De Boomklever September 2018

Page 1

BOOMKLEVER

de

Tijdschrift van de Natuurstudiegroep Dijleland

Jaargang 46 - september 2018


Edito

De echo van BIATOWIEZA

Een grote rover met een buik vol druppelvlekken glijdt over de open plek. Flapflapflap…flapflapflap: de vlinderbalts van de Wespendief.

75

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Ongewervelden Ontdekking van PURPERSTREEPPARELMOERVLINDERS in de Doode Bemde

78

Drie soorten WITSNUITLIBEL voor het Dijleland

81

Eerste waarneming van een METAALGLANSLIBEL voor het Dijleland

84

Vogels RAAF broedt in het Dijleland

76

Een nest van de BRUINE KIEKENDIEF in de Dijlevallei

88

VOGELWAARNEMINGEN in het Dijleland De eerste keer Een boomkikker min of meer Colofon

91 85 104

Coverfoto SPERWER IN SINT-AGATHA-RODE Foto: Karel Van Rompaey

Toen ik intussen bijna 15 jaar geleden voor het eerst in het Dijleland terechtkwam, viel me onmiddellijk de kwaliteit van de waarnemingen en de gedrevenheid van de natuurstudiemensen op. Toegegeven, het is hier niet de Varangerfjord, de Coto Doñana of de Hortobágy, en toch, en toch … De blik die je gegund wordt in het leven van de Woudaapjes op onze rietvijvers of van de Weidebeekjuffers die in tandem kopje onder hun eitjes afzetten op de Fonteinkruiden in de levende Dijle, kan wedijveren met de beste fragmenten uit een David Attenborough documentaire. Komende uit de vlakke Vlaamse vallei, heeft het Dijleland iets speciaals met zijn spel van heuvels en dalen met telkens weer nieuwe vergezichten. Dat weerspiegelt zich ook in het taalgebruik: ik leerde de afgelopen jaren grubbes en graften kennen, ik zwierf door delles en zelfs bossen zo groot dat ze het predikaat woud nog verdienen. Buiten komen in het Dijleland is pure poëzie. Of wat denk je van een fietstocht van de Zingende Wind naar het Godensalon? Herinner je je nog die ene Roerdomp die op een koude winterdag zat te zonnen bovenop een rietklomp, zo vlak voor de schuilhut, dat je alle details van zijn rijk geschakeerde verenkleed optimaal kon bewonderen? De landschappelijke diversiteit met hier en daar nog intacte overgangen tussen grote bossen, natte valleigebieden en open plateaus weerspiegelt zich in een grote biodiversiteit. Als een Fluiter met hangende vleugeltjes zijn zangvlucht ten gehore brengt boven een hagelwit tapijt Bosanemonen, hoef je maar even je ogen te sluiten om je in Oost-Polen te wanen. Met de terugkeer van de Raaf en meer en meer zoogdieren, gaat de vergelijking alleen maar beter op.

EDITORIAAL

inhoud

De echo van Białowieza Het Dijleland blijft ook verrassen. Het is verheugend om te zien hoe de terreinbeheerders erin slagen om de Dijlevallei meer en meer van zijn oorspronkelijke grandeur terug te schenken. De natuur weet al die inspanningen duidelijk te appreciëren. Ik sta keer op keer versteld hoe snel evoluties soms kunnen gaan. Toen ik mijn eerste stappen zette in het Dijleland had niemand ooit kunnen voorspellen dat in de zomer van 2018 de Keizersmantel de meest algemene grote vlinder in Meerdaalwoud zou worden. Op een zwoele zomeravond glijdt een eenzame Bever traag door de Dijle. Niet voor niets is de Doode Bemde onze beste benadering van een Oost-Pools rivierlandschap. Wie weet komen ooit de Zeearend en de Zwarte ooievaar niet enkel meer op verkenning. De veelheid aan waarnemers maakt de uitdaging en de voldoening om zelf een specialleke te vinden des te groter. We houden mekaars waarnemingen kritisch tegen het licht, maar steeds in een vriendschappelijke, stimulerende sfeer die van ons allen betere waarnemers maakt. Daar kan uiteindelijk enkel onze natuur beter van worden. Onze mooiste kastelen worden als de nacht valt ingenomen door gesis en gekrijs. Kijk daar: een stuntelig stel jonge Kerkuilen! Daarom hou ik zo van het Dijleland. Als je vrouw je in Cambridge zegt dat ik de countryside daar vast wel leuk zal vinden omdat die ook een spel is van golvende heuvels en kleine bosjes, dan weet je het wel. Ik ben heel erg benieuwd naar welke verrassingen het Dijleland nog in petto zal hebben. Bruno Bergmans Bestuurslid Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever I september 2018 I editoriaal

75


Edito

De echo van BIATOWIEZA

Een grote rover met een buik vol druppelvlekken glijdt over de open plek. Flapflapflap…flapflapflap: de vlinderbalts van de Wespendief.

75

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Ongewervelden Ontdekking van PURPERSTREEPPARELMOERVLINDERS in de Doode Bemde

78

Drie soorten WITSNUITLIBEL voor het Dijleland

81

Eerste waarneming van een METAALGLANSLIBEL voor het Dijleland

84

Vogels RAAF broedt in het Dijleland

76

Een nest van de BRUINE KIEKENDIEF in de Dijlevallei

88

VOGELWAARNEMINGEN in het Dijleland De eerste keer Een boomkikker min of meer Colofon

91 85 104

Coverfoto SPERWER IN SINT-AGATHA-RODE Foto: Karel Van Rompaey

Toen ik intussen bijna 15 jaar geleden voor het eerst in het Dijleland terechtkwam, viel me onmiddellijk de kwaliteit van de waarnemingen en de gedrevenheid van de natuurstudiemensen op. Toegegeven, het is hier niet de Varangerfjord, de Coto Doñana of de Hortobágy, en toch, en toch … De blik die je gegund wordt in het leven van de Woudaapjes op onze rietvijvers of van de Weidebeekjuffers die in tandem kopje onder hun eitjes afzetten op de Fonteinkruiden in de levende Dijle, kan wedijveren met de beste fragmenten uit een David Attenborough documentaire. Komende uit de vlakke Vlaamse vallei, heeft het Dijleland iets speciaals met zijn spel van heuvels en dalen met telkens weer nieuwe vergezichten. Dat weerspiegelt zich ook in het taalgebruik: ik leerde de afgelopen jaren grubbes en graften kennen, ik zwierf door delles en zelfs bossen zo groot dat ze het predikaat woud nog verdienen. Buiten komen in het Dijleland is pure poëzie. Of wat denk je van een fietstocht van de Zingende Wind naar het Godensalon? Herinner je je nog die ene Roerdomp die op een koude winterdag zat te zonnen bovenop een rietklomp, zo vlak voor de schuilhut, dat je alle details van zijn rijk geschakeerde verenkleed optimaal kon bewonderen? De landschappelijke diversiteit met hier en daar nog intacte overgangen tussen grote bossen, natte valleigebieden en open plateaus weerspiegelt zich in een grote biodiversiteit. Als een Fluiter met hangende vleugeltjes zijn zangvlucht ten gehore brengt boven een hagelwit tapijt Bosanemonen, hoef je maar even je ogen te sluiten om je in Oost-Polen te wanen. Met de terugkeer van de Raaf en meer en meer zoogdieren, gaat de vergelijking alleen maar beter op.

EDITORIAAL

inhoud

De echo van Białowieza Het Dijleland blijft ook verrassen. Het is verheugend om te zien hoe de terreinbeheerders erin slagen om de Dijlevallei meer en meer van zijn oorspronkelijke grandeur terug te schenken. De natuur weet al die inspanningen duidelijk te appreciëren. Ik sta keer op keer versteld hoe snel evoluties soms kunnen gaan. Toen ik mijn eerste stappen zette in het Dijleland had niemand ooit kunnen voorspellen dat in de zomer van 2018 de Keizersmantel de meest algemene grote vlinder in Meerdaalwoud zou worden. Op een zwoele zomeravond glijdt een eenzame Bever traag door de Dijle. Niet voor niets is de Doode Bemde onze beste benadering van een Oost-Pools rivierlandschap. Wie weet komen ooit de Zeearend en de Zwarte ooievaar niet enkel meer op verkenning. De veelheid aan waarnemers maakt de uitdaging en de voldoening om zelf een specialleke te vinden des te groter. We houden mekaars waarnemingen kritisch tegen het licht, maar steeds in een vriendschappelijke, stimulerende sfeer die van ons allen betere waarnemers maakt. Daar kan uiteindelijk enkel onze natuur beter van worden. Onze mooiste kastelen worden als de nacht valt ingenomen door gesis en gekrijs. Kijk daar: een stuntelig stel jonge Kerkuilen! Daarom hou ik zo van het Dijleland. Als je vrouw je in Cambridge zegt dat ik de countryside daar vast wel leuk zal vinden omdat die ook een spel is van golvende heuvels en kleine bosjes, dan weet je het wel. Ik ben heel erg benieuwd naar welke verrassingen het Dijleland nog in petto zal hebben. Bruno Bergmans Bestuurslid Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever I september 2018 I editoriaal

75


Sinds de winter van 2016/2017 is de Raaf (Corvus corax) niet meer weg te denken uit het Dijleland. Na enkele waarnemingen van een solitair exemplaar volgden in het vroege voorjaar van 2017 al snel waarnemingen van een Ravenpaar. Dit kon reeds door vele waarnemers boven de uitgestrekte plateaus en bossen van de regio worden gespot. Waar we het in 2017 nog moesten stellen met een territoriaal paar en een mogelijk broedpoging, kunnen we dit jaar spreken van een geslaagd broedgeval! TERRITORIUM IN 2017 In een eerdere editie van De Boomklever (september 2017; De comeback van de Raaf in het Dijleland; Kelle Moreau) werd reeds uitvoerig ingegaan op de terugkeer van deze iconische soort in Vlaanderen en meer specifiek het Dijleland. Honkvastere Raven worden pas sinds 2009 terug in Vlaanderen opgemerkt (in de Antwerpse en Limburgse Kempen), met een eerste territoriaal paar in Limburg sinds 2014. Wat het Dijleland betreft kan worden gesteld dat er in 2017 minstens één territorium van Raaf was met een mogelijk nest in het boscomplex Meerdaal-Mollendaal. Een lagere waarnemingsfrequentie eind maart - begin april 2017 leek bovendien te suggereren dat de vogels aan het broeden waren. Van een geslaagd broedsel kon echter niet worden gesproken. Er werden geen jonge vogels waargenomen en bovendien werden de adulte Raven in de loop van april opnieuw baltsend gezien. Ook voor de rest van Vlaanderen kon voorlopig nog geen geslaagd broedsel worden aangetoond. Tot in 2018 …

76

De Boomklever I september 2018 I vogels

GESLAAGD BROEDSEL IN 2018 Aangezien de soort ook in het voorjaar van 2018 nog steeds in het Dijleland aanwezig was, spendeerden natuurliefhebbers uit de ruime regio vanaf half februari weer heel wat tijd in en rond het Meerdaalwoud, in de hoop broedindicatieve informatie te kunnen verzamelen (volgens de SOVON-handleiding lopen de datumgrenzen van 15 februari tot 31 mei; Vergeer et al. 2016). Toen dat half mei 2018 nog steeds niet was gelukt, gaven de meesten er de brui aan. Het broedseizoen van 2018 leek voor de Raven in het Dijleland dezelfde weg op te gaan als een jaar eerder … Tijdens een familiewandeling op 20 mei 2018 in het Meerdaalwoudcomplex werd de aandacht van de auteur plots getrokken door een afwijkende roep in de verte. De roep had iets weg van een Raaf maar klonk hoger en langgerekter. We liepen verder in de richting van het geluid. Meteen werd duidelijk dat er niet één maar meerdere ‘roepers’ aanwezig waren. Druk roepend, ergens hoog vanuit een boom. Onzichtbaar. Dat schorre geluid, dat moeten jonge Raven zijn! Enkele minuten later weerklonk in de verte het diepe ‘krok krok krok’ van een adulte Raaf. Meteen nam de frequentie

zouden ontdekken en makkelijker zouden worden gespot. Niets bleek echter minder waar … Pas op 2 augustus en ook op 4 augustus werden minstens vier Raven samen gezien (respectievelijk te Vaalbeek en te Leefdaal-plateau). Hierbij werd niet gespecifieerd of het om juveniele dan wel om adulte vogels ging. Alleszins kan voorzichtig worden gesteld dat dus minimaal twee van de (minstens) drie jongen de eerste maanden hebben overleefd. BROEDBIOLOGIE Volgens de literatuur vindt de eileg bij Raven plaats in maart (soms al vanaf eind februari, met uitschieters tot de eerste helft van april). Opvallend is ook dat melding wordt gemaakt van het feit dat de vestiging als broedvogel voorafgegaan kan worden door een 1-2 jaar durende aanwezigheid van een niet-broedend paar. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het territorium zonder broedbewijs in 2017. Meestal worden er 2 tot 6 eieren gelegd, met een broedduur van 18-21(-25) dagen en een nestjongenperiode van ca. 40 dagen. Indien de jongen in het Meerdaalwoud op 22 mei het nest hebben verlaten, zou dit betekenen dat ze rond half april uit het ei zijn gekomen. Het broeden moet dus gestart zijn in de laatste decade van maart, met een eileg die dan ruwweg rond half maart is gestart.

VOGELS

Raaf broedt in het Dijleland: eerste broedgeval in Vlaanderen sinds 1865!

van de afwijkende roepjes toe, waarna even later een adulte Raaf met een bek vol voedsel (zichtbaar als een grote ronde massa die voorbij de bek uitstak) laag boven de boomkruinen voorbijzeilde in de richting van de bedelroepjes. De adulte Raaf leek net buiten het zicht te landen in een dichte kruin, waarbij de bedelende jongen om ter luidst begonnen te roepen. Een broedgeval! En meteen ook een nieuwe broedvogelsoort voor het Dijleland en Vlaanderen! De volgende ochtend werd het nest met de telescoop gelokaliseerd en kon worden vastgesteld dat er vliegvlugge jongen op het nest zaten. De grote afstand en de dichte boomkruinen maakten het echter onmogelijk om veel details te zien. De jongen riepen veelvuldig en de frequentie nam steeds toe als er een ouder in de buurt opdook om het nest van voedsel te voorzien. Tussen 6:45u en 9:20u werden 3 voederbeurten vastgesteld (7:15u, 7:50u en 8:45u). Ook net voor aankomst (6:40u) waren de jongen luid bedelend te horen. Door de verhoogde activiteit tijdens en net na een voederbeurt waren de jongen iets beter te lokaliseren in de kruin en zo konden simultaan minstens 1 jong naast en 2 jongen op het nest worden geobserveerd. De jonge dieren leken al heel mobiel te zijn: druk rondlopend op het nest en de aanpalende takken, vleugels flappend etc. Tijdens een kort bezoek op 22 mei kon worden vastgesteld dat de jongen het nest reeds verlaten hadden. De bedelroepjes weerklonken vanop ruim 100m van het nest uit een aantal dichte boomkruinen. De jongen waren uitgevlogen! Aangezien van Raven bekend is dat ze gedurende vele jaren hetzelfde nest kunnen gebruiken en de soort bovendien erg op rust is gesteld, is het belangrijk het verstoringsrisico tot een minimum te beperken. Om die reden besliste de Natuurstudiegroep Dijleland in samenspraak met de terreinbeheerder (Agentschap voor Natuur en Bos) om de nestlocatie niet vrij te geven. Een kleine week later werden de jongen heel wat verder in het woud gehoord. De verwachting was dan ook dat ze nu wel snel de rest van het Dijleland

VERVOLG? Bij het verschijnen van deze bijdrage is het ruim vier maanden geleden dat de jonge Raven zijn uitgevlogen. Jonge Raven worden aan het eind van de zomer verstoten uit het ouderlijk territorium en gaan dan in de wijde omgeving rondzwerven. Mogelijk zullen ze (met andere Raven) een groepje vrijgezellen vormen, die de komende jaren misschien nog in de regio zullen worden gespot. Wat het territoriaal paar betreft kan verwacht worden dat ze ook de komende jaren nog jongen zullen grootbrengen in het Dijleland. Een Ravenpaar blijft voor het leven bij elkaar. Wie weet heeft het Dijleland wel de potentie om De Boomklever I september 2018 I vogels

77


Sinds de winter van 2016/2017 is de Raaf (Corvus corax) niet meer weg te denken uit het Dijleland. Na enkele waarnemingen van een solitair exemplaar volgden in het vroege voorjaar van 2017 al snel waarnemingen van een Ravenpaar. Dit kon reeds door vele waarnemers boven de uitgestrekte plateaus en bossen van de regio worden gespot. Waar we het in 2017 nog moesten stellen met een territoriaal paar en een mogelijk broedpoging, kunnen we dit jaar spreken van een geslaagd broedgeval! TERRITORIUM IN 2017 In een eerdere editie van De Boomklever (september 2017; De comeback van de Raaf in het Dijleland; Kelle Moreau) werd reeds uitvoerig ingegaan op de terugkeer van deze iconische soort in Vlaanderen en meer specifiek het Dijleland. Honkvastere Raven worden pas sinds 2009 terug in Vlaanderen opgemerkt (in de Antwerpse en Limburgse Kempen), met een eerste territoriaal paar in Limburg sinds 2014. Wat het Dijleland betreft kan worden gesteld dat er in 2017 minstens één territorium van Raaf was met een mogelijk nest in het boscomplex Meerdaal-Mollendaal. Een lagere waarnemingsfrequentie eind maart - begin april 2017 leek bovendien te suggereren dat de vogels aan het broeden waren. Van een geslaagd broedsel kon echter niet worden gesproken. Er werden geen jonge vogels waargenomen en bovendien werden de adulte Raven in de loop van april opnieuw baltsend gezien. Ook voor de rest van Vlaanderen kon voorlopig nog geen geslaagd broedsel worden aangetoond. Tot in 2018 …

76

De Boomklever I september 2018 I vogels

GESLAAGD BROEDSEL IN 2018 Aangezien de soort ook in het voorjaar van 2018 nog steeds in het Dijleland aanwezig was, spendeerden natuurliefhebbers uit de ruime regio vanaf half februari weer heel wat tijd in en rond het Meerdaalwoud, in de hoop broedindicatieve informatie te kunnen verzamelen (volgens de SOVON-handleiding lopen de datumgrenzen van 15 februari tot 31 mei; Vergeer et al. 2016). Toen dat half mei 2018 nog steeds niet was gelukt, gaven de meesten er de brui aan. Het broedseizoen van 2018 leek voor de Raven in het Dijleland dezelfde weg op te gaan als een jaar eerder … Tijdens een familiewandeling op 20 mei 2018 in het Meerdaalwoudcomplex werd de aandacht van de auteur plots getrokken door een afwijkende roep in de verte. De roep had iets weg van een Raaf maar klonk hoger en langgerekter. We liepen verder in de richting van het geluid. Meteen werd duidelijk dat er niet één maar meerdere ‘roepers’ aanwezig waren. Druk roepend, ergens hoog vanuit een boom. Onzichtbaar. Dat schorre geluid, dat moeten jonge Raven zijn! Enkele minuten later weerklonk in de verte het diepe ‘krok krok krok’ van een adulte Raaf. Meteen nam de frequentie

zouden ontdekken en makkelijker zouden worden gespot. Niets bleek echter minder waar … Pas op 2 augustus en ook op 4 augustus werden minstens vier Raven samen gezien (respectievelijk te Vaalbeek en te Leefdaal-plateau). Hierbij werd niet gespecifieerd of het om juveniele dan wel om adulte vogels ging. Alleszins kan voorzichtig worden gesteld dat dus minimaal twee van de (minstens) drie jongen de eerste maanden hebben overleefd. BROEDBIOLOGIE Volgens de literatuur vindt de eileg bij Raven plaats in maart (soms al vanaf eind februari, met uitschieters tot de eerste helft van april). Opvallend is ook dat melding wordt gemaakt van het feit dat de vestiging als broedvogel voorafgegaan kan worden door een 1-2 jaar durende aanwezigheid van een niet-broedend paar. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het territorium zonder broedbewijs in 2017. Meestal worden er 2 tot 6 eieren gelegd, met een broedduur van 18-21(-25) dagen en een nestjongenperiode van ca. 40 dagen. Indien de jongen in het Meerdaalwoud op 22 mei het nest hebben verlaten, zou dit betekenen dat ze rond half april uit het ei zijn gekomen. Het broeden moet dus gestart zijn in de laatste decade van maart, met een eileg die dan ruwweg rond half maart is gestart.

VOGELS

Raaf broedt in het Dijleland: eerste broedgeval in Vlaanderen sinds 1865!

van de afwijkende roepjes toe, waarna even later een adulte Raaf met een bek vol voedsel (zichtbaar als een grote ronde massa die voorbij de bek uitstak) laag boven de boomkruinen voorbijzeilde in de richting van de bedelroepjes. De adulte Raaf leek net buiten het zicht te landen in een dichte kruin, waarbij de bedelende jongen om ter luidst begonnen te roepen. Een broedgeval! En meteen ook een nieuwe broedvogelsoort voor het Dijleland en Vlaanderen! De volgende ochtend werd het nest met de telescoop gelokaliseerd en kon worden vastgesteld dat er vliegvlugge jongen op het nest zaten. De grote afstand en de dichte boomkruinen maakten het echter onmogelijk om veel details te zien. De jongen riepen veelvuldig en de frequentie nam steeds toe als er een ouder in de buurt opdook om het nest van voedsel te voorzien. Tussen 6:45u en 9:20u werden 3 voederbeurten vastgesteld (7:15u, 7:50u en 8:45u). Ook net voor aankomst (6:40u) waren de jongen luid bedelend te horen. Door de verhoogde activiteit tijdens en net na een voederbeurt waren de jongen iets beter te lokaliseren in de kruin en zo konden simultaan minstens 1 jong naast en 2 jongen op het nest worden geobserveerd. De jonge dieren leken al heel mobiel te zijn: druk rondlopend op het nest en de aanpalende takken, vleugels flappend etc. Tijdens een kort bezoek op 22 mei kon worden vastgesteld dat de jongen het nest reeds verlaten hadden. De bedelroepjes weerklonken vanop ruim 100m van het nest uit een aantal dichte boomkruinen. De jongen waren uitgevlogen! Aangezien van Raven bekend is dat ze gedurende vele jaren hetzelfde nest kunnen gebruiken en de soort bovendien erg op rust is gesteld, is het belangrijk het verstoringsrisico tot een minimum te beperken. Om die reden besliste de Natuurstudiegroep Dijleland in samenspraak met de terreinbeheerder (Agentschap voor Natuur en Bos) om de nestlocatie niet vrij te geven. Een kleine week later werden de jongen heel wat verder in het woud gehoord. De verwachting was dan ook dat ze nu wel snel de rest van het Dijleland

VERVOLG? Bij het verschijnen van deze bijdrage is het ruim vier maanden geleden dat de jonge Raven zijn uitgevlogen. Jonge Raven worden aan het eind van de zomer verstoten uit het ouderlijk territorium en gaan dan in de wijde omgeving rondzwerven. Mogelijk zullen ze (met andere Raven) een groepje vrijgezellen vormen, die de komende jaren misschien nog in de regio zullen worden gespot. Wat het territoriaal paar betreft kan verwacht worden dat ze ook de komende jaren nog jongen zullen grootbrengen in het Dijleland. Een Ravenpaar blijft voor het leven bij elkaar. Wie weet heeft het Dijleland wel de potentie om De Boomklever I september 2018 I vogels

77


Hans Roosen roosenhans@yahoo.com Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com

REFERENTIES Driessens G. 2017. De Raaf : Discrete comeback van onze machtigste kraai. Natuurpunt Nieuwsbericht 23 maart 2017. (www.natuurpunt.be/nieuws/de-Raaf-discrete-comeback-vanonze-machtigste-kraai-20170323). Jacob, J.-P., Dehem, C., Burnel A., Dambiermont, J.-L., Fasol, M., Kinet, T., van der Elst, D. & Paquet, J.-Y. (2010) : Atlas des oiseaux nicheurs de Wallonie 2001-2007. Série ‘Faune-Flore-Habitats’ n° 5. Aves et Région wallonne, Gembloux. 524 p. Moreau K. & Roosen H. 2018. Na anderhalve eeuw weer broedende Raven in Vlaanderen. Natuurpunt Nieuwsbericht 28 augustus 2018. (www.natuurpunt.be/nieuws/na-anderhalve-eeuw-weer-broedende-Raven-vlaanderen-20180828). Moreau K. 2017. De comeback van de Raaf in het Dijleland. De Boomklever 45(3): 86-91. Sovon soortenfiches (www.sovon.nl/nl/soort/15720). Vergeer J.W., van Dijk A.J., Boele A., van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J. & Van Der Krieken B. 2004. Atlas van de Vlaamse broedvogels 2000-2002. www.rspb.org.uk/birds-and-wildlife/wildlife-guides/bird-a-z/ Raven. www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/ vogelgids/vogel/Raaf.

Ontdekking van Purperstreepparelmoervlinders in de Doode Bemde Op woensdag 30 mei 2018 werd tijdens een graslandinventarisatie, georganiseerd door de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud, een Purperstreepparelmoervlinder (Brenthis ino) ontdekt in de Doode Bemde. Niet alleen een nieuwe dagvlindersoort voor het Dijleland maar bovenal een verdiende beloning voor de inzet van de Vrienden (VHM vzw) voor de Doode Bemde. ECOLOGIE De Purperstreepparelmoervlinder is een habitatspecialist die voorkomt in vochtige ruigten, kapvlakten en beekdalgraslanden. De wijfjes zetten 78

De Boomklever I september 2018 I vogels

eitjes af op de bladeren en bloemtrossen van Moerasspirea (Filipendula ulmaria), de voornaamste waardplant van de soort. De plantendelen vallen in het najaar met eitjes of rupsen op de grond. De

Purperstreepparelmoervlinder 30 mei 2018 in de Doode Bemde Foto: Paul Nuyts

vlinder gaat hier als eitje of als rups in overwintering. In de lente en vroege zomer nuttigen de rupsen jonge bladscheuten van Moerasspirea. Vegetatie met een voldoende open structuur in het voorjaar is belangrijk opdat de rupsen al zonnend in het strooisel kunnen opwarmen. In mei verpoppen de rupsen en de imago’s vliegen in onze contreien doorgaans van begin juni tot midden juli, in één enkele generatie. De soort is weinig mobiel maar kan occasioneel grote afstanden overbruggen. Populaties zouden in staat zijn lange tijd te kunnen standhouden in kleine gebieden. De Purperstreepparelmoervlinder verkiest vochtige, beschutte en koele leefgebieden. In tegenstelling tot een aantal andere soorten zoals bijvoorbeeld de nauwverwante Braamparelmoervlinder (Brenthis daphne) profiteert deze soort niet van klimaatverandering (volgens voorspellingsmodellen zou het klimaat in België tegen 2050 zelfs veel minder geschikt worden voor de soort). Wel heeft ze baat bij het behouden en ontwikkelen van moerasspirearuigtes en een goede waterhuishouding. Op dat vlak is de soort in de Doode Bemde dus in goede handen. VOORKOMEN IN BELGIË In België komt de Purperstreepparelmoervlinder verspreid voor ten zuiden van de Samber en Maas, waar lokaal vrij grote populaties kunnen voorkomen. Ook in de Eifel, Luxemburg en Noordoost-Frankrijk is de Purperstreepparelmoervlinder een typische soort van vochtige

beekdalen. In Nederland is de soort uitgestorven sinds 1962. Kort na de eeuwwisseling dook de soort er even terug op, vlakbij de grens met Wallonië, om er vervolgens opnieuw te verdwijnen. Elders in België is deze dagvlindersoort uiterst zeldzaam. In Vlaanderen zijn momenteel geen gekende populaties aanwezig van de soort. In de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant werd de soort wel al enkele malen opgemerkt, meestal zonder verdere vervolgwaarnemingen op die locaties. In de zomer van 2004 zag Bram Markey meermaals oranje vlinders op een perceel in Holsbeek, op de grens tussen het Dijle- en Hageland. Omdat deze vlinders in vlucht veel weg hadden van parelmoervlinders, maar te actief waren om op naam te brengen, ging hij gericht op zoek. Terecht zo bleek, want op een nabijgelegen perceel kon hij een exemplaar fotograferen dat zijn vermoedens bevestigde: het was inderdaad een Purperstreepparelmoervlinder. Het ging toen, samen met een waarneming in Kersbeek-Miskom (dieper in het Hageland), om de eerste vaststelling van de soort in de provincie Vlaams-Brabant. In de jaren die volgden werden ondanks geregelde bezoeken jammer genoeg geen individuen meer waargenomen, en inmiddels is de moerasspirearuigte sterk verbost en is Moerasspirea zelfs zo goed als verdwenen uit de kruidlaag (med. R. Uyttenbroeck). Desondanks bleven door de rotatie van de populierenteelt wel voortdurend geschikte stukken beschikbaar in de omgeving, De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

ONGEWERVELDEN

meer dan één koppeltje te herbergen … Veel zal afhangen van de hoeveelheid beschikbaar voedsel in de ruime omgeving. Afgaande op de lage dichtheid waarin de soort zelfs in goede gebieden voorkomt (ongeveer 2 koppels per 100 km² in Wallonië) zal de Raaf hoe dan ook altijd een bijzondere verschijning blijven!

79


Hans Roosen roosenhans@yahoo.com Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com

REFERENTIES Driessens G. 2017. De Raaf : Discrete comeback van onze machtigste kraai. Natuurpunt Nieuwsbericht 23 maart 2017. (www.natuurpunt.be/nieuws/de-Raaf-discrete-comeback-vanonze-machtigste-kraai-20170323). Jacob, J.-P., Dehem, C., Burnel A., Dambiermont, J.-L., Fasol, M., Kinet, T., van der Elst, D. & Paquet, J.-Y. (2010) : Atlas des oiseaux nicheurs de Wallonie 2001-2007. Série ‘Faune-Flore-Habitats’ n° 5. Aves et Région wallonne, Gembloux. 524 p. Moreau K. & Roosen H. 2018. Na anderhalve eeuw weer broedende Raven in Vlaanderen. Natuurpunt Nieuwsbericht 28 augustus 2018. (www.natuurpunt.be/nieuws/na-anderhalve-eeuw-weer-broedende-Raven-vlaanderen-20180828). Moreau K. 2017. De comeback van de Raaf in het Dijleland. De Boomklever 45(3): 86-91. Sovon soortenfiches (www.sovon.nl/nl/soort/15720). Vergeer J.W., van Dijk A.J., Boele A., van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Vermeersch G., Anselin A., Devos K., Herremans M., Stevens J., Gabriëls J. & Van Der Krieken B. 2004. Atlas van de Vlaamse broedvogels 2000-2002. www.rspb.org.uk/birds-and-wildlife/wildlife-guides/bird-a-z/ Raven. www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/ vogelgids/vogel/Raaf.

Ontdekking van Purperstreepparelmoervlinders in de Doode Bemde Op woensdag 30 mei 2018 werd tijdens een graslandinventarisatie, georganiseerd door de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud, een Purperstreepparelmoervlinder (Brenthis ino) ontdekt in de Doode Bemde. Niet alleen een nieuwe dagvlindersoort voor het Dijleland maar bovenal een verdiende beloning voor de inzet van de Vrienden (VHM vzw) voor de Doode Bemde. ECOLOGIE De Purperstreepparelmoervlinder is een habitatspecialist die voorkomt in vochtige ruigten, kapvlakten en beekdalgraslanden. De wijfjes zetten 78

De Boomklever I september 2018 I vogels

eitjes af op de bladeren en bloemtrossen van Moerasspirea (Filipendula ulmaria), de voornaamste waardplant van de soort. De plantendelen vallen in het najaar met eitjes of rupsen op de grond. De

Purperstreepparelmoervlinder 30 mei 2018 in de Doode Bemde Foto: Paul Nuyts

vlinder gaat hier als eitje of als rups in overwintering. In de lente en vroege zomer nuttigen de rupsen jonge bladscheuten van Moerasspirea. Vegetatie met een voldoende open structuur in het voorjaar is belangrijk opdat de rupsen al zonnend in het strooisel kunnen opwarmen. In mei verpoppen de rupsen en de imago’s vliegen in onze contreien doorgaans van begin juni tot midden juli, in één enkele generatie. De soort is weinig mobiel maar kan occasioneel grote afstanden overbruggen. Populaties zouden in staat zijn lange tijd te kunnen standhouden in kleine gebieden. De Purperstreepparelmoervlinder verkiest vochtige, beschutte en koele leefgebieden. In tegenstelling tot een aantal andere soorten zoals bijvoorbeeld de nauwverwante Braamparelmoervlinder (Brenthis daphne) profiteert deze soort niet van klimaatverandering (volgens voorspellingsmodellen zou het klimaat in België tegen 2050 zelfs veel minder geschikt worden voor de soort). Wel heeft ze baat bij het behouden en ontwikkelen van moerasspirearuigtes en een goede waterhuishouding. Op dat vlak is de soort in de Doode Bemde dus in goede handen. VOORKOMEN IN BELGIË In België komt de Purperstreepparelmoervlinder verspreid voor ten zuiden van de Samber en Maas, waar lokaal vrij grote populaties kunnen voorkomen. Ook in de Eifel, Luxemburg en Noordoost-Frankrijk is de Purperstreepparelmoervlinder een typische soort van vochtige

beekdalen. In Nederland is de soort uitgestorven sinds 1962. Kort na de eeuwwisseling dook de soort er even terug op, vlakbij de grens met Wallonië, om er vervolgens opnieuw te verdwijnen. Elders in België is deze dagvlindersoort uiterst zeldzaam. In Vlaanderen zijn momenteel geen gekende populaties aanwezig van de soort. In de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant werd de soort wel al enkele malen opgemerkt, meestal zonder verdere vervolgwaarnemingen op die locaties. In de zomer van 2004 zag Bram Markey meermaals oranje vlinders op een perceel in Holsbeek, op de grens tussen het Dijle- en Hageland. Omdat deze vlinders in vlucht veel weg hadden van parelmoervlinders, maar te actief waren om op naam te brengen, ging hij gericht op zoek. Terecht zo bleek, want op een nabijgelegen perceel kon hij een exemplaar fotograferen dat zijn vermoedens bevestigde: het was inderdaad een Purperstreepparelmoervlinder. Het ging toen, samen met een waarneming in Kersbeek-Miskom (dieper in het Hageland), om de eerste vaststelling van de soort in de provincie Vlaams-Brabant. In de jaren die volgden werden ondanks geregelde bezoeken jammer genoeg geen individuen meer waargenomen, en inmiddels is de moerasspirearuigte sterk verbost en is Moerasspirea zelfs zo goed als verdwenen uit de kruidlaag (med. R. Uyttenbroeck). Desondanks bleven door de rotatie van de populierenteelt wel voortdurend geschikte stukken beschikbaar in de omgeving, De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

ONGEWERVELDEN

meer dan één koppeltje te herbergen … Veel zal afhangen van de hoeveelheid beschikbaar voedsel in de ruime omgeving. Afgaande op de lage dichtheid waarin de soort zelfs in goede gebieden voorkomt (ongeveer 2 koppels per 100 km² in Wallonië) zal de Raaf hoe dan ook altijd een bijzondere verschijning blijven!

79


waardoor het toch de moeite is om te blijven uitkijken voor de soort op deze locatie. EEN POPULATIE IN DE DIJLEVALLEI? Opmerkelijk is de aanwezigheid van een populatie in de Waals-Brabantse Dijlevallei, op ongeveer 20 kilometer van de Doode Bemde. Deze populatie was volgens de Waalse vlinderatlas reeds gekend uit de periode 1985-2000 en ook in de voorbije jaren werden er nog regelmatig enkele individuen waargenomen (med. J. Taymans). Mogelijk fungeerde deze dan ook als bronpopulatie voor de Doode Bemde. Het zou alleszins interessant zijn om de komende jaren na te gaan of de soort ook voorkomt in andere geschikte gebieden in de Dijlevallei tussen de Doode Bemde en de Waals-Brabantse populatie. De waarneming tijdens de graslandinventarisatie viel in het begin van de vliegtijd van de soort en het individu zag er bovendien zeer vers (ongesleten) uit. Daags nadien werden bovendien nog vier exemplaren gevonden in de Doode Bemde (med. P. De Becker). De aanwezigheid van meerdere verse individuen tijdens de eerste dagen van de vliegperiode stemt optimistisch en suggereert dat er minstens in 2017 voortplanting plaatsvond. Het is ook mogelijk dat de soort al langer aanwezig was maar onopgemerkt bleef. Zo leverden meerdere gerichte zoekacties door enkele vlinderaars – naar aanleiding van de ontdekking – geen bijkomende waarnemingen op, wat aangeeft dat de soort (vanop de paden) zeer makkelijk over het hoofd gezien kan worden in het gebied. Hopelijk kunnen we de komende ja80

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

Vindplaats van de Holsbeekse Purperstreepparelmoervlinder anno 2018 Foto: Roel Uyttenbroeck

ren vaststellen dat deze soort het naar haar zin heeft in de Doode Bemde en er een duurzame populatie kan opbouwen. Maxime Fajgenblat maxime.fajgenblat@gmail.com Hans Roosen roosenhans@yahoo.com REFERENTIES Bink, F.A. (1992). Ecologische Atlas van de Dagvlinders van Noordwest-Europa. Schuyt, Haarlem, 511p. Bos, F., Bosveld, M., Groenendijk, D., Van Swaay, C., Wynhoff, I. & De Vlinderstichting (2006). Purperstreepparelmoervlinder Brenthis ino. In: Nederlandse Fauna 7: p. 306-307. Fichefet V., Barbier Y., Baugnée J.-Y., Dufrêne M., Goffart P., Maes D. & Van Dyck, H., 2008. Papillons de jour de Wallonie (1985-2007) . Publication du Groupe de Travail Lépidoptères Lycaena et du Département de l’Étude du Milieu Naturel et Agricole (SPW-DGARNE), Série " Faune-Flore-Habitat ", n°4, Gembloux, 320 pp. Fichefet, V. (2010). Azuré du trèfle (Cupido argiades). La Biodiversité en Wallonie. http://biodiversite.wallonie.be/fr/brenthis-ino.html?IDD=50333872&IDC=276. Lafranchis, T., Jutzeler, D., Guillosson, J.-Y., Kan, P. & Kan, B. (2015). La Vie des Papillons: Ecologie, Biologie et Comportement des Rhopalocères de France. Diatheo, Barcelona, 751p. Maes D., Vanreusel W. & Van Dyck H. (2013). Dagvlinders in Vlaanderen: nieuwe kennis voor betere actie. Tielt, uitgeverij Lannoo nv, 542p. Settele J., Kudrna O., Harpke A., Kühn I., van Swaay C., Verovnik R., Warren M., Wiemers M., Hanspach J., Hickler T., Kühn E., van Halder I., Veling K., Vliegenthart A., Wynhoff I. & Schweiger O. (2008). Climatic Risk Atlas of European Butterflies. BioRisk 1: 1-712. Waarnemingen.be (www.waarnemingen.be).

Gevlekte witsnuitlibel Terlanen Foto: Hans Roosen

Witsnuitlibellen (genus Leucorrhinia) zijn kleine glazenmakers genoemd naar hun opvallend wit gezicht dat contrasteert met een donker lichaam. In België is er voortplanting bekend van 4 soorten. Tot nu werden deze prachtige libellen echter nog niet in het Dijleland waargenomen. Meer nog: in een straal van meer dan 50 km zijn er geen populaties bekend. Het was dan ook een grote verrassing dat in 2018 drie in België zeldzame tot heel zeldzame witsnuitsoorten in onze regio werden opgemerkt: zowel de Gevlekte (L. pectoralis), de Noordse (L. rubicunda), als de Sierlijke (L. caudalis). Alle waarnemingen vielen in mei-juni wat overeenkomt met de piek in het vliegseizoen van deze lentesoorten. Het ging telkens om typische zwervers: solitaire mannetjes die slechts op één dag en op één locatie werden gezien. Hoewel deze hele warme lente en zomer aanleiding gaven tot opvallend veel waarnemingen van zuidelijke soorten libellen in België, passen deze drie witsnuiten niet in dit plaatje. De Gevlekte en Sierlijke witsnuiten hebben hun kerngebied in het oosten van Centraal-Europa en de Noordse is zoals de naam aangeeft een uitgesproken Noord-Europese soort die in Noord-België zijn zuidgrens kent. Het warme weer over gans Europa heeft de larvale populaties waarschijnlijk wel positief beïnvloed en daarna goede dispersie-omstandigheden voor de adulten gecreëerd, die mogelijk nog eens extra getriggerd werden door droogte in de voortplantingsgebieden. Deze drie soorten kenden in 2018 dan ook in het algemeen een heel goed jaar in België. Onze waarnemingen voor de Gevlekte en de Noordse witsnuit kaderen bovendien in een kleine influx met ook voor het eerst waarnemingen in aanpalende 5 km hokken in de Brusselse regio.

ONGEWERVELDEN

Purperstreepparelmoervlinder Holsbeek Foto: Bram Markey

Drie nieuwe soorten witsnuitlibel voor het Dijleland

Op een kleine natuurlijke tuinvijver (zonder vis) in Terlanen ben ik het gewoon om heel wat verschillende libellensoorten tegen te komen. Bij een kort bezoek op 26 mei 2018 viel ons oog al snel op een relatief kleine, donkerrood aangelopen libel die met een karakteristieke vlucht boven het water patrouilleerde. Hierbij ging ze af en toe kort op een takje zitten, waarbij het witte snuitje en een gelige vlek op een van de laatste achterlijfsegmenten de meest opvallende kenmerken waren… Omdat dergelijke witsnuiten niet tot onze parate kennis behoren, namen we snel een filmpje op met de smartphone (een foto was door de slechts zeer korte momenten in zit geen optie). Een snelle check online bevestigde ons vermoeden: een mannetje Gevlekte witsnuit! Een 10-tal minuten later was het beest gevlogen … Hans Roosen

De momenteel zeer zeldzame Gevlekte witsnuitlibel is de meest warmteminnende van de Belgische witsnuiten. Zijn verspreiding reikt zuidelijker dan de andere soorten, maar toch is ze ook ten zuiden van België heel schaars. Deze waarneming past in een kleine influx rond Brussel met waarnemingen van telkens 1-2 dieren in 4 aanpalende 5 km hokken. 2018 was trouwens een absoluut topjaar voor deze soort, die zich lijkt te De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

81


waardoor het toch de moeite is om te blijven uitkijken voor de soort op deze locatie. EEN POPULATIE IN DE DIJLEVALLEI? Opmerkelijk is de aanwezigheid van een populatie in de Waals-Brabantse Dijlevallei, op ongeveer 20 kilometer van de Doode Bemde. Deze populatie was volgens de Waalse vlinderatlas reeds gekend uit de periode 1985-2000 en ook in de voorbije jaren werden er nog regelmatig enkele individuen waargenomen (med. J. Taymans). Mogelijk fungeerde deze dan ook als bronpopulatie voor de Doode Bemde. Het zou alleszins interessant zijn om de komende jaren na te gaan of de soort ook voorkomt in andere geschikte gebieden in de Dijlevallei tussen de Doode Bemde en de Waals-Brabantse populatie. De waarneming tijdens de graslandinventarisatie viel in het begin van de vliegtijd van de soort en het individu zag er bovendien zeer vers (ongesleten) uit. Daags nadien werden bovendien nog vier exemplaren gevonden in de Doode Bemde (med. P. De Becker). De aanwezigheid van meerdere verse individuen tijdens de eerste dagen van de vliegperiode stemt optimistisch en suggereert dat er minstens in 2017 voortplanting plaatsvond. Het is ook mogelijk dat de soort al langer aanwezig was maar onopgemerkt bleef. Zo leverden meerdere gerichte zoekacties door enkele vlinderaars – naar aanleiding van de ontdekking – geen bijkomende waarnemingen op, wat aangeeft dat de soort (vanop de paden) zeer makkelijk over het hoofd gezien kan worden in het gebied. Hopelijk kunnen we de komende ja80

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

Vindplaats van de Holsbeekse Purperstreepparelmoervlinder anno 2018 Foto: Roel Uyttenbroeck

ren vaststellen dat deze soort het naar haar zin heeft in de Doode Bemde en er een duurzame populatie kan opbouwen. Maxime Fajgenblat maxime.fajgenblat@gmail.com Hans Roosen roosenhans@yahoo.com REFERENTIES Bink, F.A. (1992). Ecologische Atlas van de Dagvlinders van Noordwest-Europa. Schuyt, Haarlem, 511p. Bos, F., Bosveld, M., Groenendijk, D., Van Swaay, C., Wynhoff, I. & De Vlinderstichting (2006). Purperstreepparelmoervlinder Brenthis ino. In: Nederlandse Fauna 7: p. 306-307. Fichefet V., Barbier Y., Baugnée J.-Y., Dufrêne M., Goffart P., Maes D. & Van Dyck, H., 2008. Papillons de jour de Wallonie (1985-2007) . Publication du Groupe de Travail Lépidoptères Lycaena et du Département de l’Étude du Milieu Naturel et Agricole (SPW-DGARNE), Série " Faune-Flore-Habitat ", n°4, Gembloux, 320 pp. Fichefet, V. (2010). Azuré du trèfle (Cupido argiades). La Biodiversité en Wallonie. http://biodiversite.wallonie.be/fr/brenthis-ino.html?IDD=50333872&IDC=276. Lafranchis, T., Jutzeler, D., Guillosson, J.-Y., Kan, P. & Kan, B. (2015). La Vie des Papillons: Ecologie, Biologie et Comportement des Rhopalocères de France. Diatheo, Barcelona, 751p. Maes D., Vanreusel W. & Van Dyck H. (2013). Dagvlinders in Vlaanderen: nieuwe kennis voor betere actie. Tielt, uitgeverij Lannoo nv, 542p. Settele J., Kudrna O., Harpke A., Kühn I., van Swaay C., Verovnik R., Warren M., Wiemers M., Hanspach J., Hickler T., Kühn E., van Halder I., Veling K., Vliegenthart A., Wynhoff I. & Schweiger O. (2008). Climatic Risk Atlas of European Butterflies. BioRisk 1: 1-712. Waarnemingen.be (www.waarnemingen.be).

Gevlekte witsnuitlibel Terlanen Foto: Hans Roosen

Witsnuitlibellen (genus Leucorrhinia) zijn kleine glazenmakers genoemd naar hun opvallend wit gezicht dat contrasteert met een donker lichaam. In België is er voortplanting bekend van 4 soorten. Tot nu werden deze prachtige libellen echter nog niet in het Dijleland waargenomen. Meer nog: in een straal van meer dan 50 km zijn er geen populaties bekend. Het was dan ook een grote verrassing dat in 2018 drie in België zeldzame tot heel zeldzame witsnuitsoorten in onze regio werden opgemerkt: zowel de Gevlekte (L. pectoralis), de Noordse (L. rubicunda), als de Sierlijke (L. caudalis). Alle waarnemingen vielen in mei-juni wat overeenkomt met de piek in het vliegseizoen van deze lentesoorten. Het ging telkens om typische zwervers: solitaire mannetjes die slechts op één dag en op één locatie werden gezien. Hoewel deze hele warme lente en zomer aanleiding gaven tot opvallend veel waarnemingen van zuidelijke soorten libellen in België, passen deze drie witsnuiten niet in dit plaatje. De Gevlekte en Sierlijke witsnuiten hebben hun kerngebied in het oosten van Centraal-Europa en de Noordse is zoals de naam aangeeft een uitgesproken Noord-Europese soort die in Noord-België zijn zuidgrens kent. Het warme weer over gans Europa heeft de larvale populaties waarschijnlijk wel positief beïnvloed en daarna goede dispersie-omstandigheden voor de adulten gecreëerd, die mogelijk nog eens extra getriggerd werden door droogte in de voortplantingsgebieden. Deze drie soorten kenden in 2018 dan ook in het algemeen een heel goed jaar in België. Onze waarnemingen voor de Gevlekte en de Noordse witsnuit kaderen bovendien in een kleine influx met ook voor het eerst waarnemingen in aanpalende 5 km hokken in de Brusselse regio.

ONGEWERVELDEN

Purperstreepparelmoervlinder Holsbeek Foto: Bram Markey

Drie nieuwe soorten witsnuitlibel voor het Dijleland

Op een kleine natuurlijke tuinvijver (zonder vis) in Terlanen ben ik het gewoon om heel wat verschillende libellensoorten tegen te komen. Bij een kort bezoek op 26 mei 2018 viel ons oog al snel op een relatief kleine, donkerrood aangelopen libel die met een karakteristieke vlucht boven het water patrouilleerde. Hierbij ging ze af en toe kort op een takje zitten, waarbij het witte snuitje en een gelige vlek op een van de laatste achterlijfsegmenten de meest opvallende kenmerken waren… Omdat dergelijke witsnuiten niet tot onze parate kennis behoren, namen we snel een filmpje op met de smartphone (een foto was door de slechts zeer korte momenten in zit geen optie). Een snelle check online bevestigde ons vermoeden: een mannetje Gevlekte witsnuit! Een 10-tal minuten later was het beest gevlogen … Hans Roosen

De momenteel zeer zeldzame Gevlekte witsnuitlibel is de meest warmteminnende van de Belgische witsnuiten. Zijn verspreiding reikt zuidelijker dan de andere soorten, maar toch is ze ook ten zuiden van België heel schaars. Deze waarneming past in een kleine influx rond Brussel met waarnemingen van telkens 1-2 dieren in 4 aanpalende 5 km hokken. 2018 was trouwens een absoluut topjaar voor deze soort, die zich lijkt te De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

81


Sierlijke witsnuitlibel Groenendaal Foto: Hilde Vandevoorde

vestigen in de Kempen. Deze witsnuit is bovendien heel divers in habitatkeuze en verkiest naast veengebieden bijvoorbeeld ook sloten en bosmeren. Dit is dan ook de enige van de drie soorten die de volgende jaren meer te verwachten is in onze regio, mogelijk zelfs voortplantend.

Op 19 mei 2018 ontdekte Johan Nysten iets na 15u een mannetje witsnuitlibel aan de educatieve plas in de Doode Bemde. Het mannetje zat eerst op een verdroogd stuk lisdodde en vloog later naar het houten staketsel waar hij zich verder liet bewonderen. Na controle van enkele kenmerken werd duidelijk dat het om de Noordse witsnuitlibel ging en niet om zijn dubbelganger de Venwitsnuitlibel. Meer bepaald had het dier een roodbruin pterostigma, een voorvleugelader die geel was over de ganse vleugellengte en grote rode vlekken op het achterlijf. Dankzij een bericht op de regionale WhatsAppgroep konden nog andere waarnemers de soort zien. Iets na 16u werd het dier helaas niet meer teruggevonden. Deze vrij kleine vijver met rijke begroeiing is dan ook geen geschikt habitat voor deze soort. Het is opvallend hoeveel zwervende libellen aan deze vijver al werden waargenomen de laatste jaren, zoals de Bandheidelibel, de Tengere pantserjuffer, de Zuidelijke oeverlibel en de Zwervende pantserjuffer. Naast de relatief grote aandacht die de vijver krijgt, is de nabijheid van de Dijle op enkele meters waarschijnlijk ook een belangrijke factor. Robby Stoks

82

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

De Noordse Witsnuitlibel is in België een zeldzame soort met zwaartepunt in de Kempen. De waarneming in Oud-Heverlee sluit aan bij een kleine influx in de Brusselse regio, waar de soort voorheen ook nog nooit was waargenomen. Het ging hierbij telkens ook om ééndags-waarnemingen van solitaire mannetjes eind mei – begin juni in Watermaal-Bosvoorde, Laken en in het park van Sint-Pieters-Woluwe. Hoewel de Noordse witsnuit een typische soort is van zure, oligotrofe meren en vennen kan je ze tijdens een influx overal aantreffen. Zo was er op 26 mei zelfs een

Op woensdag 20 juni 2018 liep ik samen met Arnold één van zijn vele libellenmonitoringsroutes. Die dag waren de Kasteelvijvers langs de Duboislaan in Groenendaal aan de beurt. Bij de Lindevijver, op een takje in het water, zaten drie libellen, bijna genoteerd als drie Gewone oeverlibellen, doch eentje zag er anders uit. Bij observatie door mijn verrekijker vielen me onmiddellijk de witte achterlijfaanhangselen en de witte pterostigma’s op. Dit kon maar één ding betekenen: een mannetje Sierlijke witsnuitlibel. Toch konden we onze ogen niet geloven. Amper twee weken geleden, tijdens een excursie met de Libellenvereniging Vlaanderen, uitvoerig kunnen bestuderen in Mol en vandaag zo dicht bij huis? In het Zoniënwoud?! Dit bracht de teller van waargenomen soorten in Groenendaal meteen op 30. De dagen na deze waarneming kon het dier door andere waarnemers en mezelf jammer genoeg niet meer teruggevonden worden. Laten we hopen dat deze soort zich toch kan vestigen in Vlaams-Brabant zodat we, van deze, en de vele andere, nog lang kunnen genieten. Hilde Vandevoorde

De Sierlijke witsnuitlibel is in België ongetwijfeld de meest zeldzame soort van de drie en heeft een speciale beschermingsstatus binnen Europa. In Vlaanderen stierf deze soort uit in het begin van de 20e eeuw en werd pas in 2013 herontdekt. De soort heeft momenteel een heel kleine populatie in de buurt van Mol en kent daarnaast jaarlijks enkele geïsoleerde waarnemingen verspreid over het land. Dit is de eerste waarneming sinds meer dan 100 jaar in Vlaams-Brabant. De soort verkiest matig voedselrijke, onbeschaduwde plassen en meren met een rijke oevervegetatie en met vis gelegen in bosgebieden. Dit komt mooi overeen met de waarnemingsplaats. Misschien al even opvallend als het opduiken van deze drie soorten in hetzelfde jaar is het ontbreken van waarnemingen in onze regio van de Venwitsnuitlibel (L. dubia). Deze in België minst zeldzame witsnuit kent verschillende grote populaties in de Kempen, de Ardennen en de Hoge Venen en kende in 2018 nochtans ook een topjaar. De soort werd eind mei – begin juni wel voor de eerste keer waargenomen in 3 aanpalende 5 km hokken in de Brusselse regio (Rood Klooster in Oudergem, park van Sint-Pieters-Woluwe en in Vorst). Deze soort verkiest meestal zure venen, vijvers en meren, maar zwervers kan je overal tegenkomen en dit is dus zeker een soort die we in de toekomst als zwerver kunnen verwachten.

ONGEWERVELDEN

waarneming van een vrouwtje op de begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen.

Robby Stoks robby.stoks@bio.kuleuven.be

Noordse witsnuitlibel - de Doode Bemde Foto: Johan Nysten BRONNEN

De Knijf G (2015). Sierlijke witsnuitlibel na 100 jaar terug in Vlaanderen. Natuurbericht. www.natuurpunt.be/nieuws/sierlijke-witsnuitlibel-na100-jaar-terug-vlaanderen-20150602. De Knijf G, Anselin A, Goffart Ph & Tailly M (2006). De libellen van België – verspreiding, evolutie en habitats. Libellenwerkgroep Gomphus i.s.m. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Brussel. Dijkstra K-D (2008). Libellen van Europa. Tirion Natuur.

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

83


Sierlijke witsnuitlibel Groenendaal Foto: Hilde Vandevoorde

vestigen in de Kempen. Deze witsnuit is bovendien heel divers in habitatkeuze en verkiest naast veengebieden bijvoorbeeld ook sloten en bosmeren. Dit is dan ook de enige van de drie soorten die de volgende jaren meer te verwachten is in onze regio, mogelijk zelfs voortplantend.

Op 19 mei 2018 ontdekte Johan Nysten iets na 15u een mannetje witsnuitlibel aan de educatieve plas in de Doode Bemde. Het mannetje zat eerst op een verdroogd stuk lisdodde en vloog later naar het houten staketsel waar hij zich verder liet bewonderen. Na controle van enkele kenmerken werd duidelijk dat het om de Noordse witsnuitlibel ging en niet om zijn dubbelganger de Venwitsnuitlibel. Meer bepaald had het dier een roodbruin pterostigma, een voorvleugelader die geel was over de ganse vleugellengte en grote rode vlekken op het achterlijf. Dankzij een bericht op de regionale WhatsAppgroep konden nog andere waarnemers de soort zien. Iets na 16u werd het dier helaas niet meer teruggevonden. Deze vrij kleine vijver met rijke begroeiing is dan ook geen geschikt habitat voor deze soort. Het is opvallend hoeveel zwervende libellen aan deze vijver al werden waargenomen de laatste jaren, zoals de Bandheidelibel, de Tengere pantserjuffer, de Zuidelijke oeverlibel en de Zwervende pantserjuffer. Naast de relatief grote aandacht die de vijver krijgt, is de nabijheid van de Dijle op enkele meters waarschijnlijk ook een belangrijke factor. Robby Stoks

82

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

De Noordse Witsnuitlibel is in België een zeldzame soort met zwaartepunt in de Kempen. De waarneming in Oud-Heverlee sluit aan bij een kleine influx in de Brusselse regio, waar de soort voorheen ook nog nooit was waargenomen. Het ging hierbij telkens ook om ééndags-waarnemingen van solitaire mannetjes eind mei – begin juni in Watermaal-Bosvoorde, Laken en in het park van Sint-Pieters-Woluwe. Hoewel de Noordse witsnuit een typische soort is van zure, oligotrofe meren en vennen kan je ze tijdens een influx overal aantreffen. Zo was er op 26 mei zelfs een

Op woensdag 20 juni 2018 liep ik samen met Arnold één van zijn vele libellenmonitoringsroutes. Die dag waren de Kasteelvijvers langs de Duboislaan in Groenendaal aan de beurt. Bij de Lindevijver, op een takje in het water, zaten drie libellen, bijna genoteerd als drie Gewone oeverlibellen, doch eentje zag er anders uit. Bij observatie door mijn verrekijker vielen me onmiddellijk de witte achterlijfaanhangselen en de witte pterostigma’s op. Dit kon maar één ding betekenen: een mannetje Sierlijke witsnuitlibel. Toch konden we onze ogen niet geloven. Amper twee weken geleden, tijdens een excursie met de Libellenvereniging Vlaanderen, uitvoerig kunnen bestuderen in Mol en vandaag zo dicht bij huis? In het Zoniënwoud?! Dit bracht de teller van waargenomen soorten in Groenendaal meteen op 30. De dagen na deze waarneming kon het dier door andere waarnemers en mezelf jammer genoeg niet meer teruggevonden worden. Laten we hopen dat deze soort zich toch kan vestigen in Vlaams-Brabant zodat we, van deze, en de vele andere, nog lang kunnen genieten. Hilde Vandevoorde

De Sierlijke witsnuitlibel is in België ongetwijfeld de meest zeldzame soort van de drie en heeft een speciale beschermingsstatus binnen Europa. In Vlaanderen stierf deze soort uit in het begin van de 20e eeuw en werd pas in 2013 herontdekt. De soort heeft momenteel een heel kleine populatie in de buurt van Mol en kent daarnaast jaarlijks enkele geïsoleerde waarnemingen verspreid over het land. Dit is de eerste waarneming sinds meer dan 100 jaar in Vlaams-Brabant. De soort verkiest matig voedselrijke, onbeschaduwde plassen en meren met een rijke oevervegetatie en met vis gelegen in bosgebieden. Dit komt mooi overeen met de waarnemingsplaats. Misschien al even opvallend als het opduiken van deze drie soorten in hetzelfde jaar is het ontbreken van waarnemingen in onze regio van de Venwitsnuitlibel (L. dubia). Deze in België minst zeldzame witsnuit kent verschillende grote populaties in de Kempen, de Ardennen en de Hoge Venen en kende in 2018 nochtans ook een topjaar. De soort werd eind mei – begin juni wel voor de eerste keer waargenomen in 3 aanpalende 5 km hokken in de Brusselse regio (Rood Klooster in Oudergem, park van Sint-Pieters-Woluwe en in Vorst). Deze soort verkiest meestal zure venen, vijvers en meren, maar zwervers kan je overal tegenkomen en dit is dus zeker een soort die we in de toekomst als zwerver kunnen verwachten.

ONGEWERVELDEN

waarneming van een vrouwtje op de begraafplaats Schoonselhof in Antwerpen.

Robby Stoks robby.stoks@bio.kuleuven.be

Noordse witsnuitlibel - de Doode Bemde Foto: Johan Nysten BRONNEN

De Knijf G (2015). Sierlijke witsnuitlibel na 100 jaar terug in Vlaanderen. Natuurbericht. www.natuurpunt.be/nieuws/sierlijke-witsnuitlibel-na100-jaar-terug-vlaanderen-20150602. De Knijf G, Anselin A, Goffart Ph & Tailly M (2006). De libellen van België – verspreiding, evolutie en habitats. Libellenwerkgroep Gomphus i.s.m. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Brussel. Dijkstra K-D (2008). Libellen van Europa. Tirion Natuur.

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

83


EEN BOOMKIKKER MIN OF MEER… !?! (HALASTÓ, 19 OKTOBER 2010) Wijfje Metaalglanslibel - Kessel-Lo Let op de opvallende afstaande legdschede Foto: Tom Bovens

Eerste waarneming van een Metaalglanslibel in het Dijleland

84

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

enkel vliegend waar te nemen wat determinatie bemoeilijkt. Enkel de vrouwtjes kan je er iets gemakkelijker in vlucht uitpikken door de opvallende afstaande legschede. Het is dan ook niet onverwacht dat deze eerste waarneming een vrouwtje betrof. De soort vliegt in België vooral in juni-juli. Deze waarneming is dus heel vroeg en was de tweede vroegste waarneming van de soort in 2018 in België. Het vrouwtje vloog wat atypisch boven één van de kleinere kunstmatige vijvers met een kleine rietkraag en nauwelijks schaduw. Ondanks intensief zoeken werd de soort de volgende dagen niet meer teruggevonden tussen de verschillende smaragdlibellen. Een soort die mits gerichte aandacht zeker opnieuw te verwachten is.

DE EERSTE KEER

Op 15 mei 2018 ontdekte Tom Bovens in het Provinciedomein van Kessel-Lo een nieuwe libellensoort voor het Dijleland: de Metaalglanslibel Somatochora metallica. Deze soort was al lang verwacht. Dit is immers een vrij algemene soort in België, ten minste in de Kempen en ten zuiden van Samber en Maas. Bovendien heeft de soort een brede habitatvoorkeur die aansluit bij het aanbod van het Dijleland: zowel stilstaande als traag stromende wateren, zoals vijvers en dode rivierarmen, vaak in bosrijke gebieden. De dichtstbijzijnde waarnemingen van deze soort gebeurden in Rotselaar, waar de soort in 2018 ook voor de eerste keer werd gezien, wat wijst op een regionale influx. De Metaalglanslibel is in het verleden mogelijk over het hoofd gezien omdat ze graag in de schaduw boven de oever vliegt en wegens verwarring met de in het Dijleland plaatselijk vrij algemene Smaragdlibel. Zowel glanslibellen als smaragdlibellen zijn doorgaans

We zijn hier gisteren aangekomen. Ons verblijf, na enig zoekwerk op internet gevonden, is gelegen op een steenworp afstand van de grootste slaapplaats van kraanvogels in dit deel van Oost-Europa. Het heeft hier echter de afgelopen 3 weken affreus veel geregend: ganse stukken van de steppe staan nu onder water. De tienduizenden kraanvogels, die in de Hortobagy normaal op een handvol klassieke slaapplaatsen present geven, hebben nu keuze te over waar ze ‘s avonds hun poten in het water zetten. De grote concentraties moeten we hier nu zeker niet verwachten, verzekerde ons een Hongaarse vogelkijker. Niet dat we ons vandaag verveeld hebben, integendeel. Ruim 20 vierkante kilometer visvijvers en rietmoeras: “daar komt al wel eens een vogeltje naartoe …”

Geen wonder dus dat het uren geduurd heeft vooraleer we de 5 km overbrugd hebben tot aan de achterste vijver. “We zijn er zeker?” vraagt Jo als we een klein gebouw aan de laatste dwarsdijk naderen. Het is het eind“station” van een spoorlijntje op de middendijk. Naast de middendijk lopen 2 afvoersloten waarmee op gezette tijden anderhalve kilometer visvijver links of rechts van de middendijk worden drooggezet. Waarschijnlijk stamt dit systeem nog uit de tijd toen de communisten de plak zwaaiden in Hongarije. Werd hier vroeger zoveel vis gevangen dat je er letterlijk wagonladingen kon mee vullen ? De accommodatie voor vogelkijkende bezoekers is hier in ieder geval fel verbeterd sinds mijn vorige bezoek. De aftandse hoogzitten zijn verdwenen en er is een houten pad door de brede rietgordel aangelegd naar een

Robby Stoks robby.stoks@bio.kuleuven.be De Boomklever I september 2018 I de eerste keer

85


EEN BOOMKIKKER MIN OF MEER… !?! (HALASTÓ, 19 OKTOBER 2010) Wijfje Metaalglanslibel - Kessel-Lo Let op de opvallende afstaande legdschede Foto: Tom Bovens

Eerste waarneming van een Metaalglanslibel in het Dijleland

84

De Boomklever I september 2018 I ongewervelden

enkel vliegend waar te nemen wat determinatie bemoeilijkt. Enkel de vrouwtjes kan je er iets gemakkelijker in vlucht uitpikken door de opvallende afstaande legschede. Het is dan ook niet onverwacht dat deze eerste waarneming een vrouwtje betrof. De soort vliegt in België vooral in juni-juli. Deze waarneming is dus heel vroeg en was de tweede vroegste waarneming van de soort in 2018 in België. Het vrouwtje vloog wat atypisch boven één van de kleinere kunstmatige vijvers met een kleine rietkraag en nauwelijks schaduw. Ondanks intensief zoeken werd de soort de volgende dagen niet meer teruggevonden tussen de verschillende smaragdlibellen. Een soort die mits gerichte aandacht zeker opnieuw te verwachten is.

DE EERSTE KEER

Op 15 mei 2018 ontdekte Tom Bovens in het Provinciedomein van Kessel-Lo een nieuwe libellensoort voor het Dijleland: de Metaalglanslibel Somatochora metallica. Deze soort was al lang verwacht. Dit is immers een vrij algemene soort in België, ten minste in de Kempen en ten zuiden van Samber en Maas. Bovendien heeft de soort een brede habitatvoorkeur die aansluit bij het aanbod van het Dijleland: zowel stilstaande als traag stromende wateren, zoals vijvers en dode rivierarmen, vaak in bosrijke gebieden. De dichtstbijzijnde waarnemingen van deze soort gebeurden in Rotselaar, waar de soort in 2018 ook voor de eerste keer werd gezien, wat wijst op een regionale influx. De Metaalglanslibel is in het verleden mogelijk over het hoofd gezien omdat ze graag in de schaduw boven de oever vliegt en wegens verwarring met de in het Dijleland plaatselijk vrij algemene Smaragdlibel. Zowel glanslibellen als smaragdlibellen zijn doorgaans

We zijn hier gisteren aangekomen. Ons verblijf, na enig zoekwerk op internet gevonden, is gelegen op een steenworp afstand van de grootste slaapplaats van kraanvogels in dit deel van Oost-Europa. Het heeft hier echter de afgelopen 3 weken affreus veel geregend: ganse stukken van de steppe staan nu onder water. De tienduizenden kraanvogels, die in de Hortobagy normaal op een handvol klassieke slaapplaatsen present geven, hebben nu keuze te over waar ze ‘s avonds hun poten in het water zetten. De grote concentraties moeten we hier nu zeker niet verwachten, verzekerde ons een Hongaarse vogelkijker. Niet dat we ons vandaag verveeld hebben, integendeel. Ruim 20 vierkante kilometer visvijvers en rietmoeras: “daar komt al wel eens een vogeltje naartoe …”

Geen wonder dus dat het uren geduurd heeft vooraleer we de 5 km overbrugd hebben tot aan de achterste vijver. “We zijn er zeker?” vraagt Jo als we een klein gebouw aan de laatste dwarsdijk naderen. Het is het eind“station” van een spoorlijntje op de middendijk. Naast de middendijk lopen 2 afvoersloten waarmee op gezette tijden anderhalve kilometer visvijver links of rechts van de middendijk worden drooggezet. Waarschijnlijk stamt dit systeem nog uit de tijd toen de communisten de plak zwaaiden in Hongarije. Werd hier vroeger zoveel vis gevangen dat je er letterlijk wagonladingen kon mee vullen ? De accommodatie voor vogelkijkende bezoekers is hier in ieder geval fel verbeterd sinds mijn vorige bezoek. De aftandse hoogzitten zijn verdwenen en er is een houten pad door de brede rietgordel aangelegd naar een

Robby Stoks robby.stoks@bio.kuleuven.be De Boomklever I september 2018 I de eerste keer

85


86

De Boomklever I september 2018 I de eerste keer

vandoor te gaan maar om één of andere reden lukt dat niet. Als Jo ze vastpakt zien we de reden. De huid over de ogen is helemaal ondoorschijnend: ze staat op het punt om te vervellen. We vervolgen onze weg tot we aankomen aan het zuidpunt van de Kondas-vijver. Daar krijg je pas zicht wat een immense vlakte de puszta is. Hier en daar wordt deze oceaan van gras onderbroken door kleine bosjes. In de lager gelegen depressies groeit riet dat nu, half oktober, groengeel verkleurt. Aan de einder schemeren, het lijkt wel oneindig ver weg, enkele boerderijen. De vegetatie van de puszta ziet er nu geweldig uit in het gouden strijklicht van de laag staande avondzon. Met de verrekijker duik je er middenin. Bij elke windvlaag golven de stroken groen, okergeel en oranjebruin langs en door elkaar. Minutenlang volg ik het schouwspel, ik kan er niet genoeg van krijgen. Een landschap om je klein in te voelen, denk ik bij mezelf. Jo haalt me terug uit mijn contemplatief moment: “Zie je daar nog iets?” “Neen, ik ben eigenlijk naar de kleuren aan het kijken. Of, ja toch …” Op een elektriciteitspaal in het midden van dit “grassy nowhere” zit een een grote valk maar ze herkennen in dit tanende licht vergt wat inspanning: “Misschien een sa ..., nee toch niet, het is een slechtvalk” “Wat hoopte je dan wél te zien ?” vraagt Jo, nieuwsgierig geworden door mijn ietwat teleurgestelde reactie. “Tja, ik denk dat hier meer sakers voorkomen dan slechtvalken” leg ik

Zelfs Jo staat hier perplex van: “Ik heb nog nooit zoveel amfibieën bij elkaar gezien, Herwig” verzekert hij mij. We zijn toch al half oktober voorbij?” “Tja, 20 vierkante kilometer water … “ antwoord ik aarzelend. “Is dat hier zo groot?” trekt hij grote ogen. “Hmm”, knik ik overtuigd. “Ik heb het daarstraks bekeken op de kaart”. “En die bruine en groene kikkers, ken je daar iets van?” maar die vraag overstijgt ruimschoots mijn herpetologische bagage. “En die boomkikkers, in België zitten die juist in plassen zonder vis, toch ... ?” Ook daar moet ik het antwoord op schuldig blijven. Het is zacht beginnen te regenen als we een kwartier later de parking van ons verblijf opdraaien. Bij het uitstappen, wordt al snel duidelijk dat ook hier het vochtige warme asfalt een onweerstaanbare trekpleister is voor amfibieën. Kamsalamanders, een gewone pad, roodbuikvuurpadjes, en boomkikkers: vééél boomkikkers … Naast de gebruikelijke Kermitgroene boomkikkers vinden we hier tot onze verbazing zelfs donker olijfgroene en zelfs een grijs “gemarmerd” exemplaar. “Tja, als er hier ook al boomkikkers zitten … Kijk, daar springt er nog één. Ik ga hem pakken …” roep ik naar Jo maar die roept me bij deze oprisping van jeugdig enthousiasme tot de orde: “Kom, we moeten nu écht gaan eten Herwig, straks zijn we te laat. Ga jij in het Hongaars uitleggen dat we bij de boomkikkers zijn blijven hangen?” “Euh, nee … OK”, geef ik schoorvoetend toe, “misschien kunnen we straks nog eens komen kijken?” Jo bekijkt mij even schuin: “We zullen dan wél zeer goed moeten opletten om niks plat te lopen!?!” Terwijl ik het restaurant binnenloop, laat ik dat laatste even tot mij doordringen. Stel je voor dat je dat in België moet gaan opbiechten aan een amfibieënliefhebber: “Ja, ik heb daar én boomkikkers én vuurbuikpadjes én kamsalamanders tot moes gelopen. Het was niet zo erg, want er waren er toch genoeg…”

DE EERSTE KEER

aantal schuilhutten aan de rand van het water. Kondas, zo heet deze plas, is tegelijk de meest afgelegen én de grootste onder de joekels van vijvers waaruit dit watervogelparadijs bestaat. Ik meet ook dit even na op de kaart. Een driehoek van 3 op 3 km: ja, daar kunnen wel wat kraanvogels naast elkaar staan … Ons ingespannen speurwerk levert hier vandaag buiten het normale waterwild enkel 2 roodhalsfuten op. Jo vindt ook verder weinig verrassende soorten en dus leg ik hem even het verdere plan voor: “Kijk, we zitten hier. We kunnen hier schuin naar rechts en dan zo terug met aan de éne kant de vijvers en aan de andere kant de open puszta …” “En dan zo terug naar de parking” vult hij naadloos aan op de kaart. Mensen die elkaar al ruim 30 jaar kennen, weten al snel wat de andere bedoelt … De dag is al flink gevorderd en we stappen nu wat sneller. Zelfs nu in oktober, met de continentale winter voor de deur, word je hier verwend. Zeearend, witoogeend, grote vuurvlinder, baardmannetje, roodbuikvuurpad, buidelmees, dwergmuis; de lijst “beauties” weerspiegelt zowel de biodiversiteit van het gebied als het zonnige najaarsweer van vandaag. “Zelfs als we nu niks meer zouden zien, is het een goede dag gewee …” probeer ik mijn gedachten te delen met Jo maar hij heeft teken gedaan. In een bandenspoor ligt een kleine ringslang. Ze heeft een goudgele ring achter haar kop, zoals bijna alle ringslangen hier. Voorzichtig naderen we. Het slangetje probeert er

hem uit. Waarop Jo zijn eeuwig optimisme toont: “Dan hebben we wéér iets speciaals gezien, Herwig. Kijk, ginder staat er geen riet. Misschien kunnen we vandaar die vijver bekijken”. We zijn deze vijver daarstraks al eens aan de andere kant gepasseerd. Via een afwateringskanaal kon je toen al zien dat hij afgelaten is. De vogels? Daar hadden we het raden naar: het was moeilijk kijken door een 10 meter brede rietjungle waarbij de rietpluimen op de hoogte van een gemiddelde dakgoot door elkaar waaien … Vanaf deze kant hebben we een beter uitzicht. “Zijn dat allemaal zwarte ruiters? En die kleintjes, strandlopers?” vraagt Jo die het moet stellen met zijn verrekijker. Mijn telescoop geeft hem gelijk: tientallen zwarte ruiters, 250 bonte strandlopers, 100 wulpen, een tiental kluten en 2 grutto’s passeren de revue. In aanmerking genomen dat het échte steltloperseizoen voorbij is, kunnen we hier best tevreden mee zijn. De zon zakt nu steeds dieper. In de invallende duisternis wordt al snel duidelijk dat de boomkikkers pas nu écht actief worden. Als ik even achterop geraakt ben, staat Jo mij op te wachten: “Kijk, er sprongen er 3 weg, maar deze, die heb ik toch gepakt.” Altijd geweldig om zo’n boomkikker in de hand te hebben en dus bekijken we hem aandachtig. “Een mannetje, hij heeft een kwaakblaas” wijst Jo. Ik kijk even naar de hechtschijfjes op de tenen waardoor ze zo’n verbazingwekkende klauteraars zijn. Ik heb het zelf ooit geprobeerd: een boomkikker op een spiegel gezet. In geen tijd had hij de bovenkant bereikt… Langzaam vorderen we. Op dit stuk van de vijverdijken is er nogal morsig rondgereden met een zware jeep. In de bandensporen is water blijven staan en ook hier krioelt het van springend geweld: naast de alomtegenwoordige boomkikkers zijn ook roodbuikvuurpadden en kamsalamanders in groten getale aanwezig. “En dit, Herwig?” Jo heeft een klein padje gepakt. Ik bekijk het even: donker gevlekte rug, verticale pupillen. Jo is tot hetzelfde besluit gekomen als ik: “Een knoflookpad … ?”

Herwig Blockx De Boomklever I september 2018 I de eerste keer

87


86

De Boomklever I september 2018 I de eerste keer

vandoor te gaan maar om één of andere reden lukt dat niet. Als Jo ze vastpakt zien we de reden. De huid over de ogen is helemaal ondoorschijnend: ze staat op het punt om te vervellen. We vervolgen onze weg tot we aankomen aan het zuidpunt van de Kondas-vijver. Daar krijg je pas zicht wat een immense vlakte de puszta is. Hier en daar wordt deze oceaan van gras onderbroken door kleine bosjes. In de lager gelegen depressies groeit riet dat nu, half oktober, groengeel verkleurt. Aan de einder schemeren, het lijkt wel oneindig ver weg, enkele boerderijen. De vegetatie van de puszta ziet er nu geweldig uit in het gouden strijklicht van de laag staande avondzon. Met de verrekijker duik je er middenin. Bij elke windvlaag golven de stroken groen, okergeel en oranjebruin langs en door elkaar. Minutenlang volg ik het schouwspel, ik kan er niet genoeg van krijgen. Een landschap om je klein in te voelen, denk ik bij mezelf. Jo haalt me terug uit mijn contemplatief moment: “Zie je daar nog iets?” “Neen, ik ben eigenlijk naar de kleuren aan het kijken. Of, ja toch …” Op een elektriciteitspaal in het midden van dit “grassy nowhere” zit een een grote valk maar ze herkennen in dit tanende licht vergt wat inspanning: “Misschien een sa ..., nee toch niet, het is een slechtvalk” “Wat hoopte je dan wél te zien ?” vraagt Jo, nieuwsgierig geworden door mijn ietwat teleurgestelde reactie. “Tja, ik denk dat hier meer sakers voorkomen dan slechtvalken” leg ik

Zelfs Jo staat hier perplex van: “Ik heb nog nooit zoveel amfibieën bij elkaar gezien, Herwig” verzekert hij mij. We zijn toch al half oktober voorbij?” “Tja, 20 vierkante kilometer water … “ antwoord ik aarzelend. “Is dat hier zo groot?” trekt hij grote ogen. “Hmm”, knik ik overtuigd. “Ik heb het daarstraks bekeken op de kaart”. “En die bruine en groene kikkers, ken je daar iets van?” maar die vraag overstijgt ruimschoots mijn herpetologische bagage. “En die boomkikkers, in België zitten die juist in plassen zonder vis, toch ... ?” Ook daar moet ik het antwoord op schuldig blijven. Het is zacht beginnen te regenen als we een kwartier later de parking van ons verblijf opdraaien. Bij het uitstappen, wordt al snel duidelijk dat ook hier het vochtige warme asfalt een onweerstaanbare trekpleister is voor amfibieën. Kamsalamanders, een gewone pad, roodbuikvuurpadjes, en boomkikkers: vééél boomkikkers … Naast de gebruikelijke Kermitgroene boomkikkers vinden we hier tot onze verbazing zelfs donker olijfgroene en zelfs een grijs “gemarmerd” exemplaar. “Tja, als er hier ook al boomkikkers zitten … Kijk, daar springt er nog één. Ik ga hem pakken …” roep ik naar Jo maar die roept me bij deze oprisping van jeugdig enthousiasme tot de orde: “Kom, we moeten nu écht gaan eten Herwig, straks zijn we te laat. Ga jij in het Hongaars uitleggen dat we bij de boomkikkers zijn blijven hangen?” “Euh, nee … OK”, geef ik schoorvoetend toe, “misschien kunnen we straks nog eens komen kijken?” Jo bekijkt mij even schuin: “We zullen dan wél zeer goed moeten opletten om niks plat te lopen!?!” Terwijl ik het restaurant binnenloop, laat ik dat laatste even tot mij doordringen. Stel je voor dat je dat in België moet gaan opbiechten aan een amfibieënliefhebber: “Ja, ik heb daar én boomkikkers én vuurbuikpadjes én kamsalamanders tot moes gelopen. Het was niet zo erg, want er waren er toch genoeg…”

DE EERSTE KEER

aantal schuilhutten aan de rand van het water. Kondas, zo heet deze plas, is tegelijk de meest afgelegen én de grootste onder de joekels van vijvers waaruit dit watervogelparadijs bestaat. Ik meet ook dit even na op de kaart. Een driehoek van 3 op 3 km: ja, daar kunnen wel wat kraanvogels naast elkaar staan … Ons ingespannen speurwerk levert hier vandaag buiten het normale waterwild enkel 2 roodhalsfuten op. Jo vindt ook verder weinig verrassende soorten en dus leg ik hem even het verdere plan voor: “Kijk, we zitten hier. We kunnen hier schuin naar rechts en dan zo terug met aan de éne kant de vijvers en aan de andere kant de open puszta …” “En dan zo terug naar de parking” vult hij naadloos aan op de kaart. Mensen die elkaar al ruim 30 jaar kennen, weten al snel wat de andere bedoelt … De dag is al flink gevorderd en we stappen nu wat sneller. Zelfs nu in oktober, met de continentale winter voor de deur, word je hier verwend. Zeearend, witoogeend, grote vuurvlinder, baardmannetje, roodbuikvuurpad, buidelmees, dwergmuis; de lijst “beauties” weerspiegelt zowel de biodiversiteit van het gebied als het zonnige najaarsweer van vandaag. “Zelfs als we nu niks meer zouden zien, is het een goede dag gewee …” probeer ik mijn gedachten te delen met Jo maar hij heeft teken gedaan. In een bandenspoor ligt een kleine ringslang. Ze heeft een goudgele ring achter haar kop, zoals bijna alle ringslangen hier. Voorzichtig naderen we. Het slangetje probeert er

hem uit. Waarop Jo zijn eeuwig optimisme toont: “Dan hebben we wéér iets speciaals gezien, Herwig. Kijk, ginder staat er geen riet. Misschien kunnen we vandaar die vijver bekijken”. We zijn deze vijver daarstraks al eens aan de andere kant gepasseerd. Via een afwateringskanaal kon je toen al zien dat hij afgelaten is. De vogels? Daar hadden we het raden naar: het was moeilijk kijken door een 10 meter brede rietjungle waarbij de rietpluimen op de hoogte van een gemiddelde dakgoot door elkaar waaien … Vanaf deze kant hebben we een beter uitzicht. “Zijn dat allemaal zwarte ruiters? En die kleintjes, strandlopers?” vraagt Jo die het moet stellen met zijn verrekijker. Mijn telescoop geeft hem gelijk: tientallen zwarte ruiters, 250 bonte strandlopers, 100 wulpen, een tiental kluten en 2 grutto’s passeren de revue. In aanmerking genomen dat het échte steltloperseizoen voorbij is, kunnen we hier best tevreden mee zijn. De zon zakt nu steeds dieper. In de invallende duisternis wordt al snel duidelijk dat de boomkikkers pas nu écht actief worden. Als ik even achterop geraakt ben, staat Jo mij op te wachten: “Kijk, er sprongen er 3 weg, maar deze, die heb ik toch gepakt.” Altijd geweldig om zo’n boomkikker in de hand te hebben en dus bekijken we hem aandachtig. “Een mannetje, hij heeft een kwaakblaas” wijst Jo. Ik kijk even naar de hechtschijfjes op de tenen waardoor ze zo’n verbazingwekkende klauteraars zijn. Ik heb het zelf ooit geprobeerd: een boomkikker op een spiegel gezet. In geen tijd had hij de bovenkant bereikt… Langzaam vorderen we. Op dit stuk van de vijverdijken is er nogal morsig rondgereden met een zware jeep. In de bandensporen is water blijven staan en ook hier krioelt het van springend geweld: naast de alomtegenwoordige boomkikkers zijn ook roodbuikvuurpadden en kamsalamanders in groten getale aanwezig. “En dit, Herwig?” Jo heeft een klein padje gepakt. Ik bekijk het even: donker gevlekte rug, verticale pupillen. Jo is tot hetzelfde besluit gekomen als ik: “Een knoflookpad … ?”

Herwig Blockx De Boomklever I september 2018 I de eerste keer

87


Een nest van de Bruine kiekendief in de Dijlevallei Met deze titel startte Fl. Wortelaers een hoofdstuk in zijn boek “Het Meerdaelwoud en zijn broedvogels alsook de vogels der Dijlevallei”, waarin hij in detail een geslaagd broedgeval van Bruine kiekendief Circus aeruginosus in 1945 beschrijft. Na meer dan een halve eeuw is deze titel eindelijk terug actueel. Dit voorjaar en zomer bracht een koppel Bruine kiekendieven immers drie jongen groot in het Vlaams Natuurgebied de “Vijvers van Oud-Heverlee”. VOORKOMEN IN DE DIJLEVALLEI Herroelen en De Fraine beschrijven de Bruine kiekendief Circus aeruginosus als “toevallige broedvogel in de Dijlevallei in 1945, 1956, 1958 en 1965 en regelmatige doortrekker in klein aantal.” Wortelaers vermeldt echter ook nog een geslaagd broedgeval met drie jongen in 1942 en een waarschijnlijk broedgeval in 1944. Het laatst gekende broedgeval dateert van 1986. Toen bracht een koppel Bruine kiekendieven drie 88

De Boomklever I september 2018 I vogels

jongen groot in een graanveld op het plateau tussen Loonbeek en Huldenberg (pers. med. Fr. Walterus). Het was dus meer dan 30 jaar wachten op een nieuw geslaagd broedgeval. In de Waals-Brabantse Dijlevallei waren er evenwel ook nog “recentere” broedgevallen en territoria (SOVON criteria) in het Marais de Laurensart (Gastuche): broedgevallen in 1978 en 1981, in 1983 een koppel van april tot juni, met een koppel van april tot juli 1983 te Pécrot, eind juli

2018: HET JAAR VAN DE BRUINE KIEKENDIEF Winterwaarnemingen van Bruine kiekendief zijn bijzonder in Vlaanderen maar het laatste decennium niet echt uitzonderlijk meer in het Dijleland. De eerste doortrekkende Bruine kiekendieven verschenen ook dit jaar al vroeg in de vallei, nl. op 18 januari en 29 januari, respectievelijk op het plateau te Leefdaal en te Sint-Agatha-Rode. Februari bleef Bruine kiekendiefloos maar begin maart verschenen terug de eerste doortrekkers. Dit komt perfect overeen me het normale beeld in het voorjaar van Bruine Kiekendieven in Vlaanderen: vanaf half maart arriveren broedvogels en dan trekken ook noordelijke soortgenoten door. Op 31 maart werd voor het eerst een tweede kalenderjaar mannetje te Oud-Heverlee Zuid gezien dat op 11 april vervoegd werd door een adult wijfje en waarbij er al dadelijk balts werd waargenomen. Op 20 en 22 april werd het man-

netje op het plateau van Leefdaal gezien, telkens met een grote tak richting vallei/Oud-Heverlee vliegend. Terwijl het hier duidelijk om een territorium ging, was er tegelijkertijd twijfel over de slaagkans ervan. Het ging immers weeral om een tweedejaars mannetje. Hierna volgden de waarnemingen elkaar op, opvallend veel op het plateau van Leefdaal en, in tegenstelling tot andere jaren, minder in Oud-Heverlee zelf. Dit leidde er toe dat vele waarnemers niet beseften dat het om territoriale vogels ging. Wie het wel doorhad, vervaagde spontaan zijn of haar waarnemingen en/of plaatste ze onder embargo om dit broedgeval alle kansen te geven. Broedende Bruine kiekendieven zijn immers zeer storingsgevoelig in bepaalde fasen, vooral tijdens de nestbouw of eileg. Nesten van Bruine kiekendieven zijn doorgaans vanop afstand goed te lokaliseren. Ook in dit geval was voor een oplettende waarnemer na observatie de nestplaats snel gekend. Gelukkig was de nestplaats gelegen in een niet voor het publiek toegankelijk gebied, want met name in drogere gebieden (wat dit jaar zeker het geval was) kan het loopspoor worden gevolgd door predatoren. De soort komt traditioneel voor in grote moerasgebieden maar nestelt momenteel in Vlaanderen vooral in relatief kleine (dikwijls sterk verruigde) rietvelden en kreken, of zelfs te midden van het graan. Ook in Oud-Heverlee was de nestplaats gelegen in een verruigd oud rietveld, grenzend aan oude weilanden. Op 18 juli ‘s avonds werd dan voor het eerst een jong waargenomen. Er was ook al even een oefenprooioverdracht (evenwel zonder prooi) te zien tussen de moedervogel en het jong. Op 19 juli werd een tweede jong waargenomen. Ook dan werd er nog geen ruchtbaarheid aan het broedgeval gegeven. Wellicht zaten er nog jongen op het nest en ondanks het feit dat er vanop voldoende grote afstand werd geobserveerd, alarmeerde het wijfje vrijwel direct. Leuk was ook dat de vogels dagelijks omstreeks hetzelfde uur (21u zomertijd) gingen slapen. Op 21 juli was er De Boomklever I september 2018 I vogels

VOGELS

De vadervogel. Foto: Arne Meeus

gezien met vier of vijf jongen en ook nog in 1985 een wijfje met twee jongen in het Marais de Laurensart. In de jaren ‘90 en 2000 waren er in het Dijleland enkel nog geregeld waarnemingen van overzomerende niet-territoriale vogels. Het was pas in 2011 dat er in Oud-Heverlee Zuid een territorium werd vastgesteld van een adult vrouwtje en een tweede kalenderjaar mannetje zonder dat er evenwel een nestlocatie werd gevonden of jongen werden waargenomen. In 2012 vestigde zich, andermaal in Oud-Heverlee Zuid, een adult vrouwtje met ditmaal een (hetzelfde?) adult mannetje. Ditmaal kon de nestplaats worden gelokaliseerd, maar ook deze broedpoging was niet succesvol. In 2013 en 2014 werd er geen broedindicerend gedrag meer waargenomen. In 2015 was er terug territoriaal gedrag maar andermaal geen broedsucces. En noch in 2016 noch in 2017 bleek de Dijlevallei aantrekkelijk voor broedende kiekendieven, tot dit jaar….

89


Een nest van de Bruine kiekendief in de Dijlevallei Met deze titel startte Fl. Wortelaers een hoofdstuk in zijn boek “Het Meerdaelwoud en zijn broedvogels alsook de vogels der Dijlevallei”, waarin hij in detail een geslaagd broedgeval van Bruine kiekendief Circus aeruginosus in 1945 beschrijft. Na meer dan een halve eeuw is deze titel eindelijk terug actueel. Dit voorjaar en zomer bracht een koppel Bruine kiekendieven immers drie jongen groot in het Vlaams Natuurgebied de “Vijvers van Oud-Heverlee”. VOORKOMEN IN DE DIJLEVALLEI Herroelen en De Fraine beschrijven de Bruine kiekendief Circus aeruginosus als “toevallige broedvogel in de Dijlevallei in 1945, 1956, 1958 en 1965 en regelmatige doortrekker in klein aantal.” Wortelaers vermeldt echter ook nog een geslaagd broedgeval met drie jongen in 1942 en een waarschijnlijk broedgeval in 1944. Het laatst gekende broedgeval dateert van 1986. Toen bracht een koppel Bruine kiekendieven drie 88

De Boomklever I september 2018 I vogels

jongen groot in een graanveld op het plateau tussen Loonbeek en Huldenberg (pers. med. Fr. Walterus). Het was dus meer dan 30 jaar wachten op een nieuw geslaagd broedgeval. In de Waals-Brabantse Dijlevallei waren er evenwel ook nog “recentere” broedgevallen en territoria (SOVON criteria) in het Marais de Laurensart (Gastuche): broedgevallen in 1978 en 1981, in 1983 een koppel van april tot juni, met een koppel van april tot juli 1983 te Pécrot, eind juli

2018: HET JAAR VAN DE BRUINE KIEKENDIEF Winterwaarnemingen van Bruine kiekendief zijn bijzonder in Vlaanderen maar het laatste decennium niet echt uitzonderlijk meer in het Dijleland. De eerste doortrekkende Bruine kiekendieven verschenen ook dit jaar al vroeg in de vallei, nl. op 18 januari en 29 januari, respectievelijk op het plateau te Leefdaal en te Sint-Agatha-Rode. Februari bleef Bruine kiekendiefloos maar begin maart verschenen terug de eerste doortrekkers. Dit komt perfect overeen me het normale beeld in het voorjaar van Bruine Kiekendieven in Vlaanderen: vanaf half maart arriveren broedvogels en dan trekken ook noordelijke soortgenoten door. Op 31 maart werd voor het eerst een tweede kalenderjaar mannetje te Oud-Heverlee Zuid gezien dat op 11 april vervoegd werd door een adult wijfje en waarbij er al dadelijk balts werd waargenomen. Op 20 en 22 april werd het man-

netje op het plateau van Leefdaal gezien, telkens met een grote tak richting vallei/Oud-Heverlee vliegend. Terwijl het hier duidelijk om een territorium ging, was er tegelijkertijd twijfel over de slaagkans ervan. Het ging immers weeral om een tweedejaars mannetje. Hierna volgden de waarnemingen elkaar op, opvallend veel op het plateau van Leefdaal en, in tegenstelling tot andere jaren, minder in Oud-Heverlee zelf. Dit leidde er toe dat vele waarnemers niet beseften dat het om territoriale vogels ging. Wie het wel doorhad, vervaagde spontaan zijn of haar waarnemingen en/of plaatste ze onder embargo om dit broedgeval alle kansen te geven. Broedende Bruine kiekendieven zijn immers zeer storingsgevoelig in bepaalde fasen, vooral tijdens de nestbouw of eileg. Nesten van Bruine kiekendieven zijn doorgaans vanop afstand goed te lokaliseren. Ook in dit geval was voor een oplettende waarnemer na observatie de nestplaats snel gekend. Gelukkig was de nestplaats gelegen in een niet voor het publiek toegankelijk gebied, want met name in drogere gebieden (wat dit jaar zeker het geval was) kan het loopspoor worden gevolgd door predatoren. De soort komt traditioneel voor in grote moerasgebieden maar nestelt momenteel in Vlaanderen vooral in relatief kleine (dikwijls sterk verruigde) rietvelden en kreken, of zelfs te midden van het graan. Ook in Oud-Heverlee was de nestplaats gelegen in een verruigd oud rietveld, grenzend aan oude weilanden. Op 18 juli ‘s avonds werd dan voor het eerst een jong waargenomen. Er was ook al even een oefenprooioverdracht (evenwel zonder prooi) te zien tussen de moedervogel en het jong. Op 19 juli werd een tweede jong waargenomen. Ook dan werd er nog geen ruchtbaarheid aan het broedgeval gegeven. Wellicht zaten er nog jongen op het nest en ondanks het feit dat er vanop voldoende grote afstand werd geobserveerd, alarmeerde het wijfje vrijwel direct. Leuk was ook dat de vogels dagelijks omstreeks hetzelfde uur (21u zomertijd) gingen slapen. Op 21 juli was er De Boomklever I september 2018 I vogels

VOGELS

De vadervogel. Foto: Arne Meeus

gezien met vier of vijf jongen en ook nog in 1985 een wijfje met twee jongen in het Marais de Laurensart. In de jaren ‘90 en 2000 waren er in het Dijleland enkel nog geregeld waarnemingen van overzomerende niet-territoriale vogels. Het was pas in 2011 dat er in Oud-Heverlee Zuid een territorium werd vastgesteld van een adult vrouwtje en een tweede kalenderjaar mannetje zonder dat er evenwel een nestlocatie werd gevonden of jongen werden waargenomen. In 2012 vestigde zich, andermaal in Oud-Heverlee Zuid, een adult vrouwtje met ditmaal een (hetzelfde?) adult mannetje. Ditmaal kon de nestplaats worden gelokaliseerd, maar ook deze broedpoging was niet succesvol. In 2013 en 2014 werd er geen broedindicerend gedrag meer waargenomen. In 2015 was er terug territoriaal gedrag maar andermaal geen broedsucces. En noch in 2016 noch in 2017 bleek de Dijlevallei aantrekkelijk voor broedende kiekendieven, tot dit jaar….

89


De twee juvenielen op 31 augustus 2018. Een van beide vogels had net een Kokmeeuw geslagen. Foto: Luc Hendrickx

90

De Boomklever I september 2018 I vogels

Op het moment van schrijven van dit artikel (eind augustus) worden nog met zekerheid twee jongen en het wijfje waargenomen in de vallei en op het plateau om wellicht in de komende weken onze streek te verlaten. Luc Hendrickx luchendrickx2003@yahoo.com REFERENTIES • A. Anselin, Ecologisch onderzoek van de bruine kiekendief. Leefgebied – en dispersie-onderzoek tijdens het broedseizoen 2014. Vogelnieuws 23, December 2014. • M. Hens (red) 2000. – Vogels in het Dijleland. De Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud i.s.m. De Wielewaal afdeling Leuven, Leuven , 2001. • P. Herroelen & R. De Fraine, Inventaris van d Vogels van Brabant 1900-1974, Brussel, 1975. • L. Lippens en H. Wille, Atlas van de Vogels in België en West-Europa, 1972. • J-M. Tricot, Avifaune nicheuse du parc de la Dyle: composition, évolution et propositions de gestion, 1984 • J. van Bruggen, A. van Kleunen, L. van den Bremer & H. Castelijns, 2010: jaar van de bruine kiekendief, Sovon webreferentie: https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/ Limosa_84-3-2011_135-140-Sovon.pdf • Fl. Wortelaers, Het Meerdaelwoud en zijn broedvogels alsook de vogels der Dijlevallei, A’pen, 1946. • Waarnemingen.be en De Boomklever

Opmerkelijke vogelwaarneminge in de Dijlevallei en omgeving maart 2018 - mei 2018 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in het Dijleland beslaat voornamelijk de periode maart – mei 2018. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Tervuren, Overijse en Hoeilaart. De volgende rubriek zal de periode juni – augustus 2018 omvatten. Voor opname worden waarnemingen bij voorkeur ingevoerd op www.waarnemingen.be, of bezorgd aan Kelle Moreau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400 Oostende, 0486/12.58.77, kelle.moreau@ gmail.com. Waarnemingen van soorten die niet in dit verslag werden opgenomen (incl. alle exoten), maar wel werden ingevoerd in www.waarnemingen.be, kunnen daar geraadpleegd worden. Waarnemingen die als onzeker werden gelabeld of waar niet tot exacte soortdeterminatie kon worden overgegaan, werden voor dit overzicht niet weerhouden. In vele soortteksten wordt verwezen naar het aantal waarnemingen, waarbij waarnemingen worden gedefinieerd als ‘records’ in de database (een record is de combinatie van soort, datum, waarnemer, gebied en tijdstip). Omwille van de variatie in invoergedrag van verschillende waarnemers moet men wel oppassen met het interpreteren en vergelijken van deze cijfers. In het fenologisch overzicht werden voor elke soort de twee eerste waarnemingsdata op verschillende plaatsen opgenomen (tenzij het bij de eerste waarneming om (een) doortrekker(s) ging). Bovendien werden hiervoor ook enkel waarnemingen uit het Dijleland

sensu stricto (dus niet uit aangrenzende gebieden) geselecteerd. Waarnemingen die door het Belgian Rare Bird Committee (BRBC) beoordeeld dienen te worden, worden onder voorbehoud gepubliceerd vooraleer ze definitief op de Dijlelandse lijst kunnen worden bijgeschreven. Wat de naamgeving en soortvolgorde betreft volgen we de recentste lijst van het International Ornithological Committee (IOC). GEBIEDSAFKORTINGEN WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP = Kessel-Lo/Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN = Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee – Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel DoodeBemde), NKV = Neerijse/Kliniekvijvers (deel DoodeBemde), SAR = Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek en Tervuren/KMMA = Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

VOGELS

al het vermoeden dat er drie jongen in het spel waren maar dit kon echter pas eerst bevestigd worden op 29 juli en enkele dagen later op 5 augustus, wanneer de drie jongen en het wijfje samen werden waargenomen boven de vijver van Oud-Heverlee Zuid. Drie uitgevlogen jongen komt overeen met het gemiddelde van 2,8 tot 3,1 dat in Nederlandse broedgebieden werd vastgesteld (Bijlsma 1993). Als grondbroeder is de soort zeer gevoelig voor predatie van eieren en jongen. Zoals beschreven in de literatuur was het ook hier het mannetje dat voedsel aanbracht tijdens het broeden en de jongenfase. Het mannetje werd de laatste weken nog maar sporadisch waargenomen Het vrouwtje bracht het voedsel aan in de late jongenfase. Eileg bij Bruine kieken gebeurt meest half april-begin mei, in cultuurland later dan in moeras. Er is één broedsel per jaar, meestal 3-7 eieren. De broedduur bedraagt 31-36 dagen en de jongen zijn vliegvlug vanaf 38-39 dagen (maar in de nestomgeving rondklauterend vanaf dag 26, vliegpogingen zijn er vanaf dag 30). Als we even terugrekenen met onze gegevens zou de eileg dan gebeurd zijn tussen 6 en 12 mei.

Witte kwikstart - Leopoldspark Kessel-Lo Foto: Fred Vanwezer

De Boomklever I september 2018 I vogels

91


De twee juvenielen op 31 augustus 2018. Een van beide vogels had net een Kokmeeuw geslagen. Foto: Luc Hendrickx

90

De Boomklever I september 2018 I vogels

Op het moment van schrijven van dit artikel (eind augustus) worden nog met zekerheid twee jongen en het wijfje waargenomen in de vallei en op het plateau om wellicht in de komende weken onze streek te verlaten. Luc Hendrickx luchendrickx2003@yahoo.com REFERENTIES • A. Anselin, Ecologisch onderzoek van de bruine kiekendief. Leefgebied – en dispersie-onderzoek tijdens het broedseizoen 2014. Vogelnieuws 23, December 2014. • M. Hens (red) 2000. – Vogels in het Dijleland. De Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud i.s.m. De Wielewaal afdeling Leuven, Leuven , 2001. • P. Herroelen & R. De Fraine, Inventaris van d Vogels van Brabant 1900-1974, Brussel, 1975. • L. Lippens en H. Wille, Atlas van de Vogels in België en West-Europa, 1972. • J-M. Tricot, Avifaune nicheuse du parc de la Dyle: composition, évolution et propositions de gestion, 1984 • J. van Bruggen, A. van Kleunen, L. van den Bremer & H. Castelijns, 2010: jaar van de bruine kiekendief, Sovon webreferentie: https://www.sovon.nl/sites/default/files/doc/ Limosa_84-3-2011_135-140-Sovon.pdf • Fl. Wortelaers, Het Meerdaelwoud en zijn broedvogels alsook de vogels der Dijlevallei, A’pen, 1946. • Waarnemingen.be en De Boomklever

Opmerkelijke vogelwaarneminge in de Dijlevallei en omgeving maart 2018 - mei 2018 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in het Dijleland beslaat voornamelijk de periode maart – mei 2018. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Tervuren, Overijse en Hoeilaart. De volgende rubriek zal de periode juni – augustus 2018 omvatten. Voor opname worden waarnemingen bij voorkeur ingevoerd op www.waarnemingen.be, of bezorgd aan Kelle Moreau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400 Oostende, 0486/12.58.77, kelle.moreau@ gmail.com. Waarnemingen van soorten die niet in dit verslag werden opgenomen (incl. alle exoten), maar wel werden ingevoerd in www.waarnemingen.be, kunnen daar geraadpleegd worden. Waarnemingen die als onzeker werden gelabeld of waar niet tot exacte soortdeterminatie kon worden overgegaan, werden voor dit overzicht niet weerhouden. In vele soortteksten wordt verwezen naar het aantal waarnemingen, waarbij waarnemingen worden gedefinieerd als ‘records’ in de database (een record is de combinatie van soort, datum, waarnemer, gebied en tijdstip). Omwille van de variatie in invoergedrag van verschillende waarnemers moet men wel oppassen met het interpreteren en vergelijken van deze cijfers. In het fenologisch overzicht werden voor elke soort de twee eerste waarnemingsdata op verschillende plaatsen opgenomen (tenzij het bij de eerste waarneming om (een) doortrekker(s) ging). Bovendien werden hiervoor ook enkel waarnemingen uit het Dijleland

sensu stricto (dus niet uit aangrenzende gebieden) geselecteerd. Waarnemingen die door het Belgian Rare Bird Committee (BRBC) beoordeeld dienen te worden, worden onder voorbehoud gepubliceerd vooraleer ze definitief op de Dijlelandse lijst kunnen worden bijgeschreven. Wat de naamgeving en soortvolgorde betreft volgen we de recentste lijst van het International Ornithological Committee (IOC). GEBIEDSAFKORTINGEN WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP = Kessel-Lo/Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN = Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee – Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel DoodeBemde), NKV = Neerijse/Kliniekvijvers (deel DoodeBemde), SAR = Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek en Tervuren/KMMA = Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

VOGELS

al het vermoeden dat er drie jongen in het spel waren maar dit kon echter pas eerst bevestigd worden op 29 juli en enkele dagen later op 5 augustus, wanneer de drie jongen en het wijfje samen werden waargenomen boven de vijver van Oud-Heverlee Zuid. Drie uitgevlogen jongen komt overeen met het gemiddelde van 2,8 tot 3,1 dat in Nederlandse broedgebieden werd vastgesteld (Bijlsma 1993). Als grondbroeder is de soort zeer gevoelig voor predatie van eieren en jongen. Zoals beschreven in de literatuur was het ook hier het mannetje dat voedsel aanbracht tijdens het broeden en de jongenfase. Het mannetje werd de laatste weken nog maar sporadisch waargenomen Het vrouwtje bracht het voedsel aan in de late jongenfase. Eileg bij Bruine kieken gebeurt meest half april-begin mei, in cultuurland later dan in moeras. Er is één broedsel per jaar, meestal 3-7 eieren. De broedduur bedraagt 31-36 dagen en de jongen zijn vliegvlug vanaf 38-39 dagen (maar in de nestomgeving rondklauterend vanaf dag 26, vliegpogingen zijn er vanaf dag 30). Als we even terugrekenen met onze gegevens zou de eileg dan gebeurd zijn tussen 6 en 12 mei.

Witte kwikstart - Leopoldspark Kessel-Lo Foto: Fred Vanwezer

De Boomklever I september 2018 I vogels

91


Temmincks strandloper Leopoldspark Kessel-Lo Foto: Gert Vandezande

Kwartel Coturnix coturnix Een dramatisch laag aantal waarnemingen: 1 zp te Leefdaal/plateau op 23/04 (E. Kimman), 1 zp te Erps/ Dorenveld op 19/05 (P. Moysons) en 1 roepend ex. Z te OH/dorp op 28/05 (J. Rutten). Dwerggans Anser erythropus Op 25/03 arriveerde een Dwerggans samen met Grauwe Ganzen te SAR (L. Hendrickx, A. Meeus). Indien ingediend bij en aanvaard door het BRBC zou het een nieuwe soort voor de regio betreffen, maar helaas zijn ontsnapte Dwergganzen in België regelmatiger dan wilde, wat de kans op aanvaarding niet in de kaarten speelt. Grauwe Gans Anser anser We beperken ons voor deze soort tot de geslaagde broedgevallen: één te SAR (1 pullus vanaf 3/05; J. Vandeput, I. Nel, L. Hendrickx), drie te OHZ (3 pulli op 6/05 en 1, 6 & 6 pulli op 13/05; L. Hendrickx), en één te NGB (8 pulli op 21/05; L. Hendrickx). Bergeend Tadorna tadorna Maart 108 records op 30 data, max. 55 ex. te SAR op 4/03 (L. Hendrickx, I. Nel) April 88 records op 28 data, max. 30 ex. te SAR op 2/04 (L. Hendrickx) Mei 109 records op 28 data, max. 8 ex. te SAR op 22/05 (J. Lambrechts) Smient Anas penelope Te OHZ bleven nog tot op 4/04 Smienten verstoppertje spelen achter de rietpartijen. Ze daar exact tellen bleek dus niet makkelijk: de maximumconcentratie bedroeg 32 ex. op 28/03 (L. Hendrickx), bij de laatste waarneming op 4/04 waren 7 ex. betrokken (B. Hermans). Te NGB, anders ook een favoriete Smientenstek, werden nu enkel resp. 10 en 3 ex. gezien op 29/03 en 30/03-2/04 (L. Hendrickx,

92

De Boomklever I september 2018 I vogels

Dwergstern - SAR Foto: Gert Vandezande

J. Vantrappen, G. Moris). Verder waren er enkel resp. 4 en 1 Smienten te SAR op 7 & 9/03 (I. Nel, J. Vantrappen), 30 ex. te OHN op 17/03 (L. Hendrickx), en 7 ex. te AVP op 28/03 (E. Toorman). Pijlstaart Anas acuta Pijlstaarten lieten zich tijdens de lente van 2018 vooral opmerken te SAR, met waarnemingen op 15 data tussen 4/03 en 1/04 en een maximum van 24 ex. op 19-20/03 (I. Nel e.a.). Voorts werd de soort enkel gezien te Kwerps/ vijvers (telkens 1m op 2 en 5/04; A. Smets, P. Moysons), NGB (1m op 8/04; L. Hendrickx, I. Nel, A. Meeus) en OHZ (resp. 2m en 2m1v op 16 en 20/04; N. De Clercq, F. Fluyt, G. Vandezande, I. Nel). Brilduiker Bucephala clangula 13/05 een zeer laat ex. te OHN (med. N. De Clercq) Geoorde Fuut Podiceps nigricollis 1& 21/04 telkens 1 ad zom te SAR (L. Hendrickx, A. Meeus, G. Vandezande, I. Nel e.a.) 2-4, 8-10 & resp. 2, 1 & 1 ad zom te OHZ 12-13/04 (L. Hendrickx, B. Hermans, A. Meeus e.a.) 10/04, 29/04-1/05 resp. 2, 1 & 1 ad zom te OHN & 10/05 (E. Paulus, A. Roels, L. Hendrickx e.a.) 8/05 3 ex. te NGB (A. Roels) 16 & 21/05 telkens 2 ad zom te LP (E. Toorman, B. Verstraete, G. Vandezande e.a.) Zwarte Ooievaar 7/04 8/05 19/05

Ciconia nigra 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) 1 ex. NO te NKV (H. Roosen) 1 ex. O te NKV (A. Meeus)

1 ex. over Huldenberg/IJsevallei (S. De Backer), 1 ex. NO te SAR (I. Nel, J. Nysten, L. Hendrickx, A. Meeus)

Ooievaar Ciconia ciconia Een (poging tot) beknopte samenvatting van de aantallen Ooievaars die per dag werden werden waargenomen in (en vooral over) regio Leuven: 7 ex. op 3/03 (1 groep), 253 ex. op 4/03 (7 groepen), 98 ex. op 5/03 (4 groepen), 28 ex. op 9/03 (2 groepen), 13 ex. op 11/03 (4 groepen), 1 ex. op 12/03, 2 ex. op 17/03 (2 solitaire ex.), 2 ex. op 18/03 (1 duo), 1 ex. op 23/03, 1 ex. op 24/03, 1 ex. op 25/03, 40 ex. op 26/03 (1 groep), 2 ex. op 27/03 (1 duo), 2 ex. op 31/03 (2 solitaire ex.), 1 ex. op 6/04, 1 ex. op 10/04, 1 ex. op 12/04, 2 ex. op 13/04 (2 solitaire ex.), 1 ex. op 17/04, 1 ex. op 26/04, 1 ex. op 28/04, 1 ex. op 1/05, 1 ex. op 2/05, 1 ex. op 3/05, 1 ex. op 5/05, 2 ex. op 6/05 (2 solitaire ex.), 1 ex. op 7/05, 7 ex. op 8/05 (1 groep), 13 ex. op 12/05 (2 groepen), 1 ex. op 16/05, 2 ex. op 17/08 (1 duo), 2 ex. op 21/05 (2 solitaire ex.) en 2 ex. op 27/05 (2 solitaire ex.). Roerdomp Botaurus stellaris 26/03 1 ex. te Kwerps/vijvers (I. Penninckx) Woudaap Ixobrychus minutus 21 & 23/05 1 zp te NKV (I. Nel, A. Meeus, L. Hendrickx, R. Charlier) Koereiger Bubulcus ibis 14/04 1 ex. ZO te Tervuren/Park KMMA (J. De Cock) 15/04 dezelfde vogel nu te SAR en weiden (I. Nel, R. Charlier, L. Hendrickx e.a.) De 9e Koereiger voor het Dijleland, na gevallen in 1998, 2001, 2006, 2010 (2), 2012 (2) en 2016. De maandverdeling is nu: maart 1, april 3, mei 1, juni 1, juli 1, september 1, november 1. Purperreiger Ardea purpurea 07/04 1 ex. W te OH/dorp (L. Hendrickx, M. Fajgenblat, R. Charlier, K. Moreau) 21/04 1 ex. O te Korbeek-Dijle/plateau (JM Lommaert) 12/05 1 ex. over Erps/Dorenveld (F. Wyns) Grote Zilverreiger Ardea alba Maart 199 records, maximum concentratie: 11 ex. te Leefdaal/plateau op 3/03 (D. Capart) April 181 records, maximum concentratie: 13 ex. te SAR op 2/04 (L. Hendrickx, R. Charlier)

Mei

114 records, maximum concentratie: 6 ex. te SAR op 9/05 (B. Forget)

Kleine Zilverreiger Egretta garzetta Tijdens de hele periode verbleef er minstens één Kleine Zilverreiger in de Dijlevallei ten Z van Leuven. De vogel zat meestal te SAR maar maakte ook uitstapjes in noordelijke richting tot OHZ. Op 9 data tussen 30/03 en 30/04 werden te SAR 2 ex. samen gezien. Van 23/04 tot 20/05 verbleef bovendien ook een ex. te Kwerps/Vijvers, waar de soort tussen deze grensdata op 15 dagen werd gezien (H. Roosen, I. Penninckx, E. Toorman e.a.). Op 26/04 vloog ook een ex. over de Molenbeekvallei te Veltem-Beisem (B. Heirweg). Visarend Pandion haliaetus De eerste Visarend voor 2018 vloog op 11/03 over Sint-Joris-Weert (L. Wera). Op 25/03 volgde het 2e ex., achtereenvolgens N over Huldenberg/plateau (F. Fluyt) en OHN (J. Nysten). In de Dijlevallei ten Z van Leuven (vnml. te SAR) werd de soort in april en mei op 22 data waargenomen. Buiten dit deelgebied werden de volgende waarnemingen genoteerd: 1 ex. NW te Leefdaal/plateau op 1/04 (B. Forget), 1 ex. N te Kessel-Lo/Z op 7/04 (W. Goussey), 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau op 10/04 (G. Vandezande), 1 ex. NO te Overijse/stad op 11/04 (B. Vandermaesen, R. Brouwers), 1 ex. achtereenvolgens NO te Korbeek-Dijle plateau (G. Vandezande) en AVP (B. Verstraete), 1 ex. tpl te Kwerps/vijvers op 4/05 (H. Roosen) en 1 ex. NO te Leefdaal/plateau op 13/05 (A. Meeus). Bruine Kiekendief Circus aeruginosus Maart 17 records op 8 data April 67 records op 23 data Mei 65 records op 24 data

VOGELS

20/05

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus In maart 2018 werden in de regio 16 waarnemingen van Blauwe Kiekendieven doorgegeven, met een duidelijk zwaartepunt op de westelijke plateaus. Daarbij ging het 11 keer om pleisterende solitaire vrouwtjestypes en vijf keer om overvliegende exemplaren. Binnen deze laatste groep was er één keer een duo (2 ex. over Neerijse/ Tersaert op 24/03; F. Fluyt) en één keer een mannetje (2e kj over Wijgmaalbroek op 29/03; L. Smets). De eerste twee decaden van april leverden enkel waarnemingen op te Korbeek-Dijle/plateau, met resp. 1 ex. tpl, 2 ex. NO, 1m NO, 1 ex. tpl& 1v tpl op 6, 7, 8, 11 & 19/04 (W. Tamsyn, JM Lommaert, G. Vandezande, K. Van Acker, E. Kimman), en in mei volgden in hetzelfde gebied nog waarnemingen van 1 ex. tpl op 10/05 (J. Nysten) en 1 3e kjm +1v NO op 12/05 (G. Vandezande). De Boomklever I september 2018 I vogels

93


Temmincks strandloper Leopoldspark Kessel-Lo Foto: Gert Vandezande

Kwartel Coturnix coturnix Een dramatisch laag aantal waarnemingen: 1 zp te Leefdaal/plateau op 23/04 (E. Kimman), 1 zp te Erps/ Dorenveld op 19/05 (P. Moysons) en 1 roepend ex. Z te OH/dorp op 28/05 (J. Rutten). Dwerggans Anser erythropus Op 25/03 arriveerde een Dwerggans samen met Grauwe Ganzen te SAR (L. Hendrickx, A. Meeus). Indien ingediend bij en aanvaard door het BRBC zou het een nieuwe soort voor de regio betreffen, maar helaas zijn ontsnapte Dwergganzen in België regelmatiger dan wilde, wat de kans op aanvaarding niet in de kaarten speelt. Grauwe Gans Anser anser We beperken ons voor deze soort tot de geslaagde broedgevallen: één te SAR (1 pullus vanaf 3/05; J. Vandeput, I. Nel, L. Hendrickx), drie te OHZ (3 pulli op 6/05 en 1, 6 & 6 pulli op 13/05; L. Hendrickx), en één te NGB (8 pulli op 21/05; L. Hendrickx). Bergeend Tadorna tadorna Maart 108 records op 30 data, max. 55 ex. te SAR op 4/03 (L. Hendrickx, I. Nel) April 88 records op 28 data, max. 30 ex. te SAR op 2/04 (L. Hendrickx) Mei 109 records op 28 data, max. 8 ex. te SAR op 22/05 (J. Lambrechts) Smient Anas penelope Te OHZ bleven nog tot op 4/04 Smienten verstoppertje spelen achter de rietpartijen. Ze daar exact tellen bleek dus niet makkelijk: de maximumconcentratie bedroeg 32 ex. op 28/03 (L. Hendrickx), bij de laatste waarneming op 4/04 waren 7 ex. betrokken (B. Hermans). Te NGB, anders ook een favoriete Smientenstek, werden nu enkel resp. 10 en 3 ex. gezien op 29/03 en 30/03-2/04 (L. Hendrickx,

92

De Boomklever I september 2018 I vogels

Dwergstern - SAR Foto: Gert Vandezande

J. Vantrappen, G. Moris). Verder waren er enkel resp. 4 en 1 Smienten te SAR op 7 & 9/03 (I. Nel, J. Vantrappen), 30 ex. te OHN op 17/03 (L. Hendrickx), en 7 ex. te AVP op 28/03 (E. Toorman). Pijlstaart Anas acuta Pijlstaarten lieten zich tijdens de lente van 2018 vooral opmerken te SAR, met waarnemingen op 15 data tussen 4/03 en 1/04 en een maximum van 24 ex. op 19-20/03 (I. Nel e.a.). Voorts werd de soort enkel gezien te Kwerps/ vijvers (telkens 1m op 2 en 5/04; A. Smets, P. Moysons), NGB (1m op 8/04; L. Hendrickx, I. Nel, A. Meeus) en OHZ (resp. 2m en 2m1v op 16 en 20/04; N. De Clercq, F. Fluyt, G. Vandezande, I. Nel). Brilduiker Bucephala clangula 13/05 een zeer laat ex. te OHN (med. N. De Clercq) Geoorde Fuut Podiceps nigricollis 1& 21/04 telkens 1 ad zom te SAR (L. Hendrickx, A. Meeus, G. Vandezande, I. Nel e.a.) 2-4, 8-10 & resp. 2, 1 & 1 ad zom te OHZ 12-13/04 (L. Hendrickx, B. Hermans, A. Meeus e.a.) 10/04, 29/04-1/05 resp. 2, 1 & 1 ad zom te OHN & 10/05 (E. Paulus, A. Roels, L. Hendrickx e.a.) 8/05 3 ex. te NGB (A. Roels) 16 & 21/05 telkens 2 ad zom te LP (E. Toorman, B. Verstraete, G. Vandezande e.a.) Zwarte Ooievaar 7/04 8/05 19/05

Ciconia nigra 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) 1 ex. NO te NKV (H. Roosen) 1 ex. O te NKV (A. Meeus)

1 ex. over Huldenberg/IJsevallei (S. De Backer), 1 ex. NO te SAR (I. Nel, J. Nysten, L. Hendrickx, A. Meeus)

Ooievaar Ciconia ciconia Een (poging tot) beknopte samenvatting van de aantallen Ooievaars die per dag werden werden waargenomen in (en vooral over) regio Leuven: 7 ex. op 3/03 (1 groep), 253 ex. op 4/03 (7 groepen), 98 ex. op 5/03 (4 groepen), 28 ex. op 9/03 (2 groepen), 13 ex. op 11/03 (4 groepen), 1 ex. op 12/03, 2 ex. op 17/03 (2 solitaire ex.), 2 ex. op 18/03 (1 duo), 1 ex. op 23/03, 1 ex. op 24/03, 1 ex. op 25/03, 40 ex. op 26/03 (1 groep), 2 ex. op 27/03 (1 duo), 2 ex. op 31/03 (2 solitaire ex.), 1 ex. op 6/04, 1 ex. op 10/04, 1 ex. op 12/04, 2 ex. op 13/04 (2 solitaire ex.), 1 ex. op 17/04, 1 ex. op 26/04, 1 ex. op 28/04, 1 ex. op 1/05, 1 ex. op 2/05, 1 ex. op 3/05, 1 ex. op 5/05, 2 ex. op 6/05 (2 solitaire ex.), 1 ex. op 7/05, 7 ex. op 8/05 (1 groep), 13 ex. op 12/05 (2 groepen), 1 ex. op 16/05, 2 ex. op 17/08 (1 duo), 2 ex. op 21/05 (2 solitaire ex.) en 2 ex. op 27/05 (2 solitaire ex.). Roerdomp Botaurus stellaris 26/03 1 ex. te Kwerps/vijvers (I. Penninckx) Woudaap Ixobrychus minutus 21 & 23/05 1 zp te NKV (I. Nel, A. Meeus, L. Hendrickx, R. Charlier) Koereiger Bubulcus ibis 14/04 1 ex. ZO te Tervuren/Park KMMA (J. De Cock) 15/04 dezelfde vogel nu te SAR en weiden (I. Nel, R. Charlier, L. Hendrickx e.a.) De 9e Koereiger voor het Dijleland, na gevallen in 1998, 2001, 2006, 2010 (2), 2012 (2) en 2016. De maandverdeling is nu: maart 1, april 3, mei 1, juni 1, juli 1, september 1, november 1. Purperreiger Ardea purpurea 07/04 1 ex. W te OH/dorp (L. Hendrickx, M. Fajgenblat, R. Charlier, K. Moreau) 21/04 1 ex. O te Korbeek-Dijle/plateau (JM Lommaert) 12/05 1 ex. over Erps/Dorenveld (F. Wyns) Grote Zilverreiger Ardea alba Maart 199 records, maximum concentratie: 11 ex. te Leefdaal/plateau op 3/03 (D. Capart) April 181 records, maximum concentratie: 13 ex. te SAR op 2/04 (L. Hendrickx, R. Charlier)

Mei

114 records, maximum concentratie: 6 ex. te SAR op 9/05 (B. Forget)

Kleine Zilverreiger Egretta garzetta Tijdens de hele periode verbleef er minstens één Kleine Zilverreiger in de Dijlevallei ten Z van Leuven. De vogel zat meestal te SAR maar maakte ook uitstapjes in noordelijke richting tot OHZ. Op 9 data tussen 30/03 en 30/04 werden te SAR 2 ex. samen gezien. Van 23/04 tot 20/05 verbleef bovendien ook een ex. te Kwerps/Vijvers, waar de soort tussen deze grensdata op 15 dagen werd gezien (H. Roosen, I. Penninckx, E. Toorman e.a.). Op 26/04 vloog ook een ex. over de Molenbeekvallei te Veltem-Beisem (B. Heirweg). Visarend Pandion haliaetus De eerste Visarend voor 2018 vloog op 11/03 over Sint-Joris-Weert (L. Wera). Op 25/03 volgde het 2e ex., achtereenvolgens N over Huldenberg/plateau (F. Fluyt) en OHN (J. Nysten). In de Dijlevallei ten Z van Leuven (vnml. te SAR) werd de soort in april en mei op 22 data waargenomen. Buiten dit deelgebied werden de volgende waarnemingen genoteerd: 1 ex. NW te Leefdaal/plateau op 1/04 (B. Forget), 1 ex. N te Kessel-Lo/Z op 7/04 (W. Goussey), 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau op 10/04 (G. Vandezande), 1 ex. NO te Overijse/stad op 11/04 (B. Vandermaesen, R. Brouwers), 1 ex. achtereenvolgens NO te Korbeek-Dijle plateau (G. Vandezande) en AVP (B. Verstraete), 1 ex. tpl te Kwerps/vijvers op 4/05 (H. Roosen) en 1 ex. NO te Leefdaal/plateau op 13/05 (A. Meeus). Bruine Kiekendief Circus aeruginosus Maart 17 records op 8 data April 67 records op 23 data Mei 65 records op 24 data

VOGELS

20/05

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus In maart 2018 werden in de regio 16 waarnemingen van Blauwe Kiekendieven doorgegeven, met een duidelijk zwaartepunt op de westelijke plateaus. Daarbij ging het 11 keer om pleisterende solitaire vrouwtjestypes en vijf keer om overvliegende exemplaren. Binnen deze laatste groep was er één keer een duo (2 ex. over Neerijse/ Tersaert op 24/03; F. Fluyt) en één keer een mannetje (2e kj over Wijgmaalbroek op 29/03; L. Smets). De eerste twee decaden van april leverden enkel waarnemingen op te Korbeek-Dijle/plateau, met resp. 1 ex. tpl, 2 ex. NO, 1m NO, 1 ex. tpl& 1v tpl op 6, 7, 8, 11 & 19/04 (W. Tamsyn, JM Lommaert, G. Vandezande, K. Van Acker, E. Kimman), en in mei volgden in hetzelfde gebied nog waarnemingen van 1 ex. tpl op 10/05 (J. Nysten) en 1 3e kjm +1v NO op 12/05 (G. Vandezande). De Boomklever I september 2018 I vogels

93


Sperwer - OHN Foto: Jan Waumans

Grauwe Kiekendief Circus pygargus 11/05 1 2e kj m NO te Korbeek-Dijle (A. Smets) Rode Wouw Milvus milvus Een lange reeks: 1 ex. te Neerijse/Ganzeman op 5/03 (I. Nel), 1 ex. N te Leefdaal/plateau op 9/03 (F. Vanwezer), min. 7 ex. over de regio op 11/03 (R. Stoks, B. Forget, N. De Clercq e.a.), 1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau op 14/03 (F. Henin, E. Etienne), 1 ex. te Kessel-Lo/Centraal op 15/03 (S. Vranckx), 1 ex. te Heverlee/W op 16/03 (N. De Clercq), 1 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) en 1 ex. NO te Blanden (K. Moreau) op 18/03, 1 ex. O over Meerdaalwoud op 20/03 (R. Stoks), 1 ex. ZO te Neerijse/ Ganzeman op 22/03 (T. Vandenberghe), 6 ex. te Leefdaal/ plateau op 23/03 (B. Forget), 1 ex. over Erps/ Dorenveld (P. Moysons) en 2 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (JM Lommaert) op 24/03, 7 ex. over de regio (waaronder groep van 4) op 25/03 (F. Fluyt, G. Vandezande, F. Vandeputte e.a.), 1 ex. O te SAR op 30/03 (L. Hendrickx, A. Meeus), 1 ex. te OHZ (E. Kimman) en 1 ex. over SAR op 31/03 (A. Meeus), 1 ex. over Korbeek-Dijle plateau op 1/04 (G. Vandezande), 5 ex. over de regio op 2/04 (A. Smets, F. Fluyt, R. Charlier), min. 4 ex. over de regio op 7/04 (N. Ryckeboer, P. Moysons, M. Fajgenblat e.a.), 1 ex. te OH op 11/04 (I. Nel), 1 ex. over Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) en 1 ex. te Neerijse/ Ganzeman (F. Fluyt) op 15/04, 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/ plateau op 18/04 (G. Vandezande), 2 ex. Z te Bertem/ Koeheide op 20/04 (G. Bleys), 2 ex. pleisterend van OH tot Sint-Joris-Weert op 22/04 (I. Nel, R. Stoks, A. Meeus), 1 ex. te Overijse/Terlanen op 25/04 (F. Vandeputte), 2 ex. over Leefdaal/plateau op 27/04 (B. Forget), 1 ex. te Bertem/Koeheide op 28/04 (G. Bleys), 1 ex. te Korbeek-Dijle/

94

De Boomklever I september 2018 I vogels

Zwarte Wouw Milvus migrans 21/03 1 ex. over Hoeilaart (E. Etienne, F. Henin) 28/03 1 ex. achtereenvolgens over SAR (P. Moysons) en de Doode Bemde (E. Kimman) 7/04 1 ex. te Leefdaal/plateau (J. Nysten) 9/04 1 ex. OHN (S. Horemans), 1 ex. over Heverlee/W (N. De Clercq) 11/04 1 ex. NO te SAR (B. Forget), 1 ex. NO te Neerijse/Ganzeman (A. Meeus, I. Nel) 14/04 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) 21/04 1 ex. te Meerbeek (W. Claes) 29/04 1 ex. N te Bertem/Koeheide (G. Bleys) 6/05 1 ex. over NGB (S. Vranckx, R. Uyttenbroeck) 8/05 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (W. Tamsyn) 12/05 3 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert, J. Nysten), 1 ex. NO te Huldenberg/ plateau (A. Smets) 27/05 1 ex. over SAR (L. Hendrickx, I. Nel, D. von Werne), 1 ex. ZW te Wijgmaal (L. Smets) Kraanvogel Grus grus Tot grote vreugde van zowat alle vogelliefhebbers werd begin maart 2018 weer gekenmerkt door een mooie doortocht van Kraanvogels: op 3/03 werden er minstens 512 geteld (8 groepen), op 4/03 passeerden minstens 241 ex. (6 groepen) (waaronder op beide data groepen die op verschillende plekken werden opgepikt), en op 5/03 vlogen nog eens minstens 557 ex. (5 groepen) over regio Leuven. Op 9, 11, 17, 19 en 20/03 werden vervolgens nog resp. 36 ex. (3 groepen), 16 ex. (2 groepen), 3 ex. (allen solitair), 9 ex. (1 groep) en 12 ex. (1 groep) waargenomen, en in april volgden nog resp. 14, 1 en 6 ex. op 6, 10 en 12/04. Kwartelkoning Crex crex 13-21/05 1 zp te OHN (A. Smets, I. Nel, N. De Clercq e.v.a.) Het 4e geval van Kwartelkoning in het Dijleland in de

21e eeuw (en het 5e ex.), na twee zp te Meerbeek op 10-11/05/12, 1 zp te Erps/Dorenveld op 24/05/12 en 1 kort roepend ex. te Leefdaal/ plateau op 19/10/17. Griel Burhinus oedicnemus Op 7/04 werd rond 10:00 een noordwaarts vliegende Griel waargenomen vanop de trektelpost te Korbeek-Dijle (G. Vandezande). De vogel leek verderop hoogte te verliezen, en werd wat later inderdaad aan de grond teruggevonden te Leefdaal/plateau (J. Nysten), waar hij tot op het einde van de dag nog door 33 andere waarnemers bewonderd kon worden. Het betreft de zesde Griel voor het Dijleland, en met een maand voorsprong de vroegste ooit. Eerdere gevallen vonden plaats op 5-6/05/03 te Leefdaal/plateau, op 1/6/2008 te Korbeek-Dijle/plateau, op 16/06/09 te Korbeek-Dijle/plateau, op 21/08/12 aud over OH/centrum en op 7-8/10/12 rondtoerend in de regio (met waarnemingen te Meerbeek, Korbeek-Dijle, Sint-Joris-Weert en Moorsel). Scholekster Haematopus ostralegus Op 5/03 vloog een Scholekster naar N over Wilsele/dorp (J. De Rycke), maar nadien moest men voor deze soort zoals traditioneel weer vooral op het industrieterrein van Haasrode zijn. Van 7/03 tot het einde van de behandelde periode werd de soort hier op 32 data waargenomen, en van vrijwel in het begin (9/03) waren daarbij 2 ex. betrokken (P. Moysons, J. Menu, D. von Werne e.a.). Verder waren er ook de volgende waarnemingen: 1 ex. ZO te Wijgmaal op 25/03 (J. Menu), 1 ex. NW te SAR op 7/05 (A. Smets), 1 ex. Z te OHN op 13/05 (J. Rutten), 1 ex. te LP op 17/05 (F. Vanwezer), 2 ex. O te Korbeek-Dijle/ plateau op 21/05 (J. Nysten) en 1 ex. NO te Neerijse/ Ganzeman op 22/05 (I. Nel). Kluut Recurvirostra avosetta 07/04 1 ex. te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, M. Fajgenblat, G. Vandezande) Goudplevier Pluvialis apricaria Er werden tijdens de periode maart-mei 2018 maar liefst 81 waarnemingen van Goudplevieren ontvangen uit regio Dijleland (incl. een aantal dubbeltellingen). Na 1 ex. te Korbeek-Dijle op 5/03 (P. Standaert) en 4 ex. Z te Leefdaal/plateau op 7/03 (B. Forget), gingen op 10-11/03 de remmen los. Over Huldenberg/plateau werden op deze dagen resp. 239 ex. en 50 ex. opgemerkt (richting NO; F. Fluyt), en op 11/03 168 ex. over Neerijse/ Ganzeman (I. Nel, A. Meeus, F. Vandeputte), 75 ex. over SAR (I. Nel, L. Hendrickx, A. Meeus) en 1 ex. over Erps/ Dorenveld (P. Moysons). Op 17-18/03 zorgde dan vooral dit laatste gebied voor spektakel, met resp. ca 400 ex.

en ca 225 ex. ter plaatse (P. Moysons, K. Moreau, P. Deschepper, A. Verboven e.a.). Op 17/03 werden nog 9 andere waarnemingen ontvangen, met 88 ex. te Neerijse/ Ganzeman als grootste groep (I. Nel). 18/03 leverde vervolgens 19 overige waarnemingen op, met onder meer 63 ex. tpl te Veltem-Beisem (R. Gijsen, D. Walton, A. Verboven), 30 ex. tpl en 45 ex. over Neerijse/Tersaert (F. Fluyt, I. Nel , A. Meeus), 176 ex. tpl te Kwerps/Zuurbeekvallei (P. Moysons) en 143 ex. tpl te Leefdaal/plateau (F. Fluyt, M. Fajgenblat, A. Meeus e.a.). Op 19/03 volgden nog 7 waarnemingen, met 220 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) en 74 ex. te Winksele (F. Vandekeybus) als grootste groepen, en op 20/03 ging het om 6 waarnemingen met daarbij 307 ex. te Neerijse/Ganzeman (I. Nel), 200 ex. te Neerijse/Tersaert (R. Stoks) en 62 ex. te Duisburg (J. De Cock). De laatste decade van maart (21/03 – 1/04) was nog goed voor 10 waarnemingen. Op 62 ex. N te Huldenberg/plateau op 25/03 (F. Fluyt) en 10 ex. te Leefdaal/plateau op 1/04 (B. Forget) na, ging het telkens om solitaire vogels. Nadien volgden nog 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau op 7/04 (JM Lommaert) en een laat ex. N te OH/Dorp op 27/05 (J. Rutten). Zilverplevier Tringa erythropus 31/05 1 ex. N te Overijse/stad (I. Nel) Het 21e geval (en 37e ex.) van Zilverplevier voor het Dijleland. Bontbekplevier Charadrius hiaticula 9-11 & 20/05 telkens 1 ad te LP (G. Vandezande, T. Bovens, B. Verstraete, F. Vanwezer e.a.)

VOGELS

plateau op 11/05 (J. Nysten), 1 ex. te Korbeek-Dijle/ plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) en 1 ex. ZW te Huldenberg/IJsevallei (S. Horemans) op 12/05, en tot slot 1 ex. te Erps/Dorenveld op 20/05 (P. Moysons).

Kleine Plevier Charadrius dubius De eerste Kleine Plevieren voor 2018 speelden op 18/03 akkervogel te Neerijse/Tersaert (F. Fluyt) en Leefdaal/plateau (K. Van Acker). AVP en LP waren nadien ‘the places to be’: te AVP waren er waarnemingen op 19 data tussen 19/03 en 21/05, met maximaal 4 ex. tss 10/04 en 10/05 (B. Miserez, R. Gysbertsen, E. Toorman e.a.); te LP ging het om 33 waarnemingsdata tussen 19/04 en 31/05 en maximaal 4 ex. op 22/04 (B. Verstraete, F. Vanwezer, E. Toorman e.a.). In de Dijlevallei werd de soort tijdens het voorjaar van 2018 niet waargenomen. Watersnip Gallinago gallinago In de Dijlevallei waren Watersnippen een eerder schaarse verschijning tijdens het voorjaar van 2018: in de Doode Bemde werd de soort weliswaar op 6 data gezien (24/03 – 22/04, met 23 ex. op 29/03 – P. Vanormelingen, I. Jacobs, maar verder nooit meer dan 3 ex.) maar verder waren er enkel 5 ex. te OHZ op 10/03 (E. Kimman), 1 De Boomklever I september 2018 I vogels

95


Sperwer - OHN Foto: Jan Waumans

Grauwe Kiekendief Circus pygargus 11/05 1 2e kj m NO te Korbeek-Dijle (A. Smets) Rode Wouw Milvus milvus Een lange reeks: 1 ex. te Neerijse/Ganzeman op 5/03 (I. Nel), 1 ex. N te Leefdaal/plateau op 9/03 (F. Vanwezer), min. 7 ex. over de regio op 11/03 (R. Stoks, B. Forget, N. De Clercq e.a.), 1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau op 14/03 (F. Henin, E. Etienne), 1 ex. te Kessel-Lo/Centraal op 15/03 (S. Vranckx), 1 ex. te Heverlee/W op 16/03 (N. De Clercq), 1 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) en 1 ex. NO te Blanden (K. Moreau) op 18/03, 1 ex. O over Meerdaalwoud op 20/03 (R. Stoks), 1 ex. ZO te Neerijse/ Ganzeman op 22/03 (T. Vandenberghe), 6 ex. te Leefdaal/ plateau op 23/03 (B. Forget), 1 ex. over Erps/ Dorenveld (P. Moysons) en 2 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (JM Lommaert) op 24/03, 7 ex. over de regio (waaronder groep van 4) op 25/03 (F. Fluyt, G. Vandezande, F. Vandeputte e.a.), 1 ex. O te SAR op 30/03 (L. Hendrickx, A. Meeus), 1 ex. te OHZ (E. Kimman) en 1 ex. over SAR op 31/03 (A. Meeus), 1 ex. over Korbeek-Dijle plateau op 1/04 (G. Vandezande), 5 ex. over de regio op 2/04 (A. Smets, F. Fluyt, R. Charlier), min. 4 ex. over de regio op 7/04 (N. Ryckeboer, P. Moysons, M. Fajgenblat e.a.), 1 ex. te OH op 11/04 (I. Nel), 1 ex. over Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) en 1 ex. te Neerijse/ Ganzeman (F. Fluyt) op 15/04, 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/ plateau op 18/04 (G. Vandezande), 2 ex. Z te Bertem/ Koeheide op 20/04 (G. Bleys), 2 ex. pleisterend van OH tot Sint-Joris-Weert op 22/04 (I. Nel, R. Stoks, A. Meeus), 1 ex. te Overijse/Terlanen op 25/04 (F. Vandeputte), 2 ex. over Leefdaal/plateau op 27/04 (B. Forget), 1 ex. te Bertem/Koeheide op 28/04 (G. Bleys), 1 ex. te Korbeek-Dijle/

94

De Boomklever I september 2018 I vogels

Zwarte Wouw Milvus migrans 21/03 1 ex. over Hoeilaart (E. Etienne, F. Henin) 28/03 1 ex. achtereenvolgens over SAR (P. Moysons) en de Doode Bemde (E. Kimman) 7/04 1 ex. te Leefdaal/plateau (J. Nysten) 9/04 1 ex. OHN (S. Horemans), 1 ex. over Heverlee/W (N. De Clercq) 11/04 1 ex. NO te SAR (B. Forget), 1 ex. NO te Neerijse/Ganzeman (A. Meeus, I. Nel) 14/04 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) 21/04 1 ex. te Meerbeek (W. Claes) 29/04 1 ex. N te Bertem/Koeheide (G. Bleys) 6/05 1 ex. over NGB (S. Vranckx, R. Uyttenbroeck) 8/05 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (W. Tamsyn) 12/05 3 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert, J. Nysten), 1 ex. NO te Huldenberg/ plateau (A. Smets) 27/05 1 ex. over SAR (L. Hendrickx, I. Nel, D. von Werne), 1 ex. ZW te Wijgmaal (L. Smets) Kraanvogel Grus grus Tot grote vreugde van zowat alle vogelliefhebbers werd begin maart 2018 weer gekenmerkt door een mooie doortocht van Kraanvogels: op 3/03 werden er minstens 512 geteld (8 groepen), op 4/03 passeerden minstens 241 ex. (6 groepen) (waaronder op beide data groepen die op verschillende plekken werden opgepikt), en op 5/03 vlogen nog eens minstens 557 ex. (5 groepen) over regio Leuven. Op 9, 11, 17, 19 en 20/03 werden vervolgens nog resp. 36 ex. (3 groepen), 16 ex. (2 groepen), 3 ex. (allen solitair), 9 ex. (1 groep) en 12 ex. (1 groep) waargenomen, en in april volgden nog resp. 14, 1 en 6 ex. op 6, 10 en 12/04. Kwartelkoning Crex crex 13-21/05 1 zp te OHN (A. Smets, I. Nel, N. De Clercq e.v.a.) Het 4e geval van Kwartelkoning in het Dijleland in de

21e eeuw (en het 5e ex.), na twee zp te Meerbeek op 10-11/05/12, 1 zp te Erps/Dorenveld op 24/05/12 en 1 kort roepend ex. te Leefdaal/ plateau op 19/10/17. Griel Burhinus oedicnemus Op 7/04 werd rond 10:00 een noordwaarts vliegende Griel waargenomen vanop de trektelpost te Korbeek-Dijle (G. Vandezande). De vogel leek verderop hoogte te verliezen, en werd wat later inderdaad aan de grond teruggevonden te Leefdaal/plateau (J. Nysten), waar hij tot op het einde van de dag nog door 33 andere waarnemers bewonderd kon worden. Het betreft de zesde Griel voor het Dijleland, en met een maand voorsprong de vroegste ooit. Eerdere gevallen vonden plaats op 5-6/05/03 te Leefdaal/plateau, op 1/6/2008 te Korbeek-Dijle/plateau, op 16/06/09 te Korbeek-Dijle/plateau, op 21/08/12 aud over OH/centrum en op 7-8/10/12 rondtoerend in de regio (met waarnemingen te Meerbeek, Korbeek-Dijle, Sint-Joris-Weert en Moorsel). Scholekster Haematopus ostralegus Op 5/03 vloog een Scholekster naar N over Wilsele/dorp (J. De Rycke), maar nadien moest men voor deze soort zoals traditioneel weer vooral op het industrieterrein van Haasrode zijn. Van 7/03 tot het einde van de behandelde periode werd de soort hier op 32 data waargenomen, en van vrijwel in het begin (9/03) waren daarbij 2 ex. betrokken (P. Moysons, J. Menu, D. von Werne e.a.). Verder waren er ook de volgende waarnemingen: 1 ex. ZO te Wijgmaal op 25/03 (J. Menu), 1 ex. NW te SAR op 7/05 (A. Smets), 1 ex. Z te OHN op 13/05 (J. Rutten), 1 ex. te LP op 17/05 (F. Vanwezer), 2 ex. O te Korbeek-Dijle/ plateau op 21/05 (J. Nysten) en 1 ex. NO te Neerijse/ Ganzeman op 22/05 (I. Nel). Kluut Recurvirostra avosetta 07/04 1 ex. te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, M. Fajgenblat, G. Vandezande) Goudplevier Pluvialis apricaria Er werden tijdens de periode maart-mei 2018 maar liefst 81 waarnemingen van Goudplevieren ontvangen uit regio Dijleland (incl. een aantal dubbeltellingen). Na 1 ex. te Korbeek-Dijle op 5/03 (P. Standaert) en 4 ex. Z te Leefdaal/plateau op 7/03 (B. Forget), gingen op 10-11/03 de remmen los. Over Huldenberg/plateau werden op deze dagen resp. 239 ex. en 50 ex. opgemerkt (richting NO; F. Fluyt), en op 11/03 168 ex. over Neerijse/ Ganzeman (I. Nel, A. Meeus, F. Vandeputte), 75 ex. over SAR (I. Nel, L. Hendrickx, A. Meeus) en 1 ex. over Erps/ Dorenveld (P. Moysons). Op 17-18/03 zorgde dan vooral dit laatste gebied voor spektakel, met resp. ca 400 ex.

en ca 225 ex. ter plaatse (P. Moysons, K. Moreau, P. Deschepper, A. Verboven e.a.). Op 17/03 werden nog 9 andere waarnemingen ontvangen, met 88 ex. te Neerijse/ Ganzeman als grootste groep (I. Nel). 18/03 leverde vervolgens 19 overige waarnemingen op, met onder meer 63 ex. tpl te Veltem-Beisem (R. Gijsen, D. Walton, A. Verboven), 30 ex. tpl en 45 ex. over Neerijse/Tersaert (F. Fluyt, I. Nel , A. Meeus), 176 ex. tpl te Kwerps/Zuurbeekvallei (P. Moysons) en 143 ex. tpl te Leefdaal/plateau (F. Fluyt, M. Fajgenblat, A. Meeus e.a.). Op 19/03 volgden nog 7 waarnemingen, met 220 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) en 74 ex. te Winksele (F. Vandekeybus) als grootste groepen, en op 20/03 ging het om 6 waarnemingen met daarbij 307 ex. te Neerijse/Ganzeman (I. Nel), 200 ex. te Neerijse/Tersaert (R. Stoks) en 62 ex. te Duisburg (J. De Cock). De laatste decade van maart (21/03 – 1/04) was nog goed voor 10 waarnemingen. Op 62 ex. N te Huldenberg/plateau op 25/03 (F. Fluyt) en 10 ex. te Leefdaal/plateau op 1/04 (B. Forget) na, ging het telkens om solitaire vogels. Nadien volgden nog 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau op 7/04 (JM Lommaert) en een laat ex. N te OH/Dorp op 27/05 (J. Rutten). Zilverplevier Tringa erythropus 31/05 1 ex. N te Overijse/stad (I. Nel) Het 21e geval (en 37e ex.) van Zilverplevier voor het Dijleland. Bontbekplevier Charadrius hiaticula 9-11 & 20/05 telkens 1 ad te LP (G. Vandezande, T. Bovens, B. Verstraete, F. Vanwezer e.a.)

VOGELS

plateau op 11/05 (J. Nysten), 1 ex. te Korbeek-Dijle/ plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) en 1 ex. ZW te Huldenberg/IJsevallei (S. Horemans) op 12/05, en tot slot 1 ex. te Erps/Dorenveld op 20/05 (P. Moysons).

Kleine Plevier Charadrius dubius De eerste Kleine Plevieren voor 2018 speelden op 18/03 akkervogel te Neerijse/Tersaert (F. Fluyt) en Leefdaal/plateau (K. Van Acker). AVP en LP waren nadien ‘the places to be’: te AVP waren er waarnemingen op 19 data tussen 19/03 en 21/05, met maximaal 4 ex. tss 10/04 en 10/05 (B. Miserez, R. Gysbertsen, E. Toorman e.a.); te LP ging het om 33 waarnemingsdata tussen 19/04 en 31/05 en maximaal 4 ex. op 22/04 (B. Verstraete, F. Vanwezer, E. Toorman e.a.). In de Dijlevallei werd de soort tijdens het voorjaar van 2018 niet waargenomen. Watersnip Gallinago gallinago In de Dijlevallei waren Watersnippen een eerder schaarse verschijning tijdens het voorjaar van 2018: in de Doode Bemde werd de soort weliswaar op 6 data gezien (24/03 – 22/04, met 23 ex. op 29/03 – P. Vanormelingen, I. Jacobs, maar verder nooit meer dan 3 ex.) maar verder waren er enkel 5 ex. te OHZ op 10/03 (E. Kimman), 1 De Boomklever I september 2018 I vogels

95


Regenwulp Numenius phaeopus 15/04 1 ex. N te OHZ (A. Meeus, L. Hendrickx, I. Nel) Wulp Numenius arquata 3 & 13/03 telkens 1 ex. tpl te Erps/Dorenveld (F. Wyns, P. Moysons)/ 4/03 1 ex. NO te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) 6/03 1 ex. Z te NKV (E. Kimman) 20/03 1 ex. over Neerijse/Zingende Wind (I. Nel) Zwarte Ruiter Tringaerythropus 20-22/03 1 ad te LP (F. Vanwezer, J. Lambrechts, P. Standaert e.a.) Tureluur Tringa totanus 2/9-30/03 2 ex. te OHN (B. Vereyken, J. De Cock, L. Hendrickx, A. Meeus) 29/03 & 22/04 telkens 1 ex. te OHZ (B. Vereyken, I. Nel, G. Vandezande) 3-4 & 27/04 telkens 1 ex. te AVP (E. Toorman, G. Vandezande, B. Verstraete) 10-11 & 17/05 telkens 1 ex. te LP (G. Vandezande, B. Verstraete, E. Toorman, F. Vanwezer) 27-29/05 1 ex. te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, N. De Clercq e.a.) Groenpootruiter Tringa nebularia 15, 25/04, 10, 11, resp. 1, 2, 2, 1, 2 & 1 ex. te SAR 21 & 26-27/05 (I. Nel, G. Vandezande, N. El Takriti e.a.) 25/04 & 10/05 resp. 1 & 2 ex. te NKV (S. Horemans, M. O’Briain, J. Nysten) 27/04 & 13/05 telkens 1 ex. te AVP (R. Gysbertsen, P. Dauwe) 28/04 & 21/05 telkens 1 ex. over OHN (L. Hendrickx, F. Vandeputte) 4 & 20/05 resp. 2 & 3 ex. te Kwerps/vijvers (P. Deschepper, P. Moysons, E. Geeraerts)

96

De Boomklever I september 2018 I vogels

6, 8 & 21/05 8-12, 13-15, 16-17 & 25/05 19/05

resp. 1, 1 & 2 ex. te OHZ (J. Rutten, R. Hendrix, I. Nel, L. Hendrickx) resp. 3, 4, 3 & 1 ex. te LP (E. Toorman, T. Bovens, F. Vanwezer e.a.) 1 ex. NO te DoodeBemde/Z (A. Meeus)

Bosruiter Tringa glareola 22/04 1 ex. te AVP (R. Gysbertsen) 22/04 & 6/05 resp. 1 & min. 22 ex. te OHZ (G. Vandezande, I. Nel, L. Hendrickx e.a.) 25/04 & 16/05 telkens 1 ex. te LP (G. Vandezande, J. Lambrechts, B. Verstraete) 15/05 1 ex. te SAR (B. Chiwy, N. De Clercq) Witgat Tringa ochropus Witgatjes waren relatief schaars tijdens het voorjaar van 2018 (verspreid, maar met lage maxima): Maart waarnemingen op 6 data en 6 locaties, maar enkel vanaf 24/03, max. 5 ex. te OHN op 25/03 (L. Hendrickx, J. Nysten) April waarnemingen op 24 data en 13 loacties, max. 6 ex. te OHZ op 18/04 (G. Vandezande) Mei waarnemingen van 1-2 ex. op 6 data en 6 locaties (tot op 30/05) Oeverloper Actitis hypoleucos De eerste Oeverloper voor 2018 zat op 6/04 te Tervuren/ Park KMMA (B. Forget). Het voorkomen van deze soort in regio Leuven tijdens het voorjaar van 2018 kan verder als volgt beknopt worden samengevat: April waarnemingen op 11 data (vanaf 16/04) en 8 locaties, max. 9 ex. te AVP op 28/04 (R. Gysbertsen) en 8 ex. te LP op 30/04 (F. Vanwezer) Mei waarnemingen op 28 data en 15 locaties, max. 17 ex. te LP op 16/05 (B. Verstraete) Temmincks Strandloper Calidris temminckii 19/05 1 ad zom te LP (F. Vanwezer, B. Verstraete, E. Toorman, G. Vandezande) Het 21e geval en 37e ex. van Temmincks Strandloper voor het Dijleland. Slechts drie gevallen (7 ex.) vielen voor de eeuwwisseling. De maandverdeling (aantal gevallen) illustreert dat mei veruit de beste maand is om bij ons naar deze soort te zoeken: april 2 – mei 16 – juli 1 – augustus 1 – september 1.

Roodpootvalk - Sint-Joris-Weert Foto: Gert Vandezande

Melanistische Grauwe kiekendief Leefdaal Plateau Foto: Axel Smets

Bonte Strandloper Calidris alpina 18/03 1 ad win te Leefdaal/plateau (in groep Goudplevieren) (R. Stoks, S. Horemans, I. Nel e.a.) 30/03 1 ex. te OHN (A. Meeus) Kemphaan Philomachus pugnax 22/04 1 ex. te OHZ (I. Nel, G. Vandezande) 20/05 1 ex. te AVP (D. von Werne, N. De Clercq, W. Claes, B. Verstraete) Dwergmeeuw Hydrocoloeus minutus 08/04 5 ex. NO te SAR (E. Callebaut, J. Rottiers) 06/05 1 ex. te NGB (R. Uyttenbroeck, S. Vranckx) 10/05 1 ex. te LP (B. Verstraete, G. Vandezande) Kokmeeuw Chroicocephalus ridibundus Op 15 en 16/05 werd te LP een koppel Kokmeeuwen opgemerkt dat een nest bezette op een boomstronkje in de vijver (E. Toorman). Telkens zat een oudervogel te broeden, en werden kraaiachtigen actief geweerd. Het broedsel mislukte, maar het ging desalniettemin om de eerste gedocumenteerde broedpoging van Kokmeeuw voor regio Leuven. Zwartkopmeeuw Ichthyaetus melanocephalus 18/05 1 ex. over OHN (A. Meeus) Pontische Meeuw Larus cachinnans 3-4 & 21/03 1 ex. te LP (F. Vanwezer, J. Lambrechts, G. Vandezande) 4, 7 & 11/03 1 ex. te SAR (R. Stoks, I. Nel, L. Hendrickx e.a.)

Zwarte ruiter Leopoldspark Kessel-Lo Foto: Erik Toorman

18/03 3 ex. te Kwerps/vijvers (P. Moysons) Wanneer gespecifieerd ging het telkens om adulte exemplaren. Geelpootmeeuw Larus michahellis 04/03, 17/04 resp. 1 ad, 1 ad & 2 ad te LP & 28/05 (J. Lambrechts, W. Goussey, F. Vanwezer) 10/03 1 ad over OHZ (R. Gysbertsen) 11, 25-26/03 1 ad, 1 ex. & 1 ex. te SAR & 5/04 (L. Hendrickx, I. Nel, A. Meeus, N. De Clercq) 31/03 1 ex. over Korbeek-Dijle (B. Hermans) Kleine Burgemeester Larus glaucoides 10/03 1 4e kj te LP (J. Lambrechts) Slechts de 2e Kleine Burgemeester voor het Dijleland. Net zoals bij het eerste ex. (1 2e win te Tervuren/Park KMMA op 5/03/12) ging het om een waarneming in de eerste decade van maart, buiten de Dijlevallei, en om een ex. dat slechts kort ter plaatse bleef en enkel voor de ontdekker was weggelegd.

VOGELS

ex. NO te OHN op 25/03 (J. Nysten) en 1 ex. te SAR op 26/03 (N. De Clercq). Buiten de vallei pleisterde de soort vooral te AVP (waarnemingen op 22 data tss 1/03 en 11/04, met max. 9 ex. op 5/03 – P. Moysons), met ook waarnemingen te LP (1 ex. op 1-2/03; F. Vanwezer, B. Verstraete), Kwerps/Zuurbeekvallei (2 ex. op 18/03, waarvan zowaar eentje in baltsvlucht; A. Verboven) en Kwerps/vijvers (telkens 1 ex. op 14/03 en 6/05; P. Moysons, B. Bergmans – deze laatste betrof het laatste ex. van voorjaar 2018).

Dwergstern Sternula albifrons 25/05 1 ad zom te SAR (C. Terseleer Lillo, I. Nel, A. Meeus e.v.a.) Het 16e geval (17e ex.) van Dwergstern voor het Dijleland, waarvan het 9e geval (10e ex. sinds 2010). De maandverdeling illustreert dat mei de topmaand is om deze soort in de regio te zoeken (vnml. eind mei): april 2, mei 10, juni 4, juli 1. Visdief Sterna hirundo 3/04 1 ad te LP (E. Toorman) 25/04 1 ex. N te SAR (G. Vandezande) 9/05 1 ad te NGB, 1 ad zom te SAR (L. De Boomklever I september 2018 I vogels

97


Regenwulp Numenius phaeopus 15/04 1 ex. N te OHZ (A. Meeus, L. Hendrickx, I. Nel) Wulp Numenius arquata 3 & 13/03 telkens 1 ex. tpl te Erps/Dorenveld (F. Wyns, P. Moysons)/ 4/03 1 ex. NO te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) 6/03 1 ex. Z te NKV (E. Kimman) 20/03 1 ex. over Neerijse/Zingende Wind (I. Nel) Zwarte Ruiter Tringaerythropus 20-22/03 1 ad te LP (F. Vanwezer, J. Lambrechts, P. Standaert e.a.) Tureluur Tringa totanus 2/9-30/03 2 ex. te OHN (B. Vereyken, J. De Cock, L. Hendrickx, A. Meeus) 29/03 & 22/04 telkens 1 ex. te OHZ (B. Vereyken, I. Nel, G. Vandezande) 3-4 & 27/04 telkens 1 ex. te AVP (E. Toorman, G. Vandezande, B. Verstraete) 10-11 & 17/05 telkens 1 ex. te LP (G. Vandezande, B. Verstraete, E. Toorman, F. Vanwezer) 27-29/05 1 ex. te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, N. De Clercq e.a.) Groenpootruiter Tringa nebularia 15, 25/04, 10, 11, resp. 1, 2, 2, 1, 2 & 1 ex. te SAR 21 & 26-27/05 (I. Nel, G. Vandezande, N. El Takriti e.a.) 25/04 & 10/05 resp. 1 & 2 ex. te NKV (S. Horemans, M. O’Briain, J. Nysten) 27/04 & 13/05 telkens 1 ex. te AVP (R. Gysbertsen, P. Dauwe) 28/04 & 21/05 telkens 1 ex. over OHN (L. Hendrickx, F. Vandeputte) 4 & 20/05 resp. 2 & 3 ex. te Kwerps/vijvers (P. Deschepper, P. Moysons, E. Geeraerts)

96

De Boomklever I september 2018 I vogels

6, 8 & 21/05 8-12, 13-15, 16-17 & 25/05 19/05

resp. 1, 1 & 2 ex. te OHZ (J. Rutten, R. Hendrix, I. Nel, L. Hendrickx) resp. 3, 4, 3 & 1 ex. te LP (E. Toorman, T. Bovens, F. Vanwezer e.a.) 1 ex. NO te DoodeBemde/Z (A. Meeus)

Bosruiter Tringa glareola 22/04 1 ex. te AVP (R. Gysbertsen) 22/04 & 6/05 resp. 1 & min. 22 ex. te OHZ (G. Vandezande, I. Nel, L. Hendrickx e.a.) 25/04 & 16/05 telkens 1 ex. te LP (G. Vandezande, J. Lambrechts, B. Verstraete) 15/05 1 ex. te SAR (B. Chiwy, N. De Clercq) Witgat Tringa ochropus Witgatjes waren relatief schaars tijdens het voorjaar van 2018 (verspreid, maar met lage maxima): Maart waarnemingen op 6 data en 6 locaties, maar enkel vanaf 24/03, max. 5 ex. te OHN op 25/03 (L. Hendrickx, J. Nysten) April waarnemingen op 24 data en 13 loacties, max. 6 ex. te OHZ op 18/04 (G. Vandezande) Mei waarnemingen van 1-2 ex. op 6 data en 6 locaties (tot op 30/05) Oeverloper Actitis hypoleucos De eerste Oeverloper voor 2018 zat op 6/04 te Tervuren/ Park KMMA (B. Forget). Het voorkomen van deze soort in regio Leuven tijdens het voorjaar van 2018 kan verder als volgt beknopt worden samengevat: April waarnemingen op 11 data (vanaf 16/04) en 8 locaties, max. 9 ex. te AVP op 28/04 (R. Gysbertsen) en 8 ex. te LP op 30/04 (F. Vanwezer) Mei waarnemingen op 28 data en 15 locaties, max. 17 ex. te LP op 16/05 (B. Verstraete) Temmincks Strandloper Calidris temminckii 19/05 1 ad zom te LP (F. Vanwezer, B. Verstraete, E. Toorman, G. Vandezande) Het 21e geval en 37e ex. van Temmincks Strandloper voor het Dijleland. Slechts drie gevallen (7 ex.) vielen voor de eeuwwisseling. De maandverdeling (aantal gevallen) illustreert dat mei veruit de beste maand is om bij ons naar deze soort te zoeken: april 2 – mei 16 – juli 1 – augustus 1 – september 1.

Roodpootvalk - Sint-Joris-Weert Foto: Gert Vandezande

Melanistische Grauwe kiekendief Leefdaal Plateau Foto: Axel Smets

Bonte Strandloper Calidris alpina 18/03 1 ad win te Leefdaal/plateau (in groep Goudplevieren) (R. Stoks, S. Horemans, I. Nel e.a.) 30/03 1 ex. te OHN (A. Meeus) Kemphaan Philomachus pugnax 22/04 1 ex. te OHZ (I. Nel, G. Vandezande) 20/05 1 ex. te AVP (D. von Werne, N. De Clercq, W. Claes, B. Verstraete) Dwergmeeuw Hydrocoloeus minutus 08/04 5 ex. NO te SAR (E. Callebaut, J. Rottiers) 06/05 1 ex. te NGB (R. Uyttenbroeck, S. Vranckx) 10/05 1 ex. te LP (B. Verstraete, G. Vandezande) Kokmeeuw Chroicocephalus ridibundus Op 15 en 16/05 werd te LP een koppel Kokmeeuwen opgemerkt dat een nest bezette op een boomstronkje in de vijver (E. Toorman). Telkens zat een oudervogel te broeden, en werden kraaiachtigen actief geweerd. Het broedsel mislukte, maar het ging desalniettemin om de eerste gedocumenteerde broedpoging van Kokmeeuw voor regio Leuven. Zwartkopmeeuw Ichthyaetus melanocephalus 18/05 1 ex. over OHN (A. Meeus) Pontische Meeuw Larus cachinnans 3-4 & 21/03 1 ex. te LP (F. Vanwezer, J. Lambrechts, G. Vandezande) 4, 7 & 11/03 1 ex. te SAR (R. Stoks, I. Nel, L. Hendrickx e.a.)

Zwarte ruiter Leopoldspark Kessel-Lo Foto: Erik Toorman

18/03 3 ex. te Kwerps/vijvers (P. Moysons) Wanneer gespecifieerd ging het telkens om adulte exemplaren. Geelpootmeeuw Larus michahellis 04/03, 17/04 resp. 1 ad, 1 ad & 2 ad te LP & 28/05 (J. Lambrechts, W. Goussey, F. Vanwezer) 10/03 1 ad over OHZ (R. Gysbertsen) 11, 25-26/03 1 ad, 1 ex. & 1 ex. te SAR & 5/04 (L. Hendrickx, I. Nel, A. Meeus, N. De Clercq) 31/03 1 ex. over Korbeek-Dijle (B. Hermans) Kleine Burgemeester Larus glaucoides 10/03 1 4e kj te LP (J. Lambrechts) Slechts de 2e Kleine Burgemeester voor het Dijleland. Net zoals bij het eerste ex. (1 2e win te Tervuren/Park KMMA op 5/03/12) ging het om een waarneming in de eerste decade van maart, buiten de Dijlevallei, en om een ex. dat slechts kort ter plaatse bleef en enkel voor de ontdekker was weggelegd.

VOGELS

ex. NO te OHN op 25/03 (J. Nysten) en 1 ex. te SAR op 26/03 (N. De Clercq). Buiten de vallei pleisterde de soort vooral te AVP (waarnemingen op 22 data tss 1/03 en 11/04, met max. 9 ex. op 5/03 – P. Moysons), met ook waarnemingen te LP (1 ex. op 1-2/03; F. Vanwezer, B. Verstraete), Kwerps/Zuurbeekvallei (2 ex. op 18/03, waarvan zowaar eentje in baltsvlucht; A. Verboven) en Kwerps/vijvers (telkens 1 ex. op 14/03 en 6/05; P. Moysons, B. Bergmans – deze laatste betrof het laatste ex. van voorjaar 2018).

Dwergstern Sternula albifrons 25/05 1 ad zom te SAR (C. Terseleer Lillo, I. Nel, A. Meeus e.v.a.) Het 16e geval (17e ex.) van Dwergstern voor het Dijleland, waarvan het 9e geval (10e ex. sinds 2010). De maandverdeling illustreert dat mei de topmaand is om deze soort in de regio te zoeken (vnml. eind mei): april 2, mei 10, juni 4, juli 1. Visdief Sterna hirundo 3/04 1 ad te LP (E. Toorman) 25/04 1 ex. N te SAR (G. Vandezande) 9/05 1 ad te NGB, 1 ad zom te SAR (L. De Boomklever I september 2018 I vogels

97


Zomertaling - Kliniekvijvers Foto: Bert Vereyken

10/05 16/05 25/05

Hendrickx, E. Van Hoorebeke, P. Standaert e.a.) 5 ex. N te SAR (V. Claes) en Leefdaal/ plateau (A. Meeus, I. Nel) 1 ex. te SAR (J. De Meirsman) 3 ex. te SAR (G. Vandezande, L. Hendrickx, F. Fluyt e.a.)

Zwarte Stern Chlidonias niger 6/05 12 ex. N te OHN (A. Verboven), 6 ex. te SAR, 2 ex. te NGB (S. Vranckx, R. Uyttenbroeck e.a.) 9, 10, 17, 19, resp. 1, 5, 2, 1, 1 & 1 ex. te SAR 20-21 & 24-25/05 (L. Hendrickx, E. Etienne, B. Forget e.v.a.) 14/05 1 ex. te AVP (J. Waumans, B. Verstraete, P. Dauwe) 19/05 1 ex. te LP (G. Vandezande, F. Vanwezer, E. Toorman) 20/05 1 ex. te OHZ (R. Ghijsen, T. Roels, A. Roels) 23/05 1 ex. te Tervuren/Park KMMA (A. Reygel) Zomertortel Streptopelia turtur 30/04 1 ex. te Leuvens/Lemmensinstituut (F. Vandekeybus) Velduil Asio flammeus 1/04 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande) 7-8/05 1 ex. tpl te Korbeek-Dijle/plateau (A. Meeus, I. Nel, W. Tamsyn)

98

Draaihals Jynx torquilla Op 29/04 en 15/05 werd telkens een Draaihals waargenomen te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, B. Chiwy). Smelleken Falco columbarius 17/03 1 ex. over SAR (E. Etienne, P. Heylens), later 1 ex. te Leefdaal/ plateau (I. Nel) 19/03 1 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) 11/04 1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (J. Nysten), 1 ex. O te Neerijse/Ganzeman (A. Meeus, I. Nel) 13/04 1 ex. te Leefdaal/plateau (J. De Cock) 06/05 1v te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) Roodpootvalk Falco vespertinus Nadat op 12/05 te Sint-Joris-Weert en op 14/05 in de Doode Bemde een jagend adult vrouwtje Roodpootvalk werd waargenomen (R. Stoks, J. De Cock), werd vanaf 15/05 duidelijk dat dit exemplaar in de streek pleisterde. Van 15 tot en met 20/05 kon ze nagenoeg voortdurend worden waargenomen op en rond de parking langs de Weertse Dreef aan de westrand van Meerdaalwoud in Sint-Joris-Weert, veelal op Meikevers jagend (I. Nel e.v.a.). Slechtvalk Falco peregrinus Voor deze soort beperken we ons tot het berichten over het Leuvense broedkoppel, dat voor het achtste opeenvolgende jaar succesvol broedde. Net zoals in zes voorgaande jaren werden er bij het ringen vier jongen in het nest aangetroffen. Enkel in 2017 ging het om drie jongen.

Alpengierzwaluw Tachymarptis melba Op 9/05 werd een Alpengierzwaluw gemeld in een groep Gier- en Huiszwaluwen te Wijgmaal, waarop de vogel naar N vloog (L. Smets). Indien aanvaard door het BRBC betreft het een nieuwe soort voor het Dijleland.

Grauwe Klauwier Lanius collurio 06/05 1v te Wijgmaalbroek (J. Menu), 1m1v te Leefdaal/plateau (J. Nysten, I. Nel, N. De Clercq e.a.) 21/05 1m in de Doode Bemde (P. Selke, J. Nysten, A. Meeus, I. Nel)

Bijeneter Merops apiaster 21/05 1 ex. NO te Wilsele-Putkapel/Kwade Hoek (J. De Rycke)

Wielewaal Oriolus oriolus In het Wijgmaalbroek zong de eerste Wielewaal op 29/04 (E. Sente). Tot op 19/05 werd de soort hier nog op 8 data

De Boomklever I september 2018 I vogels

gehoord, met een visuele waarnemingen van 2 ex. op 11/05 (J. Vantrappen). Verder waren er enkel meldingen van zangposten in Meerdaalwoud op 4/05 (R. Stoks), te Wilsele-Putkapel/dorp op 19/05 (F. Vandekeybus) en te Groenendaal op 27/05 (P. La Haye, F. Wyns). Raaf Corvus corax Hoewel de Raaf minstens sinds de winter 2016-2017 gevestigd is in het Dijleland, loopt men de soort hier zeker niet dagelijks tegen het lijf. In en rond het Meerdaalwoud werden Raven in maart op 9 data doorgegeven (4 keer ging het om 2 ex.), in april op 5 data (1 keer 2 ex.), en in de eerste 2 decaden van mei op 5 data. Op 20 mei werd dan eindelijk het nest gevonden (H. Roosen), meer daarover verneemt u in het artikel elders in deze Boomklever. Intrigerend is dat er ook ten N van Leuven twee keer Raven werden gezien, namelijk op 21/04 en 18/05 te Wijgmaal (K. Lossy). In beide gevallen ging het om een duo, en het lijkt erg onwaarschijnlijk dat het koppel van Meerdaalwoud in volle broedperiode samen een uitstapje maakte tot zover buiten hun territorium. Baardman Panurus biarmicus In de nasleep van het voor deze soort goede winterhalfjaar 2017-2018 werden in maart 2018 nog Baardmannetjes waargenomen te SAR (telkens 2 ex. op 7 & 11/03; B. Forget, A. Meeus) en OHZ (resp. 1, 1, 2 & 1 ex. op 9, 12, 14 & 25/03; J. Vantrappen, J. Rutten, L. Hendrickx). Boomleeuwerik Lullula arborea 04/03 1 zp te LP (J. Lambrechts), 3 ex. NO te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) 06/03 1 ex. NO te Overijse/Ketelhuis (P. Moysons) 10 & 11/03 resp. 5 ex. N & 10 ex. O te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) Cetti’s Zanger Cettia cetti Uit de verzamelde waarnemingen kon een broedbestand van ‘slechts’ 37-38 territoria worden afgeleid, als volgt verdeeld over de verschillende bezette gebieden (met de aangrenzende Waalse gebieden erbij): Kwerps/vijvers 1, AVP 1, Heverlee/Langestaart 2, OH/Ormendaal 1, OHN 4, OHZ 3, Oppem 1, NGB 1, NGB/Langerodebos 1, Doode Bemde 6, SAR 6-7, Néthen/Marbaise 1, Pécrot/ Chaussée+Etang+ Grand-Pré 7, Florival/N 1, Florival/Z 1, SAR/ Onderbos 1 en Overijse/IJsebroeken 1. In 2017 klokten we af op minstens 51 territoria, en werden er nog geen territoria geïnventariseerd te Kwerps/vijvers, SAR/Onderbos en Overijse/IJsebroeken. De belangrijkste verschilpunten liggen te AVP (3 in 2017), OH (N, Z & Ormendaal: 13 in 2017, 8 in 2018, deels verklaarbaar doordat de zeer

geschikte zone ten ZW van OHZ in 2018 niet onderzocht werd), SAR (incl. Laanvallei en Vette Weide: 12 in 2017) en Pécrot (9 in 2017). Tjiftjaf x Fitis Phylloscopus collybita x trochilus 19/04 1 zp te Kessel-Lo/Centraal (W. Tamsyn) Fluiter Phylloscopus sibilatrix Op 15/04 werd een zingende Fluiter gevonden in het Meerdaalwoud, met vervolgwaarnemingen op dezelfde locatie op 19 en 22/04 (G. Bleys, R. Stoks). Op 8/05 werd op een andere locatie in dit bos ook een Fluiter gehoord (J. Baert, R. Polfliet), en op 27-28/05 kwam er nog een derde locatie bij (1 zp; K. Goderis). In Heverleebos was er een waarneming op 21/04 (K. Aerts). Te Bertem/Eikenbos werd er eentje ontdekt op 5/05, met nog waarnemingen op dezelfde locatie op 6, 9 en 11/05 (G. Bleys, R. Ghijsen, G. Vandezande). Hoeilaart deed ook zijn duit in de zak, met zangposten op 4 locaties in Zoniënwoud in de periode 3-22/05 (M. Fajgenblat, S. Boddington, F. Vassen e.a.) en 1 ex. te Groenendaal op 8/05 (M. Nicolai). Tot slot werd op 19 en 21/05 ook in het Tervurense deel van het Zoniënwoud een Fluiter waargenomen (F. Hidvegi, M. Peero). Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus 9/04 2 zp te OHN (J. Nysten) 14/04 1 zp in de Doode Bemde (Zuid) (L. Hendrickx) 16/04 1 zp te NKV (F. Fluyt) 30/04 & 3/05 1 zp te OHZ (J. Vantrappen, G. Vandezande) 2 & 9/05 1 zp te SAR (J. Vantrappen, N. De Clercq) 6, 8-9, 16 & 21/05 1 zp te OHN (T. Bovens, S. Horemans, I. Nel e.a.) 22-23/05 1 zp te NKV (W. Tamsyn, I. Nel)

VOGELS

Wanneer we de waarnemingen van een solitair ex. uit de periode 17/07 tot 9/08/17 (verspreid van Overijse tot Neerijse) als hetzelfde exemplaar beschouwen (er werden er alvast nooit twee samen gezien), betreft de waarneming uit 2018 het 7e geval en het 18e individu voor het Dijleland in de 21e eeuw (waaronder 2 juvenielen die in 2002 in de regio werden geboren).

Grote Karekiet Acrocephalus arundinaceus 19-21/05 1 zp te OHN (W. Claes e.v.a.) De zesde Grote Karekiet voor het Dijleland in de 21e eeuw, en het vijfde jaar op rij (er waren er twee in 2015). De datumgrenzen betreffen 4/05 – 5/06. Spotvogel Hippolais icterina Op 23/04 werd de eerste Spotvogel voor 2018 gehoord te Leefdaal/plateau (E. Kimman). De soort werd nadien in 10 verschillende gebieden waargenomen. Enkel te Leefdaal/plateau (min. 2 territoria), te Erps/Dorenveld (min. 2 territoria) en in Wijgmaalbroek (min. 1 territorium) was de soort broedverdacht. De Boomklever I september 2018 I vogels

99


Zomertaling - Kliniekvijvers Foto: Bert Vereyken

10/05 16/05 25/05

Hendrickx, E. Van Hoorebeke, P. Standaert e.a.) 5 ex. N te SAR (V. Claes) en Leefdaal/ plateau (A. Meeus, I. Nel) 1 ex. te SAR (J. De Meirsman) 3 ex. te SAR (G. Vandezande, L. Hendrickx, F. Fluyt e.a.)

Zwarte Stern Chlidonias niger 6/05 12 ex. N te OHN (A. Verboven), 6 ex. te SAR, 2 ex. te NGB (S. Vranckx, R. Uyttenbroeck e.a.) 9, 10, 17, 19, resp. 1, 5, 2, 1, 1 & 1 ex. te SAR 20-21 & 24-25/05 (L. Hendrickx, E. Etienne, B. Forget e.v.a.) 14/05 1 ex. te AVP (J. Waumans, B. Verstraete, P. Dauwe) 19/05 1 ex. te LP (G. Vandezande, F. Vanwezer, E. Toorman) 20/05 1 ex. te OHZ (R. Ghijsen, T. Roels, A. Roels) 23/05 1 ex. te Tervuren/Park KMMA (A. Reygel) Zomertortel Streptopelia turtur 30/04 1 ex. te Leuvens/Lemmensinstituut (F. Vandekeybus) Velduil Asio flammeus 1/04 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande) 7-8/05 1 ex. tpl te Korbeek-Dijle/plateau (A. Meeus, I. Nel, W. Tamsyn)

98

Draaihals Jynx torquilla Op 29/04 en 15/05 werd telkens een Draaihals waargenomen te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, B. Chiwy). Smelleken Falco columbarius 17/03 1 ex. over SAR (E. Etienne, P. Heylens), later 1 ex. te Leefdaal/ plateau (I. Nel) 19/03 1 ex. te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) 11/04 1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (J. Nysten), 1 ex. O te Neerijse/Ganzeman (A. Meeus, I. Nel) 13/04 1 ex. te Leefdaal/plateau (J. De Cock) 06/05 1v te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) Roodpootvalk Falco vespertinus Nadat op 12/05 te Sint-Joris-Weert en op 14/05 in de Doode Bemde een jagend adult vrouwtje Roodpootvalk werd waargenomen (R. Stoks, J. De Cock), werd vanaf 15/05 duidelijk dat dit exemplaar in de streek pleisterde. Van 15 tot en met 20/05 kon ze nagenoeg voortdurend worden waargenomen op en rond de parking langs de Weertse Dreef aan de westrand van Meerdaalwoud in Sint-Joris-Weert, veelal op Meikevers jagend (I. Nel e.v.a.). Slechtvalk Falco peregrinus Voor deze soort beperken we ons tot het berichten over het Leuvense broedkoppel, dat voor het achtste opeenvolgende jaar succesvol broedde. Net zoals in zes voorgaande jaren werden er bij het ringen vier jongen in het nest aangetroffen. Enkel in 2017 ging het om drie jongen.

Alpengierzwaluw Tachymarptis melba Op 9/05 werd een Alpengierzwaluw gemeld in een groep Gier- en Huiszwaluwen te Wijgmaal, waarop de vogel naar N vloog (L. Smets). Indien aanvaard door het BRBC betreft het een nieuwe soort voor het Dijleland.

Grauwe Klauwier Lanius collurio 06/05 1v te Wijgmaalbroek (J. Menu), 1m1v te Leefdaal/plateau (J. Nysten, I. Nel, N. De Clercq e.a.) 21/05 1m in de Doode Bemde (P. Selke, J. Nysten, A. Meeus, I. Nel)

Bijeneter Merops apiaster 21/05 1 ex. NO te Wilsele-Putkapel/Kwade Hoek (J. De Rycke)

Wielewaal Oriolus oriolus In het Wijgmaalbroek zong de eerste Wielewaal op 29/04 (E. Sente). Tot op 19/05 werd de soort hier nog op 8 data

De Boomklever I september 2018 I vogels

gehoord, met een visuele waarnemingen van 2 ex. op 11/05 (J. Vantrappen). Verder waren er enkel meldingen van zangposten in Meerdaalwoud op 4/05 (R. Stoks), te Wilsele-Putkapel/dorp op 19/05 (F. Vandekeybus) en te Groenendaal op 27/05 (P. La Haye, F. Wyns). Raaf Corvus corax Hoewel de Raaf minstens sinds de winter 2016-2017 gevestigd is in het Dijleland, loopt men de soort hier zeker niet dagelijks tegen het lijf. In en rond het Meerdaalwoud werden Raven in maart op 9 data doorgegeven (4 keer ging het om 2 ex.), in april op 5 data (1 keer 2 ex.), en in de eerste 2 decaden van mei op 5 data. Op 20 mei werd dan eindelijk het nest gevonden (H. Roosen), meer daarover verneemt u in het artikel elders in deze Boomklever. Intrigerend is dat er ook ten N van Leuven twee keer Raven werden gezien, namelijk op 21/04 en 18/05 te Wijgmaal (K. Lossy). In beide gevallen ging het om een duo, en het lijkt erg onwaarschijnlijk dat het koppel van Meerdaalwoud in volle broedperiode samen een uitstapje maakte tot zover buiten hun territorium. Baardman Panurus biarmicus In de nasleep van het voor deze soort goede winterhalfjaar 2017-2018 werden in maart 2018 nog Baardmannetjes waargenomen te SAR (telkens 2 ex. op 7 & 11/03; B. Forget, A. Meeus) en OHZ (resp. 1, 1, 2 & 1 ex. op 9, 12, 14 & 25/03; J. Vantrappen, J. Rutten, L. Hendrickx). Boomleeuwerik Lullula arborea 04/03 1 zp te LP (J. Lambrechts), 3 ex. NO te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) 06/03 1 ex. NO te Overijse/Ketelhuis (P. Moysons) 10 & 11/03 resp. 5 ex. N & 10 ex. O te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) Cetti’s Zanger Cettia cetti Uit de verzamelde waarnemingen kon een broedbestand van ‘slechts’ 37-38 territoria worden afgeleid, als volgt verdeeld over de verschillende bezette gebieden (met de aangrenzende Waalse gebieden erbij): Kwerps/vijvers 1, AVP 1, Heverlee/Langestaart 2, OH/Ormendaal 1, OHN 4, OHZ 3, Oppem 1, NGB 1, NGB/Langerodebos 1, Doode Bemde 6, SAR 6-7, Néthen/Marbaise 1, Pécrot/ Chaussée+Etang+ Grand-Pré 7, Florival/N 1, Florival/Z 1, SAR/ Onderbos 1 en Overijse/IJsebroeken 1. In 2017 klokten we af op minstens 51 territoria, en werden er nog geen territoria geïnventariseerd te Kwerps/vijvers, SAR/Onderbos en Overijse/IJsebroeken. De belangrijkste verschilpunten liggen te AVP (3 in 2017), OH (N, Z & Ormendaal: 13 in 2017, 8 in 2018, deels verklaarbaar doordat de zeer

geschikte zone ten ZW van OHZ in 2018 niet onderzocht werd), SAR (incl. Laanvallei en Vette Weide: 12 in 2017) en Pécrot (9 in 2017). Tjiftjaf x Fitis Phylloscopus collybita x trochilus 19/04 1 zp te Kessel-Lo/Centraal (W. Tamsyn) Fluiter Phylloscopus sibilatrix Op 15/04 werd een zingende Fluiter gevonden in het Meerdaalwoud, met vervolgwaarnemingen op dezelfde locatie op 19 en 22/04 (G. Bleys, R. Stoks). Op 8/05 werd op een andere locatie in dit bos ook een Fluiter gehoord (J. Baert, R. Polfliet), en op 27-28/05 kwam er nog een derde locatie bij (1 zp; K. Goderis). In Heverleebos was er een waarneming op 21/04 (K. Aerts). Te Bertem/Eikenbos werd er eentje ontdekt op 5/05, met nog waarnemingen op dezelfde locatie op 6, 9 en 11/05 (G. Bleys, R. Ghijsen, G. Vandezande). Hoeilaart deed ook zijn duit in de zak, met zangposten op 4 locaties in Zoniënwoud in de periode 3-22/05 (M. Fajgenblat, S. Boddington, F. Vassen e.a.) en 1 ex. te Groenendaal op 8/05 (M. Nicolai). Tot slot werd op 19 en 21/05 ook in het Tervurense deel van het Zoniënwoud een Fluiter waargenomen (F. Hidvegi, M. Peero). Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus 9/04 2 zp te OHN (J. Nysten) 14/04 1 zp in de Doode Bemde (Zuid) (L. Hendrickx) 16/04 1 zp te NKV (F. Fluyt) 30/04 & 3/05 1 zp te OHZ (J. Vantrappen, G. Vandezande) 2 & 9/05 1 zp te SAR (J. Vantrappen, N. De Clercq) 6, 8-9, 16 & 21/05 1 zp te OHN (T. Bovens, S. Horemans, I. Nel e.a.) 22-23/05 1 zp te NKV (W. Tamsyn, I. Nel)

VOGELS

Wanneer we de waarnemingen van een solitair ex. uit de periode 17/07 tot 9/08/17 (verspreid van Overijse tot Neerijse) als hetzelfde exemplaar beschouwen (er werden er alvast nooit twee samen gezien), betreft de waarneming uit 2018 het 7e geval en het 18e individu voor het Dijleland in de 21e eeuw (waaronder 2 juvenielen die in 2002 in de regio werden geboren).

Grote Karekiet Acrocephalus arundinaceus 19-21/05 1 zp te OHN (W. Claes e.v.a.) De zesde Grote Karekiet voor het Dijleland in de 21e eeuw, en het vijfde jaar op rij (er waren er twee in 2015). De datumgrenzen betreffen 4/05 – 5/06. Spotvogel Hippolais icterina Op 23/04 werd de eerste Spotvogel voor 2018 gehoord te Leefdaal/plateau (E. Kimman). De soort werd nadien in 10 verschillende gebieden waargenomen. Enkel te Leefdaal/plateau (min. 2 territoria), te Erps/Dorenveld (min. 2 territoria) en in Wijgmaalbroek (min. 1 territorium) was de soort broedverdacht. De Boomklever I september 2018 I vogels

99


Braamsluiper Sylvia curruca De eerste Braamsluipers voor 2018 doken op 13/04 op te Heverlee/ Zwanenberg, Kessel-Lo/Centraal en Winksele (telkens 1 zp; G. Bleys, R. Uyttenbroeck). Er volgden nadien nog waarnemingen op 13 andere locaties. Op 7 locaties ging het om herhaalde waarnemingen op meerdere data, en was de soort met andere woorden broedverdacht. Taigaboomkruiper Certhia familiaris Groot nieuws uit het Zoniënwoud! Elf jaar na het einde van de opmerkelijke reeks waarnemingen van deze soort in Meerdaalwoud en Heverleebos (2000-2007) werd er terug een Taigaboomkruiper ontdekt in een Dijlelands bos. Ditmaal was het Zoniënwoud aan de beurt, en de ontdekking vond plaats op 6/05 (M. Fajgenblat). De vogel liet geregeld een mengzang horen, met zowel elementen van Boomkruiper en Taigaboomkruiper erin. Meerdere waarnemers moesten daar echter genoegen mee nemen, want visuele waarnemingen waren niet makkelijk te verkrijgen. Meer over dit geval kan u lezen in een afzonderlijke bijdrage in het volgende nummer van De Boomklever. Beflijster Turdus torquatus Op het plateaucomplex van Korbeek-Dijle en Leefdaal werden op 7, 8, 10 & 15/04 resp. 7, 3, 1 & 2 overtrekkende Beflijsters gezien, waarnaast er op 8, 9, 10, 11, 13, 19, 20 & 21/04 ook resp. 8, 1, 6, 4 (3+1), 1, 1, 3 & 2 pleisterende ex. werden waargenomen (G. Vandezande, JM Lommaert, B. Hermans, J. Nysten e.a.). Verder werd telkens een mannetje gezien te Heverlee/Zwanenberg op 16/04 (G. Bleys) en te Huldenberg/plateau op 19/04 (F. Fluyt). Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata In Meerdaalwoud werden Grauwe Vliegenvangers opgemerkt op vier verschillende locaties. Dat was het geval op 30/04-1/05 (2 ex.), 18/05 (2zp), 26/05 (2 zp, elk op een andere locatie) (P. Standaert, G. Vandezande, A. Meeus, P. Moysons, R. Stoks). Verder werd de soort ook gezien in Bertembos op 6/05 (1 ex.; A. Verboven), te Tervuren/ Zoniënwoudop 25/05 (3 ex. op 2 locaties; A. Smets) en te SAR/Rodebos op 27/05 (1 ex.; I. Nel).

100

De Boomklever I september 2018 I vogels

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypoleuca 08/05 1 zp in Meerdaalwoud (J. Baert) Nachtegaal Luscinia megarhynchos In regio Leuven kon de Nachtegaal tijdens het voorjaar van 2018 enkel worden gehoord in het Wijgmaalbroek. De eerste waarneming vond plaats op 30/04 (W. Claes), en de soort bleef minstens tot het einde van de maand aanwezig. Op 11/05 kon een waarnemer twee zangposten noteren (G. Vandezande), maar op basis van de exacte invoerlocaties werd reeds eerder vermoed dat er twee zangers in het spel waren. Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus In Veltem-Beisem werd op 12/04 de eerste Gekraagde Roodstaart voor 2018 gehoord, met ook op 1/05 een zingend mannetje op een andere locatie in hetzelfde dorp (R. Ghijsen). In het Militair Domein in Meerdaalwoud werd op 17/04 een mannetje ontdekt, dat nog tot op het einde van de besproken periode veelvuldig werd waargenomen (M. Fajgenblat e.a.). Te Huldenberg/ Spitsberg was een mannetje aanwezig vanaf 5/05, met 5 vervolgwaarnemingen tot op 21/05 (F. Fluyt), en binnen de Leuvense ring werd de soort op twee locaties waargenomen: een vrouwtje op 10/05 (G. Keulemans) en een zingend mannetje op 25/05 (B. Hermans). Paapje Saxicola rubetra Op 22/04 werd te Heverlee/Langestaart het eerste Paapje voor 2018 gespot (B. Hermans). Nadien volgden waarnemingen te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (resp. 3, 2, 3, 3 & 4 ex. op 27/04, 1, 6, 8 & 21/05; W. Tamsyn, J. Kempeneers, G. Vandezande e.a.), NKV (telkens 1 ex. op 28/04 & 6/05; J. Nysten, B. Augustijns, L. Hendrickx e.a.), Huldenberg/Wolfshaegen (1 ex. op 2/05; H. Roosen), Tervuren/Park KMMA (1 ex. op 2/05; J. De Cock), Loonbeek (1 ex. op 3/05; N. Ryckeboer), Hoeilaart/ Paardenrenbaan (2 ex. op 6/05; M. Van Cutsem, M. Fajgenblat), Kwerps/ Zuurbeekvallei (2 ex. op 6/05; R. Ghijsen, B. Bergmans), Herent (1 ex. op 6/05; J. Vantrappen), Bertem/Koeheide (resp. 3 & 2 ex. op 7 & 8/05; G. Bleys), AVP (1 ex. op 7/05; B. Verstraete), Wijgmaalbroek (1 ex. op 10/05; B. Creemers), Haasrode/zandgroeve (1 ex. op 20/05; D. von Werne) en LP (telkens 1 ex. op 21 & 25/05; G. & T. Vandezande, F. Vanwezer). Roodborsttapuit Saxicola rubicola Roodborsttapuiten werden waargenomen te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (telkens 1 ex. op 4, 11, 17, 18, 31/03, 1/04, 19 & 21/05; B. Forget, E. Etienne, I. Nel e.a.), Neerijse/Zingende Wind (1 ex. op 7/03; L. Raty), SAR (1m op 10/03; I. Nel, L. Hendrickx), AVP (1v op 12/03; B.

Soort Zomertaling Anas querquedula Wespendief Pernis apivorus Koekoek Cuculus canorus Boomvalk Falco subbuteo

Eerste data 24/03 26/03 3/05 6/05 30/03 08/04 15/04 17/04

Gierzwaluw Apus apus Oeverzwaluw Riparia riparia Boerenzwaluw Hirundo rustica Huiszwaluw Delichon urbicum Tjiftjaf * Phylloscopus collybita Fitis Phylloscopus trochilus Kleine Karekiet Acrocephalus scirpaceus Bosrietzanger Acrocephalus palustris Sprinkhaanzanger Locustella naevia Tuinfluiter Sylvia borin Zwartkop ** Sylvia atricapilla Grasmus Sylvia communis

14/04 20/04 13/03 19/03 13/03 17/03 25/03 01/04 08/03 09/03 31/03 03/04 22/04 26/04 2/05 4/05 1/04 10/04 6/04 15/04 3/03 6/03 06/04 08/04

Blauwborst Luscinia svecica Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros Gele Kwikstaart Motacilla flava

25/03 27/03 18/03 25/03 31/03 03/04

Aantal + Locatie 1v te NKV 1m te SAR 1 ex. te SAR 1 ex. NO te Wijgmaal 1 zp te NGB 1 zp te Heverlee/Langestaart 1 ex. te OHZ, 1 ex. te SAR 1 ex/ te OHN 1 ex. te Leuven/centrum 1 & 5 ex. te Heverlee 1 ex. te LP 1 ex. in de Doode Bemde 4 ex. te LP 1 ex. te SAR 3 ex. te SAR 1 ex. te SAR 1 zp te Tervuren/park KMMA 1 zp te SAR, 1 zp te Leefdaal 1 zp te NKV 1 zp te OHN 1 zp te OHN, 1 zp te SAR 1 zp te Heverlee/Langestaart 1 zp te NKV 1 zp te SAR, 1 zp te OHN 1 zp in de Doode Bemde 1 zp te OH/Ormendaal 1 ex. te SAR 1 zp te Oppem 1v te Kessel-Lo/Kesselberg 1 zp te Leuven/centrum 1 ex. te Leefdaal/plateau 1 ex. te Korbeek-Dijle, 1 ex. Overijse 1 zp te OHN 1 zp te NKV 1 te Loonbeek, 2 te Kessel-Lo 1 zp te Korbeek-Dijle 1 ex. N te Leefdaal/plateau 6 ex. te Neerijse/Tersaert

Waarnemers J. Nysten A. Van De Laer G. Vandezande L. Smets L. Hendrickx N. Ryckeboer L. Hendrickx, I. Nel, A. Meeus, F. Vandeputte G. Vandezande N. Pardon LP Arnhem, M. Fajgenblat F. Vanwezer F. Fluyt F. Vanwezer L. Hendrickx, I. Nel, C. Debois, A. Meeus L. Hendrickx, J. Nysten e.a. G. Vandezande A. Reygel N. De Clercq, B. Forget E. Kimman I. Nel R. Ghijsen, I. Nel N. Ryckeboer E. Kimman M. Fajgenblat, A. Meeus, J. Vantrappen L. Hendrickx S. Horemans J. Vantrappen JM Lommaert K. Hansen M. Depauw B. Forget te G. Vandezande, JM Lommaert, I. Nel

VOGELS

Snor Locustella luscinioides Vanaf 18/05 zong een Snor te NKV (L. Hendrickx, A. Meeus, G. Vandezande e.a.). Het gaat om de 24e Snor voor het Dijleland sinds 1975. In 2010 (1), 2013 (1), 2015 (1-2) en 2017 (2-3) was er sprake van territoria (aantallen in elk jaar tussen haakjes).

L. Hendrickx F. Fluyt F. Fluyt, S. Vranckx e.a. JM Lommaert B. Forget F. Fluyt

* Nu Tjiftjaffen ook in lage en wisselende aantallen overwinteren in onze regio, wordt het moeilijker om vast te leggen vanaf wanneer er aankomende trekkers in het spel zijn. Van 19/03 tot 7/03 werden er geen waargenomen, dus beschouwen we de hoger vermelde vogels als de eerste aankomers. ** Voor de Zwartkop was het dit jaar moeilijk om de grens te trekken tussen overwinteraars en zomergasten. Het kan niet worden uitgesloten dat de vermelde vogels overwinteraars waren.

De Boomklever I september 2018 I vogels

101


Braamsluiper Sylvia curruca De eerste Braamsluipers voor 2018 doken op 13/04 op te Heverlee/ Zwanenberg, Kessel-Lo/Centraal en Winksele (telkens 1 zp; G. Bleys, R. Uyttenbroeck). Er volgden nadien nog waarnemingen op 13 andere locaties. Op 7 locaties ging het om herhaalde waarnemingen op meerdere data, en was de soort met andere woorden broedverdacht. Taigaboomkruiper Certhia familiaris Groot nieuws uit het Zoniënwoud! Elf jaar na het einde van de opmerkelijke reeks waarnemingen van deze soort in Meerdaalwoud en Heverleebos (2000-2007) werd er terug een Taigaboomkruiper ontdekt in een Dijlelands bos. Ditmaal was het Zoniënwoud aan de beurt, en de ontdekking vond plaats op 6/05 (M. Fajgenblat). De vogel liet geregeld een mengzang horen, met zowel elementen van Boomkruiper en Taigaboomkruiper erin. Meerdere waarnemers moesten daar echter genoegen mee nemen, want visuele waarnemingen waren niet makkelijk te verkrijgen. Meer over dit geval kan u lezen in een afzonderlijke bijdrage in het volgende nummer van De Boomklever. Beflijster Turdus torquatus Op het plateaucomplex van Korbeek-Dijle en Leefdaal werden op 7, 8, 10 & 15/04 resp. 7, 3, 1 & 2 overtrekkende Beflijsters gezien, waarnaast er op 8, 9, 10, 11, 13, 19, 20 & 21/04 ook resp. 8, 1, 6, 4 (3+1), 1, 1, 3 & 2 pleisterende ex. werden waargenomen (G. Vandezande, JM Lommaert, B. Hermans, J. Nysten e.a.). Verder werd telkens een mannetje gezien te Heverlee/Zwanenberg op 16/04 (G. Bleys) en te Huldenberg/plateau op 19/04 (F. Fluyt). Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata In Meerdaalwoud werden Grauwe Vliegenvangers opgemerkt op vier verschillende locaties. Dat was het geval op 30/04-1/05 (2 ex.), 18/05 (2zp), 26/05 (2 zp, elk op een andere locatie) (P. Standaert, G. Vandezande, A. Meeus, P. Moysons, R. Stoks). Verder werd de soort ook gezien in Bertembos op 6/05 (1 ex.; A. Verboven), te Tervuren/ Zoniënwoudop 25/05 (3 ex. op 2 locaties; A. Smets) en te SAR/Rodebos op 27/05 (1 ex.; I. Nel).

100

De Boomklever I september 2018 I vogels

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypoleuca 08/05 1 zp in Meerdaalwoud (J. Baert) Nachtegaal Luscinia megarhynchos In regio Leuven kon de Nachtegaal tijdens het voorjaar van 2018 enkel worden gehoord in het Wijgmaalbroek. De eerste waarneming vond plaats op 30/04 (W. Claes), en de soort bleef minstens tot het einde van de maand aanwezig. Op 11/05 kon een waarnemer twee zangposten noteren (G. Vandezande), maar op basis van de exacte invoerlocaties werd reeds eerder vermoed dat er twee zangers in het spel waren. Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus In Veltem-Beisem werd op 12/04 de eerste Gekraagde Roodstaart voor 2018 gehoord, met ook op 1/05 een zingend mannetje op een andere locatie in hetzelfde dorp (R. Ghijsen). In het Militair Domein in Meerdaalwoud werd op 17/04 een mannetje ontdekt, dat nog tot op het einde van de besproken periode veelvuldig werd waargenomen (M. Fajgenblat e.a.). Te Huldenberg/ Spitsberg was een mannetje aanwezig vanaf 5/05, met 5 vervolgwaarnemingen tot op 21/05 (F. Fluyt), en binnen de Leuvense ring werd de soort op twee locaties waargenomen: een vrouwtje op 10/05 (G. Keulemans) en een zingend mannetje op 25/05 (B. Hermans). Paapje Saxicola rubetra Op 22/04 werd te Heverlee/Langestaart het eerste Paapje voor 2018 gespot (B. Hermans). Nadien volgden waarnemingen te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (resp. 3, 2, 3, 3 & 4 ex. op 27/04, 1, 6, 8 & 21/05; W. Tamsyn, J. Kempeneers, G. Vandezande e.a.), NKV (telkens 1 ex. op 28/04 & 6/05; J. Nysten, B. Augustijns, L. Hendrickx e.a.), Huldenberg/Wolfshaegen (1 ex. op 2/05; H. Roosen), Tervuren/Park KMMA (1 ex. op 2/05; J. De Cock), Loonbeek (1 ex. op 3/05; N. Ryckeboer), Hoeilaart/ Paardenrenbaan (2 ex. op 6/05; M. Van Cutsem, M. Fajgenblat), Kwerps/ Zuurbeekvallei (2 ex. op 6/05; R. Ghijsen, B. Bergmans), Herent (1 ex. op 6/05; J. Vantrappen), Bertem/Koeheide (resp. 3 & 2 ex. op 7 & 8/05; G. Bleys), AVP (1 ex. op 7/05; B. Verstraete), Wijgmaalbroek (1 ex. op 10/05; B. Creemers), Haasrode/zandgroeve (1 ex. op 20/05; D. von Werne) en LP (telkens 1 ex. op 21 & 25/05; G. & T. Vandezande, F. Vanwezer). Roodborsttapuit Saxicola rubicola Roodborsttapuiten werden waargenomen te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (telkens 1 ex. op 4, 11, 17, 18, 31/03, 1/04, 19 & 21/05; B. Forget, E. Etienne, I. Nel e.a.), Neerijse/Zingende Wind (1 ex. op 7/03; L. Raty), SAR (1m op 10/03; I. Nel, L. Hendrickx), AVP (1v op 12/03; B.

Soort Zomertaling Anas querquedula Wespendief Pernis apivorus Koekoek Cuculus canorus Boomvalk Falco subbuteo

Eerste data 24/03 26/03 3/05 6/05 30/03 08/04 15/04 17/04

Gierzwaluw Apus apus Oeverzwaluw Riparia riparia Boerenzwaluw Hirundo rustica Huiszwaluw Delichon urbicum Tjiftjaf * Phylloscopus collybita Fitis Phylloscopus trochilus Kleine Karekiet Acrocephalus scirpaceus Bosrietzanger Acrocephalus palustris Sprinkhaanzanger Locustella naevia Tuinfluiter Sylvia borin Zwartkop ** Sylvia atricapilla Grasmus Sylvia communis

14/04 20/04 13/03 19/03 13/03 17/03 25/03 01/04 08/03 09/03 31/03 03/04 22/04 26/04 2/05 4/05 1/04 10/04 6/04 15/04 3/03 6/03 06/04 08/04

Blauwborst Luscinia svecica Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros Gele Kwikstaart Motacilla flava

25/03 27/03 18/03 25/03 31/03 03/04

Aantal + Locatie 1v te NKV 1m te SAR 1 ex. te SAR 1 ex. NO te Wijgmaal 1 zp te NGB 1 zp te Heverlee/Langestaart 1 ex. te OHZ, 1 ex. te SAR 1 ex/ te OHN 1 ex. te Leuven/centrum 1 & 5 ex. te Heverlee 1 ex. te LP 1 ex. in de Doode Bemde 4 ex. te LP 1 ex. te SAR 3 ex. te SAR 1 ex. te SAR 1 zp te Tervuren/park KMMA 1 zp te SAR, 1 zp te Leefdaal 1 zp te NKV 1 zp te OHN 1 zp te OHN, 1 zp te SAR 1 zp te Heverlee/Langestaart 1 zp te NKV 1 zp te SAR, 1 zp te OHN 1 zp in de Doode Bemde 1 zp te OH/Ormendaal 1 ex. te SAR 1 zp te Oppem 1v te Kessel-Lo/Kesselberg 1 zp te Leuven/centrum 1 ex. te Leefdaal/plateau 1 ex. te Korbeek-Dijle, 1 ex. Overijse 1 zp te OHN 1 zp te NKV 1 te Loonbeek, 2 te Kessel-Lo 1 zp te Korbeek-Dijle 1 ex. N te Leefdaal/plateau 6 ex. te Neerijse/Tersaert

Waarnemers J. Nysten A. Van De Laer G. Vandezande L. Smets L. Hendrickx N. Ryckeboer L. Hendrickx, I. Nel, A. Meeus, F. Vandeputte G. Vandezande N. Pardon LP Arnhem, M. Fajgenblat F. Vanwezer F. Fluyt F. Vanwezer L. Hendrickx, I. Nel, C. Debois, A. Meeus L. Hendrickx, J. Nysten e.a. G. Vandezande A. Reygel N. De Clercq, B. Forget E. Kimman I. Nel R. Ghijsen, I. Nel N. Ryckeboer E. Kimman M. Fajgenblat, A. Meeus, J. Vantrappen L. Hendrickx S. Horemans J. Vantrappen JM Lommaert K. Hansen M. Depauw B. Forget te G. Vandezande, JM Lommaert, I. Nel

VOGELS

Snor Locustella luscinioides Vanaf 18/05 zong een Snor te NKV (L. Hendrickx, A. Meeus, G. Vandezande e.a.). Het gaat om de 24e Snor voor het Dijleland sinds 1975. In 2010 (1), 2013 (1), 2015 (1-2) en 2017 (2-3) was er sprake van territoria (aantallen in elk jaar tussen haakjes).

L. Hendrickx F. Fluyt F. Fluyt, S. Vranckx e.a. JM Lommaert B. Forget F. Fluyt

* Nu Tjiftjaffen ook in lage en wisselende aantallen overwinteren in onze regio, wordt het moeilijker om vast te leggen vanaf wanneer er aankomende trekkers in het spel zijn. Van 19/03 tot 7/03 werden er geen waargenomen, dus beschouwen we de hoger vermelde vogels als de eerste aankomers. ** Voor de Zwartkop was het dit jaar moeilijk om de grens te trekken tussen overwinteraars en zomergasten. Het kan niet worden uitgesloten dat de vermelde vogels overwinteraars waren.

De Boomklever I september 2018 I vogels

101


Tapuit Oenanthe oenanthe De eerste Tapuit voor 2018 zat op 3/04 te Korbeek-Dijle/ plateau (B. Hermans). Het plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle leverde daarna nog op 15 data (tussen 11/04 en 30/05) Tapuiten op, met max. 10 en 13 ex. op 8 en 10/05 (W. Tamsyn, J. Nysten). Andere locaties met Tapuiten waren Heverlee/ Zwanenberg (resp. 1, 2, 2 & 2 ex. op 17, 23/04, 19 & 21/05; G. Bleys), Erps/Dorenveld (resp. 3, 11 & 2 ex. op 24, 25/04 & 3/05; P. Moysons, P. Deschepper), Everberg/Vrebos (resp. 2 & 1 ex. op 27/04 & 12/05; A. Smets), Winksele (resp. 1, 1, 1, 2 & 1 ex. op 2, 3, 7, 17 & 19/05; R. Ghijsen, F. Vandekeybus, G. Bleys e.a.), Huldenberg/plateau (2 ex. op 6/05; F. Fluyt), Haasrode/zandgroeve (resp. 2 & 3 ex. op 10 & 20/05; D. von Werne), Erps-Kwerps/dorp (2 ex. op 21/05; P. Moysons), Overijse/Terlanenveld (1 ex. op 21/05; E. De Broyer) en AVP (1 ex. op 22/05; B. Verstraete). Boompieper Anthus trivialis De eerste Boompieper voor 2018 vloog op 2/04 over Huldenberg/plateau (F. Fluyt). Daarna werden tot op 9/05 nog overtrekkende ex. genoteerd, met piek op 18-20/04 (9 ex. over Korbeek-Dijle/ plateau op 18/04, 5 ex. over Huldenberg/plateau op 18/04, 5 ex. over plateau Leefdaal/ Korbeek-Dijle op 20/05; G. Vandezande, F. Fluyt). Pleisteraars waren werden opgemerkt op 3/04 te OHN (G. Vandezande), op 8/05 te Leefdaal/plateau (W. Tamsyn) en op 19/05 te Huldenberg/plateau (zingend; F. Fluyt) en te Oud-Heverlee/Pragen (tss Meerdaalwoud en Heverleebos; C. Coeckelbergh). Broeden doet de soort bij ons voor zover we weten enkel in de omgeving van het Militair Domein in Meerdaalwoud, waar op 21/04 tot maximaal 4 zangposten werden vastgesteld maar het uiteindelijk aantal bezette territoria bleef steken op twee (R. Stoks).

102

De Boomklever I september 2018 I vogels

Roodkeelpieper Anthus cervinus Op het plateau van Korbeek-Dijle werden tijdens het voorjaar van 2018 maar liefst twee Roodkeelpiepers gezien: een invallend en pleisterend ex. op 6/05 en een NO-waarts vliegend ex. op 12/05 (G. Vandezande, JM Lommaert, A. Smets). Het gaat om de 26e en 27e Roodkeelpiepers voor het Dijleland in de 21e eeuw, maar ook om de eerste voorjaarsgevallen (datumgrenzen najaar: 14/09 – 20/10). Waterpieper Anthus spinoletta De grootste groep Waterpiepers van het voorjaar verbleef in Wijgmaalbroek, met resp. 34, 20 & 25 ex. op 5, 18 en 29/03 (L. Smets). De grootste concentratie in de Dijlevallei betrof 17 ex. te OHN op 1/04 (A. Meeus). Een ex. te Florival/Veeweide op 8/04 was het laatste ex. (R. Charlier). Grote Barmsijs Acanthis flammea flammea 3, 5, 9-10 &23/03 resp. 1, 2, 8 & 8 ex. te Sint-JorisWeert (R. Stoks) 13/03 2 ex. te LP (F. Vanwezer) 29/03 1 ex. te Wijgmaalbroek (L. Smets) 01/04 1 ex. in de Doode Bemde (G. Bleys) Europese Kanarie Serinus serinus 07 & 18/04 telkens 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) Grauwe Gors Emberiza calandra 07/03 1 ex. te Leefdaal/plateau (B. Forget) Ortolaan Emberiza hortulana 10/05 1 zp in Wijgmaalbroek (J. Menu) Toch al het 20e geval van Ortolaan in het Dijleland in de 21e eeuw, maar voor zover bekend de eerste zingende. De maandverdeling bedraagt nu maart 1 – april 2 – mei 5 – augustus 5 – september 5 – oktober 2.

Samenstelling Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com

Activiteiten

okt.-dec. 2018

Alle activiteiten van de Natuurstudiegroep Dijleland en eventuele wijzigingen zullen ook aangekondigd worden via de website (www.natuurstudiegroepdijleland.be/activiteiten) Dijlevallei-maillijst (http://groups.yahoo. com/group/Dijlevallei/) en de NSGD facebookpagina (www.facebook.com/natuurstudiegroepdijleland). ZATERDAG 6 OKTOBER EN ZONDAG 21 OKTOBER 2018 Simultaantrektellingen Op zondag 7 oktober tellen we op de Dijlelandse telposten net als in de rest van Europa trekvogels in het kader van de 25e editie van Eurobirdwatch. Op zondag 14 oktober doen we ook mee aan de tweede nationale simultaantrektelling. Op beide dagen zijn geïnteresseerden welkom op een van onze trektelposten (meer info op www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektellen). Uiteraard wordt er ook op andere dagen getrekteld in onze regio. Dagen met veel potentieel worden geregeld aangekondigd op onze Facebookpagina en mailinglijst, maar aarzel niet om bij interesse of voor meer informatie contact op te nemen met onze trektelcoördinator Gert Vandezande (gert.vandezande@telenet.be). Onze Trektelmodule, een hulpmiddel om soorten overvliegend te leren herkennen (al door duizenden vogelkijkers gebruikt), is sinds dit jaar bovendien uitgebreid met een dertigtal steltlopersoorten. Neem zeker eens een kijkje op www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektelmodule.

ZATERDAG 13 OKTOBER, 17 NOVEMBER EN 15 DECEMBER 2018 Midmaandelijkse watervogeltellingen en -excursies Zoals ieder jaar gaan ook deze winter de officiële watervogeltellingen door in het Dijleland. Geïnteresseerden kunnen aansluiten op de telronde van de vijvers van de Dijlevallei. Telkens afspraak om 8u ’s morgens stipt aan Oud-Heverlee station. Einde voorzien tegen de middag. Geef vooraf een seintje aan Luc Hendrickx bij interesse (luchendrickx2003@yahoo.com, 0477 19 28 35). Op 17 november 2018 gaan ook de eerste slaapplaatstellingen van Aalscholvers en zilverreigers door. Wie weet heeft van slaapplaatsen van deze soorten: geef deze zeker in op waarnemingen.be.

WEEKENDDAG IN NOVEMBER OF DECEMBER 2018 Met de Natuurstudiegroep op najaarsuitstap Ook dit najaar organiseren we en groepsuitstap naar een van de betere vogelgebieden van West-Europa. Waar en wanneer die precies zal doorgaan, wordt tijdig aangekondigd via mailinglijst en Facebookpagina. Wie hier niet op aangesloten is maar interesse heeft, mag alvast iets laten weten aan maxime.fajgenblat@gmail.com om op de hoogte te worden gehouden.

De Boomklever I september 2018 I activiteiten

ACTIVITEITEN

Verstraete), Oppem (resp. 1, 1 & 2 ex. op 18/03, 22/04 & 6/05; A. Meeus, K. Aerts, F. Fluyt e.a.), Neerijse/Doode Bemde (1m op 18/03; I. Nel), Huldenberg/plateau (1 ex. op 18/03; F. Fluyt), Groenendaal/Paardenrenbaan (1 ex. op 18/03; F. Hollander), Erps/Dorenveld (1 ex. op 19/03; P. Deschepper), Overijse/Terlanenveld (1m op 21/03; H. Roosen), Hoeilaart/Groenendaal (1v op 24/03; K. Boey, K. Van Lierde, S. De Rouck e.a.), Erps-Kwerps/dorp (1 ex. op 1/04; P. Moysons), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. op 1/04; A. Smets), Wijgmaalbroek (resp. 2,1 & 2 ex. op 3, 7/04 & 10/05; J. Menu, R. Ghijsen, B. Creemers), Herent (1m1v op 9/04; H. Roosen) en Haasrode/industrie (1 zp op 28/05; D. von Werne).

103


Tapuit Oenanthe oenanthe De eerste Tapuit voor 2018 zat op 3/04 te Korbeek-Dijle/ plateau (B. Hermans). Het plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle leverde daarna nog op 15 data (tussen 11/04 en 30/05) Tapuiten op, met max. 10 en 13 ex. op 8 en 10/05 (W. Tamsyn, J. Nysten). Andere locaties met Tapuiten waren Heverlee/ Zwanenberg (resp. 1, 2, 2 & 2 ex. op 17, 23/04, 19 & 21/05; G. Bleys), Erps/Dorenveld (resp. 3, 11 & 2 ex. op 24, 25/04 & 3/05; P. Moysons, P. Deschepper), Everberg/Vrebos (resp. 2 & 1 ex. op 27/04 & 12/05; A. Smets), Winksele (resp. 1, 1, 1, 2 & 1 ex. op 2, 3, 7, 17 & 19/05; R. Ghijsen, F. Vandekeybus, G. Bleys e.a.), Huldenberg/plateau (2 ex. op 6/05; F. Fluyt), Haasrode/zandgroeve (resp. 2 & 3 ex. op 10 & 20/05; D. von Werne), Erps-Kwerps/dorp (2 ex. op 21/05; P. Moysons), Overijse/Terlanenveld (1 ex. op 21/05; E. De Broyer) en AVP (1 ex. op 22/05; B. Verstraete). Boompieper Anthus trivialis De eerste Boompieper voor 2018 vloog op 2/04 over Huldenberg/plateau (F. Fluyt). Daarna werden tot op 9/05 nog overtrekkende ex. genoteerd, met piek op 18-20/04 (9 ex. over Korbeek-Dijle/ plateau op 18/04, 5 ex. over Huldenberg/plateau op 18/04, 5 ex. over plateau Leefdaal/ Korbeek-Dijle op 20/05; G. Vandezande, F. Fluyt). Pleisteraars waren werden opgemerkt op 3/04 te OHN (G. Vandezande), op 8/05 te Leefdaal/plateau (W. Tamsyn) en op 19/05 te Huldenberg/plateau (zingend; F. Fluyt) en te Oud-Heverlee/Pragen (tss Meerdaalwoud en Heverleebos; C. Coeckelbergh). Broeden doet de soort bij ons voor zover we weten enkel in de omgeving van het Militair Domein in Meerdaalwoud, waar op 21/04 tot maximaal 4 zangposten werden vastgesteld maar het uiteindelijk aantal bezette territoria bleef steken op twee (R. Stoks).

102

De Boomklever I september 2018 I vogels

Roodkeelpieper Anthus cervinus Op het plateau van Korbeek-Dijle werden tijdens het voorjaar van 2018 maar liefst twee Roodkeelpiepers gezien: een invallend en pleisterend ex. op 6/05 en een NO-waarts vliegend ex. op 12/05 (G. Vandezande, JM Lommaert, A. Smets). Het gaat om de 26e en 27e Roodkeelpiepers voor het Dijleland in de 21e eeuw, maar ook om de eerste voorjaarsgevallen (datumgrenzen najaar: 14/09 – 20/10). Waterpieper Anthus spinoletta De grootste groep Waterpiepers van het voorjaar verbleef in Wijgmaalbroek, met resp. 34, 20 & 25 ex. op 5, 18 en 29/03 (L. Smets). De grootste concentratie in de Dijlevallei betrof 17 ex. te OHN op 1/04 (A. Meeus). Een ex. te Florival/Veeweide op 8/04 was het laatste ex. (R. Charlier). Grote Barmsijs Acanthis flammea flammea 3, 5, 9-10 &23/03 resp. 1, 2, 8 & 8 ex. te Sint-JorisWeert (R. Stoks) 13/03 2 ex. te LP (F. Vanwezer) 29/03 1 ex. te Wijgmaalbroek (L. Smets) 01/04 1 ex. in de Doode Bemde (G. Bleys) Europese Kanarie Serinus serinus 07 & 18/04 telkens 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (G. Vandezande, JM Lommaert) Grauwe Gors Emberiza calandra 07/03 1 ex. te Leefdaal/plateau (B. Forget) Ortolaan Emberiza hortulana 10/05 1 zp in Wijgmaalbroek (J. Menu) Toch al het 20e geval van Ortolaan in het Dijleland in de 21e eeuw, maar voor zover bekend de eerste zingende. De maandverdeling bedraagt nu maart 1 – april 2 – mei 5 – augustus 5 – september 5 – oktober 2.

Samenstelling Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com

Activiteiten

okt.-dec. 2018

Alle activiteiten van de Natuurstudiegroep Dijleland en eventuele wijzigingen zullen ook aangekondigd worden via de website (www.natuurstudiegroepdijleland.be/activiteiten) Dijlevallei-maillijst (http://groups.yahoo. com/group/Dijlevallei/) en de NSGD facebookpagina (www.facebook.com/natuurstudiegroepdijleland). ZATERDAG 6 OKTOBER EN ZONDAG 21 OKTOBER 2018 Simultaantrektellingen Op zondag 7 oktober tellen we op de Dijlelandse telposten net als in de rest van Europa trekvogels in het kader van de 25e editie van Eurobirdwatch. Op zondag 14 oktober doen we ook mee aan de tweede nationale simultaantrektelling. Op beide dagen zijn geïnteresseerden welkom op een van onze trektelposten (meer info op www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektellen). Uiteraard wordt er ook op andere dagen getrekteld in onze regio. Dagen met veel potentieel worden geregeld aangekondigd op onze Facebookpagina en mailinglijst, maar aarzel niet om bij interesse of voor meer informatie contact op te nemen met onze trektelcoördinator Gert Vandezande (gert.vandezande@telenet.be). Onze Trektelmodule, een hulpmiddel om soorten overvliegend te leren herkennen (al door duizenden vogelkijkers gebruikt), is sinds dit jaar bovendien uitgebreid met een dertigtal steltlopersoorten. Neem zeker eens een kijkje op www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektelmodule.

ZATERDAG 13 OKTOBER, 17 NOVEMBER EN 15 DECEMBER 2018 Midmaandelijkse watervogeltellingen en -excursies Zoals ieder jaar gaan ook deze winter de officiële watervogeltellingen door in het Dijleland. Geïnteresseerden kunnen aansluiten op de telronde van de vijvers van de Dijlevallei. Telkens afspraak om 8u ’s morgens stipt aan Oud-Heverlee station. Einde voorzien tegen de middag. Geef vooraf een seintje aan Luc Hendrickx bij interesse (luchendrickx2003@yahoo.com, 0477 19 28 35). Op 17 november 2018 gaan ook de eerste slaapplaatstellingen van Aalscholvers en zilverreigers door. Wie weet heeft van slaapplaatsen van deze soorten: geef deze zeker in op waarnemingen.be.

WEEKENDDAG IN NOVEMBER OF DECEMBER 2018 Met de Natuurstudiegroep op najaarsuitstap Ook dit najaar organiseren we en groepsuitstap naar een van de betere vogelgebieden van West-Europa. Waar en wanneer die precies zal doorgaan, wordt tijdig aangekondigd via mailinglijst en Facebookpagina. Wie hier niet op aangesloten is maar interesse heeft, mag alvast iets laten weten aan maxime.fajgenblat@gmail.com om op de hoogte te worden gehouden.

De Boomklever I september 2018 I activiteiten

ACTIVITEITEN

Verstraete), Oppem (resp. 1, 1 & 2 ex. op 18/03, 22/04 & 6/05; A. Meeus, K. Aerts, F. Fluyt e.a.), Neerijse/Doode Bemde (1m op 18/03; I. Nel), Huldenberg/plateau (1 ex. op 18/03; F. Fluyt), Groenendaal/Paardenrenbaan (1 ex. op 18/03; F. Hollander), Erps/Dorenveld (1 ex. op 19/03; P. Deschepper), Overijse/Terlanenveld (1m op 21/03; H. Roosen), Hoeilaart/Groenendaal (1v op 24/03; K. Boey, K. Van Lierde, S. De Rouck e.a.), Erps-Kwerps/dorp (1 ex. op 1/04; P. Moysons), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. op 1/04; A. Smets), Wijgmaalbroek (resp. 2,1 & 2 ex. op 3, 7/04 & 10/05; J. Menu, R. Ghijsen, B. Creemers), Herent (1m1v op 9/04; H. Roosen) en Haasrode/industrie (1 zp op 28/05; D. von Werne).

103


Regionale werkgroep van Natuurpunt Studie vzw

Bestuur Luc Hendrickx

Voorzitter, Penningmeester, Watervogeltellingen luchendrickx2003@yahoo.com 0477-19 28 35

Kris Van Scharen

Erevoorzitter kris.van.scharen@telenet.be

Maxime Fajgenblat

Gert Vandezande

Trektelcoördinator gert.vandezande@telenet.be

Kelle Moreau

Archivaris kelle.moreau@gmail.com

Bruno Bergmans

bruno.bergmans@scarlet.be

Secretaris maxime.fajgenblat@gmail.com

Bart Creemers

Roel Uyttenbroeck

Hans Roosen

Gert Vanautgaerden

André Verboven

Ledenadministratie roel_uyttenbroeck@hotmail.com Vuursalamander vanautgaerden.gert@gmail.com

Pieter Moysons

ABV-coordinator, Regioadmin pieter_moysons@hotmail.com

Jonathan Menu

bart.creemers@gmail.com Vleermuizen roosenhans@yahoo.com andre.karine.verboven@telenet.be

Robby Stoks

robby.stoks@yahoo.com

Herwig Blockx

herwigblockx@yahoo.com

jona.menu@gmail.com

Redactie

Website

Hoofdredactie

Webmaster

Clos des Poplis 17, 1332 Genval 0478 92 36 60 maxime.fajgenblat@gmail.com

thomas.vdberghe@gmail.com

Maxime Fajgenblat

Redactieteam

Jonathan Menu, Gert Vanautgaerden, Luc Hendrickx, Kelle Moreau & Herwig Blockx.

Abonnementen Roel Uyttenbroeck

Voor al uw vragen i.v.m. uw abonnement roel_uyttenbroeck@hotmail.com

Colofon

Thomas Vandenberghe Inhoud

Maxime Fajgenblat

maxime.fajgenblat@gmail.com

Waarnemingsarchivaris Kelle Moreau

kelle.moreau@gmail.com

Werkgebied Leuven, Bertem, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Hoeilaart, Tervuren, Kortenberg & Herent.

Rondzendlijst Dijleland http://groups.yahoo.com/neo/groups/Dijlevallei/info maak een Yahoo ID aan en klik op ‘join group’. Bij aanmeldingsproblemen, contacteer roel_uyttenbroeck@hotmail.com

www.natuurstudiegroepdijleland.be

Regiopag.: dijleland.waarnemingen.be - facebook.com/natuurstudiegroepDijleland

De Boomklever Driemaandelijks tijdschrift van de Natuurstudiegroep Dijleland. De Boomklever brengt bijdragen over studie en beheer van de biodiversiteit in het Dijleland en verschijnt viermaal per jaar (maart, juni, september, december). Abonnement Geïnteresseerden kunnen de Boomklever ontvangen door overschrijving van 15 € op rek.nr. BE8600 115521 6850 van de Natuurstudiegroep Dijleland met opgave van naam en adres. Een steunabonnement kost 20 € of meer. Copyright Het copyright van de teksten, illustraties en foto’s blijft bij de respectievelijke auteurs, tekenaars en fotografen. Overname is enkel mogelijk mits hun uitdrukkelijke toestemming en bronvermelding. Natuurpunt vzw Natuurpunt is de grootste vereniging voor natuur en landschap in Vlaanderen. Ze telt meer dan 88 000 gezinsleden en beheert 19 000 hectare natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt vzw kan door storting van 27 € op rekeningnummer BE17 2300 0442 3321. www.natuurpunt.be Lay-out Walda Verbaenen - walda@walda.be Druk Drukkerij Atlanta - Diest info@drukkerijatlanta.be www.drukkerijatlanta.be Oplage: 220 ex. V.U.: Luc Hendrickx, Naamsestraat 142 bus 1 - 3000 Leuven