__MAIN_TEXT__

Page 1

BOOMKLEVER

de

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Jaargang 44 - september 2016


inhoud Editoriaal

Natuurbeleving ook digitaal

67

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Divers Digitalisatieproject Meetnetten Ongewervelden Lieveheersbeestjes in het Dijleland Vogels Het plateau van Leefdaal Eurobirdwatch 2016 Trektellen in het Dijleland Waarnemingenoverzicht De eerste keer Falsterbo Activiteiten Colofon

De digitale evolutie heeft net zoals alle andere aspecten van het dagelijks leven ook onze natuurbeleving diepgaand beïnvloed.

76 85 86 87

Waarnemingen worden door de meesten niet langer in een notaboekje genoteerd maar enkel nog ingegeven in waarnemingen.be en meer en meer in het veld via ObsMapp. De Vogellijn is al lang verleden tijd en zeldzaamheden kunnen quasi onmiddellijk exact gelokaliseerd worden. Waar het vroeger vele jaren vergde eer men bepaalde soorten kon waarnemen, hebben (beginnende) natuurliefhebbers het nu ontzettend gemakkelijk. Ze worden via de GPS tot vlak bij de zeldzaamheid geleid. Ook natuurgebieden, hun bereikbaarheid en toegankelijkheid worden nu beter bekend. Iedereen kijkt mee, waarnemingen worden quasi onmiddellijk gedeeld en gecheckt op hun juistheid wat zeker de kwaliteit van de verzamelde gegevens ten goede komt. Dat dit fantastisch platform niet enkel voordelen biedt bewijst de stijgende noodzaak van de “embargo” en “vervagingsfunctie”. Ook de snelle evolutie naar de digitale fotografie heeft onze natuurbeleving en studie onmiskenbaar naar een hoger niveau getild.

83 99 100

Onze Natuurstudiegroep Dijleland heeft steeds snel ingespeeld op deze evolutie. Sinds begin deze eeuw werd en wordt er gecommuniceerd en gediscussieerd via een Yahoo group en werd een website gecreëerd. Hierbij kwamen recent een succesvolle Facebookpagina en een WhatsApp Dijleland Bird Alert. Andere nationale en internationale platformen zoals Xeno Canto, AviMap en trektellen.nl worden door de werkgroepen intens gebruikt.

68 80 70

Coverfoto IJSVOGEL AAN DE ABDIJ VAN PARK Foto: Pablo Deschepper

EDITORIAAL

Natuurbeleving ook digitaal Deze ruime waaier aan communicatiemiddelen was en is een bewuste keuze om zo inclusief als mogelijk te zijn en aldus een zo ruim mogelijk doelpubliek te bereiken. Het feit dat je nu nog een papieren Boomklever in de hand hebt, is het gevolg van deze keuze. Toegankelijkheid én gebruiksgemak zijn een voortdurend aandachtspunt om te vermijden dat door de toenemende techniciteit en razendsnelle ontwikkeling van de instrumenten mensen afhaken. Digitalisering mag echter nooit een doel op zich worden. Het moet een instrument blijven om informatie te delen en bereikbaar te maken voor een zo groot mogelijke doelgroep. Digitalisering heeft geleid tot een overvloed aan beschikbare informatie en data. Informatie en data die dikwijls al te vluchtig zijn. Tegen dat deze Boomklever in je bus belandt, moet het resultaat zichtbaar zijn van het werk dat Maxime Fajgenblat de afgelopen zomermaanden heeft verzet. Maxime nam de ondankbare taak op zich om al de ooit verschenen Boomklevers te digitaliseren. Zo zal je vele duizenden bladzijden Boomklever gratis en online kunnen raadplegen, gerangschikt per onderwerp. Meer hierover lees je verderop in dit nummer. Data en informatie zijn belangrijk. Maar nog belangrijker is tussen de data verbanden te leggen zodat betekenisvolle inzichten boven komen drijven. Dit blijft de hoofdtaak van de Natuurstudiegroep. Luc Hendrickx voorzitter

67


inhoud Editoriaal

Natuurbeleving ook digitaal

67

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Divers Digitalisatieproject Meetnetten Ongewervelden Lieveheersbeestjes in het Dijleland Vogels Het plateau van Leefdaal Eurobirdwatch 2016 Trektellen in het Dijleland Waarnemingenoverzicht De eerste keer Falsterbo Activiteiten Colofon

De digitale evolutie heeft net zoals alle andere aspecten van het dagelijks leven ook onze natuurbeleving diepgaand beïnvloed.

76 85 86 87

Waarnemingen worden door de meesten niet langer in een notaboekje genoteerd maar enkel nog ingegeven in waarnemingen.be en meer en meer in het veld via ObsMapp. De Vogellijn is al lang verleden tijd en zeldzaamheden kunnen quasi onmiddellijk exact gelokaliseerd worden. Waar het vroeger vele jaren vergde eer men bepaalde soorten kon waarnemen, hebben (beginnende) natuurliefhebbers het nu ontzettend gemakkelijk. Ze worden via de GPS tot vlak bij de zeldzaamheid geleid. Ook natuurgebieden, hun bereikbaarheid en toegankelijkheid worden nu beter bekend. Iedereen kijkt mee, waarnemingen worden quasi onmiddellijk gedeeld en gecheckt op hun juistheid wat zeker de kwaliteit van de verzamelde gegevens ten goede komt. Dat dit fantastisch platform niet enkel voordelen biedt bewijst de stijgende noodzaak van de “embargo” en “vervagingsfunctie”. Ook de snelle evolutie naar de digitale fotografie heeft onze natuurbeleving en studie onmiskenbaar naar een hoger niveau getild.

83 99 100

Onze Natuurstudiegroep Dijleland heeft steeds snel ingespeeld op deze evolutie. Sinds begin deze eeuw werd en wordt er gecommuniceerd en gediscussieerd via een Yahoo group en werd een website gecreëerd. Hierbij kwamen recent een succesvolle Facebookpagina en een WhatsApp Dijleland Bird Alert. Andere nationale en internationale platformen zoals Xeno Canto, AviMap en trektellen.nl worden door de werkgroepen intens gebruikt.

68 80 70

Coverfoto IJSVOGEL AAN DE ABDIJ VAN PARK Foto: Pablo Deschepper

EDITORIAAL

Natuurbeleving ook digitaal Deze ruime waaier aan communicatiemiddelen was en is een bewuste keuze om zo inclusief als mogelijk te zijn en aldus een zo ruim mogelijk doelpubliek te bereiken. Het feit dat je nu nog een papieren Boomklever in de hand hebt, is het gevolg van deze keuze. Toegankelijkheid én gebruiksgemak zijn een voortdurend aandachtspunt om te vermijden dat door de toenemende techniciteit en razendsnelle ontwikkeling van de instrumenten mensen afhaken. Digitalisering mag echter nooit een doel op zich worden. Het moet een instrument blijven om informatie te delen en bereikbaar te maken voor een zo groot mogelijke doelgroep. Digitalisering heeft geleid tot een overvloed aan beschikbare informatie en data. Informatie en data die dikwijls al te vluchtig zijn. Tegen dat deze Boomklever in je bus belandt, moet het resultaat zichtbaar zijn van het werk dat Maxime Fajgenblat de afgelopen zomermaanden heeft verzet. Maxime nam de ondankbare taak op zich om al de ooit verschenen Boomklevers te digitaliseren. Zo zal je vele duizenden bladzijden Boomklever gratis en online kunnen raadplegen, gerangschikt per onderwerp. Meer hierover lees je verderop in dit nummer. Data en informatie zijn belangrijk. Maar nog belangrijker is tussen de data verbanden te leggen zodat betekenisvolle inzichten boven komen drijven. Dit blijft de hoofdtaak van de Natuurstudiegroep. Luc Hendrickx voorzitter

67


Als jonge redacteur van dit tijdschrift werd ik regelmatig geconfronteerd met de onbereikbaarheid van iets oudere bronnen rond natuurstudie in het Dijleland. Ik kon hoogstens vermoeden dat er een berg informatie moest bestaan, en naar de inhoud kon ik meestal enkel raden. Deze beperking deelde ik wellicht met vele anderen, zij het omwille van een jonge leeftijd, een geringe anciënniteit binnen onze vereniging, een te kleine boekenkast … Hier komt nu een einde aan, want ik kan met veel genoegen meedelen dat we gestart zijn met een heus digitalisatie-offensief. Op het moment van schrijven zijn reeds meer dan 100 edities van De Boomklever gratis en openbaar raadpleegbaar – alle uitgaven teruggaand tot 1994' en ook een heel aantal oudere 68

De boomklever I september 2016 I divers

nummers. Vanaf een ouderdom van twee worden onze nummers telkens beschikbaar gesteld. Op termijn hopen we niet alleen alle ooit verschenen Boomklevers te digitaliseren, maar ook alle andere relevante werken over natuurstudie in de streek, om op die manier de kennis en de raadpleegbaarheid ervan te stimuleren. Nieuwsgierig? Surf naar ons digitaal archief op: www.natuurstudiegroepdijleland.be/archief. Van daaruit kunt u onder andere kiezen voor een overzicht van alle ooit verschenen nummers of een gerangschikt overzicht van artikels per thema. Ik wens u veel leesgenot, Maxime Fajgenblat maxime.fajgenblat@gmail.com

trouwste

lezers

Bent u in het bezit van oude mers van num- z de Boomk ekeren. N lever en b u bereid d eem in da ent con eze tijdeli t geval a.u tact op m jk af te staa .b. Dan is er et mij (m n? gen een kans axime.fajblat@gma dat u ons helpen me il .com)! Oo kan nie t het uitbo k (al dan t volledig uwen van digitaal a e) collecti het dere rchief en e s van anz w o e h rken (bvb staan van et voortbe . oude nu - van D deze info mmers e Vallei) z rmatie te ouden erg ver- ge steld word o p prijs en.

DIVERS

Duizenden pagina’s aan natuurstudie in het Dijleland gaan digitaal!

Oproep voor onz e

Dankwoord Ik zou graag iedereen willen bedanken die mij rechtstreeks of onrechtstreeks oude nummers bezorgd heeft. Op het moment van schrijven zijn dat André Verboven, Kelle Moreau, Kris Van Scharen, Bruno Bergmans, Marc Herremans en Johan Vanautgaerden. Ook Thomas Vandenberghe wil ik bedanken voor het op weg helpen met de aanpassingen op de website.

De grootste dank ben ik verschuldigd aan de vele auteurs en redacteurs die zich al die jaren hebben ingezet voor het verzorgen van schitterende artikels. Zonder hun werk zou ons digitaal archief nu niet veel voorstellen.

De boomklever I september 2016 I divers

69


Als jonge redacteur van dit tijdschrift werd ik regelmatig geconfronteerd met de onbereikbaarheid van iets oudere bronnen rond natuurstudie in het Dijleland. Ik kon hoogstens vermoeden dat er een berg informatie moest bestaan, en naar de inhoud kon ik meestal enkel raden. Deze beperking deelde ik wellicht met vele anderen, zij het omwille van een jonge leeftijd, een geringe anciënniteit binnen onze vereniging, een te kleine boekenkast … Hier komt nu een einde aan, want ik kan met veel genoegen meedelen dat we gestart zijn met een heus digitalisatie-offensief. Op het moment van schrijven zijn reeds meer dan 100 edities van De Boomklever gratis en openbaar raadpleegbaar – alle uitgaven teruggaand tot 1994' en ook een heel aantal oudere 68

De boomklever I september 2016 I divers

nummers. Vanaf een ouderdom van twee worden onze nummers telkens beschikbaar gesteld. Op termijn hopen we niet alleen alle ooit verschenen Boomklevers te digitaliseren, maar ook alle andere relevante werken over natuurstudie in de streek, om op die manier de kennis en de raadpleegbaarheid ervan te stimuleren. Nieuwsgierig? Surf naar ons digitaal archief op: www.natuurstudiegroepdijleland.be/archief. Van daaruit kunt u onder andere kiezen voor een overzicht van alle ooit verschenen nummers of een gerangschikt overzicht van artikels per thema. Ik wens u veel leesgenot, Maxime Fajgenblat maxime.fajgenblat@gmail.com

trouwste

lezers

Bent u in het bezit van oude mers van num- z de Boomk ekeren. N lever en b u bereid d eem in da ent con eze tijdeli t geval a.u tact op m jk af te staa .b. Dan is er et mij (m n? gen een kans axime.fajblat@gma dat u ons helpen me il .com)! Oo kan nie t het uitbo k (al dan t volledig uwen van digitaal a e) collecti het dere rchief en e s van anz w o e h rken (bvb staan van et voortbe . oude nu - van D deze info mmers e Vallei) z rmatie te ouden erg ver- ge steld word o p prijs en.

DIVERS

Duizenden pagina’s aan natuurstudie in het Dijleland gaan digitaal!

Oproep voor onz e

Dankwoord Ik zou graag iedereen willen bedanken die mij rechtstreeks of onrechtstreeks oude nummers bezorgd heeft. Op het moment van schrijven zijn dat André Verboven, Kelle Moreau, Kris Van Scharen, Bruno Bergmans, Marc Herremans en Johan Vanautgaerden. Ook Thomas Vandenberghe wil ik bedanken voor het op weg helpen met de aanpassingen op de website.

De grootste dank ben ik verschuldigd aan de vele auteurs en redacteurs die zich al die jaren hebben ingezet voor het verzorgen van schitterende artikels. Zonder hun werk zou ons digitaal archief nu niet veel voorstellen.

De boomklever I september 2016 I divers

69


Vijfstippelig lieveheersbeestje (Coccinella quinquepunctata), Weertse dreef Foto: Johan Bogaert

Lieveheersbeestjes in het Dijleland Deel 1: algemene inleiding. Ladybird, ladybird fly away home, Your house is on fire and your children are gone, All except one, And her name is Ann, And she hid under the baking pan. Vier, vijf kleurrijke kevertjes rennen in alle richtingen over Cecilia’s hand. “Deze is mijn lieveling. Kijk hoe lief.” Deze kleurrijke kevertjes stelen haar hart tot… “Ai!! Het bijt me!” Een speldenprikje zonder erg maar de liefde is uit. De lieveheersbeestjes worden onmiddellijk gedropt. Lieveheersbeestjes zijn in onze streken met reden geliefd bij een brede laag van de bevolking. Het zijn, zeker in onze streken, meestal nuttige dieren. Ze helpen de mens bij land- en tuinbouw 70

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

voornamelijk doordat ze voor ons schadelijke insecten zoals bladluizen of spint met een onstilbare honger opeten. Dit nuttige diertje is dus zeker de moeite om te beschermen, maar ook het opvallende rood wekt nieuwsgierigheid en trekt de aandacht van menig volwassene maar ook kind. Ook de naam weerspiegelt de belangrijke functie voor de mens. Het was bij de Germanen al het kevertje gestuurd door de godin Freya, Freyafugle. Toen het Christendom opkwam werd dit de boodschapper van “onze Lieve Heer”. In het Duits werd het Marienkäfer terwijl de Engelsen het bij Ladybird of het Amerikaanse Ladybug hielden. En de vele namen in de gewesttaal weerspiegelen dan weer dat iedereen het lieveheersbeestje zijn eigen koosnaampje wou geven:

GESCHIEDENIS Lieveheersbeestjes zijn altijd al met bijzondere aandacht bestudeerd geweest. Niet alleen door hun kleur en aantrekkelijkheid maar ook door hun voedingswijze. De grote klassieke werken in de 19de en 20ste eeuw behandelen de lieveheersbeestjes reeds uitvoerig en tot op soortniveau (vb. Kuhnt, 1911). Dit maakt het determineren van de soorten al langer mogelijk. In de jaren ‘70 is er op het vlak van natuurstudie van de insectenwereld heel wat veranderd. Rond die periode verschenen de eerste determinatietabellen voor verschillende insectgroepen: waterwantsen, libellen, … en ook lieveheersbeestjes. Een van de meest interessante werken voor Coccinellinae op internationaal vlak is het werk van Iablokoff (Iablokoff-Khnzorian, 1982). Een eerste Vlaamse publicatie kwam van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel (Van Goethem, 1975) en vlak erna verscheen een publicatie van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Veldbiologie KNNV (De Gunst, 1978). De toenmalige tabellen waren moeilijk in gebruik, illustraties en zeker foto’s waren zeldzaam of beduidend minder van kwaliteit en vaak waren de kenmerken gebaseerd op museumexemplaren. De tabellen werden met andere woorden slechts gebruikt door enkele specialisten en met de opkomst van de milieubeweging

een groep zeer gemotiveerde jongeren. Daaruit groeide nieuwe ervaring in het veld en verschenen de eerste tabellen die gericht waren op gebruik op terrein. Ook voor lieveheersbeestjes is dit het geval. Natuurminnend Vlaanderen is in 2001 beginnen kijken naar lieveheersbeestjes door de publicatie van een handige velddeterminatietabel (Baugné et al., 2001, herdruk 2011) vertaald uit het Frans. Jeunes & Nature hadden deze tabel twee jaar voordien gepubliceerd. Aan de Vlaamse publicatie gekoppeld was er een oproep vanuit het INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) om waarnemingen door te geven. Een onafhankelijke werkgroep Lieveheersbeestjes Coccinula werd opgericht (zonder statuten of enige andere wettelijke basis), deels gepatroneerd door het INBO. Er was en is nog steeds een Yahoo-groep. De werkgroep haakte zijn activiteiten vaak aan activiteiten van andere verenigingen vast. Zo was de organisatie van de jaarlijkse dag van het lieveheersbeestje in Vlaanderen voornamelijk in samenwerking met Natuurpunt of JNM, in Wallonië met Jeunes & Nature of een andere organisatie. Dit resulteerde in een verhoogde aandacht voor deze soortengroep en het leverde een schat aan informatie op. Door een herschikking van de taken binnen het INBO viel de steun weg en werd de werkgroep zo goed als non-actief. Een enkele mailing is alles wat er van over blijft. Gelukkig was ongeveer op datzelfde ogenblik waarnemingen.be opgestart. Dit hield de aandacht voor lieveheersbeestjes levend (meestal als “bijwaarnemingen”) en – belangrijker – het aantal waarnemingen explodeerde zowat, zeker van de grotere, gemakkelijk observeerbare soorten. Maar door waarnemingen.be (en het internationale observado.org) geraken ook nieuwe mensen geïnteresseerd in de lieveheersbeestjes en komen er aldus toch extra waarnemingen van de moeilijkere soorten. Nederland is vorig jaar met zo’n inhaalbeweging begonnen zoals in België rond de eeuwwisseling plaatsvond. Belangrijker voor ons is dat een deel Nederlandse namen van lieveheersbeestjes De boomklever I september 2016 I ongewervelden

ONGEWERVELDEN

lievevrouwebeestje, pimpaljoene, pimpanpoentje, kapoentje, … (Wikipedia). Maar er is meer, veel meer. Vormen en kleuren verschillen, gedrag verschilt, levenswijze verschilt… Logisch als er over de hele wereld ongeveer 6.200 soorten bekend zijn (Eizaguirre, 2015). En er zijn er nog vele die we nog niet kennen, in oerwouden, in afgelegen werelddelen, in desolate gebieden maar evengoed in collecties van onze eigen achtertuin. In deze artikelenreeks duiken we in de wereld van deze bijzondere familie van vaak opvallend gekleurde kevertjes.

71


Vijfstippelig lieveheersbeestje (Coccinella quinquepunctata), Weertse dreef Foto: Johan Bogaert

Lieveheersbeestjes in het Dijleland Deel 1: algemene inleiding. Ladybird, ladybird fly away home, Your house is on fire and your children are gone, All except one, And her name is Ann, And she hid under the baking pan. Vier, vijf kleurrijke kevertjes rennen in alle richtingen over Cecilia’s hand. “Deze is mijn lieveling. Kijk hoe lief.” Deze kleurrijke kevertjes stelen haar hart tot… “Ai!! Het bijt me!” Een speldenprikje zonder erg maar de liefde is uit. De lieveheersbeestjes worden onmiddellijk gedropt. Lieveheersbeestjes zijn in onze streken met reden geliefd bij een brede laag van de bevolking. Het zijn, zeker in onze streken, meestal nuttige dieren. Ze helpen de mens bij land- en tuinbouw 70

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

voornamelijk doordat ze voor ons schadelijke insecten zoals bladluizen of spint met een onstilbare honger opeten. Dit nuttige diertje is dus zeker de moeite om te beschermen, maar ook het opvallende rood wekt nieuwsgierigheid en trekt de aandacht van menig volwassene maar ook kind. Ook de naam weerspiegelt de belangrijke functie voor de mens. Het was bij de Germanen al het kevertje gestuurd door de godin Freya, Freyafugle. Toen het Christendom opkwam werd dit de boodschapper van “onze Lieve Heer”. In het Duits werd het Marienkäfer terwijl de Engelsen het bij Ladybird of het Amerikaanse Ladybug hielden. En de vele namen in de gewesttaal weerspiegelen dan weer dat iedereen het lieveheersbeestje zijn eigen koosnaampje wou geven:

GESCHIEDENIS Lieveheersbeestjes zijn altijd al met bijzondere aandacht bestudeerd geweest. Niet alleen door hun kleur en aantrekkelijkheid maar ook door hun voedingswijze. De grote klassieke werken in de 19de en 20ste eeuw behandelen de lieveheersbeestjes reeds uitvoerig en tot op soortniveau (vb. Kuhnt, 1911). Dit maakt het determineren van de soorten al langer mogelijk. In de jaren ‘70 is er op het vlak van natuurstudie van de insectenwereld heel wat veranderd. Rond die periode verschenen de eerste determinatietabellen voor verschillende insectgroepen: waterwantsen, libellen, … en ook lieveheersbeestjes. Een van de meest interessante werken voor Coccinellinae op internationaal vlak is het werk van Iablokoff (Iablokoff-Khnzorian, 1982). Een eerste Vlaamse publicatie kwam van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel (Van Goethem, 1975) en vlak erna verscheen een publicatie van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Veldbiologie KNNV (De Gunst, 1978). De toenmalige tabellen waren moeilijk in gebruik, illustraties en zeker foto’s waren zeldzaam of beduidend minder van kwaliteit en vaak waren de kenmerken gebaseerd op museumexemplaren. De tabellen werden met andere woorden slechts gebruikt door enkele specialisten en met de opkomst van de milieubeweging

een groep zeer gemotiveerde jongeren. Daaruit groeide nieuwe ervaring in het veld en verschenen de eerste tabellen die gericht waren op gebruik op terrein. Ook voor lieveheersbeestjes is dit het geval. Natuurminnend Vlaanderen is in 2001 beginnen kijken naar lieveheersbeestjes door de publicatie van een handige velddeterminatietabel (Baugné et al., 2001, herdruk 2011) vertaald uit het Frans. Jeunes & Nature hadden deze tabel twee jaar voordien gepubliceerd. Aan de Vlaamse publicatie gekoppeld was er een oproep vanuit het INBO (Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) om waarnemingen door te geven. Een onafhankelijke werkgroep Lieveheersbeestjes Coccinula werd opgericht (zonder statuten of enige andere wettelijke basis), deels gepatroneerd door het INBO. Er was en is nog steeds een Yahoo-groep. De werkgroep haakte zijn activiteiten vaak aan activiteiten van andere verenigingen vast. Zo was de organisatie van de jaarlijkse dag van het lieveheersbeestje in Vlaanderen voornamelijk in samenwerking met Natuurpunt of JNM, in Wallonië met Jeunes & Nature of een andere organisatie. Dit resulteerde in een verhoogde aandacht voor deze soortengroep en het leverde een schat aan informatie op. Door een herschikking van de taken binnen het INBO viel de steun weg en werd de werkgroep zo goed als non-actief. Een enkele mailing is alles wat er van over blijft. Gelukkig was ongeveer op datzelfde ogenblik waarnemingen.be opgestart. Dit hield de aandacht voor lieveheersbeestjes levend (meestal als “bijwaarnemingen”) en – belangrijker – het aantal waarnemingen explodeerde zowat, zeker van de grotere, gemakkelijk observeerbare soorten. Maar door waarnemingen.be (en het internationale observado.org) geraken ook nieuwe mensen geïnteresseerd in de lieveheersbeestjes en komen er aldus toch extra waarnemingen van de moeilijkere soorten. Nederland is vorig jaar met zo’n inhaalbeweging begonnen zoals in België rond de eeuwwisseling plaatsvond. Belangrijker voor ons is dat een deel Nederlandse namen van lieveheersbeestjes De boomklever I september 2016 I ongewervelden

ONGEWERVELDEN

lievevrouwebeestje, pimpaljoene, pimpanpoentje, kapoentje, … (Wikipedia). Maar er is meer, veel meer. Vormen en kleuren verschillen, gedrag verschilt, levenswijze verschilt… Logisch als er over de hele wereld ongeveer 6.200 soorten bekend zijn (Eizaguirre, 2015). En er zijn er nog vele die we nog niet kennen, in oerwouden, in afgelegen werelddelen, in desolate gebieden maar evengoed in collecties van onze eigen achtertuin. In deze artikelenreeks duiken we in de wereld van deze bijzondere familie van vaak opvallend gekleurde kevertjes.

71


Onderscheidende kenmerken van een lieveheersbeestje: (a) de knotsvormige antennen, (b) de typische kaaktasters en (c) de poten met schijnbaar tweeledige tarsen. Tekeningen: Hodek (1973).

werden veranderd met de bedoeling ze eenvoudiger te maken. Zo waren er vroeger nogal wat moeilijkheden met de benaming stippen, punten en vlekken. Hier werd de Latijnse naam gevolgd, maar het leidde vaak tot verwarring. Nu wordt alles wat zwarte vlekken, punten of stippen heeft, met de term “stippen” aangeduid, en alles wat witte vlekken, punten of stippen heeft, krijgt de term “vlek” toebedeeld. Uiteraard zijn er toch nog enkele uitzonderingen. Ook enkele andere namen werden veranderd zoals het Schitterend lieveheersbeestje, dat Bosmierlieveheersbeestje is geworden. Vervolgens is er een poster en een veldklapper uitgekomen (Cuppen et al., 2015).

WAT IS EEN LIEVEHEERSBEESTJE? Het felgekleurde uiterlijk is alvast geen garantie dat je een lieveheersbeestje in je hand hebt. Nog heel wat andere insecten zijn fel gekleurd. Meestal wil een opvallende kleur zeggen dat je ze best met rust laat (aposematisme). Ze zijn gevaarlijk. Een wesp is geel-zwart gestreept om dezelfde reden: Ik ben gevaarlijk. Wantsen, zeker in de tropen, zijn opvallend bont en ze scheiden een stinkende en soms brandende chemische substantie af. Zijn lieveheersbeestjes dan gevaarlijk? Naast het feit dat ze allerlei andere insecten eten, geven 72

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

Op zoek naar lieveheersbeestjes met witte paraplu en stok Foto: Johan Bogaert

ze met die felle kleuren het signaal dat je ze beter niet opeet. Ze steken niet en hun beet is een klein venijnig maar ongevaarlijk prikje. Wat hen dan wel “gevaarlijk” maakt is een gele vloeistof die ze bij verstoring afscheiden. We noemen dat reflexbloeden. Die vloeistof, hemolymfe, is een chemische afschrikking. Het is wat giftig, smaakt bitter en ruikt verschrikkelijk. De giftigheid wordt veroorzaakt door alkaloïden (Roy et al., 2013). De hemolymfe komt bij de volwassen dieren uit speciale klieren bij de femoro-tibiale gewrichten van de poten. Elk lieveheersbeestje heeft een andere samenstelling van deze alkaloïden. De meeste soorten vogels die een lieveheersbeestje willen eten, zullen dat meestal geen tweemaal doen, al bestaat er variatie. Mezen en kwartels zullen lieveheersbeestjes vermijden. Mussen daarentegen eten wel degelijk lieveheersbeestjes. (Nedved, 2015). Zelf zag ik kippen Aziatisch lieveheersbeestjes eten. Voor de mens is de hoeveelheid en de giftigheid van de stof zo beperkt dat we naast een vreemd geurtje, veroorzaakt door methoxypyrazines (Nedved, 2015), niets moeten vrezen. Soms kunnen felle kleuren ook de waarheid verbergen. Een zweefvlieg zegt: “Ik ben een wesp.” Maar ze zijn ongevaarlijk. Het blijkt te werken. Iedereen laat deze rare wespen met rust. Dat houdt ook in dat een rood kevertje met zwar-

te vlekken niet noodzakelijk wil zeggen dat het een lieveheersbeestje is. Er zijn insecten die een lieveheersbeestje nabootsen juist om te verhinderen dat een vogel hen zou opeten. Kijk ik ben een lieveheersbeestje dus ik smaak slecht. Met ander woorden: de vogel is gefopt. Maar hoe herken je dan een lieveheersbeestje? De gele vloeistof die ze afscheiden zou al kenmerkend kunnen zijn maar niet alle lieveheersbeestje zijn geneigd om deze vloeistof snel af te scheiden. Zeker bij dode exemplaren is dit kenmerk nutteloos. En er zijn dus nog andere soorten, zoals bijvoorbeeld de oliekevers, die een gele stof afscheiden. Daarom hebben we gezocht naar andere kenmerken. Kunnen we niets vinden in de bouw van een lieveheersbeestje? Vooreerst zijn het kevers. Deze worden gekenmerkt doordat de volledige voorvleugel een hard schild vormt over minstens een deel van het achterlijf. Hieronder zitten dan de vliesvleugels waarmee de kevers kunnen vliegen. Uiteraard zijn er hier en daar uitzonderingen. Bij sommige kevers zie je de dekschilden niet of nog nauwelijks of hebben ze amper of geen vliesvleugels. Vervolgens zoomen we in op de lieveheersbeestjes. Het zijn langovale tot bijna bolronde kevertjes die zich onderscheiden van de andere kevers aan de hand van drie kenmerken. De antennen bestaan uit een tiental segmentjes, eentje meer of minder

Op zoek naar lieveheersbeestjes met een sleepnet Foto: Johan Bogaert

is mogelijk, en de laatste zijn wat groter en dikker dan de eerste. Hierdoor zien de antennen er wat knotsvormig uit. Vervolgens kijk je naar de kaaktasters. De kaaktasters zijn die kleine voelsprietjes rond de mond. Het laatste segmentje is sterk verdikt, vaak bijlvormig. En als dat klopt maar je bent nog niet zeker dan kan je naar de tarsen kijken. De tarsen maken het voetje. Deze bestaan (schijnbaar) uit twee lidjes en een dubbel haakje aan de top. Schijnbaar staat tussen haakjes omdat er bij sommige soorten nog een klein 3de lidje zit dat je alleen kan zien onder een microscoop (Klausnitzer et al., 1986). Al deze kenmerken kan je zien met een loep. Zelf herken ik lieveheersbeestjes ook vaak aan hun gedrag. Bij flinke verstoring laten ze zich vallen en houden ze zich voor dood, pootjes en antennes ingetrokken onder het hals- en dekschild. Als ze denken dat de kust veilig is of als ze ervan uit gaan dat “dood” zijn geen voordeel meer oplevert, worden ze wakker en bewegen snel en gericht zoekend naar een uitweg. Als je dat combineert met een rond-ovale vorm kan je een lieveheersbeestje snel onderscheiden van andere insecten en vervolgens bij twijfel inzoomen op de drie eerder vernoemde kenmerken.

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

73


Onderscheidende kenmerken van een lieveheersbeestje: (a) de knotsvormige antennen, (b) de typische kaaktasters en (c) de poten met schijnbaar tweeledige tarsen. Tekeningen: Hodek (1973).

werden veranderd met de bedoeling ze eenvoudiger te maken. Zo waren er vroeger nogal wat moeilijkheden met de benaming stippen, punten en vlekken. Hier werd de Latijnse naam gevolgd, maar het leidde vaak tot verwarring. Nu wordt alles wat zwarte vlekken, punten of stippen heeft, met de term “stippen” aangeduid, en alles wat witte vlekken, punten of stippen heeft, krijgt de term “vlek” toebedeeld. Uiteraard zijn er toch nog enkele uitzonderingen. Ook enkele andere namen werden veranderd zoals het Schitterend lieveheersbeestje, dat Bosmierlieveheersbeestje is geworden. Vervolgens is er een poster en een veldklapper uitgekomen (Cuppen et al., 2015).

WAT IS EEN LIEVEHEERSBEESTJE? Het felgekleurde uiterlijk is alvast geen garantie dat je een lieveheersbeestje in je hand hebt. Nog heel wat andere insecten zijn fel gekleurd. Meestal wil een opvallende kleur zeggen dat je ze best met rust laat (aposematisme). Ze zijn gevaarlijk. Een wesp is geel-zwart gestreept om dezelfde reden: Ik ben gevaarlijk. Wantsen, zeker in de tropen, zijn opvallend bont en ze scheiden een stinkende en soms brandende chemische substantie af. Zijn lieveheersbeestjes dan gevaarlijk? Naast het feit dat ze allerlei andere insecten eten, geven 72

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

Op zoek naar lieveheersbeestjes met witte paraplu en stok Foto: Johan Bogaert

ze met die felle kleuren het signaal dat je ze beter niet opeet. Ze steken niet en hun beet is een klein venijnig maar ongevaarlijk prikje. Wat hen dan wel “gevaarlijk” maakt is een gele vloeistof die ze bij verstoring afscheiden. We noemen dat reflexbloeden. Die vloeistof, hemolymfe, is een chemische afschrikking. Het is wat giftig, smaakt bitter en ruikt verschrikkelijk. De giftigheid wordt veroorzaakt door alkaloïden (Roy et al., 2013). De hemolymfe komt bij de volwassen dieren uit speciale klieren bij de femoro-tibiale gewrichten van de poten. Elk lieveheersbeestje heeft een andere samenstelling van deze alkaloïden. De meeste soorten vogels die een lieveheersbeestje willen eten, zullen dat meestal geen tweemaal doen, al bestaat er variatie. Mezen en kwartels zullen lieveheersbeestjes vermijden. Mussen daarentegen eten wel degelijk lieveheersbeestjes. (Nedved, 2015). Zelf zag ik kippen Aziatisch lieveheersbeestjes eten. Voor de mens is de hoeveelheid en de giftigheid van de stof zo beperkt dat we naast een vreemd geurtje, veroorzaakt door methoxypyrazines (Nedved, 2015), niets moeten vrezen. Soms kunnen felle kleuren ook de waarheid verbergen. Een zweefvlieg zegt: “Ik ben een wesp.” Maar ze zijn ongevaarlijk. Het blijkt te werken. Iedereen laat deze rare wespen met rust. Dat houdt ook in dat een rood kevertje met zwar-

te vlekken niet noodzakelijk wil zeggen dat het een lieveheersbeestje is. Er zijn insecten die een lieveheersbeestje nabootsen juist om te verhinderen dat een vogel hen zou opeten. Kijk ik ben een lieveheersbeestje dus ik smaak slecht. Met ander woorden: de vogel is gefopt. Maar hoe herken je dan een lieveheersbeestje? De gele vloeistof die ze afscheiden zou al kenmerkend kunnen zijn maar niet alle lieveheersbeestje zijn geneigd om deze vloeistof snel af te scheiden. Zeker bij dode exemplaren is dit kenmerk nutteloos. En er zijn dus nog andere soorten, zoals bijvoorbeeld de oliekevers, die een gele stof afscheiden. Daarom hebben we gezocht naar andere kenmerken. Kunnen we niets vinden in de bouw van een lieveheersbeestje? Vooreerst zijn het kevers. Deze worden gekenmerkt doordat de volledige voorvleugel een hard schild vormt over minstens een deel van het achterlijf. Hieronder zitten dan de vliesvleugels waarmee de kevers kunnen vliegen. Uiteraard zijn er hier en daar uitzonderingen. Bij sommige kevers zie je de dekschilden niet of nog nauwelijks of hebben ze amper of geen vliesvleugels. Vervolgens zoomen we in op de lieveheersbeestjes. Het zijn langovale tot bijna bolronde kevertjes die zich onderscheiden van de andere kevers aan de hand van drie kenmerken. De antennen bestaan uit een tiental segmentjes, eentje meer of minder

Op zoek naar lieveheersbeestjes met een sleepnet Foto: Johan Bogaert

is mogelijk, en de laatste zijn wat groter en dikker dan de eerste. Hierdoor zien de antennen er wat knotsvormig uit. Vervolgens kijk je naar de kaaktasters. De kaaktasters zijn die kleine voelsprietjes rond de mond. Het laatste segmentje is sterk verdikt, vaak bijlvormig. En als dat klopt maar je bent nog niet zeker dan kan je naar de tarsen kijken. De tarsen maken het voetje. Deze bestaan (schijnbaar) uit twee lidjes en een dubbel haakje aan de top. Schijnbaar staat tussen haakjes omdat er bij sommige soorten nog een klein 3de lidje zit dat je alleen kan zien onder een microscoop (Klausnitzer et al., 1986). Al deze kenmerken kan je zien met een loep. Zelf herken ik lieveheersbeestjes ook vaak aan hun gedrag. Bij flinke verstoring laten ze zich vallen en houden ze zich voor dood, pootjes en antennes ingetrokken onder het hals- en dekschild. Als ze denken dat de kust veilig is of als ze ervan uit gaan dat “dood” zijn geen voordeel meer oplevert, worden ze wakker en bewegen snel en gericht zoekend naar een uitweg. Als je dat combineert met een rond-ovale vorm kan je een lieveheersbeestje snel onderscheiden van andere insecten en vervolgens bij twijfel inzoomen op de drie eerder vernoemde kenmerken.

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

73


Subfamilie Coccinellinae Twaalfvleklieveheersbeestje (Vibidia duodecimguttata) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Chilocorinae Niervleklieveheersbeestje (Chilocorus renipustulatus) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Epilachninae 24-stippelig lieveheersbeestje (Subcoccinella vigintiquatuorpunctata) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Scymninae Dennenkapoentje (Scymnus suturalis) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Coccidulinae Ongevlekt rietkapoentje (Coccidula rufa) Foto: Johan Bogaert

Zeker voor kleine soorten (Scymninae) kan dat interessant materiaal opleveren. Zelf had ik nog niet de kans deze methode toe te passen maar ik merk in sommige collecties dat zo enkele interessante soorten werden gevonden die je met andere methodes amper te zien krijgt.

INDELING VAN DE LIEVEHEERSBEESTJES Net zoals alle organismen worden ook de lieveheersbeestjes ingedeeld naar hun verwantschap. Je zou kunnen denken dat dit al lang vast ligt maar niets is minder waar. Nieuwe technieken, nieuwe soorten en nieuwe onderzoekers zorgen voor een constante aanpassing van namen en indelingen. Zeker de bevindingen van studies in landen waar maar recent naar soorten gekeken wordt heeft op dit ogenblik een grote invloed op de huidige indeling. Er zijn heel wat veranderingen die recent doorgevoerd werden. Zelf gebruik ik de indeling die op Fauna Europaea wordt gebruikt. De namen en de indeling worden er af en toe geüpdatet. In Vlaanderen, en op een uitzondering na in heel Europa, worden lieveheersbeestjes ingedeeld in 5 subfamilies. Drie van deze families bestaan meestal uit grote lieveheersbeestjes. Dat wil zeggen 3 tot 8 mm groot. Of beter de lieveheersbeestjes die iedereen nog als lieveheersbeestje kan herkennen. Ze zijn meestal opvallend gekleurd. Het zijn de Coccinellinae, de Chilocorinae en als laatste de Epilachninae. In de eerste groep zitten de meest bekende lieveheersbeestjes, het Zevenstippelig lieveheersbeestje (zeven zwarte stippen op rode dekschilden), het Citroenlieveheersbeestje (citroengeel met zwarte vlekken) of meer recent het Aziatisch lieveheersbeestje (een groot rood met vele zwarte vlekken, …). De Chilocorinae zijn wat kleiner en meestal wat trager, vaak zwarte kevertjes met enkel rode vlekken. Wit ontbreekt altijd bij onze soorten, ook niet op de kop of als klein randje op het halschild. De derde groep zijn de Epilachninae. Deze vormen een wat bijzondere groep. Slechts twee soorten

komen in het Dijleland voor. Het zijn planteneters en hun kleur is meestal wat oranjeachtig met zwarte of donkerbruine stippen. Vervolgens zijn er nog twee andere subfamilies, de Scymninae en de Coccidulinae. Beide groepen bestaan uit kleine, wat saaie, van donker- tot oranjebruine kevertjes. Op uitzondering van de glanskapoentjes zijn alle soorten duidelijk behaard. Zeker de Scymninae zijn een moeilijke groep waar we vaak naar de geslachtsorganen moeten kijken om zekerheid te krijgen over de soorten. Uitzonderlijk zijn de glanskapoentjes, behorende tot de Scymninae. Zij zijn glanzend zwart met meestal wat oranje vlekken.

ONGEWERVELDEN

HOE VANG JE LIEVEHEERSBEESTJES? Uiteraard kan je visueel zoeken naar lieveheersbeestjes. Je zoekt het voedsel van de lieveheersbeestjes en kijkt of er geen lieveheersbeestjes op zitten. Zo kan je eigenlijk al veel soorten vinden. Zelf vond ik dat in de tropen vaak de beste methode, maar bij ons zijn er technieken die effectiever zijn. Voor soorten die in lage begroeiing zitten kan je met een vlindernet of nog beter een kevernet door de begroeiing slepen. Een kevernet is meestal wat kleiner dan een vlindernet en het is vooral steviger. De zak bestaat niet uit glasgordijn maar een stevige katoenen doek en de ring is van stevig roestvrij staal. De doek die de ring afschermt en het net vast houdt, is best erg stevig zoals wat stijve jeansstof. Dat maakt dat je rustig door de begroeiing kan slepen zonder te letten op bramen of andere planten die je vlindernet open scheuren. Lieveheersbeestjes die in een struik of een boom zitten kan je beter zoeken met een Japanse paraplu. Aan de 4 punten van 2 gekruiste stokken maak je de 4 punten van een wit laken vast. Maar ik blijf bij een witte paraplu van 2.5 euro. Die zijn snel uitplooibaar en opvouwbaar. En je kan ze eenvoudig aan je broeksriem hangen. Met een niet al te zware maar stevige stok van ongeveer 60 centimeter geef je dan enkele stevige korte tikken tegen een tak terwijl de paraplu er omgekeerd onder hangt. Alles valt dan in je paraplu. De zoektocht naar lieveheersbeestjes kan beginnen. Als het heel warm is zoals in de tropen werkt dit niet. De lieveheersbeestjes vallen neer maar als ze warm zijn is dat slechts enkele centimeter. Dan zijn ze al op de vleugels en niet in je paraplu. Met andere, meer passieve methodes zet je meestal een val op die je dan een tijdje later leeg haalt. Zo kan je met bodemvallen werken, maar dit is niet zo’n effectieve vangstmethode. Slechts een beperkt aantal soorten blijken in deze val te trappen. Er zijn nog vele andere methodes die de revue kunnen passeren. De methode die hier echter nog vermeldenswaardig is, is de maleiseval. Vliegende insecten botsen tegen een opstaand glasgordijn en kruipen of vliegen naar boven waar ze uiteindelijk ook naar een potje met een dodende vloeistof worden geleid. Slechts een fractie van de verzamelde insecten zijn lieveheersbeestjes maar soms kan je er soorten in vinden die je anders over het hoofd zou zien. Een laatste methode die misschien voor de vallei erg interessant kan zijn, is het zeven van bodemmateriaal. Op zich een arbeidsintensieve methode, maar die in de winter wat soorten kan opleveren. Interessant wordt het echter als je aanspoelsel dat ontstaan is bij overstromingen kan zeven. Je zeeft al het materiaal, legt het wat warm in een gesloten aquarium in de zon, en binnen de kortste keren kruipen de lieveheersbeestjes samen met de andere insecten en ander gedierte uit de bodem. Je hoeft dan enkel nauwkeurig te observeren en de juiste eruit te halen.

Johan Bogaert In het tweede deel van deze reeks worden de soorten lieveheersbeestjes en hun voorkomen in het Dijleland besproken.

Literatuur Baugnée J.-Y., Branquart E. & Maes D. (2001). Velddeterminatietabel voor de lieveheersbeestjes van België (Chilocorinae, Coccinellinae & Epilachninae) JNM, Gent, J&N, Wavre, in samenwerking met het INBO, Brussel, 44 p. Baugnée J.-Y., Branquart E. & Maes D. (2011). Velddeterminatietabel voor de lieveheersbeestjes van België en Nederland (Chilocorinae, Coccinellinae, Epilachninae & Coccidulinae.) Herziene druk met larventabel. Bewerkt en aangevuld door Stijn Segers. Jeugdbondsuitgeverij, 79 p. Cuppen J.G.M., Kalkman V.J., Tacoma G.A. & Heijerman Th. (2015). Veldklapper lieveheersbeestjes. – EIS kenniscentrum insecten en andere ongewervelden, Nederlandse Entomologische Vereniging & Waarneming.nl, Leiden, 47 p. De Gunst J.H. (1978). De Nederlandse lieveheersbeestjes. Coleoptera – Coccinellidae. K.N.N.V., 96 p. Eizaguirre S. (2015). Fauna Iberica vol 40 Coleoptera Coccinellidae. Museo Nacional de Ciencias Naturales Consejo Superior de Investigaciones Cientificas. Madrid, 514 p. Iablokoff-Khnzorian S.M. (1982). Les Coccinelles. Coléoptères – Coccinellidae. Société Nouvelle des Éditions Boubée, 568 p. Klausnitzer B. & Klausnitzer H. (1986). Mariënkäfer (Coccinellidae). Die Neue Brehm-Bücherei, 104 p. Kuhnt P. (1911). Illustrierte Bestimmungstabellen der Käfer Deutschlands. E.Schweizerbart’sche Verlagsbuchhandlung (Erwin Nägele) Stuttgart G.m.b.H., 1138 p. Nedvĕd O. (2015). Ladybird beetles (Coccinellidae) of central Europe. Academia, Praha, 303 p. Roy E., Brown M.J., Comont F., Poland L. & Slogget J. (2013). Ladybirds. Naturalists’ Handbooks 10. Pelagic Publishing, 142 p. Van Goethem J.L. (1975). Lieveheersbeestjestabel, Coccinellidae van België. BJN, CJN, KJN, NJN, 44 p. Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Lieveheersbeestjes)

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

75


Subfamilie Coccinellinae Twaalfvleklieveheersbeestje (Vibidia duodecimguttata) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Chilocorinae Niervleklieveheersbeestje (Chilocorus renipustulatus) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Epilachninae 24-stippelig lieveheersbeestje (Subcoccinella vigintiquatuorpunctata) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Scymninae Dennenkapoentje (Scymnus suturalis) Foto: Johan Bogaert

Subfamilie Coccidulinae Ongevlekt rietkapoentje (Coccidula rufa) Foto: Johan Bogaert

Zeker voor kleine soorten (Scymninae) kan dat interessant materiaal opleveren. Zelf had ik nog niet de kans deze methode toe te passen maar ik merk in sommige collecties dat zo enkele interessante soorten werden gevonden die je met andere methodes amper te zien krijgt.

INDELING VAN DE LIEVEHEERSBEESTJES Net zoals alle organismen worden ook de lieveheersbeestjes ingedeeld naar hun verwantschap. Je zou kunnen denken dat dit al lang vast ligt maar niets is minder waar. Nieuwe technieken, nieuwe soorten en nieuwe onderzoekers zorgen voor een constante aanpassing van namen en indelingen. Zeker de bevindingen van studies in landen waar maar recent naar soorten gekeken wordt heeft op dit ogenblik een grote invloed op de huidige indeling. Er zijn heel wat veranderingen die recent doorgevoerd werden. Zelf gebruik ik de indeling die op Fauna Europaea wordt gebruikt. De namen en de indeling worden er af en toe geüpdatet. In Vlaanderen, en op een uitzondering na in heel Europa, worden lieveheersbeestjes ingedeeld in 5 subfamilies. Drie van deze families bestaan meestal uit grote lieveheersbeestjes. Dat wil zeggen 3 tot 8 mm groot. Of beter de lieveheersbeestjes die iedereen nog als lieveheersbeestje kan herkennen. Ze zijn meestal opvallend gekleurd. Het zijn de Coccinellinae, de Chilocorinae en als laatste de Epilachninae. In de eerste groep zitten de meest bekende lieveheersbeestjes, het Zevenstippelig lieveheersbeestje (zeven zwarte stippen op rode dekschilden), het Citroenlieveheersbeestje (citroengeel met zwarte vlekken) of meer recent het Aziatisch lieveheersbeestje (een groot rood met vele zwarte vlekken, …). De Chilocorinae zijn wat kleiner en meestal wat trager, vaak zwarte kevertjes met enkel rode vlekken. Wit ontbreekt altijd bij onze soorten, ook niet op de kop of als klein randje op het halschild. De derde groep zijn de Epilachninae. Deze vormen een wat bijzondere groep. Slechts twee soorten

komen in het Dijleland voor. Het zijn planteneters en hun kleur is meestal wat oranjeachtig met zwarte of donkerbruine stippen. Vervolgens zijn er nog twee andere subfamilies, de Scymninae en de Coccidulinae. Beide groepen bestaan uit kleine, wat saaie, van donker- tot oranjebruine kevertjes. Op uitzondering van de glanskapoentjes zijn alle soorten duidelijk behaard. Zeker de Scymninae zijn een moeilijke groep waar we vaak naar de geslachtsorganen moeten kijken om zekerheid te krijgen over de soorten. Uitzonderlijk zijn de glanskapoentjes, behorende tot de Scymninae. Zij zijn glanzend zwart met meestal wat oranje vlekken.

ONGEWERVELDEN

HOE VANG JE LIEVEHEERSBEESTJES? Uiteraard kan je visueel zoeken naar lieveheersbeestjes. Je zoekt het voedsel van de lieveheersbeestjes en kijkt of er geen lieveheersbeestjes op zitten. Zo kan je eigenlijk al veel soorten vinden. Zelf vond ik dat in de tropen vaak de beste methode, maar bij ons zijn er technieken die effectiever zijn. Voor soorten die in lage begroeiing zitten kan je met een vlindernet of nog beter een kevernet door de begroeiing slepen. Een kevernet is meestal wat kleiner dan een vlindernet en het is vooral steviger. De zak bestaat niet uit glasgordijn maar een stevige katoenen doek en de ring is van stevig roestvrij staal. De doek die de ring afschermt en het net vast houdt, is best erg stevig zoals wat stijve jeansstof. Dat maakt dat je rustig door de begroeiing kan slepen zonder te letten op bramen of andere planten die je vlindernet open scheuren. Lieveheersbeestjes die in een struik of een boom zitten kan je beter zoeken met een Japanse paraplu. Aan de 4 punten van 2 gekruiste stokken maak je de 4 punten van een wit laken vast. Maar ik blijf bij een witte paraplu van 2.5 euro. Die zijn snel uitplooibaar en opvouwbaar. En je kan ze eenvoudig aan je broeksriem hangen. Met een niet al te zware maar stevige stok van ongeveer 60 centimeter geef je dan enkele stevige korte tikken tegen een tak terwijl de paraplu er omgekeerd onder hangt. Alles valt dan in je paraplu. De zoektocht naar lieveheersbeestjes kan beginnen. Als het heel warm is zoals in de tropen werkt dit niet. De lieveheersbeestjes vallen neer maar als ze warm zijn is dat slechts enkele centimeter. Dan zijn ze al op de vleugels en niet in je paraplu. Met andere, meer passieve methodes zet je meestal een val op die je dan een tijdje later leeg haalt. Zo kan je met bodemvallen werken, maar dit is niet zo’n effectieve vangstmethode. Slechts een beperkt aantal soorten blijken in deze val te trappen. Er zijn nog vele andere methodes die de revue kunnen passeren. De methode die hier echter nog vermeldenswaardig is, is de maleiseval. Vliegende insecten botsen tegen een opstaand glasgordijn en kruipen of vliegen naar boven waar ze uiteindelijk ook naar een potje met een dodende vloeistof worden geleid. Slechts een fractie van de verzamelde insecten zijn lieveheersbeestjes maar soms kan je er soorten in vinden die je anders over het hoofd zou zien. Een laatste methode die misschien voor de vallei erg interessant kan zijn, is het zeven van bodemmateriaal. Op zich een arbeidsintensieve methode, maar die in de winter wat soorten kan opleveren. Interessant wordt het echter als je aanspoelsel dat ontstaan is bij overstromingen kan zeven. Je zeeft al het materiaal, legt het wat warm in een gesloten aquarium in de zon, en binnen de kortste keren kruipen de lieveheersbeestjes samen met de andere insecten en ander gedierte uit de bodem. Je hoeft dan enkel nauwkeurig te observeren en de juiste eruit te halen.

Johan Bogaert In het tweede deel van deze reeks worden de soorten lieveheersbeestjes en hun voorkomen in het Dijleland besproken.

Literatuur Baugnée J.-Y., Branquart E. & Maes D. (2001). Velddeterminatietabel voor de lieveheersbeestjes van België (Chilocorinae, Coccinellinae & Epilachninae) JNM, Gent, J&N, Wavre, in samenwerking met het INBO, Brussel, 44 p. Baugnée J.-Y., Branquart E. & Maes D. (2011). Velddeterminatietabel voor de lieveheersbeestjes van België en Nederland (Chilocorinae, Coccinellinae, Epilachninae & Coccidulinae.) Herziene druk met larventabel. Bewerkt en aangevuld door Stijn Segers. Jeugdbondsuitgeverij, 79 p. Cuppen J.G.M., Kalkman V.J., Tacoma G.A. & Heijerman Th. (2015). Veldklapper lieveheersbeestjes. – EIS kenniscentrum insecten en andere ongewervelden, Nederlandse Entomologische Vereniging & Waarneming.nl, Leiden, 47 p. De Gunst J.H. (1978). De Nederlandse lieveheersbeestjes. Coleoptera – Coccinellidae. K.N.N.V., 96 p. Eizaguirre S. (2015). Fauna Iberica vol 40 Coleoptera Coccinellidae. Museo Nacional de Ciencias Naturales Consejo Superior de Investigaciones Cientificas. Madrid, 514 p. Iablokoff-Khnzorian S.M. (1982). Les Coccinelles. Coléoptères – Coccinellidae. Société Nouvelle des Éditions Boubée, 568 p. Klausnitzer B. & Klausnitzer H. (1986). Mariënkäfer (Coccinellidae). Die Neue Brehm-Bücherei, 104 p. Kuhnt P. (1911). Illustrierte Bestimmungstabellen der Käfer Deutschlands. E.Schweizerbart’sche Verlagsbuchhandlung (Erwin Nägele) Stuttgart G.m.b.H., 1138 p. Nedvĕd O. (2015). Ladybird beetles (Coccinellidae) of central Europe. Academia, Praha, 303 p. Roy E., Brown M.J., Comont F., Poland L. & Slogget J. (2013). Ladybirds. Naturalists’ Handbooks 10. Pelagic Publishing, 142 p. Van Goethem J.L. (1975). Lieveheersbeestjestabel, Coccinellidae van België. BJN, CJN, KJN, NJN, 44 p. Wikipedia (https://nl.wikipedia.org/wiki/Lieveheersbeestjes)

De boomklever I september 2016 I ongewervelden

75


Grote zilverreigers vliegen over Foto: Eddie Meynen

Het Plateau van Leefdaal: de winter 2015-2016 bevestigt het bijzonder potentieel van dit gebied

Blauwe kiekendief op het Plateau van Leefdaal Foto: Yves Quertenmont

76

zijn slechts enkele van de hoogtepunten van de winter 2015-2016. Reden genoeg om het Plateau van Leefdaal goed in de gaten te houden! De winter van 2015-2016 voor het Plateau van Leefdaal zal duidelijk nog een tijdje nazinderen. Een typisch winterbezoek aan het Plateau levert vaak niet meer op dan een eenzame reiger, enkele groepjes Geelgors en Kneu, en mogelijk een verdwaalde kiekendief. Voor nogal wat vogelaars is dit de uitgesproken reden om het Plateau ‘s winters links te laten liggen voor de nabijgelegen vallei. Maar deze winter liet Leefdaal zich van een compleet andere kant zien: waar december nog de aanzet leek te geven van een “klassieke” winter, bewees haast ieder dag van januari het tegenovergestelde.

DE SAGA VAN DE GROTE ZILVERREIGER De Grote zilverreiger (Ardea alba) behoort sinds kort zonder meer tot een van de klassieke wintergasten van het Plateau. Een snelle blik op waarnemingen.be toont dat dit in feite nog maar een recente ontwikkeling is. Pas op 1 oktober 2004 wordt de soort er voor de eerste maal vermeld en tot en met 2009 zijn er slechts vier nieuwe observaties, met typisch één of twee exemplaren ter plaatse. Vanaf 2010 komt hier echter verandering in. Van vier waarnemingen met één tot vier individuen in de winter 2010-2011 gaan we naar 68 waarnemingen in de volgende winter. Natuurlijk is het interpreteren van gegevens als die van waarnemingen.be niet eenvoudig, zeker als we het over het totaal aantal aanwezige vogels willen hebben. Toch zijn de indicaties interessant. Na de winter 2013-2014, waar het aantal observaties inzakte tot slechts 18 observaties van maximaal drie vogels, volgen twee recordjaren. De winter 2014-2015 liet toe 208 waarnemingen te registreren (met één tot zes exemplaren), waarmee we tot een nieuw hoogtepunt kwamen. De laatste winter, 2015-2016, toonde echter dat we nog helemaal niet alle verrassingen gehad hebben. Al in augustus 2015 werden de eerste vogels genoteerd. Regelmatige waarnemingen van één tot vijf exemplaren in de volgende maanden leken geen vermoeden te doen rijzen van de bijzondere winter die eraan kwam. Vanaf het midden van januari bereikte hun soortenaantal echter historische hoogtes op het Plateau

van Leefdaal. 15 vogels ter plaatse op 18 januari 2016, 16 vogels op 21 januari, 18 op 3 februari …, continu leken minstens tien vogels aanwezig te zijn. Later in februari werd zelfs de kaap van 20 individuen overschreden: 22 op 16 februari tot 25 Grote zilverreigers op 25 februari 2016! Ook in maart volgde een hoogtepunt, met 24 vogels op 9 maart. Zelfs al leek het Plateau geleidelijk aan leeg te lopen, werden nog 15 individuen geregistreerd op 21 maart, de laatste dag van de winter. Een laatste overvliegend exemplaar op 3 april 2016 leek het einde aan te kondigen van een echte wintersaga voor 2015-2016. REIGERS EN KIEKENDIEVEN: INDRUKWEKKENDE CIJFERS

VOGELS

Toegegeven: in vergelijking met de uitgestrekte natte gronden in de Dijlevallei vlakbij oogt het Plateau van Leefdaal minder aantrekkelijk om kostbare “waarneemuurtjes” te spenderen. Op het eerste gezicht lijkt het landschap er nogal saai, en af en toe wordt de rust ook wat verstoord door onvermijdelijke landbouwactiviteiten. Toch heeft het Plateau van Leefdaal een bijzonder potentieel, zo vlakbij Leuven en Brussel, en met nu reeds 182 vogelsoorten op de teller. En het grotere aantal waarnemers de laatste jaren verhoogt de status van het Plateau geleidelijk aan naar een nieuwe place-to-be: ieder seizoen brengt nieuwe observaties met zich mee die op hun beurt weer nieuwe waarnemers aantrekken. De ongewone concentraties van reigers en roofvogels, aangevuld met een lang verblijf van meerdere Velduilen (Asio flammeus)

Net als voor de Grote zilverreiger kondigde het midden van januari 2016 de start aan van een bijzonder interessante periode voor de Blauwe reiger (Ardea cinerea) op het Plateau. Het hoogtepunt hier lag op 26 februari. Gelijktijdig met 22 Grote zilverreigers werden toen maar liefst 30 exemplaren Blauwe reiger geteld, een nieuw record voor Leefdaal. De tabellen van deze winter werden echter ook ingekleurd door memorabele aantallen Blauwe kiekendieven (Circus cyaneus). Op zich is dit een gekende wintergast op het Plateau van Leefdaal, met niet zelden twee of drie vrouwtjes tegelijkertijd jagend op dezelfde heuvel, soms in het bijzijn van een mannetje. Af en toe ook verzamelen meerdere vogels voor de nacht valt. Deze De boomklever I september 2016 I vogels

77


Grote zilverreigers vliegen over Foto: Eddie Meynen

Het Plateau van Leefdaal: de winter 2015-2016 bevestigt het bijzonder potentieel van dit gebied

Blauwe kiekendief op het Plateau van Leefdaal Foto: Yves Quertenmont

76

zijn slechts enkele van de hoogtepunten van de winter 2015-2016. Reden genoeg om het Plateau van Leefdaal goed in de gaten te houden! De winter van 2015-2016 voor het Plateau van Leefdaal zal duidelijk nog een tijdje nazinderen. Een typisch winterbezoek aan het Plateau levert vaak niet meer op dan een eenzame reiger, enkele groepjes Geelgors en Kneu, en mogelijk een verdwaalde kiekendief. Voor nogal wat vogelaars is dit de uitgesproken reden om het Plateau ‘s winters links te laten liggen voor de nabijgelegen vallei. Maar deze winter liet Leefdaal zich van een compleet andere kant zien: waar december nog de aanzet leek te geven van een “klassieke” winter, bewees haast ieder dag van januari het tegenovergestelde.

DE SAGA VAN DE GROTE ZILVERREIGER De Grote zilverreiger (Ardea alba) behoort sinds kort zonder meer tot een van de klassieke wintergasten van het Plateau. Een snelle blik op waarnemingen.be toont dat dit in feite nog maar een recente ontwikkeling is. Pas op 1 oktober 2004 wordt de soort er voor de eerste maal vermeld en tot en met 2009 zijn er slechts vier nieuwe observaties, met typisch één of twee exemplaren ter plaatse. Vanaf 2010 komt hier echter verandering in. Van vier waarnemingen met één tot vier individuen in de winter 2010-2011 gaan we naar 68 waarnemingen in de volgende winter. Natuurlijk is het interpreteren van gegevens als die van waarnemingen.be niet eenvoudig, zeker als we het over het totaal aantal aanwezige vogels willen hebben. Toch zijn de indicaties interessant. Na de winter 2013-2014, waar het aantal observaties inzakte tot slechts 18 observaties van maximaal drie vogels, volgen twee recordjaren. De winter 2014-2015 liet toe 208 waarnemingen te registreren (met één tot zes exemplaren), waarmee we tot een nieuw hoogtepunt kwamen. De laatste winter, 2015-2016, toonde echter dat we nog helemaal niet alle verrassingen gehad hebben. Al in augustus 2015 werden de eerste vogels genoteerd. Regelmatige waarnemingen van één tot vijf exemplaren in de volgende maanden leken geen vermoeden te doen rijzen van de bijzondere winter die eraan kwam. Vanaf het midden van januari bereikte hun soortenaantal echter historische hoogtes op het Plateau

van Leefdaal. 15 vogels ter plaatse op 18 januari 2016, 16 vogels op 21 januari, 18 op 3 februari …, continu leken minstens tien vogels aanwezig te zijn. Later in februari werd zelfs de kaap van 20 individuen overschreden: 22 op 16 februari tot 25 Grote zilverreigers op 25 februari 2016! Ook in maart volgde een hoogtepunt, met 24 vogels op 9 maart. Zelfs al leek het Plateau geleidelijk aan leeg te lopen, werden nog 15 individuen geregistreerd op 21 maart, de laatste dag van de winter. Een laatste overvliegend exemplaar op 3 april 2016 leek het einde aan te kondigen van een echte wintersaga voor 2015-2016. REIGERS EN KIEKENDIEVEN: INDRUKWEKKENDE CIJFERS

VOGELS

Toegegeven: in vergelijking met de uitgestrekte natte gronden in de Dijlevallei vlakbij oogt het Plateau van Leefdaal minder aantrekkelijk om kostbare “waarneemuurtjes” te spenderen. Op het eerste gezicht lijkt het landschap er nogal saai, en af en toe wordt de rust ook wat verstoord door onvermijdelijke landbouwactiviteiten. Toch heeft het Plateau van Leefdaal een bijzonder potentieel, zo vlakbij Leuven en Brussel, en met nu reeds 182 vogelsoorten op de teller. En het grotere aantal waarnemers de laatste jaren verhoogt de status van het Plateau geleidelijk aan naar een nieuwe place-to-be: ieder seizoen brengt nieuwe observaties met zich mee die op hun beurt weer nieuwe waarnemers aantrekken. De ongewone concentraties van reigers en roofvogels, aangevuld met een lang verblijf van meerdere Velduilen (Asio flammeus)

Net als voor de Grote zilverreiger kondigde het midden van januari 2016 de start aan van een bijzonder interessante periode voor de Blauwe reiger (Ardea cinerea) op het Plateau. Het hoogtepunt hier lag op 26 februari. Gelijktijdig met 22 Grote zilverreigers werden toen maar liefst 30 exemplaren Blauwe reiger geteld, een nieuw record voor Leefdaal. De tabellen van deze winter werden echter ook ingekleurd door memorabele aantallen Blauwe kiekendieven (Circus cyaneus). Op zich is dit een gekende wintergast op het Plateau van Leefdaal, met niet zelden twee of drie vrouwtjes tegelijkertijd jagend op dezelfde heuvel, soms in het bijzijn van een mannetje. Af en toe ook verzamelen meerdere vogels voor de nacht valt. Deze De boomklever I september 2016 I vogels

77


BEGIN 2016: 151 VELDUILWAARNEMINGEN

Velduil Foto: Juul Buys

winter echter mochten waarnemers genieten van de regelmatige aanwezigheid van uitzonderlijk hoge aantallen van de Blauwe kiekendief, met als climax tien exemplaren (waaronder drie adult man) gelijktijdig op 22 januari 2016. Ongetwijfeld is de eer voor meest bijzondere wintergast voor de winter 2015-2016 weggelegd voor de Velduil (Asio flammeus). Deze soort toont zich de laatste jaren meer en meer op het Pla-

Niet minder dan 151 geregistreerde waarnemingen verdeeld over 51 dagen in de periode 1 januari - 30 april: het jaar 2016 voor de Velduil op het Plateau van Leefdaal kent een bijzonder voorspoedig begin. Meestal ging het om één à twee exemplaren. Uitschieter was 25 januari, toen vier exemplaren leken te verzamelen voor een slaapplaats. Een goede bemanning van het Plateau liet toe om de aanwezigheid van Velduil op te tekenen tijdens 27 dagen in januari. De vele waarneemgegevens deden ook een andere vraag rijzen: herbergen de andere braakliggende terreinen elders op het Plateau mogelijk ook overwinterende Velduilen? Om hier een beter beeld van te krijgen, werd prompt een gecoördineerde waarneemactie op touw gezet, voor de avond van 5 februari 2016. De strategie bestond erin een groot collectief van waarnemers te verdelen op verschillende posten op het Plateau. Een vijftiental enthousiastelingen van de Natuurstudie-

groep Dijleland en Natagora antwoordden op de oproep van Ingrid Nel en Benoit Forget. Hoewel deze avond uiteindelijk geen “nieuwe” Velduilen aan het licht bracht, gaven deze eerste actie - en de bijhorende aangename “afterparty” in brasserie De Kroon - veel zin om nieuwe waarneemacties te coördineren. Ideeën genoeg hiervoor,

denk maar aan de Kwartel, Spotvogel, Grauwe Gors en andere gevoelige soorten. Het Plateau van Leefdaal blijft verbazen, en dat heeft de winter 2015-2016 meer dan ooit bevestigd. Benoît Forget (29/05/2016) (Vertaling: Jonathan Menu)

Leefdaal Plateau: een vaste waarde Over de jaren heen bevestigt Leefdaal Plateau zijn bijzonder potentieel. Op waarnemingen.be worden 11 gebieden in Vlaams-Brabant als “plateau” vernoemd. Weinigen daarvan kunnen zich onderscheiden met een soortenlijst die de honderd vogelsoorten overschrijdt. Vissenaken Plateau, ten noordwesten van Tienen, heeft 122 vogelsoorten op de teller; de lijst van Plateau Sterrebeek-Moorsel telt er dan weer 142. Met zijn 182 vogelsoorten laat het Plateau van Leefdaal hier zijn concurrentie ver achter zich, qua soorten- én waarnemingenaantal (voor het totale gebied Leuven/Huldenberg - Plateau tussen Voer en Dijle, waartoe het Plateau van Leefdaal behoort, ligt het soortenaantal zelfs op 188). Hieronder tellen we maar liefst 19 roofvogelsoorten! De eerste gegevens op waarnemingen.be voor het Plateau van Leefdaal gaan terug tot in 1971, wat toont dat het gebied al langer in de belangstelling staat. Het voortdurend stijgend aantal waarnemers laat toe het gebied beter op te volgen, met als gevolg een stijgend aantal opmerkelijke waarnemingen en nog meer nieuwe waarnemers. Hoewel we vaak dezelfde mensen tegenko-

men op het Plateau, telden we op het moment van schrijven al 131 verschillende waarnemers in 2016, nu al 40 waarnemers meer dan vorig jaar (90). Over de afgelopen jaren vonden enkel in het jaar 2013 meer dan 100 mensen de weg naar het Plateau (112): toen was dat voornamelijk ten gevolge van de aanwezigheid van een Daurische klauwier (Lanius isabellinus, op 27/09/2013). Deze bijzondere waarneming, mede gepromoot door waarnemingen. be, zullen het gebied voor velen in het geheugen gegrift hebben. Voordien werd er echter ook de Kleine trap (Tetrax tetrax) waargenomen (20/04/2008). Andere vermeldenswaardige “eerste waarnemingen” die recent plaatsvonden op het Plateau van Leefdaal zijn de eerste Roodpootvalk (Falco vespertinus) in augustus 2013, een Vale gier (Gyps fulvus) op 11/06/2014, een Bijeneter (Merops apiaster) in juni het jaar daarna en de eerste Zeearend (Haliaeetus albicilla) op 18/01/2016. En natuurlijk mogen we het eerste broedgeval van Rode wouw (Milvus milvus) voor Vlaams-Brabant niet vergeten, ook al op Leefdaal Plateau (2014).

VOGELS

Blauwe kiekendief Foto: Eddy Van Hoorebeke

teau van Leefdaal. Opnieuw is dit een vrij recent gegeven. Voor het eerst vermeld op het Plateau in 1997, volgden slechts vijf waarnemingen vóór 2010. Het jaar 2011 leek een keerpunt aan te kondigen, met 54 waarnemingen geregistreerd op waarnemingen.be, met tot vier exemplaren per waarneming. De daaropvolgende jaren werd de Velduil ieder jaar waargenomen: 26 waarnemingen in 2012, 7 in 2013, 14 in 2014 en 20 in 2015.

Een typisch beeld van de winter 2015-2016 Foto: Johan Denonville

78

De boomklever I september 2016 I vogels

79


BEGIN 2016: 151 VELDUILWAARNEMINGEN

Velduil Foto: Juul Buys

winter echter mochten waarnemers genieten van de regelmatige aanwezigheid van uitzonderlijk hoge aantallen van de Blauwe kiekendief, met als climax tien exemplaren (waaronder drie adult man) gelijktijdig op 22 januari 2016. Ongetwijfeld is de eer voor meest bijzondere wintergast voor de winter 2015-2016 weggelegd voor de Velduil (Asio flammeus). Deze soort toont zich de laatste jaren meer en meer op het Pla-

Niet minder dan 151 geregistreerde waarnemingen verdeeld over 51 dagen in de periode 1 januari - 30 april: het jaar 2016 voor de Velduil op het Plateau van Leefdaal kent een bijzonder voorspoedig begin. Meestal ging het om één à twee exemplaren. Uitschieter was 25 januari, toen vier exemplaren leken te verzamelen voor een slaapplaats. Een goede bemanning van het Plateau liet toe om de aanwezigheid van Velduil op te tekenen tijdens 27 dagen in januari. De vele waarneemgegevens deden ook een andere vraag rijzen: herbergen de andere braakliggende terreinen elders op het Plateau mogelijk ook overwinterende Velduilen? Om hier een beter beeld van te krijgen, werd prompt een gecoördineerde waarneemactie op touw gezet, voor de avond van 5 februari 2016. De strategie bestond erin een groot collectief van waarnemers te verdelen op verschillende posten op het Plateau. Een vijftiental enthousiastelingen van de Natuurstudie-

groep Dijleland en Natagora antwoordden op de oproep van Ingrid Nel en Benoit Forget. Hoewel deze avond uiteindelijk geen “nieuwe” Velduilen aan het licht bracht, gaven deze eerste actie - en de bijhorende aangename “afterparty” in brasserie De Kroon - veel zin om nieuwe waarneemacties te coördineren. Ideeën genoeg hiervoor,

denk maar aan de Kwartel, Spotvogel, Grauwe Gors en andere gevoelige soorten. Het Plateau van Leefdaal blijft verbazen, en dat heeft de winter 2015-2016 meer dan ooit bevestigd. Benoît Forget (29/05/2016) (Vertaling: Jonathan Menu)

Leefdaal Plateau: een vaste waarde Over de jaren heen bevestigt Leefdaal Plateau zijn bijzonder potentieel. Op waarnemingen.be worden 11 gebieden in Vlaams-Brabant als “plateau” vernoemd. Weinigen daarvan kunnen zich onderscheiden met een soortenlijst die de honderd vogelsoorten overschrijdt. Vissenaken Plateau, ten noordwesten van Tienen, heeft 122 vogelsoorten op de teller; de lijst van Plateau Sterrebeek-Moorsel telt er dan weer 142. Met zijn 182 vogelsoorten laat het Plateau van Leefdaal hier zijn concurrentie ver achter zich, qua soorten- én waarnemingenaantal (voor het totale gebied Leuven/Huldenberg - Plateau tussen Voer en Dijle, waartoe het Plateau van Leefdaal behoort, ligt het soortenaantal zelfs op 188). Hieronder tellen we maar liefst 19 roofvogelsoorten! De eerste gegevens op waarnemingen.be voor het Plateau van Leefdaal gaan terug tot in 1971, wat toont dat het gebied al langer in de belangstelling staat. Het voortdurend stijgend aantal waarnemers laat toe het gebied beter op te volgen, met als gevolg een stijgend aantal opmerkelijke waarnemingen en nog meer nieuwe waarnemers. Hoewel we vaak dezelfde mensen tegenko-

men op het Plateau, telden we op het moment van schrijven al 131 verschillende waarnemers in 2016, nu al 40 waarnemers meer dan vorig jaar (90). Over de afgelopen jaren vonden enkel in het jaar 2013 meer dan 100 mensen de weg naar het Plateau (112): toen was dat voornamelijk ten gevolge van de aanwezigheid van een Daurische klauwier (Lanius isabellinus, op 27/09/2013). Deze bijzondere waarneming, mede gepromoot door waarnemingen. be, zullen het gebied voor velen in het geheugen gegrift hebben. Voordien werd er echter ook de Kleine trap (Tetrax tetrax) waargenomen (20/04/2008). Andere vermeldenswaardige “eerste waarnemingen” die recent plaatsvonden op het Plateau van Leefdaal zijn de eerste Roodpootvalk (Falco vespertinus) in augustus 2013, een Vale gier (Gyps fulvus) op 11/06/2014, een Bijeneter (Merops apiaster) in juni het jaar daarna en de eerste Zeearend (Haliaeetus albicilla) op 18/01/2016. En natuurlijk mogen we het eerste broedgeval van Rode wouw (Milvus milvus) voor Vlaams-Brabant niet vergeten, ook al op Leefdaal Plateau (2014).

VOGELS

Blauwe kiekendief Foto: Eddy Van Hoorebeke

teau van Leefdaal. Opnieuw is dit een vrij recent gegeven. Voor het eerst vermeld op het Plateau in 1997, volgden slechts vijf waarnemingen vóór 2010. Het jaar 2011 leek een keerpunt aan te kondigen, met 54 waarnemingen geregistreerd op waarnemingen.be, met tot vier exemplaren per waarneming. De daaropvolgende jaren werd de Velduil ieder jaar waargenomen: 26 waarnemingen in 2012, 7 in 2013, 14 in 2014 en 20 in 2015.

Een typisch beeld van de winter 2015-2016 Foto: Johan Denonville

78

De boomklever I september 2016 I vogels

79


Voor de ondersteuning van het Vlaamse en Europese natuurbeleid zijn er meer gegevens nodig over de verspreiding en de trends van onze Vlaamse kwetsbare soorten. Doen deze het goed, of nemen de aantallen jaar na jaar af? Om deze informatie zo efficiënt mogelijk in te zamelen gaan vrijwilligers in heel Vlaanderen de komende jaren aan de slag, aangestuurd door Natuurpunt Studie. Voor het verzamelen van deze gegevens werken we met een gestandaardiseerde methode, ontwikkeld door het INBO. Dit doen we voor maar liefst 78 soorten bedreigde dieren en planten en voor alle vogels in Vlaanderen. Een van deze soorten is bijvoorbeeld het Vliegend Hert (Lucanus cervus). Vooraleer we kunnen starten met een gestandaardiseerde monitoring moeten we voor een aantal soorten zoals het Vliegend hert eerst te weten komen waar ze nog voorkomen. We starten dus met een zogenaamde inhaalslag. WIE TELT? Natuurpunt Studie coördineert het veldwerk dat vooral door vrijwilligers wordt uitgevoerd, zowel van eigen studiegroepen als onafhankelijke organisaties. Natuurpunt Studie voorziet samen met Natuurpunt CVN opleidingen voor vrijwilligers om de methoden onder de knie te krijgen en toe te passen. 80

De boomklever I september 2016 I divers

Het INBO analyseert de verzamelde gegevens en rapporteert over de toestand en trend van deze soorten aan de Vlaamse en Europese overheden. De meetnet-tellers krijgen regelmatig updates en tips van Natuurpunt Studie. Het project startte begin dit jaar en steeds meer enthousiastelingen springen mee in de bres om onze kwetsbare soorten op te volgen. Ze ervaren het als een erkenning van hun kennis. Tegelijkertijd krijgen ze de kans om over soorten of het gebied waarvoor ze een passie koesteren op een gestandaardiseerde manier informatie te verzamelen. Informatie waar ook iets mee zal gebeuren. In heel Vlaanderen nemen al meer dan 250 vrijwilligers deel aan de meetnetten. Dat aantal komt bovenop de trouwe vogeltellers die al jaar en dag deelnemen aan de reeds langer lopende vogelmeetnetten (Watervogeltellingen, Algemene broedvogels en Bijzondere broedvogels).

MEETNETTEN IN HET DIJLELAND Net als het Vliegend hert is er ook weinig geweten over de verspreiding van de zeldzame Zeggekorfslak (Vertigo moulinsiana). Dit prachtige waterslakje komt op verschillende locaties in het Dijleland voor en valt waarschijnlijk op meerdere andere plaatsen te ontdekken. Daar proberen we met de inhaalslag achter te komen. Gelukkig zijn er ook heel wat zeldzame soorten waarvan de verspreiding wel goed gekend is. Dit komt door de grote inzet van lokale vrijwilligers

die trouw hun waarnemingen doorgeven via waarnemingen.be en andere portalen. Naast de aanwezigheid is echter ook de afwezigheid van een soort op bepaalde momenten erg nuttige informatie. Met 29 speciaal ontworpen methodieken volgen we de komende jaren de toestand en de trends van deze gevestigde populaties op.

OVERZICHT VAN PROJECTEN IN EN ROND HET DIJLELAND. SOORT Kamsalamander Triturus cristatus

Rugstreeppad Bufo calamita Vuursalamander Salamandra salamandra

HOE GAAT EEN TELLING IN ZIJN WERK? De uitgewerkte telmethodieken en het aantal te tellen locaties verschillen van soort tot soort. Van zeldzame soorten die slechts op enkele plekken in Vlaanderen voorkomen worden alle gekende populaties jaarlijks opgevolgd. Een voorbeeld hiervan is de zeldzame Vuursalamander (Salamandra salamandra), waarvan bijna alle Vlaamse populaties binnen de provincie Vlaams-Brabant gevestigd zijn. Voor deze soort speelt het Dijle-

Zeggekorfslakken in de Molenbeekvallei (Erps-Kwerps) Foto: Griet Nijs

Grote weerschijnvlinder Apatura iris Vliegend hert Lucanus cervus Zeggekorfslak Vertigo moulinsiana Spits fonteinkruid Potamogeton acutifolius Ronde zegge Carex diandra Weegbreefonteinkruid Potamogeton coloratus Kleine schorseneer Scorzonera humilis

OMSCHRIJVING Vanaf 2017 twee plassen met fuiken monitoren. Relatief weinig voorkennis nodig mits een keer of het eerste jaar onder begeleiding van een meer ervaren teller in het veld gaan. Vanaf 2018, waarbij een goede kennis van de roep van deze soort noodzakelijk is. Reeds van start gegaan, voorlopig geen vrijwilligers meer gezocht. Vanaf 2017 of 2018 op meerdere locaties in het Dijleland, op te volgen door ervaren vlinderaars. In 2017 (begin zomer) opnieuw populaties in kaart brengen (inhaalslag). Vanaf het najaar 2016 nieuwe populaties in kaart brengen (inhaalslag). Reeds van start gegaan, helpende handen zijn voor meerdere soorten nog welkom.

De boomklever I september 2016 I divers

DIVERS

Monitoring van beleidsrelevante soorten met inzet van vrijwilligers

land een belangrijke rol om zijn voortbestaan te vrijwaren. Andere soorten worden één keer om de drie jaar geteld in een deel van de gebieden. Het aantal bezoeken dat jaarlijks moet gebeuren, varieert voor elk van deze soorten. Voor planten volstaat het om te kijken of de soorten nog voorkomen op een bepaalde locatie, en éénmaal om de drie jaar in te schatten hoeveel er nog staan. Voor de meeste soorten gaat het om twee tot drie bezoeken per jaar, waarbij elk bezoek ongeveer een uurtje in beslag neemt.

81


Voor de ondersteuning van het Vlaamse en Europese natuurbeleid zijn er meer gegevens nodig over de verspreiding en de trends van onze Vlaamse kwetsbare soorten. Doen deze het goed, of nemen de aantallen jaar na jaar af? Om deze informatie zo efficiënt mogelijk in te zamelen gaan vrijwilligers in heel Vlaanderen de komende jaren aan de slag, aangestuurd door Natuurpunt Studie. Voor het verzamelen van deze gegevens werken we met een gestandaardiseerde methode, ontwikkeld door het INBO. Dit doen we voor maar liefst 78 soorten bedreigde dieren en planten en voor alle vogels in Vlaanderen. Een van deze soorten is bijvoorbeeld het Vliegend Hert (Lucanus cervus). Vooraleer we kunnen starten met een gestandaardiseerde monitoring moeten we voor een aantal soorten zoals het Vliegend hert eerst te weten komen waar ze nog voorkomen. We starten dus met een zogenaamde inhaalslag. WIE TELT? Natuurpunt Studie coördineert het veldwerk dat vooral door vrijwilligers wordt uitgevoerd, zowel van eigen studiegroepen als onafhankelijke organisaties. Natuurpunt Studie voorziet samen met Natuurpunt CVN opleidingen voor vrijwilligers om de methoden onder de knie te krijgen en toe te passen. 80

De boomklever I september 2016 I divers

Het INBO analyseert de verzamelde gegevens en rapporteert over de toestand en trend van deze soorten aan de Vlaamse en Europese overheden. De meetnet-tellers krijgen regelmatig updates en tips van Natuurpunt Studie. Het project startte begin dit jaar en steeds meer enthousiastelingen springen mee in de bres om onze kwetsbare soorten op te volgen. Ze ervaren het als een erkenning van hun kennis. Tegelijkertijd krijgen ze de kans om over soorten of het gebied waarvoor ze een passie koesteren op een gestandaardiseerde manier informatie te verzamelen. Informatie waar ook iets mee zal gebeuren. In heel Vlaanderen nemen al meer dan 250 vrijwilligers deel aan de meetnetten. Dat aantal komt bovenop de trouwe vogeltellers die al jaar en dag deelnemen aan de reeds langer lopende vogelmeetnetten (Watervogeltellingen, Algemene broedvogels en Bijzondere broedvogels).

MEETNETTEN IN HET DIJLELAND Net als het Vliegend hert is er ook weinig geweten over de verspreiding van de zeldzame Zeggekorfslak (Vertigo moulinsiana). Dit prachtige waterslakje komt op verschillende locaties in het Dijleland voor en valt waarschijnlijk op meerdere andere plaatsen te ontdekken. Daar proberen we met de inhaalslag achter te komen. Gelukkig zijn er ook heel wat zeldzame soorten waarvan de verspreiding wel goed gekend is. Dit komt door de grote inzet van lokale vrijwilligers

die trouw hun waarnemingen doorgeven via waarnemingen.be en andere portalen. Naast de aanwezigheid is echter ook de afwezigheid van een soort op bepaalde momenten erg nuttige informatie. Met 29 speciaal ontworpen methodieken volgen we de komende jaren de toestand en de trends van deze gevestigde populaties op.

OVERZICHT VAN PROJECTEN IN EN ROND HET DIJLELAND. SOORT Kamsalamander Triturus cristatus

Rugstreeppad Bufo calamita Vuursalamander Salamandra salamandra

HOE GAAT EEN TELLING IN ZIJN WERK? De uitgewerkte telmethodieken en het aantal te tellen locaties verschillen van soort tot soort. Van zeldzame soorten die slechts op enkele plekken in Vlaanderen voorkomen worden alle gekende populaties jaarlijks opgevolgd. Een voorbeeld hiervan is de zeldzame Vuursalamander (Salamandra salamandra), waarvan bijna alle Vlaamse populaties binnen de provincie Vlaams-Brabant gevestigd zijn. Voor deze soort speelt het Dijle-

Zeggekorfslakken in de Molenbeekvallei (Erps-Kwerps) Foto: Griet Nijs

Grote weerschijnvlinder Apatura iris Vliegend hert Lucanus cervus Zeggekorfslak Vertigo moulinsiana Spits fonteinkruid Potamogeton acutifolius Ronde zegge Carex diandra Weegbreefonteinkruid Potamogeton coloratus Kleine schorseneer Scorzonera humilis

OMSCHRIJVING Vanaf 2017 twee plassen met fuiken monitoren. Relatief weinig voorkennis nodig mits een keer of het eerste jaar onder begeleiding van een meer ervaren teller in het veld gaan. Vanaf 2018, waarbij een goede kennis van de roep van deze soort noodzakelijk is. Reeds van start gegaan, voorlopig geen vrijwilligers meer gezocht. Vanaf 2017 of 2018 op meerdere locaties in het Dijleland, op te volgen door ervaren vlinderaars. In 2017 (begin zomer) opnieuw populaties in kaart brengen (inhaalslag). Vanaf het najaar 2016 nieuwe populaties in kaart brengen (inhaalslag). Reeds van start gegaan, helpende handen zijn voor meerdere soorten nog welkom.

De boomklever I september 2016 I divers

DIVERS

Monitoring van beleidsrelevante soorten met inzet van vrijwilligers

land een belangrijke rol om zijn voortbestaan te vrijwaren. Andere soorten worden één keer om de drie jaar geteld in een deel van de gebieden. Het aantal bezoeken dat jaarlijks moet gebeuren, varieert voor elk van deze soorten. Voor planten volstaat het om te kijken of de soorten nog voorkomen op een bepaalde locatie, en éénmaal om de drie jaar in te schatten hoeveel er nog staan. Voor de meeste soorten gaat het om twee tot drie bezoeken per jaar, waarbij elk bezoek ongeveer een uurtje in beslag neemt.

81


Je moet opletten of ze vliegen je mond binnen

Overzicht van de Meetnetsoorten in en rond het Dijleland. Vliegend hert en Zeggekorfslak zijn niet opgenomen omdat er nog een inhaalslag aan de gang is.

In het Dijleland is er voor ieder wat wils. We volgen de Grote weerschijnvlinder (Apatura iris) op via tellingen langsheen vaste routes. De avontuurlijkere zielen tellen ’s nachts de Vuursalamander (Salamandra salamandra) in het bos, of luisteren naar de roepkoren van de Rugstreeppad (Bufo calamita) in het noorden van Bierbeek. Kamsalamanders (Triturus cristatus) worden gevangen met fuiken om hun aantallen te schatten. Je kan ze zelfs individueel herkennen aan hun unieke buikpatroon. Na een snelle telling en foto kunnen ze weer zwemmen in hun heldere poelen. Ook de plantenliefhebbers zijn volop aan de slag in het Dijleland: het Spits fonteinkruid (Potamogeton acutifolius) en de Ronde zegge (Carex diandra), en in de naburige gemeenten Weegbreefonteinkruid (Potamogeton coloratus) en de Kleine schorseneer (Scorzonera humilis). Omdat

82

De boomklever I september 2016 I vogels

78 soorten niet niks is, gebeurt de opstart van de meetnetten gefaseerd. Heb je interesse om een of meerdere soorten mee op te volgen? Via de website www.meetnetten.be kan je je registreren en aanmelden voor een of meerdere meetnetten naar keuze die reeds van start zijn gegaan. In de komende jaren zal het ook mogelijk worden om aan te melden voor de overige genoemde soorten. Op de website van Natuurpunt (www.natuurpunt.be/pagina/meetnetten) kan je je abonneren op de Meetnetten flits om op de hoogte te blijven. Hannes Ledegen hannes.ledegen@natuurpunt.be Natuurpunt Studie

Er is net een groepje ingevallen. Met 12 zijn ze. Ze zijn, zo’n 20 m hoog, in gespreide formatie komen aanvliegen. Het golfterrein oversteken was geen probleem, maar daarna sloeg de paniek onverbiddelijk toe. De “laatste rozenstruik van Zweden” vormt nu hun toevluchtsoord. Ze zijn niet zomaar “ingevallen”. Ze doken verticaal, in een fractie van een seconde, als een steen de struik in. Allemaal tegelijk: alsof een onzichtbare hand een harde ruk gaf aan 12 onzichtbare koordjes... Eerst is het stil tussen de rozenbottels, dan hoor je het eerste aarzelende “zie die?” Dat is pimpelmezisch voor “Hebben jullie ook dat groot water gezien?” De anderen antwoorden nu één voor één: “Die, die.” Ja, ze hebben het ook gezien. Eén voor één komen ze nu uit het binnenste van de struik. Een enkeling hakt nu driftig in op een rozenbottel, maar dat is slechts overspronggedrag: écht foerageren kan je dit niet noemen. Je zou voor minder zenuwachtig worden als plots voor de eerste keer de open watervlakte van de Baltische Zee voor je mezenbek opduikt. Na een halve minuut waagt één van hen het erop en vliegt op ooghoogte op ons af, de anderen volgen meteen. Op een meter voor ons blijven ze ter plaatse fladderen. Naast mij hoor ik de sluiters afgaan van meerdere fototoestellen. Hebben ze daar schrik van? Neen, dat is het niet: ze hebben, enige tientallen meters achter ons, opnieuw de zee gezien. Als één van hen met een haastig alarmkreetje hals over kop terugduikelt, volgen de anderen hem onmiddellijk. “Brr, heb je dat gezien? Moeten we daar écht over?“ De volgende minuten herhaalt dit “mees en zee” spelletje zich nog 3 keer tot ze genoeg moed in

hun kleine lijfjes verzameld hebben. Ze vliegen ons rakelings voorbij en beginnen hoogte te winnen. Al snel zijn het kleine stipjes die hoog boven de zandbanken in het zuidwesten verdwijnen. Waarschijnlijk zien ze van daar boven Denemarken wél liggen. Het is weliswaar een dertigtal kilometer vliegen, maar ze zién tenminste de overkant. Ik heb in het verleden ook al landvogels de open zee zien opvliegen zonder enige hint van een overkant... Dikwijls gebeurt dat resoluut, met krachtige vleugelslagen. “We zullen er eens een lap op geven”: je ziét het ze denken. Fascinerend vind ik dat; wéten de volwassen vogels dan of er een “doel” is binnen vliegafstand? En hoe zit dat bij eerstejaarsvogels waar in hun eerste herfst alles “nieuw” is? Of nachttrekkers die in het volslagen duister de zee opvliegen? Is de supermagneet in het zuidwesten zo sterk dat vogels bereid zijn om hun leven op het spel te zetten? Eén van de fotografen toont me nu een foto van een “perplexe” pimpelmees: met gespreide vleugels en staart, het bekje halfopen. Haarscherp afgebeeld, met 2 andere mezen flou op de achtergrond. “Fantastiskt”, feleciteer ik hem. Uit mijn ooghoek nadert nu een donkere schim. Voor ik het goed en wel besef, flitst hij voorbij, op nog geen halve meter van mijn linkerschouder. De felgele ogen, de buikbandering en de staartbanden: de neurale registratie van wat mijn ogen in een fractie van een seconde gezien hebben komt pas als de vogel al voorbij is. “Jo, sparvhökarna flyger idag” lachen de Zweden omdat ik mijn bovenlichaam even instinctief had teruggetrokken bij deze rakelings langs scherende sperwer. Sperwers, ja, ze vliegen ons hier letterlijk De boomklever I september 2016 I de eerste keer

DE EERSTE KEER

(FALSTERBO, 23 SEPTEMBER 2010)

83


Je moet opletten of ze vliegen je mond binnen

Overzicht van de Meetnetsoorten in en rond het Dijleland. Vliegend hert en Zeggekorfslak zijn niet opgenomen omdat er nog een inhaalslag aan de gang is.

In het Dijleland is er voor ieder wat wils. We volgen de Grote weerschijnvlinder (Apatura iris) op via tellingen langsheen vaste routes. De avontuurlijkere zielen tellen ’s nachts de Vuursalamander (Salamandra salamandra) in het bos, of luisteren naar de roepkoren van de Rugstreeppad (Bufo calamita) in het noorden van Bierbeek. Kamsalamanders (Triturus cristatus) worden gevangen met fuiken om hun aantallen te schatten. Je kan ze zelfs individueel herkennen aan hun unieke buikpatroon. Na een snelle telling en foto kunnen ze weer zwemmen in hun heldere poelen. Ook de plantenliefhebbers zijn volop aan de slag in het Dijleland: het Spits fonteinkruid (Potamogeton acutifolius) en de Ronde zegge (Carex diandra), en in de naburige gemeenten Weegbreefonteinkruid (Potamogeton coloratus) en de Kleine schorseneer (Scorzonera humilis). Omdat

82

De boomklever I september 2016 I vogels

78 soorten niet niks is, gebeurt de opstart van de meetnetten gefaseerd. Heb je interesse om een of meerdere soorten mee op te volgen? Via de website www.meetnetten.be kan je je registreren en aanmelden voor een of meerdere meetnetten naar keuze die reeds van start zijn gegaan. In de komende jaren zal het ook mogelijk worden om aan te melden voor de overige genoemde soorten. Op de website van Natuurpunt (www.natuurpunt.be/pagina/meetnetten) kan je je abonneren op de Meetnetten flits om op de hoogte te blijven. Hannes Ledegen hannes.ledegen@natuurpunt.be Natuurpunt Studie

Er is net een groepje ingevallen. Met 12 zijn ze. Ze zijn, zo’n 20 m hoog, in gespreide formatie komen aanvliegen. Het golfterrein oversteken was geen probleem, maar daarna sloeg de paniek onverbiddelijk toe. De “laatste rozenstruik van Zweden” vormt nu hun toevluchtsoord. Ze zijn niet zomaar “ingevallen”. Ze doken verticaal, in een fractie van een seconde, als een steen de struik in. Allemaal tegelijk: alsof een onzichtbare hand een harde ruk gaf aan 12 onzichtbare koordjes... Eerst is het stil tussen de rozenbottels, dan hoor je het eerste aarzelende “zie die?” Dat is pimpelmezisch voor “Hebben jullie ook dat groot water gezien?” De anderen antwoorden nu één voor één: “Die, die.” Ja, ze hebben het ook gezien. Eén voor één komen ze nu uit het binnenste van de struik. Een enkeling hakt nu driftig in op een rozenbottel, maar dat is slechts overspronggedrag: écht foerageren kan je dit niet noemen. Je zou voor minder zenuwachtig worden als plots voor de eerste keer de open watervlakte van de Baltische Zee voor je mezenbek opduikt. Na een halve minuut waagt één van hen het erop en vliegt op ooghoogte op ons af, de anderen volgen meteen. Op een meter voor ons blijven ze ter plaatse fladderen. Naast mij hoor ik de sluiters afgaan van meerdere fototoestellen. Hebben ze daar schrik van? Neen, dat is het niet: ze hebben, enige tientallen meters achter ons, opnieuw de zee gezien. Als één van hen met een haastig alarmkreetje hals over kop terugduikelt, volgen de anderen hem onmiddellijk. “Brr, heb je dat gezien? Moeten we daar écht over?“ De volgende minuten herhaalt dit “mees en zee” spelletje zich nog 3 keer tot ze genoeg moed in

hun kleine lijfjes verzameld hebben. Ze vliegen ons rakelings voorbij en beginnen hoogte te winnen. Al snel zijn het kleine stipjes die hoog boven de zandbanken in het zuidwesten verdwijnen. Waarschijnlijk zien ze van daar boven Denemarken wél liggen. Het is weliswaar een dertigtal kilometer vliegen, maar ze zién tenminste de overkant. Ik heb in het verleden ook al landvogels de open zee zien opvliegen zonder enige hint van een overkant... Dikwijls gebeurt dat resoluut, met krachtige vleugelslagen. “We zullen er eens een lap op geven”: je ziét het ze denken. Fascinerend vind ik dat; wéten de volwassen vogels dan of er een “doel” is binnen vliegafstand? En hoe zit dat bij eerstejaarsvogels waar in hun eerste herfst alles “nieuw” is? Of nachttrekkers die in het volslagen duister de zee opvliegen? Is de supermagneet in het zuidwesten zo sterk dat vogels bereid zijn om hun leven op het spel te zetten? Eén van de fotografen toont me nu een foto van een “perplexe” pimpelmees: met gespreide vleugels en staart, het bekje halfopen. Haarscherp afgebeeld, met 2 andere mezen flou op de achtergrond. “Fantastiskt”, feleciteer ik hem. Uit mijn ooghoek nadert nu een donkere schim. Voor ik het goed en wel besef, flitst hij voorbij, op nog geen halve meter van mijn linkerschouder. De felgele ogen, de buikbandering en de staartbanden: de neurale registratie van wat mijn ogen in een fractie van een seconde gezien hebben komt pas als de vogel al voorbij is. “Jo, sparvhökarna flyger idag” lachen de Zweden omdat ik mijn bovenlichaam even instinctief had teruggetrokken bij deze rakelings langs scherende sperwer. Sperwers, ja, ze vliegen ons hier letterlijk De boomklever I september 2016 I de eerste keer

DE EERSTE KEER

(FALSTERBO, 23 SEPTEMBER 2010)

83


om de oren. In augustus en september passeren vooral vrouwtjes en jonge vogels. De adulte mannetjes komen later in oktober en november door. Ik heb niet de moeite gedaan om ze te tellen. Daar houdt iemand anders zich mee bezig. Ik ben immers maar één van het dertigtal vogelkijkers op “Nabben”, het allerzuidwestelijkste puntje op het Falsterbo-schiereiland. Achter mij staat er een wind- en regenscherm van plexiglas. De Zweden hebben dit zo ontworpen dat het scherm kan draaien rond een centrale as en dus, naargelang de windrichting, in deze of gene richting kan vastgezet worden. Het windscherm is de vaste stek van een tiental Zweedse “fågelskadare”. Onder hen bevindt zich “de chef”, Nils Kjellén. Hij is bruin verbrand en een levend trektelmonument: hij staat hier (beroepshalve) al vele jaren elke dag tussen 1 augustus en 20 november de trekvogels te tellen. In zijn entourage zijn er “helpers” die elk één of meerdere aparte soorten voor hun rekening nemen. Een aparte figuur is David Erterius: een boomlange vent met een “dubbeldekker telescoop/fototoestel” op zijn driepoot gemonteerd: op die manier kan hij fotograferen wat hij in zijn telescoop ziet. David kwam de eerste dag nogal verwaand over, maar ik heb me daar nu over gezet. Hij kent vééél beter vogels dan ik en dat geldt eigenlijk voor al de Zweden die hier staan. De andere reden dat ik me heb aangesloten heb in dit selecte clubje is dat ik graag Zweeds spreek met hen. Over algemene soorten als sperwer, bruine en blauwe kiek maken ze geen half woord vuil. Daarnet kwam er laag een prachtige visarend voorbij: laag over de duinen, zonder de minste aarzeling koerste hij nauwelijks enkele meters boven de golven de zee op. Er werd heel even terloops, zonder benaming, naar gewezen... Ook de zeldzamere soorten worden onderkoeld aangekondigd. Rödstrupig piplärka, pungmes,... : het is een échte plus als je weet dat dit de namen zijn van roodkeelpieper en buidelmees. De Zweden zijn namelijk ALTIJD de eersten die iets opmerken. Daarstraks was ik mij aan het vergapen aan de wolken vinken en kepen toen iemand “Varfågel!” riep. Het duurde niet lang voor zijn aankondiging 84

De boomklever I september 2016 I de eerste keer

meertalige echo’s kreeg bij onze omstanders. “Grauwürger!” “Klapekster!” De Duitsers en de Nederlanders hinkten wat achterop... De klapekster in kwestie golft hoog in stijl over. De anderen richten hun aandacht al op iets anders, maar ik volg ze terwijl ze boven de zandbanken van Måkläppen de zee nadert. Boven de laatste duintjes stopt ze, ze bidt even aarzelend maar gaat dan toch snel door. Als een op en neer gaand, snel kleiner wordend puntje verdwijnt ze, tamelijk hoog, boven de zee. Eergisteren was de enige keer dat ik de Zweden écht heb zien opveren. Ze gaven ook onmiddellijk commentaar in het Engels zodat iedereen mee was: “White-billed diver coming, low over the sea... !” Een geelsnavelduiker wordt hier maar één of twee keer per jaar genoteerd. Verder gaat de conversatie hier alleen maar over vogels. Als één of andere soort in flinke aantallen voorbij komt, wordt steevast het item “att sla dagsrekord” opgevoerd. Vandaag is dat niet anders. We hebben massa’s boerenzwaluwen zien passeren, maar of het dagrecord gaat sneuvelen (12000!)?!? Nee, Nils schudt zijn hoofd: de hoofdmacht is voorbij en volgens hem gaan we ergens eindigen tussen 6 à 8000 vogels. Boven het golfterrein jaagt nu een roofvogel op een pieper. De lange staart, de puntige vleugels en de extreme wendbaarheid van een smelleken is steeds weer een genoegen om naar te kijken. Na enkele halsbrekende tussenspurtjes en haakse bochten ontkomt de pieper. Ik kijk even naar de Zweden maar ik weet het al: dit smelleken telt niet mee, alleen actief trekkende vogels worden genoteerd. Even later hoor ik van achter mij: “Stenfalk två...” Ik zoek de horizon af en jawel, ik vind ze terug, behoorlijk ver boven zee, laag voortrjakkerend over de golven: hoe hebben ze die weer gevonden? Het is nu half tien, de natuurlijke behoeften doen zich, na 3 uur en half vogeltrek kijken, steeds dwingender gelden. Ik begeef me naar de achterkant van een duintje om op mijn gemak te ku...”Eh, förlat!” stamel ik. Bepaald ambetant als je met je broek halfopen tot de ontdekking komt dat achter de hoek iemand; compleet met fotokanon, verdekt

staat opgesteld. Op naar een volgend duin, maar ook daar zit een fotograaf de laag aanvliegende sperwers op te wachten. Freek had het gebeuren hier al krachtig samengevat: “Wel Herwig, op Falsterbo moet je opletten dat

de pimpelmezen niet je mond binnenvliegen”. Hij had er ook direct kunnen bij zeggen: “En je moet opletten dat je geen fotograaf nat...”  Herwig Blockx

De boomklever I september 2016 I de eerste keer

85


om de oren. In augustus en september passeren vooral vrouwtjes en jonge vogels. De adulte mannetjes komen later in oktober en november door. Ik heb niet de moeite gedaan om ze te tellen. Daar houdt iemand anders zich mee bezig. Ik ben immers maar één van het dertigtal vogelkijkers op “Nabben”, het allerzuidwestelijkste puntje op het Falsterbo-schiereiland. Achter mij staat er een wind- en regenscherm van plexiglas. De Zweden hebben dit zo ontworpen dat het scherm kan draaien rond een centrale as en dus, naargelang de windrichting, in deze of gene richting kan vastgezet worden. Het windscherm is de vaste stek van een tiental Zweedse “fågelskadare”. Onder hen bevindt zich “de chef”, Nils Kjellén. Hij is bruin verbrand en een levend trektelmonument: hij staat hier (beroepshalve) al vele jaren elke dag tussen 1 augustus en 20 november de trekvogels te tellen. In zijn entourage zijn er “helpers” die elk één of meerdere aparte soorten voor hun rekening nemen. Een aparte figuur is David Erterius: een boomlange vent met een “dubbeldekker telescoop/fototoestel” op zijn driepoot gemonteerd: op die manier kan hij fotograferen wat hij in zijn telescoop ziet. David kwam de eerste dag nogal verwaand over, maar ik heb me daar nu over gezet. Hij kent vééél beter vogels dan ik en dat geldt eigenlijk voor al de Zweden die hier staan. De andere reden dat ik me heb aangesloten heb in dit selecte clubje is dat ik graag Zweeds spreek met hen. Over algemene soorten als sperwer, bruine en blauwe kiek maken ze geen half woord vuil. Daarnet kwam er laag een prachtige visarend voorbij: laag over de duinen, zonder de minste aarzeling koerste hij nauwelijks enkele meters boven de golven de zee op. Er werd heel even terloops, zonder benaming, naar gewezen... Ook de zeldzamere soorten worden onderkoeld aangekondigd. Rödstrupig piplärka, pungmes,... : het is een échte plus als je weet dat dit de namen zijn van roodkeelpieper en buidelmees. De Zweden zijn namelijk ALTIJD de eersten die iets opmerken. Daarstraks was ik mij aan het vergapen aan de wolken vinken en kepen toen iemand “Varfågel!” riep. Het duurde niet lang voor zijn aankondiging 84

De boomklever I september 2016 I de eerste keer

meertalige echo’s kreeg bij onze omstanders. “Grauwürger!” “Klapekster!” De Duitsers en de Nederlanders hinkten wat achterop... De klapekster in kwestie golft hoog in stijl over. De anderen richten hun aandacht al op iets anders, maar ik volg ze terwijl ze boven de zandbanken van Måkläppen de zee nadert. Boven de laatste duintjes stopt ze, ze bidt even aarzelend maar gaat dan toch snel door. Als een op en neer gaand, snel kleiner wordend puntje verdwijnt ze, tamelijk hoog, boven de zee. Eergisteren was de enige keer dat ik de Zweden écht heb zien opveren. Ze gaven ook onmiddellijk commentaar in het Engels zodat iedereen mee was: “White-billed diver coming, low over the sea... !” Een geelsnavelduiker wordt hier maar één of twee keer per jaar genoteerd. Verder gaat de conversatie hier alleen maar over vogels. Als één of andere soort in flinke aantallen voorbij komt, wordt steevast het item “att sla dagsrekord” opgevoerd. Vandaag is dat niet anders. We hebben massa’s boerenzwaluwen zien passeren, maar of het dagrecord gaat sneuvelen (12000!)?!? Nee, Nils schudt zijn hoofd: de hoofdmacht is voorbij en volgens hem gaan we ergens eindigen tussen 6 à 8000 vogels. Boven het golfterrein jaagt nu een roofvogel op een pieper. De lange staart, de puntige vleugels en de extreme wendbaarheid van een smelleken is steeds weer een genoegen om naar te kijken. Na enkele halsbrekende tussenspurtjes en haakse bochten ontkomt de pieper. Ik kijk even naar de Zweden maar ik weet het al: dit smelleken telt niet mee, alleen actief trekkende vogels worden genoteerd. Even later hoor ik van achter mij: “Stenfalk två...” Ik zoek de horizon af en jawel, ik vind ze terug, behoorlijk ver boven zee, laag voortrjakkerend over de golven: hoe hebben ze die weer gevonden? Het is nu half tien, de natuurlijke behoeften doen zich, na 3 uur en half vogeltrek kijken, steeds dwingender gelden. Ik begeef me naar de achterkant van een duintje om op mijn gemak te ku...”Eh, förlat!” stamel ik. Bepaald ambetant als je met je broek halfopen tot de ontdekking komt dat achter de hoek iemand; compleet met fotokanon, verdekt

staat opgesteld. Op naar een volgend duin, maar ook daar zit een fotograaf de laag aanvliegende sperwers op te wachten. Freek had het gebeuren hier al krachtig samengevat: “Wel Herwig, op Falsterbo moet je opletten dat

de pimpelmezen niet je mond binnenvliegen”. Hij had er ook direct kunnen bij zeggen: “En je moet opletten dat je geen fotograaf nat...”  Herwig Blockx

De boomklever I september 2016 I de eerste keer

85


Op het moment dat je deze Boomklever in de brievenbus aantreft, begint het hoogtepunt van de najaarstrek aan te breken. Traditiegetrouw wordt de massale stroom van vogels die onze streek doorkruisen gevolgd vanop meerdere trektelposten in het Dijleland. Op onze website (www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektellen) vind je uitgebreide informatie over alle trektelposten en hoe deze te bereiken zijn. Sinds dit jaar maakt ook Hoeilaart deel uit van ons werkingsgebied en mogen we een nieuwe trektelpost verwelkomen, gelegen in de unieke omgeving van begrazingsraster Het Block, ter hoogte van de voormalige oefenrenbaan van Groenendaal (meer informatie op www.natuurenbos.be/begrazingsblok-het-block).

Op onze website is vanaf nu ook de Trektelmodule te downloaden, het ideale hulpmiddel om vlot wegwijs te raken in de wondere wereld van de roepjes en silhouetten! Volg hiervoor de instructies op onze site opdat het downloaden zonder problemen verloopt. De precieze telmomenten zijn sterk afhankelijk van de weers- en trekomstandigheden en zullen via onze website, mailinglijst en Facebookpagina aangekondigd worden. Neem voor meer informatie contact op met onze trektelcoördinator Gert Vandezande gert.vandezande@telenet.be of voor de trektellingen in Groenendaal met Dirk Raes dirk.raes@lne.vlaanderen.be.

Overzicht van de trektelposten in het Dijleland met gps-coördinaten LEEFDAAL PLATEAU

POMPSTATION MEERBEEK

50°50’34.6”N 4°37’36.9”E * 50°50’38.5”N 4°37’06.6”E *

50°52’13.6”N 4°35’31.3”E (najaar) 50°50’51.1”N 4°33’24.4”E (voorjaar)

KESSELBERG

HET BLOCK

50°54’36.7”N 4°45’40.5”E * 50°54’33.9”N 4°45’18.4”E *

50°46'09.2"N 4°26'03.6"E

*Exacte locatie hangt af van maisaanplantingen die het zicht belemmeren. Neem contact op met gert.vandezande@telenet.be bij twijfel!

86

De boomklever I september 2016 I vogels

Opmerkelijke vogelwaarneminge in de Dijlevallei en omgeving maart – mei 2016 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in het Dijleland beslaat voornamelijk de periode maart – mei 2016. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode juni – augustus 2016 omvatten. Voor opname worden waarnemingen bij voorkeur ingevoerd op www. waarnemingen.be, of bezorgd aan Kelle Moreau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400 Oostende, 0486/12.58.77, kelle.moreau@gmail.com. Waarnemingen van soorten die niet in dit verslag werden opgenomen (incl. alle exoten), maar wel werden ingevoerd in www.waarnemingen.be kunnen daar geraadpleegd worden. Waarnemingen die als onzeker werden gelabeld of waar niet tot exacte soortdeterminatie kon worden overgegaan, werden voor dit overzicht niet weerhouden. In vele soortteksten wordt verwezen naar het aantal waarnemingen, waarbij waarnemingen worden gedefinieerd als ‘records’ in de database. Omwille van de variatie in invoergedrag van verschillende waarnemers moet men wel oppassen met het interpreteren en vergelijken van deze cijfers. In het fenologisch overzicht werden voor elke soort de twee eerste waarnemingsdata op verschillende plaatsen opgenomen (tenzij het bij de eerste waarneming om (een) doortrekker(s) ging). Bovendien werden hiervoor ook enkel waarnemingen uit het Dijleland sensu stricto (dus niet uit aangrenzende gebieden) geselecteerd. Waarnemingen die door

het Belgisch Avifaunistisch Homologatiecomité (BAHC) beoordeeld dienen te worden, worden onder voorbehoud gepubliceerd vooraleer ze definitief op de Dijlelandse lijst kunnen bijgeschreven worden. Gebiedsafkortingen WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP = Kessel-Lo/Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN = Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee – Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel Doode Bemde), NKV = Neerijse/Kliniekvijvers (deel Doode Bemde), SAR = Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek en Tervuren/KMMA = Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

Kwartel Coturnix coturnix De eerste Kwartel voor 2016 werd op 22/04 gehoord te Erps/Dorenveld (H. Roosen). Ook op 30/04, 1, 6, 22 & 29/05 was dat het geval, met resp. 1, 2, 1, 1 & 2 zp (A. Smets, K. Boey, S. Dhuyvetter e.a.). Andere locaties waren Neerijse/Ganzeman (1 zp op 30/04; I. Nel, S. Van den Bussche), Haasrode (1 zp op 3/05; D. von Werne), Bertem/Koeheide (1 zp op 6/05; G. Bleys), OH/dorp (1 ex. aud over op 8/05; J. Rutten), Korbeek-Dijle/plateau (telkens 1 zp op 11 & 14/05; W. Tamsyn, J. Nysten), Leefdaal/ plateau (resp. 1, 1, 2 & 1 zp op 12, 15-16, 21 & 22/05; I. Nel, D. von Werne, D. Capart e.a.) en Mollendaal/plateau (1 zp op 25/05; D. von Werne). Bergeend Maart April Mei

VOGELS

Trektellen in het Dijleland … even opfrissen

Tadorna tadorna 103 waarnemingen, max. 32 ex. te SAR op 26/03 te SAR (L. Hendrickx) 126 waarnemingen, max. 18 ex. te SAR op 24 & 29/04 (F. Vandeputte, L. Hendrickx) 85 waarnemingen, max. 21 ex. te SAR op 14/05 (I. Nel)

87


Op het moment dat je deze Boomklever in de brievenbus aantreft, begint het hoogtepunt van de najaarstrek aan te breken. Traditiegetrouw wordt de massale stroom van vogels die onze streek doorkruisen gevolgd vanop meerdere trektelposten in het Dijleland. Op onze website (www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektellen) vind je uitgebreide informatie over alle trektelposten en hoe deze te bereiken zijn. Sinds dit jaar maakt ook Hoeilaart deel uit van ons werkingsgebied en mogen we een nieuwe trektelpost verwelkomen, gelegen in de unieke omgeving van begrazingsraster Het Block, ter hoogte van de voormalige oefenrenbaan van Groenendaal (meer informatie op www.natuurenbos.be/begrazingsblok-het-block).

Op onze website is vanaf nu ook de Trektelmodule te downloaden, het ideale hulpmiddel om vlot wegwijs te raken in de wondere wereld van de roepjes en silhouetten! Volg hiervoor de instructies op onze site opdat het downloaden zonder problemen verloopt. De precieze telmomenten zijn sterk afhankelijk van de weers- en trekomstandigheden en zullen via onze website, mailinglijst en Facebookpagina aangekondigd worden. Neem voor meer informatie contact op met onze trektelcoördinator Gert Vandezande gert.vandezande@telenet.be of voor de trektellingen in Groenendaal met Dirk Raes dirk.raes@lne.vlaanderen.be.

Overzicht van de trektelposten in het Dijleland met gps-coördinaten LEEFDAAL PLATEAU

POMPSTATION MEERBEEK

50°50’34.6”N 4°37’36.9”E * 50°50’38.5”N 4°37’06.6”E *

50°52’13.6”N 4°35’31.3”E (najaar) 50°50’51.1”N 4°33’24.4”E (voorjaar)

KESSELBERG

HET BLOCK

50°54’36.7”N 4°45’40.5”E * 50°54’33.9”N 4°45’18.4”E *

50°46'09.2"N 4°26'03.6"E

*Exacte locatie hangt af van maisaanplantingen die het zicht belemmeren. Neem contact op met gert.vandezande@telenet.be bij twijfel!

86

De boomklever I september 2016 I vogels

Opmerkelijke vogelwaarneminge in de Dijlevallei en omgeving maart – mei 2016 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in het Dijleland beslaat voornamelijk de periode maart – mei 2016. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode juni – augustus 2016 omvatten. Voor opname worden waarnemingen bij voorkeur ingevoerd op www. waarnemingen.be, of bezorgd aan Kelle Moreau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400 Oostende, 0486/12.58.77, kelle.moreau@gmail.com. Waarnemingen van soorten die niet in dit verslag werden opgenomen (incl. alle exoten), maar wel werden ingevoerd in www.waarnemingen.be kunnen daar geraadpleegd worden. Waarnemingen die als onzeker werden gelabeld of waar niet tot exacte soortdeterminatie kon worden overgegaan, werden voor dit overzicht niet weerhouden. In vele soortteksten wordt verwezen naar het aantal waarnemingen, waarbij waarnemingen worden gedefinieerd als ‘records’ in de database. Omwille van de variatie in invoergedrag van verschillende waarnemers moet men wel oppassen met het interpreteren en vergelijken van deze cijfers. In het fenologisch overzicht werden voor elke soort de twee eerste waarnemingsdata op verschillende plaatsen opgenomen (tenzij het bij de eerste waarneming om (een) doortrekker(s) ging). Bovendien werden hiervoor ook enkel waarnemingen uit het Dijleland sensu stricto (dus niet uit aangrenzende gebieden) geselecteerd. Waarnemingen die door

het Belgisch Avifaunistisch Homologatiecomité (BAHC) beoordeeld dienen te worden, worden onder voorbehoud gepubliceerd vooraleer ze definitief op de Dijlelandse lijst kunnen bijgeschreven worden. Gebiedsafkortingen WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP = Kessel-Lo/Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN = Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee – Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel Doode Bemde), NKV = Neerijse/Kliniekvijvers (deel Doode Bemde), SAR = Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek en Tervuren/KMMA = Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

Kwartel Coturnix coturnix De eerste Kwartel voor 2016 werd op 22/04 gehoord te Erps/Dorenveld (H. Roosen). Ook op 30/04, 1, 6, 22 & 29/05 was dat het geval, met resp. 1, 2, 1, 1 & 2 zp (A. Smets, K. Boey, S. Dhuyvetter e.a.). Andere locaties waren Neerijse/Ganzeman (1 zp op 30/04; I. Nel, S. Van den Bussche), Haasrode (1 zp op 3/05; D. von Werne), Bertem/Koeheide (1 zp op 6/05; G. Bleys), OH/dorp (1 ex. aud over op 8/05; J. Rutten), Korbeek-Dijle/plateau (telkens 1 zp op 11 & 14/05; W. Tamsyn, J. Nysten), Leefdaal/ plateau (resp. 1, 1, 2 & 1 zp op 12, 15-16, 21 & 22/05; I. Nel, D. von Werne, D. Capart e.a.) en Mollendaal/plateau (1 zp op 25/05; D. von Werne). Bergeend Maart April Mei

VOGELS

Trektellen in het Dijleland … even opfrissen

Tadorna tadorna 103 waarnemingen, max. 32 ex. te SAR op 26/03 te SAR (L. Hendrickx) 126 waarnemingen, max. 18 ex. te SAR op 24 & 29/04 (F. Vandeputte, L. Hendrickx) 85 waarnemingen, max. 21 ex. te SAR op 14/05 (I. Nel)

87


Smient Anas penelope Tussen 1 en 31/03 werden nog 38 waarnemingen van Smienten ontvangen uit het Dijleland (versch. waarn.), met 19 ex. te OHZ op 18/03 als maximumconcentratie (P. Standaert). In april werden geen Smienten meer opgemerkt in de regio, enkel op 8/05 werd nog een ex. genoteerd te NKV (B. Van Mol). Pijlstaart Anas acuta Pijlstaarten pleisterden tijdens het voorjaar van 2016 vooral te SAR, waar de soort tot op 3/04 bijna onafgebroken aanwezig was (waarnemingen op 29 data tss 2/03 & 3/04; max. 55 ex. op 24/03 – I. Nel). Nadien werd hier tussen 16 en 24/04 enkel nog af en toe een vrouwtje gezien (D. von Werne, I. Nel, J. Nysten e.a.). Buiten SAR werden Pijlstaarten enkel gezien te OHZ (resp. 3m2v, 1m1v & 5 ex. op 19, 20 & 24/03; L. Hendrickx, I. Nel, F. Vanwezer e.a.) en NGB (1m op 19/04; S. Van den Bussche). Zomertaling Anas querquedula Op 16/03 werden de eerste Dijlelandse Zomertalingen voor 2016 waargenomen: 1m1v te NKV (A. Schretter) en 1m te SAR (I. Nel, J. Vantrappen). In maart volgden daarop nog 21 waarnemingen, met 3 ex. te OHN op 19/03 (J. Rutten) als grootste groep. April was goed voor een totaal van 68 waarnemingen. In 26 van die gevallen ging het om meer dan één individu, met vooral hoge aantallen begin april te NKV (resp. 8, 7, 6 & 5 ex. op 1, 4-6, 9 & 11-14/04; A. Schretter, J. De Cock, R. Stoks e.a.). Mei Grasmus - Doode Bemde Foto: Johan De Cock

kan als volgt samengevat worden: 90 waarnemingen, 15 keer minstens 2 ex., maximum 2m1v te NKV op 14 & 2729/05 (J. Nysten, E. Van Hoorebeke, R. Stoks e.a.). Hard broedbewijs kon helaas niet geleverd worden. Witoogeend Aythya nyroca 24 & 30/04 1m te NGB (I. Nel, L. Hendrickx, G. Vanautgaerden, M. Fajgenblat) 01/05 1m1v te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, J. Nysten e.a.) 03 & 14/05 1m1v te NGB (S. Van den Bussche, L. Hendrickx) Roodhalsfuut Podiceps grisegena 14-15/04 1 ad zom te NGB (J. Peeters, S. Van den Bussche, D. von Werne e.v.a.) Geoorde fuut Podiceps nigricollis 28/03 3 ad zom te SAR (R. Stoks, I. Nel, L. Hendrickx e.a.) 17, 23, resp. 1, 2, 1, 2 & 2 ad zom te NGB 30/04, 8 L. Hendrickx, S. Van den Bussche, & 15/05 ( P. Moysons e.a.) 15/05 2 ad zom te OHZ (J. Rutten) Roerdomp Botaurus stellaris 4, 12/03 telkens 1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen, W. Claes, & 3/04 I. Nel, L. Hendrickx) 15/03 1 ex. te OHN (R. Gysbertsen), 1 ex. te Kwerps/vijvers (R. Verachtert) Woudaap Ixobrychus minutus Op 11/04 werd een zeer vroeg mannetje Woudaap gemeld te SAR (J. Vandeput). Op 15/05 bleek de normale aankomstgolf plaatsgevonden te hebben, met onmiddellijk 2 zp in de Doode Bemde (J. Nysten e.a.) en 1 zp te OHZ (J. Rutten). In de Doode Bemde werden de beide mannetjes tot op 24/05 waargenomen (16-24/05: waarnemingen op 8 data, versch. waarn.), met zelfs 3 zp op 17/05 (R. Stoks) en nadien nog minstens één zp op 25 en 28-29/05. Te OHZ werden enkel nog de volgende

Woudaapjes gedocumenteerd: 1m op 21/05 en 2 ex. (die daarna opvlogen richting N) op 28/05 (R. Gysbertsen).

van 1-2 ex. op 4 data, mei deed daar 14 waarnemingen van 1-4 ex. op 10 data bovenop.

Koereiger Bubulcus ibis 27/04 1 ex. te Tervuren/Park KMMA (B. Forget, I. Nel, L. Hendrickx) De 9e Koereiger voor het Dijleland. De vorige waarnemingen vonden plaats in 1998, 2001, 2006, 2010 (2), 2011 en 2012 (2), en de maandverdeling bedraagt nu maart 1 – april 2 – mei 1 – juni 1 – juli 1 – september 1 – november 2.

Zwarte ibis Plegadis falcinellus Een opmerkelijk tamme Zwarte ibis op 24-26 en 29/04 te LP, kon dankzij zijn ringen als een uit Planckendael ontsnapt ex. ontmaskerd worden, en telt dus niet mee voor de statistieken.

Kleine zilverreiger Egretta garzetta Een Kleine zilverreiger verbleef op minstens 33 data tussen 1/03 en 6/04 te OHN (versch. waarn.) en was daarmee dus een vaste pleisteraar. De vogel maakte af en toe ook uitstapjes in de regio, en werd op 17, 26/03 en 6/04 ook gezien te OHZ (J. Rutten, D. Capart, R. Charlier) en op 22/03 te SAR (M. Wauters). Op 7 en 14/05 werd vervolgens een ex. geobserveerd te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, J. De Cock e.a.), en op 11-12, 13-14 en 25-31/05 verbleven resp. 1, 2 en 1 ex. te NKV (T. Willems, S. Horemans, I. Nel e.a.). Op 27/05 vloog ook een ex. naar Z te OHN (W. Wind). Grote zilverreiger Ardea alba Maart 253 waarnemingen, max. 24 ex. te Leefdaal/ plateau op 9/03 (F. Vanwezer) April 118 waarnemingen, max. 11 ex. te SAR op 5/04 (I. Nel) Mei 64 waarnemingen, max. 8 ex. te SAR op 7/05 (L. Hendrickx, I. Nel) Purperreiger Ardea purpurea 12/04 2 ex. NW te SAR (I. Nel) 23/04 1 ex. Z te OHZ (J. Rutten) 26/04 1 ex. te NKV (I. Nel) 22/05 1 ex. N te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, M. O’Briain) Zwarte ooievaar Ciconia nigra 19/05 1 ex. ZW te NKV (E. Etienne, O. Heneau, A. Boeckx, A. Delier) 21/05 1 ex. Z te SAR (L. Hendrickx, I. Nel) Ooievaar Ciconia ciconia Met 32 waarnemingen werden er tijdens de maand maart 2016 te veel Ooievaars waargenomen om hiervan nog een volledig overzicht te kunnen weergeven. Enkele opmerkelijke aantallen waren 71 ex. NO te OHN (S. Van den Bussche) en later minstens een deel van deze groep (ca 40 ex.) tpl te Wilsele (E. Malfait) op 8/03, 28 ex. NO te Bertem/Koeheide op 22/03 (F. Geenen), 27 ex. NO te OHN op 26/03 (T. Vandezande) en resp. 9 & 10 ex. tpl te OH/Ormendael op 28 & 29/03 (L. Hendrickx, E. Toorman, I. Nel e.a.). April was slechts goed voor 7 waarnemingen

88

Lepelaar Platalea leucorodia 24/05 2 ad te SAR (JF Noulard) en later te NKV (I. Nel, F. Vandeputte) Rode wouw Milvus milvus De eerste Rode wouw voor 2016 vloog op 11/03 enkele keren over Overijse/Marnixbos (A. Seynaeve, D. Cornelissen). Het was het begin van een reeks van in totaal 44 waarnemingen (tot op 22/05), waarvan er bij 13 werd vermeld dat het om pleisterende vogels ging. Op 5/05 pleisterden zelfs met zekerheid 2 ex. samen in de regio (S. Van den Bussche, F. Vandeputte), zodat er weer aan de mogelijkheid van een broedgeval werd gedacht. Dat bleek echter loos alarm. Zwarte wouw Milvus migrans 2016 bracht een goed voorjaar om Zwarte wouwen waar te nemen in het Dijleland. Het begon op 11/04 met exemplaren N te Overijse/Maleizen (S. Peten) en te Oud-Heverlee (I. Nel, S. Van den Bussche) (mogelijk dezelfde), en vanaf 12/04 werden gespreid over de periode nog 32 waarnemingen opgetekend (versch. waarn.). Elf keren werd hierbij een vogel als ‘ter plaatse’ of ‘jagend’ gedocumenteerd, en in één geval ging het niet om een solitaire vogel – 4 ex. in één boom te Leefdaal/plateau op 11/05 (W. Tamsyn).

VOGELS

De gekende wintergroepen van Bergeend blijken de laatste jaren in het voorjaar steeds langer in de regio aanwezig te blijven (met sterke voorkeur voor SAR), waarbij zowel de waarnemingsfrequentie als de groepsgroottes in de tweede helft van de besproken periode hoger zijn dan tot enkele jaren terug gebruikelijk was. Tot een talrijker of regelmatiger voorkomen als broedvogel lijkt dat echter niet te leiden. Informatie over eventuele broedgevallen in 2016 werd (nog) niet ontvangen.

Zeearend Haliaeetus albicilla 16/05 1 subad W te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, M. Henry, L. Kestemont) Groenpootruiter - OHN Foto: Bert Vereyken

De boomklever I september 2016 I vogels

89


Smient Anas penelope Tussen 1 en 31/03 werden nog 38 waarnemingen van Smienten ontvangen uit het Dijleland (versch. waarn.), met 19 ex. te OHZ op 18/03 als maximumconcentratie (P. Standaert). In april werden geen Smienten meer opgemerkt in de regio, enkel op 8/05 werd nog een ex. genoteerd te NKV (B. Van Mol). Pijlstaart Anas acuta Pijlstaarten pleisterden tijdens het voorjaar van 2016 vooral te SAR, waar de soort tot op 3/04 bijna onafgebroken aanwezig was (waarnemingen op 29 data tss 2/03 & 3/04; max. 55 ex. op 24/03 – I. Nel). Nadien werd hier tussen 16 en 24/04 enkel nog af en toe een vrouwtje gezien (D. von Werne, I. Nel, J. Nysten e.a.). Buiten SAR werden Pijlstaarten enkel gezien te OHZ (resp. 3m2v, 1m1v & 5 ex. op 19, 20 & 24/03; L. Hendrickx, I. Nel, F. Vanwezer e.a.) en NGB (1m op 19/04; S. Van den Bussche). Zomertaling Anas querquedula Op 16/03 werden de eerste Dijlelandse Zomertalingen voor 2016 waargenomen: 1m1v te NKV (A. Schretter) en 1m te SAR (I. Nel, J. Vantrappen). In maart volgden daarop nog 21 waarnemingen, met 3 ex. te OHN op 19/03 (J. Rutten) als grootste groep. April was goed voor een totaal van 68 waarnemingen. In 26 van die gevallen ging het om meer dan één individu, met vooral hoge aantallen begin april te NKV (resp. 8, 7, 6 & 5 ex. op 1, 4-6, 9 & 11-14/04; A. Schretter, J. De Cock, R. Stoks e.a.). Mei Grasmus - Doode Bemde Foto: Johan De Cock

kan als volgt samengevat worden: 90 waarnemingen, 15 keer minstens 2 ex., maximum 2m1v te NKV op 14 & 2729/05 (J. Nysten, E. Van Hoorebeke, R. Stoks e.a.). Hard broedbewijs kon helaas niet geleverd worden. Witoogeend Aythya nyroca 24 & 30/04 1m te NGB (I. Nel, L. Hendrickx, G. Vanautgaerden, M. Fajgenblat) 01/05 1m1v te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, J. Nysten e.a.) 03 & 14/05 1m1v te NGB (S. Van den Bussche, L. Hendrickx) Roodhalsfuut Podiceps grisegena 14-15/04 1 ad zom te NGB (J. Peeters, S. Van den Bussche, D. von Werne e.v.a.) Geoorde fuut Podiceps nigricollis 28/03 3 ad zom te SAR (R. Stoks, I. Nel, L. Hendrickx e.a.) 17, 23, resp. 1, 2, 1, 2 & 2 ad zom te NGB 30/04, 8 L. Hendrickx, S. Van den Bussche, & 15/05 ( P. Moysons e.a.) 15/05 2 ad zom te OHZ (J. Rutten) Roerdomp Botaurus stellaris 4, 12/03 telkens 1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen, W. Claes, & 3/04 I. Nel, L. Hendrickx) 15/03 1 ex. te OHN (R. Gysbertsen), 1 ex. te Kwerps/vijvers (R. Verachtert) Woudaap Ixobrychus minutus Op 11/04 werd een zeer vroeg mannetje Woudaap gemeld te SAR (J. Vandeput). Op 15/05 bleek de normale aankomstgolf plaatsgevonden te hebben, met onmiddellijk 2 zp in de Doode Bemde (J. Nysten e.a.) en 1 zp te OHZ (J. Rutten). In de Doode Bemde werden de beide mannetjes tot op 24/05 waargenomen (16-24/05: waarnemingen op 8 data, versch. waarn.), met zelfs 3 zp op 17/05 (R. Stoks) en nadien nog minstens één zp op 25 en 28-29/05. Te OHZ werden enkel nog de volgende

Woudaapjes gedocumenteerd: 1m op 21/05 en 2 ex. (die daarna opvlogen richting N) op 28/05 (R. Gysbertsen).

van 1-2 ex. op 4 data, mei deed daar 14 waarnemingen van 1-4 ex. op 10 data bovenop.

Koereiger Bubulcus ibis 27/04 1 ex. te Tervuren/Park KMMA (B. Forget, I. Nel, L. Hendrickx) De 9e Koereiger voor het Dijleland. De vorige waarnemingen vonden plaats in 1998, 2001, 2006, 2010 (2), 2011 en 2012 (2), en de maandverdeling bedraagt nu maart 1 – april 2 – mei 1 – juni 1 – juli 1 – september 1 – november 2.

Zwarte ibis Plegadis falcinellus Een opmerkelijk tamme Zwarte ibis op 24-26 en 29/04 te LP, kon dankzij zijn ringen als een uit Planckendael ontsnapt ex. ontmaskerd worden, en telt dus niet mee voor de statistieken.

Kleine zilverreiger Egretta garzetta Een Kleine zilverreiger verbleef op minstens 33 data tussen 1/03 en 6/04 te OHN (versch. waarn.) en was daarmee dus een vaste pleisteraar. De vogel maakte af en toe ook uitstapjes in de regio, en werd op 17, 26/03 en 6/04 ook gezien te OHZ (J. Rutten, D. Capart, R. Charlier) en op 22/03 te SAR (M. Wauters). Op 7 en 14/05 werd vervolgens een ex. geobserveerd te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, J. De Cock e.a.), en op 11-12, 13-14 en 25-31/05 verbleven resp. 1, 2 en 1 ex. te NKV (T. Willems, S. Horemans, I. Nel e.a.). Op 27/05 vloog ook een ex. naar Z te OHN (W. Wind). Grote zilverreiger Ardea alba Maart 253 waarnemingen, max. 24 ex. te Leefdaal/ plateau op 9/03 (F. Vanwezer) April 118 waarnemingen, max. 11 ex. te SAR op 5/04 (I. Nel) Mei 64 waarnemingen, max. 8 ex. te SAR op 7/05 (L. Hendrickx, I. Nel) Purperreiger Ardea purpurea 12/04 2 ex. NW te SAR (I. Nel) 23/04 1 ex. Z te OHZ (J. Rutten) 26/04 1 ex. te NKV (I. Nel) 22/05 1 ex. N te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, M. O’Briain) Zwarte ooievaar Ciconia nigra 19/05 1 ex. ZW te NKV (E. Etienne, O. Heneau, A. Boeckx, A. Delier) 21/05 1 ex. Z te SAR (L. Hendrickx, I. Nel) Ooievaar Ciconia ciconia Met 32 waarnemingen werden er tijdens de maand maart 2016 te veel Ooievaars waargenomen om hiervan nog een volledig overzicht te kunnen weergeven. Enkele opmerkelijke aantallen waren 71 ex. NO te OHN (S. Van den Bussche) en later minstens een deel van deze groep (ca 40 ex.) tpl te Wilsele (E. Malfait) op 8/03, 28 ex. NO te Bertem/Koeheide op 22/03 (F. Geenen), 27 ex. NO te OHN op 26/03 (T. Vandezande) en resp. 9 & 10 ex. tpl te OH/Ormendael op 28 & 29/03 (L. Hendrickx, E. Toorman, I. Nel e.a.). April was slechts goed voor 7 waarnemingen

88

Lepelaar Platalea leucorodia 24/05 2 ad te SAR (JF Noulard) en later te NKV (I. Nel, F. Vandeputte) Rode wouw Milvus milvus De eerste Rode wouw voor 2016 vloog op 11/03 enkele keren over Overijse/Marnixbos (A. Seynaeve, D. Cornelissen). Het was het begin van een reeks van in totaal 44 waarnemingen (tot op 22/05), waarvan er bij 13 werd vermeld dat het om pleisterende vogels ging. Op 5/05 pleisterden zelfs met zekerheid 2 ex. samen in de regio (S. Van den Bussche, F. Vandeputte), zodat er weer aan de mogelijkheid van een broedgeval werd gedacht. Dat bleek echter loos alarm. Zwarte wouw Milvus migrans 2016 bracht een goed voorjaar om Zwarte wouwen waar te nemen in het Dijleland. Het begon op 11/04 met exemplaren N te Overijse/Maleizen (S. Peten) en te Oud-Heverlee (I. Nel, S. Van den Bussche) (mogelijk dezelfde), en vanaf 12/04 werden gespreid over de periode nog 32 waarnemingen opgetekend (versch. waarn.). Elf keren werd hierbij een vogel als ‘ter plaatse’ of ‘jagend’ gedocumenteerd, en in één geval ging het niet om een solitaire vogel – 4 ex. in één boom te Leefdaal/plateau op 11/05 (W. Tamsyn).

VOGELS

De gekende wintergroepen van Bergeend blijken de laatste jaren in het voorjaar steeds langer in de regio aanwezig te blijven (met sterke voorkeur voor SAR), waarbij zowel de waarnemingsfrequentie als de groepsgroottes in de tweede helft van de besproken periode hoger zijn dan tot enkele jaren terug gebruikelijk was. Tot een talrijker of regelmatiger voorkomen als broedvogel lijkt dat echter niet te leiden. Informatie over eventuele broedgevallen in 2016 werd (nog) niet ontvangen.

Zeearend Haliaeetus albicilla 16/05 1 subad W te SAR (I. Nel, L. Hendrickx, M. Henry, L. Kestemont) Groenpootruiter - OHN Foto: Bert Vereyken

De boomklever I september 2016 I vogels

89


Blauwe kiekendief Circus cyaneus Het Blauwe kiekenspektakel waarvan we tijdens de winter 2015-2016 konden genieten (vooral op de plateaus ten W van de Dijlevallei) kende tijdens de eerste helft van het voorjaar van 2016 nog een mooi vervolg, al ging het nu reeds om veel bescheidener aantallen: Maart 77 waarnemingen, max. 4 ex. op 17/03 (E. Van Hoorebeke) April 34 waarnemingen, max. 2 ex. (versch. data en waarnemers) In mei volgden nog de volgende gevallen: 2/05 2 v-types te Loonbeek/Ganspoel (H. Roosen) 4, 5 & 11 resp. 1v, 1m, 1v & 1m te plateau Leefdaal – & 16/05 Korbeek-Dijle (W. Tamsyn, J. Nysten, N. Ryckeboer) 6/05 1 ex. te Veltem-Beisem (K. Leemans) Steppekiekendief Circus macrourus Op 1/04 werd over Wijgmaal een naar het zuidwesten vliegend 2e kalenderjaar mannetje Steppekiekendief waargenomen (L. Smets). De soort stond nog steeds niet op de Dijlelandse vogellijst, maar dit ex. werd alvast overtuigend beschreven. Grauwe kiekendief Circus pygargus 10/04 1 2e kj m W te SAR (L. Hendrickx, I. Nel) 23/04 1v tpl te Korbeek-Dijle/plateau (R. Stoks, S. Horemans) 30/04 1v NO te Korbeek-Dijle/plateau (J. Nysten), 1m tpl te Overijse/Terlanenveld (E. Kimman) 03/05 1m NO te Leefdaal/plateau (S. D’Hoop) 04/05 1v NO te Leefdaal/plateau (S. Van den Bussche, B. Vereyken) Geelgors - Leefdaal Foto: Axel Smets

90

De boomklever I september 2016 I vogels

07/05 11/05 12/05 14/05 22/05

1m NO te Korbeek-Dijle/plateau (T. Vandezande) 1 ex. tpl te Leefdaal/plateau (W. Tamsyn) 1v over Neerijse/Ijsevallei (M. Walravens) 1 2e kj m N te SAR (L. Hendrickx, I. Nel) 1v te Erps/Dorenveld (J. Pelckmans)

Ruigpootbuizerd Buteo lagopus 26/04 1 ex. ZO te Overijse/Ketelhuis (I. Nel) Visarend Pandion haliaetus De eerste Visarend voor 2016 pleisterde op 4/04 te SAR (E. Zvar). Vervolgens werden in april op 9 data (vanaf 10/04) nog 17 waarnemingen geregistreerd. Mei leverde op 11 data tussen 7 en 21/05 een totaal van 29 waarnemingen op. Roodpootvalk Falco vespertinus 02/05 1 2e kj m NO te Sint-Joris-Weert (R. Stoks) Smelleken Falco columbarius 12/03 2 ex. NO te Leefdaal/plateau (JM Lommaert) 14/03 1v te Bierbeek/Mollendaal plateau (H. Blockx) 21-22/04 1m te Leefdaal/plateau (S. Van den Bussche, D. von Werne) Slechtvalk Falco peregrinus Maart 53 waarnemingen, slechts éénmaal 2 ex. samen (op 6/03 te Leefdaal/plateau; J. Nysten) April 51 waarnemingen, enkel duo’s op 22/04 te Leuven/centrum (K. Kaerts) en op 23/04 te Leefdaal/plateau (J. Nysten) Mei 27 waarnemingen, duo’s te Leuven/centrum op 12, 25 & 28/05 (E. Toorman, K. Kaerts, M. Bex) Porseleinhoen Porzana porzana 30/04, 7, 8, 9 & 13/05 resp. 1, 1, 2, 1 & 1 zp te OHN (J. Rutten, D. von Werne, I. Nel e.a.) Kraanvogel Grus grus 09/03 15 ex. NO over Erps, Leuven en Haasrode (S. Van den Bussche, E. L’Amiral, I. Nel) 13/03 17 ex. N te Leefdaal/plateau (S. Janssens, G. Daems, G. Van den Wyngaert) 14/03 12 ex. (9+3) N te Leuven/centrum (K. Kaerts, B. Theunis, M. Fajgenblat), 8 ex. NO te Neerijse en Oud-Heverlee (M. Fajgenblat, J. Rutten) 15/03 14 ex. N te Leuven/centrum (K. Kaerts, B. Theunis) 16/03 9 ex. N te Bertem/Koeheide (G. Bleys), 8 ex. N te Leefdaal/plateau (E. Malfait) 17/03 2 ex. O te Leefdaal/plateau (E. Van Hoorebeke) 18/03 23 ex. N te Veltem-Beisem en Heverlee (S. Horemans, R. Dierckx), 40 ex. N te Leuven

22/03 26/03 29/03 09/04 21/04

(E. Toorman) 3 ex. NO te OHN (S. Van den Bussche, P. Standaert, J. Vandeput, B. Vereyken) 4 ex. NO te OHN (T. Vandezande, M. Fajgenblat, L. Hendrickx e.a.) 2 ex. N te Overijse/Terlanenveld (S. Bennekens) 1 ex. tpl te OHN (L. Hendrickx, I. Nel, R. Charlier) 1 ex. tpl te Leefdaal/Duivendelle (A. Reygel, M. Nicolai, F. Vandeputte, E. Kimman), 2 ex. NO te Heverlee/Oost (K. Gielen)

Scholekster Haematopus ostralegus Op het industrieterrein van Haasrode verscheen de eerste Scholekster voor 2016 op 5/03 (I. Nel). Op 9/03 werd hier terug een ex. waargenomen (S. Van den Bussche) en vanaf 18/03 waren er met zekerheid twee ex. aanwezig (J. Menu). Daarop bleef de soort hier de ganse periode aanwezig, met 2 ex. minstens tot op 13/05. Scholeksters werden verder ook waargenomen te OHN (telkens 1 ex. op 10/04, 13 & 21/05; I. Nel, L. Hendrickx, J. Nysten e.a.), Heverlee/Langestaart (1 ex. op 10/04; P. Deschepper), Wilsele/Z (2 ex. O op 10/05; C. Van den Haute), Wilsele-Putkapel/dorp (1 ex. O op 13/05; J. De Rycke), Wilsele/dorp (resp. 1 ex. Z & 1 ex. aud op 13 & 17/05; J. De Rycke, P. Moysons), Kessel-Lo/centraal en LP (1 ex. over op 19/05; R. Uyttenbroeck, S. Goethals), Erps/Dorenveld (1 ex. over op 25/05; R. Ghijsen) en Bertem/Koeheide (1 ex. W op 28/05; G. Bleys). Kluut Recurvirostra avosetta 27/03 1 ex. te OHN (R. Gysbertsen, L. Hendrickx, I. Nel, T. Vandezande) 31/03 22 ex. te SAR (J. Buys, S. Horemans, R. Stoks e.a.) Bontbekplevier Charadrius hiaticula Bontbekplevieren lieten zich tijdens het voorjaar van 2016 enkel zien te OHN, met resp. 2, 1, 3, 2, 3, 2 & 1 ex. op 30/04, 1, 7, 8, 14, 15 &16/05 (J. Menu, J. Rutten, D. von Werne e.a.). Kleine plevier Charadrius dubius Na de eerste waarneming van 2 ex. te OHN op 18/03 (S. Van den Bussche, R. Stoks e.a.), was de soort tijdens de rest van het voorjaar niet weg te denken van deze locatie: 78 maartwaarnemingen van 1-12 ex. (20-31/03), 133 aprilwaarnemingen van 1-10 ex. en 69 meiwaarnemingen van 1-5 ex. Buiten OHN waren Kleine plevieren aanwezig te AVP (14 waarnemingen van 1-4 ex. op 11 data tussen 24/04 en 24/05) en te Heverlee/Langestaart (18 waarnemingen van 1-6 ex. op 16 data tussen 21/03 en 20/05).

Goudplevier Pluvialis apricaria 4, 7, 12 resp. 1 ex. aud, 4 ex. NW, 4 ex. NO & 7 ex. & 13/03 N te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (N. Ryckeboer, R. Polfliet, JM Lommaert, T. Vandezande) 14/04 1 ex. aud te Leefdaal/plateau (I. Nel) Kleine strandloper Calidris minuta 25/04 2 ad win te OHN (J. Rutten) Deze waarneming betreft het 30e geval van Kleine strandloper voor het Dijleland (17e geval en 24e-25e ex. in de 21e eeuw). Temmincks strandloper Calidris temminckii 07/05 1 ad zom te OHN (K. Moreau, P. Nuyts, K. De Greef e.a.) Het 19e geval en 35e ex. van Temmincks strandloper voor regio Leuven. Bonte strandloper Calidris alpina Ook voor Bonte strandlopers moest men tijdens de besproken periode enkel in OHN zijn. Er vielen drie ‘blokken’ op binnen de waarnemingsreeks: 02/03 1 ad win (S. Van den Bussche, S. Horemans) 19, 20 resp. 1 ad win, 4 ad win tpl & 4 ad win tpl & 21/03 + 6 ex. N (S. Horemans, R. Gysbertsen, P. Standaert e.a.) 26-27/04 1 ad zom (D. von Werne, I. Nel, J. Rutten e.a.) Regenwulp Numenius phaeopus 18/04, resp. 1 ex., 1 ex. aud & 1 ex. aud te OHN 1 & 10/05 (J. Buys, D. von Werne, J. Rutten) 30/04 1 ex. NO te Duisburg (A. Smets) 01/05 1 ex. over Erps/Dorenveld (K. Boey, F. Wyns, R. De Boom)

VOGELS

Bruine kiekendief Circus aeruginosus Maart 1v N te SAR op 8/03 (I. Nel, L. Hendrickx), vanaf 19/03 36 waarnemingen van 1-2 ex. April 75 waarnemingen van 1-2 ex. Mei 47 waarnemingen van 1-2 ex.

Wulp Numenius arquata 7/03, 6/04 resp. 3, 1 & 1 ex. te OHN & 20/05 (S. Van den Bussche, I. Nel, L. Hendrickx) 19/03 1 ex. over Leefdaal/plateau (L. Hendrickx, I. Nel) Grote karekiet - Wilsele Foto: Tom Bovens

De boomklever I september 2016 I vogels

91


Blauwe kiekendief Circus cyaneus Het Blauwe kiekenspektakel waarvan we tijdens de winter 2015-2016 konden genieten (vooral op de plateaus ten W van de Dijlevallei) kende tijdens de eerste helft van het voorjaar van 2016 nog een mooi vervolg, al ging het nu reeds om veel bescheidener aantallen: Maart 77 waarnemingen, max. 4 ex. op 17/03 (E. Van Hoorebeke) April 34 waarnemingen, max. 2 ex. (versch. data en waarnemers) In mei volgden nog de volgende gevallen: 2/05 2 v-types te Loonbeek/Ganspoel (H. Roosen) 4, 5 & 11 resp. 1v, 1m, 1v & 1m te plateau Leefdaal – & 16/05 Korbeek-Dijle (W. Tamsyn, J. Nysten, N. Ryckeboer) 6/05 1 ex. te Veltem-Beisem (K. Leemans) Steppekiekendief Circus macrourus Op 1/04 werd over Wijgmaal een naar het zuidwesten vliegend 2e kalenderjaar mannetje Steppekiekendief waargenomen (L. Smets). De soort stond nog steeds niet op de Dijlelandse vogellijst, maar dit ex. werd alvast overtuigend beschreven. Grauwe kiekendief Circus pygargus 10/04 1 2e kj m W te SAR (L. Hendrickx, I. Nel) 23/04 1v tpl te Korbeek-Dijle/plateau (R. Stoks, S. Horemans) 30/04 1v NO te Korbeek-Dijle/plateau (J. Nysten), 1m tpl te Overijse/Terlanenveld (E. Kimman) 03/05 1m NO te Leefdaal/plateau (S. D’Hoop) 04/05 1v NO te Leefdaal/plateau (S. Van den Bussche, B. Vereyken) Geelgors - Leefdaal Foto: Axel Smets

90

De boomklever I september 2016 I vogels

07/05 11/05 12/05 14/05 22/05

1m NO te Korbeek-Dijle/plateau (T. Vandezande) 1 ex. tpl te Leefdaal/plateau (W. Tamsyn) 1v over Neerijse/Ijsevallei (M. Walravens) 1 2e kj m N te SAR (L. Hendrickx, I. Nel) 1v te Erps/Dorenveld (J. Pelckmans)

Ruigpootbuizerd Buteo lagopus 26/04 1 ex. ZO te Overijse/Ketelhuis (I. Nel) Visarend Pandion haliaetus De eerste Visarend voor 2016 pleisterde op 4/04 te SAR (E. Zvar). Vervolgens werden in april op 9 data (vanaf 10/04) nog 17 waarnemingen geregistreerd. Mei leverde op 11 data tussen 7 en 21/05 een totaal van 29 waarnemingen op. Roodpootvalk Falco vespertinus 02/05 1 2e kj m NO te Sint-Joris-Weert (R. Stoks) Smelleken Falco columbarius 12/03 2 ex. NO te Leefdaal/plateau (JM Lommaert) 14/03 1v te Bierbeek/Mollendaal plateau (H. Blockx) 21-22/04 1m te Leefdaal/plateau (S. Van den Bussche, D. von Werne) Slechtvalk Falco peregrinus Maart 53 waarnemingen, slechts éénmaal 2 ex. samen (op 6/03 te Leefdaal/plateau; J. Nysten) April 51 waarnemingen, enkel duo’s op 22/04 te Leuven/centrum (K. Kaerts) en op 23/04 te Leefdaal/plateau (J. Nysten) Mei 27 waarnemingen, duo’s te Leuven/centrum op 12, 25 & 28/05 (E. Toorman, K. Kaerts, M. Bex) Porseleinhoen Porzana porzana 30/04, 7, 8, 9 & 13/05 resp. 1, 1, 2, 1 & 1 zp te OHN (J. Rutten, D. von Werne, I. Nel e.a.) Kraanvogel Grus grus 09/03 15 ex. NO over Erps, Leuven en Haasrode (S. Van den Bussche, E. L’Amiral, I. Nel) 13/03 17 ex. N te Leefdaal/plateau (S. Janssens, G. Daems, G. Van den Wyngaert) 14/03 12 ex. (9+3) N te Leuven/centrum (K. Kaerts, B. Theunis, M. Fajgenblat), 8 ex. NO te Neerijse en Oud-Heverlee (M. Fajgenblat, J. Rutten) 15/03 14 ex. N te Leuven/centrum (K. Kaerts, B. Theunis) 16/03 9 ex. N te Bertem/Koeheide (G. Bleys), 8 ex. N te Leefdaal/plateau (E. Malfait) 17/03 2 ex. O te Leefdaal/plateau (E. Van Hoorebeke) 18/03 23 ex. N te Veltem-Beisem en Heverlee (S. Horemans, R. Dierckx), 40 ex. N te Leuven

22/03 26/03 29/03 09/04 21/04

(E. Toorman) 3 ex. NO te OHN (S. Van den Bussche, P. Standaert, J. Vandeput, B. Vereyken) 4 ex. NO te OHN (T. Vandezande, M. Fajgenblat, L. Hendrickx e.a.) 2 ex. N te Overijse/Terlanenveld (S. Bennekens) 1 ex. tpl te OHN (L. Hendrickx, I. Nel, R. Charlier) 1 ex. tpl te Leefdaal/Duivendelle (A. Reygel, M. Nicolai, F. Vandeputte, E. Kimman), 2 ex. NO te Heverlee/Oost (K. Gielen)

Scholekster Haematopus ostralegus Op het industrieterrein van Haasrode verscheen de eerste Scholekster voor 2016 op 5/03 (I. Nel). Op 9/03 werd hier terug een ex. waargenomen (S. Van den Bussche) en vanaf 18/03 waren er met zekerheid twee ex. aanwezig (J. Menu). Daarop bleef de soort hier de ganse periode aanwezig, met 2 ex. minstens tot op 13/05. Scholeksters werden verder ook waargenomen te OHN (telkens 1 ex. op 10/04, 13 & 21/05; I. Nel, L. Hendrickx, J. Nysten e.a.), Heverlee/Langestaart (1 ex. op 10/04; P. Deschepper), Wilsele/Z (2 ex. O op 10/05; C. Van den Haute), Wilsele-Putkapel/dorp (1 ex. O op 13/05; J. De Rycke), Wilsele/dorp (resp. 1 ex. Z & 1 ex. aud op 13 & 17/05; J. De Rycke, P. Moysons), Kessel-Lo/centraal en LP (1 ex. over op 19/05; R. Uyttenbroeck, S. Goethals), Erps/Dorenveld (1 ex. over op 25/05; R. Ghijsen) en Bertem/Koeheide (1 ex. W op 28/05; G. Bleys). Kluut Recurvirostra avosetta 27/03 1 ex. te OHN (R. Gysbertsen, L. Hendrickx, I. Nel, T. Vandezande) 31/03 22 ex. te SAR (J. Buys, S. Horemans, R. Stoks e.a.) Bontbekplevier Charadrius hiaticula Bontbekplevieren lieten zich tijdens het voorjaar van 2016 enkel zien te OHN, met resp. 2, 1, 3, 2, 3, 2 & 1 ex. op 30/04, 1, 7, 8, 14, 15 &16/05 (J. Menu, J. Rutten, D. von Werne e.a.). Kleine plevier Charadrius dubius Na de eerste waarneming van 2 ex. te OHN op 18/03 (S. Van den Bussche, R. Stoks e.a.), was de soort tijdens de rest van het voorjaar niet weg te denken van deze locatie: 78 maartwaarnemingen van 1-12 ex. (20-31/03), 133 aprilwaarnemingen van 1-10 ex. en 69 meiwaarnemingen van 1-5 ex. Buiten OHN waren Kleine plevieren aanwezig te AVP (14 waarnemingen van 1-4 ex. op 11 data tussen 24/04 en 24/05) en te Heverlee/Langestaart (18 waarnemingen van 1-6 ex. op 16 data tussen 21/03 en 20/05).

Goudplevier Pluvialis apricaria 4, 7, 12 resp. 1 ex. aud, 4 ex. NW, 4 ex. NO & 7 ex. & 13/03 N te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (N. Ryckeboer, R. Polfliet, JM Lommaert, T. Vandezande) 14/04 1 ex. aud te Leefdaal/plateau (I. Nel) Kleine strandloper Calidris minuta 25/04 2 ad win te OHN (J. Rutten) Deze waarneming betreft het 30e geval van Kleine strandloper voor het Dijleland (17e geval en 24e-25e ex. in de 21e eeuw). Temmincks strandloper Calidris temminckii 07/05 1 ad zom te OHN (K. Moreau, P. Nuyts, K. De Greef e.a.) Het 19e geval en 35e ex. van Temmincks strandloper voor regio Leuven. Bonte strandloper Calidris alpina Ook voor Bonte strandlopers moest men tijdens de besproken periode enkel in OHN zijn. Er vielen drie ‘blokken’ op binnen de waarnemingsreeks: 02/03 1 ad win (S. Van den Bussche, S. Horemans) 19, 20 resp. 1 ad win, 4 ad win tpl & 4 ad win tpl & 21/03 + 6 ex. N (S. Horemans, R. Gysbertsen, P. Standaert e.a.) 26-27/04 1 ad zom (D. von Werne, I. Nel, J. Rutten e.a.) Regenwulp Numenius phaeopus 18/04, resp. 1 ex., 1 ex. aud & 1 ex. aud te OHN 1 & 10/05 (J. Buys, D. von Werne, J. Rutten) 30/04 1 ex. NO te Duisburg (A. Smets) 01/05 1 ex. over Erps/Dorenveld (K. Boey, F. Wyns, R. De Boom)

VOGELS

Bruine kiekendief Circus aeruginosus Maart 1v N te SAR op 8/03 (I. Nel, L. Hendrickx), vanaf 19/03 36 waarnemingen van 1-2 ex. April 75 waarnemingen van 1-2 ex. Mei 47 waarnemingen van 1-2 ex.

Wulp Numenius arquata 7/03, 6/04 resp. 3, 1 & 1 ex. te OHN & 20/05 (S. Van den Bussche, I. Nel, L. Hendrickx) 19/03 1 ex. over Leefdaal/plateau (L. Hendrickx, I. Nel) Grote karekiet - Wilsele Foto: Tom Bovens

De boomklever I september 2016 I vogels

91


telkens 1 ex. te Overijse/stad (I. Nel) 1 ex. aud te Loonbeek/Ganspoel (S. Raymaekers)

Grutto Limosa limosa OHN had tijdens het voorjaar van 2016 een mooie reeks Gruttowaarnemingen in petto: 1 ad zom op 6-7/03 (S. Horemans, L. Hendrickx), 10 ad zom, waaronder 3 IJslandse, op 18/03 (S. Van den Bussche), 50 ex. (!!) op 19/03 (I. Nel e.a.), 13 ex. NO op 22/03 (S. Van den Bussche) en 9 ad zom op 16/04 (G. Vanautgaerden, P. Nuyts, K. De Greef e.a.). Zwarte ruiter Tringa erythropus Het zal niet verbazen dat ook ruiters zich tijdens het voorjaar van 2016 vooral op de leeggelaten vijver van OHN en in de naburige natte weilanden lieten waarnemen. Op 31/03 zat hier zo ook de eerste Zwarte ruiter – een adult winter – voor 2016 (D. von Werne, R. Gysbertsen, S. Horemans). Van 17/04 tot 4/05 werd de soort hier vervolgens op 14 data waargenomen (versch. waarn.), met maxima van 6 ex. op 17/04 (I. Nel, L. Hendrickx, F. Vandeputte) en 7 ex. op 26/04 (J. Rutten). Het laatste ex. volgde op 15/05 (I. Nel, L. Hendrickx). Buiten OHN vonden de volgende waarnemingen plaats: 2 ex. rondvliegend te OHZ op 22/04 (R. Gysbertsen), 3 ex. N te OHZ op 30/04 (J. Rutten) en 1 ex. te NKV op 1/05 (J. Buys, S. Peten, P. Selke). Tureluur Tringa totanus De eerste Tureluurs voor 2016 waren 2 ex. te OHN op 18/03 (S. Van den Bussche), waar op 19/03 het leuke aantal van 42 ex. kon worden geteld (D. von Werne, R. Stoks, I. Nel e.a.). De laatste decade van maart leverde hier aantallen van 1-9 ex. op 8 data tussen 20 & 31/03. Steltloperfestival: Zwarte ruiters, Kemphaan & Groenpootruiters - OHN Foto: Johan De Cock

92

In april ging het om groepen van 1-6 ex. op 17 data tussen 10 en 29/04, en een uitschieter van 22 ex. op 30/04 (I. Nel, J. Nysten, D. von Werne e.a.). Ook mei kenmerkte zich te OHN nog door sterk wisselende aantallen van 1-18 ex. op 14 data tussen 1 & 24/05. Buiten OHN waren er waarnemingen te OHZ (resp. 1, 4 & 1 ex. op 20, 30/04 & 16/05; D. von Werne, J. Rutten, K. Moreau), Tervuren/Park KMMA (1 ex. op 20/04; A. Reygel), LP (1 ex. op 26/04; E. Toorman, T. Caers), AVP (resp. 1, 1, 1 & 2 ex. op 28, 30/04, 1 & 23/05; J. Menu, P. Moysons, W. Wind, T. Caers), NGB (1 ex. op 30/04; J. Buys), SAR (resp. 7 & 1 ex. op 30/04 & 6/05; R. Charlier, L. Hendrickx, I. Nel e.a.), Heverlee/Langestaart (4 ex. op 3/05; B. Vereyken) en NKV (resp. 1 & 8 ex. op 13 & 14/05; P. Selke, R. Stoks, L. Hendrickx e.a.). Groenpootruiter Tringa nebularia De eerste waarneming betrof 4 ex. op 12/04 te OHN (D. von Werne, S. Van den Bussche, S. Horemans e.a.), waar de soort tijdens de rest van het voorjaar een prominente aanwezigheid bleef. De rest van april was daarbij goed voor maar liefst 164 waarnemingen, waarbij de grootte van de toekomende en weer vertrekkende groepen steeds toenam tot een maximum van 98 ex. op 30/04 (L. Hendrickx e.v.a.). In mei kregen we te OHN nog 71 waarnemingen van Groenpootruiter te verwerken, en zagen we een omgekeerd patroon wat de groepsgroottes betreft: dalend van een maximum van 72 ex. op 1/05 tot slechts enkelingen op het einde van de maand. Buiten OHN waren er ook Groenpootruiters te SAR (23 waarnemingen van 1-9 ex. op 6 data tussen 16/04 en 4/05), Neerijse/Ganzeman (1 ex. op 19/04; E. Kimman), Neerijse/Tersaert (1 ex. op 19/04; N. Ryckeboer), OHZ (resp. 1, 9, 3, 1 & 1 ex. op 20, 22, 24, 30/04 & 1/05; J. Buys, R. Gysbertsen, F. Vanwezer e.a.), Kwerps/Vijvers (1

ex. op 24/04; P. Moysons), NKV (resp. 15, 5, 1 & 3 ex. op 24, 26/04, 1 & 2/05; G. Grootaers, I. Nel, P. Selke e.a.), Tervuren/Park KMMA (1 ex. op 28/04; A. Reygel), NGB (30 ex. rondcirkelend op 30/04; J. Buys) en AVP (telkens 1 ex. op 1 & 3-4/05; W. Wind, P. Moysons, E. Toorman).

Bokje Lymnocryptes minimus 12 & 31/03 resp. 2 & 1 ex. te Oppem (R. Stoks) 13, 18 telkens 1 ex. te NKV (I. Nel, G. Van Hamme, & 23/03 S. Van den Bussche, B. Vereyken) 18/03 1 ex. te Heverlee/Langestaart (S. Horemans)

Bosruiter Tringa glareola Ook na de eerste waarneming van 5 ex. te OHN op 20/04 (S. Van den Bussche, S. Horemans, B. Vereyken e.a.) werden Bosruiters tijdens de lentemaanden van 2016 enkel te OHN waargenomen. April 37 waarnemingen van 1-9 ex. op 7 data (21-30/04) Mei 29 waarnemingen van 1-8 ex. op 9 data, met een uitschieters van 39 ex. op 5/05 (L. Hendrickx, I. Nel, L. Petre e.a.)

Watersnip Gallinago gallinago Watersnippen hielden het relatief bescheiden in het Dijleland tijdens het voorjaar van 2016. Enkel te NKV was de soort betrouwbaar en in groepsvorm aanwezig. Maart 38 waarnemingen, max. 23 ex. te NKV op 20/03 (L. Hendrickx) April 21 waarnemingen, max. 8 ex. te NKV op 11/04 (M. Fajgenblat) Mei slechts één waarneming: 1 ex. te OHN op 6/05 (I. Nel, L. Hendrickx)

Witgat Tringa ochropus Maart 51 waarnemingen, max. 6 ex. te OHN op 27 & 29/03 (L. Hendrickx, I. Nel, T. Vandezande) en 13 ex. te OHN op 31/03 (I. Nel) April 151 waarnemingen, 18 data met 10-20 ex. te OHN, max. resp. 23, 22 & 21 ex. te OHN op 12, 16 & 17/04 (S. Horemans, F. Vandeputte, D. von Werne), reeks van dagelijks regiovoorkomen stopt abrupt na 30/04 Mei alle waarnemingen: 1 ex. te OHN op 5/05 (I. Nel), 1 ex. te NKV op 6/05 (L. Hendrickx), 3 ex. te Heverlee/Langestaart op 11/05 (R. Charlier), 1 ex. te OHN op 20-21/05 (J. Vantrappen, W. Wind, I. Nel e.a.) en 1 ex. te OHN op 29/05 (L. Hendrickx)

Zwartkopmeeuw Ichthyaetus melanocephalus 13/04 18 ad zom over LP (S. Goethals) 20, 24 2 ad zom te OHN-OHZ (S. Van den Bussche, & 28/04 S. Horemans, B. Vereyken e.a.) 30/04 1 ex. NO te Duisburg (A. Smets) 04/05 2 ex. te Leefdaal/plateau (W. Tamsyn) Geelpootmeeuw Larus michahellis 2, 6 telkens 1 ad te SAR (S. Van Den Bussche, & 13/03 L. Hendrickx, I. Nel e.a.) 15/03 1 ex. te OHN (S. Horemans) 15, 18, 19, telkens 1 ex. te OHN-OHZ (F. Vanwezer, 20, 30/04, J. Buys, P. Standaert e.v.a.) 1 & 2 /05

Oeverloper Actitis hypoleuca Eerste waarneming: 1 ex. te SAR op 7/04 (S. Horemans) April 93 waarnemingen, max. 9 ex. op 29/04 te (10-30/04) OHN (S. Van den Bussche) Mei 120 waarnemingen, max. 30 ex. op 16/05 te OHN (I. Nel, L. Hendrickx)

Pontische meeuw Larus cachinnans Met 26 maart- (1-3 ex.) en 98 aprilwaarnemingen (1-5 ex.) had de Pontische meeuw tijdens het voorjaar van 2016 vaste voet aan de grond in het Dijleland. In mei werden nog de volgende gevallen opgetekend: 1 2e kj te OHN op 1, 3-4 & 8/05 (W. Wind, S. Van den Bussche, F. Vandeputte e.a.) en 1 3e kj te SAR op 5/05 (L. Hendrickx, I. Nel).

Kemphaan Philomachus pugnax Eerste waarneming: 16 ex. te OHN op 19/03 (R. Stoks, D. von Werne e.a.) Maart 29 waarnemingen van 1-2 ex. te OHN, 1 ex. (20-31/03) te OHZ op 21/03 (J. Rutten) April 46 waarnemingen van 1-5 ex. te OHN (14-30/04) Mei 14 waarnemingen van 1 ex. te OHN, 15 ex. over SAR op 8/05 (C. Moulu)

Visdief Sterna hirundo Visdieven werden zoals gebruikelijk vooral te SAR waargenomen, met resp. 1, 3, 1, 1 & 2 ex. op 4, 16, 18/04, 16 & 21/05 (E. Zvar, P. Standaert, K. Aerts e.v.a.). Andere waarnemingslocaties waren OHN (resp. 1 ex., 1 ex. N & 2 ex. op 25/04, 7 & 21/05; J. Rutten, R. Gysbertsen, E. Van Hoorebeke e.a.), OHZ (1 ex. N op 1/05; W. Wind), NGB (1 ex. op 22/05; L. Hendrickx) en LP (2 ex. op 27/05; S. Goethals, F. Vanwezer).

De boomklever I september 2016 I vogels

VOGELS

2 & 9/04 19/04

93


telkens 1 ex. te Overijse/stad (I. Nel) 1 ex. aud te Loonbeek/Ganspoel (S. Raymaekers)

Grutto Limosa limosa OHN had tijdens het voorjaar van 2016 een mooie reeks Gruttowaarnemingen in petto: 1 ad zom op 6-7/03 (S. Horemans, L. Hendrickx), 10 ad zom, waaronder 3 IJslandse, op 18/03 (S. Van den Bussche), 50 ex. (!!) op 19/03 (I. Nel e.a.), 13 ex. NO op 22/03 (S. Van den Bussche) en 9 ad zom op 16/04 (G. Vanautgaerden, P. Nuyts, K. De Greef e.a.). Zwarte ruiter Tringa erythropus Het zal niet verbazen dat ook ruiters zich tijdens het voorjaar van 2016 vooral op de leeggelaten vijver van OHN en in de naburige natte weilanden lieten waarnemen. Op 31/03 zat hier zo ook de eerste Zwarte ruiter – een adult winter – voor 2016 (D. von Werne, R. Gysbertsen, S. Horemans). Van 17/04 tot 4/05 werd de soort hier vervolgens op 14 data waargenomen (versch. waarn.), met maxima van 6 ex. op 17/04 (I. Nel, L. Hendrickx, F. Vandeputte) en 7 ex. op 26/04 (J. Rutten). Het laatste ex. volgde op 15/05 (I. Nel, L. Hendrickx). Buiten OHN vonden de volgende waarnemingen plaats: 2 ex. rondvliegend te OHZ op 22/04 (R. Gysbertsen), 3 ex. N te OHZ op 30/04 (J. Rutten) en 1 ex. te NKV op 1/05 (J. Buys, S. Peten, P. Selke). Tureluur Tringa totanus De eerste Tureluurs voor 2016 waren 2 ex. te OHN op 18/03 (S. Van den Bussche), waar op 19/03 het leuke aantal van 42 ex. kon worden geteld (D. von Werne, R. Stoks, I. Nel e.a.). De laatste decade van maart leverde hier aantallen van 1-9 ex. op 8 data tussen 20 & 31/03. Steltloperfestival: Zwarte ruiters, Kemphaan & Groenpootruiters - OHN Foto: Johan De Cock

92

In april ging het om groepen van 1-6 ex. op 17 data tussen 10 en 29/04, en een uitschieter van 22 ex. op 30/04 (I. Nel, J. Nysten, D. von Werne e.a.). Ook mei kenmerkte zich te OHN nog door sterk wisselende aantallen van 1-18 ex. op 14 data tussen 1 & 24/05. Buiten OHN waren er waarnemingen te OHZ (resp. 1, 4 & 1 ex. op 20, 30/04 & 16/05; D. von Werne, J. Rutten, K. Moreau), Tervuren/Park KMMA (1 ex. op 20/04; A. Reygel), LP (1 ex. op 26/04; E. Toorman, T. Caers), AVP (resp. 1, 1, 1 & 2 ex. op 28, 30/04, 1 & 23/05; J. Menu, P. Moysons, W. Wind, T. Caers), NGB (1 ex. op 30/04; J. Buys), SAR (resp. 7 & 1 ex. op 30/04 & 6/05; R. Charlier, L. Hendrickx, I. Nel e.a.), Heverlee/Langestaart (4 ex. op 3/05; B. Vereyken) en NKV (resp. 1 & 8 ex. op 13 & 14/05; P. Selke, R. Stoks, L. Hendrickx e.a.). Groenpootruiter Tringa nebularia De eerste waarneming betrof 4 ex. op 12/04 te OHN (D. von Werne, S. Van den Bussche, S. Horemans e.a.), waar de soort tijdens de rest van het voorjaar een prominente aanwezigheid bleef. De rest van april was daarbij goed voor maar liefst 164 waarnemingen, waarbij de grootte van de toekomende en weer vertrekkende groepen steeds toenam tot een maximum van 98 ex. op 30/04 (L. Hendrickx e.v.a.). In mei kregen we te OHN nog 71 waarnemingen van Groenpootruiter te verwerken, en zagen we een omgekeerd patroon wat de groepsgroottes betreft: dalend van een maximum van 72 ex. op 1/05 tot slechts enkelingen op het einde van de maand. Buiten OHN waren er ook Groenpootruiters te SAR (23 waarnemingen van 1-9 ex. op 6 data tussen 16/04 en 4/05), Neerijse/Ganzeman (1 ex. op 19/04; E. Kimman), Neerijse/Tersaert (1 ex. op 19/04; N. Ryckeboer), OHZ (resp. 1, 9, 3, 1 & 1 ex. op 20, 22, 24, 30/04 & 1/05; J. Buys, R. Gysbertsen, F. Vanwezer e.a.), Kwerps/Vijvers (1

ex. op 24/04; P. Moysons), NKV (resp. 15, 5, 1 & 3 ex. op 24, 26/04, 1 & 2/05; G. Grootaers, I. Nel, P. Selke e.a.), Tervuren/Park KMMA (1 ex. op 28/04; A. Reygel), NGB (30 ex. rondcirkelend op 30/04; J. Buys) en AVP (telkens 1 ex. op 1 & 3-4/05; W. Wind, P. Moysons, E. Toorman).

Bokje Lymnocryptes minimus 12 & 31/03 resp. 2 & 1 ex. te Oppem (R. Stoks) 13, 18 telkens 1 ex. te NKV (I. Nel, G. Van Hamme, & 23/03 S. Van den Bussche, B. Vereyken) 18/03 1 ex. te Heverlee/Langestaart (S. Horemans)

Bosruiter Tringa glareola Ook na de eerste waarneming van 5 ex. te OHN op 20/04 (S. Van den Bussche, S. Horemans, B. Vereyken e.a.) werden Bosruiters tijdens de lentemaanden van 2016 enkel te OHN waargenomen. April 37 waarnemingen van 1-9 ex. op 7 data (21-30/04) Mei 29 waarnemingen van 1-8 ex. op 9 data, met een uitschieters van 39 ex. op 5/05 (L. Hendrickx, I. Nel, L. Petre e.a.)

Watersnip Gallinago gallinago Watersnippen hielden het relatief bescheiden in het Dijleland tijdens het voorjaar van 2016. Enkel te NKV was de soort betrouwbaar en in groepsvorm aanwezig. Maart 38 waarnemingen, max. 23 ex. te NKV op 20/03 (L. Hendrickx) April 21 waarnemingen, max. 8 ex. te NKV op 11/04 (M. Fajgenblat) Mei slechts één waarneming: 1 ex. te OHN op 6/05 (I. Nel, L. Hendrickx)

Witgat Tringa ochropus Maart 51 waarnemingen, max. 6 ex. te OHN op 27 & 29/03 (L. Hendrickx, I. Nel, T. Vandezande) en 13 ex. te OHN op 31/03 (I. Nel) April 151 waarnemingen, 18 data met 10-20 ex. te OHN, max. resp. 23, 22 & 21 ex. te OHN op 12, 16 & 17/04 (S. Horemans, F. Vandeputte, D. von Werne), reeks van dagelijks regiovoorkomen stopt abrupt na 30/04 Mei alle waarnemingen: 1 ex. te OHN op 5/05 (I. Nel), 1 ex. te NKV op 6/05 (L. Hendrickx), 3 ex. te Heverlee/Langestaart op 11/05 (R. Charlier), 1 ex. te OHN op 20-21/05 (J. Vantrappen, W. Wind, I. Nel e.a.) en 1 ex. te OHN op 29/05 (L. Hendrickx)

Zwartkopmeeuw Ichthyaetus melanocephalus 13/04 18 ad zom over LP (S. Goethals) 20, 24 2 ad zom te OHN-OHZ (S. Van den Bussche, & 28/04 S. Horemans, B. Vereyken e.a.) 30/04 1 ex. NO te Duisburg (A. Smets) 04/05 2 ex. te Leefdaal/plateau (W. Tamsyn) Geelpootmeeuw Larus michahellis 2, 6 telkens 1 ad te SAR (S. Van Den Bussche, & 13/03 L. Hendrickx, I. Nel e.a.) 15/03 1 ex. te OHN (S. Horemans) 15, 18, 19, telkens 1 ex. te OHN-OHZ (F. Vanwezer, 20, 30/04, J. Buys, P. Standaert e.v.a.) 1 & 2 /05

Oeverloper Actitis hypoleuca Eerste waarneming: 1 ex. te SAR op 7/04 (S. Horemans) April 93 waarnemingen, max. 9 ex. op 29/04 te (10-30/04) OHN (S. Van den Bussche) Mei 120 waarnemingen, max. 30 ex. op 16/05 te OHN (I. Nel, L. Hendrickx)

Pontische meeuw Larus cachinnans Met 26 maart- (1-3 ex.) en 98 aprilwaarnemingen (1-5 ex.) had de Pontische meeuw tijdens het voorjaar van 2016 vaste voet aan de grond in het Dijleland. In mei werden nog de volgende gevallen opgetekend: 1 2e kj te OHN op 1, 3-4 & 8/05 (W. Wind, S. Van den Bussche, F. Vandeputte e.a.) en 1 3e kj te SAR op 5/05 (L. Hendrickx, I. Nel).

Kemphaan Philomachus pugnax Eerste waarneming: 16 ex. te OHN op 19/03 (R. Stoks, D. von Werne e.a.) Maart 29 waarnemingen van 1-2 ex. te OHN, 1 ex. (20-31/03) te OHZ op 21/03 (J. Rutten) April 46 waarnemingen van 1-5 ex. te OHN (14-30/04) Mei 14 waarnemingen van 1 ex. te OHN, 15 ex. over SAR op 8/05 (C. Moulu)

Visdief Sterna hirundo Visdieven werden zoals gebruikelijk vooral te SAR waargenomen, met resp. 1, 3, 1, 1 & 2 ex. op 4, 16, 18/04, 16 & 21/05 (E. Zvar, P. Standaert, K. Aerts e.v.a.). Andere waarnemingslocaties waren OHN (resp. 1 ex., 1 ex. N & 2 ex. op 25/04, 7 & 21/05; J. Rutten, R. Gysbertsen, E. Van Hoorebeke e.a.), OHZ (1 ex. N op 1/05; W. Wind), NGB (1 ex. op 22/05; L. Hendrickx) en LP (2 ex. op 27/05; S. Goethals, F. Vanwezer).

De boomklever I september 2016 I vogels

VOGELS

2 & 9/04 19/04

93


Velduil Asio flammeus Tijdens de eerste helft van maart kon men op het plateau van Leefdaal nog steeds voor de Velduil terecht. Op 4/03 werden hier immers nog 2 ex. gezien (B. Theunis, K. Kaerts), en op 5, 8, 12-13 & 15-16/03 bleek er telkens minstens één aanwezig te zijn (S. Horemans, L. Hendrickx, A. Lefevre e.a.). Nadat het hierop een drietal weken stil was gebleven rond de soort werd op 8/04 terug een Velduil waargenomen te Korbeek-Dijle (R. Stoks), en ook op 18, 22, 23, 30/04, 1, 3 en 6/05 werd telkens een ex. gezien, nu weer te Leefdaal (I. Nel, M. Fajgenblat, H. Roosen e.a.). Intussen werd op 28/04 en 3/05 ook een Velduil opgemerkt te Loonbeek/Ganspoel (N. Ryckeboer) en op 2/05 werd een ex. aangetroffen te Erps/Dorenveld (A. Braem). Tijdens simultaantellingen – met als doel te ontwaren of er zich ergens broedverdacht gedrag voordeed, en hoeveel exemplaren er werkelijk bij de waarnemingen betrokken waren – konden helaas geen Velduilen worden waargenomen. Bijeneter Merops apiaster 11/05 2 ex. N te Wilsele-Putkapel (J. De Rycke) Na waarnemingen in 2002 (geslaagd broedgeval Neerijse), 2005 (1 ex. te OHZ op 10/06), 2013 (1 ex. N te SAR op 2/05) en 2015 (tot 8 ex. – incl. niet-geslaagde broedpoging – te Neerijse in juni) gaat het om het vijfde jaar in de 21e eeuw waarin Bijeneters worden waargenomen in regio Leuven. Draaihals 23/04 30/04 20/05 26/05

Jynx torquilla 1 zp te OH/dorp (D. von Werne) 1 ex. te SAR (I. Nel) 1 ex. te Meerdaalwoud/Militair Domein (F. Vandeputte) 1 ex. in de Doode Bemde (R. Chevalier)

Boomleeuwerik Lullula arborea 04/03 9 ex. te Neerijse/Tersaert, 2 ex. te Terlanenveld (H. Roosen) 13/03 10 ex. NO te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (T. Vandezande) 22/03 4 ex. NO te OHN (S. Van den Bussche) Engelse kwikstaart Motacilla flava flavissima Een opmerkelijke reeks, met de 21e tot 25e ex. voor het Dijleland:

94

De boomklever I september 2016 I vogels

28/03 14/04 -25/05 24/04 06/05

1 ad m te OHN (D. von Werne) 1 ad m te Leefdaal/plateau (B. Forget e.a.), op 6/05 vergezeld van een vrouwtje (R.Stoks) 1 ad m te Haasrode/zandgroeve (D. von Werne) 1 ex. te Erps/Dorenveld (S. Dhuyvetter)

Noordse kwikstaart Motacilla flava thunbergi 3, 5, 6, 7 resp. 3, 1, 3, 2 & 7 ex. te Leefdaal/plateau ( & 11/05 S. Van den Bussche, F. Vandeputte, R. Stoks e.a.) 06/05 12 ex. te Erps/Dorenveld (S. Dhuyvetter) Rouwkwikstaart Motacilla alba yarrellii 16 & 23/04 1 ex. te Leuven/centrum (R. Buysse) Boompieper Anthus trivialis De eerste waarneming voor 2016 betrof 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau op 3/04 (T. Vandezande). Nadien werden van buiten het broedgebied nog 15 waarnemingen van 1-2 doortrekkende of pleisterende Boompiepers doorgegeven. In het Militair Domein van Meerdaalwoud werd de soort vanaf 6/04 waargenomen (1 zp; R. Stoks). Enkel op 6/05 (2 zp; R. Stoks) en 31/05 (3 ex.; J. Rutten) werden hier meerdere ex. gezien. Waterpieper Anthus spinoletta Er werden tijdens de besproken periode nog 49 waarnemingen van Waterpiepers doorgegeven uit het Dijleland. De grootste concentratie betrof 25 ex. te OHN op 26/03 (S. Horemans, I. Nel, L. Hendrickx) en het laatste ex. zat op 17/04 in de Doode Bemde (M. Fajgenblat). Klapekster Lanius excubitor 19/03 1 ex. te Herent/Mollekensberg (W. Maertens) Beflijster Turdus torquatus Het voorjaar van 2016, en dan vooral de maand april, gaat de boeken in als één van de betere voorjaren voor Beflijsters in het Dijleland. De eerste waarneming betrof een mannetje op 5/04 te Heverlee/ Zwanenberg (G. Bleys). Het grootste deel van de waarnemingen kwam van het plateaucomplex van Leefdaal – Korbeek-Dijle, waar de soort van 8 tot en met 24/04 quasi dagelijks werd waargenomen (enkel niet op 12/04) (versch. waarn.), met nadien nog solitaire mannetjes op 27/04 en 4/05 (B. Forget, F. Vandeputte). Omwille van de mobiliteit van de vogels (pleisterende vogels die van plaats wijzigen, doortrekkers die wat verderop pleisteren of pleisteraars die later elders overtrekkend worden gezien), de veelvuldige bezoeken die ongetwijfeld dubbelwaarnemingen als gevolg hebben, en de verwarring die soms bestaat over het geslacht van bepaalde vogels (voor dezelfde groepjes werden soms verschillende

geslachtsverhoudingen doorgegeven) is een exacte reconstructie van de betrokken aantallen onmogelijk. Wat wel vaststaat is dat de maximale aantallen midden april werden opgetekend, met onder meer 8 ex. N op 13/04 (T. Vandezande) en tot 8 ex. ter plaatse op 14/04 (R. Stoks, D. von Werne, B. Forget). Andere locaties met waarnemingen na 5/04 waren: Heverlee/ Zwanenberg (1m op 7-8/04; G. Bleys; E. Malfait, J. Buys e.a.), Bertem/ Koeheide (resp. 2v & 2m op 11 & 12/04; G. Bleys), Heverlee/Oost (1 ex. op 12/04; K.V.), Neerijse/Ganzeman (1m1v op 12/04; B. Forget), Leefdaal/Duivendelle (resp. 2, 2 & 1 ex. op 15, 23 & 30/04; A. Smets), Erps/Dorenveld (2v tpl en dan N op 22/04; H. Roosen) en Duisburg (2 ex. op 30/04; A. Smets). Nachtegaal Luscinia megarhynchos 14 & 16/04 1 zp in de Doode Bemde (E. Kimman, G. Bleys) 24/04 1 zp (op 8 data) in Wijgmaalbroek (J. Menu, -19/05 M. Fajgenblat, W. Claes e.a.) 26/04 1 zp (op 12 data) te Wilsele/dorp (K. Hansen, -29/05 T. Caers, R. Uyttenbroeck e.a.), 2 zp op 30/04 (J. Menu) 02/05 1 zp te Leefdaal/plateau (E. Kimman) 11/05 1 zp te SAR (E. Van Hoorebeke) 26/05 1 zp te SAR/Laanvallei (S. & K. De Backer) Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Een mannetje Gekraagde roodstaart op 14/04 te NGB (S. Horemans) was het eerste ex. voor 2016. De soort werd tijdens de besproken periode verder waargenomen te Leefdaal/plateau (resp. 1m, 1m, 1v, 1m & 1m op 16, 1819, 21, 23-24 & 30/04; A. Smets, S. Van den Bussche, D. von Werne e.a.), OHN (telkens 1m op 16, 23 & 25-26/04; D. von Werne, W. Wind, R. Gysbertsen), Meerbeek (telkens 1m op 17 & 26/04; S. Stulens, P. Moysons), Loonbeek/ Korenheide (1m op 18/04; H. Roosen), Leefdaal/ Duivendelle (resp. 1m & 1v op 22/04 & 25/05; H. Roosen, B. Forget), SAR (telkens 1m op 24 & 30/04; I. Nel, L. Hendrickx, S. Van den Bussche, P. Moysons), Heverlee/begraafplaats (1m op 24/04; W. Wind), Heverlee/Oost (1m op 28/04; K.V.), Heverlee/Egenhovenbos (1 ex. op 28/04; B. Vereyken), Kessel-Lo/Kesselberg (1 ex. op 28/04; T. Caers), Leuven/centrum (telkens 1m op 28, 30/04, 13 & 20/05; J. Bogaerts, J. Menu e.a.), Meerdaalwoud/ Militair Domein (telkens 1m op 30/04, 25, 28 & 31/05; B. Bergmans, R. Stoks, J. Rutten), Bertem/Koeheide (1m op 2/05; G. Bleys), Bierbeek/ Meerdaalwoud (1v op 6/05; G. Vanautgaerden), Haasrode/Meerdaalwoud (telkens 1m op 21 & 29/05; J. Buys, F. Vandeputte) en Overijse/Maleizen (1v op 23/05; E. Kimman).

Roodborsttapuit Saxicola rubicola Een beknopt overzicht per locatie: Haasrode/industrie (de ganse periode 1m1v; I. Nel, D. von Werne, S. Van den Bussche e.a.), Leefdaal/plateau (telkens 1 ex. op 11, 26, 30/03, 4, 21/04, 7 & 15/05; P. Standaert, B. Forget, N. Ryckeboer e.a.), AVP (1v op 18/03; P. Moysons), NKV (resp. 1m & 2 ex. op 24 & 30/03; S. Horemans, E. Kimman), Winksele (1m op 24/03; R. Smith), Oppem (1m op 16/04; P. Standaert), Erps/Dorenveld (1 ex. op 19/04; J. Kiebooms), Kwerps/Zuurbeekvallei (1m op 24/04; P. Moysons), Loonbeek/Ganspoel (1m op 26/04; M. Walravens) en Korbeek-Dijle/plateau (1m op 16/05; J. Nysten). Paapje Saxicola rubetra Het eerste Paapje voor 2016 maakte op 21/04 zijn opwachting te Leefdaal/plateau (J. Nysten, S. Van den Bussche, B. Forget e.a.). Tussen 23/04 en 11/05 werd de soort hier vervolgens nog op 8 data gezien, met maxima van 3 ex. op 23/04 en 3/05 (S. Horemans e.a.). Andere locaties met Paapjes waren Erps/Dorenveld (resp. 1, 2, 2 & 1 ex. op 22, 26/04, 1 & 2/05; H. Roosen, R. Ghijsen, K. Boey e.a.), OH/Ormendael (1 ex. op 23/04; S. Horemans), SAR/Vette Weide (1 ex. op 24/04; J. Lambrechts), Neerijse.Ganzeman (1 ex. op 30/04; J. Nysten), Oppem (2 ex. op 4/05; S. Van den Bussche), Loonbeek/Ganspoel (1 ex. op 5/05; N. Ryckeboer), Kwerps/vijvers (1 ex. op 5/05; P. Moysons), Huldenberg/plateau (4 ex. op 7/05; P. Moysons), Tervuren/Zoniënwoud (2 ex. op 7/05; B. Pasau, V. Daems), Veltem-Beisem/Kastanjebos (1 ex. op 8/05; R. Ghijsen), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. op 9/05; H. Roosen) en Bertem/Koeheide (1 ex. op 13/05; G. Bleys). Tapuit Oenanthe oenanthe De eerste Tapuit voor 2016 zat op 30/03 te Duisburg (N. Ryckeboer). Nadien werd de soort op de volgende locaties opgemerkt: Leefdaal/plateau (75 waarnemingen op 22 data tussen 1/04 en 20/05, max. 9 ex. op 24 & 27/04 – J. Nysten, S. Van den Bussche), Haasrode/industrie (resp. 1 & 4 ex. op 11/04 & 6/05 – D. von Werne, J. Menu), Korbeek-Dijle/plateau (13 waarnemingen op 6 data tussen 14/04 en 8/05, max. 6 ex. op 5/05 – J. Nysten), Meerbeek (resp. 1 & 2 ex. op 15 & 23/04 – A. Smets), Wilsele/dorp (1 ex. op 18/04; G. Rijmenans), Kwerps/Zuurbeekvallei (resp. 1 & 3 ex. op 19 & 26/04 – M. Depauw, R. Ghijsen), Erps/Dorenveld (resp. 2, 1, 3 & 7 ex. op 19, 22-23, 30/04 & 1/05 – J. Kiebooms, H. Roosen, K. Boey e.a.), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. op 22-23/04 – H. Roosen, A. Smets), Erps-Kwerps/dorp (7 ex. op 24/04 – P. Moysons), Heverlee/Zwanenberg (1 ex. op 29/04; G. Bleys), Duisburg (4 ex. op 30/04; A. Smets), Neerijse/Zingende Wind (14 ex. op 1/05 – J. Nysten) en Huldenberg/plateau (1 ex. op 18/05 – I. Nel). De boomklever I september 2016 I vogels

VOGELS

Zwarte Stern Chlidonias niger 15, 30/04 resp. 1, 8 & 1 ad zom te SAR (I. Nel, & 14/05 L. Hendrickx, F. Vanwezer e.a.) 29/04 1 ex. N te OHZ (R. Gysbertsen) 11/05 1 ad zom te NGB (S. Horemans, D. von Werne) 16/05 2 ad zom te OHN (R. Ghijsen, I. Nel, L. Hendrickx)

95


Velduil Asio flammeus Tijdens de eerste helft van maart kon men op het plateau van Leefdaal nog steeds voor de Velduil terecht. Op 4/03 werden hier immers nog 2 ex. gezien (B. Theunis, K. Kaerts), en op 5, 8, 12-13 & 15-16/03 bleek er telkens minstens één aanwezig te zijn (S. Horemans, L. Hendrickx, A. Lefevre e.a.). Nadat het hierop een drietal weken stil was gebleven rond de soort werd op 8/04 terug een Velduil waargenomen te Korbeek-Dijle (R. Stoks), en ook op 18, 22, 23, 30/04, 1, 3 en 6/05 werd telkens een ex. gezien, nu weer te Leefdaal (I. Nel, M. Fajgenblat, H. Roosen e.a.). Intussen werd op 28/04 en 3/05 ook een Velduil opgemerkt te Loonbeek/Ganspoel (N. Ryckeboer) en op 2/05 werd een ex. aangetroffen te Erps/Dorenveld (A. Braem). Tijdens simultaantellingen – met als doel te ontwaren of er zich ergens broedverdacht gedrag voordeed, en hoeveel exemplaren er werkelijk bij de waarnemingen betrokken waren – konden helaas geen Velduilen worden waargenomen. Bijeneter Merops apiaster 11/05 2 ex. N te Wilsele-Putkapel (J. De Rycke) Na waarnemingen in 2002 (geslaagd broedgeval Neerijse), 2005 (1 ex. te OHZ op 10/06), 2013 (1 ex. N te SAR op 2/05) en 2015 (tot 8 ex. – incl. niet-geslaagde broedpoging – te Neerijse in juni) gaat het om het vijfde jaar in de 21e eeuw waarin Bijeneters worden waargenomen in regio Leuven. Draaihals 23/04 30/04 20/05 26/05

Jynx torquilla 1 zp te OH/dorp (D. von Werne) 1 ex. te SAR (I. Nel) 1 ex. te Meerdaalwoud/Militair Domein (F. Vandeputte) 1 ex. in de Doode Bemde (R. Chevalier)

Boomleeuwerik Lullula arborea 04/03 9 ex. te Neerijse/Tersaert, 2 ex. te Terlanenveld (H. Roosen) 13/03 10 ex. NO te plateau Leefdaal – Korbeek-Dijle (T. Vandezande) 22/03 4 ex. NO te OHN (S. Van den Bussche) Engelse kwikstaart Motacilla flava flavissima Een opmerkelijke reeks, met de 21e tot 25e ex. voor het Dijleland:

94

De boomklever I september 2016 I vogels

28/03 14/04 -25/05 24/04 06/05

1 ad m te OHN (D. von Werne) 1 ad m te Leefdaal/plateau (B. Forget e.a.), op 6/05 vergezeld van een vrouwtje (R.Stoks) 1 ad m te Haasrode/zandgroeve (D. von Werne) 1 ex. te Erps/Dorenveld (S. Dhuyvetter)

Noordse kwikstaart Motacilla flava thunbergi 3, 5, 6, 7 resp. 3, 1, 3, 2 & 7 ex. te Leefdaal/plateau ( & 11/05 S. Van den Bussche, F. Vandeputte, R. Stoks e.a.) 06/05 12 ex. te Erps/Dorenveld (S. Dhuyvetter) Rouwkwikstaart Motacilla alba yarrellii 16 & 23/04 1 ex. te Leuven/centrum (R. Buysse) Boompieper Anthus trivialis De eerste waarneming voor 2016 betrof 1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau op 3/04 (T. Vandezande). Nadien werden van buiten het broedgebied nog 15 waarnemingen van 1-2 doortrekkende of pleisterende Boompiepers doorgegeven. In het Militair Domein van Meerdaalwoud werd de soort vanaf 6/04 waargenomen (1 zp; R. Stoks). Enkel op 6/05 (2 zp; R. Stoks) en 31/05 (3 ex.; J. Rutten) werden hier meerdere ex. gezien. Waterpieper Anthus spinoletta Er werden tijdens de besproken periode nog 49 waarnemingen van Waterpiepers doorgegeven uit het Dijleland. De grootste concentratie betrof 25 ex. te OHN op 26/03 (S. Horemans, I. Nel, L. Hendrickx) en het laatste ex. zat op 17/04 in de Doode Bemde (M. Fajgenblat). Klapekster Lanius excubitor 19/03 1 ex. te Herent/Mollekensberg (W. Maertens) Beflijster Turdus torquatus Het voorjaar van 2016, en dan vooral de maand april, gaat de boeken in als één van de betere voorjaren voor Beflijsters in het Dijleland. De eerste waarneming betrof een mannetje op 5/04 te Heverlee/ Zwanenberg (G. Bleys). Het grootste deel van de waarnemingen kwam van het plateaucomplex van Leefdaal – Korbeek-Dijle, waar de soort van 8 tot en met 24/04 quasi dagelijks werd waargenomen (enkel niet op 12/04) (versch. waarn.), met nadien nog solitaire mannetjes op 27/04 en 4/05 (B. Forget, F. Vandeputte). Omwille van de mobiliteit van de vogels (pleisterende vogels die van plaats wijzigen, doortrekkers die wat verderop pleisteren of pleisteraars die later elders overtrekkend worden gezien), de veelvuldige bezoeken die ongetwijfeld dubbelwaarnemingen als gevolg hebben, en de verwarring die soms bestaat over het geslacht van bepaalde vogels (voor dezelfde groepjes werden soms verschillende

geslachtsverhoudingen doorgegeven) is een exacte reconstructie van de betrokken aantallen onmogelijk. Wat wel vaststaat is dat de maximale aantallen midden april werden opgetekend, met onder meer 8 ex. N op 13/04 (T. Vandezande) en tot 8 ex. ter plaatse op 14/04 (R. Stoks, D. von Werne, B. Forget). Andere locaties met waarnemingen na 5/04 waren: Heverlee/ Zwanenberg (1m op 7-8/04; G. Bleys; E. Malfait, J. Buys e.a.), Bertem/ Koeheide (resp. 2v & 2m op 11 & 12/04; G. Bleys), Heverlee/Oost (1 ex. op 12/04; K.V.), Neerijse/Ganzeman (1m1v op 12/04; B. Forget), Leefdaal/Duivendelle (resp. 2, 2 & 1 ex. op 15, 23 & 30/04; A. Smets), Erps/Dorenveld (2v tpl en dan N op 22/04; H. Roosen) en Duisburg (2 ex. op 30/04; A. Smets). Nachtegaal Luscinia megarhynchos 14 & 16/04 1 zp in de Doode Bemde (E. Kimman, G. Bleys) 24/04 1 zp (op 8 data) in Wijgmaalbroek (J. Menu, -19/05 M. Fajgenblat, W. Claes e.a.) 26/04 1 zp (op 12 data) te Wilsele/dorp (K. Hansen, -29/05 T. Caers, R. Uyttenbroeck e.a.), 2 zp op 30/04 (J. Menu) 02/05 1 zp te Leefdaal/plateau (E. Kimman) 11/05 1 zp te SAR (E. Van Hoorebeke) 26/05 1 zp te SAR/Laanvallei (S. & K. De Backer) Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus Een mannetje Gekraagde roodstaart op 14/04 te NGB (S. Horemans) was het eerste ex. voor 2016. De soort werd tijdens de besproken periode verder waargenomen te Leefdaal/plateau (resp. 1m, 1m, 1v, 1m & 1m op 16, 1819, 21, 23-24 & 30/04; A. Smets, S. Van den Bussche, D. von Werne e.a.), OHN (telkens 1m op 16, 23 & 25-26/04; D. von Werne, W. Wind, R. Gysbertsen), Meerbeek (telkens 1m op 17 & 26/04; S. Stulens, P. Moysons), Loonbeek/ Korenheide (1m op 18/04; H. Roosen), Leefdaal/ Duivendelle (resp. 1m & 1v op 22/04 & 25/05; H. Roosen, B. Forget), SAR (telkens 1m op 24 & 30/04; I. Nel, L. Hendrickx, S. Van den Bussche, P. Moysons), Heverlee/begraafplaats (1m op 24/04; W. Wind), Heverlee/Oost (1m op 28/04; K.V.), Heverlee/Egenhovenbos (1 ex. op 28/04; B. Vereyken), Kessel-Lo/Kesselberg (1 ex. op 28/04; T. Caers), Leuven/centrum (telkens 1m op 28, 30/04, 13 & 20/05; J. Bogaerts, J. Menu e.a.), Meerdaalwoud/ Militair Domein (telkens 1m op 30/04, 25, 28 & 31/05; B. Bergmans, R. Stoks, J. Rutten), Bertem/Koeheide (1m op 2/05; G. Bleys), Bierbeek/ Meerdaalwoud (1v op 6/05; G. Vanautgaerden), Haasrode/Meerdaalwoud (telkens 1m op 21 & 29/05; J. Buys, F. Vandeputte) en Overijse/Maleizen (1v op 23/05; E. Kimman).

Roodborsttapuit Saxicola rubicola Een beknopt overzicht per locatie: Haasrode/industrie (de ganse periode 1m1v; I. Nel, D. von Werne, S. Van den Bussche e.a.), Leefdaal/plateau (telkens 1 ex. op 11, 26, 30/03, 4, 21/04, 7 & 15/05; P. Standaert, B. Forget, N. Ryckeboer e.a.), AVP (1v op 18/03; P. Moysons), NKV (resp. 1m & 2 ex. op 24 & 30/03; S. Horemans, E. Kimman), Winksele (1m op 24/03; R. Smith), Oppem (1m op 16/04; P. Standaert), Erps/Dorenveld (1 ex. op 19/04; J. Kiebooms), Kwerps/Zuurbeekvallei (1m op 24/04; P. Moysons), Loonbeek/Ganspoel (1m op 26/04; M. Walravens) en Korbeek-Dijle/plateau (1m op 16/05; J. Nysten). Paapje Saxicola rubetra Het eerste Paapje voor 2016 maakte op 21/04 zijn opwachting te Leefdaal/plateau (J. Nysten, S. Van den Bussche, B. Forget e.a.). Tussen 23/04 en 11/05 werd de soort hier vervolgens nog op 8 data gezien, met maxima van 3 ex. op 23/04 en 3/05 (S. Horemans e.a.). Andere locaties met Paapjes waren Erps/Dorenveld (resp. 1, 2, 2 & 1 ex. op 22, 26/04, 1 & 2/05; H. Roosen, R. Ghijsen, K. Boey e.a.), OH/Ormendael (1 ex. op 23/04; S. Horemans), SAR/Vette Weide (1 ex. op 24/04; J. Lambrechts), Neerijse.Ganzeman (1 ex. op 30/04; J. Nysten), Oppem (2 ex. op 4/05; S. Van den Bussche), Loonbeek/Ganspoel (1 ex. op 5/05; N. Ryckeboer), Kwerps/vijvers (1 ex. op 5/05; P. Moysons), Huldenberg/plateau (4 ex. op 7/05; P. Moysons), Tervuren/Zoniënwoud (2 ex. op 7/05; B. Pasau, V. Daems), Veltem-Beisem/Kastanjebos (1 ex. op 8/05; R. Ghijsen), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. op 9/05; H. Roosen) en Bertem/Koeheide (1 ex. op 13/05; G. Bleys). Tapuit Oenanthe oenanthe De eerste Tapuit voor 2016 zat op 30/03 te Duisburg (N. Ryckeboer). Nadien werd de soort op de volgende locaties opgemerkt: Leefdaal/plateau (75 waarnemingen op 22 data tussen 1/04 en 20/05, max. 9 ex. op 24 & 27/04 – J. Nysten, S. Van den Bussche), Haasrode/industrie (resp. 1 & 4 ex. op 11/04 & 6/05 – D. von Werne, J. Menu), Korbeek-Dijle/plateau (13 waarnemingen op 6 data tussen 14/04 en 8/05, max. 6 ex. op 5/05 – J. Nysten), Meerbeek (resp. 1 & 2 ex. op 15 & 23/04 – A. Smets), Wilsele/dorp (1 ex. op 18/04; G. Rijmenans), Kwerps/Zuurbeekvallei (resp. 1 & 3 ex. op 19 & 26/04 – M. Depauw, R. Ghijsen), Erps/Dorenveld (resp. 2, 1, 3 & 7 ex. op 19, 22-23, 30/04 & 1/05 – J. Kiebooms, H. Roosen, K. Boey e.a.), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. op 22-23/04 – H. Roosen, A. Smets), Erps-Kwerps/dorp (7 ex. op 24/04 – P. Moysons), Heverlee/Zwanenberg (1 ex. op 29/04; G. Bleys), Duisburg (4 ex. op 30/04; A. Smets), Neerijse/Zingende Wind (14 ex. op 1/05 – J. Nysten) en Huldenberg/plateau (1 ex. op 18/05 – I. Nel). De boomklever I september 2016 I vogels

VOGELS

Zwarte Stern Chlidonias niger 15, 30/04 resp. 1, 8 & 1 ad zom te SAR (I. Nel, & 14/05 L. Hendrickx, F. Vanwezer e.a.) 29/04 1 ex. N te OHZ (R. Gysbertsen) 11/05 1 ad zom te NGB (S. Horemans, D. von Werne) 16/05 2 ad zom te OHN (R. Ghijsen, I. Nel, L. Hendrickx)

95


Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus Op 5/04 werd te NKV de eerste Rietzanger voor 2016 gehoord (R. Stoks), en daar bleef het dan ook bij wat deze locatie betreft. Andere Rietzangers doken op te SAR (telkens 1 zp op 6, 7, 10, 15, 20, 30/04 & 21/05; I. Nel, R. Stoks, L. Hendrickx e.a.), Wilsele/dorp (telkens 1 zp op 22/04 & 25/05; J. Menu, W. Wind), Kwerps/vijvers (1 zp op 24 & 26/04; P. Moysons), AVP (2 zp op 24/04; W. Wind, D. von Werne), PĂŠcrot/vijver (1 zp op 30/04; J. Dandois), OHZ (1 zp op 30/04 & 3-4/05; J. Rutten, S. Horemans, S. Van den Bussche) en Korbeek-Dijle (1 ex. op 18/05; S. Horemans). Grote Karekiet Acrocephalus arundinaceus 24-28/05 1 zp te Wilsele/Vaart (J. Menu, P. Moysons, A. Verboven e.v.a.) Het betreft de 4e Grote Karekiet voor het Dijleland in de 21e eeuw. De vorige drie gevallen kwamen slechts zeer recent op de lijst terecht: 1 ex. te Kwerps/vijvers op 22/05/14, 1 ex te Tervuren/Park KMMA op 4/05/2015 en 1 ex. te LP op 5/05-1/06/15. Het valt op dat al deze waarnemingen buiten de Dijlevallei plaatsvonden. Spotvogel Hippolais icterina Twee zingende mannetjes op 02/05 te Loonbeek/ Ganspoel (H. Roosen) waren de eerste Spotvogels voor 2016. Nadien kwamen waarnemingen van Leefdaal/plateau (telkens 1 ex. op 7, 11 & 15/05; J. Nysten, W. Wind, S. Van den Bussche, B. Forget), Erps/Dorenveld (resp. 1, 2 & 6 ex. op 12, 16 & 29/05; F. Wyns, P. Moysons, R. De Woudaap - Doode Bemde Foto: Eddy Van Hoorebeke

Boom), Heverlee/Zwanenberg (1 ex. op 13/05; G. Bleys), Heverlee/Bremstraat (1 zp op 13/05; G. Bleys), Wijgmaalbroek (telkens 1 zp op 16, 27 & 28/05; P. Moysons, P. Standaert, R. Ghijsen), Meerbeek (telkens 1 zp op 21 & 26/05; A. Smets, A. Verboven), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. o p21/05; A. Smets), Veltem-Beisem/Kastanjebos (1 ex. op 22/05; R. Ghijsen) en Korbeek-Dijle/plateau (1 ex. op 27/05; W. Tamsyn). Braamsluiper Sylvia curruca Op 12/04 werd de eerste zingende Braamsluiper voor 2016 ontdekt te Bertem/Koeheide (G. Bleys), waar de soort nadien ook nog op 19, 20, 24, 28/04 en 5/05 gehoord kon worden (E. Malfait, J. Buys, M. Abts e.a.). Andere locaties waar Braamsluipers verbleven waren Leefdaal/plateau (resp. 2, 1 & 1 ex. op 14, 30/04 & 4/05; I. Nel, G. Bleys, F. Vandeputte), Oppem (1 ex. op 16/04; E. van Hoorebeke), Heverlee/Bremstraat (1 ex. op 17/04; G. Bleys), OHZ (telkens 1 ex. op 19/04 & 3/05; S. Van den Bussche), Haasrode/industrie (1 zp op 17 data tussen 22/04 en 29/05; J. Menu, D. von Werne, S. Van den Bussche e.a.), Overijse/Terlanenveld (1 ex. op 23/04; H. Roosen), Meerbeek (1 ex. op 26/04; P. Moysons), Blanden (1 zp op 30/04; M. Fajgenblat, G. Vanautgaerden), Haasrode/zandgroeve (1 zp op 1/05; D. von Werne), Korbeek-Dijle/plateau (1 zp op 11/05; W. Tamsyn) en Wilsele/dorp (telkens 1 zp op 21 & 31/05 (R. Ghijsen, J. Lambrechts). Fluiter Phylloscopus sibilatrix De eerste Fluiter voor regio Leuven in 2016, een zingend ex. in Meerdaalwoud op 21/04 (E. Zvar) betrof tevens de enige aprilwaarneming. Tussen 12 en 31/05 werd in ditzelfde boscomplex nog 19 keren een Fluiter gehoord (op enkele verschillende locaties). Van buiten Meerdaal-

woud werden enkel de volgende meldingen ontvangen: 1 zp te Tervuren/ZoniĂŤnwoud op 22/05 (E. Kimman) en 1 zp te Bertem/Bertembos op 28/05 (G. Bleys). Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata 28/04 1 ex. te Loonbeek/Ganspoel (N. Ryckeboer) 30/04, 12 telkens 1 zp in Mollendaalwoud (P. Moysons, & &4/05 S. Van den Bussche, D. von Werne) 30/04, 21, resp. 1, 2 & 1 ex. te Meerdaalwoud/Militair 22 & 30/05 Domein (B. Bergmans, R. Stoks, J. Buys e.a.) 07/05 1 ex. te Neerijse/Tersaert (K. Moreau) 15/05 1 ex. te Neerijse/Doode Bemde (J. Nysten) 26/05 1 zp te AVP (F. De Vos) Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca 25 & 27/04 1 ad m te Haasrode/industrie (P. Moysons, J. Menu, D. von Werne e.a.) Buidelmees Remiz pendulinus 29-30/03 1 ex. te SAR (I. Nel, D. von Werne, L. Robeyns, R. Charlier) Baardmannetje Panurus biarmicus 8, 12 & resp. 1 ex. aud, 1m1v & 1m1v te SAR (I. Nel, 20-25/03 J. Buys, L. Hendrickx e.a.) Wielewaal Oriolus oriolus Het was een relatief goed voorjaar 2016 wat waarnemingen van Wielewaal betreft: 30/04 1 zp in Meerdaalwoud/centrum (P. Moysons, S. Van den Bussche) 2, 16, 19 resp. 1, 1, min. 2 & 1 zp te Wijgmaalbroek & 21-22/05 (L. Smets, P. Moysons, D. von Werne e.a.) 16/05 1m in de Doode Bemde (K. Moreau) 21/05 1 zp te Bierbeek/Meerdaalwoud (E. Collaerts) 22 & 24/05 1 zp te Vaalbeek (J. Rutten, E. Zvar) 31/05 1 zp te Meerdaalwoud/Militair Domein (J. Rutten) Raaf Corvus corax Een overtuigde waarnemer meldde op 22/05 een Raaf in zijn tuin te Herent (S. Dewitte).

Europese kanarie Serinus serinus 05-06/03 1 ex. te Blanden/Vinkenbos (G. Vanautgaerden) 06/03 1 ex. te OHZ (K. Moreau) 22/03 1 ex. ZW te Kessel-Lo/Centraal (R. Uyttenbroeck) 03/04 1 ex. N te Korbeek-Dijle/plateau (I. Nel, L. Hendrickx) Kleine barmsijs Acanthis cabaret 24/03 7 ex. te Haasrode/industrie (D. von Werne) 26/03 7 ex. te Meerdaalwoud/Militair Domein (W. Jans) Kruisbek 01/03 23/03 04/04

Loxia curvirostra 2 ex. te Heverleebos (P. Moysons) 3 ex. te Meerdaalwoud/Militair Domein (E. Zvar) 2 ex. te Haasrode/Meerdaalwoud (S. Horemans)

Grauwe Gors Emberiza calandra 17, 26, resp. 12, 6, 14, 5, 2 & 1 ex. te Leefdaal/plateau 30/03, 1-2, (A. Hollebeke, B. Forget, R. Stoks e.a.) 3 & 9/04 01/04 & resp. 3 ex. & 1 zp te Erps/Dorenveld (F. Wyns, 25/05 S. De Rouck, R. Ghijsen) Ortolaan Emberiza hortulana 08/05 1 ex. te Leefdaal/plateau (J. Nysten)

Samenstelling Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com VOGELS

Snor Locustella luscinioides 07/05 1 zp te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, H. Roosen, J. Nysten) Het 20e geval van deze soort in regio Leuven sinds 1975.

Ringmus Passer montanus Alle waarnemingen: 1 ex. op 21/03 te Erps/Dorenveld (J. Lecomte) en 1 ex. op 21/04 in de Doode Bemde (Q. Stienlet).

96

De boomklever I september 2016 I vogels

De boomklever I september 2016 I vogels

97


Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus Op 5/04 werd te NKV de eerste Rietzanger voor 2016 gehoord (R. Stoks), en daar bleef het dan ook bij wat deze locatie betreft. Andere Rietzangers doken op te SAR (telkens 1 zp op 6, 7, 10, 15, 20, 30/04 & 21/05; I. Nel, R. Stoks, L. Hendrickx e.a.), Wilsele/dorp (telkens 1 zp op 22/04 & 25/05; J. Menu, W. Wind), Kwerps/vijvers (1 zp op 24 & 26/04; P. Moysons), AVP (2 zp op 24/04; W. Wind, D. von Werne), PĂŠcrot/vijver (1 zp op 30/04; J. Dandois), OHZ (1 zp op 30/04 & 3-4/05; J. Rutten, S. Horemans, S. Van den Bussche) en Korbeek-Dijle (1 ex. op 18/05; S. Horemans). Grote Karekiet Acrocephalus arundinaceus 24-28/05 1 zp te Wilsele/Vaart (J. Menu, P. Moysons, A. Verboven e.v.a.) Het betreft de 4e Grote Karekiet voor het Dijleland in de 21e eeuw. De vorige drie gevallen kwamen slechts zeer recent op de lijst terecht: 1 ex. te Kwerps/vijvers op 22/05/14, 1 ex te Tervuren/Park KMMA op 4/05/2015 en 1 ex. te LP op 5/05-1/06/15. Het valt op dat al deze waarnemingen buiten de Dijlevallei plaatsvonden. Spotvogel Hippolais icterina Twee zingende mannetjes op 02/05 te Loonbeek/ Ganspoel (H. Roosen) waren de eerste Spotvogels voor 2016. Nadien kwamen waarnemingen van Leefdaal/plateau (telkens 1 ex. op 7, 11 & 15/05; J. Nysten, W. Wind, S. Van den Bussche, B. Forget), Erps/Dorenveld (resp. 1, 2 & 6 ex. op 12, 16 & 29/05; F. Wyns, P. Moysons, R. De Woudaap - Doode Bemde Foto: Eddy Van Hoorebeke

Boom), Heverlee/Zwanenberg (1 ex. op 13/05; G. Bleys), Heverlee/Bremstraat (1 zp op 13/05; G. Bleys), Wijgmaalbroek (telkens 1 zp op 16, 27 & 28/05; P. Moysons, P. Standaert, R. Ghijsen), Meerbeek (telkens 1 zp op 21 & 26/05; A. Smets, A. Verboven), Leefdaal/Duivendelle (1 ex. o p21/05; A. Smets), Veltem-Beisem/Kastanjebos (1 ex. op 22/05; R. Ghijsen) en Korbeek-Dijle/plateau (1 ex. op 27/05; W. Tamsyn). Braamsluiper Sylvia curruca Op 12/04 werd de eerste zingende Braamsluiper voor 2016 ontdekt te Bertem/Koeheide (G. Bleys), waar de soort nadien ook nog op 19, 20, 24, 28/04 en 5/05 gehoord kon worden (E. Malfait, J. Buys, M. Abts e.a.). Andere locaties waar Braamsluipers verbleven waren Leefdaal/plateau (resp. 2, 1 & 1 ex. op 14, 30/04 & 4/05; I. Nel, G. Bleys, F. Vandeputte), Oppem (1 ex. op 16/04; E. van Hoorebeke), Heverlee/Bremstraat (1 ex. op 17/04; G. Bleys), OHZ (telkens 1 ex. op 19/04 & 3/05; S. Van den Bussche), Haasrode/industrie (1 zp op 17 data tussen 22/04 en 29/05; J. Menu, D. von Werne, S. Van den Bussche e.a.), Overijse/Terlanenveld (1 ex. op 23/04; H. Roosen), Meerbeek (1 ex. op 26/04; P. Moysons), Blanden (1 zp op 30/04; M. Fajgenblat, G. Vanautgaerden), Haasrode/zandgroeve (1 zp op 1/05; D. von Werne), Korbeek-Dijle/plateau (1 zp op 11/05; W. Tamsyn) en Wilsele/dorp (telkens 1 zp op 21 & 31/05 (R. Ghijsen, J. Lambrechts). Fluiter Phylloscopus sibilatrix De eerste Fluiter voor regio Leuven in 2016, een zingend ex. in Meerdaalwoud op 21/04 (E. Zvar) betrof tevens de enige aprilwaarneming. Tussen 12 en 31/05 werd in ditzelfde boscomplex nog 19 keren een Fluiter gehoord (op enkele verschillende locaties). Van buiten Meerdaal-

woud werden enkel de volgende meldingen ontvangen: 1 zp te Tervuren/ZoniĂŤnwoud op 22/05 (E. Kimman) en 1 zp te Bertem/Bertembos op 28/05 (G. Bleys). Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata 28/04 1 ex. te Loonbeek/Ganspoel (N. Ryckeboer) 30/04, 12 telkens 1 zp in Mollendaalwoud (P. Moysons, & &4/05 S. Van den Bussche, D. von Werne) 30/04, 21, resp. 1, 2 & 1 ex. te Meerdaalwoud/Militair 22 & 30/05 Domein (B. Bergmans, R. Stoks, J. Buys e.a.) 07/05 1 ex. te Neerijse/Tersaert (K. Moreau) 15/05 1 ex. te Neerijse/Doode Bemde (J. Nysten) 26/05 1 zp te AVP (F. De Vos) Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca 25 & 27/04 1 ad m te Haasrode/industrie (P. Moysons, J. Menu, D. von Werne e.a.) Buidelmees Remiz pendulinus 29-30/03 1 ex. te SAR (I. Nel, D. von Werne, L. Robeyns, R. Charlier) Baardmannetje Panurus biarmicus 8, 12 & resp. 1 ex. aud, 1m1v & 1m1v te SAR (I. Nel, 20-25/03 J. Buys, L. Hendrickx e.a.) Wielewaal Oriolus oriolus Het was een relatief goed voorjaar 2016 wat waarnemingen van Wielewaal betreft: 30/04 1 zp in Meerdaalwoud/centrum (P. Moysons, S. Van den Bussche) 2, 16, 19 resp. 1, 1, min. 2 & 1 zp te Wijgmaalbroek & 21-22/05 (L. Smets, P. Moysons, D. von Werne e.a.) 16/05 1m in de Doode Bemde (K. Moreau) 21/05 1 zp te Bierbeek/Meerdaalwoud (E. Collaerts) 22 & 24/05 1 zp te Vaalbeek (J. Rutten, E. Zvar) 31/05 1 zp te Meerdaalwoud/Militair Domein (J. Rutten) Raaf Corvus corax Een overtuigde waarnemer meldde op 22/05 een Raaf in zijn tuin te Herent (S. Dewitte).

Europese kanarie Serinus serinus 05-06/03 1 ex. te Blanden/Vinkenbos (G. Vanautgaerden) 06/03 1 ex. te OHZ (K. Moreau) 22/03 1 ex. ZW te Kessel-Lo/Centraal (R. Uyttenbroeck) 03/04 1 ex. N te Korbeek-Dijle/plateau (I. Nel, L. Hendrickx) Kleine barmsijs Acanthis cabaret 24/03 7 ex. te Haasrode/industrie (D. von Werne) 26/03 7 ex. te Meerdaalwoud/Militair Domein (W. Jans) Kruisbek 01/03 23/03 04/04

Loxia curvirostra 2 ex. te Heverleebos (P. Moysons) 3 ex. te Meerdaalwoud/Militair Domein (E. Zvar) 2 ex. te Haasrode/Meerdaalwoud (S. Horemans)

Grauwe Gors Emberiza calandra 17, 26, resp. 12, 6, 14, 5, 2 & 1 ex. te Leefdaal/plateau 30/03, 1-2, (A. Hollebeke, B. Forget, R. Stoks e.a.) 3 & 9/04 01/04 & resp. 3 ex. & 1 zp te Erps/Dorenveld (F. Wyns, 25/05 S. De Rouck, R. Ghijsen) Ortolaan Emberiza hortulana 08/05 1 ex. te Leefdaal/plateau (J. Nysten)

Samenstelling Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com VOGELS

Snor Locustella luscinioides 07/05 1 zp te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, H. Roosen, J. Nysten) Het 20e geval van deze soort in regio Leuven sinds 1975.

Ringmus Passer montanus Alle waarnemingen: 1 ex. op 21/03 te Erps/Dorenveld (J. Lecomte) en 1 ex. op 21/04 in de Doode Bemde (Q. Stienlet).

96

De boomklever I september 2016 I vogels

De boomklever I september 2016 I vogels

97


SOORT

EERSTE DATA

AANTAL + LOCATIE

WAARNEMERS

Wespendief Pernis apivorus

02/05 07/05

1 ex. over OHN 1 Korbeek-Dijle, 4 Loonbeek

J. Kempeneers T. Vandezande, N. Ryckeboer

Boomvalk Falco subbuteo

14/04 17/04

1 ex. te OHN-OHZ 1 ex. te SAR, 1 ex. te Leefdaal

E. Van Hoorebeke, G. Dejaiffe I. Nel, L. Hendrickx, K. Aerts

Koekoek Cuculus canorus

01/04 10/04

1 ex. NO te Overijse/stad 1 ex. te OHN

I. Nel T. Vandezande

Gierzwaluw Apus apus

16/04 17/04

2 te LP, 7 te OHZ, 3 te SAR 16 ex. te OHN

versch. waarn. T. Vandezande

Oeverzwaluw Riparia riparia

24/03 28/03

1 ex. te SAR 7 ex. te SAR

I. Nel L. Hendrickx

Boerenzwaluw Hirundo rustica

21/03 22/03

1 ex. te SAR L. De Schampelaere 1 te Wilsele-Putkapel, 6 te OHN, F. Vanlerberghe, S. Van den Bussche 5 te SAR e.a.

Huiszwaluw Delichon urbicum

23/03 24/03

1 ex. N te SAR 3 ex. N te NKV

I. Nel S. Van den Bussche

Gele Kwikstaart Motacilla flava

20/03 28/03

2 ex. te Leefdaal/plateau 3 ex. te OHN

R. Charlier S. Van Den Bussche e.a.

Blauwborst Luscinia svecica

24/03 30/03

1 ex. te NKV 1 zp te SAR

S. Horemans R. Stoks

Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros

10/03 22/03

1 ex. te Meerbeek 1 AVP, 1 Heverlee/Langestaart

S. Stulens P. Moysons, S. Van den Bussche

Sprinkhaanzanger Locustella naevia

12/04 14/04

1 zp te OHN 1 zp te OHZ

S. Van den Bussche E. Kimman

Kleine Karekiet Acrocephalus scirpaceus

13/04 17/04

1 zp te OHN 1 zp te NKV

T. Vandezande M. Fajgenblat

Bosrietzanger Acrocephalus palustris

21/04 06/05

1 ex. te OHZ 1 ex. te SAR, 1 ex. te Heverlee

J. Buys L. Hendrickx, E. Toorman e.a.

Tuinfluiter Sylvia borin

06/04 16/04

1 zp te SAR 1 ex. te OHZ

I. Nel R. Gysbertsen, F. Vandeputte

Zwartkop Sylvia atricapilla

20/03 28/03

1 ex. te SAR 2m te NKV

B. Mestdagh S. & I. Van den Bussche

Grasmus Sylvia communis

05/04 07/04

1 zp te SAR 1 zp te NKV

I. Nel R. Stoks

Tjiftjaf Phylloscopus collybita

03/03 05/03

1 ex. te SAR 1 ex. te Leefdaal, 1 ex. te AVP

G. Meeus B. Forget, J. De Rycke

Fitis Phylloscopus trochilus

26/03 27/03

1 zp te OHN 1 zp te AVP

J. Vantrappen W. Wind

Activiteiten okt.-dec. 2016 Alle activiteiten van de Natuurstudiegroep Dijleland en eventuele wijzigingen zullen ook aangekondigd worden via de Dijlevallei-maillijst (http://groups.yahoo.com/group/Dijlevallei/), website en onze facebookpagina (www.facebook.com/natuurstudiegroepDijleland). ZATERDAG 1 OKTOBER EN ZONDAG 16 OKTOBER Simultaantrektellingen Jaarlijkse simultaantrektellingen op Europees en nationaal niveau, meer informatie eerder in dit nummer. Deze en andere trektellingen zullen vooraf aangekondigd worden op onze mailinglijst en Facebookpagina. Op onze website is uitgebreide informatie te vinden over de trektelposten in de regio (www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektellen) en kan de trektelmodule gratis gedownload worden (www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektelmodule). COÖRDINATIE EN MEER INFORMATIE Gert Vandezande (gert.vandezande@telenet.be)

ZATERDAG 15 OKTOBER, 12 NOVEMBER EN 17 DECEMBER 2016 Midmaandelijkse watervogeltellingen

De boomklever I september 2016 I vogels

Slaapplaatstellingen Aalscholvers, Grote en Kleine zilverreiger Nieuw: slaapplaatstellingen Grote en Kleine zilverreiger! Naar analogie van onze Waalse collega’s, proberen we deze winter ook Grote en Kleine zilverreigers te tellen op slaapplaatsen, en dit op dezelfde data als de Aalscholvertellingen (12 nov en 14 jan). Veel slaapplaatsen komen immers in dezelfde gebieden voor. Het zou mooi zijn moesten we in Vlaanderen kunnen aanhaken op dit initiatief. Dus bij deze een warme oproep om midden november en januari ook zoveel mogelijk slaapplaatsen van zilverreigers te lokaliseren en te tellen. Wie weet heeft van slaapplaatsen van deze soorten: geef deze zeker in op waarnemingen.be.

EEN ZATERDAG IN NOVEMBER OF BEGIN DECEMBER Najaarsexcursie buiten de regio

Zoals ieder jaar gaan ook deze winter de officiële watervogeltellingen door in de Dijlevallei. AFSPRAAK Telkens om 8u ‘s morgens aan Oud-Heverlee station LEIDING Luc Hendrickx, luchendrickx2003@yahoo.com, 0477/ 19 28 35

98

12 NOVEMBER 2016 EN 14 JANUARI 2017

Naar jaarlijkse gewoonte verlaten we ook deze winter onze vertrouwde Dijlevallei voor één dag om een verder gelegen regio te verkennen. Op het moment dat u deze Boomklever leest zou deze activiteit aangekondigd moeten zijn op onze website en via onze andere kanalen, neem daar een kijkje voor alle informatie.


SOORT

EERSTE DATA

AANTAL + LOCATIE

WAARNEMERS

Wespendief Pernis apivorus

02/05 07/05

1 ex. over OHN 1 Korbeek-Dijle, 4 Loonbeek

J. Kempeneers T. Vandezande, N. Ryckeboer

Boomvalk Falco subbuteo

14/04 17/04

1 ex. te OHN-OHZ 1 ex. te SAR, 1 ex. te Leefdaal

E. Van Hoorebeke, G. Dejaiffe I. Nel, L. Hendrickx, K. Aerts

Koekoek Cuculus canorus

01/04 10/04

1 ex. NO te Overijse/stad 1 ex. te OHN

I. Nel T. Vandezande

Gierzwaluw Apus apus

16/04 17/04

2 te LP, 7 te OHZ, 3 te SAR 16 ex. te OHN

versch. waarn. T. Vandezande

Oeverzwaluw Riparia riparia

24/03 28/03

1 ex. te SAR 7 ex. te SAR

I. Nel L. Hendrickx

Boerenzwaluw Hirundo rustica

21/03 22/03

1 ex. te SAR L. De Schampelaere 1 te Wilsele-Putkapel, 6 te OHN, F. Vanlerberghe, S. Van den Bussche 5 te SAR e.a.

Huiszwaluw Delichon urbicum

23/03 24/03

1 ex. N te SAR 3 ex. N te NKV

I. Nel S. Van den Bussche

Gele Kwikstaart Motacilla flava

20/03 28/03

2 ex. te Leefdaal/plateau 3 ex. te OHN

R. Charlier S. Van Den Bussche e.a.

Blauwborst Luscinia svecica

24/03 30/03

1 ex. te NKV 1 zp te SAR

S. Horemans R. Stoks

Zwarte Roodstaart Phoenicurus ochruros

10/03 22/03

1 ex. te Meerbeek 1 AVP, 1 Heverlee/Langestaart

S. Stulens P. Moysons, S. Van den Bussche

Sprinkhaanzanger Locustella naevia

12/04 14/04

1 zp te OHN 1 zp te OHZ

S. Van den Bussche E. Kimman

Kleine Karekiet Acrocephalus scirpaceus

13/04 17/04

1 zp te OHN 1 zp te NKV

T. Vandezande M. Fajgenblat

Bosrietzanger Acrocephalus palustris

21/04 06/05

1 ex. te OHZ 1 ex. te SAR, 1 ex. te Heverlee

J. Buys L. Hendrickx, E. Toorman e.a.

Tuinfluiter Sylvia borin

06/04 16/04

1 zp te SAR 1 ex. te OHZ

I. Nel R. Gysbertsen, F. Vandeputte

Zwartkop Sylvia atricapilla

20/03 28/03

1 ex. te SAR 2m te NKV

B. Mestdagh S. & I. Van den Bussche

Grasmus Sylvia communis

05/04 07/04

1 zp te SAR 1 zp te NKV

I. Nel R. Stoks

Tjiftjaf Phylloscopus collybita

03/03 05/03

1 ex. te SAR 1 ex. te Leefdaal, 1 ex. te AVP

G. Meeus B. Forget, J. De Rycke

Fitis Phylloscopus trochilus

26/03 27/03

1 zp te OHN 1 zp te AVP

J. Vantrappen W. Wind

Activiteiten okt.-dec. 2016 Alle activiteiten van de Natuurstudiegroep Dijleland en eventuele wijzigingen zullen ook aangekondigd worden via de Dijlevallei-maillijst (http://groups.yahoo.com/group/Dijlevallei/), website en onze facebookpagina (www.facebook.com/natuurstudiegroepDijleland). ZATERDAG 1 OKTOBER EN ZONDAG 16 OKTOBER Simultaantrektellingen Jaarlijkse simultaantrektellingen op Europees en nationaal niveau, meer informatie eerder in dit nummer. Deze en andere trektellingen zullen vooraf aangekondigd worden op onze mailinglijst en Facebookpagina. Op onze website is uitgebreide informatie te vinden over de trektelposten in de regio (www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektellen) en kan de trektelmodule gratis gedownload worden (www.natuurstudiegroepdijleland.be/trektelmodule). COÖRDINATIE EN MEER INFORMATIE Gert Vandezande (gert.vandezande@telenet.be)

ZATERDAG 15 OKTOBER, 12 NOVEMBER EN 17 DECEMBER 2016 Midmaandelijkse watervogeltellingen

De boomklever I september 2016 I vogels

Slaapplaatstellingen Aalscholvers, Grote en Kleine zilverreiger Nieuw: slaapplaatstellingen Grote en Kleine zilverreiger! Naar analogie van onze Waalse collega’s, proberen we deze winter ook Grote en Kleine zilverreigers te tellen op slaapplaatsen, en dit op dezelfde data als de Aalscholvertellingen (12 nov en 14 jan). Veel slaapplaatsen komen immers in dezelfde gebieden voor. Het zou mooi zijn moesten we in Vlaanderen kunnen aanhaken op dit initiatief. Dus bij deze een warme oproep om midden november en januari ook zoveel mogelijk slaapplaatsen van zilverreigers te lokaliseren en te tellen. Wie weet heeft van slaapplaatsen van deze soorten: geef deze zeker in op waarnemingen.be.

EEN ZATERDAG IN NOVEMBER OF BEGIN DECEMBER Najaarsexcursie buiten de regio

Zoals ieder jaar gaan ook deze winter de officiële watervogeltellingen door in de Dijlevallei. AFSPRAAK Telkens om 8u ‘s morgens aan Oud-Heverlee station LEIDING Luc Hendrickx, luchendrickx2003@yahoo.com, 0477/ 19 28 35

98

12 NOVEMBER 2016 EN 14 JANUARI 2017

Naar jaarlijkse gewoonte verlaten we ook deze winter onze vertrouwde Dijlevallei voor één dag om een verder gelegen regio te verkennen. Op het moment dat u deze Boomklever leest zou deze activiteit aangekondigd moeten zijn op onze website en via onze andere kanalen, neem daar een kijkje voor alle informatie.


Studie

Regionale werkgroep van Natuurpunt Studie vzw

Bestuur Luc Hendrickx (voorzitter, Watervogeltellingen)

Colofon

Naamsestraat 142 bus 001, 3000 Leuven, 0477-19 28 35

Kris Van Scharen (penningmeester)

Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal, 02-7672638

Roel Uyttenbroeck (coördinatie, redactie) Ernest Solvaystraat, 3010 Kessel-Lo, 0495-628863

Gert Vanautgaerden (redactie, Hamster)

Vinkenbosstraat 26, 3053 Haasrode, 0477-426868

Maxime Fajgenblat (redactie)

Clos des Poplis 17, 1332 Genval, 0478-923660

Bruno Bergmans

Klaverstraat 44, 8000 Brugge, 0498-760722

Bart Creemers

Landingsveien 7, 0770 Oslo, Noorwegen, 0047-45462097

Kelle Moreau (archivaris)

Meibloempjeslaan 2 bus 3, 8400 Oostende

Pieter Moysons (Bijzondere broedvogels) Engerstraat 144, 3071 Erps-Kwerps, 0499-288289

Hans Roosen (Vleermuizen)

Abstraat 101, 3090 Overijse, 02-6879518

Jonathan Menu

Hambosstraat 21, 3018 Wijgmaal, 0475-571980

André Verboven

Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016-238184

Gert Vandezande (Trektelcoördinator) gert.vandezande@telenet.be

Robby Stoks Archivaris Kelle Moreau

kelle.moreau@gmail.com

Webmaster Thomas Vandenberghe

thomas.vdberghe@gmail.com

Abonnementen Roel Uyttenbroeck

roel_uyttenbroeck@hotmail.com

Redactie Boomklever Gert Vanautgaerden vanautgaerden.gert@gmail.com

Jonathan Menu

jona.menu@gmail.com

Maxime Fajgenblat

maxime.fajgenblat@gmail.com

Artikels, foto’s en korte bijdragen worden verwacht op het redactiesecretariaat bij een van bovenvermelde redactieleden.

Rondzendlijst Dijleland http://groups.yahoo.com/neo/groups/Dijlevallei/info maak een Yahoo ID aan en klik op ‘join group’. Bij aanmeldingsproblemen, contacteer roel_uyttenbroeck@hotmail.com

www.natuurstudiegroepdijleland.be

Regiopag.: dijleland.waarnemingen.be - facebook.com/natuurstudiegroepDijleland

De Boomklever Driemaandelijks tijdschrift van de Natuurstudiegroep Dijleland. De Boomklever brengt bijdragen over studie en beheer van de biodiversiteit in het Dijleland en verschijnt viermaal per jaar (maart, juni, september, december). Abonnement Geïnteresseerden kunnen de Boomklever ontvangen door overschrijving van 15 € op rek.nr. BE8600 115521 6850 van de Natuurstudiegroep Dijleland met opgave van naam en adres. Een steunabonnement kost 20 € of meer. Copyright Het copyright van de teksten, illustraties en foto’s blijft bij de respectievelijke auteurs, tekenaars en fotografen. Overname is enkel mogelijk mits hun uitdrukkelijke toestemming en bronvermelding. Natuurpunt vzw Natuurpunt is de grootste vereniging voor natuur en landschap in Vlaanderen. Ze telt meer dan 88 000 gezinsleden en beheert 19 000 hectare natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt vzw kan door storting van 27 € op rekeningnummer BE17 2300 0442 3321. www.natuurpunt.be Lay-out Walda Verbaenen - walda@walda.be Druk Drukkerij Atlanta - Diest info@drukkerijatlanta.be www.drukkerijatlanta.be Oplage: 210ex. V.U.: Luc Hendrickx, Naamsestraat 142 bus 1 - 3000 Leuven

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2016  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever September 2016  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement