(Tilburgs Hogeschoolblad jaargang 3
*
maandblad
Redactie: P. J. G. Aarts P. H. A. de Bekker B.J. M. Giesen Redactie-adres: Hogeschoollaan 225, Tilburg
nummer 7
-
september 1966
W. A. F. M. van der Kruys L, P. H, Hensgens H. G. M. Dijstelbloem J. J. M. de Bont (Hoofd Bureau
Senaat)
In m e m o r i a m Prof. Dr. A. B. A. v a n Ketel Op 8 juni 1966 overleed te Amsterdam op 88-jarige leeftijd Dr. A. B. A. van Ketel, oudbuitengewoon hoogleraar aan onze Hogeschool. De ouderen zullen a c h deze sympathieke leermeester uit de jaren 1934 tot 1938 zeker herinneren. Van Ketel doceerde in die periode het financiewezen van de onderneming. De tijd gedurende welke hij aan de hogeschool verbonden is geweest is zéér kort te noemen. Zijn gezondheid liet niet langer toe, dat hij naast zijn vele functies in het bedrijfsleven, zijn taak aan de hogeschool continueerde. V a n Berkum volgde hem in 1938 op. Van Ketel kreeg zijn praktische opleiding in het bankwezen en bracht het daar tot directeur van de Rotterdamsche Bankvereniging. Verschillende publikaties op het terrein van banktechniek en financiering verschenen van zijn hand. Zéér bekend is het in 1923 in samenwerking met J . V. L. M. Verbiest geschreven werkje over „Bankbalansen" door Delwei uitgegeven in de serie „Het Bankwezen", dat voor die tijd uniek was. Zijn universitaire studie maakte van Ketel eerst op latere leeftijd. Hij bekroonde deze met het schrijven van een dissertatie getiteld „Inwerking van de economische evolutie op wet en statuten der Naamloze Vennootschap" waarop hij in 1923 te Gent promoveerde tot doctor in de handelswetenschappen. Op 9 oktober 1934 aanvaardde van Ketel zijn ambt aan onze hogeschool met het uitspreken van een rede over „De garantie als aanvullende financieringsfiguur''. Hij voegde daarmede een hoofdstuk toe aan de leer van de financiering, dat nog steeds de aandacht mag hebben. Van Ketel'» colleges waren in sterke mate praktisch georiënteerd. Hiermede wil niet gezegd zijn, dat hij de theorie verwaarloosde. Integendeel, van Ketel had een eigen afgeronde benadering en verklaring voor het financiële gebeuren in ide onderneming.
Hij lichtte deze echter veelvuldig toe aan de hand van „cases" en was daarmede in feite zijn tijd ver vooruit. Het ging hem hierbij niet om het individuele geval als zodanig, maar om het onderkennen van algemene verbanden en verschijnselen. Opvallend was zijn uitgebreide juridische kennis en inzicht. Juist voor een vak als financiewezen zijn deze van zéér grote betekenis. Zijn benadering van de financiële problematiek kreeg mede daardoor a.h.w. een interdisciplinair karakter en ook daarom mag gezegd zijn, dat van Ketel zijn tijd vooruit was. Zijn studenten betreurden destijds in hoge mate, dat hij dit alles etaleerde in een eigen terminologie, welke van de in de literatuur gebruikelijke terminologie volkomen afweek. De college-stof van van Ketel is praktisch in zijn geheel bewaard gebleven. Ze is neergelegd in de twee delen „Schetsen uit de financiering van de onderneming" (574 blz.), welke in 1944 van zijn hand verschenen in de serie „Bedrijfseconomische monografieën". Van Ketel stelde dit omvangrijke werk in de oorlogsjaren samen met behulp van de door het T.A.E.K.-lid Dr. C. H . Eibers met grote zorgvuldigheid gemaakte collegedictaten, omdat zijn eigen aantekeningen en dossiers in 1940 door oorlogshandelingen grotendeels verloren zijn gegaan. Aan wie een indruk wil krijgen van van Ketel's wetenschapelijke werk mogen deze delen ter bestudering worden aanbevolen. Niet iedereen echter zal geboeid raken door de ver doorgevoerde schematiek en de veelheid van distincties. Velen zullen de stroeve taal niet vlot verteerbaar vinden. Van Berkum heeft een uitvoerige bespreking aan de „Schetsen" gewijd in het Maandschrift Economie van maart/april 1946 en merkt daarin o.m. op: „Het dwingt grote bewondering af, dat hij dezen waarlijk niet geringen arbeid ondernam en beëindigde in de jaren der vijandelijke bezetting, ES Ï edwongen ondanks a won gen evacuatie en R'èrri'Wfg net j e n o r e n ssiers.'
Kaatrtr,
lCATHOU€IC€ HOGESCHOOl i TILSUftC tém
$
t
x
De benadering van de financiële problematiek in de onderneming moge heden ten dage wellicht anders geschieden dan in van Ketel's tijd, dat neemt niet weg, dat op zijn analyses ook thans nog wordt gesteund. Zij hebben zonder twijfel een belangrijke bijdrage geleverd tot de ontwikkeling van het vak.
conscentieus mens. Zijn levensomstandigheden waren lang niet gemakkelijk. Zijn laatste levensjaren tezamen met zijn vrouw, die enige weken vóór hem overleed — doorgebracht op een hotelkamer, waren zelfs uitermate zwaar. Een klacht kwam echter nimmer over zijn lippen. Hij ruste in vrede!
Wij noemden van Ketel een sympathieke leermeester. Hij was ook een bijzonder goed en
C. F.
Scheffer
B e n o e m i n g Rector Magnificus Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben op voordracht van de Academische Senaat benoemd tot rector magnificus voor het studiejaar 1966/ 1967 prof. dr. U, O. Goldschmidt, hoogleraar in de bedrijfshuishoudkunde (in het bijzonder de organisatie van de onderneming). Prof. Goldschmidt is in boren. Na zijn middelbare gedurende enkele jaren in zaam. Hij studeerde aan
1920 in Enschede ge schoolopleiding was hij het bedrijfsleven werkde Katholieke Hoge-
school, waar hij in 1955 promoveerde tot doctor in de economische wetenschappen op een proefschrift "Financial planning in industry". Prof. Goldschmidt is vanaf 1951 aan de hogeschool verbonden. Hij werd in 1956 tot lector benoemd en in 1962 tot gewoon hoogleraar. Tot secretaris van de Academische Senaat voor het komende studiejaar is benoemd prof. dr. R. A. de Moor.
Drs. M. A. Th. J a s p e r s Drs. M. F. A. T h . Jaspers heeft met ingang van 1 oktober 1966 de funk tie aanvaard van economisch adviseur van de Sociëteit van J.M.J. te 's-Hertogenbosch. Om die reden heeft hij het College van Curatoren verzocht hem ontslag te verlenen als studentendekaan van de Katholieke Hogeschool. Curatoren beschouwen het heengaan van de heer Jaspers als een ernstig verlies voor de hogeschool.
Voor de wijze waarop hij gedurende bijna elf jaar de studentenbelangen behartigde en de voorspoedige ontwikkeling van de studentenvoorzieningen bevorderde, is de hogeschoolgemeenschap hem grote erkentelijkheid verschuldigd. Vanzelfsprekend respecteren Curatoren de belangrijke persoonlijke beslissing die de heer Jaspers nu heeft genomen. Het ontslag wordt hem op de meest eervolle wijze verleend.
Theologische faculteit Curatoren van de Katholieke Hogeschool te Tilburg hebben in overleg met de bisschoppen van 's-Hertogenbosch en Breda en de in het Gemeenschappelijk Instituut voor Theologie samenwerkende orden en congregaties besloten, de oprichting voor te bereiden van een theologische faculteit. Deze faculteit zal onder meer de funk tie vervullen van wetenschappelijke opleiding voor priester-kandidaten. In het Gemeenschappelijk Instituut voor Theologie, gevestigd te Tilburg, werken samen de missionarissen van de heilige familie, de missionarissen van het goddelijk woord, de missionarissen van het heilig hart, de priesters van het heilig hart, de minderbroeders-capucijnen en de montfortanen; 2
binnenkort zullen nog de witte paters zich hierbij aansluiten. De nieuwe opleiding zal in september 1967 beginnen, voorlopig als een, in een afzonderlijke stichting ondergebrachte, bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs, die in een later stadium kan opgaan in een aan de hogeschool te verbinden theologische faculteit. Het bestuur van de stichting wordt gevormd door Curatoren van de Katholieke Hogeschool. Vanuit de twee deelnemende bisdommen en het Gemeenschappelijk Instituut voor Theologie zal een adviesraad worden samengesteld, die aan Curatoren voorstellen zal doen betreffende 'bet
studieprogramma en de samenstelling van het docentencorps. Deze adviesraad zal tevens vaststellen, hoe de opleiding moet worden voortgezet van priesterkandidaten die wegens het niet bezitten van een VHMO-diploma nog niet tot de academische examens kunnen worden toegelaten. Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben
de minister van Onderwijs en Wetenschappen op de hoogte gesteld van bovengenoemd principebesluit. N a de uitwerking van de statuten en het programma, en zo mogelijk de samenstelling van het docentencorps, zullen zij zich tot de minister wenden met een verzoek om erkenning van de getuigschriften en subsidiëring van de opleiding. Ook met de Katholieke Universiteit te Nijmegen wordt overleg gepleegd.
Het n i e u w e s t u d i e p r o g r a m m a v. d. Faculteit d e r Sociale W e t e n s c h a p p e n In verband met de op handen zijnde wijzigingen van het Academisch Statuut heeft de faculteit een nieuw studieprogramma opgesteld dat vanaf september 1966 zal worden gevolgd. Volgens het thans nog geldende Academisch Statuut zijn in de Faculteit der Sociale Wetenschappen als subfaculteiten opgenomen de subfaculteit van de westerse sociologie en van de politieke wetenschappen, de subfaculteit, van de niet-westerse sociologie en culturele anthropologic, de subfaculteit van de psychologie en de subfaculteit van de paedagogie. Volgens het in voorbereiding zijnde nieuwe Academisch Statuut zullen de eerste twee subfaculteiten samengevoegd worden tot de subfaculteit van de sociaal-culturele wetenschappen. Binnen deze subfaculteit zal het mogelijk zijn om voor het candidaatsexamen een der volgende vakken als hoofdrichting te kiezen: — westerse sociologie, —• niet-westerse sociologie, — politieke wetenschappen en — culturele anthropologic; dezelfde keuzemogelijkheid is opengesteld voor het doctoraalexamen, onafhankelijk van wat gekozen is als hoofdrichting voor het kandidaatsexamen. De Hogeschool kent tot nu toe binnen de Faculteit der Sociale Wetenschappen slechts één subfaculteit en daarbinnen slechts één hoofdrichting, n.l. die van de westerse sociologie. De nieuwe opzet van het programma gaat derhalve ook uit van deze hoofdrichting westerse sociologie. Bestudeerd wordt thans nog of een uitbreiding van de studiemogelijkheden binnen de toekomstige subfaculteit der sociaal-culturele wetenschappen met een andere hoofdrichting en met name met de Politieke Wetenschappen zinvol cal blijken te zijn. De gebleken grote belangstelling voor de richtingen bestuurswetenschappen en sociale- en economische politiek doet vermoeden, dat de interesse bij een groter aantal studenten voor een hoofdrichting politieke wetenschappen reëel aanwezig zou kunnen zijn. Bij de samenstelling van het nieuwe programma heeft de faculteit zich laten leiden door de volgende opvattingen: a)
Binnen de grote ruimte, welke het nieuwe
statuut zal bieden aan de subfaculteiten der sociaalculturele wetenschap om een eigen type opleiding te creëren, is het gewenst dat Tilburg zijn eigen karakter, bepaald door historie, aard en kwaliteiten van de bezetting, welke in het verleden de opleiding hebben getekend, ook in de toekomst zal weten te behouden en nader te markeren. b) De candidaatsstudie zal minder breed van opzet dienen te zijn dan thans het geval is, doch meer de grondslag moeten vormen voor een effectieve doctoraalstudie, waarin de sociologie in haar diverse geledingen meer centraal zal komen te staan. De candidaatsstudie zal 2 jaar duren (tot nu toe 3 j a a r ) , zodat voor de doctorale studie meer tijd ter beschikking komt, n.l. 3 jaar (tot nu toe 2) en de studenten de gelegenheid hebben zich langer en intensiever te occuperen met meer wezenlijke facetten van de wetenschap. c) In de doctorale studie moet de student de gelegenheid worden geboden om een keuze te maken uit verscheidene probleemgebieden, waarop de sociologie zich richt, teneinde zich met meer wetenschappelijke diepgang aan de bestudering van een beperkt gebied van vraagstukken te kunnen wijden. Daarnaast dient gelegenheid te worden gegeven om ook voor de twee niet-sociologische keuzevakken zoveel tijd ter beschikking te hebben, dat van een fundamentele en royale oriëntatie in deze wetenschappen sprake kan zijn. Juist de studie in de sociologie met haar karakter van facet-wetenschap vraagt een krachtige ondersteuning door bestudering van andere wetenschappen, welke de sociologische verschijnselen mede kunnen verklaren. d) De drie-jarige doctorale studie dient zodanig ingedeeld te zijn, dat het derde jaar geheel ter beschikking komt voor twee vakken. Deze z.g. afstudeervakken worden gevormd door dat gedeelte van de sociologie, waarop de student in zijn doctorale studie een speciaal accent heeft willen leggen en dat dus zijn doctorale specialisatie vormt plus een van de bijvakken, in afhankelijkheid van de specialisatie te kiezen uit een aantal door de faculteit vastgestelde mogelijkheden. Teneinde bovengenoemde indeling van de doctorale studie te kunnen realiseren wordt na 2 jaren doctorale studie het eerste deel van het doctoraalexamen afgenomen en binnen een jaar daarna het tweede deel. In het
3
laatste jaar, waarin de student zich dus op zijn twee afstudeervakken kan concentreren, zal de mogelijkheid aanwezig zijn om in kleine werkgroepen te studeren, scripties te schrijven, stages te lopen etc. en wel in nauw contact met de hoogleraren, die de gekozen vakken doceren. e) De studenten met voldoende intelligentie en een goede studietoeleg moeten geacht kunnen worden de studie na vijf jaren met succes te voltooien. f) Als doctorale specialisaties dienen de volgende mogelijkheden in het programma te worden opgenomen : 1. 2. 3. 4. 5.
algemene sociologie sociologie van arbeid en bedrijfsleven sociologie van staat en openbaar bestuur demografie sociologie van het maatschappelijk werk en het sociaal-cultureel vormingswerk 6. sociologie van de ontwikkelingslanden.
Ten einde de wijzigingen in de opzet van het nieuwe studieprogramma duidelijk aan te geven laten wij hieronder de schema's van het oude en nieuwe programma naast elkaar volgen: Oude programma
Nieuwe programma
Ie jaar inleiding in de sociale inleiding in de sociale wetenschappen wetenschappen wijsbegeerte algemene sociologie inleiding recht wijsgerige anthropologic statistiek statistiek propaedeutisch examen propaedeutisch examen sociaal recht economie sociale geschiedenis wijsbegeerte Ie deel candidaatsexamen (verplicht af te leggen 1 j a a r na het prop. examen)
jaar algemene sociologie methoden en technieken van sociaal-wetenschappelijk onderzoek psychologie keuze uit: economie geschiedenis candidaatsexamen (af te leggen 1 jaar na het prop. examen)
3e jaar algemene sociologie doctorale studies methoden van sociaalalgemene sociologie wetenschappelijk onder(inclusief cultuursociozoek logie) psychologie sociale wijsbegeerte speciale sociologie 2e deel candidaats(zie specialisaties hierexamen boven) (af te leggen 1 jaar na Ie keuzevak het Ie gedeelte candi2e keuzevak daatsexamen) 4e jaar algemene sociologie sociale wijsbegeerte sociaal recht sociale psychologie 2 keuzevakken
Ie doctoraal
examen
5e jaar Ie afstudeervak: „een" sociologie 2e afstudeervak: keuzevak Ie en 2e deel van het 2e deel van het doctoraal examen doctoraal examen (af te leggen binnen een jaar na het Ie deel van het doctoraal examen). Vermeld dient nog te worden, dat overeenkomstig de algemene verwachting de ministeriÍle goedkeuring van het nieuwe Academisch Statuut voor de subfaculteit der sociaal-culturele wetenschappen zal afkomen voor het studiejaar 1967/1968. De door de faculteit opgestelde bepalingen voor de overgang van het oude op het nieuwe programma zijn van een dergelijke aard, dat met deze termijn van invoering van het nieuwe statuut rekening is gehouden. Een nadere omschrijving van de inrichting van de studie overeenkomstig de nieuwe opzet is opgenomen in de Studiegids voor het academisch jaar 1966/1967. Prof. Dr. F. van Doeren Voorzitter van de Faculteit der Sociale Wetenschappen.
E e r s t e gedeelte d o c t o r a a l R e c h t e n Degenen, die aan het einde van het studiejaar 1966/ , 67 het doctoraal, eerste gedeelte Rechten zullen gaan doen, zullen reeds gedurende dat zelfde studiejaar ter voorbereiding op het doctoraal, tweede gedeelte, de colleges moeten gaan volgen in de twee keuze-vakken, die van dit D I I deel uitmaken. Zij zullen derhalve reeds bij de aanvang van het studiejaar in oktober a.s. hun keuze moeten bepalen. Deze keuze is onderworpen aan de goedkeuring van de Faculteit. Aangezien ter zake aan onze Hogeschool nog geen bepaalde praktijk zich heeft kunnen ontwikkelen,
4
heeft de Faculteit zich thans reeds beraden over mogelijke combinaties van keuzevakken, waaraan zij goedkeuring zou kunnen verlenen. Het resultaat van dit beraad wil de Faculteit gaarne bekend maken, opdat het tevens als een zekere leidraad moge dienen. Uitdrukkelijk zij er op gewezen, dat het hierna volgende geenszins een andere keuze van keuzevakken uitsluit. Een andere keuze dient evenwel ter goedkeuring aan de Faculteit te worden voorgelegd. Voor de Faculteit is in het bijzonder uitgangs-
punt geweest de overweging, dat zo veel mogelijk er naar moet worden gestreefd, dat er een zinvolle samenhang bestaat tussen het hoofdvak van het D U — te weten, hetzij privaatrecht, hetzij staatsrecht, hetzij strafrecht —• en de beide keuzevakken, alsmede tussen beide keuzevakken onderling.
a. b. c. d. B
1.
vergelijkend staatsrecht
2.
een van de volgende vakken: a. wijsbegeerte van het recht b. recht van de internationale organisaties c. administratief recht d. volkenrecht
Het eerstgenoemde keuzevak diende telkenmale als tweede uitgangspunt. Dienovereenkomstig heeft zij aan de volgende combinaties goedkeuring gehecht. A
B
C
D
E
II. A
Hoofdvak privaatrecht 1. Internationaal privaatrecht 2. een van de volgende vakken: a. rechtsvergelijking b. belastingrecht 1. 2.
Belastingrecht een van de volgende vakken: a. bedrijfseconomie ' b. arbeidsrecht c. internationaal privaatrecht
1. 2.
Rechtsvergelijking een van de volgende vakken: a. internationaal privaatrecht b. wijsbegeerte van het recht c. oud-vaderlands recht d. romeins recht
1.
Bedrijfseconomie *
2.
een a. b. c.
van de volgende vakken: belastingrecht mededingingsrecht arbeidsrecht
1.
Wijsbegeerte van het recht
2.
een a. b. c. d.
van de volgende vakken: internationaal privaatrecht rechtsvergelijking romeins recht oud-vaderlands recht.
Hoofdvak staatsrecht 1. administratief recht 2.
een van de volgende vakken:
Colleges Prof. Dr. C. F. Scheffer voor postdoctorale opleiding belastingkundige.
C
D
E
F
III.
belastingrecht mededingingsrecht arbeidsrecht vergelijkend staatsrecht
1.
economie
2.
een a. b. c. d.
1.
recht van de internationale organisaties
2.
een a. b. c.
1.
belastingrecht
2.
een a. b. c. d.
1.
wijsbegeerte van het recht
2.
een van de volgende vakken: a. vergelijkend staatsrecht b. oud-vaderlands recht.
van de volgende vakken: leer van de openbare financiën belastingrecht mededingingsrecht arbeidsrecht
van de volgende vakken: volkenrecht vergelijkend staatsrecht mededingingsrecht
van de volgende vakken: administratief recht economie leer van de openbare financiën mededingingsrecht
Hoofdvak strafrecht 1. criminologie 2.
een van de volgende vakken: a. wijsbegeerte van het recht b. administratief recht c. sociologie. De Secretaris van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, H. J. M. Jeukens.
R e g l e m e n t o p het v e r s t r e k k e n v a n de Albert Heijn's s t u d i e b e u r s 1. De naamloze vennootschap Albert Heijn N.V., gevestigd te Zaandam, stelt telken jare een Albert Heijn studiebeurs ter beschikking. 2. De studiebeun kan worden toegekend aan hem of haar, die het doctoraal examen in enige faculteit met goed gevolg heeft afgelegd en die bij zijn of haar studie daadwerkelijk heeft
getoond belangstelling te bezitten voor de goederen en/of diensten distribuerende bedrijven en speciaal voor die bedrijven, die de detailhandel in levensmiddelen uitoefenen. 3. De studiebeurs wordt toegekend door de Raad van Bestuur van Albert Heijn N.V., hierna genoemd Raad van Bestuur, aan de5
gene, die daartoe door het Comité van Keuze is voorgedragen, 4. Er is een Comité van Keuze, hierna genoemd Comité, dat telken jare aan de Raad van Bestuur een voordracht doet als bedoeld sub. 3, tenzij het Comité voor het doen van een voordracht geen termen aanwezig acht. 5. Het Comité telt vijf leden, die allen voor een termijn van vijf jaar worden benoemd. Het Comité stelt zijn eigen huishoudelijke reglement vast en benoemt uit zijn midden een voorzitter en een secretaris. Voor de eerste maal treden op als leden: Prof. Dr. J. F. Haccoü Ir. A. G. Maris Mr. J. Meynen Prof. Dr. G. M. Venijn Stuart A. Heijn
6. Telken jare kan ten hoogste één studiebeurs worden toegekend. 7. Een studiebeurs is groot ƒ 10.000.— en heeft ten doel de ontvanger daarvan in staat te stellen een studie te verrichten over goederen en/of diensten distrubuerende bedrijven en speciaal over die bedrijven, die de detailhandel in levensmiddelen uitoefenen. Door aanvaarding der studiebeurs verbindt de ontvanger zich een door de Raad van' Bestuur goedgekeurd studieprogramma te volvoeren en zich overeenkomstig de aanwijzingen van de Raad van Bestuur te gedragen. 8. Dit reglement is vastgesteld door de Raad van Bestuur op 15 oktober 1965 en kan te allen tijde door hem worden gewijzigd.
De p r o b l e m a t i ek d e r ontwikkelingslanden De problematiek der ontwikkelingslanden is een actueel onderwerp van vérstrekkende betekenis. Vele aanstaande artsen, ingenieurs, landbouwkundigen, economen, leraren en anderen zullen in de toekomst voor kortere of langere tijd in een der z.g. ontwikkelingslanden werkzaam zijn. Anderzijds zal men in Nederland steeds meer in aanraking komen met personen afkomstig uit deze landen en geconfronteerd worden met ontwikkelingsproblemen. Doch ook geheel onafhankelijk van de eisen die een toekomstige werkkring zal stellen, is het voor een ieder, die er prijs op stelt iets te begrijpen van de wereld waarin wij leven een noodzaak geworden zich te verdiepen in de vragen, die het bestaan van minder ontwikkelde landen aan deze wereld stelt. Uit deze overwegingen zijn de Universitaire Leergangen in de Problematiek der Ontwikkelingslanden voortgekomen, die in het voorjaar van 1962 en in de daarop volgende academische jaren hebben plaatsgevonden. Aan de dertien tot nu toe gehouden leergangen hebben reeds meer dan 2400 personen deelgenomen, ruim 1800 studenten en bijna 600 niet-studenten. Deze verheugende belangstelling heeft tot het besluit geleid in het komende academisch jaar 1966/ 1967 wederom drie leergangen te organiseren: één in U T R E C H T , in samenwerking met de Rijksuniversiteit, één in 's-GRAVENHAGE in samenwerking met het Institute of Social Studies (beperkte deelneming) en één te N I J M E G E N , in samenwerking met de Katholieke Universiteit, de Landbouwhogeschool, de Katholieke Hogeschool te Tilburg en de Technische Hogeschool te Eindhoven. De cursussen zijn toegankelijk voor studenten, die zich tenminste in hun derde studiejaar bevinden en 6
voor anderen, van wie op grond van vooropleiding of ervaring kan worden verwacht, dat zij de leergangen met vrucht zullen kunnen volgen. De leergang te U T R E C H T zal worden gegeven op zaterdagochtenden, te beginnen op 15 oktober 1966 tot en met 18 maart 1967, met een onderbreking van drie zaterdagen in de kerstvakantie. In deze van de van de worden
leergang zal naast een algemeen cultuur en de maatschappelijke ontwikkelingslanden, vooral de gericht op het cultuurgebied van
overzicht structuur aandacht de Islam.
De HAAGSE leergang zal plaatsvinden op donderdagavonden, te beginnen op 13 oktober '66, en duren tot 20 april 1967, met een onderbreking van drie donderdagen in de kerstvakantie en twee donderdagen in de paasvakantie. In deze leergang wordt uitgegaan van de positie van de ontwikkelingslanden in de huidige wereldsituatie, waarna de consequenties hiervan behandeld worden voor hun interne situatie en voor de ontwikkelingssamenwerking. De colleges in N I J M E G E N zullen worden gegeven tussen de kerstvakantie van 1966 en de zomer van 1967. Over het programma is nog overleg gaande. Het inschrijvingsgeld bedraagt ƒ 10.— voor studenten en ƒ 25.— voor niet-studenten. V a n de voordrachten worden syllabi met een beknopte literatuuropgave verstrekt. Aan de deelnemende studenten kan een tegemoetkoming in de reiskosten worden toegekend voorzover de prijs van een retour 2e klasse der Nederlandse Spoorwegen (van de eigen universiteitsstad naar de stad waar de leergang wordt gehouden) een bedrag van ƒ 3.50 te boven gaat.
Nadere inlichtingen, prospectussen en aanmeldingskaarten zijn verkrijgbaar bij d e Stichting voor Internationale Samenwerking d e r Nederlandse Universiteiten en Hogescholen, Molenstraat 27, 's-Gravenhage, tel. 070-630550, toestel 144 (voor
de leergangen te 's-Gravenhage en Nijmegen) en toestel 237 (voor de leergang te U t r e c h t ) . Wij zullen het zeer op prijs stellen indien U in Uw orgaan aan deze leergangen bekendheid zoudt willen geven.
Mededelingen Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben op voordracht van de Akademische Senaat (met ingang van 1 september 1966) benoemd tot gewoon hoogleraar in het belastingrecht mr. Ch. P. A. Geppaart te Voorburg. De heer Geppaart is geboren in Breda in 1931. Hij heeft de opleiding aan de Rijksbelastingakademie te Rotterdam gevolgd en studeerde vervolgens in Leiden, waar hij in 1965 cum laude promoveerde tot doctor in d e rechtsgeleerdheid op een proefschrift „Fiscale rechtsvinding". In 1956 werd de heer Geppaart benoemd tot adjunct-inspecteur van 's Ryks belastingen en in 1959 tot inspecteur. Sinds 1960 is hij werkzaam als substituut-griffier bij de Hoge Raad der Nederlanden. Van de hand van mr. Geppaart is een groot aantal artikelen op fiscaal-rechtelijk gebied verschenen.
Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben voorts dr. P. A. Verheijen, chef van de afdeling Statistiek van d e Staatsmijnen in Limburg, benoemd tot gewoon hoogleraar in de bedrijfs-econometrie. Prof. Verheijen is sinds 1964 als buitengewoon hoogleraar aan de hogeschool verbonden. 4SOCIOLOGISCHE FACULTEITSV E R E N I G I N G AAN DE K A T H O L I E K E HOGESCHOOL Het bestuur van de Sociologische Kring Tilburg heeft de eer U mee te delen dat het zich voor het studiejaar 1966/'67 als volgt heeft lamengesteld: W. A. F . M. van der Kruys, praeses E. J. H . M. Hooymans, mce-praeses H. J . P . Sterrenburg, ab-actis S. J . M. Belleman, quaestor L. M. Moerings, assessor. Tilburg, juni 1966. correspondentieadres: Prof. Donderstraat 45
voor tentamens en examens, welke worden afgelegd na de grote vakantie, geldt dat de volgende hoofdstukken bestudeerd dienen te worden uit Financiële Notities. V O O R KANDIDAATSEXAME N Deel I (Tweede druk) Hoofdstukken: I-IV-V-VI-VII-IX-XII-XIII-XIV-XVDeel II Hoofdstukken:
II-VI-VIII-IX-XI-
V O O R DOCTORAALEXAMEN Deel I (Tweede druk) Hoofdstukken: I M I I - V I I I - X V I - X V I I Deel II Hoofdstukken:
I-III-IV-V-VII-X-XI .
• EXPERIMENT „OPLEIDING PROPAEDEUTISCH
VOOR
HET
EXAMEN"
I n het kader van het streven naar verbetering van de opzet van de studie heeft de economische faculteit besloten te experimenteren met de opleiding voor het propaedeutisch examen. O p aselecte wijze zal uit de eerstejaars-studenten 1966/ 1967 een groep van 30 personen worden gekozen. Deze personen zullen worden uitgenodigd speciaal voor hen in het rooster opgenomen colleges te volgen. Aan d e proefgroep worden precies dezelfde hoor- en werkcolleges gegeven als aan de overigen. O m het experiment zuiver te houden, is het echter niet de bedoeling, dat personen u i t d e proefgroep colleges, bestemd voor de „grote" groep, bijwonen. Omgekeerd geldt, dat d e niet-geselecteerden dus n i e t op de colleges voor de proefgroep worden verwacht. Van d e voorbereidende vakken is d e wiskunde wel, maar zijn boekhouden en handelsrekenen niet in het experiment opgenomen. De evaluatie van het experiment zal t.z.t. door de faculteit worden doorgevoerd aan de hand van d e examenresultaten van de beide groepen.
-f ACADEMISCHE RADIO OMROEP (ACRO)
Prof. Scheffer deelt mede: Betreft: Financiële Notities
Zoals reeds op 24 maart jl. via een persbericht is bekend gemaakt, zal de V P R O gedurende het
7
zomerseizoen in samenwerking met de Academische Radio Omroep (ACRO) een serie programma's uitzenden op zaterdagmorgen van 9.40 tot 10.00 uur.
Het bestuur van de T.E.F, deelt U. o » d e dat op dinsdag 16 augustus en verder met ingang van maandag 29 augustus weer elke maandag dictaten verkrijgbaar zullen zijn.
Wat de programma's betreft, het uitgangspunt van deze serie, die onder de titel "Studium Generale" wordt uitgezonden, is: specialisatie en interdependentie in de wetenschap. De nadruk zal in deze reeks op de interdependentie worden gelegd, omdat door de toenemende specialisatie het begrip tussen de specialisten onderling steeds moeilijker wordt.
Het bestuur houdt zitting in de commissie-kamer van het Eigen Huis van 13.00 uur tot 13.30 uur.
De uitzendingen hebben de vorm van causerieën, die om vier themata worden gegroepeerd. Gezien het karakter, dat de V P R O aan deze programma's wilde geven lag het opnemen van contact met de A C R O die uiteraard op overeenkomstige wijze werkzaam zal zijn voor de hand. Inmiddels hebben reeds drie uitzendingen plaats gehad; de serie loopt nog tot 24 september a.s. Hieronder vindt U een lijst van uitzenddata, sprekers en de te behandelen onderwerpen. D e teksten der lezingen zijn voor ƒ 0.50 bij de V P R O verkrijgbaar.
De Faculteit der Rechtsgeleerdheid heeft met ingang van 1 september 1966 benoemd tot voorzitter van de faculteit: Prof. Mr. ri. J. M. Jeuke n s, Bredaseweg 308 te Tilburg, telefoon 25006, spreekuur: dinsdag te 16.00 u u r ; en tot secretaris van de faculteit: Prof. Mr. C. Bronkhorst, Oude Tilburgsebaan 11 te Riel, telefoon 04248-349; speekuur: woensdag te 16.00 uur. De faculteit der economische wetenschappen heeft met ingang van 1 september 1966 benoemd tot secretaris van de faculteit: Prof. Dr. H. W. J. Bosman, Ringbaan West 245 te Tilburg, telefoon 71789; spreekuur: 09.30 uur.
INLEIDING Hoofdthema: Mens en Maatschappij 20—8 Prof. Mr. B. V. A. Röling De zin der Vredeswetenschap 27—8 Dr. A. K. Constandse Mens en Ruimte 3—9 Prof. Dr. C. den Hartog De voeding van de hedendaagse mens 10—9 Prof. Dr. J. A. P. v. Hoof Spec, en de werkverhoudingen 17—9 Prof. Dr. L. H. Janssen s.j. De sociale wetenschap en het ontwikkelingsvraagstuk 24—9 Dr. D. G. Jongmans Culturele antropologie en ontwikkelingshulp.
8
O p maandag 19 september 1966 zal de opening plaats hebben van het veertigste studiejaar der KATHOLIEKE HOGESCHOOL Om 10.30 uur zal een plechtige H. Mis worden opgedragen door de Hooggeleerde Heer Prof. D r . L. H . Janssen S.J. in de kerk van St. Maarten, Westertorenlaan 4 te Tilburg. De Rector Magnificus Prof. Dr. H. F. J. M . van den Eerenbeemt zal om 16.00 uur in de aula van de Hogeschool verslag uitbrengen over het afgelopen studiejaar en het Rectoraat overdragen aan Prof. Dr. H. O. Goldschmidt. Tot bijwoning van deze plechtigheden worden alle belangstellenden door Rector en Senaat uitgenodigd. N a afloop receptie.