Page 1

Jaargang 17 no.2 - November 2008


Colofon

Richtlijnen voor auteurs

Contactblad van het NEDERLANDS GEZELSCHAP VOOR HANDTHERAPIE Verschijnt tenminste 2 keer per jaar in April en November.

1. Kopij voor 'Het Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie' dient op 1 december of 1 juli voor het verschijnen van het april respectievelijk november tijdschrift binnen te zijn bij het redactiesecretariaat. De kopij wordt door de redactie en/of anderen beoordeeld voor eventuele plaatsing. Zie ook het redactiestatuut.

Opmaakredactie a.i. Hans van den Berg G.N. Schutterlaan 25 9797 PA Thesinge Redactiesecretariaat Mirjam Molenaar Zwolseweg 256 7412 AV Deventer molenaar.mirjam@versatel.nl Redactieleden Isabel Dooms Arenda Koster-te Velde Gaby van Meerwijk Mirjam Molenaar Lia Vergouwen (eindredactie a.i.) Abonnementen Leden van het NEDERLANDS GEZELSCHAP VOOR HANDTHERAPIE ontvangen dit contactblad als onderdeel van hun lidmaatschap. Lidmaatschap 55 euro per jaar. Losse abonnementen 25 euro per jaar. Aanmelding voor lidmaatschap van het NGHT, adreswijzigingen en opzeggingen bij de penningmeester: Gilbert Westdorp Laan van Hildernisse N-46 4617 AE Bergen op Zoom gwest@tiscali.nl Inzending kopij zie richtlijnen voor auteurs Uitgever NEDERLANDS GEZELSCHAP VOOR HANDTHERAPIE www.handtherapie.com Vormgeving Ontwerpomslag, logo en basis lay-out inhoud Harry van Kuyk

2. Kopij dient in WORD per email bij het redactiesecretariaat te worden aangeboden. Gebruik daarbij geen vet, onderstrepen, tab-instellingen etc. Maximaal aantal woorden 3000. 3. Auteurs dienen op het voorblad aan te geven naam, functie, werklocatie en een correspondentieadres van de auteur(s). 4. De bijdrage dient: een korte en bondige titel te hebben, te bestaan uit een inleiding, midden-stuk en een conclusie, geschreven te zijn in de voorkeurspelling, zo min mogelijk afkortingen te bevatten. 5. De bijbehorende afbeeldingen (zwart-wit) dienen in de tekst opeen-volgend te zijn genummerd. De afbeeldingen dienen apart te worden aangeleverd met op de achterzijde de naam van de auteurs en de titel van het artikel. Werk zoveel mogelijk met originelen. Deze worden na publicatie aan de auteurs geretourneerd. Afbeeldingen bij voorkeur ook digitaal aanleveren. 6. Literatuurverwijzingen dienen in de tekst te worden verwerkt volgens het Harvard systeem. In de tekst bijvoorbeeld Carr (2003) stelde of (Warwick en Belward, 2004) en bij meer dan twee auteurs Glasgow et al., 2004). Aan het einde van het stuk dienen alle verwijzingen alfabetisch te worden weergegeven in de volgende stijl: Glasgow C., James M., O'Sullivan J. en Tooth L. (2004). Measurement of joint stiffness in the hand: a preliminary investigation of the reliability and validity of torque angle curves. Br J Hand Therapy, 9, 11-22.

Druk Drukkerij G. van Ark Kerkstraat 32 9751 BD Haren Oplage 330 exemplaren Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

2


Inhoudsopgave

Jaargang 17 no. 2 – November 2008 Colofon en richtlijnen voor auteurs

Pag. 2

Inhoudsopgave

Pag. 3

Van de redactie

Pag. 4

In Memoriam Margreet ter Schegget Redactie

Pag. 5

In Memoriam Harry van Kuyk Redactie

Pag. 6

Van het bestuur: Hans van den Berg

Pag. 7

De Nederlandse versie van de Patient Related Wrist/Hand Evaluation: Pag. 8 De PRWHE-DLV Annemieke Videler en Ton A.R. Schreuders PatiĂŤnt Specifieke Functionele Schaal: De Dutch Language Version (PSFS-DLV) Ton A.R. Schreuders en Annemieke Videler

Pag. 12

Het handexamen in Lausanne Miryam Obdeijn

Pag. 15

Eurohand 2008 in Lausanne Mirjam Molenaar

Pag. 16

Ken je collega handtherapeut Marlies Thijssen

Pag. 18

Afscheid Peter de Groot Hans van den Berg

Pag. 21

Handtherapeuten zonder grenzen Ton A.R. Schreuders

Pag. 22

Boekrecensie SOESSS-V Miranda Venema

Pag. 23

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

3


van de redactie In deze editie het In Memoriam van Harry van Kuyk en Margreet ter Schegget. Harry van Kuyk was de ontwerper van het logo van het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie (NGHT) en de basis lay-out van dit tijdschrift. Margreet ter Schegget was een van de oprichters en eerste voorzitter van het NGHT (1990) en sinds 1999 erelid. Wisseling van de wacht Jarenlang waren zij het boegbeeld van het Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie: Joline Bosmans en Soemitro Poerbodipoero. Joline als eindredacteur: enthousiast en bevlogen, tot de laatste letter van de drukproef alert. Soemitro als secretaris; zorgvuldig en gedegen aanspreekpunt. Een fraai voorbeeld van hun inspanningen was het aprilnummer van dit jaar met als thema Kinderen. Veel dank Joline en succes met je verdere promotietraject. Soemitro ook veel dank en succes met je nieuwe aanstelling als docent Ergotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam. Mirjam Molenaar is bereid gevonden het secretariaat over te nemen, Lia Vergouwen vervult tijdelijk de post van eindredacteur en Isabel Dooms (fysiotherapeut / handtherapeut in Vught en ‘s Hertogenbosch ) komt de redactie versterken. Peter de Groot is benoemd tot Lid van Verdienste van het NGHT. De twee hoofdartikelen komen uit de academische wereld. De redactie wenst u veel leesplezier.

Najaarssymposium NGHT vrijdag 14 November 2008

Thema: Amputatie en Replantatie 13.30 - 16.30 uur (zaal open vanaf 13.00 uur) Bijdragen van: Otto Bock, Nettie Koekenbakker, Mick Kreulen, Jan van Loon, Tanja Oud en Rob Ruimschotel Entree:

leden gratis op vertoon van lidmaatschapskaart niet-leden â‚Ź 45,-

Inschrijven:

berberweitenberg@hotmail.com

Locatie:

Tergooiziekenhuizen locatie Hilversum. Een routebeschrijving kunt u vinden op www.tergooiziekenhuizen.nl Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

4


In Memoriam Margreet ter Schegget Medeoprichter en voormalig voorzitter van het NGHT en EFSHT

Redactie*

de handtherapie in Nederland en Europa zeer verdienstelijk gemaakt. Zij ontwikkelde en publiceerde protocollen voor de behandeling van handletsels en ontwierp bij- en nascholingen. Haar creativiteit in de technische aspecten van orthesen was bijzonder. Zij doceerde onder meer aan handchirurgen in opleiding en aan paramedische collega’s. Na haar voorzitterschap van het NGHT begaf zij zich op Europees terrein. Zij professionaliseerde het beleid van de EFSHT en ontwierp, wederom met hulp van haar man, de statuten. Met het bestuur van de EFSHT stimuleerde zij samenwerking en organiseerde zij multidisciplinaire congressen met de Federation of the European Societies for Surgery of the Hand (FESSH). Op 19 september 2008 is Margreet ter ScheggetSlaterus, ergotherapeut, medeoprichter en erelid van het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie op 58 jarige leeftijd overleden. Margreet was medeoprichter en gedurende tien jaar, de eerste voorzitter van het NGHT. Daarnaast was zij van 1999 tot 2002 voorzitter van de European Federation of Societies for Hand Therapy (EFSHT). Haar bestuurlijke talenten hebben een belangrijke rol gespeeld tijdens de eerste jaren van het NGHT waarin zoveel officiële zaken geregeld moesten worden. Dat de woordkeuze voor een georganiseerd verband van therapeuten met interesse in de hand niet op Vereniging viel maar op Gezelschap was een stempel van Margreet. Margreet was de eerste jaren van het ‘Gezelschap’ onze bewogen en gedreven voorzitter. Bij het ontwikkelen van de statuten kon het bestuur zich goed verlaten op advies van haar man, de jurist H.J. ter Schegget. Margreet hield van een strakke regie, maar er was voldoende ruimte voor persoonlijke inbreng en discussie tijdens de vergaderingen. Haar bestuurlijke kwaliteiten hebben geholpen het NGHT te vormen. Margreet heeft zich voor

Naast bevlogen handtherapeut was Margreet ook in haar oorspronkelijke professie van ergotherapeut een voorbeeld en pionier. Zij ontwikkelde de afdeling ergotherapie van het Universitair Medisch Centrum Groningen tot een onmisbare schakel tussen de afdeling revalidatie en de afdeling plastische chirurgie, pionierde als een van de eerste ergotherapeuten in de rol van adviseur van de gemeente Groningen in de uitvoering van de Wet Voorzieningen Gehandicapten en schreef een proefschrift over de adviesvaardigheden van ergotherapeuten. Als doctor (PhD) vervolgde zij haar carrière in de eerste lijn, had een praktijk met, hoe kan het ook anders, de specialisatie handtherapie. Twee jaar geleden besloot zij met haar man vervroegd met pensioen te gaan en te gaan genieten van hun Fjordenpaarden in Zuid Frankrijk. Helaas was dat van veel te korte duur. We wensen haar man, familie en vrienden sterkte met dit enorme verlies. * Thieu du Bois, *Wim Brandsma, *MarieAntoinette van Kuyk-Minis en *Aart te Velde. Mensen die persoonlijk willen reageren kunnen hun condoleance sturen naar Mr. H.J. ter Schegget; e-mail adres: terschegget@a-licorne.info

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

5


In Memoriam Harry van Kuyk Ontwerper logo NGHT en van de lay-out van het NTHT

Redactie* Op 7 mei 2008, op 79 jarige leeftijd, is Harry van Kuyk de ontwerper van het logo van het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie (NGHT), tevens ontwerper van de basislay-out van het Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie overleden.

Harry was grafisch kunstenaar, opgeleid aan de Grafische school en aan de Rijksacademie der beeldende kunsten te Amsterdam. Nadat hij een periode als ontwerper in de gebonden grafiek had gewerkt, koos hij ruim 50 jaar geleden voor de vrije grafiek. In de vrije grafiek had hij drie kenmerkende thema’s: het naakt, het landschap en grafische symbolen. Hij werd beroemd door de ontwikkeling van de reliëfdruk. Hij heeft veel prijzen gewonnen in binnen en buitenland en werd voor zijn werk onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Zijn werk kenmerkte zich door oorspronkelijkheid, eenvoud en perfectie.

De eerste uitgave van het tijdschrift van het NGHT vond plaats in oktober 1992. Het tijdschrift droeg toen de naam INFORMATIEF met een in zwart-wit heel klein logo van het NGHT. In 1997 is de toenmalige redactie van het tijdschrift Informatief in overleg met het bestuur van het NGHT voor een duidelijkere naamgeving en herkenbare omslag. De najaarseditie jaargang 6 – nummer 2 – december 1997 heeft een nieuwe lay-out en een andere naam: Nederlands Tijdschrift voor HandTherapie (NTHT). Harry van Kuyk heeft de omslag ontworpen, met daarop duidelijk herkenbaar het door hem ontworpen logo van het NGHT.

Het logo van het NGHT symboliseert twee handen. De hand van de therapeut (in zwart) en de hand van de patiënt (in rood), samen de H vormend van handtherapie. Vanaf 2004 werd het tijdschrift zowel wat betreft de lay-out als de inhoud geprofessionaliseerd. Met instemming van Harry van Kuyk werd in 2006 de lay-out van de omslag gemoderniseerd. Harry was getrouwd met Marie-Antoinette van Kuyk-Minis, ergotherapeut, medeoprichter en erelid van het NGHT, vanaf 1992 eindredacteur en redactiesecretaris van Informatief en van het NTHT tot en met 2000.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

6


Van het bestuur

Hans van den Berg* Spagaat Kent u het gevoel in een spagaat getrokken te worden? Enerzijds zijn we gelukkig met de ontwikkeling van het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie (NGHT): we zijn gegroeid tot 285 leden; anderzijds lijkt de betrokkenheid van de leden af te nemen Deze gegevens horen niet bij elkaar. Bij een groeiende organisatie horen ook actieve leden en meer mensen die bestuurlijke verantwoordelijkheid willen nemen. Oplossing? In de Ledenvergadering van 23 mei jongstleden hebben we gelukkig een nieuwe penningmeester gevonden als opvolger van Peter de Groot en wel Gilbert Westdorp. Gilbert is een actief lid van de Commissie Profilering en Kwaliteitsbevordering (CPK) die zich verantwoordelijk voelt voor onze vereniging. Helaas nog geen secretaris en voor het Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie (NTHT), nog geen opmaak- en geen eindredacteur In de AV heb ik nogmaals een dringend beroep gedaan op alle leden. Zonder voldoende actieve leden overleeft geen enkele vereniging. Het bleef te stil in de Hilversummer zaal. Afscheid In de AV hebben we afscheid genomen van een groot aantal oudgedienden (oud)bestuur- en commissieleden: Peter de Groot, Trix Hubregtse, Lisette Prinsen, Joline Bosmans en Soemi-

tro Poerbodipoero. Heel wat jaren hebben zij meegetrokken aan de handtherapie-kar. Ik bewaar aan hen goede herinneringen: betrokken, betrouwbare collega’s die veel tijd en energie in het NGHT hebben gestoken en die we hopelijk nog vaak bij onze bijeenkomsten zullen zien als meelevend lid of als spreker. In een apart stukje willen we nog even speciaal stil staan bij het afscheid van Peter de Groot. In korte tijd zijn Harry van Kuyk en Margreet ter Schegget overleden. Allebei hebben ze aan de wieg gestaan van het NGHT. In een In Memoriam staan we bij hen stil. Een kijkje in de toekomst Het NGHT bestaat 20 jaar in 2010. Hoe mooi kan het worden? Een jubileum in het jaar waarin een begin is gemaakt met het register handtherapeut: een lang gekoesterde wens. Het ledental passeert de 300. Bestuur en commissies hebben kwantitatief en kwalitatief een goede bezetting. Moeiteloos wordt het stokje van vertrekkende bestuur- en commissieleden overgenomen door gemotiveerde collega’s… Wij gaan ervoor!! *Hans van den Berg, fysiotherapeut/ handtherapeut in het Martini Ziekenhuis in Groningen en voorzitter van het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

7


De PRWHE-DLV: De Nederlandse versie van de Patient Rated Wrist/Hand Evaluation `

A.J. Videler * , Ton A.R. Schreuders ** Introductie De Patient Rated Wrist/Hand Evaluation (PRWHE) vragenlijst is in 1998 ontwikkeld door Joy MacDermid en is specifiek voor pols en handproblemen zoals de patiënt die ervaart in het dagelijkse leven (MacDermid, et al 1998). De PRWHE bevat vragen over zowel de mate van pijn in de pols/hand als de ervaren beperkingen in dagelijkse activiteiten en is dus, volgens de International Classification of Functioning Disability and Health (ICF) een meetinstrument op zowel functie als activiteiten niveau (WHO 2001). Zowel nationaal als internationaal geven handchirurgen en handtherapeuten aan dat er behoefte bestaat aan het standaardiseren van assessments. Voor het evalueren van de bovenste extremiteiten zijn op functieniveau al enkele betrouwbare en valide meetinstrumenten beschikbaar. Enkele bekende voorbeelden zijn de goniometer (gewrichtsmobiliteit), de Jamar dynamometer (knijpkracht), en de Semmes-Weinstein monofilamenten (sensoriek). Met een vragenlijst zoals de PRWHE kan op een gestandaardiseerde methode inzicht verkregen worden in de subjectieve beleving van patiënten op het gebied van pijn, esthetiek en beperkingen in dagelijks activiteiten. De Disabilities of the Arm, Shoulder and Hand questionnaire (DASH) en de Michigan Hand Outcomes Questionnaire (MHOQ) zijn veel gebruikte vragenlijsten voor patiënten met aandoeningen van de bovenste extremiteit (Chung, et al 1998, Hudak, et al 1996). Deze vragenlijsten zijn reeds in het Nederlands vertaald (Huijsmans, et al 2001, Veehof, et al 2002). De PRWHE is echter, in tegenstelling tot de DASH en de MHOQ, specifiek ontwikkeld voor patiënten met polsproblemen en is een waardevolle en eenvoudig te gebruiken vragenlijst gebleken. In de Engelse literatuur zijn in verschillende patiënten- populaties de betrouwbaarheid, validiteit en responsiviteit getest en gepubliceerd (MacDermid and Tottenham 2004). Omdat er nog geen officiële Nederlandse vertaling van deze vragenlijst bestaat hebben we de PRWHE vertaald; de Dutch Language Version (PRWHE-DLV). Deze vertaling is gedaan vol-

gens de Recommendations for the CrossCultural Adaptation of Health Status Measures (Guillemin, et al 1993). Ontstaan PRWHE MacDermid heeft honderd leden van de International Wrist Investigators groep per post gevraagd mee te helpen de inhoud en de structuur van PRWHE samen te stellen. De respons rate was 66%. De deelnemende specialisten beschreven dat zij in de klinische praktijk meestal de range of motion, de röntgenfoto’s en de knijpkracht gebruikten als objectieve metingen. Vragen over pijn, werk en dagelijkse activiteiten werden vaak gesteld als subjectieve evaluatie, maar zonder gebruik van een gestandaardiseerde en kwantificeerbare schaal. De gezondheidsvragenlijsten zoals de SF- 36 werden als te lang bevonden en bevatten geen onderdelen betreffende de pols. Er werd daarom een nieuw meetinstrument ontwikkeld, ontworpen om de functie van de aangedane pols te meten; eenvoudig, kort en gemakkelijk te noteren en gebruik makend van de primaire concepten van pijn en beperkingen in functionaliteit van het dagelijks leven. De vragen over de pijn werden zó ontworpen dat ze sensitief zouden zijn voor milde pijn, dat wil zeggen: pijn die alleen tijdens een activiteit optreedt en meer ernstige pijn, pijn die ook in rust voorkomt. De vragen uit het onderdeel specifieke activiteiten zijn zó samengesteld dat ze activiteiten betreffen die over het algemeen met één van beide handen door een meerderheid van patiënten regelmatig wordt uitgevoerd, specifiek zijn voor diverse polsproblemen waarbij de beweeglijkheid en de kracht van de pols zijn aangedaan en gemakkelijk te begrijpen zijn voor de meeste patiënten. De vragen over de gebruikelijke activiteiten behandelen vier domeinen: persoonlijke verzorging (aankleden, wassen), huishoudelijk werk (schoonmaken, onderhoud), werk (uw baan of ander dagelijks werk) en hobby’s en vrijetijdsbesteding. Er werd gekozen voor een 0 tot 10 schaal omdat een numerieke score voor patiënten acceptabel, gemakkelijk en gevoeliger voor verandering is. Een totale score van 100 kan worden bereikt

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

8


door de pijnscore (som van vijf punten) en de beperkingen (som van tien punten, die door 2 wordt verdeeld) te berekenen. De eerste naam van de vragenlijst was PatientRated Wrist Evaluation (PRWE). Later is echter de term wrist vervangen door wrist/hand (MacDermid, et al 1998). Ook is er in de nieuwe versie een optioneel deel over cosmetiek toegevoegd welke overigens niet in de score wordt meegeteld. Hoe de PRWHE te scoren? De patiënt geeft zijn/haar mate van pijn en hinder in dagelijkse activiteiten aan op een schaal van 0 tot 10. Het deel over de pijn omvat 5 vragen waarbij een score van ´0´ geen pijn aangeeft en een score van ´10´ de ergste pijn. Het tweede deel van de vragenlijst bestaat uit vragen over de functionaliteit van de pols/hand. In dit onderdeel wordt de patiënt gevraagd de hoeveelheid moeite aan te geven die hij/zij in de afgelopen week ervaren heeft tijdens het uitvoeren van enkele specifieke en gebruikelijke activiteiten. Een score van ´0´ geeft aan dat de patiënt bij de betreffende activiteit geen moeite heeft ervaren en een score van ´10´ geeft aan dat het niet mogelijk was om de activiteit uit te voeren. Vragen over de functionaliteit van de pols/hand betreffen vragen over specifieke activiteiten (6 vragen) en gebruikelijke activiteiten (4 vragen). Behalve subscores kan er ook een totale score (0-100) worden berekend waarbij de onderdelen over de pijn en over de functionaliteit evenredig worden gewogen. De pijnscore wordt bepaald door de som te nemen van de 5 pijn items (0-50) en de functionaliteitscore door de som van de 10 items, gedeeld door 2 (0-50). De totale score is de som van de pijn en functionaliteitscore (0100). Als de patiënt een vraag niet heeft ingevuld, controleert de onderzoeker of de patiënt de activiteit niet kan doen vanwege zijn/haar pols en/of handprobleem. Indien dit het geval is wordt er een ´10´ ingevuld. Als de patiënt de activiteit zelden of nooit doet dan wordt de patiënt aangemoedigd om een schatting te geven van de hoeveelheid moeite en toch een getal in te vullen. Als de patiënt nooit een dergelijke activiteit uitvoert dan kan de patiënt de vraag open laten en vult de onderzoeker het gemiddelde van de overige, wel ingevulde waardes in. Betrouwbaarheid van de PRWHE De PRWHE is op betrouwbaarheid onderzocht bij patiënten met een distale radiusfractuur (n=64) (MacDermid, et al 1998) en bij patiënten met een scaphoidfractuur (n=35) (MacDermid, et al 1998). De betrouwbaarheid was uitstekend op zowel de korte termijn (2-7 dagen, ICC > = 0.90) als op de

lange termijn (1 jaar, ICC = 0.91). De pijn subschaal had ook uitstekende korte en lange termijn betrouwbaarheid (ICC = 0.90, 0.91). De activiteiten subschaal had een uitstekende korte termijn (ICC > = 0.88) en redelijke lange termijn betrouwbaarheid (ICC = 0.61). Ook de validiteit is bepaald bij patiënten met een distale radiusfractuur (n=101) en bij patiënten met een scaphoidfractuur (n=35)(MacDermid, et al 1998). Zowel de PRWHE als de SF-36 zijn bij dit onderzoek ingevuld. Knijpkracht, vaardigheden en mobiliteit werden gemeten op baseline en bij 2, 3 en 6 maanden follow-up. De PRWHE gaf 74% verbetering aan na 6 maanden terwijl de SF-36 16% verbetering aangaf. Om de criterion validiteit tussen de PRWHE en de SF-36 te bepalen werd een Pearson correlatiecoëfficiënt berekend. Matige correlaties werden gevonden in zowel de radiusfractuur groep (r = -.52) en de scaphoid- fractuur groep (r = -0.61). Conclusie De Patient Rated Wrist/Hand Evaluation (PRWHE) is een korte en eenvoudig te gebruiken vragenlijst specifiek voor patiënten met pols en handproblemen. De PRWHE bevat vragen over de mate van pijn in de pols/hand, de ervaren beperkingen in dagelijkse activiteiten en een optioneel deel over cosmetiek. De vragenlijst is nu op officiële wijze in het Nederlands vertaald; de Dutch Language Version (PRWHE-DLV). Om de vragenlijst voor toekomstig wetenschappelijk onderzoek te kunnen gebruiken is het echter nog wel nodig dat de psychometrische eigenschappen (betrouwbaarheid en validiteit) van de Nederlandse versie van de PRWHE worden bepaald. Bijlage: de Nederlandse versie van de Patient Rated Wrist/Hand Evaluation (PRWHE-DLV) Literatuur Chung, K.C., Pillsbury, M.S., Walters, M.R. & Hayward, R.A. (1998) Reliability and validity testing of the Michigan Hand Outcomes Questionnaire. J Hand Surg [Am], 23, 575-587. Guillemin, F., Bombardier, C. & Beaton, D. (1993) Crosscultural adaptation of health-related quality of life measures: literature review and proposed guidelines. J Clin Epidemiol, 46, 1417-1432. Website The Patient-Rated Wrist Evaluation (PRWE) © User Manual December 2000 http://www.srs- mcmaster.ca/Portals/20/research_resources/ PRWE_PRWHEUserManual_Dec2007.pdf Huijsmans, R., Sluter, H. & Aufdemkampe, G. (2001) Michigan Hand Outcomes Questionnaire – DLV. Een vragenlijst voor patiënten met handfunctieproblemen. Fysiopraxis, 9, 38-41. MacDermid, J.C. & Tottenham, V. (2004) Responsiveness of the disability of the arm, shoulder, and hand (DASH) and patient-rated wrist/hand evaluation (PRWHE) in evaluating change after hand therapy. J Hand Ther, 17, 18-23. MacDermid, J.C., Turgeon, T., Richards, R.S., Beadle, M. & Roth, J.H. (1998) Patient rating of wrist pain and disability: a reliable and valid measurement tool. J Orthop Trauma, 12, 577-586. Volledige lijst op aanvraag bij de redactie.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

9


Figuur 1: PRWHE-DLV vragenlijst blz. 1 Download de PRWHE-DLV van www.handweb.eu/handresearch/ of van www.handtherapie.com/ledeninfo

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

10


Figuur 2: PRWHE-DLV vragenlijst blz. 2 *Annemieke Videler, MSc, fysiotherapeut/handtherapeut afdeling Revalidatie AMC / Praktijk 4hands, Amsterdam, lid van de Commissie Profilering en Kwaliteitsbevordering van het NGHT en lid van de Education Committee van de EFSHT

**Dr. Ton Schreuders, fysiotherapeut/handtherapeut. Wetenschappelijk onderzoeker afdeling, Revalidatie Erasmus MC Rotterdam en voorzitter van de Permanent Scientific Committee van de European Federation of Societies for Hand Therapy (EFSHT)

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

11


Patiënt Specifieke Functionele Schaal: de Dutch Language Version (PSFS - DLV)

Ton A.R. Schreuders*, A.J. Videler** De Patient-Specific Functional Scale (PSFS) is een vragenlijst welke door Paul Stratford en collega’s van de McMaster Universiteit (Ontario, Canada) ontwikkeld is (Stratford, et al 1995). De vragenlijst wordt gebruikt voor het evalueren en beschrijven van de beperkingen zoals de patiënt die zelf beschrijft en ervaart. Evaluaties waarbij de ervaren beperkingen van de patiënt centraal staan worden steeds vaker gebruikt (Chatman, et al 1997). Deze zogenaamde self-report measures of disability kunnen worden gebruikt voor het bepalen van de uitkomsten van de behandeling, maar ook voor het maken van behandelkeuzes. De PSFS geeft aanvullende informatie op de generieke of diagnose specifieke metingen. De PSFS bestaat uit een korte inleidende instructie waarna de patiënt wordt gevraagd de voor hem/haar belangrijkste activiteiten te benoemen (tot maximaal vijf) die hem/haar moeite kosten of die hij/zij niet in staat is uit te voeren vanwege zijn/haar hand probleem (Cleland, et al 2006). Tenslotte scoort de patiënt zelf ook de mate van beperkingen bij de genoemde activiteiten op een schaal van 0 ( kan de activiteit niet uitvoeren) tot 10 (kan de activiteit net zo goed uitvoeren als voor het ongeval of ontstaan van het probleem). Een hogere score geeft een betere functie aan. De PSFS is betrouwbaar en de validiteit is in verschillende diagnosegroepen onderzocht en voldoende gebleken (Chatman, et al 1997, Cleland, et al 2006, Stratford and Balsor 1994, Westaway, et al 1998). Daarnaast is de PSFS onder andere gebruikt bij patiënten met een tenniselleboog (Nourbakhsh and Fearon 2008). Het afnemen van de PSFS duurt niet meer dan vijf minuten. Om voor 90% zekerheid te hebben dat er een verandering is opgetreden (= 90% confidence interval) moet er minimaal twee punten verschil zijn tussen de gemiddelde scores van twee metingen. Voor een enkelvoudige activiteit moet het verschil minimaal drie punten zijn. De vertaling (PSFS-DLV) Op 3 april 2008 heeft Paul Stratford ons toestemming gegeven om de PSFS officieel te vertalen. De vertaling in het Nederlands (Dutch Language Version) is gedaan volgens de Recommendati-

ons for the Cross-Cultural Adaptation of Health Status Measures. Cross-cultural adaptation of health-related quality of life measures: literature review and proposed guidelines (Guillemin, et al 1993). Dit houdt in dat eerst twee personen onafhankelijk van elkaar de vragenlijst in het Nederlands vertalen. Beide vertalingen worden door een derde persoon met elkaar vergeleken en beoordeeld waarna er in overleg met elkaar consensus bereikt wordt over een uiteindelijke versie. Vervolgens wordt de Nederlandse vertaling door twee Engels sprekenden weer terug vertaald in het Engels. Deze terugvertalingen worden met de originele vragenlijst op discrepanties vergeleken. Deze Nederlandse vertaling van de Patiënt Specifieke Functionele Schaal (PSFS - DLV) is voor iedereen te vrij te gebruiken. Het is niet toegestaan om veranderingen aan te brengen. Om de vragenlijst voor onderzoek te gebruiken is het nodig dat de psychometrische eigenschappen (betrouwbaarheid en validiteit) van de Nederlandse versie worden bepaald. Literatuur Chatman, A.B., Hyams, S.P., Neel, J.M., Binkley, J.M., Stratford, P.W., Schomberg, A. & Stabler, M. (1997) The Patient-Specific Functional Scale: measurement properties in patients with knee dysfunction. Phys Ther, 77, 820-829. Cleland, J.A., Fritz, J.M., Whitman, J.M. & Palmer, J.A. (2006) The reliability and construct validity of the Neck Disability Index and patient specific functional scale in patients with cervical radiculopathy. Spine, 31, 598-602. Guillemin, F., Bombardier, C. & Beaton, D. (1993) Crosscultural adaptation of health-related quality of life measures: literature review and proposed guidelines. J Clin Epidemiol, 46, 1417-1432. Nourbakhsh, M.R. & Fearon, F.J. (2008) The effect of oscillating-energy manual therapy on lateral epicondylitis: a randomized, placebocon-trol, doubleblinded study. J Hand Ther, 21, 4-13; quiz 14. Stratford, P.W. & Balsor, B.E. (1994) A compa-rison of make and break tests using a hand-held dynamometer and the KinCom. J Orthop Sports Phys Ther, 19, 28-32. Stratford, P.W., Gill, C., Westaway, M.D. & Binkley, J.M. (1995) Assessing disability and change on individual patients: a report of a pa-tient specifiek measure. Physiother Can, 47, 258-263. Westaway, M.D., Stratford, P.W. & Binkley, J.M. (1998) The patient-specific functional scale: validation of its use in per sons with neck dysfunction. J Orthop Sports Phys Ther, 27, 331-338.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

12


*Dr. Ton Schreuders, fysiotherapeut/handtherapeut. Wetenschappelijk onderzoeker afdeling, Revalidatie Erasmus MC Rotterdam en voorzitter van de Permanent Scientific Committee van de European Federation of Societies for Hand Therapy (EFSHT)

**Annemieke Videler, MSc, fysiotherapeut/handtherapeut afdeling Revalidatie AMC / Praktijk 4hands, Amsterdam, lid van de Commissie Profilering en Kwaliteitsbevordering van het NGHT en lid van de Education Committee van de EFSHT

Figuur 1: PSFS-DLV vragenlijst Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

13


Figuur 2: PSFS-DLV scoreformulier

Download de PSFS-DLV van www.handweb.eu/handresearch/ of van www.handtherapie.com/ledeninfo

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

14


Het Handexamen in Lausanne

Miryam Obdeijn* Elk jaar organiseert de Federation of the European Societies for Surgery of the Hand (FESSH) een handexamen in de dagen voorafgaand aan het jaarlijks Europees handencongres. Dit jaar vond het examen en het congres plaats in Lausanne (Zwitserland) tijdens de EK voetbaldagen; vanuit Nederland hebben er vier handchirurgen deelgenomen. Het is een ´vrijwillig´ examen waar op dit moment nog geen consequenties aan verbonden zijn maar in de toekomst gaan we er wellicht naar toe dat het behalen van het examen een eis wordt om jezelf Handchirurg te mogen noemen. Dit examen is toegankelijk voor chirurgen met tenminste twee jaar ervaring in de handchirurgie. In Nederland zijn dit met name plastisch chirurgen, maar in de ons omringende landen zijn het vooral orthopedisch chirurgen. Overigens is het examen sinds dit jaar ook toegankelijk voor deelnemers van niet- Europese landen. Een eerste selectie vindt plaats op basis van een logboek dat moet worden ingevuld en opgestuurd alsmede een CV; een overzicht van werkervaring en publicaties. Bij deze voorselectie valt gemiddeld al 50% van de kandidaten af. Dit jaar hebben er vervolgens 27 mensen het schriftelijke examen gedaan en wel op dinsdag 17 juni.

Inhoud Er is voor dit examen wel een lijst van te behandelen onderwerpen, maar geen leerstofomschrij ving. De meeste deelnemers bereiden zich voor met de standaard leerboeken en het boek van de American Society of Surgery of the Hand (ASSH) ´Updates in Handsurgery´. De onderwerpen betreffen de hand-pols chirurgie in de gehele breedte, inclusief plexusletsels, peestransfers, congenitale handafwijkingen, infecties en tumoren. Er wordt kennis verwacht van diag-nostiek, classificaties, behandeling en ook van de handtherapeutische mogelijkheden. Het schriftelijke examen bevat 60 multiple choice vragen waarbij er bij iedere vraag vijf stellingen zijn die beantwoord

moeten worden met: ´Goed / fout / ik weet niet ´. Een fout antwoord geeft aftrek van punten. Deze (in totaal dus 300 vragen) moeten beantwoord worden in twee uur tijd. Daarna is er een pauze van ongeveer twee uur waarna de uitslag bekend wordt gemaakt. Dit jaar was er slechts één deelnemer gezakt voor het schriftelijke examen. De volgende dag volgt het mondelinge examen. Dit bestaat uit 2 maal 30 minuten, met per deelnemer 2 keer 2 examinatoren. Het mondeling wordt afgenomen (op een computer) aan de hand van casuïstiek waarbij de nadruk ligt op diagnostiek en behandelmogelijkheden. Er wordt een score van het schriftelijke gegeven van 0-5, ook de twee mondelinge examens geven twee keer een cijfer van 0-5. Totaal worden deze drie cijfers bij elkaar opgeteld en moet het totaal tenminste 9 zijn.

Resultaten Het eindresultaat wordt aan het einde van de dag van de mondelinge examens bekend gemaakt, zodat alle kandidaten direct weten waar ze aan toe zijn. Dit jaar zijn er relatief veel deelnemers (namelijk negen) gezakt voor het mondelinge examen. De vier Nederlandse kandidaten zijn allen geslaagd. Een van de Nederlandse kandidaten (Dr. Mick Kreulen) had, ex aequo met een kandidate uit Maleisië, de hoogste score. De Nederlandse deelnemers waren: Drs. Reinier Feitz (Mesos Medisch Centrum), Dr. Mick Kreulen (AMC en Rode Kruis Ziekenhuis Beverwijk), Drs. Christiane van Nieuwenhoven (Erasmus Medisch Centrum) en Drs. Miryam Obdeijn (AMC).

* Drs. M.C. Obdeijn, plastisch, reconstructief- en handchirurg, afdeling Plastische, Reconstructieve- en Handchirurgie Academisch Medisch Centrum Amsterdam (AMC), Universiteit van Amsterdam

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

15


Eurohand 2008 Een verslag

Mirjam Molenaar * Dag één Het negende Europese congres van de European Federation of Societies for Hand Therapy (EFSHT) werd samen met het achtste congres van de Federation of European Societies for Surgery of the Hand (FESSH) gehouden van 19 tot 21 juni in Lausanne. Na de registratie wordt er gestart met de openingsceremonie met foto’s van de afgelopen handcongressen. Zowel op de foto’s, als in de zaal zijn veel bekende gezichten van handtherapeuten, plastisch chirurgen en buitenlandse sprekers van al gevolgde symposia in Nederland. Nederland was goed vertegenwoordigd; ik heb mensen gezien uit onder andere Zwolle, Utrecht, Groningen, Nijmegen en Amsterdam. Het hoofdprogramma begint met het onderwerp ´Fracturen en trauma´, een bijzonder strakke planning van presentaties van onderzoeken die precies vier, zes of acht minuten duurden. In het Engels, wat niet bij elke spreker zo goed te volgen was in verband met de uitspraak. Alles gaat precies op tijd, wat later heel handig blijkt omdat je workshops kan volgen die tegelijk met het hoofdprogramma lopen en je zo altijd weer kan in- en uitstromen. Er wordt onder andere verteld over een onderzoek naar de Duitse versie van de Canadese vragenlijst (The Patient Rated Wrist Evaluation) die pijn en beperkingen meet na een acute distale radiusfractuur (Zwitserland, Canada), een onderzoek naar de revalidatie na een chirurgisch herstel van het TFCC (Italië) en een casus van een niet chirurgische tenolyse bij een adhesie van flexorpezen na een vingerfractuur (Engeland). Vooral de casus vind ik interessant omdat het moment van doorverwijzen van belang is voor de nabehandeling. Na twee- en een halve week kan de adhesie, niet chirurgisch, nog worden opgeheven. Na weken gips is deze mogelijkheid waarschijnlijk gepasseerd, een goede reden voor overleg met de verwijzers thuis. De tweede helft van de ochtend verlaten we het hoofdprogramma voor de workshop ´Onderzoek van de pols´ door de heer Heras Palou uit Engeland. Alle polstesten worden uitgelegd en we mo-

gen ze op elkaar uitproberen. Eigenlijk geen nieuwe testen geleerd, maar ik vind het prettig om ze nog een keer te oefenen. Na de lunch volgen we nog een workshop, gegeven door mevrouw Binder en mevrouw Greminger uit Zwitserland. Hier mogen we een elleboogbrace van softcast maken om het materiaal te leren kennen, de voor- en nadelen te ontdekken en om na te gaan of dit wat is voor onze werksituatie. De beide sprekers gebruiken softcast voor alle bekende modellen die ik normaal van thermoplastisch materiaal maak. De voordelen die zij noemen zijn: comfortabel materiaal, weinig drukplekken, grote stabiliteit, makkelijk te maken, ideaal voor modelleren en het kan gecombineerd worden met thermoplastisch materiaal voor dynamische spalken. Echter eenmaal vervaardigd is het nauwelijks meer aan te passen. Toch ben ik nog niet helemaal overtuigd om dit materiaal te gaan gebruiken. Met enkele handtherapeuten komen we samen tot de conclusie dat softcast misschien goed te gebruiken is in plaats van gips bij serieel gipsen van bijvoorbeeld een Boutonnièredeformiteit. Vervolgens weer het hoofdprogramma gevolgd met onderzoeken over flexorpezen. Onder andere informatie over early active motion (EAM) door de heren Layeghi en Farzad uit Iran. Bij EAM is het beste resultaat te krijgen als de hersteloperatie van een peesletsel in zone 2 binnen tien dagen na letstel heeft plaatsgevonden en tussen de 48 uur en vijf dagen gestart is met oefenen. Dag twee De volgende dag is er ‘Thumb’s up”. Een geweldige workshop gegeven door mevrouw Van Velze uit Zuid-Afrika over de mogelijkheden van de behandeling van CMC artrose, naast spalken. Al gauw is iedereen zijn hypermobiliteit aan het testen met de Beighton’s test. Hierbij moet de hand plat op de tafel worden gelegd en de geextendeerde pink in de MCP passief in hyperextensie worden gebracht. Kan je het MCP verder dan 60 graden in hyperextensie brengen, dan heb je een grotere kans op het krijgen van CMC artrose. Er wordt nog een test gedaan waarbij de pincet-

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

16


de bewegingen die ze uitvoeren en welke kunnen leiden tot gewrichtsinstabiliteit. De behandeling richt zich op het vergroten van de webspace, versterken van de stabiliserende spieren, bewust worden van de stand van de duim tijdens activiteiten, het stabiliseren van de gewrichten onderling tijdens activiteiten, pijnlijke en ontstoken gewrichten laten rusten, gewrichtsmobilisatie en gewrichtsbeschermende technieken. Zo leren we leren oefeningen die de m. adductor pollicis kunnen ontspannen, de positie van de CMC kunnen corrigeren, hoe de korte duimspieren kunnen worden versterkt en de MCP stabiel blijft tijdens een krachtige pincetgreep. Ook de neopreenbrace met spalkmateriaal rond de duim wordt toegelicht, vanuit de gedachte van dynamische stabiliteit. Mevrouw Van Velze vertelt dat immobiliseren de degeneratie sneller laat toenemen doordat onder andere het gewrichtsvocht stilstaat. Zeer enthousiast komen we weer naar buiten en kunnen niet wachten om de pa-tiënt- en onze nieuwe ideeen uit te leggen. Gezamenlijke sessie Er is ook een gezamenlijk deel met het onderwerp het stijve PIP. Plastisch chirurgen en handtherapeuten samen als spreker en toehoorder. Mevrouw Goldsmith (Engeland) vertelt over de verschillende behandelmethoden en dat veel patiënten zo goed reageren op traditionele methoden dat verder chirurgisch ingrijpen niet nodig is. De heer Tocco (Italië) presenteert een retrospectief onderzoek over serieel gipsen bij niet beschadigde stijve gewrichten en mevrouw Colditz (USA) vertelt over spalkjes die

actieve bewegingen uitlokken bij stijve gewrichten; bijvoorbeeld een spalkje dat de MCP van de aangedane vinger meer in flexie houdt dan de niet aangedane vingers, met als gevolg dat er meer PIP extensie wordt gevraagd. Leuk idee, echter op de toelichtende foto’s is er bij de overige vingers zelfs een Swanneckdeformiteit te zien door de kracht waarmee geprobeerd wordt de aangedane vinger in het PIP te extenderen. Er ontstaat discussie over de inhoud van de presentaties en toch ook nog even over de benaming handtherapeut, want drie leden van het panel worden steevast als fysiotherapeut aangesproken, terwijl ze allen van oorsprong ergotherapeut zijn. De (Zwitserse) klok geeft al snel weer aan dat het tijd is voor de ´Free Papers´ met onder andere als onderwerp: ‘hypermobiliteit van de linkerduim bij een jonge violist’ (Frankrijk) en ‘een evidence based benadering van de handdysfunctie bij de ziekte van Charcot-Marie-Tooth van Annemieke Videler uit Amsterdam. Interessant om te horen, alleen te specifiek voor mijn dagelijkse praktijk. Goed, ik heb het idee nu aardig op de hoogte te zijn van de Europese ontwikkelingen (18 landen kwamen aan bod) op het gebied van handen. Thuis kan ik de samenvattingen van de gemiste praatjes nog nalezen in het congresboek. En nu? Alle informatie even laten bezinken en met nieuwe inzichten aan de slag! *Mirjam Molenaar is ergotherapeut in het Deventer Ziekenhuis en Redactiesecretaris van het NTHT.

Zilveren vingerspalken en Handbraces

Ruim 6 jaar is WE design gespecialiseerd in het vervaardigen van medische instrumenten voor vinger-, hand- en polsgewrichten. Wouter Engelshoven, oprichter van WE design en ontwikkelaar van de verschillende spalken, is van huis uit goudsmid. Deze achtergrond verklaart dan ook waarom alle producten vervaardigd worden uit zilver. De toegevoegde waarde is niet alleen esthetisch maar ook functioneel. De spalken zijn hygiënisch en laten de gewrichten zoveel mogelijk vrij, bovendien zijn zij water bestendig en veroorzaken geen onnodige transpiratie. WE design maakt orthesen die vooral functioneel zijn en op maat gemaakt worden voor iedere revalidant. Wouter houdt zelf spreekuur op diverse locaties in het land, daarnaast verloopt het aanmeten in nauwe samenwerking met de instrumentenmaker en ergo-, fysio-/ handtherapeuten. De spalken worden door zorgverzekeraars vergoed op voorschrift van een medisch specialist. Vaak maakt de ergotherapeut een proefspalk van thermoplastisch materiaal. WE design is gevestigd aan de Klapstraat 86, 6931 CL Westervoort. Voor informatie kunt u ons telefonisch bereiken onder telefoonnummer 026-38.101.66. Zie ook onze website: www.silversplints.com. Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

17


Ken je collega handtherapeut

Marlies Thijssen* Marije Ravensbergen-Oudman geeft de pen over en stelde Marlies Thijssen de volgende vraag:

Wat was de aanleiding / jouw motivatie om specifiek voor de handtherapie te kiezen?

Kun jij als hoogst gewaardeerde oudere collega een gouden tip geven voor ons jonkies?

Toen mijn collega Marie-Antoinette van Kuyk-Minis uit het UMC St. Radboud naar de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN) vertrok, nam ik haar taken in de behandeling van patiënten met reumatische aandoeningen over. Dat waren veel patiënten die aan hun handen geopereerd werden. Ik ben me (na het vertrek van mijn collega Mike van Heel) gaan toeleggen op handletsels. Mike van Heel, maar ook Marije Ravensbergen-Oudman en de collega’s fysiotherapie Marijke Tolsma en Riet Doppen, hebben mij toen gecoacht en geschoold. Van hen heb ik de fijne kneepjes van het vak geleerd. Daarna ben ik gestart met verschillende cursussen bij het Nederlands Paramedisch Instituut (NPI) op het gebied van handen. Ook van de handchirurgen in het UMC St. Radboud heb ik veel geleerd.

De “gouden tip” die ik zou willen geven is: wees nooit te oud om te leren. Een leven lang blijven leren en jezelf ontwikkelen is het mooiste dat er is en geeft veel inspiratie en voldoening. Hoelang werk je al als handtherapeut? Dit jaar ben ik 30 jaar ergotherapeut, dat lijkt lang, maar de tijd vliegt voorbij. In het begin van mijn loopbaan als ergotherapeut hield ik mij veel bezig met de behandeling van patiënten met neurologische aandoeningen, waar de handfunctie eveneens een probleem was. Was ik toen een echte handtherapeut? Ik denk het niet, maar ook nu noem ik me ergotherapeut, die zich sinds ongeveer tien jaar meer specifiek bezig houdt met handproblematiek. De afgelopen zeven jaren ben ik me door middel van coaching en scholing meer gaan specialiseren in handletsels.

Wat is voor jou een grote uitdaging binnen de handtherapie en waar wil jij jezelf nog verder in ontwikkelen / verbeteren?

Wat is je oorspronkelijke opleiding?

De grootste uitdaging voor mij is patiënten met handproblematiek weer zo optimaal mogelijk te laten functioneren in hun gewone alledaagse leven. Ik vind het bijvoorbeeld geweldig om een patiënt met zeer ernstige deformaties aan de handen te adviseren over het al dan niet laten uitvoeren van een operatie, die dan tot verbetering van vaardigheden en participatie leidt. Uitgebreide handevaluatie, gestandaardiseerd uitgevoerd, met gebruikmaking van onder andere de Canadian Occupational Performance Measure (COPM) om de problemen die de patiënt zelf ervaart in kaart te brengen, is daarbij een grote uitdaging en onontbeerlijk. Daarbij zie ik het als een roeping om de handchirurgen te overtuigen van de noodzaak van een uitgebreide pre- en postoperatieve screening om tot een zo optimaal mogelijk behandelresultaat te komen. Het verwachtingpatroon van de patiënt moet niet te ver afwijken van het te behalen resultaat, anders wordt het een grote teleurstelling. Ik zou me nog veel verder willen verbeteren in de behandeling van polsproblemen.

In 1978 ben ik afgestudeerd aan de opleiding Ergotherapie te Huizen, deze opleiding was de voorloper van de opleiding Ergotherapie, Hogeschool van Amsterdam

Hoe draagt het lidmaatschap van het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie (NGHT) bij in jouw professionalisering / functioneren en is het NGHT inspirerend voor je?

Waar werk je en hoeveel van je werktijd ben je echt werkzaam als handtherapeut? Tot juni 2007 werkte ik in het UMC St. Radboud Nijmegen en daar was ik ongeveer de helft van mijn tijd bezig met de behandeling van patiënten met reumatische aandoeningen. De andere helft met handletsels en handproblematiek. Van augustus tot en met december 2007 heb ik collega’s vervangen in het AMC te Amsterdam. Daar behandelde ik ook handpatiënten. Vanaf 1 januari 2008 werk ik als teamleider Ergotherapie van de afdeling Revalidatie van het Medisch Centrum Alkmaar. Hier ben ik 50 % van mijn tijd bezig met leidinggevende taken en 50% zijn behandeltaken, waarbij ik zo nodig en zo mogelijk patiënten met handproblematiek behandel.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

18


Door het lidmaatschap van het NGHT kun je een bijdrage leveren aan verbetering van kwaliteit. Ik vind het inspirerend om collega’s te spreken over hun behandelervaringen, praktijk uitoefening en onderzoek dat zij verrichten. Ook het Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie (NTHT) spreekt me aan, ik lees het altijd meerdere keren en ik gebruik de informatie voor mijn behandelingen en bij de uitwisseling van kennis en ervaring. Ik vind het werkelijk fantastisch welke inspanningen het bestuur van het NGHT en de diverse commissies leveren. Ik vind dat meer collegae handtherapeuten taken op zich moeten nemen binnen het NGHT. Wat vind je de meerwaarde van een gespecialiseerde handtherapeut ten opzichte van een niet gespecialiseerde collega bij behandeling van hand en pols aandoeningen?

voorwaarden vind. Daarnaast zou ik graag meer vast willen leggen, want er zit veel kennis in de hoofden van velen. Door zaken vast te leggen, zijn anderen onder andere in staat om van deze kennis en kunde te leren. Wat zou elke handtherapeut volgens jou moeten kunnen? Het maken van een goede analyse van de problematiek om de juiste interventies te plegen en daarbij de eigenheid van de patiënt in ogenschouw te nemen. Bij iemand met geestelijke problemen behaal je bij een zelfde type aandoening vaak een ander resultaat dan bij een patiënt zonder deze “ruis”.

Net zoals bij de behandeling van allerlei andere aandoeningen ben je als patiënt beter af bij iemand die veel deskundigheid heeft op het gebied van jouw problematiek. Als je in je huis een probleem met de riolering hebt, ga je toch ook niet aan een tuinman vragen om dit uit te zoeken en op te lossen. Kun je een korte casus geven van een patiënt die je bij is gebleven? In het begin van mijn loopbaan werkte ik in Revalidatiecentrum de Hoogstraat, toen nog gevestigd in de bossen van Leersum. We kregen in ons team te maken met een man, die boswachter was en die tijdens werkzaamheden in zijn kelder een gasexplosie meemaakte, waardoor hij voor 70 % ernstige verbrandingen opliep. Nadat hij in het Brandwondencentrum behandeld was, bleven enorme littekens en contracturen bestaan en ernstig beperkte handfunctie beiderzijds. In goed overleg met het team uit het Brandwondencentrum te Beverwijk hebben wij hem behandeld en kon hij uiteindelijk weer een prettig en nuttig leven leiden. Het belang van goede samenwerking in een méér dan multidisciplinair teamverband heb ik toen heel sterk ervaren en heeft er voor gezorgd dat ik te allen tijde die samenwerking en dat overleg wil aangaan. Ik schaam me er nooit voor dat ik niet alles kan en weet, maar zou me wel schamen als ik niet open zou staan voor kennis en kunde van anderen en altijd bereid zou zijn om te leren.

Foto: Marlies Thijssen Waar besteed je buiten je werk veel tijd aan? Ik heb altijd veel vrijwilligerswerk gedaan voor de scholen van mijn kinderen, voor de sportvereniging en voor de kerk. Daarnaast lees ik veel en vind ik het prettig om te studeren. Ook hou ik van lekker eten, koken en tuinieren. Waarvan ga je uit je dak?

Welke diagnoses zie je veel? Patiënten met reumatische aandoeningen en patienten met handproblematiek. Wat houdt je het meest bezig op je huidige werkplek? Met een open en rechtvaardige blik zoeken naar verbeteringen in de organisatie, waarbij ik goede en open communicatie één van de belangrijkste

Ik ben niet zo erg het type dat uit haar dak gaat, maar ik hou veel van mijn partner, van onze kinderen en onze familie. Daarnaast ben ik erg gericht op vrienden en bekenden en ben ik gesteld op een goede relatie met mijn collega’s. Daar voel ik me graag bij betrokken en ben bereid daar ver in te gaan. Wat vind je een mooi boek? Waarom blijft dit boek jou bij?

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

19


“De jongen in de gestreepte pyjama” van John Boyne vind ik een geweldig boekje. Vanuit het perspectief van een kind wordt een beeld geschetst van de tweede wereldoorlog en de Jodenproblematiek in de kampen. Het is zeer verrassend. Het boekje heeft veel indruk op mij gemaakt en ik raad ook vaak iemand aan om het te lezen. Hoe ziet je ideale vakantie eruit? Niets hoeven, niet op de klok hoeven leven, tijd voor elkaar en voor jezelf hebben vind ik zeer belangrijk, om de batterij weer op te laden. Waar, wat en hoe is dan minder van belang.

Wie krijgt de volgende keer in deze rubriek het woord en wat wil je hen specifiek vragen?* Ik zou graag Nettie Koekebakker, Annemieke Videler en Marjolein Wind het woord willen geven. Ik heb bewondering voor de wijze waarop zij hun werk verrichten. Mijn vraag aan hen is: “ Wat zien zij als de grootste uitdaging en de grootste valkuil bij het ondernemen in hun particuliere handpraktijk?” *Marlies Thijssen, ergotherapeut, teamleider Ergotherapie afdeling Revalidatie van het Medisch Centrum Alkmaar.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

20


Afscheid Peter de Groot Afscheid van penningmeester en Lid van Verdienste

Hans van den Berg* Het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie (NGHT) nam afscheid van penningmeester Peter de Groot. In twee perioden van zes jaar heeft Peter heel veel tijd en energie gestoken in het NGHT. Als lid van het eerste uur was hij vanaf 10 december 1990 officieel betrokken bij de handtherapie in Nederland. De laatste periode van zes jaar heb ik hem persoonlijk meegemaakt. Natuurlijk als penningmeester. Betrokken, betrouwbaar en punctueel. Hij was er met recht trots op dat de kascontrole lovend was over de volledigheid en zorgvuldigheid waarmee de boekhouding was georganiseerd en uitgevoerd. Peter praatte niet erg veel in vergaderingen maar was vooral actief achter de schermen. Op zijn manier. In de afgelopen jaren heb ik persoonlijk Peter ook leren kennen als een betrokken collega. We spraken elkaar bijna wekelijks over de telefoon en probeerden op onze manier het ‘dagelijks bestuur’ te zijn. Het NGHT draaiend te houden. Peter nam zijn verantwoordelijkheid, maximaal. Ik heb hem nooit hoeven vragen om stukken in te leveren, hij was mij altijd voor. Een beetje gek was hij natuurlijk wel! Van handen, die hij in grote hoeveelheden en in alle soorten en maten verzamelde. Van de ergotherapie als vak. Gedreven om vandaag beter te behandelen dan gisteren. En van de natuur ook: planten en dieren; vogelaar vooral. En van de kunst.

Foto: Peter de Groot: Lid van Verdienste

Als blijk van waardering is Peter in de AV in april 2008 benoemd tot Lid van Verdienste van het NGHT. * Hans van den Berg, fysiotherapeut / handtherapeut in het Martini Ziekenhuis in Groningen en voorzitter van het Nederlands Gezelschap voor Handtherapie.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

21


Handtherapeuten zonder grenzen Een initiatief?

Ton Schreuders* Onlangs kreeg ik een verzoek om mee te helpen met het opzetten van een handtherapie cursus in een Oost Europees land, waarbij al gauw bleek dat de nood overduidelijk was, maar de mogelijkheden voor financiering nihil waren. In discussies met oud cursisten van de Prakrijk Opleiding Handtherapie en betrokkenheid met collega's in het veld, lijkt het me een idee om te peilen of er collega's zijn die mee willen werken aan het op kleine schaal organiseren van projecten voor training in landen met begrensde mogelijkheden. Een idee zou zijn om bijvoorbeeld een uitwisselingsproject op te zetten waar collega's hier een

training krijgen of waar wij meehelpen in het opzetten van een training in andere landen. Ik ben nu in een fase dat ik gegevens verzamel en mogelijkheden probeer te bedenken. Mijn vraag is of je interesse hebt in een dergelijk project en misschien mee wil denken en doen. Of misschien weet je iemand die mee zou willen doen of heb je een voorstel voor een project of wie we kunnen benaderen voor sponsoring. Alle reacties zijn welkom. * Dr. T.A.R.Schreuders, coรถrdinator Praktijk Opleiding Handtherapie (POHT) Erasmus MC Rotterdam.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

22


SSOESS-V Theorie, praktijk en advies Boekbespreking

Miranda Venema * SSOESS-V Theorie, praktijk en advies Madeleine Corstens-Mignot Edith Cup Margo van Hartingsveldt-Bakker Uitgeverij LEMMA BV, 2006 Isbn-10 90-5931-464-6 Isbn-13 90-978-5931-464-1 Na het verschijnen van de Standaard Observatie Schrijven en Sensomotorische Schrijfvoorwaarden (SOESSS) en de Korte Observatie Ergotherapie Kleuters (KOEK) testen, lag de vraag voor de hand of de SOESSS ook voor volwassenen gebruikt kon worden. Aanvullend literatuuronderzoek en overleg met experts heeft tot de Standaard Observatie Schrijven en Sensomotorische Schrijfvoorwaarden voor Volwassenen (SOESSS-V) geleid. Het doel van de SOESSS-V is het bieden van een standaard of richtlijn voor de diagnostiek van schrijfproblemen bij volwassenen. Daarnaast is de SOESSS-V evaluerend te gebruiken, om de volwassene met zichzelf te vergelijken. Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel bevat een inleidend gedeelte waarin wordt beschreven hoe de SOESSS-V binnen een cliĂŤntgerichte benadering past en dat de aanpak om tot de SOESS-V te komen Evidence-Based Practice is. Verder bestaat het uit theoretische informatie,

observaties en tests betreffende het schrijven, sensoriek, visuele perceptie, motorplanning en motorische vaardigheden. Het tweede deel vormt het praktische gedeelte. Hierin staan de checklists, instructies, benodigdheden, scorelijsten, normeringen en voorbeeldrapportages. In het derde en laatste deel wordt ingegaan op de ergotherapeutische behandeling die na afname van de SOESSS-V kan volgen. Hierin worden ook de theoretische achtergronden bij de te kiezen ergotherapeutische interventies, de verschillende benaderingswijzen en praktische adviezen besproken. De inhoud van het boek is boeiend en leerzaam, mede door de theoretische achtergronden van het schrijven. Het maakt dat je de SOESSS-V meteen zou willen gebruiken. Maar tevens zorgt de indeling en de opbouw van het boek ervoor dat je veel aan het bladeren bent om te achterhalen waar wat staat en wat je allemaal nodig hebt om de SOESSS-V af te nemen. Het is een aanrader voor iedere ergotherapeut of fysiotherapeut die werkt met volwassenen met schrijfproblemen door neurologische aandoeningen, Klachten van Arm Nek Schouder (KANS) of andere (chronische) pijnklachten. * Miranda Venema is ergotherapeut in het Martini Ziekenhuis in Groningen.

Nederlands Tijdschrift voor Handtherapie - Jaargang 17 no. 2 - November 2008

23



Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.