Tilburgs Hogeschoolblad jaargang 3
-
maandblad
Redactie: P. J. G. Aarts P. H. A. de Bekker B.J. M. Giesen Redactie-adres: Hogeschoollaan 225, Tilburg
lummer 3
maart 1966
W. A. F. M, van der Kruys L. P. H. Hensgens H. G. Af. Dijstelbloem J. J. M. de Bont (Hoofd Bureau Senaat)
E X C U R S I E SOCIOLOGESCHE KRING NAAR D E S T R A F G E V A N G E N I S T E BREDA Onder leiding van Prof. Mr. C. Bronkhorst namen ruim dertig studenten deel aan een excursie van de S.K.T. naar de Bredase Strafgevangenis.
huidige eisen aangepaste gevangenissen noodzakelijk, temeer omdat de vrijheidsstraf niet gemist kan worden!"
Een aantal inleidingen ging vooraf aan de rondleiding door het gebouw en de verschillende werkplaatsen. Na de rondleiding was er gelegenheid om met de staffunktionarissen in discussie te treden over de opgedane indrukken en om eventuele problemen naar voren te brengen.
De heer Jonge gaf een korte beschouwing over de te volgen procedure bij de overgang van de gedetineerde van het huis van bewaring naar de gevangenis. De commissie van deskundigen beraadt wat met de betreffende persoon moet gebeuren. Zaken als: plaatsing in een van de werkplaatsen, kontakten met mede gevangenen, eventuele overplaatsing naar een gesticht worden in de commissie besproken. De commissie brengt rapport uit, eventuele voorwaardelijke in vrijheidstelling. De minister besluit n.a.v. een reclasseringsrapport over deze voorwaardelijke invrijheidstelling.
Een kort overzicht van de gehouden inleidingen wordt onderstaand weergegeven. Dhr. Beens, directeur van de Strafgevangenis, ging nader in op de grote praktische prob' men die zich voordoen bij het ten uitvoer leggen van de moderne wetgeving in een oude gevangenis. Hij schetste de ontwikkeling van de wettelijke uepalingen t.a.v. het gevangeniswezen en wees op de grote veranderingen in het strafrecht. De Bredase Strafgevangenis is gebouwd in 1886. d.w.z. in een tijd dat het gevangenisregime een dergelijke afschrikwekkende strengheid moest kennen, dat degenen die in vrijheid gesteld waren hier met schrik over spraken. Hoe groot de veranderingen in de afgelopen decennia zijn geweest blijkt o.m. uit de wet van 21 december 1951 tot vaststelling van een nieuwe beginselenwet gevangeniswezen. Art. 26 van deze wet stelt dat het leidende principe voor het gevangeniswezen is: „De voorbereiding van de gedetineerden op de terugkeer in het maatschappelijk verkeer". De straf dient dus wederaanpassing en herstel van de gedetineerden in de maatschappij mogelijk te maken. Gezien de praktische problemen welke zich bij de ten uitvoer legging van de moderne wettelijljp bepalingen in de oude gevangenissen voordoen achtte Dhr. Beens de bouw van nieuwe, aan (Je
De inleiding van Dr. Zitman handelde over het werk van de psychiater in de strafgevangenis. Hij maakte een onderscheid tussen: het cureren van bestaande storingen en het opheffen van storingen ontstaan door de isolatie zowel als door schuldgevoelens. T.a.v. de gebezigde therapieën merkte hij op dat deze uiteenvallen in een groepstherapie en een preventieve therapie. Dr. Zitman ging vervolgens in op enkele problemen welke ontstaan door de aversie van de gevangenen tegen de psychiater en de psychiatrie. Het werk van de sociale dienst werd door de heer Boersma, hoofd van deze dienst, uiteen gezet. De direkte funk tie van de soc. ambtenaar is het onderhouden van contacten met de gedetineerden en het opsporen van de problemen welke zich in hun relatie met de omgeving voordoen. N.a.v. de uitgebrachte rapporten wordt in gezamenlijk beraad over eventuele te nemen stappen beslist. Ook de geestelijke verzorging van de gevangenen neemt een belan^riike-Dlaats ,in—Uit de ml« idillBB bleet dat nu t
KATHOUE HOGESCHOOL TILBURG
nee Knotnerus stelde dat de zielzorger solidair moet zijn met de betr. gedetineerde en hem eer voor het leven moet bijbrengen. De pastorale taak staat primair. Daarnaast is het praten over allerlei zaken belangrijk om een sfeer van openheid en vertrouwen te doen ontstaan!
vragen naar voren komen. De discussie bood gelegenheid om deze aan de orde te stellen. Er werd dan ook druk gebruik van gemaakt. De S.K.T. verdient alle lof voor deze zeer geslaagde excursie die vooral voor de sociale pedagogen van grote waarde was!
Na de uiteenzetting vond, zoals reeds gezegd, een rondleiding door de gebouwen plaats. De confrontatie met de werkelijkheid deed nog vele
L. P. H . Hensgens.
DE STICHTING TILBURGS I n 1952 werd bij de nadering van het 5e lustrum van de Hogeschool, door de Tilburgse burgerij een Comité Huldeblijk Katholieke Economische Hogeschool gevormd, dat besloot giften in te zamelen bij de Tilburgse industrie, handel en burgerij om een fonds te stichten voor wetenschappelijke doeleinden. Een bedrag van bijna ƒ 50.000,— werd als een feestgave van de Tilburgse burgerij aan de Hogeschool aangeboden. Prof. Dr. M. Cobbenhagen merkte in een rede op 13 december 1952 op, dat de Tilburgse bevolking in haar medeleven en in de stichting van een zo prachtig fonds voor wetenschappelijk werk haar oordeel over de betekenis van de hogeschool, door haar aanwezigheid en werk voor de streek van haar vestiging, op ondubbelzinnige wijze tot uitdrukking heeft gebracht. Het Hogeschoolfonds heeft tot doel het bevorderen van wetenschappelijke arbeid op economisch en sociologisch terrein in het bijzonder van docenten, afgestudeerden en studenten van de Katholieke Hogeschool te Tilburg waarvoor, binnen het normale budget van de hogeschool, niet altijd de noodzakelijke middelen aanwezig zijn. Sinds 1952 heeft het fonds aan vele activiteiten haar steun en medewerking verleend. Genoemd kunnen worden: — de uitgave „De Economist Cobbenhagen" (Elsevier, 1957); — het in boekvorm verschenen rapport over productie- en afzetverhoudingen in de wol-
HOGBSCHOOLFONDS lenstoffen industrieën in West-Europa, door het Economisch Sociologisch Instituut (Stenfert Kroese, 1957);
— het in boekvorm verschenen vervolgrapport over de positie van de Nederlandse wollenstoffenindustrie binnen de Euromarkt (Diligentia 1959); — het onderzoek naar de gevolgen van de Europese integratie voor de Nederlandse schoenen lederindustrie, door het Economisch Sociologisch Instituut in 1958 aangevangen; — de oprichting in 1955 van het Instituut voor Arbeidsvraagstukken; •— de uitgave van het tijdschrift „Sociale Wetenschappen" in 1957. Behalve bovengenoemde medewerking en financiële steun aan initiatieven van ruime strekking, werd ook in een groot aantal individuele gevallen subsidie verleend voor: — studie van jonge afgestudeerden aan buitenlandse universiteiten; •— bijdragen aan promovendi; — het volgen van stages door studenten in het buitenland; —- bijdragen
aan
wetenschappelijke
congressen.
Degenen die menen voor een bijdrage in aanmerking te komen, kunnen zich voor het verkrijgen van nadere inlichtingen wenden tot de bibliothecaris, W. M. J. Jansen, Adj .-secretaris.
WIB SCHAAKT BETBR: M E N S OF COMPUTER EUWE
EN BOTWINNIK
WEER
IN
DUEL
Wij namen over uit Het Nieuwsblad van Zuiden:
het
A M S T E R D A M , 22 februari. — Prof. dr. Max Euwe heeft in de hoofdstad bekend gemaakt, dat 2
hij opnieuw strijd voert met zijn voormalige tegenstander, de eveneens ex-wereldkampioen schaken Botwinnik. „Hij heeft zich net als ik begeven op het terrein van de elektronica en verdiepte zich in een vraag die mij ook geruime tijd bezig hield, namelijk of computers beter zouden kunnen schaken dan de mens. Mijn conclusie was: nee, de
mens moet winnen. M a a r Botwinnik is de tegenovergestelde mening toegedaan. Hij zal daarover binnenkort een belangwekkende publikatie het licht doen zien. Wij vechten daarna dit duel verder op papier uit — in het belang van de wetenschap", aldus prof. d r . Max Euwe. Overigens bleek Botwinnik zelf nogal terughoudend over deze zaak. Hij was gisteravond in het Amsterdamse Minerva-paviljoen aanwezig om daar
een soort „voorloper" te ondertekenen van het cultured akkoord dat zeer binnenkort zal worden gesloten tussen de regeringen van Nederland en de USSR. Het betreft n u een plan voor culturele samenwerking tussen de verenigingen USSR—Nederland en Nederland—USSR. Daarbij wordt voorzien in een aantal uitwisselingen, van personen, zoals kunstenaars, geleerden en sportlieden en van exposities.
Mededelingen Voor het vak Geld-Krediet en Bankwezen zal op 30 maart 1966 te 14.30 u u r een voortentamen worden afgenomen. Elke student in de economie die op deze datum nog niet in het bezit is van het propaedeutisch examen dient aan dit voortentamen deel te nemen. De tentamenstof omvat: Mr. H. van Nierop: Schets van het bankwezen (5e druk).
SOCIALE
FACULTEIT
Sociale en economische geschiedenis Voor de sociologen bestaat de verplichte literatuurlijst t.b.v. het eerste gedeelte van het candidaatsexamen met ingang van heden uit de volgende boeken: a. A. Mirgeler, D e geschiedenis van Europa b. J. Verstraelen, Geschiedenis van de Westeuropese arbeidsbeweging 1789-1914 c L. J. Rogier, Katholieke herleving, 2e druk, verschenen in de Academia reeks. Prof. Dr. H . F . J. M . van den Eerenbeemt.
$ * * DE KERK
EN DE SOCIALE
REVOLUTIE
Het derde weekend over d e „Kerk en de sociale revolutie" is gewijd aan Z.O.-Azie. De ontwikkelingen in dit deel van de wereld verlopen zo diep tragisch, d a t het wel beklemmend zal zijn om er over te praten, maar ook in deze gebieden is er voor de Kerk een taak weggelegd, waaraan zij zich niet mag onttrekken. Onze gedachte gaat bijzonder uit naar Vietnam en Indonesië. 3. weekend 5-6 maart 1966 De Kerk en de sociale revolutie in Z.O.-Azie. — Communistische strategie in Z.O.-Azie inleider gevraagd — De Kerk en de sociale revolutie in Vietnam H. Haas, Katholischer Akaderaischer AuslanderDienst, Bonn
— De Kerk en de sociale revolutie in Indonesië Dis. I. Oudians, ofm, etnoloog Indonesië De volgende weekendserie draagt als titel: „Stroom en tegenstroom", waarin aan de orde wordt gesteld hoe de onontkoombaarheid van wederzijdse beïnvloeding tegelijk ook een verdediging van eigen erfgoed oproept. ]ft
3|C
^
2-3 april: Aziatische reacties (Japan, India, Turkije) ; 7-8 mei : Messianistische oplevingen; 5-6juni: Groeiende invloed van de Negritude. Zonder tegenbericht onzerzijds is Uw aanmelding tevens een bevestiging van U w inschrijving. De kosten bedragen p e r weekend ƒ 1 1 , — (voor lakens wordt bovendien ƒ 1,50 in rekening gebracht) . Zonder logies ƒ 8,50 (s.v.p. duidelijk vermelden indien U geen logies wenst). Het weekend loopt v a n zaterdag 17.30 u u r tot zondagmiddag 16.30 uur. Wij maken U verder nog attent op het weekend 12-13 maart, waarop wij ook samen met reformatorische Christenen bezinnen op het thema: „Verdraagzaamheid". Sprekers: Prof. D r . A. F. Manning, de verdraagzaamheid in het westers denken; Prof. D r . G. Bouwman, menselijke solidariteit in Christus; Prof. D r . J. M . v. d. Linde, praktijk en grenzen van de religieuze verdraagzaamheid. Kosten voor dit weekend ƒ 16,—. Opgave via Pax Romana/A.L.M.A. if
17e ACADEMISCHE EUROPA-COLLEGE
*
*
JAAR VAN HET TE BRUGGE
Het 17e Academische jaar van het Europa-College te Brugge zal op 26 september 1966 een aanvang nemen.
$
Van de 30 a 35 plaatsen zijn er drie voor Nederlanders gereserveerd. Candidaten voor deze plaatsen dienen: — tenminste een universitair examen te hebben afgelegd, dat de afsluiting vormt van tenminste drie studiejaren; — de Engelse en Franse taal voldoende te beheersen ;
en senaat van de Leidse universiteit jaarlijks een prijs ter beschikking stellen, de „Dr. M. van Blankenstein-prijs; journalistieke jaarprijs van de Leidse universiteit". D e {wijs zal worden toegekend aan de journalist van wiens hand de beste publicatie, resp. reeks van beschouwingen over het Nederlands academisch onderwijs in de ruimste zin van het woord in de Nederlandse pers is verschenen, resp. wiens redactionele arbeid geleid heeft tot een veelzijdige, systematische informatie en voorlichting, de genoemde materie betreffend.
— niet ouder dan 30 Jaar en ongehuwd te zijn. De kosten, verbonden aan het studiejaar, belopen een bedrag van ƒ 3 . 7 5 0 , — ; bij dit bedrag zijn inbegrepen logies met volledig pension, collegeen excursiegelden, alsmede een klein zakgeld. T e n aanzien van deze kosten kan worden medegedeeld, dat jaarlijks een fonds ter beschikking is om candidaten tegemoet te komen in de kosten, voorzover eigen middelen h e m / h a a r beletten aan het studiejaar deel te nemen. Opgave van canUiaaten dient te geschieden der overlegging van een curruculum vitae, recente pasfoto, een aanbeveling van twee demische docenten en een medisch attest) 1 mei 1966 bij ondergetekende. De selectie der Nederlandse bij de Europese Beweging.
candidaten
(oneen acavóór
berust
Inlichtingen Bureau Studentenbelangen. M. van Aken, algemeen secretaris.
*
•
*
Via de Mission Universitare Fran^aise ontvingen wij de volgende aanbieding.
(M.U.F.)
In Rome -zal een bezoek gebracht worden aan de F.A.O. alwaar dan tevens een symposium gehouden zal worden. N a dit verblijf in Rome zal men een reisje maken door Zuid Italië alwaar men dan kennis kan maken met de problemen van dit achtergebleven gebied. Inlichtingen over deze reis bij: Ruud Picavet Kapel Doormanlaan 45. Aad van Schie Spoorlaan 87. Piet Aarts Goirleseweg 39.
VAN
van
de
jury
Curatoren en senaat van de Leidse universiteit hebben de voorzitter van de Academische Raad, ir. A. G. Maris, gemachtigd onder zijn voorzitterschap een jury van vijf personen samen te stellen met dien verstande, dat de leden generiei professionele binding met de Leidse universiteit zullen hebben. De jury, die de bevoegdheid heeft adviezen van deskundigen in te winnen, is als volgt samengesteld : — ir. A. G. Maris, voorzitter van de Academische Raad hoofdredacteur
— mr. dr. M. Rooij, hoogleraar in de leer van communicatiemiddelen, in 't bijzonder van de pers, aan de Universiteit van Amsterdam — A. Scheffer, oud-algemeen chef der redacties van het Vrije Volk. — mr. L. G. A. Slichting, hoogleraar in de wetenschap der politiek en publicistiek aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Niet-stemhebbend secretaris van de jury is dr. M. Schneider, hoofd van het bureau pers en voorlichting van de Leidse Universiteit, Rapenburg 75, Leiden. (Dr. Schneider zal nog dit jaar Leiden verlaten, omdat hij directeur zal worden van de nieuwe .vakschool voor journalistiek in Utrecht.)
• *
BLANKENSTEIN-PRIJS
Journalistieke jaarprijs van de Leidse Universiteit Ter stimulering en verbetering van de voorlichting terzake van universiteit, hogeschool en wetenschap, ten behoeve waarvan het Nederlandse volk zich grote offers getroost, tevens als erkenning van hetgeen de periodieke pers op het gebied van deze voorlichting reeds heeft gedaan, zullen curatoren
4
Samenstelling
— D. J. Lambooy, oud-algemeen van het A J f . P .
Van 30 maart tot 14 april organiseert de M.U.F, een studiereis naar Rome en zuid Italië.
• •
Naar de prijs, die zal bestaan uit een penning en een bedrag van f 1.000,— kunnen meedingen (a) journalisten in dienst van Nederlandse dagbladen, nieuwsbladen en weekbladen, dan wel van Nederlandse persbureaux, (b) correspondenten en free lance journalisten, (c) vaste wetenschappelijke medewerkers van de onder (a) bedoelde bladen, mits het desbetreffende werk is gepubliceerd in de loop van het beoordeelde jaar.
STUDENTEN
*
FILMLIGA
* TILBURG
Hierbij brengen wij onder U w welwillende aandacht de oprichting van de Studenten Filmliga Tilburg. Deze stelt zich ten doel een filmprogramma te bieden aangepast aan de behoefte van de studenten.
De eerste voorstelling zal plaatsvinden 9 maart a.s. om 23.15 uur in het ambassadetheater te Tilburg. Daarna zal iedere veertien dagen 's woensdags eveneens om 23.15 u u r in het ambassadetheater opnieuw een voorstelling gegeven worden. Het te bieden programma zal tevoren bekend gemaakt worden in het T.A.S. blad en tevens zullen op diverse plaatsen affiches aangebracht worden.
COMMISSIE
De kaartverkoop zal vanaf elke maandag voorafgaande aan de voorstelling geschieden in de koffiekamers van de Hogeschool en op de mensa en tevens aan de zaal, vanaf een kwartier voor de aanvang; eenheidsprijs voorlopig: ƒ 1.50. In de toekomst zal deze prijs lager worden. Voorlopig zal men toegangskaarten kunnen verkrijgen op vertoon van de collegekaart. Vanaf september zal een lidmaatschapskaart worden ingevoerd. De mogelijkheid bestaat om één introducé mee te nemen; voor deze geldt eveneens de prijs ƒ 1.50.
2 april:
Voor verdere inlichtingen verwijzen wij U naar het nummer van het T.A.S. blad, verschenen in de week 7-13 februari. Noot: Ook zij die op een of andere wijze verbonden zijn met de Hogeschool zijn van harte welkom. i|c
STUDIUM
GENERALE
4c
)|i
1965-66
Gezien de nationale gebeurtenissen op 10 maart a.s. leek het niet gunstig de colleges van Prof. Bakker op die dag te laten doorgaan. In plaats van 10 maart a.s. is nu 26 mei a.s. gekozen als de datum, waarop prof. Bakker zal spreken over „Merleau Ponty — een nieuw perspectief in het filosofisch denken". De Commissie Studium Generale 1965-66.
Ons bereikten via het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen de volgende aanbiedingen voor studiebeurzen in het buitenland. Bij het ministerie worden deze behandeld door Mej. Mr. E. Talsma die dit doet namens de chef van de afdeling Internationale Culturele betrekkingen van dit ministerie. Inlichtingen Bureau Studentenbelangen.
VOOR
DE JONGE
BALIE
5 maart: Mr. H. Cohen Jehoram over Vaderschap, afstamming van kinderen en levensonderhoud. 19 maart: Prof. Mr. C. J. van Zeben over minderjarigheid, voogdij, curatele en afwezigheid.
LEARN
Prof. Mr. A. R. de Bruyn over het nieuwe Huwelijksvermogensrecht.
TO SPEAK
ENGLISH
FLUENTLY
T h e Country-wide Holidays Association (C.H.A.) wants in 1966 more Dutch domestic helpers at its holiday centre* in the most attractive beauty spots of Britain. Girls of 18 or older are invited to apply for full particulars of the conditions (which are very attractive) and they will be sent together with a handbook describing the centres and activities of the Association. T h e C.H.A. which has been in existence' over 70 years is a non-profit-making Social Service Organisation. Write to Th e General Secretary, T h e Country-wide Holidays Association, Birch Heys, Cromwell Range, Manchester 14. Further information (if required) can be obtained from our Honorary Correspondent for the Netherlands Mr. J. Roosje, 92 Sinaasappelstraat, T h e Hague. (see 070-685, 305) Inlichtingen
Bureau
Studentenbelangen.
Het bedrag der maandelijkse vergoeding is vastgesteld op 4500,— Luxemburgse francs. Zij die voor een dergelijke beurs in aanmerking willen komen, dienen hun aanvrage vóór 1 april 1966 in te dienen bij de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Nwe Uitleg 2, 's-Gravenhage. Kandidaten dienen verder:
De Luxemburgse Regering stelt, evenals in voorgaande jaren, voor het jaar 1966, acht beursmaanden ter beschikking van Nederlandse studenten en pas afgestudeerden die in Luxemburg onderzoekingen willen verrichten of aldaar van een bepaald onderwerp een speciale studie willen maken. Gegadigden dienen tenminste het kandidaatsexamen te hebben afgelegd.
1) naam, voornamen, datum en plaats van geboorte te vermelden: 2) een duidelijke omschrijving van het studiedoel in Luxemburg op te geven; 3) de door hen behaalde diploma's en eventueel van hun hand verschenen publikaties te vermelden ;
5
4) een aanbeveling over te leggen van twee hoogleraren onder wier leiding zij studeren of gestudeerd hebben; 5) een pasfoto bij te voegen.
*
*
*
De Belgische regering stelt in het kader van het Nederlands-Belgisch Cultureel Verdrag voor het studiejaar 1966-1967 (1 oktober tot 31 juli 1966) een aantal beurzen ter beschikking van Nederlanders. De beurzen zijn in principe bestemd voor hen die met hun studie reeds vergevorderd of pas afgestudeerd zijn en die in België hun wetenschappelijke onderzoekingen enige tijd wensen voort te zetten. Sollicitanten moeten zo mogelijk met goed gevolg h u n kandidaatsexamen aan een Nederlandse instelling van hoger onderwijs hebben afgelegd. ledere beurs bedraagt 5.000 Belgische francs per maand en kan worden toegekend voor de duur van één tot ten hoogste acht maanden. Indien collegegeld betaald moet worden komt dit voor • rekening van de Belgische regering. Zij die naar een dergelijke beurs wensen te solliciteren kunnen tot uiterlijk 1 april 1966 hun aanvrage op een daartoe strekkend formulier in tweevoud indienen bij de chef van de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 2 te 's-Gravenhage. Deze formulieren welke zijn aan te vragen bij de afdeling voornoemd, dienen vergezeld te zijn van: a) een curriculum vitae (gemaakte studies en behaalde diploma's); b) een gedetailleerde uiteenzetting van het studieprogramma in België, met vermelding van de instelling (en) waar men wenst te studeren, of onderzoekingen te verrichten, subs, van de hoogleraren of andere personen onder wiens leiding men zich wil stellen. De kandidaat dient zich tevoren te vergewissen of zijn studieplan uitvoerbaar is en welke bijzondere voorwaarden daartoe eventueel vervuld moeten worden; c) aanbevelingen van 2 hoogleraren of andere daartoe gekwalificeerde personen waaruit o.m. blijkt dat zij met het ontworpen studieprogramma instemmen; (afschriften hiervan voor elk ingevuld formulier bijvoegen). Indien de betrokken hoogleraren daaraan de voorkeur geven kunnen de aanbevelingen ook separaat worden ingezonden; d) 2 pasfoto's (voor elk ingevuld formulier een). Beurzen beschikbaar gesteld door de Franse regering voor het studiejaar 1966/1967.
*
*
*
D e Franse regering stelt voor het akademisch jaar 1966/1967 (1 oktober 1966 — 31 juli 1967) een aantal beurzen ter beschikking van Nederlanders. 6
De beurzen zijn in principe bestemd voor hen die hun universitaire studie hebben beëindigd, maar die voor een speciaal doel, zoals bijvoorbeeld voorbereiding proefschrift of specialisatie, enige tijd in Frankrijk moeten studeren of werken (maximum leeftijd 30 j a a r ) . De beurzen zijn in principe bedoeld voor een studieverblijf van 10 maanden. Hij is echter ook mogelijk enkele daarvan in beurzen van kortere duur te verdelen onder meerdere kandidaten. Het verdient derhalve aanbeveling reeds in de aanvrage te vermelden hoeveel maanden voor het beoogde studiedoel nodig zijn, alsmede op te geven welk tijdstip voor het studieverblijf het best gelegen komt. Het bedrag van de beurs is gesteld op 480 F. francs per maand. Deze beurzen zijn niet bestemd voor hen die enige tijd in Frankrijk wensen te verblijven ter verbetering van de kennis van de Franse taal, zulks in verband met het relatief beperkt aantal beschikbaar gestelde beurzen en het grote aantal gegadigden. Akademisch gevormden boven de 30 jaar, die reeds meer dan 5 jaar een beroep hebbes uitgeoefend doch voor wie een studieverblijf in Frankrijk alsnog van groot belang is, kunnen bij wijze van uitzondering voor een „bourse de marque" worden voorgedragen. Beursbedrag is gesteld op 800 F. francs per maand. Sollicitaties in de Franse taal gesteld, dienen vóór I maart a.s. te worden gericht tot het Institut Frangais d'Amsterdam (Maison Descartes), Museumplein 11, Amsterdarn-Z., onder vermelding „Commission des Bourses", bij welke instantie men eveneens de invulformulieren kan aanvragen. De binnengekomen aanvragen worden in het voorjaar door een gemengde Frans-Nederlandse commissie beoordeeld en geselecteerd, waarna de in aanmerking gekomen kandidaten aan de Franse regering, die over de uiteindelijke toekenning beslist, worden voorgedragen.
« *
*
De Noorse regering stelt voor het jaar 1966 wederom twee beurzen beschikbaar, één aan een Nederlandse student en één aan een jonge leraar of toekomstige leraar, voor het volgen van een der zomercursussen aan de „International Summer School" van de Universiteit van Oslo. V a n 25 juni tot 5 augustus 1966 wordt aan de „Summer School" een aantal cursussen gegeven over de volgende onderwerpen: cultuur, geschiedenis, Noorse taal en literatuur, muziek, aardrijkskunde, internationale betrekkingen, economie, politieke en sociale wetenschappen, alsmede over het onderwijssysteem in Noorwegen en lichamelijke opvoeding in Scandinavië. Voorts worden speciale cursussen gehouden over de industrieën van Noorwegen, medische zorg en volksgezondheid in Noorwegen en over „Economie Planning and Public Administration".
Tijdens de cursussen wordt een aantal excursies georganiseerd. De colleges worden gegeven in de Engelse taal. Men is verplicht een examen af te leggen in de vakken, waarvoor men colleges heeft gevolgd. Het beursbedrag voor de gehele cursus is NKr. 2.410. Inschrijfkosten en cursusgeld ten bedrage van NKr. 288,— komen voor rekening van de kandidaat, alsmede de reiskosten naar Oslo v.v., zakgeld en extra kosten voor het volgen van bepaalde cursussen en excursies. Kandidaten moeten tenminste 3 jaren universitaire studie hebben voltooid en een goede kennis van de Engelse taal bezitten. Sollicitaties dienen vóór 15 maart 1966 gericht te worden tot de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 2 te 's-Gravenhage. Deze moeten geschieden op een formulier, dat evenals een prospectus van de „Summer School", te verkrijgen is bij bovengenoemde afdeling. *
*
iÜ
De Italiaanse regering stelt in het kader 1976. De Italiaanse regering stelt in het kader het Nederlands-Italiaans cultureel verdrag voor studiejaar 1966/1967 (1 november 1966 — 1 1967) een aantal beurzen ter beschikking van derlanders tussen de 21 en 35 jaar.
van van het juli Ne-
De beurzen zijn in principe bestemd voor hen die hun studie aan een Nederlandse instelling van hoger onderwijs bijna of sinds kort hebben beindigd en die hun studie in Italië wensen voort te zetten of zich aldaar op een bepaald gebied wensen te specialiseren. V a n Italiaanse zijde zou men gaarne enkele van deze beurzen bestemmen voor kandidaten in de exacte en technische wetenschappen. Voorts zal een van deze beurzen ten behoeve van een jonge veelbelovende kunstenaar op het gebied van de beeldende kunsten gereserveerd worden. Het beursbedrag bedraagt 80.000 lire per maand. Reiskosten van Nederland naar Italië en retour komen ten laste van de kandidaat. Enige kennis van de Italiaanse taal wordt geëist. Hiernaar zal, in samenwerking met het Italiaans Cultureel Instituut te 's-Gravenhage, een onderzoek worden ingesteld. Indien de kennis van het Italiaans onvoldoende geacht wordt, zal de kandidaat de verplichting op zich moeten nemen om voor zijn vertrek naar Italië zich verder in de Italiaanse taal te bekwamen. Zij die naar een dergelijke beurs wensen te solliciteren, kunnen tot uiterlijk 15 maart 1966 hun verzoek bij de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 2 te 's-Gravenhage, indienen (in 5-voud). Deze formulieren zijn aan te vragen bij de afdeling voornoemd. I n het verzoek dient vermeld te staan of een beurs van 4, 6 of 8 maanden nodig is.
De Italiaanse regering heeft voor 1966 een aantal beursmaanden, zogenaamde „premio di studio" ter beschikking gesteld voor het volgen van een zomer-cursus in de periode van 13 juli tot 31 oktober a.s. Het beursbedrag van een maandbeurs is gesteld op 80.000 lire. Deze beursmaanden zijn in principe bestemd voor: a) studenten tussen 21 en 35 jaar die Italiaanse taal- en letterkunde als hoofd- of als bijvak studeren en die in verband met hun studie, in Italië een zomercursus willen volgen aan een Italiaanse instelling van hoger-onderwijs; Ook gevorderde studenten van een andere studierichting dan het Italiaans of pas afgestudeerden kunnen naar een beurs meedingen indien blijkt dat een studieverblijf in Italië noodzakelijk is. Enige kennis van de Italiaanse taal is daarbij wel gewenst. Reiskosten van Nederland naar Italië v.v. komen ten laste van de kandidaat. Zij die naar een „premio di studio" wensen te solliciteren kunnen tot uiterlijk 15 maart a.s. hun aanvrage op een daartoe strekkend formulier in vijfvoud indienen bij de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het ministerie van onderwijs en wetenschappen. Nieuwe Uitleg 2, den Haag. Deze formulieren, welke zijn aan te vragen bij de afdeling voornoemd, dienen vergezeld te zijn van: 1) twee aanbevelingen van hoogleraren of andere daartoe gekwalificeerde personen (voor musici een verklaring van het conservatorium hoever men met de studie gevorderd is). Het zal zeer op prijs worden gesteld indien de aanbeveling in het Italiaans is gesteld; mocht dit bezwaren opleveren dan kan gebruik worden gemaakt van het Engels, Frans of Duits. 2) drie pasfoto's. 3) een bewijs van goede gezondheid van de huisarts (in het Italiaans, Engels, Frans of Duits gesteld),
*
*
*
D e Deense regering heeft voor het studiejaar 19661967 wederom een studiebeurs van een akademisch jaar te weten 8 maanden, ter beschikking gesteld ten behoeve van een Nederlandse student. Eventueel is het mogelijk deze beurs te verdelen over twee kandidaten. De beurs is in principe bestemd voor hen, die reeds met hun studie gevorderd zijn, terwijl het gewenst is, dat studenten, die colleges in de Scandinavische talen wensen te volgen, reeds een behoorlijke kennis van deze talen hebben. Het akademisch j a a r begint in Denemarken begin september. Het bedrag der beurs bedraagt 6.780,— Deense Kronen, derhalve 847,50 D.K. per maand. Sollicitaties dienen vóór 21 februari 1966 gericht te worden aan de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het Ministerie
7
van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 2, 's-Gravenhage. De sollicitaties moeten op een formulier geschieden dat te verkrijgen is bij bovengenoemde afdeling. Kandidaten dienen te vermelden naam en voornamen, adres, plaats en datum van geboorte en verkregen diploma's. De opgave dient verder vergezeld te gaan van een aanbeveling van twee bij de studie betrokken hoogleraren of andere daartoe gekwalificeerde personen, van een duidelijke omschrijving van het studiedoel in Denemarken en eventuele keuze van universiteit en hoogleraar, onder wiens leiding men wenst te studeren, van een mededeling omtrent de kennis der Deense taal en van een pasfoto.
*
*
*
Hierbij deel ik u mede, dat de Poolse regering voor het akademisch j a a r 1966/1967 wederom een aantal beurzen beschikbaar stelt voor Nederlandse studenten, die bij voorkeur het kandidaatsexamen hebben behaald, afgestudeerden en wetenschappelijke werken! Ook studenten in de beeldende kunsten en muziek kunnen in aanmerking komen. De beurzen zijn bedoeld voor een voortgezette studie aan een universiteit, hogeschool, academie van beeldende kunsten of conservatorium in Polen of in geval van wetenschappelijke werkers voor een bezoek van één of twee maanden aan collega's voor algemene gedachtenwisseling en kennismaking met het aldaar verrichte onderzoek. Eveneens zijn een aantal beurzen beschikbaar voor Slavisten, die de zomercursus in de Poolse taal- en letterkunde aan de universiteit van Warschau van medio augustus tot medio september willen bijwonen. D e beurzen kunnen verstrekt worden voor een akademisch jaar af een kortere periode. Het bedrag der beurzen is vastgesteld op 1000 Zl. per maand voor degenen, die nog niet het kandidaatsexamen of een examen, dat daarmee ongeveer gelijkgesteld kan worden, behaald hebben en op circa 2400 Zl. per maand voor degenen, die een graad behaald hebben. Studenten worden ondergebracht in een studentenhuis, wetenschappelijke werkers verblijven in een hotel. De reiskosten naar Polen komen voor eigen rekening. Aanvragen voor de beurzen kunnen vóór 15 maart 1966 gericht worden tot de afdeling Internationale Culturele Betrekkingen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 2 te 's-Gravenhage. Kandidaten dienen te vermelden naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, adres, verrichte studie, doel van het studieverblijf in Polen, aan welke universiteit of instelling van onderwijs men zou willen studeren, kennis van de Poolse taal. Te-
8
vens moet worden overgelegd aanbevelingen van twee bij de studie betrokken hoogleraren of andere gekwalificeerde personen en een pasfoto.
* *
*
In het kader van het Nederlands-Noors cultureel verdrag stelt de Noorse regering voor het academisch jaar 1966-1967 twee studiebeurzen van 9 maanden ter beschikking van Nederlandse studenten. De beurs is bestemd voor studenten, die tenminste twee jaren academische studie hebben verricht. Zij, die het kandidaatsexamen hebben afgelegd, genieten echter de voorkeur. Zo ook studenten, die een studie-onderwerp hebben, dat betrekking heeft op Noorwegen (taal, literatuur, geschiedenis, recht, folklore, biologie, geologie, enz). De maximum leeftijd der kandidaten is op 30 jaar gesteld. De beurzen zullen in de eerste plaats dienen voor studie aan een Noorse instelling van hoger onderwijs, w.o. de Staatsakademie voor Beeldende Kunsten, maar kunnen ook gebruikt worden voor studie aan andere wetenschappelijke instellingen, bibliotheken, enz. 't Bedrag van de beurs is vastgesteld op 800 N. Kr. per maand. Bij wijze van uitzondering kan eventueel aan twee kandidaten een beurs van vier maanden worden toegekend. Bij aankomst in Noorwegen wordt voorts een extra toelage van N.Kr. 200 verstrekt, teneinde te kunnen voorzien in de eerste uitgaven (b.v. ziektekosten-verzekering, enz.). Reiskosten in Noorwegen kunnen worden vergoed, alsmede de kosten voor de aankoop van studieboeken gedurende het academisch jaar tot een bedrag van N.Kr. 200.—. De reiskosten heen en terug komen voor rekening van de beurshouder. Sollicitaties dienen vóór 1 april 1966 den tot de afdeling Internationale trekkingen van het Ministerie van Wetenschappen, Nieuwe Uitleg 2 hage.
gericht te worCulturele BeOnderwijs en te 's-Graven-
Hierin moet worden vermeld: 1) personalia; 2) behaalde diploma's en verrichte studie; 3) een duidelijke omschrijving van het studiedoel in Noorwegen, met opgave van de instelling, waaraan men wil studeren; 4) een mededeling omtrent de kennis van Noorse taal en andere vreemde talen; Voorts moet worden bijgevoegd:
de
5) aanbevelingen van twee bij de studie betrokken hoogleraren of andere daartoe gekwalificeerde personen, zo mogelijk gesteld in de Engelse taal; 6) een pasfoto.