Reineringen
B
Duive
nstraat 22
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich Verschijnt driemaandelijks • Jaargang 15, nummer 3 (juli - september 2024)
Voorwoord
este lezer Mogen we u meevoeren op de tonen van Bart Peeters’ ‘Brood voor morgenvroeg’? Toen Kontich nog maar pakweg half zoveel inwoners telde als nu, verdiende een warme bakker met een relatief kleine klantenkring zijn kost. De klant vroeg nog niet naar glutenvrij brood. Nu zijn er alternatieven, zoals gesuikerde cornflakes. Tijd om de nog levende herinnering aan dit onder druk staande beroep op schrift te stellen, dacht onze voorzitter. In ‘Van de bakker geen kwaad woord’ lees je de neerslag van zijn gesprek met bakker op rust Guillaume aka Giljom Van linden. Luc Blommaerts herinnert aan de figuur van Jacques Van den Eynde, destijds bekend als letterzetter, drukker en verslag- en uitgever van de ‘Gazet van Kontich’. Nu wordt het woord letterzetter eerder geassocieerd met een bruine snuitkever dan met een ondertussen verdwenen beroep. Hij was ook niet te beroerd om scholen een rondleiding te geven in de drukkerij, met die bakken vol loden letters. Van het dagelijks brood van de bakker is het maar een sprongetje naar het gewijde brood. In Waarloos kent iedereen Rozeke van de pastoor. Rosalia Van Roie was jarenlang de toeverlaat van wijlen pastoor Geuns. Je zou haast denken dat haar hele leven zich in Waarloos heeft afgespeeld. Maar zij is ook jong geweest en zorgverlenende handen konden en kunnen overal worden gebruikt, tot zelfs in het schipperskwartier toe. Ilse van Weert zet haar met het artikel ‘Engelen bestaan!’ in de bloemetjes. Dit jaar wordt het einde van de Tweede Wereldoorlog herdacht, nu zo’n tachtig jaar geleden. Hoog tijd dus om wat nog rest aan herinneringen uit de eerste hand te noteren. Een mens beseft niet altijd welke (tanende) schat aan herinneringen de bewoners van de woonzorgcentra vormen. Maar de tijd dringt. In het artikel ‘Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog’ onderneemt Erwin Van de Velde daartoe een poging. Reineringen tracht de herinnering aan de bekende Kontichse edelsmid-ebenist Cornelius Marckx, levendig te houden. Paul Wyckmans schenkt ditmaal aandacht aan de restauratie van de communiebank van de SintBenedictuskerk te Mortsel, waarvan de zeven gietijzeren paneeltjes door hem blijken te zijn vervaardigd. In het najaar organiseert de Gemeentelijke Erfgoedraad een lezing omtrent de figuur van Willy Katzenstein, tijdens de Eerste Wereldoorlog Ortskommandant in Kontich. Zijn kleindochter Susan Hamlyn heeft onlangs aan onze gemeente een bezoek gebracht en een bijzondere schenking gedaan aan de Kring. Zij vertelde ook over het markante leven van haar grootmoeder Selma Zehden. Paul Catteeuw bericht over dit uitzonderlijke leven. Nog veel leesgenot. De redactie
L
Van de bakker geen kwaad woord Gesprek met Guillaume Van linden
aten we eens beginnen met een quizvraag: hoeveel warme bakkers zijn er nog in Kontich? Lees eerst gewoon verder en aan het einde van deze bijdrage krijg je van ons de juiste oplossing. We konden ons geen betere inleiding bedenken om in een deeltje van het naoorlogse Kontichse bakkersleven te duiken, toen er nog tien warme bakkers actief waren. In het voorjaar gingen we op bezoek bij Guillaume Van linden (Boom, 6/10/1939), voormalig bakker in Kontich. In gezelschap van broer Leo, die je op de eerste pagina als vijfjarige boven de triporteur van de vava ziet piepen. Het werd een gezellige babbel over hoe het vroeger was en hoe het nu is. In het Kontichs, waardoor ik als aangespoelde leerde dat het meervoud van brood in Kontich “broeës” is. Maar was het toen beter? Of net niet? Het begint eigenlijk allemaal met de kermis in juli 1950. Op dat ogenblik verhuist Rik – “onze va, maar gewoon gekend als den bakker” – naar Kontich. Als bakkersgast krijgt Rik de kans om de bakkerij van Vanderstappen op de hoek van de Magdalenastraat 4-6 tegenover de dekenij over te nemen met een maandelijkse huurovereenkomst. De elfjarige Guillaume, ‘Giljom’ voor de familie, verhuist mee van Boom naar Kontich en wordt al snel ingeschakeld in de bakkerij van vader. Het was van moeten, want Guillaume was de oudste. “Zo was het nu eenmaal, ik zou niet anders weten”, mijmert Guillaume. Zijn verste herinneringen in Kontich gaan terug naar het zesde leerjaar bij meester Heps in de jongensschool en daarna twee keer het achtste leerjaar, want hij mocht het zevende overslaan, omdat er anders niet genoeg leerlingen in het achtste waren. Een van zijn taken was het ophalen van de triporteur – de geëigende voorganger van de huidige bakfiets waarin nu kindjes worden vervoerd als waren het warme broodjes – in het Sint-Annarustoord (vandaag de Eglantier, Antwerpsesteenweg) om “den broodtoer” te doen. Een luxeleventje was het niet. Om halfvijf op en vader helpen in de bakkerij. Deeg klaarmaken in de “pétrin” of in de “mulle” (bakkerstrog), afwegen en laten opbollen. Tussen de middag van school naar huis en nog vlug drie klanten op de Groeningenlei met de fiets met mand voorop nog brood bezorgen. Elke dag van de week, 24/7 zouden ze nu zeggen. Ga er maar aan staan.
De pétrin van Giljom, nu in het Museum voor Heem- en Oudheidkunde
.3 15
2
en
ng
eri
in Re
Vrije tijd? Jawel … misdienaar en lid van de KAJ. En met de ziekenkas naar Melchtal en Lenk. Dat was het ongeveer. Niet onmiddellijk een leven waarvoor je nu nog de jeugd zou warm krijgen. Maar de samenwerking met zijn vader leverde nooit problemen op. Elk had zijn taak en voerde die plichtsbewust uit. En neen, Giljom koesterde geen Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
.3
ng
en
15
jaloezie tegenover zijn drie broers Swa, Leo en Jef. Ze waren alle drie uitmuntende leerlingen die zeer uiteenlopende studies deden (respectievelijk wetenschappen, Germaanse en L.O. & kinesitherapie), andere carrières uitbouwden en bovendien ook nog uitstekende basketters waren (tot in eerste klasse in de periode van o.a. Willy Steveniers). Guillaume daarover: “Zij waren slim en ik was de loempste. Gelukkig was ik de oudste. ’t Is dat het zo moest zijn!” Maar loemp was hij zeker niet, zijn interesses lagen gewoon anders en in zijn vak heeft hij dan ook een uitstekende carrière uitgebouwd. Als bakker werd hij in Kontich geloofd. Of hij veel verdiende? Tot zijn drieëntwintigste geen cent. Hij kreeg zijn eerste loon toen hij trouwde. Ondanks zijn broodtoer is Guillaume het overigens niet ver gaan zoeken. Hij trouwde met zijn overbuurmeisje Frieda Stock. Zo kreeg hij zijn eerste verlof. Vier dagen op huwelijksreis naar Echternach, zoals zovele koppeltjes toen. Het was zijn eerste buitenlandse uitstap, op zijn twaalf maanden als soldaat in Lüdenscheid na. “Waarom zou ik verder gaan dan Kontich, want wat wisten wij van het leven buiten ons dorp? We hadden enkel de radio in die tijd. En ons leven bestond vooral uit werken. Een familieleven betekende voor de familie samen werken. Het was wel altijd hetzelfde, maar ik was een gelukkige bakker. Ik had een regelmatig leven, rookte niet en dronk nooit alcohol”. Vader Rik bouwde een huis in de Hofstraat en liet zijn zaak aan zijn zoon over. Guillaume verhuisde de bakkerij in november 1968 naar de Antwerpsesteenweg 21 (nu de praktijk van een dierenarts). Van een traditionele bakkerij met een oven op briketten ging het naar een moderne en meer geautomatiseerde bakkerij: nieuwe oven, diepvriezer, rijskast, … Een serieuze investering! En tegelijkertijd werd ook het assortiment uitgebreid. Waar het vroeger enkel om wit of grof brood ging, kwamen allerlei soorten brood erbij. Wat meer voorbereidingswerk betekende, maar het volkorenbrood was – volgens de reclame – goed tegen kanker. Zodoende … En de mensen willen steeds meer variatie, dus niet enkel brood, maar ook koffiekoeken. Broden die tijdens het bakken aan elkaar “plakten” waren meteen verleden tijd. In zijn nieuwe bakkerij moest Guillaume nu om halfvier beginnen. Zijn vader kwam nog tot in 1979 een uurtje later helpen. De rollen waren nu immers omgekeerd. Uiteindelijk moest alles klaar zijn tegen zeven uur, want dan ging de winkel open. De zondag was daarbij natuurlijk nog specialer. Guillaume ging op zaterdag in de late namiddag slapen en stond dan om 22 uur op en werkte de hele nacht door tot zondagmiddag, want ook toen al was de zondag een topdag voor de bakkers. Het herinnert hem aan de zondagen van de vijftiger jaren met de bakkerij toen achter de kerk en met de vijf zondagsmissen. Na elke mis was het telkens lang aanschuiven in de eerder kleine winkelruimte en vrij vroeg waren er vaak al duizend pistolets de deur uit.
3
Nu bakt Giljom zonder pétrin
Ondertussen hadden Guillaume en Frieda twee dochters gekregen. Ook zij werden ingeschakeld. Kristel was de oudste en hielp vooral in de winkel, terwijl haar jongere zus Gretel vooral in de bakkerij te vinden was. Toch waren de tijden ondertussen wat veranderd. Er kwam eerst een vrije dag op donderdag en later nog een tweede dag op vrijdag. Met het gezin gingen ze dan traditioneel eten in de Don Quichotte aan het Sint-Jansplein. En vanaf de jaren tachtig sloot de bakkerij in de maand augustus. Eerst een grote kuisbeurt, dan veertien dagen echte vakantie en ten slotte een voorbereidingsweek voor het nieuwe werkjaar. Wat een hemelsbreed verschil met de bakkers van nu. Guillaume wijst er nadrukkelijk op dat de verstandhouding onder de tien Kontichse warme bakkers altijd uitstekend was en dat tijdens vrije dagen en langere vakanties de klanten zonder enig probleem van elkaar werden overgenomen. Guillaume en bakker Colliers namen zo de ronde van elkaar over. Het valt te betwijfelen of je die solidariteit nu nog zou aantreffen. Guillaume geeft aan dat hij het tijd vond om het na een veertigjarig zwaar bakkersleven wat rustiger aan te doen en daarom besloot als 50-jarige als zelfstandig bakker met pensioen te gaan eind 1989. Dirk Lauwers nam de zaak over, maar tien jaar later was de bakkerij dicht. Nu verzorgt een dierenarts in de voormalige bakkerij huisdieren. En zo kon Guillaume uiteindelijk na vele jaren van hard werken van een deugddoend pensioen genieten. Alhoewel, hard werken? Guillaume: “Bakker is geen zware job, het is puur uithoudingsvermogen. En van vroeg opstaan is nog niemand gestorven!” Jammer genoeg stierf zijn vrouw veel te vroeg op 69-jarige leeftijd. En dat knaagt wel, want nu is hij al zestien jaar alleen. Zijn brood bakt hij echter nog altijd zelf. O ja, die quizvraag: bakker Mylemans in de Kapelstraat en Ivan Grijp van bakkerij Sint-Rita in de Pierstraat zijn vandaag de enige warme bakkers in ons dorp. En die nemen in de loop van het jaar de nodige rustperiodes. Giljom verstaat heel goed waarom. Paul Catteeuw
en
ng
eri
in Re .3 15
4
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
In memoriam Jacques Van den Eynde
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.3
O
p 17 augustus 2024 is Jacques Van den Eynde op 89-jarige leeftijd overleden in het WZC De Hazelaar. Hij was gedurende 13 jaar de bezieler, hoofdredacteur en drukker van de Kontichse Gazet, ervoor de Gazet van Kontich. Jacques werd geboren op 15 februari 1935 te Borgerhout en groeide op in de Seefhoek. Als kind is hij van een trap gevallen met een schedelbreuk als gevolg waardoor hij doof bleef aan zijn rechteroor. Tot zijn 15e is hij naar school geweest. Zijn werkcarrière is hij begonnen bij drukkerij ALBE, niet als drukker maar als letterzetter. In 1962 huwde hij Elisabeth (Lisette) Rymenants. Vanuit Mortsel zijn ze eind jaren 60 verhuisd naar Kontich, eerst naar de Nieuwstraat 69 en vanaf 1980 naar de Schuttershofstraat 15. Hij werkte samen met Jules Tackx die een dagbladwinkel had in de Molenstraat. De drukkerij stond in de Schoolstraat. Nadien is de drukkerij verhuisd naar de Losweg (ongeveer parallel aan de Peter Benoitlaan). De samenwerking stopte toen Jules met pensioen ging. Vanaf dan heeft Jacques de drukkerij gerund met zijn Jacques met naast hem de piepjonge Luc Blommaert echtgenote. Zij is heel belangrijk geweest in de drukkerij. In het begin deed hij het letterzetten niet zelf, maar besteedde hij het uit aan een bedrijfje in Boechout. Later kocht hij zelf een letterzetmachine. Gepassioneerd heeft Jacques mij eens rondgeleid in zijn drukkerij. Ik kan getuigen dat het letterzetten een waar ambacht is (was): een minutieus werk dat concentratie en geduld vergt. De eerste Gazet van Kontich werd uitgegeven in 1921. Jacques heeft het roer overgenomen op 1 januari 1987. De naam veranderde in Kontichse Gazet. Het krantje verscheen wekelijks en was te koop in de dagbladwinkels en ook met een abonnement. Vaste rubrieken waren de verslagen van de gemeenteraad, wachtdiensten van dokters en apothekers, huwelijksaankondigingen, huwelijksjubilarissen, ‘aankomsten’ (nieuwe inwoners in de gemeente), geboorten, overlijdens, bouwvergunningen, wat gebeurde er in Kontich (feiten uit politieverslagen), … Veel van deze zaken zouden nu omwille van de privacy niet meer mogen worden gepubliceerd. Verenigingen van alle pluimage kwamen aan bod met Jacques en Lisette aankondigingen en verslagen van hun activiteiten. Hij woonde als redacteur alle gemeenteraden bij en beschreef nauwgezet de debatten. Maar hij gaf weinig commentaar of analyses. Die kon men eerder lezen in de dorpskrant KIJKOP die in de jaren ’80-’90 heeft bestaan. Hij behoedde zich voor politieke uitspraken. Eén keer heeft hij kleur bekend toen hij in 1982 bij de gemeenteraadsverkiezingen op de lijst Volksbelangen (van wijlen dokter Verbaet) is opgekomen. Het is ongelooflijk hoeveel uren hij heeft besteed aan het volgen van gemeenteraden, officiële ontvangsten, jubilarissen, activiteiten van verenigingen en sportclubs. Er waren weinig politici die zoveel aan aanwezigheidspolitiek deden.
5
Ontvangst op het gemeentehuis
Zijn vrouw Lisette is gestorven op 15 maart 1995. Het was een zware klap voor Jacques. Hij heeft de drukkerij daarna alleen gerund. Op 65-jarige leeftijd heeft hij de deur van drukkerij definitief dicht getrokken. Hij heeft dan een linotype zetmachine uit zijn atelier aan de gemeente geschonken die gedurende enkele jaren in de hal van de bibliotheek heeft gestaan. De laatste Kontichse Gazet is verschenen op 28 december 2000, omdat hij geen opvolger vond “tenzij er nog een mirakel gebeurt”, schreef Jacques. En … een tijd later heeft de dorpskrant Hier & Nu nog het levenslicht gezien en verscheen gedurende een aantal jaren. Na zijn pensioen ging hij vaak fietsen, petanquen of kaarten. Ik heb Jacques gekend als een joviale, vriendelijke en sociale man, niet verlegen om een grapje. Af en toe vertellen dorpsgenoten mij dat ze het jammer vinden dat er geen dorpskrant meer is. De Gazet van Kontich/ Kontichse Gazet was toch een unieke dorpskrant. Nostalgisch kunnen we genieten van de heel verzorgde ingebonden exemplaren van de gazetjes van de hand van Jacques, in te kijken bij de Kontichse Kring voor Heemkunde. Een mooi eerbetoon aan deze bekende inwoner. Luc Blommaerts
Jacques tijdens de stoet voor de 100-jarige Trientje Stevens. Rechts op de foto staat Lisette
.3 15
6
en
ng
eri
in Re
Laatste editie 28 december 2000 21 BEF 700 BEF (€ 17,35) abonnement
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
ENGELEN BESTAAN! ROZEKE VAN ROIE De pastoorsmeid van Waarloos.
Wie op WIKIPEDIA de betekenis van het woord ‘engel’ opzoekt, zal onder andere volgende omschrijvingen aantreffen: 1) hemels wezen dat op aarde opdrachten van God uitvoert; 2) boodschapper van God, meestal in mensengedaante, zodat ze aanvankelijk niet worden herkend; 3) iemand die heel lief en behulpzaam is. Je vindt er zeker nog meer. Iemand die aan deze beschrijvingen beantwoordt, is Rozeke Van Roie, beter gekend als ‘Rozeke van de pastoor’. Vanuit een stille bewondering die ik al jaren voor haar koester, en met een gezonde dosis nieuwsgierigheid naar het verhaal van haar leven, spreek ik met haar af. Zo gebeurt het dat ik op een namiddag voor haar deur in de Lintsesteenweg in Duffel sta en aanbel. Met een hartelijke begroeting word ik binnengelaten. De geur van versgemalen koffie komt mij tegemoet en de knusse zetel waarin ik mij mag installeren zal mijn plek worden voor de komende uren. Je leest het goed: uren, want het wordt een middagvullend gesprek. Veel vragen hoef ik niet te stellen, want zodra we ontdekken dat onze beider familiale roots ei zo na in hetzelfde Kempische dorp liggen, borrelen de verhalen en de herinneringen als vanzelf naar boven.
Rozeke juli 2024
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Laten we beginnen bij Rozekes ouders. Haar vader Frans (geboren in 1905) groeide op, samen met zijn broers en zussen, op een boerderij aan de Diestsesteenweg in Blauberg, Herselt. Zijn ouders hadden het geluk daar samen oud te kunnen worden. Rozeke herinnert zich nog de viering van hun 65e huwelijksverjaardag waarbij heel het dorp was betrokken. Versierde praalwagens die taferelen uit hun huwelijksleven uitbeeldden, reden door de straten. De boerderij kreeg later de naam ‘De Ploeg’ en is ondertussen wijd en zijd bekend voor de artisanale hoeveproducten die je daar kan kopen. Rozekes nicht staat er achter de toonbank en runt de boerderij samen met haar man en zoon. Recht tegenover ‘De Ploeg’ vind je tuincentrum Van Roie. In 1950 bouwde Rozekes neef, Tist, hier een bescheiden tuinbouwbedrijf dat met de jaren uitgroeide tot een drukbezocht tuincentrum. Zijn zonen André en Leo namen de zaak over. ‘Tuinen Van Roie’ is in de streek door iedereen gekend. De moeder van Rozeke was van Westerlo en was eveneens geboren in 1905, als oudste van een kroostrijk boerengezin. Zij heette Maria ‘Mieke’ Van Opstal. In 1928 trouwde Mieke met Frans en vestigde het koppel zich in Herselt-Varendonk, alwaar ze ook de boerenstiel beoefenden. Daar werd hun eerste zoon Fons geboren. In 1931 zag een tweede zoontje Jef het levenslicht. Toen het moeilijk bleek om met de opbrengst van de boerderij rond te komen, besloot vader te gaan werken in de koperfabriek in Olen. Ze verkochten de boerderij en verhuisden naar Sint-Jozef Olen, dichter bij de fabriek. In Olen hielden ze nog enkele dieren waarmee ze in hun dagelijkse behoeften konden voorzien. Rozeke herinnert zich vooral de varkens. Na Jef volgde er nog een zusje, Anita, dat op driejarige leeftijd overleed. Een traumatische gebeurtenis. Op 2 juli 1940, twee maanden nadat het Duitse leger België was binnengevallen, werd Rosalia ‘Rozeke’ geboren. Er werd haar verteld dat het hele gezin op de vlucht is geslagen tot in Oevel, De koperfabriek in Olen (Internet) toen haar moeder hoogzwanger was
.3
HET GEZIN VAN ROIE
7
Rozeke op de dag van haar eerste communie Rozeke op school Met het zoontje van haar oudste broer
De school in St.-Jozef Olen (DELCAMPE)
van haar. Daar hebben ze zich een tijdje schuilgehouden tot het veilig was om terug huiswaarts te keren. Van de oorlog herinnert Rozeke zich amper iets. Bij het einde van de oorlog was ze slechts vijf jaar oud. Rozeke ging naar de kleuter- en de lagere school in het dorpsschooltje van Sint-Jozef Olen. In die tijd was er nog een 8e studiejaar. Zij was een vlijtige leerling, want ze slaagde ‘Met grote onderscheiding’. Dan naar Huldenberg – in Vlaams-Brabant – op internaat waar ze haar middelbare studies deed. Aansluitend op deze middelbare studies verhuisde ze naar Turnhout om een opleiding voor verpleegster te volgen.
Rozeke, vooraan rechts in witte hemdblouse
Diploma lagere school
In die periode voelde ze de roeping om in het klooster te gaan.
EERSTE ONTMOETING MET PASTOOR GEUNS
.3 15
8
en
ng
eri
in Re
Met haar verpleegstersdiploma op zak besloot ze om terug te keren naar Huldenberg en daar in het klooster te treden. Het was gebruikelijk dat kloosterzusters werden uitbesteed. Dat gebeurde ook met Rozeke. Zo kwam ze terecht in Stabroek waar ze zich ontfermde over de bejaarden in het rusthuis aldaar. Zonder het zelf te beseffen ontmoette ze daar iemand die later nog een hele belangrijke plaats in haar leven zou gaan innemen: pastoor Hendrik Alfons Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Geuns. Hij was de aalmoezenier van het rusthuis en tegelijk onderpastoor van de Sint-Catharinaparochie in Stabroek (1946-1970). Bovendien gaf hij godsdienstles in de land- en tuinbouwschool. In dat rusthuis bleef Rozeke een drietal jaren werken. Dat kloosterzusters meegaand en toegeeflijk moesten zijn staat als een paal boven water, want toen er bericht kwam dat het moederhuis van Niel met een personeelstekort kampte, werd Rozeke voor een tijd naar daar gestuurd. Dat moederhuis was gelegen op de bovenste verdieping van het ziekenhuis. Daar hielp Rozeke vele kindjes ter wereld komen. Eén anekdote in het bijzonder is haar altijd bijgebleven. “Een “Maria Boodschap” in Niel. Oorspronkelijk was dit het koppeltje kwam binnen De man bleef op de gang, want ‘chateâu de Niel’ na herbestemming als ziekenhuis werd in die tijd was het niet gebruikelijk dat de man bij de het een rust- en verzorgingstehuis, beter bekend als bevalling aanwezig was. Hij ijsbeerde zenuwachtig heen ‘Maria Boodschap’. Dat is er nu nog steeds, zij het volledig en weer. Op het moment dat hij zijn baby hoorde krijsen verbouwd naar moderne normen (foto internet) ‘brak de man zijn water’”. Rozeke heeft hem discreet aan droge kleren geholpen. Hij is haar achteraf nog komen bedanken. Ze lacht er nu nog hartelijk om, als ze eraan terugdenkt. Ondertussen was ze ook, voor en na, aan een opleiding voor gezinshelpster begonnen. Met de bus reed ze op en af naar Schoten. De 200 uren stage die deze opleiding omvatte, deed ze in het Antwerpse schipperskwartier. Daar hielp Rozeke in het huishouden van arme schippersgezinnen. Ook hier weer schiet een grappige herinnering haar te binnen. “Op een keer ben ik met de pisemmer van een steile trap naar beneden gedonderd. Ik heb wat meegemaakt zalle, maar achteraf is dat wel plezant om te vertellen!” Ook in Schoten was ze nog een tijdje gezinshulp. Na de periode in Niel verhuisde ze terug naar het klooster van Stabroek, waar ze mijnheer pastoor Geuns terugzag. Hij was afkomstig van Vorst-Kempen, geboren op 1 juli 1920, en was enige zoon. Toen zijn vader overleed, bleef zijn moeder haar kruidenierswinkeltje, waar ze ook kolen verkochten, nog alleen runnen. Om zijn moeder een handje toe te steken reed pastoor Geuns enkele keren per week naar Vorst-Kempen. Maar de jaren eisten hun tol en uiteindelijk was het tijd om de winkel definitief te sluiten. Pastoor Geuns bracht zijn moeder mee naar Stabroek en bezorgde haar een kamer schuin tegenover de zijne. Rozeke heeft daar nog lang voor haar gezorgd. Buiten Stabroek en Niel werd ze nog naar andere plaatsen gezonden, onder andere naar Sint-Agatha-Rode en Wommelgem. Tegen de beslissingen van bovenhand was maar weinig in te brengen, maar Rozeke, nederig en gedienstig als ze was, maakte daar nooit een probleem van.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.3
EEN NIEUWE THUIS IN WAARLOOS
Toen pastoor Smets in Waarloos met pensioen ging en naar Altena in Kontich-centrum verhuisde, werd pastoor Geuns gevraagd zijn taak over te nemen. Zo gebeurde het dat hij Stabroek vaarwel zei en zijn intrek nam in de pastorie in de Ferdinand Maesstraat in Waarloos. Op 6 juni 1970 werd hij benoemd als parochiepriester. Rozeke, die toen nog in Stabroek woonde, kwam ter ore dat hij op zoek was naar een pastoorsmeid. Dat leek haar wel wat en enkele maanden later verhuisde ook zij naar Waarloos. Rozeke vertelt: “De pastorie was een heel koud huis en nergens was er chauffage. De keuken was zowat de enige plek waar het in de winter warm was. Het leven speelde zich dan ook in hoofdzaak daar af, al hadden we ook een livingske.” Van Julia Ceuppens (de uitbaatster van het kruidenierswinkeltje op de Grote Steenweg, momenteel woont ze in W.Z.C. Coralia) hadden ze een kookhaardje gekregen waarmee ze in de keuken konden bijverwarmen. “Dat was hard nodig. Als het gesneeuwd had, gingen we trap op en trap af om de sneeuw van de Boomse pannen op het dak af te scheppen.” Ze ging als verzorgster aan de slag in het rusthuis Sint-Elisabeth in Duffel en voor en na beredderde ze het huishouden op de pastorie. De was, de plas, de kook, de kuis en ook het onderhoud van de pastorietuin behoorden tot haar taken. Bij dat laatste kreeg ze regelmatig hulp van haar oudste broer Fons. Toch deed mijnheer pastoor ook zijn duit in het zakje. Hij reed regelmatig met zijn auto naar de winkel en was bovendien een handige harry. “Mijnheer kon van alles, De pastorie in Waarloos. deed allerlei klusjes, kende iets van elektriciteit en onderhield de geluidsinstallatie in (foto internet)
9
de kerk” zo weet Rozeke te vertellen. Ja, ‘mijnheer’, want hoewel zijn voornaam Fons was en ondanks hun vele jaren samenleven bleef Rozeke hem altijd met ‘mijnheer’ aanspreken. Op de pastorie kwam vaak veel volk over de vloer en dan was Rozeke gastvrouw en kokkin. Ontelbare genodigden heeft ze met haar lekkere maaltijden en vooral met haar overheerlijke taarten verwend. Ze kookte en bakte voor de communicantjes, het zangkoor, familie en vrienden van Het Mariagrotje in de pastorietuin. (foto: Ilse Van Weert) de pastoor, medepriesters, haar eigen familie en vele andere bezoekers. Zo ook voor de misdienaars. Jaarlijks, in de paastijd, trokken deze van deur tot deur om de bewoners om een milde gift, bij wijze van dankbaarheid voor hun bewezen diensten, te vragen. Theo Horemans was de hoofdmisdienaar en droeg de ‘kas’. Hoewel hij de volwassen leeftijd al ruimschoots bereikt had, woonde hij nog bij zijn moeder, in een van de lage huisjes waar later bakkerij Dom kwam. Omdat rekenen niet Theo’s beste vak was, nam Rozeke de verdeling van de opbrengst van de misdienaarsrondgang op zich. De tocht eindigde aldus in de pastorie, waar de misdienaars gezellig in de koepel aan tafel mochten aanschuiven om zich te goed te doen aan Rozekes heerlijke pannenkoeken. Tegelijk werd de spaarpot omgekieperd en de opbrengst verdeeld. Een jaarlijkse hoogdag voor de Waarlose misdienaars. Na de dood van haar moeder nam Rozeke haar vader in huis, voor wie ze liefdevol zorgde. Hij was hulpbehoevend en bovendien blind door suikerziekte. Later verhuisde hij naar een zorgtehuis in Wiekevorst, dichter bij zijn ‘roots’, bij zijn familie, zijn zonen en kleinkinderen. Daar overleed hij in 1984. Rozeke was een bezige bij en elke dag was ze reeds van halfzeven in de weer. Ook onderhield ze de kerk en regelde alles wat met de kerk te maken had. Dat alles deed ze met veel liefdevolle toewijding. De kerk zag er steeds onberispelijk uit en werd wekelijks voorzien van verse bloemen en kaarsen en aangepaste aankleding al naar gelang de gelegenheid of het tijdstip in het kerkelijk jaar. Regelmatig zag je Rozeke per fiets door Waarloos rijden, beladen met een groot boeket veld- of gekweekte bloemen of bloesemende takken. Ook waste en ‘stesselde’ ze met veel zorg de pastoors- en misdienaarsgewaden en het altaarlinnen. Foutief om in de verleden tijd te spreken, want ze doet dit nog tot op de dag van vandaag! In 1990 werden pastoor Geuns en Rozeke gehuldigd voor hun twintig jaar lange dienstbaarheid in de Sint-Michaëlparochie van Waarloos. De parochianen, in samenwerking met het Davidsfonds, zorgden voor een mooie dankviering, gevolgd door feestelijkheden. Rozeke toont me trots het album met felicitatiekaartjes, foto’s en andere herinneringen aan deze mooie dag.
VERHUIS NAAR DUFFEL
.3 15
10
en
ng
eri
in Re
Toen mijnheer pastoor zijn pensioen in zicht kwam, werd het tijd om naar een andere woonst uit te kijken. Hij en Rozeke hadden al een tijdje hun zinnen gezet op een huisje in Waarloos. Margrietje, die al op hoge leeftijd was, had hen beloofd dat ze haar huisje in de Beekboshoek zouden kunnen kopen, wanneer ze er niet meer zou zijn. Maar het draaide anders uit. Spijtig, want ze waren het liefst van al in Waarloos blijven wonen. Toch bleven ze niet bij de pakken zitten. Nadat ze via een bevriende onderwijzer De kaft van het misboekje vernomen hadden dat er in Duffel een bouwgrond te koop stond kochten ze deze aan en werden er plannen gesmeed om daar een huis te gaan bouwen. En zo geschiedde. In 1995 namen ze hun intrek in hun splinternieuwe huis. Een drietal jaren later werd er gestart met renovatiewerken van de pastorie: betere isolatie en dubbel glas. Iets waar ze zelf vele jaren nood aan hadden gehad. Rozeke vertelt dat dit haar lang op de maag heeft gelegen. Nu is daar het secretariaat gevestigd en is er ruimte voor vergaderingen van de parochiale verenigingen. In hun huis aan de Lintsesteenweg in Duffel hadden Rozeke en pastoor Geuns nog enkele onbezorgde jaren, maar al gauw staken gezondheidsproblemen stokken in de wielen. Mijnheer pastoor kreeg problemen met zijn prostaat en moest een operatie ondergaan. Niet lang daarna kwam hij zwaar ten val en kreeg hij af te rekenen met hartproblemen. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Aanvankelijk kon hij nog een beetje stappen en nog voorzichtig fietsen op een hometrainer, maar een rolstoel werd noodzakelijk. Het ging snel bergaf. Rozeke zorgde bijna vier jaar lang, dag en nacht voor hem. Tot hij zich op 2 december 2005, na het ontbijt, voorzichtig van de tafel naar de zetel wou verplaatsen en vlak voor de stoof ineenzakte. Zijn hart had het begeven …
VERDER ZONDER METGEZEL …
Aan de eenzaamheid die haar na zijn overlijden overviel, kon Rozeke maar moeilijk wennen. Niet verbazingwekkend, na 35 jaar samenleven. Ze mist hem nog elke dag. “Mijnheer was een hele goeie mens, heel dankbaar en met alles content”, mijmert ze terwijl ze naar zijn foto kijkt die in de woonkamer een ereplaats kreeg. Pastoor Geuns ligt begraven op het kerkhof in Duffel en regelmatig bezoekt ze nog zijn graf en zorgt ervoor dat het er netjes bijligt. Op een dag, toen ze naar het kerkhof was, werd er bij haar ingebroken. Deze gebeurtenis heeft Rozeke erg aangegrepen en is nog heel lang blijven nazinderen. Sindsdien was het moeilijk om nog met een gerust gemoed van huis te gaan of zich thuis op haar gemak te voelen. Heel begrijpelijk. In het rusthuis van Duffel bleef Rozeke na haar pensioendatum nog twintig jaar halftijds werken. Tijdens de coronacrisis ging ze dan officieel met pensioen, maar bleef Uit “Geschiedenis van nog vier jaar aan de slag als vrijwilligster. In 2021 werd ze nog door de gemeente Duffel Waarloos” R. Van Passen gehuldigd om haar vijftig jaar lange verdienstelijke inzet.
RUST ROEST
Maar wie denkt dat Rozeke, na een leven vol hard werken ten dienste van haar medemensen, haar tijd doorbrengt in de zetel met de beentjes omhoog, die heeft het mis! Zelfs met 84 jaren op de teller is ze nog steeds enorm actief. Ze onderging twee heupoperaties, maar herstelde prima zodat ze ondertussen weer goed ter been is. Gelukkig maar, want stilzitten staat niet in haar woordenboek. Ze zetelt in het bestuur van Samana Waarloos (voordien Ziekenzorg) en bezoekt regelmatig zieke en eenzame bejaarden in Waarloos. Zoals je eerder in deze bijdrage kon lezen onderhoudt en verzorgt ze nog steeds Rozeke neemt haar oorkonde in ontvangst. (Foto GVA) de kerk en zorgt ze voor kraakwitte altaardoeken en kerkgewaden. Als lid van de Parochiale Kerngroep (PKG) is ze het klankbord van en de contactpersoon voor de Waarlose parochiegemeenschap. Velen weten dat ze bij Rozeke terechtkunnen met grote en kleine problemen. Haar telefoon staat dan ook niet stil. Rozeke biedt een luisterend oor aan wie er nood aan heeft en probeert te doen wat ze kan om aan ieders hulpvraag tegemoet te komen. In Waarloos is ze dan ook heel gekend, doch vooral bij de oudere inwoners. “Als ik door Waarloos rijd en mijn hand opsteek naar jongere mensen, dan kijken die soms raar op want zij kennen mij niet”, lacht Rozeke. En tussendoor moet ook haar eigen huishouden worden gedaan. De was, de kuis, de kook, de administratie en ook het onderhoud van de tuin, ze doet het nog allemaal zelf!
ENGELEN BESTAAN!
Rozekes leven was en is er een dat hoofdzakelijk in het teken staat van dienstbaarheid. Een levenslang engagement van liefdevolle toewijding zoals je deze dagen nog maar zelden aantreft. Ik weet het nu wel zeker: ‘Engelen bestaan!’ Bedankt Rozeke, voor alles wat je deed en doet en voor het delen van je levensverhaal. Ik wens je nog vele mooie jaren toe in uitstekende gezondheid!
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.3
Ilse Van Weert.
11
BEKENDE KONTICHNAREN Cornelius Marckx, Kontichs edelsmid-ebenist op de voet gevolgd!
V
oor de zoveelste maal kunnen we in overgebleven kunstwerken van deze Kontichse kunstsmid zijn klassiek geworden handtekening ontcijferen: “Cornelius Marckx ex Kontich me fecit in …”. Afkomstig uit Rumst vestigde hij zich op het Sint-Jansplein en zijn “curriculum vitae” met een uitgebreid overzicht van zijn kunstige realisaties kwamen al in bod in Reineringen (2018 en 2023). We beschreven zijn handgesmede torenuurwerk, uitgewerkt in de toren van het kasteel van Vorselaar. Ook lazen we deze handtekening: ”Cornelius Marckx me fecit”, ook uitgewerkt op een deel van de voorgevel van kasteel Sorghvliet te Hoboken. De eerste versie van de prachtig
De volledig gerestaureerde communiebank in de Sint-Benedictuskerk te Mortsel
Het volledig gerestaureerde linker zijpaneel
.3 15
12
en
ng
eri
in Re
Een van de vier kleine tussenpaneeltjes, terug voorzien van kleinere origineel vergulde symbolische motieven
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
gesmede leuning rond het stadhuis van Lier blijft zijn werk. Onlangs nog kwamen we op het spoor van het draaibaar tabernakel in de kerk van Sint-Benedictus te Mortsel. Merkwaardig dat na bijna driehonderd jaar dit altaarmeubel nog steeds in perfect werkende staat kan worden gebruikt. De kerkfabriek trachtte hier een aantal kunstvoorwerpen in hun oorspronkelijke staat en kleur te herstellen. Vandaag willen we onze schijnwerpers richten op de communiebank in dezelfde kerk. Deze eikenhouten communiebank uit 1762 met haar zeven smeedijzeren panelen en haar kronkelende vormen werd ontworpen door architect Engelbert Baets. Het smeedwerk is van de hand van ‘onze’ Cornelis Marckx. Deze communiebank bestaat uit vier verticaal geplaatste identieke paneeltjes, onderbroken door drie eerder brede, horizontaal ontwikkelde thematische panelen. Op de foto’s hieronder herken je in het linker groot zijpaneel een kruis en een kelk omringd door smeedijzeren motieven, in het rechter paneel kun je twee ankers herkennen. Het unieke centrale paneel toont een gevleugelde kelk waaruit de Geest ten hemel opstijgt. Dankzij de richtlijnen van enkele lectoren, verbonden aan de restauratieopleiding in de Universiteit Antwerpen, hebben een aantal leden van de Kerkfabriek de originele kleurzetting teruggegeven aan het smeedwerk. De onderste foto toont het zijpaneel, zoals het na een gedeeltelijke restauratie, duidelijk het verschil toont met het uitzicht rond 1960, uiteraard met nog uren hand-, schuur- en schilderwerk voor de boeg. Voorwaar een prachtig, zelf uitgevoerd initiatief van enkele amateur-restaurateurs, leden van de kerkfabriek van Sint-Benedictus Mortsel.
Gedeeltelijk gerestaureerd, rechts nog oorspronkelijk vervuild door verwarming en kaarsenverlichting
En een wist-je-datje …
Wisten jullie trouwens dat de kerk tijdens de Eerste Wereldoorlog als paardenstal heeft gefungeerd? Bewijzen daarvan zijn de bijtsporen van de paarden op het bovenblad van de communiebank. Ga dat bij een bezoek aan de kerk gerust eens van nabij bekijken.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.3
Paul Wyckmans
13
Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog
O
p 4 september 2019 luidden de kerkklokken ter herinnering aan de 75e verjaardag van de bevrijding (4 september 1944). Nu vijf jaar later laaien weer demonen op uit het verleden. Het streven naar ‘Lebensraum’ in al zijn betekenissen blijkt sterker dan vrome voornemens als ‘Nooit meer oorlog’. Krachten of drijfveren die de gewone sterveling niet kan vatten, maken weer oorlog, met in zich de kiemen voor weer nieuw geweld. We kunnen enkel hopen dat het streven naar beter begrip en inzicht in eerdere oorlogen leidt tot meer medeleven of ‘compassion’? Vanuit die overtuiging is het bewaren of het herhalen van herinneringen belangrijk. • Het FelixArchief – Stadsarchief voert onderzoek naar de namen van de Antwerpse slachtoffers: slachtoffers van de Holocaust, burgerslachtoffers van nazigeweld, burgerslachtoffers van militair geweld en militaire slachtoffers. Voor die slachtoffers zal op de Scheldekaaien een namenmuur worden opgericht. • Platformen als https://www.belgiumwwii.be/nl/ trachten een virtuele encyclopedie uit te bouwen over de geschiedenis van België tijdens de Tweede Wereldoorlog. • Al kan het opdelven van een waarheid familiaal vervelende consequenties hebben. Getuige de ervaring die Björn Rzoska opdeed bij zijn streeftocht naar het ware verhaal van zijn familie tijdens die duistere, turbulente periode. • De Kring bezocht dit jaar in het MAS de tentoonstelling ‘Stad in oorlog’ over de impact van de Tweede Wereldoorlog op Antwerpen en haar inwoners. Pakkende persoonlijke verhalen maken de geschiedenis tastbaar. In één van de filmfragmenten van de begrafenisplechtigheid van de oorlogsslachtoffers van de luchtaanval van Mortsel, kon je deken Jozef Van Herck herkennen. • De VZW Mortsel 5 april 1943, waarvan de kring lid is, focust op de slachtoffers van dat Amerikaans bombardement. • Het gerestaureerde tankmonument (Cromwell tank) ter hoogte van Antwerp Expo geldt als een boodschap of waarschuwing: vrede blijft een precair gegeven. Soms duikt het oorlogsverleden ook onverwacht op. Bij de bouw van de autogarage D’Ieteren Mobility Center werden restanten van een V1-bom opgegraven. De uitlaatpijp werd drie meter onder het maaiveld aangetroffen. In haar archief vond de Kring een kadastraal plan waarop landmeter Vanderlaan destijds de inslagen aanduidde van V1bommen (‘drones’) en V2-raketten. Een en ander zal leiden tot een herinneringshoekje in het heemkundig museum aan de oorlogen die onze contreien hebben geteisterd. Er zijn niet zoveel getuigen meer met een bewuste herinnering aan de Duitse bezetting of die daar nog willen over vertellen. De kansen om ervaringen uit de eerste hand nog op schrift te stellen raken uitgeput.
De vlucht van 1940
.3 15
14
en
ng
eri
in Re
De vlucht van 1940 was het gevolg van een samenloop van omstandigheden: slechte herinneringen aan de inval van 1914, de indruk dat vele politieke en administratieve overheden de boel in de steek lieten, schrik en verwarring. En uit alles bleek dat ons leger slecht was voorbereid op het nieuwe concept van een bewegingsoorlog. Politiek maakte België een diepe crisis door. Wie nare herinneringen had aan het begin van de Eerste Wereldoorlog sloeg meestal op de vlucht. Met meer dan twee miljoen waren ze. Wie beschikte over vervoer was al sneller geneigd om op de vlucht te slaan. Het verhaal van een tuindersfamilie. Met een tweedehandse Oldsmobile en een overladen aanhangwagen (remorque in de taal van toen) besloot de tuindersfamilie hebben en houden achter te laten en te vluchten richting Frankrijk. Zesentwintig jaar eerder was de moeder, toen nog een kind, met een kalf aan de hand gevlucht naar Nederland. De familie woonde toen in de omgeving van het fort van Koningshooikt en hadden nare herinneringen aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Allerhande vragen borrelen op. • Was het de bedoeling om naar Frankrijk te vluchten? Neen, wel richting Franse grens. Onder druk van de omstandigheden werd steeds verder weg getrokken. Als we de grens overgaan, dan gaan we naar Engeland’, stelde de vader ferm. • Douane? Geld? Op 13 mei 1940 stelde Frankrijk zijn grenzen open voor Belgische vluchtelingen en werd een wisselakkoord van kracht: 100 Belgische franken waren 144,40 Franse franken waard. Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
•
Hoe kom je aan eten? Als proviand werden Keulse potten (in de volksmond steinen stopen), gevuld met in spekvet gedompeld varkensvlees meegenomen. Hun oudste dochter had twee pensen in een blikkentrommel gemoffeld. Kinderen voelden de ernst van de zaak aan. Er werd overnacht in verlaten boerderijen. De van uierpijn loeiende koeien werden dan van hun melk verlost. • Wegenkaarten? De hoofdwegen waren te mijden. De vader besloot een groep zigeuners te volgen. Zij waren gewoon om hun plan te trekken. • Hoe reageer je op lifters? De afspraak was dat steeds één plaats moest worden vrijgehouden voor het geval ze het pad zouden kruisen van een opgeëist familielid. Met het oorlogsgedreun op de achtergrond moesten ze op een gegeven moment een krakkemikkig bruggetje passeren, niet geschikt voor een zware auto met aanhangwagen. Er was geen weg terug. Dus alles uitladen en met open portier – klaar om te springen – kroop de Oldsmobile F30 het krakende staketsel over. Anderen volgden. De spanning van het front werd steeds voelbaarder. Een beslissing drong zich op. Ofwel zo snel mogelijk naar een Franse havenstad in de hoop om Engeland te bereiken, ofwel terugkeren. ’s Nachts werd plots op de deur gebonkt van de stal waar ze sliepen. Een rijzige Duitse tanksoldaat, granaat in de hand, priemde met zijn zoeklicht over de verschrikte gezichten. Hij wilde zeker zijn dat er zich tussen de vluchtelingen geen soldaten bevonden. Een akelig moment. De vluchtelingenstroom keerde. Op de tocht terug naar België moesten ze halt houden voor een propagandaafdeling van het Duitse leger. De kinderen kregen allerlei lekkers, waarna ze vrolijk lachend op de foto gingen met Duitse infanteristen. Dichter bij huis brak de dissel en liep de aanhangwagen in de kofferbak. De thuiskomst viel al bij al nog mee. Een achtergebleven familielid had samen met een buur hun groenten zoveel mogelijk geoogst en verkocht. De inkomsten werden gedeeld. Al bij al hadden de jonge kinderen leuke herinneringen aan die onconventionele, soms avontuurlijke periode. Het oudste dochtertje herinnerde zich slechts één Frans woordje van die vlucht: ‘les morts’. Tijdens de oorlogsjaren sloeg tuberculose toe in de familie. De moeder werd bedlegerig. Brood werd gebakken in een geknutseld oventje. Nabij hun huis liep spoorlijn 27B. De machinisten van de kolentreinen reden soms traag zodat de buurtbewoners kolen konden weggrissen. Tijdens de bezetting werd hun auto nog opgeëist. Die waren ze voor altijd kwijt. ’s Avonds werd in het geheim naar Radio London geluisterd. De radio zat verstopt in een oude kinderkoets op zolder. Dan kwam de periode van de V1-bommen en de V2-rakketen. Ze verschuilden zich dan in een met aarde overdekte betonnen citernen, bang voor de beslotenheid van de kelder. Een boerengezin uit Waarloos vluchtte met paard en kar. Maar dat was van korte duur. Toen ze aan de Netebrug in Walem kwamen, werd de elektrische (!) ophaalbrug opgeblazen door de Belgische genie (18 mei 1940). Dan zijn ze maar teruggekeerd. In 1942 werd dat gedeelte vervangen door een vast stuk. De huidige brug bevat nog een gedenkplaat aan die periode. (https://www.heemkundewalem.be/wp-content/uploads/magazine/Magazine_019.pdf) Gedenkplaten hebben het zelden over de pijn en de kwelling van een oorlog. Vaak wordt er meer plaats ingeruimd voor de namen van de notabelen die de gedenkplaat onthulden. Tijdens de steeds nijpender oorlogsjaren werden de paarden opgevorderd. De keuring gebeurde te Mechelen. Bij de bevrijding reden de Canadese tankbestuurders van vermoeidheid soms met hun tank al slippend de gracht in. Dit was wat mijn ouders zich nog herinnerden van hun vlucht. (Her)lees ook het eerder verschenen artikel in Reineringen 12/2021-1, ‘Herinneringen van een Kontichs meisje aan de Tweede Wereldoorlog’, van Agnes Dehandschutter.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.3
Erwin Van de Velde
15
Bezoek van Susan Hamlyn, kleindochter van Willy Katzenstein
H
.3 15
16
en
ng
eri
in Re
alf augustus bracht Susan Hamlyn, een kleindochter van Willy Katzenstein (1874-1951), een driedaags bezoek aan Kontich. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was haar grootvader Ortskommandant in Kontich. Tijdens zijn verblijf in Kontich, van 30 april 1917 tot 28 maart 1918, schreef hij een bijna 300 bladzijden tellende dagboek en stuurde hij honderden postkaarten aan zijn familie in Bielefeld. Kleindochter Susan vond dat die postkaarten, na al die tijd, best thuishoren in de heemkundige kring van de gemeente waar ze werden geschreven. Op 16 augustus 2024 tijdens een plechtig moment in het Documentatiecentrum en in het bijzijn van een tiental leden werd die overhandiging gevierd. De kring is haar zeer erkentelijk voor deze gift en heeft beloofd er de nodige zorg voor te dragen. De kaarten Postkaart met de dekenij (Magdalenastraat) en de toenmalige fontein op de voorgrond zullen in ieder geval deel uitmaken van een nieuwe opstelling over de beide oorlogen in een deel van ons museum. Jozef Van Herck, Kurt von Heimburg, Frederik en Margriet Ballegeer en Willy Katzenstein zijn de figuren aan wie we dit stukje museum opdragen. Ondertussen heeft dr. Johannes Altenberemd, biograaf van Katzenstein, de teksten – zeer klein en vrij lelijk handschrift – ontcijferd. Het volledige dagboek en de autobiografie zijn door Johannes uitgegeven: Der Freiheit Wimpel weht am Achterzijde van één van de postkaarten Mast. Susan Hamlyn was directeur van The Good Schools Guide Education en hoofdredacteur van The Good Schools Guide. Ze was voorheen hoofd Engels en drama aan een onafhankelijke Londense school. Tijdens haar verblijf vertelde Susan in het documentatiecentrum over haar grootmoeder. Een verhaal dat minder aan bod komt in de autobiografie van haar man, maar toch speciaal is. Grootmoeder Selma Zehden werd geboren in 1882, als vijfde in een rij van tien kinderen. Haar vader was een linnenhandelaar in Stettin, het huidige Szczecin in Polen, maar toen behorende tot het nog piepjonge Duitse keizerrijk (1871). Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
Willy Katzenstein voor de villa in de Nieuwstraat
.3
Susan met de pas verschenen uitgave van de geschriften van haar grootvader
Op haar 18e jaar liep ze weg van huis wegens een moeilijke verhouding met haar moeder en kwam in Engeland terecht, in een Londense wijk. Ze leerde het plaatselijk dialect, het Cockney accent zou ze nooit meer kwijtraken. Ze werd secretaresse. Ze was nog getuige van de begrafenis van queen Victoria(1901). Na enige tijd trok ze naar Frankrijk. Gedurende het eerste half jaar wist ze in Parijs van geen hout pijlen maken. Zes maanden lang leefde ze van op de vroegmarkt achtergelaten bananen. Nadien kon ze geen bananen meer zien. Ze leerde Frans en maakte kennis met Franse poëten zoals Victor Hugo en Charles Baudelaire. In 1908 kreeg ze de kans als mannequin voor Franse modebladen. In 1913 werd haar vader ziek was. Ze keerde terug naar Duitsland. Na de Grote Oorlog leefde ze in Berlijn. Tijdens een verblijf in een kuuroord in Weimar leerde ze haar toekomstige echtgenoot kennen, het was liefde op het eerste gezicht. Een met kinderen gezegend gezin volgde al snel. En het vervolg behoort tot de gezamenlijke geschiedenis. Op 13 november om 20 u. gaat Paul Catteeuw tijdens de erfgoedlezing in Cultuurhuis Altena verder in op de figuur en betekenis van Willy Katzenstein en de onwaarschijnlijke toevalligheden die hebben geleid tot een ontmoeting tussen Susan Hamlyn en Janet Dean, kleindochter van Margriet Ballegeer. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is de veertigjarige Willy Katzenstein (1874-1951) Ortskommandant in Kontich. Hij is een joodse Duitser. Of is het eerder omgekeerd: een Duitse jood? Een eeuwig dilemma. Hij woont in de villa op de hoek van de Nieuwstraat en de Schoolstraat in het huis van de toenmalige schooldirecteur die zijn woning had verlaten. In zijn dagboek schrijft hij: “… eine hübsche Villa in der Nieuwstraat, nur 2 Minuten vom Büro entfernt. Es ist ein sehr nettes Einfamilienhaus mit schönem Garten, Eigentum eines pensionierten Schuldirektors, der aber jetzt mit seiner Familie im Ausland weilt“. Dat bureau waarvan sprake is de villa Rest and Be Thankful, ook bekend als de villa Roelofs, op de Antwerpsesteenweg waar op 9 oktober 1914 de Conventie van Kontich werd getekend. Al vrij snel heeft Willy Katzenstein contact met Frederik Ballegeer, de politiecommissaris en tegelijk de vader van Margriet Ballegeer. Tijdens zijn verblijf verdedigt hij Margriet en haar lief Henri Van Bergen tijdens hun proces. Blijkbaar leefden de verdedigers zich wat te sterk mee met de verdachten, want ze worden er door hun hiërarchische overheid op gewezen dat ze niet mogen vergeten dat ze in de eerste plaats Duitse officieren zijn. De terdoodveroordeling van Margriet wordt omgezet in levenslange dwangarbeid. Katzenstein is wel aanwezig bij de executie van onder anderen Henri Van Bergen en Felix Moons in Fort 5 in
17
Rest and Be Thankful ten tijde van het verblijf van Willy Katzenstein
Edegem. Indirect heeft hij ingehouden kritiek op de manier waarop de Duitse bezetter dit “Schauspiel” heeft aangepakt. Hij is zwaar onder de indruk. Na de oorlog veranderen de tijden snel en in de jaren dertig helpt hij als advocaat duizenden joden aan papieren om Duitsland te ontvluchten. Zelf denkt hij dat nazi’s hem wegens zijn oorlogsverleden gerust zullen laten, maar na de Kristallnacht overtuigt zijn vrouw hem toch om te vluchten. Eerst stuurt hij zijn twee dochters vanuit het Duitse Bielefeld naar Engeland. Wanneer hij ze veilig weet, reist het echtpaar hen na. Juist op tijd. Hij sterft in Londen na een bewogen leven Dat we dit nu allemaal weten en kunnen reconstrueren, is te danken aan een grote dosis geluk. Bij het opruimen van de kasten van haar moeder tijdens de COVID-periode vindt Susan Hamlyn het (oorlogs)dagboek en de autobigrafie van haar vader en ze stuurt bij wijze van sinterklaasgeschenk een kopie. Daarbij komen er onwaarschijnlijke toevalligheden aan het licht, waarbij de verrassende ontmoeting tussen Susan (kleindochter van Katzenstein) en Janet Dean (kleindochter van Margriet Ballegeer). In deze lezing vertellen we het boeiende, maar ook verrassende verhaal van Willy Katzenstein. Wil je komen luisteren, vergeet dan niet om je in te schrijven: https://www.uitinkontich.be/activiteiten/ katzenstein Fragment uit het oorlogsdagboek van Katzenstein
Erwin Van de Velde en Paul Catteeuw
en
ng
eri
in Re .3 15
18
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
Activiteitenkalender Museum voor heem- en oudheidkunde Het museum is tijdens de zomermaanden gesloten. Op 1 september zijn we weer open. Bezoek onze site www.museumkontich.be voor het recentste nieuws, alle activiteiten en de verhalen uit het gemeentelijk contactblad (Heemkundige sprokkelingen) of uit Kontich-Waarloos Vroeger en Nu. Ben je op zoek naar de oude nummers van Reineringen of publicaties die met Kontich te maken hebben? Surf dan gewoon naar www.issuu.com. Op deze webstek tik je bij zoeken gewoon “Reineringen” of “Kontich” in en je komt zo bij onze vroegere nummers terecht. Activiteitenkalender Lezingen in samenwerking met de Gemeentelijke Erfgoedraad in het Cultuurhuis Altena (tickets: uitwinkel@kontich.be): • 13/11/2024: Paul Catteeuw - Willy Katzenstein https://www.uitinkontich.be/activiteiten/katzenstein Abonnees van Reineringen – vrienden van het museum Graag houden we jullie op de hoogte van al onze activiteiten en publicaties. Dit is echter enkel mogelijk als u ons uw e-mailadres bezorgt via reineringen@gmail.com. Uiteraard kan u zich altijd laten uitschrijven op eenvoudig verzoek aan hetzelfde mailadres.
Re in
Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich
eri
ng
en
15
.3
Facebook Je vindt onze heemkundige kring nu ook op Facebook. We posten er op regelmatige basis foto’s uit de oude (en nieuwe doos). Enkele honderden mensen hebben de weg al gevonden. Hoe geraak je erbij? Zoek gewoon onder “Kontichse historische weetjes”. Ook op LinkedIn zijn we aanwezig. Daar vind je berichten i.v.m. de heemkundige kring. 19
Retouradres: Koninklijke Kring voor Heemkunde Duivenstraat 22 2550 KONTICH
Reineringen 15 (2024), 3 Driemaandelijks (juli - september 2024) Afgiftekantoor Herzele P 912187 - Herzele
INHOUDSTAFEL: Pagina 1 Voorwoord Pagina 2 Gesprek met Guillaume Van linden Pagina 5 In Memoriam Jacques Van den Eynde Pagina 7 Gesprek met Rozeke Van Roie Pagina 12 Cornelius Marckx Pagina 14 Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog Pagina 16 Bezoek Susan Hamlyn Colofon Reineringen, Tijdschrift van de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, 15 (2024), 3 ISSN 2033-2742 Redactie: Paul Catteeuw, Chris Claes, Erwin Van de Velde, Ilse Van Weert en Paul Wyckmans Eindredactie: Paul Catteeuw Druk: Editoo, Erpe-Mere Verantwoordelijke uitgever: Paul Catteeuw, Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich Correspondentieadres: reineringen@gmail.com © 2024 – Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich De auteurs zijn verantwoordelijk voor de inhoud van hun eigen bijdrage. Abonnementen (inclusief lidmaatschap “Vrienden van het museum”): minimum 20 euro. Te betalen op rekeningnummer BE77 4155-0442-2142 met de vermelding van uw naam, adres en “Reineringen 2024”. Het IBAN-kenmerk is KREDBEBB. Een los nummer kost 5 euro. Gelieve eventuele adresveranderingen zo snel mogelijk aan ons mee te delen. Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, Documentatiecentrum Duivenstraat 22, BE-2550 Kontich, +32 3 457 86 04 heemkunde.kontich@gmail.com
Museum voor Heem- en Oudheidkunde Bibliotheek- en cultuurgebouw Sint-Jansplein, BE-2550 Kontich www.museumkontich.be