Lift 4 D GO! - Leerwerkboek

Page 1

L4 I F T Factuur € BALANS= VRAAG AANBODNOWBUYIT wetenschappenBedrijfs-wetenschappenEconomischeGO!Doorstroomfinaliteit ©VANIN

L4 I T F € Thema gedragProducenten-1: ©VANIN

Action 2— Maakt Pieter Stans winst of verlies? Lees het verhaal van Pieter Stans en beantwoord de vragen. Pieter Stans heeft een frietkraam. Per dag verkoopt hij 180 pakjes friet aan 2,70 euro per pakje. Hij heeft daarnaast dagelijks de volgende —kosten:aardappelen € 36,00 — vetstof € 36,00 € 31,50 — verpakkingsmateriaal € 27,00 Zijn gasrekening bedraagt 36,00 euro per dag. Hij heeft ook twee hulpjes in dienst voor elk vijf uur per dag, die een loonkost hebben van 9,00 euro per uur. De huurkosten van zijn frietkraam bedragen 45,00 euro per dag. De interesten van een lening kosten hem 15,30 euro per dag. Bereken de totale kosten per dag. b Bereken de kostprijs van een pakje friet. c Bereken de totale opbrengsten van de verkopen per dag. d Bereken het resultaat per dag. e Hoeveel levert de verkoop van een pakje friet Pieter op? Hoe kun je het resultaat van Pieter nog berekenen? g Maakt Pieter winst of verlies? Leg uit.

LEVEL1THEMA Explore 2— Wat is het gevolg van een vraagschok op het marktevenwicht? In dit level behandel je vraag- en aanbodschokken op een markt met volkomen concurrentie. Dat betekent dat de goederen homogeen zijn, er veel aanbieders zijn, er vrije toetreding de markt is en dat het een transparante of open markt is. In werkelijkheid zijn er niet veel producten die daaraan voldoen. Daarom neem je een markt die die volkomen concurrentie benadert, nl. de markt van flesjes water. Op die markt ga je het effect na van schokken: plotse veranderingen in de vraag of het aanbod als gevolg van een verandering van het inkomen, prijswijzigingen van grondstoffen enz. Good to know 1 Voor de volgende opdracht heb je de keuze. Kies, afhankelijk van je interesse, of je onderzoekt welke gevolgen een inkomenswijziging (optie 1) of een voorkeurswijziging (optie 2) op het marktevenwicht heeft. Vink de gekozen optie aan. Je vertrekt van de markt zoals ze in Explore 1 is weergeven, met dezelfde vraag- en aanbodvergelijking en de overeenkomstige grafiek. Vraagvergelijking: p = -0,05 * q + 1,80 Aanbodvergelijking: p = 0,05 * q + 0,20 Optie 1 Inkomenswijzing a Door een aanpassing van de lonen neemt het inkomen met 4 % toe. Heeft dat een gevolg op de vraag- of aanbodcurve? Waarom? b Markeer het juiste antwoord. Door een stijging van het inkomen stijgt de vraag naar het aanbod van water. Daardoor vraagcurve / aanbodcurve links rechts Optie 2 Voorkeurswijziging a Door reclamecampagnes verkiest de jongere bevolking theewater boven water. Heeft dat een gevolg op de vraag- of aanbodcurve van b Markeer het juiste antwoord. Door een afname van de voorkeur daalt de vraag naar hetvraagcurveaanbod / aanbodcurve links rechts

TO THE POINT Coupon: 5,88 % Uitgifteprijs: 100,00 % Uitgiftedatum: 2019-04-26 Vervaldag: 2028-11-15

Je doorloopt per thema verschillende Levels, waarbij je telkens een centrale onderzoeksvraag beantwoordt. Je verkent de onderzoeksvraag aan de hand van verschillende opdrachten, onder de noemer Explore. Bij verschillende opdrachten kun je kiezen uit twee of meerdere Opties. De opties geven je de keuze of je graag een uitdaging wilt aangaan of liever meer ondersteuning wenst.

STEP-IN 1 Werk in groepjes. Je hebt vorig jaar 5 000,00 euro geërfd van een rijke tante uit Amerika. Dat bedrag staat op je zichtrekening bij de bank. Je wilt het sparen en dus niet uitgeven. Wat zijn je mogelijkheden? Bespreek en vul de onderstaande mindmap aan. 5 000,00spareneuro 2 Welk spaarmiddel brengt volgens jou het meeste geld op in tien jaar? Maak ook een schatting hoeveel. 3 Wie moet je contacteren als je wilt sparen? 4 Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje. Blijf je bij je mening of denk je dat je je 5 000,00 euro op een andere manier zult sparen? Als je van mening bent veranderd, waarom? 5 In dit thema doorloop je een level waarin je leert … hoe ondernemingen hun activiteiten kunnen financieren via aandelen en obligaties.

19THEMALEVEL

Grafiek 2: Obligatie Netflix Gezinnen deponeren hun overschotten aan geldmiddelen bij een financiële instelling. Ze kunnen dat onder andere doen op een zichtrekening, een spaarrekening of een termijnrekening. Bedrijven die geld nodig hebben om hun investeringen te doen, kunnen een beroep doen op die geldoverschotten van de gezinnen. De financiële instelling speelt daarbij een intermediaire rol Ze verzamelt de deposito’s van de gezinnen en leent ze uit aan de bedrijven die dat geld nodig hebben: op korte termijn (minder dan één jaar) voor tijdelijke financiële tekorten: bijvoorbeeld een kaskrediet op lange termijn (meer dan één jaar) voor investeringen in onroerende goederen of materiaal. Een onderneming kan voor de financiering van haar activiteiten ook een beroep doen op de kapitaalmarkt. De kapitaalmarkt is de markt waarop financiële activa zoals aandelen obligaties worden verhandeld. Het gaat over activa die een looptijd hebben van minstens één jaar. Aandelen Bij een startende vennootschap wordt het kapitaal meestal ingebracht door de stichters van de vennootschap. De eigendomsbewijzen of aandelen zijn in handen van een aantal personen, de eigenaars of aandeelhouders Wanneer een bedrijf groeit en meer kapitaal nodig heeft, kan het nieuwe aandelen uitgeven. De belegger of de aandeelhouder koopt aandelen en wordt op die manier medeeigenaar van het bedrijf. Je spreekt dan ook van een naamloze vennootschap (nv) omdat de aandeelhouders elkaar niet kennen. De aandeelhouders krijgen eventueel jaarlijks een dividend Dat is het deel van de winst dat de onderneming aan de aandeelhouders uitkeert. Als er geen winst is, is er ook geen dividend. Op het dividend moet de aandeelhouder een belasting van 30 %, de roerende voorheffing, aan de fiscus betalen.

©VANIN

Nu is het tijd om je opgedane kennis in te oefenen aan de hand van verschillende Actions

Elk thema begint met een Step-in Daar maak je kennis met de rode draad doorheen het thema.

6 Dat level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin onderzoek je het koersverloop van een onderneming.

Het kan ook zijn dat je kunt kiezen volgens je interesse. De verworven leerstof is gebundeld in To the point. Daarin staat wat je moet onthouden uit het level. Bij het onlinelesmateriaal vind je de verworven leerstof in een overzichtelijke mindmap.

LIFTMETSTARTEN2 Starten met Lift Welkom bij Lift. We leggen graag even uit hoe je met dit leerpakket aan de slag gaat. 1 OP WEG MET LIFT Het leerwerkboek bestaat uit vijf thema’s en online ICT-fiches. Elk thema is op dezelfde manier opgebouwd. In totaal zul je vijf thema’s doorlopen: eenboekhouden.economischeinternationaleproducentengedrag,handel,kapitaalmarkt,aggregatenenElkthemastartmet Themapagina.L4 I T ThemaF Kapitaalmarkt3: STEP-INTHEMA

151LEVELTHEMA

5 Ik kan verklaren hoe ondernemingen hun activiteiten kunnen financieren via de kapitaalmarkt. 6 Ik kan de werking van de beurzen verklaren. 7 Ik kan de begrippen ‘aandeel’ en ‘obligatie’ verklaren in relatie tot de financiering van een verklaren.onderneming.

Good to know In Action 1 van Level 6 heb je de vraag en het aanbod grafisch voorgesteld aan de hand van de coördinaten. Stel nu de lineaire vraag- een aanbodvergelijking op van die vraagen aanbodcurve aan de hand van de punten uit de tabel.

322LEVELTHEMA

3 Teken de vraagcurve van de totale markt met een rekenblad. L4 I T ICFT-fiches

STEP-UP1THEMA

©VANIN

In de volgende tabel vind je de gevraagde hoeveelheden van alle consumenten op de ‘topjesmarkt’. Bepaal de totale gevraagde hoeveelheid op de markt bij de verschillende prijzen. Tabel 1: Totaal gevraagde hoeveelheden op de topjesmarkt q q q q (INPRIJSEURO) 160,00100,0040,00

LIFTMETSTARTEN3 27THEMALEVEL

BREAKING NEWS

Action 6— Is het interessant voor een onderneming om een bijkomende vestiging te openen? Ga naar het onlinelesmateriaal en maak daar deze Action More. Action 7— Hoe bereken je de gemiddelde opbrengsten (GO) en de gemiddelde kosten (GK)? 1 Ga naar het onlinelesmateriaal en open er het basisbestand ‘GO_GK.xlsx’. Bereken de totale kosten (TK) en het resultaat aan de hand van formules. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van rekenblad. b Noteer de formules voor het berekenen van de gemiddelde opbrengst (GO), de gemiddelde variabele kost (GVK), de gemiddelde constante kost (GCK) en de gemiddelde kost (GK). GO = GVK = GK = Vul de kolommen GO en GK in het rekenblad aan. d Stel de GVK, de GCK en de GK grafisch voor. Plaats de grafieken op een nieuw blad. Voorzie de assen van de nodige titels. Voorzie de grafieken van een legende. Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Waarom kent de GCK een voortdurend dalend verloop als de productieomvang stijgt? BREAKING NEWS Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp. 2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. MORE MORE MORE MORE MORE MORE Een Action More bevat een verbreding van het leerplandoel. Het is niet verplicht die Action te maken om het leerplandoel te behalen. De Action More biedt je de mogelijkheid om (als je voor de anderen klaar bent of als je Bedrijfswetenschappen volgt) je kennis van het leerplandoel te verruimen en dat doel in een breder kader te situeren. De Action More maakt ook differentiatie in interesse mogelijk.

LEVEL 6 Action 1— Hoe stel je de aanbod- en vraagvergelijking op? Het functievoorschrift van een lineaire lijn, m.a.w. een rechte lijn, zal altijd y = ax + b zijn. Je moet zoeken welke a en welke b bij die lijn horen. Om de vergelijking op te stellen als je twee punten (x y en (x , y hebt, gebruik je de formule: y – y = y – y x – x (x – 1) met y – y x – x de rico of richtingscoëfficiënt Om de vraag- aanbodvergelijking af te leiden, vervang je in die formule y door p en x door q (q of q ). p – p p – p q – q (q – q met p – p q – q de rico of richtingscoëfficiënt

Good to know 1 In de tabel vind je hoeveel spelconsoles Sony voor de lockdown aanbiedt (q tegen verschillende prijzen en hoeveel de gamer wil kopen (q ). TabelPRIJS1 PER CONSOLE (qHOEVEELHEIDAANGEBODENINMILJOENEN) GEVRAAGDE (q IN MILJOENEN) HOEVEELHEIDAANGEBODEN (q IN MILJOENEN) 400,00 4,50 5,50 4,50 450,00 4,50 5,00 4,60 500,00 4,50 4,50 4,70 550,00 4,50 4,00 4,80 600,00 4,50 3,50 4,90 650,00 4,50 3,00 5,00 NEXT Een Action Next Level is moeilijker en geeft je een idee van wat er in de volgende jaren op je afkomt. De Action Next Level zorgt dus ook voor een differentiatie in moeilijkheidsgraad en is sowieso een uitdaging.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp. 2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. CHECKLIST Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst. JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

STEP-UP In deze Step-up ga je achtereenvolgens de vraagcurve en de aanbodcurve afleiden en tot slot bestudeer je het vraag- en aanbodschema op de betreffende markt. Je bepaalt grafisch het marktevenwicht.Consument Olga is vooral geïnteresseerd in de aankoop van topjes. In de onderstaande tabel is voor haar de prijs van de topjes gegeven. Noteer in de tabel hoeveel kledingstukken ze bij die verschillende prijzen kan kopen. Plaats de hoeveelheden 1, 3 en 5 op de juiste plaats in de tabel. b Wat stellen die optimale goederencombinaties voor? HOEVEELHEID PRIJS 160,00100,0040,00

LEVELNEXT1THEMA

Aan het einde van elk level sta je stil bij de actualiteit omtrent de inhoud van dat level in de rubriek Breaking news. Bij het onlinelesmateriaal vind je de bijhorende artikels of filmpjes en de bijhorende opdracht. Elk level eindigt met een Checklist. Het is een hulpmiddel om te beoordelen of je de doelen van dat level onder de knie hebt. Elk thema sluit af met een Step-up die je uitdaagt om je kennis toe te passen in een grotere opdracht. De ICT-fiches vind je bij het onlinelesmateriaal. Ze helpen je om zelfstandig met een tekstverwerker, een rekenblad of een presentatiepakket aan de slag te gaan; infographics te creëren, foto’s en video’s te monteren en online samen te werken.

9 Ik kan de intermediaire rol van de beurzen op de kapitaalmarkt verklaren.

1 Ik kan de kapitaalmarkt omschrijven. 2 Ik kan de rol van de financiële instellingen en de kapitaalmarkt in de financiële economische kringloop omschrijven aan de hand van voorbeelden. 3 Ik kan de financiële economische kringloop schetsen. 4 Ik kan de primaire en secundaire markt omschrijven in relatie tot de kapitaalmarkt.

Explore 1— Wat zijn de kosten en opbrengsten van onderneming Fruit Persé?

De volgende iconen helpen je ook nog een eind op weg: Je vindt online extra (ondersteunend) materiaal. Het beeldfragment dat hierbij hoort, vind je online. Het luisterfragment dat hierbij hoort, vind je online. Je vindt online een ontdekplaat. Je moet iets bewaren in je portfolio. Je oefent je ICT-vaardigheden.

101LEVEL1THEMA

2 Investeringskrediet voor materiaal B Dat is een krediet op lange termijn (5-20 jaar) voor de aankoop van gebouwen en gronden.

1LEVEL3THEMA7

2dekkings-coëfficiënt Die geeft de verhouding tussen de waarde van de uitvoer en de waarde van de invoer van goederen en diensten weer. 2embargoDat is een verbod op handel met een bepaald land. 2export-subsidies Dat is geld dat de overheid verstrekt aan bedrijven die producten exporteren. De financiële instelling speelt een intermediaire rol. Ze verzamelt de deposito’s van de gezinnen en leent die middelen uit aan bedrijven die dat geld op korte (≤ 1 jaar) of lange termijn nodig hebben. Intermediair 2 Gezinnen kunnen op meerdere manieren geld bij de financiële instellingen deponeren. Combineer het begrip met de juiste omschrijving.

OPBRENGST EN KOST Lees het verhaal van Jef en markeer: a de kosten in het rood, b de opbrengsten in het groen. Jef is student en heeft 2 000,00 euro ter beschikking. Hij beslist om dat geld in een fruitpers te investeren waarmee hij op de markt gaat staan. Hij merkt immers dat vers fruitsap enorm populair is en dat het heel wat geld kan opbrengen. Hij richt zijn onderneming in juli op. Om te kunnen starten schaft hij zich een professionele fruitpers van 500,00 euro aan. Hij koopt daarnaast ook wat glazen, een groot reclamebord, een parasol en een opklaptafel voor 500,00 euro alles samen. Ten slotte koopt hij ook een koelkast van 750,00 euro. Met het resterende geld moet hij nog ingrediënten kopen. In juli koopt hij in totaal 10 zakken sinaasappelen aan 12,00 euro per zak. Hij koopt ook 2,5 kilogram citroenen aan 10,00 euro per kilogram. De verkoop loopt zeer goed. Hij kan in juli 210 kleine sapjes verkopen aan 2,00 euro per glas, en 80 grote sapjes aan 3,50 euro per glas. Begin augustus beslist Jef te investeren in een bakfiets. Die kost hem 1 500,00 euro. Nu kan hij veel makkelijker en milieuvriendelijker de markten bereiken. De fiets ziet er ook bijzonder fraai uit. De verkoop loopt opvallend vlot. Hij koopt 30 zakken sinaasappelen en 6 kilogram citroenen. De prijs is onveranderd gebleven. Hij koopt ook vier flessen wodka (17,00 euro per fles) om een cocktail te maken. De verkoop van de kleine sapjes bereikt 570 stuks. De grote sapjes gaan in totaal 200 keer over de toonbank. De cocktail wodka-orange verkoopt hij aan 6,00 euro per glas. Met een afzet van 38 stuks is het niet het succes dat Jef hoopte. Op de echt warme dagen belt Jef studiegenoot Abdel om wat te helpen. In totaal wordt Abdel 6 keer opgebeld in augustus. Per keer dat hij komt helpen, krijgt Abdel 50,00 euro.

2HANDIG VOOR ONDERWEG

3 Kaskrediet C Dat is een krediet op lange termijn (1-10 jaar) voor de aankoop van roerende goederen, machines … 1 2 3

Een opbrengst is het geld dat je ontvangt voor de verkoop van goederen of de levering van diensten. Een kost is het geld dat je moet betalen voor het gebruik van een product of dienst om iets te produceren of te verkopen.

b Bereken de procentuele opbrengst van het nettodividend. De prijs of de koers van het aandeel Colruyt bedraagt 51,76 euro. c Een aandeel houden is risicovol. Het bedrijf kan immer verlies lijden of failliet gaan. Beoordeel de opbrengst van een aandeel ten opzichte van de opbrengst van een spaarrekening. ƒ Hoeveel rente krijg je op een spaarrekening? Raadpleeg de website van een Belgische bank. Vergelijk die opbrengst met de opbrengst van het aandeel en beoordeel. Op de Brusselse beurs bedraagt het gemiddelde rendement op dividenden van aandelen die een dividend uitkeren, 3,40 % bruto. Wanneer je daar de roerende voorheffing van 30 % aftrekt, komt dat netto uit op 2,40 %. Good to know bank of een obligatielening, kortweg obligatie, uitgeven. De belegger die een obligatie koopt, leent zijn geld uit aan die onderneming. Als vergoeding krijg hij een (jaarlijkse) rente waarvan de roerende voorheffing, een belasting van 30 %, afgehouden wordt. Op de eindvervaldag van de obligatie betaalt de onderneming het geleende geld terug. Het nominaal bedrag of de coupure van de obligatie is de waarde van de obligatie bij de uitgifte. Soms kan de uitgifteprijs, dat is de prijs die de belegger bij de uitgifte betaalt, meer bedragen. Dan spreek je van een uitgifte boven pari. Bij een uitgifte a pari betaalt de belegger evenveel als het nominaal bedrag. Bij een uitgifte beneden pari betaalt de belegger minder dan de nominale waarde.

1 SpaarrekeningA Dat zijn deposito’s die het gezin bij de bank deponeert en die het gezin niet direct nodig heeft.

1intra-communautairelevering Dat vindt plaats wanneer een onderneming uit de EU goederen verkoopt aan een onderneming van een ander EU-land. 1intra-communautaireverwerving Dat vindt plaats wanneer een onderneming uit de EU goederen aankoopt bij een onderneming van een ander EU-land. 1 schaalvoordeel Schaalvoordeel is het economische voordeel dat gerealiseerd wordt door op grotere schaal te produceren. In het algemeen dalen de gemiddelde kosten per eenheid.

Begrippenlijst Thema 2 LEVELBEGRIP VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN 1doorvoerDat is vervoer van goederen door een land, waarbij tussen in- en uitvoer geen inklaring door de douane ligt. 1exportuitvoerof Dat is verkoop van goederen en diensten aan landen buiten de EU. 1extra-communau-tairehandel Dat is internationale handel buiten de EU. 1import of invoer Dat is de aankoop van goederen en diensten bij landen buiten de EU. 1internationalehandel De internationale handel of wereldhandel is de handel tussen verschillende landen. 1intra- Dat is internationale handel binnen de EU.

LIFTMETSTARTEN4

171LEVEL3THEMA

BEGRIPPENLIJST2THEMA

BEURS VAN BRUSSEL NYSE NASDAQ Naam vorigeWinstLaagsteHoogsteDatumBeurskoersaandeelenuurdagkoersdagkoers/verliest.o.v.beursdag b Kijk een tijdje later (of de volgende les) opnieuw naar de beurskoers van de aandelen. Vul de onderstaande rijen aan.

BEURS VAN BRUSSEL NYSE NASDAQ Naam Stijging,DatumBeurskoersaandeelenuurdaling of niet Verklaringgewijzigd Zou je beleggen in een bedrijf dat wapens produceert of zeer vervuilend is voor het milieu? Je bent vrij zeker dat het aandeel veel geld kan opbrengen ... Forum

BEGRIP OMSCHRIJVING

©VANIN

101LEVEL3THEMA

3 TermijnrekeningC Dat zijn deposito’s bij de bank om de dagelijkse verrichtingen van het gezin te doen. 1 2 3 3 Bedrijven kunnen voor uiteenlopende doeleinden leningen aangaan bij de financiële instellingen. Combineer het begrip met de juiste omschrijving. Zoek de betekenis eventueel online op. BEGRIP OMSCHRIJVING

2 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een aantal websites met de aandelenkoersen. Noteer op twee verschillende momenten de gegevens van drie aandelen. a Zoek de gegevens van drie aandelen, elk van een verschillende beurs: de beurs van Brussel, de NYSE en de Nasdaq. Vergeet niet om de munteenheid (EUR, USD ...) bij de getallen te noteren.

1 Investeringskrediet voor onroerend goed A Dat is een krediet op korte termijn, meestal enkele dagen tot enkele weken, om tijdelijke tekorten op te vangen.

2 Zichtrekening B Dat zijn deposito’s die het gezin voor een bepaalde periode, gaande van enkele dagen tot meerdere jaren, bij de bank plaatst.

In elk thema vind je dezelfde hulpmiddelen. Doorheen het thema vind je de belangrijkste zaken op een rijtje in de rode kenniskaders. Moeilijke woorden worden uitgelegd in een begrippenkader. Die woorden vallen extra op door de stippellijn. Je vindt die woorden ook achteraan in de Begrippenlijst In de Good to know-kaders staan handige tips of weetjes bij de uitvoering van de opdrachten. In een Forum voer je in groepjes of met de hele klas een gesprek over een bepaalde stelling. Het is de bedoeling dat je luistert naar elkaars mening en leert hoe anderen denken, maar ook dat je je eigen mening leert onderbouwen met argumenten.

Lesmateriaal Hier vind je het extra lesmateriaal bij Lift, zoals video’s, audio’s, pdf's, ontdekplaten … Oefeningen

Het onlineleerplatform bij Lift

Meer info over diddit vind je op www.vanin.diddit.be/nl/leerling.

• De leerstof kun je inoefenen op jouw niveau.

• Je kunt hier vrij oefenen. Opdrachten Hier vind je de opdrachten terug die de leerkracht voor jou heeft klaargezet. Evalueren

©VANIN

Gebruik de filters bovenaan, de indeling aan de linkerkant of de zoekfunctie om snel je materiaal te vinden.

Hier kan de leerkracht toetsen voor jou klaarzetten. Resultaten Wil je weten hoever je al staat met oefenen, opdrachten en evaluaties? Hier vind je een helder overzicht van je resultaten. E-book Het e-book is de digitale versie van het leerwerkboek. Je kunt erin noteren, aantekeningen maken, zelf materiaal toevoegen ...

LIFTMETSTARTEN5 LIFT EN DIDDIT

Materiaal Hier vind je het lesmateriaal en de online-oefeningen.

THEMAProducenten­gedrag1 ©VANIN

STEP-IN p. 8 STEP-UP Vraag en aanbod op de markt p. 112 LEVEL1 Wanneer maakt een onderneming winst? p. 9 LEVEL2 Wanneer draait een onderneming break-even? p. 19 LEVEL3 Hoe bepaal je als producent de optimale productiegrootte op korte termijn? p. 34 NEXT LEVEL p. 118 LEVEL4 Hoe bepaal je als producent de optimale productiegrootte op lange termijn? p. 69 LEVEL5 Hoe leid je de aanbodcurve af?UITDAGEND DOEL p. 83 LEVEL6 Hoe analyseer je grafisch en rekenkundig het marktevenwicht en het effect van vraag- en aanbodschokken? p. 91©VANIN

©VANIN

STEP-IN

1 Vorig jaar heb je de marktprijs en evenwichtshoeveelheid bepaald op basis van vraag en aanbod. Noteer de juiste afkortingen in de vakken op de grafiek.

2 Markeer de juiste oplossing. De vraag wordt bepaald door de consument / producent, het aanbod door de consument / producent De vraagcurve heeft een dalend / stijgend verloop: als de prijs stijgt, daalt / stijgt de gevraagde hoeveelheid. De aanbodcurve heeft een dalend / stijgend verloop: als de prijs stijgt, daalt / stijgt de aangeboden hoeveelheid. Waar de vraag- en aanbodcurve elkaar snijden is het marktevenwicht. De evenwichtsprijs of de marktprijs lees je af op de X-as / Y-as, de evenwichtshoeveelheid op de X-as / Y-as. De vraag wordt bepaald op basis van de voorkeur en/of het budget en/of de kosten.

STEP-IN1THEMA8

3 In dit thema doorloop je zes levels waarin je leert … 1 hoe je als onderneming winst maakt; 2 wanneer je als onderneming break-even draait; 3 hoe je als producent de optimale productiegrootte op korte termijn bepaalt; 4 hoe je als producent de optimale productiegrootte op lange termijn bepaalt; 5 hoe je de aanbodcurve kunt afleiden; 6 hoe je het marktevenwicht en het effect van vraag- en aanbodschokken grafisch en rekenkundig kunt afleiden.

4 Elk level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin krijg je een geïntegreerde oefening waarbij je zowel de vraag- en aanbodcurve afleidt als het vraag- en aanbodschema van een markt bepaalt.

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Wanneer maakt een onderneming winst?

LEVEL Wanneer1 maakt een onderneming winst?INTRO

1LEVEL1THEMA9

©VANIN

1 De voetbalvereniging van Jeroen neemt in de zomer deel aan een buitenlands tornooi. Om het vervoer en de verblijfkosten te financieren, wil de voetbalvereniging een barbecue organiseren. De leiders willen hun broek niet scheuren aan dat initiatief en willen de kosten van de organisatie goed inschatten. a Werk per twee. b Maak een lijst met de mogelijke kosten voor de organisatie van de barbecue.

101LEVEL1THEMA Explore 1— Wat zijn de kosten en opbrengsten van onderneming Fruit Persé?

Jef is student en heeft 2 000,00 euro ter beschikking. Hij beslist om dat geld in een fruitpers te investeren waarmee hij op de markt gaat staan. Hij merkt immers dat vers fruitsap enorm populair is en dat het heel wat geld kan opbrengen. Hij richt zijn onderneming in juli op. Om te kunnen starten schaft hij zich een professionele fruitpers van 500,00 euro aan. Hij koopt daarnaast ook wat glazen, een groot reclamebord, een parasol en een opklaptafel voor 500,00 euro alles samen. Ten slotte koopt hij ook een koelkast van 750,00 euro. Met het resterende geld moet hij nog ingrediënten kopen.

Hij kan in juli 210 kleine sapjes verkopen aan 2,00 euro per glas, en 80 grote sapjes aan 3,50 euro per glas. Begin augustus beslist Jef te investeren in een bakfiets. Die kost hem 1 500,00 euro.

OPBRENGST EN KOST Lees het verhaal van Jef en markeer: a de kosten in het rood, b de opbrengsten in het groen.

Een opbrengst is het geld dat je ontvangt voor de verkoop van goederen of de levering van diensten. Een kost is het geld dat je moet betalen voor het gebruik van een product of dienst om iets te produceren of te verkopen.

©VANIN

In juli koopt hij in totaal 10 zakken sinaasappelen aan 12,00 euro per zak. Hij koopt ook 2,5 kilogram citroenen aan 10,00 euro per kilogram. De verkoop loopt zeer goed.

Nu kan hij veel makkelijker en milieuvriendelijker de markten bereiken. De fiets ziet er ook bijzonder fraai uit. De verkoop loopt opvallend vlot. Hij koopt 30 zakken sinaasappelen en 6 kilogram citroenen. De prijs is onveranderd gebleven. Hij koopt ook vier flessen wodka (17,00 euro per fles) om een cocktail te maken. De verkoop van de kleine sapjes bereikt 570 stuks. De grote sapjes gaan in totaal 200 keer over de toonbank. De cocktail wodka-orange verkoopt hij aan 6,00 euro per glas. Met een afzet van 38 stuks is het niet het succes dat Jef hoopte. Op de echt warme dagen belt Jef studiegenoot Abdel om wat te helpen. In totaal wordt Abdel 6 keer opgebeld in augustus. Per keer dat hij komt helpen, krijgt Abdel 50,00 euro.

In september staat Jef nog maar op een paar markten. Het fruit is iets duurder geworden, maar Jef beslist zijn verkoopprijs niet te verhogen. De 15 zakken sinaasappelen kosten nu 14,00 euro per zak. Hij koopt een houten kistje citroenen voor 30,00 euro. Jef had nog een fles wodka over, dus die hoeft hij niet meer te kopen.

AANTAL STUKS SeptemberAugustusJuli ©VANIN

KLEIN SAPJEGROOT SAPJE COCKTAIL

1 Zoek in een woordenboek of op internet de betekenis van de begrippen afzet en omzet. Noteer de betekenis in je eigen woorden. a de afzet b de omzet 2 Hoe bereken je de omzet? Noteer de wiskundige formule. 3 Breng de afzet van Jef in kaart door de tabel aan te vullen.

De verkoop ziet er als volgt uit: 260 kleine sapjes, 120 grote sapjes, 16 cocktails.

Explore 2— Hoe bereken je de totale opbrengsten?

111LEVEL1THEMA

Abdel komt niet helpen in september. Jef wil volgend jaar wat meer vrije tijd hebben en beslist daarom al zijn materiaal te verkopen. Abdel ziet het wel zitten om alles over te nemen. Eind september betaalt hij Jef voor de fiets, de pers en al het materiaal 2 500,00 euro.

4 Bereken de omzet van Jef met een rekenblad door het stappenplan te volgen. a Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er het basisbestand. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van rekenblad.

StapSTAPPENPLAN1: Voeg deze cellen samen: B6 tot en met C6; D6 tot en met E6; F6 tot en met G6 (ICT-fiche_R_14).

Stap 2: Geef die cellen de juiste opvulkleur: B1; B6 tot en met G7; H6 tot en met H7; B11 – D11 – F11 (ICT-fiche_R_13).

5 Heeft Jef nog andere opbrengsten dan de omzet? Zo ja, welke? Explore 3— Welke kosten moet je in rekening brengen?

Stap 4: Noteer de getallen volgens de NBN-normen: Gebruik een spatie als scheidingsteken na de duizendtallen, noteer het euroteken voor het getal en schrijf twee decimalen (ICT-fiche_R_06 en fiche_R_07). Stap 5: Bereken de omzet per maand door gebruik te maken van de absolute en relatieve celadressering (ICT-fiche_R_39). Stap 6: Bereken de totale omzet per maand en de totale omzet door een formule te gebruiken (ICT-fiche_R_24). b Bewaar het resultaat in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk level. Geef die submap de naam ‘Thema_1_Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Explore_2_omzet_Jef’.

121LEVEL1THEMA

Kosten 1 Bereken de aankoopkosten van de grondstoffen met een rekenblad door het stappenplan te volgen. a Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er het basisbestand. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van rekenblad.

Stap 3: Geef alle cellen van de tabel een witte of blauwe celrand (ICT-fiche_R_13).

©VANIN

StapSTAPPENPLAN1: Voeg deze cellen samen: B1 tot en met D1; E1 tot en met G1; H1 tot en met J1; B6 tot en met C6; E6 tot en met F6; H6 tot en met I6 (ICT-fiche_R_14). Stap 2: Geef die cellen de juiste opvulkleur (ICT-fiche_R_13). Stap 3: Geef alle cellen van de tabel een witte of blauwe celrand (ICT-fiche_R_13). Stap 4: Noteer de getallen volgens de NBN-normen: Gebruik een spatie als scheidingsteken na de duizendtallen, noteer het euroteken voor het getal en schrijf twee decimalen (ICT-fiche_R_06 en fiche_R_07). Stap 5: Bereken de aankoopkosten per maand en de totale aankoopkosten door een formule te gebruiken (ICT-fiche_R_24).

In de eerste plaats zijn er de kosten die je maakt als je de goederen, handelsgoederen genaamd, aankoopt. Je kunt de producten ook zelf maken, en dan heb je grondstoffen zoals ingrediënten nodig.

131LEVEL1THEMA

GlazenKoelkastFruitpers,reclamebord, parasol en LoonBakfiopklaptafeletsAbdel

3 Bereken het resultaat van de onderneming van Jef.

b Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

3 Bereken de totale kosten voor de onderneming van Jef. Explore 4— Hoe bereken je het resultaat van een onderneming?

2 Markeer het juiste antwoord. a Er is sprake van winst wanneer de opbrengsten groter / kleiner zijn dan de kosten. b Een onderneming lijdt verlies wanneer de opbrengsten groter / kleiner zijn dan de kosten.

©VANIN

2 Daarnaast heeft Jef ook nog andere kosten om zijn producten aan de man te brengen. Bereken die kosten door de onderstaande tabel in te vullen. BEDRAG IN EURO

RUBRIEK

4 Maakte Jef winst of verlies? Waaruit leid je dat af?

1 Welke formule gebruik je om het resultaat van een onderneming te berekenen?

TOTAAL

141LEVEL1THEMA

Zijn deze verrichtingen van broodjeszaak De Smuller een kost of een opbrengst? Kruis aan. DE SMULLER KOST OPBRENGST … betaalt de maandelijkse huur van het gebouw waarin de broodjeszaak gevestigd is. … levert dagelijks broodjes aan het bedrijvencentrum in de buurt. … koopt broodjes aan bij groothandel Vandael. … betaalt maandelijks interest op de lening van de bestelwagen. … verkoopt vijf broodjes aan het gezin Lieten. … plaatst een advertentie in de regionale krant. … ontvangt de maandelijkse factuur van Proximus.

Action 1— Zijn dit kosten of opbrengsten voor De Smuller?

©VANIN

THE

De afzet De afzet is het aantal verkochte producten in een bepaalde periode. De omzet is het geldbedrag dat je krijgt, wanneer je goederen verkoopt of diensten levert. De omzet bereken je door de verkoopprijs (p) te vermenigvuldigen met de afzet (q). Naast de omzet kan een onderneming nog andere opbrengsten hebben zoals interest op een bankrekening of de verkoop van materiaal. Een kost Een kost is het geld dat je betaalt voor het gebruik van een product of dienst om iets te produceren of te verkopen. In de eerste plaats zijn er de kosten die je maakt als je de goederen, handelsgoederen genaamd, aankoopt. Je kunt de producten ook zelf maken. Dan heb je grondstoffen zoals ingrediënten nodig. Het resultaat Je berekent het resultaat van een onderneming door de opbrengsten te verminderen met de kosten. Zijn de opbrengsten groter dan de kosten, dan is er winst. Zijn de opbrengsten kleiner dan de kosten, dan is er verlies TO POINT

151LEVEL1THEMA

Action 2— Maakt Pieter Stans winst of verlies? Lees het verhaal van Pieter Stans en beantwoord de vragen. Pieter Stans heeft een frietkraam. Per dag verkoopt hij 180 pakjes friet aan 2,70 euro per pakje. Hij heeft daarnaast dagelijks de volgende —kosten:aardappelen € 36,00 — vetstof € 36,00 — sauzen € 31,50 — verpakkingsmateriaal € 27,00 Zijn gasrekening bedraagt 36,00 euro per dag. Hij heeft ook twee hulpjes in dienst voor elk vijf uur per dag, die een loonkost hebben van 9,00 euro per uur. De huurkosten van zijn frietkraam bedragen 45,00 euro per dag. De interesten van een lening kosten hem 15,30 euro per dag. a Bereken de totale kosten per dag. b Bereken de kostprijs van een pakje friet. c Bereken de totale opbrengsten van de verkopen per dag. d Bereken het resultaat per dag. e Hoeveel levert de verkoop van een pakje friet Pieter op? f Hoe kun je het resultaat van Pieter nog berekenen? g Maakt Pieter winst of verlies? Leg uit.

©VANIN

Dankzij corona had hun onderneming heel veel succes. Veel winkeliers wilden een webshop om hun producten online te verkopen. Zo moesten Ella en Lucas voor het tweede jaar een bediende in dienst nemen waardoor zij noodgedwongen een kleine woning met kantoorruimte moesten huren. De maandelijkse huurprijs daarvoor is 750,00 euro. De jaarlijkse loonkost van die bediende bedraagt 50 000,00 euro. Het eerste jaar was de omzet 75 000,00 euro. Het tweede jaar steeg de omzet naar 250 000,00 euro. Omdat dat hun enige inkomen is, zullen Ella en Lucas zich elk een bezoldiging uitkeren van 25 000,00 euro in het eerste jaar, en van 62 500,00 euro in het tweede jaar. Verder houden ze rekening met: publiciteit bij de start van hun onderneming € 1 500,00 elektriciteit, gas, water € 1 000,00 (jaar 1) € 3 000,00 (jaar 2) huur van de informatica-uitrusting € 2 500,00 (per jaar) verzekeringen € 1 350,00 (jaar 1) € 2 450,00 (jaar 2) telefoon € 2 500,00 (jaar 1) € 2 900,00 (jaar 2) factuur van de boekhouder € 2 000,00 (jaar 1) € 2 500,00 (jaar 2) kantoormateriaal € 2 750,00 (jaar 1) € 2 250,00 (jaar 2) diversen € 2 000,00 (jaar 1) € 2 500,00 (jaar 2) Om de oprichting te financieren hebben ze een lening aangegaan op drie jaar, waarop ze in het eerste jaar 750,00 euro interest betalen en in het tweede jaar 500,00 euro.

1 Lees het verhaal van Ella en Lucas. Markeer: a de kosten in het rood, b de opbrengsten in het groen.

161LEVEL1THEMA

Action 3— Kun je van je hobby, onlineshops ontwerpen, je droomjob maken?

Ella en haar vriend Lucas studeerden twee jaar geleden af als webdesigners. Zij wilden van hun hobby hun beroep maken en hebben samen Design2Joy opgericht. De onderneming ontwerpt webapplicaties en websites.

Om de kosten zo laag mogelijk te houden bleven ze het eerste jaar in de studentenstudio die ze sowieso al huurden. De huurprijs van hun studio bedroeg 300,00 euro per maand.

©VANIN

Totaal KOSTEN JAAR 1 JAAR 2 Totaal RESULTAAT JAAR 1 JAAR 2 Totaal b Vul de tabel in. StapSTAPPENPLAN1: Vul in kolom 1 de rubrieken van de opbrengsten en kosten in.

Stap 3: Pas de arcering van rij 1, 4, 6, 20, 22 en 23 aan (ICT-fiche_R_13).

Stap 5: Bereken de totalen van de kosten en de opbrengsten aan de hand van een formule. (ICT-fiche_R_24). Stap 6: Bereken het resultaat in cel B23 en C23. c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

©VANIN

2 Bereken het resultaat van Design2Joy. Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er het basisbestand en de bijbehorende filmpjes. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van rekenblad.

Stap 2: Verwijder overbodige rijen. Stap 3: Vul in kolom B en C de bedragen in. Stap 4: Noteer de getallen volgens de NBN-normen: Gebruik een spatie als scheidingsteken na de duizendtallen, noteer het euroteken voor het getal en schrijf twee decimalen (ICT-fiche_R_06).

a Pas het basisontwerp aan volgens het stappenplan zodat het er als volgt uitziet:

171LEVEL1THEMA

Stap 4: Zorg ervoor dat de tekst van rij 1, 6 en 22 de juiste kleur krijgt (ICT-fiche_R_13).

Stap 5: De tekst van rij 1, 4, 6, 20, 22 en 23 moet vetjes zijn (ICT-fiche_R_13).

Stap 6: Breng de nodige randen aan (ICT-fiche_R_13).

StapSTAPPENPLAN1: Pas de breedte van kolom A aan naar 35 (ICT-fiche_R_16). Stap 2: Pas de breedte van kolom B en C aan naar 12 (ICT-fiche_R_16).

OPBRENGSTEN JAAR 1 JAAR 2

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

2 Ik kan het verschil tussen afzet en omzet omschrijven.

1 Ik kan het begrip ‘opbrengsten’ toepassen op een voorbeeld.

Action 4— Hoe bepaal je de verkoopprijs op basis van een winstmarge? Ga naar het onlinelesmateriaal en maak daar deze Action.

3 Ik kan de omzet berekenen in een concreet voorbeeld. 4 Ik kan het begrip ‘kosten’ toepassen op een voorbeeld.

181LEVEL1THEMA

MORE MORE MORE ©VANIN

6 Ik kan omschrijven wanneer een onderneming winst of verlies maakt.

5 Ik kan omschrijven hoe het resultaat wordt berekend.

BREAKING NEWS

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst. JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

©VANIN

draait een onderneming break-even?INTRO

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Wanneer draait een onderneming break-even?

Ook Sodexo zegt zwaar getro en te zijn. ‘Vooral bankinstellingen en administratieve ondernemingen namen beduidend minder cateringdiensten af.

1 Lees het artikel. Wat betekent de term break-even volgens jou? Zoek het begrip indien nodig op. Corona schudt ook ISS en Sodexo dooreen

192LEVEL1THEMA

LEVEL Wanneer2

Ons zakencijfer kromp in dat segment met een kwart’, zegt woordvoerster Hilde Eygemans. Al slaagde ook Sodexo erin dat verlies deels op te vangen, aangezien technisch onderhoud, groenonderhoud en schoonmaakdiensten nodig bleven. ‘Dankzij die diversifi catie is Sodexo toch minder geraakt dan een aantal van onze directe concurrenten’, meent Eygemans. ‘Op productiesites draait alles intussen min of meer normaal. Maar voor de kantooromgevingen houden we wel rekening dat de bezetting permanent 20 procent lager zal liggen.

Naar: standaard.be, 2021-07-13

Dienstverleners ISS en Sodexo delen in de klappen van de coronapandemie ook al konden zij de schade nog beperken. ISS en Sodexo bieden naast catering nog andere diensten aan zoals schoonmaak, onderhoud en beveiliging. ‘Zeker in het begin van de pandemie wilden klanten dat we net vaker bij hen gingen poetsen’, zegt Dirk Van den Steen (ISS). ‘Toen werd overgestapt op telewerk, moesten we fl exibel omgaan met lopende schoonmaakcontracten maar uiteraard heeft ons dat fl ink wat geld gekost.’ ISS houdt rekening met een totaalomzet verlies van 8 procent, waarbij de cateringactiviteiten het zwaarst getro en zijn. ‘We verdienden vóór corona zo’n 65 à 70 miljoen euro per jaar aan catering’, zegt Van den Steen. ‘Daar blijft nog zowat de helft van over. De rest van het bedrijf moet al hard werken om dat verlies goed te maken. We hopen in ieder geval break-even te draaien’.

Explore 1— Hoeveel jurkjes moet Michelle verkopen om uit de kosten te raken? Lees het verhaal van Michelle Teyssen. Michelle Teyssen runt een winkeltje in Hasselt. Haar assortiment bestaat voornamelijk uit jurkjes. Ze verkoopt die voor 45,00 euro per stuk. Ze koopt ze aan voor 18,00 euro. Per maand betaalt Michelle 1 250,00 euro voor de huur van haar winkelpand en 750,00 euro voor verwarming en elektriciteit. Aangezien de winkel druk bezocht wordt, heeft ze ook een verkoopster in dienst. Dat kost haar 1 375,00 euro per maand. Ze wil graag weten hoeveel stuks ze moet verkopen om uit de kosten te raken. a Met welke formule kun je de omzet berekenen? Voor de omzet gebruik je hier de term Totale Opbrengsten (TO). b Vul de onderstaande tabel aan. AFZET IN AANTAL STUKS TOTALE OPBRENGSTEN (TO) IN EURO 175150125100500 Tip:

©VANIN

202LEVEL1THEMA

©VANIN

212LEVEL1THEMA c Stel de TO grafisch voor. Benoem de assen. d Waarom vertrekt deze curve uit de oorsprong? Grafiek 1: Totale opbrengsten (TO) 0,00 1 000,00 2 000,00 3 000,00 4 000,00 59876000,00000,00000,00000,00000,00 0 255075100125150175200 X-as: Y-as: Explore 2— Vallen kosten ook ooit weg?

Om omzet te realiseren, moet een onderneming kosten maken. Je kunt de kosten van een onderneming op verschillende manieren indelen. Eén van de manieren is de indeling in constante of vaste en variabele kosten. Variabele kosten zijn dat deel van de totale kosten waarvan de omvang afhankelijk is van de omvang van de activiteiten van de onderneming. De constante of vaste kosten zijn dat niet. Kosten 1 Ook Michelle uit Explore 1 heeft kosten gemaakt om haar winkel te runnen. Herlees haar verhaal. a Welke kosten zijn variabel?

a Waarom vertrekt de TCK-curve niet vanuit het nulpunt?

b Waarom loopt de TCK-curve evenwijdig met de X-as?

©VANIN

222LEVEL1THEMA b Welke kosten zijn vast of constant? 2 Met welke formule kun je de kosten berekenen? a de totale variabele kosten (TVK) b de totale constante of vaste kosten (TCK) c de totale kosten (TK) 3 Vul de tabel aan. MOGELIJKE AFZET AANTALINSTUKS TOTALEKOSTENVARIABELE(TVK)INEURO TOTALEKOSTENCONSTANTE(TCK)INEURO TOTALEIN(TK)KOSTENEURO 175150125100500 4 Teken de TVK in het blauw, de TCK in het groen en de TK in het rood op de grafiek. Benoem de assen.

232LEVEL1THEMA c Waarom lopen de TVK-curve en de TK-curve evenwijdig? Grafiek 2: Totale kosten, totale variabele kosten en totale constante of vaste kosten 0,00 1 000,00 2 000,00 3 000,00 4 000,00 5 000,00 6 000,00 7 000,00 020406080100120140160180200 Y-as: X-as: Totale variabele kosten (TVK) Totale constante kosten (TCK) Totale kosten (TK) Explore 3— Hoeveel stuks moet Michelle maandelijks verkopen om uit de kosten te raken? 1 Met welke formule kun je het totale resultaat berekenen? 2 Duid het juiste antwoord aan. Bij het break-evenpunt zijn: TO > TK TO < TK TO = TK ©VANIN

De formule om de break-evenafzet (BEA) te berekenen is: BEA = VP/eTCK–VK/e Waarbij: VP/e = verkoopprijs per eenheid VK/e = variabele kost per eenheid

6 Hoeveel stuks moet Michelle verkopen om maandelijks een winst van 2 025,00 euro te realiseren?

3 Bereken wiskundig het aantal stuks dat Michelle moet verkopen om uit de kosten te raken.

ƒ Plaats de grafiek op een nieuw blad. ƒ Noteer de grafiektitel ‘Grafische break-evenanalyse’. ƒ Benoem de assen. ƒ Voeg een legende toe. c Duid op de grafiek de afzet aan waarbij de winkel van Michelle het break-evenpunt bereikt. d Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

242LEVEL1THEMA

©VANIN

b Download het bestand en stel de TO- en TK-curve voor. Gebruik daarvoor ICT-fiche_R_31.

Break-evenafzet

4 Bereken de break-evenomzet voor Michelle. 5 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er het basisbestand met de totale omzet en de totale kosten. a Welk soort grafiek gebruik je om de TO- en TK-curve voor te stellen?

Explore 4— Hoe zien de kosten- en opbrengstencurven er wiskundig uit?

Van alle bovenstaande curven (TO, TK, TVK en TCK) kun je zo een functievergelijking opstellen. Good to know 1 Wat is de vergelijking van een rechte door de oorsprong?

2 TO en TVK zijn twee rechten door de oorsprong. Stel de vergelijking op. Gebruik daarvoor de gegevens van Explore 3. 3 TCK is een constante functie. Hoe is de functievergelijking van TCK? 4 TK is de som van TVK en TCK. Hoe zal dan de wiskundige vergelijking zijn van TK? 5 Wat stelt ‘a’ voor in de functievergelijking van een rechte f(x) = a * x + b?

6 Markeer de juiste tendens. a Wanneer de rico groter wordt, dan is de curve steiler / minder steil b Wanneer de rico kleiner wordt, dan is de curve steiler / minder steil. c Wanneer de aankoopprijs groter wordt, dan zal de TK- / TCK- / TVK-curve dalen / stijgen. d Wanneer de verkoopprijs stijgt, dan zal de TO-curve dalen / stijgen

©VANIN

252LEVEL1THEMA

Bij wiskunde heb je al geleerd over functies of een functievergelijking. De functievergelijking van een rechte ziet er als volgt uit: y = a * x + b of f(x) = a * x + b

WINST VERLIES TO THE POINT ©VANIN

0,00 1 000,00 2 000,00 3 000,00 4 000,00 5 000,00 6 000,00 7 000,00 89000,00000,00 020406080100120140160180200TOTKTCKTVK Totale

euroinTCKTVK,TK,TO,

Break-even Voor een onderneming zal de markt zich misschien niet ontwikkelen zoals verwacht , of concurrenten kunnen competitieve maatregelen nemen. Om die risico’s in te schatten is het aangewezen dat je weet wanneer je project of onderneming break-even is. Met een break-evenanalyse onderzoek je hoeveel je minimaal moet verkopen om uit de kosten te komen. Het aantal stuks dat een ondernemer moet verkopen om winst noch verlies te maken, is de break evenafzet. Meer verkopen dan de break-evenafzet houdt in dat je winst maakt, minder verkopen betekent dat je verlies maakt. De break-evenomzet is de omzet om alle kosten te dekken. Met andere woorden: hoeveel moeten je opbrengsten uit verkoop zijn om al je kosten te kunnen betalen? De break-evenanalyse kun je doen via berekeningen en / of via een grafische voorstelling. Als je met grafieken werkt, kun je op de X-as het break-evenpunt aflezen in aantallen. Op de Y-as kun je aflezen welke omzet je moet realiseren om uit de kosten te raken. Afzet (aantal stuks) opbrengsten, totale kosten, totale variabele kosten en totale vaste kosten

Om omzet te kunnen realiseren, moet een onderneming kosten maken. Die kosten kun je indelen in constante of vaste en variabele kosten. Constante of vaste en variabele kosten Constante of vaste kosten zoals de huur van een gebouw, de leasingkost van machines of verzekeringspremies, blijven min of meer constant. Die kosten blijven op hetzelfde niveau als de productie of verkoop binnen bepaalde grenzen blijft. Als de verkoop of productie boven die grens uitstijgt, is het allicht tijd om de onderneming te vergroten of bijkomende machines te leasen of te kopen. Op dat moment stijgen de constante of vaste kosten maar ze worden weer constant door de grotere productiecapaciteit. Variabele kosten hangen samen met de productiehoeveelheid of de verkoop van het aantal producten. De kosten voor de grondstoffen en materialen zijn voorbeelden van variabele kosten. In een aantal gevallen is de variabele kost recht evenredig met de productie.

262LEVEL1THEMA

©VANIN

Je kunt het break-evenpunt ook wiskundig berekenen door deze formule toe te passen: break-evenpunt (in aantallen) = VP/eTCK–VK/e Om de break-evenomzet te berekenen, vermenigvuldig je de break-evenafzet met de verkoopprijs per eenheid. BEKIJK KENNISCLIPDE

1 Lees het verhaal van Roberto. Roberto is uitbater van een onderneming die pizza’s produceert en verkoopt. De bereiding van die Italiaanse specialiteit gebeurt in de winkel zelf. Verser kan niet! Dit zijn de maandcijfers van Roberto: — De totale vaste kosten bedragen 6 000,00 euro per maand. Het gaat dan over: het loon van één vaste verkoopster, de huur van het winkelpand in de hoofdstraat, de kosten voor het gebruik van de bakoven ...

2 Stel dat je de gegevens van de onderneming van Roberto op een grafiek zou voorstellen.

a Waarom beginnen de variabele kosten in de oorsprong van de grafiek? b Waarom loopt de curve van de variabele kosten evenwijdig met die van de totale kosten?

272LEVEL1THEMA

Action 1— Welke kosten moeten er worden gedekt?

— De variabele kosten voor het maken van een pizza bedragen 2,00 euro, de verkoopprijs bedraagt 5,00 euro per stuk. a Geef minstens drie voorbeelden van variabele kosten die Roberto heeft. Zorg dat de voorbeelden duidelijk verschillen van elkaar. b Geef drie voorbeelden van constante of vaste kosten die Roberto heeft en die niet in de opgave worden vermeld.

282LEVEL1THEMA 3 Hoeveel pizza’s moet Roberto per maand verkopen om uit de kosten te raken? 4 Hoeveel bedraagt de break-evenomzet per maand? Action 2— Hoeveel juweeltjes moet Elena verkopen om break-even te draaien? Lees het verhaal van Elena. Elena heeft een juwelenwinkeltje. Hier heeft ze haar kosten opgelijst: — aankoop juwelen 75,00 euro per stuk — huur 3 000,00 euro per maand — elektriciteit en verwarming 200,00 euro per maand — administratie en lonen 2 000,00 euro per maand Haar juwelen verkoopt ze voor 175,00 euro per stuk. a Geef het functievoorschrift van: ƒ TO = ƒ TCK = ƒ TVK = ƒ TK = b Bereken de break-evenafzet. c Bereken de break-evenomzet. ©VANIN

©VANIN

RESULTAATINEURO 0 2

292LEVEL1THEMA Action 3— Hoe voer je een break-evenanalyse uit?

AFZETAANTALINSTUKS TO

INTVKEURO INTCKEURO

Een onderneming vervaardigt een product waarbij de variabele kosten per eenheid 60,00 euro bedragen en de constante of vaste kosten 400 000,00 euro zijn. De verkoopprijs bedraagt 120,00 euro. a Bereken de ontbrekende gegevens in de onderstaande tabel. IN EURO TK EURO 000 4 000 6 000 8 000 10 000 12 000 14 000 b Teken de curve van TO in het blauw, van TK in het geel, van TCK met potlood en van TVK in het rood of oranje op de onderstaande grafiek. Benoem de curven en de assen. c Duid op de grafiek de break-evenafzet aan met een groene stippellijn. d Hoeveel stuks moet de onderneming verkopen om een winst van 300 000,00 euro te maken? Bereken wiskundig. e Duid de winst die gemaakt wordt bij dit punt aan op de grafiek.

IN

302LEVEL1THEMA Grafiek 3: Break-evenafzet 0,00 200 000,00 400 000,00 600 000,00 800 000,00 1000 000,00 1200 000,00 1400 000,00 1600 000,00 1800 000,00 02 0004 0006 0008 00010 00012 00014 00016 000 X-as: Y-as: Action 4— Hoeveel broodjes moet ‘t Baguetje verkopen om break-even te draaien? Ga naar het onlinelesmateriaal en maak daar de Action. ©VANIN

312LEVEL1THEMA

Action 5— Wanneer draait de traiteurzaak break-even?

De traiteurzaak maakt verlies op de roomsoep als de TK- / TO-curve boven de TK- / TO-curve ligt. c Teken in het groen een mogelijke TK-curve (en benoem met TK2) als de huurprijs van het pand dat de traiteur huurt, sterk toeneemt. d Wat gebeurt er in dat geval met de break-evenafzet? Verklaar. 4: Totale kosten en opbrengsten (aantal liter)

0,00 2 000,00 4 000,00 6 000,00 8 000,00 10 000,00 12 000,00 14 000,00 16 000,00 18 000,00 20 000,00 02 0004 0006 0008 00010 00012 00014 00016 000 euroinopbrengstenenkostenTotale Soep

Grafiek

©VANIN

Een traiteur wil roomsoep in zijn assortiment opnemen. Hij kan de soep aankopen aan 0,75 euro per liter. Zijn constante of vaste kosten bedragen 3 750,00 euro per jaar. De marktprijs voor dergelijke soep is 1,25 euro per liter. Bekijk aandachtig de gegevens op de grafiek. a Benoem de twee curven op de grafiek met TO1 en TK1 b Markeer de juiste tendens.

322LEVEL1THEMA

1 Ga naar het onlinelesmateriaal en open er het basisbestand ‘GO_GK.xlsx’. a Bereken de totale kosten (TK) en het resultaat aan de hand van formules. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van rekenblad. b Noteer de formules voor het berekenen van de gemiddelde opbrengst (GO), de gemiddelde variabele kost (GVK), de gemiddelde constante kost (GCK) en de gemiddelde kost (GK). ƒ GO = ƒ GVK = ƒ GCK = ƒ GK = c Vul de kolommen GO en GK in het rekenblad aan. d Stel de GVK, de GCK en de GK grafisch voor. ƒ Plaats de grafieken op een nieuw blad. ƒ Voorzie de assen van de nodige titels. ƒ Voorzie de grafieken van een legende. 2 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Action 6— Is het interessant voor een onderneming om een bijkomende vestiging te openen? Ga naar het onlinelesmateriaal en maak daar deze Action More.

3 Waarom kent de GCK een voortdurend dalend verloop als de productieomvang stijgt?

Action 7— Hoe bereken je de gemiddelde opbrengsten (GO) en de gemiddelde kosten (GK)?

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp. 2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

BREAKING NEWS

©VANIN

MORE MORE MORE MORE MORE MORE

6 Ik kan het break-evenpunt rekenkundig berekenen.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst. EXTRA OEFENMATERIAAL

4 Ik kan het begrip ‘break-evenafzet’ omschrijven.

7 Ik kan het break-evenpunt grafisch bepalen.

1 Ik kan het begrip ‘variabele kosten’ toepassen op een voorbeeld.

332LEVEL1THEMA CHECKLIST

JA BETERKAN

3 Ik kan de constante of vaste, de variabele, de totale kosten en totale opbrengsten grafisch weergeven.

©VANIN

2 Ik kan het begrip ‘constante of vaste kosten’ toepassen op een voorbeeld.

5 Ik kan het begrip ‘break-evenomzet’ omschrijven.

©VANIN

343LEVEL1THEMA

LEVEL 3 Hoe bepaal je als producent de optimale productiegrootte op korte termijn?INTRO

1 Lees het verhaal van Colourful Denim. De onderneming Colourful Denim produceert 3 000 spijkerbroeken en maakt daarvoor in het totaal 27 500,00 euro kosten. De variabele kosten verlopen evenredig en bedragen 7,50 euro per eenheid. Het break-evenpunt situeert zich bij een productie van 2 000 eenheden.

2 Bereken de winst die de onderneming maakt als zij 2 500 eenheden produceert.

3 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe bepaalt de producent de optimale productiegrootte op korte termijn?

Productiemiddelen kun je onderverdelen in vier productiefactoren: natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap. De term ‘kapitaal’ verwijst dan niet naar een bepaalde hoeveelheid geld, maar naar economisch kapitaal: gebouwen en machines (het vaste kapitaal of de constante productiefactor) en voorraden en grondstoffen (vlottend kapitaal). Je spreekt bij voorkeur over kapitaalgoederen

©VANIN

Explore 2— Hoe verloopt de productie naarmate een onderneming meer personeel inzet?

Productiefactoren b Klasseer de bovenstaande productiemiddelen onder de juiste productiefactor. NATUUR ARBEID KAPITAAL ONDERNEMERSCHAP

353LEVEL1THEMA

Wanneer je het producentengedrag analyseert, dan zie je dat winstmaximalisatie het uitgangspunt is: de ondernemer wil maximale winst behalen. Hij moet dus onderzoeken bij welke productieomvang zijn winst maximaal is. In de realiteit kan een onderneming echter ook andere doelstellingen nastreven zoals het marktaandeel vergroten, de concurrentiepositie versterken, duurzaam produceren of werkgelegenheid creëren. Good to know

Explore 1— Welke productiefactoren zet een onderneming in? Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje. a Welke productiemiddelen komen er in het filmpje voor?

363LEVEL1THEMA

©VANIN

2 Bekijk tabel 1. Die toont de variatie in de productie in functie van het aantal arbeiders. a Noteer de formule om de gemiddelde productie (GP) te berekenen. b Noteer de gemiddelde productie in de tabel. De marginale productie (MP) is de bijkomende productie als de onderneming één werknemer meer in dienst neemt. Marginale productie c Noteer de formule om de marginale productie (MP) te berekenen. d Noteer de marginale productie in de tabel. De marginale productie wordt in het midden gezet omdat die de overgang betreft van de productie, bijvoorbeeld de bijkomende productie bij de overgang van 0 naar 48 eenheden.

1 Lees het verhaal over de samenwerking tussen A.S.Adventure.edu en Solid. In 2009 hebben A.S.Adventure.edu en Solid samen ‘Ayacucho’ opgericht. A.S.Adventure.edu wilde graag bijdragen aan duurzame ontwikkeling en raakte gecharmeerd door het gemeenschapswerk van Solid, een Belgische ontwikkelingsorganisatie. Solid is onder meer werkzaam in Ayacucho, een arm en moeilijk bereikbaar gebied in de Andes in Peru. Solid wil er de kansarme bevolking een nieuwe start geven door onder andere opleidingen voor boeren te organiseren en een opvangcentrum voor tienermoeders uit te baten. Solid zet ook projecten op poten in India, Kenia, Tanzania, en voor kansarme adolescenten in eigen land. In Ayacucho ligt een werkatelier van A.S.Adventure.edu waar de Ayacuchoslaapzak ‘Ignition’ geproduceerd wordt. De plaatselijke manager neemt de productie onder de loep. Hij beschouwt de kapitaalgoederen van het werkatelier als vast: het gebouw en de machines blijven op korte termijn – maximaal één jaar – constant. Het is voor een onderneming immers niet mogelijk om op minder dan een jaar een gebouw neer te zetten of dure machines aan te kopen. Op korte termijn kan het aantal arbeiders wel variëren. Het is makkelijker om snel arbeiders aan te werven.

373LEVEL1THEMA Tabel 1: Verloop van de totale, gemiddelde en marginale productie (EENHEDENPRODUCTIEFACTORVARIABELEARBEIDERS) TOTALE (SLAAPZAKKEN/DAG)(TP)PRODUCTIE GEMIDDELDEPRODUCTIE(GP) MARGINALEPRODUCTIE(MP) 0 0 1 48 2 170 3 366 4 620 5 900 6 1 182 7 1 407 8 1 576 9 1 701 10 1 800 11 1 870 ©VANIN

Stel tabel 1 grafisch voor. a Teken de grafiek van de totale productie (TP). b Teken de grafiek van de gemiddelde productie (GP) en de marginale productie (MP). c Beschrijf het verloop van de totale productie. Formuleer een verklaring.

383LEVEL1THEMA (EENHEDENPRODUCTIEFACTORVARIABELEARBEIDERS) TOTALE (SLAAPZAKKEN/DAG)(TP)PRODUCTIE GEMIDDELDEPRODUCTIE(GP) MARGINALEPRODUCTIE(MP) 12 1 908 13 1 911 14 1 862 3

©VANIN

d Welk verband stel je vast tussen de totale productie en de marginale productie? Markeer het juiste Zolangantwoord.de MP positief / negatief is, stijgt de TP, want dat betekent dat elke bijkomende arbeider een positieve bijdrage aan de TP levert. Wanneer een bijkomende arbeider niets meer bijdraagt en zijn MP dus maximaal / minimaal / nul is, bereikt de TP haar maximum. Wanneer de MP positief / negatief wordt, daalt de TP. Dat betekent dat een bijkomende arbeider de totale productie doet dalen / stijgen, waarschijnlijk omdat er geen machines (of kapitaalgoederen) meer beschikbaar zijn en hij dus in de weg loopt. Dat is dus niet efficiënt.

393LEVEL1THEMA Grafiek 1: De totale productie TP Aantal arbeiders 7505002500 1 000 1 250 1 500 1 750 2 000 2 250 0123456789101112131415 Grafiek 2: De gemiddelde en marginale productie euro)(inMPenGP Aantal arbeiders 0123456789101112131415300,00275,00250,00225,00200,00175,00150,00125,00100,00325,00-75,00-50,00-25,000,0025,0050,0075,00 ©VANIN

4 Welk verband stel je vast tussen de gemiddelde productie en de marginale productie?

403LEVEL1THEMA

Stel dat het atelier van Ayacucho een aantal machines heeft. Telkens als er werknemers bijkomen, kan het atelier die machines beter inzetten. Er ontstaat ook een arbeidsverdeling en een arbeidsspecialisatie waardoor de productie, en ook de arbeidsproductiviteit sneller toeneemt. Zo kan een tweede werknemer een andere taak uitvoeren dan de eerste waardoor beiden sneller kunnen werken. Wanneer er dan nog werknemers bijkomen, kunnen die ook weer de andere machines gebruiken en de taken verdelen. Na verloop van tijd lopen meer en meer werknemers elkaar echter in de weg, of moeten ze op elkaar wachten waardoor de snelheid van de totale productie afneemt. Op korte termijn zullen na een tijd de machines allemaal bezet zijn en zal een bijkomende werknemer minder bijdragen aan de productie en er zelfs voor zorgen dat de productie begint te dalen.

Good to know

Wanneer een bijkomende werknemer de gemiddelde productie van alle werknemers verhoogt, dan moet de productie die de werknemer toevoegt, groter zijn dan de gemiddelde productie van alle reeds aanwezige werknemers. Of om het in sporttermen uit te leggen: een baseballspeler zal zijn slaggemiddelde verhogen, wanneer zijn volgende score hoger is dan zijn gemiddelde. Hij zal zijn gemiddelde verlagen als zijn volgende score lager is dan zijn gemiddelde.

©VANIN

Kijk maar naar je rapport. Als je op vier vakken die evenveel meetellen, een gemiddelde hebt van 70 % en op het volgende vak (marginale vak) behaal je 80 %, dan stijgt je gemiddelde. Behaal je 60 % op dat bijkomende (marginale) vak, dan daalt je gemiddelde. Good to know

Als aan de constante productiefactor (grond of kapitaal) eenheden van een variabele productiefactor (arbeid) worden toegevoegd zal de fysieke meeropbrengst eerst toenemen, vervolgens afnemen en ten slotte negatief worden. Met andere woorden, eerst zal de productie (opbrengst) meer dan evenredig stijgen ten opzichte van het aantal ingezette arbeiders, nadien evenredig en ten slotte minder dan evenredig. Dat verband heet de wet van de toenemende en afnemende meeropbrengst Wet van de toenemende en afnemende meeropbrengst

Naast de constante kosten zijn er de variabele kosten. De totale variabele kosten (TVK) zoals de grondstofkosten, zijn wel afhankelijk van de productie. Bepaalde personeelskosten zijn variabel maar de vergoeding voor leidinggevend personeel die niet verandert naargelang de productie, is dan weer een vaste kost. Soorten kosten 1 Bekijk tabel 2. Daarin staan de kosten van het werkatelier van A.S.Adventure.edu in Ayacucho. Stel de totale constante kosten (TCK), de totale variabele kosten (TVK) en de totale kosten (TK) grafisch

voor. Tabel 2: Productiekosten (in euro) ARBEIDERSOUTPUT = TP TCK TVK TK 0 0 6 000,00 0,00 6 000,00 1 48 6 000,00 1 500,00 7 500,00 2 170 6 000,00 3 000,00 9 000,00 3 366 6 000,00 4 500,00 10 500,00 4 620 6 000,00 6 000,00 12 000,00 5 900 6 000,00 7 500,00 13 500,00 6 1 182 6 000,00 9 000,00 15 000,00 7 1 407 6 000,00 10 500,00 16 500,00 8 1 576 6 000,00 12 000,00 18 000,00 9 1 701 6 000,00 13 500,00 19 500,00 10 1 800 6 000,00 15 000,00 21 000,00 11 1 870 6 000,00 16 500,00 22 500,00 12 1 908 6 000,00 18 000,00 24 000,00 13 1 911 6 000,00 19 500,00 25 500,00 14 1 876 6 000,00 21 000,00 27 000,00 ©VANIN

Een onderneming gebruikt verschillende productiemiddelen om het gewenste eindproduct te produceren. Voor elke werknemer, elke machine en elke kilogram grondstof betaalt een ondernemer een bepaalde prijs. Je weet al dat sommige productiekosten van de productieomvang afhangen, andere kosten dan weer niet.

Een deel van de totale productiekosten (TK) blijft constant binnen een gegeven productiecapaciteit (= korte termijn) en verandert niet met de omvang van de productie. Dat zijn de vaste of constante kosten (TCK). Zo kan een ondernemer op minder dan een jaar tijd geen grote machines of gebouwen neerzetten. Daarom is de factor ‘kapitaal’ vast.

413LEVEL1THEMA Explore 3— Hoe verlopen de kosten op korte termijn?

423LEVEL1THEMA Grafiek 3: De totale constante kosten, totale variabele kosten en totale kosten Aantal eenheden (slaapzakken) 0,00 4 000,00 8 000,00 12 000,00 16 000,00 20 000,00 24 000,00 28 000,00 0 200 400 600 8001 0001 2001 4001 6001 8002 0002 200 euro)(inTKTCK,TVK, 2 Beschrijf het verloop van de TVK. 3 Waarom kennen de TVK en de TK een gelijkaardig verloop? 4 Waarom vertrekken de TCK niet vanuit het nulpunt? Waarom lopen de TCK evenwijdig met de X-as? 5 Bekijk tabel 3. a Bereken de GCK en de GVK. Noteer de formule in de tabel. b Op welke twee manieren kun je de GTK berekenen? c Vul de GTK in de tabel in. Noteer een van de formules in de tabel. De marginale kosten (MK) zijn de extra kosten die ontstaan als de productie met één eenheid (ΔTK/Δquitbreidt.of ΔTVK/Δq) Marginale kosten ©VANIN

433LEVEL1THEMA d Vul de MK in de tabel in. Tabel 3: Verband tussen kostenbegrippen (in euro) A* q* TCK GCKTVK GVK TK GTK MK FORMULE 006 000,00 0 6 000,00 1486 000,00 1 500,00 7 500,00 21706 000,00 3 000,00 9 000,00 33666 000,00 4 500,00 10 500,00 46206 000,00 6 000,00 12 000,00 59006 000,00 7 500,00 13 500,00 61 1826 000,00 9 000,00 15 000,00 71 4076 000,00 10 500,00 16 500,00 81 5766 000,00 12 000,00 18 000,00 91 7016 000,00 13 500,00 19 500,00 101 8006 000,00 15 000,00 21 000,00 111 8706 000,00 16 500,00 22 500,00 121 9086 000,00 18 000,00 24 000,00 A* = hoeveelheid arbeid q* = in eenheden ©VANIN

443LEVEL1THEMA 6 Stel de GCK, de GVK, de GTK en de MK grafisch voor. Grafiek 4: De gemiddelde constante kosten, gemiddelde variabele kosten, gemiddelde kosten en marginale kosten Aantal eenheden (slaapzakken) 0,00 0 200 400 600 8001 0001 2001 4001 6001 8002 000 euro)(inMKenGTKGVK,GCK, 160,00140,00120,00100,0080,0060,0040,0020,00 ©VANIN

c Waarom komen de GTK-curve en de GVK-curve steeds dichter bij elkaar?

b Wat is het verband tussen de wet van de toe- en de afnemende meeropbrengst en het verloop van de GVK-curve? Markeer het juiste antwoord. Door telkens meer variabele / vaste productiefactoren zoals arbeiders toe te voegen neemt de productieomvang in het begin minder / meer dan evenredig toe (dankzij arbeidsverdeling en arbeidsspecialisatie en beter gebruik van de kapitaalgoederen). Daardoor dalen / stijgen de gemiddelde variabele kosten in eerste instantie. Door de lagere / hogere productiviteit (lagere / hogere gemiddelde productie) van de vorige arbeiders, worden de kosten over meerdere producten verdeeld. Bij toevoeging van telkens meer variabele productiefactoren neemt de productieomvang uiteindelijk minder / meer dan evenredig toe. De gemiddelde variabele kosten zullen dan weer dalen / stijgen.

453LEVEL1THEMA

d Waarom nemen de marginale kosten toe vanaf een bepaald productieniveau?

Het bedrijf produceert het goedkoopst bij de productieomvang waarbij de GTK het laagst zijn. Dat heet het technisch optimale punt. Dat wil nog niet zeggen dat de ondernemer maximale winst realiseert, want je kent de opbrengsten nog niet. Technisch optimaal punt 7 Bij welke productieomvang bereikt de ondernemer het technisch optimale punt?

a Waarom dalen de GCK voortdurend als de productieomvang stijgt?

©VANIN

©VANIN

1 Omschrijf in je eigen woorden het verschil tussen een monopolie en een oligopolie.

4 Bekijk tabel 4. Vul de tabel aan. De marktprijs bedraagt 15,00 euro.

2 Omschrijf bondig de vier kenmerken van een markt van volkomen concurrentie.

Explore Hoe verlopen de opbrengsten?

3 Omschrijf het begrip ‘marginale opbrengst’ in eigen woorden.

463LEVEL1THEMA

Een producent streeft naar maximale winst. Om die winst te kennen moet hij niet alleen het verloop van de kosten kennen, maar ook het verloop van de opbrengsten. De productiekost én de verkoop- of marktprijs van het product zijn dus van belang. Er zijn twee mogelijke situaties: Bij een monopolie of een oligopolie kan de ondernemer tot op zekere hoogte invloed uitoefenen op de prijzen. In een markt van volkomen concurrentie is de prijs van de markt een gegeven en kan de ondernemer enkel maar reageren door de geproduceerde hoeveelheid aan te passen. Dat is het geval op een markt waar er veel aanbieders en veel vragers zijn. Lift 4 beperkt zich tot de tweede situatie.Tip: Verkoop- of marktprijs

4—

473LEVEL1THEMA Tabel 4: De opbrengsten (in euro) van A.S.Adventure.edu in Ayacucho q (IN EENHEDEN) TO GO MO 900620366170480 1 182 1 407 1 576 1 701 1 800 1 870 1 908 ©VANIN

483LEVEL1THEMA 5 Stel tabel 4 grafisch voor. a Teken de grafiek TO. Grafiek 5: De totale opbrengsten Aantal eenheden (slaapzakken) 0,00 0 200 400 600 8001 0001 2001 4001 6001 8002 000 euro)(inTO 3 000,00 6 000,00 9 000,00 12 000,00 15 000,00 18 000,00 21 000,00 24 000,00 27 000,00 30 000,00 33 000,00 b Teken de grafiek MO en de GO. Grafiek 6: De marginale en gemiddelde opbrengsten Aantal eenheden (slaapzakken) 0 200 400 600 8001 0001 2001 4001 6001 8002 000 20,0018,0016,0014,0012,0010,008,006,00 6 Waarom is p = MO = GO? ©VANIN

De meeste ondernemingen willen zo veel mogelijk winst maken en streven dus winstmaximalisatie na. Als je enerzijds het kostenverloop en anderzijds het opbrengstenverloop kent, is het mogelijk het punt van winstmaximalisatie te bepalen. Om winstmaximalisatie te bereiken is het niet voldoende om zo hoog mogelijke opbrengsten te halen. De onderneming moet ook proberen de vooropgestelde productiehoeveelheid te realiseren met zo weinig mogelijk kosten. Good to know 1 Vul de tabel uit Explore 4 verder aan. Gebruik de gegevens uit Explore 4. Tabel 5: Het resultaat (winst in euro) van A.S.Adventure.edu in Ayacucho

493LEVEL1THEMA Explore 5— Hoeveel bedraagt de winst bij een bepaald productieniveau?

HOEVEELHEIDARBEID=A q IN EENHEDEN TO TK TW 0 0 1 48 2 170 3 366 4 620 5 900 6 1 182 7 1 407 8 1 576 9 1 701 10 1 800 11 1 870 12 1 908 Tip: ©VANIN

503LEVEL1THEMA 2 Stel op basis van de tabel de grafieken op. a Arceer op de twee grafieken de winst in het groen en het verlies in het rood. b Duid op beide grafieken de hoeveelheid aan waarbij de onderneming break-even draait. c Bij welk productieniveau is de winst maximaal? Leid af uit de grafiek. Grafiek 7: De totale opbrengsten en kosten van slaapzakken Aantaleenheden(slaapzakken) 0200400600800100012001400160018002000 0,00 3 000,00 6 000,00 9 000,00 12 000,00 15 000,00 18 000,00 21 000,00 24 000,00 27 000,00 30 000,00euro)(inTKenTO Grafiek 8: De totale winst van slaapzakken Aantaleenheden(slaapzakken) 200400600800100012001400160018002000 -8 000,00 -6 000,00 -4 000,00 -2 000,000,00 2 000,00 4 000,00 6 000,00 8 000,00euro)(inTW 0 ©VANIN

513LEVEL1THEMA Grafiek 9: De marginale opbrengsten, marginale kosten, gemiddelde opbrengsten en gemiddelde totale kosten Aantal eenheden (slaapzakken) 0 200 400 600 8001 0001 2001 4001 6001 8002 000 80,0070,0060,0050,0040,0030,0020,0010,000,00euro)(inGTKenGOMK,MO, 3 Markeer het juiste antwoord. a Van zodra de GTK onder de GO dalen, is er winst / verlies. Zodra de GTK echter opnieuw groter worden dan de GO is er opnieuw winst / verlies. Het is de marginale winst (= extra winst) die aanduidt of de totale winst maximaal is of niet. b Zolang de marginale opbrengsten van een extra eenheid groter zijn dan de marginale kosten, is de winst stijgend / dalend. Zodra de marginale opbrengsten van een extra eenheid kleiner zijn dan de marginale kosten, is de winst stijgend / dalend. Een onderneming bereikt de optimale productiegrootte zodra de marginale opbrengsten gelijk zijn aan de marginale kosten. Een onderneming bereikt haar optimale productiegrootte op het ogenblik dat de marginale opbrengsten gelijk zijn aan de marginale kosten. Optimale productiegrootte 4 Waarom kan de winst niet maximaal zijn in het eerste snijpunt van de MO met de MK? ©VANIN

523LEVEL1THEMA 6—Explore

1

RESULTAATMOTOMKPRIJSGTKGVKTKGCKTCKPRODUCTIETVK 1 2 3 4 ©VANIN

productiegrootte?optimaledebedraagtHoeveel

gegevens.devanbasisopaanverdertabeldeVulverhaal.hetLees etsrekken.fivanproductiedeingespecialiseerdisStansJeroen hijdatgereedschaphetvoorbetaleneuro120,00moetHij wordenmateriaalkostenandereZijnkosten).(vasteheeftnodig kosten).(variabeletabelonderstaandedeinweergegeven bouwen.etsrekkenfi10maximaalhijkanmaandPer euro.200,00bedraagtetsrekfiperverkoopprijsDe euro)(inresultaatenopbrengstenMateriaalkosten,fietsrekken

6:Tabel

533LEVEL1THEMARESULTAATMOTOMKPRIJSGTKGVKTKGCKTCKPRODUCTIETVK 5 6 7 8 9 10 2 op.grafiekendetabeldevanbasisopStel a Jeroen.voorproductiegroottetimaleopdegrafischBepaal b productiegrootte?optimaledebedraagteelHoev c resultaat?hetbedraagteuroHoeveel d winst.devanrechthoekdeArceer ©VANIN

543LEVEL1THEMA Grafiek 10: GVK, GCK, GI, MK en MO-curven fietsrekken euro)(inMOenMKGO,GTK,GVK, Aantal eenheden (fietsrekken) 400,00375,00350,00325,00300,00275,00250,00225,00200,00175,00150,00125,00100,0075,0050,0025,000,00 00,511,522,533,544,555,566,577,588,599,51010,5 3 Stel dat de marktprijs stijgt tot 240,00 euro en dat de kostenstructuur niet verandert. a Hoe groot wordt dan de optimale productiegrootte? b Hoeveel bedraagt het resultaat? ©VANIN

553LEVEL1THEMA

5 Stel dat de marktprijs daalt tot 70,00 euro en dat de kostenstructuur niet verandert. a Hoe groot wordt dan de optimale productiegrootte? b Hoeveel bedraagt het resultaat?

c Zal er dan nog geproduceerd worden voor die prijs?

c Zal er nog geproduceerd worden bij die prijs?

. TO THE POINT ©VANIN

6 Onder welke prijs stopt Jeroen best met de productie van fietsrekken? Motiveer je antwoord. Wet van de toe- en afnemende fysieke meeropbrengst Om het gewenste eindproduct te bekomen, moet een ondernemer productiefactoren (natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap) inzetten. Op korte termijn blijft het aantal eenheden dat hij met de beschikbare hoeveelheid kapitaalgoederen, de productiecapaciteit, in een gegeven periode kan voortbrengen, constant. Als aan die constante productiefactor (grond of kapitaal) eenheden van een variabele productiefactor (arbeid) worden toegevoegd, neemt de fysieke meeropbrengst eerst toe, vervolgens neemt die af en ten slotte wordt de meeropbrengst negatief (wet van de toe- en afnemende fysieke meeropbrengst)

4 Stel dat de marktprijs daalt tot 150,00 euro en dat de kostenstructuur niet verandert. a Hoe groot wordt dan de optimale productiegrootte? b Hoeveel bedraagt het resultaat?

De onderneming bereikt het technisch optimale punt daar waar de GTK het laagst zijn. Op dat punt produceert het bedrijf het goedkoopst. Dat betekent niet dat de ondernemer hier maximale winst realiseert, want de opbrengsten zijn nog niet gekend. Optimale productiegrootte De meeste ondernemingen streven winstmaximalisatie na. Het komt er dus op aan om de productieomvang te bepalen waarbij de winst maximaal is. De totale winst wordt berekend door de totale opbrengsten te verminderen met de totale kosten.

©VANIN

Als de marginale kosten kleiner zijn dan de gemiddelde variabele kosten, dan dalen de gemiddelde variabele kosten. Als de marginale kosten groter zijn dan de gemiddelde variabele kosten, stijgen de gemiddelde variabele kosten.

563LEVEL1THEMA

De fysieke meeropbrengst is de extra productie die wordt verkregen door één eenheid van de variabele productiefactor (arbeid) meer te gebruiken. Technisch optimaal punt Een onderneming heeft twee soorten kosten: constante (vaste) en variabele kosten. De totale constante kosten veranderen niet met de productieomvang, de totale variabele kosten daarentegen wel. Gemiddelde kosten zijn de kosten per eenheid van een product. Die kunnen ook worden berekend door de gemiddelde constante kosten en gemiddelde variabele kosten op te tellen.

KOSTEN FORMULE

Marginale kosten zijn de extra kosten voor de productie van één extra eenheid.

TCK = totale constante kosten TVK = totale variabele kosten TK = totale kosten TCK + TVK GCK = gemiddelde constante kosten TCK/q GVK = gemiddelde variabele kosten TVK/q GTK = gemiddelde totale kosten TK/q of GCK + GVK MK = marginale kosten ΔTK/Δq of ΔTVK/Δq Op basis van de wet van de toe- en afnemende fysieke meeropbrengst: stijgen de totale (variabele) kosten eerst minder dan evenredig (degressief) en daarna meer dan evenredig (progressief); dalen de marginale kosten (extra kosten van één extra eenheid) eerst waarna ze stijgen; is de marginale kostenlijn minimaal als de totale (variabele) kostenlijn het minst stijgt (in het buigpunt); gaat de marginale kostenlijn door het laagste punt van de gemiddelde (variabele) kostenlijn.

573LEVEL1THEMA FORMULE TW = totale winst TO – TK TO = totale opbrengsten GO*q TK = totale kosten TCK + TVK GO = gemiddelde opbrengsten TO/q MO = marginale opbrengsten ΔTO/Δq De optimale productiegrootte kan grafisch afgeleid worden. De winst is maximaal daar waar de positieve afstand tussen de TO-curve en de TK-curve het grootst is. Aantaleenheden(slaapzakken) 0200400600800100012001400160018002000 0,00 3 000,00 6 000,00 9 000,00 12 000,00 15 000,00 18 000,00 21 000,00 24 000,00 27 000,00 30 000,00euro)(inTKenTO TOTK De totale winst kan ook grafisch bepaald worden: Aantaleenheden(slaapzakken) 200400600800100012001400160018002000 -8 000,00 -6 000,00 -4 000,00 -2 000,000,00 2 000,00 4 000,00 6 000,00 8 000,00euro)(inTW 0 200 400 600 800 TW Een andere manier om de optimale productiegrootte te bepalen is door de marginale kosten en marginale opbrengsten met elkaar te vergelijken. Het is de marginale winst die aanduidt of de totale winst maximaal is. Zolang de marginale opbrengst groter is dan de marginale kosten, realiseert de ondernemer op die eenheid extra winst. Op het ogenblik dat de marginale kosten groter zijn dan de marginale opbrengst, levert de eenheid geen extra winst meer op, integendeel de extra eenheid kost meer dan ze opbrengt zodat de totale winst afneemt. Gezien de ondernemer de marktprijs meestal weinig of niet kan beïnvloeden, is het ook belangrijk te weten of hij bij die prijs nog winst zal maken. Een onderneming maakt winst zolang de prijs hoger is dan de gemiddelde totale kosten (GTK = GVK + GCK). Ze draait break-even als de prijs gelijk is aan de gemiddelde kosten. Er is verlies als de verkoop- of marktprijs lager is dan de gemiddelde kosten.

©VANIN

BEKIJK KENNISCLIPDE

Op korte termijn zullen ondernemingen nog blijven produceren, ook al is er verlies. Op dat moment kunnen ze immers nog een gedeelte van de vaste kosten dekken. Op het ogenblik dat de prijs beneden de gemiddelde variabele kost komt te liggen, stopt de ondernemer best met produceren.

583LEVEL1THEMA Action 1— Verloop van de productie in een artisanale kaasmakerij 1 Vul de tabel aan op basis van de onderstaande grafiek. a Vanaf hoeveel arbeiders is het niet efficiënt om nog extra mensen aan te werven? Waarom? b Vanaf hoeveel arbeiders is het niet verstandig om nog extra mensen in dienst te nemen? Waarom? c Verklaar waarom op korte termijn constante kosten toch kunnen stijgen bij verschillende productieniveaus. Tabel 7: Productie kaasmakerij AANTAL WERKNEMERSGP (KG/WEEK) TP (KG/WEEK) 987654321 ©VANIN

593LEVEL1THEMA 2 Teken de totale productiecurve aan de hand van de marginale en de gemiddelde productiecurve. Grafiek 11: De marginale en gemiddelde productiecurve in een kaasmakerij 012345678910 25,00 5 7,5 10 12,5 13,6 13,7513,21 11,88 9,44 5 10 15 20 18 14,5 10 2,5-10,00-15,00-5,000,005,0010,0015,0020,00kg/week)(inMPenGP AantalGParbeiders MP -10 Grafiek 12: De totale productiecurve in een kaasmakerij 012345678910 kg/week)(inTP Aantal arbeiders 100120020406080 ©VANIN

603LEVEL1THEMA Action 2— Grafische weergave van het verloop van de totale, gemiddelde en marginale productie Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je kunt oefenen om de TP, GP en MP grafisch weer te geven. Action 3— Nut van aanwerving personeel Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je kunt bepalen of de aanwerving van personeel zinvol is. Action 4— Productiekost onderneming Volders Vul de tabel met de productiekosten van onderneming Volders aan. Tabel 8: Productiekosten (in euro) Volders q TCK TVK TK GCK GVK GTK MK 075 000,00 0,0075 000,00 18 000,00 175 000,0018 000,0093 000,0075 000,0018 000,0093 000,00 275 000,0034 500,00 37 500,0017 250,0054 750,00 14 700,00 375 000,0049 200,00124 200,00 16 400,0041 400,00 13 200,00 475 000,0062 400,00137 400,0018 750,0015 600,0034 350,00 5 15 000,0015 000,0030 000,00 10 500,00 675 000,0085 500,00160 500,0012 500,0014 250,0026 750,00 10 200,00 775 000,0095 700,00170 700,0010 714,29 24 385,71 ©VANIN

613LEVEL1THEMA q TCK TVK TK GCK GVK GTK MK 9 900,00 875 000,00 180 600,009 375,0013 200,0022 575,00 9 600,00 975 000,00115 200,00190 200,008 333,3312 800,0021 133,33 9 900,00 1075 000,00125 100,00200 100,007 500,0012 510,0020 010,00 10 200,00 1175 000,00 6 818,1812 300,0019 118,18 11 100,00 1275 000,00146 400,00221 400,006 250,0012 200,0018 450,00 12 000,00 13 158 400,00 12 184,62 13 200,00 1475 000,00171 600,00246 600,005 357,1412 257,1417 614,29 14 700,00 1575 000,00 5 000,0012 420,0017 420,00 16 202 500,00 4 687,5012 656,2517 343,75 18 300,00 1775 000,00220 800,00295 800,004 411,7612 988,2417 400,00 20 400,00 1875 000,00241 200,00316 200,004 166,6713 400,0017 566,67 22 800,00 1975 000,00264 000,00339 000,003 947,3713 894,7417 842,11 2075 000,00289 500,00364 500,00 14 475,0018 225,00 ©VANIN

De TCK vertrekt vanuit het nulpunt.

De brandverzekering van een fabrieksgebouw is een variabele kost.

De TK-curve verloopt evenwijdig met de TVK-curve.

JUISTFOUT

©VANIN

De GVK-curve en de GTK-curve verlopen evenwijdig.

Vanaf het ogenblik dat de meeropbrengst minder dan evenredig toeneemt, gaat de GVK weer stijgen.

623LEVEL1THEMA Action 5— Stellingen beoordelen

Zijn de stellingen juist of fout? Verbeter de foutieve stellingen.

Door telkens meer variabele productiefactoren toe te voegen neemt de productieomvang in het begin minder dan evenredig toe.

633LEVEL1THEMA Action 6— Fouten opsporen In de onderstaande grafiek staan minstens vier fouten getekend. a Welke fouten zie je? b Verklaar waarom dat fout is. Grafiek 13: MK, GTK, GVK en GCK MKGTKGVKGCKGCKenGVKGTK,MK, q ©VANIN

Duid het juiste antwoord aan. a Hoe verlopen de totale variabele kosten als de gemiddelde variabele kosten constant zijn? De TVK verlopen evenredig stijgend. De TVK verlopen dalend. De TVK verlopen degressief stijgend. De TVK verlopen progressief stijgend. b Wat is het technisch optimale punt? De productieomvang waarbij de GVK minimaal zijn. De productieomvang waarbij de GTK minimaal zijn. De productieomvang waarbij de GCK minimaal zijn. De productieomvang waarbij de MK minimaal zijn.

643LEVEL1THEMA

Action 8— Kostentabel vervolledigen

Met betrekking tot de kosten van een producent wordt het volgende gegeven. Vul de tabel verder in. Tabel 9: TCK, TVK en TK (* 1 000,00 euro) en GVK, GCK en GTK (in euro) PRODUCTIETCK TVK TKGCK GVK GTK MK 0 1 000 1 000,00  800,00 2 000 1 000,00900,00 3 000 4 580,00 4 000 1 320,00 720,00 5 000 ©VANIN

Action 7— Meerkeuzevragen

2 Beantwoord de vragen. a Bekijk aandachtig tabel 10. Hoeveel bedraagt het loon per dag van een verkoper? b Hoeveel bedragen de totale constante kosten? c Vul de tabel aan. d Hoeveel bedraagt de optimale productiegrootte? Waarom?

Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je het invullen van een kostentabel verder kunt oefenen. Je kunt zelf de moeilijkheidsgraad bepalen.

©VANIN

Action 10— Maximale winst met de verkoop van wafels

1 Lees het verhaal van Karel. Karel baat een klein bedrijfje uit dat op de zeedijk Brusselse wafels verkoopt. Hij verkoopt de wafels aan 2,00 euro per stuk. Veronderstel daarbij dat het loon voor de verkopers de enige variabele kost is. Zijn constante kosten bestaan uit de huur van de kleine ruimte waar de wafels gebakken worden en de afschrijving van het wafelijzer. De productiecapaciteit van het wafelijzer bedraagt 750 wafels per dag.

653LEVEL1THEMA PRODUCTIETCK TVK TKGCK GVK GTK MK 6 000 4 800,00 7 000 7 740,00 8 000 1 110,00

Action 9— Kostentabel aanvullen in een applicatie

663LEVEL1THEMA e Karel wil nog een verkoper aannemen om zijn totale winst te verhogen. Wat is jouw advies? Tabel 10: Opbrengsten, kosten en winst (in euro) wafels VERKOPAANTALERS PERWAFELSAANTALDAG TO TCK TVK TK TW 1 150 105,00195,00 2 300 198,00405,00 3 450 285,00615,00 4 600 375,00825,00 5 750 465,00 1 035,00 Action 11— De optimale productiegrootte 1 Een onderneming stelt de onderstaande gegevens ter beschikking. De productiecapaciteit bedraagt 9 eenheden. De marktprijs bedraagt 40,00 euro. Vul de tabel aan. Tabel 11: Productiekosten en opbrengsten (in euro) (INHEDENEENTON) TK GTK MK TO GO M0 4140,003112,00280,00144,000 ©VANIN

673LEVEL1THEMA (INHEDENEEN-TON) TK GTK MK TO GO M0 9312,008256,007216,006184,005160,00 2 Stel de MK grafisch voor in de onderstaande grafiek. a Tegen een marktprijs van 40,00 euro streeft de onderneming naar winstmaximalisatie. Hoeveel bedraagt de optimale productiegrootte? b Duid de winst (bij die optimale productiegrootte) aan op grafiek. c Hoeveel bedraagt de break-evenomzet en de break-evenafzet? Motiveer je antwoord. d Waar bevindt zich het technische optimale punt? Motiveer je antwoord. Grafiek 14: GTK, MO, GO en MK euro)(inMKenMOGTK,GO, Aantal eenheden 50,0040,0030,0020,0010,0060,000,00 012345678910 GOGTK=MO ©VANIN

BREAKING NEWS

3 Ik kan toelichten hoe de opbrengsten verlopen.

Action 13— Grafische bepaling van de winst

2 Ik kan toelichten hoe de kosten op korte termijn verlopen.

CHECKLIST

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst. JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

683LEVEL1THEMA

©VANIN

4 Ik kan bepalen hoeveel winst er gemaakt wordt bij een bepaald productieniveau.

Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je het grafisch bepalen van de winst kan oefenen.

1 Ik kan toelichten hoe de productie verloopt naarmate een onderneming meer personeel inzet.

5 Ik kan de winst grafisch bepalen.

Action 12— Verloop van de totale, gemiddelde en marginale opbrengsten Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je het verloop van de totale, gemiddelde en marginale opbrengsten verder kunt oefenen.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

LEVEL 4 Hoe bepaal je als producent de optimale productiegrootte op lange termijn?INTRO

Een minder complexe supplychain voor de klant, daarmee proberen we als H.Essers hét verschil te maken. Concreet worden er in de site in Wilrijk twee nieuwe afvullijnen in gebruik genomen. Bron: essers.com B

Bron: retaildetail.be, 2019-12-12, © Wolf A H.ESSERS BREIDT JARENLANGE PARTNERSHIP MET DOW UIT MET INVESTERING IN TWEE AFVULLIJNENNIEUWE

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe bepaalt de producent de optimale productiegrootte op lange termijn?

694LEVEL1THEMA

1 Lees de krantenknipsels. a Welke investeringen staan er in de artikels? b Welke productiefactor(en) heeft / hebben een wijziging ondergaan? WOLF GEEFT NU OOK BRUSSEL FOODMARKETZIJN

Zaterdag opent de Brusselse foodmarket Wolf de deuren voor het grote publiek. Het concept op de Wolvengracht bestaat uit een mix van eten en kopen, en bestaat uit zeventien restaurants, een biomarkt en een microbrouwerij.

©VANIN

704LEVEL1THEMA Explore 1— Welke invloed heeft de uitbreiding van de productiefactor kapitaalgoederen op de kostenstructuur? 1 Lees het verhaal van Zofia en vul tabel 1 aan. Wat voor Zofia ooit als een hobby begon, is uitgegroeid tot een bron van inkomsten.Een paar jaar geleden kreeg ze de microbe te pakken om juwelen te ontwerpen. Ze startte een kleine onderneming in bijberoep en kon op jaarbasis maximaal acht juwelen ontwerpen en produceren. De belangrijkste gegevens over die productie staan in tabel 1. Op dit ogenblik werkt ze in een klein atelier en heeft ze twee machines waarmee ze de juwelen vervaardigt. Ze verkoopt haar juwelen aan 2 650,00 euro. Tabel 1: Productiekosten opbrengsten (in euro) voor juwelen q* TCK TVKTKGCK GVK GTK MK TO GOMO TW 02 000,00 1 2 000,00 2 2 500,00 3 4 150,00 1 650,00 45 10 000,00 6 11 200,00 7 2 500,00 6 500,00 q*8= productie (in eenheden) ©VANIN

714LEVEL1THEMA 2 Teken de TK- en de TO-curve. Grafiek 1: De totale kosten en de totale omzet 0,00 5 000,00 10 000,00 15 000,00 20 000,00 25 000,00 30 000,00 0123456789 euro)(inTOenTK Aantal stuks 3 Zofia wil haar winst maximaliseren. Daarvoor moet ze het optimaal productieniveau kennen. Gebruik tabel 1. a Teken alle curven die je nodig hebt om het optimaal productieniveau te bepalen. b Bepaal grafisch het optimaal productieniveau. c Arceer de rechthoek van de winst. d Bij welke prijs moet Zofia stoppen met produceren? Motiveer je antwoord. e Bij welke prijs bereikt Zofia haar break-evenpunt? Motiveer je antwoord. ©VANIN

724LEVEL1THEMA Grafiek 2: Gemiddelde totale kosten, gemiddelde opbrengst, marginale opbrengst, gemiddelde variabele kosten en marginale kosten 0,00 1 000,00 2 000,00 3 000,00 4 000,00 5 000,00 6 000,00 7 000,00 0123456789 Aantal stuks GTK,GO,MO,GVKMK(ineuro) 4 Tot dusver was de productiefactor kapitaal constant. Door de toenemende vraag wordt die productiefactor verhoogd. Zofia koopt nieuwe toestellen aan waarmee ze haar assortiment kan uitbreiden. Het toestel kost 10 000,00 euro en wordt op 5 jaar afgeschreven. Welk effect heeft die uitbreiding op de TCK? 5 Vul de volgende tabel verder aan na deze kapitaaluitbreiding. Tabel 2: Totale en gemiddelde kosten (in euro) voor juwelen q* TCK TVK TK GCK GVK GTK 0 0,00 1 1 200,00 2 1 850,00 3 2 700,00 4 3 900,00 5 5 440,00 6 7 720,00 7 10 700,00 8 14 960,00 q* = productie (in eenheden) ©VANIN

734LEVEL1THEMA 6 Welk effect heeft de uitbreiding op de TVK? 7 Teken de nieuwe TK-curve. a Noem die curve TK2 b Beschrijf en verklaar het verloop van de nieuwe TK-curve. Grafiek 3: Totale kosten 0,00 5 000,00 10 000,00 15 000,00 20 000,00 25 000,00 30 000,00 0123456789 Aantal stuks euro)(inTK TK 8 Teken de nieuwe GTK-curve. a Noem die curve GTK2. b Beschrijf en verklaar het verloop van beide curven ten opzichte van elkaar. ©VANIN

744LEVEL1THEMA Grafiek 4: Gemiddelde totale kosten 0,00 1 000,00 2 000,00 3 000,00 4 000,00 5 000,00 6 000,00 0123456789 Aantal stuks euro)(inGTK GTK Explore 2— Hoe verlopen de gemiddelde kosten op lange termijn? 1 Bestudeer aandachtig grafiek 5. a Bij welke GTK-curve wordt er de hoogste hoeveelheid kapitaalgoederen ingezet? b Verklaar je antwoord. Grafiek 5: Gemiddelde totale kosten GTK1 GTK2 AantalGTK3GTK4stuks0 0,00 euro)(inGTK 102030405060708090 120,00100,0080,0060,0040,0020,00 ©VANIN

754LEVEL1THEMA

Duid op de grafiek de drie verschillende schaaleffecten aan.

Grafiek 6: Gemiddelde totale kosten op lange termijn Aantal stuks GTKLT

termijnlangeopGTK

Explore 3— Welke schaaleffecten treden er op als de onderneming haar productiemiddelen verhoogt?

Schaaleffecten

Telkens als de ondernemer meer investeert in kapitaalgoederen, ontstaat er een nieuwe GTK-curve. Een ondernemer gaat pas over tot bijkomende investeringen als daaruit gunstigere gemiddelde kosten ontstaan. Dat betekent dat de ondernemer zich beweegt langs een GTK-curve tot hij een GTK-curve tegenkomt die lagere gemiddelde kosten met zich meebrengt.

2 Duid de lange termijn GTK-curve aan op de grafiek. Noem die curve GTKLT (GTK-curve op lange termijn).

Wanneer een onderneming haar productiemiddelen verhoogt, produceert ze op grotere schaal (schaalvergroting). Er is sprake van positieve schaaleffecten (of toenemende schaalopbrengsten) als de gemiddelde totale kosten op lange termijn dalen bij een schaalvergroting. Er is sprake van negatieve schaaleffecten (of dalende schaalopbrengsten) als de gemiddelde totale kosten op lange termijn bij een schaalvergroting stijgen. Als de gemiddelde totale kosten op lange termijn stijgen noch dalen, zijn er constante schaalopbrengsten.

GTK-curve op lange termijn

Bij de meeste bedrijven kent de gemiddelde totalekostencurve op lange termijn een dalend verloop bij lage productieniveaus, gevolgd door een horizontaal verloop, en ten slotte een stijging bij hoge productieniveaus.

©VANIN

Productiefactoren op korte termijn

Als een onderneming op grote schaal gaat produceren, heeft dat gevolgen voor de kostenstructuur. De totale constante kosten nemen toe omdat de kosten van de constante productiefactor toegenomen zijn en de totale variabele kosten dalen omdat elke extra werknemer nu meer kan Bijproduceren.lageproductieniveaus

Productiefactoren op lange termijn

0,00

0123456789 Aantal stuks euro)(inTK TKTK21 GTK1 GTK2 AantalGTK3GTK4stuks0 0,00 euro)(inGTK 102030405060708090 120,00100,0080,0060,0040,0020,00 GTKLK TO THE POINT ©VANIN

Om tot productie te komen, moet een ondernemer productiefactoren inzetten. Wanneer een productie-uitbreiding enkel tijdelijk is (op korte termijn) gaat de ondernemer na hoe de productie toeneemt bij een stijging van één enkele productiefactor, namelijk arbeid. De andere productiefactoren zoals de hoeveelheid kapitaalgoederen (gebouwen, machines …) blijven constant.

zijn de totale kosten hoger na schaalvergroting Bepaalde kapitaalgoederen blijven bij die productieomvang immers onbenut. Bij hogere productieniveaus zijn de totale kosten lager na de schaalvergroting. De productiefactoren kunnen dan ook efficiënter ingezet worden. Gemiddelde kosten in een lange periode Telkens als de onderneming haar productiefactor kapitaal verhoogt, ontstaat er een nieuwe GTKcurve. Ook op de GTK op de lange termijn zullen de gemiddelde kosten bij lagere productieniveaus hoger liggen dan in de situatie voor de investering. De hoge constante kosten wegen zwaar door gezien de lage productieomvang. Bij hogere productieniveaus zullen de gemiddelde kosten daarentegen lager liggen ten opzichte van voor de investering. De variabele kosten zijn immers gedaald omdat de werknemers nu efficiënter kunnen werken dankzij betere machines, grotere werkruimte ... Daarnaast worden de constante kosten nu gedragen door een hoger productie-eenheden.aantal 5 000,00 10 000,00 15 000,00 20 000,00 25 000,00 30 000,00

Op lange termijn kunnen ook de andere productiefactoren wijzigen. Wanneer de productieuitbreiding niet enkel tijdelijk is, zal de ondernemer de productie verhogen door meer arbeiders in te zetten en daarnaast ook nieuwe machines te kopen om zo de fabriek uit te breiden.

764LEVEL1THEMA

Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je kunt oefenen om een kostentabel in te vullen.

Action 1— Welke invloed heeft de productiefactor kapitaalgoederen op de kostenstructuur?

termijnlangeopGTK GTKLT schaaleffectenpositieve schaaleffectenconstante schaaleffectennegatieve

©VANIN

BEKIJK KENNISCLIPDE

774LEVEL1THEMA

Schaaleffecten Wanneer een onderneming haar productiemiddelen verhoogt, produceert ze op grotere schaal. Er zijn positieve schaaleffecten (of toenemende schaalopbrengsten) als de gemiddelde totale kosten bij een schaalvergroting op lange termijn dalen. Er is sprake van negatieveschaaleffecten (of dalende schaalopbrengsten) als de gemiddelde totale kosten bij een schaalvergroting op lange termijn stijgen. Als de gemiddelde totale kosten op lange termijn stijgen noch dalen, is er sprake van constante schaaleffecten Bij de meeste bedrijven zal de gemiddelde totale kostencurve op lange termijn een dalend verloop kennen bij lage productieniveaus, vervolgens horizontaal verlopen om ten slotte weer te stijgen bij hoge productieniveaus. Aantal stuks

784LEVEL1THEMA Action 2— Hoe leid je de GTK-curve op lange termijn af? 1 Bekijk de gegevens in de tabel die een pottenbakkerij ter beschikking stelt. Tabel 3: Gemiddelde totale kosten (in euro) van ovens PRODUCTIE-OMVANG GTK BIJ DE INZET VAN: 1 OVEN2 OVENS3 OVENS 1 640,00800,00960,00 2 320,00400,00520,00 3 200,00200,00240,00 4 240,00144,00160,00 5 520,00192,00144,00 6 1 000,00360,00192,00 2 Leid de GTK op lange termijn grafisch af. Grafiek 7: GTK ovens euro)(inGTK Aantal stuks 800,00600,00400,00200,000,00 1 000,00 1 200,00 01234567GTK1ovenGTK2ovensGTK3ovens 3 Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je kunt oefenen om de GTK-curve op lange termijn af te leiden. ©VANIN

794LEVEL1THEMA

in

ter beschikking stelt. Tabel 4:

totale kosten

Action 3— Hoe leid je uit verschillende GTK-curven de GTK-curve op lange termijn af? Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je kunt oefenen om de GTK-curve op lange termijn af te leiden. 4— Hoeveel biedt een producent in parketvloeren Bekijk de tabel gegevens die een producent parketvloeren Gemiddelde (in euro)

parketvloeren PRODUCTIEVOLUMEINM² GTK OP LANGE TERMIJN 1000 20,00 200 18,00 300 16,20 400 15,00 500 14,00 600 13,20 700 13,00 800 13,20 900 13,90 1 000 15,00 1 100 16,20 1 200 18,00 ©VANIN

de

in

aan? 1

Action

804LEVEL1THEMA 2 Stel de gemiddelde kosten op lange termijn grafisch voor. a Hoeveel vierkante meter parket zal de ondernemer aanbieden als de marktprijs 28,00 euro/m² bedraagt? Duid dat aan op de grafiek. b Onder welke prijs begint de ondernemer verlies te lijden? Grafiek 8: Marginale kosten en gemiddelde totale kosten op lange termijn Productieomvang 0 euro)(intermijnlangeopGTKenMK 38,0037,0036,0035,0034,0033,0032,0031,0030,0029,0028,0027,0026,0025,0024,0023,0022,0021,0020,0019,0018,0017,0016,0015,0014,0013,0012,0011,0010,009,008,007,006,00 200 400 600 8001 0001 2001 400 MK ©VANIN

Motiveer

Tabel 5: Gemiddelde

voor wijn PRODUCTIEVOLUMEINHL GTK OP LANGE TERMIJN 1000 78,00 200 66,00 300 54,00 400 50,00 500 50,00 600 60,00 700 76,00 800 100,00 2

te benoemen. ©VANIN

b

814LEVEL1THEMA Action 5— Wanneer treden welke schaaleffecten op? 1 Bekijk in de tabel de gegevens die een wijnproducent ter beschikking stelt in verband met de gemiddelde kosten op lange termijn.

a Bij welke productievolumes is er sprake van positieve schaaleffecten? Motiveer je antwoord. Bij welke productievolumes wordt de ondernemer geconfronteerd met negatieve schaaleffecten? je antwoord. totale kosten (in euro) Ga naar het onlinelesmateriaal. Daar vind je een applicatie waarmee je kunt oefenen om de verschillende schaaleffecten

CHECKLIST

2 Ik kan het verloop van de gemiddelde kosten op lange termijn omschrijven.

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

1 Ik kan toelichten welke invloed de uitbreiding van de productiefactor kapitaalgoederen op de kostenstructuur heeft.

3 Ik kan de GTK-curve op lange termijn grafisch weergeven.

824LEVEL1THEMA BREAKING NEWS

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

4 Ik kan toelichten welke schaaleffecten kunnen optreden als de onderneming haar productiemiddelen verhoogt.

5 Ik kan de verschillende soorten schaaleffecten op een grafiek aanduiden.

©VANIN

835LEVEL1THEMA LEVEL 5 Hoe leid je de aanbodcurve af? INTRO 1 Teken de volgende vraag- en aanbodcurve. a Hoe verloopt de vraagcurve? b Waarom? c Hoe verloopt de aanbodcurve? d Waarom? Grafiek 1: Vraag en aanbod Hoeveelheid 0 0,00 euro)(inPrijs 12,0010,008,006,004,002,00 2 4 6 8 10 12 V A 2 Vorig jaar heb je geleerd dat de vraagcurve afgeleid wordt op basis van het nut en het beschikbare budget. In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe leid je de aanbodcurve af? UITDAGEND DOEL Tabel 1: Vraag en aanbod (INPRIJSEURO) qv qa 10,005118,00696,00774,00852,0093 ©VANIN

3 Welk effect heeft een prijsverandering op de optimale productiegrootte?

a Bij een prijs van 9,00 euro maakt de onderneming verlies / winst. De onderneming kan wel nog de kosten dekken en een deel van de kosten. b Bij een prijs van 3,00 euro maakt de onderneming verlies. Ze kan de kosten niet dekken alsook een deel van de kosten niet.

Explore 1— Hoe leid je de aanbodcurve af?

4 Op grafiek 2 bedraagt de oorspronkelijke prijs van een slaapzak van Ayacucho 15,00 euro. De horizontale curve is getekend.

1 Wat geeft de individuele aanbodcurve weer?

d Teken de MO/GO-curve wanneer de prijs 3,00 euro bedraagt.

845LEVEL1THEMA

©VANIN

a Maakt de onderneming hier winst of verlies, of draait ze break-even? Motiveer je antwoord.

e Welke situatie doet er zich voor bij de prijs van 11,42 euro? f Hoe verklaar je de afstand tussen de GTK-curve en de GVK-curve? 5 Vul aan en markeer het juiste antwoord.

2 Is de individuele aanbieder of producent een prijsnemer of een prijszetter op een markt met volkomen concurrentie of mededinging? Waarom?

b Teken de MO/GO-curve wanneer de prijs 11,42 euro bedraagt. Dat is gelijk aan het laagste punt van de GTK-curve. c Teken de MO/GO-curve wanneer de prijs 9,00 euro bedraagt.

©VANIN

Individuele

855LEVEL1THEMA Grafiek 2: MK-, MO- en GO-curven bij verschillende prijzen slaapzakken Hoeveelheid(slaapzakken) 0200400600800100012001400160018002000 0,00 MO/GO,MKenGTK(ineuro) 40,0035,0030,0025,0020,0015,0010,005,00 MKMO=GO = p1 GVKGTK De snijpunten van de verschillende prijzen – de MO-curven – met de MK-curve, vormen telkens een andere optimale productiegrootte. Zolang het zinvol is om te blijven produceren, streeft de ondernemer steeds de optimale productiegrootte na. De prijzen die op de markt gelden, bepalen dus de hoeveelheid die de aanbieder produceert. De individuele aanbodcurve bestaat uit het opwaartse deel van de MK-curve vertrekkende vanaf het snijpunt van de MK-curve met de GVK-curve. Of met andere woorden, vanaf het punt waar de marktprijs groter is dan de GVK . Een onderneming maakt winst zolang de prijs hoger is dan de gemiddelde totale kosten (GTK = GVK + GCK). Ze draait break-even als de prijs gelijk is aan de gemiddelde kosten. Er is verlies als de verkoop- of marktprijs lager is dan de gemiddelde kosten.

Op korte termijn zullen ondernemingen nog blijven produceren, ook al is er verlies. Op dat moment kunnen ze immers nog een gedeelte van de vaste kosten dekken. Op het ogenblik dat de prijs beneden de gemiddelde variabele kosten zakt, kan de onderneming beter stoppen met produceren. aanbodcurve 6 Markeer op grafiek 2 de aanbodcurve.

0200400600800100012001400160018002000 0,00 euro)(inMKenMO 45,0040,0035,0030,0025,0020,0015,0010,005,00 MK1 MOGVK ©VANIN

3 Duid de drie verschillende aanbodcurven aan op de grafiek. Grafiek 3: GVK-, MO- en MK-curve slaapzakken Hoeveelheid (slaapzakken)

2 Veronderstel dat door nieuwe technologieën, de variabele kosten dalen. De werknemers kunnen immers meer produceren per uur door een stijging van de productiviteit. Schets een mogelijke nieuwe MK-curve. a Welk effect heeft dat op de optimale goederencombinatie? b Welk effect heeft dat op de aanbodcurve?

1 Grafiek 3 toont de MO- en MK-curve van Ayacucho. Veronderstel dat de variabele kosten zoals de loonkosten, stijgen. Schets een nieuwe MK-curve. a Welk effect heeft dat op de optimale goederencombinatie? b Welk effect heeft dat op de aanbodcurve?

865LEVEL1THEMA Explore 2— Wanneer verschuift de individuele aanbodcurve?

875LEVEL1THEMA Explore 3— Hoe ontstaat de collectieve aanbodcurve? In een markt met volkomen mededinging zijn de aanbieders prijsnemers. In de markt wordt het totale aanbod bepaald door de som van alle individuele aanbieders. Totale aanbod Op grafiek 4 zie je een markt met drie aanbieders. Je vindt er de aanbodcurven van de drie producenten die overeenkomt met hun MK-curve vertrekkende vanaf de GVK-curve uit Explore 1. a Bepaal de aanbodcurve van de totale markt. b Teken de aanbodcurve. Grafiek 4: MK-curven van drie producenten op de markt Hoeveelheid (slaapzakken) 0 0,00 euro)(inPrijs 14,0012,0010,008,006,004,002,00 246810121416182022 MK3MK2MK1 ©VANIN

De prijs van bijna alle bouwmaterialen is de laatste drie maanden met 15 tot 25 procent gestegen. Dat blijkt uit een bevraging van de Confederatie Bouw. ‘Vooral isolatiemateriaal, hout en staal zijn fors duurder geworden’, aldus Niko Demeester, gedelegeerd bestuurder van de Confederatie Bouw. Uit: vrt.be, 2022-02-07 2 Bekijk aandachtig de onderstaande tabel en vul ze aan.

©VANIN

BOUWMATERIALEN TOT KWART DUURDER DAN DRIE MAANDEN GELEDEN: ‘VOORAL PRIJS VAN ISOLATIEMATERIAAL EN HOUT FORS GESTEGEN’

Action 1— Kun je de aanbodcurve en de verschuiving van die curve afleiden? 1 Lees het artikel. Wat is het gevolg voor bouwondernemingen?

De aanbodcurve

Verschuiving aanbodcurve

De aanbodcurve geeft het verband weer tussen de aangeboden hoeveelheid en de marktprijs. Het snijpunt van de marktprijs met de marginale kosten bepaalt de optimale productiegrootte voor de aanbieder. Wanneer de prijs verandert, verandert dus ook telkens de optimale productiegrootte. De aanbodcurve verloopt stijgend. Hoe hoger de prijs, hoe meer stuks de onderneming zal aanbieden.

De collectieve aanbodcurve is de som van alle individuele aanbodcurven of de som van alle individuele MK-curven van de verschillende ondernemingen. BEKIJK KENNISCLIPDE

Wanneer de kosten van de onderneming stijgen, verschuift de MK-curve naar boven. De optimale goederencombinatie ligt lager omdat de kosten hoger zijn. De aanbodcurve verschuift naar links. Wanneer het, door een technologische vernieuwing, goedkoper wordt om te produceren, zal de onderneming meer winst kunnen maken en dus zal de MK-curve lager liggen. De aanbodcurve verschuift naar rechts. Collectieve aanbodcurve

TO THE POINT

885LEVEL1THEMA

Wanneer maakt de onderneming winst? Wanneer de marktprijs boven de GTK ligt, maakt de onderneming winst en zal ze dus blijven produceren. Is de prijs gelijk aan de GTK, dan draait de onderneming break-even. Is de prijs kleiner dan GTK maar groter dan de GVK, dan boekt de onderneming verlies, maar kan ze nog de variabele kosten en een deel van de constante kosten dekken. Is de prijs kleiner dan GVK, dan zal de onderneming ook die variabele kosten niet meer volledig kunnen dekken.

895LEVEL1THEMA 3 Open een leeg werkblad. a Neem de tabel over in het werkblad. b Teken vervolgens alle grafieken in het werkblad. c Bereken de MK in het werkblad. d Teken de MK-curve in het werkblad. e Bereken nu een tweede MK-curve wanneer de TVK veranderen wegens een stijging van de grondstofprijzen met 20 %. f De marktprijs van het product bedraagt 35,00 euro. Teken die marktprijs. g Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Druk de grafiek af en duid de eerste aanbodcurve en de tweede aanbodcurve aan. Tabel 2: Totale en gemiddelde kosten (in euro) voor bouwmateriaal q* TCK TVK TK GCK GVK GTK 0 0,0040,00 1 50,00 2 78,00 3 98,00 4 112,00 5 130,00 6 150,00 7 175,00 8 204,00 9 242,00 10 300,00 11 385,00 q* =productie (in eenheden) ©VANIN

3 Ik kan de aanbodcurve van de totale markt bepalen.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

2 Ik kan de verschuiving van een aanbodcurve verklaren.

CHECKLIST

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

905LEVEL1THEMA

JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

©VANIN

1 Ik kan een aanbodcurve afleiden uit de kostencurven van een onderneming.

BREAKING NEWS

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe kun je grafisch afleiden wat er met het marktevenwicht gebeurt als er een aanbod- of vraagschok is?

©VANIN

1 Lees de krantenkop. a Wat is er gebeurd waardoor er plots te veel mondmaskers waren? Gebruik in je antwoord de termen ‘vraag’ en ‘aanbod’. b Wat is het gevolg voor de prijs van de mondmaskers wanneer: ƒ er een tekort aan mondmaskers is? ƒ er te veel mondmaskers zijn? EERST WAS ER EEN TEKORT, EN NU HEBBEN WE PLOTS VEEL TE VEEL MONDMASKERS

LEVEL 6 Hoe analyseer je grafisch en rekenkundig het marktevenwicht en het effect van vraag- en aanbodschokken?INTRO

916LEVEL1THEMA

Hoeveelheid Om het makkelijk te houden ga je ervan uit dat de collectieve vraagcurve een rechte is. In wiskunde is de vergelijking van een rechte: y = a*x + b Wanneer je de vertaling naar economie maakt, dan zie je op de Y-as de prijs (p) staan en op de X-as de hoeveelheid (q). Het vak economie gebruikt de symbolen: gevraagde hoeveelheid: qv prijs: p De vergelijking van de vraagcurve is dan p = -a * qv + b, want het is een dalende rechte en dus is de rico (a) negatief. De collectieve vraagcurve wiskundig

2 Stel dat de vraagvergelijking van flesjes drinkwater wordt weergegeven door: p = -0,05 * qv + 1,80 waarbij qv in duizenden flesjes a Bepaal twee koppels coördinaten zodat je de rechte, de vraagcurve, kunt tekenen. (0; ) en ( ; 1) b Hoe heb je die koppels bepaald? p = -0,05 * qv + 1,80 p = -0,05 * qv + 1,80

1 Vorig jaar het je het aanbod en de vraag grafisch voorgesteld. Noteer de volgende symbolen op de juiste plaats op de grafiek: A, V, e, pe, qe Grafiek 1: Marktevenwicht euro)(inPrijs

Explore 1— Hoe stel je het marktevenwicht wiskundig voor?

©VANIN

926LEVEL1THEMA

©VANIN

Grafiek 2: Vraag- en aanbodvergelijking flesjes drinkwater euro)(inPrijs Hoeveelheid (q * 1 000) 0,00 1,801,601,401,201,000,800,600,400,20

051015202530

4 Maak de grafiek die overeenkomt met die vraag- en aanbodvergelijking. Bepaal zelf of je de grafiek maakt met pen of met een rekenblad. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van rekenblad.

936LEVEL1THEMA

Ook bij de collectieve aanbodcurve ga je ervan uit dat het een rechte is. Wanneer je de vertaling naar economie maakt, dan zie je op de Y-as de prijs (p) staan en op de X-as de hoeveelheid (q). Het vak economie gebruikt de symbolen: aangeboden hoeveelheid: qa prijs: p Dus de vergelijking van de aanbodcurve is dan p = a * qa + b, want het is een stijgende rechte en dus is de rico (a) positief. De collectieve aanbodcurve wiskundig 3 Stel dat de aanbodvergelijking van flesjes drinkwater wordt weergegeven door: p = 0,05 * qa + 0,20 waarbij qa in duizenden flesjes a Bepaal twee koppels coördinaten zodat je de rechte, de aanbodcurve, kunt tekenen. (0; ) en ( ; 1) b Hoe heb je die koppels bepaald? p = 0,05 * qa+ 0,20 p = 0,05 * qa + 0,20

c Welke situatie doet zich voor bij een prijs van 1,40 euro? Om het marktevenwicht te kennen zoek je het snijpunt van de vraag- en aanbodcurve. Daarvoor stel je beide vergelijkingen aan elkaar gelijk. Daaruit kun je dan de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid zoeken. Good to know 6 Zoek het marktevenwicht wiskundig op de markt voor flesjeswater. a De vraagevenwichtsprijs =aanbod p = -0,05 * qv + 1,80 =p = 0,05 * qa + 0,20 b Werk in twee groepen. Groep 1 vult de evenwichtsprijs in de vraagvergelijking in. Groep 2 in de aanbodvergelijking. Elke groep berekent op zijn manier de evenwichtshoeveelheid. vraagvergelijking aanbodvergelijking p = -0,05 * qv + 1,80 p = 0,05 * qa + 0,20 c Controleer of je dat evenwicht ook terugvindt in grafiek 2.

946LEVEL1THEMA

©VANIN

5 Beantwoord de vragen aan de hand van de uitkomst van de grafiek. a Hoeveel bedraagt de evenwichtsprijs? b Hoeveel bedraagt de evenwichtshoeveelheid?

Optie 2 Voorkeurswijziging a Door reclamecampagnes verkiest de jongere bevolking theewater boven water. Heeft dat een gevolg op de vraag- of aanbodcurve van water? Waarom? b Markeer het juiste antwoord. Door een afname van de voorkeur daalt de vraag naar / het aanbod van water. Daardoor verschuift de vraagcurve / aanbodcurve naar links / rechts

956LEVEL1THEMA

In dit level behandel je vraag- en aanbodschokken op een markt met volkomen concurrentie. Dat betekent dat de goederen homogeen zijn, er veel aanbieders zijn, er vrije toetreding tot de markt is en dat het een transparante of open markt is. In werkelijkheid zijn er niet veel producten die daaraan voldoen. Daarom neem je een markt die die volkomen concurrentie benadert, nl. de markt van flesjes water. Op die markt ga je het effect na van schokken: plotse veranderingen in de vraag of het aanbod als gevolg van een verandering van het inkomen, prijswijzigingen van grondstoffen enz. Good to know 1 Voor de volgende opdracht heb je de keuze. Kies, afhankelijk van je interesse, of je onderzoekt welke gevolgen een inkomenswijziging (optie 1) of een voorkeurswijziging (optie 2) op het marktevenwicht heeft. Vink de gekozen optie aan. 2 Je vertrekt van de markt zoals ze in Explore 1 is weergeven, met dezelfde vraag- en aanbodvergelijking en de overeenkomstige grafiek. Vraagvergelijking: p = -0,05 * qv + 1,80 Aanbodvergelijking: p = 0,05 * qa + 0,20 Optie 1 Inkomenswijzing a Door een aanpassing van de lonen neemt het inkomen met 4 % toe. Heeft dat een gevolg op de vraag- of aanbodcurve? Waarom? b Markeer het juiste antwoord. Door een stijging van het inkomen stijgt de vraag naar / het aanbod van water. Daardoor verschuift de vraagcurve / aanbodcurve naar links / rechts.

©VANIN

Explore 2— Wat is het gevolg van een vraagschok op het marktevenwicht?

+

ƒ

c Dit zijn de nieuwe gegevens, met qv1 de oorspronkelijke vraag en qv2 de nieuwe vraag. Tabelpq1.2v1 qa q 1,6042801,001616120,4028424v2

d Teken de nieuwe situatie op de grafiek. Zorg voor de juiste naamgeving van de curven. Grafiek 3.1: Toename lonen d Teken de nieuwe situatie op de grafiek. Zorg voor de juiste naamgeving van de curven. Grafiek 3.2: Afname voorkeur e Duid aan wat het gevolg is op het marktevenwicht, de evenwichtsprijs en -hoeveelheid. f Markeer de juiste verandering. Wanneer de vraag stijgt, verschuift de vraagcurve naar rechts. Daardoor zal de evenwichtsprijs afnemen / toenemen en de evenwichtshoeveelheid afnemen / toenemen g Aangezien de vraag stijgt, verandert ook de vraagvergelijking. Kruis de nieuwe vraagvergelijking aan. ƒ De oude aanbodvergelijking: p = 0,05 * qa + 0,20 ƒ De oude vraagvergelijking : p = –0,05 * qv + 1,80 ƒ De nieuwe vraagvergelijking: p = –0,05 * qv + 2,00 p = –0,05 * qv + 1,60 e Duid aan wat het gevolg is op het marktevenwicht, de evenwichtsprijs en -hoeveelheid. f Markeer de juiste verandering. Wanneer de vraag daalt, verschuift de vraagcurve naar links. Daardoor zal de evenwichtsprijs afnemen / toenemen en de evenwichtshoeveelheid afnemen / toenemen g Aangezien de vraag stijgt, verandert ook de vraagvergelijking. Kruis de nieuwe vraagvergelijking aan. De oude aanbodvergelijking: p = 0,05 * qa + 0,20 De oude vraagvergelijking : p = –0,05 * qv + 1,80 De nieuwe vraagvergelijking: p = –0,05 * qv + 2,00 p = –0,05 qv 1,60

966LEVEL1THEMA c Dit zijn de nieuwe gegevens, met qv1 de oorspronkelijke vraag en qv2 de nieuwe vraag. Tabelpq1.1v1 qa q 1,6042881,001616200,4028432v2

euro)(inPrijs Hoeveelheid (q * 1 000) 0,00 02468101214162022242618 302832 34 1,801,601,401,201,000,800,600,400,20 euro)(inPrijs Hoeveelheid (q * 1 000) 0,00 02468101214162022242618 3028 1,601,401,201,000,800,600,400,201,80 ©VANIN

ƒ

ƒ

*

976LEVEL1THEMA h Bereken de nieuwe evenwichtsprijs en -hoeveelheid. ƒ evenwichtsprijs vraag =aanbod ƒ evenwichtshoeveelheid ƒ Controleer in grafiek 3.1 of dat klopt. h Bereken de nieuwe evenwichtsprijs en -hoeveelheid. ƒ evenwichtsprijs vraag =aanbod ƒ evenwichtshoeveelheid ƒ Controleer in grafiek 3.2 of dat klopt.

Explore 3— Wat is het gevolg van een aanbodschok op het marktevenwicht?

3 Je vormt een duo met een leerling die de andere optie heeft gekozen. Bespreek wat je hebt uitgewerkt.

1 Op grafiek 4 zie je de evolutie van de prijs van een vat olie (1 barrel = 158,99 liter). Wat is de evolutie ervan op één jaar tijd? Grafiek 4: Evolutie prijs olie ©VANIN

Verwerk zeker deze olieprijswoorden:–landbouw

©VANIN

A Ook de landbouw zal de gevolgen ondervinden. Olie zit niet alleen in de diesel waarmee de boer zijn machines doet draaien, maar ook in kunstmest. Sommige meststo en zijn het voorbije jaar al tot een kwart duurder geworden. B

– kosten – grondstoffen – plastics – transport – lonen c Indien je meer ondersteuning wilt, ga dan naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een tekst waar je de woorden kunt invullen. Aardgas en elektriciteit waren al fors duurder geworden (respectievelijk 77,50 en 25,80 procent in vergelijking met vorig jaar), nu kost ook tanken met diesel of benzine al gemiddeld een kwart meer dan in oktober 2020.

C Verschillende supermarktketens hebben elke dag een stuk of 200 vrachtwagens op de baan, en die verbruiken allemaal 25 tot 30 liter diesel per 100 kilometer. Diesel is goed voor 30 tot 40 procent van het kostenplaatje voor zwaar wegtransport. D Omdat de olieprijs mee de index bepaalt, zullen ook de lonen stijgen. De bedrijven worden dus geconfronteerd met de stijgendeolieprijzenstijgendeenlonen. E Olie is een grondstof van plasticverpakkingen. Ook die worden duurder, net als de producten zelf die van plastics gemaakt zijn.

986LEVEL1THEMA

2 Lees aandachtig de krantenkoppen. Gebruik alle informatie om een artikel van maximaal zeven regels te schrijven. a In het artikel moet duidelijk staan wat het gevolg is van de stijgende prijs van de olie voor de Belgische ondernemingen.

b

b Benoem alle rechten. c Duid het marktevenwicht aan. d Duid aan wat het gevolg is op het marktevenwicht, de evenwichtsprijs en -hoeveelheid. Tabelpq2v qa1 q 1,60428241,001616120,402840a2 Grafiek 5: Nieuw aanbod flesjes drinkwater euro)(inPrijs Hoeveelheid (q * 1 000) 0,00 024681012141620222426183028 1,801,601,401,201,000,800,600,400,20 5 Markeer de juiste evolutie. Wanneer het aanbod daalt, verschuift de aanbodcurve naar links. Daardoor zal de evenwichtsprijs afnemen / toenemen en de evenwichtshoeveelheid afnemen / toenemen. ©VANIN

4 Stel dat grafisch voor. Je vertrekt van de markt van flesjes drinkwater zoals ze in Explore 1 is weergeven. Door de daling van het aanbod krijg je de volgende gegevens met qa1 het oorspronkelijke aanbod en qa2 het nieuwe aanbod. a Teken de oorspronkelijke vraag- en aanbodcurve en de nieuwe aanbodcurve in een grafiek.

996LEVEL1THEMA

3 Hoe evolueert de markt van de flesjes water uit Explore 2? Markeer. De daling / stijging van de olieprijs heeft geleid tot een afname / toename van de prijs van de grondstoffen en de lonen. Daardoor daalt / stijgt de kostprijs van de flesjes water waardoor de MO-curve / MK-curve naar links / rechts verschuift. Vermits de aanbodcurve met de MK-curve gelijkloopt, verschuift de aanbodcurve ook naar links / rechts. Met andere woorden er wordt minder / meer aangeboden op de markt voor flesjes drinkwater.

Op de markt komt door het spel van vraag en aanbod een marktevenwicht tot stand. Daar komt een evenwichtsprijs (pe) en -hoeveelheid (qe) tot stand waar de aangeboden hoeveelheid gelijk is aan de gevraagde hoeveelheid. De vraag- en aanbodcurve kun je voorstellen aan de hand van hun vergelijking: vraagvergelijking: p = -a * qv + b aanbodvergelijking: p = a * qa + b Zowel de vraag- als aanbodvergelijking zijn eerstegraadvergelijkingen zodat je slechts twee coördinaten nodig hebt om ze te tekenen in een grafiek.

Marktevenwicht Het marktevenwicht is het snijpunt van de vraag- en aanbodcurve. Wiskundig of rekenkundig kun je dat bepalen door de vraagvergelijking gelijk te stellen aan de aanbodvergelijking.

TO THE POINT ©VANIN

6 Aangezien het aanbod daalt, verandert ook de aanbodvergelijking. Kruis de nieuwe aanbodvergelijking aan.

ƒ De oude vraagvergelijking: p = -0,05 * qv + 1,80 ƒ De oude aanbodvergelijking : p = 0,05 * qa + 0,20 ƒ De nieuwe aanbodvergelijking: p = 0,05 * qa + 0,40 p = 0,05 * qa 7 Bereken de nieuwe evenwichtsprijs en -hoeveelheid. a vraagevenwichtsprijs = aanbod b evenwichtshoeveelheid c Controleer in de grafiek of dat klopt.

Vraag- en aanbodvergelijking

1006LEVEL1THEMA

1 De vraag naar spelconsoles is enorm toegenomen: tijdens de lockdown moesten mensen thuisblijven en dan was gamen een mooi tijdverdrijf. Ondanks de grote vraag naar de spelconsoles, voert Sony de productie van de PlayStation 5 niet meteen op door een chiptekort. Wat is het gevolg daarvan op: a het aanbod van PlayStation 5? b de vraag naar PlayStation 5? 2 In de tabel staat hoeveel spelconsoles Sony voor de lockdown aanbiedt (qa) voor verschillende prijzen en hoeveel de gamer wil kopen (qv1). In de laatste kolom staat de gevraagde hoeveelheid tijdens de lockdown. a Teken de grafiek met de oorspronkelijke vraag- en aanbodcurve en de nieuwe vraagcurve met een rekenblad. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van rekenblad. b Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. c Waarom heeft de aanbodcurve dat merkwaardige verloop? d Hoeveel bedraagt de: ƒ oude evenwichtsprijs? ƒ nieuwe evenwichtsprijs?

1016LEVEL1THEMA

Action 1— Vraag- en aanbodschokken met een rekenblad

vraag gelijk is aan aanbod, kun je de gevonden evenwichtshoeveelheid invullen in de vraag- of aanbodvergelijking. p = -a * q + b of p = a * q + b Vraag- en aanbodschokken Een vraagschok is een plotse gebeurtenis waardoor de vraag verandert. Dat kan het gevolg van een verandering van het inkomen, een belastingverhoging … zijn. Dan verandert ook de oorspronkelijke vraagvergelijking. Een aanbodschok is een plotse gebeurtenis waardoor het aanbod verandert, bijvoorbeeld door een wijziging van de kostprijs van grondstoffen, de lonen … Dan komt er een nieuw marktevenwicht tot stand. Dat komt ook tot uiting in een nieuwe vraag- of aanbodvergelijking.

©VANIN

Afleiding Daaruit-avraagevenwichtshoeveelheid:=aanbod*q+b=a*q+bbepaaljedeevenwichtshoeveelheid q. Afleiding Aangezienevenwichtsprijs:bijhetmarktevenwicht

De prijs per console begint in de tabel op 400,00 euro en eindigt bij 650,00 euro. Dat betekent dat er een grote lege ruimte is in de grafiek bij een prijs onder de 400,00 euro. Dan kun je de prijs in de grafiek laten beginnen bij bijvoorbeeld 300,00 euro in plaats van 0,00 euro. Op die manier is de grafiek duidelijker. Zorg er wel voor dat je de grafiek juist interpreteert. Good to know 3 Is het realistisch dat de prijs zou toenemen? Lees het onderstaande artikel om een antwoord te geven. Gamen tijdens lockdown Uit de resultaten van Sony blijkt dat het bedrijf niet meteen winst gaat maken op de console, die vrij scherp geprijsd is voor zijn bouwkost. De console wordt pas winstgevend naarmate de chips goedkoper worden. Het bedrijf verdient vooral aan software voor de consoles. En daar gaat het wel goed mee. Sony’s Game and Network Services department zag zijn winsten in het laatste kwartaal van 2020 met bijna 50 procent omhooggaan. Veel daarvan heeft te maken met het PlayStation Plus-abonnement, dat 47,4 miljoen dollar binnenrijfde voor Sony in het voorbije kwartaal. 87 procent van de PS5-eigenaars heeft ondertussen een abonnement op de streamingdienst.

1026LEVEL1THEMA Tabel 3

©VANIN

PERPRIJSCONSOLE(INEURO) HOEVEELHEIDAANGEBODEN (qa IN MILJOENEN) HOEVEELHEIDGEVRAAGDE (qv1 IN MILJOENEN) HOEVEELHEIDGEVRAAGDE (qv2 IN MILJOENEN) 400,00 4,50 5,50 6,50 450,00 4,50 5,00 6,00 500,00 4,50 4,50 5,50 550,00 4,50 4,00 5,00 600,00 4,50 3,50 4,50 650,00 4,50 3,00 4,00

Naar: datanews.knack.be, 2021-02-04

1036LEVEL1THEMA VRAAG-EVALUATIEFICHEENAANBODCURVE MET EEN REKENBLADMax Score Opmerkingen Juiste keuze grafiektype Juiste selectie van gegevens Benoeming van de assen BenoemingGrafiektitel van de reeksen TOTAAL Action 2— Stellingen beoordelen Zijn de volgende stellingen juist of fout? Verbeter de foutieve stellingen. JUISTFOUT De aanbodvergelijking heeft de vorm qa = -a * p + b Om de evenwichtsprijs te vinden mag je de evenwichtshoeveelheid invullen in de vraag- of aanbodvergelijking. Een technologische innovatie, zoals een 4D-printer, kan een aanbodschok veroorzaken omdat door de innovatie de kostprijs van de productie daalt. ©VANIN

1046LEVEL1THEMA JUISTFOUT

Vroeger transporteerden bedrijven medicijnen en bloed met speciaal transport over de weg. Dat was duur en niet efficiënt voor dringend transport. Daarom zetten meer en meer bedrijven in op medische drones. De vraag van ziekhuizen naar dat type transport is enorm toegenomen in sommige Afrikaanse landen en de Verenigde Staten. Men verwacht hetzelfde in Europa.

©VANIN

Optie 1 Transport van medicijnen

Voor deze opdracht heb je de keuze. Kies afhankelijk van je interesse. Ben je geïnteresseerd in de invloed van nieuwe technologieën op het transport van medicijnen, kies dan optie 1. Wil je weten in welke mate nieuwe technologieën de verkoop van keukens kan beïnvloeden, kies dan optie 2. Vink de gekozen optie aan.

p = -a * qv +

Bij een vraagschok kan de prijs alleen toenemen, niet afnemen. Wanneer je in de aanbod- of vraagvergelijking de evenwichtsprijs invult, krijg je de evenwichtshoeveelheid.

Wanneer de nieuwe vraagcurve evenwijdig met de oorspronkelijke vraagcurve loopt, is de waarde van a hetzelfde gebleven in de vraagvergelijking b

Action 3— Vraag- en aanbodschok technologieën

1056LEVEL1THEMA

c Duid aan de hand van een pijl bij elke mogelijke grafiek de verschuiving van de evenwichtsprijs en -hoeveelheid aan. d Zet bij de blauwe stip van het oorspronkelijk marktevenwicht e1 en bij het nieuwe marktevenwicht e2 e Verklaar bij elke mogelijke grafiek de verschuiving van de evenwichtsprijs en/of -hoeveelheid. Situatie Situatie Verklaring:

1 Grafiek 7:

©VANIN

2 Analyseer de onderstaande grafieken. a Benoem de curven (V1, V2, A1, A2) en duid aan de hand van een pijl de verschuiving van de vraag of het aanbod aan. b Welke van de onderstaande grafieken is onmogelijk? Trek hier een streep door en verklaar waarom deze mogelijkheid niet kan.

1 Wat is het gevolg op: a de vraag naar transport van medicijnen via drones? b het aanbod van transport van medicijnen via drones?

Grafiek 6:

2 A euro)(inPrijs Hoeveelheid euro)(inPrijs Hoeveelheid B Verklaring:

1066LEVEL1THEMA Grafiek 8: Situatie 3 Grafiek 9: Situatie 4 euro)(inPrijs Hoeveelheid euro)(inPrijs Hoeveelheid C D Verklaring: Verklaring: Optie 2 Dovy keukens Bekijk de reclame van Dovy keukens. Donald Muylle heeft veel geïnvesteerd in de virtualreality- of VR-beleving van zijn keukens. De kostprijs van zijn keukens is daardoor slechts met 5 % toegenomen, maar dankzij die investering is de vraag naar Dovy-keukens toegenomen met 20 %. 1 Wat is het gevolg voor: a de vraag naar Dovy-keukens? b het aanbod van Dovy-keukens? ©VANIN

3 Markeer de juiste tendens. Door de investering in VR-technologie nemen de kosten af / toe en daalt / stijgt het aanbod. De vraag neemt enorm af / toe omdat de klanten hun keuken al virtueel kunnen zien. De vraag zal relatief minder / meer toenemen dan het aanbod daalt. Daardoor neemt de evenwichtsprijs af / toe en neemt de af / toe

a Duid de verschuiving van de evenwichtsprijs en -hoeveelheid aan. b Verklaar de verschuiving van de evenwichtsprijs en/of -hoeveelheid.

1076LEVEL1THEMA

2 Schets de oorspronkelijke en nieuwe vraag- en aanbodcurve in de onderstaande grafiek.

c Zet bij de blauwe stip van het oorspronkelijk marktevenwicht e1 en bij het nieuwe marktevenwicht e2 Grafiek 10: Vraag- en aanbodcurven euro)(inPrijs Hoeveelheid

evenwichtshoeveelheid

. ©VANIN

1086LEVEL1THEMA Action 4— Het evenwicht berekenen 1 Gegeven zijn twee vergelijkingen. Is het een vraagvergelijking of een aanbodvergelijking. Markeer. a p = 151 * q + 60 vraagvergelijking / aanbodvergelijking b p = – 151 * q + 400 vraagvergelijking / aanbodvergelijking 2 Bereken de evenwichtsprijs en de evenwichtshoeveelheid. 3 Wat kun je besluiten bij een prijs van 300,00 euro? a Markeer het juiste antwoord en vul aan. Er is een vraagoverschot / aanbodoverschot van eenheden. b Geef je verklaring. ©VANIN

1096LEVEL1THEMA 4 Teken de grafieken met een rekenblad. a Vul eerst de volgende tabel verder aan. b Duid het evenwicht aan in de tabel. c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. TabelGEVRAAGDE4(qHOEVEELHEID v) AANGEBODEN(qHOEVEELHEID a) PRIJS IN EURO (p) 150 4 950 1 500 3 600 2 250 2 250 3 000 2 100 4 500 600 5 Het is economische crisis. De overheid beslist om de economie te stimuleren via belastingverminderingen. Ze vermindert de vennootschapsbelasting voor de bedrijven met 4 % en de gezinnen krijgen een verhoging van de belastingvrije som met 500,00 euro. Wat is het gevolg op: a de vraag? b het aanbod? c Vink de nieuwe vraag- en/of aanbodcurve aan. ƒ Vergelijking nieuwe vraagcurve: Die blijft hetzelfde, nl. p = – 151 * qv + 400 p = – 151 * qv + 450 p = – 151 * qv + 350 ƒ Vergelijking nieuwe aanbodcurve: Die blijft hetzelfde, nl. p = 151 * qa + 60 p = 151 * qa + 80 p = 151 * qa + 10 d Teken de nieuwe situatie in dezelfde grafiek. ©VANIN

1106LEVEL1THEMA e Wat is het gevolg op het marktevenwicht? Duid dit ook aan in de grafiek. f Bereken het nieuwe marktevenwicht. g Is de politiek van de overheid erin geslaagd om de economie erbovenop te krijgen? BREAKING NEWS 1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp. 2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. ©VANIN

4 Ik kan het effect van aanbodschokken op het marktevenwicht bij volkomen concurrentie rekenkundig analyseren.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

1116LEVEL1THEMA CHECKLIST

1 Ik kan het effect van vraagschokken op het marktevenwicht bij volkomen concurrentie grafisch analyseren.

2 Ik kan het effect van aanbodschokken op het marktevenwicht bij volkomen concurrentie grafisch analyseren.

3 Ik kan het effect van vraagschokken op het marktevenwicht bij volkomen concurrentie rekenkundig analyseren.

5 Ik kan de vraag- en aanbodvergelijking herkennen aan de hand van het functievoorschrift.

©VANIN

6 Ik kan de evenwichtsprijs en -hoeveelheid rekenkundig berekenen aan de hand van de vraag- en aanbodvergelijkingen.

HOEVEELHEID

Bepaal

©VANIN

(INPRIJSEURO) 5 6 8 40,00 3 4 7 100,00 1 2 6 160,00 3 Teken

1 Consument Olga is vooral geïnteresseerd in de aankoop van topjes. In de onderstaande tabel is voor haar de prijs van de topjes gegeven. a Noteer in de tabel hoeveel kledingstukken ze bij die verschillende prijzen kan kopen. Plaats de hoeveelheden 1, 3 en 5 op de juiste plaats in de tabel. Wat stellen die optimale goederencombinaties voor? PRIJS 160,00100,0040,00 In de volgende tabel vind je de gevraagde hoeveelheden van alle consumenten op de ‘topjesmarkt’. de totale gevraagde hoeveelheid op de markt bij de verschillende prijzen. 1: Totaal gevraagde hoeveelheden op de topjesmarkt qv1 qv2 qv3 qvtotaal de vraagcurve van de totale markt met een rekenblad.

112STEP-UP1THEMA STEP-UP In deze Step-up ga je achtereenvolgens de vraagcurve en de aanbodcurve afleiden en tot slot bestudeer je het vraag- en aanbodschema op de betreffende markt. Je bepaalt grafisch het marktevenwicht.

Tabel

b

2

113STEP-UP1THEMA 4 Een producent op de ‘topjesmarkt’ heeft de volgende kostenstructuur. Bereken nu de GVK, GCK, GTK. OUTPUT = q (INTCKEURO) (INTVKEURO) TK (IN EURO) 0 100,00 - 100,00 1 100,00 75,00 175,00 2 100,00 117,00 217,00 3 100,00 147,00 247,00 4 100,00 168,00 268,00 5 100,00 195,00 295,00 6 100,00 225,00 325,00 7 100,00 262,50 362,50 8 100,00 306,00 406,00 9 100,00 363,00 463,00 10 100,00 450,00 550,00 11 100,00 577,50 677,50 12 100,00 777,00 877,00 OUTPUT = q (INGCKEURO) (INGVKEURO) (INGTKEURO) 1211109876543210 ©VANIN

114STEP-UP1THEMA 5 Bereken nu de MK in het werkblad. 6 Teken de GVK, GCK en de MK in het werkblad. 7 Hoe leid je de aanbodcurve van deze producent af? 8 Noteer in de volgende tabel hoeveel kledingstukken de producent bij die verschillende prijzen aanbiedt. AANGEBODEN HOEVEELHEIDPRIJS IN EURO 199,50127,5087,0057,0043,5037,50 9 In de volgende tabel staan de aangeboden hoeveelheden van alle producenten op de ‘topjesmarkt’. Bepaal de totale aangeboden hoeveelheid op de markt bij de verschillende prijzen. Tabel 2: Totaal aangeboden hoeveelheden op de topjesmarkt qa1 qa2 qa3 qatotaal (INPRIJSEURO) 6,50 2,50 1 37,50 7,50 3,50 2 43,50 8,50 4,50 4 57,00 9,50 5,50 7 87,00 10,50 6,50 11 127,50 11,50 7,50 16 199,50 10 Teken nu de aanbodcurve van de totale markt op dezelfde grafiek als de vraagcurve (vraag 3). ©VANIN

1verlies In dat geval zijn er meer kosten dan opbrengsten.

geld dat je ontvangt door de verkoop van goederen of het leveren van diensten, maar ook nog door bijvoorbeeld interest op een bankrekening of de verkoop van een machine.

©VANIN

Het minimale aantal stuks dat je moet verkopen om noch winst noch verlies te hebben.

2variabelekosten Dat zijn kosten die samenhangen met de productiehoeveelheid of de verkoop van het aantal producten.

1omzet Dat is het geld dat je ontvangt voor de verkoop van goederen of de levering van 1opbrengstDatdiensten.ishet

Begrippenlijst Thema 1

2break-evenafzet

1resultaatHet resultaat van een onderneming wordt berekend door de opbrengsten te verminderen met de kosten.

1 kost Het geld dat je moet betalen voor het gebruik van een product of dienst om iets te produceren of te verkopen.

Die productiefactor wijzigt niet op korte bv.termijn.gebouwen, machines

3constanteproductiefactor

LEVELBEGRIP VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

1afzet Het aantal verkochte eenheden in een periode.

1winst In dat geval zijn er meer opbrengsten dan kosten.

2constante of vaste kosten Dat zijn kosten die op hetzelfde niveau blijven als de productie of de verkoop (binnen bepaalde grenzen) stijgt of daalt.

115BEGRIPPENLIJST1THEMA

2break-evenomzet De minimale omzet die je moet hebben om alle kosten te dekken.

Dat zijn goederen waarmee andere goederen worden geproduceerd. Enerzijds zijn er vaste kapitaalgoederen, die meer dan één productieproces meegaan zoals machines, gebouwen of transportmiddelen. Anderzijds zijn er vlottende kapitaalgoederen die in één productieproces worden verbruikt zoals grondstoffen en voorraden.

Dat is een productiefactor die op korte termijn wel kan wijzigen bijvoorbeeld arbeid. wet van de toeen meeropbrengstafnemende

Als aan de constante productiefactor (grond of kapitaal) eenheden van een variabele productiefactor (arbeid) worden toegevoegd, zal de fysieke meeropbrengst eerst toenemen, vervolgens afnemen en ten slotte negatief worden.

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

Bij die productiegrootte is de winst maximaal.

3optimaleproductie-grootte

3productiefactoren

Dat zijn kosten die evenredig of verhoudingsgewijs variëren met het productievolume.

©VANIN

De onderneming bereikt het technisch optimale punt daar waar de GTK het laagst zijn. Op dat punt produceert het bedrijf het goedkoopst.

116BEGRIPPENLIJST1THEMA

3constante of vaste kosten Dat zijn kosten die niet variëren met de omvang van de productie.

LEVELBEGRIP

3marginalekosten De extra kosten voor de productie van een extra eenheid.

3gemiddeldekosten De kosten per eenheid product.

De maximale hoeveelheid goederen en diensten die een onderneming in een periode kan voortbrengen als alle productiefactoren volledig zijn ingeschakeld.

3productiecapaciteit

3technischoptimaalpunt

Om het gewenste eindproduct te bekomen, moet een ondernemer productiefactoren (natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap) inzetten.

3variabelekosten

3kapitaalgoederen

3variabeleproductiefactor

Dat betekent productie op grotere schaal, met voor de onderneming vaak grote kostenvoordelen (positieve schaalopbrengsten) als gevolg van productievere machines.

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

6vraagschokDat is een plotselinge toename of afname van de vraag naar een bepaald product. Als gevolg van de vraagschok verandert de prijs van het product plotseling.

6aanbodschokDat

Er is sprake van negatieve schaaleffecten (of dalende schaalopbrengsten) als de gemiddelde totale kosten op lange termijn stijgen bij een schaalvergroting.

©VANIN

117BEGRIPPENLIJST1THEMA

4constanteschaaleffecten

4schaal-vergroting

4negatieveschaaleffecten

Als gevolg van de aanbodschok verandert de prijs van het product plotseling.

Er is sprake van positieve schaaleffecten (of toenemende schaalopbrengsten) als de gemiddelde totale kosten op lange termijn dalen bij een schaalvergroting.

Als de gemiddelde totale kosten op lange termijn stijgen noch dalen, is er sprake van constante schaaleffecten.

LEVELBEGRIP

Die functie toont het verband aan tussen de gevraagde hoeveelheid van een bepaald goed en de prijs ervan. Het is een functie van de eerste graad zodat de overeenkomstige curve kan worden getekend aan de hand van twee punten.

4positieveschaaleffecten

Die functie toont het verband aan tussen de aangeboden hoeveelheid van een bepaald goed en de prijs ervan. Het is een functie van de eerste graad zodat de overeenkomstige curve kan worden getekend aan de hand van twee punten.

6vraagvergelijking

is een plotselinge toename of afname van het aanbod van een bepaald product.

6aanbodvergelijking

©VANIN

1186LEVELNEXT1THEMA LEVEL 6 Action 1— Hoe stel je de aanbod- en vraagvergelijking op?

Het functievoorschrift van een lineaire lijn, m.a.w. een rechte lijn, zal altijd y = ax + b zijn. Je moet zoeken welke a en welke b bij die lijn horen. Om de vergelijking op te stellen als je twee punten (x1, y1) en (x2, y2) hebt, gebruik je de formule: y – y1 = y2 – y1 x2 – x1 * (x – 1) met y2 – y1 x2 – x1 de rico of richtingscoëfficiënt Om de vraag- aanbodvergelijking af te leiden, vervang je in die formule y door p en x door q (qa of qv). p – p1 = p2 – p1 q2 – q1 * (q – q1) met p2 – p1 q2 – q1 de rico of richtingscoëfficiënt Good to know In Action 1 van Level 6 heb je de vraag en het aanbod grafisch voorgesteld aan de hand van de coördinaten. Stel nu de lineaire vraag- een aanbodvergelijking op van die vraagen aanbodcurve aan de hand van de punten uit de tabel. Good to know 1 In de tabel vind je hoeveel spelconsoles Sony voor de lockdown aanbiedt (qa) tegen verschillende prijzen en hoeveel de gamer wil kopen (qv).

TabelPRIJS1 PER CONSOLE IN EURO HOEVEELHEIDAANGEBODEN (qa IN MILJOENEN) HOEVEELHEIDGEVRAAGDE (qv IN MILJOENEN) (qNAHOEVEELHEIDAANGEBODENINVESTERING a2 IN MILJOENEN) 400,00 4,50 5,50 4,50 450,00 4,50 5,00 4,60 500,00 4,50 4,50 4,70 550,00 4,50 4,00 4,80 600,00 4,50 3,50 4,90 650,00 4,50 3,00 5,00 NEXT 4,50 4,50

2 Noteer de twee coördinaten van de gemarkeerde gele rijen. Noteer in de overeenkomstige vakken eronder p1, p2, q1 en q2. ( ; ) en ( ; ) 3 Stel de vraagvergelijking op aan de hand van de formule 4 De aanbodvergelijking kun je noteren zonder de formule te gebruiken. Waarom? En wat is de aanbodvergelijking dan? 5 Zoek wiskundig het marktevenwicht. a vraag = aanbod p = qa = b Aangezien de aanbodvergelijking is gegeven in functie van de hoeveelheid q, moet je eerst de vraagvergelijking ook noteren in functie van de hoeveelheid q. vraag = aanbod qv = qa =

1196LEVELNEXT1THEMA

©VANIN

b Voeg de nieuwe aanbodcurve toe aan de grafiek bij Action 1. c Check of je gevonden uitkomst van vraag a klopt. d Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

ƒ evenwichtsprijs: ƒ evenwichtshoeveelheid: d Controleer of dit overeenkomt met de grafiek uit Action 1.

6 Sony heeft een zware investering gedaan en kan de productie van de spelconsoles verhogen. Bekijk het nieuwe aanbod dat daarmee overeenstemt in de laatste kolom van tabel 1. a Bereken het nieuwe marktevenwicht.

1206LEVELNEXT1THEMA c Bepaal het marktevenwicht.

©VANIN

©VANIN

L4 I T ThemaF handelInternationale2: ©VANIN

THEMAInternationalehandel2 ©VANIN

STEP-IN p. 4 STEP-UP Infographic over het belang van internationale handel voor België p. 57 LEVEL1 Wat zijn de motieven voor internationale handel? p. 5 LEVEL2 Wat zijn de gevolgen handelsbelemmeringen?van p. 17 LEVEL3 Hoe komt de economische integratie tot stand? p. 33©VANIN

STEP-IN 1 Werk per twee. Waaraan doet het begrip ‘internationale handel’ je denken? Gebruik de onderstaande afbeeldingen als inspiratie. a Verwerk het resultaat van de brainstorm in een woordenwolk. Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er enkele handige tools. b Bewaar het resultaat in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk level. Geef die submap de naam ‘Thema_2_Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Step-in_Internationale_handel’.

©VANIN

2 In dit thema doorloop je drie levels waarin je leert … 1 wat de motieven van internationale handel zijn; 2 wat de gevolgen van handelsbelemmeringen zijn; 3 hoe de economische integratie tot stand komt.

3 Elk level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin ontwerp je een infographic die het belang van internationale handel voor België toelicht.

STEP­IN2THEMA4

LEVEL 1 Wat zijn de motieven voor internationale handel?

Je vindt de herkomst van producten op de Europese ArtikelNummering of EAN­code. Die code dient wereldwijd als artikelcodering in winkels om de kassa­afhandeling en de voorraadadministratie te vereenvoudigen. De eerste twee of drie cijfers staan voor het land van herkomst. Zo verwijst 87 naar Nederland en 54 naar België of Luxemburg. Good to know 2 Ga via het onlinelesmateriaal naar een website met de codes voor andere landen. Uit welke landen komen de ontbijtproducten? En de grondstoffen om die producten te maken? Noteer ze bij elk product van vraag 1. 3 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een wereldkaart. Noteer het cijfer van elk product van vraag 1 bij het land van herkomst.

4 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Wat zijn de motieven voor internationale handel?

INTRO

2THEMALEVEL15

©VANIN

1 Heb je vanochtend voldoende tijd gehad om te ontbijten? Welke producten stonden er op de ontbijttafel?

ONTBIJT

2THEMALEVEL16 Explore 1— Wat is internationale handel?

Internationale handel of wereldhandel is de handel tussen verschillende landen. In de volksmond worden de termen ‘invoer’ of ‘import’ gebruikt voor aankopen in het buitenland en de termen ‘uitvoer’ of ‘export’ voor verkopen aan het buitenland. btw-wetgeving en de douanereglementering maken daarbij nog een onderscheid tussen intracommunautaire handel en extracommunautaire handel handel Ga naar het onlinelesmateriaal, bestudeer de ontdekplaat in verband met internationale handel en beantwoord de onderstaande vragen. a Omschrijf de volgende begrippen in je eigen woorden. handel

De

1

Internationale

 Intracommunautaire

 Intracommunautaire verwerving  Intracommunautaire levering  Extracommunautaire handel  Import / invoer  Export / uitvoer ©VANIN

2THEMALEVEL17 b Kleur de landen van de EU op de kaart in. 2 Om welke vorm van internationale handel gaat het voor de onderlijnde onderneming? Een Franse onderneming verkoopt wijn aan een Zwitserse groothandel. A verkoopt Een restaurantketen.aanverkooptgroothandelOostenrijkseinkazengoedereneenHongaarse B Een Belgische vishandel kooptkabeljauw bij een Britse visserij. D Een Spaanse supermarktketen koopt sardientjes in blik aan bij een Portugese groothandel. C ©VANIN

6 Winkelketen Jumbo uit Nederland betaalt de asperges (8,00 euro/kg) aan de veiling in Mechelen.

1 A.S.Adventure.edu koopt bij Nike België 150 basketballen ‘Nike Performance’.

4 De Belgische overheid koopt 15 dienstauto’s (Opel) bij een dealer in Gent.

8 Het gezin Dupont uit Antwerpen is op citytrip in Amsterdam en betaalt ter plaatse 180,00 euro voor het hotel.

10 Het Nederlandse Ebusco ontvangt van De Lijn de betaling voor de 5 elektrische bussen.

3 Winkelketen Jumbo uit Nederland koopt 5 ton asperges bij de veiling in Mechelen.

7 Brouwer AB InBev betaalt de 50 ton hop aan het Canadese landbouwbedrijf.

9 De Lijn koopt bij het Nederlandse bedrijf Ebusco 5 bussen voor een proefproject met elektrische bussen.

©VANIN

3 Noteer de onderstaande stromen in de economische kringloop. Plaats: a het cijfer van de goederen- en dienstenstroom in het rood bij de overeenkomstige pijl; b het cijfer van de geldstroom in het groen bij de overeenkomstige pijl.

Gezinnen Overheid Bedrijven BuitenlanddienstenstroomGoederen-Geldstromenen

2 A.S.Adventure.edu betaalt Nike België 2 400,00 euro voor de basketballen.

2THEMALEVEL18

5 Brouwer AB InBev koopt 50 ton hop bij een Canadees landbouwbedrijf.

c Welke transportmodi worden ingezet om de goederen verder te transporteren? Centrale ligging van de Antwerpse haven voor de landen van de EU

België is een typisch doorvoer- of transitland. De haven van Antwerpen speelt daarbij een heel belangrijke rol als doorvoerhaven. Goederen van over de hele wereld komen aan in de haven van Antwerpen en worden doorgevoerd naar andere landen. Doorvoer of transit 1 Ga naar het onlinelesmateriaal, bestudeer de ontdekplaat over de haven van Antwerpen en beantwoord de vragen. a Omschrijf het begrip ‘doorvoerhaven’ in je eigen woorden. b Welke andere zeehavens zijn er in België?

©VANIN

2THEMALEVEL19 Explore 2— Hoe belangrijk is België als doorvoerland?

102THEMALEVEL1 2 Ga naar het onlinelesmateriaal en download de brochure over de haven van Antwerpen. Beantwoord de onderstaande vragen. a Welke plaats neemt Antwerpen in, in de top 20 van containerhavens? b Noteer twee voorbeelden van:  breakbulk  vloeibaar massagoed  droog massagoed c Hoeveel tonnage containers behandelde de haven van Antwerpen? d Hoeveel mensen stelt de haven direct en indirect tewerk? In de havens van Antwerpen en Zeebrugge zijn verschillende Vehicle Processing Centers (= hubs) waar ze auto’s wassen, ontdoen van wax, inspecteren, herstellen, uitrusten met accessoires om uiteindelijk naar de nieuwe eigenaar te vervoeren. Good to know © Aerovista Luchtfotografie / Shutterstock.com ©VANIN

Het Agentschap voor Buitenlandse Handel is een Belgisch agentschap dat opgericht is ter bevordering van de Belgische buitenlandse handel. Zo maakt het agentschap overzichtsstudies over het verloop van de buitenlandse handel van België. Ze publiceren cijfers die aangeven wie de belangrijkste handelspartners van België zijn en welke producten België hoofdzakelijk in­ en uitvoert. Good to know Het land heeft de benodigde grondstoffen niet (in voldoende mate). Productie op grotere schaal biedtschaalvoordelen waardoor eigen productengoedkoper geproduceerd worden. In eigen land is de productie van goederen te duur door bijvoorbeeld hoge loonkosten of gebrek aan scholing. De ingevoerde goederenhebben een betere kwaliteit. De binnenlandse marktproduceert de ingevoerdegoederen zelf niet. Voor de productie van bepaalde goederen heeft ons land onvoldoende technische kennis. De afzetmarkt wordt groter. Het land kan daardoor meer winst boeken.

Lees de redenen waarom internationale handel noodzakelijk is voor België. Markeer: a de redenen om uit te voeren in het groen, b de redenen om in te voeren in het rood.

©VANIN

112THEMALEVEL1

Explore 3— Waarom is internationale handel een noodzaak voor België?

Explore 4— Wat is het aandeel van België in de wereldhandel?

Surf naar de website van het Agentschap voor Buitenlandse handel. Je vindt er alle informatie om de opdracht uit te voeren. a Werk in groepen. b Zoek een antwoord op de vragen en geef het antwoord weer in een infographic. Zorg voor een combinatie van tekst, grafieken, tabellen ...

122THEMALEVEL1

– De ingevoerde goederen hebben een betere kwaliteit.

 Wie zijn de belangrijkste handelspartners per continent?

 Wat zijn de belangrijkste export- en importsectoren?

 Geef enkele voorbeelden van producten per sector die België importeert en exporteert.

Op de tweede plaats komt (werelddeel) met meer dan % van de invoer en % van de uitvoer. Zowel voor de in- als uitvoer is het een belangrijkere handelspartner dan en die respectievelijk op de derde en vierde plaats komen. Binnen Europa zijn de drie van België de belangrijkste handelspartners. In Azië is de belangrijkste partner voor België. Zowel voor de invoer als de uitvoer zijn (productgroep) het belangrijkste voor ons land. Internationale handel of wereldhandel is de handel tussen verschillende landen. Daarbij is er een onderscheid tussen intracommunautaire handel (intracommunautaire verwerving en intracommunautaire levering), extracommunautaire handel (invoer of import en uitvoer of export) en doorvoer of transit. Invoer of import Redenen om goederen aan te kopen in het buitenland: – De productie van goederen in eigen land is te duur, bijvoorbeeld door hoge loonkosten of gebrek aan scholing.

– Een land bezit onvoldoende technische kennis om bepaalde goederen te produceren.

– De ingevoerde goederen ontbreken op de binnenlandse markt.

– Een land heeft te weinig grondstoffen. THE POINT

Tip: ©VANIN

TO

 Geef telkens een bedrijf dat die producten importeert / exporteert. c Voorzie de infographic van de nodige cijfergegevens aan de hand van tabellen en grafieken. d Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. e Vul de ontbrekende woorden in op basis van de infographics. Meer dan % van de uitvoer continent is bestemd voor (werelddeel) Anderzijds komt ook bijna % van onze invoer uit (werelddeel) .

Uitvoer of export Redenen om goederen te verkopen aan het buitenland: – Je kunt een grotere afzetmarkt bereiken en dus meer winst behalen. – Door productie op grotere schaal zijn er schaalvoordelen waardoor eigen producten goedkoper geproduceerd worden en dus aantrekkelijk zijn om uit te voeren. België neemt in de internationale handel een belangrijke plaats in en staat in de top 20 van de grootste uitvoerlanden en invoerlanden. De belangrijkste handelspartners van België zijn de buurlanden. Chemische producten, transportmateriaal, machines en toestellen zijn de belangrijkste goederen die België invoert, maar ook uitvoert. De ingevoerde goederen worden in België vaak enkel bewerkt of verwerkt en vervolgens weer uitgevoerd.

Action 1— Over welke vorm van internationale handel gaat het? Noteer in de onderstaande tabel om welke vorm van internationale handel het gaat vanuit het standpunt van België.

132THEMALEVEL1

VAN EEN ONDERNEMINGIN… NAAR EEN ONDERNEMINGIN… VORM VAN INTERNATIONALE HANDEL China België Bulgarije België België Litouwen België Noord-Ierland ©VANIN

‘Als dat blijft doorgaan, wordt het onhoudbaar’, waarschuwt Johan De Mol. Op een aantal autosnelwegen wordt het stilaan dramatisch. ‘Op de E17 bijvoorbeeld rijdt er nu al vaak een echte muur van vrachtwagens. Niet alleen op de eerste rijstrook, maar soms ook op de tweede rijstrook.’ Met andere woorden: Dat wordt echt gevaarlijk voor gewone automobilisten die zich daartussen moeten invoegen. Dat is niet alles. De vele vrachtwagens stoten veel uitlaatgassen uit en dat is zeer nadelig voor het milieu. ‘We moeten echt meer inzetten op levenskwaliteit, op gezond leven’, volgens De Mol. Daarvoor is volgens hem een mentaliteitswijziging nodig. ‘Op lange termijn wordt het just-in-timeprincipe onhoudbaar. Onze wegen worden te veel herleid tot een soort mobiele opslagplaats omdat de bedrijven te weinig in stock houden.’ Meer in stock houden, impliceert wel hogere prijzen voor de Johanconsument.DeMol ziet mogelijke oplossingen bij het spoor en bij de binnenscheepvaart, maar daar zijn wel dringend nieuwe investeringen nodig, en wel grote investeringen. ‘Het is hoog tijd dat er aan alternatieven wordt gewerkt’, vindt De Mol. ‘We hebben al veel kansen verspild, omdat we te laat plannen en te weinig investeren.’

Naar: www.vrt.be, 2015-09-22

Action 2— Welke nadelen ondervindt België als doorvoerland?

Lees het onderstaande artikel. a Markeer de nadelen van de doorvoer voor België in het rood. b Waarom is België een typisch doorvoerland? c Verklaar de volgende zin: ‘Onze wegen worden te veel herleid tot een soort mobiele opslagplaats.’

d Welke alternatieven worden in de tekst vermeld om de nadelen op te vangen? België, doorvoerland: hoe maken we onze wegen weer vrij? We staan met zijn allen alsmaar langer in de file. Dat heeft te maken met ons wagenpark dat voortdurend uitbreidt, maar zeker ook met het exponentieel groeiende vrachtverkeer. De alternatieven voor de steeds langer wordende rijen vrachtwagens zijn bekend: meer vracht per spoor en via de binnenvaart vervoeren. Maar daarvoor zijn wel extra investeringen nodig. ‘Bij ons is de toestand nog erger dan in de ons omringende landen’, weet Johan De Mol, onderzoeker aan het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling van de UGent. ‘België is een doorvoerland door de kleine afstanden en de centrale ligging voor het achterland. Een groot deel van het vrachtvervoer uit Noord-Europa en Duitsland naar Frankrijk en Spanje gaat langs hier.’

142THEMALEVEL1

©VANIN

1 Wat is het voornaamste ingrediënt voor de productie van chocolade?

Het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (FIT - Flanders Investment and Trade) organiseert elk jaar de wedstrijd de ‘Leeuw van de Export’, waarmee het de exportsuccessen van Vlaamse ondernemingen bekroont. Surf via het onlinelesmateriaal naar de website van de wedstrijd.

3 Waarom zou Chocolade Jacques zijn grondstoffen daar halen?

152THEMALEVEL1

Action 4— Waarom exporteren ondernemingen?

a Werk in twee groepen. Groep 1 zoekt de recentste winnaar in de categorie van bedrijven met maximaal 49 werknemers. Groep 2 zoekt de recentste winnaar in de categorie van bedrijven met 50 of meer werknemers. b Zoek de redenen die de winnaar aanhaalt om te exporteren. c Kies een van de drie opties om de antwoorden te verwerken. een tekstverwerker een presentatie een filmpje d Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

5 Noem vijf buitenlandse afgewerkte producten op die je in een supermarkt of kleinhandelszaak in België kunt kopen.

4 Ga naar de website van het Agentschap voor Buitenlandse Handel. Welke grondstoffen voert België in omdat het die niet zelf ontgint of produceert? Geef een voorbeeld en leg uit waarom België moet invoeren.

Action 3— Waarom worden goederen in het buitenland gekocht?

2 Waar haalt Chocolade Jacques die grondstoffen vandaan? Neem een kijkje op de website van het bedrijf.

©VANIN

2 Ik kan de begrippen ‘invoer’, ‘uitvoer’, ‘import’ en ‘export’ toelichten aan de hand van een voorbeeld.

Action 5— Hoe verklaren Ricardo en Smith het ontstaan van internationale handel? Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er de theorieën van Adam Smith en David Ricardo. Beantwoord de bijbehorende vragen.

5 Ik kan de redenen om in te voeren omschrijven.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

CHECKLIST

4 Ik kan het begrip ‘doorvoer’ toelichten aan de hand van een voorbeeld.

10 Ik kan het buitenland situeren in de economische kringloop.

BREAKING

9 Ik kan opzoeken welke producten België voornamelijk invoert of uitvoert.

8 Ik kan de belangrijkste handelspartners van België opzoeken.

3 Ik kan de begrippen ‘intracommunautaire verwerving’ en ‘intracommunautaire levering’ toelichten aan de hand van een voorbeeld.

NEWS

7 Ik kan het belang van internationale handel voor België omschrijven.

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

6 Ik kan de redenen om uit te voeren omschrijven.

MORE MORE MORE ©VANIN

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

162THEMALEVEL1

JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

1 Ik kan het begrip ‘internationale handel’ omschrijven.

172LEVEL2THEMA LEVEL 2 Wat zijn de gevolgen handelsbelemmeringen?vanINTRO 1 Werk per twee. Bestudeer de cartoon. Welke boodschap wil de cartoonist meegeven? 2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Wat zijn de gevolgen van handelsbelemmeringen? ©VANIN

Explore 1— Hoe ziet de handelsbalans van België eruit?

Een handelsbalans is een cijfermatig overzicht van de in­ en uitvoer van een land. Als een land meer uitvoert dan invoert, is er sprake van een positieve handelsbalans. In het omgekeerde geval is er een negatieve handelsbalans.

Good to know 2 Wat betekent het begrip ‘intermediaire goederen’? Gebruik het internet.

HANDELSBALANS 1 Zoek op de website van de Nationale Bank de recentste handelsbalans van België. a Download die cijfers en verwerk ze in een overzichtelijke tabel met een rekenblad.

b Is er sprake van een positieve of negatieve handelsbalans? c Geef de evolutie van de cijfers weer in een grafiek. d Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. De uitvoer bestaat voor ongeveer 60 procent uit intermediaire goederen zoals machines en materiaal, en uit chemische en aanverwante producten. België is een belangrijk autoassemblageland. Wereldwijd is het de op drie na grootste uitvoerder van wagens. Bovendien is België de grootste uitvoerder van diamanten en tapijten ter wereld. Ons land staat op nummer twee voor plantaardige vezels, chocolade en margarine. Voor de export van glas staat het op de derde plaats.

©VANIN

182LEVEL2THEMA

192LEVEL2THEMA Explore 2— Hoe open is de Belgische economie? België heeft een open economie: het drijft relatief veel handel met het buitenland omdat er weinig tot geen belemmeringen bestaan in de handel van goederen en diensten en in het kapitaalverkeer. Open economie 1 Wat is het verschil tussen internationalisering en globalisering? Gebruik het internet. 2 Lees de tekst en beantwoord de vragen. a Welke factoren bepalen de plaats in de globaliseringsindex? ©VANIN

De globaliseringsindex geeft aan in welke mate landen meedoen aan globalisering. De globaliseringsindex wordt jaarlijks opgemaakt aan de hand van een aantal indicatoren zoals handelsstromen, kapitaalbewegingen, technologie, arbeidsmigratie en culturele Eenintegratie.goede score in de globaliseringsindex is geen vereiste voor goede economische prestaties, maar ze kan er wel in belangrijke mate toe bijdragen. Zo scoort België bijvoorbeeld hoog in de categorie van kapitaal en financiën, wat zeer belangrijk is voor investeerders aangezien er in die categorie ook indicatoren zijn opgenomen die de ‘politieke vriendelijkheid’ en de openheid ten opzichte van buitenlandse investeerders meten. In een geglobaliseerde wereld is een hoge ranking in die categorie dus goed om buitenlandse investeringen aan te trekken.’

b Markeer: ƒ de voordelen van een open economie in het groen, ƒ de nadelen van een open economie in het rood.

Bron: Statista.com

202LEVEL2THEMA

©VANIN

Wat is de globaliseringsindex precies? België is de derde meest open economie ter wereld, zo bleek deze week uit de jaarlijkse globaliseringsindex van 2021.

Naar: https://www.jobat.be/nl/art/wat-is-de-globaliseringsindex-precies

Voor een klein land als België is een open economie belangrijk. Een gesloten economie is op zichzelf – het binnenland – gericht. Voor een klein land is net de uitvoer naar het buitenland van groot belang. Uitstekende relaties met de handelspartners zijn dus essentieel. Bovendien hebben heel wat grote multinationals hier een vestiging, met jobcreatie tot gevolg. Voor een klein land als België heeft een open economie ook één belangrijk nadeel. Wanneer het in het buitenland economisch minder goed gaat, voelen we dat meteen. Door een open economie is het land a ankelijker van internationale bewegingen. Aangezien we als klein land weinig kunnen doen om internationale tendensen fundamenteel te veranderen, moeten we er alles aan doen om onze uitvoer en buitenlandse investeringen in België te stimuleren en onze bedrijven wendbaar te houden.

INPRIJZEN)(MARKT­MILJOENEURO EXPORT (X) IMPORT (M)HANDELSBALANSINMILJOENEURO COËFFIDEKKINGSCIËNTMILJOENINEURO IN % = EXPORTBBP­QUOTE(x) MILJOENINEURO IN % BBP = QUOTEIMPORT­(m) 2010 363 140,1207 078,7 211 677,0 2021505 660,0336 516,4 344 887,5 Bron: NBB.be en plan.be 2 Vul de tekst verder aan op basis van de tabel. Voor elke 100,00 euro die in België in 2021 werd geproduceerd, was euro afkomstig uit de invoer of import en euro bestemd voor de uitvoer of export. 3 Is de verhouding tussen de in- en uitvoer in 2021 gunstig of ongunstig? Verklaar je antwoord. ©VANIN

De Nationale Bank van België berekent de invoer en uitvoer op twee manieren, volgens tweeBijconcepten:deberekening volgens het nationale concept houdt ze geen rekening met de waarde van de producten die door België worden doorgevoerd. Ze worden hier immers niet verwerkt of verbruikt. Bij de berekening volgens het communautaire aspect rekent de NBB de waarde van die producten wel mee. De waarde van de import en export volgens het communautaire concept is bijgevolg veel groter dan bij het nationale concept. Om de evolutie van de handel te analyseren, moet je dan ook hetzelfde concept gebruiken. to know 1: Buitenlandse handel BBP

Good

JAAR

1 Bestudeer tabel 1 en vul verder aan, behalve de laatste kolom. De gegevens zijn opgesteld volgens het nationale concept. Dat betekent dat de waarde van de doorvoer niet is meegerekend.

212LEVEL2THEMA Explore 3— Hoe meet je het belang van de buitenlandse handel voor een land?

Tabel

De invoer­ of importquote (m) is de verhouding tussen de waarde van de invoer van goederen en diensten ten opzichte van het bruto binnenlands product.

m = IM/bbp * 100 (met IM = waarde van de import) De uitvoer­ of exportquote (x) is de verhouding tussen de waarde van de uitvoer van goederen en diensten ten opzichte van het bruto binnenlands product.

x = X/bbp * 100 (met X = waarde van de export) De import- en exportquote bewijzen dat België voor een belangrijk deel van zijn productie afhankelijk is van het buitenland. De dekkingscoëfficiënt geeft de verhouding weer tussen de waarde van de uitvoer en de waarde van de invoer van goederen en diensten. dekkingscoëfficiënt = X/IM * 100 Import- en exportquote, dekkingscoëfficiënt

Explore 4— Protectionisme of vrijhandel?

©VANIN

4 Bereken in de laatste kolom van tabel 1 de dekkingscoëfficiënt. 5 Vul de tekst aan. Wanneer de dekkingscoëfficiënt groter is dan 100, dan is de waarde van de uitvoer dan de waarde van de invoer. Wanneer de dekkingscoëfficiënt kleiner is dan 100, dan is de waarde van de uitvoer dan de waarde van de invoer. Met andere woorden, een dekkingscoëfficiënt die is dan 100 is gunstig voor een land, een dekkingscoëfficiënt dan 100 is ongunstig voor een land.

Lees de tekst en beantwoord de vragen. a Welke voordelen van vrijhandel staan er in de tekst? b Waarom zou een land maatregelen zoals protectionisme willen treffen? c Markeer de protectionistische maatregelen in het groen. d Wat betekent ‘invoercontingent’ of’ invoerquota’? Gebruik het internet.

222LEVEL2THEMA

232LEVEL2THEMA

Nationale overheden proberen hun industrie te beschermen door dergelijke negatieve effecten tegen te gaan. Veelal nemen ze invoerbeperkende maatregelen, zoals invoerheffingen, of steunen ze de binnenlandse fabrikant met subsidies. Op die manier kunnen ze hun eigen producten beschermen tegen goedkopere producten vanuit het buitenland. Een land kan ook een invoercontingent of invoerquota opleggen voor een bepaald product. Dat heeft echter vaak het gevolg dat handelspartners tegenmaatregelen nemen om hun eigen industrie en werkgelegenheid in stand te houden en dat de internationale handel op die manier wordt tegengewerkt.

Dat je over goederen zoals koffie en olie kunt beschikken, is te danken aan de internationale handel. Tegelijkertijd kunnen consumenten in andere landen over producten die in België worden geproduceerd zoals witlof en chocolade, beschikken. Dat levert in ons land weer extra werkplaatsen en inkomens uit export op. Op het eerste gezicht lijkt internationale handel dus voor alle betrokken landen voordelen te bieden. Toch kun je je misschien ook wel een andere situatie voorstellen. Stel dat een bedrijfstak in een land niet kan concurreren met producten die ergens anders in de wereld goedkoper worden geproduceerd. Voor een dergelijke bedrijfstak kan internationale handel bijzonder ongunstig werken. Concreet betekent dit dat sommige bedrijven van die bedrijfstak hun deuren moeten sluiten en de werknemers op zoek moeten naar een andere job. Ook andere bedrijven die met die industrie verbonden zijn, bijvoorbeeld omdat ze grondstoffen of halffabrikaten aanleveren, zullen de negatieve gevolgen ondervinden.

©VANIN

242LEVEL2THEMA

PROTECTIONISTISCHE MAATREGEL

Groep 1 Invoerrechten Groep 2 Exportsubsidies Groep 3 Quotum of contingentering Groep 4Kwaliteitseisen Groep 5 Embargo b Zoek een recent artikel in de krant of op het internet dat de protectionistische maatregel illustreert. c Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio. Handelsbalans Een handelsbalans is een cijfermatig overzicht van de in- en uitvoer van een land. Als een land meer uitvoert dan invoert, is sprake van een positieve handelsbalans. In het omgekeerde geval spreek je van een negatieve handelsbalans. België is een voorbeeld van een open economie. Een open economie betekent dat het land relatief veel handeldrijft met het buitenland omdat er weinig tot geen belemmeringen bestaan in de handel van goederen en diensten en in het kapitaalverkeer. Internationalisering en globalisering Bij internationalisering ontwikkelen bedrijven producten die aan de eisen van klanten uit verschillende landen kunnen voldoen. Sommige bedrijven gaan ook in verschillende landen filialen of dochterondernemingen openen om zo op een groter gebied te spelen. Globalisering is een gevolg van de internationalisering en verwijst naar de wederzijdse afhankelijkheid van de landen over de hele wereld, mogelijk gemaakt door vrijhandel en het wegnemen van handelsbarrières. Import en export Het belang van de import en export kun je meten. De invoer­ of importquote (m) is de verhouding tussen de waarde van de invoer van goederen en diensten ten opzichte van het bruto binnenlands product.m=

Explore 5— Welke protectionistische maatregelen kan een land treffen? Werk in groepen. Elke groep onderzoekt aan de hand van de ontdekplaat een bepaalde protectionistische maatregel van België. Gebruik daarvoor het bijbehorende werkblaadje. a Elke groep verwerkt de gevonden informatie in een rapport. Gebruik indien nodig het sjabloon bij het onlinelesmateriaal.

IM/bbp * 100(met IM = waarde van de import) IMPORTEXPORT TO THE POINT ©VANIN

©VANIN

− kwaliteitseisen: door kwaliteitseisen aan producten te stellen, kan een land producenten tegen concurrentie uit het buitenland beschermen.

Lees het artikel en beantwoord de vragen.

− exportsubsidies: een invoerheffing betekent niet dat binnenlandse producenten hun product gemakkelijk aan het buitenland kunnen verkopen. Om ervoor te zorgen dat producenten hun product wel kunnen exporteren, kan dat land een exportsubsidie invoeren.

− embargo: dit is het verbod op handel met een bepaald land. Action 1— Hoe ziet de handelsbalans van Vlaanderen eruit?

De dekkingscoëfficiënt geeft de verhouding weer tussen de waarde van de uitvoer en de waarde van de invoer van goederen en diensten. dekkingscoëfficiënt = X/IM * 100

Protectionisme

a Was er in 2020 sprake van een positieve handelsbalans van Vlaanderen? Waarom (niet)?

− contingentering: hier wordt er een quotum ingesteld op bepaalde producten uit het buitenland. Er mag in een bepaalde periode slechts een beperkte hoeveelheid van een product worden ingevoerd.

De uitvoer of exportquote (x) is de verhouding tussen de waarde van de uitvoer van goederen en diensten ten opzichte van het bruto binnenlands product. x = X/bbp * 100 (met X = waarde van de export)

Toch zijn er landen die maatregelen treffen om de eigen markt af te schermen voor buitenlandse concurrenten, protectionisme genoemd. De belangrijkste protectionistische maatregelen zijn: − invoerrechten: dat is een extra belasting op importproducten. Invoerrechten worden ook wel importheffingen of importbelastingen genoemd. Het doel van invoerrechten is dat de belasting op de import van die producten de producten in het eigen land duurder maakt.

b Wat was de reden voor de krimp in 2009? c Waarom was de invoer van 2008 tot 2012 groter dan de uitvoer?

252LEVEL2THEMA

Bron: INR (toestand op 22 oktober 2021), bewerking: Statistiek Vlaanderen

Grafiek 1: Uitvoer van goederen per kwartaal (Vlaamse Gewest, 1e kwartaal 2018-3e kwartaal 2021, in miljard euro in lopende prijzen)

©VANIN

262LEVEL2THEMA

Bron: INR (toestand op 20 december 2021), bewerking: Statistiek Vlaanderen Vlaamse uitvoer in 2020 8 % lager, invoer 10 % lager De Vlaamse uitvoer van goederen was volgens voorlopige cijfers in 2020 goed voor 298 miljard euro. De Vlaamse invoer van goederen in 2020 kwam op 281 miljard euro, of 10 % lager dan in 2019. De Vlaamse in- en uitvoer namen sinds 2003 jaarlijks gestaag toe. Maar in het recessiejaar 2009 was er een krimp door de financieel-economische crisis. In 2010 en 2011 herstelde de buitenlandse handel zich. De invoer was tussen 2008 en 2012 tijdens een aantal jaren groter dan de uitvoer (uitgedrukt in euro) door prijsstijgingen van ingevoerde aardolie. Sinds 2013 is de uitvoer steeds groter dan de invoer. In 2019 was er een daling van zowel de uitvoer als de invoer van goederen. Handelsconflicten en protectionistische maatregelen (conflict met China) zijn daar de oorzaak van. De COVID-19-crisis zorgde voor een nog grotere terugval van de in- en uitvoer in 2020.

Vlaamse uitvoer en invoer groeien sterk in 2e en 3e kwartaal 2021 De Vlaamse goederenuitvoer bedroeg in het 3e kwartaal van 2021 94,6 miljard euro. Dat is 30 % meer dan in het 3e kwartaal van 2020 en 19 % meer dan in het 3e kwartaal van 2019.

Grafiek 2: Totale uitvoer en invoer (Vlaamse Gewest, 2002-2020, in miljard euro in lopende prijzen)

Bron: statistiekvlaanderen.be Action 2— Wat houdt globalisering in? 1 Zoek, voor je de tekst leest, de betekenis van de onderstaande woorden op. Gebruik het internet. a Outsourcing: b Offshoring: ©VANIN

Bron: Eurostat, INR (toestand op 22 oktober 2021), bewerking: Statistiek Vlaanderen

Vlaams Gewest goed voor 81 % van Belgische in- en uitvoer van goederen Het Vlaamse Gewest nam in 2020 81 % van de Belgische uitvoer en invoer van goederen voor zijn rekening. België als geheel en onze drie buurlanden hebben een grotere buitenlandse handel dan het Vlaamse Gewest. Dat verwondert niet omdat het om grotere economieën gaat. De Duitse uitvoer lag in 2020 op 1 208 miljard euro. Dat is meer dan het dubbele van Nederland. De Franse en Belgische uitvoer lagen lager dan de Nederlandse uitvoer. De invoerzijde vertoont eenzelfde beeld. Duitsland noteerde met 1 024 miljard euro in 2020 de grootste invoer onder onze buurlanden. Grafiek 3: Totale uitvoer en invoer (Belgische gewesten en buurlanden, 2020, in miljard euro)

272LEVEL2THEMA

282LEVEL2THEMA

2 Lees de tekst en maak de bijbehorende opdrachten. a Vul het artikel aan. Kies uit: culturele globalisering – economische globalisering – politieke globalisering b Markeer: ƒ de positieve gevolgen van globalisering in het groen, ƒ de negatieve gevolgen van globalisering in het rood.

ervoor dat je als consument voor een schijntje op AliExpress handige spullen kunt kopen die gratis vanuit China verscheept worden. Een consument krijgt dus een keuze uit een enorm aanbod. Er is altijd wel een aanbieder die in jouw behoefte kan voorzien tegen een prijs die jij kunt en wilt betalen. Onder dat aanbod vallen ook platforms als Instagram of TikTok, of Globaliseringvakantiebestemmingen.heefthelaas ook als gevolg dat de ongelijkheid wereldwijd groeit. Gebieden die niet of nauwelijks meeprofiteren van de globalisering, bijvoorbeeld doordat zij geen verbeterde positie krijgen in de internationale arbeidsverdeling door outsourcing en offshoring, raken nog verder achterop. Die perifere gebieden blijven arm, terwijl de rest van de wereld economisch profiteert van de internationale uitwisseling. Een ander kritiekpunt op globalisering is dat ze culturen vervaagt. Zo heb je overal ter wereld McDonald’s of Burger King en dezelfde kledingketens. Die tendens leidt tot een verdringing van oorspronkelijke culturele uitingen in gebieden. Traditionele winkels en gebouwen moeten plaatsmaken voor dat soort bedrijven. Bedrijven als McDonald’s en Coca-Cola spelen daar overigens handig op in. Ze personaliseren hun producten en reclame naar de cultuur en gewoonten van de lokale bevolking. Zo heb je in Peru bijvoorbeeld ‘Inka Kola’, refererend naar de oude inheemse bewoners van het land, de Inca’s.

Wat zijn de gevolgen van globalisering? Globalisering is het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld, en informatie. Er zijn drie soorten globalisering:  : vrij verkeer van arbeidskrachten en een verminderd belang van de fysieke afstand tussen de plaats van productie en de afzetmarkt  : de afname van het belang van nationale overheden en minder soevereiniteit voor de staten, bijvoorbeeld de EU  : bijvoorbeeld Starbucks of McDonald’s met filialen overal ter wereld, of gebedshuizen voor elk geloof in België (synagoge, Globaliseringmoskee)zorgt

©VANIN

292LEVEL2THEMA

©VANIN

d Wie is op dit moment het grootste slachtoffer van de nadelen van de brexit bij internationale handel?

Action 3— Welke gevolgen heeft de uitstap van GrootBrittannië uit de Europese Unie?

Vooral Britse bedrijven klagen over brexit

Lees het onderstaande artikel grondig. Beantwoord de vragen. a Uit welke landen bestaat het Verenigd Koninkrijk? b Waarvoor staat het begrip ‘brexit’?

Een maand nadat de Brexit-overeenkomst is ingegaan, blijven grote moeilijkheden uit. Als er zich al problemen voordoen, dan vooral aan de Britse kant. Voor zover er zich problemen voordoen met de handel naar Groot-Bri annië, zi en die vooral aan de Britse zijde. Scho en krijgen hun vis niet op tijd naar het continent, Noord-Ieren klagen over lege rekken, Britse webshops zi en met de handen in het haar omdat hun klanten extra kosten krijgen aangerekend, en de kmo-sector klaagt over de extra rompslomp. ‘Stilte voor de storm’ Koen Klingele van het gelijknamige chocoladebedrijf in Evergem exporteert 15 procent van zijn omzet naar het VK. Klingele denkt dat hij dit jaar evenveel chocolade naar

Het handelsbeleid van de EU is erop gericht zoveel mogelijk handelsbelemmeringen weg te nemen. Zo is de handel tussen de lidstaten in de interne markt vrij en worden er binnen de EU geen invoerrechten geheven. Er gelden voor de hele EU gelijke douanetarieven voor de import van producten uit landen buiten de EU. Good to know c Welke nadelen ervaren ondernemingen zowel in Groot-Brittannië als in België door de brexit?

informatie niet in het Engels beschikbaar zijn. De Europese Unie heeft Beijing formeel verzocht de maatregel met achttien maanden uit te stellen, maar zonder succes. Coronamaatregelen Levensmiddelenbedrijven en -importeurs hebben al langer te lijden onder de controlemaatregelen in China. Zo werd een uitbraak van het coronavirus vorig jaar in Beijing toegeschreven aan geïmporteerde zalm. Producten die China binnenkomen, worden extra gescreend en herhaaldelijk ontsmet. Veel producten worden ook verboden wanneer een uitbraak van corona wordt ontdekt op de plaats waar de spullen in het buitenland zijn verpakt.

Bron: foodagribusiness.nl, 2021-12-31

Action 4 — Waarom wordt export naar China lastiger? Lees aandachtig het artikel. Welke maatregelen heeft China genomen om de import van bepaalde producten moeilijker te maken?

302LEVEL2THEMA

de overzijde van het Kanaal zal verschepen als vorig jaar en dat ondanks een prijsverhoging die hij op 10 procent raamt. ‘De kosten voor de administratieve rompslomp moeten worden doorgerekend. Vanaf april komt de eetwareninspectie hier ter plaatse controles uitvoeren die nodig zijn om naar het VK te exporteren. De documenten opstellen kost ons toch een paar uur Voedingsfederatiewerk.’Fevia

sluit niet uit dat in de komende maanden het aantal problemen nog zal toenemen. ‘Veel bedrijven hebben het zekere voor het onzekere genomen en hebben vorig jaar grotere voorraden aangelegd’, zegt Nicholas Courant van de voedingsfederatie Fevia. ‘Misschien is dat de stilte voor de storm.’

©VANIN

Nieuwe regels maken export levensmiddelen naar China lastiger De uitvoer van chocolade, wijn, ko e en andere waren naar China wordt vanaf zaterdag moeilijker. Vanaf 1 januari worden namelijk nieuwe beperkingen van kracht voor buitenlandse bedrijven die levensmiddelen en dranken naar China willen exporteren.

Registeren bij douane Per 1 januari gaan nieuwe wetten in die de export naar China zullen raken. Alle producenten van levensmiddelen die naar China exporteren, moeten zich laten registreren bij de douane. Daarmee wordt wederom een barrière voor internationale bedrijven opgeworpen. Die klagen al langer over oneerlijke praktijken. De extra horde was voorheen alleen vereist voor producten die mogelijk gezondheidsrisico’s opleverden, zoals zeevruchten. Maar nu zullen ook ko e, alcohol, honing, olijfolie, chocolade en diverse andere producten worden gecontroleerd. Bedrijven die zonder de juiste papieren naar China exporteren, zullen te maken krijgen met oponthoud aan de grens. Het is mogelijk dat er ook boetes worden uitgedeeld. Importeurs klaagden dat de nieuwe aanvraaggegevens te laat zijn gepubliceerd. De website voor registratie ging pas vorige maand online. Ook zou op de website veel

Hoopgevend is wel dat het aantal trucks waarvan de papieren niet in orde zijn, sterk gedaald is. ‘In de eerste week ging het om 30 tot 40 procent, nu nog om 2 tot 5 procent. De Britse douane voert de nieuwe controles gefaseerd in. In april en juli zullen verstrengingen volgen waardoor de wachtparkings voor de vrachtwagens nodig zullen zijn.

Bron: De Standaard, 2021-02-01

©VANIN

Action 5 — Zijn protectionistische maatregelen altijd positief voor het eigen land?

Action 6 — Waar vind je online de cijfers over de buitenlandse handel? Ga naar de website van de Nationale Bank van België en kies `Statistieken’. a Zoek de evolutie van de invoer en de uitvoer van de laatste tien jaar. Kies het nationale concept. Exporteer die tabel naar een werkblad en maak er een lijngrafiek van. Gebruik daarvoor ICT-fiche_R_30. b Bereken in hetzelfde bestand de invoer- en uitvoerquote van de laatste tien jaar op basis van de gegevens uit opdracht a. De gegevens van het bbp (in marktprijzen) vind je eveneens op dezelfde website. c Bereken in hetzelfde bestand de evolutie van de dekkingscoëfficiënt van de laatste tien jaar op basis van de gegevens uit opdracht a. Maak daar een kolomgrafiek van. Gebruik daarvoor ICT-fiche_R_30. d Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

PROTECTIONISTISCHE MAATREGEL Groep 1Invoerheffingen VS Groep 2Voedselveiligheid VS 2 Bekijk het filmpje aandachtig. Zoek een antwoord op de vraag: ‘Zijn protectionistische maatregelen altijd positief voor het eigen land?’. 3 Stel het antwoord op een creatieve manier voor aan de andere groep.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp. 2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

312LEVEL2THEMA

BREAKING NEWS

1 Werk in twee groepen. Elke groep krijgt een filmpje toegewezen.

©VANIN

3 Ik kan toelichten waarom België een open economie heeft.

2 Ik kan toelichten wanneer er sprake is van een positieve of een negatieve handelsbalans.

1 Ik kan het begrip ‘handelsbalans’ omschrijven.

322LEVEL2THEMA CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst. JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

4 Ik kan toelichten hoe je het belang van de buitenlandse handel voor een land kunt berekenen.

5 Ik kan toelichten wat protectionisme inhoudt.

6 Ik kan de gevolgen van protectionistische maatregelen op de marktwerking omschrijven.

LEVEL 3

BINNEN DE (INTRACOMMUNAUTAIR)EU BUITEN DE (IMPORT)EU Controle op VeiligheidscontroleAccijnzenBtwinvoerrechtenhoeveelheid

3 Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen.

©VANIN

b Welke kosten worden er bijkomend aangerekend bij de levering van het pakje?

Hoe komt de economische integratie totINTROstand?

1 Heb jij of heeft iemand van je famillie al eens iets in een buitenlandse webshop aangekocht?

e Onder welk bedrag geldt er voor invoerrechten een vrijstelling?

333LEVEL2THEMA

2 Zo ja, moest er nog een bedrag extra betaald worden bij de levering van het pakje?

a Waar koopt de dame uit het filmpje de schoenen aan?

c Hoeveel moet de shopster bijbetalen?

d Wat is van toepassing bij een aankoop in het buitenland? Zet een kruisje in de kolom als er mogelijks controles of bijkomende kosten zijn.

4 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe komt economische integratie tot stand?

Als er tussen landen geen economische samenwerking is, dan riskeert de handel stroef te lopen. Een resem van invoerheffingen, veiligheidscontroles en de administratieve rompslomp wegen op een vlotte grensoverschrijdende handel. Ze belemmeren de in- en Eenuitvoer.vrijhandelszone is een integratievorm waarbij een groep landen de onderlinge handelsbelemmeringen op goederenstromen zoals in- en uitvoerrechten, afschaft. Dat heeft als voordeel dat het voor ondernemingen aantrekkelijker is om zich binnen die landen te vestigen en grensoverschrijdende handel te drijven. Ook worden ondernemingen daardoor aangemoedigd om in die landen investeringen te doen. Een kenmerk van vrijhandelszones is dat de aangesloten landen elk zelf de invoerrechten kunnen bepalen van goederen die afkomstig zijn van buiten de zone. Controles aan de grenzen en eventuele bijkomende invoerrechten blijven daardoor nodig. Slimme handelaars zullen er namelijk altijd voor kiezen om hun goederen te importeren uit landen waar de laagste invoerrechten gelden. Door dat te compenseren met bijvoorbeeld aanvullende invoerrechten, kan ongelijke concurrentie voorkomen worden. In een douane-unie heffen de leden van de unie voor het goederenverkeer onderling geen invoerrechten meer. Bovendien geldt er een gemeenschappelijk douanetarief voor goederen uit derde landen. Bijkomende invoerrechten die nodig zijn om import via de landen met de laagste tarieven te corrigeren, zijn niet langer nodig in een douane-unie. In een gemeenschappelijke markt zijn de btw-tarieven en accijnzen sterk op elkaar afgestemd en zijn handelsbarrières of gelijkaardige maatregelen verboden. Eigen aan de gemeenschappelijke markt is het vrij verkeer van de productiefactoren. Goederen, diensten, personen (arbeid) en kapitaal kunnen vrij over het grondgebied van de gemeenschappelijke markt bewegen. In dat verband spreekt men vaak van de vier vrijheden. Een gemeenschappelijke markt gaat dus verder dan een vrijhandelszone en een douane-unie door ook diensten, kapitaal en personen vrij te laten circuleren. Een economische unie verenigt de voordelen van de gemeenschappelijke markt en de douane-unie. De vier vrijheden worden er gewaarborgd en voor de buitenwereld geldt een eengemaakt douanetarief. Omwille van de sterke economische verbondenheid tussen de deelnemende landen moet ook de economische, fiscale en sociale politiek goed afgestemd zijn.

343LEVEL2THEMA

1 Om de internationale handelsstromen te bevorderen kunnen landen hun economieën integreren. Hoe meer landen de regels voor internationale handel op elkaar afstemmen en mogelijke obstakels wegnemen, hoe gemakkelijker ondernemingen en gezinnen kunnen handeldrijven over de grenzen heen. Welke voordelen brengt die economische integratie zoal mee?

Explore 1— Welke types economische integratie bestaan er?

2 De integratievormen verschillen naargelang de intensiteit van samenwerking: van vrijhandelszone tot economische en monetaire unie. Lees de tekst en markeer de verschillende integratievormen.

©VANIN

353LEVEL2THEMA

Er zijn ook op fiscaal en sociaal vlak (minimum)normen vastgelegd. De economische unie is een echt handelsblok dat vaak met een stem spreekt over economische aangelegenheden. Landen kunnen ook kiezen om een monetaire unie te vormen door een gemeenschappelijke munt in te voeren (of de munten van elk land zonder schommelingsmarges aan elkaar te koppelen), het kapitaalverkeer volledig vrij te maken en het monetaire beleid door een centrale instelling te laten voeren. De economische en monetaire unie in Europa is de eurozone waar de Europese Centrale Bank het monetaire beleid bepaalt. Het vormen van een monetaire unie boven op een economische unie maakt een gemeenschappelijk economisch beleid des te belangrijker.

©VANIN

Naar: europa-nu.nl 3 Bekijk aandachtig de volgende afbeeldingen. a Om welke integratievorm gaat het? b Noteer het belangrijkste kenmerk van die economische integratie. B Kenmerken:Integratievorm:

A Kenmerken:Integratievorm:

©VANIN

Kenmerken:Integratievorm: D Kenmerken:Integratievorm: E

Kenmerken:Integratievorm: F Kenmerken:Integratievorm:

363LEVEL2THEMA C

373LEVEL2THEMA

Marshallplan 1 Werk per twee. Beantwoord de vragen met behulp van de vorige Explore en het internet. Let erop dat je met recente informatie werkt! Schrijf de websites op die je raadpleegt. Is je website betrouwbaar? 2 Het bekendste samenwerkingsverband binnen Europa is de Europese Unie. a Wat voor type handelsblok is dat? b Wat houdt dat in? c Hoeveel lidstaten telt de EU? d Welke lidstaat heeft de EU in 2020 verlaten? e Kleur de lidstaten van de EU in op kaart 1. Gebruik een lichte kleur, want je moet nog andere zaken aan de kaart toevoegen. Vul je kleur ook aan in de legende. f Omcirkel Noord-Ierland. Tip: ©VANIN

Explore 2— Welke samenwerkingsverbanden bestaan er binnen Europa?

Een snelle blik op de kaart van Europa maakt duidelijk waarom het de pionier is op het gebied van economische samenwerking. De grote hoeveelheid van soms zeer kleine landjes maakt dat handelsstromen snel grensoverschrijdend zijn. Na de Tweede Wereldoorlog kregen de West-Europese landen veel financiële steun van de VS om de heropbouw te financieren. Dat Marshallplan had als doel de welvaart te verhogen, een afzetmarkt voor Amerikaanse producten te creëren en het oprukkende communisme tegen te houden. De uitvoering van het plan, zette een integratieproces op gang dat zijn gelijke in de wereld niet kent. In de derde graad sta je uitvoerig stil bij het verloop van dat proces.

Legende:EuropaEU

Good to know Kaart 1:

383LEVEL2THEMA

©VANIN

Noord­Ierland, een deel van het Verenigd Koninkrijk (dat uit Engeland, Schotland, Wales en Noord­Ierland bestaat), heeft menig politicus en zakenman doen wakker liggen.

Officieel is het een onderdeel van het VK, maar een aanzienlijk deel van de bevolking leunt dicht aan bij de Republiek Ierland. Wil je er meer over weten? Kijk dan zeker naar de Action over Noord­Ierland.

EMU EFTA/EVA EER Bilaterale akkoorden Zwitserland Douane-unie Turkije

4 In 1960 besloten enkele landen die minder ver wilden gaan dan hun Europese partners een eigen organisatie op te richten: de EFTA (in het Nederlands EVA). a Waarvoor staan die afkortingen? b Welk type van samenwerking is dit? Wat houdt dat in? c Welke landen maken deel uit van de EFTA? d Kleur de landen van de EFTA in op kaart 1. Vul je kleur ook aan in de legende.

c Hoeveel lidstaten telt de EMU? d Kleur de lidstaten van de EMU op kaart 1. Vul je kleur ook aan in de legende.

©VANIN

393LEVEL2THEMA

5 De Europese Economische Ruimte (EER) is een samenwerkingsverband tussen de EU en drie van de vier EFTA-lidstaten. De EER is in de eerste plaats een vrijhandelszone. Daarnaast hebben de drie EFTA-landen ook de regels van de interne markt overgenomen waardoor de vier vrijheden ook op hen van toepassing zijn. a Welke vier vrijheden zijn binnen de EER van toepassing? b Welk land zit niet in de EER? c Trek een dikke lijn rondom de EER. Volg in het oosten de buitengrenzen van de EU. Vul de legende aan. d Welke enclave die geen deel uitmaakt van de EER, vind je net onder de Baltische staten terug?

3 Sommige landen van de EU gaan in hun samenwerking nog verder en vormen een ‘EMU’. a Waarvan is ‘EMU’ de afkorting? b Onder welke naam is de EMU in Europa beter bekend?

b Waar bevindt zich de officiële zetel van die instelling? c Welke staatsmacht oefent die instelling uit? A

403LEVEL2THEMA

7 Tussen de EU en Zwitserland zijn een hele reeks bilaterale akkoorden gesloten rond economische samenwerking.

6 De EU en Turkije vormen sinds 1996 een douane-unie. a Wat houdt een douane-unie in? b Kleur Turkije in op kaart 1. Vul je kleur ook aan in de legende.

Explore 3— Waarom noem je de EU een ‘supranationale’ instelling?

c Kleur Zwitserland in op kaart 1. Vul je kleur ook aan in de legende.

b Hoe noemen we een akkoord tussen veel landen?

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Bestudeer de ontdekplaat. Vul het onderstaande overzicht aan. a Bekijk aandachtig de foto. Welke instelling is er in het gebouw gevestigd?

Macht:OffiInstelling:ciëlezetel: B Macht:OffiInstelling:ciëlezetel: ©VANIN

a Wanneer is een akkoord bilateraal?

©VANIN

413LEVEL2THEMA C

Macht:OffiInstelling:ciëlezetel: D Macht:OffiInstelling:ciëlezetel: Neem er opnieuw de ontdekplaat bij. Bestudeer het onderdeel over de Raad van de EU a Kruis het juiste antwoord aan. VERTEGENWOORDIGER VAN VOORZITTER

SAMENSTELLING

2

.

vakministers van elk land premier van elk land voorzitters van de fracties van het commissarissenparlement de lidstaten de burgers de belangen van de EU de commissaris die bevoegd is voor het elkeonderwerpzesmaanden de ministers van een ander delandEuropese president b Om Europese wetgeving te vormen is instemming van de Raad van de EU nodig. Waarvoor is unanimiteit of eenparigheid nodig? c De meeste besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Wat houdt dat in?

423LEVEL2THEMA

4 Neem er opnieuw de ontdekplaat bij. Bestudeer het onderdeel over het Europees Parlement a Waar vergadert het Europees Parlement ook vaak, al is het niet de officiële zetel van de Europese instelling?LuxemburgParijsBrusselAmsterdam

©VANIN

Het Europees parlement telt leden uit alle landen van de EU. Het parlement wordt om de jaar verkozen en vertegenwoordigt . Momenteel wordt het Europees Parlement voorgezeten door . Het aantal parlementsleden per land hangt af van . De parlementsleden vormen geen groepen op basis van hun nationaliteit, wel op basis van hun standpunten. Leden met vergelijkbare politieke standpunten werken samen in Het parlement neemt samen met beslissingen over Europese wetten. Als het Parlement en de Raad het niet eens worden over een stuk wetgeving, komt er geen nieuwe wet. Het Parlement kiest de voorzitter van en keurt de 27 leden van de Commissie als college goed. Het keurt ook de van de Europese Unie goed.

3 Neem er opnieuw de ontdekplaat bij. Bestudeer het onderdeel over de Europese Commissie a Markeer het juiste antwoord in de tekst. De Europese Commissie neemt het, in overeenstemming met de afgelegde eed, op voor de belangen van de lidstaten / de algemene Europese belangen. Dat doet ze door wetgeving voor te stellen / goed te keuren en nadien op de naleving toe te zien. Ze doet dat samen met het Hof van Justitie van de EU/ de Raad van de EU. De Europese Commissie wijst de EU-financiering toe en onderhandelt namens de EU over internationale handelsovereenkomsten. De voorzitter is een van de machtigste personen in de EU. De aanstelling gebeurt door het Europees Parlement / de Raad van de EU op voordracht van de Europese Raad van regeringsleiders b Wie is de huidige voorzitter van de Europese Commissie?

c Hoe is de Europese Commissie samengesteld? Kruis aan. Ze wordt om de vijf jaar verkozen tijdens de Europese verkiezingen. Er is een commissaris voor elke lidstaat, voorgedragen door het Europees Parlement. Er zijn vijftien commissarissen die door het Europees Parlement worden voorgedragen. De regering van elk van de 27 lidstaten mag een commissaris voordragen die door het Europees Parlement moet worden goedgekeurd.

b Vul de tekst aan.

5 Neem er opnieuw de ontdekplaat bij. Bestudeer het onderdeel over het Hof van Justitie van de EU a Hoeveel rechters telt het Hof van Justitie?

2handhaving van wetgeving BDe Europese Commissie of een lidstaat kan naar het Hof van Justitie gaan als ze denken dat een EU-land de Europese regels heeft overtreden. Als het Hof van Justitie dat bevestigt, moet de veroordeelde lidstaat dat onmiddellijk corrigeren of er kan een geldboete volgen.

WETSVOORSTEL ONDERHANDELING

b Combineer de drie belangrijke taken van het Hof van Justitie van de EU met de juiste omschrijving van de 1interpretatietaak.

3nietigverklaring van EU-wetgeving CDe rechtbanken van de lidstaten waken over de naleving van de EU-wetgeving, maar de interpretatie kan van land tot land verschillen. Als een rechter twijfelt of hij de EU-regels wel juist begrijpt, kan hij uitleg vragen aan het Hof van Justitie.

©VANIN

1 2 3 6 Neem er opnieuw de ontdekplaat bij. Vul het volgende schema over de totstandkoming van Europese wetgeving in. EN GOEDKEURING TOEZICHTUITVOERING

433LEVEL2THEMA

van wetgeving AAls een EU-land, de Raad van de EU, de Europese Commissie of (soms) het Europees Parlement denken dat bepaalde EU-wetgeving de EU-verdragen overtreedt, kunnen zij het Hof vragen die Europese wetgeving te vernietigen.

.

©VANIN

8 Neem er opnieuw de ontdekplaat bij en bestudeer het onderdeel over intergouvernementele en supranationale organisaties. a Wat is een supranationale organisatie? b Wat is een intergouvernementele organisatie? c Geef enkele voorbeelden van intergouvernementele organisaties. d Is de EU een supranationale of intergouvernementele organisatie?

443LEVEL2THEMA

7 Neem er opnieuw de ontdekplaat bij en bestudeer het onderdeel over de Europese Raad a Vul de tekst aan. Als er een Europese top plaatsvindt, dan is dat meestal een vergadering van de Europese Raad. In de Europese Raad zitten van de lidstaten van de EU. Het is in die vergadering dat je de Franse president, de Duitse bondskanselier, de Belgische eerste minister … samen ziet. De vergaderingen gaan door in De voorzitter van de Europese Raad is aangesteld voor . Hij wordt ook de van Europa genoemd. Samen met de voorzitter van de Europese Commissie is hij het gezicht van de EU. b Wat is de rol van de Europese Raad? Kruis aan. Het strategisch orgaan dat de politieke koers vaart. Het orgaan dat moeilijke knopen doorhakt. Een overlegorgaan dat de Europese machine vlot laat draaien.

453LEVEL2THEMA Explore 4— Wat is de rol van de WTO? 1 Lees de tekst over de WTO en los de volgende vragen op. a Waarvoor staat de afkorting ‘WTO’? Hoe heet de organisatie in het Nederlands? b Wat is het doel van de WTO? c Is de WTO een supranationale of intergouvernementele organisatie? Waarom? d Waarover gaan de volgende akkoorden?  GATT:  GATS:  TRIPS: e Vul de tekst verder aan: De WTO met vestigingsplaats in vertegenwoordigt meer dan % van de wereldhandel en telt meer dan 160 aangesloten leden. De organisatie maakt de wereldhandel zo vrij mogelijk omdat dat de bevordert. Ze doet dat door landen aan te moedigen om zoveel mogelijkte laten vallen. Daarbij vertrekt ze uit twee principes. Volgens het (mfn), moet elke lidstaat elke andere lidstaat gelijk behandelen. Verlaag je de invoerrechten voor een land, dan moet je dat ook meteen voor alle andere leden van de WTO doen. Volgens het (non-discriminatieprincipe) moet elk land producten die uit het buitenland op de eigen markt komen, behandelen als waren het binnenlandse producten. Eens de buitenlandse goederen ingevoerd zijn op de eigen markt, mag het land ze niet langer discrimineren. ©VANIN

Volgens de basisprincipes in de Wereldhandelsorganisatie zouden landen die lid zijn van een handelsblok, de voordelen die ze aan elkaar geven, meteen aan alle leden van de Wereldhandelsorganisatie moeten geven. Slechts enkele landen bevoordelen mag volgens het ‘most favoured nation’­principe (meest begunstigde natie) immers niet. Gelukkig laten de regels een uitzondering toe voor handelsblokken. Zo kan de EU onderling heel ver gaan in het vrijmaken van de intracommunautaire handel zonder die voordelen uit te breiden naar de rest van de wereld. Most favoured nation

©VANIN

463LEVEL2THEMA

Naar: Europees Parlement, www.europarl.europa.eu/factsheets/nl/sheet/161/de-europese-unie-en-de-wereldhandelsorganisatie

Een van de belangrijkste successen van de WTO was de totstandkoming van haar orgaan voor geschillenbeslechting, dat bevoegd is om uitspraken te doen in handelsgeschillen. Het mechanisme voor de beslechting van handelsgeschillen functioneert op basis van vooraf vastgestelde regels die WTO-leden, ongeacht hun politieke gewicht of economische kracht, de mogelijkheid geven om een klacht in te dienen wegens een inbreuk op de WTO-regels en vergeldingsmaatregelen te eisen. Dat mechanisme heeft ertoe geleid dat staten veel minder dan voorheen eenzijdige defensieve maatregelen nemen, die bij de landen waartegen zij zich richtten vaak vergeldingsmaatregelen uitlokten en soms zelfs uitmondden in een regelrechte handelsoorlog. Statistieken laten zien dat er een duidelijk verband bestaat tussen vrije en eerlijke handel en economische groei. De oprichting van de WTO was een belangrijke stap in de richting van een beter georganiseerde en gereglementeerde internationale handel. De WTO zet zich in voor de bevordering van vrijhandel, met name door erop toe te zien dat landen tijdens handelsbesprekingen blijven werken aan het wegnemen van handelsbelemmeringen. De organisatie telt meer dan 160 lidstaten die samen goed zijn voor zo’n 98 % van de wereldhandel.

De WTO, wat is dat? De sterke opkomst van de internationale handel deed in de eerste helft van de vorige eeuw de behoefte ontstaan aan een platform om handelsbetrekking te bevorderen en te reguleren. Daartoe werd in 1947 de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) gesloten. Dat voorzag een forum voor rondetafelgesprekken over internationale handel, maar ook een stelsel van internationaal erkende regels voor de handel. De belangrijkste doelstelling was om voor alle leden een gelijk speelveld zonder valse concurrentie tot stand te brengen door middel van ‘een aanzienlijke verlaging van douanetarieven en een aanzienlijke vermindering van andere handelsbelemmeringen, alsmede de afschaffing van discriminerende behandeling in het internationale handelsverkeer’. Aanvankelijk omvatte de internationale handel slechts materiële goederen, maar toen de handel zich uitbreidde naar diensten en ideeën werd de GATT hervormd tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De WTO werd opgericht in 1995 met haar hoofdzetel in Genève. De WTO-verdragen kwamen in de plaats van eerdere handelsovereenkomsten, zoals de GATT. De belangrijkste van de nieuwe verdragen waren de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) en de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (TRIPS). De WTO hanteert daarbij twee basisprincipes: het ‘most favoured nation’ principe en het ‘national treatment’-principe.

473LEVEL2THEMA 2 Lees de tekst over het luchtvaartconflict tussen Europa en de VS en bekijk het filmpje bij het onlinelesmateriaal. Beantwoord de vragen. a Schets kort de inhoud van het conflict tussen beide economische grootmachten. b Welke instelling moest zich buigen over dat conflict?

c Hoelang sleept het conflict al aan? d Wie kreeg gelijk in het conflict? e Wat is het resultaat van de topontmoeting tussen de Amerikaanse president, de voorzitster van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad?

©VANIN

TO THE

Ursula von der Leyen, na haar ontmoeting met Amerikaans president Joe Biden en voorzitter van de Europese Raad Charles Michel. Brussel en Washington beschuldigen elkaar al jarenlang van illegale staatssteun aan de eigen luchtvaartindustrie.

Nu Biden op bezoek is in Brussel maar die oplossing nog niet bereikt is, wordt de opschorting met vijf jaar verlengd. Bron: standaard.be, 2021-06-15

Het conflict is het oudste handelsgeschil in de schoot van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In 2019 kreeg de VS groen licht om voor 7,5 miljard dollar taksen te he en op Europese producten. Een jaar later mocht de EU van de WTO voor 4 miljard dollar aan tarieven invoeren voor Amerikaanse export. Na een telefoongesprek met de Amerikaanse president Joe Biden maakte Europees Commissievoorzitter

Economische integratie

EU en VS bereiken doorbraak in aanslepend handelsconflict over Airbus en Boeing De Europese Unie en de Verenigde Staten zijn overeengekomen om het dispuut over de wederzijdse he ngen in het conflict rond Boeing en Airbus voor vijf jaar in de koelkast te stoppen. Zo werd bevestigd door Commissievoorzitter

©VANIN

Ursula von der Leyen begin maart bekend dat de twee partijen overeengekomen waren om al die tarieven voor vier maanden op te schorten. Dat moest hen de ruimte bieden een oplossing te zoeken.

483LEVEL2THEMA

De voordelen die internationale handel met zich meebrengt, heeft veel landen ertoe aangezet om met hun belangrijkste handelspartners de mogelijke handelsbelemmeringen zoveel mogelijk weg te nemen. Die economische integratie heeft als doel de welvaart in alle betrokken landen te verhogen. Integratievormen In functie van de mate van samenwerking, kun je vijf verschillende integratievormen onderscheiden: de vrijhandelszone: geen douanerechten tussen de lidstaten, de douane­unie: een vrijhandelszone met een gemeenschappelijk douanetarief ten opzichte van derde landen, de gemeenschappelijke markt: een douane-unie zonder handelsbarrières en met vrije circulatie van productiefactoren over het grondgebied van alle lidstaten, de economische unie: een gemeenschappelijke markt met (minimum)normen op sociaal en fiscaal vlak, de economische en monetaire unie: een unie met een gemeenschappelijke munt (of vaste wisselkoersen) en een centrale instelling die het eengemaakte monetair beleid bepaalt. POINT

Die samenwerking kan tot stand komen door een bilateraal akkoord tussen twee landen. Nog vaker gaat het om een multilateraal akkoord tussen meerdere landen en wordt er een handelsblok gevormd. De Europese Unie is het verregaandste en wellicht ook bekendste handelsblok ter wereld. De lidstaten van de EU vormen samen een economische unie. Sommige lidstaten vormen daarnaast ook een monetaire unie met de euro als eenheidsmunt. Om de economische unie te organiseren hebben de lidstaten aan de Europese instellingen de bevoegdheid gegeven om zelf regels op te stellen en af te dwingen. De EU treedt dan op als supranationale instelling. Voor domeinen die politiek gevoeliger liggen, zoals het buitenlands beleid of defensie, vormt de EU een intergouvernementele organisatie waarbinnen de lidstaten zelf nog steeds het allerlaatste woord Hethebben.beleid van de EU is het gevolg van een gecompliceerd samenspel tussen de Europese instellingen.DeEuropese Raad van regeringsleiders zet de politieke richting voor de EU uit en ontwart de moeilijkste knopen. De Europese Commissie verdedigt het Europees algemeen belang, stelt nieuwe wetgeving voor om de EU te versterken en voert ze uit eens ze zijn goedgekeurd. Het Europees Parlement vertegenwoordigt de burgers. Het parlement keurt samen met de Raad van de EU wetgeving goed, stemt over de Europese begroting en geeft z’n zegen aan de voorzitter en leden van de Europese commissie.

493LEVEL2THEMA

Europese instellingen

BEKIJK KENNISCLIPDE ©VANIN

De Raad van de EU is samengesteld uit de (vak)ministers van de verschillende lidstaten en moet de wetgeving van die door de Europese commissie wordt voorgesteld ook goedkeuren.

Het Hof van Justitie van de EU helpt nationale rechtbanken en hoven bij de interpretatie van de Europese wetgeving, kijkt toe op het respect voor de regels en controleert de wettigheid van de Europese reglementering zelf. WTO Niet enkel op regionaal niveau, maar ook op wereldschaal maken landen afspraken om de internationale handel vlotter te laten verlopen. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) spant zich in om de douanetarieven te verlagen en een eerlijk handelssysteem op te zetten. Ze vertrekt hierbij vanuit de principes van de ‘most favoured nation’ en de ‘national treatment’. De lidstaten hebben binnen de WTO ook de mogelijkheid om een geschillenbeslechtingsprocedure op te starten. De WTO zal dan een beslissing nemen wie gelijk heeft in lopende handelsconflicten en eventueel het nemen van tegenmaatregelen toestaan.

Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen.

h Welke kritiek komt er vanuit linkse hoek op een vrije wereldhandel?

i Welke andere nadelen zijn er mogelijk verbonden aan een te vrije wereldhandel?

j Welk risico bestaat er als de vrijhandel aan banden wordt gelegd?

503LEVEL2THEMA

Action 1— Staat vrije wereldhandel onder druk?

a Welke twee belangengroepen hebben elkaar gevonden in hun verzet tegen een vrijere wereldhandel?

b Welk probleem bestaat er als je je eigen markt voor het buitenland afschermt?

c Waarvoor staat de afkorting ‘GATT’?

©VANIN

d Welke twee functies van de WTO worden in het filmpje in de verf gezet? e Wat is een ‘ronde’? f De USMCA of het ‘United States, Mexico and Canada Agreement’ was de opvolger van een eerdere vrijhandelszone in Noord-Amerika. Hoe heette de voorganger? g Waarom zijn (vaak rechtse) politici tegen een vrije wereldhandel?

c Waarvoor staat de afkorting ‘VBO’? Waarom zijn de leden tevreden? d Leg in je eigen woorden uit waarom ondernemingen ook indirect kunnen profiteren van dat akkoord.

b Waarom gaat de afschaffing van de invoerrechten voor sommige producten of sectoren niet meteen in?

513LEVEL2THEMA

e Met hoeveel procent zal de export naar Japan stijgen?

f Wat houdt een handelstekort van België ten opzichte van Japan in?

2 Lees het artikel en beantwoord de vragen.

g Het vrijhandelsakkoord van Japan is een akkoord van de nieuwe stempel. Wat houdt dat in?

2—

Action Wordt de wereldhandel vrijer?

a Wie heeft er voordeel als er geen invoerheffingen meer moeten betaald worden?

1 Wat is een vrijhandelszone?

©VANIN

Bron: standaard.be

523LEVEL2THEMA

©VANIN

Europa geeft de wereld lesje in vrijhandel Terwijl de VS en China blijven kibbelen over hun handelsrelatie, hebben de EU en Japan vrijdag het lint doorgeknipt van de grootste vrijhandelszone ter wereld. Behalve een economisch belang heeft het handelsakkoord ook een sterke politieke betekenis. ‘We sturen daarmee een boodschap naar de wereld over de toekomst van open en eerlijke handel’, verklaarde de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, in een persmededeling. Hij wil daarmee benadrukken dat Europa niet meedoet aan de protectionistische agenda van Amerikaans president Trump . ‘We tonen de wereld dat we overtuigd blijven van de voordelen van open handelsrelaties’, voegde handelscommissaris Cecilia Malmström eraan toe. Chocolade en kaas In de nieuwe handelszone wonen 635 miljoen mensen, en er komt bijna een derde van de wereldwijde goederen- en dienstenproductie tot stand. Volgens de EU zullen Europese bedrijven dankzij de overeenkomst jaarlijks 1 miljard aan invoerheffingen kunnen besparen. Japan heeft toegezegd om 97 procent van zijn heffingen op Europese import te schrappen. Op export van chocolade en kaas wordt nu bijvoorbeeld nog 30 procent geheven, op wijn 15 procent. Bovendien wordt het voor Europese bedrijven mogelijk om mee te dingen naar opdrachten van 48 grote Japanse steden en van de spoorwegen. Voor de autosector is er een overgangsperiode van zeven jaar voorzien, om een overspoeling van de Europese markt door Japanse wagens te voorkomen.

Voor Belgische bedrijven biedt het akkoord veel kansen, zegt Olivier Joris, directeur Europese en internationale zaken van werkgeverskoepel VBO. De handel wordt goedkoper en eenvoudiger, en er ontstaan nieuwe kansen. Ongeveer tweeduizend Belgische ondernemingen exporteren naar Japan, waarvan 90 procent kmo’s. Ze hebben 15 000 mensen in dienst. De chemische en farmaceutische sectoren zijn goed voor 40 procent van de export. België kan ook indirect profiteren omdat ons land traditioneel sterk staat in halfafgewerkte producten. Een producent van bijvoorbeeld auto-onderdelen die aan Duitse bedrijven levert, kan voordeel doen met het akkoord als zijn Duitse klant meer auto’s naar Japan exporteert. Die indirecte export bedraagt 85 procent van de directe export.

533LEVEL2THEMA

Geen drama’s België exporteert nu veel minder naar Japan dan andersom. Het rechtstreekse handelstekort bedraagt 5,5 miljard. Als ook de indirecte export erbij geteld wordt, slinkt dat cijfer naar 2,7 miljard euro. ‘Door het akkoord zal de handelsrelatie meer in evenwicht komen’, denkt Joris. Hij is niet bang dat sommige bedrijven te kampen krijgen met sterke concurrentie uit Japan. ‘We hebben vanuit onze federaties geen enkel negatief signaal gekregen. We vrezen geen Dedrama’s.’afspraken zijn voor Europa belangrijk, omdat Japan deel uitmaakt van het Trans Pacific Partnership (TPP). Dat biedt landen als Canada en Australië meer kansen op de Japanse markt. ‘Met het nieuwe akkoord werken we dat concurrentiële nadeel weg’, legt Joris uit. Zoals veel moderne handelsakkoorden bevat de overeenkomst met Japan ook afspraken over werknemersrechten, consumentenbescherming en milieuconventies. Voor het eerst zijn ook de klimaatakkoorden van Parijs erin opgenomen. De twee partijen beloven om die na te komen. ‘Zo ontstaat een sokkel van waarden en engagementen die beide partijen respecteren’, zegt Joris.

Bron: De Standaard, 2019-02-02 Action 3— Hoe kijkt de EU naar een vrije wereldhandel? Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen. a Hoe wil de EU met de volgende partners samenwerken?  de Wereldhandelsorganisatie  de VS  China b Het Europees handelsbeleid wordt omschreven als open, duurzaam en assertief.  Waarom is het handelsbeleid open?

©VANIN

©VANIN

Op welk beslissingsorgaan zijn de volgende uitspraken van toepassing? Kruis aan. COMMISSIEEUROPESE

543LEVEL2THEMA  Waarom is het handelsbeleid duurzaam?  Waarom is het handelsbeleid assertief?

Action 4— Hoe werkt de EU?

PARLEMENTEUROPEES EUDEVANRAADDE

EUDEVANJUSTITIEVANHOFHET RAADEUROPESE

… vertegenwoordigt de EU in het buitenland. … keurt EU-wetten goed. … stelt wetsvoorstellen op. … is samengesteld door een vertegenwoordiger per lidstaat. … wordt eens om de vijf jaar verkozen. … is de verdediger van het Europees algemeen belang. … wordt voorgezeten door de ‘president’ van Europa. … beslist hoe een wet uitgelegd moet worden in geval van discussie. … zet de richting uit waarin het Europese project evolueert. … voert de begroting uit. … keurt de begroting goed. … is de vertegenwoordiger van de burgers van de EU. … spreekt namens de individuele lidstaten bij het opmaken van wetten.

553LEVEL2THEMA

b Waarom zijn de Britten niet gelukkig met de afspraken?

c Waarom kan er niet gewoon een duidelijke grens komen met Noord-Ierland?

MORE MORE MORE ©VANIN

b Waarom kan Noord-Ierland niet gewoon in de EU blijven?

1 Werk per twee. Spreek af wie filmpje 1 en wie filmpje 2 over de discussie over de grens tussen NoordIerland en de EU bekijkt.

2 Werk opnieuw samen met je klasgenoot. Bekeek je zonet filmpje 1, dan bekijk je nu filmpje 3. Bekeek je filmpje 2, dan bekijk je nu filmpje 4. a Welke regeling over de Noord-Ierse grens werd er afgesproken in het Noord-Ierlandprotocol?

a Leg in vijf regels uit waarom er zoveel te doen is over de enige landgrens tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk.

Action 5— Zit Noord-Ierland nog in de EU?

1 Ik kan uitleggen welke types van economische integratie er zijn en kan ze met elkaar vergelijken.

JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

563LEVEL2THEMA

2 Ik kan de vormen van economische integratie toepassen op Europa.

4 Ik kan uitleggen wat het verschil tussen een supranationale en een intergouvernementele organisatie is.

4 Formuleer een genuanceerd antwoord op de onderzoeksvraag van deze Action.

5 Ik kan de rol en het belang van de Wereldhandelsorganisatie duiden.

©VANIN

3 Ik kan de Europese instellingen en hun functies binnen de EU toelichten.

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

CHECKLIST

BREAKING NEWS

3 Zoek op wat de huidige situatie is aan de Noord-Ierse grens.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

 Zoek (statistische) informatie op de website van het het Agentschap voor Buitenlandse Handel (https://www.abh-ace.be), de Nationale Bank van België (www.nbb.be) en andere betrouwbare sites.  Lees in een krant recente artikels over de Belgische en/of Vlaamse buitenlandse handel.  Maak een taakverdeling.

4 Volg voor je onderzoek de OVUR-strategie. Dat houdt in dat je de volgende stappen doorloopt om tot de oplossing van dit onderzoek te komen.

UitvoerenU Welke invulling geef ik aan de onderzoeksvraag?  Maak een opsomming van de onderwerpen die je wilt opnemen in de infograpic. Zorg ervoor dat de onderwerpen je onderzoeksvragen beantwoorden.  Zorg dat je alle gebruikte termen en informatie in de infographic begrijpt.  Lees de richtlijnen in de opgave nogmaals na.

OVUR ©VANIN

STAP MOGELIJKE VRAGENAANDACHTSPUNTEN BIJ DEZE ONDERZOEKSVRAAG OriërentenO  Wat moet ik doen?  Wat wordt er van mij verwacht?  Wat zijn doelstellingen?de  Lees de onderzoeksvraag.  Zorg dat je alle woorden begrijpt.

ReflecterenR  Wat vind ik van het geleverde werk?  Wat kan er beter?  Wat was goed?

STEP-UP 1 Je hebt doorheen dit thema kennisgemaakt met het belang van de internationale handel voor België. Stel dat belang nu voor in een duidelijke infographic die misschien wel in je klas- of economielokaal komt te hangen.

VoorbereidenV  Hoe ga ik het doen?  Welke bronnen heb ik nodig?

2 De infographic moet de volgende onderzoeksvraag beantwoorden: Wat is het belang van internationale handel voor België?

57STEP­UP2THEMA

3 Welke deelvragen kun je stellen om de hoofdvraag te beantwoorden? Geef minstens drie deelvragen.

5 Houd bij het maken van je infographic rekening met de volgende zaken: a Kies goede afbeeldingen. b Gebruik recente gegevens. c Geef relevante informatie om het belang van de internationale handel voor België te verduidelijken. d Zorg voor een goed evenwicht tussen afbeeldingen en korte tekstjes. e Werk af met een aantrekkelijke look die blijft hangen.

6 Voor het maken van deze opdracht is het belangrijk dat je vertrekt vanuit betrouwbare bronnen. Schrijf de bronnen die je gebruikt hieronder op.

58STEP­UP2THEMA

7 Gebruik voor je infographic een gratis onlinetool om tot een mooi resultaat te komen. Je vindt er enkele bij het onlinelesmateriaal.

8 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

©VANIN

Dat vindt plaats wanneer een onderneming uit de EU goederen aankoopt bij een onderneming van een ander EU-land.

is vervoer van goederen door een land, waarbij tussen in- en uitvoer geen inklaring door de douane ligt.

1extracommunautairehandel

Dat vindt plaats wanneer een onderneming uit de EU goederen verkoopt aan een onderneming van een ander EU-land.

Dat is internationale handel buiten de EU.

1import of invoer Dat is de aankoop van goederen en diensten bij landen buiten de EU.

De internationale handel of wereldhandel is de handel tussen verschillende landen.

1internationalehandel

1 schaalvoordeel Schaalvoordeel is het economische voordeel dat gerealiseerd wordt door op grotere schaal te produceren. In het algemeen dalen de gemiddelde kosten per eenheid.

2exportsubsidies

Thema 2

1exportuitvoerof Dat is verkoop van goederen en diensten aan landen buiten de EU.

59BEGRIPPENLIJST2THEMA Begrippenlijst

Dat is internationale handel binnen de EU.

Dat is geld dat de overheid verstrekt aan bedrijven die producten exporteren.

1intracommunautairehandel

1intra-communautairelevering

1intracommunautaireverwerving

2dekkingscoëfficiënt

Die geeft de verhouding tussen de waarde van de uitvoer en de waarde van de invoer van goederen en diensten weer.

LEVELBEGRIP

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

2embargoDat is een verbod op handel met een bepaald land.

©VANIN

1doorvoerDat

60BEGRIPPENLIJST2THEMA

is een gevolg van de internationalisering en wijst op de samenhang en de verwevenheid tussen de nationale economieën. De verwevenheid is zowel te zien op het vlak van economie, technologie, cultuur, politiek ...

2openeconomie

2invoerquote(importquote)

Bij internationalisering ontwikkelen bedrijven producten die aan de eisen van klanten uit verschillende landen voldoen. Sommige bedrijven gaan ook in verschillende landen filialen of dochterondernemingen openen om zo op een groter gebied in te spelen.

overzicht van de in- en uitvoer van een land. Als een land meer uitvoert dan invoert, is de handelsbalans positief. In het omgekeerde geval is de handelsbalans negatief.

Een land heeft een open economie als het relatief veel handeldrijft met het buitenland omdat er weinig tot geen belemmeringen bestaan in de handel van goederen en diensten en van kapitaalverkeer.

2invoerrechtenDatproduct.iseen

LEVELBEGRIP

2internationali-sering

2protectionismeDie vorm van economisch beleid schermt de eigen markt voor buitenlandse concurrenten af.

2intermediairegoederen

©VANIN

Dat is de verhouding tussen de waarde van de invoer van goederen en diensten ten opzichte van de het bruto binnenlands

2globaliseringGlobalisering

2handelsbalansEen handelsbalans is een cijfermatig

Dat zijn halfafgewerkte goederen die een of meerdere industriële transformaties hebben ondergaan maar die nog in afgewerkte goederen moeten worden omgezet.

extra belasting op producten die geïmporteerd worden.

2quotumringcontingente-of Een quotum is een maximale hoeveelheid die in een bepaalde periode van een bepaald product mag worden ingevoerd.

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

Het parlement keurt wetgeving goed, stemt over de Europese begroting en geeft z’n zegen aan de voorzitter en leden van de Europese Commissie.

Dat is de uitvoerende macht van de EU die het Europees algemeen belang verdedigt en die nieuwe Europese wetgeving voorstelt en uitvoert.

©VANIN

3douane-unieDat is een vrijhandelszone waar er een gemeenschappelijk douanetarief wordt ingesteld ten opzichte van derde landen.

2uitvoerquoteofexportquote

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

61BEGRIPPENLIJST2THEMA

3economischeintegratie

3EuropeesParlement

Dat is een gemeenschappelijke markt met (minimum)normen op sociaal en fiscaal vlak.

LEVELBEGRIP

3economischeenmonetaireunie

Dat is een samenwerking tussen twee of meer landen die de regels voor internationale handel op elkaar afstemmen en mogelijke obstakels wegnemen, om het gemakkelijker te maken om handel te drijven over de grenzen heen.

Dat bestaat uit vertegenwoordigersverkozenvan de burgers in de EU en is onderdeel van de wetgevende macht.

3gemeenschap-pelijkemarkt

3EuropeseCommissie

Dat is een unie met een gemeen schappelijke munt (of vaste wisselkoersen) en een centrale instelling die het eengemaakt monetair beleid bepaalt.

3bilateraalEenproduct.akkoord of overleg tussen twee landen.

3Europese Raad van leidersregeringsDat is het hoogste politiek orgaan in de EU dat de politieke richting voor de unie uitzet en moeilijke knopen doorhakt.

Dat is de verhouding tussen de waarde van de uitvoer van goederen en diensten ten opzichte van het bruto binnenlands

Dat is een douane-unie waar handelsbarrières verboden zijn en de productiefactoren vrij kunnen circuleren over het grondgebied van alle lidstaten.

3economischeunie

Dat principe binnen de WTO bepaalt dat tariefverlagingen die aan een lidstaat van de WTO worden toegekend ook voor alle andere lidstaten gelden.

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

3multilateraalEen akkoord of overleg tussen drie of meer landen.

Die is onderdeel van de wetgevende macht in de EU. De Raad wordt als vertegenwoordiger van de lidstaten samengesteld uit de (vak)ministers van de verschillende lidstaten en keurt wetgeving goed.

3supranationaleorganisatie

62BEGRIPPENLIJST2THEMA

3de Raad van de EU

3intergouver-nementeleorganisatie

3vrijhandels-zone

3‘mostcipenation’-prin-favoured

Dat is een organisatie die tussen de regeringen staat en die probeert de lidstaten gemeenschappelijke afspraken te laten maken. Er is geen overdracht van soevereiniteit.

©VANIN

LEVELBEGRIP

Die organisatie staat boven de verschillende lidstaten en kan beslissingen opleggen aangezien een deel van de soevereiniteit is overgedragen aan de organisatie.

Dat is een vorm van economische integratie waarbij de douanerechten tussen de lidstaten zijn afgeschaft.

Dat principe binnen de WTO bepaalt dat goederen eens ze zijn ingevoerd in een land op gelijke voet moeten behandeld worden als goederen die uit het land zelf afkomstig zijn.

3‘nationaltreatment’-principe

3Wereldhandelsorganisatie (of WTO) Dat is een nastreeftorganisatieintergouvernementeledieeenvrijerewereldhandeleneeneerlijkhandelssysteem wil opzetten.

3het Hof van Justitie van de EU Dat is de Europese rechterlijke macht die nationale rechtbanken en hoven helpt bij de interpretatie van de Europese wetgeving, toekijkt op het respect voor de regels en de wettigheid van de Europese reglementering controleert.

L4 I T ThemaF Kapitaalmarkt3: ©VANIN

THEMADekapitaalmarkt3 ©VANIN

STEP-IN p. 4 STEP-UP Onderzoek koersverloop p. 28 LEVEL1 Wat is de intermediaire rol van de banken en beurzen ten opzichte van de kapitaalmarkt ? p. 5©VANIN

5 In dit thema doorloop je een level waarin je leert … 1 hoe ondernemingen hun activiteiten kunnen financieren via aandelen en obligaties.

3 Wie moet je contacteren als je wilt sparen? 4 Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje. a Blijf je bij je mening of denk je dat je je 5 000,00 euro op een andere manier zult sparen?

STEP-IN 1 Werk in groepjes. Je hebt vorig jaar 5 000,00 euro geërfd van een rijke tante uit Amerika. Dat bedrag staat op je zichtrekening bij de bank. Je wilt het sparen en dus niet uitgeven. Wat zijn je mogelijkheden? Bespreek en vul de onderstaande mindmap aan. 5 000,00spareneuro

©VANIN

b Als je van mening bent veranderd, waarom?

6 Dat level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin onderzoek je het koersverloop van een onderneming.

2 Welk spaarmiddel brengt volgens jou het meeste geld op in tien jaar? Maak ook een schatting hoeveel.

STEP-IN3THEMA4

LEVEL 1 Wat is de intermediaire rol van de banken en beurzen ten opzichte van deINTROkapitaalmarkt?

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe kunnen ondernemingen een beroep doen op de kapitaalmarkt om hun activiteiten te financieren?

b Voor welke doeleinden zijn die producten bedoeld? Kruis aan. Een gezin gaat een lening aan voor de aankoop van een tv. Een onderneming zoekt een financiering voor de aankoop van een bestelwagen.

©VANIN

3THEMALEVEL15

1 Bekijk de onderstaande webpagina van BNP Paribas Fortis. a Op wie is het aanbod van de producten (in het kader) van de bank BNP Paribas Fortis gericht?

Een gezin spaart per maand 500,00 euro op de spaarrekening. Voor de betaling van haar magazijn gaat een onderneming een lening van 200 000,00 euro aan.

Omcirkel de doelgroep op de schermafdruk.

Een bedrijf gaat een krediet aan om de lonen van het personeel te betalen.

De overheid gaat een krediet aan om haar investeringen voor justitie te betalen.

Explore 1— Wat is de rol van de financiële instelling in de economische kringloop om ondernemingen te financieren?

Deposito 1 Zet de gemarkeerde woorden van de geldstromen op de juiste plaats in de economische kringloop. In de kringloop zijn de overheid en het buitenland niet opgenomen. a Het gezin Berger spaart maandelijks 250,00 euro. Die deposito’s komen terecht op een spaarrekening of depositorekening bij KBC. b Het gezin Berger heeft het afgelopen jaar van KBC 52,24 euro rente of interest ontvangen. c Colruyt heeft voor de investering in zonnepanelen een krediet of een lening van 300 000,00 euro aangegaan bij BNP Paribas Fortis. d Colruyt betaalt jaarlijks rente of interest voor het krediet. Het afgelopen jaar was de interest 8 700,00 euro.

Een deposito is een geldbedrag dat de gezinnen of de bedrijven aan de financiële instelling geven. Als vergoeding daarvoor krijgen de gezinnen en/of bedrijven rente of interest. De bedrijven betalen rente of interest aan de financiële instellingen als vergoeding voor de leningen of kredieten die ze krijgen.

3THEMALEVEL16

Gezinnen Bedrijven instellingenFinanciële rente of interest een krediet of een euro rente of ©VANIN

3 Termijnrekening C Dat zijn deposito’s bij de bank om de dagelijkse verrichtingen van het gezin te doen.

1 Spaarrekening A Dat zijn deposito’s die het gezin bij de bank deponeert en die het gezin niet direct nodig heeft.

3THEMALEVEL17

BEGRIP OMSCHRIJVING

De financiële instelling speelt een intermediaire rol. Ze verzamelt de deposito’s van de gezinnen en leent die middelen uit aan bedrijven die dat geld op korte (≤ 1 jaar) of lange termijn nodig hebben. Intermediair

1 2 3 3 Bedrijven kunnen voor uiteenlopende doeleinden leningen aangaan bij de financiële instellingen. Combineer het begrip met de juiste omschrijving. Zoek de betekenis eventueel online op.

2 Zichtrekening B Dat zijn deposito’s die het gezin voor een bepaalde periode, gaande van enkele dagen tot meerdere jaren, bij de bank plaatst.

2 Investeringskrediet voor materiaal B Dat is een krediet op lange termijn (5-20 jaar) voor de aankoop van gebouwen en gronden.

2 Gezinnen kunnen op meerdere manieren geld bij de financiële instellingen deponeren. Combineer het begrip met de juiste omschrijving.

1 Investeringskrediet voor onroerend goed A Dat is een krediet op korte termijn, meestal enkele dagen tot enkele weken, om tijdelijke tekorten op te vangen.

3 Kaskrediet C Dat is een krediet op lange termijn (1-10 jaar) voor de aankoop van roerende goederen, machines …

1 2 3

©VANIN

BEGRIP OMSCHRIJVING

Omdat de aandeelhouders elkaar niet kennen, spreek je dan ook van een naamloze vennootschap (nv). Mensen kopen een aandeel omdat ze als aandeelhouder een deel van de winst krijgen, tenminste als het bedrijf winst maakt. Dat deel van de winst dat de aandeelhouder jaarlijks kan ontvangen, is het dividend. Daarop moet de aandeelhouder een roerende voorheffing, een belasting, van 30 % aan de fiscus betalen. Aandelen

©VANIN

Onder de aanbieders van bezorgdiensten van maaltijden zoals Uber Eats, Takeaway, Proxideal, heerst zware concurrentie. Om de klanten over te halen om voor Deliveroo te kiezen zijn dure marketingcampagnes nodig en daarvoor is veel kapitaal nodig. Een beursgang is dan een logische stap om kapitaal op te halen. Tegelijk vergroot Deliveroo daarmee de eigen naamsbekendheid. Deliveroo heeft met de uitgifte van nieuwe aandelen één miljard Britse pond (1,2 miljard euro) opgehaald bij beleggers. Een aandeel van Deliveroo kon je bij de introductie voor 3,90 Britse pond kopen. Een aandeel van Deliveroo biedt kansen voor beleggers die geloven in de groei van de thuisbezorgmarkt. Ook Deliveroo laat mooie groeicijfers zien. Bovendien heeft Amazon aandelen van Deliveroo. Mogelijk zullen de twee op termijn de samenwerking versterken. Amazon wil namelijk ook boodschappen en andere items laten bezorgen via Deliveroo.

Explore Hoe financiert een onderneming haar activiteiten met aandelen?

.

2—

De belegger of de aandeelhouder koopt het aandeel en wordt op die manier mede-eigenaar van het bedrijf. Grote ondernemingen zoals Apple of Toyota hebben miljoenen aandeelhouders.

3THEMALEVEL18

Wanneer een bedrijf meer kapitaal nodig heeft, kan het nieuwe aandelen uitgeven. Het geld dat het bedrijf daardoor van de aandeelhouders krijgt, kan het dan gebruiken om grote investeringen te doen, om een ander bedrijf over te kopen, om een nieuw product op de markt te brengen of om gewoon de schulden te verlichten.

Bij een startende vennootschap brengen meestal de stichters het kapitaal in. De eigendomsbewijzen of aandelen zijn in handen van een aantal personen, de eigenaars of aandeelhouders

1 Lees de case van Deliveroo, de Britse onderneming die onder andere in België maaltijden aan huis bezorgt.

3THEMALEVEL19

2 Beantwoord de vragen. a Waarom had Deliveroo kapitaal nodig? Markeer het antwoord in de tekst. b Hoeveel nieuwe aandelen heeft Deliveroo op de markt gebracht?

c Zijn er dan ook evenveel nieuwe aandeelhouders? d Bekijk tabel 1 met het resultaat. Zullen de aandeelhouders een groot dividend krijgen? Waarom (niet)?£ishet symbool voor Brits pond. Tabel 1: Resultaat van Deliveroo JAAR RESULTAAT (WINST/VERLIES) 2018 £ -232 miljoen 2019 £ -317 miljoen 2020 £ -223 miljoen e Zou jij een aandeel van Deliveroo hebben gekocht? Waarom (niet)? f Via welke instelling heeft Deliveroo die aandelen op de markt kunnen brengen?

3 De aandeelhouders van Colruyt ontvangen in 2021 een dividend van 1,47 euro bruto. Dat is in totaal 196 miljoen euro voor alle aandeelhouders samen. a Bereken het nettodividend, met andere woorden hoeveel euro krijgt de aandeelhouder per aandeel op zijn bankrekening? Tip: ©VANIN

Op de Brusselse beurs bedraagt het gemiddelde rendement op dividenden van aandelen die een dividend uitkeren, 3,40 % bruto. Wanneer je daar de roerende voorheffing van 30 % aftrekt, komt dat netto uit op 2,40 %. Good to know Explore 3— Hoe financiert een onderneming haar activiteiten met obligaties?

ƒ Hoeveel rente krijg je op een spaarrekening? Raadpleeg de website van een Belgische bank.

b Bereken de procentuele opbrengst van het nettodividend. De prijs of de koers van het aandeel Colruyt bedraagt 51,76 euro. c Een aandeel houden is risicovol. Het bedrijf kan immer verlies lijden of failliet gaan. Beoordeel de opbrengst van een aandeel ten opzichte van de opbrengst van een spaarrekening.

103THEMALEVEL1

Een onderneming die kapitaal nodig heeft, kan aandelen uitgeven, een lening aangaan bij de bank of een obligatielening, kortweg obligatie, uitgeven.

©VANIN

De belegger die een obligatie koopt, leent zijn geld uit aan die onderneming. Als vergoeding krijg hij een (jaarlijkse) rente waarvan de roerende voorheffing, een belasting van 30 %, afgehouden wordt. Op de eindvervaldag van de obligatie betaalt de onderneming het geleende geld terug. Het nominaal bedrag of de coupure van de obligatie is de waarde van de obligatie bij de uitgifte. Soms kan de uitgifteprijs, dat is de prijs die de belegger bij de uitgifte betaalt, meer bedragen. Dan spreek je van een uitgifte boven pari. Bij een uitgifte a pari betaalt de belegger evenveel als het nominaal bedrag. Bij een uitgifte beneden pari betaalt de belegger minder dan de nominale waarde. Obligaties

ƒ Vergelijk die opbrengst met de opbrengst van het aandeel en beoordeel.

B Wanneer krijgt de belegger het geld dat hij via deze obligatie uitleent, terug?

Doel

a Plaats elke letter uit de onderstaande lijst op de juiste plaats van de voorwaarden.

A Waarvoor zal Immobel het geld van de obligatielening gebruiken?

C Hoeveel bedraagt het minimale bedrag van één obligatie?

F Hoeveel rente krijgt de belegger jaarlijks (in procenten)?

Publiek Aanbod van Groene Obligaties Immobel nv van de obligatie De opbrengsten van de obligaties zullen door Immobel worden gebruikt voor de financiering of herfinanciering van activa, projecten en activiteiten van de onderneming. Aanbod De obligatie wordt aangeboden via Belfius en BNP Paribas.

Looptijd obligaties 6,5 jaar Uitgiftedatum 12 november 2021 Eindvervaldag 12 mei 2028

Die onderneming legt zich toe op de bouw van duurzame gezinswoningen en appartementen.

Uitgifteprijs 101,875 % van het nominale bedrag, namelijk 1 018,75 euro per coupure

113THEMALEVEL1

E Wat is de looptijd van de obligatie, m.a.w. hoelang wordt het geld uitgeleend?

Nominaal

Hieronder vind je de voorwaarden om in te schrijven op een obligatie van de onderneming Immobel.

bedrag per coupure1 000,00 euro Uitgiftebedrag minimaal 75 000 000,00 maximaal 125 000 000,00 euroeuro, Terugbetaling op eindvervaldag100 % van het nominaal bedrag Rendement jaarlijkse coupon van 3 % bruto per coupure Roerende voorheffing 30 % op het brutobedrag van de coupon Bron: mijnportefeuille.be b Is dit een uitgifte a pari, boven pari of beneden pari? Verklaar je antwoord. c Hoeveel moet de belegger betalen bij de uitgifte wanneer hij tien obligaties koopt? d Hoeveel krijgt de belegger op de vervaldag terug (zonder rente)? ©VANIN

D Welk bedrag wil Immobel minimaal ophalen met de obligatielening?

©VANIN

De kapitaalmarkt is de markt waarop financiële activa zoals aandelen en obligaties, worden verhandeld. Het gaat over activa die een looptijd hebben van minstens één jaar. Zowel aandelen als obligaties hebben een looptijd van meer dan één jaar.

123THEMALEVEL1 e Hoeveel rente krijgt de belegger bruto en netto op 12 november 2022? ƒ Bruto: ƒ Netto: f Waar kan de belegger de obligatie kopen? Markeer in de lijst van Immobel op de vorige bladzijde. g Zou je die obligatie kopen? Waarom (niet)?

Kapitaalmarkt

1 Vul het schema aan. De pijlen in het schema stellen geldstromen voor. Kies uit: rente / interest – aandelen – dividenden – obligaties

Gezinnen Bedrijven Kapitaalmarkt

Explore 4— Hoe werkt de kapitaalmarkt?

Ruim 22 000 Belgen tekenen in op beursgang bpost Meer dan 22 000 Belgen hebben in totaal 11,6 miljoen aandelen van bpost gekocht. De postgroep trekt morgen naar de beurs tegen een prijs van 14,50 euro per aandeel. Bpost stelde een stevig dividend in het vooruitzicht om beleggers te lokken. Naar: trends.knack.be, 2013-06-20

133THEMALEVEL1

De kapitaalmarkt bestaat uit: de primaire markt: hier gebeurt de plaatsing van nieuwe aandelen en obligaties. Het geld van de belegger gaat rechtstreeks naar de onderneming. Als een onderneming haar aandelen voor het eerst op de primaire markt laat noteren, heet dat een beursintroductie of IPO (Initial Public Offering); de secundaire markt: hier worden bestaande aandelen verhandeld, met andere woorden de aandelen worden gekocht van een aandeelhouder die zijn aandelen wil verkopen. Dat gebeurt via de beurzen. In dat geval betaal je niets aan de onderneming, maar aan de verkoper van de aandelen. Hetzelfde doet zich voor bij obligaties op de obligatiemarkt. Primaire en secundaire markt 2 Op 21 juni 2013 ging bpost naar de beurs om kapitaal op te halen. Lees het krantenknipsel. Volgens de krantenkop is dat best gelukt. a Gaat het in dit geval om de primaire of secundaire markt? Waarom? b Markeer in het artikel waarom de beleggers het aandeel van bpost hebben gekocht.

©VANIN

Bpost heeft in 2014 een nettowinst gerealiseerd van 295,5 miljoen euro, bijna 8 miljoen meer dan in 2013. Het bedrijf stelt een dividend voor van 1,26 euro bruto, tegen 1,13 euro voor 2013. De vooruitzichten voor volgend jaar zijn veelbelovend. Naar: vrt.be, 2015-03-16

a Stel dat je bij de beursintroductie tien aandelen had gekocht. Een belegger vraagt aan jou om die aandelen te verkopen. Aan welke prijs zou je elk aandeel dan verkopen? Verklaar je antwoord.

143THEMALEVEL1

3 Lees nu een stukje uit het artikel één jaar na de beursintroductie.

Beleggers blijven zich zorgen maken over de prestaties van Radial, het Amerikaanse e-commercebedrijf dat eigendom is van bpost. Radial ziet klanten vertrekken en lijdt onder een scherpe prijsdruk. Daardoor zal de expert in e-commerce veel minder bijdragen tot de winst dan verwacht.

4 Lees vervolgens een stukje uit het artikel over bpost begin 2018.

b Markeer het juiste antwoord. Wanneer de winstcijfers van een onderneming toenemen, daalt / stijgt de vraag naar aandelen van die onderneming. Daardoor zal de beurskoers, dat is de prijs van het aandeel, afnemen / toenemen

©VANIN

Uit: vrt.be, 2018-03-19

a Zou die belegger nog zo geneigd zijn om aandelen van bpost te kopen van een aandeelhouder? Waarom (niet)? b Markeer het juiste antwoord. Wanneer de winstcijfers van een onderneming dalen, daalt / stijgt de vraag naar aandelen van die onderneming. Daardoor zal de beurskoers, dat is de prijs van het aandeel, afnemen / toenemen.

c Worden de aandelen van bpost nu verkocht en gekocht op de primaire of secundaire markt? Waarom?

1 Bekijk grafiek 1 met het verloop van de beurskoers van bpost. a Vul de gegevens aan.

ƒ de beurskoers van het ogenblik: ƒ de periode waarover de beurskoers wordt gegeven: ƒ de hoogste koers van die periode: ƒ de laagste koers van die periode: ƒ het verlies dat je hebt geleden als je het aandeel had gekocht op de hoogste koers en verkocht op de laagste koers: ƒ het aantal bpostaandelen dat is uitgegeven: ƒ de daling of stijging van de beurskoers ten opzichte van de vorige dag: b Stel dat je in een aandeel van bpost had willen beleggen. Wanneer zou je dat het best hebben gekocht en verkocht? c Stel dat je op 14 december 2020 100 aandelen had gekocht aan 7,00 euro per aandeel. Wat zou je dan doen op 31 december wanneer de koers 7,67 euro per aandeel bedraagt?

Hoe werkt de aandelenbeurs?

©VANIN

Beurzen

De grote meerderheid van de ondernemingen treedt niet toe tot de beurs. De meeste besloten vennootschappen (bv’s) en naamloze vennootschappen (nv’s) verhandelen de aandelen in de privésfeer, met andere woorden onderling tussen de geïnteresseerde partijen.

Alleen wanneer een onderneming bijkomend kapitaal nodig heeft om te groeien, wendt ze zich tot de beurs. Op dat moment heeft iedereen de mogelijkheid om mede-eigenaar of aandeelhouder te worden. Je spreekt dan van een kapitaalsverhoging. De beurs is de plaats om aandelen te kopen en te verkopen. Het is een markt waar kopers en verkopers van aandelen elkaar vinden. Aandelen die via een beurs worden verhandeld, zijn beursgenoteerde aandelen. Tegenwoordig worden de koop- of verkooporders doorgegeven via digitale platformen zoals Bolero of Binkbank. Een belegger koopt en verkoopt aandelen op de secundaire markt aan de prijs van dat ogenblik, de beurskoers. Als hij de aandelen voor een hogere beurskoers verkoopt dan die waarvoor hij ze zelf heeft gekocht, realiseert hij een meerwaarde op de verkoop. Als hij ze aan een lagere prijs verkoopt, heeft hij een minderwaarde.

153THEMALEVEL1 Explore 5—

Er zijn meerdere beurzen in de wereld. In België is de beurs van Brussel of de Euronext Brussels het bekendst. Die werkt onder andere samen met de beurs van Amsterdam. Op de beurs van Brussel staan ongeveer 120 ondernemingen genoteerd. Dat zijn meestal Belgische ondernemingen. De 20 grootste ondernemingen worden opgenomen in de Bel-20. Die beursindex geeft een beeld van de evolutie van de beurskoersen van de 20 ondernemingen. De Bel-20 begon op 2 januari 1991 te handelen op 1 000 punten.

Beursindex ©VANIN

163THEMALEVEL1

Grafiek 1: Verloop beurskoers bpost van februari 2021 – januari 2022 Bron: tijd.be, 2022-01-28

Momenteel staat die index op meer dan 4 000 punten. Dat betekent dat de beurskoers van de ondernemingen uit de Bel-20 vier keer in waarde is gestegen.

Het dividend per aandeel daalt. De beurskoers daalt.

d Welk gevolg zou een kapitaalsverhoging van bpost op de beurskoers hebben? Nummer chronologisch.De

eventuele winst moet onder meer aandeelhouders verdeeld worden. De aandeelhouders verkopen hun aandelen. Er zijn meer uitgegeven aandelen.

Aandelen van (grote) buitenlandse ondernemingen koop je op de beurs waar dat aandeel wordt verhandeld. De bekendste beurs is die van New York (de NYSE). De beursindex van de NYSE is de Dow Jones. De grote technologieaandelen, zoals van Microsoft, Alphabet (= Google) en Apple, worden verhandeld op de Nasdaq, de technologiebeurs van New York. Vraag naar en aanbod van een bepaald aandeel bepaalt de koers. De notering van de beurskoers gebeurt elektronisch en kan dus constant worden aangepast aan de vraag en het aanbod.

b Kijk een tijdje later (of de volgende les) opnieuw naar de beurskoers van de aandelen. Vul de onderstaande rijen aan.

©VANIN

173THEMALEVEL1

2 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een aantal websites met de aandelenkoersen. Noteer op twee verschillende momenten de gegevens van drie aandelen. a Zoek de gegevens van drie aandelen, elk van een verschillende beurs: de beurs van Brussel, de NYSE en de Nasdaq. Vergeet niet om de munteenheid (EUR, USD ...) bij de getallen te noteren.

Naam vorigeWinstLaagsteHoogsteDatumBeurskoersaandeelenuurdagkoersdagkoers/verliest.o.v.beursdag

BEURS VAN BRUSSEL NYSE NASDAQ

BEURS VAN BRUSSEL NYSE NASDAQ Naam Stijging,DatumBeurskoersaandeelenuurdaling of niet Verklaringgewijzigd

Zou je beleggen in een bedrijf dat wapens produceert of zeer vervuilend is voor het milieu? Je bent vrij zeker dat het aandeel veel geld kan opbrengen ... Forum

183THEMALEVEL1 Explore 6— Hoe werkt de obligatiebeurs?

©VANIN

Obligaties worden op de secundaire markt verhandeld. Je kunt op de beurs bestaande obligaties kopen van een obligatiehouder die wil verkopen. Op die manier kan de verkoper een meerwaarde creëren als hij verkoopt aan een hogere koers dan die waaraan hij de obligatie heeft gekocht. De koers van de obligatie wordt uitgedrukt in een percentage. Een koers van 105 % betekent dat je de obligatie kunt kopen aan 105 % van de nominale waarde, dat is de koers bij uitgifte van de obligatie. De koper van een obligatie op de secundaire markt kan zelf kiezen voor welk bedrag hij obligaties wil kopen.

c Hoeveel bedraagt de jaarlijkse rente (%)? d Wanneer is die obligatie uitgebracht?

3 Waarom zou de koers eind maart 2020 plots zo fel gezakt zijn?

1 Bekijk grafiek 2 over de obligatie van Netflix. Zoek de volgende informatie in de onderstaande gegevens. a Aan welke koers kun je (ongeveer) de obligatie kopen in januari 2022? b Tot wanneer krijg je de jaarlijkse rente van Netflix?

2 Waarom zou iemand de obligatie willen kopen, met andere woorden waarvan is de vraag naar de obligatie afhankelijk?

Obligatiebeurs

Coupon: 5,88 % Uitgifteprijs: 100,00 %

©VANIN

193THEMALEVEL1

Aandelen Bij een startende vennootschap wordt het kapitaal meestal ingebracht door de stichters van de vennootschap. De eigendomsbewijzen of aandelen zijn in handen van een aantal personen, de eigenaars of aandeelhouders. Wanneer een bedrijf groeit en meer kapitaal nodig heeft, kan het nieuwe aandelen uitgeven. De belegger of de aandeelhouder koopt aandelen en wordt op die manier medeeigenaar van het bedrijf. Je spreekt dan ook van een naamloze vennootschap (nv) omdat de aandeelhouders elkaar niet kennen. De aandeelhouders krijgen eventueel jaarlijks een dividend. Dat is het deel van de winst dat de onderneming aan de aandeelhouders uitkeert. Als er geen winst is, is er ook geen dividend. Op het dividend moet de aandeelhouder een belasting van 30 %, de roerende voorheffing, aan de fiscus betalen.

Grafiek 2: Obligatie Netflix Gezinnen deponeren hun overschotten aan geldmiddelen bij een financiële instelling. Ze kunnen dat onder andere doen op een zichtrekening, een spaarrekening of een termijnrekening. Bedrijven die geld nodig hebben om hun investeringen te doen, kunnen een beroep doen op die geldoverschotten van de gezinnen. De financiële instelling speelt daarbij een intermediaire rol. Ze verzamelt de deposito’s van de gezinnen en leent ze uit aan de bedrijven die dat geld nodig hebben: op korte termijn (minder dan één jaar) voor tijdelijke financiële tekorten: bijvoorbeeld een kaskrediet; op lange termijn (meer dan één jaar) voor investeringen in onroerende goederen of materiaal.

Uitgiftedatum: 2019-04-26

Vervaldag: 2028-11-15

Een onderneming kan voor de financiering van haar activiteiten ook een beroep doen op de kapitaalmarkt. De kapitaalmarkt is de markt waarop financiële activa zoals aandelen en obligaties worden verhandeld. Het gaat over activa die een looptijd hebben van minstens één jaar.

TO THE POINT

Obligaties Een andere mogelijkheid voor een onderneming om geld te verzamelen voor haar werking is door een obligatielening of kortweg obligatie uit te geven. Een obligatie is een schuldbewijs van de onderneming. De obligatiehouder leent geld uit aan de onderneming. Als vergoeding krijg de belegger een (jaarlijkse) rente. Van die brutorente wordt een roerende voorheffing van 30 % of belasting afgehouden. Op de eindvervaldag van de obligatie wordt het geleende geld terugbetaald. Het nominaal bedrag (of de coupure) van de obligatie is de waarde van de obligatie bij de uitgifte. Bij de aankoop van een nieuwe obligatie kan de uitgifte gebeuren: boven pari: de belegger betaalt meer dan de nominale waarde; a pari: de belegger betaalt evenveel als het nominaal bedrag; beneden pari: de belegger betaalt minder dan de nominale waarde. De kapitaalmarkt wordt verdeeld in: de primaire markt: op die markt worden nieuwe aandelen en obligaties uitgebracht. Het geld van de belegger gaat dan rechtstreeks naar de onderneming zelf. Bij een beursintroductie of IPO (Initial Public Offering) stelt de onderneming haar nieuwe aandelen voor de eerste keer beschikbaar aan het grote publiek; de secundaire markt: op die markt verkoopt een aandeelhouder bestaande aandelen aan een belegger die de aandelen wil kopen. In dat geval betaalt de belegger niets aan de onderneming, maar aan de verkoper van de aandelen. Hetzelfde doet zich voor bij obligaties op de obligatiemarkt. Voor het verhandelen van aandelen en obligaties wordt een beroep gedaan op gespecialiseerde beurzen. Beursgenoteerde aandelen en obligaties worden via de beurs verhandeld. Een belegger koopt en verkoopt aandelen of obligaties aan de prijs van dat ogenblik, de beurskoers. De koers van de obligatie wordt uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde. Een koers van 105 % betekent dat de belegger de obligatie kan kopen aan 105 % van de nominale waarde. Als de belegger zijn aandelen of obligaties voor een hogere beurskoers verkoopt dan de koers waaraan hij ze zelf heeft gekocht, realiseert hij een meerwaarde op de verkoop. Aandeelhouders realiseren een opbrengst via de dividenden en de verkoop van de aandelen met een meerwaarde. De opbrengst van de obligatiehouders is de jaarlijkse rente en de eventuele meerwaarde bij een verkoop. Pas op, want dat kan ook een minderwaarde zijn, als de belegger verkoopt tegen een koers die lager is dan de koers bij de aankoop van de aandelen of obligaties.

Elk land heeft zijn eigen beurs of beurzen waarop bedrijven van dat land, maar ook buitenlandse bedrijven genoteerd staan. In België is de beurs van Brussel of de Euronext Brussels het bekendst. Die werkt onder andere samen met de beurs van Amsterdam. Een belegger koopt aandelen van een onderneming op de beurs waar dat aandeel wordt verhandeld. De grootste en bekendste is de beurs van New York (de NYSE of New York Stock Exchange). De grote technologieaandelen, zoals van Microsoft, Alphabet (= Google) en Apple, worden verhandeld op de technologiebeurs van New York, de Nasdaq. Vraag naar en aanbod van het desbetreffende aandeel vormen de beurskoers. Dat gebeurt elektronisch en kan dus constant worden aangepast aan de vraag en het aanbod van dat ogenblik.

203THEMALEVEL1

©VANIN

Gezinnen Bedrijven

KapitaalmarktinstellingenFinanciële

Wanneer een onderneming zich tot de beurs wendt, heeft iedereen de mogelijk om mede-eigenaar of aandeelhouder te worden. Op die manier verhoogt de onderneming haar kapitaal door de uitgifte van nieuwe aandelen. Je spreekt dan van een kapitaalsverhoging

Om een globaal beeld te geven van een beurs is er de beursindex. Daarin worden de belangrijkste bedrijven van die beurs opgenomen. Voor de beurs van Brussel heet die index de Bel-20. De Bel-20 geeft een beeld van de evolutie van de beurskoersen van 20 grote ondernemingen. De Bel-20 begon op 2 januari 1991 te handelen op 1 000 punten. Op dit ogenblik staat die index op meer dan 4 000 punten. Dat betekent dat de beurskoers van de ondernemingen uit de Bel-20 vier keer in waarde is gestegen. De beursindex van de NYSE heet de Dow Jones. De meeste naamloze en besloten vennootschappen treden niet toe tot de beurs maar verhandelen de aandelen in de privésfeer, met andere woorden onderling tussen de geïnteresseerde partijen.

213THEMALEVEL1

obligatiesaandelen rente / interest rente / interest deposito’s rente / interest dividendenleningen Geldstromen BEKIJK KENNISCLIPDE ©VANIN

Action 1— Hoe zit de financiële kringloop in elkaar?

H Het gezin Vanhoudt krijgt van de bank als vergoeding 23,65 euro op de termijnrekening.

D Abida Benali heeft een vakantiejob gedaan en plaatst 2 000,00 euro op haar spaarrekening.

G McDonald’s doet een beroep op de belegger om in te schrijven op een lening met een looptijd van 8 jaar en een rente van 3,45 %.

E Colruyt betaalt 4 570,00 euro interest op het investeringskrediet dat de onderneming voor de installatie van zonnepanelen heeft aangegaan.

Gezinnen Bedrijven

B Telenet plaatst een kapitaalsverhoging en wil daarmee 80 miljoen euro ophalen.

Noteer de letter van de onderstaande activiteiten bij de juiste pijl van de financiële kringloop.

obligatiesaandelen rente / interest rente / interest deposito’s rente / interest dividendenleningen ©VANIN

223THEMALEVEL1

F Bpost betaalt de aandeelhouders 0,62 euro per aandeel.

A Kinepolis gaat een lening van 400 000,00 euro aan bij Belfius voor de installatie van nieuwe projectoren.

C Vastgoedonderneming Immobel betaalt de rente op haar obligatielening.

KapitaalmarktinstellingenFinanciële

233THEMALEVEL1

1 Welk begrip hoort niet thuis in de rij? Markeer en leg uit waarom. a beurskoers – boven pari – aandeel – secundaire markt b kapitaalmarkt – primaire markt – investeringskrediet – secundaire markt

Action 3— Gaat het om een obligatie of om een aandeel?

©VANIN

2 Waarom is er bij deze bedrijven sprake van: a de primaire markt? b de secundaire markt?

Voetbalclub Club Brugge blaast de beursintroductie af en gaat niet naar de Greenyard,beurs. de Belgische specialist in diepgevroren groenten en fruit, voert een kapitaalsverhoging van 50 miljoen euro door. Je koopt op 3 september 2022 een obligatie van vastgoedonderneming Immobel aan 102,32 %. Uitgiftedatum 2021-11-12. Amazon brengt een obligatielening uit met vervaldatum 2060-06-03 en een rente van 2,70 %. Je koopt op de beurs van Brussel 100 aandelen van Colruyt aan een koers van 37,60 euro.

Action 2— Gaat het om de primaire of de secundaire markt?

1 Vinden de onderstaande transacties op de primaire of secundaire markt plaats? Kruis aan.

PRIMAIRSECUNDAIR

ƒ Noteer de naam van de onderneming en de naam van de beurs.

ƒ Selecteer twee data in het verloop van de beurskoers waarop een sterke daling of stijging van de beurskoers te zien is. Zoek een verklaring daarvoor en neem die ook op in de infographic.

ƒ Voeg eventueel nog wat andere informatie toe. c Enkele leerlingen presenteren hun infographic. d Bewaar het resultaat in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk level. Geef die submap de naam ‘Thema_3_Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Action_4_beurskoers’.

2 Werk in groepen. Elke leerling stelt twee rijen van vier woorden op waarbij een begrip niet in de rij thuishoort. Raad van elkaar welk woord er niet thuishoort.

ƒ Verzamel enkele basisgegevens van dat aandeel zoals het aantal uitgegeven aandelen, de winst of het verlies van de afgelopen vijf jaar en het afgelopen jaar en het aantal aandelen.

Action 4— Hoe zoek je de beurskoers van een aandeel?

ƒ Voeg de grafiek met de beurskoers van de afgelopen vijf jaar toe.

243THEMALEVEL1 c beursintroductie – secundaire markt – kapitaalsverhoging – uitgifte obligatie d a pari – vervaldag – dividend – lening e NYSE – Beurs van Brussel – Bel-20 – KBC

b Selecteer een aandeel van de beurs van Brussel of een aandeel van de beurs van New York (NYSE of Nasdaq). Maak een infographic van dat aandeel.

ƒ Is het aandeel ook opgenomen in de index van die beurs?

©VANIN

Surf naar de website van de krant De Tijd. Klik op ‘Markten’ en ‘Beurzen’. Kies ‘Beurs’ of ‘Beursindex’. a Bij de geselecteerde beurs zoek je alfabetisch of op naam naar de onderneming waarvan je de beurskoers wilt onderzoeken.

253THEMALEVEL1 Action 5— Hoe verloopt een beursintroductie?

Ekopak is een bedrijf dat inspeelt op recyclage en herwaardering van water. In maart 2021 is het bedrijf naar de beurs getrokken. Good to know Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje en lees het artikel. a Wat doet Ekopak? b Waarom ging Ekopak naar de beurs? c Aan welke prijs werd een aandeel van Ekopak op de beurs gebracht?

d Wat is de koers van Ekopak na de eerste beursdag? e Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er enkele sites waarop je de huidige koers kunt zoeken. Wat is de koers van Ekopak vandaag? f Bereken het rendement van de huidige beurskoers t.o.v. de introductieprijs.

©VANIN

Action 6— Waar vind je statistische informatie over de financiële instellingen?

263THEMALEVEL1

Surf via het onlinelesmateriaal naar het dashboard van Febelfin. a Wat is Febelfin?Als je op de knop ‘Download’ klikt, kun je het dashboard downloaden. Misschien kun je die infographic ophangen in de klas? b Wat is de kerntaak van de Belgische financiële instellingen? c Vul de vakken aan met de juiste getallen. mensen voltijds tewerkgesteld in de financiële sector i banken in België i bankkantoren in België in de financiële sector i d Vul het onderstaande schema aan met de juiste getallen. Gezinnen instellingenFinanciële

BedrijvenGezinnenOverheid e Hoeveel staat er gemiddeld per inwoner op de spaarrekeningen van de Belgische financiële instellingen? Er zijn afgerond 11,5 miljoen inwoners in België. Tip: ©VANIN

CHECKLIST

BREAKING NEWS

6 Ik kan de werking van de beurzen verklaren.

©VANIN

3 Ik kan de financiële economische kringloop schetsen.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

5 Ik kan verklaren hoe ondernemingen hun activiteiten kunnen financieren via de kapitaalmarkt.

273THEMALEVEL1

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

1 Ik kan de kapitaalmarkt omschrijven.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

4 Ik kan de primaire en secundaire markt omschrijven in relatie tot de kapitaalmarkt.

2 Ik kan de rol van de financiële instellingen en de kapitaalmarkt in de financiële economische kringloop omschrijven aan de hand van voorbeelden.

JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

8 Ik kan de intermediaire rol van de banken verklaren.

9 Ik kan de intermediaire rol van de beurzen op de kapitaalmarkt verklaren.

7 Ik kan de begrippen ‘aandeel’ en ‘obligatie’ verklaren in relatie tot de financiering van een onderneming.

1 In deze Step-up onderzoek je in groepjes van drie het koersverloop van een bedrijf. Kies afhankelijk van je interesse een van de onderstaande bedrijven. Vink de gekozen optie aan. Optie 1 arGEN-X a In juli 2014 ging farmabedrijf arGEN-X naar de beurs van Brussel. Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het nieuwsbericht van KanaalZ van die dag. b Ondertussen heeft het aandeel van arGEN-X een hele weg afgelegd. Stel zelf een onderzoeksvraag met minstens twee deelvragen op om die hoofdvraag te beantwoorden.

STEP-UP

©VANIN

Grafiek 1: Koersverloop arGEN-X Bron: tijd.be

28STEP-UP3THEMA

Grafiek 2: Koersverloop Balta Group Bron: tijd.be

©VANIN

29STEP-UP3THEMA Optie 2 Balta Group a Balta Group ging naar de beurs op 14 juni 2017. Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het nieuwsbericht van KanaalZ van die dag. b Ondertussen heeft het aandeel van Balta Group een hele weg afgelegd. Stel zelf een onderzoeksvraag met minstens twee deelvragen op om die hoofdvraag te beantwoorden.

2 Ga verder met je gekozen optie en maak de volgende opdrachten. a Zoek bijkomende artikels, nieuwsfragmenten (KanaalZ …) over het gekozen bedrijf. b Stel eerst je bedrijf bondig voor (activiteit, belangrijke data, omzet, winst …).

OVUR ©VANIN

UitvoerenU Welke invulling geef ik aan de onderzoeksvraag? ƒ Maak een opsomming van de koersschommelingen (daling of stijging van de koers) die je wilt verklaren. – Zorg voor een vijftal momenten in het bestaan van het bedrijf waar dergelijke schommelingen plaatsvinden. – Heb je een goede verklaring voor de stijging of daling? ƒ Lees de richtlijnen in de opgave nogmaals na.

30STEP-UP3THEMA

OriërterenO ƒ Wat moet ik doen? ƒ Wat wordt er van mij verwacht? ƒ Wat zijn de doelstellingen? ƒ Lees de opdracht. Zorg dat je alle woorden begrijpt. ƒ Stel de onderzoeksvraag met twee deelvragen op. VoorbereidenV ƒ Hoe ga ik het doen? ƒ Welke bronnen heb ik nodig? ƒ Zoek via een internetbrowser nieuwsberichten over het bedrijf. KanaalZ is meer gespecialiseerd in bedrijfsnieuws en de eventuele gevolgen daarvan op de beurs. ƒ Zoek in de kranten (De Tijd, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, De Morgen …) artikels over dat bedrijf. Op de website van De Tijd vind je een overzicht van artikels over een bepaald bedrijf. ƒ Maak een taakverdeling.

STAP MOGELIJKE VRAGENAANDACHTSPUNTEN BIJ DE ONDERZOEKSVRAAG

c Verwerk de informatie uit vraag 1 en de zelf gevonden informatie tot een verslag waarbij je de grote schommelingen in de koers van het aandeel van het bedrijf verklaart.

d Om dat te onderzoeken volg je de OVUR-strategie. Dat houdt in dat je de volgende stappen doorloopt om tot de oplossing van het onderzoek te komen.

ReflecterenR ƒ Wat vind ik van het geleverde werk? ƒ Wat kan er beter? ƒ Wat was goed? Eigen invulling e Presenteer je verslag in de klas. f Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

1dividendEenspaarrekening.dividendis

De financiële instelling speelt een intermediaire rol. Ze verzamelt de deposito’s van de gezinnen. Die middelen worden door de financiële instelling uitgeleend aan de bedrijven die dat geld nodig hebben op korte of lange termijn.

1intermediair(intermediairerol)

Dat is een bewijs van mede-eigendom van een onderneming.

1a pari Een obligatie wordt a pari uitgegeven wanneer de uitgifteprijs van de obligatie gelijk is aan de nominale waarde.

een deel van de winst dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders.

©VANIN

1aandeelhouder

1beneden pariEen obligatie wordt beneden pari uitgegeven wanneer de uitgifteprijs van de obligatie lager is dan de nominale waarde.

1beursindexDat is een index van de belangrijkste aandelen van een beurs.

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

Die persoon heeft aandelen van een onderneming in bezit. Als aandeelhouder is hij dan mede-eigenaar van die onderneming.

Thema 3

1depositoDat is een geldbedrag dat de gezinnen of de bedrijven aan de financiële instelling geven. Het komt meestal terecht op een

1aandeel

1beursintroductie of IPO Public(InitialOffering) Een beursintroductie is de beursgang van een onderneming. De onderneming laat haar aandelen voor het eerst op de primaire markt noteren voor het grote publiek.

Begrippenlijst

LEVELBEGRIP

1beurskoersDat is de prijs waarvoor aandelen en obligaties worden verhandeld, met andere woorden gekocht en verkocht.

1beurs De beurs is de plaats om aandelen te kopen en te verkopen. Het is een markt waar kopers en verkopers van aandelen elkaar vinden.

31BEGRIPPENLIJST3THEMA

1boven pariEen obligatie wordt boven pari uitgegeven wanneer de uitgifteprijs van de obligatie hoger is dan de nominale waarde.

1meerwaardeEen

1roerendevoorheffing

Dat is een belasting die op roerende goederen zoals de dividenden van aandelen, de verkregen rente van obligaties of spaardeposito’s, wordt geheven.

©VANIN

1kapitaalmarktDe

Daarop worden bestaande financiële activa zoals aandelen en obligaties gekocht en verkocht. Het geld van de verkoop gaat niet naar de onderneming maar naar de verkoper van de aandelen of obligaties. Het is een onderdeel van de kapitaalmarkt.

1nominaalbedragofcoupure

32BEGRIPPENLIJST3THEMA

1secundairemarkt

Dat is de waarde van de obligatie bij 1obligatieEenuitgifte.onderneming

Dat is een geldbedrag dat ter beschikking wordt gesteld aan bedrijven en gezinnen. Dat wordt nadien terugbetaald inclusief de kost ervan, namelijk de interest.

1primaire marktDaarop worden nieuwe financiële activa zoals aandelen en obligaties geplaatst.

kapitaalmarkt is de markt waarop financiële activa zoals aandelen en obligaties worden verhandeld. Het gaat over activa die een looptijd hebben van minstens één jaar.

die kapitaal nodig heeft, kan een obligatie(lening) uitgeven. Wie een obligatie van een onderneming koopt, leent geld aan die onderneming uit. Als vergoeding krijg de belegger een (jaarlijkse) rente. Op de eindvervaldag van de obligatie wordt het geleende geld terugbetaald.

Het geld gaat rechtstreeks naar de onderneming. Het is een onderdeel van de kapitaalmarkt.

1kapitaalsverhoging

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

belegger creëert een meerwaarde als hij zijn aandelen of obligaties aan een hogere waarde kan verkopen dan de waarde waaraan hij ze heeft gekocht.

LEVELBEGRIP

1krediet of lening

Dat gebeurt wanneer een onderneming bijkomend geld ophaalt door nieuwe aandelen op de beurs aan te bieden.

L4 I T ThemaF aggregatenEconomische4: ©VANIN

THEMAEconomischeaggregaten4 ©VANIN

STEP-IN p. 4 STEP-UP Studie alternatieve methode meting welvaart p. 40 LEVEL1 Hoe verhouden de economische aggregaten en de economische kringloop zich? p. 6 NEXT LEVEL ©VANIN

De relaties tussen de gezinnen, de bedrijven, de overheid en het buitenland worden schematisch weergegeven in een economische kringloop. In de kringloop zie je de voorstelling van de geldstromen (groene pijlen) en van de goederen- en dienstenstromen (rode pijlen) tussen de verschillende partijen. Dat heb je vorig jaar behandeld.

C Tibo betaalt 8,00 euro aan Hawaiian Poké Bowl voor een lekkere sweet chicken-bowl.

STEP-IN4THEMA4

G BuschauffeurRoman ontvangt zijn maandelijkse loon van De Lijn.

J Het gezin Monaca ontvangt 21,00 euro rente / interest van de bank als vergoeding voor een spaarrekening.

©VANIN

I De firma Gabriels vult de brandstoftank van het gezin Yilmaz.

D Cleanwindow poetst elke drie maanden de ramen van de school. E Een Duitse winkelketen betaalt aan de Belgische fruitveiling de aankoop van drie ton aardbeien. F De bank leent A.S.Adventure.edu 250 000,00 euro voor de bouw van een nieuwe opslagplaats.

H Het gezin Leekens betaalt 4 358,00 euro personenbelasting aan de fiscus.

Good to know

1 Bekijk aandachtig de economische kringloop. a Noteer onder elk icoon de juiste economische partij of ‘actor’.

B A.S.Adventure.edu koopt joggingbroeken bij een leverancier uit Turkije.

b Lees de tien economische stromen uit de economische kringloop. Noteer in de cirkels in de kringloop de overeenkomstig letter. A Tibo werkt als leerkracht economie in het atheneum.

STEP-IN

STEP-IN4THEMA5

dienstenstroomGoederen-Geldstromenen

©VANIN

3 Dat level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step-up uit te voeren. Daarin bestudeer je alternatieve methoden om de welvaart te meten.

2 In dit thema doorloop je één level waarin je leert … 1 hoe de totale productie van goederen en diensten in een land wordt bepaald.

1LEVEL4THEMA6 LEVEL 1 Hoe verhouden de economische aggregaten en de economische kringloop zich? INTRO 1 Bekijk de onderstaande tabel. Welk land heeft de grootste economie volgens jou? Waarom? Tabel 1: Vergelijking totale productie van enkele landen in 2020 LAND TOTALE PRODUCTIE IN 1 JAAR (2020) AANTAL(2020)INWONERS 1België 512 miljard USD 11 556 000 2Nederland 925 miljard USD 17 441 140 3Duitsland 3 751 miljard USD 83 240 520 4Verenigde Staten17 709 miljard USD 329 484 120 5China 11 785 miljard USD 1 402 112 000 6Qatar 146 miljard USD 2 881 060 7Luxemburg 73 miljard USD 632 270 8Zwitserland 747 miljard USD 8 636 900 Bron: data.worldbank.com 4 1 7 8 32 5 6 2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe is de totale productie samengesteld? ©VANIN

1LEVEL4THEMA7 Explore 1— Welke productiefactoren ken je nog? Elke onderneming heeft productiemiddelen nodig om goederen te produceren of diensten te leveren. Een ander woord voor productiemiddel is productiefactor. Productiemiddelen kun je onderverdelen in vier productiefactoren: natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap. Productiemiddelen Bestudeer de onderstaande afbeeldingen en lees het interview. a Welke productiemiddelen worden er zoal gebruikt? b Onder welke productiefactor zou je ze plaatsen? NATUUR ARBEID KAPITAALONDERNEMERSCHAP Aardappelboer Aardappelverwerkingsbedrijf Frituur ©VANIN

Kapitaalgoederen

1LEVEL4THEMA8

©VANIN

We vroegen Elke Loos (38) uit Hoevene hoeveel zij verdient. Wat doe je voor job? Ik houd al zeventien jaar samen met mijn man een frituur open. Destijds namen we de plaatselijke frituurwagen over waar we wekelijks frietjes gingen eten. Echt praktisch was zo’n unit niet, je bent immers nooit thuis. Dus hebben we een huis gekocht waar we beneden de frituur konden openen en boven konden wonen. Op die manier valt het werk ook beter te combineren met kinderen. In de frituur verdelen we de taken, maar je moet eigenlijk alles kunnen. Ik zorg voor de bestellingen en de afspraken met de leveranciers, en ik kan ook frietjes bakken natuurlijk! Doe je je job graag? Een frituur uitbaten is een aangename job. Ik geniet vooral van de gesprekken met de klanten (al is dat moeilijk tijdens de drukke momenten). Mensen hebben altijd leuke verhalen te vertellen en ik vind het fijn om te luisteren. Zeker wanneer je eerst het verhaal van de moeder hoort en even later de versie van de dochter. Elke Loos (38), Privé:getrouwdBeroep:frituuruitbaatsterHoeveneendrie kinderen Brutoloon:± 7 000 euro Nettoloon:± 3 500 euro Extra:/ Velen denken bij de term ‘kapitaal’ aan een hoeveelheid geld. In deze context gaat het echter om economisch kapitaal: gebouwen en machines (vast kapitaal) en voorraden en grondstoffen (vlottend kapitaal), ook wel kapitaalgoederen genoemd.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje. a Hoeveel ondernemingen werken mee aan het product? b Voeg de ondernemingen toe aan het onderstaande schema. Elke schakel van het productieproces van een product voegt waarde toe aan het product door onder andere de lonen van de werknemers, de kosten van de machines en gebouwen, de winst van de ondernemer enzovoort. Die toegevoegde waarde kun je berekenen als het verschil tussen de verkoopprijs van het product en de aankoopprijs van de grondstoffen en de diensten en diverse goederen.

1LEVEL4THEMA9 Explore 2— Wat is de toegevoegde waarde?

TOEGEVOEGDE WAARDE

BEDRIJFSKOLOM

Een bedrijfskolom is een overzicht van alle ondernemingen die aan de vervaardiging van een product meewerken. Ze begint met de producent (ontginner, teler of kweker) van de grondstoffen en eindigt met de kleinhandel of detailhandel die het product aan de consument verkoopt. De consument maakt geen deel uit van de bedrijfskolom.

©VANIN

©VANIN

101LEVEL4THEMA

3 Vul tabel 2 aan. Tabel 2: Toegevoegde waarde (in euro) van frieten INKOOPPRIJSVERKOOPPRIJS TOEGEVOEGDEWAARDE

TOTALE TW: 4 Vul de tekst aan. De aardappelboer voegt voor euro waarde toe door aardappelen te kweken, gaande van het poten van aardappelen tot het oogsten. De aardappelverwerker voegt op zijn beurt waarde toe door van de aardappelen frieten te maken. Zijn toegevoegde waarde bedraagt euro. De frituur frituurt de frieten en levert dus een extra toegevoegde waarde van euro. De totale toegevoegde waarde bedraagt euro. Dat is ook het bedrag dat de betaalt (btw niet meegerekend).

2 Lees de case over de toegevoegde waarde in de bedrijfskolom van frieten. Gemakshalve hoef je geen rekening te houden met de btw. De teelt van aardappelen begint met de boer die pootaardappelen plant. Pootaardappelen zijn kleine aardappelen van het jaar voordien. Die beginnen na een tijdje vanzelf te kiemen. Er is dus geen aankoopkost voor die pootaardappelen. De landbouwer verkoopt de aardappelen (nodig voor één bakje friet) voor 0,20 euro aan de aardappelverwerker. De aardappelverwerker wast en schilt de aardappelen en snijdt die tot frieten en vraagt daarvoor 0,80 euro. De frituur verkoopt het bakje friet aan de consument voor 2,00 euro.

ConsumentFrituurAardappelverwerkerAardappelboer

Explore 3— Wat als … je alle toegevoegde waarden optelt?

1 Lees de onderstaande case. Je bevindt je in Frietland, een klein land met slechts drie bedrijven: de aardappelboer, de aardappelverwerker en de frituur. In dat land werden het afgelopen jaar 100 000 bakjes friet verkocht.

Tabel 3: Toegevoegde waarde (in euro) Frietland AARDAPPEL–BOER AARDAPPEL-VERWERKER FRITUUR TOTAAL verkoopprijs–aankopengrondstoffen=toegevoegdewaarde

©VANIN

Bbp

111LEVEL4THEMA

3 Hoeveel omzet hebben de drie ondernemingen samen gerealiseerd, m.a.w. hoeveel bedraagt hun omzet? Markeer dat getal in het geel in tabel 3. 4 Is die omzet hetzelfde als de toegevoegde waarde? a Markeer het bedrag van de toegevoegde waarde in het groenin tabel 3. b Waarom is dat bedrag (niet) hetzelfde? In het voorbeeld van Frietland heb je de toegevoegde waarde van alle bedrijven in één jaar samengeteld. Dat is het bbp of bruto binnenlands product. In lekentaal noem je dat ook wel ‘de totale productie van goederen en diensten van een land in een jaar’. Het bbp kun je ook berekenen voor regio’s zoals het Vlaams Gewest of de eurozone. Het bbp geeft een indicatie van de grootte van de economie van een land of regio. Het is gelijk aan het verschil tussen de marktprijs van de geproduceerde goederen en diensten en de waarde van de in het productieproces verbruikte goederen en diensten zoals ingekochte grondstoffen, handelsgoederen en diensten van derden.

2 Gebruik de gegevens uit tabel 2 van Explore 2 om tabel 3 aan te vullen.

Ondernemingen produceren goederen of leveren diensten. Zij zorgen zo voor toegevoegde waarde. De som van de toegevoegde waarden is gelijk aan het bbp. De waarde van de jaarlijkse omzet is de hoeveelheid geproduceerde goederen en diensten vermenigvuldigd met de marktprijzen. De marktprijs is de prijs van de producten zoals die aan de consument worden verkocht. je dat toepast op België, krijg je voor het jaar 2020: waarde aankoopomzetgrondstoffen en verbruikte goederen en diensten toegevoegde waarde productgebonden belastingen productgebonden subsidies bbp tegen marktprijzen miljard euro 516,6534 miljard euro 409,8038 miljard euro 51,9827 miljard euro 4,8936 miljard euro 456,8929 miljard euro internet het recentste cijfer het bbp van de volgende landen op. Noteer waar je die gegevens gevonden hebt. BBP België

b Nederland c Duitsland d Verenigde Staten e China f Qatar g Luxemburg h Zwitserland ©VANIN

LAND

+

BRON a

Wanneer

121LEVEL4THEMA

=

926,4572

=

=

van

Bbp (vervolg) 5 Zoek op

+

=

2 Een onderneming moet de leverancier van een productiefactor vergoeden. Doordat ondernemingen waarde toevoegen aan het product, kunnen ze die kosten betalen uit de (bruto) toegevoegde waarde. Vul aan welke vergoeding er voor welke productiefactor is. Kies uit : rente – huur – loon – pacht – winst PRODUCTIEFACTOREN NATUUR ARBEID KAPITAAL ONDERNEMERSCHAP VERGOEDING ©VANIN

Rente: De vergoeding die je krijgt, wanneer je geld uitleent. Banken rekenen rente aan bij het uitlenen van geld. Huur: De vergoeding die je bij de verhuur van een gebouw ontvangt. Loon: De vergoeding voor geleverde arbeid. Pacht: De vergoeding die je krijgt, wanneer je grond ter beschikking stelt.

Winst: Het geld dat overblijft, nadat je de kosten van de inkomsten afgetrokken hebt. Het is de vergoeding voor de productiefactorondernemerschap.RENTE,HUUR, LOON, PACHT EN WINST

131LEVEL4THEMA Explore 4— Welke kosten moeten uit de toegevoegde waarde worden betaald?

1 Om te produceren heeft een bedrijf productiefactoren nodig. Welke productiefactoren zijn er?

141LEVEL4THEMA De bruto toegevoegde waarde gebruikt het bedrijf voor de beloning van de productiefactor arbeid (loon), van de productiefactor kapitaal (rente, huur en pacht), van de productiefactor ondernemerschap (winst) en om de versleten kapitaalgoederen te vervangen (afschrijvingen). Bruto toegevoegde waarde 3 Vul het schema aan. De frituur heeft een loonkost van 48000,00 euro. Daarnaast heeft ze een huurlast voor de gebouwen van 16 000,00 euro. De afschrijvingen van de machines bedragen 12 000,00 euro en de aankoop van aardappelen bij de aardappelverwerker bedraagt 80 000,00 euro. De huur van de parking kost 6 000,00 euro. Op een lening bij de bank voor de aankoop van een magazijn wordt jaarlijks 3 200,00 euro rente betaald. De frituur heeft voor 200 000,00 euro frieten verkocht. OMZET € – €inkopen = € bruto toegevoegde waarde – afschrijving€ = € netto toegevoegde waarde €Loon €Rente €Pacht €Winst ©VANIN

Bedrijven instellingenFinanciële

151LEVEL4THEMA Explore 5— Wat zijn de componenten en de samenstelling van het bbp? 1 Bekijk de inmiddels vertrouwde economische kringloop. Welke economische spelers zie je? Wat geproduceerd wordt, wordt ook op de een of andere manier geconsumeerd en dus verkocht. Ga ervan uit dat er geen eindvoorraden zijn.

GezinnenOverheid

Buitenland Alle goederen en diensten die geproduceerd worden, worden aan de economische spelers verkocht. Voor elk van die economische spelers gebruik je een specifieke term en een specifiek symbool: C: Gezinnen consumeren. I: Bedrijven investeren. G: De overheid besteedt. X: Het buitenland importeert goederen. IM: Goederen worden geïmporteerd. Dus om te weten wat je netto exporteert, gebruik je de formule X – IM. Als je weet dat de totale productie in een land (het bbp) ook geconsumeerd wordt, dan krijg je de formule: bbp = C + I + G + (X-IM) Formule bbp versus economische kringloop Tip:

©VANIN

161LEVEL4THEMA 2 Bekijk de componenten van het bbp in tabel 4. Hoeveel bedraagt het bbp van België? Tabel 4: Componenten van het bbp BELGIË 2021 (IN MILJOEN EURO) Consumptieve bestedingen (C) 246 840,3 Overheidsbestedingen (G) 120 237,3 Investeringen (I) 133 340,0 Uitvoer van goederen en diensten (X) 432 894,9 Invoer van goederen en diensten (IM) 426 118,8 Bruto binnenlands product 507 194,2 Bron: NBB 3 Verwerk de gegevens van tabel 4 in een cirkeldiagram op papier of in een werkmap. Gebruik de netto-uitvoer voor de samenstelling, die bereken je door de formule export – import. 4 Bestudeer tabel 5. Welke evolutie zie je wanneer je het bbp per sector uitsplitst? ©VANIN

subsidiesbelastingenProductgebondenmin 9,90 % 10,40 %10,70 % 10,70 %10,40 %10,40 %

171LEVEL4THEMA Tabel 5: Bijdragen van elke hoofdsector aan het bbp 199520012005201020152020

©VANIN

Primaire sector 1,30 %1,10 %0,80 %0,80 %0,70 %0,70 % Secundaire sector 26,00%24,30 %22,80 %20,90 %19,70 %19,20 % Tertiaire sector 43,00 %44,50 %45,80 %46,60 %48,00 %48,50 %

Bron: NBB De economie wordt ingedeeld in vier sectoren, afhankelijk van de activiteit van de bedrijven in deprimairesector: sector: landbouw, veeteelt, jacht, visserij en delfstoffenwinning, secundaire sector: de industrie, ze verwerkt de grondstoffen uit de primaire sector, tertiaire sector: de commerciële dienstverlening zoals winkelsen horeca, quartaire sector: de niet-commerciële dienstverlening zoals onderwijsen ziekenhuizen. Sectoren 5 Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk de tabel met hoeveel elke bedrijfstak bijdraagt aan de toegevoegde waarde in België. a Welke bedrijfstak draagt het minst bij aan de toegevoegde waarde in ons land? Waarom is dat volgens jou? b Welke bedrijfstak draagt het meest bij aan de toegevoegde waarde in ons land?

Quartaire sector 19,80 %19,70 %20,10 %21,00 %21,20 %21,20 %

©VANIN

2 Vervolledig de onderstaande zinnen. a De productie die Rachid en Cas realiseren, behoort tot het bbp van . b De productie die Marie en Salima realiseren, behoort tot het bbp van c Het inkomen dat Rachid en Cas krijgen, krijgen ze van d Het inkomen dat Marie en Salima krijgen, krijgen ze van Omwille van grensarbeid is er een onderscheid tussen het bruto binnenlands product en het bruto nationaal product (bnp) Het bbp verwijst naar het grondgebied, het bnp naar de inwoners. Het bnp (van België bijvoorbeeld) is het bbp vermeerderd met de primaire inkomens die de inwoners van het land ontvangen uit het buitenland en verminderd met de primaire inkomens die het land aan de inwoners van het buitenland betaalt. In formulevorm is dat: bbp + primaire inkomens ontvangen van het buitenland – primaire inkomens betaald aan het buitenland = bnp Bnp 3 Pas die kennis nu toe op Fruitlandia en Frietland. BNP FRIETLAND

.

181LEVEL4THEMA Explore 6— Betekenen nationaal en binnenlands hetzelfde?

1 Lees het vervolg van de case van Frietland en Fruitlandia. Frietland en Fruitlandia zijn buurlanden. Een aantal inwoners uit beide landen werken in het buurland. Rachid en Cas wonen in Fruitlandia maar werken bij de aardappelverwerker van Frietland. Marie en Salima wonen in Frietland en werken bij de fruittelers van Fruitlandia.

.

BNP FRUITLANDIA

1 Op grafiek 1 zie je twee diepere dalen in de evolutie van het bbp. Welke gebeurtenissen liggen aan de grondslag daarvan? Grafiek 1: Evolutie van het bbp in België

191LEVEL4THEMA Explore 7— Hoe evolueert het bbp jaarlijks?

Welvaart is de mate waarin mensen met de beschikbare middelen in hun behoeften kunnen voorzien. Wie erin slaagt schaarste te verminderen, gaat erop vooruit. De welvaart neemt toe. Wanneer er economische groei is, neemt de welvaart dus toe. Reële economische groei betekent immers dat er meer goederen en diensten voorradig zijn die de consument kan kopen. Je kunt dus meer in je behoeften voorzien. Je kijkt daarbij naar een toename van het bbp waarbij de inflatie wordt weggelaten.

Welvaart

-2-4-6-80246 20072008200920102011201220132014201520162017201820192020bbpwijzigingProcentuele

Bron: NBB Als er zich een groeivertraging voordoet die zo fors is dat ze tot een inkrimping van het reëel bbp leidt en een negatieve groei veroorzaakt voor minstens twee kwartalen, is er sprake van recessie. RECESSIE

©VANIN

201LEVEL4THEMA 2 Ga op zoek naar de veranderingspercentages van het bbp in volume in de onderstaande kwartalen. Dat kun je zoeken via de statistieken van de NBB. KWARTAAL 4 2008 KWARTAAL 1 2009 KWARTAAL 2 2009 KWARTAAL 3 2009 KWARTAAL 1 2020 KWARTAAL 2 2020 KWARTAAL 3 2020 KWARTAAL 4 2020 KWARTAAL 1 2021

Een groeipercentage van 1 % betekent dat er om de 70 jaar een welvaartsverdubbeling is. Een groeipercentage van 3,50 % betekent dat er om de 20 jaar een welvaartsverdubbeling is. Good to know Je kunt het bbp niet gebruiken om de welvaart te vergelijken. Het bbp van Duitsland is bijna tien keer zo groot als dat van België. Daarom gebruik je om welvaart te vergelijken het bbp per capita of het bbp per inwoner. Bbp per inwoner 3 Bestudeer tabel 6 met het bbp per inwoner (in euro) van enkele landen. Wat stel je vast als je het bbp van de verschillende landen vergelijkt met het bbp per capita?

©VANIN

211LEVEL4THEMA Tabel 6: Bbp (in euro) per inwoner in 2020 BBP PER CAPITA BBP TEGEN CONSTANTE PRIJZEN (2015) België 39 110,00 416 361,10 Duitsland 40 490,00 3 096 690,00 Ierland 74 870,00 353 790,20 Griekenland 15 490,00 168 462,70 Spanje 23 690,00 1 064 616,00 Frankrijk 33 960,00 2 173 255,70 Italië 27 780,00 1 572 640,70 Luxemburg 101 640,00 57 697,60 Nederland 45 870,00 728 547,10 Zweden 45 910,00 481 960,40 Zwitserland 76 330,00 666 904,60 Bron: Eurostat 4 Zoek voor het meest recente jaar het bbp tegen constante prijzen op van België alsook het aantal inwoners. Bereken nu het bbp per inwoner. Explore 8— Waar in België wordt de meeste toegevoegde waarde gecreëerd? Een van de belangrijkste elementen om te zorgen voor economische groei is innovatie. Daarom proberen Vlaamse provincies met hun clusterbeleid de innovatie in Vlaanderen te stimuleren. Het clusterbeleid staat voor een samenwerkingsverband tussen de provinciale overheid, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en de academische wereld, zoals de universiteiten en hogescholen. Het zwaartepunt van het Vlaamse clusterbeleid ligt bij de speerpuntclusters, grootschalige initiatieven die de onderlinge samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen vergemakkelijken zodat de concurrentiekracht van bedrijven verhoogd kan worden in strategische domeinen die voor Vlaanderen belangrijk zijn. Clusterbeleid ©VANIN

d Hoeveel voltijds equivalenten zijn er werkzaam in de ‘blauwe economie’ in Vlaanderen?

©VANIN

221LEVEL4THEMA

Flanders.HealthTech:DeFlanders’VIL:Flux50:materialenenergielogistiekFood:agrovoedingBlauwecluster:blauweeconomiegeneeskunde

Good to know 1 Surf via het onlinelesmateriaal naar de website van De Blauwe Cluster. Bekijk ook het filmpje. Beantwoord de onderstaande vragen. a Wat is het doel van De Blauwe Cluster? b Wat is de ‘blauwe economie’? c Hoeveel toegevoegde waarde levert de ‘blauwe economie’ in Vlaanderen?

Het aantal voltijdse equivalenten geeft weer hoeveel mensen er in het totaal voltijds in een onderneming werken. Wanneer in een onderneming vijf mensen veertig uur per week werken en zes mensen twintig uur per week, dan zijn dat acht voltijdse equivalenten. Good to know 2 Surf via het onlinelesmateriaal naar de website van het Flanders.HealthTech. Bekijk het filmpje over Flanders.HealthTech als zevende speerpuntcluster. Beantwoord de volgende vragen. a Welke drie werelden komen hier samen?

Dit zijn enkele speerpuntclusters voor Vlaanderen. Catalisti: chemie en kunststof SIM:

231LEVEL4THEMA

b Wat is het doel? c Welke leden zitten er zoal in die zevende cluster? Noteer de naam met een korte toelichting van wat ze doen. Bij de term ‘cluster’ wordt vaak aan een regionale concentratie van bedrijven en kennisinstellingen binnen sterk gerelateerde economische sectoren gedacht. Voorbeelden van dergelijke clusters zijn de auto-industrie in Detroit, de entertainmentindustrie in Hollywood en de mode-industrie in Noord-Italië, maar ook Silicon Valley in Californië, maar dat is niet altijd zo. Good to know 3 Werk in groepjes. Zoek informatie over een bepaalde cluster. Raadpleeg het internet en de bronnen bij het onlinelesmateriaal. a Elke groep kiest een van de volgende speerpuntclusters:  Catalisti: chemie en kunststof  SIM: materialen  Flux50: energie  VIL: logistiek b Beantwoord de onderstaande vragen met betrekking tot de gekozen cluster.  Hoe is de cluster verdeeld over de vier hoofdsectoren (primair, secundair …)?  Hoe ziet de geografische spreiding van de bedrijven in de speerpuntcluster eruit?

 Wat kun je zeggen over het multinationaal karakter van de bedrijven in de cluster?

 Wat kun je zeggen met betrekking tot de export?

©VANIN

 Hoe dragen de sectoren bij tot de toegevoegde waarde in de cluster?

 Wat is de verdeling van de bedrijven in de cluster met betrekking tot hun grootte?  Wat kun je zeggen over de tewerkstelling in de cluster?

 Zijn er cijfers bekend met betrekking tot de omzet? Zo ja, welke? c Verwerk de antwoorden in een presentatie. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van PowerPoint. d Stel je presentatie voor aan de klas. e Bewaar het bestand in je portfolio. Maak een map voor elk thema en een submap voor elk level en geef die submap de naam ‘Thema_4_Level_1’. Geef het bestand een duidelijke naam zoals ‘Explore_8_Clusters’.

2 Bij de investeringen is er een onderscheid tussen bruto- en netto-investeringen. Lees het vervolg van de case van de aardappelboer. De aardappelboer heeft momenteel één tractor die hij dagelijks gebruikt, maar die is al enkele jaren oud en dus aan vervanging toe. Daarom zal hij een nieuwe tractor ter vervanging kopen. Daarnaast merkt hij dat de vraag naar aardappelen fel gestegen is waardoor hij een extra tractor nodig heeft. Om er zeker van te zijn dat hij aan de vraag van de frituren en dus van de aardappelverwerkers kan voldoen, teelt hij extra aardappelen om zo voldoende aardappelen te kunnen aanleggen die hij dan in het magazijn bewaart. a Wat is in dit verhaal:  de vervangingsvestering?  de uitbreidingsinvestering?  de voorraad? b Wat zorgt bij de aardappelboer voor een toename van de productie? c Wat zorgt bij de aardappelboer niet voor een toename van de productie?

UITDAGEND DOEL ©VANIN

.

1 Wanneer je het bbp berekent op basis van de totale productie – er zijn ook nog andere manieren – dan gaat het over de productie van consumptiegoederen en van investeringsgoederen. a Geef een voorbeeld van een consumptiegoed b Geef een voorbeeld van een investeringsgoed

.

241LEVEL4THEMA Explore 9— Wat zijn de bruto en de netto toegevoegde waarde?

= brutoproduct – de vervangingsinvesteringen Of: het nettoproduct is de waarde van consumptiegoederen plus de waarde van de netto-investeringen.

3 Geef nog een voorbeeld van: a een vervangingsinvestering voor de frituur. b een uitbreidingsinvestering voor de frituur.

Een vervangingsinvestering zorgt dus niet voor een verhoging van de productie. Daarom spreek je ook over brutoproduct en nettoproduct. Het brutoproduct is de waarde van de verkochte consumptiegoederen en de waarde van de bruto-investeringen.hetnettoproduct

Bruto-investeringen

Bruto-investeringen bestaan uit vervangingsinvesteringen en netto-investeringen. De netto-investeringen zijn de uitbreidingsinvesteringen vermeerderd met de toename van de voorraad of verminderd met de afname van de VervangingsinvesteringenBruto-investeringenvoorraad.Netto-investeringenUitbreidingsinvesteringenVoorraadwijzigingen

©VANIN

251LEVEL4THEMA

©VANIN

Stel dat de aardappelboer een tractor van 100 000,00 euro aankoopt en die machine volledig in de kosten van het boekjaar meerekent, dan zal zijn winst voor dat boekjaar flink lager liggen. Dat is eigenlijk niet eerlijk omdat hij die tractor misschien wel tien jaar in zijn onderneming zal gebruiken. Daarom zijn er afschrijvingen: om de kost van de aankoop (in het tractorvoorbeeld 100 000,00 euro) over de levensduur van de machine te spreiden. Als de machine tien jaar wordt gebruikt, zal de boer ieder jaar 10 000,00 euro in kosten boeken en wordt de kostprijs gespreid over de verschillende jaren. Door het gebruik en de veroudering van de machine zal de waarde van die machine ieder jaar ook dalen. Door de machine jaarlijks 10 000,00 euro af te schrijven geeft de boer in de boekhouding eveneens aan dat de machine voor 10 000,00 euro in waarde vermindert. toegevoegde waarde

261LEVEL4THEMA

Bij de bruto toegevoegde waarde is er nog geen rekening gehouden met de kosten van afschrijvingen van de gebruikte investeringsgoederen. Wat er na aftrek van afschrijvingen overblijft, is de netto toegevoegde waarde Afschrijvingen zijn enerzijds een boekhoudkundige manier om de kosten van investeringen te spreiden over meerdere jaren, en anderzijds een manier om de waardevermindering van goederen (activa) over een bepaalde periode weer te geven. Wanneer het binnenlands product wordt berekend op basis van de bruto toegevoegde waarde, spreek je van het bruto binnenlands product (bbp). Wanneer het wordt berekend op basis van de netto toegevoegde waarde, spreek je van het netto binnenlands product (nbp).

4 Vul het schema aan. Kies uit: inkopen – netto – afschrijving – bruto – omzet = toegevoegde waarde = toegevoegde waarde

Netto

Goederen zoals een tractor, een magazijn of een gebouw, een bureau, machines, computers … zijn onderhevig aan slijtage door gebruik of gewoon door veroudering. Om die waardedaling op te vangen kunnen bedrijven jaarlijks een bepaald percentage van zulke goederen afschrijven.

271LEVEL4THEMA Explore 10— Wat als … er inflatie was? 1 Bekijk aandachtig tabel 7 met de cijfers van het bbp van België. Zowel de tweede als de derde kolom zijn cijfers van het bbp, en toch verschillen die cijfers. a Overloop beide getallen en vergelijk ze jaar per jaar. b Welk jaar valt er jou op? c Wat valt er op? Tabel 7: Bruto binnenlands product België (prijzen in miljoen euro) BBP LOPENDETEGENPRIJZEN BBP PRIJZENCONSTANTETEGEN(2015) 2005 310 037,6 362 908,7 2006 325 151,5 372 171,4 2007 343 618,9 385 855,7 2008 351 743,1 387 580,2 2009 346 472,8 379 748,2 2010 363 140,1 390 625,3 2011 375 967,8 397 244,5 2012 386 174,7 400 181,0 2013 392 880,0 402 018,8 2014 403 003,3 408 364,8 2015 416 701,4 416 701,4 2016 430 085,3 421 979,7 2017 445 050,1 428 814,0 2018 460 370,1 436 615,0 2019 478 160,7 446 000,3 2020 456 892,9 420 758,2 Bron: Eurostat UITDAGEND DOEL ©VANIN

Dat de cijfers van het bbp tegen lopende prijzen en tegen constante prijzen verschillen, heeft te maken met inflatie. De prijs van bepaalde goederen en diensten kan stijgen of dalen. Als er een algemene stijging van de prijzen van goederen en diensten is, is er sprake van inflatie

De oorzaak van de inflatie was dat de Fransen het Ruhrgebied bezetten om de herstelbetalingen, vastgelegd in het Verdrag van Versailles, af te dwingen. Daarop gingen de Duitse arbeiders in staking. De Duitse overheid probeerde de slechte economische toestand te verhelpen door massaal geld uit te geven waardoor de waarde van de mark (de toenmalige Duitse munt) pijlsnel daalde. Zo snel dat lonen bijna dagelijks moesten uitbetaald worden.

Tabel 8:

281LEVEL4THEMA

.

2

Om tegemoet te komen aan het nijpende geldgebrek gaven veel plaatselijke overheden hun eigen biljetten uit die slechts ter plekke uitgegeven konden worden. Er waren zelfs bankbiljetten met een waarde van één miljard mark waarmee je bijna niets kon kopen, je kon er hoogstens de kachel mee aansteken, zei men. Good to know In tabel 8 staan de inflatiecijfers van de laatste jaren. Zoek het meest recente inflatiecijfer op en vul dat in de laatste kolom aan. Gebruik het internet. Inflatiecijfers

20102011201220132014201520162017201820192020... 2,23,52,81,10,30,62,02,12,11,40,7 ... Bron: NBB ©VANIN

Dat betekent dat je vandaag voor 100,00 euro minder kunt kopen dan een jaar geleden. Met andere woorden: door inflatie wordt de munt in de loop van de tijd minder waard. Infl atie In de jaren twintig van de vorige eeuw was er in Duitsland een hyperinflatie: de prijzen stegen elke dag en het geld devalueerde razendsnel. Op het hoogtepunt waren de prijzen tienmaal zo hoog als de dag voordien.

291LEVEL4THEMA 3 Lees de case van Fruitlandia. Naast Frietland ligt een ander klein land, Fruitlandia. In Fruitlandia worden slechts drie producten geproduceerd en verkocht: avocado’s, citroenen en mango’s. a Bekijk het kenniskader. Gebruik tabel 9 om de vragen op te lossen. b Bereken het bbp tegen lopende prijzen voor het jaar 2021 en 2022 voor Fruitlandia. c Bereken de procentuele stijging van het bbp. Tabel 9: Prijzen en hoeveelheden avocado’s, citroenen en mango’s HOEVEELHEDEN (IN 1 000 STUKS) PRIJZEN (IN AVOCADO’SCITROENENMANGO’SAVOCADO’SCITROENENMANGO’SEURO) 2020 10 14 202,001,003,00 2021 12 15 242,001,003,00 2022 12 16 243,002,004,00 d Kijk nog even naar vraag 1c. Waarom zijn het bbp tegen lopende en constante prijzen in 2015 hetzelfde? e Bereken het bbp tegen constante prijzen voor het jaar 2021 en 2022 voor Fruitlandia. 2021 is het referentiejaar. f Bereken opnieuw de procentuele stijging van het bbp. ©VANIN

TO THE

Bij de berekening van het bbp tegen lopende prijzen wordt het bbp uitgedrukt in de prijzen van het desbetreffende jaar. Wanneer je het bbp tegen constante prijzen berekent, neem je de prijzen van een bepaald referentiejaar. Op die manier kun je het bbp van bijvoorbeeld 2022 berekenen, uitgedrukt in prijzen van referentiejaar 2015. Het bbp tegen lopende prijzen wordt ook wel het nominaal bbp genoemd. Het bbp tegen constante prijzen wordt ook wel het reëel bbp genoemd of bbp naar volume Bbp tegen lopende en constante prijzen 4 Bekijk opnieuw tabel 7 op bladzijde 27. a Welke kolom geeft een waarheidsgetrouw beeld van de evolutie van het bbp? b Waarom? c Noteer de jaarlijkse procentuele verandering voor het bbp in constante prijzen vanaf 2013 in de tabel. Bedrijfskolom

aardappelverwerkingsbedrijfaardappelboerfrituur

Alle ondernemingen voegen waarde toe aan een product of dienst. Wanneer een grondstof een hele bedrijfskolom doorloopt tot het een afgewerkt product vormt, zullen alle bedrijven die tot die bedrijfskolom behoren, waarde toevoegen aan het product. POINT

©VANIN

301LEVEL4THEMA

311LEVEL4THEMA

©VANIN

Toegevoegde waarde Voor het toevoegen van die waarde aan een grondstof of product, vragen de bedrijven een vergoeding. Dat heet de toegevoegde waarde De totale waarde van de verkopen van een onderneming is de omzet. Die wordt berekend door de prijs te vermenigvuldigen met de hoeveelheid die verkocht wordt. Om de toegevoegde waarde te berekenen, worden van die omzet de kosten van de aankoopprijs van de grondstoffen en diverse goederen en diensten afgetrokken. Bruto binnenlands product Wanneer je alle toegevoegde waarden van alle bedrijven in een land in een jaar optelt, krijg je het bbp of bruto binnenlands product. Daarbij gaat het om de productie van consumptiegoederen en van investeringsgoederen. Bij investeringsgoederen heb je enerzijds vervangingsinvesteringen: oude machines worden vervangen door nieuwe. Dat zorgt meestal niet voor een toename van de productie. Anderzijds heb je uitbreidingsinvesteringen en een toename van de voorraad van artikelen. Die zorgen wel voor een toename van de productie en dus van het bbp. Zo zijn er aan de ene kant de netto-investeringen, die verwijzen naar de uitbreidingsinvesteringen en de toename of afname van de voorraad. Aan de andere kant heb je de bruto-investeringen, die bestaan uit de netto-investeringen en de vervangingsinvesteringen.

Wanneer je het bbp uitsplitst, merk je dat het grootste deel van de totale productie (het bbp dus) door de consumenten en door het buitenland geconsumeerd wordt. Natuurlijk moet je ook rekening houden met de import en dus bereken je de netto-export door de export te verminderen met de import. Splits je het bbp uit over de hoofdsectoren, dan levert de tertiaire sector de grootste brok van het bbp. Groothandel en kleinhandel leveren als bedrijfstak dan ook de grootste bijdrage.

Wanneer het binnenlands product wordt berekend op basis van de bruto toegevoegde waarde, spreek je over het bruto binnenlands product (bbp). Wanneer het wordt berekend op basis van de netto toegevoegde waarde, spreek je van het netto binnenlands product (nbp). De (bruto) toegevoegde waarde gebruikt het bedrijf voor de beloning van de productiefactor arbeid (loon), van productiefactor kapitaal (rente, huur en pacht), van de productiefactor ondernemerschap (winst) en om de versleten kapitaalgoederen te vervangen (afschrijvingen).

Sectoren De economie wordt ingedeeld in vier sectoren, afhankelijk van de activiteit van de bedrijven in de sector:primaire sector: landbouw, veeteelt, jacht, visserij en de delfstoffenwinning, secundaire sector: de industrie, ze verwerkt de grondstoffen uit de primaire sector, tertiaire sector: de commerciële dienstverlening zoals winkels, horeca ... quartaire sector: de niet-commerciële dienstverlening zoals onderwijs, ziekenhuizen ...

Samenstelling en componenten van het bbp

Op een jaar tijd stijgen sommige prijzen terwijl andere dalen. Wanneer het prijspeil gemiddeld genomen stijgt, is er inflatie. Wanneer je echter het bbp berekent, en je gebruikt de prijzen van het jaar zelf, kan het zijn dat de stijging van het bbp eerder te wijten is aan de stijging van de prijzen dan aan de stijging van de productie(hoeveelheid). Daarom maak je een onderscheid tussen bbp tegen constante prijzen (of reëel bbp, bbp naar volume) en bbp tegen lopende prijzen (of nominaal bbp). Bij het bbp tegen constante prijzen worden de prijzen van een bepaald referentiejaar gebruikt om het bbp van de jaren nadien te berekenen. Op die manier wordt het prijseffect weggelaten.

UITDAGEND DOEL ©VANIN

WelvaartWelvaart is de mate waarin mensen met de beschikbare middelen in hun behoeften kunnen voorzien.

Nationaal versus binnenlands Daar waar het bbp verwijst naar het grondgebied, verwijst het bruto nationaal product of bnp naar de inwoners. Het bnp (van België bijvoorbeeld) verkrijg je door de volgende formule toe te passen: +bbpprimaire inkomens ontvangen van het buitenland – primaire inkomens betaald aan het buitenland = bnp

UITDAGEND DOEL

VAN FRANKRIJK NAAR FRANKRIJK VAN NEDERLAND BEKIJK KENNISCLIPDE

321LEVEL4THEMA

NAAR NEDERLAND NAAR DUITSLANDVANDUITSLAND

Als je erin slaagt schaarste te verminderen, ga je erop vooruit en neemt de welvaart toe. Wanneer er dus economische groei is, neemt de welvaart toe. Reële economische groei betekent immers dat er meer goederen en diensten voor de consument voorradig zijn. Als er zich een groeivertraging voordoet die zo fors is dat ze leidt tot een inkrimping van het reëel bbp en een negatieve groei veroorzaakt voor minstens twee kwartalen, spreek je van een recessie. Wil je de welvaart van landen onderling vergelijken, dan moet je het bbp per inwoner berekenen, ook wel bbp per capita genoemd. Speerpuntclusters Innovatie is de belangrijkste factor om te zorgen voor economische groei. In Vlaanderen zijn er enkele speerpuntclusters waar bedrijven, kenniscentra en overheden samenwerken om innovatie in een bepaalde sector te stimuleren. Bruto en netto binnenlands product Kapitaalgoederen zoals machines en gebouwen verouderen en zijn op een bepaald moment aan vervanging toe. Bedrijven kunnen die veroudering jaarlijks in de vorm van afschrijvingen inbrengen als kost. Afschrijvingen geven aan dat de waarde van een kapitaalgoed elk jaar door veroudering daalt. netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde - afschrijvingen Inflatie

Action 1— Welke productiefactoren herken je? Ga naar het onlinelesmateriaal. Bekijk het filmpje over de productie van de auto. a Noteer de volgende items bij de juiste productiefactor. Kies uit: machines – rubber – robots – voertuiginspecteurs – gebouw b Geef zelf nog enkele voorbeelden voor elke productiefactor.

NATUUR ARBEID KAPITAAL

Action 2— Hoe bereken je het bbp en bnp? Bekijk aandachtig tabel 10 en 11. Bereken met die cijfergegevens het bbp en het bnp.

©VANIN

a Bereken het nominaal bbp voor het land Olivië en voor Grapeland in jaar 3. b In jaar 3 betaalt Olivië 3 000,00 euro aan primaire inkomens zoals lonen, aan Grapeland. Grapeland betaalt 5 000,00 euro aan primaire inkomens aan Olivië. Bereken het bnp (tegen lopende prijzen) van beide landen voor jaar 3.

331LEVEL4THEMA

Action 3— Waar vind je online de cijfers over het bbp? Ga naar de website van de Nationale Bank van België en kies ‘Statistieken’. a Zoek de evolutie van het bbp van de laatste tien jaar. Exporteer die tabel naar een werkblad en maak er een kolomgrafiek van. Gebruik daarvoor ICT-fiche_R_30. b Zoek de evolutie van de toegevoegde waarde volgens de productiebenadering van de laatste vijf jaar. Daar zie je hoeveel de totale output, het intermediair verbruik en de toegevoegde waarde bedroeg. Exporteer de tabel naar een werkblad. c Zoek de evolutie van het bruto nationaal product op van de laatste vijf jaar. Daar zie je hoeveel de beloning bedraagt van de werknemer betaald aan het buitenland en door het buitenland. Exporteer de tabel naar een werkblad. d Geef de drie bestanden een duidelijke naam en bewaar ze in je portfolio.

Terminologie in de statistieken van de Nationale Bank van België: – De output is de waarde van de hoeveelheid geproduceerde goederen en diensten vermenigvuldigd met de marktprijzen. Het is het omzetcijfer (verkopen) als alle geproduceerde producten ook effectief werden verkocht.

– Intermediair verbruik is de waarde van de goederen en diensten die aangekocht zijn om de producten te produceren. Good to know

©VANIN

341LEVEL4THEMA Tabel 10: Productie groene en zwarte olijven in het land Olivië HOEVEELHEDEN IN KG PRIJS PER KG (IN EURO) GROENE OLIJVENZWARTE OLIJVENGROENE OLIJVENZWARTE OLIJVEN Jaar 1 10 000 8 000 4,00 5,00 Jaar 2 11 000 9 000 4,00 5,00 Jaar 3 11 000 9 000 5,00 6,00 Tabel 11: Productie witte en rode druiven in het land Grapeland HOEVEELHEDEN IN KG PRIJS PER KG (IN EURO) WITTE DRUIVENRODE DRUIVENWITTE DRUIVENRODE DRUIVEN Jaar 1 14 000 18 000 2,00 3,00 Jaar 2 15 000 20 000 3,00 4,00 Jaar 3 16 000 21 000 3,00 4,00

©VANIN

Actualiseer de jaartallen indien er na 2020 nog een felle daling is geweest (bv. door oorlog Oekraïne). a Werk in groepjes. Elk groepje krijgt een jaartal toegewezen. b Maak een presentatie van je onderzoek. Gebruik indien nodig de ICT-fiches van PowerPoint. c Stel je onderzoek voor aan de klas. d Houd rekening met de onderstaande evaluatiecriteria. e Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

GROEI BBP Max Score Opmerkingen

Vlottepresentatiemondelinge

term ‘bnp’ wordt momenteel niet meer zoveel gebruikt. De statistieken van de Nationale Bank van België spreken nu over het bruto nationaal inkomen (bni). to know Tip:

Action 4— Hoe verklaar je de evolutie van het bbp van België? In de evolutie van het bbp van België zijn er meerdere perioden met een negatieve groei. Onderzoek de oorzaak van die felle daling in het bbp in de volgende jaren: 1975, 1981, 1993, 2001-2002, 2008-2009, 2020.

CorrectOogcontactNederlands TOTAALDe

351LEVEL4THEMA

Good

ONDERZOEKEVALUATIEFICHENEGATIEVE

Correcte verklaring evolutie bbp Voldoende uitgebreide verklaring evolutie Overzichtelijkebbp opbouw toelichting

Action 5— Hoe bereken je de bruto en netto toegevoegde waarde? 1 Lees aandachtig de onderstaande case. Vul het schema in om de bruto en de netto toegevoegde waarde en de winst te berekenen. A.S.Adventure.edu in Wommelgem tekende het afgelopen jaar volgende kosten en inkomsten op. De winkel huurt er een gebouw voor 120 000,00 euro. Er loopt een lening bij de bank van 200 000,00 euro waarop jaarlijks 6 000,00 euro rente betaald wordt. De winkel heeft een loonkost van 550 000,00 euro en de afschrijvingen bedragen 50 000,00 euro. Voor de aankoop van goederen (inclusief diensten) bij de leveranciers heeft ze 400 000,00 euro betaald. De onderneming heeft voor 1 500 000,00 euro goederen verkocht. OMZET € – €inkopen = € bruto toegevoegde waarde – afschrijving€ = € netto toegevoegde waarde €Loon €Rente €Pacht0 €Winst

2 Lees aandachtig de onderstaande case en bereken de bijdrage aan het bbp van de volgende onderneming. Een onderneming verkoopt de door haar geproduceerde goederen voor 420 000,00 euro. De onderneming koopt voor 160 000,00 euro aan goederen en diensten aan bij leveranciers. Daarnaast betaalt ze 95 000,00 euro aan lonen en 21 000,00 euro aan interesten.

361LEVEL4THEMA

MORE ©VANIN

Tabel 12: Bbp van Olivië en Grapeland BBP TEGEN CONSTANTE PRIJZEN (IN EURO) OLIVIË GRAPELAND Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 2 In jaar 3 betaalt Olivië 3 000,00 euro aan primaire inkomens, zoals lonen, aan Grapeland. Grapeland betaalt 5 000,00 euro aan primaire inkomens aan Olivië. Bereken het bnp van beide landen voor jaar 3 met prijzen van jaar 1 als referentiejaar.

371LEVEL4THEMA

Action 6— Hoe bereken je het bbp tegen lopende en vaste prijzen? 1 Bekijk tabel 10 en 11 uit Action 2. Bereken met die cijfergegevens het bbp tegen constante prijzen voor beide landen voor jaar 1, 2 en 3 met de prijzen van jaar 1 als referentiejaar.

Door de jaren heen is er heel wat kritiek gekomen op het bbp als welvaartsindicator. Kuznets, de bedenker van het bbp, waarschuwde er zelf voor dat je bbp niet mag verwarren met welvaart. Het bbp is een maatstaf voor economische activiteit, niet voor economisch of sociaal welzijn. Toch zijn veel mensen het bbp als een indicator voor (economische) vooruitgang gaan zien. Onder hen veel economen, politici en media. Het concept van het bbp werd en wordt vaak gebruikt om de levenskwaliteit in verschillende landen te vergelijken, hoewel het daar eigenlijk weinig over zegt. In feite komt het erop neer dat het bbp niet alles meet; wat het bbp wel meet, meet het bbp verkeerd en het is bovendien geen goede welvaartsindicator. Good to know

Action 7— Is het bbp een goede welvaartsindicator?

MORE MORE ©VANIN

381LEVEL4THEMA

a Ga naar het onlinelesmateriaal en raadpleeg de bron die je groepje toegewezen kreeg.

Werk in drie groepen. Elke groep gaat met een andere bron aan de slag.

1 Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een actualiteitsitem over het onderwerp.

c Bespreek de antwoorden klassikaal. Noteer ze hier.

BREAKING NEWS

2 Los de vragen op. 3 Geef het bestand een duidelijke naam en bewaar het in je portfolio.

b Beantwoord de volgende vraag uitvoerig: Is het bbp een goede welvaartsindicator? Waarom (niet)?

©VANIN

3 Ik kan de samenstelling van het bbp toelichten.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst. JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

4 Ik kan cijfermateriaal over het bbp en bnp opzoeken.

6 Ik kan het verschil toelichten tussen bbp en bnp.

7 Ik kan toelichten welke speerpuntclusters in België bijdragen aan het bbp.

2 Ik kan het bbp van een land berekenen aan de hand van cijfers over de toegevoegde waarde.

©VANIN

391LEVEL4THEMA CHECKLIST

1 Ik kan de toegevoegde waarde van een bedrijf berekenen aan de hand van een bedrijfskolom.

5 Ik kan het verschil toelichten tussen nominaal en reëel bbp.

WELVAARTSINDICATOR

Groep 1ISEW: Index of Sustainable Economic Welfare Groep 2Green GDP Groep 3Human Development Index (HDI) en Planetary pressures-adjusted HDI (PHDI) Groep 4Bruto Nationaal Geluk b Presenteer je bevindingen voor de klas. c Ga naar het onlinelesmateriaal. Je vindt er een beoordelingsfiche voor jezelf en je groepsgenoten.

 Begrijp je alles wat je gelezen en genoteerd hebt?  Heb je een volledig antwoord gevonden?  Presenteer je bevindingen. Dat kan met een presentatieprogramma, in een tekst, aan de hand van een journaal, een interview …  Is de onderzoeksvraag beantwoord?  Was het antwoord duidelijk voor de rest van de klas?

 Wat kun je de volgende keer beter doen?  Heb je je steentje bijgedragen?  Hadden jouw groepsgenoten voldoende inbreng en inzet?

ReflecterenR

STEP-UP

UitvoerenU  Lees je bronnen.  Markeer of noteer wat je wilt gebruiken in je antwoord voor dit werk.

40STEP-UP4THEMA

STAP AANDACHTSPUNTEN BIJ DE ONDERZOEKSVRAAG

Werk in vier groepen. Elke groep gaat met een ander alternatief voor het bbp als welvaartsindicator aan de slag. a Onderzoek volgens de OVUR-methode wat het verschil is tussen het bbp als welvaartsindicator en de welvaartsindicator van jouw groep. Gebruik het internet.

OriërentenO De onderzoeksvraag luidt: ‘Op welke manier verschilt mijn toegewezen welvaartsindicator met name ... met het gebruik van het bbp?’ VoorVbereiden  Doe aan deskresearch: je gaat op zoek naar bestaande bronnen en onderzoeken.  Welke bronnen heb je nodig?  Welke zoektermen kun je gebruiken?  Maak een taakverdeling onder de groepsleden. Wie doet wat wanneer? Noteer dat in een tabel.

 Heeft iedereen zijn tijd nuttig besteed?

OVUR ©VANIN

is een manier om boekhoudkundig weer te geven dat de waarde van kapitaalgoed omwille van veroudering afneemt.

41BEGRIPPENLIJST4THEMA

Thema 4

1afschrijvingenDat

1bbp per capitaDat is het bbp gedeeld door het aantal inwoners.

1bruto-investeringen Bruto-investeringen bestaan uit vervangingsinvesteringen en de netto-investeringen.

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

1huur Die vergoeding ontvangt iemand bij de verhuur van een gebouw.

1bbpnaarbbpprijzenconstantetegenofreëelofbbpvolume Dat is het bbp berekend tegen de prijzen van een bepaald referentiejaar om zo de inflatie uit te zuiveren.

1consumptie-goed Dat is een goed dat aan de eindgebruiker wordt verkocht.

1bedrijfskolom

1bnp of productnationaalbruto +bbpprimaire inkomens ontvangen van het primairebuitenlandinkomens betaald aan het buitenland

LEVELBEGRIP

Begrippenlijst

1bbp of productbinnenlandsbruto Dat is de som van de toegevoegde waarde van een land in een jaar.

Dat is een overzicht van alle ondernemingen die aan de vervaardiging van een product meewerken. Ze begint met de producent (ontginner, teler of kweker) van de grondstoffen en eindigt met de kleinhandel of detailhandel die het product aan de consument verkoopt.

1bbpnominaalprijzenlopendetegenofbbp Dat is het bbp berekend tegen de prijzen van het jaar zelf.

©VANIN

Die investeringen zorgen voor een toename van de kapitaalgoederen van de onderneming.

VERKLARING IN JE EIGEN WOORDEN

1inflatie Dat is een stijging van het algemene prijspeil.

Dat zijn grootschalige initiatieven die de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen vergemakkelijken om de concurrentiekracht van bedrijven in strategische domeinen die voor Vlaanderen belangrijk zijn, te verhogen.

©VANIN

Er is sprake van recessie als er zich een groeivertraging voordoet die zo fors is, dat ze tot een inkrimping van het reëel bbp leidt en een negatieve groei veroorzaakt voor minstens twee kwartalen.

1speerpunt-cluster

1loon Die vergoeding ontvangt iemand voor geleverde arbeid.

Dat is de waarde in geld uitgedrukt die iedere onderneming vraagt voor het toevoegen van waarde aan het product.

LEVELBEGRIP

Dat zijn industriële goederen die helpen om andere goederen te produceren maar geen deel van het eindproduct uitmaken.

Dat zijn de voorraadvermeerderduitbreidingsinvesteringenmetdetoenamevandeofverminderdmetdeafname van de voorraad.

42BEGRIPPENLIJST4THEMA

1recessie

1kapitaalgoederen

1toegevoegdewaarde

1investerings-goed

1netto-investeringen

1nettotoegevoegdewaarde

Dat is de bruto toegevoegde waarde verminderd met de afschrijvingen.

1pacht

Dat is een industrieel goed dat dient om andere goederen te produceren, maar dat geen deel uitmaakt van het eindproduct.

1renteinterestof Die vergoeding krijgt iemand voor het uitlenen van geld. Banken rekenen rente aan bij het uitlenen van geld.

Die vergoeding krijgt iemand wanneer hij grond ter beschikking stelt.

1uitbreidings-investeringen

LEVELBEGRIP IN JE EIGEN WOORDEN

43BEGRIPPENLIJST4THEMA

VERKLARING

1vervangingsinvestering Dat is de vervanging van een verouderd kapitaalgoed, zoals een oude machine.

1voorraadDat is de hoeveelheid goederen die een onderneming produceert om als reserve te 1welvaartDathebben.isde

mate waarin mensen met de beschikbare middelen in hun behoeften kunnen voorzien.

1winst Dat is het geld dat overblijft nadat van de inkomsten, de kosten afgetrokken zijn.

©VANIN

NOTITIE ©VANIN

L4 I T ThemaF Boekhouden5: Factuur€ ©VANIN

THEMABoekhouden5 ©VANIN

STEP-IN p. 4 STEP-UP Een jobadvertentie voor een boekhouder opstellen p. 210 LEVEL1 Wat weet je nog van boekhouden? p. 5 LEVEL2 Hoe registreer aankoopverrichtingenje in de boekhouding? p. 24 LEVEL3 Hoe registreer verkoopverrichtingenje in de boekhouding? p. 72 LEVEL4 Hoe registreer je betalingen en inningen in de boekhouding? p. 120 LEVEL5 Hoe registreer je verrichtingen in verband met leningen op korte en lange termijn? p. 172 ©VANIN

STEP-IN5THEMA4

©VANIN

STEP-IN 1 Lees de onderstaande schermafbeelding van de website van myKMO. a Wat is myKMO? b Waarom zou een boekhouder zo een programma gebruiken? c Wat is ‘betalingsopvolging’?

1 je de boekhoudkundige begrippen en registraties van vorig jaar herhaalt; 2 je leert hoe je aankoopverrichtingen in de boekhouding registreert; 3 je leert hoe je verkoopverrichtingen in de boekhouding registreert; 4 je leert hoe je betalingen en inningen in de boekhouding registreert; 5 je leert hoe je leningen op korte en lange termijn in de boekhouding registreert.

3 Elk level biedt je een stukje kennis dat je nodig hebt om de opdracht van de Step­up uit te voeren. Daarin stel je een jobadvertentie op voor een boekhouder die Anissa Zadora tijdens haar zwangerschapsverlof zal vervangen.

2 In dit thema doorloop je vijf levels waarin …

1LEVEL5THEMA5

7Debetzijde GDat is de linkerzijde van een grootboekrekening.

8ResultatenrekeningHDat is een korting die de verkoper soms toekent wanneer de klant niet wacht met betalen tot de vervaldag, maar binnen een bepaalde periode betaalt (bijvoorbeeld: binnen de zeven dagen).

6Factuur FDat is het resultaat van het bedrijf. Heeft het bedrijf winst of verlies gemaakt? De resultatenrekening geeft de kosten en opbrengsten van het bedrijf weer van het voorbije boekjaar.

1

INTRO

Vorig jaar heb je al heel wat boekhoudkundige termen gebruikt. Welke ken je nog? Combineer het begrip met de juiste omschrijving.

9BedrijfsopbrengstenIDaarin worden de dagelijkse boekhoudkundige verrichtingen chronologisch geboekt of ingeschreven.

LEVEL 1 Wat weet je nog van boekhouden?

10Journaal JDat zijn de opbrengsten die een onderneming heeft bij de uitoefening van de bedrijfsactiviteit. De voornaamste bedrijfsopbrengst is de verkopen van handelsgoederen.

12345678910 2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Wat weet je nog van boekhouden?

©VANIN

1Btw op verkoop ADat is een document waarin de verkoper de koper vraagt te betalen voor geleverde goederen of verrichte diensten. Daarop staat hoeveel, waarvoor en aan wie de koper moet betalen. De verkoper stelt de factuur op en de koper moet ze betalen.

BEGRIP OMSCHRIJVING

4Actiefzijde DDat is de btw die de ondernemer ontvangt van de klanten bij een verkoop van goederen of diensten.

5Maatstaf van heffingE Dat is het tegenovergestelde van een factuur. Daarmee wordt een eerdere factuur kwijtgescholden of verminderd omwille van een slechte levering, een kwaliteitsverschil, een foutieve levering ...

3Financiële kortingCDat is de linkerzijde van de balans met de werkmiddelen (vorderingen en bezittingen).

2Creditnota BDat is het bedrag waarop de btw wordt berekend.

1 Vorig jaar heb je kennisgemaakt met het dubbelboekhouden. Dit jaar verdiep je je nog meer in de logische en boeiende wereld van het boekhouden. Wat is boekhouding ook alweer? Omschrijf in je eigen woorden.

a Vervolledig de mindmap op de volgende bladzijde met alle boekhoudkundige termen die je vorig jaar gezien hebt. Kies verkopenuit: handelsgoederen – kapitaal – schulden > 1 jaar – bedrijfsresultaat –balans – financieel resultaat – bank – vlottende activa – bedrijfskosten (BK) –aankopen handelsgoederen – diensten en diverse goederen – schulden – meubilair –resultatenrekening – betaalde rente – eigen vermogen – financiële opbrengsten (FO) –actief – bedrijfsopbrengsten (BO) – voorraad handelsgoederen – leveranciers –financiële kosten (FK) – passief – vaste activa – rollend materieel – schulden ≤ 1 jaar –ontvangen interest Je werkt samen aan een schema. Elk groepslid gebruikt een andere kleur zodat je ziet wie welke term genoteerd heeft. b Structureer (met lijnen, pijlen …) alle termen in de mindmap zodat je het verband tussen de termen kunt afleiden. Soms is er geen verband, die woorden blijven dan los staan. Je krijgt alvast een stukje van de puzzel. c Ken je nog de volledige naam van deze documenten? Noteer. AF: ƒ RU: ƒ UCN: ƒ VF: ƒ ICN: Tip: ©VANIN

ƒ

1LEVEL5THEMA6 Re-explore 1— Wat is boekhouden?

2 Vorm een groep van enkele boekhouders (in spe).

1LEVEL5THEMA7 Balans Passief Meubilair Bedrijfs- (BO)opbrengsten Verkopen handelsgoederen renteOntvangen Financieel resultaat Boekhouden Kapitaal ©VANIN

BEZITTINGEN

De basis van het dubbelboekhouden is de balans. Ze toont de dubbele ontleding van het vermogen van de onderneming met aan de actiefzijde de bezittingen, en aan de passiefzijde de schulden. Omdat het vermogen op een dubbele manier wordt ontleed en geboekt, geldt als absolute regel: ACTIEF 20xx-01-01 PASSIEF VASTE ACTIVA 89 000,00EIGEN VERMOGEN 68 250,00 Gebouwen 80 000,00 Geplaatst kapitaal 68 250,00 Meubilair 9 000,00 SCHULDEN 43 000,00 VLOTTENDE ACTIVA 22 250,00 Schulden op >1 jaar 35 000,00 Voorraden 10 000 ,00 Kredietinstellingen: schulden Aanvangswaarde handelsgoederen 10 000 ,00 > 1 jaar 35 000,00 Vorderingen op ten hoogste één jaar 1 250,00 Schulden op ≤ 1 jaar 8 000,00 Handelsdebiteuren 1 250,00 Leveranciers 8 000,00 Liquide middelen 11 000,00 Bank R/C 11 000,00

1

4 000,001 700,003 500,00450,00

Inventaris ©VANIN

Balans

1LEVEL5THEMA8 Re-explore 2— Wat zijn de balans en de inventaris?

TOTAAL ACTIEF 111 250,00 TOTAAL PASSIEF 111 250,00 ACTIEF = PASSIEF

De balans wordt ingedeeld in balansrubrieken. Aan de actiefzijde vind je de vaste en vlottende activa, aan de passiefzijde het eigen vermogen en de schulden. De balans geeft de toestand van de onderneming op een bepaald ogenblik weer. Je kunt meerdere keren per jaar een foto van je bedrijf maken, m.a.w. een balans opstellen. Omdat het nogal omslachtig is, zal dat in praktijk enkel aan het einde van een kwartaal of aan het einde van het boekjaar gebeuren. De balans wordt in scontovorm genoteerd, d.w.z. activa en passiva naast elkaar. Naast de balans moet elke onderneming éénmaal per jaar een inventaris opstellen. Dat is een gedetailleerde lijst in staffelvorm (= onder elkaar) van alle bezittingen en schulden aan derden, zoals aan een leverancier. 1GebouwenWinkelpand, Nieuwstraat 1, 3000 Leuven 212 200,00 € 700,00/stuk toonbank 1 kasregister 8 muurrekken € 500,00/stuk 9 650,00

2Uitrusting5vrijstaande winkelrekken

1LEVEL5THEMA9 BEZITTINGEN 3Meubilair2archiefkasten € 800,00/stuk 2 computers € 1 400,00/stuk 2 laptops € 860,00/stuk 2 bureaus € 2 300,00/stuk 4 bureaustoelen € 140,00/stuk 1 41 720,002 800,00600,00600,00560,00 11 280,00 4 RollendBedrijfswagenmaterieelRenault Kangoo Express 16 000,00 5HandelsgoederenLaptops4HPChromebook GM € 870,00/stuk 3 Acer Aspire 6T € 760,00/stuk Desktop2Acer Predator € 680,00/stuk 1 Apple Mac mini € 1 100,00/stuk 3 videokaarten NVIDEA GeForce € 420,00/stuk 4 Intel Core i5 processor € 220,00/stuk 1 260,001 100,001 360,002 280,003 480,00880,00 10 360,00 6 Handelsdebiteuren (nog te ontvangen) Procom (verkoopfactuur 14) KA Heverlee (verkoopfactuur 21) 1 420,002 600,00 4 020,00 7BankZichtrekening KBC 5 460,00 8 KasWisselgeld 345,00 TOTAAL BEZITTINGEN 253 315,00 SCHULDEN 9Kredietinstellingen: schulden > 1 jaar KBC Hypothecaire lening op 20 jaar ING Investeringskrediet op 5 jaar 140 000,0060 000,00 200 000,00 10Leveranciers (nog te betalen) Computex (aankoopfactuur 23) Meubelshop (aankoopfactuur 25) 1 183,002 132,00 3 315,00 TOTAAL SCHULDEN 203 315,00 EIGEN VERMOGEN Kapitaal 50 000,00 De inventaris wordt los van de boekhouding opgesteld door een echte telling van de werkelijkheid (= werkelijke waarde). De balans daarentegen vloeit voort uit de boekhouding (= boekwaarde). Inventaris (vervolg) ©VANIN

101LEVEL5THEMA Geef enkele voorbeelden waarbij de werkelijke waarde niet gelijk is aan de boekwaarde. Re-explore 3— Hoe ga je van de beginbalans naar de rekeningen? Je opent het boekjaar door de gegevens van de beginbalans (01­01) over te boeken op de rekeningen. Alle actiefrekeningen debiteer je voor de balanswaarde en alle passiefrekeningen crediteer je voor die waarde. Vanaf nu houd je de wijzigingen van elk vermogensbestanddeel, zoals Meubilair: AW, bij op de rekeningen: één rekening per vermogensbestanddeel. Beginsaldo 1 Wat is: a crediteren? b debiteren? 2 Open de onderstaande rekeningen op basis van de balans in Re­explore 2. D 24000 aanschaffiMeubilair:ngswaarde C D 55000 Bank R/C C D10000 Geplaatst kapitaalC D 44000 LeveranciersC ©VANIN

111LEVEL5THEMA Re-explore 4— Wat is de MAR (Minimumindeling van het Algemeen Rekeningstelsel)? Als je het rekeningstelsel achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal bekijkt, stel je vast dat de MAR is opgebouwd rond verschillende rubrieken. Klasse 2: Oprichtingskosten, Vaste activa en Vorderingen op meer dan één jaar 22 Terreinen en gebouwen 22000 Terreinen 22100 Gebouwen: aanschaffingswaarde 22109 Gebouwen: geboekte afschrijvingen ( ) A Balans ….-..-.. P Klasse 2 Klasse 1 Vaste activa Eigen vermogen Klasse 3 Schulden > 1 jaar Voorraden Klasse 4 Klasse 4 Vorderingen Schulden ≤ 1 jaar Klasse 5 Liquide middelen TOTAAL ACTIEF TOTAAL PASSIEF MAR Welke rubrieken of klassen behoren tot de balansrekeningen? Re-explore 5— Hoe registreer je wijzigingen in actief en/of passief? Vorig jaar leerde je al de basisregels van het dubbelboekhouden: de boekingsregels. Zet een + (vermeerdering) en een – (vermindering) op de juiste plaats. D Actiefrekening C (BS) D Passiefrekening C (BS) ©VANIN

1 In de MAR vind je behalve de balansrekeningen (klasse 1 t.e.m. 5) ook nog rekeningen van klasse 6 en klasse 7. Waarvoor gebruik je die? a Klasse 6: b Klasse 7: 2 Wat zijn de boekingsregels voor die resultatenrekeningen? Schrijf een plusteken (+) of een minteken (–) op de juiste plaats. D Kostenrekening C DOpbrengstenrekeningC

121LEVEL5THEMA Re-explore 6— Hoe werken de boekingsregels voor de resultatenrekening?

Aan het einde van het boekjaar worden alle resultatenrekeningen teruggebracht tot één resultaat dat ofwel een winst, ofwel een verlies zal zijn. bedrijfskbedrijfsopbrengstenosten = bedrijfsresultaat (bedrijfswinst of bedrijfsverlies) + financiële opbrengsten financiële kosten = winst (of verlies) van het boekjaar voor belastingen Bepalen van het resultaat

©VANIN

131LEVEL5THEMA Re-explore 7— Hoe stel je de eindbalans op? Beginbalans Verrichtingen ProefGrootboekJournaalensaldibalans Inventaris Eindbalans Op het einde van het boekjaar vat je het grootboek (de rekeningen) samen in een proef en saldibalans. REKENING-NUMMER NAAM VAN DE REKENING PROEFBALANS SALDIBALANS TOTAALDEBET-(€) TOTAALCREDIT-(€) SALDODEBET(€) SALDOCREDIT(€) 5510044000400002410024000232001730010000 Geplaatst kapitaal Schulden op rekening Uitrusting: AW Meubilair: AW Rollend materieel: KBCLeveranciersHandelsdebiteurenAWR/C 425,00 6 300,00 10 150,00 16 250,00 1 585,00 5 000,00 66 860,00 43 575,00 10 000,00935,00585,00 46 400,00 5 075,00 5 365,00 10 150,00 16 250,00 1 000,00 61 785,00 43 575,00 9 575,00 41 400,00 TOTAAL 106 570,00106 570,0094 550,0094 550,00 D 44000 Leveranciers C CS 2 000,00 3 000,00 41 400,00 3 000,00 29 000,00 14 400,00 (BS) 46 4000,00 46 400,00 De saldibalans geeft de toestand van de onderneming weer zoals die uit de boeken blijkt. Die boekwaarde moet je nu aanpassen aan de werkelijke waarde van de inventaris. Daarna wordt uit de rekeningen de eindbalans afgeleid. De eindbalans van het boekjaar wordt de beginbalans van het volgende boekjaar en zo kun je opnieuw beginnen ... Proef- en saldibalans ©VANIN

07­01 Journaal 1 Welke

24400055000 RU12Leveranciers @ Bank R/C 500,00

staan? 2 Welke

©VANIN

141LEVEL5THEMA Hoe kom je aan de bedragen van: a de proefbalans? b de saldibalans? Re-explore 8— Hoe registreer je de verrichtingen in het journaal of het dagboek?

In principe worden alle verrichtingen in chronologische volgorde ingeschreven in het journaal of dagboek. De balans geeft een foto van de zaak, het journaal toont de hele film. Bepaalde gelijkheden moet je steeds voor ogen houden. Als deze basisvereisten niet gelden, heb je een foutje gemaakt. Actief = Passief Debetzijde van een journaalpost = Creditzijde van een journaalpost Debetzijde van het journaal = Creditzijde van het journaal Debetzijde van de proefbalans = Creditzijde van de proefbalans Debetzijde van de saldibalans = Creditzijde van de saldibalans 500,00 rekeningen komen aan de linkerzijde (in dit geval Leveranciers) te rekeningen komen aan de rechterzijde (in dit geval Bank) te staan?

151LEVEL5THEMA Re-explore 9— Hoe logisch redeneren?

Wat is het MAR­nummer van de rekeningen? Is het een actief (A), passief (P), kosten (K) of opbrengstenrekening (O)? Wordt de rekening vermeerderd (+) of verminderd (–)? Moet je de rekening dan debiteren (D) of crediteren (C)? Wat is het te boeken bedrag? Is het debettotaal gelijk aan het credittotaal? Om de boekhoudkundige registratie tot een goed eind te brengen, begin je met een redeneringsschema. Daaruit leid je de boeking op de rekeningen af en stel je het journaal op.

Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK. NR. REKENINGNAAM

D

in

BEDRAGDEBET-(€)

Totaal

Redeneringsschema

Op 14 april 20xx (RU13 KBC) betaalt leverancier Mediaglobe 242,00 euro aan A.S.Adventure.edu (hou geen rekening met btw). a Vul het redeneringsschema in. K/OA/P +/- D/C BEDRAGCREDIT-(€) b Registreer de verrichting in het grootboek. C (BS) D (BS)C c Registreer de verrichting het journaal.

1 ©VANIN

Je bouwt het best elke verrichting op aan de hand van een boekhoudalgoritme. Daarbij beantwoord je enkele vragen die leiden tot de uiteindelijke boeking: Welk document is de basis van de verrichting? Welke rekeningen veranderen?

Boekhouding Een boekhouding is een instrument waarmee een ondernemer een goed overzicht heeft en houdt van de financiële situatie van zijn zaak, zodat hij in staat is de juiste beslissingen te nemen. De balans De basis van het dubbelboekhouden is de balans. Ze geeft de dubbele ontleding van het vermogen van de onderneming met aan de actiefzijde de bezittingen en aan de passiefzijde de schulden. Vermits het vermogen op een dubbele manier wordt ontleed en geboekt, geldt als absolute regel: ACTIEF 20xx-01-01 PASSIEF VASTE ACTIVA 89 000,00EIGEN VERMOGEN 68 250,00 Gebouwen 80 000,00 Geplaatst kapitaal 68 250,00 Meubilair 9 000,00 SCHULDEN 43 000,00 VLOTTENDE ACTIVA 22 250,00 Schulden op >1 jaar 35 000,00 Voorraden 10 000 ,00 Kredietinstellingen: schulden Aanvangswaarde handelsgoederen 10 000 ,00 > 1 jaar 35 000,00 Vorderingen op ten hoogste één jaar 1 250,00 Schulden op ≤ 1 jaar 8 000,00 Handelsdebiteuren 1 250,00 Leveranciers 8 000,00 Liquide middelen 11 000,00 Bank R/C 11 000,00

TOTAAL ACTIEF 111 250,00 TOTAAL PASSIEF 111 250,00 ACTIEF = PASSIEF

TO THE POINT ©VANIN

De balans wordt ingedeeld in balansrubrieken. Aan de actiefzijde vind je de vaste en vlottende activa, aan de passiefzijde het eigen vermogen en de schulden. De balans geeft de toestand van de onderneming op een bepaald ogenblik. Je kunt meerdere keren per jaar een balans opstellen. Omdat het nogal omslachtig is, zal dat in praktijk enkel aan het einde van een kwartaal of aan het einde van het boekjaar gebeuren. De balans wordt in scontovorm genoteerd, d.w.z. activa en passiva naast elkaar. De inventaris Naast de balans moet elke onderneming éénmaal per jaar een inventaris opstellen. Dat is een gedetailleerde lijst in staffelvorm (= onder elkaar) van alle bezittingen en schulden aan derden, zoals een leverancier. De inventaris wordt los van de boekhouding opgesteld door een echte telling van de werkelijkheid (= werkelijke waarde). De balans daarentegen vloeit voort uit de boekhouding (= boekwaarde).

161LEVEL5THEMA

Het beginsaldo Je opent het boekjaar door de gegevens van de beginbalans (01 01) over te boeken op de rekeningen. Alle actiefrekeningen debiteer je voor de balanswaarde en alle passiefrekeningen crediteer je voor die waarde. Vanaf nu houd je de wijzigingen van elk zoals Meubilair: AW, bij op de rekeningen: één rekening per vermogensbestanddeel. De MAR Omdat er wel eens verwarring kan bestaan over de naam van een rekening, heeft elke rekening een nummer gekregen. De opsomming van al die rekeningen met hun bijbehorende nummers staan in de Minimumindeling van het Algemeen Rekeningstelsel (de MAR). De MAR is ingedeeld in klassen om de rekeningen makkelijker te vinden.

Het resultaat Aan het einde van het boekjaar worden alle resultatenrekeningen teruggebracht tot één resultaat dat ofwel een winst, ofwel een verlies zal zijn.

bedrijfskbedrijfsopbrengstenosten = bedrijfsresultaat (bedrijfswinst of bedrijfsverlies) + financiële opbrengsten financiële kosten = winst (of verlies) van het boekjaar voor belastingen Proef- en saldibalans Aan het einde van het boekjaar vat je het grootboek (de rekeningen) samen in een proef en saldibalans. Beide documenten dienen als controle vooraleer de eindbalans wordt opgesteld. De proef­ en saldibalans geeft de toestand van de onderneming zoals die uit de boeken blijkt. Die boekwaarde moet je nu aanpassen aan de werkelijke waarde van de inventaris. Daarna wordt uit de rekeningen de eindbalans afgeleid. De eindbalans van het boekjaar wordt de beginbalans van het volgende boekjaar en zo begin je opnieuw. Het journaal en redeneringsschema Elke verrichting in de boekhouding wordt ingeschreven in het dagboek of journaal. Dat doe je chronologisch. Aan de linkerzijde staat de naam van de te debiteren rekening, aan de rechterzijde de naam van de te crediteren rekening. Om de boekhoudkundige registratie tot een goed einde te brengen, werk je met een redeneringsschema. Daaruit leid je de boeking op de rekeningen af en ten slotte stel je het journaal op.

©VANIN

vermogensbestanddeel,

171LEVEL5THEMA

181LEVEL5THEMA Action 1— Hoe pas je de boekingsregels toe aan de hand van verrichtingen? De volgende gerubriceerde beginbalans is gegeven. Boek de opening van het boekjaar en de volgende verrichtingen in het grootboek en het journaal. ACTIEF 20xx-12-31 PASSIEF VASTE ACTIVA 1 500,00EIGEN VERMOGEN 9 000,00 Machines 1 500,00 Geplaatst kapitaal 9 000,00 VLOTTENDE ACTIVA 11 130,00 SCHULDEN 3 630,00 Voorraden 3 000 ,00 Schulden op ≤ 1 jaar 3 630,00 AW handelsgoederen 3 000 ,00 Leveranciers 3 630,00 Vorderingen ≤ 1 jaar 5 050,00 Handelsdebiteuren 5 050,00 Liquide middelen 3 080,00 Bank R/C 2 350,00 Kas 730,00 TOTAAL ACTIEF 12 630,00 TOTAAL PASSIEF 12 630,00 a Stel de verrichtingen voor in de redeneringsschema’s. ƒ 0 02 01 20xx Opening boekjaar ƒ 1 02 01 20xx RU1 Klant Wouters betaalt zijn schuld via een overschrijving: 545,25 euro. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK. NR. REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ƒ 2 04 01 20xx AF1 Aankoop van meubilair voor 1 500,00 euro bij leverancier Meutax. Betaling op termijn. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK. NR. REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

191LEVEL5THEMA ƒ 3 08­01­20xx KD1 Klant Schoofs komt 178,50 euro in contanten betalen voor VF62 van vorig jaar. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK. NR. REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ƒ 4 10 01 20xx RU2 Overschrijving naar leverancier Van der Maeren: betaling van AF32 van vorig jaar: 483,30 euro. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK. NR. REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ƒ 5 11 01 20xx UCN1 Lichte beschadiging meubilair (cf. AF1): korting 250,00 euro. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK. NR. REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

201LEVEL5THEMA ƒ 6 13­01­20xx RU3 Ontvangst van een dagafschrift van de bank in verband met de betaling van reclamekosten: 300,00 euro. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK. NR. REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal b Boek vanuit de redeneringsschema’s de verrichtingen in de grootboekrekeningen. ©VANIN

211LEVEL5THEMA c Stel vanuit het grootboek het journaal op. ©VANIN

©VANIN

4 Ik kan de grootboekrekeningen overbrengen naar de (eind)balans 5 Ik kan de rekeningen en het rekeningnummer opzoeken in de MAR.

1 Ik kan een balans met rubrieken opstellen.

CHECKLIST

221LEVEL5THEMA d Stel de proef­ en saldibalans op REK. NR.NAAM VAN DE REKENING PROEFBALANS SALDIBALANS

2 Ik kan een boeking registreren aan de hand van een redeneringsschema.

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst.

JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL

3 Ik kan de (begin)balans overbrengen naar de grootboekrekeningen.

6 Ik kan eenvoudige verrichtingen registreren in het journaal.

7 Ik kan de beginbalans overbrengen naar het journaal.

231LEVEL5THEMA JA BETERKAN EXTRA OEFENMATERIAAL 8 Ik kan de proef­ en saldibalans opstellen vanuit het grootboek. 9 Ik kan een (tussen)balans opstellen vanuit de saldibalans 10 Ik kan een boeking met kosten en/of opbrengstenrekeningen registreren aan de hand van een redeneringsschema. ©VANIN

©VANIN

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe registreer je aankoopverrichtingen in de boekhouding?

242LEVEL5THEMA LEVEL 2 Hoe registreer je aankoopverrichtingen in de INTROboekhouding?

1 Bekijk de afbeeldingen. Welke soorten aankopen voor A.S.Adventure.edu kun je onderscheiden?

6 Zoek op het internet welke aankopen beschouwd worden als een investering.

©VANIN

b Wat is het rekeningnummer?

2 Welke soorten aankopen kan een onderneming doen? Herbekijk ook de Intro.

a In welke groep van de MAR staat de rekening die betrekking heeft op de aankoop van handelsgoederen?

7 In welke klasse en groepen van de MAR staan de investeringsrekeningen?

1 Hoe zie je het verschil tussen een aankoop­ en verkoopfactuur?

3 Wat zijn handelsgoederen?

252LEVEL5THEMA

5 Bekijk de MAR achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal.

4 Geef drie voorbeelden van handelsgoederen voor: a A.S.Adventure.edu b een garage c een bloemenwinkel

Explore 1— Welke goederen en diensten koopt een onderneming aan?

262LEVEL5THEMA

GOEDEREN ©VANIN

VASTE ACTIVA

zijn alle goederen die de onderneming aankoopt om te verkopen. Dat zijn dus de producten die je in het assortiment vindt.

Immateriële vaste activa zijn niet tastbaar. Voorbeelden zijn licenties, merken, knowhow, of het recht om een bepaald product te verkopen of om een merknaam te gebruiken. Ook de aankoop van softwareprogramma’s of de ontwikkeling van een website boek je op die rekening.

– Diensten en diverse goederen zijn de goederen en diensten die een onderneming regelmatig aankoopt om de onderneming draaiende te houden zoals elektriciteit, gas, kantoorbenodigdheden, huur …

De aankopen van een onderneming kun je onderverdelen in drie grote –groepen:Handelsgoederen

– Investeringsgoederen zijn goederen die een onderneming aankoopt om meer dan een jaar te gebruiken. Als de aankoop betrekking heeft op kantoormateriaal, klein gereedschap of klein materiaal dan spreek je pas over een investering als het aankoopbedrag exclusief btw hoger is dan 1 000,00 euro.

9 In welke groep staan de rekeningen betreffende de aankopen van diensten en diverse goederen?

8 Bekijk de MAR achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal. Wat zijn aankopen van diensten en diverse goederen? Geef vijf voorbeelden.

Materiële vaste activa zijn tastbaar, je kunt ze dus aanraken of pakken. Daartoe behoren bijvoorbeeld de machines, de kantoor- of winkelinrichting of de vrachtwagen.

Explore 2— Hoe controleer je een aankoopfactuur?

272LEVEL5THEMA

C Wanneer moet de factuur ten laatste betaald worden? D Welke betalingsvoorwaarde geeft leverancier Vaude aan A.S.Adventure.edu? E Wat is het factuurnummer van de factuur?

2 Met welke documenten vergelijk je de aankoopfactuur? Waarom?

A Wie heeft de factuur opgesteld? B Op welke datum is de factuur opgesteld?

3 Bestudeer de aankoopfactuur bij Explore 4 op bladzijde32. a Waar op de factuur staat de gevraagde informatie? Noteer de letter in de overeenkomstige cirkel.

A.S.Adventure.edu heeft de factuur niet zelf opgesteld. Het is daarom interessant de aankoopfacturen grondig te controleren en na te rekenen. Good to know c Wie zal de aankoopfacturen controleren?

1 Bekijk het organogram van A.S.Adventure.edu achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal. a Wie is de verantwoordelijke voor de aankoop? b Wie is de verantwoordelijke van de boekhouding?

©VANIN

282LEVEL5THEMA F Onder welk nummer wordt de factuur geregistreerd in de boekhouding? G Waarop heeft de aankoop betrekking? H Voor welke waarde heeft A.S.Adventure.edu goederen aangekocht? I Hoeveel btw wordt er aangerekend? J Hoeveel moet A.S.Adventure.edu betalen aan leverancier Vaude? b Markeer het juiste antwoord:  A.S.Adventure.edu heeft een vordering / schuld tegenover leverancier Vaude.  De btw die Vaude op een aankoopfactuur aanrekent, is terug te vorderen btw / te betalen btw. c Waarom boekt Anastasia de factuur niet onder het factuurnummer van leverancier Vaude in? 4 Reken de factuur na volgens het berekeningsschema. tent: 10 * 68,85 euro = jas: 8 * 27,55 euro = = brutobedrag ­ handelskorting = nettobedrag + kosten = subtotaal ­subtotaalfinanciële korting maatstaf van heffing btw (908,90 * 0,21) + btw = totaal ©VANIN

292LEVEL5THEMA Explore 3— Welke boekhoudkundige begrippen vind je op een aankoopfactuur?

Noteer het juiste begrip naast de omschrijving. Kies uit: maatstaf van heffing – financiële korting – terugstuurbare verpakking – transportkosten handelskorting – verloren verpakking – brutobedrag – btw – nettobedrag

Voor deze verpakking, zoals een europallet of bierkrat, betaalt de klant een waarborg die hij terugkrijgt als hij de verpakking terugbezorgt. Er wordt geen btw op aangerekend. Over dat bedrag bereken je de btw. Het bedrag is het totaal van de brutoprijs – handelskorting + extra kosten, verminderd met de financiële korting. Dat is het brutobedrag verminderd met de handelskorting.

Deze korting heeft tot doel om meer te verkopen. Je staat ze bijvoorbeeld toe aan trouwe klanten of bij aankoop van grote hoeveelheden.Ditishetbedrag voor er kortingen afgetrokken worden. Deze korting dient om een snelle betaling aan te moedigen. Deze vergoeding reken je aan om de goederen bij de klant te leveren. Je berekent er btw op aan het laagste btw­tarief dat op de factuur van toepassing is. Deze verpakking, zoals een kist, petflessen of een kartonnen doos, reken je door aan de klant. De klant kan die verpakking niet terugsturen. Je berekent er btw op aan het laagste btw­tarief dat op de factuur van toepassing is. Dit is de belasting op de toegevoegde waarde. Het is een belasting die bij elke levering van een product of dienst geheven wordt.

©VANIN

OMSCHRIJVING BEGRIP

1 Bestudeer de aankoopfactuur van Vaude. Noteer de bedragen die je nodig hebt om die factuur boekhoudkundig te registreren. a aankoopbedrag van de handelsgoederen (bruto): b btw bedrag: c te betalen bedrag inclusief btw: 2 Bekijk de MAR en de boekingsregels achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal. Vul aan en markeer het juiste antwoord. a Een aankoop van handelsgoederen is een voor A.S.Adventure.edu. Die vind je in klasse , groep in de MAR. Je boekt op de rekening

302LEVEL5THEMA Explore 4— Hoe registreer je een eenvoudige aankoopfactuur van handelsgoederen?

. Die rekening vermeerdert / vermindert. Je debiteert / crediteert die rekening voor euro. b Bij een aankoop heb je te maken met terug te vorderen btw / te betalen btw. Dat is een schuld / vordering ten opzichte van de btw administratie (overheid). Je boekt het btw bedrag op een rekening van klasse , namelijk rekening . Dat is een actiefrekening / passiefrekening die vermeerdert / vermindert, je debiteert / crediteert de rekening voor euro. c De schuld tegenover leverancier Vaude daalt / stijgt met euro. De rekening met betrekking tot de handelsschuld vind je in klasse , namelijk

. Dat is een actiefrekening / passiefrekening die vermeerdert / vermindert. Je debiteert / crediteert de rekening voor dat bedrag.

©VANIN

Een eenvoudige aankoopfactuur (AF) is een factuur zonder kortingen of bijkomende kosten. Good to know

312LEVEL5THEMA 3 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal 4 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C 5 Registreer de verrichting in het journaal. ©VANIN

322LEVEL5THEMA Sint-Niklaasstraat 52 9000 GENT Tel. +32 09 27 83 VAUDE.Store.Gent@vaude.com764 The spirit of mountain sports IBAN:RPRwww.vaude.beGentBE875503 5180 0094 Btw: BE0478 184 858 2160NijverheidsstraatA.S.Adventure.eduKlant92/5WOMMELGEM BE0465 672 452 Betalingsvoorwaarde:Leveringsvoorwaarde: 30 dagen na einde van de maand Handelskorting:Code EP Aantal Totaal Btw-% 1121C30008 € 68,8510€ 688,5021 % 9141C42003 Vaude Jas Escape Bike Light € 27,55 8 € 220,4021 % Btw-bedragMaatstafVervoerskostenHandelskortingBasisprijsvanheffing Te betalen in euro Voor de algemene verkoopsvoorwaarden: zie keerzijde Factuurnummer 20xx-03-02 20xx-04-30 20xx/FA/0289 VAUDE K-0984 Factuur Datum Vervaldag Franco thuis Klantnummer Omschrijving Vaude Tent Taurus 2P 1 099,77 190,87908,90908,90 AF163 Explore 5— Hoe registreer je een aankoopfactuur van diensten en diverse goederen? 1 Bestudeer de aankoopfactuur van De Watergroep op bladzijde 34 en beantwoord de vragen. a Waarop heeft de factuur betrekking? b In welke klasse en groep vind je de diensten en diverse goederen? ©VANIN

332LEVEL5THEMA c Op welke rekening boek je dat verbruik? Zoek op in de MAR. 2 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal 3 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C 4 Registreer de verrichting in het journaal. ©VANIN

342LEVEL5THEMA Dossiergegevens Inlichtingen Klantrekening002435489De Watergroep Oost-Vlaanderen Contractnummer001897653Koning Boudewijnstraat 46 FactuurnummerFAK1890879000 GENT Factuurdatum20xx-03-02Tel. 09 240 91 11 Fax 09 222 89 info.oost.vlaanderen@dewatergroep.be16 Afz. De Watergroep Oost-Vlaanderen – Koning Boudewijnstraat 46, 9000 GENT Leveringsadres A.S.Adventure.edu Leveringseenheid nr.: 9269253782 Nijverheidsstraat 92/5 2160 BE0465WOMMELGEM672452 2160NijverheidsstraatA.S.Adventure.edu92/5WOMMELGEM TUSSENTIJDSE VoorOMSCHRIJVINGFACTUURdeperiode: Excl. btw Btw % Incl.(EUR)btw 20xx-01-01 tot en met 20xx-02-28 250,0015,006 %265,00 Factuur totaal 250,0015,00 6 % 265,00 Te betalen voor 20xx-04-01 265,00 EUR Gelieve te betalen op rekening BE90 0969 2800 0132 voor de vermelde vervaldag met vermelding van de gestructureerde mededeling +++403/3887/90876+++ Indien u nalaat deze factuur met een bedrag van 265,00 euro binnen de gestelde termijn te vereffenen, zal dat automatisch resulteren in een aanmaning met bijkomende administratiekosten ten bedrage van 7,50 euro. De Watergroep – Vlaamse maatschappij voor watervoorziening – CVBA – Vooruitgangsstraat 189 – 1030 BRUSSEL – BTW BE 0224 771 467. AF164 ©VANIN

352LEVEL5THEMA Explore 6— Hoe registreer je een aankoopfactuur van een investering? 1 Bestudeer de aankoopfactuur van De Tollenaere op bladzijde 37 en beantwoord de vragen. a Waarop heeft de factuur betrekking? b In welke klasse vind je de aankopen van vaste activa, met andere woorden van investeringen? c Op welke rekening ga je die aankoop boeken? 2 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

362LEVEL5THEMA 3 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C 4 Registreer de verrichting in het journaal. ©VANIN

372LEVEL5THEMA FACTUUR Nr. 12003837 Factuurdatum 20xx-03-03 WOMMELGEM92/5NijverheidsstraatA.S.Adventure.edu2160 BE0465 672 452 Leveradres 2160NijverheidsstraatA.S.Adventure.edu92/5WOMMELGEM Uw referentie Betalingsreferentie 7440/12003837 Klantnummer 7440 Betalingsvoorwaarde 30 dagen einde maand Vervaldatum 20xx-04-30 Artikel Omschrijving Aantal Prijs prijsEenheids- Totaal Zendnota 340981 van 20xx 03-01 _ Order 315729 van 20xx 03 02 1055700 Hogedrukreiniger Therm C11 230V130TMonofase 1 st 3 691,00 10 % 3 321,90/st 3 321,90 1060260 Kranzle Schuimlans met reservoir 2l M22 1 st 80,20 80,20/st 80,20 6077783 KranzleAlfa (Autoshampoo)Plus5 liter 1 st 19,00 10 % 17,10/st 17,10 Netto goederen Kosten Belastbaar Btw-% Btw 3 419,20 3 419,20 21 % Totaal718,03excl. btw 3 419,20 Totaal btw 718,03 Totaal te betalen in euro 4 137,23 Reeds betaald 0,00 Verkoopsvoorwaarden, inclusief de geschillenbeslechting in arbitrage, zie bijlage of keerzijde. DE TOLLENAERE NV BTW BE0419 965 755 BNP Paribas Fortis KBC Ringlaan 9 info@detollenaere.be RPR GENT / MEZ 57.336 BE 65 2900 1183 1896 BE31 4429 6096 2155 9900 EEKLO www.detollenaere.eu IDnr. 032 000 000 343 BIC GEBABEBB BIC KREOBEBB Tel. 09 377 29 49 PCR BE20 0001 1755 0256 Verkoopsvoorwaarden: onverminderd 's kopers risico m.b.t. de goederen behouden wij ons eigendomsrecht op de geleverde goederen tot de volledige betaling van de prijs. De betaalde voorschotten blijven de verkoper verworven ter vergoeding van de mogelijk e verliezen bij de wederverkoop. Blz. 1/1 AF165 ©VANIN

©VANIN

Creditnota 1 Op 10 maart ontvangt Lies Meeus het document op bladzijde 40 via mail. Bestudeer het document van Vaude en beantwoord de vragen. a Welk document is dit? b Op welke factuur heeft dat document betrekking? c Waarom heeft Vaude dat document opgesteld?

Als die mededeling ontbreekt, dan kan men bij een belastingcontrole de terugvordering van de btw weigeren: je krijgt het btw-bedrag op de creditnota niet terug.

Vorig jaar heb je al creditnota’s bestudeerd, maar nog niet de boekhoudkundige verwerking ervan. Een inkomende creditnota dient om een factuur aan te passen als gevolg van bijvoorbeeld een foutieve levering, kapotte goederen .... Het bedrag van de creditnota vermindert de factuur. De berekening is identiek aan die van de factuur.

Als je een creditnota ontvangt, moet je controleren of de mededeling in verband met de teruggave van de btw erop staat. Als dat niet het geval is, vraag dan aan de leverancier om de creditnota aan te passen om eventuele problemen te vermijden. Good to know 2 Gebruik de boekingsregels en de MAR. Vul aan en markeer het juiste antwoord. a Er worden twee artikelen in mindering gebracht. Dat is een voor A.S.Adventure.edu die . Je boekt euro op de rekening . Je debiteert / crediteert die rekening.

Als je een creditnota opstelt, ben je verplicht naar de oorspronkelijke factuur en de oorspronkelijke factuurdatum te verwijzen. Omdat een creditnota gevolgen heeft voor de btw, ben je verplicht de vermelding ‘Btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in mindering werd gebracht (KB 4, art. 4)’ te vermelden op de factuur.

382LEVEL5THEMA Explore 7— Hoe registreer je een inkomende creditnota?

392LEVEL5THEMA b De btw­vordering t.o.v. de btw­administratie neemt eveneens af. Ook hier gebruik je een andere subrekening. Je boekt het btw bedrag op een rekening van klasse 4, namelijk rekening . Dat is een actiefrekening / passiefrekening die vermeerdert / vermindert. Je debiteert / crediteert de rekening voor euro . c De schuld tegenover leverancier Vaude daalt / stijgt met euro. Je debiteert / crediteert de rekening . 3 Waarom staat er een (­) achter rekening: a 41120 Btw op inkomende creditnota’s ( )? b 60410 Retours op aankopen handelsgoederen ( )? 4 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

402LEVEL5THEMA 5 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C 1 099,77 (AF163) D41110 Btw op aankopenC (AF163) 190,87 D60400 Aankopen handelsgoederenC (AF163) 908,90 6 Registreer de verrichting in het journaal. Sint-Niklaasstraat 52 9000 GENT Tel. +32 09 27 83 VAUDE.Store.Gent@vaude.com764 The spirit of mountain sports RPRwww.vaude.beGent Klant IBAN: BE87 5503 5180 0094 A.S.Adventure.edu Btw: BE0478 184 858 Nijverheidsstraat 92/5 2160 BE0465WOMMELGEM672452 Betalingsvoorwaarde:Leveringsvoorwaarde: 30 dagen na einde van de maand CodeKlantnummerHandelskorting: EP Aantal Totaal Btw-% 1121C30008 € 68,85 -2 -137,7021 % Basisprijs Factuur 20xx/FA/0289, dd. 20xx-03-02 Btw-bedragMaatstafVervoerskostenHandelskortingvanheffing Te betalen in EUR Voor de algemene verkoopsvoorwaarden : zie keerzijde K-0984 20xx-03-10 20xx/CN/0019 VAUDE Creditnota Datum Vervaldag Factuurnummer Franco thuis Omschrijving Vaude Tent Taurus 2P - 28,92 - 166,62 Btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin zij oorspronkelijk in mindering werd gebracht. KB 4, art. 4 Er werden twee stuks te veel aangerekend. - 137,70 - 137,70 ICN5 ©VANIN

412LEVEL5THEMA Explore 8— Hoe registreer je een aankoopfactuur met handelskorting? 1 Bestudeer de factuur van Woolpower op bladzijde 42 en beantwoord de vragen. a Om welk soort aankoop gaat het? b Wat is speciaal aan de aankoopfactuur? 2 Gebruik de boekingsregels en de MAR. Vul aan en markeer het juiste antwoord. Je boekt de handelskorting op de rekening . Je moet die rekening debiteren / crediteren, want de daalt / stijgt. 3 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

422LEVEL5THEMA 4 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C D C 5 Boek de verrichting in het journaal. Klant BE04652160NijverheidsstraatA.S.Adventure.edu92/5WOMMELGEM672452 Art.nr. Artikelomschrijving Aantal Eenheidsprijs Bedrag zonder btw Btwtarief Btwbedrag Bedrag btw incl. in EUR 3481D42001 5054,592 729,5021 % 573,20 3 302,70 3325D42031 5052,332 616,5021 % 549,47 3 165,97 3313XX015 5033,041 652,0021 % 346,92 1 998,92 6 998,00 699,80 6 298,20 1 322,62 7 620,82 Betalingsvoorwaarde: 30 dagen na einde van de maand Voor de algemene verkoopsvoorwaarden : zie keerzijde Woolpower Brusselsesteenseg 644 1731 ZELLIK RPR BRUSSEL BTW BE0214 596 464 IBAN: BE72 4256 1791 1116 Factuur Factuurnummer 20xx-O-0478 Tel. +32 02 467 02 50 - info@woolpowerbelgium.com - www.woolpower.se 20xx-04-30 Totaal goederen Handelskorting Transportkost Maatstaf van heffing Btw Factuurdatum Vervaldag factuur Btw-nr. klant 20xx-03-03 BE 0465 672 452 Totaal factuurbedrag WoolpowerOndergoedSuit 200 WoolpowerTruiFullZip Jacket 600 WoolpowerTrui400(unisexmidlayer) AF166 ©VANIN

Je registreert de handelskorting op de rekening 60420 Handelskorting op aankopen handelsgoederen ( ). Bij die rekening staat er na de rekeningnaam ‘( )’ omdat die rekening de omgekeerde boekingsregels volgt in vergelijking met de andere rekeningen binnen die groep. De bedrijfskost daalt, je crediteert dus die rekening.

Handelskorting is een korting die als doel heeft om meer te verkopen. Die korting wordt toegestaan bij bijvoorbeeld een aankoop in grote hoeveelheden of aan trouwe klanten.

Sommige bedrijven boeken de handelskorting niet op een afzonderlijke rekening. Zij boeken het nettobedrag (brutobedrag - handelskorting) onmiddellijk op de rekening 60400 Aankopen handelsgoederen. Good to know

©VANIN

1 Bestudeer de factuur van AGU op bladzijde 45 en beantwoord de vragen. a Welke kosten kan een leverancier doorrekenen? b Wat werd er in de aankoopfactuur van AGU doorgerekend?

2 Gebruik de MAR. Vul aan. De extra verpakking en de transportkosten die een leverancier doorrekent, zijn een . Je boekt de aankoopkosten op de rekening

Registratie

handelskorting

Explore 9— Hoe registreer je een aankoopfactuur met aankoopkosten?

432LEVEL5THEMA

442LEVEL5THEMA 3 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal 4 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C D C ©VANIN

452LEVEL5THEMA 5 Registreer de verrichting in het journaal. 84 ING-bank, St-Niklaas IBAN BE20 3101 6011 4956, BIC: BBRUBEBB Klachten binnen 8 dagen. Retourzendingen altijd franco Levering volgens onze verkoopvoorwaarden Btw-nr. AGU België NV: BE431 380 279; RPR Sint-Niklaas Algemene voorwaarden: zie achterkant Btw-nummer klant: BE465672452 Factuurnummer: 20xx_AF306Betalingscondities:Factuurdatum: 30 20xx-03-05dagen Extra hoeveelheidskortingTransportkosten Klantnummer: Totaal goederen 48,44 Urban Outdoor Women 132,22 42,65 Outdoor Men 924204914202 A.S.Adventure.eduLeveringsadres Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM AGU België NV, Industriepark-Noord 27, 9100 Sint-Niklaas T: 03 766 61 64 - F: 03 766 63 64 I: www.agu.be - E: info@agu.be Artikelnr. Omschrijving 6 218,92Factuurbedrag 1 079,32 Agu Fietsjas Long Bomber Rain 30 34,65 Btw 21 % Agu Fietsjas Pocket Rain Urban 50 5 109,6030,00 2 132,50 107,43 1 039,50 Klant gegevens A.S Advent ure.edu Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM BE0465 672 452 FACTUUR 140,49 1 937,60 Geleverd verkoopprijsAdvies Uw aankoopprijs Totaalbedrag 913502 Agu Broek Commuter Women 40 AF167 ©VANIN

1 Waarom koop je beter glazen flessen dan petflessen?

. De rekening daalt / stijgt, je debiteert / crediteert voor 15,00 euro.

2 Wat krijg je van een supermarkt of drankencentrale wanneer je een lege bak colaflesjes terugbrengt? Statiegeld is een vorm van borg, je ‘leent’ de flesjes. Je betaalt een extra bedrag boven op de prijs van een flesje cola, bier, water. Breng je het lege flesje terug naar de winkel, dan betaalt de winkelier die waarborg terug. Good to know 3 Op de factuur van Jack Wolfskin wordt er terugstuurbare verpakking aangerekend. Wat zou dat kunnen zijn?

Hoe registreer je een aankoopfactuur met terugstuurbare verpakking?

Explore 10—

Aankoopkosten zijn kosten die een leverancier doorrekent, zoals transportkosten, extra (verloren) verpakking, installatiekosten, administratiekosten. Die kosten boek je op de rekening 60430 Aankoopkosten handelsgoederen. Dat is een kostenrekening die stijgt, je boekt dus op de debetzijde. aankoopkosten

462LEVEL5THEMA

Registratie

5 Gebruik de boekingsregels en de MAR. Vul aan en markeer het juiste antwoord. Wanneer Jack Wolfskin terugstuurbare verpakking aanrekent aan A.S.Adventure.edu, ontstaat er een vordering / schuld tegenover Jack Wolfskin. Je boekt die op een actiefrekening / passiefrekening

4 Ook voor een europallet betaal je een waarborg. Wanneer je de pallet naar leverancier Jack Wolfskin terugstuurt, betaalt die 15,00 euro terug. Welk verschil is er in vergelijking met verloren verpakking?

©VANIN

472LEVEL5THEMA Wanneer een leverancier terugstuurbare verpakking aanrekent, ontstaat er een vordering op de leverancier. De leverancier rekent een waarborg aan voor zijn verpakking. Bezorg je de terugstuurbare verpakking terug, dan betaalt de leverancier de waarborg terug. Het bedrag van de terugstuurbare verpakking boek je op de rekening 41800 Terug te vorderen verpakking. Dat is een actiefrekening die stijgt, dus moet je debiteren. Terugstuurbare verpakking 6 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

482LEVEL5THEMA 7 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C D C 8 Registreer de verrichting in het journaal. T: +32 3 354 09 info@jack-wolfskin.be50 FACTUUR Onze ref. L20xx-1089 Bij elke correspondentie vermelden KlantcodeDoc.nummer Uw ref 10002972F001278 Leveringsadres A.S.Adventure.edu A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92/5 Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM 2160 WOMMELGEM tel. +32 3 480 55 1 tel. +32 3 480 55 1 info@asadventure.edu info@asadventure.edu BE0465 672 452 Artikel- Aantal Eenheidsprijs Bedrag Btw-% code in euro 10065 80 26,65 2 132,0021 % 10072 60 38,36 2 301,6021 % 10096 70 33,04 2 312,8021 % 10091 40 27,53 1 101,2021 % 21 % Totaal goederen MvH 7 847,60 Btw 21 % Btw 1 648,00 Terugstuurbare verpakking Gelieve te betalen voor: 20xx-04-05 BNP Paribas Fortis IBAN BE02 0016 1558 7540 - BIC GEBABEBBAlgemene verkoopsvoorwaarden op keerzijde 7 847,60 1 648,0015,00 TE BETALEN EUR 9 510,60 Btw / TVA BE0810 394 121 - RPR AntwerpenOmschrijving Jack Wolfskin Jas Stormy Point Jack Wolfskin Fleece Scandic Jack Wolfskin Schoen Vojo 3 Mid Texapore Jack Wolfskin Schoen Downhill Texapore Mid 20xx-03-06 Jack DraaiboomstraatWolfskin 6 2160 WOMMELGEM Datum AF168 ©VANIN

Je weet op het moment dat je de aankoopfactuur registreert nog niet of je van de financiële korting zult gebruikmaken. Daarom moet je er geen rekening mee houden wanneer je de aankoopfactuur boekt. De financiële korting beïnvloedt enkel de berekening van de btw. Betaal je voor 15 maart, dan boek je de financiële korting op het moment dat je het bankafschrift registreert. Als je de aankoopfactuur registreert, moet je geen rekening houden met de financiële korting. Die registreer je eventueel later bij de financiële verrichtingen. financiële korting bij aankoopfactuur

1 Bestudeer de factuur van Polar op bladzijde 50 en beantwoord de vragen. a Welke korting staat leverancier Polar toe?

b Wanneer mag je die korting in mindering brengen?

492LEVEL5THEMA Explore 11— Hoe registreer je een aankoopfactuur met financiële korting?

Registratie

2 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

502LEVEL5THEMA 3 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C 4 Registreer de verrichting in het journaal. Klantgegevens Vriesenrot 3 - Hoogveld A.S.Adventure.edu 9200 DENDERMONDE Nijverheidsstraat 92/5 Tel. 052 25 94 20 2160 WOMMELGEM info@polarbelgium.be BE0465 672 452 OND: 864427079 BTW: BE0864 427 079 VF-20xx-278 20xx-03-07 40008 20xx-03-0320xx-04-06 Aantal Artikelnr. Eenh.pr. Btw Netto 1002521C6 € 82,42 21 % € 8 242,00 € 8 242,00 € 8 242,00 € 82,42 € 8 159,58 € 1 713,51 € 9 873,09 € 9 955,51 VerkoopvoorwaardenIBAN:achterzijdeBE137370 1155 2339, BIC KREDBEBB, RPR Dendermonde Te betalen contant (8 dagen) Leveringsdatum Factuur Factuurnummer Factuurdatum Klantnummer Vervaldatum Omschrijving Polar Hartslagmeter Ignite S Totaal factuurbedrag einde termijn Totaal goederen excl. Btwbtw GewaarborgdeMaatstafDoorgerekendeHandelskortingverpakkingkostTussentotaalBetalingskortingvanHeffing AF169 ©VANIN

Terugstuurbare verpakking wordt niet verkocht. Als klant betaal je een waarborg, die je terugkrijgt als je de verpakking aan de leverancier terugbezorgt. Er ontstaat dus een vordering op de leverancier. Het bedrag van de terugstuurbare verpakking boek je op de actiefrekening 41800 Terug te vorderen verpakking.

Onderverdeling aankopen De aankopen van een onderneming kun je in drie grote groepen onderverdelen: aankopen handelsgoederen, aankopen diensten en diverse goederen, aankopen investeringen.

512LEVEL5THEMA

TO THE POINT ©VANIN

heeft tot doel de verkoop te bevorderen. Je verleent die korting aan trouwe klanten, bij grote afname, bij opendeurdagen … Het bedrag van de handelskorting boek je op de rekening 60420 Handelskorting op aankopen handelsgoederen ( ). De aankoopkosten zoals extra (of verloren) verpakking of transportkosten boek je op de kostenrekening 60430 Aankoopkosten handelsgoederen.

Handelsgoederen zijn alle goederen die je als onderneming aankoopt om te verkopen. Dat zijn dus de producten van het assortiment. Die aankopen vind je in de MAR in groep 60, onder de rekening 60400 Aankopen handelsgoederen. Diensten en diverse goederen zijn de goederen en diensten die je regelmatig aankoopt om de onderneming draaiende te houden, zoals elektriciteit, kantoorbenodigdheden, brandstof rollend materieel, verzekeringen … Die aankopen vind je in de MAR in groep 61. Tot de investeringsgoederen behoort alles wat je aankoopt om meer dan een jaar te gebruiken. Je kunt ze onderverdelen in materiële vaste activa en immateriële vaste activa. Materiële vaste activa zijn tastbaar. Die aankopen vind je in de MAR in klasse 2, groep 22, 23 en 24. Heeft de aankoop betrekking op kantoormateriaal, klein gereedschap of klein materiaal, dan spreek je pas van een investering als het aankoopbedrag exclusief btw hoger is dan 1 000,00 euro. Tot de immateriële vaste activa behoren licenties, merken of knowhow, zoals het gebruik van een merknaam. Ze zijn niet tastbaar. Die aankopen vind je in de MAR, klasse 2, groep 21.

HandelskortingBijzonderheden

De financiële korting heeft tot doel de klant sneller te laten betalen. Bij de registratie van de aankoopfactuur houd je geen rekening met de financiële korting. Je boekt steeds het totale factuurbedrag, zonder financiële korting.

522LEVEL5THEMA Aankoopverrichtingen volgens de MAR: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAMaankoopfactuur K/OA/P +/- D/C BEDRAG Schuld t.o.v. leverancier stijgt. 44000Leveranciers P+CTotalefactuurbedrag Btw op aankopen = terug te vorderen btw. De vordering t.o.v. de overheid stijgt. 41110Btw op aankopenA+D Btw bedrag Verpakking aangerekend,wordtmaar je mag die terugsturen. Er ontstaat een vordering op de leverancier. 41800Terug te verpakkingvorderen A+D Bedrag verpakkingstuurbareterugeendoorgerekend,verpakkingTransportkosten,wordendatisextrabedrijfskost. 60430Aankoopkostenhandelsgoederen K+D Bedrag verpakkingkosten,transport-extra bedrijfskostHandelskorting=daalt. 60420Handelskorting op aankopen handelsgoederen (­) K CBedraghandelskorting Aankopen HG = bedrijfskost stijgt. 60400Aankopenhandelsgoederen K+D Brutobedrag Aankoop dienst of divers goed = bedrijfskost stijgt. 61… K+DBedrag excl. btw Aankoop investeringsgoed = bezitting stijgt. 24…23…22…21… A+DBedrag excl. btw Inkomende creditnota Een inkomende creditnota is een document dat de leverancier opstelt om een aankoopfactuur te verbeteren. De schuld aan de leverancier daalt daardoor. De leverancier stelt een creditnota op als er iets is fout gelopen bij de levering (bv. verkeerde kwaliteit, goederen die stuk zijn …) of bij de facturatie (bv. geen korting, verkeerde prijs …) ©VANIN

532LEVEL5THEMA Op een creditnota moet de leverancier altijd het volgende vermelden: ‘Btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin zij oorspronkelijk in aftrek werd gebracht. (KB nr. 4, art.4)’. Staat die vermelding niet op de creditnota, dan kan de belastingcontroleur de terugvordering op de btwadministratie weigeren. De leverancier krijgt het btw­bedrag op de creditnota dan niet terug. Inkomende creditnota volgens de REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAMMAR K/OA/P +/- D/C BEDRAG Schuld t.o.v. leverancier daalt. 44000Leveranciers P­DTotaalbedragcreditnota Btw op overheidDeterugcreditnotainkomende=tevorderenbtw.vorderingt.o.v.daalt. 41120Btw op creditnota’sinkomende(­) A­CBtw­bedrag Retour HG = bedrijfskost daalt. 60410Retoursgoederenaankopenophandels­(­) K­CBedrag excl. btw Sint-Niklaasstraat 52 9000 GENT Tel. +32 09 27 83 VAUDE.Store.Gent@vaude.com764 The spirit of mountain sports RPRwww.vaude.beGent Klant IBAN: BE87 5503 5180 0094 A.S.Adventure.edu Btw: BE0478 184 858 Nijverheidsstraat 92/5 2160 BE0465WOMMELGEM672452 Betalingsvoorwaarde:Leveringsvoorwaarde: 30 dagen na einde van de maand CodeKlantnummerHandelskorting: EP Aantal Totaal Btw-% 1121C30008 € 68,85 -2 -137,7021 % Basisprijs Factuur 20xx/FA/0289, dd. 20xx-03-02 Btw-bedragMaatstafVervoerskostenHandelskortingvanheffing Te betalen in EUR Voor de algemene verkoopsvoorwaarden : zie keerzijde Omschrijving Vaude Tent Taurus 2P -28,92 -166,62 Btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin zij oorspronkelijk in aftrek werd gebracht. KB 4, art. 4 Er werden twee stuks te veel aangerekend. -137,70-137,70 K-0984 20xx-03-10 20xx/CN/0019 VAUDE Creditnota Datum Vervaldag Factuurnummer Franco thuis BEKIJK KENNISCLIPDE ©VANIN

1 Analyseer alle aankoopfacturen en inkomende creditnota’s.

542LEVEL5THEMA

Documentnummer:

BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal ©VANIN

3 Vul van elke factuur en inkomende creditnota het redeneringsschema in.

Action 1— Kun je aankoopfacturen en inkomende creditnota’s registreren?

2 Geef de facturen zelf een volgnummer. Wat is het eerstvolgende nummer van: a de factuur? b van de inkomende creditnota?

5 Boek de verrichtingen in het journaal. Gebruik daarvoor het sjabloon dat je bij het onlinelesmateriaal vindt.

Good

REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P

De onderstaande rekeningen kun je nodig hebben bij de boekhoudkundige registratie: 21100 Concessies, octrooien, licenties, knowhow, merken. Dat is een investering in immateriële vaste activa. Het betreft allerlei rechten die de onderneming verwerft en haar een voordeel kan geven op de concurrentie. to know A Documentdatum: +/- D/C

4 Boek de verrichtingen op de rekeningen. Gebruik daarvoor het sjabloon dat je bij het onlinelesmateriaal vindt.

552LEVEL5THEMA115Office 4.2 | Focus 4.1 Refresher 9| Hoe controleer je een aankoopfactuur van diensten en diverse goederen? Factuur Hebt u nog vragen over deze aanrekening? Dan kunt u ons bereiken via: Telenet www.telenet.be/onlinesupport0152800Liersesteenwegklantendienst4MECHELEN666666 Wist u dat u op www.telenet.be/mijntelenet uw aanrekeningen van de laatste zes maanden kunt raadplegen? A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92/5 2160 BE0465WOMMELGEM672452 Aanrekening internet en telefonie Klantennummer: 663744642Accountnummer: 74981078Factuurnummer: 1291124522 20xx-03-11 Beschrijving Btw-%Bedrag excl. btw BtwBedrag incl. btw Internetdiensten aan 21 % 77,70 EUR16,32 EUR 94,02 EUR Totaal 77,70 EUR16,32 EUR 94,02 EUR Vermeld in uw communicatie steeds uw klantennummer. Deze aanrekening C 94,02 Te betalen vóór 20xx-04-10 C inclusief 94,02btw Raadpleeg de site van de overheid www.bestetarief.be om het tariefplan te vinden dat het beste met uw gebruikspatroon overeenstemt.9402i ©VANIN

562LEVEL5THEMA B Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal 2160NijverheidsstraatA.S.Adventure.edu92/5WOMMELGEM BE0465 672 452 FACTUUR 201569 Klantnummer: 40957 Datum: 13 maart 20xx Aantal Omschrijving Eenheidsprijs Btw-% Netto 1 WinFaktFacturatieprogrammaEntreprise 1 950,00 EUR 21 % 1 950,00 EUR Dank u voor uw order. Bedrag zonder btw Btw-% Btw bedrag Totaal EUR 1 950,00 EUR 21 % 409,50 EUR 2 359,50 EUR Te betalen voor 20xx 04 12: 2 359,50 EUR Socs bvba – Ezaart 28, 2400 Mol, België – tel. +32 (0)14 322 322 – fax +32 (0)14 320 300 Fortis: 230 0039451 89 – Swift: GEBABEBB – IBAN: BE45230003945189 – BTW BE 0461 324 971 RPR Turnhout Alle facturen zijn contant betaalbaar op onze zetel te Mol. Om geldig te zijn dient een klacht ons binnen de vijftien dagen na factuurdatum bij aangetekend schrijven ter kennis te worden gebracht. Indien een factuur uiterlijk een maand na de factuurdatum niet betaald is, dan zijn van rechtswege en zonder dat enige ingebrekestelling is vereist, interesten van 12 % per jaar verschuldigd, te rekenen vanaf de factuurdatum. Bovendien is alsdan een forfaitaire schadevergoeding van 10 % verschuldigd, met een minimum van 40 euro. Voor alle betwistingen zijn uitsluitend de rechtbanken van Turnhout bevoegd. ©VANIN

572LEVEL5THEMA C Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaalaction 1 AF LANNOO Uitgeverij Lannoo NV Kasteelstraat 97 Klant B-8700 TIELT A.S.Adventure.edu tel. +32 051 42 42 11 Nijverheidsstraat 92/5 info@lannooshop.be 2160 WOMMELGEM www.lannoo.be BE0465 672 452 IBAN BE39 4721 0100 0119 BTW BE0446 201 Orderbevestiging582 Ordernr. OB_0324 Art.ref Aantal EP Totaal Kortings-% Btw-% Trotter Zuid-Italië CIDBB9241 50 19,51 975,50 5 %6 % Hoe word ik bergwandelaar CA14C8035 75 14,31 1 073,25 5 %6 % Groot Wandelboek Ardennen CI3JB9214 10016,91 1 691,00 5 %6 % Totaal goederen 3 739,75 Leveringsvoorwaarde: Af fabriek Handelskorting 186,99 Transportkosten: 20,00 EUR Verzendkosten 20,00 Betalingsvoorwaarde: 30 dagen datum factuur Maatstaf van heffing 3 214,37572,76 TE BETALEN 3 787,13 EUR Voor de algemene verkoopsvoorwaarden: zie keerzijde FactuurnummerFACTUURDatum factuur Klantnummer 20xx-VF-0346 20xx-03-15 23897 Vervaldag factuur 20xx-04-14 Omschrijving Btw-bedrag ©VANIN

582LEVEL5THEMA D Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal Hoge Heerweg 14 bus a Customer 9100 SINT-NIKLAAS A.S.Adventure.edu Tel. 03 765 07 44 Nijverheidsstraat 92/5 info@ortliebbelgium.be 2160 WOMMELGEM OND: 0435232466 BE0465 672 452 BTW: BE0435 232 466 VF-20xx-412 41415 20xx-03-16 20xx-03-12 20xx-04-15 BB-20xx-421 Aantal Artikelnr. Eenh.pr. Btw-% Netto 505570 € 30,59 21 % € 1 529,50 307070 € 44,61 21 % € 1 338,30 305370 € 43,1821 % € 1 295,40 4 291,42163,20 3 871,7838,72 3 804,94833,0620,00 4 658,00 4 696,72 IBAN:BE77 4060 0754 0142, BIC KREDBEBB, RPR Sint-Niklaas Algemene voorwaarden achterzijde Factuur Vervaldatum Financiële korting Maatstaf van heffingBtw Omschrijving Dagrugzak Velocity 17L Fietstas Back Roller Classic Fietstas Roller Free 25L-QL Factuurnummer Klantnummer Factuurdatum TerugstuurbareBestelbonnummerLeveringsdatumverpakking Te betalen contant Totaal factuurbedrag einde termijn Totaal goederen excl. HandelskortingbtwTransportkostSubtotaal ©VANIN

592LEVEL5THEMA E Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal Klant A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM Atomiumsquare 1 bus 320 BE0465 672 452 1020 BRUSSEL Btw: BE450 773 747 Iban: BE26 2850 4801 5029 RPR Brussel Levervoorwaarde: Franco thuis Betalingsvoorwaarde:30 dagen na einde van de maand Factuurnummer Order Factuurdatum Vervaldag Btw-nr. klant F-20xx-1010 BB-20xx-1010 nummerArtikel- omschrijvingArtikel- Aantal Eenheidsprijs Bedragbtwzonder tariefBtw- bedragBtw- btwBedragincl.inEUR B212G6T-Shirt Mhe Tee Gfx 2 100 8,84 884,00 21 % 185,64 1 069,64 B212H1T-Shirt E3S Tee 100 6,65 665,00 21 % 139,65 804,65 B212H4T-Shirt Fl Spr X UI Hea 100 6,65 665,00 21 % 139,65 804,65 B221H8 Trui E 3S Crew Fl 50 15,14 757,00 21 % 158,97 915,97 B241H1Short E 3S Shrt Ft 50 9,63 481,50 21 % 101,12 582,62 Totaal-bedragexcl.Btw btw-bedragTotaal Totaal-bedragincl.btw € 3 452,50 € 725,03 € 4 177,53 Te betalen: € 4 177,53 Voor de algemene verkoopsvoorwaarden: zie keerzijde Tel. +32 02 475 37 00 - info@adidas.be 20xx-03-1720xx-04-30BE0465.672.452 FACTUUR ©VANIN

602LEVEL5THEMA F Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal T: +32 3 354 09 info@jack-wolfskin.be50 FACTUUR Onze ref. L20xx-1185 Bij elke correspondentie vermelden KlantcodeDoc.nummer Uw ref. 10002972F001763 Leveringsadres A.S.Adventure.edu A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92/5 Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM 2160 WOMMELGEM tel. +32 3 480 55 1 tel. +32 3 480 55 1 info@asadventure.edu info@asadventure.edu BE0465 672 452 Artikel Aantal Eenheidsprijs Bedrag Btw-% code in euro 10018 100 7,45 745,0021 % 10045 50 9,98 499,0021 % 10069 30 40,72 1 221,6021 % 10051 25 85,48 2 137,0021 % 21 % Totaal goederen MvH 4 602,60 Btw 21 % Btw 966,55 Terugstuurbare verpakking Gelieve te betalen voor: 20xx-04-18 Jack DraaiboomstraatWolfskin 6 2160 WOMMELGEM Jack Wolfskin Heuptas Upgrade Jack Wolfskin T-Shirt Sky Flex Omschrijving BNP Paribas Fortis IBAN BE02 0016 1558 7540 - BICAlgemeneGEBABEBBverkoopsvoorwaarden op keerzijde Datum 20xx-03-19 Btw / TVA BE0810 394 121 - RPR AntwerpenJack Wolfskin Softshell Northern Point TE BETALEN EUR 4 966,55602,6015,00 5 584,15 Jack Wolfskin Jas Arctic Ocean Fl ©VANIN

612LEVEL5THEMA G Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal FNAC WIJNEGEM Factuur 010 004074 Shopping center ORIGINEEL Turnhoutsebaan 5 2110 WIJNEGEM Tel. 03 355 22 fnacwijnegem@fnac.be00 Wijnegem, 20xx 03 20 A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM BE0465 672 452Btw nummer: BE0465 672 452 Verkoopdatum: 20xx 03 20 Uitgiftedatum factuur: 20xx 03 20 Vervaldatum factuur: 20xx 03 20 Nr. kassa / ticket: 10/40307 Pagina 1/1 Code Omschrijving Aantal excl.prijsEenheidsbtw excl.kortingEenheidsbtw excl.prijseenheidsNettobtw tariefBtw incl.prijseenheidsNettobtw Totaal incl. voorbtw de lijn 107 85847 Apple iPad WI FI, Cellular, Zilver 256 GB 1 577,64 0,00 577,64 21 % 698,95 698,95 Recupel 1 0,04 0,00 0,04 21 % 0,05 0,05 Btw tarief excl.Totaalbtw Btw bedrag in euro Totaal incl. btw in euro 21 % 577,68 121,32 699,00 Totaal factuur 577,68 121,32 699,00 S.A. FNAC BELGIUM Av. J. Georgin / J. Georginlaan 12 1030 BRUXELLES / BRUSSEL Numéro d'entreprise / ondernemingsnummer BE0421 506 570 ©VANIN

622LEVEL5THEMA H Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal The North Face A.S.Adventure.edu Wiegstraat 19 Nijverheidsstraat 92/5 2000 ANTWERPEN 2160 WOMMELGEM Ond.nr.: 883.795.308 BE0465 672 452 Art.nr. Aantal Btw-% 9191 10 21 % 5555 15 21 % 0004 10 21 % 7170 20 21 % 2470 25 21 % Leveringsvoorwaarde Af magazijn Btw-% BrutobedragKorting Netto Kosten Subtotaal Fin.korting Btw Totaal 21% 471,484 243,32 15,00 885,315 143,63 Terugstuurbare verpakking Te betalen voor vervaldag Bedrag € 5 143,63 Gelieve bijbetaling hetfactuurnummeren uwklantennummer te vermelden. Bij betaling binnen de 10 dagen mag u 42,58 euro in mindering brengen. Algemene voorwaarden: zie achterkant Totaal Leverdatum Klantcode Factuurnummer Factuurdatum Vervaldatum 20xx-03-15 400120 VF-20xx-0486 20xx-03-23 20xx-04-22 FACTUUR Verkoopprijs/e 69,30 € 693,00 € 688,25 Jas Carto 31nl Mc Murdo Parka Jas Dryzzle Future light Schoen M DagrugzakAmpezzoRecon30L 123,95 € 1 859,25 67,87 € 678,70 MvH Btw-nummer: BE0833.795.308 - IBAN: BE43 2930 1710 5401 - BIC: GEBABEBB - RPR ANTWERPEN Klantgegevens Omschrijving 4 714,80 4 258,32 42,58 4 215,74 39,78 € 795,60 27,53 ©VANIN

632LEVEL5THEMA I Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal Sint-Niklaasstraat 52 9000 GENT Tel. +32 09 27 83 VAUDE.Store.Gent@vaude.com764 The spirit of mountain sports IBAN:RPRwww.papierstad.beDendermondeBE8755035180 0094 Btw: BE0478 184 858 2160NijverheidsstraatA.S.Adventure.eduKlant92/5WOMMELGEM BE0465 672 452 Betalingsvoorwaarde:Leveringsvoorwaarde: 30 dagen na einde van de maand Handelskorting:Code EP Aantal Totaal Btw-% 1121C30008 € 68,8520€ 1 377,0021 % A513C6001 Vaude Fietstas Achter Cyclist € 43,2715€ 649,0521 % 3159C1007 € 30,5925€ 764,7521 % Btw-bedragMaatstafVervoerskostenHandelskortingBasisprijsvanheffing Te betalen in EUR Voor de algemene verkoopsvoorwaarden : zie keerzijde 425,47 2 451,52 2 026,05 2 026,05 VAUDE Factuur Datum Vervaldag Omschrijving Vaude Tent Taurus 2P Messenger L Vaude Softshell Hurricane IV Franco thuis Klantnummer Factuurnummer K-0984 20xx-03-24 20xx-04-30 20xx/FA/0289 ©VANIN

642LEVEL5THEMA J Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal T: +32 3 354 09 info@jack-wolfskin.be50 CREDITNOTA Onze ref. F001278 Bij elke correspondentie vermelden KlantcodeDoc.nummer Uw ref. mail dd. 20xx-03-07 10002972CN0012 Leveringsadres A.S.Adventure.edu A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92/5 Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM 2160 WOMMELGEM tel. +32 3 480 55 1 tel. +32 3 480 55 1 info@asadventure.edu info@asadventure.edu BE0465 672 452 Artikel- Aantal Eenheidsprijs Bedrag Btw-% code in euro 10065 -10 26,65 - 266,5021 % 21 % Totaal goederen Mvh - 266,50 Btw 21 % Btw - 55,97 Terugstuurbare verpakking BNP Paribas Fortis IBAN BE02 0016 1558 7540 - BICAlgemeneGEBABEBBverkoopsvoorwaarden op keerzijde Retour 10 stuks, te veel geleverd. Factuur F001278 dd. 20xx-03-06 Btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in mindering werd gebracht. KB 4 nr. 4 - --266,5055,9715,00 TE BETALEN EUR - 337,47 Btw / TVA BE0810 394 121 - RPR AntwerpenJack DraaiboomstraatWolfskin 6 2160 WOMMELGEM Datum 20xx-03-24 Omschrijving Jack Wolfskin Jas Stormy Point ©VANIN

652LEVEL5THEMA K Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal Verzekeringen Fredrix Uitgegeven op: 20xx 03 25 GeldiVERVALDAGBERICHTgvan20xx0330 tot 20xx 03 30 Kwijtschrift, voldaan op A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92/52160 WOMMELGEM BE0465 672 452 Uw TurnhoutseFredrixproducentbaan 365 2110 WIJNEGEM Tel. 03 354 09 64 Motorrijtuig Contractnummer: 250/03.72.015.518 Bestelwagen: Renault Trafic Nummerplaat: 8 ABC 003 Nettobedrag enBijdragentaksen Totaal Burg. aansprakelijkheid 20xx 03 30 tot 20xx 03 30 434,73 EUR 96,08 EUR 530,81 EUR Rechtsbijstand 20xx 03 30 tot 20xx 03 30 40,33 EUR 6,75 EUR 47,08 EUR Te betalen bedrag 577,89 EUR B.A. Bonus malusgraad: 2 (vorige 2) Kosten en beheer commercialisatie BA: 167,37 EUR (begrepen in nettobedrag) Betaling van de premie geldt als acceptatie van alle voorwaarden van het contract. Het tarief is gewijzigd. Indien gewenst, heeft u het recht om uw contract op te zeggen binnen de drie maanden vanaf vandaag. AG Insurance nv BEHEERSSITE Berchemstadionstraat 70 2600 BERCHEM – tel. 03 218 37 00 ©VANIN

662LEVEL5THEMA L Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal Datum20xx-03-26 BE0465 672 452 Vervaldag 20xx-04-30 Factuurnr. F0444 Ordernr. O0387 Aantal Btw Stukprijs zonderTOTAALbtw 10 21 % 27,53 275,30 1021 %86,07 860,70 1521 %82,631 239,45 1021 %22,71 227,10 1021 %31,67 316,70 10019 1521 %18,92 283,80 10023 2021 %55,081 101,60 Totaal goederen 4 304,65 Handelskorting 10 % 430,47 Verzendkosten 25,00 Maatstaf van heffing 3 899,18 Levervoorwaarde: Af fabriek Btw-totaal 21 % 818,83 Betalingsvoorwaarde:30 dagen na einde van de maand 4 718,01 Voor de algemene verkoopsvoorwaarden: zie keerzijde TOTAAL in EUR Sinner Bril Speed Box Garmin gps-fietscomputer Edge Explore Factuur2800IndustriezoneMECHELEN RPR IBANBE0426MECHELEN217901BE344031 0167 7190 Tel. +32 015 20 43 www.teximport.beinfo@teximport.com46 Tex import ©VANIN

672LEVEL5THEMA M Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal Bovenbosstraat 89/5 3053 info@patagonia-belgium.beOUD-HEVERLEE Klant Leveringsvoorwaarde:BE04652160NijverheidsstraatA.S.Adventure.edu92/5WOMMELGEM672452 Af fabriek Betalingsvoorwaarde: 30 dagen na einde van de maand Handelskorting: 20 % bij aankoop boven 2 500,00 euro Factuurnummer Leverdatum Datum Vervaldag Klant F-0421 20xx-03-20 20XX-03-2720xx-04-30K454 Artikel Aantal EP Btw-% Totaal 7070 1246,2621 %555,12 4242 1248,9621 %587,52 5555 1266,1021 %793,200,000,00 Basisprijs 1 935,84 VervoerskostenHandelskorting 10,00 Maatstaf van heffing 1 945,84 Btw-bedrag 408,63 Te betalen in EUR 2 354,47 Patagonia Europe Order BB-0188 Omschrijving goederen Patagonia Bodywarmer Nano Puff Factuur Patagonia Jas Torrentshell 3L Patagonia Windstopper R2 Techface Hoody IBAN BE09 3770 9130 8157 - Btw BE0460.985.372 - RPR LEUVEN - info@patagonia-belgium.be Voor de algemene verkoopsvoorwaarden: zie keerzijde ©VANIN

682LEVEL5THEMA N Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal Nike Klant: 234 Nikelaan 1 A.S.Adventure.edu 2430 LAAKDAL Nijverheidsstraat 92/5 Ond.nr.: 0450.989.424 2160 WOMMELGEM RPR ANTWERPEN BE0465 672 452 FactuurnummerLeverdatum Art.nr. Aantal Btw-% B212C9000725 21 % B212G0001420 21 % B212G0002915 21 % Gelieve bij betaling het factuurnummer en uw klantennumer te vermelden. Algemene voorwaarden: zie achterkant Totaal € 826,01 MaatstafTransportkostenvanheffing € 682,65 Btw € 143,36 Brutobedrag € 682,65 NettobedragHandelskorting € 682,65 Nike T-Shirt M Top SS Hpr Dry 9,97 € 149,55 Nike T-Shirt M Top SS Hpr Dry 10,66 € 266,50 Nike T-Shirt Rise 365 13,33 € 266,60 Omschrijving Eenheidsprijs Totaal Vervaldag factuur 20xx-04-27N_F_20xx_01274 Factuur THANK YOU FOR SHOPPING WITH US! Klantgegevens Factuurdatum 20xx-03-2820xx-03-28 ©VANIN

692LEVEL5THEMA O Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal BoekhoudkantoorCCS A.S.Adventure.edu Nijverheidsstraat 92 bus 5 BE 2160BE0465WOMMELGEM672452Herentalsebaan 386 2160 WOMMELGEM Tel. 03 324 16 46 Fax 03 324 17 47 www.ccs.be FACTUUR Datum: 20xx 03 30 Factuurnummer: 212156 000312Klantnummer: Vervaldag: 20xx-04-29 Prestaties Aantal Btw-% Maatstaf van heffing Ereloon aangifte vennootschapsbelasting 21 % 770,00 EUR Subtotaal 770,00 EUR BTW 21 % 161,70 EUR TOTAAL 931,70 EUR Btw BE0808 621 398 – RPR Antwerpen ING BE38 3630 5129 7882 ©VANIN

702LEVEL5THEMA P Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal VervaldagDatum20xx-03-30 Factuurnr. C0444 Ordernr. O0387 Aantal Btw Stukprijs zonderTOTAALbtw -10 21 % 27,53 -275,30 Btw terug te storten aan de Staat in de mate waarin ze oorspronkelijk in mindering werd gebracht. KB 4 nr. 4 Totaal goederen -275,30 Onze factuur F0444 dd.20xx-03-26 Handelskorting 10 %-27,53 Retour beschadiging MaatstafVerzendkostenvanheffing -247,77 Levervoorwaarde: Af fabriek Btw-totaal 21 %-52,03 Betalingsvoorwaarde:30 dagen na einde van de maand TOTAAL in EUR -299,80 Voor de algemene verkoopsvoorwaarden: zie keerzijde Creditnota2800 MECHELEN RPR IBANBE0426MECHELEN217901BE344031 0167 7190 Tel. +32 015 20 43 www.teximport.beinfo@teximport.com46 Tex import ©VANIN

1 Ik kan een eenvoudige aankoopfactuur van aankoop handelsgoederen registreren.

9 Ik kan een inkomende creditnota registreren.

©VANIN

JA BETERKAN

6 Ik kan een aankoopfactuur van aankoop handelsgoederen met handelskorting, aankoopkosten, terugstuurbare verpakking en financiële korting registreren.

3 Ik kan een aankoopfactuur van aankoop handelsgoederen met aankoopkosten registreren.

5 Ik kan een aankoopfactuur van aankoop handelsgoederen met financiële korting registreren.

712LEVEL5THEMA CHECKLIST

Duid aan of je de onderstaande vaardigheden voldoende beheerst. EXTRA OEFENMATERIAAL

4 Ik kan een aankoopfactuur van aankoop handelsgoederen met terugstuurbare verpakking registreren.

7 Ik kan een aankoopfactuur van diensten en diverse goederen registreren.

8 Ik kan een aankoopfactuur van investeringsgoederen registreren.

2 Ik kan een aankoopfactuur van aankoop handelsgoederen met handelskorting registreren.

1 Uitgeverij VAN IN start met een eigen wielerclubje. Vandaag wordt de fietsuitrusting geleverd.

b Welk document zit bij de levering?

Hoe registreer je verkoopverrichtingen in de INTROboekhouding?

a Welke documenten zijn er al aan de levering voorafgegaan?

c Welk document volgt er na de levering?

723LEVEL5THEMA LEVEL 3

©VANIN

2 In dit level beantwoord je stap voor stap deze onderzoeksvraag: Hoe registreer je de verkoopverrichtingen in de boekhouding?

©VANIN

1 Bekijk het organogram achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal. Wie heeft de verkoopfactuur opgesteld? 2 Bestudeer de verkoopfactuur bij Explore 3 op bladzijde76. a Waar op de factuur staat de gevraagde informatie? Noteer de letter in de overeenkomstige cirkel.

2 Een loodgieter verkoopt niet enkel handelsgoederen. Vaak voert hij ook nog herstellingswerken uit. Hoe heet zo’n verkoop?

1 De meeste ondernemingen verkopen handelsgoederen. Geef vijf voorbeelden van handelsgoederen voor A.S.Adventure.edu.

4 Bekijk de MAR achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal. Vul aan. Een verkoop van handelsgoederen is een voor A.S.Adventure.edu. Je vindt die in klasse in groep in de MAR. Je boekt op de rekening en/of .

Explore 1— Welke soorten verkopen kun je onderscheiden?

A Voor wie is de factuur bestemd? B Op welke datum is de factuur opgesteld? C Wat is de uiterste betalingsdatum? D Welk nummer heeft de factuur? E Waarop heeft de verkoop betrekking? F Voor welke waarde heeft A.S.Adventure.edu goederen verkocht?

3 Op de verkoopfactuur staan niet alleen de verkochte goederen en diensten. Bekijk de facturen van Explore 7 en 8. Wat kan de verkoper nog meer doorrekenen aan zijn klanten?

733LEVEL5THEMA

Explore 2— Kun je een verkoopfactuur analyseren?

1 Bestudeer de verkoopfactuur. Noteer de bedragen die je nodig hebt om die verkoopfactuur boekhoudkundig te registreren. a verkoopbedrag van de handelsgoederen (brutobedrag): b btw bedrag: c totale factuurbedrag inclusief btw: 2 Bekijk de MAR en de boekingsregels achteraan dit thema of bij het onlinelesmateriaal. Vul aan en markeer het juiste antwoord.

d Vul aan: klant Chirojeugd Vlaanderen moet betalen aan A.S.Adventure.edu, met andere woorden er ontstaat een tegenover die klant. Explore 3— Hoe registreer je een eenvoudige verkoopfactuur?

©VANIN

Die rekening vermeerdert / vermindert. Je debiteert / crediteert de rekening voor het bedrag van euro.

G Hoeveel btw wordt er aangerekend? H Welk btw tarief is er van toepassing op de factuur? b Markeer het juiste antwoord: de btw die je aanrekent op de verkoop van goederen en diensten is terug te vorderen btw / te betalen btw c Schrijf je de factuur onder hetzelfde factuurnummer in de boekhouding in?

743LEVEL5THEMA

a De vordering op klant Chirojeugd Vlaanderen stijgt / daalt met euro. De rekeningen met betrekking tot een vordering staan in klasse , namelijk rekening

. Dat is een actiefrekening / passiefrekening die vermeerdert / vermindert. Je moet de rekening dus debiteren / crediteren voor dat bedrag. b Bij een verkoop heb je te maken met terug te vorderen btw / te betalen btw. Dat is een vordering / schuld tegenover de btw administratie. Je boekt het btw bedrag op een rekening van klasse , namelijk rekening  . Dat is een actiefrekening / passiefrekening die vermeerdert / vermindert, je debiteert / crediteert de rekening voor het bedrag van euro. c A.S.Adventure.edu verkocht handelsgoederen, dat is een voor de onderneming. Je boekt de verkoop op een rekening uit klasse , namelijk rekening

753LEVEL5THEMA 3 Vul het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal 4 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C 5 Registreer de verrichting in het journaal. ©VANIN

763LEVEL5THEMA A.S.Adventure.edu Chirojeugd Vlaanderen Nijverheidsstraat 92/5 Kipdorp 30 2160 WOMMELGEM 2000 ANTWERPEN Tel. + 32 3 480 55 info@asadventure.edu11 Factuur Art.nr. Aantal Btw % 10008 10 21 % 10009 40 21 % 10012 10 21 % 10003 20 21 % Leveringsdatum 20xx 03 01, UVB20xx 0197 LeveringsvoorwaardenAf fabriek Btw % Hand.kortingNettoKosten BtwTotaal 6 % 0,00 0,00 0,00 0,00 21 % 0,00 7 682,50 1 613,339 295,83 Totaal 7 682,50 1 613,339 295,83 Terugstuurbare verpakking Factuurbedrag (in euro) 9 295,83 Gelieve bij betaling het factuurnummer en uw klantennummer te vermelden. Bij betaling binnen de 10 dagen mag u EUR in mindering brengen. Algemene voorwaarden: zie achterkant Omschrijving Verkoopprijs/e Klantcode Btw nummerFactuurnummerFactuurdatumVervaldatum 40002 BE0476 038 485 VF20xx 0256 20xx 03 01 20xx 03 31 Totaal in euro Ayacucho Slaapzak Ignition 1700 II 90,87 908,70 Campingaz Kookvuur Bivouac 45,41 1 816,40 Ortlieb Dagrugzak Velocity 17L 82,60 826,00 Coleman Tent Pingora Blackout 206,57 4 131,40 SubtotaalFin. korting BrutobedragMvH 0,00 0,00 0,00 0,00 7 682,50 7 682,50 0,00 7 682,50 A.S.Adventure.edu - Nijverheidsstraat 92/5 2160 WOMMELGEM - BTW BE0465672452 - RPR Antwerpen - IBAN: BE20 3200 6835 4556 - BIC BBRUBEBB 7 682,50 7 682,50 7 682,50 ©VANIN

2 Gebruik de MAR en de boekingsregels. Vul aan en markeer het juiste antwoord.

773LEVEL5THEMA Explore 4— Hoe registreer je een verkoopfactuur met meerdere btw-tarieven?

a De vordering op klant Synergie Wellness Point stijgt / daalt met euro. Je boekt dat op de rekening . Dat is een actiefrekening / passiefrekening die vermeerdert / vermindert. Je debiteert / crediteert de rekening voor dat bedrag. b Bij een verkoop heb je te maken met terug te vorderen btw / te betalen btw. Dat is een vordering / schuld tegenover de btw­administratie. Je boekt dat op de rekening  . Dat is een actiefrekening / passiefrekening die vermeerdert / vermindert, je debiteert / crediteert de rekening voor euro. c A.S.Adventure.edu verkocht handelsgoederen aan 6 % en 21 % btw, dat is een  voor de onderneming. Je boekt de verkoop aan 6 % op de rekening  . Dat is een kostenrekening / opbrengstenrekening die vermeerdert / vermindert. Je debiteert / crediteert de rekening voor euro. De verkoop aan 21 % btw, boek je op de rekening .Dat is een kostenrekening / opbrengstenrekening die je debiteert / crediteert voor euro.

©VANIN

1 Bestudeer de verkoopfactuur. Welke btw­tarieven zijn er van toepassing? Verklaar.

783LEVEL5THEMA 3 Vul nu het redeneringsschema in. Documentnummer: Documentdatum: REDENERINGREK.NR.REKENINGNAAM K/OA/P +/- D/C BEDRAGDEBET-(€) BEDRAGCREDIT-(€) Totaal 4 Registreer de verrichting in het grootboek. D C D C D C D C ©VANIN

793LEVEL5THEMA 5 Registreer de verrichting in het journaal. A.S.Adventure.edu Synergie Wellness Point Nijverheid