Page 1

T

E

S

T

V

E

R

S

IE

Groeiboekje

dit groeiboekje is van:


Welkom in jouw Groeiboekje! Dit boekje groeit met je mee van klas 1 tot 6. Elk schooljaar noteer je hier het resultaat van enkele meetactiviteiten. Je juf of meester vertelt je wanneer en waar je dat moet doen. Zo kun je jaar na jaar zien hoe je gegroeid bent!

Maar ... ‘je groeit ook binnenin’. Dus gaan we ook daarmee aan de slag in dit boekje. Je leert en oefent hier allerlei tips en trucjes om uit te groeien tot een echte kanjer!

Na de zomervakantie gaat het boekje met je mee naar de volgende klas. Draag er dus zorg voor en ... speel het niet kwijt!

Klaar? Daar gaan we!

3


Ik groei 1 Mijn lengte

Mijn gewicht 2

3

Mijn schoenmaat en mijn voetomtrek

Mijn snelheid 4

5

Hoe hoog ik kan springen

Hoe ver ik kan springen

7

6

Hoe ver ik kan zwemmen

8 Hoe laat ik naar bed ga 9

Leuke weetjes!

6


1

Mijn lengte Meet hoe groot je bent. Schrijf je lengte in de tabel en kleur ze in op het diagram. Noteer je kledingmaat in de laatste kolom van de tabel. Die vind je op het etiket van je trui of T-shirt.

Mijn lengte lengte

klas

datum

lengte

1 m 85 cm

1



m

cm 



m

cm 

1 m 80 cm

 1 m 75 cm



·

·

m

cm 



·

·

m

cm 



·

·

m

cm 



·

·

m

cm 



·

·

m

cm 



·

·

m

cm 

1 m 70 cm

1 m 65 cm

1 m 60 cm

1 m 55 cm

1 m 50 cm

1 m 45 cm

1 m 40 cm

1 m 35 cm

1 m 30 cm

1 m 25 cm

1 m 20 cm

1 m 15 cm

1 m 10 cm

1 m 5 cm

1

klas

7


2

Mijn gewicht Weeg hoe zwaar je bent. Doe je schoenen uit voordat je op de weegschaal gaat staan. Schrijf je gewicht in de tabel en kleur het in op het diagram.

Mijn gewicht gewicht

klas

datum

gewicht

95 kg

1



kg



kg

90 kg

 85 kg



·

·

kg



·

·

kg



·

·

kg



·

·

kg



·

·

kg



·

·

kg

80 kg

75 kg

70 kg

65 kg

60 kg

55 kg

50 kg

45 kg

40 kg

35 kg

30 kg

25 kg

20 kg

15 kg

1

8

klas


Ik groei ook binnenin 1 Ik zet door.

Ik leer mijn talenten kennen.

3

2

Ik kom op voor mijn mening.

4 Ik oefen om een (wiskunde-) probleem op te lossen. 5

Ik ga op onderzoek.

6 Ik neem initiatief.

16


7

Ik plan mijn (huis)werk en lessen.

8 Ik evalueer mijn werk.

9

Ik kan zelfstandig werken.

10

Ik kan samenwerken met anderen.

11 Ik werk nauwkeurig. 12

Ik gebruik mijn materiaal correct.

17


1

Ik zet door. Doorzetten betekent: volhouden, ook als het wat moeilijker gaat. Kleur het bolletje  (meestal),  (soms) of  (nooit). klas 1 













Ik vind het leuk om iets nieuws te leren.

       

Ik durf een uitdaging aangaan.

       

Ik ben droevig of boos als iets niet meteen lukt.

       

Ik durf hulp vragen wanneer ik iets niet begrijp.

       

Ik blijf doorzetten tot ik het kan.

       

Ik ben zenuwachtig voor een toets.

       

Ik werk graag tegen de tijd.

       

Ik geloof in mezelf en in wat ik kan.

       

Lukt het niet meteen? Misschien helpen deze tips! Denk na: hoe lukte het de vorige keer?

Zoek iemand die je kan helpen.

Verdeel het probleem in stapjes. Los ze een voor een op.

18

Vraag eens hoe de juf, de meester, je vriend ... het zou oplossen.

Maak een tekening of schema bij het probleem.

Maak eerst een oefening die wél lukt.


3

Ik kom op voor mijn mening. Opkomen voor je mening betekent: op een fijne manier vertellen hoe jij erover denkt of wat jij ervan vindt. Kleur het bolletje  (meestal),  (soms) of  (nooit). klas 1 













Ik durf praten in een groep(je).

       

Ik heb vaak een eigen mening.

       

Ik sta open voor andere meningen.

       

Een andere mening kan me soms overtuigen.

       

Ik weet het meestal beter.

       

Ik twijfel vaak aan mezelf.

       

Ik vind het makkelijk een mening te vormen.

       

Als iedereen ‘wit’ zegt, durf ik toch ‘zwart’ zeggen.

       

Deze tips helpen je om duidelijk op te komen voor je mening! Jouw mening is de moeite waard! Durf je mening geven.

Praat duidelijk, zodat iedereen je verstaat.

Kijk de ander aan. Zo zal die beter naar je luisteren.

20

Bedenk vooraf wat je wilt vertellen. Wees kort en krachtig.

Wacht het juiste ogenblik af. Onderbreek de anderen niet.

Luister ook naar de mening van anderen. Probeer hen te begrijpen.

Reken Maar groeiboekje  
Reken Maar groeiboekje  

Voorbeeld uit het groeiboekje van de methode wiskunde Reken Maar voor het lager onderwijs.