__MAIN_TEXT__

Page 1

BOOMKLEVER

de

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Jaargang 43 - maart 2015


inhoud Edito

3 4

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Leve de koning...

Er beweegt wat in onze studiegroep Mededelingen Oproep hernieuwing abonnement Ongewervelden De mieren van het Dijleland Zoogdieren Cameravalproject Meerdaalwoud De Amerikaanse voseekhoorn Vogels Waarnemingenoverzicht Zeelandexcursie Activiteiten April-juni 2015 Colofon

4 5 10 12 15 22 26 28

Redactievergadering bij mij thuis…simpelweg maar onvermijdelijk: schrijf jij als uittredend ‘voorzitter’ een edito...en als het even kan tegen gisteren? En wat doe je dan? Terugblikkend op een goed bijgewoonde ‘algemene en/of jaarvergadering’ op de laatste januaridag en terwijl nu elke dag de kraanvogelberichten ‘(in)dringender’ worden en Gert Vandezande als een volleerde campagneleider de spanning er weet in te houden: komen ze of komen ze niet? Denk ik dan opnieuw aan het ‘zwarte’ bericht in de Boomklever van juni 2013 vanwege onze vriend Paul Claes over de nachtelijke doortocht van Kraanvogels over Leuven; toen in een vriesnacht nu misschien in een vroeg lentesfeertje? Wanneer ik zo deze ‘De Boomklevers’ doorblader kan en wil ik niet anders dan diegenen te bedanken die zo goed zorgden voor de praktische realisatie van de publicatie zoals die elke 3 maanden tot bij u, geachte lezers, komt. Ik denk hierbij aan Chantal Deschepper, die met volle overgave de lay-out van ons tijdschrift verzorgde en dit voor de jaargangen 2012, 2013 en 2014. Vanaf 2015 was zij helaas verplicht dit werk aan anderen te laten. Chantal: 1000x bedankt! Onze dank moet ook gaan naar Dani Elskens van Koloriet die niet alleen zorgde voor de lay-out van de 4 omslagbladzijden, en dat al sedert 2007, maar bovendien zorgde voor de druk van het tijdschrift. Ook hier past het te herhalen: Dani 1000 x bedankt!

EDITO

Leve de koning… Dat ik vanaf nu en om persoonlijke redenen verplicht ben er mee te stoppen als ‘voorzitter’ was vanaf de eerste zin hierboven al een gegeven. Maar wie zegt ‘de koning is dood’ wordt geacht er aan toe te voegen ‘leve de koning’. Het is mij dan ook een echt genoegen u te melden dat Luc Hendrickx, na rijp beraad en niet dan nadat hij alles grondig heeft overwogen, mij zal opvolgen in deze boeiende functie. Ik ken Luc al heel wat jaren en niet in het minst als een goed georganiseerd en (zelf-)kritisch vogelaar. Zo heeft hij zich sedert vele jaren over het lot van onze watervogels bekommerd en coördineert hij daarom ook de winterse watervogeltellingen. Ik weet ook dat hij boordevol nieuwe initiatieven zit en ik wacht vol ongeduld op de eerste tekenen hiervan. Luc: proficiat en veel succes in je nieuwe functie! Kris van Scharen

Coverfoto Bloeiende Knolsteenbreek in de Doode Bemde op een lenteochtend. Foto: Désiré Vanautgaerden De boomklever I maart 2015 I edito

3


inhoud Edito

3 4

Tijdschrift van de natuurstudiegroep Dijleland

Leve de koning...

Er beweegt wat in onze studiegroep Mededelingen Oproep hernieuwing abonnement  Ongewervelden De mieren van het Dijleland  Zoogdieren Cameravalproject Meerdaalwoud De Amerikaanse voseekhoorn Vogels Waarnemingenoverzicht Zeelandexcursie Activiteiten April-juni 2015 Colofon

4 5 10 12 15 22 26 28

Redactievergadering bij mij thuis…simpelweg maar onvermijdelijk: schrijf jij als uittredend ‘voorzitter’ een edito...en als het even kan tegen gisteren? En wat doe je dan? Terugblikkend op een goed bijgewoonde ‘algemene en/of jaarvergadering’ op de laatste januaridag en terwijl nu elke dag de kraanvogelberichten ‘(in)dringender’ worden en Gert Vandezande als een volleerde campagneleider de spanning er weet in te houden: komen ze of komen ze niet? Denk ik dan opnieuw aan het ‘zwarte’ bericht in de Boomklever van juni 2013 vanwege onze vriend Paul Claes over de nachtelijke doortocht van Kraanvogels over Leuven; toen in een vriesnacht nu misschien in een vroeg lentesfeertje? Wanneer ik zo deze ‘De Boomklevers’ doorblader kan en wil ik niet anders dan diegenen te bedanken die zo goed zorgden voor de praktische realisatie van de publicatie zoals die elke 3 maanden tot bij u, geachte lezers, komt. Ik denk hierbij aan Chantal Deschepper, die met volle overgave de lay-out van ons tijdschrift verzorgde en dit voor de jaargangen 2012, 2013 en 2014. Vanaf 2015 was zij helaas verplicht dit werk aan anderen te laten. Chantal: 1000x bedankt! Onze dank moet ook gaan naar Dani Elskens van Koloriet die niet alleen zorgde voor de lay-out van de 4 omslagbladzijden, en dat al sedert 2007, maar bovendien zorgde voor de druk van het tijdschrift. Ook hier past het te herhalen: Dani 1000 x bedankt!

EDITO

Leve de koning… Dat ik vanaf nu en om persoonlijke redenen verplicht ben er mee te stoppen als ‘voorzitter’ was vanaf de eerste zin hierboven al een gegeven. Maar wie zegt ‘de koning is dood’ wordt geacht er aan toe te voegen ‘leve de koning’. Het is mij dan ook een echt genoegen u te melden dat Luc Hendrickx, na rijp beraad en niet dan nadat hij alles grondig heeft overwogen, mij zal opvolgen in deze boeiende functie. Ik ken Luc al heel wat jaren en niet in het minst als een goed georganiseerd en (zelf-)kritisch vogelaar. Zo heeft hij zich sedert vele jaren over het lot van onze watervogels bekommerd en coördineert hij daarom ook de winterse watervogeltellingen. Ik weet ook dat hij boordevol nieuwe initiatieven zit en ik wacht vol ongeduld op de eerste tekenen hiervan. Luc: proficiat en veel succes in je nieuwe functie! Kris van Scharen

Coverfoto Bloeiende Knolsteenbreek in de Doode Bemde op een lenteochtend. Foto: Désiré Vanautgaerden De boomklever I maart 2015 I edito

3


Terwijl buiten heel wat vinken en enkele geelgorzen nog hun heil zoeken op het steeds schaarser gestrooide voer beginnen de dagen te lengen en hoor ik al enkele dagen een zanglijster zijn stem verheffen. Een teken van het nakende voorjaar, net als deze maartse editie van de Boomklever. Valt u er niks op? Er beweegt namelijk heel wat in onze studiegroep. Eerst en vooral wil ik onze vorige lay-outster, Chantal Deschepper, hartelijk bedanken voor haar inzet en kostbare tijd. Zij heeft die taak nu overgedragen aan Walda Verbaenen die “fris en speels als de

lente” het nummer heeft aangepakt. En net zoals de brekende knoppen op de wilgen is ook dit nummer een teken van vernieuwing. De Boomklever is weer klaar voor de komende tien jaar. Zoals de lezer zal zien mikken we op eenvoud en gebruiksgemak, getuige de bladwijzertjes aan de zijkanten. Het blad wordt vanaf nu ook gedrukt zodat foto’s en tekst nog beter tot hun recht komen en dit een tijdschriftje blijft om mee in de zetel te ploffen voor een aangenaam half uurtje. We zijn ook een ander bestuurslid rijker, Maxime Fajgenblat, die het team van de Boomklever komt versterken. Zijn hulp wordt ten zeerste geapprecieerd. Daarnaast wil ik onze aftredende voorzitter, Kris Van Scharen, bedanken voor het in goede banen leiden van talrijke vergaderingen, met als klapstuk de rode wouw van vorig jaar, en het bemannen van ons standje op diverse evenementen zodat we

onze werking breder bekend kunnen maken. Dankzij Kris is er een nieuwe wind beginnen waaien en is het aantal leden toegenomen. Kris zet nu om persoonlijke redenen een stapje opzij als voorzitter maar blijft nog onze werking ondersteunen in zijn klassieke taak als penningmeester. Tenslotte hoefden we het niet lang vol te houden zonder voorzitter: Luc Hendrickx volgt Kris op en barst van de nieuwe ideeën en energie om deze functie kracht bij te zetten. De redactie wenst hem veel succes! Kortom, na meer dan veertig jaar blijft de Natuurstudiegroep Dijleland nog steeds niet op haar lauweren rusten. Het komende jaar zal dat zeker duidelijk worden. Maar in afwachting nodig ik de nieuwsgierig geworden lezer uit om te genieten van de inhoud van de jongste Boomklever! Gert Vanautgaerden Redacteur

Oproep hernieuwing abonnement U kan zich (opnieuw) abonneren op de Boomklever door overschrijving van 15 EUR op rekeningnummer BE8600 115521 6850 (IBAN) met BIC GEBABEBB van de Natuurstudiegroep Dijleland, met vermelding van ABO 2015 + naam en adres. Een steunabonnement kost 20 EUR of meer. Het bestuur van de Natuurstudiegroep Dijleland dankt u bij voorbaat.

4

De boomklever I maart 2015 I mededelingen

De mieren van het Dijleland Naar aanleiding van het verschijnen van een Belgische mierenatlas (Dekoninck et al., 2012) verschijnt in de Boomklever een artikelreeks over de mieren van het Dijleland. Lommelen (2014a) geeft een inleiding op de reeks met een beschrijving van de gebruikte methodiek en een bespreking van de globale resultaten voor het Dijleland, Lommelen (2014b) en Lommelen (2014c) behandelen de genera Formica en Lasius en in dit vierde artikel komt het genus Myrmica aan bod. Gegevens zijn afkomstig van Brosens et al. (2013, www. formicidae-atlas.be). HET GENUS MYRMICA Het genus Myrmica behoort tot de subfamilie Myrmicinae of knoopmieren. Deze worden gekenmerkt door twee segmenten (knopen) tussen hun borststuk en achterlijf en de aanwezigheid van een angel aan hun achterlijf. Myrmica sp. hebben 2 duidelijke doornen achteraan hun borststuk en onderscheiden zich hoofdzakelijk van andere knoopmieren door de afwezigheid van kenmerken als uitsteeksels op de knopen, een gesteelde knoop of hoekige schouders. Ze zijn 3 tot 5,5 mm groot, vaak overwegend roodachtig van kleur en ze zijn vooral gekend als ‘die rosse mieren die venijnig steken’ (Boer, 2010). Hieraan hebben ze ongetwijfeld ook hun Nederlandse naam steekmier te danken (Boer et al., 2003). De identificatie van steekmieren gebeurt voornamelijk op basis van de buiging en/of vorm van de scapus (zie woordenlijst achteraan en Fig. 1, 3 en 5), soms in combinatie met de vorm van de knopen (Boer, 2010; Wegnez et al., 2012). Voor

Deel 4: Myrmica sp.

een zekere determinatie is het vaak nodig om maten op de meten en verhoudingen te berekenen. Een goed determinatiewerk voor dit genus is Radchencko & Elmes (2010). Steekmieren voeren al dan niet opvallende zwermvluchten uit en paren daarna op de grond, een fenomeen dat in het Dijleland weleens waargenomen wordt rond een boom aan ‘de Jacht’ op de Koeheide (Bertem). Steekmieren zijn meestal polygyn. De kolonies zijn vaak volkenrijk (enkele honderden tot meer dan duizend werksters) en ze nesten meestal in de bodem: onder stenen, onder of in hout, in dichte wortelmassa’s van planten, in losse mosvegetaties, in graspollen,… Ze voeden zich voornamelijk met kleine geleedpodigen en verder met honingdauw, nectar, mierenbroodjes van zaden, sappige vruchten en aas (Boer, 2010). In het Dijleland zijn 7 soorten waargenomen, waarvan er 6 momenteel nog voorkomen.

ONGEWERVELDEN

Er beweegt heel wat in onze studiegroep

MYRMICA RUBRA (gewone steekmier) De gewone steekmier is een zeer algemene soort. Ze heeft een zeer groot aanpassingsvermogen en komt in een grote range van biotopen voor: van droog tot zeer vochtig, van open tot dicht bebost, en van natuurlijk tot stedelijk (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012; Wegnez et al., 2012). Enkel in uitgesproken droge of vegetatiearme habitats ontbreekt ze (Seifert, 2007), en in West-Europa wordt ze zelden waargenomen in bossen (Radchenko & Elmes, 2010). Ze heeft een voorkeur voor vochtige habitats als vochtige weiden, en komt ook vaak in tuinen en parken voor (Dekoninck et al., 2012). Ze komt overal in België voor en is in het Dijleland in elk onderzocht hok waargenomen (Fig. De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

5


Terwijl buiten heel wat vinken en enkele geelgorzen nog hun heil zoeken op het steeds schaarser gestrooide voer beginnen de dagen te lengen en hoor ik al enkele dagen een zanglijster zijn stem verheffen. Een teken van het nakende voorjaar, net als deze maartse editie van de Boomklever. Valt u er niks op? Er beweegt namelijk heel wat in onze studiegroep. Eerst en vooral wil ik onze vorige lay-outster, Chantal Deschepper, hartelijk bedanken voor haar inzet en kostbare tijd. Zij heeft die taak nu overgedragen aan Walda Verbaenen die “fris en speels als de

lente” het nummer heeft aangepakt. En net zoals de brekende knoppen op de wilgen is ook dit nummer een teken van vernieuwing. De Boomklever is weer klaar voor de komende tien jaar. Zoals de lezer zal zien mikken we op eenvoud en gebruiksgemak, getuige de bladwijzertjes aan de zijkanten. Het blad wordt vanaf nu ook gedrukt zodat foto’s en tekst nog beter tot hun recht komen en dit een tijdschriftje blijft om mee in de zetel te ploffen voor een aangenaam half uurtje. We zijn ook een ander bestuurslid rijker, Maxime Fajgenblat, die het team van de Boomklever komt versterken. Zijn hulp wordt ten zeerste geapprecieerd. Daarnaast wil ik onze aftredende voorzitter, Kris Van Scharen, bedanken voor het in goede banen leiden van talrijke vergaderingen, met als klapstuk de rode wouw van vorig jaar, en het bemannen van ons standje op diverse evenementen zodat we

onze werking breder bekend kunnen maken. Dankzij Kris is er een nieuwe wind beginnen waaien en is het aantal leden toegenomen. Kris zet nu om persoonlijke redenen een stapje opzij als voorzitter maar blijft nog onze werking ondersteunen in zijn klassieke taak als penningmeester. Tenslotte hoefden we het niet lang vol te houden zonder voorzitter: Luc Hendrickx volgt Kris op en barst van de nieuwe ideeën en energie om deze functie kracht bij te zetten. De redactie wenst hem veel succes! Kortom, na meer dan veertig jaar blijft de Natuurstudiegroep Dijleland nog steeds niet op haar lauweren rusten. Het komende jaar zal dat zeker duidelijk worden. Maar in afwachting nodig ik de nieuwsgierig geworden lezer uit om te genieten van de inhoud van de jongste Boomklever! Gert Vanautgaerden Redacteur

Oproep hernieuwing abonnement U kan zich (opnieuw) abonneren op de Boomklever door overschrijving van 15 EUR op rekeningnummer BE8600 115521 6850 (IBAN) met BIC GEBABEBB van de Natuurstudiegroep Dijleland, met vermelding van ABO 2015 + naam en adres. Een steunabonnement kost 20 EUR of meer. Het bestuur van de Natuurstudiegroep Dijleland dankt u bij voorbaat.

4

De boomklever I maart 2015 I mededelingen

De mieren van het Dijleland Naar aanleiding van het verschijnen van een Belgische mierenatlas (Dekoninck et al., 2012) verschijnt in de Boomklever een artikelreeks over de mieren van het Dijleland. Lommelen (2014a) geeft een inleiding op de reeks met een beschrijving van de gebruikte methodiek en een bespreking van de globale resultaten voor het Dijleland, Lommelen (2014b) en Lommelen (2014c) behandelen de genera Formica en Lasius en in dit vierde artikel komt het genus Myrmica aan bod. Gegevens zijn afkomstig van Brosens et al. (2013, www. formicidae-atlas.be). HET GENUS MYRMICA Het genus Myrmica behoort tot de subfamilie Myrmicinae of knoopmieren. Deze worden gekenmerkt door twee segmenten (knopen) tussen hun borststuk en achterlijf en de aanwezigheid van een angel aan hun achterlijf. Myrmica sp. hebben 2 duidelijke doornen achteraan hun borststuk en onderscheiden zich hoofdzakelijk van andere knoopmieren door de afwezigheid van kenmerken als uitsteeksels op de knopen, een gesteelde knoop of hoekige schouders. Ze zijn 3 tot 5,5 mm groot, vaak overwegend roodachtig van kleur en ze zijn vooral gekend als ‘die rosse mieren die venijnig steken’ (Boer, 2010). Hieraan hebben ze ongetwijfeld ook hun Nederlandse naam steekmier te danken (Boer et al., 2003). De identificatie van steekmieren gebeurt voornamelijk op basis van de buiging en/of vorm van de scapus (zie woordenlijst achteraan en Fig. 1, 3 en 5), soms in combinatie met de vorm van de knopen (Boer, 2010; Wegnez et al., 2012). Voor

Deel 4: Myrmica sp.

een zekere determinatie is het vaak nodig om maten op de meten en verhoudingen te berekenen. Een goed determinatiewerk voor dit genus is Radchencko & Elmes (2010). Steekmieren voeren al dan niet opvallende zwermvluchten uit en paren daarna op de grond, een fenomeen dat in het Dijleland weleens waargenomen wordt rond een boom aan ‘de Jacht’ op de Koeheide (Bertem). Steekmieren zijn meestal polygyn. De kolonies zijn vaak volkenrijk (enkele honderden tot meer dan duizend werksters) en ze nesten meestal in de bodem: onder stenen, onder of in hout, in dichte wortelmassa’s van planten, in losse mosvegetaties, in graspollen,… Ze voeden zich voornamelijk met kleine geleedpodigen en verder met honingdauw, nectar, mierenbroodjes van zaden, sappige vruchten en aas (Boer, 2010). In het Dijleland zijn 7 soorten waargenomen, waarvan er 6 momenteel nog voorkomen.

ONGEWERVELDEN

Er beweegt heel wat in onze studiegroep

MYRMICA RUBRA (gewone steekmier) De gewone steekmier is een zeer algemene soort. Ze heeft een zeer groot aanpassingsvermogen en komt in een grote range van biotopen voor: van droog tot zeer vochtig, van open tot dicht bebost, en van natuurlijk tot stedelijk (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012; Wegnez et al., 2012). Enkel in uitgesproken droge of vegetatiearme habitats ontbreekt ze (Seifert, 2007), en in West-Europa wordt ze zelden waargenomen in bossen (Radchenko & Elmes, 2010). Ze heeft een voorkeur voor vochtige habitats als vochtige weiden, en komt ook vaak in tuinen en parken voor (Dekoninck et al., 2012). Ze komt overal in België voor en is in het Dijleland in elk onderzocht hok waargenomen (Fig. De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

5


MYRMICA RUGINODIS (bossteekmier) De bossteekmier (Fig. 1) komt verspreid over België voor en is in bossen een zeer algemene soort. Ze verkiest koelere habitats als bossen, houtkanten en vochtige milieus, en vermijdt open, droge locaties en zeer natte locaties (Dekoninck et al., 2012; Wegnez et al, 2012; Radchenko & Elmes, 2010). In vergelijking met de gewone steekmier is ze veel minder tolerant ten opzichte van menselijke ingrepen als maaien en begrazen (Radchenko & Elmes, 2010). Ze bouwt haar nesten bij voorkeur tussen plantenwortels, in mos, in dode takken of boomstronken, in humeus materiaal en zelden onder stenen (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). Net als de gewone steekmier is deze mier in elk onderzocht hok van het Dijleland waargenomen (Fig. 2b).

Figuur 1: De bossteekmier (Myrmica ruginodis) heeft een scapus met een slanke, zwak gebogen basis en lange doornen achteraan het borststuk. Foto: Jeroen Mentens - Vilda

6

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

MYRMICA SCABRINODIS (moerassteekmier) De moerassteekmier (Fig. 3) is in België een algemene soort. Ze komt zowel in koelere, natte habitats voor als in warme, droge graslanden. Ze heeft een voorkeur voor vochtige habitats, moerassen en open bossen (Dekoninck et al., 2012). Boer (2010) geeft aan dat ze onder andere voorkomt in gebieden met wisselende waterstanden met een begroeiing van pijpenstrootje, en dat ze bij hoge dichtheden ook voorkomt op de aangrenzende droge vegetatie. Hij merkt ook op dat ze zelden bovengronds voorkomt, wat zou kunnen verklaren dat ze minder vaak waargenomen wordt dan de voorgaande soorten. Toch is deze soort op een tiental locaties in het Dijleland waargenomen (8 hokken, Fig. 2c).

Figuur 2: Verspreiding van (a) gewone steekmier, (b) bossteekmier en (c) moerassteekmier in het werkingsgebied van NSGD met aanwezigheid per UTM 5x5 km-hok in lichtgrijs (databank FORMIDABEL, Brosens et al., 2013). In de randhokken zijn enkel de gegevens van binnen het werkingsgebied opgenomen (zie Lommelen, 2014a). In zwart de gemeenten en in donkergrijs de bossen ter oriëntatie.

MYRMICA SABULETI (zandsteekmier) De zandsteekmier is in België plaatselijk algemeen (Dekoninck et al., 2012). Ze heeft een voorkeur voor warmere locaties als zandige habitats, graslanden en heidegebieden (Dekoninck et al., 2012; Wegnez et al., 2012). Ze verkiest over het algemeen warmere locaties dan de moerassteekmier en minder warme locaties dan de kokersteekmier; op overgangen waar twee soorten voorkomen, is er onderlinge competitie (Radchenko & Elmes, 2010). Haar nesten zijn dikwijls onopvallend, met maar een tiental werksters en meestal verborgen door vegetatie (Dekoninck et al., 2012). Toch is ze in het Dijleland waargenomen op een tiental locaties in 8 hokken (Fig. 4a). Typische vindplaatsen zijn heidegebieden als het Rodebos en de Kesselberg, maar ze is evengoed

Figuur 4: Verspreiding van (a) zandsteekmier, (b) kleine steekmier en (c) kokersteekmier in het werkingsgebied van NSGD met aanwezigheid per UTM 5x5 km-hok in lichtgrijs (databank FORMIDABEL, Brosens et al., 2013). In de randhokken zijn enkel de gegevens van binnen het werkingsgebied opgenomen (zie Lommelen, 2014a). In zwart de gemeenten en in donkergrijs de bossen ter oriëntatie.

waargenomen op een kasseiwegje in Leefdaal, op enkele open plekken in Meerdaalwoud en langs de Ruelensvest in Leuven (Brosens et al., 2013; Lambrechts et al., 2013). MYRMICA RUGULOSA (kleine steekmier) De kleine steekmier is een algemene soort in haar karakteristiek habitat, namelijk droge graslanden met zandige bodem en korte vegetatie. Ze heeft een voorkeur voor warme, droge milieus en houdt niet van vochtige, zware grond (Dekoninck et al., 2012). Ze is zeer tolerant ten opzichte van menselijke aanwezigheid en komt vaak voor in weiden, tuinen, gazons, parken en wegbermen in rurale en stedelijke gebieden (Radchenko & Elmes, 2010). Ze heeft vaak onopvallende nesten in volle grond of onder stenen, en ook de aanwezigheid van de mieren zelf blijft relatief onopvallend (Wegnez et al., 2012). In het Dijleland zijn er oude waarnemingen (1977) uit Leuven en Heverlee en recente waarnemingen (na 2000) uit St.Joris-Weert, Everberg, Leuven en Kessel-Lo (Fig. 4b; Brosens et al., 2013). Door haar onopvallende levenswijze wordt haar aanwezigheid waarschijnlijk onderschat, want zandige wegbermen vormen een potentieel geschikt habitat voor deze soort, en deze zijn talrijk aanwezig in het Dijleland.

ONGEWERVELDEN

2a, zie Lommelen (2014a) voor de zoekintensiteit per hok). Ze is dan ook gemakkelijk te observeren in het veld doordat ze vaak foerageert op planten, struiken en bomen (Dekoninck et al., 2012). Op perceelniveau zien we dat ze ontbreekt in typische schrale zandbiotopen zoals het heidestukje van het voormalig militair domein in het noordwesten van Meerdaalwoud (Uyttenbroeck, 2014), wat te verwachten is op basis van haar vegetatievoorkeur.

Figuur 3: De moerassteekmier (Myrmica scabrinodis) heeft een scapus met een sterk gebogen basis. Foto: Jeroen Mentens - Vilda

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

7


MYRMICA RUGINODIS (bossteekmier) De bossteekmier (Fig. 1) komt verspreid over België voor en is in bossen een zeer algemene soort. Ze verkiest koelere habitats als bossen, houtkanten en vochtige milieus, en vermijdt open, droge locaties en zeer natte locaties (Dekoninck et al., 2012; Wegnez et al, 2012; Radchenko & Elmes, 2010). In vergelijking met de gewone steekmier is ze veel minder tolerant ten opzichte van menselijke ingrepen als maaien en begrazen (Radchenko & Elmes, 2010). Ze bouwt haar nesten bij voorkeur tussen plantenwortels, in mos, in dode takken of boomstronken, in humeus materiaal en zelden onder stenen (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). Net als de gewone steekmier is deze mier in elk onderzocht hok van het Dijleland waargenomen (Fig. 2b).

Figuur 1: De bossteekmier (Myrmica ruginodis) heeft een scapus met een slanke, zwak gebogen basis en lange doornen achteraan het borststuk. Foto: Jeroen Mentens - Vilda

6

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

MYRMICA SCABRINODIS (moerassteekmier) De moerassteekmier (Fig. 3) is in België een algemene soort. Ze komt zowel in koelere, natte habitats voor als in warme, droge graslanden. Ze heeft een voorkeur voor vochtige habitats, moerassen en open bossen (Dekoninck et al., 2012). Boer (2010) geeft aan dat ze onder andere voorkomt in gebieden met wisselende waterstanden met een begroeiing van pijpenstrootje, en dat ze bij hoge dichtheden ook voorkomt op de aangrenzende droge vegetatie. Hij merkt ook op dat ze zelden bovengronds voorkomt, wat zou kunnen verklaren dat ze minder vaak waargenomen wordt dan de voorgaande soorten. Toch is deze soort op een tiental locaties in het Dijleland waargenomen (8 hokken, Fig. 2c).

Figuur 2: Verspreiding van (a) gewone steekmier, (b) bossteekmier en (c) moerassteekmier in het werkingsgebied van NSGD met aanwezigheid per UTM 5x5 km-hok in lichtgrijs (databank FORMIDABEL, Brosens et al., 2013). In de randhokken zijn enkel de gegevens van binnen het werkingsgebied opgenomen (zie Lommelen, 2014a). In zwart de gemeenten en in donkergrijs de bossen ter oriëntatie.

MYRMICA SABULETI (zandsteekmier) De zandsteekmier is in België plaatselijk algemeen (Dekoninck et al., 2012). Ze heeft een voorkeur voor warmere locaties als zandige habitats, graslanden en heidegebieden (Dekoninck et al., 2012; Wegnez et al., 2012). Ze verkiest over het algemeen warmere locaties dan de moerassteekmier en minder warme locaties dan de kokersteekmier; op overgangen waar twee soorten voorkomen, is er onderlinge competitie (Radchenko & Elmes, 2010). Haar nesten zijn dikwijls onopvallend, met maar een tiental werksters en meestal verborgen door vegetatie (Dekoninck et al., 2012). Toch is ze in het Dijleland waargenomen op een tiental locaties in 8 hokken (Fig. 4a). Typische vindplaatsen zijn heidegebieden als het Rodebos en de Kesselberg, maar ze is evengoed

Figuur 4: Verspreiding van (a) zandsteekmier, (b) kleine steekmier en (c) kokersteekmier in het werkingsgebied van NSGD met aanwezigheid per UTM 5x5 km-hok in lichtgrijs (databank FORMIDABEL, Brosens et al., 2013). In de randhokken zijn enkel de gegevens van binnen het werkingsgebied opgenomen (zie Lommelen, 2014a). In zwart de gemeenten en in donkergrijs de bossen ter oriëntatie.

waargenomen op een kasseiwegje in Leefdaal, op enkele open plekken in Meerdaalwoud en langs de Ruelensvest in Leuven (Brosens et al., 2013; Lambrechts et al., 2013). MYRMICA RUGULOSA (kleine steekmier) De kleine steekmier is een algemene soort in haar karakteristiek habitat, namelijk droge graslanden met zandige bodem en korte vegetatie. Ze heeft een voorkeur voor warme, droge milieus en houdt niet van vochtige, zware grond (Dekoninck et al., 2012). Ze is zeer tolerant ten opzichte van menselijke aanwezigheid en komt vaak voor in weiden, tuinen, gazons, parken en wegbermen in rurale en stedelijke gebieden (Radchenko & Elmes, 2010). Ze heeft vaak onopvallende nesten in volle grond of onder stenen, en ook de aanwezigheid van de mieren zelf blijft relatief onopvallend (Wegnez et al., 2012). In het Dijleland zijn er oude waarnemingen (1977) uit Leuven en Heverlee en recente waarnemingen (na 2000) uit St.Joris-Weert, Everberg, Leuven en Kessel-Lo (Fig. 4b; Brosens et al., 2013). Door haar onopvallende levenswijze wordt haar aanwezigheid waarschijnlijk onderschat, want zandige wegbermen vormen een potentieel geschikt habitat voor deze soort, en deze zijn talrijk aanwezig in het Dijleland.

ONGEWERVELDEN

2a, zie Lommelen (2014a) voor de zoekintensiteit per hok). Ze is dan ook gemakkelijk te observeren in het veld doordat ze vaak foerageert op planten, struiken en bomen (Dekoninck et al., 2012). Op perceelniveau zien we dat ze ontbreekt in typische schrale zandbiotopen zoals het heidestukje van het voormalig militair domein in het noordwesten van Meerdaalwoud (Uyttenbroeck, 2014), wat te verwachten is op basis van haar vegetatievoorkeur.

Figuur 3: De moerassteekmier (Myrmica scabrinodis) heeft een scapus met een sterk gebogen basis. Foto: Jeroen Mentens - Vilda

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

7


8

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

MYRMICA LONAE (lepelsteekmier) De lepelsteekmier wordt slechts sporadisch waargenomen in de Kempen en is in de rest van België maar enkele keren waargenomen (Brosens et al., 2013; Dekoninck et al., 2012). Ze heeft deels dezelfde habitatvoorkeur als de zandsteekmier (warme, droge habitats), maar wordt daarnaast ook aangetroffen in natte heidegebieden en vochtige loofbossen (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). In Duitsland komt ze voornamelijk voor in droge bossen van den, eik en kastanje (Seifert, 2007). Ze wordt dan ook vaak beschreven als een soort die over het algemeen minder thermofiel is dan de zandsteekmier (Seifert, 2007; Radchenko & Elmes, 2010). Radchenko & Elmes (2010) suggereren dat deze in 2000 beschreven soort mogelijk een vorm van de zandsteekmier is die aangepast is aan koude en natte habitats. De lepelsteekmier verblijft in grondnesten, onder mos of in vermolmd hout (Dekoninck et al., 2012). In het Dijleland werd ze in 1997 aangetroffen in een bodemval in Meerdaalwoud (Dekoninck & Vankerkhoven, 2008; Brosens et al., 2013). Net buiten het Dijleland is ze in het Zoniënwoud aangetroffen, wat doet vermoeden dat ze in gelijkaardige bosbestanden in het Dijleland aangetroffen kan worden (Dekoninck & Vankerkhoven, 2008). CONCLUSIES De verspreiding van steekmieren in het Dijleland is naar verwachting. De algemene soorten gewone steekmier, bossteekmier en moerassteekmier komen overal in het Dijleland voor. De moerassteekmier is in iets minder hokken waargenomen omdat ze moeilijker te vinden is, maar dit geldt voor heel haar Belgische verspreiding. Het voorkomen van de thermofiele soorten

Figuur 5: De kokersteekmier (Myrmica schencki) heeft een tand aan de basis van de scapus. Foto: Jeroen Mentens - Vilda

zandsteekmier, kleine steekmier en kokersteekmier is in het Dijleland vaak beperkt tot zandige gebieden. Ze komen hier over het algemeen minder verspreid voor dan in de Kempen, maar binnen de leemstreek lijkt het Dijleland een van de betere regio’s voor deze soorten (gebaseerd op Brosens et al., 2013; Dekoninck et al., 2012). Dit was ook al het geval voor de bosmieren, die over het algemeen ook warmteminnende soorten zijn (Lommelen, 2014b). Verrassend is de iets oudere waarneming van de lepelsteekmier, die slechts sporadisch wordt waargenomen in België (Dekoninck et al., 2012). Het zou interessant zijn om de aanwezigheid van deze soort in het Dijleland te kunnen bevestigen en meer te weten te komen over haar habitatvoorkeur in deze omgeving. Belgische steekmieren die niet waargenomen zijn in het Dijleland, zijn ofwel zeer zeldzame soorten die maar enkele keren in België waargenomen zijn, ofwel soorten met een voorkeur voor een habitat dat niet in het Dijleland voorkomt (duinen), ofwel soorten waarbij het Dijleland buiten de grenzen van het areaal ligt (Dekoninck et al., 2012). Het is niet uitgesloten dat een van die zeer zeldzame soorten ooit in het Dijleland gevonden kan worden, maar al bij al kunnen we concluderen dat de verspreiding van de steekmieren in het Dijleland naar verwachting is. WOORDENLIJST foerageren pleometrose

polygyn

Scapus

Voedsel zoeken Meerdere koninginnen stichten samen een kolonie. Vaak wordt na de cruciale stichtingsfase (als er voldoende werksters aanwezig zijn) een gevecht geleverd waarna 1 koningin overblijft. De kolonie heeft meerdere koninginnen. Deze kan ontstaan zijn door pleometrose, of doordat jonge koninginnen na paring terugkeren naar de moederkolonie (= secundaire polygyny) Het eerste sprietlid, een verlengd antennelid dat reikt van de kop tot aan de knik van de spriet.

Interesse in mieren? Vlaamse mierenwerkgroep Polyergus: zie www.formicidae.be (info over mieren, contactgegevens voor controle van determinaties,…) Waalse mierenwerkgroep Fourmiswalbru: zie www.fourmiswalbru.be (met forum waarop mierenexcursies en andere activiteiten aangekondigd worden)

Literatuur Brosens D., Vankerkhoven F., Ignace D., Wegnez P., Noé N., Heughebaert A., Bortels J. & Dekoninck W., 2013. FORMIDABEL: The Belgian ants database. ZooKeys 306: 59-70. (zie ook www.formicidae-atlas.be) Boer P., 2010. Mieren van de Benelux. Stichting Jeugdbondsuitgeverij, ’s Graveland, 183 p. Boer P., Dekoninck W., van Loon A.J. & Vankerkhoven F., 2003. Lijst van mieren (Hymenoptera: Formicidae) van België en Nederland, hun Nederlandse namen en hun voorkomen. Entomologische Berichten 63: 54-58. Dekoninck W., Ignace D., Vankerkhoven F. & Wegnez P., 2012. Verspreidingsatlas van de mieren van België/Atlas des fourmis de Belgique. Bulletin de la Société royale belge d’Entomologie/ Bulletin van de Koninklijke Belgische Vereniging voor Entomologie, 148: 95-186. Dekoninck W. & Vankerkhoven F., 2008. Mieren in het Dijleland: op zoek naar enkele bijzondere soorten. De Boomklever 36: 52-59. Lambrechts J., Boers K., Keulemans G., Jacobs M., Moens L., Renders M. & Willems W., 2013. Monitoring ecoduct ‘De Warande’ over de N25 in het Meerdaalwoud (Bierbeek). Resultaten van het zevende jaar na aanleg (T7: 2012) en vergelijking met de T3 en T1. Rapport Natuurpunt Studie 2013/4, Mechelen, 91 p. Lommelen E., 2014a. De mieren van het Dijleland. Deel 1: methodiek en globale resultaten. De Boomklever 42: 8-13. Lommelen E., 2014b. De mieren van het Dijleland. Deel 2: Formica sp. De Boomklever 42: 38-45. Lommelen E., 2014c. De mieren van het Dijleland. Deel 3: Lasius sp. De Boomklever 42: 74-81. Radchenko, A.G. & Elmes, G.W., 2010. Myrmica ants (Hymenoptera: Formicidae) of the Old World. Natura Optima Dux, Warsaw, 789 p. Seifert B., 2007. Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. Lutra Verlags- und Vertriebgesellschaft, Görlitz/Tauer, 368 p. Uyttenbroeck R., 2014. Insecteninventarisatie voormalig Militair domein. De Boomklever 42: 46-54. Wegnez P., Ignace D., Fichefet V., Hardy M., Plume T. & Timmermann M., 2012. Fourmis de Wallonie (2003 – 2011). Publication de Département de l’Étude de Milieu Naturel et Agricole (SPW-DGARNE), Série “Faune – Flore – Habitat” n° 8, Gembloux, 272 p.

ONGEWERVELDEN

MYRMICA SCHENCKI (kokersteekmier) Net als voorgaande soorten is ook de kokersteekmier (Fig. 5) een droogte- en warmteminnende soort die algemeen kan voorkomen in haar typische habitat (Dekoninck et al., 2012). In vergelijking met de andere soorten prefereert ze een hogere bodemtemperatuur (Radchenko & Elmes, 2010). Ze heeft een voorkeur voor lage vegetaties, open zandige plekken, droge heide met veel korstmossen en schrale graslanden (Seifert, 2007; Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). Soms is de nestgang voorzien van een kokertje van gevlochten plantenmateriaal en aarde, vandaar de Nederlandse naam kokersteekmier (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). Grondnesten zonder dit kokertje zijn onopvallend en moeilijk te vinden in het veld. Werksters foerageren vaak alleen en meestal relatief traag (Dekoninck et al., 2012), waardoor de aanwezigheid van deze soort moeilijker aan te tonen is dan die van de eerst besproken soorten (gewone steekmier en bossteekmier). In Vlaanderen ligt het zwaartepunt van de verspreiding van de kokersteekmier in de Kempen, en in de leemstreek is ze een zeldzaamheid (Brosens et al., 2013). In het Dijleland is ze recent driemaal waargenomen: in 2009 in het Rodebos, en in 2013 op de Kesselberg en het heidestukje van het voormalig militair domein in het noordwesten van Meerdaalwoud (Fig. 4c; Brosens et al., 2013; Uyttenbroeck, 2014). Er werden telkens maar één of enkele werksters waargenomen, en ze werden per locatie slechts eenmaal waargenomen, ondanks herhaalde grondige inspecties van de waarnemingsplaatsen. (Ter vergelijking: in heidegebieden in de Kempen is de kans groot om van deze soort tientallen tot honderden werksters aan te treffen bij één bezoek bij gunstig weer.) Dit geeft aan dat de soort in zeer lage aantallen voorkomt in het Dijleland, op plaatsen waar zandgrond dagzoomt.

DANKWOORD Mijn dank gaat naar François Vankerkhoven en Wouter Dekoninck van mierenwerkgroep Polyergus voor het ter beschikking stellen van de gegevens, Jeroen Mentens en Vildaphoto voor de mooie foto’s en Roel Uyttenbroeck om de kaartjes te maken. Els Lommelen els.lommelen@gmail.com

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

9


8

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

MYRMICA LONAE (lepelsteekmier) De lepelsteekmier wordt slechts sporadisch waargenomen in de Kempen en is in de rest van België maar enkele keren waargenomen (Brosens et al., 2013; Dekoninck et al., 2012). Ze heeft deels dezelfde habitatvoorkeur als de zandsteekmier (warme, droge habitats), maar wordt daarnaast ook aangetroffen in natte heidegebieden en vochtige loofbossen (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). In Duitsland komt ze voornamelijk voor in droge bossen van den, eik en kastanje (Seifert, 2007). Ze wordt dan ook vaak beschreven als een soort die over het algemeen minder thermofiel is dan de zandsteekmier (Seifert, 2007; Radchenko & Elmes, 2010). Radchenko & Elmes (2010) suggereren dat deze in 2000 beschreven soort mogelijk een vorm van de zandsteekmier is die aangepast is aan koude en natte habitats. De lepelsteekmier verblijft in grondnesten, onder mos of in vermolmd hout (Dekoninck et al., 2012). In het Dijleland werd ze in 1997 aangetroffen in een bodemval in Meerdaalwoud (Dekoninck & Vankerkhoven, 2008; Brosens et al., 2013). Net buiten het Dijleland is ze in het Zoniënwoud aangetroffen, wat doet vermoeden dat ze in gelijkaardige bosbestanden in het Dijleland aangetroffen kan worden (Dekoninck & Vankerkhoven, 2008). CONCLUSIES De verspreiding van steekmieren in het Dijleland is naar verwachting. De algemene soorten gewone steekmier, bossteekmier en moerassteekmier komen overal in het Dijleland voor. De moerassteekmier is in iets minder hokken waargenomen omdat ze moeilijker te vinden is, maar dit geldt voor heel haar Belgische verspreiding. Het voorkomen van de thermofiele soorten

Figuur 5: De kokersteekmier (Myrmica schencki) heeft een tand aan de basis van de scapus. Foto: Jeroen Mentens - Vilda

zandsteekmier, kleine steekmier en kokersteekmier is in het Dijleland vaak beperkt tot zandige gebieden. Ze komen hier over het algemeen minder verspreid voor dan in de Kempen, maar binnen de leemstreek lijkt het Dijleland een van de betere regio’s voor deze soorten (gebaseerd op Brosens et al., 2013; Dekoninck et al., 2012). Dit was ook al het geval voor de bosmieren, die over het algemeen ook warmteminnende soorten zijn (Lommelen, 2014b). Verrassend is de iets oudere waarneming van de lepelsteekmier, die slechts sporadisch wordt waargenomen in België (Dekoninck et al., 2012). Het zou interessant zijn om de aanwezigheid van deze soort in het Dijleland te kunnen bevestigen en meer te weten te komen over haar habitatvoorkeur in deze omgeving. Belgische steekmieren die niet waargenomen zijn in het Dijleland, zijn ofwel zeer zeldzame soorten die maar enkele keren in België waargenomen zijn, ofwel soorten met een voorkeur voor een habitat dat niet in het Dijleland voorkomt (duinen), ofwel soorten waarbij het Dijleland buiten de grenzen van het areaal ligt (Dekoninck et al., 2012). Het is niet uitgesloten dat een van die zeer zeldzame soorten ooit in het Dijleland gevonden kan worden, maar al bij al kunnen we concluderen dat de verspreiding van de steekmieren in het Dijleland naar verwachting is. WOORDENLIJST foerageren pleometrose

polygyn

Scapus

Voedsel zoeken Meerdere koninginnen stichten samen een kolonie. Vaak wordt na de cruciale stichtingsfase (als er voldoende werksters aanwezig zijn) een gevecht geleverd waarna 1 koningin overblijft. De kolonie heeft meerdere koninginnen. Deze kan ontstaan zijn door pleometrose, of doordat jonge koninginnen na paring terugkeren naar de moederkolonie (= secundaire polygyny) Het eerste sprietlid, een verlengd antennelid dat reikt van de kop tot aan de knik van de spriet.

Interesse in mieren? Vlaamse mierenwerkgroep Polyergus: zie www.formicidae.be (info over mieren, contactgegevens voor controle van determinaties,…) Waalse mierenwerkgroep Fourmiswalbru: zie www.fourmiswalbru.be (met forum waarop mierenexcursies en andere activiteiten aangekondigd worden)

Literatuur Brosens D., Vankerkhoven F., Ignace D., Wegnez P., Noé N., Heughebaert A., Bortels J. & Dekoninck W., 2013. FORMIDABEL: The Belgian ants database. ZooKeys 306: 59-70. (zie ook www.formicidae-atlas.be) Boer P., 2010. Mieren van de Benelux. Stichting Jeugdbondsuitgeverij, ’s Graveland, 183 p. Boer P., Dekoninck W., van Loon A.J. & Vankerkhoven F., 2003. Lijst van mieren (Hymenoptera: Formicidae) van België en Nederland, hun Nederlandse namen en hun voorkomen. Entomologische Berichten 63: 54-58. Dekoninck W., Ignace D., Vankerkhoven F. & Wegnez P., 2012. Verspreidingsatlas van de mieren van België/Atlas des fourmis de Belgique. Bulletin de la Société royale belge d’Entomologie/ Bulletin van de Koninklijke Belgische Vereniging voor Entomologie, 148: 95-186. Dekoninck W. & Vankerkhoven F., 2008. Mieren in het Dijleland: op zoek naar enkele bijzondere soorten. De Boomklever 36: 52-59. Lambrechts J., Boers K., Keulemans G., Jacobs M., Moens L., Renders M. & Willems W., 2013. Monitoring ecoduct ‘De Warande’ over de N25 in het Meerdaalwoud (Bierbeek). Resultaten van het zevende jaar na aanleg (T7: 2012) en vergelijking met de T3 en T1. Rapport Natuurpunt Studie 2013/4, Mechelen, 91 p. Lommelen E., 2014a. De mieren van het Dijleland. Deel 1: methodiek en globale resultaten. De Boomklever 42: 8-13. Lommelen E., 2014b. De mieren van het Dijleland. Deel 2: Formica sp. De Boomklever 42: 38-45. Lommelen E., 2014c. De mieren van het Dijleland. Deel 3: Lasius sp. De Boomklever 42: 74-81. Radchenko, A.G. & Elmes, G.W., 2010. Myrmica ants (Hymenoptera: Formicidae) of the Old World. Natura Optima Dux, Warsaw, 789 p. Seifert B., 2007. Die Ameisen Mittel- und Nordeuropas. Lutra Verlags- und Vertriebgesellschaft, Görlitz/Tauer, 368 p. Uyttenbroeck R., 2014. Insecteninventarisatie voormalig Militair domein. De Boomklever 42: 46-54. Wegnez P., Ignace D., Fichefet V., Hardy M., Plume T. & Timmermann M., 2012. Fourmis de Wallonie (2003 – 2011). Publication de Département de l’Étude de Milieu Naturel et Agricole (SPW-DGARNE), Série “Faune – Flore – Habitat” n° 8, Gembloux, 272 p.

ONGEWERVELDEN

MYRMICA SCHENCKI (kokersteekmier) Net als voorgaande soorten is ook de kokersteekmier (Fig. 5) een droogte- en warmteminnende soort die algemeen kan voorkomen in haar typische habitat (Dekoninck et al., 2012). In vergelijking met de andere soorten prefereert ze een hogere bodemtemperatuur (Radchenko & Elmes, 2010). Ze heeft een voorkeur voor lage vegetaties, open zandige plekken, droge heide met veel korstmossen en schrale graslanden (Seifert, 2007; Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). Soms is de nestgang voorzien van een kokertje van gevlochten plantenmateriaal en aarde, vandaar de Nederlandse naam kokersteekmier (Boer, 2010; Dekoninck et al., 2012). Grondnesten zonder dit kokertje zijn onopvallend en moeilijk te vinden in het veld. Werksters foerageren vaak alleen en meestal relatief traag (Dekoninck et al., 2012), waardoor de aanwezigheid van deze soort moeilijker aan te tonen is dan die van de eerst besproken soorten (gewone steekmier en bossteekmier). In Vlaanderen ligt het zwaartepunt van de verspreiding van de kokersteekmier in de Kempen, en in de leemstreek is ze een zeldzaamheid (Brosens et al., 2013). In het Dijleland is ze recent driemaal waargenomen: in 2009 in het Rodebos, en in 2013 op de Kesselberg en het heidestukje van het voormalig militair domein in het noordwesten van Meerdaalwoud (Fig. 4c; Brosens et al., 2013; Uyttenbroeck, 2014). Er werden telkens maar één of enkele werksters waargenomen, en ze werden per locatie slechts eenmaal waargenomen, ondanks herhaalde grondige inspecties van de waarnemingsplaatsen. (Ter vergelijking: in heidegebieden in de Kempen is de kans groot om van deze soort tientallen tot honderden werksters aan te treffen bij één bezoek bij gunstig weer.) Dit geeft aan dat de soort in zeer lage aantallen voorkomt in het Dijleland, op plaatsen waar zandgrond dagzoomt.

DANKWOORD Mijn dank gaat naar François Vankerkhoven en Wouter Dekoninck van mierenwerkgroep Polyergus voor het ter beschikking stellen van de gegevens, Jeroen Mentens en Vildaphoto voor de mooie foto’s en Roel Uyttenbroeck om de kaartjes te maken. Els Lommelen els.lommelen@gmail.com

De boomklever I maart 2015 I Ongewervelden

9


BEHEER

Cameravalproject Meerdaalwoud lente 2014

Fig. 1

Fig. 2

Fig. 3

De laatste jaren beweegt er heel wat binnen de (middel)grote zoogdieren in België (Deinet et al. 2013). De lynx en wolf liggen op de loer aan onze landsgrens en het everzwijn, de das en de boommarter breiden stilaan hun verspreiding in Vlaanderen uit (Janssen & Mulder, 2012). Wilde kat, edelhert en wasbeer zouden hun voorbeeld kunnen volgen indien er voldoende stukken aaneengesloten natuur beschikbaar zijn. Het Meerdaalwoud is, samen met het Heverleebos, het grootste ongefragmenteerde loofbos van Vlaanderen. De ligging vlakbij de Waalse grens en in de natuurrijke Dijlevallei maakt deze locatie uitermate geschikt voor “nieuwkomers” om zich te vestigen in Vlaanderen. Wij waren daarom geïnteresseerd in de diversiteit en verspreiding van zoogdieren in het Meerdaalwoud, de eventuele aankomst van “nieuwe” soorten en de mogelijkheid tot migratie vanuit Wallonië.

10

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

In deze eerste, aftastende studie werden negen cameravallen tussen februari en mei (2014) opgezet in het zuidwestelijk deel van het woud. In totaal werden 12 verschillende zoogdieren vastgelegd op onze cameravallen (Tabel 1). De waargenomen soorten omvatten de meer algemenere zoogdieren zoals haas, steenmarter, eekhoorn, egel, ree en vos (Fig. 1). Toch werden ook de minder voorkomende of meer verborgen bunzing en everzwijn op film vastgelegd (Fig. 2). De reeën werden op 8 van de 9 vallen waargenomen en werden ook het vaakst gefilmd (Fig. 3, Tabel 1). De meeste zoogdieren maakten gebruik van verschillende habitats (grasland, naald- en loofbos). Deze studie toont aan dat er heel wat potentieel zit in het Meerdaalwoud en dat er, alleszins in dit deel van het bos, een relatief grote diversiteit aan zoogdieren aanwezig is.

Zoogdieren Ree Vos Bunzing Steenmarter Egel Eekhoorn Haas Everzwijn Konijn Bosmuis sp. Marter sp. Vleermuis sp.

Aantal waarnemingen 83 29 5 4 4 3 3 2 1 63 8 1

Locatiefrequentie (aanwezigheid/camera) 0.875 0.625 0.25 0.375 0.25 0.25 0.25 0.25 0.125 0.5 0.375 0.125

Het is onze intentie het project dit jaar verder uit te breiden met een groter aantal cameravallen welke gedurende een langere periode actief zullen zijn. Het uiteindelijke doel is om een referentie-opname van de zoogdiersamenstelling in het Meerdaalwoud te bewerkstelligen. Hoe de aankomst van nieuwe zoogdieren uit de (natuur)gebieden ten zuiden de gemeenschap in het Meerdaalwoud beïnvloedt, kan op deze manier beter opgevolgd worden. Wil je graag meewerken aan dit project, kijk dan zeker eens op onze website of contacteer ons via info@binco.eu! Matthias matthhias@hotmail.com Jan Mertens jan.mertens70@gmail.com

Tijdsfrequentie (kans/dag) 29.6% 10.4% 1.8% 1.4% 1.4% 1.1% 1.1% 0.7% 0.3% 22.5% 2.9% 0.3%

Wat is BINCO? BINCOvzw (www.binco.eu) is een vereniging die zich inzet voor het behoud van biodiversiteit. Onze focus ligt op het verzamelen van betrouwbare informatie die bijdraagt aan de bescherming van waardevolle gebieden. Onze diverse activiteiten in binnen- en buitenland omvatten expedities, inventarisaties en educatieve projecten. Op die manier willen we niet alleen kennis vergaren maar ook de aandacht vestigen op het belang van biodiversiteit in een wereld beïnvloed door de mens

ZOOGDIEREN

Tabel 1. Waargenomen soorten zoogdieren, locatiefrequentie en tijdsfrequentie.

REFERENTIES Deinet S, Ieronymidou C, McRae L, Burfield IJ, Foppen RP, Collen B & Böhm M (2013) Wildlife comeback in Europe: The recovery of selected mammal and bird species. Final report to Rewilding Europe by ZSL, BirdLife International and the European Bird Census Council. London, UK: ZSL. Janssen R & Mulder J (2012) Op zoek naar lynx, wilde kat en boommarter. Bionet Natuuronderzoek i.o.v. ARK Natuurontwikkeling, 45pp.

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

11


BEHEER

Cameravalproject Meerdaalwoud lente 2014

Fig. 1

Fig. 2

Fig. 3

De laatste jaren beweegt er heel wat binnen de (middel)grote zoogdieren in België (Deinet et al. 2013). De lynx en wolf liggen op de loer aan onze landsgrens en het everzwijn, de das en de boommarter breiden stilaan hun verspreiding in Vlaanderen uit (Janssen & Mulder, 2012). Wilde kat, edelhert en wasbeer zouden hun voorbeeld kunnen volgen indien er voldoende stukken aaneengesloten natuur beschikbaar zijn. Het Meerdaalwoud is, samen met het Heverleebos, het grootste ongefragmenteerde loofbos van Vlaanderen. De ligging vlakbij de Waalse grens en in de natuurrijke Dijlevallei maakt deze locatie uitermate geschikt voor “nieuwkomers” om zich te vestigen in Vlaanderen. Wij waren daarom geïnteresseerd in de diversiteit en verspreiding van zoogdieren in het Meerdaalwoud, de eventuele aankomst van “nieuwe” soorten en de mogelijkheid tot migratie vanuit Wallonië.

10

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

In deze eerste, aftastende studie werden negen cameravallen tussen februari en mei (2014) opgezet in het zuidwestelijk deel van het woud. In totaal werden 12 verschillende zoogdieren vastgelegd op onze cameravallen (Tabel 1). De waargenomen soorten omvatten de meer algemenere zoogdieren zoals haas, steenmarter, eekhoorn, egel, ree en vos (Fig. 1). Toch werden ook de minder voorkomende of meer verborgen bunzing en everzwijn op film vastgelegd (Fig. 2). De reeën werden op 8 van de 9 vallen waargenomen en werden ook het vaakst gefilmd (Fig. 3, Tabel 1). De meeste zoogdieren maakten gebruik van verschillende habitats (grasland, naald- en loofbos). Deze studie toont aan dat er heel wat potentieel zit in het Meerdaalwoud en dat er, alleszins in dit deel van het bos, een relatief grote diversiteit aan zoogdieren aanwezig is.

Zoogdieren Ree Vos Bunzing Steenmarter Egel Eekhoorn Haas Everzwijn Konijn Bosmuis sp. Marter sp. Vleermuis sp.

Aantal waarnemingen 83 29 5 4 4 3 3 2 1 63 8 1

Locatiefrequentie (aanwezigheid/camera) 0.875 0.625 0.25 0.375 0.25 0.25 0.25 0.25 0.125 0.5 0.375 0.125

Het is onze intentie het project dit jaar verder uit te breiden met een groter aantal cameravallen welke gedurende een langere periode actief zullen zijn. Het uiteindelijke doel is om een referentie-opname van de zoogdiersamenstelling in het Meerdaalwoud te bewerkstelligen. Hoe de aankomst van nieuwe zoogdieren uit de (natuur)gebieden ten zuiden de gemeenschap in het Meerdaalwoud beïnvloedt, kan op deze manier beter opgevolgd worden. Wil je graag meewerken aan dit project, kijk dan zeker eens op onze website of contacteer ons via info@binco.eu! Matthias matthhias@hotmail.com Jan Mertens jan.mertens70@gmail.com

Tijdsfrequentie (kans/dag) 29.6% 10.4% 1.8% 1.4% 1.4% 1.1% 1.1% 0.7% 0.3% 22.5% 2.9% 0.3%

Wat is BINCO? BINCOvzw (www.binco.eu) is een vereniging die zich inzet voor het behoud van biodiversiteit. Onze focus ligt op het verzamelen van betrouwbare informatie die bijdraagt aan de bescherming van waardevolle gebieden. Onze diverse activiteiten in binnen- en buitenland omvatten expedities, inventarisaties en educatieve projecten. Op die manier willen we niet alleen kennis vergaren maar ook de aandacht vestigen op het belang van biodiversiteit in een wereld beïnvloed door de mens

ZOOGDIEREN

Tabel 1. Waargenomen soorten zoogdieren, locatiefrequentie en tijdsfrequentie.

REFERENTIES Deinet S, Ieronymidou C, McRae L, Burfield IJ, Foppen RP, Collen B & Böhm M (2013) Wildlife comeback in Europe: The recovery of selected mammal and bird species. Final report to Rewilding Europe by ZSL, BirdLife International and the European Bird Census Council. London, UK: ZSL. Janssen R & Mulder J (2012) Op zoek naar lynx, wilde kat en boommarter. Bionet Natuuronderzoek i.o.v. ARK Natuurontwikkeling, 45pp.

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

11


Gevaarlijke exoot duikt op in de Dijlevallei: de Amerikaanse voseekhoorn alias Zwarte eekhoorn (Sciurus niger) Eekhoorns zijn zeer aaibare dieren en worden vaak ingevoerd en als huisdier in gevangenschap gehouden. Vele eekhoornsoorten kunnen goed overleven in ons klimaat, waardoor ontsnappingen en loslatingen vaak leiden tot vrijlevende populaties (bv. Noord-Amerikaanse grijze eekhoorn in Groot-Brittannië en Italië, Pallas’ eekhoorn in België, Nederland en Frankrijk, Thaise eekhoorn in Italië, Aziatische grondeekhoorn in België, Duitsland, Nederland, Zwitserland en Italië). In België mogen enkel twee soorten grondeekhoorn (Aziatische grondeekhoorn en Oostelijke wangzakeekhoorn) als huisdier gehouden worden. Omdat vele andere eekhoornsoorten in de omliggende landen echter nog wel vrij gehouden mogen worden, duiken bij ons regelmatig ook andere, ‘verboden’ soorten op (bv. Prevosteekhoorn in 2011 in Noord-Limburg, Noord-Amerikaanse grijze eekhoorn in 2011 in Wetteren en Waregem). Sinds 5 december 2014 mag hier nog een andere soort aan toegevoegd worden, want op Waarnemingen.be wordt regelmatig melding gedaan van een Amerikaanse voseekhoorn in La Hulpe (met foto’s erbij). Ook werd er een verkeersslachtoffer gemeld van de grijze eekhoorn op de Brusselsesteenweg in La Hulpe en daarna nog een grijze eekhoorn waargenomen in het Solvay-park in het Zoniënwoud (Delfosse, 2014). Of het hierbij werkelijk om grijze eekhoorns ging, of ook om voseekhoorns of grijskleurige rode eekhoorns kon nog niet bevestigd worden. 12

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

UITERLIJKE KENMERKEN De Amerikaanse voseekhoorn is de grootste Noord-Amerikaanse boomeekhoorn, met een kop-romplengte van 26-37 cm, een staartlengte van 20-33 cm en een gewicht van 507-1361 g. De pelskleur is zeer variabel. In de westelijke en noordelijke delen van het verspreidingsgebied zijn rug en staart grijzig met geelbruine tot oranje of rode schijn en staartfranjes, en is de buik wit tot kaneelkleurig met meestal ook een rode schijn. In het zuidoosten van de Verenigde Staten zijn rug en staart grijzig geelbruin over donkerbruin, grijs en agouti tot zwart, met soms witte staartfranjes en met zwart bovenop de kop en in de nek en een witte of crèmekleurige neus, oren en poten, en is de buik wit tot bruinig en roestkleurig. In de noordoostelijke kustregio hebben de dieren een zilvergrijze rug met soms geelbruine tot rode accenten op de heupen, poten en kop, is de staart zilvergrijs met witte franje en de buik wit tot bleekgrijs en soms kaneelkleurig of geelbruin. Melanisme is algemeen, vooral in het zuiden. Er zijn tien ondersoorten beschreven, waarbij Sciurus niger rufiventer de meest algemene is en een oranje tot roestkleurige buik heeft en een grijze rug en staart met oranje tinten en franjes (Thorington et al., 2012). Het waargenomen dier in La Hulpe behoort mogelijk tot deze ondersoort. Op basis van de pelskleur kan onderscheid gemaakt worden met onze inheemse rode eekhoorn, die een witte buik heeft en een rug- en

VERSPREIDING De Amerikaanse voseekhoorn is inheems in grote delen van de oostelijke en centrale Verenigde Staten en in zeer beperkte gebieden in Canada en Mexico. De soort werd geïntroduceerd in verschillende westelijke staten van de Verenigde

18/01/2015 Amerikaanse voseekhoorn La Hulpe. Foto: Rafaël Pauwels

staten en in twee Canadese provincies. In Europa zijn er nog geen vrijlevende populaties bekend. In sommige landen, zoals Nederland en nu ook België, zijn er wel losse waarnemingen van vermoedelijk ontsnapte of losgelaten individuen (Thorington et al., 2012; Baiwy & Schockert, 2013; Dijkstra, 2015; Waarneming.nl; Waarnemingen.be).

ZOOGDIEREN

De Amerikaanse voseekhoorn

staartkleur die varieert van rood over bruin tot zwart en soms zelfs zandkleurig of grijs. Daarnaast is onze rode eekhoorn veel kleiner, maar een jonge voseekhoorn is natuurlijk ook kleiner, net als sommige ondersoorten van de voseekhoorn. Daarnaast kan de voseekhoorn verward worden met andere uitheemse eekhoornsoorten, zoals de Pallas’ eekhoorn: deze heeft een olijfgroene tot bruine rug en staart (met licht gebandeerde haren en soms opvallend grijs naar het uiteinde toe) en een gelige tot oranjerode buik. Hij is net als onze rode eekhoorn echter veel kleiner dan een volwassen voseekhoorn. Helemaal moeilijk kan het onderscheid met de Noord-Amerikaanse (oostelijke) grijze eekhoorn zijn, die een grijze pels heeft met ook oranjerode haren op kop, poten, flanken en rug, en een witte buik. De staartharen hebben oranjerode, zwarte en/of witgrijze banden met een witgrijs uiteinde, waardoor de staart een lichte buitenrand heeft. Het is een vrij grote, zware eekhoorn die qua lengte en gewicht overlapt met de voseekhoorn. Onderscheid kan wel gemaakt worden op basis van de tanden: de voseekhoorn heeft één premolaar (valse kies, gelegen voor de molaren of ware kiezen) in elke zijde van de bovenkaak, terwijl de oostelijke grijze eekhoorn er twee heeft. De oostelijke grijze eekhoorn kan ook verward worden met een rode eekhoorn in wintervacht (grijzer op flanken, rug en kop) en een grijskleurige rode eekhoorn in zomervacht, maar er zijn toch duidelijke verschillen door de lange oorpluimen van de rode eekhoorn in de winter en het ontbreken van een lichte buitenrand rond de staart (Steele & Koprowski, 2001; Thorington et al., 2012; Verbeylen, 2012).

KANS OP VESTIGING De soort verkiest kleine, open boshabitats met een grote variatie aan verspreid staande grote bomen en weinig ondergroei, maar ze kan ook aangetroffen worden in allerlei andere natuurlijke of geürbaniseerde habitattypes. Dat maakt heel België geschikt voor vestiging van deze soort, behalve misschien de maritieme regio en sommige dichte goed ontwikkelde loofbosgebieden in de Ardennen. Omdat de soort een groot invasief vermogen heeft en omdat bij ons een geschikt klimaat, habitats en voedselbronnen aanwezig zijn, is de kans groot dat enkele ontsnapte individuen uitgroeien tot een vrijlevende populatie. Bovendien is de voseekhoorn heel aaibaar en gemakkelijk te observeren in parken en steden, wat de kans nog De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

13


Gevaarlijke exoot duikt op in de Dijlevallei: de Amerikaanse voseekhoorn alias Zwarte eekhoorn (Sciurus niger) Eekhoorns zijn zeer aaibare dieren en worden vaak ingevoerd en als huisdier in gevangenschap gehouden. Vele eekhoornsoorten kunnen goed overleven in ons klimaat, waardoor ontsnappingen en loslatingen vaak leiden tot vrijlevende populaties (bv. Noord-Amerikaanse grijze eekhoorn in Groot-Brittannië en Italië, Pallas’ eekhoorn in België, Nederland en Frankrijk, Thaise eekhoorn in Italië, Aziatische grondeekhoorn in België, Duitsland, Nederland, Zwitserland en Italië). In België mogen enkel twee soorten grondeekhoorn (Aziatische grondeekhoorn en Oostelijke wangzakeekhoorn) als huisdier gehouden worden. Omdat vele andere eekhoornsoorten in de omliggende landen echter nog wel vrij gehouden mogen worden, duiken bij ons regelmatig ook andere, ‘verboden’ soorten op (bv. Prevosteekhoorn in 2011 in Noord-Limburg, Noord-Amerikaanse grijze eekhoorn in 2011 in Wetteren en Waregem). Sinds 5 december 2014 mag hier nog een andere soort aan toegevoegd worden, want op Waarnemingen.be wordt regelmatig melding gedaan van een Amerikaanse voseekhoorn in La Hulpe (met foto’s erbij). Ook werd er een verkeersslachtoffer gemeld van de grijze eekhoorn op de Brusselsesteenweg in La Hulpe en daarna nog een grijze eekhoorn waargenomen in het Solvay-park in het Zoniënwoud (Delfosse, 2014). Of het hierbij werkelijk om grijze eekhoorns ging, of ook om voseekhoorns of grijskleurige rode eekhoorns kon nog niet bevestigd worden. 12

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

UITERLIJKE KENMERKEN De Amerikaanse voseekhoorn is de grootste Noord-Amerikaanse boomeekhoorn, met een kop-romplengte van 26-37 cm, een staartlengte van 20-33 cm en een gewicht van 507-1361 g. De pelskleur is zeer variabel. In de westelijke en noordelijke delen van het verspreidingsgebied zijn rug en staart grijzig met geelbruine tot oranje of rode schijn en staartfranjes, en is de buik wit tot kaneelkleurig met meestal ook een rode schijn. In het zuidoosten van de Verenigde Staten zijn rug en staart grijzig geelbruin over donkerbruin, grijs en agouti tot zwart, met soms witte staartfranjes en met zwart bovenop de kop en in de nek en een witte of crèmekleurige neus, oren en poten, en is de buik wit tot bruinig en roestkleurig. In de noordoostelijke kustregio hebben de dieren een zilvergrijze rug met soms geelbruine tot rode accenten op de heupen, poten en kop, is de staart zilvergrijs met witte franje en de buik wit tot bleekgrijs en soms kaneelkleurig of geelbruin. Melanisme is algemeen, vooral in het zuiden. Er zijn tien ondersoorten beschreven, waarbij Sciurus niger rufiventer de meest algemene is en een oranje tot roestkleurige buik heeft en een grijze rug en staart met oranje tinten en franjes (Thorington et al., 2012). Het waargenomen dier in La Hulpe behoort mogelijk tot deze ondersoort. Op basis van de pelskleur kan onderscheid gemaakt worden met onze inheemse rode eekhoorn, die een witte buik heeft en een rug- en

VERSPREIDING De Amerikaanse voseekhoorn is inheems in grote delen van de oostelijke en centrale Verenigde Staten en in zeer beperkte gebieden in Canada en Mexico. De soort werd geïntroduceerd in verschillende westelijke staten van de Verenigde

18/01/2015 Amerikaanse voseekhoorn La Hulpe. Foto: Rafaël Pauwels

staten en in twee Canadese provincies. In Europa zijn er nog geen vrijlevende populaties bekend. In sommige landen, zoals Nederland en nu ook België, zijn er wel losse waarnemingen van vermoedelijk ontsnapte of losgelaten individuen (Thorington et al., 2012; Baiwy & Schockert, 2013; Dijkstra, 2015; Waarneming.nl; Waarnemingen.be).

ZOOGDIEREN

De Amerikaanse voseekhoorn

staartkleur die varieert van rood over bruin tot zwart en soms zelfs zandkleurig of grijs. Daarnaast is onze rode eekhoorn veel kleiner, maar een jonge voseekhoorn is natuurlijk ook kleiner, net als sommige ondersoorten van de voseekhoorn. Daarnaast kan de voseekhoorn verward worden met andere uitheemse eekhoornsoorten, zoals de Pallas’ eekhoorn: deze heeft een olijfgroene tot bruine rug en staart (met licht gebandeerde haren en soms opvallend grijs naar het uiteinde toe) en een gelige tot oranjerode buik. Hij is net als onze rode eekhoorn echter veel kleiner dan een volwassen voseekhoorn. Helemaal moeilijk kan het onderscheid met de Noord-Amerikaanse (oostelijke) grijze eekhoorn zijn, die een grijze pels heeft met ook oranjerode haren op kop, poten, flanken en rug, en een witte buik. De staartharen hebben oranjerode, zwarte en/of witgrijze banden met een witgrijs uiteinde, waardoor de staart een lichte buitenrand heeft. Het is een vrij grote, zware eekhoorn die qua lengte en gewicht overlapt met de voseekhoorn. Onderscheid kan wel gemaakt worden op basis van de tanden: de voseekhoorn heeft één premolaar (valse kies, gelegen voor de molaren of ware kiezen) in elke zijde van de bovenkaak, terwijl de oostelijke grijze eekhoorn er twee heeft. De oostelijke grijze eekhoorn kan ook verward worden met een rode eekhoorn in wintervacht (grijzer op flanken, rug en kop) en een grijskleurige rode eekhoorn in zomervacht, maar er zijn toch duidelijke verschillen door de lange oorpluimen van de rode eekhoorn in de winter en het ontbreken van een lichte buitenrand rond de staart (Steele & Koprowski, 2001; Thorington et al., 2012; Verbeylen, 2012).

KANS OP VESTIGING De soort verkiest kleine, open boshabitats met een grote variatie aan verspreid staande grote bomen en weinig ondergroei, maar ze kan ook aangetroffen worden in allerlei andere natuurlijke of geürbaniseerde habitattypes. Dat maakt heel België geschikt voor vestiging van deze soort, behalve misschien de maritieme regio en sommige dichte goed ontwikkelde loofbosgebieden in de Ardennen. Omdat de soort een groot invasief vermogen heeft en omdat bij ons een geschikt klimaat, habitats en voedselbronnen aanwezig zijn, is de kans groot dat enkele ontsnapte individuen uitgroeien tot een vrijlevende populatie. Bovendien is de voseekhoorn heel aaibaar en gemakkelijk te observeren in parken en steden, wat de kans nog De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

13


MOGELIJKE IMPACT De mogelijke impact van deze soort op onze inheemse fauna en flora is onbekend, aangezien er nog geen vrijlevende populaties zijn in Europa. Op basis van de ervaringen in het huidige verspreidingsgebied kunnen er echter wel allerlei problemen verwacht worden, zoals verdringing van onze inheemse rode eekhoorn, en mogelijk de achteruitgang van bepaalde inheemse vogelsoorten en schade aan inheemse plantensoorten. Voseekhoorns, die soms in hoge dichtheden kunnen voorkomen, veroorzaken economische schade aan bomen en aanplantingen (tuinen, boomgaarden, populierenplantages, landbouwgewassen zoals graan en maïs, …). Ze zorgen voor problemen in tuinen door het knagen aan elektriciteits- en telefoonkabels, gebouwen en irrigatiesystemen, het plunderen van voedselbronnen en het stelen van vogelvoer. Voseekhoorns nestelen soms zelfs op zolders van huizen. Ze kunnen ook drager zijn van allerlei ziektes die voor zowel mensen als dieren gezondheidsrisico’s inhouden. Veel van deze pathogenen komen reeds voor in Europa, maar de voseekhoorn zou er ook nieuwe kunnen binnenbrengen (Palmer et al., 2007; Thorington et al., 2012; Baiwy & Schockert, 2013; Verbeylen, 2015). WAARNEMINGEN DOORGEVEN! Omdat de kans klein is dat de soort wordt waargenomen bij lage dichtheden, ze een snelle uitbreiding kan kennen en uitroeiingsacties bij hogere dichtheden zeer moeilijk worden, is het belangrijk om zeer snel in te grijpen bij elke mogelijke waarneming. Dus: wees waakzaam en meld uw waarnemingen, wat het verschil kan maken voor een succesvolle bestrijding. Waarnemingen van alle uitheemse soorten graag zo snel 14

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

mogelijk doorgeven via http://waarnemingen. be/invasive_alert_view.php, met juiste datum en exacte locatie, liefst met foto’s erbij of minstens een zeer nauwkeurige beschrijving van het dier. Kadavers indien mogelijk (laten) inzamelen voor verder onderzoek (bv. via het Marternetwerk http://www.zoogdierenwerkgroep.be/zorgen/dode-zoogdieren/marternetwerk). Goedele Verbeylen goedele.verbeylen@natuurpunt.be

Meer info kan je vinden op http://waarnemingen.be/soort/info/81155.

REFERENTIES Baiwy, E. & Schockert, V. (2013) Risk analysis of the Fox squirrel, Sciurus niger. Risk analysis report of non-native organisms in Belgium. Cellule interdépartementale sur les Espèces invasives (CiEi), DGO3, SPW / Éditions. http://ias.biodiversity.be/species/risk en http://share.bebif.be/data/ias/Risk%20analyses/Sciurus%20niger. pdf Delfosse, R. (2014). Ecureuil exotique: Appel à vigilance. La Hulpe Nature asbl, La Hulpe, België. Dijkstra, V. (2015). Update exotische eekhoorns. Kijk Op Exoten 11: 12-13. Palmer, G.H., Pernas, T. & Koprowski, J.L. (2007). Tree squirrels as invasive species: conservation and management implications. In: Witmer, G.W., Pitt, W.C. & Fagerstone, K.A. (eds.). Managing Vertebrate Invasive Species: Proceedings of an International Symposium. USDA/APHIS/WS, National Wildlife Research Center, Fort Collins, Colorado, USA. Steele, M.A. & Koprowski, J.L. (2001). North American Tree Squirrels. Smithsonian Institution Press, Washington, USA. Thorington, R.W.Jr., Koprowski, J.L., Steele, M.A. & Whatton, J.F. (2012). Squirrels of the world. The John Hopkins University Press, Baltimore, USA. Verbeylen, G. (2012). Herkenningsfiche Exotische eekhoorns: Thaise eekhoorn Callosciurus finlaysonii, Pallas’ eekhoorn Callosciurus erythraeus en Grijze eekhoorn Sciurus carolinensis. Project Invasieve Exoten, Natuurpunt Studie i.s.m. INBO, ANB, Natagora, Waals Gewest en BIM, Mechelen, België. http://waarnemingen.be/ exo/be/nl/27179.pdf Verbeylen, G. (2015). Waarnemingen.be. Soortinformatie Amerikaanse voseekhoorn -Sciurus niger. Natuurpunt Studie (Zoogdierenwerkgroep), Mechelen, België. http://waarnemingen.be/soort/ info/81155

Opmerkelijke vogelwaarneminge in de Dijlevallei en omgeving juni – augustus 2014 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in het Dijleland beslaat voornamelijk de periode juni – augustus 2014. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode september 2014 – februari 2015 omvatten. Waarnemingen worden voor 5 maart 2015 ingevoerd op www.waarnemingen.be, of bezorgd aan Kelle Moreau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400 Oostende, 0486/12.58.77, kelle.moreau@ gmail.com. Waarnemingen van soorten die niet in dit verslag werden opgenomen (incl. alle exoten), maar wel werden ingevoerd in www.waarnemingen.be kunnen daar geraadpleegd worden. Waarnemingen die als onzeker werden gelabeld of waar niet tot exacte soortdeterminatie kon worden overgegaan, werden voor dit overzicht niet weerhouden. In vele soortteksten wordt verwezen naar het aantal waarnemingen, waarbij waarnemingen worden gedefinieerd als ‘records’ in de database. Omwille van de variatie in invoergedrag van verschillende waarnemers moet men wel oppassen met het interpreteren en vergelijken van deze cijfers. Zo zijn twee zangposten van eenzelfde soort die afzonderlijk op kaart worden aangeduid dus twee waarnemingen, terwijl het in dit geval slechts om één waarneming gaat indien ze als een gebiedstotaal van 2 zangposten worden ingevoerd. Een tweede voorbeeld heeft betrek-

king op trektellingen: een ingevoerd dagtotaal is slechts één waarneming, terwijl bij afzonderlijk invoeren van verschillende trekkers van dezelfde soort meerdere records in de database ontstaan. Ook wanneer meerdere waarnemers dezelfde vogel invoeren (zowel op dezelfde dag als op verschillende dagen) gaat het dus om meerdere waarnemingen. Meerdere waarnemingen dienen door het Belgisch Avifaunistisch Homologatiecomité (BAHC) beoordeeld te worden vooraleer ze definitief op de Dijlelandse lijst kunnen bijgeschreven worden, en worden dus onder voorbehoud gepubliceerd. Gebiedsafkortingen WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP = Kessel-Lo/Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN = Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee – Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel Doode Bemde), NKV = Neerijse/Kliniekvijvers (deel Doode Bemde), SAR = Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek en Tervuren/KMMA = Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

VOGELS

groter maakt dat deze soort met de hulp van de mens buiten haar verspreidingsgebied gaat opduiken (Thorington et al., 2012; Baiwy & Schockert, 2013; Verbeylen, 2015).

Kwartel Coturnix coturnix Kwartels worden tijdens de zomer van 2014 waargenomen op de volgende plaatsen: Leefdaal – Korbeek-Dijle/ plateau (1-2 zp op 15 data tss 4/06 & 9/08; G. Bleys, I. Nel, J. Nysten e.a.), Erps/ Dorenveld (resp. 1, 1, 1, 1, 2 & 1 zp op 8, 11/06, 6, 13, 20 & 27/07; P. Moysons, P. Standaert, J. Lecomte e.a.), Bierbeek/Mollendaal Plateau (1 zp op 9/06; D. von Werne), Vossem (telkens 1 zp op 12 & 27/06; P. Moysons, N. Ryckeboer), Kwerps/Zuurbeekvallei (1 zp op 21/06; R. Ghijsen), OHZ (2 ex. op 28/06; JM Penne), Neerijse/Tersaert (telkens 1 zp op 15 & 18/07; N. Ryckeboer) en Neerijse/ Wolfshaegen (1 ex. opvliegend op 26/07; B. Bergmans). De boomklever I maart 2015 I vogels

15


MOGELIJKE IMPACT De mogelijke impact van deze soort op onze inheemse fauna en flora is onbekend, aangezien er nog geen vrijlevende populaties zijn in Europa. Op basis van de ervaringen in het huidige verspreidingsgebied kunnen er echter wel allerlei problemen verwacht worden, zoals verdringing van onze inheemse rode eekhoorn, en mogelijk de achteruitgang van bepaalde inheemse vogelsoorten en schade aan inheemse plantensoorten. Voseekhoorns, die soms in hoge dichtheden kunnen voorkomen, veroorzaken economische schade aan bomen en aanplantingen (tuinen, boomgaarden, populierenplantages, landbouwgewassen zoals graan en maïs, …). Ze zorgen voor problemen in tuinen door het knagen aan elektriciteits- en telefoonkabels, gebouwen en irrigatiesystemen, het plunderen van voedselbronnen en het stelen van vogelvoer. Voseekhoorns nestelen soms zelfs op zolders van huizen. Ze kunnen ook drager zijn van allerlei ziektes die voor zowel mensen als dieren gezondheidsrisico’s inhouden. Veel van deze pathogenen komen reeds voor in Europa, maar de voseekhoorn zou er ook nieuwe kunnen binnenbrengen (Palmer et al., 2007; Thorington et al., 2012; Baiwy & Schockert, 2013; Verbeylen, 2015). WAARNEMINGEN DOORGEVEN! Omdat de kans klein is dat de soort wordt waargenomen bij lage dichtheden, ze een snelle uitbreiding kan kennen en uitroeiingsacties bij hogere dichtheden zeer moeilijk worden, is het belangrijk om zeer snel in te grijpen bij elke mogelijke waarneming. Dus: wees waakzaam en meld uw waarnemingen, wat het verschil kan maken voor een succesvolle bestrijding. Waarnemingen van alle uitheemse soorten graag zo snel 14

De boomklever I maart 2015 I zoogdieren

mogelijk doorgeven via http://waarnemingen. be/invasive_alert_view.php, met juiste datum en exacte locatie, liefst met foto’s erbij of minstens een zeer nauwkeurige beschrijving van het dier. Kadavers indien mogelijk (laten) inzamelen voor verder onderzoek (bv. via het Marternetwerk http://www.zoogdierenwerkgroep.be/zorgen/dode-zoogdieren/marternetwerk). Goedele Verbeylen goedele.verbeylen@natuurpunt.be

Meer info kan je vinden op http://waarnemingen.be/soort/info/81155.

REFERENTIES Baiwy, E. & Schockert, V. (2013) Risk analysis of the Fox squirrel, Sciurus niger. Risk analysis report of non-native organisms in Belgium. Cellule interdépartementale sur les Espèces invasives (CiEi), DGO3, SPW / Éditions. http://ias.biodiversity.be/species/risk en http://share.bebif.be/data/ias/Risk%20analyses/Sciurus%20niger. pdf Delfosse, R. (2014). Ecureuil exotique: Appel à vigilance. La Hulpe Nature asbl, La Hulpe, België. Dijkstra, V. (2015). Update exotische eekhoorns. Kijk Op Exoten 11: 12-13. Palmer, G.H., Pernas, T. & Koprowski, J.L. (2007). Tree squirrels as invasive species: conservation and management implications. In: Witmer, G.W., Pitt, W.C. & Fagerstone, K.A. (eds.). Managing Vertebrate Invasive Species: Proceedings of an International Symposium. USDA/APHIS/WS, National Wildlife Research Center, Fort Collins, Colorado, USA. Steele, M.A. & Koprowski, J.L. (2001). North American Tree Squirrels. Smithsonian Institution Press, Washington, USA. Thorington, R.W.Jr., Koprowski, J.L., Steele, M.A. & Whatton, J.F. (2012). Squirrels of the world. The John Hopkins University Press, Baltimore, USA. Verbeylen, G. (2012). Herkenningsfiche Exotische eekhoorns: Thaise eekhoorn Callosciurus finlaysonii, Pallas’ eekhoorn Callosciurus erythraeus en Grijze eekhoorn Sciurus carolinensis. Project Invasieve Exoten, Natuurpunt Studie i.s.m. INBO, ANB, Natagora, Waals Gewest en BIM, Mechelen, België. http://waarnemingen.be/ exo/be/nl/27179.pdf Verbeylen, G. (2015). Waarnemingen.be. Soortinformatie Amerikaanse voseekhoorn -Sciurus niger. Natuurpunt Studie (Zoogdierenwerkgroep), Mechelen, België. http://waarnemingen.be/soort/ info/81155

Opmerkelijke vogelwaarneminge in de Dijlevallei en omgeving juni – augustus 2014 Dit overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen in het Dijleland beslaat voornamelijk de periode juni – augustus 2014. De bestreken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Tervuren en de aangrenzende gebieden. De volgende rubriek zal de periode september 2014 – februari 2015 omvatten. Waarnemingen worden voor 5 maart 2015 ingevoerd op www.waarnemingen.be, of bezorgd aan Kelle Moreau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400 Oostende, 0486/12.58.77, kelle.moreau@ gmail.com. Waarnemingen van soorten die niet in dit verslag werden opgenomen (incl. alle exoten), maar wel werden ingevoerd in www.waarnemingen.be kunnen daar geraadpleegd worden. Waarnemingen die als onzeker werden gelabeld of waar niet tot exacte soortdeterminatie kon worden overgegaan, werden voor dit overzicht niet weerhouden. In vele soortteksten wordt verwezen naar het aantal waarnemingen, waarbij waarnemingen worden gedefinieerd als ‘records’ in de database. Omwille van de variatie in invoergedrag van verschillende waarnemers moet men wel oppassen met het interpreteren en vergelijken van deze cijfers. Zo zijn twee zangposten van eenzelfde soort die afzonderlijk op kaart worden aangeduid dus twee waarnemingen, terwijl het in dit geval slechts om één waarneming gaat indien ze als een gebiedstotaal van 2 zangposten worden ingevoerd. Een tweede voorbeeld heeft betrek-

king op trektellingen: een ingevoerd dagtotaal is slechts één waarneming, terwijl bij afzonderlijk invoeren van verschillende trekkers van dezelfde soort meerdere records in de database ontstaan. Ook wanneer meerdere waarnemers dezelfde vogel invoeren (zowel op dezelfde dag als op verschillende dagen) gaat het dus om meerdere waarnemingen. Meerdere waarnemingen dienen door het Belgisch Avifaunistisch Homologatiecomité (BAHC) beoordeeld te worden vooraleer ze definitief op de Dijlelandse lijst kunnen bijgeschreven worden, en worden dus onder voorbehoud gepubliceerd. Gebiedsafkortingen WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP = Kessel-Lo/Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park, ZW = Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN = Oud-Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem = weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee – Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel Doode Bemde), NKV = Neerijse/Kliniekvijvers (deel Doode Bemde), SAR = Sint-Agatha-Rode/ Grootbroek en Tervuren/KMMA = Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

VOGELS

groter maakt dat deze soort met de hulp van de mens buiten haar verspreidingsgebied gaat opduiken (Thorington et al., 2012; Baiwy & Schockert, 2013; Verbeylen, 2015).

Kwartel Coturnix coturnix Kwartels worden tijdens de zomer van 2014 waargenomen op de volgende plaatsen: Leefdaal – Korbeek-Dijle/ plateau (1-2 zp op 15 data tss 4/06 & 9/08; G. Bleys, I. Nel, J. Nysten e.a.), Erps/ Dorenveld (resp. 1, 1, 1, 1, 2 & 1 zp op 8, 11/06, 6, 13, 20 & 27/07; P. Moysons, P. Standaert, J. Lecomte e.a.), Bierbeek/Mollendaal Plateau (1 zp op 9/06; D. von Werne), Vossem (telkens 1 zp op 12 & 27/06; P. Moysons, N. Ryckeboer), Kwerps/Zuurbeekvallei (1 zp op 21/06; R. Ghijsen), OHZ (2 ex. op 28/06; JM Penne), Neerijse/Tersaert (telkens 1 zp op 15 & 18/07; N. Ryckeboer) en Neerijse/ Wolfshaegen (1 ex. opvliegend op 26/07; B. Bergmans). De boomklever I maart 2015 I vogels

15


Kwak Nycticorax nycticorax

Er werden voor de besproken periode in totaal 23 waarnemingen van Bergeenden ontvangen uit regio Leuven. Het ging om 14 waarnemingen van 1-5 ex. tussen 1 en 21/06 (P. Vranckx, K. De Greef, R. Stoks e.a.), 11 ex. Z over SAR op 12/07 (L. Hendrickx, I. Nel), 2 ex. te SAR op 14/07 (R. Gysbertsen), 1 juv te SAR en 1 ex. te OHN op 17/08 (R. Gysbertsen, I. Nel, B. Nef) en 1 juv te AVP op 23 en 26-27/08 (R. Gysbertsen, E. Toorman).

2014 werd reeds het 6e opeenvolgende jaar dat er tijdens de zomermaanden Kwakken worden waargenomen in het Dijleland. Het begon met een 2e zomer op 11-12 en 17/06 te OHZ (F. Vanwezer, R. Gysbertsen, I. Nel, D. von Werne). Daarna volgde een reeks waarnemingen te SAR: resp. 1 ad en 1 ex. op 14 en 22/07 (R. Gysbertsen, M. Nollet e.a.), en telkens 1 juv op 27-28/07, 13-17, 20-24 & 27/08 (I. Nel, R. Gysbertsen, J. Vandeput e.v.a.). Tenslotte werd de soort ook waargenomen aan de vijvers tussen Neerijse en Loonbeek, met 1 juv op 24/08 (F. Vandeputte) en 1 ad op 29-31/08 (I. Nel, L. Hendrickx, JM Penne).

Smient Anas penelope 19-20, 21/07, 12, 17 & 20/08

resp. 1, 2, 2, 2 & 2 ex. te NGB (L. Hendrickx, I. Nel)

Zomertaling Anas querquedula Het werd geen al te beste periode voor de Zomertaling in het Dijleland. Enkel te OHZ was de soort de ganse zomer door aanwezig, met 17 waarnemingen van max. 4 ex. op 14 data tss 7/06 & 21/08; L. Hendrickx, R. Stoks, D. von Werne e.a.). Te AVP pleisterde de soort enkel in juni, met resp. 1m1v, 1m1v, 1m & 1 ex. op 15, 18, 19 & 25/06 (R. Gysbertsen, R. Stoks, D. von Werne). In augustus ging het verder enkel om de volgende gevallen: 1 ex. te SAR op 10/08 (R. Gysbertsen) en 2 eclips te NKV op 17/08 (B. Bergmans).

Witoogeend Aythya nyroca 6-7/06 12-14/08 23/08

1 ad m te SAR (I. Nel, JM Penne, L. Hendrickx) 1 ad m te NGB (P. Standaert, T. De Smedt, R. Stoks, L. Hendrickx) 1 ad m te SAR (D. van der Elst), er kan worden vastgesteld dat de vogel geringd is, maar het is niet duidelijk om wat voor ring het gaat

We geven enkel het aantal waarnemingen en het maximum per maand (allen ter plaatse): Juni 13 waarnemingen, nooit meer dan 1 ex. Juli 96 waarnemingen, nooit meer dan 3 ex. Augustus 155 waarnemingen, max. 7 ex. op op 17/08 te SAR (B. Nef)

Kleine Zilverreiger Egretta garzetta 2 & 16/07

1 ex. te OHZ (I. Nel, JM Penne, M. Nollet e.a.) 7 & 8-11/07 resp. 2 & 1 ex. te Kwerps/vijvers (K. Berwaerts, J. Rutten, P. Moysons e.a.) 18/07, 8 & 15/08 telkens 1 ex. te SAR (I. Nel, R. Gysbertsen, L. Hendrickx e.a.)

Purperreiger Ardea purpurea 8 & 28-31/08

resp. 1 ex. en 1 juv te OHZ (F. Vanwezer, L. Hendrickx, I. Nel e.a.)

Geoorde Fuut Podiceps nigricollis

Ooievaar Ciconia ciconia

12/06

1/06

22 & 24-28/08

1 ex. te Tervuren/Park KMMA (B. Forget) 1 juv te AVP (R. Gysbertsen, R. Polfliet, D. von Werne e.a.)

Roerdomp Botaurus stellaris 3/08

1 ex. te SAR (S. Horemans)

Woudaap Ixobrychus minutus Een koppeltje Woudapen kon tijdens de ganse periode worden aangetroffen te SAR, al werden ze zeker niet tijdens elk bezoek opgemerkt. Bewijs van broedresultaat bleef echter uit. Te OHZ verbleef een mannetje vanaf 13/06, en een vrouwtje vanaf 22/06 (D. von Werne, L. Hendrickx, J. Nysten e.a.). Ook zij bleven de hele periode ter plaatse, en op 16/08 werd hier een juveniele vogel gemeld (R. Ghijsen). Op 19-20/07 was er ook nog een roepend mannetje te NGB (L. Hendrickx, I. Nel).

16

Grote Zilverreiger Casmerodius albus

De boomklever I maart 2015 I vogels

1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen, JM Penne) 11/06 4 ex. N te Erps/Dorenveld (P. Standaert) 12/06 1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen) en Leefdaal/plateau (P. Moysons), 1 ex. te SAR/De Hoek (R. Polfliet) 13/06 1 ex. over SAR (G. Catthoor) 15/06 1 ex. te SAR/Laanvallei en Grootbroek (A. Schretter, M. Henry, I. Nel e.a.) 18, 20, 22, 25/06 telkens 1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen, L. Hendrickx, J. Verroken e.a.) 23/06 6 ex. te Oppem (I. Nel) 28/06 1 ex. te Winksele (L. Janssens) 1/07 1 ex. te OHN (R. Stoks) en NKV (G. Vanautgaerden, M. Fajgenblat)

2/07 4-5/07 16/07 17/07-17/08

12/08 18/08 30/08

2 ex. N te Erps-Kwerps/Silsombos (J. De Rycke) 1 ex. te NKV (S. Perremans, G. Bleys) 2 ex. te NGB (H. Roosen) 1 ad in de driehoek Neerijse – Korbeek-Dijle – Oud-Heverlee, met 2 ex. op 17 & 27/07 (R. Stoks, S. & K. De Backer, L. Hendrickx e.v.a.) 7 ex. W te Erps/Dorenveld (A. Smets) 3 ex. W te Erps/Dorenveld (R. Maex) 18 ex. te Overijse/Terlanenveld (M.F. Piron)

Zwarte Ooievaar Ciconia nigra 3/08 12/08

1 ex. Z te Leefdaal/plateau (I. Nel, H. Roosen, K. Moreau e.a.) 1 juv tpl te OHZ (L. Hendrickx, J. Buys), dan Z (J. Rutten, I. Nel), 2 uur later 1 ex. N over de Doode Bemde (JM Penne)

Lepelaar Platalea leucorodia Ook de Lepelaar blijkt een soort te zijn geworden die we tegenwoordig jaarlijks in de Dijlevallei mogen verwachten, vooral in de late zomer. 2014 vormde zo reeds het 9e jaar in een onafgebroken reeks van jaren met waarnemingen van Lepelaars in de regio. De eerste vogel voor het najaar, een juveniel, verscheen op 14/08 te SAR (R. Gysbertsen, L. Hendrickx, J. Buys e.v.a.), en kreeg vanaf 20/07 gezelschap van een tweede – gekleurringd – ex., ook een juveniel. Beide vogels bleven tot op 27/08 aanwezig (F. Vanwezer, L. Hendrickx, JM Penne e.v.a.). Op 29/08 zaten vervolgens terug twee juveniele Lepelaars te SAR, waaronder minstens één nieuwe vogel, herkenbaar aan een andere kleurringcombinatie dan de eerdere vogel (J. Nysten, L. Hendrickx, I. Nel e.a.), die ook te Gastuche werd gezien. Op 30-31/08 verbleef enkel nog de ongeringde juveniel te SAR (J. Nysten, L. Hendrickx, A. Janssens e.a.). De enige andere locatie betrof de vijvers van Kwerps, met 1 ex. op 24/08 (M. Depauw) en mogelijk 2 ex. op 28/08 (W. Faveyts).

Goudhaantje - Leopoldspark, Kessel-Lo Foto: Fred Vanwezer

Zwarte specht - SAR Foto: Fred Vanwezer

Rode Wouw Milvus milvus Voor deze soort verwijzen we naar het artikel over het geslaagde broedgeval in de vorige editie van de Boomklever. Er werden tijdens de zomermaanden van 2014 geen andere waarnemingen van Rode Wouwen opgetekend die op andere ex. betrekking zouden kunnen hebben, al is dat natuurlijk moeilijk met zekerheid te achterhalen.

Zwarte Wouw Milvus migrans 14/06 5/07 9/08

1 ex. tpl te OHZ (J. Menu) 1 ex. Z te SAR/Laanvallei (H. Roosen) 1 ex. tpl te Neerijse/Zingende Wind (B. Mulkens)

Vale Gier Gyps fulvus 11/06

1 ex. te Leefdaal/plateau (K. Van Scharen) Indien aanvaard gaat het om de derde waarneming, en het vijfde ex., voor het Dijleland. De eerdere gevallen betroffen 3 ex. over Leuven, waarvan 1 ex. ook over Oud-Heverlee, op 19/06/07 en 1 ex. over Terlanen en Korbeek-Dijle op 17/06/12.

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus 140 waarnemingen van Bruine Kiekendieven werden tijdens de zomermaanden van 2014 doorgegeven. De maandverdeling illustreert mooi dat er overzomeraars in het spel waren (echter geen broedverdacht gedrag), en dat de najaarsdispersie/-trek in augustus aanvangt: juni 25, juli 18, augustus 97.

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus In de periode juni-augustus 2014 werden Blauwe Kiekendieven in het Dijleland op eerder ongebruikelijke data vastgesteld. Zo was er nog een late voorjaarswaarneming van een ex. op 17/06 te Leefdaal/plateau (P. Vranckx, K. De Greef), en verschenen de volgende vroege najaarsexemplaren reeds in augustus: 1 juv te Korbeek-Dijle/plateau op 16/08 (J. Nysten), 1 2e kj m Z te Korbeek-Dijle/ plateau op 27/08 (I. Nel, L. Hendrickx), 1v te Leefdaal/plateau op 28/08 (J. De Cock) en 1 juv Z te Erps/Dorenveld op 31/08 (A. Smets).

VOGELS

Bergeend Tadorna tadorna

Kleine karekiet - SAR Foto: Guido Catthoor

17


Kwak Nycticorax nycticorax

Er werden voor de besproken periode in totaal 23 waarnemingen van Bergeenden ontvangen uit regio Leuven. Het ging om 14 waarnemingen van 1-5 ex. tussen 1 en 21/06 (P. Vranckx, K. De Greef, R. Stoks e.a.), 11 ex. Z over SAR op 12/07 (L. Hendrickx, I. Nel), 2 ex. te SAR op 14/07 (R. Gysbertsen), 1 juv te SAR en 1 ex. te OHN op 17/08 (R. Gysbertsen, I. Nel, B. Nef) en 1 juv te AVP op 23 en 26-27/08 (R. Gysbertsen, E. Toorman).

2014 werd reeds het 6e opeenvolgende jaar dat er tijdens de zomermaanden Kwakken worden waargenomen in het Dijleland. Het begon met een 2e zomer op 11-12 en 17/06 te OHZ (F. Vanwezer, R. Gysbertsen, I. Nel, D. von Werne). Daarna volgde een reeks waarnemingen te SAR: resp. 1 ad en 1 ex. op 14 en 22/07 (R. Gysbertsen, M. Nollet e.a.), en telkens 1 juv op 27-28/07, 13-17, 20-24 & 27/08 (I. Nel, R. Gysbertsen, J. Vandeput e.v.a.). Tenslotte werd de soort ook waargenomen aan de vijvers tussen Neerijse en Loonbeek, met 1 juv op 24/08 (F. Vandeputte) en 1 ad op 29-31/08 (I. Nel, L. Hendrickx, JM Penne).

Smient Anas penelope 19-20, 21/07, 12, 17 & 20/08

resp. 1, 2, 2, 2 & 2 ex. te NGB (L. Hendrickx, I. Nel)

Zomertaling Anas querquedula Het werd geen al te beste periode voor de Zomertaling in het Dijleland. Enkel te OHZ was de soort de ganse zomer door aanwezig, met 17 waarnemingen van max. 4 ex. op 14 data tss 7/06 & 21/08; L. Hendrickx, R. Stoks, D. von Werne e.a.). Te AVP pleisterde de soort enkel in juni, met resp. 1m1v, 1m1v, 1m & 1 ex. op 15, 18, 19 & 25/06 (R. Gysbertsen, R. Stoks, D. von Werne). In augustus ging het verder enkel om de volgende gevallen: 1 ex. te SAR op 10/08 (R. Gysbertsen) en 2 eclips te NKV op 17/08 (B. Bergmans).

Witoogeend Aythya nyroca 6-7/06 12-14/08 23/08

1 ad m te SAR (I. Nel, JM Penne, L. Hendrickx) 1 ad m te NGB (P. Standaert, T. De Smedt, R. Stoks, L. Hendrickx) 1 ad m te SAR (D. van der Elst), er kan worden vastgesteld dat de vogel geringd is, maar het is niet duidelijk om wat voor ring het gaat

We geven enkel het aantal waarnemingen en het maximum per maand (allen ter plaatse): Juni 13 waarnemingen, nooit meer dan 1 ex. Juli 96 waarnemingen, nooit meer dan 3 ex. Augustus 155 waarnemingen, max. 7 ex. op op 17/08 te SAR (B. Nef)

Kleine Zilverreiger Egretta garzetta 2 & 16/07

1 ex. te OHZ (I. Nel, JM Penne, M. Nollet e.a.) 7 & 8-11/07 resp. 2 & 1 ex. te Kwerps/vijvers (K. Berwaerts, J. Rutten, P. Moysons e.a.) 18/07, 8 & 15/08 telkens 1 ex. te SAR (I. Nel, R. Gysbertsen, L. Hendrickx e.a.)

Purperreiger Ardea purpurea 8 & 28-31/08

resp. 1 ex. en 1 juv te OHZ (F. Vanwezer, L. Hendrickx, I. Nel e.a.)

Geoorde Fuut Podiceps nigricollis

Ooievaar Ciconia ciconia

12/06

1/06

22 & 24-28/08

1 ex. te Tervuren/Park KMMA (B. Forget) 1 juv te AVP (R. Gysbertsen, R. Polfliet, D. von Werne e.a.)

Roerdomp Botaurus stellaris 3/08

1 ex. te SAR (S. Horemans)

Woudaap Ixobrychus minutus Een koppeltje Woudapen kon tijdens de ganse periode worden aangetroffen te SAR, al werden ze zeker niet tijdens elk bezoek opgemerkt. Bewijs van broedresultaat bleef echter uit. Te OHZ verbleef een mannetje vanaf 13/06, en een vrouwtje vanaf 22/06 (D. von Werne, L. Hendrickx, J. Nysten e.a.). Ook zij bleven de hele periode ter plaatse, en op 16/08 werd hier een juveniele vogel gemeld (R. Ghijsen). Op 19-20/07 was er ook nog een roepend mannetje te NGB (L. Hendrickx, I. Nel).

16

Grote Zilverreiger Casmerodius albus

De boomklever I maart 2015 I vogels

1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen, JM Penne) 11/06 4 ex. N te Erps/Dorenveld (P. Standaert) 12/06 1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen) en Leefdaal/plateau (P. Moysons), 1 ex. te SAR/De Hoek (R. Polfliet) 13/06 1 ex. over SAR (G. Catthoor) 15/06 1 ex. te SAR/Laanvallei en Grootbroek (A. Schretter, M. Henry, I. Nel e.a.) 18, 20, 22, 25/06 telkens 1 ex. te OHZ (R. Gysbertsen, L. Hendrickx, J. Verroken e.a.) 23/06 6 ex. te Oppem (I. Nel) 28/06 1 ex. te Winksele (L. Janssens) 1/07 1 ex. te OHN (R. Stoks) en NKV (G. Vanautgaerden, M. Fajgenblat)

2/07 4-5/07 16/07 17/07-17/08

12/08 18/08 30/08

2 ex. N te Erps-Kwerps/Silsombos (J. De Rycke) 1 ex. te NKV (S. Perremans, G. Bleys) 2 ex. te NGB (H. Roosen) 1 ad in de driehoek Neerijse – Korbeek-Dijle – Oud-Heverlee, met 2 ex. op 17 & 27/07 (R. Stoks, S. & K. De Backer, L. Hendrickx e.v.a.) 7 ex. W te Erps/Dorenveld (A. Smets) 3 ex. W te Erps/Dorenveld (R. Maex) 18 ex. te Overijse/Terlanenveld (M.F. Piron)

Zwarte Ooievaar Ciconia nigra 3/08 12/08

1 ex. Z te Leefdaal/plateau (I. Nel, H. Roosen, K. Moreau e.a.) 1 juv tpl te OHZ (L. Hendrickx, J. Buys), dan Z (J. Rutten, I. Nel), 2 uur later 1 ex. N over de Doode Bemde (JM Penne)

Lepelaar Platalea leucorodia Ook de Lepelaar blijkt een soort te zijn geworden die we tegenwoordig jaarlijks in de Dijlevallei mogen verwachten, vooral in de late zomer. 2014 vormde zo reeds het 9e jaar in een onafgebroken reeks van jaren met waarnemingen van Lepelaars in de regio. De eerste vogel voor het najaar, een juveniel, verscheen op 14/08 te SAR (R. Gysbertsen, L. Hendrickx, J. Buys e.v.a.), en kreeg vanaf 20/07 gezelschap van een tweede – gekleurringd – ex., ook een juveniel. Beide vogels bleven tot op 27/08 aanwezig (F. Vanwezer, L. Hendrickx, JM Penne e.v.a.). Op 29/08 zaten vervolgens terug twee juveniele Lepelaars te SAR, waaronder minstens één nieuwe vogel, herkenbaar aan een andere kleurringcombinatie dan de eerdere vogel (J. Nysten, L. Hendrickx, I. Nel e.a.), die ook te Gastuche werd gezien. Op 30-31/08 verbleef enkel nog de ongeringde juveniel te SAR (J. Nysten, L. Hendrickx, A. Janssens e.a.). De enige andere locatie betrof de vijvers van Kwerps, met 1 ex. op 24/08 (M. Depauw) en mogelijk 2 ex. op 28/08 (W. Faveyts).

Goudhaantje - Leopoldspark, Kessel-Lo Foto: Fred Vanwezer

Zwarte specht - SAR Foto: Fred Vanwezer

Rode Wouw Milvus milvus Voor deze soort verwijzen we naar het artikel over het geslaagde broedgeval in de vorige editie van de Boomklever. Er werden tijdens de zomermaanden van 2014 geen andere waarnemingen van Rode Wouwen opgetekend die op andere ex. betrekking zouden kunnen hebben, al is dat natuurlijk moeilijk met zekerheid te achterhalen.

Zwarte Wouw Milvus migrans 14/06 5/07 9/08

1 ex. tpl te OHZ (J. Menu) 1 ex. Z te SAR/Laanvallei (H. Roosen) 1 ex. tpl te Neerijse/Zingende Wind (B. Mulkens)

Vale Gier Gyps fulvus 11/06

1 ex. te Leefdaal/plateau (K. Van Scharen) Indien aanvaard gaat het om de derde waarneming, en het vijfde ex., voor het Dijleland. De eerdere gevallen betroffen 3 ex. over Leuven, waarvan 1 ex. ook over Oud-Heverlee, op 19/06/07 en 1 ex. over Terlanen en Korbeek-Dijle op 17/06/12.

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus 140 waarnemingen van Bruine Kiekendieven werden tijdens de zomermaanden van 2014 doorgegeven. De maandverdeling illustreert mooi dat er overzomeraars in het spel waren (echter geen broedverdacht gedrag), en dat de najaarsdispersie/-trek in augustus aanvangt: juni 25, juli 18, augustus 97.

Blauwe Kiekendief Circus cyaneus In de periode juni-augustus 2014 werden Blauwe Kiekendieven in het Dijleland op eerder ongebruikelijke data vastgesteld. Zo was er nog een late voorjaarswaarneming van een ex. op 17/06 te Leefdaal/plateau (P. Vranckx, K. De Greef), en verschenen de volgende vroege najaarsexemplaren reeds in augustus: 1 juv te Korbeek-Dijle/plateau op 16/08 (J. Nysten), 1 2e kj m Z te Korbeek-Dijle/ plateau op 27/08 (I. Nel, L. Hendrickx), 1v te Leefdaal/plateau op 28/08 (J. De Cock) en 1 juv Z te Erps/Dorenveld op 31/08 (A. Smets).

VOGELS

Bergeend Tadorna tadorna

Kleine karekiet - SAR Foto: Guido Catthoor

17


Visarend Pandion haliaetus

Scholekster Haematopus ostralegus

Bonte Strandloper Calidris alpina

Kemphaan Philomachus pugnax

De laatste voorjaars-Visarend(en) werden waargenomen te SAR op 6, 9 & 11/06 (R. Gysbertsen, M. Walravens, JM Penne e.a.) en over Heverlee/W op 8/06 (M. Depauw). Juli bracht twee waarnemingen met zich mee: 1 ex. te OHZ op 22/07 (M. Nollet) en 1 ex. NO te Haasrode/Industrie op 25/07 (P. Vanormelingen). In augustus werden Visarenden op de volgende plekken gezien: SAR (1 ex. Z op 14/08; L. Hendrickx + 1 ex. tpl op 31/08; I. Nel, L. Hendrickx, JM Penne, A. Crusiaux), OHZ (telkens 1 ex. tpl op 14, 27 & 29/08; M. Derycke, C. Terseleer, L. Hendrickx, J. De Rycke), Kessel-Lo/ Kesselberg (telkens 1 ex. Z op 27 & 29/08; T. Vandezande), AVP (1 ex. Z op 30/08; R. Gysbertsen) en Erps/Dorenveld (1 ex. Z op 31/08; A. Smets, J. Nysten, R. Polfliet, M. Mergaerts).

12/06

09/08

13, 18-20 & 25/07 1m te Oppem & OHZ (L. Hendrickx, P. Moysons, JM Penne e.a.) 20/08 1 juv te Erps/Dorenveld (R. Ghijsen)

Maar liefst 243 waarnemingen van Boomvalken werden voor de besproken periode ingevoerd in het online waarnemingenportaal! De maximale concentratie betrof 6 ex. op 15/06 te Korbeek-Dijle/plateau en OHZ (J. Menu, I. Nel, L. Hendrickx), en enkel te Tervuren/Zoniënwoud kon een broedgeval worden aangetoond (2 pulli in nest vanaf 31/07; V. Daems, B. Pasau).

Kleine Plevier Charadrius dubius 1, 7, 22 & 29/06 3/06 21 & 28/06 11/07 20/07 7-8/08 9/08

Morinelplevier Charadrius morinellus 18/08 24/08

Slechtvalk Falco peregrinus In het centrum van Leuven kropen voor het vierde jaar op rij vier Slechtvalkkuikens uit het ei. Minstens twee daarvan konden vanaf begin juni in de stad waargenomen worden. Buiten Leuven werd de soort tijdens de zomermaanden waargenomen te Erps-Kwerps (6 waarnemingen), Heverlee (1), Kessel-Lo (3), Korbeek-Dijle (2), Kortenberg (1), Leefdaal (3), Oud-Heverlee (13), SintAgatha-Rode (22) en Tervuren (2).

Porseleinhoen Porzana porzana In augustus werden meermaals Porseleinhoenen gehoord te OHZ. Het ging om resp. 1, 1-2, 1, 2-3, 4, 1 & 3 zp op 3, 6, 8, 9, 11, 12 & 16/08 (D. von Werne, L. Hendrickx, I. Nel, R. Stoks). Enkel op 16/08 werd ook een ex. gezien (R. Stoks).

Groene specht - Rodebos Foto: Fred Vanwezer

18

IJsvogel - Tervuren Park Foto: Eddy Van Hoorebeke

1 ex. te OHN (L. Hendrickx, JM Penne, J. Nysten) 2 ex. te Leefdaal/plateau (I. Nel) 1 ex. te OHZ (L. Hendrickx, JM Penne) 1 ex. langsvliegend te Leefdaal/plateau (B. Forget) 2 ad broedverdacht te Wilsele (E. Marjaux, P. Collaerts) resp. 1 & 2 juv te OHZ (L. Hendrickx) 2 juv te OHN (D. von Werne)

30/08 31/08

2 ex. Z te Kessel-Lo/Kesselberg (T. Vandezande) 1 ex. over Erps/Dorenveld (R. De Boom), 1 ex. aud over te Leefdaal/ plateau (D. von Werne) 5 ad + 3 juv tpl te Erps/Dorenveld (A. Smets) 3 ad + 3 juv tpl + 4 ex. Z te Erps/ Dorenveld (A. Smets, R. Polfliet, A. Seynaeve e.a.), 1 ex. Z te OHZ (J. Rutten)

Zilverplevier Pluvialis squatarola 27/08

1 ex. ZW te Leefdaal/plateau (L. Hendrickx) Het 19e geval van Zilverplevier voor het Dijleland.

Goudplevier Pluvialis apricaria 27/08

1 ex. aud te Leefdaal/plateau (L. Hendrickx)

Purperreiger - Groenendaal, Zoniënwoud Foto: Franck Hollander

1 ex. rondvliegend te OHZ (J. Rutten)

Wulp Numenius arquata 12/06

1 ex. NO te Leefdaal/plateau (B. Forget)

Grutto Limosa limosa 31/08

9 ex. N te OHZ (J. Nysten)

Tureluur Tringa totanus 25-27/07

1 1e win te OHZ (L. Hendrickx, JM Penne, D. von Werne)

Groenpootruiter Tringa nebularia 08/06 12-14/07 25/08 27, 28 & 31/08 28-31/08

1 ex. te OHN (L. Hendrickx) 1 ex. te Oppem (L. Hendrickx, P. Standaert) 1 ex. ZW te LP (B. Verstraete) resp. 1 ex. tpl, 2 ex. Z & 2 ex. tpl te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, JM Penne) 7 waarnemingen van 1-2 ex. te OHZ (D. von Werne, L. Hendrickx, JM Penne e.a.)

Watersnip Gallinago gallinago 27/07

5 ex. te OHZ (JM Penne, L. Hendrickx, D. von Werne) 1/08 1 ex. te Haasrode/Industrie (D. von Werne) 3 & 8/08 resp. 6 & 9 ex. te Oppem (R. Stoks, L. Hendrickx) 13/08 1 ex. Z te Erps/Dorenveld (A. Smets) 14, 16 & 27-28/08 resp. 2, 1 & 1 ex. te OHZ (L. Hendrickx) 14/08 2 ex. over OH/Ormendaal (G. Creylman)

Stormmeeuw Larus canus Er was een vroege najaarswaarneming van 1 ex. op 17/08 te SAR (B. Nef).

Dwergstern Sternula albifrons

13 & 14/07 resp. 2 & 1 ex. te Oppem (L. Hendrickx, P. Standaert) 18, 20-21 & 27/07 telkens 1 juv te OHZ (L. Hendrickx, D. von Werne) 6, 9, 11, 12 & 14-15/08 resp. 2, 1, 1, 2 & 1 ex. te OHZ (L. Hendrickx, I. Nel, R. Stoks e.a.)

Een adulte Dwergstern op 21/06 te SAR (JM Penne, J. Nysten, L. Hendrickx, D. von Werne, I. Nel) was het 14e ex. voor het Dijleland, en betrof de 13e waarneming (het enige duo verbleef op 16/06/13 te SAR). Sinds 2010 wordt de soort jaarlijks opgemerkt in het Dijleland, telkens te SAR, met 9/05 en 27/06 als vroegste en laatste data. Zoals meestal bleef de vogel ook nu slechts zeer kort ter plaatse (ca drie kwartier).

Witgat Tringa ochropus

Zwarte Stern Chlidonias niger

Er werden tijdens de besproken periode maar liefst 145 waarnemingen van Witgatjes genoteerd in het Dijleland. De maandverdeling toont de toenemende trend over het verloop van de zomermaanden: juni 28 – juli 43, augustus 74. De maximale concentratie betrof 17 ex. te OHZ op 9/08 (L. Hendrickx, I. Nel).

7/06

Bosruiter Tringa glareola

Oeverloper Actitis hypoleucos In juni werden er twee waarnemingen van Oeverlopers doorgegeven: 2 ex. te OHN op 20/06 (G. Sterckx) en 1 ex. te OHZ op 22/06 L. Hendrickx). Juli-augustus bracht de soort naar SAR (waarnemingen op 24 data van 5/07 tot 22/08 – max. 17 ex. op 8/08; L. Hendrickx), Pécrot/vijver (telkens 1 ex. op 8 & 12/07; F. Van Hove), LP (resp. 2 & 7 ex. op 8 & 12/07; B. Verstraete), OHZ (waarnemingen op 11 data van 17/07 tot 28/08 – max. 4 ex. op 5 & 15/08; R. Stoks, J. Rutten), Haasrode/Industrie (telkens 1 ex. op 1 & 28/08; D. von Werne), OHN (resp. 1 & 2 ex. op 6 & 7/08; L. Hendrickx, D. von Werne, R. Stoks), ZW (1 ex. op 8/08; D. von Werne) en Oppem (2 ex. op 12/08; L. Hendrickx, I. Nel).

11/06 18/06 26/07 27/07

1 ad zom te NGB (J. Nysten, L. Hendrickx, D. von Werne, R. Stoks) 1 ex. te SAR (S. Debrus) 1 ad zom te Tervuren/Park KMMA (A. Reygel, C. Willis) 1 juv te SAR (L. Hendrickx) 1 juv te OHZ (JM Penne)

VOGELS

Boomvalk Falco subbuteo

15/06 17 & 19/06

3 ex. W te Leefdaal/plateau (B. Forget) 1 ex. N te LP (B. Verstraete) 1 ad te Haasrode/Industrie (D. von Werne)

Visdief Sterna hirundo Visdieven werden van begin juni tot op 21/07 op regelmatige basis waargenomen in de Dijlevallei, met waarneminge te OHZ (26 waarnemingen van 1-3 ex. op 16 data tss 1/06 & 21/07; L. Hendrickx, R. Stoks, P. Moysons e.v.a.), Oppem (2 ex. Z op 1/06; R. Stoks), SAR (13 waarnemingen van 1-4 ex. op 10 data tss 10 & 30/06; P. Selke, F. Vanwezer, JM Penne e.a.), Overijse/ Meer van Genval (1 ex. op 11/06; L. Petre), NGB (10 waarnemingen van 1-3 ex. op 6 data tss 12/06 & 21/07; R. Polfliet, I. Nel, L. Hendrickx e.a.) en Korbeek-Dijle/plateau (2 ex. over op 25/06; L. Van Hellemont).

De boomklever I maart 2015 I vogels

19


Visarend Pandion haliaetus

Scholekster Haematopus ostralegus

Bonte Strandloper Calidris alpina

Kemphaan Philomachus pugnax

De laatste voorjaars-Visarend(en) werden waargenomen te SAR op 6, 9 & 11/06 (R. Gysbertsen, M. Walravens, JM Penne e.a.) en over Heverlee/W op 8/06 (M. Depauw). Juli bracht twee waarnemingen met zich mee: 1 ex. te OHZ op 22/07 (M. Nollet) en 1 ex. NO te Haasrode/Industrie op 25/07 (P. Vanormelingen). In augustus werden Visarenden op de volgende plekken gezien: SAR (1 ex. Z op 14/08; L. Hendrickx + 1 ex. tpl op 31/08; I. Nel, L. Hendrickx, JM Penne, A. Crusiaux), OHZ (telkens 1 ex. tpl op 14, 27 & 29/08; M. Derycke, C. Terseleer, L. Hendrickx, J. De Rycke), Kessel-Lo/ Kesselberg (telkens 1 ex. Z op 27 & 29/08; T. Vandezande), AVP (1 ex. Z op 30/08; R. Gysbertsen) en Erps/Dorenveld (1 ex. Z op 31/08; A. Smets, J. Nysten, R. Polfliet, M. Mergaerts).

12/06

09/08

13, 18-20 & 25/07 1m te Oppem & OHZ (L. Hendrickx, P. Moysons, JM Penne e.a.) 20/08 1 juv te Erps/Dorenveld (R. Ghijsen)

Maar liefst 243 waarnemingen van Boomvalken werden voor de besproken periode ingevoerd in het online waarnemingenportaal! De maximale concentratie betrof 6 ex. op 15/06 te Korbeek-Dijle/plateau en OHZ (J. Menu, I. Nel, L. Hendrickx), en enkel te Tervuren/Zoniënwoud kon een broedgeval worden aangetoond (2 pulli in nest vanaf 31/07; V. Daems, B. Pasau).

Kleine Plevier Charadrius dubius 1, 7, 22 & 29/06 3/06 21 & 28/06 11/07 20/07 7-8/08 9/08

Morinelplevier Charadrius morinellus 18/08 24/08

Slechtvalk Falco peregrinus In het centrum van Leuven kropen voor het vierde jaar op rij vier Slechtvalkkuikens uit het ei. Minstens twee daarvan konden vanaf begin juni in de stad waargenomen worden. Buiten Leuven werd de soort tijdens de zomermaanden waargenomen te Erps-Kwerps (6 waarnemingen), Heverlee (1), Kessel-Lo (3), Korbeek-Dijle (2), Kortenberg (1), Leefdaal (3), Oud-Heverlee (13), SintAgatha-Rode (22) en Tervuren (2).

Porseleinhoen Porzana porzana In augustus werden meermaals Porseleinhoenen gehoord te OHZ. Het ging om resp. 1, 1-2, 1, 2-3, 4, 1 & 3 zp op 3, 6, 8, 9, 11, 12 & 16/08 (D. von Werne, L. Hendrickx, I. Nel, R. Stoks). Enkel op 16/08 werd ook een ex. gezien (R. Stoks).

Groene specht - Rodebos Foto: Fred Vanwezer

18

IJsvogel - Tervuren Park Foto: Eddy Van Hoorebeke

1 ex. te OHN (L. Hendrickx, JM Penne, J. Nysten) 2 ex. te Leefdaal/plateau (I. Nel) 1 ex. te OHZ (L. Hendrickx, JM Penne) 1 ex. langsvliegend te Leefdaal/plateau (B. Forget) 2 ad broedverdacht te Wilsele (E. Marjaux, P. Collaerts) resp. 1 & 2 juv te OHZ (L. Hendrickx) 2 juv te OHN (D. von Werne)

30/08 31/08

2 ex. Z te Kessel-Lo/Kesselberg (T. Vandezande) 1 ex. over Erps/Dorenveld (R. De Boom), 1 ex. aud over te Leefdaal/ plateau (D. von Werne) 5 ad + 3 juv tpl te Erps/Dorenveld (A. Smets) 3 ad + 3 juv tpl + 4 ex. Z te Erps/ Dorenveld (A. Smets, R. Polfliet, A. Seynaeve e.a.), 1 ex. Z te OHZ (J. Rutten)

Zilverplevier Pluvialis squatarola 27/08

1 ex. ZW te Leefdaal/plateau (L. Hendrickx) Het 19e geval van Zilverplevier voor het Dijleland.

Goudplevier Pluvialis apricaria 27/08

1 ex. aud te Leefdaal/plateau (L. Hendrickx)

Purperreiger - Groenendaal, Zoniënwoud Foto: Franck Hollander

1 ex. rondvliegend te OHZ (J. Rutten)

Wulp Numenius arquata 12/06

1 ex. NO te Leefdaal/plateau (B. Forget)

Grutto Limosa limosa 31/08

9 ex. N te OHZ (J. Nysten)

Tureluur Tringa totanus 25-27/07

1 1e win te OHZ (L. Hendrickx, JM Penne, D. von Werne)

Groenpootruiter Tringa nebularia 08/06 12-14/07 25/08 27, 28 & 31/08 28-31/08

1 ex. te OHN (L. Hendrickx) 1 ex. te Oppem (L. Hendrickx, P. Standaert) 1 ex. ZW te LP (B. Verstraete) resp. 1 ex. tpl, 2 ex. Z & 2 ex. tpl te SAR (L. Hendrickx, I. Nel, JM Penne) 7 waarnemingen van 1-2 ex. te OHZ (D. von Werne, L. Hendrickx, JM Penne e.a.)

Watersnip Gallinago gallinago 27/07

5 ex. te OHZ (JM Penne, L. Hendrickx, D. von Werne) 1/08 1 ex. te Haasrode/Industrie (D. von Werne) 3 & 8/08 resp. 6 & 9 ex. te Oppem (R. Stoks, L. Hendrickx) 13/08 1 ex. Z te Erps/Dorenveld (A. Smets) 14, 16 & 27-28/08 resp. 2, 1 & 1 ex. te OHZ (L. Hendrickx) 14/08 2 ex. over OH/Ormendaal (G. Creylman)

Stormmeeuw Larus canus Er was een vroege najaarswaarneming van 1 ex. op 17/08 te SAR (B. Nef).

Dwergstern Sternula albifrons

13 & 14/07 resp. 2 & 1 ex. te Oppem (L. Hendrickx, P. Standaert) 18, 20-21 & 27/07 telkens 1 juv te OHZ (L. Hendrickx, D. von Werne) 6, 9, 11, 12 & 14-15/08 resp. 2, 1, 1, 2 & 1 ex. te OHZ (L. Hendrickx, I. Nel, R. Stoks e.a.)

Een adulte Dwergstern op 21/06 te SAR (JM Penne, J. Nysten, L. Hendrickx, D. von Werne, I. Nel) was het 14e ex. voor het Dijleland, en betrof de 13e waarneming (het enige duo verbleef op 16/06/13 te SAR). Sinds 2010 wordt de soort jaarlijks opgemerkt in het Dijleland, telkens te SAR, met 9/05 en 27/06 als vroegste en laatste data. Zoals meestal bleef de vogel ook nu slechts zeer kort ter plaatse (ca drie kwartier).

Witgat Tringa ochropus

Zwarte Stern Chlidonias niger

Er werden tijdens de besproken periode maar liefst 145 waarnemingen van Witgatjes genoteerd in het Dijleland. De maandverdeling toont de toenemende trend over het verloop van de zomermaanden: juni 28 – juli 43, augustus 74. De maximale concentratie betrof 17 ex. te OHZ op 9/08 (L. Hendrickx, I. Nel).

7/06

Bosruiter Tringa glareola

Oeverloper Actitis hypoleucos In juni werden er twee waarnemingen van Oeverlopers doorgegeven: 2 ex. te OHN op 20/06 (G. Sterckx) en 1 ex. te OHZ op 22/06 L. Hendrickx). Juli-augustus bracht de soort naar SAR (waarnemingen op 24 data van 5/07 tot 22/08 – max. 17 ex. op 8/08; L. Hendrickx), Pécrot/vijver (telkens 1 ex. op 8 & 12/07; F. Van Hove), LP (resp. 2 & 7 ex. op 8 & 12/07; B. Verstraete), OHZ (waarnemingen op 11 data van 17/07 tot 28/08 – max. 4 ex. op 5 & 15/08; R. Stoks, J. Rutten), Haasrode/Industrie (telkens 1 ex. op 1 & 28/08; D. von Werne), OHN (resp. 1 & 2 ex. op 6 & 7/08; L. Hendrickx, D. von Werne, R. Stoks), ZW (1 ex. op 8/08; D. von Werne) en Oppem (2 ex. op 12/08; L. Hendrickx, I. Nel).

11/06 18/06 26/07 27/07

1 ad zom te NGB (J. Nysten, L. Hendrickx, D. von Werne, R. Stoks) 1 ex. te SAR (S. Debrus) 1 ad zom te Tervuren/Park KMMA (A. Reygel, C. Willis) 1 juv te SAR (L. Hendrickx) 1 juv te OHZ (JM Penne)

VOGELS

Boomvalk Falco subbuteo

15/06 17 & 19/06

3 ex. W te Leefdaal/plateau (B. Forget) 1 ex. N te LP (B. Verstraete) 1 ad te Haasrode/Industrie (D. von Werne)

Visdief Sterna hirundo Visdieven werden van begin juni tot op 21/07 op regelmatige basis waargenomen in de Dijlevallei, met waarneminge te OHZ (26 waarnemingen van 1-3 ex. op 16 data tss 1/06 & 21/07; L. Hendrickx, R. Stoks, P. Moysons e.v.a.), Oppem (2 ex. Z op 1/06; R. Stoks), SAR (13 waarnemingen van 1-4 ex. op 10 data tss 10 & 30/06; P. Selke, F. Vanwezer, JM Penne e.a.), Overijse/ Meer van Genval (1 ex. op 11/06; L. Petre), NGB (10 waarnemingen van 1-3 ex. op 6 data tss 12/06 & 21/07; R. Polfliet, I. Nel, L. Hendrickx e.a.) en Korbeek-Dijle/plateau (2 ex. over op 25/06; L. Van Hellemont).

De boomklever I maart 2015 I vogels

19


Zomertortel Streptopelia turtur

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus

Cetti’s Zanger Cettia cetti

Fitis Phylloscopus trochilus

Geen enkele waarneming …

4 & 7/06

De Cetti’s Zanger is intussen niet meer weg te denken uit het Dijleland. Hoewel tijdens het voorjaar van 2014 (periode maart – mei) maar liefst 19 à 22 territoria werden afgebakend in de regio, leverde de periode juni – augustus ‘slechts’ waarnemingen in 14 van deze territoria op (2 te OHN, 3 te OHZ, 1 te Korbeek-Dijle, 1 in de Doode Bemde, 4 te SAR en 3 te Pécrot).

De zomermaanden van 2014 illustreerden nog maar eens hoe weinig Fitissen er tegenwoordig in regio Dijleland worden waargenomen (en dan ging het nog om een ‘goed jaar’): 09/06 2 zp in Mollendaalwoud (D. von Werne) 22 & 24/06 resp. 1 & 3 zp in Heverleebos (J. Menu, M. Rogghe) 29/06 2 ad + 4 juv te Sint-Agatha-Rode/ Vetsaart (E. Van Hoorebeke) 30/06 4 ex. te OHZ (P. Standaert) 19/07 1 ex. te SAR (Y. Verstraeten) 05/08 1 ex. te Sint-Joris-Weert (S. & K. De Backer) 25/08 1 ex. te SAR (R. Charlier) 27/08 1 ex. te Kessel-Lo/Kesselberg (T. Vandezande)

14/08

1 ex. in tuin te Leefdaal/Duivendelle (fotografisch gedocumenteerd) (J. Van Campenhoudt) Het gaat hierbij om de 25e Hop in het Dijleland sinds 1975.

Boomleeuwerik Lullula arborea 28/08

1 ad m te Leefdaal/plateau (R. Stoks, D. von Werne, L. Hendrickx e.a.)

Duinpieper Anthus campestris 24/08

28/08

1 ex. tpl te Leefdaal/plateau (T. Vandezande, P. Moysons, J. Nysten, D. von Werne) 3 ex. tpl te Leefdaal/plateau (I. Nel)

Graspieper Anthus pratensis Pfff … juni 2014 kon niets meer veranderen aan wat we dit voorjaar reeds vaststelden, of beter gezegd NIET vaststelden … de Graspieper behoort niet meer tot de broedvogels van het Dijleland … Pas vanaf 23/08 dook de soort weer op in de regio, en daarbij ging het om najaarstrekkers (soms ook pleisterend): te Leefdaal/plateau resp. 1 ex. tpl, 1 ex. ZW + 2 ex. tpl en 29 ex. ZW op 23, 24 & 30/08 (D. van der Elst, P. Moysons, J. Meulemans, F. Vandeputte) en te Kessel-Lo/Kesselberg 2 ex. Z op 28/08 (T. Vandezande).

Boompieper Anthus trivialis In het Militair Domein te Meerdaalwoud werd op 9 data tussen 1/06 en 6/07 een zingende Boompieper aangetroffen (R. Ghijsen, J. & G. Buys, R. Stoks e.a.). Enkel op 6/06 werden 2 zp gedocumenteerd (M. Walravens). In de laatste decade van augustus doken dan de eerste najaarstrekkers op: op 23/08 3 ex. te Leefdaal/plateau (D. von Werne), op 24/08 1 ex. tpl te Haasrode/zandgroeve (D. von Werne), 1 ex. ZW te SAR (P. Moysons) en 1 ex. tpl te Leefdaal/plateau (D. von Werne), op 27/08 2 ex. Z te LP (T. Vandezande), op 28/08 1 ex. te Bierbeek/zandgroeve (D. von Werne) en 1 ex. over Leefdaal/plateau (G. Bleys) en op 29/08 2 ex. tpl te Haasrode/zandgroeve (D. von Werne).

Grauwe Klauwier Lanius collurio 30/06 1 ad m te SAR (E. Van Hoorebeke) De 13e Grauwe Klauwier voor het Dijleland sinds 2000.

Nachtegaal Luscinia megarhynchos 24/06

20

16/06 22-29/06

18 & 23/08

1 ex. te Leuven (M. Verdonck)

Noordse Kwikstaart Motacilla flava thunbergi 23-24/08

14/06

1 zp te Kessel-Lo/Noord (G. Sterckx)

De boomklever I maart 2015 I vogels

28/08 29/08

Paapje Saxicola rubetra De eerste Paapjes voor het najaar van 2014 waren 4 ex. op 11/08 te Erps/Dorenveld (A. Smets). Nadien werd de soort gezien te Leefdaal – Korbeek-Dijle/plateau (waarnemingen op 8 data tussen 19 & 31/08 – max. 18 ex. op 31/08; J. Nysten), Erps/Dorenveld (resp. 1 & 18 ex. op 12 & 31/08; A. Smets, R. Polfliet e.a.), SAR (1 ex. op 27/08; L. Hendrickx, I. Nel), OHZ (3 ex. op 27/08; L. Hendrickx, D. von Werne), Bertem/Koeheide (1 ex. op 27/08; G. Bleys), Haasrode/Industrie (2 ex. op 27/08; D. von Werne) en Kortenberg/Vrebos (1 ex. op 30/08; A. Smets).

Roodborsttapuit Saxicola rubicola Roodborsttapuiten werden tijdens de zomer van 2014 slechts van op vier plaatsen doorgegeven: Haasrode/ Industrie (waarnemingen van 4 verschillende ad op 12 data tss 11/06 & 28/08 + 2 juv op 28/08; D. von Werne), Korbeek-Dijle/plateau (resp. 2, 2, 3, 4, 3 & 2 ex. op 25/06, 7/07, 13-14, 15, 24 & 30/08; G. Bleys, L. Van Hellemont, J. Nysten), OHZ (1 juv op 27/07; D. von Werne) en Erps/ Dorenveld (resp. 1m + 4 juv, 1 & 1 ex. op 11, 24 & 31/08; A. Smets, P. Dubois, I. Nel).

Tapuit Oenanthe oenanthe Een vrouwtje Tapuit op 27/07 te Leefdaal/plateau (L. Smets) was er vroeg bij. Daarna was het wachten tot 13/08 voor de volgende Tapuiten. De soort werd genoteerd te Erps/Dorenveld (resp. 2, 1, 2, 3, 5 & 7 ex. op 13, 24, 26, 28, 30 & 31/08; A. Smets, R. De Boom, P. Moysons e.a.), Leefdaal/ plateau (1 ex. op 19/08; P. Standaert + 2-15 ex. tss. 24 & 31/08; J. Nysten, D. von Werne, I. Nel e.a.), Korbeek-Dijle/plateau (resp. 4, 2 & 14 ex. op 27, 30 & 31/08; L. Hendrickx, I. Nel, J. Menu, J. Nysten), OHZ (4 ex. op 27/08; L. Hendrickx; D. von Werne), Tervuren/centrum (vondst van een dood m op 27/08; N. Verbeke), Haasrode/Industrie (2 ex. op 28/08; D. von Werne), Kortenberg/Vrebos (3 ex. op 30/08; A. Smets), Meerbeek (5 ex. op 30/08; A. Smets) en Haasrode/zandgroeve (1 ex. op 31/08; D. von Werne).

Snor Locustella luscinioides 16/07

1 zingend ex. te OHZ (I. Nel, L. Hendrickx) 6/08 1 zingend ex. te SAR (I. Nel, L. Hendrickx) De 16e en 17e gevallen van Snor in het Dijleland sinds 1975.

Spotvogel Hippolais icterina Spotvogels waren aanwezig op de vogelde locaties: Leefdaal/plateau (1-3 zp op 13 data tss 1/06 & 19/07; R. Ghijsen, G. Bleys, F. Hollander e.a.), Veltem-Beisem/ Kastanjebos (1 zp op 1/06; R. Ghijsen), Wilsele-Putkapel/ Putkapel-dorp (1 zp op 6/06; J. Bafort), Meerbeek (resp. 1 & 2 zp op 8 & 22/06; M. Depauw), Korbeek-Dijle/plateau (1 zp op 9/06; G. Bleys), Herent (1 zp op 23/06; J. De Meirsman), Wijgmaal/Vaart (1 zp op 7/07; P. Standaert) en Erps/Dorenveld (2 ex. op 27/07; F. Wyns, R. De Boom).

Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus 6/06 & 16/07

telkens 1 ex. te SAR (JM Penne, F. Henin)

Braamsluiper Sylvia curruca 3, 15, 26/06 & 1/07 1 zp te Bertem/Koeheide (G. Bleys, E. Malfait, T. Vandenberghe) 14/06 1 zp te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys) 25/06 1 ex. te Bertem/dorp (E. Malfait) 28/08 1 ex. te Haasrode/Industrie (D. von Werne)

Traditionele Morinelplevier - Dorenveld Foto: Luc Hendrickx

Paapje - SAR Foto: Luc Hendrickx

Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata Er werden tijdens de periode juni – augustus 2014 opvallend veel Grauwe Vliegenvangers waargenomen. Een samenvatting per waarnemingsplaats: Mollendaalwoud (1 ex. op 9/06; D. von Werne), Leefdaal/plateau (tot 3 ex. op 8 data tss 8 & 30/06; J. Buys, I. Nel, P. Standaert e.v.a.), Heverlee/Langestaart (1 ex. op 14/06; J. Menu), ZW (1 ex. op 24/08; M. Rogghe), SAR (resp. 2 ad + 1 juv & 1 ex. op 12/07 & 31/08; I. Nel, JM Penne, L. Hendrickx, A. Crusiaux), Meerdaalwoud (4 locaties tss 14 & 27/07, waaronder 2 ad + 2 juv op 18/07; B. Bergmans, R. Stoks, S. & K. De Backer), Erps-Kwerps/Molenbeekvallei (1 ex. op 26/07; P. Moysons), Haasrode/zandgroeve (telkens 2 ex. op 31/07 & 26/08; D. von Werne), Kessel-Lo/ Wimmershofpad (3 ex. op 13/08; E. Toorman), LP (1 ex. op 21/08; B. Verstraete), OHZ (1 ex. op 24/08; D. von Werne), Kessel-Lo/Kesselberg (1 ex. op 27/08; T. Vandezande), Korbeek-Dijle/plateau (3 ex. op 27/08; L. Hendrickx, I. Nel) en Kessel-Lo/Spaarstraat (1 ex. op 28/08; W. Goussey).

VOGELS

Hop Upupa epops

1 ad v te Kwerps/vijvers (P. Moysons, M. Depauw) 1 ex. te Huldenberg/IJsevallei (JM Penne) 1 ad v te Leefdaal/plateau (B. Forget) 1m1v te Meerdaalwoud/Militair Domein (B. Bergmans, S. & K. De Backer, I. Nel e.a.) 1 ex. te LP (S. Goethals, B. Verstraete) 1 ad v te Leefdaal/plateay (C. Carels) 1 ad m te Overijse/centrum (E. De Broyer)

Juveniele Kwak - SAR Foto: Tom Vandezande

21


Zomertortel Streptopelia turtur

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus

Cetti’s Zanger Cettia cetti

Fitis Phylloscopus trochilus

Geen enkele waarneming …

4 & 7/06

De Cetti’s Zanger is intussen niet meer weg te denken uit het Dijleland. Hoewel tijdens het voorjaar van 2014 (periode maart – mei) maar liefst 19 à 22 territoria werden afgebakend in de regio, leverde de periode juni – augustus ‘slechts’ waarnemingen in 14 van deze territoria op (2 te OHN, 3 te OHZ, 1 te Korbeek-Dijle, 1 in de Doode Bemde, 4 te SAR en 3 te Pécrot).

De zomermaanden van 2014 illustreerden nog maar eens hoe weinig Fitissen er tegenwoordig in regio Dijleland worden waargenomen (en dan ging het nog om een ‘goed jaar’): 09/06 2 zp in Mollendaalwoud (D. von Werne) 22 & 24/06 resp. 1 & 3 zp in Heverleebos (J. Menu, M. Rogghe) 29/06 2 ad + 4 juv te Sint-Agatha-Rode/ Vetsaart (E. Van Hoorebeke) 30/06 4 ex. te OHZ (P. Standaert) 19/07 1 ex. te SAR (Y. Verstraeten) 05/08 1 ex. te Sint-Joris-Weert (S. & K. De Backer) 25/08 1 ex. te SAR (R. Charlier) 27/08 1 ex. te Kessel-Lo/Kesselberg (T. Vandezande)

14/08

1 ex. in tuin te Leefdaal/Duivendelle (fotografisch gedocumenteerd) (J. Van Campenhoudt) Het gaat hierbij om de 25e Hop in het Dijleland sinds 1975.

Boomleeuwerik Lullula arborea 28/08

1 ad m te Leefdaal/plateau (R. Stoks, D. von Werne, L. Hendrickx e.a.)

Duinpieper Anthus campestris 24/08

28/08

1 ex. tpl te Leefdaal/plateau (T. Vandezande, P. Moysons, J. Nysten, D. von Werne) 3 ex. tpl te Leefdaal/plateau (I. Nel)

Graspieper Anthus pratensis Pfff … juni 2014 kon niets meer veranderen aan wat we dit voorjaar reeds vaststelden, of beter gezegd NIET vaststelden … de Graspieper behoort niet meer tot de broedvogels van het Dijleland … Pas vanaf 23/08 dook de soort weer op in de regio, en daarbij ging het om najaarstrekkers (soms ook pleisterend): te Leefdaal/plateau resp. 1 ex. tpl, 1 ex. ZW + 2 ex. tpl en 29 ex. ZW op 23, 24 & 30/08 (D. van der Elst, P. Moysons, J. Meulemans, F. Vandeputte) en te Kessel-Lo/Kesselberg 2 ex. Z op 28/08 (T. Vandezande).

Boompieper Anthus trivialis In het Militair Domein te Meerdaalwoud werd op 9 data tussen 1/06 en 6/07 een zingende Boompieper aangetroffen (R. Ghijsen, J. & G. Buys, R. Stoks e.a.). Enkel op 6/06 werden 2 zp gedocumenteerd (M. Walravens). In de laatste decade van augustus doken dan de eerste najaarstrekkers op: op 23/08 3 ex. te Leefdaal/plateau (D. von Werne), op 24/08 1 ex. tpl te Haasrode/zandgroeve (D. von Werne), 1 ex. ZW te SAR (P. Moysons) en 1 ex. tpl te Leefdaal/plateau (D. von Werne), op 27/08 2 ex. Z te LP (T. Vandezande), op 28/08 1 ex. te Bierbeek/zandgroeve (D. von Werne) en 1 ex. over Leefdaal/plateau (G. Bleys) en op 29/08 2 ex. tpl te Haasrode/zandgroeve (D. von Werne).

Grauwe Klauwier Lanius collurio 30/06 1 ad m te SAR (E. Van Hoorebeke) De 13e Grauwe Klauwier voor het Dijleland sinds 2000.

Nachtegaal Luscinia megarhynchos 24/06

20

16/06 22-29/06

18 & 23/08

1 ex. te Leuven (M. Verdonck)

Noordse Kwikstaart Motacilla flava thunbergi 23-24/08

14/06

1 zp te Kessel-Lo/Noord (G. Sterckx)

De boomklever I maart 2015 I vogels

28/08 29/08

Paapje Saxicola rubetra De eerste Paapjes voor het najaar van 2014 waren 4 ex. op 11/08 te Erps/Dorenveld (A. Smets). Nadien werd de soort gezien te Leefdaal – Korbeek-Dijle/plateau (waarnemingen op 8 data tussen 19 & 31/08 – max. 18 ex. op 31/08; J. Nysten), Erps/Dorenveld (resp. 1 & 18 ex. op 12 & 31/08; A. Smets, R. Polfliet e.a.), SAR (1 ex. op 27/08; L. Hendrickx, I. Nel), OHZ (3 ex. op 27/08; L. Hendrickx, D. von Werne), Bertem/Koeheide (1 ex. op 27/08; G. Bleys), Haasrode/Industrie (2 ex. op 27/08; D. von Werne) en Kortenberg/Vrebos (1 ex. op 30/08; A. Smets).

Roodborsttapuit Saxicola rubicola Roodborsttapuiten werden tijdens de zomer van 2014 slechts van op vier plaatsen doorgegeven: Haasrode/ Industrie (waarnemingen van 4 verschillende ad op 12 data tss 11/06 & 28/08 + 2 juv op 28/08; D. von Werne), Korbeek-Dijle/plateau (resp. 2, 2, 3, 4, 3 & 2 ex. op 25/06, 7/07, 13-14, 15, 24 & 30/08; G. Bleys, L. Van Hellemont, J. Nysten), OHZ (1 juv op 27/07; D. von Werne) en Erps/ Dorenveld (resp. 1m + 4 juv, 1 & 1 ex. op 11, 24 & 31/08; A. Smets, P. Dubois, I. Nel).

Tapuit Oenanthe oenanthe Een vrouwtje Tapuit op 27/07 te Leefdaal/plateau (L. Smets) was er vroeg bij. Daarna was het wachten tot 13/08 voor de volgende Tapuiten. De soort werd genoteerd te Erps/Dorenveld (resp. 2, 1, 2, 3, 5 & 7 ex. op 13, 24, 26, 28, 30 & 31/08; A. Smets, R. De Boom, P. Moysons e.a.), Leefdaal/ plateau (1 ex. op 19/08; P. Standaert + 2-15 ex. tss. 24 & 31/08; J. Nysten, D. von Werne, I. Nel e.a.), Korbeek-Dijle/plateau (resp. 4, 2 & 14 ex. op 27, 30 & 31/08; L. Hendrickx, I. Nel, J. Menu, J. Nysten), OHZ (4 ex. op 27/08; L. Hendrickx; D. von Werne), Tervuren/centrum (vondst van een dood m op 27/08; N. Verbeke), Haasrode/Industrie (2 ex. op 28/08; D. von Werne), Kortenberg/Vrebos (3 ex. op 30/08; A. Smets), Meerbeek (5 ex. op 30/08; A. Smets) en Haasrode/zandgroeve (1 ex. op 31/08; D. von Werne).

Snor Locustella luscinioides 16/07

1 zingend ex. te OHZ (I. Nel, L. Hendrickx) 6/08 1 zingend ex. te SAR (I. Nel, L. Hendrickx) De 16e en 17e gevallen van Snor in het Dijleland sinds 1975.

Spotvogel Hippolais icterina Spotvogels waren aanwezig op de vogelde locaties: Leefdaal/plateau (1-3 zp op 13 data tss 1/06 & 19/07; R. Ghijsen, G. Bleys, F. Hollander e.a.), Veltem-Beisem/ Kastanjebos (1 zp op 1/06; R. Ghijsen), Wilsele-Putkapel/ Putkapel-dorp (1 zp op 6/06; J. Bafort), Meerbeek (resp. 1 & 2 zp op 8 & 22/06; M. Depauw), Korbeek-Dijle/plateau (1 zp op 9/06; G. Bleys), Herent (1 zp op 23/06; J. De Meirsman), Wijgmaal/Vaart (1 zp op 7/07; P. Standaert) en Erps/Dorenveld (2 ex. op 27/07; F. Wyns, R. De Boom).

Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus 6/06 & 16/07

telkens 1 ex. te SAR (JM Penne, F. Henin)

Braamsluiper Sylvia curruca 3, 15, 26/06 & 1/07 1 zp te Bertem/Koeheide (G. Bleys, E. Malfait, T. Vandenberghe) 14/06 1 zp te Heverlee/Bremstraat (G. Bleys) 25/06 1 ex. te Bertem/dorp (E. Malfait) 28/08 1 ex. te Haasrode/Industrie (D. von Werne)

Traditionele Morinelplevier - Dorenveld Foto: Luc Hendrickx

Paapje - SAR Foto: Luc Hendrickx

Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata Er werden tijdens de periode juni – augustus 2014 opvallend veel Grauwe Vliegenvangers waargenomen. Een samenvatting per waarnemingsplaats: Mollendaalwoud (1 ex. op 9/06; D. von Werne), Leefdaal/plateau (tot 3 ex. op 8 data tss 8 & 30/06; J. Buys, I. Nel, P. Standaert e.v.a.), Heverlee/Langestaart (1 ex. op 14/06; J. Menu), ZW (1 ex. op 24/08; M. Rogghe), SAR (resp. 2 ad + 1 juv & 1 ex. op 12/07 & 31/08; I. Nel, JM Penne, L. Hendrickx, A. Crusiaux), Meerdaalwoud (4 locaties tss 14 & 27/07, waaronder 2 ad + 2 juv op 18/07; B. Bergmans, R. Stoks, S. & K. De Backer), Erps-Kwerps/Molenbeekvallei (1 ex. op 26/07; P. Moysons), Haasrode/zandgroeve (telkens 2 ex. op 31/07 & 26/08; D. von Werne), Kessel-Lo/ Wimmershofpad (3 ex. op 13/08; E. Toorman), LP (1 ex. op 21/08; B. Verstraete), OHZ (1 ex. op 24/08; D. von Werne), Kessel-Lo/Kesselberg (1 ex. op 27/08; T. Vandezande), Korbeek-Dijle/plateau (3 ex. op 27/08; L. Hendrickx, I. Nel) en Kessel-Lo/Spaarstraat (1 ex. op 28/08; W. Goussey).

VOGELS

Hop Upupa epops

1 ad v te Kwerps/vijvers (P. Moysons, M. Depauw) 1 ex. te Huldenberg/IJsevallei (JM Penne) 1 ad v te Leefdaal/plateau (B. Forget) 1m1v te Meerdaalwoud/Militair Domein (B. Bergmans, S. & K. De Backer, I. Nel e.a.) 1 ex. te LP (S. Goethals, B. Verstraete) 1 ad v te Leefdaal/plateay (C. Carels) 1 ad m te Overijse/centrum (E. De Broyer)

Juveniele Kwak - SAR Foto: Tom Vandezande

21


12/08 27/08 28/08 29/08

1v te Overijse/centrum (E. De Broyer) 1 ex. te OHZ (D. von Werne) 2 ex. te Leefdaal/plateau (C. Carels) 1 ex. te LP (F. Vanwezer)

Wielewaal Oriolus oriolus 6/06

1 ad m te Leefdaal/Weebergbos (J. Kiebooms) 1 zp te SAR/Vette Weide (J. Rutten) min. 4 ex. te Wijgmaal/Wijgmaalbroek (L. Smets) 1 zp te Meerdaalwoud/Militair Domein (G. Bleys)

8/06 11/06 22/06

Ringmus Passer montanus Alle waarnemingen: 2 ex. te Herent op 2/08 (K. Aerts), resp. 5 & 14 ex. Z te Erps/Dorenveld op 12 & 13/08 (A. Smets) en 8 ex. te Leefdaal/plateau op 24/08 (R. Polfliet).

Kruisbek Loxia curvirostra 25/07 30/07 & 4/08 7/08

2 ex. NO te Erps-Kwerps/dorp (P. Moysons) telkens 1 ex. over Leefdaal/plateau (P. Moysons, D. von Werne) 1 ex. O te Oud-Heverlee/dorp (J. Rutten)

Ortolaan Emberiza hortulana 23-24/08

1 juv pleisterend te Leefdaal/plateau (J. Nysten, R. Stoks, D. von Werne e.a.), in de namiddag van de 23e samen met een 2e ex. (I. Nel)

Samenstelling Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com

22

De boomklever I maart 2015 I vogels

Daguitstap Zeeland 20I12I2014 Zaterdag 20 december, 7u30, parking Bodart, Leuven. Twaalf deelnemers verdelen zich in het ochtenddonker over drie wagens om de tocht naar de Nederlandse provincie Zeeland aan te vatten, waar voornamelijk vogels de verzamelde aandacht zullen wegdragen. Onder het deelnemend zootje ongeregeld zowel oude NSGD-rotten als jonge(re) veulens die hun sporen binnen de werkgroep recenter verdienden, en zelfs ook enkele exoten in de vorm van een Antwerps-WestVlaams koppel. Het was intussen enkele jaren geleden dat de Natuurstudiegroep Dijleland nog eens een vogelexcursie buiten de thuisregio organiseerde, en de hoop bestaat dat deze tocht de heropleving van de oude excursietraditie inluidt. Twee uren later (een afgesloten weg maakte dat we van de vertrouwde route moesten afwijken), en na de waarneming van een volwassen man Blauwe Kiekendief in de omgeving van Hoogerheide, bevinden we ons op de Oesterdam ter hoogte van Bergen op Zoom. Met zijn 10,5 km lengte is de Oesterdam de langste dam van de Deltawerken, die de voormalige eilanden Zuid-Beveland en Tholen met elkaar verbindt en zo het Markiezaatsmeer (ten oosten van de Oesterdam) scheidt van de rest van de Oosterschelde. Onmiddellijk wordt ons duidelijk dat de wind vandaag de hoofdrol speelt! En dan staan we nu nog op het meest landinwaarts gelegen punt dat we vandaag zullen aandoen … wat zal dat straks geven als we aan de kust zijn, en de noordwester recht in onze gezichten zullen krijgen?! Op de waterpartijen aan weerszijden van de dam ontwaren we grote aantallen watervo-

Sfeerbeeld van de Prunjepolder. Foto: André Verboven

gels, waarbij vooral de relatief hoge aantallen Brilduikers en Middelste Zaagbekken de binnenlandse vogelkijkers verblijden. Beide soorten zullen later de constante van de dag blijken te zijn. Ook Futen zitten hier in mooie aantallen, en de eerste groepjes Rotganzen laten zich opmerken. Een Zeelandtocht staat doorgaans garant voor een mooi soortenlijstje van aan water gebonden vogels (over de gradiënt van zoet tot zout), maar zangvogels zijn hierin veelal sterk ondervertegenwoordigd. Regelmatige Oesterdam-bezoekers weten echter zeer goed dat het meeste enthousiasme op deze locatie vaak net wel naar een zangvogelsoort uitgaat, en ook vandaag zijn het de Sneeuwgorzen die ons overtuigen om de windluwe zone achter de geparkeerde wagens te verlaten en de wind te trotseren. Met 22 zijn ze, en hoewel deze groep zich langs een aanzienlijk stuk Oesterdam heen en weer beweegt, slagen we er in ze voldoende dicht te benaderen (of is het nu omgekeerd?) om de details van de verenkleden te appreciëren, en opdat zowel onze breinen als fototoestellen de indruk van deze levendige beestjes kunnen opslaan. Intussen

wordt een verre Slechtvalk opgemerkt. Vroeger behoorde ook deze soort voor ons – Vlaamse binnenlanders – tot de Zeelandspecialiteiten, maar hoewel die tijd intussen achter ons ligt en de soort ook bij ons heel wat ‘gemakkelijker’ is geworden, blijft een waarneming van een Slechtvalk altijd een topmoment. Als volgende stop plannen we een bezoek aan het Veerse Meer, een kunstmatig brakwatermeer dat een soort watergrens vormt tussen Zuid-Beveland en Walcheren in het zuiden en Noord-Beveland in het noorden, en dat ontstond door de afdamming van het Veerse Gat (de voormalige verbinding tussen het Veerse Meer en de Noordzee) in het kader van de Deltawerken. Oorspronkelijk bevatte het Veerse Meer zoeter water dan tegenwoordig, maar sinds 2004 wordt op gezette tijden zout water uit de Oosterschelde in het meer gelaten opdat een klein getij de oevers regelmatig zou overstromen. Het op de oevers afgezette zout zorgt er dan voor dat deze gevrijwaard worden van al te weelderig tierende vegetatie, die ze ongeschikt zou maken als broed- en foerageergebied voor de vele watervogels die er De boomklever I maart 2015 I vogels

VOGELS

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypoleuca

23


12/08 27/08 28/08 29/08

1v te Overijse/centrum (E. De Broyer) 1 ex. te OHZ (D. von Werne) 2 ex. te Leefdaal/plateau (C. Carels) 1 ex. te LP (F. Vanwezer)

Wielewaal Oriolus oriolus 6/06

1 ad m te Leefdaal/Weebergbos (J. Kiebooms) 1 zp te SAR/Vette Weide (J. Rutten) min. 4 ex. te Wijgmaal/Wijgmaalbroek (L. Smets) 1 zp te Meerdaalwoud/Militair Domein (G. Bleys)

8/06 11/06 22/06

Ringmus Passer montanus Alle waarnemingen: 2 ex. te Herent op 2/08 (K. Aerts), resp. 5 & 14 ex. Z te Erps/Dorenveld op 12 & 13/08 (A. Smets) en 8 ex. te Leefdaal/plateau op 24/08 (R. Polfliet).

Kruisbek Loxia curvirostra 25/07 30/07 & 4/08 7/08

2 ex. NO te Erps-Kwerps/dorp (P. Moysons) telkens 1 ex. over Leefdaal/plateau (P. Moysons, D. von Werne) 1 ex. O te Oud-Heverlee/dorp (J. Rutten)

Ortolaan Emberiza hortulana 23-24/08

1 juv pleisterend te Leefdaal/plateau (J. Nysten, R. Stoks, D. von Werne e.a.), in de namiddag van de 23e samen met een 2e ex. (I. Nel)

Samenstelling Kelle Moreau kelle.moreau@gmail.com

22

De boomklever I maart 2015 I vogels

Daguitstap Zeeland 20I12I2014 Zaterdag 20 december, 7u30, parking Bodart, Leuven. Twaalf deelnemers verdelen zich in het ochtenddonker over drie wagens om de tocht naar de Nederlandse provincie Zeeland aan te vatten, waar voornamelijk vogels de verzamelde aandacht zullen wegdragen. Onder het deelnemend zootje ongeregeld zowel oude NSGD-rotten als jonge(re) veulens die hun sporen binnen de werkgroep recenter verdienden, en zelfs ook enkele exoten in de vorm van een Antwerps-WestVlaams koppel. Het was intussen enkele jaren geleden dat de Natuurstudiegroep Dijleland nog eens een vogelexcursie buiten de thuisregio organiseerde, en de hoop bestaat dat deze tocht de heropleving van de oude excursietraditie inluidt. Twee uren later (een afgesloten weg maakte dat we van de vertrouwde route moesten afwijken), en na de waarneming van een volwassen man Blauwe Kiekendief in de omgeving van Hoogerheide, bevinden we ons op de Oesterdam ter hoogte van Bergen op Zoom. Met zijn 10,5 km lengte is de Oesterdam de langste dam van de Deltawerken, die de voormalige eilanden Zuid-Beveland en Tholen met elkaar verbindt en zo het Markiezaatsmeer (ten oosten van de Oesterdam) scheidt van de rest van de Oosterschelde. Onmiddellijk wordt ons duidelijk dat de wind vandaag de hoofdrol speelt! En dan staan we nu nog op het meest landinwaarts gelegen punt dat we vandaag zullen aandoen … wat zal dat straks geven als we aan de kust zijn, en de noordwester recht in onze gezichten zullen krijgen?! Op de waterpartijen aan weerszijden van de dam ontwaren we grote aantallen watervo-

Sfeerbeeld van de Prunjepolder. Foto: André Verboven

gels, waarbij vooral de relatief hoge aantallen Brilduikers en Middelste Zaagbekken de binnenlandse vogelkijkers verblijden. Beide soorten zullen later de constante van de dag blijken te zijn. Ook Futen zitten hier in mooie aantallen, en de eerste groepjes Rotganzen laten zich opmerken. Een Zeelandtocht staat doorgaans garant voor een mooi soortenlijstje van aan water gebonden vogels (over de gradiënt van zoet tot zout), maar zangvogels zijn hierin veelal sterk ondervertegenwoordigd. Regelmatige Oesterdam-bezoekers weten echter zeer goed dat het meeste enthousiasme op deze locatie vaak net wel naar een zangvogelsoort uitgaat, en ook vandaag zijn het de Sneeuwgorzen die ons overtuigen om de windluwe zone achter de geparkeerde wagens te verlaten en de wind te trotseren. Met 22 zijn ze, en hoewel deze groep zich langs een aanzienlijk stuk Oesterdam heen en weer beweegt, slagen we er in ze voldoende dicht te benaderen (of is het nu omgekeerd?) om de details van de verenkleden te appreciëren, en opdat zowel onze breinen als fototoestellen de indruk van deze levendige beestjes kunnen opslaan. Intussen

wordt een verre Slechtvalk opgemerkt. Vroeger behoorde ook deze soort voor ons – Vlaamse binnenlanders – tot de Zeelandspecialiteiten, maar hoewel die tijd intussen achter ons ligt en de soort ook bij ons heel wat ‘gemakkelijker’ is geworden, blijft een waarneming van een Slechtvalk altijd een topmoment. Als volgende stop plannen we een bezoek aan het Veerse Meer, een kunstmatig brakwatermeer dat een soort watergrens vormt tussen Zuid-Beveland en Walcheren in het zuiden en Noord-Beveland in het noorden, en dat ontstond door de afdamming van het Veerse Gat (de voormalige verbinding tussen het Veerse Meer en de Noordzee) in het kader van de Deltawerken. Oorspronkelijk bevatte het Veerse Meer zoeter water dan tegenwoordig, maar sinds 2004 wordt op gezette tijden zout water uit de Oosterschelde in het meer gelaten opdat een klein getij de oevers regelmatig zou overstromen. Het op de oevers afgezette zout zorgt er dan voor dat deze gevrijwaard worden van al te weelderig tierende vegetatie, die ze ongeschikt zou maken als broed- en foerageergebied voor de vele watervogels die er De boomklever I maart 2015 I vogels

VOGELS

Bonte Vliegenvanger Ficedula hypoleuca

23


Deze Sneeuwgorzen hielden vele NSGD’ers langdurig bezig op de Oesterdam. Foto: André Verboven

nu wel aangetroffen kunnen worden. Met zijn totale oeverlengte van 55 km is het onmogelijk om het hele Veerse Meer op één dag in detail af te speuren, daarom selecteren we voor dit bezoek slechts één kijkpunt op de zuidoever ter hoogte van de Middelplaten (gebaseerd op vroegere ervaringen). De op-het-water-drijvende vogels laten het hier vandaag echter wat afweten, met onze enige Pijlstaart van de dag (een man) en – godbetert – een Zwarte Zwaan als ‘beste’ soorten. Van Rotganzen, Brilduikers en Middelste Zaagbeken kijken we intussen al niet meer op. Maar de steltlopers, die stellen zeker niet teleur! Vooral Bonte Strandlopers en Zilverplevieren rusten in zeer grote aantallen op de Middelplaten, en een nauwkeurigere inspectie laat toe ook wat Bontbekplevieren, Kanoeten, Rosse Grutto’s en Tureluurs uit het gewemel te halen. Een dense zwart-witte groep van 61 Kluten is makkelijker in de kijkers te krijgen, en een dertigtal Goudplevieren verlaten bij tijd en wijle hun naburige akker om een didactisch toertje te vliegen waarbij de vluchtkenmerken van het Goudplevierenwinterkleed mooi kunnen worden vergeleken met dat van de nauw verwante Zilverplevieren. Verder worden ook twee Kleine en één Grote Zilverreiger genoteerd. Via www.waarneming.nl weten we dat er op 1315 december twee Roodhalsganzen in de om24

De boomklever I maart 2015 I vogels

geving van het Veerse Meer verbleven, intussen reeds vijf dagen geleden dus. Op weg naar dit meer zagen we echter bijzonder weinig ganzen, dus hopen we bij het wegrijden doorheen de polders van Wolphaartsdijk wel groepen tegen te komen die kunnen worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van dit duo. We moeten het echter doen met één enkele groep Rotganzen … geen al te grote hoop op de Roodhalzen dus. Maar tot ons plezier zien we allen in zowat het eerste verrekijkerbeeld dat de beide vogels hier nog steeds rondhangen. Een nieuwe soort voor meerdere deelnemers! Dan gaat de tocht richting Zeelandbrug, die ons over de Oosterschelde naar het eiland Schouwen-Duivenland leidt. Net ten zuiden van deze brug, boven de Oud-Noordbevelandpolder, stelen twee Slechtvalken de show. Eens over de brug rijden we westwaarts en vergapen we ons aan de almaar toenemende oppervlakte van de “Plan Tureluur-polders” (grootschalig natuurontwikkelingsproject waarbij akkers worden omgezet in natte graslanden en uiterwaarden, in maar liefst 44 geselecteerde gebieden), tot het tijd wordt om aan de inwendige mens te denken. Dat doen we traditioneel aan/in de Heerenkeet te Kerkwerve. De goed voorbereidden halen hier hun boterhammetjes boven en blijven intussen de wind bekampen, terwijl de anderen binnenskamers

van een rijk gevulde Zeeuwse vissoep genieten. Na de lunch concentreren we ons op de Flaauwers en Wevers Inlagen en de Prunjepolder, die safarigewijs vanuit de auto afgespeurd worden (de wind, weet je wel…). Vooral de inlagen veroorzaken slechts weinig opwinding (Slobeenden, Wintertalingen, Brilduikers, Middelste Zaagbekken, Dodaarzen, Futen) en ook in de Prunjepolder gaat het er eerder kalm aan toe wat eenden en futen betreft (zelfde soorten als op de inlagen). Een mannetje Nonnetje, hoewel ver weg in de telescoop, kan wel op een oplaaiing van enthousiasme rekenen, en ook hier worden twee Kleine Zilverreigers gezien. Steltlopers blijken vandaag wel alomtegenwoordig in de Prunjepolder, waarbij opvalt dat de edelmetaalplevieren hier in de omgekeerde verhouding pleisteren dan aan het Veerse Meer: een belachelijk grote wolk Goudplevieren (10.000?) en slechts enkele tientallen Zilverplevieren. Verder meer dan 100 Kluten, talrijke Bonte Strandlopers, meerdere Tureluurs en ook een Watersnip. Bij het verlaten van dit gebied zien we aan de overkant van de weg ook vier Lepelaars, een soort die hier de laatste jaren een vaste overwinterende waarde is geworden. Opvallend zijn ook de zeer lage aantallen Brandganzen. De rest van de dag zal er hoofdzakelijk getwitcht worden. Het voormalige werkeiland Neeltje Jans, vanwaar de Oosterscheldekering zowel in noordelijke als zuidelijke richting werd opgebouwd om de Oosterschelde af te sluiten van de Noordzee, waar Amerikaanse ingenieurs naar aanleiding van de rampzalige passage van orkaan Katrina in New Orleans (2005) nog kwamen leren hoe de zee uit het land te houden, is daarbij vandaag de topbestemming. De vorige dagen

De excursieleden trotseerden de gure Zeelandse wind. Foto: Gert Vanautgaerden

verbleven hier immers Ijsduiker, Kuifaalscholver en Rosse Franjepoot. Maar vooraleer we de kering in zuidelijke richting oprijden, inspecteren we nog even de polders van Haamstede. Weeral bepalen Rotganzen ons zoekbeeld, ditmaal in de hoop er de Zwarte Rotgans tussen aan te treffen, nog een beest dat hier de voorbije dagen werd gezien. En weeral vinden we slechts één groep, maar ditmaal zonder de verhoopte zeldzaamheid ertussen. Veel tijd spenderen we er echter niet aan, Zwarte Rotganzen zoeken tussen ‘gewone’ Rotganzen is een bezigheid waar velen snel op ‘uitgekeken’ zijn. Achteraf leert een blik op het Nederlandse waarnemingenportaal dat de vogel vandaag door niemand werd teruggevonden. Een goede keuze dus van hier niet te veel tijd in te steken, of hebben we onze ‘minute of fame’ gemist? We zien hier wel acht veldreeën open en bloot op een polderdijk, en vinden dat best de moeite. Soit, Neeltje Jans. We begeven ons eerst naar de Vluchthaven van dit eiland, waar reeds geruime tijd de Ijsduiker zit. Ook deze voormiddag werd de vogel hier nog gezien. De wind is echter nog steeds het overheersende weerelement, en we hebben soms moeite om ons staande te houden. Toch houden we vol en speuren we geruime tijd het eerder kleine dok af. Ijsduikers kunnen weliswaar zeer lang onder water blijven, maar na een tijdje kunnen we niet meer geloven dat onze hele groep er niet in slaagt de vogel te vinden indien hij nog aanwezig is. Op Brilduikers en Middelste Zaagbekken na noteren we hier in feite enkel twee Gewone Zeehonden, waarvan eentje zowaar op het droge ligt. Op naar de volgende locatie dan, de zuidwestelijke punt van Neeltje Jans. Het stukje zee aan deze punt wordt De boomklever I maart 2015 I vogels

VOGELS

Een Kuifaalscholver aan Neeltje Jans liet zich gedurende lange tijd bewonderen. Foto: André Verboven

25


Deze Sneeuwgorzen hielden vele NSGD’ers langdurig bezig op de Oesterdam. Foto: André Verboven

nu wel aangetroffen kunnen worden. Met zijn totale oeverlengte van 55 km is het onmogelijk om het hele Veerse Meer op één dag in detail af te speuren, daarom selecteren we voor dit bezoek slechts één kijkpunt op de zuidoever ter hoogte van de Middelplaten (gebaseerd op vroegere ervaringen). De op-het-water-drijvende vogels laten het hier vandaag echter wat afweten, met onze enige Pijlstaart van de dag (een man) en – godbetert – een Zwarte Zwaan als ‘beste’ soorten. Van Rotganzen, Brilduikers en Middelste Zaagbeken kijken we intussen al niet meer op. Maar de steltlopers, die stellen zeker niet teleur! Vooral Bonte Strandlopers en Zilverplevieren rusten in zeer grote aantallen op de Middelplaten, en een nauwkeurigere inspectie laat toe ook wat Bontbekplevieren, Kanoeten, Rosse Grutto’s en Tureluurs uit het gewemel te halen. Een dense zwart-witte groep van 61 Kluten is makkelijker in de kijkers te krijgen, en een dertigtal Goudplevieren verlaten bij tijd en wijle hun naburige akker om een didactisch toertje te vliegen waarbij de vluchtkenmerken van het Goudplevierenwinterkleed mooi kunnen worden vergeleken met dat van de nauw verwante Zilverplevieren. Verder worden ook twee Kleine en één Grote Zilverreiger genoteerd. Via www.waarneming.nl weten we dat er op 1315 december twee Roodhalsganzen in de om24

De boomklever I maart 2015 I vogels

geving van het Veerse Meer verbleven, intussen reeds vijf dagen geleden dus. Op weg naar dit meer zagen we echter bijzonder weinig ganzen, dus hopen we bij het wegrijden doorheen de polders van Wolphaartsdijk wel groepen tegen te komen die kunnen worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van dit duo. We moeten het echter doen met één enkele groep Rotganzen … geen al te grote hoop op de Roodhalzen dus. Maar tot ons plezier zien we allen in zowat het eerste verrekijkerbeeld dat de beide vogels hier nog steeds rondhangen. Een nieuwe soort voor meerdere deelnemers! Dan gaat de tocht richting Zeelandbrug, die ons over de Oosterschelde naar het eiland Schouwen-Duivenland leidt. Net ten zuiden van deze brug, boven de Oud-Noordbevelandpolder, stelen twee Slechtvalken de show. Eens over de brug rijden we westwaarts en vergapen we ons aan de almaar toenemende oppervlakte van de “Plan Tureluur-polders” (grootschalig natuurontwikkelingsproject waarbij akkers worden omgezet in natte graslanden en uiterwaarden, in maar liefst 44 geselecteerde gebieden), tot het tijd wordt om aan de inwendige mens te denken. Dat doen we traditioneel aan/in de Heerenkeet te Kerkwerve. De goed voorbereidden halen hier hun boterhammetjes boven en blijven intussen de wind bekampen, terwijl de anderen binnenskamers

van een rijk gevulde Zeeuwse vissoep genieten. Na de lunch concentreren we ons op de Flaauwers en Wevers Inlagen en de Prunjepolder, die safarigewijs vanuit de auto afgespeurd worden (de wind, weet je wel…). Vooral de inlagen veroorzaken slechts weinig opwinding (Slobeenden, Wintertalingen, Brilduikers, Middelste Zaagbekken, Dodaarzen, Futen) en ook in de Prunjepolder gaat het er eerder kalm aan toe wat eenden en futen betreft (zelfde soorten als op de inlagen). Een mannetje Nonnetje, hoewel ver weg in de telescoop, kan wel op een oplaaiing van enthousiasme rekenen, en ook hier worden twee Kleine Zilverreigers gezien. Steltlopers blijken vandaag wel alomtegenwoordig in de Prunjepolder, waarbij opvalt dat de edelmetaalplevieren hier in de omgekeerde verhouding pleisteren dan aan het Veerse Meer: een belachelijk grote wolk Goudplevieren (10.000?) en slechts enkele tientallen Zilverplevieren. Verder meer dan 100 Kluten, talrijke Bonte Strandlopers, meerdere Tureluurs en ook een Watersnip. Bij het verlaten van dit gebied zien we aan de overkant van de weg ook vier Lepelaars, een soort die hier de laatste jaren een vaste overwinterende waarde is geworden. Opvallend zijn ook de zeer lage aantallen Brandganzen. De rest van de dag zal er hoofdzakelijk getwitcht worden. Het voormalige werkeiland Neeltje Jans, vanwaar de Oosterscheldekering zowel in noordelijke als zuidelijke richting werd opgebouwd om de Oosterschelde af te sluiten van de Noordzee, waar Amerikaanse ingenieurs naar aanleiding van de rampzalige passage van orkaan Katrina in New Orleans (2005) nog kwamen leren hoe de zee uit het land te houden, is daarbij vandaag de topbestemming. De vorige dagen

De excursieleden trotseerden de gure Zeelandse wind. Foto: Gert Vanautgaerden

verbleven hier immers Ijsduiker, Kuifaalscholver en Rosse Franjepoot. Maar vooraleer we de kering in zuidelijke richting oprijden, inspecteren we nog even de polders van Haamstede. Weeral bepalen Rotganzen ons zoekbeeld, ditmaal in de hoop er de Zwarte Rotgans tussen aan te treffen, nog een beest dat hier de voorbije dagen werd gezien. En weeral vinden we slechts één groep, maar ditmaal zonder de verhoopte zeldzaamheid ertussen. Veel tijd spenderen we er echter niet aan, Zwarte Rotganzen zoeken tussen ‘gewone’ Rotganzen is een bezigheid waar velen snel op ‘uitgekeken’ zijn. Achteraf leert een blik op het Nederlandse waarnemingenportaal dat de vogel vandaag door niemand werd teruggevonden. Een goede keuze dus van hier niet te veel tijd in te steken, of hebben we onze ‘minute of fame’ gemist? We zien hier wel acht veldreeën open en bloot op een polderdijk, en vinden dat best de moeite. Soit, Neeltje Jans. We begeven ons eerst naar de Vluchthaven van dit eiland, waar reeds geruime tijd de Ijsduiker zit. Ook deze voormiddag werd de vogel hier nog gezien. De wind is echter nog steeds het overheersende weerelement, en we hebben soms moeite om ons staande te houden. Toch houden we vol en speuren we geruime tijd het eerder kleine dok af. Ijsduikers kunnen weliswaar zeer lang onder water blijven, maar na een tijdje kunnen we niet meer geloven dat onze hele groep er niet in slaagt de vogel te vinden indien hij nog aanwezig is. Op Brilduikers en Middelste Zaagbekken na noteren we hier in feite enkel twee Gewone Zeehonden, waarvan eentje zowaar op het droge ligt. Op naar de volgende locatie dan, de zuidwestelijke punt van Neeltje Jans. Het stukje zee aan deze punt wordt De boomklever I maart 2015 I vogels

VOGELS

Een Kuifaalscholver aan Neeltje Jans liet zich gedurende lange tijd bewonderen. Foto: André Verboven

25


26

De boomklever I maart 2015 I vogels

meer van het daglicht gebruik kunnen maken, en omwille van de loodrecht tegen deze dam aan beukende noordwestelijke wind verwachten we de vele zeevogels vlak tegen de dam aan te zien zitten. Maar eerst stoppen we toch nog een tweede keer in de Vluchthaven van Neeltje Jans, maar ten tweede male treffen we er geen Ijsduiker aan. Ook niet wanneer we even buiten de haven op zee kijken, in de veronderstelling dat de vogel zich verplaatst moet hebben. Achteraf bleek dat deze theorie wel klopte, en dat de vogel rond de middag inderdaad een andere zone van Neeltje Jans had opgezocht. Helaas niet de zone die wij afspeurden. Enkel een tweede Oeverpieper verdween in de notitieboekjes. We springen dus snel weer in de wagens, en verlaten de Oosterscheldekering weer waar we er eerder waren opgereden. Na het noordwaarts doorkruisen van Schouwen bereiken we de Brouwersdam, die de verbinding vormt tussen Schouwen-Duivenland en het noordelijker gelegen eiland Goeree-Overflakkee (provincie Zuid-Holland), en die het Grevelingenmeer afsluit van de Noordzee. Net voor we de Brouwersdam oprijden vliegt ter hoogte van Scharendijke een klein groepje Toendrarietganzen over, vanaf dan zullen we tot aan het donker enkel nog de zee bekijken. We rijden eerst tot het noordeinde van de dam om in het Haventje Noord tevergeefs naar de intussen klassieke Zwarte Zeekoet te zoeken (ook deze werd vandaag overigens door niemand teruggevonden). Daarop begeven we ons weer in zuidelijke richting, en maken enkele stops langsheen de dam tot we ons aan de Spuisluis bevinden. Wat een teleurstelling … geen Ijseenden, geen Kuifduikers en nog onbegrijpelijker … geen enkele Roodkeelduiker! Wederom Brilduikers, Middelste Zaagbekken en Futen, ja dat wel, en ook een tiental Zwarte Zee-eenden, maar verder enkel een lege zee en een ijzige wind. En weer twee zeehonden, Grijze Zeehonden deze keer, tussen de twee ‘tetten’ die de Spuisluis flankeren. Intussen valt de duisternis bijna in, en zijn de eerste wagens reeds huiswaarts vertrokken. De

laatst overgebleven wagen beslist nog even de Steenlopers aan de Spuisluis aan een nauwkeurigere inspectie te onderwerpen, wat nog enkele Drieteenstrandlopers en een Paarse Strandloper oplevert, maar dan is het ook voor hen tijd om de terugweg aan te vatten. Bij het avondlijke invoeren van de waarnemingen van de dag op www. waarneming.nl bleek er vandaag wel een Kleine Alk gezien te zijn geweest aan de Brouwersdam, net wat zuidelijker dan wij geraakt zijn. Tja, you can’t have it all!

Slotbemerkingen 1. Hoewel enkele plekken die normaal zwart zien van de vogels vandaag uitblonken in de afwezigheid van grote hoeveelheden gevederte (ooit al eens een winterdag in Zeeland geweest en geen enkele Kolgans gezien?, niet makkelijk maar wij zijn erin geslaagd), de snijdende wind niet de aangenaamste omstandigheden creëerde, en we enkele doelsoorten niet terugvonden (Zwarte Rotgans, Ijsduiker, Zwarte Zeekoet), hebben we met waarnemingen van zeldzame soorten als Roodhalsgans, Kuifaalscholver, Rosse

Franjepoot en Sneeuwgors geen enkele reden tot klagen. Gooi dan nog de andere soorten die in dit verslag worden vermeld en een portie goede sfeer in de mix, en de conclusie kan enkel zijn dat het een geslaagde dag was. 2. Onze groep bestond in essentie uit gelijkgestemde zielen, maar ook de diversiteit aan vogelende subculturen werd erin gereflecteerd. De ene komt zonder al te veel concrete verwachtingen en is vooral uit op het beoefenen van zijn hobby in aangenaam gezelschap, terwijl de andere de entries van de voorgaande dagen op www.waarneming.nl in detail heeft uitgespit en met een gedetailleerde wishlist opdaagt. Niet altijd makkelijk om een dagprogramma samen te stellen waarin deze beide objectieven harmonieus verzoend worden … Achteraf gezien lag de nadruk vandaag misschien een beetje te veel op het ‘soortenjagen’, en te weinig op het ‘exploreren’ en ‘laten verrassen’ … toch voor een groepsexcursie. Kelle Moreau

Activiteiten april-juni 2015 2 MEI 2015 Big Day

3 MEI 2015

24 MEI 2015

Bijenexcursie Meerdaalwoud

Bijenexcursie Koeheide

De zesde Big Day: ga voor een topscore en geniet ondertussen van onze mooie Dijlevallei die vorig jaar weer eens meer dan honderd soorten op één dag te bieden had! Meer informatie volgt op de Yahoo mailinglijst.

We gaan op zoek naar bossoorten zoals de Bosbesbij. Insectennet en loupe kunnen van pas komen. Afspraak om 13u00 aan het kruispunt van de Naamsesteenweg en de Walendreef in Oud-Heverlee. Op voorhand inschrijven als je meegaat, zodat de activiteit kan afgelast worden bij slecht weer!

We gaan op zoek naar speciale soorten zoals de Bremzandbij. Insectennet en loupe kunnen van pas komen. Afspraak om 13u00 aan het kruispunt van de Oude Baan en de Bertemse Heideweg in Bertem. Op voorhand inschrijven als je meegaat, zodat de activiteit kan afgelast worden bij slecht weer!

meer info en inschrijven

meer info en inschrijven

meer info en inschrijven

Kris Van Scharen kris.van.scharen@telenet.be

Roel Uyttenbroeck roel_uyttenbroeck@hotmail.com of 0495/62.88.63

Roel Uyttenbroeck roel_uyttenbroeck@hotmail.com of 0495/62.88.63

De boomklever I maart 2015 I activiteiten

ACTIVITEITEN

de Roompot genoemd, aangezien de stroming uit zee hier doorgaans recht de hoek tussen Neeltje Jans en de Oosterscheldekering inbeukt, wat onstuimige toestanden veroorzaakt en de zee een wit uitzicht geeft. Wat bijeen gespoelde wieren geraken er door de kracht van de voortdurend aanhoudende stroming niet meer uit weg, wat wellicht verklaart waarom deze locatie reeds een tijdje populair blijft bij een Rosse Franjepoot, een noordelijk kleinood dat heel wat dierlijk voedsel uit dit wierenpakket kan puren. En yes, de vogel is nog aanwezig, een aantal deelnemers kunnen weer een streepje bijtrekken op hun levenslijstje! Maar genieten doen we – ondanks de wind – allemaal van het surreële zicht van dit minuscule vogeltje dat zich zo op zijn gemak voelt tussen de opspattende schuimkoppen, en middels zenuwachtig ogende bewegingen onverstoorbaar verder gaat met zijn queeste naar voedsel. Voor Kuifaalscholver moeten we volgens de laatste berichten aan de oostzijde van Neeltje Jans zijn, in de Delta Expohaven, waar we uit de wind staan en dus iets comfortabeler naar deze soort kunnen zoeken. Aanvankelijk valt er niets te zien. Dan vliegt één aalscholver langs om op relatief korte afstand in te vallen op het water. Opvallende kuif, steil voorhoofd, potloodsnavel, gele mondhoeken maar geen naakte keelhuid, en een zeer duidelijke groene glans over het zwarte verenkleed, ja dat is ‘em! Deze locatie vormt een regelmatige verblijfplaats voor Kuifaalscholvers, maar ik kan me niet herinneren hier ooit al een volwassen exemplaar in prachtkleed gezien te hebben. De vogel werkt zeer goed mee, iedereen kan hem zien vissen (kwam onder meer met een waarschijnlijke Zeedonderpad boven), de details bestuderen, fotograferen, … En dan wordt er warempel nog een tweede Kuifaalscholver ontdekt, deze wel op grotere afstand maar desalniettemin herkenbaar. Verder noteren we in de Delta Expohaven enkel een paar Futen, enkele overvliegende Drieteenstrandlopers en een Oeverpieper. Als we nu niet snel naar de Brouwersdam vertrekken zullen we daar niet lang

27


26

De boomklever I maart 2015 I vogels

meer van het daglicht gebruik kunnen maken, en omwille van de loodrecht tegen deze dam aan beukende noordwestelijke wind verwachten we de vele zeevogels vlak tegen de dam aan te zien zitten. Maar eerst stoppen we toch nog een tweede keer in de Vluchthaven van Neeltje Jans, maar ten tweede male treffen we er geen Ijsduiker aan. Ook niet wanneer we even buiten de haven op zee kijken, in de veronderstelling dat de vogel zich verplaatst moet hebben. Achteraf bleek dat deze theorie wel klopte, en dat de vogel rond de middag inderdaad een andere zone van Neeltje Jans had opgezocht. Helaas niet de zone die wij afspeurden. Enkel een tweede Oeverpieper verdween in de notitieboekjes. We springen dus snel weer in de wagens, en verlaten de Oosterscheldekering weer waar we er eerder waren opgereden. Na het noordwaarts doorkruisen van Schouwen bereiken we de Brouwersdam, die de verbinding vormt tussen Schouwen-Duivenland en het noordelijker gelegen eiland Goeree-Overflakkee (provincie Zuid-Holland), en die het Grevelingenmeer afsluit van de Noordzee. Net voor we de Brouwersdam oprijden vliegt ter hoogte van Scharendijke een klein groepje Toendrarietganzen over, vanaf dan zullen we tot aan het donker enkel nog de zee bekijken. We rijden eerst tot het noordeinde van de dam om in het Haventje Noord tevergeefs naar de intussen klassieke Zwarte Zeekoet te zoeken (ook deze werd vandaag overigens door niemand teruggevonden). Daarop begeven we ons weer in zuidelijke richting, en maken enkele stops langsheen de dam tot we ons aan de Spuisluis bevinden. Wat een teleurstelling … geen Ijseenden, geen Kuifduikers en nog onbegrijpelijker … geen enkele Roodkeelduiker! Wederom Brilduikers, Middelste Zaagbekken en Futen, ja dat wel, en ook een tiental Zwarte Zee-eenden, maar verder enkel een lege zee en een ijzige wind. En weer twee zeehonden, Grijze Zeehonden deze keer, tussen de twee ‘tetten’ die de Spuisluis flankeren. Intussen valt de duisternis bijna in, en zijn de eerste wagens reeds huiswaarts vertrokken. De

laatst overgebleven wagen beslist nog even de Steenlopers aan de Spuisluis aan een nauwkeurigere inspectie te onderwerpen, wat nog enkele Drieteenstrandlopers en een Paarse Strandloper oplevert, maar dan is het ook voor hen tijd om de terugweg aan te vatten. Bij het avondlijke invoeren van de waarnemingen van de dag op www. waarneming.nl bleek er vandaag wel een Kleine Alk gezien te zijn geweest aan de Brouwersdam, net wat zuidelijker dan wij geraakt zijn. Tja, you can’t have it all!

Slotbemerkingen 1. Hoewel enkele plekken die normaal zwart zien van de vogels vandaag uitblonken in de afwezigheid van grote hoeveelheden gevederte (ooit al eens een winterdag in Zeeland geweest en geen enkele Kolgans gezien?, niet makkelijk maar wij zijn erin geslaagd), de snijdende wind niet de aangenaamste omstandigheden creëerde, en we enkele doelsoorten niet terugvonden (Zwarte Rotgans, Ijsduiker, Zwarte Zeekoet), hebben we met waarnemingen van zeldzame soorten als Roodhalsgans, Kuifaalscholver, Rosse

Franjepoot en Sneeuwgors geen enkele reden tot klagen. Gooi dan nog de andere soorten die in dit verslag worden vermeld en een portie goede sfeer in de mix, en de conclusie kan enkel zijn dat het een geslaagde dag was. 2. Onze groep bestond in essentie uit gelijkgestemde zielen, maar ook de diversiteit aan vogelende subculturen werd erin gereflecteerd. De ene komt zonder al te veel concrete verwachtingen en is vooral uit op het beoefenen van zijn hobby in aangenaam gezelschap, terwijl de andere de entries van de voorgaande dagen op www.waarneming.nl in detail heeft uitgespit en met een gedetailleerde wishlist opdaagt. Niet altijd makkelijk om een dagprogramma samen te stellen waarin deze beide objectieven harmonieus verzoend worden … Achteraf gezien lag de nadruk vandaag misschien een beetje te veel op het ‘soortenjagen’, en te weinig op het ‘exploreren’ en ‘laten verrassen’ … toch voor een groepsexcursie. Kelle Moreau

Activiteiten april-juni 2015 2 MEI 2015 Big Day

3 MEI 2015

24 MEI 2015

Bijenexcursie Meerdaalwoud

Bijenexcursie Koeheide

De zesde Big Day: ga voor een topscore en geniet ondertussen van onze mooie Dijlevallei die vorig jaar weer eens meer dan honderd soorten op één dag te bieden had! Meer informatie volgt op de Yahoo mailinglijst.

We gaan op zoek naar bossoorten zoals de Bosbesbij. Insectennet en loupe kunnen van pas komen. Afspraak om 13u00 aan het kruispunt van de Naamsesteenweg en de Walendreef in Oud-Heverlee. Op voorhand inschrijven als je meegaat, zodat de activiteit kan afgelast worden bij slecht weer!

We gaan op zoek naar speciale soorten zoals de Bremzandbij. Insectennet en loupe kunnen van pas komen. Afspraak om 13u00 aan het kruispunt van de Oude Baan en de Bertemse Heideweg in Bertem. Op voorhand inschrijven als je meegaat, zodat de activiteit kan afgelast worden bij slecht weer!

meer info en inschrijven

meer info en inschrijven

meer info en inschrijven

Kris Van Scharen kris.van.scharen@telenet.be

Roel Uyttenbroeck roel_uyttenbroeck@hotmail.com of 0495/62.88.63

Roel Uyttenbroeck roel_uyttenbroeck@hotmail.com of 0495/62.88.63

De boomklever I maart 2015 I activiteiten

ACTIVITEITEN

de Roompot genoemd, aangezien de stroming uit zee hier doorgaans recht de hoek tussen Neeltje Jans en de Oosterscheldekering inbeukt, wat onstuimige toestanden veroorzaakt en de zee een wit uitzicht geeft. Wat bijeen gespoelde wieren geraken er door de kracht van de voortdurend aanhoudende stroming niet meer uit weg, wat wellicht verklaart waarom deze locatie reeds een tijdje populair blijft bij een Rosse Franjepoot, een noordelijk kleinood dat heel wat dierlijk voedsel uit dit wierenpakket kan puren. En yes, de vogel is nog aanwezig, een aantal deelnemers kunnen weer een streepje bijtrekken op hun levenslijstje! Maar genieten doen we – ondanks de wind – allemaal van het surreële zicht van dit minuscule vogeltje dat zich zo op zijn gemak voelt tussen de opspattende schuimkoppen, en middels zenuwachtig ogende bewegingen onverstoorbaar verder gaat met zijn queeste naar voedsel. Voor Kuifaalscholver moeten we volgens de laatste berichten aan de oostzijde van Neeltje Jans zijn, in de Delta Expohaven, waar we uit de wind staan en dus iets comfortabeler naar deze soort kunnen zoeken. Aanvankelijk valt er niets te zien. Dan vliegt één aalscholver langs om op relatief korte afstand in te vallen op het water. Opvallende kuif, steil voorhoofd, potloodsnavel, gele mondhoeken maar geen naakte keelhuid, en een zeer duidelijke groene glans over het zwarte verenkleed, ja dat is ‘em! Deze locatie vormt een regelmatige verblijfplaats voor Kuifaalscholvers, maar ik kan me niet herinneren hier ooit al een volwassen exemplaar in prachtkleed gezien te hebben. De vogel werkt zeer goed mee, iedereen kan hem zien vissen (kwam onder meer met een waarschijnlijke Zeedonderpad boven), de details bestuderen, fotograferen, … En dan wordt er warempel nog een tweede Kuifaalscholver ontdekt, deze wel op grotere afstand maar desalniettemin herkenbaar. Verder noteren we in de Delta Expohaven enkel een paar Futen, enkele overvliegende Drieteenstrandlopers en een Oeverpieper. Als we nu niet snel naar de Brouwersdam vertrekken zullen we daar niet lang

27


Studie

Regionale werkgroep van Natuurpunt Studie vzw

Bestuur Luc Hendrickx (voorzitter, Watervogeltellingen)

Colofon

Naamsestraat 142 bus 001, 3000 Leuven, 0477-19 28 35

Kris Van Scharen (penningmeester)

Korbeekstraat 27, 3061 Leefdaal, 02-7672638

Roel Uyttenbroeck (coördinatie, redactie) Ernest Solvaystraat, 3010 Kessel-Lo, 0495-628863

Gert Vanautgaerden (redactie, Hamster)

Vinkenbosstraat 26, 3053 Haasrode, 0477-426868

Maxime Fajgenblat (redactie)

Clos des Poplis 17, 1332 Genval, 0478-923660

Bruno Bergmans

Klaverstraat 44, 8000 Brugge, 0498-760722

Bart Creemers

Landingsveien 7, 0770 Oslo, Noorwegen, 0047-45462097

Kelle Moreau (archivaris)

Meibloempjeslaan 2 bus 3, 8400 Oostende

Pieter Moysons (Bijzondere broedvogels) Engerstraat 144, 3071 Erps-Kwerps, 0499-288289

Hans Roosen (Vleermuizen)

Abstraat 101, 3090 Overijse, 02-6879518

Koen Vandenberghe (bijenwerkgroep)

Blijde Inkomststraat 85/5, 3000 Leuven, 0485-162619

André Verboven

Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016-238184

Trektelcoördinator Gert Vandezande gert.vandezande@telenet.be

Archivaris Kelle Moreau

kelle.moreau@gmail.com

Webmaster Thomas Vandenberghe

thomas.vdberghe@gmail.com

Redactie Boomklever Gert Vanautgaerden vanautgaerden.gert@gmail.com

Roel Uyttenbroeck

roel_uyttenbroeck@hotmail.com

Maxime Fajgenblat

maxime.fajgenblat@gmail.com

Artikels, foto’s en korte bijdragen worden verwacht op het redactiesecretariaat bij een van bovenvermelde redactieleden.

Rondzendlijst Dijleland http://groups.yahoo.com/neo/groups/Dijlevallei/info maak een Yahoo ID aan en klik op ‘join group’. Bij aanmeldingsproblemen, contacteer roel_uyttenbroeck@hotmail.com

www.natuurstudiegroepdijleland.be

Regiopag.: dijleland.waarnemingen.be - facebook.com/natuurstudiegroepDijleland

De Boomklever Driemaandelijks tijdschrift van de Natuurstudiegroep Dijleland. De Boomklever brengt bijdragen over studie en beheer van de biodiversiteit in het Dijleland en verschijnt viermaal per jaar (maart, juni, september, december). Abonnement Geïnteresseerden kunnen de Boomklever ontvangen door overschrijving van 15 € op rek.nr. BE8600 115521 6850 van de Natuurstudiegroep Dijleland met opgave van naam en adres. Een steunabonnement kost 20 € of meer. Copyright Het copyright van de teksten, illustraties en foto’s blijft bij de respectievelijke auteurs, tekenaars en fotografen. Overname is enkel mogelijk mits hun uitdrukkelijke toestemming en bronvermelding. Natuurpunt vzw Natuurpunt is de grootste vereniging voor natuur en landschap in Vlaanderen. Ze telt meer dan 88 000 gezinsleden en beheert 19 000 hectare natuurgebied. Lid worden van Natuurpunt vzw kan door storting van 27 € op rekeningnummer BE17 2300 0442 3321. www.natuurpunt.be Lay-out Walda Verbaenen - walda@walda.be Druk Drukkerij Atlanta - Diest info@drukkerijatlanta.be www.drukkerijatlanta.be Oplage: 240ex. V.U.: Luc Hendrickx, Naamsestraat 142 bus 1 - 3000 Leuven

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever Maart 2015  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Maart 2015  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement