Page 1

Akkerbouwkrant INNOVATIE & ONDERNEMEN

AkkerbouwActueel.nl

Deze krant is een speciale uitgave van Prosu Media Producties voor akkerbouwers in Nederland.

# 1 - februari 2018

Uit de startblokken DOSSIER:

MECHANISATIE

IN DEZE EDITIE O.A. DUURZAAM ONDERNEMEN AKKERBOUW ALS ENERGIELEVERANCIER P.2 BAKKERSCOMPOST P.18

BEMESTING GEWASCONDITIE P.4 ZEEWIERKALK P.14

TEELTOPTIMALISATIE PLANT HEALTH CARE P.6

ZAAIEN ACTUELE AKKERVRAAG P.8

SULKY TWINDISC:

BEDRIJFSPORTRET

“Druk en zaaidiepte onafhankelijk instelbaar” Zaaimachine fabrikant Sulky heeft voor dit voorjaar een vernieuwend zaaiconcept in de markt gezet. Voor de inzaai - van met name volleveldakkerbouwgewassen - kunnen telers vanaf dit groeiseizoen gebruikmaken van de Sulky Twindisc. Het grote voordeel van deze zaaimachine is dat zowel de druk als de zaaidiepte onafhankelijk van elkaar ingesteld kunnen worden. De Sulky Twindisc wordt door Farmstore in Nederland op de markt gebracht. Farmstore-woordvoerder Chris van de Lindeloof is blij met de uitbreiding van het zaaisegment: “Bij de meeste machines wordt de diepte-instelling gedaan aan de hand van de drukinstelling: meer druk is dieper zaaien. Maar bij deze machine kan je de diepte-instelling apart van de

drukinstellingen afregelen en dat geeft de teler de mogelijkheid om de machine nauwkeuriger af te stellen.” De maximale druk per zaaiunit ligt op vijftig kilogram. De Twindisc zaaimachine heeft een werkbreedte tussen de drie en zes meter en kan worden ingezet bij het inzaaien met een rij-afstand van 12,5 tot vijftien centimeter. Een ander belangrijk verbeterpunt is dat de zaaimachine weinig grond verplaatst en dus de bodemstructuur ongemoeid laat. Van de Lindeloof: “Eigenlijk is alles wat achter de kopeg zit nieuw, de constructie is totaal veranderd”, zo stelt Van de Lindeloof. “Vroeger had de machine enkele zaaischijven, nu is de Sulky uitgerust met een zeer onderhoudsvriendelijke dubbele schijf – de twindisc.”

“EEN BELANGRIJK VERBETERPUNT IS DAT DE ZAAIMACHINE DE BODEMSTRUCTUUR ONGEMOEID LAAT” EGALERE INZAAI Daarnaast is er door machinebouwer Sulky bewust gekozen om met een parallellogram – en bijvoorbeeld niet met een veersysteem - te gaan werken. Dit past volgens Van de Lindeloof prima bij de vraag naar zaaimachines voor precisielandbouw en het nauwkeurig in de rij kunnen

JOOST VAN DEN OETELAAR P.10

MECHANISATIE KISTENLOSSER P. 15 MONOCLEAN P.20 VOORRAADROOIER P26 zaaien. “De parallellogram zorgt ervoor dat de diepte recht omhoog en recht naar beneden versteld wordt. De schijven staan in verstek met elkaar en als je geen parallellogram hebt, dan gaat de achterste dieper dan de voorste. Dit is bij heel veel zaaimachines het geval, maar door deze techniek toe te passen wordt er egaler ingezaaid en dat zorgt weer voor een mooie egale opkomst. En dat is waar steeds meer akkerbouwers naar op zoek zijn. Deze machine is dan ook mede dankzij input van Nederlandse telers ontwikkeld.” ■ MEER INFORMATIE OVER DE SULKY TWINDISC? Van den Berg Farmstore Chris van de Lindeloof Tel.nr. 06 – 5124 5799 E-mail: vdlindeloof@farmstore.nl Website: www.farmstore.nl

WET EN REGELGEVING NITRAATRICHTLIJN P.16

ALTERNATIEVE TEELTEN AQUATISCHE BIOMASSA P.22

GEWASBESCHERMING PHYTOPHTHORA P.23 SPUITPLANNER P.28

ONDERZOEK EN PRAKTIJKPROEF PEENACADEMIE P.24

BEWARING CONDENSDROOGINSTALLATIE P.30

Uitgelichte artikelen...

Akkerbouw als energieleverancier

Ideaal zaaimoment

Nieuwe phytophthorastammen

DUURZAAMHEID 2

ZAAIEN / POTEN 8

GEWASBESCHERMING 23

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


2 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

DUURZAAMHEID

“Akkerbouw misschien wel belangrijkste energieleverancier” In april start Wageningen Universiteit & Research (WUR) een onderzoek naar de bijdrage van landbouw in de energietransitie. Eén van de doelen hiervan is om meer boeren aan de slag te laten gaan met hernieuwbare energie in de landbouw. Volgens Andries Visser – namens Wageningen Research betrokken bij het onderzoek en de voorlichting daarover – beseffen akkerbouwers nog te weinig welke mogelijkheden deze ontwikkeling biedt voor hun bedrijf. “Voor een succesvolle transitie hebben we veel volume nodig en dat zal voornamelijk op landbouwgrond moeten plaatsvinden.” De ambitie van de overheid is om in 2050 voor honderd procent te draaien op hernieuwbare energie. Akkerbouwer Jan Reinier de Jong is al jarenlang bezig met het opstellen van een duurzaam bedrijf en naast een duurzame teelt hoort daar volgens hem ook het verantwoord en slim omgaan met energie bij: “Duurzaam telen is langzaam maar zeker gemeengoed. Maar als het gaat om duurzame energie zijn wij nog pioniers.” ZONNEAKKERS De Jong haalde onlangs nog de voorpagina in Het dagblad van het Noorden met de oprichting van de zonneakker-poule. Samen met GroenLeven – een organisatie die zonnepanelen exploiteert en zich met name focust op agrariërs – is de poule gestart. “Er is een hoop animo voor: in een paar weken tijd is 500 hectare (5000 panelen per hectare) binnengehaald bij boeren die vertrouwen hebben in het project en de werkwijze waarbij we nauw samenwerken met de gemeente en rekening houden met de maatschappelijke inpassing.” AARDAPPELBEWARING Op het bedrijf van De Jong is duurzaamheid en zuinig omgaan met de beschikbare energie al jarenlang een speerpunt. Zo zijn alle daken voorzien van zonnepanelen,

in de stroomvoorziening van de toekomst. “Met al mijn zonnepanelen kan ik al honderd huishoudens van stroom voorzien. De grootste vraag zit natuurlijk bij de industrie. Nou, laat die dat zelf maar regelen en laat de akkerbouw dan het platteland maar van stroom voorzien. Alleen al in Drenthe is nog 160 hectare dak beschikbaar voor zonnepanelen. Als die mogelijkheden volledig benut worden, dan komen we al een heel eind. Samen met de aanleg van zonneweides, biogas en windenergie wordt de akkerbouwsector straks misschien wel de belangrijkste energieleverancier van Nederland.”

is de woning en alles eromheen volledig ‘gas-loos’ en wordt er vrijwel uitsluitend gewerkt met LED verlichting. Ook liet De Jong een aparte energiemodule maken bij Agrovent, waardoor hij per cel een aparte prijsstrategie kan hanteren. “Pootgoed in de mechanische koeling staat op drie cent en de zetmeelaardappelen op minimaal vier cent per kWh. Vanwege fluctuaties in de stroommarkt wordt het steeds belangrijker om op tijd op en af te schakelen. De aardappelbewaring hoeft echt geen hele dag te draaien. Ik ben nu flexibel wanneer ik ga koelen of niet. Daarmee bespaar ik niet alleen stroom, maar ik gebruik stroom als de prijs het laagst is.” STROOMVOORZIENING De Jong denk dat de akkerbouw een heel belangrijke rol gaat spelen

“GEBIEDEN WAAR LAAG SALDERENDE GEWASSEN GETEELD WORDEN ZULLEN ALS EERSTE OVERSTAPPEN” PARTICULIERE VERKOOP De Jong vervolgt: “Akkerbouwers spelen nu al een belangrijke rol, maar het probleem is dat er nog geen goed verdienmodel is. Maar

ook dat wordt steeds beter. De accu’s die ik nu heb staan zijn in twee jaar tijd al een stuk goedkoper geworden. Ik zie energieopslag op korte termijn een stuk rendabeler worden. Ik denk hierbij aan particuliere verkoop van de beschikbare energie. Maar alles staat of valt met het rendement.” Ook begrijpt De Jong heel goed dat lang niet alle akkerbouwers er zin in hebben. “Gebieden waar minder salderende gewassen geteeld worden zullen sneller overstappen, dan bijvoorbeeld op hoog salderende akkers in Flevoland. Als boer strijkt het mij ook weleens tegen de haren in, want het is toch zonde van de landbouwgrond.

Andries Visser van Wageningen Research (rechts op foto) bij de opening van de Energy Test Site in Lelystad, waar hij ook aandacht vroeg voor de bijdrage van de landbouw in de energietransitie.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 3

februari 2018

VOORWOORD

Maar het is wel de weg die we moeten gaan, alleen kost het heel veel tijd om iedereen aan het idee te laten wennen.”

Uit de startblokken De term uit de startblokken heeft vele betekenissen en wordt dan ook op veel manieren gebruikt. Voor de akkerbouwsector betekent het dat het groeiseizoen weer voor de deur staat. Grondbewerkingen, bemesten en inzaaien staan voor de meesten van ons de komende weken weer op de agenda.

EUROPESE STUURGROEP Jan Reinier de Jong heeft ook zitting in een Europees innovatieplatform dat zich bezighoudt met ‘stimulering, productie en uitbreiding hernieuwbare energie op het akkerbouwbedrijf. Ook daar wordt gesproken over het ‘vermarkten’ van landbouwenergie. En er wordt ook al veel gedaan om dat te realiseren. Nederland loopt daarin op dit moment nog behoorlijk achter, zo merkt De Jong op de diverse bijeenkomsten: “We zijn het er allemaal over eens dat er iets moet gebeuren. In Noorwegen doen ze dat door middel van houtverbranding, in Spanje hebben ze weer een andere manier gevonden, in Duitsland draait alles om biogas, in Denemarken om windenergie en Nederland is voorlopig nog het slechtste jongetje van de klas. Maar gelukkig worden er hier ook stappen gemaakt. Vooral op het gebied van wind- en zonne-energie liggen er enorm veel kansen voor akkerbouwbedrijven in ons land.”

In deze editie is er dan ook veel aandacht voor die onderwerpen. Op de voorpagina prijkt de nieuwe Sulky zaaimachine met Twindisc, een gloednieuwe machine die dit voorjaar voor het eerst over de akkers zal rijden. Verder is er ruimschoots aandacht voor nieuwe trends als hernieuwbare energie en aquatische biomassa.

De Jong: "Ik zie energieopslag op korte termijn een stuk rendabeler worden."

Ook is er weer ruimte gemaakt om informatie te geven over mogelijke bemestingsoplossingen. De zeewierkalk korrel kende het afgelopen jaar een flinke opmars en gaat dit seizoen wellicht echt doorbreken. Helemaal nieuw is BakkerCompost. Een uniek voorbeeld van circulair ondernemen: de akkerbouwer levert tarwe aan de bakker en de bakker geeft oud brood in de vorm van compost terug aan de akkerbouwer, die dat vervolgens weer gebruikt in het volgende teeltjaar. Het gebeurt allemaal in en rond Didam (Gelderland).

“HERNIEUWBARE ENERGIE KAN MEER OPLEVEREN DAN HET TELEN VAN GRAAN” ACCUPILOT Netwerkbeheerder TenneT ziet die kansen ook en heeft de vier accuboeren die Nederland nu rijk is – naast De Jong zijn dit varkenshouder Roefs in Woensdrecht, akkerbouwbedrijf van den Hoek in Heinenoord en potplantengroothandel Lemkes in Bleiswijk benaderd. De accupilot die daar wordt gehouden moet ervoor zorgen dat de accu’s het hertz-niveau (stroomfrequentie) op peil houdt. De Jong: “Dat wordt nu nog door kolencentrales gedaan, maar dat is na 2030 verleden tijd. TenneT zoekt dus ook naar alternatieven en vindt die ook in de akkerbouw. Dit is een manier om het anders te doen, maar hoe het allemaal eruit komt te zien in de toekomst weet ik ook niet. Dat hoort bij pionierswerk en dat er wat moet gebeuren staat als een paal boven water. Bovendien vind ik het ook gewoon heel erg leuk om hier mee bezig te zijn.” Ook bij Wageningen Research weten ze het zeker. Zonneweides gaan een plek krijgen in Nederlandse akkerbouwsector. Ook toepassingen in de bewaring (extra koeling) en bij het mestbeleid (geen fossiele energie meer gebruiken voor kunstmest) zullen komende tijd een flinke opmars gaan maken. Visser: “Het opschalen van energieopslag via de landbouw staat echt nog in de kinderschoenen. Als we door heel Nederland kijken wordt er nog vrij weinig aan hernieuwbare energie gedaan.”

Op pagina 10 en 11 vertellen we het verhaal van de net gestarte biologische teler Joost van den Oetelaar. Een 24-jarige zoon van eigenaren van een winkel voor vakfotografie, die bewust voor een carrière in de landbouw heeft gekozen. Waarom? Dat is te lezen vanaf pagina 10.

In de vaste rubriek ‘Delphy’s Actuele Akkervraag’, te lezen op pagina 8, zoomen we in op de vraag: Wat is het ideale zaaimoment? En dat is en blijft toch altijd weer een lastige vraag en afhankelijk van zeer veel individuele factoren.

De accu-container bij De Jong - waarin de energie wordt opgeslagen – is voorzien van een stoplicht dat aangeeft of de stroomprijs wel (groen) of niet gunstig is. Oranje betekent een gemiddelde prijs. CAPACITEIT “Veel mensen zeggen: ‘eerst de (bewaar)schuren, maar eens volgooien en dan pas dure cultuurgronden gaan gebruiken.’ En die ruimte is er alleen in landbouwgebieden en op zee”, zo concludeert Visser. “Komende jaren hebben we heel veel capaciteit nodig, daar ligt dus echt een opgave voor de landbouw. Het moet natuurlijk wel een goede businesscase zijn voor bestaande akkerbouwbedrijven. Maar rekenmodellen laten nu al zien dat het werken met energie een rendabele businesscase kan zijn en meer oplevert dan bijvoorbeeld het telen van graan.” ■

Terwijl de voorbereidingen voor de oogst 2018 in volle gang zijn, ligt er ook nog een (groot) deel van de oogst uit 2017 in bewaring. Bij Landgoed Scholtenszathe in Drenthe bewaren ze de uien onder de best mogelijke omstandigheden. Om het product altijd goed droog – en dus in conditie – te houden is daar gekozen voor een condensdrooginstallatie. Ook is er aan duurzaamheid gedacht door een module energiemanagement toe te voegen aan de Tolsma Vision Control. Alles bij elkaar hebben wij weer getracht een interessante en gevarieerde editie samen te stellen, die hopelijk voor veel leesplezier en inspiratie gaat zorgen.

Met zonnepanelen op de bewaarschuren wordt duurzame energie opgewekt.

Met agrarische tekstgroeten, Richard Bender

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


4 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEMESTING

“Gedurende de hele teelt betere gewascondities” Ruim tien jaar geleden begon aardappelteler Jacob van den Borne (zie foto links) samen met zijn broer met het toepassen van precisielandbouwtechnieken. Vorig jaar werd op hun akkerbouwbedrijf in het Noord-Brabantse Reusel een Praktijkcentrum voor precisielandbouw opgestart. Op één van zijn percelen is afgelopen jaar een proef gehouden om uitspoeling van stikstof op zandgronden te monitoren, omdat zandgronden per definitie zeer gevoelig zijn voor uitspoeling van nutriënten. In totaal werden er drie proefvelden aangelegd: • één met een standaardbehandelingsmethode (gedeelde stikstofgift, drie giften),

• één met een nitrificatieremmer (DMPP) en • eentje die behandeld werd met Agrocote Max (gecontroleerd vrijkomende stikstof). In het veld met de gecontroleerd vrijkomende stikstof lag de gemiddelde opbrengst het hoogst: 86 ton per hectare. Bij de andere twee werden opbrengsten behaald van 75 ton (standaard bemesting) en 78 ton (nitrificatieremmer). De conclusies van de proef bij Van den Borne laten zien dat het eenmalig toepassen van Agrocote Max en het gecontroleerd vrijkomen van stikstof ervoor zorgt dat gedurende de gehele teelt aan de stikstofbehoefte van de aardappelplant is voldaan. “Financieel gezien betekent dat het saldo veertien

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

procent hoger lag ten opzichte van de standaardbehandeling”, aldus Roel Bloemert van ICL Specialty Fertilizers, de producent van Agrocote Max. BODEMGELEIDINGSMETER Om de proef zo betrouwbaar mogelijk te maken werd er op het ICL proefveld bij Van den Borne gebruikgemaakt van bodemscans. Van den Borne: “Met behulp van een bodemgeleidingsmeter (Dualem 21s) hebben we de juiste plek voor de proefvelden bepaald. Vervolgens hebben we op het proefveld elke maand metingen gedaan naar biomassa en stikstofinhoud. Daarnaast zijn er ook monsterbuizen geïnstalleerd. Hiermee konden we voortdurend de waterkwaliteit onderzoeken op

de hoeveelheid aanwezige stikstof. Ook daaraan konden we zien of er verschil was tussen de verschillende behandelingszones.” “Daarnaast hebben we ook dronebeelden van het perceel ingezet om te zien of er van bovenaf verschillen te zien waren”, zo vertelt Van den Borne over de proef. De oogst op het Praktijkcentrum voor precisielandbouw werd verricht met gebruikmaking van Yield Master Pro-software. “Deze opbrengstmeting op de aardappelrooier meet de opbrengst van elke negen vierkante meter. Na de oogst is de data geanalyseerd en berekend op proefbehandeling en perceelniveau.” Daaruit bleek dat op het proefperceel waarop Agrocote Max


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 5

februari 2018

is toegepast ruim tien ton meer opbrengst was gerealiseerd. “Dit was één van mijn beste percelen ooit”, aldus Van den Borne.

“DIT WAS ÉÉN VAN MIJN BESTE PERCELEN” ANALYSES Gedurende het seizoen werden er ook bladeren verzameld voor stikstofanalyses en werd het chlorofylgehalte alsmede de biomassa (IBI) gemeten door middel van een

Fritzmeier-sensor en een mobiele Dualex. Bloemert (ICL): “De biomassa boven de grond was over het gehele proefveld vrijwel gelijk. Gedurende het hele groeiseizoen lag het stikstofgehalte in het blad (N-index) in het met Agrocote Max behandelde veld echter een stuk hoger, dan in het standaard bemeste deel van het perceel. De laatste meting werd eind augustus uitgevoerd – toen het gewas al aan het afsterven was – en daarin zagen we een daling van de biomassa en N-index, maar de afname verliep op het stuk met een standaardbehandeling veel sneller dan op de andere twee proefzones. Ook lieten de aardappelplanten die met Agrocote Max behandeld waren langer groene bladeren zien. Deze proef heeft

op alle vlakken aangetoond dat het geleidelijk vrijkomen van stikstof door Agrocote Max toe te passen - zorgt voor betere gewascondities gedurende de gehele teeltperiode, hogere opbrengst en een beter financieel saldo.” ■ MEER INFORMATIE? ICL Specialty Fertilizers Roel Bloemert T: 06- 22 430 134 E: Roel.Bloemert@icl-group.com W: www.icl-sf.nl

De proeven op het Praktijkcentrum voor precisielandbouw brachten in kaart wat voor invloed geleidelijk vrijkomen van stikstof heeft op de groei en opbrengst.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


6 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

TEELTOPTIMALISATIE

Pius Floris (PHC) heeft een korte video laten maken waarin de werking van Mycorrhiza op eenvoudige wijze wordt uitgelegd.

“Kunstmest is de belangrijkste reden dat we bestrijdingsmiddelen moeten gebruiken” “Planten zijn de beste bodemverbeteraar”, zo stelt Pius Floris van Plant Health Cure (PHC) die werkt vanuit een visie waarbij grond als levend organisme wordt gezien. “Reductie van kunstmest is de enige manier om het gebruik van chemie te beperken.” Floris ontleent deze uitspraak onder andere aan internationaal onderzoek dat heeft aangetoond dat door grootschalig gebruik van zoute kunstmest de grond niet meer de biologie heeft die noodzakelijk is voor gezonde plantengroei. Het gebruik van kunstmest komt volgens Floris uit de tijd dat er geen kennis over ‘het lange termijneffect’ was. Voor de boeren was in de periode na de oorlog kunstmest een uitkomst: de opbrengsten verdubbelden waardoor de groeiende wereldbevolking gevoed kon worden. “Begrijpelijk”, vindt ook Floris. “Ik ben ook niet tegen bestrijdingsmiddelen en het is ook niet zo dat alles biologisch moet. Maar wij pleiten voor een systeem waarin de

chemie tot een minimum beperkt wordt. En de enige manier om dat te bereiken is een ernstige reductie van het gebruik van kunstmest. Inmiddels weten we dat kunstmest ervoor zorgt dat er steeds minder voedzame mineralen achterblijven in de bodem. Hierdoor verzwakken planten en worden ze sneller ziek. Daarnaast heeft het gebruik van kunstmest ervoor gezorgd dat akkerbouwers hun grond tegenwoordig steeds dieper moeten ploegen, omdat de bodem sneller verdicht raakt. Bovendien weten we inmiddels dat het ook niet productieverhogend werkt, want biologische boeren halen nagenoeg dezelfde opbrengsten. Ploegen is overigens het allerslechtste wat je met grond kan doen. Dat we dat zo geleerd hebben heeft alles te maken met het feit dat de grond door kunstmest verpest is.”

ploegmethoden - waarbij de grond vanaf 25 centimeter wordt gekeerd – vernietigt dat wortelstelsel. Daardoor heeft de plant enorm veel moeite de wortelkanalen te bereiken die de planten voor hem hebben gemaakt. Daarnaast lukt het bijna geen enkel gewas om door de ploegzool te komen, die ondoordringbaar is geworden door het jarenlang ploegen met zware machines. Ondiepe grondbewerking – cultiveren – biedt hiervoor een uitkomst. Hierdoor kunnen de wortels sneller gebruikmaken van de gangen van hun dode voorgangers. Pas als het aan het uiteinde daarvan is gekomen moeten ze echt aan het werk, tot die tijd kan het gewas zich langer richten op het bevorderen van de groei van de plant zelf. En dat zorgt voor een betere kwaliteit van het akkerbouwproduct dat geteeld wordt.”

ONDIEPE GRONDBEWERKING BIEDT UITKOMST Dat kan volgens Floris beter: “Veel mensen weten niet dat planten gemakkelijker kunnen doorgroeien in een oud-wortelstelsel. De huidige

PHC hanteert al jaren dezelfde filosofie en waar ze eerst letterlijk werden uitgelachen, krijgen ze nu steeds meer bijval voor hun visie. Ook als het gewasbestrijding betreft: “Dat is niets meer dan het

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

onderdrukken van symptomen. Gezonde planten zijn prima in staat om zelf de meeste plagen en ziekten af te weren. Omdat de planten verzwakt zijn door toediening van kunstmest moeten er bestrijdingsmiddelen worden ingezet om jaar na jaar de oogst te redden. Planten die alleen kunstmest krijgen, worden namelijk altijd ziek. Kunstmest is de directe oorzaak van het gebruik van de meeste bestrijdingsmiddelen, alleen durft niemand dat hardop te zeggen omdat de industrie het helemaal niet leuk vindt als dit geroepen wordt. Maar wij willen niet langer zoete koekjes bakken, daar is de akkerbouwsector namelijk totaal niet mee gediend.” PRAKTIJKPROEVEN Om dat kracht bij te zetten gaat PHC komend teeltseizoen meerdere praktijkproeven uitzetten, vergelijkbaar met proeven die Oostenrijkse telers momenteel uitvoeren om CO2 op te slaan. “Die (biologische) boeren krijgen vanuit de overheid geld voor het opslaan van CO2. Die methode gaat binnen afzienbare tijd in heel Europa gebruikt worden.

Wij zijn nu al met de Universiteit van Amsterdam meetmethodes aan het vaststellen waarmee je kan bepalen hoeveel CO2 er is opgeslagen in de grond.”

“PLANTEN DIE ALLEEN KUNSTMEST KRIJGEN WORDEN ALTIJD ZIEK” CRUCIALE ROL VOOR LIJMSTOF GLOMALINE Eén van de zaken die dat mogelijk moet maken is de Glomaline bepaling van de bodem. Glomaline is als het ware een lijmstof die wordt gemaakt door de schimmeldraden van mycorrhiza. Floris: “Iedereen kijkt naar de effecten van mycorrhiza op de plant, maar wij kijken verder dan onze neus lang is. Er moet niet alleen gekeken worden naar hetgeen mycorrhiza’s doen


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 7

februari 2018

PHC pleit voor een systeem waarin de chemie tot een minimum wordt beperkt.

met de plant, maar ook naar wat ze voor de bodem betekenen. De plant heeft er belang bij dat de grond in een losse granulaatvorm zit en Glomaline zorgt daarvoor. Glomaline is een keiharde stof, waardoor de bodem zich omvormt tot een aggregaatvormig geheel. Tussen de samengeklonterde grond zit heel veel ruimte waar het water door weg kan lopen. Gezonde grond met voldoende Glomaline kan zelfs als het zacht is door een tractor bereden worden zonder dat dit insporing veroorzaakt.” RHIZOBACTERIËN Net als elk organisme op aarde zijn planten afhankelijk van samenwerking met de omgeving. Planten, schimmels en bacteriën leven op gezonde cultuurgronden in symbiose samen. Schimmels en bacteriën leveren moeilijk te bereiken voedingsstoffen uit de bodem, planten leveren in ruil hiervoor suikers (glucose). “Er is alleen één probleem”, vertelt Floris. “De opnamewortels hebben maar een beperkt bereik: vier tot zeven procent van het bodemvolume en zijn zo dun als een haar. Bovendien is hun bestaan heel kort. Planten zijn dus afhankelijk van hulp van buitenaf. Mineralen zijn voor planten moeilijk vrij te maken uit de grond, maar rhizobacteriën (bacillus) die op de oppervlakte van de wortels leven zijn hier juist goed in. Vooral als het gaat om het vrijmaken van fosfaat, maar rhizobacteriën vormen ook een natuurlijk afweersysteem. Zo zorgen ze ervoor dat er geen ruimte meer is voor ziekmakende bacteriën. Daar hebben de bacteriën ook belang bij, want de plant voorziet ze van voedsel.” OPNAME- EN TRANSPORTSYSTEEM Maar bacteriekolonies kunnen zich niet verplaatsen, dus ook zij hebben hulp nodig. “Mycorrhiza’s kunnen de opnamecapaciteit drastisch verhogen, doordat ze een levende verbinding in de wortel vormen en dat zorgt ervoor dat het wortelstelsel een opnameen transportsysteem wordt. Dat klinkt misschien als een moderne oplossing, maar de schimmel heeft

Pius Floris: “Veel mensen weten niet dat planten gemakkelijker kunnen doorgroeien in een oud-wortelstelsel.

altijd bestaan. Echter door modernisering is de mycorrhiza-schimmel langzaam maar zeker uit het oog verloren. Door het jarenlang gebruik van kunstmest is de schimmel nog maar sporadisch aanwezig in landbouwgronden, terwijl mycorrhiza essentieel is voor gezonde plantengroei. Hun aanwezigheid in plantwortels is eigenlijk net zo normaal als de aanwezigheid van bladgroenkorrels in een blad”, zo stelt Floris.

“PLANTEN ZIJN DE ENIGE ECHTE BODEMVERBETERAAR” ‘ACCU VAN DE BODEM’ Mycorrhiza helpt met zijn schimmeldraden de plant om nutriënten en water op te nemen. De opnamecapaciteit ligt door de mycorrhiza-schimmel gemiddeld

zevenmaal hoger. “Hierdoor kan droger worden geteeld en kan onkruid door ruimteconcurrentie veel minder kans maken. Door deze unieke samenwerking van plant, bacteriën en schimmel ontstaat er een prachtige symbiose met als betaalmiddel water, mineralen en glucose. Maar dat werkt alleen bij een gezonde bodembiologie dat is voorzien van dode organische materialen die worden omgezet in humus. Daardoor houdt de bodem CO2 vast. Door het jarenlang gebruik van kunstmest is de humus – de accu van de bodem - uit de cultuurgronden verdwenen. Zonder humus is natuurlijk bodemherstel vrijwel onmogelijk. Lange tijd werd gedacht dat kunstmest het bodemleven stimuleert omdat er meer bacteriën groeien. Maar die zijn door stikstof juist verplicht meer organische stof te consumeren, die dan als CO2 in de atmosfeer komt.” Het antwoord op de vraag hoe we de bodem kunnen verbeteren is volgens Floris dan ook simpel: “Mensen, dieren en planten zijn

voor honderd procent afhankelijk van de grond, dus kunnen we er maar beter zuinig op zijn. Als we onze kleinkinderen ook nog willen laten boeren, moet er iets veranderen. Het is geen verhaal van goed of fout, maar van pure noodzaak. Planten verbeteren zelf de grond door de symbiose tussen planten, bacteriën en schimmels. Mycorrhiza ondersteunt deze samenwerking

en door deze rhizobacteriën terug te brengen in de landbouwgronden worden planten weer de enige echte bodemverbeteraars.” ■ MEER INFORMATIE OVER MYCORRHIZA? PHC Plant Health Cure Tel. 013 – 7200 300 E-mail: p.floris@phc.eu Website: www.phc.eu

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


8 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

ZAAIEN

DELPHY’S ACTUELE AKKERVRAAG:

Wat is het ideale moment om te gaan zaaien? De zaaimachines kunnen weer rijklaar gemaakt worden, want de winter loopt langzaam op zijn einde. En dat betekent voor veel telers: de akkers op om te gaan zaaien. Maar de grote vraag is ieder jaar weer: wat is het beste moment om dit te doen? Het antwoord op deze vraag is niet alleen gewasspecifiek, perceel gebonden of grondsoort afhankelijk. Ook externe factoren als temperatuur (hoeveel dagen vorst krijgen we nog) en neerslag spelen daarin een rol. Ook heeft iedere teler daar zijn of haar eigen inzichten en ervaringen mee. Voor het komende voorjaar zijn er echter wel enkele aandachtspunten aan te wijzen, die voor iedere akkerbouwer van belang zijn.

Het teeltjaar 2017 werd afgesloten met een langdurige neerslagperiode. Dat resulteerde niet alleen in een moeizame oogst en veel natte plekken op de akkers gedurende de afgelopen wintermaanden. Maar de vele regenval in het najaar kan ook nu nog – bijvoorbeeld bij het inzaaien van uien - voor problemen zorgen, zo stelt Delphy-adviseur Luc Remijn die vooral veel Zeeuwse uientelers begeleidt in hun teeltstrategie: “Ideale zaaimomenten zijn vooraf altijd moeilijk te bepalen, want het hangt natuurlijk sterk af van de weersomstandigheden in de komende weken: blijft het lange tijd droog of krijgen we juist te maken met veel neerslag? Komt er nog (nacht)vorst?” Zo kunnen bijvoorbeeld op niet-slempgevoelige gronden tijdens een vorstperiode onvolkomenheden, die ontstaan zijn

tijdens het ploegen, nog gecorrigeerd worden. “De grond valt natuurlijk heel anders na enkele dagen of nachten met vorst.” ZAAIBEDBEREIDING De meeste zaaiuien zullen gezaaid worden tussen 1 maart en half april. Voor zaaiuien is een ondiep goed verkruimeld zaaibed nodig. Het is dan ook van groot belang dat er bij het zaaiklaar maken van het land goed vlakliggend ploegwerk wordt afgeleverd. Alleen dan kunnen de uien overal op dezelfde diepte op een vaste ondergrond worden ingezaaid. En die ondergrond is volgens Remijn dit jaar nou juist het voornaamste struikelblok: “Dit jaar is bij alle teelten extra aandacht voor de onderlaag nodig.” De omstandigheden waaronder het zaaibed wordt gerealiseerd zijn medebepalend voor het verdere groeiverloop van het gewas. Is de ondergrond nog

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

te vochtig, dan ontstaat er een bepaalde mate van versmering en verdichting. “Dat zorgt voor problemen bij het kiemen en de beworteling.”

“GOED OPLETTEN OP VOCHTGEHALTE ONDERLAAG” Alle telers weten dat je pas kan gaan zaaien als de akkers goed droog zijn. “Maar met ‘goed droog’ bedoelen we niet alleen een ingedroogde toplaag. Ook de ondergrond moet goed droog zijn. Vooral op percelen die volledig zijn omgedraaid met ploegen of spitten moeten telers goed opletten op het vochtgehalte van de

onderlaag. Schijn bedreigd vaak in dit soort situaties en dan kunnen op het oog ideale zaaicondities nog weleens tegenvallen.” DRAINAGE ‘DOORPRIKKEN’ Om dit soort onaangename verrassingen te voorkomen adviseert Remijn om nu al de drainage goed te controleren: “Zorg in ieder geval dat je op tijd van je water af bent en controleer of de drainage goed doorloopt. Prik de drainage door als dat nog niet gedaan is, want daarmee kan voorkomen worden dat de vaak ‘slechte ondergrond’ niet goed is opgedroogd als je begint met het inzaaien van de uien.” ■


HAK Schoffeltechniek Mee r da n1 jaar erva 00 ring

Complete levering en montage van: | Ronde buitensilo's | Droogsystemen in buitensilo's | Ronde binnensilo's | Drukvaste wanden | Vulinstallaties | Graandrogers | Graanreinigers | Besturingssystemen |

EX-serie

MEER INFO OP WWW.JH.NL/GRAANTECHNIEK

XHR-serie

droogsysteem in silo

silo vullen

drukvaste wanden

| Duinkerkenstraat 11 | 9723 BN Groningen | T. 050 - 31 26 448 | info@jh.nl | www.jh.nl |

LTC1

K.A. Havelaar & Zn bv Spectrumlaan 11 2665 NM BLEISWIJK Telefoon: +31 (0) 79 593 1307 Fax: +31 (0) 79 593 1164

Importeur:

www.havelaar.biz www.HAKnl.com E-mail: info@havelaar.biz

GELE UI: MIKA - JULIA - SASKIA - DONNA - HOZA • RODE UI: ROLEIN - ROMY

HOZA ZADEN

VOOR EEN OPTIMAAL RENDEMENT

Telefoon 0031 (0)181 46 14 51 - E-mail info@hoza-uienzaad.nl - www.hoza-uienzaad.nl


10 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEDRIJFSPORTRET

Joost van den Oetelaar (rechts) samen met ‘zijn mentor’ Jan van Lierop.

Zes jaar geleden zette Joost van den Oetelaar, toen net achttien jaar, de eerste stappen op een biologisch tuinbouwbedrijf. Van den Oetelaar heeft van huis uit geen agrarische achtergrond, zijn ouders zijn eigenaar van een foto-speciaalzaak in Oirschot (Noord-Brabant). Toch wist Van den Oetelaar al vanaf die eerste stap in de landbouw dat hier zijn toekomst lag. Hij startte de studie tuin- en akkerbouw aan de HAS en nu begint de jonge Brabander aan zijn eigen biologisch vollegrondsgroentebedrijf. Tweeëntwintig hectare. Daarmee begint Van den Oetelaar zijn avontuur. Veertien hectare biologisch en ongeveer acht hectare gangbaar, dat nog in de omschakeling naar biologisch is. “Ik wou gelijk met een flink areaal beginnen om niet het ‘moestuinidee’ te wekken en waardoor er mogelijkheden komen om grotere volumes te leveren aan bijvoorbeeld supermarkten.”

“LEKKER TUSSEN DE GEWASSEN DOORLOPEN EN VAN ALLES REGELEN”

SAMENWERKING MET NAUTILUS Om dit te realiseren sloot Van den Oetelaar zich vier jaar geleden al aan bij Nautilus Organic, een coöperatie voor boeren die zich richt op het vermarkten van biologische groenten. “Op dit moment is het ongeveer fiftyfifty als het gaat om vrije teelt en vaste afspraken, om zo ook een stukje vrijheid te houden om zodoende flexibel te zijn en te kunnen inspelen op de marktwerking.”

“Ik vind het gewoon een ontzettend mooi beroep” tussen de gewassen doorlopen en allerlei dingen regelen. Daar haal ik mijn voldoening uit. Ik vind het gewoon een ontzettend mooi beroep.” Strengere regelgeving op het gebied van bemesting en bestrijdingsmiddelen hielden de jonge Brabander niet tegen om zijn droom te realiseren: “Het is goed dat er vanuit de overheid kaders gesteld worden. Al heb ik daarbij soms wel mijn vraagtekens, maar we zullen het als sector daarmee moeten doen. Biologisch telen

Hoewel Van den Oetelaar het heerlijk vindt om af en toe op de trekker te rijden, koos hij heel bewust voor de biologische teelt. “Dat vind ik het mooiste. Lekker

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

betekent per definitie al dat je bewust met natuur en milieu omgaat door geen kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.” Toch beseft Van den Oetelaar dat ook hij niet helemaal zonder gewasbeschermingsmiddelen kan: “Maar ik ga dat tot een minimum beperken en enkel middelen van natuurlijke oorsprong gebruiken”, aldus de ambitieuze jonge teler. In zijn jaren bij Jan van Lierop, de teler waar hij het vak heeft geleerd, heeft Van den Oetelaar vaak nagedacht over hoe het zou zijn om een eigen bedrijf te hebben. Inmiddels is die droom

gerealiseerd en daar is hij vanzelfsprekend enorm enthousiast over. “De eerste gewassen gaan eind februari de grond in en ze zullen elkaar vanaf nu in rap tempo opvolgen. Het gaat behoorlijk druk worden, vooral omdat ik graag veel zelf doe. Maar ik zie het helemaal zitten.” KENNIS EN ERVARING Om goed voorbereid te zijn op het komende teeltseizoen heeft de 24-jarige Brabander de wintermaanden benut om alles op orde te maken. “Ik heb zelf een aantal machines gemaakt en samen met een kennis van mij hebben we een grote koelcel gebouwd. Ik heb in de jaren bij Van Lierop voldoende kennis en ervaring opgedaan


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 11

februari 2018

om met veel vertrouwen in dit avontuur te stappen. Ik wil de komende tijd wel kijken of ik mij kan aansluiten bij biologische teeltgroepen, zoals Veldleeuwerik. Want ik vind het wel erg leuk om met mensen over dit vak te praten en mijn verhaal te vertellen.”

HEERLIJKE OOGST Zijn biologisch vollegrondsgroentebedrijf heeft de naam ‘Heerlijke Oogst’ gekregen en dat is niet voor niets. “Ik heb nog even getwijfeld om het ‘Eerlijke Oogst’ te noemen, omdat ik eerlijke gewassen teel met een bijhorende

eerlijke prijs. Maar ik vind het ook belangrijk om te benadrukken dat de kwaliteit, uitstraling en smaak goed zijn, dus daarom heb ik toch gekozen voor deze naam. En in het woord heerlijk zit ook het woord eerlijk, dus daarom is het ‘Heerlijke Oogst’ geworden.”

Meer informatie over het startersavontuur of biologisch telen? Wil je Joost van den Oetelaar volgen in zijn startersavontuur? Kijk dan op: www.heerlijkeoogst.nl en bekijk hoe deze jonge, nieuwe biologisch teler zijn eerste groeiseizoen doorkomt.

Wil je meer weten over biologisch telen? De specialisten van Nautilus Organic helpen je graag verder. www.nautilusorganic.nl info@nautilusorganic.nl +31 (0) 321 328 040

Van den Oetelaar vindt het heerlijk om tussen de gewassen door te lopen en van alles zelf te regelen.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


12 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

Best gelezen!

#1

Via AkkerbouwActueel.nl houden wij agrariërs dagelijks op de hoogte van het laatste nieuws, marktprijzen en ontwikkelingen in de markt. Zo bent u altijd op de hoogte van de actuele gebeurtenissen in de Nederlandse akkerbouwsector. Hier vindt u een selectie van de best gelezen artikelen op AkkerbouwActueel.nl.

AKKERBOUWER PELLEBOER: “INZAAIMOMENT WINTERTARWE, STIKSTOF GIFT EN GRONDBEWERKING CRUCIAAL” Eric Pelleboer teelt een kleine tien hectare wintertarwe. Een deel daarvan zaait hij na de oogst van witlof en een deel na de uienoogst. Op het uienland kon Pelleboer eerder terecht, dan op het witlofperceel. Dat resulteerde in een later inzaaimoment voor de wintertarwe op de plek waar de witlof stond en dat is ook direct terug te zien in de kieming. Pelleboer: “De wintertarwe op het uienland is gezaaid tijdens iets hogere temperaturen en dan zie je toch dat die tarwe zich iets vlotter ontwikkelt.” Het tweede perceel werd dus ingezaaid onder koudere omstandigheden, dat wil echter niet zeggen dat dat perceel uiteindelijk achterblijft. “Dat trekt wel weer naar elkaar toe. Ik zaai in één werkgang met een cultivator en zaaimachine, ook in het witlofland. We doen dat zo

snel mogelijk achter het witlofrooien aan. Na zowel de uien als witlofoogst trekken we het land los met een bouwvoorlichter. Een grondbewerking met een cultivator zorgt ervoor dat het land mooi grof ligt. Dit voorkomt dat de grond verslempt.” “Zodra het in het voorjaar droog genoeg is, dan ga ik tijdens de fase van uitstoeling met de Cambridgerol het land op om de akkers te vlakken. Dat zijn eigenlijk weer de eerste handelingen die ik weer ga verrichten op de percelen waar nu de wintertarwe staat.” STIKSTOFTOEDIENING Juist omdat tarwe een structuurverbeteraar is, kiest Pelleboer voor dit rustgewas en niet voor andere 'intensieve' teelten die wellicht een hoger saldo opleveren. Dat wil echter niet zeggen dat het voor hem geen volwaardige teelt is. De wintertarwe krijgt de volledige

aandacht, ook als het gaat om bemesting: “De eerste stikstofgift probeer ik altijd op tijd te geven, volgend jaar mag dit vanaf 1 februari weer. Dan loer ik naar een geschikt moment om rond die datum de gift na een nachtvorst te strooien. Dan ligt er weer op tijd stikstof bij en kan de tarwe vlot doorgroeien. We hebben daar hele goede ervaringen mee.”

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

KVERNELAND: “UITSLUITEND BEMESTEN WAAR OOK GEZAAID WORDT” De huidige mestwetgeving vraagt om steeds slimmere oplossingen voor bemestingswerkzaamheden. Tegelijkertijd zorgt de opmars van GPS ervoor dat afstemming van afzonderlijke machines steeds belangrijker wordt. Kverneland Benelux heeft op dit moment bij tientallen akkerbouw- en loonbedrijven in Nederland een precisie zaaicombinatie lopen die ervoor moet zorgen dat telers bij de uitvoering van de voorjaars-

werkzaamheden niet van ‘het kastje naar de muur’ worden gestuurd. Bert van der Horst, productmanager bij de Kverneland Groep geeft aan dat telers in ons land langzaam maar zeker overstag voor de multifunctionele techniek waarbij de fronttank in combinatie met een precisie zaaimachine wordt toegepast: “Tot op heden was het altijd de zaaier van de één en de kunstmeststrooier van de ander. Als er dan ook nog GPS in het

spel is, dan hebben telers al met drie partijen te maken waarop ze moeten vertrouwen dat de afstemming tussen de drie componenten goed plaatsvind. Nieuw voor het komend seizoen is dat de iXtra LiFe met precisie zaaicombinatie ervoor zorgt dat telers maar met één leverancier te maken hebben en dat maakt het een stukje transparanter.” “WAAR JE NIET ZAAIT, HOEF JE OOK NIET TE BEMESTEN” Op dit moment lopen er enkele

tientallen van dit soort systemen in ons land. Volgens Van der Horst zijn de eerste geluiden vanuit de gebruikers zeer positief: “Een groot voordeel is dat wanneer een elektrische zaaimachine via de GPS per rij wordt uitgeschakeld, dan stopt ook de vloeibare kunstmest per rij. Waar je niet zaait, hoef je niet te bemesten en zeker niet dubbel te bemesten. Er wordt dus uitsluitend bemest waar ook gezaaid wordt.”

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

AANMELDEN VOOR DE AKKERBOUWACTUEEL? GA NAAR WWW.AKKERBOUWACTUEEL.NL Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 13

februari 2018

ING: 2018 WORDT EEN MOEILIJK JAAR VOOR DE AKKERBOUW

NVWA NEEMT 64 TON ILLEGAAL GEWASBESCHERMINGSMIDDEL IN BESLAG De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft donderdag 7 en vrijdag 8 december in totaal 64.000 liter illegaal gewasbeschermingsmiddel in beslag genomen. Dat gebeurde tijdens een actie op verschillende plekken in Nederland. De actie is onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek dat zich richt op een bedrijf dat wordt verdacht van het importeren en op de markt brengen van een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel. Het onderzoek staat onder leiding van het Functioneel Parket. Bij de verdachte importeur is 25 ton van het gewasbescher-

mingsmiddel in beslaggenomen. Inspecteurs en rechercheurs namen bij distributeurs op 4 locaties in Nederland nog eens 39 ton van het middel in beslag. De NVWA maakt proces-verbaal op tegen de betrokken bedrijven. De NVWA doet nog nader onderzoek.

In 2018 groeit het productievolume in de agrarische sector naar verwachting met 0,5 procent. Voor het omslagjaar 2017 gaat ING uit van een stagnatie van de productiegroei. 2018 wordt wederom uitdagend. Het beeld voor melkvee- en varkenshouders werd na twee moeilijke jaren positief. Voor akkerbouwers is 2017/18 na drie goede seizoenen juist minder. Binnen alle sectoren geldt dat de verschillen tussen ondernemers onderling groter zijn geworden. Het seizoen 2017/18 lijkt voor akkerbouwers een moeilijke periode te worden. De opbrengstprijzen van zowel aardappelen

als uien zijn in de tweede helft van 2017 ten gevolge van recordhoge oogsten beneden kostprijs geweest. Voor de eerste helft van 2018 zijn de verwachtingen matig. Voor uienboeren betekent dit het tweede slechte jaar op rij. Telers van pootaardappelen blijven het dankzij goede prijzen en een stevige exportpositie goed doen, al twaalf jaar achter elkaar.

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

AKKERBOUWER HARRY SCHREUDER: “PRIMA TEELTJAAR, MAAR TEGENVALLENDE PRIJZEN” De kwaliteit van zijn huidige aardappelras Eurostar (een frietaardappel) is goed, maar toch had Harry Schreuder van Harrysfam dit jaar te maken met misvormde knollen. “Door de zwoele zomer en relatief warme nachten heb ik in het najaar op het loof aardappelziekte gehad. De knollen bleven overigens onaangetast, maar door deze

ervaring stap ik komend jaar over op de Innovator. Een iets robuuster aardappelgewas. Aan de andere kant leverde de wintertarwe, waar ik zo’n 19,5 hectare van had staan, een prima oogst op. Al met al kijk ik tevreden terug op dit teeltjaar.” Terugkijkend op 2017 was het vooral qua opbrengsten een bovengemid-

deld seizoen. “Nadat eind maart de bemesting op het land lag, was het tijd voor het zaaien van bieten en uien. Qua weer was het een uitstekend voorjaar. Uiteindelijk heeft dat voor de suikerbieten een recordopbrengst teweeggebracht. We zijn uitgekomen op honderd ton terwijl dat normaal gesproken tussen de tachtig en negentig ton is. De uien hebben het ook prima gedaan hoewel het oogsten over meerdere

dagen moest worden verspreid omdat het vanaf begin september wisselvalliger weer werd.” Door de goede oogstopbrengsten staan de prijzen wel onder druk. Er is veel aanbod. De concurrentie uit België is ook toegenomen. “De prijzen voor de uien en aardappelen vallen tegen, maar ik verwacht dat die in de komende periode nog gaan stijgen.”

Scan de qr-code en lees het hele verhaal op akkerbouwactueel.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


14 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEMESTING

“Zeewierkalk korrels zorgen voor calciumbeschikbaarheid gedurende de hele teelt” Calcium verstevigt de celwanden van het gewas en van het eindproduct. Meer stevige celwanden zorgen voor een barrière tegen ziekten en plagen. Calciumtekort kan zorgen voor een mindere kieming en voor een verhoogde kans op Rhizoctonia in aardappelen. In de bewaring heeft calcium een positieve invloed op het onderdrukken van bewaarziekten als Erwinia, Fusarium, Phytophthora, Phoma en de afbraak van weefsel. “Het beste calcium verhogend resultaat wordt verkregen door zeewierkalk zo dicht mogelijk bij de jonge wortels te plaatsen. Zeewierkalk korrels bestaan uit zeer jonge en poreuze coccolietenkalk die door zijn jonge leeftijd snel zijn werk kan doen. Dit is niet te vergelijken met de oudere (tragere) landbouwkalkmiddelen zoals dolokal en dologran”, aldus bodemspecialist Twan Wubbels van DCM Nederland. GRONDGEBONDEN VERSCHILLEN Met een breedwerpige plaatsing van 250–400 kilogram per hectare

kan volgens Wubbels bij elke teelt in de calciumbehoefte worden voorzien. “Met deze doseringen zijn de afgelopen jaren veel ervaringen opgedaan in de teelt van aardappelen, uien, knolselderij, kool, peen en andere akkerbouw- en groentegewassen”, zo stelt Wubbels. “De snelwerkende calciumkorrel is prima strooibaar tot 27 – 32 meter en kan gebruikt worden op zand- én op kleigronden met een pH tot 7,4 - 7,5. Op gronden met een hogere pH is het efficiënter om een niet-carbonaat meststof te gebruiken. In tegenstelling tot wat men verwacht wordt de pH met 250-400 kilogram per hectare zeewierkalk korrel niet verhoogd. Dit gebeurt op zandgronden pas vanaf 600 kilogram per hectare en op kleigronden met een hoge pH is het amper mogelijk gezien de logaritmische werking van de pH in de bodem.”

“HOOG-REACTIEVE KALKSOORT MET SNELLE WERKING”

Het element calcium is een relatief groot molecuul en wordt voornamelijk opgenomen door de jongste wortels en in het geval van aardappelen ook door de knol. De meeste calcium wordt opgenomen in het begin van de teelt en dient dan ook beschikbaar te zijn. Calcium is in de bodem slecht mobiel en verplaatst zich daardoor moeilijk. Wubbels: “Calcium in de vorm van zeewierkalk korrel werkt snel en langdurig voor een calciumbeschikbaarheid gedurende de gehele teelt. Zeewierkalkkorrel is een jonge, hoog-reactieve kalksoort met een snelle werking. Door de carbonaatverbinding van deze kalk is er ook een langdurige werking gedurende de teelt”, zo besluit Wubbels. MEER INFORMATIE? Neem dan contact op met uw DCM adviseur of DCM verkooppunt. DCM Zeewierkalk Korrel is verkrijgbaar bij uw DCM verkooppunt in Bigbags van 600 kilogram of in zakken van twintig kilo.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 15

februari 2018

DOSSIER: MECHANISATIE

MECHATEC KISTENLOSSER:

gebruik moest er na 10.000/15.000 kisten regelmatig onderhoud worden gepleegd aan de stapelaars. Juist op dat vlak heeft Mechatec verbeteringen aangebracht. Petter: “De hele ontwikkeling heeft ons tijd en moeite gekost, maar ik kan met trots zeggen dat de machine nu af en klaar is.”

dat wij de enige machinebouwer zijn die automatisch op- en afstapelen zo vlekkeloos en veilig kunnen laten verlopen. Men denkt al snel: dat kan ik ook, maar iedereen loopt tegen dit probleem aan. Ook toekomstige bouwers zullen tegen dingen blijven aanlopen, die wij in deze uitvoering al wel getackeld hebben.”

Belangrijkste verbeterpunt: de ketting. “Door de aandrijving nu met vier kettingen te doen is de machine enorm sterk. Eén ketting kan de volledigekracht van de motor – maxi-

Petter verklapt niet welke oplossingen hij heeft doorgevoerd, omdat de kans op kopieergedrag dan alleen maar groter wordt. “Er zijn best wel wat dingen - ook buiten het hele

“Door het heffen met kettingen is de machine nu enorm sterk en onderhoudsarm” Een automatische kistenlosser is ideaal voor telers die veel kisten hebben en gebruikmaken van een stapelsysteem. Dankzij het innovatieve ontwerp van Mechatec in Noordoostpolder is het automatische kistenlossysteem zoals we dat tot nu toe kennen geoptimaliseerd en geperfectioneerd, zodat het ook in de wintermaanden zijn waarde heeft. “Het systeem kan nu het jaar rond gebruikt

worden en daar zijn klanten met veel kisten naar op zoek”, aldus Mechatec-eigenaar Henk Petter. KENMERKEN De voordelen van een kistenlossysteem zijn genoegzaam bekend: logistieke rust, geautomatiseerd lossen van 35 tot veertig ton per uur constante afgifte en het stapelen van de lege kisten. Het principe werkt dus tijdbesparend en capaciteit verhogend, maar bij intensief

maal vier ton – gemakkelijk aan. De machine kan maximaal zes ton tillen, dus in theorie kan hij 25 ton aan, dat komt echt nooit voor, maar het geeft wel de sterkte van de Tsubaki kettingen weer.” VLEKKELOOS Het kettingsysteem is niet over één nacht ijs gerealiseerd. Er is veel onderzoek aan voorafgegaan en dat heeft Petter ook weleens hoofdbrekens gekost: “Het is niet voor niets

stapelverhaal om - waar je rekening mee moet houden. Ik ga daar verder niet over uitweiden, maar mede door praktijkervaringen hebben we die problemen eruit kunnen filteren. Het is beroerd, maar ik ga niet alles vertellen om vervolgens een ander in het zadel te helpen. Er zijn al twee kopieën in omloop. Dat kan je niet voorkomen, want we leven in een vrije markteconomie. Maar ik zeg altijd: als je iets ontwikkelt vanuit het binnenste van je ziel, dan houd

je altijd een voorsprong op de mensen die zich enkel bezighouden met kopiëren. Wij houden ervan om de markt open te breken, dat hebben we destijds met de kistenwassers gedaan en dat doen we nu weer.”

“BOXER KISTENWASSER ERG IN TREK DOOR MIA/VAMIL REGELING” COMPLETE KISTENHANDELING De eerste geoptimaliseerde kistenledigers zijn inmiddels afgeleverd: “Er zijn er twee aan Canadese klanten verkocht, er is er eentje afgeleverd in Duitsland, maar ook in Nederland draaien er nu totaal zeven waarvan vier met het nieuwe type stapelaars. Vanuit Nederland - via de Grimmedealers - komen er steeds meer aanvragen binnen. Op dit moment is de Boxer kistenwasser ook erg in trek, mede door de MIA/Vamil regeling. De belangstelling is groot voor deze vernieuwde versie waarmee de klant de stapelaars het jaar rond kan gebruiken. Als je inzetbaarheid en flexibiliteit belangrijk vindt, dan is deze machine ideaal om het logistieke proces te verbeteren. Alle vraagstukken rondom kistenhandeling kunnen we nu volledig aan: alle kistenmaten en alle processen.” ■

“Door de aandrijving nu met vier kettingen te doen is de machine enorm sterk. Eén ketting kan de volledige kracht van de motor – maximaal vier ton – gemakkelijk aan.” Mechatec BV • Het Revier 1 • 8309 BE • Tollebeek • Holland • + 31 (0) 527 760100 • info@mechatec.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


16 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

DOSSIER:

WET- EN REGELGEVING De contouren van het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (AP) voor de komende vier jaar (2018-2021) omvatten vooral maatregelen gericht op bouwland in de zand- en lössgebieden in Brabant en Limburg. Hoofddoel van het actieprogramma is om de nitraatbelasting van het grondwater afkomstig uit de landbouw te verminderen en eutrofiëring (verrijking red.) van het oppervlaktewater, voor zover veroorzaakt door stikstof en fosfaat afkomstig uit de landbouw, te bestrijden/verminderen. De maatregelen uit de voorgaande actieprogramma’s hebben weliswaar geleid tot een forse afname van het overschot op de stikstofbalans en tot het nagenoeg verdwijnen van het overschot op de fosfaatbodembalans, maar onder bouwland in zandgebieden (met name in Noord-Brabant en Midden en Noord Limburg) worden nog te hoge nitraatwaarden in het ondiepe grondwater gemeten. In het lössgebied wordt nitraat in het bodemvocht gemeten. Jos Souren is namens Delphy vooral actief in De Kempen, waar veel telers op zand- en lössgronden zitten. “In de Europese regelgeving wordt aangegeven dat het grondwater maximaal vijftig milligram nitraat per liter mag bevatten. Momenteel wordt dit in deze gebieden niet gehaald. De richtlijn omvat maatregelen die uit- en afspoeling van stikstof moet voorkomen. Als we kijken naar de praktische uitvoerbaarheid dan gaat dat heel wat uitdagingen met zich meebrengen. Bijvoorbeeld de verplichting om bij maïsteelt op zand- en lössgronden alle meststoffen in de rij te bemesten. Dat gaat

veel problemen opleveren, zowel logistiek als uitvoeringstechnisch. Als dat in 2021 ingaat, moeten telers dus over het geploegde land de maïs bemesten. Dat vraagt nodige investeringen in onder andere GPS-systemen en zorgt voor een bijna onmogelijke planning.”

#1

erkent dat de regelgeving uit het actieprogramma ervoor zorgt dat er voortaan anders omgegaan moet worden met de bodem en bemesting: “Maar er zijn zeker oplossingen voor het verhogen van de stikstofefficiëntie. Wij doen dat bijvoorbeeld met onze Humuszuren-productlijn, maar ook met een complete lijn aan bladmeststoffen. Daarmee is het mogelijk om te bemesten op momenten dat de plant echt ondersteuning nodig heeft. Wij zijn zeker niet de enige aanbieder die zich hier mee bezig houdt, denk bijvoorbeeld aan nitrificatieremmers. Onze focus ligt dan ook op het ontwikkelen van

producten die telers daarbij helpen. Zo kunnen telers met minder product en minder uitspoeling een even goede opbrengst krijgen. Plantenvoeding is een belangrijke sleutel om de hoge opbrengsten die we in Nederland willen behalen - ook te blijven realiseren.” GROENBEMESTERS EN VANGGEWASSEN Verdere mogelijke maatregelen die het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in de AP ter inzage heeft liggen zijn het toepassen van precisiebemesting en het bevorderen van de teelt van groenbemesters en vanggewassen.

Volgens Souren bestaat er over die laatste categorie veel onduidelijkheid onder de telers: “Een groenbemester telen heeft voordelen, maar het zorgt ook voor een vermeerdering van de aaltjespopulatie. Daarnaast is het niet duidelijk of groenbemesters en vanggewassen nog mee gaan tellen voor de vergroening. Dat is in het huidige actieprogramma niet duidelijk omschreven. Het zou wenselijk zijn als daar meer helderheid in gaat komen.” ■

BODEMVRUCHTBAARHEID Ook wordt de bemestingsruimte op een groot deel van de percelen krapper, omdat de gebruikersruimte van fosfaat teruggaat naar veertig kilogram. Souren: “Dat betekent voor het telen van aardappelen, uien, graan en bieten dat er meer kunstmest gebruikt moet worden omdat er minder (dierlijke) mest aangevoerd mag worden. Daarmee komt het op peil houden van de bodemvruchtbaarheid onder druk te staan.” HUMUSZUREN EN BLADMESTSTOFFEN Plantenvoeding-specialist Tradecorp richt zich met haar productlijn al jaren op een algehele verbetering van de bodemvruchtbaarheid. Adviseur Boris Berkhout

Dankzij onderzoek dat op verzoek van Tradecorp is uitgevoerd aan de Universiteit van Gent is wetenschappelijk aangetoond dat de efficiëntie van de opname van nitraat verhoogd kan worden. De resultaten (bij aardappelen, maïs en grasland) zijn in de grafiek weergegeven.

“Praktische uitvoerbaarheid gaat heel wat uitdagingen met zich meebrengen”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

Jos Souren (Delphy): " “In de Europese regelgeving wordt aangegeven dat het grondwater maximaal vijftig milligram nitraat per liter mag bevatten."


STROOIEN

Ferti-SPACE

IN DE RUIME ZIN !

Capaciteiten van 12,3 tot 27,8 m3

Strooitafel

joskin.com

TWINDISC

Betrouwbaar en nauwkeurig! TWINDISC dubbele zaaischijven Onderhoudsvrij zaai-element met parallelogram met eenvoudige centrale en nauwkeurige diepte-instelling Druk op zaaikouter tot 50 kg/kouter Eenvoudige drukinstelling van zaaikouter, onafhankelijk van diepte-instelling PILOT computer geschikt om GPS aangestuurd te worden met een taakkaart (VRA)

www.farmstore.nl

Otd Sky! ZAAIMACHINES

Werkbreedtes tot 6 m, ook met TF fronttank

Tel. 0184 69 27 32


18 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

DUURZAAM ONDERNEMEN

AAN TAFEL BIJ BAKKERSCOMPOST:

“Veel beter dan reguliere compost” Akkerbouw- en melkveebedrijf Köning in Zevenaar gebruikt bij de tarweteelt BakkersCompost ter vervanging van reguliere compost. Deze speciale compostvorm is afkomstig van kampioensbakker Paul Berntsen uit het nabijgelegen Didam. Köning leverde al jaren het tarwe voor de broden die Berntsen bakt, maar sinds kort ontvangt het akkerbouwbedrijf de oude broden weer terug als compost. Berntsen kocht hiervoor een compostmachine die het oude brood binnen 24 uur kan omzetten naar compost. “Wij stellen hoge eisen aan de kwaliteit van onze producten, maar ook kwantiteit is belangrijk. Tot laat in de middag moeten de producten beschikbaar zijn voor de klanten. Een onvermijdelijk feit is dat er aan het eind van de dag een hoeveelheid brood overblijft. Dit overschot wordt nu omgezet naar compost, dus geen verspilling meer.” Uit een onlangs in het tijdschrift Nature Plant gepubliceerde Britse analyse kwam naar voren dat de meest milieubelastende stap in de productie van brood het gebruik van kunstmest in de tarweteelt is. Dit bracht de Gelderse broodbakker op een idee: oud brood inzetten als kunstmest vervanger. Berntsen: “Al snel kwam ik erachter dat BakkersCompost veel beter is dan reguliere compost. Ter vergelijking: waarvoor één hec-

tare landbouwgrond 20.000 kilo ‘normale’ compost nodig is, volstaat voor dezelfde lap grond 7.500 kilo BakkersCompost. Dat komt met name doordat in onze compost drie keer (gemiddeld 22 procent) zoveel stikstof zit, dan in gewone compost (zeven procent).”

“VOOR ÉÉN HECTARE VOLSTAAT 7.500 KILO BAKKERSCOMPOST”

uitzonderlijk goed. We willen door middel van BakkersCompost de tarweopbrengsten verhogen, zonder meer compost aan te hoeven voeren.” COMPOSTEERMACHINE De werking van het composteerproces is vrij eenvoudig, zo legt Berntsen uit. “De composteermachine die door Ecocreations is gebouwd heeft een speciale bacteriecultuur die hitte-, zout- en zuurbestendig is en kan naast gewoon organisch afval ook het zuurdere en zoutere voedselafval

(swill) verwerken. De composter kan de hele dag door gevuld worden. Het afval wordt dan binnen 24 uur omgezet naar compost; de warme vochtige lucht die vrijkomt wordt via een biologische filter afgevoerd naar buiten. De machine hoeft slechts één keer per week geleegd te worden. De aanschafkosten liggen wel hoog: 30.000 euro, dus het duurt wel lang voordat die kosten terugverdiend kunnen worden. Maar dat heeft tijd nodig. Ik ben en blijf natuurlijk bakker, dus het ontbreekt mij nog weleens aan tijd om daar echt mee bezig te zijn.”

STICHTING VELDLEEUWERIK Berntsen krijgt nog weinig reacties van zijn klanten, ook omdat de meesten het niet weten. Maar vanuit de akkerbouwsector is er wel veel aandacht voor zijn initiatief: “De manier waarop de compost gemaakt wordt, is een stuk milieuvriendelijker en het product draagt – vanwege de stikstofgehaltes - ook bij aan het terugdringen van de CO2-footprint. Vanwege al die voordelen heeft ook Stichting Veldleeuwerik interesse getoond. Die telen veel tarwe voor onder andere Koopmans. De cirkel is na-

Bij akkerbouwbedrijf Köning hebben ze in totaal zestig hectare akkerbouwland. Als de rekensom van Berntsen klopt, dan loopt de ‘winst’ voor Köning dus snel op. Joris Köning: “We hebben de compost nu voor het eerst op het land liggen, dus we hebben nog geen harde cijfers qua opbrengst van de wintertarwe. Dat is dus nog even afwachten, maar we hopen door middel van het BakkersCompost de totale aanvoer van compost zeker te kunnen verminderen.” Köning levert al jaren de tarwe voor de bakkerij in Didam en heeft ook dit jaar weer gekozen voor het tarweras Julius: “De bakkwaliteit van dit ras is erg goed, maar tegelijkertijd telen we hier op redelijk zware grond. Opbrengsten van negen ton zijn dus Melkvee- en akkerbouwbedrijf Köning gebruikt BakkersCompost om de totale aanvoer van compost te verlagen.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 19

februari 2018

SPUITEN IN 2018: HOE DOE JE HET GOED? De basis van de veldspuit wet- en regelgeving is gelegd op 1 januari 2013. Toen is de regelgeving Lozingsbesluit Open Teelt & Veehouderij (LOTV) opgenomen in het Activiteitenbesluit ter vermindering van drift naar oppervlaktewater. Dit door enerzijds teeltvrije zones- en anderzijds driftbeperkende spuittechnieken toe te passen. Vanaf 2013 was de basis een veldspuit met driftarme spuitdoppen (50%), kantdoppen, max 50 cm boven gewas spuiten en het spuiten tot een maximale windsnelheid van 5m/s. Daarbij kon er uitzondering gemaakt worden voor innovaties. De driftarme spuittechniek TwinForce luchtondersteuning van HomburgHardi is daarvan het bekendste voorbeeld. Technische Commissie Techniekbeoordeling De TCT, welke uit vertegenwoordigers uit de overheid (RWS) en het bedrijfsleven bestaat, beoordeelt als enige instantie de nieuwe en innovatieve technieken en adviseert die aan de waterschappen. Die nemen, op basis van hun eigen specifieke omstandigheden, echter afzonderlijk, hun eindbeslissing. Per waterschap kunnen de voorgeschreven drift beperkende maatregelen dus afwijken. De TCT beoordeelt zowel complete spuitsystemen als de doppen zelf, door onderzoek in de praktijk te vergelijken met het Activiteitenbesluit. Bij alle systemen is altijd de maximale spuitdruk weergegeven. De TCT lijst met de DRT-

klassen is de enige geldige lijst betreffende goedgekeurde, driftarme, technieken. De teler zal uit economische redenen de kleinst toegestane teeltvrije zones willen kiezen. Door de toepassing van innovatieve spuitdoppen en -technieken zijn versmallingen tot 50 cm mogelijk of biedt het de mogelijkheid om specifieke gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken (die bijvoorbeeld alleen met een 90% reducerende techniek gebruikt mogen worden). Drift Reducerende Technieken (DRT) Per 1 januari 2018 is het Activiteitenbesluit fors aangescherpt met de DRT klassen 97,5% en 99% en er is geen minimum afstand meer tot de sloot: er moet per 1 januari jl., waar dan ook, minimaal 75% driftarm gespoten worden. Dit is in Staatsblad 2017, nr. 305 opgenomen: “De driftbeperkende maatregeling van 50% wordt voor het gehele perceel vervangen door maatregelen die ten minste leiden tot 75% driftreductie. Dit mag door gecombineerde technieken worden gehaald, bijvoorbeeld door luchtondersteuning.”

Een greep uit de gewijzigde regels zijn: ● Drift wordt met tenminste van 50% naar 75% gereduceerd over het gehele perceel t.o.v. klasse Fijn & Midden bij 3 bar, indien geen sloot rondom perceel. ● De teeltvrije zones bedragen: ● voor aardappelen, bloembollen en andere laag groeiende gewassen ten minste 150, 100, 50 of zelfs 0 cm, afhankelijk van de gebruikte driftreducerende technieken of teeltwijze. ● teeltvrije zones voor graszaad, vlas en granen 50 cm, gewoon gras 25 cm. ● De teeltvrije zone bedraagt daarbij bij de teelt van aardappelen, uien, bloembollen en bloemknollen, aardbeien, asperges, schorseneren, sla, wortelen, prei, vaste planten, en in neerwaartse richting te bespuiten boomkwekerijgewassen, ten minste: ● 150 cm: hierbij dient 75% driftreductie gehandhaafd worden. ● 100 cm: indien een techniek wordt gebruikt waarmee een driftreductie wordt bereikt van ten minste 90%, ten opzichte van een bij ministeriële regeling aangewezen referentietechniek, ● 50 cm: indien gebruik gemaakt wordt van een handmatig aangedreven handgedragen spuit. ● minder dan 100 cm: (Hardi) veldspuittechnieken waarmee 97,5% - 99% driftreductie worden bereikt, zijn ter definitieve beoordeling in aanvraag. ● Veldspuiten zijn verboden tenzij: ● voorzien van kantdoppen ● maximaal 50 cm hoogte boven gewas; voorzien van drukregistratievoorziening volgens gestelde eisen (uitgesteld tot 1 januari 2019) ● wind > 5 m/s

klasse is het de verwachting dat het TwinForcesysteem van Hardi binnenkort als enige veldspuit ingedeeld wordt met een maximale spuitdoppenhoogte van 50 cm en een rijsnelheid 12 km/h.

Informatie over de complete TCT lijst en speciale EasyTwin actie is via info@homburg-holland.com of één van onze Hardi productspecialisten op te vragen. Volg Homburg Holland op Facebook voor meer ‘Profit through Knowledge’!

In de huidige TCT lijst zijn de Hardi TwinForce en de Hardi Delta Force veldspuiten reeds officieel t/m de DRT-klasse 97,5%, opgenomen. De TwinForce is de luchtondersteunde Hardi veldspuit en de Delta Force is een veldspuit met conventionele boom met een maximale spuitdophoogte van 30 cm (spuitdoppen op 25 cm) gecombineerd met het Hardi AutoHeight automatisch hoogteregelsysteem. In de hoogste 99%

www.homburg-holland.com

precies wat nodig is

Jack Thibaudier Directeur Homburg Holland

tuurlijk rond: tarwe wordt brood en het oude brood komt als compost weer terug op het tarweland voor de volgende oogst. Dat principe spreekt een hoop mensen aan en dat is ook de reden dat er met Stichting Veldleeuwerik nu gekeken wordt of er een module gemaakt kan worden dat bakkers collectief hun oude broden inleveren, dat boeten vervolgens terug op het land brengen als compost en daar weer goede tarwe mee kunnen telen. Eigenlijk exact wat wij al met Köning aan het doen zijn, maar dan op grotere schaal.” ‘BAKKERSCONCEPT’ Er zijn plannen om de naam te veranderen naar BakkersConcept, zodat het gemakkelijker verkocht kan worden. “Het is mooi, zeker als dat in de toekomst geld op gaat brengen. Het staat echt nog in de kinderschoenen, maar er zijn heel veel mogelijkheden om hiermee aan de slag te gaan. De compostlijn is één optie, maar we kijken ook naar mogelijkheden om het als visvoer of als gecertificeerd veevoer op de markt te brengen.” ■

Kampioensbakker Paul Berntsen verkoopt de compost in zijn bakkerij ook als visvoer.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


20 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

MECHANISATIE

“Zekerheid van goede kistenreiniging” Een groot deel van de akkerbouwbedrijven in Nederland gebruiken kisten voor opslag van de producten. Deze kisten zullen ook gereinigd moeten worden met het oog op hygiëne én voorkomen van problemen. Veredelingsbedrijf Mansholt maakt al meer dan tien jaar gebruik van een gesloten kistenwassysteem en merkt dat er dankzij de MIA/Vamil-regeling veel belangstelling is voor kistenwassers: “We hebben al diverse mensen op bezoek gehad die onze kistenwasser wilde bekijken”, aldus Jochem Mansholt. Het veredelingsbedrijf uit het Groningse plaatsje Vierhuizen – behorend tot de gemeente De Marne – levert uitgangsmateriaal aan pootgoedtelers. Goede hygiëne is daarbij cruciaal: “We willen niet het risico nemen dat een verontreinigde

kist problemen veroorzaakt bij één van onze klanten. Daarom zijn we elf jaar geleden al overgestapt van een railsysteem naar een gesloten systeem. Sinds we gebruikmaken van de MonoClean kistenwasser van Veenma Dokkum hebben wij de

zekerheid van een goede reiniging en dat is een heel prettige gedachte.” De MonoClean heeft daarnaast als belangrijkste voordelen dat hij heel compact is en minder arbeidsintensief dan bijvoorbeeld bij het werken met een hogedrukspuit. “Bovendien valt de prijs in verhouding nog enorm mee. We doen er inmiddels alles mee, dus dan betaalt zich dat gemakkelijk weer terug.“ ARBEIDSBESPAREND EN COMPACT “Als we geen kistenwassers hadden, dan waren we nu nog met de hogedrukspuit bezig. Dan ben je continu met twee man bezig en nu hebben

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

we maar één man nodig. Er is natuurlijk wel een tweede man met de aanvoer bezig, maar die kan tussendoor ook nog andere werkzaamheden uitvoeren. De meeste gebruikers hebben de MonoClean – die vaak in de sorteerschuur staat – gekocht zodat ze snel aan de gang kunnen gaan. Omdat hij arbeidsbesparend werkt en weinig ruimte inneemt is het een ideale machine. Iedereen wil tegenwoordig kisten wassen en er niet te veel aan uitgeven, dan kom je al snel uit bij de MonoClean. Ook qua onderhoud hebben we er weinig problemen mee.”

“ER HOEFT GEEN ONTSMETTINGSMIDDEL TOEGEVOEGD TE WORDEN” MIA/VAMIL-REGELING Vanaf dit jaar is de aanschaf van een kistenwasser ook onderdeel van de MIA/Vamil-regeling. Dit houdt in dat 36 procent van het investeringsbe-


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 21

februari 2018

drag van de MonoClean – bovenop de gebruikelijke afschrijving - extra ten laste van de winst mag worden gebracht (= het MIA-gedeelte). Daarnaast mag 75 procent van het investeringsbedrag van de MonoClean op een willekeurig moment worden afgeschreven (=Vamil). VOORWAARDEN Om hier aanspraak op te kunnen maken zijn er een aantal criteria gesteld. De investering is bestemd voor het reinigen van fusten of kisten voor de opslag van landbouwproducten met een reinigingsinstallatie, met als aanvullingen: dat die op het eigen

bedrijfsterrein staat opgesteld, dat er uitsluitend fusten of kisten van het eigen agrarisch bedrijf – glastuinbouwbedrijven uitgezonderd - worden gereinigd en dat de fusten of kisten volautomatisch gereinigd worden zonder handmatige tussenkomst of toevoeging van reinigingsmiddelen. Bovendien moet het systeem voorzien zijn van een gesloten systeem waarin de was-vloeistof wordt opgevangen voor recycling of zuivering. Tot slot dient de af te voeren was-vloeistof conform de daarvoor geldende voorschriften uit ‘het Activiteitenbesluit’ – dat is terug te lezen via RVO.nl – te worden afgevoerd.

VOLAUTOMATISCHE INSTALLATIE Gerard Sijtsma van Veenma Dokkum: “De MonoClean is een stationair opgestelde machine. De machine kan stationair worden geplaatst, binnen een bewaarloods en of verwerkingsruimte. De kisten kunnen na iedere leging worden gewassen en hoeven het eigen terrein dus niet te verlaten. Zo wordt ook insluip van ‘problemen van buitenaf’ voorkomen. Dankzij een volautomatische installatie hoeft de gebruiker alleen de vuile kist in de MonoClean te plaatsen en de machine doet de rest. De MonoClean staat altijd stand-by en is voorzien van diverse inloop- en detectiesenso-

ren. De reinigingscyclus wordt vooraf door de gebruiker zelf ingesteld. Sijtsma vervolgt: “De MonoClean is een gesloten kubus die de kist op de kop wast. De kisten worden gewassen met schoon heet leidingwater. Het waswater wordt níét hergebruikt. Hierdoor behoeft ook geen ontsmettingsmiddel te worden toegevoegd. Het gebruikte water kan worden geleid naar onverhard terrein met een minimale afstand van het oppervlaktewater van veertig meter of worden overgepompt in een giertank en vervolgens uit worden gereden over het land. Dit is mogelijk omdat

de MonoClean voorzien is van een 3” aansluiting voor gecontroleerde waterafvoer. Andere manier van afvoer is hierdoor tevens mogelijk. En daarmee voldoet de MonoClean kistenwasser aan alle gestelde eisen voor de MIA/Vamil-regeling.” ■ MEER INFORMATIE OVER DE MONOCLEAN? Gerard Sijtsma – Veenma Mechanisatie Dokkum Tel. 0519-241202 E-mail: gerardsijtsma@veenma.nl Website: www.veenma.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


22 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER: ALTERNATIEVE TEELTEN

Aquatische biomassa: van eendenkroos tot algenteelt Aquatische biomassa zoals microalgen, zeewieren, eendenkroos en waterplanten zijn van groot belang om aan de stijgende vraag naar biomassa te kunnen voldoen. Diverse onderzoeken laten zien dat deze teelten vooral interessant zijn vanwege het feit dat er geen beslag gelegd wordt op landbouwgrond. De verwachte bijdrage aan de oplossing van het toekomstige eiwitprobleem wordt verschillend ingeschat. Hoogleraar bioprocestechnologie René Wijffels aan Wageningen Universiteit & Research houdt zich voornamelijk bezig met de teelt van micro-algen en hoopt in de toekomst samen te kunnen werken met akkerbouwbedrijven die hun grond beschikbaar stellen voor verder teeltonderzoek: “Het wordt tijd dat aquatische biomassa uit de wetenschapshoek gaat komen en wordt opgeschaald via de landbouwsector, dus we nodigen akkerbouwbedrijven van harte uit om hier in te stappen.” Hierbij denkt Wijffels niet direct aan tientallen hectaren, maar aan kleinschalige projecten op proefveldniveau. Vooral ook omdat Wijffels beseft dat het erg lastig is om als akkerbouwbedrijf met een dergelijk nieuwe teeltmethode te starten: “Begin eerst maar eens met een halve hectare om te kijken of het werkt. Als het vervolgens succesvol blijkt, dan is het zaak om een afzetmarkt te creëren. Als je een ton algen teelt, dan moet je ook iemand hebben die deze algen wil kopen. Er ligt wel degelijk een vraag bij de industrie, maar er ont-

breekt nog een tussenpartij die de algen verzamelt en vervolgens aan de verschillende partijen aanbiedt.” INTERESSANTE BUSINESSCASE “Algenteelt kan prima naast de reguliere akkerbouwteelten plaatsvinden of als alternatief dienen voor cultuurgronden in akkerbouwgebieden die – vanwege verzilting - minder geschikt zijn voor het succesvol telen van akkerbouwgewassen. Het is echter nog een zeer jonge technologie, waarbij er flink wat investeringen worden gevraagd. Echter zijn de marges enorm hoog, dus er ligt een zeer interessante businesscase”, zo concludeert Wijffels. BEMESTINGSPROEVEN In de eerste plaats zal de akkerbouwsector zich dus vooral moeten

bezighouden met het maken van ‘een product’. Maar aquatische biomassa speelt ook een rol in onderzoek naar akkerbouwmeststoffen (micro-algen en zeewier) die een groeibevorderende werking zouden hebben. Wijffels: “Dat is een groeiende markt. Die proeven worden nu nog op kleine schaal – veelal in de kas - uitgevoerd en hebben als doel gewassen te telen die als groeibevorderende meststof, met name als een plant in stresssituaties (hitte, droogte, kou) terechtkomt, gebruikt kan worden. Als onderzoeker van WUR constateer ik dat bij dit soort proeven vaak conclusies getrokken worden op basis van heel weinig experiment. Ik denk dat het de moeite waard is om het onderzoek naar akkerbouwmeststoffen op grotere schaal te testen. Het zou mooi zijn als WUR hier

een voortrekkersrol in gaat nemen, want dit is normaal gesproken de plek waar bemestingsproeven gedaan worden.” STRUCTUUR EN RANDVOORWAARDEN Op dit moment werken de onderzoekers van aquatische biomassa en het AlgaePARC in Wageningen vooral samen met eindgebruikers: de industriële ondernemingen die eiwitten en olie willen vervangen. Wijffels ziet de komende jaren een sterker wordende verbinding met de producent optreden en bij opschaling van de volumes zal de akkerbouwsector zeker een gesprekspartner kunnen worden: “We worden vanuit de akkerbouw weleens gebeld met de vraag: ‘ik heb een stukje grond waarop ik algen wil telen. Weten jullie welke

algen ik het beste kan telen en aan wie ik het kan verkopen?’ Dat soort initiatieven juichen we toe. Want de schaalvergroting zal ook vanuit de telers zelf moeten komen en vervolgens kunnen wij daarin faciliteren. Maar de akkerbouwsector zal zelf de markt moeten creëren. Eerst op proefboerderij-niveau en dan met kleine proefvelden om vervolgens op te schalen richting een volwaardige teelt. In Frankrijk loopt op dit moment al een proef op landbouwgronden waar ruim tweehonderd bedrijven met de algenteelt zijn gestart. Dus waarom zou het in Nederland niet kunnen? Ik zou graag zien dat akkerbouwbedrijven in ons land zich hierbij aansluiten en helpen dit ook in Nederland uit te rollen.” ■

Hoogleraar bioprocestechnologie René Wijffels (WUR): “Het wordt tijd dat aquatische biomassa uit de wetenschapshoek gaat komen en wordt opgeschaald via de landbouwsector, dus we nodigen akkerbouwbedrijven van harte uit om hier in te stappen.”

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 23

februari 2018

DOSSIER: GEWASBESCHERMING Olaf van Campen (Adama) vertelt tijdens een bijeenkomst van het CZAV over het onderzoek naar de nieuwe phytophthorastammen.

“Nieuwe phytophthora-stammen gaan voor veel problemen zorgen” Afgelopen zomer werden aardappeltelers opgeschrikt door een forse uitbreiding van de nieuwe Phytophthora infestans-stammen EU36 en EU37. Dit zorgde afgelopen teeltjaar al voor veel problemen in het veld, maar volgens Adama-Crop manager Olaf van Campen moet het ergste nog komen. Hij waarschuwt voor toenemende problemen als telers blijven vasthouden aan de huidige bestrijdingsmethoden. “Het tijdperk dat aardappeltelers zich met solo-middelen konden redden is voorbij”, zo stelt hij. “Deze nieuwe genotypen zijn agressiever en dus moeilijker te bestrijden.” ONTWIKKELING VAN STAMMEN Phytophthora infestans veroorzaakt jaarlijks wereldwijd ongeveer tien miljard euro schade. De bekendste soorten zijn misschien wel Blauw13, Groen33 en Roze6. De laatste jaren

heeft de phytophthora-schimmel (eigenlijk is het een oömyceet, red.) een aantal ontwikkelingen doorgemaakt. Sinds de jaren ’80 weten we dat de schimmelziekte zich ook geslachtelijk kan voortplanten (naast de ongeslachtelijke voortplanting). Bovendien duiken er de laatste jaren verschillende phytophthora-stammen op in Europa. “Dat zorgt er ook voor dat de middelen het steeds moeilijker krijgen om phytophthora goed te bestrijden. Naast de verkorte levenscyclus is de ontwikkeling van de stammen een serieus aandachtspunt voor het komende teeltjaar“, zo stelt Van Campen. “Om te voorkomen dat de phytophthora zich gaat aanpassen aan fungiciden, is het belangrijk om fungiciden af te wisselen”, zo stelt Van Campen die ook constateert dat er sinds 2013 geen nieuwe bestrijdingsmiddelen voor phytophthora meer beschikbaar zijn gekomen voor aardappeltelers. “Dat is dus al vijf jaar geleden.

Gelukkig zit er één nieuwe actieve stof in de pijplijn, maar verder zullen er de komende jaren geen nieuwe producten bij komen. We zullen het dus grotendeels moeten doen met de middelen die er nu zijn voor ziektebestrijding van phytophthora.” PHYTOPHTHORA-KLONEN EU36 EN EU37 Binnen EuroBlight (een netwerk van Europese onderzoekers en andere specialisten) is er afgelopen jaar veel onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van phytophthora stammen. De grootste bedreiging vormt daarbij de vorig jaar voor het eerst op grote schaal gevonden klonen EU36 en EU37. Van Campen: “Als we de afgelopen teeltjaren met elkaar vergelijken dan zien we een duidelijke verspreiding van deze klonen door heel Nederland. In 2013 is EU37 in de Noordoostpolder voor het eerst ontdekt. In 2014 kwamen daar enkele besmet-

tingshaarden bij en zelfs in een niet-ziektegevoelig jaar zoals 2015 heeft het kans gezien zich verder over ons land te verspreiden. In 2016 maakten EU36 en EU37 zelfs al de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk. Vorig jaar zijn er meer dan vijfhonderd monsters genomen en inmiddels een kleine tweehonderd daarvan zijn geanalyseerd. Hieruit is gebleken dat deze twee nieuwe stammen een heel groot deel van de huidige phytophthora-populatie vormen, ook in andere (Europese) landen zien we dit beeld.”

“DEZE NIEUWE STAMMEN ZIJN HEEL ERG AGRESSIEF” Het probleem dat zich nu voordoet met de verspreiding van EU36 en EU37 is voor een deel vergelijkbaar met de situatie die zich in 2011 en 2012 voordeed met Groen33. Maar er is één groot belangrijk verschil: deze stammen zijn een stuk agressiever: “Het is heel belangrijk om te kijken naar de eigenschappen. Er wordt momenteel heel veel onderzoek gedaan – met name in Frankrijk - naar de kenmerken van de EU36 en EU37 stammen. Uit de eerste resultaten blijkt dat de nieuwe stammen hele grote laesies en heel veel sporen bevatten. Bovendien zijn de sporangia (sporendragers) ook groot. Dat betekent dat deze stam heel erg agressief is en dat verklaart ook waarom telers het afgelopen jaar veel tegenvallers hebben gehad in

het veld. Het probleem is ook groter dan in 2011, want die stam was lang niet zo agressief als dit soort. Mijn verwachting is dan ook dat deze stammen in de toekomst voor veel problemen gaan zorgen.” AFWISSELEN EN COMBINEREN De conclusie die Van Campen trekt, is dat totale bestrijding van deze aardappelziekte nog eens goed tegen het licht gehouden dient te worden, zeker nu er nieuwe agressievere vormen de kop op steken. “Als het gaat om het hanteren van de juiste dosering is de Nederlandse akkerbouw echt een voorbeeldland voor Europa. De meeste telers houden zich prima aan de adviesdosering op het etiket, maar als het gaat om afwisselen en combineren van middelen lopen we flink uit de pas. Phytophthora past zich aan, dus we moeten serieus gaan kijken naar het afwisselen en combineren van middelen. Registratie-technisch is dat niet gemakkelijk, maar we zullen daar echt naartoe moeten om de ziekte te kunnen bestrijden. Ook zullen we misschien – net als in onze buurlanden – naar een systeem moeten waarbij er elke week een ander middel gekozen wordt om phytophthora te bestrijden. Nederland is het enige land dat in blokken spuit, terwijl uit eigen proeven is gebleken dat afwisselschema’s de beste resultaten geven.” De conclusies zijn gebaseerd op voorlopige cijfers, over enkele weken zal EuroBlight alle monitoringsgegevens over het phytophthora onderzoek vrijgeven. De verwachting is dat deze grotendeels overeenkomen met de bevindingen die Van Campen schetst. ■

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


24 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

ONDERZOEK & PRAKTIJKPROEF

Kennisuitwisseling en teeltoptimalisatie speerpunten van Peenacademie Flevoland In navolging van de graan- en pootgoedacademies is eind vorig maand in Flevoland de allereerste Peenacademie van Nederland van start gegaan. Eén van de initiatiefnemers is adviesorgaan Delphy, dat ook in de eerder genoemde academies actief is. Doelstelling van de Peenacademie is om kennis uit te wisselen om zodoende de peenteelt rendabel te houden en verder te optimaliseren. De Peenacademie heeft tot nu toe een kleine dertig aanmeldingen, waarvan ongeveer de helft gangbaar is en de andere helft biologisch teelt. Marc Versprille zal namens Delphy die laatste groep begeleiden en Niek Vedelaar de gangbare telersgroep. Vedelaar: “Telers worden actief aan het werk gezet. Het is de bedoeling dat de akkerbouwers zelf input leveren en aan de slag gaan. Als Delphy organiseren we dit proces door daaraan kennisbijeenkomsten, excursies of praktijkproeven te koppelen. Het

doel bij alles is om van elkaar te leren. Voorgaande teeltseizoenen hebben aangetoond dat dat ook echt nodig is.”

“ONTZETTEND VEEL UITDAGINGEN IN ZOWEL GANGBARE ALS BIOLOGISCHE PENENTEELT” MEERDERE THEMA’S De noodzaak van een academie ligt volgens Mark Versprille in de vele – soms gecompliceerde – teeltvraagstukken: “En dan hebben we het niet alleen over rugopbouw of gewasopkomst, maar ook over de aanpak van de peenvlieg, het verlagen van de emissies of een efficiëntere (mechanische) onkruidbestrijding. Er zijn vele thema’s denkbaar, maar zoals gezegd zullen we ons

laten leiden door de vragen die bij de telers leven. Uiteraard gaan wij als Delphy zijnde wel kijken of wij aanvullende informatie kunnen verstrekken die de telers helpen bij het optimaliseren van de peenteelt.”

lijks vier bijeenkomsten georganiseerd worden waar de telers hun eigen praktijkervaringen uitwisselen. Zodoende leren we met zijn allen van elkaar en wordt het ook zinvol om aan de Peenacademie deel te nemen.”

‘NATTE WINTER’ Komend teeltjaar verwacht Versprille vooral veel aandacht voor de ‘natte winter’. “Dat betekent veel uitspoeling, mindere structuur en weinig overgebleven mineralen in de grond. Voor een aantal telers zal dat betekenen dat ze aanpassingen moeten doen aan de grondbewerking, de rugopbouw en wachten tot de bodemcondities goed zijn.”

Net als bij de reeds bestaande academies zullen er door Delphy aan dit kennisplatform diverse praktijkproeven worden gekoppeld. Vedelaar: “Daar gaan we dit seizoen al mee van start en we willen het liefst nog voor het

PRAKTIJKERVARINGEN EN -PROEVEN Versprille vervolgt: “Dit zouden zo maar enkele thema’s kunnen zijn, maar nogmaals de teler zal zelf met onderwerpen moeten komen. Dat spreekt ook veel meer aan, dan een paar keer per jaar in een zaaltje zitten en naar andermans verhaal luisteren. Er zullen jaar-

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

groeiseizoen met de proeven starten. In de basis worden proeven veelal bij de deelnemers zelf uitgezet. Blijkt dat er een andere opzet nodig is, dan zal er mogelijk een ander proefbedrijf in beeld komen. De doelstelling van de peenacademie is dat telers met en van elkaar leren, Delphy is daarbij ‘slechts’ proces ondersteunend. Er liggen heel veel uitdagingen in zowel de gangbare als biologische teelt. We hebben er dan ook ontzettend veel zin.” ■

Delphy-adviseur Niek Vedelaar vertelt tijdens de opening van de Peenacademie op 30 januari wat telers van deze nieuwe kennisgroep kunnen verwachten.


ALTIJD WEER

SLAGVAARDIG

Cayros gedragen wentelploeg: de krachtige wentelploeg voor ieder bedrijf! Compleet assortiment gedragen wentelploegen van 3 t/m 6 scharen Eenvoudige instelling en comfortabele bediening WY400 Verschillende steenbeveiligingen: mechanisch, semi-automatisch, vol automatisch Maximale levensduur door robuuste bouw en Noot Voor Vogel en Šplus slijtdelen vervaardigd door uniek hardingsproces en kunt ploeg onderdel u terecht bij uw er. AMAZONE deal

WL430

WST430 strokenrister

WXL430

WXH400

for Innovation | www.amazone.de

www.kampsdewild.nl

amz_r5_17_K014_j200x125_4c_nl.indd 1

09.01.18 14:23

Een goed advies maakt het verschil!

Neem contact op met de bewaaradviseur van Tolsma-Grisnisch voor bewaaradvies op maat. Improving your agribusiness in an intelligent way www.tolsmagrisnich.com


26 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

MECHANISATIE

Ellens bouwt nieuwe vierrijige getrokken voorraadrooier: “Niet twee, maar tien sprongen vooruit”

In de fabriek in Nagele wordt momenteel de laatste hand gelegd aan het eerste productiemodel dat komende zomer over de akkers zal rijden.

Het is een machine van ruim vijf meter lang die met twee pompen hydraulisch wordt aangedreven en 35 centimeter bodemvrijheid heeft. De vierrijige getrokken voorraadrooier van Samon Ellens is dit teeltjaar voor het eerst op de akkers te bewonderen. Het eerste model gaat een jaar lang proefdraaien bij een akkerbouwbedrijf in Noord-Groningse Den Andel. Een nieuwe vierrijige voorraadrooier is een langgekoesterde wens voor eigenaar Onno Ellens: “Deze uitvoering is bedoeld voor pootgoedtelers, maar in de toekomst gaan we naar drie typen: eentje met egelband en aflegging naar binnen, een met egelband en aflegging naar buiten en als derde een machine met axiaalset. Hiermee bieden we telers keuzes behorende bij hun wensen en grondsoort.”

TRADITIE VOORTZETTEN Het bedrijf uit Nagele introduceerde ruim veertig jaar geleden die vierrijige machine en houdt met deze nieuwe voorraadrooier die traditie staande: “We zijn weer gaan bouwen om het aanbod breed te houden en we worden elk jaar meerdere malen gebeld met de vraag of er nog een nieuwe vierrijer komt. Vanwege die vraag zijn we er toch weer ingestapt.”

Er is gekozen voor een egelband zodat deze machine gebruikt kan worden als capaciteitsmachine naast een zelfrijder.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

CAPACITEITSMACHINE Uiteindelijk is het een totaal andere machine geworden dan de vierrijige rooiers die veertig jaar geleden werden gebouwd: “De markt vraagt ook om andere zaken. Je zoekt natuurlijk in eerste instantie een machine waarmee je het grootste marktaandeel kan behalen. Daarom is gekozen voor een egelband, zodat deze machine gebruikt kan worden als capaciteitsmachine naast een zelfrijder.”

“HET IS EEN BETROUWBARE, GEBRUIKSVRIENDELIJKE MACHINE ZONDER AL TE VEEL POESPAS EN VORMT EEN MOOI VERVOLG OP DE SERIE VIERRIJIGE WAAR WE IN DE JAREN ’70 BEKEND MEE ZIJN GEWORDEN” ONTWIKKELINGSPROCES De keuze tussen egelband of axiaalset was niet de enige overweging in het ontwikkelproces. Qua aandrijving was er de keuze tussen

kettingen of hydraulisch, waarbij de keuze op het laatste is gevallen. Ook heeft Ellens lang getwijfeld tussen één of twee zeefmatten: “Het is één bek met twee losse matten geworden. Het moest een machine worden met een goede gewichtsverdeling, kort en goed bestuurbaar. We hebben ook gekozen voor de wielen aan de achterkant, zodat je voldoende oplegdruk houdt op de trekker. Daardoor hoef je niet over te schakelen naar een aangedreven as, want dan heb je meer vermogen van de trekker nodig.” VOLWAARDIGE MACHINE Terugkijkend is Ellens heel blij met de nieuwe serie vierrijige getrokken voorraadrooier: “We hebben het oude snel kunnen loslaten. Natuurlijk is er al een vierrijige getrokken voorraadrooier op de markt en oorspronkelijk was het idee om tussen onze oude en die machine van de concurrent (Grimme, red.) te gaan zitten. Maar dat idee moesten we al snel laten varen. Als je eenmaal bezig bent en je weet de verlanglijstjes van de gebruikers, dan kom je toch uit op een volwaardige machine. Deze heeft qua uiterlijk en uitvoering niets meer met het vorige model te maken. Het is niet twee sprongen, maar wel tien sprongen vooruit. Het is een betrouwbare, gebruiksvriendelijke machine zonder al te veel poespas en vormt een mooi vervolg op de serie vierrijige waar we in de jaren ’70 bekend mee zijn geworden.” ■


KIES VOOR HET GEMAK VAN DE MONOCLEAN KISTENWASSER...

...en bespaar veel geld met de MIA / VAMIL-regeling! Veel akkerbouwbedrijven gebruiken kisten die gereinigd moeten worden met het oog op hygiĂŤne ĂŠn het voorkomen van problemen. De MonoClean is een volautomatische fustenen kistenreiniger met een gesloten wassysteem. Vanaf 1 januari 2018 is de MIA/ VAMIL-regeling van toepassing op de MonoClean kistenwasser. Hierbij mag 36% van het investeringsbedrag, bovenop de

Veenma Mechanisatie Hogedijken 53, 9101 WZ Dokkum Telefoon 0519 24 12 02 Mail: info@veenma.nl

gebruikelijke afschrijving, van uw winst afgetrokken worden (=MIA). Daarnaast mag ook nog 75% van het investeringsbedrag op een willekeurig moment worden afgeschreven (=Vamil). Wilt u ook gebruik maken van deze regeling? Veenma kan dit, in samenwerking met partner Sinten, voor u verzorgen. Het gehele traject van aanvraag wordt voor u geregeld! Kijk voor de criteria van de RVO en de werking van de MonoClean op onze website: www.veenma.nl

Products specially made for you


28 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER: GEWASBESCHERMING

Spuitplanner toont wanneer gewasbescherming wel of geen zin heeft De opmars van precisielandbouw zorgt ervoor dat telers meer en meer gebruikmaken van data voor het maken van beslissingen in het teeltmanagement. AppsforAgri breidt daarom vanaf eind deze maand de Smart Farm App uit met een spuitplanner. “Met deze module kunnen telers per middel exact aflezen welk spuitmoment ze moeten kiezen voor een optimale werking”, aldus eigenaar van AppsforAgri Corné Braber: “Wij hebben zelf het initiatief genomen om deze toevoeging te ontwikkelen, maar ook vanuit de branche is er steeds meer vraag naar dit soort tools die op basis van actuele weerdata aangeven of de omstandigheden gunstig zijn of niet.” Die stijgende vraag naar dergelijke modules heeft alles te maken met de focus op kostenreductie en de opbrengst per hectare. De spuitplanner draagt daaraan bij door per perceel en gewas het middelgebruik zo optimaal mogelijk te maken en vult de behoefte aan die ontstaat doordat steeds meer telers gebruikmaken van plaatsspecifieke mechanisatie en aangepaste doseringen. Braber: “Het moment van spuiten is bepalend en varieert qua effectiviteit van laag naar heel hoog. Er is geen enkele akkerbouwer die – bij wijze van spreken – met de allernieuwste spuittechniek op twee centimeter nauwkeurig wil spuiten om er vervolgens achter te komen dat hij op het verkeerde moment gereden heeft. De kennis achter de spuitplanner bestaat al twintig jaar, maar doordat de input lokaal gemeten wordt met het FieldMate weerstation, stijgt de effectiviteit van het totale Smart Farm-model met dertig tot veertig procent.” BIOLOGISCHE PROCESSEN Het gebruik van de spuitplanner is eenvoudig en overzichtelijk gehouden, zodat iedere teler direct kan starten. “De FieldMate sensor meet alles, daar hoef je zelf niets aan te doen. De teler hoeft alleen maar aan te geven hoe gesloten het gewas is en hoe vochtig de bodem is waarbij de gebruiker kan kiezen uit droog, vochtig of nat.” KLIMAAT- EN PLANTFYSIOLOGISCHE PROCESSEN Er zitten in totaal twintig processen verwerkt in de spuitplanner. “Er zitten allerlei klimaat- en plantfysiologische processen achter. In het geval van een bodemherbicide wordt er dan door het gekoppelde Fieldmate weerstation (en een eventuele Soilmate sensor, red.) gemeten of het vochtig genoeg is om een bespuiting uit te voeren. Geeft het systeem een rode kleur aan, dan heeft het gewoon geen zin om te gaan spuiten. Ziet de teler een groene kleur op de app, dan is dát het meest gunstige moment om te gaan rijden. De spuitplanner zorgt er dus voor –

net als alle andere modules in de Smart Farm – dat de teeltwerkzaamheden beter gepland kunnen worden en dat zorgt voor een hoge productiviteit en opbrengst.” MAANDELIJKSE UPDATE Alle middelen die nu zijn toegestaan in akkerbouwgewassen heeft AppsforAgri in de spuitplanner opgenomen. “Elke maand vindt een update plaats om ook die data in de Smart Farm actueel te houden”, zo besluit Braber. ■

V LA M IN G PROD U CTS Aardappelselectiewagens V L AM I N G S E L E C T I E WAG E N M P C - 4 Standaarduitvoering:  Spoorvolgend d.m.v. knikbesturing  Kubota Tier IV D902-E4B 25 pk 3 cilinder watergekoelde dieselmotor  Motorkap is met geluidsisolatiemateriaal bekleed  Beide stoelen zijn hydraulisch in hoogte en breedte instelbaar  Brandstoftank 30 liter  Hydraulische aandrijving op alle 4 de wielen d.m.v. Poclain wielmotoren  Rijsnelheid traploos regelbaar van 0-16 km/u  Parkeerrem (alleen bij Poclain motoren)  Elektrische stopinrichting bij beide stoelen  Geleidepennen op voorste wielkappen  Vaste voorraadbak  Brede voetsteunen  Wielen met banden 7,50x20”  Halfopen wielkappen (staal)  Spoorbreedte 1.500 mm of 1.800 mm

Kijk op www.vlaming-products.nl voor de opties .

MEER WETEN OVER DE SPUITPLANNER? CORNÉ BRABER – APPSFORAGRI TEL. 085 – 773 14 47 E-MAIL: INFO@APPSFORAGRI.COM WEBSITE: WWW.APPSFORAGRI.COM

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018

Zaadmarkt 8 NL-1681 PD Zwaagdijk-Oost T +31 (0)228-565011 E verkoop@vlaming-groep.nl

WW W. VL AM ING - PRODU CT S. NL


www.dcm-info.nl

Kees Vrolijk in Fijnaart: Meeropbrengst dankzij DCM VIVISOL®-AGRI Kees Vrolijk; ‘We zijn altijd op zoek naar middelen om het bodemleven te stimuleren en de plant weerbaarder te maken. Een gezonde bodem en gezonde planten leveren meer opbrengst. Het uiteindelijke resultaat was een meeropbrengst van gemiddeld 8%.’ GUA

RA

Uit meer dan 20 praktijkdemo’s in aardappelen en uien blijkt dat de toevoeging van 30kg/ha DCM VIVISOL®- AGRI middels een microgranulaatstrooier leidt tot opbrengstverhogingen tot 15% en meer met een minimale investering! DCM VIVISOL®-AGRI is een organisch granulaat van plantaardige ingrediënten die de opstart helpt te vergemakkelijken, waardoor een meeropbrengst gehaald kan worden. Het granulaat zorgt voor het vrijmaken van fosfaat en andere bodem gerelateerde processen.

N

T

E

ED • GUARAN

VEGETAL

FOR ORGANIC GROWING

TE

E

D

GU

ARANTE

ED

60 000

Samenstelling Gemengd organisch bodemverbeterend middel waarin bacteriën gemengd zijn

52 500

Droge stof: min. 85%

45 000

Organische stof: 60%

Bevat bacteriën Bacillus sp. (o.a. Bacillus amyloliquefaciens): 106 CFU/gram

37 500 30 000

Wilt u meer informatie over DCM VIVISOL®-AGRI, neem dan gerust contact op met onze adviseurs. André de Ridder - Noord Nederland 06- 513 10 492 • adr@dcm-info.nl Twan Wubbels - Zuid Oost Nederland 06- 827 56 315 • twu@dcm-info.nl

22 500

DCM VIVISOL®-AGRI mag ook in de biologische landbouw toegepast worden!

Michel Jongenelen - Zuid West Nederland 06-105 56 403 • mjo@dcm-info.nl

Voor fijnzadigen toepassingen graag contact opnemen met DCM voor goed advies.

DCM Nederland B.V. • Valkenburgseweg 62 A 2223 KE Katwijk • 071 401 88 44 • info@dcm-info.nl

15 000 7 500 0

35/50

50/+

Totaal

sortering ■ standaardbemesting

■ EXTRA DCM VIVISOL®-AGRI

Fritesaardappelen (ras Innovator), Vrolijk, Fijnaart, Nederland, 2016

Neil Kinsey komt naar Nederland! Kinsey-Albrecht analyse; dé beste basis voor een gezonde bodem!

ES

B

ER

TEN

NG

IËN

TR

E

M

A LY

UCTUUR

SE A D VIES

NU

RI

MM

WE

T

EV

STR

I ES

BODE

IALT

GS

BODEM

N

AN

EC

EN

GEZONDE

ML

DE

Meer weten?

BODE

*) Er zal simultaan vertaald worden om het voor iedereen toegankelijk te maken!

BO

Voor meer informatie ga naar de website en meld u zich alvast aan om op de hoogte te blijven van het laatste nieuws.

SP

Wilt u weten wat er aan de basis ligt van een goede vruchtbare bodem? Wilt u handvaten over de juiste mineralenverhoudingen in uw grond? L A DME S T S F B Kom dan op 5 en 6 juni naar TO O T F S T de cursus die exclusief wordt A I D KW L I T E I T O E PB RH gegeven door Neal Kinsey R AA uit de U.S.A.*

IT

Het is inmiddels breed erkend dat de bodem een levend organisme is. Een gezonde grond is een sterke grond, die ziektes onder de duim houdt en planten precies geeft wat ze nodig hebben. PHC richt al haar aandacht op het verbeteren van de gezondheid van de bodem, met een positief effect op het oogstresultaat. Biovin is nu naast het bekende poeder, ook als strooibaar granulaat beschikbaar.

O

opbrengst (kg/ha)

+ 5,5 ton = + 12 %

N MO

We Grow Soil.

www.vruchtbarebodem.nl T +31 (0)6 105 542 38

+31 (0)13 720 0300 | www.phc.eu

9881 PHC advertentie biovin granulaat 123x174mm.indd 1

10-01-18 / 2 10:34


30 Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen

#1

DOSSIER:

BEWARING

“Hiermee behouden onze uien ook tijdens de bewaring hun kwaliteit” Scholtenszathe-directeur Frans Nevels in een bewaarcel met rode uien die dankzij de condens-drooginstallatie altijd droog blijven.

“Zelfs het hoogste bewaarrendement is nog te verbeteren”, zo luidt de algehele visie van de bewaarspecialisten bij TolsmaGrisnich. Het bedrijf uit Emmeloord ontwikkelt en introduceert daarom geregeld innovatieve en gebruiksvriendelijke bewaar- en verwerkingstechnieken. Bij landgoed Scholtenszathe in Drenthe werd een nieuwe opslag ten behoeve van uienbewaring gerealiseerd met een condens-drooginstallatie. Scholtenszathedirecteur Frans Nevels: “Bij ons draait alles om kwaliteitsbehoud van het bewaarproduct. We deden eerst een deel af land en een deel uit de schuur. Omdat af land steeds moeilijker werd, hebben we er voor gekozen om alles zelf op te slaan en deze techniek past prima bij ons idee om de beste kwaliteit te leveren.” TOTAALOPLOSSING Tolsma was voor Nevels hét aanspreekpunt bij de realisatie van de nieuwe bewaarschuur, waarbij het Drentse bedrijf haar eigen visie voor het optimaliseren van de kistenbewaring duidelijk liet doorschemeren. Eén van de punten die vanuit de diverse overlegmomenten naar voren kwam, was de optie voor langs-

blaas-ventilatie per cel. Ook werd besloten dat er bij de machine ruimte werd overgelaten voor toekomstige uitbreiding van het uienareaal. Een ander belangrijk punt was de condens-droger. Hierbij wordt de warmte die vrijkomt uit de condensors van de mechanische koelinstallatie weer gebruikt om de ventilatielucht op te warmen.

De Vision Control bij Scholtenszathe is voorzien van een module energiemanagement.

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen 31

februari 2018

COLOFON De Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen is een special interest uitgave dat deel uitmaakt van het kennis- en communicatiepodium www.akkerbouwactueel.nl. Uitgever van het kennisplatform is Prosu Media Producties.

De koelinstallatie is een belangrijke schakel in de optimalisatie van het bewaarproces. Voordelen hiervan zijn dat de uien sneller drogen en altijd droog blijven. Bovendien voorkomt het schimmel- en bacteriegroei tijdens het bewaarseizoen en blijft de kleur langer behouden. Nevels: “We hebben bewust gekozen voor een condens-drooginstallatie, omdat we daarmee onafhankelijk van het buitenklimaat kunnen drogen. Daardoor hebben we de kwaliteit van ons product beter in de hand. De eisen die we op dit vlak hebben geformuleerd, zijn door Tolsma prima uitgevoerd. We doen het natuurlijk nu nog maar één jaar, dus het is even afwachten of het inderdaad onder alle omstandigheden goed blijft gaan. De eerste geluiden vanuit onze afnemers zijn positief als het gaat om de kwaliteit van het product dat uit de bewaring komt.” ENERGIEMANAGEMENT Een belangrijk laatste afstemmingspunt is volgens Nevels het efficiënt instellen van het systeem, vooral tijdens piekbelastingen van de ventilatoren en de koeling: “Dat is nog wel een zoektocht, vooral als het gaat om energiebeheer en kwaliteitsbehoud.”

Op landgoed Scholtenszathe zijn de daken bekleed met zonnepanelen waarmee aan de eigen energievoorziening wordt voldaan. Om dit zo goed mogelijk te reguleren heeft Tolsma de Vision Control klimaatcomputer uitgerust met de module energiemanagement. Die zorgt ervoor dat de zelf opgewekte energie ook gebruikt wordt voor de koelinstallatie. “We willen zoveel mogelijk onze eigen zonne-energie bufferen. Maar dat mag natuurlijk niet ten kosten gaan van de kwaliteit van ons product, dus daar moeten we nog proberen de juiste balans in te vinden.” MET OOG OP DE TOEKOMST “De bewaring is ook gebouwd met het oog op de toekomst”, zo vertelt Tolsma regiomanager Huub Maerman: “Qua koelmachine is er al rekening gehouden met uitbreiding van het areaal en dus ook opschaling van de kistenbewaring.” De begeleiding vanuit Tolsma is door Nevels als zeer positief ervaren, zowel tijdens de voorbereiding als het afwikkelen van de bouw: “Ze hebben gedurende het hele proces goed

meegedacht en zijn niet te beroerd om je een spiegel voor te houden; als dat nodig is. Zij zijn er natuurlijk ook bij gebaat dat dit systeem goed draait bij ons. Onze visie over opslaan van uien sluit goed aan bij hun werkwijze die is ingegeven door het tijdsbeeld, onze toekomstplannen en het aanbod van energie. Kwaliteit is hier altijd al het belangrijkste uitganspunt geweest en Tolsma heeft ons de mogelijkheid geboden daar iets inventiefs mee te doen. Als we nog een keer een bewaarschuur gaan bouwen, dan zou ik het weer zo doen.”

“ONAFHANKELIJK VAN BUITENKLIMAAT DROGEN” VERMARKTEN Doel van de nieuw gerealiseerde bewaring is kwaliteitsbehoud en waardevermeerdering van het

bewaarproduct. Scholtenszathe was bereid om daar diep voor in de buidel te tasten en hoopt nu dat de keuze voor duurzame bewaring zich ook gaat vertalen in een hogere prijs. “Duurzaamheid en kwaliteit gaan natuurlijk hand in hand. Als ketenpartners goed samenwerken en de marges eerlijk verdelen, dan weet ik zeker dat veel meer akkerbouwers de overstap gaan maken naar dit soort energiebesparende en kwaliteit bevorderende bewaartechnieken.” ■ Wilt u zien hoe de koeling op landgoed Scholtenszathe in de praktijk werkt? Bekijk snel de video op www.akkerbouwactueel.nl/tolsmagrisnich! MEER INFORMATIE? TolsmaGrisnich W: www.tolsmagrisnich.com/nl E: info@tolsma.nl Telefoon: 0527 – 636 465

Bladmanagement: Jan Geert Vedelaar (06 - 51 26 87 55) jangeert.vedelaar@prosu.nl Adverteren: Lisanne Andeweg (06 - 51430780) lisanne.andeweg@prosu.nl Eline Kortes (06 - 20979024) eline.kortes@prosu.nl Jan Geert Vedelaar (06 - 51 26 87 55) jangeert.vedelaar@prosu.nl Oplage: 5.750 exemplaren Doelgroep: Professionele akkerbouwers Frequentie: Vijf keer per jaar Redactie: Richard Bender, Ruben Lijzenga Fotografie: Geraldine Nikkels, industrie Jacob van den Borne Harry's Farm Vormgeving: Stefan Pruijssen Drukwerk: Hoekstra Krantendruk

AkkerbouwActueel is een uitgave van

Prosu Media Producties Postbus 283, 8250 AG Dronten T 0320 286939 | F 0320 286985 akkerbouwactueel@prosu.nl

www.prosumediaproducties.nl

Akkerbouwkrant Innovatie & Ondernemen, een uitgave van www.akkerbouwactueel.nl | no. 1 | 2018


humifirst

Betere wortelontwikkeling & efficiënte benutting fosfaat

9 Stimuleert de wortelgroei 9 Verbetert de grondstructuur 9 Verhoogt water en voedingsstoffen opname 9 Hogere droge stof opbrengst 9 Efficiëntere benutting van fosfaat 9 Vermindert de gevoeligheid voor droogte

+6%

Opbrengst in KG Onbehandeld

Humifirst

Gemiddelde meeropbrengst van 4 proeven gedaan in de Benelux (2009 – 2016)

Voor meer informatie of een kostenloos advies over dit product, neem contact op met: Boris Berkhout - Tradecorp Nederland Mobiel: +31 (0)6 538 92 078 Erwin Hyndrikx - Tradecorp België Mobiel: +32 (0)492 73 83 62

Voor meer informatie, scan deze code:

www.humifirst.nl

Bezoek onze nieuwe website www.tradecorp.nl of www.tradecorp-belgium.nl

Akkerbouwkrant februari 2018  
Akkerbouwkrant februari 2018  

In deze editie komen o.a. de volgende zaken ter sprake. Duurzaam ondernemen, bemesting, teeltoptimalisatie, zaaien, bedrijfsportret, mechani...

Advertisement