Page 1

I -

1

-

1

Jaargang

Tijdschrift van de Natuurstudiegroep Dijleland •

I

Il

36

-

december 2008


NATUURSTUDIEGROEP Sdijleland

J

Regionale werkgroep van Natuurpunt Studie vzw

n atu u rp u nt

S!Udic

Bestuur •

Maarten Hens (voorzitter), Dorpsstraat 48, 3078 Meerbeek,

Driemaandelijks tijdschrift van de

0473-244752

Natuurstudiegroep Dijlland. De

Kris Van Scharen (penningmeester), Korbeekstraat 27,

3061 Leefdaal, 02-7672638 Monique Bekkers, Oostremstraat 4, 3020 Herent, 016-231338

Bruno Bergmans, Mgr. Van Waeyenberglaan 54 015 bus3,

3000 Leuven, 0498-760722 •

viermaal per jaar (maart, juni, sep­ tember, december).

Hoofdredacteur: Bruno Bergmans

Bart Creemers, Frederik Lintstraat 77, 3000 Leuven,

leden: Herwig Blockx, Frederik

0496-893106

Fluyt, Maarten Hens, Kelle

Frederik Fluyt, Spitsberg 4, 3040 Huldenberg, 0479-920172

Moreau en Kris van Scharen

André Verboven, Groeneweg 60, 3001 Heverlee, 016-238184

siteit in het Dijleland en verschijnt

010-862466

Hans Roosen, Abstraat 101, 3090 Overijse, 02-6879518

studie en beheer van de biodiver­

Redactie

Kelle Moreau, Korenbloemlaan 5, 3052 Blanden, 0486-125877

Boomklever brengt bijdragen over

Herwig Blockx, Rue du Culot 42, 1320 Tourinnes-la-Grosse,

Joris Menten, W. De Croylaan 49/21, 3001 Heverlee, 0495-275393

De Boomklever

Redactie-adres

Artikels, foto's en korte bijdragen worden verwacht op het redactiese­ cretariaat, p/a Bruno Bergmans e-mail: bruno.bergmans@scarlet.be

Werkgroep vogels Broedvogelprojecten, archivering en rapportering waarnemingen:

Kelle Moreau (kelle.moreau@gmail.com) Watervogeltellingen, akkervogels: Maarten Hens (maartenhens@

yahoo.co.uk) •

Trektellingen: Frederik Fluyt (frederik.fluyt@gmail.com)

Het copyright van de teksten, il­ lustraties en foto's blijft bij de res­ pectievelijke auteurs, tekenaars en fotografen. Overname is mogelijk mits hun uitdrukkelijke toelating en bronvermelding Abonnement

Werkgroep zoogdieren •

De Boomklever ontvangen door

Marterproject, archivering waarnemingen: Kelle Moreau

overschrijving van 8 € op rekening­

(kelle.moreau@gmail.com)

nummer 001-1552168-50 van de

V leermuizen: Hans Roosen (roosenhans@yahoo.com)

Natuurstudiegroep Dijleland, met

Hamster: Maarten Hens (maartenhens@yahoo.co.uk)

Werkgroep ongewervelden •

Geïnteresseerden kunnen

Archivering en rapportering waarnemingen: Bart Creemers (bart.creemers@gmail.com)

opgave van naam en adres. Een steunabonnement kost 12 € of meer. Natuurpunt vzw

Natuurpunt is de grootste vereni­ ging voor natuur en landschap in Vlaanderen. Ze telt 65.000 leden en beheert 15.000 hectare natuurge­ bied. Lid worden van Natuurpunt

Werkgroep planten •

Themaverantwoordelijke: Joris Menten (pjoris@advalvas.be)

Website: www.natuurpunt.be/dijleland

vzw kan door storting van 20 € op rekeningnummer 230-0044233-21. www.natuurpunt.be

Opmaak omslag: Danni Elskens (Koloriet) Opmaak binnenwerk: Kris van

Rondzendlijst Dijleland: Stuur een blanco e-mail naar dijlevallei­

Scharen

subscribe@yahoogroups.com

Druk: DCL-Print & Sign Oplage: 180 ex. v.u.:

M. Hens, Dorpsstraat 48,

3078 Meerbeek


Het Dijleland langs zijn mooiste kant

Het is een feestelijk Boomklever-nummer geworden, want we hebben wat te vieren. De Natuurstudiegroep Dijleland treedt het digitale tijdperk binnen met een volle­ dig vernieuwde website op www.natuurstudiegroepdijleland.be. Maar er is meer: tegelijk lanceren we de Dijlelandse regiopagina van waarnemingen.be, onder het werkgroepscherm dijleland.waarnemingen.be. Een dreamteam van topvogelkijkers en -natuurkenners uit het Dijleland heeft de koppen bij elkaar gestoken om de belangijkste natuurgebieden in het Dijleland anno 2008 te beschrijven. Al het moois dat daaruit voortvloeit vindt u terug in deze Boomklever. Zo is deze Boomklever een uniek tijdsdocument geworden van wat er waar in het Dijleland te beleven valt op natuurvlak anno 2008. Voor de praktische details zoals de ligging en de toegang van deze gebieden verwij­ zen we u graag naar onze website. Als belangrijke extra troef hebben we daar voor elk gebied ook de gebiedspagina van waarnemingen.be ondergebracht (én een link voorzien naar trektellen .nl voor de trektelposten). U kunt al de gebiedsbeschrijvingen rustig nalezen in deze Boomklever. Bovendien

brengen we hier enkele extra gebieden onder de aandacht die elk een heel typisch aspect van het Dijleland vertegenwoordigen. Kortom, geniet maar van het Dijle­ land langs zijn mooiste kant. ..

Bruno Bergmans Hoofdredacteur De Boomklever

PS: Onze 36ste jaargang zit er met dit nummer alweer op, maar de 37ste jaargang be­ looft nog beter te worden. Stort dus vandaag nog uw abonnementsgeld van 8 euro op het rekeningnummer 001-1552168-50 van de Natuurstudiegroep Dijleland met vermelding van ABO 2009, uw naam en adres. Een steunabonnement ko t 12 euro of meer. De Natuurstudiegroep dankt u bij voorbaat!

De Boomklever - december 2008

129


ZoniĂŤnwoud in het voorjaar, foto: Bruno Bergmans

De mooiste voorjaarsbossen Een van de leuke aspecten aan het Dijleland in het vroege voorjaar is de grote variatie aan bossen met een uitbundige voorjaarsflora. Elk bo i anders en sommige voorjaarsbloeiers kunnen op heel wat plekken aangetroffen worden, naar andere moet men speciaal op zoek gaan zoals bijvoorbeeld de Vingerhelmbloem die onder andere aan het Zoet Water groeit. Al je je moet beperken tot het vermelden van enkele gebieden is het altijd heel moeilijk een selectie te maken zonder andere mooie bo

en onrecht aan te doen. Dit artikel is daarom maar een begin en een

uitnodiging om op ontdekking le gaan en dat kan soms leuke verrassingen opleveren zoals de heront­ dekking van een populatie Wilde narcissen in het Heverleebos het afgelopen voorjaar.

130

De Boomklever - december 2008


Het Kastanjebos in Herent Beschrijving Dit vochtige eiken-haagbeukbo

grotendeels in eigendom en beheer van

atuurpunt heeft één van de

uitbundigste tapijten van voorjaar flora in het Dijleland. Begin april, voor de bomen hun bladeren krij­ gen, i het echt ongelooflijk welk

ver cheidenheid aan voorjaarsflora hier massaal tot bloei komt.

Ook d aan de bosrand gelegen hooilanden zijn intere

ant, maar daar is de bloei vaak het uitbundigst

later op het eizoen. D

be chrijving van een mooie wandeling vindt u op de web ite van

atuurpunt Herent,

www.natuurpunt-herent.b

Kenmerkende soorten De Bo anemonen voeren de boventoon aan en bedekken de bosbodem zover het oog reikt. Daartussen kun je geniet n van Speenkruid, Mu ku kruid, Gevlekte aronskelk en de zeldzame Eenbes. Vooral langs d

bo rand taan vaak gro pje Slanke sleutelbloemen en Pinksterbloemen. Een kleine maand later dan

de andere voorjaarsflora bloeit ook de Daslook uitbundig op enkele percelen waar een hakhoutbeheer g voerd wordt. De hooilanden rondom het bo trekken met hun bloemrijke aspect heel wat insecten aan en in de nazo­ mer taan hier tientallen Herf t tijllozen te bloeien. Ook de Sleedoornpage komt hier voor en de Roodborsttapuit komt aan de rand jaarlijks tot broeden. Bruno Bergmans

Het Zonienwoud Beschrijving Het Zoniënwoud associeerde ik vro ger met een mooi, maar weinig divers beukenbo , tot ik de omge­ ving van de Ganzenpootvijver in Groenendaal leerde kennen. Daar is vanaf de wandelpaden in de tweede helft van april een spectaculaire voorjaarsflora te zien. Het geaccidenteerde terrein zorgt voor heel wat variatie en de bronvalleitjes herbergen werkelijk een schat aan bloemen. Een wandelkaart van het Zoniënwoud kunt u gratis be tellen via de website van het atuur en Bos (A

gent chap voor

B).

Kenmerkende soorten Meest opvallend is het blauwe tapijt van Boshyacinthen dat heel wat hellingen onderdompelt in een blauwe waas. Op sommige momenten waan je je echt in het Hallerbos. Dit is één van de mee t we telijke vindplaatsen waar deze soort zo uitbundig aangetroffen wordt. De bronbeekjes worden langs alle kanten omzoomd door tapijtjes van Goudveil. Daartu

en kun je ook

Bosanemonen, Muskuskruid en ook zeldzamere soorten zoals Daslook, Eenbes, Heelkruid en Schede­ geelster aantreffen. Sommige jaren vliegt de Tauvlinder, een dagactieve nachtvUnder, hier algemeen rond. De Middel te bonte specht en de Glanskop (beiden broedvogels) laten ook regelmatig van zich horen. De vijvers van Groenendaal hebben in de zomer nog een andere verras ing in petto: dan licht op som­ mige plekken het hele bos 's nachts op door het getwinkel van de Vuurvliegje

(rondvli gende man­

netjes van de Kleine glimworm). Bruno Bergmans De Boomklever - december 2008

131


Het Rodebos en de Laanvallei

Z

oals de naam al doet vermoe­ den, is het staatsnatuurreser­

vaat 'Rodebos en Laanvallei' gele­

gen in de Laanvallei.

eindelijk in de Laanvallei. Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam hier een eerder open landschap voor met hooi- en weilanden afge­ wisseld met moeras, houtkanten en hakhout­ bosjes. Sindsdien werden heel wat van deze valleigronden beplant met populieren of evo­ lueerden deze spontaan naar (broek)bos. In­

Beschrijving: De Laan is, als bijrivier van de Dijle, nog één van de pareltjes van het Dijleland en heeft zich ter hoogte van het reservaat ongeveer 50m diep in het plateau ingesneden. Op de oostelijke flank van de Laanvallei vinden we het Rodebos te­ rug. Het reservaat is tegenwoordig ruim lOOha groot en wordt beheerd door het Agentschap voor

atuur en Bos (Al B) van de Vlaamse Ge­

meenschap. Het uitgesproken reliëf en de afwisseling van open en gesloten vegetatietypes maken van het gebied een aantrekkelijk en waardevol geheel. Dat betekent ook dat er hier nog heel wat zeld­ zame plant- en diersoorten voorkomen.

tussen zijn vele van deze populierenbestanden weer verdwenen. Het beheer is erop gericht een waardevol valleilandschap te creëren met elzen­ broek, rietland en natte hooilanden. Belangrijk in dit hele verhaal zijn de Hebrideschapen die jaarrond in het reservaat kunnen worden aange­ troffen en bijdragen tot het beheer ervan. De Laan ontspringt iets ten zuiden van Waterloo en mondt 500m ten noorden van de dorpskern van Sint-Agatha-Rode in de Dijle uit. Samen met de Dijle is de Laan nog één van de weinige rivie­ ren in Vlaanderen die nog over haar volledige loop vrij kan meanderen. Dit draagt vanzelf­ sprekend bij tot de hoge waarde van dit gebied.

entiteiten opdelen. Op het plateau vinden we

Kenmerkende soorten: Voorjaarsflora:

droge zandgronden terug. In het verleden wer­

Door zijn grote verscheidenheid aan biotopen is

den deze minderwaardige zandgronden ech­

het Rodebos en omgeving een uitgelezen plek

ter al te vaak met naaldbomen beplant. Ook

om heel wat bijzondere planten aan te treffen.

nu vinden we centraal op het plateau nog een

Opvallend zijn met zekerheid de natte hooilan­

aantal dennenbestanden terug. Om de oor­

den die in voorjaar en zomer barstensvol bloe­

spronkelijke schrale bos - en heidebegroeiing

men staan. Ook de voorjaarsflora langs de bron­

Het reservaat kunnen we in feite in drie grote

opnieuw een kans te geven werden een aantal

beekjes is niet te versmaden.

naaldboombestanden reeds omgevormd. Waar

Zo is het Rodebos dé plek om eind april op zoek

ooit monotone dennenbestanden zonder veel

te gaan naar de massaal bloeiende Daslook. In

onderbegroeiing de plak zwaaiden, vinden we

de vochtige valleitjes kan de lookgeur na een

nu zonnige heideveldjes die overgaan in prach­

frisse regenbui bij momenten bedwelmend zijn

tig eiken - en beukenbos.

en de bloemetjes van de Daslook schitteren dan

Het grootste deel van het reservaat bestaat uit

als duizenden sterretjes aan het firmament van

een beboste valleiflank met talrijke bronnetjes.

de lenterige bosbodem.

Omdat ook in het verleden deze hellingen te

Ook andere bijzondere soorten komen hier voor.

steil waren voor de landbouw zijn deze flanken

Langs de bronbeekjes komt Goudveil talrijk

steeds bebost gebleven en heeft de natuur er

voor, net als de ietwat bizarre Reuzenpaarden­

alle kansen gekregen. Daarom worden mense­

staart. De talrijk bloeiende Pinksterbloemen in

lijke ingrepen hier tot een minimum beperkt.

de hooilanden trekken heel wat Oranjetipjes

Van op het droge plateau en de naastgelegen

aan.

valleiflanken met bronnetjes belanden we uit-

Samen met de talrijke boscomplexen in de regio

132

De Boomklever - december 2008


zijn het Rodebos en de aangrenzende Laanvallei een goede plek om heel wat typi che bo vogels waar te nemen. Al typische bo b woner doen de

pechten het hier heel goed: Grote Bonte

Specht, Kleine Bonte specht, Groene Specht en zelf

de Zwarte Specht broeden er. Middelste

Bonte Specht i er al een aantal ker n waargeno­ men, maar een broedgeval is hi r voorlopig nog niet b v stigd.

ochtans heeft de soort reeds

vaste broedpopulaties in het Meerdaal- en Zo­ niënwoud (link naar meerdaalwoud?). Bij de ui­ len is de Bosuil hier in de buurt ongetwijfeld de talrijkste nachtroofvogel, terwijl ook de Ransuil nog aangetroffen kan worden. Deze laatste lijkt echter minder talrijk dan voorhe n, mogelijk te wijten aan de opmar van de Bosuil. Kerkuil en Steenuil broeden niet in het bos zelf maar wor­ den wel in de ruimere omgeving aangetroffen. Bij de dagroofvogels zijn het eveneens de echte bosvogels die de show stelen: Sperwer, Havik en Buizerd kan je hier regelmatig waarnemen, ter­ wijl ook de schaarse Wespendief iedere zomer in de Laanvallei aanwezig i . Vooral in de nazomer zijn ook waarnemingen van de Boomvalk mo­ gelijk - al dan niet jagend op zwaluwen die dan in grote groepen boven de vallei fourageren. Onder de zangvogels mogen we zeker de me­ zen niet vergeten die hier talrijk aanwezig zijn. Naast o.a. Staartmees, Kuifmees, Zwarte mees en Glanskop is ook de in Vlaanderen steeds zeld­ zamer wordende Matkop hier nog regelmatig te observeren. Bij de vinkachtigen springen vooral Goudvink en Appelvink in het oog. De eerste broedt vaak verspreid en onopvallend, terwijl de laatste zowel 's zomers als winters door z' n kenmerkende roep in een flits boven de bomen opgemerkt kan worden. Vermeldenswaardig zijn ook de groepjes Noordse goudvinken Pyr­ rhula p. pyrrhula die tijdens de afgelopen inva­

siejaren regelmatig in de hogere stukken van het Rodebos fouragerend waargenomen werden. Boomklever, Boomkruiper, Goudhaan en zelfs Vuurgoudhaan kunnen jaarrond in het bos aan­ getroffen worden. Zwartkop, Tuinfluiter, Gras­ mus, T jiftjaf en Fitis zijn enkele van de soorten die in het zomerhalfjaar aanwezig zijn, terwijl de Gekraagde roodstaart in het verleden reeds

lang heen de open plekken in het Rodebos werd aangetroffen. Een andere

oort die van de hei­

deterreintjes gebruik maakt i

de Boompieper.

Indien de komende jaren nog meer open ruimte wordt gecreëerd door het omvormen van ge­ sloten dennenbe tanden naar heide mogen we deze soort hopelijk toevoegen bij de jaarlijk e broedvogels in het Rodebos? En mogen we dan mi

chien dromen van de

achtzwaluw ...?

Een andere leuke soort die we er kunnen aan­ treffen is de Houtsnip die ook in het winterhalf­ jaar graag gebruikt maakt van de natte kom­ gronden in de vallei. Andere

oorten die we in

deze moerassige zones kunnen aantreffen zijn Kleine karekiet, Bosrietzanger, Waterral en een aantal eenden. In de nabijheid van brugje over de Laan en boven het water hangende takken zijn Ij vogel en Grote gele kwikstaart een alge­ mene verschijning. 's Winters i het elzenbos in de vallei het geliefkoosde terrein voor Sijzen en Putter . Fluiters worden eerder sporadisch in het Rode­ bos waargenomen en terwijl de

achtegaal ja­

ren terug nog tot de jaarlijkse broedvogels van de Laanvallei kon worden gerekend, lijkt het rond deze soort steeds tiller en

tiller te wor­

den. Hetzelfde geldt voor de Wielewaal, terwijl ook de Koekoek hier minder waar te nemen is dan voorheen. Andere:

Een goed onderzochte groep vormen de insec­ ten in het Rodebos. Zo is het Rodebo voor heel wat libellen (o.a. Smaragdlibel en

poradisch

ook Bruine winterjuffer, Zuidelijke oeverlibel en Bruine glazenmaker), zweefvliegen (maar liefst 153 soorten, bijna de helft van de Belgi che zweefvliegenfauna!), mieren, kever

(het V lie­

gend Hert werd reeds eenmalig waargenomen) en andere insecten zoals bijvoorbeeld teenvlie­ gen (gebonden aan heldere bronbeekje ) een veilige thuishaven. Ook de amfibieën zijn er goed vertegenwoor­ digd en hierbij kan de Vroedm e terpad al meest bijzondere soort vermeld worden. Tot midden de jaren '90 van de

orige eeuw kwam

de oort hier voor, en in 2004 w rd n opnieuw enkel

emplaren gehoord. Sind dien lijkt de De Booml<lever - december 2008

133


oort opnieuv\' v rdwenen. Bij de reptielen vermelden we Hazelworm en Levendbarende hagedis. Deze weten handig ge­ bruik te mak n van de nieuwe open plekken die in het Rodebo zijn ont taan. In de kla

e der zoogdieren i

gebleken dat de

Laan allei en de omliggende bo

en het gelief­

koosde jachtterrein zijn voor heel wat soorten vleermuizen. Zonder e n vleermuisdetector zijn een aantal

oorten toch waar te nemen: Water­

vleerm uizen die bij valavond heel laag boven de Laan jagen en met een beetje geluk de grotere Ro

e vleermuis die bij

chemer en

om

zelfs

overdag op grote hoogte op in ecten jaagt.

aast

d

vleermuizen is ook de mooie Eikelmuis nog

een bev oner van de Laanvallei die echter zelden waargenomen wordt. Een andere moeilijk waar­ neembare oort is de Waterspitsmuis, een zeld­ zame bewoner van zuivere beekjes. Meer kans maak je op Reeën die bij valavond uit het bos te voor chijn komen. Ook de Bever is een

chu we

be\ oner van deze vallei. Meer kans om deze aan te treffen heb je in de Dijlevallei. Daarnaast zijn ook Vo en Eekhoorn soorten die de oplettende wandelaar regelmatig kan ontmoeten. Han

Roo en

Da look in Rodebos, foto: Frederik Fluyt 134

De Booml<lever - december 2008


Landkaartje, foto: Johan

y te11

De leukste insectengebieden Op heel veel plekken in het Dijleland kunnen bijzondere in ecten aangetroffen worden. De grote ver­ scheidenheid aan biotopen, de vrij intacte Dijlevallei die een prachtige noord-zuidcorridor vormt en de nabijheid van Wallonië maken trouwens dat nog bijna jaarlijks nieuwe soorten ontdekt worden. De gebieden die hieronder geselecteerd werden zijn natuurlijk ook aantrekkelijk voor he 1 wat andere dier- en plantensoorten, maar ze vallen op doordat er veel of heel peciale soorten ongewervelden kun­ nen gezien worden. Die "speciallekes", de trotsen van het Dijleland, omvatten onder and red

Bron.libel

(een kensoort van de bronbeekjes in het Meerdaalwoud), de Grote weerschijnvlinder en de Iepenpage (beiden zeldzame bewoners van de Doode Bemde).

De Boomklever -december 2008

135


De Kesselberg

De Koeheide

Beschrijving

Beschrijving

De Ke selberg maakt deel uit van de Hage­

De Koeheide is een natuurgebied deels in eigen­

landse ijzerzandsteenheuvels. Het is een na­

dom en beheer van

tuurgebied in eigendom van en beheerd (o.a.

Bertem en Leuven. Ten zuiden van het Bertem­

met

chapen) door de stad Leuven. Deze 75m

bos ligt hier een prachtige mozaïek van kleine

hoge heuveltop torent met zijn steile flanken uit

landschapselementen. Zo zijn er prachtige holle

boven

Wilsele.

wegen, mooie sleedoornhagen, steile heischrale

Het natuurgebied van ongeveer 12 ha ligt hele­

hellinggraslanden en recent werd er ook een

maal op het westelijke uiteinde van de heuvel, met

gorzenakker aangelegd.

een panoramisch zicht over de wijde omgeving.

Dit prachtige golvende gebied nodigt uit tot een

De heuvelflanken zijn her en der beplant met

mooie wandeling. Vooral in het valleitje met

Robinia's, maar hier en daar komt een natuurlij­

haar prachtige hellinggraslanden aan de zuid­

ker eikenbos voor.

rand van het Bertembos kun je je moeilijk voor­

Een uniek heideperceel vormt het grootste hei­

stellen dat je op een boogscheut van het centrum

degebiedje vlak bij Leuven. Ook een bloemrijk

van Leuven staat.

het

Kesseldal

(Kessel-Lo)

en

atuurpunt op de grens van

hooiland en een oude ijzerzandsteengroeve zijn uw bezoek zeker waard.

Kenmerkende soorten

Kenmerkende soorten

en Zandblauwtje) vallen hier ook heel wat ak­

Het heideperceel en de bloemenweide vol Knoop­

kervogels te zien zoals Geelgorzen, overwinte­

kruid en Agrimonie gonzen op mooie zomerdagen

rende kiekendieven of doortrekkende Tapuiten

van het insectenleven: naast vrij gewone vlinders

bijvoorbeeld.

(die hier in hoge aantallen kunnen gezien worden)

De zuidrand van het Bertembos is één van de

zoals het Bruin zandoogje, het Icarusblauwtje, het

betere plekken in de regio om de Eikenpage te

Boomblauwtje en de Koninginnepage, kan hier

zien te krijgen. In de sleedoornhagen kunnen

ook de vaak moeilijk waarneembare Eikenpage

in de winter op heel wat plaatsen eitjes van de

opgemerkt worden in de top van jonge eiken rond

Sleedoornpage gevonden worden. Om deze

de open plekken. Ook de Iepenpage en de Slee­

prachtige vlinder in de (na)zomer ook echt te

doompage werden hier reeds gemeld.

zien te krijgen is heel wat meer geluk nodig.

aast een bijzondere flora (o.a. Geel walstro

Door de verbossing en verruiging van sommige

Het Zuidelijk spitskopje is een algemen sprink­

voorheen open percelen is een soort als de Veld­

haan, en daarnaast kunnen in ruige stroken ook

krekel hier verdwenen, maar het gezoem van de

Greppelsprinkhanen gehoord worden.

Greppelsprinkhaan is wel nog te horen. Mogelijk

Op verschillende percelen komen ook Levend­

komt ook het Knopsprietje hier nog voor.

barende hagedissen voor.

De unieke ligging waarbij de Kesselberg als een

De trots van de Koeheide zijn de wasplaten die

eerste obstakel oprijst boven de "kom van Leuven"

hier op verschillende graslanden in de late herfst

aan de toegang naar de Dijlevallei maakt dat hier

hun kleurige verschijning ten beste geven, tesa­

ook al heel wat toevallige zwervers opgemerkt

men met andere zeldzame soorten grasland­

werden zoals Hooibeestje, Zwarte heidelibel en

paddenstoelen zoals de curieuze knotszwam­

Heidesabelsprinkhaan.

men en aardtongen. Omdat deze weilanden niet

Eén van de grote troeven van de site is het voorko­

zomaar vrij toegankelijk zijn, worden er jaarlijks

men van de Spaanse vlag die begin augustus soms

excursies voor georganiseerd.

in groten getale foeragerend op Koninginnenkruid

Voor meer info: zie ook ww.koeheide.be

kan aangetroffen worden in de geologische groeve. Spijtig genoeg is de groeve recent te veel verbost geraakt, maar hopelijk kan een goed beheer ervoor zorgen dat we spoedig terug van dit spectaculaire schouwspel kunnen genieten. In de herfst is het heideperceel ook een heel goede plek voor Heideknotszwammen. 136

De Boomklever - december 2008

Bruno Bergmans


Het Heverleebos en het Meerdaalwoud streeft. In de bosreservaten (240 ha) i natuur de

Beschrijving:

H

et Heverleebos en Meerdaal­ woud

grootste

vormen

en

een

van

interessantste

de

bos­

complexen van Vlaanderen.

dom van het Vlaamse Gewe t. H t ontoegan­ kelijke militaire domein be !aal de hele noord­ rand van het Meerdaalwoud ten we ten van de I aamse teenweg en is eigendom van de Belgi-

che overheid (Ministerie van Defen ie). Daar­ en beperkte oppervlakte in privébezit.

De bodem van het Meerdaalwoud en Hever­ leebos bestaat uit een leempakket, gelegen op zandig

ubstraat. Op de hogere gebieden zoals

het Heverleebos, de noordrand van het Meer­ daalwoud (Steenbergveld) en de hogere toppen van het Mollendaalbos, is het leempakket weg­ geërodeerd en komt de zandgrond aan de op­ pervlakte. Hier treffen we droge, armere bossen aan, voor een gedeelte beplant met naaldhoutbe­ standen. In de lager gelegen gedeeltes i

Kenmerkende soorten: Ongewervelden: Het Meerdaalwoud is helaa

een van de voor­

beelden van de verarming van onze bosvlin­

Voor hel grootste gedeelte i het complex eigen­

naa t i

hoofdbeheersdoelstelling.

de bo­

dem vochtiger en lemiger. We vinden er de meer typische rijke bostypes van Midden-Brabant. Het Meerdaalwoud en het Heverleebos zijn, net als het Zoniënwoud, restanten van het historische Kolenwoud. Wellicht is tenminste een deel van het complex gedurende historische tijden bebost gebleven als adellijk domein en beheerd voor houtproductie en als jachtgebied. De variatie in bodemstructuur en reliëf en de onafgebroken be­ bossing van het gebied zorgen ervoor dat het He­ verleebos en vooral het Meerdaalwoud een rijke biodiversiteit kennen met tal van soorten die we niet of zelden in de rest van Vlaanderen kunnen aantreffen. Het Meerdaalwoud en Heverleebos worden beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) dat een multifunctioneel beheer na-

derfauna. Het is meer dan 10 jaar geleden dat de

Kleine

ijsvogelvlinder

nog

gezien

werd.

Hi tori ch kwam hij voor in de omgeving van de Warandevijver. Het is niet ondenkbaar dat hij daar nog eens opduikt. Sporadisch worden er Keizersmantels waargenomen, o.a. een eier­ leggend wijfje in 2004 aan het militair domein, maar bewijzen van een vitale populatie zijn er momenteel (nog?) niet. De meeste claims van Keizer mantel betreffen de Tauvlinder, een ty­ pi che nachtvlinder van beukenbo

en. Tijdens

het voorjaar vliegen de mannetje van deze oort overdag rond op zoek naar wijfjes. Met hun fel­ oranje kleuren en snelle vlucht doen ze zo aan parelmoervlinders denken. Je kan ze vinden in de beukenbestanden in zowel het Meerdaal­ woud en al het Heverleebo . De Citroenvlinder is ook nog sporadisch aan te treffen in de dro­ gere, zandiger plaatsen in het Meerdaalwoud maar is ook sterk achteruitgegaan. In 2008 werd er voor het eerst sinds heel lang ook nog eens een Rouwmantel waargenomen. De vrij zeldzame Bronlibel komt voor in de bron­ gebieden aan de Paddenpoel, nabij de Klui , en in de vallei van de Warande. Andere libellen al Grote keizerlibel, Paardenbijter, Blauwe glazen­ maker en Smaragdlibel komen voor aan de Wa­ randevijver en de vijvers aan de Kluis. Ook de Weidebeekjuffer heeft hier verras end genoeg een permanente populatie. Meerdaalwoud-specialiteiten onder de hanen zijn de Zaagsprinkhaan en de

prink­ Ro

e

sprinkhaan. De Zaagsprinkhaan leeft in boom­ toppen en is slechts met een vleermui detector met enige trefkan� te vinden. Het voorkomen

De Boomklever - december 2008

137


van d ze ni uwe prinkhaan oort voor V laande­

mee , Boomklever en Boomkruiper, Vuurgoud­

r n werd ontdekt in de zomer van 2008. De Rosse sprinkhaan leeft in de open, drogere delen van

haantje, Goudvink, Zwarte specht, en Havik. De

het Me rdaalwoud, en i bijvoorbeeld te vinden

het Meerdaalwoud. De Middelste bonte

aan het ruiterpad dat aan de oostrand van het

komt voor in de structuurrijke loofhoutbe tan­

militair domein loopt.

den, bijvoorbeeld in bosreservaten "De Pruiken­

zeldzamere bosspecialisten beperken zich tot pecht

maker " en "De Heide" aan w erszijden van de an alle andere in ectengroepen zijn in het Meer­

aamsesteenweg ter hoogte van de Sint-The­

daah oud en Heverleebos ontdekkingen te doen:

re ia-kapel en bosreservaat "Everzwijnen.bad"

denken we maar aan houtbewonende kevers als

nabij de Kluis. Een gelijkaardige ver preiding

de Gouden tor, het V liegend hert, de Lederbok­

heeft de Fluiter, die echter de laatste decennia

tor en ander boktorren, bosgebonden loopkevers

erg zeldzaam geworden lijkt te zijn met jaarlijks

al

teenvliegen gebonden

slechts enkele zangposten. De Hout nip baltst

aan zuivere bronbeekjes, de 120 zweefvliegen die

op voorjaarsavonden boven de bo dr ven in de­

reed waargenomen werden, en de koepels van

zelfde omgeving. De Appelvink komt verspreid

For111icn bo mieren en hun commensalen. Goede

in het Meerdaalwoud voor, maar is vaak moeilijk

plaat

n in het Heverleebos om op zoek te gaan

te vinden. Een goede kan heb je bijvoorbeeld op

naar in ecten en ander ongewervelden zijn het

open.gekapte plekken langs de Kromme Dreef

arboretum, de vallei van de Vaalbeek, en de ge­

en aan de noordrand van het Mollendaalbo .

mengde haag langsheen de Prosperdreef aan het

Het arboretum van het Heverleebo

Franci canenklooster. In het Meerdaalwoud zijn

de meest trefzekere plaats van het Dijleland voor

bo re ervaat "De Pruikenmakers" en de valleien

Kruisbek. Van de Taigaboomkruiper zijn ook en­

van de Warande en Paddenpoelbeek hotspots

kele waarnemingen verspreid over Heverleebos

voor

en Meerdaalwoud; of het hier een populatie van

de Lederloopkever,

oorten van oud, vochtig loofbos. Soorten

van drogere, open bossen treffen we aan rond

i

wellicht

deze soort betreft, is niet gekend.

het militair domein. Op open plekken in beide bossen kan je Levend­ Gewervelde dieren:

barende hagedis en Hazelworm aantreffen. Het

Al je de drukkere uren mijdt, heb je zowel i....'l. het

Mollendaalbos is gekend voor het voorkomen

Heverleebo

van de Vuursalamander, onze enige landsala­

kan

als het Meerdaalwoud een goede

Ree te zien. Eekhoorns tref je vooral aan

mander.

in de villawijken van Heverlee die grenzen aan het Heverleebos. Met heel wat geluk kan je ook

Planten en zwammen:

Vo en Boommarter zien. Van deze laatste zijn er

De voorjaarsflora van het Meerdaalwoud is op

enkele oude waarnemingen. Ook de Das kwam hier vroeger voor, maar wordt na een mislukte reïntroductie in de jaren '80 van vorige eeuw, en­ kel nog

poradisch aangetroffen. Recent maak­

ten ook een verdwaald Edelhert en Everzwijn terug hun opwachting. Ook een aantal vleer­ muizen leven in het Meerdaalwoud. De meeste zijn moeilijk waar te nemen, maar bijvoorbeeld Rosse vleermuis en Grootoor jagen rond de chemering boven de boomtoppen of langs de bosdreven. In beide bo sen kan je tijdens een wandeling de mee te typische bossoorten van Midden-Brabant verwachten: Glanskop (het grootste deel van de Vlaamse broedpopulatie komt hier voor), Kuif-

138

De Boomklever - december 2008

sommige plaatsen indrukwekkend met over­ vloedige bloei van Speenkruid, Bosanemonen, Lelietjes-der-Dalen, en Kleine maagdenpalm. Op de betere plaatsen, bijvoorbeeld in de Waran­ devallei, vinden we Gulden boterbloem, Eenbes, Grote keverorchis en Longkruid. De flora van het Heverleebos is minder indrukwekkend. Op de drogere delen tref je veel Dalkruid en enkele Struikheideplantjes aan. Het vochtige gedeelte ten N van de E40 en ten 0 van de Naamsesteen­ weg (gekend als het "Sappellenbos") kent een rijkere voorjaarsflora, met onder andere een rijke groeiplaats van Wilde narcis. Het kalkrijke bron­ gebied in het Kouterbos (Bosreservaat "Klein moerassen") kent een opmerkelijke flora met o.a. Paarbladig goudveil, Daslook en Eenbes. In de "Putten van de Ijzerenweg" is een grote


groeiplaats van Vingerhelmbloem.

met

overgangen

van

zure

zandgrond

naar

kalkrijk leem en van droge naar natte terreinen De mossen en korstmossen van Heverleebos

zorgt voor een grote zwanunenverscheidenheid.

en

Roger Langedries en Jos Monnens (in De Becker,

Meerdaalwoud

zijn

minder

bestudeerd.

In de kalkrijke bronnetjes van het Kouterbos

1999) vermelden meer dan 800 soorten genoteerd 1980-1999 waaronder enkele

groeit het zeldzame Wolmos. De relatief goede

in de periode

luchtkwaliteit zorgt ervoor dat in de boomtoppen

fraaie en zeldzame soorten als Bisschopsmut ,

enkele

Geschubde boleet en Spechtinktzwam.

mo

luchtverontreinigingkritische

en oorten,

al

kunnen overleven.

het

Gewoon

korst­

baardmos,

In de luttele heideplekje

Joris Menten

vinden we Cladonia bekermossen. Ook aan zwammen en paddenstoelen is het bo complex opvallend rijk. De grote hoeveelheid dood hout en afwisselende bodemgesteldheid

Bijna Lente

"We zullen langs hier gaan"gebaar ik naar een jonge berkenaanplant. "Ja maar, er loopt toch geen pad" twijfelt Jan even. "As ge op de wegen blijft, kom de niks van de vogel te wete"veeg ik dit ommetje met een pseudowetenschappelijke knipoog dicht. De berkjes zijn maar 3 m hoog en rijkelijk voorzien van een ondergroei van adelaarsvaren. We lopen op een soort verhoogd zanddijkje naar een minuscuul coniferen­ bosje. Hooguit 10 bomen telt het. "Het is altijd de moeite om die te checken, ze bieden veel dekking. Soms zie of hoor je niks van de vogels maar liggen in zo'n bosjes verse prooiresten"geef ik Jan wat meer uitleg over ons afwijkend traject. Als we de eerste bomen bereikt hebben, gebeurt het. Vanuit een verzinking in de bosbodem fladdert met veel vleugelgedruis een grote grijze schim laag weg, laveert tussen de laatste grove dennen door en verdwijnt ten slotte buiten zicht achter de wirwar van beukentakken. Alles heeft hooguit enkele seconden geduurd, tijd om een verrekijker te richten was er niet: glimpen van wenk­ brauwstrepen en witte onderstaartdekveren blijven even op het netvlies hangen. "Mannetje havik"wijs ik hem na. "Amai da was kortbij, ge kon de bandéring in zijn staart zien" stamelt Jan. "Zou die zijn blijven zitten als we op het pad waren blijven lopen ? Het is maar 50 m ver" wijst hij achter zich. Ik knik instemmend. "Kijk, hij zat hier op een konijn"wijst hij even verder. "Het is nog warm, voel maar" gebaart hij. Het konijn is inderdaad pas geslagen, de havik heeft er nauwelijks enkele plukjes wol uit getrokken. " Zou die nu nog terugkomen ? "vraagt mijn kompaan nieuwsgierig. "Hij heeft toch moeite moeten doen om dat konijn te pakken te krijgen ? " "Misschien wel, maar je kan hem van geen enkele plaats goed zien. Trouwens, als jij hier op wacht zit ziet die havik jou gegarandeerd vooraleer jij hem ziet." Terwijl we verder lopen weerklinkt het schelle "kek-kek-kek ..."van een alarmerende havik uit de beu­ kencoulissen. "Ik zou al heel content geweest zijn met enkele verse prooiresten en een roepende vogel. Soms zie of hoor ik, mét stralend voorjaarsweer, in een jarenlang bezet haviksterritorium helemaal niks" schets ik even een profiel van een havikencontrole. "Vind je dat niet frustrerend ? "polst hij terwijl we terug naar de auto lopen. "Dikwijls wel, want je wéét dat ze er wél zijn, zij hebben je wél gezien, maar op zo'n stralende lentedag als vandaag maakt dat dan niet zo veel uit. Je ruikt de lente nu in het bos, het geroffel van de spechten, de zingende boomklevers, alles wat erbij komt is dan meegenomen." Hij knikt instemmend. Het is altijd leuk met een gelijkgestemde ziel op pad te gaan. Herwig Blockx

De Boomklever - december 2008

139


De Doode Bemde

de alluviale vlakte van de Dijle ligt en dat zowel

Beschrijving:

S

inds het begin van de jaren '80 van de vorige eeuw wordt in

het gebied tussen Korbeek-Dijle, Oud-Heverlee,

Sint-Joris-Weert

en Neerijse een natuurreservaat uitgebouwd. Anno 2008 is er ca 230 ha natuurgebied in beheer van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud

in

samenwerking

met Natuurpunt.

bodem als omgeving eerder nutriëntenrijk zijn. Matig voedselrijke habitats worden dan ook als doelstelling naar voor geschoven. Deze uitten zich bvb. in glanshavergraslanden, dottergra landen en elzenbroekbossen.

Uit historische

bronnen kan afgeleid worden dat vegetaties van nog schralere bodems (kleine zegge vegetaties, blauwgraslanden) voorkwamen, maar deze lij­ ken de beheerders een onrealistische zaak op grote schaal na te streven. Centraal in dit gebied stroomt de Dijle. Deze deelt het gebied in een iets bredere westelijke zone en een iets smallere oostelijke zone. Deze laatste zone sluit aan bij de uitlopers van Meer­ daalwoud (Kouterbos). De oostelijke zone be­

De doelstelling van het gebied is de lappendeken

staat uit een drietal komgronden (van zuid naar

van biotopen eigen aan de Dijlevallei te behou­

noord: Toemaat, Doode Bemde (ss) en Hamel).

den en te optimaliseren in functie van natuur­

De Toemaat is een complex van ruigten en af­

waarden. Centraal staat het feit dat dit gebied in

stervende populierenbossen. De Doode Bemde

Luchtopname van de Kliniekvijvers, foto: Oesiré Vanautgaerden De Boomklever

140

·

december 2008


Eindelijk een Visarend Het is een prachtige septemberdag geweest. Ik ben blij dat ik toch mijn verrekijker erbij had

er op een werkdag in de Doode Bemde dikwijls weinig te zien is. Een groep mensen, het geluid van een kettingzaag, een knetterend vuur, het is nu éénmaal niet de favoriete ambiance van het merendeel van in het wild levende dieren. Vandaag was dat anders: enkele buizerden draaiden moooie rondjes boven de noeste werkers, in het rietveld hoorden we enkele malen een waterral en er passeerde maar liefst tweemaal een visarend. De eerste keer dat ik die op een werkdag zie, trouwens. Als we het materiaal afdragen richting materiaalkot ziet Piet ter hoogte van de wei van Vonckx opnieuw een roofvogel hangen: "Is dat die visarend niet opnieuw, kijk daar, boven de parking" maakt hij ons attent op de rondcirkelende majesteit. In de lage septemberzon blinkt zijn zilverwitte onderkant op. "Het blijft toch wel een schitterende roofvogel" denk ik terwijl ik de verrekijker doorgeef . "Toch wel heel anders dan een buizerd, hé. Zo wit beneden en op zijn kop, daar heeft hij precies ook wit ?"vraagt Christel terwijl ze ingespannen door de verrekijker tuurt. "fa, met een donkere oogstreep"probeer ik nog wat bijkomende feedback te leveren. "fa, dat kan ik ook zien en ook zo'n bruine band hier. Ge kunt hem fantastisch zien"geeft ze commentaar terwijl Peter de verrekijker ter hand neemt. "Dat is toch een andere dan die fish eagle uit Afrika "is zijn eerste commentaar. Ik moet hem gelijk geven. Een visarend is eigenlijk geen échte arend en vormt een wat apart staande soort. "Eindelijk"zucht Christel terwijl ze het imposante silhouet nu met het blote oog bewondert. "Ik vind het toch een échte arend"voegt ze er nog aan toe. . "Had je nog nooit een visarend gezien? Ja, dat heeft lang geduurd. "beaamt Piet. "Jip, jip, jip"hoor ik nu uit de lucht weerklinken. "Is er geen tweede visarend? Dat is hun contactroep. " vraag ik aan Peter. "Ja, kijk, daar komt een tweede vogel aan, dat moet 'm zijn" Peter bevestigt dat: "fa, ik heb er nu 2 in één beeld. Ze cirkelen samen rond. Wil er nog iemand anders kijken ?" De verrekijker vindt onmiddellijk een volgende gebruiker. "Hoe kan je dat nu zien zonder verrekijker ? "vraagt er mij iemand. Ik leg hem uit dat ik al 20 jaar vogels kijk in de Dijlevallei. "Ja, als ge dan nog geen visarend kunt herkennen, kunt ge beter uw kijker aan uw schoonmoeder geven"valt Piet mij bij. De visarenden glijden nu achter elkaar af in de richting van Sint-Agatha-Rode. "Moet jij die niet ach­ terna, Herwig ?"grapt er iemand. "Neen, we gaan seffes nog ene drinken, niet Piet" Hij gromt instemmend: "Die vinden alleen hunne weg even goed, denk ik " hoewel

Herwig Blockx

(ss) is een kenmerkende komgrond met rietve­

zuiden van de Ijse (de komgrond van

getaties in het laagste deel met vervolgens een

wordt actueel ontwikkeld. De zuidwestelijke be­

gradiënt van grote zegge ruigte, dottergraslan­

boste zone zal bos blijven. Elders wordt er een

den en uiteindelijk glanshavergraslanden op

ruigte/graslandgradiënt nagestreefd, zoals voor

de drogere oeverwallen. De Toemaat is in volle

de komgrond van de Doode Bemde (ss) beschre­

ontwikkeling naar een analoog patroon als de

ven. Hiertoe overstroomt het gebied periodiek en

Doode Bemde komgrond.

is het drainagepeil aangepast. Aan de westelijke

De westelijke zone wordt doorsneden door ener­

vijvers, de zogenaamde Kliniekvijvers. Deze wor­

zijds een voormalige trambedding (zuidelijke lus van de wandelroute), de Ijse (noordelijke lus van de wandelroute). In principe is er slechts één komgrond ten zuiden van de Ijse en één ten

eerijse)

rand van deze komgrond bevinden zich enkele den -gezien hun bescherming als landschap- be­ heerd als cultuurhistorisch relict van vi kweek. Ten noorden van de Ijse bevindt zich het Lange-

noorden aanwezig. Vooral de komgrond ten

De Boomklever - december 2008

141


rodebo

(1 eerij e Grote

In de 1 nte zingen vanuit de rietvelden Kleine

is een historisch oud

Karekiet, Cetti's zanger, Rietgors, Sprinkhaan­

du danig behouden. De Lan­

zanger, Bosrietzanger en Blauwbor t. Waterral,

en de Langerodevijver

bron. Het Langerodebo bo

en wordt al

gerodevijver wordt onder de belangrijkste vo­

Zomertaling, Porseleinhoen en Goudvink zijn

gelgebieden beschreven. De overige delen delen

ook broedvogels. Ten gevolge van de vernatting

van deze komgrond zijn een lappendeken van

van het gebied kan er van tijd tot tijd een balt­

gra landen, historische boskemen en ruigten.

sende Watersnip bij valavond gehoord worden in de komgronden.

Kenmerkende soorten: Dagvlinders:

De Kliniekvijvers zijn een heel stuk kleiner dan

De actuele kenni over dagvlinder is dankzij een

de andere vijvers in de vallei en trekken daar­

grondige monitoring goed beschreven. In totaal

door minder oorten aan. Toch komen er ook de

meer dan 32 soorten vastgesteld. Op

klassieke soorten van de andere vijvers voor. Zo

zijn reed

mooie zomerdagen kunnen vaak grote aantallen

komen Boomvalken tijdens de trekperiode (en

vlinders foeragerend aangetroffen worden op

vaak ook een groot deel van de zomer) jagen op

de bloeiende ruigtekruiden.

libellen. Ook voor alle soorten zwaluwen zijn

Uit chieter

hierin zijn Grote Weerschijnvlin­

de insecten boven het gebied een levensbelang­

der en de Iepenpage. Om deze uiterst zeldzame

rijke voedselbron tijdens de trek. Voor de kolo­

vlinders te zien te krijgen is echter heel veel ge­

nie Oeverzwaluwen in de streek zijn de vijvers

luk nodig. Daarnaast hebben zoektochten in ver-

een vaste foerageerplek.

ch.illende sleedoornstruwelen ook volwassen

Een recent terug opgedoken gast is de Grote zil­

exemplaren van de Sleedoornpage opgeleverd.

verreiger die soms in groep komt slapen aan de

Daarnaast i

Kliniekvijvers.

de Doode Bemde in het Dijleland

ook het bolwerk van het Landkaartje.

Andere doortrekkers zijn: Grauwe klauwier, Paapje, Purperreiger, Bruine kiekendief, Vis­

Libellen:

arend, Lepelaar en Porseleinhoen. Als er slik

Langsheen de verschillende waterlopen in het

in de vijvers ligt, kunnen ook steltlopers gezien

gebied is frequent en zelfs talrijk de Weidebeek­

worden.

juffer waar te nemen., De verschillende vijvers herbergen vermoedelijk analoge libellenpopula­

De Klapekster die hier eertijds zijn bolwerk had

ties als de andere in de vallei, maar zijn minder

is spijtig genoeg als broedvogel verdwenen en

inten ief onderzocht. Vastgestelde oprukkende

wordt enkel nog -zij het ook niet jaarlijks- als

libellen zijn alvast

wintergast gezien. Andere wintergasten in de

Kleine

Roodoogjuffer en

natte komgronden zijn Watersnip, Waterpieper

Vuurlibel.

en Bokje. In groepjes Elzen kunnen dan foerage­

Vogels:

rende Sijsjes en eventueel ook Barmsijzen aan­

Het is wellicht onmogelijk om te bepalen welke

getroffen worden.

de meest kenmerkende soort is voor dit gebied! Uiteraard kan u er vrijwel alle watervogels

Zoogdieren:

waarnemen als broedvogel, pleisterend of op

Langsheen de Dijle (oostelijke takken van de

doortrek. De populaties wijzigen ook samen met

wandellus)

de zich wijzigende omgeving. Zo worden nog

plaatsen de vraat- en andere sporen van Bevers

steeds oude populierenbossen omgezet naar

te zien. Frappant zijn de omgeknaagde bomen,

hooiland, ruigte of bos.

maar ook maïsvraat, wissels en glijbanen naar

zijn 's winters op verschillende

de rivier zijn op verschillende plaatsen te zien. Door de nabijheid van grote boscomplexen zin­

Daarnaast kan men met veel geluk ook Vos,

gen er de Wielewaal en de Zomertortel en is een

Hermelijn en Bunzing waarnemen tijdens hun

overvliegende Zwarte Specht of Havik niet echt

jachtpartijen. Ook Reeën en verschillende vleer­

zeldzaam. De spectaculaire vlinderbalts van de

muissoorten komen ook in het gebied voor.

Wespendief valt boven de grotere boskemen jaarlijks waar te nemen. De Boomklever - december 2008

142


Flora:

Nu de komgronden terug tot hooilanden omge­ vormd worden steekt ook de begeleidende flora terug de kop op. In mei zijn de weides op hun best vol roze Echte koekoeksbloemen en gele Grote ratelaars. Bart Vercoutere

6 oktober 2004: de Doode bemde doet het weer...

Enfin, op het einde van de dreef langs de kliniekvijvers grijp ik zoals steeds onderbewust naar m'n verrekijker om de toppen van de sleedoornstruwelen aan de overkant van de leigracht te checken op... 'je weet maar nooit'. Er zaten 5 Waterpiepers in een boompje en waarschijnlijk nog eens dubbel zoveel in de wei, maar omdat ik in tegenstelling tot de gemiddelde Doode bemde-be­ zoeker niet over een loslopende hond beschik om al die arme vogeltjes uit het gras te jagen, hou ik het bij een schatting van 15 stuks. In de kijkhut - gehoopt op den groten zilveren - was er buiten 3 Dodaarzen, 2 Ijsvogels en een in­ formatieve affiche over 'jacht in de doode bemde' niet bijzonder veel te zien. Restte dus al­ leen nog het knuppelpad met zicht op de 'blauwborst- en sprinhaanzangerruigte' om even te checken op een verdwaalde roodborsttapuit 'ofzo'. Ik was nog maar halfweg het knuppelpad of een kleine beweging in m'n linkerooghoek was voldoende om in een ongecontroleerde reflex mijnen 10X42 boven m'n neus te houden. 'Het is niet waar! - het is wél waar, het is er nondedoeme éne' Daar zat hij in de top van een meidoorn, de ongekroonde koning van de stekeltakkenruigtes, getooid in een staalgrijze mantel, de blik verscholen achter een bandietenmasker en omringd, doch onverstoorbaar, door alarme­ rend zangvogelgespuis. Mocht u het nog niet weten, ik heb het hier over de ultieme ontmoeting voor elke Leuvense vogelkijker, de parel in elk waarnemingenverslag, de Dijlevalleivogel-aller-dijlevalleivogels, de... Klapekster! En wat voor een. Helemaal uitgeruid, in een kraakvers kleed, geen veertje steekt er uit, schit­ terend afgelijnd en getekend, die blanke zoom op de gitzwarte staart, ...jongens! Voor ik het goed en wel besefte zat ik mij al 5 minuten aan deze vogel te vergapen. Bovendien bedroeg de afstand tussen ons beiden niet meer dan 15 meter. Ik heb het al anders geweten met klapeksters in de Dijlevallei! Na wat zitten te koekeloeren vanop zijn uitkijkpost duikt hij in zeilvlucht schuin naar beneden tus­ sen de moerasspirea en komt seconden later met een spitsmuisje terug zijn uitvalbasis beman­ nen. Net zoals in de boekjes beschreven staat, pint hij de onfortuinlijke prooi behendig vast aan een doorn en... doet niks dan wachten. Wanneer hij zijn bek openspert om de resten van zijn vorige maal­ tijd - een flinke braakbal - uit te spuwen begrijp ik waarom. Meteen daarna begint hij de kop van het gespiesde muisje af te rukken om in één stuk naar binnen te slikken. Hetzelfde doet hij met de rest van z'n prooi en met enkele happen zie ik de spitsmuizenstaart in zijn keelholte verdwijnen. Nooit ge­ zien! Zonder twijfel mijn vogelmoment - samen met de Sneeuwgorzen afgelopen winter - van 2004! OK, ik had even goed mijn relaas kunnen beperken tot '06110 Neerijse Doode bemde: 3 Dodaarzen, 2 ijsvogels, 1 klapekster, ca. 15 Waterpiepers, 2 waterrallen aud.', maar zo'n juweeltje is wel meer waard dan enkele droge lijnen me dunkt. -

Frederik Fluyt

De Booml<lever - december 2008

143


Grote Zilverreiger, foto: Stephan Peten

De beste vogelgebieden Het hele jaar rond is het Dijleland een heel gevarieerde plek om naar vogels te kijken. De verschillende biotopen die op korte afstand van elkaar liggen maken dat je op één dag een heel vercheiden palet aan zowel akker-, bos- als watervogels kunt zien. Een Big Day op het hoogtepunt van de voorjaarstrek levert zo typisch tegen de 100 soorten op. Topvogelkijkers kunnen hier op 10 jaar tijd zo'n 200 soorten bijeen sprokkelen.

Waar het in het vroege voorjaar goed toeven is in de bossen en de winter ook leuke wintergasten brengt, blijft de beste periode toch de voor- en najaarstrek. Vooral eind april en begin mei zijn er op de plateaus en op de vijvers zo al heel wat leuke ontdekkingen gedaan. In het najaar worden 2 trektelposten regelmatig bemand. De zangvogeltrek over de plateaus kan dan echt spectaculair zijn. De laatste jaren is de toegankelijkheid (én de soortenrijkdom) van de vijvers in de Dijlevallei fel verbeterd doordat ze nu als natuurgebied beheerd worden. Ook zeer recent zijn er nog heel wat aanpassingen ge­ beurd aan de kijkinfrastructuur zodat de meeste vijvers nu goed overzien kunnen worden vanuit schuil­ hutten, kijkwanden en zelfs een kijktoren. Met een aangename wandeling is hier nu zelfs een dagexcursie van te maken. Vanaf het station van Oud-Heverlee kunt u de vijvers van Oud-Heverlee bezoeken om vervolgens via een wandelpad door de velden door te steken naar de Doode Bemde. Tegenwoordig kunt u langs de Dijle doorwandelen tot aan de ingang van die parel aan de kroon van de Dijlelandse vijvers, het Grootbroek te Sint-Agatha-Rode. Vandaar kunt u terugwandelen naar het station van Sint-Joris-Weert of Pécrot. De terugreis waarbij u al die mooie gebieden langs u heen ziet glijden, moet één van de mooiste treinreizen van V laanderen zijn.

144

De Boomklever - december 2008


Het Dorenveld onze regio waar de Graspieper nog aanwezig is

Beschrijving

H

et Dorenveld maakt deel uit van een uitgestrekt open ak­

kergebied aan de noordgrens van

al broedvogel. Wat het Dorenveld extra intere

ant maakt, i

de aantrekkingskracht die het heeft tijden voor- en najaarstrek. Vele vogel

van het open

land chapstype houden hier een tu

de regio.

de

en top om

Dit vlakke plateauland chap tus en Korlenberg,

vervolgens hun weg verder te zetten.

Sleenokkerz el en Kampenhout ligt aan de voet

Zo vallen er jaarlijks hoge aantallen Tapuiten

van de Brabantse steilrand en biedt naast uit­

n Paapjes te noteren en zijn er bij ieder bezoek

zond rlijk

en prachtige vergezichten, ook heel

tijden

de trek perioden bijzondere roofvogel

te zien waaronder de drie kiekendiefsoorten,

wal bijzond re natuurwaarden. Door de afwezigheid van hagen en houtkanten

Smelleken, Slechtvalk e.a.

en doordat er geen reliëfver chil is, ver chilt

Ook zeldzamere soorten zoal

dit gebied van de zuidelijker en hoger gelegen

Regenwulp,

leemplateau . Dit maakt h t g bied aantrekke­ lijk voor (akker)vogelsoorten van het open land-

Duinpieper,

Ylorinelplevier,

Velduil,

Zwartkop­

meeuw, Zwarte Wouw, Beflij ter zijn hier reed plei terend waargenomen de afgelopen jaren. Voor Morinelplevieren is dit de enjge -tot hier­

chap typ . Geelgors,

toe ontdekte- plek in de regio waar al grotere

maar treft men er wel de Grauwe Gors aan als

groepen gedurende langere tijd geplei terd heb­

broedvogel, maar dit sinds enk 1

ben tijden de najaarstrek. Al hel erg buiig is in

Zo ontbreekt hier bijvoorbeeld d

jaren jammer

genoeg niet ieder jaar meer.

de tweede helft van augustus, wordt er dan ook

Veel wordt bepaald door de teeltkeuzen, de aan­

reikhalzend uitgekeken naar deze mooie

wezigheid van braakliggende perc !en en de

van de Scandinavi che hoogplateau .

oort

ituatie van de percelen in de winter. De broed­ populatie van alle akkervogel oorten hangt daar

In de winterperiode kan men op het Dorenveld

vanzelfsprekend ook sterk van af.

grote groepen overwinterende zangvogel

Als men de serieuze geluidshinder van het lucht­

treffen. Vooral Ringmus, Kneu, Rietgor , Veld­

verkeer niet meetelt, is het er eigenlijk rustig toe­ ven op het Dorenveld met weinig recreatieve ver­ storing en is dit gebied, ondanks de gekende ak­

aan­

leeuwerik en Gra pieper kunnen hier dan met honderden vogels samentroepen op geschikte voed se !akkers.

kervogelproblematiek, de plek met de één van de

Het Smelleken en de Blauwe Kiekendief zijn hier

hoogste dichtheden aan akkervogels in de regio.

ook regelmatig in de winter waar te nem n.

Wat de toekomst zal brengen is de grote vraag daar heel het gebied deel uitmaakt van een uit­

Andere:

breidingsproject van de luchthaven. Maar zo ver

Buiten vogels valt er in dit open akkergebied ruet

is het gelukkig nog niet.

zoveel te beleven (in tegen telling tot de omlig­ gende natuurgebieden zoals het Torfbroek en

Kenmerkende soorten :

het Silsombos), maar opmerkelijk i toch dat op

Het gebied is belangrijk om zijn laatste en enige

braakliggende stukjes in de zomer som

broedpopulatie Grauwe gorzen in de regio. Verder kan men hier nog genieten van mooie aantallen akkervogels zoals Veldleeuwerik, Gele Kwikstaart, Patrijs, Kwartel e.a.

maar dit kan,

zoals hierboven reeds aangehaald, jaarlijks sterk verschillen. Ook is het wellicht de enige plaats in

Hooi­

beestjes kunnen waargenomen worden. Dit zijn zwerver vanop de luchthaven van Zaventem, het laatste bolwerk van deze vlinder oort in de regio. Qua zoogdieren kunnen op de velden regelma­ tig Hazen waargenomen worden. A el Smet

De Boomklever - december 2008

145


Het leemplateau

Beschrijving:

H

bouw en zijn rotatiesysteem krijgt het landschap

et leemplateau is hoofdzake­

een extra dynamiek, waar eerst een doorkijk wa

lijk een akkergebied, dat tot

kan je later op een muur van maï bot en.

op heden gespaard is gebleven van grootschalige ruilverkavelingen.

Kenmerkende soorten: Vogels: Algemene broedvogel in de akkergebieden zijn

Het plateau ligt tot 60 meter boven de valleige­ bieden en de hoogste toppen liggen een goede 100 meter boven het zeeniveau. Holle wegen,

graften en houtkanten doorsnijden het zacht glooiende land chap. Bo sen en bosjes gaande van een sparrenaanplanting tot het volwaar­ dige Ter aertbo

zorgen voor verdere variatie.

Weilanden vind je veelal in de iets vochtigere depre

ie , of in de onmiddellijke omgeving

van de her en der verspreide boerderijen. De hoogtever chillen binnen het plateau zorgen voor chitterende vergezichten en versterken de indruk van een open landschap. Door de akker-

Patrijs, Kievit, Kneu, Veldleeuwerik en Geel­ gors. Deze laatste kent hier een van de hoogste populatiedichtheden van Vlaanderen. Minder algemeen tot zeldzaam zijn Kwartel (wisselend van jaar tot jaar), Grauwe Gors (door de sterke achteruitgang geen vaste broedvogel meer) en Graspieper (ook verdwenen als broedvogel)en Gele kwikstaart. Zangvogels allerhande vind je in de houtkanten en bosjes: Grasmus, Zwartkop, Fitis, Braamsluiper en Spotvogel. In een zand­ groeve te

van Bijeneter vastgesteld. Andere broed vogels zijn o.a. Bergeend (de laatste jaren toenemend

Luchtopname plateau Leefdaal, foto: De iré Vanautgaerden 146

De Boomklever - december 2008

eerijse werd in 2002 een broedgeval


26 april 2008: het plateau is nog steeds top!

Morgenstond heeft goud in de mond, dus trok ik vanmorgen voor dag en dauw naar het plateau van Korbeek-Dijle. Ik dacht eerst vlug langs de gele kwikkenweides te passeren alvorens mijn akkervogelhok te doen, maar het wa zo de moeite dat ik nauwelijks aan mijn hok toegekomen ben. Aan de gele kwikkenweides werd ik al dadelijk verwelkomd door een prachtig mannetje Tapuit dat van het ene weipaaltje naar het andere hopte. Vervolgens lieten 4 vrouwtjes Beflijster zich prachtig bewonderen in hun favo­ riete dode boompje. De talrijk aangekomen Grasmussen zongen overal hun mooiste liedje en vanuit de Dijlevallei weergalmde in de verte de Koekoek. Een Boomvalk met een klein vogeltje als prooi veroorzaakte even onrust, maar de kers op de taart was ongetwijfeld een slanke lichtgrijze roofvogel die laag door een droogdalletje gleed, jawel een mannetje Grauwe kiekendief! Deze behendige jager vloog geruisloos langs mij heen, sloeg een prooi en liet zich daarna schitterend in zit op een veld bekijken. Bruno Bergmans

op kleine plas en en vijvers), Buizerd, Toren­

matig waargenomen. Een met graan ingezaaide

valk, Boomvalk, Sperwer, Zomertortel, Ransuil

atuurpuntakker langs de Delle in Leefdaal en

en Steenuil. De plateaus zijn ook belangrijk als

een op de Koeheide biedt in de winter ook voed­

voedselbron voor vogels die buiten het gebied

sel aan groepen overwinterende gorzen (voor­

broeden. Zo zijn Blauwe Reigers van de nabij­

namelijk Geelgorzen).

gelegen broedkolonie in de Dijlevallei trouwe bezoekers. Ook de Kerkuilen van de omliggende

Een dergelijk uitgestrekt gebied geeft zijn ge­

dorpen vinden hier een geschikt jachtterrein.

heimen niet zomaar prijs, het vergt vaak heel wat zoekwerk om schaarsere vogels te vinden.

Voor vogelkijkers is het leemplateau op zijn best

Vasthoudendheid, enig inzicht in vogelgedrag

tijdens het trekseizoen zowel in voor- als najaar,

en een portie geluk zijn hier de sleutelwoorden.

in april-juni en augustus-oktober is zowat alles

Maar een waarneming van een mooie soort zo­

mogelijk. Typische pleisteraars in deze periodes

als een Morinelplevier of een Sneeu wgor is dan

zijn Tapuiten, Paapjes en Roodborsttapuiten. Ta­

ook een inspanning waard. Als echte top oorten

puiten vind je vaak over de akkers lopend waarbij

werden hier reeds twee maal Grielen waarge­

ze af en toe de hoogste aardkluit als uitkijkpunt

nomen, maar de beste soort was ongetwijfeld

gebruiken. Paapjes zitten graag op afsluitingen

een prachtig mannetje Kleine trap dat eind april

of uitstekende planten. Beflijster, Duinpieper en

2008 één dag het plateau van Korbeek-Dijle met

oordse Gele Kwikstaart worden vrijwel jaar­

een bezoek vereerde.

lijks waargenomen. De weiden nabij de Brede Weg te Korbeek-Dijle oefenen een grote aantrek­

Zoogdieren:

kingskracht uit op kwikstaarten, vooral in het

Eén van de absolute sterren van het leemplateau

voorjaar loont het vaak de moeite om tussen de

is de Europese Hamster. Deze van oorsprong

poten van de grazende koeien te kijken.

Oost-Europese

Ook drie soorten kiekendieven (Blauwe, Bruine

westelijke populatie van Europa gevestigd. De

én Grauwe) met hun typische schommelende

Hamster leeft hoofdzakelijk 's nachts,

vlucht zijn een vaste waarde op doortrek.

soort

heeft

hier

haar

meest chuilt

overdag in zelf gegraven burchten en houdt een winterslaap. De kans dat je er eentje te zien krijgt

In de winter zijn Blauwe Kiekendief, Graspieper

is dan ook zeer klein. Jaarlijks -tijdens de oogst­

en Veldleeuwerik vaste gasten. Zo werd in 2007

organiseert de

voor het eerst een gezamenlijke slaapplaats van

de hulp van vrijwilligers een inventarisatie van

Blauwe

hamsterburchten.

Kiekendieven gevonden.

Smelleken,

atuurstudiegroep Dijleland met

Velduil en Klapekster worden minder regel-

De Boomklever

december 2008

147


be cherming maatregel voor de hamsters

Planten:

worden de laat te jaren door het Agentschap voor

De klassieke akkerplanten zoal Korenbloem

B) en de Vlaamse landmaat-

en Klaproos hebben het door het gebruik van

1 atuur en Bo

(

chappij (VLM) -beide Vlaam e overheid instel­

bestrijdingsmiddelen en bemesting niet on­

lingen- beheer overeenkomsten met plaat elijke

der de markt. Veel planten vind je dan ook

landbouwer

afgesloten. Zo worden percelen

terug in de wegbermen en aan de randen.

ingezaaid met luzerne en daarbij aan !uitend

Uitschieters op de plateau's zijn de tot voor

n graanakker die tot lang na de gebruikelijke

kort uitgestorven gewaande Akkergeel t r

oogsttijd blijft taan. Het preekt vanzelf dat ook

en het Groot spiegelklokje. Voor grasland­

de andere akkerbewoners van dit voedselaanbod

soorten waaronder ook orchideeën lijken de

profiteren.

- ontoegankelijke - wegbermen van de auto-

De mee te zoogdieren zijn in tegenstelling tot de

nelwegen het laatste toevluchtsoord.

Haas en Ham ter niet specifiek aan akkers ge­

In het voorjaar zijn de holle wegen getooid

bonden: Ree, Vos, Konijn, Hermelijn, Wezel en

met een schitterende voorjaarsflora van on­

Steenmarter komen in de hele streek voor.

der meer: Gevlekte aronskelk, Musku kruid en Gulden boterbloem.

Insecten: In de sleedoomstruwelen op het plateau kunnen

Herpetofauna:

na geduldig zoeken in de winter de eitjes van de

Op deze plateaus bevindt zich één van de

zeldzame (maar lokaal vrij wijd verbreide) Slee­

laatste populaties Vroedmeesterpadden in

doompage aangetroffen worden. Om de vlinder

Vlaanderen. Deze kleine padjes laten zich

zelf in augustus- eptember te zien te krijgen is nog veel meer geluk nodig! In ruigere gras troken (die er de laatste tijd meer komen dankzij de beheersovereenkomsten van de VLM) kunnen op verschillende plaatsen popula­ ties gevonden worden van de Greppelsprinkhaan en aan de rand van een naburig plateau komt nog een restpopulatie Veldkrekels voor.

vanaf de schemering vooral auditief waar­ nemen.

Hun typische sonarachtig geluid

is moeilijk lokaliseerbaar. Een nabijgel gen zandgroeve is succesvol ingericht voor de Vroedmeesterpadden en biedt de diertjes ho­ pelijk een verzekerde toekomst. Johan

ysten

Op bedevaart naar Sint-Verona De weidsheid van het plateau van Leefdaal is ongeëvenaard in de regio. De prachtige vergezichten en de mooie zonsondergangen krijgen een extra dimensie door de onderhuidse spanning welke verrassing er nu weer zal opduiken: een vlucht Kraanvogels, een Velduil of wie weet wel een Hamster? Net daarom is

een voorjaar voor mij nooit af zonder een bedevaart naar de pittoreske Sint-Veronakapel. Op een warme voorjaarsavond is de holle weg naar Sint-Verona op zijn best: de laatste Gulden bo­ terbloemen en Gevlekte aronskelken wedijveren met uitbundig zingende Grasmussen en Geelgorzen om zoveel mogelijk aandacht. Eens uit de holle weg pronkt de kleine kapel daar in al haar pracht. De typische gobertangesteen neemt de avondlijke gloed van de ondergaande zon in zich op en steekt mooi af tegen de blauwe lucht.

Terug op het plateau zijn de eerste Reeën uit het bos verschenen en een Kwarteltje roept al een zomerse sfeer op met zijn "kwik-me-dit". De nacht valt langzaam en een jagende Ransuil begeleidt me huis­ waarts.

Bruno Bergmans

148

De Boomklever - december 2008


De

Abdij

van 't Park

Aan !uitend op de site van de

Beschrijving:

D

e abdijsite is 40 ha groot en vormt

het

noordelijk

deel

van een ruitvormige open ruimte van ongeveer

rand van Leuven.

plek om tu i

de

delijke rand vormt van de Molenbeekvallei (Pe­ tru berg, hoogteverschil +20 m). Dit gebiedje be­ staat uit voornamelijk akkers en de terreinen van het Albertu college.

Kenmerkende soorten: Vogels: Soorten die het jaar rond worden gezien aan en

Vooral voor de studenten onder de natuurlief­ i

ligt nog een 50ha grote open ruimte die de zui­

100 ha, midden in

een verstedelijkt gebied aan de

hebb r

bdij van 't Park

bdij van 't Park e n uitgelezen

endoor op adem t

komen. De site

in v rg !ijking met de hotspot

van de Dij­

levallei mis chien het zwakker broertje, maar is toch uitzonderlijk te no men door de grote afwiss ling en aanwezigheid van enkele zeld­ zame dier- en planten oorten op een zeer korte af tand van de Leuvense binnen tad. Van de Abdij bestaat 12 ha uit vier voormalige vi vijvers, gelegen in het valleitje van de Molen­ beek, en 10 ha hoger gelegen akker- en weide­ gebied (hoogteverschil+ 10 m) ten noorden van de abdijgebouwen. De vijvers worden sinds een tiental jaar natuurlijk ingericht door de natuur­ werkgroep van de Vrienden van de Abdij van 't Park. De laatste jaren is vooral de hoeveelheid

rond de vijvers zijn Fuut, Dodaar , Aalscholver, Blauwe reiger, Knobbelzwaan, Canadese gans, ijlgan ,

Wilde

eend,

Waterral, Grote bonte

Meerkoet,

Waterhoen,

pecht, Groene

pecht,

Boomkruiper, Holenduif, Ijsvogel en Grote gele kwikstaart (voornamelijk langs de Molenbeek). Van de Aalscholver werd éénmaal een onvol­ bracht broedgeval opgetek nd op het eilandje in de mee t westelijke vijver, een plaats waar altijd wel plei terende Aalscholver worden gezien. De Abdij van 't Park was de plek waar in 2002 voor het eerst sinds de jaren '70 in het Dijleland de Wouwaap kon worden waargenomen tijden broedseizoen. Deze soort was jaarlijk tot en met 2007.

het

aanwezig

Het is niet uitge loten dat deze

soort in de komende jaren hier opnieuw opduikt.

waterriet aanzienlijk toegenomen, wat de vij­ vers een veel natuurlijker karakter geeft. In een masterplan voor deze

ite staan plannen

om de akkers in de nabije toekomst om te vor­ men tot grasland zodat heel het noordelijke deel wandelpark wordt. Op lange termijn is het ook de bedoeling dat de aanliggende, zonevreemde sportterreinen (voetbalveld en tennisclub) ver­ dwijnen voor meer groen. Een bufferzone met een inlandse haag (Meidoorns) langs de hoge­ snelheidslijn die mogelijkheden biedt aan onge­ wervelden is momenteel al ingericht. Een lang­ werpig hooiland langs de Molenbeek en een leibeek die loopt aan de zuidkant van de site en gevoed wordt door zuiver bronwater dragen bij tot de variatie van het gebied.

De Boomklever - december 2008

149


De vijver zijn een goede plek voor de Leuven e

Pontische meeuw. Zwartkopmeeuw werd ook al

vogelijker om de eerste voorjaarswaarnemin­

een

waargenomen, maar dan in de zomer.

gen te doen van Kleine karekiet, Bo rietzanger, Zwartkop, Tuinfluiter, T jiftjaf, Huis-, Boeren- ,

De gebouwen van de Abdij bieden onderdak aan

Gier-

Oeverzwaluw. In 2008 werd hier ook

Torenvalk, Kauwen, Witte kwikstaart en Zwarte

meermaal Koekoek waargenomen. Sprinkhaan­

roodstaart. Eenmaal ook een Gekraagde rood-

en

zanger, ;\.lachtegaal en Rietzanger zijn zeldzame­

taart.

re zangvogel die al werden gehoord. In recente jaren werden aan de vijver

tijdens de trekperi­

Een omweg langs de akk rgebieden kan

oms

oden ook zeldzaamheden gezien zoals Geoorde

ook de moeite waard zijn. Langs de Duivelsweg

fuut,

kan men tijd n

Roodhal fuut, Purperreiger, Roerdomp,

het broedseizoen Geelgor

en

Ij eend, Topper, Grote Zaagbek, Visarend, Vis­

Grasmus horen en in een iet

dief, Bo ruiter, Zwarte tem, Buidelmees .. .

was hier zelf een koppeltje Kwartelkoning aan­

verder ver! den

wezig. T ijdens de trek heeft men hier kan

op

Tijdens het winterhalfjaar zijn er naast b schei­

Tapuit, Roodborsttapuit en Paapje (paarden.wei).

den aantallen van Kuifeend, Tafeleend, Win­

Andere opmerkelijke waarnemingen die hier

tertaling en Krakeend, relatief hoge aantallen

werden opgetekend zijn o.a. Spotvogel, Smelle­

lobeenden

aanwezig

(200-tal).

Kuifeend

en

Tafeleend komen vaak ook tot broeden in dit gebied,

om

ken en Kwartel. In het noordelijke deel werd al eens een pleisterende Ooievaar ontdekt.

ook Krakeend. Andere eenden-

oorten worden in mindere mate gezien. Andere

Andere:

winterga ten zijn Rietgors, Witgatje en soms Baardmannetje. T ijdens de winter zijn de vijvers ook een voorverzamelplaats voor meeuwen. Dit zijn bijna uit luitend Kokmeeuwen, maar soms ook een

Stormmeeuwen en eenmalig zelfs een

et als voor vogels zijn het aantal waar te n men libellen klein grut in vergelijking met de Dijleval­ lei. Het dozijn libellen.soorten die hier tot nu toe werden opgetekend maken van de vijvers van de abdij de beste plek voor deze soortengroep in de

Een foto om nooit te bekijken "Floep". Daar komt ze terug boven met een kronkelende blauwbandgrondel in haar snavel. Lang hoeft ze, te midden van de uitdeinende golfjes, niet te wachten. Haar jongen zijn nog piepklein en pikken zo ongeveer aan alles wat op het wateroppervlak drijft. Maar mama, die weet pas wat lekker is: met een luid "wie-wie-wie" komen de dodaarspulli haastig aangesneld. Er is wat commotie over wie de buit incasseert maar zoveel maakt het niet uit. De vijver krioelt van de visjes want mama dodaars komt bij elke duik steevast met een verse snack naar boven. Plots zie ik beweging in het riet achter dit tafereel. Een okergele vlek die er daarnet nog niet was. Ik stel de telescoop scherp en ... godver, 't Is 'm ! ! Ik sta nu al 3 dagen ontiegelijk vroeg op. Dat heeft in deze hittegolf zo zijn voordelen;

de vogels en ikzelf zijn veel actiever als de temperatuur nog ruim beneden 30° is. Ik heb dus al tientallen malen de rietkragen van alle vijvertjes afgespeurd. Ik was immers Jos tegengekomen die mij had bericht: "Ja, roepe, da doet 'm al den hieële zowemer, moa zien ? Boa, af en toe zien z'm es vliege, dat es alles" Dat moet je mij geen twee keer zeggen.

Nu is het dus prijs. Met zijn lange tenen grijpt hij de rietstengels vast en klimt als een échte "rietaap" door de wirwar van stengels. Hij zit niet op het eerste plan, maar achter de eerste rij stengels. Toch kan ik hem van op deze afstand,

nauwelijks 40 m, uitstekend zien. Plots rekt hij zich uit: verbazend hoe lang die hals van een wouwaapje dan wordt. Met de verrekijker wordt duidelijk waar zijn aandacht naartoe gaat: een kleine karekiet pikt insecten van de bladeren in de bovenste rietetage. Al snel verliest hij zijn interesse. Na enkele minuten komt hij nog meer naar de voorgrond. lk installeer mijn fototoestel, mijn "armzalige" 200 mm en druk enkele malen af Voilà, deze foto's zijn misschien wel de eerste van een wouwaapje in de streek in tientallen jaren tijd. Alhoewel ik moet wachten op de ontwikkeling ben ik er nu al zeker van dat ze even slécht als historisch zijn. Ik hoor ze al lachen: "Allee Herwig, noemde da een foto ? Op internet ... "

Herwig Blockx

1 50

De Boomklever - december 2008

Wel, het kan me geen bal schelen, zie ...


nabijheid van de stad Leuven. Vermeldenswaar足 dig zijn waarnemingen van Bruine winterjuffer, Kleine

roodoogjuffer,

Zwervende

heidelibel

(invasie in 2006). Met wat geluk kan men ook het massaal uitsluipen van Houtpantserjuffers langs de zuidelijke dijk aanschouwen. Aan de rand van de ite heeft de omgeving van de Tivolistraat een aantal opmerkelijke soorten . Langs de spoorwegberm komen zowel Muur足 hagedis (eerste ontdekte populatie in Vlaande足 ren), Blauwvleugelsprinkhaan, Behaard lieve足 heer bee tje als Klein vliegend hert voor. Voor ongewervelden is de hele zuidwest gerid1te rand langs de hogesnelheidslijn interes ant.

aast

een uitgelezen plek voor versd1illende algemene soorten sprinkhanen en dagvlinders werd hier al meermaals Spaanse Vlag waargenomen en werd er in 2008 een populatie ontdekt van het regionaal

Blauwvleugelsprinkhaan, foto: Louis-Philippe Arnl1e111

zeldzaam Bruin blauwtje. De abdij biedt onderdak en foerageergebied aan enkele soorten vleermuizen (Dwergvleermuis, Watervleermuis, Laatvlieger). Bart Creemers

"zou de Wouwaap er nog zijn?", foto: Frederik Fluyt

De Boomklever - december 2008

1s1


De vijvers van Oud-Heverlee

Luchtopname van Oud-Heverlee/Noord met plaatsaanduiding van de kijkwand. De weideplassen rechts op de foto be taan voorlopig niet meer, foto: Desiré Vanautgaerden

Beschrijving :

D

van

e opvallendste elementen in het natuurreservaat 'Vijvers Oud-Heverlee'

zijn

zonder

twijfel de twee grotere vijvers, die in de jaren '50 werden uitgegraven ten be­ hoeve van d vi kweek maar nu niet meer voor 1 52

De Boomklever - december 2008

dat doel gebruikt worden (een ontstaansge­ schiedenis gemeenschappelijk met vele andere vijvers in de streek). Ze hebben een gezamen­ lijke oppervlakte van 26 ha, en worden door en­ kele kleinere vijvers, vakantiehuisjes en verbor­ gen natuurrijke hoekjes van elkaar gescheiden. Vlakbij dit vijvercomplex, dat in de depressie van de Dijlevallei gelegen is, kronkelt de Dijle nog vrij meanderend naar het noorden. Sinds 1995 zijn de vijvers van Oud-Heverlee in eigendom van het Agentschap voor atuur en Bos (toen nog AMI AL), dat het gebied via een


reeks beheer maatregelen (afvissen en droogleg­

ijlgans en ook Halsbandparkiet. Een

peciale

gen van de vijver , kappen van populieren op de

vermelding moet gaan naar de Cetti's Zanger,

dijken, ontwikkelen van rietvegetatie, ...) trans­

die de herkoloni atie van het Dijleland in1ette

form

rde tot een ware natuurparel, waar de

potenti s van

en gevarieerd valleigebied steeds

vanuit dit gebied en er nu zijn hoogste den itei­ ten sind

de jar n '70 bereikt. Ook het h 1

jaar

beter in realiteit omgezet worden! Samen met

aanwezig maar (voorlopig nog) niet broedend

een aantal natte weilanden tu sen de Dijle en de

zijn Aalscholver (onder meer een slaapplaat in

vijver vormt d z zone

het g bied), Grote Zilverreiger en Witgat.

gebi d, waarto

n 300 ha groot natuur­

ook het Egenhovenbos b hoort.

Tijdens de zomerperiode wordt d

broedvogel­

De noordelijke vijver, waar lokaal en op bepaalde

gemeenschap versterkt door Zomertaling (al

kaarten al

konden er de laat te jaren wel geen broedgeval­

'Zilvermeer' naar verwezen wordt,

wordt g k nm rkt door een op n en overzich­

len van deze

telijk wateroppervlak, een eerd r dunn

valk, Koekoek, Blauwbor t, Sprinkhaanzanger,

kraag langs d

riet­

westoever, en een eilandje kort

bij de zuidelijke oever. De zuidelijke vijver, ook 'H ulpoel' of 'Broek' genoemd, i

oort aangetoond worden), Boom­

Rietzanger,

Kleine

Karekiet,

Bosrietzanger,

Gra mus en Wielewaal. Bergeend en Slobeend

daarentegen

broeden af en toe, terwijl ook in de omgeving

en groot deel toegegroeid met riet, waarin

broedende Blauwe Reiger , We pendieven en

vele ga ten onopgemerkt kunnen blijven. Af­

Haviken het gebied bezoeken om te jagen of te

hank lijk van d

foerageren.

voor

natuurlijke water tanden en de

taat van ruiming van de l ibek n taat er meer

Ook tijdens de winter vormen wat rvogel

het

of minder water in de flankerende weilanden.

opvailendste element van de aanwezige vogel­

Vooral tijden

nattere p rioden leveren deze re­

gemeen chap: de residente soorten worden nu

gelmatig iet leuk op. Ten zuiden van Oud-He­

aangevuld met aan natte biotopen gebonden

verlee/Z vinden we ten lotte nog een volwa maar grotend

l

en,

oorten als Grauwe Gan , Kolgans, Bergeend,

ondoordringbaar broekbo .

Smient, grotere aantallen Slobeenden, Pijl taart,

Het is duidelijk dat een dergelijk gevarieerd val­

Wintertaling, Krooneend, Brilduiker, Nonnetje,

leigebied ook een gevari erde flora en residente

Grote Zaagbek, Blauwe Kiekendief, Water nip,

fauna met zich meebrengt. Tijden de trekperio­

Bokje, meeuwen (waaronder af en toe Ponti­

de o fent het gebied daarenboven ook een grote

sche Meeuw) en Waterpieper. Ook Kram vogels

aantrekkingskracht op trekvogel

(broedvogel tot eerste jaren van 21e eeuw), Ko-

uit.

et zoal

de rest van de Dijlevallei ten zuiden van Leuven, die daarom als Euro­ pees Vogelrichtlijngebied aangeduid werd.

Kenmerkende soorten : Vogels: De avifauna van het reservaat 'Vij­ vers van Oud-Heverlee' wordt in sterke mate gedomineerd door wa­ ter- en moerasvogels. Jaarrond aan­ wezig en tijdens de zomers ook broe­ dend zijn soorten als Knobbelzwaan, W ilde

Eend,

Krakeend,

Tafeleend,

Kuifeend, Dodaars, Fuut, Waterral, Waterhoen, Meerkoet, Ijsvogel, Klei­ ne

Bonte

Specht,

Roodborsttapuit

(steeds vaker ook overwinterend), Matkop, Zwarte Mees, Goudvink en Rietgors, aangevuld met de roofvo­ gels Sperwer, Buizerd en Torenvalk, en (helaas) exoten als Canadese Gan ,

Blauwbor t, foto: John11

ysten De Boomklever - december 2008

153


p rwieken en groepen vinkachtigen (Keep, Put­

al zijn hun sporen makkelijker te zien dan de

ter,

bee tje zelf. Ook de Waterspit mui laat zich

ij ) verblijven dan dikwijls in het gebied.

Voor ov rwinteraar

al

Roerdomp, Baardman­

netje, Klapek ter en Kleine Barmsij

moet men

niet makkelijk opmerken. Andere zoogdieren die zich regelmatig laten zien zijn enkele soor­

iets meer geluk hebben.

ten vleermuizen, Wezel, Hermelijn, Bunzing,

Ook op trekvogels oefent het gebied een bijzon­

Steenmarter, Vo en R e.

dere aantrekkingskracht uit. Daarbij denken we in eerste in tantie aan een hele reeks teltlopers,

Libellen:

waarvoor de geschiktheid van het gebied van-

Ook libellen profiteerden recent van de her­

eizoen tot

eizoen wisselt met de water tan­

den. Soorten die tegenwoordig jaarlijks rond de vijver

blijven pleisteren zijn bijvoorbeeld

inrichting van het re ervaat, en vormen een teeds diversere gemeenschap Glazenmaker al

met Vroege

ab olute top oort. Ook een

Krooneend, Geoorde Fuut, Kleine Zilverreiger,

populatie Variabele waterjuffers (d

Purperreiger, Visarend, Bruine Kiekendief, Por-

de Dijlevallei) werd hier recent ontdekt. Ande­

eleinhoen, Dwergmeeuw, Vi dief, Zwarte Stem en grote groepen zwaluwen. In de weilanden

re intere

enige in

ante oorten zijn de Smaragdlibel, de

Weidebeekjuffer en de Gewone pantserjuffer.

maakt men in voor- en najaar kans op waarne­ mingen van Paapje, Tapuit en Beflijster.

Andere:

Echte zelzaamheden die hier al werden waarge­

Een andere zeldzamere

nomen zijn: Amerikaanse Wintertaling, Witoog­

de rietvegetaties is het

eend, Topper, Eider, Roodpootvalk, Kraanvogel,

heersbeestje, terwijl de Tijger pin en enkele

Poelruiter, Witvleugel tem, Hop en Snor.

zuidelijke sprinkhanensoorten hun opmar

Zoogdieren:

doomstruwelen kan ook de Sleedoornpage

Hoewel het gebied 'Vijvers van Oud-Heverlee'

aangetroffen worden.

bij natuurliefhebbersvooral naam maakte om­

Als meest bijzondere moerasplant vermelden

ongewervelde

uit

egentienpunt-lieve­

maken in de ruigtes. In omringende slee­

wille van zijn avifauna, kan men er ook een aan­

we de Kikkerbeet die hier haar enige vind­

tal andere bijzondere oorten tegenkomen. Sinds

plaats in de Dijlevallei heeft.

2003 huizen er bijvoorbeeld Bevers in het gebied,

Kelle Moreau

Luchtopname van Oud-Heverlee/Zuid met plaatsaanduiding hut en kijkwand, foto: Desiré Vanautgaerden 154

De Boomklever - december

2008


lj vogel, D1jlevallei 25 111ei 2008, foto: Eric Malfait

25 juli 2004: Reintje laat de tijd stil staan te Oud-Heverlee I Noord

Ook al i het midden op de dag, in de zomer doorgaans op vogelgebied weinig soeps, toch stond ik die dag om 14 uur aan het uitkijkpunt op de we telijke dijk, in de buurt van 'de omgevallen boo111sta111'. Hopend om wat vroege steltlopers op najaarstrek te spotten aan de slikrand val! de ondergelopen weilande11, 11et zichtbaar boven de toppen van het riet langs de lager gelegen leigracht. Het enige vermelden waardige dat ik opschreef in mijn notitieboekje was een overvliegende watersnip. De eerste van dat najaar voor de vallei zo bleek later. Toch kan ik me nu niet inbeelden dat me dat op dat moment een voldaall gevoel 111oet gegeven hebben. Mijn aandacht verhuisde vervolgens naar de oeverbegroeiing en de twijgen rond lllij. a wat speurwerk vond ik uiteindelijk enige bewegillg in de buurt van de massieve kluit van de omgevallell boomstam... wat een pimpelmeesje bleek te zijn. Ik heb toen nog enkele econden blijven taren naar dat vogeltje omdat elke natuurwaarneming dat waard zou moeten zijn, 111aar vlug nam nuj11 011tgoocheli11g de bovenhand en liet ik mijn verrekijker rond mijn hals vallen. Op dat moment stond ik op het punt 0111 ee11 diepe zucht te slaan, met de gedachte dat 's zomers vogels kijken toch ook saai kan zijn. Die zucht werd echter abrupt een ingehouden adem, toen vanachter mijn verrekijker een roodgekleurde va verscheen. Hij zat op zijn dooie gemak te zonnen op de 'kluit' van de omgevallen boom, op zo'n 10111 af­ stand van waar ik stond, op ooghoogte. Die moet zich net daarvoor, mogelijk al enige tijd, juist buite11 111ijn 'kijktunnel' bevonden hebben. Zeer rustig nam ik mijn verrekijker terug in m1j11 hande11 en verplaatste deze met eenzelfde voorzichtigheid opnieuw voor mijn ogen. Voor zo'n 15 seconden kon ik genieten van ee11 zonovergoten, volledig gevuld plaatje, zoals je alleen kan zien in de zoo of tijdens een natuurdocumentaire: Reintje zittend, zijn hoofd bijna 180° gedraaid in de richting van de grote vijver, een gaap (pas wakker va11 zijn middagdutje?), verplaatste zijn blik in mijn richting, recht in de objectiefle11zen van mijn pa aa11ge­ schafte Swift Audubon. Naar mijn gevoel stopte de tijd. Ik bleef stokstijf staan. De vos stoorde zich 11iet aan mij en leek enkel te denken: "hé, die boomstronk heb ik nog nooit opgemerkt". Vervolgen draaide hij zij11 hoofd nogmaals rustig een kwartslag, vooruit kijkend in de richting va11 de ondergelopen weilanden vol met sappige meerkoetjes. Tenslotte stond hij recht, zette een paar passen vooruit e11 dook da11 van de kluit af in het riet. Nog eventjes wat geritsel van stengels, zelfs tot voor mijn voeten en daarna gee11spoor 111eer te bekennen van reintje. mijn weekend was goed! Bart Creemers

De Boomklever - december 2008

155


Neerijse Grote Bron, alias de Langerodevijver Beschrijving:

D

it is sedert tientallen jaren

ting

een van de 'hotspots' van de

vandaar de naam! Zoals vrijwel alle vijvers in de

Dijlevallei! Zoals vrijwel alle vijvers in de vallei i ook deze vijver, na de Tweede Wereldoorlog, door menen aangel gd door het uitgraven van een lage dijk rond een voormalig bebost moerassig ter­ rein. De vijver i

ongeveer 17 ha groot en heeft

een typische L-vorm. Water krijgt de vijver via een aantal bronnen aan de west- en zuidkant van de vijver en onder andere van de zogenaam­ de 'Grote Bron' (recht van de I ijvelsebaan rich-

Luchtopname van

regio heeft ook deze vijver

lechts een geringe

diepte. Het diep te gedeelte, ongeveer 100 cm, ligt aan de noordkant waar ook het afwate­ ringspunt is naar de Leigracht. Aan de zuidkant ontwikkelt zich een rietveld en deze ontwikk ling wordt zo veel mogelijk ondersteund door beheersmaatregelen. De vijver en het aangren­ zende Langerodebos zijn sedert enkele jar n een onderdeel van het

atuurreservaat 'De Doode

Bemde', eigendom van de Vrienden van het He­ verleebos en het Meerdaalwoud.

eerijse Grote Bron met plaatsaanduiding kijkhut, foto: Oesiré Vanautgaerden

De Boomklever - december 2008

156

eerijse, vlak voor de Struikenbosstraat),


per , Watersnippen en Bokjes geL.ien worden.

Kenmerkende soorten: Vogels: Heel h t jaar door is er altijd wel iet

te zien op

of rond deze vijver. Vrijwel alle watervogelsoor­ len di

in de vallei voorkomen kunnen ook hier

gezien word n! De pla

heeft een bijzondere

aantrekkingskracht voor Knobbelzwanen maar vroeger, voor de herinrichting van de vijver van Sint-Agatha-Rode (link naar site), wa dit ook de plaat waar in het najaar Kleine en Wilde Zwaan arrive rden. Maar ook diver e futen oorten, rei­ ger , duik- en grondeleenden vinden hier hun gading. Bij afvi t gging om d

ing van de vijver en bij droog­ liblaag te laten 'inklinken' is het

een droomplek voor allerlei teltlopers en meeu­ wen. De fraaie Ij vogel kan men vaak vanuit de hut vlakbij op Tijden

n overhangende tak zien zitten!

de trek komt de Vi arend hier graag een

vi je vangen en ook Grote zilverreigers pleisteren hier vaak, net al af en toe Geoorde futen en in de winter soms Brilduikers en Grote zaagbekken. Onder de zeldzaamheden die hier reeds gezien werd n, vermelden we: Witoogeend, Eider, Top­ per, Grote zee-eend, Ijseend, Amerikaanse win­ tertaling en Kuifduiker. De drassige w iden tu

n de parkeerplaat

de Bogaardenstraat vormen ook een intere

en ant

gebied. Langs h t wandelpad naar de Bogaar­ denstraat kunnen in het winterhal�aar Waterpie-

Andere: Uiteraard leeft er ook een behoorlijke variëteit aan watergebonden insecten zoal

libellen. Zo

is de Leibeek vlak bij de brug naar de hul een tek voor de mooie metaalglan -

jaarlijk e vaste blauwgroene Vuurlibel i

Weidebeekjuffer.

De

zuider e

ook een typi che ga t op de grote

vijver. Met de waterplanten die men typi ch. op en rond een vijver met deze om vang mag verwachten is het voorlopig veeleer pover geteld. De jarenlange uitbating als commerciële viskweekvijver laat nog zijn sporen na. .\llaar er werden reeds beheersmaatregelen getroffen in­ zake het waterbeheer en het visbe tand om ge­ leidelijk naar een heldere en waterplantenrijke vijver te evolueren.

Jacht: Door de vroegere eigenaar werd een langlopen­ de jachtovereenkomst afge loten. Deze blijft ook nu nog geldig . . ! Daardoor wordt er in het jacht­ .

seizoen - helaa - nog af en toe gejaagd. Het uitzetten van (halftamme) eenden - wat vroeger tel elmatig gebeurde - i niet meer toe­ gelaten. Deze jachtactiviteiten lopen af in 2011. Kris van Scharen

Verdwenen schuilhut Vanuit de schuilhut keek ik, er wel op Zettend niet teveel bewegingen te maken, naar het drukke vogelleven daar, op nauwelijks enkele meter in het ondiepe water van de langzaam terug vollopende vijver van Neerijse Grote Bron". Het was nog vroeg op deze ssie februaridag 1973. Er stond een matige zuidwestenwind en het was zwaar bewolkt met af en toe wat regen. Het moet zo'n 5 à 6 graden geweest zijn ... een vrij banale winterdag dus. De schuilhut bood toch wat bescherming".Nu ja 'schuilhut' was misschien een wat gevleide naam voor het 'metalen karkas van het achterdeel van een oude bestelwagen' dat de jagers hier hadden neergepoot. Ten die11ste van hun activiteiten in het kader van hun 'natuurbeschermende' missie, uiteraard. Het was ook altijd een hele opdracht om ongezien, via tal van versperringen en prikkeldraden, langs de westkant van de vijver en zonder de vogels te verstoren, hier te geraken! De hut lag aan de zuidkant van de vijver, aan het einde van een 'sparrendreefje' naast de monding van een beekje uit het Langerodebos, aan de rand van de rietkraag. Open zicht op het meest ondiepe deel van de vijver dus! Even later komt ook Luc Deviaene, die de laatste jaren ook erg actief is in de vallei, mij gezelschap houden e11 samen bekijken we het vogelaanbod. "zitten ze er nog?" vraagt hij en ik weet dat hij de tien Kleine Zwanen bedoelt die begin januari de huee Wilde Zwanen kwamen vervoegen. Die twee waren er al een weekje vroeger...

De Boomklever - december 2008

1 57


"jnzeker, 111nnr verder is er niet zoveel te beleven: een Bergeend, een Pijlstaart, een Krakeend, enkele Slobben, wnt Wintertnlingen en enkele honderden Wilde Eenden." "e11 11og geen vroege telt/aper ? " "nee, het wnterpeil is ook al wat hoog, met 5 witgatjes en een zestal watersnippen zal je het moeten doen! Mnnr wel knnp dichtbij nllemaal lzé !" "Zeg dat wel! Dnt doet 111e denken nan die dag eind september van vorig jaar(1972) waar we i11 Oud-Hever­ lee een Zwnrte Ruiter, 2 Kleine Strandlopers, een Drieteenstrandloper, meerdere Bontbekplevieren, een Zil­ verplevier en ook nog een Bonte Strandloper zagen! Stel je even voor dat die hier voor onze neus zaten ... "Da' wnar ook", zeg ik "ik heb je nog niet verteld over dat fijne eindejaarskado dat ik hier kreeg op de voorlaatste dag van 1972! Je weet wel, bij het begin van die plotse vriesperiode...de vijver lag hier dicht natuurlijk op een klein wak na." "Wel, in dat kleine wnk zaten maar liefst elf prachtige Krooneenden, zeven mannetjes en vier wijfjes! Dat 111oet wel de grootste groep zijn die ooit in Vlaanderen is waargenomen, hé! En, er zat ook nog een wijfje Brilduiker bij . . !" .

Luc zegt even niets en dan "jaaaah, dat moet mooi zijn geweest! Jammer dat ik die gemist heb!! Maar nu 111oet ik er vandoor. Tot de volgende keer!" En Luc was weg. Ik overwoog dat ik ook maar eens moest opstap­ pe11 naar een volgende vijver, maar het schouwspel van de vlakbij foeragerende zwanen was zo mooi dat ik er mnar niet kon toe besluiten op te stappen...Tot plots een klein groepje van een vijftal vrij forse vogels boven de vijver vliegen en met een grote bocht landen, niet helemaal vlakbij maar toch dicht genoeg om meteen te zien dat het ganzen zijn . .. wilde ganzen! Vlug de kijker er op en ja hoor: drie adulte Kolganzen en twee adulte Kleine Rietganzen lopen door het ondiepe water! Het is voor beide soorten de allereerste keer dat ik die in de vallei kan waarnemen! Ik pak snel in en haast me richting auto met de hoop Luc nog te kunnen verwittigen (

B: er bestonden toen nog geen gsm's) maar helaas: zijn auto is al weg ...

Ik weet niet of ik het hem de volgende keer zal vertellen ...na die Krooneenden dit ...hij zou me kunnen ver­ denken van fantastische "vogelaars-verhalen"... En de schuilhut? Ze bewees nog jaren dienst, maar verviel steeds meer en meer en verdween uiteindelijk onder de plantengroei. Het rietveld groeide steeds verder de vijver in zodat de "ruïnes" van de schuilhut nu ergens midden in de rietkraag moeten gezocht worden ... Kris van Scharen

Winter..., foto: Frederik Fluyt

1 58

De Boomklever

-

juni

2007


Het Grootbroek te Sint-Agatha-Rode

Beschrijving:

M

het Agentschap voor

atuur en Bos. Op korte

eer n og dan de vijvers van

tijd i

Neerijse

goede gekeerd. Zo werd de bovenvermelde ob­

en

Oud-Heverlee

er sind dien in het gebied al heel wat ten

servati hut door een modern, houten exemplaar

is het 'Grootbroek' hét topgebied,

vervangen en bovendien kreeg het gebied in de

het 'hart' van het Dijleland!

noordwesthoek een prachtige uitkijktoren met

Vele bezo ken aan de regio

tarten in Sint-Aga­

tha-Rode of.. .ze eindigen er!

Immer , sedert

tientallen jaren ligt er een logboek waarin ieder­ een zijn waarnemingen, zowel van ter plaatse al

van elders in de vallei, kan noteren en waar

men du ook de waarnemingen van anderen kan lezen. Zo werd Sint-Agatha-Rode (of afgekort SAR) zowat het 'infocentrum' van de Dijleval­ lei, zeg maar de verre voorloper van de lokale waarnemingen.be, met info in de zogenaamde SAR-kast, genoemd naar de houten ki t waarin het logboek destijds werd opgeborgen. Die SAR­ kast was opgehangen in de enige schuilhut van die tijd: een hokje van 3 x l m in betonplaten met een golfplatendak. Een 'cadeau' van de toenma­ lige eigenaar aan de Franstalige Ornithologische vereniging 'AVES' ...misschien ter 'compensatie' van de vaak buitensporige jachtdruk die er werd uitgevoerd!? Ook het waterbeheer was in die tijd een zootje, waarbij de afgeviste vijver werd gevuld met ver­ vuild water uit de Dijle of uit de Marbaise, een afwateringsgracht waar een nabije varkensboer zijn afvalwater in loosde ...! Het gevolg was een enorme eutrofiëring van het water, zodat vanaf het einde van de jaren tachtig van vorige eeuw, vrijwel alle watervogels uit het gebied verdwe­ nen en jaarlijks werden vervangen door enkele honderden uitgezette, halftamme 'Wilde' eenden ten behoeve van de 'jacht' ...Uiteraard had één en ander ook nefaste gevolgen voor de planten­ diversiteit en de diversiteit aan ongewervelden! Het was dan ook een echte opluchting, voor al wie met het fraaie gebied begaan wa , dat de V laamse Gemeenschap het gebied enkele jaren geleden kon aankopen

n in beheer geven bij

een

chitterend uitzicht over de vijver en omge­

vmg. Maar vooral: er werd em tig gewerkt aan de kwalitatieve toestand van het domein! En ook al lijkt het nu nog soms wat 'rommelig' en wordt de rust door zaag- en graafmachine

af en toe

ver toord, het gaat hier om uiter t noodzakelijke ingrepen die op termijn hun vruchten zullen af­ werpen. En die 'termijn' hoeft niet eens zo lang te zijn, getuige bijvoorbeeld het vermoedelijke re­ cente broedgeval van de Wouwaap en de enorm toeg nomen rijkdom aan libellen". Ook deze vijver met een oppervlakte van ruim 30ha werd kunstmatig aangelegd in de moera

ge weiden in de kom van de vallei, even voor de monding van het riviertje del ethen in de Dijle. Oor pronkelijk be tond de ite uit een viertal vij­ vers die door malle dijken van elkaar ge cheiden waren. Later werden deze dijkje weggewerkt en ontstond de huidige grote waterplas met een ei­ landje, het 'kruispunt' van de vroegere dijkjes. De (voorlopige) verbinding met het eiland vanaf de oostelijke dijk werd later opnieuw aangelegd t n behoeve van de jacht en zal nu definitief worden weggegraven zodat er opnieuw

en écht

ilandje

ontstaat. De vijver vormt het groot te wateropp rvlak in de Dijlevallei en oefent daardoor een onweer­ staanbare aantrekkingskracht uit op trekvogel die de vallei volgen. Bovendien i hij zeer ondiep en wis elt het waterpeil zodat op likrandje ook steltlopers kunnen uitru ten. Door de werkzaamheden i

het gebied al veel

opener geworden en kleine vijvertjes w rden in verbinding gesteld met de grote vijver. Door een drooglegging en afvissing (dez

word n Î11. de

De Boomklever - december 2008

159


toekom t periodi k gepland) i

de waterkwa-

1 iteit er f 1 op vooruit gegaan en zijn verdwe­

nen gewaande waterplanten terug o�?edoken. . De hoeveelheid waterriet langs d Vijver is de laat te jaren ook al fel toegenomen.

. an de noordkant bevindt zich een groot lis­

doddeveld met ook meer en me r riet. Op en­ kele plekken taan mooie wilgen truwelen en . nog enkele populierenbosje . De af chermmg naar d

Leuvensebaan wordt gevormd door

een dicht parrenbo . Bovendien ligt het reservaat ook vlakbij de

Luchtopname Grootbroek Sint-Agatha-Rode, met aa11duiding kijktoren en kijkhut, foto: Oesiré Vanautgaerden

Kenmerkende soorten: Vogels: Het i

wellicht onmogelijk om te bepalen welke

de meest kenmerkende soort i voor dit gebied! Uiteraard kan u er vrijwel alle watervogel waar­ nemen al

broedvogel, pleisterend of op door­

trek. De populaties wijzigen ook

am n met de

zich wijzigende omgeving en -zéker niet zonder belang: het volledig wegvallen van de jacht. Zo waren enkele jaren geleden vogel

al

de Roer­

domp en de Grote Zilverreiger ook hier veeleer zeldzaam. Vandaag kan men deze soorten, met

een beetje geluk, bij elk bezoek waarnemen. Voor de Grote zilverreiger is het Grootbroek in­ tussen uitgegroeid tot één van de belangrijkste pleisterplaatsen van België (met een maximum­ telling van 41 exemplaren samen!). Hij is nu ook

uitlopers van Meerdaalwoud en zijn er de bo sen van Beaumont en La Hocaille op de oo tzijde van de vijver. Dit maakt dat heel wat typi che bo vogels ook regelmatig hun op­ wachting maken.

160

De Boomlclever - december 2008

het hele jaar rond een vaste gast geworden. De Wouwaap daarentegen is nog steeds een erg zeldzame gast, maar sinds 2008 ook een poten­ tiële broedvogel. Qua broedplaats voor eenden overstijgt het Grootbroek ook ver het regionale belang: op de


lopmomenten kunnen tot 200 pulli van de Tafe­ leend, Kuifeend, Krakeend en Wilde

end te a­

hel

tort van Mont-Saint-Guibert in Waals-Bra­

bant.

Kokmeeuw en Zilvermeeuw zijn veruil

men geteld worden!

het talrijkst.

Door de nabijheid van grote bo complexen zin­

regelmatig

g n er de Wielewaal en de Zomertortel en is

aan, met een iets donkere mantel en meer wit

een overvliegende Zwarte Specht of Havik niet

in de vleugelpunten.

echt zeldzaam. De kijktoren i

hel meeuwenappèl zijn Stormmeeuw en Kleine

b

l

ook één van de

plekken van de regio om de sp ctaculaire

Van deze ldatste treffen we ook de

Scandinavische

Zilvermeeuw

Andere va te klanten op

mant !meeuw. Ook de Ponti che me uw i

n

vlinderbalts van de Wespendief waar te nemen.

regelmalige wintergast, al is een zekere herken­

In de lente zijn er uiteraard de ochtendkoren

ning van deLe oort niet altijd even vanzelf pre­

van Kleine Karekiet, Cetti's zanger, Bo rietzan­

kend.

ger, Grasmus, Zwartkop, Tuinfluiter, Tjiftjaf en

De uitdaging voor de vogelkijker ligt echter in

prinkhaanzanger te belui leren terwijl de Wa­

het vinden van een chaarse of zeldzame meeu­

terral de maat slaat! De Rietzanger i doortrekker en d

enkel een

wen oort, die zich in hel zog van de grote meeu­

Blauwbor t i er héél chaars

wenmassa lot in het binnenland heeft laten mee­

(J à 2 zp.).

vo ren. Grote Burgemeester, Kleine Burgemee -

De Vi arend is een graag geziene ga l lijden de

ter en Vorkstaartmeeuw vormen het kruim der

tr kperiode en kan dan vaak vis end waarg no­

meeuwen oorten die op deze wijze ooit in het

men worden. Ook een speciale vermelding ver­

Grootbroek beland zijn. Veelal zal de speuren­

dienen de Boomvalken: lijden

de lrekperiode

de vogelkijker zich tevreden moeten stellen met

( n vaak ook een groot deel van de zomer) kun­

winterwaarnemingen van een enkele Zwartkop­

nen soms tot 13 van dez

me uw, Dwergmeeuw, Drieteenmeeuw of Grote

sierlijke valkjes sam n

jagend gezien worden boven de pla . Ook voor

mantelmeeuw.

alle soort n zwaluwen zijn de insect n boven

Zangvogel zijn' winter uiteraard minder pro­

het gebied een levensbelangrijke vo d elbron

minent aanwezig dan in de andere seizoenen.

tijdens d

Het Grootbroek i

tr k.

Andere va te doortrekker Dwergm

uw, Zwarte

zijn: Geoorde fuut,

tern, Witwang tem (de

een van de b

te locatie om

slaaptrek van de Waterpieper waar te nemen. Bij valavond kan je vanuit de kijktoren deze vogel

laatste jaren), Purperreiger, Zwarte ooievaar,

zien invallen in de rietvegetatie

Rode en Zwarte wouw, Bruine kiekendief, Le­

gels die regelmatig in het Grootbroek opduiken

pelaar (de laatste jaren) en Por eleinhoen. Zeld­

zijn Sij , Kruisbek en Goudvink.

ndere zangvo­

zamer zijn Buidelmees, Baardmannetje en Klei­

Door de jaren heen zijn op deze vijver al de

ne zilverreiger. Als er slik ligt, lassen ook heel

mee t uiteenlopende dwaalga ten gezien. Om u

wat steltlopers een stop in. Vaak zijn dit Groen­

het water al in de mond te laten lopen, hebben

pootruiters,

we hieronder een lij tje opgenomen.

Zwarte

ruiters,

Watersnippen,

Is mee t

Kemphanen, Bonte strandloper , Kleine plevier,

tot de verbeelding prekende soorten vermelden

Bosruiter, Witgat, Oeverloper, Tureluur, Wulp

we de Zeearend (reeds meermaals plei terend

en Regenwulp. Zeldzamere soorten zijn onder

in de winter), de Slangenarend (al meermaa!

meer: Bontbekplevier, Kanoet, Drieteenstrand­

op doortrek), Reuzenstern, Vork taartmeeuw,

loper, Krombekstrandloper, Kleine strandloper,

Drieteenmeeuw, Steltkluut, Ro

Kluut, Wulp en Grutto. Ook de najaarsconcen­

Alpengierzwaluw.

e franjepoot en

traties van Zomertalingen zijn erg de moeite en kunnen oplopen tot meer dan 20 exemplaren.

Andere:

Tijdens de winter worden de laatste jaren (na

Libellen:

meer dan 20 jaar afwezigheid) terug Kleine

De actuele kenni

zwanen gezien. Ook Brilduikers,

Grootbroek is - mede

onnetjes en

over libellenfauna van hel dankzij een grondige

Grote zaagbekken zijn vaak voor kortere tot lan­

inventarisatie die plaat vond in 2007 vrij vol­

gere tijd wintergasten.

ledig. In het gebied werden recent 30

In het winterhalfjaar verzamelen zich ' avond

aangetroffen, waarmee h t Grootbroek de kroon

honderden meeuwen op de grote pla .

Deze

spant als

oortenrijk t libellengebied van het

dieren zoeken overdag hun kostje bijeen op

Dijleland.

De diver it it aan waterpartijen en

oorten

De Boomklever - december 2008

161


• •••••- • t�nuu•--•1.••,..,...".,.._ .... ._ ____

_ _ ____

15 mei 2005, een mega-dag in SAR 0111 81130 wn ik terug tlllli toen ik telefoon kreeg van onze Mechelse confrater Frank Van de Meuffer 111et de 111ededeling dat er danr sterke doortrek van strandloper en sternen was. Ik dus onmiddellijk terug de wnge11 in en 11nnr SAR, wat ee11 erg goede beslissing leek te zijn". 91130: bij nnnko111st vnlt on111iddellijk een nd zom Zilverplevier op ! 91140: 2 Zwnrte Ster11en kort ter plnatse 91145: 9 Visdieven en 1 Zwarte Ster11 kort ter plaatse, dan N 91150: plot een ad zom Steenloper ! (het Be geval en het 9e ex. ooit voor het D1jleland, de vorige verbleef vnn 7 tot 9 111ei 1981 te SAR, du 24 jnar geleden) 1011: 3 Zwarte Stern iets lnnger ter plaatse

telling overige teltloper : 2 Kleine Plevieren, 36 Tureluurs, 55 Groenpootruiters, 1 Bosruiter, 24 Oeverlopers

10u15: 1 Kleine Plevier arriveert uit Z maar wordt door het lokale tweetal dadelijk verder !laar N gejaagd 10u19: 1 Visdief 10u46: een nieuw groepje Tureluurs valt in, alles vliegt op maar valt gelukkig terug in, op de Zilverple­ vier nn, die luid roepend N nnar vertrekt. Er zitten nu 49 Tureluurs, de rest bleef hetzelfde. (137 steltlo­ pers op dit moment, er zitten immers ook nog 5 Kieviten) 10u50: 1 Bontbekplevier valt in 11u04: 1 Visdief 12u55: Jony ontdekt een Temmincks Strandloper op het slik! Zeer mooi beestje: perfecte ad zom, veel mooier dan in de determinatiegidsen! 13u35:

+

2 Tureluurs

Rond 20u15 vlogen 7 Bontbekplevieren, de 2 Bonte strandlopers, de Drieteenstrandloper en de Steenlo­ per op en verdwenen in groep naar N, behalve de drieteen, die toch maar terugkeerde naar het slik. Kelle Moreau en Frederik Fluyt

het gevoerde beheer (bijv. het creëren van pi­

nuttig voor het waarnemen van libellen en juffers

onierssituaties door het periodiek droogleg­

in het gebied. Vooral het soortenrijke plasje vlak

gen van de vijvers) is niet vreemd aan deze

naast de kijktoren kan zo prachtig afgespeurd

soortenrijkdom.

worden op zoek naar alle bijzondere soorten die

Onder de ecologisch interessante soorten van

er voorkomen.

het

Grootbroek

vinden

we Weidebeekjuffer,

Bruine Winterjuffer, Tengere grasjuffer, Brui­ Smaragdlibel en Gla snijder.

Vlinders:

Een ander deel

2007 van de dagvlinder­ fauna in het Grootbroek leverde 18 soorten

ne Korenbout (eenmaal waargenomen in

2008),

Een inventarisatie in

van de huidige soortenrijkdom wordt gevormd

op. Buiten een eenmalige waarneming van de

door libellen wiens ver preiding gebied tot

Kleine ijsvogelvlinder, betreffen dit allemaal al­

voor kort een tuk zuidelijker lag. Hiertoe be­

gemene vlindersoorten: Kleine vos, Oranjetipje,

horen Kleine Roodoogjuffer, Vuurlibel, Zwer­

Landkaartje,

vende

Heidelibel

en

Zuidelijk

(3 waarnemingsdagen in 2007).

Keizerlibel

Boomblauwtje,

Dagpauwoog ,

Citroenvlinder,

Bruin zandoogje,

Groot dik­

Uitzonderlijk

kopje, Koninginnepage, Bont zandoogje, Groot

wa de eenmalige vond t van een mannetje Gaf­

koolwitje, Klein geaderd witje, Klein koolwitje,

2007 Doordat het omwille

Gehakkelde aurelia, Icarusblauwtje, Atalanta en

fel waterjuffer in juni

van ver loringsredenen niet toegelaten is om de dijken vlak langs de vijver le betreden, zijn een verrekijker -en eventueel 162

en lele coop- zeer

De Boomklever - december 2008

Distelvlinder.


Zoogdieren:

Een ander trekpleister vormt uiteraard de lokale Beverfamilie (er zitten in het gebied eigenlijk een

4 roepende exemplaren opgemerkt en in 2006

werd ook voortplanting vaslge teld.

Vanwege

tuk of drie familie ) die vlak bij de toren vaak

hun reputatie als regelrechte slokkoppen, kun­

goed waar te n men is. Daarnaa t kan men met

nen deze exoten een bedreiging vormen voor de

enig g luk ook H rmelijn, Vos en Bunzing (deze

inheemse amfibieënsoorten.

laatste is niet echt typi ch) waarnemen tijdens

staan uitroeien van deze populatie, blijkt echter

Het indijken, laa l

hun jachtpartijen op de vijverdijken. Ook Reeën

moeilijk haalbaar en het ziet er naar uit dat we

en ver chillende vleermui

deze 'yank' definiti f aan het lijstje van ingebur­

oorten komen in het

gerde exoten mogen toevoegen.

gebi d voor.

Brulkikkers

kunnen soms zonnend op een oever waargeno­ Amfibieën:

men worden, maar ze vallen vooral op door de

Al uilg

paarroep, een laag grommend 'whrummm', die

proken vijver- en moerasgebied, vormt

het Grootbroek uiteraard ook een geschikt habi­

vooral op warme avonden te horen valt.

tat voor een aantal amfibieën oorten. Alhoewel

Tenslotte vinden we in het gebied twee vertegen­

er geen recent

woordigers terug van het zogenaamde 'groene

inventari atieonderzoek h eft aan de hand

kikkercomplex': de Middelste Groene kikker en

van v Ie lo se waarneming geg vens, een min

de Meerkikker. Het is vooral deze laatste die op

plaatsg vond n, ku1men we on

dagen voor oorverdovende kikkercon­

of meer compleet beeld vormen van de aan­

zomer

wezige amfibieënfauna in het Grootbroek.

De

certen zorgt en voor natuurminnende bezoeker

zijn er vertegenwoordigd door de

van het gebied het ultieme "moera gevoel" op­

alamander Klein

lpe

roept. T n lotte vermelden we hier ook de e o­

In het vroege voorjaar zijn

tische Roodwang childpad, waarvan er aantal

watersalamander

nwater alamander.

n allicht ook de

de Gewone pad en de Bruine kikker al

eer te

gedumpte exemplaren rondzwemmen.

actief. De aanwezigheid van één amfibieënsoort in het Grootbroek, haalde zelfs ooit het vragen­

Kris van

charen en Frederik Fluyt

uurtje van het V laamse parlement: de Brulkik­ ker of Stierkikker. Deze van oor prong Amerikaanse

oort werd voor h t

merkt in het jaar 2000.

oord­

er t opge­

Vier jaar later werden

Kleine zwanen, foto: Stephan Peten

De Boomklever - december 2008

163


De trektelposten Roodkeelpieper of een Ijsgors herkennen.

Trektelpost Bredeweg

Goede trekteldagen zijn sterk weersafhankelijk en echt goede trek treedt vooral op als het na een

Beschrijving: Langs de Bredeweg in Leefdaal ligt de trektel­ po t Bredeweg. De Bredeweg is de oude Ro­ meinse heirbaan van Leuven naar Duisburg en \vaar deze over het hoogste punt van het leem­ plateau loopt, heeft men in alle windrichtingen een i

chitterend uitzicht over de omgeving. Dit

dan ook dé trektelpost bij uitstek van de re­

gio. Het weidse uitzicht maakt dat zowel vogels boven de Dijlevallei, boven Leuven als boven de Brabant e steilrand al van ver kunnen opgepikt worden. Het akkerlandschap met verspreide bo jes maakt dat tussen het trekgeweld door ook interessante pleisteraars zoals Paapjes of Tapuiten op de akkers en roofvogels zoals Rode wouwen, Haviken of kiekendieven kunnen ge­ zien worden. Zeker voor ter plaatse jagende roofvogels is deze trektelpost interessanter dan

lange periode van slecht weer plots terug mooi wordt. Rustig en stabiel weer is dan interessant. Zuidwestenwind daarentegen houdt de trek op. Een strak blauwe hemel in combinatie met oos­ tenwind (in trektellersjargon "de blauwe hel") is ook weer niet goed omdat veel zangvogels dan hoog overkomen en erg moeilijk op te pikken zijn tegen de blauwe hemel. De laatste jaren krijgt de trek soms nog en staart­ je tot een eind in november met vaak nog inte­ ressante soorten zoals Barmsijs en Appelvink.

Trektelpost Pompstation van Meerbeek Beschrijving: De laatste jaren is een nieuwe trektelpost aan

die aan het Pompstation van Meerbeek.

het Pompstation van Meerbeek ook erg opgeko­

Kenmerkende soorten:

men.

Het vroege najaar doet bij menige trektelfanaat

De omgeving van het waterpompstation

het hart sneller slaan. Vanaf half augustus komt

Meerbeek leent zich uitstekend voor het obser­

de trek op gang met als typische vroegtrekkers

veren van vogels. Op dit hoog gelegen plateau

(dan nog

overwegend

Kwikstaart, Boompieper

te

Afrikatrekkers)

Gele

met akkers, houtkanten en bosranden, valt er elk

en

(één

jaar wel iets te beleven.

Duinpieper

van de specialiteiten!). Als leuke eerste krenten

De trektelpost is gelegen vlak op de Brabantse

is er de mogelijkheid om een Visarend te zien

steilrand die in Meerbeek plots uit de Vlaamse

overtrekken, en wie weet wel een Zwarte Ooie­

vlakte oprijst. Met helder weer lijkt Vlaanderen

vaar (ook al is deze laatste nog nooit gezien op

zo aan je voeten te liggen en is het zicht ronduit

de telpost).

spectaculair: van het Atomium kijk je over de

De piek van de trekperiode valt echter in septem­

Sint-Romboutstoren in Mechelen zo tot aan de

ber en oktober (voornamelijk van half september

rookpluim van de kerncentrale van Doel.

tot half oktober). Vooral de zangvogeltrek kan

De omliggende kleine bosjes en hagen zijn zeer

bij momenten spectaculair zijn. Soorten die hier

interessant voor trekkende zangvogeltjes en op

massaal (kunnen) doortrekker zijn: Vink, Keep,

de akkers en gazonnetjes aan het Pompstation

Veldleeuwerik, Graspieper, Koperwiek, Krams­

pleistert er op goede dagen ook heel wat.

vogel, Spreeuw, Kievit en Houtduif. Onder de

Het grote voordeel van deze telpost is dat de vo­

vaste waarden noteren we o.a. de drie soorten

gels vaak laag en mooi overvliegen doordat ze

Kwikstaarten,

net tegen de steilrand opbotsen. In tegenstelling

Zwaluwen,

Boomleeuwerik,

Zanglijster, Aalscholver, Buizerd, Sijs, Rietgors,

tot de Bredeweg zijn er wel minder gemakkelijk

Geelgors en Ringmus. Rode Wouw, Smelleken

pleisterende roofvogels waar te nemen.

en Slechtvalk worden vrijwel jaarlijks gezien. De meer ervaren trekteller kan tussen de roepjes van

Kenmerkende soorten:

het overvliegend grut mogelijk een Grote Pieper,

Over het algemeen genomen kunnen grosso

De Boomklever december 2008

164


Trektelpo t Brede Weg i11 actie, foto: Eric Mnlfnit modo dezelfde soorten gezien worden in h t­

geltrek over Vlaanderen. Dan moet je met een

zelfde tijdsvenster al

goede telescoop in taat kuru1en zijn om heel wat

op de trektelpost Brede­

weg.

groepje mooi op te pikken.

Vooral bij heldere nachten en een oo ten- tot zuidoostenwind loont het som je'

de moeite om

De voorjaar trek i aal al

niet zo

pectaculair en mas-

de najaar trek maar de vogels zijn in het

ochtends vroeg naar het pompstation te be­

voorjaar in een prachtig zomerkleed en kunnen

geven en de buurt te gaan afspeuren voor wat

zelfs op trek zingend worden waargenomen. Zo

neergestrek n.

zijn er elk voorjaar wel Paapjes, Tapuiten, Gra -

Bonte vliegenvanger,

pieper en Gele kwikstaarten rond het Pompsta­

er gedurende de ochtend zoal i Zeldzamere soorten zoal

Gekraagde roodstaart, Boompieper, .. ja zelfs een

tion te zien.

Ortolaan kan je dan waarnemen. Tijdens derge­ lijke dagen kun je, met een beetje geluk, eigenlijk

Frederik Fluyt , Axel Smets en Bruno B rgman

alles aantreffen. Tegen de middag is het tijd om het luchtruim af te speuren naar voorbijtrekkende roofvogels. Daarvoor is het pompstation ideaal gelegen met een wijds zicht over de Molenbeekvallei, over het Grevensbos, het Eikenbos en de omliggende akkers. In een straal van 5 km kan je eigenlijk al­ les wat passeert te zien krijgen. Reeds waargeno­ men soorten zijn Blauwe kiekendief, Bruine kie­ kendief, Visarend, Buizerd, Wespendief, Toren­ valk, Boomvalk, Slechtvalk, Smelleken, Sperwer en Havik. Dagen van goede trek zijn moeilijk te voorspellen en daarom heb je een beetje geluk en geduld nodig. Het weidse uitzicht laat dromen van de zeldzame dagen met mas ale KraanvoDe Boomklever - december 2008

165


Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, september - november 2008

D

it overzicht van opmerkelijke en

interessante

vogelwaar­

nemingen in de Dijlevallei beslaat voornamelijk de periode septem ­ ber - november 2008. De bestreken

Sijs, Goudvink, Geelgor , Rietgor

werden niet in dit ver lag opgenomen maar wel verwerkt. Hetzelfde geldt voor een lange reeks trektelwaarnemingen, twee mogelijk Roodkeel­ pieper , en telkens een mogelijke Witoogeend, Ruigpootbuizerd,

Dwergmeeuw,

Gebiedsafkortingen:

tenberg, Herent, Bertem, Leuven,

WLS

ijse, Ter vuren en de aangrenzende gebieden. zal

de

De

volgende

periode

rubriek

december

2008

- februari 2009 omvatten. Waar­

=

Wilsele/Vijvers Bellefroid, AVP

lee/Abdij van Park, ZW Waters, OH

=

Korenbloemlaan 5, 3052 Blanden, 0486/ l 2.58.77,

com.

kelle.moreau@gmail.

=

=

en

=

Hever­

Oud-Heverlee/Zoete

Oud-Heverlee/ , OHZ

Heverlee/Z, Oppem

=

Oud­

weilanden tu sen Bogaer­

denstraat (Oud-Heverlee - Korb ek-Dijle) en GB, I GB Bemde),

=

KV

eerijse/Grote Bron (deel Doode =

eerij e/Kliniekvijvers

Doode Bemde) en SAR

(deel

Sint-Agatha-Rode/

=

Grootbroek.

nemingen worden voor 5 maart 2009 verwacht bij Kelle Moreau,

Velduil

Grote Pieper.

regio omvat de gemeenten Kor­

Oud-Heverlee, Huldenberg, Over­

n alle exoten

Kleine Zwaan

Cygnus bewickii

Voor de derde winter op rij waren er weer Kleine Zwanen in de Dijlevallei! Op 12/10 landden er te SAR immers 8 ex. (7 ad

+

echter snel verder vlogen

1 juv), waarvan 5 ex.

(I.

el). Drie adulten

bleven tot het einde van de periode aanwezig (versch. waarn.), op 29-30/11 in het gezelschap van twee nieuwe adulten (L. Hendrickx, C. Ca­ rels).

Waarnemingen van onder meer Knobbelzwaan, Bergeend,

Smient,

Krakeend,

Slobeend,

taart, Wintertaling, Tafeleend, Kuifeend,

Pijl-

Grauwe Gans

Anser anser

Pa­

Grauwe Ganzen op najaarstrek werden dit na­

trijs, Dodaar , Fuut, A alscholver, Blauwe Rei­

jaar geteld op 18/10 (15 ex. over OH/centrum,

ger, Havik, Boomvalk, Waterral, Kievit, Witgat,

6 ex. over Meerbeek/ pompstation & 4 ex. over

Water nip, Stormmeeuw, Kleine Mantelmeeuw,

Huldenberg/Spitsberg;

teenuil, Bo uil, Ransuil, ijsvogel, alle pechten, Grote

G Ie Kwik taart,

Kramsvogel,

Koper­

J. Rutten, A. Smets, F.

Fluyt), 19/10 (27 ex. over Meerbeek, 24 ex. over OH; F. Fluyt, F. Vandeputte,

J. Rutten e.a.), 25/10

wi k, Fitis, Vuurgoudhaan, Clan kop, Matkop,

(25 ex. over Pécrot; M. Walravens), 26/10 (4 ex.

Kuifme

over Meerbeek; A. Smets), 16/11 (51 ex. over

, Zwarte Me

, Ringmu , Keep, Putter,

De Boomldever - december 2008

166


Oud-[ lev rlee/Korbeek-Dijle; L. Hendrickx, J. yslen, G. Vand zand ) en 19/11 (14 ex. over Leuven; F. Van d Meutter). Ook volgende pi i leraar werden genoteerd: 25 ex. le SAR op 30/10 (l.

el), 2 ex. le NGB op l /11 (]. Ny ten) en 3 ex.

te SAR op 21/11 (M. Walraven ).

talingen rond tot op 11/10, to n daar h t laat e ex. voor 2009 werd ge7ien (L. 1 [endrickx). D groot te concentratie be lond uil 9 ex. op 8/09 r n

lel, F. Fluyt). Buiten

r waarnemingen van 1 ex. t

1 ex.

ZO le

Leuv n/Bru

1 epoort

(R.Van Weghe) 14/09

1 juv te SAR (F. F luyt, H. Blockx, G. De

Guchteneere e.a.)

Wc beperken on lot het vermelden van hel na­

AR (ver ch. waarn.) /WOmmen nog Zomer­

(L. 1 lendrickx, I.

09/09

Grote Zilverreiger Egrettn garzctta

Zomertaling Ann· q11erq11ed11/n Te

Purperreiger A rdea p11rpu ren

ARwa­

OHZ op 6/09

(W. De m t) en 4 ex. te rGB op 7/09 (M. Walra­

jaar maximum, teven

het groot te aantal ooit

vastgesteld in onLe regio: op 13/10 zalen min­ sten 47 Grote Zilverreig rs te SAR en i\!GB

(L. Hendrickx, J. ;\;el e.a.). Kleine Zilverreiger Egrettn gnr:cttn Tot op 14/09 waren nog minsten drie Kleine Zil­

ven ).

verreiger

Grote Zaagbek Mergu 111ergnn er

werd hier nog tot op 21/11 één ex. waargenomen

Leuven (S

Een adult vrouwtje zat op 24/11 te

GB

(S. [ lorean ) en op 25/11 te SAR (L

el).

Geoorde Fuut Podiceps nigricolli 24/09

2 ex. te S R (L. Hendrickx, I. 1 el,

M. Van den Eynde e.a.)

aanwezig in de Dijlevallei ten Z van Ren NGB; v r ch. waarn.). Nadien

(ver ch. waarn.), met telken 2

e

.

op 2 en 12/10

(M. Walravens, F. Fluyt). Op 21/09 vloog ook nog een ex. ZW over Wil ele/Dijledijk (S. D'Hont).

Roerdomp Botn11ms stellnris l adat er op 10/09 reed

mogelijk één gehoord

Grote zilverreigers, 21 septe111ber 2008, Si11t-Agntlin-Rorle, foto: Elfriede Lcrloctc - wwmnr tscnpe./Je De Booml<lever - december

2008

167


werd,

\\.

oor het

'rd de eer te zekere Roerdomp

najaar op l-!/09 waargenomen te SAR (J. Rutten). i\'adi n w rd deze vogel bijna dagelijks waar­ genomen (versch. waarn.), met 2 ex. vanaf 8/11 (F. Flu y t, E. Le Docte e.a.) en 3 e . vanaf 11/11

Hendrickx,

. Smets), de

doortrek was

t rkst

er op 14/09 met 7 ex. over Meerbeek/ pompsta­ tion (A. Smets, JP Ferette, W. 0

met e.a.) en de

laat te waarneming betrof een ex. te SAR op 5/10 (J.

y ten).

(H. Roo en e.a.). Te OHZ werd telkens een Roer­ domp waargenomen op 18, 28/10, 1, 11 & 23/11 (L. Hendrickx,

Blauwe Kiekendief Circus cyn11e11s September 2009 was goed voor 7 waarnemingen

. Smet , J. Menten e.a.).

van Blauwe Kiekendieven in het Dijleland, waar­

Ooievaar Ciconin ciconin

onder 4 mannetjes. Oktober en nov mber lever­

01/09

den re pectievelijk 7 en 13 melding n op (ver ch.

15 e . Z te Overij e/C. Vanophemstraat

waarn.). Het ging telkens om waarnemingen van

(1. Nel) 01/09

13 ex. overnachtend te Bierbeek/Me-

solitaire vogels.

ren lraat (D. von Weme, L. De

Visarend Pnndion haliaetus

Schampelaere) 02/09

13 ex. Z te

eerij e, invallend langs

zig) (G. Ryken, L. Hendrickx, 1.

Ganzemans traat (W. Desmet, B. Wuyts) 06-07/09 1 ex. pleisterend te SAR

(J.

12-14/09 2 ex. te SAR (mee tal 14/09

ysten,

10/09

1 ex. Z te Overij e/Groeneweg

14/09

4 ex. Z te Leefdaal/plateau (L. Hen-

(I. l el)

1 aanw

el e.a.)

4 ex. Z te Meerbeek/pomp tation

(A. Smets), 3 ex. Z te Pécrot

L. Hendrickx, M. Walraven e.a.)

lecht

16/09

1 ex. te

18/09

1 ex.·

(M. Walravens)

GB (W. De met) te SAR (E. Malfait, R. Guelinckx,

drickx), 15 ex. Z te Meerbeek/pompstation

F. Verdonckt e.a.)

(

20/09

1 ex. te

21/09

1 ex. Z te Meerbeek/pomp tation

. Smet e.a.)

15-16/09 3 ex. pleisterend te SAR (M. Walravens,

GB (L. Hendrickx)

P. Blockx, W. Desmet e.a.)

(A. Smets, F. F luyt)

20/09

02/11

4 ex. Z te Korbeek-Dijle (K. Moreau)

een laat ex. te SAR

(L. Hendrickx)

Smelleken Falco columbariu

Lepelaar Platalea leucorodia Twee onvolwassen Lepelaar

arriveerden op

24/09 te SAR (L. Hendrickx, I.

el, M. Van den

20/09

1 ex. te Haasrode/Konijnenhoek

(K. Moreau)

Eynde e.a.), waar ze tot op 5/10 aanwezig bleven

21/09

(ver ch. waam.). Op 8/10 werd hier terug een ex.

(A. Smets, F. F luyt), 1 ex. te OHZ (K. Moreau)

gezien

(M. Walravens).

08/10

1 ex. ZW te Meerbeek/pompstation 2 ex. Z te Meerbeek/pompstation

(A. Smets)

Wespendief Pernis apivorus

18/10

De laatste Wespendieven voor 2008 vlogen op

(A. Smets), 1 ex. Z te Huldenberg/Spitsberg

27/09 rond te SAR (J. Ke

ysten) en op 8/10 over

el-Lo (S. Goethals).

3 ex. Z te Meerbeek/pompstation

(F. Fluyt) 19/10

3 ex. Z te Meerbeek/pompstation

(A. Smets, F. F luyt, F. Vandeputte e.a.)

Rode Wouw Milvus milvus 28/09

16/11

1 ex. l te Heverlee/Zwanen.berg

(G. Bleys), mogelijk hetzelfde ex.

1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau

(J. Nysten)

le Wilsele/

Dijledijk (S. D'Hont)

Slechtvalk Falco peregrinus

25/10

Tijdens de hele besproken periode liet een kop­

1 ex. Z te Wilsele/Dijledijk (S. D'Hont)

pel Slechtvalken zich nog geregeld opmerken

Bruine Kiekendief Circus aeruginosus

in Leuven-centrum (B. Bergmans, E. Toorman,

Bruine Kiekendieven werden tijdens het na­

J. Lenaert e.a.). De belangrijkste andere waar­

jaar van 2009 op 26 data waargenomen (versch.

nemingsplaats

waarn.), waarbij de som van alle waarnemin­

ex. tussen 6/09 en 9/10 regelmatig voor paniek

gen 112 ex. bedraagt (dubbelwaarnemingen!).

zorgde onder de aanwezige watervogels (versch.

D

groot te concentratie

bestond

uit

5

ex.

(lm,2v,2juv) te Leefdaal/plateau op 13/09 (L. 168

De Boomklever - december 2008

was SAR,

waar een

juveniel

waarn.). Op 28-29/09 joegen hier twee ex.

(J. Nys­

ten, E. De Clercq, M. Walravens e.a.). Overige lo-


"

Vog�[s..... . r :_; �·r?.'

caties met Slechtvalken waren Meerbeek/pomptation (re p. 1 juv tpl & 1 ex.

z

op 9 & 21/09;

22/09

1 ex. tpl te SAR (E. Malfait, E. De Clercq,

P. Moysons e.a.)

A. Sm t , F. Fluyt), Kessel-Lo (1 ad 0 op 10/09;

12/10

1 ex. rondvliegend te SAR (F. Fluyt)

S. Go thals), Bi rbeek (1 ex.

11/ 11

1 ex. over Korbeek-Dijle/plateau

Wem ), OH

op 13/09; D. von

(1 ex. tpl op 13/09; J. Rutten),

CB

(J.

y ten)

(1 juv over op 20/09; L. Hendrickx) en Terlanen/ Laanvallei ( l m] v op 12/10; H. Roo en).

Kleine Strandloper Calidri 111inutn Alledrie de najaar maanden leverd n deze oort

Porseleinhoen Porzann porznna 12/09 2 juv te AR (1. el, L. Hendrickx, C. Ryken) 2 /09 1 ex. in de Doode Bemd (J. 1 y ten-

op te S

R: 1 juveniel van 12 tot 22/09 (ver ch.

waarn.), met een tweede ex. op 18/09 (E. Mal fait, R. Guelinckx, B. De Boeck e.a.), 1 ex. op 16/10 (E. De Clercq) en 1 ex. op 7/11 (A. Smets).

Porseleinhoen, 28 eptember 2008, Doode Bemde, foto: Johan

yste11

Kraanvogel Grus grus

Krombekstrandloper Cnlidri ferrugi11en

30/10

De 9e Krombekstrandloper voor het Dijleland, en

12 ex. Z te Winksele en Sint-Jori -

Weert (R. Ghijsen, K. Berwaerts)

reeds de tweede in 2008, wa een juveniele vogel

02/11

op 8/09 te SAR (L. Hendrickx, 1.

14 ex. Z te Leefdaal, Meerbeek en

el, F. Fluyt).

Huldenberg (K. Van Scharen, R. Uytten­

Het gaat hier om het derde

broeck, F. Fluyt e.a.)

maandverdeling ziet er nu als volgt uit: april 1,

eptembergeval, d

mei 1, juli 2, augu tu 1, september 3, oktob r 1.

Goudplevier Pluvialis apricaria 14/09 5 ex. W te SAR (J. Rutten), 2 ex. ZW

Bonte Strandloper Cnlidri nlpinn

te Meerbeek/pompstation (A. Smet e.a.)

Bonte Strandloper

waren er tijden

de najaar -

De Boomklever - december 2008

169


maanden van 2008 op 25 data, zij het enkel te SAR,met respectievelijk 1 juv, 1 ex., 1 ad zom, 1 ex., 2 juv, 3 ex., 4 ex., 2 juv,3 ex., 1 juv, 1 ad win, 2 ad win, 1 ex. en 1 ad win op 1-4, 13-14, 23-24, 27-28/09,11-13,16-17, 18,19,21,24-26/10,2,8,16 en 22/11 (ver ch. waarn.).

(versch. waam.), met maximaal 5 ex. op 2 1/09 (A. Smets, B. Creemers, J. ysten e.a.). Te GB zaten 2 ex. op 18/09, met 3 ex. op 19-20/09 (M. Walravens, L. Hendrickx). Dwergmeeuw Hydrocoloeus minutus

resp. 1 1 win en 1 ad win te 15 & 23/11 SAR (S. Peten, P. Dubois) e

Wulp

ume11i11s nrqunta

20-21/09 1 ex. te SAR (E. Le Docte, FJ Moerman, F. Fluyt e.a.) 02/11 1 ex. ZW te Leefdaal/plateau (K. Van Scharen)

14-16/11 meermaals 1 ad win te SAR (M. Walra­ vens,L. Hendrickx,A. Smets e.a.)

Zwarte Ruiter Tringa erythropus

Grote Mantelmeeuw Larus marinus

Tijdens de maanden september - november 2009 werden te SAR op 53 data Zwarte Ruiters waargenomen (versch. waam.). Maximaal ging het om 9 ex. (op 24/09; W. Desmet) en de laatste waarneming betrof 1 ex. op 21/11 (M. Walra­ vens,R. Uyttenbroeck, P. Moysons e.a.). Andere waarnemingsplaatsen waren Heverlee/Langetaart (1 ex. op 11/09; R. Stoks, M. De Block), KV (1 ex. op 1-2/09 (D. Drukker, W. Desmet, B. Wuyts) en l GB (resp. 7 & 8 ex. op 29/09 & 35/10; G. Ryken, M. Walravens,J. Nsten).

Grote Mantelmeeuwen blijven nog steeds een grote zeldzaamheid in het Dijleland. September 2009 bracht echter twee waarnemingen met zich mee, van telkens een juveniel op 3 en 30/09 (L. Hendrickx, I.Nel, E. De Clercq).

Groenpootruiter Tringa nebularia

Velduil Asio flammeus

Tot op 25/09 verbleven onophoudelijk één of meerdere Groenpootruiters te SAR (versch. waarn.), met maximaal 9 ex. op 7/09 (J. Nysten, L. Hendrickx).

19/10 1 ex. Z te Meerbeek/pompstation (F. F luyt, K. Moreau,J. ysten,F. Vandeputte)

Oeverloper Actitis hypoleucos

Te SAR werden Oeverlopers waargenomen op 17 data (versch. waarn.) met maximaal 8 ex. op 13/09 (L. Hendrickx) en 6/10 (1 ex.; M. Walra­ vens,F. Fluyt) als laatste datum. Intussen waren er ook meldingen in de Doode Bemde (1 ex. op 1/09; D. Drukker), GB (1 ex. op 7/09; M. Wal­ ravens) en Heverlee/Langestaart (7 ex. op 12/09; W. Desmet). Drie late exemplaren zaten op 1/11 te SAR (F. Vandeputte). Houtsnip Scolopax rusticola

Buiten de grotere bosgebieden waren er waar­ nemingen van 1 ex. te Meerbeek/Rotte Gaten op 18/10 en 19/11 (P. Moysons) en 1 ex. aan de Abdij van Kortenberg op 25/11 (K. Berwaerts). Kemphaan Philomachus pugnax

Kemphanen pleisterden te SAR tot op 29/09 1 70

De Boomklever - december 2008

Pontische Meeuw Larus cachinnans

Zwarte Stern Chlidonias niger

11 & 12-13/09 resp. 3 & 1 juv te SAR (L. Hendrickx,G. Ryken, I. el e.a.) telkens 1 juv te GB 14 & 16/09 (J. Nysten,W. Desmet, F. Vandersteen e.a.)

Boomleeuwerik Lullula arborea

Boomleeuweriken beten dit najaar de spits af op 25/09, met 9 ex. over Wilsele/Dijledijk (S. D'Hont). Hier volgden nog resp. 1, 12 en 5 ex. op 28/09, 7 en 9/10 (S. D'Hont). Andere waarnemingsplaatsen waren het plateau te Korbeek-Dijle en Leefdaal (resp. 2 ex. Z, 6 ex. & 21 ex. Z op 28/09, 10 & 11/10; F. Fluyt, M. Walravens), Meerbeek/pompstation (resp. 125, 32, 17, 6, 9 & 1 ex. Z op 8, 10, 18, 19, 23 & 2 6/10; A. Smets e.a.), Haasrode/zandgroeve (resp. 2 ex. ZW en 1 ex. tpl op 10 & 13/10; D. von Werne), Heverlee/Zwanen.berg (1 ex. Z op 11/10; G. Bleys),Heverlee/Bremstraat (tel­ kens 1 ex. Z op 11/10 & 10/11; G. Bleys), He­ verlee/Abdij van Park (2 ex. over op 14/10; J. Nysten), Oud-Heverlee/centrum (resp. 1, 8 & 1 ex. over op 17, 18 & 2 3/10; J. Rutten), Otten­ burg (1 ex. ZW op 18/10; F. Vandeputte),OHN (1 ex. op 18/10; M. Bekkers, L. Hendrickx, J. ysten, I. Nel), Huldenberg/Spitsberg (resp.


32 & 1 ex. Z op 18/10 & 2/11; F. Fluyt), hen/Boi

et­

de Beaumont (1 ex. over op 22/10;

R. Guelinckx, G. Eren ) en Erp -Kwerp /cen­ trum (2 ex. ZW op 28/10; A. Smets).

04/09 t au

(J. Vanautgaerden)

09 & 21/09

resp. 3 ex. & 1 ex. ZW te Meerb ek/

pomp tation (A. Smet , F. Fluyt)

Boompieper Boompieper

vlogen zuidwaarts over

Me r­

beek/pomstation (resp. 11, 6, 13 en 2 ex. op 9, 11, 14 & 25/09; A. Sm t , JP Ferette, W. De met /Bogaardenstraat (1

x. Z op

15/09; J. Rutten), Wil ele/Dijledijk (resp. 2,1 & 1 x. op 21, 28/09 & 7/10; S. D'Hont) en Leefdaal/ plateau (4

x. op 28/09; F. Fluyt). De enige pleis­

teraars waren 2 ex. op 4/10 te Meerbeek/pomp­ tation

(R. Ghij en).

Waterpieper

A11thu

op 25/09; W. De met), SAR (telken

nemingen van Waterpiepers ontvangen vanuit de vochtige weilanden langs de Dijle ten Z van Leuven (ver ch. waarn.). De eer te 7 ex. zaten

J.

ysten,

M. Bekkers e.a.), en de groot te concentratie be­

stond uit 20 ex. op 26/10 op dezelfde locatie

(J.

l ysten). Buiten de Dijlevallei vloog er een ex.

over Haasrode/industrieterrein op 20/10 (D. von Werne).

Fluyt), Terlanen/Terlanenveld ( l m op 10/10; E. De Broyer) en Erp -Kwerps (2 ex. op 27 /10; A. Smets). Saxicola rubetra

Het najaar van 2008 bracht Paapjes naar de vol­ gende plaat en in het Dijleland: Leefdaal/Dui­ v ndelle

(1 ex. op 1/09; A. Smets), het plateau

te Korbeek-Dijle/Leefdaal (re p. 1, 2 & 1 ex. op 2, 13 & 14/09; W. De met, B. Wuyt ,

Turdus torquatus

1 ex. Z te Meerbeek/pompstation

A. Sm ts, P.Moysons), Bierbeek- Beauvechain/ plateau (10 ex. op 4/09;

J. Vanautgaerden), .Haa -

rode/zandgroeve (1 ex. op 4/09; D. von Werne), (resp. 1 & 2 ex. op 6 & 9/09; W. De met, G.

ex. op 9, 11 & 14/09; A. Smets, JP Ferette, W. De met e.a.), Terlanen/Terlanenveld (1 ex. op 20/09; E. De Broyer) en .Heverlee/Terbank traat (1 ex. op 27/09; R. Ghijsen).

Tapuit

Oenanthe oenanthe

Tapuiten waren er dit najaar te Leefdaal/Dui­ vendelle (resp. 6 & 1 ex. op 1 & 4/09; A. Smets), .Haasrode/zandgroeve (2 ex. op 1/09; D. von Werne), Leefdaal/plateau (resp. 6 & 1 ex. op 2

J. Verroken e.a.),

Meerbeek/pompstation (resp. lm, 3 ex., 2 ex., 4 ex., 4 ex., 1v, lm, 2 ex. & 2 ex. op 4, 9, 11, 14,

(A. Smets)

17, 21, 22/09 & 10/10; A. Smets,

Gekraagde Roodstaart

4 & 10/09;

09 & 17/09

JP Ferette, F.

Fluyt e.a.), Bierbeek/plateau (resp. 2 & 5 ex. op Phoenicurus phoenicurus

resp. 1 v & lm te Meerbeek/

pompstation (A. Smets)

Zwarte Roodstaart

Phoenicurus ochruros

Twee novemberwaarnemingen: 1 ex. te Hulden­ berg/Spitsberg op 2/11 (F. Fluyt) en 1 ex. te Kor­ tenberg op 29/11 (A.Smets).

Roodborsttpuit

]. Nysten),

Erp -Kwerps (re p. 11, 5 & 2 ex. op 4, 8 & 9/09;

& 21/09; W.De met, B. Wuyt ,

Beflijster

J. Nysten

Ryken), Meerbeek/ pompstation (re p. 5, 4 & 3

pinoleHa

op 18/10 te Oppem (L. Hendrickx,

l ex. op 27-

R. Ghijsen), Leefdaal/plateau (1 ex. op 2 /09; F.

O.H1

Er werden voor de behandelde periode 24 waar­

19/10

A. Smet , F. Fluyt), Heverlee/ Lange taart (1 ex.

Paapje

Anthu trivialis

e.a.), Oud-Hever!

beek/pomp tation (telkens lm op 21/09 & 10/10;

e.a.), Heverlee/Terbank traat (lml v op 27/09;

x. tpl te Bierbeek-Beauvechain/pla-

1

. Ryckeboer), Meer­

28/09 & 18/10; E. De Clercq, F. F luyt,

Anthus ca1npestris

Duinpieper

Ganspoel (2 ex. op 20/09;

Saxicola rubicola

Roodborsttapuiten werden tijdens de period september - november 2008 waargenomen te OHN (2 ex. op 6/09; W. Desmet), Huldenberg/

J. Vanautgaerden, B. Vandermae en),

Kwerps/Zuurbeekvallei (2 ex. op 8/09 ; P. Moy­ sons), Erps-Kwerps (resp. 1, 5, 1 & 6 ex. op 9, 11, 12 & 20/09; P. Moy ons, A. Smets) en l eerij e/ plateau (lm op 11/09; W. Desmet).

Cetti's Zanger

Cettia cetti

De soort blijft uitbreiden binnen de reeds gekolo­ ni eerde gebieden. Dit najaar kwam het b lang­ rijk te nieuw

over de Cetti's Zanger van

waar ver preid over het gebi d ook reed

R, 3-4

zingende exemplar n aanwezig waren (v r ch. waam.). De Boomklever - december 2008

171


Zwartkop Sylvin ntricnpilla

Drie no emberwaarnemingen: l m le Kessel-Lo op 4/11 (E. Toorman), l m te Herent op 24/11 (M. Bekker ) en 1v le Tervuren op 2 /11 (C. Willis). Fluiter Phyllo cop11

12/09

ibilntrix

1 e . te OHZ (W. De met)

Bladkoning Phyllo copu i11or11rztu

Hoewel !echt auditief, werd op 2/11 een zekere Bladkoning waargenomen te Haa rode/ Kortetraal (G. Dries en ). Het betreft hier het tiende ex. voor onze regio, en de tweede veldwaarneming (na een ex. te Heverlee/Campus 200 op 4/10/00). Grauwe Vliegenvanger Mu cicapn strinta

12/09 1 e . te Meerbeek/pomp tation (A. Smet ), 1 e . te Huldenberg/Spitsberg (F. Fluyt) Buidelrnees Remiz pendulinu

27/09

3 ex. te SAR (J.

ysten)

Grote Barmsijs Carduelis J l an1111ea

10/10 1 ex. te Korbeek-Dijle/plateau (M. Walraven ) 21, 23 & 29/11 resp. 1, 20 & 29 ex. Z te Huldenberg/Spit berg (F. Fluyt) 23/11 15 ex. te Kessel-Lo/Spaar traat (W. Gou ey) 26/11 40 ex. te OHZ (W. De met) 29/11 1 ex. te Vo sem (A. Sm t ) Barrnsijs sp. Carduelis cnbaretlfla1rn11ea

iet-nader gedetermineerde barmsijz n wer­ den tijden het najaar van 2008 genoteerd te Meerbeek/pompstation (telkens 1 ex. Z op 10 & 18/10; A. Smets), Oud-Heverlee (resp. 2, 2, 1, 1, 1 & 2 ex. over op 17, 19, 21, 29, 30/10 & 4/11 ; J. Rutten), Ke sel-Lo/Kerkstraat (8 ex. tpl op 25/11 ; J. Lambrechts) en Huldenberg/Can poel (40 ex. tpl op 30/11 . Ryckeboer). Vermoedelijk betrof het hier hoofdzakelijk (allemaal?) Grote Barm­ sijzen.

Baardmannetje Panurus biramicus

Kruisbek Loxia curvirostra

28/10

Het wa een Kruisbekrijk najaar in. 2008. Er wer­ den verspreid over de periode 53 waarn.emin­ gen ontvangen (versch. waarn.), met maxima van 25 ex. te Meerbeek/pompstation op 18/10 (A. Smets) en 41 ex. te Pécrot op 2/11 (M. Wal­ ravens).

2ml v te SAR (F. Fluyt)

Boomklever Sitta europaea

Een opmerkelijke waarneming van een soort die normaal niet in deze overzichten voorkomt: 5 ex. (waaronder een groepje van 4) hoog over te Oud­ Heverlee/centrum (J. Rutten).

Appelvink Coccothraustes coccothraustes otenkraker

uc ifraga caryocatactes sibiricus

De olenkraker die minstens vanaf 27/10 in een dorp tuin te Haasrode verbleef (E. De Fraine e.v.a.), en bovendien tot de Siberi che ondersoort bleek te behoren, was ongetwijfeld de populairste vogel uit deze periode! Een afzonderlijke bijdrage over deze vogel zal verschijnen in een volgende editie van de Boomklever. Europese Kanarie Serinus erinus

Ook Appelvinken kwamen weer naar onze streken afgezakt. Het najaar van 2008 leverde 45 waarnemingen op (september 3, oktober 22, november 20; versch. waarn.), met 22 ex. over Meerbeek/pompstation als hoogste aantal (A. Smets). Ortolaan Emberiza hortulana

09/09 1 ex. ZW te Meerbeek/pompstation (A. Smets)

02/11 1 zingend mannetje te Huldenberg/ Gan poel ( . Ryckeboer) Kleine Barrnsijs Cardueli cabaret

1 ex. Z te Leefdaal/plateau (F. Fluyt) 28/09 1 /10 3 ex. Z te Huldenberg/Spit berg (F. Fluyt)

172

De Boomlclever - december 2008

Samenstelling : Kelle Moreau, kelle.moreau@grnail.com


Medewerker en correspondenten : Kamiel Aerts, Raf Aerts, Louis-Philippe Arnhem, firn Audenaert, Monique Bekkers, Bruno Bergmans, Koen Berwaerts, Geert Bleys, Herwig Blockx, Pierre Blockx, Alain Boeckx, Johan Bogaert, Kurt Boux, Bill Brooks, Esther Buysmans, Tim Caers, Charles Care Is, Erwin Collaerts, Peter

ollaert , Bart Creemer , Jo

broyer, Erik De

lercq, Johan De

ock, Eli abeth De Fraine, Hugues De Gemier, Krista De Greef, Gilles De Guchteneere, Chn tel De­

Cuppens, Christine Daenen, Matjan De Block, Katia De Bock, Benoit De Boeck, Erik De­

houx, Bart De Keersmaecker, Kri

De Keersmaecker, Peter De Meirsman, Johan De Rycke, Lieven De Sd1ampelaere, Chantal Deschep­

per, Loui Desmet, Wouter Desmet, Philip De Somer,

teven D'Hont, Gerald Driessens, Daan Drukker, Philippe Dubois, Eren Gabnél,

Jean-Philippe Ferette, Frederik Fluyt, Frans Geenen, Ann Geypen, Raf Ghijsen, Sven Goethal , Werner Coussey, Robin Cuehnch, Krien Hansen, Luc Hendrickx, Maarten Hens, Marc Herremans, Stefaan Horemans, Sylvian Hotton, Ronny 1-Iuybrechts, Ja ques !de, Jo hen Kempeneers, Jean Kiebooms, Jorg Lambrecht , Elfriede Le Docte, Luc Lemmens, Jan Lenaert, Iwan Lewylle, Benny L'Homme, Els Lommelen, Viviane Lootens, Patrick Luyten, Peter Maa , Eddy Macquoy, Ene Malfait, Joris Menten, Jeroen Mentens, Fneder Jan Moerman, Gerard Moors, Kelle Moreau, Pieter Moysons, David Muis, Alexandre

aets, Bruno Nef, I.ngnd

ysten, Wout Opdekamp, Stephan Peten, Eddy Raeyen, Thomas Reher, Hans Roosen, Jo chollen, Maarten

churmans, Hugo Sente, Adriaan

Rutten,

el, Paul

uyts, Johan

iels Ryckeboer, Geert Ryken, Els

eynaeve, Axel Smets, Ludo Smets, Philippe Smets, Roosmari1n Steeman, Robby

tok , Marita Tomballe, Erik Toorman, Roel Uyttenbroeck, Désiré Vanautgaerden, Gert Vanautgaerden, Johan Vanautgaerden, Jeroen Vancraen, Filip Vandekeybus, Frank Van de Meutter, Maarten & Magalie Van den Eynde, Tom Van den

eucker, Luc Vanden W) ngaert,

Filip Vandeputte, Stefaan Vanderauwera, ! lilde Vanderheyden, Bart Vandermaesen, Frank Vandersteen, Hilde Vandevoorde, Andre Vandewinckel, Gilbert Vandezande, Robin Van Heghe, Lieven Van 1-Iellemont, 1-Iilaire Vanherwegen, Lisette Van Roeien, Kn

Van Scha­

ren, Johanna Van Tonder, André Verboven, Bart Vercoutere, Freek Verdonckt, Koen Verhoeyen, Irene Verhuizen, Jan Verroken, Dirk von \ eme, Marc Walraven , Jan Waumans, Jan Welleken ,

ourtenay Wilhs, Bert Wuyts, T. Y ebaert & Tom Zeegers.

Notenkraker, 11 november 2008, Haasrode, foto: Stephan Peten

De Boomklever - december 2008

173


De Dijlelandse regiopagina van waarnemingen.be Waarnemingen.be, het nieuwe waarnerningenplatforrn van Natuurpunt, laat toe in een mum van tijd uw waarnemingen te archiveren en laat ook onmiddellijk allerlei analyses en vergelijkingen toe. Het is dan ook een belangrijke tool voor verdere natuurstudie. De l atuurstudiegroep Dijleland moedigt dan ook ten zeerste aan dat u uw waarne­ mingen in dit systeem ingeeft. We verzoeken u wel om gevoelige waarnemingen (van bvb. zeldzame soorten, storingsgevoelige locaties, broedgevallen, e.d.m.) te vervagen. Het systeem laat dit gemakkelijk toe. De Dijlelandse regiopagina is verwerkt in onze website onder: www.natuurstudiegroepdijleland .be/waarnemingen .htm Zo wordt onze website de draaischijf waar u rechtstreeks al uw waarnemingen kunt invoeren en de bijzondere waarnemingen in de regio kunt bekijken. Om het nog aan­ trekkelijker te maken kunt u per gebiedbeschrijving op deze website onmiddellijk ook de meeste recente waarnemingen in het desbetreffende gebied bekijken. Daarnaast willen we tevens de aandacht vestigen op onze lokale maillijst die u kunt terugvinden via www.yahoogroups .com/Dijlevallei. U kunt zich hierop inschrijven met een eenvoudige e-mail. Vervolgens kunt u zelf uw

bijzondere waarnemingen posten en op de hoogte blijven van alle laatste belangrijke waarnemingen en andere nieuwtjes (zoals aankondigingen van excursies) binnen het Dijleland. Deze maillijst is hét forum voor al uw bijzondere waarnemingen, leuke erva­ ringen in het veld, pittige anekdotes en determinatievraagstukken. We stellen het erg op prijs als u uw waarnemingen naast ingave in waarnemingen.be ook doorgeeft via onze maillijst. Indien u niet graag dagelijks e-mails ontvangt van de maillijst, kunt u via yahoogroups ook een paswoord aanmaken en de maillijst enkel via het web bekijken.

Zeelandtocht Zondag 22 februari 2009 •

Afspraak om 8u00 Bodart-parking te Leuven om 8u15 carpoolparking E40-afrit Bertem Kostendelend vervoer met eigen wagens.

Deelnemers en kandidaat-chauffeurs melden zich uiterlijk vrijdag 20/2 •Contact: Maarten Hens (maartenhens@yahoo.co.uk - tel 0473-244752)

De Boomklever - december 2008

174


Activiteiten eenz ltingen over natuurstudie in Vlaams-Bra­

lle activiteiten van de atuur tudiegroep Dijleland en eventuele wijzigingen zullen ook aangekondigd worden via de Dijlevallei­ maillij t (zie binnenzijde cover).

bant. Locatie en programma: Provinciehui

en zie

ook later op www.brakona.be In chrijven: bij Griet

ij , Brakona, tel. 015-77

01 61, brakona@natuurpunt.be

Zaterdag 10 januari 2009 Zoektocht naar eitjes van de Sleedoornpage Af praak: 13u30 aan het krui punt van de Rij­

Zondag

weg n Schotstraat te H r nt

Simultaantelling Grauwe Gor

Leiding: Bart Cr emer

Afspraak om 9.30u aan krui punt Delle/Blok­

(bart.cr emer @gmail.

februari

8

com - tel. 0496-893106)

kenstraat in Leefdaal

Zondag 11 januari

co. uk - tel. 0473-244752)

Leiding:: Maarten Hen

(maartenhen @;yahoo.

Simultaantelling Grauwe Gors Af praak om 9.30u aan krui punt Delle/Blok­

Zaterdag 14 februari

ken traal in Leefdaal

"Valentijn" Watervogeltelling

L iding: Maarten Hen

(maartenhen @yahoo.

Af praak: 8u30, Station van Oud-Heverlee Leiding: Frederik Fluyt (frederik.fluyt@gmail.

co.uk - tel. 0473-244752)

com - tel. 0479-920172)

Zaterdag 17 januari

Zaterdag 2 I februari

Watervogeltelling Een voormiddagexcur ie lang

de belangrijk te

watervogelgebieden in de Dijlevallei om de over­ winterende watervogel in kaart te brengen. Af praak: 8u30, Leiding:

ail.

com, tel. 0479-920172)

Zaterdag 31 januari

De ontmoetingsplek voor de Vlaam e vogelkij­ ker met verschillende lezingen over vogels kij­ ken in België. O.a. staat er een he 1 inter

tation van Oud-Hev rlee

Frederik Fluyt (frederik.flu t@

Belgische vogeldag

sante

lezing geprogrammeerd van Dick Forsman over de herkenning van ringtail kiekendieven. Locatie: zie later op http://www.natuurpunt.

-

be/nl/biodiversiteit/vogels_1286.aspx

20u

Inschrijven: vogeldag@natuurpunt.be

Algemene jaarvergadering

Zaterdag 2 I februari

NSGDijleland

Kastanjebos

- met o.a. lezing door een van onze beste na­ tuurfotografen, André Verboven, over 'bladmi­ neerders' en 'impressies van Zuid-Afrika'

Zoektocht naar eitje van de Sleedoornpage Af praak: om 13.30u lang noorden van het bo

de Lip ebaan ten­

Leiding: Bart Creemer

(bart.creemers@gmail.com - tel. 0496-893106)

- met o.a een gevarieerde actualiteitsrubriek met o.m.'akkervogels & Grauwe gorzen'

Zondag

- met o.a. de presentatie van de nieuwe website van de NSGD

8

maart

Simultaantelling Grauwe Gors afspraak om 9.30u aan kruispunt Delle/Blokken­ straat in Leefdaal

Plaats: (wellicht, def .bevestiging via de yahoo­

Leiding: Maarten Hen (maartenhen @yahoo.co.

Dijleland-lijst) lokaal Vrienden HBMW in het

uk - tel. 0473-244752)

oud gemeentehuis te Heverlee.

Zaterdag 14 maart Zaterdag 7 februari

Watervogeltelling

Brakona Contactdag

Af praak: 8u30, station van Oud-Heverlee

Contactdag van de Brabantse Koepel voor

tuurstudie met een heleboel interessante uit-

Leiding:

Frederik

Fluyt (frederik flu t@ mail. .

com 0479920172)

De Boomklever - december

2008

175


rf\\ �

". "� " . . . ... . ,r 111 \•'

•\

,.,

BRAKONA

1 O jaar BRAKONA:

een contactdag met

Zaterdag,

een feestneus op! februari 2009 organi eert de Vlaams-Bra­ bant e Koepel voor Natuurstudie (BRAKO A) Op 7

opni uw haar jaarlijkse contactdag in het Pro­ vinciehui

te Leuven. Het belooft een feestelijke

editie te worden want Brakona viert dan haar 10jarig be taan! Op deze jubileumeditie blikken we terug op 10 jaar natuurstudie in de provincie met o.a. Jan De Boe en Koen Van Den Berge.

Vogeldag

Belgische

21

februari

Vogelend

V laanderen

boeiende

reeks

Afwi

2009

krijgt

lezingen

alweer

een

voorge c/10teld.

eling is het sleutelwoord: vogel leren her­

kennen, gewoon genieten bij ade111be11emend beeld­ materiaal, mystery bird competitie, devogelbeur ... aar goede gewoonte krijgt de Vogeldag een extra uitstraling in de prachtige Middel­ heimcampus van de UAmet uiter t moderne aula. De voordrachten worden gebracht door

derlands ervaringsdeskundige Pieter Joop geeft

topornithologen van nationaal en internatio­

een uiteenzetting over de leefgebiedenbenade­

naal kaliber.

ring al aanpak voor oortbe cherming en Anne

Programma achtste editie

Ronse brengt een verhaal over de Europees bechermde Drijvende waterweegbree. Het voorbije jaar viel er ook weer heel wat te be­

Hoofdspreker dit jaar is internationaal ver­ maard roofvogelspecialist Dick FORSMAN.

leven rond de Prioritaire Provinciale Soorten. De oortenlijsten werden opgemaakt maar...

Forsman publiceert al enkele decennia arti­

•Waar gaat het van hieruit verder naartoe?

kels over de herkenning van roofvogels, wat

•Hoe pakken we deze soortbescherming in praktijk

in 2007 resulteerde in de publicatie van The

aan?

Raptors of Europe and The Middle East.

• Bestaat er zoiets als 'de beste manier' om aan

Op de Vogeldag verzorgt hij een erg diep­

soortbescherming te doen?

gaande lezing over één van de grotere de­

•Hoe ga je in het veld aan de slag rond soorten?

terminatievraagstukken

Tijden twee workshops met boeiende uiteenzet­

in België

ting- n proberen we een antwoord op deze en

de herkenning van Ringtail kiekendieven.

waarmee

al meermaals

we

ook

moest afrekenen:

vele andere vragen te vinden. Hoe het verder gesteld is met onze lokale soor­ ten, hoor je van o.a. Maarten Hens, Griet Hols­ beek, Georges Buelens en Pascal Lauwereins tijdens een reeks interessante uiteenzettingen. Deze dag vormt tevens de ideale gelegenheid voor vrijwilligers en andere natuurstudieactie­ velingen om elkaar te ontmoeten en ervaringen en bevindingen uit te wisselen. Het belooft dus weer een boeiende dag te worden met voor ieder wat wils! Iedereen met een gezonde interesse in natuur is welkom. Hopelijk tot dan! Organisator : Brakona Wanneer: zaterdag 07 februari 2009 Contact: Griet

ijs, Brakona, tel. 015-77 01 61,

\;?r_g1Qna(l1 n<ituurpunt.be Prijs: Deelname aan deze dag kost 5 euro (incl. broodjeslunch) uiterlijk 1 februari 2009 te storten op rek.230-0524745-92 met vermelding van je naam en "Brakona contactdag 2009". 176

De Boomklever - december 2008

In een tweede voordracht neemt de Fin ons mee naar het buitenland en vertelt hij op een luchtige manier over welke soor­ ten

je

er

zoal kan

zien

en

bestuderen.

Na het succes van vorig jaar voorzien we ook nu enkele luchtige, kortere lezingen. Na een onderbreking in de zevende edi­ tie komen we terug met een Mystery Bird Competitie, wellicht in een iets vernieuwde formule.

Er zijn leuke prijzen te winnen.

Uiteraard is er het klassieke Jaaroverzicht zeldzame vogels, nu echter in een ver­ nieuwd kleedje Tijdens de pauzes kan je terecht op de di­ verse stands op onze Vogelbeurs: verenigin­ gen, vogelreizen, boeken, geluiden, werk­ groepen,

nestkasten

en

vogelvoeders, .. .


Actueel

EĂŠn eitje en imago(inzetstukje rechts) Sleedoornpage ... , hoofdfoto : Jeroen Menten - Rhanaphoto.net foto inzet: Bruno Bergmans

S/eedoornpage Het winterhalfjaar is het ogenblik om op zoek te gaan naar de eitje

van de Sleedoornpage. D eze

piepkleine witte bolletjes met onder een vergrootglas typisch het aspect van gol fb alletj e s kunt u bij voorkeur vinden op vertakkingen en bij knoppen van jonge loten van

leedoorn. Deze winter loopt

er in het kader van de Vlinderatlas een project om op zoveel mogelijk plaatsen het voorkomen van de Sleedoornpage te bevestigen. Indien u interesse hebt om ook bij u in de buurt de sleedoorn hage n af te zoeken, mag u contact opnemen met Bart Creemers op bart.creerners(li gmail.com.


Inhoud .

-

.

EDITORIAA L

129

Het Dijle/and langs zijn mooiste kant NATUURGEBIEDEN

De mooiste voorjaarsbossen

130

Het Kastanjebos in Herent

131

Het Zoniënwoud

131

Het Rodebos en de Laanvallei

132

met de medewerking van: Bruno Bergmans en Hans Roosen

De leukste insectengebieden

135

De Kesselberg

136

De Koeheide

136

Het Heverleebos en het Meerdaalwoud

137

De Doode Bemde

140

met de medewerking van: Bruno Bergmans, Joris Menten en Bart Vercoutere

De beste vogelgebieden

144

Het Dorenveld

145

Het leemplateau

146

De Abdij van 't Park

149

De vijvers van Oud-Heverlee

152

Neerijse Grote Bron

156

Het Grootbroek te Sint-Agatha-Rode

159

De Trektelposten

164

met de medewerking van: Axel Smets, Johan Nysten, Bart Creemers, Kelle Moreau, Kris van Scharen en Frederik Fluyt

VOGELS Opmerkelijke vogelwaarnemingen in de Dijlevallei en omgeving, september 2008

-

166

november 2008

Kelle Moreau AA NKON DIGINGEN EN ACTIVITEITEN Activiteiten

174

Foto cover: luchtopname Doode Bemde, foto: Desiré Vanautgaerden •

I

\Il

l

De Boomklever December 2008  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

De Boomklever December 2008  

Deze publicatie kadert binnen het digitalisatieproject van de Natuurstudiegroep Dijleland, waarbij zoveel mogelijk nummers van De Boomklever...

Advertisement