veel van onszelf. We wedijveren om de beste banen en hier op de universiteit jutten mensen elkaar op. Ik zie wel dat deze generatie zijn dromen achterna gaat. We doen niet wat andere mensen van ons verwachten, maar trekken ons eigen plan. Dat is denk ik kenmerkend voor deze generatie. >>

19 januari 2017


10

Veerle Adams, master Supply Chain Management, 22 jaar Als ik de term millennial hoor, moet ik meteen aan studenten denken. In de piek van hun leven, veel uitgaan, reizen en studeren. We leven onze dromen na, doen waar we zin in hebben. Ik denk dat we het redelijk goed hebben in verhouding tot de voorgaande generatie. Helemaal zorgeloos is het niet, maar we mogen niet klagen. Heb soms ook het idee dat we een beetje in de YOLO-cultuur leven. Ik ben benieuwd hoe de generaties na ons worden. Een schepje erbovenop, of juist een tandje terug? Zou de volgende generatie bijvoorbeeld net zoveel online zijn als onze generatie? Ik hoor vaak dat de millennial erg ambitieus is. Ik zit op dit moment in een dispuut en bij ons leeft die torenhoge ambitie niet zo. Ik leef van moment tot moment en zie wel waar ik terechtkom. Dat gevoel heerst bij de meeste vrouwen uit mijn dispuut ook.

19 januari 2017


11

Stijn Geraats, CIW, 21 jaar Ik voel me een millennial. Denk dat wij ons onderscheiden in tolerantie. Zodra ik Geert Wilders of Donald Trump zie, moet ik kokhalzen. Voor mij is tolerantie vanzelfsprekend en ik snap de mensen niet die hier anders over denken. Ook doet onze generatie lekker waar ze zin in heeft. Dat zie ik ook bij mezelf. Ik kom mijn studie vrij zorgeloos door, maar heb de grootse moeite om leuke dingen te laten en mensen af te zeggen. Ik geef veel geld uit aan lekker eten en alcohol. Die studieschuld die ik ooit moet aflossen zie ik niet als een probleem, want ik ga ervan uit dat ik een goede baan krijg. Maar wat nou als ik geen goede baan krijg? Dat is precies de vraag die ik mezelf nooit stel. Gelukkig ben ik niet de enige student die met deze mindset door zijn studentenleven rolt. Daarnaast ben ik van plan om veel mooie plekken van de wereld te gaan zien en elk festival af te gaan. Ik weet dat dit vrij optimistisch en zorgeloos kan overkomen. Dit zou zo maar kunnen komen door de ‘online’ omgeving waarin ik ben opgegroeid. Ik ben samen met het internet opgegroeid en misschien denk ik daarom dat alles mogelijk is. Ik dwing mezelf hier in te blijven geloven, anders loopt mijn toekomstbeeld ernstige beschadigingen op. >>

19 januari 2017


12

Iris Lemmers, Rechtsgeleerdheid, 20 jaar Mijn generatiegenoten en ik zijn opgegroeid in een tijdperk waarin ‘online zijn’ en het onderhouden van een social media netwerk net zo gewoon is als ’s ochtends je tanden poetsen. Toch heb ik er nooit zoveel behoefte aan gehad. Ik ontleen er mijn bestaan niet aan. Als het gaat om technologie, media en hypes loop ik chronisch achter de feiten aan. Ik ben in wezen een uitstekende houdbaarheidsmeter voor trends: als ik iets ontdek, is het alweer uit de mode. Ben ik dan een uitzondering die zich onderscheid binnen de millennial-generatie? Ik denk het niet. Millennials zijn opgegroeid met een computergekte in een vrij zorgeloos opvoedingsklimaat, maar dit heeft zo zijn gevolgen. De zorgeloosheid lijkt te veranderen in naïviteit. Als de grotemensenwereld zich aan ons opdient, worden we vanzelf realistischer. Gaan we minder dromen. Dat hoort bij het ouder worden. De vooroordelen die heersen over millennials, zie ik dus eerder als leeftijdsgebonden dan als generatiegebonden. Ik denk dat met betrekking tot technologische ontwikkelingen leeftijd ook van doorslaggevende betekenis is. Toevallig waren wij millennials jong, de breinen nog kneedbaar en werd onze tijd niet opgeslokt door verantwoordelijkheden, toen het computertijdperk zijn intrede deed. How about generatie Z? Die zullen ons gewoon verpletteren met hun kennis van nieuwe ontwikkelingen. Dan lopen wij alweer achter de feiten aan. Misschien pas ik dan eindelijk weer tussen mijn leeftijdsgenoten.

19 januari 2017


13

I-con

Wazda

On fleek

Term: On Fleek Vindplaats: de wandelgangen

naam Aron Heesakkers opleiding Rechten leeftijd 19 jaar Nooit meer feesten of nooit meer op vakantie? “Dat is moeilijk, maar dan liever nooit meer op vakantie. Als je kunt doen wat je leuk vindt en je leven op orde hebt kun je ook dat zien als vakantie.” Waar zou jij wereldkampioen in kunnen worden? “Uitstellen en gitaar spelen. Dat kan ik beide vrij aardig.” Met welk fictief personage zou jij een avondje willen stappen? “Hank Moody van Californication, lijkt mij een prima wingman.” Wie is jouw favoriete persoon op de universiteit? “Professor Kooijmans. Hij weet strafrecht leuk en interessant te maken door met veel praktijkvoorbeelden te komen.” Waarom zou jij een goede minister president zijn? “Ik heb een sterke eigen mening en kan goed nee zeggen.” Wat zouden meer studenten moeten doen? “Iedereen zou op kamers moeten gaan. Je denkt dat je het studentenleven meekrijgt vanuit het ouderlijk huis, maar alles gaat aan je voorbij.” Als geld geen issue was, wat zou jij dan doen met je leven? “Ik zou nog steeds studeren. Je wil jezelf toch ontwikkelen. Misschien deed ik dan wel een studie als psychologie.”

Managementtaal, turbo-Tilburgs of professorengepruttel. In de rubriek Wàzdà? duidt ex-campusdichter Nathan de Groot maandelijks een bijzondere term die gebruikt wordt op de universiteit. a) Oud-Hollandsche uitdrukking voor ‘bovenop het dek van een trekschuit’ b) Fries voor ‘zij belazeren de boel’ c) Zweedse manier om één lokale lekkernij te bestellen d) Engelse beschrijving waarmee je waardering uitspreekt over iets Tja, on fleek. De term doet wenkbrauwen fronsen, want het woord fleek lijkt geen wezenlijke betekenis te hebben. Waar komt de uitdrukking vandaan? En als we de originele betekenis weten, kunnen we dan ook verklaren waarom broodjes, muziek en video’s allemaal on fleek kunnen zijn? Technologische ontwikkelingen nopen tot het uitbreiden van de woordenschat. In tijden van de raket, helikopter en ruimtesonde, maar destijds ook bij de trekschuit. In de 17de eeuw kon je met dit vervoermiddel reizen en had je twee opties: overdekt ‘onder fleeck’ zitten of toch de goedkopere ‘on fleeck’ vrije plaatsen op het dek. Of is het een nuchtere Friesche reactie op een hysterische aankondiging van een mogelijkheid op de Elfstedentocht. Mompelt een realistisch rayonhoofd dan niet ‘Nee, on fleek’ en iets over de ijsdikte en geduld? De term heeft ook iets noordelijks en zou daarom Zweeds kunnen zijn. Een fleek is een lokale drank uit studentenstad Uppsala en zo bestel je die aan de bar: on fleek, tack! Toch is D het correcte antwoord. Het is een Engelse uitdrukking die deze eeuw pas bedacht is en viral ging op platforms als Vine en Instagram. Het begon gek genoeg met wenkbrauwen die on fleek waren. Oftewel: prima, mooi, toppie. Inmiddels laat de hashtag #onfleek zien dat het om een groeiende verzameling gaat. Een kwalificatie die je kortom ook als origineel compliment kan geven aan een internationale studiegenoot. Liefst lekker achteloos om je street credibility te vergroten. “Ellen, je essay is on fleek.” Ook een nieuw woord of rare term gespot? Stuur hem naar univers@uvt.nl

19 januari 2017


14

Opinie

leestijd

5

minuten

tekst sander bax

Afrekencultuur in het onderwijs Zijn millennials lui? Universitair hoofddocent Sander Bax klaagde steeds vaker over de gebrekkige werklust onder studenten. Onterecht en gemakzuchtig, vindt hij nu. Het onderwijssysteem zelf moet op de schop.

I

n de laatste maanden van 2016 betrapte ik me erop dat ik vaker dan voorheen meehuilde met de wolven in het bos. Het geweeklaag van docenten over de gebrekkige motivatie en werklust van hun studenten is van alle tijden (‘vroeger was alles beter’); het enige verschil was dat ik er nu zelf ook aan meedeed. Misschien was het een confrontatie met mezelf: de tijd waarin ik studeerde – de tijd waarin alles beter was, de tijd waarin wij onze colleges uit eigen beweging grondig voorbereidden, naar bibliotheken togen om het studiemateriaal eigenhandig te bemachtigen en waarin wij de verantwoordelijkheid namen om elk college tot een waar academisch feest te maken – die tijd ligt steeds verder achter me. Maar er is meer aan de hand dan weemoed. De hoeveelheid vragen die studenten per mail op hun docenten afsturen neemt de laatste jaren exponentieel toe - en die vragen gaan vaak over informatie die gewoon na te lezen is in de cursusbeschrijving. Ook lijkt het studenten met het jaar meer moeite te kosten om het collegemateriaal te verwerven en om de collegebijeenkomsten goed voor te bereiden. De realiteit van het academisch onderwijs in de 21e eeuw is dat veel studenten alleen willen overwegen om een tekstfragment te lezen als het ruim van tevoren door de docent digitaal beschikbaar is gesteld. En dan is er nog de toetsing. De beste manier om studenten te activeren is het afnemen van een toets. Zodra er een resultaat behaald moet worden, ontpoppen de studenten die tot dan toe onvoorbereid in de collegebanken hadden gezeten zich tot actieve, bekwame, hardwerkende en bevlogen studenten. Docent, collegemateriaal en toetsing zijn geen hulpmiddelen voor de student om zijn eigen ontwikkeling vorm te geven, maar zij zijn geworden tot kaders die studenten nodig hebben om tot functioneren te komen. Dat is een pijnlijke conclusie. Zeker als we beseffen dat deze studenten hun havo- of vwo-opleiding genoten hebben in het tijdperk van na de Tweede Fase en het Studiehuis. Wie het zich nog kan herinneren, weet dat die onderwijsvernieuwing destijds werd ingezet om leerlingen alvast te leren om zelfstandiger te werken, zodat ze beter toegerust in het hoger onderwijs zouden arriveren. Ondanks die goede bedoelingen is er een onderwijssysteem ontstaan dat leerlingen juist afhankelijker lijkt te maken, gericht op presteren op de korte termijn.

19 januari 2017

Bildung Dit lijkt me iets om als universiteit in 2017 goed over na te denken. Zeker nu we in het Tilburgse Onderwijsprofiel aandacht geven aan persoonlijke ontwikkeling, burgerschap en Bildung. We willen niet simpelweg academisch geschoolde werknemers opleiden, maar ons doel als universiteit moet zijn om de intellectuelen van de toekomst op te leiden. Onze studenten moeten kritische denkers zijn, die onafhankelijk, zelfstandig en bevlogen een actueel probleem te lijf kunnen – of dat nu een maatschappelijke of politieke kwestie is, een technisch probleem op de werkvloer of een ingewikkeld (didactisch of ethisch) dilemma in zorg of onderwijs. Die ambitie is prachtig – maar het was ooit ook de ambitie van de Tweede Fase en het zal straks óók de ambitie zijn van Onderwijs 2032. Als we allemaal in die richting denken, hoe kan het dan dat die dromen van de zelfverantwoordelijke leerling en student zo hardnekkig botsen op de realiteit van klaslokaal en collegezaal? Enkele structurele mechanismen in het onderwijssysteem dwarsbomen deze ambitie op een fundamentele manier. En zo lang die niet veranderen, zal onze didactische droom luchtfietserij blijven. wantrouwen Ons onderwijssysteem is georganiseerd op basis van wantrouwen. Dat wantrouwen is geïnstitutionaliseerd in het systeem van onderwijsvisitaties waarin een opleiding geëvalueerd wordt op basis van een dossier waarin evaluatieresultaten, in- en uitstroomgegevens en scriptiecijfers in extensieve tabellen en grafieken verantwoord moeten worden. Het gaat daarbij niet om wat er in de colleges gebeurt, om de vraag of bevlogen


15

Sander Bax is universitair hoofddocent Literatuurwetenschap, Cultuurgeschiedenis en Vakdidactiek Nederlands. Ook is hij coördinator van de Online Culture-bachelortrack ‘Universitaire Lerarenopleiding Nederlands’ en coördinator van de KCWmastertrack ‘Art, Media and Society’. In 2015 publiceerde Bax De Mulisch Mythe: schrijver, intellectueel, icoon.

docenten studenten weten te inspireren, maar het gaat steeds meer om de betrouwbaarheid van de toetsing. Een andere fundamentele misvatting in dit visitatiesysteem is de gedachte dat kwaliteit altijd kwantitatief gemeten moet kunnen worden. Het onderwijs is bovendien een afrekencultuur geworden. Alles draait om leerlingaantallen en studentenaantallen. Al decennia worden scholen, faculteiten en opleidingen gefinancierd op basis van een pervers outputmodel. Het aantal diploma’s bepaalt de hoeveelheid geld die een onderwijsinstelling te verdelen heeft, niet het aantal studenten dat daadwerkelijk in de collegebanken zit, laat staan de kwaliteit van de colleges of het bredere belang

Er is een onderwijssysteem ontstaan dat leerlingen juist afhankelijker lijkt te maken van het onderzoeksgebied in kwestie. De overheid heeft daar met de zogenaamde ‘prestatie’-afspraken nog een tweede kwantitatief afrekenmodel aan toegevoegd: het aantal college-uren in het eerste jaar, het aantal docenten dat een bko heeft gehaald, de resultaten op een ondoorzichtig in elkaar gezette enquête: alles moet gemeten, beoordeeld en afgerekend worden. Die outputfinanciering maakt dat het onderwijssysteem waarin wij werken georganiseerd is alsof het een vrije markt zou zijn. Wie het onderwijs als markt denkt, maakt van studenten consumenten en verandert docenten in verkopers die een product aan de man te brengen hebben. Zo’n systeem verdeelt de verantwoordelijkheden op een manier die precies tegengesteld is aan het didactisch ideaal dat ik eerder schetste: de docent is verantwoordelijk voor het product, de student hoeft slechts te consumeren. Dubbele boodschap De studenten van vandaag krijgen dan ook voortdurend een dubbele boodschap. Docenten proberen hun duidelijk te maken dat ze zelfstandige, kritische denkers moeten worden, maar de manier waarop het onderwijs georganiseerd is, vertelt hen dat ze passieve consumenten mogen zijn. Veel onzekerheden die ik bij de zogenaamde ‘millenial’-student ontwaar, zouden wel eens voort kunnen komen uit deze dubbele boodschap die wij als instelling zelf uitzenden. Dat maakt het gemakzuchtige geweeklaag over studenten – dat inderdaad van alle tijden is – tot een rookgordijn waarachter de structurele problemen van ons onderwijssysteem verborgen blijven.

column Tom Grosfeld student CIW

Naïviteit Angstig confronteert hij zijn vader, die een kop koffie drinkt aan de keukentafel. “Pap het is weer gebeurd. Ze hebben mijn rugzak meegenomen.” “Godverdomme Joran. Het is toch niet te geloven. Wat heb ik je de vorige keer verteld? Je bent naïef, Joran. Als je ouder wordt ontdek je vanzelf hoe de wereld in elkaar steekt. Laat dit wederom een wijze les zijn. Mensen zijn gemeen. Je kunt ze niet vertrouwen.” Joran zit op de rand van zijn bed en staart voor zich uit. Hij had zijn rugzak tien minuten onbewaakt gelaten bij het zwembad. Om even een frietje te halen. Toch verloor hij zijn vertrouwen in de mensheid niet. Misschien zat de man die zijn tas gestolen had wel enorm in de schulden. Was hij net ontslagen en had hij geld nodig om zijn kinderen eten te geven. Of was het een onzeker tienermeisje die onder druk van haar vriendinnen iets moest stelen. Om erbij te horen. Degene die zijn tas had meegenomen, zal er vast een goede reden voor hebben gehad, dacht hij. Joran is wat onze generatie typeert. We zijn nog niet besmet met cynisme, maar dobberen rond in een eindeloze zee vol naïviteitsgolven. Naïviteit is het beste wat ons ooit is overkomen. Maar hoe ouder mensen worden, hoe minder daar in het algemeen van overblijft. Wat nou als deze generatie het anders doet? Voor altijd blind blijft. Weerbarstig in naïviteit blijft hangen en er nooit meer uitkomt? Cynisme helpt ons om met beide benen op de grond te staan, naïviteit geeft ons de vleugels om boven onszelf uit te stijgen. Laat dat nou net datgene zijn waar millennials zo goed in zijn.

19 januari 2017


16

19 januari 2017


17

leestijd

5

minuten

tekst Leanne Soff illustratie Jeroen de leijer

Gezond eten tot je erbij neervalt Als millennial eet je gezond en bewust. Geen frietje oorlog maar een boerenkoolsmoothie, liefst biologisch en lokaal geproduceerd. Prima toch? Totdat gezond eten een obsessie wordt en een eetstoornis op de loer ligt.

G

ezellig samen eten met wat vrienden: het is nauwelijks meer haalbaar als millennial. De één doet afstand van dierlijke producten, de ander eet enkel glutenvrij en weer een ander gelooft überhaupt niet meer in het consumeren van voedsel, tenzij het door de slowjuicer gehaald is. Mijn oma zou verbaasd opkijken. Ik hoor haar al mopperen: “In de oorlog at je gewoon wat je voorgeschoteld werd.” Ze heeft gelijk, in de gaarkeuken zullen de glutenvrije opties hoogstwaarschijnlijk vrij miniem geweest zijn. Maar de tijden zijn veranderd. Voedsel is niet alleen meer noodzakelijk om te overleven, het is een lifestyle, een manier om je identiteit te uiten. Waar komt dit #foodisme vandaan? En wat als het bezighouden met voedsel omslaat in een obsessie? Het uiten van je identiteit an sich is niets nieuws. Reeds in het oude Griekenland werd er gestreefd naar het zijn van de moreel excellente mens (ἀρετή), gekenmerkt door moed en zowel fysieke als mentale kracht. Gelukkig zijn de eisen in het Westen tegenwoordig minder streng: met een aantal interessante eetgewoontes (en het liefst een baard) kom je al een heel eind. Een aardige verandering ten opzichte van vroeger dus. Nu ligt het oude Griekenland ook behoorlijk ver in het verleden, maar ook in het meer recente verleden werd identiteit nog aan heel andere dingen ontleend: “Vroeger ontleenden

mensen hun identiteit meer aan een bepaald geloof of een politieke partij.” vertelt Hans Dagevos, consumentensocioloog aan Wageningen Universiteit. “Tegenwoordig gaat het er meer om wat je eet, maar bijvoorbeeld ook waar je je eten koopt.” Dit zou volgens Dagevos goed te maken kunnen hebben met de toegenomen transparantie in de productie van voedsel. Nu mensen beter weten waar hun voedsel vandaan komt, is het ook makkelijker om daar kritiek op te hebben en bewuste keuzes in te maken.

Met een aantal interessante eetgewoontes (en het liefst een baard) kom je al een heel eind

Boerenkoolsmoothie Een simpele boerenkoolsmoothie is dus niet genoeg om je imago te redden. De boerenkool moet op zijn minst biologisch geteeld zijn, en het liefst ook lokaal geproduceerd. Er wordt volgens Dagevos steeds meer waarde gehecht aan het verhaal achter een product en de producent. Bedrijven spelen daar maar al te graag op in. Neem bijvoorbeeld de Albert Heijn reclames, waarin boeren, kaasmakers en slagers trots vanuit hun eigen werkplek vertellen over de prachtige, ambachtelijke producten die zij bij Albert Heijn verkopen. Maar wat maakt voedsel dan de ideale vorm van identiteitsuiting? Simpel, aldus Dagevos: eten is een sociale bezigheid. Het feit dat anderen zien wat jij eet, maakt het een ideaal medium om jezelf te uiten, en dat beperkt zich niet tot de fysieke wereld. Het feit dat je een foto van je raw, vegan en biologische boerenkoolsmoothie binnen enkele seconden onder je gehele vriendenkring kan verspreiden maakt >>

19 januari 2017


18

het natuurlijk extra makkelijk om te laten zien hoe moreel excellent je wel niet bent, zoals de oude Grieken dat zouden zeggen. “Voor de opkomst van social media vond alles wat met eten te maken heeft plaats in de fysieke wereld”, vertelt Dagevos, “nu is er als het ware een hele nieuwe wereld ontstaan vol met voedseltips, challenges en allerlei platforms over eten.” Eetstoornis Meisjes van dertien die alleen nog biologisch, raw voedsel eten en zich 24/7 in de sportschool bevinden, maar ook jongens die met de gewichten in de hand van proteïne shake op proteïne shake leven. De obsessie met gezond eten kan zomaar doorslaan in een serieuze eetstoornis. Wanneer het over obsessies met gezond eten gaat, verschijnt de term orthorexia nervosa regelmatig. Soms wordt het afgedaan als een obsessie met gezond eten, soms wordt de uitgebreide beschrijving van de Amerikaan Steven Bratman (1993) erbij gehaald: ‘een eetstoornis waarbij mensen op een extreme manier bezig zijn met gezond eten. De strenge regels over eten kunnen leiden tot een erg eenzijdig eetpatroon, waardoor tekorten aan voedingsstoffen ontstaan wat kan leiden tot ondergewicht. Het grootste probleem is echter de obsessieve manier waarmee er omgegaan wordt met eten.’ Ondergewicht is slechts een van de mogelijke gevolgen van een eetstoornis. Vaak leidt deze aandoening ook tot sociale isolatie en een negatief zelfbeeld. Het eigen lichaam is nooit goed genoeg, hoe weinig en gezond je ook eet. Patiënten kampen daarom vaak met schaamte en depressieve gevoelens. Hoewel Bratman hiervoor pleit, wordt orthorexia nervosa nog niet officieel geclassificeerd als een eetstoornis. Of de noodzaak daartoe zo hoog is als Bratman suggereert, is de vraag.

Social media “Persoonlijk vind ik de naam totaal niet interessant.” Vertelt Nikkie Hamers, coach bij ISA power (zie kader). “Er komen bij mij zoveel patiënten die allerlei regeltjes hebben over eten. Uiteindelijk gaat het erom dat zij daar last van ondervinden en er vanaf willen, wat mij betreft maakt het dan niet uit welke naam je eraan geeft. Een eetstoornis is voor iedereen weer anders.” Wel denkt Hamers dat het bezig zijn met wat gezond is een recentere ontwikkeling is: “We zijn ons als maatschappij meer bezig gaan houden met wat gezond is en hoe we honderd kunnen worden. De kans dat sommige mensen daarin doorschieten neemt hierdoor ook toe.” Toch is het wat voorbarig om te zeggen dat mensen alleen door beelden op social media of blogs over gezond eten eetstoornissen ontwikkelen. “Natuurlijk zijn er externe invloeden, maar er moet vanbinnen wel al aanleg zijn om een eetstoornis te ontwikkelen.” Spreekt Hamers uit ervaring. “Ik ging zelf diëtiek studeren. Voedsel was daarom een praktische manier om de problemen die ik al had te uiten. Ik denk dat als ik in die tijd veel uit was gegaan met vriendinnen, ik misschien wel een alcoholverslaving had ontwikkeld in plaats van een eetstoornis.” Over het gezonde eten alleen hoeven we ons dus geen zorgen te maken. “Ik begon zelf ook met iets simpels als een appel tussendoor in plaats van een twix. Toen volgde het ontbijt, de lunch, en langzaam begon het mijn leven over te nemen. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat het eten van gezondere tussendoortjes reden tot paniek is. Er zijn genoeg mensen die dat doen zonder een eetstoornis te ontwikkelen.”

‘Dat wil niet zeggen dat het eten van gezonde tussendoortjes reden tot paniek is’

Allergie Zolang je gelukkig bent is het dus prima om te leven op boerenkoolsmoothies en açái bowls. “Uiteindelijk is het pas een probleem als je er zelf echt last van hebt. Als je op een gegeven moment niet meer uit eten durft met vrienden, dan begint het wel echt een probleem te worden.” Toch zet Hamers haar vraagtekens bij glutenvrije diëten en het afhouden van koolhydraten. “We praten onszelf de allergieën en overgevoeligheden ook wel een beetje aan. Als je maandenlang geen gluten eet is het logisch dat je er dan de volgende keer dat je gluten eet buikpijn van krijgt. Je maag en darmen moeten daar gewoon weer aan wennen.”

Isabelle Plasmeijer richtte in 2013 ISA Power op met het doel mensen te helpen zich te verlossen van hun eetstoornis. Uniek aan ISA Power is dat alle coaches ook ervaringsdeskundigen zijn en hun eigen eetstoornis overwonnen hebben. Kijk voor meer informatie over eetstoornissen en/of ISA Power op www.isapower.nl of stuur een bericht naar info@isapower.nl

19 januari 2017


19

de vijf VAN EIJFF

Millennials moeten leren focussen en doorzetten Sylvester Eijffinger heeft al heel wat generaties zien groeien en opbloeien aan de universiteit, maar onze topeconoom ziet de millennial toch wel als een heel aparte eend in de bijt. 1. Professor Eijffinger, u bent dertig jaar in dienst van de universiteit en heeft vele studentensoorten zien komen en gaan. Hoe oordeelt u over deze generatie? “Laat ik eerlijk zeggen: het kost me soms moeite ze te begrijpen, de twintigers van nu. Positief aan ze vind ik dat ze enorm veelzijdig en flexibel zijn. Ze geven bovendien weinig om status en bezit, en zijn vaak idealistisch ingesteld. Ze willen bijvoorbeeld niet zomaar voor een bedrijf werken dat niet helemaal oké is.”

‘Ik hoop dat ze ervoor kiezen om niet alleen aan zichzelf te denken’

2. Maar wat is er dan negatief? “Dat ze soms nogal vol van zichzelf zijn, individualistisch, zelfs narcistisch. Vaak gepamperd door de ouders, nooit echt hoeven werken voor het geld, en opgehemeld door pa en ma. Ze willen alles kunnen en doen en zijn bezig met

duizend dingen. I want it all and I want it now, om met de band Queen te spreken. Tegelijkertijd maak ik nu mee dat studenten bij me komen met het verhaal dat ze een burn-out hebben.” 3. Studenten met burn-outs? “Jazeker. Kijk, het kan heus dat er eentje een keer een burn-out heeft, maar zo veel? Het lijkt me toch meer iets voor mensen met een baan, overwerk én kinderen, maar ik heb het nu al tientallen keren meegemaakt dat een student bij me komt met een burn-out. Ik vermoed dat ze te veel willen en tegelijk te weinig incasseringsvermogen hebben.” 4. Wat is uw devies voor de millennial? “Leren focussen en doorzetten. You cannot have it all! Maak een keuze en committeer je daaraan. Dat is extra belangrijk in deze tijd waarin de mogelijkheden eindeloos zijn, zowel nationaal en internationaal, maar je wel steeds opnieuw moet laten zien dat je de juiste man of vrouw voor de job bent.”

5. Probleem is wel dat ze moeite hebben om te kiezen in de zee van mogelijkheden. Hoe kan je daarmee omgaan? “Dat kan eigenlijk alleen door introspectie, door goed bij jezelf na te gaan waar je nou goed in kunt zijn en waar je passie ligt. Ook hoop ik dat millennials ervoor kiezen om niet alleen aan zichzelf te denken, maar zich vooral ook in te zetten voor de gemeenschap. Die vorm van commitment mis ik wel eens, het engagement blijft vaak bij selfies op Facebook en Twitter. Sinds anderhalf jaar ben ik onbezoldigd bestuursvoorzitter van de theaters in Oisterwijk en Moergestel die door mismanagement failliet waren gegaan, en tot culturele ondernemingen omgevormd worden. Op die manier iets teruggeven aan de samenleving geeft een heel goed gevoel.”

19 januari 2017


20

leestijd

4

minuten

tekst Robin heester fotografie jack tummers

Op weg naar de Tweede Kamer

O

Rens Raemakers is al vijf jaar kankervrij en gaat vol gas voor zijn doel: hij moet en zal Tweede Kamerlid worden. Als zeventiende op de kieslijst van D66 wordt het erop of eronder voor de alumnus van Tilburg University. “Ik ga altijd voluit.”

p 25-jarige leeftijd heeft Rens Raemakers uit Neer al een behoorlijk CV opgebouwd. Kanker overwonnen, afgestudeerd aan Tilburg University als bestuurskundige, fractievoorzitter van D66 Leudal. En als het aan hem ligt komt daar in maart van dit jaar nog iets heel moois bij: “Het zou een teleurstelling zijn als ik niet in de Tweede Kamer kom.” Als kleine jongen was Raemakers al ambitieus. “Ik wilde alles weten.” Zo leerde hij op de basisschool alle hoofdsteden en vlaggen van de wereld uit zijn hoofd en kon hij op latere leeftijd het getal pi opdreunen tot wel tweehonderd getallen achter de komma. Ook wilde hij al vanaf zijn elfde de politiek in. “Dat stampen en lijstjes uit je hoofd leren is nu een beetje ouderwets. Met het internet is alle kennis binnen handbereik.” Feiten uit zijn hoofd leren heeft hij ingeruild voor nuttigere alternatieven, maar zijn politieke ambitie is gebleven. Raemakers was eigenlijk niet van plan om in de lokale politiek aan de slag te gaan. Maar tijdens een college politicologie van Marcel Boogers raakte hij geïnspireerd. De professor zei: “Als één van jullie graag in een gemeenteraad wil komen: meld je gewoon aan. Zeg vijf leuke zinnen en je staat op de lijst.” Raemakers sloot zich aan bij D66 Leudal en voor hij het wist was hij lijsttrekker voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Maar dat was niet helemaal de bedoeling. “Ik dacht: ik meld mij gewoon aan om mee te

19 januari 2017

helpen met flyeren en ik zie wel waar het schip strandt. Uiteindelijk wonnen we twee zetels bij de verkiezingen.” Pinokkio De Limburger was van te voren sceptisch over de gemeentelijke politiek. Daar heb je vooral te maken met kleinere problemen. “Heel het dorp staat op zijn kop als de plaatselijke biljartvereniging 50 euro minder subsidie krijgt. Dat vind ik echt niks.” Mensen moeten volgens Raemakers inzien dat het soms niet anders kan. Raemakers heeft ruim twee jaar na de verkiezingen echter wel zijn draai gevonden in de gemeenteraad. De gemeente van Leudal is erg conservatief en de jonge politicus gaat daar regelmatig met een gestrekt been tegenin. Dat zorgt soms voor bijzondere taferelen. “Een wethouder verkondigde onzin en met een verhaaltje over Pinokkio probeerde ik mijn pleidooi kracht bij te zetten. Bepaalde mensen vinden dat dan schandalig.” Het raadslid wuift die kritiek weg en wijst gelijk iets anders aan. “Tijdens een raadsvergadering maak ik regelmatig mee dat mijn collega’s niet eens het dossier hebben gelezen waarover we het gaan hebben. Dat vind ik pas écht schandalig.”

Ondertussen heeft het jonge raadslid zelf ook een aantal bijnamen te pakken. Circus Rens, omdat hij hier en daar een grapje maakt, en ketelbinkie. Raemakers: “De overige raadsleden zien de gemeente Leudal als een schip waar ik - als jongeling - de vervelende klusjes op moet knappen. Daar kan ik alleen maar om lachen, dat is allemaal hartstikke mooi.” Opstapje naar de Tweede Kamer Als zeventiende op de kieslijst van D66 maakt Raemakers een reële kans op een zetel in de Tweede Kamer. Maar echt zeker is zijn zetel niet, misschien blijft hij dus voorlopig raadslid in Leudal. “Natuurlijk is een zetel in de Tweede Kamer het absolute hoofddoel, maar mocht dit niet lukken, dan heb ik daar nu vrede mee.” Het oppositievoeren in de gemeenteraad bevalt de politicus uit Neer inmiddels zo goed dat hij daar best wat langer wil blijven. “Het is heerlijk om hier tegen heilige huisjes te schoppen.” Toch laat hij geen kans onbenut om stiekem een beetje campagne te voeren: “Als ik vanuit Tilburg University wat extra voorkeursstemmen zou kunnen krijgen, pak hem beet vijfhonderd, zou dat natuurlijk fantastisch zijn,” knipoogt Raemakers.

‘Het is heerlijk om tegen heilige huisjes te schoppen’


21

‘Uiteraard ben ik zelf een nerd. De negen is voor mij het zesje’

Kanker Raemakers maakte een valse start als student. In 2009 werd bij hem zaadbalkanker geconstateerd. Terwijl zijn mede studenten op stap gingen en feesten bezochten, lag Raemakers in Maastricht op een ziekenhuisbed. De rode draad in zijn leven kwam ook daar naar voren: politiek. Hij bekeek de vergaderingen van de Tweede Kamer en las veel politieke boeken. Een jaar na zijn diag­nose mocht Raemakers weer genieten van het ‘echte leven’. Hij kon zijn studie weer oppakken op Tilburg University. Met een lichte twinkeling in de ogen vertelt Raemakers over zijn tijd op de universiteit: “Ik heb daar een geweldige tijd gehad. Op de opleiding bestuurskunde stromen meestal rond de zestig

studenten in. Vrij snel kent iedereen elkaar.” Dat klinkt erg gezellig en dat was het volgens Raemakers ook zeker, maar hij ziet ook nadelen. “Soms miste ik door de kleine instroom wel een beetje het competitieve. Je zit al snel bij de top vijf van je jaar.” Dat is voor sommige studenten misschien fijn, maar Raemakers wil altijd het allerbeste uit zichzelf halen. Zesjescultuur In zijn tijd als student wist Raemakers de aandacht al op zich te vestigen door een artikel op te sturen naar de Volkskrant. De Limburger ergerde zich aan zijn medestudenten en besloot een opiniestuk te schrijven. In het stuk hekelt Raemakers de zesjescultuur op de universiteit. “Tijdens een college over ideaaltypes ergerde ik

mij aan een groep studenten die niet op zaten te letten en er alleen waren omdat het een verplicht vak was.” Volgens Raemakers kun je die groep studenten scharen onder de noemer minimalisten. Daarnaast zijn er volgens hem plichtsgetrouwe studenten, de falende studenten en de nerds. “Uiteraard ben ik zelf een nerd. En misschien een beetje een minimalist, maar dan op een ander niveau. De negen is voor mij het zesje.” Raemakers: “Ik zag dat mensen bezig waren met andere dingen: drie keer in de week sporten, een grote vriendengroep én een studentenvereniging. Heel veel van die mensen komen niet eens toe aan écht studeren. Ik vind dat je altijd het beste uit jezelf moet halen.” Alles wat hij doet, doet hij vol overgave. “Studeren, sporten of in de kroeg hangen: voor alles ga ik voluit.”

19 januari 2017


22

leestijd

6

minuten

tekst Ron vaessen illustratie martien bos

Negen lessen voor de millennial Ze hebben een berg diploma’s, de hoogste studieschuld en de meest onzekere toekomst sinds tijden. Millennials zijn de verloren generatie van onze tijd. Negen lessen om toch nog goed terecht te komen.

H

et rijke Westen wordt steeds minder rijk en de toekomst is behoorlijk onzeker. De robots, Chinezen, Koreanen en de rest van de wereld komen eraan. Een vaste baan voor het leven bestaat niet meer. In deze nieuwe wereld zal de millennial zijn eigen weg moeten vinden. Daarvoor moeten een paar achterhaalde ideeën over werk en toekomst wel opzij worden geschoven.

Les 1: leid jezelf op Iedereen wil een streepje voor hebben op de steeds competitievere arbeidsmarkt. Dus doet iedereen tegenwoordig vol gas twee masters en worden nevenfuncties verzameld alsof het spaarzegels zijn. Een verschil maak je daar niet meer mee. Als iedereen honderdtachtig rijdt, rijd je gewoon allemaal te hard. Toch zal je wel moeten, om mee te kunnen in een wereld die steeds flexibeler en digitaler wordt. “Jezelf opleiden is het beste dat je kunt doen,” zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. “Een baan voor het leven bestaat niet meer, deze generatie zal blijvend moeten zoeken. En moet de stap kunnen zetten naar de banen van morgen. Daar zou je al tijdens je studie mee bezig moeten zijn, niet pas als je bent afgestudeerd. Specialiseer je, werk aan je netwerk.” Les 2: wees optimistisch Opleiden en voorbereiden dus. Maar waarvoor? Zoals oud-politicus Job Cohen in 2011 treffend zei: “Wij wonen in een mooi en sterk land. Maar we zijn ook onzeker geworden. Bestaat mijn baan straks nog?” Doorgetrokken: bestaan de banen waarvoor studenten worden opgeleid straks nog wel? De robotisering gaat volgens voorspellingen van 30 tot voorbij de 90 procent van de banen vervangen. Wilthagen vraagt zich af of het zo’n vaart zal lopen. En is optimistisch: “De arbeidsmarkt is geen volle kroeg, waar iemand pas naar binnen kan als er iemand vertrekt. Banen zijn altijd verschillend, jong en oud kun je niet met elkaar vergelijken. Werkgelegen-

19 januari 2017

heid ontstaat als mensen kansen zien. Het is bovendien makkelijker te voorspellen welke banen verdwijnen, dan welke erbij komen.” En de hoeveelheid studenten dan? Universiteiten zitten overvol, nooit studeerden er zoveel mensen als nu. Toch ziet Wilthagen geen overschot aan hoogopgeleiden. Universitair docent sociologie Bram Peper wel: “Zo’n overschot was er in de jaren tachtig á negentig al. Dus zeg ik tegen mijn studenten: als je rijk wil worden, moet je loodgieter worden. Niet dat ik het iemand wil ontzeggen om te studeren vanuit een intrinsieke motivatie.”

‘Ik zeg tegen mijn studenten: als je rijk wil worden, moet je loodgieter worden’ Les 3: niet alles is leuk Maar ja, wie wil er nou loodgieter worden? Millennials barsten van de ambitie. Ze kunnen worden wat ze willen en moeten vooral doen wat ze leuk vinden, is ze een leven lang verteld. En zolang ze studeren wordt die bubbel niet doorgeprikt, maar nog verder opgeblazen. “Studenten worden opgeleid om CEO te worden van Shell, terwijl je er daar toch echt maar één of twee van hebt,” zegt Peper. “De overgrote meerderheid gaat in het middenkader werken, terwijl daar in onze prestatiemaatschappij weinig waardering voor is en nauwelijks over wordt gesproken.” Dat alles leuk moet zijn, is volgens Wilthagen een probleem. “Het hele systeem, ook van studieadvies, is erop ingericht iets te vinden wat je leuk vindt.” Maar in de echte wereld is niet alles leuk. “Het zou ook moeten gaan om waar je goed in bent en waar mensen voor willen betalen.” >>


23

19 januari 2017


24

Les 4: het is niet je eigen schuld Millennials hebben onrealistische ideeën over hun toekomst. Tragisch is dat ze bovendien denken dat ze succes of falen in eigen hand hebben. Dat idee hebben ze meegekregen uit de neo-liberale samenleving waarin we sinds de jaren tachtig leven, vertelt Peper. “De nadruk ligt op een terugtrekkende overheid, de burger moet het steeds meer zelf doen. Daarom zie je dat de huidige generatie positiever is over hun arbeidsmarktkansen dan de vorige ‘verloren’ generatie. In de jaren zestig kon je roepen dat het grootkapitaal tegen je was, als het je niet lukte. Nu wordt gezegd dat je zelf betere keuzes had moeten maken.” Eigen schuld dus, terwijl dat maar de vraag is. Peper: “Het voordeel is natuurlijk wel dat iedereen zijn eigen kansen redelijk rooskleurig inziet, ook als het slecht gaat.” Les 5: je gaat jezelf vinden Uitzoeken wat je met je leven wil, lijkt typisch iets voor millennials. Eerdere generaties hadden hun leven sneller op de rails. Millennials zijn ook reflectiever, denkt Peper. “Ze zijn opgegroeid met enorm veel psychologische bagage via hulpprogramma’s op tv, zelfhulpboeken en mindfulness cursussen. En ja, dat geeft natuurlijk ook meer keuzestress.” Toch is zelfreflectie geen nieuw verschijnsel, vertelt universiteit hoofddocent ontwikkelingspsychologie Theo Klimstra. In de psychologie staat het bekend als zelfexploratie, uitzoeken wie je bent en wat je wil. Eerst zoek je in de breedte (economie, rechten of toch iets met ICT?), daarna ga je in de diepte uitzoeken wat je precies wil doen. En committeer je je aan een keuze. Heel normaal, het duurt tegenwoordig alleen wat langer. Klimstra: “Vroeger hadden mensen rond hun 20e een vaststaande keuze gemaakt over hun identiteit, nu is het proces tussen het 20e en 30e levensjaar nog

Het is niet je eigen schuld volop gaande.” Reden tot wanhoop is dat volgens Klimstra niet. Na die periode hebben de meeste mensen volgens hem een identiteit gevonden om mee verder te leven. Les 6: denk goed na over wat je wil Belangrijk is dat je in die zoektocht naar jezelf dus niet alleen in de breedte zoekt. De diepte ingaan is ook belangrijk. Wie alleen kiest voor bijvoorbeeld psychologie, maar zich niet afvraagt wat er precies mee te doen, loopt het risico van persoonlijke crisis naar persoonlijke crisis te strompelen. Dan ben je als het ware niet goed voorbereid op wat er op je pad komt. “In zo’n crisis vraag je je af of je normen en waarden, idealen en toekomstplannen bij elkaar passen,” vertelt Klimstra. Wie daar goed over nadenkt, is gewapend en wordt zo gelukkiger en succesvoller. “Een stabiele identiteit is een kompas voor het leven.” Les 7: je kan altijd nog wat anders doen “Vroeger hield je vast aan de identiteit die je zo rond je 20e had gekozen,” vertelt Klimstra. Tegenwoordig duurt het niet alleen langer om die identiteit te vinden, mensen gaan ook vaker wat anders doen. Wilthagen: “Niemand is tegenwoordig tot zijn zeventigste advocaat of loodgieter.” Studeer je psychologie, word je eerst praktijkassistente, daarna zelfstandig lifecoach en later kinderboekenschrijfster. Psychologisch gezien kan dat best: “Je hebt niet één identiteit voor je leven,” zegt Klimstra. “Er zijn altijd alternatieven die je vaardigheden en interesses ook raken.”

Denk goed na over wat je wil 19 januari 2017

Les 8: accepteer de realiteit In theorie komt het dus allemaal wel goed. Maar als je halverwege de twintig bent, ben je waarschijnlijk doodsbang dat je leven flopt. Als je nu geen topbaan scoort, zal het wel nooit meer lukken. En zelfs in het middenveld is het moeilijk binnenkomen. Wil je advocaat worden, zit je na je glansrijke afstuderen achter de balie bij de rechtshulp en sta je na drie tijdelijke contracten weer op straat. Volgens Klimstra overleef je de flexibele en onzekere arbeidsmarkt psychologisch gezien wel, als je een duidelijk idee hebt wat je wil doen en het werk enigszins relevant is.


25

Moeilijker wordt het als je gevangen zit in een callcenter of horecabijbaantje, om de rekeningen te betalen. Wie zich dan stukbijt op de ambitie om bijvoorbeeld psycholoog te worden, moet zich nog eens achter zijn oren krabben. “Dat noemen we foreclosure,” vertelt Klimstra. “Je ziet dat bij mensen die in de kindertijd al weten wat ze willen worden. Vaak hebben ze daar niet actief over nagedacht, dan is het extra lastig voor ze als het niet haalbaar blijkt.” Moeilijk of niet, soms is er maar één weg uit het hopeloze bijbaantje: heroriëntatie. Ofwel: realistisch zijn en goed nadenken over alternatieven. Klimstra: “Dat is tijdelijk stressvol, maar zo kan je je binden aan een alternatief toekomstplan, waardoor je wel gelukkiger wordt.” Les 9: vergelijk jezelf niet met je ouders Het is zo oneerlijk, hè? Opgegroeid in een wereld die steeds rijker werd, zijn je gouden bergen beloofd. Nu je ouders met gevulde buik op de ruime hoekbank voor het breedbeeldscherm zitten, blijkt dat de koek op is. Er is één vanzelfsprekende impuls die je niet moet volgen: in je studentenkamer op je tweedehandse, doorgezakte bank gaan liggen huilen. En jezelf vergelijken met je ouders. Totaal. Onzinnig. Zij konden meeliften op een stijgende welvaart na de Tweede Wereldoorlog. Die tijden zijn voorbij en het zijn niet jouw tijden. “Vergelijk jezelf liever met je leeftijdsgenoten,” adviseert Klimstra. “Dat maakt het allemaal net wat makkelijker, want zij zitten in dezelfde situatie.” En je moet maar zo denken, jij had tenminste wél een Playstation of Xbox in je jeugd.

Je kan altijd nog wat anders doen 19 januari 2017


26 (Advertentie)

Gezocht studentleden redactieraad Ben jij kritisch en geĂŻnteresseerd in journalistiek? Univers zoekt twee studenten voor de Redactieraad. Meerdere keren per jaar word je gevraagd naar jouw oordeel over onze artikelen. En circa twee keer per jaar is het vergaderen geblazen.

Wij bieden Wij bieden: Bestuurservaring, leuke interessante bijeenkomsten en discussies met hotshots uit de journalistiek. Het is een onbezoldigde functie. Reactie met motivatie en curriculum zenden naar de voorzitter Redactieraad: W.Schmetz@fontys.nl. 19 januari 2017


27

Wè nou? tilburgse reacties op Het nieuws

Wat heb je nu geleerd? college Cultural Diversity Policies locatie AZ 209

De jeugd heeft de toekomst. Maar in de politiek weegt de stem van ouderen steeds zwaarder. Wordt het niet eens tijd om ouderen het stemrecht af te nemen? “Ouderen stemrecht ontnemen? Vanaf zeg 65 jaar vind ik dat een prima zaak. Laat de wereld dan over aan de jongeren. Zelf kom ik uit Oostenrijk. Een tijd terug werd daar gestemd over het dienstplichtleger. De meeste jonge mannen en vrouwen willen ervan af, maar de oudere generatie stemde voor behoud, zodat jonge mannen nog steeds het leger in moeten. Belachelijk. Dat laat mooi zien hoeveel macht ouderen uitoefenen op de toekomst van jongeren.” Jasmin Kamyali, 20, International Business Administration

“Zoveel mensen maken gebruik van hun stemrecht terwijl ze geen verstand van zaken hebben. Volgens mij is dat het echte probleem. Jongeren én ouderen maken zich hieraan schuldig. Leef je in een democratie, dan heb je de plicht jezelf te verdiepen in maatschappelijke zaken.” Martijn Theunissen, 26, Bedrijfseconomie

“We moeten ons niet blind staren op een zogenaamde generatiekloof. Het echte probleem is de economische crisis. Los die op en het generatieconflict zal meevallen. Jongeren voelen de economische crisis veel harder dan ouderen, die al lang hoog en droog zitten. Dat zorgt voor onvrede, maar het is zinloos ouderen de schuld te geven.” Divina Alexiou, 27, Bedrijfseconomie

“Ouderen mogen in hun politieke keuzes meer rekening houden met jongeren. Nu lijkt het wel alsof ze alleen hun eigenbelang verdedigen. Terwijl het toch de jongeren zijn die van deze wereld iets moeten maken. Als ouderen wat meer meedenken, mogen ze van mij hun stemrecht houden.”

Docent?

Jan Jaap de Ruiter

Kon je wakker blijven?

Vooral op m’n hoede, voor de vragen in de tweede helft.

Hoe zaten de studenten erbij?

Als het een voetbalformatie is: 2-7-1. Geduldig luisteren de toekomstige managers culturele diversiteit naar De Ruiter. Die leest passages voor uit een digitaal boek (PDF) en becommentarieert. Omdat hij na de pauze vragen stelt en antwoord wil, waagt een enkeling het een arm in de lucht te steken. Vinkje voor participatie. Het collegeonderwerp – de scheiding van kerk en staat in de VS en rechterlijke uitspraken daarover – interesseert ze voldoende om erover mee te denken. En meewarige kritiek te uiten op juridische besluitvorming, ook al hebben ze daar geen snars verstand van.

Had de docent er zin in?

Enthousiast is ‘ie zeker. Feitjes over katholieken, protestanten en andere gelovigen in de VS boeien hem. De geschiedenis van geloof in de VS is ook smeuïg: mormonen en hun polygamie, joden en de koopzondag, hersenspoeling van kinderen door het basisonderwijs. Te beroerd zijn eigen mening te verwoorden is De Ruiter niet, maar hij geeft keurig voorrang aan de collegestof.

Wat heb je nu geleerd?

Op papier staat dat de Amerikaanse overheid geen geld wil uitgeven aan gelovigen. Staat en kerk zijn strikt gescheiden. Maar er gaat wél geld naar seculiere organisaties. Omdat Amerikanen voor gelijke behandeling zijn, geven ze daarom in de praktijk toch geld aan gelovigen.

Alex Smit, 24, Sociologie

19 januari 2017


28

Over de schutting wat gebeurt er ondertussen op de andere universiteiten?

Masterscriptie

#fluitenkruid van quax Wim Quax is niet zomaar een kruidendoctor, hij is zelfs prof Farmaceutische biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Geen gepromoveerde versie van Klazien uut Zalk, schrijft universiteitskrant UK: “Zestig procent van onze reguliere medicijnen heeft een plantaardige oorsprong.” Bijvoorbeeld het kankermedicijn etoposide. Dat wordt gemaakt uit PPT, een stofje gewonnen uit het zeldzame plantje voetblad. Quax hoopt dat DPT, een daarop lijkende stof uit fluitenkruid, dat kan vervangen. Daarvoor moet er wel een ‘moleculair haakje’ aan worden toegevoegd. Quax zal daar voorlopig nog wel even mee bezig zijn.

#Nephuid glijdt beter Een dubbellaags synthetisch huidmodel, niet van echte huid te onderscheiden. Universiteit Twente promovenda Marina Morales Hurtado combineerde een laag van Poly Vinyl Alcohol, raapzaadolie en gluteraalaldehyde met een onderlaag met ultrazachte mechanische eigenschappen. Wat kun je daar al niet mee doen? Universiteitsblad UT Nieuws weet het: slidingtests om schaafwonden op kunstgrasvelden te onderzoeken. Tot nu toe werd dat gedaan met siliconenhuid, maar daar is niets menselijks aan. Wereldvoetbalbond FIFA en de Europese bond UEFA willen dan ook al snel aan de slag met het nepvelletje van Morales Hurtado.

#Blokkendoos in de klas Op de basisschool zou meer gespeeld moeten worden met blokkendozen en lego , aldus Ad Valvas, universiteitsblad van de VU. En dan niet in de kleuterklassen, maar juist in de oudere groepen. Uit onderzoek van promovenda Karin Vander Heyden blijkt namelijk dat dat enorm kan helpen bij het ontwikkelen van het ruimtelijk inzicht. En dat is zeer nuttig. Niet alleen bij het inparkeren van je auto later of bij het kaartlezen. Maar het is ook van groot belang in de exacte vakken, aldus Vander Heyden.

# fietsjatstad cambridge Slecht nieuws voor fietsers Cambridge, meldt onafhankelijk studentenblad Varsity, onze stad is de fietsendiefstalhoofdstad van het Verenigd Koninkrijk. Per duizend inwoners worden er jaarlijks 17 fietsen gejat. Zo’n zes diefstallen per dag. En voor wie daar weleens vertoeft: Station Road is de grootste risicoplek. Toch is het niet heel verrassend, geen Engelse stad is zo Hollands qua fiets als Cambridge. En het aantal aangiftes daar komt overeen met die in Groningen, fietsjatstad nummer 1 alhier. Ter vergelijking: volgens dataservice LocalFocus ligt in Tilburg het aantal aangiftes op 11,1 fietsen per 1000 inwoners.

19 januari 2017

Lachend maak je (geen) vrienden Lachend op selfies verkopen we onszelf aan de wereld. Maar dat is hartstikke kunstmatig, en met een neppe lach maak je geen vrienden. Michael Spikmans (Human Aspects of Information Technology) onderzocht hoe we lachende selfies beoordelen. Er bestaat een verschil tussen een oprechte lach en een neppe lach. De oprechte verschijnt als vanzelf wanneer we een positieve emotie ervaren, een neppe is geproduceerd om de ander te misleiden (aldus de wetenschap). Mensen met een oprechte glimlach worden als beter en aantrekkelijker beoordeeld. Wie een neplach opzet, wordt juist slechter beoordeeld. Mensen kijken naar je gezicht, om te beoordelen om wat voor lach het gaat. Om een lach te ontcijferen, gebruiken mensen belichaamde simulatie. Ze doen de lachende persoon na en vormen zo hun oordeel. Echt of nep? Pas als dat niet kan, grijpen ze terug op zoiets als context. Maar selfies worden gek genoeg vrijwel altijd gezien als niet-authentiek en nep, of de lach nou echt is of niet. Selfie-makers worden gezien als narcistisch, egocentrisch en show-offs. De context waarin je lacht, lijkt er dus ineens toe te doen. Niet het gezicht maar de situatie (selfie) wordt gebruikt om te oordelen. Aldus de theorie. Spikmans onderzocht of het inderdaad zo zit. Uit zijn onderzoek blijkt dat mensen een lach inderdaad als minder echt beschouwen, als de context kunstmatig is. Zelfs als ze de lach zelf kunnen nadoen. Over selfies heeft een grote groep mensen negatieve overtuigingen. Die gebruiken ze om de oprechtheid van een glimlach te beoordelen. Twee tips: lach oprecht, want mensen zien het verschil en bestraffen een onoprechte lach altijd zwaarder. En versier je online profielen niet met selfies, maar met portretfoto’s. Die wakkeren minder snel een negatief oordeel aan en zijn dus veiliger om te gebruiken. Cijfer 9,5


29

Opinion

leestijd

5

minuten

Academics in the lead text Emile aarts photography jack tummers

How will Tilburg University stay relevant in the future? “We need to open up to new ways of working, where team efforts are considered equally important as individual efforts,” emphasizes rector magnificus Emile Aerts.

W

e are on the threshold of the Digital Revolution and a new infosphere is going to determine our future. These are also exciting times because we will find new solutions to problems, solutions that will change our lives forever, and change them for the better. And yes, as mankind we are and we can stay relevant, just as we can stay relevant as a university, and Tilburg University is preparing to stay relevant in the digital revolution. We have to be prepared with a combination of scientific skills and practical insights. Scientific excellence is the foundation of our work. Impact is the desired societal relevance obtained by utilizing our scientific knowledge. It is the legacy of Cobbenhagen that the knowledge and expertise at our university

become meaningful if they are ultimately part of a practical wisdom combining science, multi disciplines with purpose and ethics. Single disciplines remain important, but their full impact will only become visible as part of a greater knowledge that is applied to construct solutions to the grand societal challenges we are facing. This is what makes us all relevant as we can all contribute from within our own individual fields of knowledge to the multiversity of the solutions that will advance society. The dawn of the Digital Age calls for a new plan that should address the question ‘Why and for what purpose are we running this university?’ In order to find an answer to this question we will put the academics in the lead. Through a number of concerted actions we will ask a broad section of professionals working at Tilburg University for their opinions on this. Central to this process is the Speech 2025 event,

and where all the different opinions about our future direction can be presented on a stage, so that we can benefit from them. In this way we will build a new strategic plan that will be broadly endorsed. In addition we will consult our external stakeholders, including our large volume of alumni and strategic partners at local, national, and international level, and reflect on their feedback. Tilburg University will be focusing knowledge utilization activities in the years to come on the following three Strategic Social Innovation themes: Generating Value from Data, Personalized Health and Well-being, and Toward a Resilient Society. Each of these themes is headed by an eminent scientist who will assume the role of figurehead and program manager. For Generating Value from Data it is Prof. Dick den Hertog; for Personalized Health and Well-being it is Prof. Johan Denollet, and for Toward a Resilient Society it is Prof. Ton Wilthagen. Obviously, these collective and collaborative efforts are nice starting points on paper. But they are rather hard to achieve in the practice of modern science because of the intrinsic autonomy of science and the current system of scientific evaluation, in which the number of publications and personal prizes are seen as a supreme good. We need to open up to new ways of working, where team efforts are considered equally important as individual efforts. This may even increase our relevance as individuals, for contributing to a team effort can be very stimulating and rewarding. The process of developing a new Strategic Plan for the years 2018-2021 will be running in the first half of 2017. Questions to be addressed are: How can we further improve and expand our educational programs to increase the number of students studying here? How can we both strengthen and broaden our research profile? How can we nourish and stimulate the growth of the themes we want to focus our knowledge utilization activities on? The current strategic plan has served a great purpose in taking Tilburg University to the position where it stands now. During the opening of the academic year 2017 the new Plan will be presented to you all as our common plan from which we determine our future. The New Strategic Plan should move Tilburg into the Digital Age.

19 januari 2017


30

reading time

6

minutes

Love me Tinder text Laura van gelder illustration Jeroen de leijer

The times when people depended on their social circles, work floors and dog walks to find a partner are long gone. Like it or not, the Tinder generation is here. Is the widely-used dating app changing us into ‘Tinderized’ creatures who are completely disconnected from real life - and real love?

A

screen pops up on my phone. ‘It’s a match!’, it excitedly informs me. A certain David and I can now start chatting, dating, planning our life together and deciding how to name our babies - nothing stands in our way to live happily ever after. But after a few polite introductions back and forth, our conversation quickly falls quiet. This has happened to me a lot since I’ve started using Tinder a few weeks ago: matches turn into chats, chats turn into awkward silences, awkward silences turn into a growing belief that this just isn’t working. Not really, in any case, because I have to admit that I do enjoy using Tinder. But even though swiping your way through an endless stream of potential lovers can be a fun way to spend your Sunday afternoon, I find it difficult to believe that it can lead to a serious relationship. Surely there’s no such thing as love at first swipe. Or is there? And what about those much-heard claims that love is dead and Tinder is to blame for it? The founder of dating app Hinge even wrote that the swiping interface is ‘designed to keep you single’. Could Tinder really be ruining our chance at finding love rather than increasing it? These are precisely the questions that social psychologist Tila Pronk, who specializes in human relationships, is trying to answer in a new

19 januari 2017

line of research. “It’s still very much work in progress, but we suspect that using dating apps like Tinder could indeed lower your chances of finding love.” ‘Shopping’ for love Together with professor Jaap Denissen, Pronk recently built a Tinder simulator to study the psychological effects of the app’s swiping interface. “Maybe we’re just old-fashioned, but rejecting or accepting a potential match on the basis of a photograph seemed very strange to us. It’s almost like you’re shopping in an online store like Zalando, but for a partner instead of a pair of shoes. We were curious to see what that does to you, to look at other people in such a superficial, almost artificial way”, Pronk explains.

by tapping the heart icon, or reject by clicking on a red cross”, Pronk says. “Some people tend to press the heart icon more easily than other people. Women are generally a lot pickier than men, but there are also considerable differences between people of the same gender. In our study, we want to examine whether someone’s personality traits can predict their inclination to reject or accept others. But we are also very curious to find out how using Tinder, or performing a Tinder simulation task, affects people. Do they feel more, or less connected to other people? Do they feel worse, or better about themselves? Does it affect their estimation of finding real, lasting love?”

‘It's almost like you're shopping, but for a partner instead of a pair of shoes’

Pronk and Denissen developed a Tinder simulation task that looks a lot like the real thing. “Subjects are shown a series of pictures of potential matches, which they can either accept

Rejection mindset On Tinder, rejecting someone is easy. Just one swipe to the left and it’s done - no explanation needed. Don’t like someone’s nose? Not a problem, people have been left-swiped for less. Throughout my own short-lived dating app >>


31

19 januari 2017


32

experience, I’ve probably rejected more men than during my entire pre-Tinder life. According to Pronk, that’s not all that surprising. “When you’re presented with an endless stream of potential partners, one after the other after the other, you easily become picky”, she says. “Not only do your options seem to be unlimited, but most people also look a lot better in their Tinder pictures than they do in real life. With an infinite pool of seemingly beautiful people to choose from, why would you settle for someone average?” Although Pronk emphasizes that the study is still in full swing and it’s too early to draw any conclusions, there are some indications that Tinder could complicate your love life rather than making it easier. “Our preliminary results show that when subjects perform the Tinder task, they quickly become more critical. As the task proceeds, they seem to become less likely to press the heart button and more likely to reject the potential matches they are presented with. And it also seems that the more people you reject, the less satisfied you are with the potential matches you did accept”, she explains. “Possibly, using Tinder can create unrealistic expectations and make you more prone to reject others. We call this a ‘rejection mindset’. We’re currently trying to find out if such a rejection mindset exists, and if it can be fostered by performing a Tinder task. If so, then, ironically, by using Tinder you might actually sabotage your chances at romantic success.”

Success stories Whether Tinder is destroying romance or not, its popularity cannot be disputed. Millions of people across the world are logging into Tinder every day. And we’ve all heard the success stories proving Tinder love exists. Personally, I’ve seen it with my own eyes: two of my friends met on Tinder a few years ago, and they now have a house and a cat together. How do you explain that? Perhaps reports of Tinder swiping out romance are a bit exaggerated. “Nowadays, a lot of new relationships spring from Tinder”, Pronk says. “So you can see that it works. It’s no longer just a hook-up app, it really brings people together. But on the other hand, if we zoom out a bit, we also see that there are currently more singles than ever before in western countries. That’s interesting. If a widelyused and super efficient dating app like Tinder would really work, then wouldn’t you expect to see a drop in the number of singles?”

‘If a popular dating app like Tinder really works, you would expect to see a drop in the number of singles’

Left-swiping monsters If you’re looking for love, creating a Tinder account might not be the way to go. After all, it seems that there is a possibility it could turn you into an overly picky, impossible-to-satisfy, left-swiping monster. So should we all stop using Tinder before it’s too late? Tila Pronk doesn’t think so. “Our hypothesis could very well turn out be untrue. I’m open to any outcome, and I’m definitely not against Tinder”, she says. Pronk currently has a

Tila Pronk

partner - whom she met the old-fashioned way - but she would actually be open to using Tinder herself. “I hope I won’t need to, of course, but I definitely wouldn’t be opposed to using Tinder if I would be single.” The fact that Tinder revolves around appearance and physical attraction is not necessarily a bad thing, Pronk adds. “Many dating websites will ask you all sorts of questions in order to match you to a compatible partner. But scientifically, there is absolutely zero support for such matching techniques”, she explains. “We know that physical attraction is one of the most important factors in predicting whether you like someone romantically or not. People don’t like hearing that, because they want to believe that looks don’t matter, but they do. Unlike dating sites, Tinder gets that. It simply shows you the pictures of potential matches, and leaves the rest up to you.” Awkward Although a dating apocalypse doesn’t seem imminent, I’ve deleted my Tinder account pending Pronk’s results. To be honest, I’m not even that scared of Tinderization. I just don’t like being on Tinder that much. It’s awkward, strange, and often disappointing. But then again, so is dating in the real world. Technology has changed the way we date, but it hasn’t necessarily made it any easier. Despite all of our knowledge and our cleverly built dating apps, finding love has remained an awkward, strange, and often disappointing ordeal. For most of us, the road to love is bumpy. It always has been, and it always will be. Sort of romantic, isn’t it?

19 januari 2017


33

reading time

5

minutes

text Laura van gelder

The travelling millennial Millennials love to travel. But they also love to do things differently: no longer interested in traditional beach vacations and touristic hotspots, millennials are seeking new experiences. According to researchers Suzanne van der Beek and Tom van Nuenen, young globetrotters are on a fevered quest for the ‘authentic’.

T

he Camino de Santiago (825 km.) runs through mountains, picturesque villages and lush farmlands. If you take the coastal route, you’ll pas white beaches and breathtaking sea cliffs on your way to Santiago de Compostela in northwestern Spain. Once crowded with medieval Christians seeking forgiveness for their sins, the road to Santiago had long turned quiet. In the 1980s, only a handful of people undertook the painstaking journey to the sacred cathedral where the remains of St. James are believed to be buried. But in the era of the millennial, one of the oldest forms of travel seems to have made a spectacular comeback: the pilgrimage. Dusty, old ritual The question is: why? Why are we suddenly putting on our hiking boots and stuffing our backpacks to perform a religious ritual that had pretty much gone extinct after the Middle Ages? PhD student Suzanne van der Beek was grasped by the sudden surge in popularity of the Camino de Santiago. “I became interested in the Camino because it seemed so unlikely to me that a dusty, medieval ritual could undergo such a revival in modern times. I was attracted by that paradox”, she says. Eventually, it became the topic of her dissertation. Initially driven by her academic interest, she has walked the Camino several times now, and is planning to go again in spring. >>

‘It seemed unlikely that such a dusty, medieval ritual coul undergo such a revival in modern times’ - Suzanne van der Beek -

19 januari 2017


34

‘The first question of newly arriving pilgrims at an albergue is always: do you have WiFi?’

Analyzing the online stories and travel blogs of modern pilgrims, Van der Beek found that the pilgrimage has taken on new meanings in our time. Unlike their medieval predecessors, most of today’s young pilgrims are not motivated by religion. “Religion is still one of the themes of the Camino, but it’s no longer the main theme. Especially not for younger pilgrims”, Van der Beek explains. So if millennial pilgrims don’t seek redemption, what is it they’re looking for?

Escape For many non-religious pilgrims, walking the Camino is a way to escape the hectic pace of modern life, Van der Beek explains. “It can serve as a riposte to aspects of modern society that many people are critical of, such as the fast-paced, artificial way we communicate with each other. That’s one of the reasons why the pilgrimage is so appealing in modern times. It offers a way to return to old values, such as care for each other, tranquility and contemplation.” But although the Camino offers a break from everyday life and a return to old values, most pilgrims don’t seem to detach themselves from modernity completely. “Ironically, a lot of pilgrims keep online travel blogs and post pictures of their journey on Instagram. A much-heard complaint of

19 januari 2017

hosts running an albergue along the Camino, is that the first question of newly arriving pilgrims is always: ‘Do you have WiFi?’. There’s that paradox again. To me, that’s what makes the modern pilgrim so fascinating.”

Plugged-in Apparently, for the generation that prefers to immerse itself in a different culture and lifestyle, the internet is an ally rather than an adversary. “Millennials are what we call ‘plugged-in’”, says researcher and lecturer Tom van Nuenen. He recently finished his dissertation Scripted Journeys at Tilburg University, in which he analyzes travel and identity in the digital age. Millennials live in a wired, connected world, Van Nuenen explains, in which they are constantly ‘shopping for experiences’. Travel is no exception: “It’s easier than ever before to book a trip online without making a plan, to find a good but not too popular restaurant on TripAdvisor, to find a place to spend the night on Airbnb, and so on.” Travellers, not tourists The plugged-in generation uses the internet to create a unique, personalized travel experience for themselves. According to Van Beek, the millennial’s quest for the unique and the authentic is often a motive for walking


35

column Leanne Soff

liberal arts student

Just like every generation

Foto: Dolph Cantrijn

‘Millenials tend to see themselves as travelers, not tourists’ - Tom van Nuenen the Camino. “Especially for younger pilgrims, walking the Camino is appealing because it’s special. It’s something different than ‘simply’ going backpacking in Thailand.” “Millennials tend to see themselves as travellers, not tourists”, Van Nuenen explains. “They’re stepping off the beaten path of the tourist industry as we used to know it.” And in doing so, a speedy WiFi connection on your smartphone can be of great assistance. “Which, of course, creates a new tourism industry in and of itself. An industry of online travel platforms and peer-to-peer services.” Ironic Traveling millennials are looking for authenticity in the existential, subjective sense of the word, says Van Nuenen. “They want to experience travel differently than the tourist. That’s a Romantic ideal of authenticity, which revolves around spontaneity and individuality.” Still, it seems ironic that millennials depend so heavily on the internet for authentic travel experiences. In fact, according to Van Nuenen, the plugged-in generation follows more scripts than any other. “Of course that’s ironic”, he says. “Our fascination with authenticity seems to be a reaction to the diminishing possibility to experience it.”

I’m on the train. Unable to find the silence area, I settle for a compartment that seems reasonably quiet. I’m able to focus on my book just fine, until we stop at Utrecht and two people in their twenties sit down behind me. With no silence-sign to angrily point to, there is nothing left for me to do but to listen to their annoyingly loud conversation: “It’s like, super irresponsible for people to have a full-time job next to their children. Like, you gotta be there for them, you know?” “Totally.” “Like, when I was young, my mum was only working two days a week.” “I know right.” “But like, I don’t think you should let children take over your life, you know? Like I know these people who are all about their children and it’s like... you have to have your own life you know?” “Totally.” Listening to the conversation, I can understand why older generations despise the younger ones. There’s something about their naivety, their arrogance of thinking that they will do a better job in life than their predecessors. They won’t just settle for a 9 to 5 office job. They’ll follow their dreams, change the world. I can’t wait until in 2027 I run into these people again, surrounded by three yelling children, their eyes screaming burn-out. When I ask them about their job, they yap on about something to do with financial administration. In summer they’re going camping with the children in some southern European country. They’ll spend around 13 hours in a crammed, overheated car with children that are both hungry and desperate to pee. No more backpacking in Asia, no more organic chia bowls. Just a good old sandwich with cheese and the wonderment of what has become of their dreams.

19 januari 2017


36

Waar is Univers?

door Leanne Soff fotografie Jack Tummers

dagboek van een eerstejaars

R

okend loop ik ’s ochtends over straat. Zoals altijd wanneer ik rokend over straat loop schiet iemand me aan en vraagt me om een sigaret. Ik haal een sigaret uit mijn pakje en zeg dat dat dan één euro wordt. Degene wordt boos. Hij zegt dat hij het belachelijk vindt om voor een sigaret te moeten betalen. Ik antwoord dat ik de sigaretten ook niet gratis krijg, dat ik in de winkel gewoon moet afrekenen, dat ik van mijn studielening moet rondkomen, dat het gek zou zijn om hem gratis sigaretten te geven, want wat als hij zin heeft om naar de bioscoop te gaan of toe is aan een nieuwe trui of lekker uitgebreid wil gaan lunchen? De man hoest en scheldt me uit. Ik zie de potentiële verkoop in rook opgaan. Misschien zette ik te hoog in en had ik met zeventig cent tevreden moeten zijn. Ik loop snel verder, een laatste trek van mijn sigaret nemend – ik schiet hem weg (die sigaret stuitert een paar keer op en neer op de stoep) en roep achterom kijkend naar de man terwijl ik op mijn sigaret wijs: ‘Rondje van de zaak!’ Ik sla linksaf, rechtsaf en nog een keer linksaf. Voor het faculteitsgebouw sta ik stil. Medestudenten met hongerige rokers­ ogen staan buiten naast de asbak bij de ingang. Niemand heeft een sigaret vast. Als ik een paar sloffen sigaretten in mijn rugtas had, zou ik nu miljonair of heel impopulair kunnen worden. Ik zet flink de pas in, richting de ingang. Ik loop met een snelheid die verstokte rokers zelden halen het gebouw in en kijk niemand aan.

19 januari 2017

in de debatklas Debatteren kun je leren. Het zou een goede slogan geweest zijn voor de Dutch Debating Winter School, ware het niet dat deze debatteerschool internationaal van karakter is. Uit alle uithoeken van de wereld stromen de mensen binnen. Angst bekruipt mij. Wat als er in deze workshop van mij verwacht wordt dat ik mee kan komen met de beste debaters? Zolang ik mijn mond dicht houd moet het lukken. Maar ja, daar zeg je me wat. Mij is in het eerste jaar van Liberal Arts and Sciences juist geleerd ergens iets van te vinden en dat uit te spreken. Dan kijken we daarna wel of het ergens op

slaat. En dus bevind ik mij al snel in een lastig parket. Zonder dat ik het door had, heeft mijn hand zijn weg de lucht in gevonden. Alle ogen op mij gericht. Paniekerig loop ik hersencel na hersencel na, in de hoop dat ergens nog iets overwegend intelligents te vinden valt, maar het is al te laat. Voor ik het weet heb ik een mening verkondigd. Ik voel de verwarde blikken om me heen. “Waar heeft ze het in godsnaam over?” hoor ik de jongen naast me denken. Wellicht kan ik mij in de toekomst toch beter tot het geschreven woord beperken.

In een afgeladen café Esplanade wist studievereniging Flow €1250,- op te halen voor Serious Request. Tijdens een veiling konden aanwezigen bieden op verschillende items en tegelijkertijd een goed doel steunen.

Univers mach07 Millennials  

Univers 7, 2017. Millennial special: wie zijn zij, wat zijn zij, wat willen zij en hoe gaat het ermee? Acht portretten van Tilburgse student...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you