Page 16

Biologie Euraziati che bever (hierna gewoon bever genoemd)

Bevers zijn schemer- en nachtactieve dieren en

zijn emi-aquati che zoogdieren en komen zowel

strikte planteneters. Ze brengen de dag mee tal

in tromend water als in stilstaande plassen voor.

door in een burcht of hol.

Een belangrijke voorwaarde voor permanente

gebouwd als de oever niet steil is, holen worden

Burchten worden

ve tiging is dat de waterloop of pla in de winter

gegraven in hogere oevers. De ingang hiervan is

niet van oppervlakte tot bodem bevriest en in de zo­

steeds onder water gelegen, en de kamers liggen

mer niet droog valt. Ze hebben een lichaamslengte

hoger dan de ingang zodat deze wel droog zijn.

tot 1 m, een taartlengte van 30 cm en een gewicht

Zo zijn deze kamers onbereikbaar voor mogelijke

van gemiddeld 20-25 kg en zijn hiermee het grootste

predatoren. Bevers zijn strikte planteneters en hun

knaagdier van Europa. Bevers zijn territoriaal en

dieet bestaat 's winters vooral wt schors en twijgjes

monogaam. Een beverterritorium wordt meestal

van zachte houtsoorten zoals wilg en populier.

ingenomen door een familie bever . Deze familie

Door bomen om te knagen zijn de schors van de

be taat uit een volwas en mannetje en vrouwtje.

hele stam en de takken be chikbaar om gegeten

Hiernaa t kunnen de jongen van dit jaar aanwezig

te worden en kunnen de takken gebruikt worden

zijn en ook de jongen van het vorige jaar kunnen

in bouwsels. Om strenge winters door te komen

nog binnen dit territorium leven (uitzonderlijk

leggen ze een wintervoorraad van takken en twijgen

zelf nog jongen van 2 jaar geleden).

aan onder water. Op deze maruer kunnen ze,

Bever hebben 1 tot 3 jongen per jaar. De grenzen

wanneer het water dichtgevroren is, en bomen en

van dit territorium worden met ca toreurn gemar­ keerd (een product vanuit de castoreumklier) en andere bever worden binnen dit territorium niet toegelaten. Binnen een gebied i er dan ook maar plaat voor een beperkt aantal beverfarnilie wel gekend al

(ook

de draagkracht van een gebied).

Ander dan bij andere knaagdieren hebben facto­ ren zoal

zachte winter

of goede jaren met veel

voed el weinjg invloed op de maximum draag­ kracht van een gebied. 14

De Boomklever

-

maart

2013

takken onbereikbaar zijn, toch aan voedsel komen zonder door het ijs te moeten breken. In de zo­ mer eten ze ook veel waterplanten, wortelstokken, kruiden, gras en bladeren.

De Boomklever Maart 2013  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever Maart 2013  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Advertisement