Page 1

Een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie

Connect: de juiste cardiologische zorg, op het juiste moment, op de juiste plaats.

2017

nvvcconnect.nl

‘ PASSIE EN AMBITIE IN DE REGIO: HET SUCCES VAN CONNECT ’ P E T RA VA N P O L , P RO G RA M M A VO O R Z I T T E R CO N N E CT HARTFALEN

Werken aan regionale transmurale afspraken voor optimale hoog­ kwalitatieve hartfalenzorg.

ATRIUMFIBRILLEREN

Samenwerken en registreren voor de beste zorg voor patiënten met atriumfibrilleren.

ACUUT CORONAIR SYNDROOM Op weg om het hele palet van coronairlijden te verbeteren.


Uitleg Connect Regionaal de organisatie van zorg rond patiënten met hart- en vaatziekten verbeteren van Goed naar Beter.

3

T HEMA’S VAN CONNECT

REGIO’S IN NEDERLAND Voor meer informatie: nvvcconnect.nl

1. Acuut coronair syndroom/ coronairlijden

20

5

6

REGIO’S

REGIO’S

REGIO’S

ACS

Atriumfibrilleren 2015 - 2017

Hartfalen

2015 - 2017

Geoptimaliseerd zorg Acuut Coronair Syndroom

Kick-off heeft plaatsgevonden

Realisatie regionale transmurale afspraak

2. Atriumfibrilleren 3. Hartfalen

2012 - 2017

PATIËNT CENTRAAL WHO TRIPLE AIM 2010

Quality is never an accident. It is always the result of intelligent effort. (John Ruskin, 1819-1900)

Samenwerking

Implementatie

Registratie

Evaluatie

Kwaliteit

• Analyse van behoefte en knelpunten in de regio leidend voor het maken van regionale (trans­murale) afspraken

• Realisatie RTA • Educatie • Financiering • Eenduidige communicatie

• Kwaliteits­ registratie middels de minimale data sets

• Door evaluatie van de kwaliteits­ registratie voldoen aan de doel­stelling van Goed naar Beter. Connect wil een lerende organisatie zijn

• Regionaal de organisatie van zorg rond patienten met hart- en vaatziekten verbeteren van Goed naar Beter


INHOUD 11

Voorwoord Hans Bosker

05

Interviews Petra van Pol Rob van Mechelen Gerrit van der Wal

07 08 11

Programmalijnen Hartfalen 13 Rudolf de Boer 14 Carolien Lucas, Saskia Beeres en Huug van Duijn 16 19 Leonie Tromp en Balázs Szabó Folkert Asselbergs 23 Atriumfibrilleren Martin Hemels Luc Theunissen en Arnold Romeijnders Michiel Rienstra en Frank Beltman

27 28 31 35

Acuut Coronair Syndroom Maarten-Jan Cramer Greetje de Grooth Bernadette van Casteren en Selahattin Aydin

39 40 42 45

14

45

28

Columns Marcel Daniëls Lonneke van Reeuwijk Hans van Laarhoven Jantien Nagtegaal

25 33 37 47

Overige Uitleg Connect 02 Recept 21 Quotes 48

COLOFON Editie 2017

REDACTEUREN Petra van Pol Programma Voorzitter Connect Projectleider Connect Hartfalen Cardioloog Alrijne Ziekenhuis

Martin Hemels Projectleider Connect Atriumfibrilleren Cardioloog Rijnstate Ziekenhuis

Marjolein Fermie Programma Manager Connect

Connect is een uitgave van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) in het kader van NVVC Connect, het programma ter verbetering van de zorg voor patiënten met hart­- en vaatziekten. Hoofdredactie Petra van Pol Redactionele coördinatie Trudy Dispa Medewerkers Petra van Pol, Trudy Dispa, Marjolein Fermie en Martin Hemels Vormgeving Eduard Plaat (Eduardesign, Art director) Eindredactie en interviews Sander Grip Fotografie Levien Willemse Webredacteur Michael Boogaard Drukkerij en afwerking Edauw + Johannissen Drukkerij Connect sponsoren Abbott, AstraZeneca, Bayer, BMS Pfizer, Boehringer Ingelheim, Daiichi Sankyo en Novartis.

CO N N E CT

3


4

CO N N E CT


VO O RW O O R D

HANS BOSKER

Trots! Connect richt zich op de juiste zorg, op het juiste moment en op de juiste plaats. Een patiënt heeft immers recht op optimale zorg. Met de programma’s voor hartfalen, atriumfibrilleren en acuut coronair syndroom streven we naar deze optimale zorg voor patiënten van hart- en vaatziekten. Het Connect programma is uniek omdat zij de verschillende zorgverleners met elkaar verbindt. Een programma om trots op te zijn.

I

n 2012 ging, op initiatief van de NVVC, het project Connect ACS (acuut coronair syndroom) van start. Dit omvat de ketenzorg van ambulance-meldpost en/of huisarts tot ziekenhuis en interventiecentrum. In de daaropvolgende jaren groeide Connect ACS en kreeg het project landelijke dekking. De ACS-ketenzorg werd regionaal goed in kaart gebracht, processen werden op elkaar afgestemd en de zorg nam toe in kwaliteit. Daarna volgde nog het postinfarct traject met als tastbaar resultaat de blauwdruk ‘postinfarct poli’. Eind 2015 ontstond het idee regionaal eenzelfde structuur op te zetten voor de ziektebeelden hartfalen en atriumfibrilleren. Connect HF en Connect AF waren geboren. Er ontstond een professioneel programma, dat in 2016 verder vorm kreeg.

informatie en weten wat van elkaar verwacht kan worden zijn essentieel in het ketenproces. Binnen Connect zijn niet alleen ieders rol, kennis en vaardig­heden belangrijk: de nadruk ligt vooral op hoe de partners elkaar begrijpen en hoe ze samen de benodigde zorg zo optimaal mogelijk leveren. Vertrouwen is dan ook bij Connect een van de belangrijkste pijlers voor een goed samenwerkende keten.

Het credo van Connect is: de juiste zorg, op het juiste moment, op de juiste plaats! Een patiënt heeft recht op die optimale zorg volgens de geldende richtlijnen én dat die zorg getoetst en geoptimaliseerd wordt. Daarbij is registratie van structuur-, proces- en uitkomstindicatoren van groot belang. Connect maakt zich sterk dit alles binnen haar programma te realiseren. Beoogd resultaat: een doorlopende kwaliteitscyclus. Een cyclus voor de individuele hulpverlener en, in toenemende mate, voor alle partijen in de keten van zorg. Richtlijnen alleen volstaan niet. Het is noodzakelijk aan de hand van richtlijnen afspraken te maken op regionaal niveau tussen de verschillende ketenpartners. Dit kan het beste met behulp van Landelijke Transmurale Afspraken (LTA), die regionaal vertaald moeten worden in regionale afspraken tussen partijen onderling (RTA). Connect ondersteunt dit volledig.

Maar dan start de uitdaging pas: het implementeren van de gemaakte afspraken en het evalueren van de zorg daaruit voortvloeiend. De regio’s moeten dat zelf doen, waarbij Connect zoveel mogelijk ondersteunt en faciliteert. Maar zonder enthousiaste en gemotiveerde zorgprofessionals in de regio kan Connect niet slagen.

Connect is een uniek programma waar we verbinding zoeken tussen de verschillende zorgverleners die betrokken zijn bij de cardiale patiënt om te komen tot nog betere zorg. Connect faciliteert de regio’s. Connect helpt deze regio’s met het multidisciplinair en interprofessioneel afstemmen om zo taakafspraken te maken voor een specifieke patiënten­groep (RTA’s).

Als NVVC bestuur zijn wij trots. Trots op wat in 2012 begon met het project ACS nu is uitgegroeid tot een volledig programma waar structureel gewerkt wordt aan een nog betere kwaliteit van zorg op het gebied van ACS, HF en AF. Wij roepen u dan ook op om uit het oogpunt van kwaliteit in uw eigen regio vol overtuiging en enthousiasme samen met Connect te werken aan de totstandkoming en het goed functioneren van regionale afspraken betreffende specifieke cardiologische zorg. U bent aan zet!

Met het vizier op het belang van de patiënt, wordt keten­ optimalisatie steeds belangrijker. Daarbij is het essentieel dat cardiologen, huisartsen, verpleegkundig specialisten en andere spelers in de keten op effectieve en unanieme wijze samenwerken. Elkaar kennen en vertrouwen binnen en buiten de lijnen, goede communicatie, goede overdracht van

Hans Bosker Cardioloog Rijnstate Ziekenhuis Sinds 2015 lid van het NVVC bestuur en per april 2017 NVVC voorzitter

CO N N E CT

5


6

CO N N E CT


I N T E RV I E W

P E T R A VA N P O L

De inhoud én de financiering geregeld Petra van Pol volgt in 2016 Rob van Mechelen op als programmavoorzitter van Connect. Ze heeft een missie: de goede zorg voor hart- en vaatziekten in ons land nog veel beter maken. “Pas als we op inhoud, organisatie en de financiering goede afspraken hebben gemaakt, kunnen we die zorg bieden die de patiënt echt centraal stelt.”

A

l in het tweede jaar van haar studie geneeskunde raakt Petra van Pol gefascineerd door het hart. Ze werkt op de afdeling cardiologie als student, en eenmaal opgeleid als cardioloog komt ze op een van de eerste hartfalenpoli’s in ons land te werken. “Hartfalen is chronisch. De patiënten zijn heel ziek en hebben bijna geen uitzicht op herstel. Ik vind het mooi om in teamverband de zorg aan patiënten vorm te mogen geven. Van het probleem vinden tot de begeleiding, waarbij we zorgen voor een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven.” Van Pol loopt door de gangen van het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp waar ze sinds 2009 werkt. Het is een fris, ruim gebouw, waarvan ze zichtbaar geniet. Ze wijst op hoge vides met veel licht en op de lange, fraai vormgegeven gangen. Kwaliteit is belangrijk voor haar. Die begint bij de omgeving waarin je patiënten ontvangt. Maar uiteindelijk gaat het om de verleende zorg. “Het was me vaker opgevallen dat we allerlei richtlijnen hebben om de behandeling van patiënten in goede banen te leiden, maar dat er niets geregeld is voor de organisatie van deze zorg. De zorg in ons land is al goed, maar kan nog veel beter.” Het is een doorn in haar oog en ze wil er wat aan doen. Ze kent het fantastische programma Connect waar Rob van Mechelen sinds 2012 vorm aan geeft. “Transmurale afspraken tussen huisartsen in de eerste lijn en de specialisten in de tweede en derde lijn om de zorg aan hartpatiënten een impuls geven. Dat is waar ik me hard voor wil maken.” Dus als Van Mechelen in 2016 afzwaait, neemt ze het stokje graag van hem over. Van Pol was reeds projectleider van Connect hartfalen “Via Connect kunnen we hartfalenzorg effectief en efficiënt neerzetten. Het is echt belangrijk na te gaan waar een patiënt het beste af is: in het ziekenhuis of bij de huisarts. Hoe kun je goed verwijzen en terugverwijzen? En hoe organiseer je de terminale zorg?” Naar aanleiding van onder andere deze vragen is de landelijk transmurale afspraak hartfalen ontwikkeld (LTA), deze probeert ze nu met haar team in Nederland te implementeren.

Over al deze onderwerpen staan documenten in de toolkit van Connect. “In vijf regio’s zijn regionale afspraken gemaakt en deze worden momenteel geïmplementeerd”, stelt Van Pol trots. “In veel andere regio’s starten we met het maken van deze afspraken. Tijdens een kick-off laten we zien welke afspraken gemaakt zijn. Daarna begint het echte werk.” Dat echte werk bestaat onder meer uit de eerder genoemde implementatie en educatie aan huisartsen over het herkennen en behandelen van in dit geval hartfalen, maar hetzelfde geldt voor atriumfibrilleren of coronair lijden. Maar de grote uitdaging is de financiering van zorg. Als een huisarts in staat is om bijvoorbeeld hartfalen of atriumfibrilleren beter te diagnostiseren en te begeleiden, verricht hij ook meer taken. “We werken inmiddels op de inhoud goed samen”, stelt Van Pol als ze plaatsneemt in een werkkamer op de poli cardiologie. “De huisarts en cardioloog slaan de handen ineen voor betere zorg. Maar de huisarts moet betaald worden voor het werk dat hij verricht. Daarom is het zaak de verzekeraars zo vroeg mogelijk te betrekken bij deze samenwerking tussen eerste en tweede lijn.” Van Pol en haar team zijn dan ook in gesprek met de vier grote verzekeraars in ons land. “We willen uiteindelijk komen tot een draaiboek voor zorgverlening dat naast een leidraad voor de inhoud ook de handvatten biedt om de financiering te regelen. Het doel is binnen vijf jaar, maar liefst sneller, alle regio’s via transmurale afspraken zorg verlenen aan hartpatiënten, en dat er een financieringssysteem is dat naadloos aansluit op de manier waarop we zorg verlenen. Met dat laatste bedoel ik vooral dat het voor de patiënt niet uitmaakt waar hij zorg krijgt. Pas dan zetten we de patiënt centraal en hebben we de muren en barrières tussen de zorgverleners echt weggehaald.”

CO N N E CT

7


I N T E RV I E W

RO B VA N M E C H E L E N

Connect groeit uit tot iets heel moois Cardioloog Rob van Mechelen, die het programma tussen 2012 en 2016 leidde, blikt terug op de start ervan. “In een paar jaar tijd hebben we veel bereikt, vooral het bij elkaar brengen van alle partijen in de keten was een enorme klus.” Volgens de cardioloog is het nu tijd de plannen over ketenzorg cardiologie verder uit te werken en om te zetten in tastbare resultaten.

L

ezend in een boekje met contactadvertenties uit vervlogen tijden, stapt hij de boekhandel van het Leids Universitair Medisch Centrum uit. Rob van Mechelen voelt de hartenpijn van al die onbeantwoorde liefdes. De gepensioneerd cardioloog uit het Sint Franciscus Gasthuis in Rotterdam kijkt op en legt het boekje neer. Tijd om over het hart te praten. Niet het tere hart van verliefde mensen, maar die gecompliceerde spier waar hij zich 32 jaar mee bezig hield.

“Ik heb mijn leven aan het hart gewijd, omdat ik gefascineerd was door de hartspier en daarnaast iets goeds wilde doen voor mijn medemens. In 2012 ging ik met pensioen en wilde ik niet zomaar stoppen met de cardiologie.” Hij bedacht zich niet toen (voormalig) NVVC-voorzitter Victor Umans vroeg of hij het programma Connect op wilde zetten. “Dit programma voor samenwerking in de keten was gericht op verbetering van de kwaliteit van zorg aan hartpatiënten.” Hij glimlacht minzaam: hiermee zou hij niet meer actief met het hart bezig zijn, maar nog steeds iets goeds doen voor hartpatiënten vanuit de NVVC. “Als cardioloog en huisarts beter met elkaar communiceren, kunnen patiënten op de juiste plek en het juiste moment de juiste zorg krijgen. Dit principe verwoordde de World Health Organisation als Triple Aim.” Van Mechelen verzamelt een team om zich heen. Cardiologen Maarten-Jan Cramer en Ton Slagboom, en Moniek Elsendoorn, Karin Westra en Monique Peters van de NVVC. Hij staat erop dat ze bij naam genoemd worden: “Zonder hen was het niet gelukt: rechttoe-rechtaan, niet oeverloos zwammen maar de beuk erin. Als team wilden we kwaliteit van zorg tastbaar maken.” Ze stellen in samenwerking met de verschillende werk­ groepen binnen de NVVC, indicatoren op, werken een methode uit om in de praktijk te meten en te controleren of cardiologen en huisartsen zich erin kunnen vinden.

8

CO N N E CT

“In principe zouden we alle ziektebeelden moeten kunnen registreren: hartfalen, atriumfibrilleren en acuut hartinfarct als grote boosdoeners van hart- en vaatziekten, maar ook de meer zeldzame ziektebeelden zouden in een landelijke cardiologie database moeten komen.” Daarna kwam de grote uitdaging: “Wij hadden wel een database maar geen gegevens. Die moesten uit het veld komen.” Hij heeft gelukkig een uitstekend overtuigingsmiddel: voor diabetes mellitus en COPD was al een samenwerking volgens het Triple Aim-principe opgezet. “We vroegen bij internisten en longartsen hoe zij de samenwerking geregeld hadden. Maar belangrijker nog: we konden via hen aantonen dat registreren loont. Zo was bij diabetes mellitus gebleken dat er maar twee indicatoren zijn waar je op moet letten: het cholesterolgehalte en de hoeveelheid versuikerde rode bloedlichaampjes. Alle andere indicatoren bleken niet belangrijk om te beoordelen wie in de keten op welk moment de juiste zorg kan geven. We konden hiermee aantonen: ook voor hart- en vaatziekten kunnen we winst halen uit een goede registratie!” Het werkt: iedereen in de zorgketen is enthousiast. Maar er is wel een verschil tussen zeggen dat je meedoet en ook echt regionale bijeenkomsten opzetten met alle spelers in het veld. “Een begin is gemaakt. Bijna alle cardiologen, huisartsen, ambulancediensten, verpleegkundigen en andere zorgverleners in Nederland werken mee. Voor hartfalen, atriumfibrilleren en acuut coronair syndroom zijn er regionale samenwerkingsverbanden gestart of in de maak. Het is nog te vroeg om te oogsten. Via een verbeterde samenwerking kunnen we echt de kwaliteit van zorg een impuls gaan geven en de patiënt een nog betere behandeling.” De eerste stap is gezet op het pad van de ketenzorg cardiologie met als basis vertrouwen. Het pad is geplaveid, maar er zijn nog wat stappen te zetten op weg naar het einddoel. Hij leunt naar achteren en vouwt zijn armen tevreden over elkaar. “Dat is toch goed?”, lacht hij.


CO N N E CT

9


10

CO N N E CT


I N T E RV I E W

G E R R I T VA N D E R W A L

Goede registratie, goede zorg Als inspecteur-generaal bij de Inspectie Gezondheidszorg was Gerrit van der Wal strenge keurmeester voor de kwaliteit van zorg. Een van de speerpunten waar hij zich altijd voor heeft ingezet, is een goede registratie. “Met registratie kunnen we de kwaliteit van zorg sterk verbeteren. Altijd in het belang van de patiënt.” Wat was voor u als inspecteur-generaal altijd het belangrijkste? “De kwaliteit van de zorg die je levert, moet je niet slechts veronderstellen of vertellen, maar kunnen laten zien. Daarvoor is registratie onmisbaar. Je registreert in de eerste plaats voor jezelf en de patiënt. Je moet willen weten hoe goed of slecht de zorg is die jij levert. Pas dan kun je verbeteren. Dat vergt meten en vastleggen. Maar hoe doe je dat? En hoe voorkom je dat professionals alleen nog maar bezig zijn met registreren? Goed meten met minimale inspanning en maximaal effect dus. Een mooie afgeleide is dat je vervolgens verantwoording kunt afleggen.”

aandoeningen – atriumfibrilleren en hartfalen – het opzetten van een registratie. Mij is gevraagd mee te kijken en mee te denken.”

Is er de afgelopen 25 jaar veel verbeterd op dit vlak? “Absoluut. Er kan ten eerste veel meer door de medischtechnologische ontwikkeling, maar daarnaast is ook de kwaliteit van zorg toegenomen. Heel lang geleden deed je je werk goed als je hetzelfde deed als je leermeester. Toen kregen we handboeken waarop iedereen zijn werk baseerde en daarna richtlijnen. Nu focussen we op indicatoren waarmee we kunnen nagaan of de zorg die we leveren inderdaad zo goed is als bedoeld.”

Waar moet men op letten bij het integreren van die systemen? “Begin met registreren als de aandoening vastgesteld wordt en niet pas bij een interventie. Alleen dan kun je het volledige ziekteproces in kaart brengen. Blijf doorgaan met metingen om te zien hoe het de patiënt vergaat. Idealiter van ontstaan ziekte via medische ingreep en nazorg tot iemands overlijden. Met de NHR proberen we dit te bereiken.”

Welke kwaliteitsindicatoren hebt u zien ontstaan? “Een mooi voorbeeld vind ik de complicatieregistratie. We kijken bij een openhartoperatie niet alleen naar het overlevingspercentage, maar ook hoeveel van de patiënten opnieuw geopereerd moeten en of er zaken als herseninfarct of atriumfibrilleren ontstaan. Zo krijgen we een veel completer beeld van de gevolgen van een operatie. En zo kun je medische centra gaan vergelijken. En die centra kunnen dan nagaan hoe zij hun eigen zorg kunnen verbeteren.”

Wat is uw ideale toekomstbeeld? “Eén registratiesysteem waarin we hartpatiënten van begin tot eind insluiten. Dat leert ons het verloop van ziektes doorgronden en dan kunnen we de cardiologie sterk verbeteren. We kunnen vergelijken tussen ziekenhuizen en uiteindelijk zelfs tussen ons land en andere landen. Als we zorgen voor optimale beveiliging van data, kunnen we in de toekomst ook gegevens van verschillende ziektebeelden koppelen zodat we verbanden gaan zien waarvan we nu nog niet kunnen vermoeden dat die er zijn. Alles voor een betere zorg.”

Er zijn nu nog drie registratiesystemen. Is dat niet omslachtig? “Zeker. We moeten van NCDR, Meetbaar Beter en BHN één systeem zien te maken. In dat ene systeem willen we dan ook de registratie voor atriumfibrilleren en hartfalen invoegen (‘ritsen’) – deze registraties zijn nog in ontwikkeling. Samen moet dat de Nederlandse Hart Registratie (NHR) worden.”

Welke bijdrage kan Connect leveren aan goede registratie? De beroepsvereniging moet zich sterk maken voor kwaliteits­verbetering. Zo werkt de NVVC aan nieuwe richtlijnen en ondersteunt ze voor twee belangrijke

CO N N E CT

11


12

CO N N E CT


Hartfalen Regio’s werken met vereende krachten aan verbetering van de zorg voor patiÍnten met hartfalen. Soms is het al tijd om te oogsten wat is gezaaid. Elders kunnen zaadjes als zorg op maat en telemonitoring tot iets moois uitgroeien.

CO N N E CT

13


H A RT F A L E N

RUDOLF DE BOER

Hartfalen op de kaart! Bij hartfalen denken veel mensen aan een ernstige ziekte, die gelukkig niet te vaak voorkomt. En dat patiënten met hartfalen meestal in het ziekenhuis liggen om daar een operatie of andere ingreep te ondergaan. Daar komt bij dat de term hartfalen niet voor iedereen duidelijk is. Sommige mensen denken dat een hartinfarct (hartaanval) of een hartstilstand hetzelfde is als hartfalen.

S

inds enkele jaren proberen we hartfalen beter op de kaart te zetten. Want dat hartfalen een ernstige aandoening is, klopt. Het is (nog steeds) een aandoening waarbij patiënten vaak opgenomen worden, veel klachten hebben, en helaas ook vaak vroegtijdig overlijden. We willen het publiek uitleggen dat hartfalen betekent dat het hart niet goed functioneert. En dat dit vele oorzaken kan hebben: een oud hartinfarct bijvoorbeeld, maar onder meer ook hoge bloeddruk, erfelijke aandoeningen of chemokuren. En inderdaad overlijdt een niet onaanzienlijk deel van de mensen met hartfalen aan een hartstilstand. Eén op de vijf Er zijn in samenwerking met professionele organisaties zoals de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, de Europese Society of Cardiology en patiëntenplatforms zoals de Hart & Vaatgroep goede educatie-modules opgezet. De website www.heartfailurematters.org is het beste voor­ beeld, maar er is veel meer. En dat is nodig, want hartfalen is zeker geen zeldzame aandoening. In Nederland zijn er 150.000 mensen met hartfalen en naar schatting worden dit er 500.000 in 2060.

‘De zorg voor hartfalen kan en moet beter, om de toenemende patiëntenstroom optimaal te bedienen.’ Eén op de vijf mensen van veertig jaar of ouder krijgt hartfalen. En een grote groep mensen heeft minder ernstig hartfalen en past dit in zijn of haar normale leven in, zij het met beperkingen en met chronische medicatie.

14

CO N N E CT

We realiseren ons meer en meer dat veel mensen met hartfalen helemaal niet weten dat ze het hebben: patiënten met andere aandoeningen, zoals diabetes mellitus en COPD, hebben vaak óók bijkomend hartfalen, maar dit wordt nogal eens niet of onvoldoende onderkend. Voorzien in manco’s Daarom is het heel belangrijk de zorg rond hartfalen goed te organiseren en is het zo belangrijk dat er aandacht is binnen alle lijnen van onze gezondheidszorg voor hartfalen. Connect Hartfalen voorziet in een aantal manco’s in de huidige hartfalenzorg. Er is aandacht voor vroege opsporing - dat kan met een aantal gerichte vragen - een ECG en een bloedtest. Verder zijn de behandelprotocollen binnen de ziekenhuizen goed verankerd in Connect. En het voorziet in behandelingen voor mensen met ernstig hartfalen, die mogelijk baat hebben bij advanced therapy, zoals klepoperaties, steunhart en harttransplantatie. In het traject dat de patiënt met hartfalen aflegt, komen binnen Connect alle zorgverleners in beeld: huisarts, verpleeghuisarts, cardioloog, hartfalenverpleegkundige, hartfalencardioloog en het gespecialiseerde team. Beter De zorg voor hartfalen kan en moet beter, om de toe­ nemende patiëntenstroom optimaal te bedienen. Het Connect Hartfalen programma is een aanzet en het is uniek in zijn soort in Europa. Ik complimenteer de organisatie van Connect met wat zij al hebben bereikt en roep alle professionals die helpen bij de zorg voor hartfalen om het Connect programma te omarmen, vorm te geven, bij te sturen, en samen te werken aan transmurale, optimale en hoogkwalitatieve hartfalenzorg in Nederland. Ik ben er zeker van dat dat een missie is die we delen en onze patiënten verdienen niet minder. Rudolf de Boer Cardioloog UMC Groningen, Voorzitter NVVC Werkgroep Hartfalen, lid Europese Heart Failure Association (HFA)


CO N N E CT

15


H A RT F A L E N

L U C A S, B E E R E S, VA N D U I J N

R E G I O G RO OT- L E I D E N

Jaar van de waarheid voor Groot-Leiden Eén jaar na de start van Connect Hartfalen in de regio Groot-Leiden, zullen de veranderingen echt merkbaar worden. De juiste zorg, op het juiste moment, op de juiste plaats dat is het doel. In 2017 zullen we zien dat de zorg voor stabiele patiënten met chronisch hartfalen steeds vaker plaats vindt bij de huisarts terwijl patiënten die wel complexe zorg nodig hebben snel bij de cardioloog komen. Laagdrempelig overleg blijft echter cruciaal: de huisarts moet de telefoon durven pakken als hij een vraag heeft en de specialist moet die telefoon oppakken als er gebeld wordt.

H

et slechten van drempels tussen de lijnen in de zorg, dat is voor huisarts Huug van Duijn de grootste winst die via het Connect programma voor hartfalen te bereiken is. “Daarmee krijgt iedereen de zorg die hij nodig heeft. Wij behandelen in de eerste lijn bijvoorbeeld mensen die palliatieve zorg krijgen en kwetsbare ouderen. Zij hebben soms wel specialistische zorg nodig. Dus om hen goed te helpen, moeten wij vertrouwen op goede steun van de specialisten.” Twee van die specialisten zijn cardiologen Carolien Lucas van het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp en Saskia Beeres van het Leids Universitair Medisch Centrum. “Gelukkig werken we steeds beter samen met elkaar”, stelt Lucas.

Huug van Duijn

16

CO N N E CT

“Maar er is nog winst te halen. Zo kunnen wij een belangrijke rol spelen in de terugkoppeling naar huisartsen. Over mensen die in de tweede lijn behandeld worden, maar ook over mensen die terugverwezen worden naar de eerste lijn. Verpleegkundig specialisten hebben een belangrijke taak in de onderlinge contacten: zij zijn het makkelijkst bereikbaar voor de huisarts en overleggen frequent met de cardioloog”. Beeres vult aan: “Daarnaast spelen de verpleegkundig specialisten een cruciale rol in de behandeling. Zij zijn voor de patiënt laagdrempelig benaderbaar en zijn goed geschoold waardoor ze bij klachten de medicatie snel kunnen bijsturen om een voor de patiënt vervelende ziekenhuisopname te voorkomen.”

Carolien Lucas


Saskia Beeres

Kick-off De kick-off van de regio Groot-Leiden was op 20 januari 2016. Lucas: “We hebben natuurlijk heel veel voorbereiding gehad, maar de kick-off is een bijzonder moment. Daar hebben we officieel onze plannen aan de buitenwereld gepresenteerd.” Van Duijn over de kick-off: “Hier hebben we iedereen laten zien waar het om te doen is: de hartfalenpatiënt zo goed mogelijk behandelen op de voor hem of haar beste plek.” En een jaar na de start kunnen de drie stellen dat de aanpak zijn vruchten begint af te werpen. Lucas: “Er is veel meer communicatie tussen de eerste, tweede en derde lijn. Daarnaast is het aantal patiënten dat na verloop van tijd teruggaat naar de huisarts groter geworden. Doordat we elkaar beter weten te vinden, kunnen we patiënten inmiddels betere zorg geven dichtbij huis.” Ook Beeres is tevreden over de connectie met de huisartsen: “Het intensieve contact neemt toe. Iedereen ervaart dat we elkaar nodig hebben om de patiënt zo goed mogelijk te behandelen.” Sleuteljaar In het eerste jaar ging veel aandacht uit naar de finan­ cieringsafspraken tussen de huisarts en de zorgverzekeraars, en naar extra scholing voor huisarts en praktijkondersteuner. Nu is volgens Van Duijn het jaar van de waarheid aan­ gebroken: “In 2017 moet het gebeuren in de eerste lijn. Dan komen er echt mensen terug vanuit de tweede lijn en moeten we zorgen dat de kwaliteit die wij leveren minstens zo goed is als die van de specialist. We hebben goede afspraken gemaakt, dus ik zie hierbij geen grote problemen.

Onze protocollen zijn solide.” Ook voor het ziekenhuis is 2017 een sleuteljaar. Lucas: “Wij moeten meer ruimte krijgen voor hen die echt de specialistische zorg nodig hebben.” Beeres: “Als er ingewikkelde dingen moeten gebeuren, dan biedt het ziekenhuis echt meerwaarde. Natuurlijk moeten deze patiënten dan ook snel terecht kunnen. Maar, als bij een stabiele patiënt de controles ook gedaan kunnen worden door de huisarts, dan kunnen we de patiënt een hoop heen en weer reizen besparen”. Telefoon durven pakken Alle zorginstellingen in de regio hebben in gezamenlijke protocollen vastgelegd hoe de zorg voor patiënten met hartfalen verloopt en waar deze plaatsvindt.” Maar, “stelt Van Duijn: “Uiteindelijk gaat het erom dat je elkaar kent, dat je de telefoon durft te pakken als je met een vraag zit. En dat aan de andere kant van de lijn opgenomen wordt.” Of dat goed komt? Absoluut, denken ze alle drie. Beeres: “De manier en frequentie waarmee we nu met elkaar in contact staan, was tien jaar geleden ondenkbaar. Er is veel veranderd. Er is verbinding tussen de lijnen. En door Connect weet ik wie de huisartsen in mijn regio zijn en hoe we er samen voor de patiënt kunnen zijn. De kwaliteit van zorg borgen we in de hele keten en daar wordt de patiënt beter van.” Lucas vult aan: “Vergeet niet, de eerste en tweede lijn hebben heel lange tijd als kampen tegenover elkaar gestaan. Nu overleggen we op gelijk niveau. Niemand is de baas en we werken allemaal mee aan zinvolle afspraken om het leven van de patiënt zo aangenaam mogelijk te maken.”

CO N N E CT

17


18

CO N N E CT


H A RT F A L E N

T RO M P E N S Z A B Ó

R E G I O M I D D E N-B RA B A N T

De juiste zorg, op de juiste plek en het juiste moment Zorg bieden op de juiste plaats en met de juiste frequentie. Dat is in een notendop het project waar Connect Hartfalen in de regio MiddenBrabant aan werkt. Trekkers zijn huisarts Leonie Tromp en cardioloog in het Elisabeth Tweesteden ziekenhuis (ETZ) Balázs Szabó. Zij zijn ervan overtuigd dat de huisarts en de specialist beter kunnen samenwerken. En, niet onbelangrijk, dat de patiënt daar beter van wordt. Waarom zijn jullie een project via Connect gestart? Tromp: “Wij zijn ervan overtuigd dat de zorg voor patiënten beter georganiseerd kan worden. Hiervoor ligt de sleutel in samenwerken met het ziekenhuis, met de specialisten. Enkele jaren geleden raakte ik voor het eerst in gesprek met collega Balázs Szabó en we wisten vrij snel dat we gezamenlijk een project op de rails wilden zetten.” “De fusie van het Elisabeth Ziekenhuis met het Tweesteden Ziekenhuis, was voor mij een uitgelezen moment om de samenwerking met de eerste lijn te gaan versterken”, vult Szabó aan. “Connect bood ons daarbij de blauwdruk om onze samenwerking vorm te geven.”

Voordeel daarbij: vaak is er sprake van veel co-morbiditeit wat bij uitstek het terrein van de huisarts is.” Szabó: “We bieden zo per patiënt zorg op maat en letten minder op de scheiding tussen de eerste en de tweede lijn. We werken samen zodat we zorg om de patiënt heen kunnen organiseren. We maken het de patiënt makkelijker. Naar mijn mening is juist deze regio geschikt om dit project vorm te geven: met de fusie tot het ETZ, één grote sterke huisartsenzorggroep en slechts twee grote verzekeraars in ons zorggebied is het makkelijker overleggen en besluiten nemen dan in een regio waar heel veel verschillende partijen bij het project betrokken zijn.”

‘Wij bieden per patiënt zorg op maat en letten minder op de scheiding tussen de eerste en de tweede lijn van zorg.’

Hoe moet de samenwerking er concreet uit gaan zien? “Beginpunt is goede communicatie”, meent Tromp. “Als een patiënt uit de tweede lijn terug naar de huisarts komt, moet duidelijk zijn wat er aan de hand is en wat het ingestelde beleid is. En dat geldt andersom evengoed. Gaat het slecht met iemand in de eerste lijn, dan moeten we elkaar snel en doeltreffend kunnen vinden. De opmerking ‘stuur maar naar de eerste hulp’ moet straks verleden tijd zijn. Een patiënt op leeftijd wil je niet om de haverklap naar het ziekenhuis sturen. De huisarts gaat bij de patiënt thuis langs en overlegt zo nodig met de specialist. We brengen met andere woorden de diagnostiek dichter bij de huisarts. Een diagnose stellen kan grotendeels via de huisarts. Alleen bij een specifieke vraag of voor specialistische diagnostiek hoeft een patiënt naar het ziekenhuis te komen.”

Wat bedoelen jullie precies met een blauwdruk? “Connect Hartfalen heeft een blauwdruk voor de samenwerking tussen de huisarts in de eerstelijnszorg en de specialist in de tweede lijn”, legt Tromp uit. “Dat houdt in dat we zorg op de juiste plaats willen gaan aanbieden en met de juiste frequentie. In ons project proberen we deze blauwdruk in de praktijk te brengen. In de basis is het idee simpel: kijk welke zorg de patiënt nodig heeft en waar deze zorg het beste aan te bieden is. Een ziekenhuisbezoek kan soms te belastend zijn en dan is een bezoek aan de huisarts of soms een huisbezoek beter.

Hoe zorg je ervoor dat je goed patiëntgegevens uitwisselt met elkaar? Szabó: “Een belangrijk instrument daarvoor kan tele­ begeleiding zijn, waar onze collega professor Folkert Asselbergs in Utrecht aan werkt [zie blz. 23, red.]. Het kan een middel worden om de patiënt bij zijn behandeling te betrekken en eigen verantwoordelijkheid te geven.

CO N N E CT

19


H A RT F A L E N

T RO M P E N S Z A B Ó

R E G I O M I D D E N-B RA B A N T

‘Connect biedt een kader en ondersteuning. Ook stelt zij deadlines waardoor we serieus werk maken van ons project.’

Maar er zijn meer speerpunten in ons programma”, gaat de cardioloog van het Tilburgse ziekenhuis verder. “Zo hebben we psychosociale screening en behandeling. Een mondvol die erop neerkomt dat we in de behandeling van hartfalen ook kijken naar de psychische problemen die patiënten krijgen bij deze ziekte. Tijdens elk consult kunnen hartfalenverpleegkundigen en de praktijkondersteuners een vragenlijst gebruiken die hen ondersteunt in de beslissing of de patiënt extra psychische begeleiding nodig heeft.” Het derde aandachtspunt is genetische screening, zo stelt Szabó: “Bij nieuwe patiënten zoeken we ook naar oorzaken voor hartfalen in de genetische hoek. Dat doen we omdat bij ruim dertig procent van de patiënten geen oorzaak voor het hartfalen achterhaald kan worden. Wij willen via genetische screening, waar collega cardioloog Baars aan werkt, uitzoeken of er mogelijk sprake is van een onderliggende genetische oorzaak bij patiënten met idiopathisch hartfalen.” Hoe kan de Connect helpen bij de samenwerking? “Vanuit de vereniging krijgen we een kapstok om ons onderzoek aan op te hangen”, reageert Tromp. “Zij hebben een blauwdruk voor onze samenwerking en de manier waarop wij ons project op kunnen zetten. Voor ons was dat een heel goed begin: het biedt een kader en het geeft ondersteuning. Zeker ook omdat we bij andere regio’s konden ‘afkijken’ hoe zij waren omgegaan met deze blauwdruk. En omdat Connect deadlines stelt aan projecten die zij begeleidt, hadden wij ook meteen een stok achter de deur om serieus werk te maken van ons project.” Szabó: “Wel zat er voor ons een hiaat in de hulp vanuit Connect. Na de kick-off begint het echte leven, om het zo maar te stellen. Dan moet je afspraken maken met verzekeraars, met thuiszorg en met de patiënten zelf. Daar zou Connect een grotere rol in kunnen spelen.

20

CO N N E CT

Naast wetenschappelijk en inhoudelijk werk, zou de vereniging nog sterker kunnen inzetten op de praktische kant van projecten die zij steunt. Die begeleiding maakt de slagingskans van ons project gewoon groter.” Wat is jullie concrete doelstelling voor 2017? Tromp: “De meest dringende vraag voor huisartsen is hoe de specialist mee kan helpen in het stellen van diagnoses in de eerste lijn. Daar hebben we als eerste aan gewerkt: alleen voor een echo moet de patiënt nog naar het ziekenhuis.” Grote uitdaging voor 2017 is volgens Szabó: “De blauwdruk van Connect realiseren: een structureel deel van de groep patiënten met hartfalen continue zorg bieden op de plek waar dat voor hen het beste uitkomt. We moeten gewoon beginnen. Denk niet aan wat niet kan, maar zie wat wel kan. Dan kom je echt een heel eind.” Tromp is het daarmee roerend eens: “Overal in het traject stuit je op dingen die niet kunnen, maar blijf vertrouwen hebben in de inhoud. De randvoorwaarden zijn uiteindelijk echt te regelen als je de inhoud maar hebt. Daar concen­ treren wij ons ook op.” Wat moet je dan vooral niet doen volgens jullie? “Discussie voeren over wie in de lead is”, repliceert Szabó direct. “Die valkuil kennen we allemaal wel. Maar focus op de inhoud. Wij trekken altijd samen op. Nooit staat de ene partij boven de andere. Dit project is er eentje van hand-in-handen-arm-in-arm.” Zo, stelt Szabó, kan de regio Midden-Brabant als een van de eersten betere hartfalenzorg aan patiënten bieden.


JANSEN& & JANSEN JANSEN JANSEN EVIDENCE BASED COOKING

Annemieke Jansen, cardioloog van het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda, doet al jaren onderzoek naar de gevolgen van ons eet-en leefpatroon voor ons lichaam. Janine, (haar zus) grafisch vormgever, foodfotograaf en fervent kok, is continu op zoek naar de lekkerste, eenvoudigste en gezondste gerechten. Die vindt ze met name in de mediterrane keuken.

Knolselderij-pastinaaksalade met gebakken ananas Wilt u gezond en toch lekker eten? Bijna geen enkele keuken is zo gezond en zo lekker als de mediterrane. De recepten in dit boek zijn er grotendeels op gebaseerd. Ze vormen de aanzet tot een verantwoord eetpatroon waarmee u de kans op hart- en vaatziek­ ten, nieraandoeningen en herseninfarcten aanzienlijk verkleint. Hartstikke lekker laat zien welke ongezonde ingrediënten in gerechten gemakkelijk te vervangen zijn door gezondere, zonder concessies te doen aan de smaak. Een verrassend kookboek met ruim honderd recepten voor iedereen: jong en oud, kerngezond en een beetje of chronisch ziek. Fontaine Uitgevers ISBN 978 90 59566194 Prijs: € 24,95

Fris, fraai, voordelig en gezond. Wat kunnen we er meer over zeggen, behalve dan dat we dit hier best een fraaie foto vinden :) En misschien dat we toch wel met klem een keukenmachine, hoe klein ook, aanraden om de selderij en de pastinaak te raspen. Want met de hand is het nogal een heidens karwei!

halve knolselderij 2 pastinaken 170 g Griekse yoghurt 3-5 draadjes saffraan rasp en sap van een halve citroen 4 schijven verse ananas scheutje rijstolie handje walnoten zwarte peper Proteïne: 9g Natrium: 80 mg Kcal: 230 Verzadigd vet: 2g Enkelvoudig onver­zadigd vet: 2 g Meervoudig onverzadigd vet: 7 g K: 550mg Suiker: 8g Cholestorol: 0 Vezels: 3g

Rasp de knolselderij en de pastinaken grof. Blancheer ze een minuut of vijf, dat wil zeggen: kook water, haal de pan van het vuur, leg de groentes in de pan en laat ze er vijf minuten in liggen. Spoel ze met koud water na. Kook een klein scheutje water op met de saffraandraadjes tot ze hun kleur afgeven, laat het mengsel bijna droog koken, roer de sap en rasp van de citroen erdoor, laat het afkoelen en meng het door de Griekse yoghurt. Doe er daarna de knolselderij en de pastinaak door. Bak de ananas mooi bruin, en als die klaar is bak je ook even de walnoten aan. Leg op ieder bord een schijf ananas, de groentes en de walnoten.


22

CO N N E CT


H A RT F A L E N

FOLKERT ASSELBERGS

REGIO UTRECHT

Digitalisering is de toekomst Belangrijk aandachtspunt voor Connect in de regio Utrecht in 2017 en 2018 is telebegeleiding bij hartfalen. De drijvende kracht is professor Folkert Asselbergs, cardioloog aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht en voorzitter van de RTA hartfalen. “Het is onomkeerbaar dat technologie naar de zorg toe komt. We boeken vakanties online en doen bankzaken via internet. Wij kunnen technologie ook inzetten om de zorg aan patiënten te verbeteren.”

“T

elebegeleiding zou weleens een uitkomst kunnen zijn voor mensen met hartfalen. Een probleem bij hartfalen is bijvoorbeeld dat patiënten vocht vasthouden door een verminderde pompfunctie. Iets wat we met medicijnen wel kunnen behandelen, maar niet altijd voorkomt dat patiënten achteruitgaan. Patiënten moeten tijdig hun medicatie innemen om vocht vasthouden te voorkomen. En daarmee voorkomen we ook onnodige ziekenhuis­opnames. Technologie biedt ons nu de kans mensen niet onnodig te belasten met een bezoek aan het ziekenhuis. Telebegeleiding kan mensen er bijvoorbeeld aan herinneren op het juiste moment hun medicijnen te slikken. Daarnaast kunnen we mensen helpen meer inzicht te krijgen in hun ziekte door tele-educatie en het monitoren van vitale kenmerken. Bij toename van het gewicht kunnen patiënten bijvoorbeeld hun vochtinname beperken of tijdelijk extra plastabletten. Ook hiervoor geldt: zo voorkomen ze dat ze opgenomen worden in het ziekenhuis.

‘Wij worden meer adviseurs van de huisarts doordat we op afstand meekijken.’ Toegevoegde waarde “In 2016 is een samenwerkingsafspraak voor tele­ begeleiding bij hartfalen tot stand gekomen tussen huisartsen, specialisten, verpleegkundigen, patiënten en zorgverzekeraars. Essentieel onderdeel van dit

consensusdocument is dat telebegeleiding bij hartfalen onderdeel moet zijn van de RTA. Telebegeleiding moet op een veilige, maatschappelijk en wetenschappelijk verantwoorde manier geïntroduceerd worden in de behandeling van patiënten met hartfalen in Nederland. Dus we zullen de implementatie ook na twee jaar evalueren. Dat is nodig want het is nog onduidelijk wie het meest baat heeft bij telebegeleiding en of het ook echt kosteneffectief is in de Nederlandse situatie. Daarnaast is het instrument mogelijk nog niet voor iedereen geschikt. De jongste generatie is niet anders gewend dan alles via digitale middelen te regelen, maar de vraag is of dit ook geldt voor ouderen.” Onderbouwde beslissing “De komende twee jaar willen we onderzoeken en vastleggen welk effect telebegeleiding heeft op de zorgconsumptie en de zorgkosten. Juist op dit punt is het Connect programma zo waardevol. Hierbinnen kunnen we registreren bij welke patiënten telebegeleiding succesvol is, waar we positieve effecten zien en wie we wel kunnen begeleiden op afstand en wie niet. Daarmee komen we tot een onderbouwde beslissing over de invoering van dit instrument. We moeten nu data genereren op basis waarvan we over twee jaar kunnen beslissen of telebegeleiding de benodigde investering waard is.” Van idee naar praktijk “Het is belangrijk dat we werken aan een platform waarin alle zorgpartijen betrokken zijn, van thuiszorg tot medisch specialist. Daarnaast moeten we nadenken hoe we telebegeleiding voor andere ziektebeelden, zoals diabetes, kunnen integreren met telebegeleding voor hartfalen. We moeten immers voorkomen dat patiënten voor elk ziektebeeld een verschillend platform moeten gebruiken.

CO N N E CT

23


H A RT F A L E N

FOLKERT ASSELBERGS

REGIO UTRECHT

‘Het gaat erom de patiënt goed te helpen. Hoe we de betalingsstructuur organiseren, daar moeten we uit kunnen komen.’

De weg daar naartoe is nog wel lang. Er zijn veel partijen betrokken en zij moeten allemaal meewerken. Ook hier geldt: er ligt een schone taak voor Connect om die regionale en landelijke samenwerking te organiseren. Gelukkig is er al een polderdocument van zorgpartijen en patiënten: de samenwerking rond hartfalen in het RTA. Ik weet dus dat we wel degelijk bereid zijn de koppen bij elkaar te steken. Dat is een stap in de goede richting die we verder invulling geven met ons tweejarig onderzoek naar telebegeleiding. Of het er komt? Daarop kan en wil ik niet vooruitlopen. Ik zie wel uitdagingen. Niet technisch, het zit vooral in de vergoeding van de aangeboden zorg. We streven natuurlijk naar minder zorgconsumptie, maar als de specialist consultant wordt van de huisarts, uit welk potje betaal je dan de zorg? Het gaat erom de patiënt goed te helpen. Hoe we de betaalstructuur organiseren, daar moeten we uit kunnen komen. Zeker als we effectiever zorg bieden, op een plek waar dat de patiënt het beste uitkomt en tegen lagere kosten.”

24

CO N N E CT

Uitstel is geen afstel “Het zijn vragen waar we een antwoord op vinden als we aantonen dat telebegeleiding effectief is. We gaan naar meer continue zorg, waarin de zorg in de eerste en tweede lijn overlappen. De technische middelen die er tegenwoordig zijn, maken het steeds makkelijker constructief met elkaar samen te werken. En daar heeft uiteindelijk de patiënt voordeel van. Zoals ik zei: voor de jongere generatie is iets als telebegeleiding een no-brainer. Zij doen alles in de virtuele wereld: van reizen boeken tot bankzaken en van een levenspartner vinden tot hun avondeten bestellen. Waarom hun zorg dan niet ook door technologie ondersteunen? Ik denk dat de grootste vraag is hoe we iets als telebegeleiding qua investering verantwoord kunnen invoeren. Als we er met elkaar nog niet aan toe blijken te zijn, dan voeren we telebegeleiding nu nog niet in. Nog niet, inderdaad, want ik ben ervan overtuigd dat van uitstel geen afstel komt. Digitalisering in de zorg komt onvermijdelijk naar ons toe. Laten we het dan ook maar omarmen, toch?”


CO L U M N

M A RC E L D A N I Ë L S

Connect: verbinding tussen dokter, patiënt en landelijk beleid

H

oe gemakkelijk is het soms om trots te zijn! Trots op hoe cardiologen en de NVVC via het Connect programma invulling geven aan alles waar we als medisch specialisten voor staan: bieden van een kwalitatief goede en betrouwbare zorg, efficiënte zorg volgens de geldende richtlijnen, optimale afstemming tussen alle zorgverleners, centraal registreren van kwaliteitsindicatoren, en aandacht voor de juiste patiënt, op de juiste plaats en het juiste moment. U herkent het natuurlijk: dit zijn de algemene doel­ stellingen van Connect. Die trots wordt alleen maar groter als ik zie hoe goed het programma aansluit op de visie die de medisch specialisten hebben neergelegd in het visiedocument De Medisch Specialist 2025. Uitgaan van de unieke patiënt, als moderne specialist, in een netwerkomgeving, en innovatief. Ik ben kortom trots op het feit dat het jaar 2025 voor de cardiologen nú al speelt.

Connect brengt niet alleen zorgverleners dichter bij elkaar en plaatst ze rond de patiënt, het maakt ook een connectie met het landelijke beleid, helpt daar richting aan geven, en legt bestaande dilemma’s bloot. Met Connect laten de cardiologen samen met de huisartsen en patiënten zien hoe netwerken op een praktische manier ingericht kunnen worden. Maar het toont ook hoe op sommige punten financiering niet aansluit bij de wensen van professionals en patiënten. Hoe ICT nog zeker niet is ingericht om onderlinge communicatie optimaal te doen verlopen. Of hoe het nog zoeken is naar het centraal vastleggen van gegevens (zonder al te veel administratieve belasting) en de bekostiging daarvan, met als bijkomende discussie hoe deze informatie ingezet moet worden. Wat mij betreft overigens vooral als instrument om te kunnen verbeteren, met als afgeleide (en niet als primaire doel) het bieden van keuze- en inkoopinformatie.

Tenslotte werpt Connect ook de vraag op hoe medisch specialisten hun werkomgeving zien; vastgeklonken aan het ziekenhuis of op een lossere manier (waar al vele voorbeelden van bestaan)? Voor al deze zaken is een eensgezinde opstelling van medisch specialisten van belang. Spreken met één stem helpt echt de randvoorwaarden creëren waaronder we optimaal kunnen functioneren: vakinhoudelijk top én met plezier. De Federatie Medisch Specialisten is er samen met de wetenschappelijke verenigingen voor om die stem volume te geven. Goede voorbeelden zoals geboden door Connect helpen daar zeker bij. En wat is er mooier dan als cardioloog en voorzitter van de Federatie ‘onze NVVC’ landelijk in de etalage te kunnen zetten? Marcel Daniëls, cardioloog Voorzitter Federatie Medisch Specialisten Jeroen Bosch Ziekenhuis Oud-voorzitter NVVC

‘Connect toont hoe netwerken op een praktische manier ingericht kunnen worden.’

CO N N E CT

25


26

CO N N E CT


Atriumfibrilleren Het aantal patiÍnten met atriumfibrilleren zal alleen maar toenemen. Gelukkig verbetert de zorg voor hen ook. Er ontstaan mooie vindingen en slimme vergoedings­ systemen waar de zorg in het algemeen baat bij heeft.

CO N N E CT

27


AT R I U M F I B R I L L E R E N

M A RT I N H E M E L S

Optimaliseren van de atriumfibrillerenzorg in Nederland De komende jaren neemt het aantal patiënten met atriumfibrilleren toe, mede door de stijging van de levensverwachting. Een ontwikkeling die we scherp in de gaten moeten houden, want atriumfibrilleren kan leiden tot ernstige complicaties, zoals een herseninfarct. Tevens gaat het vaak gepaard met cardiale problematiek zoals hartfalen, hypertensie en bijkomende aandoeningen als diabetes mellitus en longlijden.

B

ijna altijd is orale antistolling nodig om de kans op een hersen­infarct te verlagen. De prijs die de patiënt hiervoor betaalt, is een verhoogde kans op (ernstige) bloedingen. Monitoring van patiënten met atriumfibrilleren is nodig voor een veilige antistollingsbehandeling. Na cardiologisch relevante interventies vindt de zorg van een patiënt met atriumfibrilleren idealiter in de eerste lijn plaats. Voor de patiënt dicht bij huis en de huisarts heeft goed zicht op aandoeningen die naast atriumfibrilleren de kwaliteit van leven en therapietrouw kunnen beïnvloeden. Daarbij is de zorg bij de huisarts vaak goedkoper dan in de tweede lijn.

‘Landelijke registratie is een informatiebron om toekomstige onder­ zoeksvragen mee te beantwoorden.’ Er is wel een inhaalslag nodig in de eerste lijn wat betreft de optimale antistollingsbehandeling van atriumfibrilleren en behandeling van eventueel bijkomend cardiaal lijden. Om dit te bevorderen is de NVVC in 2015 gestart met Connect Atriumfibrilleren met als doel de atrium­fibrilleren­zorg

28

CO N N E CT

transmuraal optimaal in te richten, waarbij naadloos wordt samengewerkt tussen cardioloog en huisarts in het belang van de patiënt. Het maken en implementeren van regionale werkafspraken tussen de eerste en tweede lijn op het gebied van diagnostiek en behandeling, verwijzen en terugverwijzen, en het bevorderen van kennis over atriumfibrilleren bij de patiënt zullen bijdragen aan het optimaliseren van de atriumfibrillerenzorg in Nederland. Hierbij past een gezamenlijke registratie vanuit de eerste en tweede van alle patiënten met atriumfibrilleren in de vorm van een nationaal cohort. Dit cohort heeft inmiddels de naam DUTCH-AF. Hiermee is het mogelijk te monitoren in het belang van de zorg. Dit vergroot de kennis van artsen en de kwaliteit van zorg. En dat leidt weer tot veiliger zorg die bovendien kosteneffectiever kan zijn. Tevens vormt de landelijke registratie een informatiebron om toekomstige onderzoeksvragen mee te beantwoorden, inclusief groot­ schalige registry-based gerandomiseerde onderzoeken. Het doet me deugd dat we met de enthousiaste project­ groep van Connect AF, met hierin vertegen­woordigers uit zowel de eerste als de tweede lijn voor atriumfibrillerenzorg, inmiddels de eerste belangrijke stappen hebben gezet om de verschillende doelen en ambities daadwerkelijk succesvol in de praktijk te brengen. Martin Hemels Cardioloog Rijnstate Ziekenhuis Projectleider Connect Atriumfibrilleren


CO N N E CT

29


30

CO N N E CT


AT R I U M F I B R I L L E R E N

T H E U N I S S E N E N RO M E I J N D E R S

R E G I O Z U I D O O S T- B R A B A N T

Wij willen landelijk koploper zijn De regio Zuidoost-Brabant heeft de zorg rondom patiënten met atriumfibrilleren volgens de Value Based Healthcare principes in de eerste, tweede en derde lijn goed geregeld. Een gesprek met Luc Theunissen, cardioloog en voorzitter van het Nederlands Hart Netwerk (NHN) en Arnold Romeijnders, directeur van zorggroep POZOB over een kickstart na een geslaagde kick-off van het Connect programma in Zuidoost-Brabant en over de gedeelde belangen van Connect en het Nederlands Hart Netwerk. Wat is er na de kick-off allemaal gerealiseerd? “Voor de kick-off was de zorg rondom atriumfibrilleren (AF) in de tweede en derde lijn goed geregeld. Door de kick-off is ook de eerste lijn aangehaakt. Atriumfibrilleren was het eerste zorgpad dat van de eerste tot en met de derde lijn goed op orde was in onze regio. Door de intensieve samenwerking rond het zorgpad AF zijn we ook gaan kijken naar de structuur. We hebben een structuur ontwikkeld waarin de eerste, tweede en derde lijn goed vertegenwoordigd zijn. Door het vertrouwen dat er is ontstaan tussen de cardiologen van de vier ziekenhuizen Anna Ziekenhuis, Catharina Ziekenhuis, Elkerliek Ziekenhuis en Maxima Medisch Centrum - en de vier zorggroepen in onze regio - DOH, ELAN, POZOB en SGE - hebben we de basis gecreëerd om Value Based Healthcare voor hartpatiënten in de hele regio te implementeren. We zijn nu ook bezig om voor grote patiëntgroepen (zoals coronairlijden, hartfalen, kleplijden en CVRM) uitkomstindicatoren te meten en zorgpaden te definiëren en optimaliseren met het oog op verdere verbetering van uitkomsten voor patiënten.

‘Het netwerk gaat over alle ziekenhuizen heen en levert veel energie op voor alle cardiologen en huisartsen.’

De zorgpaden leiden ook tot regionale transmurale afspraken (RTA’s). De RTA AF is bijna klaar. De PDCA-cyclus doorlopen we gezamenlijk. Aan de hand van de uitkomsten die we meten zullen we zorgpaden verder verbeteren en we voeren bijvoorbeeld audits uit om na te gaan of de implementatie van het zorgpad goed is uitgevoerd.” Waar ben je het meest trots op? “Vooral het extra vertrouwen dat ik zie ontstaan tussen de eerste, tweede en derde lijn. We zien dat de muren verdwijnen en de iedereen zich richt op wat voor patiënten het meest belangrijk is; de resultaten van de behandeling. Er is meer continuüm in de zorg voor patiënten met atriumfibrilleren, maar dus ook op andere vlakken die we via de werkgroepen dekken. Dat continuüm kan alleen ontstaan doordat we met zijn allen zo sterk focussen op kwaliteit en lagere kosten. Met elkaar krijgen we meer inzicht in de kwaliteit die we leveren en de manieren waarop we daarin tot een verbetering kunnen komen. We zijn goed georganiseerd en er zijn geen drempels in het delen van informatie en resultaten. We ontdekken zo bij elkaar wat we kunnen en daar leren we allemaal weer van. Het grootste voordeel dat dit oplevert is in mijn ogen dat de eerste, tweede en derde lijn elkaar veel makkelijker zijn gaan vinden. Veel sneller dan voorheen delen we eenzelfde visie en aanpak. Dat zal leiden tot pure winst voor de patiënten.” Wat zijn de doelstellingen voor 2017? “We ronden vijf zorgpaden af; met atriumfibrilleren en CVRM zijn we al zo goed als klaar. Daarnaast gaan we de regionale projecten rond hartfalen op elkaar aansluiten.

CO N N E CT

31


AT R I U M F I B R I L L E R E N

T H E U N I S S E N E N RO M E I J N D E R S

R E G I O Z U I D O O S T- B R A B A N T

‘Ik ben ervan overtuigd dat een goede organisatie als vanzelf draagvlak creëert, maar het betekent wel dat we iedereen bij de les moeten houden.’

Ook starten we audits in de verschillende ziekenhuizen en gaan we dit jaar in gesprek met de zorgverzekeraars en hopen we dat zij onze programma‘s ondersteunen.” Dat klinkt op zijn minst ambitieus. Zijn er uitdagingen die succes in de weg staan? “De grootste uitdaging ligt, ondanks het enthousiasme, in de gezamenlijkheid. Het is belangrijk om gezamenlijk te rapporteren voor de kwaliteitscyclus en dezelfde doelen te blijven nastreven met elkaar. Ook het overtuigen van besturen en management van ziekenhuizen zal niet zomaar geregeld zijn; we moeten onze prestaties aantoonbaar verbeteren.” Is daarbij de betrokkenheid van de eerste lijn zonder meer gegarandeerd? Ik ben ervan overtuigd dat focus op de patiëntwaarde en een goede organisatie als vanzelf draagvlak creëert. Wij willen graag landelijk koploper zijn met onze initiatieven en zorgprogramma’s en op regionaal niveau Value Based Healthcare implementeren. Wanneer we zien dat ergens kwaliteitsverbetering mogelijk of nodig is, dan trekken we direct aan de bel. Zo houden we elkaar scherp. De samenwerking is intensief, maar juist omdat we zoveel vertrouwen voelen, durven we elkaar op te zoeken en te zeggen waar het op staat. Die focus op voor patiënten relevante uitkomsten en de eerlijkheid komt de betrokkenheid van alle zorgverleners ten goede, waar in de lijn ze zich ook bevinden. Vanzelfsprekend staan we er graag voor open om onze ervaringen met andere regio’s te delen.” Je noemde al het Nederlands Hart Netwerk. Is dat zo’n bijzondere vorm van samenwerking die is ontstaan uit jullie onderlinge vertrouwen? “Het is wel bijzonder dat cardiologen en huisartsen zo verenigd zijn, ja. We gaan gezamenlijk voor de beste zorg en daar zitten geen dubbele agenda’s bij. Iedereen is oprecht betrokken met belang van de patiënt voor ogen. Het netwerk gaat over alle ziekenhuizen heen en levert veel energie op bij de betrokken cardiologen en huisartsen. Dat voelt goed.”

32

CO N N E CT

Wat is de relatie tussen Connect en het Nederlands Hart Netwerk (NHN)? “Ik denk dat we elkaar aanvullen. Voor mij richt Connect zich sterk op de relatie tussen de eerste en de tweede lijn. NHN heeft dezelfde focus en geeft invulling aan dit doel in de regio, met duidelijke aandacht voor uitkomsten van zorg die voor patiënten het meest relevant zijn. De follow-up die wij geven aan de basis van Connect zie ik als een verrijking. Wij vervolgen dit in de implementatie van regionale afspraken en de uitvoering van audits. We streven ernaar elkaar nog beter te kunnen vinden, zodat de zorg aan patiënten alleen maar nóg beter wordt.”


CO L U M N

LO N N E K E VA N R E E U W I J K

Betere zorg voor de patiënt door liefdevolle samenwerking cardioloog en manager

S

teeds meer wordt cardiologen gevraagd kritisch te kijken naar hun prestaties. Maar over welke prestatie hebben we het eigenlijk? Er zijn verschillende maten. Zo kun je kijken of het handelen overeenkomt met professionele richtlijnen, waarmee je uitdrukking geeft aan de mate van evidence-based handelen. De prestatie kun je ook bepalen aan de hand van patiëntervaringen, uitgedrukt in aspecten als bereikbaarheid of regie over de zorg. Gebruik je beide maten, dan kan dit aanleiding geven tot tegenstrijdigheid in de beoordeling: een cardioloog die volgens de richtlijn een afwachtend beleid voorstelt bij atriumfibrilleren kan van de patiënt een slechte prestatiebeoordeling krijgen, als deze een ablatie wenst. En stel, een interventiecardioloog vat de zorguitkomst primair op als het technisch goed uitvoeren van een TAVI, terwijl de patiënt denkt aan het weer oppakken van normale dagelijkse activiteiten. Beide definities vallen met elkaar samen als de TAVI leidt tot het oppakken van dagelijkse activiteiten. Maar dat is niet altijd het geval.

Dit principe van value based healthcare is uitgebreid beschreven door prof Michael Porter aan de Harvard Universiteit (What is value in health care? N Engl J Med. 2010;363(26): 2477-81). We tasten nog behoorlijk in het duister over wat waardegedreven of gepaste cardiologische zorg is en dat maakt ons kwetsbaar voor zorgverzekeraars. De enige optie is zelf onze zorg te (laten) waarderen, ongepaste zorg op te sporen en vervolgens te elimineren. Maar welk model van indicatoren biedt de grootste kans op rendement tegen minimale kosten en risico’s? Of is de les dat value based healthcare er niet is? En zorgt het ontbreken hiervan juist voor meer maatwerk, vakmanschap, innovatie en creativiteit?

De zorgverzekeraar is een andere partij met een eigen perspectief op zorgprestaties. Hij heeft een duidelijke focus, maar er zijn veel termen en begrippen, die losstaan van wat wij essentieel vinden in de patiëntenzorg. Want wat moet je als cardioloog met overproductie, productiecijfers, zorginkoop en schadelast? Het is terminologie uit de systeemwereld, die nauwelijks betekenis en verbinding met de leefwereld van de professional heeft. Organisaties zijn “verdraaid”, stellen Wouter Hart en Marinus Buiting in hun boek Verdraaide organisaties, als de natuurlijke principes van organiseren verloren zijn gegaan onder een lawine van onnatuurlijke managementlogica. Dat levert spanningen op. In de praktijk van alledag hebben we met beide werelden te maken, maar we voeren niet genoeg het gesprek hoe we die werelden kunnen verbinden. Waardegedreven zorg staat in de kinderschoenen. Binnen het gedachtegoed van waardegedreven zorg, worden patiëntgedreven uitkomsten gerelateerd aan zorgprocessen (met procesmaten) en bijbehorende werkelijke kosten.

Lonneke van Reeuwijk Voorzitter NVVC Kamer voor Managers (met dank aan Prof. Dr. Gert Westert, IQ Healthcare, Radboudumc)

Of vraagt waardegedreven zorg om meer avontuur en liefde voor de patiënt en de cardiologie van zowel professionals en managers? De vragen stellen is ze beantwoorden. Het hart wordt geraakt omdat we het verschil willen maken voor patiënten.

‘Landelijke registratie is een informatiebron om toekomstige onderzoeksvragen mee te beantwoorden.’

CO N N E CT

33


34

CO N N E CT


AT R I U M F I B R I L L E R E N

R I E N S T R A E N B E LT M A N

R E G I O G RO N I N G E N

Slimme vindingen en een goede vergoedings­ structuur In de regio Groningen werken huisartsen en cardiologen al een paar jaar samen om atriumfibrilleren beter aan te pakken. Belangrijk hierbij was dat er in deze regio een zeer goed werkbare afspraak is gemaakt met de zorgverzekeraar, huisartsen en cardiologen over de vergoedingsstructuur. En het traject leidde al tot een innovatie: met de MyDiagnostick is in één minuut te zien of iemand atriumfibrilleren heeft.

D

e juiste zorg voor atriumfibrilleren zo dicht mogelijk bij de patiënt brengen, in de regio Groningen is dit de insteek. “Vanuit cardiologie moeten we kritisch naar patiënten kijken”, stelt Michiel Rienstra via de telefoon. De cardioloog van het Universitair Medisch Centrum in Groningen werkt al sinds 2015 aan deze missie. De reden is simpel: “Een deel van de patiënten met atriumfibrilleren is al jaren stabiel maar komt nog jaarlijks voor controle in het ziekenhuis. Zij kunnen ook prima door de huisarts begeleid worden; dan hebben wij meer tijd voor mensen met acute of gecompliceerde problemen.” Maar dat is niet het enige dat ze in Groningen doen. Huisartsen zoeken ook actief naar patiënten met nieuw atriumfibrilleren in hun eigen praktijk. Rienstra: “Collega Tieleman heeft een apparaat ontwikkeld waarmee huisartsen in enkele minuten ritmestoornissen kunnen opsporen.” De MyDiagnostick is een stick met een lampje erop dat de patiënt beetpakt met beide handen. Als het lampje rood kleurt, is er hoogstwaarschijnlijk atriumfibrilleren. De diagnose kan worden bevestigd door het MyDiagnostick 1-kanaal ritmestrook te beoordelen of een 12-kanaals ECG te maken; bij ongeveer zeventig procent van de patiënten is er sprake van atriumfibrilleren. “Omdat we zo atriumfibrilleren vroegtijdig kunnen ontdekken, helpen we ernstige complicaties zoals beroertes voorkomen. Dit doen we door vroegtijdig een behandeling te starten en te onderzoeken wat atriumfibrilleren veroorzaakt.” De MyDiagnostick wordt op verschillende manieren toegepast door huisartsen. Een aantal heeft het stokje op een looprek gemonteerd en in de wachtkamer geplaatst. Iedereen die de praktijk inloopt, kan even het stokje vasthouden en zo screent de huisarts een groot deel van zijn

patiëntenbestand. Anderen geven het mee aan de praktijk— verpleegkundige tijdens huisbezoeken bij de grootste risicogroep: de oudere patiënten. Vergoedingen: huisarts in de lead Sinds 2015 zoekt Rienstra met een team naar betere samenwerking in de zorg. Vier ziekenhuizen zijn bij het project betrokken (UMC Groningen, Ommelander Ziekenhuis Groep, Martini Ziekenhuis en Treant Zorggroep), alsmede de Groninger Huisartsen Coöperatie (GHC) – waar 260 huisartsen in de regio Groningen/Noord-Drenthe bij zijn aangesloten. Inmiddels doet 50 procent van alle huisartsen mee aan het project. “Interessant voor de zorgverzekeraar”, stelt de Groningse huisarts Frank Beltman, de initiatiefnemer van het project namens de GHC. “De GHC koopt de ketenzorg in bij de zorgverzekeraars. De huisarts krijgt een vergoeding voor de uitvoering van zorg én voor samenwerking. Dat laatste is uniek. Daarmee kan de huisarts de expertise van de cardioloog inschakelen en deze daarvoor betalen.” Een heel mooi systeem, vindt Beltman, want zo kun je altijd een specialist inschakelen als je eigen kennis niet toereikend is. “Wij zijn opgeleid als generalisten en onze kennis is dus minder diepgravend dan van de specialist. Nu kunnen we deze vergoeden voor de ondersteuning die zij leveren.” Bij de financiële afspraken met Menzis is zelfs voorzien in de aanschaf van de MyDiagnostick door de huisartsen, bij afwezigheid van of soms naast bestaande ECG-apparatuur. Beltman: “De redenering is simpel: als je per jaar twee patiënten meer opspoort dan in de reguliere zorg, houd je de zorgkosten uiteindelijk lager. Je voorkomt daarmee immers complicaties in een later stadium van de ziekte.”

CO N N E CT

35


AT R I U M F I B R I L L E R E N

R I E N S T R A E N B E LT M A N

R E G I O G RO N I N G E N

‘Landelijke registratie is een informatiebron om toekomstige onderzoeksvragen mee te beantwoorden.’

Versterking eerste lijn Zorgverzekeraar Menzis zag direct brood in de constructie. Beltman snapt dat wel: “Hoe dichter bij huis je de zorg levert, hoe goedkoper deze is, redeneert de zorgverzekeraar. Als je daarbij kunt garanderen dat de kwaliteit van de zorg in orde is, waarom zou je daar dan niet voor kiezen? Daar komt bij: voor de stabiele groep patiënten met atriumfibrilleren is het logischer dat je de data heen en weer stuurt dan de patiënt zelf. We werken nu transmuraal samen waarbij de patiënt altijd de beste zorg krijgt, waar hij ook behandeld wordt. Natuurlijk is het zo dat we in ons ketenzorg-protocol goed hebben vastgelegd welke patiënten terugverwezen kunnen worden vanuit ziekenhuis naar huisarts en vice versa. Zo kunnen we de eerstelijnsfunctie van de huisarts, en de tweede en derdelijnsfuncties van de ziekenhuizen versterken. In de afgelopen twintig jaar zijn veel routinecontroles in het ziekenhuis beland. Dat draaien we nu weer een beetje terug. Dat is handig, want huisartsen kunnen veel beter in de breedte kijken, en cardiologen in de diepte; huisartsen zijn de specialist op het generieke vlak.” Chatten Hoewel cardioloog Rienstra iets voorzichtiger is met stellen dat deze zorgsubstitutie naar de eerste lijn bijdraagt aan een goedkopere zorg in ons land, ziet ook hij duidelijke voordelen van deze vorm van ketenzorg. De communicatielijnen met de huisartsen zijn veel korter geworden. Om de huisartsen te ondersteunen, is er teleconsulting ontwikkeld: “Het is een soort beveiligde app waarin huisartsen en cardiologen met elkaar kunnen chatten. Enorm handig want we kunnen zo snel antwoord geven op een vraag van de huisarts of een ECG beoordelen.” Het teleconsult is inmiddels ingebouwd in het Huisartsen Informatie Systeem en de huisarts kan het met één druk op knop starten. Voordeel voor de cardioloog is dat er niet gebeld hoeft te worden, en dat je op een rustig moment kunt antwoorden, via computer of smartphone. Daarnaast is ook de vergoeding voor de cardioloog hier automatisch aan gekoppeld. “Met onze expertise ter ondersteuning kan de huisarts in zijn praktijk goed werk verrichten.

36

CO N N E CT

De gemiddelde praktijk in onze regio heeft tussen de tien en vijftig patiënten met atriumfibrilleren. Met onze eerstelijns cardiologenadvies, als het ware, kan de huisarts stabiele patiënten uitstekend bijstaan.” Terug de schoolbanken in Onderdeel van die cardiologische hulp is ook scholing voor huisartsen. “Hierin is aandacht voor de diagnose en behandeling van atriumfibrilleren en voor de ketenzorg. We hebben een avond voor de huisartsen zelf en eentje voor de praktijkondersteuners, die laatste gegeven door de verpleegkundig specialisten.” Dat is vooral praktisch: hoe moet je meten, hoe werkt de chatfunctie van het teleconsult, etcetera.” Inmiddels is het scholingsprogramma uitgebreid met een basiscursus ECG lezen voor huisartsen. Deze cursus wordt gegeven door UMCG-cardiologen en een huisarts om zo de kennis omtrent ECG’s te vergroten, en handvatten te geven wanneer wel en wanneer niet een ECG te maken. Scholing, chatten, vroegtijdige detectie van atriumfibrilleren, en terugverwijzing van stabiele patiënten; het is de weg naar betere zorg, geboden op de juiste plek en daarmee tegen lagere kosten. “Maar de belangrijkste winst zit erin mensen te vinden met niet eerder ontdekt atriumfibrilleren, die we anders missen.” Tot slot stelt Rienstra nuchter: “Of atriumfibrilleren-ketenzorg het gouden ei is, zal moeten blijken, maar door samenwerken kan de zorg voor patiënten met atriumfibrilleren alleen maar beter worden.”


CO L U M N

H A N S VA N LA A R H O V E N

Connect is verbinden én delen

V

anaf dag één, ergens in 2012, was Connect een goed initiatief en dat kon natuurlijk ook niet anders: ambities om in samenwerking meer kwaliteit, veiligheid, transparantie, afstemming en efficiency voor elkaar te krijgen, zijn altijd positief. Het waren mooie doelen en dat zijn ze nog altijd. Enkel benoemen is niet genoeg; het daadwerkelijk aan de slag gaan om ze te realiseren, dat is wat iedereen wil. De eerste kick-off die ik bijwoonde, was in 2012. Daar kon je zien, dat het programma goed werd ontvangen en dat er veel enthousiasme was om mee te doen; het idee sloeg aan. Het was in Rotterdam, de stad van geen woorden maar daden, al kan dat toeval zijn geweest. In een omgeving die zo complex is als onze zorg, is elke verandering bepaald geen sinecure. De doelen en wensen zijn wel in een paar regels samen te vatten. Voor de patiënt meer kwaliteit, betere en toetsbare zorg in een veilige omgeving. Hetzelfde geldt voor de professional, aangevuld met goede afstemming, een lerende omgeving en werken op basis van richtlijnen. Voor iedereen komen daar nog vergelijkbare en transparante zorg met centraal geregistreerde kwaliteitsindicatoren bij. Achter deze samenvatting gaat een wereld schuil van belemmeringen in financiering, domeinenstrijd, gebrekkige ICT, onuitgesproken beroepsbelangen, onwillige patiënten, wetenschappelijke onenigheid en gebrek aan zeggenschap. De opsomming is niet compleet. Feitelijk gaat het niet echt schuil, veel van deze hinderlijke omstandigheden kennen en benoemen we gewoon in de talloze werkgroepen, overleggen en commissies waar we elkaar ontmoeten. Daar stellen professionals, patiënten en verzekeraars, omringd door wetenschappers, kennisinstituten, gezondheidsfondsen en overheden vast wat ons bindt en hindert. En daar gaan ze vol goede moed verder.

Patiënten hebben baat bij goed en snel georganiseerde zorg in hun omgeving, een goede registratie, de juiste geneesmiddelen en revalidatie, een passende dataset en het gebruik van landelijke transmurale afspraken en individuele zorgplannen. Er zijn nog lege vlekken op de kaart en er zijn nog meer hartaandoeningen, dus Connect moet verder. Daarbij is het gewenst meer zicht te krijgen op de resultaten van alle inspanningen die iedereen zich getroost heeft. Er zit veel energie, tijd en inzet in Connect en over wat dat allemaal heeft opgeleverd moet meer bekend worden. En dan bij voorkeur in termen van uitkomsten, die publiek en toetsbaar zijn. Een sterkere sturing in die richting, en patiënten en publiek daarvan deelgenoot maken, zou een mooie volgende stap zijn. Hans van Laarhoven Manager Team Collectieve Belangenbehartiging De Hart&Vaatgroep

‘In een omgeving die zo complex is als onze zorg, is elke verandering bepaald geen sinecure.’

Connect doet ertoe voor mensen met hart- en vaatziekten, voor de weg naar betere zorg. Voor de grote groepen patiënten met acuut coronairlijden, atriumfibrilleren en hartfalen is het van grote betekenis.

CO N N E CT

37


38

CO N N E CT


Acuut Coronair Syndroom Als eerste Connect project is er bij de zorg voor Acuut Coronair Syndroom al veel progressie geboekt. Toch kan het altijd beter, zo laten de verschillende lopende initiatieven zien. Nieuw is de focus op pijn op de borst.

CO N N E CT

39


M A A RT E N - J A N C R A M E R

AC S

ACS beter georganiseerd Bij de start van Connect is ervoor gekozen de aandacht in eerste instantie te richten op de patiënt met een acuut hartinfarct. Het idee was dat bij deze groep winst te boeken was in overleving en kwaliteit van leven. Een regionale invalshoek kenmerkt daarbij de inspanningen die Connect sinds 2012 heeft gepleegd om de zorg bij ACS drastisch te verbeteren.

H

et was de periode waarin het VMS Veiligheids— programma het Acuut Coronair Syndroom tot één van de tien landelijke verbeterthema’s benoemde. De Europese en Nederlandse richtlijnen stellen dat binnen 90 minuten na het eerste contact van de patiënt met de hulpverlening de behandeling van het infarct moet plaatsvinden. Time is muscle, en om dit te verwezenlijken, dient de keten van potentiële hulpverleners zo efficiënt mogelijk te zijn georganiseerd. Hierbij spelen de ambulancediensten, die direct telefonisch en e-mailcontact met het meest nabije interventiecentrum kunnen onderhouden, een cruciale rol. Kenmerkend voor Connect is de regionale invals­hoek: de partijen in de regio – van ambulance tot cardioloog, huisarts, gespecialiseerde verpleegkundige en hartrevalidatieteam – brengen samen in kaart hoe de zorg in de regio is georganiseerd. Twintig regio’s hebben zich aangesloten in de periode van 2012-2016. Toepassen van actuele richtlijnen, hanteren van gezamenlijke protocollen, monitoring en evaluatie leiden tot een betere organisatie de van zorg.

‘Twintig regio’s hebben zich aangesloten in de periode van 2012-2016.’ Grote daling sterfgevallen De klinische fase richt zich op het voorkomen en behandelen van eventuele complicaties van het acuut hartinfarct en op het identificeren en als zodanig behandelen van hoogrisicopatiënten ten aanzien van mortaliteit en morbiditeit. Er is in de afgelopen jaren veel verbeterd. Veranderingen in de behandeling in de acute fase van het ziektebeeld en veranderingen in secundaire preventie hebben volgens de Hartstichting geleid tot zo’n 4.100 minder sterfgevallen door coronaire hartziekten in de periode 1997-2007.

40

CO N N E CT

Vergrijzing De aandacht voor coronaire hartziekten blijft onverminderd belangrijk. Bevolkingsprognoses van het CBS stellen dat het aantal mensen van 75 jaar en ouder in de komende dertig jaar meer dan verdubbelt: van 1,2 miljoen in 2011 naar 2,6 miljoen in 2040. Door vergrijzing stijgt tussen 2011 en 2040 het aantal patiënten met coronaire hartziekten van 600.000 naar 930.000 (+55 procent). Aandacht verschuift Maar de aandacht verschuift naar andere fasen in de keten van het acuut coronair syndroom, zo blijkt ook uit een inventarisatie die Connect in 2016 bij de regionaal projectleiders heeft gedaan. De regionale verbeterinitiatieven richten zich nu veelal op de triage en instroom en de post-infarctfase en uitstroom; en op de samenwerking met de eerste lijn. De juiste zorg op het juiste moment op de juiste plaats aanbieden is uitsluitend te realiseren met de huisartsen. De hoeveelheid zorg voor mensen met (risicofactoren voor) cardiovasculaire aandoeningen in de huisartsenpraktijk zal in de toekomst verder toenemen. Steeds meer substitutie van zorg vindt plaats van de gespecialiseerde tweede lijn naar de eerste lijn. In de regio’s is veel bereikt op het gebied van acuut hartinfarct en instabiele angina pectoris. De weg naar kwaliteitsverbetering is echter nooit volledig alleen af te leggen. Bij Connect gloort er altijd een nieuwe uitdaging aan de horizon, zoals de patiënt met pijn op de borst. Maarten-Jan Cramer Cardioloog UMC Utrecht Projectleider Connect ACS


CO N N E CT

41


AC S

G R E E T J E D E G RO OT H

R E G I O G RO OT- L E I D E N

De juiste zorg bij pijn op de borst Interventiecardioloog Greetje de Grooth zet zich in voor betere zorg aan patiënten met pijn op de borst. Door betere samenwerking met de eerste lijn (huisartsen) en de derde lijn (thoraxchirurgen) kunnen patiënten de zorg krijgen die ze nodig hebben op de plek waar dat voor hen het beste is. In vier jaar tijd moet de samenwerking tussen huisartsen en specialisten geoptimaliseerd zijn.

“I

nterventiecardiologie is een adrenalinevak”, vertelt Greetje de Grooth op haar kamer in het Leids Universitair Medisch Centrum. “Bij een acuut probleem moet je snel handelen omdat er sprake is van een levensbedreigende aandoening. Als ik snel kan ingrijpen, is de winst heel groot. Dat is het mooie van mijn werk.” Maar in haar werk viel De Grooth iets op: “Op de poli’s waar ik werk in Leiden, Lisse en Voorschoten, zie ik heel veel patiënten die pijn op de borst hebben. Maar bij slechts 13 procent van die mensen is de oorzaak kransslagaderlijden. Bij dit lijden onderscheiden we, niet levensbedreigend, stabiel angina pectoris en acuut coronair syndroom, dat direct ingrijpen vereist. De meeste patiënten met pijn in de borst die ik zie, hebben een niet-cardiale oorzaak. Het klinkt wat cru natuurlijk, maar die mensen horen niet op de cardiopoli.”

Beter door- en terugverwijzen Met dit gegeven ging De Grooth aan de slag. “De verwijzingen die wij krijgen, kunnen beter aansluiten op het werk dat we doen. Het ideale beeld is dat ik alleen patiënten zie met kransslagaderlijden en de andere patiënten met pijn op de borst in de eerste lijn blijven.” De Leidse arts zette de project­groep Screening Therapy And Follow up - Angina Pectoris (STAF-AP) op, waarmee mensen met pijn op de borst op de juiste plek terecht moeten komen. “We gebruiken daarbij de kracht van Connect om dit project uiteindelijk landelijk te kunnen implementeren.” De Grooth wist de patiëntenvereniging van mensen met hart- en vaatziekten, huisartsen, cardiologen en thoraxchirurgen en de zorgverzekeraars gezamenlijk aan tafel te krijgen. “Iedereen erkende direct het probleem: de communicatie rond door- en terugverwijzen en de voorlichting aan patiënten konden beter. We hebben drie subgroepen opgericht om deze problemen aan te pakken: doorverwijzen van de eerste naar de tweede lijn, betere communicatie en gegevensverwerking, en terugverwijzen naar de eerste lijn.” Er werd een werkdocument opgesteld dat voor de drie subgroepen moet leiden tot aanbevelingen over diagnostiek en behandeling, in zowel de eerste als de tweede en derde lijn. “Probleem daarbij is dat ons werkdocument niet éénop-één aansluit op de standaarden van het Nederlands Huisartsen Genootschap” (NHG), merkt De Grooth op. “Wij kwamen erachter dat de standaarden gedateerd zijn. Om een voorbeeld te noemen: in de standaard staat dat mensen met stabiele angina pectoris niet doorverwezen hoeven worden naar de cardioloog. Maar wij zijn overeengekomen dat dit wel moet gebeuren. Immers: er kan sprake zijn van een groot zuurstofgebrek van het hart, waaraan de cardioloog

42

CO N N E CT


een patiënt kan helpen. De basis is: als er behandelopties zijn, en de patiënt het wil, verwijs je door. Vervolgens blijven deze mensen zo kort mogelijk in de tweede lijn en verwijst de cardioloog ze terug naar de huisarts voor cardiovasculair risicomanagement.”

‘De basis is: als er behandel­opties zijn, en de patiënt wil het, verwijs je door.’ Anders samenwerken “De zorg die we nu leveren, is in de toekomst niet meer te bekostigen”, is het negatieve beeld dat De Grooth schetst. “De kosten door kransslagaderlijden bedragen nu 2,1 miljard euro per jaar, een som geld die tot 2030 op basis van demografische ontwikkelingen waarschijnlijk gaat verdubbelen als we de zorg niet anders organiseren. Wat we kunnen doen om de kosten van de zorg in toom te houden, is zorgen dat huisartsen de middelen krijgen om patiënten die niet doorverwezen hoeven worden, in hun praktijk te houden. Dat vergt een goede samenwerking, een betere communicatie en een andere manier van verwijzen.” Precies dat is waar De Grooth en consorten aan werken: “Met een

groep bevlogen mensen zorgen we ervoor dat de kwaliteit van zorg voor mensen met pijn op de borst verbetert. Dat zit in zaken als ondersteuning van het verwijsbeleid, een systeem van shared care opzetten waarin cardioloog en huisarts samen met de patiënt de juiste behandeldoelen stelt en betere voorlichting zodat ook de patiënt met een gerust gevoel op de juiste plek behandeld wordt. Heel tastbaar werken we aan een stroomdiagram waarin de huisarts ondersteund wordt om de juiste patiënt met pijn op de borst te verwijzen en deze niet te verwijzen als er geen belangrijke reden is om kransslagaderlijden te vermoeden.” Vier jaar de tijd Als de vernieuwing van de NHG-standaard afgerond is, kan de implementatie van het stroomdiagram in de regio doorgevoerd worden. “Met behulp van onderwijs aan huisartsen wordt het stroomdiagram als aanvulling op de aangepaste standaard onder de aandacht gebracht, zodat de juiste diagnose beter gesteld kan worden en de patiënt beter gerustgesteld kan worden als geen cardiale reden wordt vermoed. Daarnaast kunnen we dan onderzoeken of het stroomdiagram zoals we dat opgesteld hebben, optimaal werkt. We nemen vier jaar de tijd om dat diagram, en dus ook onze samenwerking, te optimaliseren. Dan moet er een systeem staan waarin de huisarts doorverwijst als het nodig is, de cardiologen snel kunnen terugverwijzen en patiënten niet alleen weten waar ze aan toe zijn, maar ook altijd de juiste zorg op de juiste plek krijgen. En dan krijgen ze in mijn ogen de beste behandeling die mogelijk is.”

CO N N E CT

43


44

CO N N E CT


AC S

AY D I N E N VA N C A S T E R E N

R E G I O N O O R D - L I M B U RG

Juiste context voor samenwerking De zorg voor patiënten met acuut coronair syndroom verbeteren. Daar strijden cardioloog Selahattin Aydin en kaderhuisarts Bernadette van Casteren in de regio Noord-Limburg voor. Zij hebben de handen ineengeslagen om onder meer de aanrijtijden naar het ziekenhuis te verbeteren. “Hoe meer mensen binnen de normtijden de juiste zorg krijgen, hoe groter de kans dat zij het overleven.” Connect geeft hen de juiste context om de samenwerking verder te structureren.

“W

ij werkten al met een focusgroep voor acuut coronair syndroom voordat Connect om de hoek kwam kijken”, stelt cardioloog Selahattin Aydin uit het Venlose VieCuri Ziekenhuis. In samenwerking met ziekenhuizen in Weert en Roermond en de ambulancediensten in deze regio onderzoekt Aydin de optimalisering van zorg bij acute hartproblemen. “Toen Connect begon, konden we dit programma inzetten als een kapstok voor ons onderzoek naar goede protocollen tussen eerste en tweedelijnszorg. Zo kunnen we onze zorg en de protocollen en richtlijnen vormen naar de landelijke en Europese richtlijnen.” Aanrijtijden “Door ons eigen werk hadden we al inzicht in het niveau van zorg bij acute infarcten in deze regio: 65 procent van de patiënten met een acuut infarct krijgt binnen de gestelde normtijd van 90 minuten de juiste zorg. Dat wilden we uiteraard verbeteren”, glimlacht Aydin bij die logische conclusie. Na de kick-off binnen het Connect programma kon hij promovendi aan het werk zetten om de acute zorg nog beter in beeld te brengen: wat zijn de aanrijtijden van ambulances en waardoor ontstaat vertraging in de zorg? “Het probleem erkennen is één, de oorzaken ervoor vinden is twee”, stelt Aydin droog. “Belangrijk daarna is de zorg structureel verbeteren.” Samenwerking Om die zorg te kunnen verbeteren, zijn ook goed contact en nauwe samenwerking met de huisartsen in de regio belangrijk. Daarom is Bernadette van Casteren als kaderhuisarts hart- en vaatziekten ook aangesloten bij

dit project. “Stelregel is time is muscle. Het delay bij ACS moeten we zo kort mogelijk houden en we moeten de juiste patiënten doorverwijzen. We weten dat het delay bij de patiënt zelf het grootst is. Hierop krijgen we lastig grip, maar hier is ook de meeste winst te halen.” Ook de huisarts veroorzaakt als extra schakel delay. Van Casteren: “De diagnose ACS stellen we vooral op basis van anamnese. Dit start vaak telefonisch. Is ACS waarschijnlijk, dan belt de huisarts onmiddellijk een ambulance, of laat dat doen, en gaat dan zelf naar de patiënt. Echter, vaak zijn de symptomen van patiënten die eerst de huisarts bellen minder duidelijk. En komt de melding buiten kantooruren, dan is de situatie weer anders. De eigen huisarts blijkt het beter te doen dan de huisarts op de huisartsenpost als het gaat om diagnostiek en om delay. Dit komt onder meer omdat de eigen huisarts grotere dossierkennis heeft over de patiënt en diens familie.” Van Casteren haalt ook de literatuur aan, waaruit duidelijk wordt dat huisartsen het met hun beperkte middelen bepaald niet slecht doen. Zij sturen weliswaar patiënten door die achteraf geen ACS blijken te hebben, maar dit is inherent aan het potentieel levensbedreigende karakter van de aandoening. “Better safe then sorry, zeggen de Engelsen. We willen geen hartinfarcten missen, maar het zou ook mooi zijn natuurlijk als we minder mensen onnodig hoeven doorverwijzen.” Daarom ziet Van Casteren een mooie uitdaging in met de hele zorgketen onderzoeken: “Of we de diagnostiek verder kunnen verfijnen met behoud van zo groot mogelijke veiligheid voor de patiënt.

CO N N E CT

45


AC S

AY D I N E N VA N C A S T E R E N

R E G I O N O O R D - L I M B U RG

‘Het probleem erkennen is één, de oorzaken ervoor vinden is twee. Belangrijk daarna is de zorg structureel verbeteren.’

Het promotieonderzoek van Karen Mol [zie kader, red.] kan hier onder andere een steentje aan bijdragen door bepaalde interventies te onderzoeken.” Vanuit het ziekenhuis is een nulmeting gedaan: een jaar lang zijn alle patiënten bekeken die op de eerste hulp kwamen met een doorverwijzing vanwege hun hart. Deze nulmeting, stelt Aydin: “heeft ons inzicht gegeven in hoeveel terechte doorverwijzingen er op de eerste hulp verschijnen. Daar blijkt een substantiële groep mensen zonder cardiale oorzaak tussen te zitten. Die hebben wel zorg nodig, maar niet via de specialist.” Minder vertraging Over het onderzoek naar de aanrijtijden in de regio NoordLimburg verschijnt er binnenkort een wetenschappelijke publicatie. Aydin en zijn team zijn ervan overtuigd dat de uitkomsten van dit onderzoek kunnen leiden tot betere zorg in de regio: “We ontdekten dat er zowel aan de medische kant als bij de patiënten zelf oorzaken zijn van delay bij een acuut hartinfarct. Als we die kunnen oplossen, als we zorgen voor minder vertraging, dan kunnen we meer mensen tijdig de juiste zorg bieden.” Revalidatie Naast de aanrijtijden, focussen van Casteren en Aydin in hun Connect-project op revalidatie van patiënten. Dat is voor Promotieonderzoek Karen Mol doet promotieonderzoek naar aanrijtijden. “Dit valt binnen Connect. Ik kijk naar aanrijtijden van STEMIpatiënten, acute hartinfarcten. Voorheen gingen mensen die acuut gedotterd moesten worden naar Eindhoven”, vertelt de promovenda. “Maar sinds 2013 gebeurt dit ook in het Venlose VieCuri Ziekenhuis. Ik onderzoek of mensen hierdoor sneller behandeld worden.” Samen met Projectleider Connect ACS Maarten-Jan Cramer en Braim Rahel en Joan Meeder, cardiologen vanuit VieCuri Venlo, breidt Mol het onderzoek uit naar de rol van huisartsen bij het herkennen van acute

46

CO N N E CT

Karen Mol en Selahattin Aydin

een belangrijk deel samenwerken met de patiënten­ vereniging om te weten hoe mensen de zorg die zij krijgen, waarderen. Van Casteren: “Belangrijk zijn de overdracht en afspraken tussen de cardioloog en de huisarts, waardoor de fase van revalidatie naadloos aansluit op de huisartsenzorg.” Aydin tot slot: “De zorg die we bieden, willen we continu blijven verbeteren. Connect biedt ons de kans daartoe. Samen slaan we een brug tussen de eerste en de tweede lijn, zodat we beter samen optrekken in het belang van de patiënt.”

infarcten en bij niet-acute infarcten. “Een lastig probleem hierbij”, stelt Mol, “is dat huisartsen moeilijker dan de specialist het verschil zien tussen pijn op de borst door, bijvoorbeeld, maagproblemen of door een infarct. Het is van belang dat we dit onderscheid beter leren maken. We krijgen nu relatief veel mensen die eigenlijk geen hartinfarct hebben. Hierdoor gaat kostbare tijd verloren voor het redden van mensen die wel een (acuut) hartinfarct hebben.” Het onderzoek van Mol loopt in principe tot 2018, waarna zij de vervolgopleiding cardiologie hoopt te gaan doen.


CO L U M N

JANTIEN NAGTEGAAL

Vertrouwen in het verbindende element

W

ie ‘connect’ intikt in Google translate krijgt de volgende vertalingen: in verbinding staan, aansluiten, in verbinding brengen.

In verbinding staan: voor goede cardio­logische zorg is het van belang dat alle partijen die een rol hebben in de zorg aan de patiënt met elkaar in verbinding staan. Connect staat in verbinding met patiënt, zorgverleners in zowel de eerste als tweede en derde lijn. En ook de verbinding met de zorgverzekeraar is gelegd. CZ wordt betrokken bij de vraag hoe we invulling kunnen geven aan de gedeelde maatschappelijke verantwoordelijkheid; een kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare zorg die houdbaar is, voor nu en in de toekomst. Aansluiten: mijn directe ervaringen met Connect zijn gerelateerd aan hartfalen. Het succes van Connect Hartfalen blijkt uit het aantal regio’s dat zich aansluit. Waarom het wiel opnieuw uitvinden als dit werk al in een andere regio is gedaan? Dat is voor mij de kracht van Connect: er is behoefte bij regio’s om aan te sluiten op wat al is ontwikkeld en daar springt Connect op in. Dat brengt me ook gelijk bij de laatste vertaling: in verbinding brengen. Alle elementen om de basis van de hartfalenzorg in een regio op orde te krijgen zijn nagenoeg aanwezig. De Landelijke Transmurale Afspraken zijn gereed, de laatste hand wordt gelegd aan de ontwikkeling van een sectoroverstijgende indicatorensets en de Nederlandse Hart Registratie gaat ervoor zorgen dat alle indicatoren worden verzameld en inzichtelijk worden gemaakt.

Die beweging moeten we in onderling vertrouwen in gang zetten, niet om regio’s met mindere resultaten af te rekenen, maar juist om met die regio’s te kijken waar het beter kan. Door samen te leren, te verbeteren en te implementeren, wordt hartfalenzorg verder geoptimaliseerd. Verbeteren kun je niet alleen, je hebt andere regio’s nodig om resultaten te vergelijken en benchmarken.

Connect kan het platform zijn wat hierin faciliteert. Daar ligt wat mij betreft de uitdaging voor Connect in de komende vijf jaar. In verbinding blijven staan met de patiënt en de regio’s om de waarde van de cardiologische zorg aan patiënten verder te vergroten. En dit ondersteun ik namens CZ van harte: alles voor betere zorg. Jantien Nagtegaal Programmamanager zorginnovatie CZ

‘Door regio’s inzicht te geven in hun kwaliteit, kan Connect regio’s met elkaar in verbinding brengen.’

Daar ligt wat mij betreft de toekomst voor Connect. Door regio’s inzicht te geven in hun kwaliteit, kan Connect regio’s met elkaar in verbinding brengen. Wat zijn best practices? Waarom scoort de ene regio beter dan de andere? Welke interventies worden ingezet?

CO N N E CT

47


Q U OT E S

Samenwerking is de toekomst in de zorg Een programma als Connect kan niet tot stand komen zonder de inzet van vele partners. Hoe kijken zij terug op de jaren waarin Connect uitgroeide tot groot en breed gedragen programma.

HartVaatHag Zeer positief dat de cardiologen in den lande samenwerking zoeken met de andere ‘cardiale hulpverleners’ waaronder huisartsen. Probeer daarbij aansluiting te zoeken bij reeds lopende regionale projecten en luister goed naar behoeften die er leven. Max Rubens

Kamer VS/PA De Verpleegkundig Specialisten (VS) en Physician Assistants (PA) cardiologie, vertegenwoordigd in de Kamer VS/PA binnen de NVVC, hebben aansluiting met NVVC Connect op zowel lokaal, regionaal en landelijk niveau. Kennis delen en samenwerken staan centraal. Corrie Klapwijk

In Deventer is gestart met de scholing van huisartsen en POH-ers volgens de Connect Hartfalen Toolkit. Gevolg: Huisartsen en POH-ers weten ons steeds laagdrempeliger te vinden. Dian Pruijsers

Federatie Nederlandse Trombosedienst (FNT)

NVVC Connect ‘NVVC Connect en en CVOI: CVOI: van van theorie theorie naar naar praktijk, praktijk, en en van van praktijk praktijk verbetering. naar theorie: continue verbetering.’

Connect en de Federatie van Nederlandse Trombose­ diensten vinden elkaar moeiteloos in het streven naar een optimale kwaliteit van de antistollingsbehandeling. Door overleg en samen­ werking werken we met elkaar aan continue verbetering van de zorg.

Jaap Deckers

Norbert Groenewegen

CardioVasculair Onderwijs Instituut (CVOI)

48

Hartfalen Deventer Ziekenhuis

CO N N E CT


National Cardiovasular Data Registry (NCDR)

Nederlandse Associatie Physician Assistants cardiologie (NAPA)

NVVC Connect en NCDR: samen voor kwaliteit van hartzorg in de regio!

1. Tussen patiënt en cardioloog 2. Voor de verpleegkundige 3. Op de afdeling

Arnoud van ’t Hof

Caroline Drop

Connect staat voor gezamenlijk werken aan nog betere cardiologische zorg. De physician assistant is de continue connectie.

Hartstichting Connect is succesvol in het verhogen van de kwaliteit van zorg. De bijbehorende metingen en evaluaties gaan bovendien bijdragen aan het wetenschappelijk onderzoek om betere oplossingen voor hartpatiënten te realiseren. Wij wensen vanuit de Hartstichting het team alles succes met de voortzetting van het programma. Marina Senten

WCN

Hartfalen Diakonessenhuis Utrecht

De WCN ademt al bijna 30 jaar in de kracht van een netwerk, en wenst Connect een prachtig netwerk.

Voor goede hartfalenzorg is het belangrijk dat de verpleegkundig specialist en de huisarts en praktijkondersteuner elkaar kennen en elkaar laagdrempelig weten te vinden.

Astrid Schut

Marjan Aertsen

De Hart & Vaatgroep Samenwerking is de toekomst in de zorg, mét en rondóm de patiënt. NVVC Connect brengt deze toekomst letterlijk en figuurlijk dichterbij. Anke Vervoord

Zorginstituut Nederland Zorginstituut en Connect: van goede zorg verzekerd!

Hans Paalvast

CO N N E CT

49


Hebben uw patiĂŤnten vragen over hart- en vaatziekten?

Wijs hen op de Infolijn Hart en Vaten Wij zijn er voor uw patiĂŤnten! De voorlichters van de Infolijn Hart en vaten zitten elke werkdag van 9 tot 13 uur klaar om vragen over hart- en vaatziekten en leefstijl te beantwoorden. U kunt ook een mail sturen. U kunt ons bereiken: @ infolijn@hartstichting.nl

0900-3000 300

(tijdens kantooruren van 9.00 tot 13.00 uur)


Nederlandse Vereniging voor Cardiologie

Betrouwbaar in het

hart van de zorg

www.nvvc.nl


van Goed naar Beter

Een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie

Bezoekadres NVVC Connect | Moreelsepark 1 | 3511 EP Utrecht Tel: 030-2345 000 | www.nvvcconnect.nl

NVVC Connect magazine  

In het Connect magazine vindt u meer informatie over Connect, interviews met betrokkenen en resultaten vanuit de diverse regio’s.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you