Intro boek 1 verkennen kennen def

Page 1



1 verkennen kennen

Auteurs joost overmars ruth van de putte gerwin van der werf

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 1

3/02/17 12:05


INTRO MUZIEK VOOR DE BOVENBOUW HAVO I VWO Deel 1 Verkennen - Kennen Deel 2 Musiceren - Componeren Digitaal in eDition

WERKVORMEN

REDACTIE

Mix: boeken + totaallicentie

100% digitaal

Boek + totaallicentie

Leerling totaallicentie

Op schrift, Enschede Leerling

VORMGEVING Neo & Co, Velp

Voor de docent is er een Docent totaallicentie.

MET DANK AAN Sandra van Kalken, Hans Mooij, Wilfred Reneman, Koen Strunk, Simon Wienke, Michiel Zweers

ILLUSTRATIEVERANTWOORDING Notenschrift: Ruth van de Putte Foto omslag: Jörg Carstensen Zie de Intro Docentenstartpagina voor de illustratieverantwoording van het binnenwerk.

OVER THIEMEMEULENHOFF ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 48218 8 Tweede druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO 2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC ®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 2

3/02/17 12:05


1 inhoud

Verkennen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Middeleeuwen Renaissance Barok Classicisme Romantiek Twintigste eeuw Jazz Vroege popmuziek Afro-Amerikaanse popmuziek Rockmuziek Reggae, hiphop, R&B Dance

6 17 24 40 59 75 93 112 123 132 146 156

Kennen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 3

Toonhoogte Toonduur Ritme Maat Toonladder Toonsoort Interval Akkoord Melodie Compositietechniek Vorm Tempo Dynamiek Uitvoeringspraktijk Ensembles

166 172 175 183 195 213 223 231 244 260 269 284 289 293 303

3/02/17 12:05


TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 4

3/02/17 12:05


verkennen

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 5

3/02/17 12:06


n e w u e e l e d d i M Het leven in de middeleeuwen is bikkelhard, onvoorspelbaar en gemiddeld erg kort. De mensen zijn weerloos tegen altijd terugkerende rampen: oorlog, honger, brand, overstroming en dodelijke ziektes zoals de pest. Vaste gewoonten, leven in kleine gemeenschappen en een sterk geloof in God geven de mensen houvast. Geen wonder dus dat het christelijk geloof het leven in de middeleeuwen beheerst.

De grote kathedralen uit de middeleeuwen imponeren nog steeds. De kerkelijke ceremonies en de muziek die al meer dan duizend jaar gezongen wordt kunnen ons nog steeds ontroeren. Op de mens uit de middeleeuwen zal de katholieke kerk met haar rituelen grote indruk gemaakt hebben. Maar vergeet niet, de kerk is in de middeleeuwen een machtig instituut. De kerk predikt onderwerping aan de ‘wil van God’, en de kerkleiders kennen die wil natuurlijk het beste. Heb je een andere mening, dan word je als ketter veroordeeld. Het centrum van de kerkelijke macht is Rome, waar de paus zetelt. Heel Europa staat onder zijn invloed. Kruistochten worden georganiseerd om ‘Jeruzalem te bevrijden van de islam’, maar in werkelijkheid vooral om de macht en invloed van de kerk nog groter te maken.

gregoriaans neumenschrift.

6

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 6

VERKENNEN MIDDELEEUWEN

3/02/17 12:06


Glas-in-lood raam van de Sainte Chapelle in Parijs.

Muziek en kunst hebben een duidelijke taak: ze moeten de leer van de kerk uitdragen en het geloof sterker maken. Kunst en muziek zijn dus heel belangrijk voor de kerk. De middeleeuwen beslaan honderden jaren. In de periode van pakweg 500 tot 1400 na Christus verandert Europa langzaam van een samenleving met kleine, geïsoleerde boerendorpen in een complexe maatschappij met bloeiende steden en handel. Ook de muziek verandert langzaam. Toch gebeurt er veel. Het notenschrift krijgt vorm. De toonladders die we nu nog kennen ontstaan. Er komt meerstemmige muziek. Troubadours worden de eerste ‘singer-songwriters’. Kortom, de westerse muziek wordt in de middeleeuwen geboren.

7

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 7

3/02/17 12:06


Handschrift uit de tiende eeuw. De toonhoogte is globaal aangegeven boven de tekst.

1.1 gregoriaanse gezangen BEGRIPPEN GREGORIAANS NEUMENSCHRIFT

‘Bid onophoudelijk’ schrijft de Bijbel voor. In de kloosters worden die woorden letterlijk genomen. Met een ijzeren regelmaat worden de hele dag door op vaste tijden gebedsdiensten gehouden, zelfs in het holst van de nacht (de eerste dienst begint om 3 uur in de ochtend). Zingen is een vorm van bidden. Na een week zijn de verplichte 150 psalmen en alle gezangen, die in het jaargetijde passen, afgewerkt. Dan begint het weer opnieuw, dag in dag uit, jaar in jaar uit.

SYLLABISCH MELISMATISCH VRIJ RITME KERKTOONLADDERS

De middeleeuwse kerkgezangen noemen we gregoriaanse gezangen. Ze zijn vocaal, eenstemmig, in het Latijn, en worden uitsluitend door mannen gezongen (in de vrouwenkloosters werd niet gezongen). Ze kennen een vrij ritme, wat wil zeggen dat er geen maatsoort is en geen exact voorgeschreven toonduur. De liederen zijn bewaard gebleven in oude

handschriften. In de oudste kun je het op en neer gaan van de melodie zien, maar de precieze toonhoogte kun je er niet uit aflezen. Deze eerste ‘noten’ (het zijn meer krabbeltjes) dienden als geheugensteuntje voor de koorleider. Hij gaf met handbewegingen de richting van de melodie aan voor de anderen. In latere handschriften is de toonhoogte wel vastgelegd, in het neumenschrift: een blokvormig notenschrift op vier lijnen, met voor het eerst een sleutel vooraan de notenbalk. De melodieën van de gezangen maken gebruik van de kerktoonladders, toonladders van zeven tonen maar (nog) geen majeur of mineur. De psalmen worden bijna op één toon voorgedragen. Iedere lettergreep krijgt een noot. Dit heet syllabisch. Andere gezangen zijn melodischer, beweeglijker. Er worden meer noten op één lettergreep gezongen. Dit heet melismatisch.

Gregorius en de duif

Het verhaal gaat dat God zelf in de gedaante van een duif op de schouder van paus Gregorius de Grote zat om de hemelse gezangen in zijn oor te zingen. De paus schreef ijverig mee. In werkelijkheid is Gregorius geen musicus, maar een slimme bestuurder die deze mythe zelf in stand houdt. Door God ingefluisterde liederen kunnen natuurlijk niet ter discussie staan, iedereen in Europa moet ze zingen, en ook op hetzelfde moment. Er worden koorscholen opgericht om te zorgen dat de gregoriaanse gezangen correct worden uitgevoerd. Er worden zelfs controles gehouden. Waarom al die moeite? Om eenheid in christelijk Europa te krijgen. Uniformiteit in de liturgie vormt de basis van de pauselijke macht.

8

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 8

VERKENNEN MIDDELEEUWEN

3/02/17 12:06


Opdrachten ANONIEM

A

Luister naar het introitus Resurrexi. Welke kenmerken van gregoriaans hoor je?

B

Hieronder staat de eerste regel van het Resurrexi in modern notenschrift (de klank is lager dan de notatie). De tekst van die regel is: Resurréxi, et adhuc tecum sum, allelúia (Ik stond INT_BB_V_01_N_01 op en ben nog steeds met u, prijs de Heer). De tekst staat niet volledig onder de noten. Schrijf de ontbrekende woorden onder de juiste noten: (Resurréxi) et ad – huc te – cum sum, al – le – lú – ia.

INTROITUS: RESURREXI

& œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‹ Re- sur

-

ré - xi,

ANONIEM ALLELUIA PASCHA NOSTRUM

C

Zoals je hoort, is er niet duidelijk een maat; ze zingen het woordritme. Wat is de term daarvoor?

D

Het Resurrexi komt uit een feestelijke mis. Voor welke gelegenheid?  Kerstmis  Goede Vrijdag  Pasen  Hemelvaart Tip: kijk naar de tekst bij vraag B.

E

Luister naar het Alleluia pascha nostrum. Welke vorm van gregoriaans hoor je?  Syllabisch.  Melismatisch.

F

Gregoriaanse melodieën zijn gebaseerd op kerktoonladders. Welke kerktoonladder wordt hier gebruikt? Zoek eerst de grondtoon (de toon waarop het fragment begint en eindigt) en leid INT_BB_V_01_N_02 vervolgens af welke kerktoonladder het is. (De klank is lager dan de notatie maar daar hoef je geen rekening mee te houden.)

ZI E O O K KENNEN 5

œ œ œ œ œ & œ œ œ œ œ œ ‹ Al - le - lu

-

-

-

VWO

œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

ia.

De grondtoon is

. Dat is de

toon in de toonladder van C;

de kerktoonladder is dus

9

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 9

3/02/17 12:06


De Notre Dame in Parijs, geboorteplaats van de meerstemmige muziek.

1.2 meerstemmigheid BEGRIPPEN ORGANUM CANTUS FIRMUS PARALLELLE BEWEGING TEGENBEWEGING

HANDSCHRIFT VAN EEN ORGANUM VAN PEROTINUS, EEN VAN DE EERSTE COMPONISTEN DIE WE BIJ NAAM KENNEN.

Alle kunst in de middeleeuwen is ter ere van God: het kerkgebouw, de glas-in-lood ramen, de schilderingen en beelden, en dus ook de muziek. De goddelijke stem klinkt door in de gregoriaanse gezangen. Van muziek genieten omdat je het zelf zo mooi vindt is niet de bedoeling. Maar het bloed van een muzikant kruipt waar het niet gaan kan. De eerste experimenten met meerstemmigheid vinden plaats in de elfde eeuw. Die worden met argwaan bekeken. Hoe kun je Gods eigen gezangen nu verbeteren? Kerkleiders proberen de experimenten tegen te houden, maar de ontwikkeling van de meerstemmige muziek is niet te stoppen. De eerste meerstemmige muziek heet organum.

De oudste vorm is het parallel organum. Het is een eenvoudige vorm van meerstemmigheid waarbij een extra stem precies hetzelfde zingt als de eerste stem (het originele gregoriaans), maar dan een kwart lager of een kwint hoger. Bij het vrije organum zingt de extra stem soms parallel maar soms ook in tegenbeweging. Het melismatisch organum gaat nog een stapje verder: de tegenstem zingt meerdere noten terwijl de tenor het gregoriaanse gezang in lang aangehouden noten zingt. Het originele gregoriaans wordt bij deze meerstemmige muziek cantus firmus genoemd.

God of genot?

Zo nu en dan moet de paus in actie komen om al te wilde experimenten met meerstemmigheid een halt toe te roepen. ‘Door het te veel opstapelen van noten bedwelmen ze het gehoor in plaats van het te stichten. Zo wordt de godsvrucht opzij gezet en de wellust bevorderd’, aldus een pauselijk bevel uit 1320. Het klinkt ons wel heel wereldvreemd in de oren, maar de reactie van de paus is in die tijd wel te begrijpen. In sommige meerstemmige stukken is het originele gregoriaans onhoorbaar, soms wordt er maar een enkel woord van gezongen in zeer lange noten. Boven die cantus firmus zingt de tweede stem bijvoorbeeld een drinklied en de derde stem een liefdesliedje. Dat is natuurlijk niet meer ‘zingen als bidden’, zoals het is bedoeld.

10

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 10

VERKENNEN MIDDELEEUWEN

3/02/17 12:06


Opdrachten ANONIEM

A

Pange Lingua is de naam van een gregoriaans gezang. Het wordt in het kerkelijk jaar twee keer in een processie (optocht) gezongen. Luister naar het fragment. Het gregoriaans is:  syllabisch.  melismatisch.

B

Dit Pange Lingua is een tweestemmig organum. De organumstem ligt een kwart boven de gregoriaanse melodie en loopt helemaal parallel daaraan. Schrijf de organumstem erboven. De eerste paar noten zijn gegeven. N.B. Je hoeft geen kruizen of mollen toe te voegen.

HYMNE PANGE LINGUA

ZI E O O K KENNEN 7

& ‹

œœ œœ bœœ œ œ œ œ œ œ œ œ nœ œ œ œ œ œ œ œ œ

In su - pre - mae In

noc - te

de nacht van het hoog-ste

PEROTINUS

coe - nae re - cum-bens cum fra - tri - bus. a - vond - maal aan - lig

-

gend met zijn broe -

ders.

C

Verderop in het fragment wordt een tweede organumstem toegevoegd. Deze stem ligt boven / onder de eerste twee stemmen.

D

Hoe noem je in meerstemmige muziek de oorspronkelijke gregoriaanse melodie?

E

Je kunt het Alleluia Pascha Nostrum (‘Halleluja, ons paaslam’) in drie gedeeltes splitsen. Het eerste gedeelte (op de tekst Alleluia) is eenstemmig gregoriaans. Dit gregoriaans is:  syllabisch.  melismatisch.

F

Het tweede gedeelte (op de tekst Pascha) is een organum. Dit is een:  parallel organum.  melismatisch organum.

G

Het derde gedeelte (op de tekst Nostrum) is ook een organum. Noem één opvallend verschil met het vorige (tweede) gedeelte.

ALLELUIA PASCHA NOSTRUM

VWO

11

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 11

3/02/17 12:06


Een engel op de gevel van de kathedraal van Reims.

1.3

mis en motet

BEGRIPPEN MIS MOTET KWART KWINT OCTAAF

Langzaam maar zeker worden de meerstemmige composities echte kunststukjes. Componisten (dit zijn zelf monniken) die verbonden zijn aan de Notre Dame in Parijs maken drie- en vierstemmige stukken, ze noemen dat een motet. De nieuw gecomponeerde stemmen krijgen zelfs andere teksten, in het Frans. De samenklanken die in de middeleeuwen de voorkeur krijgen zijn kwart, kwint en octaaf. De mis is het hoogtepunt in de eredienst van de katholieke kerk. De mis dankt zijn naam aan de woorden die de priester spreekt ter afsluiting: ‘Ite, missa est’, oftewel: ‘Dit was het, u kunt gaan’ (‘you are dismissed’). De zondagse mis is de feestelijkste, die wordt bijgewoond door alle gelovigen. Het is een kerkelijk spektakel

waar arm en rijk zich aan kan vergapen. Processies van priesters in prachtige gewaden, wierook, zonlicht door de gekleurde vensters, hemels gezang. De mis kent een aantal vaste gezangen zoals het Kyrie (‘Heer ontferm u’), Gloria (‘Ere zij God’), Credo (‘Ik geloof’), Sanctus (‘Heilig’) en Agnus Dei (‘Lam van God’). Guillaume de Machaut, koorleider van de kathedraal van Reims, maakt rond 1360 van deze gezangen een vierstemmige zetting. Hij noemt de compositie ‘La messe de Nostre Dame’. Later, in de renaissance, wordt de meerstemmige mis een heel populair genre. Nog veel later componeren Bach, Mozart en Beethoven missen met een heel orkest erbij.

GUILLAUME DE MACHAUT.

12

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 12

VERKENNEN MIDDELEEUWEN

3/02/17 12:06


Opdrachten ANONIEM

A

Het motet J’ai mis tout ma pensee/Je n’en puis/Puerorum is een meerstemmige compositie. Hoeveel stemmen heeft deze compositie? Welke stem zingt de cantus firmus Puerorum?  Twee stemmen.  De bovenstem.  Drie stemmen.  Een tussenstem.  Vier stemmen.  De onderstem.

B

Hoe weet je dat dit een motet is en niet een oudere vorm van meerstemmigheid?

C

Het Kyrie (voluit: Kyrie eleison; Heer ontferm u over ons) is een gezang dat in elke mis voorkomt. Noem nog vier gezangen die in elke mis gezongen worden.

J’AI MIS TOUT MA PENSEE / JE N’EN PUIS / PUERORUM

GUILLAUME DE MACHAUT KYRIE UIT: LA MESSE DE NOSTRE DAME

Dit Kyrie is een meerstemmige compositie. Hieronder staat de eersteINT_BB_V_01_N_04 regel (de klank is lager dan de notatie).

ZI E O O K K E N N E N 15

° 6 & 2 w™

˙ ˙

˙

w

œ œ ˙

˙ ˙

˙

w™

˙

w™

∑™

Kyrie

6 & 2 w™

Kyrie c.f.

6 & 2 w™ ‹ Kyrie ? 6 w™ ¢ 2

˙ w Ó

w

˙

w

˙ #˙

w

w

˙

œ œ ˙

w™ ˙

w

w

w

˙ œ œ# w

˙

w

w

˙ ˙ #w

w

˙ ˙ ˙

˙

˙

Kyrie

D

De componist laat de zangers heel lang op één lettergreep zingen. Welke lettergreep van Kyrie Eleison is dat?

E

Je ziet in dit Kyrie een maatsoort staan. Waarom is dat voor de vroegste gregoriaanse gezangen niet en voor deze muziek wel noodzakelijk?

F

Bij de derde balk staat de afkorting c.f. Waar staat die voor?

VWO

De compositie is gebaseerd op de volgende toonladder:

& w w w w w w w w ZI E O O K KENNEN 5

G

Welke kerktoonladder is dit?

13

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 13

3/02/17 12:06


Muzikanten worden in de hel gemarteld met hun eigen instrumenten (detail uit: de tuin der lusten van Jeroen Bosch).

1.4 troubadours BEGRIPPEN ESTAMPIE TROUBADOUR VEDEL, FLUIT, TROM, DOEDELZAK, LUIT, HARP BOURDON KUNSTLIED EN VOLKSLIED

In de middeleeuwen is de kerkelijke muziek strikt gescheiden van de wereldlijke muziek. Een goede zanger of componist van kerkmuziek geniet enig aanzien, in tegenstelling tot muzikanten buiten de kerk. Rondreizende muzikanten worden als onbetrouwbaar en minderwaardig bestempeld. Hun huwelijk is onwettig, bij ziekte krijgen ze geen hulp. Maar zolang ze voor amusement zorgen op de stadsmarkten worden ze enthousiast ontvangen. Dansmuziek zoals de estampie is het meest geliefd. De estampie is een muziekstuk met een steeds terugkerend refrein. Vaak wordt in de begeleiding een bourdon gespeeld (een samenklank van grondtoon en kwint, meestal in de bas). Weinig van deze muziek is bewaard gebleven. De muziek werd gespeeld op de vedel, fluit, trom of doedelzak.

De sociale status van de troubadour is iets beter. Dat komt doordat sommige troubadours zelf van adel zijn. Andere troubadours verblijven aan de adellijke hoven, zij maken kunstliederen met een poëtische tekst en een goed uitgewerkte (en opgeschreven) melodie. Vermaak op hoger niveau dus, niet voor het gewone volk, maar voor de elite. Troubadours zingen in de eerste plaats over de liefde, de ridderlijke (hoofse) liefde waarbij meestal een onbereikbare jonkvrouw wordt aanbeden. Ze bemoeien zich ook met politiek, bijvoorbeeld in liederen over de kruistochten. Voor de troubadours zijn de teksten het voornaamste, maar ook de muziek maken ze zelf. Het zijn dus eigenlijk de eerste singer-songwriters. Ze begeleiden zichzelf op luit of harp.

Triootje

Willem IX (1071-1126), de hertog van Acquitanië, is de eerste troubadour die we van naam kennen. Zijn hof in Poitiers is in die tijd een van de meest invloedrijke van Europa, kunst en muziek nemen er een belangrijke plaats in. Niet altijd tot genoegen van de paus, die Willem een paar keer in de ban doet vanwege zijn ongehoorzaamheid en losbandige gedrag. Willem is in de eerste plaats dichter, zijn verzen zijn soms nogal pikant. In een van zijn liefdesgedichten beschrijft hij een ménage-a-trois, een triootje inderdaad, waarin de dichter vertelt hoe hij 188 keer met twee dames de liefde bedreef. In Ab la Dolchor del Temps Novel slaat hij een gevoeliger toon aan, hij bezingt de natuur, maar beschrijft later toch weer hoe zijn hand onder de mantel van een dame verdwijnt ...

14

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 14

VERKENNEN MIDDELEEUWEN

3/02/17 12:06


Opdrachten ANONIEM

A

La Tierche Estampie Real is een hofdans (real = royal). Welke middeleeuwse instrumenten worden bespeeld?

B

In een estampie wordt een couplet telkens afgewisseld met een refrein. Hoe maakt de instrumentatie (= de gebruikte instrumenten) duidelijk dat een refrein begint?

C

Een puzzeltje. De kracht van een estampie zit in de vorm: een couplet waarin een muzikant kan soleren afgewisseld met refreinen die voor herkenning zorgen. Máár: de vorm is iets complexer. Elk solocouplet wordt twee keer gespeeld en er zijn twee refreinen die elkaar afwisselen. Schrijf in de lege hokjes boven de noten deze vorm op. • De coupletten krijgen hoofdletters A, B, etc. • De twee refreinen noem je X1 en X2. INT_BB_V_01_N_06 Een paar letters zijn al ingevuld.

LA TIERCHE ESTAMPIE REAL

#6 & #4

1

# &#

7

A

œ œœ œœœ œ ˙

œ œœœ ˙

A

œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙™

# &#œ œ œ ˙

14

œœ ˙

œœ˙

œ œœœ œ ˙

# ˙ &#

œœœœœ œ ˙

œ œ ˙™

# ˙ œœœ œ œ ˙ œœ œ ˙™ &#

33

œ œ œœ ˙

œ œ œ

˙™ X2

œ œ œ

œ œ œ

œ œ œ œœ˙

˙

œœ œœœ œ œ œœœ

˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙™ œ œ œ

œ œ œ œ œ ˙™

# & # œ œ œ ˙ œ œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙™

20

27

X1

œ œ œ œ œ œ œœ œ ˙

˙

œœ œœœ œ œ œœœ

˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙™

œ œ œ œ ˙

œ œ œ œ ˙™

œ œ œ œ ˙™

œœ œœœ œ œ œœœ

œ œ œœ ˙ œ œnœ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙™

œ œ œ œ ˙™

>

15

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 15

3/02/17 12:06


Opdrachten WILLEM VAN AQUITANIË

D

AB LA DOLCHOR DEL TEMPS NOVEL

ZI E O O K KENNEN 7

E

Ab la Dolchor del Temps Novel is een middeleeuws kunstlied. Een kunstlied is complexer en subtieler dan een volkslied; moeilijker om uit te voeren en je moet er aandachtiger naar luisteren. De begeleiding van dit lied is ook subtiel; gespeeld op een luit. Een luit lijkt op een gitaar maar er zijn verschillen. Welk verschil hoor je?

1 2 3 4 5 6

Enquer me menbra d’un maiti Que no fezem de guerra fi, E que-m donet un don tan gran, Sa drudari’e son anel; Enquer me lais Dieus viure tan C’aja mas manz soz so mantel!

So the memory of that dawn to me When we ended our hostility, And a most precious gift she gave, Her loving friendship and her ring: Let me live long enough, I pray, Beneath her cloak my hand to bring.

7 8 9 10 11 12

Qu’eu non ai soing d’estraing lati Que-m parta de mon Bon Vezi Qu’eu sai de paraulas com van Ab un breu sermon que s’espel Que tal se van d’amor gaban, Nos n’avem la pessa e-l coutel.

I’ve no fear that tongues too free Might part me from Sweet Company, I know with words how they can stray In gossip, yet that’s a fact of life: No matter if others boast of love, We have the loaf, we have the knife!

Tussen de twee coupletten speelt de luit een tussenspel. Hij varieert de melodie die zojuist gezongen werd en improviseert met daaronder een bourdon. Op de luit zijn dat bassnaren die los aangeslagen worden. Welke tonen speelt hij? Vul in: Een bourdon is een samenklank van grondtoon en in dit geval een C met daarboven een

SORDELLO DI MANTOVA

F

De tekst gaat over de fysieke liefde tussen Willem en zijn vrouw, met wie hij nogal eens onenigheid had, en over anderen die wel kletsen maar niet doen. De luit begeleidt spaarzaam. De twee belangrijkste regels springen eruit doordat de luit daar nadrukkelijk en luid de bourdon speelt. Welke twee regels zijn dat? Regels

G

In het intro van Er, Quan Vei Chanjar Lo Senhoratge hoor je een bourdon in de begeleiding. Hoe wordt de bourdon gespeeld? Kruis het juiste alternatief aan.

ER, QUAN VEI CHANJAR LO SENHORATGE

INT_BB_V_01_N_07

#4 j & # 4 œj œ œ œ œ

#4 j j & # 4 œœ œœ œœ œœ œœ

#6 j & # 8 œj œ œ œ

#6 j & # 8 œj œ œ œ

H

ANONIEM

Welk instrument speelt de bourdon in Domna, Pos Vos Ai Chausida?

DOMNA, POS VOS AI CHAUSIDA

16

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 16

VERKENNEN MIDDELEEUWEN

3/02/17 12:06


e c n a s Renais Sandro Botticelli, De Geboorte van Venus (±1485). Dit schilderij werd het symbool van de Renaissance: Een heidense godin, een frisse wind, bloemen en bloot.

In de renaissance ontstaat een nieuwe levenshouding. Niet God maar de mens staat in het middelpunt: humanisme. Deze levenshouding gaat gepaard met een grote belangstelling voor de klassieke oudheid, voor de Griekse en Romeinse denkers en kunstenaars. Tegelijk predikt Maarten Luther een nieuw geloof, vrij van corruptie en uitbuiting. Luther spijkert in 1517 zijn ‘95 stellingen’ op de kerkdeuren in Wittenberg, een aanklacht tegen machtsmisbruik binnen de katholieke kerk. De reformatie (oprichting van de protestantse kerk) is daarmee een feit. De rooms-katholieke kerk blijft het grootste machtsbolwerk in Europa, maar er is dus ook kritiek. De renaissance is de tijd van grote ontdekkingen. De drukpers wordt uitgevonden, het kompas en het buskruit, en Columbus ontdekt Amerika. De renaissance (wedergeboorte) begint rond 1450 in Florence en spreidt zich in een kleine eeuw uit over heel Europa. De kunst beleeft een enorme bloei in de renaissance. Naast de kerk zijn ook rijke vorsten van steden als Florence en Milaan belangrijke opdrachtgevers. Dat geeft kunstenaars betere verdiensten, meer bekendheid en vrijheid in de keuze van hun onderwerp. Schilderijen krijgen diepte door het gebruik van perspectief. Ook de muziek krijgt diepte door de ontwikkeling van meerstemmigheid.

Florence, hoofdingang van het Palazzo Vecchio.

17

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 17

3/02/17 12:07


Mooi versierd handschrift van een imitatie-mis van Josquin.

2.1

vocale muziek BEGRIPPEN MIS EN MOTET A CAPELLA CANTUS FIRMUS IMITATIE, DOORIMITATIE EN CANON POLYFONIE EN HOMOFONIE STEMPAREN TEKSTUITBEELDING MADRIGAAL EN CHANSON TERTS

De kerk blijft de belangrijkste werkgever voor componisten. In de liturgie van de katholieke kerk is de mis het hoogtepunt. Grote composities worden gemaakt op de teksten van de mis, zoals het Kyrie, Gloria en Sanctus. Het zijn vocale composities, meestal voor vier stemmen a capella (zonder begeleiding): sopraan, alt, tenor, bas. Alle stemmen werden door mannen en jongens gezongen, want vrouwen mochten niet zingen in de kerk. Tegenwoordig worden de hoge stemmen meestal gewoon door vrouwen gezongen. Componisten gebruiken voor hun meerstemmige missen vaak bestaande liederen als melodisch materiaal. Bijvoorbeeld een oud gregoriaans gezang of een populair volksdeuntje. De cantus firmus noem je zo’n lied dan. Wat ze met zo’n melodie doen grenst aan het onwaarschijnlijke! In alle vier stemmen komen motieven uit het bestaande lied

terug, vaak door imitatie toe te passen: stemmen ‘doen elkaar na’. Als dat imiteren lang door blijft gaan, noem je het doorimitatie. De meest strenge vorm van imitatie is een canon. Bij een canon zing je immers allemaal precies hetzelfde, maar dan net na elkaar. Canon en (door)imitatie zijn vormen van polyfonie. De techniek van stemparen komt ook vaak voor. Twee stemmen (bijvoorbeeld sopraan en alt) gaan dan samen en vormen zo een paar tegenover twee andere stemmen (bijvoorbeeld tenor en bas). Als je naar deze polyfone muziek luistert lijkt het alsof de stemmen vrij van elkaar bewegen en toch samen ‘toevallig’ goed klinken. Maar toeval bestaat niet in deze composities. De componist zorgt ervoor dat er vooral tertsen en sexten klinken. Daardoor krijg je akkoorden die veel voller en rijker klinken dan de open kwinten uit de middeleeuwen.

SEXT TACTUS

Het enig bekende portret van Josquin des Prez.

18

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 18

Komt wel goed !

Kardinaal Sforza is dol op muziek. Hij is dol op zijn Nederlandse zangers en ‘zijn’ componist Josquin. Maar hij is ook gek op zijn geld, en de betaling van de musici schiet er nog wel eens bij in. Als Josquin komt smeken om zijn salaris - zo gaat het verhaal - wuift de kardinaal hem weg met de woorden ‘Lascia fare a me!’. Dat betekent ’laat dat maar aan mij over’, oftewel: dat komt wel goed. En weer zien de zangers geen cent! De uitspraak ‘lascia fare a me’ tovert Josquin vervolgens om in het muzikale motief la-sol-fa-re-mi (in noten: a g f d e), om zijn baas fijntjes aan te spreken op zijn wanbetalingen. Het motief la-sol-fa-re-mi gebruikt hij als basis voor een complete mis.

VERKENNEN RENAISSANCE

3/02/17 12:07


Onafhankelijk

Portret van Carlo Gesualdo (1566-1613).

THE TALLIS SCHOLARS: EEN ZANGGROEP DIE AL JAREN UITBLINKT IN HET REPERTOIRE UIT DE RENAISSANCE.

Een ander vocaal werk (muziekstuk voor zangstemmen) voor gebruik in de kerk is het motet. Een motet is een op muziek gezette Latijnse, kerkelijke tekst. In het motet gebruikt de componist dezelfde technieken als bij de mis – dus imitatie, canon en stemparen – maar het motet is korter. In het motet probeert de componist muziek te componeren die goed bij de sfeer en de lading van de tekst past. Dat noemen we tekstuitbeelding. Tekstuitbeelding kan soms heel letterlijk zijn, bijvoorbeeld een dalende melodie als het gaat over het sterven en begraven van Jezus of een springerige, stijgende melodie als hij ‘ten hemel vaart’. Het madrigaal is een vocale compositie voor buiten de kerk. Een wereldlijk stuk dus.

Componisten in de renaissance zijn allesbehalve vrij. Ze zijn gebonden aan een (kerk)vorst en aan ijzeren componeerregels. Carlo Gesualdo is een uitzondering, want hij is prins van Venosa. Onafhankelijk van het oordeel en de centen van anderen componeert hij madrigalen. Zijn muziek is extreem en schokkend voor de zestiende eeuw – en in sommige opzichten (bijvoorbeeld de bizarre samenklanken) ook nog wel voor ons in de 21e eeuw. Het gaat vandaag de dag nog steeds op: wie niet ‘commercieel’ hoeft te denken, heeft meer ruimte voor het muzikale experiment. Gesualdo is trouwens ook shockerend in zijn privéleven. Als hij zijn vrouw in bed betrapt met een andere kerel hakt hij de geliefden letterlijk in mootjes. Hij wordt vrijgesproken van de gruweldaad. Gesualdo wordt later depressief en laat zich (uit schuldgevoel?) afranselen door zijn bediendes.

De tekst is Italiaans. Madrigalen werden vaak aan het hof gezongen. Het madrigaal bood amusement op hoog niveau. Vooral in de late renaissance (dat is vanaf 1500) was het madrigaal hét muziekstuk om te experimenteren met meer dissonante, ‘vreemde’ harmonieën die in de kerkmuziek verboden waren. De muziek staat helemaal in dienst van de tekst, dus tekstuitbeelding wordt door de componisten tot kunst verheven. Het chanson is een wereldlijk stuk, in het Frans gezongen. Chansons zijn eenvoudiger dan de kunstige madrigalen. Sommige chansons waren zo populair dat je ze de hits uit de renaissance zou kunnen noemen. In chansons en madrigalen wisselen polyfonie en homofonie elkaar vaak af. In homofone stukjes hebben alle stemmen (vrijwel) hetzelfde ritme en dezelfde tekst tegelijkertijd.

19

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 19

3/02/17 12:07


Opdrachten JOSQUIN DES PREZ

A

Josquin gebruikt in het Kyrie voortdurend het thema ‘la sol fa re mi’. Do – re – mi – fa – sol – la – ti – do staat gelijk aan c – d – e – f – g – a – b – c. ‘Vertaal’ het thema ‘lasolfaremi’ in onze notennamen. INT_BB_V_N_2_001 La sol fa re mi =

B

Je ziet het begin van het Kyrie. Het begint met maar twee stemmen. In de noten zie je niet echte maatstrepen, meer een soort ritmische eenheid: de tactus. Welke stem heeft het thema lasolfaremi? De

KYRIE UIT: MISSA LA SOL FA RE MI

Sopraan

° 3 &1 W

w

Ky

Alt

3 ¢& 1 W ‹ Ky

Sopraan Alt

Tenor Bas

W

-

-

-

-

˙ ˙

w

ri

e

-

° & w w ? w w ¢

GIOVANNI DA PALESTRINA

ri

-

Ó

e

-

˙ ˙ ˙ e

w

w

w

-

w

e

-

˙ w le

-

W -

œ œ w

lei

-

˙

INT_BB_V_2_N_002 i - son,

-

˙

w -

˙™

œ w

e -

le

Sopra

œ œ ˙ -

i

-

Alt

son

C

Het Kyrie is een vierstemmige compositie. Luister naar het hele fragment. (De klank is hoger dan de notatie.) De noten van de laatste samenklank staan hiernaast. Luister eerst en bekijk daarna de noten. Wat is waar? De samenklank is:  unisono: alleen grondtoon  een tweeklank: alleen grondtoon en kwint (open samenklank)  een tweeklank: alleen grondtoon en terts  een drieklank: grondtoon, terts en kwint

D

Het Credo (‘ik geloof’) is de gezongen geloofsbelijdenis, deze vind je in elke mis. Het begin van het fragment staat hieronder. (De klank is lager dan de notatie.)

INT_BB_V_2_N_003

CREDO UIT: MISSA L’HOMME ARMEE

° 3w Sopraan & 2

˙

Et

3 &2 w

in

Et

in

1

Alt

Tenor 1

Tenor 2

Bas

˙

3 ∑ &2 ‹ 3 &2 w™ ‹ Et ?3 ∑ ¢ 2

˙™

œ ˙

Spi - ri - tum

˙™

œ ˙

w San

w

-

˙

w

ctum

Do

˙

˙™

Spi - ri - tum

w

˙

San

ctum

w

Et

in

Spi - ri - tum

San

w™

˙™

-

œ ˙

w™ in

w

˙

Et

in

˙™

œ ˙

Spi - ri - tum

˙ -

Do

w™ Spi

w

San

mi - num,

œ ˙ -

-

-

œ œ œ w™

˙™

˙

-

œ œ ˙

˙

w

mi -

˙

-

ctum

Do

-

mi -

-

-

w

-

-

Do

-

˙

ctum

w™

˙

mi -

w™ num,

˙™

œ ˙

num,

w™ ri

w™ num,

Dit is een compositie voor vijf stemmen: twee stemparen en een vijfde stem die de cantus firmus in lange notenwaarden zingt. • Welke stem is de cantus firmus? • Welke stemmen vormen stempaar 1? • Welke stemmen vormen stempaar 2? Stempaar 2 imiteert stempaar 1. Wat wordt geïmiteerd?  Vooral het ritme.  Vooral de melodie.  Zowel ritme als melodie. 20

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 20

VERKENNEN RENAISSANCE

3/02/17 12:07


JOSQUIN DES PREZ

E

In Absalon Fili Mi (‘Absalom, mijn zoon’) zingt koning David over zijn zoon Absalom die op tragische wijze overlijdt. Het is een verhaal uit het oude testament van de bijbel. Dit is een  mis  motet  madrigaal  chanson. Omdat:

F

Beluister het fragment en lees de noten hieronder mee. De stemmen zetten na elkaar in. • Imiteren de stemmen elkaar?  Ja, het is dus polyfoon.  Nee, de bovenstem is het belangrijkst. Het is dus homofoon. • Er is sprake van tekstuitbeelding. Op welke manier? Letterlijk: Door een dalende / stijgende melodie bij sed descendam / in infernum / plorans. Figuurllijk: Door kleine / grote toonsafstanden bij sed descendam / in INT_BB_V_2_N_004 infernum / plorans.

ABSALON FILI MI

° # ˙ Sopraan & C Ó 1

de af

Ó

? #C ˙ ˙

Tenor

Bas

sed maar

# & C

Alt

˙™

¢

? #C

sed

de

#œ -

œ #˙ -

˙

˙

sed

PIERRE DE CERTON

scen da -

de

de

œ ˙

dam len

˙™

sed

scen

Œ œ ˙

œ œ ˙

scen

-

˙ dam

-

œ #˙

-

scen

in in in het

˙™

in

in

-

œ

˙

-

dam

-

fer graf

-

-

num

-

œ œ œ ˙ -

in

in

-

-

œ ˙

fer

num

-

œœ w œ œ œ

num

Œ œ ˙™

œ œ œ ™ œœ œ ˙

plo hui

œ ˙

in in

fer

˙

œ ˙

Œ œ ˙

œ œ ˙

dam

Œ œ

œ ˙

plo

-

w

fer

plo

num

-

œ œ plo

-

œ œ œ ˙ -

-

-

-

œ œœ˙ -

w

-

#œ w

rans. lend.

w

rans.

w

rans.

-

w -

-

-

w

rans.

G

La La La, Je ne l’Ose Dire is een liedje over een jaloerse man. Hij wordt bedrogen door zijn vrouw die met het hele dorp vreemdgaat. Moraal van het verhaal: kijk uit met wie je trouwt. Dit is een  mis  motet  madrigaal  chanson. Omdat:

H

In het refrein van La La La, Je ne l’Ose Dire (de tekst staat hieronder) wordt het roddelen van het dorp mooi uitgebeeld door de stemmen die door elkaar gaan.

LA LA LA, JE NE L’OSE DIRE

La, la, la, je ne l’ose dire La, la, la, je le vous dirai

La, la, la, durf het niet te zeggen La, la, la, zeg het u maar toch

Hoe vaak hoor je het refrein? CARLO GESUALDO

I

De dood en doodgaan waren een obsessie voor Gesualdo; hij schreef er veel liederen over. Zo ook Mille Volte Il di Moro: duizend maal per dag sterf ik. Dit is een  mis  motet  madrigaal  chanson. Omdat:

J

Luister naar het hele fragment van Mille Volte Il di Moro. De tekst en vertaling staan hieronder.

MILLE VOLTE IL DI MORO

Mille volte il dì moro E voi, empi sospiri, Non fate, oimè, che in sospirando io spiri?

Duizendmaal per dag sterf ik, En jullie, kwaadaardige zuchten, Laten jullie niet toe, ach, dat ik in zuchten sterf?

• Kies één woord uit waarbij je duidelijk tekstuitbeelding hoort. Leg uit hoe Gesualdo dat uitbeeldt. • Bij welk(e) woord(en) hoor je dissonante samenklanken?

21

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 21

3/02/17 12:07


Componist Orlando di Lasso met het instrumentale ensemble van het Beierse hof in München.

2.2 BEGRIPPEN ORGEL LUIT BLOKFLUIT TROMBONE VIOLA DA GAMBA PAVANE EN GAILLARDE TWEEDELIGE MAAT DRIEDELIGE MAAT

instrumentale muziek Aanvankelijk wordt er maar weinig muziek speciaal voor instrumenten gecomponeerd. De stem is het instrument dat door God zelf is geschapen. Alle andere instrumenten zijn door mensenhanden gemaakt en dus wat geluid betreft slappe aftreksels van de ‘goddelijke’ stem. Toch wordt muziek die eigenlijk voor zangstemmen is geschreven, heel vaak gespeeld door instrumenten, zoals orgel, luit, blokfluiten, trombones, kromhoorns en viola da gamba’s. Later in de renaissance worden muziekinstrumenten populairder en komt er dus

ook meer instrumentale muziek. Om op te dansen bijvoorbeeld. Aan de Europese hoven zijn de pavane en de gaillarde een tijd lang in de mode. De pavane is statig, in een tweedelige maat. De pavane wordt altijd direct gevolgd door de gaillarde. De gaillarde heeft dezelfde melodie, maar in een driedelige maat en een flink stuk sneller. Dat was dolle pret op de dansvloer want ouderen en overdadig aangeklede gasten – vooral bewapende mannen – konden het tempo dan niet meer bijbenen.

SANDRO BOTTICELLI, HET BRUILOFTSMAAL.

Trouwfeestje

‘Trompetfanfares vormen de inleiding. Een zevenstemmig motet van Di Lasso begeleidt het voorafje. Zes trombones blazen een madrigaal bij de tweede gang. Tijdens het verorberen van de vis spelen viola da gamba’s een motet van De Rore. Tijdens de wildschotel een twaalfstemmig stuk van Padovana. Zes viola da gamba’s, zes fluiten en een klavecimbel laten zich horen tijdens de vijfde gang. Een complete kapel begeleidt dessert en suikergoed.’ Dit is een koninklijk bruiloftsfeest van de Beierse troonopvolger in 1568, beschreven door de hofmusicus. Een ratjetoe van instrumenten en soorten stukken (zelfs kerkelijke motetten), en veel, heel veel eten. Het lijkt wel een festival.

22

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 22

VERKENNEN RENAISSANCE

3/02/17 12:07


Opdrachten PIERRE PHALÈSE

A

PAVANE & GAILLARDE

Pavane

& bC w

PAVANE

Je hoort een pavane en gaillarde van Pierre Phalèse. Je ziet hieronder het begin van beide INT_BB_V_2_N_006 delen. De maatstrepen ontbreken. Zet die op de juiste plaats tussen de noten.

˙ œ™ œ œ J œœ˙ w

hallo Gaillarde

3 & b 4 œ œ œ œ™ œJ œ œ œ œ ˙™

w

˙ œ™ œ œ œœ˙ w J INT_BB_V_2_N_007

œ œ œ œ™ œ œ œbœ œ œ œ œ œ#˙ ™

GAILLARDE

B

Luister naar het hele stuk. Je hoort de pavane, gevolgd door een herhaling die gevarieerd is. Daarna (vanaf 1:40) de gaillarde die ook weer gevarieerd herhaald wordt. In de herhaling (variatie) zijn vooral de instrumenten anders. Vul de tabel in.

PAVANE Maatsoort

 tweedelig

 driedelig

 tweedelig

 driedelig

Tempo

 langzaam

 snel

 langzaam

 snel

Instrumenten

ANTOINE BUSNOIS FORTUNA DESPERATA

C

GAILLARDE

1e keer

2e keer

1e keer

2e keer

 blokfluit(en)  trombone(s)  luit  viola da

 blokfluit(en)  trombone(s)  luit  viola da

 blokfluit(en)  trombone(s)  luit  viola da

 blokfluit(en)  trombone(s)  luit  viola da

gamba’s

gamba’s

gamba’s

gamba’s

In Fortuna Desperata hoor je hoe zangstemmen en instrumenten gecombineerd worden in de renaissance. De instrumenten spelen stemmen die ook gezongen hadden kunnen worden; geïntegreerd gebruik van stemmen en instrumenten noem je dat. • Welke stemsoort zingt? • Welke instrumenten spelen?

23

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 23

3/02/17 12:07


Barok

De zeventiende eeuw is een tijd van oorlogen en ruzies tussen katholieken en protestanten. Maar het is ook een tijd van pracht en praal. De kunst en de architectuur van deze tijd worden in 1750 door een criticus omschreven als ‘barok’, wat wil zeggen expressief, flamboyant, rijk versierd, en hier en daar een tikje overdreven. De drijvende kracht achter de kunst van de barok is het absolutisme. In Frankrijk laat Lodewijk XIV het Louvre en het paleis van Versailles bouwen. Imposant en luxe, zodat er geen misverstand over kan bestaan: de koning is de absolute heerser, zijn gezag is onomstreden. Kunst moet de vorst verheerlijken. Een andere kracht achter het ontstaan van de barok is de contrareformatie. In Italië doet de katholieke kerk zijn uiterste best terrein terug te winnen van de protestantse kerk. Kunst die macht uitstraalt en bewondering afdwingt, moet daarbij helpen. Om te beginnen moet Rome de mooiste stad op aarde worden door de bouw van talloze kerken, met als topper de gigantische Sint-Pieter. De monumentale bouwstijl vol decoraties en de uitbundige, theatrale schilderkunst vol actie verspreidt zich over heel Europa. De kunst uit de barok is een belevenis, een emotionele achtbaan.

Sint Pieter, Rome.

24

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 24

VERKENNEN BAROK

3/02/17 12:07


Barok kerkinterieur, Gesù-kerk, Palermo.

De muziek uit de barok heeft een heel eigen geluid. Kenmerkend is de basso continuo-begeleiding van klavecimbel en (vaak) cello, de techniek van voortspinning in de melodie – waarbij veel sequensen en versieringen worden gespeeld –, terrassendynamiek door afwisseling van solo- en tuttispel, en het motorische ritme (bij snelle stukken). Vanaf nu staat een compositie in majeur of mineur. De barok in de muziek begint met de opvoering van de eerste opera’s (rond 1600) en eindigt met de dood van de grootste componist uit de barok: Johann Sebastian Bach (1750).

Paleis van Versailles. 25

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 25

3/02/17 12:07


Een moderne uitvoering van Orfeo in Londen.

3.1

BEGRIPPEN OPERA RECITATIEF BASSO CONTINUO MAJEUR MINEUR

CLAUDIO MONTEVERDI, GROTE MUZIEKVERNIEUWER.

26

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 26

het ontstaan van de opera Rond 1600 is er een groepje intellectuelen in Florence, waaronder ook enkele componisten, dat het plan heeft om theater te maken zoals (volgens hen) de oude Grieken het deden. Het resultaat is een gezongen toneelstuk, dat later de naam opera krijgt. Een opera wordt geacteerd en er zijn decors. Uitgangspunt is dat de tekst verstaanbaar moet zijn, anders begrijpt niemand het verhaal. De muziek moet de tekst ondersteunen. In de polyfone stukken uit de renaissance is de verstaanbaarheid niet best. Iedereen zingt immers door elkaar heen. Daarom verzint het groepje iets nieuws: het recitatief. Recitatief komt van reciteren, een soort zingend spreken. Het houdt in dat maar één zanger de melodie voordraagt, met een eenvoudige begeleiding van bijvoorbeeld een klavecimbel of een luit. De componist schrijft alleen de melodielijn en de baslijn op. Het klavecimbel (of de luit) speelt boven de baslijn de akkoorden. Een cello of gamba speelt de baslijn vaak mee als extra ondersteuning. Deze manier van begeleiden heet basso continuo. Het recitatief is een

belangrijke muzikale vernieuwing, want de muziek is nu veel meer vanuit de akkoorden gedacht. Majeur en mineur worden daardoor de overheersende toonladders.

Orfeo van Monteverdi is de eerste opera die in zijn geheel bewaard is gebleven. Het stuk gaat over de mythe van Orpheus die zijn geliefde uit de onderwereld haalt, maar haar dan toch weer kwijtraakt. Orfeo ging in première in 1607 aan het hof van Mantua, en wordt nu nog steeds uitgevoerd over de hele wereld. De eerste opera’s zijn geschreven voor de adel, om uitgevoerd te worden aan de rijke hoven van Italië. Maar er blijkt een veel groter publiek te zijn voor zo’n avondvullend muziekevenement. Opera wordt mateloos populair in de zeventiende eeuw. Alle grote steden in Europa krijgen een eigen operagebouw. Opera is een sociale gebeurtenis, een echt ‘avondje uit’ voor rijkelui waarbij gezien worden, roddelen, eten en drinken vaak nog belangrijker zijn dan de muziek.

VERKENNEN BAROK

3/02/17 12:08


Opdrachten A

C. MONTEVERDI PROLOGO, UIT: ORFEO

In de proloog (voorwoord) van de opera Orfeo komt de muze van de muziek uit de hemel naar beneden en belooft de toeschouwer een verhaal omlijst met muziek. De zang wordt vooraf gegaan door een instrumentale inleiding: het ritornello (refrein). Die instrumentale regel wordt twee keer gespeeld. Wat is er de tweede keer anders?

™ bœ 2 œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ #œJ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ ™ & 2 Ritornello

La Musica

4 &2 Ó

1

Œ œ ˙

? 42 w 5

& Ϫ til bloed

? ˙

˙

Œ œ œ œ bw

per - mes - so a - ma - to Dal mio Van mijn ge - lief - de Per - mes - sus

a voi ne ve kom ik naar u

w

œ ˙ J

˙

˙

Œ #œ #œ œ™

w

™ & ˙ ?

w

de Re - gi van ko - ningen

8

giun waarheid

œ œ œ™ œ ˙

˙

˙

˙

j œ œ œ œ Œ w

˙™

perch' è trop - p'al zo ver - he - ven

w

gno

-

œ œ w

cui nar - ra la fa - ma - ver wie roem ver - telt van

‰ œj nœ œ

˙

ge al ver tekort doend

-

di o

˙

w

-

Œ ˙

w

˙

œ

w

to il is het

se the

w

w

˙

œ

Ϫ

œ™ œ ˙

™™

œ œ œ

in - cli - ti e roi san - gue gen be - roem - de helden, vor - ste - lijk

˙

˙

j œ ˙

˙

˙

Œ bœ

ec - cel - si pre - gi glo - rie - euze da - den

ne de

w

˙ w -

gno. ma.

w

˙

∑ ∑

B

Na het ritornello begint La Musica te zingen. Ze start het verhaal op een eenvoudige melodie, ritmisch niet strak in de maat en met een eenvoudige begeleiding. Hoe heet een dergelijk stuk?

C

In de barok is het heel gebruikelijk om de noten op eigen wijze uit te voeren, bijvoorbeeld door af en toe versieringen toe te voegen. La Musica doet dat op twee plaatsen. In welke maten is dat?

D

De onderste balk is bedoeld voor een begeleidingspartij die typerend is voor de barok. De partij wordt uitgevoerd door een luit en een toetsinstrument dat eveneens typerend is voor de barok. • Hoe heet die partij? • Welk toetsinstrument speelt de partij?

E

Na het recitatief komt het ritornello weer. Maar niet helemaal vanaf het begin. Zet een pijl in de noten waar deze keer begonnen wordt.

27

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 27

3/02/17 12:08


3.2

Scène uit La Traviata van Giuseppe Verdi, een opera uit de romantiek.

de structuur van de opera BEGRIPPEN OUVERTURE RECITATIEF SECCO RECITATIEF ACCOMPAGNATO ARIA KOOR

FARINELLI , SCÈNE UIT DE FILM (1994).

Een opera bestaat uit een opeenvolging van korte ‘nummers’: een ouverture, veel recitatieven en aria’s, en enkele koorstukken. Een opera in de barok kan wel honderd van die nummers hebben. Sommige (recitatieven) zijn heel kort, andere (aria’s) duren enkele minuten. Een ouverture is de instrumentale opening van de opera. Hij begint vaak langzaam en statig. Het is namelijk ook de entreemuziek voor de koning of andere hoge gast, die altijd als laatste binnenkomt, zodat iedereen hem kan zien. Daarna volgt een snel gedeelte: het stuk kan beginnen, de vorst is binnen. Bij het recitatief is de muziek ondergeschikt aan de tekst, de melodie volgt het ritme van de woorden en de begeleiding is eenvoudig. Een recitatief heet ‘secco’ (droog) als er alleen een begeleiding in akkoorden is.

Spelen er ook andere instrumenten mee, bijvoorbeeld strijkinstrumenten, dan heet dat ‘accompagnato’ (begeleid). In het recitatief wordt het verhaal verteld of vindt de handeling plaats. Een aria is een lied. De componist moet zorgen dat hij een lied schrijft waarmee de zanger een emotie zoals vreugde, verdriet, angst, twijfel kan overbrengen op het publiek. Muzikaal gezien zijn de aria’s het belangrijkst in de opera. In de aria laat de zanger ook zien wat hij kan, hoe virtuoos hij is en hoeveel emotionele lading hij een melodie kan geven. Het koor reageert op de gebeurtenissen. De koorzangers zijn als het ware de omstanders in het stuk. Ze vieren of lijden mee, hebben een mening of een moralistisch praatje. De koorstukken kunnen homofoon of polyfoon zijn.

Sterren

De grote sterren van de opera zijn de castraatzangers. Ze worden aanbeden, vooral door dames. Sommigen raken al buiten zinnen als de castraat, de sterzanger, het toneel op loopt. Hun stem is met niets te vergelijken: een bereik van drie octaven, een geluid als een trompet en een fenomenale techniek. De grootste castraatzanger was Farinelli. Als hij een aria had gezongen, scandeerde het publiek: ‘Eén God, één Farinelli’. Bij Farinelli waren de zaadleiders van de teelballen doorgesneden toen hij acht jaar was. Dat werd gedaan bij duizenden jongens, van wie de ouders hoopten dat hun zoon een beroemde zanger zou worden. Het was een macabere gok: een derde stierf aan de ingreep die vaak door de plaatselijke kapper werd gedaan. Van de overlevenden kreeg een klein deel een carrière als zanger. Een enkeling werd beroemd. Farinelli had geluk. En heel veel muzikaal talent.

28

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 28

VERKENNEN BAROK

3/02/17 12:08


Opdrachten G.F. HÄNDEL

A

FRONDI TENERE / OMBRA

Xerxes, de koning van Perzië, zit in een prachtige tuin en bewondert een grote plataan (een boom die je in het zuiden van Europa veel vindt, maar ook in Nederland).

MAI FU, UIT: SERSE

1 Frondi tenere e belle Del mio platano amato Per voi risplenda il fato. Tuoni, lampi, e procelle Non v’oltraggino mai la cara pace, Nè giunga a profanarvi austro rapace.

Teder en bekoorlijk; het bladerdak Van mijn dierbare plataan Laat het lot je gunstig zijn. Donder, bliksem en stormen Jouw rust niet verstoren, Noch waaiende winden jou ter aarde slaan.

2 Ombra mai fu di vegetabile, Cara ed amabile, soave più.

Nooit was de schaduw van welke plant ook Me dierbaarder, lieflijker en zachter.

Je hoort twee gezongen delen uit de opera Serse van Händel. Bepaal welk onderdeel van een opera de twee delen zijn. Schrijf achter elk deel de juiste beschrijvingen. Kies uit: tekstherhaling – geen tekstherhaling – emotie – verhaal – eenvoudige begeleiding – uitgewerkte begeleiding – tekstuitbeelding – tekst belangrijker dan muziek – muziek belangrijker dan tekst – ritmisch vrij – basso continuo – luit – klavecimbel – recitatief – aria – secco – accompagnato.

COMPOSITIE

KENMERKEN

Frondi tenere

Ombra mai fu

R. BROSCHI SON QUAL NAVE CH’AGITATE, UIT: ARTASERSE VAN J. HASSE

B

De aria Son Qual Nave Ch’Agitate werd geschreven door Ricardo Broschi (de broer van Farinelli) en aan een opera van Johann Adolph Hasse toegevoegd. Het fragment dat je hoort, wordt door een man gezongen. Het fragment is relatief kort; de aria gaat in een moordend tempo meer dan 13 minuten zo door. Omcirkel het juiste antwoord. • De omvang van de stem (laagste tot hoogste toon) is enorm: 1 / 2 / 3 / 4 octaven. • Hij zingt veel snelle figuren. Dit zijn voornamelijk toonladders / drieklanken. • Zo’n uitvoering is technisch heel pittig (want het zijn veel noten en het gaat snel). Dit noem je authentiek / virtuoos / reciterend / secco.

29

TM Intro VK Verkennen BOEK jan17.indb 29

3/02/17 12:08



Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.