__MAIN_TEXT__

Page 1

/ -

Jaargang 38

Tijdschrift van de Natuurstudiegroep •

Dijleland

I

l l,f

-

'---·

september 20 I 0


Regionale werkgroep van Natuurpunt Studie vzw

n atu u rp u nt

Sludte

Bestuur Bart Creemers (voorzitter), Aarschotsesteenweg 420,

3012 Wilsele, 0496-893106 Kris Van Scharen {penningmeester), Korbeekstraat 27,

3061 Leefdaal, 02-7672638 Bruno Bergmans, Mgr. Van Waeyenberglaan 54 DIS bus3,

3000 Leuven, 0498-760722 Herwig Blockx, Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse,

Driemaandelijks tijdschrift van de Natuurstu diegroep Dijleland. De Boomklever brengt bijdragen over studie en beheer van de biodiver­ siteit in het Dijleland en verschijnt viermaal per jaar (maart, juni, sep­ tember, december).

010-862466 •

Frederik Fluyt, Rapengang 24 bus 4, 3000 Leuven, 0479-920172

Hoofdredacteur: Bruno Bergmans

Maarten Hens, Dorpsstraat 48, 3078 Meerbeek, 0473-244752

leden: Herwig Blockx, Bart Cree­

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee, 0495-275393

Kelle Moreau, Korenbloemlaan 5, 3052 Blanden, 0486-125877

mers, Frederik Fluyt, Maarten Hens, Kelle Moreau en Kris van Scharen

Hans Roosen, Abstraat 101, 3090 Overijse, 02-6879518

André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016-238184

Werkgroep vogels

Red�

Artikels, foto's en korte bijdragen worden verwacht op het redactiese­ cretariaat, p/a Bruno Bergmans e-mail: bruno.bergmans@scarlet.be

Archivering en rapportering waarnemingen: Kelle Moreau (kelle.

moreau@gmail.com) Watervogeltellingen, Luc Hendrickx( luchendrickx2003@yahoo.

com) Broedvogelprojecten, akkervogels: Maarten Hens (maartenhens@

yahoo.co.uk) Trektellingen: Frederik Fluyt (frederik .fluyt@gmail.com)

Het copyright van de teksten, fi... lustraties en foto's blijft bij de res­ pectievelijke auteurs, tekenaars en fotografen. Overname is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating en bronvermelding

� Werkgroep zoogdieren Archivering waarnemingen: Kelle Moreau

(kelle.moreau@gmail.com) •

Vleermuizen: Hans Roosen (roosenhans@yahoo.com)

Hamster: Maarten Hens (maartenhens@yahoo.co.uk)

Werkgroep ongewervelden •

Archivering en rapportering waarnemingen: Bart Creemers (bart.creemers@gmail.com)

Werkgroep planten •

Themaverantwoordelijke: Joris Menten {pjoris@advalvas.be)

Website: www.natuurstudiegroepdijleland.be Rondzendlijst Dijleland: Stuur een blanco e-mail naar: dij1 eval lei-subscribe@yahoogroups.com

Geïnteresseerden kunnen De Boomklever ontvangen door overschrijving van W €op :reke­ ningnummer 001-1552168-50 van de Natuurstudiegroep Dijleland, met opgave van naam e.n adres. Een steunabonnement kost 15 €of meer.

� -Natuurpunt is de grootste vereniging voor natuur en landschap in Vlaanderen. Ze telt 87.000 leden en beheert 17.000 hectare natuurge.­ bied. Lid worden van Natuurpunt vzw 1can door storting van 24f w rekeningnummer 230-0044233-lî. www.natuurpunLbe Opmaak & druk: www.Koloriet.info Oplage: 200 ex. v.u.:

B. Creemers, Aarschotsest.eenweg 420

- 3012 Wilsele


, ? .. :;�� ·.:' ..., .. ,,_

.

'

·��;��dito

joepie, er zit een Steenmarter in mijn straat! Gek toch hoe tegenstrijdig de reacties kunnen zijn op de aanwezigheid van een wild dier. Voor mij en voor velen onder ons is de waarneming van een Steenmarter keer op keer een hoogtepunt. Zo heb ik het afgelopen jaar het geluk gehad om verschillende keren levende Steenmarters te zien in Leuven. Zo zal ik nooit dat ene exemplaar vergeten dat midden in de nacht vlak voor mijn auto het viaduct aan de Kapucijnenvoer overstak. Of die jonge Steenmarter die op een zondagavond op de uitkijk stond in de doorgang naast mijn appartementsgebouw en die vervolgens alsof er niets aan de hand was op een halve meter afstand langs mij doorwandelde. Als je nog op je wolkje zit van zo'n mooie en unieke ervaring, is het wel even schrikken om te lezen dat er her en der buurtcomités opstaan tegen de overlast die Steenmarters veroorzaken en dat zelfs tot op het VRT-nieuws toe de roep om verdelging steeds luider klinkt. Natuurlijk is mijn aanvoelen wat geromantiseerd en dat van een ietwat naïeve éénentwintigste­ eeuwse stadsmens. Maar ik besef uiteraard dat elke nieuwe bewoner waarmee we onze omgeving delen -zelfs als die hier ooit van nature voorkwam- op één of andere manier ongemak met zich kan meebrengen. Mijn enthousiasme zou ook getemperd worden als ik keer op keer de kabels van mijn auto zou moeten vervangen omdat ze weer eens doorgebeten zijn. De eigenaardige aantrek­ kingskracht die autokabels op Steenmarters uitoefenen heeft blijkbaar te maken met het feit dat hierin visolie verwerkt zit. Duitse auto's gebruiken andere bestanddelen -omdat hier al jarenlang Steenmarters voorkomen- en hebben dit probleem dus niet. Op zich is dit dus eenvoudig te ver­ helpen, maar ik weet niet hoelang het zal duren voor het ook bij andere constructeurs zal dagen dat België steenmartergebied is. Ik zou ook niet zo blij zijn als ik nachtenlang wakker gehouden zou worden door het kabaal van ravottende Steenmarters op mijn tussenzolder. Ik zou hem volgend jaar ook beter afsluiten. Maar als diezelfde Steenmarters hun nest zouden maken in het dak van mijn tuinhuisje zou ik me ver­ eerd voelen. Ik zou met volle teugen genieten van de taferelen van speelse jonge Steenmarters op mijn gazon. Op dit vlak valt het me toch op hoe anders er bij ons soms gereageerd wordt in vergelijking met andere landen. Ik geef toe, ik mag niet veralgemenen, maar het is toch opvallend hoeveel positie­ ver veel Engelsen staan tegenover wilde dieren. In volle prime time worden daar vaak wekenlang programma's uitgezonden waarbij de belevenissen van families Vossen en Dassen gevolgd worden in deze of gene voorstad. Ik ben in mijn leven ook al verschillende Britten tegengekomen die vol trots vertelden over hoe schattig de jonge Vosjes dit jaar wel op hun gazon speelden, nu ze weer een burcht hadden achterin hun tuin -en dat was echt niet steeds in de middle of nowhere. Ze nodigden al hun vrienden uit om van dit schouwspel mee te komen genieten. Moest zich hetzelfde voordoen in menige V laamse tuin, ik denk dat het kot te klein zou zijn. Zeker als je ziet dat hier zelfs tot in het VTM-nieuws verontrustende berichten opduiken over de toenemende vossenplaag. Alsof een roofdier dat terug zijn natuurlijk plaats inneemt, ineens een reusachtige bedreiging zou vormen. We hebben nu eenmaal minder en minder natuur en ontmoetingen met wilde dieren als ze uitbrei­ den zullen daarom steeds vaker voorkomen in door mensen bepaalde landschappen, of we dat nu willen of niet. Ik hoop toch dat voldoende mensen gevoelig zullen zijn voor deze unieke en mooie ontmoetingen, zoals een Vos die met de avondzon in de rug over de Koeheide dartelt.

De Boomklever

-

september- 2010

61


Vooral voor eventuele nieuwkomers in de komende jaren kunnen we alleen maar hopen dat de harten en de geesten voldoende open zullen staan om ook andere dieren kansen te bieden. Toege­ geven, sommige soorten zullen aaibaarder zijn dan andere. Nu er terug vis zit in de Dijle hoop ik heel erg dat we ooit terug naar Otters zullen kunnen gaan gluren in de Doode Bemde, en weinig mensen zullen daar moeite mee hebben. Het zou ook nog een leuke familieuitstap kunnen zijn om naar stoeiende jonge Dassen voor hun burcht in het Meerdaalwoud te gaan kijken. Maar Everzwijnen, ho maar! Toegegeven, voor eventuele landbouwschade zullen we zeker een rechtvaardige oplossing moeten zoeken. Maar tenzij we totale verdelging nastreven -wat niet wenselijk en evenmin haalbaar zal zijn- wijzen alle tekens erop dat we in de niet zo verre toekomst ook met deze soort in het Dijleland zullen moeten leren leven. De populaties in de Ardennen zit­ ten immers in de lift. Ook in Frankrijk worden meer en meer nieuwe gebieden gekoloniseerd. Voor grondbroeders is dit op het eerste gezicht misschien niet zo'n goede zaak, maar ik denk dat we dit moeten relativeren omdat grondbroeders op vele plekken al eeuwenlang met Everzwijnen kunnen samenleven. Op zich zouden wroetende Everzwijnen zelfs heel heilzame effecten op de natuurlijke variatie in onze bossen kunnen hebben. Over Everzwijnen doen vaak afschrikwekkende verhalen de ronde. Wilde dieren zullen natuurlijk altijd wilde dieren blijven en zijn per definitie onvoorspelbaar. Zeker als ze met jongen zitten is voorzichtigheid geboden. Maar we mogen dit toch ook niet overdrijven. Hebt u immers niet ook al eens de foto's gezien van een Everzwijn dat met een trits schattige jonkies in streepjespak een rustige straat in Berlijn oversteekt? Of die van een zeug die doodgemoedereerd haar jongen ligt te zogen tussen de geparkeerde wagens en het voetpad, ook weer in één van de boomrijke lanen van Berlijn? In deze stad zit een aanzienlijke populatie Everzwijnen zonder dat iedereen moord en brand schreeuwt. Het kan dus. Voor u het weet hebben we er weer een mooie nieuwe toeristische attractie bij -als we voldoende mensen kunnen overtuigen dat de ongemakken niet opwegen tegen de lusten. Als we naar het Oosten kijken is er zelfs nog een opvallende nieuwkomer die alsmaar verder op­ rukt: de Wolf. In gevarieerde landbouwgebieden met veel verspreide bosjes tot in het midden van Duitsland leven nu al enkele roedels Wolven. In Nederland is er al volop enthousiasme over een mogelijke terugkeer van de Wolf, bijvoorbeeld op de Veluwe. Een heel informatieve site hierrond die ook mijn kennis over de grote boze Wolf wat opgekrikt heeft, is: www.wolveninnederland.be. Of dit pure science fiction is of niet, zal de toekomst uitwijzen. Zelf denk ik niet dat het realistisch is dat er ooit terug een Wolf zou rondlopen in het Meerdaal­ woud of zelfs de Ardennen. Ik zou niet meer met een gerust gemoed 's avonds naar Nachtzwa­ luwen of Houtsnippen durven gaan zoeken. Maar wie weet zal ik toch ooit mijn mening moeten bijstellen. Maar in mijn enthousiasme ben ik afgedwaald. Ik wil zeker niet verzanden in science fiction of alles op een hoop gooien. Laten we in de eerste plaats koesteren wat we hebben en hopen dat zo ook enkele aaibare soorten als Otters en Dassen ooit terug een welkome intrede kunnen maken. Zodat het in de plaats van "Help, er zit een Steenmarter in mijn straat" wordt "Joepie, er zit een Steenmarter in mijn straat!''. Bruno Bergmans Hoofdredacteur De Boomklever

62

De Boomklever

,eptember 2010


1

n 2009 stonden er weer drie inventarisaties van onze gekende wasplatenweiden op het programma. Maar paddenstoelen blijven onvoorspelbaar, het seizoen van 2009 liet op

zich wachten. Eind oktober, begin november waren er nog maar weinig wasplaten te be­ speuren. Uiteindelijk kwamen begin december de wasplaten naar boven en bekeken we nog wat nieuwe en lang niet bezochte terreinen. Wat leidde tot twee nieuwe wasplaten voor het Dijleland: Bittere wasplaat

(Hygrocybe mucronella) en Geurende wasplaat (Hy­

grocybe russocoriacea). Ook enkele andere bijzondere vondsten kwamen op onze lijst. Het loont dus de moeite om een jaarlijks enkele wasplatenexcursies op het programma te plaatsen. Maar dit jaar zullen we ook kort op de bal spelen en enkele excursies aankondi­ gen op de mailing-lijst wanneer de wasplaten tevoorschijn komen.

Geplande inventarisaties 2009: Smeiberg (Hoeilaart), De Grubbe (Everberg), /(oeheide ( B e r t em) .

vember 2009 werden er zelfs maar twee soorten was­ platen gevonden. Zo zie je maar, het paddenstoelen­ seizoen is elk jaar weer even onvoorspelbaar... Maar we vonden wel enkele vroege seizoenssoorten, die we

In 2008 inventariseerden we de Smeiberg op 19 okto­

anders zouden missen. Vanaf de Koedaalweg zagen we

ber. Dit bleek uiteindelijk te vroeg te zijn voor de was­

reeds grote heksenkringen van Gewone weidecham­

platen (slechts 5 soorten, een paar jonge exemplaren

pignon (Agaricus arvensis) op de tegenoverliggende

werden toen gevonden) dus planden we de excursie in

helling.

2009 voor alle zekerheid 12 dagen later. Maar op 1 no-

Maar ook de giftige Carbolchampignon (Agaricus

De Boomklever

�epternbe1 2010

63


.. ".. " ....

' ..•':!

' ..:''il(,Paddenstoelen •• �.""-:Z.." •

xanthoderma), die duidelijk geel verkleurt bij kwetsen

kele soorten, zoals onder andere Grauwe wasplaat

van het vlees, was daar te vinden. Het Schelptrechter­

(Hygrocube irrigata) en Papegaaizwammetje (Hygro­

tje (Arrhenia acerosa) werd hier eindelijk gevonden,

cybe psittacina) die hier jaarlijks gevonden worden.

een soort die we hier nog konden verwachten. Het

Maar we troffen weer andere interessante soorten:

Schelptrechtertje was tot 2008 zeldzaam in de pro­

voor de Zilversteelsatijnzwam (Entoloma turbidum)

vincie. Het is een onopvallend klein zwammetje dat

was dit de 7e vindplaats voor Vlaams-Brabant. Ook

groeit op naakte, lemige bodem.

het Schelptrechtertje werd hier voor het eerst ge­

Bij het speuren naar wasplaten in 2008 werd dit zwam­

zien. Voor de Tengere mestinktzwam (Coprinus bre­

metje op 8 nieuwe plaatsen gevonden.

Opvallend is

visetuloisus) is dit de enige en eerste vindplaats voor

dat de soort verschijnt in weilanden, waar begrazing

Vlaams-Brabant en Vlaanderen. In Nederland is deze

zorgt voor structuur in het terrein en stukken onbe­

soort vrij algemeen, dus wellicht moet ze in Vlaan­

groeide bodem te vinden zijn.

deren nog meer te vinden zijn. Blijkbaar houden te

Voor het Wortelend breeksteeltje (Conocybe albora­

weinig Vlaamse mycologen ervan om mest onder de

dicans) en het Donker mestdwergje (Coprinus hete­

loupe te nemen.

rosetulosus) is de Smeiberg de enige vindplaats voor

Na het grasland te hebben bekeken, restte er nog wat

V laams-Brabant. Kleine bruine zwammetjes worden

tijd om de holle weg in te duiken. Daar vonden we de

meestal over het hoofd gezien als er kleurigere exem­

Violetstelige poederparasol (Cystolepiota bucknalii),

plaren te vinden zijn. Het Wortelend breeksteeltje is

een opvallende paarse zwam met een lichtgasgeur.

een soort van matig bemeste weilanden, terwijl het

Deze soort is slechts gekend van grote bosgebieden

Donker mestdwergje, zoals de naam reeds doet ver­

zoals Zoniënwoud en Hallerbos. Holle wegen zijn

moeden, een mestbewonend inktzwammetje is. Het

geschikt voor parasolzwammen, dus zo vonden we

Piekhaarzwammetje

(Crinipellis scabellus) is een

de vrij algemene Oranjebruine (Lepiota boudieri) en

soort van kalkhoudende bodems, en werd ook voor

Vaalroze parasolzwam (L. subincarnata). De Fijn­

het eerst waargenomen op de Smeiberg.

schubbige parasolzwam (Lepiota echinacea) kreeg

Op 8 november bezochten we de Grubbe in Everberg.

hier een zevende vindplaats bij en voor de Okerbrui­

Er werden al enkele schrale exemplaren van de Want­

ne parasolzwam (L. ochraceofulva) was het de eerste

senwasplaat gevonden en Gele en Kleverige wasplaat

vondst voor de provincie. Deze laatste is goed herken­

waren ook al van de partij. Toch misten we nog en-

baar aan zijn zeepgeur, maar moet toch microscopisch

Bittere wasplaat, foto: Jean Claude Delforge

64

De Boomklever

-

september 2010

Geurende wasplaat,foto: Wim Veraghtert


. '""�,.. -� ' t

f

. �.�' Paddenstoelen �· · -' i -·

nagekeken worden, want er zijn nog een aantal para­

de spoorweg vlakbij het station van Oud-Heverlee. Na

solzwammen die zulke geur hebben.

microscopisch nazicht kon deze nieuwe vondst beves­ tigd worden.

Ook op de Koeheide was het voor de wasplaten armoe

Voor 11 december hebben we de eigenares van het

troef. Het was toen wel al 15 november, maar de com­

"Eikenhof" (dat vroeger beheerd werd door Natuurre­

binatie van een afnemende begrazing en verruiging

servaten en zeer bekend was voor de wasplaten) opge­

op bepaalde percelen en het seizoen dat laat op gang

beld om toegang te krijgen tot het privaat domein. Dit

komt zorgden ervoor dat onze wasplaatverwachtingen

bleek geen probleem te zijn en buiten het feit dat het

niet werden ingelost. Toch vonden we enkele interes­

maaisel niet goed werd afgeruimd, lag de heischrale

sante soorten. In één van de weilanden waren de vrij

helling er nog redelijk goed bij. Tot onze verbazing

zeldzame Bloedchampignon (Agaricus haemorrhoida­ rius) en Panterchampignon (Agaricus impudicus) de

waargenomen in 2002) grote aantallen Slijmwasplaat

specialiteiten. Op een brandplek vonden we de Brand­

(Hygrocybe laeta), een Europees beschermde soort

(Coprinus angulatus), een soort die

die slechts van enkele plaatsen bekend is in de pro­

sporadisch op brandplekken verschijnt. Maar vooral

vincie. De percelen aan de Grubbe stonden die dag vol

de holle wegen bleken interessant met Baretaardster

wasplaten, de Wantsenwasplaat

(Geastrum striatum), Okerbruine parasolzwam (Le­ piota ochraceofulva), Kale knoflooktaailing (Maras­ mius scorodinius), Glinsterende champignonparasol (Leucoagaricus gorginae), Fijnschubbige parasolzwam (Lepiota echinacea), Elegante champignonparasol (L. melanoctrichus) en Roze peutermycena (Mycena smithiana). Voor de twee laatstgenoemden was het de

is daar geen zeldzaamheid. Niet enkel in de percelen,

plekinktzwam

eerste vondst voor de provincie V laams-Brabant.

en vreugde vonden we nog (deze werd hier het laatst

(Hygrocybe obrussea)

maar ook in de bermen van de Hollestraat was Want­ senwasplaat te vinden. Het is reeds langer bekend dat er wasplaten en aardtongen groeien in een klein mos­ rijk gazon in de Rijweg in Herent. We namen die dag de moeite om te gaan kijken en kregen toestemming van de eigenaars. Bij deze maakten we van de gelegen­ heid gebruik om de nieuwe eigenaars van deze woning bewust te maken van de natuurwaard€ van de tuin en

Inventarisaties begin december: wanneer het merendeel van de wasplaten de kop opstak

gaven hen beheeradvies. Kleverige aardtong en Slanke aardtong, Papegaaizwammetje, Sneeuwzwametje, Ge­

Hoewel er tegen half november wel al heel wat waspla­

(Clavuli­ nopsis fusiformis) en Sterspoorsatijnzwam (Entoloma conferendum) waren de belangrijkste soorten. Onder

ten werden waargenomen, kwamen de grote aantallen

de prikkeldraad langs de weilanden in het Kastanjebos

pas tegen eind november tevoorschijn. Op 28 novem­

groeide op vele plaatsen Sneeuwzwammetje.

woon vuurzwammetje, Bundelknotszwam

ber nam Dirk Hennebel ons mee naar een aantal pri­ vate tuinen in Kessel-Lo, waar hij reeds één en ander

Inventarisaties

2010

had gevonden. In één van de tuinen werd Geurende wasplaat

(Hygrocybe russocoriacea) waargenomen,

Net zoals de voorbije jaren leggen we een aantal in­

wat meteen de eerste vondst van deze soort is voor

ventarisaties vast voor begin november. Voor eind

Oost-Brabant.

november en begin december zullen er mogelijks nog

Op 9 december bekeken we enkele graslanden in de

excursies worden aangekondigd indien het weer gun­

"Doode Bemde" en vonden op veel plaatsen Papegaai­

stig is.

(Hygrocybe psittacina) en Sneeuwzwam­ metje (Hygrocybe virginea). In een grasland in Terla­ nen vonden we Gewoon vuurzwametje (Hygrocybe miniata) en Slanke aardong (Geoglossum umbratile).

Zondag 21 november 09u30 graslanden St.-Agatha­

En in Ottenburg vonden we Sneeuwzwammetje, Ver­

Rode

(Clavulinospsis luteoalba) en Kleverige aardtong (Geoglossum glutinosum). Als kers

Meer details vindt u achteraan in de activiteitenkalen­

zwammetje

blekende knotszwam

Zondag 7 november 09u30 graslanden Kessel-Lo Zondag 14 november 09u30 Eikenhof, Kortenberg

der.

op de taart werd die dag nog een nieuwe wasplaat voor de provincie gevonden: Bittere wasplaat

(Hygro­

cybe mucronella). Deze werd bij invallende duisternis gevonden in een door schapen begraasd perceel langs

Roosmarijn Steeman Natuurpunt Studie roosmarijn.steeman@natuurpunt. be De Booml<lever

�eptcmbc1 :w 0

65


Gele Kwikstaart, foto: Amaury Braem

H

et aantal echte akkervogels gaat al decennialang achteruit. De enor­ me achteruitgang van deze akkervogels is opmerkelijk en veruit het

meest uitgesproken van alle 'groepen' broedvogels in Vlaanderen. % verandering

aantal soorten

v'erdwenen als broedvogel

stabiel of fluctuerend

ortolaan

R

patrijs, kwartel

20% tot 50% vooruit R >

=

rodelijstsoort

50% vooruit Fig. 1 Natuurindicator akkervogels Bron: Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

66

De Boomklever

-

september 2010


Oorzaken van de

door de regelmatig terugkerende bewerkingen is ook de samenstelling van het bodemleven hier aan ver­

achteruitgang

andering onderhevig. Het grasland wordt bovendien veel intensiever beheerd: sterker bemest, een hogere

De belangrijkste oorzaak voor de afname van typi­

veebezetting, meer maaibeurten enz. Een monotone

sche broedvogels in landbouwgebied is de intensive­

raaigrasvegetatie herbergt bovendien minder kruid­

ring van activiteiten in de landbouwgebieden en de

achtige planten en insecten (en dus veel minder

daaraan gekoppelde maatregelen.

voedsel).

Naast de landbouw gaat het ook om de uitbreiding

In het bouwland is de diversiteit in gewassen sterk

van steden met de bijbehorende infrastructuur en

afgenomen en heeft eveneens een schaalvergroting

1994 en

plaatsgevonden. De opkomst van maïs en wintergra­

2006 nam de bebouwde oppervlakte in V laanderen toe met bijna 40.000 ha (2,9 % van de totale opper­

nen is een belangrijke oorzaak voor de achteruitgang van veel op akkers broedende vogels. De opmars van

vlakte). De uitstralingseffecten maken steeds grotere

wintergranen heeft geleid tot het verdwijnen van

stroken langs wegen ongeschikt voor broedvogels.

winterstoppelvelden en daarmee zijn de mogelijkhe­

Vooral na de Tweede Wereldoorlog heeft het inwis­

den tot overwintering voor sommige soorten danig

selen van landbouwgebied voor andere bestemmin­

beperkt. Bovendien vormen wintergranen al vroeg

1950 en 1970 ging dat vooral ten koste van akkerland. Vanaf 1970 deed

door later in het broedseizoen niet langer bruikbaar

de afname zich het sterkst voor in de graslandgebie­

voor broedvogels als Veldleeuwerik

den; het areaal akkerland bleef min of meer constant.

sis).

het intensiever gebruik daarvan. Tussen

gen een vlucht genomen. Tussen

Sinds

in het broedseizoen een dicht gewas en zijn ze daar­

(Alauda arven­

1985 is er weer een groei in het akkerareaal,

maar dit lijkt vooral veroorzaakt te worden door om­

Een deel van de broedvogels heeft vooral te lijden

zetting van grasland in maïsakkers.

onder de afname van kleine landschapselementen waarin ze nest- en schuilgelegenheid zoeken.

De inkrimping van het landbouwareaal ging gepaard met een intensiever gebruik van de landbouwgron­

Naast het verdwijnen van geschikt broedhabitat is

den om te kunnen voldoen aan de verhoogde vraag

ook het aanbod aan voedsel voor de opgroeiende

naar landbouwproducten. Er vond een herverdeling

jongen in het agrarisch gebied onder druk komen

van de gronden tussen landbouwers plaats (ruilver­

te staan. Door een efficiënter herbiciden- en insec­

kaveling) om versnippering van het bedrijf tegen te

ticidengebruik verdwijnen zaadleverende planten en

gaan. Tegelijk werden sloten gedempt, percelen be­

bloembezoekende insecten.

ter ontwaterd en het waterpeil verlaagd. Al die maat­ regelen moesten er toe leiden dat landbewerkingen

Tot slot zorgt verdroging door drainage ervoor dat

eerder en langer konden worden uitgevoerd.

bodemongewervelden al vroeg op het jaar onbereik-

Met de komst van kunstmest kon de groei van ge­ wassen sterk worden bevorderd. In de periode tus­ sen de Tweede Wereldoorlog en grofweg

1985 nam

de hoeveelheid stikstof dat op het land werd ge­ bracht zeer sterk toe. Een ander ingrijpend verschijnsel is de sterke afna­ me van het aandeel permanent grasland. Eén reden is de omzetting van grasland in maïsakkers, een an­ dere reden ligt in het omzetten van blijvend grasland in tijdelijk grasland. Dit betreft grasland dat in de normale vruchtwisseling is opgenomen. Dergelijk grasland kent nauwelijks nog enig microreliëf en

Geelgors, foto Luc Hendrickx

De Boomklever

::,epternber- 2010

67


;� !;

.

Vogels

',

. . r " "'

-_.::{�_ . ' ...

..

baar worden door het uitdrogen en verharden van

kwetsbare elementen (holle wegen, waterlopen, bos­

de bovenste bodemlaag (probleem voor bv. lijsters

sen, houtkanten ... ) te bufferen tegen invloeden van­

en Kieviten).

uit de landbouw ook een positieve invloed hebben op akkervogels. Die randen worden relatief dicht in­

Ook het wegvallen van de verplichting tot braakleg­

gezaaid met een eerder productief grasmengsel dat

ging sinds

2008 is nadelig voor veel akkervogels. Die

al gemaaid mag worden vanaf 15 juni. Voor akker­

braakpercelen vormden vaak een interessant foera­

vogels heeft dat twee grote nadelen. De grasmat is

geer- en broedgebied voor een aantal soorten.

vaak te dicht en daardoor moeilijk toegankelijk. Bo­ vendien worden veel nesten half juni uitgemaaid of blijft er na het maaien geen dekking meer over. De

Uitdagingen

oplossing bestaat uit een latere maaidatum in combi­ natie met een minder dichte grasmat. Daarom werd

Het gevolg van voorgaande lijst is dat maatregelen

de densiteit van inzaai verlaagd naar max.

niet eenvoudig zijn. Er moet op diverse vlakken wor­

ha. Voor overeenkomsten die moeten starten (vanaf

den ingegrepen.

2011) kan er een latere maaidatum (maaien vanaf 15

Vertrekkend vanuit de ecologie van de vogels, situe­ ren de knelpunten zich op drie vlakken.

20 kg/

juli) vastgelegd worden in de overeenkomst. Toch zijn er ook nu al landbouwers die een latere maaida­ tum dan 15 juni toepassen. Daarnaast zijn er heel wat landbouwers die maatre­

Knelpunten:

gelen nemen om de effecten van erosie te beperken.

1. gebrek aan zomervoedsel voor volwassen vo­ gels en jongen (vnl. insecten, ook zaden) met een lager broedsucces als gevolg 2. gebrek aan wintervoedsel (vnl. graan en an­ dere zaden) met een hogere wintersterfte als gevolg 3. gebrek aan nestgelegenheid (vnl. grasruigtes in open veld of langs hagen) en dekking (vnl. ruigtes) met een lager broedsucces als gevolg

Beheerovereenkomsten dienen optimaal aan alle voorgestelde maatregelen te voldoen en moeten dus inspelen op een of meerdere van deze knelpunten.

Dit gebeurt zowel brongericht (door het toepassen van een ploegloze bodembewerking) als symptoom­ gericht, waarbij grazige stroken worden aangelegd op plaatsen waar afstromend water zich concentreert of langsheen de onderzijde van het perceel om afstro­ mende bodemdeeltjes maximaal op het perceel te houden. Waar deze stroken in het verleden vaak enkel met raaigras werden ingezaaid, krijgen deze stroken tegenwoordig heel wat meer structuur door de ver­ plichte inzaai van een grassen-en kruidenmengsel. Op die manier creëert de landbouwer een grazige strook die naast het positief effect op erosie ook een meerwaarde kan betekenen voor akkervogels. Om aan de specifieke vereisten van akkervogels te

Beheerovereenkomsten voor akker vogels

voor akkervogels. Sinds

schappij (VLM). De landbouwer wordt vergoed voor de opbrengstderving en voor het uitvoeren van de maatregelen uit de overeenkomst. De klassieke beheerovereenkomsten boden voor akkerfauna tot nog toe onvoldoende garantie. 'Per­

68

naast hun doelstelling om

De Boomklever

�eptember- 2010

2009 zijn deze verschillende

pakketten in voege gekomen.

5 jaar

tussen een landbouwer en de V laamse Landmaat­

ceelsranden' kunnen

samen met het Instituut voor Natuur- en Bosonder­ zoek een aantal specifieke beheerovereenkomsten

Net zoals andere beheerovereenkomsten betreft het een vrijwillige overeenkomst voor minstens

voldoen, ontwikkelde de V laamse Landmaatschappij

Akkervogelpoketten: - gemengde grasstroken - vogelvoedselgewassen - graanranden - faunaranden - leeuwerikvlakjes - winterstoppel


*'l;c.; ." . 1'j.·'1,. .,.""t:._· .

·

Gemengde grasstroken

··�;: vogels

te vormen. Zo is er voor elk wat wils. Hetzelfde prin­ cipe kan ook als 'duorand' (minstens 6 meter breed):

Gemengde grasstroken hebben als doel te voorzien in

dan is er één frequent gemaaide korte strook en één

voedsel (ongewervelden en zaden). De grote aantal­

ruige strook. Dit type rand (duo- of triorand tot 30

len ongewervelden (kevertjes, spinnetjes) in de strook

m breed) kan vanaf 2011 ook in Vlaanderen worden

vormen een belangrijke voedselbron voor de akker­

aangelegd.

vogels en hun jongen. Naast gunstige voedselomstan­ digheden voor akkervogels voorzien deze gemengde

De gemengde grasstroken mogen niet bemest wor­

grasstroken ook in voedsel voor soorten als Haas

den en het gebruik van bestrijdingsmiddelen is net

(Lepus europaeus) en Ree (Capreolus capreolus). De

zoals op andere grasstroken verboden (uitgezonderd

grasstroken maken ook ongestoord nestelen mogelijk

plaatselijke bestrijding van distels). Ze liggen gedu­

in het deel van de strook dat ruiger blijft staan.

rende 5 jaar (looptijd van de beheerovereenkomst) op dezelfde plaats.

Als basisprincipe geldt dat de strook dun wordt inge­ zaaid met een mengsel van deels polvormende gras­ sen (bvb. Kropaar

(Dactylis glomerata)), eventueel aangevuld met enkele kruiden (Luzerne (Medicago sativa), Rode klaver (Trifolium pratense) en Gewone rolklaver (Lotus corniculatus var. corniculatus)). Het mengsel mag geen Engels raaigras (Lolium perenne) bevatten. Engels raaigras overheerst de grasmat snel en door de dichtheid van de grassprieten kunnen de akkervogels de insecten niet meer van de grond pik­ ken. Een deel van de strook wordt nooit gemaaid in het broedseizoen. Omdat in dat deel van de strook dood overjaars gras te vinden is, nestelen akkervogels bij voorkeur ook in dat gedeelte. Zo zijn ze meteen vei­ lig uit de buurt van de maaibalk. Als variant op de gemengde grasstrook bedachten landbouwers uit Noord-Groningen (Nederland) de triorand. Een triorand is een 9 à 30 meter brede rand waar zo­ wel hoog als kort gras naast elkaar groeit. De rand wordt in drie parallelle stroken verdeeld. Eén strook,

Deze maatregel kan ook toegepast worden als 'op­ geploegde gemengde grasstrook'. Hierbij ploegt de landbouwer de strook op tot ongeveer een 40-tal cm boven het maaiveld. Deze stroken bieden naast de interessante vegetatie ook veel microreliëf en be­ schutting voor o.a. loopkevers en hun larven die op hun beurt dan weer een bron van voedsel kunnen zijn voor akkervogels.

Vogelvoedselgewassen Voor

het

pakket

vogelvoedselgewassen

worden

zaadleverende gewassen ingezaaid. Zo hebben ak­ kervogels genoeg voedsel om de winter door te ko­ men en kan hoge wintersterfte voorkomen worden. Elk jaar wordt een ander zaadleverend gewas inge­ zaaid. Hiervoor wordt een teeltrotatieschema opge­ maakt. De bedrijfsplanner van de VLM biedt onder­ steuning en bepaalt samen met de landbouwer het teeltrotatieschema. In het eerste jaar van de overeenkomst adviseert de VLM om zomertarwe in te zaaien (minstens 160 kg/

meestal de middelste, wordt maar eens in de twee jaar gemaaid in de nazomer en blijft dus ruig. In die ruige strook leven insecten en muizen, en kunnen akkervogels hun nesten verstoppen. De twee andere stroken worden beurtelings geklepeld tussen april en augustus, elke maand een andere strook. Op die ma­ nier is elke maand zowel zeer kort als halflang gras aanwezig. Leeuweriken verkiezen een heel kort, en Patrijzen een halflang gewas. Tegelijk dragen deze randen in Nederland duidelijk bij aan het in stand

1

houden en verder ontwikkelen van een populatie Grauwe kiekendief

1

(Circus pygargus): korte en pas

gemaaide randen blijken er een geliefd jachtgebied

Haas, foto: Stephan Peten

l

1

De Boomklever

s.epternbei- 2010

69

1

1 J


--

' "�:..;..\.., ....

. "

Vogels

._'t'.:.:

•'. .. , , .

,.

.; � •l' ",_,����

·

·

-

ha) voor 15 april. Het beperkt toevoegen van vlas

Graanronden

werkt positief voor kleinere akkervogels zoals Kneu

(Carduelis cannabina). Ook andere soorten kunnen

Het laten staan van een strook graan tijdens de win­

toegevoegd worden als de bedrijfsplanner daar toe­

ter of het inzaaien van een strook graan langs een an­

stemming voor geeft. In het 3de of 4de jaar kan een

dere teelt verhoogt het voedselaanbod drastisch in

teeltwisseling gebeuren door inzaai van bladramme­

de winter. Bovendien bieden dergelijke randen in de

nas om te vermijden dat de productie uiteindelijk te

winter dekking aan tal van akkervogels. Graanran­

sterk begint te lijden. Bladrammenas geeft ook veel voedsel voor kleine zangvogels zoals Kneu. Het vogelvoedselgewas wordt 5 jaar op eenzelfde plaats ingezaaid en blijft telkens behouden tot 15 maart.

den langs houtkanten zijn extra aantrekkelijk voor akkervogels omdat de houtkant dan voor extra be­ schutting zorgt. Graanranden langs drukke wegen, gebouwen en waterlopen zijn minder aantrekkelijk en worden op die plaatsen dus niet aangelegd. Als een graanrand wordt ingezaaid naast een an­

Momenteel wordt deze maatregel beperkt tot 0,5 ha per bedrijf maar vanaf 2011 kan dit uitgebreid wor­ den tot 5 ha per bedrijf. Zo kunnen dan verspreid over een bedrijf verschillende veldjes aangelegd wor­

dere teelt, worden bij voorkeur graanrassen gebruikt waarvan de korrels lang in de aren blijven zitten en de halmen lang overeind blijven staan (bvb. triticale en tarwe).

den met een zaadleverend gewas.

Die maatregel kan meeroterend met de graanperce­

De inzet van deze maatregel bleek al tijdens de voor­

van het graan staan op die percelen die hij dat jaar

bije winter een succes. Zo zaten op een perceeltje

aangeeft voor deze beheerovereenkomst.

len toegepast worden. De landbouwer laat dan 10%

van 20 are in de V laams-Brabantse leemstreek ruim

(Alauda arvensis), 300 Geel­ gorzen (Emberiza citrinella) en 100 Grauwe gorzen (Emberiza calandra). Ook Fazanten (Phasianus col­ chicus) bleken op deze plek duidelijk mee te profite­

maar mogen wel geoogst worden. Doordat de ran­

ren van het voorgeschotelde voedsel.

den niet met de rest van het perceel worden behan-

300 Veldleeuweriken

Veldleeuwerik, foto: Pierre Manuel de Lemos Esteves

70

De Boomklever

september· 2010

Faunaranden Faunaranden zijn vergelijkbaar met graanranden,


....:"," .,

,

...... - � "" � "' �-:-

·

;.ypge�s

deld (meststoffen en bestrijdingsmiddelen) zijn ze

Onderzoek door de o.a. de RSBP (Royal Society for

rijker aan insecten en kruiden. Het zijn bij uitstek de

the Protection of Birds) toonde aan dat het aanleg­

favoriete plekjes voor Patrijzen

gen van 2 van die vlakjes per ha de productiviteit van

(Perdix perdix) om

te vertoeven.

de soort met 50% kan doen toenemen (grotere leg­ sels en minder nestverliezen).

Leeuwerikvlokjes Winterstoppel Het idee van de leeuwerikvlakjes ontstond in Dene­ marken en Engeland. Voor Veldleeuweriken is het

Stoppels van graan, vlas, erwten of veldbonen laten

aantal legsels dat ze kunnen produceren in een sei­

staan gedurende de winter voorziet in voedsel voor

zoen cruciaal voor het op peil houden van de popu­

de

latie. In de intensieve akkerbouwgebieden wordt dit

waarde is wel dat na de oogst geen bestrijdingsmid­

gezien als het grootste probleem. Om voldoende broedsucces te garanderen hebben ze midden in de akkers relatief open plaatsen no­ dig waarop ze kunnen invliegen, voedsel zoeken en broeden. Aangezien Veldleeuweriken grond­ broeders zijn, verkiezen ze een voldoende open vegetatie om in te broeden. Ze moeten 2 tot 3 leg­

verschillende

zaadetende

akkervogels.

Voor­

delen meer gebruikt worden. De vogels zitten goed gecamoufleerd op de stoppels en kunnen zo rustig foerageren. De RSBP geeft aan dat indien op min­ stens 10% van het akkerland een winterstoppel zou behouden blijven dit in een belangrijke mate kan bij­ dragen tot het tegengaan van de achteruitgang van akkervogels.

sels kunnen produceren tussen april en augustus om een duurzame populatie in stand te houden. Omdat wintertarwe al snel zeer dicht staat in die periode komen ze moeilijk tot meerdere succes­

Waar kunnen de

volle legsels.

maatregelen toegepast

Door het niet inzaaien van vlakjes in een graanveld

worden?

ontstaan geschikte voedsel- en broedplaatsen tot in de zomer. De jongen van de Veldleeuwerik wor­

Onderzoek toont aan dat voldoende maatregelen

den initieel namelijk enkel gevoed met insecten. In

op eenzelfde plaats ingezet moeten worden om

die vlakjes beginnen verschillende kruidachtigen te

succesvol te zijn. Uiteraard gaat daarbij prioritaire

groeien die op hun beurt insecten aantrekken. Hier­

aandacht naar die gebieden waar nu nog de hoog­

door kunnen Veldleeuweriken meerdere broedsels

ste dichtheden aan akkervogels worden vastgesteld.

per jaar grootbrengen wat cruciaal is het voor het

Met de huidige snelheid van achteruitgang is het

populatieherstel van de soort.

wenselijk om eerst die bronpopulaties veilig te stel-

Fig.

2:

Afbakening Akkervogels Vlaanderen: kerngebieden (zwart), zoekzones (grijs)

De Boomklever

scpternber- 2010

71

.


len. Er wordt gewerkt met kerngebieden en zoek­ zones

(Figuur 2).

In de kerngebieden, voornamelijk gelegen in de

Stand van zaken in het Dijleland

Vlaams-Brabantse en Limburgse leemstreek, kun­ nen landbouwers meteen aan de slag gaan. In de zoekzones daarentegen is het belangrijk dat vol­ doende landbouwers meedoen zodat er van bij de start minstens voldoende maatregelen worden geno­ men om effect te kunnen hebben. De Vlaamse Land­ maatschappij (VLM) werkt samen met het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO) om de mini­ mumgrens van het totaal aantal maatregelen binnen een zoekzone te bepalen.

In het Dijleland vinden we 5 belangrijke kernzones voor akkervogels terug

(Figuur 3). Een eerste gebied

betreft het 'Dorenveld' op de grens van Kortenberg met Kampenhout en Steenokkerzeel. Een tweede gebied ('Bertem') betreft het plateau tussen Leefdaal en Korbeek-Dijle, ten noorden van de Neerijsesteen­ weg. Een derde gebied ('Bierbeek') betreft een clus­ ter van 3 zones in het zuiden van de gemeente Bier­ beek (omgeving Opvelp tot Meerdaalwoud). Deze sluiten aan op de omvangrijke kerngebieden in het

Tabel 1: Stand van zaken 2010 (Vlaanderen):

Beheerpakket AV gemengde

Opp. (ha) 72,09

grasstroken

zuidoosten van de provincie Vlaams-Brabant en de Limburgse leemplateau's . Zoals ook hoger al werd meegegeven zijn op Vlaams

AV graanranden

18,41

AV leeuwerikvlakjes

8,00

bakend

terug op het plateau van Duisburg (Duisburg/Hul­

AV

opgeploegde gemengde grasstroken

0,40

AV

vogelvoedselgewassen

27,62

AV winterstoppel

3,00

niveau naast de kerngebieden ook zoekzones afge­

(Figuur 3). In het Dijleland vinden we deze

denberg tot kerngebied Bertem), het plateau tus­ sen Terlanen (Overijse) en Huldenberg, en nog een laatste cluster van zoekzones binnen de lijn Bierbeek - Lovenjoel - Boutersem - Neer­ velp. Deze afbakening van zoekzones biedt landbouwers de kans om op termijn ook binnen een rui­ mer gebied aan de slag te gaan voor akkervogels. Hierbij dient te worden opgemerkt dat acties bin­ nen deze zones steeds afhankelijk blijven van het halen van een mi­ nimale dekking aan maatregelen. Voorlopig blijft het veiligstellen van de aanwezige akkervogelrijk­ dom in kerngebieden echter pri­ oritair. Het veiligstellen van deze populaties zou garanties moeten bieden naar een herstel in een ruimer gebied. Sinds 1 januari 2010 zijn er in het Dijleland een

aantal

maatrege­

len voor akkervogels aangelegd. Het betreft maatregelen die na de

Fig. 3: Afbakening Akkervogels Dijleland: kerngebieden (zwart), zoekzones (grijs)

72

De Boomklever

september 2010

goedkeuring van het ministerieel besluit in 2009 nog tijdig konden worden aangevraagd. Heel wat lo-


Tabel 2: Spreiding maatregelen akkervogels in het Dijleland

Vogelvoedselgewas ha, (# percelen) Gem. Grasstrook ha, (#percelen)

'Dorenveld'

'Bertem'

'Bierbeek'

0.46 (1)

3.45 (10)

1.67 (4)

0.14 (1)

1.19 (5)

0.4 (1)

kale landbouwers (waarvan sommigen al jaren via be­ heerovereenkomsten aan natuur, milieu en landschap werken) werden bereid gevonden ook voor akkervo­ gels maatregelen te nemen. Naast de reeds aanwezige beheerovereenkomsten voor bijvoorbeeld de bescherming van holle wegen en erosiebestrijding wordt er in het Dijleland dus ook rond akkervogels gewerkt. Momenteel lijken de pakketten 'vogelvoedselgewas' (5,58ha) en 'gemeng­ de grasstrook' (1, 73ha) het meeste succes te kennen. Uit onderstaande tabel

(Tabel 2) kan worden afge­

leid dat de gemiddelde grootte van de 15 percelen

En verder? Door bijkomende inspanningen zal in de loop van de volgende jaren gestreefd worden naar het behalen van een optimale dekking aan maatregelen binnen deze kerngebieden. Zoals hoger wordt aangegeven zullen hierbij ook de bestaande maatregelen in reke­ ning worden gebracht. Daarnaast is opvolging van de gerealiseerde maatre­ gelen van belang. Daarom plant de VLM in de win­ ter 2010-2011 alvast een aantal monitoringsrondes. Daarbij wordt op vooraf vastgestelde tijdstippen (minstens lx/maand) een akkervogeltelling uitge­

met vogelvoedselgewas ongeveer 40 are bedraagt.

voerd op de percelen onder beheerovereenkomst.

Dit sluit aan bij de aanbevelingen die uit allerlei stu­

Op deze manier kunnen waardevolle gegevens wor­

dies naar voren komen: voor een correcte inzet van

den verzameld betreffende aanwezige soorten en

vogelvoedselgewassen dient men te streven naar een

aantallen, evolutie van de aantalleri doorheen de

voldoende dekkingsgraad aan maatregelen in ge­

winter, evolutie van het beschikbare voedsel (hoofd­

schikte gebieden (liever vele kleine dan enkele grote

zakelijk zomergraan), effect van de ligging van de ak­

percelen) waarbij een goede spreiding binnen ieder

ker op het gebruik door vogels ed.

gebied nagestreefd dient te worden.

Ook

simultaantellingen kunnen interessante

in­

formatie opleveren betreffende de uitwisseling van Hierbij dient opgemerkt te worden dat het kernge­

akkervogels tussen percelen onderling en de totale

bied 'Bertem' een speciale plaats inneemt vanwege de

grootte van de overwinterende populatie op dat mo­

aanwezigheid van een heel gamma aan maatregelen

ment. Op het plateau van Leefdaal/Korbeek-Dijle

en acties die voor akkervogels van belang zijn. Hier­

(kerngebied 'Bertem') zal tijdens de winter 2010-

bij doelen we niet enkel op de maatregelen die land­

2011 een simultaantelling worden georganiseerd.

bouwers via beheerovereenkomsten met de VLM te

Hulp zal hierbij onontbeerlijk zijn, en daarom zal ten

velde genomen hebben, maar eveneens op de acties

gepaste tijde een oproep naar vrijwilligers worden

van andere actoren zoals de lokale Natuurpunt­

gedaan.

afdeling (aanleg gorzenakker) en het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Door het ANB worden

Voor meer informatie over deze beheerovereen­

op het plateau Leefdaal / Korbeek-Dijle sinds enkele

komsten kunt u ook steeds contact opnemen met de

jaren inspanningen geleverd voor het behoud en de

lokale contactpersoon voor beheerovereenkomsten

bescherming van de Europese hamster ( Cricetus

uit uw buurt: http://www.vlm.be/SiteCollectionDo­

cricetus). Dit vertaalt zich o.a. in de realisatie van een

cuments/Beheerovereenkomsten/Kaartje%20gege­

aantal hamsterpercelen waarbij in samenwerking

vens%20bedrijfsplanners.pdf

met lokale landbouwers een voor de hamster opti­ male teeltrotatie wordt gerealiseerd (graanteelten en luzerne). Ook deze maatregelen zullen de akkervo­ gelpopulatie ongetwijfeld ten goede komen - zoals ook al in de winterperiode kon worden vastgesteld.

Karolien Michiel (karolien.michiel@vlm.be) Hans Roosen (hans.roosen@vlm.be) Rauwerd Roosen (rauwerd.roosen@vlm.be)

De Boomklever - september 2010

73


). . . .

Vogels

_

.

.·:·i�/-;:',. ":s

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving maart 20 1 0 - mei 20 1 0

D

� t overzicht van opmerkelijke en interessante vogelwaarnemingen

in de Dijlevallei beslaat voornamelijk de periode maart - mei 2010. De be­ streken regio omvat de gemeenten Kortenberg, Herent, Bertem, Leuven, Oud-Heverlee, Huldenberg, Overijse, Tervuren en de aangrenzende gebie­

Gebiedsofkortingen: WLS = Wilsele/Vijvers Bellefroid, LP

Waarnemingen worden voor 15 no­

ZW

=

Oud-Heverlee/Zoete Waters, OHN

Oostende, 0486/ l 2.58. 77, kelle.more­

Waarnemingen van onder meer Knobbelzwaan, Krakeend, Slobeend, Pijlstaart, Wintertaling, Ta­ feleend, Kuifeend, Patrijs, Dodaars, Fuut, Blauwe Reiger, Blauwe Kiekendief, Havik, Waterral, Kie­

- Korbeek-Dijle) en NGB, NGB = Neerijse/Grote Bron (deel Doode Bemde), NKV= Neerijse/Kliniek­ vijvers (deel Doode Bemde) en SAR= Sint-Agatha­ Rode/Grootbroek. Grauwe Gans

Anser anser

03-04 & 7 /03

Mantelmeeuw,

alle

uilen,

Ijsvogel,

R. Uyttenbroeck e.a.) 04/03 & 17/04

resp. 2 ex. en 1 ex. te SAR

(P. Moysons,

1. Nel, L. Hendrickx)

1 ex. te Tervuren/Park KMMA

12/04

(A. Reygel)

Kolgans

Anser albifrons

07/03

2 ex. Z te Oppem

Toendrarietgans

02/03

(J. Nysten)

Anser serrirostris

1 ex. te Oud-Heverlee/Ormendaal (P. Moysons, R. Uyttenbroeck)

alle

spechten, Veldleeuwerik, Graspieper, Grote Gele

2 ex. te OH/Ormendaal OHN - OHZ (H. Paques,

vit, Witgat, Houtsnip, Stormmeeuw, Zilvermeeuw, Kleine

Oud­

weilanden tussen Bogaardenstraat (Oud-Heverlee

au@gmail.com, of ingevoerd op www. waarnemingen.be.

=

Heverlee/N, OHZ = Oud-Heverlee/Z, Oppem =

vember 2010 verwacht bij Kelle Mo­ reau, Meibloempjeslaan 2, bus 3, 8400

Kessel-Lo/

Leopoldspark, AVP = Heverlee/Abdij van Park,

den. De volgende rubriek zal de pe­ riode juni - augustus 201 0 omvatten.

=

Bergeend

Tadorna tadorna

Kwikstaart, Kramsvogel, Koperwiek, Cetti's Zan­

We beperken ons voor deze seizoensbespreking

ger, Vuurgoudhaan, Glanskop, Matkop, Kuifmees,

tot de vermelding van een geslaagd broedgeval: op

Zwarte Mees, Roek, Ringmus, Keep, Putter, Sijs,

29/05 werden te NGB 2 adulte Bergeenden opge­

Kneu, Kruisbek, Goudvink, Appelvink, Geelgors,

merkt in het gezelschap van 5 pulli

Rietgors en alle exoten werden niet in dit verslag op­

Hendrickx, L. Desmet).

genomen maar wel verwerkt. Ook onder meer twee

(J. Nysten, L.

Anas penelope

mogelijke Ruigpootbuizerden, enkele onzekere Vis­

Smient

arenden, een Kleine Strandloper, een tweede Rosse

Nadat de laatste Smienten van de winter 2009-2010

Grutto, een roepende Hop - wellicht als kooivogel,

tijdens de laatste decade van april uit het Dijleland

een onzekere Rouwkwikstaart en een Bonte Kraai

waren vertrokken, maakte een ex. nog een late ver­

werden niet weerhouden.

schijning in de Doode Bemde op 22/05 (M. Van Den Berghe).

74

De Boomklever

septembe1 2010


Zomertaling Anas querquedula

Kwartel Coturnix coturnix

De eerste Zomertalingen voor 2010 waren 2 ex. op

16 & 23/05

renveld

10/03 te AVP (P. Dauwe). Vanaf 20/03 verschenen langer pleisterende Zomertalingen in de Dijlevallei,

resp. 2 zp & & zp te Erps-Kwerps/Do­

(L. Raty, P. Moysons)

1 ex. roepend te Bertem/Koeheide (G.

22/05

met waarnemingen verspreid van SAR tot OHN,

Bleys), 1 ex. roepend te Meerbeek

maar concentraties van meer dan 3 ex. werden niet

(M. Hens)

waargenomen (versch. waarn.).

28/05

1 zp te Haasrode/zandgroeve (D. von Werne)

Krooneend Netta ru.fina Buiten het park van Tervuren (KMMA, waar het

Geoorde Fuut Podiceps nigricollis

gekende mannetje tijdens de ganse periode nog

16/03,29/03-04/04 & 5/04

resp. l, 3 & 4 ad zom te

steeds aanwezig was; versch. waarn.) werden waar­ nemingen van mannetjes Krooneenden genoteerd te SAR (lm op 25-26/03;

NGB (versch. waarn.) 05 & 21/04

I. Nel, S. Peten, J. Nysten

e.a.) en te Overijse/Meer van Genval (lm op 28/03

waarn.) 3 ad zom te Tervuren/Park KMMA

07/05

& 6-7/04; B. Brochier, T. Ory, H. Paques). Net voor die data werden er geen waarnemingen uit Tervu­

(N. Ryckeboer) 25/05

2 ex. te LP (S. Goethals, E. Toorman,

ren ontvangen ...

R. Uyttenbroeck)

Brilduiker Bucephala clangula 2m te SAR

03/03

Roodhalsfuut Podiceps grisegena

(I. Nel, T. Vande­

1 ad win te AV P

02-03/03

zande) 06/03

resp. 1 & 2 ad zom te SAR (versch.

lm te NGB

tenbroeck,

(J. Nysten, P.

(P. Moysons, R. Uyt­

P. Floré e.v.a.)

1 ex. te WLS (B. Creemers)

14/03

Wyckaert) 13-14, 16 & 19-20/03 lv te SAR (L. Hendrickx, P.

Aalscholver Phalacrocorax carbo sinensis

Moysons, T. Vandezande

Dit jaar was het zonder discussie prijs: vanaf half

e.a.)

maart broedden er 3-4 paartjes Aalscholvers te Ter­ vuren/Park KMMA. Vanaf half mei werden in min­

Nonnetje Mergellus albellus

stens 2 nesten jongen gezien (2 en 3 ex.) (A. Reygel,

03/03

C. Carels e.a.).

lm te SAR

(1. Nel, T. Vandezande)

Grote Zaagbek Mergus merganser 02-08/03

\

11/04

1v te LP (M. De Beenhouwer, T. Van­

Purperreiger Ardea purpurea Op 20/04 vloog eerst één Purperreiger NO over

dezande, E. Toorman e.a.)

Oppem, om later te worden gevolgd door 2 ex. die

lm2v te SAR

in zuidelijke richting vlogen (A. Smets). Vanaf 25/04

(I. Nel, L. Hendrickx)

tot minstens op 24/05 verbleef een adult - die zich

/

meestal enkel 's avonds liet zien - te SAR (L. Hen­ drickx e.v.a.). Grote Zilverreiger Casmerodius albus Voor deze inmiddels "ingeburgerde" soort ver­ melden we slechts de grootste concentratie die tijdens het voorjaar van 2010 werd aangetroffen in het Dijleland. Deze betrof 7 ex. op 17-18/04 in de Doode Bemde (B. Pasau, C. Zanté, P. Wyckaert, L. Desmet). Kleine Zilverreiger Egretta garzetta Vijf overvliegende Kleine Zilverreigers vlogen op

Geoordefuut, Kessel-Lo 25-5-2010,foto Eric Toorman

17/04 over de Do ode Bemde (T. Van Lancker) en

De Boomklever

-

september 2010

75


2/05 (J. Lenaert) en een ex. te SAR op 5/05 (G. Va­ nautgaerden, Ooievaar 05/03 13/03

P. Moysons).

Ciconia ciconia

2 ex. NW te SAR (T. Vandezande) 14 ex. in de Doode Bemde (K. Vermaelen, K. Trappeniers)

14/03

12 ex. over Kessel-Lo (J. Notebaert)

15/03

10 ex. ZO te Leuven SAR

09/04 Kleine zilverreiger, St. Agatha-Rode, 15-5-2010, foto Luc Hendr ickx

(F. Fluyt), 2 ex. N te

(I. Nel)

4 ex. N te SAR (P. Glasby), 4 ex. Z te OH/ Ormendaal (K. Lambeets)

12/04

1 ex. over LP (B. Zurings)

18/04

1 ex. N te Korbeek-Dijle (A. Smets), 1 ex. W te Néthen (JC Rombaux)

werden opgevolgd door een pleisterend ex. te SAR

20/04

1 ex. over SAR (P. Floré)

van 21 tot 27/04 (G. Ryken, l. Nel, P. Floré e.a.).

08/05

1 ex. over Terlanenveld (F. Vandeputte)

Vanaf 6/05 verbleef er terug een ex. te SAR (F. Van

09/05

1 ex. pleisterend te Veltem-Beisem (R. Raeymaekers)

Hove, P. Dauwe), wat minstens tot op 29/05 zo bleef 18/05

1 ex. N te SAR (L. Hendrickx)

ysten, L. Hendrickx, J. Rutten) waarvan er 2 ook

19/05

1 ex. pleisterend te OHN (J. Lambrechts)

werden gezien te SAR/Vette Weide (M. O'Briain),

27/05

1 ex. NO te Tervuren/stad (C. Wilis)

en op 24 en 26-28/05 ging het telkens om 2 ex.

29/05

1 ex. Z te Leefdaal/Duivendelle (B. Cree­

(versch. waarn.). Op 14/05 zaten er hier 3 ex. (J.

(I.

el e.v.a.). Van dit laatste tweetal kon enkele keren

mers), 3 ex. over Bertem/Koeheide (G.

worden vastgesteld dat ze 's avonds enkele Grote

Bleys)

Zilverreigers vergezelden naar hun slaapplaats te ZW (M. Walravens, L. Hendrickx). Koereiger

Bubulcus ibis

Rode Wouw

Milvus milvus

13/03

1 ex. NO te Korbeek-Dijle (J. Nysten)

18/03

1 ex. NO te NKV

De 4e Koereiger voor het Dijleland pleisterde van 16

19/04

1 ex. NO te SAR (H. Van Bosstraeten)

tot 19/03 te Duisburg (N. Ryckeboer, K. Van Scha­

22/04

1 ex. N te SAR (A. Smets), later 1 ex. NO

ren). Eerdere gevallen vonden plaats op 1/05/98 te SAR, op 24/04/01 te OHN en op 16 & 23/07/06 te

te Korbeek-Dijle (M. Dermout) 23/05

SAR & OHN. Het ging dus ook om de eerste maart­ waarneming. Kwak 08/05

1 ad te SAR (J. Menten, J. Nysten, L. Hen-

1 ex. N te Tervuren/stad (W. Desmet)

Zwarte Wouw 03/04

drickx, l. Nel e.a.) Het betreft hier slechts de vierde Kwak voor het Dij­

1 ex. rondhangend te Tervuren/stad (C. Willis)

25/05

Nycticorax nycticorax

(F. De Schampelaere)

Milvus migrans

1 ex. NO te OH/Ormendaal (L. Hen­ drickx)

22/04

leland in de 21e eeuw, na een ad in de Doode Bemde

1 ex. N te Korbeek-Dijle en Leefdaal/pla­ teau (M. Dermout, M. La Haye)

op 19/05/01, een ex. te Tervuren/park KMMA op

24/04

1 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (J. Nysten)

10/07/06 en een juv te Neerijse/Langerodebos op

26/04

1 ex. ZW te OHZ (M. De Beenhouwer)

24/08/09.

29/04

1 ex. Z te SAR

01/05

2 ex. N te OHZ (L. Hendrickx), 1 ex. N

Roerdomp

Botaurus stellaris

te Oppem

(P. Floré)

(1. Nel, W. Desmet), 1 ex. N te

In de nasleep van de winter werd te SAR telkens een

Korbeek-Dijle (A. Smets), 1 ex. NW te

Roerdomp geobserveerd op 2, 4 & 8/03 (P. Floré,

Bertem/Koeheide (G. Bleys)

P. Dauwe e.a.). Ongewoner waren de ex. die zich lieten opmerken begin mei, met een ex. te OHZ op

76

De Boomklever

.eptember 2010

06/05

2 ex. over Kessel-Lo/centraal (G. Van Hoo­ vels, R. Derveaux)


12/05

1 ex. over Kessel-Lo/centraal (K. Moreau)

16/05

1 ad N te SAR

(F. Fluyt)

op 5/04, 1 ex. 0 op 16/04, 2 ex. N op 17/04, 1 ex. N op 20/04, 1 ex. N op 24/04, 1 ex. N op 25/04, 1 ex. ter plaatse op 30/04, 1 ex. ter plaatse op 2/05, 1 ex.

Zeearend

Haliaeetus albicilla

ter plaatse op 8/05, 1 ex. ter plaatse op 10/05, 1 ex.

De onvolwassen Zeearend die tijdens de laatste de­

ter plaatse op 12/05, 1 ex. NO op 18/05 en 1 ex. ter

cade van februari pleisterde rondom OHN bleef na­

plaatse op 23-24/05 (versch. waarn.). Het ex. van

dien nog een hele tijd in de buurt hangen maar liet

24/04 werd nadien ook opgemerkt boven Heverlee/

zich slechts sporadisch zien. Na 27/02 verscheen hij

Langestaart

(J. Kempeneers).

op 2/03 te Heverlee/ Militair Domein (M. Abts) en

Smelleken

Falco columbarius

op 13/03 te OHN (L. Hendrickx, 1. Nel, A. Verbo­

07/03

terug op 1/03 te Haasrode/Industrie (B. Mulkens),

ven,

Fluyt)

J. Menten, P. Moysons, J. Nysten). Tenslotte

vloog hij op 18/03 noordwaarts over Leuven (W. Van De Vijver). Grauwe Kiekendief 19/05

Circus pygargus

1 ad m W te SAR (H. Blockx)

Visarend

Pandion haliaetus

18/03

1 ex. NO te SAR (H. Blockx)

01/04

1 ex. over Korbeek-Dijle (S. Horemans)

10/04

lm NO te Korbeek-Dijle/plateau (A. Smets,

(J. De Cock). Nadien

J. Nysten), 1 m pleisterend te Haas­

rode/ zandgroeve (D. von Werne) Slechtvalk

De eerste Dijlelandse Visarend voor 2010 vloog op 27/03 over de Doode Bemde

1 ex. jagend te Korbeek-Dijle/plateau (F.

Falco peregrinus

We vallen stilaan in herhaling, maar kunnen niet anders dan meedelen dat het Leuvense Slechtval­

werd SAR weer dé locatie om deze soort waar te

kenkoppel - dat tijdens de behandelde periode nog

nemen, met 1 ex. ter plaatse op 29/03, 1 ex. NW

steeds aanwezig was (versch. waarn.) - ook in 2010


niet voor een broedgeval gezorgd heeft, ondanks

50 ex. N te SAR (L. Hendrickx), 2 ex. NO

1 8/03

te Korbeek-Dijle/plateau (A. Smets)

herhaaldelijke waarnemingen van paringsrituelen. Zijn ze zich nog steeds aan het voorbereiden naar

6 ex. N te Leefdaal/plateau (J. Kempe­

20/03

de toekomst toe? We blijven alvast hopen... Buiten

neers), 125 ex. N te Huldenberg/Ijsevallei

Leuven waren er waarnemingen op 20/03 te OHN

(F. Fluyt)

(1 ex. jagend; L. Hendrickx), op 28/03 te Neerijse/

22/03

25 ex. N te Huldenberg/Ijsevallei

(F. Fluyt)

Zingende Wind (1 ex. ZW; J. Nysten), op 27/04 te Leefdaal/Duivendelle (1 ex. ter plaatse; A. Smets),

Scholekster

Haematopus ostralegus

op 29/04 te Oppem (1 ex. over; R. Uyttenbroeck),

De eerste Scholekster voor 2010 werd waargeno­

op 9/05 te Wijgmaal ( 1 ex. ter plaatse; L. Smets),

men te SAR op 6/03 (L. Hendrickx, R. Stoks, 1. Nel).

op 1 6/05 te Haasrode/Industrie (1 imm opvliegend;

Op 20/04 verbleven hier 2 ex. (A. Smets, P. Floré,

D. von Werne) en op 28/05 te Leefdaal/plateau (K.

l. Nel). Ook te Haasrode/Industrie werd de soort

Moreau).

weer aangetroffen, met regelmatig 2 ex. in de perio­ de van 8/03 tot 6/05 (J. Kempeneers, D. von Werne,

Kraanvogel

07/03 1 7/03

J. Tuteleers e.a.). Andere locaties met waarnemin­

Grus grus

1 4 ex. N te OHZ (J. Rutten), 3 ex. over

gen van Scholekster waren Heverlee/Langestaart ( 1

Bierbeek/Kwakkelbos (M. Abts)

ex. over o p 2 1 /04; E . Toorman) e n O H Z ( 1 ex. op

4 ex. achtereenvolgens over Heverlee/

1 4/05; L. Hendrickx).

Terbank (R. Stoks) en de Kesselberg (T. 24/03 07/04

Vandezande)

Kluut

Recurvirostra avosetta

1 ex. NO te Sint-Joris-Weert (A. Smets, D.

Een groep van 13 Kluten pleisterde op 18/03 te SAR

Drukker)

(H. Blockx, J. Menten, A. Smets e.a.). Op 23/03 zat

7 ex. N te Erps-Kwerps/Dorenveld (A.

hier weer een groep van 1 3 ex. (I. Nel).

Smets) Kanoet Kleine Plevier

Charadrius dubius

Calidris canutus

Op 1 7/05 kwamen eerst een adult winter Kanoet

De eerste Kleine Plevier voor 201 0 zat op 9-1 1 /03

(H. Roosen e.a.) en later op de dag ook een ex.

te Heverlee/Langestaart (P. Moysons, R. Uytten­

in adult zomerkleed (versch. waarn.) toe te SAR.

broeck, R. Ghijsen). Vervolgwaarnemingen op deze

Ook op 1 8 en 1 9/05 bleven beide vogels hier aan­

locatie kwamen er op 24 data tot en met 2 1 /05,

wezig. Op 20 en 2 1 /05 was enkel nog de vogel in

waarbij meermaals tot 3 ex. werden geteld (versch.

winterkleed ter plaatse (versch. waarn.). Wanneer

waarn.). Te SAR (waarnemingen op 1 8 data vanaf

we beide vogels - die afzonderlijk toekwamen én

26/04 tot eind mei; versch. waarn.) werd hetzelfde

vertrokken - als aparte gevallen beschouwen, gaat

maximum genoteerd, en werd de kaap van 3 ex.

het om de 9e en lOe waarnemingen van deze soort in

dus niet overschreden. SAR/Vette Weide (waarne­

het Dijleland.

mingen op 1 2 data tussen 23/03 en 1 5/04; versch. waarn.) leverde op 2/04 een maximum van 4 ex.

Temmincks Strandloper

(F. Rampelbergh). Andere waarnemingsplaatsen

24/04

waren Korbeek-Dijle/plateau (1 ex. NO op 1 8/03;

Calidris temminckii

1 ex. te SAR (S. Horemans), de vroegste ooit voor het Dijleland (de vorige

A. Smets), Haasrode/ Industrie (resp. 2, l, l, 2, 2

vroegste zat op 29/04/04 te SAR)

& 1 ex. op 24, 25/03, 28/04, 5, 1 1 & 1 6/05; D. von

08/05

Werne, J. Nysten) en OHZ (2 ex. op 1 8/04; F. Fluyt).

2 ex. te SAR (L. Hendrickx, JM Linden e.v.a.)

2 1 -22/052 ex. te SAR (R. Uyttenbroeck, D. von B o n tb ekplevier

Charadrius hiaticula

1 7, 23, 24, 25 & 3 1 /05

Werne e.v.a.)

resp. 1 , 1 , 2, 1 & 1 ex. te

Gevallen 1 5, 1 6 en 1 7 voor het Dijleland, het totaal

SAR (L. Hendrickx e.v.a.)

aantal exemplaren bedraagt nu 34 (maar we bren­ gen in herinnering dat 2004 hiervan 5 gevallen en

Goudplevier

1 7/03

78

Pluvialis apricaria

1 0 ex. voor zijn rekening nam). Er zijn slechts twee

2 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (A.

najaarswaarnemingen, de datumgrenzen voor het

Smets)

voorjaar zijn nu 24/04 {201 0) en 26/05 {2004).

De Boomklever

-

september 2010


Calidris alpina resp. 2 & 1 ex. te Moorsel (0. Hendrick, K. Van Scharen, P. Moysons) telkens 1 ad zom te SAR (L. Hen­ drickx, I. Nel e.v.a.)

Bonte Strandloper

17 & 18/03 08-09 & 15/05

Arenaria interpres 1 ad zom te SAR (A. Smets, JM Linden, I. 26/05 Nel, L. Hendrickx e.a.) Het 9' geval en het 10' ex. voor het Dijleland, de vorige zat op 15/05/05 te SAR. Daarvoor was het 24 jaar geleden dat er een Steenloper werd opgemerkt in het Dijleland (7-9/05/81 te SAR). Verder gaat het om de vijfde en de laatste voorjaarswaarneming (vorige laatste datum: 15/05/05). Steenloper

Numenius arquata 14/03 1 ex. NO te Huldenberg/plateau (F. Fluyt) 1 ex. N te Korbeek-Dijle/plateau 03/04 (J. Kempeneers) 06/05 1 ex. N te SAR (J. Nysten) Wulp

Numenius phaeopus 1 ex. invallend te Erps-Kwerps/Dorenveld (A. Smets) 1 ex. ter plaatse te Neerijse/Tersaert (F. Fluyt) 11 ex. NO te Korbeek-Dijle/plateau (J. Nysten)

Regenwulp

07/04 17/04 13/05

Limosa lapponica 20-22/05 1 ad win te SAR (L. Hendrickx, F. Fluyt e.v.a.) Na een ex. te OHN op 26/04/01 en een ex. te OHZ op 13/05/04, betreft dit slechts de derde Rosse Grutto voor het Dijleland in de 21 eeuw. Tijdens de periode 1975-2000 werd de soort hier niet waarge­ nomen. Tureluur Tringa totanus Eerste waarneming 07/03 1 ex. te P écrot/Grand P ré (L. Hendrickx) # waarnemingsdagen 42 Maximumconcentratie 30/04 15 ex. te SAR (A. Van De Laer, JM Linden, 1. Nel) Laatste waarneming 24/05 1 ex. te SAR (versch. waarn.)

Zwarte Ruiter

Tringa erythropus 19/04 1 ad te OHZ (M. De Beenhou­ wer) 19 & 22-25/04 1 ad zom te SAR (P. Moysons, T. Vandezande e.v.a. ) Tringa nebularia Eerste waarneming 14/04 (I. Nel) # waarnemingsdagen Maximumconcentratie 21/04 (G. Ryken) Laatste waarneming ex. te SAR (J. Kempeneers) Groenpootruiter

5 ex. te SAR 35 38 ex. te SAR 31/05

1

Bosruiter Tringa glareola Eerste waarneming 16/04 1 ex. te SAR (J. Menten) # waarnemingsdagen 18 Maximumconcentratie 23/04 9 ex. te SAR (P. Moyons) Laatste waarneming 2 ex. te SAR (versch. 21/05 waarn.) Waarnemingen buiten SAR: telkens 1 ex. te OHZ op 24/04 & 14/05 (L. Hen­ drickx), 8 ex. te Heverlee/ Langestaart op 18/05 (P. Moysons, R. Uyttenbroeck, L. Smout)

Rosse Grutto

e

Actitis hypoleucos Eerste waarneming 1 ex. te SAR (versch. 16/04 waarn.) # waarnemingsdagen 42 Maximumconcentratie 28 ex. te Tervuren/P ark 08/05 KMMA (M. O'Briain) Laatste waarneming 28/05 1 ex. te SAR (1. Nel) Oeverloper

Gallinago gallinago # waarnemingsdagen 48 Maximumconcentratie 36 ex. te Veltem-Beisem (S. 09/03 D'Hont) Laatste waarneming 12/05 1 ex. te SAR (1. Nel, R. Stoks) Watersnip

De Boomklever

septernber- 2010

79


--

-

.

- "

��-,"'!" � •1.:

Vog��s,i:-�-.;,·:�

waarnemingen genoteerd op 20/04 (1 ex. tpl; I.Nel),

Bokje Lymnocryptes minimus

In navolging van de goede winter voor Bokjes in het

26/04 (5 ex. tpl), 7/05 (1 ex. tpl), 9/05 (1 ex. tpl

Dijleland werden tijdens het voorjaar van 2010 de

min. 3 keer 1 ex. N), 14/05 (1 ex. tpl), 22/05 (1 ex.

volgende ex. opgemerkt: 1 ex. te Wilsele op 20/03

tpl), 23/05 (2 ex. tpl) en 26/05 (2 ex. tpl) (versch.

(B. Creemers), 1 ex. te Heverlee/Langestaart op

waarn.). Buiten SAR werden Zwarte Sterns enkel

17/04 (J. Kempeneers) en een zeer fotogeniek en

waargenomen te Tervuren/Park KMMA, met tel­

lang pleisterend ex. te SAR van 16/04 tot 5/05 (L.

kens 2 ex. ter plaatse op 13 en 21/05 (J. De Cock, N.

Hendrickx, I.

Ryckeboer).

el, H. Paques e.v.a.).

Zomertortel Streptopelia turtur

Kemphaan Philomachus pugnax

1 ex. te Heverlee/Langestaart

01-02/04

+

(P. Moy­

Een overzicht van alle waarnemingen ".

sons, L. Smout e.a.)

28/04

1 ex. te SAR (L. Hendrickx)

29/04

1 ex. te OHZ (I. Nel, W. Desmet)

03 & 14/05

resp. 1 zp en 2 ex. te Korbeek-Dijle

01 & 09/05

telkens 1 ex. te SAR (J. Kempeneers, K. Moreau, I. Nel e.a.)

(P.

Moysons, J. Nysten) 1 ex. te Haasrode/zandgroeve (D. von

12/05

Werne) Dwergmeeuw Hydrocoloeus minutus

26/04

1 verkeersslachtoffer te Wilsele (L. Smets)

25/05

7 ad zom te SAR (A. Smets, I. Nel, S. Peten) Velduil Asioflammeus

Zwartkopmeeuw lchthyaetus melanocephalus

22/04

1 ex. te Leefdaal/plateau (M. La Haye)

05/03

1 2e win te LP (PM De Lemos Esteves)

07/03

1 1e win NW te Leefdaal/plateau (K. Van

Draaihals fynx torquilla

Scharen)

01/05

17/05

1 ex. zingend te Sint-Joris-Weert/rand Meerdaalwoud (K. Moreau,

1 1e zom te SAR (L. Hendrickx)

]. Kempeneers)

M iddelste Bonte Specht Dendrocopos medius Grote Mantelmeeuw Larus marinus

Buiten Meerdaalwoud werden Middelste Bonte

31/05

Spechten waargenomen te Kortenberg/dorp (1

1 ad NW te Bertem/dorp (K. Van Scharen)

ex. op 6/03; A. Durinck), Hamme-Mille (1 ex. op 18/03;

De eerste Visdief voor 2010 vloog op 20/04 naar N

]. Menten), Rodebos (1 ex. op 17 /04; ]. Men­ ten) en Tervuren/Kapucijnenbos (1 ex. op 16/05.

over SAR (A. Smets, P. Floré). Het tweede ex. zat op

A. Smets).

Visdief Sterna hirundo

26/04 op dezelfde locatie (A. Smets, I. Nel, S. Peten). Nadien werden telkens 2 Visdieven gezien te SAR

Waterpieper Anthus spinoletta

op 2, 3, 6, 17-21, 23 en 25/05 (versch. waarn.). An­

In maart 2010 verbleef een grote groep Waterpie­

dere waarnemingslocaties waren AVP met 1 ex. op

pers te SAR/ Vette Weide (versch. waarn.). De maxi­

1/05 (B. Creemers,

mumtelling bedroeg hier 93 ex. op 25/03

P. Moysons) en OHZ met 2 ex.

op 19/05 (J. Lambrechts).

(I. Nel). De

laatste waarneming voor het voorjaar betrof 8 ex. in de Doode Bemde op 10/04 (K. Moreau).

Dwergstern Sternula albifrons

09/05

1 ex. N te SAR (M. Walravens, I. Nel)

Noordse Kwikstaart Motacilla thunbergi

Deze Dwergstern vertegenwoordigt het 8e geval

Een zeer vroege Noordse Kwikstaart werd reeds

voor de Dijlevallei, waarvan het 7e in het voorjaar.

op 11/04 gemeld te Erps-Kwerps/Dorenveld (L.

De vorige pleisterde op 29/04/05 kort te NGB,

Raty). Nadien volgden er nog heel wat op meer

daarvoor was het van 29/04/95 (1 ex. te SAR) dat de

gebruikelijke data: lm te SAR op 2/05 (J. Nys­

soort werd waargenomen in de Dijlevallei.

ten, L. Hendrickx), lm te Korbeek-Dijle/plateau op 8/05 (J. Nysten), min. 5 ex. te Tervuren/Park KMMA op 11/05 (A. Reygel), 5 ex. te Korbeek­

Zwarte Stern Chlidonias niger

Dijle/plateau op 13/05 (J. Nysten), 3 ex. te SAR

Zwarte Sterns waren bijna exclusief weggelegd

op 14/05

voor SAR tijdens het vooraar van 2010. Er werden

Smets, JM Linden e.a.).

80

De Boomklever

�cptember 2010

(I. Nel e.a.) en 2 ex. te SAR op 26/05 (A.


Tuinfluiter, St. Agatha-Rode, 2-5-2010,foto Luc Hendrickx

Rouwkwikstaart Motacilla yarellii 09/04 20/04

19/05

1 ex. te LP (S. Goethals)

1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (B. Cree­ mers, B. Bergmans)

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus

1 ad m te Tourinnes-La-Grosse/plateau (J.

04/04

lm te Kessel-Lo/centrum (T. Vandezande)

Kempeneers)

08/05

lm raamslachtoffer te Heverlee/Oost (P. Dauwe)

Een hybride Rouw- x Witte Kwikstaart (donkergrijze rug zoals vrouw yarellii, veel wit in vleugel, donkere

11-30/05

lm te Winksele (J. Vantrappen)

flanken - maar mannetje volgens koppatroon en ge­

19/05

lmlv te Neerijse/Doode Bemde - Kas­ teelpark (K. Moreau)

drag) werd op 30/04 en 19/05 gemeld te Haasrode/ zandgroeve (D. von Werne).

Paapje Saxicola rubetra Grauwe Klauwier Lanius collurio

Eerste waarneming

22 & 24/05

23/04

1 ad m in de Do ode Bemde (J. Nysten,

lm te Haasrode/zandgroeve

]. Menten, M. Walravens)

( D. von Werne) Tweede waarneming

Nachtegaal Luscinia megarhynchos 18/04

2 ex. te Erps/Dorenveld (L. Raty), 1 ex. te SAR (versch.

Bleys)

waarn.), 1 ex. te Korbeek­

25/04-09/05 1 zp te Wilsele-Putkapel/Kwade Hoek 10/05

24/04

1 zingend ex. te Bertem/Koeheide (G.

Dijle/plateau (T. Vande­

(R. Uyttenbroeck e.a.)

zande), 1 ex. te Heverlee/

1 zp te Overijse/Ketelhuis (1. Nel)

Zwanenberg (G. Bleys)

De Boomklever

�cptunlJu 201G

81


-----·-

--

-

�-

.-- -�it .. "

,

Voge_ls-.:· •

'. .

'5--

waarnemingsdagen 10 Maximumconcentratie telkens 5 ex. te Korbeek­ 08 & 15/05 Dijle/plateau (J. Nysten)

24/04

Laatste waarneming 24/05

27/04

#

1 ex. te Korbeek-Dijle/pla­ teau (J. Nysten)

25/04

29/04

lm te Sint-Joris-Weert/Doode Bemde (F. Vandeputte) 1 v te Leefdaal/Duivendelle (M. O'Briain) 1 v te Haasrode/zandgroeve (J. Kempeneers) 1 v te OHZ - Ormendaal (A. Smets, P. Moysons, R. Uyttenbroeck)

Roodborsttapuit Saxicola rubicola

De eerste Roodborsttapuiten voor 2010 werden op­ gemerkt op 5/03 te Moorsel (A. Smets) en op 12/03 te Veltem-Beisem (S. D'Hont). Broedverdachte ex. werden later tijdens het voorjaar waargenomen te Duisburg, Erps-Kwerps, Haasrode, Korbeek-Dijle, Kortenberg, Moorsel, Neerijse, Oud-Heverlee, Sint­ Joris-Weert, Veltem-Beisem en Winksele, maar broedbewijs onder de vorm van uitgevlogen jongen kwam er nog niet (versch waarn.).

Snor Locustella luscinioides

1 zp te Neerijse/Doode Bemde (T. Meekers, J. Kenens e.v.a.) Snorren zijn altijd al een zeldzaamheid geweest in het Dijleland, en zeker veldwaarnemingen zijn erg schaars in de regio. Het betreft hier slechts de tweede keer sinds 1975 dat in het ruime Dijleland een veld- én voorjaarswaarneming van deze soort wordt genoteerd! Het vorige ex. liet zich op 7/04/06 horen te OHN. 14-24/05

Tapuit Oenanthe oenanthe

Eerste waarneming 31/03

Rietzanger Acrocephalus schoenobaenus

1 ex. te Korbeek-Dijle/pla­ teau (J. Nysten)

Tweede waarneming 02/04 1 ex. te Winksele (R. Ghijsen) 29 # waarnemingsdagen Maximumconcentratie 24/04 25 ex. te Erps-Kwerps/Do­ renveld (L. Raty) Laatste waarneming 2 ex. te Winksele (G. Bleys) 23/05 Beflijster Turdus torquatus

08, 10, 12, 17, 18, 19/04 resp. 3m2v, lm, 7 ex., 2mlv, 2m, 1 v te Korbeek-Dijle/ plateau (A. Smets, J. Kem­ peneers e.a.) 11-12 & 14/04 telkens lm (verschillende) te Leef­ daal/Korbeekstraat (K. Van Scha­ ren) 12/04 lm te Leefdaal/plateau (1. Nel) 16/04 2 ex. te Neerijse/Langerodebos (G. Vanautgaerden) 17/04 1v te Erps-Kwerps/Dorenveld (B. Bergmans) resp. 4mlv & 1 m te Huldenberg/ 17-18/04 plateau (F. Fluyt) 18, 20 & 22/04 resp. 3 ex" 1 ex. & lm te Bertem/ Koeheide (G. Bleys) lm te Herent/Molenbeekvallei (A. 18/04 Smets)

82

De Boomklever

september

2010

De eerste Rietzanger voor voorjaar 2010 in het Dij­ leland verscheen op 3/04 te SAR (B. Nef, 1. Nel, J. Nysten, L. Hendrickx). Vanaf dan bleef de soort hier tot minstens 24/05 onafgebroken aanwezig (versch. waarn.), met een 2e zp vanaf 4/04 (L. Hendrickx, J. Nysten e.v.a.) en een 3e zp op 28/04 (M. Walra­ vens). Ook te OHZ werden Rietzangers opgemerkt, met 2 zp van 4/04 tot minstens 19/04 (J. Nysten, L. Hendrickx, 1. Nel, M. De Beenhouwer) en een 3e zp op 7/04 (E. Etienne), en nog één ex. op 2/05 (J. Le­ naert). Een derde locatie was de Doode Bemde, met 2 zp op 21/04 (I. Nel). Het is nog niet zo lang gele­ den dat Rietzangers niet jaarlijks werden opgemerkt tijdens het Dijlelandse voorjaar ". Spotvogel Hippolais icterina

05/05 14/05 23/05

23-24 & 27/05 24/05

1 zp te Veltem-Beisem (R. Ghijsen) 1 zp te Leefdaal/plateau (R. Stoks) 2 zp te Erps-Kwerps/Dorenveld (P. Moysons, 1 zp te Huldenberg/ pla­ teau (F. Fluyt) 1 zp te Neerijse/Ganzeman (J. Nys­ ten, F. F luyt, 1. Nel) 1 zp te Bertem/Bertembos (G. Bleys)

Orpheusspotvogel Hippolais polyglotta

De tweede Orpheusspotvogel voor het Dijleland zong op 28/05 te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt), in


·�···' ,..:· ' ''

··--:�.

. ;': s.�- .

Vogel

s

Paapje, St. agatha-Rode, 24-4-2010,foto Luc Hendrickx exact dezelfde tuin waar op 31/05-02/06/06 de eer­

Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata

ste voor het Dijleland verbleef.

16/05

1 ex. te Tervuren/Kapucijnenbos (A. Smets)

Iberische Tjiftjaf Phylloscopus ibericus

17/05

1 ex. te NKV {L. Hendrickx)

Op 6/04 zong aan de universiteitscampus te Hever­

24/05

1 zp te Neerijse/Doode Bemde (M. Wal­

lee een tjiftjaf die geregeld Iberische wijsjes afhas­

ravens), 2 zp te Haasrode/Meerdaalwoud

pelde met een enkel "tjiftjaf" er doorheen (F. Van de

(M. Walravens)

Meutter). Enkele dagen later, op 9/04, werden in het centrum van Leuven zangreeksen gehoord die mo­

Wielewaal Oriolus oriolus

gelijk aan een Iberische ljiftjaf toe te schrijven wa­

01/05

1 zp te OH/Ormendaal (W. Desmet, 1. Nel)

ren, maar de vogel kon omwille van zijn verborgen zangpost helaas niet worden geobserveerd (B. Pec­

24 & 27/05

dezande)

ceu). Erg intrigerend, maar een mengzanger en een mogelijk ex. volstaan uiteraard niet om Iberische

1 zp te Kessel-Lo/Kesselberg (T. Van­

27/05

1 zp te Neerijse/Ganzeman (I. Nel), 1 zp te SAR (G. Jacobs)

ljiftjaf aan de Dijlelandse lijst te kunnen toevoegen.

Fluiter Phylloscopus sibilatrix

Europese Kanarie Serinus serinus

30/04

2 ex. te Tervuren/Zoniënwoud (S. Feys)

27/03

1 ex. te SAR/Vette Weide (S. Peten)

21/05

1 zingend ex. te Wilsele (R. Uyttenbroeck)

09/04

1 ex. te Bertem/Koeheide (G. Bleys)

29/05

1 ex. Z te Bierbeek (D. von Werne)

De Boomklever

-

september 2010

83


.

" ...,�" . ,'''.\·· �

Voge/s�.;_.� I! "' '�

Kleine

Barmsijs Carduelis cabaret

Grauwe Gors Emberiza calandra

ln maart werden nog Kleine Barmsijzen waargeno­

Op het Dorenveld te Erps-Kwerps kon de Grauwe

men te OHZ van de 14e tot de 17e (max. 15 ex. op

Gors tijdens de maanden april en mei 2010 con­

14/03 en 10 ex. op 16-17/03; PM De Lemos Este­

tinu worden aangetroffen (versch. waarn.). Het

ves,

maximum van drie zangposten werd hier op 24/04

J. De Meirsman, R. Lebrun, J. Rutten, J. Lam­ brechts). Op 28-29/03 zaten 10 ex. te NGB (J. Nys­

gekarteerd (P. Moysons). De enige waarnemingen

ten, D. Drukker, S. Horemans) en op 30/03 werden

buiten het Dorenveld betroffen3 ex. te Leefdaal/

2 ex. gezien te Oppem (B. Nef). Vier barmsijzen op

plateau op 0 6/03 (M. O'Briain) en 1 ex. te Korbeek­

28/03 te Vaalbeek waren waarschijnlijk ook Kleine

Dijle/plateau op 20/04 (A. Smets).

Barmsijzen. Een late waarneming kwam er op 8/05, met een ex. te Bierbeek/Mollendaalbos (M. Abts).

Samenstelling: Kelle Moreau, kelle.moreau@gmail.com

Medewerkers en correspondenten : Hugo Abts, Michaël Abts, Véronique Adriaens, Raf Aerts, Louis-Philippe Arnhem, Stijn Baeten, Stefan Bande, Hugo Bender, Bruno Bergmans, Koen Berwaerts, Fabian Binard, Geert Bleys, Herwig Blockx, Pierre Blockx, Pierre-Yves Bodart, Alain Boeckx, Johan Bogaert, Luc Boon, Steven Bouillon, A. Braem, Bernard Brochier, Luc Brochier, Esther Buysmans, Tim Caers, Thijs Calu, Dany Capart, Charles Carels, Guido Catthoor, Willy Ceulemans, Otto Chrispeels, Paul Claes, Rik Claes, Warre Claes, Eddy Claude, Yann Coatanéa, Peter Collaerts, Stijn Cooleman, Bart Creemers, Jos Cuppens, Willy Daems, Jean Dandois, Paul Dauwe, Edward Deb­ baut, Matthias De Beenhouwer, Hans De Blauwe, Marjan De Block, Benoit De Boeck, René De Boom, Erik De Broyer, Klaas Debus­ schere, J. De Cock, Lieven Decrick, Krista De Greef, Henk de Groot, Davy De Groote, Bart De Keersmaecker, Kris De Keersmaec­ ker, Pierre Manuel De Lemos Esteves, B. Demarsin, Johan De Meirsman, Johan Denonville, Maarten Dermout, Tom Deroover, Bart De Rudder, Rik Derveaux, Steven De Saeger, Frans De Schampelaere, Chantal Deschepper, Louis Desmet, Wouter Desmet, Stefaan D'Espallier, Frederik De Vos, Dimitry De Wilde, Steven D'Hont, Catherine Dickburt, Henri Dineur, Daan Drukker, Philippe Dubois, Alberto Durinck, Michiel Dusselier, Joris Elst, Mathias Engelbeen, Erik Etienne, Simon Feys, Jacky Fléron, Patrick Floré, Frederik Fluyt, Wim Fourie, Philippe Funcken, Paul Gailly, Hilde Geeraerts, Kathleen Geukens, Raf Ghijsen, Karin Gielen, Paul Glasby, icole Goetghebeur, Sven Goethals, Patrick Goubau, Werner Goussey, Geert Haesendonck, Krien Hansen, Kristien Henckaerts, Olivier Hendrick, Luc Hendrickx, Pieter Hendrickx, Dirk Hennebel, Maarten Hens, Philippe Hermand, Dirk Hermans, Cécile Herr, Marc Herremans, Franck Hidvegi, Franck Hollander, Stefaan Horemans, Rik Houthuys, Ronny Huybrechts, Tim Huysegems, Jacques !de, Gauthier Jacobs, Ilf Jacobs, Guy Janssens, Luc Janssens, Stefan Janssens, Marcel Jonckers, Jochen Kempeneers, Jan Ke­ nens, Jean Kiebooms, Olivier Klein, Maurice La Haye, Kevin Lambeets, Jorg Lambrechts, Ewoud L'Amiral, Raphael Lebrun, Elfriede Le Docte, Jan Lenaert, Iwan Lewylle, Dirk Libbrecht, Jean Marc Linden, Jean-Marie Lommaert, Els Lommelen, Ken Lossy, Michel Louette, Eddy Macquoy, Tanja Maes, Yvan Mahaux, Rita Mahieu, Eric Malfait, Thierry Maniquet, Tine Meekers, Etienne Meert, Paul Mees, Joris Menten, Jeroen Mentens, Patrick Michel, Kelle Moreau, Pieter Moysons, Bart Mulkens, Bruno Nef, Ingrid Nel, Griet Nijs, Regis Nossent, Bastiaan Notebaert, Johan Notebaert, Paul Nuyts, Johan Nysten, Micheal O'Briain, Thierry Ory, Bernard Pasau, Hervé Paques, Geert Pauwels, Bert Pecceu, Annabel Pennings, Stephan Peten, Yvon Princen, Richard Raeymaekers, Fons Ramaekers, Fre Rampelbergh, Laurent Raty, Alain Reygel, Katrien Reynders, G. Rijmenans, Jean-Claude Rombaux, Hans Roosen, Rauwerd Roosen, Jos Rutten, Niels Ryckeboer, Geert Ryken, Karel Samyn, Hugo Schepens, Jacques Schwers, Benoît Segaert, Mau­ rice Segers, JB Sepulchre, Adriaan Seynave, JF Simonart, Axel Smets, Ludo Smets, Luk Smets, Philippe Smets, Lars Smout, Werner Sonck, Joris Souffreau, Peter Standaert, Jean-Christophe Staquet, Joeri Steeno, Geert Sterckx, Gerrit Stockx, Robby Stoks, Julien Taymans, Koen Thijs, Marita Tomballe, Erik Toorman, Koen Trappeniers, Johan Tutelaars, Roel Uyttenbroeck, Gert Vanautgaer­ den, Johan Vanautgaerden, Herman Van Bosstraeten, Kristof Van Breedam, Rudy Van Cleuvenbergen, Filip Vandekeybus, André Van De Laer, Frank Van de Meutter, Moniek Van Den Bergh, Thomas Vandenberghe, Hans Van den Broeck, Chris Van den Haute, Frank Van Den Houte, Nicolas Vandenplas, Luc Vanden Wyngaert, John Vandeput, Filip Vandeputte, Emilie Vanderhulst, Maarten Vandervelpen, Stefan Vandevenne, Wim Van De Vijver, Gert Vandezande, Tom Vandezande, Vic Van Dyck, Lieven Van Hellemont, Gerda Van Hoovels, Geert Vanhorebeek, Fabrice Van Hove, Thomas Van Lancker, Marc Van Meeuwen, Pieter Vanormelingen, Kris Van Scharen, Johanna Van Tonder, Joost Vantrappen, André Verboven, Erwin Vereecken, Luc Verhoeven, Kristien Vermaelen, Jan Verroken, Patrick Versonnen, Bart Verstraete, Dirk von Werne, Marc Walravens, Jan Wellekens, Roland Werbrouck, Courtenay Willis, Philippe Wyckaert, Francis Wyns, T. Ysebaert, Cathy Zanté, Bert Zurings en Ernesto Zvar.

84

De Boomklever

september 2010


.... ,•. ".� . .... ... . ," '.ç,. . . �" ". .

· -

;.;.�/ Voaefs b ·>{

'

Boomvalk, St. agatha-Rode, 24 mei 2008,foto: Eric Malfait

De Boomklever

-

september 2010

85


.

. .

-

-- · ;-.lil . ;-, 1\. "l;J' � 'r.: ·· - -

Vogels._'

·

·k:

Fenologie Soort

Eerste data

#+locatie

Waarnemers

Wespendief

08/05

lm OHZ

J. Lenaert

Pernis apivorus

13/05

3NOSAR

J. Nysten

Bruine Kiekendief

06/03

lvSAR

P. Wyckaert

Circus aeruginosus

27/03

1 imm OHZ

L. Hendrickx

Boomvalk

13/04

lSAR

1. Nel

Falco subbuteo

16/04

20HZ

A . Smets

Koekoek

12/04

1 Sint-Joris-Weert

R. Van Cleuvenberge

Cuculus canorus

13/04

1 NKV

T. Vandezande

Gierzwaluw

15/04

lSAR

F. Van Hove

Apus apus

17/04

2 Erps-Kwerps

P. Moysons

Oeverzwaluw

20/03

4SAR

R. Stoks

Riparia riparia

20/03

11 OHZ

L. Hendrickx

Boerenzwaluw

18/03

1 Heverlee/Langest.

P. Moysons, R. Uyt.

Delichon urbicum

18/03

1 Leefdaal/plateau

W. Van De Vijver

Huiszwaluw

30/03

8NGB

R. Uyttenbroeck

Delichon urbicum

31/03

3SAR

J. Nysten

Gele Kwikstaart

26/03

1NO Bertem/Koeh.

G. Bleys

Motacilla flava

27/03

2SAR/Vette Weide

L. Hendrickx, S. P eten

Boompieper

27/03

1 Haasrode

Anthus trivia/is

30/03

1 over Bertem/Koeh.

G. Bleys

Blauwborst

02/04

1 Heverlee/Langest.

P. Moysons

Luscinia svecica

03/04

lSAR

B. Nef M. Vandervelpen

S. Baeten

Zwarte Roodstaart

21/03

1 Erps-Kwerps

Phoenicurus ochruros

22/03

lm Haasrode/dorp

D. von Werne

Sprinkhaanzanger

29/03

1 zp Korbeek-Dijle

S. Horemans

Locustella naevia

07/04

1 zpSAR

1. Nel

Kleine Karekiet

18/04

1 OHZ

L. Hendrickx

Acrocephalus scirpaceus

19/04

1 AVP

W. Goussey

Bosrietzanger

18/04

1NGBJ1 OHN

C. Zanté, J. Menten

Acrocephalus palustris

19/04

1 OHZ

M. De Beenhouwer

Tuinfluiter

06/04

1 zpNGB

K. VanScharen

Sylvia curruca

16/04

1 zpSAR

M. De Beenhouwer

Zwartkop

17/03

lm Kessel-Lo/Centr.

W. Goussey

Sylvia atricapilla

24/03

1 AVP

M. Dusselier

Grasmus

06/04

1 Herent/Kastanjebos

J. Kiebooms

Sylvia communis

08/04

1 Moorsel

0. Hendrick

Braamsluiper

17/04

1 Bertem/Koeheide

G. Bleys

Sylvia curruca

18/04

1 Bertem/Bertembos

G. Bleys

Tjiftjaf

04/03

1 AVP

S. P eten

Phylloscopus collybita

11/03

1NGB

P.Moysons

Fitis

24/03

1SAR

T.Vandezande

Phylloscopus trochilus

24/03

1NGB

T. Vandezande

86

De Boomklever

september· 2010


Activiteiten

Simultaantrektellingen Tijdens deze activiteit worden trekvogels geteld en dit gelijktijdig op enkele tientallen plaatsen in Vlaanderen. In onze regio is dat op de trektelpost Brede Weg te Leefdaal (neem vanaf het kruispunt Delle en Blokkenstraat het betonbaantje in zw-richting, na ong. 500m, na een holle weg, vindt u de trektelpost )

Zaterdag 2 oktober 20 I 0 Simultaantrektelling (zie ook kaderstuk) vanaf zonsopgang op trektelpost Brede Weg te Leefdaal (in het kader van EuroBirdwatch wordt vandaag zelfs op Europese schaal geteld !) Leiding: Frederik Fluyt (frederik.fluyt@gmail.com , t 0479920172 )

Zaterdag 16 oktober 20 I 0 Watervogeltelling Afspraak telexcursie om 08u30 aan het station van Oud-Heverlee Leiding: Luc Hendrickx (luchendrickx2003@yahoo.com, t 0477 19 28 35)

Zondag 24 oktober 20 I 0 Simultaantrektelling (zie ook kaderstuk) Afspraak vanaf zonsopgang op trektelpost Brede Weg te Leefdaal Leiding: Frederik Fluyt (frederik.fluyt@gmail.com , t 0479920172 )

Op zoek naar wasplaten Door de succesrijke excursies in de voorbije jaren in het Dijleland is het wenselijk om deze zoektochten ook dit jaar verder te zetten. Er worden alvast 3 excursies voorzien (zie dit activiteitenoverzicht)

Zondag 7 november 20 I 0 Op zoek naar wasplaten Afspraak om 09u30 graslanden Kessel-Lo Afspraakplaats: ingang kasteelpark Heiberg aan de Koetsweg in Kessel-Lo Leiding: Roosmarijn Steeman (roosmarijn.steeman@natuurpunt.be of 0485688848) en Dirk Hennebel (dirk. hennebell@telenet.be of 0476542895).

Zaterdag 13 november 20 I 0 Watervogeltelling en telling op de slaapplaatsen van Aalscholver Afspraak telexcursie om 08u30 aan het station van Oud-Heverlee Leiding: Luc Hendrickx (luchendrickx2003@yahoo.com, t 0477 19 28 35)

De Boomklever

�epternber- 2010

87


. .

..

.

.

.

.

..

. •

. ·

. r

:� " ��-J

}":·· .i'·.·t:f .' .�·�"�. > -,

Zondag 14 november Op zoek naar wasplaten Afspraak om 09u30 Eikenhof, Kortenberg Afspraakplaats: ingang Eikenhof aan de Prinsendreef in Kortenberg Leiding: Roosmarijn Steeman (roosmarijn.steeman@natuurpunt.be of 0485688848).

Zondag 2 I november Op zoek naar wasplaten Afspraak om 09u30 graslanden Keihof St.-Agatha-Rode Afspraakplaats: parking klooster Keihof aan de Stroobantsstraat in Sint-Agatha-Rode Leiding: Roosmarijn Steeman (roosmarijn.steeman@natuurpunt.be of 0485688848).

Zaterdag 18 december 20 I 0 Watervogel telling Afspraak telexcursie om 08u30 aan het station van Oud-Heverlee Leiding: Luc Hendrickx (luchendrickx2003@yahoo.com, t 0477 19 28 35)

88

De Boomklever

september 2010


e

Adulte en lste zomer Kwak te St.Agatha -Rode, 13-8-2010 tot ?,foto's: Ingrid Nel

Men kan bezwaarlijk van een vogel, waarvan in de voorbije dertig jaar slechts 6 waarnemingen uit het Dijleland voorliggen, stellen dat het een onregelmatige doortrekker is... ! Ik zou dat veeleer een toevallige gast noemen. Nochtans werd in "De Vogels in het Dijleland" (red. M.Hens, 2001, Vrienden Meerdaalwoud en Heverleebos) de Kwak Nycticorax nycticorax, of "Nachtreiger" zoals hij vroeger ge­ noemd werd, als dusdanig ingedeeld. De soort heeft dat overtuigend zelf opgelost: na de waarneming van een adulte vogel op 8 mei 2010 te St. Agatha­ Rode en een eerste-zomervogel op 7 juni 2010 op dezelfde plaats, werd op 13 en 14 augustus 2010 aan het Groot­ broek zowel een adulte als een eerste-zomervogel waargenomen! De beide vogels werden samen of apart nog minstens vijftigmaal waargenomen en vandaag, bij het ter perse gaan van dit tijdschrift, worden ze nog steeds als aanwezig gemeld. Het is niet uitgesloten dat deze vogels dezelfde zouden zijn als die welke in het voorjaar - mei/ juni - werden waargenomen. Het gebeuren vormt in alle geval voor de eerste keer een langdurig verblijf in de regio! Een voorbode van een toekomstige vestiging als broedvogel..? Kris van Scharen

foto: Ingrid Nel

De Boomklever

-

september 2010


Inhoud ·---

1

-

EDITORIAAL Joepie, er zit een Steenmarter in mijn straat!

61

PADDENSTOELEN Weer twee nieuwe wasplaten voor het Dijle/and en andere leuke vondsten. Roosmarijn Steeman

63

VOGELS • Akkervogels in Vlaanderen en het Dijle/and: beheerovereenkomsten als kans op een toekomst? Karo/ien Michiel Hans Roosen Rauwerd Roosen

66

Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving Kelle Moreau

ACTIVITEITEN

74

87

coverfoto: De een zijn dood is de ander zijn brood. Vos op de Koeheide, juli 2010 foto: Geert Bleys

1

l

Profile for Natuurstudiegroep Dijleland

De Boomklever September 2010  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever September 2010  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Profile for nsgd
Advertisement