tilburgs hogeschoolblad - jaargang 8 - nr. 9 -17 december 1970
I
Projektgroep derdejaars-ekonomen opgeheven
Op 1 december jl. heeft de projektgroep derdejaars-ekonomen besloten zichzelf op te heffen. Per brief heeft de groep op 3 december de voorzitter van de Ekonomische Fakulteit op de hoogte gebracht. Gezien het belang van deze stap en van de inhoud van de brief volgt hier de tekst in extenso.
Mijnheer, De projektgroep van derdejaars-ekonomen heeft besloten het eksperiment te beëindigen. Dit besluit zal wellicht enige verbazing wekken, indien men bedenkt dat de groep het nog slechts één semester moest volhouden. Echter: „moest volhouden" duidt de problematiek al aan, het zou betekenen een zich voortslepen. We zullen via een historiese analyse proberen duidelijk te maken, waarom de projektgroep niet meer in staat is als een eenheid op te treden. Daarvoor zullen we eerst gaan bekijken hoe het een semester lang wel gelukt is. De situatie in de projektgroep bij de start in januari 1970 en gedurende de periode tot na de vakantie was als volgt: We waren een homogene groep; de homogeniteit vond zijn oorzaak vooral in:
f
1 Inzicht in maatschappelijke verhoudingen. We hadden allemaal eenzelfde vaag idee over de maatschappelijke verhoudingen: we leven in een onrechtvaardige wereld die verbeterd moet worden, 2 Bewustzijn. We waren ons geen van allen erg bewust van onze eigen rol in deze maatschappij. Dit was natuurlijk
een logiese konsekwentie van het gebrek aan inzicht in de maatschappelijke verhoudingen dat bij iedereen n a a r voren trad. 3 Zich afzetten tegen traditionele systeem. We waren het er allemaal over eens dat het traditionele systeem fout was en dat je moest proberen nieuwe vormen van onderwijs te vinden. 4 Interesse. De mensen konden elkaar vrij gemakkelijk vinden, omdat zij ook ongeveer gelijkgerichte interesses hadden ten aanzien van de te kiezen onderwerpen. Bovengenoemde punten waren voldoende waarborg om als groep op te kunnen treden. Dat wij inderdaad ook als groep hebben opgetreden bewijzen de volgende feiten: a Voor de inhoudelijke wijze van onze werkzaamheden verwijzen we nogmaals n a a r de op het einde van het vorige studiejaar uitgegeven rapporten. b We hebben samen getracht de interesse voor projektonderwijs bij de toenmalige eerstejaars te bevorderen. c We hebben eendrachtig fel geprotesteerd tegen de ideeën van Veringa, Posthumus, Stevers enz.
1
d We hebben ons kollektief verdedigd tegen de hevige aanvallen van bepaalde studentenzijde. e We hebben gezamenlijk bijgedragen tot het soepele verloop van het kongres „capitalism in the seventies". Na de vakantie is de homogeniteit vrij snel afgebrokkeld. Als we proberen na te gaan wat voor oorzaken aan deze afbrokkeling ten grondslag liggen, zien we dat deze te verdelen zijn in eksterne en interne faktoren. 1 Eksterne faktoren a Hogeschool. Na verloop van tijd bleek steeds duidelijker dat de hogeschool enkel en alleen opportunistiese redenen had om dit eksperiment goed te keuren. Men wilde alleen m a a r een stelletje oproerkraaiers uit de kollegezaal weghebben. In dit verband is het dienstig te wijzen op de laakbare politiek van onder andere de rektor, prof. Scheffer: in januari de grote animator van projektonderwijs, in september een tegenstander (zie jaarverslag). Een paar uitzonderingen, met name Verheyen, De Vries, Van de Klundert, daargelaten, heeft nooit een hoogleraar enige belangstelling getoond voor onze werkzaamheden, hoewel hiertoe, volgens ons, voldoende aanleiding is geweest. b Veringa. Erg belangrijk is geweest de onzekerheid die door het lange uitblijven van een antwoord van minister Veringa is geschapen. De minister heeft nog steeds niet geantwoord op het standpunt van de fakulteit en het senaatsbestuur (konceptbrief van 29-91970). Dit betekende dat de groep de afgelopen twee maanden voortdurend schattenderwijs over h a a r kansen heeft gedacht. Zij moest voortdurend gissingen maken over machtsverhoudingen tussen: aan de ene kant de minister, waarvan het duidelijk is dat hij zich laat voorlichten door juristen en aan de
thb 9 - 17 december 1970 verschijnt tweewekelijks
andere kant fakulteits en senaatsbe stuur, die de groep formeel volledig dekken Men kan het ons met kwalijk nemen dat wij met blindelings vertrou wen op de formele toezeggingen van de fakulteit en het senaatsbestuur In grepen \ a n de minister als m Gronin gen, Utrecht en Amsterdam hebben duidelijk gemaakt dat de beste bedoe üngen van de universiteitsbestuurders aan hen nog niet de macht geven m grepen van het ministerie te weerstaan 2 Interne faktoren Had m het begin de groep meer een traal gestaan na de vakantie is gelei delijk aan het individu in de groep meer n a a r voren gekomen In evaluatie vergadenngen bleek dat men helemaal met tevreden was over de bereikte resultaten en de manier van werken Dit leidde tot een diskussie over een nieuwe opzet In die diskussie werd steeds meer duidelijk dat inzicht en bewustzijn welke voor de vakantie juist bij alle mensen vrij vaag waren ge weest, zich ondertussen bij verschillen de mensen m verschillende mate en in verschillende richting ontwikkeld had den Deze diskussies leidden duidelijk tot een nieuw bewustwordingsproces en het gevolg was ook een uitkristallisatie van de meningen Behalve de diskussies binnen de projektgroep hebben ook het kongres en het bestaan van de MLS i bijgedragen tot een versnelling van het blootleggen van de verschillen m me ning en bewustzijn Op een gegeven ogenblik was een dusdanige polarisatie
tilburgs hogeschoolblad OFFICIEEL ORGAAN VAN DE KATHOLIEKE HOGES CHOOL TILBURG
(verschijnt tweewekelijks) Redaktie Drs G A M van den Heuvel Redaktie sekretaris C F Brinkhuizen Adviseur Hoofd Bureau Public Relations Redaktie adres Hogeschoollaan 225 telefoon 70960 toestel 111 k a m e r N 71 Fotografie Persbureau Rien S iers Tilburg Druk Grafische K u n s t i n n c h t m g J J A van der Wee n v Tilburg Advertenties Tarieven aan te vragen bi] de redaktie
'
Adreswij zigingen Gelieve alle adreswijzigingen uitsluitend op te geven aan de administratie van de Katholieke Hogeschool (Bureau S enaat) Hogeschoollaan 225 Tilburg
van meningen met betrekking tot de rol van de student m de maatschappelijke ontwikkehngen opgetreden dat geen reële mogelijkheid tot samenwerking meer aanwezig was Het gebrek aan homogeniteit had weer tot gevolg dat de mensen gefrustreerd werden door het werken m de projektgroep Immers van de ene kant zat men m een groep en anderzijds kon men met als groep optreden Ondanks alle hierboven genoemde moei lijkheden hebben we steeds geprobeerd een basis te zoeken waarop we zouden kunnen verderwerken Deze laatste po ging resulteerde m een opzet zoals die elders beschreven is ^ Daarna is echter duidelijk geworden dat de verschillende
Het Itjkt gemakkeli jk een dergeli jke ui t spiaak te doen nu bli jkt dat de derde]aa>s p>o]ektgroep met i n staat i s gebleken zi ch zelf duurzaam tot lei en te wekken Maay de bri ef di e de groep (zo netjes) aan de vooi züter van de fakultei t heeft verzonden onderstreept ten volle de me ning di e WIJ als bui tenstaander ons had den gevormd „Vooroo i delen" horen wi j thans toepen Laten i i e dat eens bezi en In de bri ef staan vi er punten genoemd di e ons ei van moeten overtui gen dat de groep homogeen was ]e hoeft wei ni g psycho loog te zi jn om slechts het vi erde punt gemeenschappelijke i nteresses als zodani g te zi en De oteri ge punten il jken ons negatieve mot i ver i ngen Deze il jken te worden onderstreept door met name de punten b, c en d, waarui t di e homogeni teit zou moeten bli jken Samen met punt e hebben zi j betrekki ng op bui ten het stu dieobjekt il ggende zaken Di t moet ont zettend veel ti jd en energi e gekost heb ben, wat noodzakeli jkerwi jze ten detri mente van de i nteresse voor het ei genli jke studieobjekt geuerkt moet hebben
a De hogeschool opportun ii st sche nen Di t li jkt ons een malversati e -J
In het zicht van het fatale moment van afsluiting van de kandidaatsfase heeft de groep zich zekerheid willen verschaf fen door te besluiten het ekspenment te beëindigen en gebruik te maken van de overgangsregeling 3 Projektgroep derdejaars ekonomen Noten van de redaktie 1 Marxistisch Leninistische S tudentenbond 2 In en bij de b n e f verzonden bijlagen 3 Die erin bestaat dat de studenten die dat willen terug k u n n e n vallen op het oude pro gramma
De projektgroep een dood geboren kind
In het tweede deel van haar bri ef zoekt de groep nu naar rati onali sati e voor het eigen falen D i e kun je natuurli jk gauw genoeg iv nden
Kopij Het eerste n u m m e r van 1971 verschijnt op 22 j a n u a r i De inzendtermijn voor alle kopij voor dit n u m m e r sluit op 15 j a n u a r i Slechts getype kopij wordt in behande Img genomen
meningen zo fundamenteel verschilder dat geen samenwerking meer mogelijk is gebleken
b Veri nga goedkeuring
rede
Onzekerhe id omtrent iz jn Zou het gewaagd iz jn te
veronderstellen dat slechts een afkeuri ng van Veri nga het leven van de groep ge rekt zou hebben ■' En dan de i nterne faktoren de heri ndi ti dualisering di e een di fferenti ëri ng tot ge lolg had, en het bestaan van de MU, Hieruit bl i jkt naar ons gevoel dat de groep totaal met begrepen heeft wat pro jektonderwijs iz jn kan de mogeli jkhei d juist om vanui t verschi llende iv is es (en met behulp van verschi llende id sc i pl i nes) een studi eobjekt te verkennen. Maar ja, als de extri nsi eke negati eve mo tivatie wegvalt (datgene waartegen je aantrapt, omdat het zi ch mi n of meer aan het ni euwe aanpast) en hi j wordt met ge kompenseerd door i ntri nti eke mot i vat ie (bijvoorbeeld door i deeënarmoede of zi ch niet wi llen engageren tot het ei nd) dan IS het maar beter om de zaak op te heffen Stoppen maar en proberen ergens anders onderdak te komen Het IS onder de gegeven omstand i gheden nauwelijks te verwachten dat er nog oott een zi nni g evaluati erapport over het rei len en zei len van de groep geproduceerd zal w orden Door zi chzelf om deze flutrede nen op te heffen heeft de projektgroep de slechtste di enst bewezen aan de meest ideale vorm van onderwi js di e men maar bedenken kan V d H
1Symposium Rekencentrum „De plaats van een rekencentrum bij de instellingen van hoger onderwijs" Op 3 december jl. werd aan de Katholieke Hogeschool bij gelegenheid van het afscheid van prof. dr. M. Euwe als direkteur van het Rekencentrum een symposium gehouden over „De plaats van een rekencentrum bij de instellingen van hoger onderwijs". Het woord werd gevoerd door prof. ir. D. Wolbers, hoogleraar in de zuivere en toegepaste wiskunde aan de Technische Hogeschool te Delft en prof. A. Frielink, buitengewoon hoogleraar in de administratieve organisatie en de kontroleleer, alsmede de methodologie van de automatische informatieverwerking aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Op ons verzoek geeft de heer C. Verkoulen, medewerker van het Rekencentrum aan de Katholieke Hogeschool, in de volgende kolommen een nabeschouwing.
Om te beginnen allereerst een korte samenvatting van de gehouden inleidingen. Prof. Wolbers betoogde onder meer het volgende; Het meest belangrijke van een rekencentrum is in de eerste plaats de doelstelling en taakstelling en in de tweede plaats pas de positie die het inneemt. Als belangrijkste doelstelling ziet hij dan het concentreren van computerfaciliteiten inclusief mankracht. De taakstelling, die in feite nauwelijks een punt van discussie vormt, is het inschakelen van de computer in de meest algemene zin bij onderwijs en onderzoek. Verder kan de computer gebruikt worden voor de verwerking van administratieve gegevens ten bate van de beheersafdelingen. Een belangrijk punt aangaande het onderwijs is, dat de student direct in contact komt met de computer. Dat wil
k i n d
zeggen dat hij zelf programma's schrijft en ze uitvoert met de computer en zodoende inzicht krijgt in de mogelijkheden en onmogelijkheden van dit „fenomeen". Het gaat dan niet zozeer om de kwaliteit van de uitkomsten van het programma, maar om de confrontatie tussen student en computer. Aangaande het wetenschappelijk onderzoek stelt hij, dat in feite elke wetenschappelijke onderzoeker in staat zou moeten zijn om vast te stellen of inschakeling van de computer bij het onderzoek zinvol is. Dit houdt in dat in de opleiding van diegenen, die zich in de toekomst met wetenschappelijk onderzoek gaan bezig houden, ruime aandacht moet worden besteed aan de praktische computertoepassingen. Naar aanleiding van dit laatste stelt prof. Wolbers dat de kosten, die verbonden zijn aan het gebruik van de computer bij wetenschappelijk onder-
zoek, niet via budgetten verrekend moeten worden Doet men dit wel dan bestaat er groot gevaar dat de computer niet gebruikt wordt, omdat men bang is het budget te overschrijden, terwijl er voldoende computercapaciteit aanwezig is. Hij pleit voor een verdeelsleutel die het mogelijk maakt om a a n elke faculteit, of een kleinere eenheid daarbinnen, een bepaald aantal rekeneenheden toe te wijzen. In het algemeen stelt hij voor geld en mankracht als volgt a a n te wenden - Voor lokale computers, bijvoorbeeld binnen een faculteit, omringd door mensen uit het betreffende vakgebied en door computermensen die een voorkeur hebben voor dat vakgebied. - In een (inter) faculteit Informatica, waar computerdeskundigen zitten die zich bezig houden met opleiding en onderzoek - In een centraal rekencentrum, waar voornamelijk mankracht aanwezig is om de centrale computer goed te doen funktioneren. Dit ten behoeve van de beheersafdelingen en in voorkomende gevallen ten behoeve van de twee hiervóór genoemde groepen. Om de diverse activiteiten te coördineren en om te komen tot een gerichte planning stelt hij voor om twee raden te formeren: - een gebruikersraad voor de korte termijn-problematiek; - een adviesraad voor de lange termijnproblematiek. Prof. Frielink begon zijn betoog met te stellen dat zijn inleiding die van zijn voorganger in belangrijke mate zou overlappen. Naast onderwijs en onderzoek, benadrukt hij de operationele taken (verge-
Het forum onder voorzitterschap van de heer J. M. van Oorschot
V. d. H.
I
t h b 9 - 17 december 1970
lijk beheersafdelingen bij prof. Wolbers). In het bijzonder noemt hij de academische ziekenhuizen en de universiteitsbibliotheken, die op zeer geavanceerde wijze gebruik kunnen maken van de computer. Prof. Frielink wil de computeractiviteiten meer gecentraliseerd zien. Hij voorziet een universiteitsrekencentrum met een zeer grote centrale eenheid en met eindstations (terminals) bij de gebruikers. Deze centrale eenheid moet onder een centrale leiding staan, direct onder het hoogste bestuursorgaan in de universiteit, dit om te voorkomen dat een van de gebruikers andere groepen zou overheersen. De eindstations moeten voor wat betreft het technische beheer onder de centrale leiding staan en voor wat betreft het gebruik vallen onder verantwoordelijkheid van de gebruiker zelf. In de kennisverbreiding onderscheidt prof. Frielink twee niveaus: fundamentele kennis los van de apparatuur en conventionele kennis, dat wil zeggen gericht op apparatuur en programmatuur. Het centrale rekencentrum zou moeten zorgen voor de verbreiding van de conventionele kennis. Verder zou er een instituut voor algemene informatica moeten komen, binnen een interfaculteit, dat zorg draagt voor de verbreiding van de fundamentele kennis. Tevens zou dit instituut zich bezig moeten houden met diepgaand onderzoek in de informatica. Het onderzoek in de diverse toepassingsgebieden moet binnen de faculteit geregeld worden, hetgeen met zich mee~brehgt dat de onderzoeker in staat moet zijn de computer in voorkomende gevallen in te schakelen bij het onderzoek. De vraag is nu: hoe moeten bij een centrale opzet de kosten verdeeld worden.
Immers het effectief beheersen van kosten is alleen mogelijk als werkelijke kosten via budgetten toegerekend worden. Prof. Frielink stelt dat de gebruiker in ieder geval de kosten moet betalen van zijn eigen eindstation (inclusief de aansluiting) en het gebruik dat gemaakt wordt van de centrale eenheid. Er zouden binnen de faculteiten geen bijzondere budgetten hoeven te zijn voor systeemanalyse en programmering, omdat hij ervan uitgaat dat de medewerkers binnen h u n vakgebied in staat moeten zijn om zelf h u n problemen met betrekking tot de computer op te lossen. Dit laatste geldt niet voor de academische ziekenhuizen en de universiteitsbibliotheken. Het toerekenen van de kosten zou geleidelijk moeten gebeuren en hij pleit dan ook voor een soort wenperiode. Tenslotte stelt prof. Frielink dat het toerekenen van de kosten alleen zou moeten plaatsvinden als de budgethouders meer invloed en vrijheid hebben aangaande de aanwending van de middelen die beschikbaar gesteld zijn. Zolang deze vrijheid er niet is, is het verstandig om de toerekening alleen pro forma te doen plaatsvinden. Alvorens verder in te gaan op enkele punten uit de inleidingen en de daaropvolgende discussie zou ik een opmerking vooraf willen maken. Opnieuw is gebleken dat de terminologie die gebruikt wordt rond de computer in de meest algemene zin, dikwijls aanleiding geeft tot diepgaande misverstanden. Wil men voorkomen dat bij dit soort gelegenheden een aanzienlijk deel van de tijd verloren gaat tengevolge van begripsverwarring, die eerst weer opgehelderd moet worden, dan is het gewoon pure noodzaak om
te komen tot een ĂŠĂŠnduidige definiĂŤring van begrippen. Overigens komt deze begripsverwarring niet alleen voor gedurende deze gelegenheden, m a a r strekt strekt zich uit over het gehele gebied van de informatieverwerking.
I
Een van de eerste taken binnen de informatica zou dan ook moeten zijn het oplossen van de hierboven gesignaleerde tekortkoming. Beziet men verder de beide inleidingen dan treden twee duidelijke verschilpunten n a a r voren. Enerzijds wordt gesteld lokale computers en een centrale computer (prof. Wolbers) en anderzijds eindstations in de vorm van terminals en een zeer grote centrale verwerkingseenheid (prof. Frielink). Ik geloof dat men in het algemeen niet kan stellen dat het ene systeem beter of zinvoller is dan het andere. Zoals meestal, zal de waarheid wel ergens in het midden liggen, wat er in feite op neerkomt dat men van geval tot geval zal moeten bekijken welk systeem, eventueel een combinatie van beide systemen, het beste tot zijn recht zal komen. In de praktijk kan het best voorkomen dat binnen een instelling van hoger onderwijs een faculteit zoveel werk aanbiedt a a n de centrale computer dat het om diverse redenen, bijvoorbeeld snellere omlooptijd van testruns, wenselijk is een lokale computer te installeren. Dit heeft op dat moment nog het voordeel dat men over zou kunnen gaan tot een computertype dat wellicht meer aan de wensen van de gebruiker voldoet dan de centrale computer. De tweede tegenstelling tussen de beide inleiders ligt in het doorrekenen van de kosten via de budgetten. Prof. Wolbers is bang dat deze doorrekening tot gevolg zou kunnen hebben dat men, vooral bij wetenschappelijke onderzoekingen, besluit de computer niet in te schakelen om te voorkomen dat het toegestane budget overschreden wordt. Hij komt tot deze conclusie naar aanleiding van ervaringen die hij onder andere in Amerika opgedaan heeft Direct rijst dan de vraag, of deze ervaring in het algemeen ook juist is of dat het gaat om incidentele gevallen. Als het eerste het geval is, dan zou dat bijzonder jammer zijn, omdat men dan een machtig hulpmiddel bij het onderzoek niet kan aanwenden. In dat geval zou inderdaad een verdeelsleutel voor de totale capaciteit goede diensten kunnen bewijzen. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn verruimen van de budgetten of een andere prioriteit binnen de budgetten. Prof. Frielink stelt zonder meer dat de kosten van gebruik van apparatuur
J
I
doorberekend moeten worden Ik geloof dat dit m principe een )uist uitgangspunt IS Bekijkt men immers welke enorm bedragen m het onderwijs, in het bijzonder m het hoger onderwijs plus onderzoek, geïnvesteerd worden, dan ontkomt men er niet aan twee dingen te doen Namelijk op de eerste plaats de efficiency waar mogelijk te vergroten en op de tweede plaats ver antwoording af te laten leggen door de gebruikers die deze middelen besteden Om dit te realiseren is het systeem van doorberekening, zoals door prof FrieImk wordt bepleit, een uitstekend hulpmiddel Op die wijze kunnen de kosten misschien m de hand gehouden worden, hetgeen zeer wenselijk is als we bedenken dat prof Posthumus reeds berekend heeft dat over een aantal jaren ons totaal nationaal inkomen aan onderwijs besteed zal worden, als we op de oude voet doorgaan Tenslotte enkele interessante punten die m de discussie aan de orde kwamen De informatica zal ondergebracht moeten worden m een centrale interfaculteit, antwoordde prof Friehnk op een vraag over de plaats van de informatica Met de informatica is het namelijk zo, dat ze zowel raakvlakken heeft met de' exacte en technische wetenschappen enerzijds en met de maatschappijwetenschappen anderzijds Vandaar dat een plaats binnen een centrale interfaculteit de meeste mogelijkheden tot communicatie m beide richtingen zal kunnen garanderen Een andere belangrijke vraag was of het zmvol is te komen tot een interuniversitair rekencentrum Landelijk gezien is dit met aan te bevelen, omdat men verwacht dat de efficiency ten gunste van een dergelijke schaalvergroting met zal verbeteren, terwijl daarnaast deze geweldige centralisatie het nadeel heeft dat ze de ontwikkeling m de weg zou kunnen staan Het zou wel zo kunnen zijn dat het landelijk contact tussen de rekencentra verbeterd kan worden, om zodoende te komen tot een zekere taakverdeling en uitwisseling van belangrijke ervaringen C. Verkoulen
Het zou terecht zijn, wanneer alle mensen die aan bestuurswerkzaamheden deelnemen, in welke geleding dan ook, daarvoor vorstelijk beloond zouden worden. Wie zegt trouwens dat zulks niet al met enkelen van hen gebeurt? Dit kan slechts een positieve invloed hebben op de eenheid van bestuurlijke opvattingen.
De Wet Universitaire Bestuurshervorming en de Katholieke Hogeschool
De in artikel 93 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs bedoelde vefenigings- en stichtingsbesturen stellen zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen een 'jaar na de inwerkingtreding van deze wet, nieuwe regelen vast betre]jende de inrichting van het bestuur van de van hun vereniging of stichting uitgaande bijzondere universiteit of hogeschool ZIJ btengen die regelen alsmede de daarmede verband houdende wijzigingen van de statuten van de vereniging of stichting zo spoedig mogelijk ter kennis van Onze minister (WUB aHikel 42) Dit is het uitgangspunt geweest voor de „Technische Werkgroep Struktuur" (in de wandeling genoemd de Technische Kommissie), die onder leiding van de president-kurator ad interim prof. H. Bosman zich de afgelopen maanden gebogen heeft over een groot aantal technische aspekten van de tenuitvoerlegging van de WUB Zoals bekend is de nieuwe wet, die op 8 december door de Eerste Kamer is aangenomen, niet zonder meer toepasbaar op de Katholieke Hogeschool. De wet zelf laat m theorie een afwijking toe aan de bijzondere msteUingen van wetenschappelijk onderwijs die „het krachtens de wet bepaalde" m acht dienen te nemen „voor zover de eigen aard van de bijzondere universiteit of hogeschool zich daartegen met verzet' (artikel 42, tweede lid)
Afwijkingen wegens eigen aard Medio november heeft de kommissie gerapporteerd over h a a r bevindingen Onder meer worden de afwijkingen die noodzakelijk of wenselijk zijn wegens de , eigen aard" onder de loupe geno men Het feit dat de Katholieke Hogeschool een met openbare instelhng is heeft tot gevolg dat er een orgaan dient te worden gekreeerd dat „bevoegdheden van toezichthoudend karakter heeft", hetgeen een parallel inhoudt van de bevoegdheden die bij de wet aan de minister en de Kroon worden toegekend, voor zover het de openbare (= rijks-) universiteiten en hogescholen betreft In de kommissie is ten aanzien van de bepalingen die hierop betrekking hebben geen volledige eensluidende mening Artikel 23, derde hd, bijvoorbeeld, dat de mogelijkheid van beroep op de Kroon openstelt ten aanzien van een beslissing van de minister, zou volgens sommige leden van de werkgroep door de hogeschool terzijde kunnen worden geschoven, omdat bij een dergelijk geval het beroep voornamelijk zou strekken „tot bescherming van de belangen
van betrokkenen" (bijlage B) Hierop zou, aldus deze kommissieleden, m Tilburg met het aksent liggen, „doch veeleer op handhaving van eenheid en samenhang van bestuurlijke opvattingen" en „aan een beroep m deze zm bestaat aan de hogeschool geen behoefte" Aan het feit dat de Katholieke Hogeschool een konfessionele instelling is zouden, zo vervolgt het rapport, konsekwenties verbonden kunnen worden, m a a r noodzakelijk is dit met De kommissie heeft hierbij gedacht aan het stellen van nadere voorwaarden voor de verkiesbaarheid m de bestuursorganen Ook zou het kuratorium zich genoodzaakt kunnen zien om zich bepaalde rechten voor te behouden ten behoeve van het orgaan dat m de nieuwe struktuur aan de hogeschool in een toezichthoudende funktie een m m of meer analoge positie aan de Kroon en de minister zal innemen Op deze en andere punten (onder meer ten aanzien van onderzoeksprogramma's) zouden kuratoren (lees stichtingsbestuur) hun eventuele desiderata tijdig kenbaar dienen te maken „omdat een en ander reeds bij de voorbereiding van de verkiezing van de eerste hogeschoolraad van belang kan zijn"
De overgang naar de nieuwe strulttuur De werkgroep gaat er van uit dat de thans nog bevoegde instanties zich voor de invoering van de WUB zullen beperken tot het meest noodzakelijke De
thb 9
17 december 1970
„Achter de schermen" worden op de hogeschool nu de verkiezingen in het kader van de wet-Veringa voorbereid. Vragen? Geen vragen!
minister heeft trouwens ook zelf aangekondigd dat hl) zich bij de m artikel 48 genoemde algemene maatregel van bestuur zal richten n a a r de wensen van de instelbngen Dat betekent, aldus de werkgroep, dat de diskussie aan de hogeschool over de meest wenselijke voorzieningen nog open staat Een van de eerste punten waarmee de thans bevoegde instanties zich zullen dienen bezig te houden is de totstandkoming van de eerste hogeschoolraad Hierbi) gaat het om a het aantal leden (ten hoogste veertig) voor tenminste twee jaar - studenten een jaar - benoemd en b de zetelverdehng per geleding (en gelijkwaardige vertegenwoordiging van de fakulteiten) Het is begrijpelijk dat de kommissie aan deze problematiek veel aandacht heeft besteed Ten aanzien van de niet-universitaire leden (de zogenaamde maatschappijvertegenwoordigers) IS m het rapport deze belangrijke bepaling opgenomen Tenminste VĂŠ van het aantal zetels wordt ingenomen door leden van buiten de_ universitaire gemeenschap Voor de Tifburgse hogeschool zal gelden, dat het aantal van deze leden bepaald zal worden door de raad en dat deze nietuniversitaire leden door het stichtingsbestuur benoemd zullen worden op aanbeveling van de raad. Eerst zullen de universitaire leden gekozen moeten worden en deze zullen zich dan moeten bezighouden met de met-universitaire leden Wie dan ook kan m Tilburg derhalve aan de hogeschoolraad geen ,,ongewenste figuren" opdringen Van de gekozen leden moet tenminste V3 uit wetenschappelijk personeel bestaan, ten hoogste V3 uit met-wetenschappelijk personeel en ten hoogste V3 uit studenten Indien de vertegenwoordiging van het wetenschappelijk personeel op het minimum wordt vastgesteld, dus m concreto op zes, volgt uit de wet dat ook de beide andere geledingen op zes moeten komen Indien echter het wetenschappelijk personeel bijvoorbeeld de helft, dus negen, zou bezetten, zouden de beide andere geledingen ieder tenminste drie en tenhoogste zes zetels kunnen bezetten Voor de eerste maal zal geen acht geslagen hoeven worden op het onderscheid tussen wetenschappelijk perso-
neel m vaste dienst en m dienst
tijdelijke
Zoals bekend wordt m Tilburg als streefdatum voor de verkiezing de maand april 1971 aangehouden, dit mm of meer konform aan voorstellen gedaan door de werkgroep ad hoc kiesstelsel, de zogenaamde kommissie In 't Veldt (zie elders m dit nummer) De eerste hogeschoolraad zal nog een groot aantal problemen moeten oplossen Maar ook daarvoor zal nog veel overleg gepleegd dienen te worden over overgangsmaatregelen Voor de openbare instelbngen geldt als overgangsmaatregel dat de fungerende bestuursorganen de hun bij of krachtens de W W O toegekende bevoegdheden blijven uitoefenen tot het tijdstip waarop de bij of krachtens de WUB m te stellen organen zijn tot stand gekomen, waaraan die bevoegdheden zijn toegekend Zodra de WUB derhalve op een openbare instelling van toepassing IS verklaard, kunnen bijvoorbeeld de universiteitsraad en het kollege van bestuur gaan funktioneren, m a a r zolang deze organen niet tot stand zijn gekomen, worden hun bevoegdheden nog door de thans fungerende bestuursorganen uitgeoefend Voor de bijzondere instellingen geldt deze bepahng niet Zulks hoeft geen moeilijkheden op te leveren Zou de inwerkingtreding van de WUB aan een openbare instelling zonder overgangsbepaling een vakuum m de bevoegdheden kunnen betekenen, aan een bijzondere instelhng ligt de zaak anders De inwerkingtreding van de WUB wijzigt op zich de bestuursstruktuur van
een bijzondere instelling niet Hierdoor IS een wijziging van statuten en reglementen nodig Zulk een wijziging kan n a a r bevind van zaken worden getimed Om ongewisse toestanden zoveel mogelijk uit de weg te gaan verdient het aanbevehng de voorbereidingen zoveel mogelijk te voltooien voor de inwerkingtreding van de wet, waarvan het tijdstip door de minister vermoedelijk m overleg met de hogeschool zal worden vastgesteld Hiertoe zou, aldus het rapport, als volgt gehandeld dienen te worden a Vaststelling van nieuwe regelen betreffende de inrichting van het bestuur, d w z het nemen van een besluit tot wijziging van de statuten en het vaststellen van reglementen welke beantwoorden aan artikel 42, tweede hd b Indiening van een verzoek om goedkeuring van deze stukken bij de minister Naar mag worden aangenomen kan dit verzoek worden ingediend, gelijk alle overige voorbereidingen kunnen worden getroffen, voordat de WUB voor de hogeschool m werking treedt, en kan de minister op dit verzoek beschikken ondanks het feit dat de wet ten aanzien van de hogeschool nog niet m werking is getreden En bepaald plastisch wordt de werk groep bij de volgende punten. c Verkiezing van de nieuwe bestuursorganen, welke - verkozen zijnde - in afwachting van de wijziging van de statuten en het m werking treden van de nieuwe reglementen beschouwd kunnen worden als de bestuursorganen m embryonale vorm
d Na voltooiing van het vorenstaande, daadwerkelijke wijziging van de statuten bi) notariële akte en zoveel mogelijk gelijktijdig inwerkingtreding van de WUB Aanstonds daarna treden de gereedstaande organen in funktie In het bovenstaande heb ik getracht een indruk te geven van de voornaamste punten uit het rapport van de werkgroep Struktuur Ik ben mij bewust dat er te veel en te weinig m staat Als ekskuus kan gelden dat dit bij de behandeling van zulke detaillistische rap porten steeds het geval is Over veel zaken is het laatste woord trouwens nog niet gesproken Dit rapport zal aan de orde gesteld dienen te worden m de diverse geledingen De wens is wel geuit dat hierbij gemikt wordt op multilateraal besturenoverleg Bij het ter perse gaan van dit nummer van het THE werd verwacht dat op 15 december een eerste zodanige bespreking zal worden belegd, die nog een besloten karakter zal hebben De verwachting is dat daar op de eerste plaats eventueel bestaande probleemgebieden zullen worden afgepaald Over de verdere afloop van de bssprekmgen valt op dit moment nog weinig te zeggen v. d. H.
Juridische fakulteit demokratiseert Vooruitlopend op de invoering van de Wet-Veringa is de besluitvorming binnen de juridische fakulteit gedemokratiseerd. Begin december nam de fakulteitsvergadering, die volgens de nog geldende wet op het onderwijs optreedt als hoog ste fakulteitsorgaan, een aantal daartoe strekkende besluiten. Onder meer werd besloten dat de studieraad van de fakulteit ontwerpbesluiten maakt, die zullen gelden als besluiten van de fakulteit Slechts een binnen acht dagen gedaan verzoek van minstens vijf hoogleraren of lektoren om een door de studieraad genomen ontwerpbesluit door de fakulteitsvergadermg aanhangig te maken, kan deze regel doorbreken De studieraad zal bestaan uit de voorzitter, de sekretaris van de fakulteit, het hoofd van het fakulteitsbureau, drie hoogleraren of lektoren, drie leden van de wetenschappelijke staf en vijf studenten Voorts zullen de vergaderingen van de studieraad openbaar zijn De studieraad zal alleen die onderwerpen behandelen die volgens wet of gewoonte tot de bevoegdheid van de fakulteit behoren
Hoe gaan we straks kiezen?
De kommissie - In 't Veld rapporteert Op 15 november jl. heeft de „Werkgroep Ad Hoc Kiesstelsel Universiteiten en Hogescholen" (de Kommissie-In 't Veld) gerapporteerd over h a a r werkzaamheden inhoudende „het doen van aanbevelingen met betrekking tot de eerste verkiezing van de universiteits- en hogeschoolraden en van voorstellen tot regeling van deze verkiezing in de a.m.v.b. bedoeld in artikel 48 van de WUB". De ruimte en de tijd ontbreekt ons om hier uitvoerig in te gaan op de suggesties die in het rapport vervat liggen. Wij zullen daarom volstaan met de weergave van een aantal passages die nu van belang lijken. In het eerstvolgende nummer van het Hogeschoolblad zal uitgebreider aandacht aan de herstruktureringswerkzaamheden worden geschonken.
Tijdschema De werkgroep heeft de indruk dat de minister het zeer gewenst acht dat de EHR tijdig voor het begm van het akademisch jaar 1971/1972 (dat wil zeggen september 1971) tot stand komt Dit betekent dat de verkiezingen - m verband met de vakanties - uiterlijk eind juni zouden moeten plaatsvinden Echter is het de werkgroep gebleken, dat de maand juni voor het houden van dergelijke verkiezingen weinig geschikt is In dat geval blijft er geen andere mogelijkheid over dan verkiezingen uiterlijk eind mei d n Tilburg streeft men n a a r april) te doen plaatsvinden
Direkte of indirekte verkiezingen Ofschoon de WUB dit niet exphciet voorschrijft, meent de werkgroep, dat althans de EHR slechts direkt gekozen kan worden Ook de memorie van toelichting gaat daarvan uit Alleen al de krappe tijdslimiet maakt het onmogelijk eerst subfakulteits- en fakulteitsraden te doen kiezen om daarop de universiteitsraad te funderen Voor de toekomst blijft, zoals ook de minister reeds te kennen heeft gegeven, de mogelijkheid open van een indirekte verkiezing
Omvang EHR De werkgroep is van oordeel dat er voor een zo goed mogelijke spreiding van de vertegenwoordiging der geledingen over de fakulteiten het totaal aantal zetels het beste kan worden vastgesteld op het wettelijk maximum van 40, waarvan 7 niet-universitair Bovendien wordt op deze wijze een redelijke omvang van de EHR mogelijk, ook in-
7
dien onverhoopt een aantal zetels open zou blijven m verband met de quorum regeling Slechts voor de kleinere hogescholen, waar het totaal aantal kiezers minder dan 6.000 bedraagt, zou aan een kleiner aantal zetels gedacht kunnen worden, waarbij de werkgroep de voorkeur geeft aan 33, waarvan 6 niet-universitair. Tilburg heeft 3.527 kiesgerechtigden. De werkgroep stelt daarom voor Tilburg voor in de EHR 27 zetels te kreèren plus 6 zetels voor de niet-universitaire leden. De werkgroep gaat uitvoerig m op pro blemen als zetelverdeling over de geledingen, zetelverdeling over de fakulteiten, de wijze van verkiezing en de 35 % opkomst-eis Het meeste hoofdbrekens kostte de werkgroep de vraag, aan welk kiesstelsel de voorkeur moet worden gegeven Naast het systeem van de enkele overdraagbare stem, w a a r n a a r tenslotte de voorkeur van de werkgroep is uitgegaan, heeft ZIJ aandacht geschonken aan de volgende alternatieve kiesstelsels, waarbij de kiezer een stem uitbrengt 1 lijstenstelsel van evenredige vertegenwoordiging, 2 puntenstelsels, 3 stelsel van de enkele onoverdraagbare stem Dit laatste stelsel heeft het nadeel dat het tot een zeer onevenredige verdeling van de zetels kan leiden Naar de mening van de werkgroep is om twee redenen het stelsel van de enkele overdraagbare stem het meest aanbevelenswaardig 1 Het systeem biedt de kiezer een maximale vrijheid van keuze. Niet belemmerd door partij- en lijstgrenzen kan de kiezer meerdere kandidaten in volgorde van zijn voorkeur aangeven Hij is
thb 9
17 december 1970
er hierbi) zeker van, dat het aangeven van verdere voorkeuren met ten nadele kan werken van de met een eerdere voorkeur aangegeven kandidaten De kiezer bepaalt namelijk zelf hoe zijn stem, m geval van een teveel aan stem men van een reeds gekozen verklaarde kandidaat of bij het afvallen van een kansloze kandidaat, moet worden over gedragen 2 Het gebruik van de enkele overdraagbare stem resulteert m een zo goed mogelijke evenredige vertegenwoordiging bmnen de mogelijkheden van de wet Dit wil zeggen, dat - mochten er groepen zijn - iedere groep zoveel zetels krijgt als overeenkomt met zijn relatieve grootte Het maken van afspraken vooraf om tot een groter aantal zetels te komen heeft nauwelijks enig effekt, de evenredige vertegen-
woordiging kan hierdoor met worden geschaad
Kandidaatstelling Wat dit betreft is de keuze van de werkgroep gevallen op het systeem van de enkelvoudige kandidaatstelling (personenstelsel) Dit is het enige systeem, waarbij de kiezer de volgorde van zijn keuze uit alle kandidaten geheel vrij kan bepalen Uiteraard is het gewenst dat de kiezer op de hoogte is wie de kandidaten zijn Bij kleinere faculteitsgeledmgen zal dit meestal geen problemen opleveren, omdat hij de kandidaten meestal persoonlijk zal kennen Bij grote faculteitsgeledmgen zal dit echter dikwijls anders zijn Het verdient daarom overweging dat op de stembiljetten achter de naam van iedere kandidaat
zijn funktie wordt vermeld Bovendien zou iedere kandidaat het recht kunnen krijgen om ter voorlichting van de kie zer een korte „beginselverklaring bij het centraal stembureau m te dienen welke verklaring tijdig voor de verkie zingen zou kunnen worden gepubh ceerd Tenslotte geeft verdehng m de de voorstellen zouden worden
de werkgroep een zetel EHR te Tilburg wanneer m het rapport gedaan overgenomen
Zoals elders in dit THB wordt vermeld IS het de bedoeling van de kommissie Bosman dat deze 27 zetelbezetters een voordracht (niet-bindendO zal maken voor de 6 niet-universitaire leden In januari hopen wij op een en ander terug te komen V. d. H.
Stellingen van het ATG-bestuur (Aangenomen op 14 december 1970) Het ATG-bestuur zal streven n a a r
- werkbesprekingen
1 Medezeggenschap van de ATG op topniveau (Hogeschoolraad)
- een m te stellen dienstenraad (centraal)
Medezeggenschap op het hoogste niveau _ m o e t verzekerd zijn door in principe ^/i8 van het aantal beschikbare zetels (V6 van het totale aantal is beschikbaar) 2 Medezeggenschap van de ATG op midden- en basisniveau (f akulteitsraden, subfakulteitsraden en vakgroepen) De medezeggenschap op midden- en basisniveau is m de Wet-Vennga slechts ten dele bepaald - Voor ATG-leden werkzaam bij de fakulteiten dient medezeggenschap op midden- en basisniveau verzekerd te zijn door m principe V2 van het aantal beschikbare zetels
(afdelmgsgewijs),
4 Volledige medezeggenschap Aan de medezeggenschap van de ATG mogen geen zaken worden onttrokken 5 Samenwerking van de ATG bij alle werkzaamheden te verrichten door wie dan ook binnen de hogeschool.
Partieel = overleg met ATG-besturen van andere instellingen van wetenschappelijk onderwijs 8 Een eventueel verzoek van ambtenaren-centrales om toegelaten te worden tot welke vorm van overleg dan ook, niet wordt beantwoord dan na raadpleging van de algemene vergadering van de leden.
Deze samenwerking dient te worden bevorderd door - gerichte informatie (met name m het voorbereidmgsstadmm), - openbaarheid van stukken, - openbaarheid van vergaderingen Om bovenstaande stellingen te realiseren zal het ATG-bestuur (of h a a r vertegenwoordigers) deelnemen aan ieder overleg dat volgens het bestuur dienstig is.
- Voor ATG-leden die niet werkzaam zijn bi] de fakulteiten dient medezeggenschap op midden- en basisniveau verzekerd te zijn door de garantie, dat met hen bindend overleg wordt gevoerd over alles wat het werk van deze ATGleden voor de fakulteiten en vakgroepen raakt Dit overleg dient te geschieden via werkbesprekingen (afdelmgsgewijs) en/of via een in te stellen dienstenraad (centraal)
6 Regelingen worden getroffen dat ATG-leden die een bestuursfunktie vervullen of de geleding vertegenwoordigen daarvan op geen enkele manier nadeel ondervinden in hun werksituatie.
3 Medezeggenschap van de ATG-leden inzake de eigen werkzaamheden
7 Het bestaande landelijke wordt gekontinueerd.
Deze medezeggenschap dient bevorderd te worden door
Centraal = overleg TAS-raad
Het ATG-bestuur dient er n a a r te streven dat
8
in
de
overleg landelijke
grafische kunstinrichting j . j . a. van der wee n.v. koestraat 83-85 tilburg
I I
Het valt met mee een ATG-er te zijn
Enige tijd geleden is in het THB een uitartikel gewijd aan de ATG als Op sterke aandrang van enkele betrokkenen is toen een passage uit de tekst geschrapt, die handelde over de relatie van de ATG-leden onderling en tot hun „superiemen". Daarin was spiake van wat men noemt „werksituatie". Als van een slechte ,,werksituatie" gespt oken wordt, dan wordt daarmee bedoeld op toestanden als „mental crualty" waarmee de diverse funktievervullers elkaat bejegenen. Als gesproken wordt over ,,onzekere werksituatie" dan wordt daarmee bedoeld dat het „leven" van een ATG-er aan een zijden draad hangt: dreiging met ontslag en dergelijke. Is dit (nog steeds) de reden waarom het ATG-bestuur verklaart het tot zijn taak te rekenen „er zoig voor te moeten dragen dat regelingen worden getroffen, dat ATG-leden die een bestuursfunktie vervullen daarvan op geen enkele manier nadeel ondervinden in hun werksituatie". In deze passage vallen minstens twee dingen op: - „dat er regelingen worden getroffen" duidt er op dat er nog geen regelingen zijn of in onvoldoende mate zijn, hetgeen onzes inziens kan betekenen dat in het verleden (en wie zal zeggen of het nog steeds gebeurt) ATG-leden „nadeel" hebben ondervonden van het feit dat zij enigerlei bestuursfunkties vervulden; - ,,op geen enkele manie)" zou e) op duiden dat het blijkbaar nu nog mogelijk is op grove en verfijnde wijzen ATGleden nadeel te berokkenen: grove door bijvoorbeeld mensen niet als volwaardig (ebenhürtig) te beschouwen en te behandelen; subtiel, mensen aan te raden om in hun eigen belang ergens anders een baan te gaan zoeken of op slimme wijze periodieken te onthouden of hoe dan ook. Sorry, dat ons dat frappeerde tussen de lijst van stellingen op basis waarvan het ATG-bestuur hoopt te gaan meespreken over herstrukturering.
Dr. A. H. J. J. Kolnaar jongste hoogleraar van Nederland Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben op voordracht van de Academische Senaat met ingang van 1 januari 1971 benoemd tot gewoon hoogleraar dr. A. H. J. J. Kolnaar te Tilburg, met als leeropdracht „ A l g e m e n e Economie". De heer Kolnaar volgt prof. dr. J. A. Geertman op, die per 1 oktober j l . ontslag heeft genomen. De heer Kolnaar (28) studeerde Bedrijfseconometrie aan de Katholieke Hogeschool en slaagde in 1965 cum laude voor zijn doctoraal examen. In 1969 promoveerde hij cum laude tot doctor in de Economische Wetenschappen op een proefschrift „ W e r k t i j d v e r k o r t i n g en dynamiek". De heer Kolnaar is thans als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Katholieke Hogeschool.
Verkiezing fakulteitsraad bij de theologen Overeenkomstig het rapport over de struktuur van de Theologische Faculteit te Tilburg heeft onlangs een verkiezing voor de faculteitsraad plaats gehad. De faculteitsraad bestaat uit zes vertegenwoordigers van het wetenschappelijk corps, één vertegenwoordiger van het overige personeel en zes studenten. Gekozen werden uit het wetenschappelijk corps: prof. dr. H. H. Berger (voorzitter), dr. G. M. Lukken, dr. A. H. Bredero, dr. G. J. de Grunt, dr. P. G. J. Leenhouwers en drs. A. L. M. Wouters. Gekozen werd uit het overige personeel: H. G. P. Reumkens. Gekozen werden uit de studenten: A. J. Hanegraaf, P. W. J. van Hoof, J. B. Wewerinke, A. W. G. van Deursen, J. P. M. van Luytelaar en C. P. E. M. Kostermans.
9
thb 9 - 17 december 1970
Studium Generale:
perfekt je zo'n programma ook maakt, tekorten blijven er natuurlijk altijd En ik moet zeggen, ik heb ook nooit gekonstateerd dat die tekorten minder zijn geworden "
„Ik heb altijd pret als Ik iemand hoor praten over behoeften" Het vertrek van Bruno Groen, die gedurende twee jaar als student-assistent Studium Generale in de praktijk gerund heeft, en zijn opvolging door drs. J. Lieshout, onlangs afgestudeerd aan de Katholieke Hogeschool in de Sociale Fakulteit, die zich van nu af aan volledig gaat inzetten voor de ,,algemene vorming van de student", waren voor het Hogeschoolblad aanleiding om eens met beide heren van gedachten te wisselen over de dieper liggende motieven, en de methoden die door het Studium Generale gehanteerd worden. Tijdens het gesprek deed vooral de heer Groen het woord vanuit zijn rijke ervaring in het veld, terwijl de heer Lieshout zich nog wat afwachtend opstelt ten aanzien van de toekomst, die waarschijnlijk brengen zal wat hij op dit ogenblik nog niet kan overzien. Eerst filosofeerden ze over de vraag van „Waarom het Studium Generale'?" Groen: ,,T)a, waarom "^ Daar zijn we voortdurend mee bezig Ik word verondersteld d a a r een antwoord op te kunnen geven, omdat ik het twee jaar heb gedaan, m a a r dat k a n ik niet Die vraag stel je eigenlijk iedere keer weer wanneer je bij elkaar komt om een programma m elkaar te „knutselen", zoals dat heet Ik vmd het gewoon een wezenlijk bestanddeel van de vijf, zes of zeven jaar, dat je als student hier zit Net zo wezenlijk als het ervaren van een stad om je heen of het hebben van vrienden Aanvankelijk had het een filosofische opzet, maar dan m de zm van , vakfilo5ofisch Het woord scholing wil ik eigenlijk niet gebruiken, maar het was toch wel een breed uitgebouwd kollege filosofie " Lieshout: ,,Met zo'n klem beetje de bedoeling om je zoveel mogelijk te bezinnen op wat je hier aan het doen was Om een kader te vinden voor de vakken die hier gegeven worden De start is gemaakt m 1964 Prof Plattel was toen de eerste voorzitter van de kommissie In 1966 heeft het Studium Generale een plaats gekregen tegen de achtergrond van de moeilijkheid om homo universalis te zijn Enerzijds had je het steeds verder gaand specialisme en anderzijds de noodzaak om op uiteenlopende gebieden interessen te hebben Vanuit die achtergrond juist is Studium Generale aanvankelijk met een lichte filosofische, een levensbeschouwelijke toets opgezet " THB Heeft die oriëntering tets te maken gehad met het feit dat de studentengezelligheidsverenigingen hun funktie gingen i ei hezen ^ Lieshout: „Nee In de tijd waarin dit speelde waren de studentenverenigingen wel sterk m beweging, m a a r er was
er op dat ogenblik nog maar een Olof, het korps De anderen moesten nog komen " Groen: ,,Het zou wel kunnen zijn, dat die twee perioden samenvielen Met het vertrek van de hogeschool uit de stad n a a r hier, is natuurlijk een nieuwe periode begonnen, m a a r ik heb zelf nooit enig verband gezien tussen de krisis m de studentenverenigingen en de opkomst van Studium Generale "
Kompensatie T H B : Zou het dan misschien zo kunnen zijn, dat de hogeschool die geevolueetd was van een praathogeschool naar een instituut waarin technologen worden opgeleid, die een soo>t vakscholing hijgen in het heheefsen van stiuktuien en processen, wat uiteraard een verdergaande specialisatie tot gevolg heeft, een soo)t kompensatie nodig had? Groen: ,,Die indruk heb ik wel Ook elders geeft men het Studium Generale altijd een plaats tegen de achtergrond van de technokratiserende mens die aanvulling behoeft Waarschijnlijk speelt op de achtergrond toch nog altijd het akademisch ideaal de breedgevormde akademikus, die ondanks het feit dat hij m hoge mate specialist is, kennelijk ook nog thuis is op vele andere gebieden En dan greep men, voornamelijk voor het gemak, n a a r filosofie, omdat dat op een geruststellende manier de zekerheid geeft beter en verder gevormd te zijn Ik moet zeggen dat wij het tegen die achtergrond overigens zelden geplaatst hebben Wij zijn m dit werk altijd vertrokken vanuit de situatie nu en we hebben veel minder gekeken n a a r wat er m het verleden gebeurd IS We hebben het wel altijd gedaan vanuit de konstatering van een aantal tekorten Nu is zo'n woord ,,tekorten" natuurlijk een groot woord, want hoe
10
THB Maar moet ]e dan zonodig die eventuele tekorten opheffen door bijvoorbeeld wat aan kultuut te doen of wat dan ook? Lieshout: ,,Ik ben zelf nogal geneigd om die kulturele tak inderdaad een van de belangrijkste te vinden, maar het is uitdrukkelijk met de enige Ook de weten schappelijke oriëntaties op de vakken die buiten deze hogeschool gedoceerd worden, moeten aan de orde komen " THB Dat zou betekenen dat als de hogeschool uit zou groeien tot een volledige univetsiteit we Studium Generale rustig zouden kunnen vergeten? Groen: ,,Nee, integendeel Je ziet a a n de andere universiteiten, die een zo volledig mogelijk onderwijspakket hebben, toch een Studium Generale bestaan, bijvoorbeeld m Utrecht Daarom ben ik ook niet helemaal meer akkoord met de omschrijving dat Studium Generale datgene er nog moet bijvormen wat er m de studie met gevormd wordt Ik geloof dat je die scheiding moet maken Je moet je veel meer op een globaal terrein bezighouden Dat zou dus evengoed een studie kunnen bestrijken, als een aantal andere dingen die we allemaal rond ons heen merken en voelen " Lieshout: ,,Misschien zou je kunnen zeggen dat je dingen die aktueel zijn, gewoon laat belichten, dan wel uit een professionele hoek, dan wel dat je zegt misschien is het tot nu toe te weinig onder de aandacht van de mensen hier gebracht, door de andere media Daarom proberen wij die funktie te vervullen " Groen: ,,Ik zou Studium Generale toch willen zien m de funktie die een weekblad heeft, bijvoorbeeld Vrij Nederland, of een tweewekelijks verschijnend blad als het Hogeschoolblad Je bemoeit je niet alleen met dmgen die hier niet gevormd worden, je laat je net zo goed uit over de dmgen die hier wel gebeuren Je betrekt alle terreinen erbij en als je ergens de mogelijkheid ziet om op een zinvolle manier m te grijpen, dan doe je dat Daarbij staat je natuurlijk wel een of ander ideaal voor ogen en wat je dan voortdurend zit te hopen is dat je respons krijgt Dan is er natuurlijk wel sprake van een jammerlijke eenzijdigheid, maar het kan kennelijk met anders Ik doe het met graag, maar je zou het sukses van je programma kunnen afmeten n a a r het aantal men sen dat op een of andere manifestatie aanwezig is Enerzijds is het jammer dat er nu „op de middag van Studium Generale" zoveel werkgroepen zijn, maar anderzijds kun je daar blij om zijn, want dan heeft Studium Generale
m f
I
het gevoel, dat het nou inderdaad ging om een authentieke demokratiseringsbehoefte. Ik geloof ook niet dat die authentieke behoeften een vruchtbare Authentieke behoeften achtergrond zouden vormen voor Studium Generale, tenminste niet als je je THB: Is bet initiatie] voor Studium Gedaarop zou willen afzetten. Als ik er nerale uitgegaan van de top van de hogemee door zou gaan, zou ik die behoefschool terwille van de studenten in die te natuurlijk wel af en toe peilen, m a a r zin, dat men het bovenin zo verschrikke- ik zou me zeker niet afvragen of dat lijk goed meende met wat men vond dat nou authentiek is of niet. Ik vind het een bijzonder moeilijke zaak. Als je onderop toch minstens aanwezig moest voor de een of andere manifestatie een zijn? zaal met driehonderd mensen vol krijgt, Lieshout: „Dat zou ik niet willen zeg- kun je het gevoel hebben dat je een gen. Het is trouwens zo dat wij natuur- waarachtige behoefte hebt aangeboord, lijk bij voorkeur inhaken op de behoef- m a a r als je dan afleidt uit programma's ten die de mensen werkelijk hebben. in het verleden, dat dat alleen gebeurt (Tot Groen:) Waarom lach jij nu'?" bij mensen die heel erg sterk in de Groen: „Ik heb altijd wel pret als ik pubhciteit staan, dan moet je toch wel iemand hoor praten over behoeften, de konklusie trekken, dat de opkomst vooral over authentieke behoeften. Dat afhankelijk is van andere dingen. Dat doet mij denken aan de bezetting van dat bijvoorbeeld ook samenhangt met de hogeschool, die hele zaal vol met de manier waarop je je programma mensen en dan werden er zeer princi- verkoopt en de trekkingskracht van een piële uitspraken gedaan vanaf de coro- bepaalde naam." na, waar de nieuwe leiders hadden plaast genomen, en dan gingen de armen omhoog, als het ware een-man- A T G een-stem, met zijn allen een hele grote THB: Studium Generale is alleen bestemd stem, dan wel te verstaan, die de voor studenten, eventueel ook medewerauthentieke behoefte het woord gaf Ik kers en hoogleraren. Hoe zit het met het heb daar achteraf weinig van gemerkt technisch en administratie] personeel? en toen had ik overigens ook weinig Groen: „Ze krijgen wel de de programma's, maar ik heb ze tot nu toe vrijwel nooit gezien bij de aktiviteiten die door de kommissie ontplooid werden. We Drs. J. Lieshout hebben in de kommissie wel uitdrukkelijk gesteld, dat de aktiviteiten van Studium Generale toegankelijk zijn voor iedereen, ook uit de stad. In de publiciteit wordt daar ook bewust op gewerkt door publikatie bijvoorbeeld in het Nieuwsblad van het Zuiden, door affiches enz. Maar de groepering „personeel" in de hogeschool is inderdaad een door ons zorgvuldig verwaarloosde groep en dat is erg jammer."
blijkbaar in het hogeschoolgebeuren een plaats net als al het andere."
THB: Is in dat verband het tweede woord van de naam Studium Generale niet verouderd? Is het niet zo, dat je door je algemene opzet bepaalde gedeelten van de hogeschool beslist niet bereikt? Lieshout: „Het is inderdaad niet de bedoeling van Studium Generale om de aktiviteiten te richten op bepaalde groeperingen van de hogeschool. Het is natuurlijk wel zo dat bepaalde groeperingen zich voor bepaalde onderwerpen meer of minder zullen interesseren." Groen: „Vanuit de achtergrond van waaruit het Studium Generale is begonnen lag het niet zo voor de hand om je op bepaalde groepen te gaan richten, m a a r ik zou het wel heel zinnig vinden om met een heel bepaald programma te komen dat bijvoorbeeld gericht is op het personeel en om dat dan op een heel bepaalde manier uit te werken. Dan kom je ook een stuk dichter bij het engagement waar we bewust
11
B. Groen
of onbewust toch wel n a a r toe willen. Wij hebben bijvoorbeeld samen met de leden van de kommissie Welzijnszorg van het Bureau Studentenbelangen geprobeerd om het thema „vervreemding van de student" uit te werken. Dat is niet gelukt, m a a r ik geloof wel dat we steeds meer met bepaalde mensen van de hogeschool bepaalde onderwerpen samen moeten gaan aanpakken. En in die figuur kan ik het me best voorstellen dat we iets dergelijks doen met een bepaalde groepering van de ATG. Net zo goed als voor bepaalde kategorieen studenten, bepaalde fakulteiten. Dan betekent dat wel dat je dat algemeen karakter een beetje laat voor wat het is. Nou, dat moet dan maar! Als je overigens dat soort onderwerpen op deze manier telkens zou gaan uitwerken, dan zou je natuurlijk wel de zware kant opgaan. Een van de kommissieleden had in de kommissie wat je zou kunnen noemen meer de speelse inbreng. Iets dergelijks zou door een dergelijke opzet op den duur kunnen verdwijnen en dat vind ik beshst jammer. Zo ook, dat we de hele situatie als de afgelopen revolutie aan de hogeschool, tot nu toe nog nooit hebben weten te vangen in een satirisch cabaret. Het materiaal ligt er met zulke grote hopen en een van de beste vormen om dat te verwoorden zou ik een niet al te zware benadering vinden. Als je het TAS-blad vijftien keer gelezen hebt (bewondering voor de man die dat kan opbrengen, red.), waar steeds weer in dezelfde toon gestelde, steeds weer even kritische analyses bij elkaar geschreven worden, dan krijg je daar op den duur genoeg van.
t h b 9 - 17 december 1970
Net als van alle stencils, manifesten enz. Terwijl er veel betere manieren zijn om je ook van dezelfde dingen bewust te maken. Ik geloof niet dat je in zo'n zwaarmoedige atmosfeer, zoals die na de revolutie heerste en nog steeds heerst op de hogeschool, dat je daar lang prettig in kunt blijven leven en werken."
Emotiemuur THB: Gaat de nieuwe full-timer allemaal realiseren ?
dat nu
Groen: „Nou, daar zijn nog weinig ideeën over. Deze man is vooral aangesteld om praktische redenen Er moest iemand zijn, die zich volledig aan Studium Generale zou kunnen geven, omdat we welbewust een vast punt voor Studium Generale op de hogeschool wilden kreëren en bovendien hebben we daarmee willen duidelijk maken, dat er wel degelijk een behoefte bestaat, ook al kunnen we die niet exact definiëren. Nu bleek uit het verleden dat de behoefte groter was dan waar wij aan konden voldoen. Iets als een expositie bijvoorbeeld kost ontstellend veel tijd. En een meer intensief en regelmatig kontakt met alle mensen, die betrokken zijn bij Studium Generale, is ook van het grootste belang. U weet toch, dat het niet goed gaat, zelfs helemaal niet goed gaat op dit ogenblik met Studium Generale. Van 1968 tot 1969 hebben we een stijging gekend en 1969 was wel een topjaar, m a a r in 1970 moeten we konstateren dat we nieuwe
wegen op moeten. Als je zo'n laatste cyklus neemt als „vertekening in de massa-media", dan blijkt dat de respons op de cyklus teleurstellend was. Ik moet zeggen, we zijn een beetje huiverig geworden van de uitgebreide cyklusmethode. Van de andere kant vindt men de cyklus zelf achteraf een te zware uitdieping van een te eenzijdig programma." Lieshout: „We zouden trouwens in de toekomst niet meer zozeer de mensen willen vormen vanuit een van bovenaf gedirigeerde betweterigheid, alswel ons willen gaan richten op het scheppen van de mogelijkheden, waarbinnen de mensen zichzelf kunnen gaan bezighouden, zichzelf in de richting te vormen waarheen ze willen en daarvoor zullen we proberen een paar dingen al snel te realiseren. Ik hoop dat we op korte termijn over een ,,emotiemuur" kunnen beschikken, waaronder we dan verstaan dat er ergens een muur is waarop iedereen die dat wil met verf of iets anders zijn emoties tussen de kolleges door kan afreageren Verder denken we aan, wat we dan noemen, een ,,wensdoos", die ons enerzijds ideeën moet opleveren voor nieuwe programma's, maar die anderzijds ook een bron van evaluatie kan zijn. 'We gaan in ieder geval mikken op de doe-aktiviteiten. Het luister tijdperk moet maar eens afgelopen zijn." Er zijn verdomd hoge muren in het hogeschoolgebouw! V. d. H.
Struktuurkommissie opgeheven
De heren mr. P. Kuypers en drs. G. van den Heuvel, respektievelijk voorzitter en sekretaris van de Struktuurkommissie van de Kathoheke Hogeschool, hebben per brief de leden van de Struktuurkommissie verzocht hen te dechargeren van verdere werkzaamheden van de kommissie en daarmee de kommissie op te heffen. Zij doen dit verzoek, omdat de Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 op 8 december door de Eerste Kamer IS aangenomen, hetgeen betekent dat de bestuursstruktuur van de Tilburgse hogeschool m overeenstemming moet worden gebracht met de nieuwe wet Het ontwerpen van een nieuwe (eventueel afwijkende) struktuur door deze kommissie lijkt hen derhalve niet zinvol. Het feit, bovendien, dat onder leiding van de president-kurator ad interim prof. Bosman een ,,technische kommissie" bezig IS met de voorbereiding van de tenuitvoerlegging van de wet zou, aldus een mondelinge toelichting op de brief, het werken in de Struktuurkommissie tot een doublure maken.
I
In de brief stellen de voorzitter en sekretaris zelfs voor geen slotzitting te beleggen van de kommissie, m a a r de kommissie als opgeheven te beschouwen door simpele kennisneming van de brief.
Massakommunikatie .
Op het moment van het ter perse gaan van deze aflevering van het THB was nog geen reaktie op deze brief bekend.
\
Studium Generale kritisch kader. Maranatha kritisch kader. Studentenbelangen kritisch kader. Onderwljscentrum kritisch kader. Juridische fakulteit kritisch kader. Sociale fakulteit kritisch kader. Ekonomische fakulteit kritisch kader. Kuratoren kritisch kader. ATSO kritisch kader. THB kritische kadertjes.
12
Extraatje op een ABN studentenrekening
Een bankrekening. Speciaal voor studenten. Voor 't gemak. Om allerlei soorten betalingen te doen. Met gratis overschrijvingsformulieren. Met gratis dagafschriften waarop elke saldowijziging staat. Een bankrekening met 'n extraatje. Drie volle procenten rente. Niet langer op studeren! , . „ M , . Meteen zo'n bankrekening openen. Bij een van de ABN kantoren, 't Is een kwestie van 'n paar minuten en je hebt er jaren elke dag plezier van. U bent welkom bij de
Algemene Bank Nederland
Tilburg: Spoorlaan 346, telefoon (04250) 21040 Westermarkt 12, telefoon (04250) 21040 Wilhelminapark 14, telefoon (04250) 21040
13
thb 9 - 17 december 1970
militaire dienst (o m uitstel van eerste oefening, verlenging van reeds verkregen uitstel, vervroegd klem verlof, promotie-uitstel) Tevens bemiddelt het Bureau Studen tenbelangen bij het verkrijgen van kamers in de stad Hiervoor wende men zich tot het Bureau Studentenhuisvesting (kamer 83) Ook voor het sluiten van SSGZ-verzekeringen moet men op kamer 83 zijn COLLEGEKAARTEN
NIEUW ATSO-BESTUUR
Met ingang van 1 december 1970 heeft het Voorlopig Toegangsbewijs zijn geldigheid verloren
Maandag 22 november jl heeft de TSRvergadenng het ATSO-bestuur, dat stond onder voorzitterschap van Jos Visker, gedechargeerd en een nieuw dagelijks bestuur geïnstalleerd
ZIJ die nog niet beschikken over een geldige collegekaart voor 1970/1971 worden verzocht hun kaart op de administratie te komen afhalen
Dit nieuwe bestuur heeft de volgende samenstelling
Indien er redenen zijn waarom niet tot afgifte van de collegekaart kon worden overgegaan (onvoldoende betaling, geen bewijsstukken, geen doorlichting enz ) worden de studenten verzocht zodanige maatregelen te treffen dat afgifte van de collegekaart mogelijk wordt
Wim Franken, voorzitter Adri Zwanenburg, penningmeester Jan Bergers, sekretaris Onderwijs I Herman Poeth, sekretaris Onderwijs II Appie Mol, sekretaris Socaal Bart Haanstra, sekretaris Intern Ruud van Eij keren, sekretaris Pers en Publiciteit
Degenen die geen collegekaart kunnen tonen zullen bij controle niet tot de colleges worden toegelaten
EXAMEN EN PRETENTAMENS
OPENINGSTIJDEN MENSA TIJDENS DE FEESTDAGEN Geopend: donderdag 24 december middagmensa, maandag 28 december tot en met woensdag 30 december middagmensa
De examens m de betrokken vakken zullen worden afgenomen op woensdag 19 mei 1971 in de voormiddag en de pretentamens in de namiddag
Gesloten: van maandag 25 december tot en met woensdag 27 december en van donder dag 31 december tot en met zondag 3 j a n u a n 1971 AANVANG KOLLEGES TWEEDE SEMESTER De kolleges van het tweede semester zullen aanvangen maandag 1 februari 1971.
GESLAAGDEN DOCTORAAL EXAMEN SOCIALE WETENSCHAPPEN Algemeen sociologen H M P Heestermans de Bruyn J u t p h a a s Demografie A P J G V d Vossen Tilburg G G van Leeuwen Deurne Sociologie van arbeid en bedrijfsleven P J M Bruynincx, Roosendaal Sociologie van het maatschappelijk welzijn H P M G o n d n e Helmond Sociologie van de ontwikkelingslanden P C H M van Dijk s Hertogenbosch Sociologie van staat en o p e n b a a r bestuur H J J M Tinselboer Borne RECHTSWETENSCHAPPEN Nederlands recht H M de Keyzer Tilburg H E m m e n g Tilburg D C M F E Denneman Eindhoven
De op 20 mei 1971 vastgestelde examens en pretentamens komen te vervallen wegens Hemelvaartsdag
STUDENTENVOORZIENINGEN Studenten, die hun teveel betaalde bijdrage Studentenvoorzieningen voor 1970/1971 ad ƒ35,— nog met hebben afgehaald, worden verzocht dit bedrag zo spoedig mogelijk m ontvangst te komen nemen aan de afdeling Financien, kamer 42 (kasuren van 9 00 tot 12 00 en van 14 00 tot 16 00 uur) BUREAU STUDENTENBELANGEN Het is niet iedereen voldoende duidelijk dat men over zaken en problemen van welke aard ook bij het Bureau Studentenbelangen om advies kan vragen Daarom menen wij dat het nuttig is wat meer bekendheid te geven aan taak en funktie van het bureau, te beginnen met een zeer globaal overzicht Het Bureau Studentenbelangen fungeert als schakel tussen het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en de studenten voor wat betreft de rijksstudietoelagen De sekretaresses kunnen alle gewenste inlichtingen over het toelagenbeleid verschaffen In een van de volgende edities van het Hogeschoolblad zullen WIJ nader ingaan op de gang van zaken rond de rijksstudietoelagen Daarnaast behartigt het bureau de belangen van studenten op het gebied van
14
BUREAU STUDENTENPSYCHOLOOG Ondanks het aanzienlijk aantal studen ten dat vanaf de aanstelling van de studentenpsycholoog m het begin van 1969 kontakt zocht met het bureau, mag aangenomen worden dat het bestaan van het Bureau Studentenpsycholoog nog niet aan allen bekend is Bij het bureau kunt u advies krijgen met betrekking tot het studiegedrag, verandering van studierichting, examenmoeilijkheden etc Ook kan er bemiddeld worden bij beroepskeuzeproblemen en kontakt GIB Verder bestaat de mogelijkheid voor een psychotherapeutische begeleiding en bemiddeling bij het zoeken naar psychiatrische hulp Er bestaat nu ook de mogelijkheid om deel te nemen aan een groepscounselmg Voor afspraken kunt u zich 's morgens wenden tot mevrouw H Bolsius-de Bont kamer 85, toestel 218 Ook aan studenten zal gelegenheid ge boden worden m deze rubriek mededelingen te doen De kopij (waarvan plaatsing ter beoordeling van het hoofd van het Bureau Studentenbelangen) kan worden ingeleverd bij of opgestuurd aan mejuffrouw E van Dongen, Bureau Studentenbelangen, kamer 59 LANDELIJK BERAAD VAN STUDENTENDEKANEN - Op 9 oktober vond de eerste plenaire bijeenkomst plaats van het Landelijk Beraad van Studentendekanen (LBS) sinds de herstrukturermg Bij deze herstrukturermg heeft mr F Derks, als vice-voorzitter van het LBS, een wezen lijke inbreng gehad, het huidige LES funktioneert namelijk volgens een hoofdzakelijk door hem ontworpen struktuurschema - Sinds enige tijd is mr F Derks, hoofd van het Bureau Studentenbelangen, nauw betrokken bij de oprichting m Tilburg van een Stichting JAC (Jonge ren Advies Centrum) - Op 21 oktober jl heeft mr F Derks, hoofd van het Bureau Studentenbelangen, als vice-voorzitter van het Landelijk Beraad van Studentendekanen (LBS) een onderhoud gehad met de gevolmachtigd minister van Suriname,
de heer Polanen. Hierbij werd in het bijzonder het mentorensysteem voor de Surinaamse studenten besproken. Tijdens dit onderhoud werd het standpunt van het LBS met betrekking tot dit probleem verduidelijkt en heeft de minister aan de afvaardiging toezeggingen gedaan welke zullen leiden tot een „geïntegreerd" mentorensysteem. - Op 22 oktober jl. heeft dr. D. Backx, tweede studentendekaan, deelgenomen aan een vergadering van de Landelijke Commissie Academische Studievoor-
I QRm
lichting, waarin hij de hogeschool vertegenwoordigt.
Benoeming
- Op 5 november jl. werd door het bestuur van de Stichting Studentenhuisvesting en een aantal belangstellenden een bezoek gebracht aan de studentenflats te Delft en Wageningen en de flat-in-aanbouw te Rotterdam, dit in verband met de nieuwbouwplannen van de Stichting Studentenhuisvesting Tilburg. De tijdens deze excursie opgedane indrukken zullen op 4 december 1970 worden doorgesproken.
AAM TAffEïi
Dr. Chr. J. L. Bertholet benoemd tot lector Bij de Sociale Faculteit van de Katholieke Hogeschool is met ingang van 1 januari 1971 benoemd tot lector in de algemene sociologie, in het bijzonder de sociologie van de ontwikkelingslanden, dr. Chr. J. L. Bertholet te Moergestel. De heer Bertholet studeerde Sociologie aan de Kathoheke Hogeschool en slaagde in 1954 cum laude voor zijn doctoraal examen. In 1965 promoveerde hij tot doctor in de Sociale Wetenschappen op een proefschrift „Het ontwikkelingsprobleem in sociaal perspectief". Van 1956 tot 1957 was de heer Bertholet verbonden aan het Ministerie van Defensie als hoofd ad interim van het Bureau Selectie Aangelegenheden van de Koninklijke Luchtmacht en was als zodanig direct betrokken bij het ontwerpen en uitbouwen van het tegenwoordige luchtmacht-selectiesysteem. Van 1959 tot 1960 was hij als sociologisch research-deskundige van Unesco respektievelijk werkzaam in Thailand en Calcutta. Van 1'960 tot 1963 was de heer Bertholet VN-ambtenaar en hoofd van de onderafdeling Internationale Organisaties op het Ministerie van Maatschappelijk Werk.
( Kerstfeest. Fijn Feest. Sfeerfeest. Licht. Warmte. Extra dit. Extra dat. Hier. Kerstfeest. Honger. Armoede. Ziekte. Nood. Onreclit. Daar. Vraag: hoe kan vrede op aarde bestaan zonder gereclitigheid voor alle volken en alle mensen ? , .^ j u i u Kerstfeest vieren is: eraan werken dat dat waar wordt. Op de hele wereld. Werk dat meer dan twee kerstdagen lang duurt. En intussen? Neem vast een gast aan tafel. Een mens van verweg die deel moet hebben aan onze overvloed. Vindt u 'Gast aan tafel' een goed idee om kerstfeest te vieren ? Geef dan bv. 10% van uw kerstuitgaven (hoe meer u besteedt des te beter). En stort dit bedrag op de girorekening van de NOVIB. OF Neem voor langere tijd een gast aan tafel door uzelf te verplichten een vast bedrag te storten en daardoor een medemens een dagelijkse maaltijd te garanderen (voor 20 cent per dag koop je al een goede maaltijd in Afrika). Inlichtingen : NOVIB, van Blankenburgstraat 6, Den Haag, tel. 070-39.22.63.
•x 15
Van 1963 tot 1965 was hij als wetenschappelijk ambtenaar verbonden a a n de Katholieke Hogeschool. Van 1965 tot 1969 was hij hoofd van de Nederlandse Werkgroep belast met de oprichting van een Sociale Faculteit aan de Katholieke Universiteit van Peru. Van 1969 tot heden vervulde hij de leeropdracht Ontwikkelingssociologie te Tilburg.
Wij hebben van bevoegde en onbevoegde zijde meermalen vernomen dat men het THE tot de gevestigde orde wil roepen.
t h b 9 - 17 december 1970
EXAMEN- EN TENTAMENREGELING METHODEN EN TECHNIEKEN VAN ONDERZOEK 1 Propedeutisch examen a Degenen die m juni 1971 (of later) voor het eerst deelnemen aan het propedeutisch examen kunnen 22 januari 1971 meedoen aan het pretentamen Methoden en Technieken Hiervoor geldt de volgende literatuur - Riley Sociological Research, hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 7 - Segers Kollegediktaten 1 (Algemene Inleiding), 3 (Operationalisering en constructie van een vragenlijst) en 4 (Verwerking van onderzoeksgegevens) b ledereen die voor een tweede (of volgende) keer deelneemt aan een propedeutisch examen Methoden en Technieken kan meedoen aan bovengenoemd (onder 1 a) pretentamen Voorzover de tot nu toe geldende literatuur afwijkt van de onder 1 a genoemde kan zonder meer deze „nieuwe" literatuur overgenomen worden Degenen die vasthouden aan de ,,oude" literatuur zullen mondeling geëxamineerd worden tussen 18 en 22 januari 1971 Afspraken hiervoor kunnen worden gemaakt op het Sociologisch Instituut (kamers 17 en 18, toestel 439) 2 Kandidaatsexamen a Degenen die in juni 1971 (of later) voor het eerst opgaan voor het kandi daatsexamen kunnen deelnemen aan het pretentamen Methoden en Technieken op 1 februari 1971 Voor dit pretentamen gelde de volgende literatuur - Riley Sociological Research, hoofdstukken 1, 8 en 11 - Segers Kollegediktaten 5 a (Statistische Analyse), 5 b (idem, vervolg), 7 (Schaaltechnieken) en 8 (Experiment) b ledereen die voor een tweede (of volgende) keer opgaat voor een kandiaatsexamen (-tentamen) Methoden en Technieken kan deelnemen aan bovengenoemd (onder 2 a) pretentamen Voorzover de tot nu toe geldende literatuur afwijkt van de onder 2 a genoemde kan men zonder meer deze ,,nieuwe" literat u u r overnemen Degenen die de „oude" literatuur prefereren zullen mondeling geëxamineerd (getentamineerd) worden m de week van 18 tot 22 januari 1971 Afspraken hiervoor kunnen gemaakt worden op het Sociologisch Instituut (kamers 17 en 18, toestel 439) 3 Examenmethode Degenen die deelnemen aan een schrif-
telijk tentamen of examen krijgen enkele dagen tevoren een tekst toegezonden n a a r hun studie-adres. Naar aanleiding van deze tekst zullen dan bij het examen (tentamen) enkele vragen worden voorgelegd Mondelinge tentamens en examens worden niet aan de hand van een tekst afgenomen Opgave voor tentamens (examens) via tentamen- of examenkaarten DERDEJAARSSTUDENTEN SOCIOLOGIE De colleges voor derdejaarsstudenten m het vak Sociologie van het Maatschappelijk Werk en Sociaal-Cultureel Vormingswerk (Sociologie van het Maatschappelijk Welzijn) konden tot nu toe wegens tijdgebrek niet gegeven worden Zi) zullen nu beginnen op woensdag 3 februari 1971 om 15.00 uur en krijgen de vorm van een semestercursus, dus 13 weken van 3 u u r per week Deze colleges worden gegeven m het gebouw van de Theologische Faculteit, Willem IIstraat 47-49, lokaal 14. Al degenen die dit vak als keuzevak of als afstudeervak willen gaan volgen, worden verzocht hun naam en adres te noteren op een lijst ad valvas of mij schriftelijk bencht te sturen Tevens wordt hun verzocht, mdien enigszins mogelijk het eerste college (dus op 3 februari 1971 van 15 00 tot 18 00 uur) bij te wonen, aangezien dan een uiteenzetting zal worden gegeven over het programma m dit vak en over de toekomstmogelijkheden die er voor afgestudeerden m deze richting zijn Ook zal dan u u r en plaats van de verdere colleges worden afgesproken P S Degenen, die door andere colleges of anderszins op woensdag van 15 00 tot 18 00 uur zijn verhinderd, worden verzocht mij dat te laten weten drs. Q. M. van Bijsterveldt VRIJSTELLINGSREGELING D-I-EXAMEN Door de voor enkele vakken m de doctoraal-I-fase geopende mogelijkheid om te kiezen uit meerdere semestercursussen kan het voorkomen dat studenten een zodanige keuze doen, dat zij hun doctoraal-I-tentamens niet kunnen afleggen binnen de termijn van vier maanden, welke m het ,,Examenreglement" (artikel 28 2) is gesteld als voorwaarde om vrijstelling van het doctoraal-I-examen te verkrijgen In verband hiermee heeft de faculteit
16
bepaald, dat voor deze studenten arti kei 28 2 niet geldt, met dien verstande dat de termijn van vier maanden auto matisch wordt verlengd met een, twee of maximaal drie semesters, al naar gelang de periode tussen het emde van de eerst- en laatstgekozen semester cursussen een, twee of d n e semesters bedraagt DATA PRETENTAMENS 15 januari 1971, 2-4 u u r tweede pre tentamen wiskunde, zowel voor degenen die op 11 december een onvoldoende hebben behaald als voor degenen die nog geen examen hebben gedaan 22 januari 1971 Methoden en Technie ken van Onderzoek 25 januari 1971 Inleiding sociaal-cultu rele wetenschappen 27 januari 1971 Algemene Sociologie 29 januari 1971 Wijsbegeerte Alle pretentamens zullen m de namid dag worden afgenomen VERSLAG FACULTEITS VERGADERING VAN 19 NOVEMBER 1970 1 Verslag vorige vergadering Punt 2 a Niet een aparte sub-commis sie, m a a r de commissie ,,sub-faculteit Psychologie i o " zelf zal h a a r plaats en taak nader bezien en hierover m een volgende vergadering rapporteren Drs A J P Hendnkx zal de staf m deze commissie vertegenwoordigen Punt 3 In afwijking van het onder punt 3 gestelde, zal de staf zonder over leg vooraf met het faculteitsbestuur zijn vertegenwoordigers voor de benoe mmgscommissies aanwijzen Indien bi) de faculteit zwaarwegende bezwaren bestaan tegen een door de staf aanga wezen vertegenwoordiger, dan zal daar over overleg plaatsvinden tussen staf en faculteitsbestuur Punt 5 In plaats van ,,De staf zal voortaan enz " dient te worden ge lezen De staf zal, m aansluiting op wat reeds eerder was afgesproken, voortaan met vijf leden m de faculteitsvergade ringen vertegenwoordigd zijn Punt 6 De betreffende faculteitscom missie heeft een gesprek gehad met dr De Miranda over het ,,Inventarisa tierapport problematiek m de sociale faculteit' Dr De Miranda bleek dit rapport meer te zien als een bijdrage aan de discussie dan als een definitieve diagnose, waarover geen verschillen van mening zouden kunnen bestaan In dit gesprek kwam voorts n a a r voren dat bij het ORG onzekerheid bestaat over de verwachtingen die binnen de faculteit bestaan ten aanzien van de taken van het centrum alleen een inventanserings-/onderzoekstaak of ook een ,,stuurfunctie"' Prof Stouthard zegt toe een notitie te schrijven over de rol van het ORC en met name over de advisermgstaak met betrekking tot de didactiek Op basis van deze notitie zal m de eerstvolgende faculteitsvergadenng gesproken worden over de taakstelling van het ORC
I
In de faculteitsvergadering van januari zal dan het „Inventarisatierapport" met dr De Miranda besproken worden Punt 11 Drs Vroom herhaalt zijn m de vorige vergadering gedane, maar met m het verslag opgenomen verzoek aan het faculteitsbestuur, om informatie over de criteria die worden gehanteerd bi) het verlenen van onderwij srespectievehjk leeropdrachten Het faculteitsbestuur zegt toe hierover m de volgende faculteitsvergadering nadere inlichtingen te zullen verstrekken, alsmede over de regelingen met betrekking tot examen- en tentamenbevoegdheden van wetenschappelijk medewerkers Daarbij zal worden nagegaan of er terzake onderscheid wordt gemaakt tussen het propedeutisch examen en de ovenge examens 2 Mededelingen a Het faculteitsbestuur heeft een schrijven ontvangen van prof De Moor, waarin hij meedeelt gaarne de faculteitsvergaderingen weer te zullen bijwonen b Het testimonium methoden en technieken van onderzoek aan de derdejaars wordt m het lopende collegejaar facultatief gesteld In de vakgroep zal de plaats welke het vak „methoden en technieken" inneemt m deze propedeuse fase nader worden bezien c Het faculteitsbestuur heeft een schrijven ontvangen van drs Van Bijsterveldt w a a n n deze vraagt om die faculteitsvergaderingen te kunnen bijwonen, op de agenda waarvan onderwerpen staan die direct of indirect het onderwijs in het door hem gedoceerde vak betreffen De faculteit gaat hiermee accoord Voorts wordt vastgesteld, dat alle medewerkers de verslagen en agenda's van faculteitsvergadermgen zullen ontvangen, terwijl de stafvertegenwoordigers in de faculteitsvergadering bovendien alle bijlagen toegezonden zullen krijgen Voor de ovenge medewerkers zullen de bijlagen op het faculteitsbureau ter inzage liggen d Doctoraalstudenten die elders college volgen dienen voortaan de door de be trokken hoogleraar gesigneerde literatuurlijst voor het betreffende vak ter informatie aan de docent van het verplichte afstudeervak door te geven 3 Wijziging examenreglement In het examenreglement zullen de volgende wijzigingen worden opgenomen - De volgens artikel 8 punt 3 mogelijk aan te brengen correcties bij het vaststellen van examenuitslagen voorzover deze nadelig beïnvloed zouden zijn door voor de student bijzondere omstandigheden, kunnen slechts dan worden aangebracht, wanneer door de student voor of gedurende het examen aan Ceen van) de examinatoren mededeling wordt gedaan van deze omstandigheden - De examinatoren zijn niet bevoegd onderdelen van de examenuitslag achteraf te wijzigen tenzij m overleg met de examencommissie
- De examencommissie kan een candidaat, die voor de derde maal of vaker voor het examen is afgewezen, na een gesprek van een of meerdere leden van de examencommissie met de candidaat, het consilium abeundi geven Aantekening hiervan vmdt plaats op de aan de student verstrekte cijferlijst, alsmede op de registratiekaart Candidaten, aan wie het consilium abeundi is gegeven, zal als regel een termijn van twee semesters worden opgelegd - Een candidaat is geslaagd voor het candidaatsexamen mdien hij bij een sVz m totaal minstens 24 punten, twee 5 Va m totaal minstens 25 punten, een 5 m totaal minstens 25 punten, twee 5 m totaal minstens 26 punten behaalt De voorstellen van de examencommissie propedeutisch examen zullen m de eerstej aars-docentencommissie opnieuw worden besproken 4 Invoering „Wet-Veringa" De faculteit acht het, om redenen van werkbespanng, niet opportuun om voor de invoering van de „structuur-Vennga' nog een mtenm-structuur, zoals voorgesteld door de juridische faculteit, door te voeren Dit temeer niet, omdat aan de voorbereiding van de invoering van de „structuur-Vennga" al gewerkt wordt door een „Technische Commissie", die binnenkort een agenda van te bespreken onderwerpen m verband met de invoering van de nieuwe bestuursstructuur, alsmede een tijdschema, zal voorleggen In de faculteitsvergadering van 10 december zal de agenda van deze „Technische Commissie" op eventuele lancunes worden bezien Intussen zal een commissie, bestaande uit prof Stouthard, drs Vroom, drs Frmkmg en dr Sogers ter voorbereiding van de discussie over de vakgroepindeling, een lijst van criteria opstellen die bij deze mdehng van belang zijn De discussie over de vakgroepenindeling zal m eerste instantie m de vakgroepen plaatsvinden 5 Sub-faculteit „Psychologie" Ter voorkoming van een uitbreiding van het aantal besturen wordt besloten de faculteit en de sub-faculteit „Sociaalculturele wetenschappen" voorlopig te laten samenvallen Dit betekent, dat voorlopig met een bestuur kan worden volstaan De sub-faculteit „Psychologie" zal een afzonderlijk bestuur vormen Dit zal worden gevormd door prof Van Dooren (voorzitter) en prof Willems (secretaris) In de plaats van prof Willems zal m de volgende faculteitsvergadenng een nieuwe secretans voor het bestuur van de faculteit/sub-faculteit „Sociaal-culturele wetenschappen" worden gekozen 6 Conduitestaat Het ontwerp voor een nieuwe conduitestaat wordt goedgekeurd Wel zal het aantal pagina's worden uitgebreid, m verband met de registratie van pretentamens
17
BESLUITENLIJST STUDIERAADSVERGADERING VAN 12 NOVEMBER 1970 1 De heer J W M Ulhngs heeft zijn plaats als lid van de studieraad ter beschikking gesteld De studentensectie zal nog een voorstel doen omtrent zijn opvolging 2 De studieraad stelt voor dat de docenten privaatrecht zich zullen beraden over de inhoud van het vak handelsrecht voor derde- en vierdejaarsstudenten van de studierichting Nederlands recht 3 De studieraad dringt erop aan, dat de betrokken docenten van de faculteit op college aandacht schenken aan de onderwerpen welke gastsprekers zullen behandelen Van prof Suetens (Leuven) werd bericht ontvangen, dat hij bereid is om op 13 februari a s een tweetal gastcolleges te geven 4 De studieraad gaat accoord met de besluiten van de subsidiecommissie, dat - de termijn, waarbinnen aanvragen om subsidie voor binnen- en buitenlandse reizen voor het studiejaar 19701971 kunnen worden ingediend, is verlengd tot 1 december 1970, - m principe ook stages zullen kunnen worden gesubsidieerd Alsdan zal de betrokken docent tevoren zijn instemming met de stage moeten betuigen, ook zal hij het van de stage te maken verslag moeten goedkeuren, - m bepaalde gevallen ook eendaagse individuele reizen m het binnenland zullen kunnen worden gesubsidieerd 5 De door de voorzitter van de examencommissie opgestelde concept C2-regeImg IS m de studieraad besproken Besloten wordt dat bedoelde concept C2-regehng, gewijzigd, wederom m de volgende studieraadsvergadering aan de orde zal komen 6 De studieraad heeft een uitvoerige bespreking gewijd aan het rapport van de commissie inzake de verhouding studieraad-faculteit De studieraad stemde m grote lijnen m met het door de commissie voorgestelde plan Voorgesteld werd het rapport op enkele punten te
thb 9
17 december 1970
wijzigen namelijk door uitdrukkelijk een plaats m de studieraad te bestem men voor een vertegenwoordiger van het met wetenschappelijk personeel door de termijn waarbinnen ontwerp besluiten en notulen worden verzonden te verruimen alsmede door het aantal hoogleraren of lectoren te verminderen dat gerechtigd is om een in de studie raad genomen besluit wederom m de faculteitsvergadering aan de orde te stellen Besloten werd dat de commissie zich over de ontvangen amendementen zal beraden en dat het herziene rapport op 24 december a s m de studieraads vergadering zal worden behandeld 7 Prof Schoordijk zal nagaan of er met de vestiging van een psychiatrische kli niek te Tilburg ook mogelijkheden zul len komen om een voorziening forensi sche psychiatrie te verwezenlijken 8 Bekeken zal worden of de openings tijden van het dictatenmagazijn kunnen worden verruimd
xnBoi VERSLAG ZESTIENDE FACULTEITSVERGADERING VAN 12 NOVEMBER 1970
eerder aan de Vereniging meegedeelde redenen aan het standpunt van Nijme gen geconformeerd
1 In het programma van de decanen dag van de Katholieke Hogeschool werd geen ruimte gereserveerd voor de Theo logische Faculteit Op verzoek van dr Bredero heeft de Commissie Academi sche Studievoorlichting alsnog ruimte gereserveerd voor een uiteenzetting, te verzorgen door dr Leenhouwers, over de voor de theologiestudie meest aan gewezen eindexamen pakketten
3 Minister Veringa deelde bij zijn be zoek aan de hogeschool op 12 november 1970 mee, dat de incorporatie van de Theologische Faculteit m de Katholieke Hogeschool van de zijde van de minis ter op geen enkel principieel bezwaar stuit Wel moeten nog enkele proble men van praktisch-juridische aard wor den opgelost De afwikkeling hiervan kan bekort worden door de juridische afdeling van het Curatorium van de hogeschool
2 Prof Berger woonde de vergadering van de Vereniging van Theologische Faculteiten en Hogescholen bij Daar werd vooral gesproken over de centralisering van de opleiding tot en de af name van de voortentamina en colloquia Hiertoe wordt de oprichting van een landelijke stichting overwogen Nij megen heeft hiertegen geen bezwaar m a a r wenst zijn eigen regeling te hand haven Tilburg heeft zich om reeds
4 Meegedeeld wordt, dat de zesdejaars tijdens hun bijeenkomst met tot kandi daatstelhng zijn gekomen Als motief om zich met kandidaat te stellen werd zowel het argument van studie als de mogelijkheid van afstuderen voor het einde van de ambtstermijn genoemd Ook de kandidaatstelling bij de vijfde en eerstejaars verloopt moeilijk
Boeken van
H. E. Stenfert Kroese n.v. voor U van belang: Prof
Dr
M A G
Meerhaeghe
Economie. Een kritisch handboek Zesde geheel vernieuwde druk van 1970, XX -f- 535 pag
Handboek van de economie
vele figuren en tabellen geb ƒ 4 8 , —
ISBN 90 207 0221 1
De auteur-hoogleraar aan de Universiteit van Gent stelt zich met deze uitgave ten doel de lezer vertrouwd te maken met een zo praktisch mogelijke benaderingswijze van de economie Hij acht het daarbij van essentieel belang vooral aandacht te schenken aan de analyse en interpretatie van de reële wereld Prof Dr M A G Meerhaeghe Internationale economische betrekkingen en instellingen X V i l l , 327 pag , geb ƒ28,50 ISBN 90 207 0132 O Prof Dr J E Andriessen en Prof Dr M A G van Meerhaeghe ( r e d ) Theorie van de economische politiek XV, 472 pag geb ƒ 3 2 —
ISBN 90 207 0107 X
in voorraad bij:
boekhandel gianotten wetenschappelijk filiaal prof
verbernelaan 100 (studentenflat)
enig filiaal van
heuvel 43, tilburg
18
- telefoon 04250-73181
-
tilburg
gespecialiseerd op wetenschappelijk gebied
Naar aanleiding hiervan besluit de raad, dat dr. De Grunt een en ander zal bespreken met de eerstejaars. Aan alle vijfde- en ouderejaarsstudenten zal een brief worden gestuurd, waarm wordt gewezen op de ernst van de situatie en op de konsekwenties indien kandidaten uit deze jaren ontbreken, omdat namelijk de studentenvertegenwoordiging in de raad dan wordt verminderd. Dit zou de raad een uitholling van de structuur vinden De betreffende brief zal worden opgesteld door het dagelijks bestuur Een en ander zal tot gevolg hebben, dat de verkiezingen en week later zuilen plaatsvinden. 5 Besluiten: - De wijzigingen in het structuurrapport worden, gehoord de reacties van de drie geledingen, aangenomen Daarbij wordt aangetekend, dat zo spoedig mogelijk na de verkiezingen aandacht dient te worden besteed aan de mogelijkheid tot het uitbrengen van een motie van wantrouwen op een gekozen kandidaat. - Dr De Grunt zal met de eerstejaarsstudenten de problemen rond de kandidaatstelling bespreken Aan de vijfdeen ouderejaarsstudenten zal door het dagelijks bestuur een brief worden gezonden, waarin wordt gewezen op de noodzaak tot het stellen van kandidaten en op de gevolgen, indien dit niet geschiedt. - De raad formuleert zijn wensen ten aanzien van een tentamen- en examenregehng. De formulering van deze wensen zal worden verzorgd door de heren Clemens en Reumkens Deze tekst zal de raad in zijn volgende vergadering ter goedkeuring worden voorgelegd. Deze regeling gaat in, wanneer ze onder alle belangstellenden verspreid is. - In aansluiting op de vastgestelde regeling inzake de beoordeling door de groep, waarbij de uiteindelijke beoordeling door de betreffende docent geschiedt, wordt besloten, dat deze regeling opnieuw bezien zal worden, nadat zo spoedig mogelijk een verdere studie is gemaakt over de groepsprocessen in het kader van de studie.
rnEmD december 1970
januari 1971
17
"I
DONDERDAG
Katholieke Hogeschool: Afscheid prof. dr J A Geertman 16 00 u u r Afscheidsdiner in de aula Stadsschouwburg, 20 15 u u r Fons Jansen met ,,3 X andermaal
2
"18
VRIJDAG
19
KADOBOETIEK
„Ie hibou" Antoniusstraat 38 - Tilburg Geopend: van 10.00 tot 18.00 uur, 's maandags gesloten.
ZATERDAG
M a r a n a t h a , 18.30 u u r
Katholieke Hogeschool, 10 00 u u r Diskussie over de inhoud van het afscheidskoUege van prof dr J A Geertman Stadsschouwburg, 20 15 u u r Fons Jansen met ,,3 X a n d e r m a a l ZATERDAG
3
Liturgieviering
ZONDAG
M a r a n a t h a , 11 15 en 12 30 u u r Liturgieviering Stadsschouwburg, 20 15 u u r Toon H e r m a n s met zijn ,,One Man Show" 4-8
MAANDAG TOT EN MET VRIJDAG
M a r a n a t h a , 18 30 u u r Liturgieviering Stadsschouwburg, 20 15 u u r Fons Jansen met , 3 X andermaal" ATSO-trefcentrum, Kruitkelder, 21 30 u u r Serie Electric Cinema Underground films v a n Kurt Kren Entree ƒ 0,50
Stadsschouwburg, 20 15 u u r Toon H e r m a n s met zijn , One Man Show".
20
"IO
ZONDAG
M a r a n a t h a , 11 15 en 12 30 u u r Liturgieviering, 16 30 u u r Oekumenische viering voor gemengd gehuwden Stadsschouwburg, 2015 u u r Het Amsterdams Volkstoneel o 1 v Beppie Nooy met ,,De J a n t j e s " .
21
MAANDAG
Kerststukjes maken Stadsschouwburg, 20 15 u u r Het Amsterdams Volkstoneel o 1 v Beppie Nooy met ,,De Jantjes '
23
9
ZATERDAG
M a r a n a t h a , 18 30 u u r
Liturgieviering
ZONDAG
M a r a n a t h a , 11 15 en 12 30 u u r
1 "1
Liturgieviering
MAANDAG
Stadsschouwburg, 20 15 u u r De Nederlandse Comedie met ,,Hotel 't Paradijs" van Georges Feydeau Regie Guus Oster
•\ 2
-'DTNSDAG
Stadsschouwburg, 20 15 u u r Het Brabants Orkest o 1 V Hein J o r d a n s met Barok-programma
1 3 - 1 5 DONDERDAG TOT EN MET ZATERDAG
WOENSDAG
ATSO-trefcentrum, 22 00 u u r Serie Popkoncerten met Mal Waldin (jazzpianist) Entree, ƒ 0,99
Stadsschouwburg, 20 15 u u r Het Zuidelijk Toneel ,,Globe" met ,,Othello" van Shakespeare
25
"15
VRIJDAG
M a r a n a t h a , 00 00 u u r Liturgische viering, 11 15 u u r Kerstliturgie
In de Antoniusstraat, ergens bij de Tumstraat, hebben wij een wmkelte vol met mooie en aparte dingen, alles met de hand gemaakt keramiek, handgeweven stoffen, sieraden, tekeningen en zo. Komt u eens kijken? Niet duurder dan machinaal gemaakt'
VRIJDAG
M a r a n a t h a , 11 15 u u r Nieuwjaarsliturgie Stadsschouwburg, 15 00 u u r Belcanto Nieuwjaarsconcert Omroeporkest o I v Leo D n e h u i s
26
Kerstnacht-
M a r a n a t h a , 11 15 u u r Liturgieviering Stadsschouwburg, 20 15 u u r Landelijke premiere van het blijspel ,,Vlinders zijn vrij ' van Leonard Gershe Regie J a n Retel
27
Liturgieviering
ZONDAG
M a r a n a t h a , 11 15 en 12 30 u u r Liturgieviering Stadsschouwburg, 12 30 u u r Koffiekoncert met het Nederlands Hoorntrio Toegang gratis Stadsschouwburg, 20 15 u u r Kabaret ,,Pepijn" o l v Paul van Vliet met ,,Opus 4"
"19
ZONDAG
M a r a n a t h a . 11 15 en 12 30 u u r Liturgieviering Stadsschouwburg, 2015 u u r Blijspel ,,Vlinders zijn vnj ' van Leonard Gershe Regie J a n Retel
28
M a r a n a t h a . 18 30 u u r
16
ZATERDAG
ZATERDAG
WOENSDAG
Stadsschouwburg, 20 15 u u r Landelijke premiere van de Anita Kerr singers met medewerking van het Louis van Dijk trio
2 0 - 2 3 DONDERDAG TOT EN MET ZONDAG MAANDAG
Stadsschouwburg, 20 15 u u r Blijspel ,.Vlinders zijn vnj' van Leonard Gershe Regie J a n Retel
19
Stadsschouwburg, 20 15 u u r Nieuwe show v a n Wim Sonneveld met Corry van Gorp en Willy Nijholt
t h b 9 - 17 december 1970
Na economie een verdere specialisatie? Als u bent afgestudeerd in de bedrijfseconomie zijn er tal van specialisaties mogelijk De accountancy is daar een goed voorbeeld van Een groot deel van de opleiding tot registeraccountant hebt u in feite al doorlopen En de overgang van
studie naar werkkring zal door ons zo goed mogelijk worden begeleid Uw vooruitzichten op een boeiend veelzijdig werkterrein zijn goed Wij zien genoeg redenen voor een open gesprek Over zaken waarvoor een advertentie te onpersoonlijk is
Vereenigde Accountantskantoren, Dijker, Bianchi& Co. Tilburg, St Josephstraat 137, 04250 - 20480
Alkmaar Amsterdam, Arnhem, Doetmchem Eindhoven, 's-Gravenhage, Groningen,
Helmond, Hengelo, Leeuwarden, Rotterdam, Tilburg, Utrecht, Zwolle Brussel Paramaribo