Page 1

Kind in een Kasteel de kunst van het opvoeden Belle van Zuylen Sylvia Witteman Jetske van Tuyll van Serooskerken Hendrikje, Sophie, Frits en Hansje

Slot Zuylen themamagazine zomer 2013 1


Tips

Inhoud

Rondleidingen Kind in een Kasteel Slot Zuylen 9 mei t/m 15 sept. 2013 www.slotzuylen.nl

De kunst van het opvoeden

3

Belle van Zuylen: Opvoeding en ontwikkeling

7

Column Sylvia Witteman

9

Expositie De kunst van het opvoeden Dordrechts Museum 28 april t/m 16 sept. 2013 www.dordrechtsmuseum.nl TV-serie De kunst van het opvoeden met Edwin Rutten vanaf 25 april 2013 do. 19:25 NTR, Nederland 2 www.ntr.nl Boek De kunst van het opvoeden Jack Fila, Jeroen Dekker en Yolande Wildschut Walburg Pers € 24,95 www.walburgpers.nl

De laatste generaties kinderen in Slot Zuylen

11

Het Album van Slot Zuylen

14

Stereoscoop

16

Uit de bibliotheek

17

Kinderportretten

4, 10, 18, 19

Uitgave: Stichting Slot Zuylen, 2013 Teksten: Marian van Dijk, Marjolein Hogewind, Katrien Timmers Vormgeving: Arjan den Boer

Portret van Hendrikje Fagel Jean Humbert, 1766 Hendrik baron Fagel (1765-1838) is één jaar oud op dit portet. Hij was een neefje van Johanna Catharina Fagel, de echtgenote van Willem-René van Tuyll van Serooskerken, de oudste broer van Belle van Zuylen. Kleine jongetjes droegen totdat ze zindelijk waren geen broek maar een jurk. Hendrik is toch herkenbaar als jongen op dit portret vanwege de blauwe sjerp.

2


inleiding

De kunst van het opvoeden Kinderen van nu houden van luxe, ze hebben slechte gewoontes, minachting voor autoriteit, tonen een gebrek aan respect voor ouderen en kletsen liever dan dat ze leren. Kinderen zijn tegenwoordig tirannen, niet de dienaren van het huishouden. Ze staan niet meer op wanneer ouderen de kamer binnenkomen. Ze spreken hun ouders tegen, vallen mensen in de rede, eten lekkernijen aan tafel, kruisen hun benen en tiranniseren hun leraren.

Dit is geen tekst uit de krant van gisteren. De uitspraak is afkomstig van Socrates die leefde in de vierde eeuw voor Christus. Het is de vraag of er veel is veranderd in het denken over ‘de jeugd van tegenwoordig’. Opvoeden is nog steeds een razend populair thema, getuige de vele websites en boeken voor ouders. Het boek van dr. Benjamin Spock uit 1946 – destijds na de bijbel wereldwijd het best verkochte boek! – wordt nog steeds verkocht. En ‘rust, reinheid en regelmaat’, bedacht in 1915 door de oprichtster van het Groene Kruis, staat bij veel opvoeders nog steeds hoog in het vaandel. Veel van onze opvoedingsidealen zijn echter nog veel ouder en grijpen terug op de 17e en 18e eeuw.

de 18e eeuw maakten ze zich ook zorgen en kregen kinderen een ‘valhoed’ op, vergelijkbaar met onze fietshelm, zoals blijkt uit een schilderij uit 1782 van Abraham Strij. Het doek is te zien in het Dordrechts Museum.

In de 18e eeuw maakten ze zich ook zorgen en kregen kinderen een ‘valhoed’ op Andere onderwerpen staan veel verder van ons af. De vaderlijke adviezen van Jacob Cats, die hem de bijnaam Vadertje Cats opleverden, hadden voor een belangrijk deel een godsdienstig doel: kinderen dienden de zaligheid te bereiken. Ook de oproep tot vaderlandschliefde die Cats deed in een handgeschreven opdracht in een exemplaar van zijn verzameld werk uit 1665 dat in het bezit is van Slot Zuylen zal een kind uit deze eeuw niet veel meer zeggen. Toch was Cats’ goede raad aan vrijwel ieder protestants gezin in De Republiek wel besteed. Hij kon ook heel invoelend zijn. Zo raadt hij ouders aan de kinderen in hun jeugd maar flink gek te laten doen, dan maken ze fouten, en daar leren ze dan weer van: Men moet een paer narre-schoenen verslijten, eer men recht wijs wort.

Schilderijen uit die tijd kunnen een schat aan informatie geven over de benadering van kinderen, maar ze roepen tegelijkertijd veel vragen op. Zo heeft Slot Zuylen prachtige kinderportretten, maar de vraag is of de kinderen die kleding in het dagelijks leven ook droegen. En waarom staat er zo vaak een hond afgebeeld bij het kind? Die baby met dat jurkje, was dat een jongetje of een meisje? Jeroen Dekker gebruikt schilderijen in zijn boek Het verlangen naar opvoeden als bron van informatie en als illustratie voor de geschiedenis van het Nederlandse opvoeden. Zijn boek vormde de basis voor een groot multimediaal project waarin de NTR, het Dordrechts Museum en Slot Zuylen samenwerken onder de titel De Kunst van het Opvoeden.

Deugdzaam De overgang van de ‘opvoeding tot zaligheid’ in de Gouden Eeuw naar de ‘opvoeding tot deugdzame burgers’ in de 18de eeuw verliep via de weg van de introspectie – het vermogen om kritisch naar jezelf te kijken – dat populair werd in de tweede helft van de 18de eeuw, het tijdperk van de Verlichting. Representatief was het dagboek dat Otto van Eck

Valhelm Sommige onderwerpen zijn van alle tijden en onmiddellijk herkenbaar. De eerste aflevering van de documentairereeks van de NTR over ‘de kunst van het opvoeden’ gaat over veiligheid en de angst van ouders dat hun kind iets overkomt. En wat blijkt? In

3


Onbekende jongen, 1639 Toegeschreven aan Jan van Loenen

4


moest bijhouden en dat door zijn ouders werd gelezen om te controleren wat het effect was van hun opvoeding. Hartverscheurend zijn de passages waarin Otto schrijft dat hij wel ‘een heel slecht kind’ is omdat zijn vogeltje alweer dood in zijn kooitje ligt. Huisdieren als test voor de sociale ontwikkeling, het klinkt bekend. Aan het eind van de 18e eeuw verschenen ook de grote filosofische werken over opvoeding. Daarvan deed het werk Emile van Jean Jacques Rousseau het meeste stof opwaaien. Rousseau vond dat de opvoeder een kind niets moest opdringen, bevelen of verbieden. De aanhef van Emile luidde: Alles is goed als het uit de handen van de Schepper komt, alles raakt verdorven in de handen van de mens. ‘Natuurlijke’ opvoeding is bij Rousseau vooral het wegnemen van groeibelemmeringen. Ouders bepalen niet de bestemming van het kind, dat doet de natuur. In onze tijd is ‘natuur’ vervangen door ‘omgeving’; de discussie over nature or nurture is nog steeds actueel. Overigens richtte Rousseau zich alleen op de ontplooiing van jongens; meisjes waren volgens hem voorbestemd voor het moederschap.

het nieuwe beeld zal op 6 juni worden onthuld. Belle staat dan te midden van zeven filosofen die een belangrijke rol speelden in het denken over opvoeden. Speelgoed Het verschil in opvoeding tussen jongens en meisjes is nog altijd onderwerp van discussie. Via de social media werd onlangs nog fel geprotesteerd tegen Lego Friends, een speciale lego-variant voor meisjes, met roze aankleedpoppetjes, zwembaden en winkels. Het zou seksistisch zijn. Slot Zuylen heeft een rijke collectie kinderspeelgoed, vooral uit de 19e eeuw. Bijzonder is het poppenhuis Kindervreugd uit ca. 1840. Een dergelijk poppenhuis had een belangrijk educatief doel: de meisjes voorbereiden op hun taak als bestierster van het huishouden. Maar waar komen dan toch die ‘bandensporen’ op het dak vandaan?

Belle van Zuylen In onder meer haar roman Drie vrouwen uit 1794 bekritiseert Belle van Zuylen de gedachte van Rousseau over een natuurlijke ongelijkheid en onvrijheid. Aangezien vrouwen niet eenzelfde opvoeding en educatie als mannen genoten, kon volgens Belle van Zuylen ook niet verwacht worden dat zij tot dezelfde intellectuele prestaties kwamen. Alle vermogens zijn bij man en vrouw oorspronkelijk dezelfde, schreef ze aan een vriendin, en als het verstandelijke vermogen bij mannen meer geperfectioneerd is, dan komt dat door studie en uitsluitend en alleen door studie. Belle had er veel voor over om te kunnen studeren. Niet alleen liep ze van Slot Zuylen naar de Universiteit van Utrecht om daar lessen te volgen, ze doorstond ook de afkeurende blikken van andere mensen die zo’n gestudeerde vrouw niet gepast vonden. Gelukkig kon ze corresponderen met grote denkers in haar tijd. Veel van deze mannen maken deel uit van het Denkeiland van Eveline van Duyl. Op verzoek van Slot Zuylen voegde zij daar Belle van Zuylen aan toe:

Bronnen Baggerman, Arianne en Dekker, Rudolf, Kind van de toekomst. De wondere wereld van Otto van Eck. Amsterdam, 2005 Bakker, N., e.a., Vijf eeuwen opvoeden in Nederland, 2006. Blom, Philipp, Het verdorven genootschap. De vergeten radicalen van de Verlichting. Amsterdam, 2011 Dekker, Jeroen J.H., Het verlangen naar opvoeden. Over de groei van de

De collectie van Slot Zuylen maakt nieuwsgierig naar de verhalen achter de objecten. Hoe was het om kind te zijn in een kasteel? Hoeveel vrijheid kreeg je? Welke boeken mocht je lezen? Moest je eten wat je niet lustte, moest je aan deftig gedekte tafels zitten, mocht je door de gangen rennen? Tijdens een speciale rondleiding in Slot Zuylen worden deze en vele andere vragen beantwoord.

Marian van Dijk, mei 2013

5

pedagogische ruimte in Nederland sinds de Gouden Eeuw tot omstreeks 1900. Amsterdam, 2006 Duyl, Eveline van en Sleutels, Jan, Denkeiland, uitgave ter gelegenheid van de expositie in Beelden aan Zee in 2011 Duyl, Eveline van, Denkinseln...es darf gedacht werden, catalogus bij de tentoonstelling in het Gerhard Marcks Haus te Bremen, 2013


Belle van Zuylen Guillaume de Spinny, 1759

6


Belle van Zuylen (1740-1805)

Opvoeding en ontwikkeling Isabelle Agneta van Tuyll van Serooskerken (Belle van Zuylen), die na haar huwelijk Madame de Charrière werd, is geboren op 20 oktober 1740 in Slot Zuylen. Ze is de oudste van wat een groot gezin gaat worden. Na haar komen er nog vier broers en twee zusjes, waarvan er één drie maanden na de geboorte overlijdt.

Gouvernante Het onderwijs dat Belle van Zuylen kreeg lag duidelijk op een hoger niveau dan in die tijd gebruikelijk was voor een meisje uit haar kringen. Ongetwijfeld kreeg ze les in de vakken die voor vrouwen toen de standaard waren, zoals lezen, schrijven, rekenen, een beetje aardrijkskunde en geschiedenis, godsdienst en goede manieren.

Autodidacte Na het vertrek van Mademoiselle Prévost zullen er nog verschillende gouvernantes en gouverneurs volgen die de scholing en vorming van de kinderen Van Tuyll op zich nemen, maar uit alles blijkt dat Belle haar intellectuele ontwikkeling voornamelijk zelf ter hand heeft genomen en dat ze dus een autodidacte was.

Maar vanaf haar achtste jaar krijgt Belle een Zwitserse gouvernante, Mademoiselle Jeanne-Louise Prévost, die een belangrijke en bepalende rol zal spelen in haar leven. Deze uit Genève afkomstige jonge vrouw was zelf zeer belezen en ontwikkeld en had uitgesproken ideeën over opvoeding. Van haar leerde Belle de Franse taal en zij liet haar kennis maken met de grote historische werken en de Franse schrijvers van de 17e eeuw zoals Racine, Corneille en La Fontaine.

Ze las de boeken uit de bibliotheek van haar vader, nam wiskundelessen bij Professor Praalder, natuurkundelessen bij Professor Hahn van de universiteit van Utrecht (heel ongewoon voor een meisje uit die tijd), en leerde Engels bij de Schotse dominee Brown. En in de grote kring van vrienden en kennissen van de Van Tuylls vond ze mensen met wie ze van gedachten kon wisselen. Dat ging veelal per brief.

Ze nam wis- en natuurkundelessen, heel ongewoon voor een meisje uit die tijd

Als Belle 11 jaar oud is moet de gouvernante om gezondheidsredenen naar Zwitserland terugkeren, maar zij zal nog jaren met haar pupil blijven corresponderen en haar in haar brieven begeleiden in haar verdere intellectuele ontwikkeling.

Een van haar belangrijkste correspondenten was Constant d’Hermenches, een kolonel van een Zwitsers regiment dat gelegen was in Den Haag. Hem ontmoet ze op een bal ter ere van het aanstaande huwelijk van Prinses Caroline (de zust van de jonge stadhouder Willem V) met Karel Christiaan van Nassau Weiburg. Hij is 37 jaar oud, getrouwd en vader van twee kinderen en een buitenechtelijke dochter. Een intellectueel, een geziene gast in de literaire salons van Parijs maar ook een rokkenjager. Om een litteken te verbergen draagt hij een zwarte band over zijn voorhoofd.

De brieven die Belle aan Mademoiselle Prévost schreef zijn helaas niet bewaard gebleven, maar uit die van de gouvernante aan haar pupil blijkt hoe gedreven Belle was om kennis te vergaren, hoeveel tijd zij besteedde aan lezen en studeren. Mademoiselle Prévost spoort haar aan om van alles wat ze gelezen heeft een samenvatting te schrijven en ook haar gedachten daarover op papier te zetten. Daardoor wordt de stof beter opgeslagen in het geheugen en het is een goede oefening in het schrijven van een helder en duidelijk betoog. Deze manier van ‘studeren’ zal Belle haar hele leven in praktijk brengen.

Als Belle – dan 19 jaar oud – hem tussen de vele

7


vele andere correspondenten, aan haar eigen intellectuele kennis werken. Later als ze getrouwd is en in Zwitserland woont zal ze als Madame de Charrière veel jonge mensen begeleiden in hun vorming en ontwikkeling. Ook dan zal het schrijven van brieven, waarin ze haar pupillen aanspoort tot lezen en studeren een belangrijke rol spelen. In de correspondentie met haar jonge vriendinnen zoals o.a. Henriëtte L’Hardy en Isabelle de Gélieu legt zij steeds de nadruk op het belang van talenkennis en geschiedenis en het helder en duidelijk kunnen schrijven. Ook het bijhouden van een dagboek waarin je noteert wat je die dag gedaan en beleefd hebt behoorde tot haar steeds terugkerende adviezen. Op die manier kwam je erachter of je je dag goed had besteed en kon je afstand nemen van wat je in het contact met anderen had ondervonden en wellicht tot een redelijker oordeel komen. Want indrukken en emoties moesten altijd heroverwogen worden en door erover te schrijven kreeg de rede de overhand.

gasten ontwaart, is ze meteen geïntrigeerd door zijn opvallende verschijning en spreekt hem aan met de inmiddels legendarische woorden: Vous ne dansez pas, Monsieur? (Danst U niet, Meneer?)

Je moest streng zijn voor jezelf, lanterfanten was uit den boze. Als je geen zin had in studeren, dan maakte je maar zin. Zelfstudie was met name voor vrouwen een manier om je leven een andere wending te geven. Kennis van zaken maakte van een vrouw een volwaardige gesprekspartner die met recht haar stem kon laten horen.

Hij is zeer gecharmeerd van haar vrijmoedige gedrag en al tijdens hun eerste dans raken ze in gesprek en voelen ze een soort zielsverwantschap. Bij de andere gasten veroorzaakt dit wel zeer vermetele gedrag van Belle echter grote beroering. Het werd algemeen als zeer onfatsoenlijk beschouwd als een jong meisje de eerste stap zette om een ontmoeting met een man te bewerkstelligen. Haar ouders voelen zich dan ook zeer gegeneerd en zien zich genoodzaakt het feest voortijdig te verlaten.

Je moest streng zijn voor jezelf, lanterfanten was uit den boze

In hun brieven bespreken ze de boeken die ze lezen, Constant d’Hermenches geeft commentaar op haar manier van schrijven, die hij overigens steeds meer bewondert en hij moedigt haar aan haar talenten te ontwikkelen, net zo als Jeanne-Louise Prévost dat eerder had gedaan. Ondanks het verschil in leeftijd en levenservaring wordt hij een klankbord voor haar gedachten en ideeën en in de loop van de tijd wordt zij dat evenzeer voor hem.

Teaching Devil Isabelle de Charrière heeft niet alleen nagedacht over de ontwikkeling van vrouwen. Ook mannen hadden haar belangstelling, zoals blijkt uit de correspondentie met haar neef Willem-René, waarin ze zich een teaching devil noemt en ook in haar romans bracht zij het thema opvoeding en scholing veelvuldig ter sprake, zoals bijvoorbeeld in Sainte Anne waarin de voor- en nadelen van het kunnen lezen worden afgewogen. Uit al haar geschriften blijkt dat Belle van Zuylen/Madame de Charrière de persoonlijke ontwikkeling van de mens, ongeacht zijn maatschappelijke status, beschouwde als de belangrijkste voorwaarde voor een volwaardig bestaan.

Pupillen Haar leven lang zal ze door middel van het schrijven van brieven aan Constant d’Hermenches en nog

Marjolein Hogewind

Maar de fascinatie die Belle al voelde bij de eerste ontmoeting met Constant d’Hermenches laat haar niet los en ze begint een geheime correspondentie met hem, die jaren zal duren.

8


Column Sylvia Witteman

Fat Bitch Uit gemakzucht laat ik mijn kinderen zo veel mogelijk hun eigen gang gaan. Dat levert sterk wisselende resultaten op, (net als overigens elke andere methode van opvoeding), maar het is wél lekker rustig. Ik kijk altijd een beetje meewarig naar ouders die er scherp omlijnde ideeen over snoep, bedtijd, internetgebruik of tafelmanieren op na houden: het is goed bedoeld, maar verschrikkelijk uitputtend om in praktijk te brengen. Kinderen hébben iets tegen goede bedoelingen, en zullen zich er tot het uiterste tegen verzetten.

Terwijl ik in de keuken scharrelde werd ik in de rug getroffen door een dreunende hardcore hiphop-beat uit de speakers. Daar stonden de jongens, met afzakkend broekwerk en lepe ghetto-grijnsjes. Ze rapten: YO!YO! FAT BITCH, WHERE’S MY MOTHAFUCKIN’ PANCAKES?? LOOK AT MY FAT MOMMA, SEE HER STANDIN’ THERE/WITH HER GREAT BIG BOOBS AND HER BIG FAT ASS/SHE TOOK AWAY MY IPAD/ IT MAKES ME FUCKIN’ CRY/SHE PROMISED ME PANCAKES/THAT WAS A FUCKIN’ LIE/ YO! FAT BITCH… etcetera.

Kinderen hébben iets tegen goede bedoelingen, en zullen zich er tot het uiterste tegen verzetten.

Het klonk eigenlijk best goed, dat wil zeggen, in aanmerking genomen dat ze niet opgroeien tussen fluitende kogels en wraakzuchtige crackhoeren maar in een verwende-melkmuiltjes- biotoop waar zelfs de cokedealers een hockeyklem aan hun fiets hebben. Breakdancen bleken ze óók te kunnen, maar een en ander maakte helaas wel een ongelooflijke teringherrie. Het werd nog erger toen ze met behulp van een virtueel mengpaneel Otis Redding en Vivaldi door elkaar mixten, met slepende kras-en jankgeluiden als resultaat.

Toch ken ook ík grenzen. Na een lange winter van vadsig hangen, ieder achter zijn eigen schermpje, met een gezinsconversatie die weinig méér behelsde dan ‘Mam. Please. Ik zit mijn defenses te upgraden. Mam. Ga weg.’ besloot ik in een vlaagje van dadendrang tot een klein beschavingsoffensief. Mijn vijftienjarige dochter was elders, dus haar bijtende spot hoefde ik niet te trotseren.‘ Vanavond gaat de TV uit en we leggen alle ipads en laptops weg’ sommeerde ik. Een harde maatregel, ook voor mezelf trouwens. ‘Maar wat moeten we dan dóen?’ schreeuwden mijn zoontjes ontzet. ‘ Nou, sjoelen. Of een mooi boek lezen…’ opperde ik. (Kotsgeluiden). ‘Muziek maken dan…?’ Er liggen hier overal instrumenten, dus ik verheugde me al op een avondje meerstemmig Von Trappen met piano en ukelele. ‘Dan bak ik gezellig pannekoeken!’ kneuterde ik.

Virtueel mengpaneel? ‘Wacht even jongens! Nou zitten jullie tóch weer achter dat scherm!’ ‘Nee, maar dit is wat anders! We maken toch muziek? YO! FAT BITCH…’ Enfin. Maar ik hoefde niet met ze te monopolyen, en dat was tóch een meevaller. Eerder verschenenen in de Volksrant van 5 maart 2013

9


Jagend jongetje Gillis Gillisz. de Bergh, 1649

Dit is een fraai pastoraal portret van een onbekende jongen als jager. Hij draagt een jurk met gouden biezen en laarsjes en is getooid met een baret. Zijn kostbare kleding en zijn attributen voor de jacht verwijzen naar zijn voorname komaf. De jacht was immers het alleenrecht van de adel.

10


De laatste generaties kinderen in Slot Zuylen Baron Frederik Christiaan Constantijn van Tuyll van Serooskerken (1886-1958) en zijn echtgenote Lucile Agnes barones van Lynden (1889-1978) waren het laatste echtpaar van de adellijke familie Van Tuyll van Serooskerken die hun vijf zonen Frederik (Frits), Alexander (Lex), Willem, Hans en Everard en twee dochters Johanna (Hansje) en Henriëtte (Jetske) opvoedden in Slot Zuylen. Van de kinderen is de jongste dochter Jetske (1926) nog in leven.

Het Groote Huys Tot 1951 bewoonde de familie Van Tuyll het ‘Groote Huys’, zo genoemd als aanduiding ter onderscheid van de omliggende boerderijen en woonhuizen van gebruikelijker formaat. De baron was opgeleid als landbouwkundig ingenieur maar was tevens burgemeester van Zuilen, lid van Gedeputeerde Staten, Provinciale Staten, voorzitter van de NCOK (Nederlandse Christen Officierenkring) en voorzitter van het Nederlandse Rode Kruis. Deze laatste functie had hij overgenomen van koningin Juliana bij wie hij tevens opperkamerheer was. Ook in het dorp speelde de familie Van Tuyll een belangrijke rol. Dorpsbewoners huurden hun huis of pachtten hun boerderij van de baron of werkten in Slot Zuylen.

geboren als Jetske barones Van Tuyll van Serooskerken denkt terug aan haar jeugd en verzucht: ‘Mijn vader was niet vaak thuis en moeder was veel bezig met het huishouden, ze was altijd aan het werk. Er waren vaak logées, hetgeen ook veel werk met zich meebracht.’ Noblesse Oblige De baron en barones waren wat dat betreft een schoolvoorbeeld van de mooie Franse uitdrukking ‘noblesse oblige’ of ‘adeldom verplicht’. Zij voelden het, vanwege hun status, maar ongetwijfeld ook vanuit hun christelijke levensovertuiging als hun plicht om zich in te zetten voor anderen. Hun kinderen kregen dit adagium eveneens met de paplepel ingegoten. De kinderen werden allemaal geboren

Altijd aan het werk Zowel de baron als barones waren sociaal en maatschappelijk zeer betrokken bij de gemeenschap. De baron voelde zich in magere tijden geroepen om dorpsbewoners een deel van hun afgestane pacht weer terug te schenken of hen werk te bieden. Daardoor kon het voorkomen dat er op Zuylen meer personeel aanwezig was dan nodig, waardoor men in het dorp wel zei: ‘In de tuin van Baron van Tuyll staat bij iedere boom een vent.’ De baron richtte een kleuterschool op en riep een consultatiebureau in het leven waar een kinderarts aan werd verbonden. Als fervent tegenstander van alcoholmisbruik sloot hij de drie cafés die het dorp rijk was. Daar was niet iedereen blij mee.

Jetske

De barones maakte lange dagen om het bewerkelijke huishouden te bestieren, het personeel aan te sturen en om zich sociaal in te zetten voor de gemeenschap. Mevrouw de Roo van Alderwerelt,

11


met een baronale titel maar ‘prinsen en prinsessengedrag’, luiheid, frivoliteiten en hoogmoed werden niet gewaardeerd. De baron zei tegen zijn dochters: ‘Denk er om dat je maar toevallig bij ons bent geboren, je had ook in een kistje in de wei kunnen liggen. Je hebt je verplichtingen en je hebt het hart niet dat je met kop in de lucht loopt!’ Het is in deze zin dan ook niet vreemd om te constateren dat de beide dochters uiteindelijk een sociaal beroep kozen. Hansje werd verpleegster en Jetske maatschappelijk werkster. Voor de jongens ging de voorkeur uit naar een loopbaan voor, zoals men dat pleegt te zeggen, ’God, Vaderland of Oranje’. Uiteindelijk kwamen de zonen inderdaad terecht in beroepen die vaker voorkomen in aristocratische kring: in de krijgsmacht of het publiek bestuur. De jongens studeerden rechten of gingen naar de KMA, werden burgemeester of beroepsmilitair. De keuze voor een creatief beroep lag minder voor de hand. Personeel Er werden uiteraard meer kinderen in Nederland opgevoed in een gezin waar hard gewerkt werd en de christelijke moraal belangrijk was. Maar het leven in het Groote Huys bracht ook bijzonderheden met zich mee. Zo was er personeel nodig. Er was

Frits, Lex, Willem, Hans, Everard, Hansje en Jetske

altijd een huisknecht, een kokkin, een keukenmeisje, verschillende werkmeisjes, een linnenmeisje, tuinpersoneel en een kinderjuffrouw. (Dit betekende niet dat je als kind zelf om het personeel mocht bellen!) Een van de eerste herinneringen van mevrouw De Roo gaat terug naar de slaapkamer van haar en haar oudere zus Hansje boven in het slot, waar ze ‘s ochtends wakker werd van het geknetter van de aanmaakblokjes waarmee het dienstmeisje de kachel aanmaakte. Ook herinnert zij zich de periode waarin zij met haar oudere zusje en een kinderjuffrouw op de kinderkamer at. De meisjes kregen tijdens de eerste schooljaren les van mevrouw James, de secretaresse van hun vader. Jetske en Hansje kregen meerdere jaren thuis les in de lagere schoolvakken. Hansje ging pas op haar negende jaar voor het eerst naar de lagere school, Jetske iets eerder. Toen ze eenmaal naar school gingen, werden de meisjes door chauffeur Cazius naar de Maliebaanschool in Utrecht gebracht. . Gek huis Aanvankelijk waren de jonge meisjes zich weinig bewust van hun bijzondere thuis. Toen het bewustzijn kwam, waren ze er niet altijd blij mee. Jetske vond het jammer dat ze na school niet op straat

12


kon spelen met haar vriendinnetjes. En Hansje huilde tranen met tuiten omdat een van haar vriendinnetjes na een kinderfeestje in het Slot had gezegd dat ze in een ‘gek huis’ woonde. Maar de kinderen Van Tuyll hadden daarnaast ook een hele leuke kindertijd. Vanaf hun tiende mochten ze ‘buiten de poort spelen’ en speelden ze incidenteel met kinderen uit het dorp, op nabijgelegen boerderijen (waar de meisjes leerden melken) en genoten op het kasteelterrein van de ruimte, het groen en de paarden en honden. De poort bleek door kinderen uit het dorp wel als een obstakel te worden ervaren, waardoor die zelden naar het Groote Huys kwamen. De kinderen Van Tuyll beschikten over mooi speelgoed, fraaie kinderboeken, een toverlantaarn, een stereoscoop, miniatuurdieren en een boerderij, er waren talloos veel spellen en de meisjes hadden porseleinen poppen en een prachtig poppenhuis en een speelhuisje op groot formaat in de tuin. Op de ruime galerij op de tweede verdieping in het slot werd veel gespeeld. Er stond een pingpongtafel en de kinderen zongen, galmden en gleden op hun buik de trap af.

Lex, Frits en Willem

Spelen en leren Maar spelen stond bij voorkeur ook in het teken van leren. De jongens gingen vroeg mee op jacht, werden gestimuleerd om te knutselen en kregen zelfs de opdracht om na het eten op zondagmiddag een potje met elkaar te boksen. Zo werd voorkomen dat ze slapjanussen zouden worden en konden ze zich oefenen in weerbaarheid. Ook dammen en schaken werd gestimuleerd om de hersens te laten kraken. De jongens leerden schaken, de meisjes dammen. De meisjes werden gestimuleerd zo veel mogelijk handwerkvaardigheden te leren. Zeer tegen de zin van Jetske, die er een broertje dood aan had. Er werd van de meisjes verwacht dat ze een kwartier voor aanvang van het diner in de eetzaal plaatsnamen in de vensterbank met een handwerkje.

Niks doen was sowieso geen optie Niks doen was sowieso geen optie. De barones was altijd verschrikkelijk druk, ze kon altijd wel hulp gebruiken. Ze was bezig met het verwerken van de slacht, de oogst uit de moestuin, het wecken, het bloemschikken, de bewerkelijke linnenkast of het maken van yoghurt en bessensap voor de behoeftigen en zieken. Tekenend hierbij is dat er bessensap bestond in twee kwaliteiten. De eerste kwaliteit, die

lekkerder en zoeter was, ging naar de zieken in de het dorp. De tweede kwaliteit was voor de kinderen Van Tuyll. Ruggengraat De eerste jaren aten de kinderen nog niet mee met de rest van het gezin, maar aten boven in de speelkamer met de kinderjuffrouw. Mevrouw De Roo kan zich herinneren dat haar kinderjuffrouw regelmatig met de knokkels van haar hand over haar ruggengraat wreef om haar te bewegen een rechte houding aan te nemen. Dat was geen overbodige oefening want als de kinderen een jaar of tien waren mochten zij aan de eettafel in de eetzaal plaatsnemen op een kruk zonder leuning. Zo werden zij gestimuleerd altijd rechtop te zitten. Er moesten verschillende ‘stadia’ doorlopen worden voordat men op een ‘volwassen’ stoel mocht plaatsnemen. Bijbellezen Voor de familie ging ontbijten werd er uit de Statenbijbel voorgelezen door de baron. Aansluitend werden er, begeleid door het harmonium, psalmen gezongen. Het inwonende personeel kwam, met een stoel in de hand, speciaal binnen om hieraan deel te nemen. Het Nederlands Hervormde geloof speelde een belangrijke rol in de familie Van Tuyll. In het Slot bevindt zich een uitgebreide collectie theologische

13


literatuur, wat zou kunnen wijzen op een meer intellectuele benadering. De barones en/of de dochters maakten iedere week een boeket voor de kerk. Vloeken was uiteraard uit den boze. Toch was dit gezin niet zo streng dat er op zondag niet in de tuin gespeeld mocht worden. Het was vooral belangrijk dat je met je gedrag nooit strengere geloofsgenoten voor het hoofd stootte.

te kijken. Ze was in de auto achter het stuur gaan zitten breien. Toen koningin Juliana op het autoraampje klopte, zei Hansje : ‘Ik mag niet naar u kijken van vader! Juliana moest er vreselijk om lachen.’

Koningin Juliana Ook het huis Van Oranje en de ‘natie’ speelden een belangrijke rol in de familie Van Tuyll. De baron was opperkamerheer van Koningin Juliana. En Wilhelmina en Juliana brachten privébezoeken aan het Slot. Hansje herinnerde zich tijdens een gesprek met de conservator van Slot Zuylen in 2005 dat ze wel eens voor haar vader de automobiel reed als de chauffeur ziek was en hij naar Soestdijk moest. Haar vader had haar op het hart gedrukt te parkeren en in te auto te blijven zitten en absoluut niet naar buiten

Kostbaar Uiteindelijk werd het bewonen en onderhouden van het Groote Huys te kostbaar. Het huishouden draaien vergt veel personeel en dat werd in de loop van de 20e eeuw steeds duurder. Ook het bijeenhouden van het ensemble vonden de baron en barones belangrijk. En dat zou i.v.m. het erfrecht lastig zijn geweest. De baron en barones besloten dan ook om begin jaren ’50 een van de kleinere naastgelegen woningen te gaan bewonen. Zij brachten het Slot onder in een stichting en stelden het als museum open voor publiek. Gelukkig kennen we de verhalen van de laatste kinderen die hier werden groot gebracht. Katrien Timmers met dank aan Hester Kuiper

Het Album van Slot Zuylen De fotocollectie van Slot Zuylen bevat vele foto’s van de familie Van Tuyll van Serooskerken tot 1952, toen Slot Zuylen museum werd. De oudste dateren uit ca. 1850. Daarmee geeft de collectie niet alleen een beeld van de familie, maar ook van de fotografische ontwikkelingen. De familieleden werden vereeuwigd op kiekjes en officiële portretten. Ook zijn reisalbums en foto’s van het personeel bewaard gebleven.

Een enthousiast team van vrijwilligers heeft de afgelopen jaren ruim 4000 foto’s (los en in albums) bekeken en beschreven. Het restauratie-atelier van Clara von Waldthausen verzorgde de digitalisering. Een beeldbank op de website maakt het mogelijk om via trefwoorden het beeldmateriaal te bekijken. De originele objecten zijn ondergebracht in het Utrechts Archief.

www.slotzuylen.nl/kasteel/fotocollectie/

14


15


Stereoscoop De kinderen Van Tuyll van Serooskerken die in het Slot opgroeiden, hadden de beschikking over fraai speelgoed. Er waren porseleinen poppen, prachtige boerderijdieren, ontelbaar veel spellen, een poppenhuis van stand, boeken uit de Europese kinderliteratuur, miniatuurkanonnetjes, tinnen soldaatjes, een toverlantaarn en een stereoscoop. Een stereoscoop is een kijker waarin een foto geplaatst wordt die, door een tweetal lenzen heen, driedimensionaal gezien kan worden. De bekendste, de zgn. Brewster-stereoscoop, kwam halverwege de 19e eeuw op de markt. Ze werden razend populair. Een soortgelijk product was de viewmaster die halverwege de 20e eeuw op de markt kwam met ronde schijfjes met afbeeldingen. De originele stereofoto’s van Europese architectuur, natuur en straatgezichten geven een prachtige kijk op het leven aan het eind van de 19e eeuw.

16


Uit de bibliotheek Een van de bekendste schrijvers met een opvoedkundige inslag was HiĂŤronymus van Alphen (1746-1803). Slot Zuylen bezit een originele druk van zijn Kleine Gedigten voor Kinderen met het beroemde gedicht De Pruimeboom. Van Alphen schreef direct voor kinderen en had het moderne inzicht dat kinderen spelenderwijs konden leren: Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen, En waarom zou mij dan het leeren verveelen? Van Alphen was, gezien met de ogen van nu, een opvoeder die brave Hendriken van kinderen wilde maken. Alles draaide om deugdzaamheid.

17


Drie kinderen in een landschap Nicolaas Maes, 1677

Dit uitbundige portret siert de Blauwe Kamer in Slot Zuylen. Het toont waarschijnlijk drie kinderen uit de familie De Vicq, de familie van de moeder van Belle van Zuylen. Net als veel andere vooraanstaande families in de Gouden Eeuw lieten de voorouders van de huidige familie Van Tuyll van Serooskerken gezinsportretten maken waarop de ouders, kinderen en kleinkinderen een prominente plaats kregen. En het werd modieus om je kinderen afzonderlijk en zelfs meer dan eens te laten portretteren. Op de familieportretten is te zien hoe gegoede families hun gezinsgeluk graag verbeeld zagen: iedereen gekleed in rijke kostuums, soms statig poserend. Dit is een duidelijk voorbeeld van Maes’ modieuze portretstijl. De kinderen zijn uitgedost in buitengewoon kostbare en overdadige fantasiekostuums. Ze zijn behangen met parels, edelstenen en veren. Het jongetje draagt een fluwelen baret met veren en de meisjes dragen de veren in het haar verwerkt. Parels en veren waren een teken van rijkdom. De parels moesten opgedoken worden, de veren stuk voor stuk gepikt van zeldzame vogels.

18


Sophie Adrienne Henriette barones van Tuyll van Serooskerken (1838-1907) pastel door Heinrich Siebert, 1848

19


Belle van Zuylen Eveline van Duyl

Slot Zuylen kent een geschiedenis van sterke vrouwen die het dagelijkse huishouden bestierden, voor hun kinderen zorgden én voor het dorp Zuilen. Het Slot wil zich graag profileren vanuit het perspectief van deze vrouwelijke bewoners. Sterk, maar begrensd in hun bewegingsvrijheid. Opstandig en vastberaden als Belle was, legde zij zich niet neer bij wat er in de 18e eeuw van adellijke dames werd verwacht. Haar – voor die tijd – ongewone drang naar vrijheid is een inspiratiebron voor ieder, vrouwen én mannen die hun eigen route uitstippelen.

Belle van Zuylen is een icoon voor Slot Zuylen. Het Slot kocht daarom deze eigentijdse buste vervaardigd door kunstenaar Eveline van Duyl. Het werk vangt het karakter en de persoonlijkheid van Belle op een bijzondere manier. En slaat een brug naar het hedendaagse Slot Zuylen. Van 6 juni tot en met 15 september is Belle te bewonderen in Slot Zuylen in een tentoonstelling van de bustes die Eveline van Duyl ontwierp en vervaardigde van beroemde filosofen als Sokrates, Erasmus, Spinoza, Michel de Montaigne,Voltaire, Rousseau en Kant.

20

Thema-magazine 2013: Kind in een kasteel  

Thema-magzine Slot Zuylen 2013: Kind in een Kasteel- de Kunst van het opvoenden. Inhoud: - Inleiding: de kunst van het opvoeden - Belle van...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you