Page 1

Overdruk 42E

JAAR -

uit

1952

-

de «GIERVALK»

AFLEVERING Ilf

- blz. 222 - 246

BIJDRAGE TOT DE STUDIE VAN DE VOGELS VAN DE DIJLEV ALLEi EN VAN ENKELE PLAATSEN ROND LEUVEN door

p. HERROELEN

De eerste studie over de vogels van de Dijleva\lei ver­ scheen in het boek « De Vogels van het Meerdaelwoud » van Fl.

WoRTELAERS

(1946).

Deze studie omvat een Voor­

woord waarin de vallei nader wordt omschreven, gevolgd door twee lijsten: die der broedvogels en die der doortrek­ kers en overwinterende vogels.

Die bijdrage zu lle n wc

voortdurend vermelden. Een tweede belangrijke publicatie is de

u

Eerste Mede­

deling van de stichting ORNIS Leuven », samengesteld door haar secretaris Dr F. GROOTAERS en verschenen in de

Wielewaal van 1949 en 1 950 . Ondertussen zijn nog verschenen, in de Wielewaal, J g. 1 95 1 , de bijdrage van BEQUAERT over de Eendvogels en deze van GROOTAERS over de Blauwe Reiger, Kievit en de Ruiters

( Tweede

mededeling Ornis) en over de

vogels in een Zeggelandschap Persoonlijk

i

t 1 t

bezocht in

hebben

wij

«

Broed­

de

Dijlevallei

enkele

keren

1947 en in 1 948 en zijn onze bezoeken talrijker

geworden, vooral in de tweede helft van 1949 en in het voorjaar van

1950.

WORTE­ LAERS zo vriendelij k ons zijn dagboeken te laten inkijken Tijdens de voorbereiding van die studie was Fl.

en mochten we vele belangwekkende waarnemingen aante­ kenen, die nog niet gepubliceerd waren; ook over de gege­ vens uit zijn prachtige en wetenschappelijke oölogische verzameling konden we beschikken, voor zover die betrek-


-2king hadden op de broedvogels uit de

Dijlevallei . Voor

deze

belangr i j ke tegemoe t komin g en voor de bemerkingen die hij ons gaf, betuigen we hem onze warmste dank.

... Het observatiegebied bestond hoofdzakelijk uit het stuK tussen de

treinhalte Pecrot en Leuven. De Dijle stroomt er

van Zu i d naar Noord. In dat st u k zijn ver�cheidene visvij­ vers gelegen op het grondgebi ed va::i de gemeenten Sint­ Agatha-Rode

(in

d e bijdrage

kortweg

Rode

genoemd),

Neerij se en O ud-Heverlee. Die vij vers zijn ondiep en heb­ ben langs één of twee zijden een brede riet- en zeggezoom met daartussen wat lisdodde.

Het grootste ged eelte van de vallei bestaat uit natte , som3

moerassi ge , graas- en hooiweiden aan

wee rszij den van de Dijle gelegen. Dwarsdoor de vol gende helling aan de oost­

zijde loopt het treinspoor Leuven-Waver, dat als 't ware de grens vormt tussen de n atte vallei en de d rogere helling met de u i t lopers van Heverleebos en Meerdaelwou d .

De grote rietst ukken bevinden zich aan de voet van die spoorwegberm, van waarop men een goed zicht hee ft over de ganse vallei. In de

val l ei zelf, links er van en soms tot tegen de Dijle ,

strekken zich tal van kleine bossen uit en e n kele kasteel­ parken ,

met hier en daar huizengroepen , boo m gaard e n ,

hovingen en rijen bo m en. Ten Westen van de be e k ,

D i jlevallei liggen Leefdaal, Loon­

H u l den b erg en Tervuren.

Leefdaal,

Tervuren en

Huldenber g bezochten we slechts enkele keren. Aan Loon­

beek en omgeving werd meer aandacht bes t eed .

Aan de D ijle va l lei zelf werden 60 gehele of gedeeltelijke bezoeken

gebra c h t ,

verdeeld over

1949 en he t voorjaar

1950.

v el dwaarne m ingen werd gebruik gemaakt van x 38. Gemakkelijkheids halve werden slechts e n ke l e bronv er­ meldingen in de lopende tekst ingelast; de lez e r zal ze Voor de

een pri s makij ker 8


3

-

-

ech ter alle terugvi nden o n der de rubriek Werken n. •

u

Geraa dpleegde

Om volledig te zijn vermelden we de toeva llige soorten

welke vroeger i n het Leuvense bem achtigd we r d en : Nucifra­ f!a caryocatactes macrorhynchus, Le uven, 27-X-1911 ; Loxia leucoptera bifasciata, 3 cf cf en 1 Ç , bij Le uven, einde September 1849; Anthus c ervin us, ad. cf bij Leuven, 5-X-1851 ; Turdus dauma aureus, Leuven, Oktober 1855; Luscinia svecica svecica, Kessel-Lo, 22-IX-1913 (call. TANT); Merops apias ter zes stuks, waarvan v i e r bemach­ tigd te Leuven, 6-V-1871; Surnia ulula ulula, ad. cf, Oud­ Heverlee, 22-VI-1871; Hydro bates pelagicus, Leuve n ; Phalaropus lobatus, bi j Leuven, vóór 1860; Numenius tenuirostris, Leuven, 1854; Otis tetrax orientalis, Le uv en,

6-1-1853 en A l e cto ris rufa rufa, Leuven. CORVUS CORONE L. - Zwarte Kraal.

Gewone br oe d vo g el , twee of drie paren (WoRTBLABRS, 1946) ; langs de hell i n gen talrijker: zo zagen we op l l-III50 te Rode drie en te Neerijse vi er paartjes in de graas­

weiden, die na hun voedseltocht naar de hellingen vlogen. Op 19 Maart werd een groepje van 13 stuks en één van 6 stuks waargenom e n . Te Loonbeek twee paartjes in het Margijsbos en één paartje aan de rand van het Ka n ee lb os , wa arva n we het nest vonden, dat op 17-IV-49 vi er eieren bevat te, licht bebroe d. Te Loonbeek werd op 2 Novembe r , rond 9 u. 's avonds bij heldere maneschijn, tussen een Uil en een Kraai een gevecht waargenomen, dat ongeveer tien minu t en . duurde. CORVUS CORNIX

L. -

Bonte

Kraal.

Talrijke wintergast, va n in Oktober tot einde Maart:. begin April; 10 en 21 Oktober, 24 Maart en 4 April. Volgens R. DENRUYTER, oud-boswachter te Loonbeek, zo u den de ganse zomer van 1947 twee Bonte Kraaien te zien geweest zij n rond de tramhalte Tersa te , te Neerijse. Verder werd op 5-II-49, op de Heikant te Rotselaar een exe m p laa r bemachtigd m et een Z weed se ring.


- 4CORVUS FRUGILEGUS

L.

-

Roek.

De Roek was broedvogel te Tervuren en de kolon i e ald a a r telde i n 1928 twa alf neste n. T e Leuven w a s er een kleine kolo n ie op de Handbooghof, die i n 1928 zeven nesten t elde. In 1937 was ze terug bevolkt tot i n 194�, toen ze verla t en werd (DUPOND, 1 929, 1947). Een tweede, m aa r grotere kolonie i s gevestigd v l a k bi j het st ation. die to t in 1936 bezet was (DuPOND, 1947). In 1942 volgde een n ie u­ we stich t i n g met 2 n esten, het volge n d e jaar waren er een 30-tal nesten en n a verstoring nog 15. In 1944 gin gen een tie n tal nesten verloren, maar het gezelschap herstelde zich t o t een 20-tal nesten. 1 n 1945 t i e n nesten, het vol ge nde j aar op 1 April 35 nest e n , i n 1947 een 30-tal nesten, i n 1948 op 24 April 44 nesten en i n 1949 op 30 janu ari 24 nesten. Op 25 Februari telden we er 40 Roeken . Einde Maart 1950 telden we maar 14 nesten die bl i j kbaar nog n iet bezet waren. Sinds 1945 is er een kleine vest iging te Leefdaal , d a t op dat o ge n bli k 25 nesten telde; in 1947 w a r en er 13, he!

volgende jaar 9 nesten. In de Dij levallei is d e Rock zwerf- en wi n tervogel ir. kleine bend en to t 35 stuks; zij brengen in gro te getale de nacht door, i n gezelschap van andere kraaivogels, in Heverleebos en Meerd aelwoud van waaruit ze zich ver­ spreiden en 's m orgens afzakken n a a r d e drassige val le i . Bij gelegenhe i d word t zelfs een grote karper bemachtigd. die d e vogel bovenhaalde u i t een plasje van een leeggelo­ pen viskweekvijver (WORTELAERS). COLCEUS MONEDULA

(Ll.

-

Kauw.

Broedvogel; één paa r in een holle abeel van het Jesut­ ten bos en v ers cheiden e paren in d e gebouwen van het kasteel v a n Heverle e (WoRTELAERS, 1946). Andere broed ­ pla a t sen zij n : Heverleebos vooral de Li nderon d e , de kapel aan de Zoe te Waters en de kerken van Neerijse, Hu lden­ berg e n Le ef d a al Eén legsel v a n 7 eieren op 28-IV-1935 .

(WORTELAERS).

Buiten de broedtijd z agen we d e Kauwen in kleine ben­ den op de graasweiden en vooral ron d het Landbouwinsti -


-5-

tuut te Heverlee.

Op

9 juli 1949,

zagen we te Oud-Hever­

van 63 stu ks, twee exemplaren met kale kop en halsdelen. Te Wilsele teld en we op 2-IV-49

lee, t ussen

een bende

elf stuks op de akkers bij de vijvers. PICA PICA (L.).

-

Ekster.

Betrekkelijk calrijke broedvogel, sterk in aantal toege­ nomen tijdens de oorlogsjaren. Tweemaal werd er een nest gev o nd e n in

ho ge wilgenstruikgewas

het

(WoRTELAERS,

1946), wa ar van één 2.50 m hoog stond en op

2-Vl-41 vier

eieren bevatte. Te Loonbeek

elders

telden we

twee a ndere

in het Margijsbos twee

waarvan één op

,

n e ste n en

26-V-47 vijf h alfvlugge

jongen bevatte. Aldaa r werd door verschillende serristen vastgesteld dat de Ek s t ers verharde stopverf van

verlekkerd zijn op de nauwelijks aangelegde serren. De

de nieu w

ze aldu s aanrichten is soms vrij groot wanneer glas on middellijk loskomt en stukgeslagen wo r dt Ook Spreeuwen en Koolmezen doen er soms aan mee. schade die

nadien bij hevige wind het .

telden we in de vallei v an Pecrot tot Oud­ paartjes, wat v o or ze ker slechts een minimum­ geral is. Te Wilsele zagen we op l l-1 1 1-50, t wee en twintig stuks bijeen, en langs de vaart een exemplaar op voe d sel jacht zoals een Kokmeeuw. Die Ekster vl oo g laag la ngs de vaarikant gebruik makend van enkele loodsen waarop ze Op

10-Xl l-11D

Heverlec 28

­

voor een kort e poos neerstreek, en zocht het wateropper­

vlak

af

naar

iets eetbaars, tot een s t u k brood kwam aangt!­

drcvcn. De Ekster dook tot tegen het water, fladderde wat viste

en

het

brood

op,

dat ze

gi n g oppeu zel en op de

vaartkant. GARRULUS GLANIJ/\ltlUS (L.).

-

Gaal.

Broedvogel; enige paren in de parken en b ossen (WoR­ 194G). In de vallei komt de Gaai weinig voor o.a.

TELAERS. te

Neerijse,

1 U-Xl-49 uit

haar

te

en te Oud-Heverlee. Op Neeri js e een Klapekster een Gaai

Korbeek-Dijle

z agen wc te

jachtgebied verdrijven.


- 6 Te Loonbeek twee paren i n het Margijsbos en één paar in he t Kaneelbos; we vonden er een nest d a t op 15 Mei één en op 1 9 Mei vijf verse eieren bevatte. De terugtrek in het voorjaar van vreem de vogels duurt tot in Mei. Op 2-IX-49 observeerden we een Gaai die het ka tachtig (( hioeuw n van de Buizerd volmaakt nabootste. STURNUS

VULGARIS

L. -

Spreeuw.

Gewone broedvogel nabij de huizen, verder enige paren in de parken (WoRTELAERS, 1 946). Andere broedpla atsen zijn: de Zoete Waters met drie paren , Loonbeek met een zestal paartjes i n het Margijsbos tegen de rivier en één p a ar tje op de pastorij ; verder nestelen de Spreeuwen n o g in d e kerktorens van Huldenberg, Neerijse, Korbeek-Dijle en Leefda al. Buiten de voortplan tingsperiode ontmoet men de Spreeu­ wen, v a ak in gezelschap van Kramsvogels en Koperwieken, in kleine en grote groepen die tot 200 en meer stuks kun­ nen bevatten. De Spreeuwen overnach ten geregeld i n ae grote rietvelden l angs de spoorwegdijk . Vroegzomertrek we r d waargenomen op 26 Juni en 1 Juli 1948. ORIOLUS

ORIOLUS (L ) . - Wielewaal.

de vallei ; enige paren in de parken er. a a n we zig in het ho og elzenstruikzewas een groot rietveld ( WoRTELAERS, 1946).

Broedvogel

in

bossen; is tevens te midden van

Op 22-VIII-49 hoorden we hem nog op zes pl:rntscn ir. de vallei en te Kessel-Lo op drie. Voorjaar: eerste waarneming

te Tervuren op

COCCOTIIRAUSTES COCCOTRAUSTES

<L.) -

28-IV-48.

Appclvinl<.

B ro edv o gel in Meerdaelwoud te Leuven, in het k ast e e l­ park te Heverlee, te Loonbeek op twee plaatsen en te Te r v u r en; verder vastgesteld ti j dens de broedtijd te Nee­ rijse en te Linden . Tussen 22 Oktober en 26 November l 947 werden van die

soort

opvallende

noordoostelijke

verplaatsingen

bosrand

te

va stg es teld

Heverlee,

meestal

aan

de

kleine


-7-

troepjes. Gewoonlijk ontmoet men eenzame exemplaren 4 stuks (op 18 Maart) of één van 7 st uks (op 15 Februari).

of al eens een rroepje van CllLOIUS CllLORIS

CL).

-

Groenvink.

Algemene broed vogel in de t ui n e n e n b oom gaarde n der in de vallei gelegen huizen, alsook in d e kasteelparken en In

het s1ruikgewas aan de voet van de helling (WORTELAERS, 1946). Verder is die soort een talrijke b roe dvo gel te Leu­ ven, voor a l tussen de Tiense en de Naamse Poort, te Hul­ denberg en te Loonbeek in het Margijsbos. Gewicht van 1 cf: 18 gram. op

Eén in Nederland geringd mannetje werd te Hev e rlee 25-X-48 teruggevangen.

CAil HlJEUS CAltl>UELIS CL.).

-

Distelvink.

Was broedvogel te Hamme-Mille in 1943, 19 4 4 en 1 945 (WORTELAERS): in 1949 te Neerijse. Komt verder voor op de trek en ook wel 's winters op onkruidzaad, meestal op distels (WoRTELAERS, 1946). Werd ook gezien tl! Heverlee op 20-VIIl-48.

Onze waarnemingen van de Distelvink zijn niet talrijk: te Si-Joris-Weert op 8-1-50, veertien stuks; te Neerijse aan de vijver op 14-1-50, vijf stuks; te Loonbeek op 23-1-49, vier stuks en op 10-1-50, een 15-tal. (',\IWUELIS Sl'INUS CL.l.

-

Sijsje.

heeft het Sijsje gebroed in het kasteelpark te Hamme-Mille (WORTELAERS); andere broedgevallen zijn ons nier bekend. 1 n IOJG

vnllci is de vogel wintergast van S ept ember af tor April. Verder vermoedelijke broedvogel in het Are nber g

l n de in

­

(aldaar

op 12-VIII-48, twee stuks, waar­ onder een mannetje) en in Meerdaelwoud. pnrk te Heverlee

{'i\ltlllJEI.IS CANNABINA CL.).

-

Kneuter.

in het struikgewas de dijken van de spoor­ ook zijn er énige in de tuinen en boomgaarden

l n de vallei niet zeldzame broedvogel:

aa11 de voet van de helling en op weglijn ;


-8-

zowel als i n de kleine sparren aan de kant van de v i jver'> (WORTELAERS, 1946). Te L o o n bee k en omgeving komt hij tal r ijk voor, v ooral in de holle wegen ; te Kessel-Lo even­ eens t a lrij k op de oude spoorwegdijken . In 1948 werd de n aja ars trek vastgestel d van 2 tot 26 Oktober. CARDUELIS FI,AVIROSTRIS (L.).

-

Steenknculer.

Twee bewijsstukken voor het Leuvense: 31-X-49, t e Heverlee, een jong mannetje, in Zweden gerin gd ; tussen 16 en 23-Xl-47 te Baal werd een mannetje bemachtigd. CARDUELIS FLAMMEA Barmsijsje.

CABARET

(P. L.S.

Mül!erl.

-

fücin

W i n t erg as t

in d e vallei. Slechts enige waarnemingen: 17 en 29-XI-48 werden enkele exemplaren opge­ merkt in E gen h ove n b os te Heverlee. Te L oon beek zagen we een exemplaar tussen een groep van 13 Sijs j es , op 23-1-49.

tussen

CARDUELIS CITRlNELLA (Pal!.).

-

Citroensijsje.

Een mannetje werd bemac ht i gd te Heverlee. in de herfst van 1938, do or E .-P. VAN Sc11A1K (WoRTELAERS). SERINUS CANARIUS GERMANICUS Lauhm.

-

Pirrcwitlcr.

Voor het eerst als broedvogel vastgesteld te Heverlee in 1925; in 1927 langs de Tiense sîeenweg ( W ORTELAERS). Later te Wilsele en te Kessel-Lo, waar hij zo gewoon zou geweest zijn

als de Botvink.

Twee wintergasten werd e n gezien op 26-11-42. Zelf zagen we die soort te Leuve n op 3-VIII-47 en 14-VIll-45, te Kes­ sel-Lo op 9-VIll-49; werd verder zingend aangetroffen te Tervuren op 10-IV-48 (HOSTIE, 1948). PYRRIIULA PYRRIIULA IL.).

-

Grote Goud\'ink.

Wintergast; te Loonbeek za gen we ee n exemplaar in een voliè re naast een gewone Goudvink. PYRRllULA PYRRIIULA F.UROP/EA Vicill.

-

Goudvink.

In de vallei enige paartjes in de kasteelparken, soms 'n

nest in de kleine sparren en aan

de vijverkant (WORTE-


-9-

LA ERS, 1946). Broedvogel

te Heverlee , te Neerijse en te

Loonbeek, i n het Margijsbos.

J n de volière is de Goudv i nk soms zeer agressief; F. DEN RUYTER deelde ons het geval mede van één van zi j n Goudvinke n die in t wee dagen twee Distelvinken en één Si jsj e afmaakte. De slachtoffers werden zo lang achter­ vo l gd totdat ze e r b i j neervielen en werde n ve rvolgen � gep l ukt . Daarna afgezonderd st ie rf de Goudvink een paar dagen nadien. LOXJA

CURVJROSTRA L.

-

Krulsbrk.

Komt regelmatig voor als z w erfvogel in Meerdaelwoud. Verder werd de vog el vastgesteld te Heverlee,

16 Maart en

op

1

en

15 Juni to t 9 Juli 1942 en te S t-Joris-Weert aan de westelijke w o u dr a n d van 29 Mei to t 2 Augustus 1!148. Komt niet vóór in d:! eigenlijke vallei van de Dij le . van

fltlNGILLA CCELFBS L.

-

Botvink.

1 s in de vallei een g e w o ne b roedvog e l in de h ovi n gen en kasteelparken

(WoRTELAros, 1946).

Te

Loonbeek

en

omgeving schijnt die vogel minder ta lri j k voor te komen.

De trek in 1948 was reeds ingezet op 17 September; een mannetje, ge ringd te Loosduinen ( Ne d. ) werd na vier jaar teruggevangen te Kessel-Lo, in Oktober 1948. [erste zang: Tervuren, 10-II-48; l a a t s t e zang: 18-Xl-48. Htll'\(;11.LA MONTIFRINGILLA L.

-

l{el'p.

Wintergast in de vallei van af Septen1ber tot in de eerste

nrn April. We zagen ze regelmatig t i j de n s de winter 1 �:M!)-.�O aun de vijverrand te W ilse le (een 60- t al stu ks ).

helft

PASST:R IlO�tF.STICUS (L.).

Is

-

Huismus.

in de vallei een gewone broedvogel nabij de huizen

en boerderijen

veerden

wc

(WORTELAERS,

194 6 ) . Op 29-II-48 obser­

te H e v e rl e e een copulatie (9 maal): op 21-VII-

46 werd te Pecrot,

in de holte van een appelboom een nest

mer 7 eieren gevonden, en op 1-XI-49 zage n

ijse

een

we

te Neer­

wijfje vl i e g en met nestmateriaal, vermoedelijk voor

een slaapncsr.


-10 PASSER

MO NTA NUS

(L.).

-

Boommm.

A lgemen e broed vogel, die i n de vallei talrijker word: vastgesteld dan de H ui smus. Volgens WoRTELAERS ( 1946) en i g e paar tjes i n e n na b i j de tuinen en boomgaarden. In 1925 werd één nest, in 1 926 zes n e st e n en in 1927 t w e e nesten van Boommussen aa n getro f fen in een dichte doo r n h a a g te H everlee. C A L A ND R A L . - Grauwe Gors. Volgens VERHEYEN ( 1944) zou deze soor t voorkomen in Brabant. WoRTELAERS ( 19 46) vermeld t hem echter niet voor ons gebied. Tijdens de br oed p e riode werden zingende m ann e tj es v as t ges tel d te Rode, te P e cr o t (GROOTAERS) en te Heverlee. Hij komt verder voor als wintergast: op 3-XlI-49 kon d e n we ge d ur en d e een half uur 9 stuks obser­

EllIBERIZA

veren in de weiden van Oud-Heverlee. El\IBERIZA CITRINELLA

L.

-

Geelgors.

In de vallei algemene broedvogel a a n de voet van d<.: helling en op de spoor w e g d ijk e n (WoRTELAERS, 1 946) . Buiten de broedtijd verzamelen z e zi c h i n t roe p jes van 10 tot 50 stuks in de n abijh e i d van de bo e r d erijen . Te Loonbeek en omgeving komt hij b e t re kke l i jk veel in de holle we gen .

voor

E!llBERIZA SCH<ENICLUS

L.

-

Rietgors.

Vóór 1938 war e n de R i e t gor z en « assez bien n vertegen­ woordigd in de vallei, in 1944 waren er « énorméme nt " (WORTELAERS). Komt zeer t a lr ijk voor; van einde September tot begin November kan l ichte trek worden waargenomen. Enkele ex em p l a r en ove r win tere n . Eerste zang: l 4-III-48, 18-1I1-50. Zeven le gs el s : drie van 5 en vier v a n 4 eieren; eerste ei: 2-V-44. 3-V-48, 9-V-4 7, 1 O-V-42 (WORTELAERS). C R IST AT A (L ) . - Kuifleeuwerik. WORTELAERS ( 1 94 6 ) vermeldt die vogel voor de v all e i

GALERIDA

niet.


- Il

Hij kom t op d e n aja arstrek voor i n het Leuve nse , ver­ m i ts we in Oktober 1946, bij een vogelvanger twee stuks tusse n een hoo p Veldleeuweriken a a n troffen. Gewichten van die twee m a nnetjes : 45,35 en 42, 10 gram. (L.).

LULLULA ARBOREA

- Boomleeuwerik.

Word t door WoRTELAERS (1946) n i e t vermeld . Komt voor als regelma t i ge wintergast. Eerste waarnemingen: 28-I X-48, 4-X-47 ; laatste waarnemingen: 2-Ill-48, 13-III-49. Goede trek wordt waargenome n vooral in de tweede helft van Oktober en in de eerste helft van No ve mber . Is als troedvogel gekend op de Heikant t e Wezemaal. ALAUDA ARVENSIS

L.

- Veldleeuwerik.

Veldleeuwerik vindt me n in de valle i enige p a ar ­ de droo g s t e stukken weide met kort gras (WORTE­ LAERS, 1946 ) . De r.ajaarstrek wordt er wa argenomen van einde September af tot begin December; de teru gt re k tot Van tjes op

de

in Maart. ANTllUS RJCllARDI

Vieill.

Grote Pieper.

-

WORTELAERS zag op 25-IIl-46 e en Grote Pieper op de halfleeggelopen vijver te Neerijse tussen een 8-t al Water­ piepers. De vogel kwam op een stuk boomstam zitten, slechts drie meter van de waarnemer verwijderd. ANTIIUS CAMPESTIUS

(L.l.

-

Duinpieper.

Eén waarneming i n gekend: op 9-IX-48 twee exem plaren op een gescheurd roggeveld te H e verlee. ANTllUS TRIVIALIS

(L.). -

Iloom11leper.

De Boompieper komt hier en daar voor i n de vallei aan de voer van de he l l i ng waar graskanten zonder struikgewas gevonden worden ; ook huist hij op de helling in de he i de­ strui kjes (WORTELAERS, 1 946). ANTHUS PRATENSIS

(L.).

-

Graspieper.

In de v al l ei bewonen enige paren de droogst gelegen we i­ den met kort gra s alsook de spoorwegdijken die met gras begroeid zijn (WoRTELAERS, 1946) . Het ganse jaar door


-12wordt de Graspieper in de vallei waargenomen, gewoonl ijk

maar oo k op bomen en ge bou ­ Loonbeek komt hij voo r op de heidestukjes en in

op de gr ond of in de lucht, wen. Te

de holle l and we gen.

ANTUUS S. SPINOLETTA (L.).

-

Waterpieper.

Komt in het Leuvense voor tijdens het voorjaar, vooral

afgel ate n vijvers:

op

Neerijse, 25-IIl-46 (WoRTELAERS);

op 1-IV-49 een exemplaar in p aar kleed op de vijver

te

K o r b ee k-Lo . Op 2- I V-4 9 zagen we een e x emp laar op de

vij ver te Wilsele. MOTACILLA FLAVA L.

Vo lge ns

-

Kleine Gele Kwikstaart.

WoRTELAERS ( 1 94 6 ) komen er in de vallei en i ge

paren voor in de wei den met kort gras en langs de gracht­

k anten . Op de n aja a rs trek overnachten er grote gezelschappen in àe ri e t- en zeggeve lden langs het spoor; zo zagen we op 15-VJIJ-49 een 300-tal stuks bijeen en op 24 September nog

84 s tu ks . Einde S epte mb er zijn de meeste Kleine Gele vertr okke n .

Kwikstaarten

De terugtr e k in het genomen.

Eerste

voorj aar

kan in Maart worden waar­

vaststellingen:

2-111-47,

13-IIl-48

en

1-IV-49. ll10TACILLA CINEREA Tunst.

-

Grote Gele Kwikstaart.

Is in langs

het Leuvense en in de vallei een gewone broedvogel de D ijl e en haar bijrivieren. Hij komt vóór o. a. op

v er sch il lende plaatsen in de stad zelf; verder nog te Hever­

l ee aan de Zoete Waters en te St-Joris-Weert. Is t ens lot te broedvogel te Neerijse, te Lo onb ee k, te Huldenberg en te Tervuren.

Vijf legsels: één van 7 (GROOTAERS), één van 6 en drie ei er e n ; één nest met 4 jongen en één zwalpei.

van 5

l\10TACILLA ALBA L.

-

Grijze Kwikstaart.

Volgens WoRTELAERS ( 1 94 6 ) nestelen er in de val!C: éni ge paren nab i j de huizen, in muurgaten onder dakpan­ nen, in houtmijten, onder bru ggen op de rivier of in steile

' 1


- 13vonden ook nes:en te Loonbeek en te

rivieroevers. We Huldenberg.

januariwaarnemingen: op 14-1-44 een 30-tal stuks op de

a fge laten vijver te Neerijse (WoRTELAERS); op 23-1-49 te L oonbe e k 7 stuks o p een ekker, o p 29-1-49 tw e e exempla­ ren te Heverlee en op 14-1-50 een 20-tal stuks op de afge­ laten v i j ve r te Wilsele. CEUTIIIA

BRACllYDACTYLA

L. -

Iloomkrulpcr•je.

Enige broe d p a r en in de kasteelparken, alsook in de boomgaarden (WoRTELAERS,

1946); in de vallei konden

we d ie vo g e l g er e geld vaststellen en komen o. i. zestal broedparen voor.

er

een

Late zang hoorden we nog op

8-X-49. SITTA

-

EUROP/EA L.

Broedvogel

Iloomkle\0cr.

in het Meerdaelwoud, in het Heverleebos, in

het Kasteelpark te Heverlee. te Neerijse, in het park te T e r vure n en vermoedelijk ook in het

lee. Eén legs el van P<\RUS MAJOR L.

j esuïtenbos

te Hever­

7 eieren.

- Koolmees.

Zowat over de ganse vallei· is de Koolmees versprei d waar

er

won en in

nestgelegenheid is, vooral nabij de huizen; enige

de holle

w i l g ens tronk e n van de vallei zelf (WOR·

TELAERS, 1946). N a j a a r s t rek kan worden waargenomen in de laatste week van Okto ber .

Allerlei

holten kunnen dienen als

ne stg ele­

genheid : zo 1 age n we te Kessel-Lo een p a artje nestmateriaal aanbrengen in de holle ruimte van een buffer van ee n

spoorwegwagen. Veertien l e gsel s : drie van 5, 6, twee van 7, vier van 8 en één van 9 eieren. PARUS C/F.RULEUS

Over de

L. -

vier van

Pimpelmees.

ganse vallei ve r spreid zoals de Koolmees

(WoR­

TELAE RS, 1946). Lichte trek kan worden waargenomen in

de laatste we e k van Oktober. Verscheidene mal e n hebben

we Pimpelmezen ge o bse r ve e rd in

de

riet- en zeggestukken.


- 14 L - Zwarte

PARUS ATER

illees.

Word t door WoRTELAERS ( 1 946) niet vermeld voor de ook wij waren niet i n de gelegenheid d i e soort waar te n emen i n de vallei zelf; aan de Zoe te W ate rs vonden we op 2 l-V-49 een nest onder de p anne n , een drietal meter hoog; he t bevatte 9 halfvlugge jongen, die geringd werden.

v a ll ei;

- Kuifmees.

PARUS CRISTATUS L .

Komt nie t voor i n de vallei zelf (WORTELAERS. 1946}; we hebben ze we l g eobser veer d op de oostelijke hell ing, aan d e rand v a n Meer dael wou d. Te St-Joris-Weert zagen we op !6-IV-49 een kop p e l tj e . -

PARUS PALUSTRIS L.

Glanskop.

Broedvogel in de kasteelparken we zagen die

soort

1946) ; Rode op

(WoRTELAERS,

te Heverlee op 10-XII en te

24-Xll-49. PARUS ATRICAPILLUS L.

E n i g e paren in de

wilgen; één

- illalko11.

kas t eel par k en

legsel van 8

eiere n

en in de holle knot­

(WoRTELAERS, 1946). We

hebben die soort regelmatiger aangetroffen kop.

Eén

legsel

JEGITIIALOS

v an

dan de G! ans ­

8 eieren.

CAUDATUS

(L.l. -

Staartmees.

I s in d e vallei e e n zeldz ame br oedvogel ; soms wordt er een nest ge vo n den i n de ha ge n o f in de siersparretjes van de kasteelparken (WoRTELAERS, 1 946). In 1 949 konden we koppeltjes waarnemen t e St-J oris-Weert, i n het Mar­ gijsbos te Loonbeek en te Kessel-Lo . Komt, b u i ten de broedtijd, betrekk eli jk regelmatig voor. PA1'URGS

BI/\lti\llCUS

(L.l. -

B a a rdmees .

Vol gens VAN HAVRE (1928) k w am die soort voor,, près é tan gs g arnis de roseaux des environs de Louvain, i l y a une so ixantaine d'années "· De B a ard m e es heeft, zoals reeds be kend is, in 1 942 in de vallei getracht te b roeden .

d es

Op

met

2

een paartje waarvan het wijfje op 12 Mei werden de v ogels nog

Mei zag WoRTELAERS nestmateriaal;


1

-- 1 5 gehoord en op 5 juni vond hij een half ve rbrand nest me t 3 ge broke n eieren; de vogels werden niet meer gezien. Rf.:GULUS

(L.). -

REGULUS

Goudhaantje.

WoRTELAERS ( 1945) niet vermeld, komt het Goud­

Door

haantje nochtans voor in de vallei,

van Oktober tot in

Maart. RF.GULuS

IGNICAPILLUS

(Temm.). - Vuurhaantje.

Vermoedelijk komt het Vuurhaantje eveneens voor in de vallei ; persoonlijk beschikken we over geen enk el e

waar­

neming. LANIUS F.XCUBITOR

Wellicht

L.

-

Steenekster.

een verdwenen br oe dvog el uit de

Dijlev al lei ;

het laa1ste broedgeval door WoRTELAERS genoteerd , was

in 1944, toen hij c:cn nest vond in de top van ee n sylvester­ den op de beboste hel l ing van Beaumont (Neten). Komt verder voor als wintergast, v?ak in meerdere ex em plare n , soms van begin Augustus af tot begin April

1952)

(GROOTAERS, Broek te

o. a. op drie plaatsen nl. in het Groot

Rode, langs de Dijle te Neerijse en in de omgeving van de oude spoorwegdijk te Heverlee. Ook te Loonbeek komt hij 's winters op één plaats voor en onlangs werd hij ook te Tervuren vastg e s: e ld. L.\NIUS SENATOR L.

Op

ï Augustus

-

Roodkoppi�c

JOauwicr.

1909 werd te Heverlee een mannetje van

de Roodkoppige Klauwier bemachtigd. (Verz.

TANT.)

LANIUS COLLUHIO L. - Grauwe Klauwier.

Hier en daar een broedpaar in het struikgewas o p

de

helling en op de spoorwegdijken. Broedvogel te He v erlee.

Wij menen dat er drie broedparen kunnen aangetro ffe n worden in de

vallei. Laatste

w aarnemin gen te Heverlee op

10-X- 1 950 . BOMBYCILLA

GA RRU LUS

(L.). - P cs t \' og el .

Uit de vallei geen w aarne m i n ge n van 14 stuks werd waargenomen te

gekend.

Een troepje

Hamme-Mille in een


--' 16

-

weide, op 9-lll-49; verder een

ex emp laa r gezien te Weze­

maal op 3-IV-49 en een ben de in Maart 1949 in de o mge ­

ving van Leuven. L aats te MllSCICAPA

w aar ne ming op 28-III-l 937.

STRIATA (Pal!). -

Grauwe Vliegenrnnger.

de tu i n en en boomgaard en van de huizen en boerderijen in de v alle i (WORTELAERS. 1946) . Laa:ste w a ar n emi n gen op 2 2-IX-48 en 10-IX-47; eerste w aarnemingen : op 21-IV-49, 26-JV-48 en 7-V-50. Komt voor in

FICEDULA HYPOLEUCA

(Pal! l. -

Zwarte Vliegenrnnger.

Af en toe een b ro ed p aa r in Meerdaelwoud, zoals in 192<:

in

1950 en in 1951 (WoRTELAERS); werd begin j uni vast·

gesteld te

T r e m e lo

en op 30-Vlll-45 werd een jong bemach­

tigd te Heverlee. Doortrek in het najaar: van

23 Augustus tot 27 Se p te m­

ber 1947, van 16 Augustus to t 13 September 1948. In de

lente wordt doortrek vastgesteld tussen 19 April en PHYLLOSCOPUS COLLYBITA

(Vieill.). -

Komt voor in de ganse vallei,

't

15 Mei.

Tjiftjaf.

meest in de parken en

kleine b oss e n , doch ook aan de voet van de helling en zelfs op de d roogs t e stukken met str u i kge was op de kan t van de

moerassen

1946 ) . Voor j a a r

(WORTELAERS,

:

eerste waar­

nemingen te Tervuren op l l -Ill-48 en op 15-111-47. Is in de tweede helft van Maart overal in de vallei te horen. In het Jesuï:enbos vonden we drie nesten met vliegvlugge jon­ gen, einde Mei. PIIYLLOSCOPUS TROClllLUS

lL ). - Fitis.

Komt minder talrijk voor dan de Tjiftjaf. Laatste waar­ nemingen op 2-X-48 en 9-IX-47 ; ee rst e waarnemingen te Tervuren op 17-11!-48 en 23-111-49. PIIYLLOSCOPUS SIBILATRIX

<Bechst.J. -

Bosfluiter.

Over de Bosfluiter zijn geen w aarn emin ge n gekend uic de vallei; ook WoRTELAERS (1946) vermeldt hem n ie t . Te Loonbeek in

h et Margi jsbos

konden we op

15-V-47

ee:i

zingen d mannetje waarnemen. Eerste

waarnemingen

(in

Meerdaelwoud):

17-IV-44, legsels:

20-IV-48, 22-IV-49, 26-IV-45 en 46, 1 -V-47 . Twee


- 1 7één ·;an 6 en één van 7 eieren. Eerste ei: 18-V-47, 23-V-45; met de eileg kan nog vroeger begonnen worden, vermits eens kleine jongen gevonden werden einde Mei (WORTE­ LAERS) . Bovendien vastgesteld te Wezemaal en nabij de Zoete Waters, tij de n s de broedtijd. LOCUSTELLI\ LUSCINIOIDES

<Savll. - Snor.

De Snor werd tijdens de broedperiode vast gesteld langs­ heen de Dijle en de Lasne in Brabant (VERHEYEN, 1948) . Vermoedelijk broedvogel in de zegge ie Rode waar we op 2 en 9 Juli 1949 een zingend mannetje observeerden. Eerste waarnemingen op 21-IV-44 en

29-IV-41; z ingt ook 's nachts

(WORTF.LAERS). LOCUSTELLI\ N/F.VII\ (Bodd.).

-

Sprinkhaanzanger.

Wordt in de Dijlevallei talrijk aangetroffen; tussen Flo­ rival (Archennes) en je stad Leuven werden 19 zangposten opgetekend; hiervan waren er 11 in rietvelden (GROOT­ AERS, 1949). Te Loonbeek hoorden we die vogel aan de rand van het M argij s bos tegen de IJse op 17 en 18 April, alsook op 12 en 14 Mei 1949. Te Tervuren werd hij even­ eens zingend aangetroffen van 3 tot 20 Mei 1950, en op een andere plaats tot 19 Juli. ,\CHOCI-:PIIALUS SCJJO\NOil/ENUS (L.).

194 9 , op 5 Juni

- l\locrasriclmn�cr.

Gewone broedvogel in de ganse nllci, waar klein stru­ weel en kort struikgewas voorhanden is; het meest op de

droogste plekken met moernsspirea (W ORTELAERS 1946) ; 7

tot

S

broed paartjes

in

de

zegge

van

Neten/ Rode

(GROOTAERS, HlSl); trekt vooral in Augustus.

Laatste waarnemingen op 28-1 X-48 en

1 0 -1 X-49; eerste 5 - I V-4 5 , 8-I V-4 4 , l 1-IV-42, 13-IV-47 e n 27-IV-41 (WORTELAERS): o p 10-IV48 en 1 l-IV-49. Trek wo r d t nog vastgesteld in de loop van de maand Mei (GROOTAERS, 1951).

waarnemingen

op

14-111-48,

3-IV-46,

Het nest wordt aangelegd op of tussen overjarige plan­ tendelen in de zegge en lichtjes vastgehecht aan de rondom opschietende nieuwe vegetatie. Het staat 15 tot 60 centi­ meter roven

de

bodem ( GRO OTA ERS ,

19 5 1 )

.


- 18 Zeven l e gse l s : twee van 4 , vier van 5 en één van 6 eieren . T w a a l f l e g s e l s : twee v a n 6, v i j f van 5, twee van 3 . één van 2 e n t w e e van 1 e i e re n ; het tweede broedsel tel t één tot t w e e eieren m i nder dan het e e rs t e ( G ROOTAERS, 1 95 1 ) . Eerste ei i n 1 950 op 1 8, 28, 29 en 30 Mei ; op 1 , 2 , 2 1 e n 25 J u n i ; gem i d d e l d drie weken ( u i tersten 1 7 en 26 d a ­ gen ) n a h e t u i t v l i e g e n van de jongen volgt h e t e e r st e e : v a n h e t tweede broedsel ( G ROOTAERS, 1 95 1 ) . A CROCEP HALUS

P A LUDICOLA

( V i eill. ) .

-

Waterri etzanger.

Word t regel m a t i g vastgesteld op de n ajaar st rek in Neten­ b r oe k: , in het B r o e k te Rode en aan de vijver te Oud-H ever­ l e e . Eerste waarnemingen : op 1 4-VI I I - 1 948, 1 7-V I I l - 1 950, 1 8-Vl l l - 1 95 1 , 6-I X- 1 949. L a a ts t e w aarne m i n g en : op 1 6-I X- 1 94 8 ( W o r<'fELAE R S ) , 1 8-I X- 1 949 en 20-I X- 1 95 1 ( G ROOTAERS, 1 0 52 ) . ACI W C E P H A LUS

ARUNDINACEUS (L

) . - G rote Kare k i e t .

B r o e d v o g el te Oud-Heverlee, v e r moe d el i j k ook te Kessel­ Lo . H e t voorkomen t e Tervuren wordt betwist ( D e Wiele­ waal,

1 948 , blz . 233 ; 1 949, blz . 1 7 ) . Zou verder in 1 950

gehoord z q n t e N e e r i j s e e n te R o de .

Eerste waarnemi ngen : 28-I V-45 en 49, 8-V-48 , 1 l -V-47, 1 7-V-44 ( W o RTELAERS ) . Drie l e g s e l s : één v a n 4 e n é én van 5 e i er e n respec t i evel i j k o p 8 e n 1 8-V I ( verz . W o RTE­ LAERS ) e n e e n ander v a n 4 eieren op 9-V l- 1 95 1 . ACRO CEPHALUS

SCI R P A CEUS

( Herm. J .

-

Kleine

l{ a r e k i c t .

Talrijk in de ganse v a l l e i , overal w a a r er maar r i e t is, zelfs i n d e r i e tstukken die op droge bodem gro e i e n ; ook i n ' t l a g e wilgenstruikgewas. I n d e v a l l e i i s het vo o rna m e l i j k bij d e K l e i n e Karekiet d a t d e koekoekse i eren i n gedragen worden ( W O RTELAERS, 1 946) . L a a t s t e w a a r n e m i n g e n o p 1 5-I X-49, 1 1 -I X-48 en 3-I X-47 . Eerste w a a r n e m i n g e n op 2 3 - I V - 4 9 , 4-V-48, 5- V - 4 7 , 8-V-46, 1 1 -V-44 e n 1 3-V-42 ( WORTELAE RS ) . N e gen l egsels : twee v a n 3, z e s van 4 , één v a n 5 e i ereri ( W o R T E LA E RS ) . De sch i ereieren b l i j ven in het n e s t liggen .


- 19 l\ C R O C E P IIALU S

PALUSTRIS

C Bechst. ) .

-

Bosrlc tzanger.

Gew o ne b roedvogel in de ga nse v a l l e i , het m ees t in de k l e i n e m e t struweel a fg e boo rd e g raa nvelde n , ook soms i n e e n r i e t s t u k o p droge bodem d a t z e dan sa m e n kunneu delen met K l e i ne Karekieten ( W o RTELAERS, 1 946) . T wee legse l s van 4 eie re n , waarvan é é n op 30 Mei (verz . ( WORTELAERS ) . L a a ts t e waarnemingen op 2 - X - 48 ; eerste waarnemingen op 1 0-V-48 e n 1 5-V - 4 9 . Twee l e gse l s van 4 eieren ; de schiereieren e n de dode j ongen b l i j ve n i n h e t n e s t l igg e n . I U P P O L A I S ICT E R I N A

(V!el ll. ) .

-

S pot\'ogel.

vallei voor in de p a r k e n en tuinen ; ook vindt men er en ige l ang s de bo s zome n (WORTELAERS, 1 9 4 6) . Eveneens te Tervuren e n te Loonbeek word t hij v a s tge s tel d . L a a t s t e w a a r n e m i ng e n op 29-V I I I -47 en 1 6-V I l l -48 ; eerste waarneming-:n op 20-I V-48 en 3-V-49 . B i j gelegen­ hei d n u t t i g t hij m iere n . Komt in

de

SYLVIA BORIN <Bodd. ) .

-

Tl.!nfluit er.

E n ig e in de k asteelparken en in d e bosse n van de vallei ( WoRTELAE RS, 1 946) . Minder talrijk d a n de Grasmus . Laatste wa arnemingen : 20-IX-47 ; op 8 N ovember 1 948 ee n g e k w e t s t m a n ne t j e b e m ach t i g d t e Tervuren . E e r s t e w a a r ne m i n g e n te T e r v u r e n op 20 - I V -4 8 e n 22- I V-4 9 . C L. ) .

S Y L V I A A TR I C A P I L L A

-

Zwartkop.

Gewone b r o e d vogel . L a a t st e w a a r n e m i n g e n o p

25-I X-47 e n

l -X-4 9 ;

e e r s t e w a a r n e m i n ge n o p

3-X-4 8 , 25-1 1 1 -48 e n

26-I I I -4 9 . S Y LVIA C f• i\l!HUN J S Lath.

-

Grasm us.

V r i j t a l r i j k in d e g a n s e v a l l ei : a l z o in d e n a b i j h e i d v a n

p a r k e n e n b o sse n , i n tuinen e n b o o m g a a r d e n als oo k i n de m o e r a ssen w a a r s t r u i k g e w a s wegd i j k e n en h e l l i n ge n

w a a r n e m i n ge n op 1 l - I X-48 , 3-I X-47 en 1 0-I X-49. op 1 4- I V-48 e n 4 9 , 7-V-50 . l e gsels van 4 e i e re n , w a a r v a n één op 1 2 Mei ( verz .

Laatste

Eerste w a a r n em i n ge n Twee

v o o r h a n d en is , en op spoor­

( WORTELAERS, 1 94 6 ) .

W o RTELAERs) .


- 20 SYLVIA CURRUCA

( L. ) .

-

Braamsluiper.

E n i g e in de h a g e n

van de tui nen en boomgaarden ( W o R­ 1 946) . We hebben die vogel i n de vallei maar o p één p l a a t s z i n g e nd a angetroffen , nl . aan het station te Oud­ H e v e r l e e ; verder o p drie plaatsen t e Kessel-Lo e n o p één p laa t s te Loonbee k . T E L A E RS ,

L a a tste wa a r n e m i n g e n o p 1 4-I X-38 en 25-V I I I -47 ; eerste w a a r n e m i n ge n

op

1 9-I V-49 e n 20- I V-48 .

T U R l J U S P 1 L /\ R I S L.

Overwin teraars T E LA E R S ,

48 ;

in

-

Ii ramsvogel.

h e t b e s s e n d r a ge n d

laats:e waarneming op

1 94 7-48

s t r u i k ge w a s

1 946 ) . Eerste waa r n e m i n ge n op o ng e vee r 500

l 6-I V-4 9 .

o v e rw i n terende

vallei t usse n H e r e n t en R o d e .

1 949 kwamen

( W o R­

7-X-47 en 28-X-

Ti j d en s de w i n ter exemplaren i n d e

v og e l s toe r o n d 25 O k t ober . w a r e n t rek b e w e g i n ge n zichtb a a r . I n December k w a m b l i j kb a a r alles t o t stilstan d , alsdan werden slechts een 1 00-tal stuks g e t e l d . V a n einde December af tot b e g i n A p r i l werde n v l u c h t e n v a n 200 t o t 500 stuks g e t e l d . 1 n d e twee d e h e l f t v a n f- e b r u a r i b e g o n d e t er u g t r e k d i e a a n h i e l d t o t b e g i n A pri l . In

de e e r s t e

T o t e i n d e N o ve m b e r

T URDUS V I S C I V O R U S L.

-

G rote Lijster.

En i g e paren h u i z e n i n de v a lle i

i n é é n v a n de k l e i n e

in de boom­ ; voorts ook n o g i n d e kasteel p arken ( W o RTE­ L A E R S , 1 9 4 6 ) . In d e w e i d e n van d e v a l l e i zel f , rond d e vij­ v ers e n m o e rassen e n l a n g s d e D i j l e zagen we geregeld Grote L i j s t e rs tot e i n d e N o v e m ber 1 94 9 . Ze bleken a fwe­ z i g te zijn tot einde J an u ari 1 950, tijdsti p waaro p de eerste m a n n e tj e s begon n e n te z i n ge n . Eerste z a n g : Tervuren, 28- 1 -4 8 ; N e e r i j s e 29-I-49 . boomgroe p e n , i n e e n a l l e e n s t a a n d e boom e n g a a rd e n

,

TURDUS

ERICETORUM Turt.

-

Zanglijster.

p aren in h e t k r e u p e l h o u t van de b o s s e n en op de h el l i n ge n ; meerdere k o p p el s i n de kasteel p a rken ( W O RT E L A E R S , 1 94 6 ) . I n de v a l l e i e n i ge


- 21 Ti j dens de w i n t e r 1 949-50 hebben e nkele e x e m pl aren overwin terd . Eerste zang : 1 5- 1 1 -4 8 ; ve r de r nog zang op 19 en 29 S e p t e m ber 1 94 8 . TURD U S MUSI CUS

-

L.

Koperwiek.

V e l e K o p er w i ek e n overwin teren in de natte weiden met b o s s e n i n de om g e v in g ( W O RTELAERS, 1 946 ) ; een vij f­ t i g t a l t i j d e n s de w i n ter 1 947-48 en een honderd t a l

vo ge ls

t i j d e ns de win ter 1 949-50 . Eerste w a a r n e m i n ge n

op

1 0- X-48 en 2 1 -X-47 ; l a a tste

w a a r n e m i n g e n o p 3-I V-48 e n 2-I V-4 9 . Tt TRDUS TOR Q U .\TUS

L.

-

Kransmerel.

In het L e u v e n se d r i e waarnem i n ge n : op 24-X-44 een e x e m p l aa r o p d e m arkt t e Leuven ; o p 28-I I l -49 ee n man­ netje t e Heren t e n op 1 1 -I V-48 een m an n e t j e t e S t-J oris­

Weert . TURDUS MERUJ,A L.

-

Merel.

Vrij algemene broedvogel, o v e r a l w a a r geboom t e en s t ru i k g e w a s a a n w ezi g is , alsd1111 ze l f s m i d d e n in het moeras ( W o RT E L AERS, 1 94 6 ) . Tijdens onze bezoeken a a n d e Di jle­ vallei h e b b e n we de Merel steeds kunnen w aa r nem en : een­ z a m e e x em p l a r e n , kopp els o f gr oe p j e s v a n 3 t o t 6 s t u k s ; i s aan de vi jvers v a n h et Leuvense een gewone versc h i j n i n g . Te H e v e r l e e w er d e en ne s t a a n g e t r oHen in een b ou w ­ val l i g s chu u r t j e , 40 c e n t im e t er boven de bodem , b ove n o p e en conservebl i k , d a t t o e va ll i g rech t stond op een ho o pj e a n d ere dozen . Grondnesten vonden we, te Loonbeek op d e k a n t v a n e e n h o l l e v e l d w e g h a l f onder d e wortels v a n een struik en t e K essel-Lo halverwege de h ell i n g van een spoorwegberm .

Eerste zang te T e r v u re n op 25-1 1 -48 . Uit L oon b e ek w e r d ons het gev a l gesignaleer d van een Merel ( k o o i v o ge l ) d i e na een ruit i j d va n ongeveer drie .veken in Novem ber, een a l b i n i st i sc h verenkleed h a d a a n ­ ge n o m e n ; ver m o edeli j k is z i j hieraan een vii ftal dagen n a d i en ge�torven . H et stuk is s pi j t i g genoeg n i e t bewaard .


-

<ENANTHE CENANTllE

(L.).

-

22

-

Tapuit.

WoRTELAERS ( 1 946 ) vermel d t deze soort n i et voor de

D i jlevallei ; sa men met A n t . DE BONT hebben we die soort kunnen waarnemen op 23-V-4 6 . N aj aarstrek i n 1 948 van 1 1 -V I I I tot 1 5-I X . S A X I C O LA

RUBETRA C L l .

-

Paapje.

G e wone broe d vogel in d e weide n . Men v i n d t hem her meest op de droogste stukken ; het nest l i gt gewoonl i j k op de k a n t van een greppel tje ( W O RT E L A E R S , 1 946) . L a a tste waarnem i n gen : O veri j se, 1 4-X-38, 1 8- I X-47 , 8-I X-48, 1 0-I X-4 9 . Eerste waarnemingen : 1 5-I V-4 8 , 1 6- I V4 9 . Sommige gedeelten u i t de zan g herin neren aan die van

de Grauwe Gors . S A X I C O J,A T O R Q U A T A llIBERN i\ N S

( Hart. l .

Zwart k eelta p u l t .

-

Komt in de vallei voor aan de voet van de helli ng waar de bodembegroeiing bestaat u it gras, struwee l , kort struik­ gewas, kleine braampjes o f heide ; talrijk o p de spoorweg­ dijken (WORTELAERS, 1 946 ) . Laa tste waarnemingen : 1 9-X I I -37, 25-X-48 en 1 8-I X-47 . Eerste waarnem i ngen op 1 0- I I -48, 1 7-I I -47 , l - I I -48 en 4- I I-50 .

Tijdens de wi nter 1 949-50 hebben twee vogels, vermoe­ del ijk een paartje , overwin terd . Ze werden waargenomen op 2 en 8 j a nuari terwijl d e eerste zi ngende m annetjes aangetro ffen werden einde Februari-begin Maart . In de loop van d e maand Maart, vooral t i j dens de tweede heHt, w a r e n b i j n a alle zangpost e n bezet . PH<ENICURUS PHCENICURUS

Enige

in

( L. ) .

-

G ekraagde

de boom gaarden en tuinen

Roodstaa.rt.

( W o R T EL AE R S

,

1 94 6 ) .

Zingende m a n netjes hebben we vastgesteld op een tiental plaa tsen i n het onderzochte gebied . Eerste zang : Tervuren . op 3 1 -I I I -4 8 ; nog zang op 1 9- I X-48 . Nesten op ongewone plaatsen bevonden zich , het eerste in de kapel der Zoete W a t ers in een holte aan de voet van een houten kolom van het altaar ( nest i n gang langs


- 23 -

boven ) ,

het

t w e e de i n

k l i m o p t u ss e n een a f voerb u i s e n de

m u u r , slechts twee meter hoo g . 1

1

l 1

1 !

l' l HE N I C U R U S OCllR U R U S G l ll lt A LT A R I E N S I S

Roodstaart.

E n i ge p a ren n ab i j d e h u i z e n van de vallei

(Gm. ) .

- Zwarte

(WORTELAE RS, v a lle i en

1 94 6 ) . W e noteerden een t i e n t a l z a ngposten i n de

t e Loo nbeek twee z i n g e n d e m a nnetjes . L a a t s t e w a a r n e m i n gen op 24-X-47 en l 7-X-48 . LUSCINIA

MEGARHYNC l l A

Br.

-

N achtegaal.

G ewon e b r o e d v o g e l i n de kasteel parke n , in het schaar­

· de helling ( W oRTELAERS, 1 946 ) . T e Loo nbeek no teerden we op l 7-I V-49 vijf zingende m a n ne t j es . Eerste z a n g t e Tervuren

hout v a n de bossen en i n het struikgewas op

op 9-I V-48.

St-Joris-W eert werd een nest a a n getroffe n op de v ertakk: n g van één m e t wilde w i ngerd omringdl' eik, 1 .40 me t er boven d e grond . Te

onderste

L U S C I N I A SVECICA C Y A N E (, \;LA

( Melsner ) .

- Wl tgesterd

mauw·

borstje.

l 1

l e d e r j a a r op de voorja arstrek ( W oRTELAERS, 1 946 ) . Eerste w a arnemi n gen : 1 8-1 1 1 -50, een exemplaar aan de vijver te Ou d-H everlee ; 2-I V-49, twee m a nnetjes aan d e vijver t e Neerijse ; 8-I V-44 , drie m a n net jes in het dode lis a a n de vijverrand t e N eerijse, tenslotte op 1 2-V-45 's nachts een z i n g en d e x e m p l a a r ( W o RTELAERS) . N a j a arswa a r n e m i n ge n : 24-V I I-48, een mannetje a a n de v i jver te R o d e ( \X' o RTEL A E RS ) ; op 2 1 -V l l l- 1 950, 25-V l l l 1 95 1 e n 6- I X- 1 949 ( G ROOTAERS, 1 952 ) . Broedv ogel op de grens v a n Leuven en Kessel-Lo waar op 28-IV-49 e e n nest werd gevon d en dat 5 licht bebroede e i eren bev a t t e ; verder werden te Tremelo z i n gende m a nne­ tjes vastgesteld o p v i j f verschillende plaatse n . E R I T l l A C U S RUBECULA

(L.).

-

Roodborstje.

E n i ge i n de k asteel p a rken e n in d e

1 946 )

.

bossen (WoRTELAERS,


- 24 PRUNELLA MODULAIUS

( L. ) . -

Blauwe H aagmus.

Zowat overal in de ganse vallei waar er nestgelegenheid is, het meest bij d e huizen, i n de m e t hagen omri ngde t u i ­ nen en b oo m gaarden (W ORTELAERS, 1 946) . TROG LODYTES TRO GLOD YTES (L. ) .

-

Winterkoninkje.

Komt vóór in de ga nse valle i , lan gs ha gen e n kort str uik­ gewas, zelfs o p d e gra c ht k a n t en i n de moerassen ; hei m e es t b i j de b oe r d er i j e n (WoRTELAERS, 1 94G ) . I s een gewont: verschijning i n d e rietgordel aan de v i j v tr s . Te Loonbeek k w a m er r e ge l m a t i g een ex em plaar ' s win­ te rs i n een kleine kelder o v ern a c hte n . CINCLUS CINCLUS

(L. ) . - Waterspreeuw

Op 24 Ok tober 1 923 wer d een e x e m p l aar be machti gd op d e Vossemvijver i n het par k te Te r v u ren ( Le G er/aut,

1 936) .

UIRUNDO

RU STICA L. - Boerenz w a l u w .

O veral bij de b oerd e r i j e n (WoRTELAERS, 1 946 ) eclm:r m i n der d i c h t g e z aaid dan i n Oost- B r ab a n t , o m d a t de n es t · gelegenheid n i e t vold oe n d e tal r i j k i s . T e Loonbeek e n i e Hulden be r g w e i n i g t a l r i j k , om dezelfde reden . E nkele paartjes te Le uv e n , i n de s t a d zel f . DE LICllON

URBICA ( L. l . - H uiszwaluw.

Zowat overal nabij de huize n , het mel!st bij de boer d e­ rijen (WORTELAERS, 1 946 ) . P l a a t sel i j k t a l r i j k te Leuven, veelal nestelend o n d e r balkons en in v ens t e r n i s s e n . Laa tste waarnemingen op 1 4-X-48 en 4-X-4 7 . E e rs te w a arne m i n ge n op l -I V-49, 22- I V-48,

30-IV-50 e n

5-I V-45 ( WORTELAE R S ) . IU PARI A RIPAJUA < L. ) . - Oeverzwaluw.

Een paar kolonies i n de vallei

( WoRTELAERS, W 46 )

te

St-joris-Weer t , te Rode e n te N ee r i j s e . Verder zijn er broedgezelschappen te H u l d e nberg, a a n de t r a m h a l t e te Vossem e n a a n de voet v an de Kesselse be r ­

gen t e Ke sse l - Lo . Eerste w aarn em i n ge n op 3- I V- 1 942 en 1 8- l l l - 1 95 1 .

(.�ervolgt.)

,

Bijdrage tot de studie van de vogels van de Dijlevallei en van enkele plaatsen rond Leuven (I)  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Bijdrage tot de studie van de vogels van de Dijlevallei en van enkele plaatsen rond Leuven (I)  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Advertisement