tilburgs hogeschoolblad - jaargang 7 - nummer 16 - 28 mei 1970
De ontwikkelingen in de sociale fakulteit Het mag inmiddels bekend worden verondersteld dat rond 20 april in de „oude" sociale fakulteit (de ,,OSF") een nota is gepubliceerd onder de titel: Onderwijsbeleid en personeelsbeleid. Deze nota wordt in het algemeen aangeduid als de nota-De Moor. Hierin wordt getracht een organisatievorm voor het onderwijs in de OSF te realiseren, waarbinnen - aldus de fakulteit zo ruim mogelijk gelegenheid zal zijn tot overleg, inspraak en experimenten, waaruit geleidelijkaan een nieuwe visie op onderwijs zou kunnen ontstaan. De nota laat de mogelijkheid om na verloop van tijd nieuwe onderwijsvormen in te voeren. Op 24 april verzond de alternatieve sosjale fakulteit (de „ASF") een brief waarin wordt gesteld dat over het onderwijs van het volgend jaar pas beslist kan worden: - wanneer vormgeving (organisatie) èn inhoud ter diskussie staan; - wanneer alle leden van de OSF (staf en studenten) daarover tijdens meerdere dagen intensief gezamenlijk diskussiëren; - wanneer beslissingen genomen worden door alle betrokkenen, niet op basis van de posities die men inneemt, m a a r wel op basis van argumenten. Een dergelijke besluitsvorming heeft tot nu toe niet plaatsgevonden. Hierin is volgens de ASF ook niet voorzien in het voorstel van de OSF dat nu bij staf en studenten ter diskussie ligt. De ASF wil alternatief onderwijs voorbereiden vanuit de gedachte dat de sociale wetenschappen in dienst van de
verdrukten gesteld moeten worden. De konsekwenties voor het onderwijs zijn dan onder andere: de verbinding te leggen tussen de verschillende disciplines en de scheiding tussen theorie en praktijk op te heffen. Daartoe wil de ASF in de week van 1 tot 7 juni een kongres houden, dat via thema-groepen voorbereid zal worden. Aan dit kongres kan iedereen van de OSF deelnemen, ook de wetenschappelijke staf. De ASF ziet dit kongres als de uitvoering van de konlusies van de diskussiedagen in december 1969, waar de verwachting gewekt werd dat dit reeds in het voorjaar zou plaatsvinden. De ASF verzocht daarom de OSF „de definitieve beslissing over het onderwijs van het volgend jaar uit te stellen en over te dragen aan de kongresdeelnemers". Inmiddels heeft de kritiek op de notaDe Moor meer gestalte gekregen. De nota is tijdens kolleges ter diskussie aangeboden aan studenten en medewerkers, nadat de fakulteit (in enge zin) er in beginsel zijn goedkeuring aan had gehecht. De overwegende indruk is dat ,,men" er zich niet helemaal gelukkig mee voelde omdat er geen „wezenlijke" nieuwe oriëntatie op onderwijs in verwoord werd. Voor zover bekend zijn twee voorlopige reakties op schrift gesteld: het onderwij seen trum gaat uitvoerig in op de op pagina 1 en 2 van de nota-De Moor gegeven definities en uitgangspunten en bepleit vooral het verlaten van de stelling dat onderwijs is het overdragen c.q. verwerven van kennis en vaardigheden om
1
in dit nummer: Pagina 2
Bezoek sub-fakulteit psychologie Groningen - F. van Doorne - M Rijk
4
De zelfrechtvaardiging van een provosoor - Alda Pellemans
5 en 6
Congress Capitalism in t h e Seventies
7
Promotie A. J. W. v a n Gevel
8
Noodsituatie Boekbespreking
9
Adviesnormen studietoelagen
11
Mededelingen algemeen
12
Zeg m a a r ,,nee" tegen De Moor - ASF
13
Agenda Mededeling ekonomische fakulteit
daartegenover te stellen dat onderwijs een produktieve aangelegenheid moet zijn zowel voor studenten als docenten (verkrijgbaar in de Databank), voorts een reaktie van de ASF die onder de titel: Zeg m a a r nee tegen De Moor in dit nummer staat afgedrukt. Het is op zichzelf genomen jammer dat in geen van deze reakties konkreet wordt aangegeven hoe het onderwijs dan wel zou moeten worden gezien en georganiseerd op korte en op langere termijn. Van het onderwijscentrum is overigens bekend dat een aanzet voor een nieuwe onderwijsvisie en de daarmee samenhangende organisatie te vinden is in de in m a a r t van dit jaar ver-
schenen „Discussienota". Van de ASF is bekend dat zij een kongres wil organiseren aan de voorbereiding waarvan op dit ogenblik hard wordt gewerkt. Daarmee zal ,naar verwacht mag worden, eindelijk een positieve wending worden gegeven aan wat tot nu toe een vrij negatief voorkomen had. Gedokterd zal worden aan het „verziekte verzet". Een verbetering van de verziekte situatie waartegen het verzet zich richt mag overigens evenmin uitblijven. Gemakkelijk zal dit laatste waarschijnlijk niet zijn. Het verzet verziekt in het openbaar. De kwaal aan de andere zijde is een wel voelbare, maar nog niet zichtbare etterbuil. Het wachten is op iemand die daar op deskundige wijze het ontleedmes in zet. V. d. H.
r~ TILBURGS HOGESCHOOLBLAD (verschijnt tweewekelijks) Uitgave Bureau Public Relations Redaktie Drs G A M van den Heuvel Redaktie-sekretaris C F Brinkhuizen Redaktie-adres Hogeschoollaan 225 telefoon 70960, toestel 244 Korrespondenten Ekonomische fakulteit: Mei L A u d n n g a Prof V e r b e m e l a a n 88, telefoon 74950 Sociale fakulteit J Bergers Prof V e r b e m e l a a n 34, telefoon 71989 Theologische fakulteit; H V^aegemakers Leuvenstraat 8, telefoon 04100 - 46337 's-Hertogenbosch Juridische fakulteit: H Poeth Prof. V e r b e m e l a a n 50, telefoon 72922 Fotografie Persbureau Rien Siers, Tilburg Druk Grafische Kunstinrichting J J. A van der Wee n v , Tilburg Abonnementen Het blad wordt a a n alle leden van de hogeschoolgemeenschap gratis toegezonden Anderen k u n n e n zich a b o n n e r e n a ƒ 12,50 per j a a r Advertenties Tarieven aan te vragen bij de redaktie. Adreswijzigingen Gelieve alle adreswijzigingen onder vermelding van ,,Hogeschoolblad" uitsluitend op te geven a a n de administratie van de hogeschool CBureau S e n a a t ) , Hogeschoollaan 225, Tilburg Het volgende Hogeschoolblad verschijnt omstreeks 17 juni. Sluitingsdatum inleveren kopij 10 juni. Slechts getypte kopij kan in behandeling worden genomen.
Bezoek aan de sub-fakulteit psychologie Groningen door F. van Doorne en M. Rijk Aangezien onze vakgroep - te weten wijsbegeerte in de economische faculteit. Hogeschool Tilburg - het afgelopen jaar intens bezig is geweest met een onderwijsexperiment in de eigen faculteit wilde zij graag ervaringen dienaangaande uitwisselen en toetsen aan die van anderen. Zoals bekend, met name uit de uiteenzetting van de heren Baltink en Van Veenen op de Hogeschooldiskussiedag van november 1969, is vorig jaar de Groningse sub-faculteit van start gegaan met een geheel nieuwe opzet, gekenmerkt door een daadwerkelijk gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijs, onderzoek en beheer van alle betrokkenen op basis van onderling overleg. Derhalve werd door de vakgroep besloten een afvaardiging te sturen n a a r Groningen. Nu er intussen bijna een jaar verlopen is, wilden wij graag vernemen hoe hun ervaringen zijn met hun pionierswerk In Tilburg circuleren nogal negatieve berichten omtrent het Gronings experiment: er zou een groot onbehagen heersen onder de psychologiestudenten, velen zouden terug willen n a a r het vroegere systeem, er zouden veel studenten n a a r elders gaan studeren. Prof. Van Strieen, één van de ontwerpers van de nieuwe opzet, zou overspannen zijn, enz. Wat dit laatste punt betreft, we hebben Prof. Van Strien in een vergadering bezig gezien en hij maakte niet de indruk overspannen te zijn. Zulks ter geruststelling van die leden van het Tilburgs wetenschappelijk corps die met plannen rondlopen om zich in te zetten voor onderwijsvernieuwing Om in het korte tijdsbestek van één dag zo nauwkeurig mogelijk over de gang van zaken geïnformeerd te raken hebben wij het volgende programma afgewerkt. Wij hebben een uitvoerige bespreking gehad met de heren Hofstee (voorzitter subfaculteit psychologie), Van Raalten (docent filosofie). Van Veenen (beheerder instituut soc. psychologie) en Sweens (secretaris instituut soc. psychologie). Hierna hebben wij een plenaire vergadering bijgewoond van het instituut voor sociale- en bedrijfspsychologie, waarin de planning voor het komend studiejaar aan de orde werd gesteld. In de bespreking met de vier stafleden kwamen inderdaad nogal wat negatieve geluiden n a a r voren: veel studenten zijn in de loop van het jaar niet toe gekomen aan een eigen project en zijn gevlucht in geprogrammeerd onderwijs; er zijn vanaf het begin te weinig concrete, gesanctioneerde afspraken gemaakt, zodat er van veel vagelijk geplande activiteiten niets terecht gekomen is; er is veel fraude gepleegd, d.w.z. studenten kwamen niet n a a r de bijeen-
2
komsten of beweerden iets bestudeerd te hebben, terwijl anderszins bleek dat dit niet het geval was. In het algemeen kan men zeggen dat men te ideologisch gestart is. Men heeft te veel vertrouwen gehad in „de nieuwe mens". In de realiteit is gebleken dat studenten en stafleden minder inventief en minder creatief zijn dan men had gehoopt. Vooral van het princiep van zelfbeoordeling van de projectgroepen ziet men zich genoodzaakt terug te komen. Duidelijk werd dat men zich het best tegenover zichzelf waar maakt door zich waar te maken tegenover anderen. „Zelfbeoordeling is de bom onder het project-
onderwijs" was de mening van Hofstee. De nieuwe aanpak heeft ook teveel tijd en energie gevergd van de wetenschappelijke staf. Mede doordat ernaar gestreefd werd door een aantal stafleden om student te zijn met de studenten, „student-spelen" merkte iemand op In feite is dit niet te verwezenlijken. De arbeidsintensiteit van de nieuwe opzet ligt, zonder dat al, zeker tweemaal zo hoog met betrekking tot de wetenschappelijke begeleiding. Voor de toekomst spreekt men dan ook van ,,op co.isulentbasis met groepen meewerken". Voor het volgend jaar wil men ook n a a r meer concrete en gesanctioneerde afspraken. Er moeten weer instanties komen die door de gemeenschap gemaakte afspraken kunnen urgeren. Men kon zich wel indenken dat er nogal wat negatieve berichten circuleren omtrent hun opzet, maar men onderstreepte heel sterk dat alle kritiek in hun eigen gelederen zich afspeelt op basis van de overtuiging dat men op deze weg moet voortgaan. Er is m a a r een zeer kleine groep onder de ongeveer duizend deelnemers die terug zou willen n a a r de oude situatie. Alle onvrede en kritiek moet men opvatten als zich afspelend binnen de nieuwe aanpak. Een grote handicap voor de goede gang van zaken is intussen ook geweest het probleem van de huisvesting van de subfaculteit. Er zijn alle mogelijke verbouwingen bezig, waardoor men veel te kampen heeft met ruimtegebrek. Het verhaal als zouden vele studenten n a a r elders zijn gaan studeren berust niet op waarheid. Er zijn in de loop van dit studiejaar minder studenten weggegaan dan andere jaren. Men kon moeilijk zeggen of er dit jaar meer of minder psychologie gestudeerd is dan andere jaren. W a t er gedaan is, is iets wat niet met vorige jaren te vergelijken valt omdat het heel anders is. Hiermee is het vak psychologie zelf in vraag komen te staan. Wat de toekomst betreft wil men dus wel een en ander herstructuren, maar dit niet door terug te keren n a a r een autoritaire structuur waarin van bovenaf de zaken geregeld zouden moeten worden. Men wil het princiep van democratie kost wat kost vast houden, zij het dat wel de verantwoordelijkheden en bevoegdheden duidelijker geartikuleerd moeten worden. Overleg daarover is trouwens al volop gaande. De wijzigingen welke voor volgend jaar in voorbereiding zijn zullen geen betrekking hebben op het propedeuze program. Men wil dit althans voor het komend jaar nog op dezelfde wijze doen plaats vinden als dit jaar, omdat herstructurering hier als minder urgent wordt aangevoeld. Bovendien is het ondoenlijk, en zeker ook ongunstig, om elk jaar het hele programma te herzien. Speciale belangstelling hadden wij voor de inbreng van de heer Van Raalten,
als filosoof werkzaam m de subfaculteit van psychologie. J a m m e r genoeg kon hij ons niet veel meedelen omtrent ervaringen in projectgroepen, omdat hij hierin nauwelijks betrokken was geweest. Zijn werk betrof vooral de propedeuze, waar hi] n a a r een vruchtbare wisselwerking heeft gezocht tussen een deel cursorisch onderwijs en een deel groepsgewijs samenwerken rond temata waarop de belangstelling van de groep zich centreerde. Wij kregen voorts wel de indruk dat in de projectgroepen in de fase volgend op de propedeuze, de filosofie veel aandacht krijgt, zeker ook van de medewerkers die zelf de band willen leggen tussen psychologie en filosofie, ook al hebben zij zelf niet expliciet filosofie gestudeerd. Nadat wij met stafleden gesproken hadden konden wij drie u u r lang de zaak in bedrijf zien in een plenaire vergadering. Van de 180 leden van het instituut voor sociale- en bedrijfspsychologie waren er n a a r onze schatting 80 aanwezig, studenten en docenten. Er ging enige tijd verloren aan procedurekwesties, waar overigens de voorzitter de schuld van kreeg. Het werd ons niet helemaal duidelijk wat er precies in het geding was. Wij kregen zelfs een beetje het gevoel dat er meer waren die niet precies wisten waar het om moest gaan. Door elkaar speelden de kwesties: een afvaardiging zenden n a a r een coĂśrdinatiecommissie, het wel of niet opsplitsen van het instituut in twee of meer afdelingen en het opstellen van een studieprogram voor het komend jaar.
3
Wdt die afvaardiging betrof waren de moeilijkheden niet zo groot. Voor de afvaardiging waren de professoren en lectoren gevraagd door de een of andere instantie. Men vond dit weinig democratisch en ieder was ervan overtuigd dat het niet per se professoren of lectoren hoefden te zijn. Men zou in een volgende vergadering die afvaardiging nader regelen. Maar toen Prof. Hutte de vergadering verzocht voorlopig h a a r vertrouwen uit te spreken in de afvaardiging van professoren en lectoren, geschiedde dit met algemene instemming. In de verdere discussie bemerkten wij niet veel van tegenstellingen tussen docenten en studenten. Wat ons in de hele vergadering het meest opviel, was dat tegenstanders in staat waren elkaars standpunt samen te vatten en a a n de vergadering voor te leggen, zonder dat de tegenstander protest liet horen vanwege verdraaiing. Vooral de heer Van Strien was daar sterk in. Hij was dat overigens ook in het kort en krachtig formuleren van moties en voorstellen a a n de vergadering. Zo kon men aan de kracht van de argumenten soms bemerken welke ,,mijnheer" tot voor kort ,,professor" werd genoemd. Opnieuw een geruststelling voor hen die vrezen dat afschaffing van de titulatuur met zich mee zou brengen dat de leden van het wetenschappelijk corps de mist ingaan! . . . Wij meenden overigens te bespeuren, dat Van Strien toch niet helemaal zijn zin kreeg. Hij leek ons voorstander te zijn van een grote autonomie van kleine basis-eenheden. Hij bracht dit konkreet n a a r voren in een motie die pleitte voor
t h b 16 - 28 mei 1970
de splitsing van het Instituut voor Sociale- en Bedrijfspsychologie m twee of meer afdelingen Bij een opiniepeiling in een bepaalde fase van de discussie was iets meer dan de helft van de aanwezigen niet van de noodzaak van een dergelijke splitsing overtuigd Dat hing, voorzover we het verloop van de discussie konden volgen, ten sterkste samen met de vraag hoe het programma voor volgend jaar opgebouwd moest worden Met name op het stuk van de verhouding van cursorisch en projectgewijs onderwijs Beide vormen van onderwijs vallen overigens onder de verantwoordelijkheid van staf en studenten W a a r verreweg de meeste aanwezigen het wel over eens leken te zijn dat er volgend jaar tijdens het jaar geen veranderingen meer zouden moeten worden aangebracht, omdat dit - zoals dit jaar gebleken was - verwarring en stagnatie teweeg zou brengen BIJ wijze van besluit mogen we zeggen, dat deze kontaktname met Groningen heel bemoedigend is geweest We hebben sterk de indruk dat men in Groningen een weg opgegaan is die uitzicht geeft op nieuwe mogelijkheden voor het hoger onderwijs Zoals we ook zelf dit jaar met onze filosofiegroepen hebben kunnen ervaren onderwijsvernieuwing zal er alleen maar komen wanneer alle b3trokkenen met vereende krachten op zoek gaan n a a r en durven experimenteren met alternatieve onderwijsvormen en met de daarvoor noodzakelijke nieuwe structuren van onderwijs, onderzoek en beheer Groningen lijkt op Tilburg wel vóór te hebben, dat er een sfeer van onderling vertrouwen is, een enkele uitzondering daargelaten. De meningsverschillen lopen door de geledingen heen, waarbij men tracht elkaar te vinden zonder a priori te weten wie gelijk heeft Zo hebben na een jaar idealistisch proberen student met de studenten te zijn, -een aantal stafleden in toenemende mate behoefte aan een bezinning op de eigen plaats en taak van stafleden. Dat moet n a zo'n jaar wel tot andere conclusies leiden dan tot welke men komt vanuit een bij voorbaat duidelijk inzicht in de plaats en functie van de verschillende geledingen. Toch blijkt het ook m de nieuwe verhoudingen weer mogelijk met ellebogenwerk hoger te geraken op de hiërarchische ladder Met het m onbruik geraken van de titulatuur zijn de enorme salarisverschillen nog geenszins onge daan gemaakt We hebben hierover geen nadere informaties trachten m te winnen Wel vermoedend, vanuit onze Tilburgse achtergrond, dat dit voorlopig nog als een pijnlijk onderwerp zou worden beschouwd F. van Doome M. Rijk
De zelfrechtvaardiging van een provosoor of waarom ook de kamer van Prof. Stalpers werd bezet
Het betoog van professor Stalpers (de verziekmg van het verzet) m het vorige THB heeft m mij een soort stijgende verbazing veroorzaakt, om niet te zeggen tot een schok van herkenning geleid, ware het niet dat ik gegronde vermoedens had om aan de zakelijke juistheid van zijn opvattingen te twijfelen, ja zelfs om deze gevaarlijk te vinden Te beginnen met die punten waarop onze opvattingen overeenstemmen 1 Prof Stalpers bekent m dit stuk dat voor hem de keuze tussen establishment en progressie geen punt (meer) is Het 18 meer een kwestie van taktiek, zegt hij, en bij de keuze tussen Roel van Duijn en Ton Regtien blijkt hij zich meer met de kabouterdenkbeelden te vereenzelvigen Kortom, Stalpers heeft Imkse denkbeelden Welk een schok voor ons, die de man steeds n a a r zijn daden hebben beoordeeld om nu te vernemen hoe de professor met ons sympatiseerde toen we vorig jaar probeerden met een bezetting het medebeslissmgrecht te ontfutselen aan de machthebbers Ja zelfs de konfliktstrategie die we toen als strijdmiddel gebruikten, wordt door Stalpers als terecht en suksesvol toegejuicht Wonderlijk nietwaar'? 2 Stalpers tweede stelling die mijn instemming heeft
Om terug te komen op die taktiek Stalpers ziet het blijkbaar met meer Evenals De Moor, die de studenten een jaar geleden ook veel ideahstieser vond, is hij zwaar teleurgesteld m wat dit sociopatiese volkje nu weer heeft gepresteerd Na een jaar lang de fakulteit uit het overleg en met een kluitje m het n e t te hebben gestuurd, richten ze zomaar een alternatieve fakulteit op en gaan wat kamertjes bezetten Dit gaat zelfs de demokratiese Stalpers te ver en om dit duidelijk te maken heeft hij tegen de studenten die bij hem binnenkwamen een klacht ingediend met als gevolg de bekende tuchtmaatregelen Daarmee heeft hij (en niet voor de eerste keer) kleur bekend In zijn stuk m het THB zie ik niets anders dan een ellenlange poging tot zelfrechtvaardiging, een ,,bewijs" van eigen progressiviteit, en daarom zou ik tenslotte Stalpers zelf willen citeren ,,het is nodig te komen tot de schok van de herkenning van de eigen onechtheid" Alda Pellemans
Sommige universiteitsbladen hebben permanent het karakter van een schoolkrant. Andere hebben dat soms.
„De enig mogelijk weg om, uitgaande van de processen van onderwijs en onderzoek, van onder af en stap voor stap veranderingen te realiseren wordt, voorzover het aan de formele organisatie ligt, vanuit een stelselmatig wantrouwen gesaboteerd" Hoe zou je anders de absolute onwil moeten verklaren om te overleggen wanneer het over fundamentele zaken moet gaan als inhoud van de stof, eksamens en benoemingen Om maar met te spreken van de ,,paranoïde bevangenheid" van de fakulteit t a v het prmsiepe van de man-een-stem De voorbeelden van gesaboteerd overleg zijn door Stalpers alle genoemd struktuurkie, studieraad, stuurgroep Het terremtje verdedigen lijkt meer van toepassing op de huidige bestuurders en het lijkt mij dan ook absoluut niet terecht om de ,,leidende linkse groepen" te beschuldigen en voor te stellen als romantiese guerilla's op hogeschoolformaat Daarmee kenschetst men een hele beweging n a a r uiterlijke kenmerken (van enkele mensen eruit)
4
grafische kunstinrichting j . j . a. van der wee n.v. koestraat 83-85 tilburg
CONGRESS' Capitalism in the Seventies Op 10, 11, 12 en 13 september a s zal er m Tilburg een kongres plaats vmden over het kapitalisme m de zeventiger jaren Het doel en het programma van het kongres zijn hieronder summier weergegeven Kongres De ideologie van het Westen heeft een systematische ontwikkeling van het „andere", op Marx geïnspireerde denken steeds m de weg gestaan De spaarzame pogingen, die desondanks na de tweede wereldoorlog werden ondernomen om de tegenstrijdigheden van het monopoliekapitalisme te etaleren en te analyseren, vertoonden doorgaans de sporen van hun isolatie Bovendien had het kapitalisme zelf er het meeste profijt van Door het afzonderen van zwarte schapen werd de ideologische eenheid m wetenschap en maatschappij versterkt en kon de energie van de meerderheid worden gericht op punten van ondergeschikt belang Het studentenprotest van de laatste jaren, het verzet van de negers m Amerika en de groeiende mihtantie van de arbeidsbewegmgen m Europa hebben de situasie ingrijpend veranderd Er IS meer ruimte geschapen voor het Marxistische denken, terwijl de behoefte aan een breder theoretisch kader bij hen, die actie voeren, groeit De
isolatie wordt opgeheven in de eenheid van theorie en praktijk Dit is echter pas het begin Doorgaan met de strijd betekent organiseren, denken en manifesteren Dit internationale kongres wil hiertoe een bijdrage leveren door bekende en minder bekende socialistische denkers uit verschillende landen en van verschillende generaties bijeen te brengen rond thema's als klassenstrijd, imperialisme .vervreemding, uitbuiting en dergelijke, die ondanks alle tegenpropaganda hun reële betekenis behouden Het accent ligt daarbij op de economie, m a a r wat is het kapitalisme anders dan een systeem waarin de materiele aspecten domineren ten koste van de meer humane"? Het kongres kan een historische gebeurtenis worden Als er enige waarheid m deze woorden schuilt, zal het dat ook worden' Doelstelling Het organiseren van een internationaal wetenschappelijk kongres van economen Thema De ontwikkeling van het kapitalisme m de jaren zeventig t a v - de geïndustrialiseerde landen, - de onderontwikkelde landen Achtergrond De opleving van de maatschappijkritiek
5
m de laatste jaren is oo ^ aan economen niet voorbijgegaan Stond in het begin van de zestiger jaren de groei en conjunctuurproblematiek in het cent r u m van h u n belangstelling, heden beginnen de nadelige nevengevolgen van groei- en conjunctuurontwikkeling en beheersing hun aandacht steeds meer op te eisen Ook klinken geluiden door voor de vraag of de beheersing van deze nevengevolgen fundamentele maatschappelijke veranderingen zal gaan vereisen Een noodgedwongen beheersing wel te verstaan en daarom zullen de wetenschappen m het algemeen en de sociale wetenschappen m het bijzonder na moeten gaan welke veranderingen dit zijn en wat hier weer de consequenties van zullen zijn, enz enz Helaas is de hoofdstroming der economische wetenschap te zeer gebiologeerd geweest door de - oppervlakkig gezien - suksesvolle conjunctuurbe heersmg Maatschappijkritiek vanuit de economie vindt men dan ook alleen bij internationaal verspreide en individueel opererende dissidente economen De tijd hjkt kennelijk rijp om na te gaan - wat deze economen ons te zeggen hebben, - hoe hun belichting van de komende 10 jaar eruit ziet, - hoe de economische wetenschap beter op de werkelijke economische problematiek van de toekomst kan worden gericht Op dit gebied loopt de Verenigde Staten op Europa vooruit Aan de Harvarduniversiteit bestaat al een research team voora maatschappijkritiek vanuit de economie Wellicht betekent dit kon gres een keerpunt m deze ontwikke ling
t h b 16
28 mei 1970
Programma Congress Capitalism in the seventies DONDERDAG 10 SEPTEMBER 1970 14.00-14.30 uurOpening door L v. d Klundert. CAPITALISM: OLD AND NEW. 14.30-15 30 uurErnest Mandel (België) over: De geschiedenis van het kapitalisme. 16 00-17 00 u u r Elmar Altvater (W -Du'tsland) over De machtsverhoudingen in het moderne kapitalisme. 17.30-18.30 uurAndré Frank CChili) overDe relatie geïndustriahseerde en onderontwikkelde landen.
In het artikel van T van Schaik over de teach-in ,,burgerlijke ekonomie" (THB 14, 29 april jl ) zijn tot onze spijt twee storende fouten geslopen
ZATERDAG 12 SEPTEMBER 1970 IMPERIALISM AND UNDERDEVELOPMENT 10.00-11.00 uur: Samir Aman (Senegal) over: Herinterpreatie van de theorie van de internationale economische betrekkingen vanuit een marxistisch standpunt bezien
In de eerste almea, 7e regel staat- Het geheel kan tegen de achtergrond van een karakteristieke signatuur van het Hogeschoolblad worden geplaatst, omdat hierin de meest uiteenlopende meningen n a a r voren plegen te komen Dit had moeten zijn: Het geheel kan niet enz.
11.30-12 30 uur Richard Wolff (USA) over: De internationale handel
In de tweede alinea, Ie regel staat Het is verspilde moeite interpretatiepolitiek over deze teach-in te entameren.
14.30-15.30 uur. Marcello de Cecco (Italië) over: Inflatie en internationale monetaire crisis. 16 00-17 00 uurVictor Perlo (USA) over: De relatie USA-derde wereld.
Interpretatiepolitiek had interpretatiepolemiek moeten zijn.
Panel-diskussie 18.00-21.00 uur: Debat- Amin, Frank, Perlo, Wolff, De Cecco.
Panel-diskussie 14 00-16 00 uur: Debat: Gorz, Sutchffe, Perlo, Altvater. Voertaal: Engels.
ZONDAG 13 SEPTEMBER 1970
Inschrijving congres
VRIJDAG H SEPTEMBER 1970 WESTERN CAPITALISM AND MARXIAN THEORY 10.00-11.00 u u r Jacques Valier (Frankrijk) over: De stagnatie in het moderne kapitalisme 11.30-12.30 uur: Bob Rowthorn (UK) o verDe betekenis van de staat in het moderne kapitalisme 14 00-15 00 uur: Herbert Gintis (USA) over: De allocatie in het moderne kapitalisme. 15.30-16 30 uur. Maurice Dobb (UK) over: De waardetheorieën. Panel-diskussie 19.00-22.00 uur: Debat Valier, Dobb, Rowthorn, Gintis Voorzitter: L v. d. Klundert.
Rektifikatie
FUTURE OF CAPITALISM IN POOR AND RICH COUNTRIES 10 30-1130 uur: André Gorz (Frankrijk) over. Noodzakelijke veranderingen jaren '70.
in
de
12.00-13.00 uur: Bob Sutchffe (UK) overDe theorie van de relatie tussen geïndustrialiseerde en onderontwikkelde landen.
Uitknippen en opsturen n a a r antwoordnummer 146 Tilburg Ondergetekende: naam
m/v
adres woonplaats
universiteit
schrijft in voor het kongres en heeft overgemaakt ƒ 7,50 / ƒ 10,— / ƒ 15,— op Amro-bank Tilburg t.n v. Stichting Congress "Capitahsm in the Seventies", rekeningnummer 45 57 00 710. wenst wel / geen slaapplaats in Tilburg of omgeving op 10 / 11 / 12 september spreekt ook Frans / Duits s v p alleen doorhalen wat niet van toepassing is.
6
Het wetenschappelijk-strategies kongres staat open voor maximaal 1003 deelnemers uit binnen- en buitenland. De voertaal is Engels. Op verzoek kan voor provisoriese slaapgelegenheid worden gezorgd, mogelijk tegen vergoeding Men moet dan wel zelf een slaapzak meebrengen. De kosten per deelnemer bedragen n a a r draagkracht ƒ 10,— of ƒ 15,— inklusief de kulturele manifestaties. Voor werkende jongeren, studerenden en andere minder draagkrachtigen is het inschrijfgeld ƒ 7,50, bij vooruitbetaling te voldoen op Amro-bank Tilburg t g.v. nummer 45 57 00 710 t.n.v Stichting Congress Capitalism in the Seventies. Men kan zich inschrijven d m v . onderstaande stook op te zenden aan antwoordnummer 146 te Tilburg. Na betaling ontvangt u een bewijs van inschrijving en bij aankomst de kongresmap. De uiterste datum van betaling is 15 augustus. Latere inschrijvers kunnen wij geen deelname garanderen Verder inlichtingen bij: Kongreskollektief Sekretariaat: Hogeschoollaan 225 Telefoon 70960 (toestel 317 van de heer Boerboom) Tilburg.
middelpunt
Internationale handel en ekonomische groei
Samenvatting van het proefschrift „Internationale handel en economische groei", met als ondertitel: Implicaties van de Heckscher-Ohlin Theorie, van de heer A. J. W. van de Gevel, die op woensdag 13 mei 1970 aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg cum laude promoveerde tot doctor in de economische wetenschappen. Promotoren waren Prof. Dr. A. H. M. Albregts en Prof. Dr. Th. C M. J. van de Klundert. In deze studie wordt onder meer een gedachtengang ontwikkeld die van be tekenis is bi] het verklaren van het mdustnalisatieproces m ontwikkelmgs landen Gesteld wordt dat de vestiging van bepaalde industrieën (o a textiel en staal) m ontwikkelingslanden met alleen te verklaren is door de intensiteit waarmee arbeid m het produktieproces wordt aangewend en het bestaan van een binnenlandse markt Een additionele en belangrijke faktor is de volwassenheid van de industrie en de stabiliteit van het produktieproces Met name vanwege het belang van dit laatste element kan blijken dat de ves tigmg van kapitaalintensieve volwassen industrieën m ontwikkelingslanden
moet worden aangemoedigd, boven die van arbeidsintensieve nieuwe mdus tneen Enerzijds wordt uiteengezet waarom de kostenvoorsprong die een bepaald land op een gegeven tijdstip m een bepaalde industrie heeft, kan verdwijnen n a a r mate het produkt m kwestie meer ge standaardiseerd is Anderzijds komt tot uitmg dat landen, die bij bepaalde pro dukten aanvankelijk een kosten-nadeel hebben, deze goederen naarmate het produktieproces tot volle wasdom is gekomen op concurrerende basis kun nen gaan produceren De analyse verschaft voorts inzichten m enige internationale economische problemen die sinds enkele jaren m het
van de discussie
staan
Deze zijn het probleem van de technologische achterstand van Europa op de Verenigde Staten, de kwestie van de directe Amerikaanse investeringen in Europa en de kwestie van de exodus van geleerden n a a r de Verenigde Staten Geconcludeerd wordt dat de huidige bezorgdheid omtrent deze drie proble men een weerspiegeling is van protectionistische en nationalistische reacties op een wereldeconomische ontwikkeling w a a n n technische vindingen overheer sen In het belang van die ontwikkeling moeten deze vernieuwingen worden verwelkomd Door het aanvaarden van een liberale politiek met betrekking tot de internationale handel, investering en migratie kunnen zij worden aangemoe digd De heer A J W van de Gevel is in 1937 m Tilburg geboren Hij studeerde a a n de Katholieke Hogeschool en slaagde m 1964 voor het doctoraal examen economisch-sociologische richting Sindsdien is hij als wetenschappelijk medewerker voor de internationale economische be trekkingen werkzaam a a n de hoge school Verder heeft hij gestudeerd a a n de Universiteit van Cambridge (Engeland) en enige studiereizen gemaakt n a a r onder andere de Verenigde Staten en de Sovjet Unie
Uitgaven van j . h. de bussy - amsterdam j h march - herbert a simon
organisaties paperback ƒ24,50 - geb
ƒ29,50
m dit veelomvattende boek over het wezen van organisaties wordt een overzicht gegeven van de verschillende benaderingen van dit onderwerp door sociologen aanhangers van taylor s scientific management organisatie-deskundigen sociaalpsychologen en economen het toetst de talrijke stellingen over organisaties en hun wederkerige relaties aan het beschikbare empirisch materiaal daarom kan dit boek gerekend worden tot de fundamentele werken op dit terrein herbert a simon
de besluitvorming in de organisatie paperback ƒ22,50 - geb
ƒ29,50
met deze analyse van waarde oordelen in het proces van besluitvorming, dat aan het bestuurlijk handelen ten grondslag ligt heeft simon een nieuwe en waardevolle richting gegeven aan de organisatieleer en een belangrijke bijdrage geleverd aan de theorie van het leidinggeven prof dr p c van traa gedachtenwereld
geschiedenis van de economie; de evoluties m een academisch paperback ƒ 17,50
de geschiedenis van de economie laat ons zien hoezeer de theorie van deze wetenschap voortdurend in beweging was en geeft ons hiervoor ook de verklaring zij is om twee redenen leerzaam zij kan ons er voor hoeden de uitkomsten van de huidige wetenschap te veel als absolute waarheden te zien en dat op wat langere termijn bezien de resultaten toch minder uiteenlopend de vorderingen minder spectaculair zijn dan men vaak denkt
in voorraad bij
boekhandel gianotten
wetenschappelijk filiaal prof verbernelaan 100 (studentenflat) - telefoon 04250-73181 - tilburg enig filiaal van heuvel 43 - tilburg gespecialiseerd op wetenschappelijk gebied
7
t h b 16
28 mei 1970
Noodsituatie
In het algemeen heeft het weinig zin om terug te grijpen n a a r gebeurtenissen die reeds enige tijd geleden hebben plaatsgevonden. Hierop wil de redaktie zelf voor eenmaal een uitzondering maken. Op 18 maart verzocht de redaktie aan het Senaatsbestuur zijn standpunt bekend te maken aangaande de beslissing van professor De Moor om in overleg met „welwillende" studenten plaats en uur van de te houden kolleges vast te stellen. Het punt was voor de redaktie of door een dergelijke procedure de openbaarheid van de kolleges, die bij de wet is voorzien, niet in het geding werd gebracht. Op 13 mei werd daarop het volgende antwoord ontvangen: Aan de Redactie van het Tilburgs Hogeschoolblad Tilburg, 13 mei 1970
Kultuursociologie?
Boekbespreking De (on)macht van de consument*
Mijne Heren, Hierdoor deel ik U mede, dat Uw schrijven dd. 18 maart 1970 onderwerp van bespreking is geweest in de vergadering van het Senaatsbestuur dd. 23 april 1970. In aansluiting daarop bericht ik U gaarne het volgende. In het algemeen zijn de colleges, die aan de Katholieke Hogeschool worden gegeven openbaar en toegankelijk voor alle aan de Katholieke Hogeschool ingeschreven studenten, alsmede voor andere in artikel 77, lid 5, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs aangeduide personen. De colleges worden volgens een vastgesteld rooster en patroon gegeven en kunnen door de hierboven genoemden worden gelopen. Wantreer 'het geven of het volgen van colleges door bepaalde omstandigheden onmogelijk is, ontstaat een nieuwe situatie, c.q. een noodsituatie. Alsdan moet men er rekening mede houden, dat aan de bij een normale gang van zaken te stellen eisen niet meer kan worden voldaan. Met betrekking tot de inhoud van het college heeft de docent alle vrijheid binnen de grenzen van zijn leeropdracht. Voor het geval iemand meent reden tot critiek te hebben, dient hij er rekening mede te houden, dat een algemene verantwoordelijkheid voor studieprogramma en leerstoelenbeleid bij de faculteit berust. Hoogachtend, Prof. Dr. C. F. Scheffer, Rector Magnificus
De individuele consument kan geen macht (meer) uitoefenen, de individuele producent (nog) wel. Bundehng van consumenten, hetzij toevallig door parallel gedrag dan wel bewust nagestreefd, leidt niet steeds tot uitoefening van macht zoals beoogd. Het is wenselijk, dat de overheid het initiatief neemt tot vorming van een contra-macht, of een dergelijke vorming stimuleert. Om te komen tot een meer verantwoord - of minder onverantwoord - functioneren van onze economie is het zinvol en noodzakelijk onafhankelijke organisaties te hebben die de aangeboden kwaliteit beoordelen in samenhang met de gevraagde prijs en reclame. De consumentenorganisaties in het buitenland wijzen op een evolutie die tendeert n a a r een dualistisch systeem, met aan de ene kant privé-initiatieven en aan de andere overheidsinstellingen. De zwakte van privé-initiatieven is, vooral in het aanvangsstadium, de beperktheid van de financiële mogelijkheden. Aan overheidsinitiatieven is dikwijls het bezwaar verbonden dat zij niet ondubbelzinnig het verbruikersbelang kunnen vertegenwoordigen. Tot de taken van de consumentenorganisaties behoort niet alleen het voorlichten over wat te koop is, m a a r ook het uiten - namens de consument - van wat wél en wat niét acceptabel is. De producent heeft te maken met vier categorieën consumenten: de professio-
8
nele, de statistische, de individuele en de georganiseerde consument. Van de individuele consument kan gezegd worden, dat hij niet kan zeggen hóé hij een bepaald product hebben wil, m a a r kan kiezen wat hij hebben wil. De taak van de overheid dient te bestaan uit bescherming van de consument tegen agressie en misleiding en bevordering van de marktdoorzichtigheid door reglementering van prijsaanduidingen, prijsaanduidingen per standaardhoeveelheid, cadeaustelsels en het geven van voorlichting. De waarde van dit boekje ligt m.i. vooral hierin, dat het grote tekortkomingen in de gangbare economische theorie m.b.t. het handelen van de consument, namelijk het vooronderstellen van rationaliteit en autonomie, heeft aan de kaak gesteld, waar de theorie (misschien) een beschrijving van de werkelijkheid beoogde te geven. Johan Yntema • De Con) macht van de consument Studium Generale 5 Uitgave Universitaire Pers Rotterdam 88 blz. Prijs ƒ 7,50
Als student heb ik erg veel gereisd. In Cambodja, Vietnam en Biafra ben ik nooit geweest. Het was daar toen zo'n bende, zeiden ze.
Adviesnormen studietoelagen voor het jaar 1970/1971 Algemeen gedeelte 1 Door de Rijksoverheid kunnen krachtens artikel 80, hd 1 van de Wet op het Wetenschappehjk Onderwijs studietoe lagen worden verleend „Onze minister kan aan financieel minder draagkrachtige studenten met goede aanleg studietoelagen verlenen tot een door hem vast te stellen maximum" 2 De afdehng Rijksstudietoelagen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen beslist aan wie en tot welke hoogte een studietoelage wordt verleend en gaat daarbij uit van het advies van de hogeschool en van het inkomen van de aanvrager en diens ouders 3 Een Rijksstudietoelage heeft de vorm van een beurs (a fond perdu) of van een gemengde toelage, van welke laatste 60 % als schenking en 40 % als renteloos voorschot van het te verstrekken bedrag wordt uitgekeerd 4 Het advies van de hogeschool kan een beurs, een gemengde toelage, een toelage voor een half jaar (september tot en met februari) of een afwijzing inhouden, het advies hangt af van de examenresultaten en van de periode van voorbereiding op het examen 5 Terwille van de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid van alle studenten, ongeacht de fakulteit waaraan zij studeren, zijn door het bureau Studentenbelangen m samenwerking met ds fa kulteiten normen voor de advisering opgesteld, welke normen nauw verband houden met de vigerende exameneisen 6 De adviezen worden uitgebracht door het bureau Studentenbelangen, dit ge schiedt voor het merendeel van de aanvragers m de periode van april tot augustus, zodat zij m de maand september hun eventuele toelage kunnen ontvangen 7 De uit te brengen adviezen staan m geen enkel verband tot de hoogte van de bedragen, die als toelagen worden toegekend Het inkomen van de ouders en van de student zelf is bepalend voor de hoogte van het bedrag Het maximum voor het jaar 1970/1971 zal ƒ4750,— bedragen, exclusief ƒ 10,— inschrijfgeld en ƒ 200,— kollegegeld 8 Persoonlijke of sociale omstandigheden die de studieresultaten ongunstig beïnvloeden of beïnvloed hebben, kunnen, mdien deze aan de studentendekaan zijn voorgelegd, in afwijking van de adviesnormen een positief advies rechtvaardigen 9 In bijzondere gevallen kunnen integrale renteloze voorschotten worden verkregen volgens daarvoor door het Ministerie van Onderwijs en Weten-
schappen gegeven richtlijnen (studie aanvang op latere leeftijd, studie onzwaai, tweede doktoraal-studie, weigerachtigheid der ouders, huwelijks- c q gezinstoelagen), men raadplege hier voor de studentendekaan 10 Bij de vaststelling van adviezen wordt gelet op de periode tussen het voorlaatste en laatste examen en op de uitslag van het laatste examen 11 Wie voor een examen slaagt, krijgt een gunstig advies Afhankelijk van de voorbereidingstijd en de uitslag luidt dit advies beurs of gemengde toelage (afgekort b of g t ) 12 De aanvrager, die na de langste periode van voorbereiding, die m het betreffende adviesschema staat vermeld, zijn examen nog niet heeft gehaald, krijgt een afwijzend advies 13 Ten aanzien van hen, die m juni of juli d n e of zes maanden krijgen voor hun examen, of geen examen afleggen terwijl zulks gelet op het studieprogramma verwacht kon worden, wordt, behoudens net bepaalde sub 8 en 12, een toelage voor zes (6) maanden geadviseerd Indien het examen m die pe node met goed gevolg wordt afgelegd volgt een aanvullend positief advies voor de rest van het studiejaar Zo met, dan heeft geen k o n t m u e n n g van de toelage plaats - hetgeen overeenkomt met een afwijzend advies - voor het lopende kursusjaar Daarna wordt een gunstig advies weer uitgebracht zodra het examen met goed gevolg is afgelegd
tussen het voorlaatste en laatste examen, het uit te brengen advies Om te weten, welk advies onder normale omstandigheden (zie Algemeen gedeelte sub 8) op grond van een examen wordt uitgebracht, berekent men het gemiddelde examencijfer Dit cijfer valt dan m score 1, 2 of 3 als volgt gemiddelde score hoger dan 7 1 6% tot en met 7 2 beneden 6% 3 (mits geslaagd) Vervolgens kan men uit de hiernavolgende adviesschema's op de betreffende regel het advies afleiden
Ekonomische Fakulteit
a Programma emd Ie jaar propedeutisch examen (jum/september) emd 2e jaar kandidaatsexamen I (jum/september) emd 3e jaar kandidaatsexamen II (jum/september) emd 4e jaar (econometrie september) emd 5e jaar emd 6e jaar doktoraal examen b Examendata propedeutisch examen juni, september, januari kandidaatsexamen I juni, september, december (alleen herk ) kandidaatsexamen II juni, september, december doktoraalexamen juni, september, december, februari (april) 14 Het kollegejaar wordt geacht met ingang van 1 september te beginnen c Adviesschema's Voor degenen, die aan het emd van een Prop minder dan of gelijk aan kollegejaar (juni/juli) voor een examen examen 10 m 13 m 17 m zijn geslaagd, wordt de periode van 1 b b gt voorbereiding gerekend vanaf de aan2 b gt gt vang van het nieuwe kollegejaar 3 gt gt gt 15 Onderstaande normen worden ge- C I-examen hanteerd bij de advisering voor het stu- Het C I-examen telt voor de advisering diejaar 1970/1971 niet mee Het gaat er dus om in de 16 Op daartoe strekkende verzoeken gestelde tijd na het propedeutisch exavan provinciale, gemeentelijke en parti- men het C Il-examen te behalen In zokuliere studiefondsen wordt zoveel mo- verre blijft het advies op grond van het gelijk op gelijke wijze geadviseerd propedeutisch examen gehandhaafd, ongeacht het tijdstip en de uitslag van Bijzonder gedeelte het C I-examen Op deze regel zijn twee In het verleden werd bij het hanteren uitzonderingen van de adviesnormen per fakulteit uit- 1 Indien een aanvrager na zijn propegegaan van de voor de examens toege- deutisch examen een verkregen toelage kende judicia Omdat deze judicia niet verliest, kan hij door het behalen van voor elke fakulteit gelijk lagen en voor zijn C I-examen weer een gunstig advies het merendeel zijn afgeschaft, worden verkrijgen voor het vervolg zgn scores gebruikt, 2 Indien een aanvrager, die op grond die gebaseerd zijn op de voor de exa- van zijn propedeutisch examen een ge mens behaalde gemiddelde cijfers Het mengde toelage heeft verkregen, zijn gemiddelde cijfer, dat men voor de tot C I-examen zoveel beter aflegt, dat hij, een examen behorende vakken behaalt, als het zijn propedeutisch examen bebepaalt, m samenhang met de periode troffen had, een beursadvies gekregen
9
tlib 16
28 mei 1970
zou hebben alsnog CIIexamen
dan krijgt hij dit advies
22 m b b gt
25 m b b gt
28 m b gt gt
Econometrie minder dan of gelijk aan 25 m 28 m b b b b gt gt
Het advies, dat na het afleggen van het CII examen wordt uitgebracht, is gebaseerd op zowel de cijfers behaald voor het C I- als voor het C II examen Voor econometristen wordt bovendien het aanvullend C II examen econome trie m de beoordeling betrokken Doktoraalexamen - Het advies, uitgebracht op basis van het kandidaatsexamen, wordt gekontinueerd voor het eerste en tweede jaar daarna - Ten aanzien van degenen, die later dan twee jaar na hun kandidaatsexamen zullen afstuderen, zal met de fa kulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies
Sociale Fakulteit a Programma
minder dan of gelijk 22 m 25 m b b b b gt gt
1 2 3
minder dan of gelijk aan
1 2 3
C II examen 1 2 3
DIexamen
In geval van afwijking van het normale D I programma wordt het advies uit gebracht m overleg met de fakulteit Doktoraalexamen II Ten aanzien van degenen, die later dan een jaar na hun D I zullen afstuderen, zal met de fakulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies
Juridische Fakulteit
b Examendata kandidaatsexamen I juni, september, januari kandidaatsexamen II juni, oktober, januari doktoraalexamen I december, februari doktoraalexamen II m overleg c Adviesschema's Cl mmder dan of gelijk examen 10 m 13 m 1 b b 2 b gt of b* gt gt
b Examendata
CIIcamen
c Adviesschema's Prop examen 1 2 3
minder dan of gelijk aan 10 m 13 m 17 m b b gt b gt gt gt gt gt
Kand examen 1 2 3
minder dan of gelijk 10 m 13 m b b b b gt gt
aan 17 m gt gt gt
minder dan of gelijk aan
1 2
b b
10 m
14 m b b
3
gt
gt
17 m b gt ofb gt
I
minder dan of gehjk aan
amen
28 m
30 m
b b gt
b gt gt
1 2 3
* beursadvies indien de aanvrager een extra tentairen latijn heeft moeten doen
Doktoraalexamen II aan 16 m b gt gt
Ten aanzien van degenen, die later dan een jaar na hun doktoraalexamen I zullen afstuderen, zal met de fakulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies
10
Theologische Fakulteit a Programma eind Ie jaar propedeutische toets emd 2e jaar kandidaatsexamen emd 3e jaar emd 4e jaar doktoraalexamen I emd 5e jaar emd 6e jaar doktoraalexamen II eind 7e jaar pastorale opleiding b Examendata propedeutische toets tentamenge WIJ s kandidaatsexamen juni, september, januari doktoraalexamen I in overleg, tentamengewijs doktoraalexamen II m overleg pastorale opleiding juni
a Programma eind Ie jaar kandidaatsexamen I emd 2e jaar kandidaatsexamen II emd 3e jaar begin 5e jaar doktoraalexamen I emd 5e jaar doktoraalexamen II
eind Ie jaar propedeutisch examen (juni/september) eind 2e jaar kandidaatsexamen Cj uni/september) eind 3e jaar emd 4e jaar doktoraalexamen I emd 5e jaar doktoraalexamen II
propedeutisch examen juni, -september, januari kandidaatsexamen juni, september, december doktoraalexamen I m overleg, tentamengewijs doktoraalexamen II m overleg
aan 29 m b gt gt
c Adviesschema's Prop minder dan of gehjk aan toets 10 m 13 m 16 m 1 b b gt 2 b gt gt 3 gt gt gt Kand minder dan of gelijk aan 10 m 13 m 17 m examen 1 b b gt b gt gt 2 gt gt gt 3 minder dan of gelijk aan Dl 22 m 25 m 29 m examen b b gt 1 b gt gt 2 gt gt gt 3 Doktoraalexamen II - Het advies, uitgebracht op basis van het doktoraalexamen I wordt gekontinueerd voor het eerste en tweede jaar daarna - Ten aanzien van degenen, die later dan twee jaar na hun doktoraalexamen I hun doktoraalexamen II zullen afleggen, zal met de fakulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies Pastorale opleiding Ten aanzien van degenen, die later dan een jaar na hun doktoraalexamen II hun pastorale opleiding zullen voltooien, zal met de fakulteit overleg worden gepleegd over het uit te brengen advies Opmerking I Voor degenen, die eerder dan m 1966 zijn ingeschreven, gelden mutatis mu tandis dezelfde regels Opmerking II Degenen, die zich voorbereiden op een verplicht voortentamen latijn en grieks, kunnen de propedeutische toets en het kandidaatsexamen met twee jaar vertraging afleggen Het uit te brengen advies heeft dan mede betrekking op het voortentamen Nadere inlichtingen omtrent Rijksstudietoelage bij het Bureau Studentenbelangen. Geopend, iedere werk dag van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16 00 uur.
Mededelingen Algemeen GESLAAGDEN Doctoraal examen economische wetenschappen maart 1970 P L M Beelen, Tilburg R W J M Bos, Scharn-Heer A R Caram ( c l ) , De Bilt A E J M Dassen, Eindhoven J G M van Di]k, St Anthoms J W Ederveen, Driebergen H J A Grob, Zevenaar F. B M Harmsze, Den Bosch A J M van Hel voort ( c l ) , Tilburg J H C M Hermans, Geleen J A J M van de Heijnmg, Chaam J H V Jorna, Arnhem J A Kamsma, Tilburg R Koelink, Enschede M J M A Laukens, Helmond J L M T v Mackelenbergh, Roermond P J van Meel, Hilvarenbeek A M M Nagtzaam, Ossendrecht J J A Niesten, Roermond H J F M op 't Veld, Roermond J Remijn, 's Heerenhoek K O E Rooymans ( c l ) , Eindhoven F H M de Ruyter, Roermond H M A Schippers ( c l ) , Tilburg H C Schnetkamp, Vught A J H Sieben ( c l ) , Heerlen C A J de Swart, Beverwijk C E C L Turner ( c l ) , Tilburg J A A M Verouden, Heerlen H B J M Vermeer, Tilburg J M Vermeer ( c l ) , Almelo G A J Viskaal, Almelo J G Vijverberg, Tilburg P M V M Wehberg, Oss R A Willemsen, Renkum P J M Zuiderwijk ( c l ) . Wateringen GESLAAGDEN Doctoraal examen sociale wetenschappen maart/april 1970 S J M Belleman, Heiloo W L G C Dierckxsens, Roosendaal G F Hartman, Zevenbergen N J A H van Hees, Boxtel P L W Huyts, Baarn Me] J E A M Jacobs, Fijnaart S Janssen, Tilburg G M J Maassen, Maastricht G H M van de Spank, Schijndel Me) A A M G Vermeulen, Tilburg GESLAAGDEN Doctoraal examen rechtswetenschappen maart/april 1970 F J M Sanders, Tilburg H B A Verhoeven ( c l ) , Rijswijk
4 Aan het Curatorium zal worden verzocht onderstaand oordeel inzake het „Ontwerp besluit houdende wijziging van het Academisch Statuut (regeling toegang studierichting econometrie van de interfaculteit der actuariële wetenschappen en econometrie)' dd 10 april 1970 aan de Academische Raad ter kennis te brengen GESLAAGDEN Het is juist te constateren, dat de examenprogramma's en de onderwijsproMondeling examen accountancy gramma s van de studierichting der maart 1970 econometrie m de interfaculteit der J A F M Boemaars, Alphen en Riel actuariële wetenschappen en economeJ L M Geelen, Vught trie dezelfde zijn als die in de faculteit Th J M Gruisen, Sittard der economische wetenschappen On0 P M Haf f mans Capelle a d IJssel juist IS het hierbij een uitzondering te maken voor het vak wiskunde, hetwelk R J M Terpstra, Rijswijk m de interfaculteit ruimer bestudeerd zou worden Bij gelijke opleidingen die BESLUITEN VERGADERING nen ook de regelingen gelijk te zijn HOGESCHOOLBLADKOMMISSIE EN Dienovereenkomstig zal de interfacul-KORRESPONDENTEN 12 MEI 1970 teit de gewenste fasering in de wis 1 De vergadering besluit tot voortzet- kunde voor het kandidaatsexamen zelf ting van het experiment met de korres moeten kunnen regelen, zoals de faculpondenten en tot handhaving van de teit hiervoor zelf een regeling mag tweewekelijkse besprekingen van de treffen redaktie met de korrespondenten Voorts dient de onderwijsbevoegdheid 2 Het beleid van de redaktie wordt voor het vak wiskunde eveneens vergoedgekeurd en men is van mening dat bonden te worden aan een getuigschrift het Hogeschoolblad de opinievorming van het met goed gevolg afgelegd docaan de hogeschool stimuleert toraalexamen m de econometrische richting van de economische faculteit BESLUITEN EN MEDEDELINGEN 5 Aan het Kennedy Instituut wordt een VERGADERING SENAATSBESTUUR wijziging van artikel 6 lid 2, van de VAN 23 APRIL 1970 Statuten van dit instituut voorgesteld, waardoor het Senaatsbestuur eventueel 1 Aan 13 studenten, die vrijdag 17 april twee met-senaatsleden kan aanwijzen de kamer van Prof De Moor binnen- van de door het Senaatsbestuur te bedrongen en deze kamer bezet hielden, noemen vijf leden van het bestuur van wordt een voorwaardelijke schorsing het Kennedy Instituut opgelegd De maatregel houdt m dat mdien een van deze studenten voor 6 Aan de Commissie Studievoorlichting 1 januari 1971 andermaal deelneemt aan zal worden verzocht de plannen van het binnendringen en bezetten van ka- deze commissie inzake voorlichtingsmers of andere voor de dienst bestemde dagen 1970 ter kennismaking voor te ruimten en lokalen, hem voor de duur leggen aan het Senaatsbestuur, alvovan twee maanden de toegang tot de rens deze worden vastgesteld 7 Op alle hoogleraren en wetenschap hogeschool zal zijn ontzegd pelijke medewerkers zal een beroep 2 Aan het personeel van de huishouworden gedaan hun medewerking aan delijke en technische dienst zal worden de voorlichtingsdagen 1970 te verlenen medegedeeld, dat zijn protest betreffende de huishoudelijk voorkomende extra 8 De Katholieke Hogeschool zal medewerkzaamheden als gevolg van onge- werken aan de oprichting van een inter disciplineerd gebruik van ruimten van universitair instituut voor hogere we het hogeschoolgebouw, ten krachtigste tenschapsbeoefening Prof Dr Joh de Vries is aangewezen wordt ondersteund om namens de hogeschool zitting te 3 Op een schrijven van de redactie van nemen m het bestuur, resp deel te het Hogeschoolblad mzake ongestoord nemen aan de voorbereidende bespreverloop van colleges en openbaarheid kingen met betrekking tot de oprichting van colleges zal worden geantwoord van genoemd instituut dat de colleges, aan de Katholieke Hogeschool gegeven, m het algemeen 9 De brief aan de Minister van Onder openbaar zijn en toegankelijk voor de WIJS en Wetenschappen dd 3 april 1970 m artikel 77 van de vVet wetenschap- betreffende voorontwerp van Wet uni versitaire bestuurshervormmg zal ter pelijk onderwijs aangeduide personen Wanneer het geven of volgen van col- publicatie aan de redactie van het leges door bepaalde omstandigheden on- Hogeschoolblad worden gestuurd 10 Met betrekking tot de regeling „vermogelijk IS, ontstaat een nieuwe situatie c q een noodsituatie Alsdan dient er dehng budget buienlandse reizen" is rekening mede gehouden te worden, dat vastgesteld 15 % van het voor indiviaan de bij een normale gang van zaken duele studiereizen beschikbare bedrag te stellen eisen met meer kan worden te reserveren voor aanvragen, die worden ingediend voor 1 mei. voldaan (zie pagina 8, red )
11
thb 16
28 mei 1970
(Ingezonden mededeling)
Met diepe droefheid en ontstel tenis geven wij kennis van het plotselinge overlijden van onze geliefde discipline
Zeg maar „nee" tegen De Moor 1 De prosedure Een paar weken voor het uitbreken van de eksamens werd de sosjale fakulteit d.w.z. staf en studenten, gekonfronteerd met een gewijzigd voorstel met betrekking tot onderwijs- en personeelsbeleid, verder aan te duiden als nota-De Moor aangezien het stuk door deze hoogleraar is ondertekend. Het werd gepresenteerd als een voorstel, dat in zijn geheel ter diskussie stond, m a a r toch duidelijk als HET voorstel vanwege de fakulteit, de bestaande alternatieve plannen, zoals het interne diskussiestuk van het onderwijsresearchcentrum werden tenminste niet op een dergelijke schaal onder het volk gebracht (verkrijgbaar m de Databank red ) Na een diskussietermijn van 10 dagend) heeft de fakulteit besloten om het plan toch nog maar niet als zodanig door te voeren vanwege de vele kritiek die van verschillende kanten is geleverd. In plaats van meteen te beshssen wil ze nu een enkuête houden onder de studenten, die dan over hun eigen lot kunnen beslissen De alternatieven het voorstel-De Moor of het oude programma De fakulteit ziet blijkbaar nog steeds af van het enig werkelijke alternatief een inhoudelijke diskussie over het doel van onderwijs en wetenschapsbeoefening, op grond waarvan een beredeneerde plan nmg op lange termijn kan worden ge maakt Ze heeft tenminste nog niet geantwoord op de brief die de ASF enkele weken geleden heeft verstuurd met de uitnodiging om een beslissing te baseren op inhoudelijke diskussies door alle betrokkenen Czie de brief elders in dit THB) Tot zover de prosedure rond de nota 2 Uitgangspunten in de nota m.b.t. onderwijs en onderzoek - Het plan heeft alleen betrekking op organisatoriese aspekten van onderwij sprosessen die zo zwakjes worden gedefinieerd dat je denkt dat de tijd 20 jaar geleden heeft stilgestaan Onderw;]s_is een soort eenrichtingsverkeer waarbij de student zich kennis en vaardigheden moet eigen maken (= konsument) Het onderwijs wordt dan ook gegeven door dosenten - Nergens wordt duidelijk op welke filosofie over doel en inhoud het voorgestelde systeem steunt Of liever gezegd, het IS duidelijk genoeg wanneer blijkt met welk een konsekwentie voor een bepaald beleid wordt gekozen De definities aan het begm leiden tot een vakmatig denken in twee betekenissen - De integrerende benadering van maatschappelijke problematiek wordt nog meer verwaarloosd dan ooit, in plaats daarvan een opleiding die de sosjoloog leert om professionele kennis te gebruiken (niet denken, m a a r doen O
- Met deze vreemdsoortige formule moet de tegenstelling tussen teorie en praktijk waaraan de sosjologie zo mank gaat, overbrugd worden Dat moet dan gebeuren d m v het bestuderen van kursuspakketten uit de verschillende vakgebieden Door het blokkensysteem met toets wordt de integratie zo zorgvuldig mogelijk vermeden Studeren wordt nog veel sterker een hordenloop n a a r het laatste eksamen, waarbij intussen „de strenge seleksie op verantwoorde wijze plaatsvindt' - Het onderzoek krijgt geen plaats binnen het onderwijs Door het afgebakende semestersysteem {41/2 maand) is dat ook onmogelijk, zeker als je alle vakken van elkaar gescheiden houdt Misschien is het afstudeerjaar, waar de via vele toetsen en seleksieprosedures verworven kennis nog eens wordt „getoetst" Aan wat, door wie"? De hele nota steunt blijkbaar op geen ander inzicht, dan het tekort aan personeel (= dosenten m wie voldoende vertrouwen bestaat) Hiervan uitgaande wordt een korte en lange termijnplanning m elkaar geknutseld' Immers, het personeelsbeleid moet afgestemd worden op „het voorgaande" En daarmee is de cirkel rond 3 De demokratisering in de nota-De Moor Nergens m deze langere-termijn-nota zijn we ook m a a r een gedachte over de demokratisering van het onderwijs (en de daarmee samenhangende opvattingen over de mhoud van het onderwijs) tegengekomen Het ontbreken van deze fundamentele zaken geeft dan ook aan bijna ieder voorstel uit de nota een bepaalde kleur Wat te denken bijvoorbeeld van de definitie van onderwijsproces de aktiviteit waarbij studenten onder leidmg of begeleiding van een
12
CULTUURSOCIOLOGIE Zij is het slachtoffer geworden van een brute aanslag van de vakidiotie van de nota-De Moor. Gelegenheid tot condoleren: elke dag van 2-5 uur, kamer 52.
ASF-CONGRES 2, 3 en 4 juni in C 10 tot en met C 14. Opgeven Sekretariaat Prof Verbernelaan 34 Onderwerp „Rol sociologie m onze maatschappij
De altenaieve fakulteit. - Welke?
docent zich bepaalde kennis en vaardigheden eigen maken Bij zo'n enge, steriele en van een kant uit gedefinieerde omschrijving van dit zo belangrijke proces kan men zich alleen nog m a a r afvragen of dat nu alles is In punt 2 op blz 1 wordt gezegd dat de onderwijsorganisatie zo fleksibel mogelijk dient te zijn, terloops blijkt dat hiermee het ngoreuze semestersysteem bedoeld wordt Een gemaakte weloverwogen keuze door de fakulteit van een vastgesteld onderwijsprogramma (wie is die fakulteit dat zi] dit doen m a g ' ) dient, in het belang van de studenten, niet te worden doorkruist door individuele initiatieven van dosenten of pressie van sommige groepen van studenten (zie punt 3 blz 2) Wie zijn „de studenten", wie bepaalt „het belang van de stu den ten", wie bedoelt De Moor met die initiatiefrijke dosenten en studentenpressiegroepen'? Punt 4 Zelfwerkzaamheid van studenten kan alleen in het kader van het onderwij sproses Ook hier weer de vraag door wie wordt dit onderwijs vastgesteld"? Hopenlijk met door (blz 9 Ie ahnea) „(alleen) hoogleraren en lektoren en voorts door medewerkers in wie voldoende vertrouwen als docent bestaat" (wie moet wie vertrouwen"?) Trouwens worden zelfstandig onderwijsgevende studentassistenten nu wel of niet definitief uitgeschakeld"? Een goeie is ook nog de pnoriteitenkwestie m b t de intensivering van het onderwijs (punt 5 blz 2) Als we ons even beperken tot de eerstejaarsopvang
thb 16
28 mei 1970
volgens de nota verdient deze de groot ste aandacht (hoeraO, want velen uit het v w o zijn geroepen en slechts wei nigen voor het w o uitverkoren Stel nu (je hoeft dit trouwens met te stellen, het I S zo) dat die „grote uitval" te wijten I S aan de opvang en met aan het peil van de studenten (op dat moment ben je per slot van rekening al achttien tot twintig jaar lang geselekteerd) Hoe kan De Moor de oplossing dan toch weer m de seleksiesfeer zoeken"? („Strenge seleksie onder verantwoorde omstandigheden") W a t is m dit geval verantwoord, wie stelt hiervoor de kri teria v a s t ' Bovendien wanneer je in het eerste jaar streng selekteert is dit zonder meer een fikse numerus klausus Of je het toelatmgseksamen nu op 1 september houdt of op 1 juni, dat maakt niet veel uit
mei
juni
2 8 DONDERDAG Auditorium TH Eindhoven Conferentie ,,Organiseren rondom mensen" iMed Ver voor Bedrijfspsychologie
3 WOENSDAG Aula, 16 00 u u r Promotie Drs J Th Adolfse op proefschrift „De nationale investeringsbanken m WestEuropa voor buitenlandse ontwikkelingsfinan ciering"
2 9 VRI JDAG Posjet, 21 00 uur Popgroep Howbn Wolf
5 VRI JDAG Posjet, 21 00 uur Session Group Breda
4 De visie van De Moor op de inhoud van het onderwijs Uiteraard hangt dit punt nauw samen met de punten 2 en 3, we kunnen dan ook volstaan met enkele opmerkingen Ook hier kunnen we weer beginnen met de definitie van het onderwij sproses, waaraan we de vraag verbinden of dit nu alles is voor een ,.maatschappij wetenschap" die de sociologie preten deert te zijn In de opzet (zie blz 4 onderwijspro gramma 1970/1971) blijkt de seleksie (lees opvang!) inderdaad een belang rijk punt te zijn struiKelvakken als wiskunde en statistiek meteen m het eerste semester Nogal motiverend voor iemand die net van de middelbare school komt met ik weet niet wat voor ideeën over sociologie De semesteropzet, een bloksysteem zon der ook m a a r een enkel integrerend moment, met door de nog steeds auto nome hooglerarendosenten bepaalde temaas, die iedereen op zijn eksamen natuurlijk moet kunnen reproduceren brengt definitief ieder eksperiment om zeep je moet voldoen aan de kennis en vaardigheden bijbrengende kursussen, en dan mag je er nog iets naast doen (dit is juist de reden voor het mislukken van bijvoorbeeld het projektonderwijs m 1969/1970) W a t I S intensivering m de optiek van De Moor' Deze blijkt m ieder geval met maatschappijkrities te zijn Zie bijvoor beeld blz 5 diskrimmatie van de alge meen vormende vakken, nu zelfs al in het eerste jaar. Niet alleen is er geen visie, het is bovendien m het nieuwe programma (bijna) onmogelijk je studie zelf m een bepaald perpektief te plaatsen Dan geven we nog liever de voorkeur aan het oude programma ASF
In de Antoniusstraat, ergens bij de Tumstraat, hebben wij een winkeltje vol met mooie en aparte dmgen, alles met de hand ge maakt keramiek, handgeweven stoffen, sieraden, tekeningen en zo Komt u eens kijken' Niet duurder dan machinaal gemaakt' BINNEN EN BUI TENLANDSE REI ZEN VOOR STUDENTEN Door verruiming van de budgetten „binnen en buitenlandse reizen voor studenten" is het mogelijk geworden alsnog individuele of groepsreizen dan wel stages te subsidieren Opgaven kunnen gedaan worden bij het Faculteitsbureau of bij het bestuur van de TEF
KADOBOETIEK
„Ie hibou" Antoniusstraat 38 Tilburg Geopend van 10 00 tot 18 00 uur, 's maandags gesloten
Uitputtend Uitsluitend Uitputtend Uitsluit Aan het Bureau Sociale Fakultelt Hierbij deel ik U mede, dat mijn voorkeur uitgaat naar: Q invoering van het faculteitsvoorstel tot organisatie van het doctoraalonder wijsprogramma in semestercursussen □
handhaving van de huidige organisatie van het doctoraalonderwijsprogramma
Q
geen mening
P.S. Hoewel hier geen plaats voor is ben ik zo vrij op te merken, dat het oude systeem (de huidige organisatie) blijkbaar niet leidt tot een verantwoorde weten schappelijke vorming. Hoe nu? Het oude deugt niet; het nieuwe bevalt mij niet; een mening heb ik wel, maar mijn ei kan ik niet kwijt.
13
El
d. to ai al H in 01 re Pl va In ni, de k-u vo gr De va in] ongn nil me gei enl me bai all. dit Toi
-
]
org pre fin: gel On veT' en kor ook - I filo ges zeg blij] een defi vak - E ma£ nog plaê sosj teg
Ons concern biedt ook aan de
jonge socioloog een toekomstperspectief. Afhankelijk van bekwaamheid en interesse kan zijn loopbaan beginnen in een van de volgende werkgebieden: • personeelsbeleid; • kader- en stafvorming; • opleidingsvraagstukken; • werving en selectie; • sociologisch onderzoek; • informatiesystemen; • internationale marketing; • marktonderzoek. Het ligt in het voornemen belangstellenden - waartoe ook zij worden gerekend die binnenkort afstuderen - uit te nodigen voor een wederzijds oriënterend onderhoud. Geïnteresseerde sociologen kunnen schriftelijk (onder advertentienummer 69133) of telefonisch contact opnemen met Drs. Ch. Katz, Personeelzaken, Willemstraat 20, Eindhoven (telefoon 040 - 60000, toestel 7549).
N.V. Philips' Gloeiiampenfabrieken, Eindfioven
14
PHILIPS