Skip to main content

Reineringen - 2024 (15/4)

Page 1

Reineringen

Duive

nstraat 22

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich Verschijnt driemaandelijks • Jaargang 15, nummer 4 (oktober - december 2024)

I

Voorwoord

lse Van Weert boog zich over een stapel menukaarten die bewijzen dat feestelijk smullen van alle tijden is. Menukaarten schrijven en laten drukken, in welke taal dan ook, gebeurde niet enkel ter informatie van de disgenoten, maar wellicht ook om indruk te maken op de aanwezigen. Zelfs de namen van de gasten bij een banket verschenen vaak op deze kaarten, waarbij ze ook meteen de zitplaatsen bepaalden. Onze spoorwegspecialist Joseph Van Olmen stuitte op een aantal brieven van lokale bestuurders en politici die rond 1930 al de stiefmoederlijke behandeling van Kontich en omgeving door de NMBS aan de kaak stelden. Mensen in de kou laten staan, sporen opbreken of verbindingen opdelen: het lijkt duidelijk vanuit Brussel een gebruikelijke bezigheid te zijn geweest. Ook De Lijn is helaas ook in dit bedje ziek. Chris Claes mijmert bij het terugvinden van een poësiealbum uit vervlogen tijden over deze getuigenissen van kinder- en jeugdvriendschappen. Nalatenschappen van overleden familieleden voeren ons, bij het opruimen van hun woning, vaak terug naar de Tweede Wereldoorlog. Dit blijkt onder meer uit de foto’s van Guido Theys. Zeer belangrijk en interessant blijft ook een getuigenis van Susan Hamlyn, door Paul Catteeuw uit het Willy Katzenstein Engels vertaald. Wij mochten Susan ontvangen en beluisteren in Kontich tijdens haar uiteenzetting voor onze kringleden. Op uitnodiging van de Gemeentelijke Erfgoedraad Kontich schetste onze voorzitter een duidelijk beeld van haar grootvader Willy Katzenstein. Zijn optreden als ‘Ortskommandant’ in Kontich tijdens de Grote Oorlog kwam uitgebreid aan bod, evenals zijn wedervaren als joodse Duitser die later met zijn vrouw en kinderen naar Engeland vluchtte. Tot slot besteden we aandacht aan het overlijden van Maria Jennis in Kontich-Kazerne, op de gezegende leeftijd van 102 jaar. Bij de jaarwende naar 2025 wensen wij alle lezers van ons tijdschrift ‘Reineringen’ een goede gezondheid en veel leesplezier bij het lezen van deze bijdragen van onze redactieleden en gastauteurs. De redactie


MENUKAARTEN OM VAN TE SNOEPEN EEN CADEAUTJE UIT LINT

Vorig jaar schonk een lid van de heemkundige kring Eugeen Goeyvaerts aan onze kring vijf oude menukaarten. Het bleken menukaarten van jaarlijkse banketten van de Royal Auto-Moto-Club Contich 1911 uit de jaren dertig van de vorige eeuw. Eerder hadden wij in verschillende jaargangen van de Kontichse Gazet aankondigingen voor deze eetfestijnen gelezen.

De menukaarten van de Auto-Motoclub Contich

Met de bedoeling ze aan de verzameling toe te voegen werd de doos met het opschrift ‘Oude menukaarten’ van onder het stof gehaald. En zo werd die vergeten doos met honderden menukaarten herontdekt. Het merendeel van die menukaarten werd verzameld door Jozef Van Herck, de stichter van onze heemkundige kring. Als deken werd hij vaak uitgenodigd aan de dis. Dat weten we omdat in die tijd de menukaarten werden gepersonaliseerd. Zo wist de genodigde waar hij of zij mocht plaatsnemen. En zo werd mijn belangstelling voor de menukaart gewekt.

LEKKER FEESTEN IS VAN ALLE TIJDEN

Een gepersonaliseerde, met de hand geschreven en geschilderde menukaart, bedoeld voor Deken Jozef Van Herck

Lekker tafelen, wie houdt daar niet van? Het vormt een van de grote geneugten van het leven. Belangrijke gebeurtenissen werden en worden met een feestelijke maaltijd gevierd. Een huwelijk, een doopsel, een communie, een verjaardag, een jubileum, de herinnering aan een gedenkwaardige gebeurtenis, het bezoek van een verre vriend, en ga zo maar door. Stuk voor stuk redenen

om de feesttafel te dekken en de gasten te verwennen. Aan welke culinaire verwennerijen in lang vervlogen tijden de uitverkoren gasten zich te goed konden doen, kunnen we te weten komen uit oude receptenboeken, opsommingen van de aankopen voor feestmaaltijden, oude schilderijen en getuigenverslagen. Maar ook uit menukaarten. Jammer genoeg zijn vele van deze geschreven of gedrukte kaarten niet bewaard gebleven of ... waren ze (nog) niet in gebruik. De oudste menukaarten die zijn teruggevonden, dateren van de tweede helft van de vijftiende eeuw. Toen werd dit echter nog niet zo genoemd. Het woord ‘menu’, een leenwoord uit het Frans dat verwees naar ‘klein’, in de betekenis van ‘spijskaart’ werd voor het eerst aangetroffen op een kaart uit 1865.

en

ng

eri

in Re .4 15

2

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Ten tijde van de Perzen kregen de gasten, gelegen op aanligbedden aan de tafel, kleine met was bestreken plankjes aangereikt. Daarin stond gegrift wat er zou worden gegeten. Gelukkig maar werden er ook ooggetuigenverslagen opgetekend van enkele prestigieuze banketten, georganiseerd door de hogere klasse. Zo weten we dat hertog Filips de Goede in 1445 het kruim van de Bourgondische adel op een imposant feest met een overvloedig buffet trakteerde. Dat hij daarvoor een enorm aantal schragen en tafels had moeten laten aanrukken is af te leiden uit de indrukwekkende lijst van ingrediënten die voor deze schranspartij werden aangeleverd. Dat deze extravagante uitspatting een fortuin moet hebben gekost staat buiten kijf. (Noot: Iedereen kent wel de uitdrukking ‘ leven als een Bourgondiër’. Ze is afgeleid uit deze levensstijl van de Bourgondiërs van weleer, waarin genieten, o.a. lekker en uitgebreid eten, centraal stond.)

INDRUK MAKEN OP DE GASTEN

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

De sociale achtergrond en de welgesteldheid van de gastheer waren veelal bepalend voor het aantal genodigden en de omvang en de aard van de aangeboden gerechten. Al spaarden ook vele minder gefortuneerden geld noch moeite om hun gasten met een uitgebreide feestdis te imponeren. Gastvrijheid en vrijgevigheid met als verdoken bedoeling indruk te maken op en meer aanzien te bekomen bij de genodigden. En daarin werd soms ver gegaan, of beter gezegd buitensporig ver. Hoe meer gasten, hoe meer gangen, hoe exclusiever de gerechten met bijhorende wijnen en digestieven, hoe oogverblindender de feestlocatie en de fraai gedekte tafels en hoe vermakelijker de randanimatie, des te hoger de gastheer in aanzien steeg bij ieder die het geluk had aan het festijn te mogen deelnemen. De adel bevestigde zo zijn invloedrijke maatschappelijke positie, net als zijn welstand en exquise smaak. Zo werden sociale grenzen afgebakend. In de late middeleeuwen kwamen er bij de adel soms wel héél excentrieke pronkgerechten op tafel. Pronkgerechten, de naam verraadt het al: indrukwekkend uitziende spijzen met als doel ermee te pronken en zo de gasten te imponeren. Om enkele voorbeelden te geven: David Teniers de Jonge: ‘Keukentafereel’, 1644. een eetbaar vogelhuisje waar, als men het aansneed, echte Mauritshuis, Den Haag vogels uitkwamen. Een kop van een wildzwijn met een appel in zijn muil en bloemen aan de slagtanden. Varkens, kalveren en herten werden bij banketten soms gebraden en in hun geheel opgediend, met vaak als verrassing een vulling van een ander dier in de buikholte. In de middeleeuwen at men grote siervogels zoals zwanen, ooievaars, kraanvogels en pauwen. Het was ook populair om deze mooie vogels voorzichtig van hun jasje te ontdoen, het vlees te bereiden aan het spit en dit vervolgens zorgvuldig weer terug te plaatsen in de vogel. Vaak werd de vogel ook nog voorzien van vuurwerk in de snavel en allerlei versieringen op zijn kop. Eenmaal op tafel leek het alsof er een levend dier op de serveerschaal zat. De aanblik van de exclusief gedecoreerde en imposante feestdis was vaak belangrijker dan de smaak van de gerechten. In de loop van de zestiende eeuw begon men stilaan de smaak boven het uitzicht van de gerechten te verkiezen. Men durfde toe te geven dat siervogels eigenlijk helemaal niet zo lekker smaakten en langzaam maar zeker verdwenen ze van het menu. De grote decoratieve vogels werden vervangen door kleinere vogels die men lekkerder vond. Dat waren onder anderen lijsters, leeuweriken, watersnippen en dergelijke. Wat men wél bleef doen was “Banket met pauw” 15e eeuw (kunstenaar niet bekend) de paté van fazant en andere kleinere fraaie vogels versieren met de gevederde kop en staart van deze dieren.

3


ENTERTAINMENT ZONDER GRENZEN

Het gebeurde ook dat de gasten tussen de verschillende gerechten door onderhoudende acts te zien kregen. Dat konden toneelstukjes zijn of er kwamen narren of muzikanten optreden. Ook de koks haalden trucs uit die leidden tot de nodige verbazing en hilariteit aan tafel. Een goed voorbeeld hiervan zijn de fopgerechten. Zo kwam het voor dat de koks gebraden kippenvlees bij elkaar persten in de vorm van fruit of vis. Zij beschilderden het vlees dan zeer gedetailleerd in met natuurlijke kleurstoffen, waardoor het daadwerkelijk op vers fruit of vis leek. Bij het aansnijden en eten van deze fopgerechten kon de pret dus niet op! De feesttafels werden vaak ook opgesmukt met dingen die niet dienden op opgegeten te worden maar enkel tot doel hadden het geheel indrukwekkender te doen ogen. Er werd soms exotisch fruit op tafel gezet dat enkel diende als decoratie, en niet om op te eten. Zo werden er bijvoorbeeld ananassen verhuurd als versiering. In de opsmuk van de tafels en de feestlocatie en de presentatie van de gerechten ging men soms extreem ver. Het waren vaak ware spektakels, staaltjes van vernuftige creativiteit die zelfs in die tijd hun weerga niet kenden. Een voorbeeldje. In 1545 werd in Binche, in het jachtslot van landvoogdes Maria van Hongarije een banket ingericht ter ere van de komst van haar neef, kroonprins Philips uit Spanje. Uit een getuigenverslag: “De keizer, de koninginnen, de prins, de dames en de ridders stonden rond de balustrade (..) tot plots alles donker werd en het zo natuurgetrouw begon te bliksemen en te donderen dat de toeschouwers met stomheid werden geslagen; daarop begon het suikerbonen te hagelen en oranjebloesem-, roze- en andere zacht geurende parfumdruppels te regenen. Te midden van het gebliksem kwam vanuit de hemel een tafel naar beneden (…) bedekt met exclusief tafellinnen (…). De gerechten waren opgediend in porseleinen vaatwerk met bovenop diverse soorten sukade; een uitzonderlijke keuze aan vruchten (..). Nadat de dames ze oordeelkundig hadden geproefd, verdween de tafel. Het donderen en bliksemen herhaalde zich en telkens kwamen er nieuwe, rijk gedekte eettafels omlaag. De tweede tafel was bedekt met grandioze kristallen schalen en teilen, gevuld met de meest exquise confituren, hoorntjes in allerlei kleuren. En de derde tafel had in het midden een rots in kandijsuiker waarop vijf laurierbomen stonden met vergulde en verzilverde bladeren, waaraan suikervruchten groeiden en kleurige zijden vlaggetjes stonden met het wapen van elke staat. In het midden zat een levend eekhoorntje vast aan een ketting. Uit een waterrots, gehouwen uit de tegenoverstaande muur en omgeven door koralen en groen stroomde excellente wijnen. Tussen de koraaltakken groeiden bloemen en kropen hagedissen, schildpadden en slangen.” Je zou van minder onder de indruk zijn.

OP ZIJN FRANS OF OP ZIJN RUSSISCH?

Lange tijd werden de schotels allemaal samen en op hetzelfde moment op tafel gezet. ‘Service à la Française’. Vergelijkbaar met de buffetvorm zoals wij die nu nog kennen. Het gevolg was dat het eten vaak stond koud te worden op de tafels. De gasten konden zelf kiezen wat ze wel of niet aten en het was dan ook niet de bedoeling dat iedereen van alle gerechten of eten zou proeven. In de loop van de achttiende eeuw kregen de eettafels stilaan een ander aanzien en werd het de gewoonte om de gerechten in verschillende ‘gangen’ (het woord is afgeleid van het ‘tussen de tafels gaan’) te serveren. Deze Russische wijze van eten werd ‘à la Russe’ genoemd. En het voordeel was dat het eten nu warm kon worden opgediend. De diners van de gegoede klasse telden gemiddeld tussen de tien en de twintig gangen. Ook kwam er een smaakvolgorde in het eten, van fris, hartig en pikant tot het zoete toetje. Tijdens zo’n feestelijk diner was soep vooraf gebruikelijk, maar steeds vaker werd ook gestart met ‘hors-d’oeuvres’. Dat zijn koude hapjes zoals oesters of kaviaar. Vervolgens wisselden gevogelte, vis, wild en groentegerechten elkaar af. Het diner werd vaak afgesloten met ijs, taart, vruchten, koffie en bonbons. Bij een lang menu werd ook wel eens halverwege een ijsgerecht geserveerd, zoals een sorbet, granita of spoom (met champagne overgoten sorbet), niet zelden op basis van sterke drank zoals kirsch of calvados. Men dacht dat dit de eetlust opnieuw zou aanwakkeren, wat hoogstwaarschijnlijk wel nodig was. Het gebeurde ook dat er bij een gangenmenu éen of meerdere buffetten werden ingelast. De gasten konden zich dan zelf naar een tafel begeven om een keuze te maken uit het aanbod dat hierop stond uitgestald. Deze combinatie wordt tegenwoordig soms nog gedaan. Een feestmaal dat bestaat uit verschillende gangen met op het einde een dessertbuffet heeft ieder van jullie waarschijnlijk al wel eens mogen meemaken.

OPKOMST VAN DE MENUKAART

.4 15

4

en

ng

eri

in Re

In de eerste helft van de negentiende eeuw was het gebruik van menukaarten op de feestdis erg in zwang geraakt. Adellijke en diplomatieke kringen brachten deze kaarten in de mode en het gebruik sijpelde door naar heel diverse feestelijkheden. Ook bij het gewonere volk dat al eens een feestje gaf, deden de menukaarten op tafel hun intrede. Daarop konden de gasten lezen wat ze te eten zouden gaan krijgen. Menu’s waren vaak, om niet te zeggen meestal, in het Frans geschreven. Dat was immers de voertaal van de adel en in de keuken. Het is dan ook “à la” dat er Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


gelekkertand, gesavoureerd, genoten en gebanketteerd werd. Dat deed men toen, maar doet men tegenwoordig nog steeds. Dus likkebaardde (en likkebaardt) men nog à la Béarnaise, à la Chambord, à la Niçoise, à la Basquaise, à la Périgord, à la Clermont, à la Caen, à la Toulouse, à la Périgueux. à l’Anglaise, à la Hongroise, à la Hollande, à la Tartare, à l’ Espagnole, à l’Indienne, à la Polonaise, à la Russe, à la Flamande. Voor ervaren of Franssprekende gasten was dit uiteraard geen probleem, zij wisten dat een ‘Potage à la Reine’ een koninginnesoep, oftewel blanke, gebonden soep was en een ‘Selle de chevreuil’ een hertenrug. Deze gerechten kwamen veel voor op menu’s. Gastheren van eenvoudiger komaf die zich wat chiquer wilden voordoen, lieten de gerechten uiteraard ook in het Frans op de kaart zetten. Ook al begrepen misschien niet al hun gasten wat hen in het Frans op de kaart werd beloofd, toch deed het de kwaliteit van de bereidingen, zelfs nog voor ze waren geserveerd en geproefd, naar een hoger level stijgen. Althans in de gedachten van de genodigden. Na afloop van het diner ging de menukaart over het algemeen als aandenken mee naar huis. Een bewijs dat je erbij was geweest maar ook om de afwezigen jaloers te maken. Dat is ook niet verwonderlijk want het waren vaak bijzondere menukaarten. Welgestelde gastheren zagen ook hierin een kans om hun gasten te overtuigen van hun verfijnde kunstzinnige smaak en hun welvarendheid. Zo waren er porseleinen kaarten en kartonnen kaarten die gepolierd waren met lood en zink. Er waren met de hand beschilderde en in een sierlijk kalligrafisch handschrift beschreven kaarten. Kaarten verfraaid met buitengewoon verfijnd knip- en uitsnijwerk. Er waren er die beschilderd waren met goudverf of zelfs belegd met goudschilfers. Sommige kaarten waren echte kunstwerkjes. Vaak refereerde de afbeelding of tekst op de voorkant aan de reden voor de feestmaaltijd. Men zocht dan een tekenaar op om met kennis van zaken en de met “smaak” opgestelde spijskaart een aantrekkelijke aanblik te geven of men koos bij de drukker naar een gepaste afbeelding. Niet zelden werden replica’s van beroemde of populaire schilderijen, etsen of litho’s gebruikt om de kaarten te verfraaien. Soms sierde een opgesmukte foto van de feesteling(en) de voorzijde. Het drukken van menu’s zorgde dan ook voor een groot aandeel in de inkomsten van de drukkers van weleer. Bij wijze van reclame zagen ze er geen graten in hun naam in kleine letters te vermelden onderaan de in hun atelier gedrukte kaarten.

MENUKAARTEN UIT KONTICH EN OMSTREKEN

De oude menukaarten die in ons documentatiecentrum te vinden zijn en waarvan het oudste exemplaar van 1882 dateert, gunnen ons een blik op de eettafels uit onze contreien van lang geleden. Ik laat jullie hierbij graag meegenieten van enkele bijzondere kaarten uit onze verzameling. Wat opvalt, onze voorouders beschikten over een groot appetijt. Wie schotelt zijn gasten tegenwoordig nog een menu van tien gangen voor? Ik betwijfel of we dat nog op zouden krijgen. Ilse Van Weert Bronnen: “De kunst van het tafelen” (Thera Coppens Catalogus Amsterdam 2003) “Born 1989” (Beernaert et al. 2002), “Overzicht van tweehonderd jaar menukaarten in Oostendse De Plate” (Edwin Fontaine), “Feestmenu’s rond 1900” (Vera Weterings, Museum Willet Holthuysen Amsterdam), “Wikipedia”, “GeschiedenisBeleven: van hof tot taveerne. Uitbundig tafelen in de kunst” (Roland Gieles)

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

De prijs voor de meest humoristische menukaart gaat ontegensprekelijk naar deze van het eerste communiefeest van René Geeraert in 1924! Omdat de originele, handgeschreven tekst niet erg leesbaar is staat de overgetypte versie ernaast.

5


Qua originaliteit kan deze menukaart zeker tellen! Voor elke gang van het “Feestmaal van de Vlaamsche Conferentie der Balie” in 1893 werd een speelkaart ontworpen waarop te lezen staat wat er zou worden opgediend. Deze werden dan in de juiste volgorde aan mekaar bevestigd tot een boekje.

Dit bruidspaar uit Contich bedacht zijn gasten in 1882 met deze fraaie menukaart.

Een menu uit 1975 in rijmvorm, ter gelegenheid van een priesterjubileum.

Met deze prachtige uitgesneden, in het Frans opgestelde en goed gevulde menukaart hebben de ouders van eerstecommunicant Maria Hofman in 1901 ongetwijfeld indruk gemaakt op hun gasten.

.4 15

6

en

ng

eri

in Re

Een mooie, met goudverf gedecoreerde menukaart ter gelegenheid van de priesterwijding en eerste mis van Augustinus Van Reeth in 1895. Hij was lange tijd onderpastoor en pastoor in Hove.

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


In december 1891 hielden de leden van de harmonievereniging VREDE EN VERMAAK een banket. Hoogstwaarschijnlijk hun allereerste, vermits deze vereniging in datzelfde jaar was opgericht.

Voorzijde van de menukaart van het feestmaal ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Trientje Stevens. Zij kreeg in Kontich een prachtige viering met optocht door de straten.

O

Dat de genodigden van het trouwfeest van de grootouders van kringlid Agnes Dehandschutter niet met een grommende maag huiswaarts moesten keren is overduidelijk.

Mathil Jennis overleden

p vrijdag 25 oktober 2024 overleed Mathil Jennis, een van de oudste inwoners van Kontich-Kazerne. Zij werd maar liefst 102 jaar. Ter gelegenheid van haar honderdste verjaardag verscheen haar levensverhaal in Reineringen. Zij was de zorgzame moeder van een prachtig gezin van acht kinderen. Ze was in 1922 in de Scheihagenstraat geboren en woonde het grootste deel van haar leven in de Duffelshoek, naast de Groene Wandeling, waar ze de boerderij en haar huishouden beredderde. Zij was een sociale, optimistische, levenslustige en hardwerkende vrouw. Een afgeladen volle kerk op haar uitvaart bewees dat ze door velen gekend en geliefd was en in hun herinnering zal blijven voortleven.

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

Ilse Van Weert

7


DE STIEFMOEDERLIJKE BEHANDELING VAN KONTICH DOOR DE BELGISCHE SPOORWEGEN IN DE JAREN TWINTIG EN DERTIG VAN DE VORIGE EEUW

Z

oals in vroegere artikels in Reineringen al werd aangehaald, beschikten de inwoners van het centrum van Kontich vóór de Eerste Wereldoorlog over goede treinverbindingen vanuit het station Kontich-Dorp. Het station bevond zich aan de huidige Spoorwegstraat, op het einde van de Molenstraat. Het lag op de spoorlijn Gent – Dendermonde – Puurs – Boom – Reet – Kontich-Dorp – Edegem – Oude-God – Antwerpen-Centraal (tabel 52 van het spoorboekje). De vrij hoge frequentie van de treinen en de korte reistijd naar/van Antwerpen-Centraal trokken heel wat reizigers aan. In Kontich-Dorp stopten in 1914 op een weekdag 25 treinen met bestemming AntwerpenCentraal of Boom (en verder). Een treinrit van Kontich-Dorp naar Antwerpen-Centraal duurde gemiddeld slechts 23 minuten! Na de Eerste Wereldoorlog besliste men echter om het aantal treinen tussen Boom en Antwerpen-Centraal via Kontich-Dorp te verminderen en bijna alle nog resterende treinen vanuit Oude-God om te leiden naar AntwerpenZuid (H/T) via de ‘fortenspoorlijn’ Oude-God – Wilrijk. De beslissing werd genomen wegens capaciteitsproblemen in het station Antwerpen-Centraal en het drukke treinverkeer op lijn 25, de hoofdlijn van Brussel-Noord naar Antwerpen-Centraal. Dit betekende een enorme verslechtering van de dienstverlening. Het eindstation Antwerpen-Zuid lag excentrisch ten opzichte van het stadscentrum en was voor veel reizigers geen aantrekkelijke eindbestemming. Reizigers uit KleinBrabant, Boom, Reet, Kontich-Dorp en Edegem, die vroeger een rechtstreekse en snelle verbinding met AntwerpenCentraal hadden en die dit station nog steeds als eindbestemming verkozen, moesten nu in Oude-God overstappen op stoptreinen van de hoofdlijn Brussel-Noord – Antwerpen-Centraal. Naast een oncomfortabele overstap en overvolle treinen tussen Oude-God en Antwerpen-Centraal betekende dit ook een langere reistijd. Verschillende gemeentebesturen protesteerden hiertegen. Volksvertegenwoordigers stelden in het parlement vragen aan de bevoegde minister, er werden ‘actie-comiteiten’ opgericht die petities indienden en er verschenen kritische artikels in diverse kranten en andere bladen. Alle initiatieven bleven echter zonder succes. In een brief van 22 juli 1924, gericht aan de bevoegde minister, doet het gemeentebestuur van Kontich een aantal voorstellen om de dienstverlening te verbeteren (uittreksels):

“(…) Willende van deze gelegenheid gebruik maken, zoo zyn wy eerbiediglyk zoo vry de hiernavermelde wyzigingen en verbeteringen aan de uurtafel der reizigerstreinen in doortocht te Contich Dorp aan het Beheer voor te stellen met dringend verzoek een gunstig en voordeelig gevolg daaraan te geven. Voorafgaandelyk dient hier aangemerkt dat de gemeente Contich, kantonhoofdplaats, eene bevolking telt van 7250 inwoners, waarvan het meerendeel werklieden en bedienden die genoodzaakt zyn zich dagelyks voor werkaangelegenheden naar Antwerpen te begeven, het centrum van handel en nyverheid. Het is voor onze gemeente Contich eene levenskwestie een druk en doelmatig reizigersverkeer te hebben met voornoemde handelsmetropool en durven veronderstellen dat de tyd gekomen is de gebrekkige na-oorlogsche toestanden op de ruimen om plaats te maken voor het intensief verkeer van vóór den oorlog. Een referendum uitgeschreven tusschen de bedienden, werklieden, scholieren en andere standen der bevolking welke het treinenverkeer benuttigen heeft uitgewezen dat de volgende wyzigingen aan de thans in voege zynde uurtafel eenieder voldoening zou geven en eene volkomen en doelmatige oplossing zou daarstellen. Na deze enkele beschouwingen laten wy hiernaast de geopperde voorstellen volgen. (...) Indien in onze vorenstaande vraag herhaalde malen en gedurig de aansluiting van de treinen te Oude-God naar de Middenstatie wordt gevraagd, ligt de oorzaak daarvan besloten in het feit dat de reizigers van Contich van alle klassen en standen het centrum der stad Antwerpen voor reisdoel hebben en dit vooral voor bedienden en scholieren zonder uitzondering; daarenboven dient deze beschouwing aangevuld dat de werkplaatsen van de Contichsche werklieden ter stede gelegen zyn, niet op het Zuid, maar meestendeels in het centrum en een groot deel in het Noord-gedeelte der stad.”

.4 15

8

en

ng

eri

in Re

In 1929 vernamen de inwoners van Kontich dat de NMBS van plan was om het baanvak Kontich-Dorp – Edegem – Oude-God van de lijn Boom – Oude-God op te heffen, wat tot enorme protesten leidde. De afschaffing was volgens Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


de spoorwegdirectie nodig omdat de bestaande aansluiting van de lijn van Boom op de hoofdlijn Brussel-Noord – Antwerpen-Centraal in Oude-God moest verdwijnen. De hoofdlijn (lijn 25) moest namelijk ingegraven, verdubbeld en daarna ook geëlektrificeerd worden. Volksvertegenwoordiger Joris stelde hierover een vraag in de Kamer van Volksvertegenwoordigers: Vragen en antwoorden, Belgische Wetgevende Kamers, 28 februari 1929; vraag van den heer Joris, lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, 5 februari 1929, en het antwoord van de minister:

“Believe het den heer Minister mij te zeggen of het echt is dat de Nationale Maatschappij der Spoorwegen de afschaffing beslist heeft van de lijn Oude-God – Contich (Dorp) vanaf de bifurcatie ‘Mortsel Molen’ via Edeghem en tot Contich (Dorp) ? De Minister weet voorzeker dat dusdanige maatregel een groot getal inwoners van Contich, Edeghem en Mortsel van elk practisch verkeersmiddel met Antwerpen berooven zou. Het meerendeel dezer agglomeraties hebben in deze laatste jaren een groote uitbreiding genomen ingevolge het opbouwen aldaar van talrijke villa’s en tuinwijken, in hoofdzaak bewoond door handelaars en bedienden die alle dagen naar Antwerpen reizen. De afschaffing van bedoelde lijn zou zeer schadelijk zijn voor de belanghebbenden, des te meer daar volgens een ander ontwerp de statie van Oude-God eveneens zou verplaatst worden, zoodat de inwoners van de dichtst bijgelegen agglomeratie ongeveer twee kilometer van elke statie zouden verwijderd zijn en sommige andere agglomeraties 4 tot 5 kilometer van een spoorstatie zouden gelegen zijn. Acht de Minister niet dat er bij de Nationale Maatschappij dient aangedrongen te worden opdat zij op hare beslissing terugkome en de lijn Oude-God – Contich (Dorp) via Edeghem handhave?” Hier het antwoord van de minister (uittreksel): “(…) Het besluit, waarvan kwestie, is wel degelijk genomen bij gelegenheid van het opmaken der plannen voor daarstelling van het vierdubbel spoor op de lijn Mechelen – Antwerpen. Integendeel zal de lijn ContichDorp – Contich-Kazernen in voege komen. Bovendien zal eene nieuwe stopplaats Contich-Molenstraat opgericht worden op de rechtstreeksche lijn Boom – Antwerpen-Zuid om Contich en Edegem te bedienen. Een lokale dienst over Contich-Dorp en Contich-Kazernen zal ingesteld worden om de verbinding te verzekeren tusschen de streek van Boom en Lier en de aansluitingen met de lijn Brussel – Antwerpen. (…)” In het blad De Vrije Tribuun verscheen in 1929 een artikel, gewijd aan ‘De statie Contich-Dorp, een levensvraagstuk voor onze gemeente’ (uittreksels) (de juiste datum van het artikel is niet gekend)

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

Toen het baanvak Kontich-Dorp – Edegem – Oude-God (waar zich nu de Boniverlei bevindt) effectief was opgeheven en de opgebroken lijn Kontich-Dorp – Kontich-Kazernen terug was aangelegd, werden de treinen uit Boom vanaf oktober 1930 omgeleid naar Kontich-Kazernen, waar kon worden overgestapt op de treinen van de hoofdlijn Brussel-

.4

(…) Het beheer der maatschappij der Belgische Spoorwegen heeft een plan opgevat tot het oprichten van een statie op de rechtstreeksche lijn Boom – Antwerpen-Zuid en die de gemeenten Edegem en Contich zou bedienen. Zulke statie zou ten minste een drie kwartier uurs gelegen zijn van beide gemeenten. Dit is geen oplossing. Langs een anderen kant meldde men daarbij nog, dat het baanvak Contich-Dorp – Edegem – Oude-God eenvoudig zou afgeschaft worden. De statie Contich-Dorp zou behouden blijven, daar de opgebroken lijn Contich-Dorp – Contich-Kazernen terug zou herbouwd worden en rechtstreekse treinen tusschen Boom en Lier zouden ingericht worden. Er is geen enkele groote gemeente uit de omtrek van Antwerpen, die zoo stiefmoederlijk door het Beheer der Belgische Spoorwegen behandeld wordt als Contich. Wordt bovengenoemd plan uitgevoerd, wat zal het dan zijn ? Hoe zullen de honderden werklieden die van hier naar Oude-God gaan werken, bij Gevaert, op de Minerva, enz. te Oude-God geraken? Volgens de ontwerpers van het plan zou de verbinding gebeuren te Contich-Kazernen. Dit is onzin. Vooreerst, hoeveel treinen zullen er rijden tusschen Boom en Contich-Kazernen, om die honderden werklieden te vervoeren ? Nu rijden er vóór acht ure vier werkliedentreinen, en die zijn opgepropt. Al die werklieden moeten dan verbinding nemen op treinen die uit Mechelen en tusschenstations komen en waar zelfs geen plaatsken meer op te vinden is. Daarbij, we kunnen ons moeilijk voorstellen dat er vóór 8 ure reeds vier zulke treinen zouden rijden. (…) We hopen dat de Gemeentebesturen van Boom, Reeth, Contich en andere gemeenten op die lijnen gelegen, het mogelijke zullen doen om dit te vermijden, want dat ware voor onze werklieden een ware ramp. (…)”

9


Noord – Antwerpen-Centraal. De treinverbinding vanuit het centrum van Kontich naar Antwerpen-Centraal (en omgekeerd) verslechterde daardoor nog meer. Op de lijn Mechelen – Waarloos – Antwerpen-Zuid werd ‘ter compensatie’ een nieuwe stopplaats Contich-Molenstraat geopend, die echter ver van het centrum van Kontich gelegen was, ter hoogte van de huidige brug van de Groeningenlei over de autosnelweg E19. Ook in de buurtgemeenten interesseerde men zich voor de spoorwegproblemen in Kontich. Leden van een actiecomité dat in Mortsel ijverde voor het behoud van het station Oude-God gingen een kijkje nemen in ContichMolenstraat: Actie-Comiteit tot het Behoud van de Statie Oude-God – Verslag (1932/1933) (uittreksel)

“(…) Een zeer spijtig gebeuren was insgelijks het opdoeken van het baanvak Oude-God – Edeghem – Contich-Dorp. Die lijn werd zonder kik of mik opgebroken. Contich, een hoofdplaats van kanton en zeer belangrijke gemeente zit daar met een statie zonder treinen en met een wagon midden in ’t veld (°). Uit nieuwsgierigheid zijn wij er eens den trein gaan nemen en hebben onze handen in de lucht geslagen als wij daar, midden in de weiden, gansch in de diepte, en afgelegen van Contich-centrum den wagon zagen staan. Boom werd, met het opbreken van dit baanvak, zonder verbinding gezet met Antwerpen-Centraal. Langs Contich-Kazernen om kan men er een paar keer per dag geraken, maar ’t is al. En welke reis dan nog ! Globaal beschouwd gebeuren hier rond Antwerpen dingen die zouden beginnen doen veronderstellen dat ze den boel opzettelijk willen bederven!” (°) Het betreft hier de halte Contich-Molenstraat; blijkbaar had men daar de kast van een oude wagon of een oud rijtuig geplaatst die als schuilplaats diende voor de reizigers. De stopplaats Contich-Molenstraat (vanaf 1938 geschreven met een ‘K’) werd gesloten aan het begin van de Tweede Wereldoorlog en in oktober 1952 werd de spoorlijn Boom – Kontich-Dorp – Kontich-Kazernen afgeschaft. Sindsdien stoppen er in het centrum van de gemeente Kontich geen reizigerstreinen meer. Het resultaat van de stiefmoederlijke behandeling van de gemeente Kontich door de Belgische spoorwegen is bekend: in de jaren twintig en dertig ontstonden de autobuslijnen die nu nog altijd Kontich verbinden met Edegem, Mortsel en Antwerpen. In een rapport uit 1935 schrijft een ambtenaar van de NMBS defaitistisch: “De inwoners van Kontich hebben de spoorweg de rug toegedraaid. Ze maken gebruik van de nieuwe autobuslijnen. De bussen bedienen veel haltes en verlenen een betere dienst aan de reizigers dan de spoorwegen.”

en

ng

eri

in Re .4 15

10

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Het station Contich (Ouest) / Contich (West), begin 20ste eeuw. In 1903 wijzigde de benaming in Contich (Village)/Contich (Dorp) en vanaf 1938 werd de ‘C’ vervangen door een ‘K’. Er stopten reizigerstreinen van 23 januari 1876 tot 5 oktober 1952.

Jef Van Olmen

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

Bronnen: Archief NMBS (Train World Heritage) en Archief van de gemeente Kontich Vroegere artikels in Reineringen over de spoorwegen en autobussen in Kontich-Waarloos: 2011/3,5; 2011/4, 8; 2012/1,8; 2012/2, 6; 2013/3-4, 12; 2015/3, 8; 2015/3, 14; 2016/3, 10; 2016/4, 10; 2017/2, 10; 2017/3, 2; 2017/4, 2; 2018/3, 23; 2019/1, 12; 2019/4, 2 Meer informatie over de geschiedenis van de verdwenen spoorlijnen ten zuiden van Antwerpen en het voormalige station Antwerpen-Zuid kan u vinden op de archiefwebsite ‘Spoorse Zolder’ (https://www.tassignon.be/ trains/documentation/documentation.php#Antwerpen-Zuid; het volstaat ook om gewoon ‘Spoorse Zolder’ in te tikken in uw browser en daarna de rubriek ‘Sporen naar Antwerpen-Zuid’ te openen.

11


Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog

R

eineringen, jaargang 15, nr. 3, (p. 14) herinnerde aan van de bevrijding van onze gemeente. Ondertussen zijn bij de opruiming van het huis Coveliers een aantal foto’s opgedoken van die memorabele maandagnamiddag 4 september 1944. Het zijn beelden van opluchting en blijdschap. Ook het momentum voor het bestendigen van de macht werd in beeld gevat (foto op de pui van het gemeentehuis). Dit momentum staat ook afgedrukt in de ‘Kontich-Waarloos en de bevrijding – 1944-1994, destijds uitgegeven door de gemeente Kontich. Die brochure is een verkorte versie van de herinneringen die deken Van Herck optekende over de oorlogsjaren en de bevrijding. Een sfeerschepping, gebaseerd op een fragment uit die brochure. Tot in het centrum hoort men een rammelende vaart van auto’s op de Astridlaan. Er wordt gefluisterd dat het de auto’s van den Duits zijn, voorthollend op wielen zonder pneu. Het gerammel wordt nu een ruisen als van aanspoelende baren, een metalliek gekletter komt van over de steenweg. En dan begint de toegelopen massa plots te roepen: ze zijn daar!!! Met knarsende en piepende rupsbanden brult een imposante tank (30 ton…op kassei) het Gemeenteplein op. Vanuit het monster duiken een paar handen op, de vingers opengespalkt in een V. Een tweede tank duikt op, reeds met het luik van de geschutskoepel opengeklapt. De tankcommandant lacht de massa toe, zijn gelaat ziet er bruin en stoffig uit. Nu stromen ook jeeps en half-tracks toe, reeds getooid met bloemen en opschriften. De bevrijders moeten alsmaar handen drukken, ook van toegestoken kinderen. ‘Tommies, Français, Canadians’? Het zijn de pantsertroepen van het Royal Armoured Corps van generaal Dempsey die vanuit Boom onderweg zijn naar Antwerpen.

M3 – Half-Track – nr. 76 - Voor het gemeentehuis. Met krijt staan de namen van bevrijde gemeenten geschreven op het voertuig. Leve Engeland … Dit voertuig heeft alleszins een route over Vilvoorde en Mechelen gevolgd.

Een foto, van een andere fotograaf en vanop meer afstand genomen, staat op het voorblad van de brochure Kontich ‑ Waarloos en de bevrijding 1944 ‑ 1994.

.4 15

12

en

ng

eri

in Re

Erwin Van de Velde Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Jeep Willys, met kogelgaten in de voorruit

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

Het meisje op de schoot van een soldaat, zittend op een Sherman tank was…Mia Theys.

13


Volkstoeloop, blijdschap, met De Fortuin op de achtergrond.

Volkstoeloop, blijdschap, met de kerkgevel op de achtergrond.

en

ng

eri

in Re .4 15

14

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Shermantank op het Gemeenteplein

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

Burgemeester Dr. E. Geerts en andere notabelen, verzameld op de pui van het gemeentehuis.

15


De poëzie van poëziealbums

M

.4 15

16

en

ng

eri

in Re

ag ik het even over poëzie hebben. Niet in de betekenis van de kunst van het dichten of de verzamelnaam voor gedichten en verzen. Zeg ik het beter wanneer ik schrijf, ik wil het even hebben over “de poëzie”, het tekenalbum dat je als kind ontving bij de eerste communie om plaatjes, versjes en tekeningen van vrienden, familie en kennissen te vergaren: in juist Nederlands het poëziealbum of in kindertaal het poesiealbum, maar door iedereen hier te lande gewoon poëzie genoemd. Een geschenk met een doe-opdracht en, in mijn hoedanigheid als snotneus, een héle opdracht. Een fraai ingebonden album, vol met lege bladen, wachtend of smachtend naar de kunstzinnige expressies en intieme ontboezemingen. Te vullen met schrijfsels en tekeningen als aandenken aan je eigen persoontje. Ik startte bij mijn moeder, denk ik, dan mijn vader, mijn vrienden en mijn zussen. Ze waren met zijn drieën, eentje wat ouder en de twee anderen heel wat jonger. Hierdoor mondde dat laatste gegeven uit in wat gekriebel en geveeg, waarschijnlijk tot mijn grote ergernis, en tegelijkertijd een veeg teken voor de grandeur die ik voor ogen had. Achteraf – nu dus – heeft dat toch niet veel voeten in de aarde gehad, want heel veel werd er niet meer bijgetekend. Ik was duidelijk te jong voor de opdracht. Ongetwijfeld ondergingen vele poëziealbums van tijdsgenoten hetzelfde lot. De lege pagina’s hebben nog enkele jaren gelonkt en werden door mijn eigen krabbels, droedels en verzinsels van twijfelachtig poëtische aard beklad. Vele pagina’s bleven blanco. Naar aanleiding van een familiebezoek uit England kwam het onderwerp poëziealbum ter sprake. Mijn echtgenote diepte prompt het exemplaar van mijn schoonmoeder op. Ik wist zelfs niet dat we het hadden! Het exemplaar, met zware kaft in halfvergaan bewerkt karton in reliëf met een vaag goudmotief en gescheurde vouw, was binnenin wél rijkelijk met kleursels en rijmpjes versierd. Bovendien nog volgeschreven ook. Het eerste plaatje is van 4 januari 1944. In of beter vlak na de oorlogstijd. Hoe zit dat nu, mijn schoonmoeder moet dan al een twintiger zijn geweest? Zelfs haar kinderen komen achteraan in het album voor en ook daar slaan de krabbelaars toe. Vergeef het hen, ze wisten toen nog niet wat ze deden. Dit album hoorde dus toe aan een jongvolwassene. Verklaart dit ook waarom mijn falen in de opdracht niet eens zo verwonderlijk was? Achteloos bladerend door dit erfstuk, tot de aandacht wordt getrokken door een Engelstalig schrijfsel van ene Alfred Clenes met de boodschap – Forever indebted to you, from a very gratefull Tommy (inclusief spelfout). De datums op de pagina’s liegen er niet om. Dit zijn de pennentrekken van een soldaat van de British Liberation Front, waarschijnlijk even jong als de geadresseerde. Hij trok terug naar huis. Zo waren er in het album nog meer. Enkelen schreven zelfs in het Frans, al begrijp ik niet waarom. Beschimmeld door het oorlogsgeweld, zien ze eindelijk verheugd dat de ellende eindigt. From France we came in June, … and the sunny smiles from the Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Contich people. Tommy’s keren huiswaarts en laten groeten na. Sommigen van hen schreven een traan weg, een hoopvolle wens en wie weet een deel hartenpijn. Ik heb het mijn schoonmoeder nooit kunnen vragen, omdat ik niet wist dat ze dit poëziealbum had. Ik ben er zeker van dat er in Kontich nog te vinden zijn, met tekeningen voor betere tijden, verloren gelegd en onder het stof of gekoesterd om meer sentimentele redenen. Van onze Vlaamse meisjes trokken enkelen mee “naar huis”, een hoopvol leven tegemoet. Tenminste, dat hopen we. Sommigen kwamen van een kale reis thuis en daarna was het een gesloten boek. Tijd leerde dat “wishes” voorwaardelijk zijn en niet onvoorwaardelijk. We kunnen enkel nog lezen en fantaseren bij wat zij in het poëziealbum achterlieten. So long, Tommy, we’ll meet again, don’t know where, don’t know when … for all the things you’ve done. So long, Tommy, so long. We send you all our wishes. Chris Claes

Het dilemma van Willy Katzenstein, een joodse Duitser Lezing 13 november 2024

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

M

ogelijk doet de naam Willy Katzenstein een lampje branden. In het Informatieblad van onze gemeente (2021/9) werd reeds een sluier gelicht over de Kontichse periode van de gewezen Ortskommandant. Wat de lezer daarvan bijblijft is het ongelofelijke toeval hoe dit verhaal bij ons bekend werd. Ondertussen zijn meer contacten, feiten en soms vermoedens, opgedoken. Dermate dat de Gemeentelijke Erfgoedraad (GER) ertoe kon worden bewogen een lezing te organiseren. En wie was daarvoor meer geschikt dan Paul Catteeuw, gewezen docent interculturele communicatie aan de Karel de Grote Hogeschool en voorzitter van onze kring, ooit student Germaanse filologie aan de KUL. Als voorzitter van de GER opende Kris Peeters de avond. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om een warme oproep te lanceren – eerlang wordt de samenstelling van de Erfgoedraad immers vernieuwd. Nieuwe (kandidaat-)leden zijn dus meer dan welkom (https://www.uitinkontich.be/cultuur/erfgoed/ erfgoedraad). Voor 2025 worden alvast twee lezingen in het vooruitzicht gesteld: een lezing over de ‘Verwezenlijkingen op het vlak van DNA – invloed op onze geschiedenis’ (prof. dr. Maarten Larmuseau) en een tweede lezing over de ‘Verdere uitdieping van de collaboratie (em. prof. dr. Bruno De Wever)’. En terwijl een verkouden Paul Catteeuw met wat schorre stem het woord nam, struinde de huiskat van het Cultuurhuis Altena op haar gemak over het podium. Of hoe vat je de aandacht van je publiek?

17


.4 15

18

en

ng

eri

in Re

Het verhaal begint met een e-mail van Janet Dean aan de Kring. Op Sinterklaas 2020 krijgt Paul Catteeuw een e-mail van Janet Dean. De trouwe lezer herinnert zich vast dat zij de kleindochter is van Margriet Ballegeer, Kontichse spionne tijdens de Eerste Wereldoorlog. Haar e-mail begint als volgt: ‘I had an email a couple of days ago out of the blue from a woman who had found me through the publisher of my book about Margriet’. Dat bericht aan Janet Dean komt van ene Susan Hamlyn, een lerares Engels uit Londen. Tijdens de Corona-epidemie is er veel vrije tijd. Op vraag van haar Londense moeder ruimt Susan de kasten op en ontdekt er een stapel paperassen van haar grootvader Willy Katzenstein: een autobiografie, een September 1914 – onderofficier Willy Katzenstein (derde van dagboek over de Eerste Wereldoorlog en foto’s en rechts staand) briefkaarten, deels over Kontich. Daaruit blijkt dat haar grootvader Willy tijdens de Eerste Wereldoorlog een jaar als Ortskommandant in Kontich heeft verbleven. Suzan gaat op onderzoek. Ze stoot op het boek ‘Spying in World War I. The true story of Margriet Ballegeer’ en komt zo in contact met Janet Dean en uiteindelijk met onze heemkundige kring. En wat het verhaal helemaal sterk maakt: toen Willy in Kontich was gestationeerd heeft hij Margriet Ballegeer tijdens haar proces bijgestaan als raadsman. De familie Katzenstein was een welgestelde joodse bankiersfamilie uit Bielefeld. Zoon Willy werd geboren in 1874. Twee jaar later volgde zus Klara. Willy zou rechten studeren en vestigde zich als zelfstandig jurist. Tijdens zijn legerdienst merkte hij dat er als jood geen bevordering inzat. Hoewel hij niet streng in de leer was, engageerde hij zich - als links-liberale jood – voor de joodse gemeenschap. Zo werd hij een bekende figuur in het culturele en economische leven van Bielefeld en Westfalen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog begeestert ook de joodse gemeenschap. Hij meldt zich en wordt ingelijfd bij het achtste huzarenregiment in Paderborn. Uit foto’s van die tijd blijkt dat veel van die huzaren al gezette vaderfiguren zijn. Onder het zingen van ‘Muss i denn zum Städtle hinaus’ vertrekt zijn eskadron in september– met paarden en al – naar België. (Zesenveertig jaar later zou Elvis Presley er nog een hitje mee hebben.) De sfeer op de trein slaat om wanneer ze België binnenrijden en verwoestingen zien. Eerst worden ze gekazerneerd in Brussel, waar het eskadron de taak krijgt om in te staan voor de ravitaillering. En die ravitaillering steunt op opeisingen. Willy promoveert ondertussen tot vice-wachtmeester, maar niet tot officier. En dat knaagt onderhuids. Toch verklaart hij (wan) toestanden en vijandige reacties vanuit Duits standpunt. Hij weet ook weinig of niets over de fronttoestand. Omdat vredesonderhandelingen steeds met een sisser aflopen, komt er met de jaren toch enige twijfel. Na overplaatsingen naar Waver, Genval en Boom komt hij als Ortskommandant in onze gemeente terecht. Hij neemt zijn intrek in de Mei 1915 – Huzaar Katzenstein ((zesde van links) verlaten woning van een gepensioneerd schoolhoofd, gelegen op de hoek van de Nieuwstraat en de Schoolstraat. Hij schrijft: ‘Het ziet er naar uit alsof de bewoners zijn vertrokken voor een korte reis’. Via zijn achtertuin kan hij naar zijn kantoor lopen. De doorgaans verlaten villa’s op de Antwerpsesteenweg worden betrokken door Duitse bataljons. Hij kent de villa ‘Rest and Be Thankful’, als ‘Villa Roelofs’ die dienstdoet als commandopost en officiersmess. Kontich bevalt hem, zeker in vergelijking met zijn vorige standplaats. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Villa Rest and Be Thankful (postkaart aan de familie Katzenstein in Bielefeld)

Begin 1917 wordt het opgerolde spionagenetwerk Henri Van Bergen berecht in het Antwerps Handelsinstituut (Korte Nieuwstraat, nu KU Leuven). Vierenzestig verdachten staan terecht, waaronder de oprichter en Margriet Ballegeer. Willy Katzenstein behoort tot de door de Duitse overheid toegewezen Beukenlaan verdedigers van de beklaagden. Tijdens het proces krijgt hij een zekere sympathie (of eerder begrip) voor de beklaagden. Het komt tot botsingen tussen rechtbank en de verdediging dermate dat de verdediging door de voorzitter van de rechtbank, erop worden gewezen dat zij in de eerste plaats Duitse officieren zijn. Eén van de verdachten doet nog een vurige oproep om patriottisme te erkennen als een prijzenswaardige deugd, maar het helpt (uiteraard) niet. Er worden zesentwintig doodsvonnissen uitgesproken, waaronder Henri en Margriet. Als plaatselijke commandant wordt Willy Katzenstein betrokken bij het gratieverzoek van Margriet. Haar doodstraf wordt omgezet in levenslange gevangenisstraf. Het feit dat haar vader, hoofdcommissaris Ballegeer, wordt verdacht van (stilzwijgende?) medehulp aan een Magdalenastraat diefstal op het gemeentehuis laat hij (wetend?) onvermeld.

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

Margriet Ballegeer en plaats van de gefusilleerden in Fort V in Edegem

19


Hij beschrijft de executie van de zes veroordeelde spionnen: Van Bergen, priester Moons, Jespers, Leroi, Nauwelaerts en Wattiez in detail. Tijdens het interbellum fungeert hij als jurist op sociale en economische thema’s. Tot zijn moeder sterft in 1920 heeft hij haar meer dan negenhonderd brieven of kaarten geschreven. Amper een jaar later ontmoet hij in het thans nog bestaande hotel Elephant in Weimar de liefde van zijn leven, Selma Zehden, een areligieuze zelfstandige vrouw. Uit hun huwelijk komen twee kinderen voort: Marianne (1922) Familie Katzenstein kort voor de emigratie in mei 1939 en Eva (1925). Eva zal later de moeder worden van Susan. Midden jaren 1920 nemen de anti-Joodse gevoelens hand over hand toe. Hij, als vlijtige Duitser die het IJzeren Kruis heeft gekregen, meent dat hij verschoond zal blijven. Maar in 1933 worden zijn kinderen niet meer toegelaten tot het gymnasium. Twee jaar later mag hij het ambt van notaris niet langer uitvoeren. Terugkeerders uit Buchenwald, gelegen nabij Weimar, geven hem inkijk en vragen hem om raad. Dit leidt tot zijn aanstelling in de Auswanderungberatungsstelle, een advieskantoor voor emigratie. In 1938 moet hij ook zijn werkzaamheden als jurist stopzetten. Kristallnacht en het afbranden van hun synagoge vormen een keerpunt. De sleutel werd per toeval gered omdat dochter Marianne soms het orgel mocht bespelen. Ze voelen zich niet langer veilig in Duitsland en dreigen hun fortuin te verliezen. Voorbereidingen voor een vlucht naar Engeland worden gemaakt. In mei 1939 worden hun kinderen met een kindertransport naar Engeland. En luttele weken later vluchten ook zij via Hamburg naar het Verenigd Koninkrijk. Ich ben ein German refugee There is no fatherland for me (W.K.)

Stolpersteine

In Londen zou hij verder immigranten helpen en zijn dagboek en autobiografie uitschrijven. In zijn dagboek voorziet hij al het Palestijnse probleem. De familie verkoopt handwerkjes om toch enig inkomen te hebben. Hij schrijft ook wat poëzie zoals ‘Mein Garten, Abschied – April 1939’ of de Emigrantensong. Hij overlijdt in 1951, 73 jaar oud. Selma volgt pas in 1975. In 2005 werden in Bielefeld een aantal Stolpersteine geplaatst, ter herinnering aan die duistere periode. Het slotwoord kwam onze burgemeester toe. Hij duidde hoe persoonlijke verhalen geschiedkundige gebeurtenissen levendig maken en dankte Paul Catteeuw voor zijn inzet en het publiek voor de talrijke opkomst. En de spreker? Die moest ’s anderendaags willens nillens zijn stem laten rusten. Rust roest. Of hoe we nooit op onze lauweren kunnen rusten als we een open samenleving veilig willen houden. Erwin Van de Velde

en

ng

eri

in Re .4 15

20

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


“Wat is het doel van uw bezoek?”

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

S

usan Hamlyn gebruikt artefacten die zijn meegebracht door haar gevluchte grootouders om licht te werpen op het leven in België bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Hier volgt haar verslag van een bezoek aan Kontich. “Wat is het doel van uw bezoek?”, vroeg de man bij de paspoortcontrole van Eurostar. Ik aarzelde. “Op familiebezoek?”, stelde hij behulpzaam voor, “vakantie?”. Mijn doel was moeilijk te omschrijven. Mijn kleine koffer, zorgvuldig gevuld met een extra overhemd, ondergoed, een nachtjapon en een tandenborstel, bevatte ook twee plastic mappen. Elke map bevatte 99 ansichtkaarten. Ik bracht ze naar een plaats die ik niet kende, voor een reden waarvan ik zeker wist dat de beambte geen tijd had om naar te luisteren. De plaats was Kontich – een dorp op ongeveer 30 minuten van Antwerpen, België. 110 jaar geleden, bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd mijn grootvader, een veertigjarige advocaat uit Bielefeld, Duitsland, opgeroepen voor de Landsturm, een tak van het Duitse leger, en naar België gestuurd als onderdeel van de bezettingsmacht. De Landsturm bestond uit de jongste rekruten en mannen tussen de 40 en 45 jaar. Het hart van mijn grootvader, Willy Katzenstein, lag bij filosofie, poëzie en het beklimmen van hoge bergen, maar als enige zoon van toegewijde ouders had hij voor een juridische carrière gekozen. Het toeval wilde dat hij van België hield. Hij had er heel wat vakanties doorgebracht. Hij hield gedurende de oorlog een dagboek bij. 292 getypte pagina’s die ik ontdekte in een kast met andere documenten, kort voor het overlijden van mijn 97-jarige moeder in 2022. Willy beschreef een vrij comfortabel leven – althans voor de Duitse officieren – hoewel hij, naarmate de oorlog vorderde, ook de toenemende ontberingen van zijn Belgische buren optekent. Evenals het occasionele en betreurenswaardige wangedrag van een van zijn medesoldaten: grafschennis, het verleiden van een meisje, zelfs onbeschoftheid tegenover een bakker of postmeester. Hij was een beschaafde man en in zijn vrije tijd bezocht hij de Antwerpse opera’s of de vele kerken. Hij kloeg erover als er een kerk werd verwoest door een bom – ongeacht van wie de bom kwam. Zijn langste verblijf was in Kontich – toen een klein plaatsje, grotendeels agrarisch, maar met een paar grote huizen, waarvan er bij zijn benoeming tot Ortskommandant één voor hem werd opgevorderd. Het streelde Willy’s ijdelheid dat hij goed overweg kon met de lokale bevolking, ondanks het feit dat hij hun kookpotten en landbouwgereedschap confisqueerde om munitie te vervaardigen. En inderdaad, als individu werd hij blijkbaar niet gehaat. Op een bepaald ogenblik arresteerde het Duitse leger 48 lokale “spionnen” die ze beschuldigden van hulp aan de vijand – door bijvoorbeeld gevangen soldaten heimelijk naar hun eigen eenheden terug te brengen. Willy, als advocaat, werd aangesteld om tijdens hun proces als verdediger op te treden. Zijn bevelvoerende officier herinnerde er hem wel aan dat hij weliswaar een gewetensvolle pleitbezorger moest zijn, maar dat hij in de eerste plaats een Duitse officier was. De leiders werden ter dood veroordeeld door een vuurpeloton, maar Willy diende een genadeverzoek in voor een meisje, genaamd Margriet Ballegeer. Haar vader was de plaatselijke politiechef en met wie hij een vriendschappelijke band had. Margriets straf werd omgezet in dwangarbeid. Tijdens de oorlog stuurde Willy ansichtkaarten naar zijn ouders in Bielefeld. Hij doet dit tweemaal per week tot hij in maart 1918 Kontich verlaat. De prentbriefkaarten tonen zijn makkers, te paard, met snorren en helmen, in zwaar versierde uniformen. Verder ook gebombardeerde gebouwen, groepen soldaten of landarbeiders, straten, kerken, meisjes. Alle kaarten hebben onleesbare boodschappen op de achterkant, ongetwijfeld passend onschuldig, maar van onschatbare waarde voor Belgische oorlogshistorici. Na zijn verblijf in Kontich wordt Willy voor het eerst naar het front gestuurd, waar zoveel soldaten zijn gesneuveld dat dan ook de oudste en jongste lichtingen nu in de directe wreedheid van de oorlog worden gegooid. Vanaf dat moment worden de dagboeknotities schaars en beknopt. Ze vermeldden enkele feitelijke ontsnappingen aan de dood, ook de dood van landgenoten naast hem. Wanneer mogelijk schrijft hij nog steeds een ansichtkaart naar huis. De ansichtkaarten waren zorgvuldig genummerd en werden duidelijk gekoesterd door zijn ouders. Er moeten er bijna 500 zijn geweest. Ze werden tot lang na hun dood gekoesterd, tot de nazivervolging Willy en mijn grootmoeder – hij trouwde uiteindelijk op 47-jarige leeftijd – in mei 1939 ertoe dreef halsoverkop hun bezittingen in te pakken en Duitsland te ontvluchten wegens nazivervolging. 198 van de ansichtkaarten behoorden tot de schaarse bezittingen die ze meenamen naar dit land. Willy was joods, hoewel hij in zijn dagboek van de Eerste Wereldoorlog geen enkele keer naar verwijst. Hij ontving tijdens de oorlog zelfs het IJzeren Kruis. Zijn Duits-zijn was de kern van zijn identiteit en het meest verafschuwde hij aan de nazi’s de ontheiliging van de Duitse cultuur en wetten.

21


De beambte wachtte nog steeds. “Het doel van uw bezoek?”, vroeg hij opnieuw. “Ik doe een gift aan een museum”, legde ik uit. “Enkele ansichtkaarten”. Hij keek me verbaasd aan, glimlachte vriendelijk en liet me door. Susan Hamlyn - Vertaling Paul Catteeuw

.4 15

22

en

ng

eri

in Re

AJR Journal- The Association of Jewish Refugees - Vol. 24, No. 10

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich


Beste abonnees op ons tijdschrift Reineringen, Het bestuur van de heemkring en de redactie van ons tijdschrift Reineringen wensen alle lezers en hun familie een gezond, veilig en deugddoend 2025. Vlak na de jaarwende sturen we u, zoals telkenjare het vierde en laatste nummer van jaargang 15 met een rits aan lezenswaardige artikels door, het resultaat van ons vrijwillig opzoekingswerk over Kontich. Als u verder in 2025 wil blijven genieten van 4 nieuwe nummers over Kontich vragen wij u vriendelijk om voor 2025 uw bijdrage te willen overschrijven, namelijk minstens €20,00 voor de nieuwe jaargang 16.Dit kan op rekeningnummer BE77 4155 0442 2142 van onze kring. Het spreekt vanzelf dat heel wat lezers, die hun abonnementsgeld voor 2025 reeds hebben overgeschreven, hiervoor hartelijk worden bedankt en al ingeschreven staan voor jaargang 16!

Activiteitenkalender Museum voor heem- en oudheidkunde Tijdens de wintermaanden december, januari en februari is het museum gesloten! Bezoek onze site www.museumkontich.be voor het recentste nieuws, alle activiteiten en de verhalen uit het gemeentelijk contactblad (Heemkundige sprokkelingen) of uit Kontich-Waarloos Vroeger en Nu. Ben je op zoek naar de oude nummers van Reineringen of publicaties die met Kontich te maken hebben? Surf dan gewoon naar www.issuu.com. Op deze webstek tik je bij zoeken gewoon “Reineringen” of “Kontich” in en je komt zo bij onze vroegere nummers terecht. Activiteitenkalender Lezingen in samenwerking met de Gemeentelijke Erfgoedraad in het Cultuurhuis Altena (tickets: uitwinkel@kontich.be): Dinsdag 6 mei te 20.00 uur HET DNA-VERHAAL van VLAANDEREN - Prof. dr. Maarten Larmuseau In deze lezing leer je meer over de nieuwe inzichten in onze geschiedenis, aan de hand van DNAonderzoek op archeologische vondsten in Vlaanderen, en wat er van die geschiedenis al dan niet in ons DNA aanwezig is. Cultuurhuis Altena - inkom 5€ - 03/450 78 31 - www.uitinkontich.be/DNA Abonnees van Reineringen – vrienden van het museum Graag houden we jullie op de hoogte van al onze activiteiten en publicaties. Dit is echter enkel mogelijk als u ons uw e-mailadres bezorgt via reineringen@gmail.com. Uiteraard kan u zich altijd laten uitschrijven op eenvoudig verzoek aan hetzelfde mailadres.

Re in

Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich

eri

ng

en

15

.4

Facebook Je vindt onze heemkundige kring nu ook op Facebook. We posten er op regelmatige basis foto’s uit de oude (en nieuwe doos). Enkele honderden mensen hebben de weg al gevonden. Hoe geraak je erbij? Zoek gewoon onder “Kontichse historische weetjes”. Ook op LinkedIn zijn we aanwezig. Daar vind je berichten i.v.m. de heemkundige kring. 23


Retouradres: Koninklijke Kring voor Heemkunde Duivenstraat 22 2550 KONTICH

Reineringen 15 (2024), 4 Driemaandelijks (Oktober - december 2024) Afgiftekantoor Herzele P 912187 - Herzele

INHOUDSTAFEL: Pagina 1 Voorwoord Pagina 2 Menukaarten om van te snoepen Pagina 7 Mathil Jennis overleden Pagina 8 De stiefmoederlijke behandeling van Kontich door de Belgische spoorwegen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw Pagina 12 Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog Pagina 16 De poëzie van poëziealbums Pagina 17 Het dilemma van Willy Katzenstein Pagina 21 “Wat is het doel van uw bezoek?” Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 15 (2024), 4 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Chris Claes, Erwin Van de Velde, Ilse Van Weert en Paul Wyckmans Eindredactie: Paul Catteeuw Druk: Editoo, Erpe-Mere Verantwoordelijke uitgever: Paul Catteeuw, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2024 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): minimum 20 euro. Te betalen op rekeningnummer BE77 4155-0442-2142 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen 2025”. Het IBAN-kenmerk is KREDBEBB. Een los nummer kost 5 euro. Gelieve eventuele adresveranderingen zo snel mogelijk aan ons mee te delen. Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com

Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, BE-2550 Kontich www.museumkontich.be


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Reineringen - 2024 (15/4) by Paul Catteeuw - Issuu