Skip to main content

1970 03 13

Page 1

tilburgs ogeschoolblad jaargang

7 ­ no. 11 ­ 13 maart 1970 ­ verschijnt tweewekelijks

Jn Memoriam IProf. Dr. A. Oldendorff Herdenkingsrede bij de uitvaart van Prof. Dr. A. Oldendorff in de parocliiekerk van St. Cath arina te Eindlioven op 28 februari 1970, uitgesproken door Prof. Dr. IVI. Platte!. Iemand in het denken willen b ewaren staat radicaal tegenover het achteloos voorb ijgaan, tegenover het vergeten Wij voelen allen behoefte om het leven van deze overledene aan de vergetelheid te ontrukken omdat dit leven op zo'n uitdrukkelijke wijze een waarheid te verkondigen had leder mensenleven heeft een b estemming en ieder mensenleven heeft een b oodschap Maar het persoonlijke van het leven van Antoine was, dat zijn leven met zozeer een b estemming had en met zozeer een b oodschap verkondigde, maar zijn leven was een b estemming en zijn leven was een voortdurende b oodschap De mens is een paradoxaal wezen, dat uitgespannen staat tussen twee uitersten tussen vrijheid en b eperktheid, tussen openheid en begrenzing De mens is een tweezijdig du b b elzinnig wezen Hij kent het licht en hij kent de duisternis, hij proeft het geluk en hij proeft de anqst hij ervaart de verb ondenheid en hij ervaart de eenzaamheid De mensen kan de b eperktheden van het b estaan overstijgen en toch stuit hij voortdurend op nieuwe b egrenzingen Het mensenleven is een paradox en Antoine heeft deze levensparadox in zijn hoogte en diepte b eleefd Maar het b oeiende het aansprekende van zijn leven was, dat hij deze paradox met zinloos onderging, maar als een zinvolle menselijke opgave aanvaardde en worstelend trachtte te overstijgen Zijn gevoelig hart zocht een totale geb orgenheid en daarom voelde hij door een sterkere contrastwerking de eenzaamheid des te dieper aan De overledene had een honger naar totale tederheid en daarom ervaarde hij iedere stugheid als een b evriezende kilte Antoine zocht als mens de totale vrijheid en daarom leed hij onder de b egrenzing Hij wilde van zijn leven een ludieke b ezigheid maken en daarom had hij moeite met de gedisciplineerdheid van de arb eid Hij b eschouwde het leven als een totale dialoog en daarom b ezorgde hem iedere monoloog een gevoel van angst en geslotenheid Hij prob eerde de soepele en alles b egrijpende mens te zijn en daarom had hij huiver voor iedere fixatie en voor elk vast rollenpatroon Hij vond, dat je in het leven je geheel op de ander mocht en kon verlaten en daarom had hij vaak angst in de steek gelaten te worden Hij was in dit leven op zoek naar een b lijvende woonplaats en daarom b leef hij steeds verder trekken als een pelgrim ■512i

Antoine Oldendorff b oeide zijn familieleden, b oeide zijn collega's en studenten door zijn eerlijke levensstrijd en daarom had dit leven zo'n eminente verdienste voor zijn omgeving Zijn wetenschappelijke loopbaan was zo succesvol en zijn professoraat was zo vruchtb aar, met omdat hij zim leven in dienst stelde van de wetenschap en met omdat hij zijn leven dienstb aar maakte aan de functie van het hoogleraarschap, maar omdat hij wetenschap b edreef vanuit zijn leven en omdat hij hoogleraar was vanuit zijn eiqen levensb oodschap Zijn b oeken, en hij heeft er meerdere geschreven, spraken de mensen aan, zij spraken een levenstaai Zim pub licaties waren geschreven in een taal, die geleerde en met geleerde aansprak en b leef aanspreken

Zijn b oekwerk b ijvoorb eeld , De psychologie van het sociale leven werd in 1953 voor het eerst uitgegeven en w o r d t nu nog steeds opnieuw herdrukt En iedere collega onder ons weet, dat ieder ander boek op het geb ied van de sociale wetenschappen uit die tijd nu al lang als verouderd b eschouwd wordt O o k zijn pub licatie in de serie Mens en M e d e m e n s " w o r d t nog steeds herdrukt De titel van deze publicatie typeert ook de mens Oldendorff Terwijl een andere geleerde een dergelijke pub licatie een titel zou meegegeven heb b en als de structuur van de menselijke verhoudingen, heeft hij het b oek het opschrift gegeven ,,Mensen onder elkaar" Antoine b eoefende de sociologische wetenschap met om macht over de sociale werkelijkheid te krijgen, maar hij zocht naar inzicht in de sociale realiteit om de medemens te helpen zijn sociale situatie leefbaarder te maken V o o r de socioloog Oldendorff was het maatschappelijk leven met een veld om er zijn methoden en technieken op los te laten en ze op hun b ruikb aarheid te toetsen Hij b eoefende de wetenschap met om de wetenschap, met de kunst om de kunst HIJ was geïnteresseerd in het maatschappelijk leven om de samenleving gelukkiger te maken en als daarvoor statistische technieken dienstig waren wilde hij deze wel geb ruiken Oldendorff was een voortrekker in ons land op het geb ied van de sociologie Maar zo gauw hij iets nieuws ontdekt had en het ging tot het rolpatroon van de sociologen b ehoren, dan liet hij het weer schieten Hij wilde zijn leven met aanpassen aan een rolverwachting en aan een rolpatroon Hij wilde de sociologieb eoefening b lijven zien en ervaren als een persoonlijke vormgeving van zijn mens­zijn Dit IS ook de verklaring van zijn merkwaardge en succesvolle weten­ schappelijke loopb aan Als hij van 1932­1937 sociale geografie gestudeerd heeft aan de universiteit van Amsterdam, b ehoort hij daarna met figuren als onder andere Kruit, Horstra en Heere tot de grond­ leggers van de sociologie in ons vaderland Maar het typeert Oldendorff opnieuw dat hij ook weer een van de eerste is die de empirische amerikaanse sociologie met haar onderzoekstechnieken in Nederland introduceert Hij ziet hierin een geschikt middel om zijn sociologisch doel de samenleving te verb eteren te b ereiken Maar als in een latere fase zijn leerlingen de sociale onderzoekstechnieken gaan verfijnen dan heeft hij er wel waardering voor, maar hij zelf gaat op deze weg met verder De mens Oldendorff wil het gevaar vermijden, dat het onderzoek als middel te veel doel op zichzelf w o r d t en dat daardoor de mens achter het onderzoek vergeten w o r d t Collega Oldendorff b eoefende de wetenschap vanuit het leven en daarom w e r d hij zo'n eminente geleerde Onze dierb are overledene was ook een geziene docent b ij de studenten BIJ een onderzoek dat een paar jaar geleden in Tilb urg in de sociale faculteit onder de studenten gehouden w e r d , b leek, dat hij de meest geziene docent was De studenten leerden het meest van hem Het geheim van zijn docentschap was ook hier weer, dat hij met doceerde over het sociale leven, maar sprak vanuit zijn eigen sociale bewogenheid Hij verkondigde geen ab stracte theorieën waaruit het leven weggeknepen was De student ontdekte in de persoon Oldendorff als in een spiegelb eeld de volheid van het sociale leven Het karakteriseert de dierb are overledene weer, dat hij altijd sprak van

1

THB 11

13 maart 1970


In memoriam (vervolg)

Vooi

jUnive IDoels ,,mijn" studenten Wanneer een andere collega m deze tijd van „ m i j n " studenten zou spreken, dan zou dit m de studentenoren als een paternalistische vloek aankomen Maar de studenten konden het van hem waarderen en spraken in hun w e d e r w o o r d van , o n z e " Oldendorff.

het essay, omdat eigenlijk zijn hele leven door zijn persoonlijke stilering een essay was Zijn leven was inderdaad dikwijls nat van tranen zijn leven kende de tranen van blijdschap en plezier, maar ook de tranen van eenzaamheid en verdriet

Professor Oldendorff was ook een prettige collega voor zijn mededocenten Hij was altijd meelevend en geïnteresseerd Hij kon de kamer van je als collega komen binnenvallen en zeggen je hebt een wijs verhaal geschreven en dan verdween hij weer even plots als hij gekomen was Let ook hier weer op zijn uitdrukking Hij zei met je hebt een goed artikel of een knap stuk geschreven, maar je hebt een wijs verhaal geschreven En wanneer je volgens hem een minder goede publicatie had gepleegd, dan wist hij dit ook met een mengsel van humor en guitigheid je te vertellen door te zeggen- je hebt een te WIJS verhaal geschreven

Oldendorff was ook een christelijk mens Terwijl wij vaak geloven in God en het hiernamaals en ons daarom bewust trachten te maken, dat WIJ hier in deze wereld slechts op doortocht zijn, voelde hij dit leven aan als een pelgrimage en hoopte hij daarom op de eeuwige vrede bij God

Oldendorff waardeerde zijn collega s en hun werk ten volle en daarom meende hij ook het recht te hebben duidelijk te laten blijken als hij het met met je eens was Onenigheid bleef bij hem altijd nog een vorm van enigheid, want met diegenen waarmee hij met in nauwer contact stond, kon hij eenvoudig met tot enige onvrede komen, omdat hij er ook geen vrede vond Collega Oldendorff beoefende als hobby de sport van het bergbeklimmen Maar eigenlijk was dat geen hobby van hem, het was zijn levensstijl Wij allen hebben van nabij of meer van verre gezien, hoe deze mens voortdurend over de begrenzingen van het leven heen trachtte te klauteren om de top van het totale uitzicht, de hoogte van de totale vrijheid te bereiken Hij vond van de ene kant het menselijk leven een prachtige worsteling en een verrukkelijk avontuur Maar van de andere kant verlangde hij in alle diepte naar de totale vrouwelijke tederheid en naar de beschuttende warmte en veiligheid van de moederschoot Zijn ziekte van de laatste jaren die hem steeds meer in zijn mogelijkheden begrensde en beperkte, betekende juist voor hem, die het leven als een berg wilde nemen een bijzonder zware handicap Hij hoopte nog eenmaal zegevierend in een college afscheid van ons te nemen HIJ wilde in dit college een pleidooi houden voor de waarde van het essay tegenover dit van het artikel Antoine prefereerde het essay boven het artikel, omdat het essay zoals hij zei nat is van tranen en het artikel slechts nat is van het zweet Hij was inderdaad de man van

Tilburgs H o g e s c h o o l b l a d

(verschijnt

tw^eewekelijks)

Uitgave

Bureau Public Relations

Redaktie

Drs G A M

Redaktie-sekretaris

C

Redaktie-adres

Hogeschoollaan 225 telefoon 70960 toestel 244

F

van den Heuvel

Brinkhuizen

Korrespondenten Ekonomische fakulteit Sociale fakulteit Theologische fakulteit

Mej L Andnnga Prof Verbernelaan 70 telefoon 72961 J Bergers, Prof Verbernelaan 34, telefoon 71989 H Waegemakers, Leuvenstraat 8, s Hertogenbosch, telefoon 04100 - 46337

Fotografie

Persbureau Rien Siers, Tilburg

Druk

Grafische Kunstinrichting J J A van der Wee n v Tilburg Het blad wordt aan alle leden van de hogeschool gemeenschap gratis toegezonden Anderen kunnen zich abonneren a ƒ 12 50 per jaar

Abonnementen

Advertenties

Tarieven aan te vragen bij de redaktie

Adreswijzigingen

Gelieve aüe adreswijzigingen onder vermelding van Hogeschoolblad uitsiuitend op te geven aan de administratie van de hogeschool (Bureau Senaat), Hogeschoollaan 225 Tilburg

Het volgende Hogeschoolblad verschijnt 23 maart in plaats van 27 maart Sluitingsdatum mieveren kopij

16 maart

■Ondersti Voorlgar

Nu de dl van het i zijn IS d

I

prof dr

In een tv jvoorjaar 'faculteit( Toine Oldendorff is van ons heengeaaan De Allerhoogste heeft deze reacties, bergbeklimmer naar de hoogste top gevoerd om hem het volle licht Interuniv te laten aanschouwen God heeft deze homo viator tot zich genomen (SISWO en heeft hem definitief verlost, omdat de Almachtige Heer zich nu regering geheel aan hem heeft geopenbaard als de Algoede Heer. het Acac m voortvloi Zijn heengaan betekent allereerst een diep verlies voor zijn dierbare echtgenote, die hem op zijn levenstocht het meest intiem heeft vergezel Als inlei en hem ook in de laatste jaren van zijn ziekte met zoveel zorg en hand vai goedheid heeft omgeven Maar zijn heengaan betekent ook een ingrijpend verlies voor ons allen Maar wij willen hem blijven herdenken reacties en van a en in onze gedachtenis blijven bewaren, omdat onze Antoine door zijn universit persoonlijke stylering van zijn leven ons zo diep aangesproken heeft karikati Moge onze vriend rusten in vrede en leven in Christus ZIJ voe M. J. Platte onvolled het SVB signalee universil maatsch De univi hem go€ van de <

Struktuur theologische fakulteit

BIJ de theologische faculteit is een nieuwe bestuursstructuur tot stand gekomen Het faculteitsbestuur heeft zijn bevoegdheden overgedragen aan een gekozen faculteitsraad. De faculteitsraad bestaat uit -

zes leden van het wetenschappelijk corps,

-

zes studenten,

-

een lid van het overig personeel (deze vertegenwoordiging w o r d t principieel als gelijkwaardig beschouwd, de beperking tot een lid IS slechts v o o ' l o p i g aangebracht in verband met de nog geringe personeelsbezethng)

Tot het wetenschappelijk corps behoren de hoogleraren, lectoren, wetenschappelijke medewerkers en docenten Het onderscheid tussen deze functies wordt met aangetast, maar "-egenover het overig personeel en de studenten vormt het wetenschappelijk corps een geleding

De titel functies problem op Maa problem onderwi aan beic universi universi stemmir

I

Doelst

Op het HIJ stelt van de artikel 1

De faculteitsraad benoemt uit zijn midoen een dagelijks bestuur Indien deze structuur op enig punt, hetzii in verband met erkenning van de faculteit door de overheid, hetzij m verband met eventuele wetswijziging, hetzij anderszins, in strijd komt met de wet dan zal de structuur dienovereenkomstig worden aangepast Het oude faculteitsbestuur is afgetreden Curatoren van de Stichting Theologische Faculteit te Tilburg, wier bevoegdheden onverlet blijven hebben aan de structuurwijzigng hun goedkeuring gehecht

•

het c

•

de b

De samenstelling van de faculteitsraad is voor het jaar 1970 als volgt

In artiki (het ge'

dr G M Lukken, lector, dr A H Bredere, dr G M de Grunt, dr P G J Leenhouwers en dr H J Wieland, wetenschappelijke medewerkers, H G P Reumkens, medewerker van het faculteitsbureau, Th H J Clemens, E P J M Gubbels W J G M Hamersma, M W van der Heijden, J A Th M Kempens, G J F Schumacher, studenten Voorzitter van de faculteitsraad is prof dr H H Berger

• de b waaraai doelste •

het s ontp

•

de V king de V

•

de b scha

De na mijn m «


Voc^rtgangsnota Posthumus

Universitair Onderwijs Doelstellingen, Functies, Structuren Onderstaand een samenvatting van het Ministerie van de eerste Voortgangsnota Universitair Onderwijs.

t van naar ook

Nu de discussies over de nota-Posthumus (over de herstructurering van het universitaire onderwijs) in eerste instantie zo goed als afgerond zijn is de regeringscommissaris voor het wetenschappelijk onderwijs, jprof. dr. K. Posthumus, met een eerste vervolgnota gekomen.

)ven in aken, ij dit iwige 3ft deze ; licht momen 1 nu ierbare t vergezelJl en m nerdenkem Joor zijn n heeft.

^

wordt én lid inge

In een tweede (en laatste) vervolgnota, die hoogstwaarschijnlijk dit voorjaar zal uitkomen, behandelt prof. Posthumus de reacties van de faculteiten, universiteiten en secties van de Academische Raad. Deze reacties, 136 in getal, worden op dit ogenblik door de Stichting Interuniversitair Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek (SISWO) geïnventariseerd. In deze tweede vervolgnota zal de regeringscommissaris ook voorstellen tot wijziging en aanvulling van het Academisch Statuut doen, die uit eventuele wetswijzigingen voortvloeien. Als inleiding van de eerste vervolgnota geeft prof. Posthumus aan de hand van vele citaten een overzicht van de kritische tot zeer kritische reacties op zijn nota, van het huidige universitaire protest en verzet en van alternatieve voorstellen (zoals het idee van een radenuniversiteit). Een aantal kritieken deelt hij in onder het kopje ,,karikaturisering". ZIJ voeren voor de beschrijving geen bewijzen aan of citeren onjuist, onvolledig of buiten de context". Sterke voorbeelden hiervan leveren het SVB-cahier nr. 1 Menselijk kapitaal, dat, zoals prof. Posthumus signaleert, een nieuwe jaartelling en een aantal profetieën bevat (,,de universiteit na Posthumus, de student op de universiteit na Posthumus, maatschappij en universiteit na Posthumus"), en het boekje De universiteit: idee en praktijk van prof. dr. K. Popma, die ,,als ik hem goed versta, mijn nota zelfs als bewijs voor het werkelijke bestaan van de duivel hanteert".

1. J. Platte

ot stand ledragen

De titel van de oorspronkelijke nota De universiteit, doelstellingen, functies, structuren heeft de indruk gewekt dat de hele universitaire problematiek aan de orde zou worden gesteld, merkt prof. Posthumus op. Maar zijn opdracht omvat slechts een deel van de universitaire ^ problematiek De titel had daarom beter kunnen luiden: Het universitair onderwijs - doelstellingen, functies, structuren. Deze titel geeft hij nu aan beide vervolgnota's. Toch kan naar zijn inzicht geen enkele universitair probleem geïsoleerd van de doelstellingen van de universiteit worden beschouwd; daarmee zal elke oplossing in overeenstemming moeten zijn.

I

Doelstellingen

'en, i tussen

ir. ining ele zal de

Op het onderwerp doelstellingen gaat prof. Posthumus uitvoerig in. Hij stelt voor om, wanneer te zijner tijd een fundamentele wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs tot stand komt, m artikel 1 de doelstellingen van de universiteit te omschrijven als: •

het geven van onderwijs;

• de beoefening van wetenschap; • de bevordering van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef, waaraan ,,ter vermijding van alle onbegrip en misverstand" de doelstelling van alle onderwijs zou moeten worden toegevoegd:

chting blijven,

•

s volgt:

In artikel 2 zou dan de eerste van de vier universitaire doelstellingen (het geven van onderwijs) onderscheiden moeten worden in:

her,

>

het scheppen van de voorwaarden voor optimale persoonlijkheidsontplooiing.

•

de voorbereiding tot het bekleden van maatschappelijke betrekkingen, waaronder mede de vorming tot zelfstandige beoefening van de wetenschap;

•

de bevordering van het inzicht in de samenhang van de wetenschappen.

,,De nadruk bij de verwerkelijking van deze doelstellingen moet naar mijn mening liggen op de wetenschappelijke en maatschappelijke.

rnri De hogeschool vlagde ter gelegenheid van de verjaardag van een prinses Die dag versoheen ook het Voorontwerp-Veringa. De vlag ging met helemaal len top.

de kritische en creatieve ontwikkeling van de toekomstige academicus; dit moet gepaard gaan met een bezinning op ethische, culturele en politieke waarden van wetenschapsbeoefening", verduidelijkt prof. Posthumus. Maatschappelijk

verantwoordelijkheidsbesef

Prof. Posthumus geeft toe dat hij zich in zijn eerste nota wel erg gemakkelijk van de bespreking van de universitaire doelstelling ,,de bevordering van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef" heeft afgemaakt. Hij geeft vervolgens een overzicht van vier interpretaties die deze doelstelling de laatste jaren heeft opgeleverd en hij gaat met name in op de vierde ,,meest recente en meest ingrijpende": ,,Maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef betekent: maatschappij analyse, maatschappij-kritiek, richting aanwijzen aan ingrijpende maatschappelijke vernieuwing en het inzetten van een revolutionaire beweging die de evolutie versnelt". ,,Met de kritische studenten", zo stelt prof. Posthumus, ,,ben ik het eens dat binnen de universiteit, binnen het universitaire onderwijs, binnen het onderwijs in het algemeen in ruime mate gelegenheid moei zijn voor analyse, kritiek, voor de mogelijkheid om (creatief) alternatieven op het bestaande te o n t w e r p e n " . Maar het mag niet zo zijn dat een agressieve groep studenten met een bepaalde ideologie hun maatschappelijke gedachten dogmatisch aan anderen oplegt: ,,De universiteit is geen nieuwe moederschoot, bezit geen leergezag, kan geen censuur uitoefenen, noch het establishment noch een nieuwe elite ligitimeren. De universiteit is een ontmoetingscentrum en een discussieplatform, waar a prioristische waarden moeten worden bekritiseerd, niet worden opgedrongen. Onder zulke waarden versta ik zowel die van het neo-marxisme, het marcusianisme, het anarchisme enz., als die van de status quo en van de talloze andere wijsgerige, godsdienstige, maatschappelijke en wetenschappelijke s t r o m i n g e n " .

3

THB 11

13 maart 1970


Posthumus (vervolg)

Het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef speelt volgens prof Posthumus naast het onderwijs ook bij het onderzoek een belangrijke rol de keuze van het onderwerp van onderzoek en het beleid ten aanzien van de toepassingsmogelijkheden van de bij het onderzoek gewonnen informatie behoren door alle deelnemers bediscussieerd te worden „ o p d a t de bezinning op ethische, culturele en politieke warden als essentiële momenten van de universitaire kritische en creatieve ontplooiing gestalte k r i j g t '

mogelijke keus kan doen ' Bij het propedeutisch examen merkt hij in dit verband op ,,wellicht kan er meer nadruk op een werkelijke zelf-selectie komen te liggen, als het hoqer beroepsonderwijs en het universitair onderwijs meer geïntegreerd worden en er zodoende meer mogelijkheden van horizontale doorstroming worden geschapen" Verder wijst prof Posthumus op de vrijheid, die het Academisch Statuut nu vanaf het kandidaatsexamen en bij de door hem voorgestelde herstructurering (vervallen van het kandidaatsexamen) al vanaf het propedeutisch examen in keuze van hoofd- en bijvakken in vela studierichtingen toelaat ,,Door de keuzemogelijkheden te vergroten kan de student de selectie weer meer als zelf-selectie en zelf-realisatie ervaren".

Gebrek aan samenhang In de eerste nota, zo hebben vele critici opgemerkt, is een ,,fundamenteel gebrek aan samenhang" geslopen Prof Posthumus erkent dat hij ondanks relativeringen toch nog verschil gemaakt heeft tussen de begeleiding tot een praktische functie en die tot een wetenschappelijk onderzoekschap Hij herroept dit ,,De criteria voor wetenschappelijkheid gelden voor de praktijkuitoefening van de arts, apotheker, predikant, jurist, leraar, psycholoog, econoom, ingenieur, zo goed als v o o r die van de wetenschappelijke onderzoeker" De studie tot alle doctorale examens, tot alle promoties en tot alle universitaire beroepsexamens dienen aan het criterium van wetenschappelijkheid te voldoen. De studie voor het doctoraal examen (eerste fase) is dus geen opleiding voor ,,onmiddellijk bruikbare en meer gespecialiseerde academische arbeidskrachten". De overheidsdienst en het bedrijfsleven hebben de suggestie dat ze hieraan behoefte zouden hebben ,,met recht en met klem t e g e n g e s p r o k e n " , stelt prof Posthumus Deze mening behoort in de verdere meningsvorming geen rol meer te spelen In de programma's dient bijzondere nadruk te worden gelegd op het geven van inzicht in de methodiek van het zelfstandig kritisch denken ,,Bij het kiezen van de zogenaamde leerstof dient bij voortduring te worden bedacht dat volledigheid onbereikbaar is, en dat, naar een w o o r d van Huizinga, de universiteit met de taak heeft ,,voor elke takt van ambt of bedrijf de geschoolde krachten kant en klaar af te l e v e r e n " Er IS het laatste jaar zeer veel kritiek uitgeoefend op elke vorm van selectie in het onderwijs ,,Het toemeten van werkzaamheden in overeenstemming met het talent en ontwikkeling is echter wezenlijk voor iedere samenleving, die op de verdeling van arbeid berust", merkt prof Posthumus op ,,Dat gaat ook op v o o r een maatschappij van overvloed Ook m een of ander gerealiseerd h e i l s r j k kan niet ieder die zich tot een ambt geroepen acht, uitverkoren worden Deze uitverkiezing is ook dan niet louter een individuele zaak, maar mede een kwestie die de gemeenschap aangaat" Onder een doeltreffend en rechtvaardig examen verstaat prof Posthumus een examen met vanuit de doelstelling(en) afgeleide minimumnormen, die beogen de zogeheten ,,wet van Posthumus (de beoordelingsnormen fluctueren met de prestaties van de groep waartoe de beoordeelde behoort) te doorbreken „ D i t kan slechts in nauw overteg-tussen alle betrokkenen, ik versta hieronder ook de s t u d e n t e n " De universitaire instituten voor onderwijsresearch moeten hierbij behulpzaam zijn We weten tot dusver weinig over de selectieprocessen", constateert prof Posthumus in dit verband ,,De beschikbare gegevens wijzen er op dat de statistische uitkomsten van beoordelmgs- en examenstelsels in Nederland ten minste een halve eeuw en waarschijnlijk al een eeuw met wezenlijk veranderd zijn, hoewel in de toenmalige maatschappelijke structuren diplomabezit nauwelijks voorwaarde was voor status en inkomen De numerieke uitkomsten van de beoordeling worden in de eerste plaats bepaald door de beoordelingsgewoonten van de examinatoren, zij zijn dus gevolgen van sociaal-psychologische factoren De structuur van een gegeven samenleving bepaalt de zwaarte van het verlies en de grootte van de spanningen, in de Nederlandse diploma-maatschappij van vandaag zijn zij veel zwaarder dan die m de negentiende eeuwse samenleving" Selectie moet volgens prof Posthumus eigenlijk betekenen ,,De optimale informatie over iemands mogelijkheden, zodat hij voor zichzelf en daarmee hopenlijk ook voor de gemeenschap een zo verantwoord

Prof. Posthumus houdt vast aan het selecterende propedeutische examen, evenals aan wat nu wel selectievnj doctoraal examen genoemd w o r d t ,,Iedereen die slaagt voor zijn propedeutisch examen behoort in beginsel zijn doctoraal examen te halen Dat moeten docenten en studenten als morele plicht op zich nemen " HIJ ziet daarentegen af van zijn voorstel, in de eerste nota gedaan, om de betaalde functie van assistent-onderzoek aan een sollicitatie te verbinden Deze functie, die twee tot drie jaar kan duren zou moeten dienen om doctorandi m de gelegenheid te stellen al hun tijd beschikbaar te stellen voor het schrijven van een proefschrift Prof Posthumus constateert dat er in beginsel tussen de maatschappelijke waardering van een doctorandus en die van de wetenschappelijke onderzoeker (doctor) nauwelijks verschil bestaat Daarbij wil hij, zoals hij al in de eerste nota stelde, het promoveren zoveel mogelijk bevorderen, daarom acht hij het in het belang van de beoefening van de wetenschap verantwoord de mogelijkheid daartoe met aan een sollicitatie te verbinden In het geschrift Aantekeningen voor een radenuniversiteit pleiten de studenten Hugues Boekraad en Michel van Nieuwstadt voor een vorm van selectie waarin alle leden van een groep over het uitstoten van een medelid besluiten Prof Posthumus acht dit een voorstel, dat wel erg hard bij de getroffene aan moet komen Hij constateert bovendien dat deze vorm van selectie dysfunctioneel is bij een groep die de samenwerking bij het verwerven van kennis en inzicht centraal stelt zoals Boekraad en Van Nieuwstadt wensen Bovendien zal de groep bij veel opleidingen deskundigen van buiten te hulp moeten roepen bij het vaststellen van minimumeisen van technische vaardigheid, iets wat weinig verschilt met het huidige systeem Prof Posthumus houdt vast aan de gedachte dat de schaalvergroting bij het universitair onderwijs het thans noodzakelijk maakt dat de cursusduur vastgelegd wordt Daar met ieder even snel kan studeren moet daarbij een zekere marge aangegeven worden, die iedereen extra kan krijgen Toch kan deze individuele speelruimte met onbeperkt zijn We moeten de explosieve uitbreiding van het budget van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen (4,9 % van de totale rijksbegroting in 1948, 14 o/o in 1959 en 27 % voor 1970) en schrijnende problemen als de noodzakelijke verlaging van de klassedeler bij het kleuter- en basisonderwijs, de uitvoering van de Wet op het voortgezet onderwijs en de vorming van de leerplichtvrije jeugd daarbij betrekken en tot een afweging komen Prof Posthumus wil daarom de cursusduur per studierichting in het Academisch Statuut laten vastleggen, evenals de hierboven als marge en speelruimte omschreven inschrijvingsduur. De studieduur van een ieder is in principe onbeperkt, daar iedereen altijd (dus ook als h j met meer ingeschreven is aan een universiteit) examen kan doen Met deze structurering in de tijd wordt het onderwijs- en onderzoekprogramma met vastgelegd Prof Posthumus citeert in dit verband d3 West-Duitse socioloog prof dr Helmut Schelsky die in een recensie van een onderwijs-kritisch boek constateert dat m a a t s c h a p p j theoretische onderbouw en onderwijskundige maatregelen betrekkelijk verwisselbaar zijn

G e e n opvoedingsdictatuur Veel critici brengen naar voren dat algemeen maatschappehjke factoren en processen hun negatieve weerslag hebben op de universitaire 4


vele idealen en illusies zeer moeilijk te vervullen z i j n " Na verschillende andere kritische opmerkingen concludeert prof Posthumus dat men het idee van projectgroepen, die coöperatief, interdisciplinair en maatschappelijk bewust de studie benaderen, zeker in de verschillende studierichtingen geëxperimenteerd kan worden ,,Met name trekt mij de gedachte dat de grote lijnen van onderwijs, onderzoek en beheer door samenwerking van alle deelgenoten in een dynamische wisselwerking met de maatschappij vastgesteld zullen worden Maar het kan met uitsluitend als de methode gehanteerd worden er moeten andere mogelijkheden van studie zijn Per faculteit, sub-faculteit of studierichting kunnen de wenselijkheden en mogelijkheden verschillen, per individu met minder"

het meer Sta' uui

HIJ vervolgt ,,Ook uit deze vervolg-nota blijkt voldoende dat de schrijver met twijfelt aan de noodzaak van ingrijpende onderwijsvernieuwing Maar met het naamgeven aan een alheilmiddel en de beschrijving van een ideaal, dat alle wensen in zich draagt, kan de vernieuwing zelfs worden geschaad" De positieve ideeën van het projectonderwijs kunnen, op welke wijze dan ook operationeel gemaakt, in de door prof Posthumus voorgestelde structureringen in de tijd ingepast worden Hetzelfde geldt voor de gedachten die de Eindhovense onderwiis-researchchef dr Meuwese over het continue progressie-systeem (CPS) ontwikkeld heeft

oemd in

oeten Teac-i inn 10 maart

Andere bezwaren

n

I

factoren en processen Met name worden statusverwerving, atomisering, competitieve hordenloop, vraag naar hooggespecialiseerde vakcyclopen of vakidioten e n / o f jonge kneedbare academici en de geintrojecteerde systeemdwang genoemd Prof Posthumus gaat al deze negatieve factoren en processen na Hij ontzenuwt sommige en erkent dat andere een rol van grote betekenis spelen, ook in een situatie waarin zijn voorstellen t a v structuur en doelstellingen gerealiseerd zouden zijn, bestaat de mogelijkheid daartoe Toch wil prof Posthumus met kiezen vooreen (positief bedoelde) opvoedingsdictatuur, omdat de leden van deze samenleving langs de weg van overtuiging voor doeleinden als welzijn, vrijheid en verantwoordelijkheid moeten gewonnen worden Om een r'ijk der vrijheid te bereiken en dit rijk te laten voortduren IS het met gewenst een interim dictatuur te vestigen, de middelen moeten aan het doel gerelateerd zijn, wil het doel met uit het oog verloren r a k e n " Projectonderwijs

extra -ijn sterie 9

Het idee van projectonderwijs is met nieuw, stelt prof Posthumus en hij licht dat onder meer toe met een citaat uit het boek Projektonderwijs dat M Vastenhouw in 1948 schreef De Kriusche Universiteit Nijmegen heeft aan dit idee gedeeltelijk eigen inhoud gegeven in de brochure Aantekeningen voor een radenuniversiteit. ,,ln het algemeen kan gesteld worden dat de opsomming van de uitkomsten van projectonderwijs slechts gedeeltelijk op ervaring of op proefneming berust, ZIJ omvat de idealen van ieder die zich bezig houdt met vernieuwing van onderwijs, ook die van mij' , merkt prof Posthumus op HIJ noemt het idee dat een studie uitsluitend zou kunnen bestaan uit het deelnemen aan projectgroepen een fictie ,ln de praktijk zal blijken dat er toch op lange termijn gestuurd moet w o r d e n , er dient een centrale coördinatie aanwezig te z i j n " Met instemming citeert prof Posthumus een artikel van zijn Utrechtse collega H Freudenthal, waarin deze stelt dat het aantal studenten in ons land tegen het einde van deze eeuw tien keer zo groot zal zijn als nu en dat er, om deze vloedgolf op te vangen, naast nieuwe instellingen en nieuwe gebouwen vooral geheel nieuwe onderwijsmethoden nodig zijn ,Er is geen twijfel of er moet in het onderwijs (met alleen in de universiteiten) ontzaggelijk veel gemechaniseerd en geprogrammeerd worden, en er zullen nieuwe media moeten worden toegepast, willen we iedereen helpen die op onderwijs aanspraak maakt" Projectonderwijs, zoals dat nu gepropageerd wordt, gaat uit van universitair onderwijs voor de qepriviligeerde elite van luttele percenten", constateert prof Freudenthal Prof Posthumus voorziet bij invoering van projectonderwijs ook grote technische moeilijkheden ,,De roosters leggen aan de aantallen vrijheidsgraden uitermate grote beperkingen op, als gevolg waarvan

Voordat prof Posthumus de wijzigingen in de Wet op het wetenschappelijk onderwijs in het laatste hoofdstuk op een rijtje zet, gaat hij een achttal nog met behandelde bezwaren na 1 De voorstellen zijn niet afgeleid uit de voorafgaande beschouw.ngen over doelstellingen, functies, structuur en model. Dit geldt volgens de critici vooral voor de voorgestelde cursusduurverkorting. Prof Posthumus erkent dat deze voorgestelde verkorting willekeurig is Allerlei factoren moeten daarbij door de regering en volksvertegenwoordiging als scheidslieden gewogen worden In dit verband voegt prof Posthumus in deze vervolgnota een nieuw argument toe „ D e algemene indruk van internationale deskundigen is toch wel dat buitenlandse (met name Angelsaksische) afgestudeerden bij hun intrede in de maatschappij belangrijk jonger zijn dan hun Nederlandse collega's en dat leeftijdsverschil met met evenredig verschil in bekwaamheid samengaat" 2 De voorgestelde structuren in die tijd zijn „leeg"; zij moeten echter w/orden afgeleid uit van te voren vastgestelde curricula (onderwijsprogramma's). Prof Posthumus acht deze stelling onjuist De voor onderwijs beschikbare hoeveelheid kennis en kundigheden is onbeperkt groot Men kan van talloze onderwerpen de onmisbaarheid bepleiten ,,Een computer kan met onderwijskundige gegevens met zo worden geprogrammeerd, dat hij de cursusduur berekent" Een onderwijsprogramma IS met meer dan ,,exemplarisch", waarbij de leerstof meer middel is dan doel De voorstellen van prof Posthumus werken door het terugbrengen van de informele cursusduren - nu 5, 6 of meer jaren - enerzijds kostenbesparend, anderzijds zal het invoeren van de betaalde funktie van assistent-onderzoeker de kosten verhogen ,,De financiële uitkomst van de herstructurering is dus afhankelijk van het getal der doctorandi, die in staat worden gesteld zich in volledige dagtaak v o o r te bereiden voor de p r o m o t i e " 3 In de voorgestelde structuur worden onderwijs en onderzoek van elkaar gescheiden. Prof Posthumus is het hiermee sterk oneens Volgens hem zal de voorbereiding voor het doctoraal examen een fundamenteel wetenschappelijk karakter moeten dragen 4 De voorstellen bevatten geen richtlijnen voor de herprogrammering. ,,Met o p z e t ' , zo stelt prof Posthumus, ,,heb ik geen voorbeelden aan mijn nota toegevoegd, omdat het onjuist zou zijn autoritair opgestelde modellen aan deze nota toe te voegen De herprogrammering moet berusten op explicitering en operationalisering van de doelstellingen Dit moet in voortdurend overleg tussen docenten en studenten plaats vinden, waarbij de student over unieke deskundigheid beschikt Het is een goede zaak dat medeverantwoordelijkheid en medebeslissingsrecht

5

THB 11

13 maart 1970


Posthumus (vervolg)

Mededelingen

Algemeen gelijktijdig met de herprogrammering van het onderwijs aan de orde worden gesteld Men kan aanvaarden dat onderlinge discussie uitermate verhelderend kan werken en soms wetenschappelijke vooruitgang kan brengen, zonder te besluiten dat alle wetenschappelijke verworvenheden eerst opnieuw in discussie moeten worden gebracht' 5 De uniforme regeling van de cursusduur houdt geen rekenng met de eigen eisen van de afzonderlijke studierichtingen. Prof Posthumus „ A l s de cursusduur tot stand komt op grond van extern sociaalpsychologische en sociaal-economische criteria, is haar waarde ook met afhankelijk van de aard van de studierichting Maar na vergelijking met overaenkomstige studierichtingen in het buitenland kan men toch tot verschillende waarden besluiten Ik geef er daarom de voorkeur aan om met een definitief advies te wachten tot het landelijk overleg psr s udienchting is voltooid' Prof Posthumus komt hier in de tweede vervolgnota op terug 6 Het voorgestelde doctoraal-examen is niet meer dan een baccalaureaatsexamen. ,,De critici die dit naar voren brengen , zo schrijft prof Posthumus, ,,maken daarbij de merkwaardige denkfout daf baccaleureaats- en doctoraclexamen door een cursusduur gedefinieerde begrippen zouden z i j n " 7 De bestuursstructuur is ten onrechte buiten beschouwing gelaten. Prof Posthumus vindt dat de studenten op grond van eigen specifieke deskundigheid ten aanzien van het curriculum medebeslissingrecht toekomt Al eerder in de vervolgnota stelde hij dat iedere oplossing van elk universitair probleem dan ook in overeenstemming zou moeten zijn met de doelstellingen van de universiteit ,,De vraagstukken van de bestuursvorm zijn intussen reeds in zo grote omvang in bespreking gekomen, dat zij in dit tweede stuk buiten bespreking kunnen b l i j v e n " 8 De betrekking tussen herstructurering en herprogrammering is niet duidelijk. Deze kritiek slaat vooral op prof Posthumus' stelling dat de herstructurering door herprogrammenng moeten worden voorafgegaan Dit moet volgens prof Posthumus zo worden opgevat, , dat eerst door het Academisch Statuut een gekwantificeerde structuur moet worden vastgesteld dat vervolgens de vernieuwing van het curriculum (de herprogrammering) op grond van de doelstellingen door de deelnemers wordt geoperationaliseerd, en dat pas daarna tot uitvoering wordt o v e r g e g a a n " Bij deze herprogrammenng door alle deelgenoten van het onderwijs en onderzoek op basis van de doelstellingen en binnen het steigerwerk van de structurering in de tijd moet ook rekening gehouden worden met de door prof Freudenthal gestelde vraag naar gemechaniseerde en geprogrammeerde onderwijsmethoden

BESLUITEN

1 Wijziging van artikel 24, derde lid van de Wet W O in die zin, dat aan het Academisch Statuut wordt opgedragen in elk geval de vereisten te regelen voor het propedeutisch examen en het doctoraal examen in de onderscheidene faculteiten, interfaculteiten, afdelingen en tussenafdelingen het wettelijk voorschrift tot regeling van kandidaatsen baccaleureaatsexamen ware uit dit artikel te schrappen 2 Opneming m de Wet W O van een bepaling waarin aan het Academisch Statuut w o r d t opgedragen de cursusduur voor het propedeutisch onderwijs en voor het doctorale onderwijs in de onderscheidene faculteiten interfaculteiten, afdelingen en tussenafdelingen te regelen De bepaling in artikel 39, derde lid van de Wet W O die aan de faculteiten enz , opdraagt voor elk examen een regeling vast te stellen v o o r de studieduur, zoals deze in de regel het meest gewenst is, dient in verband daarmee te vervallen. 3 Opneming in de Wet W O van een bepaling, waarin de mogelijkheid van inschrijving voor het volgen van het propedeutische onderscheidenlijk het doctorale onderwijs wordt beperkt tot een tijdsduur, die de cursusduur voor het propedeutische, onderscheidenlijk het doctorale onderwijs met een jaar overschrijdt Van deze beperking dient op grond van bijzondere persoonlijke omstandigheden ontheffing

VERGADERINGEN

V A N 2 9 J A N U A R I E N 26 F E B R U A R I 1970

1 De Commissie Bedrijfskunde, voorheen de Commissie Business Schools, IS als volgt samengesteld Prof Mr F H van der Burg, Prof Dr F J P van Dooren, Prof Ir J M F Driesser, Prof Dr H O Goldschmidt (voorzitter) Prof Drs G L Groeneveld, lector L Meertens lector Dr P J Willems, Dr E Bijnen, Drs P Duffhues, Mr A Koekkoek Drs I van Kooten, Drs P Maagdenberg, Mr A Overbosch D,-s A Wentink 2 Aan het Curatorium is voorgesteld om een verzoek in te dienen tot deelneming van de Katholieke Hogeschool aan het ,,Interuniversitair Instituut tot onderzoek van normen en waarden in de geïndustrialiseerde samenleving' , gevestigd te Rotterdam 3 Overeenkomstig het voorstel van het bestuur Rekencentrum zijn aan dit bestuur toegevoegd Drs Th van der Net en Drs J Schildennck 4 De promotie van Drs A J W van de Gevel is vastgesteld op woensdag 13 mei 1970 te 16 00 uur Als promotores zijn aangewezen Prof Dr A H M Albregts en Prof Dr Th C M J van de Klundert Titel proefschrift ,,Internationale handel en economische g r o e i " 5 De promotie van Drs H N Weddepohl is vastgesteld op woensdag 20 mei 1970 te 16 00 uur Als promotor is aangewezen Prof Dr J J J. Dalmulder Titel proefschrift ,,Axiomatic choice models and duality". 6 De promotie van Drs J Th Adolfse is vastgesteld op donderdag 4 juni 1970 te 16 00 uur Als promotor is aangewezen Prof Dr H W J Bosman Titel proefschrift ,,De nationale investeringsbank in WestEuropa voor buitenlandse ontwikkelingsfinanciering" KOMMISSIE

INTERNATIONALE

Stichting W e r k g r o e p

SAMENWERKING

Studiereizen

Ontwikkelingslanden

Taak Studenten, die ten behoeve van de doktoraalstudie onderzoekswerk willen verrichten of een stage willen lopen in een ontwikkelingsland, kunnen zich tot de W S O wenden om financiële en organisatonese steun De realisatie van deze steun kan op twee manieren geschieden -

door toevoeging van studenten aan bestaande, door ons opgespoorde projekten Wij krijgen hierbij medewerking van universiteiten overheidsinstanties en bedrijven

-

door het steunen van een student, of een groep studenten, met een prive-projekt De selektiekommissie let bij een prive-projekt ekstra op het wetenschappelijke nivo van het studie-onderwerp en op de garantie voor een deskundige begeleiding in de regio

W i j z i g i n g e n W e t op het w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r w i j s Prof Posthumus is van mening - ook na het kennisnemen van alle principiële kritiek - dat ten aanzien van de opening m de wet de volgende voorstellen reeds nu in aanmerking komen voor uitvoering

EN M E D E D E L I N G E N

SENAATSBESTUUR

Algemene voorwaarden De algemene voorwaarden zijn -

het verblijf in de regio moet een duidelijk nut hebben voor de samenstelling van de doktoraalskriptie of voor het onderwerp van het stage-verslag,

-

de skriptie of stage moet passen in het studiepatroon van de kandidaat,

-

kennis van de landstaal zal bij de meeste projekten vereist zijn

Voor verdere informatie

Buro Buitenland, kamer 76

te kunnen worden verleend 4 Handhaving van artikel 26, eerste lid van de Wet W O , waarin bepaald wordt, dat tot het afleggen van examens ieder w o r d t toegelaten, onverschillig waar hij de daartoe vereiste kundigheden heeft opgedaan, mits hij in het bezit is van het daartoe leidende getuigschrift van een met goed - e v o l g afgelegd eindexamen aan een der in het tweede lid genoemde scholen van voorbereidend w e t e n schappelijk onderwijs, dan wel van een wettelijk gelijkgesteld getuigschrift en voldaan heeft aan de bij het Academisch Statuut te stellen eisen met betrekking tot praktische oefening


Reakties op Voorontwerp Veringa

I

BESTUUR ATG

Het bestuur van het administratief en technisch personeel van de Katholieke Hogeschool heeft aan de Minister van Onderwijs, de voorzitter van de Tweede Kamer, de fraktievoorzitters van de Tweede Kamer en de voorzitter van de Academische Raad zijn standpunt bekend gemaakt over het V o o r o n t w e r p van de Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970. Onderstaand de brief die aan de genoemde personen is verstuurd. Bestuur en structuurfractie van het administratief/technische personeel van de Katholieke Hogeschool Tilburg constateren bij kennisname van de memorie van toelichting bij het ,,Voorontwerp voor een Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970" dat de volgende gedachten mede aan het wetsontwerp ten grondslag liggen: -

Eenheid en duidelijkheid van bestuur. Geen enkele geleding w o r d t op voorhand het recht tot medebeslissen in de bestuursorganen, op welk niveau dan ook, onthouden. - De werksituatie is uitgangspunt bij de opbouw van de nieuwe universitaire organisatie. Alle belanghebbenden moeten zoveel mogelijk bij het bestuur van de universiteit en haar organen betrokken worden. Een voldoende inbreng van deskundigheid moet gegarandeerd zijn. Democratisering op het basisniveau. - Allerlei mogelijkheden tot vormgeving worden opengehouden. Geheel of gedeeltelijk in strijd hiermee achten zij: -

-

dat in de beleidsbepalende organen geen ruimte w o r d t gelaten voor een doorbreking van het geledingenstelsel; dat veel artikelen een eng regelend karakter hebben; dat de deskundigheid eenzijdig w o r d t geĂŻnterpreteerd en voorbehouden aan het wetenschappelijke corps en beroepsbestuurders; dat de positie en de organisatie van de dienst- en beheerseenheden aan de basis, zowel in als buiten de faculteiten, geheel wordt opengelaten en alleen de dienstbaarheid aan de vakgroepen wordt vastgelegd; dat de vakgroep niet het organisatorische kader vormt voor de werksituatie van alle belanghebbenden; dat er bovendien geen voorzieningen zijn getroffen ter democratisering van de basis van de dienst- en beheersafdelingen.

Zij betwijfelen op grond van onder meer het bovenstaande ernstig, of de door de ministers voorgestelde bestuurshervorming inderdaad de voorwaarden biedt om te komen tot een werkelijke democratisering van de verhoudingen. Daardoor twijfelen zij tevens aan een verantwoorde aanpak van de andere aspecten van de vernieuwingsprocessen. Tilburg, 26 februari 1970.

niet beter is, dat de leden van de genoemde raden het vertrouwen genieten van de meerderheid van de gehele hogeschoolgemeenschap. Immers de Minister zegt zelf in zijn memorie van toelichting op het v o o r o n t w e r p : ,,Voor de rector magnificus geldt dat hij zijn functie slechts kan uitoefenen als hij het vertrouwen heeft van de gehele universitaire gemeenschap" (blz. 24). Wat echter voor de rector magnificus geldt, moet - naar mij voorkomt - tevens gelden voor de overige leden in de raden. Met het oog op de ervaringen binnen de structuurcommissie, samengesteld uit leden afgevaardigd door en uit de aparte geledingen conform de in het voorontwerp voorgestelde procedure, kan men zich terecht afvragen hoe de raden dan wel zullen functioneren wanneer het wederzijdse wantrouwen een grote rol blijft spelen. Een en ander heeft mij in de hoedanigheid van adviseur van de delegatie van de KHT doen besluiten in de vergadering van de Academische Raad, d.d. 28 februari j . l . , de volgende motie in te dienen: Bij deze w o r d t voorgesteld de Minister van Onderwijs en W e t e n schappen te vragen artikel 4, lid 3, van het v o o r o n t w e r p als volgt te wijzigen: â&#x20AC;&#x17E; D e leden van de universitaire gemeenschap, bedoeld in het tweede iid, kunnen door de geleding waartoe zij behoren, kandidaat gesteld worden v o o r een lidmaatschap van de daar bedoelde organen. Uit deze kandidaten wordt het door de wet aangegeven aantal leden voor deze organen door de gehele universitaire gemeenschap gekozen in de door de wet aangegeven verhouding." Hierbij heb ik verder aangetekend dat de zinsnede ,,door de wet aangegeven v e r h o u d i n g " nog met betekent dat men het eens is met deze verhouding, zoals aangegeven in het v o o r o n t w e r p . Het bestuur van het Stafconvent heeft vanzelfsprekend de behoefte te weten hoe het ,,Voorontwerp van een Wet Universitaire Hervorming 1970" door de leden van het Stafconvent is ontvangen. Aangezien het accent van de discussies voor de structurele hervormingen nu ligt bij de faculteiten, heeft het bestuur van het Stafconvent staven verzocht het genoemde Voorontwerp ter discussie in de in een brief d.d. 19 februari j . l . de voorzitters van de drie faculteitsstafvergaderingen van de betreffende faculteit te brengen. Het bestuur heeft tevens verzocht op de hoogte gehouden te worden van de resultaten van deze discussies. Zodra de meningen uitgekristaliseerd zijn, zal het bestuur van het Stafconvent U het standpunt van het Stafconvent omtrent het V o o r o n t w e r p bekend maken. Tevens zal het bestuur van het Stafconvent dat standpunt mededelen aan andere instanties, welke invloed kunnen uitoefenen bij de behandeling van het V o o r o n t w e r p . L. V. Vladar, voorzitter van het Stafconvent

BRIEF VAN BESTUUR STAFCONVENT Aan: Mr. P. Kuypers, voorzitter Structuurcommissie Het College van Curatoren Het Senaatsbestuur Het bestuur van de A T G Het bestuur van de A T S O . Tilburg, 6 maart 1970 Na de eerste lezing van het ,,Voorontwerp van een W e t Universitaire Bestuurshervorming 1970" heb ik de indruk gekregen dat de Minister in vergelijking met zijn oorspronkelijke ,,Nota" in verscheidene opzichten tegemoet gekomen is aan de eisen zoals o.a. het bestuur van het Stafconvent deze geformuleerd heeft tijdens de hearing van de Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen van de Tweede Kamer van de Staten Generaal. Bij nadere lezing van het voorontwerp heb ik me echter afgevraagd of de samenstelling van hogeschoolraad en faculteitsraden, zoals de Minister dit voorstaat, wel juist is. Immers de afgevaardigden per geleding in deze raden worden gekozen door en uit de betreffende geleding, zodat het gevaar bestaat van een eenzijdige belangenbehartiging per geleding. Rekening houdend met het voorgaande, kan men zich afvragen of het

Teach-inn 10 maart

7

THB 11

13 maart 1970


I

Dlskriminatle-week VAf UITGAVEN V A N

WOLTERS - NOORDHOFF & VUGA - BOEKERIJ HET K O L O M M E N - B W onder redactie van mr P, de Prez en andere deskundigen Losbladig Hoofdwerk, incl band ƒ29,90 Mr. W. Hugenholtz HOOFDLIJNEN V A N NEDERLANDS BURGERLIJK PROCESRECHT bewerkt door mr. W H. Heemskerk De 10e druk is in bewerking en zal binnenkort verschijnen De prijs zal vermoedelijk ƒ32,50 bedragen Prof

mr

H D

van Wijk

HOOFDSTUKKEN V A N ADMINISTRATIEF RECHT Prijs ƒ27,25

Gidsen Nederlands publiek- en privaatrecht, een verzamelinq arresten voor praktijk en studie onder redactie van mr. P. de Prez. Mr. P. de Prez GIDS BURGERLIJK RECHT Losbladig, incl band ƒ 2 2 , — Mr

H F Torrmga

GIDS STAATSRECHT Losbladig, incl band ƒ 1 3 , — Mr

N E Algra

GIDS HANDELSRECHT Losbladig, incl band ƒ19,50 Mr. L J M

de Leede

G I D S ARBEIDSRECHT Losbladig, incl band ƒ16,90

in voorraad bij

boekhandel gianotten

Programma Onderstaand het programma van de Dlskriminatle-week, welke van 14 tot 22 maart In Tilburg wordt gehouden en wordt georganiseerd door de verschillende aktlegroepen binnen Maranatha, studentenparochie te Tilburg. De week is opgebouwd uit film, aktie, kabaret, informatie, lezing diskussie, literatuurstand, liturgie en toneel Als belangrijk handvat zal dienen het Grijsboek waarin een aantal disknmmato re situaties in Tilburg zullen worden aangegeven zaterdag 14 maart vanaf 11 00 uur literatuurstand op de Heuvel met gemakkelijk meeneembaar materiaal, vanaf 13 00 uur wagenspel op de Heuvel (elke 20 minuten), 15 30 uur openingsstunt op de Heuvel, 18 30 uur liturgiedient in Maranatha met als tema ,,Diskriminatie hier en nu zondag 15 maart 11 30 tot 12 uur liturgiedienst als voren m Maranatha, Prof Cobbenhagenlaan 19 maandag 16 maart Alle winkels zijn deze week geopend voor gastarbeiders, 20 00 uur. ,,Leerling of werknemer?' Film en forum over de problemen van de werkende jongeren In het huis Korte Tuinstraat 7 zijn belangstellenden van harte welkom dinsdag 17 maart 22 30 uur speelfilm ,,Diamanten in de nacht" van Jan Nemèc in het Harmonie-theater (Jodendiskriminatie) woensdag 18 maart 's Avonds op de televisie voetballen en verkiezingen donderdag 19 maart 20 00 uur Dr J van Ussel spreekt over een ,,Nieuwe visie op de sexualiteit" in het Maranatha-gebouw Er is gelegenheid tot discussie. vrijdag 20 maart 20 30 uur in het Studio-theater van de Stadsschouwburg seks-kabaret ,,Tabee Taboe" (NVSH-produktie) zaterdag 21 maart vanaf 11 00 uur literatuurstand op de Heuvel, 20 15 uur in de Stadsschouwburg ,,Gered" van Edward Bond, gespeeld door toneelgroep ,,Centrum" ,,Easy Rider', film over de diskriminatie van de hippie, hippieieven contra gevestigde orde, wordt waarschijnlijk in een van de bioskopen deze week gedraaid De werkgroep gastarbeiders biedt geen centrale manifestatie, maar richt zich publicitair op de middenstand, bedrijven, woontoestanden en bereidt een foto-tentoonstelling voor Alle aktiviteiten zijn voor iedereen toeoankelijk Inlichtingen zijn te krijgen bij Studentenparochie Maranatha, Prof Cobbenhagenlaan 19, telefoon 04250-75302 De organisatie berust bij aktiegroep Engagement Maranatha coordinator W J Willems, adres idem

wetenschappelijk filiaal: prof. verbernelaan 100 (studentenflat) telefoon 04250-73181 enig filiaal van

boekhandel gianotten heuvel 43 - tilburg gespecialiseerd op wetenschappelijk gebied

grafische kunstinrichting

j. j . a. van der w e e n.v, koestraat 83-85 - telefoon 23137 tilburg


veek VA.^ DE FAKULTEITEN

Mededelingen 4 Aan de faculteit w o r d t het volgende voorgesteld met betrekking tot de tentamens voor derde- en vierdejaars

Ekonomische Fakulteit BESLUITEN F A K U L T E I T S V E R G A D E R I N G

5 FEBRUARI

1970

De spelregels voor de experimentele projectgroep tweedejaars economen zijn met uitzondering van een aantal onderdelen, waarover met de projectgroep nog contact wordt opgenomen goedgekeurd Prof Verheyen, Prof van de Klundert, Dr de Miranda en Drs Boerboom zullen met enkele studenten van de projectgroep een overgangsregeling ontwerpen voor degenen die in de komende anderhalfjaar besluiten hun deelname aan de projectgroep te beĂŤindigen Voor de nog met geslaagde C-ll-candidaten (vierdejaars en ouder) zal in de tweede helft van maart een extra C-ll-examen worden afgenomen Dit impliceert, dat studenten die in december jl werden afgewezen met een gemiddeld cijfer van 4 of minder, in plaats van september a s reeds tot het mei/juni-examen kunnen worden toegelaten Studenten die het propedeuse-programma oude stijl hebben gevolgd en nog met zijn geslaagd voor het propedeutisch-examen krijgen nog tweemaal de gelegenheid een examen oude stijl af te leggen, te weten in mei en in augustus/september a s Na september a s worden geen propedeutische examens oude stijl meer afgenomen Tot de propedeutische examens oude stijl in mei en in augustus/september worden, ongeacht de uitslag van voorafgaande examens, alle nog met geslaagde candidaten toegelaten De faculteit gaat accoord met de voorlopige indeling van het wetenschappelijk corps in vakgroepen (algemene economie, bedrijfseconomie, econometrie, toegepaste wiskunde, wijsbegeerte, fiscaal) De faculteit zal een leerstoel inrichten voor de leer van informatiesystemen De faculteit stelt voor de continuering van het propedeuse-programma economie een tweetal lectoraatsplaatsen ter beschikking De faculteit heeft onder meer van gedachten gewisseld over - het evaluatierapport van het Onderwijs Research Centrum over het eerstejaars-programma,

voor de vierdejaars zijn de vrijstellende tentamens m het privaatrecht met verplicht Bij met afleggen krijgt men de desbetreffende vakken op het examen waarbij eventueel de tijdsduur van het examen w o r d t aangepast,

-

voor derdejaars geldt dat de vrijstellende tentamens strafprocesrecht, burgerlijk procesrecht en hlosofie verplicht moeten worden afgelegd Voor wat het IPR betreft behoeft men in het derde jaar geen tentamen af te leggen indien men dit vak als keuzevak neemt Voor wat betreft de overzichtscolleges van het verbintenissenrecht geldt dat de stof in werkgroepen wordt behandeld, alsmede dat geen tentamen in dit onderdeel behoeft te worden afgelegd

5 Âą 1 4 dagen na het verschijnen van het rapport van de CommissieSchoordijk zal een speciale studieraadsvergadering aan de bespreking van dit rapport worden gewijd (een en ander tenzij een reeds vastgestelde vergadering hiertoe mogelijkheid biedt) Nadat het beraad hierover in de studieraad heeft plaats gevonden zal aan iedere belanghebbende gelegenheid moeten worden gegeven een inbreng te leveren tot de meningsvorming

Theologische Fakulteit VERGADERDATA

FACULTEITSRAAD

De faculteitsraad vergadert op de volgende dagen donderdag 5 maart te 14 00 uur, donderdag 19 maart te 14 00 uur woensdag 1 april te 19 00 uur, donderdag 16 april te 14 30 uur woensdag 29 april te 19 00 uur, donderdag 14 mei te 9 00 uur donderdag 21 mei te 14 30 uur SAMENSTELLING

DAGELIJKS

BESTUUR

-

het evaluatierapport van de vakgroep wijsbegeerte over de nieuwe opzet van het onderwijs in de wijsbegeerte m het eerste en tweede jaar,

Het dagelijks bestuur van de faculteitsraad bestaat uit prof dr H H Berger voorzitter, Th M J Clemens, studentlid en H G P Reumkens medewerker van het faculteitsbureau Het dagelijks bestuur komt gewoonlijk bijeen m de weken waarin de faculteitsraad met vergadert

-

de nota van de Studieraad over de herziening van het kandidaatsprogramma

BEREIKBAARHEID

BESLUITENLIJST V E R G A D E R I N G

STUDIERAAD

VAN D O N D E R D A G

1970

5 FEBRUARI

VOORZITTER

De voorzitter zou het op prijs stellen indien men bij het telefoneren rekening wil houden met de volgende tijden maandag tot en met vrijdag tussen 9 00 en 12 30 uur en 14 30 tot 20 00 uur Buiten deze tijden gelieve men uitsluitend in dringende gevallen te bellen

Juridische Fakulteit

i

-

1 De behandeling van een brief met vragenlijst van de werkgroep ethiek-wetenschappelijk onderwijs van de Academische Raad inzake verzameling van gegevens over ethiek m het wetenschappelijk onderwijs wordt verschoven naar de volgende studieraadsvergadering 2 Aan de faculteit wordt voorgesteld te besluiten dat het vanaf 1 februari met meer mogelijk is deel te nemen aan het C-2-examen, indien men met met gunstig resultaat tentamen m het vak boekhouden heeft gedaan 3 De controle op de voortgang van de studie en de studiebegeleiding zullen nogmaals aan de orde worden gesteld Aan de faculteit w o r d t geadviseerd reeds thans het nodige te doen dat mede in verband met bovengenoemde taken een administratieve medewerker bij het faculteitsbureau kan worden aangesteld

Geslaagden Doctoraal examen sociale wetenschappen (februari 1970) G A J Beltz, Tilburg, mej L T M B Kamp Drunen Breda, J L B Vos, Laren

P L E America,

Doctoraal examen rechtswetenschappen (februari 1970) Th W P M Veltman, Meyel Doctoraal examen economische wetenschappen (februari 1970) R A M Bogaers Tilburg, P V L H R Guinee, Bilthoven; J L. G Klinkenberg Kerkrade, J M Kolkman, Tilburg, W F A Mols, W a a l w i j k , C A G van Oostveen Tilburg, F D Simons, Deventer, A H L v d Mosselaer, Tilburg, H G J Linders, Schayk

9

THB 11

13 maart 1970


t In ons concern wordt ?>an de

jonge economist de gelegenheid geboden een carrière op te bouwen. Hij zal, afhankelijk van geschiktheid en belangstelling, een loopbaan in één van de volgende werkgebieden kunnen beginnen: budgettering en berichtgeving; bedrijfseconomische analyses en efficiency-controle; ontwikkeling en beoordeling van informatiesystemen; advisering inzake toepassingsmogelijkheden van automatisering in binnen- en buitenland; financieringsvraagstukken; marktonderzoeken commerciële prognostiek; planning op korte, middellange en lange termijn; personeels- en opleidingsvraagstukken - personeelsbeleid; internationale marketing; remuneratie vraagstukken, verband houdende met internationale stafplanning; rentabiliteitsberekeningen ten behoeve van "beslissings"-calculaties; samenhang seriegrootte (kostprijs). Het ligt in het voornemen belangstellenden - waartoe ook zij worden gerekend die binnenkort afstuderen - uit te nodigen voor een wederzijds oriënterend onderhoud. Geïnteresseerde economisten kunnen schriftelijk of telefonisch contact opnemen met Drs. Ch. Katz, Personeelzaken, Willemstraat 20, Eindhoven (telefoon 040 - 60000, toestel 7549) onder advertentienummer 69132.

N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken, Eindhoven

PHILIPS

I


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1970 03 13 by Redactie Univers - Issuu