__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1


accent

Spelling

Werkschrift 4 Correctiesleutel Myriam Monstrey Coรถrdinatie Jan Seys Pieter Van Biervliet

Met medewerking van Filip Casier Maarten Dumoulin Herlinde Roose Stijn Storme Annelore Tanghe Peter Willems


Tijd voor Taal accent – Spelling 4 - werkschrift - werkschrift correctiesleutel - Z-schrift - Z-schrift correctiesleutel - stappenblok - Z-blok - handleiding met cd - oefenkaarten - wandplaten Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkschrift 4 correctiesleutel Myriam Monstrey met medewerking van: Filip Casier, Maarten Dumoulin, Herlinde Roose, Stijn Storme, Annelore Tanghe, Peter Willems Coördinatie: Jan Seys, Pieter Van Biervliet Omslag: Nancy Kers Illustraties: Madeleine van der Raad Lay-out: CAT, Lieve Lenaerts Zetwerk: Lieve Lenaerts

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toelating te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Diegenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te melden.

© Uitgeverij Van In, Wommelgem, 2013 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever.

Eerste druk, eerste derde bijdruk bijdruk 2015 2016 ISBN 978-90-306-5577-0 978-90-306-5598-5 D/2013/0078/10 D/2013/0078/44 Art.nr. 513782/02 513807/04 NUR 191


Woordpakket 1

het eiland

verdwijnen

het lawaai de schouder

bouwen hij duwt

hij schreeuwde

het nieuws

de klauw

jij snauwde

reizen

altijd

dikwijls

de prooi

de schaduw

het meisje

moeite het vrouwtje

augustus

uw

Woorden met ei Ei-woorden moet je onthouden. De andere woorden schrijf je dan met ij. Tip: gebruik daarvoor het ei-lied, de ei-brief of de ei-plaat. Zie spellingweter 21, 22.

Woorden met au Au-woorden moet je onthouden. De andere woorden schrijf je dan met ou. Tip: gebruik daarvoor het au-lied of de au-strip. Zie spellingweter 23, 24.

Woorden met aai, ooi, oei, ieuw, eeuw, uw aai, ooi, oei schrijf je altijd aai, ooi, oei. eeuw, ieuw, uw schrijf je altijd eeuw, ieuw, uw. Tip: luister ook naar het spellied. Zie spellingweter 9, 10, 18.

1

Schrijf elk woord van het woordpakket correct over. ei/ij

au/ou

aai/ooi/oei

eeuw/ieuw/uw

eiland verdwijnen meisje reizen altijd dikwijls

klauw bouwen snauwde schouder vrouwtje augustus

lawaai moeite prooi

nieuws duwt schreeuwde schaduw uw 3


Tijd voor Taal accent 2

Maak de woorden los en schrijf ze over. duwtsnauwdemoeite augustusverdwijnennieuws schreeuwdeuwschouder altijdprooivrouwtje eilandbouwenlawaai

3

Maak een woord met de letters van de vlag. Begin telkens met de letter in vetjes en schrijf het woord op. dwsilijk

emjies

4

duwt snauwde moeite augustus verdwijnen nieuws schreeuwde uw schouder altijd prooi vrouwtje eiland bouwen lawaai

lakwu znerei dcahwus

dikwijls klauw reizen meisje schaduw

Kleur in de krantenkoppen de woorden uit het woordpakket en schrijf ze correct over.

Goed nieuws!

Belgen ontdekken onbewoond eiland.

“Het is een vrouwtje!”

Meisje van vier jaar wint gratis reizen naar Egypte!

BABYOLIFANTJE NA VEEL MOEITE TOCH GEZIEN! 5

vrouwtje eiland nieuws meisje reizen moeite

Neem een boek uit de klasbibliotheek en zoek vijf woorden met ei/ij, aai/ooi/oei/, eeuw/ieuw. Schrijf ze hieronder.

eigen invulling

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 4


Woordpakket 2

de lentedag

hij jaagt

betalen

het spelletje

de glimlach

de rugzak

het dochtertje

het vliegveld

oktober

bibberen de kachel

dankbaar

de leerling

sturen

babbelen

de aandacht de geweren de kanonnen

de knuffel

ik droeg

Woorden met g of ch Je schrijft meestal g. Let op: lach, kuch, pech, zich … De g schrijf je net als in weg. De ch schrijf je net als in zich. Zie spellingweter 25.

Woorden met gt of cht Na een korte klank schrijf je altijd cht, behalve in ligt, legt en zegt. De cht schrijf je net als in gezicht. De gt schrijf je net als in jaagt. Zie spellingweter 36.

Verenkelen of verdubbelen ik

Ik luister naar het einde van de klankgroep.

ik 1 klinker en 2 medeklinkers

korte klank

verdubbelen

ik

ik 1 klinker en 1 medeklinker

lange klank

verenkelen

Zatte vette kippen stoppen bussen GROEN

Apen zweven over muren

ROOD

Zie spellingweter 37.

1

Kies de woorden uit de rij waarbij je moet verdubbelen en schrijf ze correct over. babbelen – sturen – knuffel – spelletje – geweren – kanonnen – bibberen

babbelen, knuffel, spelletje, kanonnen, bibberen 5


Tijd voor Taal accent 2

Vul in: g, ch, gt, cht. Op een mooie lenteda

g

_____________

trekken we met de ru

g

De kleine Mohammed droe

_____________

Na enige tijd trok hij de aanda zware ru

g

met een grote glimla

zak naar zee.

ch

_____________

zijn bagage zelf.

cht van zijn ouders. Hij had het moeilijk met de

_____________

zak. Toen begon het te regenen. “Nog even volhouden”, zei zijn

_____________

moeder. “Straks mag je lekker gezellig bij de ka 3

g

_____________

ch el zitten in het strandhuis.”

_____________

Luister naar de eindklank van het onderstreepte deel van elk woord. Schrijf alleen die woorden op waarbij je moet verenkelen. betalen – babbelen – geweren – oktober – bibberen – knuffel – kanonnen

betalen, geweren, oktober 4 Schrijf bij elke tekening het juiste woord met g/gt of ch/cht.

gezicht

vlag

glimlach

vraag

gerecht

5 Professor Breinbreker gebruikte een verkeerde formule en maakte alles kleiner.

Schrijf onder elke tekening het juiste verkleinwoord.

spelletje

brommertje

taartje

treintje

6 Schrijf een wens voor een vriend of vriendin waarin je minstens vijf woorden ge-

bruikt waarbij je moet verenkelen of verdubbelen. Bij twijfel gebruik je het schema.

eigen invulling

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 6


Woordpakket 3

aandachtig

mistig

moedig stevig

verdrietig

droevig toevallig

zonnige

bezig

ongelukkig gelukkige

onschuldige

ik verkondig

vorige prettige

zenuwachtig grappig

hevige rustige

haastig

Woorden met ig(e) Je hoort een doffe e maar je schrijft ig(e): rustig, bezig, machtige ‌ We noemen ze rustig(e)-woorden: we schrijven ig(e) net als in rustig(e) Zie spellingweter 19.

1

Spreek de rustig(e)-woorden correct uit. Onderstreep de doffe klank en schrijf ze dan correct over. ik zeg, ik onderstreep ‌ toevallig haastig moedig zonnige aandachtig verdrietig grappig onschuldige verkondig(en) zenuwachtig rustig bezig droevig

ik schrijf ‌

toevallig haastig moedig zonnige aandachtig verdrietig grappig onschuldige verkondig(en) zenuwachtig rustig bezig droevig 7


Tijd voor Taal accent 2

Lees de woorden van rechts naar links en schrijf ze goed op. gitsim gizeb giveord gikkulegno

mistig

bezig

egikkuleg

egirov

gelukkige vorige 3

givets

droevig ongelukkig stevig egiveh

egitterp

egitsur

hevige

prettige

rustige

Onderstreep de rustig(e)-woorden in de zin en schrijf ze in de juiste kolom. Bij zonnig weer ga ik wandelen met oma en opa. In deze rustige omgeving kun je je lekker ontspannen. Onschuldige kinderen uit India zijn het slachtoffer van kinderarbeid. De clown Pico was echt wel heel grappig.

ig

ige

zonnig grappig

rustige onschuldige

4 Maak nieuwe woorden. Gebruik daarvoor ig of ige.

schuld – hart – tijd – kracht – griezel – eeuw – angst – honger – gunst – venijn

schuldig, hartig, tijdig, krachtig, griezelig, eeuwig, angstig, hongerig, gunstig, venijnig 5

Zoek de woorden door de verschillende rebussen op te lossen.

-u wa = ei + + ig

gierig

k=l + ige

+ ig

lastige

vurig

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 8

- h + ige

eigenaardige


Woordpakket 4

tegelijk

eigenlijk

hij eindigt

weinig

geheimzinnige

belangrijkste

heilig

de eilanden

stokstijf

lijkbleek spijtig

bewijzen hij bereikt

het onderwijs

de leiding

eindelijk tijdens

scheiden

paardrijden de woestijn

Woorden met ei of ij Ei-woorden moet je onthouden. De andere woorden schrijf je met ij. De ei schrijf je net als in trein. De ij schrijf je net als in blij. Zie spellingweter 21, 22.

1

Alle zakjes werden door elkaar geschud! Plaats de letters in de goede volgorde en schrijf het woord correct op. Tip: de eerste letter staat in vetjes.

niwgei

dniileg

w ij dsenro

weinig

leiding

onderwijs

sijtpgi

anelined

detigni

spijtig

eilanden

eindigt 9


Tijd voor Taal accent 2

Lees de woordenslang en haal de ei/ij-woorden eruit. Schrijf ze goed op.

tegeli

kbleekschr jkdr ikkenscheidenbibberentijdens aveneigenlijklij

tegelijk, eigenlijk, lijkbleek, scheiden, tijdens 3

Maak van elk puzzelstuk een woord.

lijk ein de

eindelijk

4

den rij paard

ge te lijk

paardrijden

tegelijk

rijk be ste lang

zin ge ni ge heim

belangrijkste

geheimzinnige

Rangschik de woorden alfabetisch. heilig – bewijzen – scheiden – paardrijden – lijkbleek

bewijzen – heilig – lijkbleek – paardrijden – scheiden woestijn – geheimzinnige – eilanden – belangrijkste – leiding belangrijkste – eilanden – geheimzinnige – leiding – woestijn 5 Vervang de symbolen door de juiste letters. Schrijf het volledige woord eronder.

mzsjes

kztof

meisjes

keitof

verdwnen

rzsverhaal

zvol

reisverhaal

eivol

wandtapten

zgenaardig

verdwijnen sjesverkoper

ijsjesverkoper

wandtapijten

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 10

zzlboot

zeilboot eigenaardig


Woordpakket 5

bekijken de strijd

naderen nodig

de leeftijd

tevoorschijn veranderen enige

het medelijden de wijk

aardig

ontwijken giechelen

lastig

het ravijn de hersenen

ernstig

reusachtige

geweldig

sommige

Woorden met elen, enen, eren Schrijf de woorden met elen, enen, eren net als meubelen, tekenen en kinderen. Zie spellingweter 15.

Woorden met ei of ij Ei-woorden moet je onthouden. De andere woorden schrijf je met ij. De ei schrijf je net als in trein. De ij schrijf je net als in blij. Zie spellingweter 21, 22.

Woorden met ig(e) Je hoort een doffe e maar je schrijft ig(e): rustig, bezig, machtige … We noemen ze rustig(e)-woorden: we schrijven ig(e) net als in rustig(e) Zie spellingweter 19.

1

Spreek de woorden traag uit. Schrijf het woord correct over en onderstreep de doffe e. Ik zeg …

ik schrijf …

giechelen veranderen veranderen geweldig geweldig aardig aardig ernstig ernstig giechelen

Ik zeg …

ik schrijf …

hersenen nodig nodig reusachtige reusachtige lastig lastig sommige sommige hersenen

11


Tijd voor Taal accent 2

Vul juist in. Kies ei of ij en schrijf het woord nog eens correct over.

ij ken str ij d medel ij den w ij k rav ij n tevoorsch ij n bek

bekijken strijd medelijden wijk ravijn tevoorschijn

__________

__________

__________

__________

__________

__________

3

Schrijf de woorden in de juiste kast. sommige – aardig – reusachtige – lastig – ernstig – geweldige – enig – nodig

sommige reusachtige geweldige

ige

ig

aardig enig lastig nodig ernstig

4 Vul de woorden aan met enen, elen of eren.

eren kalv eren tek enen vergad eren hink elen giech elen hers enen verand eren led_______________

_______________

_______________

_______________

_______________

_______________

_______________

_______________

Die

lederen

schoenen wil ik niet dragen.

____________________________________________

Op de boerderij van boer Gust zijn er veel Malik kan prachtig

tekenen

____________________________________________

Onze directeur moet bijna elke week Wij

hinkelen

____________________________________________

hersenen

.

vergaderen

____________________________________________

____________________________________________

giechelen

____________________________________________

.

.

zijn moe van het vele werken.

Waarom blijven jullie maar

veranderen

____________________________________________

van mening?

5 Zoek zelf drie woorden met ei/ij en maak met elk woord een goede zin.

eigen invulling Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 12

geboren.

tijdens de speeltijd op de speelplaats.

Wat kunnen die meisjes toch Mijn

kalveren

_____________________________________


Woordpakket 6

beiden

beroemd

de bemanning

hij loog

de waarzegster de parking

de kleedkamer de gevangenis

geheimzinnig

de ploeg

het middageten

spannend

de bevolking

boeiend

de leider

de scheidsrechter

veilig doodsbang rondlopen de verbazing

Woorden met t of d op het einde d of t op het einde van een woord? Verlengen! Bijvoorbeeld: landen dus land, kaarten dus kaart. De eind-d schrijf je net als in hond. De eind-t schrijf je net als in tent.

Zie spellingweter 35.

Woorden met ng of nk ng of nk? Verlengen! Bijvoorbeeld: doodsbange dus doodsbang ngt of nkt? Doe de t weg en verleng! Bijvoorbeeld: denkt, denken dus denk + t = denkt mengt, mengen dus meng + t = mengt De nk schrijf je net als in bank. De ng schrijf je net als in ring.

Zie spellingweter 14.

Woorden met g of ch Je schrijft meestal g. Let op: lach, kuch, pech, zich … De g schrijf je net als in weg. De ch schrijf je net als in zich.

Zie spellingweter 25.

Woorden met ei of ij Ei-woorden moet je onthouden. De andere woorden schrijf je met ij. De ei schrijf je net als in trein. De ij schrijf je net als in blij. 1

Zie spellingweter 21, 22.

Schrijf de woorden over en onderstreep de woorden waar de verlengingsregel wordt toegepast: bevolking – kleedkamer – beroemd – parking – waarzegster – geheimzinnig – spannend – loog – doodsbang – rondlopen.

bevolking, kleedkamer, beroemd, parking, waarzegster, geheimzinnig, spannend, loog, doodsbang, rondlopen 13


Tijd voor Taal accent 2

Vul de eindletter d of t aan. Schrijf de woorden nog eens volledig over.

post beroem d beroemd boeien d boeiend ron d lopen rondlopen

pos

t

_____

_____

_____

_____

3

t kleed kamer doo dsbang schei dsrechter

eetkamer kleedkamer doodsbang scheidsrechter

_________________________________________________

ee kamer

________________________________________________________________

_________________________________________________

_____

________________________________________________________________

_________________________________________________

_________________________________________________

_____

_____

_____

________________________________________________________________

________________________________________________________________

Vul aan met ng of nk. Schrijf dan het woord nog eens over in de zin. bemanni

ng

__________

De

bemanning

_________________________________________________________

kon niet binnen na de hevige brand

op de boot. bevolki

ng

__________

De

bevolking

_________________________________________________________

protesteerde tegen de beslissing

van de koning. sche

nk en

__________

De mensen

schenken

_________________________________________________________

heel wat geld voor het

nieuwe zwembad. verbazi

ng

__________

Met grote

verbazing

_________________________________________________________

keken de kinderen naar het

nieuwe speelplein. parki

ng

__________

Ik betaalde 10 euro voor mijn

parking

_________________________________________________________

in Gent.

4 Kleur de vissen waar je de verlengingsregel kunt gebruiken om het woord correct

te schrijven.

dt

o

en

amer

braadov

ep tre

s e i nd bro

ba

dk

vliegtuig

spelleider ro

mmel

enz e ig

5 Welke twee zinnen zijn juist? Kruis ze aan!

X ng of nk? Verlengen! … …d of t op het einde van een woord? Die moet je onthouden! X Ei-woorden moet je onthouden. De andere schrijf je met ij. … Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 14

bezig

i

g

feesttent

bedsprei

er am k t ee

inn

voeg


Woordpakket 7

eerlijk

gevaarlijke

lelijke

duidelijk

gemakkelijk vreselijke

dadelijk

afschuwelijke

belachelijke

natuurlijk

mogelijke waarschijnlijk

vrolijk

oneerlijke

wonderlijke

vriendelijk

heerlijk moeilijke uiteindelijk verschrikkelijke

Woorden met doffe e in lijk(e) Je hoort een doffe e maar je schrijft: (e)lijk(e): heerlijk, moeilijke … We noemen ze heerlijk(e)-woorden! Je schrijft dus (e)lijk(e) net als in heerlijk(e). Zie spellingweter 20.

1

Spreek de heerlijk(e)-woorden correct uit, onderstreep de doffe klanken en schrijf ze dan correct over. ik zeg, ik onderstreep … gevaarlijke verschrikkelijke mogelijke belachelijke heerlijk wonderlijke dadelijk vriendelijk gemakkelijk oneerlijke afschuwelijke moeilijke waarschijnlijk

ik schrijf …

gevaarlijke verschrikkelijke mogelijke belachelijke heerlijk wonderlijke dadelijk vriendelijk gemakkelijk oneerlijke afschuwelijke moeilijke waarschijnlijk 15


Tijd voor Taal accent 2

3

Schrijf de woorden bij de passende uitgang: verschrikkelijke – wonderlijke – natuurlijk – waarschijnlijk – gevaarlijke – afschuwelijke – gemakkelijk – uiteindelijk.

lijk

lijke

natuurlijk waarschijnlijk

wonderlijke gevaarlijke

elijk

elijke

gemakkelijk uiteindelijk

verschrikkelijke afschuwelijke

Schrijf lijk of elijk in de krokodillen.

vriend

_______________

elijk

natuur

lijk

gevaar

wonder

4

_______________

lijk

_______________

Schrijf de woorden over die zeggen hoe iets is.

afschuwelijk verrukkelijk besmettelijk tijdelijk hartelijk

Dat schilderij was afschuwelijk.

__________________________________________________________________

De stoofpot van mijn oma is verrukkelijk.

__________________________________________________________________

De ziekte is besmettelijk bij dieren.

__________________________________________________________________

De tentoonstelling van de kunstenaar Magritte is tijdelijk.

__________________________________________________________________

Die familie uit Canada werd hartelijk ontvangen.

__________________________________________________________________

5 Zoek zelf een paar woorden met (e)lijk of (e)lijke.

eigen invulling Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 16

lijk

_______________


Werkwoorden 1

De meeste werkwoorden geven aan wat een mens, een dier of een ding doet. Sommige werkwoorden zeggen helemaal niet dat je iets doet: zijn, hebben, worden, mogen, kunnen, willen, lijken, blijken, schijnen. Bouwt, leert en wordt staan niet in het woordenboek. De vorm van het werkwoord die je in het woordenboek kunt vinden, noemen we LQÂżQLWLHf. 'HLQÂżQLWLHIYLQGMHJHPDNNHOLMNGRRUik zal ervoor te plaatsen. 9RRUEHHOG]ZHPWLN]DO]ZHPPHQGXVGHLQÂżQLWLHILVzwemmen. Die vorm vind je in het woordenboek. De persoonsvorm vind je heel gemakkelijk door van de zin een ja-neevraag te maken. De persoonsvorm staat dan altijd vooraan. Voorbeeld: ,NJDQDDUGHÂżOPJa-neevraag: *DLNQDDUGHÂżOP", dus de persoonsvorm is ga. Zie spellingweter 38.

1

Kleur alle gereedschappen met een werkwoord in het handvat groen. komt

lag er

vra gen r beve

gelukkig

rusten legt

eter

zwart

vertellen

verf klimt

zwemt werken

ander

vijver

gek

gaan

antwoord

nummer

17


Tijd voor Taal accent 2

Lees de informatieve tekst over dino’s. Kleur de werkwoorden en schrijf ze op. Een dinosaurus is een reptiel. Net zoals een slang, een krokodil en een schildpad. Maar een dino is geen gewoon reptiel. Alle reptielen hebben schubben en ze leggen eieren. Lang geleden waren er veel reptielen. Sommige leefden op het land. Andere in de zee of in de lucht. Dino’s zijn ook reptielen. Maar het zijn geen gewone reptielen. Hun poten zitten anders aan hun lijf. De poten van een krokodil zitten aan de zijkant. De poten van een dinosaurus staan recht onder zijn lijf.

is, is, hebben, leggen, waren, leefden, zijn, zijn, zitten, zitten, staan 3

4

Kleur het werkwoord in de zinnen en schrijf dan de infinitief.

gaan - gaan huurt - huren maken - maken rusten - rusten helpen - helpen vind - vinden gaan - gaan

Binnenkort gaan wij met vakantie naar de Ardennen.

______________________________________________________________

De hele familie huurt daar een vakantiehuisje.

______________________________________________________________

Elke morgen maken we een grote wandeling.

______________________________________________________________

Na de middag rusten de jongste kinderen,

______________________________________________________________

terwijl wij helpen bij de afwas.

______________________________________________________________

Ik vind dat niet zo leuk.

______________________________________________________________

In de namiddag gaan we dan op avontuur in het bos.

______________________________________________________________

Maak van de zinnen ja-neevragen en zet de persoonsvorm tussen schuine strepen. Wij eten elke dag twee stukken fruit.

/Eten / wij elke dag twee stukken fruit? 0RUJHQYHUWUHNLNPHWGH¿HWVQDDU5RPH /Vertrek / ik morgen met de fiets naar Rome? Mijn favoriete zanger heeft een nieuwe hit te pakken. /Heeft / mijn favoriete zanger een nieuwe hit te pakken? Zwem jij ook voor het brevet van een kilometer? /Zwem / jij ook voor het brevet van een kilometer? Ik ga twee keer per jaar naar de tandarts. /Ga / ik twee keer per jaar naar de tandarts? In Engeland dragen de kinderen een schooluniform. /Dragen / de kinderen in Engeland een schooluniform? Ik leer graag Spaans. /Leer / ik graag Spaans.? Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 18


Werkwoorden 2

Ik (werk) graag in de tuin. Het gebeurt nu: tegenwoordige tijd (t.t.) Ik (werkte) gisteren in de tuin. Het gebeurde vroeger: verleden tijd (v.t.) Zie spellingweter 38.

De vorm van het werkwoord met ik … is de stam en eindigt op de kijkletter. 9RRUEHHOGLQ¿QLWLHI werken  LQ¿QLWLHI antwoorden Let op: OH]HQ VFKULMYHQ

de stam: de stam:

LNOHHVĺz wordt s LNVFKULMIĺv wordt f

werk (ik werk) antwoord (ik antwoord)

Zie spellingweter 38.

1 Zet in elke zin de persoonsvorm tussen schuine strepen en schrijf na elke zin in

welke tijd hij staat. Kies tussen tegenwoordige tijd (t.t.) en verleden tijd (v.t.)

/ / De school / bestaat /honderd jaar. We /organiseerden / met zijn allen een groot feest. We / versieren/ de school met heel wat ballonnen en slingers. De journalist / schreef / een artikel voor de plaatselijke krant. We / deden / met elke klas verschillende nummertjes. De bezoekers /waren / heel tevreden. Jammer genoeg / is / het feest veel te vlug voorbij. Gisteren was er groot feest in de school.

v.t. t.t. v.t. t.t. v.t. v.t. v.t. t.t.

_____________________

_____________________

_____________________

_____________________

_____________________

_____________________

_____________________

_____________________

19


Tijd voor Taal accent 2

Schrijf na elke zin de persoonsvorm en zeg in welke tijd hij staat. Mohammed vertrekt vandaag met de school naar de Ardennen. Vannacht sliep hij niet zo veel.

sliep - v.t.

vertrekt - t.t.

_________________________________________

_____________________________________________________

Hij dacht te veel aan zijn reis naar de Ardennen.

dacht - v.t.

_____________________________________________________

gaat - t.t. Mama pakte gisteravond de koffers. pakte - v.t. Ze wegen heel zwaar. wegen - t.t. Om acht uur staan ze klaar aan de schoolpoort. staan - t.t. Ze vertrekken met de bus. vertrekken -t.t. Hij gaat samen met zijn zus Aisha.

_____________________________________________________

_____________________________________________________

_____________________________________________________

_____________________________________________________

_____________________________________________________

3

Zoek van elke infinitief de stam. Tip: Gebruik ‘ik …’ als je twijfelt.

geven danken springen wandelen schrijven kiezen lezen krijgen worden picknicken hebben kammen

geef dank spring 4

5

wandel schrijf kies

lees krijg word

Schrijf van elke infinitief de stam en onderstreep de kijkletter. vragen vertrekken lopen tennissen

rennen

vraag

vertrek

loop

tennis

ren

trainen

antwoorden

spelen

kamperen

bouwen

train

antwoord

speel

kampeer

bouw

Nu ga je omgekeerd te werk! Je leest de stam en schrijft de infinitief. lach

lachen

voetbal

spreek

voetballen spreken

lig

giet

liggen

gieten

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 20

picknick heb kam


Zie Spellingweters blz. 79.

Werkwoorden 3

ik

loop

wij

vind

+ en

hij

werk

+t

ik

bibber speel

Harry

jij?

antwoord + t Ăˆ

stam

Ăˆ

+ uitgang

Het stukje dat bij de stam komt, noemen we de uitgang. Zie spellingweter 38.

1 Zet in elke zin de persoonsvorm tussen schuine strepen en schrijf na elke zin

de stam. Morgen / gaat /Arthur voor de eerste keer naar de muziekacademie.

ga wil mag breng geef

_____________________

Hij / wil / notenleer studeren.

______________________

Zonder notenleer / mag / je geen instrument leren.

______________________

Zijn mama / brengt / hem tweemaal per week naar de academie.

______________________

De muziekleraar / geeft / elke keer een kleine toets.

______________________

2 Zet de persoonsvorm tussen schuine strepen en schrijf onder elke zin

of de pv. in het enkelvoud of in het meervoud staat. Waar / komen / de insecten vandaan?

meervoud

________________________________________

Moeder / vindt / die beestjes heel vies.

enkelvoud

________________________________________

Haar zoon / vangt / ze.

enkelvoud

________________________________________

Zijn vriend en hijzelf / bestuderen / ze.

meervoud

________________________________________

Tijdens het onderzoek / krijgt / hij een beet.

enkelvoud

________________________________________

21


Tijd voor Taal accent 3

Vul de zinnen aan met een passend onderwerp. Schrijf tussen de haakjes of het onderwerp en de pv. in het enkelvoud of in het meervoud staan.

bijvoorbeeld

Martijn en ik

meervoud ) bij de leeuwen. ( Op die dag werkt papa enkelvoud Vrijdag mag ook de dieren verzorgen. ( ik enkelvoud is een beetje jaloers. ( Martijn enkelvoud ) wil er ook bij zijn. ( Hij enkelvoud ) ___________________________________________________________

vertrekken naar de zoo. (

_________________________________________________

________________________________________________________

______________________________________________

___________________________________________________________

___________________________________________________________

4

_________________________________________________

_________________________________________________

reis (reizen) ik met de trein naar Antwerpen. Ik moet (moeten) vroeg uit mijn bed. In Antwerpen wil (willen) ik naar de boekenbeurs. Ik stop (stoppen) te vroeg. Zo vind (vinden) ik de weg niet naar de boekenbeurs. Aan de eerste de beste vraag (vragen) ik de weg. __________________________________

__________________________________

__________________________________

__________________________________

__________________________________

__________________________________

5

Schrijf van elke persoonsvorm de stam en de uitgang afzonderlijk.

antwoord + t bibber + en zoek zoek + en maak + t kijk + t speel + t trap + pen lach + t

Hij antwoordt

__________________________________________________________________

Jullie bibberen

__________________________________________________________________

Ik zoek

__________________________________________________________________

De meisjes zoeken

__________________________________________________________________

Youssef maakt

__________________________________________________________________

De clown kijkt

__________________________________________________________________

Jij speelt

__________________________________________________________________

Wij trappen

__________________________________________________________________

Anke lacht

__________________________________________________________________

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 22

)

_________________________________________________

Vorm de stam van de werkwoorden tussen de haakjes. Morgen

)

_________________________________________________


Werkwoorden 4

NEE Doe gewoon: - je verlengt, bv. gespeeld, verplaatst - of je schrijft zoals je het hoort: de vergrote foto, de verbrande vinger - of ...

Is het een pv.?

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

JA

NEE

t.t.?

v.t.?

Hoor je t achteraan?

Dat leer je volgend jaar!

JA Vervang door werken.

Doe gewoon. Bv. kom wachten antwoorden

werk dus stam bv. antwoord

werkt dus stam + t bv. antwoordt

Tip: Als de stam al op een t eindigt, schrijf je niet nog eens een t. Bijvoorbeeld: hij eet. Dat is gewoon zo. We noemen dat de regel van de gewoonte.

Zie spellingweter 38.

1 Schrijf achter elke zin of die in de tegenwoordige tijd (t.t.) of in de verleden tijd (v.t.)

staat. Joshua gaat elke dag boodschappen doen voor zijn grootmoeder. 0DULHNDQQLHW]RJRHGÂżHWVHQ

t.t. t.t. v.t. t.t. v.t.

_______________________________



_______________________________

Onze poes liep gisterenavond weg.

_______________________________

Waarom wil je niet meer mee spelen?

_______________________________

Tia Hellebaut brak het wereldrecord hoogspringen.

_______________________________

23


Tijd voor Taal accent 2

Vul correct aan. Gebruik het werkwoordschema. Is het woord een pv.? Zo ja, hoor je een t achteraan? Nee Ja, doe zoals bij werken. Ik ... (stam) jij, hij, zij, de hond, Doe gewoon. ... jij? ... (stam + t)

Zo nee Doe gewoon.

vertelt

Klaas vertel… heel veel over zijn reis naar Mexico.

verveel

Ik vervee… me tijdens de vakantie.

vindt traint wordt

Liam vin… Frans niet zo leuk. Papa train… voor de marathon. Hij wor… later de beste wielrenner.

geparkeerd

De auto staat verkeerd geparkeer…

krijgt

Mijn buurman krijg… de hoofdprijs.

3

Vul de juiste werkwoordsvorm in. Als het nodig is, vervang je door werken. Doe zoals in het voorbeeld. LQ¿QLWLHI (ik zal …)

vervang door werken

komt naar mijn feestje. brengen De postbode brengt elke dag de krant. herstellen De loodgieter herstelt het dak van de garage. weten Ik weet het juiste antwoord niet. aanvaarden Nicky aanvaardt geen kritiek. ¿HWVHQ Elke dag fietsen wij tachtig kilometer. studeren Milan studeert voor zijn rijexamen. antwoorden Antwoordt jouw tante niet op die vraag? spelen Op vrijdag spelen we gezelschapsspelletjes. branden Het vlees brandt aan. waaien In de herfst waait het veel. komen

Laura

________________________________________

_______________________________

______________________________________

_______________________________

________________________________________

_______________________________

________________________________________

_______________________________

_______________________________________________

_______________________________

_______________________________

______________________________________

_______________________________

________________________________________

_______________________________

________________________________________

_______________________________

Leg aan de hand van het werkwoordschema uit waarom Gertie antwoordt correct is gespeld.

pv, ik hoor een t achteraan, vervang door werken, Gertie werkt: dus stam + t l antwoordt Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 24

_______________________________

_______________________________________________

_______________________________________________

4

werkt werkt werkt werk werkt werken werkt werkt werken werkt werkt

_______________________________


Werkwoorden 5

NEE Doe gewoon: - je verlengt, bv. gespeeld, verplaatst - of je schrijft zoals je het hoort: de vergrote foto, de verbrande vinger - of ...

Is het een pv.?

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

JA

NEE

t.t.?

v.t.?

Hoor je t achteraan?

Dat leer je volgend jaar!

JA Vervang door werken.

Doe gewoon. Bv. kom wachten antwoorden

werk dus stam bv. antwoord

werkt dus stam + t bv. antwoordt

Zie spellingweter 38.

1 Vul correct in. Gebruik het werkwoordschema. Is het woord een pv.? Zo ja, hoor je een t achteraan? Nee Ja, doe zoals bij werken. Ik ... (stam) jij, hij, zij, de hond, Doe gewoon. ... jij? ... (stam + t)

Samen staa… we sterk!

heeft vertelt

Quinten vertel… griezelverhalen.

Dat bootje wor… te zwaar!

moet wordt gespeeld

Ik heb zaterdag urenlang gespeel… . Deze film wor… bij ons opgenomen. Je heb… de oefening verkeerd opgelost. Waarvoor heb je nu koken… water

Doe gewoon.

staan

Het paard heef… veel pijn.

Over die vraag moe… je nadenken.

Zo nee

wordt hebt kokend

nodig?

25


Tijd voor Taal accent 2

Vul de juiste werkwoordsvorm in. Als het nodig is, vervang je door werken. Doe zoals in het voorbeeld. vervang door LQ¿QLWLHI werken (ik zal ‌)

komt

komen

Laura

vertrekken

In de vakantie

naar mijn feestje.

vertrekt

________________________________________

werkt werkt

_______________________________

Mircea met zijn

_______________________________

gezin op reis. rijden

Ze

wandelen

Daar

rijden wandelt

________________________________________

naar Noord-Frankrijk.

________________________________________

werken werkt

_______________________________

Mircea in de baai van de

_______________________________

Somme. vinden

Dat stukje natuur

vinden

________________________________________

Mircea en zijn

werken

_______________________________

familie heel mooi. Voor hen is het een stukje ongerepte natuur. kennen

Dat deel van Frankrijk

kent

________________________________________

de familie

werkt

_______________________________

niet. Na een grote wandeling zijn ze echt

uitgehongerd

.

uithongeren

________________________________________________________________

vinden

Eindelijk, na veel zoeken,

gewerkt werkt

_______________________________

vindt

de

_______________________________

goed

_______________________________

________________________________________

papa van Mircea een gepast restaurant. worden

De vis die ze bestellen,

wordt

________________________________________

werkt

bevonden. vragen

3

Mircea

vraagt

________________________________________

een dessert.

Leg aan de hand van het werkwoordschema uit waarom Kaat vindt op die manier correct geschreven is.

pv, ik hoor een t achteraan, vervang door werken, Kaat werkt: dus stam + t l vind + t Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 26

werkt

_______________________________


Woordpakket 8

de begrafenis

de fantasie

het betekende

geschreven

enorme

het fototoestel

zij amuseren

het huwelijk

normale opgegeten de krokodil de juwelen

de resultaten

tevreden

aangekomen

meegenomen het publiek

wij staren

wij veroveren

de supermarkt

Verenkelen of verdubbelen ik

ik 1 klinker en 2 medeklinkers

Ik luister naar het einde van de klankgroep.

korte klank

verdubbelen

ik

ik 1 klinker en 1 medeklinker

lange klank

verenkelen

ik

ik

Zatte vette kippen stoppen bussen GROEN

Apen zweven over muren

ROOD

Zieke schilders moeten genoeg rusten omdat ... andere klank

gewoon

Tip Hoor je na de klinker twee verschillende medeklinkers, dan doe je dus ook gewoon.

Zie spellingweter 37.

1

Schrijf de woorden uit de woordketting correct over.

betekendekrok odi lam l komenfanta e e g t n u s s a n sere i eb e a e o t o d t egr nstarenfo vre afe e t n nism eegenome

betekende, krokodil, amuseren, staren, fototoestel, aangekomen, fantasie, begrafenis, meegenomen, tevreden

27


Tijd voor Taal accent 2

Onderstreep in elke klankgroep de eindletter met een korte klank in het groen, de eindletter met een lange klank in het rood. de begrafenissen het betekende normale de resultaten wij staren tevreden enorme geschreven de krokodillen de juwelen aangekomen de fototoestellen

3

Luister naar de eindklank van het onderstreepte deel van elk woord. Schrijf alleen de woorden op waar je moet verenkelen. normale – resultaten – enorme – geschreven – opgegeten – veroveren – huwelijk

normale, resultaten, geschreven, veroveren, huwelijk 4

Onderstreep in elke klankgroep de eindletter met een korte klank in het groen, de eindletter met een lange klank in het rood. openmaken komkommer

5

verdrietig limonade

sirenegeloei buurjongen

karnemelk ijsberen

Vul letters in, zodat er goede woorden komen te staan. t

e

ss elijk br u tale gr a tis bel o ven mi

kening

__________

voorzi

tt er

__________

__________

a renlang boets e ren j

e nen sto mm iteit dierente mm er k a merjas verdw

__________

__________

_____________

__________

__________

__________

_____________

__________

__________

besme

tt elijk

__________

o lifant huisnu mm er verschri kk elijk __________

_____________

__________

6 Vul in en schrijf de woorden correct over.

s of ss?

ss en vissen ha l en halen bi bb eren bibberen ha m ers hamers

vi

_____________

______________________________________________

l of ll?

_____________

______________________________________________

b of bb?

_____________

______________________________________________

m of mm?

_____________

______________________________________________

ss ing vergissing toeste ll en toestellen verdu bb elen verdubbelen vermo mm en vermommen vergi

_____________

______________________________________________

_____________

______________________________________________

_____________

______________________________________________

__________________

______________________________________________

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 28

ss ing verrassing a ll ebei allebei we bb en webben ta m elijk tamelijk verra

_____________

______________________________________________

_____________

______________________________________________

_____________

______________________________________________

_____________

______________________________________________


Woordpakket 9

aangevallen

de gabbers

het karretje

het rapport

de bestemming

de nachtmerrie

verschillende

deYULHQGLQQHQJHVFKURNNHQJHZRQQHQVWRI¿J

dolgelukkig

de raketten

verstoppertje

aanleggen

de mummie

binnenste

zij herinnerde

ondertussen

de sukkel

Verenkelen of verdubbelen ik

ik 1 klinker en 2 medeklinkers

Ik luister naar het einde van de klankgroep.

korte klank

verdubbelen

ik

ik 1 klinker en 1 medeklinker

lange klank

verenkelen

ik

ik

Zatte vette kippen stoppen bussen GROEN

Apen zweven over muren

ROOD

Zieke schilders moeten genoeg rusten omdat ... andere klank

gewoon

Tip Hoor je na de klinker twee verschillende medeklinkers, dan doe je dus ook gewoon.

Zie spellingweter 37.

1

Op ieder bord staan er twee woorden met een dubbele medeklinker. Schrijf ze correct over. binnenste – verkeerd – dolgelukkig – quizvragen

gieter – raketten – resultaten – vriendinnen

binnenste, dolgelukkig

raketten, vriendinnen

enorme – karretje – gabbers – gegeven

rapport – kamerjas – leerlingen – mummie

karretje, gabbers

rapport, mummie 29


Tijd voor Taal accent 2

Onderstreep in elke klankgroep de eindletter met een korte klank in het groen, de eindletter met een lange klank in het rood. aangevallen avondrood vaderdag

3

gabbers nachtmerrie geschrokken

bevragen verstoppertje wagenziek

rapport binnenste gegeven

aanleggen vervelen vriendinnen

Zoek in de woordenkast alle woorden waar je moet verdubbelen. Schrijf ze correct over. eetkamer – bibberen – aankopen – komkommer – boterhammen – boodschappen – verhalen – toverdrankje – beginnen – verzinnen – makkelijk – instappen

bibberen, komkommer, boterhammen, boodschappen, beginnen, verzinnen, makkelijk, instappen 4

Schrijf de meervouden van de blauwe woorden op. Kijk naar het voorbeeld. Papa pakt een scherp mes.

€ twee scherpe messen

zwarte mollen hoge hakken mooie stoffen vriendinnen muggen goudvissen die klussen

Onder de grond woont een zwarte mol. € twee

________________________________________________________________

Mijn schoenen hebben een hoge hak.

€ twee

________________________________________________________________

Oma kocht een mooie stof.

€ twee

________________________________________________________________

Een vriendin komt uit Spanje.

€ twee

________________________________________________________________

Een mug is vervelend.

€ twee

________________________________________________________________

Mijn goudvis is dood.

€ twee

________________________________________________________________

Ik klaar die klus.

€ twee

________________________________________________________________

5 Zoek andere woorden waar je moet verdubbelen.

eigen invulling Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 30


Woordpakket 10

de avonturen

helaas

gezellig

hij huppelde

de krokodillen de sterretjes

de overvallers

de pannenkoek

de spinnenwebben de badkamer

bestuderen

ondersteboven

de boterhammen

de datum

de temperatuur

de problemen

supergrote

de krukken

deRQWSORIÂżQJ

WHQVORWWH

Verenkelen of verdubbelen ik

ik 1 klinker en 2 medeklinkers

Ik luister naar het einde van de klankgroep.

korte klank

verdubbelen

ik

ik 1 klinker en 1 medeklinker

lange klank

verenkelen

ik

ik

Zatte vette kippen stoppen bussen GROEN

Apen zweven over muren

ROOD

Zieke schilders moeten genoeg rusten omdat ... andere klank

gewoon

Tip Hoor je na de klinker twee verschillende medeklinkers, dan doe je dus ook gewoon.

Zie spellingweter 37.

1

Alle woorden zijn aan elkaar gekleefd. Maak ze los en schrijf ze correct op. WHQVORWWHRQWSORIÂżQJWHPSHUDWXXUDYRQWXUHQJH]HOOLJRYHUYDOOHUVEHVWXGHUHQGDWXP supergrotekrukkensterretjespannenkoekhuppeldehelaasondersteboven

tenslotte, ontploffing, temperatuur, avonturen, gezellig, overvallers, bestuderen, datum, supergrote, krukken, sterretjes, pannenkoek, huppelde, helaas, ondersteboven

31


Tijd voor Taal accent 2

Lees de woorden van rechts naar links en schrijf ze op.

ruutarepmet

gillezeg

keoknennap

mutad

nevobetsredno

remakdab

sejterrets

nellidokork

saaleh

ondersteboven, temperatuur, pannenkoek, gezellig, datum, sterretjes, badkamer, krokodillen, helaas 3

Welk woord past niet in de rij? Schrijf het op.

datum sterretjes huppelde badkamer

gezellig – krukken – datum – tenslotte

_______________________________________________________

avonturen – bestuderen – supergrote – sterretjes

_______________________________________________________

huppelde – helaas – problemen – temperatuur

_______________________________________________________

VSLQQHQZHEEHQ±SDQQHQNRHN±EDGNDPHU±RQWSORI¿QJ

_______________________________________________________

4 Schrijf de woorden waarbij je moet verenkelen in het rood over en de woorden

waarbij je moet verdubbelen in het groen. ontplo(f of ff)ing

beste(m of mm)ing

vanda(l of ll)en

te(n of nn)isveld

ontploffing

bestemming

vandalen

tennisveld

gege(v of vv)en

bloempo(t of tt)en

evo(l of ll)utie

ka(k of kk)elen

gegeven

bloempotten

evolutie

5 Maak met elk woord een goede zin.

bosklassen – kamerplanten – knuffeldier – amuseren

eigen invulling 6 Zoek zelf woorden waar je moet verdubbelen.

eigen invulling Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 32

kakelen


Woordpakket 11

de bankkaarten

de blinddoek

teruggevonden

vannacht

de handdoeken

de villa

weggooien

de goochelaar

de veearts

de zeemeerminnen

de oppas

het vissersschip

goochelen

loochenen

het programma

sneeuwwit

weggelopen meegemaakt

de lotto

het tempo

Samenstellingen Samengestelde woorden: eerst in twee bestaande woorden hakken. Let op! Soms is de eindletter van het eerste woord dezelfde als de beginletter van het tweede, bv. sneeuwwit, handdoek … Zie spellingweter 17.

oo voor ch Je schrijft de lange o voor ch altijd dubbel, net als in goochelen, goochelaar … Zie spellingweter 39.

ee op het einde van een woord Op het einde van een woord schrijf je ee dubbel, ook als dat woord een deel is van een ander woord, bv. mee, meedoen, meegaan, tweede … Je schrijft die woorden net als twee. Let op! a, o, u (lang) op het einde van een woord schrijf je enkel, bv. ga, zo, nu … Zie spellingweter 33.

1

Schrijf alle pakketwoorden over.

bankkaarten blinddoek handdoeken oppas sneeuwwit teruggevonden vannacht

villa vissersschip weggelopen weggooien goochelaar goochelen loochenen

meegemaakt veearts zeemeerminnen programma lotto tempo 33


Tijd voor Taal accent 2

Lees van rechts naar links en schrijf het woord correct over. ottol sappo straeev tiwwueens

lotto oppas alliv

opmet

veearts

sneeuwwit

vannacht

keoddnilb

neiooggew

nenehcool

weggooien

loochenen

villa tempo blinddoek 3

thcannav

Kleur de puzzelstukken die bij elkaar horen. Schrijf de samenstellingen over. bank

kaarten

schip

blind

doek

wit

hand

vee

gooien

doeken

weg

vissers

zee

arts

sneeuw

meerminnen

bankkaarten, handdoeken, blinddoek, weggooien, veearts, vissersschip, zeemeerminnen, sneeuwwit 4 Rangschik de woorden alfabetisch.

loochenen – zeevogels – papa – honderdduizend – menu – goochelaar

goochelaar – honderdduizend – loochenen – menu – papa – zeevogels 5 In de doos zitten heel wat woorden waar je samenstellin-

gen mee kunt maken. Zoek zelf vijf samenstellingen.

bijvoorbeeld achttien fietsslot theepot papierrol

zeehond kastdeur tandpasta voorruit

6 Maak met elk woord een goede zin.

goochelaar: drama:

eigen invulling

kassa:

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 34

pasta hond ruit tien deur rol slot pot tand zee voor acht kast papier ¿HWVWKHH


Woordpakket 12

de beloning

angstig

gevangen

de lading

de oplossing

enkel

de herinnering

languit

de rechtbank

de spanning

belangrijke de ontdekking

bedank

bedenken

plotseling

de richting

enkele

de kleding

de verkenning

de zonsondergang

Woorden met ng/nk ng schrijf je altijd ng. nk schrijf je altijd nk (zonder g). ng of nk? Verlengen! Bijvoorbeeld: GRRGVEDQJHĺGRRGVEDQJ ngt of nkt? Doe de t weg en verleng! Bijvoorbeeld: denkt, denken dus denk + t = denkt of mengt, mengen dus meng + t = mengt. ng schrijf je net als in ring, nk schrijf je net als in bank. Zie spellingweter 14.

1

Schrijf alle pakketwoorden correct over en onderstreep in elk woord ng of nk.

beloning angstig herinnering belangrijke kleding gevangen lading 2

languit ontdekking bedank oplossing rechtbank richting bedenken

plotseling enkel spanning enkele verkenning zonsondergang

Geheimschrift. De ‘vreemde’ tekens staan voor een lettercombinatie: ng of nk. Zoek de juiste combinatie en schrijf de woorden correct over. richtiĮ herinneriĮ aĮstig rechtbaȕ laĮuit gevaĮen

richting herinnering angstig rechtbank languit gevangen

bedaȕ spanniĮ eȕele verkenniĮ bedeȕen ladiĮ

bedank spanning enkele verkenning bedenken lading 35


Tijd voor Taal accent 3

In ieder rad staat een woord. Schrijf het woord correct over en kleur de ng of de nk. g z o a r n n e g s d n o

zonsondergang

g

b

g o n

e

n

n i

l i

n

o

beloning

t d k

o p

g n

l o

i

k e

s

ontdekking

s

oplossing

4 Vul aan met ng of nk en schrijf het woord volledig over.

verwarmi

ng verwarming

__________

nk beker drinkbeker gedro nk en gedronken vernederi ng vernedering dri

__________

__________

__________

5

ng zaak do nk erbruin visva ng st kla nk bord kledi

__________

__________

__________

__________

kledingzaak donkerbruin visvangst klankbord

Schrijf de zinnen correct over en onderstreep de woorden met ng of nk. De voorbereiding voor de praktische proef was niet zo eenvoudig.

De voorbereiding voor de praktische proef was niet zo eenvoudig. Hij moest geregeld rusten op de banken langs het parcours.

Hij moest geregeld rusten op de banken langs het parcours. Hij vreesde voor een bekeuring van de sportvereniging.

Hij vreesde voor een bekeuring van de sportvereniging. Hij ontving geen enkele beloning voor deze prestatie.

Hij ontving geen enkele beloning voor deze prestatie. Voor hem was deze wedstrijd een grote ontgoocheling.

Voor hem was deze wedstrijd een grote ontgoocheling. 6 Maak een goede zin met de volgende woorden: angstig, drinken, camping.

eigen invulling Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 36


Werkwoorden 6

NEE Doe gewoon: - je verlengt, bv. gespeeld, verplaatst - of je schrijft zoals je het hoort: de vergrote foto, de verbrande vinger - of ...

Is het een pv.?

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

JA

NEE

t.t.?

v.t.?

Hoor je t achteraan?

Dat leer je volgend jaar!

JA Vervang door werken.

Doe gewoon. Bv. kom wachten antwoorden

werk dus stam bv. antwoord

werkt dus stam + t bv. antwoordt

Zie spellingweter 38.

1 Vul correct in. Gebruik het werkwoordschema. Is het woord een pv.? Zo ja, hoor je een t achteraan? Nee Ja, doe zoals bij werken. Ik ... (stam) jij, hij, zij, de hond, Doe gewoon. ... jij? ... (stam + t)

Wanneer breng... je de boeken?

Doe gewoon.

breng antwoordt ontdekt

Faïza antwoor… niet altijd. De professor ontdek… heel wat. Waarom wor… je niet boos?

Zo nee

word zet

Mijn kleine broertje ze… zijn eerste stapjes.

beleefd

Is dat beleef… ?

verbrandt

Joachim verbran… zich aan de soep. Dat koude weer vin… ik niet leuk. Milan antwoor… zonder nadenken.

vind antwoordt 37


Tijd voor Taal accent 2

Vul de juiste werkwoordsvorm in. Als het nodig is, vervang je door werken. Doe zoals in het voorbeeld. vervang door LQ¿QLWLHI werken (ik zal …)

komt

komen

Laura

gaan

Wanneer

vertrekken kunnen vinden

naar mijn feestje.

werkt werken werkt werken werkt

_______________________________

gaan jullie op sneeuwklassen? Saskia vertrekt eind januari. Drie kinderen kunnen niet mee. Eén moeder vindt de busreis wel ________________________________________

________________________________________

________________________________________

________________________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

erg lang.

houdt gaat

houden

Ze

gaan

Dat

moeten

De thuisblijvers

geven

De leerkracht

________________________________________

meer van reizen met de trein.

________________________________________

vlugger!

moeten geeft

_______________________________

________________________________________

________________________________________

werkt werkt werken werkt

_______________________________

wel naar school.

taken voor een

_______________________________

_______________________________

week. vinden

Leuk

vragen

Hij

vindt vraagt

________________________________________

________________________________________

een van de jongens dat niet.

om die taken thuis te mogen

werkt werkt

_______________________________

_______________________________

maken. 3

Leg aan de hand van het werkwoordschema uit waarom Mijn hond bijt op die manier correct geschreven is.

pv, ik hoor een t achteraan, vervang door werken, stam + t l werkt lbijt

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 38


Woordpakket 13

alvast

de drukte

het internet

de gasten

kletsnat

de luchtbel

totdat

de wiskunde

doordat

de holte

verderop

hij ontdekt

de terugweg

bont gewerkt minstens

behalve het geritsel de macht de burcht

Gedekte klinker in een gesloten lettergreep Je moet heel goed luisteren om de gedekte klinker in een gesloten lettergreep correct te schrijven. We maken daarbij gebruik van de hoorweg. spellingkaart

1

2

3

4

luister of kijk

herhaal en onthoud

schrijf

controleer Zie spellingweter 1.

1

Schrijf alle pakketwoorden correct over en kleur de gedekte klinker of korte klank in de gesloten lettergreep.

alvast drukte internet ontdekt behalve gasten kletsnat

terugweg bont geritsel luchtbel totdat wiskunde gewerkt

de macht verderop doordat holte minstens burcht 39


Tijd voor Taal accent 2 Zet de letters in de goede volgorde en schrijf het woord correct over.

3

snetnims

redporev

lgeesrti

vlatsa

minstens

verderop

geritsel

alvast

hclbtleu

ritnetne

nukewdis

toknedt

luchtbel

internet

wiskunde

ontdekt

Vul de zin aan met een woord uit het woordpakket. Schrijf de zin volledig over en kleur de korte klank in het pakketwoord. Die

gasten

____________________________________

uit Frankrijk begrijpen niks van onze gesprekken.

Die gasten uit Frankrijk begrijpen niks van onze gesprekken. Tijdens de koopjes is er ontzettend veel

drukte

____________________________________

in de winkels.

Tijdens de koopjes is er ontzettend veel drukte in de winkels. 1DWLHQNLORPHWHUÂżHWVHQLQGLWUHJHQZHHUZDUHQZH

kletsnat

____________________________________

.

Na tien kilometer fietsen in dit regenweer waren we kletsnat. Op de

terugweg

_________________________________

hebben we drie keer moeten stoppen voor een korte pauze.

Op de terugweg hebben we drie keer moeten stoppen voor een korte pauze. Die koning gebruikt zijn

macht

____________________________________

verkeerd bij de plaatselijke bevolking.

Die koning gebruikt zijn macht verkeerd bij de plaatselijke bevolking. 4

Geheimschrift. Ontcijfer de woorden. (a = 1, b = 2, c = 3, d = 4, e = 5, f = 6, g = 7, h = 8 ‌) 4 - 18 - 9 - 14 - 11 - 6 - 12 - 5 - 19 15 - 16 - 19 - 20 - 1 - 16 - 10 - 5 16 - 1 - 19 - 8 - 15 - 11 - 10 - 5 12 - 15 - 14 - 7 - 26 - 1 - 11 - 10 - 5

5

drinkfles opstapje pashokje longzakje

Zoek de woorden in de doosjes en schrijf ze correct op. s t

p

o

k a z

postzak

gn i p sr k n l a p

springplank

v f n

a a

vanaf

6 Zoek nu zelf vijf woorden met een gedekte klinker (korte klank).

eigen invulling Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 40

b

t r o

a d p s

spatbord


Woordpakket 14

alsmaar

doorstaan

de geesten

meteen

de liefde

verwoest

daarnet

het kwartier

de ontvoerders

de spreekbeurt het bestuur

de kampeerplaats

bedroefd

ik bekeek

gemaakt

de moordenaar

vooraleer

het onderzoek

de weerwolf

de hoorn

Vrije klinker in een gesloten lettergreep Je moet heel goed luisteren om de gedekte klinker in een gesloten lettergreep correct te schrijven. We maken daarbij gebruik van de hoorweg. spellingkaart

1

2

3

4

luister of kijk

herhaal en onthoud

schrijf

controleer Zie spellingweter 1.

1

Schrijf alle pakketwoorden correct over en kleur de vrije klinker in de gesloten lettergreep. De vrije klinker heeft meestal een lange klank, maar kan ook een eu, ie of oe zijn.

alsmaar doorstaan kwartier ontvoerders bedroefd geesten liefde

spreekbeurt bekeek gemaakt meteen verwoest bestuur moordenaar

vooraleer daarnet kampeerplaats onderzoek weerwolf hoorn 41


Tijd voor Taal accent 2

De lettergroepen staan door elkaar. Maak goede woorden. der – zoek – on naar – moor – de

onderzoek

3

moordenaar

ont – ders – voer

kampeerplaats

ontvoerders

Zoek telkens twee woorddelen die bij elkaar horen en maak een correct woord. gees – kwar – staan – ten – wolf – tier – keek – daar – de – ge – door – weer – net – lief – maakt – me – be – teen – stuur – be

bekeek daarnet

gemaakt weerwolf

geesten meteen

Maak woorden met de losse letters en schrijf de gevonden woorden correct op. Tip: begin achteraan! st e e weg

aa r

m o z

zomaar r

a f

o ov

vooraf 5

vooraleer

peer – plaats – kam

doorstaan bestuur liefde kwartier 4

al – voor – eer

to ep l s e

uw

geweest

sleeptouw

m en m m il k r uu

n e v ke r t g aa

muurklimmen vraagteken

cht o b tt oo

boottocht n a k a l t s a ra

klaarstaan

Schrijf bij elke tekening een passend woord waarin een vrije klinker (lange klank) in een gesloten lettergreep zit.

stoomboot

hoorn

koorddanser

speerwerper

6 Zoek nu zelf vijf woorden met een vrije klinker (meestal met lange klank).

eigen invulling

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 42


Werkwoorden 7

NEE Doe gewoon: - je verlengt, bv. gespeeld, verplaatst - of je schrijft zoals je het hoort: de vergrote foto, de verbrande vinger - of ...

Is het een pv.?

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

JA

NEE

t.t.?

v.t.?

Hoor je t achteraan?

Dat leer je volgend jaar!

JA Vervang door werken.

Doe gewoon. Bv. kom wachten antwoorden

werk dus stam bv. antwoord

werkt dus stam + t bv. antwoordt

Zie spellingweter 38.

1 Vul correct in. Gebruik het werkwoordschema. Is het woord een pv.? Zo ja, hoor je een t achteraan? Nee Ja, doe zoals bij werken. Ik ... (stam) jij, hij, zij, de hond, Doe gewoon. ... jij? ... (stam + t)

Mijn vader loop… niet graag.

Onze juf vertrek… naar Mexico. Walid speel… graag computerspelletjes. Wie breng… Lies naar het station?

verdwaald verjaagt vertrekt speelt brengt

Heel wat boeken zijn uitgepu… . Lucas heeft zijn naam verander… Ylia surf… elke dag op het internet.

Doe gewoon.

loopt

De puppy was verdwaal… . De buurman verjaag… mijn poezen.

Zo nee

uitgeput veranderd

surft 43


Tijd voor Taal accent 2

Vul de juiste werkwoordsvorm in. Als het nodig is, vervang je door werken. Doe zoals in het voorbeeld. vervang door LQ¿QLWLHI werken (ik zal ‌) Laura

kijken

Ik

vinden

Mijn broer

branden

De schoorsteen van het buurhuis

hebben

heb ik op internet gezocht. Niels antwoordt onbeleefd op die vraag. De postbode weigert de brief af te geven. Nina wordt gevraagd om model te worden. Skeeleren niet altijd gemakkelijk. is Karsten elke dag verse groenten. eet In die winkel je koopjes doen. kun Morgen Fauve haar oma. helpt

antwoorden weigeren worden zijn eten kunnen helpen

3

komt kijk

komen

naar mijn feestje.

________________________________________

Gisteren

goed uit bij het oversteken.

vindt

________________________________________

_______________________________

een mooi horloge.

brandt

_______________________________

.

________________________________________

________________________________________

_________________________________________________

________________________________________

____________________________________

________________________________________

________________________________________

________________________________________

________________________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

Leg aan de hand van het werkwoordschema uit waarom Kiliaan antwoordt op die manier correct geschreven is.

pv, ik hoor een t achteraan, vervang door werken, hij werkt, stam + t l antwoordt Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 44

werkt werk werkt werkt werk werkt werkt werkt werkt werkt werk werkt

_______________________________


Woordpakket 15

begonnen

het bedraagt

bewusteloos gelopen verdwenen

gebeten

geplaatst

behulpzaam de gebieden

de geschiedenis

vervelend

besloten

de gedachten

bespeuren het geheugen

ze veranderde

vertrokken

jij verscheen

verschrikt

vernietigen

Woorden met be, ge en ver In be, ge en ver hoor je een doffe klinker en schrijf je een e. Denk aan de kapstokwoorden begin, gelijk en verdriet. Zie spellingweter 12.

1

Schrijf alle pakketwoorden correct over en kleur de doffe klinker in het voorvoegsel be, ge of ver .

begonnen bedraagt behulpzaam besloten bespeuren bewusteloos gebeten 2

gebieden gedachten geheugen gelopen geplaatst geschiedenis veranderde

vertrokken verdwenen vervelend vernietigen verscheen verschrikt

Kleur de acht woorden met ge, be en ver. Schrijf ze dan correct over.

geschiedenis begonnen. vervelend vertrokken gelopen veranderde gebeten verscheen

Ik lees graag over de geschiedenis van de Noormannen.

________________________________________________________

De muziekles was net begonnen.

________________________________________________________

Joeri kan echt vervelend doen tijdens de les.

________________________________________________________

Onze buren zijn onverwacht vertrokken.

________________________________________________________

Hij heeft een nieuw record gelopen.

________________________________________________________

Het weer veranderde na de middag.

________________________________________________________

Die hond heeft het meisje hard gebeten.

________________________________________________________

Het artikel verscheen gisteren in de roddelpers.

________________________________________________________

45


Tijd voor Taal accent 3

Vul in met ge, ver, be. Schrijf het woord dan nog eens volledig over. draagt sloten bieden

be bedraagt ver nietigen vernietigen ge dachten gedachten

be besloten ver schrikt verschrikt ge heugen geheugen

_______________

_______________

_____________

_______________

_______________

4

ge gebieden be hulpzaam behulpzaam verdwenen verdwenen

_______________

_____________

______________

_______________

Schrijf de woorden in de passende rij. Zoek bij iedere rij zelf nog twee nieuwe woorden. geweldig – verkeer – gevaren – bedenken – vervreemden – bevriezen – verenkelen – gezien – vergeten – gevoelig – bedrukt – bejaarden – gegeven – verschil – beloven

be

ge

ver

5

bedenken , bevriezen, bedrukt, bejaarden, beloven geweldig, gevaren, gezien, gevoelig, gegeven verkeer, vervreemden, verenkelen, vergeten, verschil

Los de rebussen op en je vindt een woord met be, ge of ver als voorvoegsel

n=s

e=r

bedeesd

- sp

m=d

verward

i=o

gedronken

-l

e=o

bewogen

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 46


Woordpakket 16

beleefd

benieuwd

de misdaad

felrood

levend

het schoolhoofd

razend

de hoofdprijs

het reuzenrad het gebied

voortdurend

het raadsel

de held

dringend

onbekend

de brandwonden de rechterhand

vliegend hardste razendsnel

Woorden met d of t op het einde van het woord of woorddeel Bij d of t op het einde van een woord of een woorddeel gebruik je de verlengingsregel, bv. landen dus land, kaarten dus kaart. Let op! Bij een woorddeel moet je eerst hakken en dan de verlengingsregel gebruiken, bv. raadsel want raad … raden. Denk ook aan het kapstokwoord hond. Zie spellingweter 35.

1

Schrijf alle woorden correct over en kleur de woorden waar de verlengingsregel kan worden gebruikt. beleefd – jongens – reuzenrad – hardste – druiven – genezen – rechterhand – schoolhoofd – verraden – voortdurend – brandwonden – bloemen – hoofdprijs

beleefd – jongens – reuzenrad – hardste – druiven – genezen – rechterhand – schoolhoofd – verraden – voortdurend – brandwonden – bloemen – hoofdprijs – 2

Kijk naar de tekening en zoek het juiste woord uit het woordpakket.

reuzenrad

held

brandwonden

rechterhand

hoofdprijs 47


Tijd voor Taal accent 3

Vul in: d of t. Schrijf het woord dan nog eens volledig over.

d gebie d benieuwd gebied dringen d vliegen d dringend vliegend benieuw

_________

_________

4

d ste hardste beleef d beleefd

har

_________

_________

voor t duren d d misdaad voortdurend leven d onbeken d levend onbekend

misdaa

_________

_________

_________

______

_________

_______

_________

Maak de woordenketting los en schrijf alle woorden correct over. Begin rechts.

teommamtÂżrh csdjitdmeorebtenpehcspeertsd emmortdoorbtnettseef niel

feesttent, broodtrommel, eindstreep, schepnet, beroemd, tijdschrift, mammoet 5

Vul in: d of t. Schrijf de volledige zin over.

t als verjaardagsgeschenk. Ik kreeg een kamerplant als verjaardagsgeschenk. Die uitvinder had weer iets bijzonders bedach t . Die uitvinder had weer iets bijzonders bedacht. In de zomer heb ik een week bij oma gelogeer d . In de zomer heb ik een week bij oma gelogeerd. Is dat geen mooi lan d schap? Is dat geen mooi landschap? Waar staat die broo d man d ? Waar staat die broodmand ? Ik ee t een schaaltje yoghur t met stukjes kiwi. Ik eet een schaaltje yoghurt met stukjes kiwi. Jacob speelt zondag die voe t balwe d strij d . Jacob speelt zondag die voetbalwedstrijd. De broo d machine van oma is kapo t De broodmachine van oma is kapot. Ik kreeg een kamerplan

_________

_________

_________

_________

_________

_________

_________

_________

_________

_________

_________

_________

_________

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 48


Woordpakket 17

bouwden

een goudmijn

het oerwoud

houten

ouderwets

griezelig

stekelig

slaperige

afzonderlijke

trouw

ijskoude

de mevrouwen

de tuinkabouter

ijverig gevaarlijk

overige

akelige hopelijk

tamelijk

vasthouden

Woorden met ig(e) Je hoort een doffe e maar je schrijft: ig(e): rustig, bezig, machtige … We noemen ze rustig(e)-woorden. Denk aan de kapstokwoorden rustig(e), slaperig(e), griezelig(e). Zie spellingweter 19.

Woorden met doffe e in lijk(e) Je hoort een doffe e maar je schrijft: (e)lijk(e): heerlijk, moeilijke … We noemen ze heerlijk(e)-woorden. Denk aan het kapstokwoord heerlijk(e). Zie spellingweter 20.

Woorden met ou Au-woorden moet je onthouden. De andere woorden schrijf je met ou. Denk aan het kapstokwoord kous.

Zie spellingweter 24.

1

Schrijf alle ou-woorden uit het woordpakket over.

bouwden goudmijn houten ijskoude mevrouwen

oerwoud ouderwets trouw tuinkabouter vasthouden 49


Tijd voor Taal accent 2

Zoek alle pakketwoorden zoals rustig en heerlijk. Schrijf ze correct op het passende bord. heerlijk(e) rustig(e)

akelige griezelig stekelig ijverig overige slaperige

hopelijk afzonderlijke gevaarlijk tamelijk

3

4

De letters zijn door elkaar geschud. Maak met alle letters een ou-woord. Schrijf het woord dan nog eens correct over. ohuten denvasthou woudoer nedwuob

houten

vasthouden

oerwoud

bouwden

twruo

owuedtesr

oksjiude

ngjoiumd

trouw

ouderwets

ijskoude

goudmijn

Hieronder zie je heel wat ou-woorden staan. Rangschik ze alfabetisch en schrijf ze correct op. vouwdoos – mouw – verkouden – trouwen – landbouw – ophouden – vrieskou

landbouw, mouw, ophouden, trouwen , verkouden, vouwdoos, vrieskou 5

Zoek de passende uitgang bij elk woord. Schrijf de woorden nog eens volledig. Kies uit deze uitgangen: ig, lijk, erig elig, elijk.

lijk persoonlijk bang elijk bangelijk persoon

________________

________________

erig slaperig rouw ig rouwig slap

________________

________________

elijk feestelijk stek elig stekelig feest

________________

________________

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 50

elijk vertrouwelijk ongeloof lijk ongelooflijk

vertrouw

________________

________________


Woordpakket 18

het applaus

benauwd

ik klauterde

de pauze

de wenkbrauwen

de avond

vanavond

onbewoond

de adem

nauwelijks

de bezem

bevriend

de bodem

bedtijd

het platteland

nauwkeurig stiekem

donkerblond

stomverbaasd

woedend

Woorden met au Au-woorden moet je onthouden. De andere woorden schrijf je met ou. Luister goed naar het au-lied! Kijk aandachtig naar de au-strip. Denk aan de au net als in saus.

Zie spellingweter 23.

Woorden met doffe e Je hoort een doffe e maar je schrijft: em of ond. Denk aan de kapstokwoorden adem, avond.

Zie spellingweter 28, 29.

Woorden met eindletter d/t d of t op het einde van een woord of een woorddeel: je gebruikt de verlengingsregel, bv. landen dus land, kaarten dus kaart. Let op! Bij een woorddeel moet je eerst hakken en dan de verlengingsregel gebruiken, bv. raadsel want raad ‌ raden. Denk ook aan het kapstokwoord hond.

1

Zie spellingweter 35.

Schrijf alle woorden uit het woordpakket correct over en onderstreep de doffe klinker in em of ond.

applaus, benauwd, klauterde, nauwelijks, nauwkeurig, pauze, wenkbrauwen, bezem, bodem, stiekem, avond vanavond, bevriend, bedtijd, donkerblond, onbewoond, adem, platteland, stomverbaasd, woedend 51


Tijd voor Taal accent 2

Zoek de doffe klinker in em en ond en kleur die. Schrijf de woorden dan nog eens correct over. koekoek – bezem – grasmaaier – avond – kapot – gezond – bodem – grijptang – adem – vanavond – bedtijd – stiekem – leeuw – zombie – tandpijn

bezem, avond, bodem, adem, vanavond, stiekem 3

Vul in: d of t. Gebruik de verlengingsregel. Schrijf het woord met eindletter d of t nog eens correct over.

benauwd David is teruggevonden op een onbewoon d eiland. onbewoond Zijn ouders zijn bevrien d met de president van Frankrijk. bevriend Onze juf was woeden d bij het zien van de rommel in de klas. woedend Ik voel me echt benauw

d

______

in een lift.

_____________________________________________

______

_________________________________________

______

_____________________________________________

______

4

_________________________________________

Vul in: au of ou. Bij twijfel gebruik je een woordenboek. Na de voorstelling was er een daverend appl Daar heb ik tr

au s.

______________

ou wens geen zin in!

______________

au ze verkochten ze veel ijsjes. De kinderen mochten de hele dag k au wgom k au wen. Hij werkte de oefening heel n au wkeurig af. Ik gebruik liever papieren zakdoekjes als ik verk ou den ben. In de vakantie moet ik altijd de was opv ou wen. +DVVHLV]R¿HUDOVHHQS au w met haar nieuwe jas. In au gustus vertrek ik naar de Franse kust. 'H¿OPSMHVYDQNDE ou ter Wesley vindt hij leuk. In de p

______________

______________

______________

______________

______________

______________

______________

______________

_____________

5

Rangschik de woorden alfabetisch: zomeravond – beadem – zeebodem – stiekem – gisterenavond.

beadem, gisterenavond, stiekem, zeebodem, zomeravond Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 52


Woordpakket 19

gebracht de zoektocht

zichtbaar voorzichtig

gezocht

de kustwacht

opgelucht de rechterkant de opdrachten

terecht

verkocht

middernacht

de achterkant

de krachten de wachters

reusachtig

prachtige we mochten

hij juichte

de vacht

Woorden met cht op het einde of in het midden van het woord Na een korte klank schrijf je altijd cht, behalve in ligt, legt en zegt. Bijvoorbeeld: lacht, gracht, licht, zocht, vlucht. Je schrijft cht net als in gezicht.

1

Zie spellingweter 36.

Schrijf alle woorden uit het woordpakket correct over en onderstreep de korte klank voor de cht.

gebracht, gezocht, kustwacht , verkocht, middernacht, zoektocht, opgelucht, terecht, achterkant, prachtige, zichtbaar, rechterkant, krachten, reusachtig, mochten voorzichtig, opdrachten, wachters, juichte, vacht

2

Onderstreep alle woorden met cht en schrijf ze achteraf nog eens over. rechterkant – gevangene – legt – vacht – mochten – vergadering – kustwacht – zegt – zichtbaar – verdriet – voorzichtig – verkocht – middernacht – gegeven – afgenomen – terecht – verdraagzaam – prachtige

rechterkant, vacht, mochten, kustwacht, zichtbaar , voorzichtig, verkocht, middernacht, terecht, prachtige

53


Tijd voor Taal accent 3

Vul in: gt of cht. Bij twijfel gebruik je een woordenboek. Schrijf dan de zin correct over.

gt een passend antwoord aan zijn buurmeisje. Hij vraagt een passend antwoord aan zijn buurmeisje. Volgende week zal het sle cht weer worden. Volgende week zal het slecht weer worden. Hij li gt nog steeds te slapen op de grond. Hij ligt nog steeds te slapen op de grond. Yana wa cht al een paar dagen op een brief van haar klasgenootje. Yana wacht al een paar dagen op een brief van haar klasgenootje. Dat wa cht woord ben ik vergeten. Dat wachtwoord ben ik vergeten. Het voorli cht YDQPLMQ¿HWVLVGHIHFW Het voorlicht van mijn fiets is defect. Hij vraa

_____________

_____________

_____________

_____________

_____________

_____________

4

Kleur in de woordzoeker tien woorden met cht. Zoek ´ en ¶. Schrijf ze correct over. f

o

k

p

i

c

h

a

a

m

t

v

e

r

k

o

c

h

t

z

u

i

t

t

o

c

h

t

a

s

c

k

r

a

c

h

t

g

o

k

h

e

a

c

h

t

t

i

e

n

t

o

c

h

t

e

n

d

y

l

l

a

a

t

b

l

i

c

h

t

i

k

r

a

c

h

t

b

a

l

p

g

e

d

r

o

c

h

t

w

m

e

s

t

w

e

h

w

i

a

verkocht uittocht kracht achttien tochten licht krachtbal gedrocht tucht kocht

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 54


Woordpakket 20

het besluit

het gemeentehuis

de kruiken

schuiven

een onweersbui

de ruimte

het rusthuis

uitgeput

uitgevonden

uitvoeren

gelukkig

eeuwig

triestig

vijfentwintig

onmogelijk

smakelijk

werkelijk

dagelijks

vreselijks

jarig

Woorden met ui De ui schrijf je net als in uil. Zie spellingweter 8.

Woorden met ig(e) Je hoort een doffe e maar je schrijft: ig(e): rustig, bezig, machtige ‌ We noemen ze rustig(e)-woorden. Je schrijft dus ig(e) net als in rustig(e). Zie spellingweter 19.

Woorden met doffe e in lijk(e) Je hoort een doffe e maar je schrijft (e)lijk(e): heerlijk, moeilijke ‌ We noemen ze heerlijk(e)-woorden. Je schrijft dus (e)lijk(e) net als in heerlijk(e). Zie spellingweter 20.

1

Schrijf alle woorden uit het woordpakket correct over en onderstreep de ui-woorden met groen, de rustig(e)-woorden met blauw en de heerlijk(e)-woorden met rood.

besluit, gemeentehuis, kruiken, onweersbui, ruimte, rusthuis, schuiven, uitgeput, uitgevonden, uitvoeren, gelukkig, eeuwig, triestig, vijfentwintig, onmogelijk, smakelijk, werkelijk, dagelijks, vreselijks, jarig 55


Tijd voor Taal accent 2

Rubriceer alle woorden uit het woordpakket in de passende kolom. ui net als in uil rustig(e)-woorden heerlijk(e)-woorden

besluit gemeentehuis gelukkig kruiken eeuwig onweersbui ruimte rusthuis triestig schuiven uitgeput vijfentwintig uitgevonden uitvoeren jarig 3

4

Zoek in elke zin de bijvoeglijke naamwoorden met ig(e) of lijk(e) en schrijf ze correct over.

droevige prachtig gelukkig feestelijk deftige vriendelijk

Bij het horen van dit droevige nieuws werden we even stil.

______________________________________________________

Het optreden van de clown TricTrac was prachtig.

______________________________________________________

Hij was helemaal niet gelukkig met de eerste prijs.

______________________________________________________

De tafel is feestelijk gedekt voor mijn verjaardagsfeest.

______________________________________________________

Mijn tante Ria is een deftige dame.

______________________________________________________

Guus is niet altijd vriendelijk voor zijn huisdieren.

______________________________________________________

Lees de kaartjes. Sommige woorden zijn niet volledig. Maak ze volledig en vul de kaartjes correct in.

ig ig lijke

racht________ Het is hier p _! zonn__________ weer. Heel een We beleven ! ___ reis __________ onvergete__ . Nina Dikke kus,

Jammer dat ik niet aanwez_________ kan zijn! Ik wens je een plezier_________ dag toe. Ik wil wel een foto waar je de kaarsjes uitblaast. Tante Helga.

ig

ige

lijke

lijke

Tijde______________ aanbieding! Ongeloof___________ maar toch waar. Alles aan tien euro.

_____ Vriende______ wege groeten van ’s. alle collega

lijk

Wat ee n droe v________ einde ___ van de match wens je . Ik een sp oed____ herste _____ l. Je co ach Bir ger.

ig

ig

Harte _____ _____ geluk _ wens en m gebo et de orte v an ju sprui l l i e kleine t. Koe n en Katrie n

Klaar? Maak de oefeningen op blz. 59-61. Zet eerst een kruisje. 56

onmogelijk smakelijk werkelijk dagelijks vreselijks

lijke


Werkwoorden 8

NEE Doe gewoon: - je verlengt, bv. gespeeld, verplaatst - of je schrijft zoals je het hoort: de vergrote foto, de verbrande vinger - of ...

Is het een pv.?

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

JA

NEE

t.t.?

v.t.?

Hoor je t achteraan?

Dat leer je volgend jaar!

JA Vervang door werken.

Doe gewoon. Bv. kom wachten antwoorden

werk dus stam bv. antwoord

werkt dus stam + t bv. antwoordt

Zie Spellingweter 38.

1 Vul correct in. Gebruik het werkwoordschema. Is het woord een pv.? Zo ja, hoor je een t achteraan? Nee Ja, doe zoals bij werken. Ik ... (stam) jij, hij, zij, de hond, Doe gewoon. ... jij? ... (stam + t)

vind vertrekt zoekt

Walid vertrek… morgen. De kabouter zoek… een paddenstoel. Vermij… zonnebaden in de felle zon! Onze buurman ze… de radio heel luid. Mijn opa vertel… spannende verhalen.

Doe gewoon.

kost

Deze mountainbike kos… veel geld. Groen vin… ik een mooie kleur.

Zo nee

vermijd zet vertelt 57


Tijd voor Taal accent 2

Vul de juiste werkwoordsvorm in. Als het nodig is, vervang je door werken. Doe zoals in het voorbeeld. vervang door LQ¿QLWLHI werken (ik zal ‌) komen lezen antwoorden werken worden voetballen doen

komt naar mijn feestje. Luna leest veel boeken. Dana antwoordt niet juist. Werken jullie graag in de winkel? Volgend jaar wordt mijn oma tachtig jaar. Stijn Desmedt voetbalt bij een nieuwe ploeg. We doen met onze klas mee aan de Laura

________________________________________

________________________________________________

________________________________________

________________________________________

________________________________________

________________________________________

werkt werkt werkt werken werkt werkt werken

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

_______________________________

zwemmarathon. schrijven

Dario

schrijft

________________________________________

zijn dagboek in zijn mooiste

werkt

_______________________________

handschrift. genezen

Met deze zalf

wandelen

Mijn kleine zus

geneest wandelt

________________________________________

de wonde heel snel.

________________________________________

door het spookhuis

werkt werkt

_______________________________

_______________________________

zonder angst. verraden worden maken worden

werkt verraadt haar tweelingzus nooit. Er wordt een baby geboren bij mijn tante. werkt We maken een wandeling op het strand. werken Alle archeologische vondsten worden op werken Fien

_______________________________

________________________________________

_______________________________

________________________________________

_______________________________

________________________________________

________________________________________

_______________________________

papier gezet.

3

Leg aan de hand van het werkwoordschema uit waarom Ik ben verbrand op die manier correct geschreven is.

geen pv, ik hoor een t achteraan, verlengen: verbranden, dus d. Klaar? Maak de oefeningen op blz. 61. Zet eerst een kruisje. 58


Vervolgopdrachten

Kies een of meer opdrachten. Spreek af met je juf of meester waar je de antwoorden moet noteren. Niet elke opdracht past bij elk woordpakket. Denk dus goed na over de keuze van de opdracht. Je kunt ook een ander woordpakket oefenen dan het woordpakket van de week. Als je het schrijven van werkwoorden wilt oefenen, kies dan een opdracht uit de laatste reeks. Je ziet: je hebt heel wat keuze!

Met deze oefeningen kun je snel aan de slag ‌ 1

Rijmwoorden Kies een woord uit het woordpakket en zoek zoveel mogelijk rijmwoorden. Maak er een wedstrijd van! Wie vindt het grootst aantal rijmwoorden in vijf minuten?

2

Woordenschildpad Teken een schildpad en zet in het schild de letters van een woord uit het woordpakket elk apart. Lees het woord dan hardop en schrijf het nog eens correct over. Kies een ander woord en maak een nieuwe schildpad.

3

Woorden opbouwen Kies een woord. Bouw het woord letter voor letter op. Neem een ander woord en doe hetzelfde. Zorg voor een mooie schikking in je schrift. Doe zoals in het voorbeeld: d dr dri drie driet drieta drietan drietand

4

Zinnen maken Kies een woord. Maak een zin met het woord erin. Duid het woord uit het woordpakket in de zin aan. Neem een ander woord en doe hetzelfde. Let op: vergeet de hoofdletters en leestekens niet! 59


Vervolgopdrachten 5

Woordenslang Bekijk de woorden van het woordpakket. Probeer een zo lang mogelijke woordenslang te maken. De laatste letter van het woord is de eerste letter van het volgende woord. Onderstreep die letter. Maak de volgende slang ‌ Lukt het met meer dan drie woorden? Doe zoals in het voorbeeld:

st

ot

da

alv

6

a

teru

gw

eg

as

ten

Zet alle woorden van het woordpakket in alfabetische volgorde.

Met deze oefeningen zoek je een klasgenoot ‌ 1

Zoek iemand uit de klas met wie je samenwerkt. Kijk goed naar het woordpakket. Keer na 30 seconden het blad van het werkschrift om en probeer zoveel mogelijk woorden uit het hoofd op te schrijven. Een van jullie schrijft de woorden op. Wanneer je geen woorden meer kunt noteren, draai je het blad weer om. Kijk nog even naar de woorden die jullie vergeten waren. Je krijgt nu 15 seconden. Draai het blad om en een van jullie schrijft de woorden die jullie je nu herinneren op. De oefening duurt net zo lang tot jullie alle woorden van het woordpakket correct hebben genoteerd.

2

Kies een woord uit het woordpakket. Schrijf dat woord met je vinger op de rug van je klasgenoot. Die moet dan het woord raden en noteren in het kladschrift. Probeer zoveel mogelijk woorden te zoeken en correct te schrijven. Wissel regelmatig: de een schrijft op de rug, de ander schrijft het woord in het schrift.

3

Partnerdictee Je maakt een dictee voor een klasgenoot. Ga per twee zitten. Dicteer tien woorden uit het woordpakket. Jouw klasgenoot noteert de woorden en jij mag ze achteraf verbeteren. Keer dan de rollen om.

60


Vervolgopdrachten Met deze oefeningen maak je je eigen taalspel. Voorzie wel de nodige tijd ‌ 1

Rap maken Bekijk de woorden uit het woordpakket. Kies er een aantal uit en maak een verhaal. Het verhaal kun je dan gebruiken om te rappen. Wie wordt rapkampioen?

2

Tekenaar Ontwerp zelf een nieuwe ei- of au-plaat met de ei- of au-woorden die we nu in het vierde leerjaar geleerd hebben.

3

Memoryspel maken Neem alle pakketwoorden en maak er een memoryspel mee. Als je niet weet wat een memoryspel is, vraag het dan even aan je juf of meester. Vraag ook karton en stiften om de kaartjes te maken en de woorden erop te noteren. Van elk woord moet je twee kaartjes maken. Als je klaar bent, kun je het spel spelen met je klasgenoten. Met deze oefeningen oefen je de werkwoordspelling ‌

1

Speurneus in boeken Neem een leesboek uit de klasbibliotheek en zoek zinnen met een persoonsvorm. Schrijf ze over en zet de persoonsvorm in een kleur. Schrijf dan nog eens de persoonsvorm apart op en onderstreep de uitgang.

2

Een brief schrijven Schrijf een brief naar de burgemeester van de stad of het dorp waar je woont. Vraag de burgemeester alles wat je wilt. Onderstreep in elke zin van je brief de persoonsvorm en omcirkel telkens de uitgang.

3

Vertel een mop Ken je een leuke mop? Schrijf ze op. Onderstreep in elke zin van de mop de persoonsvorm en omcirkel telkens de uitgang.

61


Mijn moeilijke 717 woorden Woordpakket woordpakket 1

62

Controledictee 1

2

Controledictee 2


Mijn moeilijke 717 woorden Woordpakket woordpakket 3

Controledictee 3

4

Controledictee 4

63


Mijn moeilijke 717 woorden Woordpakket woordpakket 5

64

Controledictee 5


Spellingweters woordpakket 7 14

1 Woorden die je schrijft zoals je ze hoort Tip: Denk aan de spellingkaart! Hak en luister goed! Woorden: hij praat, het dorp, het wiel

1

luister of kijk

2

herhaal en onthoud

3

schrijf

4

controleer

2 Korte woorden met een doffe e Tip: Luister goed! een rit het doel Er is genoeg. de bel Pak me!

er

een de me

het je

te

we ze

Woorden: je, we, ze, te, erop

3 Woorden met v of f Tip: De v bromt wel! De f bromt niet! Woorden: de fietstocht, aftellen, beleefd, de fakkel, we vatten ffffffff vvvvvroem

65


Spellingweters woordpakket 7 14

4 Woorden met oe Tip: Bij de oe schrijf je eerst de o en dan de e. Net als: De oe schrijf je net als in koek of poes. Woorden: de bedoeling driehoekige droevige de armoede de toekomst

boe!

5 Woorden met ie Tip: Bij de ie schrijf je eerst de i en dan de e. Denk aan het ie-beest! De ie gelijkt ook op 10!

ie

10

Net als: De ie schrijf je net als in tien. Woorden:2 de merrie 2 de peterselie 2 mammie 2 een serie 2 de zombie

6 Woorden met eu Tip: Bij de eu schrijf je eerst de e en dan de u. Net als: De eu schrijf je net als in reus, deur of neus. Woorden: de geldbeugel het reuzenrad ondeugend de keukenkast keuring

66

eu

eu


Spellingweters woordpakket 7 14

7 Woorden met een dubbel kopje of staartje Tip: Hak en luister goed! l en r zijn kleefletters: je hoort iets, maar je schrijft niets. Er zijn geen woorden die beginnen met sw. we grommen Woorden: vreselijk we plukken we zwemmen de kleding melk

dorp

8 Woorden met ui Tip: Bij de ui schrijf je eerst de u en dan de i. De ui schrijf je zonder j! Net als: De ui schrijf je net als in uil.

uil

Woorden: de achtertuin, het buitenland, huilende, duistere, het tuinhuisje

9 Woorden met aai, ooi, oei Tip: aai, ooi, oei schrijf je altijd aai, ooi, oei. Luister ook naar het spellied! Net als: De aai schrijf je net als in haai. De ooi schrijf je net als in kooi. De oei schrijf je net als in groei. Woorden: de papegaai, boeiende, moois, gloeiende, ooit refrein Heb je een probleempje bij het schrijven van een woord, dan moet je niet panikeren, want met een liedje wordt het wat eenvoudiger om te leren.

strofe over aai, ooi en oei Als je woorden met een aai of ooi of met een oei moet schrijven, dan schrijf je op ’t einde geen j, maar een i en die moet daar altijd blijven.

67


Spellingweters woordpakket 7 14

10 Woorden met eeuw, ieuw Tip: eeuw, ieuw schrijf je altijd eeuw, ieuw. Luister ook naar het spellied! Net als: De eeuw schrijf je net als in leeuw. De ieuw schrijf je net als in nieuw. Woorden: hij geeuwde, Nieuwjaar, de sneeuwbal, de spreeuw, ik vernieuw refrein Heb je een probleempje bij het schrijven van een woord, dan moet je niet panikeren, want met een liedje wordt het wat eenvoudiger om te leren. strofe over eeuw en ieuw In leeuw hoor je eeuw en in nieuw hoor je ieuw. Onthoud hoe je ’t schrijven moet. Je schrijft een u net voor de w en dan pas schrijf je ’t goed.

11 Woorden met sch, schr, str, spr Tip: De sch schrijf je net als in schat. De schr schrijf je net als in schreef. De str schrijf je net als in straat. De spr schrijf je net als in sprak. Woorden: het schoolhoofd we schuilen de streken het stripverhaal de schrijver

68


Spellingweters woordpakket 7 14

12 Woorden met ge, ver of be Tip: Veel woorden beginnen met ge, ver of be. Die stukjes worden met een e geschreven. Net als: De be schrijf je net als in begin. De ge schrijf je net als in gelijk. De ver schrijf je net als in verdriet. Woorden: we beleefden de bescherming het gegrom gefietst versleten

13 Woorden met doffe e aan het einde Tip: Doffe klinkers klinken dof. Je schrijft ze bijna altijd met een e, net als in einde. Ook in de woordstukjes en en ens, el en els, er en ers hoor je een doffe e. Net als: De doffe e schrijf je net als in einde. De en(s) schrijf je net als in jongen(s). De el(s) schrijf je net als in duivel(s). De er(s) schrijf je net als in meester(s). Woorden: de tunnels, de kapster, dubbel, ik tuimel, de bibber

69


Spellingweters woordpakket 7 14

14 Woorden met ng of nk, ngt of nkt Regel: nk schrijf je altijd nk (zonder g): bank, links ‌ Luister ook naar het spellied. Als je twijfelt, kun je ook verlengen! Bijvoorbeeld: doodsbange dus doodsbang, banken dus bank Twijfel je tussen ngt of nkt? Doe de t weg en verleng. Bijvoorbeeld: denkt, denken dus denk + t = denkt; mengt, mengen dus meng + t = mengt Net als: De nk schrijf je net als in bank. De ng schrijf je net als in ring. Woorden: het kettinkje, blinkende, de dierenwinkel, de bangerik, de hangmatten refrein Heb je een probleempje bij het schrijven van een woord, dan moet je niet panikeren, want met een liedje wordt het wat eenvoudiger om te leren.

strofe over ng en nk Op het einde van het woordje ring daar staat een n en een g. De laatste klank van het woordje bank is nk en dat is zonder g. Als de ng of nk in het midden staan dan hoor je het verschil niet goed, maar als je het woordje langer maakt, dan hoor je hoe het moet!

15 Woorden met eren, elen, enen Tip: In de woordstukjes eren, elen, enen hoor je zelfs twee doffe klinkers. Net als: De eren schrijf je net als in kinderen. De elen schrijf je net als in meubelen. De enen schrijf je net als in tekenen. Woorden: marmeren, we knutselen, we giechelen, we ontwikkelen, de kalveren

70


Spellingweters woordpakket 7 14

16 Verkleinwoorden op je Tip: Je schrijft eerst het grondwoord en dan je. Bijvoorbeeld: boekje = boek + je kindje = kind + je Opgelet: boontje, balletje, raampje Net als: De je schrijf je net als in kindje. De tje schrijf je net als in boontje. De etje schrijf je net als in balletje. De pje schrijf je net als in raampje. Woorden: het boerderijtje, het kwartiertje, het neushoorntje, het monstertje, het parapluutje

17 Samengestelde woorden Tip: Bij lange woorden moet je eerst hakken en dan plakken: hand + doek = handdoek oor + ring = oorring deur + slot = deurslot Woorden: de dwerggeitjes het kelderraampje kleurrijke allang muisstil

18 Woorden met uw Tip: Een lange u voor een w schrijf je altijd enkel. Bijvoorbeeld: duwt, schaduw ‌ Net als: De uw schrijf je net als in duw. Woorden: de schaduw, de zenuwen, we spuwen, sluw, sluwe

71


Spellingweters woordpakket 7 14

19 Woorden met ig(e) Tip: Je hoort een doffe e maar je schrijft ig(e): rustig, bezig, machtige … We noemen ze rustig(e)-woorden. Net als: De ig(e) schrijf je net als in rustig(e). Woorden: giftige gulzig krachtig rustige onveilig woorden sommige

20 Woorden met (e)lijk, (e)lijke Tip: Je hoort een doffe e maar je schrijft (e)lijk(e): heerlijke, moeilijke … We noemen ze heerlijk(e)-woorden. Net als: De (e)lijk(e) schrijf je net als in heerlijk(e). Woorden: aantrekkelijk gewoonlijk hartelijk heerlijke onmogelijk woorden goddelijk

72


Spellingweters woordpakket 7 14

21 Woorden met ei Tip: De ei begint met een eitje! Als je een woord in het ei-lied hoort (of op de ei-plaat ziet) dan schrijf je het met ei. Simpel toch? Net als: De ei schrijf je net als in trein. Woorden: het levenseinde, de treinreis, de vliegreis, de paaseieren, het afscheidslied Ei-lied

Een ei zoals in ei begint met een eitje! Vandaag leg ik een ei, zei de kip en ze legde een prachtexemplaar. Ze keek ernaar en dacht ‘k zag al vaak zo’n ei, maar ik weet niet goed meer waar. Ze nam haar rugzak en vertrok. Ze zocht de wereld rond. Elk woordje werd goed onderzocht tot ze heel wat eitjes vond. Ik ga op reis met de trein, zei de meid van het plein. In mei zoekt een geit klei in haar eigen wei. Het is geen geheim. Je vindt op de heide geen kleine kei, ook geen boot met een zeil. Einde.

Ei-brief

Beste mama, Ik wil reizen naar het kleinste eiland midden in de zee. Ik moet dus afscheid van je nemen, maar m’n knuffels die gaan mee. Teddy wordt er keizer, en Witje, het meisje, eigenaar van een mooie villa met een zwembad weliswaar. Ik geef ze eieren, allebei, ik koop ze op de markt. Ze lusten ze niet zachtgekookt, maar enkel keihard. Ik bouw er een paleis met een geheime gang. Ik speel er allerlei spelletjes en ik kleur er het behang. Mijn vriendinnetjes zeiden: “Duurt zo’n reis niet wat lang?” Nu ik erover nadenk, komt die toch nog wat te vroeg, want een schoolreis van een dag vind ik al lang genoeg. Ik denk dat ik deze reis een eindje zal uitstellen. Ik hoop dat je vanavond een verhaaltje zult vertellen. Liefs, Stoere Saar

73


Spellingweters woordpakket 7 14

22 Woorden met ij Tip: Als je een woord NIET in het ei-lied hoort (of op de ei-plaat ziet) dan schrijf je het met ij. Net als: De ij schrijf je net als in blij. Woorden: vlakbij waarbij we blijven we kijken de prijsvraag dolblij

23 Woorden met au Tip: Als een woord in het au-lied of de au-strip komt, dan schrijf je het met een au. Simpel toch? Net als: De au schrijf je net als in saus. Woorden: flauwgevallen, lichtblauwe, nauwelijks de automaten, grauw Au-lied Au! Wat doet dat pijn! Wat doet dat pijn! Al die woorden in mijn hoofd. Alle woorden met een au stop ik vandaag in mijn hersenpan. Laura heeft de auto van de paus met blauwe saus overgoten. En ze pikte ook een veer van een mooie pauw, dat vond iedereen wel flauw. In augustus riep een tijger: “Help me dan! Er hangt kauwgom uit de automaat in mijn wenkbrauw! Ook mijn klauwen zijn vuil en mijn pels is grauw. Toe, was me nu maar gauw!”

74

Eerste prijs


Spellingweters woordpakket 7 14

24 Woorden met ou Tip: Als je een woord NIET in het au-lied hoort (of op de au-strip ziet) dan schrijf je het met ou. Net als: De ou schrijf je net als in kous. Woorden: gehouden, goudgele, houten, gouden, de goudmijn

25 Woorden met g of ch Tip: Twijfel je tussen g of ch? Meestal schrijf je g! Net als: De g schrijf je net als in weg. De ch schrijf je net als in zich. Woorden: een winterdag, glimlachen de rugpijn, de middagpauze, we logen

pech lach zich

26 Banaanwoorden Tip: Bij sommige woorden van vreemde oorsprong mag je na de a, die soms kort wordt uitgesproken, niet verdubbelen. Die woorden noemen we banaanwoorden. Je moet ze onthouden. Veel van die woorden staan op de banaanplaat. Net als: De korte a in sommige woorden van vreemde oorsprong schrijf je net als in banaan. Woorden: de kamelen de parapluutjes het plafond de planeet een salon

75


Spellingweters woordpakket 7 14

27 Woorden met wr Tip: Sommige woordenworden met vr uitgesproken, maar schrijf je met wr. Die woorden moet je onthouden: wrat, wringen, wreed ‌ Net als: De wr schrijf je net als in wrat. Woorden: wreed, wrijven, wratten, wrevel, wrongel, wreken

28 Woorden met ond of or Tip: Sommige woorden worden met een doffe e uitgesproken en met ond of or geschreven. Die woorden moet je onthouden: avond, motor ‌ Net als: De ond schrijf je net als in avond. De or schrijf je net als in motor. Woorden: gisterenavond vrijdagavond horrorfilm

29 Woorden met em Tip: Sommige woorden worden met een doffe e uitgesproken en met em geschreven. Die woorden moet je onthouden. Net als: De em schrijf je net als in adem. Woorden: de ademnood de zeebodem de bezems de bliksemafleider de bodemvervuiling

76

Ik adem!


Spellingweters woordpakket 7 14

30 Woorden met een korte klank Tip: Luister goed: kort of lang? a, e, i, o, u

Regel: Kort schrijf je zo: a, e, i, o, u. Woorden: het holletje de hutten dunner de redder ze blaffen

31 Woorden met achteraan s of f Tip: Luister goed naar het staartje: s of f ? Regel: achteraan schrijf je nooit z of v ! Woorden: zombies bu woonplaats terras de schooljuf de puf

s

f

ju

32 Woorden met een lange klank Tip: Luister goed: kort of lang? Regel: Lang schrijf je zo: aa, ee, oo, uu. Woorden: de aansteker daarboven de zeebodem de woonkamer voorlezen

aa, ee, oo, uu

77


Spellingweters woordpakket 7 14

33 Woorden met ee op het einde Regel: Op het einde van een woord schrijf je ee dubbel. Tip: Ook als het woord een deel is van een ander woord, schrijf je ee dubbel: mee, meedoen, meegaan, twee, tweede … Net als: De eind-ee schrijf je net als in twee. Woorden: meemaken, meespelen de zeebodem meegenomen meepakken

34 Woorden met a, o of u op het einde Regel: Op het einde van een woord schrijf je a, o en u enkel: ga, zo, nu … Net als: De eind-a (lang) schrijf je net als in ga. De eind-o (lang) schrijf je net als in zo. De eind-u (lang) schrijf je net als in nu. Tip: Ook als het woord een deel is van een ander woord, schrijf je a, o en u enkel: jawel, zozeer … Woorden: aha, zodra, de salto, ziezo, rara ... 78

Zo ga je nu!


Spellingweters woordpakket 7 14

35 Woorden met -d of -t, woorden met -b of -p Regel: d of t op het einde van een woord? Als je twijfelt, moet je verlengen. Dat doe je door het woord langer te maken: landen dus land, kaarten dus kaart. Ook als je twijfelt tussen b of p op het einde van een woord, kun je verlengen: lopen dus loop, hebben dus heb. Net als: De eind-d schrijf je net als in hond. De eind-t schrijf je net als in tent. De eind-b schrijf je net als in heb. De eind-p schrijf je net als in pop. Tip: Verlengen doe je zo: voeg aan het einde van woord e, en of er toe. Soms zitten d- of t-woorden in een ander woord verstopt. Bijvoorbeeld: brandweer Woorden: donkerblond onbekend razendsnel de bladzijde doodziek

Verlengen!

e en er

79


Spellingweters woordpakket 7 14

36 Woorden met gt of cht Tip:

Let op! De kip ligt in het hok, legt een ei en zegt tok tok.

gt of cht? ja

cht

nee

gt

korte klank?

Regel: Twijfel je tussen gt of cht? Na een korte klank schrijf je altijd cht, behalve in ligt, legt en zegt. Net als: De gt schrijf je net als in jaagt. De cht schrijf je net als in gezicht. Woorden: de fietstocht, de gedachten, hij onderzocht, opgelucht, verlicht refrein Heb je een probleempje bij het schrijven van een woord, dan moet je niet panikeren, want met een liedje wordt het wat eenvoudiger om te leren. strofe over cht Het woordje nacht heeft c h t want die a die klinkt heel kort. Na een andere klank schrijf je g en t. Zo krijg je een goed rapport. De kip ligt in het hok, legt een ei en zegt tok tok. In dit rijmpje hoor je ligt, legt, zegt die schrijf je toch met g en t.

80


Spellingweters woordpakket 7 14

37 Verenkelen of verdubbelen Regel: Hoor je op het einde van de klankgroep een korte klank, dan verdubbel je de medeklinker. Hoor je op het einde van de klankgroep een lange klank, dan verenkel je de klinker. Hoor je op het einde van de klankgroep een andere klank, dan doe je gewoon. Tip: Hak het woord eerst in klankgroepen. Pas de regel toe op de laatste klank van elke klankgroep! Vergeet niet: klinkers kun je roepen, medeklinkers kun je niet roepen. Net als: Verdubbelen doe je net als in zatte vette kippen stoppen bussen. Verenkelen doe je net als in apen zweven over muren. Je doet gewoon net als in zieke schilders moeten genoeg rusten. Woorden: afspreken, het leventje, de gewassen, de linnenbak , het marsmannetje ik

ik 1 klinker en 2 medeklinkers

Ik luister naar het einde van de klankgroep.

korte klank

verdubbelen

ik

ik 1 klinker en 1 medeklinker

lange klank

verenkelen

ik

ik

andere klank

gewoon

Zatte vette kippen stoppen bussen GROEN

Apen zweven over muren ROOD

Zieke schilders moeten genoeg rusten omdat ...

Tip Hoor je na de klinker twee verschillende medeklinkers, dan doe je dus ook gewoon.

81


Spellingweters woordpakket 7 14

38 Werkwoorden: de tegenwoordige tijd Tip: Pas het werkwoordschema alleen toe als je de pv. vindt! De pv. vind je heel gemakkelijk door van de zin een ja-neevraag te maken. De pv. staat dan altijd vooraan. Bijvoorbeeld: Zin: Ik word ziek. Vraagzin: Word ik ziek? Regel: Volg het werkwoordschema. Net als:1 Als je de pv. vervangt door werken, dan hoor je welke 1 uitgang de pv. heeft. 1 Bijvoorbeeld: Zin: Ik word ziek. Vraagzin: Word ik ziek? 1 Vervangzin: Ik werk. Dus: Ik word zonder t want ik hoor 1 geen t in werk. Woorden: Ik zwem 1 Jij vergeet 1 Loop jij? 1 Hij/zij antwoordt 1 Wij babbelen

HOE SCHRIJF JE WERKWOORDEN?

NEE Doe gewoon: - je verlengt, bv. gespeeld, verplaatst - of je schrijft zoals je het hoort, de vergrote foto, de verbrande vinger - of ...

Is het een pv.? JA

NEE Doe gewoon. Bv. kom wachten antwoorden

82

t.t.?

v.t.?

Hoor je t achteraan?

Dat leer je volgend jaar!

JA Vervang door werken. werk dus stam bv. antwoord

werkt dus stam + t bv. antwoordt


Spellingweters woordpakket 7 14

39 Woorden met oo voor ch Regel: Je schrijft de lange o voor ch altijd dubbel: goochelen, goochelaar‌ Net als: De lange o voor ch schrijf je net als in goochelen. Woorden: hij goochelt hij loochent ik goochel

40 De punt, het vraagteken, het uitroepteken Regel: De punt sluit een zin af: . Het vraagteken sluit een vraagzin af: ? Het uitroepteken sluit dikwijls een zin af met een wens, bevel, waarschuwing: !

?!.

41 De komma en de dubbele punt Regel: De komma brengt een rustpauze in een opsomming aan. De dubbele punt kondigt een opsomming aan. Tip: Jan verzamelt vlinders, bladeren, stenen en schelpen. Dit drinkt Jan graag: wijn, bier, melk en fruitsap.

83


Spellingweters woordpakket 7 14

42 Aan het begin van de zin en bij persoonsnamen Regel: Je schrijft een hoofdletter aan het begin van een zin. De eerste letter van een persoonsnaam schrijf je ook met een hoofdletter: Jan, Piet, Karel ‌ Tip: Gisteren gingen Jan en Piet naar de kermis.

43 Namen van (kerkelijke) feestdagen Regel: Namen van (kerkelijke) feestdagen schrijf je met een hoofdletter: Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Allerheiligen, Allerzielen, Suikerfeest ‌ Tip: Voor Achmed is het een belangrijke dag: het is de start van het Suikerfeest.

84

Profile for VAN IN

TvT accent - Spelling 4: werkschrift - correctiesleutel  

TvT accent - Spelling 4: werkschrift - correctiesleutel