Skip to main content

1966 02

Page 1

Til burgs Hogeschoolblad jaargang 3

-

maandblad

februari 1966

nummer

W. A. F. M. van der Kruys L. P. Hé Hensgens H. G. Af. Dijstelbloem J. J. M. de Bont (Hoofd Bureau Senaat)

Redactie: P. J. G, Aarts P. H. A. de Bekker B.J. M. Giesen Redactie-adres: Hogeschoollaan 22% Tilburg

De p l a a t s v a n de culturele a n t h r o p o l o g i e a a n d e Katholieke H o g e s c h o o l door Dr. A. A. Trouwborst.

Toen mij verzocht werd voor dit blad een artikel met bovengenoemde titel te schrijven moest ik mij uiteraard direct realiseren, dat grote beperking geboden was. Om immers een afdoend antwoord te kunnen geven op de in die titel opgesloten vraag zou ik de culturele anthropologie hebben moeten afgrenzen tegenover alle andere aan deze Hogeschool met name binnen de Sociale Faculteit reeds gedoceerde vakken, zou ik ook hebben moeten aangeven welk aandeel de culturele anthropologie zou moeten hebben in het onderzoek zowel als In het onderwijs. Aangezien het onmogelijk zou zijn al deze kwesties in zo kort bestek te behandelen leek het mij dan ook beter mij te beperken tot de vraag welke specifieke inzichten het onderwijs in de culturele anthropologie aan de studenten zou moeten meedelen.. Het komt mij voor dat dit onderwijs in de eerste plaats zou moeten duidelijk maken wat het betekent dat de culturele anthropologie zich onderscheid van vele andere sociale wetenschappen en zich doelbewust en systematisch met intercultureel onderzoek bezig houdt. De anthropoloog gaat er van uit dat algemeen geldige uitspraken over het menselijk samenleven en de menselijke cultuur geverifieerd en verder uitgewerkt dienen te worden aan de hand van een zo groot mogelijke verscheidenheid van menselijke culturen en samenlevingen. Vanuit die gedachtengang is elke culturele variant die de anthropoloog op het spoor kan komen van theoretische betekenis. Door het vergelijken van al die verschillende samenlevingen en culturen kan de anthropoloog tot een inzicht komen omtrent voorwaarden van het menselijk samenleven n#lcir nJ5ï!? üöE ook'

tot een inzicht in het hoe en waarom van de enorme verscheidenheid van levensvormen die de mens zich geschapen heeft De anthropoloog is daarbij een historicus zowel als een sociale wetenschapper. Tracht hij enerzijds van elke cultuur het unieke te bestuderen en te doen uitkomen dat elk cultuurelement in Zijn eigen culturele context geplaatst dient te worden, anderzijds streeft hij ernaar te komen tot het vaststellen van regelmatigheden die zich in sociale en culurele processen voordoen. Beide doelstellingen laten zich niet altijd even gemakkelijk verenigen. De vraag: in welke mate mag en moet men bij het vergelijkend onderzoek van het unieke en eigen karakter van culturen abstraheren, roept een moeilijk probleem op, waar elke anthropoloog voortdurend mee worstelt. Dit is het eerste probleem waarmee studenten bij het onderwijs in de culturele anthropologie geconfronteerd zouden moeten worden, met de vraag dus hoe moet ik andere culturen en samenlevingen benaderen, hoe moet ik ze vergelijken zonder geweld te doen aan hun eigen karakter. Een ander thema dat naar mijn mening in elke vorm van onderwijs in de culturele anthropologie aan de orde dient te worden gesteld is dat van de vraag van de verhouding tussen cultuur en de sociale structuur zoals die door anthropologen gezien wordt. Het belang van die vraag spreekt al uit de verschillen in terminologie zoals die ten aanzien | van hf^yakJaestaar^: ytXt-vr^-aod** ogif" tegenover teqenovej ^pciale -aathrapólogie.

KaMAT Kas

ft •tl

mÉwn

KATHOIL t E K E l HOGESCHOOL

fi//


Die opvatting van het vak die in de term culturele antropologie tot uitdrukking komt, heeft eigenlijk de oudste rechten. De anthropologen van het eerste uur hielden zich vooral met de menselijke cultuur en de menselijke culturen bezig. Men gaf daarbij al direct aan het cultuurbegrip die ruime zin die bet voor de huidige anthropologen nog steeds heeft: het systeem van niet overerfelijke levensuitingen van een zelfbewuste mensengemeenschap. Al heel gauw werd veel aandacht besteed aan het woord systeem in die definitie de notie dus dat een cultuur een systeem vormt en geen toevallig geheel is van losse cultuurelementen. Gedurende lange tijd hteft men er zich althans in bepaalde kringen toe beperkt culturen te bestuderen als in een vacuum, d.w.z. los van de samenlevingen die die cultuur droegen. Men bestudeerde dus b.v. „primitieve godsdiensten" zonder zich af te vragen In wat voor samenlevingen de mensen verkeerden die die godsdienst beleefden. Geleidelijk aan echter ging men oog krijgen voor het bestaan van samenlevingen en deden de termen sociale structuur en sociale anthropologie hun intrede. Hoewel nu het min of meer geïsoleerd bestuderen van culturele verschijnselen in de culturele anthropologie nog steeds gebeurt, en dat is een van de kenmerken waardoor dit vak zich van andere sociale wetenschappen onderscheidt, houdt men zich er daarnaast in belangrijke mate bezig met vragen die de samenhang tussen sociale en culturele verschijnselen betreffen. Door de bijna een eeuw oude ervaringen van de anthropologie met de bestudering van culturele verschijnselen, kan dit vak nu een eigen en originele bijdrage aan dit, ook door andere sociale wetenschappen bestudeerde, probleem leveren. De anthropologen stellen zich vragen als: „in welke mate en hoe vindt de sociale structuur een expressie in de cultuur, welke wisselwerking bestaat er tussen beiden, ligt er aan beiden een zelfde systeem ten grondslag, hoe wordt de visie van een samenleving op zijn omgeving gevormd door zijn sociale structuur, hoe beïnvloeden veranderingen in de sociale structuur de cultuur van een samenleving en omgekeerd ?" Het is van belang er in dit verband verder op te wijzen dat de anthropoloog zich vanaf de vroegste tijden heeft bezig gehouden met het probleem van de betekenis in de menselijke culturen. De anthropoloog vergenoegt er zich niet mee als buitenstaander een vreemde cultuur en een vreemde

samenleving te beschrijven, maar tracht ook na te gaan wat de zin van die cultuur voor de mensen zelf heeft. Hij heeft daarbij het voordeel, en hiermee kom ik terug op het belang van de interculturele vergelijking, dat hl) ten opzichte van de andere culturen die hij bestudeert als vreemdeling de positie van buitenstaander kan innemen, maar als mens óók tot op zekere hoogte kan meeleven met de door hem als object bestudeerde gemeenschap. Hij wil ook de menselijke cultuur zien als een symbolisch systeem waarin een samenleving zijn omgeving, waaronder ook de sociale structuur, tot uitdrukking brengt. De anthropoloog zal er immers op wijzen dat in de sociale relaties tussen de leden van een gezin de voorstellingen tot uiting komen die men zich in een samenleving over een gezin maakt, en dat die voorstellingen de symbolen van de sociale relaties zijn. Die voorstellingen zijn alleen achterhaalbaar, indien men nagaat wat mensen over hun eigen sociale structuur denken. Het zijn bovenstaande problemen nu, en al wat daarmee samenhangt, die dunkt me in het onderwijs in de culturele anthropologie eerst en vooral aan de orde moeten komen. De huidige positie van de culturele anthropologie in het Tllburgse leerprogramma maakt het onmogelijk om in te gaan op al te specialistische problemen, zoals die op het gebied van de verwantschapstheorie of de primitieve godsdiensten. Wel zal gestreefd moeten worden naar het geven van Inzicht in de algemene problematiek die door het vak gesteld wordt. Tenslotte nog een opmerking van meer praktische aard. Het zal duidelijk zijn dat het vak culturele anthropologie speciale betekenis heeft voor al diegenen die zich voor de problematiek van de ontwikkelingslanden en/of „voor een toekomstige werkkring in die landen Interesseren, Mensen met een dergelijke belangstelling kunnen zich moeilijk van de plicht ontslaan kennis te nemen van de manier waarop de culturele anthropologie zich al jaren bezig houdt met de problemen van hoe vreemde culturen en samenlevingen te bestuderen. Het gaat dan niet zozeer om een feitelijke ethnografische kennis als wel om de manier om vreemde volken wetenschappelijk te benaderen. Het is een boeiende uitdaging voor ondergetekende om naast de anderen die zich aan deze Hogeschool al bezig houden met de problematiek der ontwikkelingslanden bij te dragen aan de ontwikkeling van een visie op een wereld die met de dag dichter bij ons komt.

9K


Het Instituut voor o n t w i k k e l i n g s v r a a g s t u k k e n a a n d e Katholieke H o g e s c h o o l door drs. G. J. A. M. Bos. Sedert 1963 bestaat aan de Hogeschool het Instituut voor Ontwikkelingsvraagstukken (I.V.O.). Direkteur van dit Instituut Is Prof. Dr. L. H. Janssen S,J., hoogleraar in de „leer van de economische en sociale aanpassing van ontwikkelingslanden' , momenteel geassisteerd door 7 medewerker», waarvan 4 economen en 3 sociologen. Het is duidelijk dat in een zodanig samengesteld milieu noch de puur economische, noch de puur sociologische aspecten van de ontwikkelingsproblematiek de overhand zullen hebben bij de onderzoekingen. Het researchbeleid van Prof. Janssen is dan ook speciaal gericht op het probleem van het samenspel van sociale en economische factoren. Als voorbeeld hiervan mag gelden een onderzoek dat voorlopig afgesloten werd in april van dit jaar in de vorm van de interne publicatie van „Measuring Socio- Economie Development". De bedoeling van deze pilot study was een onderzoek naar de statistische samenhang tussen sociale en economische factoren bij de meting van het levenspeil en de groei van landen. De studie had betrekking op 46 variabelen van 108 landen die middels de computer van de hogeschool o.a. aan een factoranalyse werden onderworpen, waarna de daaruit voortvloeiende samenhangen aan de hand van een theorie werden geïnterpreteerd. Het zwakke punt van deze statistische benadering is echter dat de factoranalyse wel de verbanden tussen variabelen aangeeft maar niets zegt over causaliteiten en de richting waarin deze zich bewegen. Inmiddels is begonnen aan een uitdiepen van de conceptuele benadering en een nader onderzoek van het causaliteitsprobleem. Naast zuiver wetenschappelijke research houdt het I.V.O. zich bezig met concrete onderzoekingen, In opdracht van overheid, particuliere instellingen of internationale organisaties. In februari v a n het vorig jaar werd het instituut verzocht om naast en tezamen met andere consultants zijn aandeel te leveren bij de voorbereiding van het W e s t Pakistanproject van de Wereldbank. In opdracht van de Wereldbank wordt een preinvestment study verricht met betrekking tot de landbouwontwikkeling in W e s t Pakistan, waarbij vooral de irrigatieproblemen in het Indusbasin (lengte 2.000 km.) worden bestudeerd. In dit kader werkt het Instituut samen met de Nederlandse Heidemaatschappij aan de macro economische aspecten van dit plan. Dit onderzoek wordt in maart van dit Jaar afgesloten. Van het Ministerie van Buitenlandse Zaken kreeg prof, Janssen in juli van het vorige jaar het verzoek te willen fungeren als coördinator bij een evaluatie-onderzoek naar de Nederlandse Ontwikkelingshulp.

In samenwerking met de Instituten van Amsterdam. Den Haag (Institute of Social Studies), Nijmegen, Rotterdam en Wageningen wordt een onderzoek ingesteld naar de methoden volgens welke men de bijdragen van de ontwikkelingshulp kan waarderen. Deze opgave is uiterst moeilijk, hetgeen wel blijkt uit het feit, dat overal ter wereld de roep om evaluatie-studies even krachtig is als de resultaten van die studies pover zijn. Dit wordt dan ook een studie van iets langere adem. Aangezien er echter ook behoefte bestaat a a s evaluatie-resultaten op korte termijn, worden er reeds deelstudies gewijd aan een beoordeling van bepaalde programmapunten van het Nederlandse ontwikkelingshulpbeleid. Dit heeft bovendien het voordeel, dat een aantal, zij het partiële, evaluatie-methoden aan de praktijk getoetst kunnen worden. Een belangrijke functie van het L V . O . is ook de opleiding en voorbereiding van pas afgestudeerde economen en sociologen die een uitzending naar de ontwikkelingslanden ambiëren, en die in de overbruggingstijd tussen hun afstuderen en hun uitzending werkzaam zijn voor het Instituut, Onder de huidige medewerkers vallen een econoom en een socioloog onder deze categorie. Daarnaast ligt het in de bedoeling, om ter oplossing van het probleem een baan te vinden na terugkeer uit een ontwikkelingsland, de uitgezonden mensen tijdelijk op te vangen en hun tijd te geven om uit te zien naar een andere werkkring. Deze taak za] het instituut echter pas behoorlijk kunnen vervullen als de Regering overgaat tot het instellen van een zogenaamde „deskundigen-pool". Als laatste facet van zijn activiteiten dient het I.V.O. natuurlijk ook het onderwij», zowel ten behoeve van de hoogleraar die de vloedgolf van ontwikkelingslitteratuur onmogelijk alleen kan bijhouden, als wel ten behoeve van de studenten, die in colleges, werkcolleges, seminars en stages vertrouwd worden gemaakt met de problematiek en met zelfstandig werken. Het heeft steeds in de bedoeling gelegen om een nauwe samenwerking te realiseren met een soortgelijk instituut aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Een belangrijk resultaat hiervan is geweest de gezamenlijke uitzending van enige sociologen en economen uit Nijmegen en Tilburg naar de Universiteit van Lima, Peru, teneinde daar een sociologische faculteit op te richten en te bemannen. Deze uitzending heeft inmiddels plaats gevonden, en de eerste berichten zijn hoopgevend.


M ededelingen Algemeen BENOEMING HOOGLERAREN. Curatoren van de Katholieke Hogeschool hebben op voordracht van de Academische Senaat benoemd : — tot gewoon hoogleraar In het burgerlijk recht en handelsrecht mr. F . J. W . Löwensteyn te Santpoort; — tot gewoon hoogleraar in het burgerlijk recht en handelsrecht. internationaal privaatrecht en privaatrechtelijke rechtsvergelijking mr. J. E . J. T h . Deelen te Lisse. Mr. Löwensteyn is in 1922 geboren te Haarlem. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde cum laude tot doctor in de rechtsgeleerdheid, op een proefschrift „VTezen en bevoegdheid van het bestuur van de vereniging en de naamloze vennootschap". Hij is sinds 1960 werkzaam bij de Koninklijke Nederlandse Hoogovens en Staalfabrieken N.V. te IJmuiden, waar hij thans adjunct-hoofd is van de juridische afdeling. V a n de hand van mr. Löwensteyn zijn vele wetenschappelijke publikaties verschenen. Hij staat bekend als specialist o p het gebied van vennootschapsrecht. V a n 1951 tot 1957 maakte hij deel uit van de redaktie van het tijdschrift „Are Aequi". Mr. Deelen is in 1924 In Amsterdam geboren. Hij studeerde eveneens aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde cum laude tot doctor in de rechtsgeleerdheid op een proefschrift „Rechtskeuze in het Nederlands internationaal contractenrecht . Hij is sinds 1953 werkzaam bij het Centrum voor Buitenlands Recht en Internationaal Privaatrecht van de Universiteit van Amsterdam, thans als wetenschappelijk hoofdmedewerker. Mr. Deelen heeft veel gepubliceerd, zowel in het Nederlands als ia de Franse en Engelse taal. Hij is secretaris van het Nederlands Comité van de Académie Internationale de Droit Compare. Van 1959 tot 1964 was hij secretaris van de redaktie van het Rechtsgeleerd Magazijn Themis. Hij is een van de Initiatiefnemers tot de oprichting van het — onlangs officieel geopende — Interuniversitaire instituut voor internationaal recht, het „ T . M C. Asser-Instituut" in Den Haag. Mr. Deelen geniet internationale bekendheid als deskundige op het gebied van het internationale privaatrecht.

Deze afspraak was niet definitief. Onlangs bereikte ons het bericht, dat door drukke werkzaamheden de heer van lersel verhinderd zal zijn. Bij deze mogen wij U meedelen, dat het programmapunt „Het Theater" dus komt te vervallen. De Commissie voor het Studium-Generale 1965-'66.

*

*

*

V O O R U W PRACTISCHE ERVARING GO AIESEC! Ook dit jaar zal A I E S E C weer zijn bemiddeling verlenen bij het verkrijgen van stages in het buitenland voor studerenden In de economische of sociale wetenschappen aan de KHS. De inschrijving staat open van 1 februari tot en met 19 februari a.s. op het Bureau Studentenbelangen. Het inschrijfgeld ad ƒ 25,— dient vóór 20 februari a.s. gestort te worden bij inlevering van de inschrijfformulieren. Alleen aanvragen van hen die vóór 20 februari a,s. ingeschreven en gestort hebben zullen in behandeling genomen worden. De inschrijfgelden indien:

zullen

worden

geretourneerd

a) de stage-aanvrage niet gehonoreerd kan worden, b) na de volbrachte stage een stage-rapport wordt ingevuld. Voor stages buiten Europa is het candidaatsexamen een minimale vereiste, terwijl een reeds gelopen stage binnen Europa tot voordeel strekt. De fee bedraagt voor een stage binnen Europa ƒ40,—: en voor een stage buiten Europa ƒ60,— ter dekking van onze kosten. Namens A I E S E C Tilburg, F. P. J. M. Neelen, Local President. P.S. Onze spreekuren zijn o p donderdag van 17.00 tot 18.00 uur op de kamer van F . Neelen, Prof. Dondersstraat 2, Tilburg.

*

*

*

MEDEDELING VAN D E REDAKTIE.

„STUDIUM G E N E R A L E "

Kopie voor het Tilburgs Hogeschoolblad dient twee weken voor het verschijnen van het volgende nummer, goed leesbaar — liefst getypt — In het bezit van de redaktie te zijn.

Zoals het programma vermeldt zou op 17 februari 1966 de heer K. van lersel naar Tilburg komen.

Adreswijzigingen gelieve U tijdig aan de redaktie bekend te maken .

* » •

4


UNIVERSITY O F U T R E C H T „EUROPE AND T H E NETHERLANDS" On behalf of the combined Netherlands Universities. N U F F I C has for several years been organizing international summer courses lasting 2 - 3 weeks. Themes of these courses have been: „The Community of Mankind and Cross-Cultural Relations". „Trends In Modern Civilization" and „National Values in a W o r l d Community". A series of international summer courses dealing •with the theme „Europe and the Netherlands" was inaugurated by the 1962 summer course, which was held at the University of Utrecht as were the courses of 1963. 1964 and 1965. In 1966 the course will be held at the University of Utrecht again. Programme July

5 : Registration Opening of the Course in the Auditorium of the University Reception by the Board of Trustees of . the University

July

6 : T h e University of Utrecht, Past and Future T h e Dutch Form (A Government Guided tour through the city of Utrecht

July

7 : Geography of the Netherlands Foundations of Western-European Culture Guided tour of nearby castles

July

8 : Patterns of Culture in the Netherlands Dutch Art History with an emphasis on Architecture W a l k through Utrecht to illustrate the morning lecture on architecture Concert

July

9 : History of the Dutch Republic Comparative Education in Europe with an emphasis on the Netherlands

July 11 : Dutch Literature to 1940 Religious Life in the Netherlands Films on the Netherlands July 12 : Dutch Painting during the Golden Age Landreclamation projects in the Netherlands Introduction to the excursion to be made next day July 13 : Excursion to the landreclamation projects in the former „Zuider Z e e " In 1937 a dam was built linking the provinces of Friesland and North-Holland which created a big fresh-water lake „IJsselmeer". T w o polders have been reclaimed since then: the „Noord-Oost Polder" and „Oostelijk Flevoland '. T w o more polders „Zuidelijk Flevoland" and „Markerwaard" are under construction. In the afternoon visit to the Kroller Muller Museum (van Gogh collection)

Dinner at a restaurant on the way back to Utrecht July 14 : Political life in the Netherlands Foreign Policy of the Netherlands T h e Golden Age of Music In the Netherlands July 1 5 : Modem of European Integration History of European Integration Excursion to the old city of Gouda and the medieval towns of Oudewater and Schoonhoven July 1 6 : Contemporary Dutch Literature T h e European Community: Institutional Aspects Optional excursion to Rotterdam and T h e Hague July 18 : Town planning in the Netherlands Old people welfare work in the Netherlands Contemporary Dutch music July 1 9 : Visit to an old peoples' centr^ c and to the School of Economics at Tilburg July 2 0 : Th e European Community: Economic Aspects Essay on one of the course subjects Social evening July 21 : T h e Relationship between Europa and the young nations Farewell lunch Presentation of Certificates Apart from „Europe and the Netherlands" there are no other courses of this type offered by the combined 12 Dutch universities in the English language. T h e Committee for the Summer Course 1966 hopes that many European students and young Africans, Asians and Latin-American sstudying in surrounding European countries will come to the Netherlands to attend the course. A requirement for the course being held is that the minimum of applications, set for the course, has been received. Applicants will be notified In the course of May. Students' Accommodation. N U F F I C will arrange the accommodation for the participants of the course in student hostels. Certificate. Students who have completed die course will receive a certificate. Language. Since the course is held in English, a good knowledge of this language is a prerequisite. Expenses, Tuition, room, breakfest and linch: D f L 2 7 5 , ~ (Dfl. = Duth guilders). Participants will be required to pay an entrance fee of Dfl. 50,— in advance to Stichting voor Internationale Samenwerking der Nederlandse U n l v » siteiten en Hogescholen ( N U F F I C ) , Amsterdamsche Bank n.v., 14, Wagenstraat - T h e Hague. Th e balance (Dfl. 225,—) can be paid on arrival. 5


T h e entrance fee is not refundable. Cultural Agreements. Students from Austria, Belgium, France, Germany, Italy, Luxembourg, Norway, Poland, Spain and Yugoslavia may apply for a scholarship within the framework of the cultural agreements between the Netherlands and a number of European countries.

lezingen-cyclus zal worden gehouden over het Iste Boek van het nieuw B.W., waarvan de invoering thans wordt voorbereid.

Registration. Application (please use the attached sheet) should be sent t o :

E r is geen inschrijvingsgeld verschuldigd. De Cyclus is toegankelijk voor juristen, notarissen, candidaat-notarissen, de studenten van de Katholieke Hogeschool en andere belangstellenden en zal uit de volgende voordrachten bestaan:

Netherlands Universities Foundation for International Co-operation ( N U F F I C ) , 27, Molenstraat. T h e Hague, the Neherlands. Closing date for Applications. N o applications for registratie» are accepted after M a y 1, 1966.

* *

*

De voordrachten vinden plaats in het gebouw van de Katholieke Hogeschool te Tilburg op zaterdagochtenden en zullen steeds aanvangen om 10.00 uur.

5 febr.:

Over de noodzaak van hercodificatie en over Boek I nieuw B . W . : Prof. Mr. J. M. Polak;

19 febr.:

Over het Overgangsrecht : Prof. Mr. L. J. Hijmans van de Bergh;

LEZINGENCYCLUS N I E U W B. W . BOEK I Een initiatief van de Jonge Balie in het Arondissement Breda heeft er toe geleid, dat met medewerking vein de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Hogeschool te Tilburg, alsmede van de Broederschap der Notarissen in Nederland Ringen 's-Hertogenbosch en Breda, van de Broederschap der Candidaat-Notarissen Afdeling Noord-Brabant en Zeeland en van de Orde van Advocaten in de Arrondissementen 's-Hertogenbosch en Breda een

FACULTEIT DER ECONOMISCHE WETENSCHAPPEN EXAMEN- E N TENTAMENREGELING Propaedeutisch examen De pretentamens economie en geld-, krediet- en bankwezen worden afgenomen vóór de Paasvacantie. Het pretentamen statistiek voor de Kerstvacantie. Het propaedeutisch examen kan niet worden afgelegd indien men niet vóór het examen heeft deelgenomen aan de examens boekhouden, handelsrekenen en wiskunde A en B, overeenkomstig artikel 29 van het reglement van de Katholieke HogeschooL Indien men in een van deze vakken een onvoldoende cijfer behaalt, wordt dit vak alsnog in het propaedeutisch examen opgenomen met dien verstande, dat hierin wederom een examen moet worden afgelegd. De data voor de examens boekhouden, handelsrekenen en wiskunde worden tijdig bekend gemaakt. Men kan hieraan deelnemen via de intekenlijsten die ad valvas worden opgehangen. W o r d t de candidaat voor het propaedeutisch examen afgewezen, dan bepaalt de examencommissie of bij een onvoldoende voor het onderdeel boekhouden, handelsrekenen of wiskunde, dit onderdeel eveneens opnieuw moet worden afgelegd. Voor vrijstelling betreffende de vakken boekhouden, handelsrekenen en wiskunde, zie artikel 29 van het reglement. 6

5 m a a r t : Over het nieuwe Huwelijksvermogensrecht : Prof. Mr. A. R. de Bruya; 19 m a a r t : Over wettige en natuurlijke kinderen, vaderschap en levensonderhoud: Mr. H. Cohen Jehoram; 2 april:

Over minderjarigheid, voogdij, curatele en afwezigheid: Ptof. Mr. C. J. van Zeben.

De data voor het afnemen van het propaedeutisch examen worden door de faculteit van jaar tot jaar vastgesteld. Voor het collegejaar 1965/1966 zijn deze data: 13 - 18 september 1965 (is reeds afgenomen) 1 0 - 14 Januari 1966 „ „ 2 0 - 2 4 juni 1966 Opgave voor deelneming aan deze examens sluit per 27 december 1965, resp. 1 juni 1966. Indien iemand zonder reden wegblijft van het propaedeutisch examen waarvoor hij zich heeft opgegeven, kan de examencommissie een termijn vaststellen, binnen welke hij niet opnieuw aan het examen mag deelnemen. Met uitzondering van het onderdeel wijsbegeerte worden de examens schriftelijk afgenomen. Examenregeling 1) Deelnemers aan het propaedeutisch examen worden in alphabetische volgorde op lijsten geplaatst en genummerd. Bij oproeping voor het examen wordt de examenzaal en het examennummer vermeld. Tijdens het gehele examen behoudt de candidaat dit nummer. De plaatsen in de examenzalen zijn eveneens genummerd. 2) Papier wordt verstrekt door de hogeschool. Naam in blokletters, handtekening en examennummer op elk vel papier te plaatsen dat wordt ingeleverd, ruime kantlijn aanhouden.


3) Geen tassen etc. in de examenzaal. 4) Collegekaart duidelijk zichtbaar op tafel leggen. Per examenzaal worden twee surveillanten aangewezen door de voorzitter van de examencommissie. Het hoofd van het Bureau Senaat zal een rooster opmaken van daarvoor in aanmerking komende wetenschappelijke medewerkers. De surveillanten controleren aan de hand van de deelnemerslijst de aanwezigen en controleren de collegekaarten. De uitslagen van het examen worden door de hoogleraren en docenten uiterlijk 14 dagen na het examen doorgegeven aan de administratie, welke deze uitslagen binnen twee dagen op een totaallijst verwerkt. Uiterlijk één week daarna wordt de einduitslag door de examencommissie vastgesteld en mondeling aan de candidaten medegedeeld. Tevens wordt dan ook het diploma ter hand gesteld. Data waarop de uitslagen bij de administratie moeten zijn en waarop de uitslagen wordem medegedeeld, worden voor ieder examen vastgesteld. Candidaatsexamen Data voor het afleggen van de schriftelijke tentamens en examens worden tijdig door de faculteit vastgesteld en bekendgemaakt . De regeling voor het collegejaar 1965/1966 wat betreft tentamen en examendata, scripties, stages enz., zie studiegids blz. 91 - 97. Opgave voor deelneming aan deze schriftelijke tentamens kan geschieden tot uiterlijk één week voor de tentamendatum, via een tentamenkaart. De sluitingsdata worden ten overvloede door aanplakking bekend gemaakt. Opgave tot deelneming aan een schriftelijk examen dient te geschieden via een op de administratie te verkrijgen formulier, tot uiterlijk drie weken voor de examendatum. De organisatie voor het afnemen van de schriftelijke tentamens en examens komt overeen met die van het propaedeutisch examen. De uitslagen d i e nen echter o p door de docenten gesigneerde tentamenbriefjes te worden doorgegeven. Deze ten^ tamenbriefjes worden door de administratie tevoren klaar gemaakt. Op het tentamenbriefje dient te worden vermeld of voor het betrokken vak een scriptie of stage is gemaakt, d.m.v. een letter S. De tentamenbriefjes dienen uiterlijk 3 weken na aflegging van het schriftelijk tentamen, bij de administratie te worden ingeleverd. Examenresultaten moeten uiterlijk 14 dagen na het examen worden ingeleverd. Bij een eventuele afwijzing dient de examencommissie rekening te houden met de door de faculteit per trimester vastgestelde data, waarop examens worden afgenomen. Doctoraal examen Na het candidaatsexamen wordt op de administratie een formulier ingevuld waarin de keuze

van de doctorale studierichting alsmede de keuzevakken en eventuele te volgen practica! worden vermeld. Door de administratie wordt een conduitestaat afgegeven die bij elk tentamen door de docent dient te worden voorzien van de datum van het tentamen en de handtekening. De titels van de scripties worden eveneens op deze conduite-staat vermeld. Bij het afleggen van het doctoraal examen wordt deze conduite-staat Ingeleverd. Betreffende algemene gegevens over het doctoraal examen en de verschillende specialisaties zie blz. 97 t/m 103 van de studiegids 1965/1966. Als aanvulling op deze algemene gegevens geldt, dat voor de bestuurswetenschappelijke richting, nationale- en internationale specialisatie. Prof. Geertman het tentamen en examen in het onderdeel bedrijfshuishoudkunde afneemt. W a t de scripties betreft, voor de bijzondere studie van de bedrijfshuishoudkunde in de algemeen economisch-bedrijfseconomische richting is vastgesteld, dat een scriptie moet worden gemaakt voor: a) financiewezen van de onderneming of organisatie van de onderneming of leer van de kostprijs. b) in een der andere vakken (het maken van twee scripties sub a) is dus niet toegestaan. De tentamens worden in de regel mondeling afgenomen en de uitslag wordt door de docent via een tentamenbriefje aan de administratie doorgegeven. Opgave voor deelneming aan het examen dient te geschieden tot uiterlijk drie weken voor de door de faculteit vast te stellen examendata. De examens worden mondeling afgenomen. Indien meer candidaten tegelijkertijd worden geëxamineerd (3 of 4 per uur), wordt een rooster opgemaakt voor de examinatoren waarop zowel de naam van de candidaat, examentijd als examenkamer zijn vermeld. Na elk uur wordt de uitslag van de in dat uur afgenomen examens door de examencommissie vastgesteld en aan de candidaten medegedeeld. Dit geschiedt in de faculteitenkamer. Tevens wordt dan het diploma uitgereikt en door de candidaten getekend. De examencommissie draagt zorg voor de vernietiging van uitgeschreven diploma s voor candidaten die worden afgewezen. *

41

*

P R O T O C O L UITREIKING C A N D I D A A T S DIPLOMA'S Nadat alle examencijfers binnen zijn, (zie notitie Hoofd Bureau Senaat), stelt de examencommissie de uitslag binnen 8 dagen vast. De afgewezenen worden onmiddellijk opgeroepen en door de voorzitter van de faculteit ontvangen, die hen de termijn mededeelt waarbinnen het examen niet kan worden herhaald.

7


De geslaagden worden tegen een bepaalde dag en uur opgeroepen voor het in ontvangst nemen van de diploma's. De uitreiking van de diploma's vindt in juni en oktober plaats in de aula — familieleden van de geslaagden en de studenten worden op de desbetreffende zitting uitgenodigd. De aanwezigen krijgen door leden van de ontvangstcommissie, hun plaats aangewezen. De examencommissie komt ongeveer een kwartier na het officiële aanvangstijdstip in de aula. Verwacht wordt, dat alle docenten die bij het candidaatsexamen betrokken zijn, aanwezig zijn. De hoogleraren dragen hun toga. Zij nemen plaats achter de tafel op het podium. De voorzitter van de faculteit opent de zitting met het gebed en houdt een korte toespraak. De pedel roept de namen af van de geslaagden in volgorde van het behaalde judicum, te beginnen bij de uitslag „met lof". De geslaagden komen één voor één op het podium om uit handen van de voorzitter van de faculteit het diploma in ontvangst te nemen en van hun handtekening te voorzien. De voorzitter van de faculteit wenst de geslaagden geluk en sluit de zitting met het gebed. :|ï

:•;

;;;

F I N A N C I E W E Z EN V A N D E ONDERNEMING. De leiding van de stages-Financiewezen maakt bekend, dat diverse studenten, die in het verleden

hetzij een stage financiewezen hebben gevolgd, hetzij een werkstuk, resp. scriptie hebben gemaakt, de door hen geleende resp. meegenomen jaarverslagen en literatuur niet hebben terugbezorgd. De desbetreffende studenten worden beelefd verzocht de nog in hun bezit zijnde jaarverslagen etc. zo spoedig mogelijk in te leveren bij de porüersloge van het provisorium, t.a.v. Mej. L. Aarts. De gebruikelijke boete wegens te late terugbezorging zal achterwege blijven, indien de stukken vóór 15 februari 1966 worden teruggegeven.

*

*

*

DOCTORALE COLLEGES PROF. VAN DER V E N Gedurende het tweede en derde trimester.van het lopende studiejaar, zal Prof. van der Ven voor de doctoraal studenten van de economische en van de sociale faculteit, een verdubbeld aantal colleges geven , De college-uren op dinsdag van 16.00-18.00 uur zijn voortaan beide bestemd voor het gecombineerde college van economen en sociologen, zulks met ingang van 18 januari. Het afzonderlijk college voor sociologen (en economen van de economisch-sociologische richting), dat totnogtoe op dinsdag van 16.00- 17.00 uur gegeven werd, is verplaatst naar donderdag v.m. van 10.00-12.00 uur, zulks met ingang van 27 januari.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook