Reineringen
Duive
nstraat 22
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich Verschijnt driemaandelijks • Jaargang 14, nummer 3 (juli -september 2023)
D
it is – zonder dat we het wilden – een speciaal nummer geworden. Met minder dan veertien dagen verschil overleden twee prominente figuren in Kontich. Het gaat om burggraaf René della Faille en Frank Hellemans. Elk op hun eigen manier hebben ze allebei een stempel gedrukt op ons dorp.
De burggraaf volgde het socioculturele leven intens, maar vanop de achtergrond. Zo steunde hij heel wat mensen op verschillende vlakken, waar mogelijk. Ondanks zijn adellijke titel was hij vooral een bescheiden man, die zijn wapenspreuk getrouw eerder achter de schermen dan op het voorplan acteerde. Hij verdient ons grootste respect. We eren hem met een in memoriam van oud-burgemeester Luc Blommaert die hem toch vaker heeft mogen ontmoeten. En ook Tom Decloedt, de voorzitter van de harmonie Vrede en Vermaak, brengt hem een huldegroet. Paul Wyckmans gaat dan weer op zoek naar de betekenis van het wapenschild. In het volgende informatieblad van Kontich zul je dan weer iets meer vernemen over zijn woonplaats, het kasteel Groeningenhof. Met burgraaf René della Faille verliest ons dorp een milde mecenas.
Met dit nummer nemen we afscheid van twee uitzonderlijke Kontichnaars.
Voorwoord
Frank Hellemans was dan weer wel op het publieke podium aanwezig. Volop zelfs. Op 10 juli, de dag van het overlijden van René della Faille, was hij voor het laatst aanwezig op de heemkundige kring in de Duivenstraat en vertelde hij over zijn bezoek in 1989 aan de burggraaf in het kader van een bijdrage voor de Kijkop, de rebelse dorpskrant waar Frank toen aan meewerkte. Dat interview is misschien wel de merkwaardigste bijdrage in dit nummer. De twee overledenen verenigd in een gesprek van bijna dertig jaar geleden. We drukken het hier nog eens af. Kan het symbolischer? Frank publiceerde verder ontelbaar vele bijdragen over zijn geboortedorp en hield daarbij nooit een blad voor zijn mond, maar gaf vrank en vrij zijn mening. In een postuum artikel dat hij enkele weken voor zijn overlijden aan mij bezorgde, is dat ook hier weer het geval. Neen, hij praatte niemand naar de mond, maar telkens weer blijkt uit zijn geschriften zijn liefde voor Kontich en Waarloos. Met Frank Hellemans verliest ons eeuwenoude dorp, waarover hij zo graag vertelde, een groot stuk geheugen. Tot slot volgt er nog een tweede deel over de herkomst van de straatnamen die Frank met ondergetekende uiteindelijk in de laatste maanden van zijn leven nog heeft kunnen afwerken.
Paul Catteeuw, voorzitter
In memoriam
Burggraaf René della FAILLE de WAERLOOS
O
°22 april 1928 – †10 juli 2023
p 95-jarige leeftijd is op 10 juli 2023 burggraaf René della FAILLE de WAERLOOS overleden. Sinds 1959 was hij eigenaar van het Groeningenkasteel in het Kontichhof. René Marie Frédégand della Faille de Waerloos werd geboren in Antwerpen op 22 april 1928. Hij volgde lager onderwijs aan het Sint-Jan Berchmanscollege te Antwerpen. Zijn middelbare studies in de Grieks-Latijnse afdeling volgde hij aan het abdijcollege Sint-Andries in Brugge. Zijn studies in het Nederlands en het Frans maakten hem perfect tweetalig. Dit gebeurde tijdens de moeilijke bezettingsjaren van de Tweede Wereldoorlog. Zijn ouders en hijzelf werden door de Gestapo een tijd gevangengenomen. Het Groeningenhof werd ingenomen als observatiepost gedurende de periode van de bombardementen van de V1 en V2. Het nabijgelegen ‘Eikenhof’ werd hierbij geteisterd, alsook andere Viering van 125-jarig bestaan van de harmonie in 2016 gebouwen in de buurt van het Kontichhof. Onlangs zijn bij de bouw van de nieuwe garage Audi-Volkswagen langsheen de E19 scherven van dergelijke vliegende bommen gevonden. Na de oorlog haalde René della Faille aan de KU Leuven de titel van doctor in de rechten, in het Nederlands. Hij schreef zich in aan de balie, specialiseerde zich in het commercieel recht en het scheepsrecht. Hij was ook een tijd advocaat in de krijgsraad. In 1954 stierf zijn vader Jacques della Faille (1898-1954) in een verkeersongeval. In 1959 nam het leven van René een drastische wending wanneer hij op 31-jarige leeftijd de leiding overneemt van de familiale steenbakkerij KapittelNiel. In datzelfde jaar kwam ook de leiding van de maatschappij Extensa in zijn handen. Voorheen bestuurde zijn grootvader Paul della Faille (1868-1959) de maatschappij. Gedurende 39 jaar zou hij deze maatschappij leiden. Extensa heeft in onze regio veel gerealiseerd. Hij heeft in vele andere ondernemingen en verenigingen mandaten vervuld. Onder andere in de Baksteenfederatie, Anhyp, het VBO, de AVRA (Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie), het Koninklijk Instituut voor Geografie Antwerpen, het Instituut Christian de Duve. Hij was meer dan 65 jaar lid van de Kapel van het Allerheiligste Sacrament in de kathedraal van Antwerpen. Van 1979 tot 1983 was hij secretaris van het bestuur van deze kapel. Hij was ook decennialang bestuurder en voorzitter van de Koninklijke Zoölogische Vereniging van Antwerpen (Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde KMDA). Dierenwelzijn lag hem na aan het hart. Toen hij in 1998 aftrad, besloot de Raad van Bestuur aan de Universiteit Antwerpen een ‘leerstoel René della Faille voor dierenpsychologie’ op te richten. In april 1986 huwde hij Inès-Dolores Walravens. Hij kende haar al 40 jaar. Het feest op 10 juni werd een Garden Party in Kontich met 1200 gasten. René della Faille was ook actief in de familie. Als nog enige vertegenwoordiger van de della Faille-tak Waerloos, was hij een stevige pilaar in de gezinsvereniging della Faille. Het huwelijk bleef kinderloos en hierdoor dooft deze familietak nu uit.
en
ng
eri
in Re .3 14
2
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
Luc Blommaerts, ex-burgemeester van Kontich
.3
In 1986, op 22 december, verleende Koning Boudewijn aan René della Faille de titel van burggraaf. Hij was trots op zijn adellijke titel, maar hij was tegelijk heel bescheiden. De Latijnse leuze in zijn wapenschild NEC FALLERE, NEC FALLI kan men vrij vertalen als: niet misleiden en zich niet vergissen. In de Franse versie: FAILLE SANS FAILLIR, wat zoveel betekent als: handel, zonder te falen, of doe wat je moet doen, zonder te falen (een leuze die hem zeker heeft geïnspireerd). Veel landbouwers hebben gronden kunnen pachten in het Kontichhof. Het kasteeldomein zelf kwam in 1830 in handen van de familie della Faille. Van tijdens mijn periode als schepen en burgemeester kan ik getuigen dat hij zolang hij kon het socioculturele leven in onze gemeente met interesse heeft gevolgd. Vele concerten van de harmonie Vrede en Vermaak, waarvan hij erevoorzitter was, hebben we samen bijgewoond. Hij was fier op het erevoorzitterschap dat, gedurende 132 jaar, door hem en door zijn grootvader Paul werd waargenomen. Paul della Faille had in 1891 de harmonie Vrede en Vermaak opgericht. Samen met zijn echtgenote genoot hij intens van elk concert van de harmonie. Vele jaren heeft hij zijn ‘maatschappij’ ontvangen op zijn domein, het ‘hof’ zoals hij het steevast noemde. Vele andere verenigingen heeft hij rondgeleid en boeiend onderhouden over de geschiedenis van zijn domein aan het Kontichhof. De restauratie van de Sint-Martinuskerk heeft hij met grote interesse gevolgd. Bij de opening van de tentoonstelling ter gelegenheid van de realisatie van de eerste fase van de buitenrestauratie was hij persoonlijk aanwezig. Hij was ook een boeiend en aangenaam verteller met gevoel voor humor. Ik heb dit onder andere mogen ervaren tijdens een voordracht over de Orde van Malta in onze bibliotheek. Hij was Ridder Groot-Kruis van Eer en Devotie in de Soevereine Orde van Malta. Zij organiseren liefdadigheidswerk in eigen land en noodhulpverlening over de hele wereld. De Belgische tak van de orde van Malta werd in 1974 mede door hem opgericht. Evenals zijn echtgenote was hij begaan met mensen met een beperking en mensen die het (financieel) moeilijk hebben, ook in onze gemeente. Op discrete wijze hebben zij inwoners van onze gemeente geholpen. René della Faille nam ook een engagement in de provinciale studiebeurzencommissie (van 1969 tot 2015). Hij was erg begaan om jonge mensen te kunnen laten studeren. Met het overlijden van René della Faille de Waerloos verliest onze gemeente een intelligent, aimabel en sociaalvoelend man. Of zoals zijn neef Tanguy della Faille het treffend heeft uitgedrukt tijdens de stijlvolle uitvaartplechtigheid: un vrai gentleman!
3
Een groet van de Harmonie Vrede en Vermaak
en
ng
eri
in Re .3 14
4
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
M
et droefheid ontvingen wij op 10 juli het overlijdensbericht van onze erevoorzitter René della Faille de Waerloos. Sinds 1891 hebben wij de kans gekregen het erevoorzitterschap te laten dragen door de familie della Faille de Waerloos. Eerst door Jonkheer Paul en sinds 1959 door de burggraaf. Onze burggraaf was trots dat hij het voorzitterschap mocht overnemen en daarbij nog maar de tweede erevoorzitter van onze vereniging was. Ik herinner me nog een gesprek tijdens ons 125-jarig feest. Hij zei me: “Welke vereniging in de ruime omgeving kan zeggen dat ze slechts twee erevoorzitters hebben uit dezelfde familie?” Wij hebben ons steeds gesteund gevoeld door hem en waren ‘zijn maatschappij’ waar hij fier op was. Hij droeg met trots de titel van erevoorzitter en dat voelden we ook. Meerdere malen werden wij gastvrij ontvangen op het kasteel. Bij ons 125-jarig bestaan stelde hij voor ons orkest zijn ‘hof’ open om te concerteren. Dit was vanzelfsprekend voor alle genodigden een hele speciale gelegenheid. Hij toonde steeds interesse in het reilen en zeilen van onze vereniging. Zijn aanwezigheid bij concerten, samen met zijn echtgenote, deden hem en ook ons deugd. Ook hij genoot ervan. Hij zag ons groeien en was tevreden hoe er op de jeugdwerking werd ingezet. Hij ervaarde hoe wij voor continuïteit van ‘zijn maatschappij’ zorgden. Zijn aanwezigheid op onze teerfeesten was steeds bijzonder. Uitgedost in ons uniform was hij steeds aanwezig. Vroeger in het kostuum van de harmonie, nadien met de bijhorende dassen (al was het niet altijd in zijn favoriete kleur). Hij volgde onze harmonie zeer goed op en bij elke ontmoeting polste hij naar onze toekomst. Als hij het woord nam was alles tot in de puntje voorbereid en hij polste op voorhand naar de juiste info. Voor ons komt er nu een einde aan een tijdperk. Wij zijn dankbaar voor de steun die we van onze erevoorzitter mochten ontvangen. Hij was een graag geziene man in onze harmonie.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
.3
Tom Decloedt, voorzitter harmonie Vrede en Vermaak
5
In memoriam
Frank Hellemans
O
°18 januari 1952 – †21 juli 2023
p 21 juli is Frank Hellemans van ons heengegaan. Frank was lid van de heemkundige kring en redactielid van dit tijdschrift. Omdat hij een diepe stempel heeft gedrukt op beide en het culturele leven in Kontich, willen we hulde brengen aan Frank. Frank werd in Wilrijk geboren op 18 januari 1952 als tweede zoon van Ludovic Hellemans en Jeanne Tuyteleers. Het koppel kreeg zeven kinderen, maar Franks zusje Kristien stierf kort na de geboorte en Mark bleef levenslang een zorgenkindje. Eigenlijk was Frank uitgerekend voor de dag van onnozele kinderen op 28 december 1951, maar hij besliste daar anders over. Hij bleek toen al een beetje rebels. Kontich zal wel heel snel geweten hebben dat hij was geboren, want zijn vader was ondertussen een legendarische schoolmeester in de jongensschool van Kontich. Ludovic was op vele vlakken een autodidact. Wat hij gemist had tijdens zijn opleiding als schoolmeester, vulde hij door zelfstudie op de normaalschool aan. Een universitaire opleiding was toen voor hem jammer genoeg niet aan de orde. Toch was hij een geciteerd auteur van bijdragen over romaanse kunst. Een van zijn werken over romaanse doopvonten bevindt zich zelfs in het vermaarde museum The Cloisters in New York. Het is dus niet moeilijk om vast te stellen waar Frank de culturele mosterd heeft gehaald. Zowel thuis als op reis door Europa werd Frank ondergedompeld in de verscheidenheid van de westerse culturen, met een voorliefde voor het christelijke bouwkundig erfgoed. Van zijn vader kreeg Frank ook het “ontmoetingsgen” mee. Ik heb zelf keer op keer mogen meemaken hoe zowel vader Ludovic als zoon Frank zonder enig probleem of gêne met iedereen praatte of ook werd aangesproken. Zo vader zo zoon, was hier echt van toepassing. Van zijn moeder kreeg hij dan weer de liefde voor taal mee. Jeanne was regentes talen, maar moest bij haar huwelijk verplicht uit het onderwijs stappen. Zo ging dat in die tijd. Deze dubbele bevruchting langs vaders- en moederszijde heeft Frank heel zijn leven beïnvloed. Omdat de jongensschool wat kampte met een leerlingentekort sloeg de kleine Frank de derde kleuterklas in het Sint-Jozefinstituut over en trok hij onmiddellijk naar de jongensschool. Bij zijn vader zat hij nooit in de klas, maar hij maakte uiteraard wel vele andere bekende meesters mee, zoals Wim Van den Bos, Fons Hermans, Jos De Hert, Fons Heps, Jos Verschueren en Gaston Van Boxem. Zijn hele jeugd bracht hij door in de Duffelsesteenweg, naast de Doodenhof, het nieuwe Kontichse kerkhof. Het huis had zijn grootvader, een bakker in de Oude Ambacht op de Mechelsesteenweg, nog laten bouwen. De grote groente- en fruittuin was ook een gedroomde biotoop waar Frank zijn interesse voor fauna en flora kon botvieren. Van daaruit verkende hij verder Kontich, op weg naar school of als lid van de scouts. Het lijkt misschien nu wat eigenaardig, maar na de lagere school trok Frank niet naar het Sint-Ritacollege. Dat was toen een juvenaat, een opleidingsschool voor paters en broeders. Dat strookte niet met de toekomstvisie van Frank. Zoals zovele anderen ging hij naar OLVE, het
en
ng
eri
in Re .3 14
6
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
.3
Onze-Lieve-Vrouw-van-Lourdescollege in Edegem, dat stond voor een traditionele en oerconservatieve, maar gedegen opleiding. Hij wou schrijver of journalist worden. Hij is niet probleemloos door zijn humaniora gegleden. De OLVE-discipline was niet meteen aan Frank besteed. Toen al had hij een wat rebels karakter en ging hij graag tegen de gangbare normen in. Een jaar overzitten en bovendien ook nog een ernstige ziekte met lang ziekenhuisverblijf zorgden ervoor dat hij niet al te gelukkige herinneringen aan zijn Edegemse tijd overhield. Toch had hij met enkele leerkrachten wel een goede band. Zoals met André Mens, zijn leraar Latijn en Grieks, met wie hij altijd contact heeft gehouden, mede doordat ook André interesse voor heemkunde had. Na zijn middelbare studies ging Frank Germaanse filologie (Nederlands en Engels) aan de toenmalige UFSIA studeren, waar hij de kandidaturen (de huidige bachelor) volgde. Maar na twee jaar moest je weg uit de Prinsstraat. In die tijd kon je in Antwerpen voor de licenties enkel in de Wilrijkse UIA terecht. Het waren de nadagen van 1968 en Frank wou per se op kot, zelfs op een goeie vijf kilometer van thuis. Hij verliet het ouderlijke huis en samen met enkele vrienden, waaronder Herman Boets, huurde hij een huisje in de Kleine Doornstraat. Zijn keuze om thuis weg te gaan viel niet in de smaak in de Duffelsesteenweg, zodat Frank deels zelf moest opdraaien voor de kosten van zijn kot. Een moeilijk vader-zoonmoment. Dat betekende dus klussen: figureren in films (met onder andere Alain Delon), Sinterklaas spelen in warenhuizen en andere kleine jobs. Frank behaalde zijn licentiaatsdiploma. Zijn thesis ging over Louis Paul Boon. De schrijver/journalist uit Aalst stond toen op het hoogtepunt van zijn carrière. Het bevestigde ook Franks liefde voor de literatuur. Zijn UIA-jaren betekenden ook een resolute wending in zijn leven. Als keuzevak volgde hij Zweeds en op voorstel van zijn docent trok hij een jaar naar Uppsala, de vermaarde Zweedse universiteitsstad. Nu lijkt zo’n buitenlandse studieperiode heel normaal binnen de Erasmusverdragen, maar halverwege de jaren zeventig was het dat allerminst. Laptops, gsm’s en whatsapps waren toen totaal onbestaande. Een brief en een occasioneel telefoontje waren zowat de enige, sporadische contacten met het thuisland. Hij bleef een heel jaar in Zweden en doorkruiste tijdens de universitaire vakanties het ganse land en het Zweedstalige gedeelte van Finland. Hij leerde er uiteraard Zweeds en werd tot over zijn oren verliefd op … Zweden. Een liefde die zijn hele leven zou duren en die hij zelfs nog in ons laatste gesprek zou uitspreken. Iedereen die ooit met Frank heeft gesproken, weet dat hij op een of andere manier in dat gesprek Sverige zou introduceren. Die liefde omvatte uiteraard het mooie land, maar ook de muziek, de literatuur en de Scandinavische misdaadseries. Tot en met surströmming, de gefermenteerde haring die je zelfs niet mag meenemen op een bus of openen in een appartementsgebouw omwille van de verschrikkelijke geur. Verliefdheid doet iets met een mens. Hij is er uiteraard heel vaak terug geweest. Terug in België begon zijn onderwijscarrière. Eerst wat losse jobs, onder andere in Lier, maar uiteindelijk vond hij zijn vaste stek in het atheneum van Heist-op-den-Berg waar hij vooral Nederlands heeft onderwezen. Hij enthousiasmeerde heel wat jonge mensen voor de Nederlandse literatuur door zijn doorgedreven en passionele manier van lesgeven. Ondertussen trouwde hij met Magda Van Robbroeck. Ze kregen drie kinderen: Hanne, Wonne en Jelle en ook vier kleinkinderen: Rosie, Flor, Oskar en Elza. Het echtpaar verhuisde naar Kontich-Kazerne. Een viertal jaren geleden keerden ze terug naar het centrum en gingen in de Leiaard wonen, een nieuwe straatnaam die hij zelf mee had gekozen. De gezondheidsperikelen begonnen zich in 2004 te manifesteren tijdens een reis naar Indonesië. Het medisch onderzoek na de reis stelde voor het eerst lichamelijke problemen vast. Daarna zijn de gezondheidsklachten en doktersbezoeken eigenlijk nooit meer opgehouden. Soms met langere tussenpauzes, soms heel kort na elkaar. Met
7
.3 14
8
en
ng
eri
in Re
langere ziekenhuisopnames. Tot hij niet meer verder kon. In het bijzijn van zijn echtgenote en zijn kinderen is hij op 21 juli 2023 heengegaan. Tijdens al die jaren heeft Frank zich in ontelbare bijdragen ontwikkeld tot een echte chroniqueur van Kontich. Als geen ander wist hij wat er in ons dorp bewoog en bracht hij hierover verslag uit. Dat begon met korte verslagjes voor het tijdschrift van de scouts, de 28e Sint-Maarten. Met de Kontichse jeugd zwierf hij door het dorp en leerde zo het grondgebied grondig kennen, wat hem later nog echt van pas kwam bij zijn adviezen voor de Gemeentelijke Erfgoedraad (GER) en de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening (GECORO). Eens de jeugdbeweging ontgroeid stapte Frank in een veel indringender project dat tot op de dag van vandaag door heel wat mensen nog niet is vergeten. Samen met onder andere Rik Verschueren, Danni Van Gastel, Ludo Serrien, Stef Bossaerts, Jos Van Hecke, Herman Van Boxem (zoon van zijn favoriete meester), Hilde Thiebaut en Luc Vercammen, zette hij zijn schouders onder de Kontichse Kijkop, een dwarse dorpskrant die de gebeurtenissen en de politiek in Kontich op geheel eigen wijze fileerde. Twaalf jaar lang, tussen 1980 en 1992, werd door een vijfhonderdtal trouwe lezers uitgekeken naar nieuws dat net iets anders was dan wat in de traditionele en minstens een eeuw oude Gazet van Kontich stond. De kritische ‘kijk op’ onze dorpspolitiek stond zowel garant voor instemmend geknik als voor zure oprispingen door wie even op de rooster werd gelegd. Het was grappig om vast te stellen dat onze politici met zijn allen stelden dat ze het krantje niet hadden gelezen, maar in hun commentaren verrieden ze duidelijk dat ze wel degelijk wisten wat erin stond. De vlotte pen van Frank schuwde de scherpe kantjes niet. Berucht en gevreesd was de top vijf van de politici, het was zijn idee en het bleef een van de populairste items van de krant. Het zorgde in ieder geval voor hevige discussies in de dorpspolitiek van Kontich en Waarloos. Uiteindelijk hield de Kijkop jammer genoeg ermee op. De redactieleden kregen kinderen, hadden steeds drukkere werkzaamheden en andere hobby’s. Frank was bijvoorbeeld lid geworden van de heemkundige kring. Dat gaf een boost aan Franks speurtalent en zijn schrijfwoede over Kontich. Dat uitte zich in bijdragen op vier vlakken: het informatieblad van de gemeente Kontich, het advertentieblad Kontich Waarloos Hier en Nu, het seniorenmagazine Inzicht en Reineringen, het tijdschrift van de heemkundige kring waarin je dit nu leest. De meeste bijdragen schreef hij voor Kontich Waarloos Hier en Nu tijdens de volle achttien jaar tot 2020 van het veelgelezen publiciteitsblad. Bijdragen waar hij heel vaak werd over aangesproken. Hij schreef immers over kleine en herkenbare situaties, figuren en gebouwen in Kontich en Waarloos. De korte teksten en de foto’s spraken veel inwoners aan. Vele bijdragen vind je overigens nog altijd terug op de webstek van de heemkundige kring (https://www. museumkontich.be/KWvroegerennu.htm). Ze bieden vaak nu nog een antwoord op veelgestelde vragen over onze gemeente. Daarnaast leverde hij ook wat langere bijdragen voor het informatieblad van onze gemeente. Daar kon hij meer kwijt over onderwerpen die wat meer diepgang vereisen. Ook deze artikels kregen een brede weerklank, omdat het informatieblad in principe bij alle bewoners in de bus valt: (https://www.museumkontich.be/sprokkels.htm). Het bouwkundig erfgoed was daarbij vaak een centraal thema. Hij wist als geen ander de waarde van het patrimonium te kennen en te herkennen. Die kennis was mede te danken aan zijn jarenlang lidmaatschap van de provinciale Commissie voor Monumenten en Landschappen. Daardoor was zijn blik op het Kontichse gebeuren gestuurd door zijn bredere kijk in onze provincie. Soms ging zijn mening diametraal in tegen meningen van dorpsgenoten, zoals in het dossier van de opbouw van het nieuwe gemeentehuis, De Fortuin of van De Ploeg. Steeds kon hij zijn analyse onderbouwen met valabele argumenten. Dat er daardoor vaak discussie was, maakt deel uit van een democratisch proces dat moet leiden tot een gedragen beslissing. Die expertise gebruikte hij trouwens ook tijdens zijn lidmaatschap van de GER en de GECORO. Niet altijd even makkelijk, want erfgoed is en blijft ook vaak gebonden aan smaak. En die laat zich niet Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
Paul Catteeuw
.3
dwingen. Frank hield van een tegensprekelijk debat, hij speelde daarom ook vaak advocaat van de duivel. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen, maar hij was niettemin een belangrijke stem in de werkgroepen bouwkundig en funerair erfgoed van de GER. Zijn echte speeltuin was het tijdschrift van de heemkundige kring. In Reineringen kon hij ongebreideld over zijn Kontich vertellen. De naam hebben we in grote mate aan hem te danken. Het verwijst naar een bestaand toponiem in onze gemeente, maar het lijkt ook op mijmeringen en herinneringen en vat daardoor samen wat het tijdschrift eigenlijk wil zijn. Hij kwam het toponiem op het spoor tijdens onze zoektocht naar een nieuwe naam voor een straat in Kontich. In Reineringen besprak hij thema’s die hem nauw aan het hart lagen. Zo bleef hij graven in het verleden van de historische Maarten Van Rossem. Vroegere en huidige plaatsen, zoals Vrijsel, Groeninge, de Doopput, Altena en Pluyseghem, maar ook de dorpskom van Waarloos en de kerkhoven van onze dorpskernen. Tijdens onze dorpswandelingen had Frank het ook vaak over ‘de hoven van plaisantie’, zoals het huis Mahieu of het Kruiske. Van die hoven naar de huisjes van plezier langs de Mechelsesteenweg in Waarloos was voor hem maar een kleine stap. Frank ging in gesprek en noteerde. Alles was work in progress. Die dorpswandelingen waren een groot succes, al was het maar omdat er een fles jenever was voorzien voor wie het fake nieuws uit onze verhalen kon halen. Maar ze waren vooral een duidelijk bewijs van zijn verteltalent. Dat laatste vat ook samen wat soms minder makkelijk was. Frank had last van ‘procrastinatie’ en ‘finalisering’. Een bijdrage was voor hem nooit af, er ontbrak altijd nog wel een detail, wat vaak tot uitstel leidde en eindredactie bemoeilijkte. De eindredactie van de vermelde tijdschriften heeft dit aan den lijve mogen ondervinden. Frank weidde graag uit. Bijvoorbeeld over de pest. Hij was ook een digibeet, wat de medeleden van de heemkundige kring vaak tot wanhoop dreef. In een handomdraai wist hij het systeem plat te leggen en daarbij te doen alsof zijn neus bloedde, gelukkig leverde hij zijn manuscripten alsnog in mooi handschrift af. Uit al het voorgaande zou kunnen blijken dat hij een man van het verleden was, maar hij slaagde er telkens weer in om de link met het hedendaagse Kontich en Waarloos te leggen en te versterken. Zijn basis om dat te doen lag in de Duivenstraat 22, ons documentatiecentrum. Dat huis was inderdaad zijn heem, zijn biotoop waar hij ontelbare uren heeft gesleten om dat historische verleden te doorgronden en daardoor nieuwe impulsen aan het onderzoek van zijn bakermat te geven. Zowel in de raad van bestuur als tijdens zijn mandaat van voorzitter van de heemkundige kring gaf hij blijk van die visie die hij tot op het einde van zijn leven is blijven uitdragen. Hij verdedigde wat er was, maar was niet blind voor nieuwe tendensen. In zijn laatste publieke optreden in februari sprak hij nog op pure adrenaline over onze gezamenlijke opdracht in verband met de straatnamen van Kontich. We gaven uitleg over de betekenis van de namen, maar verduidelijkten ook hoe we een nieuwe naam kozen. Kontich zag voor de laatste keer hoeveel passie Frank voor zijn dorp had. Zoals we in het informatieblad schreven, hij was de sleutel op het slot van de geschiedenis van Kontich. Hij maakte het standaardwerk van Robert Van Passen over Kontich vertelbaar en verteerbaar. Met zijn overlijden is die deur nu weer wat meer gesloten. De woorden van Ramses Shaffy op de rouwbrief zijn dan ook een prachtige samenvatting van Franks credo en leven. Laat me, laat me, laat me m’n eigen gang maar gaan. Laat me, laat me, ik heb ‘t altijd zo gedaan.
9
Het dorpsgevoel van Kontich Dit is de laatste bijdrage die Frank enkele weken voor zijn overlijden aan de redactie heeft bezorgd. Tien dagen voor zijn heengaan sprak hij er nog vol enthousiasme over op zijn laatste bezoek aan het documentatiecentrum.
(van links naar rechts) Chris Claes, Paul Catteeuw, Frank Hellemans, Erwin Van de Velde en Ilse Peeters.
A
ntwerpen stinkt. De lucht in de stad is sterk vervuild. Niet alleen door het autoverkeer, maar ook door de industrie in alle windrichtingen. En de wasem van hotels, restaurants, houtkachels en andere verwarmingsinstallaties en zelfs de keukens van de burgers zijn niet te onderschatten bronnen van vervuiling. In sommige straten worden drempels schromelijk overschreden. Dat wil je je kinderen niet aandoen! Wakkere sinjoren denken aan verhuizen. Op het platteland is er nog plaats genoeg, vinden ze. Allen daarheen! De mensen daar zijn sympathiek. Zij zullen ons wel graag zien komen … Zo dachten ze vijfhonderd jaar geleden ook al. De rijkste burgers dan toch. Zoals Peeter Pot (1375-1450), de welvarende koopman uit Dordrecht die fortuin had gemaakt in het Midden Oosten, en zich vestigde in de Hoogstraat van Antwerpen. Daar bracht hij het al vlug tot de meest succesrijke handelaar in Engelse wol. Het duurde niet lang of hij keek al uit naar een optrekje “op den buiten”. Het werd het hof van Pluysegem in Kontich. Het omgrachte kasteel lag toen tussen wat nu de De Villermontstraat is en Campus Technologie van Sint-Rita. Hij zou zelfs de Binnenweg naar Antwerpen via Edegem verhogen om met paard en koets zonder natte voeten door de drassige beemden te geraken. We spreken over 1428, Antwerpen telde toen nog geen 20 000 inwoners, bijlange nog niet zoveel als Kontich met Waarloos nu dus. Tegen het einde van de 15e eeuw werden dat er wel 100 000 en begon Antwerpens Gouden Eeuw. In die periode rezen de hoven van plaisantie of lusthoven in ons toenmalige dorp als paddenstoelen uit de grond. Sommige zijn alweer verdwenen in de nevelen van het verleden, zoals Pluysegem, maar ook van het nabijgelegen Nackersgoed (nu Altena), Babbelkroon (Duffelshoek), Blauwe Steen, Ter Beke (Vuile Plas, Groeningenlei), Vrijsel (Baddenbroekse hoeven, Groeningenlei), Schrans (Pierstraat) en Ossele (1148, werd kasteel Groeningen of Kontichs Hof) rest nog maar weinig of zelfs niets meer. Zij kwamen natuurlijk niet alleen voor de goede lucht, maar ook voor de verse groenten en het frisse fruit van moestuin en boomgaard, de dagverse melk en het goedkope bier, want in Antwerpen waren de taksen hoog. En voor de gezelligheid van de herbergen en boerenkermissen ook, dat spreekt! Dezelfde neiging vinden we nu ook terug bij een deel van het stadsvolk, en dat hoeven niet per se alleen de groene jongens en meisjes te zijn. Vooral als ze kindjes krijgen, gaan ze op zoek naar een betaalbare woning in het groen. Of als ze het zich kunnen permitteren een villa in verkaveld landbouwgebied. En zo komen we bij een eerste factor die het dorpsgevoel van de hier gewortelde bevolking
en
ng
eri
in Re .3 14
10
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
.3
ng
en
14
ondermijnt: de bevolkingsaanwas. Eind 2022 waren we hier met 21.624, dat zijn er al vijfduizend meer dan bij de fusie, 45 jaar eerder! Helaas vindt dan ook niet iedereen meer een huisje met een tuintje. En de meeste verkopers zijn vastgoedmakelaars. Die verdienen meer aan appartementen. Mooie panden komen onder de sloophamer terecht om plaats te maken voor véél meer woongelegenheid, en als het kan nog een verdieping erbij. Het vertrouwde kleinschalige dorpsbeeld verdwijnt onherroepelijk. Onder het mom van vooruitgang. Met als resultaat dat het pittoreske, het eigene meer en meer uit het straatbeeld verdwijnt. Dat laatste staat wel in een inventaris opgelijst, maar zo’n gebouw (of dorpsgezicht of landschap) is daarom nog niet beschermd. Voor Kontich en Waarloos staan er iets meer dan honderd erfgoedrelicten (ook kapelletjes en beelden) op de inventaris, een dertigtal ervan hebben de status van “bescherming”, zoals de SintMartinuskerk, het oud-gemeentehuis, de kastelen Groeningenhof en Tanghof en de dorpsgezichten van het Kapellekensbos, Groeningen en Waarloos (die elk meerdere relicten omvatten). Met de regelmaat van een klok sneuvelen er items uit de lijst. Van werkmanshuisjes in de Jordaensstraat en een 19e-eeuws winkeltje (Sint-Jansplein 20, nu garage voor een brillenwinkel aan de Mechelsesteenweg) tot een voor Kontich nog unieke Kempense langgevelhoeve in de Ooststatiestraat, eeuwenoud en in 1826 nog herberg Het Dryhoeckxke geheten. En langer geleden: de Pluysegemhoeve met neogotische schuur, de Kleine Nachtegaalhoeve (aan Doopput, Pastoor De Laetstraat), Kapittelhoeve (Groeningenlei, nu een villa op de overgebleven motte met hofgracht), de aalmoezenierswoning (Altena). Of worden verminkt of onherkenbaar verbouwd, zoals de Schrans (nog wel met hofgracht), Ter Linden (Hoeve Dom, Groenenhoek Waarloos), Kriekelaarhoeve (Waarloos, sinds deze eeuw zonder unieke paalschuur), … Of de eigenaars laten het pand verkommeren, zodat ze het gedaan krijgen dat het item uit de inventaris wordt verwijderd, zoals het landhuis in de Keizershoek (voorbij het kruispunt met de expresweg) van één van de belangrijkste naoorlogse architecten, Renaat Braem (die ook het boek Het lelijkste land ter wereld heeft geschreven). Zelfs de imposante en beschermde (!) Verbrande Hoeve aan de Vredesstraat dreigt nu haar status van beschermd monument te verliezen. De respectieve eigenaars hebben waardevolle elementen laten verdwijnen en er andere aan toegevoegd, zodat het geheel er begint uit te zien als een kitscherige fermette. Wie veel geld heeft, kan het spel zo spelen dat je kan doen wat je wil! Vooral wanneer je jouw eigendom achter hoge poorten en hagen verstopt. In verband met dit interessante en beschermde erfgoedrelict verscheen op 8 mei 2023 een artikel in de Gazet van Antwerpen: Verliest Verbrande Hoeve status van monument? Het geheel wordt niet meer als oorspronkelijk erfgoed aanvaard en dus niet meer als relevant. “Misschien hadden ze strenger moeten optreden om de erfgoedkundige waarde te behouden”, zegt burgemeester Bart Seldeslachts (N-VA), bevoegd voor erfgoed. “Maar ik onderschrijf ook de visie van de erfgoedraad. Er wordt een openbaar onderzoek opgestart, waarbij zowel de lokale erfgoedraad als de intergemeentelijke erfgoeddienst een advies kan uitbrengen. Ook burgers kunnen hun opmerkingen en bezwaren overmaken. We zijn alleszins van plan om voor al het onroerend erfgoed op ons grondgebied een uitgebreide analyse te maken welke panden extra bescherming verdienen of eigenlijk beter van de lijst worden gehaald. Sinds januari zijn gemeenten daarvoor ontvoogd. Voor alle duidelijkheid, dit kan niet voor beschermd erfgoed zoals de hoeve, dat zit nog altijd bij de hogere overheid.” En Vlaams minister van Onroerend Erfgoed is Matthias Diependaele (N-VA), die al duidelijk heeft laten blijken dat hij grote kuis aan het houden is. Het heeft geen haar gescheeld of ook de oude pastorie, beter bekend als herberg De Ploeg, was voor de bijl gegaan. Bewaren kost geld (in dit geval voor de gemeenschap), afbreken had de omvang van het Sint-Jansplein vergroot. Hier raken we een tweede factor die een rol speelt bij de ruimtelijke ordening: meer groen, meer open ruimte – wat uiteraard wel toe te juichen is. Behalve wanneer ze gebruikt wordt om koning auto ten dienste te zijn. Dat is gebeurd met het Sint-Martinusstraatje: meer parkeerplaatsen bleken prioritair te zijn, vooral tijdens de schooluren. Maar het verkeer is zonder twijfel
11
ook een factor die de leefbaarheid in de dorpskom mee bepaalt. Een typisch volks straatje is door deze ingreep wel verdwenen. De inwoners van Waarloos mogen me niet kwalijk nemen dat ik hoofdzakelijk het dorp van Kontich in het vizier neem, maar wat hier geschreven wordt gaat voorlopig nog niet echt op voor onze fusiegemeente. Het aantal inwoners is er amper omhoog gegaan, het centrum heeft nog een kerkhof rond de kerk en het dorpsgezicht is nog net op tijd beschermd en niet drastisch in waarde aangetast. Zij mogen zich de gelukkigsten van onze inwoners prijzen! De Kontichnaars met wortels in ons eertijds landelijke dorp hebben met lede ogen het centrum zien veranderen. We zetten ons even met onze rug naar de school op het Gemeenteplein en laten onze blik in klokwijzerzin een cirkel maken, te beginnen rechts van de kerk. Nu moet je je hals wel reiken over de geparkeerde wagens om het plein voor het vernieuwde gebedshuis te zien, dat begin vorige eeuw ook nog fungeerde als kerkhof, omzoomd met smeedijzeren grilles. In de doorgang naar de Magdalenastraat had je op de hoek herberg De Zwaan (1686) die later in vorige eeuw vernieuwd werd en De Eendracht werd. Nu luxeappartementen. Daarnaast gelukkig nog een kroeg, toepasselijk De Nieuwe Eendracht genoemd, waar vroeger het winkeltje van Sempels was, die ellengoed verkocht. De volgende huizen waren die van de onderpastoors en zijn ook gebleven. Aan de versmalling stond nog in mijn jeugd de dorpspomp. Als je even in de Mechelsesteenweg keek, zag je links de smidse van Piron, de herberg De Boerengilde die nu apotheek is, en verder nog wat winkels en cafés. Aan de overkant op de linkerhoek stond al van in de jaren 1400 huis (en herberg) Den Hert, dat gedeeltelijk afgebroken werd om de ingang naar de Rubensstraat te verbreden. Links ervan het imposante huis van dokter en burgemeester R. Sansen; erachter met ingang langs het Sint-Martenskerkhof zie je nog de plek waar hij zijn paard en koetsen stalde: let op het fraaie overkragende houtwerk boven het uilengat en de paardenkop! Nu zijn er op het Sint-Martinuspleintje en in de omgeving eethuisjes genoeg. Uit mijn jeugd herinner ik me alleen het rijdend frietkraam en het snoepwinkeltje van Rosalieke, maar dat lag aan de overkant, naast de schoolingang. Het Gemeenteplein bestond vroeger uit een mikmak van grote – zoals het huis Delvaux met matrassen, lakens en ander beddengoed – en kleine gebouwen – een hoedenmaker, een smidse … – die alle in de loop der jaren werden afgebroken om geïntegreerd te worden in het volumineuze klooster- en schoolgebouw van het Sint-Jozefinstituut. Het Schaliënhuis (hoek Molenstraat, later Het Anker met art-deco-interieur) werd smaller en recent “herbouwd” en De Fortuin werd niet alleen vervangen door een nieuwbouw, maar ook groter en helemaal eigentijds. Dat gebeurde niet zonder massaal protest van een groot deel van de (oudere) bevolking. Bouwkundig was het oude gebouw niet veel waard (op enkele merkwaardige erfgoedelementen in het interieur na), maar ook hier was de emotionele waarde de reden van het protest. Wie – zo niet geboren dan toch – getogen was in Kontich had veel intense herinneringen aan deze plek. Het mocht echter niet zijn, en de sfeer van de bruine kroeg zal er ook nooit meer weerkeren. Maar het is een concept dat zowel de eigenaar (Alken-Maes) als de uitbater meer winst moet opleveren. Gelukkig kunnen we met veel meer volk genieten van het park, zeker op het terras van het café. En dat ligt aan wat vroeger de tuin was van één van de lusthoven: dat van Tinchant. Zo hebben rijke stedelingen dan toch gezorgd voor openbaar nut, want ook dat van Altena en zelfs het Beukenhof blijken alweer restanten te zijn van die Antwerpse weelde. Er zijn veel sporen verdwenen van de verhalen die hier in het hart van het dorp beleefd werden, en dat kan pijn doen. Maar wat niet meer is, kan nog weerkeren. Dat moet de heraanleg van dit plein – een eeuwenoud kruispunt van wegen – in de nabije toekomst bewijzen. Kontich heeft beslist nog veel troeven in petto om uit te spelen en Kontich weer in een levendig dorp te transformeren. De bevolking moet ervoor zorgen die betrouwbare politici te kiezen die dat kunnen garanderen. De verfoeilijke traditie van vriendjespolitiek en dienstbetoon die lang een stempel drukte op ons beleid, moet worden afgezworen. Of politici die aspirant-Kontichnaars verkeerde informatie geven. <…> Een stad willen we niet worden. Zelfs geen randstad. Maar ook geen villadorp. Anderzijds is het moeilijk om nog te zeggen dat we in een dorp wonen. Het dorpsgevoel is de laatste decennia geslonken. Sommigen zullen zeggen verdwenen. In Waarloos is het misschien nog wel bewaard. Kontich-Kazerne is ook meer dorp gebleven, heb ik de indruk. Misschien Sint-Rita ook? Maar vooral met het centrum is het misgelopen. Onze politici zullen het waarschijnlijk wijten aan het gebrek aan (financiële) middelen. Een ringweg zou veel verkeer uit het centrum kunnen weren. Gemeenteplein en Sint-Jansplein zouden gezellige oases en ontmoetingsplaatsen kunnen worden. Het bestuur zou er moeten op toezien dat de kleinschaligheid van sommige straten en wijken wordt bewaard. Dat ook niet beschermde erfgoedelementen en zelfs iconische of gewoon populaire gebouwen of plekken voor volgende generaties worden bewaard. Te veel voor bewoners herkenbare gebouwen zijn immers al verdwenen en nietszeggende appartementen die in de plaats komen, doen het dorpsgevoel verwateren. Misschien moeten er dan wel toegevingen worden gedaan en moet het mogelijk zijn om in andere wijken hogere
en
ng
eri
in Re .3 14
12
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
meergezinswoningen te bouwen. De stadsvlucht wordt onvermijdelijk en woningnood wordt nijpender. Maar dat moet kunnen opgevangen of gecompenseerd worden. Naast sociale ontmoetingsruimten zoals pleinen en parken hebben we nog andere troeven. De wekelijkse markt is daar een van. Of jaarlijkse evenementen, zoals de paardenkoersen, die dringend moeten worden geherwaardeerd. En wat we zeker niet mogen onderschatten zijn de talloze rustpunten en wandelroutes in de natuur, waarvoor Milieuraad en Natuurpunt mee hebben gezorgd. We moeten (weer) een dorp worden – om de benaming “gemeente” te vermijden – waar we trots op kunnen zijn. Zoals Lint, dat dan nog ooit een gehucht van onze gemeente was! Met minder geschiedenis en minder architecturaal aanbod. Maar met een gedreven bevolking. Wij hebben misschien meer erfgoed in de aanbieding, maar daar moeten we spaarzaam op zijn. Als we met onze kring voor heemkunde dorpswandelingen maken, krijgen we soms het verwijt dat we meer vertellen over wat er verdwenen is dan over wat er nog is. Moeten we dan binnenkort vertellen dat er van die weinige monumenten nóg één gesneuveld is? Maar misschien kunnen we er een ander eindelijk onder de aandacht brengen: het Tanghof. Prachtig gelegen met Franse tuin en een interieur dat vergelijkbaar is met dat van de prachtigste stadspaleizen als het Osterriethhuis en het Koninklijk Paleis in Antwerpen. Of gaat de nieuwe eigenaar die architectonische parel ook verdoken houden? “Erfgoed kan je naast cultuur-historisch trouwens ook vanuit het idee van een circulaire economie belichten. En dan is behoud altijd duurzamer dan afbraak.” (Vlaams Bouwmeester Erik Wieërs in GVA 6/05/2023: ‘Zo verlies je als stad toch een stuk van je ziel’ – Is het lot van Villa Vaeck in Zemst symbolisch voor onze omgang met erfgoed? Voor heel wat parels valt de sloopkogel niet te vermijden. Artikel door Michiel Martin in rubriek Erfgoed) – online: Vlaanderen, waar erfgoedparels de sloopkogel wacht: ‘Nietszeggende appartementen doen dorpsgevoel verwateren’ Ach ik weet het, beste lezer, deze tekst is te lang voor een column. Maar het gegeven is zo complex… Wat vind jij: is Kontich zijn dorpsgevoel kwijt? Of zie jij het positiever in? Wat moeten we doen om dat thuis-voelen te behouden of terug te krijgen? Is het de moeite waard om daar in een volgende editie op terug te komen? Met jouw hulp kan dat! Laat van je horen. Frank Hellemans (†)
EEN RIDDER ZONDER PAARD vande edellijke lieden In het nummer 57 van onze roemruchte dorpskrant ‘DE KONTICHSE KIJKOP’ uit 1989 vonden we een memorabel artikel van Frank Hellemans die burggraaf René della Faille interviewde in een artikel met deze veelzeggende titel. Nu deze twee bekende Kontichse figuren ons deze zomer ontvallen zijn, willen we u dit interview in herinnering brengen. Voor de replieken van de burggraaf moeten we uiteraard bedenken dat ze vierendertig jaar geleden werden uitgesproken… Ook de afbeeldingen zijn uit de Kijkop van toen, de kwaliteit is niet zo denderend. (de redactie)
R
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
Kijkop (Frank Hellemans): Wat betekent in feite zo’n adellijke titel? Burggraaf (René Della Faille): Een van de grondwettelijke voorrechten van de koning is dat hij adellijke gunsten kan geven, zonder dat men daarbij enig privilegie ontvangt. Tien jaar geleden heeft koning Boudewijn een en ander willen regelen. Hij heeft een commissie gesticht, bestaande uit veertien leden van alle strekkingen (1 magistraat, 2 gouverneurs, …). Zij kunnen mensen omwille van hun verdiensten voorstellen aan de koning. Zo’n 15-20 mensen per jaar krijgen een adellijke gunst, met of zonder titel. Kijkop: Wat krijg je daar dan voor? Burggraaf: Een adellijke gunst, daar vraag je vooreerst zelf niet om. Je wordt gevraagd. Soms denkt men dat adel veel
.3
ené della Faille zouden we vandaag een ‘senior’ noemen: te jong om bejaard te zijn en te oud om als jonge snaak door het leven te gaan. Hij praat met gevleugelde volzinnen. Hij praat ook erg graag en dwaalt gemakkelijk van zijn onderwerp af, omdat hij steeds iets anders weet te vertellen. Een Kijkop van 20 bladzijden zou niet volstaan om alles weer te geven. Hij is ook een “seigneur”, met een présence die bij het kasteel hoort. De adellijke titel “burggraaf” is hem dan ook op het lijf geschreven.
13
met geld te maken heeft. Maar dat is niet zo. Kijkop: Twee jaar geleden bent u burggraaf geworden. Hoe situeert u zich in de adellijke hiërarchie? Burggraaf: Jonkheer is de laagste titel, hoewel die in ons land niet zo gebruikelijk is. Van onder naar boven volgen dan baron, burggraaf, graaf, markgraaf (markies), hertog en prins. Maar er zijn er ook veel die geen titel dragen. Kijkop: Hoeveel burggraven zijn er bij ons? Burggraaf: Juist die titel is toevallig een zeldzaamheid. Ik was dan ook fier dat de koning mij deze titel gaf. Maar hij is niet overdraagbaar, het is een persoonlijke titel. Je blijft de titel dragen tot het einde van je leven. Alleen geeft men uit hoffelijkheid ook de titel aan de echtgenoot (-ote). Vroeger ging dat allemaal anders; De titels waren erfelijk en werden gezien in het kader van de ganse familie. Kijkop: Zal u de laatste della Faille geweest zijn op het
Kontichse Hof? Burggraaf: De toekomst kent niemand. Ik heb geen eigen kinderen. Maar ik ben gehuwd met een charmante dame met twee dochters. Maar de familie sterft zeker nog niet uit. We zijn nog met z’n tachtig. We hebben trouwens een familievereniging waarvan ik voorzitter ben. Ge moet zeker niet schrijven dat Groeningen reddeloos verloren is. Kijkop: Woont u in het kasteel of in het huis ernaast? Burggraaf: Eigenlijk in de twee. Vooral als de kinderen erbij zijn of wanneer we mensen ontvangen, dan zitten we in het kasteel. Voor vele kastelen is er een probleem van onderhoud. In de Antwerpse vereniging van adel waarvan ik voorzitter ben, zien we geregeld welke problemen sommige families hebben met hun patrimonium. Ik heb het geluk dat alles hier in goede staat is.
Ridder van Malta
Kijkop: U bent ook lid van de Orde der Ridders van Malta. Wat voor een duister genootschap is dat? Burggraaf: Daar is inderdaad weinig van geweten, maar er is niks geheims aan. De orde van Malta is de vroegere orde van St.-Jan van Jeruzalem, gesticht in 1113. In die tijd was er een strijdende orde, die van de tempeliers en een verzorgende orde, de orde van het hospitaal. De tempeliers zijn afgeschaft. Maar de ridders van St.-Jan zijn zich als orde van het hospitaal door de eeuwen heen met verzorgende taken bezig blijven houden. Op dit ogenblik telt de orde ongeveer 11000 leden in de hele westerse wereld. 60% van die ridders behoren niet tot de adel. Maar er zijn enorm veel vrijwilligers. In Duitsland bijvoorbeeld zijn er 45000. In 1530 zijn de ridders zich gaan vestigen in Malta. De protestanten hebben zich afgescheiden onder de naam Johannieters. De Maltezers zijn de katholieken. In Vlaanderen is de orde zeer actief. Vijftig jaar geleden hielp ze het Neurologisch Instituut oprichten. In deze provincie heb ik ploegen van mensen die elke zondag bij de zieken van de “zusterkens der armen” gaan, mensen gaan vervoeren in de ziekenhuizen, gehandicapten begeleiden op een jeugdkamp, … Elk jaar gaan we met een groep zwaar zieken naar Lourdes. De kosten worden dan gedragen door de niet-zieken. Wij hebben een kleine kas voor de onkosten, maar voor de rest bezitten wij niets. Kijkop: Wat betekent zo een orde op internationaal vlak? Burggraaf: Het is een soevereine orde, met een bestuur dat in Rome gevestigd is. De grootmeester is een staatshoofd. De orde reikt paspoorten aan en is erkend door de Verenigde Naties. Het is in feite een soevereiniteit die niet gebonden is aan een territorium. De paus die heeft nog negen hectaren, maar de grootmeester van de orde van Malta die heeft niks, en toch is hij soeverein. Kijkop: Kan om het even wie lid worden van de orde? Burggraaf: Ja en nee. We zijn in elk geval een beperkte groep. Onze gesprekspartner leek echter niet zo scheutig om via de Kijkop reclame te gaan maken voor de orde …
en
ng
eri
in Re .3 14
14
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
TWAALF STIELEN ZONDER ONGELUKKEN
Kijkop: Sommigen denken wellicht dat u ganse dagen op het kasteel van uw titels zit te genieten. Heeft u eigenlijk een beroep? Burggraaf: Ik ben jurist van opleiding. Daarna heb ik een korte tijd een advocatenpraktijk gehad. Tijdens mijn legerdienst in 1954 is mijn vader overleden, zodat ik enkele verantwoordelijkheden in de economische en de zakenwereld moest overnemen. De steenbakkerij Kapittel in Niel bijvoorbeeld. Mijn vader had die fabriek opgericht. In die wereld was ik ook een van de eerste juristen. Zo komt het dat ik vrij snel voorzitter geworden ben van de Federatie van de baksteennijverheid. Dat alles heb ik 30 jaar gedaan. Kijkop: Dat was wellicht ook niet zo’n leuke tijd, gezien het groot aantal sluitingen van steenbakkerijen in de Rupelstreek? Burggraaf: Er is een proces van mechanisatie geweest net voor de grote crisis. De steenbakkerijen waren erg arbeidsintensief, vooral wat de vrouwenarbeid betreft. Meestal ging het om robuuste vrouwen die zwaar seizoensarbeid kwamen doen. Door de technologie is deze arbeid kunnen verdwijnen zonder noemenswaardige sociale problemen teweeg te brengen. De mechanisatie ging trouwens erg geleidelijk. Wij hebben in ons bedrijf gedurende 30 jaar nooit iemand moeten afdanken. In 1978 kwamen er dan plots grote problemen. Dat niet zozeer een sociaal dan wel een financieel probleem, voor de vele ondernemers die zwaar in deze sector hadden geïnvesteerd. In die periode beslisten ook wij op ermee te stoppen.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
.3
In Extensa
Burggraaf: Naast de steenbakkerij was en ben ik ook werkzaam in een maatschappij van onroerende goederen, Extensa. Die kent u wellicht van enkele projecten in Kontich, zoals het nieuwe Gevaert-gebouw dat men nu aan de Prins Boudewijnlaan aan het zetten is. Mijn grootvader woonde vroeger op kasteel Den Brandt (bekend van JazzMiddelheim n.v.d.r.). Extensa is gesticht naar aanleiding van de verkoop van de goed, vermits hij geen erfgenamen had. Ook het Nachtegalenpark was eigendom van de familie en werd toen afgestaan aan de stad Antwerpen. In ruil kreeg men dan de toestemming om de villawijk in de omgeving van Den Brandt te verkavelen. Om dat allemaal te doen is Extensa dus gesticht in 1910. Op dit ogenblik ben ik er voorzitter van. In Extensa heb ik heel wat ervaring opgedaan. Aan de ene kant zat ik namelijk in de bouwsector en aan de andere kant zat in de sector van het onroerend goed. In 1982 heeft men mij ook gevraagd om beheerder te worden van de Antwerpse Hypotheekkas (Anhyp), want men was op zoek naar iemand uit de immobiliënwereld. Kijkop: Er wordt verteld dat uw grootvader tot in Waarloos over zijn grond kon wandelen. Dat zou nu toch niet meer kunnen. Er is heel wat verkocht en verkaveld? Burggraaf: Daar zal toch wat poëzie mee gemoeid zijn. Maar dat zal wel gezegd geweest zijn, in de zin van die woont in Kontich en heeft z’n graf in zijnen hof van Waarloos. Kijkop: U bent natuurliefhebber maar aan de andere kant zit u zeer sterk in de vastgoedsector, waar veel verkaveld werd en wordt. Vindt u dat geen probleem? Burggraaf: Welnee, ik heb in mijn leven misschien meer bossen geplant dan gerooid. Verkavelen moet je ook nuchter kunnen bekijken. Ik wil niet de advocaat zijn van alles wat gebeurd is, maar we zitten toch in een land met tien miljoen inwoners. Dat is misschien ook de reden waarom ons land een redelijk strenge urbanisatiewetgeving heeft in vergelijking met andere landen. Wij willen industrie hebben en werkgelegenheid. In de jaren 1950 tot 1960 wilden we Antwerpen industrialiseren. Ik tracht dat zo goed mogelijk in harmonie te houden. Gevaert heeft bv. geen bezoedelend aspect, dat is al zeer belangrijk. Dat we weilanden meteen ombuigen tot stapelplaatsen en dergelijke is natuurlijk niet zo mooi. Maar in hoeverre kunnen we Vlaanderen agrarisch houden? Maar we willen ook allerlei andere dingen. De overheid moet dan maar knopen doorhakken en een verdeling maken. Ik zit daar niet verveeld mee, maar ik ben er wel bekommerd om. Maar we zijn ondergeschikt aan de normen van de overheid: de gewestplannen die in de jaren 1970 tot stand
15
zijn gekomen. Daar heb ik trouwens erg voor gepleit. Want de gemeentelijke autonomie volledig doortrekken was niet meer houdbaar. Het gewestplan is waarschijnlijk niet helemaal volmaakt, maar het is toch door deskundigen en op democratische wijze tot stand gekomen. Een onroerende maatschappij kan niet anders dan zich schikken naar de norm. Kijkop: De maatschappij kon er toch veel beter van worden, als we kijken hoeveel terreinen uw maatschappij in beheer had? Burggraaf: Ja, maar de bestemming van de gronden kunnen we zelf niet geven. Wat Extensa betreft voel ik me trouwens zeker niet verveeld, omdat wij in feite begonnen zijn aan de overheid een heel stuk grond te schenken, we hebben ook enkele recreatieterreinen gemaakt. Kijkop: Hoe zal Kontich er volgens u over tien à vijftien jaar uitzien? Burggraaf: Het gewestplan geeft zeker al een beeld van de bestemmingen. Een zeer groot gedeelte van Kontich blijft agrarisch. Zo bijvoorbeeld de gronden die hierrond liggen. Die zijn beschermd door Monumenten en Landschappen? Extensa bezit deze gronden en zal die nooit kunnen verkavelen. Kijkop: Zitten we wat het overige betreft niet aan een verkavelingslimiet in Kontich? Burggraaf: Het gewestplan heeft voor elke gemeente een bepaalde groei voorzien. Men legde ook vast dat er woonkernen zouden komen en daartussen groen en open ruimte. Het plan laat ook de “vingers” van Antwerpen zien, zoals de weg Antwerpen-Boom en de E19. Daarrond worden kernen uitgebouwd, maar tussen de vingers mag er niets gebeuren. Dat is nog steeds de filosofie. Kijkop: Het trekken van een weg van de Groeningenlei tot aan de Pierstraat is dus uitgesloten? Burggraaf: Uiteraard. De villa’s aan de kant van de Groeningenlei dateren echter van voor het gewestplan. Kijkop: De geplande Grote Ring moet u toch als privépersoon aanbelangen. Het tracé ligt hier immers niet zo ver vandaan? Burggraaf: Het is natuurlijk nog veel erger voor de mensen die daar met hun achtertuin tegen zitten. Dat plan is gemaakt in de rijke tijd, de jaren 70. Maar aan de andere kant is er vlak in de buurt in juni nog een hoeve verkocht – de vroegere hoeve Vervloesem – aan een naar mijn aanvoelen erg hoge prijs. Ondanks het feit dat men er zeer nadrukkelijk had bij verteld dat er een plan voor de Grote Ring bestaat.
Zoo, Zoo
Kijkop: U is blijkbaar een erg druk bezet man. Waar bent u nu het meest mee bezig? Burggraaf: Ah, den dierentuin, hé! Dat is een van mijn troetelkinderen. Ik ben daar 23 jaar geleden in het bestuur gekomen. Dat is zo een van die mandaten die niet betaald worden en waar niet erg achter gelopen wordt. De dierentuin is gesticht in 1843 en is een privémaatschappij. Hij wordt bestuurd door vijf mensen. De dierentuin is in feite hetgeen wat me het meest boeit. Ten eerste omdat het met dieren te maken heeft. Daartegenover is een fabriek iets levenloos. Kijkop: U bent dierenliefhebber en geen jager. In tegenstelling tot de traditie in uw familie? Burggraaf: Inderdaad. Maar ik wil geen kwaad spreken over jagers. In ons land is de wilde jacht trouwens uitgesloten en is alles zeer strikt gereglementeerd. Kijkop: Bent u ook in het Kontichse sociale leven betrokken? Burggraaf: Ik ken hier wel veel mensen. En mijn vrouw is erevoorzitster van de parochiale vrouwengilde Sint-Renilde. Kijkop: Maar u gaat na de hoogmis niet een pint pakken in de Fortuin of zo…? Burggraaf: Nee, want mijn lever verdraagt dat niet… Kijkop: Vertel eens wat over de vrouw met wie u nog niet zo lang geleden gehuwd bent? Burggraaf: Mijn vrouw is in Washington geboren uit een Chileense moeder die gehuwd was met een jonge Belgische diplomaat, die in Nederland was geboren. Zij heeft Belgisch, Chileens, Nederlands en Chinees bloed. Als moedertaal heeft ze het Spaans. Als omgangstaal heeft ze het Engels. Maar haar allereerste taal is het Italiaans, want ze moest van het vader een schone mond hebben. En sedert wij gehuwd zijn praat ze ook Nederlands. Enne…o ja, met haar broer spreekt ze Turks. Het gesprek bolt nog wat verder uit. De ridder-burggraaf-voorzitter-beheerder-kasteelheer leidt ons naar de uitgang, na een hartelijke, zij het wat droge ontvangst gedurende meer dan drie uur. Hij liet ons ook het goed bewaarde en onderhouden kasteel in vol ornaat bewonderen. Over zijn eigen persoon was hij iets meer op zijn hoede. Hij lichtte een tipje van de sluier, die voor het overige een charmante, maar daarom niet minder invloedrijke heer van Kontich verbergt.
.3 14
16
en
ng
eri
in Re
Frank Hellemans (†) Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
OP ZOEK NAAR HET WAPENSCHILD VAN BURGGRAAF RENE DELLA FAILLE Heraldiek, een verklarende achtergrond voor wapenschilden
Heraldiek of wapenkunde verklaart waarom wapenschilden ontstonden. Vanaf wanneer ze in gebruik kwamen, hun evolutie in de loop van de geschiedenis en wie ze lieten ontwerpen en (vol trots) gebruikten. Voor dit artikel volstaat het om te vermelden dat een wapenschild de familie herkenbaar maakt. Dit is grosso modo zo vanaf het jaar duizend. Nog later willen ook organisaties, congregaties, religieuze persoonlijkheden en bedrijven zich kenbaar en zichtbaar maken. Ook gemeenten maken hiervan sinds lang dankbaar gebruik. Eventueel hebben ze het wapenschild overgenomen van adellijken die in het dorp wonen of die er een gebied in bezit hebben. De kleurenkeuze was oorspronkelijk wel erg beperkt vermits men voor verven - en vanaf de uitvinding van de boekdrukkunst ook voor drukinkten - op planten(sappen) was aangewezen. VAIR is dan weer een combinatie van twee kleuren, meestal zilver en (l)azuur, waarbij goud dikwijls geel betekent en zilver wit. Bij de afbeelding van dieren werd het nog wat gecompliceerder. Een leeuw bijvoorbeeld wordt veelvuldig afgebeeld met allerlei details die tonen hoe hij staat, ligt, zijn voorpoten uitsteekt en in welke richting hij kijkt, en/of hij geklauwd dan wel getongd is of het wordt allebei met woorden aangeduid. Het blijkt dus niet zo eenvoudig. Wanneer boeken rond 1500 konden worden gedrukt, kon men zeker tijdens de eerste tientallen jaren enkel in zwart en wit drukken. Men stelde de kleuren dan voor met een arceringscode (zie ook hierboven). In de loop van de geschiedenis werd het wapenschild verder verfraaid met vaandels, standaarden, helmen, kronen naargelang de adellijke rang, … Hoeveel verschillende wapenschilden werden er zo ontworpen? Men schat hun aantal op ongeveer 50.000. In België alleen al groeit het aantal gelauwerden elk jaar nog aan, telkens wanneer onze koning een aantal landgenoten in de adelstand verheft als ridder, burggraaf, baron of nog onderscheidt met andere eretitels. Meestal gebeurt dit ten persoonlijken titel, zeer uitzonderlijk wordt een adellijke titel nog erfelijk toegekend. Schrijvers, bedrijfsoprichters, hoge ambtenaren, ... krijgen omwille van hun grote maatschappelijke verdiensten een eretitel. De meeste gelauwerden zoeken dan bij deze gelegenheid een gepast wapenschild. Noblesse oblige, nietwaar. Zo een wapen toont dikwijls een aantal symbolen in relatie tot hun beroep, tot de voorouder(s) met een bestaand familiewapenschild, tot de naam van dorp of streek, ... Het beheer van al deze adellijke titels en wapenschilden kan men terugvinden in Brussel bij de FOD Buitenlandse Zaken, Directie Protocol, Dienst Adel en Ridderorden. Gemeentewapens en dergelijke vallen dan weer onder de Vlaamse Regering. Zo grasduinden we wat in Wikipedia voor de gemeente Kontich en de Collection Heraldica voor het wapen en de blazoenering ervan, toebehorend aan burggraaf René della Faille de Waerloos. Inderdaad, om te weten hoe een wapenschild er in detail uitziet, moet men het eerst blazoeneren, namelijk beschrijven volgens een standaardtaal (heraldische beschrijving) die enkel voor wapenschilden wordt gebruikt. We beperken ons hier tot de bespreking van twee wapenschilden die voor Kontich belangrijk zijn: het wapenschild van Kontich dat sedert 1977 na de fusie met Waarloos ook voor deze gemeente als deel van het nieuwe Kontich officieel geldt, vermits Waarloos als gemeente voorheen geen eigen wapen bezat; het wapenschild van burggraaf René della Faille (de Waerloos) die als ridder door koning Boudewijn in 1986 als burggraaf ten persoonlijken titel werd onderscheiden.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
Officieel kreeg Kontich zijn wapen bij koninklijk besluit van 3 april 1849. Vanwaar het rode schild en de vier gele palen komen is voor kenners duidelijk: van de Mechelse adellijke familie Berthout die in Kontich heel wat bezittingen had en er ook rechtspraak uitoefende. De Berthouts zouden volgens een sage tot driemaal toe de koning van Aragon militair hebben ondersteund in zijn strijd tegen de Saracenen. Wouter Berthout wees tweemaal een beloning af voor zijn hulp en de derde keer stelde hij zich tevreden met een toevoeging op zijn eigen wapenschild van een deel van de palen (geel en rood), afkomstig van de talrijkere palen op het wapenschild van Aragon. De koning zou zich tevreden hebben gesteld met minder palen op zijn eigen schild. Se non è vero, è ben trovato ... Zeker als u weet dat er nog een viertal andere sagen zijn die volgens de schrijver Paul De Win (https://www.oudheidkundigekring.be/mechelen/ node/99) even fantasievol blijken te zijn. Frans was in de negentiende eeuw in België de officiële voertaal. Vertaald en tussen haakjes aangevuld met voor ons in beter verstaanbaar Nederlands en verduidelijkt met enkele ontbrekende details, klinkt het zo:
.3
Het wapenschild van de gemeente Kontich
17
Het wapen is van keel (rood) met daarop vier gouden (gele) palen, de verticale banen. In het midden over drie van de banen een gedeeld hartschild. Het bovenste deel is van keel met daarop een zilveren (wit) Latijns kruis. Het onderste deel is (l)azuur (blauw) met (centraal) een (staande) gouden leeuw (naar links gekeerd, geklauwd en getongd). Na de fusie met Waarloos kreeg Kontich een nieuwe blazoenering per koninklijk besluit van 9 december 1980, dat - volgens mij eerder kort door de bocht - het wapen zo beschrijft: In keel vier palen van goud; hartschild: doorsneden 1. In keel een Latijns kruis van zilver; 2. In lazuur een leeuw van goud.
Het wapenschild van burggraaf della Faille (de Waerloos)
Beschrijving uit de openbaar beschikbare documenten: Gevierendeeld in vier kwartieren: 1 en 4 (in sabel) een keper van goud beladen met drie lelies van (l)azuur vergezeld boven van twee afgerukte en toegewende leeuwenkoppen van goud, getongd van keel, en beneden een leeuwengezicht van goud houdend in de muil een ring van sabel (schild van della Faille); 2 en 3 nogmaals gevierendeeld: a en d in goud een gaand everzwijn van sabel; b en c in sabel drie kepers van zilver (schild van de Werve); het schild getopt met de rangkroon van burgraaf: (3x3 parels). Boven deze rangkroon staat een middeleeuwse helm van zilver, gekroond, getralied, gesierd en omboord van goud, gevoerd en gehecht van keel. Dekkleden: goud en sabel (zwart). Helmteken: een wassenaar (wassende maan) van goud overtopt met een lelie van (l)azuur. Schildhouders: twee luipaarden van goud, natuurlijk gevlekt, kop frontaal gericht, met geslepen, niet gekrulde kraag van keel en geringd van goud, elk houdende een banier, die van rechts met het wapen della Faille en die van links in keel, drie palen van goud, het schildhoofd van zilver (gemeentewapen van Reet). Wapenspreuk: Faille sans Faillir, in letters van zilver op een lint van sabel. Het wapenschild in een arduinen bas-reliëf en niet gekleurd, vonden we ook terug op de zijgevel van de hoeve Geysemans langsheen de Michel Geysemansstraat in Waarloos. Met hartelijke dank voor de hulp van burggraaf René della Faille (†) en gewezen Kontichs burgemeester Luc Blommaerts. Paul Wyckmans
en
ng
eri
in Re .3 14
18
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
De Kontichse straatnamen uitgelegd (deel 2)
D
e straatnaamcommissie is een onderdeel van de Gemeentelijke Erfgoedraad. Ze brengt advies uit over mogelijke nieuwe straatnamen. Op eigen initiatief bezorgde de commissie ook de uitleg van de bestaande straatnamen. Die uitleg wordt bij vervanging van de huidige straatnaamborden aan de naam toegevoegd, zoals in veel andere dorpen gebeurt. De straatnaamcommissie bestond uit Frank Hellemans en Paul Catteeuw. Na het overlijden van Frank werd Chris Claes (lid van de heemkundige kring en van de GER) als zijn vervanger aangeduid.
Zoals met Frank nog afgesproken willen we nieuwe straatnamen naar vrouwen benoemen. Zoals we al jaren als eersten hebben aangekaart, zullen we Margriet Ballegeer als naam aanbevelen voor een nieuwe straatnaam. Ondertussen volgt hier het tweede deel van de betekenis van de straatnamen.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
.3
Boskapelweg Verwijst naar de twee boskapellen Bosstraat Verwijst wellicht naar het nabije Nonnenbos in Duffel Bosveldlaan Verwijst naar een stuk land gelegen naast Beekaardbos en Ganzenbol Broekbosstraat Verwijst naar een laag gelegen moerassig bosgebied Brouwersstraat Verwijst naar een leitje dat uitkwam aan brouwerij De Sleutel, in de volksmond het Geleike (Kleine ’s-Herenlei) genoemd Brugmanstraat Verwijst waarschijnlijk naar de vroegere percelen van Brug(ge)man (15e eeuw) Cornelis Marckxlaan Kontichse meestersmid (1692-1773) Cornelis Verhulstlaan Pieter C. Verhulst, Kontichs romantisch dichter (1835-1873) Deken Jozef Van Herckstraat Pastoor-deken en stichter van de heemkundige kring van Kontich (1888-1984) Dennenlaan Fantasienaam door de gemeente Hove gegeven en door Kontich overgenomen
19
de Villermonstraat Verwijst naar de familie Hennequin de Villermont, eigenaars van Pluysegem Doelveld Verwijst naar een klein bos, genaamd De Doel (17e eeuw) Doopput Verwijst naar de Sint-Martinusput, een bron waarin in vroegchristelijke tijden werd gedoopt Doornstraat Onduidelijke verwijzing naar doornstruiken of de gemeente Deurne Dorre Eikstraat Volksetymologische verbastering van Dorre Staak, mogelijk grenspaal of bareel Drabstraat Drab betekent slijk, modder Dries Verwijst naar een meestal laaggelegen weide of klaverland Duffelsesteenweg Vervangt sinds 1930 de vroegere benaming ’s-Herenlei Duffelshoek Verwijst niet naar Duffel, maar volksetymologische vervorming van de familienaam Van Dievelt (16e eeuw) Duivenstraat Vroeger Bischoppenleike of Vilvoordeweg die naar het perceel Duivenveldeken leidde Edegemsesteenweg Nieuwere benaming (19e eeuw) voor Voetweg, Potsdijk en Binnenweg Edgard Tinellaan Vlaamse romantische componist (1854-1912), tijdgenoot van Peter Benoit Eekhoven Verwijst naar het nabije Eekhovenhuis op de hoek met de Mechelsesteenweg, later ook bekend als de afspanning De Koning van Spanje Eertbrugge Verwijst mogelijk naar een aarden bruggetje over de Babbelkroonbeek Eikenstraat Fantasienaam door de gemeente Hove gegeven en door Kontich overgenomen Elisabethstraat Verwijst naar koningin Elisabeth (1876-1965), echtgenote van koning Albert I Elsbos Gerooid bos van de Kartuizers Elshagestraat Perceel omheind door elzenhaag om het vee buiten te houden Ferdinand Maesstraat Waarlose brouwer en burgemeester (1866-1932), vroeger Dorpsstraat Gallo-Romeinenlaan Verwijst naar de belangrijke Gallo-Romeinse nederzetting met tempel (1e tot 3e eeuw) Ganzenbollaan Verwijst naar een laag gelegen drassig land vol kuilen, waarin ganzen huisden Gasthuisstraat Verwijst naar de hoeve in bezit van het Godshuis of Gasthuis van Nassau te Mechelen Gemeenteplein Vroeger de Plaetse Graaf de Ribeaucourtplein Verwijst naar de vroegere landerijen van de adellijke familie de Ribeaucourt die ook de Pluysegemhoeve bezat Groenenhoek Nieuwe naam voor vroegere Veelstraat, heette ook wel Krekelstraat en Bosstraat Groene Wandeling
en
ng
eri
in Re .3 14
20
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
.3
Verwijst naar de verdwenen herberg met dezelfde naam Groene Weg Vroegere benaming van de Scheihagestraat, weg over onbebouwd groen braakland Groeningenlei Vroeger Vrijsellei, afgeleid van Groeningenhof, plaats waar veel groen, bossen en weiden waren Groot Veld Verwijst naar een groot perceel van de Wildemanshoeve, vroeger ook Wild Veld genoemd Grote Steenweg Vroegere heerbaan Antwerpen-Mechelen, vroeger ook ’s-Herenstraat, Steenweg, Mechelse Baan of Weg van Mechelen genoemd Haakstuk Haakvormig perceel (15e eeuw) Heiveldekens Genoemd naar met heide begroeide velden die later werden bebost Helenaveldstraat Genoemd naar Helena, vrouw en/of dochter van eigenaar Havenith. Ze woonden er in een villa sinds 1883 Hendrik Van Rietlaan Waarlose burgemeester (1894-1948) Herman De Nayerlaan Brouwingenieur bij brouwerij Maes Pils (1925-2007) Hoeve-Ter-Bekelaan Genoemd naar de belangrijke hoeve Ter Beke nabij de Babbelkroonbeek. De naam werd later verdrongen door de Wilde Hoeve en Wildemanshoeve Hofstraat Huidige benaming voor Pluysegemweg, in de volksmond ook het Leiken genoemd. Verwijst nu naar de talrijk aanwezige tuinen Hof van Spruytlaan De familie Spruyt bezat in de 19e en 20e eeuw het kasteel Boutersem en de omliggende gronden Hoge Akker Verwijst naar de hooggelegen akkers aan weerszijden van de weg Holle Eikaard Vernoemd naar een holle eik op een laaggelegen perceel in de buurt van de Bautersemstraat Holle Weg Holle weg langs de flanken van de Alfsberg en het Groot Veld Hondstraat Onduidelijke verklaring: hond kan een landmaat, een grensaanduiding of zelfs een persoonsnaam zijn Hoogbunderlaan Wijst op een hoger gelegen perceel van de Nachtegaalhoeve. Een bunder is 1,316 ha. Hoogmolenlaan Herinnert aan de windmolen tussen de tuin van Altena en de Helenaveldstraat (16e eeuw) IJzermaalberg Hoger gelegen plaats die ijzermaal bevat. Waarschijnlijk een der vroegst bewoonde plaatsen van Kontich. Ook Alfsberg genoemd Infanterielaan Genoemd naar de twee infanteriedetachementen die in de kazerne waren gehuisvest Irislaan Bloemenwijk (1967) Jan-Baptist Francisstraat Waarlose burgemeester (1854-1927) Jan-Baptist Reykerslaan Kontichse schilder (1815-1865) Jan-Baptist Van der Auweralaan Waarlose burgemeester (1888-1968), bijgenaamd Tist van’t Boerke
21
Jan-Frans Van Putplein Waarlose burgemeester (1835-1905) Jeroen en Peter Conventlaan Twee Kontichse schrijnwerkers-beeldhouwers: Jeroen (ca. 1629-1704) en Peter (1664-1718) Jonkersaard Verwijst waarschijnlijk naar de adellijke eigenaar van de Kleine Hoeve van Buizegem Jordaensstraat Antwerps schilder Jacob Jordaens (1593-1678). Vroeger Leeuwerikstraat Joris Olyslaegerslaan Kontichs kunstenaar, leraar, conservator en leraar grafiek (1939-1998) Josephine Charlottestraat Groothertogin van Luxemburg, dochter van Leopold III en Astrid (1927-2005) Josse Clymansstraat Kontichs dirigent en componist van de harmonie Sint-Cecilia (1866-1942) Kapelstraat Deel van de vroegere Kapelstraat (16e eeuw), verwijst ook naar de kapel (kerk) van de Montfortanen Kartuizersweg De weg loopt naar het voormalig goed van de Kartuizers (16e eeuw) Kauwlei Koude lei: vroegere verlaten, aan de wind blootgestelde, hooggelegen en onbewoonde weg Kazernelaan Verwijst naar de vroegere infanteriekazernes uit de 19e eeuw Keizerenberg Verhoogde plaats, vermoedelijk eerste centrum van Waarloos. Verwijst naar de familienaam De Keyser Keizershoek Weg die naar het voormalige goed van de familie De Keyser leidde (16e eeuw) Keltenveld Verwijst naar de versterkte en omwalde rechthoekige motte uit de ijzertijd Kerkeland Verwijst naar een eigendom van de kerk van Kontich (17e eeuw) Frank Hellemans (†) & Paul Catteeuw
en
ng
eri
in Re .3 14
22
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Activiteitenkalender Het museum is elke zondag open! Van december tot begin maart gaan we echter in winterslaap. Bezoek onze site www.museumkontich.be voor het recentste nieuws, alle activiteiten en de verhalen uit het gemeentelijk contactblad (Heemkundige sprokkelingen) of uit Kontich-Waarloos Vroeger en Nu. Ben je op zoek naar de oude nummers van Reineringen of publicaties die met Kontich te maken hebben? Surf dan gewoon naar www.issuu.com. Op deze webstek tik je bij zoeken gewoon “Reineringen” of “Kontich” in en je komt zo bij onze vroegere nummers terecht. Activiteitenkalender Lezingen in samenwerking met de Gemeentelijke Erfgoedraad in het Cultuurhuis Altena (tickets: uitwinkel@kontich.be): • 10/11/2023: Bruno De Wever – De collaboratie • 2024: Susan Hamlyn, Janet Dean & Paul Catteeuw – Margriet Ballegeer en Willy Katzenstein Abonnees van Reineringen – vrienden van het museum Graag houden we jullie op de hoogte van al onze activiteiten en publicaties. Dit is echter enkel mogelijk als u ons uw e-mailadres bezorgt via reineringen@gmail.com. Uiteraard kan u zich altijd laten uitschrijven op eenvoudig verzoek aan hetzelfde mailadres.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
14
.3
Facebook Je vindt onze heemkundige kring nu ook op Facebook. We posten er op regelmatige basis foto’s uit de oude (en nieuwe doos). Enkele honderden mensen hebben de weg al gevonden. Hoe geraak je erbij? Zoek gewoon onder “Kontichse historische weetjes”. Ook op LinkedIn zijn we aanwezig. Daar vind je berichten i.v.m. de heemkundige kring. 23
Retouradres: Koninklijke Kring voor Heemkunde Duivenstraat 22 2550 KONTICH
Reineringen 14 (2023), 3 Driemaandelijks (juli - september 2023) Afgiftekantoor Herzele P 912187 - Herzele
INHOUDSTAFEL: Pagina 1 Voorwoord Pagina 2 In memoriam burggraaf René della Faille Pagina 4 Een groet van de harmonie Vrede & Vermaak Pagina 6 In memoriam Frank Hellemans Pagina 10 Het dorpsgevoel van Kontich Pagina 13 Een ridder zonder paard Pagina 17 Het wapenschild van della Faille Pagina 19 De Kontichse straten uitgelegd (deel 2) Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 14 (2023), 3 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Frank Hellemans, Erwin Van de Velde, Ilse Van Weert en Paul Wyckmans Eindredactie: Paul Catteeuw Druk: Editoo, Erpe-Mere Verantwoordelijke uitgever: Paul Catteeuw, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2023 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): minimum 20 euro. Te betalen op rekeningnummer BE77 4155-0442-2142 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen 2023”. Het IBAN-kenmerk is KREDBEBB. Voor een los nummer kost 5 euro Gelieve eventuele adresveranderingen zo snel mogelijk aan ons mee te delen. Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com
Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, BE-2550 Kontich www.museumkontich.be