Overheidsplan moet beter aansluiten op veranderingen in het W.O. Minister Deetman wil in de toekomst jaar/i/ks een overheidsplan opstellen waarin alle taken van de instelling en voor W.O., met de bijbehorende financiële middelen, zijn opg enomen, dit over heidsplan wordt g ebaseerd op het plan, dat elke instelling zal moeten opstellen. Beide overheidsplannen het overheids plan en het instellingsplan staan cen traal in de toekomstige methode van 'planning en bekostiging' binnen het W.O.. Minister Deetman komt met het publiceren van deze voornemens tege moet aan de kritiek van onder meer de Tweede Kamer, dat duidelijkheid over de planning nodig is voordat een goed oor deel over het wetsontwerp W W O '84 te geven is. De planning zal geregeld wor den in de Investeringswet voor de W W O '84, die dit najaar bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Volgens Minister Deetman sluit de huidi ge wijze van planning, bestaande uit on der meer de ontwikkelingen van de in stellingen en het jaarlijkse Algemeen Fi nancieel Schema van de minister, met meer aan bij de huidige situatie in het
W . O . De planning biedt op dit moment onvoldoende plaats voor vemieuwing binnen het universitair bestel. Bovendien is zij toegesneden op groei en niet op in krimping van de middelen. Daarom is het bijvoorbeeld moeilijk om taakverdeling en concentratie in te passen. Voorts ont breekt het aan een totaalvisie op het W . O . en zijn de bevoegdheden en ver antwoordelijkheden niet helder verdeeld. Het nieuwe systeem moet aan deze kri tiek tegemoetkomen en bovendien aan de Tweede Kamer een betere mogelijk heid bieden om invloed uit te oefenen op het W . O . . Zij moet dat doen via het over heidsplan, dat jaarlijks in januari het licht ziet. In de maanden daarvoor zal er over een ontwerp van dit plan overleg zijn met de instellingen. In het overheidsplan zullen de taken van
Deetman wil lagere instroom Minister Deetman wil in twee studierich tingen minder studenten toelaten dan waartoe de Academische Raad vorige maand had geadviseerd, en wel voor ge neeskunde en tandheelkunde. Voor bestuurskunde, dat dit jaar waarschijnlijk in Rotterdam en Leiden gezamelijk van start gaat en in Enschede al bestond, wil Deetman daarentegen geen numerus fixus, maar wel een plaatsingscommissie instellen. Deetman stelt voor om tot geneeskunde 1485 eerstejaars studenten toe te laten en daarnaast nog 240 aan de drie experi mentele studierichtingen geneeskunde.
die dit jaar in Leiden, Utrecht en Nijme gen van start gaan (elk 80). H ij baseert dit op de landelijke opnamecapaciteit van de tweede fase, zoals die na de taak verdeling en concentratie zal bestaan, te weten 1200 studenten. Dat komt over een met 1485 studenten in de eerste fa se, gezien de afvalpercentages. De Aca demische Raad had geadviseerd om 1810 studenten op te nemen, inclusief de nieuwe richtingen. De AR baseerde zich daarbij op de bestaande opnamecapaci teit. Ook voor tandheelkunde wil mi nister Deetman een lagere instroom: 360 in plaats van 415. H et verschil wordt in
de instellingen worden beschreven, die volgens Minister Deetman bestaan uit het verzorgen van de eerste en de twee de fase en van een korte opleiding, uit voorwaardelijk gefinancierd onderzoek en uit maatschappelijke dienstverlening. Op basis van de in het plan vastgestelde taken wordt het geld jaarlijks verdeeld. In het overheidsplan zal verder een jaarlijk se beoordeling plaatsvinden van de ont wikkelingen in het W . O . van het jaar er voor. Verder worden de wensen van de overheid kenbaar gemaakt, bijvoorbeeld ten aanzien van de instroom studenten, het personeelsbeleid, nieuwe opleidings behoeften en de studiefinaciering. H et plan is daarom een totaalplan voor het W . O . . De bekostiging van de activiteiten van de instellingen komt tot stand op ba sis van de beschreven taken. De jaarlijk se goedkeuring van de instellingsbegro ting blijft wel bestaan maar komt veel minder centraal te staan. Minister Deet man wil zijn voornemens over de plan ning nog deze maand bespreken met de colleges van bestuur.
J&J 8/9
A vondstudenten van de juridische facul teit klagen onze nnid denpagina vol. Er is be gtip voor hun klachten en iedereen zegt dat er meer nniddelen moeten komen.
O
Derrida of het verslag van een lezing over het filoso fisch werk van H eideg ger.
6//
Studierendement In afwachting van on derzoeksresultaten al vast een TH Bbijdrage!
Bert Bakker, UP dit geval verklaard doordat Deetman uit gaat van de bezuinigingen op de tand heelkundeopleiding in Utrecht. Daaren tegen is echter nog een Kroonberoep gaande en de bestaande opnamecapaci teit beslaat 115 studenten. De AR komt daarom 55 studenten hoger uit. Formeel biedt de huidige Machtigings wet Inschrijving Studenten Deetman niet de mogelijkheid af te wijken van het ad vies van de Academische Raad. Toen hij dit vorig jaar probeerde floot de Tweede Kamer hem terug. Ook nu is dat in princi pe nog mogelijk, omdat Deetman pas op 31 mei een defenitief besluit hoeft te ne men. Voor de andere studierichtingen volgt Deetman het advies van de Academi sche Raad. □ □ i,,p
KHT
Kruisraketten
Nee!
Afgelopen week donderdag kreeg de lan delijke actie tegen de plaatsing van kruis raketten, ook aan de KH T heel wat stu denten en personeelsleden op de been. Onder de strijdbare klanken van de "fan fare der eeuwigdurende bijstand" en een gelegenheidshogeschoolkoor overhan digde Marjon van den Berg een bundel met meer dan 1100 handtekeningen aan het CvBlid Martin Rijk met het verzoek deze lijst met handtekeningen van de ho geschoolgemeenschap bij de minister te deponeren. Een studente deed een oproep tot meer dan alleen maar een handtekeningenac tie: 'Terwijl miljoenen worden uitgege ven aan wapens wordt er bezuinigd op beurzen en studentenvoorzieningen. Als studenten kunnen we colleges van Nato collaborateurs boycotten, we kunnen dreigen met een langere staking." "Als instelling voor mens en maatschap pijwetenschappen is onze grote aandacht voor dit probleem zeer terecht," aldus M. Rijk die vond dat het de hoogste tijd werd om het contradictorisch proces, van plaatsing maar nooit gebruiken van kern wapens, te keren.
THB tot de vacantie Het Tilburg s Hog eschoolblad verschijnt de komende weken onreg elmatig . U krijgt nog een nummer op 25 mei, 8 juni en 22 juni. Het blad verschijnt niet op 1 juni (na Hemelvaartsdag ! en 15 juni (fia Pinksteren). Het laatste nummer van de zejaargang verschijnt dus op 22 juni. Ge bruikers van de mededeling en en adver teerders dienen rekening te houden met dit schema. Na de vacantie zijn we er weer op 31 aug ustus.
BRIEVEN KOLOFON MATSERTJES
reaKtioréi, "Rsaktionair" is een rubriek waarin reakties van lezers worden geplaatst. Naam en volledig adres van de schrijver(s) dient bij de redaktie bekend te zijn. Anonieme brieven verdwijnen in de prullemand.
Wat is kunst? De ruimte bij de aula van de K.H .T. is niet alleen een oase van rust in het Hogeschoolgebeuren, maar is ook een ruimte waar met de regelmaat van de klok tentoonstellingen worden gehou den. Van 13 maart t / m 6 april organiseerde Studium Generale een tentoonstelling ' die deel uitmaakte van het programma "Vrouwenbeelden". Foto's van Gon Buurman en van Annik Leroy, beiden freelance fotografes en van Doriet Hiethaar, beeldend kunstenares. Zij hadden hun artistieke werken bij de aula ten toon gesteld voor het publiek. Met ongetwijfeld dure camera's zijn hun artistieke inspiraties op de gevoeli ge plaat vastgelegd. Deze kunst is waarschijnlijk gesubsidieerd. Van 11 april t / m 1 mei is door Studi um Generale weer een tentoonstelling georganiseerd. 17 Fotografen hadden op uitnodiging van het ministerie van W.V.C. (C.R.M.) een fotoreportage gemaakt over destruktie en geweld in onze samenleving. Deze ook weer ge subsidieerde momentopnamen van in dividuen, groepen, situaties en de meest intieme lichaamsdelen werden door middel van H ERA'S hekwerken voor het publiek ten toon gesteld. Ook dit zal wel weer een vorm van kunst zijn!!?? In het kader van de derde lustrumvie
ring van de Personeelsvereniging van de K.H .T. is van 2 mei t / m 17 mei in gebouw A, nabij de aula, voor het per soneel en andere geïnteresseerden een expositie gehouden van werken, die gemaakt zijn door personeelsleden. In totaal waren 74 werken ingezonden. 74 Werken van pure liefhebberij, van vrije tijdsbesteding, van hobby en creativi teit. Een collectie van pentekeningen en aquarellen, van grafisch werk en druktechniek, van krijttekeningen en diaprints, tot gipsplastieken. Zeker niet te vergeten vier prachtige collages. In tegenstelling tot de twee voorgaan de tentoonstellingen was in deze ten toonstelling totaal geen agressie of ge weld te ontdekken. Men kan van een mooi en goed geportretteerd kinder kopje niet zeggen dat daar agressie van uitstraalt. En men kan toch ook niet spreken van destruktie als men ziet hoe een collage samengesteld is uit honderden componenten, en hoe met waardeloos materiaal een prachti ge old mobiel is ontstaan. Als men bedenkt dat voor al deze wer ken geen cent subsidie werd gegeven en men alles uit eigen middelen heeft bekostigd. Als men met minimale mid delen toch een optimale prestatie kan leveren, dan noem ik dat KUNST. Misschien is het ook een kunst om met een heel dure camera gesubsidieerde foto's te maken die zo versluiert zijn dat men nog niets kan zien. "Eigen werk van personeel" mag zich verheugen op een grote belangstelling. "Eigen werk van personeel" heeft de toets der kritiek grandioos doorstaan en is voor herhaling vatbaar. Misschien is het voor velen een stimu lans om hun verborgen talenten te ac tiveren. Heel veel succes nog toegewenst met jullie nog te maken werkstukken, want om geconcentreerd, creatief en in alle stilte en rust bezig te zijn in deze jach tige tijd, dat is op zich al een hele kunst. J . van Dongen
■■iin a t s e r t j e S H H 'Matsertjes' kunnen worden opgegeven bij de redaktie. Tot 30 woorden kosten ze ƒ 5,-; onder nummer / 2,50 extra. Reakties op advertenties onder nummer naar de redaktie sturen.
AA\(,KBOI)K\ VACANTIE: Ga 5 dagen naar Parijs met de Studentenreisclub. Reis per luxueuze touringcar, verblijf in goed hotel in centrum en ontbijt: / 179,—. (alleen reis kan ook: ƒ 95,— retour). Vertrek 30 mei en 8 juni. Inl.: 020-761010 (na 19.00 uur). VOUWCARAVAN: Merk: Trigano Translet. Type: Recreacar Bonaparte. In zeer goede staat, met veel extra accessoires en kantelbeugels. Voor 6-8 pers., tel. 013-683052. VACANTIE: Wil je lekker een periode in Arasterdam zitten, beter en goedkoper dan een hotel en vrij als een vogel? Bel dan van ma. t/m vr. tussen 14.00 en 16.00 uur Arnout tel. 020-645720 of tussen 21.00 en 23.00 uur Ronald tel. 020730337. VAKANTIE: Goedkope studentenzeilcursus? Tel. 051404080. TE KOOP: Gehele boekenpakket prop. rechten, wegens afbreken van de studie. Alles zo goed als nieuw. Prijs n.o.t.k. Tel. 05140-4080. VACANTIE: Ga 5 dagen naar Parijs met de Studentenreisclub. Reis per luxueuze touringcar, verblijf in goed hotel in centrum en ontbijt: ƒ 179,— (alleen reis kan ook: / 95,— retour). Vertrek 30 mei en 8 juni. Inl.: 020-761010 (na 19.00 uur).
GEVRAAGD TYPEWERK: Typebureau Backer voor typewerk m.b.v. tekstverwerker, 10% korting voor studenten. Prijslijst op aanvraag. Geopend van 13 tot 17 uur. Rodedorp 38-40, 4301 HW Zierikzee. Tel. 01110-5073.
— In memoriam — Afscheid van Peter van den Brekel Op 5 mei j . l . overleed Peter (Piet) van den Brekel. Daarmee kwam een einde aan een moedige strijd van twee jaar tegen de kanker, die zijn lichaam ondermijnde. Verslagenheid is het juiste woord om het gevoel weer te geven dat het bericht van zijn, toch nog plotselinge, dood opriep bij ons, die hem gekend hebben. Verslagenheid omdat uiteindelijk niet Piet, maar de dood overwonnen had. Zijn wil om te leven was zo sterk, zijn optimisme zo overtuigend, dat je, tegen beter weten in, geloofde dat hij zijn ziekte zou trotseren. Peter van den Brekel studeerde sinds 1978 ekonomie in Tilburg. Hij was bepaald geen zolderkamer-geleerde. Integendeel. Studeren is leuk en nuttig, maar, zo zei hij altijd, er zijn nog zoveel andere belangrijke dingen in het leven. Hij wilde vooral mensen leren kennen en goede kontakten opbouwen. Als mentor van een groep eerstejaarsstudenten toon-
Tilburgs Hogeschoolblad
de hij een enthousiasme en inzet, die aanstekelijk werkte. In de jaren dat hij in Tilburg heeft gewoond, heeft hij heel veel vrienden gekregen. Dat was zijn primaire keuze, en hoe juist die keuze is geweest heeft hij de afgelopen twee jaar ten volle ervaren. Zijn familie en zijn vrienden hebben hem met veel liefde en bezorgdheid omringd, hij genoot daarvan met volle teugen en het was hem een geweldige steun. "De laatste twee jaar waren de mooiste van mijn leven" zei hij op zijn sterfbed. Dat was Piet van den Brekel ten voeten uit. Piet laat een immense leegte achter. Wij zijn trots hem gekend te hebben. Met liefde en vooral grote bewondering zullen we aan hem blijven denken. Namens al zijn Tilburgse vrienden Christa Thoolen
18 mei 1984
TE HUUR GEVRAAGD: Kamer in centrum Tilburg of dicht daarbij voor Ie jaars studente taalwetenschap aan de KHT. Prijs 250-300 gulden. Tel. 076-654345. AUGUSTINUS: In oprichting een lees- en studiegezelschap 'De Civitate Dei'. De bedoeling is, twee jaar lang per maand ongeveer vijftig bladzijden te lezen uit de vertaling van G. Wijdeveld (Augustinus: De Stad van God, Baarn-Amsterdam 1983, ƒ 25,—) en daaraan dan telkens, te mijnen huize in de vroege avonduren, een bijeenkomst te wijden, niet zonder raadpleging van wat er in het Latijn staat. Misschien kan lezen en bestuderen ook tot publiceren leiden, maar dat hoeft niet. Inlichtingen en aanmelding: A. Rieter, Berkel-Enschot, 013-332670. STUDENTASSISTENTSCHAP: Op het Economisch Instituut van de R.U. te Utrecht bestaat een vacature voor een studentassistent. De werkzaamheden houden verband met kwantitatief onderzoek op het terrein van de arbeidsmarkt. Belangstellenden die in het bezig zijn van het kandidaatsdiploma economie of econometrie worden verzocht vóór 15 juni a.s. schriftelijk contact op te nemen met J. Siegers (Economisch Instituut, Boothstraat Ic, 3512 BT Utrecht; voor tel. informatie: 030-310313/02519 - 14578).
VARIA GELIJK: Eigenlijk heb je gelijk: die laatste scriptie en dat ene keuzevak bewijzen ook niets. Meesterschap is Bregstein in je haar smeren en opgewekt een boodschap van land- en tuinbouw doen. "Werkgroep Blijf gewoon jezelf Alexander".
tilburgs hogeschoolblad weekblad voor de katholieke hogeschool tilburg redaktie - eddie vaes (hoofdredakteur) twan geurts, lennart kik, angela lodder (assistente) medewerkers paul emonts, wouter van gils, peter pennartz, henk zomer, wilma okkerse, edwin van den oetelaar, ben beljaars, marijne van der jagt, bert haagsnnan, hanneke burggraaff samenstelling redaktieraad prof mr p van seters (voorzitter), dr. j koning, dr h. van erp, m. ackermans (adviseur), a de laaf, drs. th. schouw, dr. m van hoorn, mevr. j.a.m.j. jansen, h van kleef, drs. c.p.j.m. broekhof officiële mededelingen buro pers en voorlichting cartoonist ad van haandel, henk van de berg advertenties angela lodder kopij alle kopij moet uiterlijk op donderdag de week vóór het verschijnen in het bezit van de redaktie zijn redaktie-adres/advertenties hogeschoollaan 225, tilburg, telefoon (alleen voor thb) 662277 en 662606 intern 2277 en 2506 kamer 207 en 208 (gebouw b) foto rien siers landelijk samenwerkingsverband universitaire pers (up) waarbij verder aangesloten ad valvas (vu amsterdam), wagenings hogeschoolblad, utrecht universiteitsblad, delta (delft), thberichten (eindhoven), tht-nieuws (twente), observant (maastricht), uk (groningen) en ku-nieuws (nijmegen) druk drukkerij em de jong bv, baarle-nassau abonnementen voor niet-hogeschoolleden f 15,— per jaargang
ting Het Nederlands Studiecentrum voor Informatica-Studiecentrum NOVI in Amsterdam. De hogeschool heeft voor deze aankoop 300.000 gulden neergeteld. De feitelijke waarde van de collectie was eerder door een officiĂŤle taxateur op het dubbele bedrag getaxeerd. Van de overheid ontvangt de KHT de nodige gelden om de informatica-bibliotheek te ontsluiten.
Hoogleraar Letteren
Onderwijsresearchdagen 1984 aan de KHT Op 21 en 22 mei staat de Katholieke Hogeschool Tilburg in het teken van de Onderwijsresearchdagen 1984 (ORD '84). Evenals in 1982 zal de KHT, onder toezicht van de Vereniging voor Onderwijs Research (VOR), de dagen organiseren. De doelen van deze dagen zijn: de kwaliteit van het onderzoek verbeteren, de doorstroom van informatie bevorderen, breder inzicht verschaffen over research en het contact bevorderen tussen onderzoekers onderling, maar ook tussen onderzoekers en gebruikers van onderzoek. Aanvankelijk zouden de ORD plaatsvinden aan de TH-Eindhoven, maar het College aldaar was niet in voldoende mate bereid ^medewerking te verlenen waardoor men genoodzaakt was naar elders uit te wijken. De opening zal gebeuren door de Rector Magnificus van de Hogeschool, Prof. dr. de Moor. De openingsrede zal worden gehouden door Ir. Van der Schans, voorzitter van de Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs. Tijdens het congres zullen verschilende 'stand van zaken papers' worden aangeboden. Deze papers gaan over diverse terreinen van ' de onderwijsresearch. Nieuw voor de ORD zijn de symposia. Onderzoeken worden hier besproken met onderwijskundigen en anderen die in de begeleidings- en opleidingssector hun bezigheden hebben. Er zal een aanmoedigingsprijs worden ingesteld voor jonge beginnende onderzoekers. Deze symbolische prijs wordt uitgereikt aan degene die het beste ORD-paper heeft ingediend. Op maandag zullen onderwerpen door verschillende mensen en op verschillende manieren belicht worden. Een greep uit de thema's: onderwijs en informatietechnologie, begeleiding en onderzoek, onderwijzen en docentgedrag, probleemoplossen en creativiteit, samenwerking en fusie, leerproblemen en schooluitval, media en onderwijsinnovatie, zelfstandig leren. Voor meer informatie: het secretariaat van de ORD '84, KHT gebouw O kamer 13. Telefoon: 013-662263. Qp
Aankoop informaticabibliotheek De Tilburgse Hogeschool is kortgeleden eigenaar geworden van de uitgebreide NOVI-bibliotheek. Deze verzameling van informatica-literatuur omvat een collectie van 20.000 boeken en 350 tijdschriften en stamt uit het bezit van de Stich-
Tilburgs Hogeschoolblad
Dr. L.G.M. Noordman (44) is benoemd tot hoogleraar Taal- en Literatuurwetenschap aan de Tilburgse hogeschool. Noordman studeerde filosofie in Leuven en psychologie in Groningen. In 1977 promoveerde hij in Groningen op het proefschrift "Inferring from language". Vanaf 1980 was Noordman hoofd van de interfacultaire werkgroep Taal- en Spraakgedrag van de Katholieke Universiteit Nijmegen.
Vakliteratuur voor Derde Wereld Universiteiten in de Derde Wereld kampen met een tekort aan vakliteratuur. Zij kunnen de dure abonnementen niet betalen. Dit in tegenstelling tot de Westerse universiteiten, die door een overvloedig literatuuraanbod ruimte tekort komen in de bibliotheken. Ook komt er literatuur vrij door het gebruik van microfiche-apparatuur en door de op stapel staande fusies en sluitingen van faculteiten. Het NUFFIC Periodicals Project bemiddelt in het overhevelen vah tweedehands wetenschappelijke literatuur van Nederlandse universitaire instellingen naar Derde Wereld-landen. De Rijksuniversiteit van Groningen heeft zo een partij wiskundeboeken geleverd aan de Eduardo Mondlane Universiteit in Mozambique. Ook andere instellingen hebben hun overtollige literatuur aangeboden. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking heeft 25.000 gulden aan subsidie toegezegd voor de vervoerskosten. De Derde Wereld universiteiten zijn vooral geĂŻnteresseerd in boeken en tijdschriften in de Engelse, Franse, Spaanse en Portugese taal. Voor meer informatie: Peter Samson van het NUFFIC Periodicals Project, Postbus 90734, 2509 LS Den Haag, telefoon 070-502681, toestel 225. G . R.
Groei eerstejaars stagneert De groei van het aantal aanmeldingen aan de KHT stagneert. Het Centraal Bureau Aanmelding en Plaatsing (C.B.A.P.) heeft per 19 april 1.601 aanmeldingen, 1330 voltijdse en 271 deeltijdse, voor de KHT. Dit is ongeveer evenveel als in vorig jaar april. Het aantal aanmeldingen bij Psychologie blijft zo goed als gelijk. Bij Econometrie en Rechtsgeleerdheid valt een stijging waar te nemen met respectievelijk 58,2 procent en 10,2 procent. Sociologie en Taal- en Literatuurwetenschappen kelderen met respectievelijk 22,3 procent en 28,4 procent. Economie en Wijsbegeerte dalen respectievelijk met 12,1 procent en 14,3 procent. De aantallen aanmeldingen bij Econometrie, Sociologie, Psychologie en Rechtsgeleerdheid komen globaal overeen met de landelijke cijfers. Economie kent lan- delijk een minieme stijging. Q R
Hoogleraar Theologie
Senatoren komen op voor wijsbegeerte Ook de Eerste Kamer heeft de taakverdelingsplannen goedgekeurd. Daarmee is de weg vrij voor het in werking treden van de afvloeiingsregeling voor overtollig personeel, 'het sociaal plan', en de overgangsregeling voor gedupeerde studenten. De senatoren maakten het minister Deetman niet moeilijk. De 'kamer van bespiegeling' bekommerde zich om zaken als wijsbegeerte, waarvoor pas na de zomervacantie knopen worden doorgehakt. PvdA-woordvoerder de Rijk opperde daarbij het idee van een concentratie van docenten, die vermoedelijk reizend van de ene naar de andere universiteitsstad, vooral een volledige filosofieopleiding in stand zouden kunnen houden. Baanloos geworden wetenschappers mogen met behoud van uitkering doorwerken als hun instelling daartegen geen bezwaar heeft, zei Deetman in antwoord op een andere suggestie van de Rijk. Mits ze geen normaal werk verdringen. De overheid gaat dat echter niet stimuleren of binnen de perken houden. 'Dat zou een te gedetailleerde bemoeienis zijn, waarbij mij de rillingen over de rug lopen', aldus de minister, die ook op andere fronten de 'deregulering' ter hand beloofde te nemen. Het academisch statuut heeft een bijzonder deel waarin alle studierichtingen staan beschreven. Nu daar in verband met de taakverdeling toch de bezem doorheen moet, zal Deetman meteen bezien of die gedetailleerde beschrijving wel nodig is. Overigens is hij nog niet uitgesaneerd. Een permanent proces van taakverdeling 'lijkt gelet op de veranderingen in het wetenschappelijk onderwijs onvermijdelijk' zei de minister, maar dan procesmatig, geleidelijk en minder omvangrijk'. En: niet om te bezuinigen maar om te verbeteren. L.T./U.P.
Acties tegen WWO '84 Deze week was actieweek tegen de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs 1984 (WWO '84). Maandag zijn er in een 7-tal universiteitssteden hoge gebouwen waaronder de Domtoren in Utrecht - bezet en hebben de actievoerders een spandoek ontrold met een of twee woorden. Alle woorden uit de zeven steden tesamen vormden de tekst: WWO '84 NEE, GEEN AFBRAAK MAAR UITBREIDING VAN DE DEMOCRATIE. Dinsdag en woensdag vonden er op stedelijk nivo acties plaats en donderdag was er een congres in Amsterdam. Tijdens dit congres wilde men een alternatieve wet voor WWO '84 formuleren. Deze 'schaduwwet' moet dan aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Het parlement zou de wet deze week behandeld hebben maar dit is uitgesteld tot half juni. De Landelijke Studentenvakbond (LSVB), die samen met de plaatselijke bonden de acties organiseerde, stelt dat door de WWO '84 'de invloed van de studenten beperkt wordt tot een kwart'. De Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs 1984 houdt o.a. in dat besturen worden ingekrompen van vijf naar drie leden. Minder mensen hebben meer te vertellen. Voor faculteitsraden geldt ongeveer hetzelfde. De L.S.V.B, vreest voor een uitholling van de democratie op de universiteiten en hogescholen. G.R.
De theologische Faculteit Tilburg heeft dr. N. Schreurs (42) benoemd tot hoogleraar in de dogmatische theologie. Schreurs studeerde filosofie en theologie, onder andere in Paderborn, Tubingen en Nijmegen. In Nijmegen was hij ook de laatste jaren werkzaam als maatschappelijk medewerker aan de vakgroep dogmatiek. In 1982 promoveerde Schreurs op het proefschrift "Geloofsverantwoording: van apologetiek naar een hermeneutische theologie niet apologetische inslag".
O
Letterencongres taalvaardigheid Zoals vorige week in het THB te lezen stond, organiseren de tweedejaars studenten van de subfaculteit Letteren van de KHT op donderdag 24 mei een congres rondom Taalvaardigheid. Dit in het kader van hun studie. Deze subfaculteit verschilt van andere Letterenfaculteiten in het land doordat ze niet primair opleidt voor het onderwijsveld. De onderzoeksthema's liggen dicht bij de maatschappelijke werkelijkheid, zoals het programma van het congres uitwijst. Qp
Programma Datum: 24 mei Plaats: SZ 17 9.00-9.15: Ontvangst 9.20: Inleiding door congresvoorzitter: Lia van Bavel 9.30: Het geziciit van de l<rant 1. Inleiding: Rob van Kranenburg 2. Vormaspecten Presentatie: Lezing + band-dia Spreekster: Louise van het Hof 3. Inhoudsaspecten Presentatie: toneelstuk + lezing Spreeksters: Dorine van Drunen, Hanneke van Gorp, Marie-Louise Luybregts 11.00: Column 1. Inleiding: Marja Scholten 2. Lezen en laten lezen Presentatie: video 3. Kwantitatief onderzoek van columns Presentatie: lezing + geluidsband 4. Van schelden tot literatuurkritiek Presentatie: lezing + geluidsband 5. Leesbaarhied van columns van Hugo Brandt Corstius Presentatie: lezing Spreekster: Jarmila Pavel 6. Speelt Stoker strippoker, en is Grijs goed wijs? Presentatie: geluidsband + lezing Spreekster: Bernadette Nitert 13.45: Omroepbladen 1. Inleiding: Hanneke van der Heijden 2. De omroepgidsen vergeleken Presentatie: lezing + dia's Spreker: Lex Jansen 3. De functie van omroepgidsen Presentatie: forumdiscussie Voorzitster: Monic Foppele 15.30: Communicatie binnen de subfaculteit 1. Inleiding: Frank Hilgers 2. Communicatie in onderwijs Presentatie: lezing Spreekster: Annemarie van den Berg 3. Communicatie dienstverlening Presentatie: lezing + dia's 4. Communicatie Subfaculteit/Commissies Presentatie: toneelstuk
18 mei 1984
Hervormingen in de bestuurlijke hiërarchie van het W.O. Wat is de politieke kleur van de hervormingen in het W.O. Zijn ze hiërarchiserend en ongelijheid bevorderend dan willen we ze conservatief noemen. Niet alle hervormingen zijn zo "gepland" als bijvoorbeeld de tweefasenstructuur (TFS). Er vinden ook sluipende hervormingen plaats, die een structureel karakter dragen. Hervormingen zijn er al geweest op het vlak van het onderwijs (TFS, collegegeldverhogingen) en staan er nog aan te komen (TVC-operaties, studiefinanciering). Ook op het vlak van de arbeidsvoorwaarden hebben we grof geschut gezien: salariskortingen en tijdelijke aanstellingen. Deze maatregelen zijn ons inziens conservatief van aard daar ze hiërarchische structuren versterken en ongelijkheid bevorderen. Voor het wetenschappelijk personeel treedt nu pas deze hiërarchisering duidelijker aan het licht. Waren zij in de jaren zeventig bevrijd van het juk der professoren-zeggenschap, of was deze verlicht, nu zijn het de landelijke richtlijnen en de daaraan vormgevende secretariaten van de instellingen die het beheer verstrakken. De professoren-zeggenschap komt zo in nieuwe vorm weer terug. Verschillende maatregelen vervullen daarbij een rol. Zo wordt personeel in toenemende mate slechts voor beperkte duur en wel omschreven taken aangenomen. De individuele werkonderzekerheid op langere termijn bebeknot hun betrokkenheid en hun bewegingsvrijheid. Niet onvermeld mag blijven de herziening van het rangenstelsel. Ook hiermee wordt het personeel opnieuw gerangschikt en wordt een structuur van leiders en geleiden gecreëerd, geheel passend in de hiërarchiseringstendenzen. De beoordeling ervoor geschiedt aan de hand van criteria die een conservatieve wetenschapsopvatting en -methode bevoordelen. Kun je nagaan wie de leiders worden. Eerst uiteenzetten hoede hervormingen m.b.t. de financiering van het onderzoek eveneens getuigen van een rechtse inslag.
FINANCIERINGSREGIEM VAN HET ONDERZOEK
Financiering van onderzoek is mogelijk via drie verschillende zogenoemde geldstromen. De eerste is voor een deel een bekende: een bedrag naar rato van de onderwijslast. Dat lijkt niet zo slecht. Zeker niet als gekeken wordt naar het aantal studenten. Niettemin ligt er hier een bezwaar voortvloeiend uit wat je zou kunnen noemen schaalvoordelen m.b.t. het onderwijs. De grote vakgroepen zijn er duidelijk mee in het voordeel. Bovendien brengt de koppeling een bepaalde vermenging met zich
mee of lokt deze uit. Onderwijs geven over je onderzoeksonderwerp levert je oneigenlijke onderzoekstijd op. Specialisatie op een onderwerp is ook tijdwinst. Specialisatie is daarbij niet erg, maar wel het gevaar van verstarring en de onmogelijkheid van inspraak voor studenten bij het onderwijs. Binnen de eerste geldstroom is echter ook geld te krijgen via de zgn. voorwaardelijke financiering. Je legt als kandidaatonderzoeker een onderzoeksvoorstel voor aan de daarvoor opgezette beoorde-" lingsinstanties en probeert aldus in aanmerking te komen voor financiering. En wat lijkt er nu mooier dan een beoordeling van deze projecten op maatschappelijke bruikbaarheid zinvolheid en onafhankelijk critisch karakter? Niets, ware het niet dat zo'n beoordeling niet zonder haken of ogen is. Het betreft een walgelijke lange procedure, waarin achtereenvolgens de onderzoekscommissie van de faculteit, het faculteitsbestuur, de faculteitsraad, het college van bestuur en de hogeschoolraad bepalen met welke projectvoorstellen de hogeschool het best de concurrentieslag met andere instituten kan aangaan. Vervolgens is er een commissie die onder toezicht van de academische raad de minister van O. en W. adviseert bij zijn keuze. De mensen die deze beoordeling moeten verrichten zijn "grote namen" op het betreffende vakgebied. Alternatieve voorstellen maken dus structureel gezien weinig kans. Bovendien kunnen gezien de omvangscriteria die aan de onderzoeksvoorstellen worden gesteld (minimaal vijf mensen moeten er vijf jaar werk aan hebben) alleen de grote vakgroepen zelfstandig onderzoeksvoorstellen zover kjijgen. Dan is ook van belang dat deze vakgroepen (logischerwijs) de bestuursstructuur van de instellingen domineren: tel uit de selectie. Kleinere vakgroepen ontbreekt het aan compagnons (andere instellingen zijn immers concurrenten) en worden zo afhankelijk gemaakt van de grote vakgroepen, waar ze tot "multidisciplinair aanhangsel" mogen dienen. De concrete uitvoeringswijze houdt vervolgens enige bewakingsmethoden in die alweer hiërarchiserend en ongelijkheid bevorderend zijn. Zo wordt er binnen de vakgroepen een verantwoordelijke aangesteld voor de budgetbesteding. Op vaste tijdstippen moeten daarvoor voortgangsverslagen betreffende het onderzoek worden ingeleverd. Deze formalisering kost tijd en kweekt een hiërarchische verhouding die de professoren-zeggenschap van weleer evenaart. Binnen deze tendenzen past ook het streven om meer medewerkers, zes, per hoogleraar te krijgen. Tijdelijke aanstellingen maken de ondergeschiktheid vervolgens
Op vrijdag 1 juni 1984 promoveert de psycholoog Jan Boelhouiver aan de KHT op het onderwerp; de knipoog. Daar zuIJen wel weer heel wat grappen over gemaakt worden. Op de kaft van zijn proefschrift heeft Jan een foto van zichzelf laten afdrukken. In wat voor houding zien we hem daar staan? Inderdaad: met één oog open en één oog dicht. "Het kon nog net," zei Jan Boelhouwer, "vlak voor het einde van het Ik-tijdperk. " In de Tilburgse sub/aculteit psychologie kiezen de meeste geleerden beperkte onderwerpen. Kees Brunia, bijvoorbeeld, heeft zich gespecialiseerd in de kniepees-re/Iex. Hij weet precies wat er gebeurt als iemand tegen zijn knie schopt. Dan roept hij 'Au/' Jan Weijnen, om een ander voorbeeld te nemen, heeft zich ingegraven in het likgedrag bij de rat. Dat is een heel zeldzame a/wijking, want ik ben nog nooit een patiënt tegengekomen die een onbedwingbare neiging had om ratten te gaan likken; daar bestaat ook nog geen therapie voor. En Jan Boelhouwer bestudeert de knipoog. Wanneer knipoogt iemand? Nee, dat hebt u helemaal mis. Het goede antwoord luidt; als je hem in zijn oog blaast. Terug naar de promotie die nog moet plaatsvinden. In Amsterdam voerden ze vroeger één maal per jaar de Gijsbrecht op; in Tilburg spelen ze gemiddeld één maal per maand de promotie. Ik vind dat een mooie plechtigheid, vooral omdat de toegang gratis is en de deelnemers na afloop met alkohol weer op de been worden gebracht. Twee uur voordat de promotie plaatsvindt zien we de promovendus in rokkostuum naar gebouw A wandelen. Waarom zo vroeg? Omdat de microfoon op mondhoogte
Tilburgs Hogesjphoolblad
totaal. Alternatieve combinaties van onderzoek en onderwijs, waar studenten ruimte wordt gegund (leeronderzoek en projectonderwijs) komen natuurlijk al helemaal niet in aanmerking voor deze geldstroom. De tweede financieringsstroom (via het Z.W.O.) willen we hier niet nader bespreken omdat hier nog belangrijke veranderingen staan aan te komen. De Contractresearch als derde geldstroom betreft tenslotte onderzoek dat geheel buiten de rijksbegroting valt. Onderzoek dat van bovenstaande financieringswegen wordt uitgesloten wordt via deze deur de straat opgestuurd. "Kijk maar of je een klant vindt!", luidt de maatschappelijk bewogen aanmoediging. Onderzoek voor vakbeweging, emancipatievraagstukken, milieuproblematiek etc. lopen door hun critische vraagstelling, of door hun beschouwelijke aard een geringe kans een private geldschieter te vinden. Deze vorm van financiering stuurt het onderzoek in de richting van a-critische en afhankelijke wetenschapsbeoefening. Duidelijk voor het bedrijfsleven bedoeld. De WeWi die wel ruimte biedt aan deze belangenonderzoeken moet het geheel hebben van de sociale bewogenheid van de medewerkers, aangezien het onderzoek niet voor zelfstandige financiering in aanmerking komt en het meestal niet leidt tot publicaties in "zogenaamde erkende" vaktijdschriften, waarover verderop meer.
HET " M E T E N " VAN WETENSCHAPPELIJKE ACTIVITEIT Hiërarchische structuren kunnen niet zonder administratieve controle. Tegenwoordig geschiedt deze door het tellen van publicaties in "vaktijdschriften" en zelfs het aantal bladzijdes. Daartegen bestaat één hoofdbezwaar. De inhoud van onderzoek is niet met een kwantitatieve maatstaf te beoordelen. Hieruit voortvloeiende bezwaren zijn tweeërlei. Het eerste is dat de maatstaf "publicaties" discrimineert ten aanzien van de mate waarin onderzoek erop gericht is om gepubliceerd te worden (langdurig, historisch of risico-vol onderzoek valt buiten de boot). Het tweede bezwaar is dat de geselecteerde vaktijdschriften die meetellen bij de beoordeling van wat "echt wetenschappelijk" is een bepaald karakter hebben. Het zijn de traditionele vaktijdschriften met een vertekening naar taalgebied (engels) van wiskundige aard. Bovendien zijn zij geneigd veelal alleen artikelen te publiceren die passen bij hun traditionele wetenschapsopvatting (alternatief
TE BERDE
onderzoek, of onderzoek in het nederlands, gericht op Nederlandse problematiek telt ook niet mee). Controle op de activiteiten van wetenschappers lijkt ons ook noodzakelijk, wetenschappers zijn immers werknemers in dienst van de samenleving. Deze controle zou inhoudelijk moeten zijn en niet gericht op aantallen. Wie laat je die controle echter uitvoeren. Studenten, bestuurders of collega's. Wie is er genoeg gespecialiseerd, zal de ander niet de hand boven het hoofd houden en wanneer schep je geeii machtspositie? Een ander probleem is dat je zowiezo mensen die met elkaar in contact staan het werk van een ander laat beoordelen. Ons lijkt het enige wenselijke alternatief dat elke wetenschappelijke medewerker verslag aflegt van zijn activiteiten (bijvoorbeeld in het wetenschappelijk jaarverslag). Dan wordt wel aangegeven of iemand zijn of haar taak heeft uitgevoerd, maar er is dan ook plaats voor bij- voorbeeld studies gemaakt met een groep studenten in projectonderwijs, of onderzoek dat 'slechts' resulteert in een intern stuk of een onderzoeksnotitie. In het bovenstaande hebben we geprobeerd duidelijk te maken hoe sterk conservatief en beperkend de hervormingen van de laatste tijd zullen uitwerken. Formeel is het hoofddoel van de hervormingen het bezuinigen. Dit is het argument van de minister, waartegen de gekozen bestuursorganen op de hogeschool dan ook weinig verweer hebben. De manier waarop de hervormingen gestalte krijgen, wordt bepaald door de secretarissen op de hogeschool en de besturen van de verschillende faculteiten en vakgroepen. Dan blijken de hervormingen (en nieuwe financieringsvormen) zo uit te werken dat er vooral voor conservatief onderzoek geld is en zeker niet voor vernieuwend onderzoek. Dit wordt nog eens bevestigd door de gekleurde manier van beoordelen. De zeggenschap die de nieuwe magistraten trachten op te bouwen zullen we met alle mogelijke middelen moeten proberen in te dammen. De nieuwe bestuursstructuur zou een democratische zijn, weet je nog wel? de werkgroep politieke ekonomie
moet worden ingesteld, en dat kunnen ze op de KHT niet zo snel. Vlak voordat de plechtigheid begint, mag het pubhek de zaal in. Bij de ingang van de aula staan altijd twee Tilburgse jongens die de Vinger Gods op hun jasje hebben genaaid. Dat vind ik een vies gezicht; wat doen ze met die vinger? Trouwens, wat moet het publiek met die jongens doen? Ze staan daar maar. Misschien wachten ze op een fooitje, maar ik heb nog nooit gezien dat iemand bij het passeren gul de portemonnaie trok. Als het publiek zit, komt het cortege binnen; een stoet in toga. In de Nederlandse romanliteratuur is slechts één mooie beschrijving te vinden van het binnenkomen van zo'n stoet. In de detectiveroman 'Twee minuten stilte' heeft Karel van het Reve een Amsterdamse promotieplechtigheid uit het begin van de jaren vijftig beschreven. Het hele hoofdstuk dertien van die defectieve gaat daarover: 'Promoveren necesse est'. Als u Jan Boelhouwer een plezier wilt doen, moet u hem ddt boek cadeau geven. Volgens Van het Reve behoort onder de toga een zwart pak gedragen te worden met een grijs gestreepte broek; "Menig hoogleraar is echter te lui om dat zwarte pak aan te doen en zo ziet men soms een verscheidenheid van daagse, met as en pindakaas besmeurde broekspijpen onder de ook al weinig frisse toga's uitkomen. De witte bef die onder de toga gedragen wordt - het best te vergelijken met wat oudere lieden een 'vals frontje' noemen - is bij velen wat vaal en kreukelig, omdat ze het ding niet op tijd naar de wasserij brengen." En even verder schrijft Van het Beve; "Het ontbreken van een toneelkapper in de kleedkamer der hoogleraren maakt ook dat de baretten zonder enige zwier op de hoofden zitten - kortom, de costuums hebben de potsierlijkheid, maar niet de boerse elegantie van dat van de kerstman." Karel van het Reve gaat met zijn beschrijving nog veel verder. Graag zou ik het hele hoofdstuk citeren, maar ik heb geen zin in een vechtpartij met de norse uitgever Geert van Oorschot. U moet het zelf maar lezen. Amsterdam in de jaren vijftig verschilt niet zo heel sterk van Tilburg in de jaren tachtig. Aan het eind van de promotie gaat de stoet de aula uit om de bul te halen, een diploma. Daarna keert men terug. Bij Van het Reve - die ik toch nog maar een keer citeer - staat dan te lezen: "Ten tweede male betrad de zwarte stoet de atena, het leek of het nu iets vlotter ging, misschien omdat ze zo juist het lokaal gepasseerd waren waar de flessen al ontkurkt en de glazen volgeschonken werden voor de receptie."
18 mei 1984
Prof. IJsseling op Heidegger-cyclus
Derrida radicaliseert de filosofie van Heidegger De laatste lezing in de Studium Generale cyclus over het filosofisch werk van Martin Heidegger werd afgelopen donderdagmiddag voor een tjokvolle collegezaal verzorgd door Samuel IJsseling, hoogleraar in de moderne wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven en ondermeer werkzaam als directeur van het HusserI-Archie f IJsseling leverde een boeiende introductie tot de persoon en het werk van de hedendaagse Franse filosoof Jacques Derrida, die op een oorspronkelijke wijze geprobeerd heeft d& fundamenten van de wijsbegeerte aan het wankelen te brengen via hulpmiddelen die door Heidegger zijn aangereikt. Professor IJsseling opende met de opmerking dat over Heidegger (1889-1976) weliswaar een stroom van publicaties verschenen is, maar dat veel hiervan berust op herhaling, parafrasering en soms zelfs "badinerende" kritiek en gebaseerd op onjuiste detail-gegevens. Een uitzondering moet worden gemaakt voor Frankrijk, aldus IJsseling, want daar is vanaf de jaren vijftig een creatief gebruik gemaakt van het werk van Heidegger. Schrijvers, wetenschappers en filosofen als Levinas, Lacan, Foucault en talrijke andere ook wat minder bekenden zouden zonder de invloeden van het werk van Heidegger ongetwijfeld een volstrekt ander oeuvre publiceren. In die reeks van namen Is op dit moment die van Jacques Derrida verbonden met de meest opvallende en productieve auteur. IJsseling schetste Derrida als "schrijvend over, maar vooral in de marges van, het werk van Heidegger". Hij doelde hier op het gebruik van veel mensen die een boek lezen om tekens in de kantlijnen van de pagina's te plaatsen. Die tekens geven als het ware weer, wat er in de lezer omgaat. Men kan stellen dat in het f i losofisch werk van Derrida dat "margeteken" tot een geheel van letters wordt, een uitgebreid verhaal dus over wat in hem omgaat als lezer van Heidegger's werk, maar ook als lezer van de teksten van Plato, Rousseau, Kant, Nietzsche, Freud, Malarmé, Valéry en vele andere schrijvers over wie hij heeft gepubliceerd. Kenmerkend voor Derrida's geschriften is dat zij tamelijk a-thetisch zijn, niet sterk gericht op het verdedigen van bepaalde stellingen of opvattingen. Veel van het werk van Derrida vindt zijn oorsprong op die plaatsen in het " c o r p u s " van de wereldliteratuur en de wijsbegeerte, waar de stiltes vallen, de tegenstrijdigheden aan te wijzen zijn, waar gebeurtenissen, personnages of andere gegevens minder duidelijk worden uitgewerkt dan de hoofdzaken. "In de 'Grote Klassie/<en' van de wereldliteratuur vallen open plaatsen, die op zich weer een uitgangspunt worden voor nieuwe teksten. Over een persoon als Pontius Pilatus wordt in de Bijbel bijvoorbeeld vrij weinig gezegd, maar Simon Vestdijk schreef over deze figuur een hele dikke roman. Zo is de hele wereldliteratuur ontstaan en uitgeschreven. In zekere zin kan men zelfs stellen dat "Ulyesses" van James Joyce tot stand kwam in de marges van Homerus' teksten. Ook de filosofie is een omlijnbaar discours. Dat geheel van teksten kenmerkt zich door een retoriek die bijvoorbeeld in strijd is met de aard van de materie die behandeld wordt. Hoe groter een tekst, hoe groter
Tilburgs Hogeschoolblad
de stiltes, de spanningen, de inconsistenties en dergelijke zijn. Precies dear ontstaan de eigen teksten van Darrida," aldus professor IJsseling. Hij concludeerde dat hetgeen in elke literaire of wijsgerige tekst aanwezig is, in zekere zin afhankelijk is van hetgeen bijna of geheel afwezig is. Wanneer al het denkbare namelijk tegelijkertijd in een tekst aanwezig zou moeten zijn, zou geen enkele tekst tot stand kunnen komen.
ER ZIJN EN NIET ER ZIJN Dat men via deze thematiek in feite al in de denkwereld van Heidegger verkeert, verduidelijkte IJsseling aan de hand van het zogenaamde'concept "Da-sein" in het werk van Heidegger. Dit "Da-sein" (het "Er-zijn") vormt de meest fundamentele leer van het zijn van alle "zijnsleren" (ontologieën) die ooit werden ontwikkeld. De door Heidegger opgevoerde "Destruktion" betekent in dat verband daarom niet "vernietiging" (een begrips-
verwarring die nogal gevoelig lag" in de tijd van het opkomend nationaalsocialisme), maar het laag voor laag afbouwen van de ontologie, de zijnsleer, die in de loop van de geschiedenis ontwikkeld is. Het oorspronkelijke niveau van het " z i j n " is In de traditie verloren gegaan en manifesteert zich nog alleen maar binnen de traditie zelf. " D e Grieken "zijn" in de filosofie bijvoorbeeld pas "De Grieken" als zij allemaal al lang dood zijn, " e r " dus niet meer zijn, lichtte IJsseling toe. Hij verduidelijke verder dat die destructie (later veranderd in: "deconstructie") bij Heidegger ook een poging is om te zien wat er in en door de filosofie gebeurt. De filosofie is het terrein waar men zich met de "ontologie" bezighoudt, waar het onthullen van het genoemde "Da-sein" plaats heeft, maar tegelijkertijd ook het verhullen ervan! Deze paradox kan worden begrepen in een analogie met het spreken zélf. Waar gesproken wordt, wordt weliswaar steeds iets voorgesteld of aanwezig gesteld, maar tegelijkertijd wordt toch ook iets verborgen gehouden, verhuld, nameijk datgene wat niet wordt geuit. In het actief gebruik van de taal en dus ook in de ontologieën van de filosofie wordt steeds iets "entdeckt" maar tevens iets "verdeckt". IJsseling gaf aan dat Heidegger in zijn Da-seins analyse juist getracht heeft zó te spreken dat het ongesprokene toch spreekt.
FILOSOFIE ZONDER BETEKENIS Na deze uitleg keerde de gastspreker terug naar het uitgangspunt van zijn voordracht. Hij merkte op dat Heidegger door Derrida wordt herhaald en vertaald, maar dan wel door middel van verschillen, ver-
anderingen en toevoegingen op Heidegger's filosofie. Derrida's toon van schrijven en spreken is heel anders dan die van Heidegger. "Het is lichtvoetiger"., gaf IJsseling aan, "veel minder Duits en het woordje "Sein" komt tenminste niet op iedere pagina voor." Een ander essentieel verschil met Heidegger is dat Derrida sterk de aandacht vestigt op het gebeuren van het lezen en schrijven zélf. Heidegger heeft dit niet of nauwelijks gedaan, evenmin als de gehele onmetelijke stroom van geschriften die de filosofie vanaf Plato geproduceerd heeft. Derrida spreekt hier in Freudiaanse termen over een "verdringing" binnen de wijsbegeerte. Die verdringing is te verklaren uit de angst van de filosofie om via een expliciete aandacht voor het gebeuren van het lezen en schrijven op zich, te ontdekken dat haar autonomie niet werkelijk bestaat. Hier zet Derrida precies dat begrip deconstructie in werking. Dat leidt tot de vaststelling dat men zich bij het lezen van een tekst nooit uitsluitend tot datgene verhoudt wat men dèn en dèèr leest. Men is minder of meer uitdrukkelijk ingevoegd in een al lang bestaand netwerk van teksten die naar elkaar verwijzen. Daarmee is er ook geen absoluut begin van het lezen. Datzelfde gaat op voor het schrijven. Steeds is men op andere teksten aangewezen, op dat gehele netwerk van verwijzingen, voor het ontstaan en bestaan van nieuwe teksten. "Dit betekent dus dat een schrijver nooit helemaal heer en meester is over de door hem gecreëerde teksten", beklemtoonde IJsseling, "en dat is een inzicht dat uiteraard nogal bedreigend kan zijn voor de filosofie in zoverre zij haar zelfstandigheid voorop stelt." Hij gaf nogmaals aan dat blijkbaar bij het totstandkomen van een tekst een heleboel niet gezegd moet worden. "In het uitsluiten van tekst ligt kennelijk een essentiële mogelijkheidsvoorwaarde voor het ontstaan van tekst". In navolging hiervan kent volgens Jacques Derrida elke tekst een drievoudige afwezigheid, namelijk die van de geadresseerde, de auteur en het onderwerp. Derrida stelt zich daarmee duidelijk in de denksfeer van Heidegger. De afwezigheid van de geadresseerde komt tot uitdrukking in het gegeven dat men steeds aan iemand schrijft die " e r " niet is, de afwezigheid van de auteur in het feit dat een tekst bij een lezer de auteur al lang verlaten heeft en dat bovendien de auteur na het voltooien van een tekst weer een ander iemand is dan bij het begin daarvan. Verder kan ook het onderwerp van een tekst afwezig zijn. Een tekst over een berglandschap handelt in Nederland over een onderwerp dat " e r " eveneens niet is. De meest radicale vraag die Derrida op basis hiervan doorvoert is dan wèèr teksten in feite nog naar verwijzen. Kortom, wat betekenen eigenlijk de tekens waaruit de teksten zijn opgebouwd? Professor IJsseling besloot zijn fascinerend verhaal met de opmerking dat deze filosofie van Derrida in de lijn van Heidegger nogal wat consequenties heeft voor het denken over mens en werkelijkheid. Wouter van Gils Prof. Samuel IJsseling
18 mei 1984
STUDIERENDEMENT
Naar een
benadering van studierendement
In zijn reeks 'Monografieën der hogescliooltelling' traclit Jan Terwindt in een tiende bijdrage aan te tonen datje bij de berekening van het studierendement niet moet wacliten op de laatstse studenten die in een bepaalde studiejaargang zijn afgestudeerd. Aan de hand van het jaarlijks aantal aèngetrokken eerste jaarsstudenten, dat na 1-4 jaar alsnog is ingeschreven, tracht hij een prognose te geven hoeveel studenten waarschijnlijk de eindstreep zullen halen. In zijn overzicht bij gelegenheid van het afstuderen van de duizendste socioloog aan de KHT moest de studie-adviseur van deze studierichting om enig inzicht te verkrijgen in het verloop van het studierendement met cijfers uit een ver verleden beginnen. indien op grond van interne gegevens wordt aangenomen dat een socioloog gemiddeld zeven en een half jaar over zijn studie doet, dan begint de eerste retrospectieve telling bij de studenten die zijn aangekomen in het studiejaar 1976/ '77. Wil je een goed inzicht in de ontwikkeling van het studierendement over een vijfjarige periode, dan moet je met de telling van het aantal studiestakers en afgestudeerden in de jaargang 1972/73 beginnen. Daar van de twee laatste studiejaargangen respectievelijk 11 % en 30% alsnog is ingeschreven, dient om een betrouwbaar beeld te verkrijgen de onderzoekperiode minstens met één jaar te worden vervroegd. De studie-adviseur heeft berekend dat in de periode 1945-1970 aan de hand van vijf jaarlijkse gemiddelden het studierendement van 63%, met in het midden een topper van 70%, tot 54% terugliep. De waargenomen ontwikkeling is te lang geleden om daaraan concrete beleidsmaatregelen voor het heden te verbinden. J A A R L I J K S A A N T A L EERSTE JAARSSTU DEN TC N PER S T U D I E R I C H T I N G ( = 100 ) O A T N A 1 - « JAAR ALSNOG 18 INGESCHREVEN S E DE RT HET STUDIEJAAR l 9 7 4 / ' 7 5 » ECONOMIE EN ECONOMETRIE
I II III llll
1 2 3 4 5 G 7 8 9 NA E'E'N JAAR NA TWEE JAAR NA DRIE J A A R NA VIER JAAR PSYCHOLOGIE
1 2 3 « S 6 7 8 9 I-74A75, 2 7 5 / ' 7 S , 3 70/ 77, 4 7 7 ; 7 8 , G 7 9 r 8 0 , 7 8 0 / 8 1 8 . 8 1 / 8 2 , 9 82/'e3
12
3 4 5 6
5 78/'79
NAAR DE TOESTAND OP DE KA LENDER J AA R W I SS E LIN G VAN HET STUDIEJAAR
De studie-adviseur van de economen heeft voor de peiorde 60/61-78/79 een stüdieverloopschema samengesteld waarin zowel een fase- als een generatierendement zijn opgenomen. In de studiejaren 69/70-72/73 staakten van het aantal aangekomen studenten tijdens de propaedeuse fase gemiddeld 36% de studie, tijdens de candidaatsfase 15% en tijdens de doctoraalfase 3%, hetgeen op een totaal van 54% afhakers komt. Tilburgs Hogeschoolblad
Van de overgebleven doctoraal studenten ( = 100%) was 29% na zes jaar afgestudeerd en na zeven jaar 51 %. Voortgezet onderzoek zal duidelijk maken of de faculteit er in geslaagd is de studieduur inmiddels te verkorten. Indien deze is teruggedrongen dan nog moet gelet op de lange studieduur tien jaar geleden - aan de haalbaarheid van de huidige twee fasenstructuur ernstig worden getwijfeld.
FUTURISTISCHE BENADERINGSWIJZE De vraag is nu of aan de hand van meer actuele gegevens een rendementsprognose kan worden gemaakt. Daartoe zijn aan de hand van gegevens van het Bureau Inschrijving het jaarlijks aantal aangekomen studenten sedert het studiejaar 74/75 (1) in de eerste grafiek, voor vijf studierichtingen afzonderlijk in beeld gebracht. Men beziet de grafiek eerst verticaal en verkrijgt per studiejaargang het aantal studenten dat na 1-4 jaar (l-llll) alsnog is ingeschreven. Vervolgens beziet men de lijnen horizontal en verkrijgt in de loop van de negenjarige onderzoekperiode het aantal studenten dat na één, twee, drie en vier jaar is overgebleven. Deze lijnen vertonen in een onderzoekperiode, na in het studiejaar 78/79 (5) door een dal te zijn gegaan, een min of meer gelijkwaardig verloop. Indien de horizontale lijn van de na één jaar overgebleven studenten daalt en vervolgens wederom stijgt, dan tenderen de overige lijnen deze ontwikkeling op lager niveau te volgen. De waargenomen ontwikkelingen leiden tot twee conclusies waaraan een werkhypothese voorafgaat namelijk: indien een student na vier jaar alsnog is ingeschreven dan zal hij met grote waarschijnlijkheid de eindstreep halen. De eerste conclusie is dat indien de faculteiten er in slagen de studenten na het eerste jaar in toenemende mate aan zich te binden, de kans op afstuderen in evenredige mate toeneemt. De tweede conclusie is dat we op grond van het toenemend aantal vastgehouden eerstejaarsstudenten na respectievelijk één, twee, drie en vier jaar, de lijn van het vierde jaar bij de komende studiejaargangen in evenredige mate kunnen doortrekken. Het geeft als resultaat dat het waarschijnlijk is te verwachten dat het studierendement in de jaargangen 79/80 (6), 80/81 (7) en 81/82 (8), waarbij 82/83 (9) wegens de geldende twee fasenstructuur nader aan de orde komt, voor de studierichtingen de volgende waarden zal bereiken. Bij de economen zal het studierendement in jaarlijks toenemende mate respectievelijk tussen de 63% en 73% komen te liggen; bij de juristen tussen de 53% en 63%; bij de sociologen tussen de 40% en 55% en bij de psychologen tussen de 60% en 70%.
DE FLUCTUATIES BIJ DE SOCIOLOGEN
samenhangen met de begeleiding van een omvangrijker aantal studenten. In deze faculteit staat in het kader van de studiebegeleiding een overgang van een reproductieve naar een construktieve visie ter discussie. Bij de sociologen hangt - in tegenstelling tot de juristen - deze daling waarschijnlijk samen met een in dat jaar relatief groot aantal aangetrokken part-timers. Deze komen bij de overige studierichtingen in geringere mate voor en zijn daarom in de tweede grafiek niet in beeld gebracht. De studie-adviseur van de sociologen acht inderdaad dat het studie-rendement kwetsbaarder is door het aantrekken van part-timers. Het beleid zal er op gericht dienen te zijn om een zo optimaal mogelijke voorziening aan hun werkomstandigheden te verbinden. Hij vindt dat het studieklimaat door de nieuwbouw is verbeterd en dat het aanbieden van doctorale specialisaties, die aansluiten bij hun achtergrond, noodzakelijk is.
Het verloop van het jaarlijks aantal ingeschreven studenten vertoont bij de sociologen dermate grote fluctuaties dat er naar kan worden aangenomen bij de venwerking van het grondmateriaal onvolkomenheden zijn ingeslopen. Interne correcties zijn echter niet aangebracht teneinde deze onvolkomenheden op het spoor te komen. De resultaten bij de sociologen zijn zeer kwetsbaar omdat we in tegenstelling met de overige studierichtingen met vrij kleine populaties moeten werken.
STUDIERENDEMENT EN AANTAL STUDENTEN Ter verklaring van de fluctuaties in het studiejaargangenonderzoek is in een vo.rige bijdrage (THB 10-2-1984) een theorie gelanceerd die inhoudt dat het studierendement afhankelijk is van de omvang van het aantal studenten dat jaarlijks wordt aangetrokken. Bij een grotere omvang zou het rendement dalen en omgekeerd. Ter toetsing van deze theorie is in een tweede grafiek deze jaarlijkse omvang per studierichting in beeld gebracht. Bij nadere analyse blijkt dat in het studiejaar 78/79 (5) in de meeste studierichtingen een meer dan normaal aantal studenten werd aangetrokken. De theorie zou alleen voor dat jaar gelden waarbij het opmerkelijk is dat het tevens een dieptepunt is in een ontwikkeling van een voorafgaande daling en een daarna algemeen herstel van het aantal studenten dat na vier jaar is overgebleven zoals de eerste grafiek laat zien. Bij voortgezet onderzoek naar het studierendement zou het van belang kunnen zijn - mede ter voorkoming van een soortgelijke herhaling - naar de oorzaken van deze ontwikkeling te zoeken. Volgens de studie-adviseur van de juristen springt het studiejaar 78/79 er uit omdat er in dat jaar een verslechtering in de economische situatie optrad en de arbeidsmarkt voor de studenten geen alternatief meer bood. Dit kon tot gevolg hebben dat er minder gemotiveerde studenten werden aangetrokken. Volgens de studie-adviseur van de psychologen kan detop in het jaar 78/79 te maken hebben met het uitloten voor de studies biologie en medicijnen en het tijdelijk parkeren in de psychologie, zodat na vertrek de uitval bijzonder groot werd. De groei-impuls is waarschijnlijk ontstaan omdat het systeen van gewogen loting voor de numerus fixus studies in dat jaar werd verlengd. Vandaag aan de dag komen er nauwelijks parkeerstudenten meer voor omdat zij met een beperkte inschrijvingsduur één jaar kwijt zijn. De studie-adviseur neemt aan dat het jaar 78/79 zich kenmerkte door een bijzonder agressieve werving. Er zijn toen randfiguren binnengekomen waardoor de populatie meer heterogeen werd hetgeen een rendementsverlaging tot gevolg had.
DE TWEE FASENSTRUCTUUR De in het studiejaar 82/83 (9) aangekomen eerste jaarsstudenten, waarvoor de twee fasenstructuur geldt, laten in de eerste grafiek na één jaar inschrijving in drie studierichtingen, behalve bij de letterenstudenten en sociologen ten opzichte van voorafgaande jaren een relatieve groei zien. Bij de letterenstudenten kan deze daling
B
JAARLIJKSAANTAL INGESCHREVEN EERSTEJAARSSTUDENTEN PER S T U D I E R I C H T I N G IN DE STUDIEJAREN 1974/-75-l9e2/'83 * ECONOMIE EN ECONOMETRIE ' " O - 9 = 100
"
'"O
1 2 3 4 5 5 7 8 9 A A N D E L E N AVOND / ./.
PART-TIM E -
TAAL-EN L1T-WETENSCH
80 r
STUDENTEN
9=100 N= 94
GO 40
/
2 3 4 5 G 7 8 3
20 O 1
2 3 4
5 G
I : 74/75, 2 . 7 5 / 7 6 , 3: 76/77, 4 : 7 7 / 7 8 , 5 : 7 6 / 7 9 6 : 7 9 / 8 0 , 7 80/'81 , 8 - S 1 / ' 8 2 , 9 ' 82/'83 *
NAAR DE TOESTAND OP DE KAL E N DERJAAR Wl 5SEL I NG VAN H E I B E T R E F F E N D E
STUDIEJAAR
De studie-adviseur van de economen mist aan de hogeschool ten aanzien van de part-timers een consistent beleid. Hij vraagt zich af of men principieel een twee kansonderwijs wil of hiervoor noodgedwongen (onvoldoende) voorzieningen treft omdat het aantal dagstudenten terugloopt. Wat betreft de rendementsverwachtingen is hij van mening dat de oude structuur absoluut niet mag worden vergeleken met de nieuwe omdat daarin een dwang is gecreëerd met betrekking tot het aantal ter beschikking staande inschrijvingsjaren.
OUDE EN NIEUWE STRUCTUREN Het is van belang om na te gaan met het oog op de overgang van de oude naar de nieuwe structuur of het type aankomende student verandert. Aan de hand van eerste jaarsgegevens van de Dienst Studentenzaken en Welzijn die alleen in de jaren 75/76 en 81/82 beschikbaar zijn, kunnen we vaststellen dat het aandeel van de avond/part-time studenten in de hogeschool van 11% tot 20% is gestegen. vervolg op pag. 10 ;-.^-.--:.,.r-.sj: 18 mei 1984
STUDIERENDEMENT
De letteren: minder studenten, maar geen paniek Het studierendement op de KHT krijgt steeds meer aandac/it nu blijkt dat er op de subfaculteit letteren een aantal studiestakers zijn en dat er op de juridische faculteit heel wat studenten met onvoldoende cijfers rondlopen. Het College van Bestuur heeft aan de afdeling Onderwijs en Onderzoek een diepgaand onderzoek gevraagd naar het studierendement op de Tilburgse faculteiten. De resultaten van dit onderzoek kunnen we in de tweede helft van juni verwachten. In afwachting publiceert het THB enkele stukken over studierendement en tweefasenstructuur. Deze week een poging tot prognose van Jan TenA/indt en een bijdrage van Bert Haagsman over rendement bij de letteren. Op de subfaculteit letteren lag het studierendement tot voor kort relatief hoog; dit jaar zullen de gunstige cijfers echter een deukje oplopen. De subfaculteit heeft nu drie jaargangen studenten in huis. Van de 76 studenten van de eerste lichting (1981/1982) hebben er 64 ( = 84%) het propedeutisch diploma behaald. De groep die een jaar later aan de studie begon, heeft het tot nu toe evenmin slecht gedaan, al zijn de meningen verdeeld over de precieze berekening van het rendement. Van de 107 studenten die zich voor dat jaar inschreven hadden er op 1 februari j . l . (dat is na 1 Va jaar) 77 hun propedeuse behaald, ofwel 72%. Volgens studieadviseur drs. W . Mulders is het aantal ingeschreven studenten geen juiste maatstaf, omdat er maar 96 studenten daadwerkelijk aan de studie zijn begonnen. Ga je van die 96 uit, dan schiet het rendement omhoog naar 8 0 % . Bij deze cijfers moeten we overigens bedenken dat in de komende tentamenperiode vermoedelijk nog wel enkele studenten van de tweede lichting hun propedeuse zullen behalen. Aan de andere kant houdt een hoog rendement in de propedeuse niet per definitie een groot aantal afgestudeerden in. Sommige studenten die hun diploma hadden behaald zijn inmiddels naar elders vertrokken.
waarschijnlijk niet zo gauw geneigd zo'n formulier in te vullen". Zowel de studieadviseur als de studenten houden rekening met tenminste 30 studiestakers in het eerste jaar. De overblijvende 65 a 70 studenten zullen naar verwachting niet allemaal hun propedeuse halen, zodat het rendement van deze lichting vermoedelijk niet boven de 60% zal uitkomen: een daling van tenminste 10% ten opzichte van het voorafgaande jaar. De studiestakers en de twijfelaars boeken gemiddeld geen slechtere studieresultaten dan de blijvers. Sommigen van hen willen trouwens wél eerst de propedeuse halen voordat ze de subfaculteit verlaten. Een van de vragen van de enquête had betrekking op het verleden van de ondervraagden. Een zeer opmerkelijke uitkomst is, dat van de studenten die al een andere, afgeronde studie achter de rug hebben, liefst 7 7 % stopt of overweegt te stoppen. Een vraag naar het algemene oordeel over de studie levert een tamelijk gunstig beeld op: 41 % van de eerstejaars zegt tevreden of zeer tevreden te zijn, 39% is neutraal gestemd en de rest is ontevre-
den of zeer ontevreden. Maar klachten zijn er over de hele linie, ook bij de tevreden studenten. De kritiek richt zich voornamelijk op een slechte organisatiestructuur (voorlichting, "miscommunicaties" e.d., rommeligheid) en op de cursus Oriëntatie op onderzoek en beroep, die veel studenten demotiverend vinden. "Beroepsperspectief ontbreekt" is ook een vaak gehoorde klacht. En: de studie is te abstract of vaag, duidelijkheid ontbreekt. Zowel aan zaken als voorlichting als aan een andere opzet van de genoemde cursus wordt gewerkt; het is alleen de vraag of de motivatie van tevredenheid en ontevredenheid zoals die uit de enquête naar voren komt de werkelijkheid weerspiegelt. De vraagstelling van de enquête is op dit punt te algemeen om de werkelijke oorzaken te achterhalen. Auke Post: "Er zal een volgende enquête nodig zijn om daar een vinger achter te krijgen. Mijns inziens is de kern van veel kritiek dat het onderwijs steeds weer op de tweede plaats k o m t . " Naast alle kritiek vallen er ook positieve geluiden te beluisteren. De sfeer wordt over het algemeen goed genoemd, en er is ook waardering voor verschillende onderdelen van het studieprogramma. Vervelend genoeg neemt niet alleen het studierendement af, ook de aanmeldingen voor het komende studiejaar vallen behoorlijk tegen. Bij voorinschrijving staan nu 106 adspirantstudenten geregistreerd. Vorig jaar rond dezelfde tijd waren dat er 148, van wie zich er 103 definitief lieten inschrijven. Zouden zich dit jaar evenveel studenten terugtrekken als vorig jaar (30%), dan zouden er in september niet meer dan 74 studenten bijkomen. Dat is zeer mager vergeleken met het streefgetal van 150 studenten per jaar, waarmee in de begintijd van de subfaculteit werd gerekend. Secretaris drs. A. Verhagen, gevraagd naar de mogelijke oorzaken van die terugval, wijt deze voor een deel aan de concurrentie van andere nieuwe lette-
ENQUÊTE Cijfers over het studierendement van de jongste lichting, de eerstejaars, zijn er uiteraard pas na de vakantie, en dan alleen nog voorlopige, maar nu al wordt algemeen aangenomen dat het rendement beduidend lager zal uitvallen dan dat van de voorafgaande twee jaargangen. Eind maart bleek in het groepsvertegenwoordigersoverleg dat er nogal wat eerstejaars met gevoelens van onvrede over de studie rondliepen. De studieadviseur en een groepje studenten voerden daarop een enquête uit om te achterhalen wat de omvang van die gevoelens was, en welke achtergronden ze hadden. De resultaten van die enquête zijn deze week bekend geworden. Van de 74 eerstejaars die hun formulier terugstuurden (op 103 ingeschreven studenten) willen er 12 zeker met de studie stoppen ( = 16%) en overwegen 11 studenten dat (15%). Een probleem is dat ongeveer een kwart van de studenten niet aan de enquête heeft meegedaan. Volgens Auke Post, een van de ontwerpers van de enquête, is de kans groot dat juist in deze groep veel studiestakers zitten, want: "Als je motivatie voor de studie tot het nulpunt is gedaald, ben je
Tiiburgs Hogeschoolblad
rensrudies in het wetenschappelijk onderwijs. "Bij de oprichting van de subfaculteit is door andere universiteiten gezegd: waarom moet er een nieuwe studierichting komen? Zoiets kunnen we zelf. En daar zijn ze nu mee gekomen. Een potentieel van wat eigenlijk hier had moeten komen, komt nu op bijvoorbeeld Europese studies af." De uitslag van de eerstejaarsenquête wijst eveneens in de richting van die toenemende concurrentie. Niet minder dan de helft van de studiestakers en van hen die overwegen te stoppen wil naar een andere letterenfaculteit, en de door Verhagen genoemde richting Europese studies in Amsterdam gooit daarbij hoge ogen. Daarnaast zouden het nog altijd vage beroepsperspectief en onduidelijkheid over de inhoud van de studie een rol kunnen spelen. Volgens Verhagen hebben traditionele letterenstudies nog altijd een behoorlijke aantrekkingskracht, omdat je je er gemakkelijker een duidelijke voorstelling van kan maken. Wat zijn de gevolgen voor de subfaculteit als de studentenpopulatie zo drastisch afneemt als zich nu laat aanzien? Verhagen: " I n formatieplaatsen zal het ons niet zoveel kosten. Het streefgetal van 150, dat bij het opstarten van de studierichting werd gehanteerd, was niet meer dan een slag in de lucht. Zowel door de minister als door de Hogeschool wordt al een tijd uitgegaan van een kleiner aantal studenten per jaar: 100 a 115. Als het er nu 75 zouden worden, zou ons dat op den duur een paar formatieplaatsen kunnen kosten. Belangrijker is, dat een extreme daling van het aantal inschrijvingen in het ergste geval het voortbestaan van de studierichting in gevaar zou kunnen brengen als we aan de eindbeoordeling van onze experimentele studie toe zijn. Maar ik moet er meteen bij zeggen dat hier niets zinnigs over te zeggen valt; het is pure speculatie. Als je dit soort dingen gaat lopen rondvertellen, loop je de kans dat ze alleen al daardoor ook bewaarheid w o r d e n . " De vrees voor zo'n self-fullfilling prophecy leeft ook bij studieadviseur Mulders. En Auke Post: " H e t zou inderdaad heel vervelend zijn als iedereen weg zou lopen. Maar er is kritiek, en daar moet iets aan gedaan w o r d e n . " Op dit moment wordt een enquête voor de tweede- en derdejaars studenten voorbereid, in dezelfde geest als de eerstejaarsenquête. De uitkomsten daarvan worden verwacht in september. Bert Haagsman
Afstuderen, na de spanning de vreugde om het bereikte resultaat. Het is nog altijd de bul die telt, maar steeds minder studenten halen die binnen een redelijke termijn. 18 mei 1984
fW"
AVOIK " H e t is eigenlijk een aaneenrijging van details" zegt derdejaars avondstudent Wil Waarma uit Middelbeers. " A l die details bij elkaar geven een bepaalde lijn te zien: het lesprogramma hangt als los zand aan elkaar en als er iets niet deugt zul je dat steeds zelf op moeten lossen". Een studente die haar naam liever niet in de krant heeft: " I k snap echt niet dat er bij zo'n grote organisatie als de hogeschool steeds weer iets fout moet gaan. Als je als avondstudent geen moeite hebt met de leerstof, dan wel met de administratie. Het zou gek zijn als hier eens een keer iets klopte: die opmerkingen hoor je steeds vaker." Weer een ander: "Er is geen samenhangend beleid. De vakgroepen werken volstrekt langs elkaar heen. En dat kan soms tot extra studiebelasting leiden. Er is meer stroomlijning nodig. Niet zoveel als bij de afdeling kleuren-tv van Philips, maar toch. Kijk, we zitten in een leuk gebouw en de mensen zijn niet onaardig, maar om nou te zeggen dat we een efficiënte, gesmeerde opleiding krijgen, nee, dat is een enigermate vertekend beeld. We hadden wel de hoop dat dat met de komst van de avondrector zou verbeteren maar daar is niet veel van terecht gekomen". En: "Twee jaar geleden is er een enquête gehouden. Volgens mij zijn de klachten van toen precies dezelfde als die van nu. Het zijn allemaal details als je ze los ziet van elkaar kun je je er niet over opwinden, maar alles bijeen is het een heel vervelende situatie". Een vierde student beaamt het beeld: "Ik maak die problemen al mee sinds ik hier drie jaar geleden begon. De hogeschool schrijft de rechtsbescherming hoog in haar vaandel, maar ze maakt dat zelf ten opzichte van de individuele student niet waar. Je telt alleen mee als administratienummer. Dat ene jaar avondrectoraat heeft daar weinig aan verholpen. Daarmee hebben ze wel geprobeerd om het avondonderwijs als eenheid te presenteren. En het staat ook leuk, maar inhoudelijk mankeert er van alles a a n " . Uit de woorden van de studenten spreekt geen verbittering, ook geen woede of minachting voor de betrokken verantwoordelijkheden van de faculteit. Hoogstens verbazing en irritatie over het feit dat een organisatie als de hogeschool maar niet in staat blijkt om avondstudenten als normale onderwijsconsumenten te beschouwen en ze dezelfde service en aandacht te schenken als de dagstudenten. De eerste klacht betreft de koffiebar die al om negenen 's avonds dichtgaat ter. wijl de collegepauzes vaak nog na dat tijdstip vallen. Dan zijn de studenten dus op de automaatkoffie aangewezen om hun avondbrood mee weg te spoelen.' Smakelijk!
Ook weten de studenten nooit precies hoe het zit met de zogenaamde bonuspuntenregeling. "Bij rechtsgeschiedenis bijvoorbeeld bestaan ontzettend veel misverstanden over die regeling, over de inhoud en de duur ervan. Vanuit die ene vakgroep worden verschillende interpretaties de wereld ingestuurd". Een steeds herhaalde klacht is ook de onverkrijgbaarheid van het lesmateriaal. Roef Adriaansens vertelt: " Ik zou voor een groep avondstudenten syllabi gaan halen bij het dictatenmagazijn. Ik kom daar aan, het zou die dag gewoon open zijn. Dat had ik nog extra nagezocht. Staat me daar toch een rij wachtenden voor me, ook van dagstudenten! De man van het magazijn komt eraan, gaat weer weg, komt na een kwartier terug en wil weer weggaan. Ik sprak hem daarover aan en toen had die kerel het lef om "te zeggen: ach, ik doe net of het februari is en dan zijn we gesloten. Zo'n jong ventje was dat. Ik heb nog een half uur gewacht. Geen syllabi dus. Tenslotte ben ik maar af getaald. Ik ben later nog drie keer teruggeweest voordat ik m'n spullen h a d " . De drie andere geïnterviewden, allemaal derdejaars, vertellen soortgelijke verhalen. Dictaten worden vaak pas halverwege een collegecyclus aan de studenten ter hand gesteld. Studieboeken zijn soms zelfs pas aan het eind van het semester voorhanden, zoals bij het vak rechtsfilosofie is gebeurd. Of een student schaft boeken aan die hij op het laatste moment toch niet nodig blijkt te hebben. Een volgende grief betreft het niveau van de docenten. Ook hier geldt dat er van vakgroep tot vakgroep grote verschillen bestaan en bovendien dat de dagstudenten met dezelfde klachten kunnen rondlopen. Een avondstudent: "Niet alle docenten gooien er met de pet naar, hoor. Zo'n Streefkerk doet het fantastisch. Maar een ander presteert het rustig om je anderhalf uur lang zeventien punten te dicteren. Die tijd kunnen we natuurlijk beter besteden, zo moet het avondonderwijs niet functioneren. De kwaliteit van het middelbare avondonderwijs dat ik aan de Noordhoekring heb gevolgd was gewoon tien keer beter." Een van de informanten dist een sterk staaltje op over de ongeïnteresseerdheid van een bepaalde docent, maar wil in dit concrete geval zijn naam er niet bij " w a n t ik krijgt die docent nog en ik heb over die man al de meest vreemde verhalen ge-
Dan bestaat er regelmatig grote onduidelijkheid over de omvang van de examenstof. En wat hoort er niet of wel bij het officiële studieprogramma? Een student: " D e vraag doet zich nu voor bij het vak filosofie: moeten de fiscaal-juristen een bepaald deel van de stof wel of niet voor hun tentamen bestuderen? Daarover krijg je van verschillende personen tegenstrijdige informatie. En dit geval staat niet alleen". Een ander voorbeeld: " H e t examen sociaal recht kan door ons In twee delen maar ook geïntegreerd worden afgelegd. Maar als student mag je zelf uitpluizen wanneer er precies welk tentamen wordt afgenomen. Zulke dingen zijn hier slecht geregeld. Daar moet toch gewoon aan het begin van het semester duidelijkheid over bestaan?"
Tilburgs Hogeschoolblad
Drs. A. v. Kalmthout
hoord, dus,., e h " . Andere avondstudenten bevestigen dat er een zekere angst heerst om vrijuit de problemen ter sprake te brengen. " J a , verschrikkelijk. Ik ken verhalen van mensen die actie hebben ondernomen tegen een bepaalde docent en daarna telkens weer problemen met zo iemand hebben gekregen. Het komt gewoon terug. Ze kunnen je bijvoorbeeld pakken op een tentamen en dan sta je machteloos". Maar een studiegenoot gelooft niet dat er reden is om bang te zijn voor de docenten: " I k kan me die angst wel enigszins voorstellen, ja. Maar toch denk ik niet dat de faculteit of de docenten repressief zullen optreden tegen studenten die genuanceerde kritiek spuien". Samenvattend mag de conclusie van de vier geïnterviewde studenten luiden dat het avondonderwijs aan de juridische faculteit een 'organisatorische janboel' is, dat vakgroepen volstrekt langs elkaar heen werken, dat de kwaliteit van het onderwijs en de opvattingen over het doceren per vakgroep enorme verschillen te zien geven en dat er in de voorzieningensfeer - ondanks het avondrectoraat nog een heleboel valt te verbeteren. Ter afsluiting van de kritiek het volgende citaat van een der avondstudenten: "Ik denk toch dat veel docenten die avondcolleges nog steeds beschouwen als iets extra's naast hun gewone werk. Die mentaliteit is, dunkt me, moeilijk te doorbreken. Al zijn er docenten die liever lesgeven aan avondstudenten dan aan dagstudenten. Die zijn er zeker. Maar het liefst zouden zij zien dat die avondstudenten overdag les kwamen halen. Nogmaals: het is niet alleen maar kommer en kwel, maar in de voorzieningensfeer valt er heel wat te verbeteren. Wij betalen tenslotte ook ons studiegeld, dus waarom zouden we geen aanspraak maken op onze rechten?"
TE WEINIG De klachten van de avondstudenten zijn zeker niet nieuw. Uit een enquête uit 1983 bleek al de ontevredenheid over het niveau van de materiële voorzieningen. En tijdens een collectief klachtenuur in januari van dit jaar werd avondrector A n ton van Kalmthout nog eens bedolven onder een stortvloed van ongenoegens. De juridische faculteit verzorgt onderwijs voor in totaal tweeduizend studenten. Een kwart van hen volgt avond- of deeltijdonderwijs. Deze groep is heel bont van samenstelling, de onderlinge verschillen in maatschappelijke achtergrond en vooropleiding zijn vaak veel groter dan onder dagstudenten. 76% Van de avondstudenten heeft een full-time baan, 11 % werkt part-time en 13% heeft geen werk. Zij die wel werk hebben kunnen lang niet altijd over de nodige studiefaciliteiten beschikken en zo komt het dat twee-derde van alle avondstudenten tijd te kort komt. De beschikbare tijd blijkt, volgens de eerdergenoemde enquête uit 1983, gemiddeld vijftien uur per week te bedragen. Dat is voor ruim de helft van de studenten te weinig. Het liefst komen zij naar de hogeschool op maandag, dinsdag en donderdag en de ideale collegetijd valt tussen 19.00 en 23.00 uur. Niet minder dan 73% zou het nier erg vinden als er 'zo nu en dan' ook op zaterdag eens een onderwijsactiviteit wordt gepland. De avondstudenten, dat moge duidelijk zijn, vormen een groep die constant wordt geplaagd door tijdgebrek en daarom uiterst economisch moet omspringen met de schaarse vrije uurtjes. Wie zo moet woekeren met de tijd
eisen waar voor hun geld door T in Geurts Vier willekeurige avondstudent van de juridische faculteit. En ze hebben stuk voor stuk een l/e rij klachten over het onderwijs dat ze op de Tilburgse ho school mogen genieten. Het is een "organisatorische janboel' (te samenhang ontbreekt, je moet overal zelf achterheen er Vwordt soms zeer ongemotiveerd les gegeven. Daarin hee zelfs het veelbejubelde avondrectoraat geen verandering kui enbrengen. Waarom gaat er steeds weer iets fout? Avondrector van Kalmthout gt ï uitgebreid commentaar op de vele klachten. "Het merendeelfvan .-.n kan ik onderschrijven". Over de koffie en de colleges, e avondstudent telt nog altijd niet even zwaar als de dagstü^t,f, maar eist zo langzamerhand wel waar voor z'n geld.
tuur voor iedereen geldt. Tot zo lang moeten de studenten gewoon zelf erg alert zijn op hun status en goed opletten, bijvoorbeeld bij het invullen van de tentamenformulieren". Naast de overgangsperikelen vormt ook het onderwijsklimaat een belangrijke bron van de huidige onvrede, aldus van Kalmthout. De medewerkers van de faculteit staan van twee kanten onder druk. Zij moeten hoogwaardig onderzoek afleveren en tegelijk zorgdragen voor een goed en gecoördineerd onderwijsaanbod. Maar de druk op het onderzoek is altijd groter, omdat die kant van het werk nog steeds bepalend is voor de carrièremogelijkheden van een wetenschapper. Zo wordt vaak het onmogelijke gevraagd van de mensen, slechts een enkeling kan dat opbrengen. " D a t is" zegt van Kalmthout "een structureel tekort van het wetenschappelijk onderwijs. Het hangt echt niet af van de welwillendheid van individuen. Bovendien gaat de W U B uit van de vakgroep als kleinste zelfstandige onderzoeks- en onderwijseenheid. Dat geeft geen enkele garantie op onderlinge coördinatie en samenwerking. De klacht van de studenten over het gebrek aan samenhang is terecht. Onze faculteit probeert voorzichtig er iets aan te doen, maar dat gaat moeizaam omdat je in feite inbreuk moet plegen op een wettelijk bepaalde autonomie. De beste oplossing van het hele probleem is volgens mij een verregaande scheiding van onderwijs en onderzoek". Een duidelijke tekortkoming van een aantal vakgroepen en docenten betreft, volgens van Kalmthout, de aanlevering van het lesmateriaal. "Dat gebeurt vaak veel te laat. Dat moet en kan beter en daar wordt hard aan gewerkt, maar je blijft afhankelijk van de goede wil van de docenten. Ook is het natuurlijk absurd dat bepaalde collegeboeken zo laat verkrijgbaar zijn, soms pas halverwege het semester. Maar uitgeverij Kluwer, die ons deze boeken in veel gevallen levert, is bepaald niet studentvriendelijk en trekt zich weinig aan van onze klachten. We beschikken ook over geen enkel pressiemiddel".
DICTATENMAGAZIJN M i ^ ^ ^ zal zich extra ergeren aan een slechte on- ' derwijsorganisatie. Avondrector Anton van Kalmthout en studieadviseur Harrie Claassens hebben dan ook het volste begrip voor het morren der studenten en ze geven hen tot op grote hoogte gelijk. Anton van Kalmthout: " H e t merendeel van de grieven kan ik onderschrijven. Maar hoever reikt mijn macht als eenvoudige part-time functionaris? De beslissingsbevoegdheid ligt tenslotte bij het College van Bestuur". Van Kalmthout zegt zich niet persoonlijk aangesproken te voelen door de opmerkingen van de studenten. "En al was dat wel zo, dan zou ik die kritiek moeten kunnen verdrag e n " . Maar ook hij ergert zich aan de bureaucratie van de hogeschool die alleen in lange termijnen denkt en voorbijziet aan de problemen van alledag. "Ogenschijnlijk simpele problemen hebben een eindeloze weg te gaan voordat ze worden opgelost. Daar stuit ik zelf ook voortdurend op. Deeltijdstudenten, zo rekent de avondrector voor, betalen tweemaal zoveel voor hun studie als dagstudenten omdat ze veel langer staan ingeschreven. Maar het voorzieningenniveau blijft bij deze verhouding zeer ver achter. "Ik heb dat al zo vaak aangekaart" aldus van Kalmthout "maar misschien moet het nog er-
ger worden voordat men uiteindelijk beslissingen gaat nemen". "Eén van de grootste problemen op onze faculteit is dat er eigenlijk drie verschillende programma's door elkaar heen lopen." Van Kalmthout steekt een pijp op en gaat er eens goed voor zitten. Nu de kritiek van de studenten naar buiten is gekomen wil hij er graag punt voor punt zijn commentaar op geven. Wat die organisatorische janboel betreft bijvoorbeeld, dat is een duidelijk gevolg van de overgangsfase waarin de rechtenfaculteit op het ogenblik verkeert. Vooruitlopend op de aanpassing aan de tweefasenstructuur besloot de faculteit enkele jaren geleden om maar alvast een ingekrompen studieprogramma te starten dat de aanduiding 'nieuwe stijl' verwierf, een 'herprogrammeringsblunder' van de eerste orde, volgens Van Kalmthout. Zodat er nu studenten oude stijl, studenten nieuwe stijl en tweefasenstudenten naast elkaar rondlopen. Niet meteen bevordelijk voor een overzichtelijke gang van zaken. Van Kalmthout: " D a t maakt het moeilijk om snel en adequaat inforniatie te geven aan onze studenten. Soms is de situatie zo ingewikkeld dat je er voor elke student apart het dossier bij zou moeten halen. Dat probleem zal pas echt zijn opgelost als de tweefasenstruc-
Een van de taaiste klachten: het dictatenmagazijn. Volgens van Kalmthout treft de beheerder van deze voorziening geen enkele blaam: " H e t is vooral een locatie- en coördinatieprobleem. Op de eerste plaats leveren de docenten hun copy vaak te laat in bij de drukker. En dan is het magazijn ook nog erg ongelukkig gelegen, de toegangsweg is veel te smal. De tijd om de spullen aan de avondstudenten uit te reiken is meestal ook veel te kort. Soms staat er een rij van meer dan honderd mensen te wachten, die kun je niet allemaal tegelijk bedienen. De enige oplossing is een verhuizing van het dicdatenmagazijn en meer personeel tijdens de piekuren. Misschien biedt ook het schriftelijk bestellen van het lesmateriaal wel uitkomst." "Zoals het nu gaat kan het in elk geval niet langer. Vanaf september pikken we het als faculteit ook niet meer. Desnoods gaan we zelf uitzendkrachten inhuren." De koffievoorziening is ook zo'n pijnpunt voor veel avondstudenten. Van Kalmthout legt uit dat het niet eenvoudig is om de studenten in dit opzicht volledig tegemoet te komen, ook al omdat er binnen de studentengroep zelf verschillende wensen heersen. De kantine in gebouw S is nu open van half zeven tot negen. Dat is al een hele verbetering, meent de
avondrector. Veel meer zit er waarschijnlijk ook niet in. Na achten blijkt er namelijk van studentenzijde maar weinig belangstelling voor de koffiekantine, omdat zij hebben gekozen voor korte en vroege pauzes. De klachten over gebouw A acht van Kalmthout meer op hun plaats. Daarom was ook besloten om de studenten in een ruime, tweede avondpauze de gelegenheid te geven om hun bakkie troost in gebouw S te gaan opslubberen. Maar omdat de studenten zelf een kortere pauze wensten is die opzet niet geslaagd. Van Kalmthout: "Een goede voorziening in gebouw A kost gewoon geld. De beslissing hierover iigt bij het College van Bestuur. Ik vind dat men voor die extra voorzieningen ook maar wat extra geld moet vrijmaken. Maar dan moeten de studenten ze ook wel gebruiken". Hetzelfde geldt voor de openstelling van de bibliotheek. Bij voldoende belangstelling zouden deze elke avond open moeten zijn. Bij de sociologen functioneert de verzorging van de avondstudenten beter dan op zijn eigen faculteit, vindt van Kalmthout. Maar voor de sociologen is het avondonderwijs dan ook een levensnoodzaak. "Op de grote faculteiten leeft dat besef nog niet. Men is te bezorgd om het eigen hachje en teveel geïnteresseerd in het aantal inschrijvingen. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. Maar bij ons komt er nu toch langzaam een mentaliteitsverandering op g a n g . " Anton van Kalmthout wil overigens op sommige punten de bal wel terugkaatsen naar .de avondstudenten. "De klacht over de bereikbaarheid van de medewerkers is, vind ik, ongegrond. Er is elke avond spreekuur, alleen wordt daar weinig gebruik van gemaakt. En als er klachten zijn worden die altijd serieus in behandeling genomen. Ik zou een actievere, signalerende rol van de studenten wel op prijs stellen. Het maandelijkse nieuwsbulletin zou wat dat betreft veel effectiever gebruikt kunnen w o r d e n " . " D e studentenvertegenwoordigers zijn de aangewezen figuren om alle klachten over te brengen. Het verbaast me tocht dat zij geen actievere politiek voeren. Bovendien moeten volwassen studenten hun problemen tijdens de colleges beter durven aankaarten. Het is toch merkwaardig dat zij geneigd zijn om erg veel te slikken".
Rector-magnificus prof. dr. Ruud de Moor toont zich verrast door de klachten van de avondstudenten. Hij wist wel dat het niet allemaal rozegeur was, maar dat het de deeltijders zo hoog zit, nee dat is nieuw. De hogeschool heeft in haar ontwikkelingsplan voor de komende jaren het deeltijd- en avondonderwijs als een belangrijk aandachtspunt gekozen. De KHT wil graag de mogelijkheid bieden van een 'education permanente' en heet dus voortaan vooral ook oudere en volwassen studenten hartelijk welkom. Maar, geeft de rector toe, dan moeten de voorzieningen voor deze nieuwe doelgroep wel piekfijn in orde zijn. "Wij zullen er alles aan doen om een oplossing te vinden voor de huidige problemen". "Je kunt natuurlijk veel bevorderen en regelen als bestuur" vindt de Moor "maar je bent toch vaak afhankelijk van de medewerking van het personeel. En op gegeven moment sta je als bestuur dan ook machteloos. Toch ga ik er altijd nog van uit dat iedereen er het beste van probeert te maken". Rector de Moor wijst ter verontschuldiging van de rechtenproblematiek op de extra druk waaronder deze snelgroeiende faculteit de laatste jaren gebukt gaat. Het is moeilijk, aldus de Moor, om de vele vacatures die zijn ontstaan snel op te vullen. De problemen van de faculteit, kortom, zijn niet gering, "maar als het College van Bestuur kan helpen, dan graag. Ik zal binnenkort toch eens kontakt hierover opnemen met de dekaan van de faculteit".
Volgens van Kalmthout moet de faculteit alle zeilen bijzetten om de vacatureachterstand tengevolge van de explosieve groei zo rap mogelijk weg te werken. Daarnaast zal men meer geld voor het avondonderwijs moeten vrijmaken. "Laatst heeft de faculteit een half miljoen overschot aan de hogeschool teruggegeven. Daar zouden de studenten toch ook van moeten profiteren?" Maar ter oplossing van de malaise is het vooral zaak, aldus van Kalmthout, o m te investeren in de kwaliteit van het onderwijs. Er kan veel meer worden gedaan aan cursusvernieuwing en aan verbetering van het lesmateriaal. Daar is wel geld voor, maar dat wordt niet besteed. "Iedereen klaagt over de kwaliteit van het lesmateriaal, maar er wordt weinig aan gedaan". En, tenslotte, er moeten meer middelen komen voor verbetering van de interne communicatie. Men steekt veel geld in dure advertenties óm nieuwe studenten te werven. Maar voor de interne communicatie is er geen budget. Het bulletin voor avondstudenten wordt betaald uit de gewone middelen van de faculteit. Dat is toch absurd?" Het is niet druk tijdens het avondspreekuur van studieadviseur mr. Harrie Claassens. Dat is het nooit, zo laat in het semester. Begin van het studiejaar dan loopt het altijd storm, maar n u . . . "Ik ben een seizoenarbeider" zegt Harrie Claassens. " I n augustus en september is het een gekkenhuis. Dan ben ik de meest gebelde man van de hogeschool. Onze faculteit telt tweeduizend studenten en ik kan er telkens maar één te woord staan". vervolg op pag. 10
Mr. H. Claassens
18 mei 1984
vervolg van pag. 9
vervolg van pag. 6
Avondstudenten
Studierendement
Claassens is het met veel opmerkingen van avondrector van Kalmthout, en dus mutate mutante ook met veel kritiekpunten van de avondstudenten, eens. Het is helaas nog niet zo ver, vindt hij, dat een avondstudent even hard meetelt als een dagstudent. Toch is er een voorzichtige verandering ten goede merkbaar. Ook in onderwijskundig opzicht: het aantal college-uren groeit naar elkaar toe en het aantal werkcolleges voor avondstudenten breidt zich uit. " D e avondstudenten" ontleedt Claassens "hebben alleen het enorme tijdsgebrek gemeen. Voor de rest vormen zij een zeer gemêleerde groep met uiteenlopende wensen. Ze zijn nauwelijks in enkele prototypes te vangen zoals de dagstudenten. Het is dan ook moeilijk om het iedereen naar de zin te maken en ik ben ervan overtuigd dat een aantal studenten zich elders, bijvoorbeeld op de Open Universiteit, beter zou thuis voelen". Toch gelooft Claassens dat de grootste problemen binnenkort wel achter de rug zijn. "Inderdaad, dit is wel een heel slecht jaar geweest. Maar ik geloof dat we het ergste nu wel gehad hebben".
Ook in de woonsituatie kwam in deze jaren enige verandering. Het aandeel van de allochtonen (studie- en vacantieadres beide in Tilburg en omgeving) bleef met respectievelijk 15% en 19% ongeveer gelijk. Het aandeel van de kamer- en/of flat-bewoners (studieadres in en vacantie-adres buiten Tilburg en omgeving) daalde van 4 1 % naar 3 5 % , terwijl dat van de pendelaars (studie- en vacantie-adres beide bulten Tilburg en omgeving) steeg van 4 4 % naar 4 8 % . Van de eerstejaarsstudenten bleef respectievelijk 4 3 % en 4 5 % bij de ouders wonen. Onder de hoofdbronnen van inkomen steeg het aandeel studenten dat een ouderlijke bijdrage ontving van 4 3 % naar 4 8 % ; daalde het eigen inkomen (of dat vën de partner van 2 5 % tot 18% en bleef het aandeel van de studenten dat een studietoelage ontving met respectievelijk 32% en 3 4 % ongeveer gelijk. Ten slotte is op te merken dat in het aandeel van de studenten dat in het zelfde jaar van eerste inschrijving eindexamen deed met respectievelijk 7 1 % en 7 4 % slechts een geringe verandering is gekomen. De conclusie is dat in de nieuwe structuur de part-timers en pendelaars in opkomst zijn. In het geheel van beoordeling
Twan Geurts
Uit de Universiteitsbladen Het Gronings College van Bestuur heeft haar personeel op 10 mei, bij een demonstratie tegen de plaatsing van kruisraketten, geen kwartier vrij willen geven. Het CvB is van mening dat protest-activiteiten nooit op kosten van de instelling gevoerd mogen worden. CvB-voorzitter dr. J. Borgman: "Ik denk... dat een betaald protest aanzienlijk minder indruk zal maken, dan een protest dat de mensen op eigen kosten en in hun eigen vrije tijd voeren, zoals toen in Amsterdam en Den Haag". Het actiecomité 'geen raket op mijn RUG' is het met die redenering niet eens. Het schrijven van verlofbriefjes voor een kwartier gaat de universiteit aan administratiekosten alleen al meer kosten, dan het oplevert. "Maar ja, dat moet het College zelf allemaal maar weten". In de Groningse UNIVERSITEITSKRANT wordt verder aandacht besteed aan de scriptie van een psychologiestudente die onlangs afstudeerde op de wijze waarop de psychologie is ingeschakeld bij het martelen van mensen. In haar scriptie richt ze zich vooral op de situatie in Chili. Daar wordt door de staat, middels verdwijningen, doelbewust een zenuwoorlog tegen het volk gevoerd. In de martelcentra wordt gebruik gemaakt van de inzet van zowel artsen als psychologen. Zo wordt soms met een leugendetector de persoonlijkheidsstructuur van het slachtoffer vastgesteld om daarna des te effectiever te kunnen martelen. Die effectiviteit is belangrijk omdat de staat zoveel mogelijk informatie uit zo min mogelijk slachtoffers wil halen. In het licht van de wereldopinie is het ook van belang zo min mogelijk sporen achter te laten op de lichamen van de slachtoffers. Doet een beul dit onaangename werk goed, dan wacht hem een extra gratifica-
Tliburgs Hogeschoolblad
tie in de vorm van bijvoorbeeld een paar vrije dagen. Overigens zijn die Chileense beulen, net zoals de nazi-beulen, meestal brave oppassende huisvaders die zich in niets van anderen onderscheiden. In het Enschedese THT-NIEUWS wordt verslag gedaan van de allernieuwste werkeloosheidscijfers onder academici. Het Nijmeegse KU-NIEUWS meldt dat de Universiteitsraad een commissie van wijze mannen heeft ingesteld, die een serie vragen moeten beantwoorden die door de Commissie Bestuursstructuren van de Raad op tafel zijn gelegd. De instelling " van de commissie is een hernieuwde poging van de Raad om de relatie met het Stichtingsbestuur van de KU te herzien. De Raad kwam vorig jaar met een nota waarin werd gesteld dat niet alleen het Stichtingsbestuur maar ook zijzelf moet worden betrokken bij benoemingen. De leden van het Stichtingsbestuur worden benoemd door de Nederlandse Bisschoppenfederatie. De Nijmeegse Raad vraagt zich af in hoeverre die conferentie nog wel representatief is voor het Nederlandse volksdeel. In de commissie van wijzen hebben onder meer zitting de Tilbufgse hoogleraar prof. dr. J.J.O. Goddijn en een oude bekende uit het Tilburgse Stichtingsbestuur, de Nijmeegse hoogleraar prof. mr. Baron S.F.L. van Wijnbergen. Het Rotterdamse QUOD NOVUM besteedt maar liefst een kwart van haar ruimte aan de 'professionalisering van het universitaire management'. Aan enkele topbestuurders wordt onder meer gevraagd of geleid onderzoek meer en/of betere resultaten oplevert dan onderzoek dat in vrijheid kan geschieden. Interessant is ook dat sommige bestuurders het idee hebben, gevoed door kritiek van buiten, dat de universiteit zichzelf vaak onderschat. "Het universitaire management zou de mensen meer het gevoel moeten geven dat het wel goed gaat". L. V. W.
van studieresultaten dient met deze studenten in bijzondere mate rekening te worden gehouden omdat mogelijk het onderwijssysteem en de evenementen daaromheen niet geheel op hun sociale situatie zijn afgestemd. De vraag is of bij verkorting van de studieduur reeds na drie jaar na eerste inschrijving, met waarschijnlijkheid kan worden aangenomen hoeveel studenten de eindstreep zullen halen. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord indien door onderzoek bij herhaling in opeenvolgende jaren binnen een studiejaargang veranderingen in de sociale structuur zijn waar te nemen. Nemen de aandelen van bepaalde catego-, rieën daarin in te grote mate af dan kan tot bijsturing worden overgegaan hetgeen het rendement in positieve zin kan beïnvloeden. Daartoe ondersteund door gegevens van de Dienst Studentenzaken en Welzijn werd getracht de sociale structuur van de studenten in de gezamenlijke studierichtingen die zijn aangekomen in het studiejaar 81 /82 in het jaar 82/83 wederom te bezien. Het resultaat was dat de aandelen van de categorieën binnen een aantal constante kenmerken, zoals leeftijd, vooropleiding en jaar van eindexamen, nauwelijks enige verschillen van betekenis te zien gaven. Het onderzoek zal derhalve voor de afzonderlijke studierichtingen dienen te worden voortgezet. Voor de aangeko-
Ander Leesvoer Vite-Bulletin beschikt sinds kort over dezelfde tekenaar als Nonde Jure, het faculteitsblad voor rechtenstudenten. Een hele verbetering voor het vaak gortdroge orgaan van deze vereniging voor internationaal georiënteerde studenten. In dit nummer impressies van Vite-leden over een studieverblijf aan de Indiana University in Bloomington, Verenigde Staten. "Studeren kan men in Nederland ook. Een een-semester-studie met als status 'special-student' levert géén graad of diploma op, hooguit betekent het voor een toekomstig werkgever een pluspunt. Zo 'n reis dient dan ook opgevat te worden als een stuk persoonlijke vorming en vernieuwing". Over het algemeen is de indruk van de Tilburgers dat een studie in de Verenigde Staten erg zwaar is. Hoewel, bij een bepaalde cursus bleken de Vite-leden bij de eerste tien te behoren van de 120 die de cursus liepen. Nuttig zijn een aantal tips welke een studie in de VS wat draaglijker moeten maken. Voor meer informatie, de volledige reisverslagen liggen bij Bureau Buitenland. Nonde Jure, het faculteitsblad voor rechtenstudenten, spreek in haar redactioneel van een "groeiende machteloosheid". Terwijl de werkdruk toeneemt wordt de redactiebestand uitgedund. "Wie wordt een topteler wanneer er weliswaar zaad te over is, maar alle andere productiemiddelen alsmaar schaarser worden? En waar geen zon schijnt worden vruchten zuur.." En inderdaad, paginagroot maakt P.P. de Kluiver bekend niet meer te schrijven en niet meer te zullen actievoeren. "Waar onbegrip, stupiditeit en passiviteit heersen, mensen niet eens meer voor hun eigen belangen op kunnen komen, pas ik niet". Voorwaar, een groot verlies voor Nonde Jure. Onder de kop "de dubbele redelijkheid van Danny Backx" een heuse polemiek tussen Paul
men studenten in het studiejaar 82/83 was dit met behulp van gegevens van het Bureau Inschrijving slechts voor de kenmerken geslacht en inschrijving mogelijk. Het aandeel van de part-timers bedroeg in 82/83 bij de economen en econometristen 7% en daalde in 83/84 tot 6 % . Bij de juristen ging het aandeel achteruit van 28% naar 24% en bij de sociologen van 73% naar 55%, hetgeen een bevestiging inhoudt van de reeds ter sprake gebrachte kwetsbaarheid van de part-timers in deze studierichting. Bij de psychologen daarentegen steeg het aandeel van 15% naar 2 1 % . Het zou kunnen betekenen dat in één jaar een aantal dagstudenten part-timers zijn geworden. Bij voortgezet onderzoek dienen derhalve de niet constante kenmerken vanaf de aanvang gestandariseerd te worden. Bij de letterenstudenten werden geen part-timers aangetroffen. Interfacultair gezien betekenen deze resultaten eveneens een bevestiging van de noodzaak tot het bijsturen van de reeds ter sprake gebrachte voorzieningen voor het tweede kansonderwijs. Ten slotte verdient hij het rendementsonderzoek de keerzijde van de médaille alle aandacht. Hoe komt de samenstelling van de tentamen- en examen-opgaven tot stand; wie zijn daarbij betrokken en welke beoordelingscriteria worden gehanteerd?
m
Jan Terwindt
Zoontjes en de studentendecaan. Backx lanceerde in een vorig nummer de stelling dat in het geval van een niet studeerbaar onderwijsprogramma een . individueel student een beroep moet kunnen doen op het College van Beroep voor de Examens. Zoontjes meent dat deze stelling geen steun in het recht vindt en zelfs de onderwijskundige en democratische uitgangspunten van de universitaire organisatie met voeten treedt. In een dupliek pareert Backx de kritiek van Zoontjes. Verder in Nonde Jure een zogenaamde thematische bijlage. Na de golf artikelen over de werkloosheid onder academici nu dan die der beroepsperspectieven. Ook wordt aandacht besteed aan het werken met behoud van uitkering. Kappataai, het faculteitsblad der economen, opent met een informatief artikel over de inhoud van de economiestudie aan de Rijksuniversiteit Limburg welke volgend jaar van start zal gaan. Deze studie belooft een geduchte concurrent van Tilburg te worden. Nu al zijn er meer aanmeldingen dan er plaatsen zijn. Conclusie van Kappataai is dat het gekozen onderwijssysteem in Maastricht als zodanig positief overkomt, zeker in verband met wat wij hier gewend zijn". Om de maatschappelijke relevantje van de studie te doen toenemen, moeten studenten wel hun invloed op de inhoud doen gelden. Kappataai haalt uit naar de jubilerende hoogleraar D.B. J. Schouten. Op 1 mei is deze 30 jaar hoogleraar aan de KHT. "De titel van een van zijn laatste werken 'machten wanorde' geeft precies aan wat D.B.J. in die dertig jaar heeft gekarakteriseerd. Binnen Algemene Economie, de heersende vakgroep op de faculteit, is hij de grote meester". Kappataal vraagt Schouten op te stappen. Zoals het blad zelf opmerkt betekent dat wel een groot verlies. Schouten is namelijk zonder meer de meest besproken figuur in het blad. L. V. W.
18 mei 1984
TRIBUNE
EMANCIPATIE In de rubriek .Tribune' geven lezers hun opinie op uitnodiging van de THB-redaktie.
Vrouwenstudies en emancipatiebeleid op de KHT Het lijkt al weer een tijdje stil rond Vrouwenstudies. Nadat in de Hogeschoolraad van 7 april 1983 twee formatieplaatsen voor Vrouwenstudies bevochten waren, is er, althans op hogeschoolnivo, weinig aktie meer gevoerd. Bij de psychologen heeft het nog wat voeten in de aarde gehad, maar ook daar is de formatieplaats nu bevrouwd. Hoe is nu de stand van zaken? Allereerst zijn daar de coördinatrices Vrouwenstudies. Hun taak is een beter klimaat te scheppen voor Vrouwenstudies en voor vrouwen (en mannen), die met Vrouwenstudies bezig willen zijn. Daartoe moeten ze éen flink aantal organisatorische klussen verrichten, maar ook het geven van een kursus, om zo studenten vertrouwd te maken met Vrouwenstudies. Dan zijn er de twee formatieplaatsen Vrouwenstudies binnen de centrale beleidsruimte. De plaats bij Sociologie is weliswaar voor vier jaar gegarandeerd, maar het kontrakt van de vrouwen, die er werken, is daar nog niet op afgestemd. Op het ogenblik draaien er vier studiegroepen. Per 1 april zijn ook bij Psychologie twee vrouwen bij Vrouwenstudies werkzaam. Zij gaan in september kursussen draaien. Deze plek is maar voor twee jaar gegarandeerd. Daarnaast is er nog een enkele medewerkster, die, veelal in haar eigen vrije tijd, ook Vrouwenstudies doet. Hoewel er nu meer mogelijkheden zijn dan enkele jaren geleden, is het nog geen rooskleurige situatie. In totaal drie banen, die, als er niets verandert, binnen een paar jaar weer verdwenen zijn. En op deze plekken zes part-time werkende, overbelaste vrouwen. Omdat de betrokken vrouwen (medewerksters en studenten) eindelijk wel eens de garantie willen dat Vrouwenstudies een vaste plaats binnen de hogeschool krijgen, zodat niet telkens weer kostbare tijd in voorwaarden scheppen gestoken moet worden, is er door de begeleidingscommissie van de coördinatrices Vrouwenstudies een advies uitgebracht over de strukturele inbedding van Vrouwenstudies. Dit naar aanleiding van een motie in de hogeschoolraad van 7 april 1983. In dit advies worden de vooren nadelen bekeken van verschillende mogelijkheden om een vaste plek voor Vrouwenstudies op de hogeschool te krijgen, binnen de beperkte mogelijkheden, die er zijn. Het uiteindelijke advies pleit voor het oprichten van een interfakultaire afdeling Vrouwenstudies, waarin medewerksters Vrouwenstudies zijn aangesteld, waar onderzoek wordt verricht en van waaruit onderwijs geboden wordt aan alle studierichtingen. Een dergelijke afdeling zou ondergebracht kunnen worden bij de centrale interfakulteit. 7 Juni a.s. zal de hogeschoolraad beslissen over dit advies en daarmee over de toekomst van Vrouwenstudies aan de KHT.
DE NOTA EMANCIPATIEBELEID Onlangs is de definitieve nota emancipatiebeleid verschenen. Daarin zouden de reacties, die er op de concept-nota gegeven waren, verwerkt zijn. Van de reacties van het Vrouwenoverleg, de begeleidingscommiss^ie Vrouwenstudies, de ABTjlbwrgs^ Hogeschoolblad
Het emancipatiebeleid van de hogesciiool is actueel geworden door een pasverschenen "emancipatienota". In deze tweede bijdrage maakt Thérèse van den Heuvel een tussentijdse balans op van de Vrouwenstudies aan de KHT. "Vrouwenstudies stellen de bestaande wetenschap en het wetenschapsbedrijf ter diskussie" aldus de slotsom in deze Tribune.
VA/KABO en de emancipatiekommissie is echter weinig terug te vinden. De opstellers zijn blijkbaar nog steeds van mening dat Vrouwenstudies niet in een nota emancipatiebeleid thuishoren. Slechts éénmaal worden Vrouwenstudies vernoemd en wel in verband met het advies van de begeleidingskommissie over de "inpassing van Vrouwenstudies". Voor het overige wordt verwezen naar de verantwoordelijkheid van de fakulteiten en vakgroepen. Naar mijn idee zijn Vrouwenstudies echter onmisbaar in een nota emancipatiebeleid. Zij leveren nl. de inhoudelijke grondslagen voor wat onder emancipatie verstaan wordt, en daarnaast werken ze emanciperend voor vrouwelijke studenten. Om met het eerste te beginnen: Het. emancipatiebeleid, zoals in de nota wordt opgevat, gaat uit van het "opheffen van beperkingen" en het "inhalen van achterstanden". Nu is het een goede zaak om, waar achterstanden zijn, deze op te heffen. Maar in een dergelijke opvatting van emancipatie worden de bestaande verhoudingen als uitgangspunt genomen en worden vrouwen gestimuleerd en geholpen om zich een plaats te verwerven binnen deze verhoudingen. De bestaande verhoudingen zelf staan niet ter diskussie. In deze visie zijn het vrouwen, die moeten veranderen. Binnen Vrouwenstudies is echter het inzicht ontstaan, dat vrouwen niet alleen in een ach-
ren. Normen, die gelden, zijn mannelijke normen. Zo staan objectiviteit, zakelijkheid, afstandelijkheid en zelfverzekerdheid hoog in het vaandel, eigenschappen, waarin vrouwen niet gesocialiseerd zijn. Eigenschappen, die bij vrouwen hoog gewaardeerd worden, zoals emotionaliteit, betrokkenheid, dienstbaarheid, zijn niet met die normen van wetenschappelijkheid te combineren. Vrouwen moeten kiezen tusseir enerzijds meedoen aan de mannelijke wetenschapspraktijken en hun vrouw-zijn ontkennen of anderzijds vrouw zijn en niet voor vol aangezien worden in het wetenschapsbedrijf. Vrouwenstudies nu, stellen de bestaande wetenschap en het wetenschapsbedrijf ter diskussie en proberen deze te transformeren. Ze bieden vrouwen de mogelijkheid om op eigen voorwaarden onderzoek te doen. Ook worden onderwerpen uitgediept, die vrouwen wel aanspreken en op een manier, dat vrouwen zich er bij betrokken kunnen voelen. Wetenschap wordt zo aantrekkelijker voor vrouwen. Emancipatie van vrouwelijke studenten is meer dan het bevorderen van meer vrouwen in het wetenschappelijk onderwijs. Het is ook de wetenschap en het wetenschapsbedrijf ter diskussie stellen en zó proberen te veranderen, dat de kansen, die vrouwen formeel geboden worden, ook echte kansen zijn. (Met dank aan Alkeline, Helma en Koos) Thérèse van den Heuvel
terstandssituatie zitten, maar dat ze daar ook in worden gehouden. Vrouwen worden bewust, dan wel onbewust, achtergesteld, onderdrukt. Juist in de bestaande maatschappelijke verhoudingen zelf zit een machtsongelijkheid ingebouwd. Wat er dan ook moet verandeteii, wil men van echte vrouwenemancipatie EuXnen spreken, zijn de bestaande maat-"^ schappelijke verhoudingen (en daarbinnen vrouwen én mannen). Tot zover Vrouwenstudies als basis voor theorievorming met betrekking tot emancipatie. Waarom zijn Vrouwenstudies op zich ook van belang voor emancipatie van vrouwelijke studenten? Formeel hebben vrouwen'dezelfde kansen als mannen om universitair onderwijs te volgen. Toch bestaat nog maar 30% van de studenten uit vrouwen, en dit percentage wordt gehaald door de relatief grote deelname van vrouwen aan studierichtingen als letteren, psychologie, pedagogie. Bij de exacte wetenschappen en ekonomie komt het percentage nog niet boven de 10%. Het aantal vrouwelijke studenten blijkt de laatste jaren echter wel toe te nemen. Wat komen deze vrouwen nu tegen op de hogescholen en universiteiten? Een wetenschap, die dóór mannen gevormd is, en daardoor vóór mannen. Onderwerpen, die aan de orde komen, gaan over zaken die mannen interesse-
Dagelijks van maandag t/m \ vrijdag
\3 wisselende 'lunchmenu's
35.-
per couvert
Voor informatie en/of tafelreservering: Restaurant
„DEN SCHOUT" Oranjestraat 4 (tussen Palecsnng en EmmastraatI Tel 013-434512/674394 Tilburg (donderdag rustdag)
18 mei. 1984
■mr
Uw carrière^ onze toekomst Als toonaangevend kantoor op het gebied van zoeken, vinden binnen Peat Marwick een accountancy, belasting en organisatieadviezen ideale voedingsbodenn voor hun talenten. onderkent Peat Marwick International de nood Hun postdoctorale studie accountancy zaak van goede interne opleiding. Met ruin) wordt aangevuld met een zware interne oplei 28.000 medewerkers en 300 vestigingen in ding. De aanwezige kennis wordt uitgebreid 94 landen is Peat Marwick International één van met praktische ervaring en verdere specialisatie. de grootste organisaties op zijn terrein. Peat Marwick zoekt contact met jonge De personeelsfilosofie van Peat Marwick is bedrijfseconomen die de postdoctorale studie gebaseerd op het standpunt dat nnensen niet accountancy volgen en die een carrière alleen gezichtsbepalend, nnaar ook succes ambiëren in een snelgroeiende organisatie. bepalend zijn. Voor meer informatie en het maken van Jonge bedrijfseconomen die bereid zijn afspraken kunt u contact opnemen met de zich in te zetten voor hun carrière, zelfstandig heer H.G. Krekel in het kantoor Den Haag, tel. kunnen werken en verantwoordelijkheid 070472511 (na kantooruren 078 194071).
PEAT MARWICK NEDERLAND
lËl
Laan van Nieuw Oostlndie 127, 2593 BM Den H aag,H erengracht 566, 1017 CH Amsterdam; Eusebiusbuitensingel 3, 6828 H S Arnhem.
Wie krijgt de kans binnen een jaar vele bedrijven gtondk te leren kennen ? Vanzelfsprekend blijft de beoordeling van de admini stratieve organisatie en de controle van financiële gegevens een primaire taak van de accountant. Maar waarschijnlijk heeft u net als wij de visie, dat het accountantsvak zich uitstrekt over een breder terrein; het totalefinanciëlebedrijfs gebeuren. Vanuit die instelling bent u geïnteresseerd in het toepassen van zeer geavanceerde controletechnieken toege spitst op geautomatiseerde informatieverwerking. Een der gelijke moderne werkwijze spreekt u aan, omdat u daar door in staat wordt gesteld zeer veel beoordelend naast controlerend te werk te gaan. Zodat u op tal van vragen, die zich bij controles kunnen voordoen, constructieve antwoor den kunt geven.
u snel op de hoogte van de werkwijze en werksfeer bij C & L. Daarna gaat u onder deskundige leiding uw eerste opdrachten uitvoeren en na korte tijd bent u volledig opera tioneel in een technisch hoogwaardig controleteam. Studie en praktik tegelijk. Bij Coopers & Lybrand Nederland wordt aan uw ver dere ontplooiing veel aandacht besteed. Aan studiefacilitei ten ontbreejct het niet: alle studiekosten worden vergoed en de interne opleiding wordt geheel in werktijd gegeven. In een programma, verdeeld over 4 jaar, doorloopt u een cyclus van cursussen. Daarna gaat u de theorie aan de dage lijkse praktijk toetsen. En die is gevarieerd, als u aan 10 tot 15 verschillende cofitroles per jaar kunt deelnemen. U maakt kennis met de analytische en bijzonder effectieve werkwijze van Coopers & Lybrand Nederland. Op die manier groeien uw inzicht en ervaring snel. Uitstekende vooruitzichten. Wie door zelfvertrouwen, inzet en studiezin toont uit het juiste hout te zijn gesneden, kan bij Coopers & Ly brand Nederland rekenen op uitstekende vooruitzich ten. En op eigentijdse voorzieningen, zoals vergoeding van studiekosten, examenverlof, 5 dagen extra studie verlof per jaar en doorbetaling van de helft van de tijd nodig om de accountancy opleiding te volgen.
Groei van Coopers & Lybrand. Dankzij een sterke en internationaal soepel functione rende organisatie van accountants, belastingadviseurs en organisatieadviseurs, die meer dan 400 vestigingen in ruim 100 landen omvat, is C & L steeds in staat om op de nieuw ste ontwikkelingen in te spelen. Dat verklaart de groei van de organisatie: internationaal vertienvoudigd in de laatste 25 jaar. In Nederland een groei van 100% in de laatste 4 jaar en naast het hoofdkantoor in Rotterdam nieuwe vestigingen in Amsterdam en Eindhoven. Alle kansen voor uw carrière. Wanneer u binnenkort uw studie bedrijfseconomie afrondt om daarna uw postdoctoraal accountancy te gaan Interesse? Reageer! Als u meerwilt weten over Coopers & Lybrand Nederland, vraagdan doen, kunt u bij Coopers & Lybrand Nederland een de audiocassette aan met bijbehorende documentatie Bel daarvoor loopbaan starten met interessante toekomstmogelijk 010-130680 Richt uw sollicitatie aan drs CG van Luijk RA , heden. Door een goed doordachte introductiecursus bent Coopers & Lybrand Nederland, Weilblaak 100, 3012 KM Rotterdam
De accoukant opC&L~niveau!
Coooers & Lybrand Nederland
MEDEDELINGEN
VACATURES Bij de subfaculteit Letteren i.o. zijn vacant de functies van WETENSCHAPPELIJK ASSISTENT M/V ten behoeve van het werkverband Taal & Informatica en WETENSCHAPPELIJK ASSISTENT M/V ten behoeve van het werkverband Literatuurdidactiek. Bij de faculteit der Rechtsgeleerdheid wordt gevraagd voor de periode van 1 juni 1984 tot 1 januari 1985 een STUDENT-ASSISTENT M/V ten behoeve van het Mentoraat, voor 3 eenheden per week. Bij het Audio Visueel Centrum komt vacant de functie van MEDEVC'ERKER COLLEGEZAALSERVICE M/V voor 32 uren per week. VACATURE Het college van bestuur maakt bekend dat per 1 augustus 1984 een vacature ontstaat voor student-lid van het college van beroep voor de examens. Belangstellenden voor deze functie kunnen zich tot 25 mei schriftelijk aanmelden bij: Het college van bestuur van de Katholieke Hogeschool, postbus 90153, 5000 LE Tilburg. Benoeming geschiedt door de hogeschoolraad voor een termijn van twee jaar. Inlichtingen kunnen worden verkregen bij de secretaris van het beroepscollege. Kamer B 1113, tel. 662248.
RESPONSIECOLLEGE STRAFRECHT Op dinsdag 29 mei a.s. zal om 18.45 uur in zaal AZ 114 een responsiecollege voor het vak Strafrecht C/Strafrecht I door Mr. J . Simmelink worden verzorgd. Dit college is zowel voor avond- als dagstudenten bedoeld.
PEMO Op 24 mei aanstaande zal een voorbereidende bijeenkomst plaatsvinden voor al degenen die in het studiejaar 1984/1985 het vijfde jaars college P.E.M.O. willen volgen. Het is de bedoeling op deze vergadering tot voorlopige afspraken m.b.t. thema's en werkwijze te komen. Voor een efficiënte voorbereiding is het bevordelijk, voorstellen en suggesties enkele dagen vooraf schriftelijk bij mij in te leveren. De bijeenkomst vindt plaats om 13.30 uur in zaal CZ 107. Jörg Glombowski, kamer B 518, tel. (66) 2047. LERARENOPLEIDING ECONOMIE De studenten die zich hebben opgegeven voor de lerarenopleiding economie, cursus 8485, worden uitgenodigd voor een inleidende bijeenkomst op vrijdag 25 mei om 14.00 uur in SZ 174. BESLISKUNDE I De eerstvolgende gelegenheid om het tentamen besliskunde I af te leggen is op: vrijdag 1 juni 1984, 9.30-12.30 uur, zaal CZ 111. Tilburgs Hogeschoolblad
Actuariële Wetenschappen als vervolgopleiding op de propedeuse econometrie
De Interfaculteit der Actuariële Wetenschappen en Econometrie der Universiteit van Amsterdam maakt de econometriestudenten, die in het bezit zijn van het propedeuse-examen, erop attent dat zij m.i.v. het studiejaar 1984-'85 aan de Universiteit van Amsterdam de actuariële studierichting iiunnen volgen (evenals studenten actuariaat die in het bezit zijn van de propedeuse actuariële wetenschappen). Dit is een gevolg van een betreffende regeling in het Academisch Statuut. De minister van O & W heeft het beleidsvoornemen uitgesproken dat de actuariële studierichting zal worden geconcentreerd aan de Universiteit van Amsterdam. Voor inlichtingen: Interfaculteit der Actuariële Wetenschappen. Jodenbreestraat 23, 1011 NH Amsterdam. Tel.: 020-5254227.
AANKOMEND BELASTINGADVISEURS Mv / C & L Belastingadviseurs maakt deel uit van Coopers & Lybrand, een internationale organisatie van accountants, belastingadviseurs en organisatie-adviseurs. In totaal beschikt de groep over ruim 400 vestigingen, verspreid over 100 landen. C & L Belastingadviseurs is een snel groeiende belastingadviespraktijk. De Maatschappij adviseert en begeleidt zow^el binnen als buiten Nederland opererende ondernemingen en hun aandeelhouders. Er IS een nauwe samenwerking met Coopers & Lybrand Nederland, de accountantsmaatschap.
waarin zowel theorie als praktijk alle aandacht krijgen. Na een intensieve inwerkperiode zal de aankomende belastingadviseur, onder toezicht van ervaren collega's, geleidelijk een zo ruim mogelijke verantwoordelijkheid voor een eigen clientenbestand krijgen. Tegenover uw inzet stelt C & L Belasting adviseurs uitstekende arbeidsvoorwaarden en perspectieven voor een carrière binnen een snel groeiende adviespraktijk. WIJ zijn ervan overtuigd dat wij aan serieus in het beroep van belastingadviseur geïnteresseerden zeer aantrekkelijke mogelijkheden kunnen bieden.
De vrij constante aanwas van nieuwe cliënten vergt uitbreiding van het aantal belastingadviseurs. Voor afgestudeerde fiscaal juristen, fiscaal economen alsmede Uw schriftelijke sollicitatie kunt u voor civiel juristen die zich verder willen richten aan C & L Belastingadviseurs, specialiseren in het belastingrecht, zijn er Mr W.U. Brócker, Postbus 53009,1007 RA aantrekkelijke mogelijkheden. C & L Belas- Amsterdam. Telefoon: 020-221355 en na tingadviseurs biedt een degelijke opleiding 25 mei 1984:020-645206.
.vO*
. <
tfj"
C&L Belastingadviseurs Amsterdam- Rotterdam- Eindhoven
18 mei 1984
MEMO
Studenten \
INTERNATIONAAL (HOMO) JONGEREN KONGRES/FESTIVAL
DSW-OPROEP
Een groep meiden en jongens uit het Landelijk Homo Jongeren Overleg is bezig met de organisatie van een internationaal jongeren festival/congres. Dit zal plaatsvinden van 5 t/m 11 augustus 1984 te Amsterdam. Het geheel valt in twee delen uiteen: een congres en een festival. Op het congres zullen jongeren overal uit Europa elkaèr ontmoeten en praten over of werken aan alles wat met het homojongerengebeuren samenhangt. Onderwerpen zoals opvoeding/onderwijs, ouders, poen, huisvesting, jongens en porno, specifieke situatie van meiden, wettelijke leeftijdsgrenzen, etc. komen aan bod. Rond het congres speelt zich een festival af met als thema 'vriendschap'. Vriendschap tussen jongens & jongens/mannen en anderzijds tussen meiden & meiden/vrouwen. We proberen via workshops, theater, muziek, dans, feesten aan alle kanten vriendschappen te bekijken in het bijzonder hun erotische en lichamelijke kanten, ledere dag staat in het teken van een andere invalshoek: vriendschappen in groepen (kostscholen, sportclubs, etc), in twee-relaties, tussen jongeren en ouderen, in strips en in jongerensubculturen (punk, new wave, disko).
Degenen die voor de kosten van studie en levensonderhoud geheel of gedeeltelijk afhankelijk zijn van geld uit Suriname worden dringend verzocht om contact op te nemen met W. Heuvelmans, 013-662413. Er komt wat geld beschikbaar voor studenten die door de deviezenbeperking zijn getroffen. AVONDSPREEKUUR D.S.W. Vanaf 29 mei a.s. zal de avondopenstelling van het informatiecentrum van de Dienst Studentenzaken en Welzijn geen doorgang meer vinden. Bij aanvang van het nieuwe collegejaar zal het informatiecentrum weer geopend zijn op dinsdagavond van 17.30 uur tot 19.30 uur. Het zal voorlopig nog wel moeilijk zijn afspraken te maken voor het avondspreekuur van de dekenen, telefonisch 013-662211 of aan de balie van het informatiecentrum. Openingstijden van het informatiecentrum zijn: maandag 13.00-15.00 uur, dinsdag t/m donderdag 11.00-15.00 uur, vrijdag 11.00-13.00 uur.
W.I.E. DOET WAT! Stichting W.I.E. is een stichting die zich bezighoudt met de belangen van studenten op de meest uiteenlopende gebieden. Deze belangen liggen zeker niet op de laatste plaats op het financiële vlak. De aanschaf van studieboeken is vaak een hele hap uit een studentenbudget. Na een half jaar of een jaar zijn er een heleboel boeken die je nooit meer inkijkt. Stichting W.I.E. wil je nu de gelegenheid geven om die kwijt te raken. W.I.E. organiseert daartoe een tweedehandsboekenmarkt op woensdag 29 augustus in de ruimte voor de aula. Je kunt dan via W.I.E. je tweedehandsboeken verkopen. Inleveren hiervan is op dinsdag 28 augustus. Nadere informatie volgt nog. Als je interesse hebt, noteer dan wel de datum vast. Wil je meer weten of ben je dan op vakantie en wil je toch je boeken kwijt, dan kun je terecht op de volgende adressen: Sint Sebastiaanstraat 28 tel. 353248 Leon; Noordstraat 38 tel. 436831 Jan; Smidspad 44 tel. 357971 Twan; Biss. Zwijssenstr. 70a tel. 432162 Peter.
YMCA SMASHING HOLIDAY Voor een flitsende vakantie moet je bij de YMCA zijn. Uitstekende jongerenvakanties in binnen- en buitenland worden door deze niet commerciële internationaal bekende organisatie aangeboden. Voor een redelijk bedrag kun je boeken voor een avontuurlijke kampeertocht naar Skandinavië, naar de Alpen of naar Zuid-Frankrijk. Of je kunt met een groep interrailers richting Griekenland afreizen, of neem Hastings als bestemming. In het binneland tal van betaalbare vakanties, zeilen, surfen, een vakantie op huifschepen öf een kanotocht met tentjes mee. Wil je meer weten van een SMASHING HOLIDAY van de YMCA, bel of schrijf dan even naar: YMCA Zomerwerk, Postbus 115, 3970 AC Driebergen-R., telefoon 03438-20170.
Tilburgs Hogeschoolblad
Natuurlijk wordt dit een gigantisch gebeuren, daarom vragen wij medewerkers/sters in alle maten en soorten. Voor vormgeving, theater, dans, lay-outen (tijdens de happening wordt elke dag een krantje uitgegeven), technische mensen, mensen voor stencillen, tikken, barbediening, vertalingen in Frans en Engels, sjouwen, etc. Heb je interesse, bel dan even naar: Rob (020-127726) Willemien (020-862341) Of schrijf naar: L.H.J.O. Postbus 542, 1000 AM Amsterdam Wij zoeken specifiek: vertalers, notulisten, voorzitters, schrijvers, etc.
Buro Buitenlandm PLENAIRE BIJEENKOMST LEERGANG ONTWIKKEUNGSPROBLEMATIEK Op dinsdag 29 mei, KWJ-gebouw, 20.00 uur: Open avond over Tilburg en de Derde Wereldbeweging. De Leergang Ontwikkelingsproblematiek '83/'84 nadert haar afronding. De deelnemers hebben twee semesters lang kennis verworven en uitgediept over het vraagstuk van ontwikkeling en onderontwikkeling, over de relaties tussen bijvoorbeeld het Westen en de Derde Wereld. Wat doe je met die kennis? In het verleden bleken deelnemers hun betrokkenheid met de Derde Wereld nogal eens om te zetten in deelname aan werkgroepen en aktiegroepen of namen de kennis en betrokkenheid mee in andere aktiviteiten: in hun studie, in hun dagelijks doen en laten. Sommigen vormden weer een Leergang-vervolggroep. Over de vraag hoe je je betrokkenheid met de ontwikkelingsproblematiek in daden om kunt zetten zal JOZEF BERGMANS (Ikvos, voorheen Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking) een lezing houden. Daarna is er gelegenheid tot diskussie. Werk- en aktiegroepen die zich op een of andere wijze met de Derde Wereld bezig houden zullen zich presenteren middels informatiestands en 'vrijwilligers-vakatures'.
Dit alles in de grote zaal van het KWJ-gebouw aan de Korte Tuinstraat in Tilburg, vanaf 20.00 uur. In de kleine zaal van het KWJ-gebouw zal een aantal mensen van de muziekgroep NEGA (waaronder Henk Koekoek) vanaf 22.00 uur een optreden verzorgen met volop swingende Salsa-en Brasilklanken. ledere belangstellenden is van harte welkom! Organisatie en informatie bij: Buro Buitenland van de Katholieke Hogeschool Tilburg, Kamer B 1012, tel. 662556 - Marcel Rovers of Theo Lintsen.
Vrouwen \
Talencentrumi HERINNERING CURSUS SOLLICITEREN Voor studenten die zich voor de cursus solliciteren hebben ingeschreven. De cursus solliciteren vindt plaats op dinsdag 22 mei 1984 om 10.00 uur in CZ110.
SportA
De vergaderstukken worden u toegezonden na overmaking van f ^,— op gironummer 5386648 van de SLOV, Maliebaan 103, Utrecht (tel. 030314021). Als u gebruik wilt maken van kinderopvang, moet u dit van te voren telefonisch melden. VROUWENKRANT UVA/EVA, vrouwenkrant voor de beide Amsterdamse Universiteiten, heeft het derde nummer van de zevende jaargang uitgebracht. Dit nummer heeft als thema: Universiteits-vrouwen en Arbeid. - werkgelegenheid onder akademische vrouwen - studenten in de vrouwenwerkbeweging - arbeidsethos door de eeuwen heen - informatiecentrum voor werkloze biologen - Tas-vrouwen, een onderzoek naar scholing - recensie van 'Tipje van de sluier' Het vierde nummer van deze jaargang zal gaan over aktiviteiten voor en door vrouwen aan de universiteit als vrouwenoverleggen, vrouwenstudies, vrouwenadviescommissie, onderzoekszwaartepunt enz. Iedereen kan zich als abonnee opgeven door f 12,50 te storten op giro 11 25 51 ten name van UVA/EVA, postbus 15140 1001 MC Amsterdam.
CONTROLEUR Onze controleur Rob zal tot het einde van het jaar blijven vragen naar de sportkaart, dus neem hem mee als je komt sporten. BASKETBALL De basketballvereniging Pendragon kan voor het komende seizoen versterking gebruiken voor al haar teams: Heren Ie t/m 5e klasse en dames 2e klasse. Ook gezelligheidsspelers (m/v) zijn binnen onze vereniging van harte welkom. Meer informatie bij Jos v.d. Sterren tel. 426824.
.OR 4
LANDELIJKE VERGADERING SLOV Op vrijdag 25 mei houdt de Stichting Landelijk Overleg Vrouwenstudies een Algemene Landelijke Vergadering. Iedereen die zich betrokken voelt bij Vrouwenstudies is welkom. Van 10.00-13.00 u. worden voorstellen besproken ter verbetering van de positie van het baanloos Vrouwenstudies-potentieel. Het gaat hierbij om het aanstellen van deskundigen in het schrijven van onderzoeksaanvragen; het invoeren van betaling van baanlozen via het terugploegstelsel en het materieel ondersteunen van regionale taakgroepen SLOVEN (taakgroepen van baanlozen). Van 14.00-17.00 u. wordt het algemene SLOV-beleid besproken. Het gaat hierbij om een accentuering van SLOV-aktiviteiten op het politiekstrategische terrein en het versterken van de relatie met de achterban door het uitbrengen van een Nieuwsbrief. Kwa organisatiestruktuur worden er voorstellen gedaan voor een breed samengesteld Algemeen Bestuur en het omvormen van de half-jaarlijkse Algemene Vergadering van beslissend tot adviserend orgaan. Deze dag begint om 9.45 u. op de Uithof, Transitorium II, Utrecht. U kunt het universiteitskomplex bereiken vanaf het Centraal Station met lijn 11 en 12.
TRUIEN De Pendragontruien van f 35,— per stuk zijn nog steeds volop te verkrijgen op de pendragonkamer, dus als je interesse hebt kom dan maar kijken. Hou doe.
VOLLEYBAL
D.B.-WERVING IEDEREEN? die interesse heeft om komend jaar in het D.B. van Pendragon zitting te nemen is van harte welkom om langs te komen op de studentensporthal. Het D.B. van Pendragon organiseert verscheidene evenementen, zoals het afgelopen Internationale Studentensport Toernooi van 1984. Ook worden door het D.B. van Pendragon beleidszaken en bestuurlijke zaken behandeld. Hierbij zijn organisatorische, inventieve, creatieve talenten van harte welkom. Natuurlijk heeft htet gezelligheidsaspect ook een zeer belangrijke plaats binnen het D.B. van Pendragon. Kom eens op de sporthal langs of bel: 631873 of 671898 en vraag naar iemand van het D.B. van Pendragon.
Ook de volleybalvereniging Gepidae kan voor komend jaar nieuw volleybalbloed gebruiken. We hebben nu vier dames- en evenveel herenteams die in 84/85 uitkomen in elke klasse van rayon Tilburg. Dat betekent voor komend seizoen de laagste teams in de derde klasse (vierde klasse wordt opgeheven) en de hoogste teams in de eerste klasse. Mocht je zin hebben om volgend jaar competitie te gaan spelen kom dan gewoon meetrainen (tijden op posters in sporthal) of bel naar Ronald (635196) of Hans (363349).
THEMADAGEN ALGEMENE TENNISTRAINING Op maandag 28 mei, dinsdag 29 mei en woensdag 30 mei worden er voor de algemene tennissers (beginners, half-gevorderden en gevorderden) themadagen georganiseerd. Iedereen is op die dagen welkom; dus je kunt drie keer komen als je wilt. Het programma ziet er als volgt uit: MAANDAG 28 mei: (12.00-16.00 uur) De Hewitt-test. leder heel uur kan een groepje deze test afleggen waarbij het de bedoeling is met 10 for-hands, 10 backhands en 10 services de hoogste score te behalen. Voor de hoogste score is er een verrassing. Dinsdag 29 mei: (12.00-14.00 uur) Fundamentele overwegingen bij het tennisspel. (Theorie en praktijk). Woensdag 30 mei: (12.00-16.00 uur) De Hewitt-test (Idem als maandag). Vanaf maandag 4 juni tot en met 13 juni wordt weer het jaarlijkse eindtoernooi georganiseerd. Deelneming staat slechts open voor diegenen die afgelopen jaar les hebben gevolgd bij Ben van Esch en Eric Mathieu. Inschrijvingen uiterlijk op 24 mei d.m.v. deelnameformulier, verkrijgbaar bij de tennisleraren. lnschrijfl<osten bedragen f 2,50 per persoon, per onderdeel.
DAMESVOETBAL Het damesvoeltbalteam van Pendragon kan steeds nieuwe speelsters gebruiken. Ook mensen, die nog nooit gevoetbald hebben zijn welkom. Kom eens kijken of speel mee op onze training: dinsdavond van 22.0023.00 uur in de studentensporthal. Tot ziens.
18 mei 1984
Menu PERIODE 21 T/M 25 MEI 1984 MAANDAG 21-5-1984 ossestaartsoep - groentesoep kipfilet - varkenslapje - kerrysaus doperwten - rauwkostsalade DINSDAG 22-5 1984 Chinese kippesoep - bloemkoolsoep goulash - barbequeworstje doperwten -i- maïs witte koolsalade WOENSDAG 23-5-1984 minestronesoep - peterseliesoep cheese burger - kippeleverragoüt gemengde sla van sla - andijvie komkommer - spercieboontjes radijs - tomaat - dressing DONDERDAG 24-5-1984 champignonsoep heldere kervelsoep rundertong - peperburger madeirasaus - andijvie a la crème zuurkool VRIJDAG 25-5-1984 tomatensoep gevulde paprika varkensvleesragoüt Italiaanse salade - boterboontjes
IQ
upUpO^ NOORDERLIGT
De Vieze Gasten Revue Vrijdag 25 mei, 16.30 en 22.00 uur.
Chris Rea NOORDERLIGT
Chris Rea Vrijdag 18 mei, 21.00 uur. Chris Rea heeft niet te klagen over een goede start van zijn carrière. Zijn eerste lp "Whatever happened to Benny Santini" (1978) werd goud in Amerika, zijn eerste single "Fooi if you think it's over" een hit in Amerika, Engeland, Frankrijk, Nederland en Australië, en alsof zijn geluk dat jaar niet opkon, werd hij ook nog samen met artiesten als Elvis Costello, Toto en The Cars voorgedragen voor een GrammyAward. Na de release van zijn 2e lp "Deities", die evenals de eerste werd geproduceerd door Gus Dudgeon, heeft Rea uitgebreid getoerd door Europa, Australië en Engeland. "Tennis" (1980, zijn 3e lp, ditmaal door Rea zelf geproduceerd, werd overal enthousiast ontvangen; een hitsingle bleef echter uit. Zijn 4e lp (1982) was simpelweg "Chris Rea" getiteld en door Rea in samenwerking met Jon Kelly (o.a. verantwoordelijk voor "Never Forever" van Kate Bush) geproduceerd. Dit samenwerkingsverband resulteerde in de meer commerciële kant van Rea als zanger/componist. Zijn vorig jaar verschenen elpee "Watersign" was qua opzet wat simpeler dan de voorgaande. Op de elpee bespeelde Rea alle instrumenten zelf. Er waren van "Watersign" 2 hitsingles afkomstig: "I Can Hear Your Heart Beat" en "Let It Loose". Afgelopen maart, verscheen zijn 6e elpee "Wired To The Moon". Het is een prachtige, sfeervolle elpee geworden. Als voorproefje is onlangs de single "I Don't Know What It Is But I Love It" verschenen. NOORDERLIGT
Nico en Band Voorprogramma Gregory Corso. Woensdag 23 mei, aanvang 21.00 uur. Nico is geboren in Duitsland in '44. Ze komt in eerste instantie in Italië terecht, waar ze in Fellini's La Dolce Vita speelt en in Parijs als fotomodel haar geld verdient. Eenmaal in New York, wordt ze de chanteuse van The Velvet Underground waar ze opvalt door de effen en bezwerende manier waarop ze songs als 'I'll Be Your Mirror' zingt en 'All Tomorrow's Parties' op het album 'The Velvet Underground and Nico'. Ze krijgt er een kleine, maar bijna slaafse schare volgelingen door. Haar soloplaten worden in eerste instantie door John Cale geproduceerd, maar volgens Nico heeft hij zich altijd ten doel gesteld haar geluid kapot te maken, en speelde hij te veel de baas over haar. Het geluid op de albums is monotoon, maar gotisch en indrukwekkend. Nico begeleidt zichzelf zowel op haar platen als tijdens optredens op een ouderwets harmonium. Haar songs hebben onveranderlijk een psychotisch karakter. In het voorprogramma de bekende beatnik-dichter Gregory Corso.
Tilburgs Hogeschoolblad
Begin mei gaat in België de nieuwe theatershow van De Vieze Gasten (voorheen Vuile Mong en de Vieze Gasten) van start. Noorderligt is erin geslaagd de Revue naar Tilburg te halen, en wel met twee producties, namelijk het kinderprogramma en het volwassenenprogramma. Vrijdagmiddag 25 mei om 4.30 uur spelen de Vieze Gasten het middagprogramma; "Biep Biep Hoera", een programma voor kinderen van 6 tot 12 jaar. 's Avonds spelen ze het stuk "Werk zat", een programma voor werkenden en werklozen. Aanvang om 22.00 uur. Vol gas vooruit met de nieuwe trend van het positieve denken. Weg met de zwartkijke'rij. Werkloos betekent ook bevrijding, bevrijding van het juk der arbeid. Bevrijding van de eeuwenlange meegesleepte verdoemenis. En de hele krisis opent nieuwe
horizonnen. Gladde jongens en inventieve meiden ontdekken nieuwe gaten in de markt. Reizen naar de vierde wereld bijvoorbeeld, goedkoop en toch exotisch. Safari's door Limburg met inbegrepen bezoek aan de leegstaande mijnen. Werkloosheid kan ook gesponsord worden. Privé-tedrijven betalen de uitkering en laten werklozen als sandwich-mes paraderen. De nieuwe armoede geeft de rijken meer zin aan hun bestaan. Eindelijk wordt liefdadigheid weer in dank afgenomen en iedereen weet toch dat het beter is te kunnen geven, dan te moeten krijgen. Dan is er een moment dat de aanwezige werkelozen en werkenden elkaar de hand reiken. De eerste tomaten vliegen de acteurs om de oren. Als we er nu vlug in slagen de recessie in de goede richting om te buigen... als, ja... dan...
STADSSCHOUWBURG
'Jena" door Maatschappij Discordia Stuk: "Jena" door Maatschappij Discordia. Regie: Matthias de Koning en Jan Joris Lamers. Met: Willem Kwakkelstein, Gerrit Bons, Annet Kouwenhoven en Willem de Wolf. Te zien: di. 22 mei in de Studio-zaal, aanvang 20.30 uur. Eindelijk komt er een produktie van Maatschappij Discordia naar Tilburg, het werd tijd. Deze groep, of liever: organisatie want er zijn steeds wisselende spelers, doet al geruime tijd stof opwaaien, zowel in theater als daarbuiten. Zo vielen twee Discordiaacteurs op bij de diskussie over het toneelbestel onlangs bij Tijdsverschijnselen, door hun onafhankelijke opstelling ten aanzien van de overheid en subsidies. Die onafhankelijkheid is kenmerkend voor de hele groep: als maatschappij produceert zij het ene stuk na het andere met weinig of geen subsidie. En vanaf de eerste produktie, 'An Ideal Husband' van Oscar Wilde was er al sprake van een eigen speelstijl die je zo langzamerhand kunt omschrijven als Discordiaans. Discordia trekt zich niets aan van regeltjes van het repertoiretoneel. On-
speelbare, extreem lange of korte stukken worden gespeeld met een minimum aan decorstukken, requisieten en kostuums. Een regisseur heeft slechts een adviserende funktie of is er helemaal niet. Alles komt dus neer op de akteur, zijn spel en zijn tekst. En ook het spel heeft iets eigens: vrij statisch, de sporadische gebaren zijn dik aangezet, de dictie is langzaam en monotoon, met veel aarzelingen en pauzes. Maar bovenal is het ironisch en afstandelijk. Die ironie gaf de bourgeoisie-comedie van Oscar Wilde precies de juiste toon en het zware dramatische gedicht. "Uber die dörfer" van Peter Handke (de tweede produktie) iets luchtigs. Het beroofde echter Handkes 'Publikumsbeschimpfung' van z'n kracht. Krachteloos waren ook de volgende produkties van Discordia, inclusief Jena, dat nu in Tilburg te zien is. Jena is een samenraapsel van citaten, en zelfgeschreven teksten over een incestueuze liefde aan het einde van de vorige eeuw. De teksten scheppen een sfeer, draaien om de handeling heen zonder deze werkelijk te raken. Drie heren in een goed gesneden kostuum (het handelsmerk
Agenda MEI VRIJDAG 18 MEI Stadsschouwburg, 20.15 uur: Tilburgs Operakoor Concordia met de opera 'Mireille' van Gounod in een regie en choreografie van Margriet Franken. Theater 't Heks, 20.30 uur; 'Het volk/het dwaallicht'. Bert Bunschoten en Wigbolt Kruiver in een charmante bewerking van Willem Elschots "Dwaallicht". Stadsschouwburg, 22.00 uur; Jazzconcert door slagwerker Pierre Courbois in de kelder. Noorderligt, 20.00 uur: Chris Rea. Kafee Karree, 22.00 uur; Brownsville Banned, Engels fooitheater. Katholieke Hogeschool, 21.00 uur; Aanvang Slotfeest 3e lustrum Personeelsvereniging. Met optreden van the South Jazzband en Willy Latino.
van Discordia) en een dame in een Victoriaans aandoende jurk. Een beeldscherm met daarop alleen een theeservies, dat langzamerhand plaats maakt voor borrelhapjes, sterke drank. Op het toneel voltrekt zich de handeling in omgekeerde volgorde: in het begin is het gezelschap aangeschoten van de drank, de laatste scène is een ontbijt met thee. Ook de teksten worden telkens in omgekeerde volgorde gezegd, zodat een antwoord vódr de vraag komt. Het effekt is in het begin vervreemdend maar als je het truukje door hebt werkt het storend. Na een aantal produkties van Maatschappij Discordia prik je zo door hun werkwijze: het is een truukje, een maniertje net als die waarmee het grote repertoiretoneel een natuurlijkheid probeert te creëren. Het meest storend is de dictie, aanvankelijk boeit de kunstmatige manier van spreken maar na een tijdje zijn de pauzes en aarzelingen voorspelbaar en leiden af van de inhoud van de tekst. De beste momenten in Jena zijn dan ook stillevens waarmee hele scènes gesuggereerd worden en de decon/visselingen met het nadrukkelijk gerommel achter de schermen en met opzettelijk heen en weer geloop van de acteurs. Verder is "Jena" mooi, maar krachteloos. Marijn van der Jagt
CINECITTA EN FILMHUIS TILBURG
Retrospectieve Luchino Visconti In verschillende steden zijn deze maand de films van Luchino Visconti te zien, die films althans waarvan de kopieën nog niet zijn verbrand of zoekgeraakt. Ook Tilburg doet mee:, Cinecitta vertoont vier films, het Filmhuis vijf. Daarmee komen we niet aan de negen titels, want jammergenoeg overlappen de programma's van de twee zalen elkaar grotendeels. Cinecitta vertoonde eerder deze maand L'lnnocente en Violence et Passion. Van 17 t/m 23 mei draait hier Flocco e i sui fratelli (22.00 uur) en van 24 t/m 30 mei Death in Venice (20.00 uur). Programma Filmhuis: 28, 29 en 30 mei La terra trema (20.30 uur), 31 mei t/m 6 juni Bellissima (19.30 uur), 31 mei t/m 6 juni Death in Venice (22.00 uur), 7 t/m 13 juni Violence et passion (19.30 uur), 14 t/m 20 juni L'lnnocente (22.00 uur).
Luchino Visconti (1906-1976) stamt uit een rijke, conservatieve familie en genoot een kunstzinnige opvoeding. Hij zat twee jaar op een cavallerieschool en trainde daarna een aantal jaren paarden op een landgoed van zijn vader. In 1935 ontmoet hij in Parijs Jean Renoir, die hem in dienst neemt als een van zijn regie-assistenten voor 'Une partie de campagne', waarvoor Visconti ook kostuums ontwierp. Contacten met kunstenaars en intellectuelen in de periode van de opbouw van het Volksfront zouden grote invloed op zijn ontwikkeling hebben. Na teleurgesteld te zijn teruggekeerd uit Hollywood over de produktiewijze aldaar, ontwerpt hij theaterdecors in Milaan en schrijft met Renoir en Koch het scenario voor 'Tosca', dat hij met Koch zou realiseren. Nadat zijn eerste eigen scenario door de censuur is afgewezen, schrijft hij
met filmers van de groep Cinema het scenario van 'Ossessione' naar 'The Postman Always Rings Twice' van James M. Cain. Het werd zijn eerste film, in 1942, die tevens beschouwd wordt als een van de belangrijkste voorlopers van het neo-realisme. 'La terre trema' is zijn tweede film, gevolgd door 'Bellissima', die door velen gezien wordt als een afrekening met het neo-realisme. Daarna kreeg hij de mogelijkheid om nog vele films te realiseren, terwijl hij tussendoor ook theater, opera- en balletregieën voor zijn rekenig nam. Zijn laatste film, L'innocente (1976) kwam in de uiteindelijke versie na zijn dood gereed.
Stadsschouwburg, 22.00 uur: Filmhuis. 'Nostalghia' uit 1983 van de Rus Andrej Tarkovski. 'Notalghia' grijpt terug op de oerthema's die het leven beheersen (tot en met 23 mei). ZATERDAG 19 MEI Theater 't Heks, 20.30 uur: Herman Brand/Blokhoofd. Try-out van een solospel van Herman Brand in een regie van Pietjan Dusee. Een man ziet na 30 jaar volledige inzet zijn wereld instorten: de BB wordt opgeheven. Studentensporthal: Zaalvoetbaltoernooi.
w
ZONDAG 20 MEI Katholieke Hogeschool, 11.00-18.00 uur: Kunstmanifestatie. Kunstmarkt, kunstveiling, performance van dichters en schrijvers. Tilburg Big Band, Canzonetta, Conservatorium enz. enz. Noorderligt, 12.30 uur: Koffieconcert Moniek Toebosch. Den Egelantier, 16.00 uur: Rob Hoeke (boogie-woogie in de kloostertuin). RKTVV-terreinen, 14.00-17.00 uur: Veldvoetbaltoernooi. Org. Pendragon. MAANDAG 21 MEI Olof, 21.00 uur: Ongebondenen borrel. DINSDAG 22 MEI Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Maatschappij Discordia met 'Jena'. Regie; Jan Joris Lamers met Matthias de Koning. WOENSDAG 23 MEI Stadsschouwburg, 20.30 uur: De nieuwe dansgroep 'Wilderozen' opgericht door Wies Bloemen en Angela Linssen met de eerste voorstelling 'Wicht'. Choreografie: Angela Linssen. Noorderligt, 20.00 uur: Nico & Band. Olof, 17.00-20.00 uur; Happy Hour. DONDERDAG 24 MEI Stadsschouwburg, 20.30 uur; Dansgroep 'Wilderozen' (zie 23 mei). Stadsschouwburg, 20.30 uur: Filmhuis. 'Stalker' van Andrej Tarkovski. Een mytische speurtocht door verboden gebied. (Tot en met zaterdag 26 mei). 't Heks: 20.30 uur: Film 'Sempre plu difficile' van Tom d'Argemondt uit 1981. VRIJDAG 25 MEI Stadsschouwburg, 20.15 uur; Het Brabants Orkest o.l.v. dirigent Jean Fournet m.m.v. Anie d'Acro (piano). Uitgevoerd worden werken van Flothuis, Sjostakovitsj en Berlioz. Stadsschouwburg, 20.30 uur, studio: Dansproject van Mare Vanrunxt, met als thema steeds 'het gevecht, de strijd'. Stadsschouwburg, 22.00 uur, theaterkelder: Concert door Ftik Bartels (fluit) en Mieke Huybregts (piano) van geïmproviseerde muziek uit de 20e eeuw. Werken van o.a. Escher, Petrassi, Messiaen en Gaubert. Noorderligt, 22.00 uur: Vieze Gasten met 'Werk zat'. Olof, 20.15 uur; V.V.O. Het Brabants Orkest met Annie d'Arco. TENTOONSTELLINGEN Katholieke Hogeschool Van 20 mei t/m 9 juni: Beeldenexpositie. Beeldhouwfwerken van verschillende kunstenaars in de patio van gebouw A. Volkenkundig Museum Tot en met 4 juni: 'Overleven in de Sahel'.
18 mei 1984
ACHTERKLAP de rechtenfaculteit in Leiden. Het Leidse universiteitsblad Mare berichtte op 3 mei dat de raad van de juridische faculteit met 10 tegen 7 stemmen accoord was gegaan met de aanstelling van A. von Geusau in het vak " d e Westelijke samenwerking na de Tweede Wereldoorlog". Het faculteitsbestuur zou het met deze voordracht echter niet eens zijn. " W i j weten niet", aldus een woordvoerder van de faculteit "hoe Mare aan die informatie komt. Er is inderdaad een vacature te vervullen per 1 augustus, maar de procedure is vertrouwelijk, dus wij geven geen enkel commentaar zolang de benoeming niet is afgerond. Dat Alting von Geusau op de voordracht staat, wil ik ontkennen noch bevestigen". Uit het handboek van de voorlichter. Mare heeft gelijk, m.a.w. De secretaresse van A. von Geusau liet de redactie weten dat de professor op dit moment niet beschikbaar kon zijn voor commentaar. Minder aangename gevolgen van de bezuinigingen troffen we aan in gebouw C. Nu de Cemstodienst niet meer dagelijl<s opruimt, ontsieren de restanten van het verbruil< in het personeelscafé deze hoek van het gebouw.
Lerarenopleiding: Deetnnan krabbelt terug "Hoewel de universiteiten en hogescholen volgens de tot nu toe bekende voornemens van minister Deetman geen eindverantwoordelijkheid zullen krijgen voor de tweede fase-opleiding tot leraar, heeft de Academische Raad toch een advies uitgebracht over de universitaire lerarenopleidingen. Niet om tijd te
Alting "De faculteit doet hierover geen enkele mededeling", is het bitse antwoord op de vraag hoe het staat met de benoeming van de Tilburgse prof. Alting von Geusau tot bijzonder hoogleraar aan
Betaald matseren Nadat u vijftien nummers lang gratis mocht matseren in het THB, is het nu uw beurt om uw goodwill te tonen en het THB een financieel duwtje in de rug te geven. Voor f 5,— vult u onderstaande ruimte boordevol, inclusief trefwoord bovenaan. De matsertjes kunnen enkel met deze leesbaar ingevulde bon (één letter, leesteken of spatie per blokje) hi] de redactie worden ingediend. Betaling kan per giro- of betaalkaart onder gesloten omslag of op de redactie.
X 1 1 II 1
Een fluitje van tien mille Meer dan 20 jaar heeft het hierbij afgedrukte beeldje liggend op het gras tussen gebouw A en B fluit gespeeld. Het beeldje, genaamd De Fluitspeler van de beeldhouwer Gerard Bruning, is door de studentenvereniging Olof in 1962 geschonken aan de Hogeschool ter gelegenheid van de opening van gebouw A. Derhalve is het een van de eerste kunstbezittingen van de Hogeschool. Beter gezegd: was een van de eerste kunstbezittingen. Met Pasen is het dertig kilo wegende betonnen beeldje van het gras gelicht en meegenomen. Containers en bosjes in de omgeving zijn tevergeefs afgezocht en zelfs in de vijver is gedregd. Een studentengrap van tien mille of een ordinaire kunstroof? G.R. (w.o. en hbo)-instellingen in zo'n gebied gezamenlijk. Voor de kleinere schoolvakken wil de AR één öpleidingsmogelijkheid voor heel het land. De instellingen spreken in het advies uit de opleidingen in een half jaar te willen verzorgen. Minister Deetman gaat er van uit dat de opleidingen aan de NLO's een jaar zullen duren. Ook hierin ziet de Academische Raad een attractief punt ten gunste van het W O . " Tot zover Bert Bakker. Vlak voor het ter perse gaan kregen we meer nieuws uit Den
Uit 20 jaargangen THB
Psychologen:
1:1
Na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing voor de (sub)fakulteitsraden is aan het licht gekomen dat in het kiesdistrikt A-3 (wetenschappelijk personeel van de subfakulteit der psychologie) een onregelmatigheid is begaan. Deze onregelmatigheid kwam aan het licht door de mededeling (verspreid per THB-buUetin) dat de opkomst in dit kiesdistrikt 100 % was, terwijl medewerkers van de fakulteit de stellige overtuiging hadden dat dit niet het geval kon zijn, omdat bij een kollega die tijdens de verkiezingen afwezig was de oproepingskaart op diens bureau was gesignaleerd. Zoals bekend moet bij de stemming de oproepingskaart worden ingeleverd
1 1 1 II 1 1 1 1 1 1 M 1 1 1 1 1 M 1 1 1 1 1 II II 1 II II II II 1 1 1 1 1 1 1 1 II 1
t i 1
1
1
1 1 1 1 1
1
1^1
1 1
1 1 1 1 1 1 11
1 1 1 1 II 1 II
I I II
Wij vroegen de heer Mr. F. van Spaendonck om kommentaar en hij verstrekte ons de volgende verklaring:
II 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 I I I I I I j 1 1 1 1 1 1 I I I II 1111 III „Volgens het kiezersregister omvat het kiesdistrikt A-3 zestien kiesgeM II 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1rechtigden. Vastgesteld is dat er één ongeldige en zestien geldige stem1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 II biljetten zijn gedeponeerd. Ongeldig was het stembiljet van degene aan 1 1111 1 1 1 1 1 II 1 1 I I I wie op zijn verzoek een stembiljet Naam:. Adres: (Tel.:
.^SiH^.^;^^;::* ;
Haag. Ditmaal van medewerkster Lin Tabak: "Of de universiteiten de eindverantwoordelijkheid voor de lerarenopleidingen kwijtraken is steeds meer de vraag. 'De adviezen bevatten geen fundamentele kritiek op mijn voorstellen', zei minister Deetman dinsdag in de Eerste Kamer bij de begrotingsbehandeling. 'Daarom lijkt het mij niet wijs te twisten over de eindverantwoordelijkheid, en zoek ik naar oplossingen waarmee ook het wetenschappelijk personeel tevreden kan zijn.' BB/LT/UP
Onregelmatigheid in verkiezingsuitslag
Vergeet niet ook naam en adres in te vullen.
Ill
verspillen, maar om een bod te doen aan minister Deetman met als doel hem van mening te doen veranderen. Deetman wil de eindverantwoordelijkheid voor de lerarenopleiding situeren aan de NLO's," aldus een bericht van onze U P-medewerker Bert Bakker, dat ons vorige week bereikte. B.B. vervolgt: " H e t aantrekkelijke van het voorstel van de AR voor Deetman - en dat is tegelijk het slimme van het door een werkgroep onder leiding van de Leidse hoogleraar prof. dr. H.P. Hooymayers opgestelde plan bestaat erin dat deze oplossing 1,5 miljoen goedkoper is dan de bijna 18 miljoen die Deetman denkt nodig te hebben. Zonder politiek gezichtsverlies zou de minister dan ook " o m " moeten kunnen gaan, aldus voorzitter Brenninkmeyer van de AR tijdens de vergadering van de Raad op 7 mei. De Academische Raad kiest als uitgangspunt de door Deetman verwachte geringe behoefte aan leraren in de toekomst en stelt daarom een taakverdeling voor. Volgens het advies, dat alleen betrekking heeft op de reguliere (niet-beroepsgerichte) schoolvakken, dienen er in totaal 1400 opleidingsplaatsen per jaar te komen, waarvoor 105 opleiders en 20 NWP'ers nodig zijn. De opleidingen voor de grote schoolvakken zouden geconcentreerd moeten worden in 5 z.g. verzorgingsgebieden. Deze moeten dan telkens gevestigd worden aan één instelling in zo'n gebied waarbij, op basis van gelijkwaardigheid, samenwerkingsovereenkomsten met NLO's worden gesloten. De inhoudelijke eindverantwoordelijkheid dient te liggen bij de universiteit of hogeschool waar de opleiding gegeven wordt, de formele verantwoordelijkheid voor de opleiding bij alle
was toegezonden om zijn stem „schriftelijk" uit te brengen. Deze kiezer verzuimde overeenkomstig voorschrift zijn oproepingskaart mee in te zenden. Hij zou dus nog in staat
zijn geweest zich met deze oproepingskaart bij een van de stembureaux te vervoegen. Laat men dit ongeldige stembiljet nu verder buiten beschouwing, dan blijven zestien kiesgerechtigden over, waartegenover zestien geldige stembiljetten staan. Gebleken is echter dat er slechts vijftien oproepingskaarten door de stembureaux zijn ingenomen, terwijl de kiezer, die meende reeds schriftelijk gestemd te hebben, verklaart niet door persoonlijke verschijning bij een van de stembureaux aan de stemming te hebben deelgenomen.
(uit het THB van 19 mei 1972)
Hij blijkt dan ook thans nog in het bezit te zijn van zijn oproepingskaart. Hieruit moet gekonkludeerd worden dat er één stembiljet teveel in aanmerking is genomen. Mogelijk heeft een van de kiesgerechtigden uit het desbetreffende kiesdistrikt abusievelijk twee maal gestemd en is hij door een administratieve fout bij het uitreiken van de stembiljetten hierdoor ook in staat gesteld. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat aan een kiezer' van een ander kiesdistrikt abusievelijk een biljet van het distrikt A-3 is uitgereikt, hoewel andere gegevens hiertegen pleiten. Aangezien bij de opening van de stembussen niet meer is na te gaan welke van de zich hierin bevindende biljetten ten onrechte is uitgebracht, is de gekonstateerde onregelmatigheid niet meer te herstellen. In verband hiermede zal in het betrokken kiesdistrikt opnieuw een stemming moeten plaatsvinden".