Issuu on Google+

2 editie e

www.mundo-online.nl Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek leerjaar 2 VMBO-T/HAVO/VWO

2e editie Mens en maatschappij leerjaar 2 vmbo-t/havo/vwo lesboek

www.mundo-online.nl

9006488036_omslag.indd 1

07-02-14 11:24


Mens en maatschappij

2e editie

Lesboek

leerjaar 2 vmbo-t/havo/vwo

Auteurs: Liesbeth Coffeng, Lonneke Metselaar, Ilse Ouwens, Theo Peenstra & Paul Scholte Eindredactie: Liesbeth Coffeng & Theo Peenstra

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 1

04-02-14 15:27


Methodeoverzicht lwoo/vmbo-bk

vmbo-kgt

vmbo-t/havo/vwo

Leerjaar 1

Lesboek leerjaar 1 vmbo-kgt

Lesboek leerjaar 1 vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift 1 Wie ben ik?

Themaschrift 1 Wie ben ik?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 2 Wat eten we vandaag?

Themaschrift 3

Toerisme

Themaschrift 3 Toerisme

Themaschrift 3 Toerisme

Themaschrift 4

Rampen en plagen

Themaschrift 4 Rampen en plagen

Themaschrift 4 Rampen en plagen

Themaschrift 5

De stad

Themaschrift 5 De stad

Themaschrift 5 De stad

Themaschrift 6

Arm en rijk

Themaschrift 6 Arm en rijk

Themaschrift 6 Arm en rijk

Projectschrift 2

Wat eten we vandaag?

Projectschrift 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift 2 Wat eten we vandaag?

Projectschrift 5

De stad

Projectschrift 5 De stad

Projectschrift 5 De stad

Themaschrift 1

Wie ben ik?

Lesboek leerjaar 2 vmbo-kgt

Lesboek leerjaar 2 vmbo-t/havo/vwo

Themaschrift 7

Wereldhandel

Themaschrift 7 Wereldhandel

Themaschrift 7

Themaschrift 8

Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 8 Hoe vrij ben jij?

Themaschrift 9

Milieu

Themaschrift 9 Milieu

Themaschrift 9 Milieu

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 10

Europa

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 11

Conflict in Israël

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Themaschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Projectschrift 9

Milieu

Projectschrift 9 Milieu

Projectschrift 9 Milieu

Projectschrift 12

Wie wonen er in Nederland?

Projectschrift 12

Projectschrift 12

Leerjaar 2

Wie wonen er in Nederland?

Wereldhandel

Wie wonen er in Nederland?

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Docentenhandleiding

Toetsen

Toetsen

Toetsen

Leerlingensite

Leerlingensite

Leerlingensite

Docentensite

Docentensite

Docentensite

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15. ISBN 978 90 06 48803 6 Tweede druk, tweede oplage, 2015 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Mundo 2e editie is mede gebaseerd op Mundo 1e editie. Aan Mundo 1e editie werkten mee: Kirsten Bos, Liesbeth Coffeng, Jeanine Cronie, Mariska Jansen, Marieke Kleinhuis, Jeannette Kooistra, Juul Lelieveld, Brigitte van Meurs, Eva Noort, Marieke van Osch, Theo Peenstra, Paul Scholte, Ferry Siemensma, Floris Ternede, Barbara Visschedijk, Jaap-Hein Vruggink.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

06488036_THV2_LB_methodeoverzicht.indd 2

27/02/15 10:03


3

Inhoud Hoe werk je met Mundo?

4

Thema 7 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wereldhandel Peper en nootmuskaat Menukaart 1 Koffie en suiker Menukaart 2 Schoenen en mobieltjes Menukaart 3 Jij en de wereldhandel

6 8 12 14 18 20 24 26

Thema 11 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Conflict in Israël Israël Menukaart 1 Ontstaan van het conflict Menukaart 2 Vrede in zicht? Menukaart 3 Meningen

94 96 100 102 106 108 112 114

Thema 8 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Hoe vrij ben jij? Franse volk eist vrijheid Menukaart 1 Vrijheid in Nederland Menukaart 2 Zorg of bemoeizucht? Menukaart 3 Helemaal vrij?

28 30 34 36 40 42 46 48

Thema 12 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Wie wonen er in Nederland? Baby’s en bejaarden Menukaart 1 Komen, blijven of weggaan? Menukaart 2 Nederland in de toekomst Menukaart 3 Hoe leef jij in 2040?

116 118 122 124 128 130 134 136

Thema 9 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Milieu Milieu en milieuproblemen Menukaart 1 Milieuvervuiling, een nieuw probleem? Menukaart 2 De toekomst van het milieu Menukaart 3 Het milieu en ik

50 52 56 58 62 64 68 70

Tijdwijzer

138

Vaardigheden

144

Register

156

Illustratieverantwoording

158

Thema 10 Blok 1 Blok 2 Blok 3 Blok 4

Europa Eerste Wereldoorlog en crisis Menukaart 1 Tweede Wereldoorlog Menukaart 2 Nooit meer oorlog Menukaart 3 Jij en Europa

72 74 78 80 84 86 90 92

Voor de docent

160

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 3

04-02-14 15:27


4

Hoe werk je met Mundo? Dit is het lesboek van Mundo. Samen met het themaschrift heb je dit boek elke les nodig voor het vak mens en maatschappij. Voor de ict-opdrachten heb je ook nog het internet nodig: je vindt de opdrachten op www.mundo-online.nl. Hoe je met het lesboek en het themaschrift werkt, leggen we je op deze pagina’s uit.

Blokken 30

Franse volk eist vrijheid

Blok 1

De Franse koning Lodewijk XIV (je zegt: Lodewijk de veertiende) was in de zeventiende eeuw de machtigste koning van Europa. In 1643 werd hij koning en bleef dat tot zijn dood in 1715. Lodewijk voerde een politiek van centralisatie. Vanuit zijn paleis nam hij alle beslissingen. Ambtenaren zorgden ervoor dat zijn bevelen overal in het land werden uitgevoerd. Frankrijk kreeg onder Lodewijk XIV één leger en er kwam één wet. Lodewijk hield nauwlettend in de gaten dat al zijn besluiten werden uitgevoerd. Hij had alle macht. Maar weinig mensen protesteerden tegen deze absolute macht van de koning. De mensen in Frankrijk, en ook Lodewijk zelf, dachten dat God de macht had gegeven aan de koning. En een door God aangestelde koning stuur je niet zomaar weg. Lodewijks manier van besturen heet absolutisme. Het heeft twee kenmerken: 1 de koning heeft alle macht, 2 de macht van de koning is door God gegeven. Lodewijk woonde met duizenden edelen en bedienden in een groot paleis in Versailles, bij Parijs. Hij zorgde ervoor dat de edelen aan zijn hof een luxe leventje konden leiden. Ze werden vermaakt met toneelvoorstellingen, jachtpartijen en enorme feesten. Zo kon de koning de edelen goed in de gaten houden, zodat ze niet tegen hem in opstand zouden komen.

50

51

Thema 9 Milieu Start

Thema 9: Milieu

start

BRON 3 Lodewijk XIV spreekt tot zijn ministers, 1661.

Boeren en burgers betalen

Frankrijk was in de zeventiende eeuw een standenmaatschappij. Dat betekende dat niet iedereen gelijk was, maar hoorde bij zijn eigen groep of stand. De bevolking bestond uit drie standen: 1 geestelijkheid, 2 adel en 3 de rest van de bevolking, ook wel de derde stand genoemd. De adel en de geestelijkheid hadden veel voorrechten: privileges. Zij hoefden bijvoorbeeld geen belasting te betalen. Ook hadden zij eigen rechtbanken met rechters uit hun eigen stand. Het grootste deel van de derde stand bestond uit boeren. De meeste boeren waren erg arm, maar moesten wel belasting betalen. Ook moesten zij een deel van de oogst afstaan aan de landheer en onbetaalde klussen (herendiensten) voor hem doen. De boeren wilden graag een eigen stuk grond. Dan hadden ze geen verplichtingen aan een heer. Verder vonden de boeren dat ook de geestelijkheid en de adel belasting moesten gaan betalen. De burgers in de steden behoorden ook tot de derde stand. Zij waren advocaat, koopman, bankier of jurist. Deze mensen hadden een goede opleiding gevolgd en waren vaak rijk. Ze waren het er niet mee eens dat zij wel belasting moesten betalen, maar in de politiek niets te zeggen hadden.

Heren luister. Nu minister Mazarin overleden is, is de tijd aangebroken dat ik zelf het land ga regeren. God heeft mij als koning aangesteld. Alleen Hem ben ik verantwoording schuldig. Ik heb besloten geen eerste minister meer te nemen. Niets is zo onwaardig als aan de ene kant alle macht te bezitten en aan de andere kant slechts de titel van koning te dragen. BRON 1 Lodewijk XIV omringde zich met pracht en praal.

Nieuwe ideeën over vrijheid

BRON 2 Lodewijk XIV spreekt tot zijn ministers, 1661.

Schilderij van de Franse hofschilder Rigaud uit 1701.

1700

1800 TIJD VAN PRUIKEN EN REVOLUTIES

1715: dood van koning Lodewijk XIV

1850 TIJD VAN BURGERS EN STOOMMACHINES

1789: Franse Revolutie 1795: Fransen de baas in Nederland

1799: Napoleon aan de macht

Start

U zult mij alleen helpen met uw raad als ik u erom vraag. Ik verbied u ook maar iets te ondertekenen buiten mijn opdracht om. Ik wens dat u bij mij persoonlijk iedere dag verantwoording aflegt over wat u gedaan hebt. (…) U weet nu wat mijn wil is. Het enige dat u nu nog hoeft te doen, is mijn wil uitvoeren.

Een machtige koning

Het lesboek bestaat uit zes thema’s. Een thema is op een vaste manier opgebouwd: een Start, en daarna een aantal Blokken en Menukaarten. Achter in het lesboek vind je nog de Tijdwijzer en de Vaardigheden.

31

Thema 8 Hoe vrij ben jij? Blok 1 Franse volk eist vrijheid

Willem I koning van Nederland

1815: Napoleon verslagen 1848: Nederland krijgt nieuwe grondwet

In de achttiende eeuw ontstonden in West-Europa nieuwe ideeën over wetenschap en politiek. Deze verandering in het denken wordt de Verlichting genoemd. Verlichte denkers gingen uit van twee belangrijke ideeën. • De kracht van het verstand (de rede). Mensen moesten zelf gaan nadenken en niet zomaar geloven wat er gezegd werd, bijvoorbeeld door de Kerk of de regering. Met behulp van de rede zouden natuurwetten ontdekt kunnen worden en problemen worden opgelost. Verlichte denkers waren optimistisch: zij geloofden in de vooruitgang.

BRON 4 De drie standen. Op de steen staat: taille (belasting op inkomen), impots (andere belastingen) en corvees (herendiensten).

• De mens is van nature gelijk en vrij. De mensen

moesten in vrijheid kunnen leven, zodat ze kritisch konden nadenken en hun mening konden geven. De standenmaatschappij moest daarom afgeschaft worden. Verlichte denkers hadden kritiek op het absolutisme. Absolute vorsten lieten hun onderdanen meestal niet vrij. Ook waren verlichte denkers het niet eens met het idee dat koningen hun macht van God hadden gekregen. Het volk kon dus best een slechte koning afzetten. Ook vonden verlichte denkers het niet goed dat één persoon alle macht had in een land. Dat leidde snel tot machtsmisbruik. De Franse denker Montesquieu bedacht een theorie om de macht in een land te verdelen: de trias politica, de leer van de drie staatsmachten. Volgens Montesquieu moest het volk de wetten maken (wetgevende macht), de koning moest de wetten uitvoeren (uitvoerende macht) en de rechters moesten ervoor zorgen dat iedereen op dezelfde manier berecht zou worden (rechterlijke macht).

Nederland krijgt grondwet

In de blokken staat de lesstof die je moet leren: begrippen, leerteksten, beeld- en tekstbronnen. Je gebruikt deze informatie om de opdrachten in het themaschrift te maken. In blok 1 en 4 gaat het vooral over wat het onderwerp met jou en jouw omgeving te maken heeft.

Plastic soep

Je denkt er misschien niet zo bij na, maar wat gebeurt er met een plastic colaflesje dat op straat slingert? Misschien wordt het opgeveegd door de gemeentereiniging, maar het kan evengoed in de gracht rollen. Dan drijft het mee naar een gemaal, waar het uit het water gezeefd kan worden. Of het wordt met het water in de rivier gepompt. Via de rivier komt het in zee, waar het meegevoerd wordt door een zeestroom. Zeestromen komen op een paar plekken in de oceanen samen. Drijvend plasticafval komt daar ook terecht. De enorme hoeveelheden afval die de laatste decennia van schepen en boorplatforms, maar ook via rivieren in zee zijn gekomen, drijven op die plekken jarenlang rond. Die plekken zijn ontzettend groot. In de Grote Oceaan drijft een plastic soep die ongeveer twee keer zo groot is als de Verenigde Staten. Charles Moore, een Amerikaanse oceanoloog, vindt de plastic soep een groot probleem. Hij zeilde de oceaan over en voer toen een week lang door de rommel. Er zit van alles tussen, van legosteentjes en flessendoppen tot complete kano’s. Veel mensen denken dat de plastic soep een soort eiland is, waar je bijna overheen kunt lopen. Maar het ernstige van het probleem is, dat je het juist niet ziet. De plastic troep drijft net onder het wateroppervlak in een laag van ongeveer tien meter diep. Daardoor kun je het niet met een satelliet zien. Jaarlijks sterven er een miljoen vogels en honderdduizend zeezoogdieren omdat ze injectiespuiten, aanstekers en tandenborstels inslikken, die ze voor voedsel aanzien.

Menukaarten 46

Hoofdvraag van diT THeMa: Welke invloed hebben mensen op het milieu?

Met voorleesverhaal! (in de docentenhandleiding)

C

A Begrotingsspel

b

B

Willem Drees

MET EXTRA BRONNEN VOOR VWO

‘Het toonbeeld van een Nederlander zoals wij die gaarne zien’, schreef het NRC Handelsblad in 1947 over Willem Drees (1886-1988), die toen minister van Sociale Zaken was voor de Partij van de Arbeid. Het sobere karakter van Drees – ‘niet alles kan, en zeker niet alles tegelijk’ – paste goed in de armoedige tijd van de Wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Net als de gewone man leefde Drees zuinig: hij woonde in een rijtjeshuis in Den Haag en ging lopend of fietsend naar zijn werk. Van drank en sigaren, geliefd bij alle ministers, moest hij niets hebben. Maar Drees werd niet alleen gewaardeerd om zijn levensstijl. Hij stond in 1947 aan de wieg van de Algemene Ouderdoms Wet (AOW) door de invoering van de Noodwet Ouderdomsvoorziening, waardoor iedereen van 65 jaar en ouder een uitkering kreeg. Vanuit het hele land ontving de minister cadeaus en bedankbrieven van ouderen, die hem liefkozend Vadertje Drees noemden. Bron 26 Willem Drees aan het werk.

Belastingen in de Europese Unie

Belastingdruk

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Begrotingsspel’.

Vadertje Drees

In de Start lees je een verhaal over het thema. Je ontdekt waar het thema over gaat.

47

Thema 8 Hoe vrij ben jij? Menukaart 3 met keuzemenu Economie Zorg of bemoeizucht?

Menukaart 3

Op dit moment kunnen de landen die lid zijn van de Europese Unie (EU) zelf bepalen hoeveel belasting hun bevolking moet betalen. Misschien verandert dat in de toekomst, als de Europese regeringen hun gezag overdragen aan een Europese regering. Er ontstaat in dat geval een ‘echte’ Verenigde Staten van Europa met een Europese regering in Brussel. Die regering bepaalt dan de hoogte van de belasting voor alle inwoners van de EU. Zo ver is het nog niet. Daarom zijn er nu nog grote verschillen in de belastingheffing van de EU-landen. Dat kan vooral interessant zijn voor mensen die in de grensstreek wonen. Door de belastingverschillen ontstaan er namelijk prijsverschillen. Stel je woont in Limburg, ga je dan boodschappen doen in Maastricht of in Aken? En ga je een huis kopen in Maastricht of in Luik? In bron 28 staat de belastingdruk in het jaar 2010 van een aantal landen. De belastingdruk geeft aan hoeveel procent van het totale inkomen dat in een land wordt verdiend naar de overheid gaat. Bron 28 Belastingdruk in 2010.

Bruto Belastingdruk binnenlands als percentage product (bbp)* van het bbp

Bron 27 Poster van de PvdA voor de ouderdomsvoorziening van Willem Drees.

Wederopbouw

Het viel niet mee om de economie in het door de oorlog geteisterde Europa weer op te bouwen. De Verenigde Staten boden in 1948 economische steun aan: de Marshallhulp. Amerikaanse diplomaten hadden in verband met die hulp een afspraak met Willem Drees, die inmiddels minister-president was geworden. Drees ontving de heren bij hem thuis, waar mevrouw Drees de gasten een biscuitje aanbood bij de thee. De diplomaten waren geschokt. Als zelfs de minister-president zo zuinig leefde, dan had Nederland zeker hulp nodig! In de jaren na de oorlog bouwden de vier kabinetten Drees (1948-1958) de economie weer op en voerden de verzorgingsstaat in. Willem Drees is de geschiedenis ingegaan als een van de meest populaire minister-presidenten die Nederland gekend heeft.

Nederland

€ 533,0 miljard

38,2%

België

313,3 miljard

43,2%

Duitsland

€ 2.343,9 miljard

37,3%

Tsjechië

€ 201,9 miljard

34,7%

Denemarken

€ 169,4 miljard

48,1%

Estland

20,7 miljard

35,9%

Hongarije

156,3 miljard

39,9%

Verenigd Koninkrijk € 1.691,9 miljard

34,3%

* Bbp is de waarde van alle goederen en diensten die er in een jaar in een land worden gemaakt. Bron: OECD, Annual Gross Domestic Product en Tax revenue statistics.

Soorten belastingen

Op dit moment zitten er grote verschillen in de belastingheffing van de EU-landen. Niet alleen de percentages die de mensen aan belasting moeten betalen, zijn anders. Ook de zaken waarover je belasting moet betalen zijn anders. De belastingen die je moet betalen kun je grofweg verdelen in drie hoofdgroepen: • Belasting op bezit, zoals: – onroerendezaakbelasting die wordt betaald door mensen die een koopwoning bezitten; – motorrijtuigenbelasting die wordt betaald door mensen die een auto of een motor bezitten; – inkomstenbelasting box 3 die betaald wordt door mensen die spaargeld, aandelen of een vakantiewoning bezitten. • Belasting op inkomen en winst, zoals: – inkomstenbelasting box 1 die betaald wordt door werknemers over hun loon, maar die ook betaald wordt door kleine bedrijven over hun winst. – vennootschapsbelasting die wordt betaald over de winst van grote bedrijven, zoals multinationals. • Belasting die je betaalt bij de aankoop van goederen en diensten, zoals btw, accijns en milieuheffingen. Daarnaast moeten mensen over hun inkomen ook sociale premies betalen. Dat geld wordt gebruikt om uitkeringen te betalen aan mensen die niet meer kunnen werken. Bron 29 Procentuele verdeling inkomsten van de overheid in 2010.

Belasting op inkomen en winst

Sociale premies

Nederland

42,8%

30,7%

3,0%

23,5%

België

35,2%

32,5%

Belasting Belasting op bezit op goederen en diensten

6,9%

25,4%

Duitsland

29,1%

39,1%

2,3%

29,5%

Tsjechië

20,7%

44,7%

1,3%

33,4%

3,0%

4,0%

Denemarken

61,3%

31,7%

Estland

20,0%

38,7%

1,5%

39,8%

Hongarije

23,4%

30,7%

3,1%

42,8%

Verenigd Koninkrijk 37,4%

19,7%

12,1%

30,9%

Bron: OECD, Tax revenue statistics.

Blok 1, 2 en 3 sluiten steeds af met een eigen menukaart. Je mag hier zelf kiezen welke van de drie opdrachten je van de menukaart wil gaan doen. Je bent ongeveer één lesuur bezig met de opdracht. In leerjaar 2 is er per thema ook altijd een keuzemenu Economie.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 4

04-02-14 15:27


5

Methodeoverzicht

Tijdwijzer

In de Tijdwijzer vind je een grote tijdbalk waar belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis op staan. De Tijdwijzer helpt je om het onderwerp te plaatsen in de tijd. Je kunt bijvoorbeeld zien wat 50 jaar geleden of 5.000 jaar geleden een belangrijke gebeurtenis was.

Vaardigheden

Op deze pagina’s vind je een handig overzicht van vaardigheden die je nodig hebt bij het vak mens en maatschappij. In ieder thema oefen je veel met deze vaardigheden.

Begrippen

www.mundo-online.nl

Mundo heeft een eigen website. Hier vind je de volgende onderdelen: • Ict-opdrachten. Je kunt bijvoorbeeld in blok 1 op de juiste ict-opdracht klikken. • Vaardigheden. De vaardigheden uit je lesboek vind je ook online. • Tijdwijzer. De Tijdwijzer uit je lesboek vind je ook online. • Animaties en filmpjes. Bij stukjes leerstof en bij begrippen kun je online animaties en filmpjes bekijken die de stof nog eens op een andere manier uitleggen. • Test jezelf. Bij elk thema en elk blok kun je een oefentoets maken op de computer.

Als een woord vetgedrukt is, dan is het een belangrijk begrip, waarvan je de betekenis moet kennen. Achter in het lesboek kun je in het register altijd opzoeken waar de begrippen staan.

Bronnen en figuren

In het lesboek vind je bronnen. Dat zijn plaatjes en teksten over een onderwerp. In het themaschrift staan figuren.

Lesboek en themaschrift

Dit lesboek gebruik je bij de themaschriften. In het themaschrift staan de opdrachten die je moet maken.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 5

04-02-14 15:27


6

Kaart uit een boek van Jan Huygen van Linschoten uit 1596.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 6

04-02-14 15:27


7

Thema 7 Wereldhandel Start

Thema 7: Wereldhandel

START Wereldberoemd reisboek

Enkhuizen 1579. Jan Huygen van Linschoten is een jongen van zestien jaar. Hij wil graag iets zien van de wereld. Jan Huygen vertrekt naar Spanje en gaat van daaruit naar Portugal. Hij krijgt een baan bij de nieuwe bisschop van Goa, de belangrijkste Portugese kolonie in India. Met zijn nieuwe werkgever en zijn oudere broer Willem Tin vertrekt Jan Huygen naar India. De reis gaat voorspoedig en na ongeveer zes maanden komen zij aan. Willem Tin blijft niet lang in India. Jan Huygen geeft hem een lange brief voor zijn ouders mee. Hij schrijft: ‘… mijn hart drukt dag en nacht om vreemde landen te bekijken, zodat ik wat te vertellen heb als ik oud ben.’ Jan Huygen blijft enkele jaren in dienst van de bisschop en verzamelt in zijn vrije tijd allerlei informatie over volken, gebieden en handel in Azië. Na dertien jaar keert hij terug naar Enkhuizen. Zijn reisverslagen werkt hij uit tot een boek, Itinerario, dat een groot succes wordt. Op basis van de informatie uit Itinerario slaagt schipper Cornelis de Houtman er als eerste Nederlander in om naar Azië te varen. Op Java (Indonesië) sticht hij een handelspost. Na een aantal reizen naar Azië richten kooplieden uit de Republiek (zo heette Nederland in de 17de eeuw) de VOC op. De VOC is het eerste bedrijf dat wereldwijd handel drijft. Die handel maakt de Republiek rijk. Dit thema gaat over de wereldhandel vroeger en nu. HOOFDVRAAG VAN DIT THEMA: Waarom is er wereldhandel?

MET VOORLEESVERHAAL! (in de docentenhandleiding)

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 7

04-02-14 15:27


8

Blok 1

Peper en nootmuskaat Peperduur

BRON 1 Amsterdam in de 17de eeuw.

Amsterdam, wereldstad

Aan het eind van de 16de eeuw kwamen de Nederlanders in opstand tegen de Spaanse koning. Tijdens die opstand werden de zeven noordelijke provincies (ongeveer wat nu Nederland is) onafhankelijk. Het nieuwe land werd de Republiek genoemd. Tijdens de Opstand vochten de Spanjaarden en de Nederlanders lang en hard om de havenstad Antwerpen. Spaanse troepen bezetten de stad en Nederlandse schepen blokkeerden de haven. Antwerpen kreeg het moeilijk. Veel handelsschepen weken uit naar de havens in Zeeland en Holland, die daardoor steeds belangrijker werden. Vooral Amsterdam werd een belangrijk handelscentrum. Door de blokkade van de Antwerpse haven trokken ook Vlaamse kooplieden naar de noordelijke Nederlanden. Zij namen hun kennis en internationale contacten mee. De Noord-Nederlandse economie profiteerde daarvan. Na de onafhankelijkheid ging het goed met de Republiek. Er werd veel geld verdiend met de handel. Amsterdam groeide uit tot de belangrijkste en rijkste stad van de Republiek en zelfs van de wereld! Vanuit Amsterdam voeren schepen over de Oostzee, de Noordzee en de Middellandse Zee. De vrachtvaart op de Oostzee was het belangrijkst voor de Republiek. De producten die de Nederlanders wereldwijd kochten, werden opgeslagen in de Nederlandse havens en weer doorverkocht. De Republiek werd de voorraadkast van Europa. 1550

Al 3000 jaar gebruiken mensen peper om hun eten te kruiden. Peperkorrels komen van een tropische plant die in OostAzië groeit. Peper wordt vooral verbouwd op het Indonesische eiland Java. Andere specerijen, zoals nootmuskaat, kaneel en kruidnagel, groeien op de Molukken. Tot in de 15de eeuw kochten Europese kooplieden de specerijen van Arabische kooplieden in Egypte en Turkije. Portugese ontdekkingsreizigers vonden in 1498 als eersten de route over zee naar Azië. Ze hielden die route geheim, maar in 1595 ontdekten de Hollanders ook de weg over zee. Tussen 1595 en 1602 gingen Hollandse kooplieden een aantal keren naar het gebied dat nu Indonesië heet. Ze kochten schepen en regelden een bemanning. De specerijen uit Indonesië werden na een lange terugreis in Nederland verkocht. Ook werd al het personeel ontslagen en werden de schepen doorverkocht. De winst werd verdeeld tussen de kooplieden. Daarna werd weer een nieuwe reis georganiseerd en begon alles van voren af aan.

1600

1700 TIJD VAN REGENTEN EN VORSTEN

1579: Unie van Utrecht: noordelijke Nederlanden onafhankelijk 1585: Antwerpen door Spanjaarden veroverd

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 8

1621: VOC vermoordt de bevolking van Banda

1602: oprichting VOC

1600-1700: Gouden Eeuw

1596: Nederlandse expeditie bereikt Indië

04-02-14 15:27


9

Thema 7 Wereldhandel Blok 1 Peper en nootmuskaat

VOC: samen sterk

Kooplieden uit verschillende Hollandse steden organiseerden reizen naar Azië. Daar wilden ze allemaal hetzelfde kopen: specerijen. De Aziatische handelaren maakten handig gebruik van de situatie en vroegen steeds hogere prijzen. Doordat er meer schepen met specerijen naar Holland gingen, steeg in Europa het aanbod van specerijen. Het gevolg was dat de prijs van specerijen in Europa daalde. De handelaren gingen steeds minder verdienen. De overheid greep in en dwong alle Hollandse kooplieden om samen te werken. Zo stonden ze sterker tegenover buitenlandse concurrenten. In 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. De VOC kreeg het alleenrecht op de handel in specerijen. Verder kreeg de VOC het recht om langs de weg naar Indië forten te bouwen en om oorlog te voeren. Op de eerste reis van de VOC in 1603 werd het eiland Ambon veroverd op de Portugezen. De VOC breidde haar grondgebied steeds verder uit. Vooral op Java en de Molukken was de VOC actief. Op Java werd de plaats Jakarta veroverd en omgedoopt in Batavia. Het werd de hoofdvestiging van de VOC in Azië. Ook in andere delen van Azië en in Afrika had de VOC vestigingen. Het bedrijf was daarmee de eerste multinational. De VOC kocht en verkocht specerijen zonder dat ze die bewerkte. Zo’n bedrijf heet een handelsonderneming. BRON 2 Amsterdamse pakhuizen uit de 17de eeuw.

BRON 3 Fort Batavia. Schilderij uit 1656.

Aandelen

Het bijzondere aan de VOC was dat het een blijvende onderneming was. Mensen die geld in het bedrijf stopten, kregen een aandeel in het bedrijf. Jan Huygen van Linschoten uit de Start van dit thema kocht bijvoorbeeld voor 1500 gulden aandelen. Dat was heel veel geld, maar je kon ook voor een veel kleiner bedrag aandelen kopen. Als de VOC winst maakte, dan kregen de aandeelhouders een deel van de winst: dividend. Had iemand geld nodig, dan kon hij zijn aandeel verkopen aan een ander. De aandelen konden dus wisselen van eigenaar, maar het geld dat de VOC had verkregen met de aandelen bleef in het bedrijf. De VOC was de eerste naamloze vennootschap (NV). Dat is een bedrijf waarvan de eigenaren een of meerdere aandelen bezitten.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 9

04-02-14 15:27


10 Handelswijze van de VOC

De VOC probeerde ervoor te zorgen dat zij als enige kon handelen in een bepaalde specerij. Daarom sloot de VOC contracten met lokale heersers waarin werd afgesproken dat de bevolking een bepaald product alleen aan de VOC mocht verkopen. In ruil bood de VOC vaak militaire steun aan de lokale heersers. Op de Banda-eilanden had deze werkwijze grote gevolgen voor de bevolking. Rond 1600 kwam de nootmuskaatboom bijna alleen op die eilanden voor. De VOC had een contract gesloten met de dorpshoofden dat zij de nootmuskaat en foelie (producten van de nootmuskaatboom) alleen zouden leveren aan de VOC. Toen de Bandanezen hun specerijen ook aan de Engelsen en Portugezen verkochten, sloeg de VOC hard toe. Met geweld veroverde VOCbestuurder Jan Pieterszoon Coen de Banda-eilanden en in 1621 was iedereen op de Banda-eilanden gedood, verbannen of gevlucht. De grond op de eilanden werd aan particulieren gegeven, die daar een plantage met nootmuskaatbomen begonnen. De plantagehouders mochten de foelie en muskaatnoten alleen aan de VOC verkopen. Op de eilanden buiten Banda werden alle nootmuskaatbomen omgehakt. Zo werd de VOC in Europa de enige leverancier van muskaatnoten en kon zij hoge prijzen vragen. Een bedrijf dat als enige een bepaald product kan aanbieden, is een monopolist.

Winst berekenen

Om een bedrijf goed te leiden, moet je weten hoeveel er wordt ingekocht en verkocht en tegen welke prijs. De hoeveelheid die is verkocht, is de afzet. Als de VOC 25 zakken peper op een dag verkocht, was de afzet 25. Het is nodig om de afzet bij te houden, want als de voorraad te klein wordt, moet je weer inkopen. Het is ook belangrijk om te weten hoeveel geld de verkoop oplevert: de omzet. Stel de VOC verkocht een zak peper voor 20 gulden (de munt uit die tijd) en de afzet was 25 zakken peper. Dan was de omzet: 25 x 20 = 500 gulden. Elk bedrijf houdt bij of het winst maakt en hoeveel winst het maakt. Stel een zak peper werd verkocht voor 20 gulden en ingekocht voor 5 gulden. Als er 25 zakken peper werden verkocht, dan was de inkoopwaarde 25 x 5 = 125 gulden. De VOC hield dus 375 gulden over. Dat is de brutowinst. De VOC had hoge bedrijfskosten. De schepen waren duur en ook de bemanning moest loon krijgen. Stel dat de bedrijfskosten per zak peper uitkwamen op 10 gulden. Als er 25 zakken peper werden verkocht, dan waren de bedrijfskosten 25 x 10 = 250 gulden. Van de brutowinst bleef dus 125 gulden over. Dat is de nettowinst. BRON 6 De VOC had eigen munten.

BRON 4 Brief van het VOC-bestuur in Nederland aan Coen over zijn optreden op de Banda-eilanden.

Laat het bij één keer blijven en genoeg zijn. Wij hadden wel gewenst dat het met gematigder middelen beslist was. Zij hebben hun trouweloosheid duur genoeg betaald. Het zal wel ontzag, maar geen gunst baren. Die veel doet vrezen, moet veel vrezen. De geslagen wonden moet men met alle zachtheid proberen te verbinden.

BRON 5 Omzet, brutowinst en nettowinst.

omzet

= prijs x afzet

brutowinst = omzet – inkoopwaarde van de omzet nettowinst = brutowinst – bedrijfskosten

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 10

04-02-14 15:27


11

Thema 7 Wereldhandel Blok 1 Peper en nootmuskaat

Daar en nu: Nederlandse sporen in Indonesië

BRON 7 Met waterbuffels wordt een akker geploegd.

Van het VOC-verleden kun je in Indonesië nog altijd sporen zien. De huidige hoofdstad Jakarta was in de VOC-tijd de hoofdvestiging van de VOC. De stad heette toen Batavia. Batavia werd gebouwd als een Hollandse stad met grachten, pakhuizen, kantoren en woonhuizen in Hollandse stijl. Maar het klimaat is in Indonesië heel anders dan in Nederland. De grachten stonken enorm en de huizen waren niet koel genoeg. Batavia ligt laag en is omringd door moerassen. Het is er daardoor heet en in de 17de eeuw vol muggen die tropische ziekten overbrachten. De sterfte onder Europeanen was daardoor erg hoog. Rijke Europeanen lieten daarom grote buitenhuizen bouwen buiten Batavia, meer landinwaarts. De bouwstijl van huizen werd in de loop der tijd aangepast aan het tropische klimaat. Er werd gezorgd voor ventilatie en zo veel mogelijk schaduw.

Indonesië

Het gebied waar de Hollandse kooplieden rond 1600 gingen handelen, ligt rond de evenaar. Omdat het bij de evenaar warm is, stijgt de lucht daar op. Zo ontstaat een lagedrukgebied waar de lucht van het noordelijk en het zuidelijk halfrond naartoe stroomt. Dit gebied heet de intertropische convergentiezone (ITCZ). De lucht die naar Indonesië stroomt, is over warme zeeën gekomen. De toegestroomde lucht bevat daardoor veel waterdamp. Bij het opstijgen koelt de lucht af en condenseert de waterdamp. Zo ontstaat er (veel) regen. Grote delen van Indonesië hebben dus een tropisch regenwoudklimaat met altijd warm en vochtig weer. Door die gelijkmatige omstandigheden leven er veel verschillende soorten planten en dieren. Ook zijn er in Indonesië veel vulkanen. De vulkanische as vormt een vruchtbare bodem voor de landbouw. Samen met het warme en vochtige klimaat zorgt dit ervoor dat de boeren in Indonesië drie keer per jaar kunnen oogsten. Indonesië is een eilandenrijk. Voor de Hollanders had dat als voordeel dat ze overal per schip goed konden komen. Maar de zee zorgde ook voor weinig dagelijks contact tussen de Indonesiërs zelf. De cultuurverschillen tussen de eilanden zijn daardoor groot. Een uitzondering op deze cultuurverschillen is de taal. Bijna alle Indonesiërs spreken het Bahasa Indonesia. Die taal is afgeleid van het Maleis.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 11

BRON 8 Oude pakhuizen in Jakarta aan een gracht (Kali Besar). Door de hitte stinkt het water enorm.

04-02-14 15:27


12

Menukaart 1

A De beurs

b  Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘De beurs’.

B Tulpengekte Dure tulpen

De 17de eeuw was een ‘gouden eeuw’. In de scheepvaart en op de beurs werd veel geld verdiend. Ook tulpenbollen waren een gewild product. Er kwamen steeds meer variaties in vorm en in kleur. Sommige tulpen waren zo bijzonder dat mensen er hoge prijzen voor wilden betalen. Op een gegeven moment ging het verhaal rond dat je veel geld kon verdienen met tulpenbollen, omdat de prijzen zouden blijven stijgen. Mensen kochten tulpenbollen omdat ze er op gokten dat ze de bollen later tegen hogere prijzen konden verkopen. Dit heet speculeren. In 1637 daalden de prijzen. Iedereen wilde tegelijk van zijn dure tulpenbollen af. De prijzen kelderden. Veel speculanten zaten nu met duur betaalde bollen die niets meer waard waren. BRON 10 Prijsindex van de Nederlandse tulpcontracten, november 1636-mei 1637.

guldens

12 decemberr

5 februari 9 februari

150

100

3 februari

1 februari

200

11 februari 11 december 2 25 november

50 12 november 1

BRON 9 Afbeelding van een bijzondere tulp uit de 17de eeuw.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 12

0

1 november 1636

1 mei 1637

Bron: E.A. Thompson, The tulipmania: fact or artifact? (2002).

MUN_2_THV_LB_T7_09

04-02-14 15:27


13

Thema 7 Wereldhandel Menukaart 1 Peper en nootmuskaat

C Michiel de Ruyter: zeeheld MET EXTRA OPDRACHT VOOR VWO

Varen en vechten

In de 17de eeuw was de Republiek vaak in oorlog. Met concurrent Engeland was de Republiek twee keer in oorlog. Die oorlogen werden op zee uitgevochten. De bekendste bevelhebber van de Nederlandse vloot was Michiel de Ruyter. In de 17de eeuw werd hij ‘den held, der Staten rechterhand, den redder van ’t vervallen vaderland’ genoemd. Michiel de Ruyter werd in 1609 in Vlissingen geboren als zoon van een bierdrager. Hij werd in de leer gedaan bij een touwslager, maar eigenlijk wilde Michiel het liefst varen. In 1618 maakte hij zijn eerste reis als hoogbootsjongen naar West-Indië (Latijns-Amerika). Daarna zette hij zijn carrière op zee voort als walvisvaarder, kaper en schipper. In 1652 vroeg de regering hem om de Nederlandse handelsschepen te beschermen tegen de Engelsen. Dit was het begin van Michiels loopbaan als luitenant-admiraal van de Nederlandse marine. In 1676 werd een schotwond De Ruyter fataal. Na 58 jaar varen en vechten stierf Michiel de Ruyter op zijn vlaggenschip De Eendracht. In de Nieuwe Kerk in Amsterdam werd een praalgraf voor hem opgericht. BRON 11 Admiraal Michiel de Ruyter. Schilderij van Ferdinand Bol uit 1667.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 13

BRON 12 De brandende Engelse vloot voor Chatham, 20 juni 1667. Schilderij van Peter van de Velde, gemaakt tussen 1667 en 1700.

Overwinning op de Engelsen

Het grootste succes van Michiel de Ruyter was zijn tocht in 1667 naar Chatham, een plaats dicht bij Londen. De Engelse vloot lag tijdelijk in de haven van de rivier de Theems, omdat koning Karel II de oorlog met de Republiek op een laag pitje wilde zetten: Londen was getroffen door een pestepidemie en een groot deel van Londen was afgebrand in 1666. Michiel de Ruyter voer met zijn vloot richting Engeland en vernietigde een groot deel van de Engelse schepen. Voor de Engelsen was het een grote vernedering om in hun eigen wateren te worden verslagen. De Ruyter nam een van de belangrijkste schepen, de Royal Charles, vernoemd naar de Engelse koning, als buit mee terug naar de Republiek. Het wapen op de achterkant van dit schip kun je nu nog in het Rijksmuseum in Amsterdam bekijken.

04-02-14 15:27


14

Koffie en suiker

Blok 2

Het einde van de VOC

De handel in specerijen maakte van de VOC een machtig wereldbedrijf, maar in de achttiende eeuw ging het mis. Corruptie van VOC-ambtenaren, slecht bestuur en toegenomen concurrentie uit andere landen waren het probleem. In 1799 ging de VOC failliet. De Nederlandse regering nam alle bezittingen en schulden van de VOC over. De VOCgebieden in Indonesië werden een kolonie van Nederland. Het gebied werd nu Nederlands-Indië genoemd. Na 1800 breidde de Nederlandse regering haar macht uit in de kolonie. Steeds meer gebieden werden toegevoegd aan de kolonie. Maar hoe bestuur je met een klein aantal Nederlanders zo’n groot gebied? De Nederlanders werkten samen met een groot aantal Indische edelen. Dat had als voordeel dat de bevolking naar haar eigen bestuurders moest luisteren. Maar de relatie tussen de Nederlandse en Indische bestuurders was vaak moeilijk. Tussen 1800 en 1830 kwamen de Indische vorsten regelmatig in opstand tegen het Nederlandse bestuur.

BRON 13 De Indische vorst Diponegoro was de leider van de grootste opstand tegen het Nederlandse bestuur; dat was de Java-oorlog (1825-1830). Op dit schilderij geeft hij zich over. Nederlands schilderij uit 1830.

Geld verdienen

De Nederlandse regering wilde geld verdienen in Nederlands-Indië. Op Java voerde de regering in 1830 daarom het cultuurstelsel in. Javaanse boeren moesten verplicht een vijfde deel van hun grond gebruiken om bepaalde gewassen te verbouwen. Dat waren gewassen waar in Europa veel vraag naar was: peper, koffie, suiker, thee en tabak. De boeren moesten die producten verkopen aan een bedrijf van de Nederlandse regering: de Nederlandse Handelsmaatschappij. De boeren kregen een vaste prijs voor hun gewassen. De Handelsmaatschappij vervoerde de producten naar Europa en verkocht ze daar met winst. Met dat geld liet de regering in Nederland kanalen graven, bruggen bouwen en (spoor)wegen aanleggen. Het cultuurstelsel had grote gevolgen voor de Javaanse bevolking. Indische vorsten zetten de boeren onder druk om zo veel mogelijk te produceren. Want als de boeren meer produceerden, kregen de vorsten meer betaald. De vorsten werden op die manier rijk van het cultuurstelsel. Maar voor de meeste boeren was dat anders. Het verbouwen van suikerriet was veel werk. En de boeren moesten ook onbetaald werk doen, zoals wegen aanleggen. De boeren hadden daardoor minder tijd om op hun rijstakkers te werken. De bevolking op Java was tussen 1817 en 1850 verdubbeld. Er was dus juist meer rijst nodig. Na een aantal misoogsten ontstond er op het dichtbevolkte Java hongersnood.

1800

1900 TIJD VAN BURGERS EN STOOMMACHINES

1799: VOC failliet

1830-1870: cultuurstelsel

1825-1830: Java-oorlog

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 14

1870-1914: modern imperialisme

1950 TIJD VAN WERELDOORLOGEN

1900: ethische politiek

1927: partij voor onafhankelijk Indonesië

1945: onafhankelijkheid Indonesië 1942-1945: Nederlands-Indië bezet door Japan

1949: Nederland erkent Indonesië

04-02-14 15:27


15

Thema 7 Wereldhandel Blok 2 Koffie en suiker

Europa de baas

Tussen 1870 en 1914 leek het of Engeland, Frankrijk en Duitsland bezig waren met een wedstrijd om zo veel mogelijk gebieden in Afrika en Azië in bezit te nemen. Het doel was een groot wereldrijk te stichten: een imperium. Dit streven heet modern imperialisme. Waarom vonden Europese landen koloniën zo belangrijk? • In de 19de eeuw vond in Europa industrialisatie plaats. Nieuwe fabrieken hadden grondstoffen nodig. Die grondstoffen werden uit de koloniën gehaald, in Europa bewerkt en weer in de koloniën verkocht. • Engeland was lange tijd het machtigste Europese land geweest. Die positie werd eind 19de eeuw bedreigd door Duitsland dat een snelle economische groei doormaakte. Engeland probeerde Duitsland voor te blijven door de wereld te veroveren. Duitsland en Frankrijk wilden niet bij Engeland achterblijven en stuurden ook hun legers overzee. • Veel Europeanen vonden dat de Europese cultuur beter was dan de culturen in andere werelddelen. Zij wilden de Europese cultuur verspreiden. Nederland deed pas laat mee aan het moderne imperialisme. Buiten Java en de Molukken had Nederland weinig macht. Na 1870 werden de andere eilanden economisch interessant, omdat daar grondstoffen werden gevonden, zoals olie en tin. Nederland breidde daarom haar macht uit in de buitengebieden. Dat was ook om te voorkomen dat andere Europese landen zich in de buitengebieden gingen vestigen.

Hier en toen: Boter uit de fabriek

Vroeger hadden de meeste mensen geen boter om op hun brood te smeren. Echte boter was alleen voor de rijken en de boeren die hun eigen boter konden maken. De armen smeerden reuzel (uitgebakken varkensvet) op hun brood. Fabrieksarbeiders hadden zelfs geen geld voor reuzel. Zij aten droog brood. Daar kun je natuurlijk niet de hele dag op werken. In Frankrijk werd daarom een prijsvraag uitgeschreven om goedkope boter voor de arbeiders uit te vinden. Dat lukte: het werd margarine genoemd. In Nederland werd margarine al snel gemaakt door de familie Jurgens. De belangrijkste grondstoffen voor margarine, palmolie en kokosolie, kwamen uit Nederlands-Indië. Het bedrijf van de familie Jurgens ging later op in de multinationale onderneming Unilever. Unilever maakt nog steeds margarine, zoals Becel en Blue Band.

BRON 14 Grondstoffen en plantagelandbouw in Indonesië nu. BRUNEI

Gr ote

MALEISIË Kalimantan

Sumatra

Sulawesi INDONESIË

is Ind

ch e

Oc eaa

0

250

500 km

Oce aan

Maluku Nieuw-Guinea

Java n

AUSTRALIË Indonesië, grondstoffen plantagelandbouw (rubber, koffie, thee, tabak) aardolie aardgas koper nikkel en tin

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 15

BRON 15 Een reclame voor margarine (plantenboter) uit het begin van de 20ste eeuw.

04-02-14 15:27


16 Vrije ondernemers

Het cultuurstelsel leverde Nederland veel geld op. Toch kwam er in Nederland steeds meer kritiek op, vooral van ondernemers. Zij vonden dat de regering zich zo min mogelijk moest bemoeien met de economie. De regering mocht de Indische boeren niet dwingen bepaalde gewassen te verbouwen en uitsluitend aan de Handelsmaatschappij te verkopen. De ondernemers wilden zelf handeldrijven in Indië. De berichten over hongersnoden op Java zorgden er ook voor dat de kritiek op het cultuurstelsel toenam. In 1870 werd het cultuurstelsel afgeschaft. Ondernemers kregen de kans om bedrijven in Nederlands-Indië te beginnen. De Europese ondernemers beschikten over veel meer kapitaal dan de Indische boeren en konden grote plantages en bedrijven beginnen. Op het eiland Sumatra kwam bijvoorbeeld een grote tabaksplantage. Daar groeide al snel de beste tabak van de wereld. Ook werden er delfstoffen gevonden. Dat zijn stoffen die uit de grond worden gehaald, zoals olie en erts. Op Sumatra werd aardolie gewonnen door het bedrijf Koninklijke Olie, dat in 1890 werd opgericht. Later ging dit bedrijf samen met Shell. BRON 16 De haven van Tandjong Priok, Java. Nederlandse schoolplaat.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 16

Ereschuld Jarenlang was het beheer van de kolonie alleen maar gericht op de inkomsten voor Nederland. Als gevolg daarvan staat Nederlands-Indië er financieel en economisch slecht voor. Tussen 1867 en 1875 werd ruim 145 miljoen gulden uit Indië in de Nederlandse schatkist gestort. De terugbetaling van die Indische miljoenen is een ereschuld van Nederland aan Indië. Het is een ereschuld omdat er geen geschreven wet is die de aflossing ervan voorschrijft. Een hogere wet gebiedt deze terugbetaling. Men noemt deze ‘de wet van eer en eerlijkheid’. BRON 17 Uit het artikel ‘Eereschuld’ van C.T. van Deventer, 1899.

Einde aan de armoede

In 1859 verscheen het boek Max Havelaar van de schrijver Eduard Douwes Dekker (Multatuli). De schrijver uitte felle kritiek op de Nederlandse politiek in Nederlands-Indië. Volgens Multatuli werd de Indische bevolking uitgebuit en mishandeld. Multatuli had veel invloed. Rond 1900 vonden veel mensen het onrechtvaardig dat Nederland verdiende aan de kolonie terwijl de bevolking in armoede leefde. Het geld dat in Indië werd verdiend, moest in Indië geïnvesteerd worden om de situatie van de Indiërs te verbeteren. Ook moesten de Indiërs meer te zeggen krijgen in het bestuur van de kolonie. Deze nieuwe ideeën werden de ethische politiek genoemd. Aanhangers van de ethische politiek wilden de armoede bestrijden door: • onderwijs: door goed onderwijs zou de Indische bevolking beter voor zichzelf kunnen zorgen; • irrigatie: door irrigatie kon er meer rijst verbouwd worden; • emigratie: als mensen van het dichtbevolkte Java naar andere eilanden verhuisden, zou er minder honger zijn op Java. De ethische politiek werkte niet zoals gehoopt; de armoede bleef bestaan. De bevolking op Java bleef groeien en Indische arbeiders hadden geen andere keus dan voor een laag loon voor de Europese bedrijven te blijven werken.

04-02-14 15:28


17

Thema 7 Wereldhandel Blok 2 Koffie en suiker

Eigen baas

Door de ethische politiek kon een kleine groep Indische jongeren studeren in Nederland. Deze studenten kwamen in aanraking met westerse ideeën over democratie en vrijheid. Zij kwamen in verzet tegen de Nederlandse overheersing. Zij noemden hun land Indonesië en niet Indië zoals de Nederlanders. In 1927 richtte Soekarno een politieke partij op voor een onafhankelijk Indië: de Partai Nasional Indonesia (PNI). De partij kreeg veel aanhang. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd NederlandsIndië bezet door de Japanners. De Europeanen werden opgesloten in kampen. Eerst waren veel Indiërs blij met de Japanse bezetting. De Japanners beloofden vrijheid, maar daar kwam niet veel van terecht. Japan ging in 1945 weg uit Indië. Nederland wilde daar toen weer de baas zijn, maar de Indiërs wilden niets meer met Nederland te maken hebben. In 1945 riep Soekarno de Republiek Indonesië uit. Nederland begon een oorlog om Indië terug te krijgen. In het buitenland was veel kritiek op die oorlog. De Amerikaanse regering zette Nederland onder druk om weg te gaan uit Indonesië. Dat gebeurde in 1949. Pas in 1963 gaf Nederland het bestuur over Nieuw-Guinea (nu: Papoea) op. BRON 18 Bepakte Nederlandse troepen gaan aan land op Java op 21 juli 1947. Tijdens de oorlog die volgde vielen veel slachtoffers, vooral onder de Indonesische bevolking.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 17

Bloedbad Rawagede In het Javaanse dorp Rawagede vond op 9 december 1947 een bloedbad plaats. Op die dag werd bijna de gehele mannelijke bevolking, 431 mannen, vermoord door Nederlandse militairen die in het dorp op zoek waren naar een onafhankelijkheidsstrijder. In 1947 is besloten om de daders van deze oorlogsmisdaad niet te vervolgen, ondanks de aanbeveling van generaal Spoor om dat wel te doen. In 2011 eisten negen weduwen van Rawagede schadevergoeding van de Nederlandse staat. De rechtbank stelde de weduwen in het gelijk. De nabestaanden en de minister kwamen daarna overeen dat zij een schadevergoeding van 20.000 euro per persoon zouden krijgen en dat de Nederlandse regering haar excuses aan de slachtoffers zou aanbieden. Naar: Wikipedia, 2012. BRON 19

Indonesië zelfstandig

Soekarno wilde van Indonesië één land maken met overal dezelfde regels en wetten: een eenheidsstaat. Jakarta werd de hoofdstad van waaruit het land werd bestuurd. Het streven naar eenheid leverde problemen op. Bewoners van eilanden buiten Java wilden niet door een centrale regering op Java bestuurd worden. Op de Molukken, Atjeh, Papoea en Timor voerden de inwoners een felle strijd tegen de regering. Tegelijkertijd probeerde de regering de nationale eenheid te versterken door inwoners van het dichtbevolkte Java te laten migreren naar andere eilanden. Soekarno kon de armoede in Indonesië niet oplossen en liet steeds minder inspraak van het volk toe. In 1965 vond een bloedige staatsgreep plaats. De macht kwam in handen van legerleider Soeharto. Hij maakte van Indonesië een dictatuur. In 1998 werd Soeharto door volksprotesten gedwongen om af te treden. De protesten waren het gevolg van de economische crisis in het land. Ook was er veel kritiek op de grote corruptie van Soeharto, zijn familie en ambtenaren. In 1999 werden er democratische verkiezingen gehouden. Sinds 2000 gaat het economisch beter met Indonesië. De corruptie blijft echter een probleem.

04-02-14 15:28


18

Menukaart 2 A Standbeeld J.P. Coen

Standbeeld J.P. Coen mag blijven

Het is terecht dat er een standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in het centrum van Hoorn staat. Dat is het oordeel van duizenden bezoekers van het Westfries Museum. ‘Een argument voor het standbeeld was dat het beeld van Coen iedereen juist herinnert aan de schaduwzijde van de Gouden Eeuw’, zegt museumdirecteur Ad Geerdink. In totaal brachten 2466 mensen hun stem uit. ‘Een meerderheid van 63 procent is voor het standbeeld, maar wel met de toevoeging van een kritische tekst over Jan Pieterszoon Coen’, zegt Geerdink. Naar: www.nos.nl, 2-7-2012 BRON 20 Standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn.

BRON 22

BRON 21

HELD OF MISDADIGER? Al meer dan een jaar is er discussie over een standbeeld van Jan Pieterszoon Coen. Het Westfries Museum maakte met bewijsstukken een tentoonstelling in de vorm van een rechtszaak. Er is ook een glossy. Coen houdt de gemoederen in Hoorn nu al een jaar bezig. In juli 2011 debatteerde de gemeenteraad over een burgerinitiatief. Een aantal inwoners wilde dat het standbeeld van Coen in hun stad zou worden verwijderd. Coen heeft zich volgens hen schuldig gemaakt aan genocide in toenmalig Nederlands-Indië. Coen is vooral berucht om zijn inname van de Banda-eilanden in 1621, die tegen zijn wil met de Portugezen zaken hadden gedaan. Deze expeditie kostte duizenden mensen het leven. De gemeenteraad van Hoorn besloot het standbeeld te laten staan en te voorzien van een bordje met tekst waarop de duistere kanten van Coens optreden worden belicht. Het woord ‘genocide’ komt in de tekst niet voor, tot ongenoegen van de beeldenstormers van het burgerinitiatief.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 18

Directeur van het Westfries museum Geerdink vindt het weinig nuttig om gebeurtenissen uit het verleden langs de morele meetlat van nu te leggen. ‘Dat zegt meer over de zaken waarmee we nu worstelen, zoals globalisering en nationale identiteit, dan over wat er eeuwen geleden is gebeurd.’ ‘Het kantelende beeld van Coen is als fenomeen op zich wel interessant’, vindt Geerdink. ‘Want waarom werd het standbeeld van Coen niet al in de Gouden Eeuw neergezet, maar pas in 1893? Dat was de tijd van het imperialisme, van het oprukkend nationalisme. Daarin paste het heldenverhaal van de man die ons Nederlands-Indië had bezorgd. In 1937 werden er in Hoorn nog Coenfeesten gehouden. Dat zou nu volstrekt onvoorstelbaar zijn.’ Hoe oordeelt Geerdink zelf in de zaak J.P. Coen? ‘Ik vind dat hij standbeeldwaardig is. Let wel: dat betekent niet dat ik hem een held vind. Maar dit standbeeld zegt iets over het Nederland van vroeger. Dat moet je niet weghalen.’ Naar: NRC Handelsblad 4-4-2012

04-02-14 15:28


Thema 7 Wereldhandel Menukaart 2 met keuzemenu Economie Koffie en suiker

B

b

19

Multatuli

Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Multatuli’.

C

Magnums in Jakarta

Unilever

Unilever is een multinational met vestigingen in 190 landen. Misschien zegt de naam Unilever je niets, maar waarschijnlijk ken je wel veel van de producten die het bedrijft maakt. Unilever verkoopt voedingsmiddelen, schoonmaakmiddelen en producten voor persoonlijke verzorging. Bekende merken zijn Becel, Calvé, Unox, Ola, Omo, Dove en Andrelon. Unilever is in 1929 ontstaan door een fusie van het Nederlandse margarinebedrijf Margarine Unie (fusie van de bedrijven van Anton Jurgens en Samuel van den Bergh) en de Britse zeepfabrikant Lever Brothers. De fusie was voor beide bedrijven voordelig, omdat zij elkaar beconcurreerden om dezelfde grondstoffen (palmolie). Daarnaast konden zij gebruikmaken van elkaars ervaring op het gebied van marketing voor huishoudelijke producten en konden ze als groot bedrijf betere afspraken maken met de winkels waar hun producten verkocht werden.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 19

BUZZ ROND HET MAGNUM-IJSJE DUURT AL TWEE JAAR In het weekend staan er lange rijen voor het Magnumcafé in Jakarta. Je kunt er bekende Indonesiërs spotten. Als je daar een ijsje eet, zet je het op Facebook. Magnum is sinds een jaar een megasucces in Indonesië. Het laat zien hoe Indonesië de laatste jaren een ware consumentenmaatschappij werd, een trend waar de fabrikant van Magnums (Unilever) als geen ander van profiteert. Toen Magnum in 1994 voor het eerst op de markt kwam, aten Indonesiërs nog geen ijs. Van ijs krijg je griep, was de mythe. Bovendien was het te duur en er waren nauwelijks buurtwinkeltjes met een vriezer. Sindsdien is de koopkracht van Indonesiërs ruim verdubbeld. In dure winkelcentra werden ijssalons geopend waar de elite voor een ijsje de prijs neertelt van drie porties nasi goreng. Overal kwamen minisupermarkten met vrieskasten. Het maakte dat Unilever de Magnum opnieuw op de markt bracht. Magnum werd gepresenteerd als een luxe ijsje bedekt met ‘echte Belgische’ chocolade. Met hippe reclames speelde Unilever in op de tomeloze hang naar status van de nieuwe Indonesische consument. De prijs van omgerekend 81 cent brengt Magnum ook binnen bereik van leraren, winkelbediendes en zelfs dienstmeisjes. Maar alle marketing is gericht op de jetset waar zij zo graag bij zouden willen horen. Naar: NRC-next oktober 2012 BRON 23 BRON 24 In de rij voor een ijsje bij het Magnum-cafe in Jakarta.

04-02-14 15:28


20

Blok 3 Schoenen en mobieltjes Verplaatsen van arbeid

BRON 25 De containerhaven op de Maasvlakte in Rotterdam.

Sneller en goedkoper

Een VOC-schip deed er in de 17de eeuw acht maanden over om van Amsterdam naar Batavia te varen. Tenminste, als het schip onderweg niet werd overvallen of verging. Nu varen reusachtige tankers en containerschepen in 28 tot 40 dagen dezelfde afstand, meestal zonder ongelukken. Omdat de moderne schepen veel meer goederen kunnen vervoeren, zijn de kosten van het vervoer per product lager geworden. In het goederenvervoer zijn twee soorten goederen: • Massagoederen: onverpakte goederen die in grote hoeveelheden worden vervoerd, zoals aardolie en graan. Deze goederen kun je gemakkelijk laden en lossen. • Stukgoederen: losse of verpakte goederen, zoals schoenen en zakken rijst. Het kost veel tijd om de goederen stuk voor stuk in en uit te laden. Door de uitvinding van containers, grote stalen kisten, is het vervoer van stukgoederen gemakkelijker geworden. De stukgoederen worden in de fabriek in een container gedaan. Een vrachtwagen of trein brengt de container naar de haven. Daar wordt de container samen met andere containers uit andere fabrieken in een schip gezet. Dat kan grotendeels automatisch, omdat de containers allemaal even groot zijn. Door het snelle en goedkope vervoer van goederen is de wereldhandel de laatste 50 jaar hard gegroeid.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 20

Nike is een Amerikaanse onderneming, het hoofdkantoor staat in Amerika. De sportschoenen worden echter in een fabriek in China in elkaar gezet. De zolen van de sportschoen komen uit Indonesië en de veters uit bijvoorbeeld Thailand. Multinationale ondernemingen laten onderdelen van producten daar maken waar dat het goedkoopst is. Door snelle internetverbindingen en communicatie via satellieten is het contact tussen mensen waar ook ter wereld steeds gemakkelijker. Deze steeds verder gaande uitwisseling van goederen, informatie en samenwerking van mensen uit verschillende landen heet mondialisering of globalisering. Kijk eens op het labeltje van je spijkerbroek of T-shirt. Waarschijnlijk staat er ‘Made in China’ of zoiets op. Om de kosten laag te houden, wordt werk waarvoor veel arbeidsuren nodig zijn, gedaan in landen waar de lonen laag zijn. Schoenen, kleding, speelgoed, maar ook technische apparatuur zoals computers en mobieltjes worden gemaakt in lagelonenlanden. China is een voorbeeld van zo’n lagelonenland. Door de lage vervoerskosten is het produceren in deze landen gunstig. Het heeft immers geen zin om in China goedkope producten te maken, als daar hoge vervoerskosten bijgeteld moeten worden, voor ze in Europa verkocht kunnen worden. Ook landen in Oost-Europa en ontwikkelingslanden zijn meestal lagelonenlanden. BRON 26 Aandeel van enkele landen in de industriële productie wereldwijd.

Aandeel wereldproductie 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 1970

1990

China

Japan

Verenigde Staten

Duitsland

2010 Rusland

04-02-14 15:28


21

Thema 7 Wereldhandel Blok 3 Schoenen en mobieltjes

Daar en nu: China, de groei van een wereldproducent

BRON 27 Ontwikkeling van de steenkoolproductie in de

Tot 1980 was China een streng communistisch land. Alle bedrijven waren in handen van de overheid. De overheid maakte elke vijf jaar een plan, waarin stond wat elke fabriek in die tijd moest produceren. De mensen hadden weinig vrijheid en moesten hard werken. De westerse cultuur was verboden. Chinezen mochten bijvoorbeeld niet naar westerse muziek luisteren en er waren geen internationale bedrijven zoals McDonald’s of Starbucks. Vanaf 1980 is daar verandering in gekomen. De Chinese regering zag dat het in buurlanden zoals Japan en Taiwan economisch veel beter ging. In een aantal gebieden in China kwam meer vrijheid en waren buitenlandse bedrijven welkom. Deze gebieden lagen aan de oostkust, zodat grondstoffen gemakkelijk konden worden aangevoerd en producten konden worden afgevoerd. Veel Chinezen verhuisden naar deze gebieden, omdat zij daar werk konden vinden. Inmiddels zijn op veel meer plaatsen in China multinationals gevestigd en heeft China zich ontwikkeld als productieland. China wordt ook wel ‘de fabriek van de wereld’ genoemd.

wereld (in megaton).

De invloed van China

China heeft de grootste bevolking ter wereld, er wonen bijna 1,4 miljard mensen. Elk jaar groeit de Chinese bevolking met 0,4%. Dat lijkt weinig, maar het zijn toch 5,6 miljoen mensen. Veel Chinezen vestigen zich buiten China om te studeren of omdat Chinese bedrijven in de rest van de wereld investeren. Op zoek naar hout en delfstoffen investeren Chinezen veel in Afrikaanse landen. Ze bouwen spoorwegen, wegen, fabrieken, woningen en ziekenhuizen voor arbeiders in landen als Algerije, Nigeria, Zambia en Congo. Europeanen en Amerikanen hebben dat niet gedaan, omdat ze eisen stellen aan de mensenrechten voordat ze in een land investeren. In 2012 werken en wonen er waarschijnlijk één miljoen Chinezen in Afrika. Behalve werknemers van grote bedrijven, zijn dat ook mensen die een klein bedrijfje opzetten in Afrika voor de werknemers van de grote bedrijven. De Chinese overheid stimuleert ook de emigratie van boeren die hun land moeten verkopen vanwege de stadsuitbreidingen van China.

BRON 28 Arbeidsters van een fabriek in China maken schoenen voor de westerse markt.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 21

04-02-14 15:28


22 Waarom daar?

Multinationale ondernemingen hebben vestigingen in verschillende landen. Het bedenken van reclame, het ontwerpen van modellen en het verbeteren van technieken gebeurt grotendeels in rijke landen. De redenen om een bedrijf op een bepaalde plaats te vestigen, heten vestigingsplaatsfactoren. Lage lonen zijn een belangrijke vestigingsplaatsfactor, maar niet de enige. • In Nederland en andere westerse landen zijn de lonen hoog. Maar Nederland kan concurreren met landen waar de lonen veel lager zijn, omdat in Nederland minder mensen in een uur meer goederen maken. Hoeveel een werknemer in een uur produceert, heet de arbeidsproductiviteit. Door slim te werken met computers en machines is de arbeidsproductiviteit in westerse landen hoger dan in lagelonenlanden. • Bedrijven willen zeker weten hoeveel goederen er in een bepaalde tijd geproduceerd kunnen worden. In landen waar veel onrust is of waar geen betrouwbare regering is, produceren ze daarom liever niet. • In de allerarmste landen zijn de havens en de wegen vaak slecht. Ook valt de stroom vaak uit. Producten kunnen daardoor niet altijd op tijd geleverd worden. Nederland is juist gespecialiseerd in het vervoeren van goederen. We hebben goede havens en wegen en er zijn bedrijven met goed opgeleid personeel. Die hebben veel ervaring in opslag, administratie, verpakken en het snel op de juiste tijd afleveren van goederen. Specialisatie en een goede infrastructuur zijn daarom ook belangrijke vestigingsplaatsfactoren. • Strenge milieuwetten zijn redenen om uit rijke landen te vertrekken. Bedrijven die vervuilen, moeten in Nederland extra belasting betalen. Deze milieuheffing komt bovenop de prijs. Producten worden daardoor duurder. Bedrijven proberen onder deze regels uit te komen door naar landen te verhuizen waar zulke wetten niet zijn.

Hier en nu: China verovert Europa

De tijd dat China alleen een land is waar westerse producten goedkoop worden geproduceerd is voorbij. De Chinezen willen nu zelf voet aan de grond krijgen in Europa. In Rotterdam wordt het European China Centre (ECC) gebouwd, een enorm complex waar vooral Chinese bedrijven zich zullen vestigen, maar waar ook een hotel, restaurants en appartementen komen. Vanwege de

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 22

BRON 29 Autofabrieken hebben een hoge arbeidsproductiviteit.

Vrije handel

Als bedrijven in een land een product maken dat in het buitenland goedkoper is, kan de regering besluiten invoerheffing te laten betalen op het product uit het buitenland. Het is dan goedkoper om producten uit het eigen land te kopen. Steeds meer invoerheffingen worden afgeschaft. Zo ontstaat vrije handel. Voor veel landen is dat gunstig. Ze zijn aangesloten bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De WTO streeft naar zo veel mogelijk vrije handel. Door gedaalde transportkosten en meer vrije handel, komt er meer invoer en uitvoer in Nederland. Behalve wijn uit Frankrijk vind je in de supermarkt daarom ook wijn uit Australië of Zuid-Afrika. Meer in- en uitvoer kan in een land extra banen opleveren, bijvoorbeeld in de transportsector. Maar er kunnen ook banen verloren gaan, bijvoorbeeld in de industrie.

goede infrastructuur en de haven, is de keuze gevallen op Rotterdam. Het ECC wordt hét ontmoetingspunt voor Chinese bedrijven die zaken willen doen in Nederland en de rest van Europa. Rotterdam heeft al langer ervaring met Chinese investeerders. De uitbreiding van de Rotterdamse haven (de Tweede Maasvlakte) is mede mogelijk gemaakt door investeringen van bedrijven uit Shanghai.

04-02-14 15:28


23

Thema 7 Wereldhandel Blok 3 Schoenen en mobieltjes

Poort van Europa

BRON 30 De haven van Shanghai is de laatste jaren steeds verder uitgebreid. Dertig kilometer in zee is een extra

Rotterdam heeft een gunstige ligging aan zee en de monding van de Rijn. De haven van Rotterdam heeft verschillende functies. • Voor sommige goederen die in Rotterdam worden aangevoerd, is Rotterdam een doorvoerhaven. Die goederen worden direct verder vervoerd naar het achterland van de Rotterdamse haven. Het achterland van een haven is het gebied dat de goederen uit die haven ontvangt of via die haven uitvoert. • De containers die in Rotterdam aankomen, worden met schepen, treinen en vrachtwagens naar verschillende bestemmingen gebracht. Dat verdelen naar verschillende bestemmingen heet distributie. Rotterdam is daarom ook een distributiehaven. De containers worden in Rotterdam uitgepakt. De goederen worden samen met goederen uit andere landen weer verpakt in een container en gaan dan door naar hun bestemming. Dit overpakken van goederen levert in Rotterdam veel banen op. • Er zijn in Rotterdam ook veel fabrieken, waar goederen die per schip over zee worden aangevoerd worden verwerkt. Rotterdam is daarom ook een industriehaven. Een groot deel van de ruwe olie die in Rotterdam wordt aangevoerd, wordt in raffinaderijen in de haven verwerkt tot benzine.

diepzeehaven gebouwd. Waar tien jaar geleden nog zee was, worden nu al meer containers overgeslagen dan in de

BRON 31 Havens met de grootste aantallen vervoerde

hele Rotterdamse haven.

containers per jaar in 1996 en 2010 (in miljoen standaardcontainers).

1996 Haven Land

Miljoen containers Haven Land

2010

Miljoen containers

Hongkong

Verenigd Koninkrijk

13,5

Shanghai

China

29,1

Singapore

Singapore

13

Singapore

Singapore

28,4

Kaohsiung

Taiwan

5,1

Hongkong

China

23,5

Rotterdam

Nederland

5,0

Shenzhen

China

22,5

Busan

Zuid-Korea

4,9

Busan

Zuid-Korea

14,2

Long Beach

Verenigde Staten

3

Ningbo

China

13,1

Hamburg

Duitsland

3

Guangzhou

China

12,5

Los Angeles

Verenigde Staten

3

Qingdao

China

12,2

Antwerpen

België

2,5

Dubai

Ver. Arabische Emiraten

11,6

Yokohama

Japan

2,5

Rotterdam

Nederland

11,1

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 23

04-02-14 15:28


24

Menukaart 3

A Havens rond de Noordzee

b  Ga naar www.mundo-online.nl en maak de opdracht ‘Havens rond de Noordzee’.

B Mondialisering: een goede zaak? MET EXTRA BRONNEN VOOR VWO

Meningen

Mondialisering gaat steeds verder. Mensen, goederen en diensten gaan tegenwoordig de hele wereld over. Dat heet globalisering. Moeten we daar blij mee zijn? Globalisten vinden van wel. Anders-globalisten zijn niet gelukkig met de gevolgen van globalisering en vinden dat er aan de globalisering grenzen moeten worden gesteld. Verschillende meningen: • Economie Globalisten: Mondialisering zorgt voor meer welvaart in arme en rijke landen. Producten worden voor iedereen goedkoper. In arme landen neemt de werkgelegenheid toe doordat goederen daar geproduceerd worden. In rijke landen neemt het aantal banen in de handel en transport toe. Anders-globalisten: Door mondialisering nemen verschillen in welvaart tussen arme en rijke landen toe. Rijke landen geven bijvoorbeeld steun aan hun eigen boeren, waardoor die hun producten goedkoop kunnen verkopen. Daar kunnen boeren uit arme landen niet tegen concurreren. • Milieu Globalisten: Mondialisering zorgt voor meer welvaart. Rijke landen kunnen meer geld uitgeven voor de bescherming van het milieu. Zij kunnen bijvoorbeeld investeren in schonere technologie. Anders-globalisten: Door mondialisering is er veel transport. Dat is vervuilend. Verder worden producten daar gemaakt waar de kosten het laagst zijn. Bedrijven ontlopen milieuheffingen in rijke landen door in arme landen te produceren.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 24

BRON 32 Meer leden, meer handel. BRON 33 Een betoging tegen globalisering.

04-02-14 15:28


25

Thema 7 Wereldhandel Menukaart 3 met keuzemenu Economie Schoenen en mobieltjes

C Nederland handelsland

Concurrentie

Nederland is echt een handelsland. Nederlandse bedrijven kopen veel producten uit het buitenland en verkopen ook veel aan het buitenland. We handelen vooral met landen in de Europese Unie. Dat is logisch, want die landen zijn dichtbij, er wonen veel mensen en de koopkracht is groot in de EU. De handel is dus belangrijk voor Nederland. Maar hoe goed kunnen Nederlandse bedrijven concurreren met buitenlandse bedrijven? Dat is de concurrentiekracht. Voor de concurrentiekracht van een land zijn verschillende factoren belangrijk, zoals de arbeidskosten, de arbeidsproductiviteit en het opleidingsniveau van de bevolking.

2001 2007

Nederland

136 136

Duitsland

125 126

Frankrijk

135 132

Verenigd Koninkrijk

111

Polen

48 49

Zweden

114 116

Portugal

60 –

112

BRON 35 Arbeidsproductiviteit (EU-gemiddelde = 100). Bron: CBS.

BRON 34 Arbeidskosten per uur, 2007 (euro). BRON 36 Opleidingsniveau van de bevolking (2007). Bron: CBS.

Nederland Duitsland

Nederland

Frankrijk

Duitsland

Verenigd Koninkrijk

Frankrijk

Polen

Verenigd Koninkrijk

Zweden

Polen

Portugal 0

10

20

30

arbeidskosten, 2007 (per uur in euro’s)

40

Zweden Portugal 0

25

50

75

100

opleidingsniveau bevolking van 25-64 jaar, 2007 (in %)

lager voortgezet onderwijs of minder hoger voortgezet onderwijs hoger onderwijs

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 25

04-02-14 15:28


26

Blok 4

Jij en de wereldhandel

Meer banen en meer welvaart, of toch niet?

Meer mondialisering betekent meer containers in de Rotterdamse haven. Vooral uit AziĂŤ komen veel grote containerschepen met kleding, speelgoed, schoenen en elektronische apparaten. Dat levert werk op in Rotterdam: elke dag vertrekken er duizenden vrachtwagens om de Aziatische spullen naar andere Europese landen te brengen. In winkels zijn steeds meer goedkope goederen uit AziĂŤ te koop. Daardoor houden Europese klanten geld over om uit te geven aan andere zaken. Maar er verdwijnt ook werk. Chinezen en andere Aziaten zijn steeds beter opgeleid. Ze kunnen daarom meer werk van ons overnemen. Computerbedrijven laten vanwege de lage lonen al jaren software ontwikkelen in bijvoorbeeld India. Grote Amerikaanse verzekeraars en internetwinkels verplaatsen afdelingen naar de Filipijnen. In dat land werken nu bijna een half miljoen mensen in callcenters, ze beantwoorden daar de telefoontjes en e-mails van Amerikaanse klanten. De Filipijnen waren vroeger een Amerikaanse kolonie, veel mensen spreken er daarom Engels met een Amerikaans accent. Door de productie in lagelonenlanden stijgt ook in die landen de welvaart. Hoewel de lonen laag zijn, verdienen de mensen er nu meer dan voorheen. Ze kunnen daardoor ook meer kopen. Voor Europa zijn grote lagelonenlanden zoals China en India erg interessant om goederen aan te leveren. BRON 37 Een Nederlands callcenter in Zuid-Afrika.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 26

Nederlandse callcenters in het buitenland Voor Nederlandse bedrijven is Suriname een geschikt land om callcenters te vestigen. Suriname heeft naast de lage lonen extra voordelen. Veel Surinamers spreken goed Nederlands en door het tijdsverschil is het in Suriname dag als het in Nederland avond is. Dan zijn in Nederland de meeste mensen thuis. Ook het Afrikaans lijkt op het Nederlands. Veel ZuidAfrikanen kunnen na een cursus vragen van Nederlandse bellers beantwoorden. Als je in Nederland Airmiles belt, dan krijg je een Zuid-Afrikaan aan de lijn die je kan vertellen of 5000 airmiles genoeg zijn voor een weekend Parijs. BRON 38 Bedrijven verplaatsen hun callcenters naar het buitenland.

Wat koop jij?

Zoals je al weet, zoeken bedrijven plaatsen in de wereld op, waar hun producten goedkoop gemaakt kunnen worden. Daardoor kun je jouw smartphone voor een redelijk bedrag kopen. Dat gaat soms ten koste van mens en milieu. Je hebt natuurlijk de keuze om die producten dan niet te kopen. Maar het is lastig om de productie van allerlei producten goed te controleren. De verschillende onderdelen van het product worden vaak op verschillende plaatsen gemaakt en elk deel van de productie heeft zijn gevaren en problemen. Bij de katoenteelt worden vaak giftige stoffen gebruikt, in de spinnerijen en weverijen staan gevaarlijke machines die veel lawaai maken en in de naaiateliers werken soms kinderen. Organisaties zoals Schone Kleren Campagne proberen klanten en fabrikanten te wijzen op de omstandigheden waaronder kleding gemaakt wordt. Ook proberen ze regels op te stellen waaraan de kledingmerken zich moeten houden: geen kinder- en dwangarbeid, veilige werkomstandigheden en een loon waarvan de arbeiders redelijk kunnen leven. Voor klanten zijn er keurmerken om duidelijkheid te geven over de omstandigheden waaronder producten zijn gemaakt en verhandeld. Er zijn ook bedrijven die alleen aan eerlijke handel doen of milieuvriendelijk produceren. In veel dorpen en steden zijn wereldwinkels, waar je alleen producten met zulke merken en keurmerken kunt kopen, maar je vindt ze ook in de supermarkt.

04-02-14 15:28


27

Thema 7 Wereldhandel Blok 4 Jij en de wereldhandel

Adnan (14) werkt in een schoenenfabriek in India: Ik heb net mijn loon aan mijn ouders gegeven. Ik ben de oudste van vijf kinderen. Mijn ouders kunnen het geld goed gebruiken. Meestal werk ik zeven dagen per week. In de fabriek is het licht slecht. En in de regentijd is het vochtig, dan stinkt het er. Ik verdien ongeveer 1 euro per dag. Overuren krijg ik niet betaald. Ik zou best meer willen verdienen. BRON 40 Adnan.

BRON 39 Over de hele wereld zijn er 250 miljoen kinderen tussen de 5 en 14 jaar die gedwongen moeten werken.

Gevolgen voor het milieu

Niet alleen de lage lonen zijn een voordeel voor bedrijven om in andere landen te produceren. In Europa stellen we veel hogere eisen aan het milieu dan in lagelonenlanden. In Chinese steden lopen mensen soms met monddoekjes op straat. Dat is vanwege de smog. De lucht is dan helemaal wazig door de giftige rook van auto’s en fabrieken. Omdat fabrieken zo goedkoop mogelijk willen produceren, hebben ze geen filters op hun schoorstenen om giftige stoffen uit de rook te halen. En door de toenemende welvaart kunnen steeds meer Chinezen een auto betalen, wat er weer voor zorgt dat er meer uitlaatgassen in de lucht terechtkomen. Andere gevolgen zijn bodemverontreiniging en watervervuiling, doordat chemische fabrieken hun giftige afval op het land of in rivieren en meren lozen. Milieumaatregelen van de regering helpen weinig. De boetes zijn naar verhouding niet erg hoog. Bedrijven betalen liever een boete, dan een dure zuiveringsinstallatie aan te schaffen.

06488036_Mundo_THV2_Lesboek.indb 27

BRON 41 Veel Chinezen dragen op straat een mondkapje. De lucht in steden is vaak erg vervuild.

04-02-14 15:28


Mundo 2 vmbo-t/havo/vwo