__MAIN_TEXT__

Page 1

r

BIJDRAGE TOT DE KENNIS VAN DE AVIFAUNA VAN BRABANT IN DE VALLEi VAN DE DIJLE. door

}.'L BEQUAERT.

'· ;. 1


C11d. 111 or er cl in \'isclorn stor, di11 Codl1cd, h:raft o� Ri�c ! (11it 11.,\. Brorsmn - Op, �1 den Ting).

()

l 11 lcidi11g. l Ict l-s:o11i11lJijl ;\'attintwctcnschappclijk Genootschap Doclonaca l1ccft. in 1 %�. in clc XXXlc jaargang Ya11 haar publicaties een bijdrage tot de J-:c11nis \'a11 clc J\\°ifau11a \'an Brabant tussen Zcnnc en Dijle op�c11on1c11 ( 1 ) ; thans. publiceert het Presidium \'an clc Doclonaca een \ crl1:1mlcling m·cr clc A\·ifauna \'an Brabant in de \'allei van clc Dijle, ( ll 1clcr\\'crp 1.cc1 1 1 :111\\' aan het ccrstgcnocrnclc \·crbonclcn. Ik bicel aan clc Doclonac1. in clc persoon \'an haar President. Prof. Dr. P. van Oyc, 111ijn \\-Clgcmccmlc dank.

Doel en indeling van de bijdrage. Tus'>cn i-i nm·cm her 1 937 en 4 augustus 1 9 5 7, vcrzamclclc steller cc11 :1antal \·clclornithologi'>cl1c ohscn·atics in het gebied dat zich t 11'>sc11 Ot tignics. Lctl\'cn. Diest en l\ lee helen uitstrekt.

Op grond \·an dit persoonlijk \·clclwcrk werden lijsten van de regio­ nale fanna opgemaakt en wel op zodanige manier dat iedere typische a\·ifannistischc omgc\·ing, in elk jaargetijde, haar respectievelijke fau­ nu la toegewezen kreeg. l<'.r is meer.


- 57 -

Van ;1f l 9-f2 was het steller duidelijk, op \\'elke voortreffelijke wijze de \'allci \'an de Dijle zich lccnclc tot één vcldonclcrzock O\ 'Cr de \'Crpla atsingcn \'<lil de rngcls in Brabant l n het clcrdc clccl ,,,111 onclcrh;!\'igc bijdrage worden, aantal rngcboortcn, alle oh<.cffatics gcpubliccercL

wJor

een zeker

Naast clczc cijfers komen rcccls gcpuhliecerdc data terug \'an obser­ vaties van enkele soorten \\'Clkc te Ternnen en tussen de Voer en cle Zennc genoteerd werden; dit is liet ge\'al wanneer de twee groepen ,,an \\·aarncmingcn cH.anclcr aa11n1llc11, Steller is ten mlk bewust 1·a11 de betekenis rnor de kennis \'an clc Brabantse 1\\'ifauna 1a11 clc arheicl cloor andere 1'cldomitologc1 1 ge­ presteerd; hij schat hunne publicaties naar waarclc. Toch bn steller niet clc!1kcu aan een systematische 1'crn·crking ,,,111 data uit clczc hronncn : Doclonaca eist \'Oor publicatie \'an \\'clk­ danigc st uclic ook, dat clczc pc: �.oun lijk en origineel \1-czc, Vooraleer aan clc lc1,cr, in liet tweede clccl 1<' 11 1 01 1dcrh;11,igc bijdrage, de a\'ifauna \';11 1 het obsc1 ''"tic gebied voor te leggen in l'Crbancl met de orngc1,ing. geeft steller, in hei eerste deel, een bondig Ol'Crzicht \'an de geornorpl10logic, 1,an het 1-.limaat, \'an de boclcmhcclckking en \';lil de betrokken a\'ifaunistischc omgc,·ingc1 1.

Deel 1 . Dl•: V.\ LLJi:l

V1\N DE DlJU:. \1 \' crdcns Krcds (11it l'.\I. i\fc11llcr

OmlijniHg

van

er \'<Je rel -

het observatie-gebied (cfr. Kaartjes J en

;1t

lljcmacl).

se :

2).

Ilct gcbicJ clat in ;1an11�crkincr komt, 01m·at, in t-.lidden-België, het grootste deel 1an het Dijlc-cl<1 clc stijgemlc rand van het plateau tus>:cn de Dijle en het Jbgcland, mede cle bgc delen \'an clc platcau­ kontcrfortcn tussen de Lanc, lJsc en Voer, en clc oostelijke hellingen van de 1 J zerenberg.

1,

fn Laag-Bclgii.' strekt het observatic-gebiecl zich m·cr het dal \'an de Demcr tussen \Vcbbckom, \Vcrchter en l\1cchelc1 1.

llet stmlic-gebiccl worclt bepaald door een lijn die iets ten noorcl1\·cstcn ,.,111 Î\ lcc11elcn begint, een lange nij brede i11lrnigi1 1g naar het 1.11iclcn \'ertoont en, in de noord-oostelijke hoek \'<lil Brabant, te \ V ehbekom eindigt. Als bakens op deze lii1 1 zijn te 11ocrnc11, het geboomte \'an liet ]J',O\'ineiaal p�nk, het Vrij broek, te t-. fcchclc11 , claarua cle kerktorens te Mll\'sen, Ila<:cl1t, l lcrcnt en \Vilsclc, cle kruin \'<111 de lJzcrcnbcrg, de Kai;el Tcrbnck, het torentje van het bedehuis te l•'.genhol'en, de 1-.erktorens te Loonbeek en Sint-J\g<1tha-Rodc. het massief Tomme, clc kerktorens te Biergc.;. Limal en de watertoren te Ottignies naast het station 1·a1 1 de N�l\LB.S. De lijn maakt een kleine kul'l'e door de kerktorens te t-.ront-Saint-


- 58 -

Kaart 1.

Cuihert

-

en

Deel van het observatie-gebied in Laag-België en ovcrg,ingsgcbicd.

Corbais e n

g;1at

n oordwaarts door

de

kerktorens

\'a n

Co1Tn\·-k-Craml. Dion-lc-Val, G rez D oiceau, Pi ctrebais Tourinncs-la­ -

,

Crossé, Op\ 'elp, B i er beek en de P cll cberg; het tracé gaat d oor de toren 1·an de rn ormaligc abdij Vlierbcck en t r ef t de top \'an de 1'esselherg.

'l'lians trekkrn "·ij de lijn noord-oo s twaarts doorhee n de sta tio n s

1·a11 de N _;\ T.B.S. \V ij g m a al

\V czcmaal, Gelro d e en Aarsch ot; wij hre 1 1 gcn de lijn omheen h e t stad j e op de rechteroever van de Demcr en \'(>!gen de spoor weg tot aan Diest; w ij brengen de grens terug op de linkeroe,·cr 1-;m de Demcr en, door de toren van de kerk te \Vebhc­ kom, k o me n \\'ij te ru g aan het spo orw e gs ta tion D iest . .

,

i\'aar liet n o or de n dient de berm van de linker oever van de Demer en Yan de Dijle als een konkrcte grenslijn ; te Mechelen verlaat de lij:1 de Dijle, zij \ C r ee n z clvi gt z ich met de voet van de zware spoorwegdijk tot a a n de hal te Nckkcrspocl; h et tracé wordt nu omheen \1 cc h clen gele id zodat de w i jk a a n de P o pu l ierendre d en het pa rk \/rijb ro ek binnen het beluik \'an het observatie geb ied vallen. '

i

-

Het reliëf van het observatie-gebied.

f let ob s cr v atie-gebied behoort tot Laag- en M idden-Bclgië. De liyps om etri s che kurvc va n (25.-) dringt in de vallei van de Dijle en bereikt de baan die de dorpen Korbeek-Dijle en Oud-Heverlee ver­ bindt; zij omsluit de l a agste stukken van het park Arenbcrg, het Joze­ fictcngocd en de v i j \ cr te Oud-Heverlee. '

Te Lcu\'en is de vallei van de Dijle overbouwd; haar bodem ligt op peil (18.-); de hoogste delen bezetten plateau-uitlopers en bereiken het p eil ( 40 .-); de stad w o rd t beschermd door een zware dijk met toclaatdeur.


f '/Ol'P':_J./e. r;Pand "to;Î:>aLs

ó

"fo

1

1

Kaart

2.

-

-tSHnt. l

Deel van het observatie-gebied in Midden-België.


Laag-België. Te11 11oorde11 1a11 l .em e11 1c - n-olgt de kun c 1;· 111 (2).- ) l1a;1r loop; 11;1,1r het \\e'>tc11 rn11ga:tl 1.ij cle dubbele 1ij1 er te \\'ihelc. naar liet omtc11 clc 11j1 er> 1 :111 Bb11\\'put en l(c'>scl-1.o. Tmsc11 cle talkc11 1:111 clc kurl'C ricl1t de Dijle 1.ich 11oorch1-,1:nts; 1.ij rni11:111gt clc Dcmcr op peil (8.-); daarop 1·locit 1.ij 11;1;1r \ lcehckn. l)c ,1;1cl \lcehe!Cll i<i rn.- lll. bm·c11 cle 1.ccsp1cgcl gelegen; 1.ij \\'()\'( lt tcgc11 m c1<ilro111i11g hc1ciligd door een el ijk met 1.ijl en door clc orn­ lcieli11g 1:111 cle Dijle. te :\'ekkcrspocl. J11i,t huitc11 cle sL1d 1locit de Dijle m er ele h�-psomctrisehc lijn ( 'i.-). l Ict cLil 1 ;111 clc Dcmcr stijgt 1aclit jes 11:1ar het 11-cstc11 \\ erclitcr i'> het cbl op peil (8.-), te Die,[ op peil (l 'i.-).

loc;

Ic

\.111 cic 100111 1«111 liet dal 1-:111 clc Dijle hc1·i11clt l':icli een b11:1al; clc l.1:1i te l.cmrn 11-crcl :l:lllgclcgd op peil (20.-); Ic \lccl1clC11 wijst het peil 1:111 clc clijlkruin (l l.-). 'l'msc11 elc Dijle en liet b1ual 1i11clt mrn het peil (16.-); clc bodem 1:1cht gohc11el; omt\\';1;1rls tnsscn clc Derncr c11 clc spoorweg Lemcn­ \;mehot hicclt de hoclcm cc11 soortgelijk uitl':icht.

1'>

l\ 1 iddcn-Bclgië.

De bodem 1.111 het Dijlcebl staat te 011cl-l lc1crlee op peil (25.-):

li1j rijst 1.11ieh1-:1:nts; op ele b;1rt noteert me11: te Necrij'>c (27. )0-), lc

Sint :\gatha !Zoele ()0.-). te Flori1al ()6.-), te Castuchc (-Hl.-) en te Oltignic'> ('i2.'i0-). Ten noorcl 11·c'>tc11 11·ordt cle stad Letl\'e11 door een rebticf 1.w;nc pblc:a11 hcl1cerst: de IZoesclherg (61.-) en elc lJ1.ere11herg (91.-); 1·;rn Tcrh:mk 1r. )0-) gcr:1:1kt· rne11 te l•:gC11hmc11 op peil ()2. 50-); het ohsc11-:1tic gebied <H1�11l elc Lige clcle11 1-:1ll het pbtcau, ebt 1"111 Duys­ hi;r:; 1 lO'i.-) 11;1;1r Tcrhank toegaat; elc hoge p1111te11 he1·i11cle11 1.icl1 ;1·111 clc lerl te :'\eerij<.c ( 12, SO-) en a:111 het heclehuis le Loonlieck

1r.10

i.

1 )c i�1C11'> 1 ;lll het obse1Yatic-gehiecl richt 1.ieh oost\\':nrh. Te Rocle­ '.-ii1il .\gatha rn1trnoelc11 ll'ij clc \'C1et \'all cle Tomrnc (l 02.-), éc'·11 1-;111 clc 1\\'arc uitloper<; 1:111 het pbtc:1u \':lil ?\liclelen-Beh;ië die, in het 1.11ide11 c11 liet omtc11, cle Dijle 1·allei hchecrsen; 1.ij 1.ij11 kontcrforten 1-;111 hel pl:itc111 gelegen l1J',,c11 ILrnt:1i11 (169.-). '\Jij1·cl (169.-) en Cc111hlocrs ( l �� .- ) e11 l'<lll een sccn11clairc karn. cl ic. tussen \ \';111 c c11 ele lno1111c11 1-:111 clc Cro\e Ccte en cle \'elp, l'Crclcr naar clc Pcllc11hcr� (HH.-) en clc Kcssclhcrg (Ï ).-) doorloop!'.

î'c11 liomlige a11:1h-,e 1a11 het rclicf op cle oost1.ijele 1-:111 clc Dijle h1l acht 011clergc'chikte plate,rn's ke1111c11, icclcr met eü:;c11 braktcrs:

hel pl:itc:1u 1:- lll \\'anc ebt zich nilsprciclt hme11 elc Dijle en lc r:,isse;1:1 clc Pi�elet; hier 1.ij11 Dion-lc-\lont e11 C;1stuche gelegen; !Ict smal plateau t11,se11 clc l'i,clet Cre1.-Doiccau:

lid breed platc:111 l11sse11 clc

en

de Train; rncn 1·inclt hier

Train e11 cle Ncthc. 11·a:1rop cle clorpc11


- (i] -

Noclchais, I Limmc-i\ lillc, Bossnt-Gottcchain ' Net-hen, Archennes, Flo­ rival, Pckroclc en het hos Beaumont (B.); het pl<i tcau tussen i'\ et hen en het Zoete-\\'ater met het l\ 1ccrdaal­ hos: in dit_ hos \·inclt men hoge punten \\'ëiar\'an éc'.-11, clc T01nhcrg, die het peil (102.-) bereikt; Sint-Joris-\Vccrt ligt aan clc rand \'an dit platcan; het pLit-cau ] Jc,·crlcc, tnsscn het Zoctc-\Vatcr en clc Zuidmolen­ hcck: dit pbtc ;1u draagt het l lc\-crlcchos en de d or pe n Oucl-Jlcvcrlec, l lc1-crlcc en clc Jacht; het ] ]c,·crlcchos heeft ook tommchcrgjcs \\'aar­ ,·an clc hoogte lnsscn (68.-) en (7 1 .-) schommelt; te noemen is het platcan \"<111 Park, tmscn de Zuid- en Noordmolen­ hcck; het begint· aan Lo en reikt tot binnen clc stad Leuven; men ,-indt er clc 1\hclij Park, clc begraafplaats 1·an clc stad Leuven, clc gc1·a 11gc11 isscn \"<l 11 clc stacl, de wijken J J zcrcnpoort, Blamvput, Kcssel­ Lo. clc onclc abdij Vlicrhcck; het platcan \·an Bcncclen-i(csscl. ebt zich tussen de Noorclmolcn­ bcek en clc Lcminghcck \'<lll oost 11aar \\·est \·oornitschuift; ten slotte is clc Kcssclhcrg te noemen met clc kruin op peil (75.-); samen met clc Rocsclhcrg \'CHmt hij clc posten \·an cle poort in clc wal door de natuur tus s en l\ 1 ielclen- en Laag-België opgetrokken. ln deze bij cl rage \\·orclt mor clc scheiding tmscn Laag- en l\ lidclcn­ Bclgië de lijn Kcssclhcrg-Rocselhcrg aanvaard.

De overstromingen in de vallei van van de Dijle. Zeggeweidcn.

de

Dijle.

De

vijvers

m

de

vallei

De overstromingen in de Dijl e vallei zijn in grote mate afh a n kelijk Yan het reliëf. Ü\·cn-locdigc stortregens op een of andere plaats in haar hekken, brengen z.ccr vlug liet \\'atcr van clc Dijle buiten haar oevers; regen is echter alleen aansprakelijk nior kleine overstromingen. -

J Ict zijl op de Dijle te Leuven heeft clc \'Oorhccn torrcnticlc Dijle vrije toegang tot de stad ontzegel; de delen \·an clc vallei tussen Lell\'cn en Oucl-Ilcverlec, lager clan (25.-) geraken vaak onder water. De grote vloeden, die ten zuiden \'an Leuven, de vallei van de Dijle op haar volle breedte, mcterdicp bedekken, doen zich voor in de n awinter \\'annccr, door een plotse clooi, een macht smeltwater vrij­ komt boven een nog \'ast gcnozcn bodem. ,

De lage delen van clc \'allei zijn schaars bewoond : men kent het oud kasteel \'an Arcnbcrg, een paar watermolens en één of twee boerderijtjes. B uite n g ebru ik gestelde watermolens bc\·indcn zich op de plateau-beekjes; naast hen bemerkt men meestal een spaarbekken. Thans worden visvijvers aangelegd. Men kent de karpelvij\·crs te Park, clc vijver te Oud-Ileverlee, de drie bekkens te Neerijse, de poel te Rode-Sint-Agatha, de spaarbekk ens te Florival en Gastuchc. Benoorden Leuven kent men clc dubbele vijver te \Vilscle, het bekken Blauwput en de poel te Kessel-Lo; de eerste situeren wij in Laag-België; de andere in het m·crgangsgcbicd.


-6� -

R ietvelden. \Vaar clc glooiïngen van cle plateau's samenkomen met de lage clal­ hoclem zijn zeer water z ic kc smalle percelen; men kan ze noch als akkers noch als \\"Cila.1cl gebruiken. Op clcze stukken groeit riet, waar­ tussen els . Deze met riet begroeide moerasjes vin dt m e n aan de rand \'an het platean ï'om mc, van het plateau tussen Train en Nethc, van het plateau tussen Netlic en het Zoet-\Vater, aan clc zoom van het plateau 1 lc\·crlee op de gem eente Oud-! lc\·erlee, en in de laagten bij Blauwput en Beneden-Kessel. Kleine rich-clden vin d t men nog te Neerijse aan de rand van het Groot-Broek, te Korbeek-Dijle in het Broek en de Veeweide en te Egenhm·en op de vochtige kanten van het Jozcfietcngoccl. Al deze rict\·elclen zij 1 1 k kin.

Zcggcweiden.

Nabij de confl uen tie van clc Ncthe en de Dijle, ook bij clc voor­ malige confluentie van de Noorclmolcnbcck en Lc m ingb eck met de Dijle, is cle bodem relatief laag, met omliep water bedekt; hier kan geen maaigras groeien, maa r zegge. l\'lcn kent cle Sin t-Ja ns-wciden tussen Sint-Joris-\\1 eert en Sint­ de bodem ligt on der peil (30.-); te Blauwput en Kessel-Lo onder peil (17,50). Van zeggewciclcn mee n t de Brabantse hooiman, dat zij eenmaal normale graslanden waren, waarvan de waterafvoer afgesloten of ont­ rccldcrcl werd . In cle \"allei \·an cle Dijle zij n geen uitgestrekte met lisdodde be­ groeide, om·aste, \'Cengronclcn; toch vin dt men deze vegetatie in zeer kleine perceeltjes aan cle ra nden van som mige vijvers .

Agatha-Roclc;

Geologie van het Observatie-gebied. l Ict verloop \'an de geologische gebeurtenissen kan herleid worden tot een lange periode van opbouw, gevolgd door een periode van

afbraak en, door het vormen van twee deklagen beëindigd. Ten zuiden en ten noorden va n Leuven bestaat cle ondergrond uit de opeengestapelde lagen van diverse cocenische zeeën; in het zuiden \'an Lcm-cn komt de grootste betekenis aan het Brusseliaans toe, in het noorden aan het Assiaan. Daarop rnlgcle de kleine oligoccnische transgressie van clc Tongri­ aansc zee; men vindt sporen van haar afzettingen op de vele gctuigen­ hergcn en massieven in het gebied tussen Leuven, Ilarnrne-Mille, \Vavrc, op de Tomrnc, en te Duysburg (D.burg). Daarna schommelde de bodem; regionaal gebeurde dit zoals hierna uiteen gezet : zuidwaarts rees de toenmalige zeebodem en werd een plateau; noordwaarts zonk hij dieper; het hierbij betrokken neutraal pun t is ergens tussen Sint-Agatha-Rode en Oud-Heverlee te situeren.


- 63 -

Aan het plateau de Tomm e vinden wij s poren van een oer Dijle. Wij s tellen vast dat de rand van de n ecrzinking tot een ondiepe zee hoorde : de Dicstiaan. c; deze kleine regionale transgressie plaatst men in het u itgaande M ioceen. Men erkent te Doel de sporen van de zuidrand van de Scaldiaanse transgressie van het Laat-Pl ioceen . Anderzi jds had een n ieuwe inzin­ king een afclaking van de bodem veroorzaakt, gericht van oost naar west, te lokal iseren in de s treek van Aarschot, \Verchter e n Mechelen; de D ijl e rnlgde de nieuwe richting zeewaarts . In het Pleistoceen ging de erosie ten zuiden en ten noorden van Leuven verder, gcïn term itecrd tussen de I Jstijden in . Episoden van beteken is uit dit, het laatste hoofdstuk van de regionale Geologische gesch iedenis, zijn de afzetting van het Flan driaan tussen Aarschot, Wcrchtcr en l\fechckn en de vorming van de leemlaag in Midden­ België. Ilct Flan driaan leidde rechtstreeks tot de vorming van de natuurstreek die wij de Brabantse Kempen noemen . De leemlaag hoort tot de Haspengouwse en de B rabantse afzettin­ gen , die aan de Belgische lecmstrcck i n het algemeen en aan Haspen­ gouw in het bijzonder hunne ken merken geven . Op vele plaatsen ,·an het observatie-gebied heeft de jongste erosie veel leem en klei weggenomen; deze bleven zeer gaaf bewaard in het oosten van het J]c,·crleebos en van h et Meerdaalbos . B i j Hamrne­ M ille komt men in een gouw die de overgang n aar Haspengouw uitmaakt : klei- en leemlagen bedekken het licht golven d hoogland i n d e richting van \Vanc e n Corroy-le-Gra n d . Klimaat.

Ilet mag vrij rnch tig genoemd worden ; de hoogte van de gemiddel­ de jaarnccrslag is tussen 700 en 750 m m . begrepen . Voor wat de gem iddelde jaartempcraturcn binnen het observatie­ gebied betreft, stelt m en vast dat het betrokken gewest een plaats inneemt binnen de isoth erme die 19° als de maximale gemiddelde temperatuur van april tot oktober aanduidt. Verder valt op te merken dat bewust gebied gelegen is tussen de twee isothermen welke de maximale gem iddelde temperaturen van november tot maart opgeven ; namelijk de noordwestelijke van 7° en de zuidoostelijke van 6°. De bekkens van de Gete, Dijle en Zenne gen ieten, in de late herfst en in de winter, van m ilde temperaturen . Invloed van de mens up het milieu.

De natuur lijke bodembedekking van de Dijle-vallei werd diep door de mens gewijzigd. O mstreeks 2250 jaJr voor onze tijdrekening zij n de neolithiekers ermee begonnen; dit blijkt uit de vondsten te Ottenburg, op enkele plaatsen in het dal va.1 de Dijle en op het plateau Meerdaal .


-6-1-

\'an clc I J zertijd ken t men e111ge sporen; de econom ie was lan d­ bouw en ,·eetecl t . S>·,temafoche landbouw, m et g rondi g e w i j z igi n g in de flora, begon in de Dijlc-,·allci in de t\\·eede helft ,·a n de eerste eeuw \·an onze jaar­ telling; de bedrijfsleiders \\'aren Romeinse grootlandhezitters die ter plaahe een '><>ort herenhoe,·e n bewoonden . i\ Ten ken t de \'illa·s te \\ 'i bel c. Sint-,\gat-lia-Roclc en Basse-\Vane; men weet ook dat Ro111eime h111clcxploitaties te Nodebais, D i on - lc- i\ l o n t , Grez-Doiceau en i\rehc1rncs gc,·cstigd waren . De nulrnlai rc \ Trspre idi n g van hoeven en dorpen, t u s se n IJamme­ i\lillc en \\'a\Te heeft haar oorsprong in de Romeinse t i j d . De akkcrhom,· tmsc n Lctl\'en en I lam m e-i\Tillc, mede clc dorps­ ccntrn omheen liet l l c , -cr lc ch o s en het i\ lcerdaalhos zijn niet ouder dan de rq_;ionalc frankischc la ncl hc zett i ng . \Vat de stcclcn \T cch e le n en Leuven bet reft , zij ontstonden in de J:\:e e n Xe cc 1 1 \\' en ont wi kkel cl en zich gelei d el i j k op de oel'ers ,·an de Dijle. op de laagste ge deel t e n ,-an cle p lat ea n ' s ; na enkel e eeuwen \\'Crd cle d o o r g an g ,·an de D i jl e ge reg el d, te Letl\'en en te i\ Tce he lc n, door een clijk met zi jl . 111 clc midclclcc11\\'C11 werden ,· estin gen opg et rok ken omheen i\ Tcchc­ lc11 en Lemen. in de XlXe eeuw bol we rk e n rondom D i est . De h, ·ee cer'>le werden o mg enmnd tot \\·a ml c lla n cn en moderne hanen; te Diest hlc1·cn de wallcn bewaard. In de laatste clcccnic g roeid e n niet alleen l\lcchelcn, Letl\'Cn en Die\! maar ook Aarschot. \Vanc, Ott ign ies ; op deze plaatsen zien wi j t ui 1 rn·ij kc n on tstaa n . ï'c JJc,erlce \rnrdt thans. n a as t het park 1\rcnherg, een t oren rnrm i g a pp arte rn e nts g eho u ,, . op getrokke n . Op m e rk \\·aard ige man ier z i j n het IJevcrlcehos e n i\Icerdaalhos be­ waard gc hl e1 en; in een kra ns erom be,·indcn zich vele z om erv e rbl i j Yen en pri ,·aat residenties; en omheen Lcm'Cn 1.ijn p a rk en tal r ij k . De samenstelling ,·a n de twee bossen werd in de loop der t i j den meer dan ee ns gew ij z i g d . Tussen 1\lechelcn, \Verchter en Aarschot, in de Braban tse Kempen, ,,·aren bos en weide afgew iss el d met akkers, waartussen de dorpen . Ook h i er k0111cn m eer en meer mensen wonen; het wordt een grote 111i11wijk.

1 n de D i j l c - \ 'all ei verdween het elzen bos, behalve enkele p a rt i j t je s kniestrnwcel onder hoogst am mig loofhout. I ets nieuws is het aanleg­ gen van part ij en pope ls in waterzieke percelen; men ziet zulke massie1'en hoog gebo o m t e tussen Neerijse en Sint-Joris-\Veert en nabij Blauwpu t . Trouwens. omheen de visvi jvers worden loofbomen geplant. D e wegen, s p oo r l ij n e n en autostraclcn hebben van af d e XVI J Je ccm\· n i euwe elementen i n het landschap g e b ra ch t : languitgetrokken stroken m et sloten, dijken, h euveldoorsni j dingen .

De omgevingen waar\'OOr d e vogels een voorkeur vertonen zijn afgetekend i n het landschap.

cluiclelijk


- 65 -

De avifatmistisehe omgevingen in het observatie-gebied. A . Laag- B elgië. a. \Vi j o n clerschcidcn de steden en dorpen waar gebouwen het beeld beheersen ; m·cral z i j n won i n ge n , l a n e n , moestui nen aanwezig; z i j v o r m e n het open gebouwencomplex. Komen i n a a n m erki n g : Mechelen. Diest, Aarschot, � 1uysen, H ever, I Iaach t en \Vcrch ter .

b . De parken . l n d i t deel van h et observa tie-gebied werd het provinciaal park \!ri j b ro ek bezoch t .

I l ct is dicht bij i s laag, o n d e r de voor het publ iek . zich i n J 960 e e n

� kchclen gelege n , in h e t noord-westen . H e t terrei n hypsomctrischc l i j n ( 5 . - ) . D i t park is toegankel i j k I e t s t e n zu iden v a n �1echelen, te �foysen, bev o n d verwaarloosd park ; het w e r d vlug bezocht .

c . D e bossen en akkers . B u iten de steden en dorpen, op de golvende plateau-hel l i n g e n , biedt h et lan dschap va n h e t B raba n ts Kcmpcnlan d de aanblik van een bos l a n d , waa r i n geboomte en akkers d oor elkander verspreid z i j n . Het i s n iet moacl ijk op gro n d van e e n l 0-tal bezoeken, aan het bos en aan d e ak er h u n rcspckticvclijkc avifaunula aan te w i j zen ; d eze fa u n ulae worden te samen i n onze l i j st j es ,·oorgestel d .

k

cl. D e weiden . J n de o n m i d dell i j k e n a b i j h e i d van de D i j l e en de Demer, overheer­ sen de horizon tale l i j n e n ; h e t statische l a n dschap van Laag- B elgië opent zich; d e weide geeft het b i j zon der karakter . A c h t wan del i n gen i n win ter, l en te en zomer brachten enkele soorten aan, waarvan somm ige aandacht verdienen : Kieviet, Witgatje, Reiger. Grauwe Kl auw ier, Rietza nger . e. V i j v e r . D e en ige vi jver d i e bezoch t w e r d is de karpelv ijver te \,Y i l s e l e . I l ct getal van de gcnotccrcle vogels is zeer kle i n . B . Overgangsgebied tussen Laag- en M idden-België. Het bestaat uit de stad en u i t de lage gronden tussen Leuven en de l i j n Roeselberg naar Kcsselberg . a . H et open gebouwcncom plcx Leuven . I n h e t hart van de stad Leuven bev i n d t zich een brede wara nde omheen de resten van oude muren en torens, een ru i m e kru i d t u i n en vele hovingen van kloosters e n institu ten . Omh een de stad is een wan deli n g ; thans nog is z i j rijkelijk voorzien van h eesters ; nabij het station van de N . M . B . S . is een groep h oge bomen , waar Roeken een broedkol o n ie hadden .


- 66 -

De lijst \'an de vogels d i e Leuven bezoeken nij lang.

m

lente en zomer is

b . I I ct m oerass ig gebied omheen het formatie-station te Blauwput : verkort tot « bekken van Blauwput Vóór de aanleg van de s poorweg Brussel-Luik kon den d e Noord­ rnolenbcek en de Lemingbeek zich met de Dijle vervoegen in een weilan d op peil ( 1 7, 50 ) , dat aan de noordrand van de stad paalde. Eenmaal het station van Leuven gebouwd, is de omgeving veran­ derd : een zwaar terras op peil ( 30 .- ) was opgeworpen door de vallei tussen Blauwput en Wilsele; het werd verlengd door drie zware dijken, waarop de spoorbanen naar B ru ssel, Mechelen en Aarschot; en daarbij kwam nog een dam , aangelegd in vorm van een boog die de spoor­ wegen naar Aarschot en naar M echelen verbindt. Langs en door deze d ijken werd een smalle weg opengemaakt voor de Dijle en twee beken die het water van Leuven en van Blauwput naar 't noorden zouden wegbrengen . Ten westen en ten noorden van de wijk Blauwput vindt men twee avifaunistischc omgevingen : een oostelijke en een westelijke; zij wor­ den van elkander gescheiden door de spoorweg Leuven-Aarschot; wij noemen ze respectieveli j k Blauwput-oost " en Blauwput-west » .

"

h.l .

"

B ekken Blauwput-oost heeft als onderdelen :

de oos telijke randen van het terras waarop het formatiestation; het is op pe i l ( 30.-) en bedekt m e t ballast, dwarsliggers, rails en massa's lokomotief-sintcls . u.

� · de zuidelijke, oostel ijke en noordelijke boorden, tussen de hyp­ somctrisehc lijnen ( 2 5 .- ) en ( 2 0 . - ) ; zij vormen de meest naar h et noorden en westen vooruitgeschoven randen van de platea u's van Park e n van Beneden-Kessel . Woningen zij n hier gebouwd. Van 1 940 tot 1 9 50 was in de hoek tussen het s tation Leuven en de wijk Blanwpn t een puinveld. y . het Vij,·crpark met aanplantingen omheen de vijvers, die af­ hankelijk zii n v a n de Noordmolenbeek; het park werd tussen de lij nen ( 2 0 .-) en ( l 7, 50) aangelegd . b . het lage lan d tussen de lijn ( 1 7, 50) en de taluds van de spoorweg naar Aarschot. De vijver \'an Beneden-Kessel bevindt zich h ier; hij is a fhankelijk van de Lem ingbeek; hij is omgeven van geboomte. Naast de vijver is het moerassig terrein met els, rietland en zegge­ wcicle begroeid . Nog valt te noemen een bepaald laag perceel dat deel u itmaakt van het patrimonium van d e N . M .B .S.; in 1 9 5 0 noch n iet opgehoogd, was het een moeras begroeid met riet, lisdodde en els . wegen en grachten . Tussen het formatiestation, de wijk Blauwput en het Vijverpark gaat een baan, tussen de twee vijvers, naar de wijken Beneden-Kessel E.


- 67 -

en Kessel-berg; op een vrij grote afstand volgt zij de grens van het spoorwegdomein, waarvan zij door een brede, d iepe gracht afgesloten is; deze gracht fungeert als riool voor het noord-westen van de wijk Blauwput. I n winter, lente en zomer werden m het bekken Blauwput-oost verbazend veel avessoorten genoteerd . b . 2 . Blauwput-wes t . I s gelegen i n de driehoek v a n de spoorwegen Leuven-Mechelen, Mechelen-Aarschot en Leuven-Aarschot. Door het terrein stroomt de Vuntbeek . I n de noord-west hoek loopt de baan H erent-Aarschot, waarnaast enkele woningen . De bodem, op peil ( 1 7, 50 ) , is zeer nat en vochtig; de hogere percelen worden gebru ikt voor tuinland; er is een partij popels en veel zegge en rietlan d . De driehoek Blauwput-west is bi jna ontoegankelij k. Twee bezoeken hebben het m ogelijk gemaakt een kleine faunula samen te stellen . C. M idden-België. De avifaun istischc omgevingen zijn verdeeld over h et plateau-land en over de lage delen van de vallei van de Dijle; zij horen tot de gemeenten Ou d-H everlee, Blanden, B ierbeek, Korbeek-Dijle, Vaalbeek, Sint-Joris-Weert, Nethen, Hamme-Mille, Tourinnes-le-Grosse, Flori­ val, Bossut-Gotechain, Nodebais, Pekrode, Archennes, Grez- Doiceau, Gastuche, Basse-Wavre, Wavre, Corbais, Mont-Saint-Guibert, Ottig­ n ies, Limal, B ierges, Ottenburg, Sint-Agatha-Rode, Loonbeek, Neerijse, Egenhoven . Als avifaunistische omgevingen zijn te noemen : 1 . op het plateau-land tussen Leuven en Ottignies, op de hogere delen van het heuvellandschap ten oosten van de Dijle en op de lage zoom van het heuvellan dschap ten westen van de Dijle : a . Het open gebouwencomplex te H everlee . Het is een zeer hybridisch gebied dat zich ui tstrekt ten zuiden van de ringlaan te Leuven tot aan de noordgrens van het bos H everlee. Men vindt er : het speelplein van de firma Philips, de begraafplaats van de stad Leuven, H everlee-centru m , Tuinwijken, Bosrand, de Kantine enz . b . H et open gebouwencomplex buiten H everlee wordt afzonderlijk behandel d . c . De akker . cl . Het park . e. Het bos . f. De heide. g . De plateau-weiden . h . Wegen, s poorwegen .


- 68 -

2 . l n clc laa gt e tussen Leuven en Ottignies, op clc r ech t e r en linker oc\·cr \'a n clc Dijle, komen cle \' O l g e n d e avifa u n istische omgev ingen m aanmerking : a . J J et gras la n el . h . De zcggcwei cl c . e . I I ct k l e i n e rietland m e t o f zonder stru weel . cl . De vij\·ers, b ek e n , grach ten . c. De b o s jes, b o m e n , h a g e n .

Deel II. D E AV IFA U N A VAN D E VALLEI VAN D E D I J L E . l'i s c n cltcs h i el t i l Arbcjd og c j til Lyst og Leg . ( u i t Carstcn l l a uch - Trcust i i\1odgang) .

A . Laag-België. a.

I I ct open gebouwen complex.

In d e w i n ter : Laru>· ridibu n dus.

Mechel e n . Mechel e n . Mec hele n . Meche l e n . Mechel e n . Mechel e n . Mechel e n .

Colu m ba palu m bus. Colocus m o n edula .

Farus m ajor. Turdus

m erula.

S IU rn u s vulgaris. Pt.sser do m esticus.

l n d e l e n te

:

. ! p u s apus. Corvus

frugilegus.

Coloeus m o n edula.

Troglodytes troglodytes.

Turdus m eru la . Ph oen icurus ph oenicurus . f ' h o e n icurus oc h r u r u s . Luscinia m egarh y n c h a . . ·l croccp h alus sch oenobaenus.

Sylvia co m m u nis .

P h yllo scop us trochilus. ! 'ru n e/la m odularis. , I n t h u s praten sis. M otacilla. Sturnus vulgaris. Chloris chloris.

Mechelen . Mechelen . Mechelen . Meche l e n . Mechele n . Muyse n . Mechel e n , D iest. D iest. Diest. Hever, D iest. Diest. Mechelen, Diest. Diest. D iest. Mechele n . Mechel e n .


- 69 Cardu elis can n abina. Fringilla coelebs. F m beriza citrinella. Passer do m esticus.

In de

zomer :

A pus apus. Pieus viridis .

Dendrocopus

Mechele n . D iest, Muyse n . D iest. Mechelen, D iest .

m ajor.

Hiru n do rustica. D elich on urbica. R1 paria riparia. Pica pica. Garrulus glandarius. T urd u s m er ula. Sc;xicola torqu ata. Phoenicurus ph oen icu rus. Ph oenicurus ochrurus. /i crocephalus scirpace u s. /tcroceph alus sch oen obaen us. f li ppolais icterina. Sylvia co m m unis. Af usicapa striata. Pru n e/la m odularis. /l n t h us p raten s is . Sturnus vu lgaris . Ch loris chloris. Car d uelis can nab in a . F'asser do m esticus. Passer m ontanus.

Mechelen. Haach t. Mechelen. Mechele n , D iest, Haacht. Mechelen, D iest. Mechel e n . Mechel e n . D iest. Mechelen . Diest. Werchter. Mechelen, Aarschot . D iest. D iest. Mechele n . D iest. Diest, Haacht. Mechelen . D iest. Muysen, Haacht. Mechel e n . Diest. Diest. Haacht.

r n de herfst : Parus

j

m a or.

Mechelen.

b. De parken .

I n de lente : A nas platyrhy nch os. Streptopelia

turtur.

A p us apus. Pieus viridis. Hiru ndo rustica. Delich on urbica. Oriolus oriolus.

Vrij broek. Vrij broek. Vrij broek. Vrij broek. Vrij broek. Vrij broek . Vrij broek .


- 70 -

Coloeus m o n e d u la . Pica p ica . Carrulus glan darius. Turdus v1sci vorus. Turdus phil o m el u s . Turdus m ernla. Saxico/a rubl'tra. Luscinia m egarhyncha. flippo/ais icterina. Sylvia borri n . f'h yloscopus collybita . Siu r n tu vulgaris. Frin gilla coelebs . l 'cHscr s p .

Vrij broek. Vrij broe k . V r i j broek . Vrij broe k. Vrij broe k. Vrij broek. Vrij broek. Vri j brnek. Vrij broek, Muysen . Vrij broe k . Vrijbroek, Muyse n . Vrij broek. Vrij hroek . Vrij bro e k .

1 n de zomer : Co/u m ba palu mbus. / 'u¡11J¡ i!iridis.

l'arus sp. c.

Haacht. Gelrode. Haach t .

De bossen en akkers .

r Il

de w i n ter :

l;arus m ajor. Turrlus m erula. .i nth us . ,\.fotacilla cinerea.

Wijgmaal .

W i j gmaal .

Wijgmaal .

Wij gmaal .

1 n de lente : . Jla u rla arvensis. 1 I iru n do rustica. Ri p aria riparia.

Oriolus oriolus. Coloeus m o n edula. Corvus coro ne of frugilegus. Certh ia brachyrlactyla. Parus m ajor. I'arus ater. Troglodytes troglodytes. Turdus viscivorus. Turdus m erula. Saxico/a torquata . l:'rith acus ru becula. /,crocephalus palustris. Hippo/ais icterina. Sylvia atricapilla.

Aarschot. \V il sele . Wil sele . Wilsele. W il sele. W i l sele. Muyse n . Aarschot. Aarschot . Aarschot. Aarschot. Muysen . Hever. Aarschot. W i l sele. Muysen . Aarschot, Muysen .


-

Sylvia com m u n is. l'hylloscopus troch ilus. l'hylloscopus colly bita. Fru n ella m odularis. A n th us trivia/is. Motacilla alba. M otaci!La flava. Stumus vulgaris. (' hloris chloris. C ardu elis ca11 11abina. Fringi!La coelebs. / 'asser do m esticus

ln

71

-

Aarschot, W i l sele . Aarschot. Aarschot, W i l sele . Muyse n . Aarschot . Wilsele. Wilsele. W i l sele. Aarschot. Aarschot . Aa rschot . W i l sele.

de zomer :

f alco _peregrinus. -Sirè ptopelia turtur.

C uculus can orus. Pieus viridis.

Alauda arvensis.

1 1 iru n do rustica. Oriolus oriolus. Coloeus m o n edula. Corvus corone of frugilegus. fJica pica. c;arrulus glandarius. Parus m ajor. Parus palustris. Certhia brachydactyla. T u rdus m erula. Saxicola torquata . Phoenicurus. /lcroceph alus palustris. Hippolais icterina. Sylvia borrin . Sylvia co m m unis. f'h ylloscopus. Motacilla. Frin gilla coelebs. Fm beriza citrinella. Passer domesticus. Passer m o n tan us.

Haacht, 1 5 - V l l l - 1 949. Gel rode. W i l sele . Haacht. Diest. Muysen, Haach t , Werchter. Haacht, Wesemaal . Gel rode. Gel rode. Mu ysen . Gelrode. Haacht, Wesem;ial. Gel rode. Muyse n . Muysen . Haacht, 1 5-Vm - 1 949. Wesemaal . 1 iaacht. Wesemaal, Gel rode. Wesemaal . Gel rode. Wesemaal . Wesemaal, Gel rode. Gelrode. Haacht. Wilsele, Wesemaal , Gel rode. 'vVesemaal . Haacht, \Vesemaal, Gelrode. Wilsele, Gel rode . Gelrode.

cl. De weiden.

I n de winter : Vunellus van e!Lus. Tringa ocrophus. Larus ridibu ndus.

Haacht, 2-! I l - 1 940. X Wijgmaal, l -I- 1 93 8 . " W i j gmaal .

\


- 72 W i j gm aa l .

! 't ea

pica. Tu rdus m uncus . Stu rnus v ulga ris .

W i j gmaal . W i j gmaal .

I n de lente : Aarschot, D i e s t . Aarschot. Aarschot. Aarschot, 2 1 -I V- 1 940 . W il sele, i n zegge, 9-V f - 1 9 4 9 . Aarschot. A a rs c h o t . M u y se n . Aarschot.

. //au da arvensis. !'tea pica. � axicola torquata. J_u ;cinia m egarhy ncha. . l crocephalus sch oenobaen us. c�yl via co m m u nis. ,J nth uj·. Sturnuj· vulgaris. /�' m beriza ffh oeniclus. In de zomer :

Webbe k o m , 2 2 - V l f - 1 94 2 .

, J rdea cin erea. . ln th us pratensis. .\ ! otacilla. Lanius collurio. Sturn u s vulgaris. h' m beriza sch oeniclus.

e.

De ''I J '·er te \Vi lsclc, 1 11

Gelrode, 2 0-VH- 1 94 6 . C e l rod e . O iest.

en

cle

Dijle.

cle w i n ter :

(;a/li nula chloropus. Larus ridibu n dus. Laru.i can us. I n de

W il sele. Wilsel e . W i l sele, 1 -1 - 1 93 8 .

lcn te :

, / 11a.i

sp. Gallin ula chloropus. Fulica atra. Larus ridibu n du.i. /-{ iru ndo rnstica. . 1 crocephaluj· aru n dinaceus. ,/crocephalus J"Cirpaceus. /\..f otacilla alba. 1n

Oiest. D i e st .

W il se l e . W il se l e . W il se l e .

Mu y se n , 2 2 - V- 1 950

M u y se n . W il se l e . W i l se l e . 1vf uyse n .

de zom er :

/'oliocephalus ruficollis. Callin ula chloropus.

W il se l e . W i l sele,

l 3 -V f l f - 1 94 9 .


- 73 -

F u l ica atra. Tringa hypoleucos.

W i l sele. W il sele,

Hiru n do rustica. Riparia ripa ria . Acrocephalus scirpaceus.

W il sele.

1 3 - V I I I - 1 94 9 .

W il sel e .

Haacht .

B. Overgangsgebied tussen Laag- en Midden-België. a.

Il et open gebouwe11eom plex te Leuven. I n de win ter :

Ga/lin ula ch l or opu s .

h eu s

viridis. Corvus frugilegus. l 'a r u s major .

Farus caeruleus.

. l e gith al o .i caudatus .

Certh ia brachydactyla. Tr oglo dy te;· troglodytes.

Turdus viscivorus.

Turdu;·

ph ilo melus. ? 'urdu;· m usicus. ? 'urdus m e rula . l' hyllo scop us collybita. l'ru nella m odu laris. M o tacilla . Sturnus vulgaris. lri n gi/la coelebs. l 'asser do m esticus.

In de l ente : C olu m b a p al u m b u s . Cuculus can orus. Ap u s apus. 1 -f i r u ndo rustica. U elich o n urbica. Corvus fr u gilegus .

Hippo/ais icterm a. Sy l v ia atricapilla. 1- h y/loscopus troch ilus. !, h ylloscopus collybita. / 11 u scicap a striata. Ficedula hypoleuca.

Coloeus monedula. Farus m ajor .

Pru nel/a modularis. Motacilla alba. M o tacilla cinerea. Motacilla /lava. Sturnus vulgaris. Chloris chloris. Serinus serinus. Fringi/la coelebs. Fringil/a m o ntifringilla. Passer dom esticus.

Farus caeruleus. A egithalos caudatus. Certh ia brachydactyla.

Troglodytes troglodytes. Turdus philom elus. Turdus m erula. F h oenicurus phoenicurus. Phoenicurus ochrurus. In de zomer :

Apus apus. Pieus viridis. Coloeus monedula. Troglodytes troglodytes. Turdus m erula. Ph oenicurus ochrurus.

Frithacus Hip po/ais

rubecula. icterina. Sylvia atricapilla. Mu scicapa striata. Motacilla.


- 74 I n clc h erfst : T ur d u s p h ilo m elu s .

Galcrlda cristata. /llauda arvt'n.<is .

I liru n do rustica . l'aru.< caerulc11 .< . Troglodytes tr oglo dy t es .

b . 1 . Bekken

\"<lll

Ph oenicurns ochrurus. l�rithacus ru becu/a. Card u elis can n a bi n a .

Passer d o m es ticus.

Blauwput-oos t .

D e f at 1 1 1 11 lae z i j n e n i g s z i n s geel i ffere n t ieercl aan geel t 1 i cl . I n de w i n ter :

, I 11as platyrhynch os. Fu lica atra.

l'arus caer ule u s . l 'arus atr icap illu s.

V i j v e r van B e n e J e n - K c s s · ! . Vij ver v a n B e n e d e n-Kesse l . Bl a u w p u t , V i j v e r pa r k , 8-! l f - 1 9 5 3 .

r 1 l clc lente : l 'ulioce p h a/u;· ruffic olis.

Vij ver v a n B en ed en- K e s sel , 6-V f- 1 9 5 0 .

f x o b rych us rn i n u t u s.

V i j v e r v a n H e n e J e n - K essel , 2 - V f - 1 9 5 0 , 2 0 - V- 1 9 5 0 . R l a u w p u t , 6- V I - 1 9 '> 0 . 29-1 1 1 - 1 9 4 () .

. 1 nas plat) rh y n ch os. /,'al/us a q 11atic11s. l'ur.�a11 a porzan a .

Callin u!a c h l o ro p u s. /'111."ca atra. Trin ga h y p ole u co s .

2 9-I f l- 1 949. Blauwput, 2 0 - V- 1 95 0 .

\'treptopelia turtur. C11culus ca11orus.

1 liru n :la rustica. k'ij){tria riparia. O r.. u/11s oriolus.

l ' :ca p ica . ! 'arus atricapillus.

Blauwput,

T r oglo dy t es tro glodytes. T u rdus viscivorus. Tu rdus m erula. Sa x ;cu la t o r q u a t a. Saxico/a rubctra. l'h oe11icurw ochrnrus. tuscinea m ega ry nc h a . Cya n o sy l v ia svecica cyan ecula.

20-V- 1 950.

. l crocep h alu s aru11 din aceus.

Vij verpark. Blauwput, 2 6-I I I- 1 949, 1 6-VI1 949, 2 0- V- 1 9 5 0 , 1 5- Vl - 1 9 5 0 . Vij v er v a n Beneden-Kessel .

. l c roce p h al u s s cirp ac e u s . . lcrocep h alus palustris.

Acroceph alus sch oenobaen us.

1 6- V I - 1 949.

2-VI-1 949.


- 75 -

Hippo/ais icterina. Sylvia borrin . Sylvia com m unis. Phylloscopus trochilus. Phylloscopus collybita. Pru ne/la m odularis. A nth us pratensis. A nthus trivia/is. ,\,f otacilla alba. M otacilla flava. Chloris chloris. Carduelis can nabina. Serinus serin us. Fringilla coelebs. Fringilla m o ntifringilla.

'B lauwp ut.

Blauwput, 26-I I I - 1 949. 20-V- 1 950. Blauwput, 26-I I I - 1 949. Blauwput. l uchtruim, 26-III-1 949.

Em beriza sch oeniclus. Passer domestic us. Passer montanus.

1 n de zomer :

:\

Gal/inula chloropus. Fulica atra. Hirun da rustica. Riparia riparia. Oriolus oriolus. Parus caeruleus. Turdus m erula. Saxicola torquata. Ph oenicurus och rurus. Locustella naevia. lcrocephalus arundinaceus. lcrocephalus scirpaceus. lcroceph allus sch oenobaenus. Hippo/ais icterina. Sylvia atricapilla. Yvlvia borrin . ylvia com m unis. Phylloscopus collybita. Prune/la m odularis. Anthus pratensis. A nth us trivia/is. Motacilla alba. Motacilla Flava. Lanius collurio. Carduelis can nabina.

Serinus serin us.

3-VI I-1 948. 1 -VII-1 948. l -VII-1 948.

Blauw p ut, t e rr a s ,

1 -VII-1 948.

Blauwput, Rietveldje, 1 -VI I - 1 94 8 . l -VII - 1 948.


- 76 -

Em beriza sch oeniclus. Pa s s e r do m esticus. Passer m o n tanus.

b . 2 . Blauwpu t-\\'es t .

l l 1er l i ggen zure weicljes, kleine akkers, een groep h oge popul ieren en pa r t 1 j t 1 es zegge. Deze omgev i n g werd op 9 juni 1 949 en op 1 8-V I J1 942 bezocht. In

O riolu s

de lente :

o r i ol u ; .

Turdus vi;ci vorus . A cr o cep h a/ u s "·cirp a ce us . A crocephalus palustris. A croce p h alus sch oen o baenus. Fringilla coelebj-. h' m beriza sc h o en ic/ u s .

l n cl c zomer : C 11culus can orus.

l? i pa ria riparia.

Pica pica.

Sa xic ola t o r q u a ta . . l c r oce p h al u s s cir p a c e u s . . / 11 th 1u pratensis. !'." m beriza sch oeniclus.

C. Midden-België. l

.

Plateau-land tussen Leuven en Ottig nies . a.

I I et open gebouwencomplex op I l ever lee.

ln cle win ter :

G een observaties . T n cl e lente : Cu culus can orus.

Prinses Lydia-laan. 5, J O,

/y n x t o rqu illa .

l 'r. Lydia-laan, 1 9-f 9 .

Calaida cristata.

Pr. Lydia-laan, I O-V- 1 949. Speelplein Phil ips, Bosrand . Bosrand, Kantine. Bosrand. Prinses Lydia-laan. Prinses Lydia-laan. Bosrand, 2-IV- 1 942. Hos ran d . Kantine . Prinses Lydia-laan. Prinses Lydia-laan.

. J/au da arvensis. Pica pica.

Garrulus glan darius . m aj o r .

Paru;

Parus caeruleus.

Paruj· atricapillus. Troglodytes troglodytes. Turdus viscivorus. Turdus p h ilo m elu s . Turdus m erula.

1 6-V-


- 77 P h oen icu rus ph oen ic u r us. Ph oenicurus ochrurus. Luscin ia m egarhyncha. Hip p o/ais ic t eri na. Sylvia at ricap illa. Sylvia borrin. Sylvia co m m unis . Sylvia cu rr u ca. Ph yllo scopu s troch ilus. Phylloscopus c ollyb it a. Regulus ignicapillus. M uscicapa striata. A n t h us p ra te nsis.

P r i n ses Lydia -laan . Prinses Lyd ia-laa n . P r i n ses Lydia - laan . P r i n ses Lyd ia-laa n . P r i n ses Lydia -l a a n . P r i n ses Lydia-laan. Pr. Lyd ia-laa n ; talud spoorweg Leuven-Heverlee. Kantine, I O-VI- 1 953 . Kantine. Bosra n d . Bosrand, 2-I V- 1 942. Speelplein P h i l i p s , 26-I V 1 940 ; Tal u d s poorweg Leuven-Heverlee, 2 8-T V-

1 957. trivia/is. Sturnus vulgaris. Chloris ch loris. Cardu elis can11abi11a. ,v Serinus scrinus. A n thu.s

Fri n gilla coclebs. Passer dom esticus.

T n de

A p u s apus. Den dr o co p us

K a nt i ne. Tuinwijk. Stedeli j ke begraafplaats, 5-V1 949 ; P r . Lyd ia-l aan, 1 0-V1 949; K a n t i n e . Kantine. P r i n ses Lyd ia-b a n .

zomer :

major. Alauda arvensis . Delich on urbica . Certh ia brach y dac tyla. Troglo dy tes troglodytes. Turdus viscivorus.

\' . '

K a n t i ne, 1 7-V- 1 953

Turdus m erula. Ph oenicurus ochrurus. Luscinia m egarhyncha. Hipp o/ais icterina. Sylvia atricapilla. Ph ylloscopus trochilus. Prune/la m odularis. A n th us pratcnsis. Anth us trivia/is Motacilla flava. Chloris chloris. Serin us serinus .

K antine, 3 1 -VI I I- 1 954. Kantine, 20-IX- 1 949.

Boerenbo n d , Heverlee,

2 0-TX- 1 949. Boerenbond, Heverlee. Pr. Lyd ia-la a n , Kantine. P r i n ses Lydia -laan . P r i n ses Lydia -l a a n . Begraafplaats ; Park. Boerenbo n d .

4-VIIT- 1 95 3 . 4-VI I T- 1 953. Tu i n w i j k , Boerenbo n d . Begraa fplaats P a r k , 1 4-VII 1 945 ; P a r k , 2 1 -VII- 1 946 ; Boerenbond, 20-IX- 1 949.


- 78 Fri n gilla coelebs. Passer do m esticus .

I n de herfst

Prinses Lydia-laan. :

/llauda arvensis. C occoth raustes coccoth raustes. Carduelis can 11abi11a.

b.

2 7-IX- 1 949.

I I et open gebouwencomplex buiten Heverlee . (zie l i j s t van de gemeen ten op blz. 67 ) . I n d e winter :

Den drocopus m ajor. Parus m ajor. Parus caeruleus. Parus p al ustris . Troglodytes troglodytes. Turdus viscivorus. T11rdus p h ilo m elus. Turdus m erula. Saxicola torquata.

Erith acus rubecula. Ph ylloscopus

collybita.

Pru n ella m odularis.

,\ /otacilla alba.

.\ f o tacilla cinerea. Sturnus v ulgaris. ê,hloris chloris. Cardu elis ca n na bina. Fri n gilla coelebs. E m bcriza citrinella. Passer dom esticus. Passer m o n tan us.

Neerijse. Neerij se, Sint-Joris-Weert. Neerijse. Sint-Joris-Weert, 1 9-I I - 1 949. Korbeek-Dijle, Ottignies, Neerijse, Basse-Wa v re . Ottignies, 6-I I I - 1 949. Korbeek-Di j l e, 1 0-I I I - 1 9-15 ; Basse-Wavre, l 8-I I ! - 1 950. Sint-Joris-Weert, Neerijse. Korbeek-Dijle, J..Q L 1 9� 2 ; Neeri j se, 20-I I T- 1 94 8 . Neerij se, Ottignies, Rasse­ Wavre, Korbeek-Dijle. Basse-Wavre, 1 8- I I T - 1 950. Neerij se, Sint-Joris-Weert, Basse-vVavre. Nee r i j se. 2-I T I - 1 947; Sint­ J oris-Weert. 1 4-I I I - 1 948, 1 5 I I T- 1 95 0 ; Sint-Agatha­ Rod�, 8-I I I - 1 953 . Neerij se, 1 3-I I T - 1 948. Neerij se, 1 0-I- 1 942 ; SintJoris�Weert, ! 5-T I T - 1 950. Ottignies, 6-T T I- 1 949. Neerijse, 20-I I I- 1 94 8 . Korbeek-Di j le, Neerij se, SintJoris-Weert, Basse-Wavre. Korbeek-Dijle, Neerijse. Neerij se, Sint-Joris-Weert. N ee rijse, 1 8-II- 1 950.

In de lente : Col u m ba palu m bus. A t h e n e n octua­ Hiru ndo rustica.

Egenhoven . Neerij se, 1 5-V- 1 949 . Sint-Joris-Weert, Blanden, Neerij se, Pekrode. Florival .


- 79 D elich o n urbica.

Riparia riparia. Parus m ajor. Parus caeruleus. Certhia brach ydactyla. Troglodytes troglodyte!. Turdus viscivorus. Turdus ericetoru m . Turdus m erula. Saxicola torquata . Phoenicurus phoenicurus. Ph oenicurus ochrurus.

Lusci n ia m egarh y nch a. Hrith acus rubecula. Hippo/ais icterina. Sylvia atricapilla. Sylvia borrin . Sylvia co m m u n is. Sylvia rurruca.

X

Ph ylloscopus collybita . A!uscicapa striata. Ficedula h ypoleuca. Pru ll ella m odularis.

Af otacilla al ba.

X

Motaci/la cinerea. M otacilla flava. Sturnus vulgaris. C hloris chloris. Cardu elis carduelis. Cardu elis can nabina . Fringilla coelebs.

Em beriza citrin ella. Passer d o m esticus.

S i n t-) o r is-\Veert, A r c h e n n e s , Nee r i j se . Pek rode. Nee r i j se, S i n t-Joris-\Veert, Pekrode. Nee r i j se. Nee r i j se . H a m m e - M i l l e , Neeri j se . S i n t- J o r i s-Wee r t . Nee r i j s e . F l o r i l'al . Nee r i j se, S i n t- J o r i s-Weert, S i nt-Agath a-Rode. Nee r i j se, S i n t- J o r i s-Wee rt, Egenhove, B l a n d e n , Pek rode. Nee r i j se, S i n t - J o r is-Wee r t . Ege n hove n , S i n t - J oris-Wee r t . Nee r i j se, S i n t - J o r i s-Wee r t , Bl a n d e n , A rch e n n e s . Nee r i j se, S i n t- J o r i s-Wee r t , Ham me-Mi l l e . Nee r i j se . Nodeba i s . S i n t-Joris-Weert. Nee r i j se, S i n t- J o r is-Weert, Neth e n , Pekrode, Nodeba i s Hamme-Mil l e . Nee r i j se. Neeri j se ,

in

boo mgaard,

l 5-

V- 1 949 .

Neeri j se, S i n t- J o ris-Weert, Blanden . Nee r i j se, S i n t-Joris-Weert, Blanden. Nee r i j se. Nee r i j s e . S i n t-Joris-Weert . Neeri j se, Bla n d e n . Neeri j se, i n boo mgaard, 1 5-

V- 1 949. Nee r i j se, S i n t-Joris-Weert, Florival . Neeri j se , Ege n h o v e n , S i n t­ Joris-Weert, Hamme­ Mille, Pekrode. Nee r i j se, 24-T V- 1 948. Neeri j se, S i nt-Jo r i s-'Neert, B l a n d e n , Pek rode.


- 80 Korbeek- D i j le, Neeri j se, Sint足 Joris-Weert. J11 clc zomer : Strt'ptopelia turtur. Tyto alba. Pieus viridis. l liru n do rustica. /Jelich o n urbica. O riolus oriolus. /1arus palustris. l'arus cacrulcus. Troglodytl's troglodytes. Turdu.' viscivorus. Turdus m erula. Saxicola torquata. l'h ocnicurus och rurus. Ph ocn icu rus ph oenicurus. l'.rithacus rubecula . f lippo/ais ictaina.

Sylvia atricapilla. Sylvia borrin . Syluia curruca.

Ph ylloscopus collybita.

. \ ! rtscicapa striata. Pru n e/la m odularis. !l fotacilla alba. .\lotacilla cin erea. Sturnus vulgaris. Chloris ch loris. C11rd11 dis can n abina. Frin gilla coelebs.

Fm beriza citrinclla. Passer d o m csticus.

Korbeek- D i j le. Sint-J\g::nh:i-Rocle, i n kerktoren, 2 1 -V I I - 1 94 7 . Korbeek-Dijle. Si nt-J oris-Weert, Pekro<le . S i nt-) oris-Weert, Sint-Ag:nh:iRo<le, Pekro<le. Nee r i j se, Korbeek-D i j l e . Neerij se, 1 6- V l l l - 1 94 2 . Si nt-J oris-\Veert. Nee r i j se. S i nt-J o r i s-W eert . Nee r i j se. S i nt-Joris-Weert, Pekro d e . Si nt-J oris-Weert . Nee r i j se, Sint-Joris-Weert, B ierbeek. Pek ro<le. S i nt-Joris-Weert. Korbeek-D i j le. Neerij se. Sin t-Joris-Weert . Nee r i j se. S i nt-J oris-Wee n . Korbeek-Lo, 3 0 - V l - 1 9 4 6 . Korbeek-Lo, Korbeek-Di j le . Sint-Joris-Weert. Neerij se, Sint-Joris-Weert, Pekro<le. S i nt-Joris-Weert. Si nt-Joris-Weert. Neerij se. Si nt-J oris-Weert, S int-Agat ha足 Rode, Pekro<le. S i nt-J\gatha-Ro<le. Bierbeek, S i nt-Joris-Weert, S int-Agatha-Rode, Korbeek足 D i j le, Stadt ( op De Tom足 me ) . Korbeek-Dij le, 2 1 -V I T - 1 9 .:\9. Neerij se, Sint-Joris-Weert, Pek rode .

J 1 1 clc herfst : Parus caerulcus. Troglody tcs troglodytes. Turdus viscivorus . Turdus m erula.

Neeri j se . Nee r i j se. Neer i j se, S int-Joris-\'V eert. Neerij se.


- 81 P h o enicurus oc h rurus.

frith acus rubecula. M o t aci!la ei n erca. C h l or is c h loris . F ri n gilla coelebs. Passer dom esticus. Passer m o n tanus. c.

Nee rijse, Sint-Joris-Weert, Si nt-Agatha-Rode . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Neerijse. Neerijse. Neerij se, Hamme-Mille. Sint-Joris-Weert, Sint-AgathaRode, Hamme-Mille. Sint-Joris-Weert, 3-X- 1 94 8 .

De akker .

l n de w i n ter : Fndix perdix. Pieus viridis .

\'

L u ll u la

arborea.

cllauda arvmsis .

Corvus frugilegu.i­ Coloctu m o n e d u la ­

Pica pica.

G a rru l us gla n da r i us . Turdus viscivorus. A n th us .

Motacilla C!11 t'/'ea .

v u l ga r i s . Cardu clis carduelis . F, m beriza citrin ella . Passer dom esticus .

S t u rn u s

( ;astuche. Kessel-Lo ( hoogl a n d ) . Oud-Heverlee, 7- l - 1 95 0 . Korbeek-Dijle, Nee r i j se, OudHeverlee, Kessel-Lo. Korbeek-Dijle. Neerijse. Korbeek-Dijle, Nethen, Oud­ Heverlee, Kessel-Lo ( hoog­ land ) . Oud-Heverlee. Kessel-Lo ( hoogland ) . Korbeek-Dijle, 28-XI 1 - 1 94 1 ; Oud-Heverlee, 14-I - 1 950. Neerijse. Neerij se, 29-X I - 1 942. Neerijse, 2 1 -l f - 1 948 . Neerijse, Nethen . Korbeek-Dijle, Oud-Heverlee .

I n clc lente : Perdix

'!

perdix.

Coturnix

coturnix.

Colu m ba palu m bus. Streptopelia turtur. Alauda arvensis.

Y,

Hiru n do rustica. Delich o n urbica. Ri p a ria riparia . (' o r v us co ro n e . Corvus cornix.

Egenhove n , Sint-Agatha­ Rode, Ham me-Mille. Bl anden, 1 7-V- 1 94 7 ; Hever­ lee ( bu iten tui n w i j ken ) , 26V- 1 947 . Neerijse, l -I V-1 944 . Oud-Heverlee. Egenhoven, Neerij se, Oud­ Heverlee, Love njoul, Blan­ den, Hamme-Mille. Egenhove n . Egenhoven . Egenhoven . Nodebais. Egenhoven , 22-I l l - 1 94 2 .


- 82 Corvus frugilegus. Pica pica.

Saxicola torq uata. A crocephalus palustris.

, I n th us praten sis. A n th us.

fit otaci!la al ba. Mo!acilla /la va. Sturnus vulgaris. Ch/oris chloris. Cardu elis can nabina. Frin gi!la coelebs. Prin gilla m o n tifringilla . l:' m beriza citrinella. h' m bcriza cala n dra.

E m baiza sch oeniclus. Passer do m esticus.

Jn

Egenhoven, 22-I l l - 1 942. Neerijse, Hamme-Mille, No­ debais, Oud-Heverlee, Sint­ Agatha-Ro<le. Neerij se, Egenhoven, Loven­ joul, Hamme-Mille. Heverlee ( buiten tuinwij k ) , 26-V- 1 947. Heverlee, bij l a ndbouwinsti­ stuut. Egenhoven, Oud-Heverlee, Ham me-Mille, Bossut­ Gottechai n. Egenhoven, Sint-Agatha­ Rode, Hamme-Mille. Vl ierbeek ( Korbeek-Lo ) , Hamme-Mille, Nodebais. Egenhove n . Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Lovenjoul, Hamme­ Mille, Nodebais. Egenhoven, S int-Agatha-Rode Sint-Agatha-Rode, 2 1 -I I I 1 95 3 . Egenhoven, Neerij se, Nethen . Heverlee (bu iten tuinwij k ) , 2 6-V- 1 94 7 ; Heverlee ( l a nd­ bouwinstituu t ) , 2 1 -I II-1 953 ; Hamme-Mille e n Nodebais, 4 , 1 8-V- 1 946 ; Bossut-Gotte­ chain, G rez-Doiceau , 1 8- \11 946. Sint-Agatha-Rode. Blanden.

de zomer :

Perdix perdix. Colu m ba palu m bus. Pieus viridis. . 1/auda arvcnsis.

Corvus. Coloeus m o n edula. Pica pica. Turdus viscivorus .

Loonbeek. Ottenburg ( N-0) . Heverlee ( bu iten tuinwij k ) . B ierbeek, Heverlee, HammeMille, Pekrode, Ottenburg ( N-0) . S int-Joris-Weert, Nethen, Loonbeek. Loonbeek. Sint-Joris-Weert, Loonbeek , Ottenburg ( N-0) . Oud-Heverlee, 2 9-VII I 1 948.


- 83 Saxicola torquata . Acroceph alus palustris.

/l nth us trivia/is. Anth us. Motacilla alba. Motacilla

flava.

Sturnus vulgaris . Fringilla coelebs. Em beriza citrinella. ' ' 7�1n beriza cala n dra . Fm beriza sch ocniclus. Passer domesticus . I n de herfst : Perdix perdix. Lullula arborea.

Alauda arvensis. Corvus corone. Coloeus monedula. Pica pica. Garrulus gla ndarius . Parus m ajor . A nth us spinoletta . A nth us prate nsis .

Sturnus vulgaris. Chloris chloris. Carduelis carduelis. Carduelis cannabina. Carduelis spinus. Fringilla coelebs. Fringilla montifringilla.

Heverlee ( buiten tuinwij k ) . Sint-Joris-Weert, HammeMille, Pekrode. Heverlee ( buiten tuinwij k ) . Otte nburg ( N-0 ) , 4-I X- 1 949. Sint-Agatha-Rode, OudHeverlee, B ierbeek . Heverlee (buiten tuinwij k ) , Oud-Heverlee, Ottenburg ( N-0 ) . Si nt-Joris-Weert. Oud-Heverlee . Hamme-Mille, Pekrod e . Bierbeek, 3 0-Vl- 1 946. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee Neerij se, Sint-Joris-Weert. Heverlee, Naamse steenweg, 1 2-X- 1 947, I O-X- 1 949. Neerij se ; Heverlee, Naamse steenweg, I O-X- 1 949. Neerij se ; Heverlee, Naamse steenweg. Neerijse . Neerij se, Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Corbais. Neerijse, 2 7-X- 1 945 . Heverlee, Naamse steenweg, 1 2-X- 1 947. Neerij se ; Heverlee, Naam se steenweg, 1 2-X- 1 947, I O-X 1 949. Heverlee, Naamse steenweg, 1 2-X- 1 947, I O-X- 1 949. Neeri j se, Heverlee, Naamse 1 2-X- 1 947. Neerij s e ; Heverlee, Naamse steenweg, 1 2-X-1 947, 1 0-X1 949. Heverlee, Naamse steenweg, 1 2-X- 1 947. Neerij se, Oud-Heverlee ; He­ verlee, Naamse steen weg, 1 2-X-1 947, 1 0-X- 1 949. Neerijse ; Heverlee, Naam se steenweg, 1 2-X- 1 947, 1 0X-1 949.


- 84 -

h' m b cri z a citri n ella .

l\"ee r i j se ; Heverlee, Naamse

1'11sscr.

X- 1 9-19 . Nee r i j s e .

l'as.<a m o n tanus.

l\ ee r i j se ; Heverlee, Naam se

steen weg,

1 2 -X- 1 94 7 ,

1 0-

steen weg, 1 2 - X- 1 94 7 .

cl . 1 Ict p;irk . De p ark en d i e i n a a n m erk i n g kom en z i j n :

h e t park ,·an h e t voorm a l i g kasteel A r c n bcrg , th a n s een deel van h e t p a t r i m o n i n m ,·an d e U n ivers i teit, grote i n s t i tu ten bev i n den z ich in het d om ei n ; h et park \'an het sanatorium t e Neer i j s e, het i s ook een rnormaligc ka s tccl-wa ra 1 1 cl c . B i j L e u v e n werd het groot park bezocht t e L m cn j o u l . Tu h e t zui clcn \'a n het obscffa t i cgch i c d het park La F rc n a y c . De parkjes eigendom van de 1 I .I I . Boon e n Va n cl e rborgh t . ·

1 11 d e w i n ter : G11//i n 11/a

ch lor

op us.

C o / u m ba p al u m b u s .

. l t h rn e n o c t 11a . Strix aluco.

/J rn drocopw m ajor. l 'irns viridis.

/ 'ica pica. Gurru/us gla n da riu s . 1'11r11s m a ior.

1'11n1 >· cacrulcus. .

lcgi th alo>· cattdatus.

Si1t11 curo p aea.

Ccrthia brac h y dartyla. Troglo dy tcs troglodytcs.

T u r d u s viscivorus. Tu rdus pilaris.

Turdus p h ilo m elus. mu

T1r rd11 s

si c u s .

/:'rithacus r u b ecu la .

l 'yrr/1 11/a pyrr h ula .

coc/ebs. l:'m bcriza citrinella.

Frin gil/a

Nee r i j se, A renberg. Nee r i j se, A r e n berg . A r e n herg, 2 5-X I f - 1 93 7 . Nee r i j se, 1 4-I l l - 1 9 5 3 . OuJ-Hevcrl ee, A r e n berg . Nee r i j se, Arenberg. /\ re n be rg. Nee r i j se . Nee r i j se, Arenberg. Aren be rg . Nee r i j se, Arenberg. A re n berg. Neer i j se, Arenberg. Nee r i j se, Arenberg. Nee r i j se . Nee r i j se . Nee r i j se, Arenberg. Nee r i j se . Nee r i j se . Nee r i j se, 7-l f l - 1 94 3 , 1 3 -T I I 1 94 8 . Nee r i j se, Arenberg. Aren berg.

Tn de l e n t e : Fa/co tin n u n culus. Colu m ba ocnas. Co/u m ba palu m bus. Strcptopdia turtur. Cucu/u.< can orus.

Arenbe rg, 26-I V- 1 943 . Nee r i j se, l l -V- 1 946. Nee r i j se, Arenberg . Nee r i j se. Love n j ou l , A r e n berg, Nee r i j se.


- 85 D rn drocopus

\(

major.

Pieus viridis.

Jy n x

torquilla .

Delich on urbica. O riolus oriolus. Corvus coro n e . Corvus frugilegus.

m o m ,dula.

Coloeus

Pica pica. Parus

glandarius. major.

Parus

caeruleus.

Garrulus

Pa rus

atricapillus.

Loven j o u l , Arenberg, Nee r i j se . Terba n k , A renbe rg, Nee r i j se . Oud-Heverlee, Park Vander­ borght, 1 5- V J - 1 94 9 ; Hever­ lee, park Boo n . 26-V- 1 94 7 . /\ ren berg. Nee r i j se . Loven j o u l , Arenberg. Hossut-( ;ottec hai n , La Frenaye, 1 8- V- 1 9 4 6 . i\ renberg. A re n be rg, Nee r i j se . Neerij se. Arenbe rg, Loven j o u l , Nee r i j se ; Oud-Heverlee, park Vande rborgh t . .\ ïe nberg, Loven j o u l , Nee r i j se . Arenberg, 1 2 - l \ '- 1 9 4 7 ; Neer­ i j se . 3 0 - l l l - 1 9 46 ; 1 0 , 1 8 I V -

-

1 94 3 .

,·/ egith alos

caudatus .

Sittll europaea.

C t'rth ia brach ydactyla. Troglodytes troglodytes.

Turdus viscivorus. Turdus

pilaris .

Turdus m u sicus. Tu rdus p h ilo m elus. Turdus m erufa. P h o en icurus ph oenicurus. Ph oenicurus och rurus.

Luscinia

m cgarh yncha.

Erithacus rubecula. Hippo/ais icterina. Sylvia

atricapilla.

Sylvia borri n .

Sylvia com m u nis. Phylloscopus trochilus.

Nee r i j se . A re n be rg . Nee r i j se, Arcnbe rg. Arenberg, Neeri j se . A re n berg, Nee r i j se . .Nee rij se, 2 5 -m- 1 9 5 0 ; 1 94 8 ;

2 4-I V-

J 1 -V- 1 946.

Nee rij se, 2 5 - I I T - 1 9 5 0 . A re n be rg, Nee r i j se . Arenbe rg, Loven j o u l , Neerij se. Arenberg, Nee r i 1 se . Arenberg. Arenberg, Love n j oul. Neerij se. Love n j o u l , Nee r i j se , Aren­ berg. Neerij se, Arenberg. Arenbe rg, Terba nk, Nee r i j se, S i n t- J o r i s-Weert. Lov e n j o u l , A re n berg, N eer­ ijse; Bossut-Gottechain, La Frenaye. Nee r i j se. Love n j o u l , A re nberg, Neerij se, Egenhoven S . J .


- 86 Ph yl/oscopus L"ollybita.

Regulus sp . Ficedula h ypoleuca. P r u n e/la m odularis. . 'l n t h u s trivia/is. M otacilla alba. i'v!otacilla cin erea. Afotacilla /lava. Sturnus vulgaris. C occoth raustes coccoth raustes. C hloris ch loris. Cardue/is can nabina. Serin u s serinus . Fringilla coelebs.

h' m beriza citrin ella. h1_;ser dom esticus. J 11

de

Loven joul, Arenberg, Neer­ ij se, Egenhoven S . J . ; Bos­ sut-Gottechain, La Frenaye. Aren berg, 26-1 V- 1 943 . Arenberg, 26-I V- 1 943 . Arenberg, Neerijse. Aren berg . Arenberg, Neerij se. Aren berg. Aren berg. Arenberg, Neerijse. Aren berg, 26-1 V- 1 943 . Arenberg, Neerijse . Lovenjoul, Arenberg, Neerijse. Arenberg, 26-I V-1 943, 29-V1 9-13, 8-Vl- 1 947 . l\'eeri j se ; Bossut-Gottechain, La Frenaye ; Arenberg Loven j ou! . Arenberg, Neerijse. Arenberg, Neerijse.

zomer :

Vit!co tin n u n culus. Colu m ba oenas. Colu m ba palu m bus. Streptopclia turtur. U cn drocopus m ajor . Pieus viridis.

Pica pica. Carrulus glan darius. Farus m ajor Parus atricapillus. A egith alos caudatus. Sitta europaea. Troglodytes troglodytes. Turdur viscivorus. Turdus philo m elus. Turdus m erula.

Neer i j se ; Heverlee, park Boon, 2-Vl l - 1 947. Aren berg. Neerijse ; Heverlee, park Boon, 2-V I I- 1 947. Heverlee, park Boon, 2-VI I1 947. Oud-Heverlee, Het Fon­ teintje ; Arenberg. Arenberg ; Heverlee. park Boon , 2-VII - 1 947. Aren berg. Arenberg; Oud-Heverlee, het Fonteintje ; Neerijse. Neerij se, Arenberg. Arenberg, 29-VII I - 1 948. Aren berg . Neerijse, 2 1 -VI l - 1 949 ; A renberg. Aren berg. Neerijse. Oud-Heverlee, het Fonteintj e ; Aren berg. Arenberg ; Heverlee, park Boon.


- 87 -

Saxieola torquata. Luscinia megarhyneha . Erithaeus rubeeula. Hippo/ais ieterina. Sylvia atrieapilla. Sylvia borrin. Sylvia eurruca. Ph ylloseopus troehilus. Phylloseopus eollybita . M uscieapa

striata.

Fieedula hypoleuea. Prunella modularis. M otacilla cinerea. Chloris ehloris. Pyrrh ula pyrrh ula Fringilla eoelebs. .

I n de herfst : l>uteo buteo . ? Faieo peregrinus. Colu m ba palumbus. Pieus viridis. Dendroeopus m ajor . Garrulus glandarius. Parus atrieapillus. Carduelis spinus.

Aren berg . Arenberg ; Heverlee park Boon . Aren berg . Neerij se. Arenberg ; Heverlee, park Boon ; Neerij se. Neerijse ; Heverlee, park Boon. Arenberg, 2-VI I - 1 947. Aren berg. Arenberg ; Heverlee, park Boo n ; Neerijse . Arenberg, Neerij se ; Heverlee, park Boo n . Arenberg, 3-IX- 1 947. Heverlee, park Boon . A ren berg. Aren berg. N eerijse. Arenberg, Neeri j se . Neerij se, 2 5-X- 1 94 1 . Neerij se, l l -Xl- 1 95 3 . Neerijse. Egenhoven, Jozefietengoed. Neerij se . J ozefietengoe<l. Jozefietengoed, 2 7-X-1 94 5 . Neerij se, 24-TX- 1 949.

e. Het bos . De observaties hadden plaats in het l l everleebos, in het Meerdaalbos, in het bos Beaumont op Nethen, in de strook bos aan de rand van het plateau te Pekrode en Gastuehe. In de winter : Milvus milvus. Buteo buteo . Colu m ba palu m bus. Pieus viridis. Dendroeopus m ajor. Dendroeopus minor . Garrulus glandarius. Farus major. Parus eaeruleus . Farus ater.

Beaumont. in het l uchtruim, 1 0- l T I- 1 94 5 . Meerdaal, Beaumont. Beaumont. Meerdaal . Meer daal . Meerdaal, 28-U - 1 948. Meer daal . Meerdaal . Meerdaal . Meerdaal .


- 88 Purus criJ·tatus. Parus p alu s tris .

l'arus atricapillus. , lcgit h al os caudatus. Sitta e u r o p a ea . Certh ia brach ydactyla. Regulus. C 11r d u elis s p i11 u s. Cardu dis can 11 abi11a. l'yrrh ula pyrrh ula.

Meerdaal , Meerdaal, Meerdaal , Mcerdaal,

28-1 1 - 1 948. 2 8-II- 1 9-1 8 . 28-l f - 1 9-1 8 . 28-l l - 1 94 8 .

Meerdaal, 28-l l - 1 94 8 . Meerdaal, 28-l l - 1 948 . Bea u m o n t , 1 7- l l l - ! 9-l 'i .

Meerdaal , 28-1 1 - 1 94 8 .

l n de lente :

. / n us pl a tyrh ynch os. ,

i c cip1 te r msus.

Pernis a p ivorus. Circus cya n eus. Fa/ c o s u b b u te o . Fa/co ti n n u nculus. Colu m ba p al u m b u s . Streptopdia turtur . Cuculus ca norus. Strix aluco. // s i o utu s . D c n dro c upu s ma1or. D en droco p uJ· minor. O riolus orio!UJ". Corvus corone. Co l ocus m o n edu/a. Garrulus glan darius. Paru s m ajor. Parus caauleus. Parus ateJ" Parus cristatus. Parus p al ustris .

Parus

atricapillus.

. l egi t h alos cau datus. Sitta europaea. C erth ia brach ydactyla. Troglodytes troglodytes. Tu rdus vis civ or us . Turdus philo m elus.

Heverlee, Meerdaa l . Meerdaal , Meerdaal , Meerdaal , Meerdaal ,

26-V- 1 94 7 . 7- V l - 1 9 4 7 .

1 -V- 1 947. l -V- 1 947. 7-V l - 1 9-17. Castuche, B ea u m o n t , Heverlee, Meerdaal . Heverlee, Meerdaal . G a st u c h e .

Meerdaal , 1 -V- 1 9-17. Meerdaal , 1 - V- 1 9 4 7 . Heverlee, Meerdaal, G as t u che. Meerdaal , 1 - V- 1 947. Heverlee, Meerdaal . Meerdaal , Castuche. Meerdaal , Cast uche. Meerdaal , Gastuche. Heverlee, Meerdaa l . Meerdaal . Heverlee, Meerdaal . Heverlee, 6-VT- 1 95 3 . Heverlee, ! 7-V- 1 953, 3-VI1 953, 6-V l - 1 9 5 3 ; Meerdal, l-V- 1 947, 7-VI- 1 94 7 ; Gas­ tuche, l -V- 1 956. Heverlee, 22-V- 1 953, 2 5-V1 947, 3-VI- 1 953 ; Meerdaal , 1 -V- 1 94 7 ; Gastuche, 1 -V- 1 956 . Heverlee, Gastuche. Heverlee, Meerdaal . Meerdaal, Gastuche. Meerdaal, Gastuche. Meerdaal , Beaumont. Heverlee, Meerdaal .


- 89 Turdus m erula. Saxicola torquata. Phoenicurus ph oenicurus. Luscinia megarhyncha. J:rithacus rubecula. Locustella naevia. Sylvia atricapifla. Sylvia borrin. Sylvia co m m unis. P/1 ylloscopus trochilus . Phylloscopus collybita. Phylloscopus sibilatrix. Regulus regulus Regulus ignicapillus. A nth us trivia/is. .

Motacilla alba. Sturn us vulgaris. Coccoth raustes coccothraustes . Chloris chloris. Carduelis can nabina. Pyrrh ula pyrrh ula. Fringilla coelebs. F.m beriza citrinella. In A rdea

de

Heverlee, Meerdaal, Gast uche. Meer daal . Heverlee, 22-V- 1 95 3 . Heverlee, Meerdaal, G ast uche . J {everlee, Meerdaal . Meerdaal, l -V- 1 947. Heverlee, Meerdaal, Beaumont. Heverlee, Meerdaal, Gastuche . Meerdaal, Gastuche. Heverlee, Meerdaal, Beaumont. Heverlee, Meerdaal, Beaumont. Heverlee, Meerdaal, Beaumont. Meerdaal , 7-VI - 1 947. Meerdaal, 7-Vl- 1 947 . Heverlee, Meerdaal, Beaumont. He1¡erlee. Heverlee, Gastuche. Meerdaal, 1 -V- 1 947. Gastuche. Heverlee, Meerdaal . Heverlee, 26-V- 1 94 7. Meerdaal, Gastuche. Heverlee, Meerdaal .

zomer :

cinerea.

apivorus. Falco subbuteo . Falco tin nunculus. Colu m ba palu m bus. Streptop elia turtur. ;-'- Caprimulgus europaeus. ' Pernis

Pieus viridis. D e n drocopus ma1or. Oriolus oriolus. Pica pica. Garrulus glandarius.

Heverlee, 1 2-VI I - 1 947, 1 5V I I I - 1 942. Meerdaal , 2 5-VI I - 1 94 2 . Meer<laal , 25-V I I - 1 942. Heverlee, Meerdaal . Heverlee, Meerdaal . Heverlee, Meerdaal . Heverlee, 29-VI- 1 950, 2-VII1 947, 1 2-VI I- 1 94 7 ; Beaumont, 2-VII- 1 94 8 . Heverlee. Heverlee, Meerdaal, Pekrode. Heverlee. Heverlee. Pek rode.


- 90 l'arus majOJ'. l'arus cacrulcus Paru s cri;·tatu;· . F11r11.c atricapillus. , l cgitlwlo.c cau datus. Sitta e11 ropaca . Ccrth ia brachydactyla. Turdu;· p h ilo m clus.

Turdus m l'!"ula .

Saxicola torquata. l'.'ritl1 11c11s ru baula. Loc11stdla nacvia . Syl via atricapi/la. Sylvil borrin .

Sylvi a co m m u n is.

l'h ylloscopus troch i!tu. l'h ylosco p 1 1 s colly bita.

R.egulus. Pru n dlct m o d u laris .

// n t h us trivia/is

C11rduclis ca n n abina. Frin gllla coclcb.•.

Heverlee. Heverlee. Heverlee, 1 2- V I I - 1 947, 1 5V l l f- 1 94 2 . Heverlee, 1 5-V l l l- 1 942 . Heverlee. Mcer<laal . Heverlee, Meer<laal Heverlee. Heverlee, l\feer<laal Heverlee. Meer<laal . Heverlee, 1 2- V I I - I 947. Meer<laal . Pek rode. Heverlee. Meer<laal . Heverlee, Meer<laal, Pekro<l e . Heverlee, 25-VI I - 1 942, 1 5VllI- 1 94 2 . Heverlee. Heverlee. Heverlee. Heverlee.

T n clc herfst : Circus cya n c u s . l 'icus viridis.

Lullula arborca. CorvtH frugilcgus. Pica pica. Carrulus gla n dariu s . Troglodytcs troglodytcs. Tu rdus m crula. Frithacus ru b ecu la . . l n t h us. f 'y rrh ula pyrrh ula .

Fringilla coelebs. l'asscr m o n tanus.

f . De heiden

Meerdalbos, bij H a mmeMille, 9-X f - 1 9 4 1 . Heverlee. Meerdaal , 3-X- 1 948. Meerdaal, 3-X- 1 94 8. Meerdaal . Heverlee, Meerdaal . Heverlee. Heverlee. Heverlee. Meerdaal, 3-X- 1 948 Heverlee, 30-IX- 1 95 5 . Meerdaal . Meerdaal . .

en de zan dgroeven .

Om heen het I l e\'erlcebos en het Mecrdaalbos vindt men percelen kale gron d ; dit is het geval te I leverlce, Blanden . Te Sint-Joris-Weert bevindt zich een betrekkeli j k groot stuk onvruch tbare grond, het zo­ genaamde Gem,ene veld. Op deze plaatsen werden enkele waarne­ m i ngen gedaa n .


- 91 Hier en daar wordt zand u itgegraven; het zij n zeer kleine bedrijven; enkele ervan werden bezoch t : te Oud-H everlee, Sint-Agatha-Rode, Stadt en Korbeek-Dijle. Op al deze plaatsen h ebben oeverzwaluwen kleine kolon iĂŤn . I n de winter :

Pica pica.

Sint-Joris-Wee rt.

In de lente :

Anas platyrhynchos. Circus cyaneus. Hirundo rustica . Riparia riparia.

Heverlee, 26-V- 1 947. Blanden, l -V- 1 947. Sint-Joris-Weert. Heverlee, zandgroeve, 26-V1 947.

Saxicofo torquata. Locustella naevia. Sylvia borrin. Sylvia co m m unis. Anth us pratensis. Anthus trivia/is. V Lanius collurio . Carduelis can nabina. E m beriza

Heverlee, Lovenjoul, Blanden . Blanden, l -V- 1 947. Blanden. Blanden. Heverlee. Heverlee, Blanden. Heverlee, 26-V- 1 947. Heverlee, Blanden, SintJoris-Weert. Blanden.

citrinella.

I n de zomer

:

Alauda arvensis. Ri paria riparia. Pica pica. Anth us. Carduelis cannabina.

Sint-Joris-Weert. Oud-Heverlee, Korbeek-Dijle, Sint-Agatha-Rode, Stadt op Tamme, in zandgroeven. Heverlee. Sint-Joris-Weert, 2 1 -V I I - 1 948 . Sint-Agatha-Rode, in zandgroeve. 2 1 -VJI- 1 947.

I n de herfst : Alle soorten genoteerd te S i n t-Joris-\Veert, Gemene veld, 3-X- 1 948.

Perdix perdix. Colu m ba palu m bus. Lullula arborea. Alauda arvensis . Hirundo rustica. Troglodytes troglodytes. Turdus viscivorus. Turdus philomelus. Turdus m erula.

Erithacus rubecula. A n th us pratensis. Motacilla alba . Chloris chloris . Fringilla coelebs. Fringilla m o ntifringi/la. Em beriza citrinella . Passer m o n tanus .


- 92 -

g. De pla teau-weiden . E nkele a\·essoorten werden genoteerd in wmter en in lente in kleme stukjes weil a n d , langs cle Voer te Egenhoven en langs d e Ncthe te l l a rn rn c- J\ l illc en te Neth e n . l n de win ter : Saxicola torquata.

Tn

de l e n te :

, J nas platyrhynch os. l'adix perdix.

/-/ iru ndo r us tica. Farus

major.

T u rdus

viscivorus.

Turdus m erula.

Sa xic ola

\·allei van <le Nethe, Nethen, 1 7- I I I- 1 94 5 .

t o rq u ata .

Saxicola rubetra. L11scinia m egarh y ncha. S y lvia co m m unis.

Ph y llosc o p us trochilus. . l n th us. A f otacil/a.

Lanius collurio. Sturnus vulgaris.

Chloris chloris. Cardu elis can nabina. Fringilla coelebs.

l�mberiza citrinella.

vallei va n <le Nethe, Nethe n . vallei-van <le Nethe, Ham me­ Mille, 27-I V- 1 94 1 . vallei-va n d e Nethe, H a m m e­ Mille, 2 7-I V- 1 94 1 . vallei-van d e Nethe, Hamme­ Mille, 27-I V- 1 94 1 . vallei van de Voer, Egenho­ ven. vallei-van de Nt:the, Hamme­ Mille, 27-I V- 1 94 1 . vallei-van de Nethe, Hamme­ Mille. vallei van <le Voer, Egenho­ ven, 2 9-V- 1 953. vallei-van de Nethe, Ham me­ Mille, 2 7- 1 V- 1 94 1 . vallei-van de Nethe, Ham me­ Mille, 2 7-I V- 1 9-1 1 . vallei-van de Nethe, Ham me­ Mille, 2 7-I V- 1 94 1 . vallei-van d e Nethe, Hamme­ Mille, 2 7- I V- 1 94 1 . vallei van d e Voer, Egenho­ ven, 1 3 - I V- 1 946. vallei van de Voer, Egenho­ ven.

vallei van de Voer, ven, 13-IV-1 946. vallei-van de Nethe, Mille, 2 7-I V- 1 94 1 . vallei-van d e Nethe, Mille, 2 7-IV- 1 94 1 . vallei-van de Nethe, Mille, 2 7-I V- 1 94 1 .

Egenho­ Hamme­

Ham me­ Hamme­

vallei-van d e Nethe, Ham me­ Mille, 2 7-IV- 1 94 1 .


- 93 lim beriza calandra. Passer montanus.

vallei-van de Nethe, Ham me­ Mille, 27-lV- 1 94 1 . vallei-van de Nethe, Hamme­ Mille, 27-I V- 1 94 1 .

h. \�egen, spoorwegen . I n d e winter : Tro glodyt es troglodytes. Turdus m erula. Saxicola torquata . Pru ne/la modu laris . F.m beriza citrinella .

Fm beriza sch oeniclus. Passer d o m es tic us . Passe r m o n ta n u s. In

f-. /ynx

de lente :

torquilla .

S axicola

to r q uata.

Luscinia m egarhyncha . Sylvia com m u nis . Sylvia

)'.'.

cu rruca .

Pru n ella m o du laris. A n t h u s tri v ia/is . Lanius coll u rio . Sturnus v ulgaris. Carduelis can nabina. E m b eriza

citrin ella .

Passer m ontanus. In

Sint-Joris-Weert. Nethen. Oud-Heverlee, Korbeek-Dijle, Sint-Joris-Weert, Nethen . Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, S int-JorisW eert, Nethen. Heverlee. Oud-Heverlee. Si nt-Agatha-Rode, Nethen

Heverlee, buiten de tuinwijk, 7-V- 1 950. Oud-Heverlee, Nethen, Ham­ me-Mille, Sint-Joris-Weert. N ethen . Oud-Heverlee, Nethen, Ham­ me-Mille, Sint-Joris-Weert. Nethen, 1 9-IV- 1 946, 1 9-IV1 947. Nethen. Hamme-Mille, 2 7-I V- 1 94 1 . Nethen, 25-V- 1 946. Heverlee, buiten de tuinwijk. Oud-Heverlee, Nethen, Hamme-Mille. Oud-Heverlee, S int-Joris­ Weert, Nethen, Hamme­ Mille. Egenhoven, Hamme-Mille.

de zomer :

Streptopelia turtur . Pieus viridis . Hirundo rustica. Oriolus oriolus. Pica pica. Aegithalos caudatus. C ert hia brachydactyla.

Neerij se. Neerij se. Neerijse. Oud-Heverlee, Neerij se . Neerij se, Nethen. Neerij se. Oud-Heverlee.


- 94 Troglodytes troglodytes. Turdus ph ilo m elus. Saxicola t o rqu ata . Saxicola rubetra. Sylvia atricapilla. Sylvia b o r rin . Sylvia co m munis. Muscicapa striata . Ficcdula hypolertca. Pru n ella m odularis. A n th us trivia/is. Motacilla alba. Lanius collurio.

Chloris chloris. Cardeulis cannabina. Serinus serinus. Fringilla coelebs. F. m beriza citrinella.

Passer dom esticus. Passer m o n tan us.

Neerijse. Neerijse. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode, Nethen , Pekrode. Nethen. Neerijse. Bierbeek, Neerij se, S i nt­ Agatha-Rode . Oud-Heverlee, Bierbeek, Pekrode, Neerijse. Oud-Heverlee. Heverlee, buiten tuinwijk, 3-I X- 1 947 . S i nt-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, 3 1 -V I I T- 1 954 . Oud-Heverlee, Neeri j se. Oud-Heverlee, 2 1 -22-VTI1 94 7 ; B ierbeek, 30-Vf. 1 946; Nethen, 1 7-VI T - 1 948 . Oud-Heverlee, Neerijse. Oud-Heverlee, Nethe n. Oud-Heverlee, 20-IX- 1 949 . Neerij se, Nethen . Oud-Heverlee, Bierbeek, Nethen. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee .

In de h erfst :

Turdus ph ilo mel us

.

Saxicola torquata . Ph oenicurus phoenicurus. Sylvia a t ricapilla . Regulus.

Prun e/la m odularis. Card uelis spinus. Passer m o n tanus.

2. Laagte tussen Leuven en Ottignies van de Dijle.

tussen spoorweghalten Heverlee e n Zoete-Waters. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. tussen spoorweghalten Hever­ l ee en Oud-Heverlee. tussen spoorweghalten Hever­ lee en Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. tussen spoorweghalten Hever­ lee e n Oud-Heverlee. tussen spoorweghalten Hever­ lee en Oud-Heverlee. op de rechter en linker oever

D i t gedeelte van het observatie-gebied beh oort tot de gemeen ten en w i jken Ou d-H everlee, Egenhoven, Korbeek-Dijle, Sint-Joris-Weert,


- 95 Neeri jse, S i n t-Agatha-Rode, Neth e n , Pekrodc, Gastuche, Basse-Wavre, \Vavre, Ottenburg, B ierges, Limal, Ottign ies .

Florival,

a . l Ict grasla n d . I n de winter :

A rdea cinerea. A n as platyrhynchos. Nettio n

crecca.

Querquedula querquedu/a. Mareca penelope. clypeata. Da/ ila acuta .

Spatula

Aythya fuligula. Ay t hya ferina. A n se r .

Anser fabalis. .'1 n ser anser. Cygn us olor. Olor cygnus. Buteo buteo. Falco peregrinus. Falco tin nunculus. Gallin ula chloropus. Fulica atra. Tlanellus

van ellus.

Ch aradrius hiaticula. '( Pluvialis apricarius. Gallinago gallinago. Lym nocryptes minimus. 1Y Nu m enius arquata.

Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen, Pekrode, Oud­ Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Sint-Joris-Weert, Pekrode. Neerij se, Sint-J oris-Weert, Sint-Agatha-Rode, Pekrode. Neerij se, Sint-Joris-Weert, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Joris-Weert, Sint-Agatha-Rode. Neeri j se, Sint-Joris-Weert, Neerij se, Sint-Joris-Weert, Sint-Agatha-Rode, Pekrode. Neerij se. Neerij se, 1 5-I I T - 1 947. Nethen, 8-T !I- 1 94 7 ; Neerij se, 1 4-III-1 942. Neerij se, 6-I- 1 94 5 . Neerijse, 9-I I I- 1 947 . Neerij se, 1 4-T I T- 1 94 2 . Nethen, 8-I T I- 1 947; Pek rode, 2 l -IT-1 953. Neerij se, Nethen. Sint-Aga­ tha-Rode, Si nt-Joris-Weert . Oud-Heverlee, Neeri j se, S int­ Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Neerijse. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Neerij se, Pekrode, Sint­ Agatha-Rode. Neerij se, Si nt-Agatha-Rode, Nethen, Sint-Joris-Weert. Nethen, 1 5-I I T - 1 947. Sint-Agatha-Rode, 1 6- I T I - 1 946 Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen, Pekrode" Sint-Agatha-Rode, 7-IH - 1 953 . Sint-Agatha-Rode, 7-II I - 1 953. 1 6- I I I - 1 946 ; S int-Joris­ Weert, 1 5-I I I - 1 947.


- 96 Li m osa lim o.il/. Tri11ga ocrop h 11 s . Tri11ga tota n 11s.

Ca/idris al pina.

l,anu

rid!b u 11 d1u.

Colu m ba pal11 m b11s.

l 'icus viridis. lJcn droco pus .

major .

J /1111 da arvcn sis.

Corl'!1s coro n e . Corvll.i cornix.

C 0/"1'11.i /ru gifrgus .

Co/ocus m o n cdula. Pica pica .

l'arus major.

l'arus atricapillus . Partt.i pal 1utris. Troglodytcs troglodytes. Tu rdus l'J.icivorus.

T11rd11.i pilaris .

T11rdus 111 11-•in: s .

T11rd11s m crula. Saxicola torquata. .

l n t h u s pratcnsis.

. 1 n t h us spin olctta. ; \/ o tacilla al ba. .\ f otiC!lla .

Neerijse, 1 4-l T l - 1 94 2 . Pekrode, 2 1 -1 1- 1 953. Neerij se, 1 4-l l f- 1 942, 1 5-I I T1 947. Nether" 1 5 -1 1 1 - 1 947 . Nethen, Neerijse . Heverlee, Neerij se, OudHeverlee. Sint-Agatha-Ro<le, Nethen ; Neerij se, 2 1 -l l - 1 953 ; SintAgatha-Ro<le, 20-l f l - 1 95 4 . Ou<l-Heverlee, 1 4-l l - 1 9 5 3 . Si nt-Agatha-Ro<le, Nee r i j se . Oud-Heverlee, S i n t- AgathaRo<le, Nethen . Ott ignies. Neerij se, S i nt - Agatha-Ro<le , Nethen, Oud-Heverlee, Ottignies, Pek rode. Neerij se, Nethen, Oud-Hever­ lee, S int-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Neerij se, Ot­ tignies , Sint- Agatha-Rode. Neerij se, Korbeek-Di j l e , Sint­ Agatha-Rode, Oud-Hever­ lee, Pek rode, Nethen , Ot­ tignies. Neerijse. Nethe n. Ou<l-Heverlee, 1 4-1 1 - 1 953 . Neerij se, 24-XTl- 1 95 5 . Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Neerij se, Net hen, S i n t-Joris-Weert , S i n t­ Agath a -R o cl e . Neerij se, Nethen , S int-Aga­ tha-Rode, Oud-Heverlee, Sint-Joris-Weert. Neeri j se, Nethen , Ottignies, Oud-Heverlee, S i n t- Agatha ­ Rode. Neerijse, Nethen , S i nt ­ A gatha-Rode . Sint-Agatha-Rode, 2 7-Tl - 1 943 . Neerij se, S i n t-Agatha-Rode, Nethen, Ottignies, Nethen Pekrode, 2 1 -l f - 1 953 . Neerij se, 9-I I T - 1 947 . Oud-Heverlee, S i n t-AgathaRode, Ottignies, Pekrode.


- 97 -

L!inius excubitor. S tu rn u s v ulgaris . Chloris chloris. Fri ngil/a c oele hs .

F. m b eriz a citrinella . F.m beriza sch oeniclus.

�int-Agatha-Rode, 20-I I I - 1 954. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, O"tign ies, Oud-Heverlee. Sint-Agath a-Rode, 20-I I l - 1 954 . Oud-Heverlee, Ottignies, Sint-Joris-Weert, Pekrode. Oud-Heverlee, Neerij se, Ot­ tignies, Sint-Agatha-Rode. Korbeek-Dijle, Neerijse, Sint­ Agatha-Rode.

I n de lente : , 1 r d ea

\.

;.(

cinerea.

// nas platyrh y nch os. N <'ttion crecca . (juaqu edula querquedula. Afareca p e nelop e . Spatula clyp ea ta . A y th y a fuligula. // yth ya ferina. Oidemia nigra . ,1 nser.

Cygnus olor. lJuteo buteo. Circus aeruginosus.

Falco p eregrinus. Falco tin n unculus. Perdix perdix. -Z Cot u rnix coturnix. Vanellus van ellus.

C alli n ago galli nago . '- T ri n ga to ta n u s.

Tringa.

N eerijse, Sint-Agatha-Rode ; Castuche, l -V- 1 956. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neeri j se, Sint-Agatha-Rode. Neerijse . Neerij se, 2 1 -1 1 1- 1 942. Neerij se, 2 1 -1 1 1- 1 942. Neerijse, 2 1 -1 1 1 - 1 94 2 . Sint-Agatha-Rode , 2 1 -l l l- 1 944. f'":eerij se, 1 4 -1 1 1 - 1 942. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode, 8-V- 1 9'1 8 , 4-VI - 1 950. Neerijse. Neerijse. Neeri j se. Nethen, 7-V- 1 95 0 . Sint-Agatha-Rode, I-V- 1 9 5 6 ; Neerij s e ; Oud Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode, 1 - V- 1 9 5 6 . Neerijse, 2 1 -T T ! - 1 942 ; S intAgatha-Rode, 2 2 -I I l - 1 9 5 0 , 7-Y- 1 9 5 0 .

Larns

ridibundus.

Columba palu mbus. Streptopelia turtur. Cuculus canorus. Apus apus . A!auda arvensis.

Oud-Heverlee, 22-1 1 I - 1 942, 2 1 -I I T- 1 95 3 . Oud-Heverlee, Neer i j se, Ne­ then, Sint-Agatha-Rode. Pek rode. Neerij se, S i nt-Agatha-Rode, Pek rode. Neeri j se, l uchtrui m ; Sint­ Agatha-Rode, l uchtruim. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen, Pekrode.


- 98 1-1 iru n do rustica. Riparia riparia . Corvus coro n e Corvu.< cornix

Pica pica.

Carrulus glan dariu s. Parus atricapillus. T urd us vis ei vorus. Turdus pilaris. Turdus p h ilomdus. Turdus m u sicus. Saxicola torquata.

Saxicola ru betra.

Sylvia co m m u nis. // n t h us pratensis. A n t h u s trivia/is. Motacilla a/ba. Mo tacilla /lava. S t u rn u s vulgaris. Ch loris ch loris. Carduelis ca n n abina Frin gilla coelcbs. l'. m bcriza citrin d!a. l'.m baiza calan dra. F. m beriza sch oenidus. Passer m o n tanus.

In clc

Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Pek rode. Pekrode, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Pek rode. Oud-Heverlee, 22-l l l- 1 942 ; Neerij se, 26-I I I - 1 949. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Sint-Joris-Weert, Korbeek­ D i j l e, Nethen, Neerijse. Nethen, 2 1 -1 1 1 - 1 953 . Neerijse, Nethen, SintAgatha-Rode. Neerij se, 4-V- 1 94 1 . Neeri j se . Nethen, 2 1 -I I T - 1 953. Egenhoven , Neerijse, SintJ oris-W eert, S int-Agatha­ Rode. Sint-Agatha-Rode, Korbeek­ Dijle, O ud-Heverlee. Pek­ rode. Sint-Agatha-Rode . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethe n , Pekrode . Nethen, 7-V- 1 950. Neeri j se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Si nt-Agatha-Rode, Pek rode. Neerijse, Nethen. Pekrode. Neerij se, Nethen . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen. Nethen, Neerijse . Sint-Joris-Weert, Nethen . Sint-Agatha-Rode, 23-T V- 1 949 Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Pek rode. Nethen, l -T V- 1 950 ; Pekrode, l -V- 1 956.

zomer :

/lr dea cin erca. A 1ws platyrh y nchos. Circus aeruginosus. Circus pygargus.

Sint-Agatha-Rode. Neeri j se. Sint-Agatha-Rode. l 1 -I X1 95 5 , 22-VI I I- 1 949. Nethen. l l -VIl-1 953 ; Neer­ i j se, 26-VIT- 1 942 ; Sint­ Agatha-Rode, 8-VI I I - 1 912.


- 99 Falco tin n unculus. Falco. Perdix perdix. C oturn1 x coturnix . "..:

Porzana porzana. Fulica atra. Vanellus

vanellus.

Galli nago galli nago . '

Li m osa lim osa. Colu m ba palu mbus. Streptopelia turtur. Cuculus cano1·us. Apus apus. Pieus viridis. Alauda arvensis. Hirundo rustica. Delich on urbica. Riparia riparia. Corvus corone. Corvus frugilegus. Pica pica. Garrulus glan darius. Turdus viscivorus. Turdus philo melus. Saxicola torquata . Saxicola rubetra. Locustella . Acroceph alus scirpaceus.

Oud-Heverlee. Sint-Agatha-Rode, 8-VI II1 942. Sint-Agatha-Rode. Neerij se, op grens v a n akkers e n weiden, 8-VI I T - 1 942. Nethen, 2 1 -VI I- 1 948. Sint-Agatha-Rode, l 4-V I I 1 946. Oud-Heverlee, 3-IX- 1 95 5 ; Sint-Agatha-Rode, 2-V!I 1 94 9 ; 1 0-VT I I - 1 948 ; 1 4V I I I - 1 949, 1 1 en 1 8-IX1 95 5 , l 9-IX- 1 949. Sint-Agatha-Rode, 8-VII I 1 947. Si nt-Agatha-Rode, 1 0-VI I I 1 94 8 . Oud-Heverlee, Nethen, Sint­ Agatha-Rode, Neerijse. Pekrode . Nethen, 1 1 -V I I - 1 953. Oud-Heverlee, Neerij se. Sint-Agatha-Rode, luchtruim. Sint-Agatha-Rode, 1 8-IX- 1 95 5 . Sint-Agatha-Rode, Pekrode. Nethen, S int-Agatha-Rode, Pek rode. Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode, Pekrode. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode, Pekrode. Oud-Heverlee, Sint-Agatha ­ Rode. Oud-Heverlee, Neerij se, Sint­ Agatha-Rode. Pekrode, Korbeek-Dijle. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Neerij se, Sint­ Agatha-Rode, Florival . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Neerijse. Oud-Heverlee, Nethen, Pek­ rode, Korbeek-Dijle, Neer­ i j se, Sint-Agatha-Rode. Nethen, 1 l -VI I - 1 953 . Neerij se, 26-VII - 1 942.


- 1 00 . l crocep h alus .<ch oen o baenus. Syl via co m m u li is. .\ f u scicapa striata. . 1 n t h u .• praten sis. Afo tacilla alba. /\fotacilla /lava.

Lanius collurio. Sturnus vulgaris.

Card11 dis can nabina. Frin gilla coelebs . f:' m beriza citrin ella. l'.' m beriza calan dra . F: m bcriza sch oeniclus. PaHcr d o m esticus .

Sint-Agatha-Rode, 4-VI T - 1 948, 4-IX- 1 949. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, 2 1 -Vl l - 1 947 . O ud-Heverlee, Sint-AgathaRo<le, Pekrode. Florival, Oud-Heverlee, Nu:r­ i j se, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode, Pekrode, Neerijsje, Oud-Heverlee, Korbeek-Dijle. Oud-Heverlee, 2 1 -Vll- 1 947. Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode, Pekrode, Florival , Korbeek-Dij le, Neerijse . Oud-Heverlee, Neerijse, SintAgatha-Rode. Neeri j se . Oud-Heverlee, Nethen. Sint-Agatha-Rode, 23-V I - 1 949. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode. Pek rode .

r 11 de herfst :

. lrdca cin erea.

// nas platyrh ynchos. R u tco b u teo. Circus acrugin osus. Circus cyaneus. Fa/co tin n u nculus. Pcrdix perdix. Callin ula chloropus. 1 a n dlus van ellus. Larus ridibu n dus. Colu m ba palu m bus. Pieus viridis. Ala11da arvcnsis . Hiru n do rustica. D dich o n urbica . Corvus coro nc. Corcus cornix . Corvuj· frugilegus. Colocus m o n edula.

Oud-Heverlee, Pekrode, Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerijse, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode , 1 2-Xf- 1 953 . Nethen, 2 9-XI- 1 947. Sint-Agatha-Rode . Nethen, Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode. Sint-Agatha-Rode, 1 -X-1 95 5 . Heverlee, Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Nethen, Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Oud-Heverlee, Neerijse. Pekrode, Sint-Joris-Weert, Sint-Agatha-Rode. Nethen, Sint-Agatha-Rode. Nethen. Neerijse. Sint-Agatha-Rode. Nethen, Pekrode, Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Neerijse. Oud-Heverlee, Neerijse.


- 101 -

Troglodytes troglodytes. Turdus viscivorus. Turdus pilaris. Turdus musicus.

Turdus philom elus. Turdus m erula . l:'rithacus rubecula. Ph ylloscopus. /l nthus pratensis. Motacilla alba. Sturn us vulgaris. Fri n gilla coelebs. Fringilla m o ntifringilla.

F.m beriza citrinella. F.m beriza sch oeniclus. Passer mo n tanus.

Oud-Heverlee. Si nt-Agatha-Rode. Korbeek-Dijle, Neerij se, SintAgatha-Rode. Egenhoven, Korbeek-Dijle, Neeri j se, Sint-Agatha-Rode, Sint-Joris-Weert . Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Oud-Heverlee, S int-AgathaRode. Pekrode, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode, 2 4-X- 1 95 5 . Neerijse, Sint-Agatha-Rode. Nethen , Si nt-Agatha-Rode. Sint-Joris-Weert, Neerijse, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode. Neerijse. Sint-Agatha-Rode. Neerijse.

h. De zeggeweide. In de winter :

,'-<,

Ardea cinerea. A nas platyrhynchos. Nettion crecca. M areca p enelop e. Dafila acuta Tl anellus vanellus. Callinago gallin ago. Corvus corone. Corvus cornix. Pica pica. A nthus pratensis. A n th us spinoletta. Motacil/a. Em beriza sch oeniclus.

Sint-Agatha-Rode, Nethen . Sint-Agatha-Rode, Nethen . Sint-Agatha-Rode, Nethen . Sint-Agatha-Rode, Nethen . S int-Agatha-Rode. Nethen, 28-I l - 1 953 . Sint-Agatha-Rode, Pekrode. Nethen. Pekrode. Pek rode. Nethen, Pekrode, Korbeek­ D i j l e, Sint-Agatha-Rode. Nethen , Pekrode, Sint­ Agatha-Rode. Pek rode. Nethen, Pekrode, Sint­ Agatha-Rode .

In de lente :

Ardea cinerea. A nas platyrhynch os. N etti o n crecca .

Sint-Agatha-Rode, Nethen. Sint-Agatha-Rode. Nethen .


- 1 02 (.! u er q u edulu q u erq u edula . Na/l u s aquaticu;·. l ' a n e/lu;· van ell u s .

Galli n ago gal/inago.

Tringa. Cuculus canorus. Pica p ic a . Saxicola torq uata. Saxicola ru betra. Locu st c!la . /lcroccphalus scirp aceus .

, lcroccph alus sch oenobaen us. Sylvia co m m unis. , In th us pratensi s. /'vfotaci!La flava. Ca rdu elis can nabina. J:"mberiza sch oeniclus .

lIl

de

Sint-Agatha-Rode, Nethen. Sint-Agatha-Rode, Nethen. Sint-Agatha-Rode, 2 1 -1 1 1 - 1 q53. Sint-Agatha-Rode . Nethen, 2 5-I V- 1 953. Nethen . Nethen . Sint-Agatha-Rode, Nethen . Nethen . Sint-Agatha-Rode, Nethen. Sint-Agatha-Rode . Sint-Agatha-Rode, OudHeverlee, Nethen. Nethen. Sint-Agatha-Rode. Nethen. Nethen. Sint-Agatha-Rode, Nethen .

zomer :

A rdca cin crea. A n a;· p!atyrhynch os. (.! u crqu edula q u aq uedula . R a/lus a q u a tic us . Forzan a porzcma.

Fulica atra. Galli n aga galli n aga. Co/u m ba palu m bus. ,//ccdo atth is. Pieus viridis. l liru ndo rustica. Deli ch o n urbica. Ri pa ria riparia. Pica p ica. Saxicola torquata. Saxicola ru betra . Cyan osylvia svecica cyan ec ula. Locustella n aevia.

Locustella luscin oides. Acrocephalus sch oenobaen us.

Nethen, 22-VI T I - 1 950. Nethen, Sint-Agatha-Rode. Nethen. Oud-Heverlee, Nethen, Sint­ Agatha-Ro<le. Nethen, 2 1 -V I I - 1 948, 23VI I I - 1 950. Nethen. Nethen, Sint-Agatha-Rode. Nethen . Nethen. Nethen , 22-VI I I - 1 950. Nethen . Nethen . Nethen. Nethe n , 2 2-VIII-1 95 0 . Nethen. Oud-Heverlee, Nethen. Nethen, 23-VI I I- 1 95 0 . Oud-Heverlee, 2 1 , 22-VII1 94 7 ; Nethen, 23, 2 5-VI1 949, 26-VIII-1 949 ; S int­ Joris-Weert, 24-VI- 1 949. Sint-Agatha-Rode, 2 3 , 25-Vl1 94 9 ; Nethen , 1 1 -VII- 1 95 3 . Sint-Joris-Weert, Nethen, Sint-Agatha-Rode, Oud­ Heverlee.


- 1 03 -

Sylvia com m u nis. A n th us p rate nsis. A nth us trivia/is. 'I. A n th us spinoletta. M otacilla al ba. M o tacilla /lava. Lanius excubitor. Carduelis can na b i n a . E m beriza sch oeniclus. In de

herfst :

Ardea cinerea. Anas platyrhynch os. Rallus aquaticus . Gallinula chloropus. Gallinago gallinago Turdus m erula. , Saxicola torquata. L Acrocephalus paludicola. ' A n th us pratensis . .

Em beriza citrinella. c.

winter :

Ra/lus aquaticus.

Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode. Nethen. Nethen. Nethen. Nethen. Nethen.

Gallinula chloropus. Alcedo atthis. Parus major. Parus caeruleus. T urdus merula. Fri n gilla coelebs. I n de le n t e ' '

Sint-Agatha-Rode . Nethen. Nethen. Sint-Agatha-Rode. Nethen, Sint-Agatha-Rode . Nethen. Nethen, 2-X-1 948. Nethen, 2-X-1 948. Nethe n , Sint-Agatha-Rode. Nethen, 2-X- 1 94 8 .

I let klein rietland met of zonder struweel . In de

'

Nethen. Oud-Heverlee, Nethen. Nethen, 2 2-V! T I - 1 950 . :'¡'.ethen, 22-VI I I - 1 949. Nethen . Nethen . Oud-Heverlee, 26- V I I l - 1 9 5 3 . Nethen . Sint-Agatha-Rode, Nethen, Oud-Heverlee.

:

Poliocephalus ruficollis. lxobrych u s minutus. Circus aeruginosus. Ra/lus aq u aticus . Gallinula chloropus. Colu m ba palu m bus. Cuculus can orus. Pica pica. Parus atricap illu s .

Saxicola torquata.

Sint-Agatha-Rode. Nethen, �O-III-1 946, 1 9-TV1947. Oud-Heverlee, 1 0- V- 1 953 . Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Nethen. Sint-Agatha-Rode, Nethen. Egenhoven, in laag deel van het Jozefietengoe<l . Nethen, 30-ITI-1 946, 1 9-I V1 947. Nethen.


- 1 04 , l cr oceph a/us aru n dinaceus. . / crocepha!us scirpaceus.

//cmceph alus pa!u stri». . : croceph a/us sch oen obaenus.

/-/ i ppo/ais icterina. Sylvia borrin . Sylvia co m m u n is. Ph yl!oscopus troch ilus. l'h ylloscopus collybita. /:'ru n e/la m odularis. A f otaci!la alba. A l otacilla flava. Cardu elis can nabina. F m beria citrin ella. F m beriw sch omiclus.

l 11

Oud-Heverlee, Nethen . Egenhoven, in het laag deel van het J ozefietengoed ; Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen. Neerij se, Nethen . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Sint-Joris-Weert, Nethen, Pek rode, Florival , Oud­ Heverlee. Nethen. Nethen . Neerijse . Nethen . Nethen, Florival . Nethen, Neerij se, OudHeverlee. Egenhoven, in het laag deel ven het J o zefietengoed . Egenhoven , in het b::ig deel ven het Jozefietengoed .

Nethen. Egenhoven in het laag deel ven het J o zefietengoed. Neerij se, Nethen .

de zomer :

Ra/lus a q uaticus. Stl"l'ptope!ia turtur. , l lcedo atth is. Pica pica. Parus atricapillus. Saxicola torquata. Saxicola rubetra. Locustella n aevia. A crocephalus aru n dinaceus. .·l croceph alus scirpaceus.

A croceph alus palustris. A crocepha/u,- sch oenobaenus.

M otaci!la flava. Lanius excu bitor. E m beriza sch oeniclus.

Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Nethen. Nethen. Nethen . Nethen. Nethen. Pekrode, 2, 4-Vl l - 1 948. Oud-Heverlee, Nethe n . Neerij se, Nethen, Pekrode, Sint-Agatha-Rode, Oud­ Heverlee, Korbeek-Dijle. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Nethen , SintAgatha-Rode . Sint-Agatha-Rode, Nethen . Oud-Heverlee 26-VI I f - 1 953. Korbeek-Dijle.

1 11 de herfst : Ra/lus a q u aticus. Galli n ula chloropus.

Nethen, Pekrode. Nethen.


- 1 05 -

Parus caeruleus. Acrocephalus sch oen obaen us. Em beriza sch oeniclus.

Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee.

cl .

Vijvers, beken , grach ten . I n de winter : Podiceps cristatu s. ' P odi ceps griseigen a . P oli ocep h alu s ruf icollis. Ardea cinerea. /I nas platyrhynch os. Nettion crecca. Quer q u edula querquedula. Chaulelasmus streperus. Mar eca penel o pe . Spatula clypeata. Dafila acuta. Aythya f uligula. Aythya f erina. " Mergullus albellus. \!.. T a do rn a tadorna. Cygnus olor. Olor

cygn us.

C ircus cyaneus. Falco peregrin us. Ra/lus aquaticus.

Gallin ula c hloro pus. Fulica atra. V anellus vanellus. Ch aradriu s h iaticula. Galli nag o galli nag o . \ Tringa ocro p h us.

X,

Calidris.

Philo mach us pugnax Larus ridibundus.

Neerij se, Gastuche. Neerijse, 3-I- 1 94 2 . Sint-Agatha-Rode . Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Neerijse, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee, Gastuche. Oud-Heverlee, Neerijse, Sint­ Agatha-Rode, Gastuche. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode , 2 7-I I - 1 943 ; Neerijse, !3-I I I - 1 943 . Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, S int-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Neerijse, SintAgatha-Rode. Oud-Heverlee, Gastuche, Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Si nt-Agatha-Rode. Neerijse, 28-X I I - 1 94 1 ; Sint­ Agatha-Rode, 24-XT I . 1 955 . S int-Agatha-Rode , 7-I I I - 1 953. Si nt-Agatha-Rode . I O-I I I 1 95 6 ; Neerij se. 1 4-III- 1 95 3 . Si nt-Agat ha-Rode. 24-XII1 955, 1 O-I I I - 1 956. Neerijse, 2 8-XII- 1 94 1 . Sint-Agatha-Rode. Si nt-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Gastuche, Ottignies, Oud­ Heverlee Oud-HeverÎ ee, Neerij se, SintAgatha-Rode, Gastuche. Neerijse. Neerij se, 20-I l I - 1 948. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, 1 7-IT I - 1 945, 1 6-III1 946, 14, 20-I ! I - 1 948 ; Ne­ then, 24-XI I - 1 955. Neerij se : l 7-II I - 1 945, 20-III1 948. Neerijse, 1 4-TII- 1 948. Neerij se, Sint-Agatha-Rode.


- 1 06 Colu m ba palu m bus. . llcedo atth iJ·. Corvus roronc. CorvuJ· cornix. é.oloeus m o n edula. Pica pica. Troglodytt·s troglodytes. Turdus viscivorus. Turdus m crula. Saxiro!a torquata. f:'rith acus ru becula. . l n th us pratensis. . l n t h us spin o/cl/a s p in oletta.

.\ lotacilla alba ,\ lotaci!la cinerea. Sturnus vu!garis. /:' m bcriw citrin ella. f:' m bcri �a .>choenidus.

T 11

de

lcn te

Oud-Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Oud-Heverlee. Neerij se, Si nt-Agatha-Rode. Neerijse . Oud-Heverlee, Neerij se, Si nt­ Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode. Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, _7-1- 1 95 0 ; Neerijse, 1 3-I I I - 1 943. Si nt-Agatha-Rode. Neerijse, Si nt-Agatha-Rode . Neerijse, 1 7-1- 1 95 3 , 1 8-1 1 1 950, 4-I l l- 1 950, 1 4-l l l 1 95 3 , 20-I I I - 1 94 8 ; S i nt­ Agatha-Rode, 24-X f f - 1 955, 1 0-II l - 1 956, 20-1 1 1 - 1 95 4 . Neerij se, Gastuche, SintAgatha-Rode. Neerij se, Limal, Gast uche. Neerijse. Neerijse. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee.

:

l 'odiccps cristatus. l 'olioccp lwlus ruficollis. fJh alacrocorax carbo, 1 rt!ea cin crea. . l nas platyrh ynch os. ,

Xcttio n crecca. (} u cr q uedula querquedula. Mareca pcnc!ope. Spatu!a clypeata. Dafi!a acuta. . lythya fu!igula. . ·/ yth ya f erina. Glaucio netta clangula.

Neerij se, O ud-Heverlee . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, O ud-Heverlee. Neerij se, 1 9-I V- 1 94 2 . Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverle�, Florival . Nethen, Sint-Agatha-Rode, Neerijse. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neeri j se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, O u d-Heverlee. Neerijse, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode, Neerijse. Neerij se, 1 9-IV- 1 94 2 .


1

1

-

x.

Mergus serrator. 'f A nser fabalis. \' Circus aerugin osus. Pandion haliaetus. Falco subbuteo. Rallus aquaticus. Callin ula chloropus. F ulica atra. Vanellus vanellus. Charadrius. Gallinago gallinago.

''\

Gallinago media. Ly m nocryptes minim us.

" '

Limosa lim osa. Tringa ocrophus. Tringa glareola . Tringa hypoleucos. Tringa totanus. Tringa erythropus. Tringa nebularia. Philomach us pugnax. Larus ridibundus. Chlidonias nigra.

x

Chlidonias leucoptera. Apus apus. Alcedo atthis .

Hirundo rustica. Delich on urbica. Riparia riparia. y Corvus cornix.

I

1 07

-

Sint-Agatha-Rode, l -V- 1 956. Sint-Agatha-Rode, 2 5 - I I I - 1 944. Sint-Agatha-Rode, 1 -I V- 1 944. Sint-Agatha-Rode, 1 9-IV1 94 7 ; Oud-Heverlee, 2 4- I V1 950. Neer i j se, 2 5-1 V- 1 94 2 . Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Sint-Joris-Weert, Florival . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverl ee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, J -V- 1 956. Sint-Agatha-Rode. N eerij se, 20-I l l - 1 9 +8, 1 7-I V 1 94 8 ; Sint-Agatha-Rode, 25I V- 1 953 ; Oud-Heverlee, 2 1 III-1 953 . Sint-Agatha-Rode, 25-III1 944. Neeri j se, 25-I I I - 1 950, 1-IV1 944. Neerij se, 25-III-1 945, 6-I V1 942, 1 0-IV- 1 943 . Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen Sint-Agat h a-Rode, l -V- 1 95 6 . Oud-Heverlee, Neeri j se, Sint­ Agatha-Rode, Nethen, Flo­ rival. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode, 1 -V- 1 956. Neerij se, 25-IV- 1 942 ; SintAgatha-Rode, 7-V- 1 9 5 0 . Neerij se, 28-I I I - 1 9 5 4 . Neerij se, Oud-Heverlee, Sint­ Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, 1 0-V- 1 953 . Sint-Agatha-Rode, Neeri j se. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerijse, 25-III-1 945 ; SintAgatha-Rode, 2 1 -I I I - 1 953 .


- 1 08 Saxicola torq ua.ta. Locustdla . A crocep h alus ai-u ndinaceus . A croce p h alus scirpaceus. A croceph a/1u sch o l' n obaen us. A n th us praten sis . /l nth us spin o!t tta spin oletta.

M otacilla Motacilla Afotacilla F. m beri:::: a

alba. /lava. cin erea. citrin ella.

l:' m beriza sch oeniclus.

In de

zomer :

Podiceps cristatus. i'olioceph alus ruficollis. /lrdea cin erea.

. 1 rdea purpurea. . 1 nas

Sint-Agatha-Ro<le. Sint-Agatha-Rode, 6-Vl- 1 942 . Sint-Agatha-Rode, Ou<lHeverlee. Neerijse. S int-Agatha-Rode. Neerij se. Neerijse, 25-I l l - 1 950, 6-I V 1 9-1 2 ; Si nt-Agath a-Rode, 2 1 I T I- 1 953. Neerij se, Si nt-Agatha-Rode. Neerij se, Si nt-Agatha-Rode. Neerij se, Nethen. Sint-Agatha-Rode. Neerij se, S int-Agatha-Rode.

platyrhynchos.

Net tion crecca. Q u erquedula q uerquedula. . I y th ya f erina ! '11n dion h aliaetus.

Oud-Heverlee, Neerij se, Sint­ Agatha-Rodc. Oud-Heverlee, Neerij se, Sint­ Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Sint-Agatha-Rode, l 4 -VI I I 1 949 . Neeri j se, S i nt-Agatha-Ro<le, Oud-Heverlee, Nethen. Oud-Heverlee, Florival. Sint-Agatha-Rode, Ou<l­ Heverlee . Neerij se, "-V I I- 1 94 2 , 2 1 - V I I 1 947. Oud-Heverlee. 2 1 -V I I I 1 953, 3 1 -V I I I - 1 95 -1 ; Sint-Agatha­ Rode, 29-VI l l - 1 949, l l I X 1 95 5 . Sint-Agatha-Rode, 2-VI I-

-

-

Fa/co subbuteo. Rallus aquaticus. Callin ula

chloropus.

Fulica atra.

f1 a n ell u s van ellus.

Ch aradrius h iatic ula . Gallinago gallinago.

-

1 949, 4-IX- 1 949.

Sint-Agatha-Rode, Oud­ Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee, Florival . Neerij se, Oud-Heverlee, S int­ Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode. Oud-Heverlee, l 7-IX- 1 95 5 . Sint-Agatha-Rode, Oud­ Heverlee.


- 1 09 \

Lim osa lim osa. Tringa ochroph us. Tringa glareola. Tringa hypoleucos.

Tringa totanus. Tringa erythropus. Tringa nebularia. \ Calidris alpina . Calidris. Philo mach us pugnax. Larus ridibu ndus . Colu m ba palu m bus. Streptopelia turtur. Apus apus . Alcedo atthis. Hiru ndo rustica. Delich on urbica . Ri paria ri paria. Co1·vus corone. Acrocephalus arundinaceus . Acrocephalus scirpaceus. Acrocephalus sch oenobaenus. A n th us pratensis . Motacilla alba . Motacilla flava. Motacilla cinerea.

'<.._ Lanius collurio . Sturnus vulgaris. Carduelis can nabina. Em beriza sch oeniclus.

Sint-Agatha-Rode, 1 0-VIII1 948. Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode. Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, 1 2-VIII-1 953 . Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, 1 0, 1 2-VIII1 95 3 . Oud-Heverlee, 1 7-IX- 1 9 5 5 . Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Neerijse, SintAgatha-Rode, Pekrode, Florival, Nethe n . Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode. Sint-Agatha-Rode, Oud­ Heverlee. Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Neerijse. Oud-Heverlee, Sint-Agath aRode, Neerij se . Oud-Heverlee, Neerij se, SintAgatha-Rode . Oud-Heverlee, 1 7-VIII- 1 95 3 . Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Sint-Agatha-Rode .

In de h erfst : P Jdiceps 1

cristatus. odiceps griseigena.

Neerijse. Neerijse, 3 1 -X-1 9 5 5 .


- 1 10 Poli o c e phalus 1 ufic o llis .

. trdea cin erea.

. I n as platyrh y n ch os. N ettio n crccca. .\fareca penclope. Da/ila acu ta . Aythya fainc1 .

O idemia nigr a . ?i l crgus m cr ganser. Ruteo b u teo . A cci pi ter n isus. Pan dion h al iae tus .

Fa/co peregri n u s . Fa/co tin n u nculus. Rallu.• a q uaticus .

Callin ula c hlo ro p us . F11lica atra. T/ an ellus va11dlus.

Ch aradrius h iaticula. C alli n ago galli n ago . Ly m n ocryptej· minimus. T ri n ga o c ro ph us .

Tri nga n e b ular ia . Caladris al pi n a. Philo m ach us pugnax.

Larus ridibun duj·. ( '/didon ias n igra. Alcedo atth is.

f l iru ndo rustica. Riparia rip aria . Corvus cornix. Corvus corone. Pi c a pica .

A nthus

prat ensis.

Neerijse. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee . Neerijse. Sint-Agatha-Rode. Neerijse. Neerijse, l l -XI-1 953. Neerijse, 22-XI-1 94 1 . Neerijse. Oud-Heverlee. Neerij se, 25-IX- 1 9 5 5 . Neerijse. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Sint-AgathaRode. Sint-Joris-Weert, S int­ Agatha-Rode, Neeri j se . Neerijse, Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Pekrode, S int­ Agatha-Rode. Oud-Heverlee, 2 7-l X-1 949, 24, 2 5 , 26, 3 1 -X- 1 95 5 . Oud-Heverlee, Sint-Agatha­ Rode. Oud-Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, 2 7-IX- 1 949 . Oud-Heverlee, 2 4 , 2 5 , 26, 3 1 X-1 9 5 5 . Oud-Heverlee, Neerij se , Sint­ Agatha-Rode. Neerij se, 24-IX- 1 949. Neerij se, Oud-Heverlee, S intAgatha-Rode. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee, Neer i j se. Oud-Heverlee, S int-AgathaRode, Neerijse. Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Oud-Heverlee.

J


- 111 \

�4. nthus spinoletta spinoletta.

Motacilla alba. M otacilla cinerea. Sturnus vulgaris. Em beriza citrinella . k'm beriza sch oeniclus. Passer montanu1.

Oud-Heverlee, 3 1 -X- 1 955, l l ­ X I I - 1 9 4 8 ; Neerij se, 1 0-XI I1 94 8 , 1 5-X I I - 1 94 5 ; Sint­ Agatha-Rode, 3 1 -X- 1 95 5 . Neerij se, Oud-Heverlee. Neeri j se. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Oud-Heverlee. Sint-Joris-Weert.

e. Bosjes, bomen, hagen . De bosjes die h ier bedoeld worden zijn van velerlei aard; z i j bestaan uit loofbomen hoven stru weel ; l1 icr en daar zijn perceelt jes i n genomen door kn icëlzen; aan de ran d van de weilanden en zelfs m i d den er in, bem erkt de wandelaar geïsoleerde h oge bomen en de randen van de Dijle zijn vaak met stru weel bewassen; er zijn n og haagjes te noemen omheen kleine weiden . Dwars door de graslan den zijn afsluitingen aangebrach t; zij bestaan uit paal tjes, anderhalve meter hoog, waartegen s talen of i jzeren s tckelclraacl aangespijkerd . Ten slotte m oeten clc jong aan i:;cl egclc partijen popels genoemd worden; zij bren gen hoog, groen geboomte midden in het weila n d . T n de winter : Buteo buteo. Ca/linula chlo ro p us. Colu mba palumbus. -..Z. Asio flam m eus. Pieus viridis. Den drocopus major. Corvus corone. Corvus cornix . Corvus frugilegus Coloeus m o n edula. Pica pica. .

Carrulus glandarius. Parus m ajo1·. Parus caeruleus. Parus ater. Parus pal u s tris .

Parus atricapillus.

A egithalos caudatus.

Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Pek rode. Neerij se. Ottign ies. Sint-Joris-Weert, Neerijse . Neerij se, 1 3 -III- 1 94 8 . Neerij se, Oud-Heverlee. Korbeek-Dijle, Neerijse, SintAgatha-Rode, Oud-Hever­ l ee, Nethen . Neerijse, Sint-Agatha-Rode:. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se. Neerij se. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Pekrode, Ottignies. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Neer i j se, SintAgatha-Rode. Neerij se, Sint-Joris-Weert. Neerijse. Neerijse. Ottign ies. Oud-Heverlee, Sint-JorisWeert, Ottignies, Neerij se . Neerij se, Sint-Agatha-Rode.


- 1 12 Certhya brachy dactyla. Tr o gl o dy te s troglodytes.

Turdus

viscivorus.

T u rd us

pilaris.

Turdus Tu r d u s

p h ilo m elu s . m us i c u s .

T11rdus m erula . h'rith arns

rubccula .

Pliylloscopus colly bita . Regu!us ignicapil!us. l'ru nel!a m odu!aris. / 1 nthus spin oletta spin oletta. Lanius

excu bitor.

Sturnus vu lgaris . Coccoth raustes coccoth raustes. Chlol'is chloris. Cardudis ca rdu elis . Carduelis spin us. Carduelis ca n n a bi n a . Carduclis fla m m ea cabaret. Pyrrh u!a py1 "1" h u /a . Fringilla coelcbs. Frin gi/la m o n tifrin gilla. Emberiza citrinella. Em beriza sch oeniclus. Passer do m esticus. Passer m o n tanus .

Neerijse. Sint-Agatha-Rode. S int-Joris-Weert. Neerijse, Oud-1 leYerlee, Gastuche. Korbeek-Di j l e, Neerijse, Si nt­ Agatha-Rode, S int-JorisW eert, Pekrode. Neerij se, Sint-Joris-Weert, Nethen . Neerijse, Gastuche. Neerijse, Sint-Joris-Weert, Ott ignies. Oud-Heverlee, Neerijse, Sint­ Agatha-Rode. Oud-Heverlee, Gastuche, Neerijse, Si nt-Agatha-Rode . Neerijse, Sint-Joris-Weert, Nethen . Gastuche. Sint-Agatha-Rode, 20-l l f1 954. Neerijse. Neerijse, 20-I l l - l 948 ; Nethen, 2 l - I f- 1 953. Sint-Agatha-Rode, 20-I rr1 954. Neerijse, Pekrode, Ottignies. Limal, 6-l l f- 1 949 ; Ottignies, 5-l l I - 1 949. Neerijse, 6-1 1 1- 1 94 9 ; S i ntAgatha-Rode, 1 0-T-1 954. Ottignies, 5-l l I - 1 94 9 . N eerijse, Nethen, Ottignies. Nethen, 1 7-l l l- 1 945 . Neerijse. 1 4-I I I- 1 953. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerijse, Gastuche, SintAgatha-Rode. Neerij se, Sint-Joris-Weert. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Li mal , Neerijse. Ottignies. Neerijse.

I n de lente : A nas platyrhyn ch os . . 1cci pi ter. \

Falco

p eregrinus .

Neeri j se. Sint-Agatha-Rode, 24-I I I1 945 . Sint-Agatha-Rode, 6-V- 1 950.


- 1 13 -

Colu m ba oenas. Colu m ba palu m bus. Streptopelia turtur. Cuculus canorus. Pieus viridis. Den drocopus major. Hiru ndo mstica. 0riolus oriolus. �

V..

Corvus coronc. Corvus cornix. Corvus frugilegus. Coloeus monedula. Pica pica. Garrulus glan darius . Parus major. Parus caeru/eus . Parus pa/ustris. l'arus atricapillus. Aegithalos caudatus. Certhia brach ydactyla. Troglodytes troglodytes. Turdus viscivorus. Turdus pilaris.

Net hen, 1 5-VI- 1 94 9 ; Neer­ ij se, 26-I I I- 1 949, 1 1 -V- 1 946. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen, Pekrode. Neerijse. Neerijse, Nethen . Pekrode, Gastuche. Oud-Heverlee, Neerijse, Pek rode. Oud-Heverlee, Neerij se, Sint­ Agatha-Rode. Neerijse. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen. Neerijse. J\eerijse, 25-I I I- 1 950. Neerij se. Neerijse. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen, Pekrode. Neerijse. Neerijse, Nethen . Neerijse, Sint-Joris-Weert. Neerij se, 4-V- 1 94 1 . Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Neerijse, Sint-Joris-Weert. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Nethen . Neerijse. Neerij se, 26-T I I - 1 949, l l -V1 9 46i Sint-Agatha-R Üèle� 22,

rfn 9SO.

Turdus philo m elus. Turdus m usicus. Turdus merula. Saxicola torquata. Saxicola rubetra. Phoenicuru,· phocnicurus. Luscinia m egarhyncha. Erithacus rubecula . Locustella naevia. Acrocephalus palustris. Acrocephalus sch oenobaen us. Hippo/ais icterina. Sylvia atricapilla.

Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Neer i j se. Neerij se, Pek rode. Neerij se, Sint-Joris-Weert, Nethen. Sint-Agatha-Rode, Gastuche. Pek rode . Neeri j se, Pek rode, Gastuche. Neerijse. Neerijse, 2-VI-1 94 5 . Neerij se, Korbeek-Dijle, SintAgatha-Rode. Nethe n . Pek rode. Neerijse. Pekrode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen.


- 1 14 -

Sylvia borri n . Sylvia co m m u n is. l'h ylloscopus collybita. l'hylloscopus troch ilus. Ph ylloscopus sibilatrix. l'm n clla modularis. l nthus trivia/is. . l nth us spinoletta spinoletta. ,\ futacil/a alba. ,\ /otaci//a /lava. Laniu,· excubitor. Sturnus vulgaris . Chloris chloris. Carduclis can n abina.

Neerij se, S int-Joris-Weert. Nethen, Pekrode, Gastuche. Korbeek-D i j l e , Neerijse, S i nt­ J oris-Weert, Pek rode, S i nt­ A g a t ha-R o de . Nee r i j se, S int-Agatha-Rode, Si nt-Joris-Weert, Nethen , Pekrode, Gastuche . Neer i j s e, S i n t - A gat ha- Ro d e , N e t he n , P e k r o de . Neerij se, 6-V- 1 95 0 . Neerijse, Pekrode. Nee r i j se, Sint - A ga t h:i-R o de, Ne t h e n . Neerijse, 6-T V- 1 94 2 Neerijse. N'ee r i j se . Oud-Heverlee, 2 1 -V- 1 95 3 . N eer i j s e . Nee r i j se, Sint-Agatha-Rode. Gas t uche. Nee r i j se, S i n t- A gat ha - Rode. Nethe n .

l'vrrh ula pyrrh ula. Fringilla coelebs. f:' m baiza citrinella. t:m bcriw sch oeniclus. Passer dom csticus. Passer m o n tanus. l n clc

Neer i j s e . Neer i j se, Pekrode, Gast u c h e . Neer i j s e, S i n t - A ga th a -Rode , S i n t- J ori s -W e er t , Neth e n . Neerij se, Si n t - A g a tha-Rode . Pe k r od e . Neer i j se , S i n t -A g at ha- R ode. Nee r i j se .

zomer :

Ruteo buteo.

S i n t-Aga tha-Rode, 29-VI I l ­ f '} 4 8 .

Fa/co tin n unculus. Colu m ba palum bus.

\) u d-Hev e r lee. Si nt- Aga th a- Rode. Pekrode, Nethen. N ee r i j se , Nethen. Neerijse. Oud-Heverlee, Ne t hen , S i n t Aga t h a -R o d e . S i n t - A g a t h a- Ro de, Net h e n . Nee r i j se, S i n t - A ga t h :i - R o d e , Nethen, O ud-Heverlee. Oud-Heverlee. S i n t - A ga t h a - R ode. Neerij se.

Strcptopelia turtur. Cuculus canorus. Pieus viridis. IJcn drocopus major. Oriolus oriolus. Corvus coron e . Corvus frugilegus. Coloeus m o nedula.

Neer i j s e,

­


- 1 15 -

Pica pica. Carrulus Farus

glandarius.

major.

Parus caeruleus. Parus pal ustris . Parus atricapillus.

A egith alos ca u datus . Ccrthia brach ydactyla. Troglodytcs tr o gl o j •es.

d

Turdus viscivorus. T11rdus p h ilo m el u s . T11rdus m crula. Saxicola torquata. Saxicola rubl'tra.

,

Luscinia m egarh y nch a . Erithacu>· rubecula.

e

A croceph alus sci rpac u s . A cr o c ph alus pa!ustris.

e

A crocephalus sch ocnobaenus. Hippolais icterina. Sy l v ia atricapilla. Sylvia borri n . Syfria co m m u n is . Ph r!loscopus trochilus. Ph yl!oscopus colly bita.

Af uscicapa striata. Ficedula h ypolcuca.

d

m o u!an"s. A n th us pra t en sis .

Pru n e/la

Motacilla alba. --.; Lanius collurio

Stu rnus vu!garis. Chloris chloris. Cardu elis can n abina. \1

Pyrrh u la

pyrrh ula.

Oud-Heverlee, Nethen, S int­ Agatha-Rode, Neeri j se. OuJ-Heverlee, Nethen, Sint­ Agatha-Rode, Neerijse. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen . S int-Agatha-Rode, Nethe n . Neeri j se. Oud-Heverlee . Sin t-AgathaRode. Neerij se. Neerijse. Neerij se, Net h e n . Oud-Heverlee, Neerijse, Sint· Agatha-RoJe, Nethen. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethe n . Neeri j se. Neerij se, Sint-Agatha-Rode. Nee ri j s e Sint-Agath a-Rode, Nethen . Neerijse. Oud-Heverlee. Neerijse. Neerijse, Sin t-Agatha-Rode, Pek ro d e. Sint-Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agath a-Rode. Neerij se. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen. Oud-Heverlee, Neerijse, S int­ Agatha-Rode. Neerij se, Sint-Agath a-Rode. Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Neth en, Pekrode . Oud-Heverlee, Neerijse. Nethe n , 3 1 -V I II - 1 949 : OudHeverlee, 3-IX-1 947. Nethen. Sint-Agatha-Rode . Oud-Heverlee, Neeriise. Oud-Heverlee, 2 1 -VT!-1 947 Oud-Heverlee, Neerijse. Oud-Heverlre, Neerijse. Oud-Heverlee, Neerijse, S intAgatha-Rode, Pekrode. Neerij se, 2 1 -VT-1 946.


-- 1 1 6 Frin gilla coclebs. h' m b criza citrinel/a. !'.' m bai.u1 sch oenidus. Passer m o n ta n u s .

Neerij se, Sint-Agatha-Rode, Nethen. Oud-Heverlee, Neerijse. Sint足 Agatha-RoJe, Nethen . Si nt-Agatha-Rode. Neerijse, Nethen.

l 11 de h erfst :

Parus caeruleus . Farus palu st ris .

Neerijse . Korbeek-Dijle, Neerij se, Nethen. Neerijse . Korbeek-Dijle, Neerij se, Nethen. Oud-Heverlee, Neerijse . Oud-Heverlee, 2 7-IX- 1 94 9 . Neer i j se. Nethe n . Oud-Heverlee, Neerij se, S int足 Agatha-Rode, Nethen. Oud-Heverlee, Neerijse, S int足 Agatha-Rode, Korbeek-Dijle, Neerijse, S int足 Agatha-Rode, Nethen . Neerij se, Sint-Agatha-Rode . Neerij se, 2 4 - I X - 1 949, 3 l -X-

Parus atricapillus .

Neerij se,

. 1 egit h a/os

Neeri j se . Neerijse. Neerijse. Oud-Heverlee, Neerijse. Neerijse . Oud-Heverlee, Neerijse. Neerijse. Neeri j se, Sint-Agatha-Rode. Neerij se, 25-X- 1 94 1 . Neerijse. Neerijse. Oud-Heverlee, l l -X I I - 1 9 4 8 . Oud-Heverlee, 2 7-IX- 1 94 9 . Neerij se, 4, 2 5-X- 1 94 1 . Sint-Agatha-Rode, 2-XI- 1 95 5 ; Oud-Heverlee, l l -XI I - 1 9 4 8 . S int-Agatha-Rode, 8-X I I - 1 9 4 5 . Neerijse.

Fa/co pcregrin us. Colu m ba p a lu m bw .

. llcalo a t t h is . Pieus viridis . Den drocopus m ajor. Lul/ ula arborea. Corvu; coro n e . C oru u s cornix. Pica pica . Carrulus glan darius.

Parus m ajor.

1 95 5 , 2 9-XJ- 1 94 2 . 4-X- 1 94 1 , l l -X f -

1 953 , 1 4- X I- 1 9 5 3 , 1 5-XT1 95 5 .

cau datu.i. Ccrt h ia brach ydactyla .

Troglodyll"s troglodytcs. Turdus uisciuorus. Turdus p ila r is . Turdus ph ilo m elus. Turdus m usicus .

Turdus m crula . Pratincola. erith acus rubecula. Ph ylloscopus c olly bit a . Regulus regulus . Regulus ign icap illus . Motacilla . A n th us spin oletta spin oletta.

excubitor. Cardue/is spinu>.

Lanius


- 1 17 -

Pyrrh ula pyrrh ula.

Neerij se,

1 5 -XI - 1 9 5 5 ,

1 2-XI I -

1 94 2 .

fringilla coelebs.

Korbeek-Dijle, Sint-AgathaRo<le, Neerijse. Neerij se, l l -X I l - 1 9 4 8 . Neerij se, Nethen. Sint-Agatha-Rode, OudHeverlee. Neerij se, Sint-Agatha-Rode.

Fringilla m o ntifringilla. Em beriza citrinella. Emberiza schoenidus. Passer m o n tanus.

Appendix aan Deel I l .

LATI J N S E NA1' I EN L J JST 1' f E T AUTE U RSNA M E N E N N E D E RLAN DSE NAM E N LIJST. l\ l o dc r;nwal

er d c t Kraftcns Orcl ,

s o m l e i-er i l'olkcm u n cl c ;

( u i t N .F . Scn.:rin G m n cl t l'ig

-

,\ l o d c rsmaale t ) .

De gchruiktc Lati jnse en N ederlandse norncnklatmcn mede de namen van de i n aanmerking komende auteurs, werden ontleend aan de Alfabetische lijst der Latijnse nam.en n�et de respectieve Franse en Nederlandse benam,i ngen , van de vogels van België gepubl iceerd door het Vermogen van het Koninkl i j k Belgisch I nstituut voor Natu ur­ wetenschappen, Vautierstraat, 3 1 , Brussel . De volgorde van de namen is deze door I I .H .R . Petcrson, G . Moun tfort e n P .A . D . I lollom gevolgd in rcvised cdition 1 9 54 van h u n handig boekje : A Field Guide t o the birds o f Britain a n d Eiuope, u i tgegeven door Collins, 1 4, St. Jarncs's Plaats, Londo n . Cavia stellata ( Pontoppi<lan ) . Podiceps cristatus ( Linneus ) . Podiceps griseigena ( Boddaert) . Podiceps caspicus. Polioceph alus ruficollis ( Pallas ) . Fhalacrocorax carbo ( Linneus ) . Ardea cinerea ( Linneus ) . Ardea purpurea ( L i n neus ) . Jxobrychus minutus ( Linneus) . Ciconia ciconia ( Linneus ) . A n as platyrhynch os ( Linneus ) . N ettion crecca ( Lin neus) . Querquedula querquedula ( Linneus ) . Chaulelasm us streperus ( Li n neus) . Mareca penelope ( Linneus ) . Spatula cly peata ( Linneus) . Dafila acuta ( Linneus) . Aythya fuligula (Linneus) .

Roodkeeld uiker. Kuiffuut. Roodhalsfuut. Geoor<lefuut. Dodaars. Aalscholver. Blauwe Reiger. Purperreiger. Wouwaapje. Ooievaar BlokeencÎ. Wintertaling. Zomertaling. Krakeen d . Smient. Slobeend . Pijlstaart. Kuifeend.


- 1 18 . ly t h y a f cri n a

( Li n neus ) .

( L i n neus ) . .\o m atcria m ollissi m a ( L i n n e us ) . .\ l dan itta fl/.(Cll ( L i n ncus ) . O i d c m ia n ig ra ( L i n ncu s ) . ,\ !cr g 11s scrrator ( Li n n e u s ) . ,\ 1cr g u s m aga 11 scr ( Li n n e us ) . ,\fcrgul/11s alhd/11 s ( L i n n eu s ) . Tado rn a tadorn a ( L i n n e u s ) . . ·l 11 s cr a n sa ( L i n n e u s ) . . 1 n scr fa bal/.; ( Lat h a m ) . C) g n u s olor ( C m el i 1 · ) . ()/or cyg11 11s ( L i n n e u s ) . U u tco b11 tco bu tco ( Li n neus ) . .- l ccipitcr n i.<u s ( L i n n c u s ) . Glau cio11 c tta da11g11/a

. 1 cclpitcr gc11 t1J/s

( I . i n neus ) .

ll lll v u s 111 1/ v w ( L i n n e u s ) .

Prrni.; api1·om.< ( l . i n n e u s ) . Circus acm gi11 os1tj· ( L i n ne u s ) . Cinu.; cyan c11.< ( L i n neus ) . C1 rcrt.< pygargu.; ( L i n n e u s ) . l 'i; n dion /1 111/act11_; ( L i n n e u s ) . Fa/co s u b b u tco ( L i n n e u s ) . Fa/co pcrcgri11 w ( Tu n stall ) .

( L i 11 11eus ) .

Viilco ti11 11 u n utl1H

Li n n c u s ) . C ot u m ix cot11 m ix ( Li n n eus ) . Pall11s 1!</ ll lltiut j· ( Li n neus ) . J>orza11a porc:ana ( L i n n e u s ) . (;al/in 11 /a d1 /oropuj· ( L i n ne u s ) . htlica '.lfra ( l ,i 11 n e u s ) . 1 ·a11 dl11s l'a11 dlus ( L i n n e u s ) . C /; arndriu.< h iaticula ( L i n n e u s ) . l 'cl'<iix padix (

l'lu l'ia/i.; aprirnrius

( Li n n e u s ) .

Calli11ago gall i n a g o ( Li n n e u s ) . Cal/in ago m edia ( Lat h a m ) .

Ly m 11 ocryptcs 112 i n i m u s ( L i n n eus ) . . \ u m eni11j· arq uata

( Li n ne us ) .

l.1 111 osa li m oj«J ( Lin neus ) . Tri n ga ocroph us

( Li n neus ) .

( Li n n e us ) . hypolrncos ( Li n neus ) . tota n u s tota11 11s ( Li n n e u s ) .

Trin ga gla r c o la Tri11 ga

Tringa

Trin ga ('}'yth ropus

( Pallas ) .

T1 i n ga nebularia ( G u nnerus ) . Calidris alpina ( L i n neus) . Ca/idris f err u gi n ca ( Pontoppid an ) . l'h ilo m ad1 us p u gn ax ( Li n n e u s ) . La r u s ridib u 11 dus ( Li n neus ) .

Tafeleen d . Brileend . Eider . B r u i n e Zeeëen d . Zwarte Zeeëen d . Middelste Zaagbek . Grote Zaagbe k . Non net j e . Bergeend . Grauwe G a n s R ietga ns . K nobbel zwaa n . Hoelzwa:rn . B u izerd . Sperwer. Hav i k . Rood b r u i n e Wou w . Wespe n d ief. B r u i n e K u ikend ief. Blauwe K u i kendief. G rauwe K u i ke n d ief. Visare n d . Room val k . Slechtval k . Tore nval k . Pat r i j s . Kwartel .

Wate r ral . G root Porcel e i n hoe n . Waterhoen . Meerkoet. Kievit. B o n tbekplev ier. Gou d pl u v ier. vVate rsnep. Poel snep. Doverik . Wul p. Grutto.

Witgatje. Bosruiter. Oeverloper. Turel uur. Zwarte R uiter. Groenpootruiter. Bonte Strandloper. Krombekstrandloper. Kemphaan. Kokmeeuw.


- 1 19 Larus can u s

( L inneus) . ( Li n ne us ) .

C h lido n ias nigra

Chlido n ias le u cop tera ( Te m m i nck ) .

( L i n ne u s ) . C olu m ba palu m bus ( L i n n eu s ) . Strepto pelia turtur ( L i n n e u s ) .

Stormmeeuw. Zwarte Ste rn . Witvleugel moeras-

zwal uw.

Colo m ba oenas

Hol d u i f .

Cuculu>¡ ca n orus ( L i nn e u s ) .

Tortel d u i f . Koekoek. Kerku i l .

Tyto

a/ba

( Sc o po l i ) . ( S c op ol i ) .

Bosduif.

,4 t h e n e 11 octua

Steen u i l .

Strix aluco ( Li n neu s ) .

Bosu il . Ransuil. Vel d u i l . Nachtzwa l u w . Gierzwal u w .

,Jsio o t u s ( L i n n e u s ) .

/! sio fla m 111 e1u ( Po nt op p i d a n ) . C a p r i m u lg w europaeus ( L i n ne u s ) . . !pus apus

( Li n neus ) .

..!lcedo atthis ( L i n n e u s ) .

( Linneus ) . D e n drocopus m ajor ( L i n ne u s ) . Pieus viridis

Den drocopus m ino r ( Li n n c u s ) . fy n x torq u illa

( Li nneus ) .

Galerida cris tata

( Li n n e u s ) .

L u /111/a arborca ( L i n n e u s ) . â&#x20AC;˘

). ( Linneus ) .

Jlauda arven sis ( L i n n e u s

1- firu n do rustica

Dt!ich o n u rbica ( Li n n e u s ) .

R1 paria riparia

( Li n neus ) .

O n olus oriolus ( L i n n e u s ) .

). ( L in ne us ) . frugilegus ( L i n n e u s ) .

Corvus coro n e ( L i n n e u s Corvus cornix Corvus

( L i n ne us ) . ( Li n neus ) . l.arrul u s glan darius ( L i n neus ) . Pa rus nw1or ( L i n n e us) . Pa rus caeruleus ( Lin neus ) . Farus ater ( L i n n e u s ) . Parus cristatu s ( Linneus ) . Parus palustris ( L i n n e u s ) . Parus a t rica pillus ( L i n n e u s ) . Aegith alos ca u dat u s ( Li n neus ) . S1tta europaea ( L i n n e u s ) . Ccrthia brachydactyla. ( Breh m ) . Troglodytes troglodytes ( L i n n e u s ) . Turdus viscivorus ( Li n n e u s ) . Turdus pilaris ( Linneus) . Turdus philo m elus ( Brehm ) . Turdus m usicus ( Linneus ) . Turdus merula ( L i nn e u s ) . Si;.:ri.ola torquata ( Linneus ) . Coloeus m o n edula

Pica pica

r r svogel .

G roene S p e c h t . G rote bonte Specht . Kleine b o n t e Spech t . D raaihals. Kuifleeuwerik. Boomleeuwer i k . Veldleeuwerik . Boere n z w a l u w . H u isz w a l u w . Oeverzwal u w . W ielewaal . Zwarte K r a a i . B o n t e K raa i . Roek . Kauw.

Ekster. Gaai. Kool mees. P i m pel m ee s .

Zwarte Mees. Kuifmees.

Glanskop. Matkop. Sta:irtmees. Boomklever. Kortklauwboo m k r u iper W i n terkon i ng. G rote Lij ster. Kramsvogel .

Zanglijster. Koperwiek . Mer el . Zwart keel tapuit.


- 1 20 St!xicola ru bctra

( Linneus ) .

l'h o enicuru s p h o e n icurus ( Linneus ) . /,h o e n icurus och ruru s gibraltarien sis ( Gmel i n ) .

( Breh m ) . ( Meisner) . F.rith acu s ru bcrnla ( Linneus ) . Locustdla nae via ( Hod<laert ) . Locustella luffinioides ( Sav i ) . ,-/ croce p h al/ us aru n dinaceus ( Linneus ) . . J c roceph aht;· scirpaceus ( Hermann ) . Acrocc ph alus palustris ( Bechste in ) . . J croceph alus .ich ocn obae n u s ( Li n n e us ) . . ! croccp h alus pal11 di,·ola ( Vicillot ) . l /1ppolai;· icterin a ( Yieillot ) . Sylvia atricapilla ( Li n neus ) . Syl via borrin ( Bo<l<laert ) . Sylvia co m m u n is ( Latham ) . Sy lvia cu rruca ( Li n neus ) . l'h ylloscopus tro c h ilus ( Linneus ) . 1 h yfloscopus colly bita ( Vieillot ) . 1 h ylloscop11;· sibilatrix ( Bechstein ) . l\, g uliH rcgulus ( Lin neus ) . N.cgulus ign icapillus ( Te m m i nck ) . ,\ f u s cica p a striata ( Pallas ) . F iced ula h y poleuca ( Pallas ) . !'111 11 cl/a m odulan»· ( Li n neus ) . . 1 n t/11 1 s prato1;·is ( L i n neus ) . . l n tl111s trivia/is ( Li n neus ) . , / n th u .; spin ol!'tta spin oletta ( Li n neus) . ,\ f o tacilla alba alba ( Linneus ) . , Vo tacilla cln erca ( Tunstall ) . Af otacilla /lava /lava ( Li n neus ) . Lanius excu bitor ( Linneus ) . La nius collu rio ( Linneus ) . Sru rn u s vulgaris ( Linneus ) . Coccoth rnustes coccoth raustcs ( Linneus ) . Ch loris ch loris ( Li n neus ) . Cardu elis cardu elis ( Li n neus ) . Card uc/is spi n u s ( Linne us ) . Cardu elis can nabina ( Linneus ) . Cardu elis /lam m ea cabaret ( P.L.S. Müller ) . Seri n us scri n u s ( Linneus ) . l 'yrr/111 /a pyrrh ula 'europaea ( Vieillot ) . Frin gilla coelebs ( Linneus ) . Fringilta m o n tifringilla ( L i n neus ) . /�m beriza citrin ella ( Linneus ) . F, m b er iz a calcm dra ( Linneus ) . F m beriza sch oenidus ( Li n neus ) . Passer do m esticus ( Li n neus ) . Passer m o n ta n u s ( Linneus ) . Luscinia m egarh y n cha

Cyan osyl via svccica cyan ccula

Paapje. Gekraagde Roodstaart. Zwarte Roodstaart . Nachtegaal . W itsternblauwborst. Roodborst. Sprinkhaanzanger. Snor. Grote Karek iet. Kleine Karekiet . Bosrietzanger . Moerasrietzanger. \Vaterrietza nger. Spotvogel . Zwartkop. Tuinfluiter. Grasmus. Braamsl u i per. Fitis. Tj iftjaf. Bosfl u i ter. Goudhaantje. Vuurhaantje. Grauwe Vliegenvanger . Bonte Vl iegenvanger. Blauwe Haagm us. G raspieper. Boompieper . Waterpieper. G r i j ze Kwikstaart. G rote gele Kwikstaart . Gele Kwikstaart. Klapekster. Grauwe Klauwier. Spreeuw. Appel v i n k . Groenvink. D istel v i n k . Sijs. Kneuter. Barmsijsje. Pierrewitter. Goudvink. Botvi n k . Keep. Geelgors. Grauwe gors. R ietgors. Huismus. Boom mus.


- 121 -

Deel I I I . M I G RA T I E-VERSC I I I J N SELEN EN OVE RWINTE R I N G I N DE VALLE I VAN DE DIJLE . og l c n ft c m ig en F l i g o f Livcts Gaade. (uit J. Aakjacr - I fü toricns S a ng ) .

Inleiding .

De \'ele waarnemingen van \-Crschillendc soorten een den en waad­ vogels in clc l'allci \·a n de Dijle, in Laag- en M idden-België stellen de vraag of, door e en gepaste schikking van de data, n iet het bestaan van een z e ker e wetmatigheid te ach terhalen is, hetzij in het verschij­ nen of in het opon thoncl van gew i s se elementen van de avifauna ? O n clcrha\·ig ei cel brengt alle aan tekeningen samen om, voor een aanb1 l nJgelsoortcn a l t h a n s , een eerste, voorlopig antwoord voor te leggen .

I n h e t ho o fd s t uk 1 11 l'a n de eerste B i j drage tot de Kennis van de Avifauna \'<1 ! 1 Braba n t tussen Zcnnc en Dijle ( 1 ) werd reeds naar i n z i c h t gezoch t in de regionale phcnologischc, orn ithologische ver­ s ch i j n selen, \'aak M i grat i e en Ü\-crw i n tcr i n g genoemd. I n bew u s te studie vond de lezer een reeks observatie-data voor tien soorten als daar zijn : A rdea ci n erea. Tringa hypoleucos. Tringa ocroph us . flafila acuta. Nettion crecca.

) ( uerquedula querquedula. Spatula clypeata. Alareca penelope. Aythya fuligula. /1ythya ferina.

In hoofdstuk I worden de observatie-data van deze soorten h er­ n omen, tussen de observaties in de Dijle-vallei opgeteken d . D e stud ie, h ierboven aangehaald ( 1 ) bood enkele, schaarse data van de observatie van eenentwintig andere avcs-soortcn, namelijk : tianellus vanellus. Ch aradrius h iaticula. Galli n ago galli nago. Lirn osa Tringa Trin ga Tringa

li rn osa lirn osa . n ebularia . totanus. erytropus.

Philo rn ach us pugnax. N u rn enius arquata. Ch auleslasrn us streperus.

i\!I elanitta f usca . S o rn ateria rn ollisirn a . I'h alacrocorax carbo. .l\. ! ergus serrator.

·V.ergus rn erganser. Mergullus albe/lus. A n s er f abalis. Cygnus. Larus ridibundus. Chlidonias nigra.

Glaucion etta clangula.

In het h oofdstuk I I worden de observatie-data van deze soorten terug aangegeven samen met de data van de observaties in de vallei van de Dijle van dezelfde soorten, behoudens de dne volgende : Melanitta fusca. Sornateria rn ollissirna. Mergus serrator.


- 1 22 -

l 11 l i oof\ t u k 1 T worden ook cle observat ie-data \·an Pu!l(/ion h ali11ctus, te ' l 'en t ! JT 1 1 c11 in cle Di j le-\·;illci aangecl u i cl, met h et oog op een toe­ l i c h t i 1 1 g \·an cl e k l empbat cl i e cle ro o f \'O ge l \'O or s t c l t .

l n h e l 1.el fcle h o o f d s tu k wor d e n cle cl nik ers, reigers, ee1 1 cl e 1 1 en waacl1 ogcls a a n g e cl u i cl ,,·el k e 1 1 1 <1 a r zelden gen oteerd \\' ercle11 . Î\ l cn ka n cl e1.e s o or t en \·oor l o p 1 g ;1ls z e l d zaa m , h 1 s s e n Zen n e en Dijle en in cle D i j l e 1·al l e i . bescl i o 1m·rn .

l l oo f rb t u J...

1 . - Observatie- data van :

1 . , / n/n1 1;11a1·11. D e o h e 1 1 a l i e data in cle 1·allci \'a n Bclgië e 1 1 i n l hah<lll t h ! sse1 1 Z e n n e en

l 11

cl e w i 11 t er

0 J ] c,·erlee

� eerijse ;\! eeri jse

0 . 1 l c ,·erlee

l - 1 4 2 . 7\' e er i j s e ) - 1 4 8 . '\ eerijse

6

1 --f' ) . l ll H2. 1 1 J 46. l l H). l '.J- I 4 7 . l ó· l -4 ) . l 7- 1 - 'i ) . 2 0 1 4 :; .

� ee r i j s c

� eerijse 0.! eerijse :'\ ee r i j s e ' f 'errn ren ;\' eeri jsc � e eri j se '\ eeri j s e

1 1 -4 2 . 'l'errn ren - 1 1 - ) ) . Terrnren 9 - I l -46. Terrn re11

l

1 2- 1 f - 5 4 . 'J'errnre11 H f f - 5 ) . 0. r l crnlce

1 5- 1 1-48. 1 8- l f-47. l 8- 1 1 -49 . 20- 1 l-5 3 .

2 1 - I I- S 3 .

en

:

22-X I 1 -49 . Tervure n

2-t )\ 1 1 - ) ::; . 24 >- 1 I S> . 2 8 )\ 1 1 4 1 . ) J - X I H9 .

de Dijle 1 1 1 LaagDijle :

S t .Ag.Rocle "\ eerijse Ter\'ll ren Terrn r e n Pekrocl e

2 1 - l H8. 2 1 -1 H8. 2 3- l l-4 3 . 2 4- 1 1 -4 3. 2 8- l l - 5 3 .

St .i\g. Rock :N eerijse Ter\'ll ren Tervrn en N ethen

2 - l l l -4 7 . 2 - J TI - 5 0 . 2 - 1 1 I-44. ) - 1 1 1 -49 . 6 - l l l-48. 6 - l l I-49. 6 - l l l-49. 6 -lII- 54. 8 - l T l- 3 3 . l O- l il - 56 . l ü- I l l -4 5 . l ?- I l 1 -4 5 . 1 3- 1 1 1-4 ) . 1 4- I JI -4 8 . l 4- l l 1 - 4 8 . l 5- I I T- 50 . 1 5 1 1 1- 5 3 . 1 6- T J I-46. l 7- l I I -4 5 . l 7- l l l -4 5 . 2 0 - Ilf - 54 .

Neeri jse Neeri jse Ter\'ll ren St .J\g .Roclc St .Ag. Rocle S t .Ag.Rocle N eerijse S t .Ag. Rocle St .Ag.Rocl e S t .Ag. Roclc St .Ag .Roclc Tervuren Ter\'uren Neerijse S t . A g . Ro cl e St.Ag. Rocle S t . Ag . R ocl e St.Ag. Rocle St .Ag .Rocl e Neerijse St.Ag.Rocle

2 2- I V-47.

St.Ag.Rode

I n cle lente : 2 1 - Ilf- 5 3 . St.Ag. Rocle

J\ l icl clen­


- 1 23 -

24- I I I-4 5 . 2 5- I I I-44 . 2 5- I I I-44 . 26- I I I-49. 28- l l l -42 . 30- I I I-46 .

St .Ag.Rode N eerijse St.Ag.Rocle Nethen Neerijse St.Ag.Rocle

- I V-44. l - J V-44 . l - 1 \1- 5 0 . 3 - I V- 54. 5 - l V-47 . 8 - IV-44 . 1 7- J V-48. 1 8- IV-4 3 .

N eerijse St.Ag. Rocle St .Ag. Rocle St.Ag.Rocle St.Ag.Rocle St.Ag. Roclc Neeri jse St.Ag. Roclc

l

In de zomer : 1 2-V I I--+7. I J c, erlce-bos 1 4 - V I J--+6. St.Ag.R ocle 2 1 -V l l--+7. St.Ag.Rocle 22-Vl 1-42. \Vebhekom 27-V I I- 56. Terrn ren 30-V I I-49. St.Ag.Rocle 8 -V J J I -42. St.Ag. Rocle l 0-V l l l-49. Terrnren 1 0-V J T J - 5 ) . O .I Ieverl ce l l -\' J J I - 5 3 . O . I J everlce 1 5-V I J I-42 . l l cverlcebos 1 6-V J J I-42 . Neeri jse In 26- I X-40 . 27- l X-47. 2 7- I X-49. 4 -X-4 1 . 5 -X-46. l l -X-40 . l 5-X-49 . 1 6-X-40 . 20-X-4 5 . 24-X-49 . 24-X- 5 5 . 24-X- 5 5 . 3 1 -X- 5 5 .

clc herfst : Tervuren Nethen O . l l cverlce Neerijse St .Ag.Rocle Tervuren Tervuren Tervuren Neerijse Tervuren Neerijse O . I l cverlce St .Ag .Rocle

24- I V- 5 3 . 2 5- 1 \1-42 . 2 )- I V- 5 3 . 2 7- I V-47. 30- I V-49. -V- 5 6 . l -V- 5 6 . 7 -V- 5 3 . 1 6-V-4 3 . l 6-V- 5 3 . l

Tervuren Neerijse St.Ag.Rocle St.Ag.Rocle St.Ag.Rocle Gastuche St.Ag .Rode Tervuren St.Ag.Rocle Neeri jse

6 - V l -4 2 . St.Ag. Roclc 1 6-V f-42 . St.Ag .Rocle 2 1 -V l 1 I- 5 3 . O . l l c\·erlce 2L-V I l l-49 . St .Ag.Rocle 2 3-\ ' J 1 i-:;o. N ethen 26-\' l l l- 5 3 . O .J Jc,·erlce 29- \ ' l l l -48 . St.Ag.Rocl e 3 1 -V l I l -4 3 . Terrnren St.Ag.Rocle St.Ag.Rocl e St.Ag.Rocl e 1 8- l X- 5 5 . St .Ag. Rocle 1 9- T X-49 . St.Ag.Roclc

3 - I X-49 . l l - lX-49 . l 3 - l X-49 .

1 +XI- 5 3 . l -+- X I - 5 3 . l 7-X I -4 5 . l 7-X I-4 5 . l 9-X I- 5 3 . 20-X I - 5 3 . 2 1 -X I- 5 3 .

22-X I - 5 3 . 24-X T-4 5 . 29-X I-47. ) - X I I -4 3 . 5 - X I I-4 3 . 5 -X J I- 5 3 . 8 -X I I-4 5 . l 3-X J I-4 1 .

St.Ag.Rocle N eerijse Neerijse St .Ag. Rocle Tervuren Tervuren Tervuren Neerijse St.Ag.Rocle Nethen St.J .\Veert Neeri jse St .Ag .Rocle St.Ag.Rocle Neerijse


- 1 24 -

2 X I- 5 5 . 2 -X l- 5 5 . 7 -X I- S 3 . l l -X l - 5 3 .

l 4-X I I-4 5 . Tervuren :\'ccrijsc 1 4-X I I- 5 3 . Terrn ren S t .r\ g . Rode O . I l c\-crlec l 6-X I ! -44 . Terrn ren 2 2-X l l -49 . Tervuren Pckrodc l l -X l - 5 3 . N eerijse 28-X J I-40 . 1 'cn·urcn De \'Cr�prci d i n g \'a n clc obscn«1tics O \ er het jaar laat de rnlgcndc i n tcrprcta tic toe : Tus�cn Zcn n e en Dijle en i n de \'allei \·an de Dijle, laat clc B lauwe R eiger zich gccluren clc alle maanden \·an het jaar obscn·eren . I l i j is een m · c 1 win teraa r . J<;i · z i j n redenen om te \'Crrnoeclen d a t de B lauwe Reiger in het gebied o m h een Sin t-J\gatha- Roclc nestel t . ( cle observaties i n maart, april, j u n i 1 9-+2, m ede de waarnem ingen in maart, april en mei 1 9 5 3 l i jken aancl u iclingcn ) . De B lauwe Reiger i s rnoral een doortrekker; h i j \'Crsch i j n t als dus­ d a n ig in cle tweede helft \·an februari, in maart en april; i n juli, augus­ t u s ; en oktober, november en december . -

Tringa !1 ypoleucoj·.

2.

1 n de w i n ter : G een obscrYatics . lu de lcn te : 2 2- I V--+4 . St .Ag . Rode l

2 3 4 -+ 4 6 6

o

6

1 0-V-60 . Tervuren ( Lombard ) l l -V-46 . Neerijse l l V-4 0 . Tervuren l l V- 6 0 . Tervuren ( Lombard ) l 2-V-4 5 . Neeri jse l 2-Y-48 . Tervuren l 3-Y-44. Neerijse 1 3-Y-4 ) . Tervuren l 3-V- 5 3 . Tervuren l 3-V-60 . Tervuren ( Lombard ) l 5 V - 44 . Tervuren l 7-V-44. Tervuren l 8- Y 47. Tervuren 1 8-V-60 . Tervuren ( Lombaicl ) 2 0-Y-44 . Neerijse, Blauwput 20-Y- 5 9 . Tervuren ( Lombard ) 2 2-V- 5 9 . Tervuren ( Lombard ) 24-V-4 1 . Rode Klooster 2 5-V-42 . Neerijse 29-Y- 59 . Tcrv.uren ( Lombard) l 3-V I I J-49 . \,Yilselc -

-V- 5 6 . -V- 5 5 . -V 60. -V--+ 1 . -\'- 5 9 . -V-60 . -V- 5 0 . V 41 -V-4 2 . - V-60 . -Y- 5 0 . -V--+ 7 . -V- 5 3 . -

-

-

.

7 7 7 8 -V--+ 8 . 9 -V-49 . l O-V- 5 3 . l O-V-4-+.

Florival Tervuren Tervuren ( Lo m b a r d ) N eerijse Tervuren ( Lombard) Tervuren ( Lombard ) N eerijse N eerijse Ter\'urcn Terrn ren ( Lom ba rel ) Neerijse Ter\' uren Terv uren Neerijse '1 'crvuren O.J lc\·crl cc Tervuren

1 11 de 5 -Y Il--+ 3 . 1 0-V 1 1 -49. 1 9 V I J - 44 . 2 1 -V I I -47. 26-VI I-42 . -

zomer :

Tervuren Tervuren Tervuren

Neerijse N eerijse

-

-

-

1 6-VI J J-4 2 . 0 . I l everlee l 7-V I I I- 5 3 . O J i everlee 1 9-V I I I- 5 3 . 0 . H everlee 2 1 -VI I I- 5 3 . O . H everlee 2 5-VI I I-49. Tervuren 26-V I I I- 5 3 . O . H everlee 29-V I I I-48. St .Ag.Rode


- 125 -

5 -V I I I-4 3 . 5 -VI I I- 5 3 . 9 -V I T I-47 . 1 0-VT I I- 5 5 . l l -V I T I- 5 3 . l 2-VI I I- 5 3 . 1 3-VI I I-49 .

Tcrrnren O .H cverlcc Tcrrn ren O . I l cvcrlcc 0 . I l everlec 0 . I I cvcrlcc Wilsele

1 - I X-49 . 3 - I X- 5 5 . 8 - I X- 5 3 . l l - l X- 5 3 .

Tervuren O . H cverlcc Tervuren Tervuren

In de herfst : 26- I X-42 . Tervuren

'-... 1 6-X-40 . Tervuren

De verspreiding van de observaties, in het gewest tussen Zennc en Dijle met in b egrip van clc Dijle-vallei laten zich i n terpreteren als volgt : De Oeverloper doet zich voor als een trekvogel ; hij doorreist het gebied van Zuid naar Noord ged urende gans de maand mei; hij keert naar het zu iden terug in juli en augustu s . l\ lcn k a n t o t in de tweede h elft \·an oktober zeldzame trekkers n oteren . 3.

Tringa ocroph us.

In clc winter : 24-X I T- 5 5 . Nethen \

l - I - 3 8 . \,Yi j gmaal

2 1 - I I- 5 3 . Pckrocl e 1 4, 2 0- I I I-48 . Neerijse 1 6- I I I-4 5 . Neerijse 1 7- I I I-46 . Neeri jse

In cle lente : 24- I I I-60 . 2 5- I I I-4 5 . 2 5- I I I- 5 0 . 26- I I J-49 . 26-I T I- 5 3 . 2 8- I I I - 54 . 29- I I I-47. 30- I I I-60 .

B ru ssel (Lombard) N eerijse Neerijse St.Ag. Rock Tervuren Neerijse Neerijse Tervuren ( Lombard)

X 4-V-4 1. Neerijse

J - I V-44. 6 - I V-42 . 8 - I V-44. 1 0-IV-4 3 . 1 0-IV-4 3 . l 7- I V-48. 1 8-IV-43 . l 9-IV-4 2 . 22-IV- 5 0 . 24-IV-48. 2 5-IV-42 .

S t .Ag.Rocle Neerijse St .Ag.Rodc St .Ag .Rocle Neerijse Neerijse St.Ag.Rodc Neerijse Neerijse Neerijse Neerijse

I n cle zomer : 1 6-VI J-42 . Tervuren

5 -VI I I- 5 3 . O.Heverlee I O-VI I I- 5 3 . O.Heverlee

26-VIII- 5 3 . O.Heverlee

4 - I X-49 . Pekrocle l l - I X- 5 5 . S t .Ag.Rocle


- 1 26 l 1 1 de herfst : -+ -X--+ 1 . Neerijse :; -X-46 . SL\g .Rocle 2 -+-X- ) ) . i\'eeri j s e

2 - X I - 5 5 . St.Ag. Rode 7 -X I -'J 3 . O . I l e\'crlee

HXI- 5 3 . St .Ag .Rodc

2 2-X I --+ l . Neerijse

St.Ag.Rocle Triuga ocroplm,s \·erseh i j n t tussen Zem1e en Dijle en i n de Dijlc­ \·allci in alle i . 1aa11 den \'an het jaar beh oudens j n n i . I kl'.e o m s t a ml igheid d u i d t op een wclafgetekemlc trek \·an zuid naar n oord in de l u 1 te; een trekbe\\'eging \'an noord naar w i el h eeft plaats in de wmer; zij wordt opge\·olgd door een tweede beweging in de l t crf�t : de 01'Cr\\· i 1 1 tering \';lil enkele i n d i\'iduën in ga ns clc \'a l lei \·;1n de Dijle lijkt \\'Cl \ ast te staa n . 5 -XJ I- 5 3 .

-+ . /Ja/ila

11c u t1 1 .

l n de w i n ter : n- 1 -49. Term ren 29- 1 --+9 . Tcrrn ren

29- l - 5 S . Tcrrnren 1 7- 1 1 - 5 3 . Tcrrn rcn 1 8 1 1 - 5 3 . Terrn re1 1 1 9 I T -49 . St.Ag. Rode 2 1 f f - S 3 . Pckroc1 c 2 2- 1 I S ) . Tervuren 2 5- J I - 5 3. Term ren 2 7- l f --+ 3 . St.Ag. Rodc 2 8- I T- 5 3. Tervmen r 11 cle lente : 2 1 - 1 1 1 ) 3 . SL\ g .Rocl e

2 ::; Ilf --H . St .1\g. Roclc 2 5- 1 1 1 --+-+ . Neerijse 2 S- f 1 1 - 5" 3 . Termren 2 6- 1 1 1- -+9 . St.Ag.Roclc

6 - J l l -48. St .Ag.Rode

6 - l l I -49 . Neeri jse 7 - l l l - 5 3 . St .Ag .Rode

8 - J I I--+7. St .Ag. Rocle

9 - l T l-47. Neerijse 9 -1 1 1 - 5 0 . Terrnren

l l - l J I -44 . St .Ag. Roclc

1 4- l I I -48 . S t .Ag.Rocle

1 5- 1 1 1-47. )-JlT- 4 7 . l 5 - T l I -48 . l 8- I J I-44 .

S t . J .\Vcert Neerijse S t .Ag.Rocle 0 .J I cverlee 20- I I T- 54 . St.Ag.Roclc l

l - I V-44 . Neeri jse l - I V- 5 0 . St .Ag.Rode 8 - l V-44 . S t .Ag. Roclc 22- I V-44 . St.Ag.Rocle 2 3- I V-49 . St .Ag.Rode

' -V-4 3 . Neerijse I n de zomer : G een ohsen-aties . l n de herfst : 29-X I-47 . St .Ag .Rode Dafila acu,ta bezoekt in de win ter en lente het gebied tussen Zcnne e n D i j le , mede cle Dijle-vallei; hij is well icht een doortrekker m a a r zeker ook een wintergast te noemen . Het heeft de sch i j n alsof de Pijlstaart C\'entn cel i n de omgeving van Neerijse nestelen zon .


- 1 27 -

5.

N ettion

crecca.

w i n t er : 2-f-X I I- 5 5 . S t . A g . R o cl e

8 - I I I- 5 3 . S t .Ag. Roclc

l l - I-46 . S t .A g . Rocle 2-f- l-48. S t .J\ g . R o cle

9 - I I I--+7. N eerijse 1 0 - J I I -4 5 . S t .Ag . Rocl e l O- I l l - 5 6 . S t .A g . R ocle l 2- J I I-49 . N e e r i j s e

In de

1 8- I l - )0 . N eeri jse 1 9- I I -49. St . Ag . Rocl e

2 1 - I I - 5 3 . Pekrocl c 2 2 - I I- 5 5 . Ter v ur e n

2 7 - IT -4 3 . S t .A g . Rocl c

2 8- l f - 5 3 . Nethen 5 - JI T - -f 9 . St . A g . R ocl c

6 - l l l-49. N ee r i j s e

7 - I J I- ) "3 . S t . Ag . R o cl c 7 - I I I -4 "3 . N e e r i j s e l n cl e l e n te : 2 1 - T I I- -+2 . N eerijse 2 1 - I I T --+9 . Terrnren 2 l - Tl T - S 3 . S t . A g . R o clc 2 2- 1 1 1 - 5 0 . Neerijse 2 )- T J I -4-f. St .Ag . R ocl e 2 )- I I I-44. Neerijse 2 )- l l T-4 ) . Neerijse 2 5- I I I -49 . 2 5- T I I - 5 5. 26- l IT -49. 26- J I J -49 . 2 7- T I I-49 . 2 7- T l T - 5 3 . 2 8- T T I-4 2 . 30-TlJ-46 . 3 1 - I T T-4 5 . "3 1 - T J I - 5 "3 .

Terrn ren

Tervuren

S t . Ag . Rocle

Neerijse Tervuren Temi ren Ne er i j s e

St .Ag . R o cl c S t . A g . R o cl c

Tervuren

Tn cle zom er : 1 7-VJ I T- 5 3 . O .I Icverlce 1 9-V I I I- 5 3 . O .I I cverlee In de h erfst : 27- I X-4 1 . Neerijse

2 5 - X- 4 1 . N eeri jsc 3 1 -X- 5 5 . Neerijse

1 4- I I J -48. H I .I l -4 8 . H I I I- 5 3 . l 5- I I I-47. l )- I T I--+7. l 5 - Ill - 5 3 . 1 6- 1 J I-46 . 1 6- J J I -4 6 . l 7- l J T -4 5 . l 8- l T l-44 . 1 8- J I I - 5 0 . 1 9- I J J-49 . 20- I T I- 5 0 .

O . I I everlce

S t .A g . R ocle

N e er ijs e S t . Ag . R o cl e

Neerijse

S t .A g . R ocl e S t.Ag. Rocl e N ee r i j s e

S t .Ag. Rocl c O .I J C\-crlce

Gastuchc

Tervuren St.Ag. Rocle

l - J V-44 . N e e r ijse l - I V--f4. S t .A g . R o cl e l - T V- 5 0 . SU\ g . R o cl e 3 - J V- 3 3 . S t . A g . Rocl e

3 - I V- 5 6 . Tervuren

4 - I V- 5 6 . Te rvur en 6 - I V-4 2 . Ne e r i jse 6 - I V-46 . S t . A g . R o cl e

6 -IV-46 . Neerijse 6 - I V- 5 0 . Tervuren 8 - I V-44 . 1 0- I V-44 . l O- I V-4 3 . 1 4- J V-4 5 . 1 9- I V-42 . 2 2 - I V-44 . 2 5- I V-42 .

S t . Ag . R o cle S t .Ag.Rocle

Neeri j s e N ee r i j s e N eeri j s e

S t .A g . Rocl c

N ee ri j s e

4 - J X-49 . Florival 3 - I X- 5 5 . O . I J cverlce

7 -X I- 5 3 . Neerijse

9 - X J- 5 3 . Tervuren 29-X I-47. S t . A g . R o cl e 5 -X I I-4 3 . St.Ag . Rocle

l 3-XI I- 5 3 . Tervuren


- 1 28 -

De "'inter taling \ " CrSc h i j n t i n augustus; s o m m ige i n cl iv i cluën r i c h t en z i c h n a a r l i e t z u i cl c 1 1 , a n dere o n: r w i n tcrcn te Ternnen en i n het D i j l e­ cl a l . Ju maart en april keren cl e \'O g c l s , door de \·allei \'a n d e D i j l e en \·a n cl c \'oer, naar hun z o m er-kwartieren . I T et l i j k t n iet waarsch i j n l i jk, o p g ro n d \"<l i l cl e h i er \'oorge l cg d c obscr\'at i e- clata, dat Nettion crecca z o n broeden in B raba n t t u s s e n Z c n n e en D i j le, en in cle vallei van clc Dijle.

6.

(! u cr q u cdula q u cr q u cdula .

l n cl c w i n ter : 7 - J I I - 5 3 . S t .1\g . Roclc 8 - l l f- 5 3 . S t . Ag. Rocl c 9 - I T I - 4 7 . 0.Jec r i j s e J O- f I I-·Vi . St . 1\g . Ro cl e 1 1 - J J 1 --H . S t .A g . Roclc l 3- l lI - 4 9 . Neerijse H I J H 8 . S L\ g . R ocle H- 1 1 H S . N ee r i j se

J n cl c l cn te

S t . J . \\'eert S t . A g . R o cl e S t . A g . Rocle S t .A g . Rodc S t . A g . R ocl c 1 8- l I J-44. Neer i j s e 1 9- I 1 J -49 . ['errn r e n 20- l i l - 5 4 . S t . A g . Rocle 1 5- I I I - 4 7 . 1 5- T l 1 - 5 0 . l ) - JTJ- 5 3 . 1 6- I I I -46. 1 7- 1 1 T -4 5 .

·

:

2 1 - 1 I T - 5 3 . S t . A g . R o cl e 2 2- 1 1 1 - 5 0 . St . Ag . R o cl c 24 1 1 H S . S t . A g . R o cl c 2+ 1 T 1 - ) 3 . Term ren 2 S- l 1 1 -44 . S t .1\g . R o cl c 2 5- 1 l l -4 5 . N eeri jse 2 S- 1 J l - 5 0 . 0 . l l c\ erl ee 2 S- 1 11-46 . Terni ren 2 6- lI I-49 . S t . A g . R o cl c 2 8- 1 I T - 4 2 . Neeri j s e 2 8- T I I - 5 4 . Neerijse 29-1 1 1 -4 7 . S t .Ag.R o cl c 30- JTl -46 . S t . A g . R ocl e 30- J J l - ) 3 . 'f'Cn' 1 1 Ten 3 1 - ! J l -4 ) . St . Ag . Rocl c l - l \'-44 . S t . A g . R o d e - T V-44 . N eer i j s e l - T V- 5 0 . S t . A g . R oclc 3 - T \ '- 5 3 . St .Ag . R o cl c 3 - I V- 5 4 . St . A g . R ocl e 5 - l \ '-47. S t .1\g. Rocle 6 - l \'-4 2 . N" ccrijsc 6 - I V-46. S t . A g . R o clc 8 - T V-44. St . A g . R o cl c 1 0- I V-4 3 . S t . A g . R o cle 1 0- J V-4 3 . N e e r i jse 1 4- I V-4 5 . S t . A g . Rocle 1 4- IV-4 5 . N e e ri j se

l

1 6- l V-44. S t .Ag.Rocle 1 8-IV-43 . St .Ag .Rocle

1 9- I V-42 . Neeri jse 1 9- l V-46 . S t . Ag . R o clc 1 9- J V -47 . S t .A g . Rocle 2 1 - I V-47. Neer i j s e 2 3- I V - 49 . S t .A g . Rocle 2 ) - J V- 4 2 . Neer i j s e 2 5- I V-4 3 . S t .Ag . Rocl e 2 7- 1 \7-47 . S t . A g . Rocle 2 8- T V - 4 4 . S t . Ag . Rocl e 3 0- I V-49 . S t . A g . Rocl e

l -V- 5 3 . Ne e r i j s e l -V- 5 6 . S t .A g . R oclc 3 3 6 6 7

-V- 5 0 . Nethen -V- 5 0 . S t . J . \V ec rt -V-44 . S t .Ag.Rocle

-V- 5 0 . S t .Ag . Rocle -V- 5 0 . St.Ag.Rocl e 8 -V-48 . S t .A g . Rocle l l - V-46 . Neerijse 1 2-V-4 5 . N e er i j s e l 3-V-44 . N e e r i j s e 1 6-\'-4 3 . S t .Ag . Ro cl e 2 3-V-42 . Neer i j s e 24-V-42 . Ter\'uren 29-V-44 . St . A g . R o cl e

4 - V I- 5 0 . S t .A g . Rocle 9 - V I - 49 . O . I l everlce


- 1 29 -

In de zomer : l l -VI I- 5 3 . St.Ag.Rode 5 -VI I T- 5 3 . 0 . I Ievcrlec 9 -VJ I I-47. S t .Ag.Rodc 1 2-\11 1 1- 5 3 . 0 . T icvcrlec

1 7-VI I I- 5 3 . 0 . I- I everlce 22-V I I T- 50 . Nethen

1 l -I X- 5 5 . St .Ag .Rodc 1 8- I X- 5 5 . St.Ag.Rocle

1 n de herfst : Geen observaties .

De Zomertaling ,·crsch i j n t in de Dijle-vallei i n de tweede weck van maart, te Tervuren in de laatste weck van deze maa n d . De soort broedt gewis in de vallei ,·an de Di jle, rnogcli jks te Ter1·urcn, in de warande. Querquedula querquedula verlaat dit gebied ,·óór het einde van de zomer. 7.

Spatula clypeata.

In de winter :

7 - I T I-4 3 . N eerijse

8 - I II -47. l O- I I !-4 5 . l l - T T I-44. In 2 1 - I I T-42 . 2 1 - J J I-49. 2 1 - I I I- 5 3 . 2 l - III - 5 3 . 2 3- T I I-42 . 24- l I I-4 5 . 2 5- I I I-44. 2 5- J I I-44. 2 6- I I l-49 . 2 8- I I I-42 . 2 8- I I I- 54. 3 0- T J I-46. 3 l - I I I-4 5 .

S t . J . \Vccrt S t .Ag. Rodc S t .Ag.Rodc de lente : Neeri jse Tervuren St.Ag.Roclc O . I I cvcrlec Tervuren St.Ag.Rodc S t .Ag.Roclc Neerijse St.Ag. Rode Neerijse Neeri jse S t .Ag.Rocle St .Ag .Rocle

1 - I V-44. St .Ag.Rocle 4 - I V- 5 5 . Tervuren 6 - I V-42 . Neeri jse

l 3-l l f-4 3 . l 4- l l T-42 . 1 4- J J J-48. 1 9- I I I-4 5 .

Neerijse Neerijse St.Ag.Rocle Tcrrn rcn

6 -IV-46. - J V-44. 8 -IV-46. l O - IV-4 3 . 1 O- IV-4 3 . l O - I V-46. l l - I V-46 . ] l - I V-49. 1 4- J V-4 5 . l 8-IV-4 3 . l 9- IV-42. 1 9-IV-47. 2 1 - IV-4 5 . 22-IV- 50.

St.Ag.Rodc St.Ag. Roclc Tervuren St.Ag.Rocle Neerijse Tervuren Tervuren Tervuren Neerijse St.Ag. Roclc Neerijse St.Ag.Rodc Neeri jse Neerijse

8

l -V- 56. St.Ag. Rocle l l -V-46. Neeri jse

\ \

In de zomer : Geen observaties . I n de herfst : 4, 5, 7, H, 1 8, 1 9, 20-X I I- 5 5 . Tervuren Spatu,la clypeata versch ijnt in clc valleien van de Voer

en

van de Dijle


- 1 30 -

i n de t\\'ccclc w e ck van maart . Deze eend reist door van zuid naar n oord i n de maanden maart en april . E nkele paren broeden vermoede­ l i j k in d e o m g e v i n g van N eer ijse en Sint-Agatha-Rode. Over de zorner­ trek is n iets b e k en d . Een p o g i n g om te o ver w i n te r e n in de warande te Tervuren werd \'astgestcl d .

8.

i\larffa pen elope.

I n de w i n ter :

1 ) - l l -48 . 1 9- I I - 49 . ! 9- I I - 5 0 . 2 7- I I -4 3 . 2 8- I I - 5 3 .

St.Ag.Roclc St . A g.Ro clc Te rv u r e n S t .A g . Ro clc Nethen

8 - T i l-47 . S t . J .\Vccrt 9 - T I I--+ 7. '!\' ccri j s c l 0- 1 l l -4 5 . St . A g . Ro cl c

J O- I I I - 5 0 . l O- I I I- 5 6 . 1 4- I T I-42 . 1 4- I I I-48. l 4- I I J- 5 0 . l 5-I I I-47 . 1 5 - I I I-47. l 5-T I I- 5 3 . 1 6- I I I-46 . l 8- I T I-44.

St .Ag.Rode S t . A g . Rodc N ee ri j s e S t .Ag . R o dc Tervu ren Nee r i j se S t . J .\Vecrt S t . Ag . R o de S t . A g. Rode

Neerijse

l n de len te : Tervuren O . I I evcrlec St .Ag. Rocle S t . Ag . Ro d c N eerijse 26- T T T-49 . S t .Ag .Rodc 2 8- l 1 f-42 . N eerijse 30- T ll-46 . S t . A g . R o de

2 1 - J l l -49 . 2 1 - rn - 5 i . 2 1 - l l T- 5 3 . Z:) - l l l -44. 2 S l i l -4-t.

l - I V-44 . Ne e r i j s e 6 - l V-46 . St .Ag.Rodc [n

8 - I V-44. St.Ag.Rodc

1 9- I V-46 . S t .Ag.Rode 1 9-TV-4 2 . N e e ri j s e 22-IV- 5 0 . Neerijse 2 3- I V-49 . S t .A g . R o dc 2 5- I V- 5 3 . S t .Ag .Rode 6 -V- 5 0 . N e e r i j se 7 -V- 5 0 . Neerijse 1 0-V- 5 3 . O .H evcrlee

/

clc zomer :

Geen observaties . I n de

herfst :

8 - X I - 4 1 . Tervuren 1 9-X l - 5 5 . Tervuren

4 -XI I- 5 5 . Tervuren

Mareca penelope reist door clc valleien van Voer en Dijle, van zuid n a a r n oord. in clc tweede h elft van februari, in maart en april . Op gro n d van de waarnem ingen in 1 9 5 3 , mag men het vermoeden u it­ sp r eke n clat de Sm.ient, sporadisch altans, in de Dijle-vallei zou

nestelen .

De Smient sch i j n t vrij laat in het najaar, van zuid naar noord, cloo de valleien van Voer en Dijle, te reizen .


- 131 -

9. Aythya fuligu!a . I n de winter : 1 9- I I-44. Tervuren 3 - l I I -49 . Tervuren 4 - I I I -49. Tervuren 7 - I I 1 - 4 9 . Tervuren 7 - I I I - 5 3 . St .Ag. Rocle 8 - I I I - 5 3 . S t .Ag.Rode 9 - I I I-47. Neerijse I O- I I I- 5 6 . S t .Ag.Rode

l 4- I I I-42 . 1 5-I I I-47 . l 5- I I I-47. 1 6- JI I- 3 8 . 1 8- I I I-44. 1 8- I I I-44. 1 8- I I I- 50. 1 8- I I I-4 5 . 1 9- I I I-49.

Neerijse S t . J . Wee r t N ee r i jse Tervuren Ne erijs e O.H everlee Gastuehe Tervuren Tervuren

I n de lcn te : 2 1 - I I I--+2 . 2 1 - I J I-49. 2 3- l l l - 4 9 . 24- I ll -49 . 2 5- I I I -49 . 2 5- I I I -44. 2 7- I I I - 4 9 . 2 8- ll T-49. 29- T I T-42 .

Neer i j s e

Tervuren '1 'ervu ren Tervuren Tervuren

Neeri jse Terrn ren

Tervuren

l - I V-42 . Tervuren 1 -IV-44. N ee rijs e 1 -IV-44. S t .A g . Ro d e 1 9- I V-42 . Neerijse 1 9- J V-47 . S t .A g . R o d e 2 5 I V-4 2 . Ne e r i j s e 2 7- TV-47. St .Ag .Rode

Tervuren

J n cle zomer : G een observa t i es .

I n cle h erfst : l -X I I -4 1 . Tervuren V o or a l s n o g lijkt clc Kuifeend in cle maand maart en april van noord naar zuid te trekken en in de late h erfst door het l a n d te komen, op reis naar het zuiden . Mogclijks overwin tert zij i n de vallei van de Voer te Ter\'uren . 1 0 . Aythya fcrina.

In de winter : l 4- J I-48. Neerijse

1 9- I I -44. Tervuren 2 2- I I-4 5 . T erv ure n

9 - I I J -49 . Tervuren 1 3 - I I I -4 3 . Neerijse 1 4- I I I-48. S t .Ag. Rode 1 5- I I I-47. N e er i jse

3 - I I I-49 . Tervuren 4 - II I-49 . T e r v uren 7 - I I I-47 . Nee r i j s e

] 8- I I I- 5 3 . Tervuren 1 9- I I I- 5 3 . Tervuren 1 9- I I I -49 . Tervuren

1 5- I I I-48. Tervuren

I n de lente : 2 1 - I I I-42 . Neerijse 2 3- I I I-49 . Tervuren 2 3 - I I I - 5 3 . Tervuren 2 5- I I I-44. N ee rijs e 2 5 I I I-44 . S t .Ag.Rode 2 5-I I I-49 . Tervuren

2 5- I I I- 50 . 0 .Heverlee

1 -IV-44. S t .A g .R o de 1 - I V-44. Neerijse 3 -IV-49. Tervuren l O-V- 5 3 . Heverlee

\


- 1 32 -

I n de zomer : -f - V I I--f2 . Neerijse 2 1 -\ ' I l --f 7 . Neerijse l n de h erfst 20-X--f 5 . N eerijse 27-X-4 ) . Neerijse 3 1 -X- ) 5. Neerijse

:

2 - X I - 5 5 . St .Ag .Rodc l -X I T-4 1 . l 'errnren

De Tafeleen d reist. van zuid naar n oo r d , door de valleien v a n de \' o e r en \'an clc Dijle, in maart en a pril . Z i j maakt de terugreis in de h erfs t . Twee obsemltics wijzen op het hestaa n \·a1 1 een zomertrck . T l oofdstuk

ll.

- Obcscrvatie-data van :

l . 11 unel/u_; vt1ncllus.

I n d e winter : 3 - l --f8 . Neerijse l ) - l l -48. SL\ g . R o clc 1 9- 1 1 -49 . S t .A g . Ro d c 27- JI-4 3 . St . A g . R o clc 2 8- ll - ) 3 . Nethen 2 - If l-40. Haacht

6 - T J I-48. St .Ag .Rodc

6 - T I I--f9 . St .1\ g . Roclc 6 - l l Vi 4 . S t .A g . R o d c

7 - I T I--f 3 . 7 -JII-53. 9 - J ll -47. l O- T I I-4 5 . l 2- I J I-49. 1 4- I I I-42. 1 4- I J I-48. l 5- I I I- 4 7 . l 5 - J I I-4 7 . l 5-J J I- 50 . 1 6- J U-46 . 1 6- I I I-46.

N eerijse S t . Ag.Ro de N eeri jse S t .Ag .Ro d e Neerijse Neeri jse Neerijse S t . J .\Vccrt N eerijse St .Ag .Rode St .Ag .Rocl c Neerijse

1 n de l e n te :

2 1 - l l T--f 2 . 2 1 - TTl - 5 3. 2 3- I l l-4 l. 2 5- I l Vi O . 26- JT l--f9. 30- I I I-4 6 .

N ccrijsc

1 9- I V-42 . N eeri jse

0 .Ilc\ crlec St .Ag.Roclc St.Ag.Rodc

l -V- 56. S t .Ag . Rocl c

St .Ag . Rodc Tervuren-� To o rs cl

In de zomer

:

2 -V T I -49 . St .Ag .Roclc 30-V I I-49 . S t .Ag.Rodc -\' 1 1 1-49 . J O- V I I I -48. l 2-V I I T- 5 3 . 1 4-V I I I -49 . 27-V I I I- 5 5 .

4

Bertem O . I I c,·crlec O . I lcvcrlec St .Ag . R o d c O . l l everlce

- I X- 5 5 . l l - l X- 5 5 . 1 7- I X- 5 5 . l 8- IX- 5 5 . l 9-I X-49.

3

O .Heverlce S t .Ag.Rode 0 .l lcvcrlee O . I l everlee St.Ag . Rode


- 1 33 -

I n de herfst : 2 5- I X- 5 5 . O . I l c\·erlee

2 -XI- 5 5 . O . H evcrlee 1 4-XI- 5 3 . S t .Ag R o cl e .

1 -X- 5 5 . St.Ag.Rodc 24-X- 5 5 . O . I l cverlcc 2 5-X- 5 5 . O . I l cvcrlcc 26-X- 5 5 . 0 . I J everlec 3 l -X- 5 5. O . I I cvcrlcc De Kievit i s een trekker van de v roege l e n t e , van de zomer en van clc h er fs t . Schaarse i n cl i\'iduën ov e r wint e ren ; en, de \'Ogel n estel d e in cle omgcYing van Sin t-Agatha-Rode, in het Groot-Broek, in 1 9 56 en 1 9 5 7 . 2 . Chfaradrius h iaticula.

I n d e winter :

l 5- I I I-47. Nethen

20- I I I-48. Neerijse

In de l ente : 29-V- 5 9 . Tervuren ( Lombard ) I n de zomer : l 7-I X- 5 5 . O . I l e\'erlcc

In de herfst : 24. 2 5, 26, 3 1 -X- 5 5 . O . Hcverlce ' 27- l X-49 . O . l l cvcrlec Dit sch i j n t te du iden op een lente- en herfst-trek .

3.

Ga!linago gallinago.

In de winter : 5 -X I I- 5 3 . Nethen . 2 1 - I I- 5 3 . Pckrodc 2 7- l l-4 3 . St.Ag.Rodc 7 - I II -4 3 . S t .Ag . R o dc 7 - J I I- 5 3 . St.Ag.Rode In 2 1 - I I I- 5 3 . 2 1 - I I I- 5 3 . 22-I I I- 5 0 . 24- J I I-4 5 . 2 5- I I I-4 5 .

de lente

:

O.Hevcrlce S t .Ag. R o d e S t .Ag .R o cl e S t .Ag.R o d e S t .Ag.R o d e 26- I I I-48. N ee ri j s e 2 8- I I I-42 . N e e r i js e

8 -III-53. 1 0- I I I-4 5 . 1 4- I I I-48 . 1 4- l I I- 5 3 . l 5- I I I- 5 3 . 1 6- I I I- 5 3 . 1 8- I I I- 5 3 . 20- I I I-48 . 20- I I I- 54.

Nethen

S t .Ag.R o d c S t .Ag . Ro dc Ne er i j se S t .Ag.R o d e Tervuren

Tervuren Neerijse

St.Ag.Rodc

l -IV-44 . St.Ag.Rodc l -IV-44. Ne e r i j s e

6 -IV-46 . 6 - lV-46 . l O-IV-4 3 . 1 7- IV-48 . 1 8-IV-4 3 . 2 5-IV- 5 3 .

Neerij s e S t .Ag. R o dc S t .Ag. Ro d c Neerijse S t .Ag.R o d e

S t .Ag.R o dc


- 1 34 J n cle

zomer :

)0-\' I I-49 . S t .Ag. Roclc

9 - \' l J J- 5 1 . l 0-V JI J - 5 1 . 1 1 -\' JJJ - 5 3 . l )-\' II I - ) 3 . 1 7-V l l T - S 1 . 2 2 - V J 1 1 - SO .

St .Ag . Rocle

0 . l l cv e r l c e

0 .I J c v e rl c e O l l ev e r l c e 0 . 1 J cverlce N ethen .

2 7-V I I I- 5 5 . O I I e v er l ce 29-V I I I-48. St.Ag.Rode .

3 - I X-49 . l 3 - l X-49 . l 7- I X- 5 5 . 1 8- I X- 5 5 . 20- I X-49 .

St.Ag.Roclc St.Ag.Rocle O . H everlee S t .Ag.Rocle O . l leverlee

26- V I T I- 5 3 . O . I J cverlce

1 1 1 cle h erfst : 2 5- I X- 5 5 . O . l l cverlce 2 7 I X -t9 . 0.1 l cverlce

3 1 -X- 5 5 . O . I J cverlee 3 1 - X - 5 5 . St .Ag .Rode

1 -X- 5 5 . St .Ag.Rode 2 -X--t8 . N ethen ::; - X--t6 . St.Ag. Roclc 2 )-X- 5 ) . O . J f c,·erl ce 26-X- ) ) . O . I l cverlee

l l -X l - 5 3 . 1 4-X I - 5 3 . l 7 X I -4 5 . 24-X I-4 5 .

-

-

1

:•

-

St.Ag. Rodc St .Ag .Rode St.Ag.Rocle St.Ag. Roclc

is een t r ekvog e l die in maart en april door de va l l e ien cle \'oer en ,·an de Dijle uit het zuiden naar het noorden reist, de teru g r e i � i n zomer en herfst 011 clernecrn t .

De \V atcrsnep , . ,l i l en

l•'. 11kelc rngcl s ,·ertoeven i n cle win ter i n de vallei van cle Dijle, in cle Sint-Jans-weiden op N ethen . -+ .

Lim o.w lim o.''' -

l -t - 11 l -4 2 . N eeri jsc 24- l JJ - 5 0 . Tervuren 25 l l l 4 5 . Neerijse

6 - I V 4 2 . Neerijse l O- l V-4 3 . Neerijse -

-

1 0-V l l l-48 . St.Ag.Rode

U i t deze schaarse gegevens blijkt nochtans vrij du idelijk dat de Gn,tto t\\'ee maal per jaar de streek tussen Zenne en Dijle doorreist : in de late winter en lente van zuid naar noord, en in de zomer van noord naar zuid . ) . Tringa ncbularia. 2 5- 1 \1-42 .

Neerijse

1 -V-49 . Audergern 7 -V- 5 0 . St .Ag.Rode

l 7-V I I I - 5 3 . O . H everlee 2 2 - I X-40 . Tervuren, Vossem

2 5-X- 5 5 . O . I l everlec 26-X- 5 5 . 0 .1-Ic verlcc

1


- 135 -

6 . Tringa totan us. 1 4- I I I-42 . Neerijse 2 8- I I I- 54 . N ee r i j se

1 0- I V-4 3 . Neerijse 2 5- I V-42 . Neerijse 2 7- I V-4 3 . Neerijse

l

:•

l -V- 5 6 . 7 -V-4 7 . 8 -V-47. 2 0-V-4 5 .

St . Ag . R ode Tervuren Tervuren Nee r ij se

1 0-VI I I - 5 3 . 0 .1-Ieverlee l l -V l I I- 5 3 . O .H cverlee 1 2-V I I I - 5 3 . O.Heverlee

7 . Tringa eryth ropus.

l -V- 5 6 . St.Ag.Rode

1 2-VI I I- 5 3 . O.Heverlec n-VJ T T-4 7 . Tervuren

8 . Ph iLo m ach us pugnax. 14- I I l-48. Neeri j se 2 8- I I I- 54 . Neeri j se

1 0-VI I I- 5 3 . O .H everlee

l l -X-49 .

1 2-X-49 . 24-X- 5 5 . 2 5-X- 5 5 . 26-X- 5 5 . � l -X- 5 5 .

Tervuren

Tervuren O . I I everlcc O . I Jeverlcc 0 . l l cverlce O.Heverlcc

Y

l 7- I X- 5 5 . O .Heverlee 9. Nu m enius arq uata. 7 - l l l- 5 3 . S t .Ag.Rode l 6- I I J-4 5 . St.Ag.Rode l 5- I I l-47. St J . W e er t

2 1 -X I - 5 9 . Bosvoorde

( Lombard ) .\

.

1 0 . Chaulelas m u s streperus. 2 7- I I -4 3 . St.Ag.Rode l 3- I I I-4 3 . Nee r i j s e

2 3- J l l-49 . Tervuren

1 1 . Glaucio n etta c/angula. 9 - I V-42 . Tervuren l 9- I V-42 . Neeri j se 1 2 . Mergus m erganser. 1 8-XI- 5 3 . Tervuren 1 9-XI- 5 3 . Tervuren 22-XI-4 1 . Neerijse

l 4-X I I-4 1 . Tervuren l 5-XI I -4 1 . Tervuren

1 3 . Mergullus albellus. 24-X I I- 5 5 . S t .Ag.Rode 2 8-X I I-4 1 . Neerijse

7 - I I- 5 6 . Tervuren (Vandenplas )

1 4. Ph alacrocorax carbo .

9 - I I I- 5 0 . Te rv u r e n 1 4- I I I-50. Tervuren

1 9- I V-42 . Neerijse


- 136 -

1 5 . Anser /aha/is. ( e n A n ser anser ) .

2 -X I I -47 . Tervuren

(soortbepaling onzeker)

6 -I-4 5 . N eerijse 26- 1-42 . Ter\'uren

( soortbepaling onzeker) (soortbepaling onzeker)

3 - I J I- 5 ) . 3 -l 1 I 5 5 . 8 - I l l -47. 9 - I l f-47. H- J I I --+2 . 2 5- I I I --+4 . -

l 6.

Ter\'uren Ter\'uren ; N eeri js e Neer i j s e Neerijse St .Ag . Rocle

( soortbepaling o nzeker ) doortrekkers ( s oortbepaling onzeker )

(Anser

anser )

( soortbepal ing onzeker) (soortbepal ing onzeker)

Cyg n us.

24-X I l - 5 5 . S t .Ag.Rode

( Olor cygn us)

26- 1 --f 2. Tervuren

( soortbepaling onzeker)

2 1 - 1 1 - ) 3 . Pekrocle

( Cygn us olor)

8 - I l l--+ 7 . N ethen

( Olor cygn us) ( Olor cygn us) { Cygnus olor) ( Cygn us 0/01) ( Cygn us olor)

1 0- I T I- 56 . St .Ag . Roclc 1 0- J I I - 5 6. St .Ag . Rocle 2 1 - l l I -42 . N eerij s e H- I I I- 5 3 . Neeri j s e 1 7 . Larus ridibu n dus.

l n cl e win ter :

2-f-X I I - 5 5 . Neerijse 2 8-X ll -4 1 . Neerijse 3 - J 4 2 . Neerijse 3 - I - 4 8 . N eerijse 30- 1 --f-f . N eerijse -

1 8- 1 l- 5 0 . N eerijse 1 9- 1 1-4 3 . Neeri j s e

4 - I I I- 50 . 7 - I I I- 5 3 . 8 - I I I-47 . 9 - I I I-47. I O- I I I- 56. 1 3- I I I-4 3 . 1 4- I I I-42 . 14 I I I-48 . 14- I I I-48. 1 4- I I I- 5 3 . l 5-I I I-47. 1 6- I I I-46. 1 7- I I I-4 5 . 20- I I I-48.

Neerijse

St.Ag. Rocle Nethen

Neerijse

St .Ag .Rode

NP.eri jse Neerijse Neerijse

St .Ag.Rocle

Neerij s e Neerijse Neerijse Neeri j s e Neerijse


- 137 -

In 22- I I I-42 . 2 1 - I I I- 5 3 . 2 8- I I I- 54.

d e lente :

O . H everlee

3 -IV- 54. 1 7-IV-48. 22-IV- 5 0 . 24-IV-48. 24- IV- 5 0 .

S t .Ag.Rode Neerijse

St.Ag.Rode

Neerijse Neerijse Neerijse O . H everlee

1 -V- 5 6 . St .Ag.Rocle I n cl e zomer : 28-V I J I-40. Tervuren In de herfst 26- I X-40 . Tervuren

:

2 -XI- 5 5 . 7 -XI- 5 3 . 8 -XI-4 1 . 29-X I-4 1.

24-X- 5 5 . S t .Ag.Rode 2 5-X- 5 5 . 0 . I I cverlee 3 1 -X- 5 5 . N eerijse 1 8.

St .Ag . Rode Neerijse Neerijse Neerijse

Ch lido nias nigra.

I n de winter : Geen observaties . In cle lente

:

'\ 1 9- I V-42 . Neerijse

6 -V- 5 0 . St .Ag.Rode 7 -V- 5 0 . Neerijse 8 -V-48. St .Ag.Rocle

1 0-V- 5 3 . O . H everlee '1 1 2-V-4 5 . Neerijse V

1 4-VI- 54. Tervuren

In de zomer : Geen observaties . v

I n de herfst : 24- I X-49 . Neerijse 19.

Pan dion haliaetus.

In de lente : 1 9-IV-47 . S t .Ag .Rode 24- I V- 5 0 . O . H everlee In cle zomer : 2 1 -V I I I- 5 3 . O . H everlee 29-V I I I-49. S t .Ag.Rode 3 1 -VI I I - 54 . O . H everlee In de herfst :

X 30-XI- 56. Tervuren

2 5- I X- 5 5 . N e e r i j se


- 138 -

2 0 . Soorten zeldzaam tussen Zenne en Dijle en in de vallei van de Dijle; observaties van Duikers, Reigers, Eenden en Waadvogels. C a via stellata. b . P o dic eps caspicus. a.

c.

<l .

Podiceps griseigena. lxobrych us m i n u t u s .

e. Ar dea pu rp u r ea . f. Somatcria m ollissima. g. M ela n i tt a fusca. h. O i de m ia n igra . i. Mergus serrator.

j. Tadorna t11dorna. k ¡ Pluvialis apricarius. 1. Tringa gla r e ola .

1:1 .

Calidris alpina.

Calidris fer r ugi nea . Chlidonias leucoptera. p. Ciconia ciconia.

n. o.

l 4- II-46 . Tervuren 2 1 - I I -47. Tervuren 3 - I-42 . Neeri jse 30- I I I-46 . N ethen 1 9- I V-47 . Nethen 20-V- 5 0 . Beneden Kessel-Lo 2 -VI- 5 0 . Beneden Kessel-Lo 5 - I X-48. \1 osscm (Didier de Bournonville en K . Vamlcnplas) HV I I I-49 . St .Ag.Rode 1 8, 1 9-X I I- 5 5 . Tervuren 24- I T I- 5 5 . Tervuren 2 1 - I I I-42, l l -X T- 5 3 . Neerijse l -V- 5 6. S t .Ag.Rocle -+ -Xl I- 5 5 . Tervuren 7 - I I I- 5 3 . S t .Ag.Rocle l 6- I I I-46. St .Ag .Roclc l 0, 11, l 2 , 1 7, 2 1 , 26-V I I I- 5 3 . O .I l cvcrlee l l , 1 8- T X- 5 5, l -V- 56, S t .Ag. Rodc l 5- I I I-47. Nethen 1 0, 1 2-VI I I - 5 3, 27- IX-49, 0 .T lever lee 26-X- 5 5 . O . I l cvcrlce l O-V- 5 3 . O . I l everlcc I I icr is de ohserva tic te n oemen van een individu, geschoten op 29 mei 1 9 5 7, te Komptich bij Tienen, (dit is op 7 km. ten oosten van Op-Velp) .

Beslu)t.

Uit de h icrbO\¡cn gegroepeerde observatie-data, lijkt het, voor 30 avessoortcn althans, d u idelijk dat hun verschi j n ing en oponthoud in de Dijle-val lei aan bepaalde wetten van periodiciteit onderworpen zij n . 1 . Deze soor ten komen in vaste perioden v a n het kalenderjaar teru g . 2 . De aard en betekenis v a n h u n aanwezigheid is niet voor al deze s pecies clczclfde : a . Er is een groep waarin de soorten die eenvoudig weg doorreizen van noord naar zuid en van zuid naar noord : de doortrekkers . Als typische doortrekkers zijn te noemen : Tringa nebularia. Tringa h ypoleucos. Tringa eryth ropus. C h la ra driu s h iaticula. Chlidonias nigra.

Calidris alpina.


1 39 L: m osa lim osa. �; u m enius arquata. Tringa totan us.

Ph ilo mach us pugnax. Pan dion haliaetus.

b. In een tweede gro ep vallen soorten die ergens uit het noorden . komen en daar de winter naar de vallei. van de Ül]lc doorbrengen : de win terbezoekers; als deze zijn te noemen :

Cygnus. tv: ergus m erganser. Mergus albellus.

c . Een vogelsoort, cle Zom,ertaling, komt het goede jaargetijde door­ bren gen in de Dijle-vallei en reist zuidwaarts weg vóór de herfst begint; h11 1s een zomergast . cl . Er zijn echter vogelsoorten waarvan sommige individuën tot twee of tot alle drie de groepen behoren, als doortrekkers en winter­ gasten : Tringa ocroph us. Nettion crecca. Aythya fuligula.

S patula clypeata. Gallinago gallin ago. !l nser.

Als doortrekker, win tergast en zeldzame broeder : (Schaarse wintergast) Als doortrekkers, wintergasten en mogelijke nestelaars : A rdea cin erea . ( G ewone wintergast) I>afila acuta. (Gewone win tergast) Spatula clypeata. (Zeldzame overwinteraar) " Vanellus van ellus.

Mareca penelope. Aythya ferina. Larus ridibun dus.

3. Om de data van de trek-beweging meer akuraat te bepalen z11n verdere aan tekeningen vereist. B IBLIOGRAFIE . Voor de inleiding : l.

BEQUAERT M . B i jdrage tot de kennis van de Avifauna van B rabant tusse_n Zenne en Dijle; i n B iologisch J aarboek uitgegeven door het Konmkh1k Natuurwetenschappelijk Genootschap Dodonea, te Gent, XXXI Jaargang, Antwerpen, Uitgeverij De Sikkel , 1 1 6, Lamorinièrestraat, 1 9 6 3 .

Voor deel I : 2.

Kaarten van het Kartografiseh I n stituut, Brussel . - diverse stukken op schaal l : 2 5 . 0 0 0 . 3 . DE I I E I Z E L I N J . Le réseau hydrographique d e la région gallo-bclge a u Néogè n e . Essai d e reconstitution . - in Bulletin de la Soe1été Belge de Géologic, d e Paléo n tologie et d ' llydrologie, Tome LXX I I , 1 9 6 3 ; Fascicule 3 , blz . 1 3 7- 1 4 5 . . . 4. GRAFF Yvan . Oppida et castella au pays des Belges , m Archcolog'a Romana, Jaargang 4, 1 9 6 3 ; n r . l; blz. 1 2 6 ( 1 4 ) ; voor de Kesselberg, blz . 1 5 9-

1 60 (47-4 8 ) .

5 . DE MAEYER R . Dr . De Romeinse villa's i n België. - Antw � rpen, De 6.

idem .

Sikkel , 1 9 3 7 ; blz. 73 voor d e villa te Bassc-\'1avrc; voor a ndere plaatsen blz . 2 5 8 . el, 1 De Overbli j fsele n der romeinse villa's in Belgi ë . Antwerp e n , D e s·kk 1 94 0 ; blz . 3 5 voor de vilJa te Wilsele .


- 1 40 7.

\\- O R T E L \ A R S 1 946.

Fl. l i e t l\1eerdaalwoud ; An t w e rpen , U i tgeverij De B rn g ,

Voor delen I I en 1 1 1 : b. 9. 1 0. 11. 12.

\\'ORTF: L :\,\ RS l'I . Rr:igcrs in clc Dijleva l l e i ; De \Viclcwaa l ; Jaarga ng 1 3 , 'eptc111 ber 1 9 4 7 ; b l z . 2 1 3 . C R O O' L \ I•: RS !'r. ' J 'weej:1 rig verslag van cle Afdeling V cl dwa:1rncming over d e j:ircn 1 9 4 7- 1 9 1 8 en l 9 4 8 - 1 9 4 9 . - ' J 'wecclc deel; De \\' ielcwaal ; J :1 a r g a ng 1 ) , nm·embcr 1 9 49; blz. 2 9 2 . B J o:QUAl•: Jr l ' J\ l . l'nten en d ui k e rs te ' J'cr\'llren en bij Leuven; De \V iele­ waa l ; J aa rga n g 1 6, j u l i .1 9 5 0 ; b l z . 2 1 4 . C ROOTA E R S F r . E e n d vogels i n de ,·al l e i van de \'oer; De W ielewaal; J:wrgang 1 7 , april 1 9 5 1 ; bl z . 1 1 4 . l I E R ROl•: J . IO: N !' . B i j d rage tot de studie ,-a n cle ,·ogels van Oost-Brnb:mt; De G ier v a l k ; J aargang 4 1 , 1 9 5 1 ; A flevering 1 1 , b l z . 9 1 - 1 1 0 ; a flevering

I l ! , bil.. 1 9 6-2 1 2 .

1 3. H. 1 5.

idem . idem . idem .

1 6.

i d em .

o p . cit . ; J a a rgang 4 1 , o p . cit . ; J :1 a rga ng 4 2 , B i j d rage t o t d e s t ll(: i e ph1 tsen ro n d Lcm· e n ; blz . 2 8 8 - 2 9 6 . o p . ci t . ; J a a rgang - H ,

.1 9 5 1 ; A fle\-cring I V , blz . 2 8 0- 2 8 3 . 1 9 ) 2 ; A flevering l l l , b l z . 2 2 2 - 2 4 6 . v a n de \'Ogels \-;111 d e D i j l evallei e n \'an enkele De C ier\'alk; J aargang 42, 1 9 5 2 ; A flevering I V, 1 9 5 3 ; A flevering 1 , b l z . 2 2 - 2 8 .

Toelichting bij d e kleurplaat. P . l .VD/ O N H/IL/A lff US - DE V I SA R E N D . Fl\'\',

Fugl !

fh y O\-CT

l a n g t , l:mgt hort i

Fnreseuëns

de t B l a a !

( uit C h r . \\'inther - Flyv, Fugl !

Van d c , flyv . )

B i j gaande plaat is de reproductie van een watervcrfstuk van Mevrouw � 1. Bcquacrt - J. Schatte, die ik hier m i j n welgemeende dankbetu i­

g i n gen aanbied .

Jl ct aquarel stelt een volwassen Visarend voor cLc, even, een flinke karpcl , in de vis\·ijvcr te N eerijse geslagen heeft . De \'Ogel haast zich naar een hoge popel in de vallei, waar h i j de prooi zal b i n n en werken . Voor wat de afmetingen van de vogel betreft, weet men dat de lengte \'anaf de s navelpunt tot aan de rand van de staart, 5 5 cm . bedraagt. De klauwen vc111 Pan dio n h aliactus zijn bijzonder lang en scherp en gebogen ; op de tekening zijn ze voorgesteld op halve lengte i n de flanken van de karper geklemd. De Visarend versch i j n t regelmatig i n lente, zomer en herfst i n de rnllci van de Voer en van de Dijle; een i ndividu werd gevangen te Ter l l ulpe; hij was voorzien van een ring, aangehecht op 1 8-VI I I- 1 9 3 7, te Ava-Angerrnann in Zweden . Deze bijzonderheid is een eerste aanwijzing over de herkomst van de vogels die i n de herfst, door de valleien van de Voer en Dijle zuidwaarts reizen .


PANDION I IALIAlffUS ( Ll l\' l\' l -:U S ) . \ 'o hYa "cn

cl

-

-

DE VISAREND.

Sch ;i;J i 1 / 1 ü


141 Bibliografie bij de kleurplaat : 1 7. 18.

\' E R I I EYF.N R . De dag- en nachtvogels van België . - U i tgave van het vermogen \'an het Kon i n k l i j k N a t u ur h istorisch l\ ! uscum van België ' V:rn t i e rs t ra a t , 3 1 , B russel, 1 94 3 . P E T E RSON R . , l\ ! O UNTFORT G . , HOLLOM P . A . D . A field G u i d e to the b irds of Britain a nd E nropc; Collins, 1 4 , S t . Jame's Place, Lon cl on, 1 9 5 4 .

INHOUDSTAFEL.

Bladzijde Inleiding. D e e l 1.

DE \1 A L L E i \ 'A N Dl� D I J LE

O m l i j n ing van

het

obscn·at i c-gcbiecl

1 I c t rel i ë f van het ohservatie-gebicd

Laag-België

l\ ! iclden-België De overstro m i ngen i n de ,·allci van cl c D i j l e

De vi jvers i n d e ,·a l l e i

,., 1 11

d e Dijle

R i etvel den Zeggew c i d e n Geologie

van

het

ohscrv:1 t ie-gcbicd

Klimaat

l m·loccl \'a n cl c m e n s o p het m i l i c n

De a v i fa u n istische 01::gc,·; ngen i n het observa tie-gebied

i\. Laag- B c : g i ë :1 .

het open

e.

hossen

h . d e parken

gcbo nwcnco mplcx

en akkers

cl . de weiden c.

cle ,·i j ver

B. Overgangsgebied

t ussen Laag- en l\ l i d clen-België

a. open gebo uwencomplex te Leuven b . bekken van B b uwput h l . hekken

van

Blanwpnt-oost

b 2 . hckl:cn van Blauwput-wcst C . l\ 1 i d de n - B elgië

1 . Plateau-land tussen Leuven en O ttignies a . h e t open gebouwencom plex t e l lcvcrlee b . het open gebouwenco m p l e x b u i ten l ieverlee

c. clc akker cl. het park e . het bos f.

de

heide

g . clc platea u -wcicl e n h . w e g e n , spoorwegen

2. Laagten tussen Leuven e n Ottignies a.

h e t grasland

b. d e zeggeweide

56

57

57 58 60 60 61 61 62 62 62 63 63 65

65 65 65 65 65 65

65 65 66 66 67

67 67 67 67 67 67 67 67 67 67 68 68 68


- 1 42 -

c.

h e t k '. c i n ri c t 1 a n d m e t of zonder s t ruweel

c.

d e bosjes, b o m e n , h age n

d. d e 1·1 1 1-crs , b e ke n , g ra c h te n

Deel l l .

DE . \V J FA UNA VAN DE VA L L E I VAN DE D l f LF.

a . h e t o p e n g ebo u wen c om pl ex I n de knte I n de z'nncr I n d e h e rfst p;uken

69 69 70

.

de l e n t e

I n d e zo m e r

c.

d e hmsen e n akkers In d e winter In

d e l e n te

fn

cle z o m e r

cl . d e 11-c i d e n f n de wi11ter

ln

c.

ck

l e n te

l 11 de zomer d e 1·ij1"l'r te \ \ ' i l s c l e , e n d e Dijle I n d e winter l n d e lente ln

d e /omcT

B. 0 1 c n.�a n g s g e b i e c l tnssen Lwg<1 .

en

� f i el d en-België

h e t open gebou11-c n co m plcx te Leuven

J n cl e winter l n de lente I n de zomer

l n d e h e rfst

b 1 . BcUu1 1·an

ln cl e w i n t e r

13 1 a u w p u t-oost

In de lente

ln de

zom e r

b 2 . B ' a u 1Y p u t -11-cst ln de lente ln de /Omcr

C.

68 58 68 68 69 69

I n de 11· i n t e r

fn

68 68 68

68

. \ . Laag- B c l g i t:

b. de

Bladzijde

70 70 70 71 71 71 72 n 72 n 72 72 73

73 73 73 73 74 74 74 74 75

76 76 76

i\ l i d d e n B e l g i ë

76

l . P l :itca n-i<Jnd tu s sen L e u v e n en O t tignies

76

a. h e t o p e n g eb o u w e n co m p l ex te I I c1-crlee

l n de l e n t e J n d e zomer l n d e h erfst

b . h e t open gebo u11-cnco rn plcx b u i ten I l e1·erke I n de winter

'1

76 76 77 78 78 78

,\ 11 1l


- 1 43 -

Bladzijde 78 80 80

I n d e lente In de zomer I n de h erfst

e.

81 81 81 82 83

d e akker In de \\' i n t e r In de lente I n d e zomer

I n d e h erfst

84 84 84 86 87

cl . het park I n d e winter I n d e lente In de zomer In d e h erfst

e . het bos In cle w i n ter ln d e l e n t e

I n cl e zomer In de h e rfst f . de h ei d e n e n zandgroe\'en I n cl c \\'i n t e r I n de lente I n d e zomer

In de herfst

g . de pl<ltca11 -\\' c i d c n In de winter I n de l e n t e h . \\'ege n , spoor1vcgen

J u d e \\'i n t er In d e lente

In d e zomer In d e herfst

2 . Laagte tussen Leuven e n Ottignies op d e rech ter e n linker OC\¡er \ï:lll a . het

de

Dijle

g rasl a n d

l n d e winter I n cle l e n t e I n de zomer In d e h e rfs t

b . d e zeggeweide I n d e winter I n de l e n t e I n d e zomer In de h erfst e.

het klein rietla n d met o f zonder struweel I n d e winter I n d e lente I n d e zomer

In de herfst

87 87 88 89 90 90 91 91 91 91

92 92 92

93 93 93 93 94 94

95 95 97 98 1 00 101 101 101 102 103

103 103 103 1 04 1 04


- 1 44 -

cl . d e v i j vers, b e k e n , grachten

105

ln de lente

1 06

In de zomer

1 08

In d e h e rfst

1 09

In

111 111

In de winter

1 12

de lente

I n d e zomer

1 14

I n d e herfst

116

Appendix

Il!.

Deel

aan

II.

Latijnse namenlijst met autemsnamen en Nederlandse ;ia men lijst

1 17

l\ 1 1 G RA T I E V E R S C IJI J N S E L E N EN O V E R \\ ' I NTE R I N G

l lo o fch tqk I .

Obscrvatiecl a ta van :

1 . Ardca cinerea Tringa

121 121

I nleiding

2.

105

In de winter

e . d e bosjes, b o m e n , hagen

Deel

Bladzijde

hypolt-11cos

122 1 22 1 24 125

3 . Tr111ga ocropl111s 4 . Da/ila arnta

1 26

Nctt.r'o n crcrca

1 27

5.

6. Q 11crq11cd11/a q11crq11edrila 7. Spatula dypcala

8. Marcca pcnclope

9. l 0.

Aythya /11/ig11/a Aythya

/cri na

H o o fdstuk I I .

Observatiedata van :

1 . Vanellus tâ&#x20AC;˘a11dl11s

1 28 1 29 1 30

Hl 1 31 1 32 1 32

2 . Ch aradrius !1 ia1iaila

1 33

3 . Gal/inago gal/inago

1 33

4 . Lim osa lim osa

1 34

5 . Tringa nehularia

1 34

Tringa tutan11s

135

6.

7 . Tringa erytlzropus 8 . Pl1i/0111acl111s p11gnax

135

9 . Nu m c n :¡us arqnata 1 0 . Ch a11/e/11snws streperus

1 35 135

1 1 . Gla11cio11etta clangula

1 35

135

1 2 . A!ergus m erganser

135

1 3.

135 135

Merg11//11s

alhel/11s

1 4 . Phalacrocorax carho

1 5 . A nser fabalis ( e n anser anser ) 1 6 . Cyg1111s

1 36 1 36

1 7 . Lar11s ridi/){{ 11d11s

1 36

1 8 . Chlido n 'as nigra

1 37 1 37

1 9 . Pandion h11/iae/11s


- 1- 1 5 -

2 U . Soorten zeldzaam tussen /'.en n e en Dijle en in de va l l e i van de D i j l e ; Obsen¡a tics ,¡an D n i k c rs, Reigers, Eenden en \\'aadvogels a . Cavia

b.

1.

stellata.

J.

Podiceps caspic11s.

k. 1.

c. Podiceps griseigen a .

d.

lxobrycl ws mi11 11t11s.

c. Ardea p11rp11rca .

f.

Som ateria

g . Melanitta

h.

m ollissima.

/11sca.

l 38

,\fcrgus serrator. Tadorna tadorn a . Plu vialis apricari11 s . Tringa glareola.

m. Calidris alpi1111. n.

Calirlris ferruginea .

o.

C h lido nias leucoptera.

p.

Oidc m ia n igra.

Bladzijde

Cico nia cico nia.

Besluit

1 38

B I B LI O G R A F I E

1 39

l 39

\ 'oor de inleiding Voor deel

J 39

I

\ 'oor delen II

en

!II

B i j la gcn : De kleurplaa t . Twee kaartjes I nh oudstafel

140

.

/'a11d1011

li aliactw

HO 'i 8 - 5 9 141

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

Bijdrage tot de kennis van de avifauna van Brabant in de Vallei van de Dijle  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Bijdrage tot de kennis van de avifauna van Brabant in de Vallei van de Dijle  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement