vbhfdst_StoriaHD-live-3D-leerwerkboek

Page 1

Doorstroomfinaliteit domeinoverschrijdend

Rogier Lindemans Kris Merckx Wim Moreau Jacky Philips Luc Van den Broeck Jos Van Dooren

uk

vo

or b

o.l.v. Katleen Dillen

ds t

Senne Hendrickx

ee ld ho of

Gorik Goris

ST RIA HD LIVE 3 LEERWERKBOEK

Kristel Bekers

LEERWERKBOEK

ISBN 978-94-641-7175-4 597773

vanin.be


tu k

ds

el dh oo f

be

or

vo


ds

tu k

3

el dh oo f

Doorstroomfinaliteit domeinoverschrijdend

Leerwerkboek

vo

or

be

Kristel Bekers Gorik Goris Senne Hendrickx Rogier Lindemans Kris Merckx Wim Moreau Jacky Philips Luc Van den Broeck Jos van Dooren o.l.v. Katleen Dillen


tu k

ds

el dh oo f

be

or

vo


INHOUD Inleiding

4

E De middeleeuwen van 900 tot 1450

130

A Over oude en nieuwe dingen

9

E1 E2

131 137

Even je geheugen opfrissen 10 De middeleeuwen, het begin van 19 een nieuwe samenleving Ontdekplaat –De Germanen Onderzoek: een beeld van de 24 middeleeuwen B De vroege middeleeuwen

29

B1

30

el dh oo f

Het Romeinse Rijk houdt stand in het oosten Ontdekplaat –De Hagia Sophia B2 De Franken, nieuwe heersers in het westen Onderzoek: raadsels rond Karel de Grote B3 De Vikingen Overzicht B

37

F Cultuur in de middeleeuwen

48

F1 F2

55 64

C Op stap door verschillende tijden

65

C1 C2

66 72

vo

or

be

De evolutie van de bevolking De Zwarte Dood, een middeleeuwse pandemie Ontdekplaat –De pest C3 Landbouw en voedsel Ontdekplaat –Landschap C4 De standensamenleving Onderzoek: de vrouw in de klassieke oudheid en in de middeleeuwen Ontdekplaat –De vrouw in de middeleeuwen Overzicht C D Niet-westerse samenlevingen

79 86 95

99 100

D1 De islam 101 Ontdekplaat –De islam in Europa Onderzoek: het gouden tijdperk van 110 Mansa Moussa in Mali (14e eeuw) D2 China en de Mongolen 118

145 160

tu k

A1 A2

De feodaliteit of het leenwezen De opkomst van de steden in onze gewesten Ontdekplaat –Kenmerken van steden E3 De vorsten strijden om de macht Onderzoek: de Normandiërs veroveren Engeland E4 De Nederlanden E5 De Guldensporenslag E6 Oorlog en oorlogsvoering in de middeleeuwen Ontdekplaat –Wapens en belegering Overzicht E

ds

167 178 188

200 201

Kerk en christendom 202 Onderzoek: misdaad en straf 216 De kruistochten 224 Onderzoek: Arabische bronnen over 233 de inname van Jeruzalem in 1099 Ontdekplaat –De kruistochten F3 Toch niet zo duister, die 241 middeleeuwen F4 Romaanse en gotische kunst 250 Ontdekplaat –Cultuur in de middeleeuwen: bouwkunst Onderzoek: de Vlaamse Primitieven 258 Overzicht F 263 G Synthese

264

G1

265

Beroemde en beruchte middeleeuwers

Woordenlijst Mijn persoonlijk woordenboek Uitvouwbare tijdlijn Schema historisch denken

266 272

INHOUD

3


INLEIDING 1

Op verkenning in STORIA HD live

tu k

Je vindt de inhoudsopgave van dit leerwerkboek op blz. 3. Kijk eens hoeveel lessen er zijn gepland. In hoeveel groepen of onderdelen kun je ze onderverdelen? Elk onderdeel heeft een titel. Als je die leest, weet je welke onderwerpen je dit schooljaar bestudeert.

Het leerwerkboek

el dh oo f

ds

Alle lessen hebben dezelfde structuur, maar de leerstof wordt op verschillende manieren aangebracht. Tijdens sommige lessen zal je leraar veel vertellen; andere lessen worden grotendeels of volledig opgebouwd aan de hand van verschillende soorten opdrachten. Die opdrachten kun je klassikaal, in groepjes of individueel oplossen. De onderstaande illustraties maken de structuur van elke les duidelijk.

2 Duidelijke lestitels

C4

1 Lesnummer 5 Deze icoontjes geven aan welke domeinen in de les aan bod komen.

3 Een krachtige inleiding met de historische vragen waarop de les een antwoord geeft.

Doordat er verschillende groepen zijn met verschillende rechten, is er ook een sociale hiërarchie of maatschappelijke rangorde. In zo’n gelaagde samenleving staat de ene groep dus hoger en heeft die meer aanzien dan een andere groep.

De standensamenleving

OPDRACHT 2

Alle Belgen moeten zich aan dezelfde wetten en regels houden. Iedereen die de wet overtreedt, wordt op dezelfde manier bestraft. In onze grondwet staat letterlijk: ‘Alle Belgen zijn gelijk voor de wet. Er is in de Staat geen onderscheid van standen.’ Heel normaal, denk je waarschijnlijk … Toch was het vroeger anders! In de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd behoren de mensen tot een stand. Voor elke stand gelden andere wetten en regels. Wat wordt er bedoeld met een ‘stand’? Hoe is de standensamenleving ontstaan? Hoe is ze doorheen de eeuwen geëvolueerd? Wanneer en waarom is er een einde gekomen aan dat systeem?

Afkomst is bepalend

Geen maatschap­ pelijke rangorde

Huidige Belgische samenleving

Bron

woonden, geen boodschap aan. (…) In landelijk India brokkelt het kastensysteem af. Er is een crisis in de landbouwsector. Traditioneel ‘belangrijke families’ zijn beroofd van hun machtsbasis. Onderwijs voor vrouwen

9

0 5

8 17

±

17

5 14 ±

0

9

±

0

0

be 0

50

Verschillende rechten

zij onderaan de kastenpiramide. Artikels 14 tot 17 uit India’s seculiere grondwet verbieden al sinds 1947 discriminatie tegen dalits. Daar hadden de vier, die vlak bij hun slachtoffer

VROEGMODERNE TIJD

STANDENSAMENLEVING

Omcirkel telkens het juiste antwoord.

- Wanneer is in West-Europa de standensamenleving ontstaan?

or

Tussen de 6e en de 8e eeuw – tussen de 9e en 10e eeuw – tussen de 10e en 11e eeuw - Hoelang blijft de standensamenleving in West-Europa ongeveer bestaan? 600 jaar – 900 jaar – 1 200 jaar

1

Gelijke rechten

Ze was bijna twintig en werkte op een veld toen vier mannen uit een hogere kaste haar bij de sjaal grepen. Ze verkrachtten haar, braken haar rug en verminkten haar tong. Ze was een dalit, lid van de voormalige ‘onaanraakbaren’. (…) [In het voornamelijk hindoeïstische India] staan

MIDDELEEUWEN

OPDRACHT 1

Wat is er van toepassing? Zet een kruisje in de tabel.

Standen­ samenleving

OPDRACHT 3

Kaartnr(s).

6 De tijdlijn situeert de les in de tijd.

4 Het kaartje vertelt over welk gebied de les gaat. In het vakje onder de kaart kun je verwijzen naar kaarten uit je historische atlas.

zit in de lift. Mannen van lagere kasten verdienen geld in de stad, meer dan ze in hun dorp kunnen via pietluttige werkjes voor de elite. (…) ‘Politie en grondbezitters gebruiken seksueel geweld om dalits een “politieke” les te leren en de kasten- en klassenstructuur te versterken. Het is juist het verzet daartegen dat geweld uitlokt.’ Dalits willen in 2020 niet terug naar vroeger. Op hun smartphone zien ze een wereld die vooruitgaat. En artikels 14 tot 17 zijn misschien nog geen realiteit, maar wel springlevend. Uit: Giselle Nath, Zelfs priester wakkert seksueel geweld tegen lagere kasten aan, in: De Standaard, 01 oktober 2020

Het kastensysteem in India is eeuwenoud en heeft zowel religieuze als sociaaleconomische wortels. De term komt van Portugese ontdekkingsreizigers uit de 16e eeuw. Die gebruikten het woord ‘casta’ (afkomst) om de vele sociale groepen in Indië te benoemen. Die sociale groepen leefden apart van elkaar –in die zin dat er niet onderling werd getrouwd –, hadden hun eigen specifieke beroepen, een bepaalde positie in de samenleving, eigen gebruiken …

De standen hebben eigen rechten en plichten

- Over welke historische periode gaat de tekst?

Zoals je al weet, is iedereen in België gelijk voor de wet. Alle Belgen hebben dus dezelfde rechten

vo

en plichten (al is het in werkelijkheid wel iets ingewikkelder). Vanuit een geschiedkundig standpunt is dat echter nog niet zo heel lang het geval.

4

INLEIDING

Tot aan het einde van de 18e eeuw is de West-Europese samenleving een standensamenleving met drie standen (groepen): de clerus of geestelijkheid (geestelijken), de adel (edelen) en de derde stand (alle andere mensen). In zo’n samenleving zijn mensen juridisch (wettelijk) niet gelijk. Met andere woorden, al naargelang de stand waartoe je behoort, heb je meer of minder rechten (en plichten). Meestal ben je lid van zo’n groep door geboorte.

86

LES C4

- Met welk van de twee systemen vertoont het kastensysteem in India op het eerste zicht het meeste overeenkomst? Vink het juiste antwoord aan. de standensamenleving de huidige Belgische samenleving

C

De stanDensamenleving

7 Ondertitels leiden de verschillende delen van de les in.

8 Moeilijke woorden krijgen een ander kleurtje. Ze worden verklaard vanaf blz. 265. Als er nog woorden zijn die je niet begrijpt, schrijf je ze op in je ‘persoonlijk woordenboek’ op blz. 272 in dit leerwerkboek. De verklaring zoek je op in een (online)woordenboek zoals www.woorden.org. Je kunt ook uitleg vragen aan je leraar.

Op stap DOOr verschillenDe tijDen

87

9 De context­ informatie helpt je om de bron te begrijpen.


10 In de rubriek ‘onWAARschijnlijk’ vind je extra informatie over de les: boeiende verhalen die je normaal niet in schoolboeken vindt.

11 Een schema van de lesinhoud helpt je de les te studeren.

LES C4 SCHEMA

ONWAARSCHIJNLIJK! Het Frankische Rijk betaalt aan de Vikingen grote sommen zilver en goud om de aanvallen te

De standensamenleving

stoppen. In 911 staat koning Karel de Eenvoudige zelfs een heel stuk van zijn grondgebied aan de monding van de Seine af aan Vikingaanvoerder Rollo. Rollo zou in ruil nieuwe invallen via de Seine verhinderen. Niet onbelangrijk, want ook Parijs ligt aan de Seine. Dat land van de Noormannen (dat is een andere naam voor de Vikingen) kennen we vandaag als Normandië. Via de Wolga en de Dnjepr dringen de Vikingen in de loop van de 9e eeuw ook ver door naar

1 De standen hebben eigen rechten en plichten

het oosten. Ze stichten er het Rijk van Kiev. De lokale bevolking noemt hen ‘Roes’, een woord dat vermoedelijk van het Oudnoorse woord voor ‘roeiers’ is afgeleid. De Roes geven hun naam aan Rusland. De Russen zelf willen tot vandaag weinig weten over hun Vikingverleden. Zij vinden dat dat hun volk oneer aandoet. Zelfs in de Hagia Sophia, de Byzantijnse kathedraal in Constantinopel, hebben Vikingen sporen achtergelaten. Onderaan

GEESTELIJKHEID

ADEL

DERDE STAND

Plichten:

Plichten:

Plichten:

-

-

-

-

-

-

-

inscriptie is niet helemaal ontcijferd maar bevat zeker de naam Halfdan.

Rechten: -

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

1 de begrippen ‘maritieme ruimte’, ‘continentale ruimte’ en ‘handel’ uitleggen 2 de begrippen ‘getuigenis’, ‘reconstructie’, ‘scheepsgraf’, grafgift, ‘stereotiep’ en ‘stereotypering’ uitleggen 3 de Vikingen in de ruimte en de tijd situeren 4 drie voordelen van de constructie van een Vikingschip geven 5 twee redenen geven waarom de Vikingen de geschiedenis ingingen als woeste plunderaars 6 vier voorbeelden geven van archeologische vondsten die dat beeld bijstellen

-

KUNNEN 1 verschillende soorten bronnen

3 de beperkingen van bronnen en de

5 informatie uit bronnen afleiden 6 een bron in zijn context plaatsen om die bron beter te begrijpen 7 bronnen vergelijken 8 de invloed van standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming aantonen met een voorbeeld 9 de presentatie van een bron evalueren

62

3 Maatschappelijke veranderingen zetten de standensamenleving onder druk De steden worden rijk en machtig. De stedelingen krijgen rechten: • zelfbestuur • eigen rechtspraak

De adel en de geestelijken verliezen vanaf de 15e-16e eeuw aan macht en aanzien.

4 Het einde van de standensamenleving

In de 18e eeuw vindt men meer en meer dat alle mensen van nature gelijk zijn.

el dh oo f

10 de invloed van standplaats­

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.

LES B3

Grondbezit heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld. Later is vooral de afkomst bepalend.

en het doelpubliek van een bron beoordelen gevolgen daarvan op historische beeldvorming aantonen

-

2 Het ontstaan van de standensamenleving

onderscheiden 2 de betrouwbaarheid, de functie

4 aantonen hoe een bron bewerkt is

Rechten:

ds

KENNEN

tu k

op de foto zie je runentekens die in het marmer zijn gekrast. De

gebondenheid op historische beeldvorming analyseren met

Eind 18e eeuw komt er een einde aan de standensamenleving.

behulp van opdrachten

11 historische vragen stellen

De Vikingen

94

LES C4

De stanDensamenleving

12 Nadat je de les hebt geleerd, moet je deze zaken KENNEN en KUNNEN. Het icoontje verwijst naar de oefeningen op diddit. De begrippen die je moet kennen, staan altijd bovenaan. 13 Na enkele onderdelen vind je een handig overzicht van de geziene leerstof.

or

be

14 Op drie plaatsen in het leerwerkboek werken we met een origineel en spannend verhaal van jeugdauteur Dirk Bracke. Daarmee (her)beleef je de geschiedenis op een net iets andere manier. Je kunt de verhalen beluisteren bij het onlinelesmateriaal.

vo

15 De QR-codes kun je inscannen. Ze geven toegang tot ondersteunend materiaal.

2

De Franken bekeren zich tot het christendom De Germaanse stammen aanbidden aanvankelijk verschillende goden. De christelijke Kerk aanbidt slechts één God (monotheïsme). Zij stuurt geestelijken, missionarissen genoemd, naar de Germanen en probeert ze zo te christianiseren. Geleidelijk aan lukt dat. Ook koning Chlodovech bekeert zich. De christelijke Kerk behoudt veel van de Romeinse gebruiken: het Latijn blijft bijvoorbeeld in het westen de taal van de Kerk. Ze gebruikt ook het schrift om belangrijke beslissingen, gebeurtenissen en ideeën op te schrijven. De Frankische koningen maken dankbaar gebruik van geestelijken om een deel van hun wetten te laten opschrijven. Bisschoppen en abten zijn ook belangrijke raadgevers.

OPDRACHT 2

Beluister het verhaal van Dirk Bracke over de doop van Chlodovech. - Tegen wie vechten de Franken? - Welk geloof heeft Clotilde? - Waarom wil Chlodovech de veldslag winnen?

VERHAAL

- Welke belofte maakt Chlodovech?

- Welke twee voordelen krijgt Chlodovech als hij christen wordt?

- Men vecht tijdens een groot deel van de middeleeuwen te voet. Paarden dienen om de krijgers over het slagveld te verplaatsen. Welk historisch foutje staat er dan in het verhaal over de aanval van de Visigoten?

3

Grootgrondbezit is belangrijk Grondbezit garandeert rijkdom en macht. In het gebied tussen de rivieren de Loire en de Rijn worden een klein aantal heren eigenaar van uitgestrekte domeinen. De domeinen breiden zich uit ten nadele van de kleine boerderijen. De kleine boeren staan hun grond af in ruil voor bescherming, of omdat hun opbrengsten te laag zijn. Ze hopen een beter leven te hebben als ze werken voor een machtige grondheer. De meeste boeren zijn horigen: in ruil voor een hoeve en de bescherming van de heer moeten ze diensten (zoals de grond van de heer bewerken) en betalingen in natura leveren. Behalve boeren wonen er op het domein ook ambachtslieden zoals een smid, een timmerman, een pottenbakker ... Men streeft lokaal naar een zelfvoorzienende of gesloten economie: de opbrengsten van het domein dienen hoofdzakelijk voor de eigen behoeften van de bewoners. Handelaars leveren producten die een domein niet zelf voorbrengt. Ze verhandelen ook goederen die een heer wenst te verkopen (een deel van de oogst, gebruiksvoorwerpen ...). B

De vroege miDDeleeuwen

39

INLEIDING

5


het onlineleerplatform bij STORIA HD live

Je kunt vrij oefenen en de leraar kan ook voor jou oefeningen klaarzetten. Je kunt kiezen uit: - oefeningen per les, - oefeningen op ‘het referentiekader’, - oefeningen op ‘werken met bronnen (HD)’, - oefeningen op ‘kennis en begrippen’, - oefeningen op ‘historische redeneerwijzen’. Hier vind je de opdrachten die de leraar voor jou heeft klaargezet.

Hier kan de leraar taken voor jou klaarzetten.

Benieuwd hoe ver je al staat met oefenen en

el dh oo f

tu k

Leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

ds

VERHAAL

opdrachten? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten.

De lijkenrover

1

Hier vind je het lesmateriaal per les of per

or

be

leerstofonderdeel (onder andere kennisclips, verhalen van Dirk Bracke en video- en audiobestanden). Daarnaast zijn er de ontdekplaten waarmee je zelf aan de slag kunt. Je vindt er bijvoorbeeld allerlei soorten bronnen en filmmateriaal rond een bepaald thema. Ga op ontdekkingstocht en voer de opdrachten uit. Veel plezier!

DIRK BRACKE

Over Jacob van Artevelde en zijn zoon Filips en over de strijd van Gent voor meer vrijheid in de 14e eeuw

5

10

15

20

25

30

35

40

Johan huiverde toen hij voorzichtig door de struiken gluurde. Het regende en een kille wind sneed tot op zijn huid. Toch was het niet de koude die hem rillingen bezorgde. Het was afschuwelijk. Ondanks het gevaar kon een jongen van veertien nieuwsgierig zijn, heel nieuwsgierig. Hij had zoveel over de ridders, de koning, de stadsmilities en de oorlog horen vertellen dat hij het moest zien. Het was bijna avond en de veldslag was achter de rug. Daarnet had hij zich nog haastig verstopt toen ridders hem voorbijraasden in de richting van Kortrijk. De stad zou vast geplunderd worden. De omgeving was bezaaid met lijken en dode paarden. Er werd gekreund, om hulp geschreeuwd, hardop gebeden. Een eindje verderop kroop een boogschutter moeizaam weg. Johan hapte naar adem toen hij zag dat de linkerarm van de man ontbrak. Toch probeerde hij op zijn knieën naar de struiken te kruipen om zich te verstoppen. Een soldaat had de man opgemerkt. Zonder aarzelen liep hij op hem af; Johan beet op zijn hand om het niet uit te schreeuwen toen de soldaat het hoofd van de man bij het haar achterover trok en met een haal van zijn mes de keel oversneed. Johans hart sloeg een paar tellen over toen tussen de lijken iemand bewoog en naar het struikenbosje keek. Dan loerde de man rond en kroop voorzichtig in de richting van Johan. Hij komt recht naar me toe, besefte Johan en hij verkrampte van schrik. Ik moet hier weg! Johan spiedde over zijn schouder en hij hapte weer naar adem toen hij achter het struikenbosje beweging zag. Ingesloten, beseft hij. Opeens voelde Johan zich ontzettend stom omdat hij per se het slagveld had willen zien. Ondanks de kou rolden de zweetdruppels over zijn voorhoofd. Hij voelde zijn hart tegen zijn ribben bonzen

45

50

55

60

65

70

75

80

toen de man kruipend als een regenworm recht naar hem toe bewoog. De jongen zag de angstflits in de ogen van de kerel toen die hem opmerkte. Even bleven ze elkaar beloeren, maar dan besefte Johan dat de kerel ook niet wilde gezien worden en hij wenkte hem met zijn hand. ‘Wat doe je hier?’ vroeg de man verbaasd terwijl hij naast Johan kroop. ‘Alleen maar kijken.’ De man knikte enkel alsof het allemaal geen belang had. Onafgebroken gingen zijn ogen over de omgeving. Ze keken allebei tegelijkertijd op toen een soldaat triomfantelijk schreeuwde en met zijn laars tegen het hoofd van een lijk schopte. Meteen kwamen andere soldaten op hem toegelopen. Ze trokken een bebloed lijk overeind. ‘Ze hebben Filips gevonden’, zei de man. ‘Ik durf wedden dat de Franse koning een beloning geeft aan wie hem onze leider kan bezorgen.’ Alsof ze een dode hond achter zich aan trokken, hadden twee soldaten Filips bij de enkels genomen en ze sleepten hem over de andere lijken weg. ‘Het is allemaal voorbij’, zei de man. Zijn stem klonk somber. ‘De veldslag?’ vroeg Johan een tikkeltje verwonderd, omdat het wel duidelijk was. ‘Ook dat. Maar vooral onze vrijheid. Nu zal de graaf Gent en de andere steden weer onder de duim houden. Belastingen, boetes, zijn rechtspraak, zijn mannetjes in het stadsbestuur, onze duurbevochten rechten kwijt, misschien worden onze muren wel afgebroken … In plaats van vrij te zijn, trekken de graaf en zijn volgelingen weer aan de touwtjes van ons leven.’ ‘We zijn toch nooit vrij’, meende Johan verbaasd. ‘God heeft toch gezegd dat de De lijkenrover — Dirk Bracke

vo

Gotische kerk

6

LES

INLEIDING HET ONLINELEERPLATFORM BIJ STORIA HD LIVE

Ontdekplaat - Hagia Sophia

15


2

Geschiedenis studeren: in de klas en thuis Welkom in de geschiedenislessen van het derde jaar van het secundair onderwijs. Je ontdekte in de vorige schooljaren al dat geschiedenis veel meer is dan feiten en datums uit het hoofd leren. Geschiedenis is niet zo moeilijk, als je de lessen op de juiste manier aanpakt. Luister daarom naar de raadgevingen van je leraar. Goed opletten in de klas brengt je al een hele stap vooruit. Je leraar zal je ook uitleggen hoe je de leerstof thuis kunt herhalen en instuderen.

Thuis

be

Voorbereiden Neem wat je nodig hebt om je les in te studeren: je agenda, je leerwerkboek, notities, een te verbeteren test ... Studeer op een rustige en ordelijke plaats, zodat je geconcentreerd kunt werken.

or

Verkennen Bestudeer eerst de opbouw van de les. Lees de inleiding en bekijk het kaartje, de maatschappelijke domeinen en de tijdlijn. Daarna noteer je de titels en de ondertitels. Zo ken je de hoofdlijnen al. Lezen en begrijpen Neem de hele les grondig door en controleer of je alles echt begrijpt. De teksten en de bronnen brengen het verhaal van de les. Om het verhaal te begrijpen, moet je ook alle woorden begrijpen. Bij het vak geschiedenis horen heel wat specifieke begrippen. We onderscheiden historische begrippen en structuurbegrippen. Die structuurbegrippen gaan over het vak geschiedenis. Je vindt ze in het oranje in de woordenlijst. Maak per les een woordenlijst met de begrippen die je moet kennen. De uitleg kun je meestal

vo

tu k

Oefenen Tijdens de geschiedenislessen leer je ook historische vaardigheden. Je leert hoe je historische informatie ontdekt, onderzoekt en structureert. Je zult bijvoorbeeld leren om informatie te halen uit bronnen, tijdlijnen en kaarten. Je leert ook om kritisch om te gaan met je bronnen. Vaardigheden verwerf je door te oefenen. Maak de opdrachten opnieuw en kijk na of je antwoorden juist zijn. De vaardigheden zijn minstens even belangrijk als de inhoud van de les.

el dh oo f

Als je aandachtig luistert en actief meewerkt in de klas, zul je thuis gemakkelijker de leerstof kunnen instuderen. In de klas doe je het volgende: - onthoud de titel van de les; - let op de ondertitels: ze vatten de hoofdlijnen van de les samen; - het is belangrijk dat je alles begrijpt: woorden of onderdelen die je niet begrijpt, kun je immers moeilijk onthouden; - probeer te antwoorden op vragen die je leraar stelt; - bestudeer de bronnen en de opdrachten aandachtig; - zorg ervoor dat je notities ordelijk, volledig en foutloos zijn.

kopiëren uit de woordenlijst of uit de les. Bekijk vervolgens het schema. Dat bevat de hoofdzaken en de kernwoorden. Probeer nu aan de hand van het schema de inhoud van de les op te zeggen. Als je op die manier de les verkent, wordt er heel wat informatie in je geheugen opgeslagen. Je zult dus heel wat tijd besparen bij het instuderen.

ds

In de klas

Studeren Studeer de definities van de begrippen die je moet kennen. Leer het schema uit het hoofd en overloop nog eens alle opdrachten. Let daarbij extra op de titels, zodat je inzicht hebt in de opbouw van de les. Bij een toets of examen is het echter niet voldoende om enkel de informatie van je schema op te schrijven. Controleren Controleer of je het schema zelf opnieuw kunt samenstellen. Vergelijk met het schema in je leerwerkboek. Ga na of je elk woord en elk verband tussen de woorden in het schema kunt uitleggen. Raadpleeg de lijst KENNEN en KUNNEN. KENNEN geeft weer wat je van de leerstof moet onthouden en uitleggen. KUNNEN somt op welke vaardigheden in de les aan bod zijn gekomen. De lijst is een prima controlemiddel om na te gaan of je de leerstof beheerst. De puntjes die je onder de knie hebt, kruis je aan in het voorziene vakje. Zo heb je altijd een goed overzicht. Op diddit vind je interactieve opdrachten om KENNEN en KUNNEN verder in te oefenen. INLEIDING

7


3

Historisch denken Je leert in het vak geschiedenis niet alleen verhalen over het verleden, maar ook hoe die verhalen ontstaan. Je krijgt dus inzicht in het verleden én in de wetenschappelijke methode die geschiedkundigen gebruiken om over het verleden te vertellen: je leert historisch denken. We geven je hier een overzicht van de vijf onderdelen van historisch denken. Dat hoef je niet uit het hoofd te leren. Lees de krachtlijnen van historisch denken. - Probeer het woord te achterhalen dat in elke krachtlijn ontbreekt. - Onderstreep de kernwoorden in de uitleg. HD1 Historische stellen

tu k

OPDRACHT

el dh oo f

ds

Historisch denken start met een historische vraag. In het begin van elke les formuleren we de vragen die we tijdens die les zullen onderzoeken. Je vindt ze in het groen in de inleiding. Alle vragen die je stelt over het verleden, over de relatie heden-verleden, over de manier waarop kennis over het verleden tot stand komt en over het beeld dat we van het verleden hebben, zijn historische vragen.

HD2 Een beeld van het verleden opbouwen Geschiedkundigen ordenen stukjes geschiedenis in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein (zie les A1). Zo krijg je een beter overzicht en inzicht. Tegelijkertijd leer je historische begrippen en structuurbegrippen (zie woordenlijst) om de kenmerken van de samenlevingen die je bestudeert juist te benoemen.

HD3 Kritisch redeneren met en over

be

Onze kennis over het verleden leiden we af uit bronnen: we redeneren met bronnen. Daarom is het heel belangrijk om goede bronnen uit te kiezen. Je leert controleren of een bron bruikbaar, betrouwbaar en representatief is: dat is redeneren over bronnen.

HD4 Tot historische komen

vo

or

Het antwoord op een historische vraag is een samenhangende historische redenering. Typische historische redeneringen zijn: aanleiding – oorzaak – gevolg –toeval, evolutie – revolutie, gelijktijdigheid – ongelijktijdigheid en continuïteit – verandering. Zo vormen we ons een beeld van het verleden.

HD5 Reflecteren over de relatie verleden, en toekomst Iedereen kijkt met zijn ogen naar het heden en het verleden: vanuit het eigen perspectief. Dat heet dan standplaatsgebondenheid. We weten bovendien niet alles over het verleden. Je leert ook nadenken over het gebruik van geschiedenis in de samenleving.

8

INLEIDING


A

Over oude en nieuwe dingen

tu k

In het derde jaar leer je tijdens de geschiedenislessen over de middeleeuwen. Dat tijdvak volgt op de klassieke oudheid – die je vorig schooljaar bestudeerd hebt – en gaat de vroegmoderne tijd vooraf.

OPDRACHT 1

el dh oo f

ds

In dit eerste onderdeel frissen we de historische vaardigheden op en maak je al even kennis met de middeleeuwen. We gaan na hoe en hoeveel je in je dagelijkse leven met die tijd te maken hebt en wat de belangrijkste kenmerken ervan zijn. In les A1 herhalen we de historische vaardigheden. Zo ben je vanaf les B1 helemaal klaar om de middeleeuwen in te duiken.

Vul de tijdvakken in op de tijdlijn.

± 800 v.C .

± 500

± 1750

Europa tussen 500 en 1450

vo

or

be

OPDRACHT 2

± 1450

In de geschiedenislessen vertrekken we van een westers of West-Europees perspectief. - Kleur West-Europa op de kaart. - Geef vijf hedendaagse landen die geheel of gedeeltelijk in dat gebied liggen.

- Kijk in een historische atlas. Welk groot rijk blijft in Zuidoost-Europa voortbestaan? - Perspectief is een historische redeneerwijze. Voeg die toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

A

Over oude en nieuwe dingen

9


A1

Even je geheugen opfrissen

ds

Wat zijn historische vragen? Hoe ordenen we het verleden in de tijd, de ruimte en het domein? Welke beperkingen hebben bronnen? Waarom is de geschiedenis niet hetzelfde als het verleden? Welke historische redeneerwijzen ken je al?

tu k

De vorige schooljaren leerde je al heel wat over het geschiedkundige onderzoek. Je weet dat een geschiedkundige zich baseert op bronnen om historische vragen te beantwoorden en een beeld te krijgen van het verleden. In deze les frissen we de historische vaardigheden op.

±

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

1

4

5

0

19 ±

±

14 ±

17

5

5

0

0

50

±

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

.

el dh oo f

Kaartnr(s).

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Historisch denken begint met het stellen van historische vragen

- Vul de verschillende soorten historische vragen aan in het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

or

OPDRACHT 1

be

Geschiedkundigen stellen en beantwoorden historische vragen. Er zijn verschillende soorten historische vragen: vragen over het verleden, vragen over de relatie heden-verleden, vragen over de totstandkoming van historische kennis en vragen over historische beeldvorming.

- Zijn deze vragen historische vragen?

vo

• Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars?

KENNISCLIP HISTORISCHE VRAAG

• Wat zijn de oorzaken van de Europese ontdekkingsreizen? • Is dit manuscript een bruikbare bron voor onze historische vraag? • Hoeveel procent van het gezinsbudget wordt besteed aan voedsel? • Hoe werkt het spijsverteringsstelsel? • Waarom vieren we op 11 juli de Vlaamse feestdag?

- Voeg de verschillende soorten historische vragen toe op het schema van historisch denken op de uitvouwbare tijdlijn.

10

LES A1

Even je geheugen opfrissen


OPDRACHT 2

Over welke soort historische vragen gaat het? • Waarom zien wij de Vikingen als woeste plunderaars? • Wat zijn de oorzaken van de Europese ontdekkingsreizen? • Is dit manuscript een bruikbare bron voor onze historische vraag? • Waarom vieren we op 11 juli de Vlaamse feestdag?

2

tu k

Het historische referentiekader

Om je weg te vinden in al die eeuwen geschiedenis, komt het erop aan dat verleden te ordenen in het referentiekader. Dat betekent situeren in de tijd, de ruimte en het maatschappelijk domein. - Bekijk de tijdlijn op blz. 10. Dat is de meest gebruikte indeling van de geschiedenis in West Europa. De jaren waarin we de tijden laten eindigen of beginnen, zijn scharnierdata. Naar welke ‘symbolische’ gebeurtenissen verwijzen deze jaartallen?

ds

OPDRACHT 3

ca. 3500 v.C.:

el dh oo f

ca. 800 v.C.: ca. 500:

ca. 1450: ca. 1750: ca. 1945:

- Wat is de duur van de middeleeuwen? Met hoeveel eeuwen en millennia komt dit overeen? OPDRACHT 4

- Vergelijk met de tijdlijn op blz. 101 en noteer een opvallend verschil.

be

- Vergelijk de westerse indeling van de geschiedenis met de Chinese indeling hieronder en noteer een opvallend verschil.

4 4

13

16

6

8

79 12

7

0 6

0 9

9

18 6

81 5

20 4

20

6

v.

22

C

.

0 26 5

or

HAN

JIN

SUI TANG

SONG

YUAN MING

QING

vo

QIN

De Chinezen delen het Vroege en Late Keizerrijk verder op volgens de vorstenhuizen of dynastieën die aan de macht zijn. De Chinese periodisering focust op de eigen politieke geschiedenis.

- Wat kun je besluiten over tijdrekeningen en indelingen van de geschiedenis? TIP Gebruik de woorden ‘tijd’, ‘plaats’ en ‘afspraken’. A

Over oude en nieuwe dingen

11


OPDRACHT 5

- Historische gebeurtenissen kun je vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Op ruimtelijk vlak maken we een onderscheid tussen globaal, lokaal, regionaal, continentaal en nationaal. Vul die begrippen in bij de juiste omschrijving. Begrip

Betekenis verwijst naar het plaatselijke (wijk, gemeente, stad …)

KENNISCLIP RUIMTE

verwijst naar de regio (streek, provincie, gewest …)

verwijst naar het werelddeel verwijst naar de wereld

tu k

verwijst naar de staat of het land

Begrip

Betekenis

el dh oo f

de stad

ds

- Om ruimte structuur te geven, maken we ook een onderscheid tussen: • stedelijke ruimte en rurale ruimte, • continentale ruimte en maritieme ruimte.

het platteland

landinwaarts, niet gericht op de zee in of aan zee

OPDRACHT 6

We maken verder nog onderscheid tussen: • open ruimte en gesloten ruimte, • centrum en periferie. Begrip

Betekenis

een gesloten landschap of een gesloten samenleving het middelpunt van een gebied aan de rand van een gebied, verwijderd van het centrum

or

be

een open landschap of een open samenleving

Tot slot ordenen we geschiedenis volgens de maatschappelijke domeinen. - Geef bij elke omschrijving het passende domein: politiek, sociaal, economisch of cultureel. - Zoek op het stickervel het symbool dat Storia HD voor elk domein gebruikt en kleef het bij de juiste uitleg.

vo

OPDRACHT 7

Domein

Omschrijving Dit domein gaat over machthebbers zoals koningen en het grondgebied waarover ze heersen. Het gaat ook over machtsverhoudingen en over rechten en plichten. Dit domein gaat over de verschillende groepen mensen in de samenleving. Die indeling kan gebeuren op veel manieren: volgens rijkdom, politieke macht, godsdienst ...

12

LES A1

Even je geheugen opfrissen


Dit domein gaat over wat mensen doen om te (over-)leven. Economische activiteiten zorgen voor voedsel, kleding, onderdak ... of voor een inkomen om dat aan te schaffen. We doen aan landbouw, handel, nijverheid ... Dit domein gaat over kunst, godsdienst, wetenschap, techniek, onderwijs ... Ook onze dagelijkse gewoonten zoals eten, drinken, mode en ontspanning behoren tot dit domein.

Tijd Bron 1

KENNISCLIP REFERENTIEKADER

Domein

ds

Bron 2

Ruimte

tu k

Synthese: Waarover gaan de bronnen? Situeer in het referentiekader.*

OPDRACHT 8

Bron 3 Bron 4

el dh oo f

Bron 5

* Dikwijls passen meerdere domeinen. Eén juist antwoord is hier voldoende.

be

Bron 1

Bron 2 De abdijpoort van Lorsch

Detail van de rotsschilderingen in Lascaux,

De abdij van Lorsch wordt gesticht in 764 in

Frankrijk, tussen 18 000 en 15 000 jaar oud

de Duitse deelstaat Hessen. In de 16e eeuw wordt geklasseerd als werelderfgoed.

vo

or

Bron 3 Het Romeinse Rijk in 117

de abdij gesloten. De restanten zijn sinds 1991

A

Over oude en nieuwe dingen

13


Bron 4

Bron 5 Zodra hij de macht had, bevrijdde Solon de mensen voor eens en altijd. Hij verbood elke lening die een persoon als waarborg had. [Bij zo'n lening word je een slaaf van de schuldeiser, als je de lening niet kunt terugbetalen.] Daarbij vaardigde hij

wetten uit die schulden kwijtschold.

na 33O v.C.

grafschildering, Deir-El-Medina, Egypte

De tekst komt uit de omgeving van de Griekse filosoof Aristoteles. Hij en zijn studenten zouden het bestuurssysteem van 170 polissen beschreven hebben. De staatsinrichting of 'grondwet' van Athene is bewaard gebleven.

el dh oo f

Redeneren over bronnen

tu k

Vrij naar Aristoteles, De staatsinrichting van Athene,

ca. 1200 v.C. Fragment van de

ds

3

Grafmonument van Sennedjem,

Bronnen zijn de basis van onze historische kennis. Ze worden op drie manieren in groepen gedeeld. Ten eerste maken we een onderscheid tussen ‘historische bronnen’ en ‘historische werken’. Historische bronnen zijn voorwerpen uit het verleden en getuigenissen over het verleden. Historische werken zijn het resultaat van een wetenschappelijk onderzoek dat na de feiten met behulp van bronnen en andere werken is gemaakt.

KENNISCLIP BRONNEN INDELEN

Ten tweede maken we een onderscheid tussen ‘primaire’ en ‘secundaire’ bronnen. Primaire bronnen zijn gemaakt door mensen die rechtstreeks betrokken zijn, bijvoorbeeld ooggetuigen. Secundaire bronnen zijn gemaakt door mensen die niet rechtstreeks betrokken zijn, vaak in een andere tijd.

be

Ten derde maken we een onderscheid tussen ‘geschreven’ en ‘ongeschreven’ bronnen. Ongeschreven bronnen worden verder verdeeld in mondelinge en materiële bronnen.

or

Om een antwoord te vinden op een historische vraag zoeken en selecteren we bronnen. Je weet al uit de lessen van vorig schooljaar dat je daarmee voorzichtig moet omspringen. Bronnen hebben immers altijd bepaalde beperkingen. Die beperkingen zijn afhankelijk van de historische vraag die je stelt en kunnen te maken hebben met de bruikbaarheid, de representativiteit en/of de betrouwbaarheid van de bron. In de loop van het schooljaar zullen we dat regelmatig inoefenen. Je moet er ook rekening mee houden dat de historische bronnen die in de lessen worden gebruikt, dikwijls zijn bewerkt. Dat betekent dat ze niet gelijk zijn aan de originele bron. Bronnen worden ingekort of vertaald, er wordt een titel toegevoegd ... Die ingrepen kunnen de betekenis van de bron beïnvloeden.

vo

KENNISCLIP BRONNEN BEOORDELEN

OPDRACHT 9

Neem de bronnen van de vorige opdracht. Welke soort bron zijn bron 3 en bron 5? Bron 3: Bron 5:

14

LES A1

Even je geheugen opfrissen


Wat wordt er bedoeld met de volgende kritische vragen die je aan bronnen moet stellen? Verbind.

OPDRACHT 10

Is de bron bruikbaar?

Geeft de bron een juist antwoord op de hisotrische vraag?

Is de bron representatief ?

Geeft de bron een antwoord op de historische vraag?

Is de bron betrouwbaar?

Geeft de bron een antwoord dat algemeen geldt voor die periode?

tu k

Vorig schooljaar leerde je dat de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is van de maker, het doelpubliek en de bedoeling van de bron. Vul het schema aan.

OPDRACHT 11

ds

BRON

el dh oo f

KENNISCLIP STANDPLAATSGEBONDENHEID

informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren

wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie, persoonlijke kenmerken standplaatsgebondenheid Wat betekenen de volgende vermeldingen bij bronnen? Verbind.

OPDRACHT 12

Vertaald ‘Naar ...’ (...) […]

Er wordt maar een stukje van de materiële bron getoond, dus niet de hele bron.

De originele bron is in een andere taal.

Er is op die plaats tekst aan de originele bron toegevoegd.

Er is op die plaats in de originele tekst een stuk tekst weggelaten.

or

4

Het is geen letterlijke weergave van de originele tekst. Het is bijvoorbeeld een samenvatting van de originele bron.

be

Detail

Geschiedenis is een beeld van het verleden

vo

Geschiedenis is een reconstructie van het verleden. Over sommige periodes uit ons verleden weten we slechts weinig door het gebrek aan bronnen. Als er een nieuwe bron ontdekt wordt, kan onze kennis over het verleden veranderen. Dat gebeurt ook als de geschiedkundigen een bron anders gaan interpreteren. Dat wil dan zeggen dat ze om de een of andere reden anders gaan denken over de informatie die ze uit een bepaalde bron halen. Het is dus belangrijk om zoveel mogelijk bronnen te gebruiken en te vergelijken om een nauwkeurig beeld te krijgen van het verleden.

KENNISCLIP HISTORISCHE REDENEERWIJZEN

Om feiten met elkaar in verband te brengen of om informatie te structureren gebruiken geschiedkundigen typische historische redeneerwijzen. De vorige jaren heb je er al een aantal gezien. Die herhalen we hier. In de loop van het schooljaar komen er nog enkele nieuwe bij.

A

Over oude en nieuwe dingen

15


OPDRACHT 13

Lees de lestekst en omcirkel het juiste antwoord. • Het verleden kan veranderen / blijft hetzelfde. • Onze kennis over het verleden is volledig / onvolledig. • Ons eigen standpunt beïnvloedt wel / niet hoe wij naar het verleden kijken. • De beperkingen van bronnen hebben wel / geen invloed op ons beeld van het verleden. Hoe heten deze typische, historische redeneerwijzen? Vul in. Betekenis

De gebeurtenis die iets tot gevolg heeft. De reden waarom iets gebeurt. Het effect van iets. Iets wat plaatsvindt zonder bedoeling. De veranderingen gebeuren geleidelijk. De veranderingen gebeuren snel. De dingen blijven hetzelfde.

el dh oo f

De dingen veranderen.

tu k

Begrip

ds

OPDRACHT 14

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

vo

or

be

1 de begrippen ’breuk’, ‘tijd’, ‘duur’, ‘millennium’, ‘eeuw’, ‘tijdrekening’, ‘ruimte’, ‘lokaal’, ‘regionaal’, ‘globaal’, ‘stedelijke en rurale ruimte’, ‘continentale en maritieme ruimte’, ‘domein’, ‘politiek’, ‘sociaal’, ‘cultureel’ en ‘economisch’ uitleggen 2 de begrippen ‘historische bron’, ‘historisch werk’, ‘primaire bron’, ‘secundaire bron’, ‘tijdvak’ en ‘reconstructie’ uitleggen 3 de zeven tijden met begin- en eindjaar opnoemen 4 de gebeurtenissen waarnaar de scharnierdata verwijzen, opnoemen 5 de vier verschillende maatschappelijke domeinen opnoemen en uitleggen 6 drie beperkingen van bronnen opnoemen 7 de drie elementen waarvan de betrouwbaarheid van een bron afhankelijk is, opnoemen 8 het verschil tussen de geschiedenis en het verleden uitleggen

16

LES A1

Even je geheugen opfrissen

9 de begrippen ‘open en gesloten ruimte’ en ‘centrum en periferie’ uitleggen

KUNNEN

1 een historische vraag herkennen 2 een gebeurtenis in het referentiekader situeren 3 verschillende tijdrekeningen en indelingen in tijdvakken met elkaar vergelijken 4 bepalen welke soort bron het is 5 afleiden uit de presentatie van de bron hoe de originele bron is bewerkt 6 de historische redeneerwijzen: ‘aanleiding’, ‘oorzaak’, ‘gevolg’, ‘toeval’, ‘evolutie’, ‘revolutie’, ‘continuïteit’ en ‘verandering’ benoemen 7 de verschillende soorten historische vragen onderscheiden

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES A1 SCHEMA

Even je geheugen opfrissen Historische vragen zijn: • vragen over het verleden, • vragen over de relatie heden-verleden, • vragen over historische beeldvorming.

2 Het historische referentiekader

Ruimte

el dh oo f

Tijd

ds

• vragen over de totstandkoming van historische kennis,

tu k

1 Historisch denken begint met het stellen van historische vragen

aanduiden

tijdrekening

ordenen

tijden of tijdvakken

christelijke, islamitische

een werelddeel, een deel van een werelddeel, een land, een streek, een gemeente … stedelijke en rurale ruimte

continentale en maritieme ruimte open en gesloten ruimte

be

centrum en periferie

Domein

bestuur en grondgebied

sociaal

verschillende bevolkingsgroepen

vo

or

politiek

armoede en rijkdom

economisch

hoe voorziet de mens in zijn levensonderhoud?

cultureel

het streven naar wijsheid en schoonheid   godsdienst, tradities en gewoonten

A

Over oude en nieuwe dingen

17


3 Redeneren over bronnen Bronnen worden ingedeeld in: • geschreven en ongeschreven bronnen, • primaire en secundaire bronnen, • historische bronnen en historische werken. Een bron moet je, in functie van de historische vraag die je stelt, beoordelen op:

tu k

• bruikbaarheid = geeft ze een antwoord op de historische vraag?

• representativiteit = geeft ze een antwoord dat algemeen geldt voor die periode? • betrouwbaarheid = geeft ze een betrouwbaar antwoord op de historische vraag? De betrouwbaarheid van bronnen is afhankelijk van: persoonlijke kenmerken), • het doelpubliek,

ds

• de standplaatsgebondenheid van de maker (wie, wanneer, waar, maatschappelijke positie,

el dh oo f

• de functie of bedoeling van de bron (informeren, overtuigen, ontspannen, ontroeren, activeren).

4 Geschiedenis is een beeld van het verleden De kennis die we hebben van het verleden is bepaald door: • de beschikbaarheid van bronnen,

• de interpretatie die we aan de bronnen geven. Gebruik en vergelijk zoveel mogelijk bronnen.

Geschiedkundigen gebruiken historische redeneerwijzen • om feiten met elkaar in verband te brengen,

vo

or

be

• om informatie te structureren.

18

LES A1

Even je geheugen opfrissen

A


A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving

ds

el dh oo f

Hoe is de middeleeuwse samenleving ontstaan? Welk beeld hebben mensen in latere tijden van de middeleeuwen?

tu k

In deze les ontdek je hoe de samen­ leving is ontstaan en welk beeld mensen in de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd van de middeleeuwen hebben.

±

PREHISTORIE

OUDE NABIJE OOSTEN

1

4

5

0 17

±

±

19

5

0 5 14 ±

±

50

0

.

±

8

35

0

0

0

0

v.

v.

C

C

.

Kaartnr(s).

KLASSIEKE OUDHEID

MIDDELEEUWEN

HEDENDAAGSE TIJD MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

Germaanse, Romeinse en christelijke invloeden versmelten tot een nieuwe samenleving

vo

or

be

Vanaf de 5e eeuw komen er Germaanse koninkrijken in de plaats van het West-Romeinse Rijk. De Germanen brengen nieuwe leefgewoonten naar West-Europa. Maar de klassieke samenleving gaat niet helemaal verloren: sommige Romeinse gebruiken, technieken in de bouw en in de kunst en talen blijven verderleven. Ook de christelijke godsdienst blijft behouden en wordt in de middeleeuwen zelfs heel belangrijk. Bisschoppen en abten worden belangrijke raadgevers van de koningen en de mensen leven op het ritme van de Kerk (zondagsmis, sacramenten, kerkelijk jaar ...). Uit de versmelting van de Germaanse, Romeinse en christelijke cultuur ontstaat dus een nieuwe samenleving. Die middeleeuwse samenleving legt de basis voor onze eigen samenleving.

OPDRACHT 1

Bekijk de kaart op de volgende bladzijde. - Welk volk vestigt zich in onze gewesten? - In 476 dwingt de Germaan Odoaker de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus, tot troonsafstand. Daardoor houdt het West-Romeinse Rijk officieel op te bestaan. Zijn soldaten roepen hem uit tot koning. Van welk gebied wordt Odoaker koning? A

Over oude en nieuwe dingen

19


2

Het einde van het West-Romeinse Rijk Het Oost-Romeinse Rijk is dichter bevolkt en rijker. Het houdt daardoor beter stand. Het West-Romeinse Rijk gaat langzaam ten onder. De bevolking daalt, waardoor er minder belastinginkomsten zijn. De troepen zijn er opstandig. De West-Romeinen proberen het tij nog

- Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bestaat totRijk 1453. Vergelijk deze kaart met te keren. Enkele Germaanse stammen mogen zich in het vestigen op voorwaarde dat ze heteen helpen verdedigen tegen andere invallers. Germanen krijgen ook belangrijke functies binnen hetOosthedendaagse kaart. Welke van de onderstaande hedendaagse landen horen bij het Romeinse leger. Germanen en Romeinen weten zo samen de Hunnen te verdrijven. Steeds meer Romeinse Rijk? Omcirkel. grondgebied komt echter onder controle van vooral Germaanse aanvoerders.

België – Egypte – Griekenland – Frankrijk – Spanje – Turkije De Germaansestammen stammen in het West-Romeinse De Germaanse in het West-Romeinse Rijk Rijk

OPDRACHT 2

el dh oo f

ds

tu k

OPDRACHT 2

Welkhier volkenkele vestigt typische zich in onze gewesten?van de middeleeuwen. Hebben ze een Romeinse, een Je - ziet kenmerken Germaanse of een christelijke oorsprong?

Romeins

Germaans Christelijk

- In 476 dwingt de Germaan Odoaker de laatste West-Romeinse keizer, Romulus Augustulus,

a tot Grootgrondbezit is de basis van het macht en rijkdom.Rijk officieel op te bestaan. Zijn troonsafstand. Daardoor houdt West-Romeinse roepenenhem uit totworden koning.dikwijls Van welkmondeling gebied wordt Odoaker koning? b soldaten Rechtspraak bestuur geregeld.

c Het Latijn is de cultuurtaal en de taal van de Kerk.

- Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bestaat tot 1453. Vergelijk de kaart met een

d hedendaagse Het christendom is een staatsgodsdienst. kaart. Welk van de onderstaande hedendaagse landen hoort bij het Oost-

be

Rijk? zijn Omcirkel de juiste namen. e Romeinse Kaas en melk belangrijke voedingsmiddelen.

f

26

LES B1

België – Egypte – Griekenland – Frankrijk – Spanje – Turkije

Mannen dragen een hemd en een broek.

g Wijn is een populaire middeleeuwse drank.

DE VAL VAN HET WEST-ROMEINSE RIJK

h De mensen leven op het ritme van de Kerk. De mensen spreken er talen zoals Nederlands en Duits.

or

i

67574_HD_STORIA 3A_DEEL1.indd 26

Hoewel de middeleeuwen de basis leggen voor onze eigen samenleving, zijn er toch belangrijke verschillen. Bij welke tijd horen deze uitspraken. Zet een kruisje in de juiste kolom. TIP Lees eerst de onWAARschijnlijk op blz. 22.

vo

OPDRACHT 3

a Er worden veel kathedralen gebouwd.

b Een kunstenaar ondertekent meestal zijn werk niet. c De meeste mensen werken in de landbouw. d De meeste mensen leren kritisch om te gaan met informatie.

20

LES A2

15/02/16 15:47

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving

Middeleeuwen

Hedendaagse tijd


2

De taalgrens is een restant van de Germaanse invallen

OPDRACHT 4

- In welke richting schuift de taalgrens op?

el dh oo f

- Hoe heeft Calais in het Nederlands?

ds

tu k

Tot vandaag zijn de taalverhoudingen in België een gevolg van de Germaanse invallen. België ligt op de grens van het Germaanse en Romaanse taalgebied. Het Nederlands en het Duits behoren tot de eerste groep. Het Frans maakt deel uit van de tweede groep. Een taalgrens snijdt België in drie stukken. Vroeger dacht men dat het Germaanse taalgebied samenvalt met het gebied dat door Germaanse stammen bezet werd. De realiteit is heel wat ingewikkelder. De Germanen zijn zeer diep Gallië binnengedrongen, maar niet alle Gallo-Romeinen zijn weggetrokken. Soms nemen zij de taal van de invallers over. Soms nemen de invallers de taal van de overwonnenen over. Tussen een duidelijk Germaanstalig gebied en een duidelijk Romaanstalig gebied ontstaat er een gebied met taaleilanden. Men bedoelt daarmee bijvoorbeeld dat in een Germaanstalig gebied er een regio voorkomt waar Romaans gesproken wordt en omgekeerd. Die taaleilanden verdwijnen geleidelijk en het ‘gemengde’ gebied verkleint tot een smalle regio. In 1962 legt België de grens tussen de taalgebieden vast: de taalgrens.

- Tot wanneer spreekt men in St.-Omaars Nederlands? Zoek op hoe de stad vandaag heet.

3

Het beeld van de middeleeuwen evolueert doorheen de tijd

be

In de 15e en 16e eeuw hebben Italiaanse geleerden een negatief beeld van de middeleeuwen. Ze bewonderen de klassieke oudheid en beschouwen de duizend jaar geschiedenis tussen hun tijd en het einde van de klassieke oudheid als een cultureel dieptepunt. Het zijn die geleerden die de naam ‘middeleeuwen’ voor die periode bedenken: een voor hen duistere, barbaarse, onbelangrijke ‘tussenperiode’.

or

In de 19e eeuw ontwikkelt zich naast het negatieve beeld ook een positieve waardering voor de middeleeuwen. Men denkt met heimwee terug aan de middeleeuwse ongerepte natuur, ridderlijkheid, godsdienstigheid, moed, trouw en sociale orde.

vo

De historici in de hedendaagse tijd weerleggen het beeld van de duistere middeleeuwen en ze verwerpen ook de romantische blik waarmee in de 19e eeuw naar de middeleeuwen wordt gekeken. Toch zijn ook hedendaagse historici niet neutraal. Ze kiezen bijvoorbeeld meestal spectaculaire onderwerpen (ketters, heksen, feesten, epidemieën, vorsten ...) om onderzoek naar te doen en boeken over te schrijven. Ook bij de restauratie van middeleeuwse gebouwen zeggen de gemaakte keuzes soms meer over ons beeld van de middeleeuwen dan over de middeleeuwen zelf. Zo houden we bijvoorbeeld de gevels van de kerken en kathedralen mooi wit, terwijl ze in de middeleeuwen beschilderd zijn.

A

Over oude en nieuwe dingen

21


Wat verbindt men in de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd met de middeleeuwen? TIP Raadpleeg de lestekst en rangschik de begrippen bij de juiste tijd. Kies uit: sociale orde – cultureel dieptepunt – spectaculaire onderwerpen – barbaarsheid – donkere tijd – ridderlijkheid – godsdienstigheid. Vroegmoderne tijd

Moderne tijd

Hedendaagse tijd

ONWAARSCHIJNLIJK!

tu k

OPDRACHT 5

el dh oo f

ds

Vele middeleeuwers geloven dat de wereld en het heelal perfect zijn. De middeleeuwse geleerden hechten erg veel belang aan de ‘kosmische orde’. Die orde is voor de middeleeuwers vanzelfsprekend. Daarom is in de middeleeuwen bewaren belangrijker dan vernieuwen, respect belangrijker dan verstand, en de samenleving belangrijker dan het individu. De kathedralen vormen het sluitstuk van de kosmische orde: de verbinding tussen hemel en aarde. In Frankrijk worden er op 100 jaar tijd (tussen 1150 en 1250) maar liefst een tachtigtal kathedralen gebouwd. Het zijn allemaal dingen die wij vanuit onze leefwereld maar moeilijk kunnen begrijpen. Met het ongelukkige gevolg dat we de neiging hebben om de middeleeuwen als een barbaarse periode af te schilderen. Fout dus: de middeleeuwen zijn gewoon anders.

be

Wat je na deze les moet kennen en kunnen:

KENNEN

vo

or

1 de drie culturen die met elkaar versmelten, opnoemen 2 vier bijdragen van de Germanen en vier bijdragen van de Romeinen aan de middeleeuwse samenleving opnoemen 3 het belang van de christelijke Kerk in de middeleeuwse samenleving met twee voorbeelden aantonen 4 de evolutie van het beeld van de middeleeuwen in drie stappen uitleggen 5 het ontstaan van de taalgrens in vier stappen uitleggen

22

LES A2

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving

KUNNEN 1 informatie uit een historische kaart afleiden 2 de middeleeuwen met de hedendaagse tijd vergelijken 3 het beeld van de middeleeuwen in een bepaalde periode herkennen

Een aantal onderdeeltjes van ‘kennen’ en ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kent of kunt, zet je daar een kruisje voor.


LES A2 SCHEMA

tu k

De middeleeuwen, het begin van een nieuwe samenleving 1 Germaanse, Romeinse en christelijke invloeden versmelten tot een nieuwe samenleving

Christelijke Kerk • Bisschoppen en abten zijn belangrijke raadgevers van de koningen. • De mensen leven op het ritme van de Kerk.

ds

Romeinse invloed • geschreven wetten en besluiten • druiventeelt: wijn • technieken voor bouw en kunst • Romaanse talen in ZW-Europa • het gebruik van Latijn in de Kerk

el dh oo f

Germaanse invloed • mondelinge wetten en besluiten • veeteelt: kaas, melk en vlees • kleding: broek • germaanse talen in NW-Europa

DE SAMENLEVING VAN DE MIDDELEEUWEN

2 De taalgrens is een restant van de Germaanse invallen

be

Invallen van de Germanen in Gallo-Romeins gebied. Germaanse talen en Romaanse talen worden vermengd. Soms nemen de Germanen de Romaanse taal over. Soms nemen de Gallo-Romeinen de taal over.

or

Er ontstaan streken met taaleilanden. Taaleilanden verdwijnen

vo

Taalgrens

3 Het beeld van de middeleeuwen evolueert doorheen de tijd middeleeuwen In de 15e en 16e eeuw donker en barbaars (een tussenperiode, vandaar de term ‘middeleeuwen’) In de 19e eeuw ook positieve waardering Hedendaagse historici kiezen dikwijls spectaculaire onderwerpen maken keuzes bij restauraties

A

Over oude en nieuwe dingen

23


Onderzoek: een beeld van de middeleeuwen

el dh oo f

ds

tu k

In de vroegmoderne tijd kijken Italiaanse geleerden neer op de middeleeuwen. Ze bewonderen de klassieke oudheid en beschouwen de duizend jaar geschiedenis tussen hun tijd en het einde van de klassieke oudheid als een cultureel dieptepunt: een donkere periode. In de 19e eeuw ontwikkelt zich naast het negatieve beeld, ook een positieve waardering voor de middeleeuwen. Men denkt dan met heimwee terug aan de Kaartnr(s). middeleeuwse ongerepte natuur, ridderlijkheid, godsdienstigheid, moed, trouw en sociale orde. Hedendaagse historici verwerpen zowel het negatieve als het positieve beeld van de middeleeuwen. Hoe kijken we vandaag naar de middeleeuwen?

4

5

0 ±

17 ±

19

5

0 5 14

±

8 ±

be

±

35

±

v.

50

C

0

Score:

0

0

Nr.:

.

Klas:

0

0

v.

C

.

Naam:

OUDE NABIJE OOSTEN

KLASSIEKE OUDHEID

or

PREHISTORIE

OPDRACHT 1

MIDDELEEUWEN

Lees de inleiding. Welk beeld (positief of negatief) heeft men in deze periodes van de middeleeuwen? Leg uit.

HEDENDAAGSE TIJD

MODERNE TIJD VROEGMODERNE TIJD

vo

vroegmoderne tijd: moderne tijd:

OPDRACHT 2

Situeer de historische vraag die we in deze les onderzoeken, in het referentiekader.

OPDRACHT 3

Welke soort historische vraag is het? Kruis aan. Over het verleden Over de relatie heden-verleden

24

ONDERZOEK

een beeld van de middeleeuwen

Over de totstandkoming van historische kennis Over historische beeldvorming


OPDRACHT 4

Dit zijn de bronnen waarmee je in deze onderzoeksles zult werken. - Bekijk ze en lees de teksten. - Probeer al te achterhalen wat ze vertellen over het hedendaagse beeld van de middeleeuwen: markeer wat je daarover opvalt. Bron 1

tu k

mid∙del∙eeuws (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) 1 (als) van, uit de middeleeuwen 2 heel erg ouderwets, achterlijk

Uit: Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal, onlinewoordenboek

ds

Bron 2

el dh oo f

De middeleeuwen: een donkere periode waarin geweld regeert en mannen de samenleving domineren. Vrouwen komen er amper aan te pas, zo luidt het cliché. Dit boek brengt een ander verhaal. ‘Wijven’, het middeleeuwse woord voor vrouwen, zijn het hoofdpersonage. In de Lage Landen hadden vrouwen veel rechten die ze gebruikten om handel te drijven, hun mening te verkondigen en hun wil door te drukken. ‘Wijvenwereld’ hangt een verrassend beeld op van de late middeleeuwen, de periode tussen 1250 en 1550. Uit: Jelle Haemers, Andrea Bardyn en Chanelle Delameilieure, Wijvenwereld, 2019

De drie auteurs zijn verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze vinden dat hedendaagse historici te weinig aandacht hebben voor het gewone leven en meer bepaald voor dat van de vrouw in de middeleeuwen. Deze bron is een stukje uit de tekst op de achterkant van het boek.

© Warner Bros. Interactive Entertainment, Monolith Productions, IUGO

Bron 3b

© Warner Bros. Interactive Entertainment, Monolith Productions, IUGO

vo

or

be

Bron 3a

Middle-earth –Shadow of War, 2017, game

Assassins’s Creed Valhalla, 2020, game

In de productinformatie kun je lezen dat het een actiespel is waarin spelers een nieuwe krachtring smeden, vestingen veroveren in grootschalige gevechten en Mordor overheersen met hun eigen persoonlijke orkleger.

In de productinformatie kun je lezen dat je in de rol kruipt van Eivor, een dappere Viking in een dynamische en prachtige open wereld die zich afspeelt in de duistere middeleeuwen van Engeland.

A

Over oude en nieuwe dingen

25


De kathedraal Notre-Dame in Parijs, gebouwd tussen 1163 en 1345

tu k

Bron 4a

Bron 4b

el dh oo f

ds

Op 15 april 2019 woedt er een hevige brand waardoor het dak en de centrale torenspits instorten. Iedereen is het erover eens dat de kathedraal heropgebouwd moet worden, maar over hoe dat moet gebeuren, lopen de meningen uiteen. De Franse president Emmanuel Macron denkt erover om de kathedraal een 21e-eeuwse renovatie te geven. Anderen vinden dat de Notre-Dame in haar oorspronkelijke staat moet worden hersteld. Maar welke oorspronkelijke staat dan? Hoort de 19e-eeuwse torenspits daar bijvoorbeeld ook bij? Of de kathedraal haar middeleeuwse kleurenpracht moet terugkrijgen, wordt nauwelijks besproken. Blijkbaar houden we meer van de witte gevels met witte beelden. Op 9 juli 2020 is de knoop doorgehakt: de kathedraal zal volgens de laatste bekende staat worden heropgebouwd, zonder verf en met de 19e-eeuwse torenspits dus.

De torenspits van architect Eugène Viollet-le-Duc op de Notre-

or

be

Dame in Parijs, ingehuldigd in 1859

De torenspits komt er ter vervanging van de originele die op het einde van de 18e eeuw op instorten staat, en tussen 1786 en 1792 uit voorzorg wordt afgebroken. De 19e-eeuwse ‘renovaties’ van historische gebouwen krijgen in de hedendaagse tijd veel kritiek van specialisten (archeologen en historici) omdat ze de originele ontwerpen niet hebben nagevolgd.

vo

Bron 4c

26

ONDERZOEK

een beeld van de middeleeuwen

Grez productions, reconstructie-tekening van de kathedraal Notre-Dame in Parijs, ca. 1550

Grez productions is gespecialiseerd in architecturale 3D-reconstructies van historische sites. Het beeld komt uit de documentaire: Paris au Moyen Âge. In de middeleeuwen ziet de kathedraal er inderdaad heel kleurrijk uit. De exacte kleuren zijn niet precies bekend.


OPDRACHT 5

- Heb je al boeken gelezen, films gezien of games gespeeld die zich volgens jou afspelen in de middeleeuwen? Waarover gingen ze? Welke elementen doen je aan de middeleeuwen denken? - Heel wat films, boeken en games spelen zich af in de middeleeuwen. Wat kun je daaruit afleiden?

tu k

- Denk je dat je leraar geschiedenis daar blij om is? Waarom (niet)?

ds

el dh oo f

- Films, games en boeken krijgen een genre toegewezen, bijvoorbeeld ‘historisch’ of ‘fantasy’. In de praktijk lopen die twee genres door elkaar. Waar kun je de games uit bron 2 plaatsen? Verbind. Middle-earth –Shadow of War Assassin’s Creed Valhalla

Fantasie

Fantasie met middeleeuwse elementen Historisch

Historisch met fantasie

- Welk beeld van de middeleeuwen schetst de productbeschrijving van ‘Assassin's Creed Valhalla’?

- Waarom doen de spelmakers dat, denk je?

be

- Zoek in de bronnen nog twee andere voorbeelden die aantonen dat het negatieve beeld van de middeleeuwen tot vandaag doorleeft.

or

vo

OPDRACHT 6

- Welke bronnen zijn bruikbaar om het beeld dat hedendaagse wetenschappers neerzetten van de middeleeuwen, te analyseren? - Welke kritiek geven de auteurs van ‘Wijvenwereld’ op hun collega-historici? A

Over oude en nieuwe dingen

27


- Welk beeld van de middeleeuwen schetst ‘Wijvenwereld’? - Waarom geven hedendaagse specialisten kritiek op 19e-eeuwse renovaties van historische gebouwen? - Toch doen we dat vandaag ook niet altijd. Bespreek het voorbeeld van de Notre-Dame.

tu k

- Onze standplaatsgebondenheid beïnvloedt onze historische beeldvorming. Leg uit.

Hoe kijken we vandaag naar de middeleeuwen? Onderstreep de juiste antwoorden en vul aan.

el dh oo f

BESLUIT

ds

In de hedendaagse populaire cultuur zijn de middeleeuwen populair / onpopulair. Maar het negatieve / positieve beeld leeft nog sterk door (bijvoorbeeld: Het is belangrijk dat je kritisch kijkt want populaire media bekommeren zich altijd / niet altijd even erg om de historische betrouwbaarheid.

).

Hedendaagse wetenschappers proberen een betrouwbaar beeld van de middeleeuwen te geven. • Historische gebouwen worden • Onderzoekers gaan onwetenschappelijk / wetenschappelijk te werk.

be

Dat lukt helemaal / niet helemaal. Bijvoorbeeld: • De middeleeuwse kerken en kathedralen zijn beschilderd / onbeschilderd. • Onderzoekers besteden veel / weinig aandacht aan het leven van gewone mensen.

Wat je na dit onderzoek moet kunnen:

vo

or

KUNNEN

28

ONDERZOEK

1 verschillende soorten historische vragen onderscheiden 2 de bruikbaarheid van een bron beoordelen in functie van een historische vraag 3 informatie uit bronnen afleiden 4 aan de hand van opdrachten historische beeldvorming evalueren 5 historische bronnen vergelijken 6 een kritische houding t.o.v. populaire geschiedenis aannemen

een beeld van de middeleeuwen

7 aan de hand van het voorbeeld van de restauratie van de Notre-Dame de invloed van onze standplaatsgebondenheid op historische beeldvorming analyseren 8 historische beeldvorming aanvullen na kritische analyse van bronnen Een aantal onderdeeltjes van ‘kunnen’ kun je op diddit verder inoefenen. Als je denkt dat je een onderdeeltje kunt, zet je daar een kruisje voor.