tilburgs hogeschoolblad - jaargang 8 - nr. 20 - 18 juni 1971
De ATSO op de fles „De enorme vitaliteit die aan de bezetting van 1969 voorafging: tot diep in de nacht balden wij de vuist: de internationale, en het bier vloeide rijkelijk. Bovendien: het taboe werd doorbroken. Die sfeer, die is voorbij en komt niet meer terug." Aldus de open brief van de Stichting ATSO-trefcentrum aan de leden van de Hogeschoolraad van 7 juni jl. Dat die tijd inderdaad voorbij was hebben sommigen misschien gehoopt, weinigen hebben het twee jaar geleden, toen het fiasko van de bezetting een feit was, onder ogen gezien. Te laat is duidelijk geworden, dat incidentele f akteren een te grote invloed op de hoogte van de omzetten van Pos jet hadden, dan dat men op verantwoorde wijze betrekkelijk grote lange-termijn-investeringen kon doen in deze onderneming. Dat dit toch gebeurd is, is er de oorzaak van dat de ATSO ten onder is gegaan in een uiteindelijk bodemloze put.
„Geen jaarlijkse hogeschoolbezetting" Uit het accountantsverslag van de ATSO over de periode 1 november 1969 tot 31 oktober 1970 blijkt, dat de baromzet van Posjet in dat jaar ƒ 250.000,— bedroeg, wat ƒ 150.000,— lager lag dan was begroot. In de open brief van de Stichting ATSO-trefcentrum geeft deze stichting hierbij het volgende kommentaar: ,,... Toen werd voor ruim een ton verbouwd, maar de aktivisten van weleer trokken weg, niet langer was Posjet broedplaats van nieuwe ideeën. Ook
Olof was verhuisd naar De Hoeve en natuurlijk wordt dan meer manifest de shitgroep. En juist die groep werd het kwalijk genomen en gezien als oorzaak dat de sfeer niet meer was als vroeger. Zo diep was de kater na de bezetting en in deze matte stemming daalden de omzetten." Het blijft in dit soort aangelegenheden natuurlijk altijd een beetje een tasten in het duister n a a r mogelijke verklaringen, maar zeker is, dat juist in 1970, het jaar na de bezetting, Posjet meer konkurrentie kreeg, met name van het nieuw-gehuisveste Olof, van de Carnaby-club, van de sociëteit van de Leergangen en van het trefcentrum van de Werkende Jongeren. En dat de tijd rond de bezetting van 1969 betere exploitatievoorwaarden bood dan daarna, lijkt ook geen onhoudbare bewering. Professor Bosman merkte hierover in een gesprek met de ATSO op: „Maar heren, we kunnen toch niet elk jaar een bezetting hebben terwille van de baromzetten van Posjet!" Dat die uitspraak maar al te waar is zal de ATSO de afgelopen twee jaar wel duidelijk zijn geworden. Want hoe het zij, de hoge omzetten van 1969 blijken (vervolg op pagina 2)
Bemanning EHR bijna kompleet
Maandag 14 juni jl. hebben de gekozen leden van de Hogeschoolraad hun voordracht van de „maatschappij-vertegenwoordigers" bekend gemaakt. De voordracht, welke formeel bekrachtigd moeten worden door het kuratorium, bestaat uit; - mr. P. Kuypers, direkteur van het Provinciaal Opbouworgaan te Tilburg; - drs. J. M. H. Zeijen, rektor van de Katholieke Leergangen; - G. H. Martij n, provinciaal koördinator jeugdzaken van het NKV; - dr. G. C. P. Linssen, sekretarls Chr. Werkgevers Den Haag te Roermond. De vijfde naam was bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet bekend.
verschijnt tweewekelijks t h b 20 - 18 juni 1971
het trefcentrum steeds meer begon te krijgen. De bar, niet langer hoofdmoot in de beleidsbepaling, moest voor de/e aktiviteiten wel financieel borg staan. Toen dit half-kommerciële, half-nietkommerciéle beleid, dat op geen enkele subsidie steunde, financieel onhoudbaar bleek, trachtte de ATSO met gelden, voor h a a r eigen aktiviteiten bestemd, de tekorten van het trefcentrum, die trouwens de kennelijk nog steeds optimistische leveranciers er niet van weerhielden om alsmaar grotere kredieten te verstrekken, op te vangen.
tilburgs hogeschoolblad OFFICIEEL ORGAAN VAN DE KATHOLIEKE HOGESCHOOL TILBURG (verschijnt tweewekelijks) Redaktle Drs. G. A. M. van den Heuvel Medewerkers C. Brinkhuizen F. Godfrey Adviseur Hoofd Bureau Kommunikatie Redaktie-adres Hogeschoollaan 225, Tilburg Telefoon 70960, toestel 111, kamer N 71 Fotografie Persbureau Rien Siers, Tilburg Druk Grafische Kunstinrichting J. J. A. van der Wee n.v., Tilburg Kopij Het volgende nummer van het THB verschijnt op 27 augustus a.s. Het is het eerste nummer van de volgende jaargang. Kopij moet (getypt) ingeleverd worden vóór 20 augustus.
In dit nummer 1 De Atso op de fles - F. G. 3 Raad van Toezicht opgeheven Bemanning EHR kompleet 4 Interview met prof. De Moor - C. Br., F. G. 5 De ,,kommissie-De Moor" - C. Br., F. G. 6 Samenwerking KHT en THE - v. d. H. 7 Universitaire welzijnszorg in beweging - F. G. 8 Interview met studentendekaan Derks - F, G. 10 Afscheidskollege prof. dr. M. Euwe 12 Eerste vrouwelijke doctor aan de KH 13 Verslag studiereis sociale fakulteit 14 Examen-doen in de Pellikaanhal - Leon Knoben 15 ,,Pendragon": Uitslagen zomerkampioenschappen 16 Nieuwe opzet ORC? Openbare les dr. Chr. Bertholet 18 Vraagtekens rond de wetenschappelijk ambtenaar - Ir. G. J. Kroes - Mr. J. J. A. Lucas 22 Benoemingen
Stichting ATSO-trefcentrum
achteraf gezien incidenteel te zijn geweest en geen deugdelij lie basis voor de investering van ruim een ton in de verbouwing van december 1969. Voor het eerst tijdens de feestelijke opening van het verbouwde en uitgebreide „ATSO-trefcentrum" op 16 januari 1970 werd tegen die ton protest aangetekend door een kleine groep dissidenten die onder de naam ,,Aksiegroep Boter op het Hoofd" opereerde en waarvan de met teer aangebrachte leuzen: „ƒ 100.000, bah!" en „Sosjaliseer Pochette!" op de binnenmuren van het Eigen Huis tot op de dag van vandaag de stille getuigen zijn. Maar dit al te late protest had waarschijnlijk meer ideologische dan ekonomische beweegredenen. Ekonomisch had toen nog iedereen vertrouwen in de zaak. Ook het kuratorium van de hogeschool, dat samen met de Amstel-brouwerijen voor de financiering van de verbouwing had getekend.
Hoge kosten Door de uitbreiding van Posjet met de bovenzaal werden ook de huisvestingskosten aanzienlijk verhoogd. De vaste kosten van huur, verwarming, onderhoud, afschrijving, rente en dergelijke behepen in 1970 ongeveer ƒ 60.000,—. Bovendien ging de Posjetkommissie meer en meer h a a r aktiviteiten richten op het brengen van programma's, zoals films, theater, popgroepen, forums en dergelijke. Posjet werd langzamerhand van café tot „kultureel ontmoetingscentrum". Bij de programmering werd niet in de eerste plaats kommerciëel gedacht, m a a r trachtte men vooral tegemoet te komen aan het maatschappelijke en (sub-)kulturele karakter dat
In de loop van het afgelopen jaar begon de Posjetkommissie in te zien, dat de financiële basis van het ontstane beleid onvoldoende was en werd besloten met een meer professionele aanpak die basis te verbeteren. Op 3 mei jl. werd daartoe de Stichting ATSO-trefcentrum opgericht en een full-time beroepskracht aangetrokken, waarvoor het kuratorium van de hogeschool een garantiesubsidie van ƒ 20.000,— beschikbaar stelde. Die maatregelen werden genomen om gemakkelijker in aanmerking te komen voor subsidie van de overheid, waarvoor CRM met name twee normen stelt: het centrum moet minstens één jaar draaien en men moet een full-time beroepskracht in dienst hebben. Maar deze maatregelen kwamen te laat om een financieel bankroet te voorkomen. Toen de nieuwe stichting de ATSO aanbood om de exploitatie van het trefcentrum voor eigen rekening over te nemen, waren de tekorten van de ATSO al dermate opgelopen, dat deze het niet verantwoord achtte een dergelijke stap te ondernemen, te meer daar de stichting niet bereid was ook de schulden, die grotendeels in Posjet waren ontstaan, over te nemen. De ATSO richtte zich op advies van h a a r accountant tot het kuratorium om de situatie te bespreken. Op dat ogenblik lag de situatie zo, dat de ATSO de verschillende subsidies voor de onderafdelingen niet meer geheel kon doorbetalen, omdat deze gelden waren aangesproken om schulden aan de leveranciers van Posjet te voldoen. Het lot van de ATSO was bezegeld. De totale schuldenlast bedroeg ƒ 130.000,—. Op vrijdag 28 mei namen de leveranciers, bij wie de ATSO voor ongeveer ƒ 20.000,— in het krijt stond, de nog aanwezige voorraden terug en werd Posjet gesloten.
Vrijwillige likwidatie Het kuratorium was in ieder geval bereid om zich garant te stellen voor de verplichtingen die de ATSO had ten opzichte van het personeel. Bovendien werd besloten, dat de onderafdelingen, uitgezonderd het trefcentrum, voorlopig (vervolg op pagina 17)
m Raad van toezicht opgeheven
Inkorporering theologische fakulteit
Met de Wet Universitaire Bestuurshervorming heeft minister Veringa de bestuursstruktuur van de instellingen van wetenschappelijk onderwijs drastisch gewijzigd. Nieuwe organen zijn in het leven geroepen, bestaande verdwijnen of behouden hun positie maar gedeeltelijk. Aan de Tilburgse hogeschool zijn de voorbereidingen voor de aflossing van de wacht in volle gang. Onlangs werden de verkiezingen gehouden voor de eerste Hogeschoolraad, die daarmee de spits afbeet bij de opbouw van de nieuwe organisatie. Dit doet nu de Raad van Toezicht voor wat betreft de kolleges die in de nieuwe struktuur niet zullen terugkeren: de raad is het eerste orgaan dat is opgeheven.
BIJ het kuratorium is een schrijven ontvangen van minister Veringa waarin wordt medegedeeld dat hij een wetsontwerp mzake de mkorporermg van de Theologische Fakulteit m de Katholieke Hogeschool om advies heeft verzocht aan de Akademische Raad
De taak van de raad was om het kuratorium bi) het besturen van de Katholieke Hogeschool bij te staan, aldus artikel 8 van de statuten van de hogeschool, welk artikel bi) de komende statutenwijziging m verband met de opheffing van de raad zal vervallen Het verdwijnen van de raad houdt rechtstreeks verband met de positie van het kuratorium, dat nu nog het hoogste bestuursorgaan van de hogeschool is, doch in de toekomst maar een beperkt aantal bevoegdheden zal overhouden De breed samengestelde raad van 55 leden vormde voor het kuratorium als bestuurskollege van ten hoogste 9 leden de aangewezen gesprekspartner om periodiek over het bestuur en de toekomst van de hogeschool van gedachten te wisselen De omvang en samenstelling van de bestuursorganen die de taken en bevoegdheden van het kuratorium voor het grootste gedeelte zullen overnemen zijn echter zodanig, dat voor een dergelijk klankbord veel mmder aanleiding is De raad heeft dan ook m zijn onlangs gehouden vergadering besloten aan het kuratorium te adviseren om tot opheffing over te gaan Het kuratorium heeft deze konklusie overgenomen, en de leden bij brief voor de bewezen diensten dank betuigd Daarmee is de raad nu feitelijk ter ziele
sie, waarbij de raad door het behandelen van de ,,grote onderwerpen", zoals de konfessionaliteit en de regionale funktie van de hogeschool, het bestuurlijk geweten van het kuratorium levendig hield Daarmee bleef de raad tot op de laatste dag een nuttig instituut, hoewel zijn grootste belang ongetwijfeld heeft gelegen m de morele steun die de hogeschool nodig had m de tijd dat ZIJ voor de financiering nog m belangrijke mate op katholiek Nederland was aangewezen en toen het lidmaatschap van de raad met, zoals nu, door opheffing eindigde, m a a r op eigen verzoek, of „als de bisschop van 's-Hertogenbosch namens het Nederlands Episcopaat beÍindiging van het lidmaatschap vorderde" (artikel 3 van het reglement)
Zoals bekend zijn de banden tussen de KH en de Theologische Fakulteit op alle gebieden zeer nauw zonder dat tot nu toe sprake was van een formele eenheid Omtrent het verzoek van Tilburg om een letterenfakulteit kon nog niets naders worden meegedeeld
„De gewoonte om de achterzijde van spandoeken leeg te laten,bevordert dat betogers niet weten waarom zij meelopen." stelling uit het proefschrift .Constant en Variabel" van drs J J M Bakker
Vooraanstaande leden Vele vooraanstaande katholieke Nederlanders hebben van de raad deel uitgemaakt, onder wie prof dr J van den Brink, de heer P Mertens, dr J de Quay, mr dr C Romme, mr M Steenberghe en drs W Schmelzer Er hebben ook steeds een aantal afgestudeerden van de Tilburgse hogeschool zitting m gehad De raad vergaderde meestal eens per jaar, waarbij de president-kurator en de rektor-magnificus verslag uitbrachten over de toestand van de hogeschool Daarna volgde een geanimeerde diskus-
t
thb 20
18 luni 1971
„Het tertiair onderwijs eerst hervormen dan uitbreiden"
Een interview met prof. De IVIoor Onder de titel „Eenheid en verscheidenheid in het hoger onderwijs in Nederland Voorstellen tot hervorming" hield prof. dr. R. A. de Moor, als voorzitter van de Kommissie Ontwikkeling Wetenschappelijk Onderwijs, op 28 april jl. een inleiding in Eindhoven ter gelegenheid van het derde lustrum van de THE. De voorstellen, die prof. De Moor in Eindhoven n a a r voren bracht, zijn ook terug te vinden in de Nederlandse diskussienota over het tertiair onderwijs, die vorige week dinsdag in Brussel op de konferentie van Europese ministers van onderwijs is aangeboden. Naar aanleiding van zijn hervormingsvoorstellen had het THB een gesprek met prof. De Moor.
Hervorming en uitbreiding In de genoemde lezing bepleit prof. De Moor voor het hoger onderwijs de voorrang van een hervormingsbeleid boven een uitbreidlngsbeleid:
doen dan binnen de universiteiten te gaan differentiëren. Wanneer we echter de beslissingen snel kunnen nemen, dan kan de positie van het HBO ver-
Hervormingsdoeleinden Voor prof. De Moor is de differentiatie van het hoger onderwijs een eerste doel van hervorming: ,,Als geen rekening wordt gehouden met de uiteenlopende Interesse en begaafdheid van de gegadigden voor hoger onderwijs, dan zal bij gelijkblijvende prestatie-eisen het aantal mislukkingen toenemen of de kwaliteit van het onderwijs moeten dalen. Een grotere differentiatie van het hoger onderwijs sluit ook aan bij de verscheidenheid In de eisen die de beroepen stellen." Als tweede hervormlngsdoel noemt hij in zijn lezing de bevordering van de doorstroming: ,,Minstens in het begin van de studie moet een doorstroming plaatsvinden van studenten uit het WO n a a r het HBO en omgekeerd. Momenteel blijkt deze doorstroming te verwaarlozen." Als derde hervormlngsdoel ziet prof. De Moor een vermindering van het aantal uitvallers, met name In het WO, en een verkorting van de studieduur. Het vierde hervormlngsdoel Is ,,het ver-
„Als de overheid ermee doorgaat de onderwijsvoorzieningen uit te breiden zonder de struktuur van het hoger onderwijs te hervormen, dan wordt niet alleen de positie van het wetenschappelijk onderwijs, m a a r ook die van het hoger beroepsonderwijs verder aangetast. Over een nieuwe koers moet vlug beslist worden, want iedere belangrijke uitbreiding volgens het bestaande patroon maakt hervormingen moeilijker." THB: Deze voorrang van het hervormingsbeleid boven het uitbreidingsbeleid is natuurlijk eerder een principiële dan een chronologische voorrang? De Moor: „Inderdaad. In de praktijk loopt het waarschijnlijk niet zo goed als -je .dat in theorie zegt. Fundamentele beslissingen over de hervormingen zullen vaak door het parlement genomen moeten worden, terwijl er inmiddels toch nieuwe studieplaatsen moeten komen." THB: Maar dan ontstaat de mogelijkheid, dat door die tussentijds te realiseren uitbreidingen de uitgangspunten voor het hervormingsbeleid sterk veranderen en zullen moeten worden herzien? De Moor: „Dat geloof ik niet. Het hangt af van het tempo waarin de beslissingen genomen worden. Laat ik het heel konkreet zeggen: Als men lang wacht met het nemen van beslissingen, dan ontkomt men er niet aan om bijvoorbeeld nieuwe sociale en ekonomische fakulteiten te stichten; dan ontkomt men er ook niet aan dat het HBO nog verder in de put geraakt. We zullen in dat geval niet veel anders kunnen
sterkt en het totale tertiaire onderwijs gedifferentieerd worden. Hoe sneller de McKlnsey-struktuur gerealiseerd kan worden, hoe sneller we kunnen werken met een dergelijk beleid. Maar we kunnen niet op McKlnsey wachten: dit jaar en volgend jaar moeten er al een aantal belangrijke beslissingen weer genomen worden over de uitbreiding van het hoger onderwijs. De invoering van de McKlnsey-struktuur begint door de kabinetsformatie nu al achter te lopen op het tijdsschema.
krijgen van een onderwijsstruktuur, die het jongeren en ouderen mogelijk maakt om hun vraag n a a r onderwijs zo goed mogelijk te baseren op de behoefte die zij hieraan op grond van hun maatschappelijke ervaringen voelen. Dit wordt bereikt door het hoger onderwijs in fasen op te bouwen en de mogelijkheid te scheppen een deel van dit onderwijs te volgen zodra de beroepsuitoefening er om vraagt." Tenslotte stelt prof. De Moor, dat een
hervorming van het hoger onderwijs moet „bijdragen tot een hoger peil van de wetenschapsbeoefening". We vroegen prof De Moor naar een toelichting op de door hem gestelde hoge prioriteit voor de differentiatie van het hoger onderwijs De Moor: „Onderwijs geven is mensen tot ontwikkehng brengen, dat betekent dat het onderwijs moet aansluiten bij de interesse en begaafdheden Van deze interesse en begaafdheden weten we dat deze zeer uiteenlopend zijn, daarom zullen we ook gedifferentieerd onderwijs moeten bieden Hierbij kunnen we ons dan afvragen of de maatschappelijke behoeftenbevredigmg wel tot zijn recht komt Dit is volgens mij geen probleem, want de praktijk op dit moment wijst uit, dat wanneer we tegemoet komen a a n de menselijke interesse en begaafdheden m grote lijnen de maatschappelijke behoeftenbevredigmg ook gediend wordt, want die is ook zeer gedifferentieerd Bovendien zal de differentiatie van het onderwijs ook een groot deel van de andere doelstellingen oplossen, zoals doorstroming, beperking van het aantal uitvallers, verkorting van de studieduur enz " THB Wat verstaat u onder het „hoger peil van wetenschapsbeoefening", dat u als een van de hervormingsdoelemden nastreeft De Moor: ,,Hier zijn verschillende mdikaties voor Een hele grove indikatie is het aantal research-projekten wat tot een resultaat leidt Aan de universiteiten IS dit momenteel een schrikbarend gering aantal Bovendien zegt het aantal natuurlijk nog niets over de kwaliteit De kwaliteit moet dusdanig verbeteren dat er meer fundamentele problemen aan de orde gesteld worden, dat het methodologisch beter aangepakt wordt Voor de ene wetenschap is duidelijker wat een hoog peil is, dan voor de andere wetenschap In de sociale wetenschappen, bijvoorbeeld, ligt het wat moeilijker Het probleem IS, dat, omdat de k r i t e n a minder hard zijn, veel meer mensen zich in de diskussie mengen, zodat de „elitevormmg" minder erkend wordt en het woord van iedereen als het ware gelijk gaat worden voor de hele groep " THB Hoe ziet u m dit licht de relatie onde rwijs-onde rzoeh'> De Moor: ,,In de programma's in de HBO-sfeer zal er louter van onderwijs sprake zijn Dit onderwijs is gebaseerd op resultaten van onderzoek, maar de studenten zullen die resultaten via vaardigheden, technieken en inzichten tot zich moeten nemen In de meer wetenschappelijke programma's zie ik m de eerste periode van vier jaar het accent voor 80 % liggen op onderwijs De eigenlijke kombmatie van onderwijs en onderzoek zie ik pas mogelijk m de tweede fase Dat heeft vergaande konsekwenties er zal met name in het weten-
schappelijk korps een duidelijk onderscheid moeten komen tussen mensen die primair op het onderwijs gericht zijn en een beperkte groep mensen die grotendeels onderzoek doen en daar tussenin dan die kombmatie onderwijsonderzoek In de eerste fase zal moeten worden gedoceerd door mensen die hun hoofdtaak in het onderwijs hebben. Eigenlijk is dat nu ook zo, maar de ideologie is hierin een heel belangrijk punt. In het wetenschappelijk korps is de ideologie dat iedereen onderwijs en onderzoek doet, maar de realiteit is volkomen anders - dat weet iedereen die achter
de schermen kan kijken. Die ideologie - en dat is dan ook een reden waarom men zich hiertegen zal verzetten - dient er ook voor om voor zichzelf natuurlijk wel de faciUteiten beschikbaar te houden. Als zodanig is die ideologie van grote praktische waarde voor een groot deel van de mensen. We moeten zover kunnen komen dat we kunnen zeggen: u moet de tijd hebben om u op de hoogte te stellen van de stand van de wetenschap, door bijvoorbeeld een paar dagen per week te kunnen studeren, of desnoods eenmaal in de vier of vijf jaar deel te nemen aan een researchprojekt, (vervolg op pagina 20)
De „kommissie-De IVIoor" Op 26 november 1970 installeerde minister Veringa de Kommissie Ontwikkeling Wetenschappelijk Onderwijs met als voorzitter prof. dr. R. A. de Moor en als leden: prof. dr. A. D. de Groot, prof. dr. F. W. Rutten, prof. dr. P. J. Thung en prof. J. B. Westerdijk, als adviseur en sekretaris dr. H. W. te Winkel. De kommissie kreeg als opdracht de minister voorstellen te doen over de ontwikkeling van het wetenschappelijk onderwijs op lange termijn, eventueel in relatie tot andere vormen van onderwijs. Verder adviseert de kommissie, zolang de McKinsey-struktuur nog niet ingevoerd is, over beslissingen die op korte termijn genomen moeten worden ten aanzien van de uitbreiding en spreiding van het wetenschappelijk onderwijs. Tot nu toe heeft de kommissie de volgende adviezen uitgebracht • een advies over de subfakulteit psychologie te Tilburg (nog voordat de kommissie officieel funktioneerde), • een advies over het wetsontwerp-Herstrukturermg, • het eerste uitgebreide advies werd m april jl over de positie van de sociale fakulteiten uitgebracht Deze korte-termijn-adviezen zijn door de kommissie niet openbaar gemaakt, omdat de kommissie ze ziet als antwoorden op vragen van de minister en daarom het openbaar maken aan de minister wil overlaten De lange-termijn-adviezen, die vanuit de eigenlijke hoofdtaak uitgebracht zullen worden, wil de kommissie zelf wel openbaar maken ,,Onze kommissie zal tussentijds ruimte geven voor diskussies WIJ willen zoveel mogelijk deelrapporten publiceren voordat we met een eindadvies komen " De kommissie-De Moor baseert h a a r werkzaamheden mede op de adviezen die gegeven worden door de vier nevenkommissies (,,Schlosser", ,,Sassen", „Van der Schans" en „Reitsema"), die elk een gedeelte van de relatie HBOWO bestuderen Over het werk van McKmsey stelt prof De Moor ,,We kwamen al heel gauw tot de konklusie, dat die hele McKmsey-
opzet de oplossing zou kunnen bieden voor de plannmgsproblematiek Omdat onze kommissie en „McKmsey" twee naast elkaar lopende initiatieven zijn, hebben we afgesproken dat de McKinsey-struktuur verdient te worden gerealiseerd en dat daarna de plaats van onze kommissie opnieuw bekeken zal worden Het is n a a r mijn idee niet wenselijk dat beide initiatieven naast elkaar zullen blijven bestaan Onze kommissie zal adviezen geven over inhoudelijke zaken en deze adviezen zullen door de McKmsey-struktuur straks geproduceerd moeten worden " Bij de oorspronkelijke opdracht aan de kommissie-De Moor werd als peildatum voor de afronding van de taak eind 1973 genoemd De Moor ,,Dat komt nu op losse schroeven te staan, want als de McKmseystruktuur volgend jaar zou beginnen te draaien, dan is er geen sprake meer van een einddatum, die struktuur zal van jaar tot jaar doorlopen " Gevraagd n a a r het type emd-advies stelt De Moor ,,Uiteindelijk zal dat een aanduiding worden van het aantal nieuwe studieplaatsen, de sektoren waarin deze gerealiseerd moeten worden en de plaatsen van vestiging Deze adviezen zullen echter voorafgegaan worden door adviezen over de opzet van het WO, HBO, promotiebeleid, wetenschapsbeleid, enz " C. Br. - F. G.
t h b 20
18 juni 1971
Samenwerking KH en THE
en maatschappijwetenschappen te Eindhoven en de Tilburgse sociale fakultcit, enz. Meer in het bijzonder krijgt uiteraard aandacht eventuele gezamenlijk te entameren aktiviteiten, waarvan wij hier noemen:
Geen vlot verloop
- een interfakulteit wiskunde-ekonometrie;
Voor degenen die het niet meer wisten: er wordt nog steeds gepoogd een samenwerlfing te realiseren tussen de Katholieke Hogeschool en de Technische Hogeschool te Eindhoven. Nadat daartoe een principe-beslissing was genomen in oktober 1970, is het „samenwerkingsorgaan" bestaande uit vertegenwoordigers op de niveaus van kuratoren en wetenschappelijke staf der beide Brabantse instellingen voor wetenschappelijk onderwijs een zevental keren bij elkaar geweest om aan de samenwerking meer gestalte te geven.
- een instituut bedrijfskunde (in navolging van TH Delft en NEH Rotterdam;
Verschillende visie Een en ander schijnt niet zo bijzonder vlot te willen lukken. Mogelijk komt dit voort uit het feit dat de visie op die samenwerking nogal verschilt. Tilburg immers staat positief tegenover de gedachte van een Brabantse universiteit. Eindhoven daarentegen is van de noodzaak daarvan nog niet zozeer overtuigd. In het samenwerkingsorgaan wordt dan ook slechts gesproken over „het leiden tot een steeds hechter in fasen verlopend federatief verband". Wellicht wordt de samenwerking nog eens extra bemoeilijkt door het feit dat men in Eindhoven piekert over de integratie van het hoger technisch onderwijs (HTO) en het technisch wetenschappelijk onderwijs (TWO). De „studiekommissie koördinatie TWO-HTO" (de in 1966 ingestelde kommissie-Schlösser) heeft immers als voornaamste aanbeveling gedaan dat „de 3 TH's en de 28 HTS'en in Nederland tot 3 onderwij sgemeenschappen zouden moeten worden samengesmeed, met de naam „technische universiteit"." Voor Eindhoven zou de keuze tussen een uitgroei tot een technische universiteit enerzijds en het samengaan met Tilburg in een rijksuniversiteit Brabant wel eens niet zo moeilijk kunnen zijn.
Tilburg reeds (soms informele) samenwerking bestaat. Het ligt in de bedoeling die samenwerking .dan te intensiveren en zo mogelijk een interpretatie na te streven. Hierbij wordt gedacht aan de kontakten tussen de verschillende vakfilosofen, aan samenwerking tussen de onderafdeling wijsbegeerte
- kontakten over de zowel in Tilburg als in Eindhoven geplande ,,medischtechnische" opleidingen. Erg veel voortgang en voortvarendheid blijkt niet uit de notulen van de vergaderingenvan het samenwerkingsorgaan, waar besluiten worden genomen „bij meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat van elk der beide instellingen tenminste 3 leden vóór het besluit moeten hebben gestemd".
Vlag opjde nieuwbouw subfakulteit psychologie Op woensdag 26 mei hees de president-kurator de vlag op de nieuwbouw van de subfakulteit der psychologie. De bouwondernemer Pellikaan verzekerde dat, ondanks de vertraging die ontstaan was door de recente stakingen, het gebouw toch per 1 september a.s. zou kunnen worden betrokken.
Onafhankelijk stafbureau Hoe dan ook, er zijn tussen de KHT en de THE een aantal initiatieven genomen. Er is op de eerste plaats besloten te streven n a a r de oprichting van een stafbureau dat onderzoek zou moeten doen n a a r verdere mogelijkheden van interdisciplinaire samenwerking en van bestuurlijke integratie. Dit stafbureau zou onafhankelijk moeten zijn van de besturen der beide instellingen en slechts opdrachten kunnen aanvaarden van het samenwerkingsorgaan. Gedacht wordt aan een eerste bemanning van drie personen. Op vrijdag 11 juni werd van de minister de formele toestemming voor de oprichting ontvangen. Vervolgens is gepoogd een inventarisatie te maken van de wetenschapsgebieden waarop tussen Eindhoven en
6
Universitaire welzijnszorg in beweging
Welzijnscentrum in Tilburg? Op 12 mei jl. vond in Utrecht de oprichting plaats van het Welzijns-Beraad Universiteiten (WBU), een gebeurtenis die de nogal stormachtige ontwiltltelingen aan het welzijnsfront in de universitaire wereld van de laatste tijd markeert. Het WBU verenigt de funktionarissen in de welzijnssektor van de universiteiten en hogescholen in Nederland, zoals artsen, dekanen, pastores, psychologen, studiebegeleiders en dergelijke.
Landelijk beraad van studentendekanen Een belangrijke stoot tot bundeling van krachten werd eigenlijk al gegeven, toen het Landelijk Beraad van Studen tendekanen (LBS) m maart van het vorig jaar tot de konklusie kwam dat meer samenwerking vereist was Een aantal dekanen schreef hierover een nota, welke als kader gmg dienen voor een reorganisatie van het LBS Het gevolg was dat er een struktuur kwam, waarin verschillende sekties zich intensiever gmg bezig houden met studieen informatieverschaffing over specifieke terreinen en waarin door een bestuur van afgevaardigden van alle dekanaten besluiten konden worden genomen Vanaf dat ogenblik gmg het LBS zich meer op inhoudelijke zaken richten De funktie van het dekanaat werd als eerste ter diskussie gesteld Enkele maanden geleden organiseerde het LBS over dit onderwerp een driedaagse konferentie Daaraan was een schriftelijke enquête onder de veertig dekanen voor afgegaan Op de konferentie waren vrijwel alle dekanen aanwezig De leiding lag m handen van een gespecialiseerd bureau voor groepsbegeleidmg Behalve een leidraad voor het werk van de dekanaten moest de konferentie ook konklusies opleveren die aan de minister van Onderwijs en Wetenschappen zouden kunnen worden voorgelegd (Bij de subsidie-aanvrage voor de konferentie had Vermga daar persoonlijk om verzocht) In de eerste plaats onthulde de enquête een lijn dwars door de groep heen Geen al te hoopvolle start voor een intensievere samenwerking, zou men zeggen, m a a r goed, het was m ieder geval onthuld, het mistgordijn van de nietszeggende stilzwijgendheid was opgetrokken Op een centrale vraag m de enquête als „Moet het dekanaat volstaan met kuratieve zorg m de marge van de universiteit" bijvoorbeeld, antwoordde de ene helft ontkennend, de andere helft bevestigend Gedurende de konferentie echter traden er verschuivingen op De heer
Derks, bestuurslid van het LBS voor Tilburg ,,Het resultaat was, dat n a drie dagen bramstormen veel van degenen die zich aanvankelijk nogal skeptisch hadden opgesteld enthousiast waren over de nieuwe ontwikkeling en er een groep van acht werd gevormd (de „trekpaarden"), die tot taak kreeg de gegevens van de enquête verder uit te diepen en tot een praktisch bruikbare nota te komen waarmee de funktie van het dekanaat meer ondergrond kan worden gegeven Daarbij dient de individuele zorg voor studenten de basis te blijven, maar voor het dekanaat kan, waar het welzijnsbelang m het gedrang komt, wellicht een ruimere plaats worden toebedeeld dan het beleefd aandragen van mooie gedachten " De konklusies van die nota zullen getoetst worden aan de praktijk van elk dekanenbureau Dat is niet alleen nodig om te bekijken of de nota in het algemeen aan de gestelde verwachtingen voldoet, maar ook omdat m de sociale kontekst en de praktijk van de onderscheiden dekanaten onderling nogal grote verschillen bestaan Medio augustus zal het LBS plenair de resultaten bespreken, onder meer om m september een kort stuk met de beloofde konklusies aan de minister te kunnen aanbieden De heer Van der Bunt van het bureau dat de konferentie leidde verklaarde over de initiatieven van het LBS, dat het een met geringe taak op zich had genomen, dat de dekanen daarbij een zeer gedifferentieerde groep vormen, maar dat ze tenminste gestart zijn
Welzijnsberaad universiteiten Dat startsein van het LBS bleek tevens een wekker voor anderen, zoals de studentenpsychologen, de studentenartsen en dergelijke Velen van hen zagen heil m de onderneming van het LBS Tot 1987 bestond er tussen de verschillende welzij nsfunktionarissen een mm of meer vrijblijvend landelijk kontakt, ZIJ het dat sinds 1964 onder leiding van Trimbos de kommissie ,,geestelijke ge-
7
zondheidszorg was
studenten"
werkzaam
Op 21 december 1967 werd een kongres gehouden onder het motto „Universiteit en studentenproblemen" Kort daarna liep echter de kommissie-Trimbos vast m de struktuurvragen voor een nieuwe aanpak van de universitaire welzijnszorg In 1970 evenwel gmg opnieuw een kommissie van start onder de naam „struktuurkommissie van het landelijk overleg psycho-hygiene", die m maart 1971 m het rapport „Landelijke samenwerking m de welzijnsbevordering voor studerenden" een nieuwe struktuur voor het landelijk overleg van welzijnsfunktionarissen aan universiteiten en hogescholen voorstelde Op 12 mei werd dit rapport door de welzijnsfunktionarissen besproken, hetgeen resulteerde m de oprichting van het ,,Welzijns Beraad Universiteiten" De taak die het WBU zich stelt, behelst m het bijzonder e de samenspraak tussen de verschillende disciplines te bevorderen, • plaatselijke initiatieven en ontwikkelingen te toetsen en desgewenst te ondersteunen, o landelijk overleg en onderzoek te initiëren en gevolg te geven aan de uitkomst daarvan, o een centrale dokumentatie leggen
aan
te
Dit struktuurvoorstel voor het WBU werd gesteund door het overgrote deel van de afvaardigingen Op de vraag of een samenwerking tussen de disciplines wenselijk is, werd unaniem bevestigend geantwoord, evenals op de vraag of zulks diende te worden gestruktureerd Het voorlopige struktuurvoorstel zoals neergelegd m het rapport van de kommissie ondervond slechts tegenstand van de meerderheid van de vertegenwoordigers van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en van de Universiteit van Groningen Overigens zal na een jaar de struktuur opnieuw worden bekeken Inhoudelijke resultaten van het WBU liggen nog niet op tafel, maar gezien de pretentieuze aanpak mag worden verwacht dat die niet lang op zich zullen laten wachten Daarbij acht het WBU een grotere participatie van de studenten onontbeerlijk
Welzijnszorg in Tilburg Ook m Tilburg beginnen zich ontwikkelingen af te tekenen die op de uitbouw van een meer geïntegreerde vorm van welzijnsbevordering duiden In 1968 bracht de kommissie ,,geestelijke gezondheidszorg voor studenten" onder leiding van professor Godefroy een rapport uit, waarin de uitbreiding van de studentengezondheidszorg aan de hogeschool tot een ,,gezondheidscentrum"
t h b 20
18 juni 1971
werd bepleit In het rapport werden uitvoerig gedachten gewijd aan de leefwereld van de student, waarbij diverse sferen werden aangeduid die de referenties van een student kunnen beïnvloeden De ideeën waren geïnspireerd en weinig besmet door bestaande struktusen (er was immers nog nauwelijks sprake van iets als een gezondheidszorg waarin de verschillende disciplines gekoordmeerd konden optreden) Een opvallende parallel met de landelijke ontwikkelingen was echter dat men het over de struktuurvragen met eens kon worden, de voorbode van een moeizame ontwikkeling In het beleidsadvies van de kommissie werden twee alternatieven aangegeven die grofweg neerkwamen op een gezondheidscentrum waarin een arts, een psycholoog, pastores, dekanen en eventueel anderen zouden samenwerken - dat rechtstreeks ressorteerde onder het kuratorium van de hogeschool, dan wel een centrum onder de hoede van de Stichting Nostrorum Sanitas, welke vanouds de studentengezondheidszorg aan de hogeschool behartigde Met het aangegeven dilemma wist het kuratorium geen raad Er werden gesprekken gevoerd met betrokkenen en weer afgebroken Ieder trok zich tenslotte terug op zijn eigen terrein en gmg over tot de orde van de dag Voor Nostrorum Sanitas betekende dat onder meer een studentenpsycholoog aantrekken (die moest er komen, daar was iedereen het over eens) en een plaats voor een full-time studentenarts claimen (ook die moest volgens eenieder hoognodig komen) Het onomkeerbare proces trad m werking het ,,gezondheidscentrum" was al aan het ontstaan De dekanen en de nieuwe psycholoog op hun beurt brachten het eerste ge deelte van een nota uit waarin ze de wenselijkheid van een geïntegreerde welzijnszorg aan de hogeschool n a a r voren brachten, gemkorpeerd m een zo onafhankelijk mogelijk lichaam, ~ waarin welzij nsfunktionarissen en ,,betrokkenen" zouden moeten samenwerken en onder meer storingverwekkende systeemfaktoren zouden moeten worden aangepakt Vooral m het senaatsbestuur stuitten deze plannen aanvankelijk op grote tegenstand Het fenomeen „welzijnscentrum" was nieuw en de gepresenteerde ideeën werden met argwaan bekeken De term ,,actie ondernemen ' (vakterm m het welzijnswerk), die m de nota opdook, toverde onvermijdelijk het spookbeeld van de gezagsondermijnmg te voorschijn bij degenen wie de schrik van het „aksie voeren" nog m de bibberende benen zat Een andere moeilijkheid zat hem m de plaats waar de studentenarts zou moeten komen Het was al jarenlang „hoog tijd", m a a r onder wiens verantwoordelijkheid moest de arts worden aangetrokken"' De Stichting Nostrorum Sanitas beriep zich op h a a r taakomschrij-
ving („gezondheidszorg behartigen") en er was m dit stadium geen enkele aanleiding om daarvan af te wijken De ,,teamleden" (dekanen en psycholoog) oordeelden daar anders over zij dachten niet aan de arts die al jarenlang plichtsgetrouw op het verlanglijstje van Nostrorum Sanitas stond, maar aan een uitbreiding van het welzijnsteam, dat bezig was zich te vormen Op het ogenblik, drie jaar na het rapport-Godefroy, lijken de moeilijkheden voorlopig dan toch overwonnen Er IS een mterim-oplossmg gekomen die mogelijk heeft gemaakt dat de aanstellingsprocedure van de studentenarts nu m volle gang is Daarbij zijn de
verschillende partijen een gezamenlij,ve verantwoordelijkheid overeengekomen De aanstelling van een tweede psycho loog zit m de pen en kan waarschijnlnk met minder hindernissen h a a r beslag krijgen Al met al is er nog niet veel meer gedaan dan de grond voor de welzijns zorg aan de hogeschool bouwnjp ma ken En wie mag worden verweten dat men daarbij gestoten is op de grond vesten van historische bastions' Het puinruimen nadert zijn voltooiing, en ach, misschien heeft die tijd wel mspi rerend gewerkt op hen die de welzijns zorg vorm moeten gaan geven F. G.
Studentendekaan Derks:
Niet langer dienen als vuilverbrandingsoven Over de ontwikkelingen in het welzijnswerk aan de universiteiten en hogescholen had het THE een gesprek met de heer Derks, hoofd van het Bureau Studentenbelangen. Hij' is bestuurslid voor Tilburg van het LandeUjk Beraad van Studentendekanen en voorzitter van het Welzijns Beraad Universiteiten. Wat zi)n de oorzaken van de stroomversnelling m de welzijnssektor van de universiteiten'^ ,,Men is meer bereid dan vroeger om buiten het geijkte patroon te gaan staan, omdat men ergens een bedreiging voelt - dat kan zelfs een bedreiging van de eigen positie zijn Dat speelt duidelijk een rol bij de reorganisatie van het Landelijk Beraad van Studentendekanen en de oprichting van het Welzij ns Beraad Universiteiten, minder bij de oprichting van het Landelijk Overleg Studentenvoorzieningen van Bakels, m a a r dat is ook niet van onderaf gegroeid, dat is van bovenaf gekomen dat is makkelijker, het is ook sneller opgericht Bovendien is er sprake van een evolutie m het denken over je werk en over de ontwikkelingen m het wetenschappelijk onderwijs Die evolutie IS, geloof ik, vooral bevorderd door het gevoel dat je m de marginale sfeer wel bezig kon blijven met zoveel mogelijk schadelijke gevolgen van miheu, onderwijssysteem en karakterstruktuur op te vangen en te korrigeren, m a a r dat je daar wezenlijk niet veel mee uitricht, met andere woorden het dilemma, dat je kuratief zozeer overbelast bent, dat je aan vormen van preventie niet toekomt, terwijl we steeds duidelijker gaan zien, door het soort en het aantal problemen dat je voor je krijgt, dat het bewust beoefenen van preventie gewoon een harde noodzaak wordt " Waren die problemen er vroeger nief „Ik heb toch wel de overtuiging dat
8
zowel de aard van de problemen als de omvang ervan m de loop van de laatste twintig jaar veranderd zijn Het moeilijke hiervan is juist dat op dit gebied nauwelijks iets aan wetenschappelijk onderzoek is gedaan, zodat je niet pre cies kunt aangeven, waarin die verandering zit Natuurlijk zijn de ontwikke lingen m de studentenbeweging en de bredere maatschappelijke ontwikkelingen een belangrijke faktor geweest En ik denk, dat de geesten verder gerijpt zijn door de troebelen van 1969 Toen kwamen de nota's Vermga en Posthumus en vanaf dat moment is ieder van ons toch wel tot de ontdekking gekomen, dat de welzijnszorg vanouds veel te weinig belangstelling kreeg en dat het welzijnswerk veel meer moet dienen als richtsnoer voor het nemen van maatregelen, zeker maatregelen voor het opleiden van grote groepen jongeren, en ook de voorstellen van Vermga en Posthumus schiepen veel te weinig vertrouwen dan dat dat m de toekomst wel het geval zal zijn Die ontwikke Imgen hebben duidelijk gewerkt als katalisator m het ontstaan van het besef, dat we, op het risiko van „lastig" te worden af, op moeten houden met het spelen van vuilverbrandmgsoven " Komen de initiatieven van de welzijnsfunhtionarissen niet te laat'' ,,Het IS de oude fout die zich steeds erger gaat wreken m de welvaartsstaat waarin we leven, namelijk door met een vakmatige behandeling van zaken bepaalde winsten te boeken aan de ene kant, zonder zich ervan bewust te zijn
arbeidsklimaat is er sinds de bezettingsgeschiedenis van 1989 niet beter op geworden en op dit ogenblik is er geen sprake meer van de gebrekkige kommunikatie van vóór 1969, maar van een kommunikatiestop. Op het moment dat men zegt: we willen inspraak geven, we willen overleggen en we willen afstand doen van de geheimhouding, dan zou je denken dat we een eind verder zijn, m a a r het blijkt, dat er nauwelijks meer kommunikatie plaats heeft. Dan heeft die openheid natuurlijk geen zin." Hoe liggen de kansen voor een welzijnscentrum aan de hogeschool momenteel?
dat we verlies zullen gaan lijden aan de andere kant. Ook Veringa en Posthumus ontkomen niet aan dit euvel. De maatregelen die op basis van Posthumus worden genomen, worden onderwijskundig en uiteraard juridisch getoetst en natuurlijk ekonomisch getoetst - dat staat haast voorop - maar ze worden niet getoetst op hun welzijnsaspekten. Ik wil als simpel uitgangspunt stellen, dat welzijn op zichzelf een hogere waarde is dan onderwijs. We zijn dus inderdaad wel zeer laat, maar we zullen moeten proberen eraan te doen wat nog mogelijk is." Is het denkbaar dat welzijnsfunktionarissen als groep in konflikt komen met de universitaire overheden, wanneer ze zich met systeemfaktoren gaan inlaten? „Elke verandering, elk nieuw verschijnsel roept weerstanden op. Dat geldt ook voor ons werk als dat evolueert. Het vloeit uit ons werk voort als een pure noodzaak, dat we daarin onafhankelijk zijn. Dat betekent dat je, vooral wanneer je in je opstelling wat dynamisch bent, n a a r twee kanten weerstanden kunt oproepen. Het is duidelijk dat de laatste paar jaar die weerstanden meer voor de hand lagen van de kant van de gevestigde instellingen dan van de kant van de studenten, omdat wij in sommige gevallen iets eerder dan de gevestigde instellingen zelf op het spoor waren van de onder de oppervlakte levende onlust." Is de positie van de welzijnsfunktionarissen in dienst van die instellingen in dit verband wel het meest verkieselijke?
„De welzijnsfunktionarissen moeten op hun terrein onafhankelijk kunnen denken en kunnen adviseren. En dan vind ik de dienstverhouding al of niet los van een universitaire instelling uit dit oogpunt bezien een onbelangrijke zaak, indien er een vertrouwensrelatie bestaat n a a r beide zijden - dat is een conditio sine qua non - en indien men erkent dat het nodig is dat wij fungeren als kritisch toeschouwer vanuit een welzijnsoptie. En „kritisch toeschouwer" betekent hier natuurlijk ook laten merken wat je ervan denkt. Die vrijheid, niet alleen om er zo en zo over te denken, maar ook om dat aan anderen over te dragen, moet ons gelaten worden. Dan is de dienstverhouding geen probleem. Dat zou het kunnen worden, als dat vertrouwen niet meer aanwezig is en men geen boodschap heeft aan medische, maatschappelijke en psychische belangenbehartiging. Tot nu toe is het echter, bij mijn weten, nog niet voorgekomen, dat het tot ernstige moeilijkheden is gekomen. Natuurlijk, er zal wel eens een moeilijke verhouding liggen of een gebrek aan kommunkatie . . . Een goede kommunikatie lost trouwens enorm veel op. Als je het met iemand niet eens bent en je legt uit wat je bedoelt en wat je instelling is, dan is het vertrouwen niet in gevaar. Maar als je elkaar niet spreekt en je moet het doen met karikaturen, ja, dan schep je konflikten. En dat speelt op de hogeschool natuurlijk wel een rol. Overigens gaat dat niet alleen ons aan, dat gaat driekwart van het personeel aan. Het
9
„In het voorbereiden van een plan voor een welzijnscentrum is een duidelijke vertraging gekomen. Dat heeft twee oorzaken: een positieve en een negatieve. De positieve, en de belangrijkste, is, dat de hele benadering van de problematiek in een snelle ontwikkeling verkeert. Dat betekent dat een enorm stuk brainstorming plaats heeft met kollega's en andere welzij nsfunktionarissen. En dat kost tijd. Het idee voor een geïntegreerde welzijnszorg samen met de betrokkenen - dat is namelijk een welzijnscentrum - vindt praktisch overal weerklank. Maar onder de drang van de omstandigheden (de onlusten van 1969, Veringa, Posthumus) moeten we heel veel tijd besteden aan een herbezinning op onze eigen funktie en die bezinning zal mede inhoud moeten geven aan de inhoud van zo'n welzijnscentrum. De tweede oorzaak is de kritiek die we hebben ontmoet - ik weet niet helemaal of ik het kritiek moet noemen - laat ik zeggen de tegenstand die we hebben ondervonden van de zijde van de senaat, waar het bijzonder moeilijk was om duidelijk te maken wat we bedoelden. En eigenlijk zijn we nog meer bezig geweest om duidelijk te maken wat we niet bedoelden. Ik betreur dat. Er was eigenlijk weinig verstandhouding en weinig gevoeligheid voor de instelling van waaruit wij werken. Daarbij was er bijzonder weinig informatie over ons dagelijks werk. Dat is overigens een oorzaak die nu wel is uitgewerkt." Was er sprake van angst bij de hoogleraren? „Ik denk wel dat een aantal hoogleraren zeer bezorgd zijn over de ontwikkeling überhaupt binnen het wetenschappelijk onderwijs, waarbij een van de punten op dat terrein ook de aandrang is waarmee wij het welzijnsbelang n a a r voren willen schuiven en dat een aantal van deze docenten dan de neiging krijgt zich wat defensief op te stellen. En dat daar in zekere zin iets van angst achter zit, dat zou kunnen. Ik kan niet door de mensen heen kijken, m a a r je zou het weleens kunnen vermoeden, vooral door de wijze waarop men soms reageert. Overigens speelt daarbij ook
t h b 20 - 18 juni 1971
weer het gebrek aan kommunikatie, waardoor men een verkeerd beeld heeft. Maar ik geloof zeker dat de positie van de hoogleraar sterk in diskussie is; en de autonomie van de hoogleraar moet verder bekeken blijven worden. Naast voordelen kan die autonomie grote nadelen met zich meebrengen: het ligt eraan hoe men h a a r hanteert. Overigens gaat het niet alleen om de hoogleraren, maar ook om de wetenschappelijk medewerkers, want hun rol is - zeker kwantitatief - enorm toegenomen. Helaas liggen die wat buiten ons vizier, m a a r ik geloof dat dat ook wel te maken heeft met de afhankelijke positie die ze vaak hebben. Ze zitten nog wel eens moeilijk; de een heeft veel meer ruimte dan de ander. En dat heeft dan ook weer te maken met het hanteren van de autonomie die de hoogleraar heeft. Gekanaliseerd kontakt met de wetenschappelijk medewerkers is er eigenlijk veel te weinig. Dat is jammer. Nogmaals, als de kommunikatie er eenmaal weer is, zal een doordacht plan van ons, dat bij insiders alleen nog een stuk aanvullende kritiek ontmoet, verder niet veel moeilijkheden opleveren. Daar ben ik van overtuigd." F. G.
grafische
kunstinrichting j. |. a. van der wee n.v icoestraat 83-85
tiiburg
Afscheidskollege prof. dr. M. Euwe
„Hoger onderwijs in informatica" Op donderdag 17 juni 1971 gaf prof. dr. M. Euwe, hoogleraar in de methodologie van de automatische informatieverwerking, wegens het bereiken van de 70-jarige leeftijd, een openbaar afscheidskollege over „Hoger Onderwijs in Informatica" in de aula van de hogeschool. Bij het afscheidskollege werd hem een komputertekening aangeboden.
Samenvatting Itolfege De gelijktijdige uitvinding van een viertal belangrijke technieken die, ofschoon voor verschillende doeleinden gedaan, zeer toevallig alle pasten in het kader van de voorspoedige uitbouw van de komputer, geeft een verklaring voor de zo snelle ontwikkeling van deze nieuwe techniek. Dit hoge tempo heeft overigens als konsekwentie dat de opleiding tot bekwame technici en experts aanzienlijk is achtergebleven. Daarom is het onderwijs in informatica van de grootste betekenis. Zowel door de instelling van de kommissie ,,Modernisering leerplan Wiskunde" als door het werk van de ,,kommissie-Frielink" heeft het onderwijs in de informatica op middelbaar niveau grotere aandacht gekregen. Verschillende verstrekkende plannen zijn dientengevolge reeds in de eerste fase van uitvoering aangeland. In het hoger onderwijs is de informatica reeds vele jaren ingebed, m a a r juist nu gaat men zich opnieuw bezinnen op de plaats die dit nieuwe vak moet innemen. De Akademische Raad heeft een sektie Informatica gekreëerd en in deze sektie is de omschrijving en de begrenzing van het vakgebied een essentieel punt geweest. Er bestaat een groot aantal definities van informatica die elk een verschillend begrip centraal stellen, hetzij het informatiesysteem (Nielen), hetzij de informatieverwerking (sektie Informatica) of tenslotte de apparatuur en de programmatuur (Technische Universiteit te München). Prof. Frielink deed de suggestie onderscheid te maken tussen fundamentele informatica, technische informatica, bedrijfsinformatica, medische informatica, juridische informatica, psychologische informatica, enz. De fundamentele informatica omvat de basiskennis en steunt op een grote dosis wiskunde en natuurkunde. De technische informatica bevat bovendien een aantal aanvullende technische onderwerpen en verschilt in de praktijk m a a r weinig van de fundamentele informatica. De bedrijfsinformatica bevat slechts die elementen van de fundamentele infor-
10
matica die noodzakelijk zijn voor een gedegen kennis van komputeroperaties en voorts een groot aantal aanvullende onderwerpen met betrekking tot de aanwending van de komputer in de praktijk van het bedrijfsleven. Daarbij dient de nadruk vooral te liggen op de organische aspekten. Op grond van een in opdracht van de EEG te Brussel door mij uitgevoerd onderzoek over de stand van het hoger onderwijs in de landen van de EEG ben ik tot de hier volgende aanbevelingen gekomen: 1 In alle fakulteiten wis- en natuurkunde worde aan de universiteiten de mogelijkheid geopend tot een zelfstandige studie in de informatica met het
doktoraal afsluitend examen en de doctorstitel als afsluiting van de studie, uiteraard na het schrijven van een proefschrift 2 Aan de technische hogescholen is reeds m Nederland en m andere landen een dergelijke afsluiting gerealiseerd wie zich specialiseert m informatica, verkrijgt de titel wiskundig ingenieur of een soortgelijke titel Terwille van de uniformiteit is het misschien gewenst overal de titel „ingenieur m informatica" m te voeren 3 W a t betreft de bedrij f smformatica zijn er twee standpunten informatica als keuzevak bij de bedrij f sekonomische, respektievelijk een andere richting van de ekonomie, of informatica als zelfstandige discipline Het komt mij juist voor voorshands informatica als specialisme te handhaven, maar niet verder te gaan 4 Op elke instelling van hoger onder WIJS dienen algemene, inleidende kolleges m informatica te worden gegeven, ten dienste van alle fakulteiten In aan sluiting daarop moeten specifieke kol leges m informatica gegeven worden voor die fakulteiten die m de betref fende mstelhng vertegenwoordigd zijn 5 Gezien het nijpend tekort aan deskundigen m alle landen van de EEG dienen door samenwerking van universiteiten en speciale instituten massale opleidingen op alle niveaus te worden verwezenlijkt Slechts op deze wijze zal het mogelijk zijn de vicieuze cirkel te doorbreken, waarop Wolters wijst m zijn inaugurale rede van 1969 zonder docenten geen opleiding en zonder opleiding geen docenten Wat onze hogeschool te Tilburg betreft, is vooral konklusie 3 van belang mfor matica te handhaven als keuzevak bij de bedrij f sekonomische richting, bij voorkeur geïntegreerd met andere gebieden, zoals organisatieleer, bediijls kunde en managementwetenschap De fundamentele informatica komt reeds enigszins tot zijn recht m de eko nometnsche opleiding waarbij voor een verdere verbreding samenwerking met het zeer geavanceerde onderwijs aan de Technische Hogeschool ernstig te overwegen ware
Ter voorbereiding en assistentie van het onderwijs m het vak Algemene Sociologie kunnen op zeer korte termijn worden geplaatst
twee student-assistenlen Vereisten • kandidaatsexamen sociologie • belangstelling voor geschiedenis en theorie van de sociologie Sollicitaties voor 1 juli aan prof dr R A de Moor, Sociologisch Instituut
boekhandel gianotten prof. verbernelaan 100 - tilburg telefoon 04250-73181
gespecialiseerd op wetenschappelijk gebied
Gevraagd
groepsbegeleiders voor introduktiedagen Op 24, 25 en 26 augustus zullen wederom introduktiedagen worden gehouden voor aankomende eerstejaars-studenten Het ligt m de bedoeling tijdens deze dagen aan groepjes van 15 a 20 eerstejaars een ouderejaarsstudent als groepsbegeleider toe te voegen De groepsbegeleiders zullen onder meer informatie verschaffen en fungeren als gids en vertrouwenspersoon voor hun groep Aan de introduktiedagen zal een mstruktiemiddag voor de groepsbegeleiders voorafgaan Aan de groepsbegeleiders wordt een bescheiden vergoeding van f 15,— per dag toegekend Studenten, die bereid zijn een taak als g r o e p s b e g e l e i d e r o p zich te nemen, kunnen zich tot 1 juli schriftelijk of mondeling wenden tot de voorzitter van de Kommissie Akademische Studievoorlichting drs W de Boer toestel 420
11
BIJ de vakgroep Sociologie van de Ruimtelijke Ordening is plaats voor een
kandidaats-assistent Gegadigden worden verzocht zich zo spoedig mogelijk in verbinding te stellen met dr Grunfeld (eventueel schriftelijk)
BIJ het Bureau van de Sociale Fakulteit kan op korte termijn geplaatst worden een
student-assistent voor 2y2 dag per week Zijn taak omvat het bijhouden van de studentenadministratie, sekretanaatswerkzaamheden voor diverse op onderwijsgebied werkzame kommissies, medewerken aan de regeling van de kollegeroosters en w e r k g r o e p m d e l m gen, colloquium doctum, extraneï en termijnregelingen e d Vereist wordt het kandidaatsexamen sociologie De werktijden kunnen in nader overleg worden geregeld Sollicitaties kunnen worden gericht aan Hoofd Bureau Sociale Fakulteit, Hogeschoollaan 225, Tilburg
Promotie Mevr. Ten Horn-van Nispen
Eerste vrouwelijke doctor aan K.H. Op woensdag 16 juni jl. promoveerde aan de hogeschool drs. L. C. W. J. M. ten Horn-van Nispen tot doctor in de sociale wetenschappen. Zij is de eerste vrouwelijke doctor in het vierenveertig-jarig bestaan van de hogeschool. Haar proefschrift is getiteld: „Jan B. M. van Besouw, een sociaal geïnspireerd ondernemer rond 1900". Promotor was prof. dr. H. F. J. M. van den Eerenbeemt. Enkele punten uit het proefschrift Rond 1900 begon men zich in Nederland ook in katholieke kring bewust te worden dat de slechte toestand waarin de arbeiders toentertijd verkeerden (laag loon, lange werktijd, geen sociale voorzieningen etc.) niet door liefdadigheid kon worden opgelost, m a a r dat verbetering alleen te verwachten was van een verandering van de maatschappelijke verhoudingen. Als mogelijkheden zag men onder andere de oprichting van korporaties, verenigingen waarin werkgevers en werknemers samen streefden n a a r nieuwe onderlinge verhoudingen en lotsverbetering voor de arbeiders. Dit denken vond zijn uitdrukking en stimulans in de encykliek Rerum Novarum (1891). Tegen deze achtergrond is het dat de Goirlese textielfabrikant Jan van Besouw zowel buiten als binnen eigen bedrijf vernieuwingen op sociaal gebied voorstelde en invoerde, daarbij geïnspireerd door het voorbeeld van de Franse ondernemer Léon Harmei, die in zijn fabriek vele nieuwe ideeën had toegepast en toentertijd gold als het prototype van een modern christelijk patroon. Samen met zijn arbeiders richtte Van Besouw een korporatie op, welke enerzijds door middel van onder andere een spaarkas en een soort ziekenfonds de materiële positie van de arbeiders trachtte te verbeteren en anderzijds door middel van sociale kursussen, bibliotheek en dergelijke bijdroeg aan de geestelijke ontwikkeling. Daarnaast bleek de oprichting van een koöperatieve winkel in een grote behoefte te voorzien. Van grote sociale betekenis is ook geweest zijn streven het drankmisbruik onder de werkende bevolking te beteugelen en de arbeiders tot eigen woningbezit aan te sporen. Een fabrieksraad, de eerste in het zuiden van Nederland, bracht een element van demokratie in het bedrijf welk in sommige opzichten zelfs verder ging dan de wet op de ondernemingsraden van 1950.
Bij uitvoerige experimenten met de lengte van de werkdag bleek dat bij een verkorting van de werktijd van 11 n a a r 8 uur per dag de totale produktie zelfs hoger lag dan de oorspronkelijke produktie bij 11 uur. De verkorting bracht zodoende ook een verhoging van de inkomsten van de werknemers, die toen nog per stuk betaald werden. Bij de oprichting van de vakbond Sint Lambertus te Goirle speelde Van Besouw een belangrijke rol en hij weerhield zich evenmin van een effektieve steun aan de arbeiders van andere bedrijven bij konflikten, die verbetering van de arbeidsvoorwaarden tot inzet hadden. Door de oprichting van de vakbond werd het mogelijk in 1909 een kollektieve arbeidsovereenkomst af te sluiten tussen Sint Lambertus en NV Van Besouw. Deze eerste cao in het zuiden van het land was zeer veelzijdig van karakter en kende voor die tijd zeer geavanceerde bepalingen, zoals vakantie met behoud van loon, gegarandeerde minimumuurlonen, regelingen voor nacht- en overwerk en uitkering van een aandeel in de winst. Bij zijn aktiviteiten had Van Besouw veel kontakt met meer bekende pioniers op sociaal gebied, zoals Alphons Ariëns, Aalberse, Poels en Vlekke, die graag met hem overlegden over allerlei problemen van sociale aard en die hem regelmatig om advies vroegen. Naast deze groten nam Van Besouw een heel eigen plaats in, omdat hij als een van de weinige ondernemers in Nederland de nieuwe sociale denkbeelden in eigen bedrijf in praktijk bracht en zodoende uit een schat van praktijkervaring kon putten. Dat deze sociale pionier, die met zijn ideeën zijn tijd ver vooruit was, bij zijn kollega-fabrikanten, die met name in Tilburg nog sterk dachten vanuit het liberalisme, geen geziene figuur was, valt te begrijpen. De arbeiders waardeerden hem echter als medestrijder voor hun rechten.
12
Marie-Louise ten Horn-van Nispen werd geboren te Roosendaal (Nrd.-Br.) op 10 mei 1944. Zij studeerde een jaar geschiedenis aan de RK Leergangen te Tilburg, waarna zij in 1963 begon met de studie sociologie aan de Katholieke Hogeschool. Na haar doktoraal in de algemene sociologie in november 1968 was zij tot haar huwelijk in juni 1969 voor halve dagen werkzaam als wetenschappelijk medewerkster bij de leerstoel sociale geschiedenis (prof. dr. H. F. J. M. van den Eerenbeemt) van dezelfde hogeschool. In deze periode besloot zij aan de figuur van Jan van Besouw, waarover zij vóór haar afstuderen reeds een skriptie had geschreven, een uitvoeriger publikatie te wijden. Na haar huwelijk zette zij deze studie bij wijze van liefhebberij voort. Sinds september 1970 geeft zij enige lessen sociologie aan de bijscholingskursus voor docenten aan het Individueel Huishoud- en Nijverheidsonderwijs te Den Haag.
Kuratoren hebben op de valreep opdracht gegeven tot een funktie-onderzoek aan de KH. Als je een beetje slim bent stel je zoiets inderdaad pas in als je eigen funktie opgeheven wordt.
Sociolog ie-studenten bekeken welzijnswerk in Engeland
Huurverhoging studentenkamers
Verslag studie-reis sociale fakulteit Van 28 maart tot 3 april jl. vond een studiereis n a a r Londen en Cambridge plaats, waaraan vier docenten en veertig studenten van de sociale fakulteit deelnamen. De reis had tot onderwerp „Adult Education" en de „Multi-Problem Family". Inmiddels is het verslag van de reis uitgebracht, dat door een aantal deelnemers werd samengesteld. Het programma bevatte onder meer bezoeken aan een reeks projekten en een aantal lezingen betreffende het welzijnswerk in Engeland. In een inleidende lezing op 29 maart over de algemene struktuur van het maatschappelijk werk werd door Mrs. Margaret Clapham van de Social Work Advisory Service ingegaan op de nieuwe „Local autority service act", die drie dagen later op 1 april in werking trad. Deze nieuwe wet brengt in het maatschappelijk werk in Engeland ingrijpende veranderingen met zich mee. Deze veranderingen hebben vooral betrekking op een gestroomlijnder koördinatie van de verschillende diensten, terwijl de dienstverlening niet meer gratis is voor degenen die het kunnen betalen. Eén uitgangspunt van de nieuwe wet valt bijzonder op. „Bij de nieuwe filosofie is de nadruk komen te liggen op de persoonsgerichte dienstverlening, in plaats van op de probleemgerichte dienstverlening, omdat de basis van alle problemen dezelfde is, namelijk de zwakke persoonlijkheid". (Wel een uitspraak die op een beetje kritische sociologiestudent als een rode lap op een stier zou werken. Maar geen woord erover in het verslag van de aansluitende diskussie. Laten we het houden op de onoplettendheid van de rapporteur, of het moest zijn dat juist de kritische deelnemers op dat moment alvast de pub hadden opgezocht.)
gebied van de woningnood. Het Stanhope Institute, een instelling voor ,,adult education", die geheel West-End bestrijkt; momenteel worden er aan 7000 volwassenen dag- en avondopleidingen gegeven. Tot slot van de studiereis werd in het Friends International Centre door Mr. David Gallon een lezing gehouden, getiteld „Open University". In 1969 werd in Engeland de „Open University" officieel erkend en 25.000 studenten werden geplaatst. Via een puntensysteem kan men een graad behalen, waarbij echter het probleem optreedt, dat door de gewone universiteiten en hogescholen de graad die door de „Open University" aan h a a r studenten wordt verleend, niet helemaal als volwaardig wordt beschouwd. Het verslag van de studiereis is verkrijgbaar bij drs. P. van Haberden (S.I. kamer 72). F. G.
De gemiddelde huuropbrengst (kale huur) van kamers die worden geëxploiteerd door plaatselijke stichtingen voor studentenhuisvesting is met ingang van 1 september aanstaande vastgesteld op ƒ 71,— per maand. Dit heeft minister Veringa 26 mei jl. per brief meegedeeld aan de kolleges van kuratoren van de universiteiten en hogescholen. Momenteel moeten de studenten gemiddeld ƒ 65,33 per maand voor hun kamer betalen. De verhoging van de huren van studentenkamers is een direkt gevolg van de verhoging van de maximum rijksstudietoelage van ƒ4.740,— tot ƒ5.160,—. De gemiddelde huuropbrengst wordt namelijk afgeleid van de maximum rijksstudietoelage, plus het gemiddelde collegeen inschrijvingsgeld. Van dat totaalbedrag wordt 16 % gereserveerd voor de h u u r van een kamer. Voor het komende studiejaar komt dat neer op 16 % van ƒ 5.320,—. Dat is ƒ 851,20 per jaar of (afgerond) ƒ 71,— per maand. (Persbericht O&W)
Tijdens het bezoek werden de volgende projekten bezocht: De East London Family Service Unit, een partikuliere organisatie die werkt onder probleemgezinnen uit arbeidersmilieus. Toynbee Hall, een volkshuis, dat vrijwel het gehele terrein van sociale dienstverlening beschrijft in een buurt die wordt gekarakteriseerd door een gebrek aan ,,natuurlijke leiders" en een groot woningprobleem. Vijf primary schools, waarvan de Gillespieschool in het verslag wordt besproken. Hoofdprobleem: het grote aantal immigranten-kinderen (90%), bovendien van zeer veel verschillende nationaliteiten. Lambeth Housing Advisory Centre, werkzaam op het
13
t h b 20 - 18 juni 1971
Examen-doen in de Pellikaanhal
Open brief Mocht de geloofswaardigheid van het huidige examensysteem in mijn ogen toch al minimaal zijn, tijdens het jongste C Il-examen ekonomie is ook het laatste restje twijfel volledig verdwenen. Het bedoelde examen werd, evenals trouwens het propadeuse, afgenomen in de Pellikaanhal. De omstandigheden waren daar zodanig, dat het me eigenlijk verbaast, dat de kandidaten niet en bloc geweigerd hebben er examen te doen. 1 In de zaal was het koud, hetgeen vooral maandag 24 mei een belangrijke rol speelde, omdat toen een groot aantal mensen nat arriveerden. 2 De stoelen waren hoogst ongemakkelijk en konden niet zodanig onder de tafel geplaatst worden, dat een gemakkelijke zithouding aangenomen kon worden. Voor een aantal mensen betekende dit reeds na enige tijd een pijnlijke rug. 3 In de zaal waren een paar honderd mensen bijeen. In de praktijk betekent dit, dat er voortdurend gekucht, gehoest en gelopen wordt. Bovendien wordt er dan voortdurend met stoelen geschoven. Dit alles werd gekompleteerd door een met koffie en frisdrank leurende juffrouw, die zo vriendelijk was je herhaaldelijk uit de koncentratie te halen.
4 Erg storend was de regen, die op het gedeeltelijk met golfplaten bedekte dak een waar mitrailleurvuur veroorzaakte. Dit was 's woensdags gelukkig niet het geval, m a a r toen was iemand zo vriendelijk om ergens te gaan timmeren, hetgeen niet minder storend is. 5 Het tijdstip van het examen was helemaal ongelukkig gekozen. Een normaal mens begint tegen het middaguur honger te krijgen. Als het examen dan tot half twee duurt, betekent dit, dat het laatste gedeelte afgelegd moet worden met een n a a r voedsel schreeuwende maag. Gekombineerd met de temperatuur en de onrust levert dat een onbehaaglijke situatie op, waarin dan van de kandidaten toch goede resultaten verwacht worden. Het is duidelijk, dat bij een examen, dat onder dergelijke omstandigheden afge-
legd moet worden, de kennis slechts eon van de faktoren is, die het resultaat beĂŻnvloed hebben. Vooral voor mensen die zich slechts in een rustige omgeving, waar zij ongestoord kunnen werken, kunnen konsentreren, is een dergelijke sfeer funest en voor hen geldt dan zeker, dat de kennis van de stof slechts geringe invloed heeft gehad op het resultaat van hun werk. Eigenlijk betekent dit, dat er aan de uitslag van het examen slechts minimale betekenis toegekend mag worden. Een krachtig protest tegen de gang van zaken bij de jongste examens is dan ook zeker op zijn plaats. Het is ongehoord, dat er zo met de belangen van de studenten omgesprongen kan worden. Als men dan al examens wil afnemen, dient men er toch op de allereerste plaats voor te zorgen, dat de sfeer zodanig is, dat het selektiekriterium de kennis van de stof is en niet psychisch weerstandsvermogen of wat dan ook. Ik ben er van overtuigd, dat de jongste examens de apathie tegen alles wat met examens te maken heeft (terecht) vergroot heeft. Het wordt hoog tijd, dat er nieuwe wegen ingeslagen worden. Leon Knoben
Regeling opvolging rector-mag n if icus Op 10 juni is een interimregeling vastgesteld waarin de benoeming en zittingsduur voor de opvolger van de huidige rector-magnificus wordt geregeld. De regeling bevat drie artikelen: Artikel 1 De bevoegdheid van de senaat tot het opmaken van de voordracht voor de benoeming van de rector-magnificus vervalt. Artikel 2 De opvolger van de fungerende rectormagnificus wordt benoemd door het kuratorium van de Stichting Katholieke Hogeschool n a overleg met de Eerste Hogeschoolraad en op voordracht van een kollege ad hoc, dat bestaat uit de voorzitter van de fakulteit der ekonomische wetenschappen, de voorzitter van de fakulteit der rechtsgeleerdheid, de voorzitter van de subfakulteit der sociaal-kulturele wetenschappen en de voorzitter van de subfakulteit der psychologie. Het in de vorige volzin bedoelde kollege staat onder voorzitterschap van de fungerende rector-magnificus. Artikel 3 Bij de in artikel 2 bedoelde benoeming bepaalt het kuratorium de termijn waarvoor de benoeming zal gelden, met dien verstande dat deze de duur van twee jaren niet te boven zal gaan.
14
TSSO Pendragon Uitslagen Zomerkampioenschappen In de maand mei zijn in Tilburg de Nederlandse Studenten Zomerkampioenschappen georganiseerd door de TSSO „Pendragon". Het betrof de volgende sporten: - atletiek op 8 mei; - tennis van 10 tot en met 14 mei; - honkbal op 11 en 12 mei. Er werd deelgenomen door circa 300 studenten uit geheel Nederland, die in een bonte strijd om de diverse titels hebben gestreden. De uitslagen zijn als volgt: ATLETIEK (heren) 110 meter horden: P. ten Seldam (GU A'dam): 15,3 sek. 400 meter horden: P. ten Seldam: 54,4 sek. (nieuvir Nederlands studentenrekord). Hoogspringen: A. van der Aa (Tilburg): 1,70 mtr. Diskuswerpen: H. van Schalk (Delft): 43,69 mtr. Hinkstapspringen: A. Hoek (Utrecht): 12,82 mtr. 100 meter: W. Berkhout (Leiden): 11,0 sek. 200 meter: F. Willekes (Delft): 22,7 sek. 400 meter: H. van de Horst (Delft): 49,5 sek. 800 meter: A. Evers (GU A'dam): 1,57,4 min. 5000 meter: J. van Rijn (Nijmegen): 14,55,3 min. Kogelstoten: J. Gerards (Utrecht): 13,47 mtr. 4 X 100 meter estafette: Hogeschool Tilburg: 45,3 sek. 4 X 400 meter estafette: Hogeschool Tilburg: 3,33,2 min. Verspringen: A. Hoek (Utrecht): 6,62 mtr. Speerwerpen: M. de Groot (GU A'dam): 58,98 mtr. ATLETIEK (dames) Speerwerpen: N. Stallen (Eindhoven): 28,70 mtr. 100 meter: R. Baggen (Utrecht): 12,4 sek. 200 meter: R. Baggen (Utrecht): 26,2 sek. 400 meter: S. Wellerdieck (Utrecht): 1,03,6 min.
O p 10 juni 1971 vond in hotel Cocagne te Eindhoven de openingszitting plaats van een door het John F. Kennedy Instituut georganiseerd driedaags internationaal colloquium over „Electrical Energy Needs and Environmental P r o b l e m s " . Zijne Excellentie dr. R. J. H. Kruisinga, staatssekretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, sprak de openingsrede uit. Meer dan tachtig deelnemers uit elf landen (Amerika, West- en Oost-Europa) waren hierbij aanwezig.
Diskuswerpen: A. Kragt (GU A'dam): 25,47 mtr. Hoogspringen: Y. van der Ree (GU A'dam): 1,40 mtr. Verspringen: R. Baggen (Utrecht): 5,29 mtr. Kogelstoten: R. Nienhuis (GU A'dam): 11,61 mtr.
Scores 22— 1 20—20 19—13 14—20 3—24
VERGADERING SENAATSBESTUUR VAN 27 MEI 1971
Heren enkel C/D-klasse: A. Daemen (Tilburg). Heren enkel B-klasse: R. Brasser (Delft). Heren enkel A-klasse: E. van Waning (Leiden). Heren dubbel C/D-klasse: W. Beyen (Leiden) en E. Vingerhoeds (Rotterdam). Heren dubbel A/B-klasse: D. Kleyn (Leiden) en E. van Waning (Leiden). Dames enkel B/C-klasse: Mej. Y. de Jong (Groningen). Gemengd dubbel B/C-klasse: Mej. Y. de Jong (Groningen) en de heer Meerwald (Groningen). HONKBAL
15
Punten 4—8 4—6 4—4 4—2 4-0
Nagekomen mededeling
TENNIS:
Eindhoven—Tilburg (Ie dag) Leiden—Rotterdam Nijmegen—Eindhoven Tilburg—Leiden Rotterdam—Nijmegen Tilburg—Nijmegen (2e dag) Leiden—Eindhoven Rotterdam—Tilburg Nijmegen—Leiden Eindhoven—Rotterdam
Eindklassering 1 Leiden 2 Nijmegen 3 Tilburg 4 Eindhoven 5 Rotterdam
3—4 3—1 9—5 0—3 1—5 5—6 7—O 1—10 O—9 6—O
1 Aan de Eerste Hogeschoolraad zad advies worden gevraagd omtrent de wijze, waarop het studiejaar 1971/1972 op 6 september a a n s t a a n d e zou k u n n e n worden geopend 2 De Kommissie Audio-Visuele Hulpmiddelen zal op 15 juni door de rector-magnificus worden geïnstalleerd Van deze kommissie maken deel uit de heren Breimer, Van de Kerkhof, Kruis, Kuypers, Leclercq, Peeters, Scheer, Stalpers, Vermeulen, De Wit. Aan de Technische Hogeschool te Eindhoven is verzocht hieraan een vertegenwoordiger van de Technische Hogeschool te willen toevoegen. 3 Aan het k u r a t o n u m zal worden geadviseerd het voorstel van de Technische Hogeschool te Eindhoven tot instelling in het Akademisch S t a t u u t van een afdeling en studierichting der bedrijfskunde te ondersteunen. 4 De agenda van de senaatsbestuursvergaderingen zal voortaan worden toegezonden aan de voorzitter van de Eerste Hogeschoolraad, zodat deze kan bepalen bij welke a g e n d a p u n t e n hij aanwezig wenst te zijn. 5 N a a r aanleiding van de ,,Nota S t r u k t u u r elementen Bestuur en Direktie R e k e n c e n t r u m " zal aan het bestuur van het Rekencentrum worden verzocht deze aangelegenheid m breder ver band te willen bezien, met n a m e in verband met de s t r u k t u u r van andere dienstverlenende afdelingen van de Katholieke Hogeschool, zoals Bibliotheek en Onderwijs Research Centrum, waarbij dient te worden gestreefd n a a r een identieke regeling voor deze afdelingen Momenteel wordt hierbij gedacht a a n een rechtstreekse plaatsing onder het toekomstige Kollege van Bestuur, tevens lijkt voor ieder van deze afdelingen een adviesraad gewenst, welke rechtstreeks advies uitbrengt aan het Kollege van Bestuur
thb 20 - 18 juni 1971
Nieuwe opzet ORC?
Openbare les dr. Chr. J, L. Bertholet
Een samenloop van omstandigheden: het vertrek van het voormalige hoofd, gesprekken over samenwerking THE en KHT, de stichting van de subfakulteit psychologie aan de KHT enz., is voor de medewerkers drs. J. Kruis en drs. G. van den Heuvel aanleiding geweest zich nader te beraden op een mogelijke taakstelling voor het Onderwijs Research Centrum.
Op donderdag 10 juni 1971 aanvaardde dr. Chr. J. L. Bertholet, lektor in de algemene sociologie, in het bijzonder van de ontwikkeüngslanden, aan de Katholieke Hogeschool zijn ambt met het houden van een openbare les in de aula.
In een nota hieromtrent formuleren zij zes alternatieve mogelijkheden die variëren van een instituut dat fundamenteel onderzoek verricht van het door de KHT verzorgde onderwijs tot een bureau voor planning, organisatie en efficiency van het onderwijs. De heren Kruis en Van den Heuvel spreken voor geen van deze alternatieven een voorkeur uit. Wel benadrukken zij dat per alternatief hecht samenwerkende teams van drie tot vier personen gaan funktioneren. Voorts bepleiten zij in hun nota de oprichting van een onderwijskundige dienst waarin zouden kunnen worden opgenomen het ORC zelf, een centrum voor training en onderwijs in het gebruik van de moedertaal en vreemde talen, het bureau onderwij sstatistiek, Hun nota is ter advisering aan de fakulteiten voorgelegd. Een uiteindelijke beslissing in enigerlei richting zal door de nieuwe bestuursorganen van de hogeschool worden genomen.
„Een terreinverkenning in de probleemgebieden der ontwikkelingssociologie" Na een beschrijving van de Europese doorbraak gaat Bertholet in op de ontwikkelingsproblematiek als wereldprobleem. Hij gaat verder na wat er in de literatuur hierover bekend is. In het laatste gedeelte stelt hij: ,,Ontwikkeling" betekent voor een sociaal systeem op de allereerste plaats een emancipatie-ontwikkeling. Naar buiten gericht verwerft het hierdoor een steeds effektievere aanpassings- en beheersingskapaciteit ten aanzien van zijn omgeving. Naar binnen gericht komt dit neer op een heropenings- en ontvoogdingsproces. Dit emancipatieproces doet zich in beginsel voor op allerlei niveaus, variërend van de familie, over de stam, de nationale maatschappij en allerlei internationale samenwerkingsverbanden n a a r de mondiale samenleving. De ontwikkelingssociologie is n a a r zijn mening niets anders dan een systematische toepassing van de principes en methoden van de algemene sociologie bij de bestudering van en de interventie in het beschreven ontwikkelingsproces. De ontwikkelingssociologie kan slechts wijzen op het bestaan van elementen, van samenhangen en tendenzen.
De heer Bertholet studeerde sociologie aan de Katholieke Hogeschool en slaagde in 1954 cum laude voor zijn doktoraalexamen. In 1965 promoveerde hij tot doctor in de sociale wetenschappen op een proefschrift ,,Het ontwikkelingsprobleem in sociaal perspektief".
Tijdens het zoeken n a a r de „maatschappij-vertegenwoordigers" is de voorzitter van de EHR niet met vakantie gestuurd.
Van 1956 tot 1957 was de heer Bertholet verbonden aan het Ministerie van Defensie als hoofd ad interim van het bureau Selektie Aangelegenheden van de Koninklijke Luchtmacht en was als zodanig direkt betrokken bij het ontwerpen en uitbouwen van het tegenwoordige luchtmacht-selektiesysteem. Van 1959 tot 1960 was hij als sociologisch research-deskundige van Unesco
16
respektievelijk en Calcutta.
werkzaam
in
Thailand
Van 1960 tot 1963 was de heer Bertholet VN-ambtenaar en hoofd van de onderafdeling Internationale Organisaties op het Ministerie van Maatschappelijk Werk. Van 1963 tot 1965 was hij als wetenschappelijk ambtenaar verbonden aan de Katholieke Hogeschool. Van 1965 tot 1969 was hij hoofd van de Nederlandse werkgroep belast met de oprichting van een sociale fakulteit aan de Katholieke Universiteit van Peru. Van 1969 tot 1 Januari 1971 vervulde hij de leeropdracht ontwikkelingssociologie te Tilburg. Met ingang van 1 januari 1971 is de heer Bertholet benoemd tot lektor in de algemene sociologie, In het bijzonder de sociologie van de ontwikkelingslanden, bij de sociale fakulteit van de Katholieke Hogeschool.
De ATSO op de fles (vervolg van pag. 2) rechtstreeks door de hogeschool zouden worden gesubsidieerd, zodat deze hun aktiviteiten konden voortzetten. De zaken stonden er nu als volgt voor. De schuldenlast van de ATSO was zo groot, dat er financieel geen redden meer aan leek. Voor de exploitatie van het trefcentrum, welke het gat grotendeels had veroorzaakt, stond een stichting klaar, die echter op dat ogenblik pas de eerste stappen voor het verkrijgen van overheidssubsidie had gedaan; deze aanvraagprocedure zou waarschijnlijk nog aanzienlijk wat tijd vergen, vooral omdat m het verstrekken van dergelijke subsidies gewoonlijk naast CRM ook de provincie en de gemeente participeren. In eerste instantie werd nu tussen de verschillende partijen overlegd wat de financiële afwikkeling van zaken met betrekking tot de ATSO zou zijn. Daarnaast zouden de konsekwenties op kortere en langere termijn voor de overige betrokkenen worden bezien. Op 9 juni werd besloten, dat de ATSO vrijwillige likwidatie zal voorstellen aan de Tilburgse Studenten Raad. Het kuratorium zal een kwart (ƒ 5.000,—) van de schulden aan de leveranciers voldoen Een kleine pleister op de wonde van deze krediteuren, die wel niet teveel zullen kunnen verwachten uit de opbrengsten van de likwidatie, welke waarschijnlijk gering zullen zijn en bovendien m de eerste plaats tot delgmg van preferente schulden, zoals lonen en belastingen, zullen dienen. De hogeschool blijft zich garant stellen voor de verplichtingen van de ATSO ten opzichte van het personeel en voor de aktiviteiten van de onderafdelingen Nadere regelingen met het personeel van de ATSO zullen worden getroffen. Het Reduktie-Apparaat Tilburg en het
Bureau Werkbemiddeling Studenten (vroeger onderafdelingen, sedert enige tijd gezamenlijk de onafhankelijke stichting NSC-Tilburg), evenals de Kresj kunnen gebruik blijven maken van de lokaliteiten in het Eigen Huis Ten aanzien van de studentenvoorzieningen zullen door het kuratorium geen definitieve beslissingen worden genomen, aangezien de hogeschoolraad zich hierover moet uitspreken Wel zal de ATSO zich met het kuratorium beraden over de konsekwenties van de likwidatie voor de studentenvertegenwoordiging. De ATSO denkt daarbij met name aan een federatie die de onderafdelingen overkoepelt.
Steun . . . Inmiddels heeft het kuratorium zich bereid verklaard om de Stichting Trefcentrum te steunen in het streven n a a r een snelle erkenning door CRM, provincie en gemeente. Als spoedig blijkt, dat het trefcentrum in aanmerking kan komen voor subsidies van de genoemde instanties, maar er een bepaalde periode te overbruggen is, dan is het kuratorium bereid om na te gaan op welke wijze ondersteuning kan worden gegeven. De nieuwe stichting lijkt, de omstandigheden in aanmerking genomen, toch nog betrekkelijk goede kaarten te hebben. De hogeschool neemt de plannen voor een meer professionele aanpak van het bestuur kennelijk nogal serieus. En vooral gezien de visie waarmee men de strukturele voorwaarden voor een verantwoord beleid wil verbeteren, waarschijnlijk niet geheel ten onrechte Maar afgezien daarvan, kan het kuratorium de stichting, die het in de fase van de oprichting met een garantiesubsidie van ƒ 20 000,— heeft gesteund.
17
t h b 20 - 18 juni 1971
toen verzuimd de groep der weten schappelijke ambtenaren uit het „overig personeel" te lichten en bij het ,,weten schappelijk personeel" onder te brengen. Aanvankelijk zag het er even n a a r uit, dat dit verzuim voor de direktbelang hebbenden geen al te nadelige gevolgen zou hebben. Pas toen bekend werd, dat men ten departemente geen eenslui dend standpunt in deze aangelegenheid bleek in te nemen, werd duidelijk, dat de positie van de wetenschappelijke ambtenaren nog altijd problematisch was. Toch had de nauwkeurige bestudering van de toelichting op de WUB tot een beter inzicht kunnen leiden.
natuurlijk ook moeilijk binnen twee maanden daarna laten vallen als een baksteen. Het laatste in ogenschouw genomen levert een vergelijking van de afzon derlijke persberichten, die op 9 juni jl, door de ATSO en door het kuratorium werden opgesteld, opmerkelijke ver schillen in interpretatie op. De ATSO deelt mee: „Voor het trefcentrum pleit de ATSO voor een behoud van dit centrum en stelt het kuratorium voor de nieuwe stichting als gesprekspartner te aksep teren bij eventuele plannen met het Eigen Huis". Het kuratorium:
„ . . . Ook heeft de hogeschool de volle dige medewerking toegezegd bij het zoeken naar een andere lokaliteit voor het nieuwe trefcentrum". Tegen de achtergrond van het feit, dat het bestuur van de Stichting Trefcen trum het zoeken n a a r een andere ruim te nog in de verste verte niet blijkt te hebben overwogen, is deze bereidwillig heid van kuratoren wel een wat al te duidelijke hint, dat ze zonder teveel heisa toch maar liever van de hele han del af zijn. Hier en daar wordt al gemompeld, dat de bovenzaal van het Eigen Huis toch minstens ruim genoeg is voor drie ping pongtafels. Tja, als er nou iets z'n geld niet o p b r e n g t . . . F. G.
Vraagtekens rond de wetenschappelijke ambtenaar Wellicht is de grote haast, waarmee de Wet op de Universitaire Bestuurshervor ming (WUB) tot stand moest worden gebracht een van de voornaamste oorzaken geweest, dat deze regeling een aantal tekortkomingen vertoont, die bij een wat langzamer tempo ongetwijfeld hadden kunnen worden voorkomen. Kortgeleden trad dit openlijk aan het licht toen, ter gelegenheid van de verkiezing van de eerste Hogeschoolraad, de status van die leden van het hogeschoolpersoneel, die in de r a n g van wetenschappeUjk ambtenaar zijn aangesteld, een ogenblik ter diskussie werd gesteld. Volgens de Wet op het Wetenschappe lijk Onderwijs (WWO) bestaat de we tenschappelijke sektor van een univer siteit of hogeschool uit hoogleraren, lektoren, bibliothekaris en wetenschap pelijke medewerkers, tesamen vormen de het „wetenschappelijk korps", als mede uit de wetenschappelijke assisten ten. De wetenschappelijke ambtenaren worden niet uitdrukkelijk in deze wet genoemd, een omissie, die althans tot voor kort geen noemenswaardige moei lijkheden heeft opgeleverd. W a n t hoe
wel men ze, als gevolg daarvan en in tegenstelling tot de eerder genoemde kategorieën, bij het „overig personeel" placht in te delen, werd door die plaat sing aan hun wetenschappelijke stan ding „an Sich" generlei afbreuk ge daan. Anders werd dit echter toen met de komst van de WUB het onderscheid tussen ,,wetenschappelijk" en „niet wetenschappelijk personeel" werd inge voerd en men het „overig personeel" uit de W W O met deze laatste benaming is gaan aanduiden. Kennelijk heeft men
18 ■^^:^ï^
Leest men nog eens na, wat in para graaf 3 van het eerste hoofdstuk met betrekking tot de wetenschappelijke medewerkers in tijdelijke dienst wordt gezegd, dan ontkomt men niet aan de indruk, dat het wel degelijk de bedoe ling van de wetgever is geweest om al diegenen, die in een wetenschappelijke funktie aan een universiteit of hoge school verbonden zijn zonder enige uit zondering onder de noemer ,,weten schappelijk personeel" bijeen te bren gen. Hoewel het niet aangaat, aldus de toelichting, de wetenschappelijke mede werkers in tijdelijke dienst in alle op zichten gelijke bevoegdheden en ver antwoordelijkheden toe te kennen als aan de leden van het wetenschappelijk korps, dienen zij nochtans wel als we tenschappelijk personeel te worden aan gemerkt, omdat zij „hun doktorale stu die (hebben) voltooid en . . . daarom niet meer te rekenen (zijn) tot de geleding der studenten". Wanneer nu de drempel, die n a a r het „domus sacra" van een universiteit of hogeschool leidt, in een orde van grootte ligt als hier wordt aangegeven, valt toch voor het indelen van de wetenschappelijke amb tenaren bij het nietwetenschappelijk personeel geen enkele reële grond meer aan te voeren. Het lijkt dan ook de hoogste tijd, dat door een duidelijke ministeriële uit spraak een einde wordt gemaakt aan de op dit punt heersende onzekerheid. Ir. G. J. Kroes Mr. J. J. A. Lucas
EHR: We hebben instituties nodig die een minimum aan anarchie, verwarring en ondoelmatigheid toelaten om te kun nen ontsnappen aan de dwang van de nieuwe rationaliteit. (Paul Ricoeur)
Extraatje op een ABN studentenrekening
Een bankrekening. Speciaal voor studenten. Voor 't gemak. Om allerlei soorten betalingen te doen. Met gratis overschrijvingsformulieren. Met gratis dagafschriften waarop elke saldowijziging staat. Een bankrekening met 'n extraatje. Drie volle procenten rente. . ..^ Niet langer op studeren! ""'"' Meteen zo'n bankrekening openen. Bij een van de ABN kantoren. 't Is een kwestie van 'n paar minuten en je hebt er jaren elke dag plezier van. U bent welkom bij de
Algemene Bank Nederland Tilburg: Spoorlaan 346, telefoon (04250) 21040 Westermarkt 12, telefoon (04250) 21040 Wilhelminapark 14, telefoon (04250) 21040
19
t h b 20 - 18 juni 1971
Interview met Prof. de Moor Vervolg van pag. 5 maar uw eigenlijke taak is onderwijs geven. Dat zal op groot verzet stuiten." THB: Is het gevaar niet groot, dat door het onderzoek in het onderwijs zo op de achtergrond te houden, steeds minder mensen onderzoek zullen gaan doen? De Moor: „Tja, in de huidige situatie verschuift het onderzoek helemaal n a a r de achtergrond. Dus veel slechter dan nu zal het niet kunnen worden. Maar je moet ook in die eerste vier jaar duidelijk onderscheid gaan maken tussen de vakken. Iemand die bijvoorbeeld „methoden en technieken van onderzoek" geeft voor sociologiestudenten, zal om goed onderwijs te geven ook aktief moeten zijn in het onderzoek. Dat geldt misschien helemaal niet voor iemand die „inleiding in de statistiek" geeft. Je moet ook verschillende soorten van onderzoek onderscheiden. Bij onderzoek denk ik in de eerste plaats aan „advanced research" of aan kodificerend of integrerend onderzoek, wat vooral in de tweede fase aan bod komt. Maar daarnaast is er ook onderzoek, dat die naam misschien niet helemaal verdient, m a a r dat bestaat in bestuderen, lezen en in je kollegediktaten en je diskussies met studenten die zaken verwerken. En daar moet iedereen in de eerste fase voldoende tijd voor houden. Overigens moet bij de relatie-bepaling tussen onderwijs en onderzoek rekening worden gehouden met verschillen tussen de studierichtingen. Het bovenstaande geldt meer voor de sociale en ekonomische fakulteiten dan voor de juridische en die van de wis- en natuurkunde."
gronden de resultaten van de wetenschap toepassen." In zijn lezing stelt prof. De Moor een herindeling voor van de programma's van het hoger onderwijs (WO èn HBO). Op het eerste niveau van het hoger onderwijs ziet prof. De Moor een onderscheid tussen de theoretisch-methodologische programma's en de praktisch gerichte programma's. Daarnaast pleit hij voor een derde type programma, dat hij „algemeen-vormend universitair programma noemt. We vroegen prof. De Moor wat hij daarmee beoogt. De Moor: „Dat derde programma sluit aan bij zowel de student als de maatschappij. Een groot deel van de huidige studenten heeft geen zin om n a a r een HBO-instelling te gaan, m a a r ze zijn ook niet geëigend voor een programma dat op wetenschapsbeoefening gericht is. Wat ze wél willen is, n a a r mijn indruk, gewoon studeren, zich verder vormens, dus op de hoogte raken van de samenleving en wat zich daarin afspeelt. Dat vraagt een betrekkelijk brede oriëntatie die niet gericht is op een speciaal beroep dat ze later zullen uitoefenen. Zo'n algemene oriëntatie is
Herindeling programma's Bij het bereiken van de hervormingsdoelen gaat prof. De Moor uit van de doelstellingen van het onderwijs en de daaruit voortvloeiende programma's. Organisatievormen, bestuursstruktuur, personeelsopbouw, toelatings- en selektienormen en procedures ziet hij als middelen om deze doeleinden en programma's te kunnen realiseren. In zijn lezing in Eindhoven stelt hij: ,,Ondanks alle feilen die eraan vastzitten, kan worden vastgesteld dat de programma's van het wetenschappelijk onderwijs zowel als die van het hoger beroepsonderwijs tegemoet komen aan de verschillen in interesse en begaafdheid van de onderwijs vragenden en aan de behoeften van het maatschappelijk leven. En met begaafdheidsverschillen bedoel ik dan niet een verschil tussen meer- en minderbegaafden, m a a r het verschil tussen personen die zich vooral kenmerken door een abstraherend vermogen en personen die meer praktisch gericht zijn en met inzicht in de achter-
20
voldoende geschikt daarvoor. vVaar ik eigenlijk een beetje op doel is op de Amerikaanse ,,under-graduate opleiding", die algemeen-vormend is. Maar die opleiding is een eerste trap, terwijl ik hem zou willen zien naast de andere opleidingen." THB: Is het niet te verwachten dat c/e maatschappelijke waardering voor zo'n algemeen-vormend programma toch lager is dan voor de traditionele programma's? De Moor: „Dat is eigenlijk een fundamenteel probleem. Het onderwijs wordt voortdurend „bedorven" door de maatschappelijke invloeden, als maatschappelijke waardering, prestigeverschillen, enzovoort. De vraag is alleen hoe je het minimaliseert. Je minimaliseert het door de vraag en het aanbod zo dicht mogelijk op elkaar af te stemmen. Nu wordt een gedeelte van het aanbod van akademici als dat groter is dan de vraag, geabsorbeerd in funkties waarvoor het niet nodig is, en vaak betekent dat, dat mensen met een andere, vaak minder gewaardeerde opleiding geen kans meer krijgen. Als je het aanbod nu afstemt op de maatschappelijke behoefte, is de werkgever wel genoodzaakt uit de andere kategorieën te zoeken. Dat zou met name ten goede komen aan een juistere maatschappelijke waardering van de HBO-opleiding." THB: Maar moet je nu de vraag onderwijs of de maatschappelijke
naar be-
hoefte volgen? De Moor: „Wanneer je ervan uitgaat dat het onderwijs primair tot doel heeft mensen tot ontwikkehng te brengen, is de vraag n a a r onderwijs primair het uitgangspunt Ik heb de neiging om te zeggen laat ons de vraag n a a r onderwijs zoveel mogelijk volgen, als we maar voorkomen, dat we een overschot in het een en een tekort m het andere krijgen Als de mensen echt studeren omdat ze studeren zo leuk vinden en het idee hebben dat ze er persoonlijk rijker van worden, dan moet dat voorgaan, maar er is m onze maatschappij nog iets heel anders aan de gang een hoop mensen studeren, omdat ze er maatschappelijk toe gedwongen worden Een 18-jarige gaat vaak studeren omdat hij denkt dat hij anders altijd op hetzelfde niveau zal blijven hangen Als ik zou kunnen maken dat die HBS'ers de kansen kregen die met hun talenten overeenkwamen en dat dus met die overwaardermg plaats vond van akademici, dan zou ik bereiken dat mensen die nu gaan studeren ten dele met hun 18e jaar zeggen Nee, ik ga helemaal niet studeren, want ik kan ook een goede baan krijgen, misschien met wat part-time onderwijs erbij Ook een punt is, dat een aantal mensen gaat studeren, omdat het een geprivilegeerd bestaan is Nu vind ik dus dat er twee dingen moeten gebeuren in de onderwij sstruktuur voorkomen moet worden dat mensen gedwongen worden om onnodig te studeren en er naderhand toch niet de maatschappelijke vruchten van plukken, en voorkomen moet worden dat studenten, en ook docenten, een geprivilegeerd bestaan leiden. De mensen moeten met gedwongen worden om als een soort anticipatie onderwijs te volgen, dat naderhand niet met hun behoefte blijkt te stroken Dat kun je bereiken door de eerste fase van het onderwijs zo kort mogelijk te houden, maar daarna moet iedereen de gelegenheid hebben om nog onderwijs te volgen ten behoeve van zijn baan, zijn persoonlijke levenservaring en dat soort dingen meer Dus het reëel afstemmen van onderwijs op wat de mensen willen en nodig hebben. Maar als we de vraag n a a r onderwijs als uitgangspunt nemen, is het met bij voorbaat uitgesloten, dat het aanbod van akademici de reëel gefundeerde behoefte er aan overtreft Onder de vraag naar onderwijs versta ik dan die welke voortkomt uit een behoefte aan persoonlijke ontplooiing, welke door onderwijs kan worden bevorderd Op dit moment is er echter een te groot aantal WO-studenten m verhouding tot het aantal HBO-studenten, zowel vanuit het gezichtspunt van de aanleg van de studenten als vanuit het gezichtspunt van de maatschappelijke behoefte " THB In uw lezing noemt u m verband met het algemeen-vormend programma met name de fahulteiten der sociale
wetenschappen een toevluchtsoord voor studenten die noch m de vakwetenschappelijke doktoraal-opleiding, noch m het HBO passen Waar baseert u dit op"^ De Moor: „Op mijn kennis van studenten, de kontakten die ik heb tijdens tentamens en examen Het lijdt voor mij geen twijfel 60 % van de beginnelingen bereikt het doktoraalprogramma, van die 60 % is de helft met geëigend voor dit onderwijs Van degenen die hun doktoraal halen blijkt nog niet dat ze wetenschap kunnen beoefenen, de sociologie beheersen, enzovoort Bij de ekonomen en de juristen speelt dit ook Ik geloof wel, dat je uit de toename van het aantal studenten een bepaalde indikatie hebt over de positie van de sociale fakulteiten. Daaruit zou je kunnen opmaken, dat een aantal mensen zegt: Ik kan kiezen uit verschillende mogelijkheden, laat ik maar sociologie kiezen, want ik zie geen andere uitweg meer."
Voorwaarden hervormingsbeleid Aan twee voorwaarden moet een hervormingsbeleid van het hoger onderwijs volgens prof De Moor voldoen Een hervorming moet effektief zijn, dat wil zeggen tot de gewenste resultaten leiden, en ze moet efficient zijn, dat wil zeggen het bereiken van dat doel moet zo weinig mogelijk kosten Bovendien moet de hervorming planmatig en als een proces worden opgevat In dit verband merkt prof De Moor m zijn lezmg op ,,De wetgever zal veel ruimte moeten maken en geen eindsituaties m gedetailleerde regelingen moeten vastleggen HIJ zal zich moeten beperken tot de formulering van algemene doelstellingen en van de algemene voorwaarden waaronder deze moeten worden nagestreefd " Wi] vroegen prof De Moor of bij de wet-Veringa en het voorstel-Posthumus aan deze voorwaarde wordt voldaan De Moor: „Dat is een mooie politieke vraag U kent uit het verleden wel de verschillende standpunten van mij Laat ik met de wet-Vermga beginnen (ik ben tenslotte maar adviseur, dus ik kan rustig zeggen wat ik daarvan vmd) Wat ons hoger onderwijs nodig heeft is een grote bestuurskracht, waarin heel duidelijk visies op lange termijn ontwikkeld kunnen worden Dat betekent, dat er mensen moeten zijn die een groot mzicht hebben m de onderwijskundige en maatschappelijke problemen, die m staat zijn snel koherente gedachten en plannen te ontwikkelen en m staat zijn die snel door te voeren Bovendien moet er kontmuiteit zijn Het moet niet zo zijn, dat er de ene dag dit, de andere dag dat beslist wordt Na bestuurskracht staat demokratie En dat kunnen wel dingen zijn die wat
21
wringen met elkaar Dan moet je n a a r optimale oplossingen proberen te zoeken Ik ben van mening, dat de bestuurskracht te weinig aan bod gekomen IS, en dat dat problemen in de toekomst gaat geven, vooral als je n a a r die betrekkelijk vergaande herstrukturering gaat komen De wet-Vermga vmd ik te gedetailleerd Je had niet veel hoeven regelen, m a a r dan had je een krachtig kollege van bestuur moeten maken met grote bevoegdheden Onder verantwoordelijkheid van het kollege van bestuur had men kunnen zoeken n a a r betere organisatievormen en bestuursvormen op de lagere niveaus Wat is er m feite gebeurd"? In het politieke krachtenspel, waarin de wet tot stand is gekomen, heeft men m de top te grote bevoegdheden moeten geven aan de universiteitsraad Bovendien was er m de politieke krachtenverhoudingen geen enkele duidelijkheid over hoe op lagere regionen dat bestuur er uiteindelijk uit zou komen te zien Men had veel meer kondities dan strukturen moeten formuleren. Wat betreft het voorstel-Posthumus kan ik niet helemaal overzien of dat nu te gedetailleerd is of met W a t ik te gedetailleerd vmd, IS bijvoorbeeld die vierjarige studieduur Daarin wordt te weinig rekening gehouden met verschillen in typen beroepen waarin mensen worden opgeleid, met verschillen m de wetenschappelijke disciplines Een andere bepaling is de opsomming van een aantal opleidingen, zoals arts, tandarts, apotheker, waarvoor dan die opleiding van vier jaar kan worden voortgezet Ook dat vmd ik te gedetailleerd, want er zijn allerlei nieuwe mogelijkheden die m de toekomst kunnen ontstaan Van de andere kant is het nodig, dat er wordt aangegeven, dat er een struktuur moet komen, waarin binnen een betrekkelijk korte begmstudie de basis wordt gelegd Ik geloof, dat men m de toekomst wel zal mzien wat men gedaan heeft Er zijn twee mogelijkheden Ofwel je maakt heel krachtige besturen m de instellingen, en dat betekent dat je veel aan die instellingen kunt overlaten, ofwel je schenkt te weinig aandacht aan deze bestuurskracht en zoekt dan - misschien illusoire - garanties m centralisme en wettelijke regelingen Mijn eigen overtuiging is, dat, gezien de wisselende problematiek van het onderwijs en de snelle opeenvolging van veranderingen en hervormingen die nodig zijn, de beste oplossing geweest zou zijn zeer krachtige besturen m de instellingen en veel decentralisatie " THB Men zegt wel traagheid is de tol van demokratie U zou m dit geval liever wat demokratie opofferen ter voorkoming van de traagheid'' De Moor: ,,Nee, ik geloof namelijk, dat demokratie een ideaal is, dat zich op
t h b 20 - 18 juni 1971
verschillende manieren laat realiseren Ik meen alleen dat er voldoende moge lijkheden waren om een beter optimum tot stand te brengen " meen alleen dat er voldoende mogelijk heden viraren om een beter optimum tot stand te brengen " THB Na ..Posthumus" en ..Vermga" ne men nu de diskussiemogelijkheden dui delijk af over bijvoorbeeld ..McKensey" De M oor: „Over Posthumus is natuur lijk wel al twee jaar gediskussieerd Wat onze kommissie betreft, zullen we zoveel mogelijk werken met deelrap porten, omdat we menen, dat het niet juist is om na drie jaar met een eind rapport te komen Zo kan iedereen zo vlug mogelijk op de hoogte zijn van onze denkbeelden In dit soort dingen vind ik dat er een wat ruimere tijd voor diskussie beschikbaar moet zijn Maar van de andere kant geloof ik, dat we toch eindelijk tot besluiten moeten komen in Nederland. Deze zaken zijn niet nieuw. We zitten eigenlijk al tien, vijftien jaar te diskussieren en beslis singen zijn er nog heel weinig geno men. Als u het met het buitenland ver gelijkt, dan blijkt dat we in Nederland met onze hervormingen achterlopen. C. Br. F. G.
*
* *
* * *
Het kollege van kuratoren van de Ka tolieke Hogeschool heeft met ingang van 1 juli 1971 dr C H M Brunia be noemd tot gewoon hoogleraar bij de sociale fakulteit (subfakulteit psycho logie) met als leeropdracht fysiologie en fysiologische psychologie De heer Brunia (36) studeerde genees kunde aan de Rijksuniversiteit te _ Utrecht en slaagde m 1957 voor zijn doktoraal examen Na zijn artsexamen m oktober 1959 begon hij zich te specia liseren in de neurologie en psychatne aan de Universiteit van Nijmegen In 1954 begon hij tevens de studie psycho logie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, waarvoor hij in 1962 het doktoraal exa men behaalde De heer Brunia promo veerde op 9 juni 1970 aan de Rijksuni versiteit te Utrecht op het proefschrift ,,Alertheid en de veranderingen van de achillespees en Hoffmannreflex" Vanaf 1964 is hij werkzaam als zenuw arts m de dr Hans Bergerkliniek te Breda Vanaf september 1967 is hij als docent in de „fysiologische grondslagen van de psychologie" verbonden aan het Psy chologisch Laboratorium van de Rijks universiteit te Utrecht
Atso
■X-
rekenen
*
Wim
Boerboom
gehoo rzaamheid
Hans
Bosman
spreken m het openbaar
Frans van
Dooren
(Wim werkt niet mee)
*
ekonomie van de psychologie 10
Jules van Dijck
Chris
(onze waardering is nog niet te benoemen hl] zit te kort m de klas)
Geppaart
oude
talen
Ruud de Moor
vlijt
Lou
gedrag
6
gedrag
„keurig '
Keune
* •X■X-
Thom
Stoelmga
Johan de Vries
Het misbezoek
vlijt
*
■k
(Ruud IS er de laatste tijd niet meer zo bij)
* * *
■H-
Dr. C. H. M. Brunia
Iljitsj
*
•K-
Benoemingen
Wladimir
8
(heeft dit jaar weer veel op de gang gestaan)
(Johan IS nog zoekende)
is dit jaar weer ver onder de maat
geweest'
*
Dr. P. J. Hettema
Hoofd Bureau Buitenland
Het kollege van kuratoren van de Ka tholieke Hogeschool heeft met ingang van 1 juli 1971 dr P J Hettema be noemd tot gewoon hoogleraar bij de sociale fakulteit (subfakulteit psycho logie) met als leeropdracht persoonlijk heidsleer en psychodiagnostiek De heer Hettema (36) studeerde psy chologie aan de Katholieke Universiteit m Nijmegen en slaagde m 1960 cum laude voor het doktoraal examen In 1966 promoveerde de heer Hettema tot doctor in de sociale wetenschappen op het proefschrift „Stijlkenmerken in de waarneming Van 1966 tot 1967 studeerde hij aan de Stanford University m de Verenigde Staten
Michael J Wester (37) uit Deurningen is benoemd tot hoofd van het Bureau Buitenland aan de Katholieke Hoge school
Vanaf 1967 tot heden is hij direkteur van het Nijmeegs Instituut voor Onder wijs Research Sinds 1 maart 1971 is hij lektor m de persoonlijkheidsleer aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen
22
HIJ was direkteur van de Stichting Bui tenlandse Werknemers Twente Hij is lid van de Katholieke Volkspartij en een zeer aktief lid van het NKV, waar van hij onder andere lid is van het Dagelijks Bestuur van het Provinciaal Centrum Overijssel Vorig jaar volgde hij tussen zijn werkzaamheden door met sukses de postakademische leer gang Buitenlandse Betrekkingen Als zijn taak ziet hij onder andere de organisatie en begeleiding van kolleges over aktuele internationale vraagstuk ken, het geven van voorlichting aan studenten over buitenlandse studie mogelijkheden en de uitzending naar ontwikkelingslanden
„MARANATHA" Afscheid Jan Driessen Het afscheid van J a n Driessen als pastor van M a r a n a t h a " v m d t plaats in de weekend-diensten van 11 en 12 september a a n s t a a n d e . Er bestaat gelegenheid om bi] te dragen aan een afscheidsgeschenk door storting op girorekening nummer 1100727 ten name van J G C van de Ven. Prof Gimbrerelaan 83 te Tilburg met vermelding van „afscheidsgeschenk J D "
STICHTING NEDERLANDSCHE MIDDENSTANDSBANK FONDS De Stichting Nederlandsche Middenstandsbank Fonds heeft ten doel ,,het bevorderen van algemene belangen van het midden- en kleinbedrijf bmnen het koninkrijk, al dan niet m samenwerking met anderen, door het geven van sub sidies, schenkingen of toelagen, voor doeleinden welke n a a r de mening van het b e s t u u r belangen van algemene aard van het midden- en klein bedrijf d i e n e n "
HERKANSINGSTENTAMENS ALGEBRA EN ANALYSE Op woensdag 1 september 1971 is er een herkansingstentamen algebra voor tweedejaarse k o n o m e t n s t e n Op dezelfde dag is er ook een herkansingstentamen algebra voor derdejaarsekonometristen Op vrijdag 3 september 1971 is er een herkansingstentamen analyse voor tweedejaars-ekonom e t n s t e n Op dezelfde dag is er ook een heikansingstentamen analyse voor derdejaars-ekonometnsten Er wordt getentamineerd over de m het afgelopen voorjaarssemester behandelde stof
OPENBARE FINANCIËN De in september 1969 met de doktoraalstudie aangevangen studenten, die deelgenomen heb ben aan het seminar over ,,fiscal systems' , zijn voor het tentamen van Musgrave's gelijknamige boek vrijgesteld
In het kader van deze doelstelling wordt een bijdrage gegeven onder meer in de kosten van de samenstelling van een proefschrift De aanvrage voor een bijdrage moet schriftelijk geschieden door de promovendus bij het b e s t u u r van de stichting. Stadhouderslaan 104 te s Gravenhage Het proefschrift moet een onderwerp van direkt belang voor het midden- en kleinbedrijf behandelen De betrokken hoogleraar moet verklaren dat het proefschrift binnen de redelijke termijn tot promotie zal leiden De subsidie bedraagt niet meer dan 75 % van de drukkosten met een maximum van ƒ 4 000,— Het fonds k a n tevens op a a n v r a a g bijdragen m de kosten van bundeling van skripties en andere wetenschappelijke publikaties c q de zelfstandige uitgave van een skriptie als brochure Deze subsidie dient aangevraagd te worden door de hoogleraar onder wiens verantwoordelijkheid een s k n p t i e of een andere publikatie tot stand gekomen is Zij bedraagt eveneens met meer dan 75 % van de drukkosten, met m het geval van de zelfstandige publikatie van een s k n p t i e , een maximumbedrag van ƒ 800,— BIJ subsidiering door het fonds wordt rekening gehouden met bijdragen ontvangen van andere subsidiërende instellingen Voor bijzondere uitgaven m verband met de voorbereiding van een proefschrift of andere publikaties kan het b e s t u u r eveneens subsidie geven
UITDAGING Onder ruim
3000 studenten zoekt het Studium Generale een aantal mensen - met véél en thousiasme - met eventueel een eigen visie op een aantal aspekte n van het Studium Generale, om deze zoveel mogelijk samen
zelfstandig te gaan verzorgen.
vervolg inleiding statistiek, januan/juni vervolg inleiding methoden en technieken; c derdejaars 1973/1974 methodologie en methoden en technieken van onderzoek Als overgangsregeling wordt voor de studenten die m september 1971 en september 1972 met h u n doktoraalstudie beginnen, ongeacht de gekozen doktoraalspecialisatie, een semesterkursus methoden en technieken van twee u u r verplicht gesteld Het t e n t a m e n methoden en technieken in het derde jaar is dus voor iedereen een verplicht onderdeel van het D 1-examen ONDERWIJSPROGRAMMA ALGEMENE SOCIOLOGIE VOOR DOKTORAALSTUDENTEN Met ingang van het studiejaar 1971/1972 geldt voor studenten, die op een later tijdstip d a n 31 m a a r t 1971 het kandidaatsdiploma hebben behaald, de volgende regeling a doktoraalstudenten die ,,algemene sociologie" als een der afstudeervakken hebben gekozen, dienen drie semesterkursussen te volgen m de algemene sociologie Over de behandelde koUegestof, alsmede over de bij ieder van deze kursussen behorende liter a t u u r dient een tentamen te worden afgelegd op een tijdstip n a a r keuze van de student In totaal worden dus drie t e n t a m e n s afgelegd Tevens dienen zij m h u n laatste studiejaar een stage te lopen, aan een onderzoek mede te werken dan wel een literatuurskriptie te schrijven De vakgroep is nog m onderling overleg over mogelijkheden tot bevredigender begeleiding van de afstudeeraktiviteiten van deze k a t e g o n e studenten b doktoraalstudenten, die ,,algemene sociologie" niet als een der afstudeervakken hebben gekozen dienen eveneens drie semesterkursussen te volgen in de algemene sociologie Ook ZIJ dienen een tentamen af te leggen over kollegestof en l i t e r a t u u r van iedere gevolgde kursus Het gemiddelde p u n t van de d n e afgelegde t e n t a m e n s is het eindpunt voor de ,.algemene sociologie"
KORT VERSLAG SUBFAKULTEITSVERGADERING VAN 10 JUNI 1971 N a a r aanleiding van de nota over het Onderwijs Research Centrum wordt de voorkeur uitgesproken voor een opzet waarop m eerste instantie de ontwikkehng van nieuwe onderwijstechnieken centraal moet staan De a a n d a c h t zou speciaal gericht moeten worden op geprogrammeerde instruktie en audiovisuele hulpmiddelen De nota Personeelsformatie toont een tekort van 21/^ medewerkersplaats Aan de vakgroep Sociologie van het Maatschappelijk Werk en Sociaal-kultureel Vormingswerk wordt toch vanwege de grote onderwijslast een extra plaats toegekend De beide projekten waarmee op dit moment met de Technische Hogeschool Eindhoven wordt samengewerkt (de eventuele oprichting van een studierichting Planologie en de inrichting van een studierichting Bedrijfskunde in ontwikke lingsperspektief) zullen door betrokkenen, dr Grunfeld en dr Bertholet, worden besproken met het Samenwerkingsorgaan Tilburg/Eindhoven STUDIEREGELING METHODEN EN TECHNIEKEN Voor methoden en technieken is de volgende studieregeling vastgesteld Voor studenten die met ingang van het akademisch j a a r 1971/1972 de sociologiestudie beginn e n is het volgende p r o g r a m m a verplicht gesteld a eerstejaars 1971/1972 . september/januari inleiding methoden en technieken, januari/juni inleiding statistiek, b tweedejaars 1972/1973september/januari
23
Aan de bij iedere semesterkursus behorende l i t e r a t u u r is een limiet gesteld van ongeveer 800 bladzijden (inklusief uitgereikte kollegediktaten) Met deze regeling is het a a n t a l onderwijsuren ,.algemene sociologie" weer gelijk aan het a a n t a l van het studiejaar 1969/1970 Voor de huidige derdejaars (kandidaatsexamen 1970) blijft het a a n t a l verplichte semesterkursussen algemene sociologie op twee vastgesteld Ter opvolging van prof dr A A Trouwborst, werkzaam als buitengewoon lector kulturele antropologie, wordt met ingang van het akademisch j a a r 1971/1972 a a n dr Lagerberg een leeropdracht verstrekt voor kulturele antropologie Er IS een kommissie benoemd die als taak heeft het begeleiden van het onderwijs m de sociologie van staat en o p e n b a a r b e s t u u r en het voorbereiden van een benoeming van een hoogleraar De kommissie staat onder voorzitterschap van prof Van der Burg Als opvolger van prof Van den Eerenbeemt als sekretaris van de subfakulteit sociaal-kulturele wetenschappen wordt dr J Segers gekozen Tevens wordt drs C Vroom benoemd tot lid van het subfakulteitsbestuur Door de benoeming van een wetenschappelijk medewerker in het b e s t u u r wordt enigszins vooruitgelopen op de invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervorming Door de nieuwe bestuursleden zijn de onderzoeks/onderwijsaktiviteiten duidelijk m het bestuur vertegenwoordigd Prof Van den Eerenbeemt bhjft wel aan als sekretaris van de fakulteit der sociale wetenschappen
DEELNEMERS EXKURSIE ENGELAND Degenen die alsnog foto's willen bestellen k u n nen terecht bi] J Paulssen, Bredaseweg 314 te Tilburg, telefoon 04250 - 73153
thb 20 - 18 juni 1971
ITEmD
Heeft u het TAS-blad al gemist? Nederlands Textielmuseum Gasthuisring 23, telefoon 22241 Tentoonstelling ,,De Gouden Naald". Wandkledenwedstrijd met als inzet een gouden naald Geopend: zie boven. Natuurhistorisch Museum Kloosterstraat 26, telefoon 23228 Tot en met 31 juli: De zomerexpositie ,,Nederlandse Antillen zoals een bioloog deze z a g " met op geregelde tijden vertoning van films en kleurendia's. Geopend: dagelijks van 14.00 tot 18.00 uur.
juni 18
VRIJDAG
Heikese kerk, Oude Markt, van 10 00 tot 1100 uur: Beiaardspelen door Arie Abbenes.
19
ZATERDAG
26
ZATERDAG
Heikese kerk. Oude Markt, van 15.30 tot uur: Beiaardspelen door Arie Abbenes. Maranatha. 18 30 uur: Weekend-liturgie.
27
ZONDAG
Maranatha, 18.30 uur: Weekend-liturgie. Thema: Vakantie als levenswijze.
M a r a n a t h a , 11.15 en 12.30 uur: Weekend-liturgie. Stadsschouwburg, 20 15 uur: Musical ,,Hair".
Heikese kerk. Oude Markt, van 15.30 tot 16.30 uur: Beiaardspelen door Arie Abbenes.
28
20
TC Tilburg, Goirleseweg: Groot internationaal tennistournooi van 28 juni tot en met 4 juli. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Musical ,,Hair".
ZONDAG
MAANDAG
Maranatha, 11.15 en 12.30 uur: Weekend-liturgie. Thema: Vakantie als levenswijze. Leypark, Ringbaan-Zuid: Landjuweel voor schuttersgilden. Wedstrijden in schieten met diverse wapens (kruisboog, handboog, geweer), trommelen, vendelzwaaien en standaardrijden. Programma: 10.30 uur: Gildemis in St. Dionysiuskerk, Heike. 12.00 uur: Ontvangst door burgemeester en wethouders van de hoofdlieden en koningen van de deelnemende gilden. 13.00 uur: Optocht van de gilden, vanaf de Markt n a a r het Leypark. 14.15 uur: Aanvang van de festiviteiten. 19.00 uur: Prijsuitreiking.
25
VRIJDAG
Heikese kerk. Oude Markt, van 10.00 tot 11.00 uur: Beiaardspelen door Arie Abbenes. Stadsschouwburg, 20.15 uur: Musical ,,Hair".
tentoonstellingen Nederlands Textielmuseum Gasthuisring 23, telefoon 22241 en het Volkenkundig Museum Kloosterstraat 24, telefoon 31586 brengen in nauwe samenwerking de tentoonstelling ,,Marokko". Geopend: Nederlands Textielmuseum: m a a n d a g tot en met vrijdag van 10 00 tot 12.00 en van 14.00 tot 17.00 uur; zaterdag en zondag van 14 00 tot 17.00 uur; bovendien m a a n d a g van 19.00 tot 22.00 uur; Volkenkundig Museum, m a a n d a g tot en met vrijdag van 10 00 tot 12.00 en van 14 00 tot 17 00 uur; zaterdag en zondag van 14.00 tot 17 00 uur. Groepsbezoeken g a a r n e afspraak maken veertien dagen van tevoren.
Beeld van de opening van de expositie „TK 7 1 " (tot 5 augustus in „Kokon")
Brabantse Kunststichting Spoorlaan 426, telefoon 24772 Permanente tentoonstelling van werk van hedendaagse kunstenaars. Geopend: dinsdag tot en met zaterdag van 9.00 tot 12.30 en van 14.00 tot 17.00 uur; zondag van 14.00 tot 17.00 uur; maandags gesloten. Schrift- en Schrijfmachinemuseum Gasthuisring 54 (deel van fratershuis) Galligrafisch werk, oude schrijfmethoden, antiek schrijfgereedschap, ruim vijfhonderd schrijf-, tel- en rekenmachines. Geopend: elke eerste zaterdag van de maand van 14.00 tot 17.00 uur; groepen op afspraak. Galerie ,,Kokon" Nieuwlandstraat 17, telefoon 36732 Tot en met 4 augustus: Expositie van werk van alle Tilburgse k u n s t e n a a r s , genaamd: ,,TK 71". Geopend: m a a n d a g tot en met zaterdag van 12.00 tot 19.00 uur; donderdag tot en 22 00 uur, zondag van 17.00 tot 20.00 uur.
Sindbad reizen voor jonge
mensen
vliegreizen per KLM naar Spanje busreizen naar Italië, Tirol, Engeland trektochten naar Bagdad, Marokko, Moskou, Istanbul De Sindbad-reisgids staat vol frisse ideeën, tegen aantrekkelijke prijzen. Schrijf meteen naar: SINDBAD-REIZEN Leenderweg 189 - Eindhoven Telefoon 0 4 0 - 111444
Bemiddelingsburo Buitenland Retour per trein vanaf Tilburg: Parijs 4 6 , — / Londen 7 7 , — Athene 286,— / Rome 168,— Madrid 176,— / Warschau 152,— Praag 1 3 1 , — / Lissabon 219,— Barcelona 155,— / Rijeka 148,— Buiten bovenstaande bestemmingen zijn er nog 28 andere, ma t / m vr van 18-19 uur: Ad Latjes Tobias Asserlaan 85 - Tilburg In juni t / m september alleen geopend van: 1 t / m 14 juni - 1 t / m 14 augustus
24
thb 20 - 18 juni 1971